Non-fictie

Nelson Mandela

Brieven uit de gevangenis
Samengesteld door Sahm Venter.
Voorwoord van Zamaswazi Dlamini-Mandela

Nelson Mandela


Dit boek bevat een chronologische selectie van brieven die Mandela schreef gedurende zijn gevangenschap in Pretoria, op Robbeneiland, in Kaapstad en in het huis van de gevangenisdirecteur waar hij de laatste jaren tot zijn vrijlating verbleef, van 1962 - 1990. Er zijn inleidingen op de diverse perioden en ook bij sommige brieven. De meeste brieven bevinden zich in het nationaal archief van Zuid-Afrika. Er zijn verklarende voetnoten bij de vele namen die voorbijkomen en achterin worden alle namen beschreven.


Dit boek 'laat de lezer niet alleen diepgaand kennismaken met Nelson Mandela de politieke activist en gevangene, maar ook met Nelson Mandela de advocaat, vader, echtgenoot, oom en vriend', pag. 7. Hij is in staat om te leven uit de woorden die hij in een brief aan Winnie citeert: 'de kettingen van het lichaam zijn vaak vleugels van de geest', pag. 210.


In een brief uit 1970, aan een senator, zegt Mandela: 'ik zit alleen lichamelijk achter deze dichte muren opgesloten. Verder blijf ik een cosmopoliet in mijn opvattingen; in mijn gedachten ben ik zo vrij als een vogel. Het houvast in al mijn dromen is de gemeenschappelijke wijsheid van de mensheid als geheel', pag. 223 - 224.
In een andere brief aan Winnie, uit 1975, zegt Mandela: 'de cel is een ideale plaats om jezelf te leren kennen, om echt en regelmatig het proces van je eigen gedachten & gevoelens na te gaan''[...] innerlijke factoren zijn veel belangrijker voor onze ontwikkeling als mens. Eerlijkheid, oprechtheid, eenvoud, bescheidenheid, edelmoedigheid zonder enige bijbedoeling, niet ijdel zijn, klaarstaan om anderen een dienst te bewijzen - kwaliteiten die ieder mens zich gemakkelijk eigen kan maken - vormen het fundament van iemand geestesleven', pag. 325 - 326.


De brieven aan Winnie, zijn kinderen en kleinkinderen zijn vaak vervuld van 'weemoedig optimisme' en altijd hartelijk en inspirerend van inhoud. Hij zegt tegen Winnie over een ontvangen foto: 'Je lijkt een beetje bedroefd, afwezig & ziek maar tegelijkertijd lieftallig', pag. 103. Wanneer zij later ook gevangen wordt genomen, bemoedigt hij haar door te verwijzen naar een boek over het proces van Jezus, vanuit het perspectief van Pilatus die zich verbaast over het feit dat men deze zachtmoedige mens wil kruisigen. Het is één van de weinige keren dat Mandela spreekt over zijn geloof. De andere keer is in een brief aan zijn schoonzus waar hij wijst op het vredesvisioen van de profeet Jesaja waar dieren in vrede samenleven.


Mandela is goed op de hoogte van ieders persoonlijke situatie, gaat daar diep op in, stelt meelevende vragen, benoemt gebeurtenissen uit het verleden en refereert aan de geschiedenis en de politiek. Mandela heeft veel begrip voor iedereen, leeft zich sterk in in hun situatie, observeert aandachtig en hoopt dat het de ander goed zal gaan. Hij heeft een mooi taalgebruik en zijn brieven getuigen van diepe levenswijsheid.

Ontroerend is de bedankbrief aan zijn neef Matanzima die hem vertegenwoordigde bij de begrafenis van zijn moeder waar hij niet bij mocht zijn. Aangrijpend is ook het - tevergeefse - verzoek aan de bevelhebber van Robbeneiland om de begrafenis van zijn zoon Thembekil, die verongelukte, te mogen bijwonen: 'Het is mijn welgemeende hoop dat u het bij deze gelegenheid mogelijk vindt dit verzoek menselijker te benaderen dan u een vergelijkbaar verzoek behandeld heeft dat ik nauwelijks tien maanden geleden, in september 1968, deed voor verlof om aanwezig te zijn bij de begrafenis van mijn moeder', pag. 141.


Veelzeggend is wat hij schrijft aan zijn dochters: 'Het kan lang duren voordat ik terugkom; het kan ook kort zijn. Niemand weet wanneer het zover is, zelfs de rechter niet die zei dat ik hier moet worden vastgehouden. Maar ik weet zeker dat ik op een dag weer thuis zal zijn om gelukkig met jullie samen te leven tot de laatste dag', pag. 86. De brief dateert van 1969...


Zijn verzoeken om verbetering van de levensomstandigheden aan de gevangenisdirecteur of de desbetreffende minister zijn keurig maar wel beslist van toon met goede argumentatie. Hij typeert het harde gevangenisleven en doet een beroep op hun redelijk inzicht dat dit niet menselijk is. Opvallend zijn de vele brieven uit de beginjaren waarin hij vraagt om studieboeken voor zijn rechtenstudie die hij uiteindelijk na 45 jaar voltooit. Hij bedankt de desbetreffende hoogleraar daar hartelijk voor. Bijzonder is ook de bedankbrief aan het medisch team van de prostaatoperatie.


Een brief aan Botha, toenmalig president, bevat enkele scherpe formuleringen zoals 'een geslepen en berekende poging', pag. 522 wanneer hij politieke feiten benoemt. Andere verzoeken aan o.a. een oogspecialist brengen ons dichter bij de gevolgen van Mandela's gevangenschap. In een lange brief aan het ministerie van justitie weerspreekt hij gedetailleerd dat hij lid is van de communistische partij en getuigt hij van vaderlandsliefde: 'heb ik mijzelf altijd vooral beschouwd als nationalist en heeft het Afrikaanse nationalisme gedurende mijn hele politieke carrière invloed op mij gehad. Mijn enige ambitie in het leven is, en is altijd geweest, een rol te spelen in de strijd van mijn volk tegen onderdrukking en uitbuiting door blanken', pag. 65.


In een andere brief aan de minister van justitie verwijst Mandela naar de geschiedenis en de toenmalige behandeling van politieke gevangenen en noemt daarbij o.a. de naam van generaal Christiaan de Wet. Met kennis van zaken pleit Mandela voor vrijlating en een vergelijkbare behandeling. Hij zegt: 'In deze situatie beschouwt de regering de gevangenis niet als een instrument van rehabilitatie maar als een instrument van vergelding, niet om ons te leiden naar een respectabel en werkzaam leven na onze invrijheidsstelling, maar om ons te straffen en te verlammen, zodat we nooit meer de moed en de kracht zullen hebben om onze idealen na te streven', pag. 113.


In uitgebreide brieven aan de Toezichthouder Gevangenissen benoemt Mandela uitvoerig de misstanden en doet hij een klemmende oproep om dit uit humanitaire oogpunt te veranderen en maakt hij ook indringend duidelijk dat gevangenschap geen einde maakt aan politieke idealen: 'Het is zinloos aan te nemen dat enige vorm van pesterij onze standpunten ooit zal doen veranderen. Uw regering en uw afdeling hebben een beruchte reputatie waar het gaat om hun haat, minachting en vernedering van de zwarte man, vooral de Afrikaan, een haat en minachting die het basisprincipe vormen van een veelheid aan wetten en casussen in het land', pag. 363. Zijn taal is beschaafd maar principieel en standvastig, overtuigd van het menselijk recht dat aan zijn kant is. Fel is Mandela over het bezoek van journalisten aan Robbeneiland dat hij beschouwt als een schijnvertoning waarmee de regering internationaal goede sier wil maken.


Verder zijn er brieven aan o.a. zijn advocaat Bram Fischer, vele familieleden, politieke vrienden. Mandela's brieven waren aan censuur onderhevig en daar beklaagt hij zich - tevergeefs - over. Veel brieven werden verminkt, niet of maanden later bezorgd. In een brief uit 1986 zegt Mandela over zichzelf: 'Als ik alles wat sindsdien is gebeurd, had kunnen voorspellen, dan zou ik absoluut dezelfde beslissing hebben genomen, dat denk ik tenminste', pag. 555.


Een indrukwekkend menselijk en politiek document!


ISBN 9789000360383 | Hardcover | 704 pagina's | met fascismile's van aantal brieven| Spectrum | juli 2018

© Evert van der Veen, 9 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER