Nieuwe recensies Non-fictie

Ahmed aan zet
Bea Mol


Bea Mol (1962) is afgestudeerd in de Turkse taal en cultuur aan de Universiteit Utrecht. Naast haar werk als freelancejournaliste is zij docente Nederlands voor anderstaligen. Eerder schreef zij onder andere voor De Groene Amsterdammer, De Humanist en Filosofie Magazine. In 2007 verscheen van haar Tussen hoofddoek en naaldhak. Moslima’s over vrouwelijkheid en identiteit.

Nu is het boek Ahmed aan zet verschenen. Op de flaptekst staat:
Ze spreken slecht Nederlands, hebben weinig respect voor vrouwen en dulden geen tegenspraak van hun kinderen. Turkse en Marokkaanse mannen in Nederland krijgen veel kritiek.  Bea Mol wilde weten of dat terecht is en ging met de mannen in gesprek.  Openhartig en met gevoel voor humor vertelden ze haar over eer, magie en huiselijk geweld, maar ook over verliefd zijn en het geluk van het vaderschap. De verhalen van de mannen vormen de basis van een boeiende geschiedenis van veertig jaar Turkse en Marokkaanse vaders, zonen en echtgenoten in Nederland.


Het is lastig over de inhoud van dit boek te vertellen. Bea Mol heeft gekozen voor het weergeven van meningen van diverse mannen over diverse onderwerpen. Ze begint met de migrant. Een van de migranten is Zatin die zijn jonge jaren bij zijn oom op de boerderij in een dorpje in het oosten van Turkije doorbrengt. Hij moet daar hard werken. Zijn vader was zijn geluk in Istanbul, later in Nederland gaan beproeven.
Zatin komt later ook naar Istanbul waar hij slecht wordt verzorgd door zijn stiefmoeder. Hij begint min of meer te zwerven en verdient heel weinig geld met kranten verkopen.  Via een kennis leert hij het schoenmakersvak en hij woont dan in het lege, door zijn stiefmoeder verlaten, huis van zijn vader, Zatin is dan 13-14 jaar. Hij woont een jaar lang in dat kale, koude, lege huis. Pas als vader een vrouw had, mochten zijn kinderen naar Nederland komen. Dat gebeurde in 1976 en Zatin heeft, vanaf zijn zestiende, dertig jaar gewerkt bij een vatenfabriek waar hij later lasser werd. Zatin heeft vier  kinderen waarvan er twee inmiddels getrouwd zijn en is inmiddels eigenaar van twee huizen in Istanbul. Hij is er trots op dat hij zoveel heeft bereikt, en dat zonder opleiding.

Iemand zonder opleiding noemt men in het Turks 'cahil, een onwetende, zo'n persoon zou niks voor elkaar kunnen krijgen. Dat klopt niet, kijk maar naar mij, ik heb het goed en ik heb vier kinderen grootgebracht. Terwijl ik een dief of moordenaar had kunnen worden. Wanneer iemand me had gezegd; als je die persoon neerschiet krijg je zoveel van me, had ik het misschien wel gedaan. Niemand, niemand heeft me iets geleerd, niemand heeft me ooit verteld over God of de vasten. Wie had dat moeten doen? Voor het slachtfeest heeft niemand me ooit uitgenodigd. Als je arm bent, heb je geen familie.


En dan heb je Mansur, geboren in een dorpje in het oosten van Turkije en groeide op in een zeer hecht familieverband. 'Mansur woonde met zijn ouders en broers bij zijn opa en oma. Ze deelden het huis met ooms en tantes, neven en nichten. Ieder familielid had zijn eigen taak.'' Mansur groeit op in een liefdevolle omgeving, iedereen is welkom, als je geen eten had dan kon je altijd bij zijn familie terecht. Later verhuizen ze naar een familiehuis in de stad waar meer mogelijkheden voor scholing waren. Mansur is Aleviet. Alevieten zijn patriarchaal (de man heeft het voor het zeggen) en leven niet volgens de gebruikelijke islamitische regels. Mansur heeft dus een heel andere achtergrond dan Zatin.


Dan is er Rasin Suiçmez een Turkse man die in de jaren zestig als gastarbeider naar Nederland kwam. Hij woonde in een pensionkamer samen met vijf andere gastarbeiders. De keuken moest met vijftien mensen gedeeld worden. Rasin vertelde hoe het er toentertijd aan toe ging. Soms werkte hij zestien uur achter elkaar. Nederlandse meisjes waren heel bijzonder en zo vrij! Toch wist Rasin dat hij met een Turks meisje zou trouwen. In 1973 zorgt de oliecrisis voor andere tijden. De gastarbeiders zijn niet meer zo nodig. 51 % van de Turken en 38% van de Marokkanen keert terug. De mensen die blijven laten hun vrouw en eventuele kinderen overkomen. Ook dat leverde problemen op. De mannen waren het vrije leven gewend, de vrouwen moesten zich zien te redden in het voor hun vreemde land.

"Door de gezinshereniging waren de mannen van de ene op de andere dag verantwoordelijk geworden voor soms al bijna volwassen kinderen, die ze ook nog eens wegwijs moesten maken in een vreemde en wel erg vrije cultuur. Van de weeromstuit stelden ze zich vaak autoritair en streng op. "

Rasin wilde niet terug. Daar waar het leven goed voor hem is, daar voelt hij zich thuis, zegt hij.  Zijn zoon is in Nederland geboren, is in Nederland opgegroeid en heeft in Nederland op school gezeten.  Hij is daarom voor 90 procent Nederlander volgens Rasin.


Suat Azer is weer een zoon van een Turkse gastarbeider maar hij voelt zich Turk ondanks dat hij op jonge leeftijd naar Nederland kwam. Hij behoort tot de tussengeneratie. Dat zijn kinderen die vrij jong naar Nederland kwamen omdat dat beter voor hen was.


En zo spreekt Bea Mol veel mannen over veel onderwerpen. Ze spreekt met mensen die nauwelijks Nederlands praten tot de kinderen van de tussengeneratiemensen. Deze laatste zijn volledig in Nederland opgegroeid. De verschillen in opvattingen zijn groot tussen jong en oud en er is in de loop der jaren heel veel veranderd. Vrouwen mogen nu een opleiding volgen, jongeren mogen trouwen uit liefde, huiselijk geweld wordt steeds vaker afgewezen,  mannen helpen vaker mee in het huishouden. Toch zien veel mannen nog steeds als belangrijkste taak van de vrouw het opvoeden van de kinderen terwijl zij de kostwinner en de beschermer van het gezin zijn.


Op het Turkse en Marokkaanse platteland is het seksuele leven van mannen en vrouwen aan strenge regels gebonden. Spreken over dit onderwerp is taboe evenals openlijk vertoon van genegenheid. Meisjes moesten maagd blijven tot hun 1e huwelijksnacht, jongens mogen wel seksuele ervaring opdoen. Nog steeds is seksualiteit moeilijk bespreekbaar. 


'Een vrouw wint er niets mee als zij een strakke broek draagt of een korte rok,' legde een Syrische gelovige man me eens uit. 'Mensen kijken en mannen gaan verkeerde dingen doen, het geeft alleen maar problemen.'


Alles bij elkaar is het een interessant boek geworden dat door de gekozen vorm makkelijk te lezen is. Persoonlijk vraag ik me af of een man aan een vrouw alles vertelt. Misschien de jongere mannen wel maar de oudere mannen... Mijn vader zou zeker niet tegen een  vrouw over zijn liefdesleven of huwelijk geraat hebben, dat was privé. Waarom zouden (de oudere) Turkse of Marokkaanse mannen daar anders in zijn.

Doordat elk onderwerp met verschillende mannen besproken is krijg je soms toch niet een echt goed beeld hoe de Marokkaanse en Turkse man over bepaalde zaken denkt. Zoals alle mensen hebben ook zij een eigen mening die onderling heel verschillend kan zijn. Bea Mol laat steeds de mannen zelf vertellen, daarnaast geeft ze, waar nodig, nog korte schetsen over de situatie in Nederland van de jaren zestig tot nu.
Achterin het boek staan enkele korancitaten over diverse onderwerpen. Ook achterin staan de namen van de geïnterviewde mannen nogmaals vermeld met een heel korte levensloop erbij, dat is prettig tijdens het lezen want soms is het lastig om te weten wie er aan het woord is. De oudste man waarmee gesproken is, is 64 jaar, de jongste 18 jaar.
Al met al een boeiend boek maar ik merk wel dat de verhalen slecht blijven hangen. Misschien omdat ik met veel wat verteld is al bekend was, misschien door de stijl van het brengen van de verhalen.
Toch, als je meer wilt weten over hoe deze mannen tegen de Nederlandse samenleving aankijken en hoe zij leven in Nederland dan is dit boek zeker een aanrader.


ISBN 9789025432003 paperback 239 pagina's Uitgeverij Contact mei 2010

© Dettie, 19 augustus 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De ronde van Gallië
Reizen en eten in het voetspoor van Asterix
Jeroen Thijssen


Een geweldig idee. Jeroen Thijssen heeft een reis door Frankrijk gemaakt naar het stripverhaal Asterix en de Ronde van Gallia. In dat verhaal  is er een muur rond het dorp van Asterix en Obelix geplaatst om zo de koppig weerstand biedende Gallische stam van Asterix  te isoleren. Asterix pikt dit natuurlijk niet en sluit een weddenschap af met de Romein, Lucius Finessus... hij zal samen met Obelix uitbreken en een rondreis maken door heel Gallië om te tonen dat ze vrij zijn. Zij zullen als bewijs van elke plaats die zij bezoeken een plaatselijke delicatesse meenemen. Als hun dit lukt zijn ze vrij.
Jeroen Thijssen, bekend van zijn columns over eten in Trouw, volgt dit verhaal en bezoekt de plaatsen en zoekt de specialiteiten die in het stripverhaal genoemd worden. Maar dat niet alleen. Hij geeft ons veel meer dan dat. Thijssen vertelt ook over de Romeinse geschiedenis van die plaats en zoekt  aldaar de restanten uit de Romeinse tijd die veelal  in musea te vinden zijn, maar ook de bekende boogbruggen worden ge- en bezocht.


Het verhaal begint natuurlijk in Het dorp waar de twee Galliërs wonen. Op een kaartje voorin het boek kunnen we zien hoe vervolgens de reis verloopt: van Rouen naar Parijs, Cambrai, Reims, Metz, Lyon, Nice, Marseille, Toulouse, Agen en via Bordeaux  terug naar Het dorp.
Frappant is dat Asterix en Obelix uit de eerste plaats, Rouen, geen product meenemen omdat zij er overhaast uit moeten vluchten. Thijssen vraagt zich daardoor af of er geen streekproducten in Rouen te vinden zijn en gaat op onderzoek uit, ondertussen Rouen bekijkend, zoekend naar Gallo-Romeinse restanten. Wat volgt is een bijzonder verhaal over Jeane D'Arc en caneton à la presse (gestikte eend).
En dan, op naar Parijs... want Parijs (Lutetia) staat bekend om zijn heerlijke ham. Deze ham speelt nog een grote rol voor het hondje Idéfix weet Thijssen ons te vertellen.
De auto in een buitenwijk achterlatend bezoekt Thijssen Parijs te voet. Tot zijn ergernis zijn de Parijse straten echter afgezet, wat is er aan de hand?
"Agenten te paard patrouilleren over het lege wegdek, volk hoopt zich op langs de hekken en juicht wanneer een zware zwarte wagen langszoeft. Door de raampjes is een bekend hoofd zichtbaar: de huidige wereldkeizer bezoekt zijn Franse onderdanen, Barak Obama is op weg naar onderkoning Sarkozy."
Door de drukte wordt Thijssen gedreven naar een ander Parijs.
"Is dit ook Parijs? Er heerst de rust van de provincie, zelfs auto's ontbreken. Er doemen, in de duistere zuidkant van de gevels, grote ruiten op, etalages, winkels. de Parijzenaar van deze buurt haalt zijn delicatessen niet op een verafgelegen industrieterrein, niet in een hypermarché, maar in deze straat."
Wat volgt is een geweldig verhaal over een slager, een ode aan het Franse stokbrood en de herkomst van het (woord) restaurant.
Via Cambrai waar Thijssen o.a. antwoord zoekt op de vraag waarom die plaats zo lelijk is en vertelt over  bêtises, onze  'Kletskop' letterlijk stommiteiten betekenend gaat de reis naar Reims waar Plusminus in het Asterix verhaal door een knallende champagnekurk tegen de grond slaat.
En zo reist Thijssen alle plaatsen af en laat ons meegenieten van zijn indrukken en culinaire vondsten.

Persoonlijk vind ik het jammer dat het boek er zo 'nietszeggend' uit ziet. Het idee van Thijssen is geweldig, de historische-, culinaire- en reisverhalen zijn zeer prettig en soms vermakelijk om te lezen. Waarom deze presentatie? Waarom niet hier en daar een foto? Bijv. van de ingang van de zeer moeilijk te vinden musea in Metz en Marseille of van de slager in Reims, of het mooie rustige straatje in Parijs? Waarom geen afbeelding van de gestikte eend of het hartvormige kaasje dat tijdens de Honderdjarige oorlog aan Engelsen soldaten werd aangeboden?  Het meest prettige was  geweest als er ook afbeeldingen uit het Asterix album bij hadden gestaan  maar wellicht was dat onmogelijk vanwege copyright of iets dergelijks.
Dit boek verdient de aandacht en door deze pocketuitvoering en erg 'doorsnee' kaft, alsof het de zoveelste reisgids is, valt te weinig het originele idee van Thijssen op en dat is echt zonde!


ISBN 9789046807088 Pocket 202 pagina's uitgeverij Nieuw Amsterdam april 2010

Dettie, 13 juli 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Verlangen naar erkenning
ontdek wie je bent / therapie in beeld
Gerrie Reijersen van Buuren


Gerrie Reijerse van Buuren is contextueel therapeut.
In de contextuele therapie gaat men er vanuit dat de relaties die we hebben, ons wel en wee bepalen en dat de relaties die we nú hebben gevormd worden door de relaties die we vroeger hadden, vooral door de relaties in het gezin waarin we zijn opgegroeid. Veel van de problemen die in volwassen relaties ontstaan zijn terug te leiden naar de rol die je speelde in het gezin van herkomst.
Mensen gaan vaak in therapie omdat ze onbalans ervaren tussen geven en nemen in hun relaties. Deze onbalans heeft vaak zijn oorsprong in de context waarin je bent opgegroeid en de rol die je daar in aannam.
Om deze context zichtbaar en inzichtelijk te maken werkt de schrijfster met poppetjes van playmobiel en lego, een werkwijze die door haar cliënten soms in eerste instantie als kinderachtig wordt ervaren (je denkt toch zeker niet dat ik hier met lego ga zitten spelen) maar die later vaak als zéér verhelderend wordt gezien.


In deze methode wordt er van uit gegaan dat ieder mens uit drie poppetjes bestaat: Een groot poppetje; zijn volwassen ik. Een klein poppetje; zijn meest oorspronkelijke zelf, zijn meest wezenlijke zelf. En tot slot een middelgroot poppetje. Dit laatste poppetje verbeeldt de rol die wij vaak aannemen, en heeft vaak zijn oorsprong in het gezin van herkomst.
Ieder mens heeft aangeboren kwaliteiten, sommige van deze kwaliteiten vergroot je in de loop der jaren uit om je kwetsbaarheid (je kleinste poppetje) te beschermen, of om geaccepteerd en gezien te worden.
Het gaat hierbij om eigenschappen die vaak uit zorg voor de ander of om gezien en gehoord te worden zijn uitgegroeid tot een teveel van het goede. Het middelste poppetje kan bijvoorbeeld een helper zijn, iemand die altijd maar helpt en bijspringt, en ontstaan zijn om bijvoorbeeld vader of moeder thuis te ontlasten en zo gezien te worden. Of het kan een clown zijn, iemand die altijd maar grapt en grolt en zijn wezenlijke aard of verdriet zo overschreeuwt. Of een vechter, of een heilige, of een slachtoffer, of een reddertje, of welke rol je ook maar kunt verzinnen.
Vaak zijn mensen zich niet bewust van de rollen die ze aangenomen hebben. Het doel van deze vorm van therapie is je bewust worden van je kleinste ik, en wat die nodig heeft.  Van je middelste ik , en welke vormen die heeft aangenomen en waarom. En van je volwassen ik; welke last die in het hier en nu heeft van scheefgegroeide verhoudingen in jezelf en hoe je die scheefgroei weer recht kunt trekken en kunt worden wie je écht bent.

Om deze methodiek aanschouwelijk te maken vertelt de schrijfster tien verhalen van cliënten. Mensen die in het hier en nu op hun werk of in hun relatie of gezin vast gelopen zijn. Rouw die niet verwerkt is, angst die niet onder ogen wordt gezien boosheid, minderwaardigheid, communicatieproblemen etc.
Roerende verhalen, van soms kwetsbare, soms strijdbare mensen. Niet altijd succesverhalen, wel verhalen van mensen die de moed hebben de confrontatie aan te gaan met zichzelf en te kijken waarom hun volwassen ik zo vaak niet durft te zeggen wat hij echt vindt, of bang is of eenzaam.
Aan het eind van ieder verhaal wordt op foto’s met behulp van de poppetjes de situatie zichtbaar gemaakt. Ook staat er een verwerkingsgedeelte bij waarbij je zelf aan de slag kunt met hoe jij zelf in het leven en in je relaties met bepaalde situaties omgaat.

Het boek is duidelijk en helder geschreven en het is nadrukkelijk zeer toegankelijk voor een breed publiek. Voor wie meer wil weten van de contextuele therapie worden bepaalde begrippen uitgewerkt.

Ik vond het een zeer verhelderend en af en toe ook ontroerend boek. Je ziet de personages van het boek tot in hun diepste ik, worstelend in het hier en nu, je ziet ze bijna voor je en voelt met ze mee. Tegelijkertijd kun je dit boek niet lezen zonder geconfronteerd te worden met wie je zelf bent, welke rol je zelf innam in je gezin van herkomst, en welke eigenschappen je zelf hebt uitvergroot om gezien te worden of stand te houden. Wat dat betreft is het ook een confronterend boek. Een aanrader dus voor iedereen die meer over de contextuele therapie wil weten, maar ook voor een ieder die meer over zichzelf wil weten.

Kortom een knap boek wat weet te raken en je aan het denken zet.


ISBN9789023924777 paperback, 144 pagina´s, Boekencentrum lifestyle, juni 2010

Willeke, juni 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zonnen mag
een nieuwe visie op zon en gezondheid
Han van der Rhee


Han van der Rhee is huidarts. Net als de meeste huidartsen was hij ook van mening dat zonnen schadelijk was.  Maar daar is toch wel verandering in gekomen. Er wordt nu wat genuanceerder over gedacht.
Van veel zonnen kun je huidkanker krijgen dat is een gegeven net als je van roken longkanker kunt krijgen.
Maar... Han van der Rhee is er inmiddels achter gekomen dat zonneschijn ook goed is voor mensen. Dat mensen bij gebrek aan zonlicht een depressie kunnen krijgen is inmiddels wel bekend. Maar gebleken is dat bepaalde vormen van kanker niet of in veel mildere vorm voorkomen in een zonnig land.  Daarr is uitgebreid onderzoek naar gedaan en in het boek wordt ook met wereldkaartjes aangegeven waar bepaalde vormen van kanker meer voorkomen. Dat zijn de landen in het hoge noorden en de aantallen voorkomende gevallen zakken af hoe meer je bij de evenaar komt. Han van der Rhee stelt ook dat dus de 'angst' voor zonneschijn onterecht is.
Wel moeten mensen met huidkanker oppassen met sterk zonlicht maar ook zij doen er goed aan, aan hun huidarts te vragen wat wel en niet goed is. Hij ontdekte namelijk dat mensen waarbij goedaardige vormen van huidkanker ontdekt en verwijderd waren door de indianenverhalen in zogenaamde 'wetenschappelijke' artikelen nauwelijks meer de zon in durfden.
Van der Rhee stelt dat mensen met bepaalde huidziekten juist enorm baat bij zonlicht hebben en er komen steeds meer aanwijzingen dat zonlicht de kans op dikkedarm-, borst- en prostaatkanker en MS vermindert. Ook is in zijn boek te lezen dat mensen die na de zomer geopereerd worden vanwege een of andere vorm van kanker sneller herstellen dan mensen die in het voorjaar geopereerd worden.
Van der Rhee vertelt over vormen van huidkanker en er is eigenlijk maar één vorm die echt gevaarlijk is. Voor de rest zijn het vaak goedaardige vormen waar je dus wel mee de zon in kunt.


Het wetenschappelijke betoog van Van der Rhee wordt afgewisseld met praktijkgevallen en anekdotes.
Het boek leest prettig, oftewel het is in goed leesbare taal geschreven. Achterin het boek staat een verklarende woordenlijst een uitgebreide bronnenlijst en een register.


Conclusie van Van der Rhee Zonnen mag en is in veel gevallen zelfs goed voor je. Het is dus heel goed mogelijk om gezond van de zon te genieten.
(Erg leuk is de in het boek opgenomen cartoon van Haagse Harry waarop een man afgebeeld staat, al zonnebadend op een ligbed aan het strand, die heel enthousiast meldt: "Dus fètelijk leg ik hieâh te fitnesse!)


ISBN 9789046808214 Paperback 160 pagina's | Nieuw Amsterdam | mei 2010

© Dettie, mei 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De nacht van de schreeuw
Marjon van Royen


Soms kom een boek tegen,  onverwachts, wat precies het soort boek blijkt te zijn waar jij van houdt. Dat overkwam mij bij dit boek. Gekregen van iemand, op mijn nachtkastje terecht gekomen, en pas toen ik al begonnen was met lezen kwam ik er achter dat het het soort boek was waar ik een eeuwigdurend zwak voor heb; non-fictie, geschreven in een verre cultuur, liefst door een journalist, en een mengeling van hoe het is om in zo’n land te wonen en informatie over het land, de cultuur, de politieke situatie etc.


De schrijfster in deze is Marjon van Royen, journalist, werkzaam voor o.a. het journaal in Zuid-Amerika.
In dit boek vertelt zij over haar periode in Mexico, een land waar ze een soort haat-liefde relatie mee ontwikkelt, met uiteindelijk iets meer haat dan liefde.
Ze ontmoet tijdens haar journalistieke werk in de sloppenwijken een Indiaanse vrouw, Sandra, en haar twee dochters, en er ontstaat een bijzondere vriendschap. Een omstreden vriendschap ook, want geen mens kan geloven dat het om een gelijkwaardige vriendschap gaat en niet om een dienstverband. Sandra heeft een bewogen geschiedenis, ze wordt achtervolgd door duendes, de plaatselijke kwade duivels, die staan voor het ongeluk wat op je pad komt. Uiteindelijk komt ze bij Marjon in huis wonen, met haar twee dochters. Dat huis wordt een soort duiventil van her en der in en uit stromende vrouwen en een enkele verdwaalde man, maar de kern van het huis, en van dit boek, vormen Marjon en Sandra en hun vriendschap.


Iedereen die een tijd in een andere en armere cultuur gewoond heeft weet dat gelijkwaardig houden van een vriendschap waarin de één het materieel veel beter heeft, en dus veel meer betaalt dan de ander, niet mee valt. Vooral niet voor de ontvanger. Ook in deze vriendschap komt daar uiteindelijk vervreemding door. Als Marjon voor haar werk naar Brazilië vertrekt, blijkt Sandra onvindbaar, wat niet eens zo heel moeilijk is als je zonder telefoonboek en internet in een miljoenenstad leeft. Ze voelt zich verraden door het vertrek van Marjon en wil het contact voor altijd verbreken.


Dwars door alle verwikkelingen over de vrouwen en hun levens en vriendschap loopt ook nog de rode draad van het land Mexico. Mijn visie op dat land is na het lezen van dit boek volledig omgeslagen. Ik had een nogal naïef beeld van een gezellig vakantieland, maar het blijkt een land waar de mensenrechten structureel geschonden worden, de politie structureel corrupt en deel van de criminaliteit in plaats van de bestrijder daarvan. De bureaucratie blijkt gekmakend en wederom ook corrupt, zelfs de mensenrechtenactivist blijkt omgekocht te worden. Met name een gewelddadige scène aan het eind van het boek waar de zogenaamde bewakers toe kijken bij een verkrachting en degene die te hulp schiet overreden en neergeschoten wordt, is huiveringwekkend.


Een boek dus wat je op een ander spoor zet, en aan het denken, terwijl het ondertussen ook vermakelijk is. En óók nog eens goed geschreven.
Kortom, ik zei het al, precies het soort boek waar ik een eeuwigdurend zwak voor heb.


Marjon van Royen, de nacht van de schreeuw, 2004, rainbowpocket, 574 pagina’s , ISBN:978 9041707284

© Willeke, april 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Tot hier heeft de Heer ons geholpen, over godsbeelden en goed gedrag
Herman Vuijsje


“God is hot”, zo luiden de eerste woorden van dit boek. Dachten we enkele decennia terug nog dat God dood was, nu is hij weer volop aanwezig. We zijn spiritueler dan ooit, en het ietsisme viert hoogtij. De traditionele kerk verdwijnt wel steeds meer in de marge, en de vraag die Vuijsje zichzelf in dit boek stelt is of dat invloed heeft op de verandering van onze moraal, en of dat erg is.


Als je Vuisje zo leest valt meteen de enorme betrokkenheid op waarmee hij over dit onderwerp schrijft. Hoewel hij meteen aan het begin van het boek al meldt dat hij atheïst is en dat zelfs het ietsisme hem vreemd is, komt er na iedere lezing wel iemand naar hem toe die tegen hem zegt dat hij diep in zijn hart toch écht gelovig móet zijn. En ik kan me dat voorstellen. Het Christendom heeft slechtere pleitbezorgers gekend. Hij is naar mijn mening beter ingewijd in het huidige reilen en zeilen binnen de kerken, parochies en charismatische gemeentes dan menig gelovige.


Centraal in dit boek staat “de God van Nederland ”en zijn gedaanteverwisseling door de jaren heen. We begonnen met een Oudtestamentische wrakende God, daarna kwam de nieuw testamentische God, waar je een persoonlijke relatie mee kon hebben en van wie je van je naaste moest houden als van jezelf, om uit te komen bij een God die steeds liever en makkelijker te benaderen werd, en van wie we steeds minder moeten en steeds meer mogen. Desalniettemin lopen de kerken van die God leger en leger. Nergens ging dat zo hard en radicaal als in Nederland, maar God verdwijnt niet, zoals vroeger altijd gedacht werd, God vervaagt. Tweederde van de Nederlandse bevolking gelooft nog steeds dat er “iets” is, niet zo zeer een persoonlijke God, geen God waar je normen en waarden vandaan haalt, of waar je een hel of een hemel kunt verdienen, maar ”ïets”.
Ronald Plassterk bedacht hier de inmiddels ingeburgerde term “ietsisme” voor. Het mooiste citaat om dat ietsisme te omschrijven in dit boek komt natuurlijk van Johan Cruijff;
Ik geloof niet, omdat ik dus niet gelovig ben, maar ik denk wel dat er iets anders is, maar daardoor geloof ik datgene wat ik dus denk dat er is”.
Onnavolgbaar maar prachtig Cruijffiaans.
Iets bondiger is het citaat van de journalist Maarten Huygen; ”ietisme is het geloof dat er iets is, maar niet in de kerk”.


Het voornaamste verschil met het traditionele geloof is dat er geen groot verhaal meer is, maar meer een gevoel. Morele pretenties staan niet centraal en sancties, straf en beloning ontbreken; wel een God maar geen gebod.
Het ietsisme heeft daardoor volgens Vuijsje veel minder consequenties voor het eigen leven.
En de vraag in dit boek is of dat erg is, en of het verschuiven van het godsbeeld invloed heeft op onze moraal.
Het antwoord is niet helemaal eenduidig. Individualisme, wat samenhangt met het verbreken van de kerkelijke verzuiling, en daardoor met de grote leegloop van de kerken, heeft grote invloed op het verschuiven van onze moraal. En het verdwijnen van een Hemel, waarvoor je goed moet leven, of een Hel, waar je bang voor bent, heeft ook invloed op de moraal. Maar heel veel dingen van het Christendom zijn cultuurgoed geworden, mensen die niet meer geloven zijn vaak cultuurchristenen volgens Vuijsje, ze geloven weliswaar niet meer maar leven nog wel vanuit de innerlijke waarden iets goed te doen voor een ander zonder daar iets voor terug te krijgen. En omdat de wereld, door alle media, groter is dan ooit, en je goede daden dus minder zichtbaar zijn dan vroeger toen je goed deed aan je arme buurvrouw, is de mensheid wat dat betreft deels misschien zelfs wel onbaatzuchtiger dan toen.


Het niet eenduidige antwoord op de vraag is mijn enige kritiekpunt op dit boek, je moet aan het einde goed nadenken wat Vuisje nu eigenlijk voor eindconclusie trekt. Tegelijkertijd maakt juist dat het ook wel weer tot een genuanceerd boek. Bij de even dreigende conclusie dat bij het verdwijnen van het Christendom ook de goedheid van de mens verdwijnt begon ik  al lezend ook meteen te mopperen. Ik ken heel veel atheïsten en ietsisten die onbaatzuchtige en socialer leven dan menig Christen. Mijn gemopper bleek gelukkig te vroeg want dat kwam aan het einde van het boek nog ruimschoots aan bod. Geen eenduidige conclusie dus, wel een boek dat je na laat denken over de rol van God, kerk en moraal.


Al met al een boek wat ik met veel plezier gelezen heb. Informatief, van tijd tot tijd amusant, makkelijk leesbaar en ondanks het “zware”onderwerp zeker niet zwaar van toon.


Uitgeverij Contact, de Pandorareeks, ISBN; 9789025434328, pocket uitgave, 270 blz.

Willeke, april 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Impressionisme: een feest van licht
Isabel Kuhl


Een prachtig fotoboek over de schilders die in de tweede helft van de jaren tachtig van de negentiende eeuw een nieuwe weg in sloegen.
De oorsprong ligt in Parijs, een stad in beweging. Onder het bewind van Napoleon III was baron Hausmann degene die Parijs afbrak en weer opbouwde: behalve dat hij zorgde voor een rioleringssysteem en een betere watervoorzienining liet hij hele wijken afbreken om daar boulevards aan te leggen. De Opera verrees, er werden bruggen gebouwd over de Seine, het Bois de Boulogne werd aangelegd. Het was de tijd waarin fotografie zijn eerste stappen zette. En in de muziek waren Ravel en Debussy succesvol, in de literatuur Zola.
Jaarlijks werd er een tentoonstelling georganiseerd waarvoor schilders hun werken konden insturen. Er was een commissie die besliste of het wel of niet opgehangen zou worden. Als je weet dat tijdgenoten de schilderwerken van de impressionisten afdeden als 'te banaal, te snel of te onhandig geschilderd', dan is het niet moeilijk te begrijpen dat het voor hen niet mee viel om tentoongesteld te worden. Galeries bestonden niet, deze Salon was de enige mogelijkheid om gezien te worden.
Op een enkeling na die geld van zichzelf had, hadden de meesten moeite om het hoofd boven water te houden. In 1860 besloot Degas, die zelf  bemiddeld was, pogingen te doen om hun werk in een alternatieve tentoonstelling te krijgen, de 'Salon des Refusés'. En nog wat later werden er privé-exposities gehouden en ontstond het galeriesysteem zoals dat nu nog bestaat. Tegen de eeuwwisseling werd het Musée d 'Orsay ter beschikking gesteld. Het is nog steeds het museum waar de meeste impressionisten hangen.


Dit is de achtergrond zoals die ook in het boek verteld wordt. Maar natuurlijk ligt de nadruk op de schilders zelf. Vooral Claude Monet wordt veel genoemd, hij lijkt het boegbeeld van het impressionisme te zijn.  Een van zijn bekendste werken (1873) is 'Impression: Soleil Levant' Hij stuurde het werk in voor de tentoonstelling, maar hoewel hij het geschilderd heeft in Le Havre, vond hij dat niet geschikt als titel. De naam die hij toen gaf aan zijn schilderij is de aanzet geweest tot de naam impressionisme.
Isabel Kuhl vertelt in haar boek dat impressionisme niet zozeer een stijl is geweest, maar meer een artistieke tendens. Impressionisten laten indrukken zien: de val van een zonnestraal, zinderend licht, glinsterende luchtspiegelingen. Beelden van het alledaagse leven: een balletzaal, een café, de oever van de Seine. Niet langer vertelt een schilderij een verhaal, niet langer is er sprake van een strak gecomponeerde vlakverdeling.
De levens en werken van andere impressionisten komen voorbij, alsmede werken van zijstromingen: Berthe Morrisot, Renoir, Edouard Manet, Edgar Degas, Paul Cezanne, en nog veel meer. Ook post-impressionisten als Paul Gauguin Vincent van Gogh worden behandeld. Tevens wordt in het kort verteld hoe het in de rest van Europa gesteld was met kunstschilders.
Een aardigheidje nog: kreeg een schilder tijdens zijn leven nog geen 400 Franse Francs voor zijn werk, nu zijn het alleen miljonairs die ze kunnen bekostigen en wordt er voor een Van Gogh, - en niet eens voor zijn bekendste werk!-, vlot 80 miljoen dollar neergeteld.
Een prachtig boek, genoeg informatie, en vooral veel afbeeldingen.

(http://www.gemm.nl/webgemms/monet.html: een wonder op zich, deze pagina!)


ISBN 978 4075 7704 3 Hardcover 224 pagina's Parragon, 2009
'Impressionismus: eine Feier des Lichts Vertaald door Nelleke van der Zwan

© Marjo, 9 augustus 2010

Lees de reacteis op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De drang naar zee
Zeilverhalen
Geert van der Kolk


Geert van der Kolk is behalve schrijver ook een verwoed zeezeiler.  In dit boek vertelt hij over zijn reizen naar o.a. Bahama's, Groenland, Bermuda, Puerto Rico, Cuba en Haïti.

Met vrouw en kinderen, elf en dertien jaar, maakt de in Amerika wonende Geert van der Kolk een zeiltocht van een jaar naar Florida en de Bahama's. In Amerika is er wel een leerplicht maar geen schoolplicht. Je mag je kinderen thuis lesgeven.

"Het mooie van een bootschool is dat je afgezien van verplichte nummers zoals talen en wiskunde, kunt onderwijzen wat je wilt. Wij bestudeerden elke vis, schelp en kreeft die we vingen, de identificatie van dolfijnen in Florida, de ruimtevaart toen we langs Kennedy Space Center op Cape Canaveral zeilden en een spaceshuttle zagen opstijgen, de natuurlijke historie van haaien en mangroven, de geologie van de Bahama's, en tijdens het avondeten lazen we De avonturen van Huckleberry Finn, Macbeth, de Odyssee, de goede boeken van de Bijbel (Genesis, Samuel, Marcus) en Robert Graves' The Use and Abuse of the Enlish language."


Na dat jaar moesten de kinderen op hun oude school toelatingsexamen doen. De resultaten waren vernietigend - voor de school.

Geert vertelt over de witte reigers, de haaien, de alligators, de leguanen, het dopje van de snelkookpan en averij. Over de boef en de onderwijzeres op de Bahama's, over de bootvluchtelingen uit Haïti, over Groenland. De verhalen beslaat drie tot vier pagina's en allen zijn ze boeiend. Soms wordt er zeiljargon gebruikt die voor niet-zeilers niet te begrijpen is,  dat is onontkoombaar natuurlijk, maar gelukkig komt het niet al te veel voor, het merendeel gaat over de belevenissen onderweg en de mensen die Van der Kolk ontmoet op zijn reizen.

In Santo Domingo bijvoorbeeld komt de commandante van de haven samen met twee soldaten de zeilboot controleren. De commandante wijst naar de kajuit en daar blijkt dat hij een 'klein geschenk' wil. Geert geeft hem tien dollar en daarna is Geert voor eeuwig de vriend van de commandante.
Daarna komt de immigratiedienst aan boord. Deze ambtenaar wilde tachtig dollar, twintig dollar per persoon, te weten Geert en zijn drie bemanningsleden. Geert wil een stempel zodat hij in de volgende haven niet weer hoeft te betalen. Dat kan niet, wordt hem duidelijk gemaakt, en betaalt hij  niet dan zal hij in de boeien geslagen worden. Na veel gedoe weet Geert een reçu te krijgen. Dan komt de opsporingsdienst aan boord à vijf dollar. Op de kade moesten ook de bemanningsleden nog wat aan deze man betalen. Bij het verlaten van de Dominicaanse Republiek moest er natuurlijk weer betaald worden voor een despachio, een officiële verklaring dat Geert van der Kolk het land verlaat zonder schulden, onechte kinderen of lijken achter te laten.
Des te verrassender is dat er in Cuba geen enkele corruptie is. Daar mogen ze weliswaar niet overal aanleggen en is er strenge bewaking en controle maar er is geen ambtenaar die stiekem om geld vraagt (op één na).

Onderweg van Santo Domingo naar Cuba deed Geert Île à Vache aan, een eilandje voor de zuidkust van Haïti omdat een vriend het omschreef als het laatste onbedorven eiland in het Caribisch gebied. Geert wist toen nog niet dat hij een jaar later daar terug zou zijn om een Haïtiaanse boot te bouwen. Met die boot zou hij naar Florida zeilen. De tocht die veel bootluchtingen maken... Natuurlijk wordt uitgebreid verslag gedaan van deze tocht die dit keer zeven pagina's beslaat.
(In het midden van het boek zijn enkele foto's van de reizen opgenomen, ook de bouw van de boot en het eindresultaat is daar te zien.)

Geert van der Kolk heeft een prettig boek geschreven dat zeker bij zeezeilers in de smaak zal vallen maar ook voor niet-zeilers is het een aangenaam boek om te lezen.

ISBN 9789046807859 Paperback 160 pagina's Uitgeverij Nieuw Amsterdam juni 2010
Zie ook het weblog van Geert van der Kolk

© Dettie, 11 juli 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Bernhard. Een verborgen geschiedenis
Annejet van der Zijl


Annejet van der Zijl houdt van schrijven, puzzelen en mensen. Dat doen er meer, maar in de handen van Annejet van der Zijl groeit die liefde uit tot prachtige verhalen over mensen en hun verwevenheid met de wereldgeschiedenis. Of ze nu Annie M.G. Schmidt, Prins Bernhard of Sonny Boy heten. 


Zo begint een artikel in het blad  Boek over het boek Bernhard. Een verborgen geschiedenis van Annejet van der Zijl. Zij is op dit boek gepromoveerd.
En inderdaad haar boeken over Sonny Boy en Annie M.G. Schmidt heb ik met zeer veel plezier gelezen, mooie verhalen, niet sentimenteel, goed gedocumenteerd en vooral prettig geschreven. Ook dit boek is geschreven in haar zeer toegankelijke schrijfstijl maar het liet me lichtelijk verbijsterd achter.


Van der Zijl heeft vooral de levensjaren van Bernhard voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog besproken. Wat naar voren komt is een man die leeft voor de lol, van het ene feestje en jachtpartij naar het andere rent, een vrij slap karakter heeft maar vooral een moederskind is. Als het met zijn moeder maar goed gaat dan gaat het met Bernhard ook goed.


In feite weerlegt of bewijst Annejet alle verhalen en mythes rond prins Bernhard. Hij groeide aanvankelijk op als enig kind en werd aanbeden door zijn moeder. Zij vond haar zoon een zegen. Die liefde was wederzijds. Mama was alles. Nu was moeder Armgard geen doorsnee vrouw. Ze was vrijgevochten vrouw en had zeer eigen opvattingen over het leven. De drie jaar jongere broer van Bernhard, Aschwin,  telt nooit echt mee. Hij blijft er altijd een beetje bij bungelen. Soms wordt Aschwin opgenomen in Bernhards leven als het nodig is maar net zo snel weer verworpen. Het is moeder Armgard die telt en blijft tellen. Zij was de grote liefde in Bernhards leven.


In de kranten is al gemeld dat Van der Zijl ontdekte dat  Bernhard lid was van de NSDAP. In feite vond zij een lidmaatschapskaart van de Studentenschaft waarop stond dat hij lid is van de NSDAP, de SA en corpsvereniging Borussia die onder nazi-invloed stond. Bernhard zelf heeft zijn lidmaatschap altijd ontkent evenals de 'band' met Hitler. Maar Bernhard heeft veel dingen verdraait en naar eigen hand gezet zo blijkt uit het boek. Bernhards geschiedenis werd altijd net even anders weergegeven en anders wel verzonnen door Bernhard. Ook de regering deed er veel aan om een positief beeld van Bernhard te creeëren en veel werd in de beroemde doofpot gestopt.
Ronduit beschamend is Bernhards houding vóór zijn verloving met Juliana. De geruchten deden al de ronde over een op hande zijnde verloving en toentertijd werd al melding gemaakt van de reden van Bernhards toenaderingen. Die reden was geld, waar zijn familie veel te weinig van had. Voor zijn aanzoek aan Juliana vroeg hij nog even snel twee andere vrouwen ten huwelijk. Toen deze beiden weigerden vroeg hij Juliana.
De charmante Bernhard maakte van Juliana een stralende vrouw maar helaas niet voor lang.


Zoals bekend had Bernhard diverse relalties, die had hij al tijdens de oorlogsjaren en één vrouw ging daarna zelfs mee op vakantie met het vorstelijk paar. Maar eigenlijk was Bernhard een mannenman, hij trok het liefst op met zijn vrienden en toonde zich daarin ook soms een vrij verwende man. Het huwelijksleven van zijn vrienden deed er niet toe, als zij maar op pad konden, lol konden maken. Je krijgt de indruk dat er voornamelijk erg oppervlakkig vermaak werd gezocht en dat bleef Bernhards hele leven zo.
Ook de mythe dat Bernhard een oorlogsheld was wordt onderuit gehaald door Van der Zijl. Sterker nog, men had liever niet dat Bernhard iets ondernam, hij werd niet gezien als zijnde een intelligent en integer mens. Ook de Prinses Irene brigade wordt in het boek neergezet als een elitair groepje dat niet veel voorstelt.


Kortom, Prins Bernhard wordt tot op het bot uitgekleed en er blijft niet veel meer van de ons gepresenteerde charmante prins over. Je houdt er eerder een enorm vieze smaak aan over. Zeker als je leest hoe Bernhard na de oorlog overal geld weet los te peuteren voor zijn moeder. Hij ontving in het kader van de Wiedergutmachung één miljoen mark en later nog eens van Polen een bedrag van 134.000 euro. Voor de schade toegebracht aan zijn geboortehuis... Je begint je zelfs af te vragen, was er eigenlijk wél wat goed aan die man? In dit boek kun je hooguit 'goed' vinden dat hij goed voor zijn vrienden zorgde. Hen gunde en gaf hij alles maar voor de rest heb ik weinig plezierigs over deze man gelezen.
Verbijsterend hoe mensen en de pers dingen naar buiten weten te brengen en weten te verdraaien zodat je een totaal ander beeld krijgt voorgeschoteld. Natuurlijk weet je dat niet alles verteld wordt maar dat  de waarheid zo erg verdraaid wordt is wel schokkend.


Bernhard zei over zichzelf. Ik ben altijd een jongen van tien gebleven...
Zijn leven lijkt ook op een jongensboek. Bernhard komt ook over als verwend  jongetje dat van plezier, vrouwen, reizen, snelle auto's en vooral zijn moeder houdt.


Zie ook de uitzending van de NOS

ISBN 9789021437644 Hardcover 458 pagina's | Em. Querido's Uitgeverij | maart 2010

© Dettie, mei 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Grenzen aan de vrijheid
Ian Buruma

April is door de stichting ‘Maand van de filosofie’ al een aantal jaren geleden uitgeroepen tot de maand van de filosofie. Deze stichting is een samenwerkingsverband van o.a. Felix Meritis, Filosofie Magazine, de Internationale School voor Wijsbegeerte, en de Universiteit van Tilburg. Ieder jaar worden er onder auspiciën van de stichting in de maand april allerlei filosofisch getinte activiteiten georganiseerd die betrekking hebben op een centraal thema (zie: www.maandvandefilosofie.nl).
Ook wordt er aan een bekende filosoof en/of auteur gevraagd een essay te schrijven over het thema van dat jaar. Zo zijn er al essays verschenen van o.a. Patricia de Martelaere, Hans Achterhuis, Conny Palmen, Marek van de Jagt, Marcel Möring, Désanne van Brederode, Joep Dohmen en Bas Haring. Dit jaar is het thema Vrijheid en is het essay met de titel: Grenzen aan de Vrijheid geschreven door Ian Buruma.


Ian Buruma (Den Haag - 1951) is een internationaal vooraanstaand schrijver die onder meer de prijswinnende boeken Occidentalisme: het westen in de ogen van zijn vijanden en  Moord in Amsterdam: de moord op Theo van Gogh en de grenzen van tolerantie op zijn naam heeft staan. Hij is hoogleraar democratie, mensenrechten en journalistiek in New York. In 2008 werd hem de Erasmusprijs toegekend voor zijn ‘uitzonderlijke belangrijke bijdrage aan de cultuur, samenleving en sociale wetenschappen in Europa’. Tevens is hij sinoloog en japanoloog. Veel van zijn werk focust op de Aziatische cultuur, met name die van Japan in de 20e eeuw.


Sommigen denken bij filosofie (ook wel wijsbegeerte genoemd) aan ingewikkelde redeneringen en theorieën of juist aan onzinnige discussies over triviale zaken. Men ziet in beide gevallen een reden zich er niet mee in te laten. Maar zoals (bijna) iedereen onze taal kan spreken en lezen zonder Nederlands gestudeerd te hebben, zo is het mogelijk een filosofisch debat te volgen zonder speciale studie. Wie een probleem graag van meer kanten beziet, zich liever zelf een mening wil vormen over wat “men” ergens van vindt of terug wil naar de basis van een maatschappelijk probleem om van daaruit naar een oplossing te zoeken, is eigenlijk al met filosofie bezig. En die zal met plezier dit essay lezen waarin de Vrijheid centraal staat.

 
Filosofie is een eeuwenoude wetenschap. Een wetenschap die zich ontwikkelt, maar ook geregeld teruggrijpt op zijn wortels, als zich een nieuw probleem aandient. Buruma is zelf geen filosoof, maar is wel bekend met de opvattingen van bekende filosofen uit heden en verleden. Uitwijdend over deze opvattingen van wijsgeren uit de Oudheid (Socrates, Plato) en de Verlichting (Kant, Diderot, Voltaire) en die van hedendaagse filosofen (Berlin, De Maistre) neemt hij de vragen rond het begrip Vrijheid onder de loep.
Die vragen zijn bv.: Wat is vrijheid precies? Betekent vrijheid van meningsuiting dat we zomaar iedereen kunnen beledigen? Mag de westerse wereld haar vrijheidsideaal gewapenderhand proberen te verspreiden? Is er een verschil tussen tolerantie en onverschilligheid bij het vrijlaten van individuen in hun levenswijze? Al deze vragen werpen weer nieuwe vragen op.

 
Het is boeiend het betoog van Buruma te lezen. Maar antwoorden geeft hij niet. En misschien is het juist daarom een filosofisch essay. Het zet je aan het denken, met behulp van de door hem aangedragen opvattingen van filosofen, reacties van politieke leiders, gedragingen en uitingen van onderdrukte individuen en feiten uit de wereldgeschiedenis.

 
In de filosofie streeft men graag naar absolute waarden voor abstracte begrippen zoals De Vrijheid. Een antwoord op de mogelijkheid daarvan krijgen we wel. Vrijheid blijft altijd iets relatiefs. Zo wordt de individuele vrijheid bv. vaak beperkt door wetten en normen en waarden: het is de prijs die we betalen voor een zekere veiligheid en leefbaarheid in een ingewikkelde maatschappij. De soevereiniteit van een staat moet erkend worden, maar er kunnen humanitaire redenen zijn om er binnen te vallen. Maar welke zijn dat, wie bepaalt dat en waar ligt de grens? Het westerse ideaal van democratie lijkt het best de vrijheid te dienen, maar is dat wel verenigbaar met de culturele achtergronden van bv. de Aziatische landen en daardoor misschien niet voor alle wereldburgers geschikt als symbool voor Vrijheid?
Deze en andere dilemma’s passeren de revue in een boeiend boekje. Dat eindigt met het standpunt:
“Kortom, laat ons vooral opkomen voor de idealen van de Verlichting
(red.: het zoeken naar nieuwe kennis (wetenschap) en nieuwe samenlevingsvormen met als idealen rechtvaardigheid, democratie en mensenrechten). Maar als een geloof in westerse waarden zich verhardt tot een dogma en vrijheid wordt gehanteerd als een vorm van absolutisme, dan zullen we zien hoe ook de beste ideeën eindigen in een catastrofe.”


Op de website http://www.filosofiemagazine.nl/00/fm/nl/agenda/Agenda.html staan allerlei filosofische activiteiten (lezingen, cursussen) in april, maar ook voor de rest van het jaar vermeld.


ISBN 9789047702627 Paperback 96 pagina's Uitgeverij Lemniscaat april 2010

© Librije, april 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wachtland
de nachtwaker, de fotograaf en het wordende eiland
tekst: Louis Stiller en Jabik de Vries
fotografie: Jabik de Vries


Frits, een oude theatervriend, vertelde aan Jabik de Vries hoe zijn dochtertje bij het naar bed brengen naar buiten wees en zei  "Donkerland'.

Diezelfde Frits gaat in Amsterdam-IJburg wonen. De eerste keer dat de fotograaf het grote bouwterrein aan de rand van de stad bezocht was bestond de kavel nog uit moederpoelen en zandheuvels.
'Dit is het dan,' zei Frits grijnzend, wijzend op een groot gat. 'Maak jij de foto's?'
De fotograaf komt zijn belofte na maar de eerste keer dat hij de kavel wil fotograferen verdwaalt hij. Het was winter.


Ik kon de kavel moeilijk vinden, verdwaalde in het gebied en in de tijd. Het werd langzaam donker, de sluitertijden werden steeds langer, ik moest de camera op zandbergen, buizen en stapels stenen plaatsen om het beeld vast te kunnen leggen (statief niet vergeten de volgende keer). Pas toen ik de sluitertijd verlengde tot anderhale minuut, zag ik dat de foto iets liet zien wat ik daarvoor nooit eerder had gezien: een scherpe afbakening van wat is, en wat wordt - van het bestaande en het levende.
Wat beweegt verdwijnt op een nachtfoto; wat niet beschenen  wordt ook. De duisternis bleek een scherprechter, maar ook een vriend.


Bij toeval ontdekte Jabik de Vries toen de schoonheid van nachtfotografie.


De nacht, donkerland, maakt alles anders. Alles komt dan tot rust, alles staat uit te dampen, op adem te komen. Kaarten heb geen nut en zelfs de maateenheden zijn anders. Het bouwterrein fascineert hem, doet hem denken aan de landjes dat elk kind wel kent, de verlaten stukjes grond waar je speelde of een hut maakte. In de nacht zijn de geluiden anders, er zijn geen mensen. 'Wat is vast, wanneer de sterren en de maan strepen door de lucht trekken?' filosofeert de schrijver als hij de bewegingsstreepjes bij de sterren en de maan op zijn foto's ziet.
De enige mens die  fotograaf tegenkomt is de nachtwaker. Aanvankelijk is het contact koel, de mannen zeggen elkaar gedag. De nachtwaker is niet zo'n prater. Toch ontstaat er een soort band. Langzamerhand worden de praatjes iets langer, vrienden zullen ze nooit worden maar ze delen iets waar ze beiden van houden, de nacht met al zijn geheimen en geluiden.


Frits is helemaal niet zo gecharmeerd van de foto's, toch kan Jabik het niet laten.  Drie jaar (2007-2009) lang trekt hij regelmatig naar het bouwterrein. Hij maakt het zich eigen, ziet de veranderingen en legt op zijn manier de bouw van de woningen vast. Later maakte hij ook enkele foto's van de verbouwing van het Amsterdamse Centraal Station en het Rijksmuseum, maar IJburg blijft trekken tot het zo goed als klaar is.
Deze nachtelijke bezoeken resulteerden in dit schitterende fotoboek, onder elke foto (107 stuks) staat telkens de locatie, datum, tijd en sluitertijd. De foto's zijn adembenemend in hun zogenaamde eenvoud. De fotograaf brengt ons van Donkerland, via Wordland, Weifelland en Hoogland naar Wachtland.
En zo zijn we via deze beelden getuige van de wereld die nooit meer terugkomt...


Jabik de Vries werd tijdens zijn nachtelijke tochten regelmatig begeleid door schrijver Louis Stiller, die samen met Jabik een lang verhalend essay bij de foto's schreef. Deze tekst is verrassend aangenaam om te lezen. Zij varieert van terugblikken op de omgeving in de jeugd, herinneringen aan een moeder die aan het 'verijlen' is, verhalen over de oude woning in Amsterdam-West van Jabik, over de woning in de Bijlmermeer van Frits tot mooie bespiegelende gedachten...

Alles wat ik tot nu toe heb gedaan, heb bedacht, heb gezien, is een pleidooi voor het wachten, bedacht ik vannacht, toen ik wakker werd van gekraak boven me. Het wachten op tijd. Het wachten zonder woorden. Geduld hebben om nieuwe gebieden zichzelf te zien worden, om gebouwen en pleinen plekken te laten worden. Om bewoners zelf het heft in handen te zien nemen.

Wachten zou een deel van het ontwerp moeten zijn. Architecten zouden erin geschoold moeten worden, overheden zouden het boven aan hun agenda moeten hebben staan. Punt 1: wachten.
Dit is ook een pleidooi voor witte en grijze gaten in het ontwerp. Voor het niet alles meteen en volledig invullen door ontwikkelaars en overheden. Voor overloopgebieden, landjes en poelen. Voor plekken zonder hekken - plekken die nog iets moeten worden.
Dit is een pleidooi voor meer wachtland.


Dit boek is een aanrader als leesboek maar ook zeer interessant en aantrekkelijk  voor mensen die zelf fotograferen en/of geïnteresseerd zijn in (de bouw van) Amsterdam.

Zie ook http://www.wachtland.nl

ISBN 9789056920050 Paperback 231 pagina's Uitgeverij Album 8 april 2010

© Dettie,  april 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER