Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

hspace="15"Fantastic Beasts and Where To Find Them
Het complete filmscenario
J.K. Rowling


New York, 1926: De douanebeambte die de op “dreuzelbestendig” afgestelde koffer van de Brit Newt Scamander doorzoekt, heeft niet in de gaten dat hij voor de gek wordt gehouden. De doodgewone inhoud van de koffer onthult niks verdachts. Beleefd wenst de beambte Newt een prettig verblijf in New York toe, waarna Newt aan wal stapt. Hij is met een bijzondere reden naar de Amerikaanse hoofdstad gereisd.


Newt is ontdekkingsreiziger en Magiezoöloog. Hij is de hele wereld over gereisd om alle fabeldieren in kaart te brengen. In zijn leren koffer, die verbazingwekkend ruim is, reist een aantal van deze dieren met hem mee. Newt heeft er moeite mee ze in bedwang te houden. Steeds weer springt het slot van de koffer open, waarna Newt het haastig weer dichtdrukt. Het geluid van kleingeld dat naar een zwerver wordt geworpen, is echter wel heel aanlokkelijk voor een gulzige Delfstoffer.


Newt heeft niet in de gaten dat er twee pootjes uit de koffer steken en aan het slot morrelen. Hij kijkt belangstellend naar Mary Lou Barbone, die op straat namens het Nieuw Salem Filantropisch Genootschap een toespraak geeft. De afbeelding van de gebroken toverstok op de banier die achter haar wappert, maakt duidelijk hoe het genootschap over tovenaars denkt. Dan ziet Newt vanuit zijn ooghoeken iets dat hem afleidt van de vinnige woorden van Mary Lou. Een zwart pluizig wezen dat aan een kruising van een mol en een vogelbekdier doet denken, steelt een hoed vol munten van een bedelaar, propt de inhoud haastig in zijn buidel en maakt zich uit de voeten.


Delfstoffers zijn dol op geld. Het is dan ook niet vreemd dat Newts zoektocht naar het ontsnapte dier hem regelrecht naar de bank voert. Terwijl Newt zo onopvallend mogelijk jacht op de Delfstoffer maakt, zweet een ambitieuze bakker in spe peentjes. Jacob Kowalski hoopt dat de bank hem een lening wil geven zodat hij zijn eigen bakkerij kan openen. Hij heeft een koffer met allerlei heerlijke gebakjes bij zich. Ondanks de lekkernijen gaat het gesprek niet zoals gepland en Jacob verlaat teleurgesteld het kantoor van de bankdirecteur. Hij weet nog niet dat zijn leven in de momenten die volgen voorgoed zal veranderen.


Door een speling van het lot, en een vibrerend ei, maken Jacob en Newt kennis met elkaar. De ongeplande ontmoeting verloopt chaotisch en uiteindelijk gaat Jacob er met de verkeerde koffer vandoor. Wanneer Newt ontdekt dat de uiterst waardevolle inhoud van zijn koffer in handen van een Niemagie (Amerikaans voor dreuzel, oftewel een mens dat niet kan toveren) is gevallen, is het al te laat. Een aantal van zijn zorgvuldig verzamelde fabeldieren zijn ontsnapt en hebben zich over de grote stad verspreid. Wat nu? Newt zit met een verbijsterde Niemagie én een ijverige medewerker van het Magische Congres opgescheept. Hoe kan hij zijn geliefde fabeldieren met dit tweetal in zijn kielzog opsporen en vangen? Tot overmaat van ramp moet hij zo onopvallend mogelijk te werk gaan. Niemagies weten immers niet dat er tovenaars en fabeldieren bestaan.


Fantastic Beasts and Where To Find Them is het eerste filmscenario dat door J.K. Rowling is geschreven. De inhoud van dit scenario is niet hetzelfde als de inhoud van het boek Fabeldieren en Waar Ze Te Vinden. Het filmscenario gaat over Newt Scamander, die op het punt staat het gelijknamige boek over de fabeldieren te schrijven. Komt de boektitel je bekend voor? Het werd in de Harry Potter-boeken op Zweinstein als lesboek gebruikt!


Een filmscenario leest anders dan een boek. Tijdens het lezen zie je de film als het ware voor je. Er wordt beschreven hoe de omgeving en de personages eruitzien, waarna de dialogen van start gaan. Alles wat in het scenario wordt beschreven, wordt op dezelfde manier op het filmdoek overgebracht. Wat er in de hoofden van de personages omgaat, achterhaal je door te registreren wat ze zeggen en doen. Het is een prettige, luie manier van lezen.


J.K. Rowling heeft een onberispelijk eerste filmscenario geschreven. Het verhaal is levendig, spannend, romantisch, uiterst meeslepend en doorspekt met een onvervalste J.K. Rowling- stijl, waardoor het kwaad met hartelijkheid wordt bestreden. Ook aan het uiterlijk van het boek is de nodige aandacht besteed. Op elke bladzijde prijken prachtige bladversieringen of afbeeldingen van fabeldieren. Achterin het boek wordt uitgelegd dat ze zijn ontworpen door de prijswinnende ontwerpstudio MinaLima en dat ze zijn geïnspireerd op de decoratieve stijl uit de jaren twintig. Ze zijn prachtig en maken van het lezen van dit scenario niet alleen een feest voor de geest maar ook een traktatie voor het oog.


Fantastic Beasts and Where To Find Them draait sinds november 2016 in de Nederlandse bioscopen. Naar alle waarschijnlijkheid zullen er nog twee films volgen.


ISBN 9789463360128 | paperback | 297 pagina's | Uitgeverij De Harmonie | maart 2017
Vertaald door Wiebe Buddingh’
Vanaf 12 jaar

© Annemarie, 27 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altNeem mijn hand
Kate DiCamillo


‘Ze waren met z’n drieën, drie meisjes.
Ze stonden naast elkaar.
Ze stonden in de houding.’


Dit is het intrigerende begin van een bijzonder verhaal over jawel, drie meisjes: Raymie Clarke, Louise Olifante en Billie Tapinski. Ze kenden elkaar niet voor ze op les kwamen om te leren twirlen, bij de strenge Ida Ney, zogezegd twirlkampioene. (Twirling is een showsport waarin gewerkt wordt met de baton (stok of stick) tijdens gymnastiek- en dansoefeningen op ritmische muziek.) De sport zelf lijkt geen van de meisjes echt te interesseren, ze hebben ieder hun motivatie om daar te zijn.


Raymie,een sociaalvoelend naïef kind, is het belangrijkste personage. Zij lijkt de meest gedrevene, zij wil zo ontzettend graag Mini Miss Midden-Florida Autobanden 1975 worden: dan komt haar foto in de krant en dat ziet haar vader dan, en dan komt hij zeker terug naar huis. Denkt ze. Haar vader heeft onlangs de benen genomen met de tandartsassistente.


Tot haar schrik wil ook Louise Mini Miss Midden-Florida Autobanden 1975 worden. Louise is een gevoelig kind 'met sponzige longen', ze valt snel flauw, maar al snel blijkt hoe dat komt en als zij vertelt waarom ze wil winnen, weet Raymie niet zo zeker meer of dat geen betere reden is. De kat van Louise, Archie, is namelijk weggebracht naar Vriendelijkste Dierencentrum, omdat zij en haar oma geen geld meer hadden voor eten. Maar daar was de kat toch goed af? zegt Louise: ze zou drie keer per dag te eten krijgen en gekroeld worden!


Het derde meisje Billie, dochter van een politieman, is een nuchter kordaat kind. Vindingrijk en: in het bezit van een handig mes. Zij zegt meteen: die kat leeft niet meer! Natuurlijk wil Louise dat niet geloven. En Billie zelf? Waarom is zij op die les? Want al snel blijkt dat ze al heel goed kan twirlen. Ja duh, zegt ze, mijn moeder is twirlkampioen! Haar reden om daar te zijn, is nogal twijfelachtig: zij wil de wedstrijd saboteren.


Iedere dag komen de meisjes bij elkaar, al komt er van de lessen niet veel terecht. Voor die missverkiezing moeten ook goede daden verricht worden, waardoor ze in vreemde situaties belanden.
De drie heel verschillende meisjes, uit verschillende milieus, bouwen een vriendschap op, tegen de achtergrond van die raadselachtige Mini Miss Midden-Florida Autobanden 1975-verkiezing. De drie Rancheros, zoals ze zich noemen, beleven hun avonturen niet of nauwelijks gestoord door volwassenen die hun opvoeders zijn, eerder geholpen door volwassenen die hun kindzijn niet vergeten zijn.


Een ontroerend verhaal, dat wel voor de betere lezer is. Het is een nogal Amerikaanse setting, maar de vriendschap van de meisjes en hun ontwikkeling die samenhangt met het verhaal, zijn universeel. De meisjes moeten leren hun eigen leven te leiden. Of hen dat lukt doet er niet zoveel toe.  Het verhaal is overtuigend. Het is humoristisch en raak geschreven, zonder opdringerige levenslessen. Mooie zinnen, al zullen die eerder de eventuele voorlezer opvallen.
Het lezen van dit boek is een belevenis vanuit de kinderen die zelf het verhaal vormen.


Kate DiCamillo (1964, Philadelphia) schrijft verhalen voor lezers van zo´n tien jaar en ouder, waar ze in binnen- en buitenland succesvol mee is. In 2007 kreeg ze een Zilveren Griffel voor De wonderbaarlijke reis van Edward Tulane.


ISBN 9789401435567 | Hardcover | 264 pagina's | Uitgeverij Lannoo | 17 augustus 2016
Vertaald door Harry Pallemans | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 5 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Nelle
Blankgoud
Marc de Bel


Het verhaal begint in Vlaanderen anno 1635. De vijftienjarige Nelle de Vos heeft al een turbulent leven achter de rug. Zij leefde in armoede bij haar tante in huis maar moest vluchten nadat haar tante Clara (die werkelijk geleefd heeft en waar het eerste deel over Nelle op gebaseerd is) op de brandstapel belandde als zijnde een heks.  Nelle belandde uiteindelijk in het -protestantse - plaatsje Korsele waar ze bij Agripus, de grootvader van haar vriend Wiete, een veilig en plezierig onderkomen heeft gevonden.


Maar de strijd van de katholieken tegen andersgezinde mensen is nog steeds gaande. De meest fanatieke 'jagers' zien overal het kwaad en de duivel in. Natuurlijk vinden zijn het poppenspel dat Wiete en Nelle op de kermis van Auweghem opvoeren ook een spel van 'duivelsche kunstemaekers'. Opnieuw komen Nelle en Wiete in de problemen dankzij 'de pilaarbijters' zoals de jagers genoemd worden. Nu Nelle in verwachting is, willen ze geen toestanden meer en het ondernemende stel, besluit, aangelokt door verhalen van vrienden, naar Veere te trekken waar ze aanmonsteren op het koopvaardijschip De Zeemeeuw om hun geluk te beproeven in het warme Nieuw-Nederland waar poppenspelers gewaardeerd worden.


Nelle en haar vriendin Mona zijn vermomd als scheepsjongens aan boord gegaan, anders hadden ze niet mee gemogen. Vrouwen aan boord brengen ongeluk is immers het gezegde. Ze heten nu Wannes en Pieter. Het leven aan boord bevalt Wannes wel, ondanks het harde werk en en het slechte eten. Alleen kan ze natuurlijk, tot hun beider spijt, niet het bed in duiken met Wiete...
Maar ze vindt haar reis prettig en de zee fascinerend. Er zijn naast een paar vervelende ook een aantal sympathieke zeelui aan boord waar Wannes, Wiete en Mona veel van leren. Maar zoals te verwachten viel wordt de vermomming van de meiden ontdekt, de kapitein zal zijn maatregelen treffen tegen zulke ontoelatend gedrag... 


Mona en Nelle hebben echter geluk, hoewel... het schip wordt gekaapt door Murat Rais, en zijn bemanning. Murat is een Nederlander die nu het Islamitisch geloof aanhangt. Tot hun schrik, blijkt dat de bemanning en gasten vervoerd zullen worden naar Algiers om als 'blankgoud' verkocht te worden. Maar zoals gezegd, de meiden, inclusief Sara de dochter van de familie Pieterzoon de Vries  hebben geluk. Ze belanden in het zeer luxe verblijf van Murat Rais en die heeft een zeer aantrekkelijk zoon waar Mona gelijk een oogje op heeft. Ze zijn wel verplicht bij zoonlief de nacht door te brengen als hij daar om vraagt. De vrolijke, nonchalante en ondernemende Mona heeft geen enkel bezwaar tegen, integendeel, maar Nelle denkt aan haar Wiete bovendien is ze zwanger, ze moet er niet aan denken, dat kan toch niet...

Wiete heeft het ondertussen zwaar, hij heeft het veel minder getroffen dan Nelle Zijn leven is zwaar, hij heeft een zware ketting aan zijn been en moet met stenen sjouwen. En dan breekt ook nog eens de pest uit... Ze kunnen nergens meer heen. 
Hoe moet dat nu verder? Zullen de vredelievende paters het tij doen keren? Of wordt het allemaal nóg erger?


Het is een heerlijk avontuurlijk verhaal en de jonge verliefde Nelle en Wiete zijn vrolijke, positieve mensen die overal wel een lichtpuntje in zien. Vindingrijk als ze zijn, weten ze zich aldoor uit diverse hachelijke situaties te draaien, soms is het een beetje op het randje van onwaarschijnlijkheid, het kan allemaal net, maar ach wat geeft het. Of ze ooit weer in het gezellige huisje van de lieve Agripus zullen belanden blijft echter nog de grote vraag.


Marc de Bel heeft zich duidelijk zeer goed verdiept in de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Het woordgebruik, de kleding, het eten, alles klopt.
Het is een lekker boek waarin je ook nog eens veel opsteekt over het leven en de geschiedenis van de zeventiende eeuw.


Nelle, Blankgoud is het vervolg op het meermaals bekroonde boek Nelle, De heks van Cruysem, maar kan ook afzonderlijk worden gelezen.


ISBN 9789461314659 | Paperback | 270 pagina's | Van Halewyck | april 2016
Leeftijd 12+

© Dettie, 20 februari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altAnna's grote reis
Inez van Loon


In het Scheepvaartmuseum bevindt zich een dagboek van de hand van de kapiteinsdochter Anna Abrahamsz. Zij hield een reisjournaal bij toen zij een reis maakte naar Nederlands-Indië, in het jaar 1847.


'In het begin van de maand Julij van het jaar 1847 werden wij door onzen Vader eens zeer aangenaam verrast. Daar Vader van de beurs tehuis komende, ons het welkomende nieuws vertelde, dat wij met moeder de reis naar Oost Indiën waartoe Vader zich gereed maakte, zouden mede doen’, zo opende Anna Abrahamsz haar Journaal eener Oostindiesche Reis in 1847 & 1848.’


Dat journaal is voor de lezer van nu lastig leesbaar, maar Inez van Loon heeft zich door dit journaal laten inspireren. Anna’s Grote Reis is het gefictionaliseerde verhaal vrij naar de avonturen van de twaalfjarige Anna. In dat verhaal woont Anna met haar iets oudere zus Saskia, en jongere zusje Kaatje in Amsterdam aan de Bloemgracht. De vader van het gezin is kapitein van het koopvaardijschip Urania, en bevond zich op zee toen zijn enige zoon Cornelis kwam te overlijden,. Deze trieste boodschap wacht hem als hij beladen met cadeautjes voor zijn kinderen terugkomt. Hun ellende wordt nog groter als vader Abrahams de opdracht krijgt weer een reis te ondernemen. Hij vindt dat hij thuis moet blijven en de oplossing is snel gevonden: het gezin vaart mee naar Batavia!


We volgen Anna en haar zusjes op hun reis, over zee, en in Nederlands-Indië, waar twee broers van de moeder wonen. Saskia, de oudere zus, is een plichtsgetrouw meisje, dat zich braaf naar de wensen van haar moeder voegt, en de fratsen die haar jongere zusje uithaalt misprijzend gadeslaat.
Tussen de regels door begrijpt de lezer dat zij ook wel een beetje jaloers is, maar zij kan haar moeder niet voor alles op laten draaien, nu die nog zo verdrietig is om het verlies van haar zoontje.


En Anna en de zesjarige Kaatje genieten volop van het nieuwe leven. O ja, er moet ook gestudeerd worden, daar zijn werkjes en boeken voor meegenomen, maar er is volop de tijd om op onderzoek uit te gaan. Anna legt contact met een scheepsjongen. Michiel komt uit het Amsterdams weeshuis, en is heel slim. Hij kan lezen, hetgeen niet gebruikelijk blijkt te zijn. Hoewel een aantal leden van de familie, ook Saskia, het helemaal geen goed idee vindt, mag de jongen mee naar het huis waar de Abrahamszen logeren. Handig voor Anna, want Michiel kent een beetje Maleis, en heeft ook een woordenboekje. En hij helpt haar meerdere keren uit de penarie, want natuurlijk heeft ze geen idee van de gevaren!


In het oorspronkelijk reisjournaal is een van de ooms Eduard Douwes Dekker. Ook al begrijp ik dat Inez van Loon dat feit niet uitgebuit heeft in dit verhaal dat immers voor jonge kinderen is, vind ik het toch ook wel jammer.
In Anna’s Grote Reis heten de ooms Julius en Karel, twee heel verschillende mannen.
Door het verhaal krijgt de lezer een goed beeld van het leven aan boord en in Java. Ook wel van Amsterdam, maar dat is heel summier, omdat het gezin al snel op reis vertrekt. Nu Inez van Loon er voor gekozen heeft om zich niet te houden aan het oorspronkelijke journaal, kan ze vrij allerlei elementen in het verhaal brengen. Een jonge kantjil (dwerghertje), een verwende mondaine jongedame, die volkomen het tegendeel is van de meisjes, maar voor wie Saskia een mateloze bewondering heeft. Een plantageboer die zich niet wenst aan te passen aan de manier van leven van andere plantage-eigenaren, en op sobere wijze zijn dagen doorbrengt. Allerlei elementen die het boek een stuk levendiger maken, zodat jonge lezers kunnen genieten terwijl ze leren.


Want leren doen ze: over hoe het er aan toe ging in de negentiende eeuw, met oude woorden en een bijbehorende woordenlijst achterin. En op de binnenkanten van de omslag staan kaarten, zodat je kunt zien hoe de reis was, en waar in Amsterdam je nu nog kan gaan kijken waar het gezin leefde.


Als je foto’s wilt zien van oud Amsterdam en Indië kun je een kijkje nemen op de Facebookpagina van Anna. Hier staan ook foto’s van Anna’s schoolschriftje. En kijk ook even hiernaar


ISBN 9780448291741 | Hardcover | 222 pagina's | Clavis Uitgeverij | september 2016
Leeftijd vanaf 11 jaar

© Marjo, 16 februari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSerafina en de zwarte mantel
Deel 1 Serefina trilogie
Robert Beatty


De twaalfjarige Serafina woont al haar hele leven met haar vader in het souterrain van een enorm groot huis. Dat huis en de grond er om heen vormt een groot landgoed in North Carolina, jaren geleden gebouwd door George Vanderbilt. Serafina’s vader werkte mee aan de bouw, en is er nooit meer weg gegaan. Hij onderhoudt de machines. Wat niemand weet is dat hij er echt nooit weggaat: hij en Serafina verstoppen zich na het werk ‘tussen de dampende leidingen en metalen gereedschappen in de werkplaats, als verstekelingen in de machinekamer van een groot schip.’ Zij hebben geen huis om naar terug te gaan. Er is geen familie. Een moeder is er ook niet, en daar wil haar vader niet over praten.


Ze hebben het goed, weet Serafina. In de loop der jaren hebben ze er een min of meer gezellige ruimte van gemaakt en een bepaalde routine opgebouwd. Overdag werkt haar vader, en slaapt Serafina benden, verstopt voor nieuwsgierige ogen. Als haar vader terugkomt, eten ze, en vertelt hij verhalen. Hij heeft haar leren lezen en schrijven, zodat ze de boeken kan lezen die hij meesmokkelt uit de enorme bibliotheek van meneer Vanderbilt.
Toen ze ouder werd, en minder sliep, maakte ze zich nuttig door muizen en ratten te vangen. Dat kan ze inmiddels zo goed dat vader haar ERV-er noemt: Eerste RattenVanger. Zo heeft ook Serafina een taak in het grote huis.
Maar ook leerde ze het hele huis van haver tot gort kennen: zonder dat haar vader dat wist ging ze op verkenning. Ze is klein, mager, en superlenig, kan ’s nachts net zo goed zien als overdag.  ‘Ze is heel goed in zich onbespied voortbewegen, niet alleen om ratten te vangen, maar ook om mensen uit de weg te gaan.’


En dan hoort ze op een dag een vreemd ruisend geluid. Er liep iemand door de gangen, iemand met schoenen met harde zolen. ‘Ze zag een schaduw van een lange, zwarte gestalte die een zwak brandende lantaarn droeg. En er liep nog iemand achter hem.’
Een man? Een kind?


De volgende dag hoort ze over de verdwijning van een meisje, Clara. En dat meisje is niet de enige die verdwijnt. Ook Serafina zelf wordt opgejaagd. Zal ze in staat zijn de geheimzinnige man in zijn zwarte mantel te ontmaskeren?
Als het neefje van George Vanderbilt plotseling oog in oog met haar staat, moet ze er alles voor doen om er voor te zorgen dat haar bestaan geheim blijft. Maar de jongen, de twaalfjarige Braeden is een bijzondere jongen. En loopt ook gevaar…


Genoeg ingrediënten om een superspannend verhaal te verwachten. En dat wordt het dan ook. Om het grote landhuis heen ligt nog een donker gevaarlijk bos, waar voor Serafina een absoluut verbod op ligt. Maar of het door dat verbod komt, of door het bos zelf: ze wordt er onweerstaanbaar door aangetrokken! Al beseft ze heel goed dat het erg gevaarlijk is. Niet alleen voor haar: ook voor andere kinderen.


Serafina en de zwarte mantel is het eerste deel van een driedelige reeks, waarin Serafina de hoofdrol speelt. Zij is een bijzonder meisje, met speciale gaven zonder dat die echt magisch zijn.


Het kan aan de vertaling liggen, maar de taal is soms nogal pittig voor tienjarigen. Het kan helemaal geen kwaad dat kinderen nieuwe woorden leren, maar: piedestal, opossum, vogelperspectief?
De beschrijvingen van de omgeving en van het landhuis zijn vrij gedetailleerd, maar gelukkig vormen de spannende scenes een goed tegenwicht. Het meisje is het vertelperspectief, maar door de dialogen van de personages komt er soms ook een gezichtspunt van anderen. Ook dat is goed voor het lekker door lezen, vooral omdat Serafina niet naar school is geweest en bepaalde dingen gewoon niet weet.


Dit boek wordt een kruising genoemd tussen Harry Potter en Downton Abbey. Het is dus niet Harry’s toverstaf die dat deel van de overkomst inlost, maar verder verklap ik het niet. Downton Abbey is natuurlijk het landgoed van Vanderbilt. Hm, nou ja, wat je wil.
Het boek heeft 40 weken lang op de New York Times bestsellerlist gestaan, en won de Pat Conroy Southern Book Prize in 2016.
Het wordt door uitgeverij Lannoo gelanceerd in samenwerking met Celebrate Books en is de eerste Junior Box, thema Hunted Magic: een hebbedingetjesdoos: broche, hanger, een kaartspel, allemaal heel leuk.


Robert Beatty woont zelf in de Blue Ridge Mountains bij Asheville, North Carolina met vrouw en dochters, zijn assistenten. Het landgoed bestaat echt: http://www.biltmore.com en de bossen ook.


ISBN 9789401438438 | Paperback | 312 pagina's | Uitgeverij Lannoo | januari 2017
Vertaald uit het Engels door Mireille Vroege | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 6 februari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDoor
over het lezen van de sterren
Carolien Hermans


Kinderen maken in groep 8 op de meeste basisscholen de citotoets. Dat is op zichzelf al een bron van veel spanning, maar wat nu als je van tevoren weet dat je beste vriendin en jijzelf heel verschillend zullen gaan scoren?


Omdat ze van nature al een piekeraar is, zit de elfjarige Door heel erg met dat probleem. Haar beste vriendin Edith – ze noemt haar Ed – zal waarschijnlijk naar de Mavo gaan, en Door weet dat zijzelf makkelijk naar het atheneum kan. Er is maar één oplossing. Edith kan niet beter leren, dus Door moet de toets slecht maken.
Het weekend voordat de toets zal beginnen zijn haar ouders het helemaal zat, en ze sturen Door naar opa, die in verzorgingshuis De Rustenberg woont. Gewoonlijk wil Door dat wel, maar ze zijn pas geweest!

‘Nou’, begon mam aarzelend, ‘we gaan niet zo’n makkelijke tijd door.’ Terwijl ze dit zei, wierp ze OVERDUIDELIJK een blik in mijn richting.
‘Wat heb ik nou weer gedaan?’ roep ik verontwaardigd uit.
‘Niets, niets,’ zei pap sussend. ‘Het is alleen…’
‘Alleen wat?’
‘Nou, dit dus., zoals jij doet en zoals jij reageert,’ zei mam.

Pap en mam zijn het beu, en daar gaan ze, Door en haar dertienjarige broer Walt. Maar ook Ed mag mee. In Rustenberg is een logeerkamer, waar ze gedrieën best op kunnen.
Opa vindt het best gezellig. Hij is dan misschien wel oud, hij blijkt jong van geest te zijn, en zijn vrienden zijn dat ook. Want als de kinderen ’s nachts op ontdekking gaan en in de problemen komen, krijgen ze meteen steun van de oudere mensen. Of dat genoeg zal zijn om tegenstand te bieden aan de humeurige huismeester en de strenge hoofdzuster?


‘In haar ogen zijn oude mensen hulpeloze kasplantjes die niet meer voor zichzelf kunnen zorgen en ook niet meer voor zichzelf kunnen denken. En dus beslist de hoofdzuster wat goed voor hen is en wat niet.’


Aan enkele straftaken, zoals het ontbijt rondbrengen, ontkomen ze niet. Maar zo kan Door rondsnuffelen op de kamer van die ene mevrouw die zo raar uitgedost is, en volgens de geruchten een waarzegster is. Als ze echt bijzondere gaven heeft, dan kan ze Door vast wel helpen met de moeilijke keuze waar ze voor staat. Want maandag begint de toets...


Erg leuk verhaal, de kinderen zijn ondernemend en opvoeden is aan hun opa niet bepaald besteed, hetgeen een leuke insteek geeft. Door en Ed zijn nogal bijgelovig, bang voor bijna alles wat beweegt. Wat die meiden al niet voor rare dingen in hun tas hebben zitten!
Walt, de broer, speelt vooral een rol in het verhaal doordat er weetjes in het boek staan over wat hem bezighoudt: natuurkunde en technologische snufjes. Wat minder geslaagd is, zijn de dagboeknotities van Door in een pietepeuterig  ‘geschreven’ lettertype. Het is ook onduidelijk waarom dat nodig is, het verhaal wordt al door Door verteld in de ik-vorm.
Maar misschien heeft de doelgroep daar helemaal geen moeite mee.


Carolien Hermans (Amsterdam, 1969) is docent aan de opleiding docent muziek, Conservatorium Amsterdam. Tevens is zij onderzoeksdocent bij de faculteit Kunst en Economie en de Master of Education, Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Zij heeft twee kinderen.

ISBN 9789044823196 | Hardcover | 234 pagina's | Uitgeverij Clavis | januari 2016
Tekeningen van Ineke Marynissen | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 25 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altVerdermeer
Tahereh Mafi


Wonderbaarlijk en magisch, een verhaal om in te verdwijnen zoals Alice in haar konijnenhol verdween.

Alice Alexis Koningsdauw mist haar vader heel erg, die sinds zes jaar uit Ferenwoud waar het gezin woont, verdwenen is. Met een liniaal in zijn hand. Om de zee op te meten? Ze heeft het gevoel dat hij de enige was die van haar hield. Moeder moppert alleen maar, die zou het niet eens weten als Alice ook zou verdwijnen. Zij heeft alleen maar aandacht voor de broertjes, en die hebben evenmin aandacht voor Alice.


Ze begrijpt het wel: Ferenwoud is een dorp vol kleur, en magie. En zij? Zij heeft geen pigment, ze heeft helemaal geen kleur. Ze is niets en ze kan niets. Hoewel: ze kan dansen! En ze heeft jaren gewerkt aan een verzameling rokken die kleurrijk om haar heen dwarrelen. Ze is van plan om haar speciale dans op te voeren op de dag van De Overgave. Iedere twaalfjarige moet laten zien wat zijn of haar gave is en dan wordt er een opdracht gegeven. Als zij eenmaal haar opdracht heeft, gaat ze haar vader zoeken. Ze droomt er van:


‘Ze zou de Overgave winnen, ze zou moeder laten zien dat ze heus haar eigen weg in deze wereld wist te vinden en ze zou nooit meer een paar kousen nodig hebben. Ze zou ontdekkingsreiziger worden! Uitvinder! Nee.. schilder! Ze zou de hele wereld vangen in twee, drie brede penseelstreken.’


Helaas de dag van de Overgave eindigt zeer teleurstellend. Men neemt niet eens de moeite om haar uit te lachen, zo helemaal niets vinden de Ferenwouders haar dans. Er is er maar één die aandacht aan haar besteedt: dat rotjoch, Olivier, die al een jaar eerder zijn opdracht kreeg. Wat moet hij toch van haar? Kan hij haar niet gewoon met rust laten? Wat een akelige jongen... Maar als we ‘omslaan voor nog meer hoofdstukken’, zoals we aangespoord worden door de schrijfster, blijkt dat het avontuur, de magische, wonderlijke belevenissen die Alice te wachten staan, heel veel te maken hebben met Olivier. Met hem gaat ze naar Verdermeer, het land waar ook haar vader moet zijn.


Het wordt een zoektocht naar haar vader, maar ook naar zichzelf. Is zij, kleurloos als ze is, echt zo minderwaardig? Wat is dat geheim waar ze niet over wil praten? Is Olivier nog steeds de vervelende pestkop die hij ooit was? En wat was zijn Opdracht toen hij mee deed aan De Overgave? Nog belangrijker: wat is zijn persoonlijke Gave? En zullen de twee ooit nog terug naar huis kunnen, want Verdermeer ziet er wel heel magisch uit, de inwoners van al die verschillende dorpjes hebben snode plannen.

Het wordt een fantastisch avontuur. Alles wat je kan dromen, alles wat je maar zou kunnen verzinnen is mogelijk in Verdermeer. Er is een papieren vos, die ook jou in papier kan veranderen. Je hebt er een tijdmeter nodig, en als je meer tijd gebruikt dan toegestaan is, word je gearresteerd. Er bestaan zakboeken, waarin de zakken van mensen zitten. Er zijn heel veel deuren, en iedereen die naar binnen wil moet kloppen. Ieder dorpje heeft iets speciaals en feestvieren doen ze graag. Het valt niet mee voor Olivier en Alice om te doen wat ze willen doen, maar gelukkig krijgen ze soms ook hulp uit onverwachte hoek.

Het boek ziet er zo mooi uit! Alleen dat is al een feest! Er is gebruik gemaakt van een ruime bladspiegel en de schrijfster spreekt zijn lezer af en toe toe, hetgeen de indruk dat je een sprookje leest, nog vergroot. Een sprookje is het natuurlijk, als je niet van bijzondere verhalen vol magie houdt, dan moet je dit boek niet lezen. Toch zou dat zonde zijn, want het is ook een verhaal vol humor en mooie zinnen en vondsten.

‘De zon had zich keurig opgeborgen‘
’Haar haar dat veel te zwaar was voor haar hoofd, deed zijn best haar bij te houden.’
‘Ze hadden hun longen een tijdje laten uitpuffen’


In één woord uitgedrukt: het boek is ‘Véél!’ Veel magie, veel humor, veel avonturen, veel raadsels, maar ook veel pagina’s, en misschien ook wat veel moeilijke woorden. En dan is er nog de dubbele laag. Je kan het boek lezen als een opeenstapeling van avonturen, maar het is ook een coming of ageverhaal over de jonge Alice. Een uitdaging dus voor de jongere lezer voor wie het boek bedoeld is.

Tahereh Mafi (Connecticut, 1988) is een Amerikaanse thrillerauteur voor young adults. Verdermeer is haar debuut voor jongere lezers.


ISBN 9789020678994 | hardcover| 372 pagina's | Blossom Books| september 2016
Vertaald uit het Engels door Merel Leene | Leeftijd vanaf 12 jaar

© Marjo, 19 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe beslissende zomer
Deel 2: Elena, een leven voor paarden
Nele Neuhaus


Elena is een dertienjarig meisje dat leeft voor paarden. Ze heeft ook een eigen paard, maar omdat ze is opgegroeid in de manege van haar vader is de handel in paarden haar met de paplepel ingegoten. Niet dat ze haar paard Fritzi zomaar zou verkopen, maar ze is niet echt eenkennig, in de zin dat Fritzi het enige paard is waar ze voor gaat. Ze berijdt ook andere paarden en vindt het niet erg als iemand anders op haar paard rijdt.

In het eerste deel hebben we kunnen lezen hoe zij het paard na zijn ongeluk weer op de been heeft geholpen en met hem is gaan springen, waar het dier een natuurtalent voor bleek te hebben. Haar trainer was Tim, de zoon van haar ouders vijand, de concurrerende rijschoolhouder. Het moest allemaal in het geheim gebeuren, alleen Elena’s vriendin en de man bij wie ze trainen weten er van.


Ook in dit tweede deel blijven hun ontmoetingen stiekem. Op school en bij wedstrijden proberen ze elkaar af en toe te spreken. Maar net als Tim zit ook Elena’s oudere broer bij de meisjes op school, en het ontgaat Christian niet dat er iets broeit tussen hen. Voorlopig blijft het bij pesten, maar het is wel duidelijk dat Tim zich niet kan laten zien op de Merelhof.


Dit tweede deel begint met het verhaal van een diefstal. Op een andere manege worden dure rijpaarden ontvoerd.
Na deze proloog vallen we in het dagelijkse leven van Elena, op de manege en op school. Haar verliefdheid, jaloezie van een meisje dat haar paarden stalt op de Merelhof, en de problemen waar Merelhof mee te kampen heeft: de manege van Tims vader is namelijk veel moderner en trekt de klanten bij Merelhof weg!
Het leven zit echter vol verrassingen: fijne en vervelende. Als Christian op het wedstrijdterrein omver gereden dreigt te worden door een paardentrailer, en Tim degene is die hem redt, lijkt er toenadering te komen tussen de jongens. En natuurlijk zijn Christians ouders ook reuze blij! Maar Tims vader is nog steeds absoluut tegen iedere toenadering. En het gaat nog steeds slecht met de Merelhof.


Als de ouders van Christian en Elena er een paar dagen tussen uit gaan voor een korte vakantie, gebeurt er iets vreselijks: Fritzi wordt gestolen! Natuurlijk zoekt Elena hulp en vraagt ook Tim. Ze schakelen de politie in, maar voor dat die er is! En de dieven ontsnappen! En zo ondernemen de jongelui een gevaarlijke actie. Kunnen ze Fritzi redden? En misschien al die andere paarden die gestolen zijn? En wie is de paardendief?


Moet je een paardenmeisje zijn om dit boek te kunnen waarderen? Bij het eerste deel maakte het niet zo veel uit, maar in dit tweede boek worden veel wedstrijden gereden en die worden vrij gedetailleerd verteld. Het verhaal daaromheen blijft een verhaal zoals je dat in een jeugdboek kunt verwachten: verliefdheid, jaloezie, en een spannende situatie.


Nele Neuhaus
werd als Cornelia Löwenberg geboren in 1967. De auteur is bekend van haar thrillers voor volwassenen, waarvan er wereldwijd inmiddels miljoenen exemplaren zijn verkocht. Naast het schrijven van thrillers voor volwassenen schrijft Nele Neuhaus ook jeugdboeken over haar eigen passie: paarden. Zelf rijdt ze ook paard en ze schrijft jeugdboeken die ze zelf als kind graag gelezen zou hebben. De reeks Charlottes droompaard is een serie voor kinderen vanaf 10 jaar. Elena, een leven voor paarden is reeks jeugdboeken, geschreven voor de jeugd vanaf 12 jaar.


ISBN 9789025113520 | hardcover met leeslint |288 pagina's | Uitgeverij Holland| november 2016
Vertaald uit het Duits door Leny van Grootel | Leeftijd vanaf 12 jaar

© Marjo, 23 februari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Lang leve chocola!
Joke Janssen


Het derde deel alweer over Petra en haar pleegbroertje Wouter. Zoals we in de vorige twee delen via Petra's dagboek konden lezen heeft Petra al flink wat toestanden moeten doorstaan. Eerst werd haar moeder ernstig ziek en daarna kreeg ze er ineens een broertje bij, Wouter, op wie ze overigens inmiddels stapelgek is. Ook deze keer gebeurt er weer van alles in Petra's leven, maar gelukkig voor haar niet zulke heftige zaken als in de eerste twee delen. Ook dit keer mogen haar dagboek lezen.


Petra (bijna 13) gaat dit jaar voor het eerst naar de middelbare school en dat valt niet mee. Ze haalt slechte cijfers voor haar proefwerken en haar vader denk daardoor dat ze haar best niet doet. Maar ze doet écht haar best, dat haar vader dat nou niet wil snappen! Gelukkig is Wouter (8 jaar) er nog. Haar slimme broertje vindt Petra's huiswerk supermakkelijk. Hij bedenkt een heel leerschema en helpt Petra met alle vakken, mét resultaat, de cijfers van Petra vliegen omhoog. Maar het is natuurlijk wel vreemd dat de jonge Wouter zijn vijf jaar oudere zus helpt. Hoe kan dat? En wat is er verder met Wouter aan de hand? Waarom gaat er 's nachts steeds wat mis met hem? Wouter wordt daarom getest en krijgt onderzoeken...
Maar het is vooral dankzij die vreselijke, luie, slome meester Lucas die niet van slimme kinderen houdt, dat de toekomst er voor Wouter niet erg rooskleurig uitziet. Petra is boos, en niet zo'n klein beetje ook! Van haar broertje moeten ze afblijven!


Petra is net als in de voorgaande twee delen nog steeds bevriend met Dominique en Indy, hoewel Indy wel vreemde kuren heeft. De ene keer is er dit, de andere keer dat. Maar ze haalt ook een rotstreek uit en Petra is even helemaal klaar met haar 'vriendin'. Opnieuw is het Wouter die een superplan heeft om Indy betaald ze zetten, maar dat pakt een beetje té goed uit... En Rafael? Hoe is het daarmee?  Zijn Petra en hij nog steeds zulke goede vrienden?


Opnieuw een verhaal over Petra van wie de gevoelens enorm heen en weer slingeren, de ene dag loopt ze met haar hoofd in de wolken, de andere dag voelt ze zich diep ellendig. Wat dat betreft heeft Joke Janssen de toon goed te pakken.  De puberende Petra wordt erg geloofwaardig neergezet.
Maar het verhaal zelf is behoorlijk dun en voorspelbaar. Je voelt al van mijlen ver aankomen wat Wouter 'mankeert'. Eigenlijk wordt alles in het verhaal al zover van tevoren aangekondigd dat niets je echt verrast. Het loopt allemaal precies zoals je verwacht. Ook het 'lang leve chocola' gedeelte is niet overtuigend, halverwege het boek komt ineens die zogenaamde onmisbare chocola opzetten en daarna wordt te pas, en vooral te onpas, dat chocoladegesnoep er tussendoor gefrommeld.
Kortom, het verhaal  leest wel vlot weg maar inhoudelijk is het niet erg sterk.


ISBN 9789044828849 | Hardcover | 157 pagina's | Clavis Uitgeverij | januari 2017
Leeftijd 12+

© Dettie, 19 februari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWonder
R. J. Palacio


'Ik heet August, en ik ga niet beschrijven hoe ik er uit zie. Wat je ook denkt, ik weet bijna zeker dat het erger is.'


August Pullman is geboren met een gezichtsafwijking, en ook na veel operaties ziet hij er nog heel ongewoon uit. Hij heeft jarenlang een helm opgehad, draagt graag truien met capuchons en vindt Halloween de fijnste dag van het jaar.


Nu hij tien jaar is moet hij naar de middenschool. Tot dan toe heeft zijn moeder hem les gegeven, maar dat gaat niet meer. In Amerika, waar het boek speelt gaan kinderen tot hun tiende naar de basisschool, en tot hun veertiende naar een middenschool.
Nu is het moment om op een school te beginnen, zeggen zijn ouders, die het evenwel ook niet weten. Want al zijn zij dol op hun zoon, ze weten natuurlijk wel hoe moeilijk hij het gaat krijgen. De directeur van de school heeft August uitgenodigd nog voor de school begint: hij zal worden rondgeleid door drie leerlingen. Julian, Charlotte en Jack. Een van hen wordt een vijand, een ander zegt onverschillig gedag als ze elkaar tegenkomen, en de derde lijkt een vriend te worden.
Dit is wel exemplarisch: er zullen altijd pestkoppen zijn, kinderen die vinden dat ze zelf machtiger worden door iemand anders neerbuigend te behandelen. Ook kinderen die zich afzijdig houden vormen een grote groep. Klein is de groep die door uiterlijke schijn heen kijkt.


Helaas voor August blijkt die groep nog kleiner dan hij verwachtte. Er moet heel wat gebeuren, hij moet heel wat verduren voor het tij keert.
De schrijver maakt van de jongen een sterk figuur, die zich in ieder geval gesteund weet door zijn ouders, zijn zus en de hond. Hij heeft het moeilijk, maar laat ook duidelijk merken dat hij de afschuw en de schrik van de anderen begrijpt. Hij heeft immers een vreselijk mismaakt gezicht!
Het is een realistisch verhaal, en ik ben bang dat een kind (of volwassene) niet eens mismaakt hoeft te zijn, om de dingen mee te maken die August meemaakt.


Een klasgenoot vraagt aan hem: “Blijf je er altijd zo uitzien, August? Ik bedoel, kun je geen plastische chirurgie doen of zo?” Waarop Auggie grijnst en naar zijn gezicht wijst: “Hallo? Dit ís plastische chirurgie!”


Het is een Amerikaans debuut, je kan er donder op zeggen dat er een romantische afloop zal zijn. Het boek is inmiddels ook verfilmd.
Het boek heeft acht delen, met korte hoofdstukken met steeds een ander vertelperspectief. Daardoor lees je ook over hoe anderen ervaren dat een kind als August in hun midden is. Bijvoorbeeld hoe de zus, vier jaar ouder, er mee moet leven dat zij altijd de tweede viool speelt. De jongen zelf heeft wel het vaakst het woord.
Een enkel hoofdstuk is nogal moeilijk: die waar uitgelegd wordt wat voor syndroom de jongen precies heeft. De rest is goed te lezen voor een tienjarige.


ISBN 9789045119533 | Paperback | 352 pagina's | Uitgeverij Querido | juni 2016
Vertaald uit het Engels door Esther Ottens | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 6 februari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alleen op de wereld
Hector Malot
illustraties: Charlotte Dematons
tekst hertaald en bewerkt: Tiny Fisscher


"Kijk uit! Neem de tijd als je aan dit boek begint, want wie Alleen op de wereld openslaat is voorlopig onbereikbaar," staat op de cover van dit boek te lezen. En die waarschuwing is terecht, het verhaal sleept je gelijk mee de avonturen van Rémi in.


Iedereen heeft natuurlijk wel eens van het boek gehoord, het verhaal over de vondeling Rémi dat Hector Malot in 1878 schreef in grote samenwerking met zijn tienjarige dochtertje Lucie. Hij las namelijk elk hoofdstuk aan haar voor en zij voorzag het van commentaar.
Hij draagt het boek dan ook op aan Lucie en schreef in zijn voorwoord. Tijdens het schrijven van dit boek heb ik voortdurend aan jou gedacht, mijn kind, en is je naam voortdurend op mijn lippen geweest. ‘Zou Lucie dit begrijpen?’ dacht ik, ‘zou Lucie dit interessant vinden?’


Het verhaal is in de daarop opvolgende ca. 140 jaar al in vele uitvoeringen uitgegeven, er zijn films en toneelstukken van gemaakt en ook in Nederland werd er de nodige aandacht aan besteed.  In de jaren 1979 tot 1980 en 1996 tot 1997 verscheen het verhaal bijvoorbeeld als tekenfilmserie, bestaande uit 51 afleveringen, op het Nederlandse scherm en werd het meerdere keren keren in boek- en zelfs in stripvorm uitgegeven. En nu staat het verhaal weer volop in de belangstelling. Het boekenpanel van DWDD besprak in november 2016 deze nieuwe, aangepaste vertaling door Tiny Fisscher. En in december 2016 zond de VPRO een splinternieuwe, eveneens gemoderniseerde Nederlandse televisieversie uit.
Ondanks dat - ik kijk zelden tv - kende ik, gek genoeg, het verhaal alleen van horen zeggen, ik had het nog nooit gelezen of een van de films gezien.


Het was dan ook erg prettig dat ik dit boek ter recensie aangeboden kreeg mét daarbij afbeeldingen van een van mijn favoriete illustratrices nog wel.. Eindelijk zou ik te weten komen waarom dit verhaal al meer dan een eeuw lang zo'n enorm succes is. Na het dichtslaan van het boek begreep ik dat volkomen.


Vanaf de eerste pagina leef je mee met Rémi die zo liefdevol is opgevoed door moeder Barberin. Maar als hij een jaar of acht is, hoort hij dat zij niet zijn echte moeder is, maar dat hij een vondeling is. Rémi wordt door zijn akelige stiefvader verkocht aan Vitalis een oude man die met zijn twee honden en aapje Jolie Coeur, dwars door Frankrijk zwerft. Gelukkig is Vitalis erg goed voor Rémi en de jongen leert veel van de oude, wijze man.
Rémi heeft het best naar zijn zin zo zwervend langs de Franse wegen, maar ook aan dit geluk komt een eind als Vitalis sterft en Rémi het verder alleen moet zien te reden. Hij is dan met recht alleen op de wereld. Je houdt je hart vast voor de jongen.
Rémi ontmoet daarna allerlei mensen waaronder heel akelige maar ook lieve, invoelende mensen die de jongen wel verder willen helpen. Helaas, elke keer opnieuw gebeurt er iets waardoor Rémi weer helemaal opnieuw moet beginnen. Maar Rémi is een knokker en gaat door, totdat alles goed is...
Gelukkig helpt het lot hem ook een handje.


Na afloop sla je het met een zucht dicht, wat een fantastisch mooi verhaal! Je denkt vervolgens, wat een geluk dat Tiny Fisscher door het verhaal 'geroepen' werd, zoals zij in een interview website meldt. Ze wilde dat jongeren ook konden genieten van de belevenissen van Rémi en heeft daarom de tekst uitstekend bewerkt naar deze opgefriste versie, zodat het ook voor hen een erg tot de verbeelding sprekend verhaal is geworden. 
Erom huilen, zoals aangekondigd was bij de levering van het boek, hoefde ik niet. Maar het verhaal is bij vlagen wel aangrijpend.


Illustratrice Charlotte Dematons heeft zelfs voor dit boek de hele route, die ook afgebeeld in het boek staat, afgelegd die Remi door Frankrijk gelopen heeft Daardoor stralen haar afbeeldingen bij het verhaal een heel mooie Franse sfeer uit.  Dat ze zelf oorspronkelijk Française is, zal er ook zeker aan bijgedragen hebben.

Het boek zelf is fraai verzorgd, wat voor mij altijd een extra cadeautje bij een boek is. Het is mooi gebonden, heeft een leeslint en de afgedrukte tekst is prettig en goed leesbaar. De warm gekleurde, sfeervolle afbeeldingen van Charlotte Dematons beslaan soms een hele pagina, een andere keer een kwart pagina of minder. - De omslag van het boek is zelfs  verkozen tot Mooiste Boekomslag van 2016. -
Kortom, het geheel is een prachtig geschenk dat de uitgeverij ons geleverd heeft. Dank daarvoor.


Zie ook het bijzondere you-tube filmpje over de makers van dit boek.


ISBN 9789025761844 | Hardcover | 288 pagina's | Uitgeverij Gottmer | november 2017
Leeftijd 10+ (voorlezen 7+)

© Dettie, 29 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER