Non-fictie

Louis Zweers

De gecensureerde oorlog
Militairen versus media in Nederlands-Indië 1945 - 1949
Louis Zweers


Dit indrukwekkende boek van Zweers gaat over de censuur die is uitgevoerd door militaire voorlichtingsdiensten als de Dienst Legercontacten en de Marinevoorlichtingsdienst tijdens de periode waarin Nederland koste wat het kost haar kolonie Indonesië wilde behouden. De hoofdvraag van zijn onderzoek verwoordt de schrijver zelf als volgt:


“Op welke wijze hebben de Nederlandsch-Indische legerautoriteiten tussen het uitroepen van de Republiek Indonesië door Sukarno in augustus 1945 en de soevereiniteitsoverdracht in december 1949 getracht de beeldvorming over de guerrillastrijd tegen de Nederlandse militaire aanwezigheid – en ook over de ‘politionele’ acties van Nederland in 1947 en 1948 – te beïnvloeden?”


In het boek beschrijft Zweers zijn uitgebreide en zorgvuldige onderzoek om deze vraag te kunnen beantwoorden. Belangrijk om in je achterhoofd te houden is dat in die tijd communiceren nog via beperkte en dus beter controleerbare lijnen verliep. Mobiele telefoons en internet konden toen nog niet, zoals nu bij veel revolutionaire acties in de Arabische wereld het geval is, informatie snel en ongecensureerd de wereld insturen. Maar ook nu is, zoals we door Snowden weten, niet duidelijk hoe informatie vergaard en gebruikt wordt.
Zweers toont aan dat de destijds nog zeer verzuilde Nederlandse samenleving zijn invloed heeft gehad op de ‘braafheid’ van berichtgeving. De journalistiek c.q. de journalisten stonden nog onder grote invloed en voelde zich zeer verbonden met hun eigen religieuze en politieke levensbeschouwing. Kranten waren vaak nog gelieerd aan een politieke partij. Eveneens het feit dat veel Nederlandse journalisten onderdeel waren van het leger, Zweers noemt dit embedded, speelde een grote rol bij de vaak volgzame manier waarop veel journalisten hun werk deden.


Toch meende het militaire apparaat dat op grote schaal censuur nodig was om de beeldvorming in Nederland en de rest van de wereld gunstig te beïnvloeden. Al was het maar voor het handjevol kritische Nederlandse journalisten en de buitenlandse correspondenten die verslag deden van de situatie in Indonesië. Het boek van Zweers bevat veel foto’s van situaties die niet door deze censuur heen zijn gekomen. Vooral beelden van wreedheden door Nederlandse militairen ten opzichte van de Indonesische bevolking, maar ook die van de vrijheidstrijders ten opzichte van de Indo-europese bevolking en Nederlandse militairen werden niet aan de openbaarheid prijs gegeven. Zoals inmiddels bekend is, moest vooral de vreedzame kant van het ingrijpen worden benadrukt, het helpen van de Indonesische bevolking, en mocht vooral niet duidelijk worden dat het eigenlijk gewoon om een oorlog ging. Daarom is ook de term politionele acties gebruikt, zoals nu vaak de term vredesmissies wordt gehanteerd. De wankele steun uit het buitenland zou hierdoor kunnen omslaan naar meer sympathie voor de Indonesiërs die hun eigen republiek nastreefden en zelfstandig zonder de Nederlanders verder wilden.


In het geschreven woord vindt Zweers ook duidelijk aanwijzingen die een voor Nederland positieve berichtgeving moeten onderbouwen. In de geschreven pers wordt vooral benadrukt dat Soekarno en Hatta met de Japanners hebben geheuld. De Indonesische bevolking wordt als ongeciviliseerd, hulpbehoevend en Nederlands gezind afgeschilderd en de vrijheidstrijders als extremistisch en gebruik makend van guerrillapraktijken. Een voorbeeld uit De Tijd in het voorjaar van 1949, te vinden op blz. 227: “Nog steeds vervullen onze jongens in Indonesië een zware plicht. Ze blijven waakzaam teneinde de bevolking te beschermen tegen de aanvallen van de rondzwervende guerrillabenden.” De gekozen woorden als onze jongens, zware plicht en rondzwervende, later ook nog betiteld als langharige, guerrillabenden zeggen veel.


Zweers brengt in dit boek eveneens heel mooi naar voren hoe meningen, ook die van journalisten, kunnen omslaan als de omstandigheden anders schijnen dan op het eerste gezicht werd aangenomen. In eerste instantie waren veel buitenlandse journalisten en met name de Amerikanen geneigd om zich tegen het Nederlands ingrijpen uit te spreken en voor het streven van de Indonesiërs naar een vrije (democratische) republiek. Toen duidelijk werd dat ook de communistische partij in Indonesië een grote rol speelden bij het onafhankelijkheidsstreven werd het ‘Rode Gevaar’ in Indonesië serieus als een bedreiging gezien voor de vorming van een democratische staat en ging men positiever berichten over het Nederlands ingrijpen, aangezien dit ook het ontstaan van een communistische staat kon afwenden.


Het boek van Zweers belicht vele aspecten die in deze korte recensie niet allemaal behandeld of zelfs maar aangestipt kunnen worden. Iedereen die geïnteresseerd is in die periode in Indonesië en ook degene die wil weten hoe censuur kan werken en hoe zij de opinie wel degelijk kan beïnvloeden, raad ik aan dit indrukwekkende boek te lezen.


Louis Zweers
(1948) is kunst- en fotohistoricus. De afgelopen tien jaar werkte hij als docent aan de Master Mediastudies van de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Hij heeft vele publicaties over Nederlands-Indië/Indonesië op zijn naam staan.


ISBN 9789057309397 | Gebonden rijk geïllustreerd in kleur | 400 pagina's | Walburg Pers | november 2013

© Ria, 5 december 2013

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER