Nieuwe recensies Non-fictie

altVan Tim naar Bertje
Vilan van de Loo


Iedereen die ooit een geliefd huisdier heeft moeten missen weet hoeveel pijn dat kan doen. Vilan van de Loo beschrijft in dit boekje het rouwproces na het overlijden van haar rode kater Tim. Hun samenzijn was intens, ze vormden samen gedurende zeventien jaar een gezin. Des te moeilijker is dan te moeten accepteren dat het dier er niet meer is. Je mist een constante aanwezigheid, je maatje is weg. Hoe moet je nu verder?

Vilan koos er voor alle spulletjes die met Tim te maken hadden op te slaan in de berging en op zoek te gaan naar een nieuw maatje. Immers, ook met een nieuwe huisgenoot kun je rouwen om de vorige, makkelijk misschien zelfs, de nieuwe bewoner kan je helpen. Het werd Bastiaan.


‘Hij was groter dan ik had gedacht. Uit zijn ene oor miste een stukje, daardoor had hij net als Tim een raar oortje. Met een vinger aaide ik zijn vacht. Die was dik en zacht. Ik wriemelde achter zijn oor. Hij keek weg. Ik stopte.‘


Bastiaan werd omgedoopt: Adelbert Cornelis, roepnaam Bertje. De kater vond het best. Maar Vilan moest erg wennen. Beertje was niet Tim. En ze miste Tim nog steeds. Het zijn gevoelens die bij rouw horen: hoe kan iemand zomaar weg zijn? Je voelt zijn aanwezigheid nog, je ziet hem. Je komt een kamer binnen waar hij altijd was en je ziet hem. Maar hij is er niet.


Er zijn de speciale momenten, bijzondere dagen, waarop de overledene weer volledig in je gedachten opduikt – alsof hij ooit weggeweest is…


Maakt het uit dat het hier om een dier gaat, en niet om een mens? Nee dus. De gevoelens zijn hetzelfde. De rouw, het gemis, zelfs de schuldgevoelens - was ik er genoeg voor hem? - het moet een plek krijgen, terwijl het leven verder gaat. Vilan droomt over hem, en voelt zijn aanwezigheid, terwijl Bertje langzaam went aan zijn nieuwe tehuis en de bewoonster en laat weten dat hij er ook voor haar is, hij troost haar.
Maar dit boekje moest nog geschreven worden. Een eerbetoon aan een geliefde kater is het, maar vooral ook een boek dat laat zien dat je verdrietig mag zijn ‘al is het maar een huisdier’. Iedereen zal het op een eigen manier doen, en de manier van Vilan is zeker de slechtste niet.


Op de omslag van Van Tim naar Bertje staan de twee katers in een grafische weergave, waarbij vooral de ogen sprekend zijn. Het boekje heeft korte hoofdstukken, maar voor wie meer wil is er een boek met blogs van Tim, en de Website, Twitter- en facebookpagina van Huiskater Bert.


Vilan van de Loo heeft al ruim twintig boeken geschreven. Ze gaan vooral over geschiedenis (Nederlands-Indië) en literatuur.


ISBN 9789460224355| Paperback | 96 pagina's | LM Publishers | april 2017

© Marjo, 20 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Reïncarnatie
Wat is reïncarnatie? Reïncarnatie, óók in andere culturen. Over zielen en vorige levens.
Robert Jan Blom


In dit boekje probeert Robert Jan Blom in razende vogelvlucht alle aspecten van reïncarnatie te vatten. Naast beschrijvingen van wat hij denkt dat reïncarnatie is, heeft hij ook persoonlijke verhalen opgenomen van mensen die ervaringen beschrijven die zouden moeten bewijzen dat er sprake zou kunnen zijn van het reïncarneren. Ik schrijf 'wat hij denkt dat reïncarnatie is', omdat nergens duidelijk wordt waar Blom zijn ideeën vandaan heeft gehaald.


In zijn eerste hoofdstuk die de vraag zou moeten beantwoorden wat reïncarnatie is, zou zijn eerste zin daarop antwoord moeten geven. Hij schrijft De aanduiding 're-incarneren' betekent: 'opnieuw in het vlees geboren worden'. Wie de term reïncarnatie intypt in Google krijgt inderdaad een dergelijke beschrijving met als verschil dat Blom vergeet te vermelden dat het de ziel is, die opnieuw in het vlees geboren wordt. Hij schrijft over Iets dat blijft voortleven, nadat het aardse leven het heeft opgeven.


Blom citeert veel vaker in dit boek, zonder enige vorm van verwijzing wat zijn bron daarbij is. Zelfs ieder hoofdstuk begint met een citaat, waarvan de lezer moet raden aan wiens brein dat citaat ontsproten is. Ik vind dat altijd jammer, omdat ik het fijn vind te weten van wie sommige mooie citaten afkomstig zijn.


Wat mij echt stoorde in dit boek, is dat Blom de overgang naar 'een' of hét hiernamaals en reïncarnatie op één hoop lijkt te gooien. Verhalen van mensen die een bijna-dood-ervaring beschrijven lijken te worden opgevoerd als zijnde een verwijzing naar reïncarnatie. Nergens vermeldt of beschrijft hij dat dit wellicht het voorstadium c.q. een tussenstadium zou kunnen zijn voor een latere eventuele reïncarnatie.
Kortom het hele boekje is, wat mij betreft, nogal kort door de bocht. Net als de tweede vraag uit de ondertitel, Reïncarnatie, óók in andere culturen. Hoezo óók? Het wiel van reïncarnatie is niet in onze cultuur uitgevonden, zie Wikipedia Reïncarnatie


Wat ik wel met veel belangstelling heb gelezen zijn de persoonlijke verhalen van mensen. Daarvan is echter ook de herkomst volledig onbekend. Zijn dit verhalen die de auteur zelf rechtstreeks uit de monden van de vertellers heeft opgetekend of heeft hij deze via een andere bron verkregen?

Het boekje leverde mij dus meer vragen op dan antwoorden. Op de persoonlijke verhalen na, zou ik dit boekje van Blom dus niet lezen als ik echt meer te weten zou willen komen over hoe op dit moment (in de wetenschap) gedacht wordt over reïncarnatie. Misschien kan van een auteur die zo'n hoge productie heeft voor wat het schrijven van boeken betreft (alleen al 19 boeken tussen 2007 en 2017 lees ik in een lijst achter in het boek) niet verwacht worden dat hij bij het schrijven van een boek over een onderwerp waar heel veel over te leren valt, zeer zorgvuldig te werk is gegaan en dat is voor de lezer heel jammer.


ISBN 9789463381796 | Paperback | 198 pagina's | Uitgeverij Aspekt | juni 2017

© Ria, 15 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altZinkplaat en planken
Het verdwijnen van de houten volkswoning in Paramaribo
Wim Verboven


In 1667 werd Suriname, dan gekolonialiseerd door de Engelsen, door de Nederlanders ingenomen. Fort Willoughby werd omgedoopt tot Fort Zeelandia waar omheen de stad Paramaribo zich uitbreidde tot het in 1800 bestond uit ongeveer 1.100 huizen met 12.000 inwoners. De straten kregen Nederlandse namen.

Veel gebouwen is het centrum zijn van hout, op de overheidsgebouwen na. Steen was duur, moest uit Europa geïmporteerd worden. Een belangrijke figuur in die tijd was de landmeter en stedenbouwkundige Franciscus Lieftinck. Hij ontwierp een groot deel van Paramaribo, en gaf de stad de rechthoekige structuur die heden ten dage nog bestaat, zoals we kunnen zien op de plattegronden in dit boek. De architectuur is een samensmelting geworden van Engelse cottages en Hollandse dorpse huisjes, maar ook de Hollandse stadshuizen in steen vormden een inspiratie. Daarnaast zie je de invloed van Franse en Duitse architectuur, en nog later deed de Noord-Amerikaanse colonial style zijn invloed gelden. Het geheel heeft geresulteerd in een typische Surinaamse bouwstijl. De Surinaamse hoofdstad staat sinds 2002 op de Werelderfgoedlijst vanwege de vele oude houten gebouwen waarvan sommige honderden jaren oud zijn. http://cityofparamaribo.nl/read/werelderfgoed


Toen de slavernij werd afgeschaft in 1863 trokken veel voormalig slaven naar de stad. Zij kwamen natuurlijk niet terecht in een van deze grote koloniale panden. Er ontstonden volkswijken met traditionele houten woningen. Heden ten dage worden deze huizen bedreigd met sloop en komen er moderne gebouwen voor in de plaats.


Wim Verboven heeft dit mooie fotoboek gemaakt met ruim 250 foto’s over zo’n 100 huizen. Het is een monument geworden voor een stuk cultuurhistorie dat op het punt van verdwijnen staat. Soms zien we de huizen zoals ze waren in volle glorie, met het verval er naast. Er zijn verhalen van bewoners, die trots zijn op de huizen die vaak nog door hun grootouders zijn gebouwd. Niet alleen trots op de huizen en hun grondje, ook trots op hun verleden:


‘Wat je vroeger deed…die prapies daar werd cassave in gedaan om gomma te maken, stijfsel, en ook gommakoek, ja, lekkere koekjes waren dat, mang! Ik weet niet meer wat ze allemaal met cassave deden hoor, maar ze deden er heel veel mee. En volgens mij gebruikten ze het water, dat overbleef na het persen voor kasiri, maar dat maakten ze niet in de stad,. Maar als je er aan terugdenkt, de mensen waren toen heel actief. Altijd aan het bakken, koken, onvoorstelbaar die energie, jongen! De mensen waren vanaf zeven uur ‘s morgens bezig. Ze gingen vroeg slapen, om negen uur sliepen ze al, maar ze waren ook heel vroeg op. En dan maakten ze gemberbier. Hadden ze de gember al geraspt.’


De oorzaak van de slechte staat van onderhoud is grotendeels de boedelproblematiek. Men weet niet van wie de grond precies is. Of de eigenaar is wel bekend maar die heeft zijn erfenis niet netjes onder de nazaten verdeeld. Dat komt dan weer deels voort uit het feit dat er geen burgerlijke regelingen waren zoals wij die kennen met alle familiebanden in aktes opgetekend. Gelukkig is Stadsherstel Paramaribo druk met (een poging tot) het behouden van een aantal huizen, en kan menigeen nog met eigen ogen de traditionele huisjes van Paramaribo gaan bekijken.

Naast verhalen, prachtige foto's en veel informatie zijn in dit boek ook gedichten te vinden van Surinaamse dichters, in de oorspronkelijke taal met een vertaling ernaast, die een sfeerbeeld oproepen van de oude volkswijken.


http://werkgroepcaraibischeletteren.nl/zinkplaten-en-planken

ISBN 9789460223723 | hardcover |180 pagina's | Uitgeverij L M Publishers| mei 2017

© Marjo, 30 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altPassendale
Ieper 1917
Nick Lloyd


‘…de niet-aflatende dreun van exploderende granaten voor ons, enorme vuurflitsen en schoten in de lucht boven ons, het geratel van mitrailleurs in de Duitse linie, de ontploffingen van kartetsgranaten uit de Duitse kanonnen; flitsende vlammen die als een op zijn prooi duikende havik uit de lucht neerschoten en de mannen waar ze op neerkwamen verpulverden – door zoiets omringd trokken wij op, over de desolate woestenij van modder en water en granaattrechters.’

Zouden de soldaten die ploeterden in de modder in dat kleine stukje België iets geweten hebben van wat de hoge heren allemaal boven hun hoofden bedisselden? 500.000 slachtoffers vielen er in deze derde slag van Ieper, die ook Slag van Passendale wordt genoemd. Het startsein werd gegeven op 31 juli 1917, tot begin november Passendale tenslotte opgegeven moest worden. Terreinwinst was 8 kilometer…
Waar men het later over eens was is dat de slag van Passendale zinloos was geweest. Niet in de ogen van veldmaarschalk Haig overigens: hij had immers een belangrijke heuvelrug (waar het dorp Passendale op ligt) veroverd? Dat de Duitsers die in 1918 weer in handen kregen, kon hij dan nog niet weten.


Over de controverse tussen de Britse premier David Lloyd George en zijn veldmaarschalk sir Douglas Haig is al veel geschreven. De eerste was niet overtuigd dat wat Haig dacht te zullen bereiken, de Belgische kust in handen krijgen, ook zou lukken. Lloyd George wilde geen herhaling van Somme, hij wilde het leger inzetten op het Italiaanse front. Eerst Oostenrijk-Hongarije verslaan. Maar Haig bleef overtuigd van zijn gelijk: hij zou doorstoten en de Duitsers de genadestoot toebrengen. ‘Bite & hold’ (De troepen rukken op naar een vooraf bepaald doel en langs een minder breed front, terwijl artillerie van te voren massaal insloeg op de vijand, en hielden vervolgens de veroverde linies vast in plaats van meteen weer verder op te rukken)
De Duitse generaals gaven zich ook niet gewonnen, zij waren op de hoogte van de Britse manoeuvres en wisten waar de versterkingen naar toe moesten. Bovendien hadden zij het pas uitgevonden mosterdgas.


Na afloop van de oorlog werd Haig als een held onthaald. Hij had Groot-Brittannië gered! Toen hij overleed in 1928 kreeg hij een staatsbegrafenis. Wat Nick Lloyd evenwel aantoont in dit nieuwste boek, met de nieuwste inzichten en vooral ook gedegen onderzoek naar de Duitse kant van de oorlog, is wat er ook na Haigs dood al wel gezegd werd: zijn overmoed had te veel levens gekost.
Had Haig wel kunnen winnen? Had hij de fouten die gemaakt werden kunnen vermijden? Van de tegenstand van zijn politiek leider trok hij zich weinig aan, daar lag het probleem niet. En dat het klimatologisch gezien absoluut niet de juiste periode was om een slag te gaan voeren, dat had hij ook niet in de hand. Evenmin als de toestand van de Vlaamse grond, de klei die geen water doorliet, waardoor de loopgraven continu onder water kwamen te staan.


‘Modder, modder en nog meer modder’. Zo omschreef een getuige het slagveld. Na de oorlog werd in Ieper een monument opgericht, en Menenpoort, waar de namen op gegrift staan van al die manschappen die wegzonken in die modder, mannen die nooit teruggevonden werden.


Nick Lloyd is een Britse militair en historicus. Hij doceert Krijgswetenschappen aan King’s College in Londen. De Eerste Wereldoorlog is zijn specialisatie en eerder schreef hij daarover drie boeken. Dit boek geeft vooral inzicht in de bovenlaag: hoe alles bedisseld en besloten werd door mannen die misschien wel iets van het slagveld zagen, maar zelf niet vochten. Hoewel Nick Lloyd de gewone man af en toe aan het woord laat, biedt dit boek vooral inzichten in de politieke en militaire achtergrond.  Zijn conclusie: als maarschalk Haig niet zo'n bijter was geweest had The Great War minder mensenlevens gekost en minder lang geduurd. Als..


Luitenant-generaal Launcelot Kiggell bezocht het front. Hij barstte in tranen uit en mompelde: Good God, did we really send men to fight in that? Het antwoord was: 'It's worse further up on...'


ISBN 9789048827398| paperback |512 pagina’s met foto’s en kaarten| Uitgeverij Hollands Diep| mei 2017
Vertaling uit het Engels door Willem van Paassen

© Marjo, 16 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Gevangen vrijbuiter
Over het leven van Brendan Behan (1923-1964)
Karel Wasch


Dat Brendan Behan een gerespecteerd schrijver zou worden kon nooit iemand voorspellen maar zijn opvoeding heeft er wellicht mede aan bijgedragen. In deze biografie lezen we dat zijn vader, huisschilder van beroep, zijn kinderen o.a. Dickens, Zola, De Maupassant etc. voorlas. Zijn moeder Kathleen bezocht met haar kinderen de huizen van grote Ierse schrijvers zoals o.a. Bernard Shaw, Oscar Wilde, Jonathan Swift. De taal en alles daaromheen werd de jonge Brendan dus als het ware met de paplepel ingegoten.

Het had tot gevolg dat Behan als kind al een obsessie voor lezen had. Hij was overigens een briljante leerling en haalde vooral voor wiskunde en alles rond taal en schrijven de hoogste cijfers. Op 11 jarige leeftijd voerde hij al discussies over geloof met de broeders.

Naast de aanraking met literatuur, kwam ook Sinn Fein  - een nationalistische links-georiënteerde Ierse politieke partij - al vroeg in beeld. Op negenjarige leeftijd sloot Brendan zich aan bij Fianna Eriann, de jeugdafdeling van Sinn Fein, waar hij leerde omgaan met wapens. En op tienjarige leeftijd maakte de jonge Brendan kennis met de IRA in de vorm van Bob Brashaw en droeg, zo jong als hij was, het werk van grote poëten en schrijvers voor aan de man.

Deze ontmoeting en zijn literaire opvoeding zullen een blijvende invloed op zijn leven hebben.

We lezen, in chronologische volgorde, hoe het verdere verloop van Brendans, vrij korte, leven is. Fel en onbevreesd als hij is, gaat hij overal op af. Hij neemt zich geen blad voor de mond en weet met zijn welbespraaktheid veel mensen voor zich te winnen maar ook veel mensen tegen zich in het harnas te jagen.
Hij belandt vanwege zijn activiteiten voor o.a. de IRA al op jonge leeftijd (16 jaar) voor korte tijd in de gevangenis en dat zal hem nog vaker gebeuren. Hij wordt zelfs veroordeeld tot 14 jaar.  Maar ook daar weet Brendan voordeel uit te halen, hij schrijft later over zijn tuchthuisperiode het bekende boek Borstal Boys. Helaas raakt hij al vrij jong ook in de ban van de drank...

In feite lezen we het verhaal over een hoogbegaafde man die nooit echt volwassen is geworden. Zijn toneelstukken worden geprezen, ze zitten heel knap in elkaar en zijn een vlijmscherpe aanklacht tegen de maatschappij. Ze worden uiteindelijk ook in Amerika en Parijs opgevoerd. Financieel gaat het Brendan steeds meer voor de wind. Maar Brendan blijft ook de vrijbuiter, hij leeft zijn leven volop, zo zeer zelfs dat het zijn ondergang wordt. Hij zegt daar zelf over:


"Het succes nekt me bijna verdomme. Als ik het voor het zeggen had, zou ik regelen dat iemand succes zou hebben voor de duur van één maand, daarna zou hij met pensioen moeten gaan en snel worden vergeten."


Het drankgebruik neemt namelijk steeds meer de overhand, de daardoor ontstane diabetes, brengt hem in lichamelijk zeer gevaarlijk situaties. Zijn vrouw Beatrice weet hem aanvankelijk in goede banen te leiden maar de drank blijkt sterker...


Toch weet Karel Wasch in deze vlot geschreven biografie Brendan Behan als sympathiek mens neer te zetten ondanks dat hij zich als een rebelse, soms onbeschofte, kwajongen gedroeg. Ondanks zijn drinkgelagen, zijn ontrouw en vele escapades met vrouwen en mannen.
Hij was namelijk ook een zeer sociaal mens, die met iedereen zijn voorspoed wilde delen, die alles uit het leven wilde halen wat er in zat, die een gezelligheidsdier bij uitstek was. Kortom, een heel interessante man, moeilijk om mee te leven, maar in redelijk nuchtere staat geweldig om mee te maken.

"Biograaf Karel Wasch schreef zes biografieën waaronder twee boeken over Dylan Thomas. Daartoe bezocht hij veel plekken in Wales, waar Thomas destijds de zaak onveilig maakte. Deze methode volgde hij ook bij het schrijven van de biografie over Brendan Behan. De schrijver volgen. Naar zijn geboortegrond gaan en belangrijke plekken bezoeken uit zijn leven. Vrienden interviewen."... staat op de flaptekst te lezen.
Dat Karel Wasch zich gedegen in de man en zijn omgeving heeft verdiept is in deze levendige, beeldende biografie dan ook goed te merken en de taal die gebruikt wordt, is prettig en toegankelijk.
Achterin het boek staan tevens vele toelichtende voetnoten, overzichtelijke biografische gegevens over Brendan Behan, een literatuurlijst en een personenregister. Middenin het boek zijn enkele foto's te zien van Behan en andere personen die deel uitmaakten van of invloed hadden op Behan's leven.

Kortom, men leze!


ISBN 9789492395122 | Paperback | 139 pagina's | Uitgeverij Prominent | januari 2017

© Dettie, 10 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Wonderwezens
Klein overzicht van mythische figuren
Ingrid Biesheuvel en John Rabou


Alles wat leeft vecht om in leven te blijven en alleen wat zich aanpast heeft toekomst.


Met bovenstaande zin begint schrijfster Imme Dros het voorwoord van dit boek. Het is een mooie omschrijving van de evolutie. Al het leven op aarde blijft zich doorlopend ontwikkelen om maar in leven te kunnen blijven. Ook communicatie hoort bij overleven en bij mensen is het niet alleen bij het overbrengen van belangrijke, van levensbelang zijnde, berichten gebleven. Taal heeft ook een creatieve functie gekregen. Het is niet alleen een manier om je te uiten maar ook een ontspanningsmethode geworden. Zo vertellen mensen elkaar al eeuwenlang graag verhalen. Verhalen waarin een beroep op onze fantasie wordt gedaan en waarin de meest bijzondere wezens het levenslicht zien.


In dit smaakvol vormgegeven boek beschrijft Ingrid Biesheuvel vijfentwintig bekende en minder bekende mythische wezens. Ze doet niet alleen het verhaal dat bij het wezen hoort uit de doeken maar besteedt ook aandacht aan de oorsprong van het wezen. Zo vertelt ze dat veel moderne verhalen over het verstenen van mensen en dieren – denk aan Harry Potter en Wiplala - te herleiden zijn tot het verhaal van Medusa uit de Griekse mythologie. De beeldschone Medusa slaagde erin de godin Athena te beledigen waarna ze als straf een gruwelijk uiterlijk, met slangen in plaats van haren op haar hoofd, kreeg aangemeten. Wie oogcontact met Medusa maakte, versteende meteen.


Naast Medusa komen ook andere bekende mythische figuren zoals de sfinxen, sirenen, zeemeerminnen, reuzen, centauren en harpijen in het boek voor. Daarnaast heeft Ingrid Biesheuvel ook veel minder bekende, maar zeker niet minder interessante wezens, in dit boek opgenomen. Zo hebben er heus eens cynocephali – mensen met hondenkoppen – bestaan. De ontdekkingsreiziger Marco Polo heeft ze immers met eigen ogen gezien. Ook is er sprake van een fabelvolk dat maar één been met één (flinke) voet heeft: de monocolen. De leukste wezens in het boek zijn wat mij betreft de panotti. Zij hebben enorme oren waarmee ze hun lichaam omwikkelen. Of ze lief waren is niet bekend maar door hun grote oren zagen ze er vriendelijk uit. De schrijfster grapt dat onbekend is of de uitdrukking “Ik ben een en al oor’, bij het volkje bekend was.


Wie een boek schrijft over mythologische wezens en de oorsprong van bijbehorende mythes, moet ervoor waken dat het geen saaie opsomming van feiten en weetjes wordt. Ingrid Biesheuvel heeft er gelukkig geen enkele moeite mee gehad er een boeiend en vermakelijk geheel van te maken. Hoewel er tal van wetenswaardigheden met de lezer worden gedeeld, is de vertelstijl luchtig en begint elk verhaal met een meeslepend intro. Daarnaast zijn het geen ellenlange beschrijvingen geworden. Elk onderwerp neemt twee tot maximaal drie bladzijdes in beslag, plus een bladzijde met een stijlvolle afbeelding van het betreffende wezen.


De tekeningen in het boek zijn gemaakt door illustrator John Rabou, die gespecialiseerd is in geschiedenisillustraties. De schrijfster en illustrator hebben al vaker samengewerkt. Eerder publiceerden ze het boek Ferguut, de ridder met het witte schild. De tekeningen in Wonderwezens zijn uitgevoerd in matzwart met glanzend goud, waarbij de oudheidkundige achtergrond van de wezens niet uit het oog is verloren. Het is een mooie mengeling van modern en klassiek. Door de rustige kleuren komen de afbeeldingen heel bescheiden over maar wie beter kijkt ziet dat er veel aandacht aan details is besteed.


Wonderwezens zijn er in vele kleuren en maten. De vijfentwintig mythische wezens in dit boek maken slechts een klein deel van het indrukwekkende geheel uit. In het nawoord vertellen Ingrid Biesheuvel en John Rabou dat ze voor dit boek wezens hebben gekozen die in ieder geval een menselijk element hebben. Daarnaast is alleen gekeken naar klassieke en middeleeuwse bronnen, iets wat ik prettig vind omdat het een beetje orde in de chaos schept. Uit de vele wezens die overbleven is de uiteindelijke selectie gemaakt. Het moet dus mogelijk zijn een tweede boek met wonderwezens te vullen. En wanneer de criteria bijgesteld worden, ontstaan er legio nieuwe mogelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan een boek over de Noordse of Slavische mythologie. Wie weet hoeveel delen van Wonderwezens er nog zullen komen! In ieder geval is dit eerste deel voor de liefhebber een waardevolle aanwinst.

Zie ook het 'inkijkexemplaar' (YouTube)


ISBN 9789025307325 | hardcover| 96 pagina's | Athenaeum | mei 2017

© Annemarie, 1 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De spiegel
Leven met een hond
Harrie Seeverens


In de proloog van dit boek vertelt auteur Harrie Seeverens over de beslissing, die voor hem genomen werd door de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten, niet langer geregistreerd te mogen blijven als internist. Hij had nog de hoop gehad om de laatste anderhalf jaar voor zijn pensioen 'voor de vorm' internist te blijven, alhoewel hij al langere tijd geen patiënten meer had behandeld.


Op dat moment kon hij nog niet vermoeden dat er binnen enkele maanden na zijn uitschrijving zich een nieuwe patiënt zou aandienen. Het gaat om de 15-jarige Floortje, de hond van de familie Seeverens, die overal mee naar toe wordt genomen door de schrijver en zijn vrouw Paula. Floortje fungeert als een spiegel die de auteur wordt voorgehouden en waarin hij zijn eigen onmacht en ongeduld kan zien. De gevoelens en overdenkingen, die de zieke Floortje bij de auteur oproepen, zijn in dit boekje op prachtige wijze beschreven en van zeer uiteenlopende aard.


De voortdurende afweging die Seeverens en zijn vrouw maken, is wanneer het echt nodig zal zijn om Floortje te laten in slapen. Je leest door het verhaal heen dat zij daarbij steeds hun grenzen verleggen, waarbij de afweging of Floortje pijn heeft, steeds leidend is. Op grond van hun beider ervaring als arts wegen ze steeds af of er sprake is van ondraaglijk lijden voor Floortje, iets dat zelfs voor artsen toch nog niet zo eenvoudig lijkt te zijn. Door de sterke emotionele band die zij hebben met Floortje, is het daarnaast voor hen ook erg moeilijk om afscheid te moeten nemen van het hondje dat zo dierbaar voor hen is. Zo wordt ook de lezer een spiegel voorgehouden dat euthanasie ook bij mensen een zeer complexe beslissing is, zowel voor artsen als voor patiënten en hun dierbaren.


Harrie Seeverens maakt de meest uiteenlopende bespiegelingen in dit boekje naar aanleiding van de zieke Floortje. Bestaat de hemel van Dante en kan een hond ook in hemel komen? De auteur vertelt over de afspraak die binnen het gezin is gemaakt om elkaar in de hemel weer te ontmoeten en ook Floortje zou bij die ontmoeting aanwezig zijn. Waar in de hemel die ontmoeting dan zou moeten plaatsvinden, daar werd verder niet over nagedacht. Maar nu Floortje op het punt staat richting Dante's hemel te vertrekken, wordt dat in ene een actuele vraag.

Tijdens het hele proces ondervindt Seeverens ook een aantal keren dat wat Jung sychroniciteit noemt. Op wikepedia wordt dit beschreven als:


Synchroniciteit (letterlijk: gelijktijdigheid) is een acausaal, verbindend beginsel, in 1930 geformuleerd door de Zwitserse psychiater en psycholoog Carl Gustav Jung. Van synchroniciteit is sprake wanneer twee of meer gebeurtenissen min of meer tegelijkertijd optreden in een voor de betrokkene zinvol verband, dat niet noodzakelijk als causaal wordt ervaren. Eenvoudig gezegd: je ervaart het als "meer dan gewoon toeval"; omdat de twee gebeurtenissen voor jou met elkaar te maken schijnen te hebben, maar niet zo dat het ene het andere heeft voortgebracht.


Het meest expliciete voorbeeld hiervan in het boek van Seeverens is het volgende. Floortje kan op een gegeven moment haar ontlasting soms niet meer ophouden en daarom slaapt zij op de stenen vloer van de hal waarop kranten zijn gelegd. Als de auteur op een ochtend de kranten verzameld, blijkt Floortje precies dat deel van de krant niet te hebben volgepoept, waarin een artikel staat van een arts over een mogelijk diagnose en behandeling voor dit verschijnsel. Toeval of niet? We kennen allemaal dit soort ervaringen.Dit boek van Seeverens is niet alleen voor mensen die leven met een hond de moeite waard om te lezen.


Over de auteur: Harrie Seeverens (1948) was internist en werkzaam bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.


ISBN 9789463381611 | Paperback | 174 pagina's | Uitgeverij Aspekt | maart 2017

© Ria, 16 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Koude Oorlog
Politiek – Diplomatie – Oorlog – Mens & Maatschappij – Spionage
Onder redactie van: Frank Oosterboer, Perry Pierik en Marcel Reijmerink
Met bijdragen van: J. van Dijk | P.J. Verstraete | R. Kurek | S. van Lochem |  R. Harthoorn | M. Lak | P. Pierik | F. OosterBoer | H. Seeverens | M.T. ter Haar |  H. Veldman | M. Reijmerink | R. van Rooij 


Op de achterzijde van het boek staat dat de Koude Oorlog zijn actualiteit heeft herwonnen, te voelen in de oplopende spanningen tussen het Rusland van Poetin en het Westen als een oude tegenstelling die weer is opgelaaid. Die actualiteit spreekt ook uit de vanaf 22 mei 2017 door de VARA uitgezonden nieuwe Duitse televisieserie The Same Sky (Der gleiche Himmel), waarin de leefomstandigheden in de Koude Oorlog in het Berlijn van 1974 centraal staan. Voor geïnteresseerden nog terug te zien op NOS Start Plus.
Op de voorzijde van het boek staat #1, wat wil zeggen dat dit het eerste boekje is in een reeks die uitgeverij Aspekt wil gaan uitgeven over de Koude Oorlog. In het voorwoord vragen de redacteuren, geïnteresseerde lezers of zij onderwerpen willen aandragen of zelf een artikel willen schrijven voor de komende bulletins.

In dit eerste boek uit de serie, waaraan veel verschillende schrijvers hun bijdrage hebben geleverd, worden verschillende aspecten van de Koude Oorlog nader belicht. Jos van Dijk neemt ons in het eerste essay mee naar de zomer van 1956 toen in het Poolse Poznan arbeiders protesteerden tegen het communistische regime. Hoe actueel dit is in de zomer van 2017 waarin opnieuw de Poolse bevolking de straat op gaat tegen het beleid van hun eigen regering, die de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht wil beperken, zie https://fd.nl/economie-politiek.


Van Dijk schrijft ook over de bloedige opstand van studenten in Hongarije in oktober 1956, waarbij in november van datzelfde jaar het Rode Leger door Rusland werd ingezet om de opstand neer te slaan, tot grote verontwaardiging van het Westen. Duizenden Hongaren ontvluchten destijds hun land. Zij werden onder andere in Nederland opgevangen.


Niet alleen de menselijke en sociale aspecten van deze bijzondere periode in de geschiedenis worden in de essays behandeld, maar ook de sporen die de Koude Oorlog in ons landschap hebben achtergelaten komen aan bod. In een essay van Saskia van Lochem – van der Wel, lezen we over het Korps Luchtwachtdienst. Dit korps is opgericht op 1 maart 1950 en bestond uit een netwerk van hoge uitkijkposten, verspreid over heel Nederland. Deze 276 luchtwachtposten werden bemand door 4500 luchtwachten, die op vrijwillige basis het luchtruim met een verrekijker aftuurden en uitkeken naar laagvliegende vijandelijke vliegtuigen.


Het boek bevat 13 van dergelijke essays uiteenlopend van Een persoonlijke ervaring van R. Harthoorn, Büren, Een Duits provinciestadje tijdens de Koude Oorlog van R. Kurek, De Gaulle en het naoorlogse Europa van H. Seeverens tot De invloed van de Koude Oorlog op management en organisatie van H. Veldman.


Stuk voor stuk bijzondere verhalen in deze eerste bundel over de Koude Oorlog, die bij mij met name de gevoelens opriepen aan die tijd. Niet die hele vroege periode van de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw die beschreven wordt in dit boek, maar voor mij vooral de latere periode van de jaren zeventig en die tijdens de raketdemonstraties in beginjaren tachtig. Ik begreep de volledige essentie als tiener in die tijd nog niet helemaal, maar er was je wel duidelijk gemaakt, dat er een ernstige dreiging uitging van die communistische kant van de wereld en je voelde ook de ongrijpbare angst die er was bij de volwassenen om je heen.

Allerlei aspecten van De Koude Oorlog, daar gaat deze bundel over en als het goed is, volgen er nog meer.


Over de auteurs:
Jos van Dijk (1947) is socioloog, voormalig docent in het hbo en bestuurslid van de Stichting tot Beheer van de Archieven van de CPN. 


Marie-Thérèse ter Haar
studeerde Russisch en Ruslandkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Al in de communistische tijd verbleef ze veelvuldig in Rusland en ze maakte er ook het einde van de Koude Oorlog mee. Tegenwoordig is ze nog zo'n 5 maanden per jaar in Rusland en volgt de ontwikkelingen daar nog steeds op de voet.


Dr. mult. Rudi Harthoorn studeerde natuurkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde op een natuurkundig en een economisch onderwerp. Hij publiceerde twee boeken over het oprollen van het communistisch verzet tijdens de oorlog en de rol van de Nederlandse inlichtingendiensten daarbij.


Reinhart Kurek is geboren en getogen in Büren, Duitsland. Hij is gepensioneerd politiecommissaris, lokaal historicus en was jarenlang voorzitter van de Heimatverein Büren eingetragener verein.


Dr. Martijn Lak (1977) studeerde Journalistiek aan de Hogeschool Utrecht en Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. In 2011 promoveerde hij aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op een proefschrift over de Duits-Nederlandse economische betrekkingen tussen 1945-1957.


Drs. Sandra van Lochem-van der Wel is als historisch geograaf gespecialiseerd in militair erfgoed, buitenplaatsen en groen monumenten. Al jaren houdt zij zich bezig met onderzoek naar luchtwachttorens en het Kops Luchtwachtdienst. Zij werkte als senior adviseur cultureel erfgoed en landschap bij Natuurmonumenten.


Frank Oosterboer (1958) is auteur en redacteur van diverse websites met een speciale belangstelling voor het naoorlogse Nederlandse dienstplichtleger en de ontwikkeling van kazernebouw.


Dr. Perry Pierik is uitgever, historicus en auteur van tientallen boeken en artikelen.


Marcel Reijmerink (1963) is historicus en auteur van verschillende fictie en non-fictie boeken. Hij bezoekt regelmatig Berlijn om op zoek te gaan naar verhalen en sporen van de Koude Oorlog.


René van Rooij is jurist en auteur. Als jurist doceerde hij aan de Rijksuniversiteit Leiden en was werkzaam als wetgevingsambtenaar bij het Ministerie van Justitie en juridisch adviseur van Shell en KPN. Als auteur publiceerde hij een aantal juridische boeken, romans en een biografie.


Harrie Seeverens (1948) was internist en werkzaam bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.


Hans Veldman (1957-2016) was Associate professor strategy Business University Nyenrode. Hij had een academische achtergrond in economie en Amerikaanse geschiedenis. Als onderzoeker richtte hij zich op distributiekanalen van internationale ondernemingen en op de strategische keuzes van Amerikaanse ondernemingen. Hij was auteur van zestien boeken.


Pieter Jan Verstraete (1956) is als "chef boeken" aan de stadsbibliotheek van Kortrijk verbonden. Als zoon van een gewezen beroepsmilitair is hij in Euskirchen, Duitsland, geboren waar hij het grootste deel van zijn jeugd doorbracht. Sinds zijn huwelijk in 1987 met Ann Augustyn woont hij in Kortrijk. De auteur publiceerde tot nu toe 34 boeken en 15 brochures naast tal van artikels, opstellen en recensies in diverse tijdschriften en jaarboeken. 


ISBN 9789461538864 | Paperback | 154 pagina's | Uitgeverij Aspekt | juni 2017

© Ria, 14 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Rock and Soul Deep South Rock and Soul Deep South
A journey to the birthplace of rock and roll, its origins and beyond
Dirk W. de Jong

Een prachtig fotoboek over het zuiden van de Verenigde Staten, met foto's van de plaatsen, artiesten en onbekenden. De foto's tonen allerlei kanten van de streek en laten regelmatig ook het verval zien.

Het boek is verdeeld in 8 hoofdstukken:

Rosine Kentucky (bij het hoofdstuk staat Uncle Pen Kentucky)
Nashville
Memphis
Muscle Shoals
Mississippi
Louisiana
New Orleans
Deep South

Het voert te ver om alle foto's te beschrijven, maar twee vielen mij toch wel op. Een foto was van Willie De Ville, op het platteland, met bijbehorende kleding en natuurlijk een jachtgeweer. Dat vond ik wel een verrassende  foto, omdat ik hem toch meer met de grote stad associeer.


Een andere foto heeft als titel 'Lookalike' en aan het kapsel en de kleding van de man kun je zien dat hij op Elvis Presley zou moeten lijken. Helaas lijkt hij daar totaal niet op. Hij is mager en heeft een flinke mond. De overdreven zwarte kuif geeft wel wat weg, maar maakt de gelijkenis ook niet groter. Helaas staat er nu juist bij deze foto weer geen verhaal.

Het boek vertelt ook de verhalen, vaak bij de foto's, maar niet altijd. Dat laatste vind ik wel eens een nadeel. Soms zie je foto's, waarbij je best meer zou willen weten, van wat er op te zien is en soms lees je een verhaal, waar geen foto bij te vinden is.
Zo is er een verhaal over de Grand Ole Opry, maar kan ik daar geen foto van vinden. Er staan wel foto's van andere zaken in, maar die komen dan weer niet ter sprake in het boek. Ook bij de foto's van Mardi Gras  in New Orleans is helaas geen verhaal te vinden. Soms staan de foto's ook in een andere volgorde dan de verhalen. Dat de verhalen in het Engels zijn geschreven, zou je misschien ook als een nadeel kunnen ervaren. De verhalen zijn overigens wel de moeite waard.

Zie ook www.dirkwdejong.com 


ISBN 9789082308679 | Hardcover | 168 pagina's | Concerto Books | mei 2017
NUR 652

© Renate, 18 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De mythe van de goede oorlog
Amerika en de Tweede Wereldoorlog
Jacques R. Pauwels


Deze recensie betreft de derde, volledig herziene druk van dit in het jaar 2000 voor het eerst uitgegeven boek.


Het overheersende beeld in Nederland over het optreden van Amerika tijdens en na de Tweede Wereldoorlog is die van onze bevrijders en de na de oorlog geboden Marshallhulp. Dit omvangrijk materiële hulpplan trad drie jaar na de Tweede Wereldoorlog in werking. Het was een initiatief van de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken George C. Marshall en was gericht op de economische wederopbouw van de door de oorlog getroffen landen in Europa.


Al eerder las ik tijdens mijn studie het boek Dark Continent van de Britse historicus Mark Mazower, die evenals Pauwels in zijn boek, de economisch insteek van Amerika tijdens en na de Tweede Wereldoorlog als cruciaal beschouwt voor het bereiken van haar eigen doelen. Pauwels laat ons in De mythe van de goede oorlog zien op welke grote schaal dit al tijdens de oorlog van immens belang was om Amerika uit de Grote Crisis van de jaren '30 te trekken. Daarnaast speelde de grote angst van met name de Amerikaanse elite een rol dat het communisme vanuit de Sovjet Unie zich over Europa zou verspreiden De legereenheden van Stalin, overigens door grote opoffering van vele mensenlevens, hebben een grote bijdrage geleverd om nazi-Duitsland tot overgave te bewegen. Met name de slag bij Stalingrad heeft daar een beslissende rol in gespeeld. De waardering voor het communistische systeem groeide daardoor in Europa en dat was uiteraard een doorn in het oog van Amerika.


Het boek van Pauwels laat ons zien op welke grote schaal Amerika zaken deed met het fascistische Duitsland zonder enige schroom en vooral voor het eigen gewin van opnieuw met name de elite in de Verenigde Staten. Bekend zijn de verhalen over Duitse bedrijven die hebben meegewerkt om de nazi-machinerie op gang te houden. Pauwels laat ons zien dat die Duitse bedrijven goede zaken deden met Amerikaanse bedrijven. Pauwels schrijft daarover:

Hitlers grote verdiensten in de ogen van vrijwel alle Amerikaanse industriëlen en bankiers was dat hun investeringen in Duitsland dankzij zijn herbewapeningsprogramma en het uitschakelen van vakbonden en arbeiderspartijen winsten kon maken waarvan zij in de nog steeds door de Grote Depressie geteisterde VS zelf slechts konden dromen.


In het voorwoord schrijft Pauwels dat hij voor dit boek geen langdurig speurwerk heeft verricht in Washingtons monumentale National Archives en ook nauwelijks gebruik heeft gemaakt van wat geschiedkundige 'primaire' bonnen noemen. Hij wil met deze beknopte studie iets waardevols brengen, zo vermeldt hij, namelijk een nieuwe en eventueel verrassende interpretatie van historistische feiten. Ik heb dit boek als 'gewone' lezer niet als beknopte studie ervaren. Het boek is grondig onderbouwd en Pauwels weet zijn interpretatie van de historische feiten met zeer rake citaten uit vele 'secundaire' bronnen te illustreren. Naast de grondige onderbouwing van de feiten schrijft Pauwels zijn betoog in een helder en duidelijk verhaal en is daarmee vlot te lezen.


Ik vond het verbijsterend om dit boek te lezen. De vele voorbeelden die Pauwels naar voren brengt waaruit blijkt dat oorlogen ook vooral economische belangen dienen en in het geval van Amerika tijdens de Tweede Wereldoorlog dus niet enkel idealistische motieven kent. De vijand kan ideologisch verwerpelijke standpunten hebben, maar als het op economische motieven aankomt is diezelfde vijand een prima handelspartner. In ons achterhoofd weten we dit wel en kennen we ook de voorbeelden hiervan, maar om het zo opgesomd te lezen als in dit boek van Pauwels waren voor mij toch opnieuw een schok.


Pauwels benadrukt overigens in zijn voorwoord nog dat dit boek niet aansluit bij sommige recente visies dat Hitler niet zo boosaardig was en dat het nazisme ook zijn positieve kanten heeft gekend. Hij gaat uit van de historische basisaanname dat Hitler en zijn nazibroeders gewetenloze misdadigers waren, en dat het nazisme een mensenverachtende en daarmee verachtelijke ideologie was. Dit boek gaat echter niet over dat onderwerp, maar over de rol van Verenigde Staten in de Tweede Wereldoorlog. Het weerlegt daarmee het overheersende verhaal van de Amerikanen in de rol als enkel bevrijders en weldoeners en ontkracht daarmee wat hij in zijn ondertitel De mythe van de goede oorlog noemt.


Bijzonder is dat door dit boek opnieuw een stuk van de geschiedenis herschreven is. Door de afstand in tijd is er ruimte zowel de te behandelen onderwerpen als in de hoofden en de gevoelens van de lezers om dit soort ook zeer belangrijke feiten voor het voetlicht te brengen. Dat heeft Pauwels, naar mijn mening, met dit bijzondere boek dan ook gedaan.


Over de auteur
Jacques R. Pauwels studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit van Gent en behaalde in Toronto doctoraten in de geschiedenis en in de politieke wetenschappen. Hij doceerde aan meerdere universiteiten in Canada en publiceerde in Canada, de VS, Duitsland, Italië, Spanje, Cuba, Nederland en België over de Tweede Wereldoorlog en andere historische onderwerpen. Zie voor uitgebreide informatie de website: http://www.jacquespauwels.net


ISBN 9789462671027 | Paperback | 342 pagina's | Uitgeverij EPO | mei 2017

© Ria, 5 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Russische Revolutie
Een nieuwe geschiedenis
Sean McMeekin

Dit boek beschrijft de periode in Rusland tussen de jaren 1900 en 1920. Wie terugziet op de jaren waarin de Russische Revolutie zich voltrok, kan gemakkelijk verklaren waarom de geschiedenis de afslag naar een communistische heerschappij heeft genomen. Maar voor mensen die ervoor stonden, waren de tijdsomstandigheden zo grillig en verwarrend dat het alle kanten op had kunnen gaan. Rusland had de oorlog met Duitsland kunnen winnen. Rusland had Constantinopel kunnen veroveren op Turkije. De tsaristische autocratie had zich in een constitutionele monarchie kunnen transformeren.


Het leek alle kanten op te kunnen gaan, maar niemand had zijn kaarten gezet op Lenin en zijn kompanen. En toch waren zij het die de macht wisten te grijpen. Vergelijk het met de val van het Sovjetimperium in 1989. Niemand zag het aan komen. Nu kunnen we precies verklaren waarom de Sovjet-Unie wel in moest storten.
Het is heel knap zoals Sean McMeekin (hoogleraar geschiedenis) erin slaagt de lezer mee te nemen in zijn verhaal, alsof de lezer niet weet hoe het verhaal af zal lopen.


Wat is er nieuw in het verhaal van McMeekin?
McMeekin laat zien dat de revolutie onverwacht kwam. In 1917 stond Rusland er redelijk voor. Het land wist zich op het slagveld goed staande te houden en boekte zeker tegen de Oostenrijkers en de Turken grote successen. Het tekort aan voedsel was in Rusland minder nijpend dan in Duitsland. Revolutionaire leiders, onder wie in het bijzonder Lenin, waren nogal onzichtbaar en zaten ver buiten Rusland in ballingschap. De ineenstorting van Rusland in 1917 was dus net zo’n verrassing als die van de Sovjet-Unie in 1989.


De tsaar had een paar keer het geluk om goede staatsmannen aan te trekken. Sergei Witte en Pjotr Stolypin waren reuzen die het land de goede richting in wisten te krijgen. Het waren mannen van een zeldzaam kaliber. Toen zij van het toneel verdwenen, kwam de weg vrij voor staatslieden die foute keuzes maakten, blunderden, kortzichtig waren, of aan eigen belang dachten.


Meeslepend beschrijft McMeekin hoe de bolsjewisten aan de macht kwamen en vervolgens de macht wisten te behouden. Daar zijn in feite twee sleutelwoorden voor te geven: terreur en roof. De eerste proletarische regering in de wereld oefende een weerzinwekkende terreur uit tegen de proletariërs in eigen land. En de bolsjewistische staat werd niet meer dan een rover door de kerk, het bankwezen en elke ingezetene met bezit te beroven van geld en kostbaarheden.


De idealen van het marxisme, waarmee men het onrecht van het tsaristische bewind aan de kaak had gesteld, waren niet veel meer dan een schaamlap om eigen machtswellust mee te bedekken. McMeekin vermeldt nuchter dat de bolsjewisten geen enkele democratische legitimatie bezaten. Zij hebben nimmer een vrije verkiezing kunnen winnen.


Het lijden van de Russische bevolking is bijna met geen pen te beschrijven. De nieuwe leiders bleven ijskoud onder miljoenen mensen die de hongerdood stierven. Ze reisden in luxe treinwagons door het land en deden de gordijnen dicht zodat ze de hongerende bewoners niet hoefden te zien. Terwijl mensen stierven van de honger, deden zij zich te goed aan truffels, ananassen, mandarijnen, bananen, gedroogd fruit, sardines, en ga maar door. Lenin, leider van de proletariërs, reed in een Rolls Royce.


Verbijsterend is het hoeveel mensen buiten Rusland zich voor de gek lieten houden en dachten dat in het nieuwe Rusland mensen werden bevrijd. In werkelijkheid was het nieuwe regime erger en slechter dan het bewind van de tsaren was geweest. Weerzin welt op als je leest over de machinaties van politici in Londen en Berlijn die het op een akkoord gooiden met de nieuwe machthebbers, hoewel men wist van het lijden van de Russische bevolking.


Nee, politiek en ethiek lijken slecht samen te gaan met elkaar. Dit boek ondermijnt je vertrouwen in politici. Ook maakt de schrijver wel duidelijk dat als machtsverhoudingen eenmaal gaan schuiven het opeens heel snel kan gaan met schokkende uitkomsten.


McMeekin schreef een nuttig en indrukwekkend boek. Van harte aanbevolen.


ISBN 97890461831 | paperback | 479 pagina's met illustraties | Uitgeverij Nieuw Amsterdam |  mei 2017.
Vertaald door Gerard van der Wardt | Ook als e-book verkrijgbaar.

© Henk Hofman, 1 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER