Opstandig
Dwars &
Driftig
Coby Hartog-Polkerman
Handboek gedragsstoornissen ODD en CD voor ouders, opvoeders, leerkrachten en hulpverleners
Op de kaft staat een foto van een erg boos jongetje, eigenlijk wel een leuk gezicht denk je. En ach elk kind is wel eens kwaad. Maar het gedrag van kinderen dat in dit boek besproken wordt is helaas wel wat meer dan gewoon boos zijn.
Het betreft de gedragsstoornissen ODD (Oppositional Defiant Disorder ofwel Oppositioneel Opstandige Gedragsstoornis) en CD (Conduct Disorder ofwel antiscociale gedragsstoornis). In het voorwoord van kinder- en jeugdpsychiater M. Oosterhoff kunnen we lezen waarom het boek geschreven is. Op internet is er namelijk wel veel te vinden maar het is moeilijk om alle informatie op een rij te krijgen. Er was geen boek over ODD en CD waarin alle aspecten op een rij gezet en kort besproken worden. De auteur kwam daar achter toen zij jaren geleden als moeder van een kind met gedragsstoornissen op zoek ging naar informatie. Het resultaat is dit handboek. In korte heldere hoofdstukken wordt uit de doeken gedaan wat deze stoornissen inhouden, wat de symptonen zijn, de eventuele oorzaken hoe de diagnose gesteld wordt en vooral hoe er mee op te gaan.
Kinderen met ODD kunnen zich niet goed aanpassen bij veranderingen, ze raken snel gefrustreerd, kunnen tegenslagen niet goed opvangen en raken hierdoor van streek. Ze zijn o.a. vaak driftig, maken veel ruzie met volwassenen, ergeren vaak met opzet anderen etc. Het is een aangeboren stoornis maar kan verergeren door omgevingsfactoren. Vroege herkenning is belangrijk. Vanaf ongeveer vier jaar is ODD vast te stellen
ODD is een milde vorm van CD.
CD uit zich in verbale agressie (vloeken, kwetsen, schelden, pesten, bedreigen) maar ook in lichamelijke agressie (mishandelen, aanranding, crimineel gedrag) Kinder met CD hebben het vaak, net als hun omgeving, erg moeilijk. De diagnose moet vastgesteld worden door een psychiater. De problemen die door de stoornis verzaakt worden zijn zeer ernstig zoals bijv. wapengebruik, mensen ernstige lichamelijke mishanden, inbreken, dingen vernielen etc. Er zijn gradaties in CD van een milde vorm tot een ernstige vorm. Ook hier is vroege herkenning belangrijk. Vanaf 8 jaar is het te vast te stellen ook al wordt dat zelden gedaan, eerder vanaf een jaar of 10.
Erg belangrijk is dat kinderen met ODD of CD een duidelijke structuur in hun leven hebben. Daardoor krijgen ze minder prikkels te verwerken en is er meer duidelijkheid in de dagelijkse dingen. Ze zullen minder dwars zijn omdat ze beter weten waar ze aan toe zijn.
In dit boek wordt het hele traject van diagnose, begeleiding, medicijngebruik, opvang, ambulante hulp, wat de mogelijke triggers kunnen zijn ( jongeren met deze stoornissen zijn verslavingsgevoelig) hoe jij en het kind het beste met alles om kunnen gaan.
Er staan veel tips in het boek, die overigens ook voor ouders met kinderen zonder deze stoornissen niet verkeerd zullen zijn.
Verder is er ook een lijst met Gedrags- en ontwikkelingsstoornissen geplaatst met een korte heldere beschrijving erbij. Eveneens staat er duidelijke informatie over de mogelijke financiële regelingen die getroffen kunnen worden als je een kind hebt die extra zorg nodig heeft.
Kortom, een boek waarin alles duidelijk en overzichtelijk op een rij is gezet over de gedragsstoornissen ODD en CD. Een uitstekend handboek voor iedereen die, al dan niet beroepsmatig, met deze kinderen om gaan.
ISBN 9789088500725 109 pagina's | SWP | september 2009
© Dettie, maart 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Melchior d'Hondecoeter - Vogelschilder
Marrigje Rikken
Opnieuw een goed verzorgd, helder en duidelijk boekje uit de Rijksmuseumreeks.
Dit keer over het werk van de familie d'Hondecoeter en met name Melchior 'd Hondecoeter. Deze is vooral bekend om zijn prachtige vogelschilderijen.
Wat bezielde hem om zich toe te leggen op het schilderen van vogelstukken? Wel... In de Gouden Eeuw was de concurrentie onder schilders enorm, en daarom kozen veel schilders ervoor om zich in één genre te specialiseren.
Jacob van Maarland was bekend om zijn landschappen. Bartholomeus van der Helst was een bekwaam portretschilder en Aart van der Neer schilderde voornamelijk nachtlanschappen.
Weinig kunschilders, schilderden vogels en zijn schilderijen vielen erg in de smaak en deden het goed als wanddecoratie in de interieurs van de grote stads- en landhuizen. Bovendien sloten de voorstellingen goed aan bij dierenverzamelingen van de rijke burgers. Maar er speelde meer mee in de keus van Melchior om zich toe te leggen op vogels.
Melchior stamde uit een kunstenaarsfamilie. Overgrootvader, grootvader, vader en oom waren kunstschilder van beroep. Melchior kreeg het vak als het ware met de paplepel ingegoten. Grootvader Gillis schilderde voornamelijk boslandschappen met dieren. Vader Gijsbert schilderde dezelfde onderwerpen maar had meer aandacht voor de dieren in zijn schilderstukken. Melchior volgt zijn vader op maar hij plaatst de dieren meer op de voorgrond, zij worden het onderwerp van het schilderij. Ook schilderde Melchior losser dan zijn vader. Bij Gijsbert werden de dieren nogal statisch en naast elkaar afgebeeld. Melchior laat de dieren contact met elkaar hebben, de dieren reageren op elkaar. Na de dood van zijn vader gaat Melchior in de leer bij zijn oom Jan Baptist Weenix en schildert daar veel jachtbuitstillevens in navolging van zijn oom. Na de dood van zijn oom verhuisde Hondecoeter, dan 23 jaar, naar Den Haag. Waar hij veel jachtbuitstillevens en trompe-l'oeils schilderde zoals bijvoorbeeld buitgemaakte vogels hangend en liggend in een nis, daarmee kon hij diepte aanbrengen in zijn schidlerijen.
Maar waar Melchior 'd Hondencoeter vooral bekend om is geworden zijn de vogels. Veel levendige pluimveetaferelen waarin bijvoorbeelde vechtende hanen afgebeeld worden, spectaculair is het schilderij 'Gevecht tussen haan en kalkoen (1688)'. Ook exotische vogels zijn onderwerpen op zijn schilderijen. De burgerij werd in die tijd steeds rijker en legden o.a. volières en privé-dierentuinen aan. Op de schilderijen van Melchior verschijnen nu witte pauwen, kraanvogels, flamingo's, papegaaien, schildpadden, aapjes.
De kracht van Hondecoeter is dat hij alle dieren een natuurlijke houding heeft gegeven. Bovendien zit er in veel van zijn schilderijen een enorme diepte wat Hondecoeter wist te bereiken door ballustrades, trappen, poorten e.d. te schilderen. Elk schilderij lijkt een verhaal omdat de dieren onderling op elkaar reageren. En dan de kleuren en de details... in een woord schitterend!
Het boekje is een lust voor het oog door de vele afbeeldingen maar de tekst is eveneens erg prettig leesbaar. Opnieuw een aanrader.
Marrigje Rikken studeerde cum laude af op de Onderzoeksmaster Kunstwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in 17de-eeuwse Nederlandse schilder- en prentkunst. Sinds 2006 tot eind 2008 werkte ze bij het Rijksmuseum als junior conservator 17de-eeuwse Nederlandse schilderijen.
ISBN 9789086890446 paperback met flappen 63 pagina's | Nieuw Amsterdam | december 2008
Dettie, maart 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
In naam van God
een nieuwe geschiedenis van de kruistochten
Jonathan Philips.
Kruistochten, het roept bij ons allemaal wel een beeld op van ridders en fanatieke gelovigen in de middeleeuwen die ten strijde trokken tegen "het kwaad van de islam". Door de eeuwen heen hebben deze tochten altijd enorm tot de verbeelding gesproken, en Jonathan Phillips schreef er een boek over.
Want wat beweegt mensen, kinderen soms zelfs, om ten strijde te trekken, duizenden kilometers, jarenlang soms, terwijl strijd, ziektes, honger en uitputting honderdduizenden doden maakte.
Phillips probeert die vragen te beantwoorden, maar hij schets vooral de wereld waarin dat allemaal gebeurde, en waar de zaken vaak wat minder zwart-wit lagen dan wij altijd dachten. De motieven van de kruistochten gingen niet altijd alleen maar over geloof, maar vaak ook gewoon over macht.
De Paus die het allemaal in gang zette, Urbanus de tweede, had behalve wellicht integere bedoelingen ook gewoon iets nodig om zijn streng verdeelde rijk bij elkaar te houden, en van een beetje oorlogspropaganda met verdraaiing van feiten was hij niet vies. Er werd niet altijd even zachtaardig omgesprongen met de christenen in het beloofde land maar van systematische mishandeling van christenen door moslims was al tientallen jaren geen sprake. Terwijl dat toch in eerste instantie de aanleiding was voor de hele onderneming. En zo gaat het eigenlijk de hele geschiedenis door. Er zijn complotten, er is verraad, soms strijden christenen met christenen, soms moslims met moslims, soms sluiten christenen allianties met moslims en andersom, er waren kruistochten tegen de Katharen, die dus helemaal geen moslims waren maar die als ketters werden gezien en dus ook maar uitgeroeid moesten worden, er was de belegering van Constantinopel, die niet eens een kruistocht was maar een deal om Prins Alexius de macht in zijn stad terug te geven in ruil voor geld en steun voor andere kruistochten.
Kortom, zoals zo vaak blijkt is de geschiedenis minder rechtlijnig dan gedacht.
Phillips gebruikte voor dit boek kronieken, liederen, preken, reisdagboeken en brieven waardoor er vaak een verhaal in een verhaal ontstaat, waarin we personages, koningen en heersers met al hun intriges, liefdes, overspel en verraad kunnen volgen. Het is soms net een soapserie die middeleeuwen, en daardoor is het boek zéér leesbaar. Geen saaie droge stof maar bijvoorbeeld het verhaal van de belegering van Jeruzalem die hopeloos leek maar lukte doordat een krijgsheer met diaree, ik verzin die niet, zich afzonderde en daardoor hout zag waarmee stormrammen gebouw konden worden en de muren van de stad alsnog vielen. Verhalen over vuurproeven, duels tussen vermeend overspelige rivalen, een priester die omdat hij geen toestemming tot een huwelijk gaf ingesmeerd werd met honing waarna er bijeen op hem werden losgelaten, een feministische koningin in de middeleeuwen, de nodige intriges, het onvermijdelijke verraad, en dan natuurlijk nog alle veldslagen en belegeringen. En de bijbehorende helden natuurlijk, mensen als Richard Leeuwenhart en Saladin die door de eeuwen heen bijna mythische figuren zijn geworden. Kortom verhalen om van te smullen, waardoor dit boek bijna leest als een roman terwijl het van kaft tot kaft vol zit met geschiedkundige informatie.
Het is een dikke pil enige interesse is het onderwerp is dus wel vereist, en een niet al te tere ziel ook, want er komen heel wat veldslagen, martelingen, onthoofdingen, brandmerken en geselingen voorbij, maar mocht je in het bezit zijn van beide, dan is dit boek een aanrader. Vooral voor de geschiedenisleraren onder ons... íedere leerling verdient tenslotte een geschiedenisleraar die dít soort verhalen vertelt!
ISBN 978 90 782 30052, Paperback 464 pagina's | Nieuw Amsterdam | november 2009
© Willeke, februari 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Waarom is de burger boos?
Over hedendaags populisme
Maarten van Rossem
De populistische partijen zijn brede protestpartijen. Een aanzienlijk deel van de kiezers ziet de overheid, het politieke systeem en de maatschappelijke elite kennelijk als vijand. De vraag is hoe dat komt.
Op zijn klip en klare wijze doet Maarten van Rossem ons in zijn inleiding uit de doeken waarom de burger boos is.
De burger is boos omdat hij zich zorgen maakt over de omvangrijke immigratie en de veronderstelde negatieve effecten daarvan voor de Nederlandse samenleving. [...]
De zorgen betreffen vooral de moslimimmigranten en hun kinderen die een kwart van de allochtonen vormen, dat wil zeggen 5 procent van de hele Nederlandse bevolking. Zij gedragen zich, voornamelijk vanwege hun religieuze overtuiging, volgens veel Nederlandse burgers zo anders, dat zij als bedreigend worden ervaren. [...]
De boze burgers vrezen voor het behoud van hun tarditionele levenswijze en projecteren hun angsten vooral op de meest zichtbare immigranten. [..]
Of het nu in Denemarken, België, Frankrijk of Nederland is, de populistische partijen zeggen zich vooral zorgen te maken over de dreigende 'islamisering' van de nationale cultuur. In Nederland was het Pim Fortuyn die een begin maakte met de verspreiding van dit angstwekkende visioen.[...]
De populisten gebruiken voortdurend sugegstieve verzameltermen - het volk' en 'de volkswoede', 'de burgers', 'de zwijgende meerderheid'- daarmee de indruk wekkend dat zij staat voor de ware volkswil. Zegen of catastrofe, de ware volkswil bestaat niet.
Wat volgt is een stukje geschiedenis over het waarom van de komst van immigranten.
Maar vooral de geschiedenis en de gang van zaken in de Nederlandse politiek krijgt de aandacht en hoe het komt dat er altijd wel populistische partijen ontstaan.
"Het populisme is het onkruid dat groeit in de kloof tussen de belofte en de werkelijkheid van de democratie."
Uitgebreid wordt ingegaan op wat een populistische partij eigenlijk is.
Dat is met name een beweging die verkondigt wat 'het volk' wil, een charismatische leider heeft en een enorme afkeer van elite. Ook kenmerkend is de liefde voor het vaderland.
Volgens Van Rossem heeft een populistische partij alles wat de pers graag wil en zij krijgt ook ruim de aandacht van die pers. De leiders doen uitspraken die nieuws opleveren zoals bijv. 'de kopvoddentax' van Wilders. De populistische partij doet alsof 'het volk' alles is en dankzij hun charismatische leider weten zij als geen ander 'het volk' te bespelen. Veelal gaat het echter om eigen visies die soms bijna paranoïde zijn te noemen volgens Van Rossem.
Als de populistische partijen eenmaal één of meerdere kamerzetels hebben verworven dan blijken ze vaak snel uiteen te vallen of te verdwijnen wegens gebrek aan een partijprogramma's, onderlinge verdeeldheid of door te veel concessies te moeten doen om te kunnen blijven zitten.
Wat Van Rossem doet is onder de loep leggen hoe bijv. de boerenpartij met Koekoek, partijen met mensen als Pim Fortuyn, Rita Verdonk en Geert Wilders zo populair konden worden. Hij vertelt wat de functie van deze partijen is. Waarom zij ontstonden en waarom zij niet konden brengen wat zij beloofden.
Uitgebreid vertelt hij over de plannen van Fortuyn en bekijkt daarbij de mogelijkheden van uitvoering.
Vaak weerlegt Van Rossem de opmerkingen en plannen van bovengenoemde mensen met feiten.
Hij beschrijft waarom Wilders is geworden wie hij is.
De titel Waarom is de burger boos? is dus eerder een cynische titel. De burger is niet zo boos maar volgens de populisten zijn ze dat wel. Ook economisch gezien gaat het nederland niet slecht maar door het charisma en overtuigingskracht van de leiders van deze partijen worden de kiezers gemanipuleerd en ontevreden, ongerust en boos gemaakt.
Verhelderend en interessant boekje. Zeker in deze roerige politieke tijden een aanrader.
ISBN 9789046807057 Paperback 123 pagina's Uitgeverij Nieuw Amsterdam februari 2010
© Dettie, februari 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De kracht van mijn onmacht
Joy van der Stel
Joy van der Stel is een succesvol managementcoach, en moeder van een dochter. In dit boek vertelt ze haar levensverhaal.
Joy werd in 1975 geboren, véél te vroeg, en met het gewicht van pak suiker. Haar levenskansen werden minimaal geacht, de artsen gingen er van uit dat ze de volgende dag niet zou halen. Maar die haalde ze wel, al bleven de prognoses slecht. De eerste vier jaar verbleef ze in het ziekenhuis bij de nonnen, waarna ze over ging naar een revalidatiecentrum. Daar werd ook de diagnose gesteld, ze was voor 80% spastisch. Wat daarna volgt zijn jaren met revalidatie, gipsbroeken, en zware operaties.
En vooral de steeds sterker bewustwording van de scheiding tussen “de kleine wereld”, de wereld van de gehandicapten, de betuttelende groepsleiding, waar de nadruk ligt op je handicap en wat je niets kan, en ” de grote wereld”, de echte wereld, waar je moet uitgaan van je kracht en je mogelijkheden tussen de niet gehandicapte mensen. De kleine wereld beknelt haar al van kinds af aan, en met name de benadering “je ben gehandicapt dus je kunt dat niet” benauwt haar enorm.
Thuis, bij haar ouders is die benadering van jongs af aan anders geweest… niet kijken naar wat er niet kan maar naar wat er wél kan, en als het niet kan dan verzin je maar iets waardoor het wel kan.
Die benadering heeft haar, in combinatie met haar grote strijdlust, tegen alle prognoses in enorm zelfstandig gemaakt, maar had ook zijn schaduwzijde omdat ze soms warmte en hulp mistte, en sommige periodes het contact, met name met haar moeder, erg moeizaam verliep.
De tweespalt tussen die twee werelden, en het hoe dan tóch je weg vinden in de “grote” wereld, dáár gaat wat mij betreft dit boek over.
Het is een strijdlustig boek, met de oproep om vooral te kijken naar wat er wel kan. En het is nadrukkelijk een boek voor gehandicapte én niet gehandicapte mensen, want dat is ook een deel van de strekking van dit verhaal, in feite zijn situaties en benaderingen van problemen toch vooral heel erg universeel.
Een eerlijk en strijdlustig boek dat mij raakte.
ISBN 9789079872039 Hardcover 307 pagina's | Succesboeken.nl | februari 2009
© Willeke, februari 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Gustav Mahler - Een leven in tien symfonieën
Eveline Nikkels
In 2010 is het 150 jaar geleden dat Gustav Mahler (1860-1911) geboren werd, een mooie aanleiding om dit boek uit te geven over deze componist en dirigent. Het boek is tevens het eerste deel in een nieuwe serie Grote Componisten.
Op de flaptekst staat o.a. te lezen:
De muziek van Gustav Mahler – met name zijn machtige tien symfonieën – veroverde in de loop van de twintigste eeuw de gehele Westerse wereld en is nu een niet weg te denken onderdeel van het concertrepertoire. Uit Mahlers muziek spreekt een intense zoektocht naar het geluk en de frustratie en verbittering van het niet kunnen vinden. Hemelse visioenen wisselen af met helse vergezichten. Hiermee verklankt Mahler het algemeen onbehagen van het fin de siècle. Mahler lijkt op ieder van ons, want hij worstelt met vragen die ons allen bezighouden: over de zin van ons bestaan, leven en dood.
De eerste 95 pagina's leveren een korte biografie over Mahler. Daarin wordt niet zozeer zijn privéleven besproken maar voornamelijk de plaatsen en gebouwen waar hij gewerkt heeft en hoe hij als dirigent en componist in het leven stond. Mahler was uniek, briljant, een groot musicus, maar niet geliefd bij de muzikanten. Hij joeg ze teveel op, eiste teveel. Zijn eigen composities vonden moeizaam hun weg naar het publiek. Veelal werden ze aanvankelijk slecht ontvangen. Verder was hij slim, hij voorvoelde altijd wanneer het tijd werd te vertrekken en had steeds een nieuw contract in zijn zak voordat hij zijn oude baan opgaf.
De overige pagina's bespreken de tien symfonieën van Mähler.
De schrijfster, Eveline Nikkels, studeerde musicologie en filosofie en promoveerde op Mahler. Ze organiseert regelmatig studiereizen en geeft veel lezingen over muziek. Eveline Nikkels is voorzitter van de Gustav Mahler Stichting Nederland en is, in binnen- en buitenland, een groot promotor van het werk van Mahler.
Al lezende ervaar je de grote kennis en het enthousiasme van de schrijfster. Alle symfonieën worden uitgebreid toegelicht, zoals onder andere de betekenis, de aanleiding, de gevoelens én vooral de worsteling van Mahler om alles wat hij wil en denkt in muziek om te zetten. Op zich een goed geschreven en enthousiasmerend boek. Je wordt nieuwsgierig naar de muziek van Mahler, wil gelijk gaan luisteren om zelf te horen hoe dat gedeelte wat zij beschrijft klinkt etc.
Maar... wat zonde dat het boek zo lelijk is uitgevoerd. Het is een pocket, wat ik storend vind bij een dergelijk boek. Zo'n boek pak je meerdere malen uit de kast om, 'al luisterend' te lezen wat de schrijfster over een bepaalde symfonie geschreven heeft. De bladspiegel is, vooral in het eerste deel, onaangenaam, de letters lopen erg ver door naar het midden van het boek. In het tweede deel is de marge, wonderbaarlijk genoeg, wat breder. De afbeeldingen zijn erg korrelig, het papier vrij grof en dankzij het kleine formaat van het boek komen de afbeeldingen en foto's ook niet tot hun recht. Het komt allemaal nogal goedkoop over en echt spotgoedkoop is het boek niet, ook niet erg duur overigens.
Een serie Grote Componisten op deze manier uitgevoerd is geen sieraad in je kast. Persoonlijk hecht ik belang aan goed uitgevoerde boeken. Zeker boeken die je vaker inkijkt, moeten voor mij minstens een hardcover hebben en beter gedrukt zijn dan dit boek. De uitvoering van dit boek doet al het werk van de schrijfster en de goede inhoud geen recht. Jammer!
ISBN 9789089751270 Paperback 222 pagina's | Schuyt & Co./ Just Publishers | december 2009
© Dettie, januari 2010
Lees de reacties op het forum, klik HIER
Nieuwe handen
Gerie Smit
Gerie Smit was vijftien toen ze in de nieuwjaarsnacht van 2001 met een vriendje in cafe het Hemeltje in Volendam stond te zoenen. Wat er toen gebeurde weten we allemaal... een verschrikkelijke brand met veertien doden en tientallen gewonden. Weken was het in het nieuws. Dit boek gaat vooral over wat er dáárna, uit ons zicht gebeurde.
Over maanden lang liggen in een ziekenhuis, de eerste tijd zelfs zonder dat je verteld word wat er aan de hand is, over operaties en infecties, over voor het eerst weer praten, eten, mensen zien.
Gerie Smit beschrijft haar hele ziekte- en herstel proces. Dat doet ze op nuchtere toon. Maar door het verhaal wat we inderdaad allemaal kennen, en doordat je al lezend weer ten volle beseft wát er toen precies gebeurd is, is het een indrukwekkend relaas.
Ook al doordat je beseft dat toen het bij ons na de eerste weken weer wat uit het nieuws was het dáár pas echt begon.
Het vallen en opstaan, de tegenslagen, het verwerken van wat er gebeurd is, en het, met wát er gebeurd is, je weg weer vinden in het leven.
Dat verwerken blijkt iedereen op zijn eigen manier te doen. Gerie leeft in constante staat van ruzie met met name de psychologische begeleiders, die vooral als ze haar totaal onvoorbereid foto’s van de operaties laten zien ook inderdaad wel her en der steken laten vallen. Als leek lijkt het me verder vooral een kwestie van individuele benadering... de een zal veel baat hebben bij praten en bij begeleiding, de ander zal dat liever op een andere manier of met andere mensen doen.
Mij bleef uit dit boek vooral ook dat ene meisje bij die weliswaar net niet zelf door de brand werd getroffen maar die wel in de weken daarna veertien begrafenissen heeft moeten bezoeken, en het ene na het andere slechtnieuws-telefoontje uit verschillende ziekenhuizen kreeg. Deze brand heeft letterlijk een heel dorp getroffen.
Al met al een boek wat indruk maakt. Geschreven vanuit de belevingswereld van een –toen- vijftienjarige, maar ondanks haar ernstige verwondingen en haar jonge leeftijd niet uit de slachtofferrol geschreven. Een strijdbaar boek.
ISBN 9789049998394 Paperback 222 pagina's Uitgeverij Truth or dare, november 2009
© Willeke, december 2009
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Johannes Verspronck en het meisje in het blauw
Rudi Ekkart
Johannes Verspronck (1600/1603 - 1662) was de oudste zoon van Cornelis Engelsz. Verspronck en Maritge Jansdr. Rodenrijsen. Vader was eveneens kunstschilder en schilderde voornamelijk keukenstillevens en protretten, waaronder enkele schuttersstukken. Aangenomen wordt dat Johannes bij zijn vader in de leer is geweest. In 1632 trad Johannes met zijn broer Jochem toe tot het schildersgilde St. Lucas, van Jochem is geen werk teruggevonden. De Versproncks waren katholiek en redelijk welvarend.
Johannes was een bescheiden man. Hij leidde het leven van een rustige, enigszins teruggetrokken burger.
Johannes was een tijdgenoot van Frans Hals hoewel deze laatste twintig jaar ouder was. Verspronck was samen met Hals en Jan de Bray toonaangevend in Haarlem in die tijd. Hij was een portretspecialist en er zijn ca. honderd portretten van hem bewaard gebleven. Duidelijk is dat Verspronck beïnvloed werd door Frans Hals en vermoed wordt dat Johannes ook in de leer bij Hals is geweest. Johannes heeft het zwierige van hals nooit kunnen evenaren maar kon wel meer gedetailleerd schilderen dan Frans Hals.
In dit boekje worden veel portretten van hem getoond waarvan vooral de groepsportretten Regentessen van het Elisabethgasthuis (16141) en Regentessen van het Weeshuis (1642) bekend zijn. Ook wordt werk van Frans Hals getoond om de invloed van hem op Verspronck aan te tonen.
Het meest bekend is Verspronck echter om zijn schilderij Meisje in het blauw dat pas in 1928 in het bezit van het Rijksmuseum kwam. Op de site van het Rijksmuseum staat deze beschrijving:
Een meisje in een blauwe jurk, geschilderd in 1641 door Johannes Verspronck. Verspronck was in die tijd een vooraanstaand portretschilder in Haarlem. 'Meisje in het blauw' is zijn bekendste werk en één van de meest geliefde kinderportretten uit de 17de eeuw. Het meisje is als een echte volwassene geportretteerd. Alleen haar kinderlijke gezichtje verraadt, dat ze toch niet veel ouder was dan een jaar of tien. Meisjes waren vroeger net zo gekleed als hun moeders. Wie dit meisje is, weten we niet, maar ze moet zeker van rijke komaf zijn geweest. Dat is te zien aan de met goudkant versierde japon, aan de overdaad aan juwelen en aan de veren waaier in haar hand.
Het schilderij springt misschien wel zo in het oog omdat het een kleurig schilderij is. Volwassenen werden altijd afgebeeld in het zwart. Maar naast de mooie kleur blauw van de kelding is ook de blik van het meisje is apart. Ze kijkt ondeugend, vrolijk, is echt een jong meisje ondanks de rijk versierde volwassen kelding dat ze draagt. In dit boekje worden ook infrarood opnames getoond zodat je kunt zien hoe Verspronck het schilderij heeft opgebouwd. Dat is natuurlijk altijd interessant om te zien. Verder wordt er feitelijk niet echt veel verteld over het meisje in het blauw. Wél over het hele werk van Johannes Verspronck; hoe hij zijn modellen positioneerde, hoe hij zijn schilderijen opzette en zijn werk wordt, in illustraties, vergeleken met dat van zijn tijdgenoten.
Opnieuw een uiterst aantrekkelijk en leerzaam boekje uit de serie Rijksmuseum uitgaven.
Zie ook http://www.rijksmuseum.nl (links boven het portret is een uitklapmenu waar meer informatie over het schilderij te lezen is)
ISBN 9789086890521 paperback met flappen 64 pagina's | Nieuw Amsterdam | juni 2009
© Dettie, maart 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Het water en de herinnering
Selma Leydesdorff
Compleet met kaart en foto's, met noten en bibliografie is dit boek een van de velen die vertellen over de watersnoodramp. Wie weet het niet? In de nacht van 31 januari op 1 februari werd Nederland getroffen door een ramp die zijn weerga niet kende. De werkwijze van Leydesdorff is het optekenen van de gebeurtenissen aan de hand van 'oral history'. Ze wil vooral het sociologische gezichtspunt duidelijk bezien, want getuigenissen worden gekleurd door de achtergrond van de verteller. Of je religieus bent of niet dat maakte juist in Zeeland in die tijd heel veel uit. Zag je de hand van God in het gebeurde, of vond je dat de overheid fout was geweest? Een verhaal wordt ook vervormd door wat de verteller misschien al in de krant gelezen heeft of wat men van anderen had gehoord. Selma Leydesdorff is er in gespecialiseerd om dan toch een beeld van de waarheid te krijgen.
Voor de watersnood was Zeeland grotendeels afgescheiden van de rest van Nederland. Het duurde drie uur voor men in Rotterdam was. Toen de Haringvlietbrug opengesteld werd, was dat teruggebracht tot drie kwartier! Dat was niet alleen voor de handelaren makkelijker, ook de jeugd zag ineens een compleet andere wereld voor hen opengaan. Het knusse van vroeger, toen iedereen iedereen kende en er 's avonds op de kaai gewandeld werd en gebabbeld over de dagelijkse dingen, het was verdwenen. Natuurlijk verwelkomde men over het algemeen de nieuwe welvaart, maar er bleef een heimwee naar vroeger.
Buiten Zeeland heeft men het idee dat het een periode van heldendom was, van Nederlanderschap, iets waar we trots op kunnen zijn en iets dat nooit meer zal gebeuren nu er immers het Deltaplan is. Het is evenwel ook de tijd geweest waarin de ware aard van de mens duidelijk werd: naast onverwachte helden waren er ook de lafaards, de egoïsten die door de mand vielen. Dit soort dingen wordt juist door de getuigenverklaringen heel duidelijk aan het licht gebracht.
Het gaat niet alleen over de tijd dat de ramp zich voltrok, het gaat ook over de evacuatie, over de terugkomst in een huis dat er nog half of misschien niet eens meer stond, de afschuw over de rommel en de modder, over
de verwoesting en het weer opbouwen, over de verwerking. Dorpen werden nooit meer zoals het geweest was. Sommigen zijn helemaal verdwenen.
In steden waren voor 1953 nog krotten. Die waren natuurlijk het eerst weg toen het water kwam, en ze zijn nooit meer teruggekomen. Kleine boerderijtjes waren verdwenen, er werd meteen maar herverkaveld. En omdat het ook de tijd was dat moderne machines hun intrede deden, moesten boeren (opnieuw) opgeleid worden. Opnieuw beginnen, dat gold voor de meeste Zeeuwen. Soms met uitkeringen van de overheid, soms ook niet. Zelfs de Kerk die eerder nogal zwaar was, veranderde. Het werd minder strak, en dat vonden de gelovigen niet altijd prettig.
Maar dat is wat er uit dit boek vooral naar voren komt: over hoe het tevoren was waren de meningen verdeeld. Misschien was het toch niet zo goed zoals het toen was? En erna? De een verwelkomde de vernieuwing waar de ander een heimwee naar vroeger had. Een boek dat een beeld geeft van de impact van de ramp aan de hand van feiten maar vooral aan de hand van de verhalen van gewone mensen.
Isbn 90 290 2771 1 paperback 303 pagina's Meulenhoff 1993
© Marjo, februari 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Scheepsbouw in perspectief
Werven in Nederland 1870-2009
onder redactie van: Jeroen ter Brugge (eindredactie), Elisabeth Spits en Gebrand Moeyes
Als je belangstelling voor schepen hebt dan volgt bijna automatisch belangstelling voor de plekken waar deze gemaakt zijn. Zelf ben ik opgegroeid in Amsterdam-Noord waar we als kind met de hele school naar de NDSM werf mochten toen er een mammoetanker door prinses Margriet gedoopt werd en te water werd gelaten.
De ADM en NDSM waren grote werkverschaffers. Na de fusie van de ADM met NDSM en de latere overname van Verolme volgden er vele ontslagen en akties waarvan ik me de spanning voor de mensen die bij de werven werkten nog herinner.
Naderhand heb ik van vrij nabij de bouw van de replica van de De Amsterdam, het spiegeschip van de VOC, gevolgd. Ook het kleine werfje aan de Hoogtekadijk in Amsterdam heb ik vaak bezocht, alleen om te kijken en de speciale geur te ruiken. Dit boek moest ik dan ook hebben.
In deze uitgave van het Maritiem Museum Rotterdam en het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam schetsen vooraanstaande maritiem-historici, onder wie medewerkers van beide musea, een gevarieerd beeld van de Nederlandse scheepsbouw.
staat te lezen op de flaptekst.
In het boek worden o.a. de grote werven besproken zoals Wilton-Feijenoord in Schiedam, Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' maar ook de kleinschalige Friese scheepsbouw en de betrekkelijk kleine Scheepswerf J.Vos & Zoon te Groningen.
Elke werf wordt vanuit verschillende gezichtspunten bekeken. Allereerst de ligging en de ontwikkeling van de werf, vanaf de oprichting tot nu. Dan de aard van de schepen; van skûtsjes tot mammoettankers.
Opvallend is hoe er gewoekerd moest worden met de werfruimte, vooral na de oorlog toen de schepen groter werden.
Bij elke werf wordt eveneens vermeld hoe het bedrijf voor het personeel was. Vaak waren er goede regelingen getroffen. Wat ook bijzonder in dit boek is, is dat van elke werf een foto gemaakt is door Eric van Straaten vanaf hetzelfde punt waarvan een afbeelding bestond van ca. vijftig jaar of langer geleden.
Sommige werven zijn onherkenbaar veranderd in bijv. moderne woonwijken of winkelcomplexen maar andere zijn nauwelijks veranderd zoals bijv. Scheepswerf Draaisma in Franeker.
De werven waren opvallend sociaal voor de arbeiders. De opleidingen waren goed, er werd gezorgd voor woningen en er werden veel verenigingen opgericht, waarvan enkele nu nog bestaan. Veelal was er een goede ziekteverzekering. Ook kinderen werkten een flink aantal uren minder dan bij andere werkgevers. De meeste werknemers voelden zich ook enorm verbonden aan 'hun' werf en de directeur. In Groningen werkte iemand zelfs 52 jaar op de werf, toen hij met pensioen kon wilde hij toch graag het schip waar aan gebouwd werd afmaken. De boekhoudster van diezelfde werf werkte van 1915 tot 1964 op het werfkantoor.
Ook de huidige tijd en de problemen die de werven ondervonden en ondervinden worden uitvoerig besproken.
De verhalen over alle werven zijn in een prettige en informatieve stijl geschreven door Jeroen ter Brugge, Henk Dessens, Wouter Heijveld, Wicher Kerkmeijer, Jur Kingma, Joke Korteweg, Gerbrand Moeyes, Frits Niemeijer, Meindert Seffinga, Elisabeth Spits, Ernst Weber en Hans Wijn.
Naast deze schriftelijk informatie is het boek voorzien van schitterende foto's van toen en nu.
Een mooi boek voor mensen die geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van de scheepvaart en wat Nederlandse scheepswerven zowel politiek, maatschappelijk als sociaal betekenden.
ISBN 9789057305863 rijk geïllustreerd in kleur, genaaid gebrocheerd, 128 pagina's Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, november 2009
Dettie, februari 2010
Lees de reacties op het forum, klik HIER
Hoezo mislukt?
de nuchtere feiten over de integratie van Nederland
Frans Verhagen
Dit boek gaat over de vraag of de integratie van allochtonen nu wel of niet gelukt is. De titel geeft eigenlijk het antwoord al Hoezo mislukt?
Behalve door de titel geeft de schrijver op de cover meteen al een statement, althans ik ontkwam niet aan de associatie, de cover deed mij namelijk meteen denken aan een ander boek over die onderwerp; Het land van aankomst van Paul Scheffer. Op de cover bij Scheffer staat één wit schaap treurig in de witte mist. Op de cover van Verhagen staan ook schapen, zonder mist, met een blauwe lucht en een enkele wolk, en de witte en zwarte, en zwart met witte schapen staan gemoedelijk door elkaar. Komt nog bij dat in het boek herhaaldelijk verwezen word naar het boek van Scheffer, en het boek leest als een weerwoord op dat boek.
Het moge op de cover dus al duidelijk zijn; Verhagen denk een stuk optimistischer over de integratie dan Scheffer. En hij onderbouwt dit met veel cijfers en statistieken, cijfers, die zoals hij zelf zegt een stuk minder snel de krantenkoppen halen dan het slechte nieuws wat wel vaak op de voorpagina belandt.
Verhagen begint met de constatering dat wat betref de integratie van de eerste generatie, met hun specifieke geschiedenis, eigenlijk niets meer te verwachten valt. Maar betoogt meteen, en eigenlijk het hele boek door, dat de tweede generatie het eigenlijk voor een groot deel, opvallend goed doet. Zeker als je hun prestaties legt naast autochtone kinderen met ouders van het zelfde opleidingsniveau. Dan doen ze het zelfs vaak beter. Ook op de werkvloer en na universitaire opleidingen vinden velen hun weg.
Natuurlijk zijn er nog veel uitvallers en nog veel problemen, die ook met name genoemd worden, maar er zit beweging in, de goede kant op.
Af en toe vond ik het boek nog iets te “soft”... je zult maar in een slechte wijk wonen en dagelijks overlast ervaren of je onveilig voelen, dan kijk je vermoedelijk toch iets anders tegen al deze optimistische conclusies aan, maar ik vond ik al het huidige politieke geschreeuw dit boek ook wel weer een verademing. En als je Marco Pastors het voorwoord laat schrijven die, ik citeer, vind “dat Frans Verhagen blij mag zijn dat we vrijheid van meningsuiting hebben en de beschaving ook onzin in boekvorm weet uit te brengen”,
Kijk dan heb je lef, en humor, en kan je nauwelijks verweten worden dat je een al te politiek correct boek hebt geschreven.
© Willeke, februari 2010
ISBN 9789046806340 Paperback 240 pagina's uitgeverij Nieuw Amsterdam, januari 2010
Zie ook uitg. Nieuw Amsterdam Frans Verhagen
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
J’ai quinze ans et je ne veux pas mourir
(Ik ben vijftien jaar en wil niet sterven)
Christine Arnothy
Christine, enig kind, leesbeest en dromer, is best gelukkig. Maar dan is daar de oorlog, die zich ook in Hongarije stevig laat voelen. Veroordeeld tot een leven in een de donkere kelders van het appartementsgebouw waar ze woonden, met boven hun hoofden de stad die platgebombardeerd wordt en verder heel dicht op de lippen van hun buren, proberen ze in de eerste plaats te overleven. Met weinig tot niets. Mensen laten zich van hun mooiste en hun lelijkste kant zien.
Verder is er angst. Angst voor de bommen, angst voor de Russen. Angst voor de dood die op de loer ligt in honger, dorst en verraad. Christine en haar ouders overleven het, maar dan begint hun lijdensweg pas echt: proberen een veilig dak boven je hoofd te vinden, nergens lang kunnen blijven, je lot in de handen moeten leggen van mensen die je niet kent. Haar levenslustige ouders lijken elke minuut ouder te worden en ook
Christine beseft maar al te goed dat er al lang geen tijd of plaats meer is om nog langer kind te zijn.
In het vervolg (dat onder dezelfde kaft huist) wordt Christine inwendig steeds opstandiger. Ze wil graag
schrijven en verlangt boven alles naar de liefde. Ze ziet echter geen kansen om gelukkig te worden met
iemand van wie ze houdt en al haar opgekropte liefde smaakt bitter. Op een zeker moment komt daar
ook nog eens haar kinderwens in volle hevigheid opzetten. Ze weet dat ze weg moet vanonder de
immer bezorgde blik van haar ouders, die ze ontzettend graag ziet, maar als verstikkend begint te
ervaren. Dus beproeft ze haar geluk elders, in Frankrijk, als één van de velen in een enorme vloot
kindermeisjes. Ze vindt er de liefde, of dat houdt ze zich tenminste voor, en komt tot de conclusie dat al
het moois in haar hoofd toch veraf staat van de harde realiteit.
Dit is een erg harde autobiografie. Oorlogsverhalen zijn altijd schokkend, maar in elk woord proef je hier
de opstandigheid van een jonge vrouw die ontzettend veel meer in haar mars heeft dan ze in de
gegeven omstandigheden kan laten zien. Inmiddels heeft Arnothy een stevig palmares opgebouwd en is
ze er wellicht in geslaagd die droom te verwezenlijken: schrijfster worden. Ik heb haar andere boeken
(nog) niet gelezen, maar vraag me af of daar dezelfde toon in schuilt. Omdat het hier om een
autobiografie gaat, vermoed ik dat de bitterheid misschien niet overal doorheen sijpelt (wat wel een
gedreven verhaal oplevert), maar het laat in elk geval duidelijk voelen dat het pad niet over rozen is
gegaan. Dat soort rauwheid maakt het boek tot een sterke getuigenis, een getuigenis die blijft hangen.
In 1955 voor het eerst gepubliceerd, in 1964 in het Nederlands uitgegeven door uitgeverij Ad Donker
De Nederlandse versie is alleen nog via antiquariaten te verkrijgen.
De Franse versie is nog wel te koop
Le Livre de Poche, 1971 285 p. ISBN 978-22-530-0322-9
© Elvira, februari 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Niemand weet waar ik ben
Julia Samuël & Elise G. Lengkeek
Elke 5 seconden sterft een kind in Afrika aan malaria.
'Het maakt niet uit wat voor tegenslag je is overkomen, hoe afschuwelijk ook. Het gaat er uiteindelijk om dat je bereid bent jezelf de vraag te stellen: hoe overleef ik dit? Hoe ga ik ermee om?'
Een citaat uit het boek Niemand weet waar ik ben van Julia Samuël. Zij was presentatrice en producer bij Veronica en maakt in november 1999 voor het eerst een reis naar Afrika om een documentaire te maken over David Robertson en zijn strijd tegen malaria. Hij reist al sinds 1988 door Afrika waar hij de verwoestingen die malaria aanricht vastlegt op film en video. Hiermee vraagt hij bij o.a. WHO (World Health Organisation) en andere organisaties en landen in de wereld aandacht voor deze dodelijke ziekte die de grootste bedreiging vormt in Afrika. Vanaf dit moment zet het duo zich met hart en ziel in voor dit werk. Het boek is een indrukwekkend verslag van deze en volgende reizen van Julia en David Robertson door grote delen van Afrika. Overal waar ze komen worden ze geconfronteerd met de verschrikkingen van malaria en ze proberen er steeds meer tegen te doen: ze delen geïmpregneerde klamboes uit en leren de plaatselijke bevolking hoe hiermee om te gaan. Ze geven medicijnen en lessen in hygiëne. Vaak komen ze te laat; Julia beschrijft in het boek ook hartverscheurende taferelen van zieke, stervende kinderen voor wie geen hulp meer is. Ook zijn de reizen niet zonder gevaar: ze verdwalen in de woestijn en worden achtervolgd door rovers. Hoewel ze er niet zonder kleerscheuren vanaf komen, zien ze geen reden met hun werk te stoppen.
Wanneer Julia wordt getroffen door kanker wordt ze gedwongen naar Nederland terug te keren. De keerzijde is confronterend: zij kan naar een goed ziekenhuis met goede medicijnen en voldoende hulp. Toch blijft Afrika knagen en ondanks haar ziekte besluit ze terug te gaan om haar werk voor Drive Against Malaria weer op te pakken. Vanaf 2007 zet zij zich full-time voor deze organisatie in.
Drive Against Malaria is in 1998 door David Robertson opgericht om aandacht te vragen voor deze ziekte en om kleinschalige hulp te geven aan de allerarmsten, die vaak het hardst worden getroffen. Nederlandse website: www.driveagainstmalaria.nl
Ik wilde het boek graag lezen omdat ik zomer 2009 een interessant interview met Julia heb gezien op TV tijdens het programma On Air van Harm Edens. Het boek is erg mooi en indrukwekkend en geschreven in een recht voor zijn raap stijl; zonder zelfmedelijden en met een groot open oog voor de mensen in Afrika.
Ik kan alleen maar zeggen: lees dit boek!
ISBN: 9789049998493 Paperback, 253 pagina's, Uitgeverij: Truth&Dare oktober 2009
Joanazinha, januari 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER