Nieuwe jeugdboekrecensies t/m 5 jaar

Even lekker niks
muziek: o.a. Ageeth de Haan
illustraties: Ruth Hengeveld
tekst: Bette Westera


Na een heel drukke dag is het heerlijk om even lekker rustig te gaan zitten met een boekje in een hoekje, of op de bank, in de tuin, in bed... Daar speelt dit boekje mooi op in. Bette Westera heeft namelijk voorleesversjes geschreven die een heel fijne en zachte sfeer hebben. In haar eigen ritmische stijl  beschrijft ze allemaal dingen waar je blij en kalm van wordt.

Het boek begint met een versje over de zon en wie wordt daar nu niet vrolijk van. In het versje speelt de zon verstoppertje en jij mag raden waar de zon is.
Bij dat versje zie je een lieve zonnige leeuw die water met een rietje drinkt.

Daarna is er een versje 'Ik kom zo' over je lekker warme bed en hoe moeilijk het is om onder dat dekbed vandaan te komen.


Ik kom zo

Even nog, het is hier zo gezellig.
Even nog, het is zo fijn in bed.
Even nog, ik heb het hier zo heerlijk.
Even nog, ik lig hier nog maar net.

De dag is al begonnen, maar ik heb nog niet zo'n zin.
Ik kom vandaag mijn bed niet uit, ik blijf er lekker in.


Natuurlijk kom je wèl je bed uit, want buiten is het ook leuk, dan kun je gaan schommelen bijvoorbeeld samen met... een giraffe, een bever en een slang!
We zien op de mooie afbeelding dat dat heel gezellig kan zijn. De slang leent namelijk zijn nek uit aan de andere twee dieren en schommelen maar!

E als je toch buiten bent kun je ook op reis gaan, maar wat neem je dan allemaal mee? Dankzij  het versje 'Mijn eigenste bedje' kun je lezen wat je vooral niet vergeten moet, onder andere:


Mijn warmste trui, mijn stoerste pet
en - dat moet écht - mijn eigen bed.


Alle versjes geven dat lome, lekker luie gevoel zoals je op een mooie zomerdag kunt meemaken. Zelfs het versje over huilen is heel lief en zachtaardig. Het begint zo


Traan


Kom maar naar buiten,
tranen met tuiten,
tranen van pijn of verdriet.

Zal ik een rolletje pleisters pakken?
Eventjes overal pleisters op plakken?
Pleisters met plaatjes? Of helpt dat niet?
[...]

Bij dit versje heeft debutant Ruth Hengeveld een heel lieve afbeelding gemaakt van twee honden, een grote en een kleine. De grote wordt liefdevol beplakt met pleisters door de kleine, die uit puur medeleven ook zelf maar een pleister op zijn lijfje geplakt heeft.
- Alle afbeeldingen zijn overigens zéér de moeite waard. Er zijn heel mooie natuurkleuren gebruikt met enkele heldere tinten als accent. Ze passen prachtig bij de versjes. Hopelijk gaan we nog veel meer werk van deze illustratrice zien. -


En verder met de versjes... Langzamerhand verstrijkt de dag, de zeehondjes liggen lekker in de zon te soezeren, Poes Beer is slaperig van al het spelen, er is een grappig versje gemaakt over de dag bij opa en oma en dan is het alweer tijd om naar bed te gaan.


Dat komt goed uit want de versjes werken ook langzaam naar het 'naar bed toe gaan' moment toe. Het versje "Slaap je al' is heel herkenbaar want wie heeft dat niet eens een keer gevraagd?  En dan volgt het allerlaatste versje 'Slaap, lieve lief' en met een kusje op je neus is het boekje uit.
Maar dan... is er nog een erg leuke verrassing!


Er zit namelijk een CD bij met nog meer versjes die allemaal dezelfde titel hebben als de versjes in het boek, alleen het versje zelf is anders. Het zijn heel zonnige liedjes, gezongen door Ageeth de Haan en zij wordt begeleid door meeslepende, zomerse gitaar- of mondharmonicamuziek. Vooral het schommelliedje is heerlijk, je zweeft gewoon mee met de muziek duwdieduwdieduw schommel jij, schommel mij duwdieduwdieduw. Je wordt er vanzelf helemaal rustig van...
Slaap lekker!


ISBN 9789025769352 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Gottmer | maart 2019
Afmeting 23 x 25 cm | Leeftijd 2+

© Dettie, 12 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Rupsje Nooitgenoeg 50 jaar
Eric Carle


Het boek Rupsje Nooitgenoeg is inmiddels een begrip in kinderboekenland. En nu is het rupsje jarig, want 50 jaar geleden maakte Eric Carle dit leuke boek over de hongerige rups.  In het voorwoord lezen we het volgende leuke verhaal over het ontstaan van het boek. Voordat het rupsje 'geboren' werd, zat Eric Carle namelijk met een perforator te spelen. Bij het zien van al die gaatjes in het papier bedacht hij een verhaal over Willi de boekenworm. Maar zijn redacteur leuk het leuker om een verhaal over een rups te maken. 'Een vlinder!' riep Eric en zo werd Rupsje Nooitgenoeg geboren, en de gaatjes bleven!


Op allereerste pagina zit het rupsje nog in een eitje maar op een mooie zonnige dag kroop - plop! - het piepkleine hongerige rupsje uit zijn ei. We volgen het diertje op zijn tocht naar eten en leren daardoor gelijk de dagen van de week kennen én tellen. Want op maandag eet Rupsje Nooitgenoeg  zich dwars door één appel heen en op dinsdag at hij zich dwars door wel twéé peren heen. Elke dag eet het rupsje een gat door al zijn lekkere fruit heen, maar nog steeds heeft hij honger, hij heeft nog lang niet genoeg, hij wil méér en méér en méér.


Uiteindelijk komt er zwaarder geschut aan te pas, koek, snoep, kaas, worst, zelfs een zure bom! Overal knaagt het rupsje zich dwars doorheen, maar dat valt niet lekker, Rupsje heeft buikpijn van al dat gekoek en gesnoep. De volgende dag at hij toch maar weer wat gezonders en voelde zich gelijk lekkerder. Een wijze les voor het rupsje én voor de kinderen die het verhaal lezen.
Uiteindelijk verandert het - inmiddels grote - rupsje in de door Eric Carle zo gewenst vlinder. En niet zomaar een vlinder maar een schitterende, prachtige, kleurige vlinder!


Het is duidelijk dat Eric Carle plezier in zijn werk heeft, de vrolijkheid straalt je van de pagina's tegemoet. Voorin het boek zien we op enkele foto's  hoe Eric Carle zijn tekeningen maakt. "Eerst beschildert hij crêpepapier met acrylverf, dan knipt hij er figuren uit, en vervolgens plakt hij die figuren op elkaar. Zo ontstaan de opvallende, kleurrijke kunstwerken die we allemaal zo goed kennen."

Het is ook prettig dat het niet 'alleen maar' een verhaaltje over een rupsje is, hoewel de ontwikkeling naar vlinder natuurlijk al bijzonder genoeg is. Daarnaast leert een kind op heel speelse manier, die nauwelijks opvalt, veel meer dingen dan dat, zoals het al genoemde tellen en de dagen van de week, maar ook de namen van allerlei soorten fruit en ander voedsel. Dat gebeurt niet vaak in ene kinderboek.


Van Rupsje Nooitgenoeg zijn in die 50 jaar tijd meer dan 50 miljoen exemplaren verkocht en het boekje is in 63 talen verschenen en nog steeds is het boekje erg populair. en terecht, het is compleet tijdloos en kan vast nog wel 50 jaar - of meer - mee. Het is opnieuw erg genieten van dit verhaal dat vanwege zijn verjaardag in een nieuw jasje is gestoken, waardoor er een mooi uitgevoerde jubileumeditie is ontstaan.


Rupsje Nooitgenoeg is overigens nu ook te zien in het theater! De familievoorstelling is t/m mei 2019 door heel Nederland en België te zien. De voorstelling is gebaseerd op de vier spannende verhalen van Eric Carle. Kijk hier voor meer informatie.


Zie ook het ontroerende filmpje met Eric Carle die vertelt over het ontstaan van 'The Caterpillar' ofwel Rupsje Nooitgenoeg


ISBN 9789025770754 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Gottmer | 20 maart 2019
Afmeting 30,3 x 21,7 x 1 cm (oblong) | leeftijd 2+

© Dettie, 6 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Trots en vooroordeel
illustraties: Alison Oliver
tekst: Jennifer Adams


Trots en vooroordeel,  het tweede boekje in de serie BabyLitboeken, is al net zo bijzonder als het eerste, Alice in Wonderland, waarin kinderen aan de hand van kleding en voorwerpen kennismaakten met diverse kleuren. Dat boekje volgde het verhaal van het boek van Lewis Carel waardoor kleine kinderen op heel jonge leeftijd al kennismaken met enkele personages uit dit veelgelezen en bekende boek. Natuurlijk is Trots en vooroordeel van Jane Austen eveneens een klassieker bij uitstek en dat verhaal vormt deze de basis van dit boekje, dit keer leren we tellen van 1 tot en met 10, hoe leuk is dat! 




We beginnen met één Engels dorpje waarbij we een frisse, moderne afbeelding zien, die toch een klassiek Engels dorpje weergeeft. Vervolgens zien we twee rijke heren... namelijk Mr. Bingley en Mr. Darcy, dé belangrijkste mannen uit het boek. En dan de drie huizen waarrond het verhaal zich voor afspeelt. Longbourn (huis van familie Bennet), Netherfield (huis van Bingey) , Pemberly (huis van Darcey). Ook deze zijn weer op een vlotte manier weergegeven. En zo gaat het door. Erg leuk zijn de negen baljurken.


De getallen staan zowel in cijfer als in woord weergegeven op de linkerpagina. Ze zijn mooi versierd en passend bij de rechterpagina. Bij de 2 zien we de krijtstreep van de kostuums van de twee heren, bij de 6 zien we de koets die bij de zes paarden hoort.
Opnieuw is het voor kinderen een plezier om dit boekje te bekijken en voor volwassenen is het een prettige nostalgische reis door het verhaal van Jane Austen. 


Kortom, een serie om verliefd op te worden.


ISBN 979002267079 | Hardcover met ronde hoeken| 20 pagina's | Uitgeverij Karmijn/Oogappel-Standaard uitg. | 31 januari 2019
Afmeting 17,5 x 17,6 cm | Leeftijd 1+

© Dettie, 29 maart 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Eend en Pinguïn zijn GEEN vrienden
Julia Woolf


Broertjes en zusjes, vriendjes en vriendinnetjes kunnen soms flink ruzie maken, maar o wee als iemand anders wat van ze zegt of ze iets raars laat doen... dan weten ze elkaar ineens te vinden!


In dit boek maken we kennis met twee vriendinnen, Sara en Nora, en hun lievelingsknuffels, Eend en Pinguïn. Sara en Nora spelen altijd samen en natuurlijk nemen ze hun knuffels ook overal mee naartoe. Ze denken dat Eend en Pinguïn elkaar net zo leuk vinden als Nora en Sara, maar niets is minder waar! Als de meiden net doen alsof de knuffels van elkaar houden en elkaar kusjes laten geven, vinden de twee dieren dat verschrikkelijk.


Eend en Pinguïn kunnen elkaar niet uitstaan. Ze duwen elkaar van de schommel af, een mooi zandkasteel moet natuurlijk door de ander stukgetrapt worden. Zelfs als Sara en Nora een taart willen bakken en de eieren stukbreken in een kom, breken de twee knuffels ook eieren... op elkaars kop!
Alles wat de meisjes doen, doen Eend en Pinguïn ook maar dan zijn ze absoluut niet zo gezellig bezig als Sara en Nora. Alles eindigt bij de twee in gedoe en ruzie.


Op het laatst zijn Eend en Pinguïn zo vies dat ze in bad moeten en daar hangen ze dan aan de waslijn... drijfnat. Dat is ook wel zielig vinden Sara en Nora, dus drogen ze hun knuffels af en föhnen ze droog. Ze zijn nu heel schattig en lekker pluizig. Net baby'tjes vinden de meiden en zo worden ze ook behandeld, ze krijgen zelfs babymutsjes op!  Eend en Pinguïn kijken elkaar eens aan en weten dan precies wat ze moeten doen!


Meestal lees ik een prentenboek eerst snel door om het daarna rustiger en beter te lezen en te bekijken. De eerste keer was ik niet zo enthousiast, het was wel een aardig verhaaltje. Maar bij de tweede keer zag ik de humor van dit verhaal veel meer in, vooral de, gekleurde, afbeeldingen zijn heel grappig. Julia Woolf heeft
het verschil tussen de twee vriendinnen en de twee knuffels heel goed weergegeven.


De twee meisjes hebben het steeds heel gezellig met elkaar, we zien ze lekker samen spelen, knutselen en kwebbelen.
Ondertussen is duidelijk te zien dat Eend en Pinguin niet te genieten zijn, hun koppen staan steeds op de chagrijnstand, ze hebben steeds ruzie en de deeg- en verfklodders vliegen in het rond, ze zitten elkaar echt constant in elkaars haren. Totdat... de twee meiden de regie overnemen en beslissen wat de twee knuffels moeten doen, dán zijn ze ineens wél vrienden en dat alles is superleuk in de afbeeldingen weergegeven. Fijn verhaal om voor te lezen.


ISBN 9789051167146 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij De Vier Windstreken | maart 2019
formaat: 24 x 24 cm | Nederlandse tekst M.E. Ander | Leeftijd 4 +

© Dettie, 17 maart 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Avonturen van Tommie en Lotje Deel 2
Jacques Vriens


Tommie en Lotje zitten op de stoep. Vandaag krijgen ze nieuwe buren. Ze zijn natuurlijk heel nieuwsgierig want volgens mama hebben de nieuwe buren ook kinderen. Eindelijk komt de verhuiswagen aanrijden met daarachter de auto van de buren. Uit de auto komen een vader, een moeder, een baby'tje en een jongetje dat net zo groot is als Tommie. Dat jongetje heet Rolfje en al gauw blijkt dat volgens Rolfje zijn eigen spullen veel beter, mooier en groter zijn dan die van Tommie... Maar als er wat lastigs gebeurt, is Rolfje niet meer zo aan het snoeven. Dan blijkt hij net zo gewoon als Tommie. Gelukkig maar!


Op een dag wil Tommie geen eieren meer eten. Juf Simone heeft gezegd dat een ei uit de bips van een kip komt en dat vindt Tommie vies. En een kip veegt ook nooit zijn bips af, dat is ook vies! 's Avonds wil Tommie ook al geen vlees eten want dat komt van koes (koeien) heeft hij op school gehoord...  Papa wordt er boos van, eerst geen eieren, nu geen vlees! Tommie schrikt ervan, hij begint te huilen en rent samen met Lotje naar boven. Mama gaat even later met de twee kinderen praten en dan zegt Lotje dat ze misschien ook geen beesten meer wil eten, want ze vindt het zielig voor de koeien én de varkens. Mama moet er diep van zuchten Maar gelukkig weet mama een heel goede oplossing.


'Ben je nog boos?' vraagt Lotje even later.
'Nee, hoor,' antwoordt papa. 'Het was ook niet aardig van mij om zo boos te worden. Ik snap best dat Tommie het zielig vindt voor de koes.'
'Koeien', zegt Tommie.


Als je nog zo klein bent als Tommie en Lotje is elke dag nog een avontuur. Carnaval vieren, soldaatje spelen, - Tommie is de 'garnaal' - schatzoeken, alles is  even spannend en geweldig. Ook leren ze woorden, zoals treurig, dat word je bijvoorbeeld als het regent. Treurig betekent dat je verdrietig bent van binnen, vertelt papa. Dan kun je beter wat vrolijks gaan doen. Of 'verfomfaaid' is ook al zo'n gek woord, dat is net zoiets als kreukels, weten ze nu.


En enkele woorden zijn ook nog best wel moeilijk om te begrijpen of uit te spreken voor Tommie. Als hij hoort dat oma een hart-aanval heeft gehad, rent hij naar boven en komt terugrennen in zijn ridderpak met zijn zwaard in zijn hand. Hij gaat terugvechten! En als papa uitlegt dat oma een beetje stuk is en de dokter oma gaat 'lepaleren' is hij blij, want dan kan hij weer gauw bij haar lozegeren! Bij oma 'lozegeren' is namelijk best spannend want daar woont een vogel in een klok en die vogel zegt steeds koekoek! Dat vogeltje wil Tommie wel vangen...

We lezen over lessen in de klas, over plassen in de trein, over de schoolsars (schoolarts), over hutjes bouwen op zolder, over de help-club die ze opgericht hebben, over de geboorte van de kleine poesjes (en ze mogen kijken hoe dat gaat) en over nog veel meer leuke, spannende, lieve, lastige en vrolijke dingen. Vooral Tommie weet veel mensen aan het lachen te krijgen met zijn nieuwsgierige vragen en eerlijke opmerkingen.


Tommie en Lotje zijn natuurlijk niet altijd even lief en kibbelen samen ook flink wat af. Tommie kan ook heel goed dwars gaan liggen als hij zijn zin niet krijgt. Maar papa en mama zijn ook niet heilig en kunnen ook flink chagrijnig of boos zijn, maar altijd, altijd, altijd, komt alles weer goed in het gezellige gezin.


Het is een klein feestje om dit boek (voor) te lezen. Jacques Vriens draait nergens omheen, op alle vragen die de kinderen stellen, over welk onderwerp dan ook, wordt eerlijk antwoord gegeven door papa, mama, de juf of oma. En zo komen Tommie en Lotje steeds meer te weten over de grote mensenwereld.


Het boek is opgedeeld in 3 delen, te weten: De spannendste avonturen van Tommie en Lotje, De liefste avonturen van Tommie en Lotje en De gekste avonturen van Tommie en Lotje. Elke deel bevat 8 verhalen en ze zijn allemaal even leuk, lief, aandoenlijk, spannend of grappig. Vooral lezen!


ISBN 9789000360192 | Hardcover | 240 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | maart 2018
Met gekleurde illustraties van Kees de Boer | Nurcode 281 | Leeftijd 4-6 jaar

© Dettie, 13 maart 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Sorry (en zo)
illustraties: Jan Van Lierde
tekst: Stefan Boonen


De eerste twee pagina's waarmee het verhaal begint laat ons links, bijna op het randje van de pagina, een vrouw zien die kaarsrecht, met haar armen over elkaar staat. Haar  rug is weggedraaid van het jongetje dat heel sip op de rechterhoek van de pagina staat te kijken. We lezen dat het jongetje Marcus heet en dat zijn mama boos op hem is.  Ze is niet boos om één dingetje maar om een heleboel dingetjes lezen we op de volgende pagina's.


Marcus doet van alles om zijn mama minder boos te laten worden, dat hij een stukje taart had gesnoept was gewoon omdat hij zo'n honger had en zijn broek scheurde omdat hij draken moest verslaan en van samen met de brandweer een giraf wassen, daar krijg je honger van... en één (of twee, of drie stukjes) taart is toch niet zo erg... toch mama?


Maar mama blijft stoïcijns met haar boze rug naar Marcus gekeerd staan, ze bekijkt haar nagels, trekt haar vest recht, pulkt een velletje bij haar duimnagel weg en negeert het jongetje en alles wat hij zegt.


Marcus gooit het over een andere boeg... Hij vraagt of haar oren stuk zijn, hij biedt bloemen aan, doet kunstjes die hij heel goed kan, wil allerlei klusje doen, belooft van alles... maar mama gaapt van verveling. Niets helpt. Zal hij dan maar weggaan of wat moet hij anders doen?
Ineens begrijpt hij het! Hoera! Eindelijk weet hij hoe hij het weer goed kan maken met mama!


De titel verraadt natuurlijk al wat Marcus bedacht heeft, maar er staat niet voor niks achterop het boek dat dát het moeilijkste woordje ter wereld is. De moeder op de linkerpagina is de vaste factor in dit verhaal, ze blijft consequent in haar boosheid. Het is Marcus die zich in allerlei (aandoenlijke) bochten wringt zodat zijn lieve mama weer terugkomt. Op de rechterpagina zien wij al zijn pogingen om zijn mama te vermurwen wat soms hilarisch is weergegeven door Jan Van Lierde.

Het lijkt me een fantastisch verhaal om voor te lezen aan kinderen. Iedereen zal dit verhaal herkennen want elk kind doet wel eens iets waar ze (echt eerlijk waar) niets aan doen konden, maar waar papa of mama toch boos om werden. De smoezen die bedacht worden door Marcus zijn echt wat een kind zou kunnen bedenken. Want natuurlijk word je vies als je draken verslaat! Dat snapt toch iedereen, waarom mama dan niet!
Kinderen zullen misschien tijdens het voorlezen zelf met hun verhalen komen over die keer dat mama boos was. Je kunt ook samen bedenken waarom je soms sorry moet zeggen.


De fraai gekleurde afbeeldingen vullen het verhaal - én de fantasie van Marcus -  prachtig aan.

Ik was al fan van Stefan Boonen maar ik ben nu, na dit boek, superfan!


ISBN 9789461319128 | Hardcover (oblong) | 36 pagina's | Uitgeverij Van Halwyck | februari 2019
Afmeting 30,7 cm breed - 23,8 cm hoog | leeftijd 4+

Dettie, 11 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

In Afrika
Ingela P Arrhenius


Of de boeken van Ingela P Arrhenius nu voor peuters of kleuters zijn, één ding staat vast, ze zijn altijd anders dan andere kinderboeken. Haar boeken hebben wel altijd dezelfde 'jaren 50-60' sfeer qua kleurstelling maar ze speelt verder steeds met de vormen en de mogelijkheden van papier of voegt er een extra materiaal aan toe.

Dit keer valt de vorm van het verder tekstloze boekje erg op. Wie zien op de hardkartonnen pagina's dieren afgebeeld die in Afrika leven, maar deze zijn niet op gewone 'vierkante' pagina's te bewonderen, nee, elke pagina heeft de vorm van het dier dat getoond wordt. 

Dus de leeuw heeft een mooi rond kopje dankzij zijn manen en hij staat voor een eveneens uitgesneden boom, waar de lange nek van de giraffe bovenuit steekt,  zebra en nijlpaard gluren met hun koppen om het hoekje van de boom.


Als je de 'pagina's' omslaat dan zie je een landschapje - ondergaande zon aan de achterkant van de leeuw met een mooi savannelandschapje mét de boom die boven de leeuw uitsteekt.  De achterkant kan ook een dier tonen. Erg leuk is de kraanvogel, die dankzij zijn eveneens lange nek mooi op de achterkant van de vorm van de giraffe past.


Door zijn stevigheid kun je het boekje ook als een soort waaier uitklappen en rechtop neerzetten op een kast of plank. Door de mooie ronde vormen kan het kind zich niet bezeren en door het gladde karton zijn de pagina's ook goed met een vochtig doekje af te nemen. Daar is allemaal duidelijk over nagedacht.
Kortom, een erg aantrekkelijk boekje voor de allerkleinsten.


ISBN 9789025770587 | Hardkarton met ronde vormen | 12 pagina's | Uitgeverij Gottmer | maart 2019 | Leeftijd 2+
Afmeting 13,3 x 16, 1 cm

© Dettie, 6 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dunya
Een hemels hondenleven
Tekst Bianca Samethini
Illustraties door Paco Vink
Monique Westenberg


‘Dag lieve Dunya.
Dank je wel voor alle mooie herinneringen.’


Eerst is er de vreugde, het leven samen met je hond, maar ieder baasje of vrouwtje weet dat er ooit een afscheid komen gaat. Een hond wordt nu eenmaal niet zo oud als een mens. En iedere hondenbezitter beseft ook dat het heel moeilijk zal zijn. De liefde die je voor het dier voelt, de liefde die dat dier voor jou voelt, het is een enorm gemis.


Dunya kwam als erg jonge pup in het leven van Monique Westenberg, ze moest nog met de fles gevoed worden. Alles ging goed, hond en baasje waren onafscheidelijk. Dan op een dag komt er een ander in het leven van het vrouwtje. Omdat het verhaal vertelt – en getekend - wordt vanuit de hond, lees en zie je dat ze erg twijfelt: wat moet ze met die indringer? Maar al snel is het gewoon, ze zijn met z’n drieën.


‘Met een beetje duwen, wat woelen, veel snurken en een heleboel liefde, past het allemaal net. En eigenlijk slaapt het wel heel lekker met z’n drieën  dicht bij elkaar.‘


Daar blijft het niet bij: er komt een andere hond in huis, en er komt een baby. Dunya bekijkt iedere nieuwkomer even met argwaan, maar went er spoedig aan, en speelt met hen alsof het nooit anders was.
Maar Dunya wordt ouder en het gaat niet meer zo soepel. Na veertien jaar is het einde daar.


Een hond die je vriend was vergeet je nooit. Monique Westenberg laat dat in haar verhaal zien. Bianca Samethini heeft het verhaal opgetekend, en Paco Vink van Anikey Studios laat in zijn illustraties de hond tot leven komen.


Het boek is bedoeld voor jonge kinderen, niet vreemd dat het er een beetje Disney-achtig uit ziet.Het is het verhaal over een hond als huisgenoot. Er komen geen nadelen aan de orde, alles loopt op roilletjes. Het enige ‘akelige’ is het onafwendbare afscheid. Om kinderen daar mee om te laten gaan, is er dus de hondenhemel. Op het einde kijkt Dunya als wolkenhond vanuit de hemel neer op de achterblijvers.


‘Zolang haar familie aan haar denkt, blijft ze toch een beetje bij ze.’


Door middel van dit boek kun je een kind helpen dat afscheid moet nemen daar mee om te gaan. Het verhaal is herkenbaar, en de hondenhemel biedt troost.
Het boek ziet er mooi uit, het verhaal is ontroerend. Na het getekende verhaal zijn er twee pagina’s met echte foto’s te zien, van Dunya als pup, over de komst van de nieuwe huisgenoten. Dat maakt het verhaal nog echter.


Een deel van opbrengst van Dunya, een hemels hondenleven gaat naar een goed doel voor dieren.


ISBN 9789048848584 | hardcover | 48 pagina's | Uitgeverij Moon | maart 2019
Leeftijd vanaf 4 jaar

© Marjo, 22 maart 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer HIER

 

Het waterschaap
illustraties John Rabou
tekst: Annelies van Uden


Wat doe je als je een schaap bent en heel graag wil zwemmen of snorkelen of bommetjes maken in de sloot? Helemaal niets! Want schapen zijn te wollig volgens de vader van Manfred het schaap. Maar Manfred wil het zo vreselijk graag dat hij op een dag toch met een grote boog het water in plonst. Hij geniet, het is geweldig... maar dat fijne gevoel is er maar héél eventjes, want Manfreds lijf wordt heel zwaar, de wol zuigt al het water op. Erger nog, hij verdrinkt bijna! Alle schapen maken gauw een bek-aan-staart-rij en zo trekken ze met zijn allen Manfred weer op het droge. Dat was dus geen goed idee van Manfred...
's Avonds ligt Manfred stiekem een beetje te huilen in zijn bed. Hij wil zo graag zwemmen. Maar hoe?


En dan op een dag ziet hij ineens iets, dát wil hij ook, dan kan hij wél zwemmen! En zo gebeurt het. Hoera! Manfred kan nu lekker samen met kikker, de vissen en de eenden heerlijk in het water de schoolslag, vlinderslag en rugslag leren. Hij kan snorkelen, duiken, met zwemvliezen trappelen enz.
Kortom, Manfred is helemaal super de super blij.

Het grappige van de paginagrote, gekleurde afbeeldingen is dat de schapen vooral gewone schapen zijn, die lekker staan te grazen langs de waterkant. Ook Manfreds ouders zien er als ze buiten zijn net zo uit als de andere schapen. Maar thuis hebben vader en moeder schaap menselijke trekjes.  We zien vader 's avonds in de grote leunstoel zitten met een knots van een horloge om zijn poot. En moeder is ijverig haar zoon droog aan het föhnen. Manfred zelf gebruikt ook mensendingen, zoals een luchtbed, een zwemvest en zwembandjes. Hij slaapt ook in een echt houten bed. Dat contrast maakt dat de acties van Manfred meer opvallen.


Het spreekwoord 'Als er één schaap over de dam is, volgen er meer' geldt deze keer niet. Manfred blijft het enige, echte, unieke bijzondere schaap tussen de schapen. Hij is een écht waterschaap!

Zie ook het inkijkexemplaar

ISBN 9789051166729 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij De Vier Windstreken | maart 2019
Afmeting 21,5 x 28,7 cm | Leeftijd 4+

© Dettie, 17 maart 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER