Non-fictie

Pascal Coppens

China’s New Normal
Hoe China de standaard zet voor innovatie

Pascal Coppens

 
De auteur is sinoloog en technologie-ondernemer. Hij woonde meer dan 20 jaar in China en terloops even in Silicon Valley.


Met dit boek wil hij aantonen dat China momenteel de leider is in artificiële intelligentie (A.I.) en innovatie. Hij doet dat in 8 hoofdstukken, die ieder een sector van de economie en van de  maatschappij belichten: veiligheid, media en amusement, consumenten, betalen en verzekeren, mobiliteit, productie, gezondheid, onderwijs.


In 2014 gebruikte Xi Jinping de term China’s New Normal voor de jaarlijkse groei van ca. 7% i.p.v. 10% en voor meer innovatie i.p.v. overheidssteun. Die 7% is nog veel meer dan elders: in België is dat 1,3%.


Dit boek start in 2013: toen begon volgens Coppens het innovatietijdperk in China met de ’slimme veiligheid’. En het eindigt in 2030, het jaar waarin China de wereldleider wil zijn in innovatie. Xi, leider voor het leven, zal dan 78 zijn en het Chinese onderwijs, dat nu zeer traditioneel is, zal dan helemaal technologisch zijn, aldus Coppens.


Hfst. 1 gaat dus over slimme veiligheid. Een foto toont politieagenten met ‘intelligente brillen’ die gezichten uit de massa vergelijken met die van de misdadigers. Dat mogen ze van mij in België en omgeving overnemen. In dit hoofdstuk komen verder aan bod: de Vierde Industriële Revolutie, 5G, supersnelle kwantumcomputers, militaire expansie in de Zuid-Chinese Zee en richting Taiwan, gezichtsherkenning en nummerplaatherkenning door meer dan 200 miljoen camera’s, sociaal en sociaal-moreel kredietsysteem. Coppens verklaart ook waarom de Chinezen de camera’s en het kredietsysteem makkelijker aanvaarden dan vele Europeanen.
Na elk hoofdstuk volgt een korte samenvatting onder de titel: Wat te onthouden?


Hfst. 2 vertelt over slimme media en amusement. De Chinese jeugd heeft ouders die nog de Culturele Revolutie en hongersnood hebben meegemaakt, maar zij zijn digitaal opgegroeid, hebben gestudeerd in China en evt. in het buitenland, voelen zich veel meer vrij dan hun ouders en grootouders en posten veel op het internet. Op p. 79 staat een lijst van 10 sociale media en de aantallen gebruikers: van 100 miljoen tot 1,1 miljard. Coppens noemt de game-verslaving een ziekte. Hij vat samen: Chinezen zijn gokkers, bedrijven beschikken over heel veel data, de overheid ook, het volk laat zijn stem horen via de sociale media.


In hfst. 3 zien we hoe vele Chinezen slim winkelen en hoe de e-commerce exponentieel groeit. Alibaba slaagde erin eBay te overtreffen en uit China te verdrijven door een betere klantenservice. 50 à 90% van de online verkoop verloopt via de gsm. Alibaba en Tencent beschikken over data van 1,1 miljard dagelijkse gebruikers. Winkels zijn pretparken geworden waar jonge mensen hun vrije dagen doorbrengen.


Hfst. 4 werpt een licht op de financiën en verzekeringen. De rijkste 15 miljoen Chinezen bezitten 1/3de van de rijkdom (p.113), 658 zijn dollarmiljardair en controleren 16% van het BNP(p. 114). Maar de staatsschuld bedraagt 299% (in België 101%, Nederland 60%), waarvan de helft bij de 150.000 staatsbedrijven (5% van het totaal aantal bedrijven). De privébedrijven zorgen voor 60% van het BNP, 70% van de innovaties, 80% van de werkgelegenheid en 90% van de nieuwe jobs (p.119).


Een appartement van 100 m² kost in Shanghai al snel  700.000 euro of 50 keer het gemiddelde jaarsalaris. Er zijn ook 300 miljoen werklozen, achtergeblevenen. Zij noemen zichzelf Qiou: arm-lelijk-vuil (p. 117). Dat getal lijkt me wel heel hoog.


Cash-loos betalen via de smartphone is zodanig ingeburgerd dat de helft van de stedelingen cash-loos leeft en dat  zelfs bedelaars er hun aalmoezen mee verzamelen via een QR-code. In Silicon Valley daarentegen zie je nog mensen in de Walmart betalen met papieren cheques.


In 2017 werd voor 7 miljard $ aan rode enveloppen geschonken via WePay van Tencent (p. 123). Ping An is uitgegroeid tot de grootste verzekeraar ter wereld. Vele verzekeringen verlopen online.


De auteur ziet dus 4 problemen: de staatsschuld, de staatsbedrijven, de vastgoedzeepbel en de achtergeblevenen.


Hfst. 5 bespreekt de mobiliteit. Met meer dan 4.000 hogesnelheidstreinen op 20 jaar tijd is de gemiddelde snelheid van de treinen vervijfvoudigd van 43 naar ruim 200 per uur, met pieken van 350. In Shanghai stopt om de 90 seconden een snelle trein en om de 3 minuten een metro in het grootste metronetwerk ter wereld. Pendelaars komen soms van 300 km ver. Chinezen zullen ook sneller een zelfrijdende auto kopen dan wij, omdat ze liever achteraan in de auto zitten te werken. In 2020 zal de helft van de nieuwe auto’s zonder chauffeur kunnen rijden (p. 139). Elektrische auto’s worden gesubsidieerd. Gevolg: in China rijden er meer dan elders in de wereld. 99% van de elektrische bussen rijden in China. BYD (Build Your Dream) is de grootste bouwer ter wereld. Didi is groter dan Uber, deelfietsen van Mobike en Ofo zijn nummer 1 en 2 in de wereld (p. 145).


Hfst. 6 heet ’slimme productie’. Tegen 2025 wil China de slimme fabriek van de wereld zijn. Nu werken nog 500 miljoen Chinezen voor 150 euro per maand. Maar de innovatie gaat steeds sneller, de vakkennis van de Chinese technici is heel groot, China is de grootste aanvrager van octrooien geworden en respecteert voortaan de intellectuele eigendom. Robots vervangen steeds meer arbeiders en met de overname van het Duitse Kuka lukt dit steeds beter. In 2030 wil China in 10 sectoren de nummer 1 zijn en de innovatieleider van de wereld (p. 167). Coppens denkt dat dit zal lukken. De 168 hightechzones presteren op zeer hoog niveau, ze betalen miljarden belastingen aan de staat  en elke minuut ontstaan er 11 nieuwe bedrijfjes.


In hfst. 7 bekijkt hij de gezondheidszorg. Daar is nog veel verbetering mogelijk. Nu staan de meeste Chinezen urenlang in de rij aan ziekenhuizen, omdat ze de weinige, overwerkte en onderbetaalde huisartsen (1 per 6.666) niet vertrouwen. Specialisten ontvangen 100 à 200 patiënten per dag of 20.000 per jaar, telkens gedurende 5 minuten. Ze werken dus 8 à 16 uur per dag.


In 2018 stierven 2 miljoen Chinezen aan kanker. Het tekort aan dokters dwingt China om meer A.I.  in te zetten bij de diagnoses. Een andere oplossing lijkt mij dat ze meer studenten aansporen om geneeskunde te doen.


Een ander probleem is dat China 20% van de wereld moet voeden met 7% van de landbouwgronden, dat regels omtrent voedselveiligheid en medicijnen vaak geschonden werden, dat China nog altijd de grootste vervuiler is, mede door de import en verwerking van plastic afval uit West-Europa.


Xi wil wel het voorbeeld geven aan heel de wereld: de straten in de steden zijn nu wel proper, er is een importstop op 24 types afval, China is de grootste producent van zonnepanelen, windturbines, elektrische auto’s en bussen.


Slim onderwijs is het thema van hfst. 8. Nu heeft China een zeer traditioneel onderwijssysteem, met Spartaanse leerethiek en leraren die meer gerespecteerd worden dan elders in de wereld. Tegen 2030 willen ze het versterken met veel technologie en willen ze 16 universiteiten bij de top 100 ter wereld hebben. Nu zijn er dat 6. In 2013 wonnen scholieren uit Shanghai voor de tweede keer de PISA-test (wiskunde, wetenschappen, lezen). De 2.000 jaar oude traditie van hard studeren en van leraren die vakspecialisten zijn heeft succes. Educatieve robots helpen nu 100 miljoen kinderen bij het leren lezen en bij de correcte uitspraak. Chinese ouders besteden 7 keer meer geld aan extra bijlessen Engels etc. en aan zomercursussen in het buitenland dan Westerse ouders. Volgens Coppens hebben die lessen Engels veel succes, volgens mij weinig: het aantal Chinese jongeren aan wie je een vraag kunt stellen in het Engels, is laag; Engels is voor hen even moeilijk als Chinees voor ons. 220 miljoen kinderen studeren 1 uur per dag online, na de schooluren. Die bedragen 8 x 35 minuten. De resultaten zullen wel volgen: de Chinese hoop, energie, durf en snelheid zijn hoog.


Het boek eindigt met enkele praktische tips voor ondernemers en met een lijst noten.


Het is geen gemakkelijke lectuur. De lezer wordt verondersteld op de hoogte te zijn van A.I. en moderne technologie.


We krijgen ook de raad om China te volgen op de site www.chinasnewnormal.com, maar daar vind ik enkel reclame voor het boek en niets over de evolutie in China.


In het voorwoord beweert Peter Hinssen dat China gedurende de geschiedenis 1/3de van de wereldeconomie voor haar rekening nam: daar ben ik niet van overtuigd en statistieken over het verleden hebben we niet. Bovendien zie je in de West-Europese steden veel meer mooie monumenten uit hun rijke verleden dan in de Chinese. Coppens geeft de indruk dat alle Chinezen kiesrecht hebben (p. 56): dit geldt enkel voor de 90 miljoen leden van de CCP en dan nog met beperkingen: de toppers worden helemaal niet verkozen. De Chinese Muur krijgt hier een lengte van 21.196 km: dat merk je alleszins niet als je ze bezoekt en dat is wel heel veel, als je weet dat de omtrek van de aarde maar 36.000 km bedraagt. Soms staat er een spelfout (wordt vergaart, p. 77), er worden onnodig veel Engelse woorden gebruikt en de Chinese begrippen worden maar één keer uitgelegd. Een alfabetisch lijstje achteraan zou heel nuttig zijn. Deng regeerde tot ‘1987’ (p. 22), daar zou ik 1989 van maken. Nog een andere uitspraak: de Chinese koopkrachtpariteit is groter dan die van Amerika of Europa (p.22): daar is op het Chinese platteland niets van te merken en in de steden ook niet veel. In het lijstje van elektrische autofabrikanten (p. 138) ontbreekt de grootste: BYD. Coppens beweert op p. 200 dat het aantal kinderen zal stijgen door de afschaffing van de éénkindpolitiek: de cijfers voor 2017 en 2018 tonen helaas een verdere daling aan: in 2016 werden 17,86 miljoen kinderen geboren, in 2017 nog 17,23, in 2018 nog slechts 15,23 of een daling met 2,63 miljoen op 2 jaar tijd (China Daily Global Weekly, 4/2/2029).


Coppens zegt dat meer en meer Chinezen op zoek gaan naar diepgang (p. 202-204). Hij denkt dan aan mode en schoonheidsproducten, dingen waarvan ik de diepgang niet ken. Hij vergeet de christelijke godsdiensten, die ondanks felle tegenstand van de CCP steeds meer gelovigen  en overvolle kerken hebben. Hij beweert op p. 209 dat het Engels van de Chinese kinderen beter is dan dat van de Europeanen. Dat klopt helaas nog lang niet, hun Engels is slecht en dat van hun Chinese leraren ook, zoals elke toerist en elke expat zal ondervinden. Het Engels van (Chinese) kinderen uit Singapore daarentegen is benijdenswaardig mooi.


Los van deze opmerkingen, is het een zeer boeiend boek dat zijn weg naar de lezer wel zal vinden. Het zal de ogen openen van al wie verouderde vooroordelen heeft en denkt dat China nog achterop loopt.

Voor mensen die zaken doen met China  is het een echte aanrader. En Europa doet er goed aan met China samen te werken i.p.v. hun moderne techniek te bannen.


ISBN 978 94 6337 1940 | Hardcover | 240 p., grafieken, foto’s, noten; | Uitgeverij Pelckmans Pro, Kalmthout, mei 2019
Afmeting 24 x 17 cm

© Jef Abbeel, 22 juni 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER