Nieuwe recensies Non-fictie

Donuteconomie
In zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw
Kate Raworth


De aarde en het milieu staan onder enorme druk; de wereldbevolking wordt steeds groter, wordt steeds ouder en consumeert steeds meer, zodat er steeds meer grondstoffen nodig zijn. Hierdoor stijgt de temperatuur op aarde,wat dreigt te leiden tot overstromingen, droogtes, stormen en een enorme stijging van de zeespiegel. Wereldwijd zal de middenklassen bovendien enorm toenemen,wat nog meer consumptie tot gevolg zal hebben. De gevolgen van dit alles zijn nauwelijks te overzien. Onze generatie is de eerste die werkelijk begrijpt welke schade we onze planeet hebben berokkend,en vermoedelijk de laatste generatie die nog de kans heeft hier verandering in te brengen. We hebben een enorme omslag in ons denken nodig om al deze problemen van de 21ste eeuw te lijf te gaan.


Een van de belangrijkste terreinen waarop deze denkomslag gemaakt zal moeten worden is de economie. Kate Raworth begon dan ook vol idealen om in dit opzicht de wereld te veranderen aan haar studie economie, maar liep al snel vast op oude lesstof die gebaseerd is op theorieën uit de jaren vijftig, die op hun beurt weer gebaseerd zijn op theorieën uit 1850, dus al eeuwenoud en totaal niet toegerust voor de uitdagingen en problemen waarmee wij te kampen hebben en krijgen.


In de huidige economische theorieën is alles gericht op oneindige groei van het bbp, het bruto binnenlands product. Kabinetsplannen worden daarop geschreven, de welvaart en het welzijn van een land wordt daaraan afgemeten, en consumptie (en de vervuiling die daarmee samenhangt) wordt daarmee enorm aangejaagd en ondertussen consumeren we meer dan de planeet aankan, terwijl er tegelijkertijd grote groepen mensen in armoede leven en tekort hebben aan voedsel, goede gezondheidszorg, onderwijs of schoon drinkwater. Er moest volgens haar dan ook dringend een nieuw economisch model komen wat minder afhankelijk is van economische groei, een model wat mag groeien tot ze floreert zonder dat het daarna nóg groter moet worden. Een model wat rekening houdt met de klimaatsveranderingen, maar ook met de sociale ongelijkheid en mensenrechten.


Ze zocht naar een beeld wat in één oogopslag duidelijk zou maken waar we nú staan, én waar me naar toe moeten. Met Ghandi in haar achterhoofd - Wees de verandering die je in de wereld wilt zien plaatsvinden-  tekende ze de verandering die ze in de wereld zou willen zien plaatsvinden. Toen ze zich inbeeldde hoe die wereld er dan uit zou moeten zien, zag ze tot haar eigen verwondering een donut voor zich. Een cirkel met een binnenring als sociaal fundament, waar niemand onder mag zakken, en een buitenring, het ecologisch plafond, waar we nooit buiten zouden mogen komen. In het midden van de donut, het gat van de donut, leven de mensen die een tekort ervaren, bijvoorbeeld aan voedsel, sociale gelijkheid, werk, mensenrechten, onderwijs, water, gezondheid, etc.


Haar doelstelling is om iedereen uit het midden van de donut, bínnen de ring van de donut te krijgen. Tegelijkertijd moet alles wat zich buiten de buitenste cirkel, buiten het ecologisch plafond, bevindt, zoals mileuvervuiling, bodemuitputting, chemische vervuiling, oceaanvervuiling, afnemende biodiversiteit, ook terug gebracht worden tot binnen de donut. We moeten van lokaal tot mondiaal niveau economieën creëren die de mensheid binnen de veilige en rechtvaardige ruimte van de donut brengen. Ze bedacht hiervoor een nieuw economisch model om in zeven stappen om te schakelen naar een economie die klaar en slagvaardig is voor alle problemen van de 21e eeuw.


Allereerst zouden we dus af moeten van economieën die alleen maar gericht zijn op oneindige economische groei. Daarnaast moeten toe naar een duurzame economie die van energie voorzien wordt door wind en zon, zodat we niet meer afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. De technologieën zijn er vaak al, maar er moet meer wet en regelgeving komen om meer mogelijkheden te scheppen om dit op nog grotere schaal voor elkaar te krijgen. Hergebruik zou de standaard voor alles moeten zijn; onze economie moet een cirkel worden waarin afvalstoffen niet als uitzondering, maar als regel opnieuw gebruikt worden, zodat we geen nieuwe grondstoffen uit onze uitgeputte aarde hoeven te halen, en geen nieuw plastic hoeven te produceren.


Voor dit alles zouden we veel meer gebruik moeten maken van ons sociaal kapitaal, van de creativiteit van mensen, we zouden vaker collectief dingen moeten bezitten en veel vaker, zoals nu in veel wijken en dorpen over de wereld ook al gebeurt, samen de handen ineen moeten slaan om dingen te veranderen of in gang te zetten. Raworth benadrukt ook het belang van eerlijke herverdeling. In het huidige systeem wordt vaak geroepen dat economische groei noodzakelijk is om de ongelijkheid terug te brengen, maar het is in haar optiek veel effectiever om in plaats daarvan een economie te creëren die ontworpen is voor herverdeling. Een dergelijke economie moet eraan bijdragen dat iedereen boven het sociale fundament van de donut komt. Om dit te realiseren moet niet alleen de verdeling van inkomen worden veranderd, maar ook die van rijkdom, bezit en grond.


Al lezend bekruipt je soms het gevoel van een utopie, maar dat haar ideeën helemaal niet zo utopisch zijn als ze nu misschien klinken, bleek deze week toen het CBS de groeicijfers bekend maakte en er voor de eerste keer niet alleen gebruikt werd gemaakt van het bbp, maar ook het prijskaartje dat aan de economische groei vastzit, genoemd werd; dat de komende generaties door deze groei opgezadeld dreigen te worden met minder natuur en een slechter klimaat. De omslag in het denken ís al gaande en de tijd is rijp voor ingrijpende veranderingen.


Kate Raworth heeft met haar boek  dan ook duidelijk een snaar geraakt, het is wereldwijd een bestseller en haar lezingen zijn over heel de wereld lang van te voren uitverkocht. De kracht van het boek is dat ze een zeer complexe een problematiek zeer toegankelijk heeft weten te maken, én dat ze alternatieven biedt. En bovenal spat de urgentie van het probleem maar tegelijkertijd ook het enthousiasme om daar wat aan te doen, van alle pagina’s af.


Het boek eindigt met de conclusie dat we in de eenentwintigste eeuw eigenlijk allemaal economen zijn. We hebben pioniers nodig, visionairs, mensen die structuren om durven gooien, investeerders die risico’s willen nemen, maar ook gewone burgers als jij en ik, die mee willen gaan in de omslag naar meer duurzaamheid, die de mensen die de revolutie in gang willen zetten actief steunen, die hun geld willen uitgeven aan of investeren in schone producten en die niet ook alsmaar groter en meer willen, maar die genoeg gewoon genoeg vinden.


Ik heb weinig verstand van economie en heb geen idee of haar plannen haalbaar en in de praktijk uitvoerbaar zijn, maar je hebt geen verstand van economie nodig om er van doordrongen te zijn dat onze huidige manier van leven op de lange duur niet haalbaar is en grote gevolgen zal hebben voor de aarde en het meest kwetsbare deel van zijn bevolking. Nieuwe ideeën en een nieuwe manier van kijken zijn absoluut noodzakelijk. We hebben mensen als Kate Raworth die vol vuur het probleem bij grote groepen over de hele wereld op de kaart weten te zetten, en die buiten de gebaande paden durven te denken, dan ook heel hard nodig.


Zie ook de uitzending van VPRO's  tegenlicht 26-11-2017 over de donuteconomie.


ISBN 9789046823187 | Paperback | 352 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | november 2017
Vertaling Rob Hartmans

© Willeke, 22 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De grote ontsnapping
De grootste uitbraak van Amerikaanse krijgsgevangenen tijdens de Tweede Wereldoorlog
Stephen Dando - Collins

Het verhaal van de grootste - maar minst bekende - ontsnapping uit een krijgsgevangenenkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog, begint diep in de stinkende latrines van Kamp Schubin in Polen. Amerikaanse en Candadese krijgsgevangenen graven in afschuwelijke omstandigheden een tunnel die uiteindelijk 36 gevangenen in staat stelt om uit de klauwen van de nazi's te ontsnappen.
Door deze ontsnapping wordt de beveiliging van het kamp aangescherpt en wordt Schubin omgedoopt tot OFlag 64. Uiteindelijk worden meer dan 1500 Amerikaanse krijgsgevangenen veroordeeld tot een verblijf in dit kamp, waaruit ontsnappen onmogelijk lijkt. Alle pogingen om toch te breken, mislukken stuk voor stuk. Tot januari 1945, in de laatste stuiptrekkingen van de Tweede Wereldoorlog, als alles plotseling in hoog tempo verandert.
Bron: Flaptekst

 
Dit boek beschrijft de lotgevallen van een groep Amerikaanse krijgsgevangenen in de Tweede Wereldoorlog die zich in het concentratiekamp Oflag in Hammelburg (ten oosten van Frankfurt) bevindt waar 1500 mensen verblijven.


Een aantal pogingen om te ontsnappen mislukt maar evengoed verbazen de creativiteit, moed en volharding van deze mensen om met uiterst primitieve middelen een uitweg te zoeken. Dat moet uiteraard in het grootste geheim gebeuren: er staan mensen op de uitkijk en steeds moet alles weer worden afgedekt zodat de kampleiding het niet in de gaten heeft.


Verbijsterend is de vluchtroute via het riool van de toiletten en de lezer voelt bijna de weerzinwekkende stank die de mannen moeten trotseren. Helaas worden ze na ontsnapping weer gevangen genomen en moeten ze iets nieuws bedenken.


Wanneer de oorlog ten einde loopt, worden de gevangenen verplaatst. Het zijn de beruchte 'dodenmarsen' waarbij de reeds uitgemergelde gevangenen naar een andere plaats worden gebracht. Gedurende deze tocht weten velen te ontsnappen aan de greep van de Duitsers.


Een boek dat respect afdwingt voor de volhardendheid van mensen.


ISBN 9789045213538| Paperback | 320 pagina's | Uitgeverij Karakter | augustus 2017
Vertaald door Gerrit-Jan van den Berg

© Evert van der Veen, 21 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Waartoe is Nederland op aarde?
Nadenken over verleden, heden en toekomst van ons land
Gabriel van den Brink (red)


“Dit boek is een poging om filosofisch na te denken over wat identiteit is. Wat is dat voor soort begrip? Wat is dat voor soort debat? En ook: wat is de lange lijn daardoor? […] Die lijn is niet alleen van historische aard, maar gaat ook over wat je kunt zeggen over waarden, ervaringen of vaardigheden die in Nederland al heel lang mee gaan. Die niet van gisteren dateren of in de twintigste eeuw zijn uitgevonden, maar die al in de zeventiende eeuw of nog eerder vorm hebben gekregen en nog altijd meedoen en wat kunnen zeggen over de toekomst.”


Volgens de auteur leven we in een 'vloeibare' samenleving waarin de vraag naar onze identiteit steeds nadrukkelijker wordt gesteld. ‘Vloeibaar’ wil zeggen dat oude religieuze, maatschappelijke en culturele grenzen minder scherp worden; er is meer wederzijdse beïnvloeding tussen groepen mensen en klassieke religieuze en ethische opvattingen veranderen. Vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw brokkelt de verzuilde samenleving uit het verleden af en dat gaat momenteel snel. Dit alles heeft ingrijpende gevolgen voor de positie van bv. gevestigde politieke partijen die hun aanhang zien afkalven.


In een historische schets wordt duidelijk hoe de hedendaagse diversiteit zich heeft ontwikkeld maar ook dat momenteel de tolerantie afneemt. Er is in alle moderne veelkleurigheid ook sprake van verharding in standpunten en onderlinge verwijdering. Het lijkt erop dat veel mensen behoefte hebben aan de geborgenheid van vroeger en het verlies hiervan voedt de roep om opnieuw grenzen te trekken.


Niet alle hoofdstukken in dit boek dragen direct bij aan een antwoord op de vraagstelling van dit boek en sommige komen daar niet eens aan toe. Een scherpere afbakening van het thema in relatie tot de bijdrage van diverse auteurs had dit boek met een interessant thema een duidelijker focus kunnen geven.
Toch is er genoeg dat dit toegankelijk geschreven boek de moeite waard maakt zoals het hoofdstuk over vrijheid en veiligheid dat overtuigend uitlegt dat het alom aanwezige water de Nederlandse identiteit heeft gevormd: vanouds waren wij genoodzaakt om samen te werken om ons tegen het water te beschermen. Niet voor niets zijn de waterschappen de oudste vormen van krachtenbundeling. 'God schiep de wereld maar Nederlands is door de Nederlanders geschapen', pag 214, vat mooi samen dat onze strijd tegen het water bedoeld was om leefruimte te creëren en te behouden. Door de eeuwen zijn er talloze watersnoden geweest maar is er ook nieuw land gewonnen door bedijking en inpoldering.


In een ander hoofdstuk komt naar voren dat Nederland door zijn strategische ligging altijd een brugfunctie heeft vervuld in de handel. Wij waren én zijn ‘de toegangspoort tot Europa’, kwamen met handelslui uit tal van landen in contact en ondergingen vaak ongemerkt hun culturele invloed. Deze internationale en wereldwijde contacten hebben onze kosmopolitische mentaliteit gevormd. Nog steeds zijn we een land van ‘kooplui en dominees’.


Wat is volgens dit boek onze bijdrage aan de wereld van vandaag?
In de paragraaf 'Ideeën voor een Nederlandse Grote Strategie' wordt daar iets over gezegd. Hier komt een antwoord op de titelvraag in beeld al blijft dat schetsmatig.  Wat is onze hedendaagse expertise? Nederlanders zijn goed in voeding en watermanagement en die kwaliteiten kunnen we prachtig exporteren. Deze vormen van kennis lijken mij van hetgeen hier wordt genoemd het meest concreet.


In de slothoofdstukken wordt hetgeen eerder ter sprake kwam, samengevat. Ontwikkelingen komen hier helder in beeld waarbij opvalt dat het ons momenteel aan religieus - ethische taal ontbreekt hetgeen samenhangt met de sterk afnemende positie van kerken. De afwezigheid van deze taal wordt wel als een gemis ervaren en vormt een voedingsbodem voor nieuwe vormen van spiritualiteit. Religie wordt overigens slechts zijdelings in dit boek aangestipt terwijl het calvinisme onze samenleving wel diepgaand heeft beïnvloed.


Al met al een belangwekkend boek met een wijds perspectief: de vraag roept verwachtingen op.


Bekijk het  interview over dit boek met Gabriel van den Brink, klik hier


ISBN 9789024422050 | Paperback | 360 pagina's | Boom uitgevers | januari 2018

© Evert van der Veen, 7 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

East by West
Gemakkelijke Ayurvedische recepten
Jasmine Hemsley


Zonder goede voeding hebben geneesmiddelen geen nut
Mét goede voeding zijn geneesmiddelen nauwelijks nodig

Charaka
Samita


Jasmine Hemsley had al een sterke interesse in gezond eten en de daarmee verband houdende balans tussen lichaam en geest.
Dankzij Ayurveda  (de oudste geneeswijze ter wereld) groeide die interesse uit tot een ware passie. In 2001 las zij haar eerste boek over Ayurveda  (ayur=leven, veda=kennis) en dat voelde aanvankelijk 'alsof ze een boek over ruimtevaarttechnologie in het Russisch' las.


In het begin vond ze het dus knap lastig om de Ayurvedische richtlijnen te begrijpen en te volgen. Daarover zegt ze: 'Implementeren van Ayurveda is als het leren van een nieuwe taal.' Maar hoe meer ze erover las en ging begrijpen, hoe meer ze inzag hoe waardevol deze 5000 jaar oude gezondheidsregels zijn.


Ayurveda is de moeder van alle gezondheidsstelsels vertelt ze ons. Het draait om het vinden van evenwicht tussen geest, lichaam en ziel. 'Ayurveda pakt de innerlijke onbalans aan die er voor zorgt dat we geen optimale gezondheid en genezing kunnen bereiken.' In tegenstelling tot de Westerse geneeskunst is volgens Ayurvedische principes, gezondheid niet de afwezigheid van ziekte maar het bereiken en in stand houden van evenwicht.


'Elke maaltijd is een kans om je lichaam te versterken en energie op te doen' [...]
'We zijn niet per se wat we eten. We zijn wat we verteren en in ons opnemen'
'Ayurvedische richtlijnen zijn zo ontworpen dat ze je gezondheid en welzijn versterken.[...]
'Ayurvedisch koken gaat meer over het volgen van richtlijnen dan het strikte navolgen van regels .'


De genoemde richtlijnen worden ons ook in een duidelijk overzicht gegeven. Eten volgens die richtlijnen houdt o.a. in dat je let op bepaalde voedselcombinaties. Vis en melk gaan bijvoorbeeld niet samen evenals fruit met yoghurt. Maar niet getreurd er zijn wel héél veel andere, erg smakelijke, combinaties mogelijk.
Ayurvedisch koken is dus geen dieet maar een manier van leven. Daarnaast wordt geadviseerd te mediteren en yoga-oefeningen toe te passen. Helaas worden zowel yoga, mediteren als leven volgens de Ayurvedische richtlijnen in het Westen veelal gezien als 'esoterische nonsense' of als een soort van religie gezien wat het absoluut niet is.


Na deze inleiding en verwijzing naar het hoofdstuk achterin het boek waarin Ayurveda nader uitgelegd wordt, en o.a. welk voedsel het beste bij een bepaald type (dosha's) past, volgt een uitgebreide beschrijving van kruiden en hun werking op lijf en leden en de recepten die tot mijn verrassing erg goed te bereiden zijn zonder heel bijzondere of exotische ingrediënten, waaruit blijkt dat ik feitelijk ook een licht vooroordeel had over deze vorm van koken.


Het recepten zijn opgedeeld in 9 hoofdstukken en begint met ochtendmelk, wat kruidige warme volle of amandelmelk inhoudt. Gouden melk (melk met kaneel, gemberwortel, kardamom en kurkuma) is de favoriet van de schrijfster maar er zijn meerdere recepten te vinden voor de ochtendmelk.


Het ontbijt bestaat niet uit de ons zo bekende boterham met beleg of yoghurt met muesli maar uit heel diverse combinaties van ei, noten, groente, purree in vele vormen, crepes enz. enz. Keus genoeg! Dus voor iedereen is er wel een aantrekkelijk ontbijt te vinden.


Voor de lunch of het diner worden zoete traktaties gegeten. 'Omdat de spijsvertering tijdens de lunch op zijn sterkst is. En 'omdat zoetigheid zowel het zwaarst te verteren als het het bevredigendst is, begin je met iets kleins en zoets. Met iets wat je in de juiste stemming brengt in plaats van zwaar voedsel te eten tot je verzadigd bent, om je vervolgens nog met pudding vol te stoppen.'


De gerechten voor lunch en diner zijn voornamelijk vegetarisch, hoewel vis en vlees niet vermeden worden, gezien de kip, lams en visgerechten. (Rund- en varkensvlees ontbreken) Bovendien is de schrijfster een voorstander van door beenderen getrokken bouillon. De gerechten bestaan uit pakti-schalen, soepen en stoofschotels, warme salades en vezelrijke gekookte maaltijden en pakti-gerechten. (smakelijke gekookte, gebakken of geroosterde gerechten)


Alles ziet er even smakelijk en aantrekkelijk uit. Bij elk recept worden eerst een verhaal verteld over een ingrediënt of het gebruik van het recept en soms waarvoor het dient (Lichaam versterken, kou verdrijven enz) De ingrediënten worden afzonderlijk en met de toegepaste hoeveelheden genoemd en de beschrijving van de bereiding wordt helder en stapsgewijs gegeven.
Er is ook een kleine 'apotheek' 'met geneeskrachtige theeën, [...] en eeuwenoude recepten om je door alles heen te slepen'


Het hele boek nodigt je uit om deze wijze van koken toe te passen en dat is precies wat de missie van de schrijfster was! Zij is daar dus ruimschoots in geslaagd.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789021568454 | Hardcover | 311 pagina's | Uitgeverij Kosmos | april 2018
Afmeting 26,3 x 21,8 cm | Uitstekend vertaald door Wilma Wedman

© Dettie, 20 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Schaduwoorlog
Israël en het geheime liquidatieprogramma van de Mossad
Ronen Bergman

Ronen Bergman is onderzoeksjournalist. Hij heeft meerdere boeken gepubliceerd over terrorisme, veiligheid en geheime diensten. Daarnaast is hij medewerker van onder meer The New York Times. Zijn boek over de Mossad trekt wereldwijd belangstelling. Dat is op zich geen wonder, want bij uitstek rond deze geheime dienst hangt een waas van geheimzinnigheid. Bovendien gaat de Mossad door voor een van de beste inlichtingendiensten in de wereld.


Het boek maakt echter wel duidelijk dat de Mossad ook behoorlijke tegenslagen heeft gekend. In feite prikt Bergman de mythe van onfeilbaarheid door. De Mossad heeft niet alleen regelmatig gefaald, maar een aantal acties zijn ook heel klungelig en amateuristisch uitgevoerd. Neemt niet weg dat op beslissende momenten de Mossad heeft bijgedragen aan het overleven van de staat Israël.


Israël kan het als klein land omgeven door een zee van merendeels vijandige staten niet alleen van een sterk leger hebben. Een hoogwaardige inlichtingendienst is onontbeerlijk, zeker als het gaat om de bestrijding van terroristen, infiltranten en zelfmoordenaars met een bomgordel om. Tegelijk roept dat ook tal van ethische dilemma’s op. Mag je een terrorist preventief vermoorden? Wat als vrouw en kinderen in de directe omgeving van het doelwit verkeren? Is het acceptabel als onschuldige burgers slachtoffer worden van een liquidatie?


Op zich zijn deze vragen niet nieuw. In het Nederlandse verleden heeft men er ook mee te maken gehad. Was het geoorloofd om tirannieke vorsten te doden? Ja, zeiden velen. Voor de Spaanse koning Filips II was het evenmin een dilemma. Willem van Oranje was vogelvrij verklaard en hij stuurde zijn moordenaars er op uit. In 1584 had Balthasar Gerardts met zijn aanslag op Oranje succes. De kerkklokken werden geluid, niet alleen in Spanje, maar ook in het Vaticaan. Verder kunnen we denken aan de Tweede Wereldoorlog. Hoeveel burgers, vooral ouderen, vrouwen en kinderen, kwamen er niet om bij de geallieerde bombardementen op Duitsland? Dat werd en wordt gezien als onvermijdelijk.


De Israëlische regering heeft tal van criteria opgesteld voor het licht op groen wordt gezet voor een aanslag. Uitgangspunt is dat het leven van familie en van burgers gespaard moet blijven. Om die reden zijn vaak aanslagen uitgesteld of afgelast. Toch is het ook meerdere malen voorgekomen dat de dood van derden voor lief werd genomen, om te bereiken dat een heel vooraanstaande terrorist uit de weg werd geruimd. Het doelwit kon dus zo belangrijk zijn dat het als ‘proportioneel’ werd gezien, indien omstanders eveneens het leven lieten. Er waren plannen om zelfs Yasser Arafat te liquideren, maar dat hebben de Amerikanen tegengehouden. In het algemeen past de Israëlische regering de regel toe: Als iemand komt om je te vermoorden, sta dan op en dood hem eerst.


Het is interessant om te lezen welke methoden de Mossad gebruikt om de tegenstander uit de weg te ruimen. Er is een enorme variëteit aan middelen. Gif, een bom, een scherpschutter, iemand op een motor, een bombrief. De keuze van het middel hangt af van de locatie van het doelwit en de bereikbaarheid van deze persoon.


In de titel van het boek wordt dus de Mossad genoemd. Maar Israël telt meer geheime diensten. Bovendien worden ook eliteafdelingen van leger en politie zo nu en dan betrokken bij geheime operaties. Dat brengt me gelijk bij het minpunt van dit boek. Een overzicht van de vele geheime diensten die in dit boek worden genoemd en een tijdlijn toevoegen waarop de geschiedenis van Israël en de in dit boek genoemde operaties getoond worden, zou het onderwerp inzichtelijker hebben gemaakt. Dat zou een goede aanvulling zijn geweest op het notenapparaat, de bibliografie en het register.


Zonder twijfel heeft Bergman heel veel informatie op tafel weten te krijgen. Hij heeft een gemakkelijke manier van schrijven. Veel zaken die we vanuit het nieuws krijgen voorgeschoteld, worden in dit boek uitgediept. Het is heel interessant om een en ander nog eens terug te lezen, aangevuld met nieuwe achtergrondinformatie. Het brengt je tot de vraag wanneer politici aan dit conflict, dat zich al decennia voortsleept, een eind kunnen maken. Veel conflicten worden pas beëindigd als partijen zijn leeggebloed en uitgeput. En dat is tragisch. Het is te hopen voor Israëliërs en Palestijnen dat de vorming van twee staten dichtbij is. Dat lijkt op dit moment de beste oplossing te zijn.


ISBN: 9789046824009 |  Paperback | 752 pagina's, twee fotokaternen | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | april 2018

© Henk Hofman, 18 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zuid-Nederlandse miniatuurkunst
De mooiste verluchte handschriften in Nederlands bezit
Anne Korteweg en Anne Margreet As-Vijvers



Van 23 februari - 3 juni is er in het Catharijneconvent in Utrecht een tentoonstellling van 90 miniaturen (boekverluchtingen) uit de zuidelijke Nederlanden, daterend uit de 10 - 16e eeuw. Ze geven een fraai beeld van het middeleeuwse leven in die tijd, waren een praalobject van de aristocratie, functioneerden in de eredienst of dienden voor privédevotie.


Op een miniatuur in een psalter in Canterbury, van ongeveer 1160, zien we een copiist aan het werk.


Veel middeleeuwse boeken hadden een liturgische functie: brevier (gebeden en lezingen), koorboek, evangelieboek, bijbel. Op pag 68 en 69 staan fraaie voorbeelden van koorboeken met in de hoofdletters een afbeelding van de doop van Christus en de opstanding, passend bij de gezongen tekst. 
Op pagina 70 zijn twee bladzijden uit het missaal van een edelman opgenomen met een paginagrote afbeelding van de kruisiging. Het boek dateert van 1360 - 1366.


Een boek van een geheel karakter is de Spiegel Historiael van Jacob van Maerlant, van 1320 - 1330 dat behoort tot de hoogtepunten van de middeleeuwse literatuur, pag 77.


Schitterend zijn de bladzijden uit een Vlaams gebedenboek uit ongeveer 1410, met een paginagroot tafereel van Christus' geboorte, pag 88.


Getijdeboeken bevatten gebeden voor leken, veelal gericht aan Maria en bevatten vaak miniaturen van Christus' geboorte of zijn lijden. Getijdenboeken zijn er ook voor kinderen die zo leerden lezen. Het boek bevat een aantal fraaie miniaturen uit deze boeken.


Voor het vervaardigen van handschriften was de samenwerking van verschillende ambachten nodig: perkamentmaker, copiist, miniaturist. Van de laatste werkten er dikwijls meerdere tegelijk aan een handschrift omdat dit zeer tijdrovend werk was en men hier veel aandacht aan besteedde. Dit boek laat ons dat overtuigend zien en toont de indrukkwekkende schoonheid van deze kleine 'schilderijtjes'.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789462582491 | Paperback met flappen | 384 pagina's | Uitgeverij Wbooks | maart 2018

© Evert van der Veen, 18 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wereld op een keerpunt
Waarheen?
Frits Bosch


Het motto voor dit uiterst actuele boek ontleende de auteur aan Rousseau:


Ik weet heel goed dat de lezer helemaal niet zo’n behoefte heeft dit alles te weten, maar ik heb er behoefte aan hun dat te vertellen’, pag. 13.


Het boek bespreekt 10 items die momenteel relevant zijn; de omvang waarin dat gebeurt, varieert nogal. Zo komen o.a. aan de orde: globalisering, Europese Integratie, immigratie en Climate change.
Het boek schetst belangrijke ontwikkelingen in onze tijd op politiek, maatschappelijk, ecologisch en economisch vlak. De toon is kritisch en realistisch waarbij de voor- en nadelen van standpunten evenwichtig en duidelijk naar voren komen.


In het deel over globalisering (‘proces van wereldwijde economische, politieke en culturele integratie’) is de bijdrage van Robbert-Jan Engels over de VOC interessant. Aan het einde van zijn artikel concludeert hij: ‘Je zou kunnen stellen dat de VOC de weg naar duurzame globale aanwezigheid heeft gewezen. Er lijkt een verband te bestaan tussen de kracht van een samenleving en het succes van zijn internationale ondernemingen’, pag. 40.
Globalisering kan een vloek of een zegen zijn’, pag. 75 en beide komen in de diverse bijdragen in dit deel naar voren.


In het hoofdstuk over informatietechnologie is de bijdrage over kantoorgebouwen opvallend en origineel. Hierin wordt naar voren gebracht dat de huidige inrichting niet toekomstgericht is; deze zou virtueel moeten worden en sluit dan beter aan bij actuele technologische mogelijkheden en een nieuwere manier die dit mogelijk maakt.
Belangwekkend in dit hoofdstuk is ook de bijdrage van Saskia Nijs over robots die niet als bedreiging maar als kans worden beschouwd: ze kunnen ons bestaan verrijken want ze doen werk zodat wij kunnen leven. Het is een frisse kijk die de gebruikelijke weerzin tegen automatisering overstijgt.
Sjoerd Bakker heeft een vergelijkbare benadering in zijn verhaal over digitalisering. Hij zegt dat niet digitalisering het probleem is maar wij zelf. Hij maakt een boeiende vergelijking met de introductie van de spoorwegen, elektriciteit en auto. Ook daar moesten mensen indertijd aan wensen; dit stuitte in de begintijd ook op de nodige weerstand. Bakker stelt dan ook dat we aan digitalisering moeten wennen en pleit voor bezinning.


Het deel over de Europese integratie wordt gekenmerkt door de opmerking van Klaas Knot, president-directeur van de Nederlandsche Bank die in juli 2012 zei: ‘Er is nog maar één weg uit de crisis: eerst een begrotingsunie en een bankenunie, en dan een politieke unie van de eurolanden. Zonder zo’n unie kan de euro niet voortbestaan. DNB heeft geen plan B’, pag. 138.

Voor een échte EU is een verdiepte vorm van integratie nodig en in dat stadium bevindt de huidige EU zich nog – lang – niet. Adriaan Schout eindigt zijn bijdrage dan ook met de woorden: ‘De huidige impasse mag niet voortduren. Bouw de EU om van een supranationale instelling naar een internationale organisatie van soevereine landen’, pag. 146.


In het hoofdstuk over waardesystemen wordt met kritische instemming Hans Jansen geciteerd: ‘De groei van de invloed van een nieuwe godsdienst is er zeer bij gebaat wanneer de maatschappij geregeerd wordt door een elite die zichzelf overschat. Niets is zo gunstig voor een nieuwe politiek-ideologische beweging als de elite die liever niet wil weten wat de inhoud van de opkomende ideologie is, en die in zijn verwatenheid niet wil weten wat de inhoud van de opkomende ideologie is, en die in zijn verwatenheid denkt de boel wel bij elkaar te kunnen houden’, pag. 243.


In dit deel wordt met kracht gezegd dat er sprake is van botsende waardesystemen en dat we de culturele en religieuze tegenstelling tussen christenen en moslims niet mogen onderschatten. Het conflict wordt goed uitgelegd en beargumenteerd: ‘Het vormt de irrationele maar historische reactie van een oude rivaal op de wereldwijde expansie van onze joods-christelijke erfenis en ons seculiere heden’, pag 262.
Zinvol is wat Herman Philips in dat verband zegt over vertrouwen. Dit is in het westen in wetgeving geformaliseerd maar in de islamitische samenleving is vertrouwen maar tribaal gebonden. Daarbuiten is er al gauw sprake van wantrouwen.


In het korte hoofdstuk over immigratie is Jan van de Beek zeer kritisch over gastarbeiders die indertijd naar ons land kwamen: hij stelt dat deze onze economie veel geld hebben gekost.


Paul Cliteur probeert in zijn bijdrage onder het deel rechtstaat president Trump te begrijpen. Hij verzet zich tegen wat hij noemt ‘de suïcidale neiging tot inclusiviteit’, pag. 293. Hij houdt niet van deze politiek ‘zachte’ term en is van mening dat we het kwaad in de wereld moeten herkennen, benoemen en bestrijden.
Tegenstellingen gladstrijken past daar niet bij. We hebben het wij/zij denken juist nodig! Een wat tegendraads geluid dat niet iedereen graag hoort maar we kunnen het ook niet ongestraft negeren want theocratie (islamitische wereld) staat hier tegenover democratie (westen) al lijkt dat aan de nuances binnen de islam wel enigszins tekort te doen.
Elders klinkt ook een krachtige oproep tot hernieuwd zelfbewustzijn: ‘De Grondwet staat boven de Bijbel, Koran, hadith en sharia….. De Grondwet in de rechterhand, de Universele Rechten van de Mens in de linkerhand’, pag. 306 – 307.


Het hoofdstuk over Climate change is vol bezorgdheid over huidige en toekomstige ontwikkelingen. In 2023 zullen er 8 miljard mensen op aarde zijn die hun ecologische footprint achterlaten, zij het een klein aantal in onevenredig grote mate. Dit deel legt de noodzaak van een duurzame levensstijl aan de lezer gezien de hedendaagse situatie van het milieu. De bevolkingsgroei wordt als oorzaak gezien van armoede, het verlies aan landbouwgrond, erosie, oorlogen en emigratie.
In een afzonderlijke bijdrage worden beleidssuggesties gedaan en een groot aantal stellingen sluit dit belangwekkende boek af.


Leerzaam en verrijkend, ook wanneer de lezer een andere visie is toegedaan. Dit boek biedt een goed overzicht van wat er vandaag mondiaal speelt en dringend onze aandacht verdient.


ISBN 9789463383554 | Paperback | 420 pagina's | Uitgeverij Aspekt | januari 2018

© Evert van der Veen, 17 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Motown op legerkistjes
Maarten Slagboom


Iedereen die iets meer dan een bovengemiddelde liefde voor films, boeken of muziek heeft zal het herkennen… grote beslissingen die je neemt op basis van een songregel, het boek dat je voor de duizendste keer openslaat, ook al ken je sommige passages bijna uit je hoofd, de filmpersonages die je worstelingen weerspiegelen, als ware het die van jezelf.


Maarten Slagboom schreef er deze bundel stukken over, een hartstochtelijke ode aan de haast alledaagse kunst van muziek, film en boeken. Een persoonlijke serie verhalen over boeken, muziek en films waaraan hij zich schatplichtig voelt en verschil hebben gemaakt in zijn leven. Nooit een therapeut bezocht, nooit een zelfhulpboek opengeslagen, maar wel romanpersonages die een leven lang met hem mee gingen, wel films over mensen die net als hij, groots en meeslepend wilden leven maar soms verstrikt raakten in het echte leven.


Boeken en films die onrustig maken, of juist rustig, die confronteren met de grote levensvragen, of troosten. Een boek (en film) als Revolutionary Road van Richard Yates bijvoorbeeld, waarin de karakters worstelen met frustraties, verlangens en teleurstellingen. Waar hun eenzaamheid zo genadeloos dichtbij komt dat je er niet aan ontkomt hun tekortkomingen op jezelf te betrekken. Of een boek als Light Years van James Salter, over personages in hun ‘midlife’, die worstelen met zingeving, om te lezen ter troost en overpeinzing als het leven versnelt en je ouder wordt…


De literatuur die niet alleen blootlegt en verwoordt, maar bezweert. Mogelijkheden toont om de blik te vernieuwen. Om het tempo te vertragen moet hij zich, dat lijken al die personages duidelijk te willen maken, op de eerste plaats overgeven aan de kanteling van perspectief en, wat meer reizen. Dat dikt het leven een beetje in, het heeft diezelfde condenserende werking als goede literatuur.


Het meest ontroeren de verhalen over zijn dementerende moeder, zoals in het openingshoofdstuk waarin hij vertelt over hoe alles in haar hoofd vervaagt maar de Spaanse klanken van Juan Pardo haar terug brengen tot in het moment van toen, toen het leven nog mooi was. Hoe die muziek haar verlost uit het leven van nu, waarin ze meestal vooral het liefst dood wil. Muziek blijkt sterker dan de Alzheimer die gaten in haar hoofd slaat, maar die God zij dank al die mooie liedjes ontziet. Ook een film als 45 years helpt om haar situatie in net een ander perspectief te zien…


Misschien is dit het waardoor de film mij zo raakte. Mijn moeder verliest het vermogen om nog te reflecteren op nieuwe informatie, om zich grote levensvragen te stellen. Geen gebeurtenis lijkt het leven dat achter haar ligt nog in een ander perspectief te kunnen zetten. In haar hoofd lopen heden en verleden steeds meer door elkaar heen, het narratief verdikt en er spant zich een net om de verzamelde herinneringen dat geen nieuwe meer toelaat. De jurk die ze had aangeschaft voor de viering van de 50e huwelijksdag hangt ongedragen in de kast, het feest werd op het laatste moment afgelast. Er is maar één troost. Geen gebeurtenis kan nog onbarmhartig de belichting bijstellen. Niemand kan meer aan de knoppen draaien, niets kan het verhaal nog bezoedelen.


Ook in zijn eigen leven blijkt muziek een bron van plezier, inspiratie en troost. Juist muziek gaat letterlijk een leven lang mee, in één liedje ligt soms een wereld van lief en leed besloten. Zijn muzikale liefde strekt zich uit van de new wave waar het allemaal mee begon, van David Sylvian, in wiens muziek hij zich jarenlang onderdompelde omdat alles wat hij schreef over hem leek te gaan, tot zijn liefde voor oude soul nu, vooral van vrouwen. Want oude soul, zo leer ik van hem en zijn dochter, moet vooral door vrouwen gezongen worden. Het zijn zelden de zangers die hem kunnen beroeren, maar altijd de vrouwen, vaak de achtergrondzangeressen, zodat hij en zijn dochter deze muziek doorgaans gekscherend de “Kan die man niet weg?"muziek noemen.


Een prachtig hoofdstuk beschrijft de rol van de rivier in de muziek, als troostrijke allesomvattende metafoor voor donkere dagen, zoals in de muziek van Bill Callahan. In het hoofdstuk wordt de Poolse dichter Czeslaw Milosz geciteerd; ”Wanneer het leven pijn doet gaan we terug naar zekere rivieren”. Dat werkt vaak letterlijk zo, weinig zo troostend als naast een stromende rivier staan, maar ook in de rivier als metafoor in muziek  zoals bij Callahan maar bv ook bij Joni Mitchell en Bruce Springsteen valt veel troost te halen.


De titel van het boek Motown op legerkistjes verwijst naar zijn twee grote liefdes in de muziek, de Motown en de punk. Over hoe wij vaak schotten zetten tussen genres, bedenken welke regels daaraan verbonden zijn, en wat je wel en niet mooi mag vinden. Maar vooral over hoe gróót de wereld wordt als je ontdekt dat het een het ander niet uit hoeft te sluiten. Dat het niet gaat om in welk hokje iets hoort, maar of het je raakt en of je er troost uit kunt putten, of plezier.


Het boek gaat dan ook niet over smaak, voor iedereen zal het lijstje boeken, film en muziek anders zijn, het gaat wel over de kracht van de alledaagse kunst en wat een verschil die kan maken in het leven van alledag. Wat niet wegneemt dat dit boek enorm nieuwsgierig makend is en er na afloop een hele lijst met aantekeningen naast me lag met films, boeken en muziek waar ik nu eindelijk écht eens achteraan moet. Een index  achterin het boek was wat dat ook wat mij betreft een aanrader geweest. Maar gelukkig staat er op Spotify een playlist  met een groot deel van de  muziek naar waar verwezen werd, en dat maakt veel goed.
Een aanrader dit boek!


Maarten Slagboom is journalist en als eindredacteur en researcher verbonden aan de VPRO. Hij  maakte onder meer de programma's  Made in Europe, Robo Sapiens en de Hokjesman. Eerder publiceerde hij het boek Echo en richtte hij online magazine Schift op.


Zie ook het interview met Maarten Slagboom

ISBN 9789082819007 | Paperback | 245 pagina's | Uitgeverij Schift | februari 2018

Willeke, 13 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Johann Sebastian Bach
Maarten ’t Hart


Dit boek is een grondig herziene en uitgebreide heruitgave van de eerste druk die in 2000 verscheen. De auteur belijdt – want zo mag je het wel noemen – zijn diepe liefde voor Bach met wie hij gedurende zijn leven een intense muzikale en spirituele verbondenheid heeft ontwikkeld. Mooi is de beschrijving van zijn eerste ervaring met Bach die hem diep en blijvend heeft geraakt:


‘Nadat ik cantate 104 had gehoord, stond één ding voor mij vast: wat er verder ook gebeurde in mijn leven, ik diende alle cantates van Bach grondig te leren kennen’, pag. 119.


’t Hart getuigt in dit boek van veel kennis van zaken; hij beschikt over een enorme bibliotheek rond Bach en heeft veel aan Simon Vestdijk te danken. Hij is diep in het oeuvre van Bach gedoken en kent de vele literatuur die er over hem in de loop der jaren is verschenen.


Regelmatig gaat hij in dit boek in debat met andere auteurs over allerlei biografische kwesties uit het leven van Bach. Per saldo weten wij namelijk vrij weinig van hem zoals Gardiner zo mooi zegt in zijn biografie over Bach: ‘Van alle grote componisten uit de afgelopen vierhonderd jaar weten we over hem eigenlijk nog het minst’, pag 70 - 71. Dit geeft gemakkelijk aanleiding tot speculaties of uiteenlopende interpretaties. De manier waarop ’t Hart met anderen in gesprek gaat, komt mij vaak wel wat betweterig over. Zijn waardeoordelen zijn nogal uitgesproken en dat is jammer; een iets bescheidener toon was dit boek ten goede gekomen. Maakt zijn gepassioneerde liefde voor Bach hem in dit opzicht misschien wat blind? Ook opmerkingen als ‘de treurnis van The Beatles en Elvis Presley en The Rolling Stones’ en ‘zoiets vreselijks als jazzmuziek’, pag. 116, ontsieren dit boek. 


Hoe was Bach als mens? Hij wordt door sommigen van opvliegendheid en lompheid beticht maar daar is ’t Hart het niet mee eens; terecht lijkt mij. De breed uitgemeten aanvaring met de fagottist Geyersbach is daar één van de zeer weinige voorbeelden van. Liever had ik deze pagina’s aan meer inhoudelijke zaken besteed willen zien door bv. iets meer informatie over de cantates te geven


Mooi is het citaat van Hubert Parry waarmee het hoofdstuk ‘Bach en de dood’ begint: ‘Van de dood ging voor hem altijd een vreemde fascinatie uit, en veel van zijn mooiste composities waren geïnspireerd door de gedachten die de dood bij hem opwekte’, pag. 47.
Bach is in zijn persoonlijk leven veelvuldig met de dood geconfronteerd: vele familie- en gezinsleden zijn hem op vaak jonge leeftijd ontvallen. ’t Hart benoemt dat ook allemaal en het is echt indrukwekkend om te lezen. Het overlijden van zijn kinderen maakte van hem een gebroken man die in mijn optiek dan waarschijnlijk een periode minder goed tot componeren in staat was.

Ook in zijn cantates speelt de dood een grote rol en de auteur concludeert dan ook: ‘dat Bach de dood (on-Bijbels) als ‘einde van elke nood’ én als ultieme verschrikking heeft ervaren, terwijl de overwinning op de dood die door Jezus’ opstanding zou zijn bewerkstelligd hem nauwelijks heeft aangesproken’, pag 58.
’t Hart is dan ook niet zo positief over het Paasoratorium van Bach, iets dat ik overigens niet met hem deel.


Er is bij Bach een sterke relatie tussen tekst en muziek; hij componeerde vanuit de tekst die echter vaak van matige of soms zelfs slechte poëtische kwaliteit was. Dikwijls is het één woord, een uitdrukking of zin die Bach inspireerde tot muzikale verbeelding.


‘De conclusie kan alleen maar zijn dat de tekst er kennelijk weinig of niets toe deed, en dat Bach zijn ingevingen kreeg, onafhankelijk van de tekst die hij onder handen had’, pag 101.


Het boek besteed ook aandacht aan Bach als ‘De vijfde evangelist’ zoals een hoofdstuk luidt. Met instemming wordt Maurizio Kagel geciteerd: ‘Niet alle musici geloven in God, maar ze geloven wel allemaal in Johann Sebastian Bach’, pag 103. Hoe religieus was Bach? ’t Hart durft daar niet zo stellig over te zijn, ondanks de theologische bibliotheek die Bach bezat en zijn kanttekeningen in de Calov-bijbel (een bloemlezing van de bijbel). Over zijn persoonlijke geloof weten we vrijwel niets. Wel is duidelijk dat Bach weinig geestelijke werken voor wereldlijke doeleinden hergebruikte (het zgn. Parodieverfahren) maar dat wereldlijke werken wel regelmatig in geestelijke werken terugkeren.


Diverse uitvoeringen van de Passionen worden besproken waarbij de voorkeur van de auteur uitgaat naar Masaki Suzuki, Ton Koopman en John Eliot Gardiner.
Van de cantates is een klein compendium opgenomen waar de werken kort – soms te kort – worden getypeerd. Ook de orgelwerken, het Wohltemperierte Klavier, de Goldbergvariaties en de Kunst der Fuge krijgen de nodige aandacht.


Het boek sluit af met een uitgebreide bespreking van oudere en actuele literatuur over Bach. Blijkbaar veronderstelt ’t Hart bij zijn lezers een grote belangstelling en liefde voor Bach maar zo vervult dit een boek wel – met liefde - een mooie en leerzame gidsfunctie.


ISBN 9789029524186 | Paperback | 304 pagina's | De Arbeiderspers | maart 2018

Evert van der Veen, 12 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het geheim van de notarisHet geheim van de notaris
De Russische minnares, de jaloerse erfgenaam en andere waargebeurde verhalen
Johan Nebbeling



Wie denkt dat het ambt van notaris saai is, moet dit boek lezen! 
Het staat vol met boeiende, vermakelijke, grappige en treurige verhalen over gebeurtenissen in de praktijk van een dorpsnotaris. Wie dit ambt bekleedt, maakt werkelijk van alles mee, leert mensen kennen zoals ze misschien niet zouden willen zijn, wordt geconfronteerd met verdrietige gebeurtenissen en mensen die elkaar het licht in de ogen niet gunnen.


'Hij, de notaris, opereert op het ongelofelijk fascinerende snijvlak van oersaaie formele wetsteksten én de allerdiepste menselijke emoties. Geboorte, dood, huwelijk, scheiding: alle essentiële levensmomenten komen samen in het kantoor van de notaris', pag 9.


De 68 verhalen zijn stuk voor stuk de moeite waard. Aardig is dat ieder verhaal wordt getypeerd door een symbool aan het begin van het hoofdstuk.


Ontroerend is hst 11 'Schuld ingelost', over een man met een oorlogsverleden die uit schuldgevoel voor een neef met een verstandelijke beperking zorgt.


Tragi-komisch is hst 16 'Stoomstrijkijzer' over een dochter die ontdekt dat de etiketten, met namen voor wie het is bestemd, van het antiek door haar zus zijn losgeweekt ná het overlijden van haar moeder.


Prachtig is hst 32 'Weeskinderen' waarin de notaris en de bankdirecteur zich het lot van drie jonge kinderen aantrekken en zich inspannen voor hun toekomst.


Verbijsterend is hst 35 'De verloren zoon' over een zoon die tijdens de afscheidsplechtigheid van zijn vader met een zogenaamde hoestbui de kerk verlaat en vervolgens het huis leeghaalt...


ISBN 9789461262141 | Paperback |  152 pagina's Uitgeverij Haystack Zaltbommel | maart 2017

© Evert van der Veen, 3 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

1001 Natuurwonderen die je gezien moet hebben
Michael Bright (Red)


Dit boek staat bol van verrassingen en doet je permanent verwonderd staan over de vele gevarieerde vormen van natuurschoon en – wonderen. Het is werkelijk ongelooflijk wat er op onze aarde aanwezig is: bergen, baaien, meren, watervallen, kloven, vulkanen, moerassen, gletsjers, ravijnen, bossen, breuken, geisers, archipels etc. Alle werelddelen passeren de revue in dit boek dat i.s.m. Unesco tot stand is gekomen; een groot aantal (175) van de vermelde plaatsen behoort namelijk tot het natuurerfgoed.


Het boek opent met een inleiding over beschermde gebieden en bedreigde diersoorten en is daarmee een pleitbezorger om zorgvuldig met onze aarde om te gaan. Een landenregister maakt het gemakkelijk om bv. ter voorbereiding op een vakantie te kijken de natuurlijke bezienswaardigheden op te zoeken. Nederland komt (nog) niet voor in dit boek waarvan de Engelstalige uitgaven dateren van 2005 en 2009. De Waddenzee heeft na 2009 de Unesco-status gekregen.
In een groot aantal gevallen worden er twee bladzijden aan een plaats besteedt met een fraaie foto maar er zijn ook veel plaatsen die alleen met een halve pagina tekst worden aangeduid. Handig zijn de tips voor bezoeken die er dikwijls worden gegeven. Ik noem per werelddeel een aantal plaatsen die mij in het bijzonder raakten.


Noord-Amerika

-    Gros Morne National Park in Canada, pag 22, wordt het ‘Galapagos van de archeologie’ genoemd. Het gesteente is 12 miljoen jaar oud en behoort daarmee tot de oudste gesteenten van de aarde.
-    In 1871 werd het Yellowstone Park, pag 64, door president Grant tot beschermd natuurgebied uitgeroepen; het was tevens het eerste natuurpark ter wereld.
-    Death Valley in California, pag 86, herbergt ondanks de naam een enorme variatie aan leven en behoort tot de heetste plekken op aarde. Gemiddeld is het hier ’s zomers 38 graden Celsius.
-    Grand Canyon in Utah en Arizona, pag 110, behoeft geen nadere introductie. Het landschap is 2 miljard jaar geleden ontstaan en getuigt derhalve van een indrukwekkende geologische geschiedenis.
-    Markant is het Petrified Forest, een National Park in Arizona, pag 112, bestaande uit versteend hout dat 225 miljoen jaar oud is.
-    De Antilope Canyon in Arizona, pag 116, wordt vergezeld van een grot met een schitterende lichtval, één van de allermooiste foto’s in dit boek.


Zuid-Amerika

-    De Angelvallen in Venezuela, pag 196, is de grootste waterval ter wereld met een hoogte van 1002 meter en is vernoemd naar Jimmy Angel die deze in 1935 ontdekte.
-    De Pantanal in Brazilië, Bolivia en Paraguay is met z’n oppervlakte van 210.000 km2 het grootste moeras ter wereld.
-    De Galápagos-eilanden, die bij Ecuador behoren, werden in 1835 door Charles Darwin bezocht. Zijn onderzoeksbevindingen leidden tot de evolutietheorie. Hier had wel iets meer aandacht aan besteed mogen worden.
-    De foto van Altiplano in Bolivia, Chili en Peru op pag 245 is van grote schoonheid en toont de Laguna Verde en een uitgedoofde vulkaan.
-    In de Atacamawoestijn in Chili valt nooit regen en daarom is dit de droogste plek op aarde. Het is een testgebied voor de Nasa.


Europa

-    IJsland is goed vertegenwoordigd in dit boek met 7 items op pag 270 – 277, o.a. de Geysir en Stokkur geisers worden genoemd.
-    Ook Noorwegen is duidelijk aanwezig met 9 bezienswaardigheden waaronder de Noordkaap, pag 280 en het Geirangerfjord van 16 km. lengte, pag 285.
-    Van Schotland zijn maar liefst 23 natuurwonderen opgenomen waaronder het meer Loch Ness, pag 296.
-    Ook Groot Brittannië heeft veel bezienswaardigheden: 22, waaronder de Seven Sisters aan de zuidkust, prachtige krijtrotsen, pag 330; Durdle Dor, een boog van kalksteen aan de kust van Dorset, pag 332; de Needles bij de kust van Hampshire, pag 337.
-    Frankrijk heeft veel natuurschoon: 28 plaatsen zijn in dit boek opgenomen waaronder de baai van Mont Saint Michel in Normandië, pag 317, die het sterkste getij van Europa heeft; met eb trekt het water zich maar liefst 18 km terug.
-    De Mont Blanc op de grens van Frankrijk, Zwitserland en Italië is met 4807 de hoogste berg van Europa, pag 360.
-    Van de Stromboli vulkaan op de Eolische eilanden boven Sicilië, pag 410, is een prachtige foto met lavastralen opgenomen. Elk uur zijn er uitbarstingen.
-    Kroatië is bekend om zijn Plitvice meren, pag 415, een reeks meren die d.m.v. watervallen met elkaar zijn verbonden en zich in een bijna tropische context bevinden.
-    De Meteora in Griekenland, pag 454, is een prachtige synthese van natuur en cultuur. Hier bevinden zich op en aan de bergtoppen 24 kloosters, van orthodoxe signatuur; deze behoren tot de lijst van Werelderfgoed.
-    De Samariá kloof op Kreta, pag 456, is een belangrijke maar wel pittige toeristische attractie op dit Griekse eiland en heeft een lengte van 16 km.
-    Cappadocië is een zeer markante streek in Turkije, pag 459 waar erosie bijzondere vormen in het tufgesteente heeft veroorzaakt. Deze streek heeft een oude christelijke geschiedenis en hier zijn dan ook vele eeuwenoude kerken en kloosters te vinden, dikwijls voorzien van fresco’s.
-    De Dode Zee in Israel, pag 469, is het laagste punt van de aarde: 400 meter beneden de zeespiegel. Het is één van de bekendste toeristische attracties van het land die echter geleidelijk kleiner wordt; er is meer verdamping dan aanvulling omdat er veel water aan de toevoerende Jordaan wordt onttrokken voor menselijk gebruik.


Afrika is uiteraard rijkelijk aanwezig met o.a. de Victoria-watervallen in Zambia en Zimbabwe en de Namib (‘plaats waar niets is’) woestijn in Namibië. Zuid-Afrika spant de kroon met 45 items waaronder de Tafelberg en de Drakensbergen.


In Azië is het Bajkalmeer in Zuid-Siberië vermeldenswaardig; het is 1640 meter diep en 25 miljoen jaar oud. De Flaming Cliffs in Mongolië danken hun naam aan de vuurrode zandsteen. Bergsporters kennen én vrezen de K2 in Pakistan en China die 8611 meter hoog is. Pas in 1954 werd de – gevaarlijke – top voor het eerst bereikt.
De Mount Everest is nog wat hoger, 8850 meter, bevindt zich in Nepal en China en werd in 1953 voor het eerst bedwongen.


In Australië is het uiterst kwetsbare en ten dele aangetaste Great Barrier Reef wereldberoemd; het rif is 2000 km. lang. Opvallend zijn in dit werelddeel de Mount Kilama op Hawaï, de actiefste vulkaan ter wereld die in 1790 is ontstaan en nog steeds groeit in omvang.


Antartica
heeft zijn eigen, ijzige schoonheid waarmee dit indrukwekkende boek afsluit dat in een iets groter formaat een nog mooier koffietafel-boek zou zijn!


ISBN 9789089981417 | Hardcover | 960 pagina's | Uitgeverij Librero | september 2011
In samenwerking met Unesco. Afmetingen 6,3 x 22,0 x 17,6 cm

© Evert van der Veen, 6 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Antara Nusa
Levensverhalen van ouderen uit Indië/Indonesië
Yvette Kopijn

 
Op de achterzijde van het boek staat vermeld:


Door de jaren heen is er heel wat geschreven over afwikkeling en verwerking van het einde van Indië. Opvallend dominant is daarbij de stem van de totoks [witte Nederlanders]. Dit boek wil de lezer een alternatief, meerstemmig perspectief aanbieden. Aan het woord komen ouderen van Indische, Molukse, Timorese, Indonesisch-Chinese en Surinaamse afkomst.

 
Dat heeft de auteur, oral history deskundige Yvette Kopijn op een prachtige manier gedaan. Bij het doorbladeren van het boek zien we tussen de verhalen doorgevlochten veel foto's uit de archieven van de geïnterviewde oudere zelf of uit andere historische archieven, die betrekking hebben op het verhaal van de betreffende geïnterviewde. De eigen verhalen worden voorafgegaan door een prachtig gemaakte recente foto van de verhalenverteller. Dat zijn stuk voor stuk hele mooie portretfoto's geworden, gemaakt door Armando Ella en ze zijn voorzien van een pakkende quote uit het door hen vertelde verhaal.


Het voorwoord in het boek is geschreven door Pamela Pattynama. Zij is bijzonder hoogleraar Koloniale en Postkoloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. Haar eerste zin in het voorwoord is: Levensverhalen zijn altijd bijzonder en altijd uniek. Als antropoloog kan ik het alleen maar roerend met haar eens zijn. De geschiedenis horen uit de monden van degene die onderdeel van die geschiedenis waren, is zeer waardevol. Die verhalen gaan over de eigen beleving en als die over dezelfde geschiedenis gaan kunnen die verschillende verhalen inzicht brengen bij verschillende partijen die bij 'hetzelfde verhaal' betrokken zijn geweest. Dit kan achteraf veel inzicht verschaffen door reflectie en interpretatie die op het moment zelf nooit kan geschieden omdat iedereen er dan nog letterlijk middenin zit.


Dat maakt dit boek van Kopijn ook zo waardevol. Het gaat dan niet meer alleen om herkenning, maar ook erkenning van de verschillende verhalen. De manier waarop de auteur de ouderen uit Indië/Indonesië aan het woord laat en hun verhalen precies zo heeft opgetekend als ze zijn verteld, maakt dit tot een indringend en indrukwekkend document. Dat je het eindelijk kan vertellen zoals geïnterviewde Peter Kuyp. Zijn jongste dochter heeft vaak gevraagd, zo vertelt hij, “Pappa, vertel een iets over jezelf.” Hij wilde dat nooit, maar is daar recent anders over gaan denken en door deze bijdrage van Peter Kuyp kan nu niet alleen zijn jongste dochter, maar ook wij zijn verhaal 'horen' door het te lezen.


Naast het verhaal van Peter Kuyp, zijn er nog negen andere indrukwekkende verhalen te lezen in dit zeer mooi uitgegeven boek. Een boek dat door de persoonlijke verhalen veel verder gaat dan wat je in een geschiedenisboek zal kunnen lezen. Dat is de enorme kracht van oral history boeken en ik ben heel blij dat ik weer een heel mooi exemplaar aan die van mij heb kunnen toevoegen.


Over de auteur:
Yvette Kopijn (Aruba, 1966) is van Indische afkomst. Al twintig jaar zet zij zich in om verborgen verhalen en geschiedenissen van (koloniale) migranten op te sporen en zichtbaar te maken in boeken, artikelen, blogs en tentoonstellingen. Delen is helen. Vanuit dat besef nodigt ze ouderen uit om hun verhalen en herinneringen te delen, terwijl ze jongeren aanspoort om op zoek te gaan naar hun voorouders en familiegeschiedenis. Van haar verscheen eerder ‘Stille Passanten’ (2008): een bundel met levensverhalen van Javaans-Surinaamse ouderen.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789460224409 | Paperback | 128 pagina’s | Uitgeverij LM Publishers | maart 2018

© Ria, 3 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

architectuur in het juiste perspectiefArchitectuur in het juiste perspectief
Een compleet overzicht van de belangrijkste gebouwen, architecten en stromingen door de eeuwen heen
Denna Jones (red)


Een prachtig overzichtswerk van architectuur van de prehistorie tot heden, met ruime aandacht voor de 20ste en 21ste eeuw. Bouwstijlen en architecten worden kort besproken maar de nadruk ligt toch wel op het afbeelden van representatieve gebouwen uit de desbetreffende stijlperiode. Het boek telt dan ook meer dan 1100 prachtige foto’s. Handig worden details op de kleinere overzichtsfoto aangegeven en vervolgens uit- en toegelicht. Elke bouwperiode wordt afgesloten met wat regionale bouwkunst wordt genoemd.


De tijdsbalk onderaan een aantal pagina’s geeft belangrijke gebeurtenissen uit de behandelde periode weer zodat de ontwikkeling van de bouwkunst in cultureel-historisch perspectief kan worden geplaatst. Het boek is helder opgezet in zes perioden en ik noem uit elk tijdsvak een aantal zaken die mij opvielen.

In de periode van het Neolithicum, die ongeveer 11.000 voor Christus begint, is het pijnlijk om Palmyra, pag 76 – 77, te zien: de trieste wetenschap dat deze prachtige stad door IS volledig is verwoest, is een culturele aanslag op het erfgoed van de wereld.
Prachtig zijn de Hagia Sophia in Istanbul uit 537 en de Basilica St. Apollinare in Classe in Ravenna (Italië) met zijn schitterende mozaïeken uit 549 – 558. Beide gebouwen zijn fraaie vertegenwoordigers van de vroeg-Byzantijnse tijd.


In de periode 900 – 1400 vallen de vele boeddhistische tempels in India op en de karakteristieke moskee in Cordoba (Spanje) met zijn 856 rood-witte zuilen waaraan tussen 953 en 1523 is gebouwd.
De kathedraal van Reims, 1211 – 1275, is één van de belangrijkste gotische kerken in Frankrijk.


De periode 1400 – 1700 brengt schitterende gotische bouwwerken in Italië voort. De kerk St. Maria del Fiore in Florence, 1296 – 1436 is daarvan een overtuigend religieus voorbeeld. Het stadspaleis Ca d’Oro in Venetië, 1425 – 1440, is één van de hoogtepunten van deze bijzondere stad.
De moskee Filla Kari Madrasa in Samarkand (Uzbekistan), gebouwd tussen 1646 en 1660, is een fraai voorbeeld van islamitische bouwcultureel die in dit boek ook de nodige aandacht krijgt.
De tombe Faj Mahal in Uttar Pradesh (India) uit 1649, staat op het lijstje van elke toerist die India bezoekt en dat is ook terecht want het gebouw is van een indrukwekkende schoonheid.


In de periode 1700 – 1870 wordt Royal Crescent in Bath (Groot Brittannië) gebouwd (1767 – 1775). De huizenrij is boogvormig gebouwd en dat geeft er een bijzondere charme aan. Mede hierom wordt Bath dan ook veelvuldig door toeristen bezocht.
Het Westminster paleis in Londen dateert van 1840 – 1870 en imponeert vooral door zijn omvang en uniforme stijl.
In kleine kaders wordt hier en daar aardige achtergrondinformatie gegeven. Zo is het interessant om te lezen dat de eerste brandwerende constructie dateert uit 1847 en werd toegepast in het Albert Dock in Liverpool en dat in de 18e eeuw de voorlopers van wat wij vandaag prefab-bouw noemen, zijn ontstaan.


In de periode 1870 -1950 wordt voor het eerst een elektrische personenlift in een gebouw toegepast; in die periode ontstaat hoogbouw in steden. Art Nouveau en Art Deco zijn typerende stijlen van kort na de eeuwwisseling.
Uit deze tijd (1929) dateert de Van Nelle-fabriek in Rotterdam die al enige tijd onderdak biedt aan kleinschalige bedrijven, m.n. architecten vinden hier inspirerend onderdak.


De laatste periode is misschien wel de meest boeiende in dit boek. De Notre Dame du Haut in Ronchamp (Frankrijk) wordt in 1955 gebouwd van beton en is een ontwerp van Le Corbusier.
De Rijksdag in Berlijn wordt in 1999 van een nieuwe koepel voorzien die aansluit bij de originele koepel die dit gebouw eens sierde; de Rijksdag werd in de Tweede Wereldoorlog vrijwel geheel verwoest. De nieuwe koepel is toegankelijk via een spiraalvormige omloop die een prachtig uitzicht op de stad biedt.
De aanslag op de Twin Towers in New York had invloed op de veiligheidseisen van andere gebouwen waar men toen mee bezig was. De Engelse ambassade in Warschau en het Schotse parlementsgebouw werd tijdens de bouw aangepast.


Een begrippenlijst sluit dit boek af waaraan 41 auteurs (werkzaam als hoogleraar en docent bouwkunde overal ter wereld) hebben meegewerkt.


ISBN 9789089984487| Hardcover | 567 pagina's | Uitgeverij Librero | 2014
vertaling [uit het Engels] Paulina de Nijs, Aad van der Kooij/Vitataal

© Evert van der Veen, 30 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dicht bij het einde, terug naar het begin
Memoires van een psychiater
Irvin D. Yalom


In dit mooi geschreven boek blikt de auteur terug op zijn loopbaan als psychiater: ‘De herinneringen van mijn cliënten roepen steeds vaker herinneringen uit mijn eigen leven op, mijn werk aan hun toekomst roept mijn verleden op en woelt het om, en ik merk dat ik mijn eigen verhaal herzie’, pag 23.


Terugblikkend op zijn jeugd constateert hij dat zijn ouders geseculariseerde Joden zijn: ‘Ondanks hun sterke joodse identiteit zag ik weinig wat wees op echte religieuze interesse’, pag 37. Hij is kritisch t.a.v. religie, mede omdat hij heeft gezien wat het bij mensen teweeg kan brengen en het innerlijke proces dat mensen soms doormaken om zich hiervan te bevrijden. Het joodse geloof heeft voor hem geen betekenis en hij heeft dat nooit als een gemis ervaren, niet in zijn persoonlijk leven en evenmin in zijn werk als psychiater.


Wie anderen helpt, kan dat pas doen wanneer hij zichzelf terdege kent en daarmee weet heeft van wat er in een mens kan omgaan. Van Nietzsche leerde hij het volgende: ‘Geneesheer, help uzelf; daarmee helpt u ook uw patiënten. Laat dit zijn grootste hulp zijn – dat hij, de patiënt, met eigen ogen de man kan zien die zichzelf geneest.’  Daarom zegt de schrijver ook: ‘Ik moedig therapeuten in opleiding altijd aan om zelf in therapie te gaan. ‘Je eigen zelf’ is je belangrijkste instrument’, pag 67. Uit dit boek blijkt ook voortdurend dat zijn zelfreflectie hem verder heeft gebracht in het begeleiden van mensen.


Na zijn opleiding doet hij behalve praktijkervaring ook voortgaande kennis op door veel te blijven lezen. Zo leert hij uit het werk van collega-psychiater Sullivan ‘dat de meeste mensen ten prooi vallen aan wanhoop door hun onvermogen om gezonde interpersoonlijke relaties aan te knopen en te onderhouden’, pag 109 – 110.


Yalom kan terugzien op een gevarieerde loopbaan en raakt op latere leeftijd betrokken bij een therapiegroep voor terminale patiënten. Mede door deze ervaring groeit bij hem het inzicht dat onze confrontatie met de dood het meest bepalend is in een existentiële therapeutische benadering van mensen. De dood maakt ons bewust van het feit dat wij ten volle leven, zo ontdekt hij. Het is waardevol om mensen te helpen om dit feit te erkennen en te aanvaarden.


Een mooi, openhartig en verrijkend boek van iemand die zichzelf heeft leren kennen en heeft geleerd uit de talloze gesprekken met mensen die op zijn weg zijn gekomen. Het boek laat zich gemakkelijk lezen: de auteur neemt je echt mee in zijn persoonlijke levensverhaal.


ISBN 9789460035159 | Paperback | 357 pagina's | Uitgeverij Balans | september 2017

© Evert van der Veen, 28 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

't is hier een gekkenhuis
De ommezwaai in de geestelijke gezondheidszorg
Koos Neuvel & Caroline de Pater



Neuvel, wetenschapsjournalist en schrijver, en De Pater, zelfstandige in de zorginnovatie, zijn 1 à 2 dagen per week gedurende twee jaar op bezoek geweest in een psychiatrische kliniek die op een gegeven moment moest worden gesloten. De mensen hadden hier niet op gerekend en hebben veel moeite met dit feit dat voor hen veel onzekerheid met zich meebrengt.


De auteurs vertellen dat er in ons land 280.000 mensen met een ernstige psychische aandoening zijn. Daarvan zijn 20.000 mensen niet in staat om zelfstandig te wonen. Zij hebben intensieve begeleiding nodig en verblijven in een beschermde woonvorm. Het doel is wel om hun zelfredzaamheid te verbeteren.
In dit boek komen veel van deze mensen naar voren. Hun levensverhalen en hun huidige situatie worden zorgvuldig en liefdevol beschreven. Er is veel triestheid en mislukking in hun leven aanwezig.


Aan alles is te merken dat de auteurs een sterke affiniteit met deze mensen hebben en vol compassie zijn over hun kwetsbare leven zoals dat van Margriet die al sinds haar 9e jaar getraumatiseerd is, het verhaal van Sjaak die op een gesloten afdeling verblijft en Merlijn die autisme heeft en daarom is aangewezen op beschermd wonen.


Tussen de verhalen door wordt algemene informatie gegeven zodat de lezer een goed beeld krijgt van ontwikkelingen in de psychiatrie zoals het feit dat sinds de jaren 60 van de vorige eeuw de teneur is om deze mensen voor zover mogelijk te reïntegreren in de samenleving. Een loffelijk streven dat in de praktijk lang niet altijd haalbaar is. Eerlijk worden dan ook mislukkingen toegegeven, o.a. vanwege het feit dat deze mensen vaak hun buren tot last zijn. Het betreft de groep ‘verwarde personen’ zoals dit in politiejargon word genoemd. Het is dan ook niet reëel om te hoge doelstellingen na te streven: ‘De verwachting dat zodra je mensen met een psychiatrische aandoening in de maatschappij opneemt, het beter met ze zal gaan, is wel heel optimistisch’, pag 264.


In de 21e eeuw is de zorg herstelondersteunend van aard, d.w.z. de cliënt heeft zoveel mogelijk zelf de regie over zijn leven en de zorg begeleidt hem daarin. Er is een verschuiving van intramurale naar ambulante zorg; hiertoe worden zogenaamde ACT-teams opgericht.


Autisme wordt een ‘stoornis in opmars’ genoemd. Het is een nieuw speerpunt in de gezondsheidszorg en lijkt ineens alom aanwezig te zijn. De toegenomen en verfijndere diagnostiek is hier debet aan. De auteurs wijzen tevens op de film ‘Rain man’ die zorgde voor bekendheid van autisme en heeft bijgedragen aan een groeiend begrip van deze aandoening. Ook wordt er gerefereerd aan Vincent van Gogh die ook in een psychiatrische inrichting verbleef en in die periode een aantal beroemde werken heeft geschilderd. Ook hij was een kwetsbaar en tegelijk creatief mens. 


Dit boek is het resultaat van een langdurige periode waarin de auteurs zich in de psychiatrie hebben verdiept en tevens intensief met mensen ín de psychiatrie zijn opgetrokken. Ieder die dit ter harte gaat en zich hierbij betrokken voelt, zal zich door dit boek voelen aangesproken en er een mooi overzicht in vinden.


ISBN 9789057598968 | Paperback | 287 pagina's | Uitgeverij Podium Amsterdam | maart 2018

© Evert van der Veen, 28 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het mooiste Nederland
Langs de fraaiste streken van de Lage Landen
Monica Wesseling & Flip van Doorn


Dit boek is een bundeling van een serie wandel- en fietstochten door Nederland die in Trouw heeft gestaan. In totaal zijn er 60 routes op een kaartje van de landstreek uitgezet en voorzien van veel praktische informatie over de desbetreffende streek. Jammer is dat de routes alleen zijn getekend en dat er geen concrete beschrijving is hoe de route verloopt aan de hand van knooppunten en welke wegen men dient te volgen. Daarvoor wordt achter in het boek verwezen naar de website van de uitgever.


De serie doorkruist heel Nederland met een zekere nadruk op de Achterhoek en het rivierengebied. De beschrijving van de tochten is sfeervol, met oog voor markante details en toegankelijke historische achtergronden van de streek. Ook het jaargetijde waarin de auteurs de tocht maken, klinkt door in de tekst en dat geeft er een specifiek tintje aan waardoor de natuurervaring echt voelbaar wordt.


Enkele tochten die mij boeiden:
De eerste tocht is op Schiermonnikoog en begint met een mooie sfeertekening van de overtocht. De boswachter benoemt de talloze vogelsoorten die voorbij komen: lepelaar, bruine kiekendief, velduil, graspieper, veldleeuwerik, eidereend. In deze tocht valt de nadruk op de ondertitel ‘De littekens van Schier’: herinneringen aan de oorlog die nog overal in het landschap zichtbaar zijn zoals bunkers, een plaquette in de kerk en een oorlogsbegraafplaatsje.


De Slachtedyk toont volgens de ondertitel van deze tocht ‘De ziel van Friesland’. Het is een zogenaamde slaperdijk van 42 kilometer lengte die loopt van Oosterbierum bij de Waddenzee naar Raerd in het hart van de provincie. De dijk is een samenstelling van een aantal kleinere dijken die samen het water van de voormalige uitlopers van de Waddenzee keerden die vroeger het Friese land diep doorsneden. Ook hier is er veel aandacht voor de vogels en de afsluitende beschrijving van de grutto vormt een sfeervolle beëindiging van deze tocht.

De tocht door de duinen bij Egmond heeft als ondertitel ‘Natuur om op te vreten’ en sluit af met een omelet die is samengesteld uit wilde planten. Zo heeft elke route een originele afsluiting die goed aansluit bij de sfeer van het gebied. Zelfs de Tweede Maasvlakte komt aan bod; hier kan men fossielen vinden.


Dit boek vormt een prachtige staalkaart van wat ons land zoal te bieden heeft. Het is een grote variatie aan natuurschoon en cultureel erfgoed. Een mooie en bijzondere reisgids voor wie dicht bij huis het nodige wil beleven en ontdekken.



ISBN 9789400405547 | Paperback | 296 pagina's | Thomas Rap | september 2017

© Evert van der Veen, 27 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDa’s gek
Een antropologische kijk op 'normaal'
Danielle Braun


Er zijn diverse studiegebieden binnen de studie antropologie die de mens in al zijn aspecten, zowel fysiek als cultureel, bestudeert. Corporate antropologie, oftewel organisatie-antropologie is er een van. Zoals een antropoloog kijkt naar andere culturen en samenlevingen, zo richt de corporate antropologie zich op organisaties, bedrijven en bestuurders. Een organisatie is net zo goed een groep van mensen die op de een of andere manier bij elkaar horen als de Masai of de stammen in het Amazonegebied dat zijn. Begrijpen hoe groepen werken en daar eventueel verandering in brengen dat is wat een organisatie-antropoloog doet.


Danielle Braun is corporate antropoloog en expert op het gebied van organisatiecultuur en leiderschap. Haar boek Da’s gek richt zich op het bijzondere in andere culturen, dat helemaal zo gek niet blijkt te zijn. Zij wil die gekke elementen (die ik zelf liever ‘bijzonder’ noem) gebruiken bij problemen binnen westerse organisaties.
Na een voorwoord van Joris Luyendijk, en Bram Bakker, legt Braun uit wat de bedoeling is.


‘Als je goed om je heen kijkt, zie je dat we op sommige plekken in de samenleving en in organisaties ver van onze tribale, menselijke behoeften zijn afgedwaald.’(tribe = groep met speciaal verband)


Wat is gek? Wat is normaal? Als je accepteert dat wat jij gek vindt, ook maar een idee is, dan ben je al op de goede weg. Danielle Braun helpt daarbij. Zij snijdt thema’s aan als voodoo, dromen, kleding op diverse stranden, gender, specifieke organisaties en de psychiatrie.


Met mooie kleurenfoto’s als illustraties en een fraaie vormgeving word je uitgenodigd je eens te verdiepen in de mens, waar die zich ook bevindt, en in wat voor soort groep hij leeft en dan te vergelijken. ‘Doormijmeren’, noemt Braun dat. Wie weet doe je nuttige ideeën op.

Een ervan begint met een citaat van Youp van ’t Hek:
‘Iedereen is gek geworden en vindt alles maar normaal’.

Een inleidende tekst laat zien hoe we in onze maatschappij ‘doorgeorganiseerd’ zijn. Bestaat de ideale tribe uit 150 personen, die van ons is onnoembaar groter geworden. Binnen een groep van 150 mensen weet je wie waar verantwoordelijk voor is, je weet waar je eten vandaan komt en wie het klaargemaakt heeft. Maar die kennis hebben we allang niet meer. We kopen gewoon in de supermarkt, ontzettend onpersoonlijk.


Het persoonlijke element wordt vaker bedreigd. Braun verrichtte cultureel onderzoek binnen ons politiestelsel. Er was een bepaald ritueel (het samen eten van een broodje filet americain na een emotioneel zware situatie) waarvan Den Haag vond dat het afgeschaft moest worden. Het verzet dat volgde begrepen zij in het geheel niet. Het ging in hun ogen maar om een broodje. Maar er was veel meer aan de hand. Het broodje was een symbool, dat de politiemensen nodig hadden om met elkaar in gesprek te komen. Een ritueel.
De conclusie: mensen hebben rituelen nodig. Of het nu gaat om de persoonlijke benadering binnen grote organisaties, in de vorm van elkaar bij de naam noemen, afdelingsfeestjes organiseren, of samen dat broodje eten. Denk goed na voor je dat zomaar afschaft.


Wat te denken over de cultuur van Thailand, waar je binnen genders veertien mogelijkheden hebt?
Over Japan waar mannen verzot zijn op virtuele meisjes, met wie ze zelfs op vakantie gaan?
Over sjamanen, die uit hun lichaam treden en stemmen horen, en die in een aantal culturen geëerd worden?
Vergelijk dit alles met wat je zelf gewend bent, en doe er wat mee… mijmer door.

Danielle Braun is corporate antropoloog en expert op het gebied van organisatiecultuur en leiderschap. Haar boek De Corporate Tribe werd uitgeroepen tot Managementboek van het Jaar 2016.
Da's gek is een prachtig vormgegeven boek, met een mooi 'opgemaakt' oog op de omslag. Je voelt de verf als je er over wrijft.


ISBN 9789492495358 | Hardcover |176 pagina's | Uitgeverij Water | april 2018

© Marjo, 26 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Over leven
Levenslessen met de dood voor ogen
Kerry Egan


De auteur is geestelijk verzorger in een Amerikaans hospice en beschrijft in dit boek wat ze leerde van haar cliënten: goed leven en menigmaal ook de - niet altijd gemakkelijke - kunst om te óverleven.


Wat is eigenlijk de zin van mijn werk vraagt zij zich af en ze geeft zelf het antwoord:


‘Er proberen te zijn’. ‘Een zielzorger heeft niets in te brengen…. Het enige wat ik kan doen is ….. luisteren’, pag 68.


Deze aanwezigheid heeft wel een uitwerking bij mensen:


‘Vaak, maar niet altijd, vonden mijn patiënten een zekere vrede tijdens onze gesprekken. Vaak, maar niet altijd, ervoeren zij bevestiging van hun geloof in iets wat goed was en groter dan zijzelf. Vaak, maar niet altijd, vonden ze een kracht die ze niet voor mogelijk hadden gehouden, maar die hen hielp om dingen recht te zetten met bepaalde mensen in hun leven’, pag 12.


Contacten verlopen – idealiter – in een sfeer van vrede, aanvaarding en liefde waarin mensen de ruimte voelen om hun levensverhaal te vertellen: een heilige tijd en plaats creëren, noemt de schrijfster dat. Daar gaat het vaak om want zij heeft ontdekt dat iedereen een beschadigd en gebroken leven leidt.


De opgetekende verhalen van de contacten met mensen bevatten dan ook veel levenservaringen, soms mooie, hoopgevende en liefdevolle momenten vol geloof maar vaker verhalen over spijt, schuld, schaamte. Het leven is vaak ánders dan het lijkt en gemakkelijke oplossingen en snelle oordelen doen de complexiteit van het leven geweld aan:


‘Dingen zijn nooit alleen wat ze lijken. Dat hebben mijn hospice-patiënten me wel geleerd’, pag 86.


Het meest aangrijpende verhaal is misschien wel de ontmoeting met de man die afasie heeft en als ‘moeilijk’ te boek staat. Met lood in haar schoenen gaat ze naar hem toe en op een gegeven moment zoekt hij met veel moeite – want hij kan zijn handen niet goed gebruiken – een bladzijde op uit de profeet Jeremia. Ze ziet hier een woord over Gods liefdevolle nabijheid staan en leest hem dat voor. Het lijkt alsof de man hierdoor wordt aangesproken en dankbaar verlaat ze snel daarna zijn kamer, blij dat dit ‘gesprek’ voorbij is. Thuis gekomen, leest ze het vervolg van de bladzijde uit Jeremia waarin de pijn van het leven en Gods trouw naar voren komen. Met de nodige wroeging beseft zij nu dat ze te voorbarig voor de man heeft ingevuld en aan zijn diepste motieven om deze tekst te laten voorlezen geen recht heeft gedaan.


Op pag. 22 staat een lelijke taalfout: ‘teruggeschrikt’.


Het boek eindigt met een aantal vragen, bedoeld om in een leesclub te bespreken. Ook zonder deze vragen leveren de verhalen genoeg herkenning en derhalve ook gespreksstof op. Een rijk boek vol menselijke en gelouterde levenswijsheid.


ISBN 9789043529259 | Paperback | 224 pagina's | Uitgeverij Kok | maart 2018

© Evert van der Veen, 26 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Draai niet om de dood heen
Frederiek Weeda


Flaptekst:
Frederiek Weeda heeft het boek geschreven dat ze had willen lezen toen haar man steeds zieker werd en doodging. Ze stond er vaak alleen voor. Niet dat vrienden of familie haar jonge gezin in de steek lieten, maar de meeste professionals wilden de dood niet benoemen, niet meedenken over het sterven. Om goed afscheid te kunnen nemen, moet je horen hoe de dood komt.
Deze gids biedt persoonlijke verhalen en praktische tips voor wanneer een dierbare naaste uit het ziekenhuis wordt ontslagen en thuis zal sterven.


‘'Ik had dit boekje liever niet geschreven. Maar het is er, om te laten zien wat je te wachten staat als je hoort dat een geliefde gaat sterven.'’: met deze zinnen die te denken geven, begint de schrijfster haar persoonlijke verhaal over het verlies van haar man. Het is niet zozeer een ervaringsverhaal – daarvan zijn er wel meer verschenen de laatste jaren – maar zij wil anderen vooral helpen met hetgeen ze zelf heeft ondervonden. De nadruk ligt dan ook op informeren over de stand van zaken en mogelijkheden, onderkennen van de situatie, uitleggen van wat er aan de hand is, helpen om tot een goede keuze te komen.  Het boekje is in samenwerking met het Integraal Kankercentrum Nederland tot stand gekomen en dat zegt al het nodige over de inhoud en de doelstelling.


In hoofdstuk 4 bijvoorbeeld bespreekt zij ‘praktische tips die ik graag had gehad’ zoals: benoem een woordvoerder (die familie en vrienden op de hoogte houdt van het ziekteproces), bespreek tijdig het sterven en de wensen rond het afscheid. Zij heeft dit zelf moeten leren, kwam er dikwijls te laat achter en vroeg zich naderhand af: waarom heeft niemand mij dit eerder verteld zodat we er ons voordeel mee hadden kunnen doen? Daarom is deze ‘checklist’ uitermate waardevol.


Het boekje is een pleidooi voor een open, menselijke benadering van kanker en kan mensen helpen om daar beter mee om te gaan wanneer het henzelf of hun naasten treft.


De schrijfster ziet graag dat de zorg meer palliatief i.p.v. curatief wordt. Dat lijkt nogal vanzelfsprekend in de laatste onomkeerbare fase van het leven maar nog steeds is dit pleidooi niet overbodig getuige tal van ervaringen van patiënten en hun naasten die het gevoel hebben dat ze tegen de medische stroom in moeten roeien.


Hoofdstuk 7 is blijkens de titel eveneens zeer praktijkgericht: ‘De symptomen op het sterfbed en wat je eraan kunt doen’. Hier bespreekt zij in heldere en voor iedereen toegankelijke taal tal van ziekteprocessen zoals blaaskanker, kortademigheid, vochtophoping.


Het is maar een klein boekje maar de inhoud is zinvol, doorleefd en voor iedereen herkenbaar. Waardevol!


ISBN 9789057125089 | Paperback | 109 pagina's | Uitgeverij Nieuwezijds | maart 2018

© Evert van der Veen, 23 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 



De jaren 1910, 1920, 1930

Getty Images
Ineke Vander Vekens (Red)


Deze fotoboeken maken onderdeel uit van de serie De 20e eeuw in beeld. Een waardevolle serie die de gehele 20e eeuw in tijdperken van tien jaar omvat. Ieder boekje geeft een treffend tijdsbeeld van de samenleving, politiek, het menselijk leven, werk, cultuur maar ook oorlog, mode, vrije tijd, sport, wetenschap en transport.


De foto’s, afkomstig uit de beeldbank van ‘Getty Images’,  zijn van hoge kwaliteit, uiteraard in zwart-wit hetgeen de sfeer van de tijd versterkt. Dikwijls vertolken de foto’s iets van de toenmalige spanning of een - dreigend - conflict. Een andere keer zijn de foto’s vanuit een bijzondere invalshoek genomen waardoor een foto intrigeert. Wie deze boekjes doorbladert, krijgt goed zicht op hoe het toen was en wat er zoal speelde. De ‘droge’ geschiedenis gaat in deze serie echt leven! Korte bijschriften geven de benodigde historische informatie en plaatsen de foto’s in de juiste context zodat het meer is dan ‘plaatjes kijken’.


In het boekje over de jaren 1910 troffen mij de foto’s van de stakende mijnwerkers in Groot-Brittannië, de zinkende Duitse slagkruiser met de bemanning er bovenop en Lenin die in 1917 een redevoering houdt. Uiteraard krijgt de Eerste Wereldoorlog ruime aandacht. Vele aangrijpende foto’s van verwoeste steden, gesneuvelde militairen en modderige loopgraven illustreren de treurige zinloosheid van deze oorlog die miljoenen slachtoffers eiste en uiteindelijk de aanleiding werd tot de Tweede Wereldoorlog.


Het boekje over de jaren 1920 opent met een aantal foto’s van Hitler terwijl hij luistert naar opnamen van zijn eigen redevoeringen. Tegen zijn wil zijn deze foto’s bewaard gebleven en ze tonen op indringende wijze zijn demagogie. Een andere foto uit 1928 waarop 80.000 mensen in Berlijn een eed van trouw aan Hitler afleggen illustreert dat op huiveringwekkende wijze.
Typerend voor de inflatie in Duitsland is de foto waarop kinderen van papiergeld blokken hebben gemaakt waarmee ze een toren bouwen. Op een foto uit 1920 wordt een Duitse tank ontmanteld; dit was Duitsland opgelegd bij het vredesverdrag van de Eerste Wereldoorlog.
Beklemmend is de foto uit 1928 waar een bruidspaar hun huwelijkstaart met de bijl aansnijdt terwijl de aanwezigen de Hitlergroet brengen.
Aangrijpend is de foto uit 1921 van een sterk vermagerd kind in Rusland tijdens de burgeroorlog.
Een foto uit hetzelfde jaar in Engeland laat een varkensstal zien waarin mensen wonen omdat de economische crisis programma’s voor woningbouw stillegde.
Fascinerend is de foto uit 1923 waar archeologen de toegang naar de vierde kamer in de tombe van Toetanchamon openen.


In het boek over de jaren 1930 is het opkomende nationaal-socialisme zichtbaar op vele foto’s. Een foto uit 1939 laat marcherende nazitroepen in Neurenberg zien tijdens een parade van het partijcongres.
Een foto uit 1935 laat een weerzinwekkende Goebbels zien die op straat op heftige wijze aan het woord is. Van de Kristallnacht in 1938 zijn enkele foto’s opgenomen die een trieste sfeer van vernietiging overbrengen.
Prachtig is de foto van Ghandi uit 1930 tijdens de zgn. Zoutmars van 390 km waarin mensen protesteerden tegen het monopolie van de overheid op de zoutproductie.
Opmerkelijk is de foto uit 1939 waarop koningin Wilhelmina een openbare schuilplaats in Amsterdam bezoekt.


Deze waardevolle serie maakt vervlogen tijden weer nieuwe generaties toegankelijk. Een beetje jammer is dat er voor dit kleine formaat (16,2 x 14,6 cm) is gekozen. De foto’s zouden in een groter uitgegeven boek meer zeggingskracht hebben én ze verdienen die ruimte ook want ze zijn werkelijk prachtig.


De jaren 1910 ISBN 9789401444774 | Paperback | 320 pagina's | Uitgeverij Lannoo | september 2017
De jaren 1920 ISBN 9789401444798 | Paperback | 320 pagina's | Uitgeverij Lannoo | september 2017
De jaren 1930 ISBN 9789401444804 | Paperback | 320 pagina's | Uitgeverij Lannoo | september 2017


© Evert van der Veen, 23 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Sterfelijk zijn
Geneeskunde en wat er uiteindelijk toe doet
Atul Gawande


In dit boek komt naar voren dat ouder worden en het stervensproces zijn gemedicaliseerd zoals we dat tegenwoordig noemen: de kwetsbare méns dreigt overschaduwd te worden door alle medische mogelijkheden die om keuzen vragen: wel of geen medicijnen, al dan niet doorbehandelen.


We zijn in hoge mate in staat om het stervensproces te beïnvloeden door het te vertragen of uit te stellen. Of mensen in kwestie daar altijd bij mee zijn, is echter een andere vraag die steeds klemmender wordt naarmate de medische mogelijkheden toenemen en steeds bepalender lijken te worden voor de keuzen die rond het overlijden worden gemaakt.


Deze medische benadering heeft de 'kunst van het sterven' (ars moriendi) naar de achtergrond gedrongen en we ervaren dat tegenwoordig als een gemis. ‘De kunst van het sterven’ is een oude levenswijsheid waarin mensen zich bewust voorbereiden op hun levenseinde, de dood onder ogen zien en zich losmaken van hun geliefden en alles wat hen aan het leven bindt.

In dit boek komen veel verhalen van mensen naar voren die hiermee worstelen. Zij hebben de wens zo lang mogelijk zelfstandig te blijven en willen het liefst zo weinig mogelijk van zorg afhankelijk zijn. Dat past in het denken van onze tijd. Oudere en kwetsbare mensen zien hun eindigheid zelf wel onder ogen, dat is niet het probleem waar zij mee worstelen. Het is vooral de weg op weg naar het levenseinde dat hen moeite kost: 'Hoogbejaarden zijn niet zozeer bang voor de dood, maar voor wat er gebeurt in de aanloop ernaartoe', pag. 59.


Mensen willen graag de regie houden over hun leven en zélf beslissen wat er met hen gebeurt. De persoonlijke verantwoordelijkheid voor het leven is erg belangrijk.
'Ernstig zieke mensen hebben andere prioriteiten dan alleen hun leven verlengen. Uit onderzoek blijkt dat het allerbelangrijkste voor hen is om niet te hoeven lijden, de band met familie en vrienden te versterken, helder van geest te blijven, anderen niet tot last te zijn en het gevoel te krijgen dat hun leven afgerond is', pag 148.


Het waardevolle boek eindigt op aangrijpende wijze met het overlijden van de vader van de auteur waar hij op persoonlijke en open wijze over vertelt.


ISBN 9789057124389 | Paperback | 264 pagina's | Uitgeverij Nieuwezijds | april 2015
vertaald door Marceline Blangé

© Evert van der Veen, 7 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het landschap van de Friese klei 800 - 1800
Philippus Breuker

 
Dit boek is een landschapsbiografie over de periode 800 - 1800. De keuze voor dit tijdperk wordt in de inleiding duidelijk uitgelegd: rond 800 worden land en water in toenemende mate afhankelijk van menselijk handelen en rond 1800 breekt een nieuwe tijd aan (industrialisatie) waardoor er meer landbouw plaats vindt hetgeen invloed heeft op het landschap.


Het boek neemt je mee door het Friese land zoals zich dat door de eeuwen heen ontwikkelt en laat je ervaren wat het typerende van deze provincie is: 'Landschap is beleving', pag 20, deel van de persoonlijke identiteit. Met treffende citaten, gedichten (ook in het Fries maar niet vertaald voor degenen die deze taal niet machtig zijn) wordt de lezer in deze beleving meegenomen en komt deze dichter bij de herkomst en ontwikkelingsgeschiedenis van deze markante provincie.


De auteur heeft zich grondig en toegewijd in het onderwerp verdiept en beschrijft veel achtergronden, kleine details en menselijke verhalen over de geschiedenis van huizen en mensen. Soms lijkt hij zich daar wat in te verliezen en gaat hij erg diep in op sommige details waardoor de belangstelling van de gemiddelde lezer wat kan wegzakken maar dat neemt niet weg dat het boek in z’n totaliteit veel moois te bieden heeft. Zo zijn er o.a. hoofdstukken over ‘buurschappen, dorpen en steden’, ‘flora en fauna van het veld’, ‘boerderijen en stinzen’, buitenhuizen en tuinen. Er worden mooie voorbeelden van stinzen, states en pronkkamers besproken, vergezeld van sfeervolle foto’s. Veel is helaas in de 19e eeuw afgebroken maar het Poptaslot en de Dekemastate behoren vandaag de dag tot de pareltjes van de Friese cultuur op dit gebied.


Uit dit boek blijkt dat Friesland op het water is veroverd en dat water is nog altijd prominent aanwezig gezien de vele meren in de zuidwesthoek en in kanalen, rivieren, brede en smalle sloten en greppels die het landschap doorsnijden en z’n eigen karakter geven. Markant is in dit opzicht de oude landschapskaart op pag. 104 (helaas niet vergezeld van een datering) met terpen en de erosiegeulen van de zee daar tussen. Het is indrukkend om op genoemde kaart te zien hoe het huidige Friesland gedurende 1000 jaar met pijn en moeite op de zee is veroverd. Het water speelde vroeger een grotere rol dan nu want tot het midden van de 19e eeuw vond het vervoer van goederen vooral over het water plaats.


De talrijke terpen die overal aan de horizon zichtbaar zijn, herinneren zichtbaar aan deze periode waarin de mens moest strijden voor droge voeten en zijn dagelijks bestaan in dit vruchtbare maar ook lang aangevochten land. Vele kleine dorpen zijn dan ook op een terp gelegen en dat is ook hoorbaar in de plaatsnamen die eindigen op werd of ward. Dat heeft veel menselijke inspanning gekost en de auteur legt uit dat er door de eeuwen heen veel aarde is verplaatst voor de aanleg van dijken, terpen en het graven van sloten.


Land en water worden samen omlijst door de weidse horizon, de uitgestrekte weilanden in de 'greidhoek' (Zuidwesthoek) en de vette bouwlanden in de 'bouwhoek' (De Bilt). Niemand is zich er nu meer van bewust dat het huidige zwart-bont vee dat de weilanden in de greidhoek vandaag siert van betrekkelijk recente datum is want tot aan de 19e eeuw was het vee rood-bont van kleur. Dat men daar trots op was, blijkt uit de lofzang uit 1632 van de rector van de Latijnse school in Leeuwarden op de Friese koe.


Naast de koeien wordt Friesland getypeerd door romaanse kerken met het typerende zadeldak die zelfs in de kleinste dorpen prominent aanwezig zijn en vaak in het zomerseizoen kunnen worden bezichtigd. Opvallend voor iedere bezoeker zijn eveneens de vele boerderijen in het landschap, vaak van het kop-hals-romp type.


Het boek laat de lezer ook kennismaken met onbekende aspecten van deze provincie. Wie weet dat er vroeger in Friesland veel fruittelers waren? Een afgedrukte prospectus waarop tientallen soorten appelbomen worden aangeboden, illustreert deze bedrijfstak die in het verleden van betekenis was. Friesland kende de nodige enterijen en kwekerijen.


Al met al een mooi boek voor alle liefhebbers van Friesland!


ISBN 9789492052261 | Hardcover | 448 pagina's | Uitgeverij Wijdemeer | mei 2017
Afmeting 27,9 x 21,7 cm

© Evert van der Veen, 17 februari 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Secularisatie
Een kleine geschiedenis van een groot verhaal
Herman Paul


'Voor het eerst is het zover: Nederland telt meer ongelovigen dan gelovigen', kopte Trouw in 2015. Zeventien procent van de Nederlanders gelooft in God, zo bleek uit onderzoek, en 25 procent onderschrijft de stelling 'er bestaat geen God of hogere macht of kracht'. Trouw en andere media duidden deze cijfers als uitkomst van een lange ontwikkeling. Geloof boert in dit land achteruit, zoals religie in moderne samenlevingen überhaupt niet zoveel kansen heeft.

Secularisatie is de naam van dit clichébeeld over religie in het moderne Westen. Secularisatie is een groot verhaal van religieuze achteruitgang. Het is het verhaal dat journalisten en religieuze leiders vertellen als zij geconfronteerd worden met kerksluiting, afnemende invloed van priesters, dominees, rabbijnen en imams, en de marginalisering van confessionele partijen in de Tweede Kamer. Het is ook het verhaal dat gewone mensen vertellen als zij uitleggen waarom zij niet meer in God geloven, de kerk de rug toegekeerd hebben of de moskee verlaten.
(Bron: flaptekst)


Dit boek geeft een brede, cultuurhistorische benadering van het secularisatie-proces:


'... al sinds de negentiende eeuw wordt religie - christelijk geloof vaak in het bijzonder - door velen voorgesteld als iets van vroeger, waarvan resten op het platteland nog zijn te vinden, maar wat verpietert in bioscopenzalen, kantoorkantines en flatgebouwen', pag 8.


De auteur beschouwt secularisatie als ‘het verhaal dat mensen vertellen in reactie op de vraag wat er gebeurt met religie in moderniserende samenlevingen’, pag 9. Het is een trend die aanwezig is en de houding van mensen bepaalt. De auteur laat dit zien in voorbeelden uit kerk, wetenschap, politiek en stedenbouwkunde.


Secularisatie wordt in dit boek  vanuit diverse culturen en uiteenlopende levensverhalen van mensen beschouwd. Er komen Britse priesters, een Nederlandse predikant, Duitse parlementariërs, een Joods-Israëlische student en een planaloog aan het woord naast tal van denkers als bv. Jürgen Habermass en Charles Taylor.
Deze laatste zegt in zijn boek ‘A secular age’ dat ‘geloof in God niet langer axiomatisch is. Er zijn alternatieven. En dat betekent waarschijnlijk ook dat het tenminste in sommige kringen moeilijk zal zijn het geloof in stand te houden’, pag 48. (axioma is een niet-bewezen bewering die wel als uitgangspunt wordt aanvaard)


Interessant is de visie van de Egyptische filosoof Mourad Wahba die secularisme beschouwt als weg naar een vreedzame democratie waarbij religie tot het privéleven van mensen behoort. Gezien de dikwijls gevaarlijke en agressieve vermenging van bepaalde islamitische religie en politiek is dat een zinvolle benadering.


De Spaans-Amerikaanse godsdienstsocioloog Casanova zet de verschillende aspecten van secularisatie helder op een rij: - sociale differentiatie (onderwijs, politiek, rechtspraak en religie worden afgebakende terreinen), verlies van religie en religieuze betekenis, privatisering van religie.

De cultuurhistorische invalshoek van dit boek heeft zeker zijn bestaansrecht maar godsdienstpsychologisch gezien zit secularisatie toch wel dieper en gaat het om relevantieverlies, verandering van denken en beleving in het leven van moderne, mondige mensen. Desondanks een lezenswaardig boek.
.Lees ook het artikel van Herman Paul in het RD over secularisate,


ISBN 9789089649751 | Paperback | 148 pagina's | Amsterdam University Press | juni 2017

© Evert van der Veen, 3 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dingen die alleen ziet als je er de tijd voor neemt
Rust vinden in een drukke wereld

Haemin Sunim



Uitspraken en gedachten met levenswijsheid van de boeddhistische monnik Sunim uit Zuid-Korea. Het boek heeft iets van een 'citatenboek' waarbij de korte uitspraken en gedachten zijn gegroepeerd rond levensthema´s die in diverse hoofdstukken zijn gebundeld met trefwoorden als: rust, mindfulness, passie, relaties, liefde, het leven, de toekomst, spiritualiteit. De uitspraken en gedachten staan op zichzelf en kunnen als zodanig worden gelezen en gehanteerd.


Enkele zinnen die mij troffen:


Wij kennen de wereld alleen

door het venster van onze geest.

Als onze geest luidruchtig is, is de wereld dat ook.

En als onze geest vredig is, is de wereld dat ook.

Kennis hebben van onze geest is net zo belangrijk als proberen te wereld te veranderen (pag 25)


Met name die laatste zin bevat een diepe waarheid: zelfkennis en van daaruit leven. Of onze geest altijd het uitgangspunt is voor de wereld om ons heen, betwijfel ik. Je  verdrietig voelen vanwege een gemis terwijl de wereld om je heen 'gewoon' doorgaat om maar een voorbeeld te noemen.

Die echt boeddhistische houding van het leven aanvaarden zoals het is en daar vrede mee hebben, keert vaak terug in dit boek, zo ook in dit citaat:


Als ik het geheel van het leven van een verlicht persoon

in een paar woorden moest samenvatten

zou ik zeggen: complete acceptatie van wat is.

Als we accepteren wat is, is onze geest ontspannen en kalm

terwijl de wereld om ons heen heel snel verandert, pag 61.


Waardevol is deze wijsheid:


Als we iemand haten, denken we veel aan hem.

We kunnen hem niet laten gaan en gaan langzamerhand

net zo doen als hij, pag 136.


Het boek eindigt met deze raad:


Dwing jezelf niet een spiritueel pad op te gaan.
Laat de lessen je hart zachtjes openmaken en je leiden.
Laat de lessen oplossen in je hart,
als zout dat langzaam oplost in water, pag 271.

Deze citaten typeren dit lezenswaardige boek dat mooie inzichten aanreikt omtrent onszelf, onze levensstijl, onze visie en onze omgang met elkaar. Dit waardevolle boek heeft inmiddels zijn weg al gevonden blijkens de vele herdrukken in korte tijd. De teksten zijn dan ook zeer toegankelijk maar daarbij dient wel te worden  opgemerkt dat de boeddhistische wijsheid niet overal even diepzinnig van aard is en bij andere denkers rijker kan klinken.
Het boek is sfeervol geïllustreerd met mooie tekeningen in kleur.


ISBN 9789022581124 | Hardcover | 280 pagina's | Uitgeverij Boekerij | juni 2017

© Evert van der Veen, 6 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Sterven, een levensverhaal
Cory Taylor



Cory Taylor was een van meest geliefde auteurs van Australië. Ze leed aan een ongeneselijke vorm van kanker en woog, zoals ze ons in dit boek vertelt, op een gegeven moment minder dan de retriever van haar buren. In een enorme creatieve uitbarsting - in periode van slechts een paar weken - schreef ze dit schitterende boek. Het is een heldere kijk op wat het sterfproces haar leerde.
(fragment flaptekst)


Het boek opent - enigszins confronterend voor de lezer - met het benoemen van een euthanasiemiddel dat de schrijfster in huis heeft omdat ze kanker heeft. Ze aarzelt om het te gebruiken:


'En daarom blijft mijn middeltje ongebruikt vanwege de morele aarzeling die ik met Andrew deel, over de schade die je anderen onbedoeld kunt berokkenen als je er in je eentje uit stapt', pag 20.


Op advies gaat ze naar een psychologe maar staat er niet open voor en voelt zich gebroken vanwege het onherroepelijke feit dat haar leven op korte termijn zal eindigen:


'Nee, er is niets goeds aan doodgaan. Het is ongelooflijk triest. Maar het hoort bij het leven, er valt niet aan te ontkomen', pag 42.


In het boek haalt ze herinneringen op aan haar jeugd, het gezin waarin ze opgroeide. Uiteenlopende gevoelens komen eerlijk ter sprake. Ze mist haar moeder die al eerder is overleden. Het boek eindigt abrupt, wanneer ze haar eigen sterfscène voor een film zou beschrijven, met deze woorden: 'Fade naar zwart'.


Een mooi boek al moet je houden van de wat losse schrijfstijl waarin onderwerpen wat door elkaar heenlopen.


ISBN 9789038803623 | Hardcover | 144 pagina's | Nijgh & Van Ditmar | februari 2017


© Evert van der Veen, 6 maart 2018


Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Verloren en gewonnen
Nieuwe liefde vinden na de dood van je partner
Maria de Greef


'Wanneer ben je eigenlijk geen weduwe meer?' Met die vraag opent dit boek waarin veel persoonlijke levenservaring ligt besloten. Het verlies van een partner betekent ook verlies van eigen identiteit en een andere positie in de samenleving.
De tekst wordt verlevendigd door veel citaten van mensen die vertellen over afscheid nemen, herinneringen aan hun man/vrouw ophalen en gevoelens van gemis en verdriet vertolken. Het maakt dat dit boek dichtbij komt en de lezer raakt. Tal van informatieve kaders gaan dieper op onderwerpen in.


Veelzeggend is het motto van hoofdstuk 2: 'Ik durf niet opnieuw lief te hebben, want opnieuw verliezen verdraag ik niet'.


Het is goed dat er ook wordt stilgestaan bij de reacties vanuit de omgeving waar weduwen en weduwnaren vaak erg gevoelig voor zijn.


Mooi is ook de aandacht voor kinderen al was het verstandig geweest om hier pedagogische aanwijzingen te geven hoe zij bij het verlies van hun ouder en de aanvaarding van een nieuwe partner van de andere partner betrokken kunnen worden. De praktijk leert dat het hier nogal eens aan schort: nieuwe relaties gaan te vaak buiten de kinderen om waardoor zij het gevoel krijgen voor een voldongen feit te staan. Hun hechting aan de overleden ouder wordt vaak onderschat.
Het verschil in rouwbeleving tussen man en vrouw had ook meer uitgewerkt kunnen worden maar men kan van een dergelijk klein boek over een groot onderwerp wellicht ook niet álles verwachten.


De conclusie luidt aan het eind: 'Het bestaat: náást pijn en verdriet om je gemis, kun je verliefd zijn en opnieuw van iemand gaan houden. Zonder dat het iets afdoet aan de liefde voor degene die overleed. Dat is het antwoord: liefde', pag 110.

Een mooi slot!


ISBN 9789492011602 | Hardcover | 118 pagina's | Uitgeverij Witsand | oktober 2016

Evert van der Veen, 3 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De ondraaglijke blankheid van het bestaan
een bewogen leven in het land van Mandela
Marianne Thamm


Het is een levensgeschiedenis die bijna niet te verzinnen valt… ze is een Zuid-Afrikaanse blanke journaliste, lesbo-activiste, comédienne, en moeder van twee geadopteerde zwarte kinderen, opgegroeid onder het apartheidsregime én de  dochter van een Duitse nazisoldaat die tot aan het einde van zijn leven overtuigd bleef van het feit dat Hitler goede dingen heeft gedaan. Het kan niet anders dan dat je met zo’n geschiedenis heel wat uit te vechten heb, en dat is precies waarover dit boek gaat.


Het boek begint en eindigt met het sterven van haar vader Georg. Geen toeval, want hun relatie, getekend door onmacht en strijd, en het eeuwig gevecht om gezien te worden en te mogen zijn wie ze is, is de rode draad van dit boek.


Haar vader wordt na de oorlog als krijgsgevangene naar Engeland gebracht. Daar ontmoet hij Marianne’s moeder Barbara, een ongeletterde Portugese werkster uit een communistische familie. Het stelt trouwt en krijgt twee kinderen. Als Marianne twee is emigreren ze naar Zuid-Afrika. Het zijn de hoogtijdagen van het apartheidsregime, maar als ze opgroeit, in een volledig gesepareerde blanke wereld, heeft Marianne daar nog weinig zicht op. Er hangt vooral altijd een dreiging in de lucht, die als kind niet zo goed in woorden te vatten valt, al was het wel duidelijk dat het iets te maken had met de zwarte medebewoners van het land.


Na haar middelbare schooltijd, vol opstandigheid en drugs en een toen al zeer getroebleerde relatie met haar vader, komt ze in de journalistiek terecht, waar aan de realiteit van het apartheidsregime niet meer te ontkomen valt. De apartheid in het land nadert zijn kookpunt, townships worden afgegrendeld, honderden zwarte activisten worden opgepakt en iedere dag komen er bij onlusten mensen om. Haar wereldbeeld kantelt dan ook in een hoog tempo en komt lijnrecht tegenover dat van haar vader te staan.


Marianne vindt het apartheidsregime misdadig, maar in haar vaders ogen weten de blanke leiders heel goed wat ze doen. Het confronteert haar opnieuw met het oorlogsverleden van haar vader en vooral met het feit dat hij daar nooit afstand van heeft gedaan, Hitler kan nog altijd op zijn bewondering rekenen, en Mein Kampf staat keurig gekaft in de boekenkast. Het werpt prangende vragen op. Waarom had haar vader zich niet geweerd tegen Hitler? Waarom had hij geen andere keuzes gemaakt? En waarom had hij hen in de jaren zestig, juist toen de gewelddadige apartheidsregering haar greep op het land verstevigde, naar Zuid-Afrika gebracht?


Als ze haar vader vraagt naar zijn reactie in de oorlog op de brandende synagogen tijdens de Kristallnacht antwoord hij; “Ik was gewoon een jongen op een fiets.” Hij was toen veertien. Ze zwijgt in afschuw, maar later in haar leven vraagt ze zich af of ze zelf, opgroeiend in een regime waar racisme de bodem was van alles, wel zoveel anders was. Als kind zag ze de vernederende ondervragingen van razzia’s op straat, en voelde de spanning die in de lucht hing wanneer er mensen zonder papieren door de politie achter in gele politiebusjes werden gestopt. “Maar net als Georg tijdens de Kristallnacht in Berlijn was ik in Pretoria alleen maar een kind op een fiets dat het allemaal aanzag.”


In 1990 komt Mandela vrij en vier jaar later komen er democratische verkiezingen en wordt hij president, iets wat noch Marianne, noch het land ooit gedacht hadden mee te maken. Zijn vrijlating maakt op de een of andere manier ruimte in haar hoofd om Zuid-Afrika een tijdje te verlaten en naar Europa te gaan om wat dingen op een rij te zetten. Ze merkt dat zowel de geschiedenis van haar land als de vrij bizarre relatie met haar vader haar gepantserd en beschadigd hebben. Vooral het gevoel al van jongs af aan niet gezien te worden en nooit erkenning te krijgen voor wie ze is heeft diepe sporen nagelaten…


“Ik moest leren kwetsbaar te zijn, ergens zonder pantser naar binnen te gaan. Mijn psychische wapens te onttakelen en moed te vinden om echt te zijn. Ik moest leren me bloot te stellen aan het risico gezien te worden, niet zoals ik mezelf altijd had gezien, maar weerspiegeld via iemand die me liefhad en begreep. Iemand die alle middelen die ik had gebruikt om overeind te blijven, het hoofd kon bieden en kon ontmantelen.”


Ze ontmoet na een paar eerdere relaties, haar huidige vrouw en samen adopteren ze twee zwarte dochters, Layla en Kenya, zodat haar blanke vader met zijn nazi verleden ineens opa wordt van twee kleine zwartje meisjes, Marianne vreest zijn reactie, maar dwars tegen de verwachtingen in stelen die twee meisjes vanaf dag één zijn hart.


Te midden van de puinhopen, de scherven en brokstukken van onze geschiedenis, en met overgeërfde trauma’s die mijn vader en mij gevangen hielden, rukten Layla en Kenya de jaloezieën weg en openenden de ramen van onze ziel. Daardoor viel er licht, hoe flauw aanvankelijk ook, op alles wat geen echte waarde had, op de ballast van dwaasheid, onwetendheid en herhaling.


Hun relatie verbetert na de komst van de meisjes wel iets, maar blijft tot haar vaders dood moeizaam. Want hoeveel liefde en warmte de kinderen ook hadden meegebracht, iemand dichtbij laten komen, wezenlijke dingen bespreken, laat staan liefde of waardering uiten, blijft tot aan zijn dood voor hem onmogelijk.


Het is een boek wat vanaf de eerste bladzijdes indringende vragen opwerp… Hoe ontwikkelen wij ons morele kompas? In hoeverre ben je schuldig aan de daden en overtuigingen van je ouders en in hoeverre aan de daden en overtuigingen van het regime waarin je opgroeit? En hoe zit het met ondermijnende, historische onderstromen die borrelen en etteren en hoogtij vieren net als jij leeft, welke invloed hebben die? Hoe moet je in zo’n systeem leren om fatsoenlijk, eerlijk en rechtvaardig te worden? Om het juiste te doen?


Je zou gezien de thematiek een loodzwaar boek verwachten, maar dat is het geenszins, de toon is bij vlagen vlijmscherp en nietsontziend, ook naar zichzelf toe, maar staat ook vol met ironie en zelfspot. Een boek wat je aan het denken zet, je raakt, laat lachen, maar ook wel degelijk ontroert en wat je achter elkaar uitleest!


ISBN 9789046823057 | Paperback | 351 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | april 2018
Met een voorwoord van Tom Lanoye | vertaald door Ronnie Boley

© Willeke, 15 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Profeet of profijt
Weg uit de morele crisis
Gerard van Tillo


De auteur begint met een heldere uiteenzetting van begrippen als profeet, profijt en belang, crisis, ethiek en moraal, normen en waarden, cultuur. 


Zo zegt hij over de figuur van de profeet: ‘…het medium waarvan de godheid zich bedient om een bepaalde godsspraak over te brengen. Profeten zijn weliswaar religieuze specialisten, maar hun profetieën gaan dikwijls over morele en maatschappelijke kwesties’, pag 15.  Profeten zijn geen gedateerde personen: ook onze tijd kent profeten in de vorm van belangrijke geestelijke leiders als Martin Luther King en Nelson Mandela.

Belang: Mensen kennen o.a. psychologische belangen als autonomie, het leggen van relaties en het verlangen naar erkenning. Belangen hebben een sociale dimensie en zijn daarom altijd verweven met menselijke verhoudingen.
Van de ethiek wordt een bondig historisch overzicht gegeven.


Dan volgt een goede analyse van wat er momenteel speelt in maatschappij, politiek, cultuur en zorg. De titel ‘morele crisis’ geeft al aan hoe de schrijver onze tijd beoordeelt: ‘De morele crisis bestaat er in feite in, dat het profijt de profeet van de kansel verdrongen heeft en intussen zo overheersend is geworden, dat de profeet er niet meer aan te pas komt of ook zelf uit is op profijt’, pag 41.
Zijn oordeel over onze tijd is dan ook niet positief: hij ziet een achteruitgang in moreel besef en afnemend verantwoordelijkheidsgevoel. Het eigenbelang staat dikwijls voorop; er is sprake van computercriminaliteit en de media oefenen de nodige invloed op ons uit.


De – bekende - oorzaken van wat er vandaag in de samenleving speelt, worden nog eens helder beschreven: individualisering, secularisatie, ontzuiling en privatisering. Het is een goede samenvatting van wat inmiddels algemeen bekend is maar biedt geen nieuwe inzichten.
Er is een nogal uitgebreide beschrijving van wederwaardigheden bij de theologische opleiding in Heerlen. Dit lijkt de auteur zelf erg bezig te houden maar is voor een breder lezerspubliek niet echt relevant te noemen.

Is er een uitweg uit de morele crisis? De auteur heeft de nodige verwachtingen van religie en geestelijke stromingen die hij als ‘behoeders van de moraal’ beschouwt. De beeldvorming van de christelijke traditie is niet altijd positief maar de christelijke visie op vrijheid – dienstbaar en verantwoordelijk leven – en geweten – zelfstandig oordelen – kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een eigentijdse moraal. Andere religies en spirituele bewegingen worden ook kort benoemd.

Uiteindelijk kiest de auteur voor wat hij noemt 'moreel, actief pluralisme' waarbij mensen daadwerkelijk interesse hebben in de ander en diversiteit centraal staat. Hij pleit voor een open houding waarin geen snelle conclusies worden getrokken of waardeoordelen worden geveld. Niet alles behoeft eenstemmig te zijn, er is alle ruimte voor verscheidenheid die de samenleving als geheel verrijkt.
De profetische aanzet is goed maar de uitwerking is - te- beperkt: na een lange aanloop zou de lezer verwachten dat de ondertitel scherper in beeld komt. De 'weg uit de morele crisis' blijft echter te algemeen. Niet dat er overigens gemakkelijk een weg te wijzen valt!


ISBN 9789463011600 | Paperback | 216 pagina's | Uitgeverij Eburon Delft | november 2017

© Evert van der Veen, 13 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ferdinand Bol en Govert Flinck
Rembrandts meesterleerlingen
Norbert Middelkoop en David de Witt (red)


Museum Het Rembrandthuis en het Amsterdam Museum organiseerden van 13 oktober 2017 t/m 18 februari 2018 een dubbeltentoonstelling over deze beide topleerlingen van Rembrandt die bekend zijn om hun historische voorstellingen en portretten. De directeuren wisten de nodige topstukken uit het buitenland naar hun musea te halen, o.a. uit Lucca.

Rembrandt had - evenals andere grote meesters in zijn tijd - vele leerlingen in dienst en in opleiding. Dikwijls liet een meester het ‘invulwerk’ van een schilderij aan zijn leerlingen over en deed hij zelf het meest beeldbepalende werk van een voorstelling zoals de gezichten en handen van personen. Het kopiëren van werken was in die tijd de wijze waarop leerlingen zich de schilderkunst eigen maakten.


Ferdinand Bol en Govert Flinck waren twee bijzonder getalenteerde leerlingen van Rembrandt. - Wie dit boek leest en bekijkt, zal de ondertitel zeker kunnen beamen. - We  zien in de werken van Bol (1616 – 1680) en Flinck (1615 – 1660) dat zij het nodige van Rembrandt hebben geleerd en door hem beïnvloed zijn. Die invloed van meester Rembrandt op hun werk is dan ook duidelijk aanwijsbaar. Dat geldt uiteraard voor de voorstelling maar ook in het kleurgebruik, de toepassing van licht in de voorstelling en de wijze waarop kwast en verf werden gehanteerd, is de stijl van Rembrandt duidelijk herkenbaar.


Bol en Flinck waren met name sterk in historische voorstellingen en portretten. Er zijn bijdragen over ‘Tronies in het werk van Govert Flinck en Ferdinand Bol’ en over hun groepsportretten met schilderstukken die enigszins vergelijkbaar zijn met De Nachtwacht: ‘Schutters van Wijk 1’ (Flinck) en ‘De regenten van het Leprozenhuis’ (Bol). Hun stijl was zeer geschikt voor historiestukken met een representatieve functie zoals stadhuis, paleis of een ander openbare ruimte. Zo is er een mooi hoofdstuk over het werk van Bol en Flinck in het Burgemeestersvertrek in het Koninklijke Paleis in Amsterdam.
Zij onderscheidden zich van Rembrandts andere leerlingen omdat zij hun eigen touch gaven aan hun schilderwerk en daarin blijk gaven van zelfstandige creativiteit en artistiek vermogen.

Flinck had al een opleiding bij de Friese schilder Lambert Jacobsz gevolg maar wilde hogerop komen en kwam daarom als leerling bij Rembrandt in dienst. Hij leerde de werking van licht en schaduw van zijn meester en maakte kopieën van zijn werken of paste schilderijen van Rembrandt aan. Van hem is een prachtige voorstelling 'Het offer van Abraham' opgenomen naast dat van Rembrandt zodat vergelijking goed mogelijk is en dat is ook interessant. De verschillen zijn in grote lijnen niet heel ingrijpend maar in details wel boeiend om te zien. Dergelijke vergelijkingen worden in dit boek vaker gemaakt zoals bij ‘De ongelovige Thomas’, eveneens van Flinck.


Tevens wordt er het nodige over het leven van Bol en Flinck verteld. In 1635 werd Flinck hoofd van Rembrandts werkplaats de Uylenburgh toen Rembrandt en Saskia naar een huis in de Nieuwe Doelenstraat verhuisden. Na 1640 ontwikkelde Flinck meer een eigen stijl en paste hij in de Vlaamse stijl fellere kleuren toe: rood, groen en soms ook blauw.


Bol heeft waarschijnlijk een beperktere vooropleiding gehad alvorens hij vanuit Dordrecht bij Rembrandt in dienst kwam. Waarschijnlijk was hij met Rembrandt bekend en hij maakte in Amsterdam grote projecten als De Nachtwacht mee. Van Bol is een kopie van het schilderij 'Christus als hovenier' dat vrijwel gelijk is aan dat van Rembrandt. Soms werd een voorstelling deels veranderd door een persoon een andere positie te geven zoals bij het schilderij 'De engel Rafael verlaat Tobias en zijn familie'.


Interessant zijn de beschouwingen over het functioneren van een atelier in die tijd. Schilders blijken voortreffelijke netwerkers te zijn en ontlenen aan de juiste contacten mooie opdrachten zoals de eervolle decoratie van het stadhuis op de Dam waarvan de bouw in 1648 van start ging. Er werd samengewerkt met architecten, beeldhouwers en dichters:


‘Ondanks het verschil in achtergrond en het feit dat Bol en Flinck andere wegen bewandelden, slaagde zij erin om duurzame relaties op te bouwen met vermogende bestuurders en kooplieden in voor ieder verschillende Amsterdamse elitenetwerken. Uit de succesvolle loopbanen van Flinck en Bol blijkt dat naast artistieke kwaliteit, ook netwerken van groot belang was voor het slagen van een zeventiende-eeuwse kunstenaarscarrière’, pag 79.


Bol en Flinck waren in hun tijd zelfs beroemder dan Rembrandt maar dat veranderde vervolgens: de naam Rembrandt nam na zijn dood geleidelijk mythische proporties aan. Het duurde tot ver in de 20e eeuw voordat de leerlingen van Rembrandt, met Bol en Flinck voorop, weer de nodige aandacht kregen en hun kwaliteiten op waarde werden geschat.


Deze fraaie dubbeltentoonstelling met de bijbehorende catalogus is dan ook een terecht eerbetoon aan deze oude Nederlandse meesters die ons de nodige cultuurschatten hebben nagelaten.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN  9789462582217 | paperback | 271 Pagina's | Uitgeverij WBooks | oktober 2017
In samenwerking met Museum Het Rembrandthuis en Amsterdam Museum

Evert van der Veen, 11 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Thuis in de kosmos
Het Epos van Evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan
Taede Smedes


Flaptekst:
Miljarden jaren geleden ontstond het heelal. De eerste sterren vormden en uit hun elementen kwamen planeten voort, waaronder onze Aarde. Niet lang na het ontstaan van de Aarde ontstaat er leven, dat evolueert en waarvan ook de mens een product is. Ons lichaam verraadt nog onze herkomst: 90% van de elementen uit onze lichamen is afkomstig van de eerste sterren.

Dit is het Epos van Evolutie, het natuurwetenschappelijke verhaal waarin verteld wordt over hoe de evolutie van het leven op Aarde ligt ingebed in de evolutie van het heelal. Dit Epos is ook een zingevend verhaal. Smedes stelt dat de mens een speciale plaats inneemt als het organisme waarin de kosmos tot zelfbewustzijn is gekomen. Hij formuleert de contouren van een nieuw wereldbeeld en beschrijft de filosofische en ethische implicaties ervan. Een indringend essay dat, geïnspireerd door wetenschappelijke, filosofische en religieuze inzichten, een radicaal andere manier voorstelt om naar mens en wereld te kijken die tegemoetkomt aan hedendaagse existentiële vragen.


Het is goed dat de auteur nog eens benadrukt dat Darwin geen atheïst was. Hij wilde God niet als hypothese voor het ontstaan van de aarde gebruiken maar liet het geloof niet los. 


Hoofdstuk 4 is een boeiend, bondig en helder overzicht van de ontstaansgeschiedenis van de kosmos waaruit blijkt: 'Alle leven op de Aarde bestaat voor ruim 90 procent uit elementen die in een ver verleden in sterren zijn gevormd', pag 42. Dat roept in hem als wetenschapper gevoelens van verwondering en eerbied op die tot een bijna mystieke ervaring kunnen leiden. Kennis hebben van de kosmos is een 'oefening in nederigheid' want de mens maakt deel uit van dit onmetelijke mysterie.


De auteur herkent zich in Pascal die de mens een 'denkend riet' noemt. 'Daarmee heeft de evolutie in de mens een soort zelfbewustzijn gekregen: met de mens is het universum zich van zichzelf, van zijn eigen bestaan en geschiedenis, bewust geworden', pag 64.


Dat is wel erg antropocentrisch gedacht en doet aan de zelfstandige waarde van de schepping tekort alsof die pas door de mens zijn ultieme betekenis zou krijgen. Zo komt er ruimte voor een kosmopolitische visie - wij zijn kosmopolieten - waarin ruimte is voor God. In het post-theïstische tijdperk biedt dat nieuwe religieuze perspectieven: 'op het moment dat God 'daarboven' in lucht opging, lichtte de werkelijkheid om ons heen zélf op als de plek waar het heilige zich manifesteert', pag 76. Voor dit godsbesef zijn veel mensen ontvankelijk.


Het boek eindigt met een pleidooi voor een ethisch verantwoord leven waarin een mens zich bewust is van zijn roeping om wijs met het leven om te gaan.

Een verrijkend boekje!


ISBN  9789462987081 | Paperback | 100 pagina's | Amsterdam University Press | februari 2018

© Evert van der Veen, 2 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Is het Westen de weg kwijt?
Een provocatie
Kishore Mahbubani

Zelden heb ik in zo’n kort bestek zo’n grondige en heldere analyse gelezen over de crisis waarin de Westerse beschaving verkeert. Een analyse die ons niet wordt aangeboden door een ‘Westerling’, maar door een diplomaat en hoogleraar uit Singapore. Mahbubani was diplomaat voor Singapore bij de Verenigde Naties en is thans hoogleraar Practice of Public Policy aan de National University of Singapore.


Onderstaand een weergave van wat Mahbubani zegt in het boek:


Dat het tijdperk van de Westerse hegemonie ten einde is gekomen wordt breed ingezien en aanvaard, ook in het Westen zelf. Twee cijfers geven een onheilspellende trend aan, die onderbouwen dat het Westen zijn greep op de wereld verliest. Het Amerikaans-Europese aandeel in de wereldeconomie zal slinken tot slechts 24%. Het aandeel van Europa in de wereldbevolking zal krimpen tot 7%. Binnen 20, hooguit 30 jaar, is het zo ver. 


In dat licht bezien is het heel vreemd dat het Westen zijn beleid niet bijstelt. Hoewel zijn macht in de wereld razendsnel afneemt, gaat het Westen door op de automatische piloot.


De belangen van de Verenigde Staten en van Europa lopen ook nog eens uiteen. Voor Amerika is China de uitdaging. Voor Europa is dat de Islamitische wereld die aan zijn voordeur ligt. Europa zou betere betrekkingen met Rusland moeten aanknopen. Want Europa wordt primair bedreigd door de instabiliteit die overkookt vanuit de Islamitische wereld. Om dezelfde reden zou Europa in Afrika moeten samenwerken met China tegen een oprukkende fundamentalistische islam.


Voor Amerika is de Islamitische wereld secundair. Voor zijn olie is Amerika ook niet langer afhankelijk van import uit de Golfregio. Amerika moet stoppen met de reflex om Islamitische onwelgevallige staten te bombarderen en Europa moet daar niet langer zijn steun aan verbinden. Deze aanpak versterkt alleen maar wereldwijd antiwesterse gevoelens.


De kritische blik van Mahbubani is die van een buitenstaander. Maar wel een buitenstaander die met leedwezen ziet hoe het grote geschenk van het Westen aan de wereld teloorgaat. Dat grote geschenk was het inschakelen van de menselijke rede, waardoor wetenschap en technologie een hoge vlucht konden nemen. Dankzij die revolutie, ingezet door het Westen, overwon de mensheid overstromingen, hongersnood, pandemieën en armoede. Objectief bezien staat de mensheid er volgens de auteur beter voor dan ooit tevoren in zijn geschiedenis. Geweld en armoede, de twee grootste problemen uit zijn bestaan, zijn spectaculair afgenomen.


Helaas echter denken Westerse leiders nog steeds dat de wereld om hen draait en dat het Westerse seculiere model het beste is voor iedereen op deze aardbol. Ze onderkennen onvoldoende dat het Westen overvleugeld wordt door landen als China (1,4 miljard inwoners), India (1,3 miljard inwoners) en Indonesië (250 miljoen inwoners).


“Als ambassadeur bij de Verenigde Naties heb ik de zelfingenomenheid van het Westen vanwege zijn vanzelfsprekende economische superioriteit met eigen ogen gezien. Westerse diplomaten adviseerden met nauwverholen minachting 88 procent van de wereldbevolking buiten het Westen.” (blz. 47).


Het Westen ging ervan uit dat modernisering en economische ontwikkeling zouden leiden tot een afname van religiositeit en een toename van secularisatie. Zo was het immers in het Westen verlopen vanaf de Verlichting. Maar in de Islamitische wereld is juist het tegenovergestelde gebeurd. Het Westen heeft de vitaliteit van het Islamitisch geloof onderschat en daarmee kreeg het ook niet de kern van het terreurprobleem te pakken.


Mahbubani houdt het Westen een andere strategie voor: minimalistisch, multilateraal en machiavellistisch.
Minimalistisch: het Westen moet zich bescheiden opstellen. Het hoeft andere landen niet de les te lezen of ze te ‘redden’ door ze te bombarderen.
Multilateraal: werk oprecht en intensief samen met internationale instellingen.
Machiavellistisch: het is in het eigenbelang van het Westen om de koers te verleggen.


Als lezer en recensent ga je automatisch op zoek naar zwakke plekken in het betoog van Mahbubani. Die zijn er hier en daar wel. Zo zou je het begrip Machiavellistisch als strategie wat meer uitgewerkt willen zien. Als geheel genomen echter schetst de schrijver heel pakkend de grote lijnen van de crisis waarin het Westen verkeert en de weg om aan het dreigende verval te ontkomen.


Een provocatie, zoals de ondertitel aangeeft, haal ik niet uit dit boek. De schrijver leest het Westen niet de les, maar staat het met goede raad terzijde. Voor mensen die niet tegen kritiek kunnen, zal het wellicht toch een provocatie zijn.


In Europa ligt de vergrijzing aan de basis van de problematiek. In landen als Italië, Duitsland, Spanje, en Polen zal de autochtone bevolking halverwege de eeuw gehalveerd zijn. Ook in Nederland is het geboortecijfer te laag om de bevolking te vervangen. Een gezonde samenleving moet voor voldoende aanwas zorgen om de zaak draaiende te houden. Nu is Europa op weg om een continent voor senioren te worden. Hoe houden we de economie gezond met een sterk krimpende beroepsbevolking? Hoe houden we de stormachtige groei van Aziatische en sommige Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse staten bij? Waar zijn de politici die de thema’s uit dit boek oppikken en omzetten in beleid? Waar zijn de media die deze problematiek onder de aandacht van het publiek brengt?


Helaas is politiek vaak van de korte termijn, zijn media vaak in de greep van hypes en hebben we als samenleving de neiging problemen voor ons uit te schuiven. Tot de wal het schip keert en harde ingrepen onvermijdelijk zijn. Met het verstrijken van de tijd kort ook de beleidsruimte in.


Een beknopt boek verdient een korte recensie. Dat is me niet gelukt. Beschouw het als een aanbeveling voor dit waardevolle boek.

ISBN: 978904682419 | Paperback | 112 pagina's | Nieuw Amsterdam | april 2018

© Henk Hofman, 3 mei 2018

Lees de reactie op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het raadsel van goed en kwaad
Over wat mensen beweegt
Christien Brinkgreve


De schrijfster is emeritus hoogleraar sociale wetenschappen en gaat in dit boek op zoek naar antwoorden op levensvragen. Zij onderkent dat de taal van wetenschap niet toereikend is voor mensen en dat we hiernaast ándere taal nodig hebben die ons hart raakt en ons kan inspireren tot goed en zinvol leven.


De Tweede Wereldoorlog speelt een grote rol in dit boek en fascineert de auteur in hoge mate. Zo vertelt zij over het boek ‘Een dagje uit’ van een kampcommandant uit Auschwitz, het is een fotoboekje over een vakantiedag. Zij komt er niet goed uit hoe het mogelijk is dat mensen naast hun barbaarse werk tegelijk een normaal privéleven konden leiden. Zij houdt het op een vorm van bewustzijnsvernauwing.


Onze weerzin en ons onbegrip over hoe mensen tot dergelijke daden in staat waren, acht zij een goed teken want wanneer wij het wél konden begrijpen, zou het in ons denken passen en daarvoor is het kwaad absoluut te groot. Een sluitend antwoord pretendeert zij dan ook niet te geven want daarvoor is dit kwaad té ernstig. Ze refereert aan een Belgisch toneelstuk getiteld ‘U bent net zo’, het is ongemakkelijk omdat het zo confronterend is en daarom bevat het een diepe waarheid die wij liever verdringen. Waar wij de ander – terecht - van beschuldigen, zit dikwijls ook in onszelf.


De architect Abel Cohen die in Tweede Wereldoorlog als kind was ondergedoken, wordt geciteerd. Later schrijft hij over die periode van zijn leven:


‘Beklemmender dan het verdwenen vriendje, dan het grote lege klaslokaal, erger dan de spanning van de razzia’s, het afscheid van je familie, was dat je toen in 1943 in Amsterdam om je heen zag dat het alledaagse, normale leven gewoon doorging’, pag 38.


Prachtig en aangrijpend is haar tekening van de student die onder gewetensnood de niet-Ariër verklaring tekent en de gewone Nederlander die wel weet wat er speelt maar wegkijkt. ‘Compartimentalisering van het leven’ noemt de schrijfster dat.


Naast het kwaad is er gelukkig ook het goede: liefdevolle verbondenheid tussen mensen, troostende aanwezigheid, de kracht van het samenzijn. Dat zijn dankbare geluksmomenten waarin de mens optimaal een sociaal wezen is.


Mooi is haar eerlijkheid over het verlies van haar broer die aan darmkanker overlijdt. Zij heeft een intensief contact met hem en denkt met weemoed terug aan de mooie en diepgaande gesprekken. Ook René Gude komt ter sprake: hij ervaart in zijn laatste fase, waarin hij ernstig ziek is, een toenemende levenskracht. In dergelijke situaties vermengen goed en kwaad zich op een bijzondere en intense wijze met elkaar. Ieder mens zal daarin z’n eigen accent leggen.

Verderop in het boek vraagt zij zich openlijk af:


‘In hoeverre ben ik, hier beland, verder gekomen? De zuigkracht van het kwaad is groot, mijn aandacht is sterker uitgegaan naar de destructieve krachten dan naar de vitale. Valt er over de levenskracht minder te zeggen? Plaatst de negativiteit ons voor een groter raadsel, of houdt die ons meer bezig omdat ze ons meer last bezorgt?’pag 131.


Die vraag blijft in feite open in dit boek want de parabel van de twee wolven – symbool voor goed en kwaad – geldt voor ons allemaal. Welke wolf wint de strijd, vraagt het kind aan zijn opa? De wolf die de meeste aandacht krijgt, luidt het antwoord. Maar: wat geen aandacht krijgt, boeit ons vaak. Deze parabel doet aan de verleidende aantrekkingskracht van het kwaad onvoldoende recht want het kwaad is vaak sterker dan onze aandacht.


Het boek zit vol persoonlijke herinneringen: aan haar moeder, haar jeugd en haar eigen kinderen. Veel persoonlijke levenservaring is erin verwerkt maar het maakt op mij meer de indruk van gebundelde losse gedachten dan dat het een gestructureerd betoog is. Het boek mist daarom een beetje een duidelijke lijn maar is evengoed zeer leesbaar geschreven en bevat veel waardevolle inzichten.


ISBN 9789045029382 | Paperback | 200 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | april 2018

© Evert van der Veen, 1 me1 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De bus uit Dachau
Achttien Nederlanders en hun weg terug uit Nacht und Nebel
Jos Schneider en Gijs van Westelaken

Dit boek beschrijft het bijzondere verhaal van een groep gevangen die in het concentratiekamp Dachau zit en op 29 april 1945 wordt bevrijd door Amerikaanse soldaten. Zij verkeren in de veronderstelling dat ze nu wel snel naar huis zullen gaan en verwachten dat de Nederlandse regering zich wel om hen zal bekommeren - Dachau was namelijk een concentratiekamp voor vooral politieke gevangenen. - Gevangenen van andere landen worden wel gerepatrieerd door hun regering maar Nederland laat echter verstek gaan. Een groep van 18 Nederlanders weet daarop een oude bus te bemachtigen en rijdt daarmee richting Nederland.


Op de flaptekst staat te lezen "Jos Schneider en Gijs van de Westelaken reconstrueren in De bus uit Dachau deze bijzondere busreis en portretteren de al even bijzondere groep reizigers. Over hoe ze, jong nog meestal, in verzet kwamen, met meer geluk dan wijsheid het ene concentratiekamp na het andere overleefden, en hoe, voor de meesten van hen, de oorlog nooit zou ophouden.."


Het verhaal dat in dit boek wordt verteld is dus gebaseerd op historische informatie. De beschrijving van het kampleven is indrukwekkend en uit alles blijkt dat de Duitsers tegen het einde van de oorlog de regie kwijt zijn en niet meer in staat zijn om het kamp te besturen. Evenals in andere kampen is er sprake van overbevolking, mede ten gevolge van het feit dat gevangenen uit andere kampen worden verplaatst vanwege de naderende bevrijding (de beruchte ‘dodenmarsen’).


"Post Uiterweer (een van de 18 uit de bus) heeft zijn 'boekhouding van de 'Bekleidungskammer' nog bij de hand. 'Je kan het van de kampnummers aflezen. Toen in mei 1994 het zogenaamde Den-Bosch transport aankwam vanuit Nederland [de gevangenen van het concentratiekamp Vught dat toen werd ontruimd - red] werden de mensen ingeschreven onder de nummers die begonnen met 68 (000). In januari 1945 noteerde ik in de boeken van het kledingmagazijn al de getallen 147 (000) voor de nieuwkomers. Toen Dachau drie maanden later werd bevrijd, liepen er gevangenen rond met nummers die begonnen met 160 (000)."


Verder lezen we flashbacks van leden uit de groep die in de bus zaten. Zij speelden allemaal een rol in het verzet: als Engelandvaarder, officier of lid van een verzetsgroep. Wanneer ze na de moeizame tocht door Duitsland bij Eijsden de grens oversteken, verwachten zij een blijde ontvangst maar dat valt zwaar tegen. Ze ontmoeten veel wantrouwen, ondervinden allerlei ambtelijke tegenwerking en vooral onbegrip voor hun situatie.


Dat het niet opgehaald worden uit Dachau en de lauwe ontvangst in Nederland de groep pijn deed is begrijpelijk. Het is onvoorstelbaar en komt bijna onmenselijk over. Wij zouden dat anders hebben gedaan! Maar het is achteraf gemakkelijk oordelen dat Nederland ernstig tekort is geschoten. In de totale ontreddering van die tijd is het niet goed te praten maar wel enigszins voor te stellen. Misschien was het goed geweest wanneer het boek daar nog enige aandacht aan had besteed.
Wellicht is het zo dat mensen na de oorlog toch vooral met zichzelf bezig waren en zich inspanden om een nieuwe start te maken na jaren van onderdrukking, armoede en achterdocht. Toch blijft het een trieste ervaring dat mensen die beter hebben verdiend, zoveel moeite moeten doen om hun plaats in de Nederlandse samenleving te heroveren.


De bus uit Dachau
is een opmerkelijk boek dat iets toevoegt aan de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en de kleinschalige gevolgen voor mensen. Dit verhaal is het waard om bewaard te blijven.


ISBN 9789460038303 |  Hardcover | 160 pagina's | met zwart-witfoto's | Uitgeverij Balans | maart 2018
geactualiseerde editie van dit indrukwekkende boek dat in 1987 verscheen

© Evert van der Veen, 28 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De vragen van het leven
Een uitnodiging tot de filosofie
Fernando Savater



De auteur, hoogleraar filosofie aan de universiteit van Madrid, beoogt met dit boek een inleiding tot de filosofie waarmee hij mensen zelf tot reflectie wil stimuleren. Hij is van mening dat hetgeen mensen in de loop der eeuwen hebben overwogen en gedacht over ons leven nog van onverminderd actuele betekenis is.

Belangrijk zijn voor Savater – en volgens hem voor ieder mens – de volgende vragen:
- Wie ben ik?
- Wat is leven?
- Wat is tijd?
- Wat is vrijheid?
- Wat is de zin van ons bestaan?
- Wat betekent de dood voor het leven? (volgens Plato die op pag. 26 wordt geciteerd: ‘filosoferen is zich voorbereiden op de dood’).


Deze vragen spelen een rol binnen de filosofie waar ieder mens op z’n eigen manier mee in aanraking komt. In feite filosoferen wij allemaal want ons bestaan is betrekkelijk en bevindt tussen de fase dat we er nog niet zijn en er niet meer zullen zijn. Daarom zet de dood ons aan tot nadenken.
Ieder hoofdstuk bespreekt een thema, o.a. dood, ratio, taal, universum, vrijheid, schoonheid en eindigt met een conclusie en een samenvatting.


Wat onderscheidt de mens van andere wezens met wie hij genetisch veel overeenkomsten heeft? ‘Wij mensen blijken het vermogen te bezitten om afstand van de dingen te nemen, om ons er biologisch van los te maken en ze als objecten met eigen kwaliteiten te zien...’ pag. 92. 
Prachtig is het gedicht van Sophocles, Grieks tragediedichter, waaruit een deel wordt geciteerd: de mens verbijstert zichzelf, kan de wereld overheersen en is tot goede én slechte dingen in staat. Hij spreekt zelfs een eigen taal en dat typeert hem want taal is in symboliek gegoten communicatie. Echter: ‘Alleen op de dood zal hij nooit een uitweg weten’ zegt Sophocles, pag 83.


Tal van filosofen en denkers komen ter sprake: Plato, Schopenhauer (‘ik ben wat ik wil’-  verantwoordelijk handelen), Descartes (‘cogito ergo sum’: ik denk dus ik ben, het menselijk zelfbewustzijn) Pascal (‘het hart heeft zijn redenen die het verstand niet kent’), Darwin (‘survival of the fittest’ - evolutieproces), Sartre (‘de hel dat zijn de anderen’), Heidegger (‘ik ben mijn tijd’).


Dit rijke boek vraagt wel om de nodige concentratie want de inhoud is niet altijd zonder meer toegankelijk en zeker niet voor iedereen weggelegd zoals de flaptekst suggereert. Wie het aankan, zal in dit boek veel moois ontdekken aan de hand van een aantal wezenlijke onderwerpen die ons raken in ons menselijk bestaan.
Ons bestaan roept vragen op die sneller worden gesteld dan beantwoord maar dat is ook het kenmerk van goede filosofie.
Openheid voor wat óók mogelijk is, onze blijvende zoektocht naar wat zich eveneens als waardevol aandient, het wegen van antwoorden.


‘Filosoferen betekent kortom niet de twijfels ontvluchten met stellige uitspraken, maar juist de twijfels binnentreden en ze nader onderzoeken’
, pag 242.


De auteur is in dit proces een goede gids en reikt ons veel aan vanuit de rijke geschiedenis van de mensheid.


‘De filosofie beoogt te denken over alles wat het leven is, over alle mogelijkheden van het leven en over alle beperkingen van het leven – alsof ons leven ervan afhangt! En ze doet dit met zo’n toewijding, ernst en stoutmoedigheid dat ze ons onwillekeurig soms hoon, spot of een meewarige glimlach ontlokt’, pag 253.


Met die woorden eindigt dit boek.  - Achterin staat een ‘eregalerij’ van alle personen die ter sprake komen, met een portret. -


ISBN 9789061317098 | Paperback | 271 pagina's | Uitgeverij Bijleveld | oktober 2017

© Evert van der Veen, 28 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Slotcouplet
Ervaringen van een longarts
Sander de Hosson


De auteur is sinds 2012 longarts in het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen. In het voorwoord verbaast hij zich erover dat we - nog steeds - meer aandacht hebben voor de ziekte dan voor de zieke. Dat is beslist niet zijn benadering zoals uit dit boek op elke bladzijde blijkt.


Het begin is aangrijpend wanneer de longarts vertelt over een man van 32 jaar die terminaal is en waar niemand op bezoek komt. Met liefdevolle goedkeuring beschrijft hij dat een verpleegkundige in z’n vrije tijd bij hem is gedurende zijn laatste uren omdat er verder niemand bij de man op bezoek komt.


Aangrijpend is het verhaal over een oudere vrouw die nog graag haar kleinkind wil zien dat op komst is. De Hosson doet er alles aan om haar in leven te houden maar wanneer zij op een gegeven moment tóch achteruit gaat, wordt in overleg besloten om het kleinkind in te leiden. Het wordt daarmee drie weken eerder geboren zodat de oma haar kleinkind nog kan vasthouden. Kort hierna overlijdt zij maar zij heeft dit mogen beleven.


Mooi beschrijft hij zijn verlegenheid bij een man met een verstandelijke beperking bij wie hij palliatieve sedatie toepast. Hij herinnert zich de uitspraak van een opleider: 'Mensen die sterven, kunnen je alles over het leven leren', pag 45.
Ontroerend is de beschrijving van een ernstig zieke balletdanseres die nog eenmaal een dans uitvoert op haar ziekenkamer.


Het boek is goed geschreven; je wordt meegenomen in het verhaal. Gevoelig en met oog voor kenmerkende details vertelt de longarts over zijn uiteenlopende ervaringen waarin de dood toch wel vaak de hoofdrol speelt. Hij geeft de aanzet voor een Praktijkteam Palliatieve Zorg en zijn persoonlijke benadering is om medische grenzen te erkennen en de dood bespreekbaar te maken. Hij vertelt over een terminale vrouw die vlucht voor haar dood en haar kinderen weten er geen raad mee. Hij brengt haar de naderende dood onder ogen zodat ze afscheid kan nemen en de kinderen zijn hem na afloop dankbaar.
Kritisch is hij over de wijze waarop ziekenhuizen het sterftecijfer beïnvloeden door stervenden te verplaatsen. Dit was nieuw voor mij en zo heeft de gezondheidszorg ook zijn duistere kanten die we liever niet zouden willen weten.


Klassiek en fundamenteel is de geciteerde spreuk van een Franse arts uit de 16e eeuw: 'Geneeskunde is soms genezen, vaak verlichten maar altijd troost bieden'.
Dit boek ademt een sfeer van compassie, aandacht en empathie. Dat geldt voor andere medewerkers in het ziekenhuis zoals de co-assistente die voor de eerste keer een slecht-nieuws gesprek voert en na afloop geëmotioneerd is. Inlevend staat hij haar bij in deze ervaring.


Zijn werk is zwaar en toch zegt hij: 'Het begeleiden van mensen met leed van dit kaliber is van een ongekende schoonheid', pag 27. Kwetsbaar is zijn ontboezeming: 'In de tien jaar dat ik longkanker behandel, ben ik nederig geworden', pag 82.
Eerlijk is zijn verhaal over een vrouw die overlijdt ten gevolge van een mislukte prik voor een infuus. Later heeft hij een openhartig gesprek met haar dochter waarin hij dit erkent. Zo kan hij deze moeilijke gebeurtenis een plekje geven.


Een openhartig boek van een medicus die vooral méns wil zijn voor mensen die worstelen met de zin van het leven en zichzelf en dikwijls de dood onder ogen moeten zien. Dit boek laat je niet zomaar los.


ISBN 9789029523950 | Paperback | 216 pagina's | Uitgeverij De Arbeiderspers | maart 2018

© Evert van der Veen, 28 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Tiger Woods, de biografie
Jeff Benedict en Armen Keteyian


Aardig ga je Tiger Woods na het lezen van deze biografie niet vinden. Integendeel. Als lezer heb je je net vierhonderd pagina’s lang opgewonden over het onbeschofte, egoïstische en vaak ook verwoestende gedrag van ‘s werelds meest beroemde en spraakmakende golfer die mensen met wie hij jarenlang werkte meedogenloos per briefje ontslaat, gierig is terwijl hij miljarden bezit en die de meest basale menselijke beleefdheidsvormen ontbeert. Hij scheldt mensen publiekelijk uit, komt niet opdagen bij een eerbetoon aan de enige vriend die hem na alle schandalen nog rest, laat niets van zich horen horen als vrienden of hun dierbaren overlijden en beliegt en bedriegt zo’n beetje iedereen die hem lief is.


Geen aangenaam leesvoer zou je denken, maar ondertussen heb je je geen minuut verveeld. Het boek is een ware pageturner en daarvoor hoef je niet eens een liefhebber van de golfsport te zijn. Het zet weliswaar een nietsontziend beeld neer van een narcistische topsporter die nauwelijks in staat is een normale liefdesrelatie, vriendschap of werkrelatie te onderhouden en die onder het oog van de gehele wereld ten onder gaat aan een sex- en pijnstillerverslaving, maar het schets ook haarscherp waaróm Tiger Woods is geworden wie hij nu is.


Tiger Woods wordt in 1975 geboren als zoon van Earl en Kultida Woods. Het is een kansarm Afro-Amerikaans gezin en beide ouders zijn met de nodige beschadigingen uit hun jeugd gekomen. Tiger, hun enige zoon, is al vanaf zijn geboorte het jongetje wat alles goed moet maken. Hij moest en zou de beste golfer ter wereld worden en al als baby zet zijn vader hem in de kinderstoel in de garage waar Tiger elke dag twee uur zit te kijken hoe zijn vader een golfballetje slaat. Als hij anderhalf is, neemt zijn vader hem mee naar de driving ranche om ballen te slaan en kort daarna belt hij de televisiezender KNXT en verkondigt hij dat zijn zoon de grootste golfer van de wereld zal worden, en dat niet alleen, hij zal een revolutie op élk gebied gaan veroorzaken, ook wat betreft de rassenverhoudingen.


De last die hij daarbij op de schouders van zijn zoon legt, is nauwelijks voor te stellen. Later in Tigers carrière stookt Earl dat vuurtje nog verder op door te verkondigen dat zijn zoon belangrijker dan Nelson Mandela, Ghandi en Boeddha zal worden en naties zal gaan beïnvloeden…


Hij zal deze sport overstijgen en de wereld een menslievendheid brengen die haar weerga niet kent. Er zullen betere tijden aanbreken in de wereld door zijn bestaan en zijn aanwezigheid. Mijn eigen rol was bescheiden, want ik weet dat ik persoonlijk door God zelf ben uitverkoren om deze jongeman op te voeden tot het moment waarop hij zijn bijdrage aan de mensheid kan leveren.


De trainingsmethoden van vader Woods zijn Spartaans. Naast de loodzware talloze trainingsuren die Tiger moet maken, gebruikt zijn vader overlevingstechnieken voor krijgsgevangenen om Tiger  eerst te breken om hem,  in zijn ogen, zo weerbaar mogelijk te maken. De megalomane drive en motivatie die Tiger tijdens zijn carrière kenmerkt, en waar hij alles en iedereen en uiteindelijk ook zichzelf aan opoffert, is in die tijd geboren. Denk daarbij ook nog zijn moeder Kultide, een ware tijgermoeder die hem als een prinsje benadert, en je kunt je voorstellen dat er het een en ander in zijn ontwikkeling is mis gegaan. Daarnaast was er geen enkele warmte thuis en over gevoelens werd al helemaal niet gepraat. In de loop van zijn carrière distantieert Tiger zich weliswaar  iets meer van zijn vader, maar diens invloed blijft onverminderd doorwerken.


Tiger blijkt al op jonge leeftijd een ongekend talent te zijn, op zijn vijftiende wint hij de Amerikaanse juniorentitel, op zijn achttiende de Amerikaanse amateurtitel en op zijn negentiende speelt hij in de Masters. Hij wint in zijn carrière tot nu toe veertien majors en 79 grote toernooien en wordt de eerste sportmiljardair ooit, mede door megacontracten met sponsors als Nike. Maar hoeveel geld Tiger ook verdient en hoeveel prijzen hij ook wint, hij vindt het nooit genoeg.


In 2004 trouwt Tiger met Elin Nordegren, een Zweeds model en krijgt met haar twee kinderen. Er lijkt wat rust te komen in Tigers bestaan, maar ook in zijn huwelijk blijkt een diepgeworteld “nooit genoeg” een verwoestende kracht. Er zijn onafgebroken affaires, niet enkele, maar tientallen, vaak tegelijkertijd. Tiger lijdt een dubbelleven dat zijn weerga niet kent, een leven wat letterlijk en figuurlijk voor het oog van de wereld tot stilstand komt op 27 november 2009, als Elin op Tigers telefoon ontdekt dat hij een affaire heeft. Tiger, wetend dat deze affaire slechts het topje van een onvoorstelbaar grote ijsberg is, vlucht midden in de nacht zijn huis uit, en komt in zijn Cadillac tot stilstaand tegen een brandkraan en een boom van de buren. Zijn vrouw Elin slaat vervolgens volgens het politierapport zijn linker- en achterruit aan diggelen met een golfclub.


De pers stort zich op het voorval en wekenlang zijn de onophoudende stroom affaires die aan het licht komen voorpaginanieuws. Het ene schandaal lokt het andere uit, er melden zich steeds meer vrouwen en als daaronder ook een 21 jarige buurmeisje blijkt te zijn, is voor Elin de maat vol en besluit ze te scheiden Tiger verliest in korte tijd zijn gezin, zijn zorgvuldig opgebouwde keurige imago en een groot deel van zijn sponsorcontracten en blijft totaal ontredderd achter. Kort daarna laat hij zich opnemen in een kliniek. Bij zijn terugkeer in de samenleving geeft hij een persconferentie waarin hij spijt betoont over zijn affaires.


Zijn terugkeer in de golfwereld verloopt langzaam. Hij is er lang uit geweest en lijkt zijn killersinstinct kwijt te zijn. Los daarvan kampt hij door  jarenlange overbelasting van zijn lichaam met ernstige blessures en ondergaat verschillende operaties en revalidaties. Door de pijn ontwikkelt hij een ernstige pijnstillerverslaving die hem bijna fataal wordt als hij in 2017 een combinatie van zware pijnstillers, kalmerende pillen en slaapmiddelen inneemt terwijl hij achter het stuur zit en zijn bewustzijn verliest. Uiteindelijk weet hij ook hier van af te kicken en zich toch weer terug te vechten in de golfwereld. Niet meer op het niveau waar hij ooit stond, maar dát hij er staat, is, zijn geschiedenis in aanmerking nemend al een wonder op zich.


Het boek is een ongeautoriseerde biografie, Tiger Woods weigerde iedere medewerking aan het boek, en liet een groot aantal mensen uit zijn privé en werkomgeving geheimhoudingsclausules tekenen, maar desalniettemin gingen de schrijvers zeer grondig te werk. In drie jaar tijd hielden ze meer dan vierhonderd interviews met ruim 250 mensen uit verschillende periodes van Tigers leven en lazen en keken ze alles van enige belang over zijn jeugd en carrière. Ze zijn er dan ook in geslaagd een zeer gelaagd beeld van Woods neer te zetten, waardoor je beter kunt begrijpen hoe ‘s wereld beroemdste sporter zó heeft kunnen ontsporen. Mij bekroop af en toe zelfs enig gevoel van mededogen, omdat er na die vierhonderd bladzijdes vooral één woord is wat door je hoofd blijft zoemen… Eenzaamheid.


ISBN 9789460037665 | Paperback | 400 pagina's | Uitgeverij Balans | april 2018
Vertaling; Sylvie Hoyinck, Catalien van Paassen, Gertjan Wallinga

© Willeke, 25 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altBerini
Dick Gebuys


Ondanks het feit dat Dick Gebuys (1954, Rotterdam) van vele markten thuis is en bepaald ook aan de weg timmert, zou het zomaar kunnen dat er mensen zijn die hem niet kennen. Omdat de stukjes in dit lijvige boek vaak refereren aan zijn leven is het toch wel handig zijn levensloop een beetje te kennen.


Dick Gebuys groeide op in Rotterdam. Na zijn middelbare school ging hij Middeleeuwse taal- en letterkunde studeren in Amsterdam, gevolgd door middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit van Gent. Zijn carrière begon hij in Heerlen, als leraar op een middelbare school. Daarnaast organiseerde hij literaire en culturele activiteiten in Limburg, later in Rotterdam. En hij schrijft gedichten en blogs.
In Vlaanderen, Duitsland en Vietnam komt hij geregeld, de daar gesproken talen vormen voor hem geen belemmering, zijn gedichten worden zelfs in het Vietnamees vertaald. Dit nadat hij zelf een bundel van de Vietnamese schrijfster Di Li vertaalde naar het Nederlands.


Al deze elementen en nog veel meer kom je tegen in de bundel Berini. Er is voor elk wat wils, al ligt de nadruk op cultuur. Muziek, literatuur, geschiedenis, maar dus ook voetbal. Verhalen over het vroegere Rotterdam, over reeds lang overleden schrijvers en zangers, maar ook over mensen die nog in leven zijn. Het is bijna: noem het, en hij schrijft erover! Ieder zal er dus het zijne uitpikken, en daarbij kunnen lezen over totaal onbekenden of opnieuw mee kunnen mijmeren over voorbije zaken. Even komen Frans Erens en Louis Paul Boon weer tot leven, of wandelen we met Philippe Claudel en Jan Siebelink. Grote geschiedenis in de vorm van stukken over de wereldoorlogen, maar ook kleine historietjes over bijvoorbeeld Merksplas en de kolonie, of de mijnen. We kunnen meezingen met Jacques Brel of Willem Vermandere- er staan teksten bij! – of zingend protesteren met Armand. En voor de liefhebber zijn er anekdotes over Sparta en Feyenoord.


Het is te veel om in één keer tot je te nemen, maar geregeld een stukje lezen, dat is heel prettig. Al is het in dit kader jammer dat er geen inhoudsopgave is.
Laat weer even de voorbije tijden herleven, of maak kennis met mensen als Joyce Bloem en Lies Pauwels. Ga mee naar Rotterdam, of Heerlen…

ISBN 9789079226412| paperback | 436 pagina's | Van Dorp| januari 2018

© Marjo, 24 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Churchills ministerie van onfatsoenlijke oorlogsvoering
Hoe een handvol merkwaardige uitvinders hielp om de nazi's ten val te brengen
Giles Milton

 

Flaptekst:
Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog werd in 1939 een ultrageheime organisatie opgericht in Londen. Haar doel was het schijnbaar onoverwinnelijke leger van Hitler een halt toe te roepen door spectaculaire sabotageacties.
De guerrillacampagne die hieruit volgde, was minstens zo buitengewoon als de mannen die ervoor verantwoordelijk waren. Een van hen, Cecil Clarke, was een ingenieur die in de jaren dertig naam had gemaakt als de ontwerper van futuristische caravans. Zijn talenten werden nu anders ingezet. Zo was hij de bedenker van een drijvende mijn die dood en verderf zaaide op de Rijn. Ook bedacht hij een explosief dat 'de Castrator' heette. Deze bom werd onder toiletbrillen geplakt en doodde de topnazi Reinhard Heydrich in Praag.
Onder leiding van de Schot Colin Gubbins bracht deze geheime organisatie de nazi's de ene na de andere gevoelige nederlaag toe. Churchill selecteerde deze mannen en vrouwen persoonlijk en noemde hen liefkozend Churchills ministerie van onfatsoenlijke oorlogsvoering.


Het boek begint fascinerend met het vertellen van de geheimzinnige wijze waarop diverse mensen worden benaderd om bij de geheime dienst te gaan werken. Het klinkt bijna als een film wanneer je leest hoe er met potentiële nieuwe medewerkers afspraken worden gemaakt.  Men weet hun capaciteiten slim in te zetten en op die manier worden er tal van nieuwe wapens uitgevonden. Veel mensen hielden zich daar mee bezig. Daartoe worden eerst de nodige experimenten gedaan die soms maar net goed aflopen zoals de demonstratie van een lange-afstandswerper waarbij Churchill en De Gaulle aanwezig zijn. Een speciaal snijwapen werd eerst op dieren uitgetest. 


Het boek kent spannende verhalen zoals de sabotage van de transformatoren van een basis voor onderzeeboten in Bordeaux. Spectaculair is het wegslepen van Duitse schepen nadat men de kettingen waarmee deze vastlagen, had opgeblazen. Een droogdok in Nazaire, waarin een Duits slagschip lag voor reparatie, werd voor de rest van de oorlog onbruikbaar gemaakt door de deuren met een schip te rammen. Een spoorwegviaduct in het gebergte van Griekenland werd opgeblazen en dat had directe gevolgen voor de troepen van Rommel in Noord-Afrika die via deze lijn werden bevoorraad.


Prachtig is het verhaal hoe rond D-day de olie van diepladers werd vervangen door een plakkerig smeersel met schuurmiddel waardoor de Duitse divisie niet snel naar Normandië kon afreizen. I.p.v. de geplande drie dagen kostte het maar liefst 17 dagen en dat was uiteraard zeer gunstig voor de geallieerden.
Triest is de wraakactie van de Duitsers in Oradour waar 624 mensen werden omgebracht en huizen werden platgebrand. Het dorp is in dezelfde staat gebleven en vormt daarmee een stilzwijgend en indrukwekkend monument van de wreedheid jegens onschuldige burgers die het slachtoffer worden van oorlogsgeweld.


Uit dit boek blijkt dat er achter de schermen van alles werd ontwikkeld en beraamd om de Duitsers een klap toe te brengen. Soms was de winst slechts een aantal weken maar dat betekende toch een hapering in de vijandelijke oorlogsmachine.


Een fascinerend boek dat de lezer een ándere en vaak onbekende kant van de Tweede Wereldoorlog laat zien. Het geeft een beeld van de ‘kleine oorlog’ naast de grote veldslagen en indrukwekkende gebeurtenissen. Ook deze activiteiten hebben hun bijdrage geleverd en verdienen het daarom te worden vastgelegd.


ISBN 9789045215259 | Paperback | 384 pagina's | Karakter uitgevers | januari 2018
Vertaald door Henk Moerdijk

© Evert van der Veen, 23 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kijken in de ziel
De achterblijvers
Leven met het verlies van een dierbare
Coen Verbraak


Coen Verbraak maakte een serie tv-programma’s onder de titel ‘Kijken in de ziel’ waarin hij sprak met o.a. psychiaters, topondernemers, politici, journalisten, wetenschappers en terminaal zieken. Dit boek is een bundeling van gesprekken met mensen die iemand hebben verloren. 


Indringend is het gesprek met Suzan Hilhorst die kort na elkaar twee jonge kinderen verloor. Zij wil dit verdriet voelen en geen medicijnen gebruiken want ‘daarmee kies ik voor het leven’, pag 23. Rouw is voor haar ‘dat je dat enorme verdriet een plek geeft in je leven. Dat je dat verweeft met je bestaan. Dat het een onderdeel van jezelf wordt: je nieuwe ik. Dat verdriet hoort nu bij mij’, pag 28. Maar haar vertrouwen in het leven is wel zwaar beschadigd al zijn er tekenen van herstel.


Freek Sanders vertelt over zijn innige band met Jos Brink en haalt herinneringen op aan het boeiende leven dat zij samen leidden.


Rober de la Roy verloor zijn ouders bij de vliegramp op Tenerife in 1977; hij was toen nog een kind. Na 40 jaar voelt hij nog verdriet omdat de belofte van zijn vader hem is bijgebleven: ‘we komen terug’. Zijn verhaal toont hoe intens en langdurig het gemis kan zijn in iemands leven en hoe woorden kunnen blijven nagalmen.


Tonia Dabwe raakte haar moeder kwijt toen deze door rebellen in Liberia werd meegenomen. Haar Liberiaanse vader studeerde in Nederland landbouwkunde en keerde toen met zijn Nederlandse vrouw naar Liberia terug. Treffend is het beeld van de boom die door bliksem is getroffen dat Tonia aanhaalt: die heeft een breuk in de stam maar is toch doorgegroeid. ‘Die breuk is een onderdeel van de boom geworden. Datzelfde geldt ook voor mij’, pag 163.


Mooi is het verhaal van Lennard van der Nagel die worstelt met zijn geloof. Ondanks alle vragen die het plotselinge verlies van zijn jonge vrouw bij hem hebben opgeroepen, is geloof toch de basis van zijn leven gebleven. Maar vanzelfsprekend is het niet (meer).


Dit boek is de neerslag van zorgvuldig gevoerde gesprekken waarin mensen zich kwetsbaar opstellen en daarmee herkenbaar zijn voor vele anderen. Toegankelijk en levensecht.


Zie ook de uitzendingen Kijken in de ziel Gesprekken over rouw Deel 1 en Deel 2


Coen Verbraak (1965) is een van de meest spraakmakende interviewers van Nederland. Daarnaast is hij een gerenommeerd televisiemaker. Hij maakte documentaires over onder anderen Guus Hiddink, Jan Wolkers, Freek de Jonge, Sonja Barend, Van Kooten & De Bie, Emile Roemer en Martin Bril. Voor de serie Kijken in de ziel ontving hij de Zilveren Nipkowschijf.


ISBN 9789400404243 | Paperback | 207 pagina's | Thomas Rap | februari 2017

© Evert van der Veen, 23 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

alt

Het huis vol
Anita Terpstra


Anita Terpstra is bekend van haar thrillers, maar als journaliste is haar interesse breder dan dat. Zij kwam op het idee dat haar eigen afkomst, haar familie ook onderzoek waard was.

Haar beide ouders zijn afkomstig uit grote gezinnen, iets wat in deze tijd als zeer bijzonder wordt gezien, maar in het verleden – niet eens zo lang geleden - heel normaal was. Haar vader Sake Terpstra is er een van de zeven en moeder Geertje Borger komt uit een gezin met veertien kinderen.


In een voorwoord begint ze te vertellen over haar oma Antje, die op haar 23e haar eerste kind kreeg. Op haar 42e beviel zij van een tweeling, haar dertiende en veertiende kind. - Anita Terpstra zelf was op haar 42e moeder van twee kinderen. - Hoe was het voor kinderen om op te groeien in zo’n groot gezin? Hoe was het voor de moeder om voor zoveel kinderen te moeten zorgen? En voor de vader, om er voor te zorgen dat het gezin te eten had? Om daar achter te komen, interviewde Anita de meeste van haar ooms en tantes. Hun verhalen vormen de hoofdmoot van dit boek.


Daarnaast geeft zij in tussenstukjes aan hoe de tijdsgeest was. Wat de invloed van de kerk was – de pastoor die langskwam als er even geen nieuwe aanwas kwam! Over het probleem al die monden te voeden in een tijd dat er nauwelijks voedsel was. Het was na de Tweede Wereldoorlog: schaarste alom, niet alleen aan etenswaren - het land was immers verwoest - maar ook aan bouwmateriaal.  Geen elektrische apparaten zoals wij die nu kennen - de wekelijkse was: 350 stuks! En dan te bedenken dat er slechts een keer per week schone kleren aangetrokken werden. En natuurlijk moesten ze leven zonder al die moderne communicatiemiddelen die er nu zijn. Nauwelijks 60 jaar geleden, de wereld was totaal anders dan die we nu kennen.

Dat beeld wordt geschetst in de verhalen van de familie Terpstra en de familie Borger. Over armoede en hechte banden. Over een harde opvoeding, waarbij het normaal gevonden werd dat je ouders je opsloten in een donkere kelder, of sloegen met een riem. Over de schande van zwanger raken buiten het huwelijk.
Hoe hebben de gezinsleden hun leven ervaren?


Wat natuurlijk ook wel meetelt bij deze ‘cultuurschok’ is het feit dat zij in Noord-Friesland woonden, bijna aan zee. Dat de gezinnen in dorpjes woonden geeft een ander tijdsbeeld dan wanneer dit over grote steden ging, maar veel blijft zeer herkenbaar.
Herkenbaar zijn ook de foto’s die in het boek opgenomen zijn.

Anita Terpstra (Hallum, Friesland, 1974) is een Nederlandse thrillerauteur en tevens freelance journalist en redacteur. Ze studeerde journalistiek en kunstgeschiedenis. In 2009 debuteerde ze als misdaadauteur met Nachtvlucht, dat genomineerd werd voor de Schaduwprijs (voor het beste Nederlandstalige thrillerdebuut) en de Crimezone Thriller Award. Van haar vierde thriller Anders (2014) werden de rechten aangekocht door Denoël, een Franse uitgever.


ISBN 9789048842537 | paperback | 288 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep | januari 2018

© Marjo, 23 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER


 

Pagina 1 van 2

<< Start < Vorige 1 2 Volgende > Einde >>