Nieuwe jeugdboekrecensies 13+

Achtergelaten
De oneindigheidstrilogie 2
Suzanne Koster


‘Je bent niet alleen zo stom als het achtereind van een varken, maar je ziet er ook uit als een varken met dat eeuwige gevreet van jou.’

‘Hier met dat ding! Dat afgelebberde vod kan nu eindelijk de vuilnisbak in. Je bent verdomme geen baby meer.’

Bak heeft een enorme hekel aan zijn twee stiefdochters en dat laat hij duidelijk blijken. Steeds krijgen ze vernederende opmerkingen en beledigingen te horen, ze worden uitgescholden en geslagen, en dat terwijl hun kleine broertje uitstekend behandeld wordt.
Maar ja, dat is wèl zijn eigen zoon!
De oudste dochter is Saskia, over wie het eerste deel van deze trilogie gaat, dat Zwarte Lieveling heet. Net als in dit tweede deel is het thema kindermishandeling.

In Achtergelaten wordt Jonka, de andere dochter, verteld dat ze voor zes weken naar een tehuis moet. ‘Voor moeilijk opvoedbare kinderen’ sneert de stiefvader, die er niet bij vertelt dat het voor onbepaalde tijd is. Hij wil helemaal niet dat ze terug komt.
Haar moeder is depressief, bang voor haar man en te zwak om te protesteren. Saskia moet thuisblijven om voor baby Freddie te zorgen.
Als Jonka er achter komt dat ze haar achtergelaten hebben, begint er langzaam, heel langzaam iets in haar te branden:verzet. Nooit mocht zij buitenshuis iets zeggen over wat er thuis aan de hand was, en haar stiefvader deed zich altijd voor als een aardige charmante man dus geen mens die er erg in had, dat haar blauwe plekken niet van een ongelukkige valpartij kwamen.
Het is moeilijk voor haar: ze blijft in haar hoofd de snerende stem van Bak horen, maar tenslotte ontmoet ze mensen bij wie ze zich veilig kan voelen, die ze leert vertrouwen.
Is er dan niemand die aan haar kant staat? Jawel: haar oom en tante. Zij weten wat er aan de hand is. Maar regels zijn regels, en zij kunnen niets doen. Zeker als Bak de maatschappelijk werkster op zijn hand heeft.

Baks invloed is groot, en haar moeder te zwak. Er volgt een verhuizing naar een ander tehuis, waar een strenger beleid heerst. Jonka weet haar biologische vader er van te overtuigen haar in huis te nemen, maar helaas betekent dat dat ze van de regen in de drup komt. Ook hij heeft een akelige manier  van opvoeden.
Gelukkig blijkt Jonka een sterke meid te zijn.

Het verhaal wordt deels door middel van flashbacks verteld, en verloopt in een razend tempo. Is Jonka aan het begin van het verhaal negen jaar, aan het eind is ze bijna achttien.
In een roman is er vaak bij het thema mishandeling ook ruimte voor hoop.
Zo ook hier: geef niet op, er zijn altijd mensen die je wèl kunt vertrouwen, mensen die het wèl goed met je voor hebben. Dat geldt voor de mensen in je directe omgeving, maar ook bij die logge instanties die zich vasthouden aan regels zijn er mensen te vinden die verder kijken dan hun neus lang is. De adressen waar je terecht kan als dat nodig mocht zijn, staan achter in het boek, in deze heruitgave aangepast. Ook wordt verteld dat een deel van het verhaal gebaseerd is op de werkelijkheid, maar dat gelukkig dit soort tehuizen niet meer bestaan en dat er veel verbeterd is in de afgelopen jaren.

Susanne Koster (1957) schreef verschillende jeugdromans en psychologische thrillers. Zwarte lieveling en Achtergelaten zijn deel 1 & 2 in de opnieuw uitgegeven Oneindigheidstrilogie.

ISBN 9789044832013 | hardcover | 290 pagina's | Uitgeverij Clavis| april 2018| Vanaf 13 jaar.

© Marjo, 11 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mist
Rom Molemaker

Een groep scholieren gaat op kamp. Hun school staat in het Noorden van ons land, in het fictieve Westemeer, een logische keuze is dus de oversteek naar een Waddeneiland, in dit geval naar Welvum, het kleinste eiland.
Als ze bijna aangekomen zijn doemt er iets op in de verte dat een flink pak regen belooft.
Haroun, een van de scholieren, ziet het wel, maar waarom zou hij er aandacht aan besteden?
Hij is van plan deze paar dagen uit te zitten, veel bijzonders zal er niet gebeuren.

Op het eiland is Grace Halfmouw degene die de mist als eerste ziet. Grace is bijna achttien, kijkt er naar uit om van het eiland weg te kunnen gaan. Ze heeft zo’n hekel aan dat saaie eiland, waar iedereen elkaar in de gaten houdt. Haar vriendschap met de schilder Lodewijk de Doodt bijvoorbeeld, de mensen inclusief haar ouders, doen daar heel vervelend over!
Ze heeft een baantje in een bungalowpark, maar ze heeft de pest aan Jeanette Beurs, de eigenaresse.

‘Tief maar op,’ zegt ze hardop. ‘Tief maar op met je huisjes en dat irritante zoontje van je. Ik heb andere plannen voor vandaag.’

Die plannen hebben te maken met Lodewijk.

Ook Wessel woont op het eiland, maar hij heeft het er prima naar zijn zin. Deels komt dat doordat het meisje waar hij een oogje op heeft, Hiske, ook op het eiland woont, maar hij is gewoon niet zo veeleisend. Ook hij ziet de mistbank hangen, die dichterbij komt.

‘Als hij de tijd had genomen had hij mogelijk ontdekt dat die wolkenbank niet naar het eiland toedrijft, maar dat het lijkt of hij rolt.’

Het zijn niet deze twee jongeren die Haroun met een scherpe blik in de gaten houden, maar hij voelt zich niet op zijn gemak als hij naar de dorpswinkel gaat. Ze lijken hier niet van buitenlanders te houden. Nou ja, hij is er toch maar kort.
Haroun heeft het goed gezien: er zijn mensen die iets hebben tegen mensen met een andere huidskleur en tegen vluchtelingen. Er gebeuren vervelende dingen, waarvan vreemdelingen meteen de schuld krijgen. Zelfs vreemdelingen die je niet ziet.


Een brand, een vermist persoon, en die vreemde mist… het zijn de elementen die een spannend geheel vormen, dat vanuit het gezichtspunt van de drie genoemde jongeren - later ook van de zus van Wessel - wordt verteld. Behalve het thrillerelement is het een echt jongerenverhaal, met probleempjes of zorgen zoals pubers die kunnen hebben. Even lijkt er een magisch thema te zijn, maar Molemaker zet de lezer op het verkeerde been.


Het is heel origineel, en als je dan in een nawoord wat meer leest over de achtergrond, geeft dat een extra tintje. Rom Molemaker schijft doorgaans lekkere vlotte verhalen, en dat doet hij met Mist opnieuw!


Rom Molemaker (Harderwijk, 1945) schrijft sinds 1998 voor jongeren. Eerder was hij leraar.
Voor Een gang met gele deuren kreeg hij in 2007 de Tip van de Jonge Jury onderscheiding.
Mist is zevende jeugdthriller.


ISBN 9789025113988 | Paperback | 202 pagina's | Uitgeverij Holland | april 2018| Vanaf 13 jaar

© Marjo,  31 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet achterhuis
Anne Frank

tekeningen: David Polonski
tekstbewerking: Ari Folman


Het verhaal van het achterhuis is voor de meesten van ons bekend waarschijnlijk, en ook voor nieuwe generaties moet dit een verhaal zijn waar ze kennis van nemen. Voor diegene die moeite hebben met de hoeveelheid woorden in het dagboek zelf, hebben Ari Folman en David Polonsky een prachtige stripbewerking gemaakt.


Het boek verschijnt ter gelegenheid van een jubileum: zeventig jaar geleden werd Het Achterhuis voor het eerst gepubliceerd. Achterin het boek staat een verantwoording, want een bewerking naar een graphic novel betekent dat het verhaal niet identiek kan zijn. Maar Anne’s dagboek wordt wel grotendeels gevolgd. Steeds werden dertig pagina’s van de oorspronkelijke tekst bewerkt tot tien pagina’s in stripvorm, maar er staan ook volledige pagina’s uit haar boek in, in dezelfde bewoordingen.


De tekeningen zijn prachtig, en geven behalve het verhaal ook gedachten, dromen en fantasieën weer. Deze weergave spreekt jongeren absoluut meer aan dat stukken geschreven tekst! Wie het dagboek zelf gelezen heeft, kan gerust zijn: hoewel een stripverhaal heel anders overkomt, is dat alleen de vorm. Aan het verhaal van Anne zelf is niets veranderd. Een uitgave als deze is heel toegankelijk voor diegenen die niet zo graag lezen.


De uitgave kwam tot stand in samenwerking met het Anne Frank Fonds Basel.
David Polonsky (Tel Aviv) heeft vooral de tekeningen verzorgd, Ari Folman (Haifa) is verantwoordelijk voor de tekst.
Eerder werkten zij samen aan de film Wals met Bashir (winnaar van een Golden Globe, een César en een British Independent Film Award) over Folmans eigen ervaringen tijdens de eerste Libanon-oorlog. Daarna bewerkten zij dat verhaal tot een graphic novel.


ISBN 9789044632910 | Paperback | 160 pagina's | Uitgeverij Prometheus | oktober 2017 |
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 8 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe wolventemmer
Barbara Jurgens


‘Het dier bleef haar strak aankijken, zijn gele blik boorde zich in de hare. De sneeuwgeur verdween naar de achtergrond. Nu rook ze iets anders. Weeïg, ijzerachtig, was dat… bloed? Ze zag een rode maan, laaghangend boven een helling. Het maanlicht wierp lange schaduwen van tientallen, honderden dieren in de sneeuw.’


Op weg naar school heeft de veertienjarige Runa een vreemde ontmoeting. Is dat een wolf? In Nederland? Wat doet dat dier hier? En wat betekenen die beelden van sneeuw, van nog meer dieren?


Runa zit nog maar net op een nieuwe school, maar weet al dat dit het niet gaat worden. Ze voelt zich een buitenbeentje, zo anders is ze dan de meiden die de toon aangeven in haar klas, en die haar dat met plezier inpeperen. Als Runa zich in het nauw gedreven voelt, verliest ze haar zelfbeheersing: ze valt de pester aan, en bijt haar!
Het voorval leidt tot een schorsing, maar het kan Runa niets schelen. Ze wil nooit meer naar die school! En dus vindt ze het ook helemaal niet erg dat Nonna vanuit Italië om hulp vraagt. Ze is gevallen, heeft haar heup gebroken. Runa en haar zus Isa vertrekken met hun moeder Eva naar de Italiaanse alpen.


In dorpje San Umberto, ver afgelegen van de buitenwereld, blijken de dorpelingen zich erg druk te maken om de hoeveelheid wolven in de omgeving. Hun kinderen zijn niet veilig, zeggen ze. Onder leiding van de hoteleigenaar Giacomo, willen veel boeren niets liever dan op jacht gaan. Als Isa op een dag gaat skiën en niet terug komt, is dat koren op hun molen. Pas echt menens wordt het echter als het vierjarige zoontje van Giacomo dood gevonden wordt. De wolven krijgen de schuld, de klopjacht is niet meer te stoppen.


Maar er zijn ook tegenstanders. Boswachter Taddeo en zijn vrouw bijvoorbeeld. En Barberina, een zonderlinge oude vrouw die niet meer spreekt sinds een dramatische gebeurtenis in een ver verleden. Zij heeft een bijzondere belangstelling voor Runa. Die ene skileraar, Rocco, heeft dat ook: en Runa wordt ook verliefd op hem. Maar wie is Rocco? Hij is niet als andere jongens…


Als de jacht van start gaat, spreekt Barberina Runa aan: er is een speciale taak die zij moet vervullen! Maar eerst moet ze Isa vinden! Bij de zoektocht krijgt ze hulp uit onverwachte hoek…


Het meisje Runa heeft een speciale gave: ze kan agressieve honden met een blik tot bedaren brengen. Daarover lijkt ze niet eens verbaasd. Het verhaal over de halfwolven dat haar later verteld wordt, evenmin. Het is alsof ze het altijd al wist. Naarmate haar bijzondere krachten toenemen, beseft ze ook dat ze een doel heeft in haar leven. Ze hoopt alleen dat Rocco daar bij betrokken zal zijn.


'Jij bent er ook eentje,' zei hij plotseling.
'Watte?' vroeg ze, met volle mond.
Taddeo aarzelde en schudde toen zijn hoofd. 'Dat je een b-b-bijzondere griet bent. Kom, t-t-tijd om naar huis te gaan.'


Het verhaal is een beetje onevenwichtig. Hoewel in het eerste deel de geheimzinnige wolf al wel opduikt, zijn de aanwijzingen dat er iets bijzonders staat te gebeuren nog minimaal. De magie, die in het tweede deel een grote rol speelt, komt toch een beetje als een verrassing. Runa is geen tienermeisje dat te maken krijgt met de gebruikelijke tienerproblemen, maar een bijzondere jonge dame. Het ietwat gezapige begin neemt een andere wending als het gezin eenmaal in Italië is, de spanning neemt rap toe. Een argeloze lezer kan dus wel verrast worden. Maar daar is eigenlijk niets mis mee...


Het is een onderhoudend en boeiend verhaal, dat tenslotte ook gaat over de strijd tussen goed en kwaad. Ik wil het geen fantasy noemen, dit verhaal lijkt meer op een sprookje. Een sprookje dat je zou kunnen vertalen naar de moderne maatschappij, zoals het sprookjes betaamt.
Er is ook een open einde en niet alle vragen worden beantwoord.


Barbara Jurgens, acteur en scenarist, schreef tv-series als Fort Alpha en Keyzer & de Boer. Haar jeugdfilm Vechtmeisje komt in 2018 in de bioscoop. De wolventemmer is haar debuut als kinderboekenauteur. Barbara woont en werkt in Amsterdam.


ISBN 9789048839506 | hardcover | 304 pagina's | Moon| november 2017
Leeftijd vanaf 12 jaar

© Marjo, 13 januari 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altChallenge
Annemarie Bon

​Na het overlijden van de vader van Jens boekt zijn moeder zonder overleg een vakantie naar Spanje. Naar Torremolinos! Wat moeten ze daar! Een van de meest toeristische plekken van Spanje! Begrijpt zijn moeder nu niet dat Jens daar absoluut niet heen wil! Als ze nu een mooi natuurgebied zou hebben gekozen, ja, dat was in de geest van zijn vader geweest. Jens trok er namelijk altijd op uit met zijn vader om mooie natuurfoto’s en filmpjes te maken. De Loosdrechtse Plassen, de Drunense duinen, de Waddeneilanden.
Jens wil niet mee naar Spanje. Maar hij is zestien, en hij mag niet alleen thuis blijven. Onder protest vergezelt hij mokkend zijn moeder en kleinere broertje naar een bloedheet Spanje.


Een paar dagen voor zijn vader overleed, was Jens nog bij hem in diens flat. Hij had een brief gevonden, aan hem zelf geadresseerd, maar die had hij nog niet gelezen. Toen zijn vader er een dag later voor koos er niet meer voor hem te zijn, durfde Jens het ook niet meer. Want misschien had hij kunnen voorkomen dat zijn vader uit het leven stapte? Hij wil het niet weten. Hij durft het niet te lezen.  Maar hij heeft de brief wel bij zich.


Als Jens de achttienjarige Frank en diens jongere zusje Sophie ontmoet, denkt hij dat de vakantie toch nog leuk kan worden. Het zijn twee avontuurlijke vrijgevochten jongelui en Frank lijkt helemaal geen grenzen te kennen. Ergens voelt Jens wel dat het niet echt jongeren zijn met wie hij om zou moeten gaan, maar het is beter dan op het strand liggen bakken.
Jens vraagt zijn moeder of hij met deze twee jongeren mag gaan backpacken. Wat kan er nou gebeuren in saai Spanje? Overleg met de ouders volgt, en met David, de vriend van Jens die ook in Spanje op vakantie is, maar op een andere plek. Het mag! Vergezeld van wijze raadgevingen pakken ze hun rugzakken in.
Natuurlijk verloopt het allemaal anders dan Jens dacht. Hij wordt geconfronteerd met zichzelf, en met wie zijn vader was. En Spanje blijkt wel degelijk een gevaarlijk land.


De titel en de ondertitel ‘hoe ver wil je gaan?’ verwijzen naar het spel dat Frank en Sophie willen spelen, Truth or Dare. Annemarie Bon beschrijft hoe Jens die zijn verlies nog aan het verwerken is, extra gevoelig is. Hij zit met zichzelf in de knoop, en dan doe je dingen die je anders niet zou doen. Oog in oog met gevaar zie je de dingen anders.
Een mooi verhaal dat je ook kan lezen als een spannend avontuur.


Annemarie Bon (Den Bosch, 1954) heeft gewerkt als freelance journalist, en ontdekte al snel haar talent voor het schrijven. Sinds 2002 schrijft ze van alles en voor alle leeftijden: fictie, non fictie en educatief materiaal. Ze heeft ondertussen meer dan 150 titels op haar naam staan.


ISBN 9789048842643 | hardcover | 170 pagina's | Moon | november 2017
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 29 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De fatale foto
Ronald Verheyen

Op de eerste dag van de zomervakantie is de dertienjarige Tim met zijn vriend naar een platenzaak geweest om daar zijn vakantiegeld te besteden aan vinylplaten. Hij zit op een bankje in Antwerpen te genieten van de zon en van zijn aankopen, terwijl hij wat met zijn smartphone speelt. Foto’s maken vindt hij leuk, zomaar wat klikken en dat doet hij nu ook.
Maar het voorval dat hij vastlegt zal zal zijn vakantie volledig veranderen. Hij ziet hoe een vrouw ‘met hautaine blik en emotieloos gelaat’ een man ontmoet die ineens ineenzakt. Tim heeft iets zien blikkeren. Hij blijft foto’s maken. En dan rolt er een kokertje naar hem toe, dat de vrouw duidelijk wil hebben.
Maar voor hij haar kan gehoorzamen komen er mannen aanrennen en er scheurt een scooter het plein op, waar de vrouw achterop stapt.
Tim is in shock. Is hij nu getuige geweest van een moord?

De politie geeft al snel aan dat het gezin beter eerder op vakantie kan gaan dan de bedoeling was. Tim vertrekt met zijn ouders naar Wales, naar Hay-on-Wye (het bekende boekendorp) waar ze logeren bij zijn moeders zus. Ze krijgen politiebegeleiding tot Calais, dus er moet echt wel iets ergs aan de hand zijn. Op het moment dat Tim ook in het boekendorp gevolgd lijkt te worden, komt er meteen bescherming.
En er is nog meer aan de hand in het dorp. Op het moment dat Tim arriveert wordt Richard Booth dood in zijn tuin aangetroffen. Booth was veertig jaar lang ‘koning van het dorp’, en de mensen zijn ontzet. Wat gaat er nu gebeuren met hun winkeltjes, die zij van Richard huurden?
Inderdaad blijkt iemand plannen te hebben…

Het grappige van dit verhaal is dat het vol verwijzingen zit naar bekende personen. Er lijkt een akelige grote hond te zijn. En wat is die gloed die Tim – net als anderen – ziet?
Maar het is toch een thriller met een prettige spanningsboog voor de beginnende thrillerlezer. Er gebeuren genoeg akelige dingen, maar de beschrijvingen hadden bloederiger en schokkender gekund dan dit:

‘Net toen Tim zich bukte, weergalmde en een knal door de vallei. Een fractie van een seconde later weer een. Zo dichtbij, dacht hij en op dat moment voelde hij iets vochtigs op zijn gezicht spetteren. Op één knie steunend zag hij de terreur voor zich ontrollen. Galahad, de rode wouw, spartelde op de grond enkele meters van hem vandaan. Zijn linkervleugel aan flarden. Daarna gleed zijn blik naar Stuart die naar zijn schouder greep. Er vloeide bloed uit een gat aan de rechterkant net onder het sleutelbeen.’

Dit kan de jeugd wel aan. Je zou kunnen stellen dat de slechteriken niet zo goed in hun vak zijn. Dat is in thrillers voor volwassenen ook vaak het geval!
De bladspiegel is vrij rustig, er zijn veel dialogen.
Ronald Verheyen (1951) is oorspronkelijk leraar en weet dus wel wat kinderen aankunnen.
Bovendien brengt hij op een speelse wijze allerlei wetenswaardigheden onder de aandacht, over Wales en over de Engelse literatuur, zoals De Hond van de Baskervilles die in een van de Sherlock Holmesverhalen voorkomt. Zou leuk zijn als jonge lezers daar nieuwsgierig naar worden!

ISBN 9789462420816  | paperback | 131 pagina's | Kramat| april 2018| Vanaf 12 jaar.

© Marjo,  7 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Drakensteen
De kronieken van de Zeven Eilanden
Mariëtte Aerts


De zeven eilanden vormden het rijk van de Heerser van Kir, Heer Glendahl.
Zijn raadsheer, de monnik Himmondar, druk bezig de Oude Magie te herontdekken en zich eigen te maken, aast op de heerschappij. Hij heeft er voor gezorgd dat Heer Glendahl uit beeld is en dat Enzor, de erfgenaam, niet bekwaam is om op te volgen. De jongste zoon is te jong. Blijft over dochter Shintelle, die geen bedreiging vormt voor de monnik, omdat ook zij de Oude Magie wil ontcijferen.
Toen er van overzee een nieuw volk naar de Eilanden kwam - de Dwingers genaamd omdat zij met hun gedachten anderen kunnen manipuleren - zette haar vader Shintelle aan te trouwen met hun leider, Alrioch.
Nu Heer Glendahl weg is, is Shintelle is de nieuwe heerseres. Himmondar is wel zeker van haar trouw, maar van haar echtgenoot toch een stuk minder. Dat heeft hij goed gezien! Er moeten nieuwe plannen gesmeed worden en hij begint een leger te vormen van mengvormen: soldaten – en ook burgers – krijgen van hem een drankje waarin de krachten zitten van bepaalde dieren. Omdat er ook uiterlijke kenmerken verschijnen, is het een raar zooitje.

Intussen zijn onze hoofdpersonen Raben en Calli met Nayari, een pirate, naar Phyrros gegaan, in het verre zuiden van Ing’Tassa, het grootste van de zeven Eilanden, waar Nayari vandaan komt.
Raben is een genezer in opleiding, maar ook een lezer: wanneer hij een voorwerp vast heeft hoort en voelt hij de geschiedenis van dat voorwerp. Heel nuttig voor de monnik, dus Raben is gevlucht.
Calli is elementalist, ze heeft de kracht om wind, storm, en andere weersomstandigheden naar eigen wens op te roepen. Ze heeft haar leven tot dan toe doorgebracht bij piraten, maar het schip waar zij op zat is in handen van Alrioch gevallen.

Dit derde deel draait vooral om toverkracht, door de verschillende volkeren bekend onder andere namen: orkana, olkanorgon of nog anders. Leidstenen, drakeneieren, en ook beoefenaars van magie stralen die toverkracht uit. Calli heeft een olkenstaf, Raben een zwaard. In dit deel duiken Vogelheksen op, krachtige wezens, die de bron zijn van de Oude Magie.

Het draait natuurlijk zoals in alle fantasieverhalen om de macht, de strijd tussen goed en kwaad. Himmondar wil de macht verkrijgen met zijn magie en zijn mengleger. Shintelle hoeft dat leger niet, zij denkt met magie ver genoeg te komen. Haar echtgenoot is van plan hen beiden uit de weg te ruimen, zodat hij de alleenheerser wordt. En dan zijn er Raben en Calli, die liefst de Heer Glendahl terug op de troon krijgen.
Allen hebben zij behalve vijanden ook handlangers, een grote hoeveelheid personen en wezens.
Hun plannen doorkruisen elkaar, hetgeen zorgt voor strijd, en voor verrassingen.

Het lukt het Mariëtte Aerts prima om de lezer alles duidelijk te maken. De gebeurtenissen worden verteld in een afwisseling van hoofdstukken, met bij ieder begin vermeld waar we ons bevinden en wanneer.
Herhaaldelijk kun je opmerken dat de Zeven Eilanden overeenkomsten hebben met onze eigen wereld, maar de kaart die je voor in het boek vindt is heel anders. Overigens heel handig die kaart, om te kunnen volgen waar het allemaal gebeurt. Na de hoofdstukindeling staat er ook nog wat informatie over de achtergrond van het verhaal, en een overzicht van de hoofdpersonen en wie ze zijn.


Deze serie is geschreven voor jonge mensen, maar ook volwassenen smullen van dit zeer avontuurlijke verhaal, door Mariëtte Aerts op een heel prettige, duidelijke manier verteld met veel humor en natuurlijk vooral spanning.
Het kan niet anders dan de lezer is nieuwsgierig naar het vervolg! Hoe zal dit epos aflopen? Maar eigenlijk wil je helemaal niet dat het voorbij zal zijn. Je hebt Raben en Calli immers in je hart gesloten!


En ook nu vind ik de omslag prachtig! Hulde aan Jeroen Murré!


ISBN 9789403201917| hardcover |216 pagina's | Uitgeverij Ballon junior | februari 2018 |Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 29 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe verrader van Elmhudde
Deel 2 De WitchWorld-legenden
Ton Theunis


Daar zit ze dan, in de zwarte toren en ze kan er niet uit. De zwarte heks is weg. Maar het ziet er naar uit dat de zestienjarige Elaine van Berlichem de rest van haar leven zal moeten slijten in het torenkamertje. Daglicht is namelijk funest voor haar. Ze heeft er wel gezelschap: haar schildknaap Ivar is haar trouw, en Toerio doet zijn best om een oplossing te vinden. Maar hij is evenmin vrij om te gaan en staan waar hij wil, want als ze hem te pakken krijgen is hij zijn leven niet zeker. Elaine weet niet wat hij uitgespookt heeft, maar zelf heeft ze alle vertrouwen in de trol. Dat hij blijft vindt ze bijzonder, want er is iets aan de hand met haar:


‘Misschien is Elenne niet als ieder ander meisje,’ zei hij zacht. ‘Misschien is zij degene waarop de tijden hebben gewacht.’
‘De tijden?’ Ze stond op en liep doelloos door de torenkamer. ‘Waar heb je het over?’
‘De verhalen. Moeder…’
‘Ach, hou toch op over je moeder!’
Opnieuw bulderde haar stem in plotselinge razernij door de ruimte. Het aardewerk rammelde op de tafel. Een wandkleed wapperde langs de muur. Een lege waterkan spatte in honderd scherven uiteen.’
(-)
‘Wat gebeurt er met me?’


Toerio zegt dat het het zwarte is, ze zal langzaam net zo worden als de zwarte heks. Maar dat wil Elaine helemaal niet! Misschien moet ze dat magische boek dat ze toch niet kan lezen ook maar met rust laten. Maar aan de andere kant: het kan misschien ook wel nuttig zijn. En naarmate ze ‘zwarter’ wordt, kan ze meer ontcijferen.


Ivar gaat intussen op zoek naar Semalion, de wijze. Onderweg beleeft hij vele avonturen, waarvan een deel echt gevaarlijk. Toch maakt hij ook vrienden, die later erg nuttig blijken. Als hij een groepje jongelingen, wankelaren genoemd, ontmoet, hoort hij dat de Verhevene, de Heer van Almeria, een afgevaardigde van de Raad van Bestemming naar het kasteel heeft gestuurd om te controleren of het verhaal dat de zwarte heks weg is, wel klopt. Maar deze man, Imnowid, vermoedt een valstrik en is niet van plan die opdracht uit te voeren.
Inderdaad blijken er mensen uit te zijn op totale macht, en daar heel veel voor over te hebben. Iedereen die daar tegen is, loopt gevaar. Ook Ivar, en zeker Toerio. Die wordt immers nog steeds gezocht. Hij blijkt de verrader van Elmhudde te zijn. Wie of wat is Elmhudde? En wat heeft Toerio dan gedaan?


Er zijn vele personages die allemaal hun eigen agenda hebben. Omdat we als lezers de ‘goeden’ volgen, weten wat zij willen, en al dat gedraai en gekonkel van hun tegenstanders maakt het verhaal best wel ingewikkeld. Maar ook reuze spannend! Alles draait om hebzucht, en zucht naar macht. Er wordt heel wat gedronken en gevochten. 


Heel erg grappig is de plaats Nurks. Ra, ra?


‘Wat is het eigenlijk?‘
‘Nurks?’ vroeg Bozin. ‘Een eiland.’
‘Nou ja,’ vulde Odamin aan. ‘Niet helemaal. Er loopt een weg heen. Maar de Nurksen willen niet dat je die betreedt. Niemand is er welkom.’
‘Waarom niet?’
‘Ze moeten niets hebben van buitenstaanders.’
(-)
‘Nurksen bedoel je? Die vallen best mee hoor. Als je ze niet tart.’
‘En niet in hun dorpje komt,’ zei Bozin.
‘Hun palingen laat voor wat ze zijn.’
‘Hun tempels in ere houdt.’
‘Hun dochters niet aankijkt.’


‘Ik ben heel benieuwd hoe het Elaine verder vergaat in deel 2!' schreef ik bij deel 1. En ik ben absoluut niet teleurgesteld. Ik heb er weer van genoten, heerlijke humor, en reuze spannend, met al die figuren die hun eigen plannetjes willen waarmaken. Het valt wel aan te raden te beginnen met het eerste boek.


Ton Theunis (1959) werkte zeventien jaar in allerlei functies voor het ministerie van Justitie en schreef thrillers gebaseerd op zijn ervaringen in de criminele wereld. Hij is initiatiefnemer en algemeen directeur van Witchworld, dat in 2020 zijn deuren opent.


ISBN 9789462970823| Paperback | 384 pagina's | Uitgeverij de Kring | oktober 2017
Leeftijd vanaf 12 jaar

© Marjo, 18 februari 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altFoert met Knoert
Jesper Wung-Sung


‘Hij heet William. En op allerlei manieren is hij een gelukskind. Hij heeft twee ouders. Hij woont in een huis. Hij krijgt iedere dag te eten.
Maar dan is er Knoert.’


William, twaalf jaar oud, ligt op bed. Hij is verdrietig, en verveelt zich. Knoert zit op het voeteneind. William wil spelen, maar Knoert reageert niet op zijn pogingen. Dus begint William gewoon. Hij telt tot honderd, en nadat hij heeft geroepen dat hij eraan komt, komt hij moeizaam van zijn bed, pakt een grillspies, en begint op een zwarte sporttas in te steken.
‘Je bent dood, gast! Dood! Schreeuw gast, schreeuw maar! Dood! Dood!’

Pas als we veel later begrijpen wie Knoert is, kunnen we deze scene begrijpen. Als Knoert dikker wordt, ziet William er steeds slechter uit. En andersom. Knoert en William, ze zijn met elkaar verbonden. Als Knoert de jongen probeert te stimuleren om de dingen te doen die een normale jongen doet, komt William in de problemen. Hij klimt bijvoorbeeld in een hoge boom en durft er niet meer uit. Maar hij ontmoet ook aardige mensen die hij anders niet gekend zou hebben.


Soms is William op school. Hij zit naast zijn vriend Sebastiaan. Maar is hij zijn vriend nog wel? Hij doet anders. En Katrien, dat meisje dat William zo leuk vindt? Wat wil zij nu eigenlijk?


‘Ken je dat? Op het moment dat je thuiskomt en de deur opendoet, weet je dat het mis is.
William pakt de klink vast en hij weet het. Hij doet de deur achter zich dicht en luistert naar zijn lichaam zoals een miljoen keer eerder, maar alles klinkt nog steeds zoals het hoort. De hal ziet er ook uit zoals hij er altijd uit ziet.
Maar als William de deur naar de keuken opendoet, twijfelt hij niet meer. De stilte.’


Als je zover bent gekomen met lezen weet je wat er aan de hand is. Je kent de strijd die William voert met Knoert. Het wordt slechts een enkele keer expliciet verteld: William is ernstig ziek. Maar hij is een gevoelige jongen met veel fantasie. En hij wil gewoon leven, zoals iedere twaalfjarige dat wil: naar school gaan, verliefd zijn en vooral: gezond zijn.


Het verhaal blijft lang onduidelijk, en is daardoor vooral voor de betere lezer. Maar durf je door te lezen dan ga je mee in alle emoties waar William mee te maken krijgt. Dit is een fantastisch gevoelvol verhaal, dat je diep raakt.


Jesper Wung-Sung (1971, Kopenhagen) heeft eerder Uitbraak en Dubbelgangers geschreven, ook al van die mooie boeken. Hij heeft een indirecte manier van schrijven, en juist dat maken de verhalen zo bijzonder. Uitleggen hoeft niet, de lezer begrijpt toch wel waar het over gaat.


ISBN 9789044829662 | Hardcover | 232 pagina's | Uitgeverij Clavis | mei 2017
Vertaald door Annelies van Hees | Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 12 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altVluchteling
Alan Gratz


Drie kinderen, drie verhalen. Bijzondere verhalen, want deze kinderen leiden niet een normaal leven. Ze zijn op de vlucht. Een actuele jeugdroman, die even spannend is als aangrijpend.


We volgen de dertienjarige Jozef, een jongen uit West-Duitsland, dat toen nog gewoon Duitsland was. Het is 1938, en Hitler krijgt steeds meer macht. ‘Juden heraus’ klinkt het steeds vaker. En Jozef is joods. Wat kan hij daar aan doen?
Als de vader van het gezin opgepakt wordt door de nazi’s, is het duidelijk: ze moeten weg. Als zes maanden later hun vader vrijgelaten wordt, vlucht het gezin: vader, moeder, Jozef en Ruth. Al snel blijkt dat Jozef, hoe jong hij ook is, eigenlijk de man in huis is. Zijn vader is nog maar een schim van wie hij was, in hem leeft een grote angst, die het hem onmogelijk maakt te leven als voorheen. Samen met vele andere joodse gezinnen zitten ze op een schip dat hen naar Amerika zal brengen. Dat is althans de bedoeling. Maar niemand wil de joden opnemen.
Zie ook https://www.smithsonianmag.com


Isabel woont op Cuba, dat geleid wordt door Fidel Castro. Cuba was een arm communistisch land, dat zich alleen kon bedruipen doordat de Sovjet-Unie het land steunde. Maar in 1989 hield de Sovjet-Unie op te bestaan, en daar zat Cuba: er was geen ander (rijk) land bereid steun te verlenen, en de bevolking leed honger. In 1994 beloofde Castro dat de Cubanen vrij waren om te vertrekken. Dat deden ze massaal: een exodus naar Miami. Maar daar zat Amerika niet op te wachten: zij stuurden mensen die ze op zee aantroffen terug. Alleen wie voet aan land wist te zetten – en dat werd erg moeilijk gemaakt – mocht blijven.

Isabel is een van de vertrekkenden. Met haar vader, opa en hoogzwangere moeder stapt ze in het bootje dat de buurman gemaakt heeft. Ze heeft een oogje op de buurjongen, Ivan, en droomt er van samen met hem een mooi leven op te bouwen. In Amerika. Maar niet alleen is het bootje niet echt zeewaardig, ook zij stuiten op Amerikaanse boten die hen tegen willen houden.
Zie ook www.nrc.nl/nieuws/1994


De derde hoofdpersoon is Mahmoud. Hij woont in Aleppo, dat dubbel belegerd wordt: door het Syrische leger èn door de rebellen. Als ook hun huis gebombardeerd wordt, besluiten zijn ouders te vertrekken, ze willen naar Duitsland. Mahmoud heeft een broertje Waleed en een babyzusje, Hana. Het is 2015, Europa is de vluchtelingenstroom zat, er worden muren gebouwd om Hongarije, om Oostenrijk. Zal het hen lukken om ongedeerd in Duitsland aan te komen? Ze krijgen te maken met mensensmokkelaars die er alleen op uit zijn hen geld afhandig te maken, waardoor bijvoorbeeld de overtocht naar Griekenland erg gevaarlijk is geworden.


Drie kinderen in totaal andere situaties. Alle drie moeten ze hun vertrouwde wereld achterlaten. Moeten ze op de vlucht, en zijn daarbij voortdurend in gevaar. Ze willen alleen maar rustig leven, ze hopen op veiligheid en dromen over een betere toekomst.


Om en om volgen we Jozef, Mahmoud en Isabel, in korte hoofdstukken waardoor de spanningsboog vrij hoog is. Je wilt immers weten hoe het verder gaat. Het is spannend. Maar hopelijk beseffen jonge lezers ook dat het geen lekker spannend verhaal is. Het is wat kinderen in alle tijden ergens ter wereld door moeten maken. Kinderen die ook liever in een huis wonen, gezellig met hun ouders, broertjes en zusjes. Samen met hun vrienden mopperen over school, over hun leraren, tegen de regels aanschoppen. Maar dat zit er voor veel kinderen niet in. Voor hen is het leven puur overleven. Zorgen dat je in leven blijft, dat je naasten in leven blijven. Een hard leven. Spannend in de zin van een avontuur? Nee, eigenlijk niet. Spannend in de zin van zullen ze het redden? Ja, dat wel. Maar dit boek leidt hopelijk vooral tot bezinning. Bedenken hoe goed jij het hebt. Zodat je mensen die het moeilijker hebben niet met de nek aankijkt.


Alan Gratz (1972, Knoxville, Tennessee) studeerde aan de Universiteit van Tennessee, waar hij eerst zijn bachelor in creatief schrijven heeft gehaald en daarna zijn master in Engelse educatie. Tegenwoordig is hij auteur van verschillende bekende young adult boeken, waaronder projekt 1065.

www.alangratz.com

ISBN 9789020654585 | paperback | 240 pagina's | Kluitman | september 2017
Vertaald uit het Engels door Carla Hazewindus | Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 25 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER