Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

De waanzinnige boomhut van 91 verdiepingen
illustraties: Terry Denton
tekst: Andy Griffiths


Andy en Terry, de schrijver en illustrator, wonen zelf ook in de boomhut van 91 verdiepingen, melden ze, en dat is niet altijd even makkelijk want met zoveel verdiepingen word je steeds afgeleid. Op de ene verdieping zit een onderzeebootbroodbakkerij, op de andere vind je de krachtigste draaikolk ter wereld - zo krachtig dat je broek er van afzakt - , en je kunt ook met de aardappel met jus trein rondreizen of naar de overvolle prijzenkamer gaan, of naar de waarzegster mevrouw Weetallesal, of spelen met de menselijke flipperkast en nog veel meer. Kortom, er is héél veel te zien en te beleven in de boomhut van 91 verdiepingen. Maar afleiding of niet, het nieuwe boek over de waanzinnige boomhut moet er wél komen van meneer Grootneus, hun uitgever...


Andy en Terry, besluiten eerst maar eens naar mevrouw Weetallesal te gaan om te vragen of zij kan zien waarvoor die rode knop in de boomhut dient. De mannen zijn het zelf vergeten... Nou, het belooft niet veel goed. Mevrouw Weetallesal ziet ellende, ellende, ellende, meer ellende en dan niks. Dus ze kunnen maar beter van die knop afblijven. Maar dat is heel moeilijk voor de twee mannen.


Gelukkig verschijnt hun uitgever op het scherm en floept zijn 3 kleinkinderen, een tweeling en een baby, er doorheen. Terry en Andy moeten een dag op ze passen, morgen is hij weer terug en dan wil hij gelijk het manuscript voor hun nieuwe boek hebben. Tja dat is dan wel een probleem, want oppassen, tekenen en schrijven tegelijk is moeilijk. Hoe moeten ze dat voor elkaar krijgen? Maar de kinderen zeggen dat ze zich wel vermaken en op de baby zullen passen... Dus zo gebeurt het.


Maar als Jill, hun grote vriendin, hun rots in de branding en steun en toeverlaat, dit hoort, vindt ze het helemaal geen goed idee, veel te gevaarlijk, zegt ze. Dus gaan ze op zoek naar de kinderen en natuurlijk zijn ze niet te vinden, maar mevrouw Weetallesal is er ook nog en zij weet écht alles, ook waar de kinderen zijn. Het gekke is dat de Terry en Andy wel steeds specifiek moeten vragen wat ze willen, dat weet mevrouw Weetallesal toch al?


De zoektocht verloopt hilarisch. Ze belanden mét de kinderen in de enorme draaikolk en ze zakken dieper en dieper, wel 20.000 mijl onder zee... Maar Andy heeft een onderzeebootbroodje in zijn broekzak, daar stappen ze in en komen zo op een onbewoond eiland uit, die tot hun verrassing onderdeel is van de boomhut! Maar voordat ze daar achter komen beleven ze nog doldwaze avonturen met rooksignalen, de geest uit de lamp en nog veel meer.  Ze komen ook nog een sprookjeskleerkast tegen, misschien komen ze wel in Narnia! Maar nee het is een heel ander land dat voor hun ogen verschijnt als ze door de kleerkast stappen.
Geen leeuw, of heks te zien, wel bizarre wezens en springveren om je voort te bewegen.

Later blijkt dat mevrouw Weetallesal niet echt is wie ze zegt te zijn... en dan wordt het ook nog een beetje spannend. Maar de grootste vraag blijft... waar dient die rode knop nou voor?


Kortom, het is een knotsgek boek dat het midden houdt tussen een strip en leesboek. Sommige pagina's bestaan alleen maar uit zwart-wit tekeningen waar héél veel grappigs op te zien is, alleen dat is al leuk. En het verhaal zelf rolt naadloos over van de ene waanzinnig gekke gebeurtenis in de andere. Aan fantasie ontbreekt het beide heren totaal niet! En het lijkt zomaar te allemaal nog te kunnen ook!
Ik heb er echt van genoten! Gelukkig komt er een vervolg... De waanzinnige boomhut van 104 verdiepingen!


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789401443111 | hardcover | 396 pagina's | Uitgeverij Lannoo | februari 2018
Vertaald door Edward van de Vendel | Leeftijd 10+

© Dettie, 29 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De vreselijke twee slaan door
Jory John & Mac Barnett


Alweer het derde deel over Nick Vonk en Mick Mulder alias de vreselijke twee die de leraren en de schooldirecteur tot wanhoop drijven. Maar dit keer vallen er weinig grappen op school uit te halen want het is zomervakantie...

Gelukkig is er wel vlakbij het Dutjebroeks Schreeuw- en Drillkamp (een opvoedingskamp voor lastige jongeren) waar hun aartsrivaal Bart Barsman, de zoon van de directeur, al voor het tweede jaar - vrijwillig - naar toe gaat. Bart Barsman is helemaal het tegenovergestelde van de vreselijke twee. Waar Mick en Nick verfijnde humor tentoonspreiden, het gaat hun immers om de grap, niet om iemand onderuit te halen, ontbreekt bij Bart elk gevoel voor humor. In het kamp is hij dan ook helemaal in zijn element. Daar kan hij zijn tirannieke aard helemaal uitleven.

Bart heeft de Mike Compagnie opgericht bestaande uit hemzelf in de functie van Majoor en de tweeling Daan en Thomas die door Bart omgedoopt zijn tot Loopgraaf en Ransel. Bart drilt, schreeuwt orders en verzint overal afkortingen voor, want dat doet een majoor volgens hem.

Nick en Mick bespieden de compagnie al een tijdje en bedenken natuurlijk weer de ultieme grap waarbij ze gelijk de vlag van de Mike Compagnie in beslag nemen. Dat laat Bart natuurlijk niet op zich zitten, die vernedering is te groot. We lezen vervolgens de slimme streken die de vreselijke twee uithalen om uit de handen te blijven van boze Bart.
Dat lukt ze niet helemaal want Nick, die elke keer stiekem wat afspreekt met Helen, wordt daarbij bespied door Loopgraaf en Ransel. De twee horen wanneer Nick weer met haar afspreekt en samen met Bart slaan ze toe, Nick wordt ontvoerd... Dat vraagt om een grap. Een heel goede grap...

Het verhaal leest lekker weg, maar het haalt het niet bij het eerste deel waarbij je echt in spanning afwachtte wat de vreselijke twee nu weer zou verzinnen. Dit verhaal is een beetje tam en de grote grap is - letterlijk- van het gehalte onderbroekenlol. In feite is de vader van Bart het allerleukste personage van het boek. De wat naïeve, aardige schooldirecteur vindt diep in zijn hart de streken van Nick en Mick wel leuk en de jongens op hun beurt kunnen de eerlijke, beetje eenzame man wel waarderen. Wat een heel apart aspect aan het verhaal geeft.

Om te kijken of jongeren het boek meer zullen waarderen dan ik heb ik inmiddels enkele recensies gelezen die zeer positief zijn. Deze zijn geschreven door moeders en/of de jongeren zelf.  Silvester van der Pol (Biblion) meldt dat het boek 'qua taalniveau een treetje hoger inzet dan de enigszins vergelijkbare boeken van Jeff Kinney en daarvan zodoende een goed vervolg zou kunnen zijn.' En de loserboeken zijn razend populair, dus voor de jongeren zit het met het boek over De vreselijke twee ook wel goed!

ISBN 9789000355082 | Hardcover | 224 pagina's | Uitgeverij Van Holkema en Warendorf | april 2018
Met zwart-wit  illustraties van Kevin Cornell | Vertaald door Merel Leene | Leeftijd 10+

© Dettie, 27 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alle Dagen Hartstikke DrukAlle Dagen Hartstikke Druk
ilustraties: Marja Meijer
tekst: Mirjam Mous

 

Indy is gek op alles wat met indianen te maken heeft. Hij weet er ook heel veel over te vertellen, bijvoorbeeld dat Indianen elkaar namen geven die bij hun karakter passen, zoals Kleine Zonneschijn als iemand altijd vrolijk is. Er is één indiaan die helemaal geweldig is volgens Indy, en dat is Sitting Bull (Zittende Stier). Maar Indy heeft zichzelf Springende Stier genoemd omdat hij niet stil kan zitten.


Indy bouwt graag een tent van zijn dekbed en wat dekens.


“In mijn indianentent is het lekker stil. Daar worden mijn hersens rustig van.
Normaal gesproken is mijn hoofd net een druk kruispunt. Met toeterende auto’s die zich niets aantrekken van voorrangsregels. Ze willen allemaal tegelijk oversteken zodat ze tegen elkaar botsen. Mijn moeder zegt dat ik er een agent bij moet denken die het verkeer regelt. Soms helpt dat een beetje, maar meestal vergeet ik het.”


Indy’s moeder is de enige die hem echt begrijpt, zij vertelt hem aldoor precies in de goede volgorde wat hij moet doen ’s ochtends voordat hij naar school gaat, want anders vergeet hij bijv. zijn pyjamabroek uit te doen. Ook houdt ze er goed rekening mee dat Indy niet tegen drukte kan, waardoor zijn zus Nienke wel eens boos wordt. Indy mag veel meer dan zij, vindt ze:


Mijn zus kijkt me moordlustig aan. "Indy krijgt nooit op zijn kop. Waarom moet ik altijd rekening met hem houden? Ik heb er genoeg van!" [...]


Indy is het daar natuurlijk helemáál niet mee eens...


Nienke is een Liegende Buffel. Alsof ze altijd rekening met mij moet houden. Pfff, mijn vader en moeder verwennen haar veel meer den mij.
Ik denk dat ze meer van Nienke houden.


Meester Tim heeft ook niet zoveel begrip voor Indy. En dat vindt Indy niet eerlijk.  Hij wil écht wel stil zitten maar het lukt gewoon niet, waardoor hij regelmatig van zijn stoel valt.  En dan moet hij in de hoek staan of wordt hij op de gang gezet.


“Ik word er soms verdrietig van als ik stil wil zitten en het niet lukt. Dan ben ik Verdrietige Traan Indiaan.”

Indy vergeet heel veel, raakt van alles kwijt,  botst overal tegenaan, laat steeds dingen vallen én heeft dus problemen op school, de lessen die hij moet maken lukken ook al niet goed. De meester belt ook steeds met zijn ouders en dan zijn zij verdrietig omdat het zo slecht gaat op school. Indy baalt daarvan en wordt er somber van. Ziet de meester dan niet dat hij écht zijn best doet?


Het is duidelijk dat Indy ADHD heeft, dat betekent Alle Dagen Harstikke Druk zegt zijn moeder. Maar Indy heeft wat anders bedacht… Alle Dagen Helden Daden. Dat klinkt veel beter! Indy  heeft het er moeilijk mee, niemand wil met hem spelen en als hij wat doet dan krijgt hij steeds waarschuwingen of moet hij stoppen want hij is te druk, of het is niet goed wat hij doet, of het is teveel en ga zo maar door. Indy vertelt ons steeds wat hij wil doen en bedoelt het allemaal zo goed maar niemand snapt dat!


Indy is zo enthousiast over alles dat hij domme en soms zelfs gevaarlijke dingen doet. En als iedereen tegelijk tegen hem tekeer gaat dan gaan de sirenes af in zijn hoofd en ontploft hij en weet niet meer wat hij doet. Gelukkig is mama er altijd voor hem. Indy krijgt later pilletjes, dan wordt het wat rustiger in je hoofd zegt mama, helaas, ook die helpen niet goed. Eigenlijk kan het zo niet langer, er moet een oplossing komen en die komt er ook, Indy gaat naar een speciale school, vertelt mama, waar meesters en juffen zijn die wél rekening met Indy's ADHD houden. Maar Indy is het daar helemaal niet mee eens! Of toch wel?


Het verhaal is op een vlotte, soms humoristische manier, vanuit de ogen van Indy verteld. Het maakt goed duidelijk wat ADHD met het kind doet en wat het voor het kind zelf betekent. Gelukkig zijn er wel oplossingen te vinden, zoals die speciale school, zodat het voor het kind zelf allemaal beter te hanteren is. Daardoor stijgt ook zijn eigenwaarde, want door al die mensen om hem heen die maar roepen dat hij dit, dat, zus, zo niet mag en stout, onberekenbaar, ondoordacht, onverantwoord enz. is, voelen kinderen zich vaak heel vervelend.
Doorheen het boek staan grappige zwart-witafbeeldingen van Marja Meijer.


Een fijn, lichtvoetig, maar toch serieus, boek voor elk kind, (groot)ouders, leraren en leraressen die met ADHD te maken hebben.
(Maar ook zonder ADHD indicatie is het een prettig boek om te lezen.)


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789000358953 | Hardcover | 94 pagina's | Uitgeverij Holkema & Warendorf | april 2018 (1e druk 2004
Leeftijd 10+

© Dettie, 9 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSjaan Nel Konijn
Coco van Rijn


De chauffeur trok zijn handen van het stuur en maakte een snurkend geluid. ‘Je kunt hier slapend rijden,’ zei hij. ‘Dit is de saaiste plek waar ik ooit geweest ben.


Daar zijn de elfjarige Sjaan Nel en haar vriend Storm het niet mee eens. Zeker, hun dorp Bitterkerk, is nauwelijks de naam waard, er staan nog maar weinig huizen nadat de burgemeester - die eigenlijk geen burgemeester is, maar een dorpsmanager - al veel oude huizen gesloopt heeft. De bewoners zijn naar de stad getrokken.


Er is geen winkel meer, behalve dan het Haantje, waar je niet al te smakelijke biologisch-ecologische producten kan kopen.
Er is ook geen school in Bitterkerk. Er komt een meester naar het dorp om bij Lidewij thuis les te geven aan de paar kinderen die het dorp rijk is. Dat zijn Sjaan Nel, Storm en Pien.


Sjaan Nel zou eigenlijk Chanel moeten heten, want zo had haar moeder het bedacht. Zij is de enige die die haar zo noemt. Haar moeder zelf heet Madeleine Konijn, hetgeen ze uitspreekt als Co Nine. Want mama is nogal deftig. Ze woont in het voorhuis, gescheiden van het achterhuis waar Sjaan woont met haar vader, die ze Barre noemen. Sjaans ouders hebben eigenlijk een prima oplossing gevonden voor het feit dat ze zo verschillen. Of Sjaan er ook blij mee is? Ze gaat eigenlijk veel liever naar Storms huis, dat behalve winkel en school ook een buurthuis is en waar ze vaak friet eten.


En dan breekt de pleuris uit: de zogenaamde burgemeester heeft allerlei plannen om een toeristisch, dus winstgevend project te maken van het dorp, en hij vindt een welwillend medestander in mevrouw Konijn. De niet te onderschatten tegenstanders zijn natuurlijk vooral Sjaan Nel, Storm en Pien.
De burgemeester lijkt te gaan winnen, want het is ineens niet veilig meer bij het Haantje! Er breekt brand uit, er vallen pannen van het dak, en Storm valt zomaar ineens door de trampoline…


'Alle mensen zijn een beetje gestoord,' zei Barre. 'Dat hoort erbij. Soms zou ik willen dat we allemaal dieren waren. Die doen gewoon hun ding zonder een ander onnodig kwaad te doen.' Hij rekt zich uit. 'Als ik zou mogen kiezen, dan zou ik het liefst geboren zijn als Vlo (=de kat). Dan zou ik de hele dag gaan liggen slapen in het raamkozijn.'
'En ik zou als vis lekker de wereldzeeën verkennen,' zei ik. 'En als het me niet zou bevallen, zou ik gewoon een andere oceaan opzoeken.'


Een leuk verhaal dat de moderne tijd goed weergeeft: die eeuwige projecten die geld op moeten leveren hetgeen ten koste gaat van gezellige kleine dorpskernen. Er wordt leuk met namen gegoocheld, en er zit een goede spanningslijn in. De karakters worden goed uitgewerkt, met Sjaan Nel als ik-figuur kan de jonge lezer prima uit de voeten. Ze is een eigentijds kind dat graag zou willen dat de wereld anders is, beter in haar ogen, en daarvoor haar best doet. Daarvoor moet ze leren omgaan met teleurstellingen en andersdenkenden.


Ook al is het hoofdplot op zich vrij voorspelbaar, het blijft prettig leesbaar, ook omdat Coco van Rijn er extra verhaallijntjes in verwerkt heeft. En humor!
Leuke tekeningen fleuren dit geslaagde debuut extra op!


ISBN 9789048842223 | hardcover | 240 pagina's | Uitgeverij Moon | maart 2018
Illustraties van Iris Boter | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 18 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Onzichtbaar gevaar
Robotoorlog: Deel 2
Rian Visser


In het eerste deel hebben we kunnen lezen dat Denny en zijn broertje Flint, die samen in een weeshuis wonen, het doelwit zijn van de robots. Gelukkig heeft Denny uitstekend leren vechten dankzij De Geheime Kracht, een genootschap dat de robots probeert te bestrijden. De Geheime Kracht wordt geleid door Panthera en  Hirundo, die de opa en oom van Denny en Flint bleken te zijn. Iets waar Denny erg blij om was, want zo heeft hij toch nog een beetje familie, zijn ouders zijn namelijk gedood door de robots.  Panthera weet dat Denny een grote rol zal gaan spelen bij het genootschap maar eerst moeten ze op weg, naar het eiland waar de robots kinderen gevangen houden.


Panthera en Denny vermommen zich als vrouwen, ze zijn oma en kleindochter. Hirundo verstaat de kunst 'onzichtbaar' te zijn. Dat wil zeggen hij verstaat de kunst van niet opvallen zo goed dat niemand hem écht ziet. Denny is best wel trots dat hij alleen mee mag ondanks dat het weesmeisjeTalia smeekt om mee te mogen. Denny wil het echter niet hebben en hij heeft het voor het zeggen! Talia legt zich er niet bij neer en halverwege de reis wordt ze als verstekeling in de woonwagen ontdekt, tot grote woede van Denny. Talia is wel een heel goede vechter en dat komt hen allen in de rest van de reis nog heel goed van pas.
Ze blijkt overigens nog veel meer goede kwaliteiten te hebben, zelfs Denny moet dat diep in zijn hart toegeven. Alleen is ze ontzettend eigenwijs, vindt hij, en dat is maar goed ook!


De reis naar het eiland waar de ontvoerde kinderen verblijven, verloopt namelijk heel moeizaam en is erg gevaarlijk. Helemaal als er spinachtige, gevaarlijke robots verschijnen die zich als een kameleon kunnen aanpassen aan hun omgeving, ze zijn daardoor bijna onzichtbaar. Alleen hun 'messen' aan het uiteinde van hun poten zijn soms te zien.  (zie de prachtige cover) Zelfs de geoefende vechters Panthera en Hirundo hebben moeite met deze 'insecten'. Gelukkig zijn Denny en Talia er ook nog...  Maar je houdt je adem in, redden ze het wel?


Er volgt een heel spannend verhaal waarbij de twee kinderen alles uit de kast moeten halen om vol te houden en niet weggemaaid worden door al die verschillende robots die overal verschijnen en heel akelige streken uithalen. Maar als ze eindelijk op het eiland zijn wacht hun een nieuwe verrassing... Willen de ontvoerde  kinderen eigenlijk wel mee?


Rian Vissers fantasie is eindeloos en dat maakt het verhaal ook zo bijzonder. Het leuke is dat er overal tekeningetjes van gemaakt worden zodat wij als lezer ook precies weten hoe de robots eruit zien en waarom ze zo gevaarlijk zijn. Het verhaal heeft steeds heel onverwachte wendingen waardoor je steeds weer verrast wordt. Bovendien is het erg spannend allemaal.  Gelukkig komt er nog een deel...


ISBN 9789491647116 | Hardcover | 165 pagina's | Books2download | september 2017
Leeftijd 10+

© Dettie, 6 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Weg uit de Peel
Jacques Vriens


In dit boek lezen we over Janneke Berkvens, een meisje dat leeft in het begin van de 20e eeuw, in het buurtschap De Heikant in de Peel, een gebied op de grens van Noord-Brabant en Limburg.

Janneke woont met haar ouders en broers en zusje in een piepklein huisje. Haar vader en broer zijn turfstekers in dienst van meneer Witlox, de man uit het Grote Huis. Witlox is een arrogante man die zijn mensen uitbuit. Ze krijgen amper geld en hij duldt geen commentaar  daarover, dan is diegene gelijk zijn baan en karige inkomen kwijt.


De moeder van Janneke is een bazige vrouw met een scherpe tong, die alleen maar loopt de mopperen en schelden, druk als ze is met het huishouden, iedereen van voedsel te voorzien en haar kinderen een beetje redelijk in de kleren te steken. Ze moet grote moeite doen om financieel het hoofd boven water te houden, ze duldt geen tegenspraak en wenst niets kwaads te te horen over Witlox en meneer pastoor, bang als ze is hun inkomen te verliezen. Met nummer zes op komst, is het al pittig genoeg.

Janneke is uit ander hout gesneden. Ze is intelligent en droomt van een ander leven als schooljuf. Haar meester, Harm Kanters, heeft immers gezegd dat makkelijk kan bereiken. Maar als ze dat aan haar moeder vertelt is die alleen maar woedend dat de meester haar zulke rare fratsen heeft verteld.


"Ik ga morgen naar die vent toe en zal hem zeggen dat hij moet ophouden mijn dochter op te stoken tegen haar ouders. Naar de mulo en juf worden! Je bent niet goed wijs. Over twee maanden is het afgelopen met school en kom je mij helpen. Ik zal je leren om de kakmadam uit te hangen.


Hun soort mensen doen zulke dingen niet, de mannen gaan turfsteken en de meisjes helpen eerst hun moeder thuis tot ze zelf trouwen en krijgen kinderen. Dat gebeurt al generaties zo, en zo zal het blijven. Maar Janneke is opstandig, houdt haar mond niet en wil een ander leven dan dat van haar moeder. Ook de meester probeert haar dromen waar te maken maar helaas, moeders wil is wet.


Gelukkig heeft ze haar toevluchtsoord waar ze zo vaak mogelijk naartoe gaat, het is een plek tussen de bomen waar niemand anders komt, denkt ze. Maar dan ziet ze daar ineens rooie Willem, de zoon van stroper Biemans. 'Kijk uit voor die rooie van Biemans,' zei moeder vaak, 'Die kan niet van de meisjes afblijven.'
Willem, de jongen die van school gestuurd is vanwege zijn grote mond. Maar Willem blijkt heel anders dan Janneke dacht. Hij luistert en begrijpt wat Janneke drijft. Hij wil ook geen turfsteker worden, maar eigen baas zijn, vrij zijn. Ze zoeken elkaar steeds vaker op. Ze voelen zich prettig bij elkaar. Willem begrijpt helemaal dat zij niet dat troosteloze, uitzichtloze leven van haar ouders wil leiden. Hij houdt haar voor dat ook zij ook kan kiezen voor een andere toekomst. Maar zo makkelijk is dat allemaal niet.


Ondertussen sist en bruist het in het kleine gehuchtje. Janneke krijgt steeds meer moeite met de sociale disbalans, met de macht van de kerk en hoge heren, en de angst daarvoor. Ze ziet het wantrouwen en onbegrip van mensen voor nieuwe dingen, zoals de vakbond of de nieuwe methodes die de dokter toepast, met alle gevolgen van dien. Ze hoort toespraken van mensen die voor de vakbond zijn, die met iedereen het beste voor hebben, maar argwanend bekeken worden. Ze voelt ook het onrecht opvlammen die de arbeiders moeten ondergaan. Haar geliefde meester wordt eveneens vals beschuldigd van zaken die door het gezag en de hoge heren wel gedaan worden. Willem en haar oudere broer Nard vertellen haar steeds wat er gaande is. Het gaat gisten in Janneke, het onrecht breekt haar steeds meer op. Wat moet ze doen? Ze weet het niet, totdat er iets gebeurt dat hard aankomt en ze wel een beslissing móet nemen...


Jacques Vriens is er met dit aangrijpende verhaal goed in geslaagd om de sfeer en het sociale leven van die tijd weer te geven. God en gebod, daar draaide het om. De mens zelf deed er niet toe. Het is knap dat Vriens dit op zo'n manier heeft weten te verwoorden dat het voor jongeren goed inleefbaar is maar er daarnaast een mooi en soms ontroerend verhaal van heeft gemaakt.  Het verhaal pakt je op en neemt je mee en je moet doorlezen door tot het uit is. Prachtig!


ISBN 9789000360444 | Paperback | 192 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | april 2018
Leeftijd 10+

© Dettie, 28 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Over pestkoppen en een kartonnen doos
Marina Theunissen


De twaalfjarige Maite vindt het helemaal niet leuk dat haar ouders gaan verhuizen naar een oude boerderij op het platteland. Weg vertrouwde school, weg vriendinnen. Als dan ook nog blijkt dat ze onmiddellijk het mikpunt wordt van pesterijen, door een echt gemene klasgenoot en zijn meelopers, weet ze niet hoe het verder moet. De weg terug naar de stad is afgesloten, haar vader is failliet gegaan en kon zich het huis daar niet meer veroorloven.


Maite zegt thuis niets, haar ouders hebben het al moeilijk genoeg met haar vader die last heeft van burn-outklachten. En haar broertje Bas heeft het helemaal naar zijn zin, dat werkt ook niet mee. Ze verdraagt alles, geeft haar drinkgeld af, laat zich de boterhammen afpakken en de verwensingen moet ze maar aanhoren.
Erger is dat ze geen nieuwe vriendinnen kan maken, haar belager Rusty dreigt dat hij hen ook al zal pakken, en Talitha en Britt durven niet meer.


Rusty bedreigt ook haar broertje, en zelfs haar ouders! Helemaal alleen staat ze er voor. En de zo vurig gewenste hond komt er ook al niet. Tot  de dag dat haar vader aan komt zetten met een kartonnen doos. En daarin zit een puppy! Gevonden langs de weg, zegt vader. Hij mag blijven en ze noemt hem Newton.


Zo worden twee zware thema’s in dit boek aangesneden: pesten, en dierenmishandeling.
Marina Theunissen weet het verhaal gelukkig op een redelijk luchtige manier te doen. Met humor en leuke dialogen slaagt zij er in de lezer mee te slepen in het avontuur.

En niet te vergeten: het verhaal wordt erg spannend! Want Maite wordt niet een schuw meisje dat in een hoekje kruipt, zeker na het ongeluk dat ze – niet per ongeluk – krijgt, begint ze van zich af te bijten. Dat zijzelf de klos is, nou ja, maar aan haar hondje komen ze niet!
Het wordt zelfs gevaarlijk voor haar en de twee meisjes die dan toch haar vriendin durven te zijn.


De schrijfster is Vlaams, haar taal is Vlaams Nederlands, waardoor er nogal eens uitdrukkingen voorkomen die kinderen in Nederland niet zullen begrijpen. Maar het is spannend genoeg om daar niet mee in te zitten.


Marina Theunissen
(augustus 1946, Rijkhoven) werd kleuterjuf, en kan zich goed verplaatsen in kinderen. Schrijven werd een uit de hand gelopen hobby, ze publiceerde al vele boeken.


ISBN 9789462420823| hardcover |188 pagina's | Uitgeverij Kramat | maart 2018
illustraties  van Kyara Biesmans | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 25 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

vspace=Het wonderkabinet
Brian Selznick

 

Een van de twee verhalen in dit boek speelt in 1977 in Gunflint Lake, Minnesota:


Ben Wilson (van onduidelijke leeftijd, maar jong) heeft een paar hobby’s: de sterrenhemel en een kleine verzameling bijzondere voorwerpen. Hij heeft zijn vader nooit gekend, en heeft onlangs ook nog zijn moeder verloren. Een oom en tante hebben hem opgevangen en hij heeft het er goed, maar hij wil iets anders. Hij droomt dat wolven hem achtervolgen. Wat betekenen die dromen?


Als hij zijn oom en tante hoort praten over de verkoop van zijn ouderlijk huis gaat hij daar stiekem heen. Het ligt iets verderop aan een meer. In het huis steekt het verlangen naar zijn moeder weer de kop op, en hij snuffelt door haar spullen. Hij vindt een medaillon met een portret van een man, een som geld en een boekje met een zachte kaft. Daar zit een boekenlegger in, met een naam en een telefoonnummer. Zijn vader? Voor hij kan beslissen wat hij er mee gaat doen, steekt er een storm op en slaat de bliksem in. Het brengt een avontuur op gang, dat duidelijk verband houdt met het andere verhaal in dit boek: een graphic novel, zwart wit getekend.


In dit verhaal dat in 1929 speelt, zien we een meisje, dat doof blijkt te zijn, dat ook een verlangen koestert naar haar moeder. Zij ontvlucht een strenge opvoeder en komt in de grote stad terecht, New York. Maar ze is niet welkom bij haar moeder, een actrice. Gelukkig wordt ze dan opgevangen door een man, die familie blijkt te zijn. Omdat dit verhaal getekend is, moet de lezer de details zelf invullen. Met de enkele aanwijzingen die de schrijver/tekenaar via briefjes of iets dergelijks geeft, wordt al snel duidelijk wie deze jonge vrouw is.


De verhalen van Rose en Ben raken elkaar geregeld, de kinderen maken bijvoorbeeld hetzelfde mee, en langzaam worden ze met elkaar verweven. Ze hebben iets bijzonders gemeen: beiden zijn doof, waardoor ze, voordat ze gebarentaal leren, zijn aangewezen op behulpzame mensen.


De kern van het verhaal is de geschiedenis van een New Yorks museum, het natuur-historisch, dat ontstaan is door een kleine verzameling, het Wonderkabinet. Brian Selznick vertelt in een nawoord hoe deze geschiedenis in elkaar steekt, en waar hij zijn onderzoek heeft gedaan.


Het is een echt Amerikaans verhaal: een melodrama met een goede afloop. Selznick heeft er geen moeite mee het toeval een grote rol te laten spelen, waardoor het verhaal soms sprookjesachtig wordt. Maar de combinatie getekende en geschreven tekst werkt prima. Het biedt een leuke afwisseling.


Brian Selznick is auteur en illustrator van het prijswinnende boek De uitvinding van Hugo Cabret, dat in 2011 werd verfilmd onder de titel Hugo.
Filmeditie met foto uit de film op het omslag.


ISBN 9789000359349 | paperback | 640 pagina's | Uitgeverij Van Goor | november 2017
Vertaald uit het Engels door Gert van Santen|Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 18 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet geheim van de Ravenhorst
Christine Linneweever


De woonboerderij waar Christine Linneweever heeft gewoond staat in Winterswijk op een plek waarvan bekend is dat er al sinds mensenheugenis boerderijen stonden die verpacht werden door de heren van kasteel De Ravenhorst. Helaas is dat kasteel er niet meer, maar er zijn nog wel archiefstukken. En er is een legende: de legende van de schat van de Ravenhorst.
Dat inspireerde haar tot het volgende verhaal:


Ten noorden van Winterswijk (Winethereswic) lag in 1432 het kasteel waar de heren van Rhemen en Dravenhorst de scepter zwaaiden. Zij vonden zichzelf niet rijk genoeg en begonnen tol te heffen op de wegen rondom het kasteel. Ook verhoogden zij keer op keer de pacht die de boeren moesten betalen, terwijl ze er niet voor zorgden dat die boerderijen onderhouden werden. Zelfs het zaaigoed dat ze leverden was slecht. De arme boeren kregen het slechter en slechter.


Op een van die pachtboerderijen woont het gezin Mateman. Zoon Aelwijn, zeventien jaar, wordt op een dag gedwongen om op het kasteel te gaan werken, zijn vader kan de pacht niet betalen. Hij wordt stalknecht, en geeft blijk van goed gevoel voor paarden. Dat merkt de kasteelheer, Geert van Rhemen, op, zodat de jongen betrokken raakt bij vertrouwelijke zaken, maar hij mag niet laten merken dat er van op de hoogte is dat Geert en zijn twee broers roofridders zijn.
Omdat de kokkin de jongen laat wonen in haar keuken, heeft hij het niet slecht op het kasteel. Toch is er maar een ding dat hij wil: terug naar huis.
Als hij door een buurjongen gewaarschuwd wordt dat zijn moeder ernstig ziek is, mag hij een paar dagen naar de boerderij. En daar vertelt zijn moeder hem een ongelooflijk verhaal, hetgeen de lezer even laat denken dat hij degene is die het geheim van Ravenhorst bewaart.
Maar het ligt allemaal net even anders…


Als ik me iets kan voorstellen is het wel dat je de geschiedenis van je woonst wilt kennen als je in zo’n oud historisch gebouw woont. Christine Linneweever - bekend van haar boeken in de Gouden paarden-serie - kreeg dan ook de kriebels en ging op onderzoek uit. In het nawoord bij het verhaal over Aelwijn, vertelt ze nog even welk deel van het verhaal op feiten gebaseerd is, en wat ze er bij verzonnen heeft. Dat laatst heeft ze prima gedaan, het is een spannend verhaal geworden, waarbij je je als lezer heel goed kan voorstellen dat het leven in die tijd werkelijk zo was! Je leeft mee met Aelwijn, die meegesleept wordt door de gebeurtenissen die in die tijd schering en inslag zijn: oorlog. Het kasteel wordt belegerd. En de ridders zelf trekken ten strijde. Als je informatie gaat zoeken over de genoemde veldslagen leer je een heleboel bij!


De rol van de bisschoppen komt aan de orde, maar vooral geeft het verhaal een inkijkje in de middeleeuwen. Binnen de omslag staat een oude kaart uit die tijd afgebeeld, met al die oude namen erbij.
En natuurlijk verloochent Christine Linneweever haar hobby niet: ook de paarden spelen een rol. Maar stukken minder dan in de Gouden paarden serie. Het zou wel leuk zijn als deze schrijfster geregeld van woonadres zou wisselen en steeds op onderzoek uit ging…


ISBN 9789020624830 | Hardcover | 240 pagina's | Uitgeverij Lannoo | januari 2018

Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 8 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe muizen
Lenneke Westera


‘Muizen zijn belangrijke dieren. Daar twijfel ik geen seconde aan.'

Op een dag moet Fien de kliko buiten zetten, een vies karweitje, vindt ze. Maar op die dag doet ze een verrassende ontdekking:


‘Daar stonden ze. Tegen de onderste plank van de schutting aangedrukt. Met zijn tachtigen. De muizen.’


Vanaf dat moment ziet Fien overal muizen opduiken. En ze praten tegen haar. Fien ontdekt dat het aanwijzingen zijn, raadselachtige woorden of cryptische zinnetjes, die haar later heel erg van pas zullen komen. ‘duwen’, zeggen ze. Of ‘bosgrasveld, maar dan in het Engels.’ of ’overoverovermorgen.’ En wat betekent: ‘De deuren. Let op de deuren.’?


De ik-verteller, Fien, ongeveer elf jaar, is een dromerig meisje, dat eerder doet dan denkt. Ze ziet helemaal niet in waarom ze zou moeten leren rekenen. Topografie interesseert haar ook weinig, maar de verhalen die meester Wiebe vertelt die vindt ze wel leuk. Vooral als het over indianen gaat. Meester Wiebe lijkt zelf wel op een indiaan!


De meivakantie nadert, en haar beste vriendin gaat naar Drenthe. Dat zou Fien ook wel willen, maar het ziet er naar uit dat ze nergens heen gaan. Haar vader gaat op zakenreis naar Californië, en haar moeder zit te mokken omdat ze niet mee kan. Het is veel te duur! In een opwelling – of eigenlijk: gestuurd door de muizen! - doet Fien mee met een prijsvraag, en ze wint warempel een reis voor drie personen! Dus kan mama toch mee, en ook Fien en broer Bosse kunnen mee.


Als Fien meester Wiebe tegenkomt in de supermarkt vertelt hij dat hij boodschappen doet voor zijn moeder. En dat ze van plan zijn samen naar Los Angeles en daarna naar Peru te reizen. Onverwacht is Fien er bij als Wiebes moeder ten val komt en haar meneer dus alleen op reis gaat. Misschien komt ze hem wel tegen?
De lezer weet dan al wel dat ze elkaar zeker tegen zullen komen. Het lot, of de muizen, helpen daarbij. Heel bijzonder - in deze tijd! - is het dat Fien toestemming krijgt om samen met meester Wiebe - die ze dan Wieb noemt - verder mag reizen naar Peru. Anders moet hij in zijn eentje, dat is zonde van de geboekte reis!


Wat volgt is een bijzondere en avontuurlijke reis, ze komen bij een geheime indianenstam, in de jungle, en doen wijze lessen op. Steeds zijn de muizen Fiens leidraad, en ze is dol op haar vriendjes, die ze ook voorziet van eten. Dat trekt dan weer wel de poes aan. Het wordt gevaarlijk!


Lenneke Westera (1962, Doesburg) schreef eerder jeugdboeken, en met dit mooie fantasierijke verhaal zet ze zich absoluut op de kaart. Haar manier van vertellen is duidelijk voor jonge kinderen, korte zinnen, niet of nauwelijks moeilijke woorden – behalve dan de taal van de indianen. De bladspiegel is duidelijk en die muizen die overal opduiken zijn erg leuk!


Iedere lezer sluit Fien in haar of zijn hart, en begrijpt haar liefde voor muizen. Samen met Wieb maakt ze een roadtrip, waarin ze veel leert. Ze is dan ook een kind dat open staat voor andere culturen. Zij is typisch een kind dat bereid is om te luisteren naar de boodschappen van muizen, of ze nu echt zijn of niet. De naam die zij krijgt van de indianen past dan ook perfect bij haar: ‘Stoere Eland’.


''Ik leg uit,' zei Supi Ehap. 'Eland is groot en sterk. Eland heeft gewei. Gewei is: allemaal antennes. Fien heeft ook antennes. Fien vangt op met antennes van alles. Signalen. Eland luistert niet naar anderen. Maar naar zichzelf. En naar signalen. Eland waakzaam. Eland uithoudingsvermogen. Wat Eland doet, lukt. Dan hij is vol vreugde. Eland, wijs, en edel. Eland stoer. Heel stoer. Omdat hij durf om zich heen kijken. En durf wat hij voelt, binnenin.'


Een magisch verhaal met vele komische elementen, dat gaat over jezelf accepteren zoals je bent, een verhaal dat de kracht biedt om niet automatisch mee te rennen in de ratrace die de maatschappij lijkt te zijn.
Erg mooi!


ISBN 9789047710240 | hardcover |383 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | februari 2018| Leeftijd vanaf 10 jaar
Illustraties van Marc Suvaal

© Marjo, 2 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER