Diederik Stevens

Hoogtij langs de Seine
Nederlandse schrijvers en kunstenaars in Parijs
Diederik Stevens


Stap op de trein naar Parijs, boek een hotelletje voor minstens een maand, liefst langer, en geniet met dit boek onder de arm van alle plekken waar bekende schrijvers en kunstenaars, gewoond, gegeten, gewerkt, liefgehad hebben.

Voorin het boek staan kaartjes van Parijs, onderverdeeld in arrondissementen. Met name de arrondissementen Montparnasse, Saint-Germain-des-Prés en het 5e arrondissement waren geliefd bij de literaire, intellectuele en artistieke lieden.
Van 1875 tot 1930 is vooral het noordelijk wijkje Montmartre in trek maar vanaf 1900 komt Montparnasse meer in het vizier. Het was Picasso's favoriete wijk. De komst van Amerikanen in de roaring twenties versterken de aantrekkingskracht van de wijk. Pas door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verliest Montparnasse de status van 'place-to-be' Na de WO II wordt vooral Saint-Germain-des-Prés gezien als het artistieke en intellectuele hart van Parijs.


Het boek start met Simon Vinkenoog. Hij was de eerste die zich na de Tweede Wereldoorlog in Parijs vestigde. In september 1948 welteverstaan. Samen met zijn vriendin Juc Cohen en 2 vrienden betrekken ze een hotelkamertje in de armoedige rue Riant in de wijk Clichy. Het geldgebrek is enorm en alle soorten werk wordt aangepakt om toch te eten te hebben. Vinkenoog staat, tot zijn vreugde, zelfs model bij de grote Ossip Zadkine. Ook met de Japans-Amerikaanse beeldhouwer Tajiri wordt al snel vriendschap gesloten. Juc vindt een baan bij het Internationaal Theater Instituut (valt onder Unesco) en ook Vinkenoog vindt bij Unesco werk als hulpkracht op de Service de Distribution van de afdeling Documents en Publications. Dankzij deze banen kunnen ze voorlopig in Parijs blijven. Simon geniet van Parijs, jazz, literatuur, film, kunst, theater, ontmoetingen... alles is er.
Alle adressen waar hij gewoond heeft worden genoemd dus de liefhebber kan deze opzoeken en bekijken.


Simon Vinkenoog ontmoet Karel Appel en Corneille en via de de laatste maakt hij weer kennis met Hugo Claus. Vinkenoog: 'Op een dag in oktober 1950 nam Corneille Claus mee naar mijn huis. Claus wist alles al. Die had zoveel gelezen, zoveel films gezien. Die had zich al bevrijd.' Ook met Hans Andreus, Remco Campert, Gerrit Achterberg, Rudy Kousbroek, Paul Rodenko, Jan Hanlo en de dichter Ad den Besten is er veelvuldig contact dankzij het door Vinkenoog opgerichte literaire tijdschrift Blurb. Het huis aan de rue Santeuil 20 waar Karel Appel en Corneille wonen, wordt dé ontmoetingsplek voor de Hollandse kunstenaars en schrijvers. Ook Vinkenoog is er veel te vinden.
Vinkenoog blijkt een centraal punt te zijn voor de overige Nederlanders die toentertijd hun heil zochten in Parijs. Het Nederland van vlak na de oorlog ervoeren zij als verstikkend. Simon Vinkenoog vangt hen regelmatig op, verschaft onderdak en geeft eten en zo nodig geld.
Na allerlei omzwervingen en veel activiteiten keert Vinkenoog pas in 1957 terug naar Nederland.


Diederik Stevens vertelt verder over de ateliers, woonadressen (hotels, appartementen) en het Parijse leven van Karel Appel, Rudy Kousbroek, Corneille, Hugo Claus, Remco Campert, Jan Wolkers, Jan Cremer etc. Zij woonden overal waar het maar enigszins betaalbaar was. Karel Appel, al een beetje bekend in Nederland, vertrok in 1950 naar Parijs, hij vindt een enorme atelierruimte aan de rue Santeuil 20, zonder verdere voorzieningen, de stank in dat huis was bijna ondraaglijk, maar toch vindt iedereen al snel zijn weg naar dat grote pand. De Fransen waren erg gesloten en afstandelijk, 'In het atelier was je even één', volgens Vinkenoog.


Remco Campert, die relatief kort in de stad woonde, schrijft over Parijs:

In Parijs broeide en gistte het voortdurend. Alles waar ik naar verlangde, was daar ruim aanwezig. Er werd getekend, geschilderd, geschreven en ik hoopte er op het grote leven, of wat ik me daarbij voorstelde. Er verschenen telkens nieuwe blaadjes. Buitenlanders gingen intensief met elkaar om, want de Fransen vormden een ondoordringbare kring. Ik associeer Parijs met een goede tijd in mijn leven. Het was armoede, dat was lastig, maar niet naar. Parijs associeer ik ook met vitaliteit. met schrijven ook. Ik voelde me daar voor het eerst een dichter. In cafés schrijven moest wel, want thuis was het altijd te koud, maar het kon ook omdat veel Fransen het deden. je was geen uitzondering, In Nederland word je op je vingers gekeken: wat stelt-ie zich weer aan. Daar voelde je je thuis.

En zo voelden veel Nederlandse en andere niet Franse kunstenaars zich in Parijs. Arm maar gelukkig.

Na de verhalen over de schrijvers zelf volgen toelichtingen op bepaalde toentertijd geliefde locaties in Parijs bijvoorbeeld de boekhandels Gilbert Jeune en Gilbert Joseph, The English bookshop, Shakespeare en Company. Stevens vertelt over de populaire hotels, de gebruikte ateliers, de kunstscholen, de cafés, (waar mocht je lang blijven zitten met één consumptie) bijv. La Rotonde waar kunstenaars mochten betalen met schilderijen of tekeningen, ook Chagall en Picasso maakten gebruik van die mogelijkheid. Hij toont en vertelt over de  brasseries, de restaurants, het vertier in o.a. de jazzkelders waar muzikanten als Charley Parker, Dizzy Gillespie etc. optraden. Parijs leefde, Parijs bruiste, Parijs was geweldig.

Diederik Stevens
verhaalt op een niet sensationele toon over de gelukszoekende kunstenaars, schrijvers, artistiekelingen van weleer, die genoten van de gouden Parijse tijd. Alle adressen waar zij verbleven, schreven, werkten, aten en dronken worden genoemd en zijn op te zoeken.
Het is een erg prettig leesbaar boek dat de liefhebber van Nederlandse literatuur en kunst zeer zeker zal aanspreken.


ISBN 9789045016993 Paperback 472 pagina's gevolgd door een uitgebreid register Uitgeverij Atlas/Contact februari 2012

Dettie, 28 juni 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER