Nieuwe recensies Non-fictie

Sporen in woestijnzand
Hannie Halma


"Van jongs af aan ben ik gefascineerd door het oude Egypte. Zelfs in de gobelins die ik  ontwierp en weefde kwamen als vanzelf Egyptische motieven voor.
Bij het schrijven van mijn (kinder)boeken maak ik gebruik van de adviezen vanuit het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik volgde er een cursus hiërogliefen en doe er literatuuronderzoek, net als in het `Chicago House’ te Luxor waar een uitgebreide bibliotheek met talloze historische boeken inzicht geven in het Egypte van de farao’s.
Inmiddels reis ik al vijftien jaar reis door Egypte. Verzamel gegevens voor boeiende verhalen en spannende (kinder)boeken met mysterieuze belevenissen van kinderen in een Egyptisch dorp. Ze  brengen kinderen op ontspannen wijze kennis bij over oude tijden…


Mijn beste vrienden zijn Nubiёrs, afstammelingen van de zwarte farao’s die ooit over geheel Egypte en een deel van Soedan regeerden. Zij wonen in het uiterste zuiden van Egypte en Noord Soedan. Bij hen beleef ik aloude tradities, ben aanwezig bij een bruiloft, hoor liederen die Isbe voor me zingt en bewaar ze op tape. Regelmatig woon ik bij Subheya, grootmoeder en hoofd van de Sachan familie. Als vanouds trekt zij met haar gezin van wadi naar wadi en zij is degene die bepaalt wanneer en waar zij hun tenten opslaan. Dagenlang trek ik met de kudde mee en verzamel planten waarvan een deel geneeskrachtig is. Liederen van een bruiloft, fluitspel van de vrouwen zijn eveneens vastgelegd. Tijdens mijn zoektocht naar Nubische tradities ontmoette ik Abdo die mij vertelde over zijn geboortegrond in het Nuba Gebergte..."


Dit bovenstaande staat op de site van Hannie Halma. Zij is een bevlogen vrouw die zich helemaal thuis voelt in Egypte. In dit boek doet zij verslag van haar reizen en vooral van de mensen die zij ontmoet. In allemaal korte reisverhalen vertelt zij wat ze ziet en onderneemt. De gastvrije Egyptenaren, Nubiërs en bedoeïenen nodigen haar overal voor uit. Ze kan blijven eten, blijven slapen, mag mee naar een bruiloft enz.
Hannie Halma heeft het geluk dat ze veel heel vriendelijke mensen tegenkomt die haar willen helpen of willen rondleiden. Ook al zijn de ambtelijke armen soms erg lang en moet ze veel regelen het lukt toch allemaal dankzij deze aardige Egyptenaren. Hoewel Hannie Halma zelf ook vrij makkelijk is, het maakt haar allemaal niet zoveel uit wat ze aan moet, hoe ze er uitziet, waar ze moet slapen. Ze is geen verwende toeriste maar een vrouw die oprecht geïnteresseerd is in het land en de mensen die in dat land wonen.
Het meest échte contact heeft ze met vrouwen. Als Hannie foto's laat zien van haar vier kinderen dan is vaak het ijs gelijk gebroken.
Het meeste indruk maakte op mij het verhaal Te gast in een 'wollen huis' (ook te lezen op haar website).
Hannie gaat mee met de bedoeïenenvrouwen de woestijn in. Elk heeft een eigen waterkruik. De vrouwen met kinderen en de geiten lopen door de woestijn en verzamelen voedsel dat ze onderweg tegenkomen. Ook wordt er midden in de woestijn thee gezet en brood gebakken en eten ze een heerlijke, ter plekke bereide, maaltijd. De kinderen weten ook precies wat ze moeten doen. Het hele verhaal ademt enorme rust en en tevredenheid uit. Maar vooral de vanzelfsprekendheid van het leven van de vrouwen vind ik zo bijzonder, ze zijn ook helemaal één met hun omgeving.


Hannie Halma heeft een aangename manier van schrijven waardoor je het gevoel hebt dat je met haar mee op reis bent geweest.
Een erg prettig boek, dat ik met veel plezier gelezen heb.


(Op de site van Hannie Halma staan foto's die ze genomen heeft tijdens haar reizen en enkele verhalen uit dit boek.)


ISBN 9789021538075 paperback 207 pagina's Kosmos-Z&K reisverhalen 2003

Dettie, 31 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Gek op egels
Hugh Warwick


De titel zegt het al Hugh Warwick is gek op egels.
Het begon toen hij ecologie studeerde en de egelecologie als interessant afstudeerproject zag. De egel werd geruimd op de Uist-eilanden omdat zij de eieren van de daar nestelende vogels opaten. (Mede door de schrijver werd de ruiming stopgezet)
Hugh zag hoe gek mensen op egels zijn, hoeveel er gedaan wordt om zieke en gewonde egels te verzorgen. Hoeveel opvangcentra er zijn voor egels.
Wat heeft dat stekelige diertje waardoor mensen zo gek op het beestje raken? Hugh zegt zelf dat hij bijna geobsedeerd is door de egel, zijn vrouw weet dat het echt zo is, want wie gaat er naar China om een egel te zoeken die Hugh heette en de laatste honderd jaar pas twaalf keer was gezien?
Juist... Hugh Warwick.

Maar voor hij daarover schrijft, vertelt Hugh eerst wat egels zijn, er blijken namelijk nogal wat misverstanden over te bestaan.
Egels zijn insecteneters en verwant aan mollen en spitsmuizen. Dus geen knaagdieren zoals een stekelvarken. Egels zijn zoogdieren, ze baren levende jongen die ze voeden met melk uit zoogklieren. Egels worden met hun stekels geboren maar hun huid is dan doordrenkt met vloeistof die de stekels onder de oppervlakte houdt. Een volwassen egel heeft 5000 tot 7000 stekels. Er zitten geen stekels op zijn gezicht, keel, borst, buik en poten. Ze kunnen zich binnen 0,1 seconde oprollen tot een bal. De egel heeft een 'rok' dat is een huidplooi die bijne tot op de grond hangt. Deze rok wordt begrenst door een spier die de egelbal als een koord dichttrekt. Een egel weegt tussen de 450 gram en 1,2 kilo en wordt ongeveer 20-30 centimeter lang. Egels zijn nachtdieren.
Tot zover de kenmerken van een egel.

Hugh Warwick heeft veel onderzoek gedaan naar egels. Hij zat bijvoorbeeld in een caravan in Devon en volgde de egels die teruggezet waren na een verblijf in een egelopvangcentrum. Overleefden die egels het wel? Het onderzoek was vooral gericht op jonge egelwezen. Zij hadden de winter doorgebracht in een dierenkliniek, zouden zij zonder de fijne kneepjes geleerd te hebben van moederegel toch leren hoe zij zich in leven konden houden? De twaalf egeltjes waren voorzien van kleine radiozendertjes zodat ze goed te volgen zouden zijn. Hugh heeft toen veel geleerd over de egels en ook dat elke egel zijn eigen karakter heeft.

Het hele boek staat vol met de belevenissen van Hugh Warwick met zijn grote liefde de egel, met daarbij kleine egeltekeningetjes. Hugh is inderdaad naar China gegaan en weet daarover een wel zeer bijzonder verhaal te vertellen.
Soms wil hij zoveel tegelijk vertellen dat hij van zijn oorspronkelijke verhaal afdwaalt om via enkele omwegen weer terug te keren naar waar hij gebleven was. Schopenhauer, de Engelse koningin, restaurants etc. alles passeert de revue. Het zij hem vergeven want hij is zo bevlogen en vol  liefde voor de egel dat je blijft lezen, tot de allerlaatste bladzijde en dan is het jammer dat het over en uit is. Want eigenlijk zou je nog veel meer willen lezen over de avonturen van Hugh Warwick en zijn egels.


ISBN 9789050113564 paperback 268 pagina's KNNV Uitgeverij  juli 2011
Formaat: 14,3 x 19,6 cm Illustrator: Dave Shephard

© Dettie, 30 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mandela
Over leven, liefde & leiderschap
Richard Stengel


“Niemand is moedig geboren”


Nelson Mandela is mijn held, en daar ben ik niet alleen in. Ik denk dat bijna iedereen van mijn generatie die zijn gevangenschap en vrijlating bewust heeft mee gemaakt de goede man hoog boven aan zijn lijstje heeft staan. En dat is niets voor niets natuurlijk. Jaren lang onder verschrikkelijke omstandigheden gevangen zitten en dan zó met een houding van verzoening en vergeving naar buiten komen… dat is maar weinige gegeven. Richard Stengel schreef de biografie van Mandela en trok daar voor drie jaar met hem op. Na afloop van de biografie schreef hij ook nog dit boek, als samenvatting van de belangrijkste thema’s in het leven van Mandela. Al in de inleiding had Richard Stengel mijn aandacht te pakken, door een zeer menselijk en objectief beeld van Mandela neer te zetten. De valkuil bij iemand met het kaliber van Mandela, met zo’n internationale heldenstatus is dat wij allen door een iets te roze bril naar hem kijken en een soort heilige van hem maken, maar de auteur van dit boek heeft geen last van heldenverering en dat is prettig. Mandela heeft veel moeilijk beslissingen in zijn leven moeten nemen,die mogelijk onjuist of oneerlijk zijn geweest, beslissingen die bij mensen pijn of verwondingen hebben veroorzaakt, of mogelijk zelfs het leven hebben gekost. Beslissingen ook die grote invloed hadden op het leven van zijn gezin en met name op het contact met zijn kinderen, die met een afwezige vader opgroeiden. Hij weet dat leiderschap vaak wil zeggen dat er een keuze tussen twee kwaden moet worden gemaakt en dat goede mensen soms beslissingen moeten nemen die slechte gevolgen hebben. Mandela is, aldus Stengel, een groot man omdat hij zijn gebreken heeft overwonnen, niet omdat hij geen gebreken heeft.


Twee hoofdstukken bleven me na het lezen van dit boek het meest bij; het hoofdstuk over moed en het hoofdstuk over het goede in mensen willen zien. Moed is volgens Mandela niet hetzelfde als niet bang zijn. Moed is geen aangeboren eigenschap, moed is iets wat je kiest. Mandela is volgens eigen zeggen héél vaak bang geweest, maar het gaat er volgens hem om hóe je met die angst om gaat. Geen angst hebben is domheid. Moed hebben is er voor zorgen dat die angst niet de boventoon gaat voeren.
“Doe alsof je moedig bent bent, en je wordt niet alleen moedig, je bént moedig”.


Het tweede hoofdstuk wat mij erg aansprak gaat over het goede zien in andere mensen... Vaak werd Mandela naïef gevonden, omdat hij in iedereen, ook in de gevangenbewaarders en zijn politieke tegenstanders, tóch het goede probeerde te zien. Zelfs als hij over zijn grootste vijanden sprak begon hij vaak met wat hij van hen geleerd had. Hij gelooft sterk dat wanneer je het goede probeert te zien in anderen, de kansen groter zijn dat mensen je hun betere ik ook daadwerkelijk zullen tonen. Hij heeft hier twee reden voor. Hij ziet intuïtief het goede in de mens, én met zijn verstand, dus tactisch gesproken, gelooft hij dat het zien van het goede in de mens mogelijk tot gevolg heeft dat dat hem een beter mens maakt. Als je meer van mensen verwacht zullen ze ook vaak meer bijdragen. De oorsprong voor die manier van naar de wereld kijken ligt in zijn tijd op Robbeneiland, en is met name naar één specifieke gebeurtenis terug te leiden, namelijk een gevangenisdirecteur die afscheid nam. De man had een hardvochtig regime gevoerd, maar bij zijn afscheid zei hij op zorgzame toon dat hij de gevangenen het beste wenste. Mandela was verbaasd, en dacht lang over deze woorden na. Hij kwam tot de conclusie dat de onmenselijkheid deze mensen door een systeem was opgedrongen, en dat ze een beter mens waren dan hun gedrag liet zien. Een zin om lang over na te denken. Deze man was volgens Mandela dus een beter mens dan zijn gedrag liet zien. Zijn motieven waren niet zo wreed als zijn handelingen. Deze gebeurtenis was voor hem een omslagpunt in zijn denken, waarna hij probeerde de mens áchter het gedrag te blijven zien, en mensen door die open houding voor zijn zaak te winnen. Een houding die hem door zijn medegevangenen niet altijd in dank werd afgenomen. Het leek of hij heulde met de vijand door al zijn vriendelijkheid. Maar hij geloofde dat je door mensen met respect te behandelen, zelfs mensen die dat niet verdienden, hen kunt beïnvloeden om jou met meer respect te behandelen dan ze anders onder die omstandigheden gedaan zouden hebben. Dat bleek een bruikbare tactiek, die hem later toen hij vrij kwam ook onder veel blanke Afrikaners veel goodwill opleverde. Natuurlijk is Mandala door deze houding ook vaak teleurgesteld, ook in zijn latere onderhandelingen met De Klerk. Maar hij geloofde dat je desondanks toch dat risico moest nemen.
“Mensen zullen vaak denken dat ik teveel goeds in mensen zie en wellicht is die kritiek terecht, maar het is goed om te handelen uitgaande van het feit dat anderen integer en eerlijk zijn. Als jij de mensen met wie je werkt zo benadert, kun je integriteit en eerlijkheid aantrekken. Daar geloof ik in”


Het gaat te ver om op deze plaats álle hoofdstukken uit het boek te bespreken. Het is ook geen boek om achter elkaar uit te lezen, het is een boek om op je nachtkastje te leggen en voor het slapen gaan wat uit te lezen. Ik vond dat heel veel van zijn gedachtes en visies ook gewoon voor ons huis tuin en keuken bestaan en voor de tijd waarin we nu leven zeer toepasbaar zijn. Een móói boek, over een bijzonder mens.


ISBN 978-90-215-4796-1 Hardcover 191 pagina's Uitgeverij Kosmos maart 2010
Vertaling; Constance Dashorst

© Willeke, 12 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

alt25 jaar Tilburgse Revue
Ed Schilders


Een fotoboek met tekst, over vijfentwintig jaar revue.
Dit prachtig uitgegeven boek noemt zoveel namen van betrokken uit die vijfentwintig jaar dat het haast niet zo kan zijn dat ze iemand vergeten zijn. De schrijvers, de decorbouwers, de grimeurs, de costumières, de kappers en pruikenmakers, de dansers, de zangers, de cast, en natuurlijk ook de sponsors. Zonder hen zou die hele revue nooit bestaan hebben, want al zijn het grotendeels vrijwilligers die er voor zorgen dat het iedere twee jaar weer een feest is in de Tilburgse schouwburg, er zijn natuurlijk heel veel facetten die wel degelijk geld kosten!
Het boek is gedrukt op glanzend papier, waarop de foto’s prachtig uitkomen. Kleine fotootjes, bladvullende opnames, in mooie keuren, het is een feest om dit boek door te bladeren – en te lezen – en vast niet alleen voor Tilburgers, die vaak wel een of meer van de afgebeelde mensen zullen herkennen.


Het boek verhaalt ook over de geschiedenis, over hoe al in 1895 de eerste revue ontstond. Maar die eerste revues waren kleinschalig en vaak alleen maar in wijkgebouwen. Pas in 1926 werd de eerste show ook opgevoerd in de schouwburg, toen nog gelegen vlakbij het spoor. Dat eerste gebouw is al lang weer verdwenen. De revues die onder de noemer van dit boek vallen werden allemaal opgevoerd in een nieuw gebouw.
Ook in de toekomst zullen de shows een onderwerp hebben dat ze altijd al hadden: Tilburg.
De geschiedenis van de stad, van de textielindustrie en de arbeidersbuurten. Over de ‘beroemdheden: onder meer Peerke Donders, Puk en Muk, Bisschop Zwijsen, Lodewijk Napoleon en Vincent van Gogh, die allemaal iets te maken hebben/hadden met de stad. Maar natuurlijk over de eigen beroemdheden, zoals Mie Fiedel, Zot Joke, Cees Robben en natuurlijk de kruikenzeiker.
Er wordt aandacht besteed aan de decors, waarbij vaak historische foto’s afgebeeld worden, waarop alles gebaseerd is. Er zijn liedteksten, vaak in het Tilburgs natuurlijk. En het laat zien hoe ook de revue de ontwikkeling van de techniek volgde: van typemachine tot pc, van hard schreeuwen en onnatuurlijke opstellingen op het toneel tot ‘oortjes’…


 ‘Ik gao venaovend lekker kooke, Sjaantje. Zon bietje hoote kwieziene. Ik wil welf es we-d-aanders as kaantjes en kappesieners. Dus doe mèn mar slaoi, meej aaj, meej jèun, mee nassi.’


ISBN 9789081816908| Hardcover | 180 pagina's | Stichting Tilburgse Revue | nov 2011 

© Marjo, 4 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altIk, Ygor
Nicolle van Laarhoven-van de Velde


Dit boekje kwam in mijn bezit nadat ik de schrijfster en de hoofdhond op het winkelcentrum had ontmoet. Nicolle duwde mij een folder in de hand, en ik was nieuwsgierig.
Het boek leest als een heel klein treintje, het bevat een aantal korte verhaaltjes, en je hebt het in een klein uurtje doorgewerkt. Leuker is waarschijnlijk om af en toe een stukje eruit te lezen, ook al omdat je je dan misschien wat minder stoort aan de spel- en tikfouten. 
Ik vind de handicap van de schrijfster geen excuus voor zulke onvolkomenheden, maar goed, het is ook geen officieel uitgegeven boek. Geen isbn-nummer, geen uitgever.
En de verhaaltjes zijn leuk. 
Waar gaan die over: over de dagelijkse belevenissen die een blind persoon en haar blindengeleidehond meemaken, gezien door de ogen van de hond. Ygor is een prachtige herder, en al is hij blindengeleidehond, hij is en blijft een dier.


'Vaak wordt mij gevraagd, oké, aan mijn baasje dan, wat ik allemaal kan. Nou, heeel veel.
Ten eerste moet ik wat uit de wereld helpen, ik ken geen verkeersregels, dat wil zeggen, ik kan geen snelheid van een auto of een fietser zien.
Natuurlijk stop ik bij de stoep of ga langzamer lopen, zodat mijn baasje alvast kan luisteren of er een fietser of een auto aankomt, dus stok vooruit, en oversteken maar op de gok.'


'Tja, het gaat niet altijd goed hoor en ook gisteren was het weer een puinhoop. We gingen weer eens gezellig naar huis lopen, nu wist baasje dat er een rotonde waar we langs moeten op nieuw werd geasfalteerd maar toch...Van daar liepen we een andere route, ja, want ik loop gewoon maar raak maar baasje moet wel weten waar we zijn.
Dus toen ze zei zoek het rechts, liep ik om de hekken heen en liep zo een berg zand op. Oeps, dat was niet echt de bedoeling, en baasje was een beetje boos, zie je nu niet dat je daar niet door kunt?'


En zo lees je op een leuke manier wat je van een geleidehond wel en niet kan verwachten, en hoe je er rekening mee moet houden dat het een hond is en blijft.
Er staan ook hele mooie foto's in het boekje.
Op de site kun je nog meer lezen.

http://www.ik-ygor.nl/


© Marjo, 29 december 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altMark Rutte is lesbisch
Raoul Heertje

Dit zeer vermakelijke boek van Raoul Heertje is niet eenvoudig samen te vatten. Zelf schrijft hij:


“Best moeilijk, want als ik het kort zou kunnen samenvatten had ik dat gedaan natuurlijk. Dan had ik niet een heel boek geschreven. Ik heb wel wat beters te doen dan me rot werken aan honderden pagina’s boek als het ook in een paar zinnen had gekund.”


Ik zal toch een poging wagen. In dit boek stelt Heertje dat niets is wat het lijkt. We willen allemaal op een bepaalde manier overkomen en gedragen ons hierna. Hierdoor gaat een groot deel van onze oprechtheid verloren. We denken dat we elkaar kennen maar in werkelijkheid kan dat behoorlijk tegenvallen. Iedereen zet zijn/haar beste beentje voor om toch maar vooral de juiste indruk te maken. Wanneer we een bepaalde reactie willen, kiezen we daar de juiste actie bij.


Ook in de media en in de politiek gaat het zo. Vooral BN’ers kunnen er wat van. Heertje doet hier een boekje over open. Er blijkt vaak weinig spontaans te zijn aan een diepte-interview op  televisie. Vragen en antwoorden zijn van tevoren al keurig doorgesproken. We kijken in feite naar een toneelstukje. In de politiek wordt geanalyseerd wat de stemmers willen horen en aan de hand daarvan worden de juiste uitspraken gedaan. Zelfs de onverwachte, gevatte oneliner is veelal van te voren zorgvuldig uitgedacht of wordt via een oortje doorgeven aan de spreker in kwestie. Het is een toneelstuk en we spelen er allemaal een rol in stelt Heertje. Een circus noemt hij het.


De invloed van de media op de mens is groot.  Er komt een enorme hoeveelheid informatie op ons af en we slikken dat met het grootste gemak als waarheid. De kracht van herhaling is eveneens sterk. Hoe vaker nonsens herhaald worden, hoe eerder deze onzin als waarheid wordt beschouwd. De grootste schreeuwers krijgen het snelst aanhangers. Zo zitten we in elkaar. Als we het maar vaak genoeg horen dan geloven we het vanzelf.


Heertje beschrijft zijn bevindingen vlot en gevat en zet de lezer aan het denken. Zijn eigenwijze en nieuwsgierige karakter is hem goed van pas gekomen tijdens het schrijven van dit boek evenals zijn gevoel voor humor. Regelmatig schoot ik in de lach. Het is een interessant en boeiend boek, er komen nog tal van boeiende bevindingen en onthullingen aan bod. Wil je niet langer als een kuddedier meehobbelen met de rest? Lees dan dit boek.


ISBN 9789025435264  | Paperback | Aantal 240 pagina’s| Uitgeverij Contact | september 2011

© Annemarie, 21 december 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Plaats
beschouwingen over verbondenheid met natuur en landschap
Onder redactie van:
Riyan J.G van den Born, Martin Drenthen, Pieter Lemmens en Thomas van Slobbe.



Dit boek gaat over plaatsen. Plaatsen in de natuur, in een landschap, in een stad.  Onze verbondenheid daarmee, en de betekenis daar van. Dat klinkt filosofisch, en dat is het ook, maar tegelijkertijd is het ook aardser dan je denkt. Denk bijvoorbeeld aan de slootjes waar je vroeger in de polder over heen sprong, aan het bankje in het park waar je je eerste kus had, aan die ene krib aan de rivier waar je wel honderd keer over de rivier heb zitten staren. Denk aan die plek en je bent terug in de tijd, en bij alle grote of kleine gevoelens en gebeurtenissen die daar bij hoorden. Grote kans ook dat bij alle rivieren die je in je latere leven nog zult bekijken, altijd deze éne plek, bij deze  rivier het uitgangspunt zal zijn, waar je alle andere rivieren altijd mee zult blijven vergelijken. De betekenis van een plek hangt niet per definitie samen met zijn schoonheid. Latere rivieren, sloten of bankjes in parken kunnen objectief gezien vele malen mooier zijn, maar toch nooit de betekenis krijgen van dat éne bankje, dat éne beekje, of die éne krib. Plaatsen kunnen op deze manier samen vallen met je jeugd, of met een bepaalde gebeurtenis, en zo bezielde plekken worden;


“Het zijn bezielde plekken die een zekere houvast boden en mijn hart verblijdden zodat ik zin had om er steeds terug te keren. Ik denk bijvoorbeeld aan een oude lange laan vol oude kastanjes, aan een dromerig meertje, een watermolen, een heuveltje met een grillig gevormde eik, een oude hoeve in een dal, een dicht dennenbosje. Zulke plekken onderscheidden zich van andere plaatsen, die als het ware neutraal waren, daarom weinig sporen nalieten in mijn beleving en spoedig vergleden in onverschilligheid. Terugdenkend aan  mijn jeugd besef ik dat ik haar vooral als boeiend heb kunnen ervaren dankzij die rijkdom aan speciale plekken waar ik een bijzondere band en verhouding mee had.”


De betekenis die een bepaalde plek heeft hangt vaak samen met het begrip ‘tijd”, hoe langer je iets kent hoe meer verbonden je je er mee voelt. De nieuwe natuur langs de rivier kan wel vele malen mooier zijn dan hoe het eerst was, toch voelen mensen zich met die oude plek meer verbonden. Ze zijn er geworteld, het wordt een onderdeel van henzelf. Dat maakt ook dat het landschap van je jeugd zo’n grote verbondenheid oproept, terwijl een snel veranderend landschap veel moeilijker is om een band mee op te bouwen. Hoe meer we ons met een plek verbonden voelen, of zelfs met een plek die aan die oude plek refereert, hoe meer we genegen zijn er voor te zorgen, of ons in te zetten voor zijn behoud. Dat hoeft niet per definitie een landschap of natuurgebied te zijn, ook in de stad kunnen er bepaalde plaatsen zijn waarmee we ons verbonden voelen of die een bepaalde betekenis voor ons hebben.

In dit boek schrijven twintig auteurs over de betekenis van plaats, vanuit allerlei verschillende perspectieven. Er zijn diverse korte stukjes over de betekenis van een specifieke plaats in iemands leven, maar het gaat ook over een zeldzame adder in Limburg die een herinnering blijkt te zijn aan de Fransescaanse monniken, die deze dieren uitgezet hebben om een voor hen nieuwe omgeving tot een thuisplek te maken. Het gaat over planten die een streekkarakter uitdrukken, het gaat over de fietsen over de Eyserboseweg en hoe díe weg en dát landschap het eikpunt bleken te zijn voor álle wegen die daarna nog door de auteur gefietst zouden worden. Het gaat over communicatie ván de natuur, over dialogen mét de natuur, over het leesbare landschap, over onze rol als landschapsbeheerder, over de aarde als plek, en over de ontheemdheid die je kunt hebben als een bepaalde plek, in het citaat hieronder betreft het een kraakpand, verdwenen blijkt;


“Hier? Hier is helemaal niets meer. Verdwenen. Alles voorgoed prijsgegeven aan de herinnering, geschiedenis. Vele jaren. Dit was de oorsprong van alles. Een knooppunt, burcht, uitvalsbasis, een springplank. Thuis. Mijn thuis. Hier heb ik mijn jeugd achter me gelaten en mijn toekomst omarmd. Gevreeën en gevochten, gezoend en gezopen. Ik heb hier samen gezworen, me vaak echter ook eenzaam gevoeld. Rancune? Nee, ik voel niets dan tederheid. Ik zou willen janken en nieuwsgierige voorbijgangers willen vertellen; hier stond een monument. Voor ons. Mijn mensen, mijn beweging, mijn strijd”


Hoewel ik het niet altijd een makkelijk boek vond, wat tenslotte ook  niet per definitie hoeft als je een filosofisch boek leest, heb ik het met veel plezier gelezen. Met name door de herkenbaarheid. Ik heb ze namelijk legio, plekken en plaatsen met betekenis, waar ik me verbonden mee voel, en die waar ook ter wereld mijn referentiekader blijken te zijn. Pas nu besef ik dat dat niet perse met schoonheid te maken hoeft te hebben maar met de betekenis die ik er aan gaf. De krib bij de Lek waar ik zo vaak met mijn kop in de wind mijn gebroken harten heelde in mijn pubertijd, zat altijd in mijn hoofd welke rivier op de wereld ik ook zag. Ik heb de luxe dat het landschap uit mijn jeugd nog bestaat, maar ik kan me de ontheemdheid die ik in dit boek las bijna lijfelijk voorstellen als dat niet meer zo zal  zijn.
Sterk in dit boek vond ik de afwisseling tussen filosofische bespiegelingen en korte krachtige stukjes over de betekenis van een bepaalde plek in iemands leven. Een boek wat tot nadenken stemt, en je dwingt , in mijn geval met heel veel plezier, tot het over je schouder terugkijken naar de plekken in je leven die betekenis hadden en waar je je verbonden mee voelt.


ISBN 9789050113939 Paperback 212 pagina's KNNV uitgeverij januari 2012

© Willeke, 30 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altLiften naar Suriname
Daan Goppel

In 2009 kreeg de toen tweeëntwintig jaar oude Daan Goppel het voor elkaar om al liftend Suriname te bereiken. In dit boek beschrijft hij zijn bijzondere reis.

De reislustige Daan start zijn reis in Almere. Gewapend met tassen, tent, gitaar én omhoogstekende duim vat hij post bij een benzinestation. Zijn eerste lift weet hij in een mum van tijd te bemachtigen. De eerste etappe van zijn reis gaat over land en reisdoel Lissabon wordt zonder veel inspanning bereikt. Eenmaal in Portugal wordt het echter moeilijker. Tot nu toe volstond het opsteken van de duim bij een benzinestation. Voertuigen kunnen Daan echter niet naar zijn volgende plek van bestemming brengen: Gran Canaria. Hij heeft een lift per boot nodig.

Terwijl de karige inhoud van zijn portemonnee al aardig begint te slinken doet Daan verwoede pogingen een lift te bemachtigen. Het mag vooralsnog niet baten en even lijkt het hele plan in duigen te vallen. Daan is echter niet iemand die snel opgeeft en zijn moeite wordt alsnog beloond: Een vriendelijk Fins gezin neemt hem mee op hun zeilboot. In ruil voor de overtocht houdt Daan ’s-nachts een aantal uren de wacht. De reis verloopt grotendeels rustig en comfortabel. Wel  komt Daan er achter dat pilletjes tegen zeeziekte onmisbaar zijn.

Eenmaal aangekomen op Gran Canaria moeten er nog vele zeemijlen en kilometers overbrugt worden. Zo vaart Daan op een gammele catamaran onder het bewind van een dronken kapitein naar Sint Maarten en met een roestig vrachtschip vol gaten van Sint Maarten naar Guyana. Meer dan eens bevindt hij zich in een levensgevaarlijke situatie. Suriname zal hij halen maar of het op de manier is die Daan voor ogen had is nog maar de vraag.

Een vlot geschreven boek waar de avonturiers onder ons van zullen smullen. Ook voor thuisblijvers zoals ik is het, languit liggend op een bank in een gerieflijke Hollandse rijtjeswoning, genieten van dit verhaal. Daan beschikt over een goed taalgevoel en weet de lezer prima te vermaken. Her en der in het boek zijn een aantal foto’s opgenomen, onmisbaar bij een reisverhaal.

Toen Daan aan zijn reis begon was hij geen onervaren lifter. Een zestal eerdere liftreisjes gingen vooraf aan dit grote avontuur. De langste reis bracht hem tot Zuid-Frankrijk. De wens om naar Suriname te liften is ontstaan door juffrouw Emillia van de basisschool. Zij wist de jonge Daan met de verhalen over haar geliefde thuisland tot het uiterste te boeien. Meer over het boek en de reis is te lezen en te bekijken op www.liftennaarsuriname.nl

ISBN 9789064105296 | Paperback |128 pagina's| Uitgeverij Hollandia / Gottmer| oktober 2011

© Annemarie, 12 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altRaarhoek
Miek Smilde


In 1952 werd in Raalte het plan opgevat om op het terrein van de paters van het heilig Hart een psychiatrisch ziekenhuis te bouwen. Eigenlijk zou er een seminarie komen, maar mede door de oorlog waren er de eerste tekenen van verzuiling: een seminarie had geen kans van slagen.
Jammer, vond Raalte, en moesten ze zo’n inrichting wel toestaan? Raalte zou immers synoniem worden met gekte, zeker met die spoorlijn in nabije omgeving.
Maar er was geen andere voorziening in het noorden, het terrein was niet direct in het dorp, en de arbeidsplaatsen waren zeer welkom.
De bouw duurde jaren, en de plannen werden tussendoor regelmatig gewijzigd, maar eindelijk, in 1967, werd een gebouw opgeleverd, dat niet alleen geschikt was voor opname en opsluiten, maar vooral ook een therapeutische functie had. In het licht daarvan was bijvoorbeeld het kerkgebouw niet alleen voor liturgische diensten geschikt, maar konden er ook theatervoorstellingen plaatsvinden, was er een bibliotheek, een winkeltje een kapper, alles ook open voor de Raaltenaren.
Franciscushof was een feit.


In de zomer van 2008 wordt begonnen met de sloop. Als Miek Smilde, freelance journalist en schrijfster, hiervan hoort, besluit ze dit boek te schrijven. Haar vader was in de jaren 1974 tot 1986 directeur-geneesheer, vandaar haar affiniteit met Franciscushof.
Het is de geschiedenis van het ontstaan en van de sloop, dat is duidelijk, maar ook van alles er tussen in. Hoe de psychiatrie veranderde in de loop van de jaren, hoe de ene patiënt daar wel bij voer, maar de ander er juist onderdoor ging (- soms is vrijheid ondraaglijk -). Het verraste mij te lezen dat de elektroshock nog steeds af en toe toegepast wordt!
We lezen over Foudraine, en over nieuwerwetse ideeën die in Italië zo goed aansloegen dat men ze in Raalte ook uitprobeerde. Over welke mensen in de inrichting terecht kwamen: aanvankelijk psychisch gehandicapten, later vooral mensen met depressies. Over taboes en een medicijn als aandachtverstrekker.


‘De stress was zo groot en de problematiek zo complex dat we soms heel onorthodox moesten zijn.
We hadden hoe dan ook veel te veel zorgen voor veel te veel mensen, we wisten nog zo weinig en wilden zo graag meer weten, maar we moesten in de praktijk heel veel doen met weinig weten.’


Hoe het dorp omging met de patiënten, over de onvermijdelijke zelfmoorden. Over hoe men leerde ‘gestoorde’ personen niet alleen maar plat te spuiten en in een isoleerruimte te plaatsen, maar hoe praten en knuffelen zoveel belangrijker kon zijn. De psychiatrie is nogal eens onderhevig geweest aan veranderingen, met de steeds nieuwe inzichten. Toch zegt een geneesheer:


‘Het maakt geen flikker uit wat je doet, als je maar contact maakt.’


Afgewisseld met stukken feitelijke informatie, lezen we interviews met patiënten, met personeel en natuurlijk ook over de gesprekken met haar vader. Dat maakt het boek zeer leesbaar.
Wat ik erg prettig vind is ook hoe Miek Smilde nagaat waar de patiënten gebleven zijn en hoe het met hen gaat. Het is een indrukwekkend verslag over een verdwenen instelling, waarbij je je toch de vraag stelt of dat wel een goede beslissing was: psychiatrische zorg overhevelen naar normale ziekenhuizen.


ISBN  9789029573764 | paperback |331 pagina's | Arbeiderspers | januari 2011

© Marjo, 10 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Gesprekken met
Dick Bruna

Céline Rutten


Bij het horen van de naam Dick Bruna zie je de man met zijn fraaie witte snor en zijn vriendelijke gezicht voor je en je denkt dat hij als een soort lieve opa constant omgeven is door kinderen aan wie hij voorleest uit Nijntje Pluis. Dat was tenminste mijn romantische beeld van hem. Dat is naïef natuurlijk want al die boeken van Nijntje moeten ook gemaakt worden en dat is waar Dick Bruna voornamelijk zijn dagen mee vult. Anders gezegd, dat is waar Dick Bruna het liefst zijn dagen mee vult zo blijkt uit de gesprekken die Céline Rutten met hem gevoerd heeft.
Als je deze uitgewerkte gesprekken leest dan kom je er achter dat de geestelijke vader van Nijntje zich het meest thuis voelt in zijn atelier en als het kon zou hij daar elke dag van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat willen zijn. Sterker nog hij heeft moeite met op bezoek gaan, wil liever nergens heen en zou als het kon ook onder alles uit willen komen. Maar als het dan toch moet dan is hij een aimabele man die zeer voorkomend kan zijn.


Dick Bruna vertelt verder vol liefde over zijn moeder, aan zijn vader heeft hij echter minder prettige herinneringen.
- Wat mensen mogelijk niet weten is dat de overgrootvader van Dick Bruna in 1868 startte met uitgeverij Bruna die in de stationskiosken, ook in bezit van Bruna, makkelijk leesbare boekjes verkocht voor treinreizigers. In 1898 startte de grootvader van Dick met een nieuwe serie: 'de Novellenbibliotheek voor den Coupé', Deze serie vormde de voorloper van de moderne pockets. -
Uitgeverij Bruna is o.a. groot geworden dankzij de Zwarte Beertjes pockets en Dick, die geen enkele ambitie had om zijn vader op te volgen, hij tekende liever, ontwierp de meer dan 2400 omslagen van deze geliefde serie. Als je de gesprekken leest dan merk je ook dat Dick Bruna trots is op de Zwarte Beertjes omslagen, hij las ook altijd eerst het boek voor hij een kaft ontwierp, omdat hij voor elk boek een karakteristiek wilde tekenen die correspondeerde met de inhoud. 
Inmiddels zijn deze boeken een collectorsitem geworden en is er een succesvolle tentoonstelling gehouden met alle Zwarte Beertjes ontwerpen.
Eveneens blijkt dat Dick Bruna een zeer gevoelige en perfectionistische man is in zijn werk. Alles stond en staat in het teken van zijn werk. - Zijn gezin kwam vaak op de tweede plaats. - Zelfs nu nog wordt voor elk Nijntje boekje alles door hem zelf getekend, geen enkel Nijntje wordt gekopieerd. Alles wat verkocht wordt wat Nijntje betreft ondergaat eerst een strenge controle of het nu boekjes, bekers of T-shirtjes zijn.
Het grappige is dat Dick Bruna zelf zegt dat hij geen perspectief kan tekenen en daardoor Nijntje zo 'plat' heeft gemaakt. Hij zal Nijntje ook nooit van opzij tekenen. Hij noemt zichzelf ook ontwerper, geen kunstenaar.


Céline Rutten heeft gesprekken gevoerd met Bruna's vrouw en kinderen, met familieleden en vrienden, met mensen waarmee Dick Bruna samenwerkte of nog mee werkt en deze gesprekken op een zeer prettige manier verwoord.
Nadat ik het boek gelezen had vroeg ik me af of ik Dick Bruna nu beter heb leren kennen. Deels wel en deels niet. Je krijgt een beeld van een man die enerzijds soms eenzaam is maar anderzijds ook die eenzaamheid opzoekt. Een man die leeft voor zijn werk maar ook weet dat hij teveel tijd besteedt aan dat werk. Een man die zijn vrouw en kinderen liefheeft maar ook weet dat hij ze veel tekort gedaan heeft vanwege die passie voor zijn werk. Een boeiende man die veel te vertellen heeft.
Dick Bruna is een man die in zichzelf een heel eigen wereld heeft gecreëerd en ons daar middels zijn ontwerpen en boeken en nu deze gesprekken een stukje van laat zien. Toch blijft hij wat ongrijpbaar en dat is maar goed ook, een groot ontwerper, en dat is hij, moet iets ongrijpbaars blijven houden...


ISBN 9789045019697 Paperback  144 pagina's Uitgeverij Atlas november 2011

© Dettie, 3 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Nieuw Brabants handwoordenboek
Jos Swanenberg


In de afgelopen jaren verschenen zes handwoordenboekjes over dialecten van streken in Noord-Brabant: voor Den Bosch en de Meierij, voor Tilburg en Midden-Brabant, voor West-Brabant, voor Eindhoven en de Kempen, voor het Land van Cuijk en voor Helmond en de Peel.
De afgelopen dagen, met de familie thuis, hebben we al veel plezier beleefd met dit nieuwe handwoordenboek, voor Brabant.
Wij zijn allemaal Brabants, maar wat kennen we weinig woorden!! Toen we beter keken bleek dat er verschillende dialecten in staan: wel van Noord-Brabant, maar daar is veel verschil te vinden. In het noordwesten spreken ze toch weer anders, dan in bijvoorbeeld in het oosten. En het midden, ook daar zijn sommige woorden weer anders. Het boek heeft twee delen:
In het eerste vind je het Brabants ‘vertaald’ naar het Nederlands, en in het kortere tweede deel staan Nederlandse woorden ‘vertaald’ naar het Brabants. Voorin wordt precies uitgelegd hoe dat werkt.
Om te weten waar de woorden precies gebruikt worden staat er een afkorting bij: BM is Den Bosch en de Meierij; TM  komt uit Tilburg en Midden-Brabant.  En er staat bij hoe de schrijfwijze is, die dan weer samenhangt met de uitspraak. ‘Oepelpeerd’..  Als je geen ‘h’ uitspreekt, staat die ook niet geschreven.
Dat is allemaal toch wel handig om te weten.
En dan ga je bladeren, of af en toe het boek zomaar ergens openslaan, en je wordt verrast door woorden die je kent, maar vooral door termen die je niet blijkt te kennen. Ik beperk me even tot onze stad.  ‘Ammol’, dat kennen we wel. Bij ‘fiep’ moeten we al even nadenken, maar ‘mikkehouwer’???? Nooit van gehoord.
En zo werd het nog heel gezellig…


Zou het boekje zo bedoeld zijn? Natuurlijk niet. Het gaat om het behoud van een cultuur. We leven in een tijd, waarin alle dialecten misschien wel gaan verdwijnen omdat de oudere generatie die nauwelijks scholing hebben gehad, en daarom veel meer opgegroeid zijn met een dialect, langzaam verdwijnt. Wil je dat behouden, dan moet je dat nu vastleggen. Daarmee rijst meteen de vraag: zou iemand over een kleine vijftig jaar nog gebruik maken van een van deze specifieke dialecten, die zich beperkt tot een klein gebied als een streek of stad??
Als we nu de zaak ‘verballemonde’ (kende ik ook niet) zijn straks deze woorden allemaal ‘onnut’…


ISBN 9789028802155 |paperback|250 pagina's |Europese Bibliotheek|december 2011

© Marjo, 28 december 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Kering
over de bouwers van de stormvloedkering Oosterschelde
Alex van Heezik


De stormvloedkering is een feit, daar kunnen  we niet omheen, maar menigeen zou tevoren niet geloofd hebben dat het ooit zover zou komen. Als je leest over alle feiten, over alle problemen die opgelost moesten worden, over de hoeveelheid mensen die erbij betrokken waren en over de hoeveelheid materiaal die nodig was, dan lees je dit boek als was het een spannende roman waarvan je de afloop al kent.
In de inleiding vertelt de schrijver dat dit boek een eerbetoon is aan al die duizenden mensen, waarbij hij moet opmerken dat helaas niet iedereen genoemd kan worden: uit de enorme berg gegevens heeft hij een keuze moeten maken.


Het verhaal begint al voordat de ramp in 1953 zich voltrok. Er waren genoeg mensen die wisten dat de dijken niet voldoende bescherming boden, maar zij waren roependen in de woestijn. De eerste dagen van februari 1953 waren nodig om de dringende noodzaak om iets te doen door te laten dringen tot degenen die in staat waren er iets aan te doen. Johan van Veen, de man van de eerste plannen, tot dan toe genegeerd, mocht nu meedoen in de Deltacommissie, die begon met plannenmakerij. Uiteindelijk groeide de eerste stap in 1958,  het afsluiten van het Veerse Gat,  uit tot de deltawerken waarvan de enorme dam die de stormvloedkering nu is onderdeel is. Het enorme karwei is gereed gekomen in 1986, en het geheel moet Zeeland, Brabant en Zuid-Holland beschermen tegen de zee. Al is het werk waarschijnlijk nooit af, dijkverhoging en -verzwaring blijft nodig.


We lezen over de politieke schermutselingen, over de moeilijkheden die de op papier zo mooie theoretische plannen in de praktijk veroorzaakten. Over de centenkwestie, over de vele miljoenen die dit project heeft verslonden. Over de bezwaren die er natuurlijk waren tegen al die afsluitingen. Vissers en milieuactivisten zagen het donker in. Men herinnert zich vast nog wel al het gekissebis over de afsluiting van de Oosterschelde. Moest het helemaal dicht? Dan zouden er gevolgen zijn voor de natuur die men niet wilde. Maar wat dan? Het heeft de nodige kruim gekost om te komen tot de fantastische oplossing die de Kering is geworden. Waar de een een veer heeft moeten laten, is er voor de ander juist een enorme verbetering. Sommige dier- en plantensoorten zijn verdwenen, andere tieren welig.
En zeker heeft niet iedereen zijn zin kunnen krijgen, maar was dat niet de moeite waard als we nu zien wat er tot stand gekomen is? Dat kun je allemaal in dit boek lezen, maar nog mooier is het om er ter plekke te gaan kijken, en Neeltje Jans te bezoeken.
Ik geef onmiddellijk toe dat het vaak taaie kost was, met al die feitjes, al die getallen, al die technische uitleg. Maar als je geïnteresseerd bent, lees je door en kom je ook de verslagen over meningsverschillen tegen, de misverstanden en ruzietjes, verteld als anekdotes. Dat maakt het lezen allemaal wat makkelijker.
Ik was zo onder de indruk dat het schokkend was te lezen in het laatste hoofdstuk, dat men verwacht dat de hele Kering ergens midden in de 22e eeuw onder water verdwenen zal zijn!


ISBN 9789085713531| hardcover | 288 pagina's | Veen Magazines | oktober 2011
Volop foto's, kaartjes, en andere illustraties die het verhaal verlevendigen en verduidelijken, met bronvermelding, met lijst van betrokken personen en organisaties.

© Marjo, 15 december 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER