Non-fictie

Herman van Veen

Voor het eerst
Verhalen over ouder worden
Herman van Veen

 

De bekende theatermaker heeft in dit boek zijn gedachten over de levensfase waarin hij zich nu bevindt, gebundeld en maakt aan het begin een mooie opmerking: ‘Op de dag dat je geboren wordt, woont de ouderdom in je’.


Hij beschrijft een heftig voorval van zijn dementerende opa en haalt herinneringen uit zijn jeugd op en de tijd in zijn ouderlijk huis: ‘Hoe langer geleden, hoe gedetailleerder mijn herinneringen’, pag. 145.


Kort en krachtig weet hij de sfeer van gebeurtenissen te schilderen. Het zijn losse observaties die aaneen worden geregen, precies zoals hij in het theater verhalen vertelt. Mooi is de ontboezeming:


‘Als kind was ik soms ontsteld en zelfs bang, als ik besefte dat ik op een dag in een groot mens zou veranderen’, pag. 69.


Af en toe is er sprake van een milde zelfspot wanneer hij zijn wat afnemende lichamelijke conditie beschrijft. Daarbij haalt hij een uitspraak van Charles Darwin aan:


'Het is niet de sterkste van de soort die overleeft, het is ook niet de intelligentste, het is die ene die het beste tegen veranderingen kan’, pag. 51.


Het zijn kleine, alledaagse belevenissen die in dit boek naar voren komen waarbij opvalt dat hij vaak onderweg is en dan mensen observeert, oog heeft voor wat er in zijn omgeving gebeurt. Ook komen er allerlei ontmoetingen met – soms bekende - mensen naar voren.


Opvallend is zijn aandacht voor de Tweede Wereldoorlog die meerdere keren ter sprake komt.


Zijn verteltrant is vol dromen, beelden en associaties. Regelmatig wordt de tekst afgewisseld door korte poëtische citaten die hem raken zoals deze van Jeroen van Merwijk op pag. 89:


Je krijgt een afscheidsfeest
dan ga je dood
en iedereen vergeet
dat jij er bent geweest.


Het is geen zwaarmoedig boek en dat verwacht je ook niet van Herman van Veen. De toon is mooi en maakt blij. Zó staat hij in het leven:


‘Bijna wordt ik vierenzeventig. Ik zie het aan de bomen, hoor het in de wind, merk het aan de vogels, voel het in mijn knieën. Er hangt iets zonnigs in de lucht’, pag. 194.


Het boek eindigt met veel vragen die de lezer stimuleren om naar zijn of haar jeugd terug te gaan. Vragen naar wat je toen beleefde en naar gebeurtenissen die als kind nieuw voor je waren omdat je ze voor het eerst meemaakt. Zoals deze:


‘Wanneer begreep je voor het eerst dat je hier en nu niet had gezeten, als niet iemand je voorouders, die hugenoten, had verwelkomd in dit land waar wij nu leven?’, pag. 196.


En deze laatste waarmee het boek besluit:


‘Wanneer zal het voor het eerst tot je doordringen dat je herinneringen niets meer zijn dan een afspiegeling van wat je denkt dat er gebeurd is? Wanneer komt het einde?’, pag. 202.


ISBN 978 94 004 0163 1 | Hardcover | 206 pag. | Thomas Rap | 5 november 2018

© Evert van der Veen, 20 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER