Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

De redding
De voetbalgoden: deel 18
Gerard van Gemert


Tja zo gauw er een nieuw deel uit is van de voetbalgoden dan móet die gelijk gelezen worden, want Storm en Stijn zijn bijna persoonlijke oude bekenden van me geworden. De twee vrienden die nogal verschillen qua karakter, beleven altijd wel wat. Is het niet een avontuur in Kenia dan is het wel een heel belangrijke wedstrijd die gespeeld moet worden. En altijd is het spannend en altijd weten de jongens op hun eigen manier een oplossing te vinden zodat we opgelucht het boek dicht kunnen slaan.

In deel 17, getiteld Voetbalmaffia, liep het echter anders, de jongens werden in dat deel benaderd door meneer Peerdensteertje, ofwel Harry, de ongure broer van hun trainer. Harry wilde dat ze expres de Champions Leage zouden verliezen zodat hij flink veel geld kon inzetten bij het gokkantoor. Natuurlijk piekerden Stijn en Storm er niet over om dat te doen, Maar meneer Peerdensteertje was een vasthoudend type en begon hen zelfs te bedreigen, het werd best eng, want hij wist wel héél veel over het privéleven van de jongens en hun familie... Een heel enerverend verhaal volgde.
Maar wat dus nooit gebeurt bij de Voetbalgodenboeken gebeurde nu wel, het verhaal eindigde op een heel spannend moment en wij moesten wachten op het vervolg! Gelukkig is dat er nu en kunnen we eindelijk lezen hoe het allemaal afloopt...


Meneer Peerdensteertje is nog steeds bezig om de jongens van gedachte te laten veranderen, maar hoe vals en gemeen hij is blijkt pas tijdens het verloop van het verhaal. Ondertussen hebben de twee voetbalhelden weer een bijzondere ontmoeting met een jongetje die hun een  briefje geeft met daarop alleen het woordje 'Help'. Even later ziet Stijn het jongetje op tv en dát is de aanleiding tot verder onderzoek. Vooral Storm weet natuurlijk weer van geen wijken. Hij zal en moet uitvinden wat er aan de hand is en zoals altijd kent hij geen angst en gaat hij recht op zijn doel af. Stijn is de tegenpool van Storm en vult dingen aan waar Storm door zijn stormachtige aard steken laat vallen. En zo rollen we opnieuw in een smeltkroes van avonturen en intriges.
(Er zit overigens wel een beetje ongeloofwaardig stukje in het verhaal rond de naam van een vermist meisje, maar dat mag de leespret niet drukken.)


Ondertussen is er natuurlijk weer een belangrijke wedstrijd op komst, de jongens mogen namelijk misschien spelen in het team van Oranje! Dat zou wel te gek zijn. En ook Femke, Stijns vriendin, speelt weer een flinke rol in het boek. Storm vindt haar vervelend, ze zeurt en denkt alleen aan zichzelf, vindt hij. De vriendelijke Stijn denkt daar toch wel anders over en zijn schrik is dan ook groot als Femke het uitmaakt, hij heeft toch nooit tijd voor haar!


Opnieuw een boek dat je in een klap uit wilt lezen. Storm is af en toe wel een beetje arrogante bal gehakt, ook al zegt hij de dingen met een grap. Maar toch zit zijn hart wel op de goede plek. Hij is enorm eerlijk en zal altijd klaar staan om iemand te helpen, ook als het gevaarlijk. Hij kan absoluut niet tegen onrecht. Dankzij hem verveelt Stijn zich nooit... En juist die combinatie, de extraverte stormram en de introverte toeschouwer maken de avonturen van de twee zo lekker leesbaar. Ze houden elkaar in balans.
Op naar deel 19!


ISBN 9789044832754 | Hardcover | 154 pagina's | Uitgeverij Clavis | augustus 2018
Leeftijd 10+

Dettie, 14 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De horrorhoeve
Deel 3 uit de serie De Engste Serie Ooit
illustraties Esther Malaparte

Tjerk Noordraven


Eigenlijk kun je De Horrorhoeve niet los lezen van de eerste twee delen, dus je zult de personages wel kennen. Toch doen we maar een voorstelrondje:

Degene die een twijfelachtige hoofdrol heeft in dit derde deel is Dragos de elfjarige vampierjongen. Hij kan niet tegen licht, zoals vampiers dat per definitie niet kunnen. Zijn vrienden zijn Prins Toet, de supersterke mummie, die juist geniet van de warmte van de zon en Eus, een faun met geitenpoten. Wat het nut daarvan is, vraag je? Geen idee. Maar Eus kan wel hypnotiseren met muziek! Dan is er Nera, een gewoon tienjarig meisje, maar dat moet je maar niet tegen haar zeggen. Want zij kan handlezen en heeft een bijzondere oma. En... niet te vergeten: hun trouwe metgezel de hellehond met drie koppen!


De vrienden bevinden zich na de ijzingwekkende reis met de Transsylvanië expres in Transsylvanië, dat geterroriseerd wordt door graaf Dracula en zijn onderdanen. Daar moet een eind aan komen, vinden ze, en als dit verhaal begint, bevindt Dragos zich in de gevangenistoren van kasteel Poenari waar graaf Dracula woont.
Ze hebben van tevoren wel een plan gemaakt, maar het wordt erg moeilijk voor Dragos als hij in het kasteel een oude vriend ontmoet, die hem de verlokkingen van het vampierschap laat zien. Hm, het is meer proeven.
Nera, Eus en Prins Toet die Dragos komen helpen, worden buiten de burcht opgemerkt, en aangevallen. Zij weten een schuilplaats te vinden in een verlaten hoeve. Je snapt het al: dat is de horrorhoeve en die doet zijn naam eer aan…


‘”AAAH!’ krijst de vampier.
Razendsnel springt hij van Nera af en duikt een donkere hoek in.
Angstig drukt hij zich tegen de muur, zo ver mogelijk van het licht af.
In de straal zonlicht krabbelt Nera overeind. Even blijft ze verdwaasd zitten, met haar blik op het dakraam.
Dan staat ze op.
Wankelend loopt ze door de plas dierenbloed naar Eus. Haar kleren zijn doorweekt, haar natte haren plakken aan haar gezicht.
Zwijgend bevrijdt ze Eus uit zijn ketens.
Als Eus weer op zijn poten staat, kijken ze elkaar met grote ogen aan.
Even kan geen van beiden ook maar een woord uitbrengen.
‘Kom,’ zegt Eus dan. ‘Wegwezen.’


Spannend hè! Heb je enig idee wat hier gebeurd kan zijn?


Maar: denk goed na voor je begint te lezen: dit verhaal is zo superspannend dat je door wil lezen. Maar er zijn veel bloederige, akelige scenes, want vampiers houden nu eenmaal geen rekening met watjes!
Dit is een serie die bedoeld is om je te laten griezelen, van begin tot einde. Maar het gaat ook over vriendschap, over de strijd tegen het kwaad, waarbij samenwerking heel belangrijk is.


Behalve dat het boek er prachtig uitziet, is de bladspiegel heel duidelijk. Veel witruimte, korte zinnen (voor de spanning!) Er zijn veel dialogen, en de hoofdstukken zijn kort.


Tjerk Noordraven (1987) heeft naast zijn boeken ook een website, waar van alles te vinden is. http://engsteserieooit.nl


ISBN 9789048845170 | hardcover |192 pagina's | Uitgeverij Moon | juni 2018 |Leeftijd vanaf 10 jaar
Tekeningen en bladversieringen van Esther Malaparte

© Marjo, 23 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Verdacht
Gerard van Gemert


'Voor detectives' staat achterop het boek te lezen en dat klopt helemaal, er moet heel wat speurwerk verricht worden voordat Mischa - en de lezer - écht begrijpt wat er allemaal aan de hand is, maar spannend is het zeker!

Het begint allemaal in de herfstvakantie. De vijftienjarige Mischa Bordelman denkt lekker een weekje alleen thuis op Terschelling door te brengen terwijl zijn ouders een weekje naar hun huisje in Limburg gingen. "Nu kon hij, voor het eerst van zijn leven, een week lang liedjes schrijven en gitaar spelen zonder dat hij gestoord werd omdat hij moest eten, afwassen of boodschappen doen. [...] Hij verheugde zich er al weken op."
Zijn moeder vindt het eigenlijk maar niets dat hij niet mee gaat, ze ziet overal gevaar in. Dat ze dit keer gelijk krijgt kan zij ook niet weten...

De middag waarop zijn ouders vertrekken maakt Mischa zoals altijd een wandeling, "de duinen, het strand en de zee waren zijn beste vrienden." Maar onderweg hoort hij een raar geluid. Een soort gepiep. Hij ziet twee tassen liggen en uit één daarvan komt geluid! Even denkt Mischa dat er jonge poesjes in zitten maar niets is minder waar. In de tas zit een baby! "Zijn moeder had gelijk. Hij had zijn mobiel mee moeten nemen," denk Mischa nu.
In de andere tas zitten luiers en babyvoeding én een enveloppe, Voor Mischa staat er in sierlijke letters op geschreven! Mischa snapt er niets meer van. Hoe kan dát nou?

In de enveloppe zitten instructies hoe Mischa de baby moet verschonen en hoe hij de baby verder moet verzorgen.  Daarbij zit een briefje van 'een wanhopige moeder' waarin staat dat Romy, de baby, 5 maanden oud is en gevaar loopt. Mischa moet zorgen dat het kleine meisje uit handen blijft van de mensen die achter haar aan zitten. Hij moet ook niet naar de politie gaan want ook dan komt de baby in verkeerde handen. De vrouw weet dat Mischa het eiland goed kent en daar plekken kent die niemand anders weet te vinden. Onder andere daarom vertrouwt ze hem haar baby toe. Maar het is wel gevaarlijk, ze schrijft:


"Vlucht, Mischa. Constant. Blijf geen dag op dezelfde plek en vertrouw niemand. De mensen die op Romy jagen, zijn machtig, maar jij kunt Romy, met jouw intelligentie en doortastendheid, uit hun handen houden. Als de kust veilig is kom ik haar weer halen."


Daar staat Mischa dan met een huilende baby in zijn armen, daar gaat zijn rustige weekje... Hij neemt de baby mee naar huis, dat kon deze avond nog wel, stond in de brief van de moeder. Maar als hij net thuis is gaat de bel. Wat nu? Vertrouw niemand stond er immers in de brief. Hij doet toch maar open. Het is zijn klasgenootje Mireille, het leukste meisje uit zijn klas! Zij ruikt onraad en al snel besluit Mischa haar in vertrouwen te nemen en dat is maar goed ook, want uiteindelijk wordt ze een grote steun en hulp voor Mischa én Romy.


Die avond lijkt alles goed te gaan, Mireille leert Mischa hoe hij het flesje moet klaarmaken en helpt met verschonen en ze redden het prima zo. Maar dan hoort Mischa een vreemd geluid buiten en even later wordt er hard op de deur gebonkt...


Dit gebeurt allemaal in de eerste 31 bladzijden van het boek. Op de overige 137 pagina's lezen we hoe Mischa zich in allerlei bochten moet wringen om de lieve kleine Romy te redden uit de handen van kwaadwillende mensen. Het is voor Mischa af en toe wel moeilijk om te begrijpen wat er allemaal aan de hand is. Er melden zich bijvoorbeeld twee moeders! Beiden zeggen ze dat zij de moeder van Romy zijn. Maar wie is nou de échte moeder?


En dat is nog niet alles, er blijkt zich een heel ander verhaal op de achtergrond af te spelen waarmee de undercover politie al maanden bezig is. En Mischa wordt, of hij het wil of niet, uiteindelijk een hele belangrijke schakel het hele gebeuren.
Zijn rustige weekje is veranderd in een kolkende achtbaan met hoge toppen en diepe dalen... Hij moet dingen doen die hij niet voor mogelijk had gehouden...


Zoals gezegd, het wordt heel erg spannend allemaal en je blijft steeds maar verder lezen, want je moet weten hoe het afloopt... Komt alles wel goed?
Opnieuw een goed verhaal in de serie Eilandgeheimen.


ISBN 9789044831191 | Hardcover | 168 pagina's | Uitgeverij Clavis | januari 2018
Leeftijd 12+

© Dettie, 12 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Syntopia 
Tanja de Jonge


Timo staat op weg naar school iedere dag even stil bij dat hoge, moderne gebouw, waar met gouden letters ‘Syntopia’ op staat. Uit de krant en van televisie weet hij dat het een supermodern gebouw is, met allemaal supermoderne technische snufjes. Je had er geen sleutels nodig, want het gebouw herkent je, je wordt zelfs aangesproken als je in de lift stapt. De mensen die er wonen maken gebruik van kleine elektrische auto’s, die uit zichzelf rijden naar de plek die je alleen maar hoeft te noemen.


Wat zou Timo daar graag wonen! Maar zijn ouders willen dat niet. Timo weet dat ze al die moderne snufjes niet zien zitten, maar ook dat ze het niet betalen kunnen. Hij moet het zelf ook doen met een aftands mobieltje, en een laptop is toch helemaal niet nodig! Dat de andere kinderen er allemaal een hebben, nou, dan werkt hij toch op mama’s computer.


‘Dat gebouw hangt vol met camera’s, die je vierentwintig uur per dag in de gaten houden.'
‘Ja duh, het gebouw herkent je als je naar binnen wil, dan moet het je wel kunnen zien.'
’Ik vind dat geen prettig idee.'
’Jij bent zoooo ouderwets!’’  riep Timo geërgerd.
‘En die man, Haiko Trips, vind ik een griezel. Hij woont er ook, hè, op de vijfde verdieping. Stel je voor dat ik er zou wonen, dan kwam ik die man elke dag tegen in de lift.’


Robin, een meisje uit zijn klas woont er, misschien kan Timo via haar eens een kijkje nemen? Maar een meisje aanspreken, dat doe je niet zomaar. De anderen zouden eens denken dat hij iets met haar wil!
Dan krijgt zijn vriend Milan een drone voor zijn verjaardag. Hij wel! Ze maken een filmpje en laten dat op school zien. En daarna spreekt Robin hen aan!
En zo komt Timo toch binnen in Syntopia. Hij wordt zelfs opgenomen in het systeem.


Robin en haar moeder vinden het helemaal prima in het nieuwe appartementengebouw, maar er zijn een paar dingen die ze wel anders willen. Robin zou graag langer willen douchen dan de drie minuten die het systeem toestaat.  En haar moeder wil zelf bepalen wat ze eet, en niet staan koken met de groenten die Syntopia haar verschaft.
Als Meneer Trips haar moeder op een avond vraagt om in zijn appartement te komen, hoort Robin weer dat vreemde geluid dat ze eerder ook al hoorde en waarvan ze wil weten wat het is. Maar de verdieping boven hun flat is niet toegankelijk, daar zit waarschijnlijk het epicentrum van de technologische snufjes.
De volgende morgen is haar moeder er weer, maar het lijkt wel of ze veranderd is! Ze heeft geen haast meer, en is vol belangstelling voor Robin!
Wat is hier aan de hand?


Timo en Milan weten hier niets van, maar ze zijn wel nieuwsgierig waarom Robin op een dag niet op school komt en ze gaan naar Syntopia. Het kost moeite, maar ze komen er binnen en ontdekken vreemde dingen…


De plannen die meneer Trips heeft voor de mensheid zien er op het eerste gezicht heel idyllisch uit. Een samenleving waarin iedereen zich gedraagt, aardig is voor iedereen, en doet wat goed is voor de wereld en haar milieu. Maar natuurlijk moet er een prijs betaald worden en het is de vraag of we werkelijk zo’n wereld zouden moeten willen.


Een jeugdboek dat zich in het heden afspeelt, maar toch futuristisch is. Spannend is het in ieder geval ook, je leest het in een adem uit. Dat komt ook doordat het vlot geschreven is, in korte hoofdstukken, met veel dialogen, en  ruim opgezette bladspiegel.
Voor kinderen in de onderbouw van een middelbare school, zeker, maar waarschijnlijk kunnen kinderen van groep 8 dit ook best aan, ook al biedt de ontknoping geen afgerond einde zoals je dat zou verwachten. Het boek is in de derde persoon geschreven is en de drie jongelui hebben herkenbare karakters. En uiteindelijk is meneer Trips helemaal geen slechterik.


Tanja de Jonge (Uden, 1968) studeerde aan de kunstacademie in Maastricht en verhuisde daarna naar Amsterdam, waar ze decors ontwierp voor theaterproducties.
Vanaf 2009 schrijft ze kinderboeken en is ze werkzaam bij de Bibliotheek van Hoorn.


ISBN 9789025113971 | Paperback | 196 pagina's | Uitgeverij Holland | april 2018 | Vanaf 12 jaar.

© Marjo,  30 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Supernormaal
Je hebt geen superkrachten nodig om een Held te zijn
Greg James & Chris Smith


Het gebeurt nogal eens met kinderboekpersonages: na een verhuizing moeten ze naar een nieuwe school. De moeder van de elfjarige Murph – er is geen vader in beeld – heeft op een of andere manier moeite om haar baan te behouden. Het is dus al de zoveelste keer dat ze opnieuw moeten beginnen. Murph baalt. Niet dat zoveel vrienden achter laat - hij had niet eens de tijd die te maken - maar hun nieuwe huis is een lelijke blokkendoos.


En de school! Alle scholen waar hij met zijn moeder ging kijken zaten vol, en die ene school waar hij wel toegelaten wordt, blijkt een heel speciale school te zijn. De leerlingen en hun leraren hebben ‘Gaven’. Eentje heeft oogwarmtestralen, een ander is teletechneut, een meisje kan minipaardjes oproepen en een ander meisje vliegt met een gele paraplu naar school. Dat is overigens verboden, want de buitenwereld mag niet weten dat dit geen gewone school is.


Wat je met die gaven moet doen is een tweede, leraar Flash doet zijn best hen op te zwepen tot meer. Op een niet al te prettige manier. En tegen Murph is hij ook helemaal niet aardig, want tja, Murph zit dan wel op die school met bijzondere kinderen, hij is zelf helemaal niet bijzonder. Hij is Supernormaal, hetgeen binnen de kortste keren zijn bijnaam is. Het was namelijk een misverstand dat hij aangenomen werd op school.
Maar ondanks het feit dat hij bekeken wordt als een minkukel, hij heeft het naar zijn zin op deze school. Hij maakt er namelijk vrienden: Billy, Hilda, Mary en Nellie, kinderen met ‘absoluut waardeloze gaven’, maar met een talent voor vriendschap.


Waar kinderen met een talent zijn moet er ook een slechterik zijn. Inderdaad: er is nog een andere verhaallijn. Over Nektar, alias Clive Lamb, een onderzoeker bij Ribbons Robotica, die zijn baan dreigt te verliezen, en op het laatste moment een superingeving krijgt: door op een paar knoppen te duwen verandert de jongeman in een wezen met twee uitpuilende insectenogen. ‘Clive Lamb is uit de bijenkast gekomen!’ roept hij. Dat hij een wesp is, wil hij niet horen.
Al snel meldt zich een medewerker, Nicholas Knox. Deze wetenschapper is nog slechter dan Nektar, die hij eerst wil gebruiken voor zijn plannen en dan uitschakelen.
Knox zoekt kandidaten voor een leger en ontdekt de school van Murph.


Dan volgt een strijd tussen goed en kwaad, tussen Nektar, Knox en zijn groeiende leger versus Murph en zijn vier vrienden. Gelukkig krijgen zij steun van oude helden, ‘helden met een mooi pakje’, zoals die in de huidige tijd niet meer kunnen opereren, omdat de moderne media er meteen boven op zou zitten. De strijd neemt bizarre proporties aan, nu er zoveel Gaven gebruikt worden. Maar of de vijand zich zomaar gewonnen geeft? Hij is ook de domste niet...


Dit spannende verhaal wordt verteld door een alwetende verteller die begrijpt dat de spanning hoog op kan lopen bij een jonge lezer. Dan breekt hij in, en vertelt ineens over iets heel anders. Of hij vraagt de lezer even een liedje te zingen! Ook speelt hij met woorden, laat de lezer mee beslissen hoe hij iets zal vertellen. Volop humor dus in dit verhaal! Een verhaal dat aanspreekt: over vriendschap, over samenwerking, vertrouwen hebben in jezelf. En ontdekken wie de ware held is.
Er is een duidelijke bladspiegel, grappige zwart wit tekeningen, en – ha,ha - een verhaal over een lief konijntje…


Als je de omslag ziet zou je kunnen denken dat het een boek is zoals dat van ‘Leven van een Loser’ of ‘De waanzinnige boomhut’. Wat humor betreft doet het er zeker niet voor onder, maar er is veel meer tekst. En toch is het een verhaal dat ook de minder vlot lezende kinderen zal trekken. Er gebeuren immers de gekste dingen! Je wil weten hoe dat af gaat lopen!


Je voelt het al aankomen, en dat wordt aan het einde bevestigd: er komt een vervolg!


Chris Smith is journalist en werkt voor de BBC net als Greg James, die tv- en radiopresentator is.
Hun samenwerking heeft een zeer geslaagd boek opgeleverd!


ISBN 9789048844463| Hardcover | 356 pagina's | Moon | mei 2018
Geïllustreerd door Erica Salcedo | Vertaald uit het Engels door Willem Jan Kok | Vanaf 10 jaar

© Marjo,  26 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Jij en ik
verhalen over vriendschap en vluchtelingen
Diverse schrijvers


Een boek vol verhalen over vluchtelingen uit allerlei gebieden en in diverse tijden. Een paar verhalen spelen zelfs in de toekomst! Dan zijn de vluchtelingen degenen die onze aarde ontvluchten, een aardbol die zwaar beschadigd is, waar niemand meer kan wonen. De laatste aardbewoners komen aan op de maan of op Mars, maar zijn niet welkom in de kolonies die daar eerder gesticht zijn.
Het merendeel van de verhalen gaat over een ander soort vluchteling: mensen die hun land moesten verlaten vanwege oorlog. Omdat ze er niet veilig zijn.


Dat is niet alleen van deze tijd: ook in de Eerste Wereldoorlog moesten mensen vluchten. In Nederland kwamen toen de Belgen, op de vlucht voor de Duitsers. Het verhaal, geschreven door Joyce Pool, verhaalt over hoe zij opgevangen werden in Gaasterland (Friesland), waar men de vluchtwegen versperde door de bruggen op te halen! Er werd ook bewaking bijgezet.


Douwe, een Friese jongen heeft de stoet zien komen, en is er niet blij mee als zijn baas hem vertelt dat een van de mannen net als hij als knecht komt werken in de meubelmakerij. Het blijkt reuze mee te vallen: hij kan het best vinden met de vrolijke Sjefke. Maar de Vlaming heeft heimwee. Hij wil naar huis…


Eigenlijk gaan de meeste verhalen zo: de hoofdpersoon, meestal een kind, ontmoet een leeftijdgenoot, die ergens anders geboren is als hij of zij zelf en na aanvankelijke vijandigheid, ontdekt hij of zij dat die ander eigenlijk precies hetzelfde is. Er groeit langzaam begrip, en dan vriendschap.

In het verhaal van Arienne Bolt:


‘Er vliegen ook veel kraanvogels over Nederland, vooral nu in oktober.’
Stern geeft bijna licht. ‘Ze zijn onderweg naar Syrië en naar landen daar in de buurt.’
‘Kraanvogels brengen geluk,’ vervolgt Stern.
‘Echt waar?’ Dubbel wow. ‘Naar Syrië?’
‘Overal, In het voorjaar komen ze trouwens weer terug.’
’Zijn het dan Nederlandse of Syrische kraanvogels?”


En ook: ’Je mag mijn vader wel lenen.’
Van een kind dat al zo vaak moest verhuizen: ‘Mijn voorraad vriendschap is bijna op.’


Het zijn verhalen over bijzondere maar ook eigenlijk heel gewone vriendschappen. Maakt het iets uit waar je wieg heeft gestaan? Of hoe je er uit ziet? Het is immers zo tussen mensen: het klikt, of het klikt niet. Maar je moet het wel een kans geven.


Het verhaal van Peter-Paul Rauwerda is ook heel mooi: over de jongen die een rups als huisdier heeft en die in een potje meeneemt als hij moet vluchten uit een land in oorlog, Papillon heet de rups, naar het boek en de film over de gevangene Papillon. (Henri Charrière)


In deze verhalen – en enkele gedichten - wordt verteld dat het de moeite loont om vreemden met open vizier tegemoet te treden. Dat geldt overigens voor alle hoofdpersonen, van welke nationaliteit ook.


Behalve die twee sciencefictionverhalen en een drietal gedichten is er nog een verhaal met een magisch tintje, en in de meeste verhalen zitten feiten verwerkt. Jan Terlouw kan het niet laten natuurlijk: zijn verhaal over de hongerwinter eindigt op een licht belerend toontje. Helemaal niet erg overigens.


De schrijvers zijn: Jan Terlouw, Gijs Wanders, Margaretha van Andel, Ariënne Bolt, Alyze Bos, Pieter Koolwijk, Joyce Pool, Jesse Goossens, Mireille Geus, Carolien Ceton, Anna van Praag, Jowi Schmitz, Peter-Paul Rauwerda, Ellen van Velzen, Lenneke Westera, Eva Moraal, Marloes Morshuis, Sjoerd Kuyper en Annet Huizing.


Het boek is mooi vormgegeven, Het ballonnetje van de omslag komt overal in het boek terug. En er zit een blauwe pagina als afscheiding tussen de verhalen.
Het valt op dat de verschillende schrijvers niet eenzelfde verhaal vertellen. Er wordt steeds net een ander aspect van het vluchtelingenleven aangekaart. Zouden ze de verhalen in opdracht hebben geschreven?
Een deel van de opbrengst gaat naar  het vluchtelingenprogramma van UNHCR.


ISBN 9789047710738 | hardcover | 248 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | juni 2018 |Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 27 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het Kandinksky bedrog
Blockbusters deel 4
Manon Berns
 

‘Een Blockbuster geeft niet op. Ook niet als alles tegenzit.’


Voor wie de Blockbusters nog niet kent: Storm, elf jaar oud (hm, niet echt ouder geworden sinds zijn eerste avontuur!) heeft een detectiveclub opgericht. Samen met zijn vriend Jimi, en de twee meisjes Lara en Juul zijn vormen ze een enorme bron van kennis en mogelijkheden. Storms moeder restaureert schilderijen, en zijn vader verzamelt bijzondere dingen, zoals hij in dit verhaal zijn oog laat vallen op een samoeraizwaard.


Zijn ouders komen nog eens ergens, en Storm mag ook wel eens mee. Als je dan weet dat hij een zeer nieuwsgierige jongen is die alles wil weten, dan snap je dat hij inderdaad van allerlei markten thuis is. En als hij iets niet weet, is er Jimi, die heel goed zijn weg kan vinden op internet. En een nerd als broer heeft. Juul is een jongedame uit Parijs, hetgeen weer een andere insteek geeft. En Lara is slim en houdt er ook van om allerlei informatie overal op te diepen. En dan is er nog oom Harrie, ook al iemand die erg nieuwsgierig is en van alles onderzoekt.


Terwijl Storms moeder zich bezig moet houden met de zaak over het schilderij van Kandinsky waarvan zij, in tegenstelling tot de Modern Art Gallery in New York, denkt dat het vals is, reizen Storm en zijn vader naar Moskou, naar oom Harrie. Zijn vader wil naar een veiling voor het samoeraizwaard, maar dan kan hij mooi even kijken naar die partij oude schilderdoeken die er ook aangeboden wordt. Want als het schilderij niet echt is, dan werkt de vervalser wel met authentieke oude doeken. En die komen ergens vandaan…


Storm wilde wel naar Moskou natuurlijk, maar eigenlijk moet hij ook verder met het onderzoek naar de vervalser. Want als de Blockbusters niet kunnen bewijzen dat het schilderij niet echt is, dan verliest zijn moeder de rechtszaak die tegen haar aangespannen is. Dat kan niet, want zij heeft natuurlijk gelijk!
Maar ja, in Moskou zijn andere dingen te doen. En dan blijkt dat in het huis waar hij met oom Harrie logeert, maar liefst zes schilderijen van Kandinsky hangen! En van het meisje dat daar ook woont, hoort hij dat er iets mee is…


Dit soort toevalligheden komen heel veel voor in de verhalen van Manon Berns, maar dat maakt het er niet minder spannend om. Het is erg boeiend om te lezen over de schilder en zijn werk, en natuurlijk ook over de manier waarop de kinderen de vervalser weten aan te pakken. Want dat zij het bewijs gaan leveren, dat weet je wel als je aan het verhaal begint.


Het gaat Manon Berns er dan ook vooral om om via een spannend en leuk jeugdverhaal kinderen te interesseren voor kunst. Omdat de vier kinderen ook echt kinderen blijven en naast alle avonturen ook een ‘gewoon leven leiden dat herkenbaar is voor de jonge lezer, moet dat wel lukken. Storm is in dit verhaal bijvoorbeeld de hoofdrolspeler in de schoolmusical, en hij vindt het vreselijk dat hij bij al die aandacht steeds een kleur krijgt als een rode biet!
En natuurlijk is er zelfs een link tussen die musical en het werk van Kandinsky!


Berns' manier van schrijven is ook zeer geslaagd. Grapjes in de tekst, pittige dialogen, en een goede spanningsboog.

Manon Berns (1969) studeerde Kunst en Kunstbeleid aan de Letterenfaculteit aan de Universiteit van Groningen. Zij werkte in het verleden als assistent-conservator en galeriehouder en is sinds 2000 eigenaar van een tekstbureau.


ISBN 9789020674989  | Hardcover | 224 pagina's | Kluitman | mei 2018 | Vanaf 10 jaar.

© Marjo, 19 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mathilde, ik kom je halen
Inez van Loon


De Rupelstreek is een streek in de provincie Antwerpen. Eeuwenlang werd er klei ontgonnen in de Rupelstreek. De overgebleven steenbakkerijen getuigen daar nog van. (Bron: Wikipedia) Het verhaal over Mathilde speelt zich af in deze streek en wel aan het begin van de twintigste eeuw.


De dertienjarige Mathilde heeft haar moeder verloren en als het verhaal begint deelt haar vader haar na de rouwtijd koudweg mee dat hij met de twintigjarige Lena gaat samenwonen. Voor Mathilde is er geen plaats, zij zal bij haar nonkel en tante moeten gaan wonen in het kleine huisje op het geleeg (de steenbakkerij). En haar oom en tante hebben al negen kinderen! Haar zesjarige neefje, de kleine, schrale Fonske, is echter enorm blij met de kot van Mathilde. Hij is erg gek op zijn nichtje. "Ik hoop dat je voor altijd bij ons blijft, Mathilde," zegt hij op gegeven moment.


De overgang is groot. Mathilde ging naar school en dankzij de inkomsten van de schoenmakerij van haar vader hadden ze het financieel redelijk goed. Ze had ook een eigen slaapkamer, maar die luxe kan ze nu wel vergeten. Ze zal op de zolder samen met Rosalie (12) en Marie (16) het bed moeten delen. De meisjes slapen op de strozakken rechts en de jongens links. En de school kan ze voorlopig ook wel vergeten want het zomerwerk komt eraan en dan moet Mathilde op de kleintjes passen.


Maar het zal anders lopen, Mathilde moet ook helpen in het geleeg. Zij zal als afdraagster (stenensjouwer) moet gaan werken, maar ook de frèle, ziekelijke Fonske moet aan de slag... Dat kan het mannetje toch helemaal niet aan! Maar in het grote gezin telt elke cent mee, dus ze zullen wel moeten.
'Kwaaie Kobe', de meesterknecht (opzichter), is een griezel. hij houdt wel van jonge meisjes en de meiden van het geleeg zorgen er voor dat ze nooit alleen naar hem toe gaan...


Voor de mensen uit de Rupelstreek is hun hele leven al uitgetekend, evenals voor de vorige en volgende generaties. Zij zullen allen werken dag in dag uit op de steenfabriek. Meer is er niet, op de vrije zondagmiddag na, die hen ook nog eens regelmatig afgepakt wordt.
Mathilde weet zeker dat ze dit soort leven niet wil en dat ze alles op alles zal zetten om weg te komen. Adriaan de vriend van haar vijftienjarige neef Prosper, denkt er net zo over, maar hoe kunnen ze hun doel bereiken?


Hoewel het verhaal gebaseerd is op het leven van de grootmoeder van Inez van Loon, brengt zij met dit verhaal vooral de zware omstandigheden van de arbeiders in de steenfabrieken tot leven. Zij moesten zich schikken naar de wensen van hun baas, hoe onredelijk die ook waren, anders konden ze hun inkomen wel vergeten. Het hele gezin, van klein tot groot werd ingezet om de hoge heren te dienen.
Maar het was ook de tijd van het begin van verzet, van de opkomst van de socialisten, die de erbarmelijke arbeidsomstandigheden niet langer pikken evenals het feit dat zij geen reëel salaris krijgen, geen loon naar werken. Het samenkomen van socialistische bijeenkomsten werd gezien als nadelig voor de grote bazen en naar zo'n bijeenkomst toegaan werd afgestraft soms werden mensen zelfs daardoor ontslagen met alle gevolgen van dien. 


De schrijfster weet deze armoede en dreigende sfeer goed neer te zetten, zonder er een loodzwaar verhaal van te maken. Vooral het gebruik van woorden uit die tijd - die achterin het boek verklaard worden - brengen het verhaal enorm tot leven en maken het sprankelend.  Je waant je als het ware een mede dorpsbewoner van de Rupelstreek.

Kortom, een prachtig, invoelend verhaal met erg tot de verbeelding sprekende personages. Heerlijk boek.


ISBN 9789044832709 | Hardcover | 183 pagina's | Uitgeverij Clavis | april 2018
Leeftijd 11+

© Dettie, 11 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De nachtlantaarn
Lisa Thompson


Als ze midden in de nacht over stille wegen rijden, weet de elfjarige Nathan al wel door dat hij en zijn moeder niet op vakantie gaan. Vooropgesteld dat ze midden in de nacht zonder echte voorbereiding zijn vertrokken, zonder het iemand te vertellen, is het gedrag van zijn moeder niet echt vakantie-achtig. Nathan vond het altijd zo leuk dat zij in de auto meezong met de radio, en dan gewoon doorging met zingen terwijl de radio alleen maar geruis liet horen in een tunnel. En dat het dan op het moment dat de radio weer ontvangst had, zijn moeder precies weer in de maat paste!


En zijn moeder zingt nu niet, ze kijkt steeds in haar achteruitkijkspiegel en beantwoordt zijn vragen nauwelijks. En het is koud en het regent. Later zal het ook nog gaan sneeuwen. Het huis waar ze tenslotte aankomen, een bouwvallig huisje dat ergens op een landgoed staat, is ontzettend smerig, en wordt bewoond door een kip. Al een tijdje, dat zien ze wel aan de bank.


‘Mam? Ik zei dat we hier weg moeten! Laten we gewoon in de auto stappen en naar oma rijden, goed?’


Maar zijn moeder luistert niet, en ze maken zo goed en kwaad als het gaat een bed in orde. Wel wordt duidelijk wat Nathan al vermoedde: ze zijn op de vlucht voor Gary, de vriend van Mama. Nathans vader is jaren geleden vertrokken met een ander, en toen Gary kwam was zijn moeder dolgelukkig. Nathan niet, maar ja, hij moest het accepteren. En nu is zijn moeder ook tot inkeer gekomen.


De volgende dag gaat ze er op uit om boodschappen te doen. Nathan moet binnen blijven, maar ze blijft maar weg. Het duurt al twee uur, dan drie uur, waar blijft ze toch? Heeft Gary haar dan toch gevonden? En dan hoort hij iemand. Maar het is niet zijn moeder.
Waar komt zijn oude vriend Sam ineens vandaan?  Maar misschien geeft zijn aanwezigheid Nathan wel de moed om eens buiten het huisje te gaan kijken, misschien is mama wel ergens in de buurt.
En opnieuw meldt zich iemand: een meisje van ongeveer zijn leeftijd.
Raadsels zijn er om op te lossen, vindt Kitty, het meisje dat hij leert kennen, maar ze is zelf ook een raadsel met haar verhalen over Charlotte en James.

En dan begint een spannend avontuur. Twee kinderen die van alles ontdekken als ze de raadsels van Kitty gaan oplossen. Maar zullen ze ook Nathans moeder vinden?


En dan is hij nog jarig ook:


‘Terwijl ik daar lag, voelde ik mijn warme adem tegen mijn kin. Ik besloot gewoon in bed te blijven en af te wachten. Ik zou gewoon wachten tot de tijd verstreek en mijn moeder terugkwam, dan zou alles weer goed zijn. Ze zou binnenkomen met een grote lach op haar gezicht.
‘Sorry dat ik zo lang ben weggebleven, Nathan. Ik ben druk bezig geweest om dit voor je te maken! Ik heb er een eeuwigheid over gedaan.'
En dan zou ze achter haar rug vandaan een enorme verjaardagstaart van drie verdiepingen tevoorschijn halen.’


Maar zo gebeurt het natuurlijk niet.
De nachtlantaarn van de titel komt natuurlijk ook voor in het verhaal, want een van de dingen die Nathan moet overwonnen is zijn angst voor het donker.


De Goudvisjongen was het succesvolle debuut van Lisa Thompson. Het thema van dit boek is hetzelfde: terwijl volwassen alleen op de achtergrond aanwezig zijn, gaat een jongen een bijzondere vriendschap aan, hetgeen voor hemzelf nog het meest onverwacht is. Het laat zien dat er altijd een uitweg is uit situaties die uitzichtloos lijken. Ook al ben je nog maar een kind, je kan heel goed zelf beslissingen nemen, logisch nadenken en je niet uit het veld laten slaan, hoe moeilijk het ook is. De manier waarop Nathan dat doet is bijzonder, en heeft iets magisch.


Lisa Thompson (Essex, 1973) werkte voor de BBC radio, maar heeft nu bewezen dat zij een roemrijke carrière als jeugdboekenschrijver tegemoet kan zien.

ISBN 9789030503644 | Hardcover | 256 pagina's | Meis & Maas | april 2018
Vertaald uit het Engels door Anneke Bok | Vanaf 10 jaar.

© Marjo,  30 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Tunnels
Dave Eggers


Catalina dacht nog steeds na over Grans intelligentie. Ze dacht hardop, alsof Gran niet happend naar lucht voor haar lag.
'De eerste keer dat ik je zag, was je net tegen een muur opgelopen. Snap je nu hoe verwarrend je bent? En waarom ben je trouwens op blote voeten?'


De twaalfjarige Gran verhuist met ouders en jongere zusje Maisie naar het dorp Carrousel. Gewend als ze zijn aan een vrij luxe appartement met uitzicht op de oceaan, valt hun nieuwe woning vies tegen. Het is een houten huisje dat er scheef uitziet. Maar het was van de overgrootvader van Grans vader, en dus goedkoop. Want zijn vader, monteur van beroep, had in de stad geen werk meer, en zou hier een goede baan krijgen. Helaas valt dat vies tegen. Het draait er op uit dat hij toch weer terug gaat naar de stad, en dan vaak lang wegblijft. Grans moeder is kunstenares, en zit in een rolstoel.
De omstandigheden zijn kortom niet al te best.


Als het op school ook niet erg prettig verloopt - hij wordt compleet genegeerd - zakt de moed hem in de schoenen. En hij was nog wel begonnen met een nieuwe naam. Gran heet namelijk Graniet. Om tegenwicht te bieden aan de achternaam Bloempjes, zegt zijn vader.  Maar het interesseert niemand, ze pesten hem er zelfs niet mee.


Alles verandert als hij op school een briefje in zijn boek vindt, met de vraag waarom hij in vredesnaam niet gewoon Graniet genoemd wil worden? Want Gran betekent oma, zo wil je toch niet heten? Had er dan Grant van gemaakt, zegt de onbekende briefschrijver. Het moet een meisje zijn, denkt Gran, het is een net handschrift. Maar wie dan? En waarom ziet niemand hem?


Op het moment dat hij probeert uit te vinden of hij misschien onzichtbaar is, leert hij Catalina Catalan kennen, een meisje met een geheim. Nou, Gran heeft toch niets anders te doen, hij wil weten wat zij uitspookt!


Intussen heeft hij De Hertog ontmoet, een conciërge, die lijkt te wonen in een enorme bergruimte onder de school. Het is de enige persoon die aandacht heeft voor de jongen, en Gran hoort van hem over de geschiedenis van het dorp.


Ooit stond er in het dorp een wereldberoemde draaimolenfabriek, Catalan Carrousel en Co. Iedere dorpsbewoner had er werk, alles werd met de hand gemaakt. Op de zolder van Grans huis ligt ook van alles, zijn betovergrootvader was smid en werkte misschien ook wel in die fabriek! 
Er is niets meer van over, het dorp lijkt zich nu alleen maar druk te maken over de tweespalt tussen twee dorpelingen, Fia Voelstra die strijdt voor Plannen P&S, terwijl haar tegenstander Walter Wolford de voorkeur geeft aan Plannen E&H. Het duurt even voor het gezin Bloempjes ontdekt waar die letters voor staan en wat die twee willen. 


Binnen de kortste keren is Grans leven totaal veranderd. Thuis heerst nog steeds dezelfde ongezelligheid, maar na school volgt hij Catalina. Zij wil echter niets van hem weten, verdenkt hem er van dat hij voor de Holtes werkt. Maar Gran heeft geen idee wie of wat de Holtes zijn.
Als hij ziet op welke manier zij er in slaagt steeds te verdwijnen, zoekt hij naar een manier om dat ook te doen. En zo komt hij in de tunnels terecht, waar hij met het meisje de moedige strijd aangaat met bijzondere tegenstanders. 


Wat is de rol van de conciërge in dit verhaal? En waarom moeten ze hockeysticks, palen, balken en buizen verzamelen? Maar vooral: komt het nog goed in Huize Bloempjes? Want het blijkt veel verschil te maken of men gelukkig dan wel ongelukkig is, en zij zijn duidelijk niet gelukkig.


In 113 korte hoofdstukken wordt een spannend sprookjesachtig verhaal verteld. De hoofdstukken zijn met een zwarte lijn omlijnd en er zijn heel veel zwart-wittekeningen, die perfect passen bij de tekst. Zo wordt ook de bladspiegel duidelijker, en dat maakt het boek geschikt voor kinderen die wat moeite hebben met lezen. Dave Eggers trekt ook die kinderen door zijn vlotte stijl meteen het verhaal in, en Gran is een sympathieke knul, die lekker spannende avonturen beleeft. Dat er ook een opgestoken vingertje in het verhaal zit, ach, dat merkt een jongere lezer niet eens. 


Dave Eggers is de auteur van onder meer Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit (finalist Pulitzer Prize), Zeitoun en Wat is de Wat (finalist National Book Critics Circle Award en winnaar Prix Médicis). In 2013 verscheen zijn nieuwe roman De Cirkel. Nog geen jaar later verscheen zijn (volledig in dialoog geschreven) roman Uw vaderen, waar zijn zij? En de profeten, leven zij voor eeuwig?
Eggers schrijft evenwel ook kinderboeken. De Tunnels is zijn derde, na The bridge will not be gray (2015) en Her right foot (2017), die (nog) niet in het Nederlands zijn vertaald.


ISBN 9789048843459  | Hardcover | 352 pagina's | Moon| april 2018|
Tekeningen van Aaron Renier | Vertaald uit het Engels door Karin Pijl | Vanaf 10 jaar|

© Marjo,  20 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER