Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

De blauwe vleugels
Jef Aerts


Er gebeurt nogal wat in het elfjarige leven van Josh. Hij was nog maar een peuter toen zijn vader opstapte, hij herinnert zich nauwelijks iets van hem, maar zijn oudere broer Jadran weet het nog maar al te goed. Jadran is geestelijk niet helemaal in orde, maar hij woont nog wel thuis bij Josh en zijn moeder. Als het verhaal begint zijn net Murad en zijn dochter Yasmin bij hen komen wonen. Daarom slaapt Jadran nu bij Josh op de kamer. Ze zijn erg hecht, dus Josh vindt het prima.


Als ze op een dag een uitstapje maken met z’n allen vinden de broers een gewonde kraanvogel. Jadran wil hem mee naar huis nemen, voor hem zorgen, en als Jadran iets wil zie dan maar eens nee te zeggen. De vogel gaat dus mee naar de flat, waar hij op het balkon gestald wordt. De gewonde vleugel wordt verzorgd, en Jadran zorgt voor eten.
Maar nu moet de vogel nog leren vliegen want hij moet tenslotte naar zijn familie, naar het Zuiden. Jadran heeft een idee. In de spullen van mama vindt hij twee enorme blauwe vleugels die hij omgespt.
Ooit speelde zij en hun vader in musicals, daarvan heeft ze de vleugels nog. Later blijkt dat Jadran nog heel veel weet uit die tijd. Zijn handicap maakt aan de ene kant dat hij nog precies weet wat er gebeurd is, zo’n tien jaar geleden, maar aan de andere kant ook dat hij het kan vergeten als hem dat uitkomt. Zijn gevoelens zijn sterk, maar ook snel vergeten.


‘Alles is mijn schuld hè?’
Zijn arm trilde. Mijn vingers kraakten.
‘Niet alles, Reus.’
‘Hoeveel dan?’
‘Hooguit de helft.’


Samen verzorgen ze de vogel. Maar bij het leren vliegen gaat het fout: Josh valt en breekt zijn been en zal voorlopig niet kunnen lopen. Dan oppert Mika die de verzorgster is van Jadran als hij in De Ruimte is, dat hij daar maar moet komen wonen. Hij wordt te onberekenbaar en is te sterk. Maar Jadran wil dat niet, hij wil bij Josh blijven! En Spriet de vogel, die kan hij ook niet in de steek laten.
Maar hij weet wel een oplossing. En zo komt het dat Josh met rolstoel en al bij zijn broer op een tractor zit met boven hen een kraanvogel, op weg naar het Zuiden.
- Tussen de hoofdstukken zien we prachtige illustraties van Martijn van de Linden. Blauw, helemaal in stijl. -


Het is een verhaal met een bijzondere thematiek. Een samengesteld gezien dat desondanks een warm nest kan en wil bieden aan een bijzondere, maar veeleisende jongen, je komt het waarschijnlijk niet vaak tegen. De verteller is Josh, maar de hoofdpersoon is toch Jadran.


‘Het is allemaal mijn schuld, hè?’
‘Ja, je hebt gelijk,’ zei ik om er vanaf te zijn. ‘Dit keer is het echt allemaal jouw schuld.’
Daarop kwam Jardan overeind.
‘Zie je wel!’ zei hij. Zijn broek was gescheurd en er zat een donkere vlek op zijn billen. ‘Mag ik de rolstoel duwen?’


Aerts zet de jongen heel treffend neer. Zijn openheid, de spontaniteit, de manier waarop hij het leven accepteert. Of niet, waarbij hij dat dan duidelijk merken. Je kan niet anders dan van hem houden.
Een prachtig verhaal! Hopelijk vindt dit boek vele lezers.


Jef Aerts (Leuven) besloot schrijver te worden. Na zijn studies letterkunde en theaterwetenschappen ging hij aan de slag als dramaturg en journalist podiumkunsten. Hij schreef al verschillende kinderboeken, met veel succes.


ISBN 9789021414874 | hardcover| 184 pagina's | Uitgeverij Querido | oktober 2018
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 12 februari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De spooktoren
Keir Graff


Mal (=Malachie) en Colm zijn twee broers van twaalf jaar. Inderdaad, een tweeling. Je zou verwachten dat ze het goed met elkaar kunnen vinden, en op zich is dat ook wel zo, maar ze verschillen als water en vuur en dat botst nogal eens. Zoals Colm zegt:


‘Een tweelingbroer is net zoiets als een steentje in je schoen. Soms is het alleen maar vervelend en lukt het wel om er niet op te letten. Maar opeens drukt het zo hard in je voet dat de tranen in je ogen springen en je alleen maar gauw je schoen uit kunt trekken om het eruit te schudden.’


Terwijl Mal de slimste is van de twee, heeft Colm meer sociale eigenschappen. Colm is een gevoelig kind, een dromer, hij lijkt ook veel meer dan zijn broer te treuren om de dood van hun vader. Al is het wel zo dat Colm de verteller van het verhaal is.


Hij vertelt hoe hij nog met zijn vader ‘praat’. Mal lijkt dat niet te doen, die brengt zijn tijd door met het bouwen van complete werelden in minecraft. Dat blijft hij doen als de twee jongens met hun moeder vanuit Dallas verhuizen naar Chicago en in een hoge torenflat gaan wonen. Hun moeder heeft een baan gevonden en de professor, haar baas, heeft bovendien voor de woning gezorgd. Daar zit wat achter, maar voor de jongens dat ontdekken zijn ze al in erg ingewikkelde avonturen verwikkeld geraakt. Het mooie is dat ze elkaar hierin vinden: Mal wil de flat nabouwen en moet dus weten hoe die in elkaar zit. En Colm wil ontdekken wat er aan de hand is, hun woontoren is nogal vreemd.


Hun moeder is de hele dag van huis, maar de jongens hebben nog een paar weken vakantie. Ze beginnen met de omgeving verkennen. Al snel ontmoeten ze een oudere dame, die zich in een krom taaltje voorstelt als de Prinses van Syldavië. Ze waarschuwt hen niet tijdens lunchtijd door de flat te dwalen. Natuurlijk lappen ze die raad aan hun laars, wat een onzin immers! Maar dan ontdekt Colm dat er een knop in de lift is voor de dertiende verdieping terwijl zij op de veertiende verdieping wonen, en die is pal boven de twaalfde verdieping. Er is helemaal geen dertiende etage! Wat doet dat knopje dan daar? En hoe kan het dat het later als ze nog eens gaan kijken weg is?


Ook ontmoeten ze een meisje van hun leeftijd, Tamika, die hen het een en ander vertelt, maar ook het fijne niet weet van die dertiende verdieping. En later is er nog een jongen, Teddie, waar ze mee bevriend raken. Aan de volwassenen in het verhaal hebben de kinderen niet veel. Natuurlijk wordt het raadsel van de dertiende verdieping opgelost, maar daarmee is het avontuur pas echt begonnen. Zoals de titel van het boek aangeeft: er is een spooktoren!


Het is dan ook een spannend verhaal. Niet alleen vanwege de spooktoren, maar ook vanwege het proces dat vooral Colm doormaakt, als hij om moet leren gaan met het verlies van zijn vader. Colm heeft al verteld dat hij in Dallas naar een psycholoog ging om diens dood te verwerken. Hij gedroeg zich heel vervelend op school en spijbelde. Mal leek nergens last van te hebben. Deze psychologische insteek wordt op een mooie manier in het verhaal verwerkt, met veel humor ook.


Keir Graff is hoofdredacteur van Booklist, een uitgave op papier en online met onder andere recensies voor bibliotheken en boekhandels. Ook schrijft hij boeken voor volwassenen. De Spooktoren is zijn derde kinderboek.


ISBN 9789000362073 | hardcover | 256 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | oktober 2018 |Leeftijd vanaf 10 jaar
Vertaald uit het Engels door  Esther Ottens  | Geïllustreerd door Anne Stalinski

© Marjo, 31 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Collins geheime channel
van underdog tot YouTube-ster
Sabine Zett


De 13-jarige Collin ziet met lede ogen aan hoe de meisjes – en de jongens ook! – in zijn klas veel meer aandacht hebben voor popie-jopie Willem. Toegegeven, die blinkt uit in alle vakken, hij is sportief en heeft bovendien rijke ouders, en dus dure spullen, maar hij, Collin, is toch veel interessanter?
Maar dat vindt alleen zijn vriend Jonathan – Jo-Jo – die de verstandigste is van de twee. Hij probeert Collin rustig te houden als die weer eens doordraaft. Want daar is Collin heel goed in, tot het absurde toe gaat hij te keer over iets wat nauwelijks iets te betekenen heeft. Nou ja, voor ons dan. Voor Collin is het een halszaak! En dan gaat hij maar door, pagina’s lang! Maar hij wil dan ook erg graag de aandacht winnen van Kim.


Als een domme actie verrassend goed valt bij de juf, ziet Collin heel onverwacht de kansen keren. Willem is binnenkort jarig, en geeft een feest. Collin en Jo-Jo zijn niet uitgenodigd, maar opnieuw is daar een misverstand, en ineens willen alle meisjes dat Willem hen ook uitnodigt. Het heeft iets met een vlogger en maskers te maken, en iets wat Willem helemaal niet wil, maar waarvan Collin niet snapt dat hij er zo moeilijk om doet.


Intussen bedenkt Collin dat hij ook kan gaan vloggen! Als die meiden allemaal zo enthousiast zijn om dat Miss Cherry vlog, waarom zouden ze dan ook niet kijken naar wat hij op internet gaat plaatsen?
Natuurlijk werkt het zo niet…
Hij mag in zijn handjes klappen met zijn vriend, die ook dit bizarre plan in goede banen weet te leiden.
En dat hij een hippe oma heeft, daar mag hij ook blij om zijn!


‘Stel dat ik dus zo’n dierenkop opzet, waardoor niemand mij herkent – kunnen we dan nu meteen van start?’ wil ik weten.
Mijn oma maakt een nonchalant gebaar. ‘Natuurlijk. Je blijft anoniem en je gaat een wetenschappelijk item maken – historische verbanden toelichten, over geografie en cultuur praten. Dat kunnen we als volwassenen niet genoeg stimuleren!’
‘Ja Collin, dat vind ik ook geweldig,’ zegt Jo-Jo en ik zie dat hij zijn lachen bijna niet kan inhouden.’


Want natuurlijk is Collin niet van plan een filmpje te maken zoals zijn oma denkt! Het zal haar - en jou - nog verbazen wat het resultaat tenslotte wordt!
En het feest, waar zij nu ook naar toe mogen, nadert met rasse schreden.


Het is zoals je al aan de omslag ziet, een boek in de lijn van Leven van een loser: terwijl er veel tekeningen op de pagina’s staan is ook de tekst speels van vorm. De tekst van het verhaal, dat wel een chronologisch geheel vormt, wordt in stukjes verdeeld en daardoor lijken de hoofdstukken minder lang dan ze in feite zijn.
Dat de kinderen van nu graag dit soort boeken lezen is intussen wel duidelijk, maar dan is de vraag of het verhaal daarnaast nog iets ‘fatsoenlijks’ te bieden heeft. In het verhaal dat Sabine Zett geschreven heeft is dat wel het geval. Het verhaal is zowel voor jongens als voor meisjes leuk, en herkenbaar. Het gaat in feite om een onzekere jongen die van alles bedenkt om het hart van dat ene meisje te winnen, en zich daarvoor in rare bochten wringt. Zijn vriend is zijn tegenpool, die er voor zorgt dat de boel niet uit de hand loopt. Al is het voor het verhaal wel leuker dat het bijna fout gaat.


Het is echt een verhaal van deze tijd: internet, mobieltjes, vloggers, YouTube. Giet daar een flinke dosis (flauwe) humor overheen en daar hebben we een nieuwe serie die zeker succes zal hebben!
O ja, het boek begint met het voorstellen van de personages. Altijd handig!


De Duitse schrijfster Sabine Zett (1967) is journalist en kinderboekenschrijver. Van haar hand is ook de serie over Hugo, eveneens een graphicnovelserie over een brugklasser.


ISBN 9789025114213  | hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Holland | september 2018 | Leeftijd vanaf 10 jaar|
Vertaald uit het Duits door Marieke Hoogland | Zwart-wit tekeningen van Falk Holzaplan

© Marjo, 9 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Honderd deurtjes
N. D. Wilson

Als de ouders van de twaalfjarige Henry ontvoerd worden, blijft de jongen alleen achter. Hij mag bij zijn oom en tante en drie nichtjes komen wonen op het platteland. Niet alleen beleeft hij er spannende avonturen, zijn oom en tante laten hem ook veel meer vrij. Een heleboel wat hij nooit mocht, kan nu allemaal wel. Eigenlijk wil hij niet eens terug naar zijn ouders…


Hij krijgt de zolder van het enorme huis om er te slapen, en al snel gebeurt er iets vreemds: als hij ’s nachts naar het toilet moet komt hij in de gang beneden een oude man tegen, in een groene kamerjas. Die gaat de kamer in waar zoals Henry nog weet, vroeger zijn opa sliep. Maar het is opa zeker niet, want die is allang dood. Wie is die man dan? En hoe kan het dat die door de deur gaat terwijl Henry’s oom en tante al twee jaar die deur niet open hebben weten te krijgen!


En dan wordt er gebonkt op een van de muren, en daar kan helemaal niets achter zitten! Het is de

buitenmuur!
Maar Henry vergist zich: die muur zit vol met kastjes. Hij telt er negenennegentig. Bijna honderd deurtjes weet hij los te peuteren uit de laag pleisterkalk. Het zijn allemaal verschillende deurtjes, van ander materiaal, verschillend van grootte. Een paar gaan meteen open! Andere blijven potdicht.
Een van de open deurtjes blijkt een brievenbus te zijn, waarin de jongen een paar brieven vindt, met raadselachtige tekst.


Als een van zijn nichtjes, Henriëtta, hem betrapt, komt ze hem helpen. Zij vindt een dagboek, met veel informatie. Henriëtta wil het liefst zo snel mogelijk proberen door de deurtjes heen gaan. Maar zij en Henry zijn te groot om erdoorheen te passen, toch lezen ze dat het moet kunnen.
Henry het het idee dat het niet achter alle deurtjes veilig is. Hij blijkt gelijk te hebben, maar dan zijn ze al in een gevaarlijk avontuur verwikkeld geraakt.


Het is fantasy met een behoorlijk hoog griezelgehalte.
De manier waarop Wilson het verhaal vertelt is niet echt soepel. Zinnen en dus ook beschrijvingen zijn vaak lang en dat maakt het lezen best lastig. Als je bedenkt dat achter ieder deurtje een andere wereld is, snap je dat er best veel uitgelegd moet worden. Te veel soms.
Niettemin, als je eenmaal in het verhaal zit wil je doorlezen. En als het boek uit is, wil je meer avonturen. Die zijn er wel, maar helaas niet in het Nederlands vertaald.
N.D. Wilson woont met zijn vrouw en vier kinderen in de Verenigde Staten.


ISBN 9789055159659 | paperback | 277 pagina's | Van Gennep | juli 2010 | Vanaf 12 jaar
Vertaald uit het Engels door Nadia Ramer en Laura Weeda

© Marjo, 23 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zo kreeg Midas ezelsoren
De mooiste Metamorfosen van Ovidius
illustraties: Sylvia Weve
tekst: Maria van Donkelaar


Het boek is gebaseerd op "Metamorfosen" van Ovidius, maar is herverteld en op rijm gezet door Maria van Donkelaar. Daarbij is het werkelijk fantastisch geïllustreerd door Sylvia Weve. Ik ben groot bewonderaar van haar werk.


In het boek worden de verhalen verteld van bekende en minder bekende personages uit de Romeinse oudheid. Uiteraard over Koning Midas. De koning die een wens mag doen en wenst dat alles wat hij aanraakt, verandert in goud.


Moe, hongerig en dorstig van het aanraken, wil Midas zich te goed doen aan de maaltijd.


"Dan begint hij
aan de maaltijd:
verse broodjes,
vlees en wijn.
Steeds als hij iets
in zijn mond steekt,
blijkt het al
van goud te zijn.


Zo krijgt hij
geen hap naar binnen!
En geen slok
bereikt zijn keel!


Midas' zonnige
humeur
verandert
in het tegendeel.

Uitgedroogd
smacht hij naar water.
Aldoor
knort zijn lege maag,
Midas roept:
"Die mooie gave
is een regelrechte plaag!


Hoe kon ik zo'n
stomme wens doen!
O, ik ben
een idioot!
Help mij, Bacchus,
smeek ik u.
Want al dat goud
wordt nog mijn dood."


We weten allemaal hoe het met Koning Midas is afgelopen.


Er volgen nog meer verhalen. Over o.a. Orpheus & Eurydice, Ariadne, Dadalus & Icarus, Pygmalion, Proserpina, Perseus & Medusa, Atlas, Andromeda, Leto, Europa, Narcissus.


De verzen van Maria Donkelaar zijn soepel, puntig, geestig, modern, vlot. Neem het verhaal over Leto die dorstig en uitgemergeld op zoek is naar water voor haar en haar net geboren tweeling. Als ze bij een koel meertje komt wordt ze verjaagd door een groep boeren.


'Wat? Geen water?
Maar dat is toch,
net als lucht,
van iedereen?


Jullie boeren
zijn de baas niet!
Weigeren is
zo gemeen!"


'Nog geen druppel
kun je krijgen!'
zeiden alle
boeren bot.
'Hou eens op
met je gezanik
lastig wijf.
En opgerot!'


De illustraties van Syvia Weve zijn een lust voor het oog. Rauw, kleurrijk, ruig. Net als de Goden. Er valt zoveel op te zien en van te smullen. 't Bloed spat er van af. De elementen wind - vuur - lucht - water. Emoties als: jaloezie, hartstocht, liefde, woede, afgunst, verdriet, rouw, angst.


Een boek als dit maakt het werk van Ovidius toegankelijk. Brengt kinderen in contact met deze prachtige verhalen uit de klassieke oudheid. Verhalen waarin dingen worden verklaard: bijvoorbeeld het ontstaan van de seizoenen, of waarom de vruchten van de moerbeiboom rood zijn. Verhalen uit een tijd toen de Goden nog over het firmament heersten.

Wat een prachtig boek. Lees het!


ISBN 9789025770051 | Hardcover | 112 pagina's | Uitgeverij Gottmer | november 2018 | leeftijd 10+

© Eric Heugens, 9 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Feo en de wolven
Katherine Rundell


‘Het land rondom haar huis trilde en schitterde van het leven. Ze had mensen voorbij hun bos zien lopen die zich beklaagden over de eentonigheid van het witte landschap, maar dat waren analfabeten: die hadden nooit geleerd om de wereld goed te lezen. De sneeuw was praatziek en zinspeelde op stormen en vogels. Elke ochtend had ze een nieuw verhaal.’


Het is een hard leven dat Feodora en haar moeder leiden, in de bossen van Rusland, ver van de bewoonde wereld. Maar het is wat ze kennen, en ze zijn gelukkig. Moeder en dochter houden zich bezig met het verwilderen van wolven. In die tijd – net voor de Revolutie, de laatste tsaar is aan de macht, was het de gewoonte van de rijke adel om wolven te houden. Ze leerden ze kunstjes, en vergaten dat wolven wilde dieren zijn. En als ze daar - op harde wijze meestal - achter kwamen, moesten de dieren weg. Feo en haar moeder leerden de wolven weer zelf te jagen, en zich te redden op de manier waarop wolven dat horen te doen.
Feo heeft een talent voor de omgang met wolven.


Hun leven wordt op zijn kop gezet als een generaal hen bedreigt: wolven zijn gevaarlijk wild, ze moeten dood.
Natuurlijk zijn Feo en haar moeder het er niet mee eens en ze proberen de dieren te beschermen. Maar generaal Rakov is een gemene man, en hij heeft een aantal mannen om zich heen, bewapend. Het eindigt er mee dat hij Feo’s moeder meeneemt en hun huis platbrandt.


Een van de soldaten, Ilja, blijkt evenwel niet van harte soldaat te zijn. Het is een jongen van maar net veertien, die met ontzag bekijkt hoe Feo met de wolven omgaat. Hij besluit haar te helpen. Hij weet dat haar moeder naar St Petersburg gebracht is, en als Feo daarheen wil om haar moeder te bevrijden, biedt hij zijn hulp aan. Dat wordt nog spannend, want Rakov is woest en zit hen achterna.


Als je naar de omslag kijkt, lijkt het verhaal zich af te spelen binnen een sprookjesachtige achtergrond: een landschap vol bossen en sneeuw, in onze ogen best romantisch, maar we lezen snel dat niets minder waar is: het is een harde meedogenloze wereld! Het was dan ook een moeilijke tijd, honderd jaar geleden.
Maar vriendschap is sterk, of het nu met mensen is of met dieren.
Een pittig verhaal, vooral als je niets weet van de geschiedenis. Een tsaar kennen kinderen nog wel, maar foerageurs en aristocraten? 
Maar het is een spannend verhaal dat je het liefst in een ruk uitleest, en Feo, dat is een meisje dat je in je hart sluit!
En dan wordt het ook nog op een prachtige manier verteld.


Rundell (1987, Kent) woonde tien jaar in Harare, Zimbabwe. Toen ze veertien was verhuisde het gezin naar Brussel. Haar studie voltooide ze in Oxford.


ISBN 9789024580927 | Hardcover | 224 pagina's | Uitgeverij Luitingh-Sijthof | november 2018
Vertaald uit het Engels door Jenny de Jonge. Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 11 februari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het junior monsterboek 7
11 duivelse halloweenverhalen geschreven met bloed en tranen en een flinke portie pompoensoep...
Diverse auteurs


Er zijn een aantal mensen die een lugubere fantasie delen: Dat zijn Nico De Braeckeleer, Rob Baetens, Johan Deseyn, Tamara Geraeds, Marina Defauw, Ronald Verheyen, Bart Mertens, Karel Smolders, Tom Bergs & Kris van der Sande, Marie Uiterwijk en Hanne Goorickx! De laatste twee zijn nog maar tieners, en hebben toch al een plekje veroverd in het meest griezelige boek voor kinderen vanaf 10 jaar dat zijn zevende editie beleeft.


Het is alsof de verhalen steeds enger worden, het lijkt geen goed idee om ze te lezen als je in je eentje in het donker in je bed ligt. Ook niet als je pompoensoep gaat eten, zegt de flap, want deze 11 verhalen zijn speciaal rond het thema Halloween geschreven, en je weet: dat heeft te maken met pompoenen!
Wat als Halloween jouw ergste nachtmerrie wordt? Want ja, zo onschuldig is dat feest helemaal niet.


In het verhaal dat geschreven is door de illustrator Bart Mertens heet ‘Krimkop’, en gaat over drie kinderen die zich voorbereiden voor Halloween. Keppe, Kaat en Kobe. De laatste is de verteller van het verhaal. Ze overleggen druk over hun kostuum, en letten niet zo goed op in de les. Ze hebben een nieuwe juf, die hen meeneemt naar het museum om over de Kelten.


‘31 oktober was de laatste dag van het jaar voor de Kelten. De oogst was binnen en de winter stond voor de deur. Dan vierden ze ‘Saun’. Ze schrijft ‘Samhain’ op het bord. ‘Zo spreek je dat uit: ‘Saun’. De dag dat de geesten van de overledenen het meest actief waren.’ Dan gingen ze op zoek naar een levende, die kon dienen als gastlichaam. Voel je het al?
En of, Keppe doet meteen een zombie na.’


Eigenlijk hebben de drie er niet veel zin in, en als ze in het museum zijn doen ze van alles wat niet mag. Als ze op een deur zien staan: 'tijdelijk gesloten wegens reorganisatie’, gaan ze daar natuurlijk naar binnen. Daar zijn echter geen voorwerpen van de Kelten, maar van Amazonekrijgers. Wel hele enge dingen!
De volgende dag staat de politie voor de deur, die vertelt dat ze alle leerlingen bezoeken. Er is namelijk een kostbaar voorwerp verdwenen: een ‘gekrompen hoofd’ van de Shuarstam uit de Amazone. Dat hebben de drie wel gezien, maar echt niet meegenomen!
En dan doet Kobe zijn rugzak open, en vindt…jawel. Je raadt het!
Het is het begin van een heel akelig en supereng avontuur. Te eng om na te vertellen!


Dat zijn alle verhalen, supereng, en soms ook bloederig. Het verhaal van Marina Defauw heeft gelukkig ook een positieve kant, maar blijft wel griezelig. Het gaat over een zombie die in een oud landhuis woont en die in opdracht van zijn ‘baas’ jonge jongens ‘vangt’.
De verhalen hebben allemaal te maken met Halloween, er komen dus nogal wat monsters voorbij, vooral zombies. Ook de geijkte vampier en akelige clown zijn van de partij. De verhalen van de twee jongere schrijvers doen qua griezelfactor niet onder voor die van de volwassenen, waarbij het verhaal van Marie van Uiterwijk, die voor de vierde keer in een JMB staat nog wat humor brengt, maar dat van de twaalfjarige prijswinnaar Hanne Goorickx bepaald niet. Haar verhaal is gebaseerd op de Bokkenrijders, een roversbende die actief was in de achttiende eeuw.


Lezers zijn gewaarschuwd: speel niet met een ouijabord, en speel geen griezelspelletjes op je mobieltje, zeker niet als het eind oktober is…

ISBN 9789462420892 | Hardcover | 273 pagina's | Uitgeverij Kramat | oktober 2018 | Leeftijd vanaf 10 jaar
Illustraties en vormgeving door Bart Mertens

© Marjo, 10 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Twister
Juliette Forrest


‘Toen ik geboren werd, lichtte de hemel groen op en bliksemde het zo hard dat het leek alsof de ramen gebarsten waren. Tante Honey zei dat ze nog nooit van haar leven zo’n erge storm had meegemaakt.’


Haar vader vertelde haar later dat hij een grijns van oost naar west op zijn gezicht had toen hij haar in zijn armen hield. En ze zou zo gesparteld hebben dat hij niet anders kon dan haar Twister noemen.


Maar nu is haar vader al ruim zes maanden weg, en niemand heeft een idee waar hij is. Haar moeder wordt verteerd door verdriet, en als tante Honey er niet was geweest, had Twister niet geweten wat ze moest doen. Gelukkig is er Punt, haar hond en enige vriend. Waar zij is, is de hond ook.


Maar de problemen worden nog groter. Nu haar moeder haar geen les meer geeft, moet Twister wel naar school, waar ze een enorme pestkop tegen het lijf loopt. Clem volgt haar zelfs na school, en gewoon pesten vindt hij nog niet genoeg: hij slaat en stompt haar. Het enige goede dat uit deze pesterijen voortkomt is dat Twister nader kennis maakt met Turrety Knocks, een dronkenlap, van wie ze alleen weet dat hij zijn vrouw en dochter verloren is bij een brand. En Turrety heeft een brief voor Twister. Van haar vader.

Als ze de brief krijgt, staat er in haar vaders handschrift dat hij waarschijnlijk niet meer in leven is. En er staat iets over een mevrouw Maymay, en iets dat ze niet mag aannemen omdat het gevaarlijk is. Wat er precies staat kan Twister niet meer lezen, Punt heeft namelijk een stuk van de brief opgegeten.


Maar ja, zeggen dat iets niet mag, terwijl dat de enige aanwijzing is die er is om haar vader terug te vinden, dat is de kat op het spek binden. Twister gaat op zoek naar die mevrouw bij wie ze van haar vader uit de buurt moet blijven. Ze ontmoet Straal, die haar beste vriendin wordt maar leert tot haar ontsteltenis ook de vader van Clem kennen, die zojuist vrijgekomen is uit de gevangenis. Het is haar wel duidelijk hoe het komt dat Clem is wie hij is.
Twister krijgt een raadselachtige ketting in haar bezit, die haar moet helpen bij de zoektocht naar haar vader. Maar iemand die Witoog heet is op zoek naar die ketting, en die persoon deinst ook nergens voor terug.


Wat volgt is een verbijsterend magisch avontuur, maar terwijl er dingen gebeuren die echt niet kunnen, blijft het meisje heel gewoon. Zij wordt heel overtuigend neergezet, de beschrijvingen – nergens langdradig en zelfs eerder grappig - zijn heel filmisch, het is alsof je zelf midden in de situaties zit waarin het meisje verzeild raakt.  Tussen alle magische verhalen die de laatste jaren verschenen zijn, springt dit juweeltje er echt uit!


‘Mijn vingers kriebelwiebelden.’
‘Ik had mijn adem aan de voet van de heuvel achtergelaten en moest een poosje wachten tot hij me in had gehaald.’
Turrety heeft 'mos- en boomschorsgroene ogen.’
‘Ik werd er heel zenuwasties van.’


Compliment voor de vertaler, die een even grote fantasie moest hebben als de schrijfster! Ook de omslag is prachtig!


Juliette Forrest is in tegenstelling tot wat je zou verwachten - het verhaal speelt namelijk in een fictief Amerika – een Engelse schrijfster. Twister is haar debuut.

ISBN 9789000363643 | Paperback | 256 pagina's | van Goor | oktober 2018| Vanaf 10 jaar.
Vertaald uit het Engels door Mireille Vroege

© Marjo, 23 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Blauw maar dapper
James Patterson en Chris Grabenstein


‘Voor de eerste keer in mijn leven realiseer ik me dat moed een vreemde mix is van stalen zenuwen en waanzin. Je moet wel gek zijn om achter een slagroomhoorntje aan te gaan als je weet dat je elk moment aangevallen kunt worden door een gemene kat.’



Dat zijn de woorden van een muis die blauw is, dat is op zich al bijzonder, maar Mozes is ook nog erg slim, en… hij kan lezen! Hij heeft maar liefst zesennegentig broers en zussen, die allemaal bijzonder zijn, maar de reden waarom dat zo is is niet zo leuk. Ze bevinden zich namelijk in een laboratorium waar mensen in lange witte jassen met hen doen waar ze zin in hebben. In de ogen van de onderzoekers ligt dat natuurlijk heel anders, maar dit verhaal is van Mozes en hij wil, nu hij ontsnapt is, ook al zijn broers en zussen helpen ontsnappen.
Maar eerst moet hij zelf een goed onderkomen zien te vinden, een kleine muis is kwetsbaar. Er zijn katten en vogels die best een lekker muizenhapje lusten! En mensen niet te vergeten.


De clan die in het huis van de familie Brophy woont neemt hem liefdevol op, zeker als ze ontdekken wat de kleine Mozes in zijn mars heeft. De Brophy’s zijn ongelooflijke viespeuken, die wel overal muzenvallen hebben staan, maar net zo gemakkelijk allerlei eetbare dingen gewoon op de grond gooien. Ze hebben er niet eens erg in dat het de muizen zijn die dat opruimen!


Mozes is in tweestrijd: hij wil zijn familie bevrijden, maar hij wil ook bij de clan blijven want daar bevindt zich ook de mooie Míkayla, die zo mooi kan zingen.


Onzin, zegt Gabriel: ‘meisjesmuizen zingen niet. Zingen is alleen voor jongens.’
Ook Mikayla zegt het: ‘Meisjes zingen niet.

‘Dan dringt het tot me door.
Mikayla zegt tegen me dat hoe hard ik het ook probeer, hoeveel toetjes ik ook op heldhaftige wijze de schuilplaats in sleur, dit hol zal nooit echt het mijne zijn. Mikayla’s clan zal nooit echt mijn familie zijn.
Ik ben gewoon te idioot anders.’


Maar dan ontmoet hij het mensenmeisje Hailey, een kind dat gepest wordt op school. Omdat ze anders is.


Het verhaal dat in de ik-vorm verteld wordt door de kleine muis ontroert, maar is vooral superspannend. Het gaat over anders-zijn, over vriendschap en geloven in jezelf. Een prachtig verhaal, in korte behapbare hoofdstukken, die beginnen met een door Mozes vaak verzonnen spreuk. Bijvoorbeeld: ‘De beste leraar van een muis is zijn laatste fout’
De leuke tekeningen in dit boek laten muisjes zien die je vast en zeker welkom zou willen heten in je eigen huis! De epiloog vraagt om een vervolg!


ISBN 9789044829655 | Hhardcover | 260 pagina's | Clavis | mei 2017| Vanaf 9 jaar.
Illustraties van Joe Sutphin | Vertaald uit het Engels door Maria Roovers

© Marjo, 12 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De ergste schoolreis ooit
Dave Barry


Ieder jaar onderneemt de tweede klas van het Culver College de vliegreis naar Washington. Alex Palmer, de ik-verteller, zit naast Matthew Diaz. Alex noemt hem een ongelooflijk irritante nerd, maar geeft volmondig toe dat Matt al wel heel lang zijn beste vriend is! Maar het is wel Matt die de aanzet geeft tot het avontuur, dat volgens Alex ‘de ergste schoolreis ooit’ gaat worden! Alex vergeet voor het gemak even dat hij nu het allemaal voorbij is wel een spannend verhaal heeft om aan ons te vertellen!


In het vliegtuig zitten achter de twee jongens twee mannen die er wat vreemd uitzien en ook een vreemd accent hebben. Ze vallen nog meer op omdat ze in de clinch liggen met de stewardess, ze willen hun tas niet in het daarvoor bestemde bagagevak leggen. Terwijl Alex meer aandacht heeft voor Suzana, het meisje waar hij zo graag verkering mee zou willen, vindt Matt dat de mannen zich verdacht gedragen.


Het vliegtuig landt, en de bus staat klaar. Maar dan komen ineens die mannen aan rennen! Duidelijk kwaad en schreeuwend! Wat willen zij van de jongens? Matt bekent terwijl de bus wegrijdt: hij heeft iets van hen gestolen. Wat dat zwarte doosje precies is weet hij niet, maar het is duidelijk dat de mannen het per se terug willen: zij zitten de jongens achterna.


'Ik keek naar het doosje. 'Waarom heb je het niet tegen de marshall (NB in het vliegtuig) gezegd?'
'Dat wilde ik doen, maar jij zei dat ik mijn mond moest houden, dus dacht ik dat ik beter niks kon zeggen. Ik wilde niet nog meer problemen krijgen.'
Even keken we alle twee naar het doosje.
'Misschien moeten we het gewoon weggooien.' zei hij.
Ik schudde mijn hoofd. 'Ze vonden het blijkbaar verschrikkelijk dat ze het kwijt waren. Misschien is het wel heel duur. We zouden het terug moeten geven.'


Na een dag saaie rondleidingen door Washington, zien Alex en Matt de mannen weer. Erger is het dat die twee hen ook zien en er boos uitzien. Van de weeromstuit beginnen de jongens te rennen! In een stad die ze niet kennen!
Gelukkig weten ze de weg terug te vinden, erg opgewonden. Want wat moeten ze nu doen? Suzana hoort hun gesprek, en vermoedt dat er iets aan de hand is. Ze biedt hen haar hulp aan. Die hulp blijken ze hard nodig te hebben. En ook die van hun kamergenoten, Cameron en Victor. Want niet alleen komen ze er achter wat dat zwarte doosje is, ze ontdekken ook dat de mannen het gemunt hebben op het Witte Huis!


En dan is er ook nog die niet gewoon verstrooide, maar ietwat dommige leraar, die als hij ontdekt dat  dat Alex en Matt niet braaf doen wat ze op een schoolreis horen te doen, dreigt dat hij de jongens op het vliegtuig zal zetten naar huis. Dat mag absoluut niet gebeuren, omdat zijn moeder hem zal vermoorden, zegt Alex – ‘ze is Cubaans, en dan weet je het wel‘ - maar ze moeten ook kost wat kost het complot verijdelen. Ze vermoeden namelijk dat er een aanslag op de President gepleegd gaat worden. En dan wordt Matt ontvoerd…


De ergste schoolreis ooit is een spannend verhaal, met diverse bizarre ontwikkelingen. Het zit ook boordevol humor. Alex maakt er een nogal dramatisch verhaal van, maar gezien de afloop mag dat ook wel. De goede verstaander heeft al snel door dat er ook iets met vliegers is, want boven ieder hoofdstuk staat een vlieger getekend, en er blijkt een vliegerfestival te zijn in New York.


Maar wat er gebeurt, nee, dat had je nooit kunnen bedenken. Dat kan alleen een schrijver als Dave Barry, die bekend is met het schrijven van slapsticks.


David McAlister Barry (Armonk, New York, 1947) is een Amerikaans schrijver en columnist. Hij heeft al veel humoristische boeken geschreven. Dit boek is het eerste dat in het Nederlands vertaald is.


ISBN 9789492899040 | Paperback | 232 pagina's | Condor | september 2018 | Vanaf 10 jaar
Illustrator van Jon Cannell | Vertaald uit het Engels door Aimée Warmerdam

© Marjo, 1 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER