Nieuwe jeugdboekrecensies t/m 5 jaar

Poppy's plekje
Guido van Genechten


De geboorte van een... klaproos!
Geef dat maar eens weer, maar dat doet Guido van Genechten dus. We zien de zaadjes neervallen bij een lieveheersbeestje - een diertje dat vaak in Genechtens boeken voorkomt - dat even later vol verwondering een sprietje uit de grond ziet komen. Eerst ziet hij alleen een bultje in de aarde (wij zien ook wat er gebeurt onder de grond) en dan ontkiemt langzaam het plantje en torent het steeds verder boven het lieveheersbeestje uit.


Maar ja, zo tussen alle andere planten is het nog best donker en daardoor kan het plantje de maan en de sterren niet zien. - Maar wel de miertjes, de slakken en andere beestjes. - En dan... is het plantje groot genoeg, en na de afbeeldingen van het plantje in het donker zien we onze Poppy (klaproos) opeens baden in het volle zonlicht. Het licht knalt je tegemoet! Poppy vindt het fantastisch...


De warme streling wekte een verlangen diep in mij.
Alsof de zon me wakker zoende
Mijn groene schil viel af.
Ik werd geboren.


En daar staat Poppy met zijn tere blaadjes nog opgevouwen, in het mooie warme licht -  tussen de andere planten -  en bloeit zij open tot haar stralende rode bloembladen in al hun pracht te zien zijn. Zij ontmoet zijn vader en moeder, haar broers en zusjes en alle andere bloeiende planten en krijgt wijze levenslessen van zijn papa en mama. Zij vertellen hem wat voor bloemen er allemaal te zien zijn maar informeren haar ook over het belang  en de onderlinge samenwerking van de bijen, de regen, de wind, de insecten en nog veel meer.
Het is een boek waar je blij van wordt dankzij de stralende afbeeldingen én een boek waar je veel van leert dankzij de ouders van Poppy.


Kortom, Guido van Genechten verrast je telkens weer, zijn onderwerpen zijn onuitputtelijk evenals zijn steeds wisselende stijl van illustreren. Opnieuw een prima boek.


ISBN 9789044838527 | Hardcover | 27 pagina's | NUR 273 | Uitgeverij Clavis | februari 2020
Afmeting 26,8 x 25,7 cm | leeftijd 4+

© Dettie, 6 juni 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het dikke vaderlandse dierenboek
Vrolijke versjes en bijzondere weetjes over wilde dieren in ons eigen land
Illustraties van ivan en ilia
Tekst: Marianne Busser en Ron Schröder


Wilde dieren in Nederland en België, dat zijn er vast nog meer dan in dit boek voorkomen. Je kent vast wel de bever, de otter, de wezel, de woelmuis, de haas en het konijn, de mol en de vleermuis. Andere bekenden zijn de verschillende soorten herten: het edelhert, het damhert en de ree (‘het ree’ mag ook). Wil je deze dieren spotten, dan moet je heel stil zijn, en letten op de windrichting.


Maar vind je ook een kalfje
verdwijn dan vliegensvlug
want mama ree komt altijd
Bij haar jonge kafje terug


Dit is eigenlijk een boodschap die voor alle wilde dieren geldt: laat ze met rust. Sommige dieren zorgen daar zelf wel voor: een egel bijvoorbeeld, die zul je niet snel aanraken, denk ik. En andere wilde dieren leven vooral ’s nachts, of onder de grond.
Wilde dieren zijn per definitie onaanraakbaar en dat is iets wat je kunt leren uit de rijmpjes die bij alle dieren. Bij de adder:


Maar maak je niet te veel zorgen
want loopt er iemand ergens rond
dan voelt zo’n slang je lopen
door je stappen trilt de grond


Over hoe ze leven, hoe ze zich voortplanten gaan de rijmpjes. Bij welk dier zou dit horen?


’t is net snot met zwarte spikkels
dat zijn de eitjes – ingepakt
in wat glibberige klodders
stevig aan elkaar geplakt.


Dat is één kant van dit dikke boek: de eenvoudige rijmpjes, zoals we die kennen van Marianne Busser en Ron Schröder, die lekker voorlezen en waarin al allerlei informatie staat. Het tweede aspect is wat daarop volgt: twee pagina’s met allerlei weetjes. En dan is er het derde zeker niet onbelangrijkste aspect: de afbeeldingen. 


Marianne Busser en Ron Schröder werken met verschillende illustratoren, en in dit geval zijn dat ivan en ilia. Zij maken van de besproken dieren schattige beestjes. Zelfs de adder: die is niet een akelig glibberig dier, maar ziet er juist schattig uit: een lieve mamaslang met kleine adderbabietjes.
En al kijkt papa wolf nog zo boos, als je daarnaast de mamawolf en haar welp ziet, ben je al lang niet bang meer.
Nu hoeft dat ook niet: een wolf lust geen kindertjes… ofwel:


maak je vooral geen zorgen
dat het hier gevaarlijk wordt
want wolven willen echt niet graag
een mensje op hun bord

Marianne Busser (1958) en Ron Schröder (1958) hebben samen inmiddels ruim driehonderdvijftig boeken en meer dan duizend liedjes gemaakt, waaronder De Winkeltjes en De sproeipoeper. Daarnaast hebben ze veel geschreven voor onderwijsmethoden, kindertijdschriften, en voor het televisieprogramma Sesamstraat.


ISBN 9789048853526 | hardcover | 128 pagina's | Uitgeverij Moon | april 2020
Afmeting 25,3 x 25,3 x 1,6 cm | Leeftijd vanaf 4 jaar

© Marjo, 1 juni 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De vier kaboutertjes in de zomer
Illustraties: Hanneke de Jager
Tekst: Marianne Busser en Ron Schröder


Dat de zomer soms wel vroeg zijn intrede doet, maakt onze vriendjes de kabouters niets uit. Integendeel zelfs! Zo kunnen ze er nog meer van genieten. 


Welke kaboutertjes? Ken je onze vriendjes nog niet? Dat wordt dan tijd!
Even voorstellen dan: de twee broertjes  Joep en Johannes en twee zusjes Maartje en Moontje doen heel veel dingen samen. Ze beleven dan ook veel avonturen in het bos waar ze wonen. In alle seizoenen is er wel wat te beleven.
In dit boek lees je over wat ze zoal in de zomer meemaken.


De vier kaboutertjes gaan naar het meer en nemen de picknickmand vol lekkers mee. Op het  strand bouwen ze een zandkasteel. Dat wordt een uitkomst als er een zielig muisje aan komt lopen: haar holletje is ingestort. Ze zou wel een nieuw holletje willen graven maar ze is gewond aan haar pootje en kan niet graven!


‘Ach, riepen de kaboutertjes
nou, lach dan maar weer gauw
want zie je daar ons zandkasteel?
’t is helemaal voor jou!’


Ze knikkeren met konijnenkeutels, ruimen de rommel op die mensen gewoon laten vallen, ze bouwen tenten om te kunnen kamperen en verwonderen zich aan al die mooie vogels.


‘Kaboutertje Joep is vaak moe van het lopen
hij doet elke morgen de bloemetjes open
en voordat hij weer op zijn kussentje ligt
doet hij de bloemetjes allemaal dicht


maar nu gaat hij toch maar voorzichtig proberen
de bloemetjes die in het bos staan te leren
om zonder zijn hulp – alle dagen voortaan
zelf netjes dicht en weer open te gaan.’


Deze vind ik heel erg leuk gevonden! Zoals bij alle rijmpjes staat ook deze op een gekleurde pagina, waarop je Joep bezig ziet met de bloemen.


Ook in dit boek zijn de kaboutertjes aangekleed: hun mutsjes, jurkjes en jasjes zijn gemaakt van stof of ook gebreid. Zelfs de bomen zijn gebreid!
Hanneke de Jager tekent, knipt en plakt er lustig op los. (https://www.hannekedejager.com)
Deze manier van illustreren is heel apart, het maakt de kaboutertjes net iets echter.


Marianne Busser (1958) en Ron Schröder (1958) hebben samen inmiddels ruim driehonderdvijftig boeken en meer dan duizend liedjes gemaakt, waaronder De Winkeltjes en De sproeipoeper.


ISBN 9789048848485 | hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Moon | mei 2020
Afmeting 25,2 x 25,2 x 1 cm | Leeftijd 4 jaar

© Marjo, 26 mei 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kleine Vos en het mooiste wat er is
illustraties: Thysa Zevenbergen
tekst: Ru de Groen


Na het indrukwekkende eerste deel getiteld Kleine Vos op zoek naar overal en nergens, waarin Kleine Vos op zoek gaat naar een plek die nóg beter, mooier en leuker is dan de plek waar ze woont is er nu dit tweede deel waarin Kleine Vos het een beetje moeilijk met haar identiteit heeft. Ze wordt er een beetje somber van want ze ziet allerlei dieren dingen doen die zij helemaal niet kan of is. Eendjes kunnen lekker drijven of samen zwemmen, olifanten zijn groot en stoer en kleine Vos denkt:


Als ik een voslifant zou wezen,
was ik het grootste van het land
Geen leeuw of slang had ik te vrezen,
en iedereen ging aan de kant.


En zelfs de mussenzussen en -broertjes zitten gezellig naast elkaar en kunnen heerlijk met elkaar in het rond vliegen. Kleine Vos bedenkt dat ze helemaal niet zo bijzonder als de andere dieren, 'Zijn vossen als dier mislukt' vraagt ze zich zelfs af. Diep in haar hart voelt ze zich eigenlijk ook best wel een beetje alleen.
En dan, midden in haar dipje, ziet ze iets wat ze nog nooit heeft gezien en dàt is het mooiste wat er is...


Het verhaal is aardig, niet echt spectaculair, het rammelt ook een beetje, het is niet logisch. Kleine Vos voelt zich namelijk niet prettig omdat ze dingen niet kan en de 'oplossing' daarvoor is dat ze iets ziet wat het mooiste is dat er is... dat doet een beetje vreemd, een beetje krom, aan. Hierdoor blijft het verhaal niet bij het aanvankelijke thema, hoe fijn het eind ook is voor Kleine Vos.


En dan de rijm in dit boek... Rijm in een kinderboek is voor mij alleen goed als het helemaal klopt, dus zonder woorden, woordafbrekingen of zinswendingen die duidelijk bedacht zijn om de zinnen te laten rijmen. Daar ben ik vrij streng en onverzettelijk in, mogelijk te streng. Helaas gebeurt het bovenstaande soms wel in dit boek, waardoor ook het ritme van de zinnen wat gaat haperen en dat is jammer, het boek en zeker de illustratrice verdienen beter. Wel is er een leuke variatie bedacht op de bekende regels 'ik wou dat ik twee hondjes was'. Dat was een leuke en aangename verrassing.


Maar net als in deel één zijn het toch vooral de prachtige uitgesneden prenten (zie de cover) van Thyse Zevenbergen die het boek naar een hoger niveau tillen.
‘Thysa snijdt haar kunst uit papier en heeft daarin een geheel eigen stijl ontwikkeld, dwars tegen de digitale stroom in'. En kunst is het! Haar prenten geven het boek een heel eigen sfeer en bijna luxe uitstraling mee, terwijl het toch ook een echt prentenboek blijft. Daardoor raad ik het boek toch van harte aan omdat de illustraties gezien moeten worden, het kijkplezier is daardoor namelijk zo enorm groot.

ISBN 9789492995513 | Hardcover | 32  pagina's | Uitgeverij Samsara | maart 2020
Afmeting 27 x 27 cm | Leeftijd 4+

© Dettie, 23 mei 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zo trots als een pauw
Joke Eikenaar


"Pol heeft in het begin een prachtige staart, maar eindigt zielsgelukkig met een kale kont"


Deze grappige, intrigerende zin schrijft Joke Eikenaar op haar website en die zin zegt alles over dit boek. Want Pol is in tegenstelling tot Pip helemaal geen trotse pauw, maar wel een heel lieve pauw, die helemaal blij wordt van dingen weggeven. In dit geval, zijn eigen staartveren!


Dat komt eigenlijk door die verwaande Pip die loopt te pronken met zijn prachtige staart. "Hij golft zachtjes op en neer en de kleuren veranderen bij elke beweging. Van paars naar blauw en weer naar paars en weer naar blauw."
Pol moet er van zuchten, zo mooi vindt hij Pips staart, wat prachtig is die toch!
Maar Ebby de eekhoorn is helemaal verbaasd. 'Wat bedoel je, Pol? vraagt hij. 'Jullie staarten zijn precies hetzelfde.'


Pol weet niet wat hij hoort! Maar als Hop de haas langskomt en het bevestigt en zelfs zucht dat als hij ook maar één zo'n veer zou hebben, hij de gelukkigste haas zou zijn die er bestaat, dan moet Pol het wel geloven. En lief als hij is, plukt hij gelijk een mooie veer uit zijn staart en geeft hem aan Hop.
Hop is superblij en Pol ook, gewoon omdat Hop er zo dolgelukkig mee is. Vos krijgt ook een veer, om er prachtige brieven mee te kunnen schrijven en nog vele andere dieren krijgen een veer omdat ze die zo goed kunnen gebruiken...


'Straks hou je geen veren over,' waarschuwt Ebby bezorgd.
'Ik kan er niets aan doen Ebby, lacht Pol. Ik word zo vrolijk van al die blije snuitjes. Bij mij slepen die veren toch alleen maar achter me aan [...]'


En dan is de koek zijn de veren op en daar loopt Pol helemaal blij in het rond met zijn kale kont. Natuurlijk lacht Pip zich helemaal slap en zet zijn veren  nog maar eens op zodat iedereen zijn prachtige glanzende pauwenstaart kan zien. Maar niemand is onder de indruk... want aan een mooie buitenkant heb je niets als je niet mooi van binnen bent.

Uiteraard is de boodschap duidelijk, wees aardig voor elkaar, deel met elkaar. Maar de manier waarop deze boodschap gebracht wordt, is echt kostelijk. Vanaf de allereerste pagina geniet je van de afbeeldingen... Heb je ooit een zonnebadende pauw, heerlijk liggend op de grond, gezien? In dit boek zie je dat dus, en hoe! De pauw geniet zichtbaar, je zou er zo lekker naast gaan liggen. Ook zie je een pauwenwasje buiten hangen, bestaande uit prachtige lange pootkousen met streepjes en rondjes, jawel.


Naast de mooie inhoudelijke les ontbreekt de humor dus ook niet. We zien bijvoorbeeld ook Sep Schaap gewoon lekker in een boom zitten breien met de gekregen pauwenveren en Snoes de schildpad jeukt met de veer lekker tussen haar schild en lijfje. Je voelt haar opluchting bijna...
Maar die kale kont is écht hilarisch, die is het aller, allerleukste. Je gaat vanzelf grinniken als je die ziet.


Al met al is het naast een lief, vrolijk, sociaal en grappig verhaal ook een heel mooi kijkboek dat kinderen helemaal geweldig zullen vinden.


ISBN 789051167535 | hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij De Vier Windstreken | april 2020
Afmeting 29,5 x 22,1 | Leeftijd 4+

© Dettie, 19 mei 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alle kleuters!
Carry Slee

Een voorleesboek vol met leuke verhaaltjes waarin kleuters de hoofdrol hebben. Voorlezen is dan ook het leukste voor kinderen van dezelfde leeftijd. De verhaaltjes spelen zich veelal af op school, maar sommige ook thuis. Of zelfs onderweg.

Rik en Roosje maken op school een cadeautje voor Moederdag, en juf  Janna heeft het er maar druk mee, want er zijn kinderen met twee moeders! En een kind woont in een commune met heel veel moeders…en juf dan? Is zij ook moeder?
Leuk is het verhaal over het toneelstuk voor kerstmis. Daar geven Rik en Roosje ineens een heel eigen draai aan!
De verhalen over deze twee kinderen zijn roldoorbrekend, gaan over dagelijkse dus herkenbare dingetjes. zoals het broer-zus gekibbel, waarbij Roosje zich echt de grote zus voelt en zich ook zo gedraagt.

Oudere voorlezers kennen vast wel de verhalen over de kinderen van de Grote Beer. Daarin speelt een kleuterklas de hoofdrol, met juf Inge die haar handen vol heeft aan haar groep. Maar het lukt haar prima om de woelwaters in het gareel te houden. De verhalen gaan over situaties die kinderen wel zullen herkennen: ze doen vaak rollenspelletjes - dan was ik... en jij was ... - waarin ze doen of ze een dokter zijn, en dan is er ook een patiënt natuurlijk; of Roodkapje en dan is er een wolf.
De schoolfotograaf komt, gelukkig iemand die ook uitstekend met wildebrassen om weet te gaan.
Op de Grote Beer speelt zich het verhaal af waar kinderen van nu en hun ouders van kunnen leren: Daan en Kim mogen zelf naar school! Ze worden niet weggebracht...laat staan tot in de klas gebracht. Dat is heel spannend voor deze kinderen!

Eefje en Mark beleven weer andere avonturen, maar ook zij doen in hun spel volwassenen na. Bij hun verhalen draait het vaak om een dier: een paard; vogels, vissen of een konijn. Zelfs wespen spelen een grote rol.
Bij de dierenarts kijken ze geboeid toe:

‘Later word ik dierendokter,’ zegt Mark.
‘Dat kan niet,’ zegt Eefje. ‘Dat word ik al.’
‘Ik was eerst’, zegt Mark.
‘Nee hoor,’ zegt Eefje. ‘Ik was eerst. Ik wist het al voor jij geboren werd.’

Blijven ze kibbelen of weten ze een oplossing?
En wat moeten ze doen, als poes Snoetje van plan is om de jonge mereltjes die in de heg wonen te vangen?

Als laatste komt de tweeling Iris en Michiel aan bod. Die verhaaltjes zijn misschien iets minder herkenbaar: sommigen gaan over een winterslaap, over schaatsen, en vuurwerk, dat kennen kinderen straks ook niet meer. Maar een eerste zwemles, dat kennen ze dan weer wel!
Het maakt overigens niet zo veel uit of een verhaal al of niet herkenbaar is, ieder verhaal zit vol dialogen en humor, waardoor ze lekker voorlezen. Zo geniet iedereen ervan!

Alle Kleuters is een omnibus, met eerder uitgegeven verhalen(bundels). Verhalen zonder moderne technologische snufjes, en die missen we ook niet, want kleuters zijn en blijven kleuters. Kinderen die zelf hun avonturen maken, en spelend leren.

De klas van Rik en Roosje
Rik en Roosje: Een vrolijk kerstfeest
De kleuters van de Grote Beer
De konijnenkeuteldropfabriek
Het grote kwispelstaartjesboek
Lekker weertje Koekepeertje

ISBN 9789048849536 | hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Overamstel | maart 2020
Voorlezen vanaf 4 jaar
Met nieuwe illustraties van Eefje Kuijl!

© Marjo, 12 mei 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Post voor Oscar
Lisa Manuels


Als je het boek openslaat is er een kort berichtje dat je eerst moet lezen. Het is van Lieve, een lieveheersbeestje, dat je mee wil nemen op een werkdag van postbode Oscar.


Het lieveheersbeestje Lieve vertelt dat de illustraties gemaakt zijn met een piepklein schaartje en een hele berg papier. Als je het boek bekijkt moet je haast wel denken dat de handen Lisa Manuels vol blaren zitten, want het schaartje mag dan klein zijn, het resultaat ziet er ook superklein uit. De verbazing daarover begint al op de eerste pagina, waarbij verteld wordt hoe Oscar iedere dag op pad gaat met brieven, kaarten en pakketjes. En al die pakketjes, brieven en kaarten zijn in een miniformaat op de pagina getekend, eh, geknipt dus, en dan op de foto gezet.
Wat een werk moet dat geweest zijn!
Kijk maar eens hoe klein Lieve is! Hoe krijg je dat geknipt?


Als we verder gaan met het verhaal, volgen we Oscar op weg langs de buren, de familie Muis, moeder en zoon Poes, de hond Thijs en nog andere buren.
Overal bezorgt Oscar iets, en dan zien we op de dubbele pagina het huis van de betreffende buurman- of vrouw. Ze hebben allemaal een heel ander leven, de een breit er op los, de ander krijgt post uit Groenland omdat men hem daar mist. Het is zeer divers, waardoor je er nog meer bij kunt vertellen. En er kan nog meer gezocht worden!
Humor ontbreekt ook niet: in het thuis van Hedwig en Victor staan trappen om op de boekenplanken te klimmen. Waarom zou dat zijn?
En een van de buren gaat in bad zitten en televisie kijken… toch een beetje vreemd. Of niet?


Het boek is dus een zoekboek, het eerste wat je doet is op zoek gaan naar Lieve. Die staat inderdaad op iedere dubbele pagina, maar poeh, dat is soms een heel gezoek! Maar al zoekende zie je zoveel meer. En in de tekst die bij deze pagina’s hoort staat vaak nog een opdracht: tel de veren of de flessen. Of beantwoord de vraag: wie zou die liefdesbrief geschreven hebben? Waar zijn de breinaalden van Gijs gebleven?


En dan is er nog Oscar zelf, hij komt natuurlijk in ieder huis, en levert steeds de post af. Maar zou er nu nooit iemand aan denken om hem eens een kaartje of een brief te sturen?


Er valt een heleboel te beleven met dit boek, en iedere keer is het weer anders. Je kan er als voorlezer ook nog van alles aan toe voegen, er is zoveel te zoeken en te vinden, zoveel vragen die je kan stellen! Hier ben je wel even zoet mee…


Lisa Manuels (29) illustreert en knutselt onder de naam Elle Aime, geeft cursussen en workshops. Dit is haar eerste boek, ze deed de tekst en natuurlijk de illustraties.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789048850846 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Moon | juni 2020
Afmetingen: 31,9 x 22,7 x 1 |Voorlezen en meezoeken vanaf 4 jaar

© Marjo, 3 juni 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Verlegen Vera
illustraties: Lucy Rowland
tekst: Paula Bowles


Al als je de cover ziet ben je gelijk verkocht. Een schattig klein heksje met twee prachtige rode vlechten kijkt ons een beetje verschrikt aan. Ze staat tussen mooie, (echt) glimmende rode gordijnen. Het is duidelijk dat ze zich niet op haar gemak voelt en je wilt haar gelijk even knuffelen om haar op haar gemak te stellen.


Wat is er aan de hand zal je denken? Nou Heksje Vera is héél erg verlegen. Het liefst zit ze lekker rustig in de klas te lezen, maar haar klasgenootjes maken veel lawaai en praten veel, dan krijgt Vera het benauwd, ze vindt zomaar wat zeggen enorm moeilijk.


Hoe hard ze ook haar best doet, de woorden komen niet!
En dan voelt ze zich zenuwachtig, verlegen en klein.


Ook als de juf tegen haar praat, blijven bij Vera de woorden plakken. Als lijm.


En dan... komt er een nieuw meisje in de klas, ze heet Floor, en ze is net zo verlegen als Vera! De twee kleine heksjes begrijpen elkaar onmiddellijk en spelen de hele dag samen. Eigenlijk hoeven ze helemaal niet te praten. Zonder iets te zeggen weten ze toch wel dat ze vanaf nu vriendinnen zijn.


De volgende dag kondigt juf Spinnenweb een toverwedstrijd aan. Ze moeten een dierenspreuk laten zien.
Vera krijgt het gelijk benauwd maar Floor zegt heel lief, dat ze wel samen kunnen oefenen, en dat doen ze. Maar Vera krijgt de hele middag geen woord uit haar mond.  En dan is het de avond van de wedstrijd... Vera heeft er pijn in haar buik van, er komt vast opnieuw geen woord uit haar mond.
Iedereen doet het goed, heel goed zelfs, veel te goed! Het loopt helemaal uit de hand! Floor loopt gevaar! Niemand weet meer wat te doen maar ineens staat Vera op... en dan...


Het is een heerlijk knuffelig boek, zonder zoetsappig te zijn. Ondanks haar enorme verlegenheid is Vera ook heel dapper als het erop aankomt en dat is leuk om te zien én te weten. De gebruikte taal is helder en duidelijk met niet al te lange zinnen, zodat het ook prettig is om uit voor te lezen.
Ook een fijn boek om over verlegenheid te praten met (verlegen) kinderen. De afbeeldingen dragen mooi bij aan het geheel. Vooral als het misgaat is het ene compleet kleurspektakel. Verlegen of niet, élk kind zal dit boek helemaal leuk vinden.


ISBN 9789051167986 | Hardcover | 32 pagina's | De Vier Windstreken | mei 2020
Nederlandse tekst Mariella Manfré| Afmeting 25 x 29 cm | Leeftijd 4+

© Dettie, 27 mei 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

14 muisjes doen de was
Kazuo Iwamura


Kazuo Iwamura (1939) is een Japans illustrator. Hij heeft al meer dan 25 kinderboeken op zijn naam staan. In Frankrijk en Duitsland verkreeg hij bekendheid dankzij zijn verhalen over De familie Muis. Die muisjesboeken zijn inmiddels een begrip vooral vanwege de knusheid die ze uitstralen en de mooie gedetailleerde prenten.
Er is ook een Kazuo Iwamura museum dat in een prachtig natuurgebied ligt. Het museum is tevens de werkplek van de man. Kinderen kunnen daar naar de mooie prenten kijken en tegelijk zien waar Kazuo Iwamura zijn inspiratie vandaan haalt (zie ook het you-tube filmpje).


Als je de muisjesboeken leest ontdek je dat er altijd wel iets waardoor de muisjes naar buiten moeten en uit hun gezellige huis onderin de grote boom komen. Deze keer zien we moeder muis iedereen bij elkaar roepen. De was moet gedaan worden en wel in de heldere beek. Gelukkig schijnt de zon zodat ze met zijn allen lekker door het bos kunnen lopen. Elk muisje draagt wel een mandje was, want met zoveel muisjes worden natuurlijk ook veel kleren vies en is er veel beddengoed.
De wandeling door het bos is zo mooi weergegeven, vol prachtige natuur, dat je zou willen dat je met de muisjes mee mocht.


Eenmaal bij het water aangekomen staan al gauw alle muisjes te soppen en te spoelen. Oma en mama hebben een wasbord meegenomen dus zij schuren er ook pittig op los. Als ze klaar zijn gebruikt kikker het wasbord als vlot, maar o jee hij drijft weg, naar de waterval...
Alle muisjes komen in actie om kikker te redden, en zo zijn niet alleen de kleertjes schoon maar de muisjes zelf ook!


In de boeken van de muisjes worden ook altijd een paar vragen gesteld waardoor je met nog meer aandacht naar de afbeeldingen kijkt. Er wordt bijvoorbeeld gevraagd waar het truitjes van Silke hangt of wie iets laat vallen of wie onder een grappig parasolletje loopt. Als je voorbij het midden van het boek bent dan kun je daar antwoord op geven, maar daarvoor weet je dat dus niet. Op de twee middenpagina's worden namelijk de muisjes pas voorgesteld. Het zou handiger zijn als dat gelijk aan het begin van het boek gebeurde.


Persoonlijk denk ik dat de vertaling ook iets beter kan. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat een man als Kazuo Iwamura met zo'n rijke fantasie, van die redelijk statische zinnen gebruikt. Dat had wat speelser en spannender gekund.
Maar dat neemt niet weg dat het weer een prachtig boek is geworden, waar kinderen vooral door de vragen en de gezellige, mooie afbeeldingen van zullen genieten.

ISBN 9789044837971 | Hardcover | 34 pagina's | Clavis | maart 2020
Nederlandse tekstbewerking Clavis B.V. | Afmeting 29,8 x 21,5 cm | leeftijd 3+

© Dettie, 26 mei 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ik heb lekker een hele grote trekker
Harmen van Straaten


Met een titel die klinkt als een liedje, kom je gelijk in de goede stemming voor dit boek. Want het hele boek is gewoon een pretje om uit voor te lezen. Te beginnen met de tekst op eindrijm waardoor er een fijn ritme in de zinnen zit. Het voorlezen gaat daardoor lekker makkelijk.

Het verhaal zelf gaat over een grote race om de gouden beker. Iedereen doet mee, Nijlpaard die net past in zijn flitsende rode, snelle auto, Knor en Knor met hun knalgele truck, Olifant die zijn superbuldozer inzet voor de strijd, Neushoorn die aangesneld komt in zijn politiewagen en tot hilariteit van de andere dieren meldt zelfs muis zich aan met zijn pittige rode opwindwagen. Maar tot slot weet tijger gewoon dat hij de race zal winnen, zijn graafauto gaat gewoon het hardste van allemaal.


En dan is er nog Rijk, en die heeft een grote rode trekker. 
Elke keer als een dier zich aanmeldt als dé winnaar, zegt hij vol vertrouwen dat hij zéker weet dat hij zal winnen, maar...


De dieren lachen en gillen.
'O, jij moet dit echt niet willen.
Het heeft geen zin om mee te doen.
Met een trekker word je nooit kampioen!'


En dan begint de race... iedereen knalt er vrrrrooooooeeeeem vandoor en Rijk tuft er achteraan. Toch blijft hij roepen dat hij de winnaar zal zijn!
Maar wie zal die gouden beker uiteindelijk in de wacht slepen? Tijger? Olifant? Of toch Rijk?

Harmen van Straaten is inmiddels geen onbekende meer in kinderboekenland. In 1987 illustreerde hij zijn eerste kinderboek en daarna heeft hij zo’n circa 400 boeken geïllustreerd. Harmen is drie keer getipt door de kinderjury, hij ontving een gouden appel van Bratislava voor zijn illustraties en werd bekroond met de gouden penseel van Japan. Zelf schreef hij ruim 50 boeken voor alle leeftijden. Van prentenboeken voor de allerkleinsten tot romans voor 15-jarigen en ouder.


Het leuke is dat hij inmiddels qua afbeeldingen een heel eigen stijl heeft ontwikkeld, maar toch weet hij elk boek een heel andere sfeer mee te geven. In dit boek zijn het vooral de enorme dieren die zich in piepkleine wagentjes weten te proppen wat zo aanspreekt. Het levert een heel koddig effect op. zie ook het inkijkexemplaar.


Mocht je er nog een wijsheid uit willen halen, wat vaak in een prentenboek verstopt zit, dan kun je er misschien uithalen dat wie rustig en vol vertrouwen blijft, beter af is.
Opnieuw een onwijs leuk boek van deze Harmen van Straaten, die 'grappig, ondeugend en net even anders is'.


ISBN 9789025878986 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Leopold | 24 april 2020
Afmeting 30,2 x 24,9 cm | Leeftijd 4+

© Dettie, 20 mei 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Jij en ik in het park
Effie Lada


Als ik vertel dat ik graag kinderboeken lees, met name prentenboeken, dan wordt er vaak een wenkbrauw opgetrokken of staren mensen me een beetje ongelovig aan. Is dat niet een beetje kinderachtig? Wat moet je nou als volwassene met een kinderboek? Daar is toch niets aan? Als je met kinderen zou weken, ja dan kan het nog wel maar gewoon omdat je het leuk vindt?
Meestal pak ik dan een prentenboek uit mijn kast en laat via het boek zien, hoe uniek en bijzonder prentenboeken kunnen zijn.
Wat mij zo aanspreekt is namelijk:

- De kracht van het compacte verhaal. In 32 pagina's moet een heel verhaal verteld worden met een kop en een staart én een leuke, mooie of leerzame boodschap. Vaak heeft het prentenboek ook nog eens een verrassende twist op het eind.

- De kracht van de afbeeldingen die dankzij hun kleuren en vormen prachtig de sfeer van het verhaal kunnen weergeven. Die kleuren en vormen bepalen of het boek vrolijk, serieus, beetje verdrietig of juist heel blij is. Een mix daarvan kan ook voorkomen. De prenten voegen in beeld de sfeer toe aan de geschreven taal. In een bepaald aantal boeken zijn de prenten zelfs kleine kunstwerkjes, die je wel aan je muur zou willen hangen. Die staan dan ook bij mij in de kast als zijnde 'koesterboeken'.

Het zijn dan ook die boeken die ik laat zien aan degenen die mij vragen waarom prentenboeken zo bijzonder zijn, want zo kunnen ze zien wat een vakmanschap er bij komt kijken om een mooi en goed prentenboek te maken. En ik weet ik nu al,  dat dit boek in dat rijtje koesterboeken  komt te staan. Het heeft namelijk echt alles wat ik zo waardeer in een prentenboek.
Het verhaal is een heerlijk wegdroomverhaal en gaat over twee kinderen die elkaar erg leuk vinden en voorzichtig toenadering zoeken en als dat lukt en ze van elkaar weten dat de prille liefde wederzijds is, dan kunnen ze hun geluk niet op. Natuurlijk worden ze liefdevol geplaagd door volwassen en de kinderen op school. Maar dat maakt niets uit, want zij zijn heerlijk, verrukkelijk, geweldig verliefd.


De afbeeldingen zou je het liefst allemaal willen tonen want daarin zit het mooie, onzekere, ontluikende, licht zwevende gevoel prachtig in verwerkt. De tekst is iets langer per pagina dan je van prentenboeken gewend bent maar dat is niet storend want het is in prettige, toegankelijke taal geschreven.
Al met al dus een heel fijn boek dat zeer tot de verbeelding spreekt.


ISBN 9789044838244 | Hardcover | 36 pagina's |Nur 273 | Uitgeverij Clavis | april 2020
Afmeting: 25,5 x 26,5 | Vertaald door Clavis | leeftijd 5+

© Dettie, 18 mei 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER