Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

De Orde van de Gouden Leeuw
Dorothée de Rooy


De twaalfjarige Lucy rent met haar moeder door Amsterdam. Lucy weet niet voor wie ze op de vlucht zijn, maar ze doet wel wat haar moeder zegt. Ze moet naar een geheime plek, terwijl haar moeder de achtervolgers afleidt. En ze krijgt een oud boek en een brief in haar handen gedrukt. De brief raakt ze helaas kwijt.


Als ze veilig is opent ze zoals haar opgedragen is het boek. Het blijkt de doorgang - een vortex - naar een andere wereld, waar ze een jongen ontmoet. Alfred maakt haar wegwijs in Het Rijk, een sprookjesachtige groene wereld. Het Rijk bestaat uit twaalf gewesten, Lucy is gearriveerd in het Kennisgewest. Ze maakt kennis met Alfreds vrienden Sam en Milstone.
Alfred neemt haar mee naar de Baelord, de baas van het district waar ze zich bevinden. De Baelord is Athanasius Krikkel, die denkt ongezien een bijna onzichtbare gang in te duiken. De kinderen zien dat en schieten achter hem aan. Een geheime bijeenkomst, van de Orde van de Gouden Leeuw. Lucy blijkt een merkteken te hebben, zij zal Het Rijk moeten redden.


'Alleen een Meister kan de Tafel van Smaragd zien. Als de Meister alle zes Onnavolgbare Opdrachten vervult, toont de Tafel van Smaragd het recept voor Prima Materia. Dat is de oersubstantie waaruit alles ooit is ontstaan en het is het materiaal waar de Hart Steen uit bestaat. We hebben lang geprobeerd om zelf achter het recept te komen,' Athanasius wees naar de borrelende ketels die Lucy eerder in een paarse wolk had zien ontploffen, 'maar het is onmogelijk. De enige manier om Prima Materia te kunnen maken en zo de Hart Steen te redden, is als de Meister alle Onnavolgbare Opdrachten volbrengt. De enige redding van het Rijk, Lucy, dat ben jij. Jij bent de uitverkorene.'


Het Rijk wordt namelijk bedreigd door Schaduwheer Jaldabaz. Lucy moet zes opdrachten vervullen. Natuurlijk helpen Alfred, Sam en Milstone mee.
De queeste begint, een spannende strijd tegen het kwaad, waarin magische elementen een rol spelen. De jongens kunnen ‘alteren’, dat wil zeggen dat ze zichzelf kunnen veranderen in iets anders. De vijand bestaat (deels) uit antroponieten, angstaanjagende wezens, die gelukkig niet kunnen zien.


Het is een boek voor kinderen, dus het mag: het toeval speelt een grote rol, en natuurlijk weten onze vrienden te winnen. Maar op het eind van dit boek zijn nog niet alle zes de opdrachten vervuld, dus wie weet wat er nog gaat gebeuren! Het staat nergens vermeld, maar het zal een trilogie worden.
Tussen de scenes door, die vlot verteld worden en herkenbaar en vaak spannend zijn, wordt veel informatie, gegeven; bijvoorbeeld als Lucy het geheimzinnige ‘Beestiarium’ vindt, een boek waar allerlei dieren in beschreven worden. Het is dan wel duidelijk dat ze een aantal van die dieren ook tegen zullen komen.


Het verhaal is eigenlijk nogal vlak, behalve dat Sam soms wat onnozel uit de hoek kan komen, is er weinig karaktertekening. Niet dat jonge lezers daar op zitten te wachten, maar het zou het geheel toch boeiender maken. De echte fantasylezer herkent namelijk veel dingen uit andere lectuur, originaliteit is er nauwelijks.
De Rooy gebruikt makkelijke taal, zonder bijzondere stijlvormen, waardoor het lezen niet echt een uitdaging is. Natuurlijk is plezier in het lezen daar niet van afhankelijk.


Zoals in dit soort boeken te doen gebruikelijk is, gaat het over de strijd tussen goed en kwaad, over vriendschap, over het aangaan van uitdagingen en het maken van keuzes. Het Rijk lijkt een idealistische wereld, die wel wat weg heeft van waar ouderen bedoelen als ze het hebben over ‘de goeie oude tijd.’ En die wordt nu bedreigd, dat moet je als het even kan voorkomen!


De  vormgeving is aantrekkelijk: een mooie omslag, groen met goud. Boven de hoofdstukken staan leuke tekeningetjes. Achterin – tja, dat weet je dus niet als je aan het verhaal begint – staat een verklarende woordenlijst en achtergrondinformatie over het Rijk. Wel zie je meteen als je het boek opendoet een plattegrond van Het Rijk.


Dorothée de Rooy heeft rechten gestudeerd waarna ze advocaat werd. Nu heeft ze gekozen voor schrijver: voor televisieprogramma’s en nu een jeugdboek.
De Orde van de Gouden Leeuw is haar debuut en het eerste deel van een trilogie.


ISBN 9789000367580 | hardcover | 240 pagina's | Uitgeverij van Goor | juni 2019
Illustraties van Sophie Pluim | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 19 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Waar hoor ik thuis?
Femmie van Santen


De twaalfjarige Noortje weet haar hele leven al dat ze als baby'tje geadopteerd is. Dat vindt ze ook helemaal niet erg. Ze heeft lieve ouders en een zusje en broertje, Lieke en Max, de tienjarige tweeling die na haar adoptie geboren zijn. Zij zijn de natuurlijke kinderen van papa en mama.


Maar nu Noortje in de pubertijd komt, een tijd waarin vaak alle gevoelens op zijn kop gezet worden, begint het toch te knagen bij Noortje. Ze lijkt bijvoorbeeld helemaal niet op haar adoptiefamilie maar zou ze wel op haar Portugese ouders lijken? Hoe zouden die zijn? Wat was de reden dat ze geadopteerd werd? En zo zijn er nog meer vragen die ze niet zo goed durft te stellen. Ze is bang dat ze haar Nederlandse ouders daarmee zal kwetsen. Maar ze merkt wel dat ze zich steeds vaker anders voelt.


Gelukkig heeft ze haar vriendin Pam. Pams familie is ook anders. In tegenstelling met de toch wat stijve en keurige ouders van Noortje is het Surinaamse gezin van Pam vol leven, kleur, lawaai. Ze lachen als ze blij zijn, schreeuwen als ze kwaad zijn en zijn bijna altijd vrolijk, zelfs naar hun kerk gaan, waar iedereen hapjes mee naartoe neemt, lijkt op een feestje. Pams ouders, Noortje mag ze Alice en Ronny noemen, zijn gewoon veel minder zwaar op de hand dan de vader en moeder van Noortje. En oma Tibby, die tegen iedereen mi goedoe (mijn schatje) zegt is zelf ook een schatje.


Uiteindelijk vertelt Noortje aan Pam waar ze mee zit en Pam heeft gelijk een superidee. Ze zorgt ervoor dat haar familie kiest voor een vakantie naar Portugal en Noortje mag mee! Dan kunnen ze gelijk naar Noortjes familie zoeken! Inmiddels is Orlando, de leuke zestienjarige broer van Pam, ook bij de zoektocht betrokken maar voor de rest weet niemand iets van hun plannen af.


En dan reizen ze af naar Portugal, wat zal hun dat brengen? Ze hebben maar heel weinig gegevens, ze weten alleen dat Noortjes moeder morreu (overleden) is en in welk ziekenhuis Noortje geboren is. Orlando heeft ook het adres van het adoptiebureau gevonden, maar dat is alles.
De hele zoektocht blijkt gecompliceerder én gevaarlijker dan de kinderen verwacht hadden. Het is maar goed dat Oma Tibby af en toe een gebedje voor ze bidt...


Femmie van Santen heeft in feite een geschreven versie van het programma Spoorloos gemaakt alleen zijn er spannende elementen aan toegevoegd. Het is een vlot geschreven verhaal alleen zijn er een paar zaken die in feite niets toevoegen aan het verhaal, zoals de schoolfilm en de ziekte van opa. Maar voor de rest is het een heerlijk, meeslepend geheel geworden waarbij de gevoelens van Noortje mooi beschreven worden.


Kortom, een spannend, meeslepend avontuur over vriendschap, familiebanden en het vinden van je eigen roots.


ISBN 9789026623059 | Other formats | 223 pagina's | NUR 283 | Uitgeverij KokBoekencentrum | augustus 2019
Leeftijd 10+

© Dettie, 1 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De ring van Wiebeldinges
trilogie: Tante Geola
Mark Tijsmans


Derde en laatste deel uit de Tante Geola-trilogie.
In het eerste deel wordt verteld hoe Bas Bonje Bolleboos thuiskomt en een briefje vindt dat hij moet gaan logeren bij zijn tante Geola. Dat is het begin van een aantal fantastische avonturen, vol magie en humor, met sprookjesachtige, maar ook griezelige en bizarre elementen. Dat voel je al aan het taalgebruik, het verhaal zit vol met vreemde woorden, ook al omdat de schrijver een Vlaming is.


De voor Bas onbekende tante woont in een kasteel genaamd Tot Slotte, gelegen in het dorp Krot-Kronkelinge. Daar logeert ook Tasje, met wie hij al snel dik bevriend is.
In dit laatste deel wonen zij nog steeds op het kasteel. Nu krijgen ze te maken met een een verre achterachternicht, Bijouterie Van Wiebeldinges, die een brief schrijft aan tante Geola. En tante Geola weet maar al te goed wie deze figuur is.


‘Zij woont in Vladivostok, op een kasteel dat een van de naarste en afgrijselijkste plekken op de hele wereld is. Hoog in de bergen. Half verstopt tussen de eeuwige sneeuw…
‘In de balancerende Bibberbergburcht,’ vulde Bas Bonje redelijk opgewonden aan.
‘Hoe wist jij dat?’ vroeg Tasje, onder de indruk.
‘Het was echt niet moeilijk om te raden,’ gaf Bas Bonje toe.
‘Die bibberende burcht bestaat dus echt…‘ fluisterde Tasje verbaasd.
‘Precies,’ knikte tante Geola kort. ‘Achterachternicht Wiebeldinges woont in de Balancerende Bibberbergburcht. En laten we vooral hopen dat ze daar blijft!


De achterachternicht blijkt ook te weten dat Bas Bonje een ring om zijn vinger heeft die hij met geen mogelijkheid afkrijgt: De ring van Wiebeldinges. En zij wil die ring, in ruil voor een slagzwaard uit de Middeleeuwen.
Maar Bas Bonje heeft de ring gekregen van zijn tante, en zij op haar beurt had hem weer gekregen van de Tsaar, bij hun verloving. De verloving ging over, de Tsaar wilde de ring terug, maar dat kon dus niet. Ze konden Bas Bonje alleen van de ring bevrijden als ze hem tot ridder zouden slaan met het zwaard van grootoom Serafijn. En nu heeft Bijouterie dat zwaard!


Onze helden gaan naar Vladivostok. Maar natuurlijk is de achterachternicht helemaal niet van plan om netjes te ruilen. Dan zouden al die doldwaze avonturen waarover we gaan lezen namelijk niet hebben plaatsgevonden. Maar nu gaan we genieten van bijzondere magie.
Of het goed komt? Je zou het verwachten als je weet dat het het derde en laatste deel is van een trilogie. Maar ja, dan ken je tante Geola nog niet! Laat staan achterachternicht Bijouterie Van Wiebeldinges. Of zouden die akelige cherubijntjes roet in het eten gooien?


Het is het derde en laatste deel uit de Tante Geola-trilogie, na 'Tante Geola: de tsaar van eender waar' en 'Tante Geola: het zwaard van grootoom Serafijn'. Zonder die eerdere delen gelezen te hebben is het best lastig om al die fantasierijke en bizarre schepsels en gebeurtenissen te volgen, dus begin bij het eerste deel! En verder: denk niet na, maar duik onder in dit bizarre en spannende verhaal.
Op de pagina voor elk nieuw hoofdstuk staat een zwartwittekening, en in een kader enkele versregels (ze komen uit geschriften van Bijouterie. ‘Met spelfouten’ staat er bij)  


‘grote droefheid, groot gemis
als uw bezit gestoolen is.
Geeft den moet en hoop nooit op
Wie weet duikt uw bezit weer op!


ISBN 9789461319555 | paperback | 328 pagina's | Uitgeverij Van Halewijck | augustus 2019
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 13 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Christopher Plum en de Werelddraaier
Tamara Geraeds


Wanneer de doden terugkeren naar de aarde, zal ook daar iets terugkeren van waarde. Atlantis zal herrijzen en Atlas zal zich bewijzen.


De jonge Ridders van de Ronde Tafel, met wie je al kennis gemaakt kan hebben in drie eerdere avonturen, komen opnieuw voor grote uitdagingen te staan. Het is aan de twaalfjarige Christopher Plum om er achter te komen wie de twaalf ridders zijn, en hij kent er pas drie!  Iedere ridder heeft een bepaalde magische gave en ze worden terzijde gestaan door een of meer familiairen. Zelf wordt Christopher onzichtbaar als hij weer op missie moet, hij wordt dan ineens gescheiden van zijn lichaam. En dat gebeurt nu ook weer.


De drie ridders, Christopher, Elizabeth en Baris, bevinden zich na het derde avontuur in de hemel. Ze zoeken nog steeds naar een uitgang als ze nieuwe vrienden maken:  Mosi de kleine olifant en Zareb de mug. Nuttige vrienden, zoals snel zal blijken.
Want een nieuwe missie? Wat dan? De vrienden besluiten het aan Argus te vragen. Hij vertelt over de spreuk.
Maar wat betekent dat? Zijn de vrienden de doden die terugkeren? En wat gaat de Titaan Atlas doen?


“Titanen zijn machtige reuzen Ooit streden ze tegen de goden om de macht over hemel en aarde. Atlas had de leiding over de Titanen, die uiteindelijk verloren. Volgens de verhalen moest hij de aarde op zijn rug dragen, maar dat deel van het verhaal is niet waar. Hij draagt een kopie van de aarde. Een kopie die met de aarde is verbonden. (-) Wie Atlas wekt heeft de macht over de aarde. Alles wat hij met zijn bol doet, met zijn kopie, gebeurt ook met de echte aarde.’


Makkie zou je denken. Als Christopher er voor zorgt dat Atlas hem als eerste ziet, dan komt alles goed. Maar natuurlijk is er iemand die belust is op de macht en onze vrienden in de weg zit. Degroteb Oef slaagt er in om de eerste te zijn, en dan begint de ellende.


‘Ik denk dat de aarde het juist nodig heet om eens flink geschud te worden,’ Atlas’ ogen werden donker van woede, terwijl hij zijn bol langzaam hief. ‘Ik denk dat de mensheid maar moet leren wie hier de sterkste is.’


Jullie vermoeden al wel dat de ridders alles op alles gaan zetten om te voorkomen dat Degroteb Oef zijn zin krijgt, maar dat gaat niet zomaar. Ze zullen weer bijzondere, magische en ook gevaarlijke avonturen beleven voor ze de kans krijgen alles weer te herstellen.


Oude vrienden en oude vijanden komen op hun pad, en ze maken nieuwe vrienden. Opnieuw wordt er vaak verwezen naar de wereld van de goden, en klassieke helden. En zelfs de zak van Sinterklaas speelt een rol, wat zorgt voor een hilarisch moment. Want Tamara Geraeds vergeet niet een flinke dosis humor in het verhaal te verwerken, zodat je af en toe even kunt vergeten hoe spannend het allemaal is.


‘Het konijntje snuffelde aan de plek waar Christopher het licht van het vuur zag. Toen likte het beestje eraan en... het licht werd breder en breder en breder, alsof er een deur openschoof.
Verbijsterd keek Christopher op het konijntje neer. ‘Hij heeft de tunnel geopend!’
Het beestje hupte onverstoorbaar terug naar Argus en voegde zich bij zijn vriendjes.
De reus straalde. ‘Konijntjes zijn geweldig!’


Tamara Geraeds (1981) is docent Engels, Nederlands en creatief schrijven. Zelf schrijft ze onder andere fantasyverhalen voor kinderen en Young Adults. Zij debuteerde in 2012 met Nergens bij Uitgeverij Kluitman Alkmaar.
Christopher Plum en de Werelddraaier is haar tiende boek.


ISBN 9789462421028 | hardcover | 222 pagina's | Uitgeverij Kramat junior | juni 2019
Illustraties van Stieven van der Poorten | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 25 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Nooit meer thuis
Martine Letterie


Opnieuw vertelt Martine Letterie over een bepaalde periode uit de geschiedenis die door velen die er mee te maken kregen als schokkend ervaren werd. Als je leest over zo’n periode zijn het vaak grove feiten en zelfs al staat er bij dat er kinderen bij betrokken waren, dan is dat meestal ook als getallen.
Lezen vanuit een kind over hoe het was als je zoiets aan den lijve ondervond maakt natuurlijk veel meer indruk. Zeker als je het zo boeiend beschrijft als Letterie doet.

Ook in Nooit meer thuis laat ze een kind vertellen: de 12-jarige Lily vertrekt met haar oudere zus Joyce en hun ouders uit Indië, het land waar ze altijd gewoond heeft, en dat ze beschouwt als haar vaderland. Ze heeft de Nederlandse identiteit, en weet niet beter als ze hoort thuis in Indië, toen nog een kolonie van Nederland.


Toch was haar leven al niet meer zoals ze het kende. Ze woonden in een groot huis op Java, met bedienden. Het leven was er goed. Tot de tweede wereldoorlog uitbrak en in 1942 de Japanners kwamen. De bezetters sloten Nederlanders op in de zogenaamde Jappenkampen. Zij waren krijgsgevangenen. Toen de Jappen verslagen waren, bleek teruggaan naar hun oude leven niet mogelijk. Vrijheidsstrijders profiteerden van de chaos in het land. Niet alleen de Jappen moesten weg, de Nederlanders ook. Zij stelden hen voor de keus: Indonesiërs worden of maken dat je weg komt.  Degenen die voor de Nederlanders vochten konden ook maar beter maken dat ze wegkwamen.


Lily’s haar vader was zo’n KNIL-officier. Ze zijn vluchtelingen als ze in 1949 aan boord gaan van het schip MS Oranje, op weg naar een land dat ze niet kent. En dat land is zo anders dan wat ze kent: het is er koud en nat – en het wordt nog erger, het is nu nog zomer! Lily’s vader wordt met TBC opgenomen in een sanatorium, moeder en haar dochters krijgen een kamer toegewezen in een pension in Den Haag.
De meisjes passen zich zo goed en kwaad als het gaat aan, maar hun moeder lijkt het op te geven.
Maar dan hebben zij nog geluk: ze staan hoog op reen lijst voor een eigen woning, omdat hun vader officier is!


Op het schip naar Nederland heeft Lily een jongen leren kennen, die dat geluk niet heeft. Hij is met zijn moeder terechtgekomen in kamp Westerbork, dat nu Schattenberg heet, maar een kamp blijft een kamp. Bennie, zo heet de jongen, had haar al verteld dat het absoluut niet leuk zou zijn in Nederland, dat ze gepest zou worden. Lily wilde het niet geloven, maar komt tot de ontdekking dat hij gelijk had. Wat nu? Toegeven aan haar heimwee, of toch maar het beste er van maken? Gelukkig kan ze haar vader bezoeken en kan ze ook naar haar tante Bé in Den Haag, een gezellig optimistisch mens.


Natuurlijk kan je in een jeugdboek niet alle facetten van een ingewikkelde periode als dit beschrijven. Martine Letterie beperkt zich dan ook vooral tot een gezin dat vanwege het beroep van de vader hun luxe leventje vaarwel moet zeggen. Leefden ze eerst als een welgestelde familie, nu moeten ze ieder dubbeltje omdraaien en wordt bovendien voor hen beslist waar ze wonen, wat ze eten en wat voor kleren ze dragen!
Daartegenover wordt Bennie ten tonele gebracht, uit een ander milieu, die een broer heeft die revolutionair was. Iemand dus die door een KNIL-er bestreden werd.
Ook is er een dienstweigeraar in het verhaal, die dus niet wilde vechten en daarvoor gestraft wordt.


Letterie besloot het magische tintje dat verbonden is aan Nederlands-Indië te gebruiken: Lily ziet verschijningen, eerst op het schip: een oudere man bij wie bloed over zijn gezicht druipt, later ziet ze haar jongere broertje, dat al jong overleden is. Dit lijkt er een beetje als een extraatje bij gehaald te zijn, en had voor een nuchtere Hollander best meer uitgelegd mogen worden.


Maar zoals gezegd: je kan nu eenmaal niet alles vertellen. Wil de lezer meer weten dan moet je op zoek gaan. Of misschien kan Martine Letterie zelf nog meer hierover schrijven! Haar stijl is heel toegankelijk, zonder uitweidingen, die afleiden van het verhaal. Deze rechttoe rechtaan stijl is prima voor de doelgroep, die immers niet zitten te wachten op een geschiedenisles!


Martine Letterie (Amsterdam, 12 december 1958) is een Nederlandse schrijfster van kinderboeken. In 1996 verscheen haar eerste kinderboek. Ze schrijft voornamelijk historische kinderboeken, die gebaseerd zijn op waargebeurde verhalen.


ISBN 9789025873028 | hardcover | 176 pagina's | Uitgeverij Leopold | september 2017
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 27 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Becky Breinstein deel 1
De gifbeker van Socrates
Marc van Dijk & Sander ter Steege


In deze nieuwe serie graphic novels maken we kennis met Becky Breinstein, een meisje, dat  in het plaatsje Domdorp woont. Zo genoemd omdat het rond de Domdorper Dom is gebouwd. Maar die Dom is niet zo belangrijk, wel de Tosti-Fabriek, waar veel Domdorpers werken. Harm-Klaas Tosti is de eigenaar van de fabriek én van bijna alle winkels en boerderijen. Hij koopt alles op om zijn bedrijf nóg groter te maken.


Maar wat heeft dit alles met Becky Breinstein te maken? Nou het zit zo, Harm-Klaas Tosti heeft één dochter, Isabella, en Becky Breinstein vindt haar vreselijk. Maar uitgerekend zij moest op school naast de verwende Isabella zitten. En niemand spreekt haar tegen. De vader van Isabella voorziet de school namelijk van allerlei nieuwe gadgets dus ook op school wordt Isabella als een prinsesje behandeld.


Die dag houdt Isabella een spreekbeurt en de enige die vragen heeft daarover is Becky. Dat is niet gewenst, de meester kapt alle vragen af en 'voor straf' moet Becky de volgende dag een spreekbeurt houden. En spreken zal Becky, alleen weet ze dat op dat moment nog niet. Ze zal zoveel spreken en zoveel vragen stellen, dat iedereen er helemaal kriegelig van wordt.


Maar hoe kan het dat Becky ineens zo veel wil weten? Dat heeft alles te maken met de Blobvis die Becky's vader had gekocht. Die vis had namelijk een rare blik in zijn ogen waar Becky niet van weg kon kijken en ineens ziet ze een vliegende vis met het gezicht van een oude man met een baard, een man die haar van alles vraagt  zoals: Kunnen vissen slapen? Is leven een vak? Zijn vogels wel eens verkouden? Wie weet er meer de leraar of de leerling? Wat is wijsheid? en dan... krijgt Becky een enorme elektrische schok en wordt ze wakker.
Haar haar staat na die droom recht overeind en ineens komen er allemaal vragen in haar op. Vragen die ze nog nooit gedacht heeft. Vooral de vraag Wat is wijsheid? blijft door haar hoofd spoken. Samen met Raymon de Demon (geen hond, maar haar Tasmaanse tijger!) gaat ze op zoek naar het antwoord.


Het probleem is, ze kan helemaal niet meer stoppen met vragen stellen, ze vraagt van alles aan iedereen; de dokter, de meester, de bakker, de gewichtheffer. Ze doet hetzelfde als Socrates! - Ondertussen weet Becky namelijk dat die oude man uit haar droom Socrates was. - Maar Socrates is doodgegaan omdat hij uit een gifbeker moest drinken want iedereen werd gek van zijn gevraagd... Dat zal de leergierige Becky toch niet overkomen?


Dit verhaal met, zoals gemeld, heel veel tekeningen legt op een speelse en vlotte manier uit wie Socrates was, hoe hij leefde en dacht, en wat er gebeurt als je letterlijk de ideeën van hem opvolgt. Becky doet dat en gaat lekker eigenwijs en dwars tegen alles in. Ze blijft doorvragen, vooral de vraag waarom mensen bepaalde dingen doen is favoriet.  De meester kan het niet uitstaan en andere mensen voelen zich ook ongemakkelijk door al dat gevraagd van Becky.
'Mensen worden woedend omdat je altijd de waarheid spreekt, boeken worden uit het raam gegooid: het wordt één grote puinhoop', staat er bij dit boek te lezen. En een grote puinhoop wordt het zeker in dit verhaal, alles en iedereen staat op zijn kop, maar dát maakt het juist zo grappig!


Kortom, een leuke nieuwe graphic novelserie met Becky Breinstein in de hoofdrol die ook nog eens ergens over gaat. Dit eerste deel smaakt naar meer en dat gebeurt gelukkig ook. Het volgende deel gaat over Nietzsche. Dat is echt iets om naar uit te kijken!


ISBN 9789025907150 | Hardcover | 144 pagina's | Uitgeverij ten have | september 2019

© Dettie, 14 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Drakenvuur
Folkert Oldersma


Yorna, de ik-verteller, haalt haar vriend Reinout uit de bibliotheek, waar hij zoals altijd over de boeken gebogen zit. Hij is namelijk verslaafd aan kennis, hij wil alles weten. Yorna heeft daar veel minder behoefte aan, zij kan goed zonder boeken. Maar niet zonder haar vriend, de professor, zoals ze hem noemt. Hij is dan wel klein, maar hij is ook dapper; hij stapt overal op af en met alles wat hij weet overtroeft hij vaak degenen die denken dat ze hem aankunnen.


Reinout werkt systematisch het alfabet af hij is intussen aanbeland bij de D, en is gefascineerd door draken. Terwijl hij alles wat hij zojuist gelezen heeft aan het vertellen is komt de bibliothecaresse aangelopen. Ze duwt hem een boek in de hand, en dat blijkt een bijzonder boek te zijn. ‘Over draken’ heet het, ‘alleen voor lezers van dertien of jonger.’
Het boek leidt hen naar de Hellesteeg, waar ze een man ontmoeten die duidelijk ook erg geïnteresseerd is in draken. Tinkelbinkie heet hij, en hij gelooft er heilig in dat draken echt bestaan.


‘Jullie zouden ze willen ontmoeten?’
‘Natuurlijk,’ antwoordde Reinout. ‘Echte draken meemaken, ze zien, ze voelen, ze ruiken. Dat zou geweldig zijn.’
‘Doe normaal,’ zei ik.
‘Wat? Wil jij dat allemaal dan net?’ vroeg hij verbaasd.
‘Draken bestaan niet.’ zei ik.


Yorna gelooft niet in sprookjes, maar Reinout laat zich er van overtuigen dat hij echt in een parallelle wereld kan komen, waar draken leven.
En laat Tinkelbinkie gelijk hebben! Als Reinout en Yorna doen wat hij zegt komen ze terecht in een akelige wereld:


‘Alles was er zwart. Zwartgeblakerde boomstronken, zwarte ruïnes van torens, verbrande geraamtes van dieren, een gespleten gedenk- of grafsteen, ook zwart, en een zwart omvergehaald standbeeld van een ridder.’


Moeten hier draken wonen? Het is er ook ongelooflijk heet, niet om uit te houden. Gelukkig vinden ze een koelere grot. En daar zien ze hun eerste draak: een kleintje, dat wel, maar toch met vervaarlijke klauwen en vurige ogen. En hij kan praten! Het is Garold, een blauw draakje. Hij is ziek, en vertelt hoe dat komt. Ravenick, leider van de rode draken, is de baas. Zijn tirannie vernietigt de wereld.


Daarmee begint de strijd van Reinout en Yorna om de blauwe draakjes te redden van de rode draken en de orde in het drakenrijk te herstellen. Natuurlijk lopen ze tegen allerlei problemen aan en ze zijn ook niet de enige mensen in die wereld.
Maar het is een sprookje waarin alles kan. Voor ieder probleem is er meteen een pasklare oplossing, hetgeen soms toch wel ongeloofwaardig wordt. Onderweg moeten er veel raadsels opgelost worden om verder te kunnen met hun opdracht en daar is Reinout natuurlijk een kei in, dus die vindt dat wel leuk, hetgeen steeds maar weer benadrukt wordt. 
Maar  Yorna ergert zich – net als de lezer misschien  - aan al ‘dat gedoe om niks’. Ook het taaltje dat door de draken gebezigd wordt, hm, vinden kinderen dat leuk?


‘Passen op dat de rode draken jou betrappen buiten niet. De aangangers van Ravenick dat zijnen. Ze soldaten zijnen, zijn gelpers,  zei Garold.’


Folkert Oldersma kan beter dan dit. Ook het lesje over democratie maakt het verhaal niet spannender, het is een enigszins flauw verhaal. Dat ligt niet aan de twee hoofdpersonen, die zijn interessant genoeg. Maar het avontuur in de parallelle wereld lijkt op een computerspel waarbij je ook steeds opdrachtjes krijgt om verder te kunnen. Volgende keer beter.


ISBN 9789044835793 | hardcover | 185 pagina's | Uitgeverij Clavis | september 2019
Illustraties Joachim Sneyers | Leeftijd 9+

© Marjo, 21 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Pippa’s race
Paarden van Olympus deel 1
Kallie George

Pippa woont in de stad Athene. Ze is een vondeling, haar ouders zijn onbekend en zij is afhankelijk van liefdadigheid om te overleven. Als ze hard werkt mag ze bij de gratie Gods in de stallen van Alkaios slapen. Hij is een strenge, harde meester, maar ze heeft geen keus.
Op een dag waait er een harde storm door Athene, ook over de stallen. Die dag verandert Pippa’s armoedige bestaan:


‘Ik kan maar beter weer aan het werk gaan, dacht Pippa bij zichzelf, maar ze werd nog eens onderbroken, dit keer door een flits. Geen bliksem, maar iets anders. Er stak een enorme zilveren vleugel tussen de wolken uit, als een zeil op zijn kant. Het ene moment zag ze hem, het volgende moment was hij al weer verdwenen.
Pippa hapte naar adem.
Er was maar één wezen met zulke grote vleugels: een gevleugeld paard.’


Ze rent met de storm mee, in de hoop nog een keer iets te zien. Kletsnat is ze als ze weer terugkomt, om er haar baas aan te treffen bij het paard waar ze mee bezig was. Hij stuurt haar weg, hij zoekt wel een hulp die wel zijn werk doet. Wat moet ze nu?
Nog één keer klimt ze op het dak van de stallen, en hoort dan een gesprek dat Alkaios heeft met zijn vriend. Ze hebben het over de race die ééns in de honderd jaar gehouden wordt: de goden en godinnen komen dan naar de aarde om de kinderen op te halen die zij gekozen hebben om hun paard te berijden. Het kind waarvan zij denken dat het de beste ruiter is, want iedere god wil de race met de gevleugelde paarden winnen. De ruiter wordt als beloning dan een halfgod en mag bij het paard op de Olympus blijven.
Natuurlijk wil Pippa dat, maar dan moet ze eerst wel uitgekozen worden.


En dan gebeurt het ongelooflijke: ze wordt wakker op de Olympus. Om haar heen staan andere kinderen. Het wordt duidelijk dat die allemaal gekozen zijn door een god of godin. Degene die Pippa gekozen heeft is Aphrodite. Maar die laat zich niet zien.
Er is alleen Bellerophon, degene die de kinderen samen brengt met het gevleugelde paard dat zij zullen rijden. De training begint. En ook het grote avontuur van Pippa. Zal zij in staat zijn om haar paard, Zephyr, te rijden? De anderen weten in ieder geval zeker dat zij met dat kleine paard niet zal kunnen winnen!


Wat aanvankelijk aan simpel paardenboek lijkt, blijkt dat niet te zijn. De karakters worden goed beschreven en de gebruikte taal is soms best pittig, mede door de Griekse woorden die veel voorkomen.
Achterin het boek staat een lijst van de paarden met hun ruiters. Het was handiger geweest als het voorin had gestaan, dan had de lezer dat al geweten. De omslag is aantrekkelijk, en de jonge lezer leert meteen van alles over de mythologische wereld van de Oude Grieken.
Een spannend avontuur, dat als thematiek vriendschap en rivaliteit heeft,


De Canadese schrijfster Kallie George (1983) heeft al veel succesvolle kinderboeken op haar naam staan.


ISBN 9789025767792 | Hardcover | 208 pagina's | Gotmer| mei 2018
Vertaald uit het Engels door Linda Broeder | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 7 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Nooit meer thuis
Martine Letterie


De titel kun je letterlijk nemen. Vanaf het moment dat Lily aan boord van het schip stapte en staande op het dek Indië ziet verdwijnen is haar thuis verdwenen. Er was voor haar al heel veel veranderd sinds de Japanners in 1942 Indië binnenvielen en Lily met haar moeder en zus Joyce naar het (Jappen)kamp werden gebracht waar ze als krijgsgevangenen verbleven. Daar kregen ze erg weinig eten en de omstandigheden waren erbarmelijk. De drie gezinsleden woonden in een hutje met 'tante' Betty, want elke hut moest bewoond worden door vier personen.


Indië was destijds nog een kolonie van Nederland. Lily's vader was officier bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) en vocht aan Nederlandse zijde tegen de Japanners. Al de jaren dat de drie vrouwen in het kamp zaten, wisten ze niet of hun man en vader nog leefde. Gelukkig wel!
Maar nadat de Japanners verdreven zijn, blijkt dat de oorspronkelijke bewoners van Indië ook de Nederlandse overheersing liever kwijt dan rijk zijn, de strijd is dus nog niet klaar en uiteindelijk worden de Nederlanders uit Indië verdreven en moet het hele gezin vertrekken uit het mooie land dat ze zo lief hebben.


Voor de oorlog was het leven goed, het gezin leidde een luxe leventje, ze leefden in een groot huis en er waren veel bediendes voor het huishoudelijke werk, er was eveneens een kindermeisje en natuurlijk kokkie, die de heerlijkste maaltijden bereidde. Maar hoe anders is het leven in Nederland waar het gezin op één kamer in Den Haag moet inwonen bij een hospita die ook - voor veel geld - de onsmakelijke, zeer karige maaltijden verzorgd. Tot overmaat van ramp wordt vader vanwege zijn ziekte, tbc, opgenomen in een sanatorium in Katwijk aan zee. Moeder ondergaat het allemaal apathisch maar Lily en Joyce komen af en toe in opstand, zeker als ze kleren 'kopen' die uit het jaar nul zijn.


Bovendien was er weinig begrip voor de mensen uit Nederlandse Indië (het huidige Indonesië). De mensen in Nederland hadden geen weet van de heftige strijd die gevoerd was tegen de Japanners en het akelige, zware leven in de latere Jappenkampen. 


De reis naar Nederland en de latere gebeurtenissen worden bekeken door de ogen van de twaalfjarige Lily. Martine Letterie heeft wel vaker een kind historische  gebeurtenissen laten ondergaan of vertellen, dat waren vaak levendige en beetje spannende verhalen. Martine Letterie blijft in haar verhalen ook altijd dicht bij de gebeurtenissen die werkelijk hebben plaatsgevonden wat vaak iets extra's geeft. Maar toch sleepte het verhaal me dit keer niet mee. De gebeurtenissen werden naar mijn gevoel teveel op afstand verteld. Het is meer een geschiedenis'les' in verhaalvorm dan een verhaal over een meisje dat de gevolgen van de gewelddadigheden in Indië meemaakt.


De geschiedkundige gebeurtenissen hebben de overhand waardoor het verhaal een beetje statisch wordt. Het wordt eerder een opsomming buiten het leven van het meisje om. De impact wat de gewelddadigheden en verdere verloop van het verzet gehad heeft op het meisje en de rest van het gezin komt niet goed over. Dat is jammer.
Ook het jongetje Bennie, die opgegroeid is in een minder rijk gezin bungelt er een beetje bij. Je voelt dat hij de functie heeft om de geschiedenis van de minder bedeelden te vertellen maar het wordt net als Lily geen kind waar je mee meeleeft. 


Het mysterieuze leven ofwel de geestenwereld die volgens velen zo vaak naar voren treedt in Indonesië, komt eveneens voor in dit boek maar komt niet goed uit de verf. Het voelt allemaal als los zand. Alles wordt wel verteld, genoemd en aangeraakt maar een echt vloeiend verhaal wil het maar niet worden.

Kortom, het boek stelde me lichtelijk teleur.


ISBN 9789025873028 | hardcover | 176 pagina's | Uitgeverij Leopold | september 2017
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Dettie, 5 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Van YouTube-ster tot rapper
Collins geheime channel: Deel 2
Sabine Zett

Wie in het eerste deel kennis heeft gemaakt met de dertienjarige Collin, een onzekere, maar sympathieke puber, wil vast wel weten hoe het verder gaat met hem. Heeft hij zijn vlog nog, dat geheime project dat hij met hulp van zijn vriend heeft opgezet?


Dat mag ik wel verklappen: jawel: hij heeft zelfs al 1000 volgers, waaronder ook zijn grootste vijand, de popie-jopie Willem. En Kim, zijn beoogde vriendin. Hoewel het meisje zich er waarschijnlijk helemaal niet van bewust is, draait alles om Kim, het knapste meisje van de klas. Collin snapt maar niet waarom zij omgaat met die Willem. Ze ziet toch ook wel dat dat maar een saaie knul is, met zijn hoge punten en vele geld?  Collin vindt zichzelf een coole, grappige gast. Dat moet Kim toch ook zo zien?


Het zit hem dan ook een beetje dwars dat hij niet kan verklappen wie er achter het CMC-kanaal op Youtube zit. Hij verstopt zich achter een poemamasker, te bang dat ze hem uit zullen lachen als ze weten wie hij is. Zijn vriend, Jo-Jo (=Jonathan) is technisch heel goed, hij is degene die filmt, en ook de stem van Collin vervormt.


Het verhaal begint met de muziekles. Jace, de leraar verzint volgens Collin steeds van die stomme dingen. Ook nu weer:


‘Aanstaande zaterdag wordt deze school bezocht door een aantal belangrijke mensen van de gemeente. Ik ben gevraagd om de muzikale omlijsting te verzorgen in de vorm van een klein klassiek concert. Het is wel erg kort dag. Wie bereid is zich hiervoor in te zetten, krijgt daar uiteraard een mooi cijfer voor. Zijn er vrijwilligers die een instrument bespelen?’


Iedereen praat meteen door elkaar, allerlei ideeën worden de klas in gegooid. Collin heeft ook meteen van alles in zijn hoofd. Maar een klassiek ensemble, zoals de muziekleraar oppert, dat is niks. Een band! Dat ziet hij wel zitten! Maar dat mag natuurlijk niet, dus dan maar niet. Laat die stomme Willem maar iets doen. Die kan wel een klein orkestje vormen zegt hij, en dan mogen de meisjes op de pauken slaan.
Wat! Collin is geschokt! Kim meedoen met Willem? Daar komt niets van in. En als hij hoort dat Kim en haar vriendinnen liever willen zingen, nou, dat verandert alles, daar kan hij toch rekening mee houden als hij met zijn band optreedt! Hij vergeet even dat hij helemaal geen band heeft en nauwelijks gitaar kan spelen.
Maar hij moet kost wat kost Willem overtroeven, en Collin bedenkt van alles, want als het zaterdag is, moet hij wel iets hebben. Afgaan is geen optie!


Gelukkig is Jo-Jo er weer, om hem in het gareel te houden en met goede ideeën te komen. En oma wordt ook nog geraadpleegd. Maar zo soepeltjes loopt het allemaal niet.We zijn benieuwd wat er die zaterdag staat te gebeuren…


Net zoals het eerste deel is het een boek vol zwartwit tekeningen van Falk Holzapfel en teksten in allerlei lettertypes.
Het nieuwe avontuur van Collin zit weer boordevol met diens spontane invallen en fantasieën, en net als in het eerste deel is er die serieuze ondertoon. Zoals de titel aangeeft gaat het over rappen, maar tussen de regels door lees je ook over klassieke componisten en muziekvormen.


In een voorafje, door Collin spiekbrief genoemd, worden de personages nader voorgesteld maar ook wordt er in het kort meer over hen en over Collin zelf verteld. Zeker handig als je het eerste boek niet gelezen hebt, dat is dan ook geen vereiste (maar wel leuk natuurlijk!)
En dan gaat het wervelende avontuur van start.


De Duitse schrijfster Sabine Zett (1967) is journalist en kinderboekenschrijver. Van haar hand is ook de serie over Hugo, eveneens een graphicnovelserie over een brugklasser.


ISBN 9789025114428 | hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Holland | juni 2019
Vertaald uit het Duits door Emmy van Egmond | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 24 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER