Nieuwe recensies Non-fictie

hspace="15"Sara en Liv
Suzan Hilhorst


Sommige boeken raken me tot in het diepst van mijn ziel. Omdat ze waargebeurd zijn of omdat ze ronduit prachtig zijn geschreven. Voor het debuut Sara en Liv gelden beide argumenten. In dit boek vertelt verslaggever en programmamaker Suzan Hilhorst haar hartverscheurende verhaal. Suzan is moeder van drie kinderen, waarvan haar jongste twee niet meer in leven zijn. Wat begon als een sprookje, eindigde in totale verslagenheid.


Wanneer alles zo’n acht jaar geleden tijdens een rondreis in Nicaragua in het honderd loopt, heeft dat voor Suzan onverwacht prettige gevolgen. Ze leert de Zweed Jens kennen. Tijdens de rest van de reis wordt duidelijk dat ze bij elkaar horen en twee jaar later verhuist Jens voorgoed naar Nederland. Een jaar later wordt hun zoon Nils geboren. Het leven is heerlijk. Een onuitputtelijke bron van vreugde.


De komst van dochter Sara laat even op zich wachten maar wanneer ze zich eindelijk bij Suzan, Jens en Nils voegt, is hun geluk compleet. Twee verliefde ouders, een zoon en een dochter. Het geeft Suzan een gevoel van pure verwondering en dankbaarheid. Wat kan een mens innig tevreden zijn.


Het geluk droop van ons af, vormde een stroperige massa onder onze voeten, en maakte het lopen bijna onmogelijk.”


Na een paar weken gaat het mis. Het hart van de kleine Sara klopt niet goed. Ze wordt naar het Sophia kinderziekenhuis in Rotterdam gebracht, waar haar totaal ontredderde ouders hun uiterste best doen hun kleine meisje van hun liefde en steun te overtuigen.


Voorzichtig streelden ze die avond mijn huid, daar waar die vrij was van pleisters en injectienaalden. Zachtjes fluisterden ze in mijn oor, kamden met trillende vingers mijn dunne haar. Ze zongen voor me, behoedzaam, zodat mijn bloeddruk niet te snel omhoog zou schieten. Net zo lang tot ik weer hun kind werd, al moesten ze me delen met de artsen en verpleegkundigen.


Sara blijft knokken maar ze balanceert regelmatig op het randje van de dood. Er wordt voorzichtig over een harttransplantatie gesproken. Moeten Suzan en Jens werkelijk over het lot van hun kind beslissen? Sara zou de jongste baby in Nederland zijn die een dergelijke operatie zou ondergaan en het was niet zeker of ze het zou overleven.


Ineens lag haar leven in onze handen. Was het aan ons, om haar de kans te geven op te groeien. Ouder te worden, te ontdekken wie ze was. Ineens leek haar dood een keuze, een keuze die wij moesten maken.


Suzan wordt letterlijk ziek van angst en loopt een darmkoliek op. Ze probeert beter voor zichzelf te zorgen maar weigert haar kind minder te zien. Sara is inmiddels op een hart-longmachine aangesloten. En dan komt het verpletterende nieuws. Er hoeft niet langer gewikt en gewogen te worden. Het lot van Sara ligt niet langer in hun handen en ook niet in die van de artsen. Er is een bloedprop ontdekt. Een enorme bloedprop, bij Sara’s hart. De artsen kunnen niks meer voor haar doen.


Ik kan me niet voorstellen hoe het moet zijn geweest voor Suzan en Jens om hun kindje te verliezen. Wekenlang klampten ze zich stevig aan een piepklein sprankje hoop vast om uiteindelijk los te moeten laten. Waarom moet een onschuldige baby al zo snel weer afscheid van het leven nemen? Voor mij als lezer is het bijna niet te bevatten en mijn verslagenheid is maar een splinter van het allesoverheersende verdriet dat Suzan en Jens moeten hebben ervaren.


Toen hun dochter Liv werd geboren, was zij beslist geen vervanging voor Sara. Ze was een nieuw wonder. Een kindje dat met evenveel liefde werd verwelkomd. Wat Sara was overkomen, zou niet nog een keer gebeuren. Dat hadden de artsen hen verzekerd. Maar het ondenkbare gebeurt toch. Ook Liv komt te overlijden. Twee meisjes, twee innig geliefde meisjes, zijn zomaar uit het leven weggerukt.


Met Sara en Liv verschaft Suzan Hilhorst de lezer een kijkje in haar ziel. De mooist geschreven fragmenten uit het verhaal heb ik bewust niet geciteerd, omdat ik ze niet uit de context wilde wegrukken. Denk niet dat ik alles al heb verklapt, want de woorden van Suzan vallen niet even snel samen te vatten. Dat wil ik ook niet. Dit boek moet je beslist zelf lezen. Het verhaal is een mengeling van poëzie, rauwe emoties en pure, allesoverheersende liefde. Suzan beschrijft niet alleen haar eigen gevoelens maar ook die van Sara. Heel overtuigend heeft ze de gevoelens en onschuld van het ernstig zieke meisje in woorden omgezet. Het is de intense band tussen moeder en kind die dit mogelijk heeft gemaakt.


Ik kan alleen maar hopen dat het schrijven van dit prachtige boek een heel, heel klein beetje verdriet van Suzan heeft weggenomen. Dat het haar troost heeft geboden. Misschien dat wij als lezers allemaal een flintertje van Suzans verdriet mogen absorberen, zodat zij net genoeg kracht zal vinden door te gaan.


ISBN 9789048839667 | hardcover | 192 pagina's | Hollands Diep | mei 2017

© Annemarie, 25 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
The golden years of Dutch pop music
Robert Haagsma


Ondanks de Engelse titel is dit echt een Nederlands boek. Het maakt in zekere zin deel uit van de gelijknamige serie CD's en ook dit boek bevat een CD, waarover aan het eind wat meer.

Na een leuk voorwoord van Dave von Raven (Zanger van de Rotterdamse groep The Kik, die z'n naam dankt aan de Haagse groep de Kick, die beroemd en berucht was in Den Haag en omstreken. Een aantal leden van de groep doken later op in bekendere bands, als Q65 en Shocking Blue) en een inleiding, waarin in het kort de opkomst van diverse Nederlandse bands in de tweede helft van de jaren 60 wordt beschreven, volgen verhalen over de geschiedenis van verschillende bands, terwijl er ook wat verhalen in staan over andere aspecten die van belang waren, zoals Veronica, Jaques Senf (een manager en concertorganisator, wiens belang voor de Haagse beatmuziek niet kan worden onderschat, hetgeen wordt geïllustreerd door de eretitel 'beatkoning van Den Haag) en festivals.


De verhalen vind ik een beetje het equivalent van de korte documentaires, die altijd te zien zijn in het programma 'Top 2000 a gogo'. Het zijn niet altijd uitgebreide biografieën, maar persoonlijke verhalen van leden van de diverse groepen. Je kan lezen wat er zoal mis kan gaan en hoe sommige groepen hun zaken op orde hadden, of kregen. Het bevat ook de nodige leuke anekdotes. Al met al heel interessant leesvoer voor iedereen die de Nederlandse popmuziek een warm hart toedraagt. In het boek staan ook nog 3 lijstjes: met de 33 essentiële nederpopalbums, allemaal voorzien van een toelichting, 45 essentiële nederpopsingles en 13 singels uit het rariteitenkabinet van de nederpop, wederom allemaal voorzien van een toelichting.

Als kers op de taart is er nog een CD toegevoegd met muziek van diverse groepen uit de jaren 60. - De enige uitzondering is het nummer 'Lyrics' van Kayak, uit 1973. Waarom dat nummer op de CD staat, is mij een raadsel. De groep komt niet in het boek voor en het is het enige nummer op de CD, dat na 1970 is opgenomen. - Van de 18 groepen op de CD, staan er 14 ook in het boek en de CD geeft een aardig overzicht van de Nederlandse popmuziek uit de jaren 60.

ISBN 9789000350087 | Hardcover | 256 pagina's | NUR 660 | Spectrum Unieboek | oktober 2016

© Renate, 20 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
 

altStephanie & Esther
een sprookje uit de Limburgse heuvels in 57 foto's en 21 verhalen
Foto’s van Nicole Bolton
Tekst van Ad Fransen


Stephanie en Esther zijn voor de meeste Limburgers geen onbekenden. Met zijn tweeën vormen zij een beroemd travestietenstel.


Stephan en Fons zijn allebei getrouwd geweest en hebben kinderen, maar het geluk vonden zij pas toen ze elkaar ontmoetten en eindelijk zichzelf konden zijn. Tevoren vertoonden zij zich ook wel als vrouw, vooral Stephanie, maar dat was veelal in het uitgaansleven, en op de bühne. 


Elkaar ontmoeten was het beste dat hen kon overkomen. Allebei verkeerden ze in een ietwat penibele financiële situatie en al snel woonden ze bij elkaar. Nu inmiddels zijn ze al zo’n 15 jaar samen. Stephanie zou dat graag bezegelen met een huwelijk, maar Fons vindt één keer getrouwd zijn wel genoeg. Samen praten ze over de reacties van hun familie en omgeving, toen zij er voor uit kwamen dat zij liever vrouw waren dan man. In het vraaggesprek dat Ad Fransen optekende geeft vooral Stephanie zich bloot. Heel openhartig en eerlijk vertelt zij over haar leven, dat bepaald niet makkelijk was. Daardoor stelt zij zich erg kwetsbaar op, maar ze weet: zolang ze Fons heeft kan ze sterk zijn. Hij is haar steun en toeverlaat - en mantelzorger, terwijl Fons aangeeft dat hij zonder Stephanie niets zou zijn.


Stephanie: ‘Nou ja, in gewone cafés zijn het soms weer de vrouwen die kwaad op me worden. Omdat ik alle aandacht krijg van de kerels van hun. Dan is mijn dag weer goed. Ik roep altijd maar: ’Een knappe vrouw heeft een staart.’ Zo is het toch? Maar die vrouwen zitten maar te zeiken over mijn rok of decolleté. ‘De mannen kunnen zo bij je naar binnen kijken,’ zeggen ze dan met ’n vies gezicht. Dan antwoord ik: ‘Is ook de bedoeling.’


Twee travestieten, die een inkijkje geven in hun leven. Dat is al erg moedig. Ook heeft de pastoor hen zijn zegen gegeven!


Maar de foto’s die Nicole Bolton maakte zijn meer dan een illustratie bij het verhaal. Nog meer dan met de tekst geven Stephanie en Fons zich daarop bloot. Prachtige intieme foto’s, waarop niets verhuld wordt. Het is een indringend fotoboek, over twee moedige mensen van wie menig Nederlander nog wat kan leren.

Daniel Knoot heeft een korte documentaire gemaakt ter promotie van onderhavige fotoboek dat uitgebracht wordt, met gelijke titel.

https://yornheijnenfilms.com/home/stephanie-esther


ISBN 9789079226368 | paperback | 80 pagina's | Leon van Dorp | maart 2017

© Marjo, 18 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

George Michael
Rob Jovanovic


De auteur van dit boek lijkt het verhaal over George Michael (eigenlijke naam Georgios Kyriacos Panayiotou) al in 2006 geschreven te hebben, maar na het te vroege overlijden van deze zanger en songschrijver is het verhaal aangevuld. Het is een interessant boek over een man die het niet altijd gemakkelijk heeft gehad. George Michael wilde beroemd worden en dat lukte hem ook, maar het bracht hem weliswaar rijkdom, maar niet altijd evenveel geluk. Het boek is geen hagiografie geworden, maar laat ook duidelijk Michaels problemen zien. Desondanks komt hij uit deze biografie naar voren als een sympathiek mens, die veel voor z'n medemensen over had.


Het verhaal begint met z'n jeugd en de achtergrond van z'n familie. Hij ontmoet Andrew Ridgeley, met wie hij later Wham! zal vormen op de middelbare school in Bushey, waar de laatste, op het moment dat de klassenlerares vraagt wie zich over de nieuwkomer wil ontfermen om hem wegwijs te maken z'n hand opsteekt. Zo begint een vriendschap tussen de onzekere Georgios en de zelfverzekerde en sociale Andrew. Een vriendschap die niet echt wordt gewaardeerd door de ouders van Georgios, die het idee hebben dat Andrew een negatieve invloed op hun zoon heeft.


Het boek verhaalt ook over het privéleven van George Michael, zonder dat het de lezer het gevoel geeft dat het een roddelverhaal wordt. Daarvoor gaat het ook niet diep genoeg op de problemen in. Het is een integer geschreven verhaal, zonder zucht naar sensatie, ook al vertelt het ook over de problemen die George heeft met drugs- en medicijngebruik. Het boek gaat ook in op de muziek en beschrijft een aantal van de videoclips, terwijl er natuurlijk ook aandacht is voor de seksualiteit van het onderwerp, iets waarmee hij ook een paar keer in de problemen is geraakt.


Ieder hoofdstuk begint met de definities van het titelwoord. Dat had wat mij betreft wel weggelaten kunnen worden, omdat het voor mij niets aan het verhaal toevoegt. De citaten van George Michael zijn wel de moeite waard.
Aan het eind van het boek staat ook nog wat er van de verschillende personen is geworden. Wat ik misschien een beetje mis is een bronvermelding voor het een en ander.


ISBN 978 94 0160 698 1 | Paperback | 247 pagina's | NUR 320 | Uitgeverij Xander | maart 2017
Vertaald door Robert Neugarten

© Renate, 15 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Moskouse nachten
Hoe een man en zijn piano de Koude Oorlog veranderden
Nigel Cliff


Een boek met een lovend citaat van Paul Witteman op de voorkant en nog een lovende aanbeveling van deze presentator op de achterkant, hoe kun je daar nog kritiek op leveren?


Het boek begint na een inleiding over de aankomst van Van Cliburn in de VS na het winnen van het eerste internationale Tsjaikovski Concours, met een Prelude in 2 delen, over de componisten Tsjaikovski (wiens eerste pianoconcert een belangrijke rol speelt in dit boek) en Rachmaninov, waarmee we direct een link hebben tussen Rusland, waarnaar Tsjaikovski uiteindelijk na het vieren van successen in Amerika terugkeerde, en Amerika, waar Rachmaninov naar toe vluchtte, na het aan de macht komen van de bolsjewieken en waar hij triomfen vierde.


De volgende twee hoofdstukken verhalen over de geboorte en de studietijd van Van Cliburn en daarna komt een hoofdstuk over de dood van Stalin en het aan de macht komen van Chroesjtjov. Hierna komt het een en ander samen en lezen we hoe Van Cliburn het eerste internationale Tsjaikovski Concours wint en hoe hij door z'n liefde voor de Russische muziek een idool in de Sovjet-Unie wordt. Hij speelt bij ontmoetingen tussen de presidenten van de VS en de Sovjet-Unie een belangrijke rol en weet uiteindelijk zelfs het ijs te breken bij de topontmoeting tussen Gorbatsjov en Reagan.


In het boek is ook nog wat ruimte voor het verhaal hoe het een van de Chinese deelnemers aan het eerste internationale Tsjaikovski Concours verging ten tijde van de Chinese Culturele Revolutie. Dit verhaal lijkt vooral bedoeld te zijn om te illustreren dat de onderdrukking in China nog erger was dan die in de Sovjet-Unie. Een opvallend detail in het boek vind ik overigens wel dat men het ergens heeft over de langharige pianist, terwijl ik van geen een foto in het boek kan zeggen dat Van Cliburn lang haar had, al is z'n kapsel misschien wel wat hoog. We zullen het maar zien als een veranderende tijd.


Het boek lijkt een beetje op twee gedachten te hinken. Is het een biografie van Van Cliburn? In zekere zin wel, het verhaal begint na de Prelude met de geboorte van deze pianist en het eindigt met z'n overlijden. Maar als je alleen naar het biografische deel kijkt, zou het misschien toch wel erg beknopt zijn. Is het dan een geschiedenisboek? Misschien wel, want een belangrijk deel van het verhaal gaat over de koude oorlog en dat begint bij de dood van Stalin en het aan de macht komen van Chroesjtjov en eindigt min of meer bij de topontmoeting van Gorbatsjov en Reagan.


De auteur heeft deze twee samengesmeed tot een bijzonder interessant geheel, dat zowel voor muziekliefhebbers, als voor de geïnteresseerden in de geschiedenis van de koude oorlog de moeite waard is. De rol die Van Cliburn in de beëindiging van de Koude Oorlog heeft gespeeld, valt misschien niet te onderschatten, als je dit boek moet geloven.

- Helaas heb ik wel wat kritiek want dit interessante boek wordt wel ontsierd door wat slordigheden. Zo is er op pagina 292 sprake van het spionagevliegtuig U-2, dat op ruim 2 kilometer hoogte vliegt, terwijl dat 20 kilometer moet zijn.
Op pagina 339 staat de volgende zin: "Hij verklaarde ondubbelzinnig dat '[h]et beleid van dit land zal zijn om iedere kernraket die vanuit Cuba gelanceerd wordt tegen enig land op het westelijk halfrond, te beschouwen als een aanval door de Sovjet-Unie op de Verenigde Staten, die een grootscheepse vergeldingsactie tegen de Sovjet-Unie vereist.'" De vraag is waarom de h in het tussen haakjes staat.
Op pagina 358 staat ook een zin waar volgens mij het woord 'niet' niet in thuis hoort. Het gaat om de volgende zin: De Shook-Up Generation van New York en de Beat Generation van San Francisco hadden niet hun verveelde, cynische tegenvoeters in de Sovjet-unie, die opgevoed waren in het marxisme-leninisme, maar de partij tot wanhoop dreven.

En van de noten achterin het boek word ik eerlijk gezegd helemaal wanhopig. In de tekst staan geen verwijzingen naar de noten, maar in de noten staan verwijzingen naar de tekst, waarop het een en ander betrekking heeft. De noten staan per hoofdstuk en dan staat er een paginanummer met een deel van de tekst waar de noot betrekking op heeft. Helaas is het hierbij flink mis gegaan. Waarschijnlijk heeft men verzuimd de nummers van de pagina's aan te passen aan de Nederlandse vertaling, waardoor het een en ander steeds verder uit elkaar loopt en er regelmatig tekst van noten met hetzelfde paginanummer in de tekst op verschillende pagina's staat.  En ook in de noten zijn enkele slordigheden geslopen.


Een voorbeeld: Op pagina 13 is sprake van een Weense criticus, die negatief oordeelt over de muziek van Tsjaikovski. Bij de noot die hierop betrekking heeft en die verwijst naar de tekst op pagina 5 staat dat deze criticus Eduard Hanslick is, die het een en ander schreef zin z'n recensie van de première van Tsjaikovksi's (een kleine spelfout, want het moet natuurlijk Tsjaikovski's zijn) vioolconcert in de Neue Freie Presse van 5 december 1981. Dit moet natuurlijk 1881 zijn, want de bewuste criticus overleed in 1904.
En zo zijn er meerdere onzorgvuldigheden te melden. En dat is jammer. -


ISBN 9789000355327 | Hardcover | 544 pagina's | NUR 320 | Uitgeverij Spectrum | april 2017
Vertaald door Conny Sykora en Vera Sykora.

Renate, 10 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ze kwamen op motorfietsen
ontsnapt aan Boko Haram
Andrea C. Hoffmann en Patience I.


Dit waargebeurde verhaal speelt zich af in Nigeria, een land wat al jarenlang in het nieuws is door moorden en ontvoeringen door de terroristische islamitische militie Boko Haram. De laatste jaren trokken vooral de ontvoerde schoolmeisje van Chibok de aandacht. Er kwam een wereldwijde actie op twitter op gang, # Bring back our girls, gesteund door Michella Obama. Nog maar een klein deel van deze meisjes is terug, maar minder bekend is dat los van deze meisjes nog steeds vele duizenden meisjes ontvoerd worden. Systematisch worden dorpen binnengevallen en de mannen, vaders en broers gedood. De vrouwen en meisjes worden meegenomen om uitgehuwelijkt te worden aan Boko Haram strijders en nieuwe islamitische krijgers voort te brengen. Ze worden in kampen ondergebracht en ondergaan een Islamitische hersenspoeling om een geschikte bruid te worden.


In dit boek vertelt de zeventienjarige Patience haar verhaal aan de Duitse  journaliste Andrea C. Hoffmann. Het is een verhaal wat je, juist door de bijna onderkoelde toon, vanaf het begin bij de strot grijpt.


Patience haar eerste man wordt vrij snel na hun huwelijk door Boko Haram vermoord, waardoor ze als weduwe terugkeert naar het ouderlijk huis en haar oude dorp. Een zeer lage en kwetsbare status en weinig aantrekkelijk voor nieuwe huwelijkskandidaten. Toch komt er een nieuwe man die belangstelling voor haar heeft. Hij blijkt getrouwd, ze wordt zijn tweede vrouw, maar ondanks haar eerste teleurstelling dat hij al getrouwd is, is ze blij met haar positie, die beter is dan als weduwe. Bovendien zijn de twee zeer gek op elkaar. Het noodlot slaat echter wederom toe. Als Patience in haar oude dorp is, valt Boko Haram ook dit dorp binnen. Haar moeder, en naar later blijkt haar hele familie, wordt vermoord en zijzelf  wordt ontvoerd en naar een kamp gebracht om uitgehuwelijkt te worden. Patience weet dan al dat ze zwanger is van haar man. Vrij snel na haar ontvoering ziet ze wat Boko Haram met zwangere vrouwen doet, te gruwelijk om hier te verwoorden, en ze wil haar kind koste wat kost beschermen. Ze weet op miraculeuze wijze, met hulp van een Boko Haram bewaker, te ontsnappen en komt zelfs haar man weer tegen.


Maar opnieuw slaat het noodlot toe en wordt ze ontvoerd, weer weet ze te ontsnappen en zelfs met een paar medegevangenen over de grens van Kameroen te komen. Wéér ontmoet ze haar man en even denk je dat alles nu toch nog “goed” gaat komen als ze hoogzwanger met hem verenigd wordt. Maar dan valt Boko Haram zelfs  dit kamp over de grens binnen en wordt ook haar tweede man onthoofd. Patience vlucht hoogzwanger en getraumatiseerd de jungle in.


Serie’s op tv hebben vaak een disclamer bij geweld en gruwel, dit boek zou dat eigenlijk ook moeten hebben, om argeloze lezers gruwelijkheden te besparen die ze niet snel meer van hun netvlies zullen krijgen. Er worden detaillistisch moorden, verkrachtingen en gruwelijke slachtpartijen beschreven en er wordt meerdere malen gesproken over kannibalisme. Ik heb regelmatig met lezen moeten stoppen en het even moeten wegleggen voor ik weer verder kon. Tegelijkertijd verdient dit boek, juist door alle gruwelijkheden juist heel veel publiciteit, aanbeveling en véél lezers.


Want dit gebeurt nú, anno 2017, terwijl wij leven. Dat maakt je bijna gek van machteloosheid als je het leest, omdat wij het met elkaar al die jaren dat het al bezig is niet hebben kunnen stoppen. Tegelijkertijd doordringt het je diep van het besef dat verhalen als deze verteld en gepubliceerd móeten blijven. Nog meer en nog uitgebreider dan het nu gebeurt wat mij betreft. Kranten en nieuwsmedia zouden er aandacht aan moeten blijven besteden. Om vrouwen als Patience recht te doen, maar ook omdat publiciteit soms wél krachten in werking zet. Bovendien móet de schijnwerper  in deze wereld waar zoveel tegelijkertijd gebeurt ook op Nigeria gericht blijven, omdat er nog zoveel meisjes en vrouwen, waaronder het grootste deel van  de ontvoerde meisjes van Chibok ,nog niet terug zijn.


Wat helpt bij de publiciteit en bekendheid van dit boek, denk ik, is dat het de schrijver kreeg die het verdiende. Te vaak gaan dit soort boeken ten onder aan goedbedoeld, maar slecht schrijverschap maar dat is hier zeker niet het geval. Integendeel.  Andrea C. Hoffmann is een gerenommeerd journalist en Afrika-kenner en dat merk je in dit boek. Ze schreef het samen met Patience, wat het ontzettend indringend en persoonlijk maakt, maar tegelijkertijd is het van een goede journalistieke en geschiedkundige context voorzien. Het  schets een goed beeld van  het hier en nu, maar ook van hoe Nigeria was voor Boko Haram aan de macht kwam en hoe Christenen en Islamieten als buren in alle vrede samenleven. Bovendien is het erg goed geschreven.


Dat maakt het in combinatie met de actuele urgentie van dit boek, ondanks alle gruwelijkheden, een absolute aanrader.


ISBN 9789402723700 | Paperback | 286 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | april 2017
Vertaald door Jan Smit

© Willeke, 3 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alles ging aan flarden
Het oorlogsdagboek van Klaartje de Zwarte-Walvisch
Inleiding: Ad van Liempt Tekstbezorging: Ariana Zwiers

Klaartje de Zwarte-Walvisch


In het voorwoord dat Ad van Liempt bij dit dagboek heeft geschreven, lezen we dat op woensdag 16 januari 2008 Yfke Nijland en Suzanne Hendriks in het Joods Historisch Museum onderzoek doen voor de televisieserie De Oorlog van de NPS. Zij worden door archiefmedewerker Peter Buijs attent gemaakt op een onbekend, anoniem dagboek dat een paar jaar daarvoor bij het museum is ingeleverd. Het blijkt een verslag te zijn dat door een joodse vrouw is geschreven gedurende de periode na haar arrestatie in 1943 in Amsterdam. Het heeft de vorm van een dagboek en wordt door de programmamakers als zeer bijzonder ervaren en er wordt daarom besloten dit dagboek veel aandacht te geven, ondanks dat onbekend is wie het heeft geschreven.


Eind september 2008 blijkt een passage uit het dagboek van 15 juni 1943 de sleutel tot de oplossing van dit mysterie, waarin de anonieme schrijfster vermeldt dat deze dag de verjaardag van haar zusje is. Onderzoekster Suzanne Hendriks start een zoektocht op de website Digitaal Monument, waar alle slachtoffers van de holocaust een vermelding hebben gekregen en vindt tien namen. Die namen worden vergeleken met de transportlijst van 2 juli ,van de trein van Vught naar Westerbork en dan blijft er slecht één naam over die de schrijfster van het dagboek kan zijn: Klaartje Walvisch, een vrouw van 32 jaar, getrouwd met Joseph de Zwarte en met een zus, genaamd Rachel, geboren op 15 juni 1916.


Het is dus heel bijzonder dat wij dit boek kunnen lezen en er met dit boek een anoniem slachtoffer van de oorlog haar verhaal kan doen. Een verhaal dat daarom heel bijzonder is, omdat het geschreven is tijdens de periode waarin de gebeurtenissen hebben plaatsgevonden en niet een reconstructie achter is. Dat wat Klaartje meemaakt in die verschrikkelijke periode heeft zij direct aan het papier toevertrouwd en dichter kan je eigenlijk niet op de geschiedenis komen. Zoals de directeur van het Joods Historisch Museum / De Hollandsche schouwburg in zijn woord vooraf vermeld is dit manuscript in het vuur van de geschiedenis geschreven. Dit is ook wat we lezen in het boek. De Volkskrant noemt het: Een indringende getuigenis van een strijdbare vrouw onderweg naar haar vernietiging.


Klaartje de Zwarte-Walvisch neemt geen blad voor haar mond als zij schrijft in haar dagboek over de dingen die zij buitengewoon goed observeert. Ze heeft oog voor details en ook, ondanks haar eigen moeilijke omstandigheden, voor de mensen om haar heen. Je leest dat ze een feilloos gevoel heeft voor de situatie waarin ze verkeert, maar ook dat het verstandig is om goed op te letten waar je je wel en niet in begeeft tijdens haar verblijf in kamp Vught. Onopvallend je weg vinden is het devies van Klaartje en je leest dat ze, net als de andere vrouwen optimistisch probeert te blijven en de moed erin te houden:

Op het ogenblik dat ik dit zit te schrijven op mijn bed, komt me vanuit de eetzaal een lawaai tegemoet. Mijn lotgenoten zijn bezig een cabaretmiddag te organiseren. De stemming is nogal opgeruimd. Het optimisme is het behoud voor ons allen en zo spreken we onszelf moed in.


Ze constateert dat de Nederlandse vrouwelijke bewakers in hun optreden sadistischer te werk gaan dan hun Duitse collega's. Daarnaast beschrijft ze ook de sadistische methodes die ten aanzien van de mannelijke bewoners van het kamp worden toegepast. In de mannenbarakken zijn in de gangen zandbakken gemaakt om eventuele branden mee te blussen. Nadat de gevangenen hun luciferhoutjes in die bakken hadden gegooid, moesten de mannen: met hun tanden deze uit de zandbak halen. Echt weer een demonstratief staaltje sadisme. Bij de mannen worden veel klappen uitgedeeld.

Klaartje schrijft ook onomwonden over het gruwelijke leed dat er is tijdens het afscheid dat geliefden van elkaar moeten nemen. De man van Klaartje is vanuit Vught als dwangarbeider naar Moerdijk vertrokken. Ouders die afscheid moeten nemen van hun kinderen tijdens het op transport stellen. Een moeder van tien of twaalf kinderen, zo schrijft ze, moest mee op transport, maar mocht haar kinderen boven de 15 jaar niet meenemen. Klaartje beschrijft hoe ze naar haar eigen barak gaat om te proberen te ontkomen aan deze tragedies, maar, zo schrijft ze zelf, hoe naïef kan ik zijn, want dergelijke taferelen deden zich in alle barakken voor. Het besef dringt ook door dat Vught een Durchgangslager is en geen Auffanglager en dat ook zij en haar medegevangenen op een gegeven moment het hetzelfde lot zal wachten.


Op 10 mei 1943 vraagt ze zich af hoe het zover heeft kunnen komen:  Dat wij joden aan zoveel schaamteloosheid blootgesteld zouden worden en door ieder die er maar lust in had bespuwd en besmeurd konden worden, neen, dat hadden toch maar weinigen kunnen vermoeden.


En dan als er op 8 juni 1943 een groot transport plaatsvindt, schrijft ze de woorden uit de titel van het boek:


Zoals men weleens onwillekeurig een stukje papier versnippert, zo werden harten en zielen verscheurd en uit elkaar gerukt. Alles ging aan flarden. Alles werd vertrapt. Elk hartje, onverschillig of het klein of groot was, het werd vertrapt, besmeurd en onherstelbaar verwoest. Dit was beschaving. Dit was cultuur. Dit was het nieuwe Europa.


In deze treffende woorden beschrijft Klaartje de Zwarte-Walvisch misschien wel op de meest indringende wijze wat het betekende om in het kamp te zijn opgesloten. In deze woorden zit de vraag opgesloten hoe het mogelijk was dat in een beschaving, de cultuur kon ontstaan van vertrappen en vernietigen, zodat alles, ook de ideeën van het nieuwe Europa volledig aan flarden ging.

Ik vond het heel bijzonder om dit dagboek te lezen omdat je gewoon niet dichter bij het levensverhaal van een naar het schijnt heel gewoon, maar naar blijkt heel bijzonder, mens in uitzonderlijke periode van de geschiedenis kunt zijn. Daarom ben ik blij dat de wens van Klaartje de Zwarte-Walvis is uitgekomen. Zij schreef namelijk ook nog in haar dagboek de zin:


Ik hoop vurig dat dit alles wat ik hierin heb geschreven nog eens de buitenwereld zal bereiken.


Dat is gelukkig door een zeer wonderlijk toeval gebeurd, zodat wij het allemaal kunnen lezen.


Klaartje de Zwarte-Walvisch
was een joodse vrouw uit Amsterdam, naaister van beroep. Ze is niet ouder geworden dan 32 jaar. Op 4 juli 1943 eindigt haar dagboek, op 16 juli 1943 haar leven.


ISBN 978946003581 | Paperback | 256 pagina's | Uitgeverij Balans | maart 2017

© Ria, 28 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kinderen van zwarte bevrijders
Een verzwegen geschiedenis
Mieke Kirkels


Het voorwoord bij dit bijzondere boek van Mieke Kirkels is geschreven door Ad van Liempt. Hij schrijft dat niet alleen de loop van de geschiedenis vaak verrassend is, maar dat dat soms ook geldt voor de geschiedschrijving en dat dit boek van Kirkels daar een goed voorbeeld van is.    

Kinderen van zwarte bevrijders, aldus Van Liempt, beschrijft een aantal bijzondere aspecten, die tot dusver nooit eerder aan het licht kwamen. Kirkels vertelt namelijk het verhaal van de donkere kinderen die opgroeien in Limburg en waarvan de omgeving wist dat ze waren voorgekomen uit de bevrijdingsperiode in Zuid‑Nederland. De kinderen zelf werd hier echter niets over verteld en de vragen over hun achtergrond bleven vaak onbeantwoord. Door deze omstandigheden is het leven van veel van hen in hoge mate getekend en, zoals Kirkels haar eerste hoofdstuk vooraf laat gaan door een citaat van Maya Angelou is there no greater agony than bearing an untold story inside you.

De auteur begint het boek met het beschrijven van het tijdsframe waarin dit verhaal zich afspeelt. De heersende opvattingen over de seksuele moraal in Nederland, met name opgelegd door de katholieke kerk, maar ook het feit dat er in Amerika nog volop sprake was van een strikte rassenscheiding. Dit resulteerde uiteindelijk in zeventig jaar zwijgen (eveneens de titel van het eerste hoofdstuk) over de gevolgen van het 'verloochenen' van de heersende seksuele moraal. Daarnaast was de benadering van de zwarte bevrijders door de blanke bevolking iets bijzonders, aangezien zij in eigen land onderhevig waren aan die strikte rassenscheiding, die ook in het Amerikaanse leger in hoge mate was doorgevoerd.

Het laten vieren van de door andere opgelegde 'eigen' normen en waarden aan beide zijden, onder deze bijzondere omstandigheden van de bevrijding, had daarmee grote gevolgen, die in onze tijd nog steeds zichtbaar en voelbaar zijn voor de betrokkenen. Zoals de auteur het zelf zegt:


Door Limburgers werden de zwarte Amerikanen als bevrijders omarmd, maar de acceptatie van de kinderen die ze verwekten, verliep minder vlekkeloos. Deze 'onechte' kinderen van zwarte bevrijders werden aanvankelijk in het witte, overwegend katholieke Limburg gezien als exotisch of als 'missiekindjes', maar later in hun jeugd hebben ze het niet gemakkelijk gehad.


In Limburg werden al vroeg in 1945 de eerste bevrijdingskinderen geboren. Een zeventigtal, zo lezen we achter op het boek, is duidelijk herkenbaar als 'Amerikaantjes' – ze hebben een donkere huidskleur. Van twaalf van deze bevrijdingskinderen heeft de auteur hun verhalen opgetekend, die zijn opgenomen in dit boek. Daarbij is ook heel veel fotomateriaal in het boek opgenomen, die de verhalen nog eens verlevendigen en benadrukken. De verhalen zijn stuk voor stuk heel indrukwekkend en door Kirkels met veel betrokkenheid en empathie uitgewerkt. De rode draad is dat veel van hen het helemaal niet gemakkelijk hebben gehad. Het lezen van juist deze persoonlijke verhalen maakt ons als lezer duidelijk wat voor verstrekkende gevolgen dit 'stukje geschiedenis' voor alle betrokkenen heeft gehad.


Doordat ze betrokken zijn bij dit boek komen de bevrijdingskinderen ook met elkaar in contact. Een van hen, Huub Schepers, zegt over hun eerste bijeenkomst: Ik heb het gevoel eindelijk broers en zussen te hebben. Een maand later overlijdt Huub. De besloten afscheidsdienst is op Marten Luther King day, een aantal 'broers en zussen' zijn daarbij aanwezig.


Bedankt Mieke Kirkels voor het optekenen van deze indrukwekkende verhalen!

Over de auteur: Mieke Kirkels (1947) studeerde arbeidsmarktpolitiek en werkte onder meer op het gebied van gelijke behandeling en diversiteit, en als communicatieadviseur. Ze leidde in 2008 het oral history-project Akkers van Margraten. Eerder publiceerde zij Van Alabama naar Margraten; herinneringen van grafdelver Jefferson Wiggins (2014).


ISBN 9789460043215 | Paperback  | 192 pagina’s | Uitgeverij Vantilt | april 2017

© Ria, 23 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Verantwoord Bijbelgebruik
John Boekhout

Dit boek is een gids voor mensen die de Bijbel willen bestuderen, alleen of in groepsverband. En het is een prima gids.


Met Bijbelstudie kun je niet zomaar plompverloren beginnen. En al helemaal niet als je niet vertrouwd bent met de Bijbel. Natuurlijk staan er tal van mooie verhalen in de Bijbel die wereldwijd bekendheid hebben gekregen en die voor iedereen leesbaar zijn. Denk eens aan het verhaal van de Verloren Zoon of de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. Maar voor Bijbelstudie is een vaste methode nodig en die verschaft John Boekhout.


Er zijn tal van commentaren op de Bijbel beschikbaar en vele handboeken die een lezer kan raadplegen, maar dat is niet wat Boekhout voor ogen staat. Wij moeten eerst zèlf op onderzoek gaan. Ook waarschuwt hij voor oppervlakkig onderzoek en snelle conclusies. 
De drieslag die Boekhout aanbeveelt, bestaat uit: Ontdekken, Begrijpen, Toepassen.


In de eerste fase ‘kauwt’ de lezer op de tekst. Lezen, herlezen, het verband van de tekst nagaan, parallelteksten opzoeken, vragen stellen aan de tekst. Vooral deze fase is van enorm belang. Nadenken over de tekst, weer andere vragen aan de tekst stellen, schema’s van verbanden maken.


In de tweede fase gaat het om het wikken en wegen wat de juiste uitleg van een tekst zou kunnen zijn. Het gaat niet om de vraag wat ‘ik’ vind dat er staat, maar om de vraag ‘wat heeft de tekst mij te zeggen’.


Daarmee komen we toe aan het derde sleutelbegrip: hoe pas ik de tekst toe in mijn dagelijks leven.


Het boek Ruth staat centraal. Steeds bespreekt Boekhout delen van dit Bijbelboek om zijn methode praktisch toe te lichten. 

Verantwoord Bijbelgebruik wordt afgesloten met een knap overzicht van belangrijke Bijbelse kernbegrippen, een leesrooster en een aantal heel duidelijke kaarten.

Al met al is dit een heel gestructureerd, helder en sympathiek geschreven boek. Didactisch bezien is het een uitstekend boek. Tal van vragen en opdrachten helpen de Bijbellezer op weg. Daarbij is een heel sterk punt dat Boekhout uitgaat van de Bijbeltekst. De Bijbel aanpassen aan de tijdgeest en daarmee de boodschap relevant maken voor de moderne mens is niet de goede weg. Tegelijk echter is Boekhout wars van Biblicisme, waarmee de tekst tot een keurslijf wordt. Zijn veelzijdige benadering van de tekst waarborgt een verantwoorde exegese van de tekst.  In de woorden van de auteur:


“Het gaat er niet om … dat wij een eigen reconstructie maken van de ideeën van de Bijbelauteurs. Het gaat ons er juist om dat de geïnspireerde boodschap zoals die in de geschriften staat bij ons wat uitwerkt. Elk Bijbelboek heeft een boodschap. Elke zin en elk woord in elk Bijbelboek draagt bij aan deze boodschap… Het is onze taak als lezers die boodschap te ontdekken” (blz. 114).


Deze methode is ontzettend intensief en tijdrovend. Maar als men zich de methode eigen weet te maken, verrijkt men zijn leven met een schat aan nieuwe inzichten

Deze uitstekende gids kan ik van harte aanbevelen, zowel bij geschoolde dan wel ongeschoolde Bijbellezers.


John Boekhout is docent aan de Evangelische Theologische Hogeschool in Veenendaal/Ede, geeft workshops en traint predikanten in Afrika.


ISBN: 9789058816757 | Paperback | 368 pagina's | Uitgeverij Buijten & Schipperheijn, Amsterdam | 5e druk, 2017.

© Henk Hofman, 19 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het verboden boek
Mein Kampf en de aantrekkingskracht van het nazisme
Ewoud Kieft


Wie zich interesseert voor de Tweede Wereldoorlog, heeft zich toch zeker één keer afgevraagd wat er nou precies in Mein Kampf van Hitler staat dat zoveel mensen heeft aangesproken. Zoals de ondertitel van het boek vermeld, wat was nou precies die aantrekkingskracht tot het nazisme? Was het de persoon Hitler zelf of toch ook zijn gedachtegoed dat zoveel mensen aansprak? En misschien wel de belangrijkste vraag, hoe zou ik zelf hebben gedacht in die tijd?


Aangezien het boek al 70 jaar een verboden boek is in Nederland, is er niet zomaar aan een Mein Kampf te komen. De vriend van één van mijn vriendinnen had een exemplaar van zijn opa in huis en heeft weleens aangeboden het voor mij mee te nemen, zodat ik het kon lezen. Ik vroeg me wel meteen af of zijn opa fout was geweest in de oorlog, iets dat ook iets zegt over hoe we er nu over denken. Mijn vader vertelde ooit dat zijn vader destijds heeft gezegd “die Hitler is knettergek.” Ik heb eigenlijk nooit gevraagd of mijn opa het boek zelf heeft gelezen of dat hij afging op wat hij in de kranten las. Raar is daarbij misschien wel, dat je dan toch een beetje trots bent, dat jouw opa het voor jou gevoel goed had gezien in die tijd. Zou ik het ook hebben opgeschreven als mijn opa ook een exemplaar van Mein Kampf in huis had gehad? - En misschien was dat wel zo. -


Kieft schrijft in het voorwoord van het boek dat hij al grote delen van Mein Kampf had gelezen, voordat hij door het NIOD werd gevraagd een Nederlandse wetenschappelijke uitgave van het boek te schrijven. Zijn belangrijkste motivatie om het doen was dat de auteur zich afvroeg waarom zoveel mensen zich lieten meeslepen door een ideologie die we nu, achteraf, met z'n allen even weerzinwekkend als stompzinnig vinden? Miljoenen mensen, zo schrijft hij, voelden zich aangetrokken tot het nationaalsocialisme en die waren echt niet allemaal ontoerekeningsvatbaar, ze lijken waarschijnlijk meer op ons dan we onder ogen willen zien. De auteur zelf herkende ook bij het (her-)lezen meer van zichzelf terug dan hem lief was.


Het boek van Kieft heeft lange citaten uit Mein Kampf volledig ingebed in de historische context, waarbij de enorme teleurstelling van de Duitsers over het verlies van de Eerste Wereldoorlog een grote rol speelt. Zijn al die offers die zijn gebracht dan helemaal voor niets geweest was de overheersende vraag die in het naoorlogse Duitsland de gemoederen bezighield. Na de mislukte Bierkellerputsch, die Hitler samen met generaal Ludendorff, enkele vooraanstaande nazi's en de SA pleegden en het daarop volgende proces, kreeg de teleurgestelde Duitse bevolking weer hoop. Dit was niet in de laatste plaats door de manier waarop Hitler de, vaak verzonnen, feiten verwoordde en de manier waarop hij die aan de man bracht in zijn toespraken. Hij gebruikte daarvoor een sprekerstruc die de auteur als volgt verwoordt:


Hij zweeg en keek zijn toehoorders doordringend aan. Vlak voordat de stilte ongemakkelijk werd, begon hij met ingehouden stem, bijna fluisterend, aan zijn verhaal. Hij bouwde het langzaam op, om uiteindelijk in een zinderende, bijna manische climax te eindigen.

 
Door het weergeven van die citaten in hun historische context, krijgt de lezer steeds meer een beeld van hoe de tekst uit Mein Kampf steeds aansloot bij de emoties van 'het volk' die op dat moment overheersten. Hitler had een feilloos gevoel voor deze sentimenten, het waren uiteraard ook die van hemzelf en hij speelde daar met grote precisie op in. Hij gaf het Duitse volk, maar ook veel andere Europeanen het gevoel dat die Grote Oorlog helemaal niet voor niets was geweest, alleen moest men daar nu de lessen uit trekken en het juiste doen. Daarbij werd het aanwijzen van de schuldigen, de joden en het communisme, voor Hitler overigens een en hetzelfde, naadloos ingepast. De daarbij behorende citaten uit Mein Kampf heeft Kieft ook hier weer precies weten te vinden en hij schept daarmee zeer duidelijk een beeld hoe dit in de hoofden van de mensen is gaan zitten die kennis namen van de denkbeelden van Hitler.


Wat mij erg bevalt aan het boek van Kieft is hoe hij zijn eigen gevoelens en gedachten verwoordt in dit boek over wat Mein Kampf met hem doet. Hoe hij dit, overigens met zeer grote voorzichtigheid, naar deze tijd trekt, hij waarschuwt ook om dit niet al te gemakkelijk te doen. Hij besluit het boek daarom met een advies hoe om te gaan met Mein Kampf en pleit ervoor het verbod op dit boek op te heffen. Het is tijd om het over de inhoud te hebben, zijn zijn laatste woorden in het boek. Mein Kampf kan ons, volgens Kieft, uitdagen om na te denken wat we tegenover een dergelijk gedachtegoed kunnen stellen en de democratische rechtstaat weerbaar te houden, helemaal nu die zijn vanzelfsprekendheid aan het verliezen is. Hier komen, zoals achterop het boek te lezen is, geschiedenis en actualiteit samen en daar heeft Kieft in de opbouw van zijn boek heel mooi naar toegewerkt.


Over de auteur: Ewoud Kieft (1977) is schrijver, historicus en muzikant. Zijn debuut, Het plagiaat, werd door NRC Handelsblad en Trouw verkozen tot een van de beste boeken van 2006. Zijn tweede boek, Oorlogsmythen, over W.F. Hermans en de Tweede Wereldoorlog, werd in 2012 genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. In 2015 verscheen Oorlogsenthousiasme. Europa 1900-1918, dat werd onthaald als een standaardwerk en genomineerd werd voor de Libris Geschiedenisprijs.


ISBN 9789045030920 | Paperback | 288 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | april 2017

© Ria, 18 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Hoe verkloot je je leven
Een memoir
Cat Marnell


Op de achterflap van dit boek staan termen waarmee Amerikaanse recensenten dit boek omschreven: meeslepend, hartverscheurend, bedwelmend, ontnuchterend. Bij mij kwam het woord ‘tragisch’ naar boven. Dit boek beschrijft de ontluisterende neergang van een mooie, jonge, talentvolle vrouw nadat ze in de greep van drugs terecht is gekomen.


Waarom zou je een boek over het lege bestaan van een junk lezen? Het kan in ieder geval dienen als een waarschuwing. Het vrije lokkende nachtleven lijkt mooi, maar het verwordt tot een lifestyle die nooit bevredigd. Het verwoest jeugd, gezondheid, schoonheid, toekomst. Als je nog op tijd tot bezinning komt, liggen er verspilde jaren achter je, en zit je met de erfenis van een verzwakte constitutie.
Een andere reden om dit boek te lezen is dat veel jongvolwassenen de vrijheid van de ‘permissive society’ niet aankunnen. De ‘permissive society’ gedoogt dat een deel van de jeugd zichzelf in de vernieling helpt. Festivals en disco’s zijn het terrein van nachtbraken, pillen en drank. Voor velen is het ‘stappen’ de manier om het weekend door te komen.


Het leven van een verslaafde is een eenzaam leven. Ondanks een overmaat aan feestende mensen is iedereen toch met zichzelf bezig. Het woord ‘eenzaamheid’ duikt steeds weer op in dit boek. De veelheid aan contacten werkt vluchtigheid en oppervlakkigheid in de hand. Het lege en eenzame leven is ook een smerig leven. We lezen over kotsende mensen, woonkamers met ongedierte, vuil, een chaos van flessen, kleren, drankpakken, slechte persoonlijke hygiëne.


En toch is dit een begeerd leven. Hele generaties jongeren storten er zich met overgave in en rakend verslaafd aan een heel aparte feestcultuur. Eerst thuis urenlang optutten, dan het indrinken, vervolgens de feestroes, de afterparty, om in de ochtend huiswaarts te keren voor een paar uur slaap. In dit leven heeft Marnell alleen maar foute mannen ontmoet. Ze werd verkracht, mishandeld en beroofd. Toch doet ze steeds weer de deur open voor foute vrienden, ook midden in de nacht, en geeft ze huissleutels mee.
Op haar zeventiende ondergaat ze haar eerste abortus die ze als volgt omschrijft: “De procedure was zo verschrikkelijk geweest. Zo gewelddadig. Het zag eruit als moord. Het vóélde als moord (blz. 87).


Hoe kon het zo ver komen met Cat Marnell? Ze raakte verslaafd aan Ritalin toen haar vader, die psychiater was, haar deze pillen voorschreef tegen ADHD. Ze was toen 15 jaar oud. Daarna ging het snel bergafwaarts. Marnell probeert andere pillen uit en weet haar ouders jarenlang pillen te ontfutselen. De lezer verbaast zich over ouders die een reeks van jaren hun dochter ‘faciliteren’ in haar verslaving.


Hoe voorkom je dat een jongere in de greep van een verslaving terecht komt? Er bestaat geen methode met een gegarandeerd succes. Maar de overheid kan best een meer restrictief en regulerend beleid voeren, ouders moeten nestwarmte bieden en hun kind een gezonde, stabiele basis verschaffen. In het onderwijs bestaan al vele jaren programma’s met informatie over drugs en alcohol. Cat Marnell wijt haar verslaving zelf aan een kille en liefdeloze jeugd. Aan het eind van het boek is de relatie met haar ouders echter sterk verbeterd. In warme woorden schrijft ze dan ook over haar vader.

Er zijn mij nog twee andere zaken opgevallen in dit boek.
In de eerste plaats is het een wonder dat Marnell deze chaotische jaren heeft overleefd. We lezen over zelfmoordpogingen, afkicken, terugvallen, weer afkicken, leven op pillen, vreetbuiten, uitkotsen en weer ‘vreten’. Ze moet een ijzersterke constitutie hebben.
In de tweede plaats is het bijzonder dat Marnell dit leven heeft weten te combineren met een succesvol bestaan in de modewereld. Die modewereld beschrijft ze als een wereld van het ‘grote graaien’ en schone schijn. De redacties van modetijdschriften worden overstelpt met schoonheidsproducten, nieuwe modellen van tasjes, schoenen, sjaals, hoeden. Moderedacteuren kunnen bijna leven op kosten van fabrikanten: gratis reizen, overnachten in dure hotels, uit eten in toprestaurants. Deze wereld typeert Marnell nu met het woord ‘shit’.


Marnell schrijft geestig en lichtvoetig over de vreselijke jaren die ze heeft beleefd. Ze bevindt zich nu in een wankel evenwicht, maar is nog niet uit de gevarenzone.


ISBN: 9789025443986 | Paperback | 431 pagina's | Uitgeverij: Atlas Contact | maart 2017
Vertaald door Elles Tukker Linda Broeder

© Henk Hofman, 16 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Victoria, koningin
Een intieme biografie van de vrouw die een wereldrijk regeerde
Julia Baird


Julia Baird, historicus en journalist uit Australië, schreef een uitstekende biografie over koningin Victoria (1819-1901) die meer dan zestig jaar regerend vorstin van Engeland was.

De stijl waarin dit boek is geschreven is zeer levendig. Zo lezen we over de kroningsdag in 1838:

“Verkopers bevestigden vlaggen en banieren aan hun kramen, bakkers stapelden zoetwaren in grote manden, ezels balkten en apen probeerden zich los te rukken van de riemen waarmee ze vastgebonden zaten aan karren, rijtuigen en palen, terwijl klokken beierden” (blz. 133).


En elders over de alomtegenwoordige ratten, zelfs in paleizen:

“Victoria keek toe hoe haar honden op ratten jaagden in haar slaapkamer en prees er een die een rat ‘dapper’ wist te pakken. Ze had een persoonlijke rattenvanger in dienst, die de gangen afstruinde in een felrode overjas, vest en broek” (blz. 361).


Zo staat het boek vol met verhalen en anekdotes. Nergens verveelt dit echter. Het is zoals de ondertitel al aangeeft een “intiem” portret van Victoria. Toch is het boek tegelijk ook een tijdsdocument. Het gaat over het Britse wereldrijk, over de Krimoorlog, de Boerenoorlog, de Ierse kwestie, de veroveringen in Afrika. Dit alles wordt vaardig en met kennis van zaken beschreven.


Als je dit boek “levendig” noemt, zou je het onderwerp van deze biografie “complex” kunnen noemen. Koningin Victoria was een vat vol tegenstrijdigheden. Ze was levenslustig, verzot op dansen, slim, charmant, plichtsgetrouw, maar ook humeurig, koppig, emotioneel, ijdel, teruggetrokken, opvliegend, hooghartig. De mix aan karaktereigenschappen maakte de koningin onevenwichtig. Soms werd zelfs aan haar geestelijke vermogen getwijfeld.


Haar huwelijk met Albert, prins van Saksen-Coburg-Gotha, was een groot succes. De suggestie van de aartsbisschop van de Anglicaanse Kerk om in de huwelijksbelofte van Victoria het woord “gehoorzamen” te schrappen, legde ze heel beslist naast zich neer. Gedurende haar huwelijk leunde de koningin zwaar op Albert. Julia Baird schrijft met veel sympathie over deze man, die echt een gezinsman was, integer, loyaal en trouw aan Victoria, er geen minnaressen op na hield, deskundig op veel terreinen was en een harde werker. De preutse Victoriaanse moraal schrijft Baird meer aan Albert toe dan aan Victoria. Het paar kreeg vele kinderen die Victoria uithuwde aan andere Europese vorstelijke families. Zo ontstond een wijd verbreid Europees netwerk van familiale verbintenissen tussen de dynastieën. Binnen die familiebetrekkingen kon echter ook de gevreesde bloedziekte hemofilie doorgegeven worden. Het meest bekende voorbeeld daarvan is de zoon van tsaar Nicolaas II.


Baird verschaft informatie die ik elders nergens tegen ben gekomen. Bijvoorbeeld over de geboorte van kleinzoon Wilhelm II, de latere keizer van Duitsland. Als gevolg van een stuitligging werd hij geboren met een te korte linkerarm. De ‘medische’ behandeling die het arme kind te verduren kreeg was vreselijk. Het kan eraan bij hebben gedragen dat Wilhelm uitgroeide tot een labiele persoonlijkheid, die zichzelf wilde bewijzen in de politiek en op het slagveld.


Zeer veel materiaal over Victoria is helaas verloren gegaan. Het werd vernietigd, aangepast of herschreven. Dit om haar reputatie te beschermen. Baird probeert nauwgezet zoveel mogelijk te reconstrueren, maar de lezer blijft zitten met de vraag wat al die vernietigde of aangepaste documenten zouden hebben onthuld en hoe dat ons beeld van Victoria en haar omgeving zou hebben bijgesteld.


Veel lof dus voor dit boek en de wederom fraaie wijze waarop het is uitgegeven. Als belangrijkste tekortkoming signaleer ik de wijze waarop het thema van de man-vrouwverhouding aan de orde komt. Vanzelfsprekend is de emancipatie van de vrouw in het Victoriaanse tijdperk een onderwerp dat aan de orde moet komen. Maar de persoonlijke betrokkenheid van Baird is te groot, waardoor ze er niet met de nodige distantie over schrijft. In haar Nawoord schrijft ze dat ze met haar collega’s “heftige discussies” voerde over vrouwen en macht. Daarom zal, veronderstel ik, Victoria haar interesse hebben gewekt, want zij was “de vrouw die een wereldrijk regeerde” zoals de ondertitel aangeeft. Op blz. 229 schrijft Baird:


“De meeste vrouwen waren niet veel meer dan slavinnen, zonder rechten met betrekking tot hun lichaam, geld, bezit of kinderen.”


Vrouwen zijn echter niet alleen het slachtoffer van tijdsomstandigheden. Hetzelfde geldt voor de meeste mannen, die toen net zo goed slavenwerk moesten doen, geen rechten en geen bezittingen hadden. En wat te denken van kinderen van 4, 5 en 6 jaar, die diep onder de grond, vastgeketend aan kolenwagentjes, in smalle mijngangen waar volwassenen niet konden komen, elke dag in het donker hun “werk” moesten doen. Baird gaat voorbij aan de vele vrouwen die aan dit lot konden ontsnappen en een prima leven konden leiden. Keer op keer klaagt ze over historici die geen oog hebben voor het leed van vrouwen (bijv. blz. 378).


Het was het lot van de vrouw dat ze zich naar de dominante man moest schikken. En dat komt overeen met het “traditionele bijbelse huwelijksmodel, waarin de man meester is over de vrouw” schrijft ze op bladzijde 350. Hier slaat Baird door. Het is de man in het “bijbelse huwelijksmodel” uitdrukkelijk verboden over zijn vrouw te heersen. Als de man trouwt, geldt voor hem het gebod zijn vrouw lief te hebben en haar te eren (zie b.v. 1 Petrus 3:7). In het “bijbelse model” vullen man en vrouw elkaar aan, hebben ze onderscheiden taken en verantwoordelijkheden en versterken ze elkaars goede en sterke eigenschappen en compenseren ze elkaars zwakke kanten. In het alternatieve model van Baird is er seksegelijkheid en uitwisselbaarheid van rollen. Maar het blijkt vandaag de dag wel dat relaties er niet stabieler en mensen er niet gelukkiger van worden.


De verleiding om nog meer uit dit rijke boek te citeren is groot. Mijn advies: neem het zelf ter hand en gun u zelf een onderdompeling in het bonte leven van de 19e eeuw.


Tot slot nog een klein foutje, gesignaleerd op blz. 357: in 1855 was Wilhelm I nog geen keizer van Duitsland, maar koning van Pruisen.


ISBN: 9789046821794 | Hardcover | 799 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | 28 maart 2017
Vertaald door Chiel van Soelen, Pieter van der Veen

© Henk Hofman, 4 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ik was de vrouw van Escobar
Virginia Vallejo

Virginia Vallejo was jaren lang de minnares van Pablo Escobar, de beruchte Colombiaanse drugsbaron. In deze autobiografie vertelt ze over de jaren met hem, van hun eerste ontmoeting in 1983, tot zijn dood door politiekogels in 1993.


Het boek begint in 2006 bij het einde van haar verhaal, als Virginia Vallejo in het diepste geheim door drie geblindeerde auto’s van de Amerikaanse ambassade opgehaald wordt om naar Amerika gebracht te worden, als kroongetuigen in een zaak tegen Gilberto en Miguel Rodríguez Orejuela, de hoogste leiders van het Calikartel, het rivaliserende drugskartel van het Medellínkartel, waar Escobar tot zijn dood een bloedige strijd mee uitvocht. Een heldhaftige daad, maar het beginhoofdstuk gaat vooral over het drama wat ze maakt omdat niemand van de beveiliging een aspirine voor haar wil regelen. De toon van het boek is gezet.


Virginia Vallejo is doordat ze jaren lang van alles gezien en gehoord heeft een belangrijke kroongetuige. Haar leven staat daardoor op het spel en eigenlijk wordt ze al jaren door bedreigingen en gevaar achtervolgd. In dit boek vraagt ze zich af hoe het allemaal zo ver heeft kunnen komen. Haar verhaalt begint in 1982, als ze halverwege de dertig is en een van de beroemdste televisiepresentatoren van het land. Ze is met haar toenmalige vriend uitgenodigd voor een weekend op het landgoed van een kennis van een kennis, Pablo Escobar.  Bij aankomst worden ze op de landingsbaan opgewacht door vijfentwintig zwaar bewapende jongemannen met zonnebrillen die het vliegtuig omsingelen. Het gezelschap vreest een ontvoering, maar achteraf blijkt dit door Escobar in scene gezet om indruk te maken. Tijdens hun verblijf redt Escobar Virginia’s leven, als ze zwemmend in de rivier in een draaikolk terecht komt. Vanaf dat moment is zijn interesse gewekt en ontstaat er een intensieve jarenlange relatie. Hij is weliswaar getrouwd en ook Virginia heeft tussendoor nog (rijke) minnaars, maar altijd blijven ze elkaar opzoeken, ook al maakt hij er vanaf het begin geen geheim waar hij zijn immense kapitaal mee verdiend heeft en ook niet dat hij, ook dan al, al heel wat doden op zijn naam heeft staan.


Aan het begin van het boek heeft Escobar nog  de politieke aspiraties om president van Columbia te worden. In die periode profileert hij zich ook als weldoener van de armen, door met zijn drugsgeld projecten voor armen op vuilnisbelten te steunen. In de loop van de jaren wordt zijn heerschappij echter steeds grimmiger en gewelddadiger. Hij is de spil in  een bloederige en intimiderende oorlog tegen de overheid om een uitleveringsverdrag tegen te houden, waardoor drugscriminelen in het buitenland voor hun daden berecht zouden kunnen worden. Tegelijkertijd is hij verwikkeld in een bloederige machtsstrijd met het Calikartel van de gebroeders Rodríguez Orejuela. Pikkant detail is dat Virgina met een van deze broers aan het einde van haar relatie met Escobar, ook een relatie heeft. Iets wat haar niet bepaald in dank wordt afgenomen.


Uiteindelijk breekt Virginia toch definitief met Escobar en keert zich zelfs tegen hem. De bedreigingen komen daarna niet alleen meer van zijn tegenstanders, die haar aan hem blijven koppelen, maar ook van hemzelf. Virginia gruwelt inmiddels van zijn macht en misdaden en zoekt contact met de Amerikanen om informatie over hem te delen, maar voordat dat echt op gang komt, komt Escobar bij een arrestatie om het leven. Ze blijft wel een getuige in de processen tegen andere drugsbaronnen.


Ik heb dit boek met zéér gemengde gevoelens gelezen. Het geeft een boeiende inkijk in een wereld waar je normaal gesproken niet zo dichtbij kunt komen. Juist daarom is het erg jammer dat de schrijfster van het boek je niet méé trekt in het verhaal, de toon van haar verhaal staat dat juist in de weg. Al vanaf de eerste bladzijde benadrukt ze vooral haar eigen roem, schoonheid en populariteit. Keer op keer vertelt ze dat àl haar ex-minnaars miljardairs waren en dat Escobar op het moment dat ze met hem is, drie miljard dollar bezit en de zevende rijkste man van de wereld is. Tot in den treuren krijgen we, dure Chaneljurken voorgeschoteld, tot in de jungle  aan toe, waar ze echt niet naar toe kan zonder haar jas van Hermès en een Vuittontas aan haar arm.


Maar het is vooral de slachtoffertoon die stoort, alsof het haar allemaal zomaar is overkomen en ze er zelf geen enkele rol in het geheel heeft gespeeld. Ze was niet jong en naïef, maar halverwege de dertig toen ze Escobar tegen kwam en vanaf het áller eerste moment was bekend waar hij zijn geld mee verdiende en dat hij onnoemelijk veel moorden (vermoedelijk in totaal 8000)  op zijn naam had staan. Tijdens hun relatie geeft hij o.a. opdracht tot de moord op minister van justitie, worden er meer dan driehonderd rechters en werknemers van het Paleis van justitie gegijzeld en wordt er in opdracht van hem een vliegtuig opblazen met honderdzeven mensen aan boord. Als je wéét dat je minnaar dit soort gruwelijkheden op zijn naam heeft staan en hem desalniettemin keer op keer opzoekt, kun je jezelf niet  een boek lang als machteloze toeschouwer neerzetten.


Haar getuigenis tegen Escobar  en tegen de andere maffiabazen, getuigt ontegenzeggelijk van grote moed. Het is dus geen lafheid die haar keuzes bepaalde, maar ik vermoed dat ijdelheid en roem zowel in haar leven als bij het schrijven van dit boek belangrijke drijfveren zijn geweest. Al kun je natuurlijk nooit uitsluiten dat het ook gewoon liefde was.


ISBN: 9789401606523 | Paperback | 397 pagina's | Uitgeverij Xander | maart 2017
Vertaling; César Noordewier en Imke Zuidema

© Willeke, mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altCoef, de weg van de waanzin
Rein Hannik


‘Mijn moeder waakte over ons als een leeuwin.’


Als je deze zin aantreft op pagina 20 heb je nog niets door. Rein Hannik heeft tot dan toe een jeugd beschreven zoals ieder die graag zou beleven. Maar op dezelfde pagina onderaan staat ineens:


‘Want mijn moeder kon ontzettend kwaad worden. Als je iets kapot had gemaakt. Als je iets liet vallen. Als je herrie maakte. Als je huilde. Als je lachte. Als je speelde. Als je je bord niet leeg at.
‘RRREINNN!!’, klonk het dan. ’GODVERRRDOMME!! RRROTJONG!!’ Met vlakke hand sloeg ze, op je schedel, waardoor haar trouwring hard aankwam.’


Als eenmaal het besef doordringt wat voor jeugd Rein gehad heeft, verbijstert het de lezer om vervolgens een boek te lezen over deze moeder, Coef genaamd, waarbij de toon liefdevol klinkt.


Coef was een kunstenares in hart en nieren, maar de omstandigheden en de tijdsgeest lieten niet toe dat ze zich in die richting ontwikkelde. Als zij er niet meer is erft Rien veertig dozen. Dozen met dagboeken, foto’s en geluidsopnamen. Hij had ze kunnen verbranden. Het leven met een moeder als Coef was een leven met waanzin. Ook al nam hij afstand, zijn jeugd neemt hij altijd met zich mee. En hier is dan toch de kans om te weten: waarom was zijn moeder zoals ze was?  Waarom is hij zelf niet in staat een begonnen studie af te ronden? Kan hij geen relaties onderhouden?


Hij weet dat zijn moeder in Nederlands-Indië is opgegroeid. Ligt daar de bron van haar waanzin? Of is het de verloren liefde, ligt de breuk met de man die haar hart veroverd had, maar die haar liet zitten, ten grondslag aan haar paranoia? Of heeft professor Jan Bastiaans haar geest verpest met zijn therapie waarbij hij nogal scheutig was met LSD? Coef hoort stemmen, is psychotisch, maar blijft tot het laatst toe een begaafde, intelligente vrouw. Des te wreder is de manier waarop zij haar leven moest leiden.


We lezen over haar leven, dat door haar zoon gereconstrueerd wordt. Over Bastiaans, die voor haar de enige strohalm was, maar die intussen in de wereld van de psychiatrie nogal omstreden was. Dit verhaal is recht voor zijn raap, niets verhullend, en toch met eerbied. Met liefde.


In het boek staan foto’s en andere documenten, die Coef laten zien: in een idyllisch, en later wreed Indië; als jong meisje, met haar geliefde en later met haar gezin. Ook de professor en Coefs laatste woonplaats zijn gefotografeerd. En achterin nog een lijst met geraadpleegde bronnen.


‘Coef’ is een indrukwekkend document geworden.
‘De vraag is of ik het enigma Coef enigszins heb kunnen doorgronden. Wat maakte haar tot het wezen dat ze was?’

Na dit boek denkt de lezer te weten wie Coef was. Toch is het niet vreemd dat de schrijver, haar zoon, zelf zegt niet echt te weten of hij haar ooit kan kennen, want kunnen we überhaupt een ander ooit helemaal doorgronden?


ISBN 9789086841400 | paperback | 280 pagina's | Atlas Contact| oktober 2016

© Marjo, 26 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER