Nieuwe jeugdboekrecensies 13+

Checklist
Coen de Kort


De veertienjarige Bart heeft een probleem, hij is namelijk heel snel verliefd, maar hoe kan hij er voor zorgen dat hij een vriendin krijgt? Hij vindt drie meisjes heel leuk en mooi; Eva, Sharon en Isa. Wie moet hij kiezen? En willen ze hem wel?


Gelukkig is buurman Joska er die van 'beroep' onderzoeker is, hij is nu op zoek naar ene verborgen schat. Joska is een beetje de steun en toeverlaat van Bart. Bij Joska is het rustig en stil, in tegenstelling tot het drukke gezin - Bart heeft nog vier broers  - waar Bart deel van uit maakt.
Joska geeft hem het advies om een onderzoek te starten en zo gebeurt het. Bart maakt een soort hulplijst die hij gaat gebruiken bij zijn 'interviews' met de meisjes. Hij heeft allerlei onderwerpen opgeschreven die hij belangrijk vindt. Het eerste interview gaat hem best goed af ondanks zijn zenuwen, maar er wordt hem ook veel duidelijk, dat meisje zal het niet worden, niet omdat ze hem niet leuk vindt maar er zijn andere redenen...
Joska helpt hem met analyseren van de gegevens. Dus op naar nummer twee... of drie... óf vier?


Het verhaal gaat niet alleen over Bart en de meisjes. Bij hem thuis spelen zich ook allerlei toestanden af. Zijn vader is een tijdje weg, die woont voorlopig bij opa, omdat het huwelijk van zijn ouders in een flinke dip zit. Zijn vader ging namelijk vreemd met zijn jonge collega... Bart ziet hoe moeilijk zijn moeder het heeft. Ze krijgt wel hulp van zus Mirjam en opa maart Bart, met zijn gevoelige aard, wil ook helpen, hij weet alleen niet hoe. Zijn moeder wil graag dat haar zoons vriendinnen krijgt waarmee ze kan winkelen en vrouwendingen kan doen, misschien is dat ene idee om daar voor te zorgen... Dan lacht ze misschien weer.
Ook op school loopt het niet heel erg goed, wiskunde is en blijft een probleem voor Bart en nu krijgt hij ook nog eens bijles van die rare, venijnige gothic Lieke.


'Een romantische komedie, licht erotisch en vaag bovendien,' lezen we op de flaptekst. Vaag is het zeker niet maar er gebeurt wel heel veel.
Als eerste is er buurman Joska die steeds bezoek krijgt van een licht gewelddadige man die meer over het onderzoek van hem wil weten. Daarnaast zijn er natuurlijk de speurtocht naar dé vriendin, de toestanden thuis én de bijlessen die anders verlopen dan Bart gedacht had.
Erotisch is het verhaal zeker niet, er worden wel opmerkingen geplaatst door Bart, die eerder grof te noemen zijn dan erotisch. Die taal past totaal niet bij de vriendelijke, bescheiden, fijngevoelige jongen die Bart is. Het is ook vrij vrouwonvriendelijk bovendien. De beetje pikante dromen van Bart passen beter bij hem. Ook Mirjam, de zus van Barts moeder is vrij grof in haar taalgebruik.


Samenvattend; Het een aardig verhaal dat naar het eind toe steeds beter wordt. De start van het verhaal is nogal provocerend, een etalagepop is beter dan een vrouw, dat wordt afgedaan als grapje maar toch... Ook de vreemdgaande vader komt er relatief makkelijk van af. Het wordt een beetje weggewoven. 
In de loop van het verhaal wordt het verhaal wel in alle opzichten milder.
Het verhaal leest wel lekker weg, maar inhoudelijk is er dus wel het een en ander op aan te merken.


ISBN 9789044832846 | Hardcover | 127 pagina's | Uitgeverij Clavis | juni 2018
Leeftijd 14+

© Dettie, 14 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De afstand tussen jou en mij en de kersenboom
Paola Peretti


Alle kinderen zijn bang voor het donker.
Het donker is een kamer zonder deuren en zonder ramen, met monsters die je pakken en in stilte opeten.
Ik, ik ben niet bang voor het donker, bij mij zit het donker in m'n ogen.


Mafalda (9 jaar) heeft de ziekte van Stargardt wat betekent dat ze langzamerhand blind wordt. Ze ziet nu nog wel wat, maar ze kijkt door een soort mistwolken heen die helaas steeds groter worden. Haar zicht meet ze af naar het aantal stappen dat ze neemt vanaf het moment dat ze de kersenboom op het schoolplein ziet tot aan de boom zelf.  Dat zijn aanvankelijk honderdveertig stappen, zo'n 70 meter.


De kersenboom is belangrijk voor Mafalda, want daarin heeft ze haar kat Ottimo Turcaret gevonden. Maar net zo belangrijk is dat in de boom een reus woont, dat heeft haar oma verteld. 'Die reus is de geest van de boom,' zei ze. Als de boom omgekapt wordt dan verhuist de reus naar een andere boom. Dus toen de boom uit oma's tuin omgezaagd werd, besloot Mafalda dat de reus samen met de geest van oma in de kersenboom van school ging wonen. Dat idee vindt ze fijn.


In die boom heeft ze ook Estella ontmoet, de uit Roemenië afkomstige congierge van school. Mafalda was in de boom geklommen en kon er niet meer uit, haar bril was op de grond gevallen. Ze wilde ook eigenlijk niet meer naar beneden. Want daar waren de dokters die haar vertelden dat ze blind zou worden, boven in de boom kon haar niets gebeuren...  Maar de conciërge is van het soort dat een diepe innerlijke wijsheid bezit en Mafalda's kinderzieltje feilloos aanvoelt. Ze hoort het verhaal van Malfala's ziekte aan en in haar korte onhandige taal, helpt ze Mafalda weer naar beneden. 'Als je dingen niet meer kan, moet je lijst maken. Dan weet je zeker dat je er niet een vergeet,' raadt ze Mafalda aan. 'Estella liegt niet. Alleen waarheid. We gaan lijst van Estella bekijken.' En dat doen ze.


Estella is een zeer wijze vrouw, ook al spreekt ze soms in raadselen voor Mafalda. 'Ze zegt zoveel dingen dat ik denk dat ik wel in het donker zal zitten voor ik weet wat ze betekenen.'  Estella fluit op het schoolplein zodra ze Mafalda ziet, zodat ze weet welke kant ze op moet. Estella is op school haar steun en toeverlaat. Ze is erg direct, ze spreekt inderdaad altijd de waarheid, op haar eigen liefdevolle, begripvolle manier. 'Zoek iets wat je ook zonder ogen kunt doen, wat voor jou wezenlijk is' zegt Estella.  Zij doet tenminste niet alsof er niets aan de hand is, zoals papa en mama of de juf vertelt Malfalda ons.
Estella helpt Malfalda waar ze kan, ondanks dat ze zelf ook haar eigen grote problemen heeft. Ze benadrukt steeds dat Malfalda moet nadenken over het wezenlijke, wat voor haar belangrijk is. Maar dat weet ze nog steeds niet.


Malfalda maakt haar lijst met daarnaast een geheime lijst waarop dingen staan die ze nooit aan iemand zou vertellen, behalve aan Cosimo, de jongen uit het boek De baron in de bomen. Hem vertelt ze alles, haar grootste angsten, haar twijfels. Aan hem vraagt ze ook om hulp voor de tijd dat ze in het donker zal zitten...


We volgen Mafalda in het proces van langzaam blind worden. Veelzeggend is dat het boek uit delen bestaat getiteld zeventig meter, zestig meter, vijftig meter.
In die delen lezen we wat er in die periode gebeurt. Langzamerhand vallen er steeds meer stukjes van Malafalda's gewone leven weg omdat ze het gewoonweg niet meer ziet, ze kan geen keeper meer zijn bij voetballen, ze ziet de poolster (het kaarsje dat de maan aansteekt, volgens oma) niet meer. Gelukkig heeft ze haar aardige klasgenoot Fillippo en het vertrouwde thuis nog, maar dan melden mama en papa dat ze gaan verhuizen.
Mafalda trekt haar plan. Ze besluit om, net als Cosimo, in de kersenboom bij school te gaan wonen...


Het bijzondere is dat het geen zielig boek is geworden. Het is zoals het is. Dat de jonge Malfalda daar haar gevoelens bij heeft is vrij normaal en haar besluit in de boom te gaan wonen lijkt een logisch gevolg. De schrijfster zelf ondergaat hetzelfde proces als Malfalda, ook zij wordt langzaam blind. Denkelijk is het boek daarom ook zo invoelend geschreven, het klopt allemaal. Juist daarom is het zo indrukwekkend. Vooral de voorbereidingen om het plan ten uitvoer te brengen zijn prachtig.
Grote aanrader voor jong en oud!


ISBN 9789402730104 | Hardcover | 190 pagina's | Harper Collins | 18 september 2018
Vertaald door Ada Duker en Henrieke Herber | Cross over boek. Leeftijd van ca. 13 tot 100

© Dettie, 3 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het Robotmeisje
Marina Defauw


Ooit zullen we ons biologische lichaam verlaten en in een robot gaan leven. We zullen mensen in robots zijn...


Dit lees je als je het boek opent. In een voorwoord staat dat het in de toekomst wel eens zou kunnen gebeuren dat een robot slimmer is dan een mens. Als je de kranten bijhoudt, dan lijkt dat inderdaad niet zo veraf!
In dit boek is er nog geen sprake van dat wetenschappers het voor elkaar krijgen. Er is een inslag van een komeet op de zon voor nodig, waardoor magnetische velden ontstaan. De elektrisch geladen deeltjes zetten een robot aan haar software aan te passen.


Als de ouders van Timo een logée in huis halen, vindt de jongen dat maar niks. Hij heeft ook geen interesse in meisjes, hij treurt om Andolome, een buitenaards wezen dat pas over tien jaar weer terug op aarde kan komen. (hier sloeg even de verbijstering toe: vallen we nu midden in een verhaal? Is het een vervolgdeel? Of komt de informatie over deze figuur nog?) Timo heeft een archeoloog als vriend. Hij bezoekt hem weleens op de site, waar Alex opgravingen doet, want daar heeft Timo Androlome leren kennen. Er zijn bepaalde plekken waar Timo niet mag komen, maar de jongen gaat tegen het verbod in als hij vreemde dingen meemaakt bij de ruïne. 


Thuis zijn er ook al vreemde dingen gaande. Merken zijn ouders niet dat dat meisje, April, niet eet of drinkt? En die grote blauwe spin op haar kamer? Mag dat zomaar? Zijn ouders weten niets van een spin, welnee, er zit een wandelende tak in het terrarium, en verder vinden ze dat Timo gewoon vriendschap moet sluiten. Maar dan luistert Timo een paar van hun gesprekken af, en ontdekt hij dat hij niet gek is: er is echt iets aan de hand met April!


Op school is Timo niet bij de les, hij droomt van Androlome. Als in een les alle kompassen op hol slaan, krijgt hij de schuld! Hij met zijn rare verhalen, over grijze schimmen en zo, wat heeft hij met die kompassen gedaan? Het eindigt er zelfs mee dat zijn ouders hem naar een psychiater sturen, maar gelukkig is er op school ook iemand die hem wel gelooft: Jacinta, die vaak een konijntje bij zich heeft.
Dan lokt April hem naar de ruïne…


'Het robotmeisje' blijkt dus het vervolg op 'Panfluit met gouden noten', en zou volgens de info afzonderlijk gelezen kunnen worden. Hm, je mist dan toch wel een heleboel achtergrondinformatie, en kunt het verhaal minder goed volgen. Toch is het een intrigerend verhaal, in korte behapbare hoofdstukken, waarin de schrijfster kritiek levert op de ontwikkeling van robots. In bepaalde sectoren zijn ze misschien prima, maar het moet niet te gek worden!


Een verhaal met spanning en een beetje romantiek, over een veertienjarige jongen, die hoogbegaafde en hoog sensitief zou zijn. Dat komt minder goed tot uiting, hij wordt vooral geleid door liefdesverdriet.
Een spannend verhaal, geschikt voor de doelgroep.


Marina Defauw (1963, Diksmuide) is lerares wiskunde. Jarenlang gaf ze ook economie aan een lyceum. Zij is ook bekend van de Junior Monsterboeken, waarin meerdere schrijvers hun griezelige verhalen kwijt kunnen.


ISBN 9789462420854 | Paperback | 133 pagina's | Kramat | mei 2018| Vanaf 13 jaar.

© Marjo, 12 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Stormbrekers
De kronieken van de Zeven Eilanden 4
Mariëtte Aerts


We vinden onze hoofdpersonen terug aan de andere kant van de Vale Oceaan! 


Nadat Calli, Raben en de hond Zindel op een platbodem de immense zee overgestoken zijn, hebben ze gezocht naar mogelijkheden om naar de noordelijke landen te reizen. Daar komen namelijk de stormzingers net als Calli oorspronkelijk vandaan, en in Merabia moet ook de Kraaienburcht staan, of wat er nog van over is. De kraaienburcht is de plek waar de vogelheksen vandaan kwamen voor ze naar de Zeven Eilanden kwamen.
Aan de overkant van de oceaan hebben de Verenigde Landen zich noodgedwongen aan moeten sluiten bij de Vrije Landen, na eeuwenlange tirannieke uitbuiting en mislukte oogsten. De regenten en regentessen heersen nu over noord en zuid.


Onze 'helden' worden aangenomen op de stormboot van de Elfde Familie, die hun stormzingtalenten overal in de Vrije Landen aanbiedt en zo nogal wat afreist. Calli is welkom als stormzinger en een genezer als Raben kunnen ze ook wel gebruiken. Dan zijn er nog Trey, een jongen die moet werken om de schulden van zijn vader te betalen; Morenne, die aangemonsterd is als stormzinger maar daar niet zo veel talent voor blijkt te hebben. Zij is niet zo onschuldig als ze eruit ziet. Dat is de enthousiaste Rossni wel, hij vrolijkt de boel op, en is zich nauwelijks bewust van het feit dat hij een Dwinger is. En dan is er nog een jongedame, een roodhuid, als slavin aangekocht, Eldith. Zij is zich erg bewust van de kwetsbaarheid van haar aanwezigheid.
Deze zes jongeren trekken vanzelf met elkaar op, de Familie geeft alleen maar bevelen. Dat zint Calli niet erg, ook omdat ze het nogal eens beter denkt te weten. En misschien  is dat ook wel zo...


Natuurlijk verloopt de reis door de Vrije Landen niet zonder avonturen. Er zijn luchtpiraten - stormbrekers - die hen het vliegen vrijwel onmogelijk maken. Rossni wint in een herberg een ketting met een vreemde steen eraan, die hij aan Eldith geeft. Hij heeft een oogje op haar en zou haar de steen vast niet gegeven hebben als hij wist wat voor steen het was. Maar omdat slaven geen sieraden mogen hebben, wordt het afgepakt door een lid van de Familie. Zowel met Eldith als met Jairo, lid van de Familie, gebeuren vreemde dingen.

In de proloog was er sprake van de Drie. Drie oude magiërs die zich in een soort winterslaap begeven hebben, omdat de wereld zich niet naar hun zin ontwikkelde, Zaul, Igra en Malazor, met ieder hun eigen soort magie. Een van hen ziet de kans schoon om te proberen alleenheerser te worden, hetgeen de kern vormt van dit vierde deel. Omdat het intussen nog steeds rommelt op de Zeven Eilanden, ligt daar dè kans om machtiger te worden.


Opnieuw onderduiken in de wereld waar Calli, Raben en Zinder hun avonturen beleven, dat is puur plezier! Het grootste deel van het boek bevinden we ons in hun gezelschap, maar de schrijfster laat ons niet vergeten dat er nog andere personen een rol vervullen: Mel Teller, de genezeres en moeder van Raben; Ensor, de oudere broer van de nieuwe Heerser van Kir, die er niet zo zeker van is dat zijn vader het beste voorheeft met de opvolger Arden. Ook Himmondar de monnik is er nog. En de piraten niet te vergeten, de eerste ‘familie’ van Calli!
Behalve dat zij ongetwijfeld in een volgend deel een rol zullen vervullen is het ook een manier om de lezer bij de les te houden. Dat is natuurlijk een schrijverstrucje, maar net als het herhalen van de voorgeschiedenis door die door Calli en Raben te laten vertellen aan hun nieuwe vrienden, is het niet storend.
Het is het bewijs dat dit fantastische epos op een perfecte manier in elkaar steekt. Ook de aanduidingen boven de hoofdstukken helpen om de draad vast te houden en natuurlijk de overzichtelijke kaart voor in het boek, die deze keer een ander stuk van de wereld laat zien. Onze hoofdpersonen zijn dan ook de Vale Oceaan overgestoken.


’Jij hoeft je nergens voor te schamen.‘
’Behalve voor mijn vel.’ zei Eldith.
‘Niks ervan! Wat is er mis met de kleur rood?’ Calli wond zich zo op dat ze zich bijna verslikte in haar soep. ‘Je doet me af en toe denken aan Nayari…en dan ineens weer helemaal niet!’
‘Nayari…dat was de streephuid waarmee je gevaren hebt toch?’
‘Streephuid, streephuid,’ mopperde Calli. ‘Ze noemen zichzelf Guhugan-gan. (-) En alleen onnozele sukkels noemen hen streephuiden.’
’Waarom? Dat is immers wat ze zijn? Net zoals ik een vuurhuid ben.’
En wat ben ik dan?’ wilde Calli weten.
‘Jij...’ begon Eldith. Maar bij nader inzien moest ze daar even over nadenken. ‘Nou ja, jij bent.. gewoon.’


Dit soort gesprekken, en dan al die feitjes die opgenomen zijn in het verhaal zoals de dochter die niet net als haar moeder een hoofddoek draagt en ‘de Gekozene, die eigenlijk niet gekozen wordt, maar die zijn weg omhoog betaalt met smeergelden en zo de macht krijgt.’ maken deze Kronieken tijdloos en toch actueel.
Er is voor elk wat wils in te vinden: humor, avontuur, magisch-realisme, actualiteit en betrokkenheid, en zelfs een beetje romantiek, een genot om te lezen!
Met opnieuw een hele mooie omslag van Jeroen Murré!


ISBN 9789051166330 | paperback | 365 pagina's | De Vier Windstreken | februari 2018| Vanaf 13 jaar.

© Marjo, 16 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Achtergelaten
De oneindigheidstrilogie 2
Suzanne Koster


‘Je bent niet alleen zo stom als het achtereind van een varken, maar je ziet er ook uit als een varken met dat eeuwige gevreet van jou.’


‘Hier met dat ding! Dat afgelebberde vod kan nu eindelijk de vuilnisbak in. Je bent verdomme geen baby meer.’


Bak heeft een enorme hekel aan zijn twee stiefdochters en dat laat hij duidelijk blijken. Steeds krijgen ze vernederende opmerkingen en beledigingen te horen, ze worden uitgescholden en geslagen, en dat terwijl hun kleine broertje uitstekend behandeld wordt.
Maar ja, dat is wèl zijn eigen zoon!


De oudste dochter is Saskia, over wie het eerste deel van deze trilogie gaat, dat Zwarte Lieveling heet. Net als in dit tweede deel is het thema kindermishandeling. In Achtergelaten wordt Jonka, de andere dochter, verteld dat ze voor zes weken naar een tehuis moet. ‘Voor moeilijk opvoedbare kinderen’ sneert de stiefvader, die er niet bij vertelt dat het voor onbepaalde tijd is. Hij wil helemaal niet dat ze terug komt.


Haar moeder is depressief, bang voor haar man en te zwak om te protesteren. Saskia moet thuisblijven om voor baby Freddie te zorgen. Als Jonka er achter komt dat ze haar achtergelaten hebben, begint er langzaam, heel langzaam iets in haar te branden: verzet. Nooit mocht zij buitenshuis iets zeggen over wat er thuis aan de hand was, en haar stiefvader deed zich altijd voor als een aardige charmante man dus geen mens die er erg in had, dat haar blauwe plekken niet van een ongelukkige valpartij kwamen.  Het is moeilijk voor haar: ze blijft in haar hoofd de snerende stem van Bak horen, maar tenslotte ontmoet ze mensen bij wie ze zich veilig kan voelen, die ze leert vertrouwen.


Is er dan niemand die aan haar kant staat? Jawel: haar oom en tante. Zij weten wat er aan de hand is. Maar regels zijn regels, en zij kunnen niets doen. Zeker als Bak de maatschappelijk werkster op zijn hand heeft.


Baks invloed is groot, en haar moeder te zwak. Er volgt een verhuizing naar een ander tehuis, waar een strenger beleid heerst. Jonka weet haar biologische vader er van te overtuigen haar in huis te nemen, maar helaas betekent dat dat ze van de regen in de drup komt. Ook hij heeft een akelige manier  van opvoeden.
Gelukkig blijkt Jonka een sterke meid te zijn.


Het verhaal wordt deels door middel van flashbacks verteld, en verloopt in een razend tempo. Is Jonka aan het begin van het verhaal negen jaar, aan het eind is ze bijna achttien. 


In een roman is er vaak bij het thema mishandeling ook ruimte voor hoop. Zo ook hier: geef niet op, er zijn altijd mensen die je wèl kunt vertrouwen, mensen die het wèl goed met je voor hebben. Dat geldt voor de mensen in je directe omgeving, maar ook bij die logge instanties die zich vasthouden aan regels zijn er mensen te vinden die verder kijken dan hun neus lang is. De adressen waar je terecht kan als dat nodig mocht zijn, staan achter in het boek, in deze heruitgave aangepast. Ook wordt verteld dat een deel van het verhaal gebaseerd is op de werkelijkheid, maar dat gelukkig dit soort tehuizen niet meer bestaan en dat er veel verbeterd is in de afgelopen jaren.


Susanne Koster (1957) schreef verschillende jeugdromans en psychologische thrillers. Zwarte lieveling en Achtergelaten zijn deel 1 & 2 in de opnieuw uitgegeven Oneindigheidstrilogie.


ISBN 9789044832013 | Hardcover | 290 pagina's | Uitgeverij Clavis | april 2018 | Vanaf 13 jaar

© Marjo, 11 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dansen in diep water
Laure Van den Broeck

Een groep meisjes belandt na een vliegtuigcrash op een onbewoond eiland. Dat is een bekend gegeven: in 1954 schreef William Golding ‘Lord of the flies’ over een groep jongens die hetzelfde overkwam. In het voorwoord wordt door de schrijfster verteld waarom zij dit boek schreef: meisjes zijn anders dan jongens, maar zijn meisjes misschien niet net zo gemeen en gewelddadig als ze zonder spullen - en vooral ook: zonder eten - aan hun lot worden overgelaten, zonder hoop op redding? Ook in dit verhaal gaat het louter om wat er na de crash gebeurt, hoe zullen de meisjes hiermee omgaan?


Bess is de verteller. Als het verhaal begint, hangt ze in de bomen. Ze weet zich naar de grond te werken waarbij ze er in slaagt haar bril – zonder ziet ze niets! Dat speelt later nog een rol -  niet te verliezen. Alles is groen, bomen overal waar ze kijkt, en Bess is helemaal geen natuurmens! Ze is astmatisch, en omdat sporten voor haar een martelgang is, is ze het mikpunt van pesterijen. Een muurbloempje is ze geworden, een onzekere tiener.


‘Ik was nooit ergens anders geweest zonder te weten waar en op welke afstand andere mensen zich ongeveer bevonden.‘


Eenmaal beneden ontmoet ze Rafa, een meisje dat ze vaag kent van school. Een meisje dat duidelijk haar tegenpool is, ze is populair en zelfverzekerd. Bess is op dat moment redelijk optimistisch: samen met Rafa vindt ze wel een oplossing voor het probleem! Rafa denkt dat ze op een eiland zijn, een tropisch eiland gezien de hitte en de vegetatie. Zijn er nog meer overlevenden?
Die zijn er. In totaal zijn ze met elven, elf verschillende karakters, die geen van allen weten hoe het nu verder moet. Er blijken zich al snel twee kampen te vormen, het ene geleid door Rafa die pogingen wil (blijven) doen om contact te leggen met de buitenwereld, en het andere geleid door January die vindt dat ze een nieuwe kans hebben gekregen: nu kunnen ze een nieuwe samenleving maken, genieten en lekker lui leven. Het is immers een paradijs waar ze zich bevinden!


‘We moeten ons organiseren,’ zegt Rafa.
‘Precies,’ January knikte, en ik was even verbaasd, omdat het leek alsof ze Rafa gelijk zou gaan geven. ‘We organiseren ons, we vinden een nieuwe samenleving uit.’


Dat wordt een probleem: zouden ze niet moeten samenwerken voor eenzelfde doel? Willen ze dan niet gered worden? En zoals dat gaat in een wereld waar men dicht op elkaar zit en weinig middelen heeft om te overleven: er ontstaan conflicten. Ieder meisje is anders, hun karaktereigenschappen worden uitvergroot, drama’s kunnen niet uitblijven.


Afhankelijk van wat de droom is van de lezer ga je eerder mee in het ene kamp en laat je het andere liever links liggen, maar het is zeer herkenbaar, welke kant je ook kiest. Dan is er ook nog een spanning: het lijkt of er iemand anders op het eiland is! Maar waarom laat die zich dan niet zien? Als er een ongeluk gebeurt, lijkt het einde zoek. Nu ontstaat er ook nog wantrouwen, en voelen ze zich zelfs onder elkaar niet meer veilig...
Een spannend verhaal dat niet onder doet voor Lord of the flies!


Van den Broeck hanteert ook een bloemige taal, met veel bijvoeglijke naamwoorden, waardoor de beschrijvingen levensecht worden. Naarmate het verhaal meer spanning krijgt - en de plaats waar ze zich bevinden wel voldoende beschreven is - worden de zinnen korter. Het verhaal lijkt meer te handelen om de spanning dan om de ontwikkeling van de personages, maar de dialogen zijn pittig en realistisch.

Spannende psychologische avonturenroman.


Laure Van den Broeck
(Brugge, 1977) studeerde Germaanse Talen. Ze begon te schrijven tijdens een lang verblijf in de VS. De 17de zomer van Maurice Hamster, dat haar een Boekenwelp zou opleveren, was het resultaat. Na meer dan twee jaar in de VS te zijn gebleven, verhuisde ze naar Southampton. In 2015 emigreerde ze opnieuw, terug naar de VS.( Hetgeen verklaart waarom de setting Amerikaans is en de meisjes Engelse namen hebben)


ISBN 9789401452519 | paperback | 248 pagina's | Uitgeverij Lannoo| mei 2018| Vanaf 14 jaar

© Marjo, 5 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

En ik dan?
Luc Descamps


Veertien wordt Emma, en het lijkt de ergste verjaardag ooit te worden. Toch was het goed begonnen: het cadeau van haar moeder en pluspapa is een nieuwe smartphone, waar ze erg blij mee is. En dan komt haar biologische vader, met een supercadeau: een reis naar Amerika! Emma gilt het uit vanwege de verrassing, dit wilde ze zo graag! Maar ze hoeft maar een blik te werpen op haar moeder en ze weet het: die gaat haar toestemming niet geven!


Emma’s ouders zijn al zeven jaar uit elkaar en het contact met haar vader was minimaal. Haar pluspapa Edward is meer een vader voor haar dan de man met wie haar moeder ooit getrouwd was. En haar moeder heeft er duidelijk weinig vertrouwen in.

‘Je hebt je nooit een verantwoordelijke vader getoond. Toen Emma nog klein was heb je me met haar laten zitten. Ik moest het zelf maar zien te klaren – niet dat het daarvoor ooit anders was geweest, trouwens – en nu wil je met haar op reis alsof dat de gewoonste zaak van de wereld is.’


Emma weet het: ‘Als haar moeder verontwaardigd is, lijkt het alsof de deur van een gigantische koelcel wagenwijd geopend wordt.’ No way gaat haar moeder dit goed vinden. Maar het is háár cadeau, en zij wil naar Amerika! 
De verjaardag is bedorven, Emma wil niets meer van haar moeder weten, ze stampt naar boven en negeert haar moeder, ’de ijskoningin’ ook de volgende dag.
Na school kan ze zich niet meer inhouden en ze barst los:


‘Besef je wel hoe je er in slaagt om ijskoud te zijn en tegelijkertijd je omgeving te herschapen in een verschroeiende hel?’ (-) ‘Ik ben veertien jaar, mams, veertien! Ik ben het beu om altijd maar te moeten horen wat wel en wat niet mag. Ik heb ook een leven, snap je dat dan niet?’


En moeder begrijpt het. Hoeveel moeite het haar ook kost, ze laat Emma gaan. In tranen, dat wel.


Emma weet ook wel dat zij haar vader nauwelijks kent, maar daar gaat aan gewerkt worden. Ze zal hem in de komende weken danig aan de tand voelen: waarom heeft hij haar in de steek gelaten? ‘En ik dan?’ dat vormt de achtergrond van de vragen die ze gaat stellen.
Eerst zijn er praktische problemen: haar vader heeft last van vliegangst. Ze hebben vertraging en de koffers  zijn niet meegereisd. De wet van Murphy, legt haar vader uit: wat er mis kan gaan, gaat dan ook mis.
Terwijl haar vader onhandig en nogal eigenwijs blijkt te zijn, en niet erg praktisch ingesteld, ontdekt Emma dat zij misschien wel meer de genen van haar moeder heeft: ze houdt vast aan haar plan: vragen stellen. Wat heeft haar vader bezield om hen achter te laten?


Terwijl de twee door een land reizen dat deels voldoet aan de verwachtingen maar vaker eigenlijk niet, leren ze elkaar beter kennen. En misschien is er nog wat tijd voor romantiek?


Het verhaal wordt door Emma verteld en zij is als veertienjarige heel herkenbaar. In haar doen en laten en in haar manier door over te vertellen. Ze deelt haar ervaringen en haar zorgen met haar beste vriendin, via appjes in een aangepaste taal. Een mooi verhaal over de relatie tussen vader en dochter, waarbij beiden niet alleen elkaar maar ook zichzelf leren kennen.
Luc Descamps weet precies de juiste toon te treffen in dit herkenbare verhaal.


Luc Descamps (1962) studeerde moderne talen en werkte als leraar Nederlands, Engels en Duits. Hij schreef onder andere de populaire reeks 'De Donkere Getallen' en het verhaal van Eva in 'Verkeerd Moment, Verkeerde Plaats'. Zijn werk werd reeds meerdere malen beloond door de Kinder- & Jeugdjury.


ISBN 9789461317063 | Paperback | 200 pagina's | Uitgeverij van Halewijck | juli 2017 | Vanaf 13 jaar.

© Marjo, 30 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Refugia
Erik Persoons


Het verhaal gaat over Bram. Hij verheugt zich op de laatste schooldag: eindelijk van de basisschool af, en opnieuw beginnen op een nieuwe school samen met zijn vriend Daan. Het zal dan afgelopen zijn met de pesterijen, denkt hij.
Maar Daan heeft een vervelende boodschap voor hem: hij gaat niet mee naar die school, hij verhuist met zijn ouders naar Amerika.
Bram is boos, teleurgesteld en verdrietig tegelijk en komt zijn kamer nauwelijks nog af. Maar dat schoolkamp waar hij ook met Daan naartoe zou gaan, hij moet er heen van zijn ouders.


Zijn grote angst komt uit: ook daar is hij het mikpunt van pesterijen, vooral die ene jongen Timo (of Tibo?) vindt in hem een slachtoffer. Des te meer als blijkt dat Bram dat ene mooie meisje ontdekt waar Timo een oogje op heeft. Het is een buitenlands meisje, maar erg mooi!. Net als Bram houdt ze zich veelal afzijdig. Tot de survival komt. Iedereen moet mee, en Bram komt samen met Het meisje, Aicha in een groep. Maar helaas zit ook Timo er bij, en zijn maatjes ook.


Het wordt een spannende survival: de groep valt in een oude verlaten steengroeve. Alleen Bram en Aicha staan op de rand. De anderen kunnen er niet uit, ze moeten hulp halen. Maar dan blijken die twee mannen die Bram al eerder gezien heeft, het gemunt te hebben op het meisje…


Net als het eerste boek 'Attractopia' dat in 2017 uitkwam, is Refugia een schrijfexperiment waaraan jongeren uit België en Nederland meededen. Erik Persoons (1965) is initiatiefnemer en redacteur en heeft het boek met de bijdragen van de jongeren samengesteld. Tachtig procent van het verhaal is van hen.
De opzet van dit experiment is om de kinderen enthousiast te krijgen of te houden voor het lezen (en schrijven) van boeken. Intussen loopt alweer een derde experiment. Het boek opent met de namen van iedereen die mee heeft gedaan en een uitleg.


Het is heel duidelijk een verhaal dat jongeren zelf geschreven hebben: dit is hun wereld vandaag de dag: Brams boosheid, het gevoel dat hij in de steek gelaten is; het pesten en zijn nachtmerries. Het onbegrip van zijn ouders, en het feit dat hij graag strips leest. En een mooi meisje met zo haar eigen problemen, waardoor het verhaal modern, actueel en spannend wordt.
De schrijfstijl is niet zo denderend, en Erik Persoons had moeten zien dat Timo af en toe Tibo wordt genoemd.


Erik Persoons (1965) woont in Peer. Schrijven, literatuur en cultuur in het algemeen zijn passies waar hij zich graag in uitleeft. Omdat hij oprichter en jarenlange bezieler van een jongerenbeweging was, kent hij deze doelgroep goed.
Hij schreef al enkele theaterstukken en een thriller.


ISBN 9789462420847 | Hardcover | 166 pagina's | Kramat | mei 2018 | Vanaf 13 jaar.

© Marjo, 12 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Aluna
Karla Stoefs


"Je mag haar niet Aluna noemen, geef haar een andere naam.[...]
Aluna is hoe wij de wereld zien: voor ons beschikt alles over innerlijke energie, alles staat met elkaar in verband, alles vertrekt vanuit de gedachte."


Toen de Spaanse Monica zestien jaar geleden haar dochter de naam Aluna gaf, waren dit de woorden van Yelina, haar schoonmoeder. De geboorte van Aluna zorgde voor onenigheid bij de Zintu-indianen.


"Jij was de druppel die de emmer liet overlopen. Tjecho en ik hadden indiaans bloed met Spaans bloed laten samenvloeien. Met jouw geboorte escaleerde de onderhuidse spanning tot eens cherp conflict. Van de oorspronkelijke groep Zintu's splitste zich een kleine groep af, die zich sindsdien de Creons noemen. [...] Voor hen zijn vreemdelingen niet langer welkom.


Deze splitsing zorgt ervoor dat Monica zich niet langer welkom voelt in het indianendorp in het Colombiaanse natuurreservaat Sierra Nevada de Santa Maria. Het dorp waar zij na de dood van haar moeder stierf. "Ze banden me uit hun hart. Ze liepen in een boog om me heen, alsof ik de pest had.' Tjecho, de indiaanse vader van Aluna, houdt afstand, wetende dat hij anders verstoten wordt.
Toch blijft Monica, tegen beter weten in, nog zes jaar onder de hoede van Yelina in het dorp wonen. Maar uiteindelijk dringt het tot haar door dat ze nooit een van hen zal worden en vertrekt ze toch. Ze zet zich daarna in voor het Zintu Hermitage Trust, dat opkomt voor de rechten van de indianen. Monica's vader, Rodrigo, bemant daar een grenspost van de Trust.  Aluna zelf kan zich niets meer herinneren van haar jeugd bij de Zinu's.


Maar nu heeft Monica een gouden amulet weten te bemachtigen die aan de Zintu indianen behoort. De amulet was ooit door de indianen begraven als offer en teken van respect voor de aarde. Maar Rodrigo groef het op en het ding was daarna spoorloos. Volgens Monica zal de overdracht 'over een week' plaatsvinden. Zij is echter - om een in mijn ogen vreemde reden - verhinderd, en wil nu dat Aluna de amulet terugbrengt. Het was immers voorspeld door Yelina: Aluna zal terugkomen als een van de onzen. Ze zal ons een nieuwe toekomst geven." En Monica denkt dat dit het juiste moment is. De amulet is namelijk erg belangrijk voor de indianen. Aluna kan dan bij haar opa logeren. Maar voordat Aluna vertrekt ziet ze een foto waarop twee jongens staan. Eén ervan blijkt haar halfbroertje te zijn! Een kind van Tjecho! Maar het is de andere jongen, Selso, die Aluna intrigeert. Hij roept iets bij haar wakker.


Dit zijn de ingrediënten voor wat een spannend en mooi verhaal had kunnen worden. Maar de schrijfster heeft die kans niet opgepakt. Het resultaat is een
ongeloofwaardig onevenwichtig relaas waarbij veel aan het toeval overgelaten wordt. Niemand weet dat Aluna de amulet heeft! Ze draagt het ding in een zakje om haar nek. Ze zwemt, wordt gevangen genomen, en niemand vraagt haar wat er in dat zakje zit? En de overdracht zou toch 'over een week' plaatsvinden?

Er gebeuren meer dingen die vrij onaannemelijk zijn en in feite niets toevoegen aan het verhaal. Het hele boek lijkt vooral een pleidooi voor het behoud van de indianenstammen evenals het respecteren van hun leefwijzen, kennis van de aarde en rituelen. En passant wordt ook geageerd tegen het kappen van de bomen in de regenwouden wat in een beetje wollige taal wordt gebracht.
De feitelijke taak die Aluna heeft, het terugbrengen van de amulet, blijft erg lang op de achtergrond, pas aan het eind van het boek wordt dit een snel afgeraffelde gebeurtenis waarbij de aandacht niet eens echt op de amulet gevestigd is. Ook het gevolg van het terugbrengen wordt in sneltreinvaart, bijna als bijzaak, vermeld.


Opvallend is ook het taalgebruik dat erg Vlaams is. Voor Nederlandse kinderen kan dat erg verwarrend werken. bijv:


'Papa, weet je wat er gebeurt wanneer een wolf met zijn poot in een klem vastzit?' [...]
Hij wist het. De wolf bijt zijn poot over. (i.p.v. bijt zijn poot af)


Kortom, in principe zou het een goed boek kunnen zijn maar de schrijfster heeft er teveel in willen stoppen. De kapstok is het verhaal over het meisje Aluna waaraan het pleidooi over het behoud van de indianenreservaten met alles wat erbij hoort is opgehangen, maar de jas hangt scheef, en dat maakt dat de boodschap van Karla Stoefs helaas niet goed overkomt. Jammer. Het had allemaal zo veel beter uitgewerkt kunnen worden.


ISBN 9789461318091 | Paperback | 175 pagina's | uitgeverij Van Halewyck | april 2018
Leeftijd 13+

© Dettie, 4 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De fatale foto
Ronald Verheyen

Op de eerste dag van de zomervakantie is de dertienjarige Tim met zijn vriend naar een platenzaak geweest om daar zijn vakantiegeld te besteden aan vinylplaten. Hij zit op een bankje in Antwerpen te genieten van de zon en van zijn aankopen, terwijl hij wat met zijn smartphone speelt. Foto’s maken vindt hij leuk, zomaar wat klikken en dat doet hij nu ook.
Maar het voorval dat hij vastlegt zal zal zijn vakantie volledig veranderen. Hij ziet hoe een vrouw ‘met hautaine blik en emotieloos gelaat’ een man ontmoet die ineens ineenzakt. Tim heeft iets zien blikkeren. Hij blijft foto’s maken. En dan rolt er een kokertje naar hem toe, dat de vrouw duidelijk wil hebben.
Maar voor hij haar kan gehoorzamen komen er mannen aanrennen en er scheurt een scooter het plein op, waar de vrouw achterop stapt.
Tim is in shock. Is hij nu getuige geweest van een moord?

De politie geeft al snel aan dat het gezin beter eerder op vakantie kan gaan dan de bedoeling was. Tim vertrekt met zijn ouders naar Wales, naar Hay-on-Wye (het bekende boekendorp) waar ze logeren bij zijn moeders zus. Ze krijgen politiebegeleiding tot Calais, dus er moet echt wel iets ergs aan de hand zijn. Op het moment dat Tim ook in het boekendorp gevolgd lijkt te worden, komt er meteen bescherming.
En er is nog meer aan de hand in het dorp. Op het moment dat Tim arriveert wordt Richard Booth dood in zijn tuin aangetroffen. Booth was veertig jaar lang ‘koning van het dorp’, en de mensen zijn ontzet. Wat gaat er nu gebeuren met hun winkeltjes, die zij van Richard huurden?
Inderdaad blijkt iemand plannen te hebben…

Het grappige van dit verhaal is dat het vol verwijzingen zit naar bekende personen. Er lijkt een akelige grote hond te zijn. En wat is die gloed die Tim – net als anderen – ziet?
Maar het is toch een thriller met een prettige spanningsboog voor de beginnende thrillerlezer. Er gebeuren genoeg akelige dingen, maar de beschrijvingen hadden bloederiger en schokkender gekund dan dit:

‘Net toen Tim zich bukte, weergalmde en een knal door de vallei. Een fractie van een seconde later weer een. Zo dichtbij, dacht hij en op dat moment voelde hij iets vochtigs op zijn gezicht spetteren. Op één knie steunend zag hij de terreur voor zich ontrollen. Galahad, de rode wouw, spartelde op de grond enkele meters van hem vandaan. Zijn linkervleugel aan flarden. Daarna gleed zijn blik naar Stuart die naar zijn schouder greep. Er vloeide bloed uit een gat aan de rechterkant net onder het sleutelbeen.’

Dit kan de jeugd wel aan. Je zou kunnen stellen dat de slechteriken niet zo goed in hun vak zijn. Dat is in thrillers voor volwassenen ook vaak het geval!
De bladspiegel is vrij rustig, er zijn veel dialogen.
Ronald Verheyen (1951) is oorspronkelijk leraar en weet dus wel wat kinderen aankunnen.
Bovendien brengt hij op een speelse wijze allerlei wetenswaardigheden onder de aandacht, over Wales en over de Engelse literatuur, zoals De Hond van de Baskervilles die in een van de Sherlock Holmesverhalen voorkomt. Zou leuk zijn als jonge lezers daar nieuwsgierig naar worden!

ISBN 9789462420816  | paperback | 131 pagina's | Kramat| april 2018| Vanaf 12 jaar.

© Marjo,  7 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER