Nieuwe recensies Non-fictie

Een huwelijk aan diggelen
Het turbulente leven van een Enkhuizer echtpaar in de Gouden Eeuw
Dieuwertje Duijn & Christiaan Schrickx


In de eerste helft van de zeventiende eeuw was Enkhuizen de vijfde stad van het land. De stad bloeide als nooit tevoren – en erna - doordat het een stad was waar werk was voor werkwilligen. De stad was groot wat betreft de haringvisserij, in de haven was ongeveer de helft van de totale haringvloot thuis. Op deze schepen werkten mensen, en er ontstond aanverwante werkgelegenheid: scheepswerven, touwslagerijen, smederijen en kuiperijen.  De zoutindustrie, nodig voor de haringen, was groot in Enkhuizen, en de VOC had in 1602 een van haar zes kamers in de stad gevestigd. Op het hoogtepunt bezat de stad negen havens!
Deze havens werden druk bezocht door koopvaardijschepen uit verre landen, met exotische producten.


Een van de personen die zich in Enkhuizen vestigt, is dokter Zacheus de Jager. In Alkmaar, waar hij geboren is, was de dokter reeds getrouwd geweest met Catharina Simons van Veen, met wie hij vier kinderen kreeg. Als Catharina overlijdt, trouwt Zacheus in 1637 met Margaretha, een dochter uit de rijke familie Van Beresteyn, toen al 47 jaar oud.


Zacheus de Jager was een rijk man. Behalve het huis aan de Torenstraat was hij eigenaar van twee huizen aan de Baansteeg, om de hoek van de Torenstraat gelegen. Voor zover men na kan gaan zijn de drie huizen waarschijnlijk tot het einde van de negentiende eeuw een geheel gebleven en is in 1878 het woonhuis van de familie de Jager afgebroken.


Er is veel bekend over het leven van Zacheus en zijn tweede vrouw, en dat komt deels door opgravingen die in 2008/2009 gedaan werden voor men begon met de bouw van moderne woningen. Achter het huis aan de Torenstraat werd een ronde bakstenen waterput gevonden met een dikke laag afval. Die werd in zijn geheel geborgen en vervolgens gezeefd. Er werd langdurig gepuzzeld hetgeen tenslotte een schat aan voorwerpen opleverde. Glaswerk uit de dokterspraktijk, bier- en wijnglazen en duur porselein, naast etensresten die een beeld geven van wat er zoal op tafel kwam. Ook tabakspijpen, lakzegels en kantklosjes werden gevonden. Dit in combinatie met naspeuringen in de archieven – notarisakten bijvoorbeeld - levert het verhaal op van een veelbewogen huwelijk.


In 1649 hebben de twee een grote langdurige ruzie, die in die tijd het gesprek van de dag in de stad moet zijn geweest. Uiteindelijk verlaat Margaretha haar man en neemt al haar spullen mee. Zij laat inventarislijsten maken van haar bezittingen, lijsten die in de archieven teruggevonden zijn. Door die lijsten weten we hoe rijk ze geweest moet zijn, maar het geeft ook een indruk van wat voor voorwerpen in die tijd aanwezig waren. We kunnen lezen welke kleding zij gedragen heeft, welk serviesgoed zij had en welke hebbedingetjes.


Natuurlijk wordt het verhaal van het huwelijk dat fout liep voor een deel gebaseerd op speculatie. De verslagen die teruggevonden worden zijn waarschijnlijk niet 100% de waarheid, omdat het verslagen zijn van dienstmeisjes, die waarschijnlijk Margaretha getrouw zijn. Het neemt niet weg dat het een behoorlijk turbulent huwelijk geweest moet zijn, een soap avant la lettre.
Een grappig detail is dat Margaretha bij het verlaten van het huishouden dat ze met haar ex deelde 25 kandelaars meenam. Je kan je afvragen of Zacheus ‘dus’ in het donker achterbleef!


De vier schrijvers, Diewertje Duijn, Christiaan Schrickx, Leontine Kuijvenhoven en Michiel Bartels hebben een gedegen werk afgeleverd. Waar zij niet zeker van hun zaak zijn, staat dat er bij, zodat het geen gefictionaliseerd verhaal is geworden (al heeft dat ook zijn charme, dat wordt dan iets voor andere schrijvers). De geschiedenis van Enkhuizen wordt uit de doeken gedaan, en waar dat te pas komt wordt er nader ingegaan op de achtergrond van het leven in de zeventiende eeuw. Over doktoren en chirurgijnen bijvoorbeeld: de medische stand was anders dan wij die nu kennen.
De schrijvers zijn ook in het verleden van Margaretha gedoken, en ontdekten dat ze niet de makkelijkste vrouw geweest moet zijn. Ze had al een huwelijksconflict achter de rug in Haarlem.


Het boek staat vol met fraaie foto’s. Een deel daarvan is van schilders die taferelen uit die tijd op het doek hebben gezet. Pieter de Hooch heeft dat veelvuldig gedaan. Van een onbekende schilder is een portret van een jonge vrouw uit Enkhuizen waarop je kan zien hoe de kleding van Margaretha er uit gezien heeft. Tevens wordt uitgelegd hoe de klederdracht in elkaar stak, waar de mode bepaald werd, en wat voor stoffen men gebruikte.


De uitgave van dit gedegen werk is geschied in samenwerking met de Vereniging Oud Enkhuizen. Achterin vinden we de volledige boedelinventaris, noten, een bibliografie en een verantwoording van de afbeeldingen. Voorin ook nog een kaart van het oude Enkhuizen.


Dieuwertje Duijn (1986) studeerde af op een scriptie over de archeologie en geschiedenis van Enkhuizen. Zij werkt als archeoloog bij Archeologie West-Friesland en doet regelmatig archeologisch onderzoek in Enkhuizen.

Christiaan Schrickx (1981) is archeoloog en historicus. In 2015 is hij gepromoveerd op een studie naar een laatmiddeleeuws klooster. Hij werkt bij Archeologie West-Friesland en heeft diverse opgravingen in Enkhuizen verricht.

Leontine Kuijvenhoven-Groeneweg (1947) heeft als specialisatie kostuum- en textielgeschiedenis en is secretaris van het Textieloverleg voor medewerkers museale textiel van Noord-Hollandse musea. Ze schrijft regelmatig over modegeschiedenis.

Michiel Bartels (1965) is gemeentelijk archeoloog voor Hoorn en West-Friesland. De archeologie van de Gouden Eeuw in de West-Friese steden en dorpen heeft zijn warme belangstelling.


ISBN 9789460224959 | paperback | 192 pagina's | Uitgeverij LM Publishers | oktober 2018

© Marjo, 13 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De nieuwe keizer
Xi Jinping, de machtigste man van China
Ties Dams


Heel de wereld kent Xi: de man met de zachte maar ondoorgrondelijke boeddha-glimlach, tegelijk de machtigste man ter wereld. De Nederlandse auteur (°1993!) beseft dat de propaganda het hem en ons moeilijk maakt om feiten en fictie uiteen te houden, maar zelf maakt hij het de lezer ook niet makkelijker door allerlei metaforen te gebruiken zoals Apenkoning en Jadekeizer.


Hij begint met de Britse opiumoorlogen, die de ‘Eeuw van de Vernederingen’ (1839-1949) inluidden. Dan bespreekt hij de burgeroorlog tussen Tsjang en Mao, waarbij Mao de steun had van o.a. Xi Zhongxun, de vader van Xi en van Kang Sheng, de man van de terreur en de ongenadige zuiveringen: 20 à 30% van de dorpelingen liet hij uitmoorden bij de landhervormingen (p. 33-34).


Vanaf 1953 hoorde vader Xi bij de top van de CCP, hij klom zelfs op tot vicepremier, dus de nummer 2 na Tsjoe En-Lai. Maar in 1962 werd hij een eerste keer veroordeeld tot 8 jaar gevangenis en gedwongen arbeid in de vuilste fabrieken. Hij werd ook gemarteld en publiekelijk vernederd. Samen met Xi, werden 60.000 ‘medesamenzweerders’ opgepakt, vernederd of vermoord. Niemand was veilig, ook niet aan de top: dat was zoals bij Stalin.


Zoontje Xi genoot in 1953-1962 van alle voordelen van de nomenclatura: in een luxe auto werd hij naar zijn elitaire crèche en dito lagere kostschool gebracht. Daar hadden de kinderen een rang, zoals hun vaders (p. 43).
Maar in 1962 was Xi ineens de zoon van een ‘verrader’ en moest hij die lagere school verlaten.


In 1966 lanceerden Mao, Kang Sheng, Chen Boda en Lin Piao de Culturele Revolutie, een grote schoonmaak van de partij en van het land, om Mao de absolute alleenheerschappij te bezorgen. Verschillende toppers moesten eraan, o.a. Deng Xiaoping. Iedere Chinees mocht het recht in eigen handen nemen en ‘verraders’ ontmaskeren. Professoren en leraren werden door studenten en scholieren gemarteld en gedood. Mao sloot alle scholen en universiteiten: 103 miljoen lagereschoolkinderen, 13 miljoen scholieren en 0,5 miljoen studenten konden Rode Gardist worden. Vader Xi werd door Rode Gardisten uit de fabriek gehaald, rondgereden in Xi’an, bekogeld, gemarteld en voor 10 jaar in de gevangenis gegooid. Alleen al in augustus en september 1966 werden 1.800 burgers vermoord door Rode Gardisten (p. 54).


Zoon Xi beleefde traumatische jaren: zijn moeder werd naar het platteland gestuurd, zijn halfzus pleegde zelfmoord. Ruim 12 miljoen Rode Gardisten mochten met het Rode Boekje in de hand alle oude cultuur vernietigen. En daar hoorde veel bij: antiek, kunst, tempels, bibliotheken, boekenwinkels, kapperszaken, traditionele  klederdracht, cosmetica etc. Op onschuldige gevangenen mocht medisch geëxperimenteerd worden. Zoon Xi zat in de gevangenis, deels wegens zijn afkomst, deels wegens vechtpartijen. In december 1968 werd hij, samen met 17 miljoen andere jongeren, o.a. Hu Jintao, naar het platteland gestuurd, de meesten al huilend. Xi belandde voor zijn ‘heropvoeding’ in een grot in Liangjiahe, een bergdorp nabij Yan’an in het koude Shaanxi. Toen heersten er honger, wanhoop en vlooien, nu is het een attractiepark. Na 6 jaar ellende werd hij in 1974 lid van de CCP, die hem en zijn familie zoveel ellende bezorgd had.


In 1976 stierven Tsjoe En-Lai en Mao. Zijn weduwe wou de macht grijpen, maar kreeg levenslang (tot ze in 1991 zelfmoord pleegde). Deng werd uit huisarrest gehaald en gepromoveerd tot de nieuwe leider. Vader Xi mocht na 12 jaar terugkeren. En zoon Xi mocht naar de Tsingua-universiteit in Beijing, hoewel hij zijn middelbare school nooit afgemaakt had. Hij studeerde er chemische technologie, in feite niet meer dan wat praktijkvakken, de leer van Marx en Mao, gecombineerd met fabrieksarbeid en militaire dienst. Kortom, hij is geen universitair ingenieur. Xi besefte dat en haalde (of kreeg) in 1998-2002 nog een doctoraat in de rechten, want als gouverneur van de provincie Fujian had hij daar geen tijd voor. En zijn thesis werd geschreven door een medestudente, aldus Dams(p.86). Kortom: de arbeider-boer-soldaat-student Xi is een verstandige selfmade man, die nadien veel gelezen heeft. Zijn dochter Xi Mingze heeft wél gestudeerd en zelfs in Harvard. Premier Li Keqiang heeft rechten gestudeerd en spreekt  - als enige toppoliticus- Engels.


In 1979 trouwde Xi een eerste keer met Ke Xiaoming, dochter van een ambassadeur. In 1982 kwam er een einde aan dit huwelijk.
Xi kreeg een baan in de provincie Hebei, waar hij in 1983 criminelen publiekelijk liet executeren en meer dan 30.000 vrouwen liet steriliseren in het kader van de éénkindpolitiek (p. 96).


In 1985 promoveerde vader Xi zijn zoon naar Fujian, waar hij 17 jaar bleef (1985-2002) en in 1987 trouwde hij met de mooie zangeres Peng Liyuan. Zij was meer bekend dan hij. En ze is 350 dagen per jaar op tournee in China. In 1992 werd hun enig kind geboren: Xi Mingze. Onder het pseudoniem Xiao Muzi studeerde ze van 2010 tot 2014 psychologie en Engels in Harvard, na een studie Frans in Beijing. - Detail: de kostprijs van Harvard ligt veel hoger dan het salaris van een provinciaal partijsecretaris. - Vanuit Fujian moest Xi contacten leggen met de nabije ‘opstandige provincie’ Taiwan, de grootste investeerder op het vasteland, die hij anno 2019 nog altijd wil aanhechten.


In 2008, het jaar van de succesvolle Olympische Spelen, werd Xi vicepresident (en Li Keqiang vicepremier). Xi mocht Merkel en andere toppers bezoeken en ontvangen.
In november 2012 werd Xi secretaris-generaal van de partij, in maart 2013 president en kort daarop ook legerleider.
In 2017 werd hij ‘hart van China’ en kwam zijn gedachtegoed in de grondwet, naast dat van Mao.
In 2018 werd hij levenslang president.


Xi verpersoonlijkt in vele opzichten China’s wedergeboorte (na de ‘Eeuw van de Vernederingen’) en China’s droom: nummer 1 van de wereld zijn in 2049, op de 100ste verjaardag van de Volksrepubliek. Hij zei dat ook in zijn museumspeech van 2012. Die speech hield hij bewust in het Nationaal Museum in Bejing, waar de permanente tentoonstelling loopt ‘De weg van de wedergeboorte’ (p.163-164).


Om die wedergeboorte te bereiken, moest eerst de corruptie worden aangepakt, wat tijdens Jiang Zemin en Hu Jintao veel te weinig gebeurde. Xi deed dat wel: zijn concurrent Bo Xilai dolf in 2013 zijn eigen graf door een Brit te laten vergiftigen en zijn zoon te laten pochen met onbetaalbare Ferrari’s, Porsches en peperdure studies in Oxford, Harvard en Columbia, waar hij toegang kreeg ondanks zijn slechte cijfers.


Zhou Yonkang, de grote maar corrupte baas van olie, gas en politie, werd in 2014 opgepakt. Tientallen andere toppers kregen levenslang of de doodstraf, meer dan tussen 1949 en 2013 samen. Plus 1,5 miljoen lagere kaders.


Andere prioriteiten van Xi waren en zijn: de armoede oplossen, de lucht weer gezond maken, de hoge schulden onder controle krijgen. In 2018 voegde Trump daar nog de handelsoorlog bij.


Dams spreekt ook over Xinjiang. Hier lijkt hij de zaken om te draaien: hij noemt de vervolging als oorzaak van hun terreurdaden, terwijl het wellicht omgekeerd is. Van de 11 miljoen Oeigoeren zitten er ruim 1 miljoen in een heropvoedingskamp, volgens Dams synoniem voor hersenspoeling, marteling en slavenarbeid. Dams beweert dat camera’s met gezichtsherkenning via kunstmatige intelligentie zelfs voorspellen wie terrorist zal worden en heropgevoed moet worden (p. 181).


Hij uit ook kritiek op het sociaal kredietsysteem, zonder de positieve kanten ervan te noemen. En hij waarschuwt dat Huawei ook Nederlandse mobiele telefoongesprekken kan opnemen voor Xi. Hopelijk heeft die man wat anders te doen. Dams beschuldigt Xi ook van persoonscultus (p. 184-186), maar wij zochten in mei-juni 2018 tevergeefs naar ook maar één T-shirt of wat dan ook van hem, in tegenstelling tot alle mogelijke afbeeldingen van Poetin in Russische winkels.


Xi’s wereldorde dan: de hegemonie van het westen is voorbij, nu is China weer aan de beurt om harmonie en vooruitgang te brengen. Dams vertrekt hier van de zeereizen van Zheng He rond 1420, gelovend in de fantasie van Gavin Menzies dat het reizen rond de wereld waren en dat Zheng He aan “alle volkeren ter wereld vroeg om de keizer van China te erkennen”, terwijl de tochten niet verder raakten dan Mombasa in Kenia. Zo wordt het ook in China onderwezen. Dams zegt ook dat China niet uitbuitte, maar het vroeg toen wel jaarlijkse belastingen aan de volkeren rond de Indische Oceaan.


De Nieuwe Zijderoute is van een andere omvang: dit internationaal handelsnetwerk omvat al minstens 73 landen in Oceanië, Azië, Afrika, Europa en Latijns-Amerika (p. 193). China laat overal havens, wegen, spoorwegen etc. aanleggen, door Chinezen, vaak in ruil voor de controle over die havens, b.v. in Sri Lanka. Economisch is het meestal een win-winsituatie, maar Xi is de enige winnaar in macht. En in Maleisië gingen de werken blijkbaar gepaard met corruptie: een spoorweg van 6,7 miljard € werd aangelegd voor 13 miljard € , waarvan 6,3 miljard uitgedeeld zou zijn aan de vorige dictator Razak: de bevolking is dus het slachtoffer (D.S.,11.01.2018).


De ‘multipolaire wereld’ van Xi is een eufemisme voor een wereld die niet meer beheerst wordt door het westen, maar door zijn eigen land, dat nu ook hightechbanen afpakt van Amerika en de West-Europese landen tegen elkaar uitspeelt om Chinese investeringen te krijgen.


En met “Made in China 2025” wil Xi zijn land zelfvoorzienend maken in hoogtechnologische industrieën zoals lucht- en ruimtevaart (zie maanlanding 2019), informatietechnologie, robotica, biomedica. En die industrieën plus de kunstmatige intelligentie en de surveillancetechnologie wil hij nadien ook mondiaal domineren. De aanwezigheid van buitenlandse bedrijven in China kan dus ook op zijn einde lopen! Trumps handelsoorlog is vooral een reactie op die Chinese vooruitgang, die in sommige domeinen al een voorsprong heeft verworven.


Dams gaat nog een stap verder: Xi zal de soevereiniteit van andere landen niet blijven respecteren. Vanuit het Confuciaans principe ‘Tianxia’ oftewel ‘alles onder de hemel’, heerst de keizer in gradaties over de hele wereld: hoe verder van Beijing, hoe minder. De eerste ‘slachtoffers’  zijn dus Hongkong en Macao en straks ook Taiwan, zoals Xi  op 2 januari 2019 al gezegd heeft. In Hongkong zijn blijkbaar al boekverkopers opgepakt of verdwenen sinds de pro-Beijing leidster Carrie lam aan de macht is (2017).


Dams houdt niet op: China heeft een ‘Verenigd Front’ voor overzeese beïnvloeding (p. 209-212). Het geeft geld aan politici in Australië, Nieuw-Zeeland, Griekenland, Hongarije, Tsjechië, Duitsland, Frankrijk, Nederland om de Chinese politiek en wereldorde te steunen en kritiek op China weg te wuiven. David Cameron en Gordon Brown staan volgens hem op die loonlijst. En in Nederland zijn 16 Chinese studentengemeenschappen  actief om het debat op de universiteiten te censureren, om te protesteren tegen b.v. de onafhankelijkheid van Taiwan en om te spioneren (p. 212-213).


Dams zegt dat de bedoeling van zijn boek niet was de Chinese wereldmacht te veroordelen, maar ze wel bloot te leggen en te zeggen dat ze nog tegengehouden kan worden. Hij geeft dan Rem Koolhaas als voorbeeld, maar die ontwierp wel (voor veel geld)  de rare televisietoren van de Chinese propaganda.


Conclusie: Dams heeft niet zozeer een biografie geschreven, maar  wel een ongenadig kritische analyse van zowel de strijd om de macht in China zelf tussen 1949 en 2012 als van de Chinese wereldorde en de methodes die Xi hanteert om deze overal in te planten, ten nadele van de liberale Europese democratie en mensenrechten. Xi doet dat veel slimmer dan Poetin, wellicht ook omdat hij over meer economische en technische middelen beschikt. Politici uit de ‘vrije wereld’, van Australië tot Noord-Amerika, doen er goed aan dit boek aandachtig te lezen. Bedrijfsleiders ook.
Ik vermoed dat het in China niet zal verschijnen en dat Dams ook geen visum meer zal krijgen voor dat land.


Een paar detailopmerkingen: soms staat er een drukfout of spelfout: p. 14: ‘1974’ moet 1976 zijn; p. 51: ‘tienallen’ moet tientallen zijn; p. 61: ‘beantwoord’ moet met –‘dt’-; p. 67: ‘Linsval’ moet in 2 woorden; p. 119: ‘bestuurd’ moet met een –‘t’; p. 122: ‘nouveau riche’ moet nouveaux riches zijn;


p. 142: ‘primis’ inter pares moet zijn: primi inter pares. Ook in Chinese eigennamen en begrippen staan spelfouten.


Het verwondert mij dat hij bij de oprichters van de CCP (p. 25) zijn landgenoot Henk Sneevliet vergeet. De boeken van Dikötter en Li Zhisui worden hier in het Engels geciteerd (p. 221-222, p. 226), maar ze bestaan ook in het Nederlands. Hij gebruikt graag Engelse woorden: socialite (p. 49), meme (p. 50) etc. In 1979 viel Deng binnen in Vietnam (p. 90), maar Dams vertelt er niet bij dat dit mislukte. Vaak spreekt hij over ‘sommige bronnen’, ‘vertrouwelijke rapporten’, ‘Chinaroddelaars’, ‘intriges in Zhongnanhai’ (het presidentieel paleis) zonder  te preciseren van wie zijn informatie komt. In zijn slotwoord (p. 227) zegt hij wel dat hij om veiligheidsredenen een aantal getuigen niet vermeld heeft. De citaten uit andere auteurs zijn vaak weinig nuttig. Zijn bewering dat de armoede uit China verdwenen zal zijn in 2020 (p. 175) is helaas veel te optimistisch. Behalve over de islam (Oeigoeren), zegt hij niets over de godsdiensten in China en de houding van de CCP daar tegenover.


Het kaartje op p. 7 is nuttig, maar Hongkong, Macao, Shenzhen, Taiwan, Henan, Xinjiang  staan er niet op. Een chronologische tabel met de ambtstermijnen van de Chinese leiders Mao tot Xi ontbreekt. Dams kent de vele instellingen van China goed en weet hoe de hiërarchie in elkaar zit. Maar ik weet niet of hij de bedoeling had een objectief portret te tekenen: bijna overal krijgt Xi een betere beoordeling, zeker voor zijn wereldwijde prestaties.


Het boek is zijn prijs meer dan waard.


ISBN 9789044636680 | Hardcover | 231 pagina's met kaart, foto’s, noten, register | Uitgeverij Prometheus, A’dam / Pelckmans, Kalmthout |november 2018

© Jef Abbeel, 13  januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Poetinisme
Een Russisch fenomeen
Katlijn Malfliet


Het poetinisme is een verfijnde vorm van autocratie in het huidige Rusland. Dit politiek regime werd sinds 2000 gestaag opgebouwd met Poetin als uitstekende en alomtegenwoordige leider, die alle macht heeft en aan niemand verantwoording verschuldigd is.
Aldus Katlijn Malfliet


De schrijfster noemt het typisch Russisch vanwege zijn semi-feodale en hegemoniale kenmerken. Poetin heeft nog evenveel macht als Ivan de Verschrikkelijke in de 16de eeuw. Malfliet ziet geen militair gevaar, maar wel een cultureel risico voor onze mensenrechten en rechtstaat. De vrees voor een nieuwe revolutie is groot bij de Russen, maar het poetinisme kan die afwenden en voor de gewenste orde en stabiliteit zorgen.


75% van de Russen ziet in Poetin de redder van Rusland en steunt hem, hoewel dat cijfer afgenomen is na de verhoging van de pensioenleeftijd in juli 2018. Poetinisme is niet democratisch, maar ook niet totalitair zoals het communisme. Op 31 december 1999, volgens Malfliet de laatste dag van de 20ste eeuw, maar dat is onjuist( zie onder), promoveerde Jeltsin Poetin van premier tot president. Toen maakte hij een einde aan de ‘Tijd der Troebelen’, begon hij  met de grote schoonmaak en zette hij orde op zaken. Tegenover het verleden neemt hij een dubbelzinnige houding aan: de miljoenen slachtoffers van Stalin worden sinds 2015 herdacht op de ‘Muur van Verdriet’, maar tegelijk blijft Stalin de grote held.


Het leiderschap van Poetin vertoont kenmerken waar de meeste Russen van houden: sterk, mannelijk, sportief, dominant, zeer goede banden met de orthodoxe kerk. Iemand die Rusland in eer hersteld heeft als grootmacht na de vernederingen door de Amerikanen.
Mensen die in verzet kwamen, bekochten dat vaak met de dood: meer dan 300 sinds 1991, o.a.  Anna Politovskaja in 2006 en Boris Nemtsov in 2015. Doordat het Kremlin hen afschilderde als verraders, waren moordbendes bereid hen te liquideren.


Siloviki, netwerken van regime-getrouwen uit het leger en de geheime dienst, zijn overal aanwezig en steunen Poetin. Hij heeft ook de steun van de meeste oligarchen, die hij tegelijk goed controleert. Chodorkovski verloor zijn bedrijf Joekos en zijn vrijheid, toen hij de liberalen van Javlinski sponsorde tegen Poetin. Setsjin, de baas van Rosneft en vriend van Poetin, kreeg het. Het is een staatskapitalisme, geen markteconomie. Het Kremlin behoudt de controle over aardolie, aardgas, metalen en andere natuurlijke rijkdommen, zoals vóór 1917 alle gronden in handen van de tsaar waren en vanaf Stalin heel de economie in handen van de staat was.


In de jaren 90 vond een grootschalige onteigening van de staat plaats, maar in 2004 bepaalde Poetin dat 1.063 bedrijven van strategisch belang zijn en dus onder staatscontrole moeten staan. Daar horen uiteraard Gazprom en Lukoil bij. En Poetin zei ook dat de privatiseringen nog altijd teruggedraaid kunnen worden.


Een middenklasse is er niet en maakt ook geen kans. Het gerecht en het Openbaar Ministerie staan in dienst van het Kremlin. Externe vijanden zijn er genoeg voor het ‘bedreigde Rusland’: Oekraïne, de NAVO, de VSA. Gelukkig is er Poetin, die ervoor zorgt dat de kans op een politieke lente en een aansluiting bij Europa onbestaande is. Malfliet zegt ook dat er geen competitie is bij de verkiezingen, maar dat maakt ze niet hard: 8 kandidaten deden mee voor het presidentschap (p. 51), 16 partijen voor het parlement (p.57). Poetin en zijn ‘Verenigd Rusland/Jedinaja Rossija’ wonnen overtuigend, allebei met 76%. Verzet en oppositie blijven mogelijk: in 2014 werd vreedzaam betoogd met Oekraïense vlaggen tegen de annexatie van de Krim en de inmenging in ‘Novorossija’, de pro-Russische regio’s in Oost-Oekraïne  en in 2018 tegen de verhoging van de pensioenleeftijden. De greep op de ‘desinformerende’ tv, radio, kranten is groot, maar tijdschriften en internet worden (voorlopig) niet gecontroleerd.


De Krim dan. Nadat de democratisch verkozen president Janoekovitsj in februari 2014 door een volksopstand was verdreven, kwamen de Russische volksgenoten op de Krim zogezegd in gevaar en hechtte Rusland het schiereiland aan. Sinds 2015 is het wel kalmer tussen Rusland en Oekraïne, dat voor 90% van zijn energie afhankelijk is van zijn grote broer.


Bij ‘Russia First’, vergelijkbaar met Trumps ‘America First’, heeft de auteur veel lof voor Poetin, die na de Jeltsin-anarchie als redder des vaderlands snel orde op zaken stelde, de armoede spectaculair deed dalen, lonen en pensioenen op tijd uitbetaalde, de progressieve belastingen (tot 30%) verving door een vlaktaks van 13%. Dat laatste  gebeurde om de kapitaalvlucht tegen te gaan en de rijken in eigen land te houden.
Bij de uitbreiding van de EU en de NAVO tot aan de grenzen van Rusland (p. 117-120) vermeldt de auteur niet dat dit tegen de afspraken van 1990 tussen Gorbatsjov en Bush was. Daardoor kon Poetin in 2007 in München de NAVO een vijand en bedreiging van Rusland noemen.


Later (p. 123-124) zegt Malfliet wél dat de NAVO de afspraken geschonden heeft en dat nog eens herhaalde in 1995 en 1999 door in ex-Joegoslavië binnen te vallen en in 2016 door troepen en wapens te legeren in Polen en de drie Baltische staten. En dat het Westen nooit enige empathie toonde voor de Russische bezorgdheid om die uitbreiding. De Russen tonen dan ook geregeld dat hun luchtmacht nog paraat is. Zij hebben ook nieuwe Avangard-raketten en hackers die de westerse systemen kunnen platleggen. De relaties zijn dus helaas verslechterd sinds 1989.
Volgens Malfliet doet Poetin er alles aan om Europa te verzwakken door rechtse partijen te steunen, door desinformatie en door uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens niet uit te voeren. Wellicht heeft de auteur gedeeltelijk gelijk, maar onderschat ze hoe Europa zichzelf ondermijnt, o.a. door de aanpak van de migratiecrisis. In 2008 sloot de EU ook een Oostelijk Partnerschap af met Oekraïne, Wit-Rusland, Georgië, Moldavië, Azerbeidzjan, Armenië en was de EU verwonderd dat de Russen dit niet leuk vonden.


Malfliet beweert dat de kloof tussen Rusland en de EU nooit zo diep was, maar dan vergeet ze wel het hoogtepunt van de Koude Oorlog (1948-1956): met Poetin wordt alleszins meer gepraat dan met Stalin en Chroesjtsjov. Malfliet beweert zelfs dat de Russische politieke elite de SU bewust uiteen heeft laten vallen en zich profileerde als verliezer van de Koude Oorlog, om nadien des te sterker te staan (p.  147-149). Deze ‘zelfverdwijntruc’ lijkt mij zeer ver gezocht. Het westen had plots geen vijand meer en begon te slaapwandelen, aldus Malfliet. Ze geeft wel toe dat de sancties tegen Rusland aan Europa meer schade bezorgen dan winst.


Ze besteedt ook veel aandacht aan de Russische inmenging in de Amerikaanse presidentsverkiezingen, die al met al zeer amateuristisch was, maar ze vergeet te zeggen dat de Amerikanen in 1996 het voorbeeld gaven door Jeltsin, die wellicht ging verliezen, te steunen met 140 miljoen dollar en een Amerikaans communicatieteam om de Russische media te beïnvloeden.  Ze geeft wel toe dat geen enkele Sovjetleider zo gedemoniseerd werd als Poetin nu.
Deze heeft zijn invloed in het Midden-Oosten flink uitgebreid door zijn succes in de Syrische oorlog en hij heeft ook ambities op de Noordpool, net zoals de Chinezen met hun ‘IJszijderoute’ (p. 180).Door de kille relaties met het westen bouwt Rusland zijn bondgenootschappen in Azië verder uit, niet enkel met China, maar ook met Japan, waarmee een vredesverdrag nabij lijkt (p. 182).


Malfliet besluit dat Europa zich niet vooraf tegen Poetin moet uitspreken, maar het mag de grootmachts-ambities van Rusland niet onderschatten en zijn eigen waarden en normen niet verloochenen.


Ze neemt geen blad voor de mond, ze is zeer kritisch voor het autoritaire bestuur van Poetin en zijn misprijzen voor de westerse waarden. Zij waarschuwt ons veel meer dan andere auteurs zoals Steven Lee Myers en de toch wel zeer kritische Vladimir Fedorovski. Medvedev is wel voorstander van de westerse rechtsstaat en technologie, maar hij haalt het niet.  Malfliet legt veel te veel nadruk op Poetin als ondermijner van de EU, terwijl die instelling vooral zichzelf ondermijnt. De lezer gaat nog denken dat de malaise in vele Europese landen door Poetin komt. Ik betwijfel ook of het poetinisme zo typisch Russisch is: waren Mao, Fidel Castro en andere sterke leiders dan zo anders? En vertoont Trump ook niet zulke autoritaire trekken?


Bij de begrippen staan korte definities, maar ontbreken helaas de pagina’s waar ze verder uitgelegd worden: b.v. CSTO op p. 127 en 156, EEU op p. 183. En die lijst had heel wat langer mogen zijn: ik heb er 13 aan toegevoegd. Malfliet dateert het begin van de goelag in 1930: ik zou eerder zeggen in 1918, want Lenin begon er al mee. Ze gebruikt ook graag moeilijke woorden, o.a. in haar onderscheid tussen politiek systeem en politiek regime (p. 50, 198) of tussen Roesski en Rossiiski (p. 104,111) en tussen vladetel en vladelets (p. 82). Ik hield wel mijn Russisch-Nederlands woordenboek bij de hand.
De tabel op p. 51 toont  duidelijk aan wie allemaal kandidaat was bij de presidentsverkiezingen van maart 2018 en hoeveel stemmen ze haalden. Die van p. 57 zegt hetzelfde over de parlementsverkiezingen van 2016.


Nog enkele details: het vorige millennium eindigde niet op 31 december 1999 (p. 22), maar op 31 december 2000. En Marx sprak niet over opium “voor het volk” (p.32), maar over opium van het volk. We zeggen: zo uniek als en niet “zo uniek dan” (p. 110). Soms staat er een drukfoutje: staateigendom (p.87) en invloedzone (p. 143) missen allebei een ’s’ . En soms staat er een gallicisme: “Het was de orthodoxe kerk die …(p. 108). Ik mis ook een kaart met de genoemde plaatsen: Samara, Nizny Novgorod, Busan, Koerilen e.a. Het minst geloofwaardige vind ik wel de ‘verdwijntruc’ van 1990-1991. Gorbatsjov en Jeltsin hebben genoeg kritiek gekregen omdat ze de indrukwekkende Sovjetstaat herleid hebben tot Rusland. Maar Malfliet stuurt krachtige waarschuwingen uit: westerse politici weten nu dat ze moeten oppassen.

ISBN 9789401457866 | Paperback | 207 pagina's | Uitgeverij Lannoo Campus | 8 oktober 2018

©Jef Abbeel, 7 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

21 lessen voor de 21ste eeuw
Yuval Noah Harari

 
Dit boek, dat in 2018 al twee drukken beleefde, gaat in op nieuwe problemen voor de 21e eeuw. In zijn voorwoord ontvouwt de auteur een fantasierijk en ambitieus programma. Hij onderzoekt de route waarlangs mensen misschien zelfs wel goden kunnen worden. De biotechnologie en de opkomst van kunstmatige intelligentie kan de grens, die de natuur tot op heden aan de mens stelt, doorbreken (transhumanisme).


Het doet science-fictionachtig aan. Toch is dit boek meer dan het speculeren van een fantast. Het boek bevat scherpe observaties en rake inzichten in de problemen waar de mens mee worstelt. In de woorden van de auteur:


De fusie tussen infotech en biotech zal mogelijk al heel snel miljarden mensen van de arbeidsmarkt drukken en daarmee vrijheid en gelijkheid ondermijnen. Big-data-algoritmen kunnen digitale dictaturen creëren waarin alle macht in handen van een kleine elite komt (blz. 13).


Een kleine elite die alle macht in handen heeft en een overweldigende massa die overbodig is geworden. Een onheilspellend scenario.
Ik las dezer dagen in de krant dat Facebook een algoritme heeft ontwikkeld waarmee ontdekt kan worden of mensen zelfmoordplannen hebben. Sommige dingen zijn dus dichterbij dan we denken.


Harari onderzoekt uitgebreid of religies en ideologieën steun en tegenwicht kunnen bieden aan de technologische revolutie die op ons afkomt. Volgens hem zijn alle oude verhalen geïmplodeerd en irrelevant geworden. Als Harari de rekening opmaakt van het tijdvak waarin religie toonaangevend was, komt hij niet verder dan de opsomming: geweld, vervolging, discriminatie. God is de God van kruisvaarders en jihadisten, van de inquisiteurs, de vrouwenhaters en de homofoben (blz. 245). De zogenaamd heilige geschriften bevatten gewoon verhalen die onze voorouders hebben verzonnen.


Harari vertrouwt op de seculiere mens. ‘Het secularisme kan ons alle waarden verschaffen die we nodig hebben’ (blz. 251). Hier ligt voor mij ook de zwakte van dit boek. Hariri slaat door. Hij vermeldt verheugd dat seculiere mensen niet zo dom zijn om naar kerken of tempels te gaan. Prima, denk ik dan. Maar ze gaan wel naar voetbalstadions en slaan daar de zaak kort en klein.


Het vertrouwen dat Hariri op de vrije, autonome, rationele mens stelt is al eeuwen oud. De filosofische start ligt bij Socrates. Kennis is Deugd. Of, zoals men in het tijdvak van de Verlichting zei: Bouw scholen en sluit de gevangenissen. Dit vertrouwen is echter volslagen misplaatst. Een goed voorbeeld is de jaarwisseling in Nederland. Elk jaar trekt er een razernij van vernieling en geweld over ons land. Dat is niet iets van de laatste paar jaar, dat is al heel veel jaren zo. De schade bij de jaarwisseling 2007-2008 bedroeg bijvoorbeeld twee doden en 120 miljoen euro.


Er domineren in het nieuws tegenwoordig twee zaken: terrorisme en het klimaat/milieu. Hoeveel doden zijn er vorig jaar in Nederland slachtoffer van terrorisme geweest? Voor zover ik weet geen een. En wat willen we met het klimaat? Met een investering van miljarden over 30 jaar moet Nederland een reductie van 0,0003 procent uitstoot bereiken.


Welnu, bij de jaarwisseling van 2018/2019 zijn er vier doden gevallen, bedragen de kosten (vuurwerk plus de schade) nu al 100 miljoen euro, zijn een achttal mensen (nagenoeg) blind, en is de klimaatschade becijferd op 1,25%. Dat doen we onszelf geheel vrijwillig aan en ook nog eens in één nacht. We hebben Al Quida niet nodig gehad om die verwoesting aan te richten. We spreken nu echter niet van een terreuractie, maar noemen het een feest.
Het is bizar en absurd. Het toont aan dat mensen zich geheel niet in de hand hebben, maar in het gareel gehouden moeten worden. En daar hebben we een overheid voor. Iets dat ‘religie’ al lang weet en ons voorhoudt, maar voor Harari is deze eeuwenoude wijsheid over de menselijke aard ‘irrelevant’.


Harari zet zijn kaarten op de mens en zijn wetenschap. ‘Religieuze doctrines’ mogen van hem bestaan, zolang de seculiere code maar voor gaat als die twee met elkaar in botsing komen (blz. 258). Hoe kun je dit nu met droge ogen beweren als je voor gelijkheid bent? Alle opvattingen zijn toegestaan, maar mijn opvatting moet de voorrang hebben? Dat is het woord van een dictator. Voor mij is het debat een publieke arena waarin alle opvattingen op basis van vrijheid en gelijkheid met elkaar de degens kruisen.


Op blz. 260 verweert Harari zich tegen het bezwaar dat Stalin, hoewel seculier, toch ook een massamoordenaar was. In een warrige passage schrijft de auteur dat Stalin een ‘profeet was van een extreem dogmatische religie die we stalinisme noemen’ (blz. 260). Schuiven we met deze woordkeus nu de terreur van Stalin ook in de schoenen van kerk en religie?


In dit boek liggen zin en onzin dicht bij elkaar. Soms is het briljant, soms is het kletskoek. Graag zou ik van beide meer voorbeelden willen noemen, maar een recensie moet beperkt in omvang blijven. De lezer oordele zelf.


De auteur is als historicus, filosoof en futuroloog verbonden aan de Universiteit van Jeruzalem.


ISBN 9789400407855 | Paperback | Omvang 448 blz. | Thomas Rap | augustus 2018

© Henk Hofman, 3 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer. Klik HIER

 

Imagine
John
Yoko

John Lennon en Yoko Ono


Iedereen kent het liedje Imagine (1971) wel, het is inmiddels uitgegroeid tot hét lied dat staat voor een betere wereld. Maar wat mensen misschien niet weten, is dat er ook in 1972 een tweede soloalbum van John Lennon verscheen met dezelfde titel.  Dit prachtig uitgevoerde boek gaat over het tot stand komen van dit album én het wereldberoemde liedje geschreven door John én de acht jaar oudere Yoko.


Iedereen kende toentertijd John Lennon vooral  van de razend populaire groep The Beatles, maar toen hij Yoko ontmoette veranderde zijn hele wereld. Hij had zijn soulmate ontmoet. Hij verliet zijn vrouw én The Beatles en vestigde zijn aandacht op muziek die hij zélf wilde maken en niet opgelegd kreeg. Toentertijd kreeg Yoko, die al een gerenommeerde kunstenares was, van alles de schuld mede omdat men niet gewend was dat een Oosterse vrouw en een Westerse man een relatie hadden. Niemand besefte dat ze elkaars grote liefde waren en John het zelf ook zo wilde.


Het stel kocht samen het landgoed met het mooie witte landhuis Tittenhurst Park in Ascot en daar is het album geboren en samengesteld. Het liedje zelf werd daar ook geschreven. Inspiratiebron voor dat liedje waren teksten die Yoko  in haar boek Grapefruit  (1965) had staan die begonnen met het woord imagine zoals:  "imagine a raindrop [...] imagine a cloud dripping. John borduurde daar op voort. Het was eigenlijk een kinderliedje... In het boek zien we zowel de teksten zoals die in Yoko's boek stonden als het handgeschreven briefje waar John de tekst van het het liedje op genoteerd had.


Tittenhurts werd het creatieve centrum en via vele, vele, vele erg mooie zwart-wit foto's kunnen we van de sfeer rond het samenstellen van het album meeproeven. Maar dat niet alleen. Iedereen die meewerkte aan het album is geïnterviewd, van de muzikanten en producer tot de bouwer van de unieke studio met 8 banden en de technici. Alle muzikanten komen aan het woord maar ook Phil Spector de wereldvreemde producer die leefde voor de studio. - Daarbuiten vond hij de wereld een hel. - En ook de fotograaf die de foto's voor het album maakte, vertelt zijn verhaal evenals de klusjesmannen etc.  tot de tuinman aan toe! Alle verhalen zijn boeiend en bijzonder.

Opvallend is dat zij allen heel goed konden opschieten met Yoko, die zij als een erg lieve vrouw kenmerken, een vrouw die zeer beschermend optrad als John in het geding was. John en Yoko  deden verder alles samen en waren een heel creatief stel mensen die constant bezig waren met muziek en kunst.


In het boek worden diverse nummers van het album besproken zoals onder andere Crippled Inside, Jealous Guy, It's So Hard, I Don't Wanna Be A Soldier, Oh Yoko! Elk hoofdstuk en nummer wordt voorafgegaan door een inleidende tekst van John en Yoko, samengesteld uit gepubliceerde en ongepubliceerde bronnen en aangevuld met nieuwe commentaren van Yoko.


De foto's in het boek zijn mooi in hun eenvoud en enkelen zijn niet eerder gepubliceerd. Het is bijzonder om te zien (en te lezen) dat de woonvertrekken van John en Yoko helemaal wit waren, inclusief vloerbedekking. De rest van het huis had zwarte vloeren, zo wist iedereen ook welke ruimtes de (niet toegankelijke) privévertrekken van het stel waren. We zien een plattegrond van het huis met daarbij de foto's. We zien John en Yoko in discussie over het album. We zien Yoko bij haar mooi gestileerde doorzichtige kunstwerken. We zien John en Yoko in de tuin bij hun mooie huis, we zien John in de studio en achter de piano etc. 


De inhoud en de  uitvoering van het boek zijn perfect in balans. Alles is schitterend op elkaar afgestemd. Zelfs de papierzijde is prachtig afgewerkt en toont een helderblauwe lucht met wolken...


Imagine there's no heaven
It's easy if you try
No hell below us
Above us only sky...


ISBN 9789059568563 | Hardcover | 320 pagina's | Uitgeverij Fontaine | 9 oktober 2018
Afmeting 31,5 x 24,5 x 3,3 cm | Vertaald door Saskia Peeters

© Dettie, 28 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Atlas of Religion in China
Social and Geographical Contexts
Fenggang Yang


De auteur van deze prachtige atlas is professor aan de Purdue University in Indiana, aan de Grote Meren, in het noorden van de VSA. Hij is gespecialiseerd in godsdiensten in China. In 2012 publiceerde hij al ‘Religion in China: Survival and Revival under Communist Rule’. Die titel zegt ook al iets over deze atlas, hoewel de auteur zeer voorzichtig is in zijn benadering. Hij is ook hoofdredacteur van de ‘Review of Religion and Chinese Society’.


De laatste vier decennia zijn de traditionele godsdiensten aan een revival toe in China (ook in Rusland) en er zijn ook nieuwe spirituele bewegingen ontstaan.


Deze unieke atlas toont in 154 kleurenkaarten, tientallen grafieken, tabellen, foto’s van volle tempels, kerken, kloosters en moskeeën, de aanwezigheid en de activiteiten van de diverse godsdiensten.


Fenggang Yang verdeelt deze in drie categorieën:
1) De Rode Markt of de legale godsdiensten: boeddhisme, islam, protestantisme, taoïsme en katholicisme
2) De Grijze Markt of de semilegale godsdiensten: confucianisme, volksreligies (o.a. voorouderverering, God van de welvaart), huiskerken, ondergrondse katholieke kerken, Mao-cultus
3) De Zwarte Markt of de illegale godsdiensten: dit zijn er 16, o.a. de schreeuwers, de kerk van de almachtige God, Falun Gong, de kerk van het Nieuwe Testament, de echte Boeddha sekte. Bij een aantal van deze ‘godsdiensten’ kun je  de vraag stellen of het godsdiensten zijn of levensbeschouwingen.


Bij de eerste twee groepen (rood en grijs) geeft de auteur ook informatie over de scholingsgraad van de gelovigen: het aantal hooggeschoolden varieert van 6 bij de voorouderverering  tot 19% bij de taoïsten. Bij de katholieken is het 13%, bij de protestanten 12%.


Falun Gong werd aanvankelijk toegelaten in het begin van de jaren 90, het had veel succes (40 miljoen leden), maar na een protestdemonstratie in 1999, met als doel wettelijk erkend te worden, werd het beschouwd als subversief en werd het verboden. Sindsdien zijn duizenden aanhangers gearresteerd, naar heropvoedingskampen gestuurd en ca. 2.000 gedood. Hun stichter Li Hongzhi (°1951)verblijft nu in de VSA. Zijn aanhangers beschouwen hem als belangrijker dan Boeddha of Jezus. Nu zijn ze nog met 1 miljoen.


In deel I toont de atlas met kaarten en grafieken de aanwezigheid van de godsdiensten in heel het land.
In deel II is dat per provincie. Dat zijn er samen 31. In dit deel staan ook kaarten met locaties van de kerken, tempels, moskeeën en duidelijke grafieken met de percentages van elke godsdienst in elke provincie en ook andere gegevens: de oppervlakte van elke provincie, het reliëf, de bevolkingsdichtheid, het aantal interne immigranten, urbanisatiegraad, het percentage huishoudens met één generatie i.p.v. twee of drie.
In Beijing b.v. is de islam de grootste, met 37,6% van de religieuze sites, gevolgd door de boeddhisten met 21, protestanten met 16, katholieken 14, taoïsten 10%. In het nabije Tianjin overheersen de moslims met 50,8% en in Xinjiang met 99,4%! De verkondiging van het protestantisme leidt hier tot vervolging en 15 jaar gevangenis (p. 220).
Blijkbaar zijn er maar 300 Oeigoeren mee gaan strijden met IS: in verhouding tot de 22 miljoen inwoners is dat veel minder dan Brussel met 200 voor 1,1 miljoen inwoners. Bij een aantal provincies, o.a. Tibet (p.195), zie je ook dat het aantal hooggeschoolden sinds 2.000 flink toegenomen is. En dat de autonome regio Tibet maar 3 miljoen inwoners telt: er wonen ook nog 3 miljoen Tibetanen in de aangrenzende provincies.


De auteur vertelt niet hoeveel Han-Chinezen er naar Xinjiang en Tibet verhuisd zijn  om de oorspronkelijke bevolking te controleren. Hij legt wel uit hoe de CCP (Communistische Partij van China) de godsdiensten reglementeert en controleert: de partij heeft afdelingen die regels opstellen voor de bouw van nieuwe tempels, kerken, moskeeën, voor religieuze bijeenkomsten en activiteiten en ook voor de aanwijzing van de religieuze leiders. En het Ministerie van Openbare Veiligheid controleert de illegale, godsdienstige activiteiten en dat van Staatsveiligheid regelt de godsdienstige activiteiten waar vreemdelingen bij betrokken zijn. En dan is er nog het ‘610 Office’, dat de zogenaamde duivelse cultussen onderdrukt. Kortom, de controle van de overheid gaat veel verder dan in Europa.


De laatste vier decennia is het aantal gelovigen voortdurend toegenomen en ze hebben aan de CCP en aan de staat ook hun eisen gesteld: meer ruimtes voor hun gebouwen, bouwvergunningen, heropbouw van verwoeste tempels en kerken. Soms hebben ze ook staatsgrond bezet en er nieuwe kerken op gezet zonder toestemming. De auteur verzwijgt dan nog braaf dat de intolerante overheid dikwijls kruisbeelden weghaalt van kerkgebouwen, kerken verwoest, jongeren tot 18 jaar verbiedt om naar de kerk of moskee te gaan en alle buitenlandse godsdiensten wil ‘Sinicizeren’ , d.w.z. meer Chinees maken. Het is nooit duidelijk wat daarmee bedoeld wordt. En de overheid verwijst daarbij graag naar de Culturele Revolutie van 1966-1976, waar ze anders over zwijgt. Ze doet dat met verhalen en foto’s uit die nefaste tijd, die trouwens een ramp was voor alles wat met cultuur te maken heeft.


De auteur vertelt wel dat tijdens die Culturele Revolutie alle godsdienstige organisaties en samenkomsten verboden waren. De godsdiensten hebben dus sinds 1978 een indrukwekkende revival gekend en dit volledig op eigen kracht, want de overheid fungeerde nooit als helper, enkel als hindernis.


Fenggang Yang heeft een mooie prestatie neergezet. Zijn schitterende atlas is voorzien van een stevige kaft en  geeft niet enkel een beeld van de godsdiensten, maar ook van de geografische situatie per provincie, de sociale context, het onderwijsniveau, de interne migratie naar de oostkust, de gevolgen voor de samenstelling van de huishoudens.


Zijn beeldmateriaal is zeer degelijk en zeer duidelijk, het register bevat heel veel informatie om vlug iets op te zoeken, de bibliografie is indrukwekkend, maar uitsluitend Engelstalig en zeer Amerikaans getint. Ik mis dus de vele publicaties van Jeroom Heyndrickx en zijn Chinese medewerkers aan de K.U. Leuven over het katholicisme en het christendom in het algemeen in China. Taiwan wordt vaak vernoemd, maar helaas niet apart besproken.


Ik mis nog enkele andere zaken, meer bepaald het aantal gelovigen per godsdienst of levensbeschouwing. De schrijver vermeldt wel dat de CCP 78 miljoen leden telde in 2009 (in 2018 zijn dat er 89 mln., n.v.d. r.) en de jongerenorganisatie 75 mln. in dat jaar, maar diezelfde cijfers geeft hij niet voor de meeste godsdiensten. Als excuus haalt hij aan:  ‘Political restrictions and practical obstacles’ (p. 7). Voor de katholieken zegt hij: 5,5 mln. in 2010 volgens Chinese bronnen, 10 à 12 mln. volgens buitenlandse bronnen, die hij verder niet noemt. Bij een volgende editie mogen zulke cijfers er toch bij staan en dat kan als de auteur meer West-Europese publicaties raadpleegt en in zijn tekst verwerkt.


De relatie met het Vaticaan komt meermaals aan bod. De auteur kon uiteraard nog niet weten dat er op 22 september 2018 eindelijk een overeenkomst zou komen tussen beide partijen.


ISBN 9789004358850 | Hardcover | Engelstalig | 248 pagina's met illustraties | Uitgeverij Brill | oktober 2018

© Jef Abbeel, 20 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De dansende eend
Uit het dagboek van een Nederlandse matador
Nikko Norte


Op de laatste bladzijde onthult de schrijver hoe hij aan de titel van zijn boek komt. Het gaat om een verhaal dat hij eens hoorde vertellen door de dichter en schrijver Jules Deelder. Dit verhaal staat voor Nikko Norte symbool voor het dierenleed in deze wereld. Veel dierenleed kan betrekkelijk gemakkelijk voorkomen worden. Maar we steken onze kop in het zand.


Welk verhaal het nu precies is geweest, komt de lezer niet te weten. Het gaat Nikko Norte om de symbolische betekenis ervan. Degene die de schrijver inconsequent vindt, omdat hij aan stierengevechten deel heeft genomen, moet zo fair zijn om eerst de dansende eenden in zijn eigen leven onder de loep te nemen. Begin maar met het omrekenen van vijf kilo overgewicht in dierenleed, vindt de schrijver.


De intrigerende titel van dit boek kun je ook goed toepassen op het leven van Nikko Norte. Het is het verhaal van een grillig leven. Norte ‘danst’ door het leven als acteur, piloot, model, hij diende bij een elite-eenheid van het leger, en presenteert zich nu dus ook als schrijver. Het is maar een greep uit het aantal werkzaamheden dat langs komt. Even grillig is de stijl van schrijven. Norte reist over de hele wereld, hij springt heen en weer van de ene periode in zijn leven en het ene reisdoel naar weer wat anders. De episoden volgen elkaar in rap tempo op. De lezer komt adem tekort om dit allemaal te volgen.


Het is een uitgesproken mannelijk boek, hoewel de schrijver houdt van vrouwen en zij van hem.
Dat mannelijke karakter komt wel heel sterk tot uitdrukking in de liefde die Norte heeft voor de Spaanse stierengevechten. Hoewel ook hier weer vermeld moet worden dat op de tribune talloze vrouwen de strijders in de arena aanmoedigen en toejuichen.


Die stierengevechten zijn het steeds weer terugkerende thema in dit boek. Uit de gegevens van dit boek blijkt dat het een eeuwenoude aparte cultuur is. Het is strijd maar ook kunst. Kunst vanwege de sierlijke passen die de strijders maken, de vaandels en vlaggen, de kleurige kleding, de gebruiken en niet in het minst vanwege het idioom. Achterin het boek staat een woordenlijst van zes bladzijden met begrippen die te maken hebben met de stierengevechten. Met ontzettend veel moeite en pijn (vanwege ernstige verwondingen), maakt Norte zich de vaardigheden van het stierengevecht eigen. Als buitenlander valt hij op en maakt de Spaanse en zelfs de buitenlandse pers melding van hem. Op plakkaten staat hij aangekondigd als El Holandés, de Hollander.


Deze militair en matador is op cultureel gebied ook nog eens goed onderlegd. Hij leest bijvoorbeeld Descartes en Nietzsche en bezoekt een tentoonstelling van de Vlaamse Primitieven in het Rijksmuseum.


Dit boek is een cocktail van strijd, sport en cultuur. Het is daarmee een zeer onderscheidend boek  met een geheel eigen karakter. Een boek dat uit de pas loopt. En passant plaatst de schrijver kanttekeningen bij actuele onderwerpen, zoals ontwikkelingshulp en discriminatie. ‘De meeste Afrikanen discrimineren iedereen die geen lid is van hun stam. Ik vond dat prima, authentiek en accepteerde de behandeling die me op basis van mijn huidskleur ten deel viel’ (blz. 116).


Wie bereid is om Nikko Norte de ruimte te geven voor zijn levensverhaal krijgt een onderhoudend boek in handen.


ISBN 978949261581 | Paperback | 309 bladzijden | Uitgeverij De Blauwe Tijger | november 2018

© Henk Hofman, 17 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer. Klik HIER

 

Napoleon
De man achter de mythe
Adam Zamoyski

 

Is twee eeuwen na Napoleon nog vast te stellen wat voor man hij in werkelijkheid was? Over weinig mensen is meer geschreven dan over de Corsicaan die het bracht tot keizer van Frankrijk. Hij spreekt en sprak tot de verbeelding. Maar de overvloed aan verhalen over Napoleon maakt het ook lastig om in te zomen op de vraag wat voor persoonlijkheid hij in werkelijkheid was. Adam Zamoyski helpt ons door veel van Napoleon zelf te citeren en aan te halen wat tijdgenoten die hem goed kenden, schreven en zeiden over de succesvolle generaal en prachtlievende keizer. Zo ontstaat het beeld van een man die gepassioneerd leefde, charmant en royaal was, maar ook in onredelijke woede kon uitbarsten, geniaal bevelhebber op het slagveld, maar ook een groot wetgever en bestuurder. Een man die vanaf 1812 zijn greep op zichzelf en zijn rijk verloor, inboette aan visie, besluiteloos werd, niet langer de gebeurtenissen naar zijn hand zette, maar over zich heen liet komen.


Gezegd moet worden dat Napoleon gedurende de jaren van zijn heerschappij steeds werd tegengewerkt door veel van zijn eigen ministers en generaals. Achter zijn rug om, terwijl ze nog achteloos zijn eerbewijzen en geld opstreken, konkelden zij met elkaar en buitenlandse vijanden samen tegen de keizer. Talleyrand, minister van buitenlandse zaken, Fouché, minister van politie, generaal Bernadotte, die later koning van Zweden werd, generaal Moreau, generaal Augereau, zij allen waren te vertrouwen tot de deur van Napoleons vergaderzaal. Zij hadden hun positie, eer en aanzien, rijkdom en bezit, aan Napoleon te danken, maar hun eigen belang ging altijd voor op het zijne.


Of Napoleon het nu wilde of niet zijn macht was gebaseerd op de punt van de bajonet. Zijn vijanden, vorsten van eeuwenoude dynastieën, konden zich nederlagen permitteren op het slagveld zonder dat dit hun de kroon kostte. Napoleon, in de ogen van die vorsten niet meer dan een parvenu, kon zich geen nederlaag veroorloven. Daarmee was de toon gezet voor een tijdvak van bijna 25 jaar permanente oorlogvoering in heel Europa. Een vreselijke periode van brandschatting, plundering, moord en verkrachting. Het leven voor veel burgers en soldaten moet een voortdurende nachtmerrie zijn geweest.


Wat wilde Napoleon bereiken? Ging hij voor zijn eigen macht en glorie waaraan hij de levens van zijn soldaten opofferde? Diende hij de belangen van de Franse staat? Of was hij een visionair die voorzag dat in de toekomst alleen een Europese grootmacht nog een rol op het wereldtoneel kon spelen? Zamoyski maakt duidelijk dat Napoleon aanvankelijk in Europa gezien werd als een bevrijder die de idealen van de Franse Revolutie wist te vertalen in bestuur en wetgeving. Maar er kwam een omslagpunt. De bevrijder transformeerde in de onderdrukker die zijn macht met repressie en geweld handhaafde.


Zamoyski dist het allemaal op een uiterst onderhoudende wijze op. Hij vertelt uitgebreid over zijn hartstocht voor Joséphine de Beauharnais, hetgeen hem niet heeft belet om met talloze andere vrouwen amoureuze betrekkingen te onderhouden. Net zo goed als Joséphine haar man vanaf het begin van haar huwelijk bedroog met andere mannen. Het maakte Napoleon razend als hij ervan vernam. Dat hij er een dubbele standaard op na hield, maakte blijkbaar niet uit. Zamoyski noemt Napoleon een paar keer ‘preuts’. Binnen het complexe karakter van Napoleon pasten inderdaad preutse opvattingen, maar hij gedroeg zich er niet naar. Complex was ook zijn houding tegenover vrouwen. Hij adoreerde vrouwen, en veel vrouwen adoreerden hem en boden zich gewillig aan, maar hij kon zich ook heel denigrerend uitlaten over vrouwen.


De ster van Napoleon heeft lang geflonkerd. Het boek van Zamoyski maakt duidelijk dat Napoleon uiteindelijk alles wat hij had bereikt zelf weer ongedaan maakte. Maar het lijkt me dat zijn lot onvermijdelijk was. Napoleon werd niet geaccepteerd door Rusland, Oostenrijk, Pruisen, Groot-Brittannië. De uitputtingsoorlog die daarvan het gevolg was, was op den duur door Frankrijk niet vol te houden. Verbannen naar het verre Sint-Helena kon Napoleon als een spindoctor avant la lettre in zijn mémoires zijn bewind opblazen tot mythische proporties.


Zamoyski schreef een meeslepend boek dat weer heel veel informatie toevoegt aan bestaande biografieën. Het is prachtig uitgegeven door Balans met mooie illustraties verspreid over vier katernen. Zorgvuldig aangevuld met een notenapparaat, bibliografie en een uitgebreid register. Aanmerkingen op dit boek betreffen slechts wat détails. Bijvoorbeeld dat de orde die Napoleon heeft ingesteld de ene keer ‘Légion d’Honneur’ wordt genoemd en andere keren weer in de Nederlandse vertaling wordt aangeduid. De vertaling van dit werk zal niet eenvoudig zijn geweest, maar het is prima gelukt.


De auteur (1949) is van Poolse en adellijke afkomst. Hij studeerde in de VS en werkt in Engeland. Al eerder publiceerde hij boeken over het Napoleontische tijdvak die opvielen door hun diepgang en brille. In dit boek evenaart hij zijn eerdere prestaties.


ISBN 9789460038723 | Hardcover | 878 bladzijden | Uitgeverij Balans | oktober 2018
Uit het Engels vertaald door Fred Hendriks, Rogier van Kappel, Barbara Lampe en Pon Ruiter

© Henk Hofman, 13 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer. Klik HIER

 

De Groote Oorlog voorbij
België 1918-1928
Pierre Lierneux & Natasja Peeters


Dit boek hoort bij de tentoonstelling De Groote Oorlog Voorbij die nog tot september 2019 in het War Heritage Institute te Brussel loopt.


Het zijn zo’n 30 essays, over de periode van 1918 tot 1928, waarbij het voorwoord, de inleiding en een epiloog ook van de hand van een van de volgende medewerkers zijn: Michaël Amara, Franky Bostyn, Christoph Brüll, Erik Buyst, Rik Coolsaet, Jeroen Cornilly, Karolien De Clippel, Matthijs de Ridder, Luc De Vos, Wannes Devos, Géry Dumoulin, Manuel Duran, Emmanuel Gerard, Kevin Gony, Serge Jaumain, Michel Jaupart, Chantal Kesteloot, Catherine Lanneau, Delphine Lauwers, Enika Ngongo, Marc Reynebeau, Martin Schoups, Serge Servellon, Tom Simoens, Jean-Michel Sterkendries, Jan Van der Fraenen, Christine Van Everbroeck, Laurence van Ypersele, Piet Veldeman en Antoon Vrints.
Achter in het boek wordt verteld op welke manier zij betrokken zijn bij de geschiedenis die ze hier uitgelicht per thema aan de orde brengen.


We beginnen in november 1918, de wapenstilstand. Min of meer chronologisch waarbij een overlap niet te voorkomen is - maar ook niet erg is - komen de onderwerpen aan bod: de terugkeer van de koning, die met zijn regering voor een immens grote taak staat.
Het vertrek van de soldaten, zowel de Duitse terugtrekking als het repatriëren van de geallieerde troepen. Dat was natuurlijk niet van de ene op de andere dag gebeurd. België was een kapot land, er was geen geld, maar er waren ook geen voorzieningen. Er was niet veel over van de infrastructuur.


Tegelijk met het wegtrekken van de strijders, kwamen langzaam aan ook de burgers die eerder gevlucht waren terug. Troffen zij hun huis kapotgeschoten aan, dan hadden ze nog geluk. Vaak was er niets bewoonbaars meer. Er moest voorlopige woonruimte gecreëerd worden. Geallieerden bleven nog om mee te werken aan de wederopbouw, en niet alleen burgers maar ook krijgsgevangenen hielpen daarbij. En de Chinezen die met duizenden naar Europa gehaald waren om mee te vechten, werden nu aan het werk gezet om mee puin te ruimen.


De samenleving veranderde, hetgeen zijn weerslag had in de politiek, In de loopgraven was een beweging ontstaan: het Vlaams Front. Het was een protest tegen de ‘Franse overheersing’ van de officieren die niet bereid waren hun bevelen in het Nederlands te brullen, hetgeen voor veel miscommunicatie zorgde. Het Vlaams Front werd een nationalistische beweging.


Na de oorlog werd er in heel Europa geroepen om stemrecht voor meer partijen dan alleen de gegoede burgerij. In België kregen mannen vanaf 21 jaar stemrecht. De vrouwen bleven achter, voor hen werd het pas in 1948 ingesteld.
De Vrede van Versailles leverde nogal wat problemen op. Terwijl de Britten en Amerikanen zo snel mogelijk weer handel wilden drijven met Duitsland en Oostenrijk, was er voor België en Frankrijk meer aan gelegen dat er herstelbetalingen werden gedaan. Die landen moesten wel wat grondgebied afgeven, maar konden nauwelijks iets betalen, als zij ook in handel en industrie moesten investeren. Hier werd de kiem gelegd voor de Tweede Wereldoorlog.


België bleef ontgoocheld achter en moest maar zien hoe het zou opkrabbelen. Er moesten besluiten worden genomen: de verwoeste huizen, kerken en andere gebouwen opnieuw opbouwen? Er iets anders voor in de plaats zetten en wat dan? In het België van nu kan je zien dat er geen unanieme besluitvorming was. Sommige dorpen zijn helemaal niet meer opgebouwd, andere juist volledig gerestaureerd.


Het landschap, ook helemaal verwoest, vooral in de Westhoek. Op de totaal kapotgeschoten velden lag nog veel oorlogsmaterieel, de grond zat vol met lood en koper. Volgevreten ratten vormden een plaag, lijken moesten geborgen worden, en wat deed je daarmee? De slachtoffers moesten geïdentificeerd worden, en een definitieve plek krijgen. Maar waar? Op het voormalige slagveld, of moesten ze terug naar hun familie? Ook daar was de besluitvorming niet unaniem, en dat had enerzijds met geld te maken, maar ook was er de angst voor een nieuwe uitbraak van de Spaanse griep, waaraan immers veel soldaten gestorven waren.


Vandaag de dag worden nog steeds af en toe resten van slachtoffers aangetroffen, en ook is het nog steeds gevaarlijk om te graven op het voormalig slagveld!


Niets dan ellende?
Toch niet: Na de oorlog komt al snel oorlogstoerisme op gang, goed voor de economie. En ook België beleeft de roaring twenties, het kleurrijke, frivole, flitsende, roerige decennium dat gekenmerkt wordt door de opkomst van de avant-garde, de jazz, de flapper dresses en moderne media zoals radio, film en fotografie.


Dit - en nog veel meer - vind je in dit mooi vormgegeven boek, waar helaas wel een register ontbreekt. Wel zijn er veel mooie foto’s, enkele in kleur, en vind je achterin de eindnoten en een literatuurlijst, als ook zoals gezegd informatie over de auteurs van de teksten.


ISBN 9789401455206 | Hardcover | 288 pagina's | Uitgeverij Lannoo | september 2018

© Marjo, 12 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wat zou Aristoteles doen?
Hoe oude filosofie je leven kan veranderen
Edith Hall


In dit boek maakt de auteur een vertaalslag van de filosofie van Aristoteles naar tien thema’s die een grote rol spelen in het dagelijks leven van moderne mensen.


Enkele thema’s die in dit boek aan de orde komen zijn: het nemen van beslissingen, de wijze van communiceren, liefde, vrije tijd, geluk en sterfelijkheid. Het laatste thema, namelijk ‘sterfelijkheid’, krijgt ook het grootste aantal bladzijden: 34 bladzijden tegenover ongeveer 20 bladzijden voor de overige thema’s.


Het is een helder boek geworden. Eerst krijgt de lezer een overzicht van het leven van Aristoteles in jaartallen. Daarna een kaartje van de Griekssprekende wereld in de 4e eeuw v. Chr. met de plaatsen waar Aristoteles heeft gewoond. Vervolgens een inleiding waarin de denkbeelden van Aristoteles worden weergegeven en de auteur ingaat op de receptie [wat wel en wat niet wordt overgenomen, H.H] in later tijden. Na de behandeling van de tien thema’s volgen nog een verklarende woordenlijst, een lijst met boeken om verder te lezen (geordend per thema), en nog het notenapparaat en register. Dat ziet er allemaal prima uit. Een hecht geconstrueerd boek.


Een kernbeginsel in het denken van Aristoteles is het zoeken van het ideale midden tussen uitersten. De ‘gulden middenweg’ is het vinden van een evenwicht tussen doorslaan naar de ene dan wel naar de andere kant. Een ander kernpunt van hem is de gedachte dat het individu zelf het heft in handen moet nemen. De mens die in harmonie met zichzelf en zijn omgeving leeft, bereikt een toestand van eudaimonia, wat je zou kunnen vertalen met welbehagen, goed in je vel zitten, of – wat sleetser – je voelt je gelukkig. Volgelingen van Aristoteles zijn rationeel ingestelde mensen, die zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid voor zichzelf en de gemeenschap. De opvoeding is van wezenlijk belang om het kind uit te laten groeien tot een zoön politicon, de zelfbewuste burger die zijn bijdrage levert aan bloei van de samenleving.


Veel lezers zullen baat hebben bij de aanwijzingen die Aristoteles geeft voor de inrichting van hun leven. Vanzelfsprekend is dit echter geen handleiding die leidt tot ‘geluk’. Daarvoor is het leven veel te weerbarstig. De opvattingen van Aristoteles hebben er veel meer mee te maken hoe je een goed leven kunt hebben, ook al zit het allemaal niet mee. De opdracht is om uit te vinden wat in jouw omstandigheden toch nog een goed leven kan zijn.


Dit is een waardevol boek in een tijd waarin sprake is van een uitbundige levensstijl (graaiende bankiers, shoppen en consumeren als leefstijl, feestvierders die bewoners van de binnensteden overlast bezorgen, om maar wat te noemen). Aristoteles is een reus onder de filosofen, een ‘uomo universalis’, die praktisch de gehele wetenschap van zijn tijd met zijn denken bestreek en beheerste. Tegelijk overdrijft de auteur het belang van Aristoteles wel een beetje. In zekere zin kan de mens ‘godgelijk’ worden, schrijft ze op blz. 38. Daar ziet het twee millennia na Aristoteles nog steeds niet naar uit. Dat heeft mijns inziens te maken met de menselijke natuur, die niet voldoet aan de eisen en verwachtingen die Aristoteles eraan stelt.


Een belangrijke voorwaarde voor het welslagen van de filosofie van Aristoteles is de toestand van autarkeia, de persoon die vrij en onafhankelijk is. In de praktijk lopen mensen echter bijna altijd tegen grenzen aan. De politicus praat de kiezer naar de mond omdat hij herkozen wil worden, de werknemer wil de werkgever niet tegen zich in het harnas jagen, de man wil de partner niet bruuskeren of omgekeerd. Financieel en moreel zijn we met zoveel draden aan anderen verbonden dat autarkeia nooit volledig te bereiken is.


Het is altijd plezierig om boeken te lezen die je aan het denken zetten. Dit boek valt ook in die categorie. Het is bovendien in een vlot leesbare stijl geschreven.


Edith Hall is classicus en hoogleraar aan King’s College te Londen.


ISBN 9789025906511 | Paperback | 287 blz. | Uitgeverij Ten Have | oktober 2018
Vertaald door Ruud van de Plassche

© Henk Hofman, 8 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer. Klik HIER

 

En nu ben ik aan de beurt
Spiritualiteit van het sterven
Christiane Berkvens – Stevelinck

 

Na een lang proces van rust keert de huidkanker toch onverwacht terug en dan is er geen behandeling meer mogelijk is. De remonstrantse theologe reageert nuchter: ‘ik zit er niet mee’, pag. 7. Eerder verloor zij, tot twee keer toe, een echtgenoot aan kanker. Een week na de uitzichtloze diagnose schreef zij, gestimuleerd door een collega, dit opvallende boekje waarin zij haar alledaagse ervaringen uit haar laatste levensfase optekent. Zij doet dat op een speelse en tegelijk ook doordachte wijze. Eerder schreef ze boekjes over haar visuele beperking en over haar ziekteproces.


Ze ondervindt veel medeleven en is daar dankbaar voor, ze is er zelf op uit om anderen gerust te stellen dat ze het allemaal niet zo erg vindt. Ze heeft ook humor en die momenten komen naar voren. Eerlijk is ze ook in momenten waarop ze faalt en tijdens een kerkdienst de tekst van het Onze Vader niet meer weet.


De bezoeken aan het ziekenhuis ervaart ze niet als belastend en dat zullen waarschijnlijk niet veel mensen haar nazeggen. Die zien er tegenop, zijn bang voor de confrontatie met een negatieve uitslag en ervaren het ziekenhuis vaak als bedreigend ook al hebben ze een goede ervaring met de behandelend arts. Berkvens niet, zij zegt: ‘Ik vind die ziekenhuisdagen eigenlijk heel gezellig…. Je raakt er als het ware kind aan huis. En het houdt je scherp en betrokken met wat er met je gebeurt’, pag. 51.


Ook haar geloofsvertrouwen komt ter sprake en de rust die er van bidden uitgaat. Haar beleving komt goed naar voren in dit citaat: ‘Van stoerheid is er in mijn zwakke momenten absoluut geen sprake, daar kan ik van getuigen. Het gaat mij om iets anders. Om een kracht die mij draagt en die ik van mezelf echt niet heb, dat weet ik wel zeker. Die kracht noem ik God. Zonder aarzeling. En ik ben er heel dankbaar voor’, pag. 35 – 36.


Wanneer ze is uitbehandeld, spreekt ze de wens van euthanasie uit. Vanaf dat moment komt er een innerlijke rust over haar waarin ze zich overgeeft aan wat er komt. Daar houdt het boekje op, ze is niet meer in staat om te schrijven. Het nawoord is van haar zoon. Ze overleed 23 november 2017.

Een menselijk en wijs boekje.


ISBN 978 90 211 7068 8 | Paperback | 64 pagina’s | 21 november 2018 |  Kok/Boekencentrum Utrecht

© Evert van der Veen, 11 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Eh...
Paul Faassen


Je ziet een vogel nooit bedenkelijk kijken. Of schuldbewust. Of zelfs maar een ietsiepietsie blij of verdrietig. Waar wij als mensen met ons gezicht en onze wenkbrauwen een breed scala aan mogelijkheden hebben om uitdrukking te geven aan onze emoties, moet de vogel het doen met één stel kraaloogjes. Stoïcijnser kan het niet. Tekenaar Paul Faassen was hierdoor hevig gefascineerd en begon een jaar of twee geleden met het tekenen van vogels. Hij aquarelleerde er sindsdien honderden, die – statisch en introvert als ze zijn – barsten van de emotie.


Een deel van deze aquarellen zijn nu in dit boek te zien. Maar hoe kun je een boek beschrijven waar geen tekst in staat en 'alleen maar' die vogels in te zien zijn? De vogels zijn bovendien verzonnen, het zijn dus geen artistieke interpretaties van de realiteit. Hoe geef je dan weer wat je aantreft in dit boek? Het is als een schilderij beschrijven met woorden, dat is ook lastig zonder het schilderij erbij te plaatsen. Gelukkig is er een inkijkexemplaar te zien zodat men een indruk kan krijgen van de inhoud.


Je zou het boek kunnen vergelijken met het (kinder)boek Vrolijk van Mies van Hout. Daarin zien we door haar geschilderde vissen die een gemoedstoestand weergeven. Het enige verschil met dit boek is dat Van Hout door middel van één woord het gevoel van de vis weergeeft. Paul Faassen heeft echter het gevoelswoord weggelaten en dat maakt dat het lastiger wordt.


Aanvankelijk blader je eerst eens nieuwsgierig door het boek, je ziet zeer kleurige vogels, zwarte vogels, vogels met een kuif etc. Het ziet er leuk uit, de vogels zijn prachtig, maar in eerste instantie zie je er meer fraaie prenten in dan vogels die verschillende gemoedstoestanden uitdrukken, enkele uitzondering daargelaten.
Opnieuw beginnen dan maar. En langzamerhand begin je de verschillende karaktertrekken en de stemming van de vogels te zien.


We zien een vogel met een opgeblazen ego, hij zet een enorm hoge borst op. Erg mooi zijn de twee vogels waarvan de een een zware last te dragen heeft - er zit een drukkende bol op zijn kopje - de ander heeft diezelfde bol als kop.
Zielig is de trieste, teneergeslagen vogel, zijn ruggetje is gekromd, zijn snavel sleept bijna over de vloer.
We zien een vogel die paars van woede is, zijn gespreksvogel wordt bijna omver geblazen, zijn kuif wappert bijna weg. We zien de kleine, ineengekrompen vogel die de les gelezen wordt door een groot felgekleurd exemplaar. We zien de vogel die tegen de storm in gaat, vogels die elkaar de rug toekeren en de zwart-wit denkende vogel.
Veelzeggend is de prent van het kleurige buitenbeentje die in prachtige felle tinten trots staat te zijn tegenover zijn keurige zwart-wit familie, we zien het zwarte dode vogeltje naast het zeer levendige zonnig gele vogeltje...


Het zijn prenten op mooi dik papier, prenten die je in wilt lijsten om er lang naar te kijken. Het is bijna jammer dat al die vogels opgesloten zitten in een boek.
Kortom, het is een bijzonder boek met bijzondere prenten.

ISBN 9789463360586 | Hardcover | 64 pagina's | Uitgeverij De Harmonie | oktober 2018

© Dettie, 29 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Jenny
Een theaterleven
Xandra Knebel


Eerlijk gezegd is dit een biografie zoals ik die graag lees, met de nadruk op het artistieke leven van de hoofdpersoon en zonder al te veel details over het privéleven. Het boek bevat ook een uitgebreid register en een overzicht van alle producties waar ze aan mee heeft gewerkt. Verder bevat het boek nog 10 liedteksten die Jenny Arean heeft gezongen.


Het boek begint met een beknopt verhaal over haar problematische jeugd en een korte stukje over de geschiedenis van haar familie, waar je wel even je hoofd bij moet houden, om de draad niet kwijt te raken.
De carrière van Jenny Arean begint in het ABC-cabaret van Wim Kan en Conny Vonk. Hier kiest ze ook haar artiestennaam. Na haar cabaretdebuut, volgt haar televisiedebuut, waarin ze musicalnummers zingt. Vervolgens gaat ze ook met succes toneelspelen. Ze ontpopt zich als een veelzijdig artieste, die ook in musicals haar plaats weet te vinden. Annie M.G. Schmidt is te spreken over haar talent, maar lijkt wat minder te spreken over Jenny als persoon.


In het zesde hoofdstuk, dat over haar solowerk gaat, staat ook een soort intermezzo, waarin uitgebreid wordt besproken hoe Jenny te werk gaat. En dan is er nog aandacht voor haar rol in de nieuwe versie van 'Het Schaep met de vijf poten' en de vervolgseries die daarna komen.


Het privéleven van Jenny Arean komt hoofdzakelijk aan bod, wanneer dit van belang is voor haar artistieke leven. Dat geldt met name voor haar relatie met Ischa Meijer. Voorts is er aandacht voor de relatie van Jenny met haar moeder, op het moment dat er in de Telegraaf aandacht aan haar moeder wordt besteed, die haar dochter zo zwart afschildert, dat dit voor de nodige negatieve reacties richting Jenny zorgt.


Al met al is het boek een mooi eerbetoon geworden aan een veelzijdige vrouw. Het boek is ook uitgebreid geïllustreerd en het had wat mij betreft nog wel langer mogen zijn.

ISBN 9789492495549 | Hardcover | 239 pagina’s | Uitgeverij Water | november 2018

© Renate 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Hartstocht en jazz
Autobiografie van Eddie Engels
Eddie Engels, bewerking Irene Ypenburg


Eerlijk gezegd had ik nog nooit van deze man gehoord, ik ben nu eenmaal niet bijzonder thuis in jazz en de muziek die Eddie Engels maakt is te modern voor m'n vader. Maar goed, een boek over een muzikant kan altijd interessant zijn, dus ik pakte dit boek toch maar uit de bibliotheek.


Het is een interessant verhaal geworden, waarin hij z'n liefde voor de jazz en de trompet belijdt, maar vooral ook z'n liefde voor vrouwen centraal staat. Eddie heeft 10 langdurige relaties gehad, maar is nooit erg trouw gebleven. Hij komt over als een echte charmeur en ergens kun je dat ook wel een beetje zien aan een aantal foto's die in het boek staan.


Gelukkig schrijft hij niet alleen over de vrouwen in z'n leven, hoewel dit in het boek misschien wel een beetje overheerst. Eddie heeft met veel bekende mensen gespeeld en is niet alleen thuis in de jazz, maar ook in de klassieke muziek en amusementsmuziek. Zo komen Louis van Dijk, Ted de Braak, James Last, Liesbeth List, Bette Midler en heel veel anderen voorbij. Z'n liefde gaat echter uit naar de jazz en al het andere is vooral bedoeld om brood op de plank te brengen, want van jazz kun je niet leven.


Aan het einde van de proloog schrijft hij: "Eddie, wees verstandig! Ben je op zoek naar het gevoel van een nieuwe liefde, zoek dan geen vriendin. Koop een trompet." Eerlijk gezegd was het me liever geweest als hij dit ook bij het schrijven van dit boek in gedachten had gehouden. Ik had meer over de muziek en minder over de vrouwen in z'n leven willen lezen. De namen van de vrouwen in het boek zijn overigens gefingeerd.


Bij het boek zit ook nog een CD met 5 nummers. Helaas mis ik de informatie over de muziek op de CD. Misschien wordt dat als minder belangrijk gezien, maar ik wil eigenlijk toch wel graag weten wat ik nu precies hoor. Het is een kleine staalkaart van de muziek die Eddie waarschijnlijk zelf graag speelt. Wat ik verder nog in het boek mis is een personenregister.


ISBN 978 90 8954 488 9 | Paperback | 264 pagina’s | Uitgeverij Elikser | november 2012

© Renate 17 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Beautiful Boy
David Sheff

Close your eyes
Have no fear
The monster's gone
He's on the run and your daddy's here

Beautiful, beautiful, beautiful
Beautiful boy
Beautiful, beautiful, beautiful
Beautiful boy
                                                        John Lennon


De tekst van het liedje verwoordt precies wat de schrijver vertelt in zijn boek. Maar wel schrijnend is een andere regel van het liedje I can hardly wait /To see you come of age. Want als de 'beautiful boy' opgroeit, loopt alles heel anders dan David Sheff gedroomd had...


Het begint allemaal heel voorspoedig, de ouders zijn dolgelukkig met hun zoon Nic. Hij is een vlotte, spontane, zeer vriendelijk en goedlachse jongen die bijna iedereen gelijk voor zich inneemt. Helaas loopt het huwelijk toch spaak en Nic krijgt zijn zoon toegewezen, de moeder Vicky, verhuist later naar een ander deel van Amerika zodat Nic in zijn vakanties, die hij bij zijn moeder doorbrengt, van al zijn vrienden verstoken is. Beide ouders zijn gek op hun zoon en laten Nic dat ook steeds weten. Ze proberen het zo goed mogelijk voor de jongen te regelen.


Vader David krijgt een nieuwe relatie, Karen genaamd. Zij is kunstenares. Gelukkig klikt het enorm tussen Karen en Nic en al gauw zijn ze samen bezig hun eigen creaties te maken. Ook tussen David en zijn zoon loopt het uitstekend, ze trekken er graag samen op uit, hebben een grote liefde voor surfen opgevat en genieten intens van elkaars gezelschap. Ook de komst van een broertje en zusje verstoort de harmonie niet, integendeel, Nic is gek op zijn kleine broer en zusje.
Nic kan goed leren, heeft veel vrienden, is gek op lezen en films kijken, kan tot groot genoegen van zijn vader hele citaten uit boeken van o.a. Kafka, Hemingway aanhalen. Nic bezit ook een groot schrijftalent. Kortom, alles ziet er rooskleurig uit voor hem.


Hoe kon het dan toch zo misgaan, vraag je- samen met zijn ouders - af. Want op een dag treft David heel onverwacht marihuana in Nics schooltas aan. Er volgt een heftig gesprek en huisarrest en het lijkt allemaal met een sisser af te lopen. Maar niets is minder waar. Ook al duurt het lang voordat Nic zich helemaal verliest in de drugs, het gebeurt uiteindelijk wel, hij raakt zwaar verslaafd aan de zeer schadelijke Crystal meth én alcohol met alle zware en heftige gevolgen van dien.


We volgen het leven van Nic via de ogen van zijn vader. David Sheff
is journalist en dat is een geluk bij een 'ongeluk'. Daardoor heeft hij namelijk eerder toegang tot informatiebronnen die een ander niet zo snel zal krijgen. - Die informatie deelt hij ook met ons. - Hij interviewt artsen, welzijnswerkers, psychologen etc. etc. in de hoop dat hij iets vindt wat zijn zoon verder kan helpen of wat hij kan verwachten. Dat maakt ook dat David zijn hart vasthoudt want Crystal meth is zeer zwaar spul, dat veel schade aan het lichaam en hersens veroorzaakt. Door al het onderzoek en de interviews weet vader David heel goed hoe Nic er voor staat maar beseft ook wat hij zelf verkeerd heeft gedaan en doet.


Het is een eerlijk en verbijsterend verhaal zonder vals sentiment, soms is de journalist in het geheel te herkennen de andere keer heeft de vader de overhand. Het is duidelijk dat David enorm veel van zijn zoon houdt en er alles voor over heeft om Nic van het verraderlijke spul af te krijgen. Maar de aantrekkingskracht van de drug is steeds groter dan wat dan ook. Nic liegt enorm en bedriegt op gegeven moment alles en iedereen, hij haalt zelfs tijdens een zeldzaam bezoek aan zijn ouderlijk huis de spaarpot van zijn broertje leeg. Alles draait om de drugs. Enkele keren gaat het goed, dan kick Nic af en wordt hij weer de leuke, vrolijke jongen die ze van vroeger kenden. Maar keer op keer op keer op keer gaat het toch weer mis. Op het laatst wordt het moeilijk om Nic nog te geloven.


Uiteindelijk is niet alleen Nic verslaafd maar het hele gezin met hem. Elke keer opnieuw haalt Nic iets uit wat hen verbijstert en de moed in de schoenen laat zinken. Maar David weigert op te geven. Hij sleept Nic overal vandaan. Hij bezoekt Al-Anon (voor familie van alcoholverslaafden) en is aanvankelijk geschokt door de verhalen, maar hoe langer de problemen met Nic duren hoe beter hij de aanwezige mensen gaat begrijpen. Karen en Dick proberen het gezin overeind te houden, maar dat is niet altijd makkelijk. Ze leven constant in angst, schrikken van elk telefoontje...


Maar toch... de liefde voor zijn zoon blijft overeind, ondanks alles, en dat wordt prachtig verwoord in deze zinnen.


'Mijn betekenis is dat Nic drugs niet Nic is, maar een verschijning. Nic die high is, is een geest, een spook. Dan slaapt mijn lieve zoon, opzijgeschoven, verborgen en begraven in een soort onbereikbare hoek van zijn bewustzijn. Mijn geloof, wat dat ook is, hangt samen met de overtuiging dat Nic ergens daarbinnen schuilt en dat hij -Nic, zijn essentie, zijn zelf - heel is, veilig en beschermd. [...]
Ook al winnen de drugs misschien de strijd om zijn lichaam, ik weet dat Nic ergens daar diep vanbinnen schuilt waar de drugs hem niet kunnen raken, daar zit hij, en met die gedachte kan ik leven.'


Aan het eind van het boek is Nic al een tijdje clean maar inmiddels weten ze allemaal dat het gevaar van de verleiding nooit weg is. Wat zal het mooi zijn als de tekst van John Lennon de waarheid wordt...


The monster's gone
He's on the run and your daddy's here


ISBN 9789401458450 | Paperback | 384 pagina's | Uitgeverij Lannoo | november 2018
Vertaald door Marieke Haenebalcke, Karin Schuitemaker en Gretske DeHaan

Dettie, 18 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER