Nieuwe jeugdboekrecensies t/m 5 jaar

Uppie en het nieuwe schooljaar
Hilde Schuurmans


Uppie is een hooggevoelig kind en als het nieuwe schooljaar aanbreekt en hij voor het eerst naar zijn nieuwe klas mag dan kriebelt het, zoals bij zoveel kinderen, in zijn buik. Het is ook zo heerlijk spannend allemaal. Hij kan haast niet wachten tot het zover is. Eindelijk is de dag aangebroken en om zes uur 's ochtends zit hij al helemaal aangekleed aan tafel. Hij heeft er zin in.

Op school is het allemaal een beetje anders. Uppie krijgt een nieuwe juf. De klas is geschilderd, er zijn nieuwe speeltoestellen... Het is een beetje overweldigend maar Uppie vindt het leuk en mooi en is blij als hij zijn vriendjes ziet. Er is wel veel lawaai en Uppie zou best wel even in zijn uppie bij de school willen staan, dan is het tenminste stil.

Ook in de klas ziet alles er anders uit, er zijn nieuwe boeken en andere posters en een nieuwe klaspop. Uppie moet erg wennen. Het zijn wel heel veel nieuwe dingen.  Gelukkig is zijn nieuwe juf heel lief en ze ruikt zo lekker...  Maar de dag is nog lang niet om.

Duidelijk wordt dat het Uppie, als hoogsensitief kind, gewoon even allemaal teveel is. Hij krijgt in de loop van de dag veel te veel indrukken tegelijk en wil in de pauze dan ook weg, even niets, en doet dat ook! Tot schrik van de juf. Gelukkig begrijpt ze later wel wat er aan de hand is en zorgt ze ervoor dat Uppie voortaan, als het nodig is, zijn eigen rustige, stille plek kan opzoeken.

Hilde Schuurmans is zelf hooggevoelig en heeft met dit leuke verhaaltje heel goed aangegeven hoe alles voelt voor een kind dat hooggevoelig is.
Aan de linkerkant zien en lezen we hoe de dag werkelijk verloopt en aan de rechterkant wordt uitgebeeld en in versvorm vertelt hoe Uppie alles ervaart.  Heel verhelderend om te lezen. Het verhaal kweekt daardoor begrip voor hoogsensitieve kinderen.


Achterin het boek wordt nog verteld dat hooggevoelig zijn heel fijn is, je voelt, ziet, ruikt en proeft meer dan iemand anders, maar daardoor zijn er soms teveel prikkels en heb je even een stille plek nodig. Dat is niet erg, als je maar weet dat je gewoon even tijd nodig hebt om alle indrukken te verwerken, dan is er verder niets aan de hand.
Er staan ook 'tips om weer tot rust te komen' en leuke versjes bij.


ISBN 9789044827811 | Hardcover | 27 pagina's | Nur 273 | Uitgeverij Clavis | juni 2016
Afmeting 26,9 x 25,7 cm | Leeftijd 4+

© Dettie, 8 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wat ging ik ook alweer doen?
Jarvis


Bompa, de grote blauwe olifant, weet dat hij iets ging doen, maar wat ook alweer? Het akelige aapje weet het wel. 'Je ging ondersteboven op een eenwieler rijden' zegt hij met een onschuldige snoet. 'O ja...' zegt Bompa, 'dat was het. Nu weet ik het weer.' En zo zien we op de volgende pagina Bompa op zijn kop, op één poot balancerend, druk bezig met proberen zijn evenwicht te bewaren op de eenwieler. Het aapje lacht zich rot.


Als Bompa daarna van het fietsje valt, roept hij 'Wat ben ik aan het doen?' En opnieuw geeft het pesterige rode aapje antwoord. 'Volgens mij zei je dat je water uit het moeras ging drinken.'
'O ja... Ik heb dorst! Nu weet ik het weer.' roept Bompa en hup daar gaat hij weer, naar het stinkende moeras. Het water smaakt natuurlijk afschuwelijk vies. 'Gatverdarrie, wat ben ik aan het doen? roept Bompa weer.
Het aapje weet het wel, hij stuurt opa weer verder en moet aldoor vreselijk lachen omdat Bompa precies doet wat hij zegt.


Arme Bompa, zo worstelt hij dankzij het aapje met een neushoorn, krijgt hij een haai achter zich aan, moet hij een jurk aan enz. En het aapje maar lachen... maar ineens weet Bompa weer wat hij ging doen! En dan lacht het aapje niet meer zo hard maar Bompa wél!


Met dit verhaal kun je verschillende kanten op. Je kunt dankzij dit boek aan kinderen duidelijk maken dat oudere mensen (Bompa is Vlaams voor opa) vergeetachtig kunnen worden en soms niet meer zo goed weten wat ze gingen doen.
Maar het is natuurlijk ook een boek over pesten. Het aapje maakt flink misbruik van Bompa's vergeetachtigheid en vermaakt zichzelf kostelijk door Bompa allemaal rare of gevaarlijke dingen te laten doen. Ouders of leerkrachten kunnen ook hier op doorgaan.


Ondanks het klierige karaktertje van het aapje is het geheel wel heel aantrekkelijk gebracht. Jarvis heeft een heel vlotte, speelse, humoristische stijl van illustreren en gebruikt heldere aansprekende kleuren. De snuiten van de olifant en het aapje spreken boekdelen.
De tekst is duidelijk afgedrukt. Bompa heeft een eigen tekstkleur gekregen zodat duidelijk is wanneer hij wat zegt en wanneer het aapje aan het woord is.  En op het eind moet je stiekem ook wel lachen om de olifant die eindelijk het akelige aapje te grazen neemt. Net goed, denk je dan!

Grappig is dat op de laatste pagina gemeld wordt dat 'tijdens het maken van het boek geen apen of olifanten gewond zijn geraakt'. Toch fijn om te weten...


ISBN 9789047708100 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | 1 juni 2016
Afmeting: 26,4 x 25,9 cm | Vertaald door Jesse Goossens | Leeftijd 4+

© Dettie, 7 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER!

 

De Beestjesboom
Een flapjesboek vol beestjes
Sebastien Braun


Op de voorkant van dit boekje zien we Max de Mier met zijn rugzakje om en brilletje op voor de deur van de Beestjesboom staan. Dat is een grote boomstam die op de grond ligt. Aan de zijkant is de hoofdingang.


Max wil bij zijn oma op bezoek maar kent de weg in de Beestjesboom nog niet zo goed.
'Jouw oma woont in de Sprinkhaanlaan', vertelt de man van de receptie. 'Je moet door die deur, waar die bij met het gele strikje staat.' Maar die meneer is een beetje in de war want Max ziet geen bij met een geel strikje. Hij ziet wel een rode, een gele en een blauwe deur. Bij een daarvan staat een diertje met een geel strikje maar dat is geen bij. Bij de andere vliegt een bij maar die heeft een rood strikje. Welke deur is nou de goede? Dat moet Max dan maar uitproberen.


Gelukkig vindt max de goede deur en zo belandt hij in een winkelstraat, daar vertelt de fruitkrekel welke weg hij moet volgen... Ook hier zijn weer drie deuren waarachter je kunt kijken. Een van die deuren geeft toegang tot de volgende bladzijde. En zo gaat het door. Hij moet een slakkenspoor volgen, door een spinnenwebdoolhof zijn weg zoeken.
Hij loopt door een gezellig restaurant, een heel grote beestjesbibliotheek met allemaal laden en geheime hoekjes én de deur die naar de volgende pagina gaat.  Hij loopt door een geheime ruimte, door het doolhof en eindelijk, na al dat lopen, komt hij in de Sprinkhaanlaan... Maar welke deur moet hij nou hebben? Waar woont oma?
Het eind van het verhaaltje heeft nog een vrolijke, onverwachte wending.

Voor kinderen zijn al die deurtjes waarachter je kunt kijken, natuurlijk geweldig en voor volwassenen eigenlijk ook, want wat je achter de deuren ziet is vaak erg humoristisch. Achter een deurtje zien bijvoorbeeld een wc-pot, waarop een verbaasd beestje net lekker de krant zit te lezen. Achter een ander deurtje zien we mierenkinderen in hun stapelbed en in een paskamer staat een geschrokken mierenmeisje, ze is zich net aan het omkleden!
Maar ook de afbeeldingen naast en boven de deuren zijn leuk. In de winkelstraat zien we een duizendpoot schoenen passen. Om hem heen staan dozen die vol zitten met dezelfde schoenen... In de bibliotheek vormen boekenwormen de glijbanen om van boven naar beneden te komen. En zo zitten in elke afbeelding wel kleine grapjes verstopt.
De tekst is kort en soms in tekstballonnetjes weergeven. De letters zijn goed leesbaar afgedrukt.

Het is een boekje van hardkarton, deze keer niet met ronde hoeken maar de hele rechterzijkant is rond net als de Beestjesboom zelf. De flapjes zijn van stevig papier gemaakt en vormen een mooi geheel met de afbeelding. Je moet telkens even goed kijken waar een flapje kan zitten en dat is prettig spannend om te zoeken.
Een gezellig, vlot boekje dat de kleine 'lezer' actief betrekt bij het verhaal.


ISBN 9789025762292 | Hardcover | 16 pagina's | NUR 271 | Uitgeverij Gottmer | april 2016
Afmeting: 20,8 x 17,4 cm | Leeftijd: 2+

© Dettie, 30 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Jij tussen vele anderen
illustraties: Merel Eyckerman
tekst: Siska Goeminne


Over de wereld krioelen
zevenduizend miljoen honderd mensen
als miertjes in het gras.
Ze lopen, ze zitten, denken na, springen op.
Ze rennen van hier naar daar en weer terug.

Sommigen weten heel goed waarom ze rennen
en waarheen. Anderen hebben geen idee,
of lopen zo maar mee.


Zo begint dit mooie boek over mensen. Mensen in soorten en maten, mensen in allerlei kleuren, in allerlei huizen. Vrolijke mensen, angstige en stoere mensen. Jonge en oude mensen.
We lezen waar al deze mensen wonen, de een in een hoge toren in de stad, de ander in een huisje op een veld. Sommigen wonen in een boot of een tent. Ze wonen op een berg of in een woestijn, op ijskoude plekken of heel warme plekken.

Wat doen al die mensen? Hoe zien ze eruit? In het boek wordt ons daarover onder andere verteld.


"Mensen hebben rare dingen aan hun lijf:
een putje in hun buik, lelletjes aan hun oren,
bruine stipjes op hun neus. [...]
Ze hebben ook een hoofd. Daar denken ze soms mee."


"Je kunt mensen mengen,
en dan krijg je nieuwe mensen,
in andere kleuren en andere vormen."


Overal zijn mensen, de een is vrolijk, de ander somber, de een gelooft in een God of in niets. Er zijn mensen die graag lezen, er zijn mensen die graag alleen zijn, er zijn mensen die graag veel mensen om zich heen hebben, er zijn lieve, norse, koppige, slimme, grappige en enge mensen.


Kortom er zijn miljoenen mensen... maar er is er niet een zoals jij!


Dit alles, en nog veel meer, wordt ons in dit boek gezegd en getoond. Het is alsof aan een buitenstaander verteld wordt wat een mens eigenlijk is en hoe bijzonder die mens is. Op de paginagrote afbeeldingen zien we allerlei mensen, in al hun enorme variëteit, met en in al hun verschillende kleding, gedrag, houding, geloof, gewoontes, en gebaren. Het is prachtig weergegeven in . Elke afbeelding heeft veel te bieden waardoor je er met kinderen uitstekend over kunt praten. Maar wat het boek vooral aangeeft, is hoe uniek en bijzonder elk persoon is, en dat is een mooie les om te leren.


Zie ook het inkijkexemplaar


Siska Goeminne is opgegroeid in Deinze en woont in Kessel-Lo. Ze studeerde Germaanse talen en Kunst- en cultuurbeleid. Ze is fulltime jeugdauteur, vertaler en redacteur. Ze schrijft boeken voor heel jonge en iets oudere kinderen en tieners. Haar vertaling van Sneeuw! kreeg een Zilveren Griffel. Het Fantastische verhaal van Ferre en Frie stond op de longlist van de Gouden Uil en de Boekenleeuw. 


Merel Eyckerman is opgegroeid in Turnhout en woont nu in Bevel. Ze studeerde Illustratie in Hasselt. Ze is sinds 2003 illustrator en archeologisch tekenaar. Ze heeft al een dertigtal kinderboeken geïllustreerd, waaronder kartonboeken, prentenboeken en eerste lezers. Merels boeken zijn vertaald in het Frans, Engels, Russisch, Hongaars, Spaans en Koreaans.


ISBN 9789462910713 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij De Eenhoorn |
Afmeting: 30,5 x 21,7 cm | Leeftijd: 5+

© Dettie, 29 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Leren is leuk!
illustraties: Eve Tharlet
tekst: Brigitte Weniger


Iedere avond leest Micha Muis zijn vrienden een verhaaltje voor.
Als hij deze keer het boek dichtklapt, zucht Maaike Mol: 'Ik wil ook zo goed kunnen lezen als jij.'
'Dan moet je dat leren,' zegt Sam Slaapmuis.
Maar Erik Egel roept : 'Waar dan? Wij hebben hier in het bos toch geen school!'


En daarmee begint dit verhaal. Want als er geen school is hoe kunnen de dieren dan bijvoorbeeld leren lezen en schrijven?

De dieren besluiten een bosschool op te richten en slepen tafels en stoeltjes naar hun bosklas. Al snel komen ze erachter dat iedereen wel een talent heeft. Maarten Merel is heel handig en kan prachtig zingen dus hij wordt hun zang- en handvaardigheidsleraar. Sam Slaapmuis is heel lenig en wordt de gymleraar. Maaike Mol kan heel goed horen, ruiken en voelen en zo komt het dat zij voortaan zintuigenles geeft.
De dieren genieten enorm van alle lessen en leren heel veel.


De enige die een beetje sipjes kijkt is Erik Egel. Wat kan hij nou eigenlijk? Waarin kan hij nou les geven? Gelukkig komt hij er achter als hij met zijn stekels een vos weet te verjagen. Hij kan iedereen leren hoe ze zich moeten beschermen!
En zo leren alle dieren elke dag weer nieuwe dingen van elkaar! Zo is leren heel leuk!


De tekst in het boek is in duidelijke letters afgedrukt en bestaat - voor een kinderboek -  uit vrij lange zinnen maar de taal is helder en goed te begrijpen.

Bij het verhaal staan afbeeldingen van Eve Tharlet, die al vele kinderboeken geïllustreerd heeft. Ze stopt veel humor en fantasie in haar prenten. We zien bijvoorbeeld de kikker met een stel stenen op zijn hoofd sjouwen, later blijken dat de stoelen in de klas te zijn. De tafels zijn ronde plakjes hout en de kok gebruikt een enorme bril om zijn gerechten door de zon warm te laten maken. En zo zijn er allemaal kleine grapjes in de afbeeldingen verborgen.

Dit verhaal laat zien dat elk dier (of mens) zijn eigen unieke talenten heeft maar het is bovenal een erg leuk verhaal dat je met een glimlach uitleest.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN  9789051165104 | Hardcover | NUR 273-274 | 32 pagina's | Uitgeverij De Vier Windstreken | februari 2016
Vertaald door Merel de Vink | Leeftijd 4 jaar en ouder

© Dettie, 27 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altLeren is leuk!
illustraties: Eve Tharlet
tekst: Brigitte Weniger


Het werkt aanstekelijk: Micha Muis kan al lezen en leest iedere avond voor aan zijn vrienden. Dan willen zij het ook leren!
Micha is niet te beroerd, maar - roept Erik - wij hebben hier in het bos helemaal geen school!
Dat hoeft ook niet zegt Micha: om te leren hoef je alleen maar een leraar te hebben. Nou, dat wil Micha wel zijn. En niet alleen Micha! Het grappige is namelijk dat ieder dier een bepaald talent heeft, en dat kunnen ze elkaar allemaal leren.


Maarten Merel kan les geven in zingen, of in handvaardigheid, want hij weet hoe hij van rietstengels papier kan maken. Handig als je wil leren schrijven. Sam Slaapmuis blijkt bereid te zijn om gymles te geven, dan kunnen ze na een les lang stilzitten ook even rondhupsen en springen. Maaike Mol is nagenoeg blind en kan heel goed ruiken, horen en zien. Ze wil de anderen wel laten zien hoe dat moet. En zo ontstaat er een heel bijzondere bosschool, en ontdekken de dieren hoe leuk het is om dingen te leren!
En ook leren ze hoe handig het is om een egel als vriend te hebben. Want als een vos in hun territorium komt, is Erik Egel degene die kan helpen. En wat kan Kasper de Kikker dan?


Natuurlijk heeft een boek als dit een duidelijke boodschap. Een boodschap waar kinderen misschien wel helemaal geen zin in hebben. Maar gelukkig is het een prachtig getekend boek. De tekeningen van Eve Tharlet hebben iets romantisch, met warme ietwat wazige kleuren. Er zijn heel veel grappige details: Erik Egel met een muts op die gevouwen is van een krant en Maarten Merel die vliegt op een vliegtuigje van papier. Het avontuur met de vos is heel beeldend getekend.


Zie ook het inkijkexemplaar


Brigitte Weninger (Kufstein, 1960) is een Oostenrijks schrijfster met vele kinderboeken op haar naam.


ISBN  9789051165104 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij De Vier Windstreken | februari 2016
Vertaald uit het Duits door Merel de Vink  | Leeftijd vanaf 4 jaar


© Marjo, 25 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De grote oma-talentenshow
illustraties: Semur Isik
tekst: Anne Sawan


Soms kan de juf op school iets heel lastigs aankondigen. Want een talentenshow waarbij opa's of oma's hun talent kunnen laten zien, ziet Jeremy niet zitten. Zijn oma heeft namelijk nergens echt talent voor! 
Bij elk talent wat de kinderen uit zijn klas opnoemen, weet hij dat zijn oma dat ook wel kan, als ze haar best doet, maar echt goed is ze er niet in. Ze kan best op een verzwikte enkel ijszakjes leggen maar geen been spalken zoals de oma van Stella, ze kan heel goed muren schilderen maar geen schilderij maken zoals de opa van Theo. Ze kan prima bakken maar een keukenprinses is ze ook al niet.
Alle kinderen weten wel een talent van hun opa of oma te noemen behalve Jeremy, hij weet niets...

Thuis vraagt hij maar aan zijn oma of ze ergens echt goed in is, ze bedenken van alles maar nee...


Oma schudde haar hoofd
en staarde naar de de vloer.
'Ik weet het niet,' zei ze zacht.

Jeremy werd er triest van. Hij wist gewoon
dat zijn oma iets bijzonders kon... Maar wat?


En ineens, als ze gewoon samen aan het spelen zijn, weten ze waar oma heel goed in is!


Het verhaal heeft de internationale kinderverhalenwedstrijd 2014 van Inclusive Works, Kazdu en Clavis Uitgeverij gewonnen.  Inclusive Works spant zich in voor een samenleving waaraan iedereen op gelijke voet kan en wil deelnemen. Het thema van de wedstrijd was ‘Opa, oma en ik in de multiculturele samenleving'. Het verhaal zelf heeft echter niets met een dergelijke samenleving te maken en ook de afbeeldingen associeer je niet direct met dit thema - In de klas van Jeremy zie je één gekleurd meisje -.


Verder is het op zich wel een aardig verhaaltje, het is natuurlijk grappig al die opa's en oma's die iets bijzonders kunnen, van balletdansen tot dieren van ballonnen maken, maar het verhaal springt er niet uit. Ook het talent van Jeremy's oma is apart maar erg spectaculair is het niet, ik vraag me af of kinderen van vier het talent van oma überhaupt zal aanspreken. Maar wie weet vinden zij het een geweldig en superleuk boek om te zien en voorgelezen te krijgen. Dat zou ook zomaar kunnen.

Het boek levert overigens wel een mooie aanleiding om te praten over eventuele talenten van de kinderen zelf of die van hun ouders of grootouders. Daar is het uitstekend geschikt voor.


ISBN 9789044826937 | Hardcover | Nur 273 | 25 pagina's | Uitgeverij Clavis | juni 2016
Originele titel What Can Your Grandma Do? Geen vertaler vermeld | Afmeting: 26,9 x 25,7 cm | Leeftijd 4+

© Dettie, 8 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het Wonderbaarlijke Paardje
illustraties: Quentin Blake
tekst: John Yeoman


Omdat de tweeling Vicky en Bertje elke dag zo'n eind naar school moeten lopen besluit hun vader, boer Knappert, dat de kinderen een eigen paard moeten hebben. Hij geeft zijn kinderen die zaterdag 2 goudstukken mee, meer geld is er niet. En daar gaan ze...


Het is druk op de paardenveiling, maar uiteindelijk blijft er een klein paardje over, wit met grote zwarte vlekken. 'Dit is een bijzonder beest,' zegt de veilingmeester. 'Het is, eh... echt een Wonderbaarlijk Paardje.'
En dat is het! Het grappige beestje is eigenlijk te klein voor Vicky en Bertje maar trippelt gewoon mee naar school. Hij is heel slim en kan al snel rekenen en woordjes spellen - hij wijst de juiste letterkaarten aan - en is zelfs heel maatgevoelig bij het dansen. Kortom, het is echt een Wonderbaarlijk Paardje.

Maar dan slaat het noodlot toe, de oogst is helemaal mislukt, en daardoor is er nauwelijks geld meer. Boer Knappert moet veel van zijn dieren verkopen. Vicky en Bertje smeken hun vader om hun Wonderbaarlijke Paardje niet te verkopen. Ze vragen of ze met hem naar Londen mogen gaan want ze weten zeker dat hun paardje uniek is. Dankzij de wonderbaarlijke gaven van het diertje kunnen ze vast geld verdienen. Uiteindelijk mogen de kinderen vertrekken. Juf Nuttig geeft hen nog het adres van meneer Prummel, een theaterdirecteur, mee.

Gelukkig is het optreden van het Wonderbaarlijke Paardje gelijk een succes, uiteindelijk treden ze zelfs op voor de koningin! Vicky, Bertje en het Wonderbaarlijke Paardje hebben de tijd van hun leven. En zo komt het dat meneer en mevrouw Knappert uit de zorgen raakten en hun boerderij weer helemaal opbloeide!

Het is echt een sprookje zoals een sprookje moet zijn. Eerst is er tegenspoed maar uiteindelijk komt alles toch weer helemaal goed.
Wat het verhaal extra aantrekkelijk maakt zijn de veelal paginagrote, humoristische illustraties van de bekende Quentin Blake die ook de boeken van Roald Dahl van illustraties voorzag. Je herkent zijn stijl onmiddellijk. Zoals altijd bij Quentin Blake straalt de verwondering en het plezier in alles van de  afbeeldingen af. Zelfs chagrijnige of wanhopige mensen zijn nog leuk, bijna vrolijk, om te zien.  Dat is ook de kracht van Quentin Blake, hij weet van het gewone iets bijzonders te maken.

Het boek doet qua uiterlijk denken aan een stripboek, het heeft namelijk dezelfde afmeting en dikte en ook de flexibele kartonnen kaft is net als bij een stripboek voorzien van een glanzende afbeelding.  Er zijn echter geen tekstballonen in het boek gebruikt maar gewone tekst die in een flinke,  duidelijke letter is afgedrukt.
Het voordeel is dat de prijs van het boek ook die van een gemiddeld stripboek is. Voor dat bedrag heb je een erg leuk en aantrekkelijk verhaal - getekend door Quentin Blake himself - waar kinderen enorm van zullen genieten.


ISBN 9789030501718 | Paperback | 32 pagina's | NUR 273 | Uitgeverij Meis & Maas | 23 juni 2016
Formaat 21,5 x 28 cm | Vertaald door Lidewij van den Berg | Leeftijd 4+

© Dettie, 3 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Agent en Boef en de gladde grapjes
Illustraties: Kees de Boer
tekst: Tjibbe Veldkamp


Boef zit in bad en zegt dat de zeep op is. Agent brengt nieuwe zeep, maar glijdt uit over zeep die Boef op de vloer heeft gesmeerd. Boef ontsnapt en steelt veel zeep. Hij is makkelijk te volgen, door alle uitglijdende mensen.
Agent bedenkt een plan. Hij zet allemaal dozen met zeep op een plein, om Boef te lokken. Rond de dozen smeert Agent zeep. Maar Boef doorziet zijn plan! Zal Boef ontkomen?


Kinderen zullen schateren om wat Agent op de eerste pagina opzuigt met de stofzuiger, om alle vallende mensen in het boek en om Boef die slechts in een handdoek rondloopt. Ook de naam van de drumband die omvalt, “De lellebellen”, is zeer toepasselijk.


In verhouding staat er weinig tekst bij de paginagrote illustraties. Die zijn vrolijk, grappig en zeer kleurrijk. Daarnaast hebben ze heel leuke details. Hierdoor is dit boek niet alleen een voorleesboek, maar ook een aanwijs- en zoekboek. Om meermaals van te genieten met peuters en kleuters!”


Agent en Boef en de gladde grapjes is het zesde deel in de prentenboekreeks van Agent en Boef. Het is als los verhaal te lezen.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789401433358 | Hardcover | 32 pagina's | NUR 273 |Uitgeverij Lannoo | 14 juni 2016
Afmeting 22 x 25cm | Leeftijd 5+

© © Trenke Riksten-Unsworth, 29 juni 2016

Lees de reactie op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Heksenwens
illustraties: Lisa Brandenburg
tekst: Guy Daniëls


Het is eindelijk weer eens een mooie zonnige dag. De heksentweeling Ella en Casper en hun broertje spelen heerlijk in de tuin. Als ze de buurvrouw zien vraagt Ella haar of haar dochter Mona ook buiten mag komen spelen. Maar tot hun grote schrik vertelt deze dat Mona nog steeds ziek is! en dat is ze al zo lang. Casper en Ella gaan gauw bij Mona kijken en Ella ziet dat Mona onder haar heksenhoed helemaal kaal is, al de mooie krullen van Mona zijn weg! 'Dat komt door de medicijnen' vertelt Mona, 'maar het groeit later wel weer terug.'  Dokter Bezemsteel heeft verteld dat het nog maanden kan duren voor ze weer helemaal beter is. Mona is nu ook nog te zwak om te vliegen op de bezem, dan valt ze er vanaf, vertelt Mona's moeder.

Ella vindt dat heel zielig voor Mona, want dan kan ze ook niet naar het Grote Heksenbal. Ze vindt het helemaal niet eerlijk, Mona kan er toch ook niets aan doen dat ze ziek is? Ze piekert en puzzelt... zou ze nou echt niets kunnen verzinnen zodat Mona toch mee kan? Ineens weet ze het! Ze gaat naar opa die weet vast wel iets te verzinnen. En ja hoor, opa tekent en schetst, hij kan wel iets maken voor Mona, maar dat kost wel geld...
Ook daar wordt een oplossing voor gevonden. En zo komt het dat Mona toch naar het Grote Heksenbal kan. Hoe? dat moeten jullie zelf maar lezen.

Naast dat het een hartverwarmend verhaal is over vriendschap en elkaar helpen is het ook nog eens een heel mooi verzorgd boek met grappige illustraties van Lisa Brandenbrug. De jonge heksjes hebben allemaal een mooie zwarte puntmuts op en de oudere heksen hebben grote wratten op hun lange neuzen of spitse kin. Opa heeft een lieve ronde snoet, een dikke bos grijs haar en... een dikke bolle neus vol witte pukkels!
Er zitten overal muisjes gezellig te kijken naar alles wat er gebeurt en ze helpen soms zelfs mee! In de vensterbank staan potjes met vleesetende plantjes en de poppen van de kinderen zijn miniatuurheksjes. Dit allemaal in mooie warme kleuren, er is niets engs aan.
Erg leuk gedaan allemaal.

De Vlaamse schrijver Guy Daniëls draagt dit boek op aan alle vrijwilligers én aan de wenskinderen van Make-A-Wish. Deze schitterende organisatie vervult wensen van kinderen met een levensbedreigende ziekte. De gehele opbrengst van het boek gaat dan ook naar Make-A-Wish Vlaanderen.  Daarom een warme oproep! Steun dit project en koop het boek via http://www.makeawish.be 
Het boek is geschikt voor kleuters en kinderen van het 1e en 2e leerjaar.


Klik hier om de folder te downloaden. (Je kunt ook gewoon de folder downloaden en delen via sociale media!)


ISBN 9789044825992 | Hardcover | 27 pagina's | Uitgeverij Clavis | september 2015
Afmeting 29,7 x 21,5 cm | Voor alle heksjes en tovenaars vanaf 4 jaar

© Dettie, 28 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Word wakker Walter
illustraties: Pieter Gaudesaboos
tekst: Lorraine Francis


Als je dit prentenboek onder ogen krijgt, valt naast de flinke afmeting gelijk de aparte cover op. We zien een jongetje, hangend aan mooie glanzende ballonnen, de lucht in vliegen, in zijn ene hand houdt hij een druipend ijsje, aan zijn andere arm zitten de ballonnen vastgeknoopt. Het jongetje hangt achterover met zijn ogen dicht. Een hand grijpt nog net op tijd zijn beentje...
Dat ziet er spannend uit en roept vragen op. Wat is er aan de hand met dat jongetje? Waarom heeft hij zijn ogen dicht? Is hij bang?


Als we het boek openslaan, lezen we dat het jongetje Walter heet en dat hij niet bang maar wel heel moe is. Walter slaapt alleen maar, altijd en overal. 
We zien hem in het zwembad, slapend, liggend in het water. We zien hem al slapend bezig met zijn ontbijt. Ook tijdens het maken van een schilderij en al spelend op de wip valt hij, met zijn kin op de plank, in slaap. In het aquarium, midden op straat en zelfs op zijn eigen verjaardagsfeestje ligt Walter te slapen. Overal waar Walter is valt hij in een diepe slaap.


Natuurlijk zijn Walters ouders ongerust en gaan met hem naar de dokter, maar zelfs de professor van het ziekenhuis kan hen niet helpen. Walters vader en moeder bezoeken een tv dokter en een wijze medicijnvrouw die diep in de jungle woont maar zelfs zij kan niet voorkomen dat Walter steeds maar weer in slaap valt. Kortom, Walters ouders proberen van alles, tot een enorm orkest en een robot die onder Walters voeten kriebelt aan toe maar niets helpt, Walter blijft slapen, totdat...


Naast dat het een heel grappig verhaal is dat in korte zinnen verteld wordt, zijn vooral de illustraties het vermelden waard.
De illustrator vertelt in een interview dat hij geïnspireerd raakt door oude prentenboeken en voorwerpen, met name die uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. De prenten van Pieter Goudesaboos hebben heel vaag ook wel iets weg van de afbeeldingen van Fiep Westendorp. Zij kon eveneens het absurde, het afwijkende, op een speelse manier uitvergroten en weergeven.


In dit boek tref je dat fantasievolle uitvergroten ook aan. Juist daardoor wordt alles zo humoristisch ook al kunnen een aantal dingen helemaal niet, zoals in het aquarium ondergedompeld slapen terwijl een reuzeninktvis Walters been vasthoudt. Maar dat geeft niet. Daardoor begrijpen we nóg beter dat Walter écht zijn ogen niet open kan houden. Walter slaapt gewoon dwars door alle bijzondere gebeurtenissen heen!
Maar het is niet alleen maar dat speelse wat zo aantrekkelijk is. Het zijn ook de gebruikte kleuren, de mooie gemengde techniek en niet te vergeten het vakmanschap van Gaudesaboos die de afbeeldingen zo weergaloos maken.

Een heel apart, kleurrijk, komisch boek. Uitstekend geschikt om voor het slapen gaan uit voor te lezen.


Lorraine Francis schrijft prentenboeken en is bibliothecaris voor de kinderboekenafdeling in een Ierse bibliotheek.
Pieter Gaudesaboos werkt als illustrator, vormgever en auteur. Hij valt op door zijn gevarieerde, eigenzinnige stijl.


ISBN 9789401435649 | Hardcover | NUR 273 | 40 pagina's | Uitgeverij Lannoo | 18 mei 2016
Afmeting 32,7 x 24,8 cm | Vertaald door Siska Goeminne | Leeftijd 4+

© Dettie, 27 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Pip en Posy en het nieuwe vriendje
Axel Scheffler


De boekjes over Konijn Pip en Muis Posy zijn razend populair. Dit is alweer het zevende deel over de twee grote vrienden. Deze keer gaan ze naar het strand en hebben het enorm naar hun zin. Ze doen wat zoveel kinderen doen; mooie schelpen verzamelen in een emmertje, een kuil graven, visjes in het water zoeken etc. Posy is helemaal slaperig geworden van al dat spelen in de zon en ze gaat even lekker samen met Kikker de knuffel onder de parasol een dutje doen.


Naast de plek van Pip en Posy is ondertussen iemand anders komen zitten. Hij heet Vic vertelt hij en Vic  heeft heel veel spullen meegenomen die hij allemaal rond zijn strandtentje heeft gelegd. We zien o.a. een surfplank, een strandbal, een radio, een schep, tafeltennisbatjes en een balletje, een duikbril en zwemvliezen. Dat ziet er wel heel aantrekkelijk uit. Als Vic vraagt aan Pip of hij zin heeft om te spelen dan wil Pip dat wel! Posy slaapt toch. Ze voetballen samen, doen handstand en Pip mag zelfs de duikbril en flippers gebruiken waarmee hij gekke capriolen uithaalt.


Maar dan wordt Posy wakker en zij vindt het helemaal niet leuk dat Pip zo'n plezier met Vic heeft. Ze is stiekem een beetje jaloers. Maar als het drietal een ijsje gaan halen en een meeuw het ijsje van Vic wegpikt, vindt Posy dat toch wel heel zielig voor Vic...
Uiteindelijk komt alles helemaal goed en hebben ze met zijn drieën nog veel plezier.

Een boekje over vriendschap en jaloers zijn maar dat wordt niet al te erg aangedikt. Het is vooral een verhaaltje zoals het er in de kleine kinderwereld aan toe gaat. Kinderen zijn gauw boos of verdrietig maar dat is ook zo weer over vooral als je, zoals in dit geval, ontdekt dat je met zijn drieën ook heel fijn kunt spelen.

De afbeeldingen zijn in heldere kleuren getekend. De figuurtjes zijn met een zwarte lijn omkaderd waardoor ze mooi aftekenen tegen de achtergrond.
 
Voor mij was het een eerste kennismaking met Pip en Posy maar het zal zeker niet de laatste zijn.

ISBN 9789025765347 | Hardcover met foam | 32 pagina's | Uitgeverij Gottmer | juni 2016
Afmeting 22 x 22 cm | Vertaald door J.H. Gever | leeftijd 2+

© Dettie, 25 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER