Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

Kapsalon Romy
Tamara Bos


Romy moet sinds haar ouders gescheiden zijn na schooltijd naar oma Stine. Echt blij is ze daar niet mee want oma is streng en kil. Maar mama maakt lange dagen op haar werk en papa heeft nog geen eigen woning. Gelukkig is er poes Mads en de lieve Emine die bij oma in de kapsalon werkt. Maar helaas Emine gaat weg en oma moet voortaan al het werk alleen doen.


Al snel merkt Romy dat oma dat niet trekt, oma is al in de zeventig, en Romy begint steeds meer te doen in de kapsalon. Maar het is niet alleen het vele werk dat oma niet meer aankan, ze vergeet steeds vaker iets. Ook weet ze niet meer zo goed hoeveel wisselgeld ze terug moet geven en vindt Romy een boek in de koelkast. Op gegeven moment is oma zelfs heel veel geld kwijt...


Romy voelt oma haarfijn aan, zij snapt waar oma haar geld laat, zij vangt alle kleine en grote problemen van oma op en de twee raken heel goed op elkaar ingespeeld. Het fijne is dat oma steeds liever wordt, ze knuffelt Romy nu steeds vaker en wat geeft het als ze dan ineens Deens praat, de taal van haar jeugd. Het is gewoon goed zoals het is. Romy krijgt zelfs een sleutel van oma, die is voor haar persoonlijk, want later mag Romy de kapsalon overnemen. Kapsalon Romy.


Maar oma vergeet steeds meer, en mama vindt dat oma naar een verzorgingshuis moet en dat gebeurt ook. Romy kan het niet aanzien. Haar levendige, speelse oma wordt steeds apathischer en somberder. Mama wil er niet over praten en papa heeft het te druk met zijn smartphone. Bovendien is Romy boos op papa dus met hem praat ze niet meer. Maar er moet wel iets gebeuren. Oma moet daar weg!


Het mooie van dit boek is, dat ondanks dat het een heftig onderwerp bespreekt en soms heel ontroerend is, toch een heel positief en humoristisch verhaal is geworden. Dat komt vooral omdat het verhaal vanuit Romy (in de ik-vorm) verteld wordt. Zij ziet niet de problemen die volwassenen zien, ze doet gewoon wat ze denkt dat goed is. Ze begrijpt oma, ondanks dat het soms best pittig is wat oma doet, ze helpt oma écht.


Tamara Bos heeft met dit boek een juweeltje van een verhaal neergezet dat niet alleen kinderen zal aanspreken maar ook volwassenen. Het boek heeft alles in zich om een regelrechte klassieker te worden. Lees en geniet!


ISBN 9789025771812 | Hardcover | 176 pagina's | NUR 283 | Uitgeverij Gottmer | oktober 2019
Eerder verschenen in 2016, en onlangs zeer succesvol verfilmd, zie cover. Leeftijd 10+

© Dettie, 3 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mijn bijzonder rare week met Tess
door Anna Woltz


De thematiek en onderwerpen in de kinderliteratuur zijn in de loop der jaren behoorlijk veranderd. Uiteraard verschijnen er nog steeds geweldige kinderboeken waarin de hoofdpersoon spannende en bloedstollende avonturen beleeft, maar soms worden er ook pareltjes geschreven waarin de auteur een kant belicht van onze complexe, ingewikkelde maatschappij. Van de vele, verschillende gezinssamenstellingen. Het gezin anno 2020 bestaat allang niet meer uit een vader, een moeder en kinderen. Niemand kijkt er meer van op van: het één oudergezin, of het gezin bestaande uit twee vaders of twee moeders, het pleeggezin of van het samengesteld gezin. En gelukkig maar.


In “Mijn bijzonder rare week met Tess” maken we kennis met Samuel. Hij is samen met zijn vader, moeder en broer Jorre een weekje op Texel. Vanwege de vakantie. Jorre dondert in een kuil en breekt daarbij zijn enkel. Ze gaan met Jorre naar een dokter en daar ontmoet Samuel Tess.


Achter de tafel zat een meisje met zandkleurig haar en een ernstig gezicht. Ik draaide me vlug om, maar ze had me al gezien.
“Wacht,” riep ze.
Ik draaide me half terug
“Weet jij iets over zebravissen?” Haar stem was net zo ernstig als haar gezicht.
“Niet echt…”zei ik.
“Speel je dan trompet?”
Ik schudde mijn hoofd.
“Heb je ooit een cursus houtbewerken gedaan?”
Ik schudde opnieuw mijn hoofd, en ze zuchtte.
“Dan heb ik je niet nodig. Ga maar weer.”


Tess is een klein, maar zelfverzekerd meisje. Ze is een beetje bazig en weet heel goed wat ze wilt. Ze is de dochter van de strenge doktersassistente die zich over Jorre had ontfermd.


De twee kinderen raken bevriend. Tess neemt Samuel mee naar een vakantiehuisje, ergens op het eiland, dat is verhuurd aan een man en een vrouw. Tess moet daar heen om de ramen open te zetten, bloemen te brengen en het programma klaar te leggen. Ze doet er wat geheimzinnig over. Samuel springt bij Tess achterop de fiets en zo rijden de twee door de duinen. Eenmaal bij het vakantiehuisje aangekomen vertelt Tess haar geheim. De man aan wie het huis is verhuurd is haar vader, alleen dat weet hij zelf niet.


De moeder van Tess heeft nooit iets vertelt over wie de vader van Tess is. Tess is er zelf op een ingenieuze manier achter gekomen en wil nu weten wat voor man het is. Is het wel een leuke vader? Heeft ie kinderen? En zou hij Tess willen als dochter? Om daar achter te komen heeft ze één week de tijd.


Anna Woltz heeft heel origineel boek geschreven. Over een meisje en haar vader. Over de strijd tussen Samuel en zijn oudere broer Jorre. Over gezinsverhoudingen. Over ouders die ‘t leven soms knap ingewikkeld kunnen maken. Over hun gezeur en gemopper. heel herkenbaar.


Anna Woltz schreef dit boek al in 2013. Het werd bekroond met een vlag en wimpel door de griffeljury in 2014. En binnenkort komt de film die er van gemaakt is in de bioscoop. Anna Woltz is op dit moment een van de bekendste Nederlandse kinderboekenauteurs. Van haar hand zijn o.a. Evi, Nick en ik (2011), Gips (gouden griffel 2016) en Alaska (zilveren griffel 2017). Voor de kinderboekenweek van 2019 schreef ze het boekenweekgeschenk “haaientanden”. Ik ben groot fan van haar werk. Het is humoristisch en tegelijkertijd snijdt ze op een luchtige manier moeilijke onderwerpen aan. Knap.


ISBN: 978 90 451 2387 5 | paperback | 176 pagina's | Uitgeverij Querido | september 2019 (8e druk)
NUR 283 | Leeftijd 10+

Eric Heugens, 7 novembe-2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
 

Rose Blanche
Roberto Innocenti


Al in 1985 maakte Roberto Innocenti  met Christophe Gallaz dit boek, een verhaal over de Tweede Wereldoorlog. Het is nu ook in het Nederlands vertaald (door wie wordt niet vermeld), het zijn kleine stukjes tekst bij paginagrote tekeningen.


‘Mijn naam is Rose Blanche.
Ik woon in Duitsland, in een stadje met smalle straten, oude fonteinen en hoge huizen met duiven op de daken.
Op een dag kwam de eerste vrachtwagen en veel mannen vertrokken, verkleed als soldaten. De winter stond voor de deur.’


Het meisje ziet dingen gebeuren, maar begrijpt niet de betekenis van wat ze ziet. Ze ziet mannen in vrachtwagens en tanks vertrekken, ze ziet andere – onbekende – mannen in vrachtwagens door het stadje rijden, en haar wordt gezegd dat ze uit moet kijken als ze de straat op gaat.  Intussen gaat het gewone leven door.


Op een dag is ze er getuige van dat een jongen uit een van die vrachtwagens springt. Voor hij kan wegrennen staat de burgemeester daar. We zien een dikke man die een rode band met swastika rond zijn arm heeft. Hij grijpt de jongen en die wordt weer terug in de vrachtwagen gezet. De auto's rijden weer weg.
Het meisje weet niet wat er nu eigenlijk gebeurd is, maar ze wil weten waar die jongen naar toe gebracht wordt en ze volgt de vrachtauto’s. Natuurlijk kan ze die niet bijhouden, maar ze zijn al snel in het bos en daar kan ze de sporen volgen. Die leiden haar naar een open plek. Een open plek met prikkeldraad er omheen. 
En daar ziet ze kinderen staan en grote mensen, die er vreemd uitzien. Het is haar al snel duidelijk dat deze mensen honger hebben. Wie het zijn, wat er aan de hand is, ze heeft geen idee.
Maar honger, dat begrijpt ze.
In de periode daarna verbaast haar moeder zich over de enorme eetlust van het meisje...


Vooral door middel van de afbeeldingen wordt een verhaal verteld zoals zich dat in de oorlog afgespeeld kan hebben. Wat er precies gebeurt begrijpt het meisje niet, maar de hedendaagse lezer wel, vooral omdat wij de geschiedenis kennen. Dat het bepaald geen vrolijk verhaal is, begrijpen we ook, maar de afbeeldingen zijn wel mooi. En er is zoveel meer op te zien dan in woorden uitgedrukt wordt. Ook geven ze de sfeer heel goed weer.
Het verhaal doet denken aan het boek 'De jongen in de gestreepte pyjama.' Door de kracht van de afbeeldingen komt ook hier het verhaal net zo indringend over bij de lezer.


ISBN 9789044837025 | hardcover | 28 pagina's | Uitgeverij Clavis | november 2019
Vanaf 10 jaar

© Marjo, 1 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alleen Beer mocht mee
Het waargebeurde verhaal van een meisje in oorlogstijd
Vivian den Hollander


In het nawoord zegt Vivian den Hollander: "Graag wil ik vertellen hoe het boek tot stand is gekomen. De Trudi uit mijn verhaal was lange tijd de oppas van mijn kinderen en vertelde hun vaak over haar jeugd in Nederlands-Indië." Dat waren o.a. verhalen over het leven in een mooi huis maar ook over de Japanse aanval op Indië en het verblijf in de Japanse interneringskampen. We lezen vervolgens hoe schrijfster geïnteresseerd raakte in deze belevenissen van Trudi en op het idee kwam om daarover een boek te schrijven. Vele gesprekken - en research - later werd uiteindelijk dit interessante en aangrijpende boek geschreven. In chronologische volgorde lezen we hoe het Trudi vergaat.


Het begint allemaal leuk en onschuldig. Trudi woont in Nederlands-Indië  een mooi huis, is gek op Kokkie en maakt ruzie met haar zus en broertjes. Ze schrijft regelmatig naar oma en gaat gewoon naar school.


Maar dan vertelt haar vader dat er oorlog uitgebroken is in Nederland, dat is erg maar gelukkig wel heel ver weg. Maar helaas blijft het daar niet bij. De Japanners vallen Indië aan in 1942 en langzamerhand begint ook voor de familie van Trudi de ellende. Haar vader is arts maar wordt toch gearresteerd en meegevoerd. En ook de heerlijk onbezorgde tijd in het mooie huis is voorbij. Het gezin moet naar een van de Japanse interneringskampen. Ze mogen enkele meubeltjes en andere zaken meenemen. Trudi kiest voor haar kleding én Beer.


Aanvankelijk hebben ze een eigen woonruimte maar daar komt snel verandering in, steeds meer mensen worden bij elkaar gestopt. Ook het eten wordt steeds schaarser. Dan komt het moment dat de broer van Trudi ook meegenomen wordt... Uiteindelijk blijven de vrouwen en kinderen over, het enige wat zij doen is werken om te overleven en het overleven zelf is eveneens een heel zware klus!


Natuurlijk is het verhaal aangrijpend maar het is vooral de manier waarop het verteld wordt dat zo'n indruk maakt. Door de ogen van Trudi, een jong meisje, 'zien' we de dingen die gebeuren. Het handelen aan de poort dat later verboden wordt, de mishandelingen door de Japanners die steeds erger worden, het eindeloze staan als ze weer eens straf hebben, het eindeloze wachten op eten, het geluk als er een klein beetje suiker of olie bij het eten is. Trudi vertelt het allemaal. Ook haar zorgen om haar moeder, het verdriet om haar broer, het niet weten waar haar vader is, het harde werken wat ze moeten doen, deelt ze met ons.
Haar toon is vrij en openhartig, ze vertelt alles zoals zij het ziet en denkt te weten. Ze wordt in snelle tijd meer volwassen maar het kind in haar blijft ook aanwezig.
Ze registreert zonder zelfbeklag, ze handelt en leeft gewoon door, omdat ze niet anders kan, omdat ze moet ...
En Beer beleeft het allemaal mee.
Prachtig!


ISBN 9789000368259 | Hardcover | 175 pagina's | Uitgeverij Van Holkema en Warendorf | augustus 2019
Herziene heruitgave van het in 1992 voor het eerst verschenen waargebeurde verhaal van Trudi | Leeftijd 10+

Dettie, 30 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Becky Breinstein deel 1
De gifbeker van Socrates
Marc van Dijk & Sander ter Steege


In deze nieuwe serie graphic novels maken we kennis met Becky Breinstein, een meisje, dat  in het plaatsje Domdorp woont. Zo genoemd omdat het rond de Domdorper Dom is gebouwd. Maar die Dom is niet zo belangrijk, wel de Tosti-Fabriek, waar veel Domdorpers werken. Harm-Klaas Tosti is de eigenaar van de fabriek én van bijna alle winkels en boerderijen. Hij koopt alles op om zijn bedrijf nóg groter te maken.


Maar wat heeft dit alles met Becky Breinstein te maken? Nou het zit zo, Harm-Klaas Tosti heeft één dochter, Isabella, en Becky Breinstein vindt haar vreselijk. Maar uitgerekend zij moest op school naast de verwende Isabella zitten. En niemand spreekt haar tegen. De vader van Isabella voorziet de school namelijk van allerlei nieuwe gadgets dus ook op school wordt Isabella als een prinsesje behandeld.


Die dag houdt Isabella een spreekbeurt en de enige die vragen heeft daarover is Becky. Dat is niet gewenst, de meester kapt alle vragen af en 'voor straf' moet Becky de volgende dag een spreekbeurt houden. En spreken zal Becky, alleen weet ze dat op dat moment nog niet. Ze zal zoveel spreken en zoveel vragen stellen, dat iedereen er helemaal kriegelig van wordt.


Maar hoe kan het dat Becky ineens zo veel wil weten? Dat heeft alles te maken met de Blobvis die Becky's vader had gekocht. Die vis had namelijk een rare blik in zijn ogen waar Becky niet van weg kon kijken en ineens ziet ze een vliegende vis met het gezicht van een oude man met een baard, een man die haar van alles vraagt  zoals: Kunnen vissen slapen? Is leven een vak? Zijn vogels wel eens verkouden? Wie weet er meer de leraar of de leerling? Wat is wijsheid? en dan... krijgt Becky een enorme elektrische schok en wordt ze wakker.
Haar haar staat na die droom recht overeind en ineens komen er allemaal vragen in haar op. Vragen die ze nog nooit gedacht heeft. Vooral de vraag Wat is wijsheid? blijft door haar hoofd spoken. Samen met Raymon de Demon (geen hond, maar haar Tasmaanse tijger!) gaat ze op zoek naar het antwoord.


Het probleem is, ze kan helemaal niet meer stoppen met vragen stellen, ze vraagt van alles aan iedereen; de dokter, de meester, de bakker, de gewichtheffer. Ze doet hetzelfde als Socrates! - Ondertussen weet Becky namelijk dat die oude man uit haar droom Socrates was. - Maar Socrates is doodgegaan omdat hij uit een gifbeker moest drinken want iedereen werd gek van zijn gevraagd... Dat zal de leergierige Becky toch niet overkomen?


Dit verhaal met, zoals gemeld, heel veel tekeningen legt op een speelse en vlotte manier uit wie Socrates was, hoe hij leefde en dacht, en wat er gebeurt als je letterlijk de ideeën van hem opvolgt. Becky doet dat en gaat lekker eigenwijs en dwars tegen alles in. Ze blijft doorvragen, vooral de vraag waarom mensen bepaalde dingen doen is favoriet.  De meester kan het niet uitstaan en andere mensen voelen zich ook ongemakkelijk door al dat gevraagd van Becky.
'Mensen worden woedend omdat je altijd de waarheid spreekt, boeken worden uit het raam gegooid: het wordt één grote puinhoop', staat er bij dit boek te lezen. En een grote puinhoop wordt het zeker in dit verhaal, alles en iedereen staat op zijn kop, maar dát maakt het juist zo grappig!


Kortom, een leuke nieuwe graphic novelserie met Becky Breinstein in de hoofdrol die ook nog eens ergens over gaat. Dit eerste deel smaakt naar meer en dat gebeurt gelukkig ook. Het volgende deel gaat over Nietzsche. Dat is echt iets om naar uit te kijken!


ISBN 9789025907150 | Hardcover | 144 pagina's | Uitgeverij ten have | september 2019

© Dettie, 14 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Drakenvuur
Folkert Oldersma


Yorna, de ik-verteller, haalt haar vriend Reinout uit de bibliotheek, waar hij zoals altijd over de boeken gebogen zit. Hij is namelijk verslaafd aan kennis, hij wil alles weten. Yorna heeft daar veel minder behoefte aan, zij kan goed zonder boeken. Maar niet zonder haar vriend, de professor, zoals ze hem noemt. Hij is dan wel klein, maar hij is ook dapper; hij stapt overal op af en met alles wat hij weet overtroeft hij vaak degenen die denken dat ze hem aankunnen.


Reinout werkt systematisch het alfabet af hij is intussen aanbeland bij de D, en is gefascineerd door draken. Terwijl hij alles wat hij zojuist gelezen heeft aan het vertellen is komt de bibliothecaresse aangelopen. Ze duwt hem een boek in de hand, en dat blijkt een bijzonder boek te zijn. ‘Over draken’ heet het, ‘alleen voor lezers van dertien of jonger.’
Het boek leidt hen naar de Hellesteeg, waar ze een man ontmoeten die duidelijk ook erg geïnteresseerd is in draken. Tinkelbinkie heet hij, en hij gelooft er heilig in dat draken echt bestaan.


‘Jullie zouden ze willen ontmoeten?’
‘Natuurlijk,’ antwoordde Reinout. ‘Echte draken meemaken, ze zien, ze voelen, ze ruiken. Dat zou geweldig zijn.’
‘Doe normaal,’ zei ik.
‘Wat? Wil jij dat allemaal dan net?’ vroeg hij verbaasd.
‘Draken bestaan niet.’ zei ik.


Yorna gelooft niet in sprookjes, maar Reinout laat zich er van overtuigen dat hij echt in een parallelle wereld kan komen, waar draken leven.
En laat Tinkelbinkie gelijk hebben! Als Reinout en Yorna doen wat hij zegt komen ze terecht in een akelige wereld:


‘Alles was er zwart. Zwartgeblakerde boomstronken, zwarte ruïnes van torens, verbrande geraamtes van dieren, een gespleten gedenk- of grafsteen, ook zwart, en een zwart omvergehaald standbeeld van een ridder.’


Moeten hier draken wonen? Het is er ook ongelooflijk heet, niet om uit te houden. Gelukkig vinden ze een koelere grot. En daar zien ze hun eerste draak: een kleintje, dat wel, maar toch met vervaarlijke klauwen en vurige ogen. En hij kan praten! Het is Garold, een blauw draakje. Hij is ziek, en vertelt hoe dat komt. Ravenick, leider van de rode draken, is de baas. Zijn tirannie vernietigt de wereld.


Daarmee begint de strijd van Reinout en Yorna om de blauwe draakjes te redden van de rode draken en de orde in het drakenrijk te herstellen. Natuurlijk lopen ze tegen allerlei problemen aan en ze zijn ook niet de enige mensen in die wereld.
Maar het is een sprookje waarin alles kan. Voor ieder probleem is er meteen een pasklare oplossing, hetgeen soms toch wel ongeloofwaardig wordt. Onderweg moeten er veel raadsels opgelost worden om verder te kunnen met hun opdracht en daar is Reinout natuurlijk een kei in, dus die vindt dat wel leuk, hetgeen steeds maar weer benadrukt wordt. 
Maar  Yorna ergert zich – net als de lezer misschien  - aan al ‘dat gedoe om niks’. Ook het taaltje dat door de draken gebezigd wordt, hm, vinden kinderen dat leuk?


‘Passen op dat de rode draken jou betrappen buiten niet. De aangangers van Ravenick dat zijnen. Ze soldaten zijnen, zijn gelpers,  zei Garold.’


Folkert Oldersma kan beter dan dit. Ook het lesje over democratie maakt het verhaal niet spannender, het is een enigszins flauw verhaal. Dat ligt niet aan de twee hoofdpersonen, die zijn interessant genoeg. Maar het avontuur in de parallelle wereld lijkt op een computerspel waarbij je ook steeds opdrachtjes krijgt om verder te kunnen. Volgende keer beter.


ISBN 9789044835793 | hardcover | 185 pagina's | Uitgeverij Clavis | september 2019
Illustraties Joachim Sneyers | Leeftijd 9+

© Marjo, 21 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het Junior Monsterboek 8
Diverse auteurs


Het concept is intussen wel bekend, en bij jongeren die van griezelen houden nog steeds populair.
De schrijvers van deze elf nieuwe griezelverhalen zijn Nico De Braeckeleer, Bart Mertens, Johan Deseyn, Rob Baetens, Marina Defauw, Ronald Verheyen, Karel Smolders, Erik Persoons. Degene die opgelet heeft telt er hier maar acht! En dat klopt. Het is de laatste edities de gewoonte dat de jongere die de prijs heeft gewonnen heeft van de Junior Monsterboek Schrijfwedstrijd zijn of haar verhaal in dit boek gepubliceerd ziet. En dat niet alleen: ook de vorige winnaars mogen nog meedoen!
Dus zijn Marie Uiterwijk en Hanne Goorickx weer van de partij en is de debutant Cailin Ceyfs.


Ieder verhaal wordt voorafgegaan door een korte beschrijving over de schrijver van het verhaal dat volgt, en ook vind je tussendoor tips voor de nieuwe wedstrijd. Maar het gaat natuurlijk om de verhalen! Maak je borst maar nat!
De Braeckeleer bijt het spits af met een verhaal over een zombiekat. Dat een kat een zombie is, is al griezelig genoeg, maar de ontknoping! Jasses. Blijf maar even bij katten uit de buurt!


Na dit griezelverhaal volgt er een van Bart Mertens, die ook het boek geïllustreerd heeft met weer van die grappige, maar wel degelijk griezelige zwart-wit tekeningen! Hij schrijft over Ivan, telg in een vampierenfamilie die voorlichting krijgt van zijn vader. Dat gaat niet bepaald vlotjes…
Behalve griezelige details valt er ook te lachen bij Bart Mertens.


‘Heb je je dan nooit dorstig gevoeld als zo’n meisje je aankijkt met die grote bambi-ogen?’
Waar heeft-ie het in hemelsnaam over?
‘Als je die lelieblanke halzen ziet, die kleine donshaartjes in hun nek, die ranke schouders, die trillende lippen en dat tongetje…’
‘Kijk jij niet naar de verkeerde films, pa?’
‘Misschien ben je nog wat te jong,’ hij bekijkt me met een bedenkelijk gezicht.
‘Let op jongen, je krijgt overal haar!’
Haar?
‘En dan lijkt het of je tandpijn krijgt.’
‘Tandpijn?’


Het gaat te ver om alle schrijvers te bespreken, en dat hoeft ook niet bij de meeste schrijvers. Zelfs niet bij Marie Uiterwijk, die haar faam allang waargemaakt heeft. Maar vooruit, het verhaal van Karel Smolders over dat monster uit de zee verdient toch een extra vermelding. En het verhaal over het CWRM-beeldje (ComingWorldRemeberME, een herinneringsproject van de provincie West-Vlaanderen) is ook verrassend. Het zal je maar gebeuren dat zo’n beeldje ineens tegen je praat!


Hanne Goorckx schrijft dit keer een eng verhaal over een heks die in het jaar 1519 de gemoederen danig bezig hield. Het is voor jongeren een soort inwijdingsrite: durven zij naar de overblijfselen van het hutje waar de heks woonde? Er staat alleen nog een deurpost, waar naar men zegt de handafdruk van de heks in gebrand staat.


De nieuwe schrijver is Cailin Ceyfs. Vorig jaar de winnaar van de wedstrijd. Maar liefst twintig pagina’s is haar verhaal over dat spookschip, dat ze ziet als ze met haar tante op een cruise gaat. Raadselachtige gebeurtenissen brengt haar aan het twijfelen: was het dan toch allemaal echt?
Leuk, en natuurlijk griezelig verhaal!


Voor vaste lezers van het Monsterboek zijn de verhalen soms enigszins voorspelbaar, maar niettemin blijven ze griezelig, met al die duivels, heksen, vampiers, zombies, spoken, brrr… En soms weet zo’n schrijver er dan net een andere wending aan te geven dan je als lezer verwacht.


ISBN 9789462421110 | hardcover | 289 pagina's | Uitgeverij Junior Kramat | november 2019
Tekeningen en cover van de hand van Bart Mertens | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 23 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Bloem
Nicola Skinner


Bloem is enorm braaf, zo braaf dat ze op school Brave Bloem wordt genoemd, totdat haar akelige rivaal Clarissa Valentini Bloems bijnaam omdoopt in Sneubloem.
Maar Bloem ziet zichzelf helemaal niet zo. Ze IS gewoon de beste en de braafste in alles. Maar dat gedrag heeft wel een achterliggende reden. Bloem doet dit allemaal voor haar moeder die niet zo vaak lacht, sterker nog mama is vrij zwaarmoedig. En als ze weer een certificaat heeft gehaald voor goed gedrag (ze heeft dozen vol met zulke papieren) dan glimlacht haar moeder tenminste.


En nu heeft meneer Grittelsnert, de directeur van de school, een wedstrijd uitgeroepen. Degene die de Ster van het jaar wordt, wint een zevendaagse vakantie in Portugal! Alles wat je daarvoor hoeft te doen is... onberispelijke gedrag vertonen en er keurig uitzien! Nou, dat is precies waar Bloem heel goed in is! Ze zal en moet die prijs winnen voor haar moeder, misschien lacht ze dan wèl voluit. Het lijkt een makkie, die prijs zal Bloem op haar sloffen kunnen winnen! Maar toen wist ze nog niets over Zonderlinge Zaadjes en wat voor invloed deze op haar én haar omgeving zou hebben.


Het begint allemaal met de grote, zieke treurwilg in de tuin van Huize Welgemoed, het huis waar Bloem in woont. Ze voelt daar ineens een trilling onder de grond, de betonnen vloer van het terras splijt open en Bloem ziet langzamerhand een envelop uit de grond tevoorschijn komen. Dat is al gek maar het allergekste is, dat het lijkt of iets - de boom misschien? -  tegen haar praat. Ze hoort iets of iemand zeggen 'Ik heb op je gewacht.' Ze pakt de envelop en ziet dat daar iets op geschreven staat, namelijk 'Zonderlinge zaadjes. Deze zaadjes zaaien zich als vanzelf.'


Het moet iets met die boom te maken hebben. De boom waarvoor haar moeder moest tekenen bij de koop van het huis. Ze mogen die boom namelijk nooit laten weghalen of beschadigen. Ondanks de rare gebeurtenissen vertelt Bloem aan haar moeder maar niets van de zaadjes, ze wil wel, maar het is net of iets haar tegenhoudt... iets buiten haar om...


De volgende dag, in de bibliotheek van school hoort ze de vreemde stem weer. Hij zegt hetzelfde als gisteren... Bloem besluit het rare verhaal aan Neena, haar vriendin, te vertellen. Gelukkig is Neena helemaal gek van dingen onderzoeken en uitvinden dus die stort zich met veel plezier op de vreemde zaadjes. Dankzij deze zaadjes komen ze terecht bij tuincentrum Wonderligh, het enige, piepkleine, tuincentrum van Betondeugd, het dorp waar Bloem en Neena wonen.
En daarmee begint hun bizarre avontuur...


Bloem wordt echter door alles wat er gebeurt steeds minder braaf en netjes, dit tot haar grote ellende, en Clarissa haar vijandin in de strijd naar de vakantie, loopt steeds verder voor in de puntentelling. Bloem is ten einde raad en gaat uiteindelijk heel erg ver in het willen winnen, ze zet zelfs haar beste vriendin Neena in voor haar strijd, maar wel op een akelige manier. En dat allemaal om haar moeder te zien lachen...


Ondertussen spelen in Betondeugd ook nog andere zaken, zoals de hebzucht van meneer Valentini, de vader van de gehate Clarissa, die elk stukje groen wil opkopen om zijn bezit uit te breiden met gebouwen en winkels... wat leidt tot uitzonderlijke gebeurtenissen en verzet. En wat heeft dat tuincentrum eigenlijk met de rare gebeurtenissen te maken? 


Aanvankelijk wilde het verhaal niet erg vlotten. De zinnen zijn in het begin ook een beetje ingewikkeld. De aanloop naar het verhaal waar het uiteindelijk om draait, vraagt teveel tijd, duurt te lang. Maar àls het dan uiteindelijk op dreef komt, heb je een geweldig verhaal mèt inhoud.
Het is niet alleen een verhaal over uitzonderlijke zaadjes en de absurde gevolgen als ze eenmaal gezaaid worden, maar ook over het zich niet uitspreken naar elkaar waardoor allerlei misverstanden ontstaan. Het is een gek verhaal waarin dingen gebeuren die helemaal niet kunnen, maar een goede schrijver kan het meest onwaarschijnlijke geloofwaardig maken en zo'n schrijver blijkt Nicola Skinner uiteindelijk toch te zijn. Als je het boek dichtslaat weet je dat je een fijn boek hebt gelezen. Een boek dat er toe doet.


ISBN 9789402703719 | Hardcover | 380 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | augustus 2019
Met illustraties van Flavia Sorrentino | Vertaald door Sandra C. Hessels/Creative Difference| Leeftijd 10+

© Dettie, 13 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Veger
Jonathan Auxier


Aan het eind van de negentiende eeuw was het heel normaal dat jonge kinderen de kost verdienden als schoorsteenveger. Wie klein en smal genoeg was paste immers wel door de schoorsteenpijpen! Al heel jong werden wees- en zwerfkinderen opgenomen in een groep die werkte voor een baas. Misschien waren er mannen die wel goed waren voor deze kinderen, maar over het algemeen was het die tijd heel normaal dat zij uitgebuit werden. Ze konden nergens heen, en de bazen zorgden dat ze dun genoeg bleven door hen nauwelijks eten te geven. Geld kregen ze minimaal. 


De hoofdpersoon van dit boek is Nan Mus, elf jaar oud. Ze werkt voor een slechte meester, Wilkie Crudd. Ooit had ze het beter. Vijf jaar eerder werkte ze nog samen met De Veger, die zo goed mogelijk voor haar zorgde. Hij was als een vader voor haar. Maar op een dag was hij verdwenen. Het enige dat ze nog van hem had was de schoorsteenvegerhoed, en een klein verkoold brokje roet.
Op de dag dat ze het heel even kwijt is – en dat zou vreselijk zijn, het kwam immers van De Veger! – bekijkt ze het zwarte brokje nog eens goed. Het lijkt wel of er oogjes zitten! Maar dat lijkt natuurlijk maar zo, en ze stopt het snel weer in haar zak.


Nu Nan ouder wordt, weet ze dat ze niet lang meer zal passen, ze ziet hoe andere meisjes rondingen krijgen, en wat moet ze dan? Crudd lijkt het wel te weten…
Dan komt ze vast te zitten in een schoorsteen, en de jongen die haar concurrent is in de groep van Crudd steekt onder haar het vuur aan. Maar Nan verbrandt niet! Ze wordt wakker op een kale vloer. Ze was helemaal niet gewond, nergens brandwonden. Hoe kon dat?


‘Haar hoofdpijn ging over in een dof kloppen, en nu merkte ze pas hoe verkleumd ze was. Ze zocht naar iets wat ze om zich heen kon slaan, iets tegen de kou. Verderop lag wat op de grond. Het was klein en rond en donkergrijs.
Haar roetje.
Het kleine klompje had haar in veel koude nachten warm gehouden. Het moest uit haar zak gevallen zijn op het moment ze door de schoorsteenwand brak. Nan kroop ernaartoe en stak haar trillende had uit. Maar terwijl ze dat deed, gebeurde er iets vreemds.
Het roetje bewoog.
Het ging niet ver. Het rolde alleen net buiten haar bereik.’


Het klompje leeft en groeit. Nan noemt het Charlie. Samen met hem en haar dromen ontdekt ze wie of wat De Veger was, en wat Charlie is. En wat hij kan. Hij is er niet zomaar, zegt hij. Hij heeft een missie. Maar welke dan?


Behalve Nan en de Veger leren we anderen kennen: Roger de jongen die haar weg wil hebben; Toby, de zwerfjongere die met zijn rat onder de brug woont; Muisje, het kleine joch dat nieuw is bij de groep van Crudd; en juf Esther Bloom.


Het is een sprookje, over een magisch wezen, de golem, dat het meisje volledig toegewijd is. Een sprookje over een meisje dat voorbestemd lijkt voor een vreselijk – en kort – leven, maar opgemerkt wordt door een juf, die leeft voor het les geven, aan wie maar wil leren. Maar het is ook een sprookje dat gebaseerd is op feiten. Aan het eind van de negentiende eeuw was kinderarbeid normaal. En al was er een andere manier om schoorstenen te vegen, waardoor kinderen er niet meer in hoefden: daar wilde men niet aan. Die kinderen hoorden bij het straatbeeld, niemand vond het vreemd, of verkeerd. En werd de schoorsteen niet schoner als een kind zich er doorheen perste?
Het wezen golem is onderdeel van de joodse traditie en is nog steeds de mascotte van Praag.


De achtergrond, het leven in Londen, is ook zoveel mogelijk gebaseerd op hoe het echt was. Het verhaal wordt niet chronologisch verteld, maar met behulp van flashbacks. Het is dan ook een boek voor de betere lezer, maar als die eenmaal in het verhaal zit, vergeet hij of zij het nooit meer! Nan Mus is de Oliver Twist van de schoorsteenvegers, ook zo’n verhaal dat je bij blijft.


Jonathan Auxier (1981, Vancouver) schreef al eerder boeken voor jongeren. De Veger is het eerste dat vertaald werd. Hopelijk volgen de andere snel!


ISBN 9789030504368 | hardcover | 400 pagina’s | Uitgeverij Billy Bones | mei 2019
Vertaald uit het Engels door Esther Ottens | Leeftijd vanaf 10 jaar.

© Marjo, 31 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Orde van de Gouden Leeuw
Dorothée de Rooy


De twaalfjarige Lucy rent met haar moeder door Amsterdam. Lucy weet niet voor wie ze op de vlucht zijn, maar ze doet wel wat haar moeder zegt. Ze moet naar een geheime plek, terwijl haar moeder de achtervolgers afleidt. En ze krijgt een oud boek en een brief in haar handen gedrukt. De brief raakt ze helaas kwijt.


Als ze veilig is opent ze zoals haar opgedragen is het boek. Het blijkt de doorgang - een vortex - naar een andere wereld, waar ze een jongen ontmoet. Alfred maakt haar wegwijs in Het Rijk, een sprookjesachtige groene wereld. Het Rijk bestaat uit twaalf gewesten, Lucy is gearriveerd in het Kennisgewest. Ze maakt kennis met Alfreds vrienden Sam en Milstone.
Alfred neemt haar mee naar de Baelord, de baas van het district waar ze zich bevinden. De Baelord is Athanasius Krikkel, die denkt ongezien een bijna onzichtbare gang in te duiken. De kinderen zien dat en schieten achter hem aan. Een geheime bijeenkomst, van de Orde van de Gouden Leeuw. Lucy blijkt een merkteken te hebben, zij zal Het Rijk moeten redden.


'Alleen een Meister kan de Tafel van Smaragd zien. Als de Meister alle zes Onnavolgbare Opdrachten vervult, toont de Tafel van Smaragd het recept voor Prima Materia. Dat is de oersubstantie waaruit alles ooit is ontstaan en het is het materiaal waar de Hart Steen uit bestaat. We hebben lang geprobeerd om zelf achter het recept te komen,' Athanasius wees naar de borrelende ketels die Lucy eerder in een paarse wolk had zien ontploffen, 'maar het is onmogelijk. De enige manier om Prima Materia te kunnen maken en zo de Hart Steen te redden, is als de Meister alle Onnavolgbare Opdrachten volbrengt. De enige redding van het Rijk, Lucy, dat ben jij. Jij bent de uitverkorene.'


Het Rijk wordt namelijk bedreigd door Schaduwheer Jaldabaz. Lucy moet zes opdrachten vervullen. Natuurlijk helpen Alfred, Sam en Milstone mee.
De queeste begint, een spannende strijd tegen het kwaad, waarin magische elementen een rol spelen. De jongens kunnen ‘alteren’, dat wil zeggen dat ze zichzelf kunnen veranderen in iets anders. De vijand bestaat (deels) uit antroponieten, angstaanjagende wezens, die gelukkig niet kunnen zien.


Het is een boek voor kinderen, dus het mag: het toeval speelt een grote rol, en natuurlijk weten onze vrienden te winnen. Maar op het eind van dit boek zijn nog niet alle zes de opdrachten vervuld, dus wie weet wat er nog gaat gebeuren! Het staat nergens vermeld, maar het zal een trilogie worden.
Tussen de scenes door, die vlot verteld worden en herkenbaar en vaak spannend zijn, wordt veel informatie, gegeven; bijvoorbeeld als Lucy het geheimzinnige ‘Beestiarium’ vindt, een boek waar allerlei dieren in beschreven worden. Het is dan wel duidelijk dat ze een aantal van die dieren ook tegen zullen komen.


Het verhaal is eigenlijk nogal vlak, behalve dat Sam soms wat onnozel uit de hoek kan komen, is er weinig karaktertekening. Niet dat jonge lezers daar op zitten te wachten, maar het zou het geheel toch boeiender maken. De echte fantasylezer herkent namelijk veel dingen uit andere lectuur, originaliteit is er nauwelijks.
De Rooy gebruikt makkelijke taal, zonder bijzondere stijlvormen, waardoor het lezen niet echt een uitdaging is. Natuurlijk is plezier in het lezen daar niet van afhankelijk.


Zoals in dit soort boeken te doen gebruikelijk is, gaat het over de strijd tussen goed en kwaad, over vriendschap, over het aangaan van uitdagingen en het maken van keuzes. Het Rijk lijkt een idealistische wereld, die wel wat weg heeft van waar ouderen bedoelen als ze het hebben over ‘de goeie oude tijd.’ En die wordt nu bedreigd, dat moet je als het even kan voorkomen!


De  vormgeving is aantrekkelijk: een mooie omslag, groen met goud. Boven de hoofdstukken staan leuke tekeningetjes. Achterin – tja, dat weet je dus niet als je aan het verhaal begint – staat een verklarende woordenlijst en achtergrondinformatie over het Rijk. Wel zie je meteen als je het boek opendoet een plattegrond van Het Rijk.


Dorothée de Rooy heeft rechten gestudeerd waarna ze advocaat werd. Nu heeft ze gekozen voor schrijver: voor televisieprogramma’s en nu een jeugdboek.
De Orde van de Gouden Leeuw is haar debuut en het eerste deel van een trilogie.


ISBN 9789000367580 | hardcover | 240 pagina's | Uitgeverij van Goor | juni 2019
Illustraties van Sophie Pluim | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 19 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Waar hoor ik thuis?
Femmie van Santen


De twaalfjarige Noortje weet haar hele leven al dat ze als baby'tje geadopteerd is. Dat vindt ze ook helemaal niet erg. Ze heeft lieve ouders en een zusje en broertje, Lieke en Max, de tienjarige tweeling die na haar adoptie geboren zijn. Zij zijn de natuurlijke kinderen van papa en mama.


Maar nu Noortje in de pubertijd komt, een tijd waarin vaak alle gevoelens op zijn kop gezet worden, begint het toch te knagen bij Noortje. Ze lijkt bijvoorbeeld helemaal niet op haar adoptiefamilie maar zou ze wel op haar Portugese ouders lijken? Hoe zouden die zijn? Wat was de reden dat ze geadopteerd werd? En zo zijn er nog meer vragen die ze niet zo goed durft te stellen. Ze is bang dat ze haar Nederlandse ouders daarmee zal kwetsen. Maar ze merkt wel dat ze zich steeds vaker anders voelt.


Gelukkig heeft ze haar vriendin Pam. Pams familie is ook anders. In tegenstelling met de toch wat stijve en keurige ouders van Noortje is het Surinaamse gezin van Pam vol leven, kleur, lawaai. Ze lachen als ze blij zijn, schreeuwen als ze kwaad zijn en zijn bijna altijd vrolijk, zelfs naar hun kerk gaan, waar iedereen hapjes mee naartoe neemt, lijkt op een feestje. Pams ouders, Noortje mag ze Alice en Ronny noemen, zijn gewoon veel minder zwaar op de hand dan de vader en moeder van Noortje. En oma Tibby, die tegen iedereen mi goedoe (mijn schatje) zegt is zelf ook een schatje.


Uiteindelijk vertelt Noortje aan Pam waar ze mee zit en Pam heeft gelijk een superidee. Ze zorgt ervoor dat haar familie kiest voor een vakantie naar Portugal en Noortje mag mee! Dan kunnen ze gelijk naar Noortjes familie zoeken! Inmiddels is Orlando, de leuke zestienjarige broer van Pam, ook bij de zoektocht betrokken maar voor de rest weet niemand iets van hun plannen af.


En dan reizen ze af naar Portugal, wat zal hun dat brengen? Ze hebben maar heel weinig gegevens, ze weten alleen dat Noortjes moeder morreu (overleden) is en in welk ziekenhuis Noortje geboren is. Orlando heeft ook het adres van het adoptiebureau gevonden, maar dat is alles.
De hele zoektocht blijkt gecompliceerder én gevaarlijker dan de kinderen verwacht hadden. Het is maar goed dat Oma Tibby af en toe een gebedje voor ze bidt...


Femmie van Santen heeft in feite een geschreven versie van het programma Spoorloos gemaakt alleen zijn er spannende elementen aan toegevoegd. Het is een vlot geschreven verhaal alleen zijn er een paar zaken die in feite niets toevoegen aan het verhaal, zoals de schoolfilm en de ziekte van opa. Maar voor de rest is het een heerlijk, meeslepend geheel geworden waarbij de gevoelens van Noortje mooi beschreven worden.


Kortom, een spannend, meeslepend avontuur over vriendschap, familiebanden en het vinden van je eigen roots.


ISBN 9789026623059 | Other formats | 223 pagina's | NUR 283 | Uitgeverij KokBoekencentrum | augustus 2019
Leeftijd 10+

© Dettie, 1 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER