Nieuwe jeugdboekrecensies t/m 5 jaar

altKopje thee ?
illustraties: Margaret Anne Suggs
tekst: Eric La Branche


Mama komt thuis na een dag op kantoor.
O zo moe, dat heb ik wel door.
Dus als ik vraag: 'Ik zoek insecten, help je mee?'
zegt ze: 'Straks, lieverd, eerst een fijn kopje thee!'


Hier is een jongetje aan het woord, dat de aandacht zoekt van zijn moeder. Helaas voor hem gaat die aandacht naar de telefoon, en daarna naar de visite. Dan zoekt hij zelf die insecten maar.
Maar hij houdt het wel in de gaten: als de visite weg is, heeft hij de spullen al gepakt om te gaan tekenen. Dan hoort hij mama praten. Tegen wie heeft ze het? Hij vindt het nu wel genoeg geweest! Mama is voor hem!
Als hij papa ziet, is het weer goed natuurlijk. Kunnen ze leuk iets met z'n drieën doen!
Wat een tegenvaller is het als papa verzucht dat hij toe is aan een kopje thee.

De arme jongen:


‘Er wordt alweer niet geknutseld, maar thee gezet,
straks is de dag voorbij en moet ik naar bed.’


Gelukkig bedenkt hij iets. Iets dat heel toepasselijk is!


Eric LaBranche en Margaret Suggs maakten eerder samen het boek ‘Een chocolaatje op zak.’
Bij het bekijken van dit tweede boek valt meteen op dat niet alleen het verhaal eenzelfde insteek heeft - een kind wil de aandacht van de ouder en verzint iets grappigs om die aandacht te krijgen - ook de tekeningen zijn van dezelfde soort: zoete pastelkleuren, gedetailleerde en humoristische tekeningen. Er zijn veel dieren die in het verhaal niet voorkomen, maar het boek wel heel speciaal maken. Terwijl er thee gedronken wordt, gebeurt er van alles. Heel grappig is bijvoorbeeld wat er met de cakejes gebeurt als de twee dames druk zitten te ‘ratelen.’


Eric LaBranche schrijft gedichten en korte verhalen. Veel van die werken heeft hij inmiddels vertaald naar zijn favoriete genre: het prentenboek. Eric vertelt verhalen die lezers van alle leeftijden inspireren tot positieve gedachten en ideeën. Zijn boeken bieden lezers vaak nieuwe gezichtspunten, bij voorkeur vanuit de heerlijk onschuldige blik van kinderen. Hij is oorspronkelijk Amerikaans, maart woont in West-Ierland. Vandaar de geslaagde samenwerking met Margaret Anne Suggs, want zij is Iers.


ISBN 9789044828320 | Hardcover | 24 pagina's | Uitgeverij Clavis | februari 2017
Leeftijd vanaf 4 jaar

© Marjo, 31 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altLou viert carnaval
Kathleen Amant


We gaan carnavallen!
Papa brengt Lou naar school. Maar dat is geen klein jongetje die papa aan de hand heeft, dat is een indiaan! En in het raam achter hen zien we een clown. Maar het meest gekke is die beer op een fiets. En die zwaait naar Lou! Maar wie is dat dan?


Als ze op school aankomen blijken – natuurlijk! – alle kinderen er anders uit te zien. Toch zie je nog wel wie het zijn, al zien ze er uit als piraat, of kikker.
Lou ziet zijn vriendinnetje Anissa nergens. Daar is even wat vreemds aan de hand: de kinderen, hoe ze ook verkleed zijn, zijn allemaal herkenbaar aan hun gezicht. Alleen de beer niet. Het is dus een beetje vreemd dat Lou zich afvraagt of Anissa misschien die kikker is of dat spookje. Hij kan heel goed zien dat het Anissa niet is.  Toch gaat hij vragen aan het spookje en aan de banaan of zij Anissa zijn... Hm...


Het feest gaat beginnen, de kinderen gaan in optocht door de straten. Lou mag in de bakfiets die omgetoverd is tot praalwagen. De beer gaat ook mee, maar wie dat is, dat weet echt niemand. De beer is helemaal beer...
Wie is die beer dan? En komt Anissa nog wel meedoen met het feest?

Zoals dat hoort in een boek over carnaval zijn de kleuren sprankelend en fel. En zoals we van Kathleen Amant kennen zijn alle kindergezichtjes rond, met een grote grijns en kijken ze de lezer recht aan.


Voor in het boek staat deze tekst.
‘Het boek hoort in een boekenreeks die gemaakt is met çavaria, een koepel van meer dan 120 verenigingen die opkomt voor een brede kijk op seksuele oriëntatie, genderexpressie en genderidentiteit. Lou is het gezicht van een educatief pakket waarbij diversiteit niet als thema wordt aangekaart, maar als natuurlijk gegeven wordt gepresenteerd. Iedereen is immers anders.’


Nu is carnaval een feest dat daar bij uitstek bij past. Met carnaval wordt het geaccepteerd dat je anders bent en anders doet. Behalve dat er ook andersgetinte kinderen zijn getekend, vind je in dit boek niet veel meer terug.


Voor de jonge lezertjes is diversiteit waarschijnlijk net zo vanzelfsprekend als het in dit boek aangeboden wordt. Het is dus vooral een mooi kijkboek, een aanwijsboek, en een boek waar je als voorlezer meer over kunt vertellen dan er in de tekst staat omdat de tekeningen zoveel meer zeggen.


ISBN 9789044829945 | Hardcover | 24 pagina's | Uitgeverij Clavis | februari 2017
Leeftijd vanaf 4 jaar

© Marjo, 29 januari  2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het Zwanenmeer
Charlotte Gastaut


Als meisje van een jaar of twaalf mocht ik met mijn schoolklas naar het concertgebouw in Amsterdam, waar een film met het ballet van Het Zwanenmeer getoond werd. Of het met de legendarische Nurejev was, weet ik niet meer. Wel weet ik dat ik vanaf het eerste filmbeeld compleet ondergedompeld was in de wondere wereld van de zwanenprinses. Zij en haar hofdames waren door een verschrikkelijk tovenaar vervloekt en daardoor ging de prinses overdag als een witte zwaan door het leven. Alleen na middernacht nam zij voor een paar uur haar menselijke gedaante weer aan.


Een prins, die gevlucht was van huis omdat hij van zijn ouders te horen had gekregen dat hij de volgende dag op het hofbal zijn vrouw moet uitkiezen, ziet die nacht de zwanenprinses en is diep onder de indruk van haar schoonheid. Hij spreekt haar aan en zij vertelt haar droeve verhaal. De betovering kan alleen verbroken worden door ware liefde. De prins weet dan al dat hij de zwanenprinses als vrouw wil en niemand anders. Hij houdt nu al van haar. Hij vraagt haar naar het bal te komen zodat hij haar aan zijn ouders kan voorstellen als zijn aanstaande vrouw.

Maar natuurlijk gaat het allemaal niet zo makkelijk. De tovenaar is slim en heeft een akelig plan bedacht, maar gelukkig loopt het voor de witte zwanenprinses en haar prins goed af.


Toentertijd in het concertgebouw volgde ik ademloos het hele gebeuren. Het ballet, het verhaal, eigenlijk álles, was sprookjesachtig en maakte op mij een enorme indruk. Vooral die prinses, die was zo beeldschoon.
En nu is er dit boek dat opnieuw een enorme betovering oproept, dat komt niet zozeer door de tekst, die duidelijk en beknopt is, maar wel door de uitvoering. Het boek heeft namelijk prachtig uitgesneden illustraties die voornamelijk in het goudbeige, wit en zwart zijn uitgevoerd. Doordat ze opengewerkt zijn kun je de onderliggende pagina ook zien die het beeld aanvult, compleet maakt en diepte geeft. Het bijzonder is dat de opengewerkte afbeeldingen aan beide zijden ingekleurd zijn in verschillende kleuren waardoor dezelfde figuren een heel ander effect krijgen. de figuren doen een beetje denken aan wajangpoppen. Het is wonderschoon om te zien.


Zie ook het inkijkexemplaar om een indruk van de opengewerkte pagina's te krijgen, maar in het echt is het nog veel mooier.
Wil je het boek aanschaffen wees dan snel want het is uitgegeven in een gelimiteerde oplage! 


Charlotte Gastaut
(1974, Marseille) is afgestudeerd aan de Parijse Hogeschool voor grafische kunst (ESAG). Sinds 2001 maakt en illustreert ze boeken voor kinderen. Ze heeft een eigen stijl ontwikkeld met gebogen lijnen, een rustige duidelijke opzet en haar personen zijn vaak en profil afgebeeld.

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893) was een Russische componist, wiens muziek door zijn toenmalige landgenoten als te westers werd bestempeld. Er staan veel symfonieën, pianoconcerten, vioolconcerten en balletmuziek op zijn naam.


ISBN  9789060387917 | Hardcover 32,8 x 29,6 cm | 32 pagina's | Uitgeverij Christofoor | september 2016
Vertaald door Yvonne van der Staaij | Layout en zetwerk Jaap Verheij | Leeftijd 5 tot 100 jaar

© Dettie, 22 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Halfbakken Hendrik
Marc de Bel


Hendrik is een jonge stier die een mooi leven heeft bij bioboer Tonus. Maar in tegenstelling tot zijn stoere broers Carambo en Torro is Hendrik een dromer. Hij droomt ervan om te kunnen vliegen. Telkens weer bouwt hij een zweefvliegtuig, hij is al toe aan model HV16. De vijftien voorgaande pogingen eindigden allemaal voortijdig in de vijver. De enige die nog helemaal in zijn succes gelooft, is Troet, zijn lieve gevoelige vriendin. Ze zijn zwaar verliefd op elkaar.


Het is ook Troet die opmerkt dat boer Tonus niet meer zo vrolijk is, zelfs heel bedrukt is. Ze vraagt aan Poeze wat er aan de hand is en tot haar grote schrik hoort ze dat het niet goed gaat met de boerderij. Boer Tonus had veel tegenslag, de wortelen en aardappeloogst was mislukt, de bijen kregen een ziekte en de kaasmachine ging kapot. En nu zit boer Tonus daardoor in de financiële problemen, hij kan zijn schuld niet aflossen en moet nu waarschijnlijk de boerderij verkopen! Morris Mutz wil de boerderij al heel lang hebben om grote kippen- en koeienloodsen te plaatsen.


Alle dieren schrikken enorm, ze zijn erg gehecht aan hun vrije leventje. Vooral Troet is van slag, niet meer in haar lekker groene wei kunnen lopen, het lijkt haar verschrikkelijk. Maar wat kunnen ze doen? Ze bedenken allerlei plannen maar echt iets nuttigs verzinnen lukt niet. Gelukkig willen Jan en de Countryboys optreden in de schuur... de opbrengst gaat dan naar boer Tonus, maar dat bedrag zal niet genoeg zijn...


Hendrik is blij voor Tonus maar beseft wel dat hij nog gauw die avond in de schuur zijn nieuwste model vliegtuig moet maken, want de boer moet nu de schuur gaan opruimen. Deze keer noemt hij zijn vliegtuig Hendrikus Volarus Libellus...


Maar alles loopt heel anders dan iedereen had kunnen bedenken. Troet wordt zelfs een ster! En Hendrik? Dat verklap ik niet.


Geestig, fantasievol verhaal, dat zijdelings de bioboeren een steun in de rug geeft. Maar het zijn vooral de lieve Troet en de dromerige Hendrik die de show stelen in dit verhaal. Dankzij de steun van Troet blijft Hendrik gaan voor zijn droom. De vliegpogingen en andere zaken zijn bovendien erg grappig weergegeven op de sfeervol gekleurde en zwart-wit afbeeldingen van Jan Bosschaert.
Het is duidelijk dat de schrijver Vlaams is gezien het woordgebruik. Persoonlijk vind ik het verhaal gezien het onderwerp en de taal voor 5 jarigen wel aan de pittige kant. Zelf zou ik het voor wat oudere kinderen adviseren. Maar dat neemt niet weg dat kinderen zeker zullen genieten van dit doldwaze, redelijk spannende avontuur.


ISBN 9789461313683 | Hardcover | 116 pagina's | Van Halewyck | februari 2015
Voorlezen vanaf 5 jaar, zelf lezen vanaf ca. 9 jaar

© Dettie, 15 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Eefjes eenhoorn
Een klein meisje, haar magische vriend en een prachtig kerstfeest
Anna Currey


Eefje logeert bij opa, dat is wel leuk, toch is ze niet blij want papa is er niet. 'Hij komt, zodra hij kan,' belooft mama. Toch kan Eefje niet slapen, ze voelt zich een beetje eenzaam zo zonder vriendinnetjes in de buurt. Ze gaat voor het raam staan om naar buiten te kijken, misschien ziet ze papa aan komen lopen. Maar het is niet papa die door de sneeuw aan komt stappen, het is heel wat anders. Eefje weet niet wat ze ziet en rent naar beneden. Ze doet gauw de deur open.
'Ik heet Eefje', fluisterde Eefje.
'En hoe heet jij?'
"Florian', zei de eenhoorn.


Hij stapt naar binnen en loopt mee naar boven. In Eefjes kamer gaat hij lekker op haar bed liggen en valt gelijk in slaap.


Het grappige is dat opa en mama de volgende ochtend helemaal niet opkijken van Eefjes nieuwe vriend. Ze vinden het alleen maar leuk. Opa maakt gewoon ook een boterham voor hem.  Met zijn allen gaan ze daarna het huis versieren want het is bijna Kerstmis, maar Florian vindt zo'n kerstboom en zo'n kerstster van stro alleen maar lekker!
Maar als ze op de kerstmarkt zijn, is Florian ineens weg... waar is hij gebleven? Eefje rent in het rond en zoekt hem overal, waar is Florian?
Gelukkig vindt ze hem, bij de grote kerststal met een dak van heerlijk, geurig stro... en naast Florian staat een meisje, ze heet Sophie, en ze woont vlakbij opa!


Een lieve, warme kerstvertelling met een vleugje magie.
Zelfs de cover laat - letterlijk - zien dat het schitterend (voorlees)verhaal is.


ISBN 9789060387658 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Christofoor | november 2015
Afmeting 27,8 x 23,8 cm Vertaald door Maeike de Wolff-Russchen | leeftijd 4+

© Dettie, 23 december 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mama wist je dat?
illustraties: Nynke Mare Talsma
tekst: Carol Gordon Ekster


Het 'naar bed gaan' ritueel is begonnen, Olivier heeft zijn pyjama al aan en mama probeert hem langzamerhand onder zijn dekbed te krijgen. Maar Olivier heeft nog zoveel te ontdekken en te vertellen. Zijn kwebbel staat niet stil. Zelfs tijdens het tandenpoetsen kletst hij door, bijvoorbeeld over die haartjes in zijn neus. "Maar nu geen praatjes meer tot je in je kamer bent," zegt mama daarna, "Roep me als je klaar bent dan kom ik je instoppen."


Maar voor het zover is, moet Olivier toch eerst even onder zijn bed kijken want hij vindt de mieren die daar lopen zo leuk... En daarna is het heel moeilijk om een leuk voorleesboek te kiezen en hij had mama ook nog niets verteld over zijn zwemles en over de baby die zo huilde en Olivier heeft ook ineens héél érge dorst en wist mama dat zijn knuffelkonijn een salto kan maken?

© Nynke Mare Talsma


Mama knikt en luistert en zegt "En nu hup je bed in," maar Olivier is nog láng niet klaar met praten, totdat hij ineens heel erg moe is.
Mama is heel lief tegen Olivier, we zien haar ook gezellig bij Olivier in bed een boek voorlezen, ze lacht en applaudiseert voor zijn koprol. Mama heeft het geduld van een engel maar weet hem toch uiteindelijk liefdevol zijn bed in te krijgen. Mama knuffelt hem nog even, geeft een kusje en stopt hem toe en eindelijk kan ze de deur van zijn kamertje dichtdoen.
Mama is ineens ook heel moe...


Nynke Mare Talsma heeft er kleurige afbeeldingen bij gemaakt zodat we de vrolijke kwebbel Olivier zien spelen, praten, boeken zoeken, kopje duikelen, enz.. Het knuffelkonijn doet natuurlijk gezellig mee met alles.

Heel leuk en herkenbaar voorleesverhaal over een kind dat er alles aan doet om het moment van slapen gaan uit te stellen.


ISBN 9789044828573 | Hardcover | 27 pagina's | Uitgeverij Clavis | december 2016
Vertaald door Clavis uitgeverij | Afmeting 26,6 x 25,6 cm | Leeftijd 4+

© Dettie, 31 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSamen sterk
Illustraties: Ina Hallemans
Tekst: Inne Vanden Wijngaert


Konijn leidt een rustig leventje: een beetje tuinieren, op tijd wat lekkere klaver eten en dutjes doen in haar knusse holletje onder de grond. Zo moet het maar altijd blijven, vindt zij. Maar op een dag komt zij een haas tegen. En die blijkt nog vlakbij te wonen ook. ‘Kun jij niet ergens anders gaan wonen? Dit hier in mijn plekje!’ roept Konijn. Als Haas wegspringt, denkt ze: ziezo, die is weg…


Maar als dan haar moestuintje vernield blijkt en al haar klavertjes opgegeten zijn, is ze erg boos op Haas. Want natuurlijk is dat de schuldige! Wie anders? Konijn gaat verhaal halen, en treft Haas aan, lekker slapend bij zijn hol.


Wat is Konijn boos! Ze gaat flink te keer! Maar Haas is ook boos op Konijn omdat ze zijn hol heeft vies gemaakt.  Maar dat heeft Konijn niet gedaan! Heeft Haas het tuintje dan wel vernield? Als de dag komt dat ze – ongewild - bij elkaar in de buurt zijn en ineens aangevallen worden, weten ze dat er iemand anders is die om de een of andere reden kattenkwaad uithaalt.


Hoewel... dit is geen plagerij meer! Wie doet er nu zulke dingen! Konijn en Haas, allebei de dupe, gaan nu samen op zoek…
Samen zijn ze sterk. En als ze hulp vragen aan nog andere dieren die in het bos wonen, helpen die graag mee. Waar eerst onenigheid was, groeit nu vriendschap. Zo zie je maar: je moet niet zo snel oordelen, en de ander de kans geven.


Ik begrijp dat Konijn wat meer kleur moet hebben om er anders uit te zien dan haas, maar toch, een wild konijn en dan wit met wat bruine vlekken?
En een haas woont doorgaans niet in een hol. Nou ja, het is en blijft een verhaal voor jonge kinderen, en die zullen zich daar niet druk over maken, dat doet alleen degene die voorleest (en die dit opmerkt).
Het is een leuk – stichtelijk – verhaaltje, met hele leuke illustraties. Er is veel te zien voor een kind, dat kan zoeken, tellen, zien hoe emoties er uit zien en er dus veel kijkplezier aan hebben.


Zie ook het inkijkexemplaar


Ina Hallemans is een bekende naam, zij heeft al meer geïllustreerd. Van Inne Vanden Wijngaert lijkt dit een debuut.


ISBN 9789044829617 | Hardcover | 24 pagina's | Uitgeverij Clavis | februari 2017
illustraties van Ina Hallemans | Leeftijd vanaf 5 jaar

© Marjo, 26 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe voorleestrein
Illustraties: Eefje Kuijl
tekst: Marianne Busser & Ron Schröder


Welkom in de voorleestrein wie reist er met ons mee?
iemand leest een versje voor in iedere coupé
de bakker en de brandweerman en zelfs de koningin
die stappen met dit voorleesboek ons leuke treintje in

Speciaal voor de Nationale Voorleesdagen van 25 februari t/m 4 maart 2017: vrolijke versjes en tegelijkertijd de verschillende beroepen leren.


Terwijl kinderen voorgelezen worden, kunnen ze de leuke afbeeldingen bekijken. Steeds wordt een persoon voorgesteld met zijn of haar beroep – bijvoorbeeld de bakker, de brandweerman, de dierenoppasser, de kapster – en zij dragen allemaal een versje voor, dat past bij hun beroep.
De bakker heeft het over koekjes, de dierenoppasser over verschillende dieren en de kapster: ha, zij heeft een versje over een tuinman! Maar die doet volgens het versje hetzelfde als de kapster: hij knipt de heg, borstelt het pad, wast het gras! Heel grappig!


Zo zitten er in de versjes ook leerzame elementen verstopt, die door de volwassen voorlezer aangegrepen kunnen worden om de kinderen iets meer te leren. Er is bijvoorbeeld ook een slager, die een versje heeft over wat dieren later willen worden. Dan wil de poes muizenvanger worden, en de koe een melkkoe, maar het arme varken, zijn toekomst is niet zo rooskleurig. En natuurlijk is er een konijntje! Die zit in het versje van de verpleegster.


Een konijntje dat ook nog dokter was hield vaak spreekuur op het gras
hij zorgde voor de anderen en hupte vrolijk rond
En zieke dieren maakte hij al snel weer kerngezond
want als het met wat slaap en met wat wortels niet wou lukken
begon hij snel voor de patiënt wat pilletjes te drukken!


Het zijn allemaal reuze leuke versjes, die uitnodigen tot speelse leermomenten, verteld in een raamvertelling, want het is de conducteur – ook een beroep – die van coupé naar coupé loopt en om versjes vraagt.


Voor zover ik weet is dit de eerste keer dat Eefje Kuijl en het echtpaar Busser samenwerken. Wat mij betreft mag het vaker gebeuren, ik vind haar tekeningen prima passen bij de tekst, en ze zijn zeer geschikt voor de doelgroep. Grappige, kinderlijke tekeningen met veel details, zodat kinderen genoeg te bekijken hebben terwijl ze luisteren.


ISBN 9789048837496 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Moon | januari 2017
  Leeftijd tot 6 jaar

© Marjo, 15 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Flamingo!
illustraties: Marije Tolman
tekst: Kim Crabeels


De titelpagina spat ons tegemoet. We zien namelijk een knalroze ei. Dat moet het ei van Flamingo zijn.
Op de volgende twee bladzijden zien we op de linkerpagina de Flamingo overal lopen, hij ontmoet zo te zien een reiger, een dodo en een pinguïn Maar loopt hij wel? Waarom zien we steeds één pootje apart afgebeeld? Ook op de rechterpagina zien we Flamingo, hij ziet er verdrietig uit en staat ook daar op één poot. Hij heeft er namelijk maar één.


Voorzichtig gluurt Flamingo door zijn veren.
De poot is weg, nooit meer gezien.


Dat was niet altijd zo. Flamingo was ooit sneller dan snel. Zijn nestkast zit vol met prijzen. Hij kon fantastisch snelvliegen en won de 100 meter steltlopen en werd zelfs trekvogelkampioen. Maar toen werd alles anders...

We zien de fleurige roze vogel veranderen in een verscheurde vogel. Hij voelt zich zo grijs als krantenpapier. Onze supersnelle vogel was namelijk uit de lucht gevallen 'en zijn poot viel niet te fiksen'. Maar ondanks zijn verdriet om zijn verloren poot kan hij soms toch nog wel lachen, tot opluchting van Duizendpoot. 'Dan is er nog hoop', zegt hij. En uitgerekend dit diertje met al die pootjes helpt Flamingo. Stapje voor stapje, voetje voor voetje, zullen we verder gaan... zegt hij ontactisch tegen Flamingo. 'Ik doe het zelf wel!' roept Flamingo en zo gebeurt het.


'Wie is dat?' willen Reiger en Pinguïn weten.
'Dat is Flamingo',  lacht Duizendpoot.
'Dat kan niet', zegt Pinguïn. Reiger knikt:
'Die mist een poot.'


Maar wat ze zien is wél Flamingo. Hij is niet meer verdrietig, dankzij hulp van zijn vriend Duizendpoot heeft hij de moed weer bij elkaar geraapt en gaat ervoor. Alle vogels zwaaien en juichen: Flamingo! Go! Go!


Het verhaal is gebaseerd op het leven van Marc Herremans, de succesvolle Belgische trialeet die na een ongeluk niet meer kon lopen, hij kreeg de diagnose, complete dwarsleasie van borst tot tenen. Maar voor zijn ongeluk wilde hij de triatlon, Ironman van Hawaii winnen en de  Crocodile Trophy rijden, een 1400 km lange loodzware mountainbike wedstrijd. En na het ongeluk wilde hij dat nog steeds en dankzij hulp van vrienden en familie, veel doorzettingsvermogen en de moed niet op te geven lukte hem dat!


Ook in dit boek draait het om positief blijven ondanks flinke tegenslag en hoe belangrijk liefde en steun van vrienden is. En dat is uitstekend verwoord en in beeld gebracht door Kim Crabeels en Marije Tolman.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789401437851 | Hardcover | 32 pagina's | Lannoo | 11 oktober 2016
Afmeting 30,5 x 19,5 cm | Leeftijd 5+

© Dettie, 26 december 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een stipje in de sneeuw
illustraties: Fiona Woodcock
tekst: Corinne Averiss


Miki, de kleine ijsbeer, wil lekker spelen in de zachte sneeuw, maar mama denkt er anders over, zij wil vissen op het ijs. Daar heeft Miki niet zoveel zin in, bovendien vindt hij dat duiken nog een beetje eng.  Miki rent gauw weg, heerlijk de sneeuwberg op. Na een tijdje ziet hij een rood stipje. Dat is spannend! Hij rent er naartoe. Het Stipje zwaait met een pootje. Het Stipje ruikt heel lief en gelukkig wil het Stipje met hem spelen. Ze rollen door de sneeuw en glijden samen heerlijk de berg af. Maar opeens is één pootje niet meer rood van het Stipje. Het rode ding wat om haar pootje zat is in het water gevallen... het Stipje is er helemaal verdrietig van.

We zien de dappere Miki het water in duiken en lang achter het rode ding aan zwemmen totdat hij hem te pakken heeft. Het Stipje is gelukkig gelijk weer  vrolijk. Miki leert het Stipje gelijk maar hoe ze van ijsschots naar ijsschots kan springen.
Samen klimmen ze de daarna de sneeuwberg weer op en daar zien ze nog een rood Stipje. Het is een mamastipje! De stipjes zijn blij dat ze elkaar weer gevonden hebben. Maar waar is de mama van Miki gebleven? Hij gaat haar gauw zoeken want zijn pootjes zijn ondertussen wel heel erg moe...

Op de afbeeldingen zien we wat het Stipje is. Maar het leuke is dat het verhaal vanuit de ogen van het ijsbeertje verteld wordt. Hij weet natuurlijk niet dat een Stipje met vier 'poten' een mensenmeisje is. Ze hebben dikke pret met zijn tweeën en omdat hij zijn vriendinnetje wilde helpen, is Miki toch maar mooi de zee in gedoken! Hij vond het fijn dat hij het meisje blij kon maken en daar draait dit hele verhaaltje om, om vriendschap gemengd met een beetje moed .


Fiona Woodcock heeft de winterse Poolsfeer prachtig weten weer te geven. De sneeuw dwarrelt bijna van de bladzijden af. Ondanks het ijzige weer is het een heel warm verhaal geworden en dat op de Noordpool!

ISBN 9789044828399 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Clavis | augustus 2016
Afmeting 27,7 x 23,8 cm | Vertaald door Clavis uitgeverij |  Leeftijd 4+

Dettie, 22 december 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER