Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

Dingen die ik niet over schapen wist
Jaco Jacobs


Oorspronkelijke titel: Dinge wat ek nie van skape geweet het nie.


‘Luan, nu moet je goed luisteren,’ zegt hij met die stem waarmee hij getuigen in de rechtbank in tranen kan laten uitbarsten. ‘Je ziet echt in grote moeilijkheden. Ik heb besloten dat je je vakantie beter ergens anders kan doorbrengen. Terwijl jij weg bent, zal ik alles regelen.’


Afgezien van de vraag hoe de veertienjarige Luan weet wat voor stem zijn vader opzet in de rechtbank, is het belangrijker om het antwoord te kennen op de andere vragen die na dit stukje tekst vanzelf opkomen.
Wat heeft Luan uitgespookt? Waar gaat hij heen op vakantie?


De laatste vraag is het snelst beantwoord: hij moet met zijn oma mee, die foto’s gaat maken voor een fotoboek. Een boek over windmolens. Kan het suffer?
Hij was van plan geweest om op zijn PlayStation te spelen. Lekker uitslapen, films kijken, alle dingen de je als veertienjarige doet. Lekker chillen met zijn vrienden. Maar juist die vrienden zijn er min of meer de oorzaak van dat zijn vakantie totaal anders zal verlopen. Natuurlijk was Luan er zelf ook bij: ze hebben iets stoms uitgehaald, en hun ouders zijn erg boos. Wat ze gedaan hebben? Dat komt later pas.


De dag na zijn vaders preek rijdt de Landrover van zijn oma voor met een hoop kabaal. Er is geen ontsnappen aan. Er komt nog bij dat zijn vader Luans telefoon afgepakt heeft. Hij kan zijn vrienden niet eens vertellen wat er gaande is!


Luan kent zijn oma nauwelijks, want zijn vader vindt haar maar een excentriek mens, onbetamelijk vindt hij haar. Ze fotografeert mensen in hun nakie, ook voor een fotoboek, en zegt precies wat er in haar hoofd opkomt. Dat is ook niet altijd wat zijn vader gepast vindt. Dus er was weinig tot geen contact. Maar blijkbaar is het nu allemaal geen punt meer!
Later zal Luan ontdekken dat er meer dingen zijn die hij niet wist, dingen die zijn leven veranderen.


Het begint al met een ontmoeting onderweg: Lana’s vader fietst om geld op te halen en zij is met haar moeder zijn verzorger. Als ze Luan vraagt om mee te gaan naar een kerkbazaar, is dat de start van een bizar avontuur: op de bazaar ‘ontmoeten’ ze het schaap dat ze Dolores zullen noemen. Zij is gedoemd om opgegeten te worden, Lana is vegetariër, en Luan is nogal een dwaze jongen.
Voilà…


In de uitgestrekte vlakte van Zuid-Afrika was er een tijd dat niemand zou ontdekken waar dat schaap is gebleven. Maar het is de tijd van moderne media: Lana houdt een blog bij, en twittert. Een mooi gelaagd verhaal, over wie je zijn wilt in het leven, en hoe je dat kunt bereiken.


'...ik zou veel liever naar mijn oude ipod-muziek luisteren dan naar nepcowboys die klinken alsof ze zichzelf wat gaan aandoen omdat ze zo naar een meisje verlangen.'
'Poeh, de lucht is hier dikker dan kwark.' (En daar wordt niet de lucht mee bedoeld die je inademt)
'Ik ben zo'n puzzelstukje dat nergens past.'
(en zoals dat dan het geval is: natuurlijk past het ooit wel...)


Drie personages die je als lezer in je hart sluit, ieder om andere redenen.
De schrijver heb je misschien al eerder in je hart gesloten na zijn eerste in het Nederlands vertaalde boek ‘Een mooie dag om in een boom te klimmen’.
Jaco Jacobs (1980, Carnarvon, Noord-Kaap) heeft al ruim 170 boeken geschreven, in het Zuid-Afrikaans.


ISBN 9789021682822 | hardcover| 128 pagina's | Uitgeverij Ploegsma| april 2022
Vertaald uit het Afrikaans door Tjalling Bos | Leeftijd 10+

© Marjo, 17 mei 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Het huis in de polder
Erik Jan Tillema


‘Vroeger geloofde ik in spoken. Elke avond voor het slapengaan keek ik achter de deur, onder mijn bed. Stom natuurlijk. Alsof spoken zich daar zouden verstoppen.
Toen ik ouder werd, geloofde ik daar natuurlijk niet meer in.
Spoken zijn verzinseltjes om kleine kinderen bang te maken.


Maar nu twijfel ik…’


Als de verteller een oude boerderij koopt, krijgt hij te maken met een raadsel: de vorige bewoners hebben alles achtergelaten: hun meubels, hun boeken en kleren. En nog vreemder: ook hun persoonlijke eigendommen liggen er
De mensen in de omgeving hebben geen idee waar die mensen gebleven zijn, ze willen er ook niet over praten! Maar de boerderij met een nieuw rieten dak is riant, en ligt ook fantastisch. De verteller is dus reuze blij!


Dan vindt hij bij de persoonlijke spulletjes een dagboek. Het is van de jongen die eerder in de boerderij woonde met zijn ouders. (Hij is ook degene die het citaat hierboven schreef) Wat hij opgeschreven heeft, dat lezen we in dit boek. Een verbijsterend verhaal, dat steeds akeliger en griezeliger wordt. Is het waargebeurd? Je weet het niet, het dagboek eindigt vrij abrupt.


Wie is de jongen die dit opschrijft? Waar is hij gebleven? Heeft hij dit allemaal uit zijn duim gezogen – je zou het denken, niemand verzint zoiets! Maar waarom trof de nieuwe bewoner het huis dan aan alsof het nog bewoond was?


We lezen hoe de jongen met zijn ouders in de boerderij trekt die ze geërfd hebben van tante Clara. De jongen wist niet eens dat er een tante was!  En of hij zo blij is met de nieuwe woonst? Het is een bouwval, het lekt aan alle kanten. Maar behalve de boerderij was er ook geld, en als eerste wordt het dak vervangen. Terwijl zijn ouders helemaal blij zijn met het huis, schrijft de jongen:


‘Hield k mezelf voor de gek? Ik heb weleens gehoord dat je jezelf bang kunt maken dat je denkt dat je angsten werkelijkheid zijn. Dan houden je eigen gedachten je voor de gek. Was dat met mij nu ook aan de hand? Voelde ik iets omdat ik iets wilde voelen? Omdat ik er al weken van uit ga dat er iets vreemds in dit huis is? Stel ik me allemaal dingen voor? Beeld ik het me maar in?’


De lezer mag zelf ontdekken wat de antwoorden zijn op de vragen die de dagboekschrijver zich stelt.
Wees gewaarschuwd: het is geen verhaal voor tere zieltjes.
Het wordt steeds enger, de rillingen lopen over je rug…


ISBN 9789044842692| hardcover | 152 pagina's | Uitgeverij Clavis| maart 2022
Leeftijd vanaf 12 jaar

© Marjo, 5 april 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Elin
Milouska Meulens


Als op die ene zaterdag aangebeld wordt, rent Elin naar de deur. "Opendoen vindt ze leuk, omdat ze nooit weet wie er staat." Ze is gek op bezoek want haar ouders leven erg in hun eigen wereldje, met bezoek is er lekker wat reuring in huis.
Helaas het is geen bezoek maar de postbode met een telegram voor Rafi, Elins vader, en daardoor verandert alles...


"Ik moet direct gaan," zegt Rafi. [...]
Hij zakt door zijn knieën en kijkt Elin recht aan. "Ik hoopte dat deze dag pas zou komen als jij wat ouder was. Ik moet terug naar het regenwoud. Het is mijn beurt om ervoor te zorgen. Mijn moeder..., de traditie... Het is mijn plicht.' Uit de schoenendoos haalt hij een linnen zakje.'Dit is voor jou. Bewaar het goed. En onthoud: niet alles wat je zoekt zal je vinden. En wat je vindt, is niet altijd wat je zoekt."


En weg is Rafi, Elin en haar moeder Ylva verbijsterd achterlatend.
 
Elin is letterlijk ziek dat haar vader zomaar is weggegaan. Zij en hij waren vier handen op een buik. En haar moeder, een kunstenares die van oude dingen nieuwe dingen creëert, raakt helemaal de weg kwijt. Het huis wordt een bende, het groeit dicht en Elins moeder ook! Elin kan nauwelijks haar eigen slaapkamer meer in!
En op een dag is ook Ylva weg! Ze kan er niet meer tegen staat op het briefje dat ze achterlief, ze moet tijd voor zichzelf hebben.
Elin mag het nu dus helemaal alleen uitzoeken, maar gelukkig heeft ze haar schaduw nog!

Dat is ook het unieke aan dit boek. Doorheen het verhaal, in aparte hoofdstukken praat Ombra, Elins schaduw, persoonlijk tot ons. Hij vertelt daarnaast ook Elins verhaal. Maar in zijn persoonlijke praatje vertelt hij hoe hij dingen een kant op duwt, hoe hij regelt dat Elin de juiste mensen tegenkomt of de goede dingen doet om verder te komen. Daardoor ontmoet Elin Bobby, de puinruimer, en blijkt haar nieuwe klasgenoot Zhimo een betrouwbare en hulpvaardige vriend.


Bobby is echt een geval apart, het is een bonk van een vrouw, vol tatoeages, met een stem als een reus en een daadkracht die nauwelijks bij te benen is. Ze heeft geen seconde nodig als Elin haar verhaal verteld heeft, ze gaat mee met Elin naar huis. Ze gaat puinruimen, zowel in huis, als in Elins hoofd.
Zhimo staat bescheiden aan de zijlijn maar staat als een huis voor Elin als er wat gedaan moet worden. Beiden lieten alles onmiddellijk vallen om Elin te helpen.


Met deze twee mensen gaat Elin de speurtocht aan want ze zal en moet weten waarom haar vader hals over de kop vertrokken is. Het levert een mooi en diepgaand verhaal op, dat ook dankzij Bobby veel wijsheid en inzichten oplevert.  Had Ombra hier de hand in? En wat doen de schaduwen van Zhimo en Bobby? Gaan zij ook samenwerken?

De schaduw is nu uitverteld maar nog niet klaar...


ISBN 9789021426690 | Hardcover | 184 pagina's | Uitgeverij Volt | NUR 283 | oktober 2021
Met illustraties van Sioejeng Tsao | Het boek is genomineerd voor de Hotze de Roosprijs 2022 | Leeftijd 10+

© Dettie, 26 maart 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Lennox en de gouden sikkel
Zindzi Zevenbergen


Dit is een bijzonder boek. Dat ligt vooral aan de vorm: de tekst springt af en toe op de pagina's en dwingt de lezer soms om het boek te draaien. En vooral de vele afbeeldingen zijn heel apart.


Hedy Tjin en Brian Elstak schijnen bekend te zijn vanwege hun eigenzinnige tekenstijl, ze zijn regelmatig terug te vinden in landelijke kranten (o.a. de Volkskrant) en tijdschriften. Waar Tjin met viltstift in kleurrijke volvlakken werkt, gebruikt Elstak (winnaar Zilveren Penseel 2018) in zijn schetsmatige scherpe illustraties waterverfkleuren. In dit boek hebben ze hun aparte stijlen bijeen gebracht. Je moet er van houden misschien, maar alleen al doordat je dit niet vaak ziet is het wel de moeite waard er eens goed naar te kijken.
Zindzi Zevenbergen heeft met dit boek haar debuut geschreven.


En dan het verhaal. Waar aanvankelijk het verhaal een avontuur lijkt te zijn over een jongen die zijn vader wil helpen, een avontuur dat magisch wordt, blijkt dat naarmate we dichter bij het einde komen toch even anders te zijn.
Lennox is een jongen van elf. Zijn ouders vertellen hem niet alles, dat weet hij wel, en op een avond hoort hij per ongeluk dat zijn vader de volgende dag weer naar het Onzichtbare Ziekenhuis moet. Lennox weet dat dat af en toe gebeurt, maar waarom? Hij heeft geen idee.


Als hij de ketting vindt die zijn vader altijd draagt, weet hij in ieder geval zeker: hij moet zijn vader vinden. Want deze ketting met daaraan een gouden sikkel is de geluksbrenger van zijn vader! Als hij die ergens nodig heeft, dan toch zeker in het ziekenhuis!
Hij vertelt het zijn vriendinnetje Aya, die hem aanspoort om zijn vaders laptop te ‘kraken’, en op zoek te gaan naar de afspraak die zijn vader heeft. Hij overtreedt nu diverse regels, maar dat hoort bij dapper zijn, zegt hij tegen zichzelf. En zijn - hun - actie heeft succes. Hij vindt de tijd van de afspraak en het adres.
Maar als ze samen naar het ziekenhuis gaan staat hen de ene na de andere verrassing te wachten. Leuke, maar ook vervelende.
Een heel vervelende is dat hij in zijn haast de hanger verliest.


Als je dit weet: ‘19 Juni is het Wereld Sikkelceldag, en dit boek is daarvoor geschreven, in samenwerking met IXL, een organisatie die streeft naar meer bekendheid van sikkelcelziekte’, dan komt het verhaal in een heel  ander licht te staan.
Over deze ziekte wordt op het moment dat het nodig is, het een en ander uitgelegd, en Zevenbergen heeft dat in een magisch jasje verpakt zodat het verhaal niet zwaar of larmoyant wordt.


Genomineerd voor de Hotze de Roosprijs 2022.


ISBN  9789463361309 | paperback | 108 pagina's | Uitgeverij De Harmonie| april 2021
Leeftijd 10+

© Marjo, 20 maart 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Stamppot met kogels
Joyce Pool

‘Schipper Dijkema gaf ons wat water om te drinken en elk een halve boterham met kaas. Ik denk dat hij die heeft meegebracht vanuit waar hij ook mag komen. In Amsterdam is geen kruimel meer te vinden. Hoewel het al tijden geleden is dat ik voor het laatste brood at, krijg ik het niet goed weg. Misschien is mijn keel gekrompen van al die waterzooi. Het brood schuurt gewoon vanbinnen. Maar ik geef mijn stuk niet aan Herman, al zit hij ernaar te loeren. Liever houd ik het onder de dekens vlak bij mijn neus. Het is het lekkerste dat ik in lange tijd heb geroken.'


Ik-verteller Hans is min of meer gedwongen door zijn ouders om met zijn vriend Herman mee te gaan naar diens oom op Texel.
Ze komen uit Amsterdam, en het is februari 1945: in de steden heerst de hongerwinter. Mensen houden zich in leven met behulp van tulpenbollen, als ze die kunnen vinden, en het veelvuldig aangelengde voedsel – dat die naam nauwelijks waard is – uit de gaarkeuken.
Als zijn ouders horen dat hij met Herman mee mag, zijn zij blij: daar op dat eiland kan de sterk vermagerde jongen weer wat aansterken, en dan hebben ze wat extra’s voor het achterblijvende zusje.


De boottocht daar naar toe is al spannend, want als de schipper betrapt zou worden op het vervoeren van deze jongens, is hij zijn leven niet zeker. En eenmaal aangekomen denkt Hans dat hij van de regen in de drup beland is. Want die oom Jan waar ze zullen logeren zwaait naar de Duitsers! En hij gaat vriendschappelijk met hen om!
Gelukkig is er de hond Bruno. Dan heeft Hans tenminste een vriend daar!


Bruno wordt inderdaad een vriend, maar hoe de situatie is op Texel, dat had Hans toch even verkeerd ingeschat.
Even wordt het nog gevaarlijk, als men denkt dat de Duitsers verslagen zijn, en dat niet het geval blijkt te zijn. Want er zijn Georgiërs gelegerd op het eiland, tegen hun zin moeten zij in het Duitse leger dienen, en zij dachten nu vrij te zijn. Ze willen naar huis en komen in opstand tegen de Duitsers. En dat is een waargebeurd verhaal: er zaten inderdaad Georgiërs in het Duitse leger. En zij kwamen inderdaad in opstand.
Dit verhaal is gebaseerd op de wederwaardigheden van Hans Verhoeven, het Amsterdamse joch, dat in een compleet andere wereld terecht kwam.


Joyce Pool heeft zich grotendeels aan dat verhaal gehouden, al heeft ze wel wat namen veranderd.
In een nawoord vertelt ze over wat ze er bij verzon: de fascinatie van Hans voor een tweetal bergbeklimmers die de Mount Everest beklom maar nooit terugkeerde. Zij liet de kracht en moed van deze mannen een inspiratiebron voor Hans zijn.
Na de bevrijding – na het verhaal dus ook – heeft Hans zijn school afgemaakt. Hij ging naar Zweden, en daarna naar Engeland en werd journalist.
Het verhaal over de opstand van de Georgiërs klopt grotendeels. Achterin staan foto’s en kaartjes.


Het blijft een heel goed streven om over bepaalde wapenfeiten uit de Tweede Wereldoorlog te schrijven. Het mag nooit vergeten worden! En een verhaal als dit, er zijn er nog genoeg die niet algemeen bekend zijn.
De manier waarop Joyce Pool schrijft is inlevend. Ook al is een gebeurtenis als dit in een ver verleden gebeurd, jonge lezers kunnen zich prima verplaatsen in de personages. Kinderen zijn immers in alle tijden min of meer gelijk. Er is een fijne spanningsboog, en de dialogen lopen vlot.


Joyce Pool (Delft, 1962) is een Nederlandse schrijfster van jeugdboeken. Eerder was ze medewerkster van een reisorganisatie, leerkracht in het basisonderwijs en leerlingverpleegkundige. Haar boeken hebben veelal een historische en/of maatschappelijke insteek, en zijn grondig voorbereid.


ISBN 9789047714156 | Hardcover | 144 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | januari 2022
Leeftijd: 10+

© Marjo, 12 maart 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Vol gas!
Folkert Oldersma


Nadat Wout weggelopen is van school ziet hij tot zijn verbijstering hoe een voor hem onbekende jongen zich uitleeft op een crossmotor. De motor ligt in de sloot - zonder water. De jongen trekt leidingen los, snijdt de banden kapot, trapt en springt op de uitlaat. Als hij de brandstoftank ook nog in brand heeft gestoken, gaat hij er vandoor.
Wout dooft het vuur en trekt de motor uit de sloot. Zou hij er nog iets mee kunnen?


Toevallig is crossen altijd al een van zijn wensen geweest. Maar hij woont alleen met zijn vader en die heeft meer belangstelling voor de fles, kijkt niet naar zijn zoon om. Geld is er al helemaal niet, en de bijbaantjes die Wout heeft leveren zo veel niet op. Hij heeft het voetballen al op moeten geven, er was geen geld voor nieuwe schoenen of een clubshirtje…


Maar nu ziet hij een kans! De ouders van zijn vriend Roy hebben een grote boerderij. En zijn opa is handig met motoren, hij herstelt boerenwagens. Wout is sowieso graag bij zijn vriend, daar is het gezellig en Roys moeder vindt alles best.
Dus hoopt Wout nu dat hij de motor op mag knappen in de schuur van de boerderij. Het zit hem enorm mee: hij krijgt van alle kanten hulp, en hij kan zelfs meedoen aan crosstrainingen!


Daar ziet hij de jongen terug die de motor in elkaar trapte. Waarom deed hij dat eigenlijk? En zou hij nu de kapotte motor terug willen? Maar het is niet die knul die hem dwars zit, het is die vervelende politieagent die hij tegenkomt en die de motor in beslag neemt. Maar dat gaat zo maar niet, vindt Wout!


Ook ontmoet hij op de crossclub een meisje. Joska is de dochter van de garagist. En wat een stoere meid! Ze doet ook aan motorcross en nog goed ook. En voetballen, dat kan ze ook al… Onbenaderbaar, denkt Wout. Hoe moet hij dit aanpakken?
En dan is hij ook nog niet de enige die dit meisje wil veroveren…


'Met mijn snufferd belandde ik in de modder. Ik keek op.
Joska lag dubbel van het lachen.
'Zandruiter!',  riep ze me spottend toe.
Ik schaamde me dood, maar besloot mee te lachen. Ik stond op, sloeg de modder van mijn kleren en trok de motor overeind. Het zou met vallen en opstaan gaan, maar het moest me lukken.'


Een verhaal over motorcross en wat daarbij allemaal komt kijken, maar ook over tieners en de problemen die zij zoal tegen kunnen komen in het leven: eenoudergezin; geldgebrek; concentratieproblemen; onbegrip van de omgeving; verliefdheid.


De doelgroep kan zich vast wel inleven ook al worden de personages niet zo diepgaand beschreven.
Die doelgroep: qua vorm en stijl is het meer voor (betere) lezers van de bovenbouw basisschool, qua verhaal past het beter bij de onderbouw van een middelbare school.


Folkert Oldersma (1951, Leeuwarden) schrijft informatieve boeken, maar ook jeugdboeken en boeken voor Young Adults.


ISBN 9789044842159 | hardcover | 96 pagina's | Uitgeverij Clavis| maart 2022
Illustraties van Heleen van den Broek | Leeftijd vanaf 12 jaar

© Marjo, 10 april 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Hoe Bert rapper werd
Martine Glaser


Bert weet best dat zijn leeftijdsgenoten hem zien als een loser, en ach, misschien is hij dat ook wel. Want hij droomt er van beroemd – en rijk – te worden door hele goede vlogs te maken, maar: hij heeft geen camera!
En hoe hij zo’n vlog voor zich ziet, nou, fantasie genoeg: hippe filmpjes waarin hij leunt tegen een zwarte Porsche en:


‘Ik draag uiteraard vette kleren, Yeezy’s van 1200 euro en de duurste en chillste broeken, die ik allemaal Van mijn sponsors krijg. Ik kijk je aan met mijn doordringende staalblauwe ogen en om mijn mond zweeft een spoor van ironie doordat ik mijn rechtermondhoek een beetje optrek (Zoiets dus als de Mona Lisa, maar dan geen vrouw.)’


Maar ja, zonder beginnerskapitaal geen echte vlogs om online te zetten, dus voorlopig maakt hij gvlogs. Dat staat voor geschreven vlogs. En intussen spaart hij voor een camera. Net als we iedere dag een gvlog krijgen lezen we ook iedere dag hoe de stand van zaken is in de spaarpot. Die is bedroevend…


En dan slaat de bliksem in. Of beter gezegd: Amor schiet een pijl recht in Bert zijn hart. Tot over zijn oren verliefd. Een probleem is evenwel dat zij de nieuwe lerares Nederlands is. Nu ziet Bert die liever Bret genoemd wordt wel voor zich hoe dat probleem uit de weg geruimd kan worden. Zijn Eloise zal ook voor hem vallen, hij weet het zeker. Het toeval helpt hem. Want als ze hem betrapt met zijn telefoon, zegt hij gauw dat hij poëzie las – maar zegt er niet bij dat het rijmelarij is van tante Bep (eigenlijk een buurvrouw, maar iedereen noemt haar tante Bep) - en hij dan naar de buurvrouw gaat voor de teksten, brengt die hem in contact met Mo.
En Brets leven neemt een onverwachte  wending. Meerdere zelfs!
Lees de titel nog maar eens…


'Zijn' Eloise en de jongen Mo vormen het grootste deel van het verhaal, maar er is ook nog het thuisfront. Zijn vader is chagrijnig, en wat er met hem aan de hand is vertellen zijn ouders niet. 
Een verhaal over een loser, met stripachtige tekeningetjes. Toch heeft het geen gelijkenis met die beruchte serie. Hier overheerst de tekst, het is een echt leesboek. Met veel humor.


‘Wie is jouw lievelingsdichter?’ vraagt de juf.
‘Bep Lansing’, zeg ik dus.
Ze fronst haar schattige wenkbrauwen. ‘Bep Lansing? Ik geloof niet dat ik haar ken. Leeft ze nog?’
‘Volgens mij wel,’ zeg ik. ‘Gisteren in elk geval nog wel.’


Dit soort humor, en dan de zelfkennis van Bret, heerlijk. Hij is een echte tiener, die enerzijds gelooft in zijn eigen fantasieën, maar tegelijk ook erg twijfelt. Hij merkt wel op wat er om hem heen gebeurt, maar zolang het zijn eigen wereldje niet echt raakt, ach. Zijn ouders, die horen erbij, en eigenlijk gold dat ook voor Bep, maar nu leert hij zijn buurvrouw pas echt kennen. En zij valt honderd, misschien wel tweehonderd procent mee!
Ze zitten ook wel een beetje op dezelfde lijn:


‘Mijn docente Nederlands vond de gedichten mooi en iets met anti consumptie en mij vindt ze postmodern. Ik weet niet wat het is, maar het klonk als iets goeds.’
’Anti consumptie, ik? Dat mens is gek. Als er iemand een lekkerbek is, dan ben ik het wel.’


Een humoristisch verhaal met moderne thematiek, en een sympathieke hoofdfiguur. Heerlijk!


Martine Glaser heeft vele talenten, waarvan schrijven het belangrijkste is sinds 2007, toen ze stopte met werken omdat ze alleen nog maar wilde schrijven.


ISBN  9789044843613 | hardcover | 168 pagina's | Uitgeverij Clavis| februari 2022
Tekeningen van Wilma van den Bosch | Leeftijd 12+

© Marjo, 26 maart 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

De voorlezer van de sultan
Inez van Loon


1902 Het Ottomaanse Rijk, Oost-Anatolië
Het zal je gebeuren, je moeder is ziek en je wordt naar de kruidenvrouw gestuurd. Onderweg word je echter opgepakt door een slavenhandelaar.
Dat overkwam de Armeense Lilit, vooral dankzij haar blauwe ogen zal Ahmed veel geld voor haar kunnen krijgen.  Lilit is woedend, wil vluchten, maar Ahmed houdt haar scherp in de gaten. Het blijkt dat ze naar Constantinopel gaan. Lilit wordt in de kelder gestopt en daar zit ook een jongen. Hij heet Bilal, hij woonde in een Afrikaanse woestijn.


Beiden worden verkocht aan de schatrijke sultan. Lilit wordt een ondergeschikte in het harem, Bilal mag helpen in de keuken, hij is gecastreerd want een eunuch vormt geen gevaar voor de vrouwen in een harem. 


Lilit moet hard werken maar erger is de haat en nijd onder de vrouwen. Allen willen gezien worden door de sultan, ze willen zijn vrouw worden want dan zullen ze baden in weelde. Lilit moet daar niets van hebben, het enige wat ze wil is, terug naar huis!


Wat Inez van Loon vervolgens doet, is ons compleet in de wereld van de sultan en met name zijn harem trekken. We worden er als het ware onderdeel van. We merken dat er allerlei rangen en standen zijn, Armeense meisjes zoals Lilt zijn niet erg hoogstaand volgens het haremregime. Dat vindt ze niet erg. Hanife is echter uit ander hout gesneden. Zij zal en moet de vierde vrouw van de sultan worden. Dat kan alleen als ze hem een zoon baart. Maar hoe kan ze er voor zorgen dat het oog van de sultan op haar valt? Daar weet de zeer manipulerende Hanife wel raad mee. De moeder van de sultan is het hoogst in rang en laat zij nou niet zo gecharmeerd zijn van Hanife. Lilit valt daarentegen wèl in de smaak, omdat zij gewoon recht door zee is en haar werk doet.


Als Lilit gevraagd wordt om voorlezer te worden voor de sultan is Hanife des duivels. Ze wordt nog valser dan ze al was. Toch vindt Lilit het ook spannend dat ze mag voorlezen en het wordt helemaal bijzonder als ze ontdekt dat de sultan een heel bijzondere smaak heeft wat boeken betreft!


Lilit heeft het verder heel zwaar, ze wil weg, ze wil weer vrij rondlopen met haar schapen. Het is Bilal die haar moed inspreekt, die haar helpt én haar op de hoogte houdt van alles wat er speelt binnen de muren van de haremvertrekken. Er speelt zich namelijk buiten het verblijf van de sultan ook heel veel af. Er zijn opstandelingen...


Inez van Loon heeft met dit boek echt een huzarenstukje geleverd. Ze heeft zich enorm ingeleefd in de tijd van de sultanaten, fantastisch al het opzoekwerk weten te verwerken in het verhaal en van Bilal en Lilit twee onvergetelijke personages gemaakt. Nadat het verhaal afgelopen is, moet je echt weer even omschakelen om weer te landen in 2022.  Het is een erg levendig verhaal wat uitnodigt tot meerdere keren lezen omdat er zoveel in te beleven valt.
Grote, grote aanrader!


ISBN 9789044844863 | Hardcover | 242 pagina's inclusief woorduitleg | NUR 284 | Uitgeverij Clavis | maart 2022
Leeftijd 11+

© Dettie, 24 maart 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Vanderbeekers
Karina Yan Glaser


Het gezin Vanderbeeker bestaat uit vader, moeder en vijf kinderen: De twaalfjarige tweeling Isa en Jessie, hun broer Oliver, 9 jaar, en Hyacinth, zes jaar. De jongste is Laney, ruim vier. Ze wonen heel graag in het oude huis in Harlem, New York, ook al is het er klein. Ook de hond Franz en konijn Paganini wonen er. Ze hebben er twee verdiepingen, boven hen wonen mevrouw Josie en meneer Jeet, en op de bovenste verdieping woont de huisbaas, meneer Beiderman. Degene die wij de Boze Buurman zouden noemen...


Kerstmis nadert, en de kinderen vinden het net als ieder jaar weer een spannende en gezellige tijd. Maar dit jaar zal het anders gaan: ze hebben net gehoord van hun ouders dat ze moeten gaan verhuizen! En nog voor Kerstmis! Dat is onmogelijk!
Maar meneer Beiderman was heel duidelijk: ze moeten het huis uit en wel binnen elf dagen.
Ze kennen die Beiderman niet eens, en wat heeft hij tegen hen? Maken ze te veel herrie soms? Blaft Franz te veel?


Ze willen niet weg! En ze beginnen druk te brainstormen. Allerlei plannetjes om de man van gedachten te laten veranderen passeren de revue. Want als het hen zou lukken om er voor te zorgen dat ze mogen blijven, hebben ze meteen het ultieme kerstgeschenk voor hun ouders!
Een aantal plannen voeren ze ook uit, maar het gaat niet allemaal goed. Het lekkere ontbijt valt op de grond; als Hyacinth haar zelfgemaakte placemat gaat brengen schreeuwt Beiderman tegen haar dat ze hem met rust moet laten. Een handtekeningenactie roept helemaal de woede op van hun huisbaas, want ineens belt iedereen hem. De kinderen weten het niet meer.
Maar intussen weten buren en kennissen van hun problemen en wie weet kunnen zij helpen?


Het gegeven is eigenlijk niet zo leuk, maar de manier waarop Yan Glaser dit verhaal brengt maakt je toch aan het lachen. Vooral de jongste kinderen, die geen idee hebben van hoe de echte wereld in elkaar steekt, komen vaak grappig uit de hoek.
Het zijn vijf verschillende kinderen, met ieder hun eigen kleine probleempjes en gelukjes. En er is ook niet alleen de gedwongen verhuizing en het probleem Beiderman: er spelen ook andere dingen waardoor het een veelzijdig verhaal wordt. Het feit bijvoorbeeld dat Oliver de enige jongen is tussen al die meiden; de prille verliefdheid van de bakkersjongen, en hoe je een konijn kunstjes leert.


Gewoon een heel leuk verhaal over een heel gewoon gezin (nou ja) en wat er ook nog voor avonturen komen in de vervolgdelen, die zijn vast ook heel leuk. Want Karina Yan Glaser schrijft hele leuke dialogen, en heeft vast zelf ook kinderen, omdat ze goed lijkt te weten hoe die in elkaar steken.


Karina Yan Glaser (Californië) woont in Harlem. Zij werkte als docent, maar ook als medewerker bij de grootste daklozenorganisatie in New York. Ze woont met haar man, twee dochters en een heel arsenaal aan geredde dieren in Harlem.
Zij debuteerde met dit eerste deel, dat nu vertaald is, en heeft intussen al vier andere delen geschreven. Hopelijk komen die snel in vertaling!


ISBN  9789000379958 | hardcover | 288 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf| januari 2022 Leeftijd 10+
Vertaald uit het Engels door Lidwien Biekman

© Marjo, 18 maart 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Jij bent alle liefde
Illustraties: Gitte Vancoillie
Tekst: Meneer Zee

Het begint met een eenzaam meisje.
Nee, het begint met tekeningen, zwart witte sombere tekeningen met slechts een vleugje kleur als later het meisje er op te zien is. Maar eerst laten de tekeningen een niet zo’n fijn beeld van de wereld zien: het zijn haast psychedelische tekeningen van misschien wel het einde der tijden.
Dit boek bestaat vooral uit tekeningen, maar er is ook tekst:

‘De mensen zaten binnen. In hun binnenste binnen. Ramen en deuren dicht. In blokken, op elkaar gestapeld. Ze werkten, ze aten en ze sliepen. En deden nog andere dingen die je het liefst doet met de deuren dicht. Buiten was het koud. En stil. Wit van de sneeuw.’

En binnen, hoog in een appartementencomplex, zit een meisje. Zij hoopt nog. Op aandacht en liefde van in de eerste plaats haar ouders. Tevergeefs. Ze kan niets anders doen dan wat ze altijd doet: papieren vogeltjes vouwen en die uit het raam – met tralies ervoor – gooien.

‘Als ik het juist doe, dan vliegt hij. Dan wordt alles anders.’

En op een dag gebeurt precies dat. Er vliegt een vogel weg. En het meisje wurmt zich uit het raam en springt er achter aan.

Haar avontuur begint. Ze ontmoet een jongen – hij hoort haar, verstopt onder de tafel waar mensen aan zitten te eten, zonder een woord te spreken, alleen maar eten. Ook hij zit vol verlangen naar iets anders. Naar aandacht. Hij gaat met het meisje mee.

Het eerst naamloze meisje heet Hoop. ‘Want waar de zon bestaat en de zee bestaat, daar bestaat de liefde ook!’
Op hun weg ontmoeten ze een oude man, die hen meeneemt in zijn oude locomotief. Hij vertelt verhalen. En brengt hen naar een eiland. Een eiland met een reus, die ieder van hen een enkele wens toestaat.

Het meisje, de vogels en de flarden tekst die op een speelse manier op de pagina’s staan zijn turquoise. De jongen brengt een vleug rood. Later komen er nog wat kleuren bij, en met de kleur neemt ook de hoop toe. Net als het geloof in het bestaan van liefde.

Dit verhaal is een sprookje, een filosofisch sprookje over hoop, geloof en liefde (zonder religieuze inslag) en dat is alleen al prachtig. Maar de vormgeving!
Die vorm is als een graphic novel, maar het is wel zo ontzettend mooi gedaan, je moet het zien! En vooral beleven, op je laten inwerken.
Wonderschoon!

Gitte Vancoillie studeerde in 2004 af als illustrator aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Haar afstudeerproject was meteen haar eerste gepubliceerde boek.

ISBN 9789463962407 | hardcover | 160 pagina's | Uitgeverij Horizon | januari 2022
Afmeting: 20,4 x 16,8 x 1,8 cm | Leeftijd 10+

© Marjo, 3 maart 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER