Nieuwe jeugdboekrecensies 13+

De vlucht van de zeemeeuw
Greet Beukenkamp

‘Het is koud hier op het water. Ze trekt de rits van haar jack nog wat omhoog en snuift de zilte, vochtige lucht op. Behalve het geluid van de motoren en het gekrijs van een paar meeuwen is het stil op de boot. Het bovendek is verlaten.’

Schoolkamp. Voor sommigen een feest, voor anderen een gruwel. Met deze 2 havo klas gaan twee leraren en twee moeders mee. Klassenmentor Paul De Wilde is zich er terdege van bewust dat hij een groep potentiële bommetjes onder zijn hoede heeft. Hij hoopt dat de meer autoritaire gymleraar Haneman hen in het gareel kan houden. In de groep bevinden zich namelijk een paar pestkoppen, die het speciaal gemunt hebben op een paar klasgenoten. Een daarvan, Patrick, is weerbaar, de ander, Ivo, absoluut niet.
Deze Ivo is een gevoelige en bedeesde jongen, hij accepteert alles gelaten, maar wat erger is: de rest van de klas laat het ook gebeuren, terwijl ze echt wel weten wat er aan de hand is. Maar zij zijn bang voor de pesters: Daan is de grootste kwelgeest. Dennis, Bert en Ron zijn meelopers.  En er is Chris, die zelf niet lijkt te beseffen wat zijn plannetjes aanrichten. Als hij dat wel beseft is hij een gemenerik pur sang.
Op Terschelling is het voor de volwassenen onmogelijk alles in de gaten te houden, de pestkoppen profiteren er van. De tent van Ivo nat spuiten, de spullen van de jongen in zee gooien, een confronterende foto maken, en nog erger.
Hen achteraf streng toespreken haalt niets uit en ‘ach’, zegt de Wilde: ‘na dit schooljaar valt die groep uit elkaar, eentje blijft zitten, een ander gaat naar het VMBO.’
Nu heeft de Wilde zelf een akelige link met het eiland, iets uit het verleden, misschien handelt hij daarom niet adequaat?
Het kamp loopt in ieder geval allemaal danig uit de hand en komt tot een climax op de bonte avond, de laatste avond.
Het boek eindigt met de bootreis, zoals het ook  begonnen is. Een tocht over het water die vergezeld gaat van meeuwen.

‘Opeens breekt de zon door en de veren van de meeuw krijgen een gouden gloed. Tegelijk geeft hij een schelle kreet. Nicolet weet dat hij afscheid van haar neemt, want hij wiekt weg en vliegt in een wijde boog in de richting van de Noordzee. Hij wordt kleiner en kleiner totdat hij niet meer is dan een stip. Hij komt niet meer terug.’

Het voornaamste thema is pesten, maar er komende nog allerlei kleinere thema’s aan de orde. Logisch natuurlijk: zouden het alleen evenwichtige gelijksoortige kinderen zijn, dan was er geen enkele reden om te pesten.
De stijl is belangrijk: het verhaal zou een stuk minder ingrijpend geweest zijn als het door een enkele verteller gedaan zou zijn. Maar alle leerlingen van 2d krijgen het woord. De volwassenen die er bij zijn niet!
Bij iedere leerling lees je over hun eigen besognes, over hun achtergronden, en de reacties op hun medeleerlingen.

Het boek is eerder verschenen in 1992 onder de titel ’Al het water van de zee’. Het is allicht bewerkt voor deze nieuwe uitgave want toen was het klas 2a die op kamp ging!
Achterin vind je informatie over pesten waar je eventueel terecht kunt, met telefoonnummers voor zowel Nederland als België.
Een goed idee, deze nieuwe uitgave.

Greet Beukenkamp (Haarlem, 1939) was oorspronkelijk onderwijzeres, studeerde later psychologie aan de Universiteit van Amsterdam. Nadat ze was begonnen toneelstukken te schrijven en regisseren voor groep 8 van de basisschool en deze waren uitgegeven, wijdde ze zich aan het schrijven van kinderboeken. In 1992 kwam haar eerste boek Een lange reis op korte pootjes uit en tot 2017 verscheen jaarlijks  een boek.

ISBN 9789044841558| hardcover | 305 pagina's | Uitgeverij Clavis | juni 2021
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 19 september  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een zomer zonder jou
Jenny Han


Belly, kort voor Isabel brengt al jaren de zomer door in het strandhuis in Cousins, het huis van Susannah en haar gezin. Laurel, Belly’s moeder is Susannahs beste vriendin. Diens twee zoons, Conrad en Jeremiah zijn ook altijd van de partij evenals Belly’s broer Steven. De echtgenoten laten zich hoogstens een weekje zien.


In deel een hebben we gelezen hoe de jongens ineens de jongedame ontdekten in het kind dat ze altijd als een jonger zusje beschouwden. Het heeft de verhoudingen totaal veranderd. Belly vond dat prima, was zij immers al niet jaren verliefd op Conrad?
Maar Jeremiah is ook erg leuk. Dat is een probleem…
Helaas is deze zomer behalve de zomer van ontluikende liefde ook de zomer van een schokkende ontdekking: Susannah is ziek.


Alles is anders als de volgende zomer aanbreekt, de zomer waar het in dit boek over gaat.
Belly vindt het vreselijk maar de zomers in Cousins lijken voorgoed voorbij. Het weinige contact dat Belly met de jongens heeft buiten de zomer om loopt ook al niet naar wens. Wat er gebeurt, wordt in flashbacks verteld, in het heden brengt Belly de zomer door in Boston.
Haar vriendin Taylor die haar al die zomers moest missen vindt het heerlijk, en probeert Belly mee te slepen naar allerlei feesten en wil haar aan allerlei jongens koppelen. Maar als er één ding is waar Belly nu achter komt: Taylor is een ander soort meisje dan zijzelf, vindt ze het nog wel leuk om vriendin met haar te zijn?
Haar moeder is niet in haar normale doen, Steven gaat zijn eigen weg, deze zomer is absoluut waardeloos. Hoe komt ze de tijd door?
En dan neemt Jeremiah contact op: Conrad is verdwenen. Misschien kan Belly helpen zoeken?


Het is geen rozengeur en maneschijn in dit tweede deel. Wat er allemaal gebeurt, verklap ik niet maar het neigt sterk naar het melodramatische. Het is waarschijnlijk aan de prettige schrijfstijl van Jenny Han te danken dat het geheel toch lekker leest. Ze wisselt goed af: heden en verleden lopen door elkaar, zoals ook de goede dingen wisselen met de akelige. En Jeremiah mag af en toe zijn zegje doen, dat brengt er ook jeu in.
Wat dit deel interessant maakt is dat de band tussen de broers een grote rol speelt. Conrad is de oudste, en Jeremiah keek altijd op tegen zijn grote broer. Toch was er een competitiestrijd gaande.


‘Hij was altijd slimmer, sneller – gewoon beter. Het punt is dat ik hem dat altijd heb gegund. Hij was gewoon Conrad. Hij kon er niks aan doen dat hij goed was in die dingen. Hij kon er niks aan doen dat hij nooit verloor met UNO of wedstrijdjes of cijfers. Misschien had ik het ergens nodig, iemand om tegen op te kijken. Mijn grote broer, de jongen die niet kon verliezen.
Maar er was die ene keer, toen ik dertien was. We waren in de zitkamer aan het worstelen.’


Die gebeurtenis, waarbij de jongste de oudste kon verslaan, was een openbaring voor Jeremiah, door de manier waarop hun vader er op reageerde. Vanaf dat moment was alles anders.
Niettemin gaat het ook in dit tweede deel vooral om de liefde: de beide jongens, Jeremiah en Conrad blijven het probleem voor Belly. Zou ze nu een definitieve keuze maken?

Nou…er komt nog een derde deel, waar aan het einde van dit tweede boek tergend nieuwsgierigmakend naar verwezen wordt. Doorlezen moet.


Jenny Han (Richmond, Virginia) studeerde aan de University of North Carolina in Chapel Hill. Ze haalde haar diploma in creatief schrijven aan the New School.


ISBN 9789048858859 | paperback | 255 pagina's | Uitgeverij Moon| juni 2021
Eerder uitgegeven in juni 2010 | Vertaald uit het Engels door Sandra van de Ven | Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 19 augustus  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De zomer waarin alles veranderde
Jenny Han


‘Niet te geloven dat je er echt bent.’
Hij klinkt bijna verlegen wanneer hij antwoordt: ‘Vind ik ook.’
Dan aarzelt hij: ‘Wil je nog met me mee?’
Ik kan niet geloven dat hij dat nog moet vragen. Met hem zou ik overal naar toe gaan.’


Wie is de jongen/man in dit stukje tekst waarmee het boek begint?
Om daar achter te komen is er de trilogie van Jenny Han. Dit is het eerste deel, waarin we de ik-figuur leren kennen: Belly, kort voor Isabel. Ze gaat met haar moeder Laurel, en haar oudere broer Steven naar het strandhuis waar ze voor zover Belly zich kan herinneren alle zomers van hun leven hebben doorgebracht. Het huis is van de vriendin van Laurel. Susannah woont er in de zomer met haar twee zoons, Conrad en Jeremiah. En die twee zijn de broers die Belly altijd wenste.


Maar nu is ze bijna zestien, en ook de jongens zijn op een leeftijd – 18 en 16 jaar - dat ze een andersoortige belangstelling hebben voor een meisje dat er uit ziet als Belly. Weg is het kleine zusje, daar staat ineens een mooie jonge vrouw!


‘Conrad nam me even van top tot teen op, zoals de jongens in het winkelcentrum weleens deden. Nog nooit had hij zo naar me gekeken. Niet één keer. Ik voelde de blos die in de auto op was komen zetten terugkomen. Jeremiah daarentegen was stomverbaasd. Hij keek naar me alsof hij me niet eens herkende.’


Haar moeder beseft ook dat kleine meisjes groot worden en ze laat Belly meer vrij: ze mag naar feestjes. En wat ze nog niet mag doet ze stiekem natuurlijk, als een rechtgeaarde tiener! Maar het is best lastig nu dit anders is. Wie van de twee vindt ze nu het leukst? Of kiest ze niet voor een van deze twee, maar een andere jongeman? Want natuurlijk zijn die er ook!
En was het wel zo’n goede beslissing om haar vriendin Taylor te vragen om een weekje te komen logeren?
Er is wel een probleem: als ze nu verliefd wordt, wat moet ze daar dan mee als de zomer voorbij is en er weer lange maanden zijn waarin ze deze jongens niet zal zien?


‘Ik vroeg me altijd af hoe de jongens er in december uitzagen. Dan probeerde ik me ze voor te stellen met een rode sjaal en een coltrui, met rode wangen, staand naast een kerstboom, maar het beeld leek altijd nep. Ik kende de winterse Jeremiah en de winterse Conrad niet, en ik was jaloers op iedereen die ze wel kende.’


Er is nog meer anders deze zomer. Er hangt een vreemde sfeer. Er is iets met Susannah. Is zij soms net als Laurel bezig met een scheiding? (de echtgenoten zijn er overigens nauwelijks in de zomer, zij werken.)
Wat is er toch aan de hand?


Een lekkere meidenroman over een meisje met wie tieners zich zeker zullen kunnen vereenzelvigen.
Het leest als een trein, kaart precies die problemen aan waar meiden zich mee bezig houden, en het is natuurlijk heerlijk romantisch. Al wordt de donkere kant van het leven niet veronachtzaamd.


Heb je genoten van deel 1, dan heb je nog twee delen te gaan. Het is immers een trilogie.


Jenny Han (Richmond, Virginia) studeerde aan de University of North Carolina in Chapel Hill. Ze haalde haar diploma in creatief schrijven aan the New School.


ISBN 9789048805693 | paperback | 255 pagina's | Uitgeverij Moon| juni 2021
Eerder uitgegeven in juni 2010 | Vertaald uit het Engels door Sandra van de Ven | Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 23 juli  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Woeker
De Invasie deel 1
Kenneth Oppel


De drie buitenbeentjes die in dezelfde klas zitten, hadden nooit gedacht dat ze samen een avontuur als dit zouden beleven.
Als je buitenbeentje bent val je er immers buiten. Maar nu gebeurt er iets waardoor zij in het voordeel blijken te zijn. Maar hoe dat kan? Dat wordt nog een heel verhaal.


We maken kennis met Anaya. Zij is allergisch voor zowat alles waar je maar allergisch voor kunt zijn, heeft voedselintolerantie. Astma en acne horen er ook bij. Ze vindt zichzelf lelijk. En ze wil zo graag knap zijn net als Petra, die ooit haar beste vriendin was. Waarom is die vriendschap voorbij? Wat is er fout gegaan? Eigenlijk is dat niet de vraag. Dat is meer hoe ze het uit de wereld kunnen helpen. Want Petra is een van de andere buitenbeentjes: zij is dan misschien een knappe meid, ze is allergisch voor water! Gewoon water! Ze kan het drinken, maar douchen, zichzelf wassen, in de regen lopen, dat gaat allemaal niet. Ze vindt zichzelf best zielig, want voordat dit probleem op kwam zetten was ze dol op: zwemmen!
En dan is er Seth. Hij is wees en woont bij het zoveelste pleeggezin, en durft nauwelijks te hopen dat hij bij deze mensen mag blijven. Zijn probleem zijn de littekens op zijn armen. Iedereen denkt dat hij zichzelf snijdt of zo, maar wat het echt is, durft hij niet te vertellen.
Hij houdt afstand tot de anderen. Tot Anaya ontdekt hoe goed hij kan tekenen. Misschien wil hij helpen bij de schoolkrant?


En dan op een dag begint het te regenen. Niet zomaar wat te regenen, over de hele wereld bleef het gestaag regenen.
Als Anaya de dag er op naar buiten kijkt ziet ze vreemde planten. Ze lijken wel zwart. En ze zijn overal!
Haar vader is botanicus en gespecialiseerd in grassen. Hij kent deze nieuwe plantensoort niet, en als die dan ook nog blijkt te groeien terwijl je er naar kijkt, gaat hij naar het proefstation om onderzoek te doen.
Dat is hard nodig, de planten zijn gewelddadig!


Wat daarmee bedoeld wordt en waarom onze drie hoofdpersonen er geen last van blijken te hebben, dat is een bijzonder en intrigerend verhaal. Zij vertellen om en om, waarbij er steeds een symbool boven het hoofdstuk staat. Het wordt in de loop van het verhaal duidelijk waar dat tekentje voor staat.


Dit is een boek dat je echt niet meer weglegt als je eenmaal begonnen bent!


Kinderen kennen de serie over de vleermuizen waarschijnlijk niet, maar die serie (Zonnevlerk, Zilvervlerk en Vuurvlerk) was in het begin van deze eeuw best populair.
Al moet gezegd worden dat waar je in die boeken een paar pagina’s moet doorbijten, dat in deze nieuwe dus absoluut niet het geval is. Er is een spannende proloog – eigenlijk een hoofdstuk dat je ergens verderop tussen de andere hoofdstukken kunt plaatsen – maar ook zonder die tekst zit je meteen in het verhaal. Het gegeven van de drie jongelui is intrigerend, en Kenneth Oppel wacht niet lang voor hij de spanningsboog laat beginnen. En die wordt erg hoog!
Nu is het met een boog zo dat die weer naar beneden gaat, en dat is dan ook zo: op het moment dat duidelijk wordt hoe ze het gevaar moeten afwenden, zakt de spanning wat in. Maar er komen nog twee delen, dus het is absoluut niet gedaan! Maar dat weet je al bij de laatste zin…


Kenneth Oppel (1967) is een Canadese schrijver van kinderboeken. Na de vleermuisserie is er niets meer van hem vertaald. Tot nu.

ISBN 978949318928| paperback | 312 pagina's | Uitgeverij Condor | april 2021
Vertaald uit het Engels door Maria Postema | Leeftijd vanaf 13 jaar.

© Marjo, 29 april 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Noorderlicht
Anna van Praag


De veertienjarige Ive gaat met haar vader naar een Waddeneiland, haar moeder heeft andere bezigheden en zal later komen. Andere bezigheden, Ive is niet gek, ze heeft de sfeer thuis heus wel voelen verkoelen. Haar moeder is niet tevreden met het leven zoals ze dat nu leidt.


Ive zelf wordt ouder natuurlijk, de tijd dat ze zelfstandig zal zijn komt snel dichterbij. Maar het is vooral het feit dat haar moeder zich nutteloos voelt. Ze is wel vrijwilliger in een asiel, maar dat is niet genoeg. En haar vader, die druk is met zijn werk en steeds meer tijd doorbrengt op zijn laptop, begrijpt het niet. Of luistert niet.


Ive heeft maar al te goed door dat deze vakantie belangrijk is: ze gaan namelijk terug naar de plek waar haar ouders elkaar ontmoet hebben, waar hun romance is gegroeid. En zij weet ook dat haar moeder druk gemaild heeft met een vroegere vriendin, Clara, die een manege heeft op het eiland. Ive heeft eigenlijk helemaal geen zin in deze vakantie. Al die problemen!


En dan begint alles ook nog met een ongeluk. Een botsing met een vrachtwagen heeft als gevolg dat Ive, die niet in de riemen zit, een flinke klap krijgt. De ruit is versplinterd, haar haar zit vol splintertjes. En niet alleen haar haar, zal ze ontdekken. In het ziekenhuis wordt een lichte hersenschudding vastgesteld, maar ze kan gewoon met haar vader naar het huisje dat hij gehuurd heeft.


Als Ive zou toegeven dat ze veel last heeft van hoofdpijn, zou ze zeker niet mogen doen wat ze wil doen. Want ze ontmoet een meisje van haar leeftijd, een vrijgevochten type, Evi. Zij zit in de jeugdherberg, vertelt ze, en is alleen op het eiland, zonder ouders. Evi daagt haar uit: voor iedere dag een nieuwe uitdaging. Dus Ive gaat echt niet op bed liggen, en naar huis wil ze nu ook niet meer.
Ze wil over het strand rennen, in galop met een paard een wedstrijd houden met Evi, wadlopen, de zeehonden zien. En dan heeft ze ook nog een opdracht van school: ze moet een filmpje maken van en over een held, en dat is haar vader.


Natuurlijk moet ze ook mee met haar ouders – haar moeder is gearriveerd – naar Clara, de vrouw van de manege, en daar ziet ze hoe gelukkig haar moeder is als ze daar met paarden en gehandicapte kinderen bezig is. Maar zal haar vader dat ook zien?
En dan blijkt ze toch meer overgehouden te hebben aan het ongeluk als op het eerste gezicht leek…


Het Noorderlicht, dat was een droom. Ooit zouden ze met z’n drieën naar Lapland gaan om het Noorderlicht te bekijken. Niet alleen lijkt dat in duigen te vallen omdat het niet goed gaat tussen haar ouders, haar vader zegt ook dat ze het op het eiland misschien wel kunnen zien.
Het is niet hetzelfde, vindt Evi. Maar ja, ze zal het moeten accepteren.


Een jeugdroman over opgroeien. Ive heeft ontdekt dat ze niet langer voor de volle 100% kan rekenen op haar ouders, misschien wat vroeger dan in een gelukkiger situatie het geval zou zijn. Ze vormen niet langer een drie-eenheid, dus moet ze haar eigen keuzes maken. Dat meisje, Evi,  dat ineens opgedoken is, en die visser, Stanley, vormen onderdeel van dit proces.


Zij zijn ook het enigszins magische tintje dat het verhaal heeft, en waar we als lezer geen uitsluitsel over krijgen. Niet dat niets uitmaakt, de thematiek is duidelijk.
Anna van Praag vertelt een goed verhaal, zonder het er dik boven op te leggen zullen de jongeren die dit lezen aan kunnen voelen wat er met Ive aan de hand is. Psychologisch gezien dus. En je zou het bijna vergeten, maar er nog een thema: het klimaat, de opwarming van de aarde, het uitsterven van dieren.


Anna van Praag is een Nederlandse kinder- en jeugdboekenschrijfster. Ze studeerde Spaans in Amsterdam en werkte bij diverse theatergezelschappen en filmfestivals. Voor "Het verhalenkasteel" gaf ze jarenlang trainingen aan leerkrachten over voorlezen en verbeeldingskracht.


ISBN 9789047712534 | Hardcover | 216 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | maart 2021
Leeftijd vanaf 12 jaar

© Marjo, 25 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Meisjes en messen
Coen de Kort


Het verhaal begint met het overlijden van de hond. Tijn, zestien jaar oud, treurt nog over zijn maatje, als de school weer begint. De nieuwe buren laten hem niet veel tijd om te rouwen, vooral de dochter des huizes eist hem meteen op. Sky heet ze, en ze is anders dan andere meisjes die Tijn kent. En ze zit bij hem in de klas, dus als vanzelf gaan ze samen naar school. Het klikt bijzonder goed tussen die twee, het lijkt er zelfs op dat Tijn zijn vrienden verwaarloost!


Maar ze zijn alleen goede vrienden, dat maakt hij zichzelf tenminste wijs. Hij vindt zichzelf een beetje een minkukel - geen zelfvertrouwen en geen discipline; en niet knap ook - geen schijn van kans dat dat hippe meisje iets voor hem gaat voelen!
Dus als die klasgenoten ook interesse hebben in Sky, dan kan dat.


‘Sky wil geen verkering en als ze het wel zou willen, dan toch zeker niet met mij. I’m not in her league, dat weet ik ook wel. Ik ben gewoon die aardige buurjongen die toevallig bij haar in de klas zit, en dat komt in haar situatie nu wel even goed uit.’

Daarmee bedoelt Tijn dat ze nieuw is op school en haar weg nog moet vinden. Maar hij voelt zich wel erg thuis bij haar ouders, zijnde mama Lotte en mama Christel. Als Sky hem vertelt dat Lotte terminaal is, vindt hij dat ze daar wel erg makkelijk over doet. ‘Mensen gaan dood’ zegt ze.
Maar natuurlijk hakt het er in, ook bij Sky. En dan blijkt Tijn een grote steun.


Dan is er de kwestie van die bende jongeren. Bij toeval komt Tijn op hun pad, niet een keer, maar vaker. De leider van dat stel, een man met een vettig knotje, is niet voor de poes, zullen ze ontdekken. Maar Sky is ook niet bang aangelegd, en… daar komen de messen: Tijn oefent voor messenwerper! Dat zou wel eens handig kunnen zijn, al mag hij geen messen op zak hebben natuurlijk.


Genoeg thema’s om een boeiend verhaal van te maken. Er is ook nog Bas, de klasgenoot die uit de kast komt, en mama Christel die haar gezin verwent met brandnetelthee, maar waar iemand die vloekt, geld in de pot moet doen. Met deze onderwerpen komt die pot aardig snel vol…
En of het echt iets kan worden tussen Sky en Tijn?


Een ontluikende verliefdheid, een jongen op een leeftijd waarop menige jongere worstelt met zijn of haar gevoelens, en het noodlot dat zomaar ingrijpt.
Dit is een ‘gevoelige’ Coen de Kort. Jawel, er komt geweld in voor, maar die scenes zijn in de minderheid.


Mooi, eigentijds en soms aangrijpend verhaal!
Coen de Kort is grafisch ontwerper, illustrator én schrijver van jeugdboeken.


ISBN 9789044840452 | hardcover | 155 pagina's | Uitgeverij Clavis | december 2020
Leeftijd vanaf 12 jaar

© Marjo, 11 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 


Zomer voor altijd
Jenny Han


‘Niet te geloven dat je er echt bent.’ Hij klinkt bijna verlegen wanneer hij antwoordt: ‘Vind ik ook.’
Dan aarzelt hij: ‘Wil je nog met me mee?’
Ik kan niet geloven dat hij dat nog moet vragen. Met hem zou ik overal naar toe gaan.’


Dit stukje tekst staat in deel een. Het duurde even voor je er achter kwam wie deze ‘hij’ was.
In dat eerste en het tweede deel las je ook over het dilemma van Belly: twee leuke jongens waar ze iedere zomer mee optrekt in Cousins, in het strandhuis van de familie Fisher. De twee broers Conrad en Jeremiah, haar beste vrienden, haar maatjes voor het leven, ze houdt van hen allebei.  Ze weet dan ook zeker dat ze met een van deze twee haar leven verder zal doorbrengen. Mevrouw Fisher zal ze zijn, absoluut! Maar welke van de twee zal het worden?


In het derde deel is Belly, nu Isabel, nauwelijks achttien, maar al bijna volwassen. Dat denkt ze tenminste. Ze studeert inmiddels op de universiteit.
In het begin van het verhaal deelt ze het leven met een van de twee broers, platonisch nog allemaal. Hij studeert op dezelfde universiteit. Het is een enorme schok als ze ontdekt dat hij in de korte periode dat het niet goed ging tussen hen omgegaan is met een ander meisje. Vooral dat hij het haar niet verteld heeft stoort haar enorm.


‘Het betekende niets. Ik zweer het je.’
Hij probeerde mijn arm aan te raken en ik kromp ineen. Ik veegde mijn wangen droog en zei: ‘Voor jou betekent seks misschien niets, maar voor mij wel en dat wist je. Je hebt alles kapotgemaakt. Ik zal je nooit meer vertrouwen.’


‘Nooit’. ‘Altijd’. Het zijn nog kinderen, niet de volwassenen die ze denken te zijn. De enige manier die hij bedenkt om het goed te maken is haar ten huwelijk te vragen. En Belly zegt ja. Meteen beginnen ze te plannen, ze willen het komende studiejaar al samen wonen dus de bruiloft zal al binnen een paar maanden zijn.
Belly merkt wel dat vrijwel iedereen het afkeurt. Vooral haar moeder protesteert.


‘Mijn moeder leegde haar champagneglas in een grote slok. ‘Jullie tweeën gaan niet trouwen, punt uit. Jullie zitten verdorie nog allebei op school. Het is belachelijk.’
Meneer Fisher schraapte zijn keel en zei: Misschien kunnen we het er beter nog een keer over hebben wanneer jullie allebei afgestudeerd zijn.’
‘Een paar jaar daarna.’ vulde mijn moeder aan.’


Maar ze houden koppig vol, en plannen verder. Ook als Belly’s moeder zegt dat ze er niet bij zal zijn. En dan, langzaam maar zeker, komen er ook twijfels bij Belly.
Kan ze inderdaad met deze jongen haar verdere leven delen? Misschien is ze zelf nog te jong, maar hij gedraagt zich zeker onvolwassen…


Zoals in de eerdere twee boeken beleef je de diepe zielenroerselen van een jong meisje, al is een huwelijk natuurlijk wel een uiterste. In het derde deel heeft Jeremiah geen stem. Conrad wel, af en toe.
Loopt het af zoals je vanaf het begin in deel een al denkt dat het af zal lopen?


Jenny Han (Richmond, Virginia) studeerde aan de University of North Carolina in Chapel Hill. Ze haalde haar diploma in creatief schrijven aan the New School.


ISBN 9789048858910 | Paperback | 304 pagina's | Uitgeverij Moon| juni 2021
Eerder uitgegeven in juni 2010 | Vertaald uit het Engels door Sandra van de Ven | Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 7 september 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Twee fonkelrode sterren in de blinkend witte sneeuw
Het ongelooflijke verhaal van de tweeling Nadja en Viktor
Davide Morosinotto


Viktor Nikolajevitsj Danilov en Nadja Nikolajevitsj Danilov zijn een tweeling. Niet eeneiig, en onafscheidelijk zijn ze ook niet maar ze hebben wel een bijzondere band.


Hun ouders werken bij de Hermitage als in 1941 de Duitsers Rusland binnenvallen. Hun ouders krijgen de opdracht zoveel mogelijk kunstvoorwerpen in te pakken om ze in veiligheid te brengen. Als er een mogelijkheid is dat kinderen eveneens in veiligheid gebracht worden, weg uit Leningrad dat belegerd gaat worden, gaan de twee met de kindertrein mee. In de chaos belanden ze in verschillende treinen. Het zou nog erger worden: de ene trein, met Viktor, rijdt naar Tatastan, die van Nadja strandt in Mga. (Voor wie de topografie van Rusland niet kent, staan er kaarten bij het verhaal!) Na een paar dagen komt het nieuws dat de trein van Nadja platgebombardeerd is. Dat is ook wel zo, maar blijkbaar was niet bekend dat de kinderen niet meer in die trein zaten!


De lezer weet dat omdat allebei de kinderen een dagboek bijhouden. Door een gelukkige omstandigheid zijn zij in het bezit van schriften, en we lezen om en om over hun avonturen.
Viktor belandt op een boerderij, waar hij hard moet werken. Onder het communistische regime wordt er geen onderscheid gemaakt: iedereen moet meehelpen.
Hij is vast van plan om te vluchten, hij heeft zijn vader beloofd dat hij en Nadja bij elkaar zullen blijven! Hij wil dus terug westwaarts. Eerst Moskou, dan Leningrad.
Nadja is intussen na een aantal gevaarlijke avonturen in een fort beland, op een eiland in het Ladogameer, met een aantal kinderen en Russische militairen. Zij worden belaagd door de vijand.


Beide kinderen zijn er van overtuigd dat de ander nog leeft. Ze zouden het weten, zeggen ze, als dat niet zo is. Mede daarom blijven ze doorgaan, ze moeten elkaar terugvinden! Kost wat kost. En het kost veel, het is tenslotte een oorlogsverhaal. En de afstanden zijn enorm in het door oorlog verscheurde land.


De vorm van het boek is bijzonder: niet alleen zijn het de dagboeken van de twee die we lezen, na alle gebeurtenissen: er is nog een lezer: de Russische kolonel Smirnof, een rechtgeaarde Rus, die aantekeningen maakt in het dagboek. Hij heeft de papieren geordend, voor zover mogelijk.
Als hij een deel gelezen heeft maakt hij rapporten, waarin we zijn conclusies lezen. Hij zal na lezing bepalen of de kinderen schuldig of niet schuldig zijn. Zijn ze staatsgevaarlijk? Hebben ze zich schuldig gemaakt aan spionage en anti-Russische acties. Soms schrijft hij in de kantlijn dat hij iets nader moet onderzoeken, of de genoemde personen misschien ook schuldig zijn. Of dat een bepaalde persoon juist een eervolle vermelding verdient.


De verschillende dagboeken zijn rood voor Viktor en blauw voor Nadja.
Zullen zij elkaar terugvinden?


Wat een ongelooflijk verhaal! Niet in de zin dat het absoluut uit de duim gezogen is, maar omdat het gaat over verbijsterende gebeurtenissen tegen de achtergrond van de tweede wereldoorlog in Rusland. Want die geschiedenis krijgen we natuurlijk ook mee: het gaat over strijd, over vluchtelingen, over de strafkampen, over honger en ijzige kou, over alles wat met oorlog te maken heeft.
Mooi uitgevoerd en meeslepend.


Davide Morosinotto (1980) studeerde communicatie. Hij is de Italiaanse schrijver van het spannende avonturenboek 'Het mysterieuze horloge van Walker & Dawn'. Hij won voor dit boek verschillende prijzen, zoals de Andersen Award, een grote internationale prijs voor jeugdliteratuur.


ISBN 9789059247260 | Hardcover | 480 pagina's | Uitgeverij Baeckens | april 2020
Vertaald uit het Italiaans door Pieter van der Drift en Manon Smits | Leeftijd 12+

© Marjo, 12 augustus 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het heksenhotel
Anna van Praag


De twaalfjarige Laura zit in een moeilijke periode. Omdat ze de basisschool vaarwel heeft gezegd, volgt nu de middelbare school. Maar het wordt niet de school van haar eigen keuze, maar die van haar moeder. En dan vertellen haar ouders ook nog dat ze uit elkaar gaan! Cynisch denkt Laura dat het toch weinig verschil zal maken, ze zien hun moeder die een bekende en dus drukke hartchirurg is toch nauwelijks. De ene au pair na de andere woont in hun huis.


En dan ineens, van de ene dag op de andere lijkt het wel, zit Laura met haar vijfjarige zusje Elvie en hun vader in Ierland! Zoals dat vaker het geval is bij haar vader, pakten ze hals over kop hun koffers.
Maar, wordt dit wel een gewone vakantie?
Ze logeren in een hotel – Het Coven Hotel. Als ze de weg gaan vragen in een oude kroeg, die Annie’s Place heet, maakt Laura een praatje met de eigenaresse:


‘Ze knikte en wees naar mij. ‘Laura,’ zei ze met haar kraakstem. Dat had ze papa natuurlijk horen zeggen, maar een beetje griezelig was het wel. Ze bleef me aanstaren en ik staarde terug. Totdat ik echt misselijk werd van die kleine rooddoorlopen oogjes en ik mijn telefoon pakte.‘No,’ zei Annie. Ik keek op, ze maakte een gebaar dat ook ‘keel doorsnijden’ kon betekenen. Bedoelde ze ze nou echt dat er geen bereik was?
Toen papa terugkwam zei ik het meteen. ‘Nu zijn we echt verloren, er is hier geen netwerk.’
Papa schoof naast me aan de bar. ‘Dan zijn we er vast bijna.’
Hij glimlachte charmant naar Annie. ‘Het Coven hotel?’
Alsof hij haar een klap had gegeven. Annie deinsde achteruit en daarna schoot ze naar voren. Ik voelde Elvie schokken.
‘Cursed.’ hijgde Annie.


Als Annie vervolgens een verhaal vertelt over heksen, en offers, krijgt Laura ineens zin om verder te gaan. Cool! Heksen?!
Het is nog waar ook: de eigenaresse van het hotel, Dana, noemt zich opperpriesteres, en er worden allerlei bijzondere feesten, gehouden, midden in de nacht bijvoorbeeld. Heksenkringen, rituelen, wicca, kruidendrankjes, Laura vindt het eigenlijk allemaal wel leuk. Als dus haar moeder belt, en haar er aan herinnert dat ze nog spullen moeten kopen voor de nieuwe school, en dat ze dus echt naar huis moeten komen, baalt ze stevig.
En toch: is het allemaal wel zo pluis als het er uit ziet? Heeft Annie misschien gelijk, en is Dana gevaarlijk? Het lijkt wel of ze gedachten kan lezen, niet normaal toch?
Is het wel zo’n verstandig besluit van haar vader om in Ierland te blijven?


Een spannend verhaal met een dosis romantiek, want Laura wordt ook verliefd. Als een rechtgeaarde tiener houdt ze een dagboek bij, de notities vinden we tussen het verhaal door. Vanzelfsprekend gaat het vooral over hekserij, met voor- en tegenstanders. Er blijft weinig ruimte voor iets anders. Kijkt er wel iemand om naar Elvie? Eigenlijk kijkt er ook niemand om naar Laura, en al is ze dat haar leven lang wel gewend, zo hoort het natuurlijk niet. De gebeurtenissen vormen haar, zodat het verhaal naast een toch wel griezelig heksenverhaal ook een coming of ageverhaal is.


Het heksenhotel is een heruitgave, opgefrist door de schrijfster. Het verscheen oorspronkelijk in 2009 en blijkt al jaren op de leeslijst van de (oude) Canon van de Nederlandse Geschiedenis te staan. Beetje vreemd, het verhaal speelt zich af in Ierland!


Anna van Praag (1967, Amsterdam) studeerde Spaans en werkte bij diverse theatergezelschappen en filmfestivals. Voor ‘Het verhalenkasteel’ gaf ze jarenlang trainingen aan leerkrachten over voorlezen.


ISBN 9789047713661 | Hardcover | 164 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | juni 2021
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 19 juli  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vreemdeling
Luc Hanegreefs


Tijdens de Tachtigjarige oorlog, om precies te zijn in 1566, werd de hertog van Alva aangesteld als landvoogd over de Nederlanden. Filips II, heerser over Spanje en de Nederlanden, was streng katholiek en hij eiste dat zijn onderdanen hetzelfde geloof aanhingen. Maar in de Nederlanden waren er steeds meer aanhangers van het protestantse geloof dat vanaf begin van de eeuw ontstaan was. Filips wilde dat deze ketters, als ze zich dan niet wilden bekeren, bestreden moesten worden. Niet goedschiks, dan maar kwaadschiks.
Niet vreemd is het dus dat velen het land uitvluchten. Naar Engeland veelal.
Maar zoals dat gaat: een enkeling is nog welkom, zeker als ze geld meebrengen. Maar als het aantal toeneemt, neemt ook de weerstand van de Engelsen toe. Nog meer vreemdelingen, ze willen ze niet.


In deze tijd vertrekt ook het gezin Rijckwaert uit Antwerpen. Dochter Synken vindt dat helemaal niet leuk, maar kan er weinig tegen doen. Er heerst een toenemende spanning in huis vooral op de momenten dat er brieven bezorgd worden. Als Alva een veldtocht aankondigt, vanuit Brussel naar Antwerpen, beginnen de voorbereidingen. Een geheimzinnige brief en een ontredderde vader vormen tenslotte de aanleiding, niet veel later staat het gezin aan de kade van Vlissingen. Synken is boos op haar vader, die niet wil vertellen wat er aan de hand is, maar als ze tot haar eigen verrassing het fijn vindt om op zee te zijn, legt ze zich erbij neer.


De kapitein van het schip, Lenaert van Haren merkt haar op, maar ook die vreemde man die alleen reist en zich weinig laat zien ziet hij. Van Haren trekt zijn eigen conclusies als tijdens de reis vader Rijckwaert vermoord wordt. Synken vindt een verzegelde brief in haar boodschappenmand en begrijpt waarom er gerommeld is in hun bagage!
Maar wat nu? Wat moet ze met die brief?


Intussen is er in Norwich, het einddoel van de Rijckwaerts, van alles gaande. Hendrik Baetemans heeft er zich jaren eerder gevestigd. Ook hij was een vreemdeling, maar is vrij goed ingeburgerd. Nu er meer vreemdelingen opduiken, wordt ook hij met de nek aangekeken. Henry Bateman zoals hij nu heet, is daar natuurlijk niet over te spreken. Onlangs is er een neef bij hen komen wonen: Joris is gestuurd door zijn vader, na de dood van zijn moeder. Hij zou beter af zijn in Engeland. Zelf is hij daar niet zo zeker van.
Joris ziet vreemde dingen, betrapt indringers, en raakt zo betrokken bij het complot waar ook Synken mee te maken heeft gekregen. Ze zijn hun leven niet zeker.
Wat gebeurt hier allemaal?


Gelukkig legt Hanegreefs tijdens het vertellen van het verhaal ook met stukken en beetjes uit wat er gaande is in de zestiende eeuw in West-Europa.  Alles draait om het verbod op het protestantisme, en een briefwisseling tussen Filips en Alva over deze vervolging.
Het verhaal is best ingewikkeld, vanwege de verschillende verhaallijnen en de vele personages, maar niettemin ook reuze spannend.
De hoofdpersonen zijn jongeren: Joris, Maaike en Synken. Zij hebben geduchte tegenstanders, voor wie levens niet lijken te tellen. Maar gelukkig worden ze ook geholpen.


Bij historische romans kan het zo zijn dat je de afloop kent, we weten immers wat er gebeurd is in het verleden. Maar hier is deze kennis van geen nut. Hanegreefs vertelt ons een verhaal binnen die algemene geschiedenis, dat volgens het nawoord van de schrijver misschien wel gebeurd is, maar in geen enkel geschiedenisboek vermeld staat. Extra spanning dus!
En: dit verhaal legt een opvallende link met het heden. Zo zie je maar dat er nauwelijks iets verandert in de loop der tijden.


Luc Hanegreefs (1959) werkte jarenlang als journalist voor onder meer De Tijd, vrt en de nieuwsdienst van vtm. Nu verdeelt hij zijn tijd tussen schrijven en doceren aan de Hasseltse hogeschool, waar hij studenten journalistiek opleidt. In 1996 verscheen zijn eerste jeugdboek.


ISBN 9789044840469 | Hardcover | 280 pagina's | Uitgeverij Clavis | januari 2021
Leeftijd vanaf 13 jaar.

© Marjo, 10 april 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De vergeten tuin
Kraaidorp-reeks 3
Sandra J. Paul


‘Kaaidorp is maar een gewoon dorp. Er is hier absoluut niets raars te vinden. Geen magie, geen heksen, geen duistere krachten en al zeker geen mensen die eeuwig kunnen leven.’

Ja, nou, toch is dat precies wat er in Kraaidorp allemaal wèl is, dat snap je al wel.
Al vierhonderd jaar is er in het dorp een heksenkring. En daar wordt geen kring paddenstoelen mee bedoeld: het is een groep heksen, geleid door de machtigste heks ooit: Colette Zwart.
Maar niemand die dat weet, ze verbergen zich in de Schaduw, een wereld naast de onze.
Tot Quinten in het dorp kwam wonen. Samen met enkele vrienden wist hij de heksen te ontmaskeren. Helaas weten we nog niet zo zeker of het echt definitief afgelopen is.
In dit derde deel komen we daar niet achter, want we duiken terug in de tijd.
Het is 1621, de tijd dat vrouwen die ‘anders’ waren op de brandstapel gezet werden: dat waren heksen. Wat men niet begreep, ziektes of ongelukken, dat kwam door toedoen van heksen. Het was zwarte magie.
De moeder van Colette Zwart was kruidengenezeres. Ook dat mocht niet, het werd niet begrepen en er was immers een dokter die alles wist?
Als haar moeder op de brandstapel is gezet duikt er ineens een vreemde man op, die zich voorstelt als Maximiliaan, en die Colette en haar broer Bertus meeneemt.

‘We gaan ergens naartoe waar alles is wat jullie nodig hebben, en de belangrijkste herinneringen aan jullie moeder zitten in jullie hart. Kom, we hebben niet veel tijd voor ze hier beseffen dat er iets niet klopt.’

Colette en haar broer waren niet veilig in het dorp, ze zaten opgesloten in de kerkers. Ze zijn Maximiliaan dankbaar, voor hun bevrijding, maar ook voor wat hij hen te bieden heeft. Hij is een rijk man en bezit een enorm kasteel. De kinderen blijken twee zusjes te hebben, samen met Colette zijn ze een drieling!
Er zijn nog meer verrassingen waar Colette mee te maken krijgt, maar het belangrijkste is wel dat zij in staat zal zijn haar moeder terug te brengen.
Maar eerst duiken we nog verder in het verleden: er is een brief van Davina, Colettes moeder waarin zij haar verhaal vertelt. In haar leven gebeurde iets wat zij met al haar eigen magie niet kon herstellen. Maar ze wist dat haar kinderen dat wel zouden kunnen.

‘Ik voel het in mijn botten. Als mijn kinderen ter wereld komen, zullen ze alles veranderen.’

Davina schrijft dat het geheim in de waterput in de vergeten tuin ligt. Haar dochters zullen daar vinden wat ze zoeken…
Het is best wel vreemd om eerst twee boeken te lezen over Quinten en zijn vrienden, en dan in het derde boek eeuwen terug in de tijd te gaan. Maar natuurlijk is het niet voor niets. Voor we in het vierde deel zullen lezen hoe het afloopt in Kraaidorp, moeten we wel weten met wie we te maken hebben. En dat is nu helemaal duidelijk. Colette Zwart is een geducht tegenstander!
En mocht je de andere boeken niet gelezen hebben - dat ga je nu vast wel gaat doen -  dan lees je een fantastisch verhaal over een machtige heks. Een magische avontuur.

Het boek is op dezelfde manier vorm gegeven als de eerdere boeken. De omslag is in stijl, de hoofdstukken beginnen weer met twee pagina's in grijstinten en ook dit boek leest als een trein.

ISBN 9789463967716 |hardcover | 280 pagina's | Uitgeverij HamleyBooks | februari 2021
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 14 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER