Nieuwe jeugdboekrecensies 13+

Blind verdriet
Team Mortis 9
Bjorn van den Eynde


Er is in de echte wereld inspiratie genoeg te vinden voor een spannend verhaal, dat weet Bjorn van den Eynde heel goed. Om dat gegeven heen breit hij een spannend verhaal, schrijft het in een vlotte stijl op, voegt hier en daar nog wat hedendaagse puberproblematiek toe, natuurlijk ook romantiek – en we hebben weer een smakelijk avontuur van Team Mortis.
Het negende alweer!

In deze aflevering zijn we in de proloog in Zweden. De miljonairszoon Arvid Blomqvist wordt op een akelige manier gedood. De jonge moordenares pleegt daarna zelfmoord. Dat meisje had hem voor zijn dood op verschillende tijdstippen vijf puzzelstukjes aangereikt, waarin hij een boodschap had moeten lezen. Had hij dat wel begrepen, dan had ze hem misschien gespaard.
Na hun beider dood komen vijf geheimzinnige meisjes aan op de plaats delict. Ze hebben hoodies op, en dragen spierwitte oogmaskers. Ze leggen de moordenares netjes neer, en verwijderen sporen.

Waar de dames geen erg in hadden bij het opruimen van de sporen is de laptop van Blomqvist waar een camera opzat. Er zijn beelden van deze gruwelijke moord!
Team Mortis bestaande uit Erika Storm wordt samen met haar teamleden Nielsen, Felix en Andreas  benaderd door hun baas Celine Schield. Ook al zouden ze gestopt zijn, als Celine hen roept, gaan ze er weer voor. Onderweg naar de briefing gaat het fout met Erika. Zij weet natuurlijk heel goed dat ze niet kan zwemmen, maar toch neemt ze een bootje om een meer over te steken. Als ze een eend uit een lastige situatie wil redden, slaat de boot om!

‘Heel even verloor ze het contact met de realiteit en zag ze haar vader en moeder voor zich die net als zij onder water voor hun leven vochten… tien jaar geleden,
Een meisje dat amper zo oud was als Erika schoot door haar gedachten. Ze stond op de oever toe te kijken, hoe de toen zesjarige Erika schreeuwde dat haar papa en mama niet door mochten. Het hartverscheurende tafereel leek het kind met de gitzwarte haren, donkerbruine ogen en roodbruine huid niet eens te beroeren. Even streelde het Hawaïaans uitziende meisje langs een zwarte vlek onder haar linker oorlel. Een tatoeage. Zo jong al?’

Dit visioen, of wat het ook was, blijft lang in haar hoofd rondspoken, en blijkt later een link te hebben met het verhaal van de puzzelmoorden. Meerdere moorden dus. Er zijn eerder slachtoffers gevallen en steeds was er sprake van vijf puzzelstukjes en steeds was er een jong meisje bij betrokken.
Op het dark web worden de moorden geclaimd door ‘BlindGirl37’.
Wie is deze geheimzinnige persoon? Waarom worden precies die mannen vermoord, en wat betekenen die puzzelstukjes?

Erika zou na haar angstige avontuur in het water niet ingezet worden, maar dat laat ze niet gebeuren.
Zo komt het gehele team in actie, in Riga waar het volgende slachtoffer zou moeten vallen.
Maar Erika is zichzelf niet, zij is een blok aan het been voor de jongens.
Iemand stalkt haar? Waarom? Is er een link met haar verleden?
En Andreas, haar wel-of-niet-vriendje, hoe zit het nu tussen die twee? Weten ze het zelf eigenlijk wel?

De serie Team Mortis wordt steeds gewelddadiger. Ook in dit verhaal zitten weer akelige scenes die gedetailleerd beschreven worden. Je moet daar wel tegen kunnen.
Er is weer een open einde, dus een deel tien moet er wel komen. Misschien is het dan wel genoeg geweest? In al deze boeken zijn de jongeren nauwelijks ouder geworden, dat wordt steeds ongeloofwaardiger. Of vinden jonge lezers dat allemaal weg best?
Het blijven namelijk wel spannende verhalen, waarin steeds verrassende wendingen zitten.
Lekker leesvoer!

Bjorn Van den Eynde (1984) is een jeugdauteur, televisiescenarist en regisseur afkomstig uit Kessel.

ISBN 9789059246836 | hardcover | 312 pagina's | Uitgeverij Bakermat | juni 2019
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 16 juni 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Carmen
illustraties: Benjamin Lacombe
tekst: Prosper Mériméé


Iedereen heeft wel gehoord van Carmen de opera van George Bizet. Maar wat veel mensen niet weten is dat de novelle van Prosper Mérimée (1803 - 1870) de basis vormde voor deze opera en dankzij dit erg mooi uitgevoerde boek kunnen we nu kennis maken met het verhaal van Mérimée zelf.


Kunstenaar/illustrator Benjamin Lacombe schrift in zijn proloog dat 'Carmen in wezen een studie is van de zigeuners en van een Spanje dat niet meer bestaat', In dit boek is het complete verhaal opgenomen, inclusief de oorspronkelijke hoofdstukken 1 en 4, waardoor mogelijk, vanuit onze huidige visie, delen van de tekst beledigend of racistisch kunnen overkomen.
Mérimée heeft vijftien jaar over dit werk gedaan. 'Ik koos een zigeunervrouw als heldin, omdat ik zigeuners al lang met veel aandacht heb bestudeerd,' zei Merimée over zijn essay.

Het verhaal over Carmen wordt aan 'Merimée' verteld door Don José, een korporaal, die dankzij Carmen tot soldaat werd gedegradeerd. Hij is zwaar verliefd op de verleidelijke zigeunervrouw Carmen, die met haar charmes iedereen in haar netten weet te verstrikken. Don José heeft alles voor haar over en volgt haar overal waar ze ook naartoe gaat. Zij speelt met zijn gevoelens, solt met hem, maar lokt hem elke keer weer naar zich toe. De ene keer met heerlijk eten de andere keer met haar lichaam. Don José weet nooit wat hij aan haar heeft, het ene moment is ze een aanhankelijk meisje om vervolgens schaterlachend bij hem weg te lopen.


'Je bent een ezel, een onwetende, een echte payllo (vreemdeling). Je bent als de dwerg die denkt dat hij groot is omdat hij ver heeft kunnen spuwen. Je houdt niet van me, ga weg.'


Als ze 'ga weg' tegen me zei, dan kon ik niet weggaan.


Carmén treitert, Carmen betovert, Carmen brengt Don José tot wanhoop door om te gaan met andere mannen én weer bij hem terug te keren.
Natuurlijk mag Don José niet met haar trouwen, een zigeunervrouw moet trouwen met degene die haar familie voor haar kiest. Ook Carmen heeft een man, García,  ofwel Eenoog,een grote, gewelddadige bruut. Don José vermoord hem.


'Wat heb je gedaan?' zei de Dancaire tegen me.

"Luister,' antwoordde ik, 'we konden niet samenleven. Ik hou van Carmen, en ik wil de enige zijn. Bovendien was García een schurk [...]

De Dancaire, een man van vijftig, reikte me de hand.

'Die verdomde verliefdheid!' riep hij uit! 'Als je het hem had gevraagd Carmen af te staan, dan zou hij je haar voor een piaster hebben verkocht.


Uiteindelijk sterft Carmen zelf door toedoen van don José en wordt hij gezocht, er is een prijs op zijn hoofd gezet.


Benjamin Lacombe heeft Carmen in zijn afbeeldingen neergezet als een vrouw die mensen behekst, een spinnenvrouw die mannen in haar web lokt. Op de prachtige cover zien we haar ook afgebeeld met een 'kanten' omslagdoek in de vorm van een spinnenweb. Haar ring is een spin. Ze heeft een gezicht van een onschuldig maagdelijk meisje maar ook in haar nek kruipt een spin en haar pupillen zijn ook kleine spinnetjes. Ze is levensgevaarlijk, ze is de 'zwarte weduwe' (de spin die na het paren het mannetje aanvalt en doodt). We zien spinnen met op hun rug de ogen van Carmen. Carmens castagnetten lijken op doodshoofden. We zien Don José ingeweven in haar web rondlopen. De witte tekst is op zwarte pagina's afgedrukt.
Kortom, uit álles blijkt de bedreiging die Carmen voor haar omgeving vormt.


Het boek zelf heeft een prachtige stoffen, zacht glanzende zijdeachtige cover en is voorzien van een leeslint.
Het geheel vormt een prachtig bezit (met een licht luguber kantje).


Zie ook het you-tube filmpje over dit boek


ISBN 9789044831245 | Hardcover | NUR 274/302 | 170 pagina's | Clavis | september 2018
Met noten en biografie van Mérimée en Lacombe | 28,2 x 20,4 x 2,4 cm | Vertaald door Clavis | Leeftijd 13+

© Dettie, 5 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Florica
Dirk Bracke


De boeken van Dirk Bracke roepen altijd heel wisselende gevoelens bij me op. De verhalen die hij schrijft maken me vaak boos omdat ze ondanks de pittige onderwerpen te makkelijk, te oppervlakkig of te stereotype zijn. Het maakt wel dat ze vlotjes weglezen maar toch ontbreekt regelmatig de echte diepgang. Zo ook in dit boek.


Het verhaal handelt om Florica, een Romameisje (ook wel zigeunermeisje genoemd). Florica is beeldschoon en dat heeft de veel oudere Ruud ook opgemerkt. Hij is blindverliefd op haar. Zij niet op hem, maar hij heeft wel veel geld. Ze weet hem steeds vrij dure cadeautjes te ontfutselen door haar uitdagende gedrag waardoor Ruud de hoop krijgt dat er uiteindelijk meer dan een steels kusje uitgewisseld zal worden. Maar volgens de Romatradities moet een Romameisje maagd blijven tot haar huwelijk en broer Luca is daarom altijd mee als Ruud en Florica met elkaar afgesproken hebben of uitgaan.
Broer en zus weten Ruud nog steeds aan het lijntje te houden want ze willen hun gulle 'vriend' nog niet kwijt.


De vriendelijke en erg aantrekkelijke Jason heeft Florica - en haar broer en Ruud - ook opgemerkt in een discotheek en is blij als Luca in zijn klas terechtkomt. Via Luca lukt het hem in contact te komen met haar en als hij de jaloerse Ruud een dreun geeft, is ze verkocht. Vanaf die tijd zijn ze een stel. Nu ze met Jason is, is de 'bewaking' van Luca ook wat minder streng. De vonken spatten er dan ook al gauw van af...


Helaas is er voor de twee geen 'en ze leefden nog lang en gelukkig' in het vooruitzicht gesteld. De vader van Florica heeft namelijk een huwelijkskandidaat voor Florica gevonden, in Tsjechië...! Natuurlijk wil Florica dat niet, ze vindt het leven in België te leuk, bovendien wil ze verder leren, ze wil bejaardenverzorgde worden, ze moet wat verzinnen...


Op zich zijn dit allemaal interessante ingrediënten voor een boek. Maar naast dat het verhaal vrij rommelig en afstandelijk is geschreven, is er nog iets wat me erg stoort en dat is dat Florica alle 'eigenschappen' van de vooroordelen over Romamensen schijnt te vertegenwoordigen. Zij en haar familie zijn smerig in en om het huis - botjes van vlees en andere etensresten worden bijvoorbeeld op de vloer gegooid.-  Ze stelen, ze bedelen, ze vechten, ze dragen messen bij zich, ze zijn onbetrouwbaar enz. Alles verhalen die de ronde doen over Roma's, wordt in dit verhaal bevestigd.
Uiteindelijk 'wint' de leuke, keurige Jason en krijgt de onbetrouwbare Florica boontje om haar loontje.
Dat had ook wel anders gekund, dit boek maakt de vooroordelen over Roma's alleen maar groter. Het gif dat rondgestrooid wordt rond deze bevolkingsgroep wordt zo nóg meer verspreid. Voor een jongerenboek en in deze bizarre (politieke) tijden niet erg wenselijk... Om deze reden raad ik het boek ook af.


Dirk Bracke (Sint-Gillis-Waas, 4 juni 1953) is een Belgische schrijver van jeugdboeken.
Bracke publiceerde enkele kortverhalen in de Vlaamse Filmpjes vooraleer hij in 1993 debuteerde met Steen. Hij zette de toon voor zijn verdere werk met Blauw is bitter waarin hij allerlei maatschappelijke thema's aanpakt. De meeste van zijn boeken zijn controversieel en behandelen bijna uitsluitend onderwerpen over de zelfkant van de maatschappij zoals kinderprostitutie, drugsverslaafde jongeren, aids, echtscheiding, seksueel geweld, afpersing, brutaliteit, oorlog, vandalisme, instellingen en sociale wantoestanden. De beschrijvingen van seks en geweld zijn onverbloemd.


ISBN 9789059088351 | Paperback | 205 pagina's | Uitgeverij Davidsfonds Infodok | september 2018 | leeftijd 14+

Dettie, 5 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mij pak je niet
Martine Glaser


Josje Schippers werkt bij BT, een van de vestigingen van een Amerikaans bedrijf. Het is een fijne baan, vindt ze, al is haar baas, de heer Magnussen, wel veeleisend. Ze moet nogal eens overwerken, en aangezien ze mantelzorger is voor haar zieke vader, komt dat niet altijd goed uit. Josjes vader heeft COPD, hij heeft de hele dag zuurstof nodig. Ook al is zijn leven niet ideaal, hij maakt er het beste van en blijft positief. Dat ondervindt Thomas Magnussen - inderdaad, zoon van - als hij op verzoek van Josje naar haar vader toegaat op een moment dat zij weer moet opdraven voor zijn vader.


De ouders van Thomas hebben zijn toekomst al helemaal voor hem uitgestippeld. Na zijn eindexamen zal hij fiscale economie gaan studeren om ook het bedrijfsleven in te kunnen. Nu Thomas ouder wordt beseft hij dat hij dat helemaal niet wil. Maar wat dan wel, vraagt de vader van Josje hem.  Het antwoord bevalt hem. Thomas wil games ontwerpen, en Schippers besteedt een groot deel van zijn dag aan gamen.


Op de school waar Thomas zit, loopt ook de andere hoofdpersoon rond. Floor is jonger, en zit zwaar in haar maag met de problemen thuis: haar moeder heeft kanker en haar toekomst ziet er slecht uit.


‘In opperste concentratie stofzuigde Floor de kamer. Uit alle macht focussen op om het even wat, zolang het maar niks met de ziekte te maken had, dat hielp, had ze ontdekt. Je hoofd vol laten stromen met het hoge stofzuigergejank, je blikveld vullen met de roestige kleuren van het kleed en de houtpatronen in het laminaat, elk van de grijze korreltjes die Basje uit de kattenbak had gekrabd zorgvuldig observeren en opzuigen.’


Floor doet haar best en vindt het helemaal niet prettig dat opa en oma uit Frankrijk komen om te helpen. Het voelt alsof ze overbodig is. Maar opa en oma willen natuurlijk ook bij hun dochter zijn, die er verder alleen voor staat. Floors vader zit in Hongkong, al jaren.


Thomas zoekt een goed moment om zijn ouders te vertellen wat hij wil, maar er is steeds vaker ruzie thuis. Er wordt steeds gepraat over ‘plaatsvervangers’, maar ze willen hem niet uitleggen wat ze er mee bedoelen. Hij probeert het bij Josje, maar die zegt ook niets.
Dan verschijnt er een vlotte knappe jongeman bij de school, met een dure auto, die sigaretten uitdeelt. En er staan allerlei muurschilderingen van personen die roken, overal in de stad.  
Floor en Pip, haar vriendin, gaan samen met Roy, de broer van Pip, op zijn beurt bevriend met Thomas tot actie over. Maar ze hebben wel te maken met een enorme machtige tabaksindustrie.


’Je kunt beter iets met social media doen. Dat doen zij tenslotte ook met die rare YouTube-acties.’
’Precies! Dat vonden wij ook! En dus…’ Ze wachtte even, voor ze met een brede smile opzij vervolgde: ‘Dus hebben wij gisteren een YouTUbe kanaal gemaakt.’
‘Echt?’
‘Ja echt. Het is supermakkelijk. Google staat vol met tips hoe je dat moet aanpakken, maar die hadden we niet eens nodig. Onderwerp: bekend. Doelgroep: bekend. Alleen een naam moesten we nog hebben en die heeft Thomas verzonnen: ‘Mij pak je niet.’ Cool toch?’


Het thema van dit boek is roken, en dan met name hoe slecht het is, vooral voor jongeren. Het is een waarschuwing: begin er niet aan, voor je het weet kun je niet meer zonder! Maar het boek belicht ook de kant van de industrie, waar men mensenlevens blijkbaar minder belangrijk vindt dan geld verdienen.
Dit alles heeft Martine Glaser verwerkt in een spannend verhaal, dat duidelijk is over de gevolgen, niet alleen voor de personen die roken, maar ook hun omgeving. Aan die kant van het verhaal zitten de emoties, die bepaald niet geschuwd worden. Het is de realiteit.
Dit verhaal, helemaal toegespitst op jongeren en duidelijk in hun belevingswereld spelend. is een uitstekende manier om jongeren – en volwassenen - te waarschuwen.


Martine Glaser stopte in 2007 met werken omdat ze alleen nog maar wilde schrijven. Dat deed ze voor meerdere leeftijdscategorieën.

ISBN 9789044834659  | Hardcover | 219 pagina's | Uitgeverij Clavis | januari 2019
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 23 maart 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wisselstroom
Rob Baetens


In november 2018 herdacht België het einde van de Groote Oorlog. Ook Koewacht, een dorp dat ligt aan weerszijden van de grens van Nederland en Vlaanderen, in de streek Waasland, deed daaraan mee. Toen de Duitsers besloten de grens beter te beveiligen om smokkel tegen te gaan, maar vooral ook om te voorkomen dat soldaten zonder veel problemen konden vluchten naar het neutrale Nederland, werd ook in dit dorp de Dodendraad opgericht. Het precieze dodental is niet bekend, maar men neemt aan dat langs de hele lengte van de draad zo'n duizend tot twaalfhonderd mensen de dood vonden doordat er tweeduizend volt door hun lijf raasde. Dom dat ze het dan riskeerden? In die tijd kende de meeste burgers het fenomeen elektriciteit niet!


Ook in Koewacht vielen, tussen juni 1915 en 11 november 1918, doden. Families raakten uit elkaar, men kon niet zomaar bij elkaar op bezoek. Bij een begrafenis kon het zijn dat alleen de pastoor en de dragers van de kist over de grens mochten.
Het dorp raakte vol met vluchtelingen, die toen de grens eenmaal dicht was niet verder konden. Een aantal mensen rook geld: de meeste mensen waren door bombardementen uit hun huis verdreven, zonder dat ze iets mee hadden kunnen nemen. Er werd voedsel en andere waren gesmokkeld uit Nederland, terwijl mensen de andere kant op werden gebracht.
Toen de Duitsers het dorp, met de omliggende dorpen bezette, werd evenwel ook voor de bewoners het leven een stuk moeilijker. De Duitsers confisqueerden alles: het vee, fietsen, ijzeren voorwerpen, en natuurlijk eten.


Tegen de achtergrond van dit alles wordt het verhaal verteld van Fiele, aan het begin van de oorlog dertien jaar oud. Zijn vier jaar oudere broer is opgeroepen en bevindt zich in de strijd om Luik.
Fiele wil graag naar school ‘kennis is macht’, zegt zijn vader, en hij is leergierig. Maar de school sluit, en hij wordt ingezet op de boerderij. Hij ziet de vluchtelingen over de wegen zwerven, en beseft dat zij het op de boerderij erg goed hebben. Ze bedruipen zichzelf, hebben hun eigen vee, bebouwen de akkers, er is eten in overvloed. Dat verandert later, als de Duitsers ook hun boerderij weten te vinden, en ze zelfs eisen dat Fieles vader 500 meter prikkeldraad levert. Dan weet de boer al dat protest niet helpt: zijn paarden, koeien, varkens, ze zijn allemaal al weg.


Als de dodendraad aangebracht is in 1915, bedenkt Fiele manieren om toch naar Nederland te komen. Zo kan ook hij een steentje bijdragen, hij smokkelt brieven en levensmiddelen. Maar – en dat is leuk voor het verhaal – hij wil vooral naar de andere kant omdat daar het meisje woont op wie hij smoorverliefd is. En zij op hem overigens.


In dit verhaal, dat gebaseerd is op feiten maar gefictionaliseerd is, legt Rob Baetens op een speelse manier uit hoe anders het leven voor een dertienjarige was honderd jaar geleden. Fiele woont op een boerderij, zonder elektriciteit, zonder toilet of badkamer in huis - hij moet zelf het water oppompen op het erf. Zijn vader werkt lange dagen op het veld, ploegen, zaaien, eggen, met een paard. Welke jongere weet nog hoe dat ging? De vrouwen in het huishouden zorgden voor de dieren, kookten en bakten de hele dag, en hielden het huis schoon. Geen elektrische apparatuur, maar ook geen mobiele telefoons, geen facebook of smartphone! Kan een jongere van nu zich dit voorstellen? En Fiele vertelt ook over zijn leeftijdgenoten die al enkele jaren in een mijn of een fabriek moeten werken.


Rob Baetens vertelt het heel aanschouwelijk, legt uit zonder saai te worden, vertelt over een normaal leven in die tijd, en maakt inzichtelijk hoe het verandert in oorlogstijd.


De titel Wisselstroom verwijst natuurlijk naar de dodendraad, maar ook naar het feit dat er bij een grens van alles uitgewisseld werd. Ook de liefde!
Het boek is geen literair hoogstandje, er wordt nogal eens wat onnodig herhaald, maar doordat er gewisseld wordt in tijd en plaats is het een levendig verhaal geworden. Het is spannend vanwege de oorlog, we volgen de oudere broer die zich met het Belgische leger verplaatst.  Het is romantisch vanwege het meisje Neeltje, voor wie een grens moet worden overgestoken. En het is historisch verantwoord, je kunt er de geschiedenis van Koewacht en omgeving op naslaan. Te lezen hoe het dagelijkse leven was, het is bijna onvoorstelbaar.


Zie ook herdenking dodendraad (omroep Zeeland 11 oktober 2018)


Rob Baetens
(1956) schreef vele jeugdboeken, voor alle leeftijden, en publiceerde ook verhalen in de serie Junior Monsterboeken.


ISBN 9789462420885  | Paperback| 435 pagina's | Uitgeverij Kramat | oktober 2018
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 3 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Blikvanger
Victor Kammeijer


De 13-jarige Bruno lijkt niet echt vrienden te hebben, hij zit op zijn kamer en speelt spelletjes: ‘een paar uur zonder medelijden zinloos moorden’ geen wonder dat hij zich verveelt. Gelukkig blijkt al snel dat dit gewelddadige begin niet de voorbode is van een verhaal vol geweld! De schrijver wil de lezer even op het verkeerde been zetten, maar we hervinden snel weer ons evenwicht, als Bruno een meisje leert kennen, dat totaal andere interesses heeft. De ontmoeting vindt plaats in een supermarkt waar Bruno geen winkelmandje heeft gepakt zoals dat hoort...


Als hij vraagt of zijn zak kroepoek in de winkelwagen van het meisje mag weigert zij dat tot zijn verbijstering: ‘In m’n karretje komen geen spullen die door dierenbeulen zijn gemaakt’ en ze legt uit dat hoe kroepoek gemaakt wordt. ‘Een garnaal voelt ook pijn hoor.’ Bruno’s fantasie slaat op hol:


‘Hij stelt zich een garnaal met pijn voor. Een garnaal die jankend naar zijn moeder zwemt voor een pleister, omdat hij z’n staart ergens aan heeft gesneden toen hij aan het spelen was. Zijn moeder zegt dat-ie zich niet zo moet aanstellen en stuurt hem zonder pleister weg. Bruno ziet de garnaal nu eenzaam door de zee zwemmen, met z’n bloedende staartje en huilerige oogjes, waardoor het diertje niet goed oplet en rechtstreeks een sleepnet in zwemt.
Doodsbang grijpt de garnaal de randen van een maas van het net vast, alsof het de tralies van een gevangenis zijn.‘


Zonder boodschappen staat hij even later weer buiten en als hij een loempiakar ziet, besluit hij daar maar wat te kopen. Een andere klant zegt tegen hem: ‘Zo, dus jij gaat ook lekker je bekkie branden aan een in deeg gerolde pekinees?’’ waardoor Bruno begint te twijfelen. Wat zit er eigenlijk in die loempia?


Even later ziet hij het meisje uit de supermarkt weer, ze is op een minigolfbaan en slaat zomaar dat balletje in één keer in de putjes!


‘Yes!’ zegt ze. 'Is m’n vierde al vandaag.’
’Wat?’
‘Hole-in-one.’
’Hoolinwan?’ vraagt Bruno aarzelend. ‘Wat bedoel je? Als de vierde keer in één keer?’
‘Zeg ik toch?’
‘O, het klonk meer als een gerecht van de afhaalchinees,’ zegt Bruno, waarna hij z’n arm omhoogsteekt en ‘Mag ik éénmaal holinwàn?’roept.
Het meisje giechelt. ‘Ik bedoel hole-in-one, op z’n Engels dus…’
‘Ok. Speel jij vaker midgetgolf?’
‘Het heet minigolf hoor,’ antwoordt het meisje een beetje kattig. ‘Een midget is een dwerg.’
’O, nou, ik zag anders wel dat er dwerggeitjes over de baan lopen. Midgetgeitjes, bedoel ik.’


Misschien klinkt het vreemd, maar na dit gebekvecht groeit er een vriendschap tussen de twee kinderen. Iris blijkt vegetariër, en is een fel tegenstander van dierenproeven, jacht en andere oorzaken van dierenleed. Bruno heeft daar nog nooit zo over nagedacht, maar doet dat nu wel. Hij stelt vragen die best lastig zijn voor Iris. Want waarom wel schoenen? En slaat ze wèl een mug dood?
Maar als ze horen dat er in de stad een bedrijf is dat proeven doet op dieren, slaan ze de handen ineen, en gaan op zoek naar dat bedrijf.


Intussen wordt Bruno Iris’ caddie, hij helpt haar met de training voor het Nederlands Kampioenschap minigolf. Net zo min als hij zal de lezer weten dat er zoveel soorten ballen zijn! Hij heeft ook een vegertje om de baan schoon te poetsen en een doek om de ballen schoon te houden. Soms is het saai, maar Bruno denkt graag na over van alles, en wil daar ook over praten. Over racisme en discriminatie bijvoorbeeld praten ze. En over de toekomst die Iris heeft: ze heeft beperkt zicht (kokerzicht) en kan ook blind worden. Daar komt de titel van het boek om de hoek kijken: als de kampioenschappen zich gedeeltelijk in het donker blijken af te spelen, waar Iris dus niets ziet, is er een onverwachte ‘blikvanger’ om haar te helpen.


Het is een spannend verhaal waarbij Victor Kammeijer nogal wat onderwerpen aan de orde wil stellen. Naast reeds genoemde thema’s is er ook nog beginnende puberteit en alcoholisme, de problematiek van eenoudergezinnen en architectuur. Toch brengt Kammeijer alles op een dusdanige avontuurlijke wijze, met vooral ook veel humor dat het allemaal wel te behappen blijft. In feite komt alles neer op die ene gemene deler: vooroordeel.
Als je eerst eens verder kijkt dan je neus lang is, ontdek je dat de wereld heel interessant is.
Je kan het boek lezen als een lekker spannend verhaal maar het is mooi meegenomen als bijvoorbeeld de kleine filosofietjes, waarbij onderwerpen van meer kanten belicht worden, de lezer aan het denken zetten.
En het blijft een jeugdboek: soms gaan de dingen erg makkelijk, en het einde is nogal sprookjesachtig.


Victor Kammeijer (1972) studeerde eind jaren negentig Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Na zijn studie ging hij aan het werk als freelance copywriter en tekstschrijver van vooral zakelijke teksten.


ISBN 9789044833485 | hardcover | 204 pagina's | Clavis | oktober 2018 | Vanaf 13 jaar.
Geïllustreerd door Roman Plaghki

© Marjo, 29 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Verdwenen woorden
Monique de Heide


De vader van de zestienjarige Joost woont in Parijs en Joost gaat bij hem logeren. Iedere keer als hij dat doet krijgt hij van zijn vader opdracht om van alles mee te nemen, Joost verwacht eigenlijk niet dat het ooit nog goed komt tussen zijn ouders. Ook nu komt hij bepakt en bezakt aan op het Gare du Nord maar er staat geen vader op hem te wachten. Niemand trouwens. De telefoon wordt niet opgenomen, dus Joost besluit dan maar op eigen houtje naar het appartement te gaan. Tot zijn verbazing ziet hij op het station de aktetas waarvan hij zeker weet dat die van zijn vader is bij een prullenbak staan!


Gelukkig kent Joost wel enkele vrienden van zijn vader, en ook de buurman blijkt de boel in de gaten te houden. Zo ontdekt hij dat de verdwijning van zijn vader waarschijnlijk te maken heeft met een oud stuk tekst dat hoort bij de Encyclopedie van Denis Diderot (1713-1784) . Een omstreden stuk tekst is al die tijd verloren gewaand. Zou zijn vader dat nu gevonden hebben? Joost wil er meer van weten! Maar zijn vaders collega denkt er anders over:


'Joseph.' Hij liet een lange stilte vallen. 'Doe geen domme dingen. Je vader zit ernstig in de problemen, dat is overduidelijk. Ik heb eigenlijk geen zin om hem uit de nesten te halen maar een frauderende professor doet de reputatie van onze universiteit geen goed. Ik ga kijken wat ik kan doen om de waarheid boven tafel te krijgen. Hopelijk kan ik daarmee ook je vader in veiligheid brengen. Ga vooral niet naar de politie. Als bekend wordt dat je vader een vervalser is, zal hij nooit meer werk kunnen vinden. Jij kunt maar één ding doen: naar huis gaan. Naar Nederland. Naar je moeder.'


Maar natuurlijk doet Joost dat niet. Eigenlijk vertrouwt hij deze collega ook niet. Maar wie kan hij dan wel vertrouwen?


Tot zijn verbazing arriveren er mails met daarin dagboekfragmenten van Anna, een meisje dat in dezelfde tijd leefde als Diderot. Dat dagboek was oorspronkelijk natuurlijk oud-Frans, en iemand heeft het in het Nederlands vertaald. Steeds blijkt de tekst te passen met de avonturen van Joost. Het is heel vreemd allemaal. En eigenlijk weet hij ook niet of hij de kleindochter van de buurman kan vertrouwen. Er zijn zoveel toevalligheden! Maar stiekem is hij verliefd geworden op dat meisje dat Delphine heet en ze lijkt hem wel te willen helpen. Delphine heeft geen vakantie, maar maakt juist in de week dat Joost er is allerlei culturele uitstapjes in Parijs. En waarom zou het opvallen als er een leerling te veel is? Bovendien zijn Delphines vrienden ook nuttig.


Verdwenen woorden is een detective die helemaal in de stijl van Dan Brown geschreven is. De spannende speurtocht leidt langs allerlei toeristische plaatsen in Parijs, maar we komen ook op meer onbekende plekken die in de tijd van de Franse Revolutie wel een rol speelden. Allerlei namen die te maken hebben met de Revolutie komen voorbij: Robespierre, Marat, en natuurlijk ook Napoleon.
Door het spannende verhaal dat soms echt gevaarlijk wordt voor Joost en zijn vrienden komt de lezer meer te weten over het leven in de Franse hoofdstad in de achttiende eeuw. Dat wordt geen moment saai, omdat we steeds heen en weer springen tussen heden en verleden. En doordat het verleden duidelijk verband houdt met de gebeurtenissen in het heden krijg je ongemerkt heel wat geschiedenis mee.
De stukjes dagboek onderbreken het verhaal. Achterin vind je meer informatie over de historische figuren die in het verhaal voorkomen.


Een heerlijk verhaal waar je van geniet van begin tot eind! 


Monique de Heide heeft ook nog een website ontwikkeld waarop de liefhebber nog meer informatie kan vinden. Zeer de moeite waar daar ook eens rond te snuffelen! Zie:  https://www.verdwenenwoorden.com

ISBN 9789044834758 | hardcover | 265 pagina's | Uitgeverij Clavis | maart 2019
Leeftijd vanaf 14 jaar.

© Marjo, 23 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Lef
Erna Barth


Een zestienjarige jongen bevindt zich in het politiebureau. Hij voelt zich smerig omdat hij onder het bloed zit. Niet van hemzelf, van een andere jongen die hij denkt gedood te hebben. Hij vertelt zijn verhaal aan inspecteur van Rijn, maar eigenlijk heeft hij niet veel verhaal. Hij weet namelijk niet eens meer wie hij is, hoe hij heet. ‘Lef’, zegt hij dan maar.


‘Noem mij maar Lef.’


Hij vertelt wat hem overkomen is voor hij in het politiebureau terecht kwam. Hoe hij wakker was geworden in een ziekenhuisbed, helemaal in de war. Hij wist niet meer wie hij was, hoe hij heette en hoe hij daar gekomen was. Een vrouw kwam aan zijn bed en vertelde hem dat ze zijn moeder was. Hij geloofde er niets van. Dat zou hij toch weten? Het zou vertrouwd moeten voelen dat die vrouw hem knuffelde, maar hij vond haar maar een akelig mens.
Er klopte iets niet en hij slikte de pillen die ze hem gaven niet meer door. Op ingenieuze wijze wist hij te ontsnappen en omdat hij daarbij door het gebouw zwierf, ontdekte hij dat er andere jongeren waren, net als hij in bed. Toen hij er een wilde helpen ontsnappen, ging dat helemaal fout. En daarom zit hij nu onder het bloed zijn verhaal te vertellen aan de inspecteur. Als dat gebeurd is, gaat hij met een agente mee om te douchen.


Schoon en weer aangekleed wil hij terug naar de rechercheur, maar onderweg komt hij de dokter tegen die hem gevangen hield. Lef zet het op een rennen, schiet de straat op en verschuilt zich tenslotte onder een brug, waar hij een meisje leert kennen dat ook op de vlucht is. Voor een opdringerige stiefvader in haar geval.
Ilse luistert naar zijn verhaal en wil meteen helpen. Haar vriendin Bibi is namelijk verdwenen en zij bevindt zich misschien wel in dat geheimzinnige huis waar Lef uit is ontsnapt!


De twee jongelui gaan op onderzoek uit, ze vinden het ‘herstelhotel’ terug en dringen er binnen. Maar dat blijkt erg gevaarlijk. Wat kunnen twee tieners beginnen tegen een nietsontziende bende? Het wordt nog erger als blijkt dat ook de stiefvader van Ilse hen achterna zit. Die is ook niet zuiver op de graat.
Terwijl ze de ene vreselijke ontdekking na de andere doen, komen flarden herinneringen terug en raakt Lef nog meer vastbesloten om Ilse, haar vriendin maar ook zichzelf te redden. Maar wie kan hij vertrouwen?


Een spannend verhaal dat misschien niet erg geloofwaardig is, maar wel goed in elkaar zit met een fijne spanningsboog en dat zeker voor een aantal uren leesplezier zal zorgen. Het is ook echt het verhaal van de twee tieners die het opnemen tegen volwassen slechteriken. De overige volwassenen hebben slechts een kleine bijrol. Prima geschikt voor de doelgroep dus.


Erna Barth debuteert met deze spannende jeugdthriller.

ISBN 9789044834765 | hardcover | 141 pagina's | Uitgeverij Clavis | maart 2019
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 29 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Engel des doods
deel acht uit de serie 'Team Mortis'
Bjorn van den Eynde


Het lijkt wel een actueel nieuwsitem: vijf gemaskerde personen overvallen een Carrefour supermarkt in Charleroi, België. Alle werknemers en klanten die aanwezig zijn worden koelbloedig vermoord. Op één meisje na: Yuna Tahiri.


De overval wordt door een van de gemaskerden gefilmd en via internet verspreid. Te zien is hoe zij behalve wat geld ook een kettinkje meenemen, waaraan een bedel hangt: een engel. Er moet een reden zijn waarom ze het Marokkaanse meisje hebben laten leven. Waarom ze dat kettinkje zo duidelijk laten zien. En waarom sturen ze dat meisje iedere dag opnieuw dat filmpje?
Ze moeten dus weten dat Yuna lijdt aan retrograde amnesie. Sinds een jaar vergeet ze alles wat er gebeurd is, hoewel ze dingen van voor die tijd nog wel schijnt te weten. Maar ze moet opschrijven wat op een dag belangrijk voor haar is, want daar weet ze de volgende dag niets meer van. Natuurlijk hoeft ze dat filmpje niet iedere dag te zien, dat zou ze nu juist liever vergeten!
Team Mortis wordt ingeschakeld.

Voor degene die niet eerder een boek over het Team heeft gelezen: Team Mortis (Team van de dood) is een uiterst geheim Europees proefproject. Jongeren worden ingezet om uitzonderlijke undercoveropdrachten uit te voeren.


‘Je moet alle banden met je vorige leven verbreken, je vrienden en kennissen voorgoed achterlaten. Je ‘sterft’, wordt een schim zonder naam, identiteit of verleden. Je leeft nog wel, maar op papier ben je dood.’


Eigenlijk was de zestienjarige Erika Storm samen met Andreas – nee, geen amoureuze relatie – gestopt met het werk. Er was te veel gebeurd, ze wilden een normaal leven. Maar als haar voormalige partners en vrienden, Felix en Erika’s neef Niels haar benaderen, stemmen ze toe: nog een keer zullen ze helpen. Maar het lijkt helemaal verkeerd te lopen. Erika moet contact zoeken met Aiko Svilar, die net als Erika danst. Men denkt dat zij en haar broer iets te maken hebben met de bende van de Wolf, die jaren eerder overvallen pleegde in dezelfde omgeving en daarbij ook nietsontziend te werk ging.
Felix doet zich voor als neef van Yuna, en ontdekt dat het meisje bedreigd wordt: al haar geliefden zullen vermoord worden als ze niet meewerkt. Ze wordt de Engel des Doods genoemd. Vreemd, want ook Erika krijgt zo’n briefje! Wie zit hier achter?


Terwijl de plot zich in een razend snel tempo ontwikkelt, en de lezer er mondjesmaat van op de hoogte wordt gesteld wat die twee verhaallijnen nu eigenlijk met elkaar te maken hebben, zijn er ook de relationele ontwikkelingen tussen de personages die we uit eerdere delen van de serie kennen, toegespitst op Erika en Andreas. Erika worstelt ook nog steeds met haar verleden, en met de dood van haar ouders.


De serie is voor de doelgroep van dertien en ouder, met de nadruk op ouder, want er zitten vrij heftige scenes in. En aangezien dit verhaal zich dichter in de omgeving van de lezers af speelt komt het allemaal nog dichterbij. Nog indringender is het omdat er verwezen wordt naar feitelijke gebeurtenissen, die iedereen in de media heeft kunnen volgen, zoals de bende van Nijvel en ontvoeringen van jonge kinderen.
Maar: het is superspannend, Bjorn van den Eynden weet hoe hij de aandacht vast kan houden,


Bjorn Van den Eynde (1984) is een jeugdauteur, televisiescenarist en regisseur afkomstig uit Kessel. Na de opleiding 'Audiovisuele Kunsten' aan het RITS, waar hij in 2006 met onderscheiding afstudeerde, heeft hij een jaar gewerkt als regisseur voor productiehuis Eyeworks. Daarna heeft hij zich volledig toegelegd op fictie, als regisseur, scenarist en/of co-scenarist van o.a tv-reeksen zoals Ghost Rockers, Amika, Hotel 13, Galaxy Park, Mega Mindy en Het Huis Anubis.


ISBN 9789059246102 | hardcover | 344 pagina's | Uitgeverij Bakermat  | december 2018
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 29 maart 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vogelkinderen
Mark Boode


Dayo en Aqila wonen in de stad (opgericht in 2106) van het gelijknamige kustgewest Amalur, het is het grootste gewest van alle gewesten en heeft een voorbeeldfunctie. De moeder van Aqila is Kuna Nyima, de hoogste bestuurder van Amalur. De 'ministeries' worden Ateliers genoemd. Wie haar vader is weet Aqila niet en dat vindt ze vreselijk.


Dayo en Aqila zijn stapelgek op elkaar maar een relatie is onmogelijk.  Dayo is namelijk een oudmens en Aqila een vogelkind. Na de Grote Crisis hebben de vreedzame vogelkinderen de leiding. Het land is nu van iedereen, niemand is minder dan de ander. Alles en iedereen wordt gerespecteerd en er is grote zorg voor de natuur. Maar... oudmensen mogen niet meer in het bestuur en ze mogen ook geen relatie aangaan met de vreedzame vogelkinderen.


Nulan de beste vriend van Dayo, zegt dat vogelmeisjes de mensjongens als speeltjes zien. Nulan is heel anders dan de zachtaardige en goudeerlijke Dayo, Nulan is charmant, maar speelt een spelletje met de vogelmeisjes, die als een blok voor de charmante Nulan vallen. Nulan is populair maar ook opstandig. Hij trekt de aandacht, hij heeft charisma én Nulan wil dat er dingen veranderen in het land...


'Over tien jaar ben ik bestuurder' [...]
'Vogelkinderen zeggen dat elk levend wezen gelijk is, maar in werkelijkheid hebben we niets te vertellen. Zijn (Nulan) stem klinkt fel. 'Maar ik laat me niet zomaar wegzetten.' [...]
'Alle levende wezens zijn gelijkwaardig,' zegt Nulan opeens. 'Wij hebben dezelfde rechten. En als ik die moet afdwingen, dan doe ik dat.' 


Natuurlijk heeft Nulan een punt, maar de manier waarop Nulan praat, handelt en zijn doel wil bereiken, staat Dayo tegen. Bovendien weet hij dat Aqila's moeder wil dat de menselijke wildbeheerders ook tot het bestuur toegelaten worden.  Maar niet alle kuna's zijn het er mee eens. Mensen kappen bomen, maken oorlog...


En dan... komt het bericht dat Aqila's moeder ontvoerd is! Vogelkinderen geven mensen de schuld en omgekeerd. De verwarring is groot. Nulan ziet dit als een kans om in opstand te komen. Hij houdt een heel betoog: 


'Wij zijn het, die hun regels gehoorzamen, wij zijn het die hun scholen bezoeken [...] wij zijn het die ons bestuur aan de vogelkinderen toevertrouwen [...] dus zijn wij het, die alles kunnen veranderen.'


Nulan schreeuwt de laatste woorden bijna, zo fanatiek is hij, en veel jongens en meisjes én vogelkinderen zijn het met hem eens.


Nulan wil dat zijn vriend Dayo ook meedoet, maar deze kiest voor Aqila, hij wil haar helpen haar moeder terug te vinden zodat ze haar kunnen waarschuwen voor Nulan en zijn volgelingen. En zo komt het dat Dayo en Aqila in Dayo's bootje stappen en de zoektocht beginnen. Ze moeten de groep van Nulan voor blijven. De hele natuur en alle dieren werken mee aan de zoektocht, bomen denkpraten met de twee, reigers geven aanwijzingen, grote groepen dieren, van mieren tot paarden, beren en wolven helpen de twee jonge wezens om hun doel te bereiken. Maar of het ze lukt? Er is namelijk aan de kant van het bestuur ook een afgunstige kuna die eveneens de macht wil grijpen.
Het wordt een heel spannende tocht, waarin Dayo en Aqina alles op alles moeten zetten om hun doel te bereiken.


Ondertussen worstelen de twee ook nog met hun gevoelens voor elkaar. Per  hoofdstuk zijn ze afwisselend aan het woord en vooral de bedachtzame Dayo blijkt een diepe en wijze denker, die zijn gedachtes ook nog eens duidelijk en mooi kan verwoorden aan de dieren, de planten én Aqila!
De veel hardere Nulan vormt een grote dreiging voor de twee, hij heeft de oorlog uitgeroepen, een oorlog waar Dayo niet aan wil. 'Het is pas oorlog als wij er een oorlog van maken!' is zijn weerwoord.' Nulan wil liever geen slachtoffers maken, maar als het wel gebeurt dan is het een feit, dan is het nu eenmaal iets wat erbij hoort...


Het hele verhaal draait in feite om 'de waarheid' Wat is de waarheid, wie spreekt de waarheid? Is het Nulan? Ziet hij het goed? En de geweldloze Dayo? Kan zij zich aan zijn principes houden als er gevaar en onrecht dreigt? En de nimmer liegende Kuna's en vogelkinderen? Is wat zij zeggen écht altijd waar? Naast de zoektocht naar Kuna Nyima is er ook de zoektocht naar de waarheid... hoe zal dat uitpakken? Spreekt iedereen de waarheid of niemand? Of is er nog een tussenweg? Of is het zoals Dayo zegt...


'Als ieder zijn eigen waarheid heeft, moet je wel aan alles twijfelen.'


Kortom, hoe kun dan je oordelen, wie is er dan schuldig aan wat?

Het is een prachtig, licht filosofisch, meeslepend en fantasievol verhaal geworden dat tot nadenken stemt.
Mooie bijkomstigheid is dat voorin het boek een kaart van Amalur getoond wordt, zodat je de tocht van Nulan én Aqila en Dayo kunt volgen.
Achterin is een 'Only Planet' reisgids opgenomen, waarin we kunnen lezen over de bijzonderheden van het gewest; de gebouwen, het bestuur met de Ateliers, de geschiedenis van Amalur, de taal, de medische zorg, flora en fauna enz.


Eveneens achterin staan de inspiratiebronnen voor dit boek vermeld. De schrijver liet zich onder andere inspireren door werken van Mahatma Gandhi, Zuang Zi, Plato, Thea Beckman, James Cameron, Tolkien, Tolstoj en vele anderen.

Zie ook de website https://vogelkinderen.nl


ISBN 9789082418910 | Paperback met flappen | 280 pagina's | Uitg. Mark Boode/Vogelkinderen | maart 2019

© Dettie, 19 maart 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De schaduw van mijn broer 
Tom Avery


‘Hak mij doormidden. Wat valt daar te tellen? Kun je zien hoeveel jaar ik ben? Of zit er iets anders vanbinnen?


Zou je in mij alle gemis vinden, alle pijn? Zou je in mij een geheim vinden, zo groot als een heel dik boek? Kun je aan onze pijn zien hoeveel jaar we zijn?
Hak in een boom, en als hij dan verder groeit, groeit het litteken mee. Het gaat niet dicht. Het geneest niet. Het groeit gewoon met de boom mee.
Mij littekens lijken groot. Even groot als ik. Ik wil groeien, maar groeien zij dan mee? Of genezen ze?
Ik bevries zoals ze nu zijn, want ze mogen niet groter worden. Ik bevries alles hier.’


Ze kent ze allemaal, de bomen in Londen, want het is het enige boek dat ze nog leest, het boek over bomen met hun moeilijke namen, hun eigenschappen. Het bijzondere boek, omdat het van een speciaal iemand komt.
De elfjarige Kaia, de ik-verteller, zit in de klas als ze de jongen voor het eerst ziet.


‘Het was winter toen hij kwam. De ijzige wind blies dwars door zijn haveloze kleren. Zijn huid was ruw en rood en zijn kapotte kleren bloedden. Hij drukte zijn gezicht tegen de ruit.’


Enkele klasgenoten noemen haar een freak, maar ooit had ze vriendinnen en las ze dezelfde boeken als zij. Ze deed nog mee in de klas. Nu zit ze er wel, maar ze is er niet.


‘Ik, Kaia, ben voorgoed bevroren.
Voorgoed bevroren Kaia ben ik.
Ik, voorgoed Kaia, ben bevroren.’

Zo is haar leven sinds ze haar oudere broer Mozes dood vond op zijn kamer. Ze is alleen, totaal alleen, want het enige andere gezinslid, haar moeder, kan evenmin omgaan met het verlies van haar zoon. Ze is haar baan intussen kwijtgeraakt en drinkt. Het is Kaia die voor haar moeder zorgt, en dat maakt alles nog erger.
Maar nu is er de jongen. Hij praat niet, zit stil naast Kaia. Maar hij is haar troost, de uitweg uit een wanhopig, haast uitzichtloos leven. Hij geeft haar de warmte waardoor ze langzaam kan ontdooien.


We lezen over het meisje vanuit haar eigen perspectief. Het is ontzettend aangrijpend hoe ze vertelt over haar eenzaamheid, haar onvermogen nog aansluiting te vinden in de wereld die natuurlijk gewoon doorgaat. Over de leraar en haar klasgenoten die niet weten hoe ze met haar moeten omgaan. Het enige lichtpuntje is haar broer die af en toe nog met haar praat, maar haar aanspoort hem los te laten.


Niemand kan dit verhaal lezen zonder een brok in de keel, je zou het meisje zo graag willen helpen, maar je moet het doen met haar verhaal. En met de sfeervolle tekeningen door het hele boek heen, soms dubbele pagina’s, in wazige zwart-grijstinten, perfect het verdriet en de wanhoop van het kind vertolkend. Deze tekeningen zijn van Kate Grove, kunstenares in Londen. Prachtig hoe zij met bladeren en bomen precies de juiste sfeer weergeeft.


Is het verhaal op zich al heel mooi en aangrijpend, Tom Avery geeft de innerlijke wereld van het meisje invoelend en treffend weer, en heeft ook nog een mooie schrijfstijl met veel vergelijkingen, een schrijfstijl die hij laat behandelen in de lessen op school. Het is ook een schoolopdracht die er voor zorgt dat het boek - gelukkig - een positief einde krijgt.


Het boek werd genomineerd voor The Carnegie Medal 2015.


Tom Avery groeide op in Londen, in een grote, luidruchtige familie. Hij volgde een opleiding tot leraar en heeft les gegeven op scholen in Londen en Birmingham. Inmiddels woont hij in Amsterdam met zijn vrouw en twee zoontjes.


ISBN 9789025867904 | Paperback | 176 pagina's | Leopold | september 2015 | Vanaf 10 jaar.
Illustraties van Kate Grove | Vertaald uit het Engels door Aleid van Eekelen-Benders

© Marjo, 30 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER