Nieuwe recensies Non-fictie

De vergeten soldaten van de Eerste Wereldoorlog
Dominiek Dendoove


Wie de plaatsen bezoekt van de monumenten en begraafplaatsen van de Eerste Wereldoorlog, kan zien dat daar niet alleen slachtoffers herdacht worden die behoorden tot de strijdende partijen, te weten de geallieerden en de Duitsers. Je ziet er ook vreemde buitenlandse en exotische namen. In totaal waren er zo’n zestig verschillende culturen vertegenwoordigd in de verschillende legers.


Aan beide zijden werd de afgelopen honderd jaar gemakshalve vergeten of genegeerd dat er ook groepen mensen met een andere cultuur bij de oorlog betrokken waren.
Zo is niet veel bekend van de grote groepen Indiërs (138.000, waarvan bijna 35.000 slachtoffers) en Chinezen (140.000, geschat wordt 20.000 slachtoffers). Zij waren ondergeschikten, werden veelal ingezet als kanonnenvlees, of als arbeiders, vooral voor opruimwerkzaamheden. Ook voor India en China waren zij niet van belang, hun inzet in Europa had geen enkel politiek gevolg in het Oosten. Historicus Dominiek Dendooven heeft onderzoek gedaan naar deze twee groepen Aziaten.


‘Oorlog gaat eerst en vooral over menselijk lijden. Door alleen te focussen op een politiek niveau, zoals staats vormen (of naties) worden de individuen die dit meemaakten tot op zekere hoogte ontmenselijkt en als niet-actieve actoren beschouwd. Alleen door individuele ervaringen te integreren  vermijden we uit het oog te verliezen wat oorlog met mensen doet.’


Zijn boek is dan ook grotendeels gebaseerd op getuigenverslagen, van de betrokkenen zelf en van de allochtonen die met hen te maken kregen. Dat is niet eens zo veel te vinden, gebleken is dat de Belgen en Fransen nauwelijks aandacht besteedden aan uitheemse mensen. Zij waren gewoon een van de onderdelen van de oorlog die hen in zoveel opzichten al raakte, dat het niet uitmaakte of een soldaat of arbeider Engels- of anderstalig was, vreemd waren ze allemaal. En de buitenlanders zelf, als ze al brieven schreven of een journaal bijhielden, dan is dat veelal verloren gegaan.


Dendooven behandelt in het eerste deel van zijn boek de Indiërs. Zij waren vooral in Britse dienst, India was een onderdeel van de Britse Gemeenschap. Het toenmalige India omvatte de huidige staten Pakistan, India, Bangla Desh en Nepal.
Wat verwachtten de Indiërs, als ze zich naar het verre onbekende lieten transporteren: in deze vreemde omgeving, in een klimaat dat zo anders was, met mensen die zich anders gedroegen. De Vlamingen en Fransen kenden bijvoorbeeld niet de hygiëne die de Indiërs als noodzakelijk beschouwden – afgezien van het feit dat hygiëne zo goed als onmogelijk was in de loopgraven.


Daar in die loopgraven raakte trouwens iedereen ontmenselijkt: er was totaal geen privacy, je kon niet anders dan samen slapen, samen eten, samen de latrine delen. Er was dan ook nog het probleem van de taal. Beheerste een Indiër al een beetje de Engelse taal, dan kenden de Fransen en Belgen die niet. Ook behoorden de Indiërs niet allemaal tot dezelfde bevolkingsgroep en kon het zijn dat ze elkaar niet eens verstonden. Hun superieuren waren vanuit de Britse kolonie gewend hen te beschouwden als ondergeschikt.


En dan was er nog de oorlogservaring zelf: onder vuur genomen worden, niet of nauwelijks getraind als soldaat, versnipperd verdeeld over het front, met de wetenschap dat zij niet gerepatrieerd zouden worden maar begraven - tegen hun cultuur! - In vreemde grond.
Een deel van hen kwam naar Europa omdat ze schulden af moesten lossen, een deel om iets van de wereld te zien, een deel werd gerekruteerd door missionarissen. Hun leeftijd was zeer divers, velen ook te jong of te oud om van nut te kunnen zijn.
Zoals gezegd ‘schoten ze er weinig mee op’ dat ze in den vreemde streden. De Britten weigerden hen 'als beloning' meer zelfstandigheid te verlenen. Er was wel enige bewustwording, maar dat bleef vooral van individuele aard. Het had nog enige tijd nodig voor de nationalisten hun wens in vervulling zagen gaan. De vraag is ook of dit zonder deze oorlog anders was geweest.


Voor de 140.000 Chinezen lagen de zaken grotendeels gelijk. Alleen werden zij hoofdzakelijk gerekruteerd als arbeiders: om munitie te sjouwen en doden begraven. Ook voor hen was er de cultuurschok en ook zij werden als minderwaardig beschouwd. De ‘koelies’ waren evenwel geen Brits onderdaan. Van hen werkten er 40.000 voor de Fransen en 94.000 stonden er onder Brits bevel. Er werden speciale kampen opgericht voor de Chinezen. (Indiërs werden gehuisvest zoals de Britten)


Chinezen  vertrokken uit hun vaderland vanwege het avontuur, of om slechte omstandigheden thuis te ontvluchten. Onder hen zat ook nogal wat gespuis, er was geen strakke leiding en de omstandigheden waren verleidelijk: bij het opruimen van de slagvelden raapten zij ook wapens op.
Het werk dat zij deden was behoorlijk zwaar: het waren vooral de Chinezen die de menselijke resten op het slagveld bijeen moesten rapen. Wat dat met een mens doet, valt niet eens te raden.
De hoop op verbetering in het thuisland werd net als bij de Indische groep veelal de kop ingedrukt. Bij de vredesbesprekingen werden beide groepen genegeerd.


Hoewel het een goed lopende en absoluut zeer interessante tekst betreft is het een vrij pittig relaas over twee onderbelichte groepen die tijdens  en enkele jaren na de Grote Oorlog het gebied Vlaanderen, Noord-Frankrijk mede bevolkten. Er is natuurlijk sprake van vele feiten, maar gelukkig is er een afwisseling met getuigenverklaringen (brieven en dagboekfragmenten) en er zijn foto(katernen).


Dominiek Dendooven is historicus en wetenschappelijk medewerker van het In Flanders Fields Museum. Hij bestudeert er onder meer de geschiedenis van niet-Europese troepen tijdens de Eerste Wereldoorlog.


ISBN 9789462671607 | Paperback | 317 pagina's | Uitgeverij Epo| mei 2019

© Marjo, 11 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Levens redden
Verhalen van een hartchirurg
Stephan Westaby

 

Een vooraanstaande Britse cardioloog blikt in dit boek terug op zijn carrière waarin hij zo’n 12.000 mensen heeft behandeld. In een inleidend hoofdstuk wordt het functioneren van het hart uitgelegd.


Het begin is als een spannend jongensboek wanneer hij onopgemerkt als student geneeskunde een hartoperatie, die echter mislukt, weet bij te wonen. Hij haalt meer herinneringen op uit de tijd dat hij werkzaam was op de autopsie- en operatiekamer en dan al opvalt door zijn ambities en medische kunde.


In de verhalen is veel ruimte voor het medische proces waarbij de auteur gedetailleerd uitlegt wat er met een patiënt aan de hand is en vervolgens de medische handelingen benoemt. Hij doet dat in zo begrijpelijk mogelijk taal en daarin is hij best geslaagd. Toch vraagt het boek wel om een stevige dosis medische interesse en eigenlijk ook wel enige medische kennis. Pas dan kan de lezer de tekst echt op waarde schatten en het verhaal doorgronden. Wat dit betreft is het een leerzaam boek voor iedereen die in de zorg werkzaam is.


Het zijn aangrijpende en vaak ook wel spannende verhalen waarin het een kwestie is van leven of dood waarbij de tijd telt en het aankomt op beslissend medisch handelen. Menigmaal is Westaby dan ook degene die – samen met het team – het leven van een patiënt redt. Hij vertelt daarbij ook over de vaak onverwachte tegenslagen en de moeilijke afwegingen die snel moeten worden gemaakt. De lezer krijgt zo van dichtbij zicht op het ingewikkelde werk van een cardioloog al moet daarbij natuurlijk wel worden bedacht dat dit de ‘bijzondere gevallen’ zijn: mensen met een zeer specifieke aandoening of een ingewikkelde medische situatie.


Niet alle operaties zijn succesvol zoals degene die in Arabië plaatsvindt waar hij tijdelijk werkzaam is. De hartoperatie bij een jonge vrouw heeft niet het gewenste resultaat en ondanks alle inspanningen overlijdt zij. Het is misschien wel één van de meest aangrijpende verhalen uit het boek. Na een andere mislukte operatie zegt hij terugblikkend: ‘Het was de zwaarste dag van mijn carrière’, pag. 244.


Meerdere operaties hebben een min of meer experimenteel karakter omdat er gebruik wordt gemaakt van medische technologie – kunsthart – die nog niet helemaal is uitontwikkeld. Westaby voelt zich medisch geroepen om dit tóch te doen omdat de patiënt anders onherroepelijk zou zijn gestorven. Bij andere operaties doen zich onverwachte complicaties voor. De spanning is voelbaar maar ondanks alle inzet kunnen Westaby en zijn team de dood van de patiënt toch niet voorkomen. ‘De marge tussen leven en dood is zo smal. Overleven hangt af van of de aanwezige medische staf in staat is om het probleem te behandelen, en vergt de toepassing van de juiste behandeling op het juiste moment’, pag. 101.


Ieder hoofdstuk heeft een mooi motto zoals hst. 7 ‘Saving Julie’s heart’ met: ‘Nooit is het voor iets te laat, tot het vermoeide hart ophoudt en niet meer slaat’.  Wanneer Julie later op een medisch congres aanwezig is zegt Westaby: ‘Je aanwezigheid hier is het mooiste kerstgeschenk voor ieder van ons’, pag. 121.


In een ander verhaal komt Westaby terug uit Australië om met spoed een baby in Groot Brittannië te opereren. Het is een zeer cruciale en experimentele ingreep die een goed resultaat heeft.


Alle verhalen worden mooi ingeleid door een sfeertekening van het leven van de desbetreffende persoon en de situatie waarin Westaby zich op dat moment bevindt. Hij maakt de lezer deelgenoot van zijn medische overwegingen en benoemt ook gevaarlijke momenten en struikelblokken die hij tijdens de operatie tegenkomt. Als arts is hij zeer betrokken bij mensen en juist vanuit die houding treedt hij vaak koelbloedig op: ‘Ik leed voor mijn beroep’, pag. 211.


Wanneer hij een huilende vrouw in de gang van het ziekenhuis tegenkomt, informeert hij wat er aan de hand is en grijpt in en redt zo het leven van haar stervende echtgenoot.


Een bijzonder boek dat zeker voor mensen die in de zorg werken herkenning zal oproepen en bij anderen respect afdwingt.


ISBN 978 90 468 2266 1 | Paperback | 303 pagina’s | Nieuw Amsterdam | december 2017
Originele titel Fragile Lives, Vertaald door Ludo Hellemans

© Evert van der Veen, 10 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Yang Sheng
Pak vermoeidheid, stress en slapeloosheid aan met deze Chinese kunst om jezelf te helen
Katie Brindle


Yang Sheng betekent: voed het leven. Het is een Chinese filosofie van 2.500 jaar oud. Dit onderdeel van de Chinese geneeskunst stimuleert het lichaam om zichzelf te genezen van vele soorten kwalen zonder kruiden en naalden, aldus de schrijfster. De meeste behandelingen kun je zelf uitvoeren, kosteloos, op verschillende momenten van de dag. Ze zijn vooral gericht op preventie, niet zozeer op het genezen van bestaande kwalen.


In deel I spreekt de schrijfster over het Taoïsme, de krachten yin en yang die elkaar in evenwicht houden, de vitale energie Qi, een aantal basistechnieken voor Yang Sheng zoals Qigong (dynamische meditatie), enkele vormen van zelfmassage, ademhalingsrituelen, tapmethodes (op verschillende plekken van je lichaam kloppen), de hemel optillen (ademen en tegelijk met je handen bewegen).


Deel II heet Yang Sheng in de praktijk en bestaat uit zeven hoofdstukken:
1) Bewust ademhalen zodat je rust en energie krijgt en stress loslaat;
2) Eten zonder haast, langdurig kauwen, 20 minuten rusten na je eten, drinken voor en na, niet tijdens, drie keer per dag eten op dezelfde uren, niet tussendoor en niet meer na 19 u.;
3) Slaaptips, o.a. niet meer eten na 19 u. en geen gsm of pc na 22 u.;
4) Oefeningen voor gezondheid, kracht en energie. Deze verschillen sterk van onze sporten;
5) Verwerking van emoties: woede zit hier in de lever, verdriet in de longen etc. (p. 115).
Ook hier moet je geloven in de methodes om die emoties te beheersen;
6) De geest en opnieuw het overstijgen van emoties;
7) De huid en massagemethodes om te zorgen dat deze er goed uitziet.


Deel III gaat over zelfheling per seizoen. Hier krijgen we zinvolle tips zoals: eet lokale producten, vers voedsel, veel groenten (wat de Chinezen veel meer doen dan wij), minder vlees, train minder in herfst en winter en slaap dan van 22 tot 8 u. Voor de zomer geldt: slaap van 23 u tot zonsopgang. We krijgen ook een tabel met soorten voedsel per seizoen (p. 181). Thee moet elke dag, de soort varieert per seizoen.


Het boek is geschreven in een voor iedereen begrijpelijke taal. Wie de oefeningen wil aanleren, zal soms wat hulp nodig hebben. Twee details: op p. 13 beweert Brindle dat het bekendste medische handboek (Huangdi Neijing) al 4.000 à 5.000 jaar oud is, maar het Chinese schrift dateert pas van rond 1.300 v.C., dus 3.300 jaar geleden. Op p. 21 noemt ze het Taoïsme ‘5.000 jaar oud’, maar het dateert van 600 à 500 v.C., dus maximum 2.600 jaar.


De schrijfster verwacht van de lezer veel geloof in haar methodes en geduld om de oefeningen correct aan te leren en op de juiste manier uit te voeren. Eén voorbeeld: “Om woede weg te nemen, glimlach je naar je lever, om zorgen weg te nemen, glimlach je naar je maag” (p. 53). Mij lukt dat hoegenaamd niet. En ik dacht altijd dat emoties reacties zijn van onze hersenen op prikkels en niet van de lever of de maag. Maar ook wie niet gelooft in deze methode, kan in dit boek enkele nuttige tips vinden.


ISBN 9789022336571| Hardcover | 208 pagina’s |  22 x 15 cm | Uitgeverij Manteau, Antwerpen | september 2019.
 ‘Yang Sheng, the Art of Chinese Self Healing’  vertaald door Ingrid Buthod-Girard

© Jef Abbeel , 29 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Schrijf je boek in 1 jaar
Jacqueline Zirkzee, Jet Hoogerwaard, Michelle Shanti

Na het succes van de scheurkalender met schrijftips besloten de drie auteurs, op verzoek van de lezers van de kalender, meer schrijftips te leveren. Maar dan in boekvorm. De teksten in deze handleiding zijn kort maar effectief en opbouwend, na het lezen en het uitvoeren van de oefeningen en tips kom je als vanzelf bij het volgende 'seizoen'.


Het boek is namelijk opgedeeld in vier 'seizoenen', te weten:
- Zaaien
- Groeien
- Verzorgen
- Oogsten

Het zaaien bestaat vooral uit... beginnen!
Vervolgens krijgt de lezer allerlei bruikbare tips en oefeningen zodat er een goede start gemaakt kan worden in het schrijfproces. De auteurs schrijven alle drie in dit hoofdstuk over de aanvang het schrijven en wat daar allemaal bij komt kijken en waar je aan moet denken.
Creëer een schrijfplek, denk na over wat je wilt schrijven, fictie, non-fictie? Hoe kom je aan inspiratie? Wie vertelt het verhaal? Voor wie schrijf je het boek? Welke schrijftaal, welke stijl pas je toe in het boek? Welke stijl is passend bij welk boek? Past de taal bij je personage?  Klopt je verhaal? - bijv. bij een historische roman - Doe onderzoek, maak een dummie van je boek. Maak een boekenplan, daar kun je altijd op terugvallen, enz..


Het groeien
Dit is het belangrijkste 'seizoen'. Hierin ontstaat de ruwe versie van het verhaal.
'Omdat dit gedeelte de kern bevat van jouw project, neemt dit seizoen de meeste ruimte in tijdens het jaar van jouw boek.' schrijft Jacqueline Zirkzee. En natuurlijk hebben alle drie de auteurs weer motiverende en praktische tips en suggesties voor de schrijver in spé.


Maak een lijst van je personages met daarbij hun uiterlijke kenmerken, zodat een brildragende man niet een paar bladzijden later zijn contactlenzen uit doet. Of een blond kind even later niet veranderd is in een jongetje met rode krullen. Kijk welke naam bij het personage past, speel met namen. Houd jouw boekenplan in de gaten. Hoe kun je spanning, humor of erotiek in je verhaal brengen, hoe blijf je de lezer boeien. Hoe blijf je origineel? Let op de taal, gebruik synoniemen. Ook bijzonder is de tip om muziek op te zetten die bij jouw personage past, zodat je in de juiste sfeer komt.
Daarnaast kun je veel schrijfopdrachten uitvoeren, deze helpen je verder om in te zien hoe je naar personages kunt kijken, welke eigenschappen ze hebben. Je kunt bijvoorbeeld ook een interview houden met je personage(s), daardoor leer je ze beter kennen en blijft zij of hij levensecht. En... vertel niet teveel. (Show don't tell).
Kortom, er staat enorm veel informatie in dit gedeelte die de schrijver ondersteunt en verder op weg helpt zodat het boek ook daadwerkelijk geschreven zal worden


Verzorgen
In dit 'seizoen' is het wieden en snoeien van belang. Het boek is geschreven maar nog niet af. Het moet met een kritische blik gelezen worden, wat ongetwijfeld leidt tot schrappen van zinnen of stukken tekst. Ook kunnen tekstgedeeltes omgegooid of aangevuld worden. Aangeraden wordt om daarbij hulp in te schakelen. 'Kill your darlings' is een gekende kreet die dit proces goed omschrijft. Alles wat overbodig is en het verhaal niet dient, kun je schrappen, aldus Jet Hoogerwaard. Proeflezers zijn fijn maar niet zaligmakend, ze zijn ook geen redacteurs waarschuwt zij de schrijvers. Let op de spelling, de spellingscontrole van je computer haalt niet alle fouten eruit. Let op de interpunctie en hoe je die gebruikt. Leestekens kunnen een tekst doodslaan of op laten bloeien. Zijn er nog losse eindjes? Herlees de tekst keer op keer tot het goed voelt, en als uiteindelijk de redacteur ingeschakeld wordt dan kun je ervan uitgaan dat de tekst opnieuw gewijzigd wordt.
We lezen overigens ook wat het werk van een redacteur inhoudt. Ook belangrijk is een redacteur vinden die bij je past. Daarover zijn ook tips te vinden in dit boek.


Oogsten

En dan is het zover, het boek is klaar, de correcties zijn gedaan, en nu... loslaten! Niet aan de gang blijven. En dan komt het meedelen aan de wereld dat jij een boek hebt geschreven. Er zullen persberichten geschreven moeten worden, in dit boek staan tips hoe je die kunt opstellen zodat ze de aandacht trekken. Vervolgens krijgt de schrijver antwoord op de vraag, hoe benader je een uitgever? Of wil je in eigen beheer uitgeven? Hoe maak je een goede achterflaptekst? Hoe moet jouw cover eruitzien? Hoe ga je om met kritiek? En nog veel meer tips en raadgevingen volgen.


Het prettige aan dit boek is, dat het realistisch is. Het belooft je geen gouden bergen, maar helpt je het schrijfproces door. Het boek hoeft ook niet in één jaar geschreven te zijn (Donna Tartt deed acht jaar over haar eerste boek) maar dankzij dit boek heb je wel houvast en weet je hoe ver je in je traject zit, wat je nog allemaal tegen kunt komen en hoe je daar mee om kunt gaan. De oefeningen maken dat je inziet hóe je bepaalde dingen kunt schrijven of hoe je kunt bereiken dat het verhaal wordt zoals jij wil. De teksten zijn kort maar helder.
Al met al een handig, zeer informatief en stimulerend boek voor de aankomende schrijver.


ISBN 9789492883544 | Paperback | 275 pagina's | Uitgeverij Parisbooks | juni 2019

© Dettie, 22 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het goede leven
Hoe Nederland in een halve eeuw steeds welvarender werd
Annegreet van Bergen


Dit boek is een soort vervolg op Gouden Jaren, geschreven naar aanleiding van de verhalen die loskwamen bij lezingen over dit boek.
Ook in dit boek lezen we weer over wat er zoal veranderd is sinds de jaren 50. Veel is ook al aan bod gekomen in het eerste boek, maar verschillende zaken zijn verder uitgewerkt. Zo lezen we meer over de gezondheidszorg, die door allerlei ontwikkelingen verbeterd is. Door vaccinaties zijn diverse ziektes die vroeger ernstige gevolgen konden hebben, grotendeels verdwenen.


Ook lezen we over tuberculose, dat vroeger een zeer vervelende ziekte was, waardoor mensen lang in sanatoria moesten verblijven. En natuurlijk lezen we het een en ander over de veranderde houding tegenover roken. Waar het vroeger heel normaal was dat de kamers op verjaardagen blauw van de rook stonden en het heel normaal was dat de gastvrouw sigaretten op tafel had staan, is de roker inmiddels bijna een soort paria geworden, die naar het balkon wordt verdreven.


Ook de verbeterde tandzorg komt aan bod, waarbij de meeste mensen inmiddels geen kunstgebit meer hebben, terwijl het vroeger in plattelandsstreken niet ongebruikelijk was dat een meisje als ze ging trouwen een kunstgebit kreeg, zodat daar geen problemen meer konden ontstaan.


Er is dit keer ook aandacht voor de komst van gastarbeiders naar Nederland. Veel verhalen zijn dit keer gebaseerd op de herinneringen van lezers van het eerste boek. Het is dan ook vooral een aanvulling hierop geworden.


Aan het eind van het boek wordt er ook teruggekeken. We zijn weliswaar 4 keer zo rijk geworden, maar niet 4 keer zo gelukkig. Er is nog steeds armoede in Nederland, maar het is niet te vergelijken met die in het verleden. Armen hebben nu televisie, telefoon, een wasmachine en een koelkast, dingen die vroeger alleen weg waren gelegd voor een kleine bovenlaag. Weelde went en hoe meer men heeft, hoe meer men kan verliezen. En door alle sombere verhalen lijkt de toekomst steeds minder iets te zijn, waarin alles beter wordt.


Het boek is weer een feest der herkenning. De kolenkachel komt nog ter sprake en ik kan me herinneren dat er bij het huis waar we in mijn huidige woonplaats gingen wonen, op het balkon een kolenkast was. Zelf hadden we inmiddels al een gashaard, zodat die kolenkast overbodig werd. Toen we voor een vakantie naar Duitsland reisden met de trein, zagen we op een gegeven moment een reclamebord met de tekst: "Gelukkig zijn er nog mensen die liever in een levend kolenvuur staren." Een medepassagier las dat laatste woord verkeerd en dacht dat er "sterven" stond.


ISBN 978 90 450 3673 1 | Paperback | 350 pagina’s | Atlas Contact | november 2018

© Renate 18 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Zwijguren
E. de Haan


In De Zwijguren bundelt De Haan (ps. voor Peter de Rijk) zijn literaire reisverhalen. Zijn methode van onderzoek doet denken aan de manier waarop een aantal Engelse auteurs dat doen. Ze reizen hun personen achterna of onderzoeken de plekken waar zij hebben gewoond of geleefd. Bovendien is het leuk dat E. de Haan ook een aantal  minder bekende auteurs is nagereisd naar plekken waar ze zich enige tijd hebben bevonden. En natuurlijk bezocht de schrijver plaatsen die een belangrijke rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van hun werk.
De Haan is een heuse ontdekkingsreiziger want het ene moment is hij in Venetië voor Brodsky om vervolgens Praag aan te doen in de voetsporen van Kafka. En Keats en Austen achtervolgt hij in Winchester. Marokko bezoekt hij, op zoek naar Mohamed Choukri.
In Engeland was er Richard Holmes, die dezelfde manier van werken had en bovendien een eigen televisieprogramma. Waarom E.de Haan geen zendtijd gegeven? Dat zou interessant worden.


In 1936 belandt Samuel Beckett in Hamburg. De Haan kon kennelijk uit notities van Beckett putten en hij maakt daar een spannend en ontroerend verhaal van, tegen de achtergrond van een oprukkende Hitler en een verwachtingsvol maar in dreigende stemming gevat Duitsland.
Over Lord Byron is al erg veel geschreven, maar De Haan wijdt er maar liefst drie verhalen aan en slaagt erin een origineel licht te werpen op deze flamboyante schrijver en avonturier, die vijf hutkoffers met kleding meenam. Bovendien was Byron een vriend van Shelley.


Eveneens goed geslaagd is het relaas over de Roemeense schrijver Max Blecher. Vrij onbekend maar door De Haan terecht afgestoft. De titel De Zwijguren is trouwens ontleend aan het begrip Schweigestunde. Hiermee is de periode van een aantal uren bedoeld, dat er in het sanatorium in Berck-sur-Mer - waar de schrijver om gezondheidsredenen was beland - geen geluid mocht worden gemaakt. Wat een weldaad lijkt me dat.


Ook de twee verhalen die zich afspelen in Hamburg rond Klopstock zijn zeer lezenswaardig. Daarnaast zijn er nog mooie reisschetsen van Salzburg en Londen te vinden. Want het mooie is dat De Haan het tijdsbeeld goed weet te pakken van de armoede, het eten, de rare gewoontes en de tegenstelling rijk/arm. Dat maakt de literaire zoektochten spannend en levendig.


Groot voordeel is, dat De Zwijguren goed geschreven is. Levendig, maar zonder flauwe anekdotes of andere uitglijders. E. de Haan weet het enthousiasme van zijn zoektochten goed over te brengen. Ook bij de minder bekende schrijvers weet hij geestdrift op te wekken. Kortom een mooie bundeling uitstekende literaire reisverhalen die smaken naar meer! Wat een sterke bundel!


ISBN 9799062657582 | Paperback | 228 pagina’s| Uitgever: In de Knipscheer | maart 2019

© Karel Wasch, 11 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Joodse soldaten in Duitse dienst
Bas de Groot

 

De titel intrigeert bij het voorbij komen, Joodse soldaten in Duitse dienst. Over het algemeen koppelen we het Duitse leger, of het nu onder Keizer Willem de Tweede of onder Hitler is, niet zo snel aan Joodse deelname. Toch is het zo, zelfs in de Wehrmacht ten tijde van de Tweede Wereldoorlog vochten Joodse soldaten onder het hakenkruis. Hoe zit dit, en hoe kan dat eigenlijk? Vragen die de auteur door middel van een historische schets probeert te beantwoorden. Probeert klinkt overigens negatiever dan het bedoeld is, de auteur slaagt hier ook grotendeels in.


In chronologische volgorde wordt de lezer meegenomen langs de slagvelden en oorlogen waar achtereenvolgens het Pruisische Rijk, het Keizerrijk en het Derde (Nationaal Socialistische) rijk aan deelgenomen heeft. En ja, wat blijkt, de Joodse soldaten speelden wel degelijk een rol van betekenis. Tijdens de Pruisische oorlogen probeerden de Joodse onderdanen door middel van de dienstplicht geaccepteerde medeburgers te worden. Helaas kwamen ze zelden in aanmerking voor een onderofficiersfunctie, om helemaal maar niet te spreken van een officiersfunctie. Hier kunnen we eigenlijk nog niet helemaal spreken van Duitse dienst, het Duitsland zoals we dat nu kennen bestond immers nog niet. Dit gebeurde pas later, na 1871.
De houding van de Keizer ten opzichte van Joodse onderdanen blijkt tijdens de Eerste Wereldoorlog trouwens behoorlijk pragmatisch, hij was bang voor een tekort aan reguliere soldaten.


Pijnlijk om te lezen is hoe het Duitse rijk in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog omging met de Joodse veteranen uit de Eerste Wereldoorlog. Een teken aan de wand overigens, de behandeling van de Joden zou al snel dramatisch verslechteren.


Interessant is het feit dat er bij de Marine veel meer carrièremogelijkheden lagen voor  Joodse Duitsers. Wellicht speelt het feit dat de Pruisische adel meer op de Landstrijdkrachten gefocust was hier een rol. Volgens de auteur in ieder geval wel. Dit zou ook de deelname binnen de Luchtmacht kunnen verklaren tijdens de Eerste Wereldoorlog. Dit wordt overigens maar summier door de auteur aangestipt, dat zou eventueel nog verder uitgewerkt kunnen worden.


Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er trouwens niet of nauwelijks sprake van pragmatisme, Joden werden niet gedoogd. Ze glipten zoals het boek omschrijft wel af en toe door de mazen, maar niet op de schaal van de Eerste Wereldoorlog.


Bijzonder is het om te lezen hoe het huidige Duitse leger samenwerkt met de Israëlische strijdkrachten. Waarschijnlijk een combinatie van Wiedergutmachung en eigenbelang. Het Israëlische leger staat immers bekend als een van de beste ter wereld, het lijkt onwaarschijnlijk dat ze niet zonder advies van Duitse zijde kunnen.


De auteur geeft een compleet beeld van het thema, dat in de historiografie vreemd genoeg grotendeels links is blijven liggen. Behandeld is het wel, maar niet in deze vorm. De bloemlezing in het midden van het boek, een verzameling brieven en korte biografieën, had er wat mij betreft niet in gehoeven. Het komt hierdoor wat rommelig over. Ook wordt er soms wat specifieke. voorkennis verwacht, maar die is bij de kopers van dit boek vast aanwezig. Voor wie nog wat verder wil lezen, het notenapparaat en de bronvermelding zijn van uitstekende kwaliteit.


Een informatief en lezenswaardig boek, wat inzoomt op het antisemitisme binnen het Pruisische en Duitse leger. Ik weet het, de titel is: ‘Joodse soldaten in Duitse dienst’. Maar het gaat triest genoeg vooral over het latente en later zelfs virulente antisemitisme binnen de Duitse strijdkrachten. Overigens is dit helaas geen uniek Duits fenomeen. We hoeven alleen maar aan de Dryfus-affaire in het Franse leger te denken, maar dat is weer een ander verhaal.


ISBN 9789463387217 | Paperback | 164 pagina's | Uitgeverij Aspekt | september 2019 

© Jan Keuken, 2 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Petites Mythologies flamandes
Jan Baetens en Karel Vanhaesebrouck


De Franstaligen in België kennen hun Vlaamse buren onvoldoende en omgekeerd  is het niet beter. Dit boekje wil daar iets aan doen. Met ‘Mythologies’ bedoelen de auteurs dan niet de grote mythen, maar de kleine gewoontes waardoor vele Vlamingen zich onderscheiden van de Walen (en van hun Nederlandse buren): lintbebouwing, een gemeenschappelijke taal die gelijkt op, maar toch verschilt van het Nederlands, zeer verzorgde tuinen etc. Het boekje kan dus dienen als hulpmiddel voor Waalse en andere lezers en toeristen die Vlaanderen bezoeken.


Het begint met de vraag die Vlamingen stellen wanneer ze mekaar in binnen- of buitenland ontmoeten: van waar ben je ? Dat is trouwens geen uniek Vlaams fenomeen.


Een ander thema is de verkiezing in 2005  van de grootste Vlaming: ze kozen niet voor Eddy Merckx, want die noemt zich Belg (en trouwde in het Frans, n.v.d.r.), maar voor pater Damiaan, die enkel bekend is in Vlaanderen. De weekblaadjes ‘Story’ en ‘Dag Allemaal’, de ‘boekskes’, spelen blijkbaar een verbindende rol. Dat was ook zo voor de stripverhalen van ‘De Rode Ridder’, ‘Nero’ e.a. En voor ’s Lands Glorie’, een serie boeken die verkrijgbaar waren met de punten van Artis en Historia.


Hoewel sinds Prudens Van Duyse (1804-1859) de spreuk bestaat “De taal is gans het volk”, gebruikt Bart De Wever, de gekendste Vlaamse politicus, graag het Latijn (en gelukkig niet het Antwerps, n.v.d.r.). De cafés dan: rond 1900 was blijkbaar 1 huis op 6 een café of 1 café per 35 inwoners. De arme Vlaming kon daar zijn miserie vergeten. In de voorbije 50 jaar steeg de welvaart zodanig dat de meeste cafés verdwenen zijn. De Vlaming verzorgt zijn tuin en zijn gazon tot in de puntjes: het verschil met Wallonië (en Frankrijk, Italië, …) is zeer groot. Bij dat effen grasperk hoort vaak een ‘fermette’, een huis in de stijl van een boerderijtje, liefst gebouwd door de eigenaar zelf, want de meeste Vlamingen worden geboren met een baksteen in hun maag. In het verleden bouwden ze graag ‘zonevreemd’, in gebieden waar dat eigenlijk niet mocht, maar sinds decennia zijn de bouwvergunningen strenger gereglementeerd. Nu bouwen ze graag in verkavelingen, waar het verkeer enkel bedoeld is voor de bewoners en waar de kinderen kunnen spelen, als ze nog niet verslaafd zijn aan hun smartphone.


Elk gezin beschikte decennialang over  ‘Ons kookboek’, dat sinds 1927 uitgegeven werd door de Boerinnenbond. Sinds een paar decennia is er veel concurrentie en zijn er bijna evenveel kookboeken op de markt als mensen die dagelijks koken. En ‘topchefs’ verdienen een bom geld met tv-programma’s waarin ze hun kookkunsten tonen. Het woord ‘top’ wordt trouwens te pas en te onpas gebruikt: er zijn topmodellen, topsporters, topjobs, topsalarissen etc. 337 ViA-projecten, Vlaanderen-in-Actie, zorgen sinds 2006 dat Vlaanderen in 2020 een top-regio moet zijn. Maar de verhoopte resultaten bleven uit: 38% kreeg een positieve beoordeling, 33% kreeg de kwalificatie ‘stagnerend’, 29% werd negatief beoordeeld. Bij dit laatste hoort o.a. het onderwijs, dat 20 jaar geleden nog bij de top van de wereld stond en nu bij elk PISA-onderzoek achteruit gaat (n.v.d.r.).


De Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix zijn de wedstrijden waar de ‘Flandrien’ alles uit de kast haalt om te winnen. De kenmerken van die Flandrien (p. 122) zijn niet flatterend: zonder elegantie en zonder verstand vecht hij  tegen de wind, het slijk, de kasseien. Enkel de benen tellen daarbij. Na zijn carrière wordt hij cafébaas, fietsenverkoper of chauffeur in de Ronde van Frankrijk. Ook de Waal Philippe Gilbert en de viertalige en intelligente Zwitser Fabian Cancellara worden hier beschouwd en verwelkomd als Flandriens. Stevig fietsen is nu ook hip bij managers en politici.


De Vlaamse film is sterk veranderd in de 80 jaar tussen ‘De Witte van Zichem’ (1934) en ‘Boerenpsalm’ (1935) enerzijds en ‘Rundskop’ (2011) anderzijds: het leven op het platteland is minder romantisch en veel zakelijker geworden.


Seksspecialiste Goedele Liekens mocht blijkbaar niet ontbreken. Niet alleen in Vlaanderen maar tot in China ging ze uitleggen hoe het allemaal moet. De auteurs noemen ze ‘jong’ (p. 144), maar ze is wel 56 en helemaal omgebouwd, en ze vergeten te vertellen dat ze door haar boeken en tv-programma’s  nu tot de ‘Rijkste Belgen’ behoort met een vermogen van 25 miljoen euro. In mei 2019 werd ze ook nog Kamerlid. Hierna volgt dan een hoofdstuk over porno in Vlaanderen.


En over de duivensport, die helaas geen aandacht meer krijgt op de radio, maar des te meer bij rijke Chinezen, die 400.000 à 1,25 miljoen euro neertellen voor onze beste duiven.


Het boek eindigt met enkele schrijvers uit het verleden die over het land van Bruegel in het Frans schreven.


Het boek telt veel zwart-witfoto’s, maar die staan helemaal los van de teksten, er is geen enkele onderlinge verwijzing en er staat ook geen uitleg bij: de lezer mag dus zelf bedenken wat ermee bedoeld wordt.


Het is nuttig voor Franstaligen en toeristen om de Vlamingen beter te leren kennen en voor de Vlamingen om hun kennis van het Frans te onderhouden en om zichzelf te relativeren.


ISBN 9782873175337 | Paperback, 21 x 15 cm,  | 174 p.,  inclusief foto’s | Uitgeverij La Lettre Volée, Brussel| mei 2019
Vertaling door Monique Nagielkopf van : ‘Kleine Vlaamse Mythologieën’

© Jef Abbeel, 28 augustus 2019 

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een Uitnodiging tot Vrijheid
Direct ontwaken voor iedereen
Mooji


Anthony Paul Moo-Young alias Mooji is een begrip voor mensen die op zoek zijn naar verdieping en waarheid. Dat klinkt zweverig maar wie de you-tube filmpjes van hem bekijkt, begrijpt al snel dat Mooji niets liever wil dan mensen helpen om zo tot een vrij, rustig en harmonieus leven te komen waarin veel problemen zijn weggevallen.


Tijdens de Satsangs (bijeenkomsten) kunnen mensen namelijk levensvragen stellen aan Mooji en met veel humor én veel wijsheid geeft hij antwoord, zodat de mensen zien dat waar ze mee worstelen vaak van geen belang is. Hij helpt mensen zichzelf in al hun mooie glorie te ontdekken en het leert ze hoe ze hun vaak storende ego kunnen uitschakelen. Maar ook laat hij ze zien hoe mensen vanaf hun jeugd tot nu geconditioneerd worden in allerlei opzichten. Het is de kunst om dit in te zien en weer terug te komen bij wie je wérkelijk bent.
Elk persoon die Mooji tijdens een Satsang een vraag stelt, wordt met respect behandeld en krijgt een uitgebreid en liefdevol antwoord waarmee ze verder kunnen.


Helaas is het zo, dat veel mensen gelijk afhaken als ze horen over mensen als Mooji en ze zien niet veel meer dan een man in een lange jurk die - weliswaar met veel liefde - praat over je ware zelf, je leeg maken, je mind buiten laten etc. Het is erg jammer voor hen dat ze die deur naar de woorden en lessen van Mooji gelijk dichtslaan zonder hem het voordeel van de twijfel te geven, want het kan veel mensen helpen dingen in te zien waarvan ze zich niet beseffen dat ze daardoor zo'n moeite met bepaalde zaken hebben.


Voor diegenen die toch meer willen weten over een leven leiden zonder worsteling is het mogelijk heel interessant en leerzaam om naar hem te luisteren. Mooji heeft namelijk een wijsheid waarvan je voelt dat het échte wijsheid is en in dit boekje is daarover te lezen. Mooji laat iedereen vrij. Je moet niets maar je mag en kan met zijn woorden doen wat je wil.


Mooji richt zich in dit boekje rechtstreeks tot de lezers en nodigt ze uit om binnen te komen. Nadat hij verzocht heeft je schoenen buiten te laten, zegt hij:  "Laat ook je mind buiten, want die zal alleen maar in de weg staan van wat je werkelijk wenst te vinden." en daarmee begint zijn begeleiding in de reis die je via dit boekje gaat volgen. Als je echt helemaal leeg bent, dus als je je hoofd en alle gedachtes 'buiten' hebt gelaten - en Mooji geeft aan wát er allemaal in je hoofd kan zitten -  kun je binnenkomen...
En die plek waar je je dan bevindt, beschrijft hij ook, hij laat zien wat voor enorm verschil het is als je niet steeds alles interpreteert of een naam geeft én niet vast blijft zitten in gedachtes en denkbeelden. Binnen is alles zoals het is, niet meer, niet minder.


'Nu zegt de mind misschien: 'Dit is saai! Er is hier niets! Wat heeft het voor zin? Dit leidt nergens toe. Dit is allemaal slechts gepraat. Rationeel begrijp ik het, maar het helpt me niet.'


Maar dat is de truc van je geest, je ego, die je misleidt. Mooji vertelt wat er gebeurt als je naar die afleidende stem luistert, dan val je weer terug in de maalstrrom waar je juist zo graag afscheid van wil nemen. Vervolgens, als je je geest weer leeg hebt kunnen maken, stelt hij allerlei vragen over de toestand van Zijn waarin je je op dat moment bevindt.
Ook dat zal voor mensen die het boekje even snel snel lezen heel vreemd en misschien wel eng zijn, omdat het een heel andere manier van kijken/leven is dan je gewend bent. Je bent zo gewend op een andere manier op dingen te reageren en ervaringen gelijk te benoemen dat het moeilijk is om dat niet te doen en deze nieuwe ervaring te accepteren.
Mooji laat zien wat het is dat zo vreemd aanvoelt en helpt je daarmee om te gaan.


Volg me zorgvuldig. Lees langzaam. Haast je alsjeblieft niet.


Aanvankelijk was ik bang dat dit boekje, gezien het uiterlijk, vol met alleen maar spreuken en citaten van Mooji zou staan, maar gelukkig is dat niet het geval en doet het boekje recht aan de man en zijn manier van doen. Mogelijk dat de taal, het woordgebruik, voor mensen die nog nooit met deze manier van denken in aanraking zijn geweest aanvankelijk wat vreemd of lastig is, maar als je er eventjes goed voor gaat zitten is het in feite heel helder.
Mooji heeft met dit kleine boekje een fijne, korte maar krachtige handleiding gegeven om dichter bij jezelf te raken en een vrij leven te leiden door je te leren hoe je alle 'stoorzendertjes' en afleidingen uit je hoofd kunt laten verdwijnen en alles te laten zijn zoals het is.


ISBN 9789492995186 | Hardcover | 96 pagina's | Uitgeverij Samsara | juni 2019
Afmeting 10,6 x 15,5 cm

© Dettie, 20 augustus 2019

Lees de reaties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Daarboven zagen wij de sterren weer
Memoir
Jayson Greene


In dit boek vertelt de auteur over het verlies van zijn tweejarige dochtertje dat door een merkwaardig ongeval om het leven komt. Zij wordt namelijk getroffen door een loszittende steen die hoog uit een vensterbank op haar hoofd terecht komt. Het boek begint in een directe verteltrant waarin hij als vader tot haar spreekt. De titels van de hoofdstukken zijn kort en veelzeggend zoals bv. ‘Het ongeluk’, ‘Daarna’ en ‘Zwangerschap’.


Indringend is de beschrijving van hun ervaringen in het ziekenhuis waar direct al duidelijk wordt dat men niets voor hun kind kan doen. De paniek is voelbaar in het verhaal en grijpt de lezer naar de keel. Iedereen die een vergelijkbare situatie heeft meegemaakt – het gespannen en machteloze wachten op de eerste uitslagen – herkent dit. Nadat duidelijk wordt dat er een ernstige hersenbloeding is ontstaan, komt haar levenseinde onvermijdelijk dichterbij: ‘We weten allemaal dat Greta zal sterven, al hebben we de gedachte nog niet tot ons bewustzijn toegelaten’, pag. 23. Aangrijpend is ook de procedure rond de orgaandonatie; het tergende wachten en de formaliteiten zijn herkenbaar. Het is het laatste want straks zal er ‘een wereld zonder Greta’ zijn.


In dergelijke zinnen weet deze vader goed aan te duiden wat mensen in een gelijksoortige situatie meemaken en voelen. Wie dit niet uit eigen ervaring kent, zal er door dit boek wel dichterbij komen omdat de schrijver de gespannen stemming heel goed weet over te brengen. Wanneer zij na hun dochtertje's overlijden naar huis gaan worden zij daar ‘begroet door stilte’, pag. 61 en in zo’n kort zinnetje word de pijn van de leegte en de afwezigheid van het kinderstemmetje intens verwoord.


Dit boek helpt lezers om dichter bij de ervaring van een verlies te komen. In het begin is dat allesomvattend en vrijwel permanent aanwezig. Zo ervaart deze vader: ‘Ze is overal waar ik kijk!’, pag. 68. Mensen in de eerste periode van rouw zullen zich daarin herkennen want in die fase is degene die je mist steeds in je gedachten en alles om je heen leidt er op een of andere wijze heen.


Na twee weken probeert hij de draad op te pakken en gaat weer naar het werk. Dan blijkt dat alles ánders is geworden omdat hij zelf veranderd is maar na enige tijd treedt er – tot z’n eigen verbazing – een zekere gewenning op, er ontstaat een ‘zeurende pijn’. Die omslag wordt treffend verwoord: ‘Nadat we rechtovereind uit het laaiende vuur van het verdriet zijn gekomen, worden we nu geveld door de sleur ervan’, pag. 86. De rouw is echter onontkoombaar want hij is ‘een vader in de rouw’, pag. 89. Dergelijke zinnetjes komen echt binnen bij de lezer en maken het verdriet voelbaar. Zo vraag hij zich ook af: ‘hoe noem je ouders die kinderen verliezen?’, pag. 114.


Het zien van andere kinderen is confronterend en aangrijpend is zijn vertelling over de herbeleving van wat er is gebeurd en herinneringen aan haar geboorte. Bijzonder is het verhaal van hun deelname aan een rouwgroep met een heftige therapeutische handeling die daardoor uiteindelijk wel bevrijdend werkt en diepliggende innerlijke blokkades bij hen wegneemt. ‘Rouw … is een wereld die je binnengaat – een wereld van zachtere stemmen, vriendelijker blikken, meer aandacht, sterker meegevoel’, pag. 130 – 131.


Prachtig is het slot van het vierde hoofdstuk waarin zijn vrouw zwanger wordt. De verlieservaring werkt daar echter nog sterk doorheen. Dat is ook het geval wanneer het tweede kind – een zoontje – wordt geboren en later de gebruikelijke kinderziektes krijgt. Onmiddellijk slaat dan de angst bij de ouders toe en dat is herkenbaar voor iedereen die vanuit een ingrijpende gebeurtenis het leven voortaan niet meer onbevangen kan ervaren.


Omdat de ouders ervaren dat hun rouw wat traumatische trekken heeft die goede ervaringen blokkeren, besluiten ze naar een therapeut te gaan die met hen een ceremonie uitvoert. De beschrijving hiervan zal niet door iedere lezer helemaal begrepen worden en komt wat vervreemdend over. Het resultaat is wel dat hun innerlijke blokkade wordt weggenomen. Het hoofdstuk heeft een bijzonder einde dat deze wending verduidelijkt.


De geboorte van hun zoontje is een emotionele gebeurtenis en dat komt ook duidelijk over in het boek. De auteur voelt zich als vader herboren en bevrijd van de last van het verleden omdat hij de wrok kwijtraakt: ‘De galblaas van de haat die ik sinds Greta’s dood heb verzameld, houdt op met kloppen. Ik voel hoe alles binnen in mij dat hard en opstandig is, opbreekt en verdwijnt…’pag. 233.


Het verlies krijgt z’n plaats en eindelijk kan hij zijn dochtertje loslaten zodat het leven hier en nu meer ruimte krijgt: ‘Wat ooit een vloedgolf van verdriet was, is afgenomen tot een druppende kraan’, pag. 241. Langzamerhand krijgt hij weer vertrouwen in het leven.


De titel van het boek is ontleend aan ‘De goddelijke komedie’ van Dante.


In dit aangrijpende boek deelt de auteur als vader zijn gevoelens en ervaringen met de lezer zodat deze er enigermate in kan delen. Dit boek verwoordt hoe intens het verdriet van ouders is bij het verlies van hun kind en wie dit ook heeft meegemaakt, zal het niet zonder ontroering lezen.


ISBN 978 90 00 36275 2 | Paperback | 253 pagina’s | Spectrum Utrecht | juli 2019
vertaling: Annemie de Vries

© Evert van der Veen, 9 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en / of reageer, klik HIER