Non-fictie

Johan Op de Beeck

altHet verlies van België
de strijd tussen de Nederlandse koning en de Belgische revolutionairen in 1830
Johan Op de Beeck

‘Niemand had het zien aankomen en weinigen hadden het gewild’


In 1830 ‘verliest’ koning  Willem I het zuiden van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Hij was nog niet zo lang geleden aangetreden als koning nadat Napoleon verslagen was bij Waterloo. Was het echt zo vreemd dat deze splitsing plaats vond? Er zijn oorzaken genoeg aan te wijzen.


Er was een verdeeldheid wat betreft godsdienst: het noorden overwegend protestants, het zuiden katholiek. Willem I vond dat de kerk er zelf voor moest zorgen dat de eigen geloofsgemeenschap goed draaide, maar ook moest de kerk ‘de zeden handhaven en liefde voor het vaderland kweken.’ Aangezien Willem I protestants was, werkte dit alleen maar ten nadele van de katholieke kerk: kleinseminaries werden gesloten en het katholieke onderwijs moest gaan voldoen aan strenge wetten. Het Collegium Philosphicum, een staatsseminarie, moest de priesters van het koninkrijk opleiden.
De taal vormde een probleem, toen Willem I het Nederlands aan wees als enige officiële taal voor gerechts- en bestuurszaken, en hij het onderwijs wilde vernederlandsen. Op economische vlak werden de noordelijke provincies bevoordeeld, persvrijheid was er nauwelijks, en de koning was een absoluut vorst. Geen wonder dat het begon te rommelen. En dus vooral in het Zuiden.


In de ogen van Johan Op de Beeck is de journalist Louis de Potter (1786-1859) de belichaming van wat de revolutie zou worden die De Nederlanden zou verdelen. Een revolutie op het politieke vlak, bewerkstelligd door een hongerig volk. Dit lijvige boek beschrijft behalve de geschiedenis van de afscheiding vooral ook het gedachtegoed van De Potter. Zijn leven stond ter dienste van de nieuwe staat: bij voorkeur een republiek, met algemeen kiesrecht en volledige persvrijheid met een volledige scheiding van kerk en staat.


De Potter was liberaal, nadat hij in Italië de deugden van de Verlichting had gezien. Geen liberalisme zonder persvrijheid. Dat moest de eerste stap worden, maar zijn ijver hiervoor zorgde er voor dat hij in de cel belandde. Het weerhield hem geenszins felle teksten te schrijven die de buitenwereld ook gewoon bereikten.

Zijn grootste tegenstander was de minister van Justitie, van Maanen, die er in slaagde De Potter na een nieuw proces te verbannen. Maar het volk leed honger, strenge winters hadden hun tol geëist, en de industrialisatie was aan zijn opmars bezig, mensen verloren hun baan.
En de vlam slaat in de pan als eind augustus 1830 in Brussel de opera La Muette de Portici opgevoerd wordt ter ere van de verjaardag van Willem I. Precies zoals eerder in Parijs gebeurde, bleken de opruiende liedteksten de aanleiding tot een oproer.  Het was het begin van het einde voor Willem I, al zou het nog negen lange jaren duren voor de twee landen gevormd waren tot wat we nu kennen.  Dit boek geeft een soms verbijsterend inzicht in het gekonkel van de omringende landen, dat met argusogen toekeek, maar vooral is het een grondige studie naar de achtergrond van het ontstaan van de Belgische Staat. 


Op de Beeck voegde een epiloog toe, dat hij schreef kort na de aanslag van 7 januari 2015, toen in Parijs acht journalisten van het satirische weekblad Charlie Hebdo door godsdienstfanatici in koelen bloede werden vermoord. Zoals bij de afscheiding van de zuidelijke Nederlanden speelt hier opnieuw de vrijheid van meningsuiting een cruciale rol. Het enige wapen tegen een meningsuiting is een andere meningsuiting, zei De Potter.


’Wie iets anders probeert, bereidt zijn eigen ondergang voor: De andersdenkende zal hem op zijn beurt ooit de mond snoeren en verdrukken. Telkens wanneer hij zich er toe verlaagt een mening te onderdrukken in plaats van haar te weerleggen, moet hij beseffen dat zijn eigen opinie ook ooit zal worden onderdrukt. Laat de doctrines ontstaan en zich ontwikkelen zonder obstakels. We dienen slechts de vrijheid te verdedigen als die alleen geldt voor alle burgers, ook van gedegen die een doctrine hebben die volkomen tegengesteld is aan de onze.’


In 1830 verloor ‘Nederland’ ‘België’.
Of is dat niet wat Johan Op de Beeck met de titel van dit boek bedoelt?
Is niet Nederland, maar België de verliezer? Omdat De Potter en consorten er niet in geslaagd zijn de staat te hervormen tot een republiek? Of omdat het verdrag dat in 1839 ondertekend werd bewees zeer ongunstig uit te pakken voor België?


ISBN 9789492159076 | Hardcover | 445 pagina's | Uitgeverij Manteau |oktober 2015
Met toevoeging van een namenlijst, een bibliografie, een notenlijst, afbeeldingen van lithografiën, kaarten  e.a. 

© Marjo, 15 december 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWaterloo
De laatste 100 dagen van Napoleon
Johan Op de Beeck


In Waterloo versloegen Britse soldaten, het Pruisische leger van Blücher en de Nederlandse troepen van de Prins van Oranje onder het bevel van de Britse hertog van Wellington op 18 juni 1815 definitief het leger van de Franse keizer Napoleon.
Een tour de force, dat was Waterloo, zowel voor de keizer als voor de hertog van Wellington. Een tour de force was het voor Johan Op de Beeck om in dit lijvige boek over de laatste beroemde veldslag te vertellen.
Napoleon zelf zei het:


‘De echte waarheden, mijn beste, zijn moeilijk te vinden in de geschiedenis,’ vertelde hij in 1816 in een lange monoloog tegen Las Cases (i.e. zijn biograaf). ‘Er bestaan zoveel waarheden! De historische waarheid die men zo graag inroept en die iedereen goed uitkomt, is niet meer dan een woord: ze bestaat niet op het ogenblik van de gebeurtenissen, in de hitte van tegengestelde passies. En indien men het er later toch over eens wordt, is dat omdat de belanghebbenden en betrokkenen er niet meer zijn. Wat is dan die historische waarheid, voor het meerendeel van de tijd? Niets meer dan een afgesproken fabel, zoals ooit iemand zei.’


Zo vertelt Op de Beeck dat heden ten dage nog steeds fabels verkondigd worden in de Engelse geschiedenisboeken, namelijk dat de hertog de overwinning bij Waterloo op zijn naam kan schrijven. Op het moment dat we dat lezen, weten wij als lezer al beter.
Wat maakte dat Waterloo het einde betekende van Napoleon Bonaparte? Allerlei oorzaken zijn er, en tegelijk is niets 100% zeker, zoals onder andere:
Het terrein waar de strijd zich afspeelde was klein, en Wellington kende het terrein, waardoor hij zijn leger zo strategisch mogelijk op kon stellen.
De geringe omvang van het terrein zorgde er voor dat de cavalerie nauwelijks uit de voeten kon, en de cavalerie was Napoleons grootste wapen.
Terwijl de strijd gaande was, kwamen het Pruisische leger op zetten, hetgeen niet alleen versterking betekende voor de geallieerden; het zaaide ook verwarring onder de Franse soldaten.
Maarschalk Ney, die Napoleons zijflank vormde, leed al snel een nederlaag, en Napoleon zelf? Het leek wel of hij er geen vertrouwen meer in had.


‘Hij stond daar onbeweeglijk, de armen gekruist op de borst, en keek in de richting van Waterloo.’


Johan Op de Beeck baseert zijn verhaal op militaire verlagen, brieven en vraaggesprekken met betrokkenen (opgetekend door anderen natuurlijk). Hij wil iets doen aan de omissie van andere geschiedschijvers, die het nauwelijks hebben gehad over de betekenis van de Nederlanden, specifiek het land dat later België zou worden.
En hij probeert niet alleen een militaire veldslag te beschrijven, maar ook uit te zoeken wat er de betekenis van is geweest. Al zullen we natuurlijk nooit weten hoe Europa er uit zou hebben gezien, als Napoleon in het zadel was blijven zitten.
Hij begint met een inleiding: de Franse Revolutie, gecombineerd met het verhaal van de soldaat Bonaparte, en leidt ons via andere veldslagen naar De Grote Veldslag: Waterloo.
Waterloo, het dorp waar de strijd zich niet eens afspeelde, waar slechts enkele Britse legers gestationeerd waren, werd beroemd doordat de Hertog van Wellington het beter vond klinken, zeg maar  Britser, dan ‘Mont-Saint-Jean’ of ‘La Belle Alliance’.


De tour de force van Johan Op de Beeck leest als een trein, als een spannend jongensboek. De vele details, al die namen, je neemt ze gretig in je op. Het enige moment dat je even af zou willen haken is als beschreven wordt hoe het slagveld er uit zag nadat de strijd gedaan was. De gruwel die de vele gewonden te wachten stond, de plunderaars, die nog minder om een mensenleven gaven dat de bevelhebbers. De arme paarden. De vele mensenlevens die het gekost heeft.
Een veelomvattend boek, dat niet alleen voor liefhebbers van geschiedenis geschreven is, maar voor iedereen die iets wil begrijpen van het leven in het begin van de negentiende eeuw.


ISBN 9789022328545 | paperback | 432 pagina's | Manteau| oktober 2013
Met bibliografie, foto's, register en vooral: overzichtelijke tekeningen van de Slag bij Waterloo, verlopend in de tijd

© Marjo, 5 november  2013

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER