Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

Een soort Vonk
Elle McNicoll


Addie is niet zoals de andere kinderen in haar klas. In de pauze gaat ze het liefst naar de bibliotheek, daar is het lekker stil en meneer Allison is altijd aardig. Hij is gelukkig een heel ander persoon dan mevrouw Murphy, haar nieuwe juf, die alleen maar schreeuwt en lelijk tegen haar doet. Ze heeft vandaag zelfs haar mooie verhaal verscheurd omdat ze het te lelijk geschreven had. 'Die lakse hanenpoten wil ik niet meer zien,' had ze geschreeuwd. En ze had er nog wel zo haar best op gedaan!


Thuis is er gelukkig Keedie, haar oudere zus, die net als zij is en precies snapt Addie bedoelt als ze het over stimmen en maskeren heeft. Aan haar kan ze wel haar verhaal over mevrouw Murphy kwijt. Keedie begrijpt hoe erg het is wat zij gezegd heeft, Keedie is namelijk ook autistisch. Juf Murphy wil niets van al dat 'gedoe' weten, Addie moet zich maar aanpassen, net als Keedie vroeger. Maar Keedie was uit ander hout gesneden dan Addie en liet zich niet uit het veld slaan door de hatelijke opmerkingen van mevrouw Murphy. Ze gaf haar steeds lik op stuk. Is mevrouw Murphy daarom zo akelig tegen Addie?
Audrey, het nieuwe vriendinnetje van Addie, neemt het steeds voor Addie op. Zij vindt Addie niet raar, integendeel ze is blij met haar slimme, originele vriendin.


En dan vertelt mevrouw Murphy over de heksenjacht die vroeger in hun streek plaatsvond. Zij waren ook anders, maar werden vervolgd én gedood. Dit druist zo in tegen het rechtvaardigheidsgevoel van Addie dat ze besluit een monument op te richten voor deze vrouwen want zij waren gewoon wie ze waren, net als zij!
Maar zo makkelijk gaat dat niet, de mensen uit de gemeenteraad zitten niet zo te wachten op een meisje die een akelige geschiedenis wil oprakelen. Alles bij elkaar, de pesterij van mevrouw Murphy, de reacties en treiterijen van de kinderen in de klas op het gedrag van Addie, de tegenwerking van de dorpelingen en de gemeenteraad drijven alles op de spits. Een 'ontploffing' kan niet uitblijven...


Het bovenstaande geeft in het kort de inhoud weer van dit ontroerende verhaal.  Maar het is niet zomaar een verhaal over een meisje dat autistisch is - Je bent autistisch, je hebt geen autisme - zegt Addie steeds, het is vooral een verhaal over strijd leveren, moed hebben en vol blijven houden ondanks allerlei tegenwerking van verschillende kanten. Elle McNicoll weet waar ze over schrijft want ze schrijft uit ervaring.
Kortom, een fantastisch boek met veel diepgang.


ISBN 9789047712664 | hardcover | 176 pagina's | Lemniscaat | december 2020
Vertaald door Margaretha van Andel | leeftijd 10+

© Dettie, 9 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Disconnect
Astrid Witte

De vijftienjarige Tess zit niet lekker in haar vel. Haar enige vriendin Lindsey is onlangs verhuisd, en die krijgt ook nog eens snel een vriendje, zodat er niet zoveel tijd meer overschiet om te bellen of te chatten met Tess.
Omdat ze zich verveelde heeft ze het boek gelezen dat haar moeder haar gegeven heeft: Het Dagboek van Bridget Jones.
Tot haar verbazing vindt ze de avonturen van Bridget leuk, ze wil ook het vervolg lezen!
Maar op school en op haar werk is het nog steeds saai, zelfs al leest ze daar stiekem verder.


Daar komt verandering in als ze briefjes vindt. Het eerste in haar kluisje op school:


Wij wel, jij ook?
Disconnect


Het is hetzelfde handschrift als van dat bericht in de schoolkrant:


Kan jij zonder smartphone leven?


Het houdt niet op: er komen meer boodschappen. En dan wordt ze middels geheimzinnige briefjes naar de kelder in de school gelokt waar een groepje jongeren staat. Bradley is degene die haar uitlegt wat de bedoeling is: smartphone inleveren - die gaan dan naar een goed doel - en de laptop alleen voor school gebruiken en meedoen met wat zij organiseren. Er moet natuurlijk ook wel iets leuks gebeuren als je geen mobiel meer hebt.
Wil Tess bij de club?


Als haar oog valt op die ene leuke gozer in de groep, Vince, besluit ze mee te doen. Hij laat haar kennismaken met muziek uit de jaren tachtig: Tess valt ook voor Madonna! Ze verandert haar uiterlijk zelfs.
De acties van de groep zijn soms wel dubieus, vindt ze, maar als Vince meedoet, dan zij ook.
Maar wat voelt Vince voor haar? En waar is Bradley mee bezig?
Haar baan zegt ze niet op, ze heeft het geld hard nodig nu. En daar werkt ook Damian, zodat het er minder saai is.


Een spannend verhaal met allerlei thema’s. Het belangrijkste is of je zonder sociale media kunt leven. Tess kan nu minder goed communiceren met Lindsey. Maar ze heeft wel meer tijd!
De club betekent dat ze nu weer ergens bij hoort, en dat is fijn. Maar er blijkt meer achter te zitten dan ze dacht. Eigenlijk vindt ze niet alles wat er gebeurt in de haak. Dat weet ze maar al te goed, haar vader is bij de politie!
Natuurlijk is er de liefde. Leuk die overeenkomsten en verschillen die worden gelegd met Bridget Jones!


Het is een heel overtuigend verhaal, het zou zo maar kunnen gebeuren! En dan is het nog spannend ook. Tess komt in akelige situaties terecht, en ze moet moeilijke keuzes maken!
Prima jeugdthriller!


Astrid Witte (Den Helder, 1981) woont op Texel. Zij heeft een breed interessegebied en houdt zich zoal bezig met het bespelen van de viool, creatief vakmanschap en het zelf verbouwen van groente en fruit.


ISBN 9789044838923 | Hardcover | 194 pagina's | Uitgeverij Clavis | juli 2020
Leeftijd vanaf 12 jaar

© Marjo, 13 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Offerkind
Rob Ruggenberg


Zoals we gewend zijn van Rob Ruggenberg is ook Offerkind gebaseerd op ware feiten.
Dit verhaal vindt zijn oorsprong in Wassenaar, de plek waar Rob Ruggenberg opgroeide en waar in april 1987 bij toeval twaalf goed bewaarde skeletten werden opgegraven in de duinen. De complete vondst is overgeplaatst naar het Archeon, in Wassenaar zelf is enkel nog een plaquette te vinden.


Rob Ruggenberg vroeg zich af wat het verhaal hierachter was. Twaalf mensen, met duidelijke verwondingen, op deze manier in een graf geplaatst, dat was niet zomaar.  En zo ontstaat het verhaal over het meisje Aïn. Het speelt vierduizend jaar geleden, de bronstijd – er is een kaart voorin het boek waarop je kan zien hoe Nederland er in die tijd uitzag.


Aïn is een eigenzinnige jonge jongedame, die in opstand komt tegen de regels die in haar stam gelden, waar de mannen zeggenschap hebben over de vrouwen. Als op een dag een vrouw van buiten de stam in hun kampement komt als een soort marskramer, weet Aïn het: zoiets wil zij ook! En dat betekent: niet samen gaan wonen met die jongen die denkt dat zij minderwaardig is als vrouw, en die haar alle kanten op zal commanderen.
Maar iedereen denkt dat zij braaf zal doen wat hoort, en het kost de nodige moeite om te ontkomen. Daarbij doet ze iets vreselijks zodat ze alle schepen achter zich verbrandt. Niet dat ze daar mee zit, maar als meisje alleen rondzwerven, dat is vrijwel onmogelijk, er loert overal gevaar!


Of ze dan blij is dat ze gezelschap krijgt? Er is namelijk nog een jongen die zijn oog op haar heeft laten vallen, een jongere knul die van gemengd bloed is, en daarom met de nek werd aangekeken. Hij kon de meest akelige klusjes opknappen, hetgeen hij maar deed om uit de problemen te blijven. Deze jongen, Kraai, heeft gezien wat er gebeurd is, en gaat Aïn achterna.
Als ze bij een volk komen dat op het punt staat een kind te offeren, kan Aïn dat niet aanzien: ze redt het kind. Nu moeten ze met z’n drieën vluchten!
Aïn heeft nog steeds het verhaal van de marskramer in haar hoofd, ze wil naar de kust. En ze heeft geen behoefte aan Kraai, hoe goed hij haar ook te pas is gekomen.


Het Nederland van die tijd is niet wat wij nu kennen. Het noordelijke deel bestond grotendeels uit moerassen, heel gevaarlijk! Er zwerven groepen mensen rond, die net altijd even vriendelijk zijn. Het verhaal doet al snel de ronde dat er een heks rondzwerft, de drie zijn hun leven niet zeker.


Behalve dat Ruggenberg schetst hoe het landschap er uit zag en hoe daar waarschijnlijk groepen mensen hebben rondgezworven, geeft hij de personages een modern tintje mee: een sterke jonge vrouw, een jongen die om zijn uiterlijk en afkomst gepest wordt. Natuurlijk is het verhaal geromantiseerd, maar aangezien Ruggenberg altijd gedegen onderzoek doet, zou er wel eens heel veel van kunnen kloppen.


Offerkind is het laatste boek van Rob Ruggenberg, die kort na het voltooien van dit werk, op 73-jarige leeftijd overleed.


Zie ook https://www.offerkind.nl


ISBN 9789045124407 | hardcover | 304 pagina's | Uitgeverij Querido | 15 april 2020

© Marjo, 28 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het werkstuk
of hoe ik verdween in de jungle
Simon van der Geest


Zoektocht naar een vader
Een Surinaamse vader met een gat in zijn hart. Een Nederlandse moeder die een bekende zangeres is. En een dochter die haar vader wil zoeken in Suriname. Dat zijn de drie ingrediënten van het razend spannende en vlot vertelde boek Het werkstuk van Simon van der Geest.


Spannend, vlot en filmisch zijn drie woorden waarmee dit laatste boek van Simon van der Geest kan worden beschreven. In twee delen vertelt hij over de zoektocht van de tienjarige Eva Loks naar haar Surinaamse vader. Een zoektocht met veel haken en ogen.


Dat Van der Geest een theatermaker is, merk je al direct aan het fragment dat hij vooraf laat gaan aan dit kinderboek. Een ik-figuur staat tot aan haar middel in een woest kolkende rivier. Ze wordt bijna meegesleurd en probeert niet aan kaaimannen, piranha’s en watergeesten te denken. Ze is nog het dichtst bij de oever waar ze het water in ging. Daar hangt haar rugzak met het werkstuk, waar ze een paar weken geleden in Nederland aan begon te schrijven. Het touw van de touwbrug schuurt in haar handen. Gaat ze de overkant halen? Durft ze over te steken?


Het eerste deel van het boek heet ‘Het werkstuk’ en speelt zich af in Nederland, waar Eva Loks met haar moeder Silla Loks woont. Ze moet een werkstuk schrijven voor school en ze mag zelf het onderwerp verzinnen, als het maar met biologie te maken heeft. Waar klasgenoten al snel een onderwerp hebben verzonnen, daar moet Eva wel een week over nadenken. Eén klasgenoot heeft een vader met een biologische kwekerij. Hij gaat zijn werkstuk schrijven over biologische tomaten, waardoor Eva denkt: ‘ik heb geen vader met een biologische kwekerij. Ik heb niet eens een vader. Ik heb alleen een moeder. En toen wist ik het opeens. Het is een onderwerp waar ik meer over wil weten. Ik weet er nog niks van. Ik doe mijn werkstuk over Biologische Vaders.’


Het woord ‘biologie’ is de trigger voor een emotionele en interessante zoektocht van Eva, want haar moeder laat maar weinig los over haar vader en wat ze vertelt is negatief. Ze refereert aan hem met de woorden ‘die worm’ en ‘die vent’. Toen Eva kleiner was, dacht ze dat Dievent de naam van haar vader was. Door de reactie van klasgenoten begreep ze pas hoe het zat. Het zijn ook precies die reacties die haar haar gemis doen realiseren. Ze ziet er heel anders uit dan haar hoogblonde moeder en dan heeft ze ook nog eens elf tenen. Dat moet ze wel van haar vader hebben. Als dat geen aanwijzing is.


Simon van der Geest neemt in het lopende verhaal bladzijdes op uit het werkstuk van Eva. Die bladzijdes herken je aan de lay-out en aan een andere, kinderlijke schrijfstijl. Ook de illustraties van Karst-Janneke Rogaar, die in zwart-wit zijn uitgevoerd en in het lopende verhaal een stoer karakter hebben, hebben een kinderlijke stijl en zelfs aan de gaatjes van de perforator is gedacht. Het maakt het boek extra geloofwaardig en realistisch.


Je wordt als lezer volledig deelgenoot van het leven van Eva èn van haar geheimen. Want omdat haar moeder niet veel vertelt over haar vader, voelt ze zich genoodzaakt om het programma Verloren Tijd (een soort Spoorloos)  in te schakelen, zonder haar moeder daarvan op de hoogte te stellen. Van der Geest weet de toonzetting van dit type programma’s mooi neer te zetten als hij verhaalt over een timmerman uit Emmen die graag zijn echte moeder wil ontmoeten. Hij is geadopteerd:


“Terwijl de presentatrice naar hem luistert, knikt en zucht ze alsof hij vertelt dat hij doodziek is. ‘Dus jij hebt al die jaren een… gat in jezelf gevoeld?’ vraagt ze.
‘Nou ja, een gat…’ mompelt de timmerman.
‘Je mist iets. Je zit met die eeuwige, brandende vraag…’
Ze balt een vuist en houdt die bij zijn borst, alsof ze daar het vuurtje van die vraag kan voelen.
Hij deinst een stukje terug. ‘Ja… Zoiets.’
‘Wij gaan je helpen,’ zegt ze en ze wendt zich tot de camera. ‘Wij van Verloren Tijd, wij gaan dat brandende gat dichten. Wij… gaan op zoek.’ Ze heeft het nog niet gezegd of ze zitten al in een vliegtuig. Zo makkelijk gaat dat dus op tv.”


En zo komt het dat, na toestemming van haar moeder, Eva Loks met het programma Verloren Tijd af mag reizen naar Suriname. Haar moeder en haar opa blijven thuis en dat is misschien een klein beetje ongeloofwaardig, want wie laat nu een meisje uit groep 8 alleen met een cameraman, een presentatrice en een regisseur naar Suriname reizen? Ook nog wel voor zo’n emotionele reis.

Het tweede deel, De expeditie, speelt zich volledig af in Suriname. Van der Geest weet de omgeving en de sfeer van dit totaal andere land voor de ogen van de lezer tot leven te wekken met beeldende taal. Zo schrijft hij over de tropische warmte waar Eva in stapt als ze uit het vliegtuig komt: ‘De lucht slaat zijn dikke armen om me heen, de hitte pakt me stevig vast, vol en klam. Bam.’
Maar ook al ìn het vliegtuig, door de Surinaamse taal zelf: “’Mi gudu… Je bent een dogla, ja toch?’ […] ‘Meisje, een dogla is een mix. Jouw moeder is Nederlands en je vader Surinaams. Heb ik het goed?’ […] ‘Meestal zijn het bakra-meisjes die vallen voor Surinaamse kerels.’


Dat er in Suriname heel anders wordt gekeken naar de rol van de vader in het gezin, is indirect ook een les voor Eva en voor de lezer. Zo wordt de aanwezigheid van een vader in je leven al direct flink gerelativeerd door de taxichauffeur die Eva spreekt in de taxi van het vliegveld naar het hotel in Paramaribo:


“‘En als je hem niet gaat vinden… No span. Ik heb mijn vader ook nooit gekend. Dood. Net als mijn moeder. Ik weet niet eens wat een vader ís… Ben opgegroeid in een weeshuis… Ik zeg altijd maar: als je niet weet wat je mist, ga je het ook niet missen. Kijk naar mij, ik red me prima. Deze auto…’ Hij klopt op het dashboard – tok tok!- ‘heb ik zelf gekocht, van mijn eigen duku, zeg ik je. Geen papa die daarbij heeft geholpen… Dus maak je geen zorgen. Zonder papa red je het ook. Begrijp je?’”


De zoektocht naar haar vader begint bij een halftante in Paramaribo, die Eva met open armen ontvangt: “’Ik ben toch geen halve tante!’ valt Esseline uit. ‘Ik ben een hele tante! Wil je zeggen dat ik maar half meetel? Ik ben toch een heel mens, noh?’” Halve of hele tante, ze blijkt niet te weten waar de vader van Eva woont. Het spoor dreigt al direct in Paramaribo te stoppen, maar dan neemt Eva een drastisch besluit. Wat volgt is een spannende tocht door de jungle, die haar nieuwe vrienden en inzichten verschaft en die haar uiteindelijk ook heel goed doet realiseren wat ze achter heeft gelaten in Nederland.


Het werkstuk of hoe ik verdween in de jungle
is een liefdevolle en waarachtige vertelling over het belang en de waarde van herkomst, ouderschap en vriendschap in twee culturen. Simon van der Geest heeft weer een boek geschreven dat van begin tot einde meeslepend is geschreven.


ISBN 9789021414867 | Hardcover | 400 pagina's | Querido | november 2019
illustraties Karst-Janneke Rogaar | Leeftijd 10+

© Mariska Venema, 21 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Op zoek naar de Vindeleer 2
De brand
Rob Geukens


In deel 1 maakten we kennis met Kat. Zij woont al zolang zij zich kan herinneren in het weeshuis St. Jude's waar ze inmiddels tot de wat oudere groep meisjes behoort. Kat heeft het verder wel naar haar zin in St. Jude's, helemaal nu de directrice mevrouw Noggins een stuk aardiger is geworden sinds Kat haar zoon, meneer Trouvé,  teruggevonden heeft.


Kats lievelingetje is Poppy, een meisje van zes jaar, die dankzij een auto-ongeluk haar beide ouders verloren heeft. Het meisje kan/wil van schrik niet meer praten. Daarnaast woont Jim 'Appelflap' er ook nog steeds. Jim fantaseert van alles bij elkaar en is vaak de oorzaak van een hoop gedoe. Maar nu zijn er twee mensen, meneer en mevrouw Wellesley, die besloten hebben Jim te adopteren. En zo komt het dat Jim opgehaald wordt door een heuse chauffeur in een Rolls Royce.
Tot haar eigen verbazing mist Kat de jongen. Ze schrikt dan ook erg als Jim haar belt en heel erg in paniek is. Hij is gevlucht! Zijn nieuwe huis en ouders zijn helemaal niets...


Wat Jim niet weet is dat Kat ook flink in de problemen zit, er is namelijk brand geweest in St. Jude's en de kinderen worden ondergebracht naar de Welzijnsbarak. Het is daar afschuwelijk. De barak wordt gerund door de Kolonel en zijn vrouw Mevrouw Vantoorn. De kinderen worden als soldaten behandelt, ze worden gedrild, moeten constant alle regels opvolgen en hebben geen eigen leven meer. Door de microfoon klinken steeds de geschreeuwde opdrachten van de Kolonel. Poppy is constant helemaal overstuur en dat ze niet kan praten maakt alles nog veel erger. Kat probeert haar zoveel mogelijk bij te staan én wat aan de bizarre omstandigheden te veranderen.
Maar ook het telefoontje van Jim blijft door haar hoofd spoken. Ze moet naar hem toe, maar waar woont hij nu?  Ze moet De Vindeleer zien te vinden, hij kan haar vast verder helpen.


Wat volgt is een bijzonder verhaal dat soms wel vergezocht is, maar ook met de nodige humor geschreven is. Vooral de avonturen van Jim zijn grappig, zijn nieuwe vader is namelijk mogelijk van nog meer fantasie voorzien dan Jim! De Vindeleer speelt nauwelijks een rol, hij komt zelfs amper voor in het boek, waardoor je je afvraagt waarom het boek toch 'Op zoek naar de Vindeleer' genoemd is.


Rob Geukens heeft geen gebruik gemaakt van hoofdstukken en dat zorgt regelmatig voor lichte verwarring. Het ene moment zit je bij Kat in het weeshuis of de barak en de volgende zin brengt je naar Jim en zijn nieuwe ouders.

Kortom, het boek is op zich wel leuk en vlot geschreven maar het rammelt een beetje. Het toeval speelt een beetje te grote rol waardoor het verhaal wat geforceerd overkomt. Ook lijkt het aanvankelijk of het verhaal zich in vroeger tijden afspeelde, dankzij de sfeer in het weeshuis, maar uiteindelijk bleek het zich toch meer in een modernere tijd te spelen, wat ook voor een beetje vervreemding zorgt.


Maar al met al is het evengoed een lekker boek voor kinderen van ca. 10 jaar geworden.


ISBN 9789044833577 | Hardcover | 175 pagina's | Uitgeverij Clavis | oktober 2018
Leeftijd 10+

© Dettie, 27 augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Koningskind
Selma Noort


Lydia was vijftien jaar. Ze stond tot haar middel in het water zodat roofdieren haar bloed niet zouden ruiken. Toen een onbeheersbare kramp haar kindje na uren van pijn eindelijk uit haar lichaam stuwde, zag ze dat het een meisje was met een onvolgroeid linkerarmpje met daaraan een krom handje waaraan twee vingers misten.


Het meisje wordt Zissel genoemd, wat zoet betekent, omdat ze geboren was in helder, zoet water. Later blijkt dat Zissel ook niet kan praten.
We lezen dat zij de dochter van de grote koning Salomo is. Helaas betekent dat niet dat Zissel nu prinses is. Zissel is geboren na een bezoek van de koning die op zijn reizen eenvoudige vrouwen en meisjes 'bezocht'. De schande van Lydia's zwangerschap was enorm en Lydia besloot te vertrekken toen ze acht maanden zwanger was.


Nog voor de bevalling ontmoet Lydia bij de poel een steenhouwer, een weduwnaar die naast zijn vrouw ook zijn dochter verloren heeft dankzij een koningsbezoekje...
Lydia vraagt of ze met hem mee mag, als dochter of... als vrouw. De man knikt, is blij, hij is niet meer alleen en Lydia is ook blij, ze heeft weer onderdak en bescherming. Ze trouwen zodat Lydia niet in oneer leeft.  Een paar jaar later komt er een vondeling bij, Jabin, de jongen is twee jaar jonger dan Zissel. Steenhouwer, Lydia, Jabin en Zissel hebben een heerlijk leven. Zissel maakt zich verstaanbaar middels gebarentaal en Jabin spreekt die taal als geen ander. Later bedachten ze nog een andere manier van communiceren die achteraf van levensbelang blijkt te zijn.


De beschrijvingen over dit leven met de oude Steenhouwer en zijn jonge gezin zijn prachtig. Steenhouwer leert Zissel alles met veel geduld en liefde en toont haar dat haar onvolgroeide arm geen handicap hoeft te zijn. Lydia en Zissel zelf zijn onvergetelijke figuren. Ze zijn krachtig én heel liefdevol. Het leven  van hen voelt bijna paradijselijk aan. Helaas blijft het geluk niet duren...


Nadat Lydia weer zwanger was geworden, bevalt zij op een nacht van een prachtige zoon. Maar in een hut verderop bevalt een machtige edelvrouw op doorreis van een doodgeboren kindje. Ze weet dat ze verstoten zal worden als haar man dit hoort. Zissel is de enige die ziet wat er vervolgens gebeurt. De babytjes worden verwisseld!

‘Wie hierover spreekt, wie hierover nog nadenkt, wie hier zelfs diep in de nacht maar over durft te dromen, zal sterven,’ zei de vrouw.
Zissel begreep dat ze moest meespelen als ze wilde blijven leven. Dus ze knikte.


Dankzij de slimme Zissel kunnen zij en haar moeder meereizen met het gezelschap en zo ook bij de baby blijven. Niemand weet dat Zissel de zus van de baby is en de Lydia zijn moeder. Ze belanden uiteindelijk in het hof van koning Salomo... Dat is heel vervelend, want de kleur van Zissels ogen verraden wie haar vader is... Hij, de machtige, stoere, krachtige Salomo zal nooit een stom kind met een onvolgroeid armpje accepteren als de zijne...


Het verhaal verandert tijdens de reis wel van toon. Het paradijselijke en de rust is verdwenen maar de reis is wel enerverend en je voelt je als het ware opgenomen in het koninklijke gezelschap. Dankzij een goed bedachte list, wordt Zissel met respect behandeld evenals Lydia. Je gniffelt bijna van genoegen als je dit leest. Toch zal het lot heel anders over iedereen beslissen dan iedereen gedacht heeft. En zo belanden we uiteindelijk bij het verrassende en toch voor sommigen herkenbare einde!


Een fijn boek dat je na het prachtige begin door móet lezen en pas dicht kan slaan als je de laatste bladzijde gelezen hebt! Heerlijk!


ISBN 9789025879488 | Hardcover | 249 pagina's met toelichting en nawoord van Selma Noort | NUR 283 |  Uitgeverij Leopold | september 2020
Leeftijd 10+

© Dettie, 14 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De grote breinroof
De Trein naar Onmogelijke Bestemmingen 2
P.G. Bell


Suzy verheugt zich enorm op een nieuwe treinreis. Na het avontuur in het eerste deel van deze serie was de trein nogal beschadigd, om niet te zeggen: reddeloos verloren. Maar trollen zijn een ijverig volkje en ze hebben de trein niet alleen hersteld: ze hebben ook allerlei dingen aangepast. En bij de eerste rit, is Suzy ook genodigd. Zij is immers aspirant-postbediende. Ze neemt haar taak serieus: ze heeft het instructiehandboek voor postbedienden van de onmogelijke post expresse wel drie keer goed gelezen!
Freek, de werktuigkundige en haar grote vriend sinds het vorige avontuur, komt haar halen. Hij brengt haar ouders in diepe slaap, en weg zijn ze.


Ze bewondert de nieuwe locomotief die klaarstaat op Spoor Bijster, het spoorwegstation en ontmoet haar vrienden weer: Wilbert de postmeester en Stronk, de machinist. Allebei trollen, net als Freek. Natuurlijk is Ursel de beer er ook. Maar wat gek: zij heeft een mooie bruine vacht! Suzy kende haar alleen maar als een gele beer. Dat bleek een neveneffect te zijn van de fusiebananen die de locomotief nodig heeft als brandstof. Nu lag de trein al een maand of twee stil, dus heeft Ursel weer haar eigen kleur terug.
Suzy hoopt dat ze weer snel geel zal zijn, niet omdat ze Ursel dan mooier vindt, maar dat betekent dat de nieuwe trein weer rijdt!


Ze ontdekt dat er heel veel post bezorgd moet worden, er is dus werk aan de winkel. Maar eerst is de officiële opening waar de koning ook voor opgedoken is.
Maar voor die zijn speech kan houden is er groot tumult: een aardbeving! Paniek breekt uit, en de trollen proberen weg te komen naar de onderkant van de brug. Trollenstad is namelijk gebouwd op een brug, maar ook onder een brug, ondersteboven!
Met een lift of de trap kom je aan de andere kant.


‘Ze was maar lichtelijk verbaasd toen ze erachter kwam dat de lift zich ergens halverwege had omgedraaid, zodat ze gewoon rechtop stond toen ze naar buiten stapte, gezien vanaf het perspectief van de Onderkant.
Dat was mogelijk dankzij Onderhandelbare Zwaartekracht – een ondoorgrondelijke combinatie van trollentechnologie en magie, waardoor zwaartekracht kon worden omgebogen in de richting die de trollen het handigst vonden.’


Nauwelijks uit te leggen, al lukt het P. G. Bell wel. Maar dat is precies wat hij met dit verhaal ook doet: Hij buigt het om in de richting die hij het handigst vindt, met magische verklaringen voor wonderbaarlijke dingen en feiten. En als lezer hoef je er alleen maar van te genieten! Want het verhaal zit ook boordevol humor.


Suzy hoort per ongeluk een gesprek van iemand die snode plannen heeft. Het is niet direct gericht op Trollenstad, maar waar hij mee bezig is, dat veroorzaakt wel de aardbevingen! Het wordt weer een groots avontuur: kan Suzy de stad redden? En zal ze toch nog met de nieuwe trein kunnen reizen en al die post bezorgen?


P.G. Bell debuteerde als schrijver met de serie De trein naar onmogelijke bestemmingen. Ook na dit tweede deel willen we nog meer!


ISBN 9789048856176 | Hardcover | 400 pagina's | Uitgeverij Moon | september 2020
Illustraties van Flavia Sorrentino | Vertaald uit het Engels door Selma Soester | Leeftijd vanaf 11 jaar

© Marjo, 8 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Geesten en gekken
Team Leonardo 2
Erwin Claes


Waar het vorige boek eindigde gaat dit verder. Op zoek naar Team Leonardo.


Ook al is de roof van het Vikingbeeldje gelukt en zitten zijn handlangers in de cel, Roberto Dell’Anno is nog in Vordersteen! Hij zit verscholen, want hij weet dat als hij terug gaat naar Sicilië hij zijn leven niet zeker is, hij is immers niet geslaagd in zijn opdracht. Maar hij heeft geen rooie cent, hij heeft geen keus: hij moet dat beeldje hebben! Hij denkt dat de kinderen meer weten over dat geheimzinnige Team Leonardo. Hij herinnert zich dat zijn vader het daar over had, maar zijn vader wil hem niets vertellen: ‘laat het rusten’, zegt hij.


‘Wie of wat is Team Leonardo?’
‘Mijn grootste nachtmerrie, jongen. Het spijt me, maar hier sta je verder alleen voor.’


Sinds Emil de foto heeft gevonden waar behalve zijn grootvader ook professor Plechelmus op staat, wil hij hetzelfde weten als Dell’Anno. Zijn vrienden, Pipa, de tweeling Mirthe en Jasper, en Tom, de zoon van de burgemeester, helpen hem. Ze helpen ook bij de opdracht die ze voor school hebben: ‘Gedraag je als internetjournalist’
De meisjes besluiten een vlog te maken over hun hobby: paarden. En de jongens maken een nieuwssite over Vordersteen. Als Jasper de drone van zijn vader ‘leent’, weten we al wel dat er iets mis zal gaan. Maar dat het een ontvoering zou filmen, dat had niemand kunnen bedenken.
Omdat we ook Dell‘Anno’s avonturen lezen we wie er ontvoerd is en waarom.


Emil besluit om intussen zijn oma te zoeken. Hij en zijn zus wonen in het huis van opa, maar over een oma heeft hij nog nooit iets vernomen. Wie is ze? En vooral waar is ze?


Tot zijn ergernis ontdekt Dell’Anno dat er nog meer spelers in het spel zijn. Geesten? Of gekken?


‘Geesten zijn geen verzinsel,’ stak ze van wal. ‘Ze bestaan echt.’
‘Dat is een grap zeker?’ sputterde Emil tegen.


Er wordt heel wat ingebroken in dit tweede deel! En door iedereen!
Dell’Anno mag dan misschien een ietwat vreemde snuiter zijn, die nieuwe spelers zijn nog vreemder omdat niemand weet wie zij zijn of wat zij willen. Daar komen we nog niet achter. We zullen moeten wachten op het afsluitende deel in deze spannende driedelige serie! Aan het einde van deel twee worden we alvast op een intrigerende teaser getrakteerd.


Erwin Claes (1977) studeerde archeologie en was dol op schrijven. Nu heeft hij al verschillende spannende series voor de jeugd geschreven.

ISBN 9789044839043 | Hardcover | 195 pagina's | Uitgeverij Clavis | juni 2020
Illustraties door Michaël Olbrechts | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 24 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De brief om Middernacht
Benjamin Read & Laura Tinder


Als Emily wakker wordt omdat de Big Ben kwart voor twaalf slaat, herinnert ze zich weer dat ze eerder op de dag boos naar boven is gestampt. Het ligt aan haar eigen temperament, weet ze, maar zeker is ook haar moeders gedrag er de oorzaak van dat zij met z’n tweeën vaak de meest hooglopende ruzies hebben. Ze hebben allebei een grote mond, ofwel zoals haar moeder het noemt: een grote strot. Nu heeft Emily echter honger. Zou ze stilletjes naar beneden kunnen sluipen?


Het wordt al snel duidelijk dat ze niet onopgemerkt zou blijven, want ze hoort de brievenbus klepperen – ‘wie haalde het in zijn hoofd om post rond te brengen op dit onmenselijke tijdstip?’- en even later het gekibbel van haar ouders. Nieuwsgierig luistert ze. Hetgeen ze hoort maakt haar niet veel wijzer: familie van haar moeder? (Emily kent daar niemand van) Een clan? Een schaduwsleutel?
Emily begrijpt er niets van.


Maar de volgende dag is haar moeder er niet meer. En de dag daarna ook niet. En nog dagenlang niet. Het enige teken van leven is een brief, met de ketting erin die Emily kent, haar moeder droeg hem altijd. En nu vraagt haar moeder aan Emily om de ketting waar oude munten aan hangen altijd te dragen en er goed op te letten. In het begeleidend briefje probeert haar moeder haar gerust te stellen. ‘ik kom thuis zo snel ik kan. Hou van je, Mam ‘
Als dan ook nog Emily’s vader verdwijnt, is het echter duidelijk: hier is iets heel vreemds aan de hand.
Waar zijn haar ouders gebleven?


Er verschijnt een vreemde man voor de deur, die wil dat ze met hem meegaat. Natuurlijk doet ze niet open, ze is niet gek, maar ze neemt wel een besluit. Ze gaat hen zelf wel zoeken. Ze neemt een rugtas mee – de voor-het-geval-dat-tas van haar vader, doet de ketting om en vertrekt. Op weg naar een verbijsterend tocht door een ongelooflijke wereld, waar ze allerlei eigenaardige figuren zal ontmoeten, waar ze vijanden en gelukkig ook vrienden leert kennen en het een hele toer blijkt om haar weg te vinden. Laat staan haar ouders.
Bij alle akelige en spannende avonturen heeft ze één troost: het kleine egeltje, dat ze Vark noemt, en waar ze voor zorgde, is in haar zak gekropen en reist mee.


‘Vermijd donkere steegjes, de Nachtwacht en de Hongerige Doden. Sluit geen deal met de Oude Machten en vertrouw nóóit een Poeka.’


Nachtvolk, Rijk van de Dageraad, De Bibliotheek (niet dat wat wij kennen), de Nocturne, het Grote Werktuig, een uilvrouw en nog veel meer magische voorwerpen en personages ontmoeten we in dit prachtige verhaal, waarin Emily de enige normale persoon lijkt. Maar ze heeft wel die grote strot, en ze heeft Vark.
Gelukkig is Emily een doorzetter en ze is moedig. Omdat ze de wereld waarin ze nu is niet kent, maakt ze in haar onbezonnenheid fouten, maar ze is niet alleen. Langzamerhand ontdekt ze wie ze is.


Behalve superspannend en bijzonder magisch is het ook mooi geschreven. Zinnen als ’het huis is mamvrij’  ‘elke avond aten ze pasta en verdriet’ ‘Al vlieg je nog zo ver van je nest, vroeg of laat ontdek je dat je nog steeds de vorm hebt van het ei waar je uit gekropen bent’ (goede vertalingen, lijkt me)
En de humor ontbreekt niet, bijvoorbeeld door de taal die enkele personages bezigen.
Een superboek!


Benjamin Read maakt graphic novels en strips en schrijft filmscenario’s. Hij werkt daarbij veel samen met Laura Tinder, schrijfster en illustrator.De Brief van Middernacht is hun schrijfdebuut, en zal ook worden verfilmd. Voor degene die nu al verslingerd zijn geraakt aan de figuur Emily: er is een tweede deel, dat vast en zeker vertaald gaat worden!


ISBN 9789025878962 | Hardcover | 304 pagina's | Leopold | juni 2020
Vertaald uit het Engels door Marie Lotte Hagen | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 28 augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De spiegel der duisternis
De Orde van de Gouden Leeuw, deel 2
Dorothée de Rooy


We gaan verder waar het eerste deel opgehouden is, het is prettig als je dat gelezen hebt, al frist de schrijfster ons geheugen op terwijl het nieuwe avontuur al begint:
Waarom is Lucy, de hoofdpersoon, ook alweer zo bijzonder?
In De Orde van de Gouden Leeuw hebben we gelezen dat zij de uitverkorene is, de Meister, degene die het Rijk moet redden van Jaldabaz, de schaduwheer, en zijn blinde antroponieten.


‘De enige manier om de Hart Steen te redden, is als de Meister alle Onnavolgbare Opdrachten volbrengt. De enige redding van het Rijk, Lucy, dat ben jij. Jij bent de uitverkorene.'


Lucy heeft met haar vrienden Alfred, Sam en Milstone al twee van de Onnavolgbare Opdrachten volbracht. Dat gebeurde in het eerste deel. Voor de derde opdracht is ze nu bij de Boom der Kennis, die haar vertelt wat die opdracht behelst maar haar ook waarschuwt. Haar opdracht is niet zonder gevaar. Jaldabaz, haar tegenstander, wordt sterker en komt dichterbij.


‘Alle vier staarden ze voor zich uit, zich bewust van het gevaar van het kijken in de Spiegel der Duisternis. Niet alleen vanwege het risico dat iemand erachter zou komen, maar ook vanwege het gevaar voor henzelf.
Als je te lang bleef ronddolen in de duistere wereld die het Orakel je toonde, bestond het risico dat het donker in jou het over zou nemen. Dat je mogelijk je eigen vonk ermee kon doven. Want het Orakel van Chaldea zag en toonde de duisternis, maar het zag ook de duisternis in de kijker zelf.’


Deel twee is spannender, omdat we meer te weten komen over de wereld waarin de vier vrienden zich bevinden en over de taak die op hun schouders rust. Het gaat ook niet allemaal van een leien dakje, Ze raken in allerlei risicovolle situaties verzeild, en het is vaak erg gevaarlijk, zoals de Boom der Kennis al aangaf. Niet iedereen is hen goed gezind in de Gewesten waar ze doorheen reizen.


De queeste is de hoofdmoot: de strijd tegen het kwaad. Om haar opdrachten te kunnen volbrengen kan Lucy niet anders dan tegen de wet in gaan, er dreigt een zware straf. Hier spreekt de advocaat in de schrijfster. Zo verwerkt zij ook een stukje geschiedenis in het verhaal. Er is bijvoorbeeld een scene die erg doet denken aan de Kristalnacht. Zouden jonge lezers dit herkennen? Niet dat het uitmaakt: dit tweede deel is opnieuw lekker spannend, en met al die aparte wezens – de eerder genoemde antroponieten, de knollers en poffeldauwtjes - en magische gebeurtenissen houdt het verhaal je aandacht van begin tot einde vast. Zelfs verder dan dat, want je wilt verder lezen.


Helaas moeten we dan wachten op deel drie.
Ook in dit boek vinden we achterin een woordenlijst en staat er aan de binnenkant van het boek een fraai getekende kaart van het Rijk.


Dorothée de Rooy heeft rechten gestudeerd waarna ze advocaat werd. Nu heeft ze gekozen voor schrijver: voor televisieprogramma’s en nu een jeugdboek. De Orde van de Gouden Leeuw was haar debuut en het eerste deel van een trilogie.

ISBN 9789000372560 | hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij van Goor | juni 2020
Illustraties - vooral de kaart in de omslag - van Sophie Pluim | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 18 augustus  2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER