Nieuwe recensies Non-fictie

Congo's gewelddadige vrede
Kris Berwouts


In dit indrukwekkende boek vertelt Kris Berwouts wat er gebeurd is nadat tussen 1996 en 2002, Congo het slagveld was van de Eerste Afrikaanse Wereldoorlog. Die laatste benaming is gekozen omdat er negen Afrikaanse landen bij dit conflict betrokken waren. Het conflict was ontstaan vanuit de Rwandese genocide van 1994 en de aanverwante onlusten in Burundi tussen Hutu's en Tutsi's. Een conflict waarbij de hele wereld toekeek zonder in te grijpen met afschuwelijke gevolgen.


Na die Eerste Afrikaanse Wereldoorlog komt in Congo een complex vredesproces op gang, waarvan Berwouts in dit boek verslag doet. Hierbij is de internationale gemeenschap wel partij, althans zo lijkt het, maar Berwouts laat in dit boek zien dat allerlei op vrede gerichte constructies als schijnbaar democratische verkiezingen en mooie termen als good governance geen post vatten in de voormalig Belgische kolonie en Congo een land op drift blijft.


Meer dan bijzonder is hoe de auteur van dit boek heel gedetailleerd de feiten kent en deze aan ons als lezer voorschotelt. Het is niet voor niets dat David Van Reybrouck over dit boek zegt:

 

Er zijn maar weinig mensen met een beter zicht op Conog, op zijn hoofdrolspelers, zijn thema's die er toe doen en zijn historische achtergrond dan Krijs Berwouts. Dit boek is een must voor iedereen die écht in het land geïnteresseerd is.

 

Daar heeft Van Reybrouck een goed punt, maar ook voor lezers die meer over Congo zouden willen weten en met name hoe het land er nu voorstaat, is dit boek een aanrader.


Die laatste categorie lezers heeft wel de, gelukkig door Berwouts opgenomen, lijst met afkortingen nodig die vooraan in het boek is opgenomen. De minder ingevoerde lezer, zoals ik, die niet bekend is met de voornamelijk Franse namen voor allerlei organisaties en groeperingen in Congo, kan niet buiten deze lijst om alle ins en outs van het boek goed te kunnen volgen. 


Berwouts beschrijft in dit boek voornamelijk de politieke processen, waaronder bijvoorbeeld het verloop van de vele voorgenomen verkiezingen (of het gebrek daaraan) en het machtsspel tussen de diverse betrokken kandidaten. Eveneens beschrijft hij uitvoerig  de daaruit voortvloeiende conflicten tussen de verschillende groeperingen die zich voortdurend vormen en ontbinden doordat er ook intern steeds sprake is van allerlei onenigheid over de te volgen koers. Ten slotte wordt daarbij ook de internationale betrokkenheid bij deze processen door de auteur minutieus beschreven.


Het meest interessante vond ik, als Berwouts beschreef wat dit allemaal betekende voor de gewone bevolking van Congo. Op bladzijde 183 beschrijft hij dat hij begin 2016 de kans krijgt om onderzoek te doen naar hoe mensen in de militante wijken van Kinshasa aankeken tegen het verkiezingsproces, hun nabije toekomst en wat hun plannen waren. Hij vertelt dat hij in al die gesprekken voelde:

 

...hoe gefrustreerd en boos de mensen waren omwille van hun dagelijkse leefomstandigheden. Ze konden zichzelf en hun gezinnen amper voeden. Werkloosheid was een plaag, niet alleen voor ongeschoolden, maar ook voor jonge afgestudeerden. Een comfortabele woning was nauwelijks te vinden en vooral onbetaalbaar. Kwaliteitsvolle gezondheidszorg en onderwijs bestonden alleen maar voor de gegoeden. Het ontbreken van een regelmatige water- en elektriciteitsvoorziening was ook een grote bron van ergernis.

 

De nieuwsvoorziening in ons land over Afrika is mondjesmaat, terwijl er hele grote problemen in Afrika zijn. Laatst was er een kort bericht dat premier Rutte naar Afrika zal afreizen om daar afspraken te maken hoe Afrikaanse vluchtelingen tegengehouden kunnen worden als zij naar Europa willen vertrekken. Daarom hulde aan schrijvers als Kris Berwouts, waarvan zijn boek hoop ik meer lezers zal bereiken dan alleen de door Reybrouck genoemde lezers die écht geïnteresseerd zijn.


Over de auteur:  Kris Berwouts werkte 25 jaar voor verschillende Belgische en internationale ngo’s en bouwde een stevige reputatie op als Centraal-Afrikakenner. Sinds 2012 werkt hij als onafhankelijk expert, onder meer voor Britse en Franse autoriteiten, de VN en Amnesty International.

 
ISBN 9789462671201 | Paperback | 252 pagina's | Uitgeverij EPO | oktober 2017
Oorspronkelijke titel: Cong's Violent Peace, Conflict and Struggle Since the Great African War Vertaling: Kris Berwouts


© Ria, 6 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Tabé Java, Tabé Indië
De koloniale oorlog van mijn opa
Ronald Nijboer

 

Auteur Ronald Nijboer heeft dit boek gebaseerd op het dagboek dat zijn opa Evert-Jan Nijboer heeft geschreven, terwijl die als oorlogsvrijwilliger in Nederlands-Indië verbleef. De auteur is zelfs na zeventig jaar zijn opa 'achterna gereisd' met diens dagboek in zijn hand om te onderzoeken welke sporen er nu nog te vinden zijn van de tijd waarover een hele generatie Indiëgangers zweeg. Gelukkig is het dagboek van de opa van Evert-Jan bewaard gebleven en heeft zijn kleinzoon er dit indrukwekkende boek van gemaakt.


Dit boek is niet alleen geschreven met het dagboek als onderlegger. Ronald Nijboer heeft voor dit boek veel bronnen geraadpleegd, waaronder ook het meest recente naslagwerk over de koloniale oorlog, De brandende kampongs van Generaal Spoor, geschreven door Remy Limpach. Daarnaast gebruikt hij ook veel egodocumenten van andere Indiëgangers, waarvoor hij eveneens het boek Soldaat in Indonesië van Gert Oostindie heeft gebruikt. In dit boek beschrijft Oostindie het onderzoek in brieven, dagboeken en memoires van militairen in Nederlands-Indië, waarin zij ook schreven over oologsmisdaden. Het onderzoek van Oostindie behelst alle bekende gepubliceerde egodocumenten en dat waren er zo'n zevenhonderd.


Het boek van Ronald Nijboer is daarmee  vooral een boek geworden dat over mensen gaat en niet over oorlogshandelingen. Ik denk dat hij hiermee vooral voor veel kinderen en kleinkinderen van Nederlands-Indië-veteranen toegang heeft verschaft om het verhaal over hun eigen vader of opa die naar Nederlands-Indië is geweest te achterhalen. Niet alleen over wat er daar is gebeurd en hoe dat werd beleefd door de veteranen, maar ook hoe het verblijf daar van invloed was op de relatie met het thuisfront. De opa van Ronald Nijboer, verloor zijn vader en broer terwijl hij in Nederlands-Indië verbleef. Daarbij ging ook nog de relatie met zijn vriendin over, omdat opa Nijboer graag in Nederlands-Indië zou willen blijven, maar zijn vriendin Aaltje in Nederland dacht daar heel anders over.


Professor doctor Peter Romijn, schrijft over dit boek: 'Een mooi mengsel van distantie en empathie, in een zeer leesbare stijl.'


Vooral die distantie is naar mijn mening zeer goed getroffen in relatie tot dit boek. Ik zou als dochter van een dienstplichtig militair die ook in Nederlands-Indië is geweest tijdens de beschreven koloniale oorlog waarschijnlijk niet die distantie kunnen hebben behouden bij het schrijven van een dergelijk boek. Mijn vader kon weliswaar goed over zijn tijd in Nederlands-Indië praten, maar ik kon toch ook wel goed merken dat die periode hem diep geraakt had en hij daar zijn hele leven mee bezig is geweest.


Kleinkinderen staan dan, ondanks de goede band met hun opa of oma, toch emotioneel net iets verder weg. Dat vond ik precies het mooie van dit boek. Een kleinzoon die het verhaal van zijn opa opschrijft met net een iets grotere distantie dan een kind van een veteraan zou kunnen doen. Ronald Nijboer schrijft vrijuit over de niet altijd zo sociaal gewenste denkbeelden van opa en hij stelt vragen bij het wel of niet deelnemen van zijn opa aan oorlogsmisdaden. Maar niet alleen die distantie is goed en bijzonder, ook het feit dat een kleinzoon oprecht nieuwsgierig is naar het verhaal van zijn opa en daar een, zoals Ad van Liempt het verwoordt 'indringend beeld geeft van wat oorlog doet met een rechtschapen boerenzoon.'


Kortom, dit is een boek dat zowel door kinderen als kleinkinderen, maar ook door anderen gelezen kan worden. Misschien zelfs wel als onderdeel van de geschiedenislessen over 'ons' Nederlands-Indië op de middelbare school.


Ronald Nijboer
(1987) is schrijver en onderzoeker. Eerder publiceerde hij bij De Correspondent en Historiek.net. Door zijn achtergrond als socioloog weet hij in zijn debuut, Tabé Java, Tabé Indië, als geen ander het persoonlijke verhaal van zijn opa te verweven met de ondergang van Nederlands-Indië.


ISBN 9789402727302 | Paperback | 288 pagina's | HarperCollins | 8 augustus 2017

Ria, 28 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Topstukken
uit de collecties van het Joods Cultureel Kwartier
Ewoud Sanders


In een handzaam en aantrekkelijk formaat zijn in dit boekje vijftig topstukken verzameld uit het Joods Cultureel Kwartier. Het Joods Cultureel Kwartier is te vinden in Amsterdam in het gebied binnen de Hollandsche Schouwburg, het Joods Historisch Museum, de Portugese Synagoge en het Holocaustmuseum. De schrijver, Ewoud Sanders, is historicus en journalist. Hij is vaste medewerker van NRC Handelsblad, waar hij een taalrubriek heeft. De toelichtingen die hij geeft bij deze topstukken zijn trefzeker en mooi geschreven.


Het eerste topstuk dat aan de orde komt, is een gebedenboek uit 1250. Het laatste topstuk is een schilderij uit 2013 van Eli Content over het Loofhuttenfeest. Tussen die twee jaartallen in ligt de geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Nederland. Een gemeenschap die een eigen en unieke identiteit wist te behouden en toch ook een wezenlijke bijdrage leverde aan de Nederlandse samenleving. Een gemeenschap die in Nederland dankzij tolerantie en acceptatie tot grote bloei kwam, maar helaas als gevolg van afzijdigheid en latent antisemitisme in diezelfde samenleving een mokerslag kreeg toegediend in de Tweede Wereldoorlog, waarvan het zich na de oorlog moeizaam enigermate heeft weten te herstellen.


Het Oranjehuis onderhoudt goede betrekkingen met het Amsterdamse Jodendom en dan in het bijzonder met de Sefardische Joden (rijke Joden afkomstig uit Spanje en Portugal). Die band bleek duidelijk in 1688 toen Lopes Suasso, een Portugees-joodse bankier, aan stadhouder Willem III twee miljoen gulden uitleende voor diens invasie van Engeland. Hij zou bij die gelegenheid hebben gezegd: “Zijt gij gelukkig, zoo ben ik overtuigd dat mij deze som zal teruggegeven worden. Zijt gij ongelukkig wel nu, dan zal zij voor mij verloren zijn.” Een kwestie van vertrouwen dus van de kant van Suasso, maar ook van waardering voor het beschermheerschap van de Oranjes, gegeven op een moment dat de Oranjes die steun hard nodig hadden.


Aangrijpend zijn de afbeeldingen uit de oorlogsjaren 1940-1945. Afgebeeld is onder meer een rol stof met Jodensterren. Vanaf april 1942 moesten alle joden vanaf zes jaar een Jodenster dragen. Links op de kleding en op borsthoogte. Joden moesten de sterren zelf betalen en mochten er maximaal vier aanschaffen. Veel indruk maakt ook het medaillon van Rosa Schlamowitz. Samen met haar ouders was ze in 1939 Polen ontvlucht. Dit meisje was een jaar of dertien toen ze in 1943 bij een razzia werd opgepakt en direct na aankomst in Sobibor werd vergast. Haar ouders waren twee jaar eerder in Letland terechtgekomen en daar vermoord. Het medaillon bleef bewaard omdat Rosa het aan een vriendin in bewaring had gegeven.


Dit boek geeft inzicht in een rijke Joodse religieuze en culturele traditie. Gebedenboeken, gebedsmantels, zilveren kistjes met besnijdenisattributen, Torarollen, het interieur van de synagoge, portretten, kandelaars, getuigen van een rijk en gewetensvol geloofsleven. Op de ene bladzijde is de afbeelding opgenomen op de andere bladzijde vindt men de toelichting.


Een mooi, zorgvuldig uitgegeven boekje. Een boekje dat zich ook uitstekend leent om cadeau te geven.


ISBN: 9789462492776 | Hardcover | 120 pagina's | Uitgever: Walburg Pers | november 2017

Henk Hofman, 28 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, kik HIER

 

Het mes ging erin
Bespiegelingen van een gevangenisarts
Theodore Dalrymple

Onlangs las ik in de krant een kort berichtje over een man, een tbs’er, die weer naar de gevangenis moest wegens wapenbezit en drugshandel. In het huis van zijn vriendin was een mitrailleur gevonden. De vrouw probeerde voor de rechter haar aandeel zo klein mogelijk af te schilderen. Bovendien voerde ze aan dat ze de zorg had voor een kind. De aanklager ging er in mee en in het belang van het kind werd er slechts een werkstraf geëist. De rechtbank ging er niet in mee en legde een gevangenisstraf van negen maanden op.


Een dergelijk bericht roept vragen op over de eis van de kant van het OM. Vragen waar Theodore Dalrymple graag zijn tanden in zou zetten. Is het hebben van een kind reden om een misdrijf ongestraft te laten? De vrouw heeft daar toch zelf in eerste instantie de verantwoordelijkheid voor? En als het om een man met een kind was gegaan? Zou daar ook rekening mee zijn gehouden? Wat als de vrouw de zorg over meer kinderen had gehad? Wat als het misdrijf ernstiger was geweest?


Theodor Dalrymple heeft als gevangenisarts-psychiater gewerkt in Birmingham. Na zijn pensionering trok hij heel veel aandacht met zijn boek Leven aan de onderkant (2004). In dit boek beschreef hij hoe mensen generatie op generatie in achterstand leefden zonder nog de ambitie te hebben eruit te komen. Linkse hulpverleners hadden er volgens Dalrymple baat bij om hen in die positie te houden. Het is immers hun broodwinning geworden. Criminelen kropen in de rol van slachtoffer (slechte jeugd; verkeerde vrienden; geen werk en geen huis). De onderklasse werd in feite in standgehouden door de hulpverlening. Dalrymple hekelde de wantoestanden die uit dit denken voortkwamen.


Nadien schreef Dalrymple nog een aantal andere boeken. Beschaving of wat er van over is. Drugs, de mythes en de leugens. Door en door verwend; kritiek op de sentimentele samenleving. En nu verschijnt dus: Het mes ging erin. Hiermee wil Dalrymple uitdrukken dat in onze samenleving (bijna) niemand nog verantwoordelijkheid neemt voor wat dan ook. De titel is ontleend aan een hoofdstuk in Leven aan de onderkant.

De Nederlandse editie is voorzien van een inleiding geschreven door Chris Rutenfrans. Hij is criminoloog en redacteur bij de opiniepagina van de Volkskrant. Rutenfrans – toen nog werkzaam bij Trouw – vertaalde het eerste boek van Dalrymple en gaf het de titel Leven aan de onderkant mee. Hij deelt de visie van Dalrymple dat criminelen eerst en vooral op hun eigen verantwoordelijkheid moeten worden aangesproken en dat hulpverlening tijdelijk moet zijn, gericht op gedragsverandering. Mensen moeten weer leren om op eigen benen te staan.


Dalrymple beschrijft zijn thema onnavolgbaar. Dit boek is een lange opsomming waarin Dalrymple van de ene casus op de andere casus overstapt. In één hoofdstuk, dat begint op bladzijde 19 en eindigt op bladzijde 282, beschrijft hij - vaak met een onderkoelde humor - vele schrijnende wantoestanden die hij tegen kwam in zijn werk. Zijn ervaringen met het rechtssysteem zijn een symptoom van maatschappelijke desintegratie.


Twee voorbeelden: Als een verdachte in een vroeg stadium zijn misdaad bekent, kan dit zwaar meetellen voor strafvermindering. Voor iemand die beroofd is, is dat niet gemakkelijk te verteren. Het tweede voorbeeld betreft de schikkingen. Een verdachte die voor een zware misdaad is aangeklaagd, bekent een mindere misdaad, waar het OM vervolgens mee akkoord gaat. Dat maakt het strafrecht tot een markt waar onderhandeld wordt over de straf. Voor beide partijen verkeerd, vindt Dalrymple. Hij vindt dat veel rechters over het algemeen te lankmoedig zijn, soms tot in het absurde toe.


Dalrymple houdt niet van versluierend woordgebruik. Wij zeggen vaak dat een veroordeelde die wordt vrijgelaten “de schuld aan de maatschappij” heeft afbetaald. Maar een gevangenisstraf uitzitten is geen ‘dienen’ en ook geen ‘schuld voldoen’. Je misdaad is er niet mee uitgewist.


Dalrymple heeft een originele kijk op zaken, afwijkend van het gangbare correcte patroon. Een pedofiel wordt belaagd door moeders met kinderen aan de hand. Ze gillen en ballen hun vuist, waarbij ze hun kinderen doodsangst aanjagen. ‘Gek genoeg zien die moeders dit niet als een soort kindermishandeling en komt het ook niet in ze op dat hun eigen levenswandel vaker wel dan niet heeft bijgedragen tot een toename van kindermisbruik’ (blz. 136). En elders – nog steeds in het kader van pedofilie – staat de bijtende opmerking dat ‘veel meisjes in Groot-Brittannië er na schooltijd uitzien of ze de ambitie hebben zo snel mogelijk de prostitutie in te gaan’ (blz. 141). Over de pedofiel zelf die voor de rechter kwam, lezen we: ‘Hij behoorde tot de blanke arbeidersklasse en kon dus veilig door de autoriteiten vervolgd worden’ (blz. 142).


Scherp tekent Dalrymple de incompetentie en het morele bederf van de politie. Kritiekpreventie is belangrijker geworden dan misdaadpreventie. De leiding is meer geneigd om meerderen te behagen dan om het publiek te beschermen (blz. 153). Met kunstgrepen worden misdaadcijfers laag gehouden en aangiftes buiten de statistieken gehouden. Incompetentie en bureaucratie hebben de kwaliteit van het politiewerk zwaar aangetast. Maar dezelfde fatale combinatie doet zich ook voor in de psychiatrie en het rechtssysteem. Het verwijt dat een bepaalde aanpak blijk gaf van vooroordelen was al voldoende om elke behandeling te verlammen. Verschillende keren heeft Dalrymple meegemaakt dat vervroegd vrijgelaten veroordeelden weer aan het moorden sloegen. Op een gegeven moment noemt hij het hele juridische stelsel ‘verrot’ (blz. 209).


Dat zijn scherpe woorden, maar de vele voorbeelden die Dalrymple noemt, zijn toch wel even zoveel aanwijzingen dat er iets mis is in ons denken over misdaad en straf. Dalrymple schrijft vooral over Engeland, maar vergelijkbare misstanden komen ook in ons eigen land met regelmaat voor. Soms krijg je de indruk dat het justitiële apparaat (opsporingsdiensten en het gerecht) de wassende stroom aan incidenten, aangiftes en misdrijven niet meer aan kan.


Daarom moeten we Dalrymple niet wegzetten als een ‘conservatief’, een diehard die alleen maar zou focussen op streng straffen. Het is beter om na te denken over de vragen die zijn boek opwerpt. Zijn we wel op de goede weg met de bestrijding van criminaliteit? Moeten incompetentie en bureaucratie niet met veel meer inzet bestreden worden? Is straf alleen bedoeld ter correctie of moet straf ook vergelding voor wandaden zijn? Is ons rechtssysteem wel zo humaan als het wordt voorgesteld? Dit gelet op langdurige procedures, de verhouding tussen straf en misdrijf, het kwijtschelden van een deel van de straf, soepele verlofregels en dergelijke meer. Welke ruimte bieden we slachtoffers voor hun verhaal?


Tegenstanders verwijten Dalrymple nog al eens dat hij onbarmhartig is. In dit boek laat Dalrymple echter ook regelmatig zijn zachte kant zien en uit hij zijn mededogen met zijn patiënten. Desondanks is hij van mening dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken.


Ik vond dit boeiende en goed geschreven boek een prima aanzet om aan de hand van vaak verbijsterende casussen na te denken over de vraag hoe meer effectiviteit bereikt kan worden in de keten van strafvervolging en terugkeer in de samenleving.


ISBN: 9789046822784 | Paperback | 283 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | oktober 2017

© Henk Hofman, 28 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Misschien wordt 't morgen beter
Cornelis Vreeswijk
De blues tussen Stockholm en IJmuiden

Rutger Vahl


Dit boek schetst een portret van deze Nederlandse zanger, die in Zweden wereldberoemd werd, maar in Nederland nooit echt wist door te breken. Cornelis Vreeswijk wordt in 1937 geboren in IJmuiden, waar hij ook opgroeit. In 1950 besluit z'n vader met het gezin naar Zweden te emigreren. Dat betekent dat Cornelis van de HBS in Nederland terugkomt in de laatste klas van de lagere school in Zweden. Hij leert al snel Zweeds en wil eigenlijk schrijver worden. Uiteindelijk schrijft hij liedjes en wordt hij zanger.


Het boek gaat over de weg naar het succes en de problemen die Cornelis heeft. Drank speelt een belangrijke rol in het leven en er zijn ook de aanvaringen met de belastingdienst en justitie. Zo zit Cornelis enige tijd in de gevangenis wegens openbare geweldpleging.
De auteur veegt de donkere kanten van de zanger niet onder het tapijt en het een en ander wordt ook niet vergoelijkt, zoals blijkt uit dit fragment:


"'Ik stond op eenzame hoogte, maar dat is een kwetsbare positie bleek later. Mijn satirische opmerkingen over de Zweedse politieke personen en toestanden werden me steeds minder in dank afgenomen. De kritieken spitsten zich toe op het feit dat ik eigenlijk toch maar een buitenlander ben. Die Hollander moet braaf z'n mond houden of anders maar vertrekken, schreven ze.' Het was een al te romantische voorstelling van zaken. Cornelis was gestraft voor herhaaldelijke openlijke geweldpleging en mocht niet klagen dat hij er met drie maanden cel van af was gekomen."


Hoewel hij in Zweden succes heeft, wil hij ook graag doorbreken in Nederland, iets wat niet echt lijkt te lukken. Hij scoort wel een paar hitjes, maar de kritieken zijn niet bepaald positief te noemen.


Tegen het eind van z'n leven wil Cornelis zich tot Zweed laten naturaliseren, maar dit blijkt op allerlei problemen te stuiten. Z'n onderwijzers moeten verklaren dat hij het Zweeds goed beheerst en het feit dat hij met z'n teksten al lang heeft laten zien het Zweeds te beheersen, lijkt niet ter zake te doen. Na 30 jaar is het natuurlijk onmogelijk om nog onderwijzers te vinden en uiteindelijk schrijft iemand anders een brief voor hem. Dan hoeft het ineens niet meer voor Cornelis als hij ziet dat een buitenlandse bokser die voor Zweden wil uitkomen, in een paar weken een paspoort krijgt.


Al met al is het weer een mooi boek over een in Nederland nooit op waarde geschatte zanger en tekstschrijver, die oog had voor mensen die het moeilijk hadden in de samenleving. Een man die niet gemakkelijk in de omgang was en zich door z'n drankgebruik vaak in de problemen heeft gebracht, maar toch ook z'n charmes had, waardoor men steeds weer bereid was om met hem in zee te gaan. Het boek bevat een deel met foto's, terwijl er ook nog illustraties en een paar krantenstukjes tussen de tekst staan. Aan het eind van het boek vinden we een overzicht van het leven van Cornelis in jaartallen, een stamboom, een overzicht van z'n werken, per hoofdstuk een verantwoording over de bronnen, een dankwoord en een register.


ISBN 9789038898728 | Paperback | 303 pagina's | NUR 320 | Nijgh & Van Ditmar | april 2014

© Renate, 19 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dubbelbloed
Etchica Voorn


Dubbelbloed is het autobiografische verhaal van Etchica Voorn, dochter van een  Surinaamse vader en een Nederlandse moeder.


De ouders van Etchica scheidden toen ze vijf was en samen met haar zus groeide ze op bij haar Nederlandse moeder en haar ouders. In de volksmond was ze een “halfbloed”, maar al vanaf het moment dat ze als kind een spreekbeurt houdt over haar afkomst, voelt ze dat er iets niet klopt aan die term. Twee-bloed zou beter zijn, bedenkt ze dan al. Later komt ze de term “mulat” tegen, een term die haar aan de slavernij doet denken en waar ze dus nog minder affiniteit mee heeft. “Dubbelbloed” wordt voor haar de term die de lading het meest dekt. Niet half, maar dubbel. Niet één maar, twee culturen.


Het is een dubbelheid die haar maar zelden gegund wordt. De buitenwereld wil dat ze kiest. Ben je Nederlands óf Surinaams? Ben je wit óf ben je zwart? Dergelijke vragen brengen haar in een spagaat. Kiest ze voor haar Surinaamse kant dan verloochent ze haar Nederlandse kant, en andersom. Haar moeder leerde haar al jong niet te snel te oordelen, en zeker niet naar kleur. Iedereen is gelijk en kleur doet er niet toe. Daardoor was ze als kind niet zo bezig met haar kleur. Ze vond zichzelf door en door Nederlands, maar hoe ouder ze wordt, hoe minder haar Surinaamse deel zich laat verloochenen. Ook die kant is een stukje van haar en ook door die kant wil ze graag erkenning en gezien worden.  Maar dat blijkt niet mee te vallen... vinden de Nederlanders haar te Surinaams, de Surinamers vinden haar veel te Nederland, zodat ze voor haar gevoel nérgens bij hoort. En dat terwijl ze  juist zó graag ook bij haar Surinaamse familie wil horen.


Als kind schrijft ze stapels brieven naar haar Surinaamse Oma, brieven die nooit beantwoord worden. Net voor haar sterven ontmoet ze die Oma hier in Nederland, maar die wil niets van haar weten. Kort daarna overlijdt haar Oma en eigenlijk verliest ze op dat moment twee Oma’s… de echte Oma, en de droomoma, die haar met open armen zou ontvangen en haar in zou lijven bij haar Surinaamse familie. Het voelt alsof dat deel van haar identiteit en haar familie geschiedenis met haar Oma mee het graf is ingegaan.


Op zoek naar erkenning en naar haar “roots” gaat ze op reis naar Suriname. Het  is een deel van een ontdekkingstocht in haarzelf die jaren duurt, onderweg naar een plek waar het er allebei mag zijn en waar ze nóch haar Nederlandse, noch haar Surinaamse kant hoeft te verloochenen. Als gevolg van die zoektocht transformeert in de loop de jaren haar spiegelbeeld langzaam van oer-Hollands naar dubbelbloedig, in een geleidelijk maar onvermijdelijk proces. Dat bracht onrust én verrijking met zich mee.


“Mijn wortels dringen steeds dieper in de grond die ook mij toebehoort hoewel de structuur van de bodem nog steeds onwennig voelt en vreemd”


Het is een tocht die nog niet ten einde is, maar waar de contouren zich steeds duidelijker aftekenen, onderweg naar een plek waar ze beide kanten niet hoeft te verloochenen, noch van anderen, nog van zichzelf. Niet als halfbloed, maar als dubbelbloed. Niet als armoede maar als rijkdom.


Boeiend en actueel boek in een tijd waarin veel mensen leven met een dubbele nationaliteit of afkomst, die vaak het gevoel hebben tussen wal en schip te vallen en in plaats van bij twéé groepen, nérgens bij te horen.


ISBN 9789062659692 | 174 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | september 2017

© Willeke, 20 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zelfcompassie voor je kids
Tekst en muziek liedjes: Nina van Herwegen
Illustraties: Philippe Decaluwé
Tekst: David Dewulf


David Dewulf is een expert op het gebied van mindfulness. Hij schreef er vijftien boeken over, richtte het Instituut voor Aandacht en Mindfulness op en leidt trainers op in België en Nederland, dus het was niet meer dan logisch dat hij dit ook aan zijn eigen kinderen door zou willen geven. Hij volgde daarvoor een mindfulnesstraining voor kinderen in de Verenigde Staten, maar eenmaal thuis kwam hij er achter dat het nog niet zo eenvoudig was om zijn kinderen te motiveren de oefeningen ook echt te dóen. Totdat hij zich realiseerde dat zijn kinderen vooral graag luisteren naar verhalen en zo ontstond zijn eerste kinderboek, Mindfulness voor je kids. Dit tweede boek, Zelfcompassie voor je kids, is daarop een vervolg, maar je kunt zo ook prima los van elkaar lezen.


Zelfcompassie is het vermogen om op een gezonde, zorgzame manier om te gaan met lastige ervaringen en tegenslagen.  Onze natuurlijke reactie is dan vaak keihard vechten en/of onszelf of anderen genadeloos veroordelen. Bij zelfcompassie mag de pijn en het verdriet er gewoon zijn. Je stopt met jezelf te bekritiseren en je aanvaard jezelf zoals je bent, met je sterke en zwakke kanten en met je héle verhaal. Zelfcompassie kan ook kinderen helpen. Ook zij krijgen vaak grote problemen en zorgen op hun pad, en ook kinderen kunnen zichzelf genadeloos kritiek geven, of zichzelf de schuld geven van zaken waar ze niets aan kan doen. Dit boek kan hen helpen meer compassie voor zichzelf te ontwikkelen.

In beide boeken komen karakters voor die de elementen van mindfulness een stuk tastbaarder maken. Zo heb je Kwebbly, de drukke stem in ons allemaal, die van de hak op de tak springt en die het onmogelijk maakt je gedachten maar bij één ding te houden. Ook Pol de Trol verschijnt in beide boeken op het toneel. Hij staat voor wijsheid en na ieder hoofdstuk laat hij zijn licht over de gebeurtenissen schijnen en geeft goede tips. Verder is er Grommy, het personage in ons dat met boosheid reageert en zich altijd meteen aangevallen voelt. Hij is onze genadeloze innerlijke criticus en geeft op alles wat wijzelf en anderen doen commentaar. Tot slot is er gelukkig ook nog Hartenlief, die staat voor liefde en compassie en voor op een zachte manier omgaan met jezelf en anderen.


In het boek volgen we Julie en haar vrienden, ze maakt van alles mee, mooie dingen waar ze blij van wordt, maar ook verdrietige en vervelende dingen. Alle grote en kleine emoties komen voorbij… blijheid, dankbaarheid, maar ook verdriet, eenzaamheid, jaloezie, boosheid, angst en faalangst. Grommy maakt het haar regelmatig moeilijk, hij maakt kabaal in haar hoofd, of fluistert dat ze dingen niet kan, dat ze geen fouten mag maken, dat het stom is en wat anderen wel niet zullen denken. Vaak is hij zo boos dat Julie de andere stemmen in haar hoofd niet meer kan horen. Gelukkig is Hartenlief er ook, ze fluistert bemoedigende dingen in Julie’s oor…. Dat ze goed is zoals ze is, dat fouten maken best  mag en dat wat anderen denken hún zaak is en niet die van haar. Pol de Trol is er uiteraard ook, hij vertelt haar wat er nu precies gebeurd is en geeft tips en opdrachten.


Bij het boek zit  een cd met liedjes  en oefeningen, met Pol de Trol, Hartendief en Grommy  zodat je ook naast het boek kunt luisteren en oefenen. Het boek schets veel herkenbare situaties voor kinderen en de opdrachten zijn erg praktisch en vaak creatief. Zo is er bijvoorbeeld de opdracht om Grommy , die boze herrieschopper, te tekenen en hem grappige hoedjes op te zetten. Daar wordt hij meteen al een stuk minder eng van. Ook Grommy mag er zijn, wees aardig tegen hem, maar weet dat je niet altijd naar hem hoeft te luisteren, stuur hem af en toe maar eens lekker op vakantie.


Mijn enige bezwaar bij dit boek is, dat hoewel er duidelijk geprobeerd is alles zo toegankelijk mogelijk te maken, de taal  tussen de verhaaltjes door toch  regelmatig  te ver af staat  van de spreektaal van kinderen, zoals …


“Als je zorg wilt dragen voor je kwetsbaarheid is het belangrijk je behoeften te kennen en te accepteren”


Of een meisje wat na haar ruzie zegt ...


“Ik heb behoefte aan liefde en mijn vriendschap met jou is heel belangrijk.”


Ik hoor het de kinderen in mijn omgeving nu niet bepaald meteen zeggen. Daar tegenover staat een erg sterk slot van het boek waar per situatie ( stress, piekeren, boosheid, verdriet, angst, eenzaamheid, pech, spijt) in een paar punten aangeven wordt hoe je daar het beste mee om kunt gaan.


Kortom, met een beetje voorleesbegeleiding erbij om de af en toe wollige zinnen tot spreektaal terug te brengen, een heel nuttig, leuk en praktisch boekje als je samen met je kinderen  aan mindfulness wil doen en hen wil leren om met meer compassie voor zichzelf en anderen door het leven te gaan.


ISBN 9789401441773 |Hardcover | 94 pagina's | Uitgeverij Lannoo | oktober 2017

Willeke, november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Marskramer van de muze
Leo Boudewijns


Wat een heerlijk boek is dit. Daar zou ik het misschien bij kunnen laten, maar ja, het moet toch wel een bespreking worden.


Leo Boudewijns heeft diverse functies gehad in de platenindustrie en schrijft in dit boek korte stukken over z'n leven en z'n liefde voor muziek. De stukken gaan vaak over klassieke muziek, die zoals hij ergens schrijft niet voor 'ons soort mensen' is, maar ook de lichte muziek komt aan bod. In de eerste plaats is er dan de muziek uit de jaren 30 en 40 en later komen ook nog Franse chansons en het 'betere' Nederlandse lied komen voorbij. Gezien de leeftijd van de auteur is het niet vreemd dat het bij de lichte muziek rond de jaren 50 stopt.


Het zijn persoonlijke stukken geworden, waarin je soms meer leest over z'n ontwikkeling en z'n werk in de platenindustrie en die op andere momenten meer over de muziek gaan. Hij geeft ook aan dat hij wel van mening is veranderd over de authentieke uitvoeringspraktijk, waarbij grote symfonieorkesten worden vervangen door kleinere ensembles, die meer in overeenstemming zijn met de ensembles die de muziek ten tijde dat ze geschreven werd, uitvoerden.


Ook musical komt in het boek aan bod, waarbij de auteur een zekere aversie lijkt te hebben tegen de modernere musicals, waarbij hij onder andere Phantom of the Opera (waarvan de muziek is geschreven door Andrew Lloyd Webber) noemt, hoewel hij dan wel waardering op kan brengen voor Evita en Cats (van dezelfde componist).


Al met al is dit een leuk boek om in te grasduinen, of om gewoon van kaft tot kaft te lezen. De verhalen gaan niet alleen over de muziek, maar ook over hoesontwerpen, z'n eigen muzikale ontwikkeling en een klein beetje over z'n persoonlijk leven. Het boek bevat ook nog wat foto's tussen de tekst.


ISBN 9789492395153 | Paperback | 269 pagina's | Uitgeverij Prominent | oktober 2017

© Renate, 26 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

alt25 gram geluk
hoe een egeltje je leven kan veranderen
Massimo Vacchetta en Antonella Tomaselli


Massimo Vacchetta is dierenarts, maar tevreden over zijn loopbaan is hij niet meer. Wat dan wel? Hij weet het niet. Zijn vriendin Greta stelt voor dat hij een praktijk voor kleinere dieren begint. Zijn patiënten zijn namelijk vooral koeien die moeten kalveren. Maar is huisdieren chippen en vaccineren dan wel zijn levensdoel? Hij betwijfelt het, maar is toch gaan werken in een praktijk met vooral kleine dieren. Dan ziet hij op een dag dat hele kleine diertje.


‘Het egeltje had zijn oogjes nog dicht. Zijn huid was helemaal roze, zonder vacht. Zijn stekels waren wit en zacht en zaten een beetje door de war. Ze staken vlak achter zijn piepkleine oortjes omhoog en liepen verder over zijn rug.’


De egel is een vrouwtje, een weesje. Later zal Massimo haar Ninna noemen, en ze zal altijd zijn speciale egel blijven. Aanvankelijk heeft hij geen idee wat hij met het diertje moet. Zo totaal anders is het dan de boerderijdieren die hij gewend is!
Om de drie uur voeden, maar waarmee? En ze is koud, hoe warm je zo’n beestje op? Wat wil het diertje duidelijk maken met dat zachte gehuil?
Ze weegt slechts 25 gram als Massimo voor haar begint te zorgen. Door haar raakt hij verslingerd aan egels. En al snel weten andere dierenartsen dat en zij verwijzen mensen die een zieke egel hebben gevonden naar hem.
Langzaam rijpen er plannen om een officiële egelopvang te beginnen, maar dat blijkt niet zomaar te kunnen. En hij kan het ook niet alleen. Gelukkig zijn er meer mensen zoals hij, mensen wiens hart speciaal voor egels klopt. Vooral voor Ninna, het kleine egeltje dat zijn leven weer een doel geeft.


Het moeilijkste blijkt het loslaten. Met je verstand weet je dat: egels horen niet in een afgebakende ruimte, hoe groot en hoe mooi die ook is. Egels moeten in de vrije natuur voor zichzelf zorgen en als je een egel eenmaal zover hebt opgelapt dat het diertje het zelf ook kan, moet je het loslaten. Ook Ninna, als zij eenmaal opgegroeid en sterk is. Maar Massimo lijkt wel verliefd op zijn eerste egel…

Dat is wat het boek heel erg uitstraalt: verliefdheid. De liefde voor egeltjes, ook als ze bijten, ook als hun stekels je huid doorboren tot bloedens toe, je accepteert hen, en blijft ze liefdevol verzorgen. Massimo en zijn helpers zijn ware dierenvrienden.


De Italiaan Vacchetti, die dit boek samen schreef met Antonella Tomaselli heeft het geluk om in een omgeving te wonen waar egelopvang gerealiseerd kan worden. Daarbij werd hij geholpen door Remigio Luciano, de oprichter van het CRAS, Centro Recupero Animali Selvatici in Cuneo.
In het boek zijn ook foto’s opgenomen. Vertederend, zo’n klein wezentje op een mensenhand…


ISBN 9789400509115 | hardcover | 192 pagina's | Uitgever Lev. | september 2017
Vertaald door Saskia Peterzon-Kotte

© Marjo, 28 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

25 Eeuwen theologie
Teksten en Toelichtingen
Laurens ten Kate en Marcel Poorthuis (red.)

Wat een knap handboek is dit geworden! En wat een enorme hoeveelheid werk is er verzet om dit resultaat te bereiken. In 100 portretten geeft dit boek een overzicht van Joodse, Christelijke en Islamitische denkers over vraagstukken op het snijvlak van theologie en filosofie. Voor elk portret is een deskundige aangetrokken. In enkele bladzijden geeft deze auteur een typering van het theologisch denken van de geportretteerde. Daarna volgt een kenmerkende passage uit diens oeuvre. Het boek opent met Mozes en sluit af met Jürgen Moltmann. Het overzicht is ingedeeld in negen perioden. De eerste periode beschrijft de geboorte van de theologie (1400 v. Chr.-100 na Chr.). De laatste periode is de 20e eeuw (1900-2000). Elke periode wordt voorafgegaan door een inleiding die de twee redacteuren hebben geschreven.


Op deze wijze is een doorwrocht werk ontstaan over 25 eeuwen theologisch denken. In kort bestek treft de lezer hier een grondige en rake typering aan van het theologisch denken uit het erfgoed van drie wereldgodsdiensten: jodendom, christendom en islam. Tekst en toelichting zijn prima aan elkaar geschakeld.


Vanzelfsprekend kan de vraag gesteld worden wat de relevantie van dit boek is voor onze moderne geseculariseerde samenleving. Neem nu eens het hoofdstuk over Gomarus en Arminius (begin 17e eeuw). Twee personen die voor het grote publiek onbekend zullen zijn, en die bovendien met elkaar van mening verschilden over een onderwerp dat in onze tijd als totaal achterhaald wordt beschouwd. Dat onderwerp betrof de vraag: als God bestaat – en volgens beide theologen bestond God – wie komt er dan in de hemel en hoe kom je daar? Deze vraag stortte de Republiek in het begin van de 17e eeuw bijna in een burgeroorlog en heeft de grote staatsman Johan van Oldenbarnevelt het leven gekost.


Wie zich in deze kwestie verdiept, komt tot de ontdekking dat het wel degelijk om grote levensvragen ging. Het gestelde probleem raakt onze visie op God en mens, de verhouding tussen die beide, de vermogens ten goede van de mens of het ontbreken van die vermogens. Heeft de mens een vrije wil? Waaruit bestaat de verantwoordelijkheid van de mens? Is de mens bepaald bij zijn geboorte of kan hij zijn leven zelf ontwerpen? Denk bij deze laatste vraag eens aan de moderne discussie over heteroseksualiteit en homoseksualiteit. Ligt het vast in onze genen? Dan zijn mensen onvrij. Zijn mensen vrij? Dan is het een keuze voor het een of het ander.


Twee hoofdstukken na het hoofdstuk over Gomarus en Arminius wordt Blaise Pascal (ca. 1650) geportretteerd. Hij wijst erop dat het de veiligste keus is voor mensen om aan te nemen dat God bestaat. Stel dat je losbandig leeft alsof God niet bestaat, dan zijn de gevolgen verschrikkelijk als je sterft. Leef je daarentegen vanuit de gedacht dat God bestaat, dan leid je in alle opzichten een goed leven. Blijkt God toch niet te bestaan dan is er niets verloren. Blijkt God wel te bestaan dan heb je alles gewonnen.


Een derde voorbeeld van het belang van dit boek betreft het thema geloof en rede. Hoe verhouden zich die twee tot elkaar? Steeds weer, in allerlei varianten, komt dit thema aan de orde bij de grote denkers. Het zijn vraagstukken die ook binnen de Islam een grote rol spelen.


Natuurlijk kun je kijken naar de lijst van besproken denkers. Wie ontbreekt er? Wie hoort er niet op thuis? Waarom wel Bavinck en niet Kuyper? Ik vind het echter knap om in deze omvang zoveel theologen te bespreken.


De redactie heeft ervoor gekozen om de drie grote monotheïstische godsdiensten te bespreken: jodendom, christendom en islam. Geen van deze drie is ontstaan op Europese bodem, maar zij hebben wel hun stempel gedrukt op de identiteit van dit continent. Ze verschillen enorm van elkaar, maar hebben ook treffende overeenkomsten. Bijvoorbeeld hun geloof in één God, in een schepping en hun respect voor het leven. Het is zeer de moeite waard om na te gaan hoe onze moderne maatschappij gevormd is door deze drie stromingen. Vanaf de Verlichting eind 18e eeuw gaat de Europese geschiedenis een andere kant op. Die van ratio, wetenschap, techniek en secularisatie.


Dit boek is heel geschikt voor onderwijsdoeleinden en tevens een prima naslagwerk! Van harte aanbevolen.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN: 9789461059307 | Paperback | 740 pagina's | Uitgeverij Boom | mei 2017 

Henk Hofman, 9 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Oppervlaktetrilogie
Heerlijke platte wereld
Filosofische schetsen over stedebouw, metafysica, liefde en godsdienst
Tom Zwitser

Tom Zwitser is filosoof en directeur van uitgeverij De Blauwe Tijger in Groningen. Hij legt zich toe op het uitgeven van boeken die tegen het heersende opinieklimaat ingaan. Ik denk dan onder meer aan het boek van Robert Lemm over de invloed van het Verlichtingsdenken op onze maatschappij, Martin van Creveld die het thema van de vrouwenemancipatie fileerde en Wim van Rooy over de in zijn ogen mislukte multiculturele samenleving. Daarnaast geeft De Blauwe Tijger bekende en minder bekende klassieke teksten uit.


De Blauwe Tijger is opgericht in 2013 en geeft jaarlijks tien tot vijftien titels uit. Heel zorgvuldig selecteert Tom Zwitser auteurs en thema’s om onderscheidend te zijn ten opzichte van andere uitgeverijen. Ik denk dat hij daar goed in slaagt. Tom Zwitser levert zelf ook een bijdrage aan het oeuvre van zijn uitgeverij. Hier bespreken we zijn Heerlijke Platte Wereld.

Het is geen eenvoudig boek geworden. Dat geeft de auteur zelf ook aan. In het bijzonder de eerste twee hoofdstukken zijn pittige kost. Tom Zwitser is filosoof en geen onderwijskundige. Anders zou hij zich iets meer bezighouden met de vraag hoe hij zo kan schrijven dat hij zoveel mogelijk lezers mee krijgt in zijn betoog. Maar goed, de lezer die zich niet uit het veld laat slaan door een abstract betoog in het begin van dit boek wordt wel beloond met verrassende inzichten van de schrijver.
Op vier kernbegrippen voltrekt zich volgens dit boek vanaf de late Middeleeuwen een ommekeer in ons denken: Ziel, Huwelijk, Volk en God (blz. 17).


Ik richt me vooral op de aandacht die Tom Zwitser geeft aan de afnemende rol en betekenis van de man en vader voor samenleving en gezin. Dat loopt toch wel als een rode draad door het boek heen. Het originele hierin vind ik dat Tom Zwitser de focus niet richt op de emancipatie van de vrouw, maar op de consequentie van deze emancipatie voor de man: de afnemende betekenis van de man en de mannelijke identiteit. De balans tussen beide geslachten raakt verstoord en dat is een bedreiging voor huwelijk en gezin. Dat is ernstig, stelt Zwitser, want als huwelijk en gezin omvervallen, kan een volk geen weerbare gemeenschap met gezonde burgers voortbrengen (blz. 23).


Het valt mij als historicus altijd op hoe moeilijk het is om een zeker evenwicht te handhaven. Het juiste evenwicht was reeds voor de oude Grieken een na te streven ideaal. Daar moeten we ons op toeleggen, want anders slaan we door naar uitersten. Dat zien we treffend in onze tijd als het gaat om de verstandhouding tussen mannen en vrouwen.


In de woorden van Tom Zwitser is de man en vader ‘aan de kant gezet in de poging om hem te feminiseren en iedere poging van staatswege om de vader te redden is vrijwel altijd een poging om een gefeminiseerde vader terug te krijgen. In feite accepteert men de vader als vader niet. Hij is nu hooguit een verwekker of tweede moeder’ (blz. 128). Kijk, dit is een formulering die voor iedereen te volgen is en die een actueel item bloot legt. Ik denk aan het NOS-Journaal waar men bij voorkeur de man filmt die een baby verschoont. Daar is op zich niets mis mee, maar het gaat om het patroon van denken en het propageren van een rolverwisseling. Politiek en media lopen hiermee voorop.


Door de desintegratie van het gezin groeit echter al decennialang de sociale problematiek: probleemgezinnen, eenoudergezinnen, meervoudig samengestelde gezinnen. Een surplus van vrouwelijkheid en een tekort aan mannelijkheid gaan ten koste van zowel de man als de vrouw. Omgekeerd geldt dat natuurlijk evengoed.


Nog een citaat: ‘Man en vrouw leven tijdelijk met elkaar samen en een groot percentage gezinnen bestaat uit ongetrouwde ouders, die al een huwelijk of een relatie met kinderen achter de rug hebben. Kinderen in het nieuwe gezin hebben niet dezelfde ouders, of wonen de helft van de tijd in het ene huis en de andere helft in het huis van een andere biologische ouder. Een echt stabiel thuis wordt op deze manier steeds zeldzamer’ (blz. 17).

Het is echt zeer de moeite waard om kennis te nemen van deze en vergelijkbare quotes over mannen en vrouwen en de wijze waarop ze samenleven (of niet). Daarnaast treft de lezer in dit boek interessante uiteenzettingen aan over de verhouding stad en platteland, stedebouwkundige ontwikkelingen in de 19e eeuw en hun invloed op het huiselijk leven. Het magdan hier en daar een moeilijk boek zijn, ik vond het ook een fascinerend boek. Tom Zwitser doorbreekt een eenzijdige moderne en seculiere kijk op onze samenleving. Hij is heel goed ingelezen in zijn onderwerp.


Op bladzijde 46 schrijft de auteur dat Paulus de veelwijverij verbood voor leidinggevenden en niet voor leken. Dat verbaasde mij. De Bijbel, inclusief Paulus, schrijft alle mensen monogamie voor. Mannen die zich daar niet aan houden, mogen geen ambtsdrager in de kerk worden, schrijft Paulus. Misschien dat hier het misverstand vandaan komt.


Op bladzijde 57 stelt Zwitser dat de verkondiging van een totaal verdorven mens onlogisch is en met het gezonde verstand niet te begrijpen. Maar welke kerk staat een totale verdorvenheid van de mens voor? In de Nederlandse Geloofsbelijdenis – bij Zwitser bekend las ik en in gebruik bij protestantse kerken - staat in art. 14 dat er in elk mens ‘kleine overblijfselen’ van het oorspronkelijke goede zijn overgebleven. Het is dan weliswaar niet veel, maar toch.

In mei 2016 verscheen Permafrost, het eerste deel van de Oppervlaktetrilogie. De proloog van deze trilogie Heerlijke platte wereld verscheen een paar maanden later. Heel graag vraag ik aandacht voor dit belangwekkende boek.


ISBN: 9789492161444 | Paperback | 178 pagina's | Uitgeverij: De Blauwe Tijger | oktober 2017.

© Henk Hofman, 14 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER