Nieuwe recensies Non-fictie

Oekraïne: hoog op de zuil van de vrijheid
Achtergronden, geschiedenis en literatuur
Noud Bles e.a.


De titel verwijst naar ‘Vrouwe Ukraina’, die sinds 2001 in Kiev boven op het Maidanplein op de onafhankelijkheidszuil staat.


17 auteurs belichten in 24 hoofdstukjes verschillende facetten uit de geschiedenis van Oekraïne. Enkele thema’s: de Holodomor (vernietiging door uithongering), de nazisympathieën bij nationalisten in de jaren 30 en 40, die dan wel in Duitse concentratiekampen werden gestopt en later door Russen vergiftigd werden, de collaboratie van de Krimtataren in 1941-1944, het historische wantrouwen tussen Russen en Oekraïners, de orthodoxe kerk in Rusland en Oekraïne.


Patriarch Kirill kiest openlijk de kant van Poetin in de strijd tegen ‘de macht van het kwaad’, de metropoliet van Kiev noemt de Russische inval een ‘broedermoord’. Ook elders in de wereld veroordelen de orthodoxe kerken de inval (p. 43).


WO I was tragisch voor Oekraïne: Oekraïners streden in het Russische leger tegen Oekraïners in het leger van Oostenrijk-Hongarije. Toen de Russen Galicië veroverden, ontvoerden ze de Oekraïense bisschop naar Rusland en russificeerden ze de streek. Van 1917 tot 1921 was het permanent oorlog. Toen het Rode Leger uiteindelijk Oekraïne veroverde, werd het Russisch opgelegd en alles onteigend. Oekraïense leiders weken uit naar West-Europa, maar ze werden vermoord op verzoek van Stalin, die vanaf 1930 ook de Oekraïense elite liquideerde op beschuldiging van ‘bourgeois-nationalisme’ (p.56-57). Vervolgens lanceerde hij zijn Holodomor. Controleurs doorzochten de huizen tot onder de vloer en namen alle graan en voedsel mee. Duizenden dorpen werden van de kaart geveegd, er vielen miljoenen doden. Enkele overlevenden getuigen: ze leefden van bladeren van de bomen. Kannibalisme was wijd verspreid. Koelakken, in feite eerder arme boeren, werden met hun gezin naar Siberië gedeporteerd (p. 60-71).


In 1991 verklaarde Oekraïne zich onafhankelijk tegen de zin van … de Verenigde Staten: Bush senior kwam zelf naar Kiev om dat te zeggen (p. 105).


Net als in Rusland werden ook in Oekraïne de bedrijven geprivatiseerd, waardoor de oligarchen ontstonden. Zij kochten de aandelen van de andere burgers op voor een prijsje.


In 1991, 1994 en 1997 erkende Rusland de grenzen van Oekraïne, in ruil voor de inlevering van de kernwapens. Ook dat was een vraag van de Verenigde Staten: ze gaven er zelfs 700 miljoen dollar voor, én veiligheidsgaranties (p. 110-112).
De bevolking van de Krim sprak zich in 1995 wel uit voor aansluiting bij Rusland, maar Oekraïne negeerde dat.
In Oekraïne veranderde er weinig aan de top: communistische partijchefs bleven aan de macht, ook in de bedrijven. President Koetsjma en de oligarchen overheersten het land, de armoede nam toe. Gevolg: miljoenen Oekraïners emigreerden en gingen werken in Polen en andere landen.


Vanaf 2000 ging het beter en kwam er een groei van 6 tot 12% in 2007. De crisis van 2008 zorgde dan weer voor grote werkloosheid.
Oekraïne had veel potentieel met zijn graan, voedingsmiddelen, mineralen en ertsen, maar de handelsbalans bleef toch negatief vanaf 2009.
Omdat president Joestsjenko (2005-2010) te westers was, verhoogde Poetin de gasprijs van 50 naar 230 dollar per 1.000 m³. Oost- en West-Oekraïne groeiden verder uit elkaar (p. 100).


In 2010 won Janoekovitsj de verkiezingen. Zijn premier was een Rus uit de Donbas: Mykola Azarov, geboren in Kaloega (ten zuidwesten van Moskou) en enkel Russischtalig. Janoekovitsj maakte het Russisch weer de tweede landstaal, op gelijke voet met het Oekraïens.


In 2014 viel Rusland binnen op de Krim en in de Donbas, zogezegd  “Uit zelfverdediging tegen de fascistische staatsgreep van Maidan”. Rusland, de VSA, Groot-Brittannië, Frankrijk en China waren vergeten dat ze de veiligheid en integriteit zouden garanderen. De Oekraïners voelden zich bedrogen. Ook in 2022 bleek dat de afspraken van Boedapest (1994) waardeloos waren. Brzezinski had toen al voorspeld: “Zonder Oekraïne is Rusland geen imperium.” (p. 114-115).


Naast imperialistische, speelden ook economische motieven een rol bij Poetins inval: Oekraïne bezit veel grondstoffen, zeldzame aardmetalen, landbouwproducten en havens. De gas- en olievelden in de Zwarte Zee en in de Zee van Azov bezit Poetin al sinds de inname van de Krim (p. 117-123).


Het laatste deel is literair: het volkslied uit 1863 (“Oekraïne is nog niet dood”), de vertaling van een kortverhaal van Andri Ljoebka, vijf mooie gedichten van Noud Bles over zijn reis door Oekraïne in 2006, een sprookje uit Marioepol, een gedicht over de oorlog in de Donbas, een overzicht van de weinige in het Nederlands vertaalde Oekraïense schrijvers en schrijfsters en van Nederlandse schrijvers over Oekraïne en tenslotte een portret van Taras Sjevtsjenko, de nationale dichter en schrijver.


Beoordeling

Deze bundel belicht Oekraïne vanuit verschillende oogpunten: geschiedenis, politiek, godsdienst, economie, economische motieven voor de oorlog van 2022 en wat eerder uitzonderlijk is: ook veel literatuur (p.125-206). Aan afwisseling is er geen gebrek. Het meest onthullend was voor mij het hoofdstuk over de economische motieven voor de oorlog: de zeldzame aardmetalen en ertsen. Er wordt niet uitgelegd waarom de welvaart dan niet groter is.


De chronologische volgorde ontbreekt helaas: de huidige oorlog komt aan bod vóór WO I. Een kaart ontbreekt: de lezer wordt verondersteld te weten waar Tannenberg, de Mazurische meren etc. liggen. Maar de vele hoofdstukken zijn vlot en aangenaam leesbaar geschreven.


ISBN 978-94-646-2810-4 | Paperback | 211 pagina's., foto’s, literatuur | Uitgeverij Aspekt, Soesterberg, juni 2022

© Jef Abbeel, juni 2022 www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Pukkie
een jongensjeugd in Apeldoorn
Henk van Zuiden


Geboren: Zondag 7 januari 1951 - Hendrik Egbert van Zuiden, roepnaam Henk.
Vanaf die dag wonen ze in het gezin Van Zuiden met zijn veertienen. Het gezin bestaat uit vader en moeder, 7 jongens en vier meisjes, oom Gerritjan - de broer van Henks moeder -  woont ook in het kleine huis in Apeldoorn. 
Henk is de hekkensluiter ofwel het 'dorregatje'.


Het boek bestaat uit allerlei verhalen over het leven van Henk, wat gelijk een mooi tijdsbeeld oplevert. Doorheen de verhalen lezen we over gebruiken en handelingen die nu helemaal niet meer plaatsvinden.


Je kunt je het bijvoorbeeld nu haast nauwelijks meer voorstellen maar in Henks jeugd was een douche pure luxe, de kinderen gingen wekelijks in de teil of naar het badhuis.
Ook een eigen kamer hebben was bijzonder. Maar Henk en zijn zusjes hadden wèl een eigen tuintje! Buren deelden toentertijd ook de opbrengst van de fruitbomen en groentetuin door elkaar een emmer vol fruit te geven of een maaltje groente. 

Het krijgen van nieuwe kleren was, zeker in zo'n groot gezin, ook geen vanzelfsprekendheid. Maar toen de kleine Henk naar het ziekenhuis moest, kreeg hij wel twéé splinternieuwe pyjama's!

"Zo jongen, wullie goan eers langs Diekkamp, eff'n twee nieuwe pyjama's veur oe koop'n'. Hoi! Nieuwe pyjama's, toch iets leuks voordat ik naar een eng ziekenhuis moest."


En thuis wordt hij verwend met warme cacaodrank... Omdat hij naar dat ziekenhuis moet. Hoe anders is het nu. Toen was chocolademelk nog een échte verwennerij, dat kreeg je niet elke dag!

We mogen meeleven met kleine Henk, met leuke gebeurtenissen en minder leuke. Als opa dood gaat maakt opoe ook chocolademelk, als troost. Kleine Henk snapt niet veel van de dood. Maar hij weet wel dat het diepe indruk op hem maakt en dat het veel vragen oproept.
Verhuizen is weer heel wat anders, dat is leuk! En het huis is een stuk groter!


Kleine Henk groeit op, gaat naar school, waarover hij ook erg leuke verhalen weet te vertellen én het onderhandelen met broers en zussen begint, wie herkent het niet? Het is heerlijk om te lezen hoe er gescharreld wordt met beloning voor 'klusjes' zoals pikante boekjes kopen voor een broer. Maar ook de ontdekking van andere boekjes waarin alleen mannen staan is een puur wonder voor Henk. In die tijd was homoseksualiteit nog een groot taboe en hoe vertel je dat aan je ouders? Het lot besliste anders, wat misschien juist goed was.
Op zijn vijfentwintigste vertrekt Henk naar Den Haag. Waar hij de weg naar volwassenheid inslaat.


Het hele boekje ademt een mooie sfeer uit. Aan de ene kant de nostalgie, zonder te zwelgen in sentimentaliteit. Aan de andere kant de nuchtere werkelijkheid.
Henk van Zuiden heeft daarin een mooi evenwicht gevonden.
We lezen over de kruideniers, waar je de boodschappen op kon laten schrijven, over de school waar nog andere normen en waarden golden, over het ontdekken van zijn schrijftalent, over zijn strenge vader en lieve moeder en zijn latere leven buiten de invloedsfeer van  Apeldoorn.
Kortom, het is een koesterboekje.


ISBN 9789492519719 | Hardcover | 96 pagina's | Uitgeverij Liverse | 26 juni 2022

© Dettie,26 juni 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De mannen van Poetin
Hoe de KGB Rusland heroverde en vervolgens de strijd aanging met het Westen.
Catherine Belton


De schrijfster werkte zes jaar lang voor The Financial Times in Moskou. Haar boek was in 2021 het boek van het jaar in Engeland. Vijf oligarchen, o.a. Abramovitsj,  klaagden haar aan wegens ‘smaad’.


Ze begint met een overzicht van de machtige mannen rond Poetin, veelal ex-KGB-ers, ook maffiosi en enkelen die zaken deden met Trump. Eén van hen werd door Poetin onteigend en verloor 12 miljard dollar, een andere, Berezovski, werd in 2013 dood aangetroffen in Berkshire, waarschijnlijk  geen zelfmoord (p. 9-19).
Het aanvankelijk doel van het boek was: aantonen hoe Poetins KGB-vrienden de economie inpalmden. Daarna kwam erbij: bewijzen dat die miljarden ook ingezet werden om democratieën in het Westen te ondermijnen (p. 26).


Belton is positief over de Poetin van 1992 e.v.: ze prijst zijn dossierkennis en inzicht in de economie. Hij was toen locoburgemeester van Sint-Petersburg en medewerker van Sobtsjak, die het verzet leidde tegen de coup van augustus 1991. Tegelijk zegt ze dat hij vanaf het begin een leugenaar was. En ze laat DDR-toppers zoals Markus Wolf vertellen dat Poetin in de DDR een zeer bescheiden rol speelde en de RAF-terroristen steunde (p. 32-35).
Poetin bepaalde wie er handel mocht drijven in de zeehaven en olieterminal van Sint-Petersburg en haalde daar zelf de nodige winst uit. Galina Starovojtova, de activiste die de corruptie onderzocht, werd in 1998 doodgeschoten (p. 119).
In 1996 kreeg Poetin een hoge functie in het Kremlin en in 1998 werd hij baas van de geheime dienst FSB. In augustus 1999 benoemde Jeltsin hem tot premier, waarschijnlijk  in opdracht van de FSB.
In maart 2000 werd Poetin vlot verkozen tot president. Toen Jeltsin hem opbelde, werd hij zwaar beledigd: Poetin had geen tijd voor hem (p. 176). Jeltsin kreeg wel bescherming tegen juridische vervolging voor de illegale rekeningen van hem en zijn familie in Zwitserland.


Poetin leek aanvankelijk nog pro westers, maar toen Bush in 2002 het ABM-verdrag opzegde, een rakettenschild wou bouwen in Polen en Roemenië en de NAVO steeds meer Oostbloklanden inpalmde, wijzigde zijn houding en begon hij zijn totalitaire macht op te bouwen. De eerste slachtoffers waren de oligarchen, die met acht bijna 50% van de economie controleerden (p. 193-197). Mediatycoon Goesinski vloog al in 2000 als eerste in de gevangenis. Hij kon kiezen: ofwel zijn media verkopen aan Gazprom ofwel in de gevangenis blijven (p. 203). Anderen volgden, zoals Berezovski en Chodorkovski. Vanaf 2001 had Poetin al de controle over radio en tv verworven door gewapende invallen van de FSB. De gasindustrie kwam onder zijn controle via Gazprom. En de KGB veroverde stapsgewijs de vier grote oliebedrijven.


Belton toont ook aan waarom Chodorkovski eraan moest: hij wou niet buigen voor Poetin en de veiligheidsdiensten, op tv maakte hij in het bijzijn van Poetin bekend dat de corruptie 10% van het BBP bedroeg of 30 miljard $ per jaar. Hij gaf geld aan politieke partijen, wat Poetin hem verbood, hij gaf de indruk dat hij zich in 2008 presidentskandidaat zou stellen, hij wou Rusland omvormen tot een parlementaire democratie en zocht te veel toenadering tot de VSA en tot ExxonMobil, dat zijn Yukos wou overkopen. Genoeg redenen voor Poetin om wraak te nemen: in 2003 werd Chodorkovski aangehouden. Premier Kasjanov, die Poetin durfde tegenspreken in de zaak Chodorkovski, werd ontslagen (p. 251).


Ljoedmila Poetina verzette zich in 2004 tegen de tweede termijn voor Poetin en scheidde van hem.


Belton beschrijft ook de aanval van Tsjetsjeense terroristen op het Doebrovka theater in oktober 2002 en de noodlottige afloop. Ze citeert een naamloze getuige die beweert dat de FSB de aanval gepland had om Poetin steviger in het zadel te houden (p. 242).


Vanaf 2004 keerde men terug naar de tsaristische drie-eenheid van orthodoxie, autocratie en nationalisme. De crisis van 2004 in Oekraïne beschouwde Poetin als een Westers complot dat Kiev wegleidde van Moskou (p. 253-257).


Op 1 september 2004 volgde een nieuw drama in Beslan, op 100 km van Tsjetsjenië. Terroristen gijzelden 1.100 ouders, kinderen, leerkrachten en eisten weer dat Rusland zich zou terugtrekken uit Tsjetsjenië. 330 gijzelaars, vooral kinderen, stierven bij de bestorming door Russische commando’s. Voor het eerst kreeg Poetin een golf van woede over zich: de meeste doden waren veroorzaakt door de Russische troepen. Poetin beweerde dat het Westen betrokken was bij de aanval en besloot dat de regionale gouverneurs voortaan niet meer gekozen, maar door hem benoemd zouden worden (p. 250-262).


In november 2004 volgden de presidentsverkiezingen in Oekraïne, het land dat het meest verbonden was met Rusland: 85% van de gasexport naar Europa liep erdoor. Poetin steunde Janoekovitsj en liet Joesjtsjenko vergiftigen met dioxine, maar uiteindelijk won deze toch de verkiezingen. Voor Poetin was deze ‘Oranjerevolutie’ een pijnlijke nederlaag, de tweede al na de overwinning van Saakasjvili in Georgië (2003). Die nederlagen zouden nog jaren de daden van Poetin bepalen (p. 263-267).


Tijdens het schijnproces tegen Chodorkovski was nog 70% van de economie in handen van particulieren. Doordat er jaarlijks duizenden zakenmensen werden opgepakt en pas vrijgelaten als ze hun bedrijf afgaven, was in 2012 meer dan 50% onder controle van de mannen van Poetin. En 100% van de rechterlijke macht (p. 295-296).


Vanaf 2004 kon Poetin regeren als alleenheerser: hij beheerste de media, de zakenwereld, benoemde de gouverneurs en de burgemeesters van de grote steden en probeerde via zijn energiebedrijven de democratie in de buurlanden te ondermijnen. Via Abramovitsj infiltreerde hij in 2003 in Chelsea en in 2018 mocht hij van de corrupte FIFA het WK organiseren. Vanaf 2012 was hij opnieuw president en dreef hij de repressie op tegen Navalny en tegen ngo’s die steun kregen uit het buitenland.


In 2013 was de groei maar 1,3% en daalde zijn populariteit tot 47%. Dan zette hij volop in op de herleving van het Russische rijk: hij annexeerde de Krim en maakte duidelijk dat Oekraïne bij Rusland moest horen. Toen Janoekovitsj het verdrag met de EU niet tekende, ontstond zwaar protest op Maidan, waarbij in februari 2014 zeventig demonstranten doodgeschoten werden. Janoekovitsj nam de vlucht. De Russische propaganda gaf alle schuld aan de Amerikanen en aan Oekraïense ‘neonazi’s’. Poetins populariteit schoot omhoog naar 80% (p. 359-374). Daarna trokken Russische ‘vrijwilligers’ de Donbas binnen. De separatisten werden gesteund door Moskou: militair en met zwart geld (p. 375-406). Er vielen tussen 2014 en 2022 al 14.000 doden.


De Panama Papers toonden in 2016 een deel van de rijkdom van Poetin en zijn entourage. Sinds 1991 en vooral tijdens Poetin is er voor meer dan 800 miljard dollar naar het buitenland gebracht, meer dan het totale vermogen van de bevolking (p. 380-383). Behalve voor zelfverrijking, diende het geld ook om westerse instellingen te ondermijnen en de Brexit te steunen (p. 385-418).


Het laatste hoofdstuk gaat over het netwerk van Trump. Die heeft al sinds 1987 contacten mét en was afhankelijk vàn rijke Russen (of Georgiërs) die dicht bij de Russische maffia stonden. Er kwam net geen Trump Tower in Moskou in 2016. Maar rijke Russen speelden wel een rol in zijn kiescampagne. De Doema  en Poetins woordvoerder Dmitri Peskov waren enthousiast toen Trump in november 2016 won. De Russische inlichtingendienst had de mails van Hillary Clinton gehackt en geprobeerd de Amerikaanse publieke opinie te beïnvloeden ten voordele van Trump via sociale media. Poetin deed dit af als acties van private individuen, niet van de staat (p. 449-457).


Trump vond de NAVO achterhaald, hij moedigde de Britten aan om de EU te verlaten, hij liet de Koerdische bondgenoten in de steek in Syrië en lobbyde publiekelijk om Rusland weer in de G8 te krijgen. Zijn poging om Zelensky aan zijn kant te krijgen om Biden te veroordelen mislukte (p. 449-461).
In 2020 paste Poetin de grondwet aan zodat hij levenslang kan aanblijven met onbeperkte macht, ook over het gerecht, zodat hij iedereen kan laten verdwijnen.


Beoordeling

Dit boek is geen biografie van Poetin, maar wel een overrompelende studie over het gedrag en de rijkdom van hem en zijn omgeving.


De schrijfster heeft veel opzoekingswerk verricht, vele voormalige adviseurs en kennissen van Poetin geïnterviewd, ook veel gelezen. Vanaf het begin heeft ze het over scènes die zouden passen in een film: corruptieschandalen, onteigeningen van miljarden, processen om miljarden, fysieke bedreigingen en liquidaties. Het zijn zoveel intriges met telkens weer andere personen van wie velen weinig bekend zijn. Om veiligheidsredenen worden de contactpersonen dikwijls niet met hun naam vermeld. Begrijpelijk, maar als lezer weet je graag wie de bron is. Belton legt wel duidelijk uit waarom Chodorkovski en andere magnaten door Poetin onteigend  en uitgeschakeld werden. En vooral hoe Poetin samen met de KGB/FSB stap voor stap zijn macht en zijn persoonlijke rijkdom vergrootte en een einde maakte aan de democratie, vrije pers, vrije economie. Ze zegt niet hoeveel rijkdom Poetin nu heeft. Een kaart met de plaatsnamen ontbreekt helaas. KGB (1954- 1991) en FSB (1995-nu) gebruikt ze door elkaar. Het notenapparaat is indrukwekkend: p. 479-587! De oorlog tegen Oekraïne staat er niet in.


Enkele details: oepravlenie (p. 295) moet zijn: oepravnenie (het uit de weg ruimen). Het nieuwe millennium begon niet op 31 december 1999 (p. 167), wel op 1 januari 2001. In het register staan geen plaatsnamen en geen begrippen zoals obsjtsjak (criminele belasting)  en siloviki (mannen met macht, in de praktijk FSB-ers). Maar het geheel is wel een staaltje van sterke onderzoeksjournalistiek: Belton zal geen visum voor Rusland meer krijgen.

ISBN 978-90-446-5179-9  | Paperback | 600 pagina's foto’s, noten, register | Uitgeverij Prometheus, Amsterdam/L&M, Antwerpen|  juni 2022
Vertaling van: Putin’s People. How the KGB took back Russia and then took the West (2020)

© Jef Abbeel,  22 juni 2022  www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Van doen naar zijn
De kracht van eenvoud
Linda Rood


Deel van de flaptekst:
"Wat weerhoudt je ervan om nu volledig te zijn? Waar voel je spanning, welke verhalen en gedachten geloof je? Zolang we oplossingen zoeken voor ons lijden in de wereld van doen, zullen we in kringetjes blijven doorlopen. Maar zodra we afdalen in zijn, kunnen we de verhalen doorzien. Weerstand kan verdwijnen en plaatsmaken voor een directe ervaring van verstilling en helder inzicht"


Wat zou ik dit soort boekjes graag willen begrijpen. Wat zou ik graag met een brede glimlach dit boekje dichtslaan en me geheeld voelen omdat de shift in mij heeft plaatsgevonden zoals Linda Rood ons aangeeft. Waarom lukt mij dat niet?


Is het de taal die gebruikt wordt? Zinnen als: "Jouw zijn is al volledig, heel en geworteld in het tijdloze nu." of  "Het enige wat nodig is, is opmerken dat de wereld in jou verschijnt. Dat is de shift die je maakt. Van opgaan in de wereld naar opmerken waarín de wereld verschijnt"


Ik snap hier dus niets van. Wat is 'mijn zijn'? Is dat mijn aanwezigheid? Mijn werkelijke ik? Mijn innerlijk? Mijn échte ik, zonder vorming en invloeden van buitenaf? Mijn unieke menszijn? Is dat voelen dat je er bent?  Zoiets als To be or not to be? En dus niet Ik denk dus ik ben?


Bedoelt ze met 'volledig, heel en geworteld' dat je al helemaal goed bent zoals je bent? Dat je daar niet aan hoeft te sleutelen?
Dat 'het nu' tijdloos is, dat snap ik nog wel, dat kan niet anders dan tijdloos zijn.
Opgaan in de wereld snap ik ook, dat doen we bijna allemaal, enkele uitzonderingen daargelaten. Maar wat betekent het ze als ze schrijft 'dat de wereld in mij verschijnt'? Is dat in jezelf kijken? Jezelf beschouwen en opmerken wat er zich in jouzelf afspeelt? Kijken naar hoe jij de wereld 'ontvangt?'
Is deze taal, dit woordgebruik, iets voor insiders? Is dit voor mensen die al heel lang bezig zijn met het nu en 'het zijn'?


In mijn poging om dit boekje te kunnen lezen en te begrijpen heb ik recensies over dit boek gelezen en iedereen is lovend. Maar nog kom ik er niet achter wat er bedoeld wordt omdat de recensieschrijvers dezelfde taal spreken als Linda Rood, een taal die ik niet kan vatten. Ook met de flaptekst kom ik niet verder, het meldt wel dat 'het me naar een verstilde zijnstoestand zal brengen'.
Daarna heb ik gegoogled op 'het zijn' om daar een definitie van te vinden en kom uit bij de filosofie van Heidegger (da-sein) en Sartre.


Deze bovenstaande genoemde paar zinnen staan helemaal in het begin van het boekje maar natuurlijk staat er meer in, maar ook dat begrijp ik niet. Ik lees over het voorbij gaan aan het ego en non-dualiteit, waar ik overigens al veel over gelezen heb, dus deze materie is mij bekend en het is ook interessant én moeilijk en confronterend, zoals Linda Rood ook aangeeft. Maar hoe het in dit boekje beschreven wordt, maakt dat ik toch niet snap wat er staat.
Verder schrijft Linda Rood over de is-heid van het leven. Wat is dat?
Ze zegt ook; 'Leg je vertrouwen niet in de tastbare wereld, maar in wat de wereld draagt.' Dit begrijp ik ook niet.


Deze manier van schrijven maakt me onzeker, omdat ik maar niet snap wat er staat en dat wel wil begrijpen. Het gaat helaas echt boven mijn pet.
Ik vroeg me ook af: Als het op een andere manier geschreven zou worden zonder deze abstracte begrippen en taal, zou ik het dan wél begrijpen? Of snap ik het dan evengoed niet?


Mijn gedachte was ook, zou uiteindelijk het hele verhaal neerkomen op het feit dat 'het zijn' een vorm van aanvaarden is? Dat de wereld is zoals hij is en dat hetzelfde geldt voor jouw aanwezigheid in deze wereld? En... dat je dat accepteert, wat je dan rust geeft?
Maar zeker ben ik er niet van. Wie het weet mag het zeggen.


Linda Rood geeft tussen de hoofdstukken door ook korte opdrachten om bijvoorbeeld jouw gedachten stop te zetten of jezelf als een leeg veel papier te zien die je weer opnieuw mag beschrijven enz. Deze zijn eenvoudig uit te voeren.


Het boekje is overigens , zoals alles bij deze uitgeverij, prachtig verzorgd, het is een mooie hardcover met bijzondere, kunstzinnige natuurillustraties.


ISBN 9789492995964 | Hardcover met stofomslag | 93 pagina's | Samsara | juni 2021
Afmeting 13,5 x 17 cm

Dettie, 8 juni 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Stay true to who you are
Het bijzondere levensverhaal van Vanessa van Cartier
Opgetekend door Martien Versteegh


Voor wie Vanessa van Cartier niet kent, zij is degene die in 2021 de Drag Race Holland won. Het bijzondere van haar optreden was dat zij "voor de ogen van het publiek onthulde wie ze werkelijk was: zij nam haar pruik af en veegde haar make-up weg. (Zie https://www.youtube.com/watch?v=sjRnTuvs_eE )
Zij toonde zichzelf in al haar kwetsbaarheid, want Vanessa is een transgendervrouw.


Het optreden van Vanessa van Cartier ontroerde me, vooral dat eind. Je ziet een heel lieve vrouw staan, die juist door haar openheid indruk maakt en over deze vrouw is nu dit levensverhaal verschenen. Martien Versteegh is degene die dit verhaal mocht optekenen en dit doet zij door middel van een mix van eigen indrukken, toelichtingen en het verhaal van Vanessa zelf.


Het leven van Vanessa, die geboren werd als jongen en de naam Aurelio kreeg, verloopt niet makkelijk. Rond haar negende verhuist de familie tot haar grote verdriet van België naar Italië. Nu kan zij niet niet meer naar opa en oma, de mensen waar zij helemaal zichzelf kon zijn. Vader Salvatore is namelijk een echte Italiaanse macho en hij vindt het moeilijk dat Vanessa niet voldoet aan zijn verwachtingen, zij zal niet die stoere zoon worden die hij wenst. De twee hebben lang een haat-liefde verhouding. Daarnaast wordt Vanessa regelmatig gepest en uitgescholden op school o.a. voor flikker, ze wist niet wat het betekende.


Het wordt helemaal lastig als Vanessa, dan nog Aurelio, op wat latere leeftijd ontdekt dat ze op jongens valt. Gelukkig heeft ze nu wel een heel goede vriendin, Sara, de dochter van de Engelse lerares. Aan Sara vertelt ze als eerste over haar voorkeur voor jongens. Sara's reactie is : 'O, wat leuk,' Het is voor Sara heel gewoon. Het is ook Sara die Vanessa meeneemt naar een gay-bar in Milaan. De omgang met Sara en het ontdekken dat meerdere mensen anders zijn, is een verademing voor Vanessa.
Thuis is het helaas niet meer uit te houden en na weer een ontzettende ruzie weet Vanessa dat ze weg moet, ze is dan zeventien jaar...


Eigenlijk begint dan pas haar échte leven. Het verhaal neemt ons mee naar haar eerste Grote Liefde én haar eerste optreden als drag queen waarmee ze gelijk succes heeft. Ze weet ook onmiddellijk dat dit is wat ze wil. Ze pakt daarna alles aan, treedt overal op, verhuist vele, vele keren. Ze ontmoet mensen die haar verder helpen én mensen die - zacht uitgedrukt - niet goed voor haar zijn. Ze verdient veel geld maar heeft ook tijden dat ze nauwelijks kan rondkomen en werk moet doen wat ze echt niet prettig vindt.
Kortom, het is een zeer turbulent leven, waarin familie en vooral vrienden een grote rol spelen. Ze treedt in diverse landen langdurig op want als drag-queen Vanessa van Cartier is ze uitgegroeid tot zeer succesvolle artiest. Ze ontmoet heel bijzondere mensen, mag optreden met beroemde artiesten, mooier kan toch niet? Maar toch is er ook de eenzaamheid en onrust. Langzamerhand wordt het verlangen om als vrouw verder te leven steeds groter. Helemaal als ze Stevie ontmoet heeft, hij wordt de échte Grote Liefde van haar leven.


Het verhaal is indrukwekkend en soms schrijnend, Vanessa maakt dingen mee waar een doorsnee mens drie levens voor nodig heeft.
Maar er mist naar mijn gevoel iets in dit boek. Alles wordt wel verteld, maar toch blijft het aan de oppervlakte. We lezen eigenlijk niet over Vanessa's échte gevoelens, alleen dat het moeilijk was, of dat ze pijn had maar of dat iets geweldig was en daar blijft het bij. Er blijft afstand. Alles feiten en belevenissen worden genoemd maar we mogen niet meevoelen. Vanessa's verhaal is daarvoor te beschouwend verteld.


Ook stoorde het me een beetje dat ondanks dat Martien Versteegh een heel integere, zachtaardige vrouw is, zoals uit het interview over haar debuutboek blijkt, in dit boek behoorlijk aanwezig is. Ze geeft haar eigen indrukken en mening ook weer en voegt dat bij de verhalen die Vanessa vertelt.
Waarschijnlijk is dit zo afgesproken, het verhaal had ook makkelijk ontaarden in dramaverhaal, wat nu totaal niet het geval is, maar toch had je wel iets meer willen weten hoe Vanessa zelf alles onderging... In feite vertolkt Martien nu de gevoelens van Vanessa en dat schuurt een beetje.


Doorheen het boek zijn veel foto's te vinden van Aurelio en Vanessa, voornamelijk als drag-queen. Het is inderdaad een hele mooie vrouw. Ondanks mijn aanmerkingen was het boek wel heel prettig leesbaar en in toegankelijke stijl geschreven.


ISBN 9789021590363 | Paperback | 264 pagina's | Uitgeverij Kosmos | mei 2022
Met voorwoord van Fred van Leer

© Dettie, 6 juni 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De schijn regeert
Roderick Veelo

 

Dit boek bevat zeventig columns die tussen 2016 en 2022 gepubliceerd zijn in De Telegraaf en op de site van RTL Z. De helft van de columns is geschreven in 2021 en in dit jaar. Die zijn dus (nog) van heel recente datum.


De schrijver is van mening dat de journalistiek zich moet richten op het verzamelen en presenteren van nieuwsfeiten. Journalisten moeten zich niet bezighouden met beeldvorming. Een vanzelfsprekend standpunt, lijkt mij, maar Veelo constateert dat het te vaak mis gaat. Zodra beeldvorming binnensluipt, gaan journalisten sjoemelen met de werkelijkheid. Journalisten publiceren dan niet alle nieuwsfeiten zodat de lezer een compleet beeld krijgt, maar selecteren de nieuwsfeiten. De journalist propageert daarmee een gewenst beeld en “propaganda is verboden terrein voor journalisten” (blz. 13).


De columns zijn pakkend geschreven en er wordt veel schone schijn doorgeprikt. Ze zijn soms vlijmscherp, zoals dat op zijn plaats kan zijn in een column, maar altijd fair en feitelijk. Media moeten zich niet laten meeslepen in nepnieuws, zich niet verschuilen achter geheime bronnen, of door sensatiezucht jagen op een primeur (blz. 220). Kortom, doe niet mee aan een hype, maar houd je aan de feiten. Feiten zijn het enige wapen dat een journalist mag hanteren (blz. 14). Als oordelen en vonnissen onderdeel worden van het nieuws, worden journalisten dominees en ondergraven zij hun geloofwaardigheid (blz. 27).


In Liverpool hebben antiracismeactivisten met een spuitbus de straatnaamborden op Penny Lane beklad. Ze eisen dat de straatnaam verdwijnt, omdat die zou verwijzen naar James Penny, een koopman die zich in de 18de eeuw inliet met slavernij. Het stadsbestuur haastte zich om hieraan gehoor te geven. In werkelijkheid verwijst de naam naar een tolheffing in penny die ooit in deze straat werd geheven. Een goede journalist moet dat ook melden en niet meedoen aan het herschrijven van de geschiedenis en zodoende meewerken aan de tweedeling ‘goed’ of ‘fout’ (blz. 190).


Een vergelijkbaar probleem speelt met het zogenaamde inclusieve taalgebruik. Sensitivity readers moeten in de literatuur, de journalistiek en uitgeverijen teksten nalezen op mogelijk kwetsend taalgebruik. Uit het boek van de bekroonde Britse schrijfster Kate Clancy moest de mededeling dat een leerling ‘amandelvormige ogen’ en ‘een chocoladekleurige huid’ had, geschrapt worden (blz. 104). Uit angst voor een ideologie die nota bene ‘inclusie’ in het vaandel heeft staan, en bang om buiten de rechtstaat om veroordeeld te worden op sociale media (blz. 144), zwichten onderwijsinstellingen, bedrijfsleven en openbaar bestuur voor de eisen van de activisten van het morele gelijk. Unilever verbrak de samenwerking met het beautymerk Fair & Lovely omdat die naam niet inclusief zou zijn. De onderneming heeft fabrieken in Teheran staan, maar rept weer met geen woord over de schending van mensenrechten in dat land (blz. 162-163).


Bruinkool is samen met biomassa de vervuilendste brandstof die er in Europa te vinden is. Toch heeft Nederland sterk ingezet op biomassa en heeft Duitsland door het abrupte sluiten van kerncentrales zich afhankelijk gemaakt van bruinkool (blz. 41). Nederland heeft met de overstap van gas en kolen naar biomassa alleen op papier bijgedragen aan een reductie van CO2-uitstoot. Het heeft al honderden miljoenen euro’s gekost en ‘niemand gelooft er meer in’. Waarom wordt naar dit schandaal geen parlementair onderzoek ingesteld? (blz. 186).


Zo wordt het ene na het andere onderwerp op de zeef van de feitenanalyse gelegd: migratie, diversiteitstrainingen, het woke-denken, racisme, geweld tegen hulpverleners, het morele leiderschap van Sigrid Kaag, het negeren van de waarschuwingen van Poetin tegen NAVO-uitbreiding in Oost-Europa, homohaat in Amsterdam, het ondoordacht vrijlaten van zedendelinquenten waar jonge vrouwen het slachtoffer van worden. Zeventig columns en een waaier aan onderwerpen.


Het zijn thema’s die voorlopig nog wel een dominante rol in het nieuws zullen blijven spelen. Daarom is het waardevol om dit boek te lezen. Niemand hoeft het eens te zijn met de inzichten van de schrijver. Maar evenwichtige verslaggeving belicht een zaak van verschillende kanten. In dat pleidooi kan ik de schrijver alleen maar bijvallen. Een journalist is geen lobbyist. Hij of zij verstrekt feiten en het is aan de consument van het nieuws om er een opinie op te baseren.

De titel van het boek is misschien een zinspeling op de befaamde uitspraak van koningin Beatrix: "de leugen regeert".


Roderick Veelo (1964) is een Nederlands journalist en radio- en televisiepresentator. Na een voltooide studie politicologie werkte hij onder andere voor Radio 10, VARA, BNR Nieuwsradio, SBS6, RTL Z en Tros.


Uitgeverij Blauwburgwal is opgericht in 2019 door onder meer Syp Wynia, voorheen redacteur en columnist bij het opinieweekblad Elsevier.


ISBN 97894618523240 | Paperback | Omvang 242 blz. | Uitgeverij Blauwburgwal | juni 2022

© Henk Hofman, 28 juni 2022

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

De eigenzinnige erfdochter van Middachten
Ursula Philippota van Raesfelt (1643-1721)
Hermine Manschot-Tijdink


Ursula Philippota van Raesfelt was erfgename van kasteel Middachten, dat in het dorp Rheden ligt, dicht bij de IJssel. Zij trouwde in 1666 met Godard van Reede, de enige zoon van Godard Adriaan van Reede en Margaretha Turnor, bewoners van kasteel Amerongen.


Het leven van Philippota stond in het teken van oorlog: in 1672 vielen de Fransen de Republiek binnen en daarmee begonnen decennia van oorlog. Haar man Godard klom op tot een capabele bevelhebber in het leger van stadhouder-koning Willem III (1650-1702). Hij was soms maanden van huis, vocht in Engeland, Ierland, en de Zuidelijke Nederlanden. Toch kreeg het echtpaar maar liefst vijftien kinderen. Dat was ook in die tijd ongewoon veel. Gebruikelijk was dat als er eenmaal enkele kinderen geboren waren de echtgenote een eigen slaapkamer betrok. Daarmee was een vorm van natuurlijke geboortebeperking mogelijk geworden.


Philippota was een intelligente en creatieve vrouw, met inderdaad een eigenzinnige karaktertrek. Haar gearrangeerde huwelijk met Godard pakte goed uit. Man en vrouw hielden oprecht van elkaar. Het huishouden en de zorg voor het kasteel bij afwezigheid van haar man was niet haar sterke kant. Ook groeide het uitdijende gezin haar boven het hoofd. Dit alles tot afgrijzen van haar schoonmoeder, een krachtdadige en praktische vrouw die zich niet te goed achtte om samen met het personeel de handen uit de mouwen te steken.


De verhouding tussen beide vrouwen stond dan ook onder druk. Daar kwam bij dat Philippota rooms-katholiek was, terwijl haar schoonouders het Gereformeerde geloof zeer waren toegedaan. Godard zelf kon er mee overweg dat zijn vrouw binnenshuis volgens het katholieke geloof leefde. De verstandhouding met schoonvader Godard Adriaan was veel beter dan met de schoonmoeder. Godard Adriaan was een hoge diplomaat die veel in het buitenland verkeerde. Philippota schreef hem aardige brieven en voegde zich naar het gezag van de pater familias.


Al was de verstandhouding fragiel, de schoondochter was wel aangewezen op de hulp van haar schoonmoeder. Tijdens het Rampjaar moesten beide vrouwen vluchten voor de naderende Franse troepen. Anderhalf jaar lang woonden ze in hetzelfde huis met een druk gezin en enig personeel. Nadat de Fransen verdreven waren, moesten beide kastelen herbouwd worden. Margaretha heeft toen de oudste kleinkinderen bij zich gehouden en opgevoed op kasteel Amerongen om Philippota te ontlasten.


Het waren geen gemakkelijke jaren. Hermine Manschot beschrijft het allemaal boeiend en met veel inlevingsvermogen. Ze weet mooie citaten uit haar bronnen in het verhaal in te weven. Op blz. 309 staat vermeld dat de auteur ‘amateur-historicus’ is, maar ze doet niet onder voor een vakhistoricus. In het boek staan veel prachtige illustraties, waarvan vele in kleur. Dit is een heel aantrekkelijk boek, waaraan auteur en uitgever met merkbaar genoegen hebben gewerkt.


Kasteel Middachten is met de kasteeltuinen toegankelijk voor bezoekers. Nog mooier: er is een Bed & Breakfast aangebracht in het koetshuis. Logeren op het landgoed met dit boek op het nachtkastje brengt Philippota heel dichtbij.


ISBN 9789462498914 | Hardcover | Omvang 309 bladzijden | Uitgeversmaatschappij Walburg Pers Zutphen | mei 2022

© Henk Hofman, 21 juni 2022

Lees de reacties op het Forum en of reageer. Klik HIER.

 

Migratie als DNA van Amsterdam (1550-2021)
Jan Lucassen & Leo Lucassen


In het Voorwoord leggen de twee schrijvers uit dat hun boek geschreven is op verzoek van de gemeente Amsterdam. Het doel was om een migratiegeschiedenis te schrijven voor een breed publiek. Daar zijn de schrijvers zeker in geslaagd.


Het boek opent met een beschrijving van de massamigratie en explosieve bevolkingsgroei van Amsterdam in de 16de, 17de en 18de eeuw.
Het boek eindig met een hoofdstuk over immigratie als het nieuwe normaal vanaf 1980.
De chronologische lijn wordt onderbroken door drie Vensters, geschreven door een co-auteur. Die themahoofdstukken zijn stuk voor stuk uitstekend en informatief.


Bart Wallet schrijft over “Joden in Amsterdam”. Joden waren een minderheid in Amsterdam en kwamen getalsmatig nooit boven de 10% van de stedelijke bevolking uit. Ondanks het verdraagzame klimaat in de Republiek waren Joden geen gelijkberechtigde inwoners. Desondanks deden ze volop mee in de samenleving en heeft Amsterdam veel te danken aan Joodse inwoners. Vreselijk is het dat in de Tweede Wereldoorlog het merendeel van de Joodse bevolking is omgekomen. Wrang is dat de zo sterk geïntegreerde Amsterdamse Joden er alleen voorstonden.


Mark Ponte schrijft over “Zwarte Amsterdammers in tijden van slavernij”. Formeel bestond er in de Republiek geen slavernij. Een slaaf die in de Republiek terecht kwam, had dan ook het recht om zijn vrijheid op te eisen. In de praktijk gebeurde dat lang niet altijd. Zo kon het toch gebeuren dat regenten er huisslaven op nahielden.


Het laatste Venster gaat over “Moslims in Amsterdam vanaf 1600”. Dit Venster is geschreven door Nadia Doubas. Op schilderijen uit de 17de eeuw is te zien dat Oosterse kooplieden, waaronder zeker moslims zullen zijn geweest, tot het gewone straatbeeld behoorden. Moslims konden in de Republiek op dezelfde tolerantie rekenen als de Joden. Sinds de tweede helft van de vorige eeuw vestigden moslims zich definitief in Amsterdam en zijn ze één geworden met de Amsterdamse identiteit.


De overige hoofdstukken van de hand van Jan en Leo Lucassen zijn eveneens heel informatief, goed onderbouwd en inzichtelijk.
Wel wordt het begrip ‘immigranten’ enorm opgerekt. De plattelander uit de omgeving die naar Amsterdam verhuist, is een immigrant, Rembrandt wordt een immigrant genoemd en op blz. 238 staat zelfs de Duitse bezetter te boek als immigrant. Daarmee vervagen de verschillen. Een plattelander uit de omgeving zal in de stad toch betrekkelijk snel zijn weg kunnen vinden en zich kunnen aanpassen. Een Hugenoot uit Frankrijk heeft een behoorlijke overlap met Amsterdamse geloofsgenoten. De culturele en religieuze afstand van moslimimmigranten tot de stad is daarentegen vele malen groter. Dit heeft gevolgen voor de integratie van groepen van zo’n uiteenlopende herkomst. Immigranten komen uit het buitenland en zijn geen inwoners die verhuizen. Een bezetter komt niet als vluchteling of arbeidsmigrant, maar is een agressor.


Migratie is wat de Jan en Leo Lucassen betreft een succesverhaal. Op bladzijde 190 trekken ze de conclusie: “Alleen door die voortdurende injecties van nieuwe ideeën en initiatieven, kon het ecosysteem van wat we tegenwoordig de ‘creatieve industrie’ noemen en dat in de zeventiende eeuw met immigranten als de Leidse inwijkeling Rembrandt van Rijn een hoge vlucht nam, zich blijven vernieuwen.”
Die conclusie mag natuurlijk getrokken worden, maar moet in een boek van dit wetenschappelijke niveau wel getoetst worden aan kritische tegenstemmen.


Paul Scheffer (hoogleraar Europese Studies) bespreekt in De Vorm van Vrijheid (2018) de problemen die verbonden zijn aan immigratie en integratie. Als er geen grenzen zijn, is beleid onmogelijk geworden. Migratie roept als vanzelf weer nieuwe migratie op. Een zichzelf versterkende ontwikkeling die nogal eens wordt onderschat, volgens Scheffer. Sturing en regulering is dus noodzakelijk. Migratie moet rusten op een bewuste keuze. Hij pleit daarom voor een betere grensbewaking van de EU. Scheffer wordt één keer genoemd op blz. 328. Daar staat dat Scheffer ‘voorbarig’ sprak over een ‘multicultureel drama’, waarbij de gebroeders Lucassen verwijzen naar een NRC-artikel uit 2000. Na 2000 verschenen echter zijn boeken Het land van aankomst (2010), De vrijheid van de grens (2016) en De vorm van vrijheid (2018), waarin Scheffer zijn visie op migratie en integratie uitdiept en onderbouwt. Daar is geen gebruik van gemaakt en ze worden ook niet vermeld in de literatuurlijst.


Dan is er het boek van Ruud Koopmans (hoogleraar sociologie en migratie aan de Humboldtuniversiteit in Berlijn) die in Het vervallen huis van de Islam (2020) erop wijst dat vooral moslimimmigranten moeite hebben met integratie. Dat heeft te maken met het feit dat democratie en Islam maar moeilijk samengaan. In Migratie als DNA van Amsterdam wordt Koopmans nergens genoemd, ook niet in de literatuurlijst.


Jan Latten, emeritus-hoogleraar demografie, maakt zich er ongerust over dat de langetermijnaspecten van exorbitante immigratie en bevolkingsgroei onbesproken blijven. Zolang de overheid niet stuurt op immigratie is een aanhoudende bevolkingsexplosie onvermijdelijk. Met een aanhoudende bevolkingsexplosie zal de wooncrisis, stikstofcrisis en energiecrisis de komende jaren niet worden opgelost. Bovendien stelt hij dat de diversiteit in leefstijlen toenemen, net als de sociale polarisatie. Ook zijn naam wordt niet genoemd.
Het gaat hier om gerenommeerde hoogleraren die ook op wetenschappelijk niveau publiceren en die serieuze problemen aankaarten.


Lezers die zich een mening willen vormen over migratie doen er daarom goed aan om niet alleen bij Migratie als DNA van Amsterdam te rade te gaan, maar ook kennis te nemen van wat bovengenoemde geleerden over hetzelfde onderwerp te berde brengen.


Samengevat schreven de gebroeders Lucassen een uitstekend boek, maar het is eenzijdig als het gaat over de actualiteit.


Leo Lucassen is onder meer directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en professor sociale geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Jan Lucassen is emeritus-hoogleraar internationale en comparatieve sociale geschiedenis aan de VU en lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Gegevens van de auteurs die een Venster voor hun rekening namen ontbreken.


ISBN 9789045045177 | Paperback | Omvang 472 bladzijden | Uitgeverij Atlas Contact | december 2021

© Henk Hofman, 15 juni 2022

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

Schurken
Waargebeurde verhalen over moordenaars, oplichters, dwarsliggers en vrijbuiters
Patrick Radden Keefe


In dit boek zijn twaalf artikelen gebundeld die eerder in The New Yorker zijn verschenen. Het zijn zogenaamde ‘longreaders’, die te lang zijn voor internet, maar heel geschikt voor tijdschriften. De lezer kan het artikel in één keer lezen, maar verdiept zich toch grondig in het thema.
Deze twaalf hoofdstukken zijn zeer aangenaam om te lezen en heel onderhoudend. Daar draagt de gevarieerde keuze van de ‘schurken’ aan bij.


Niet elke ‘schurk’ wilde zich laten interviewen door Keefe. De schrijver ging dan op zoek naar personen uit de kring van de ‘schurk’ om op basis van die informatie zijn verhaal te schrijven. Dit genre staat bekend als de ‘write-arounds’.


De schurken komen uit de wereld van het terrorisme, de wapenhandel, de maffia, maar ook uit de bankensector (fraude, handelen met voorkennis, witwaspraktijken), misleiding (hoe marketing Donald Trump in de schijnwerpers heeft gezet), de advocatuur en het verdedigen van een massamoordenaar. Het is een boeiende mix van personen en aandachttrekkende misdrijven.
Die misdrijven betreffen witwaspraktijken, maar ook de frauduleuze voorkennis van een hedgefondshandelaar. Het gaat over terrorisme, maar ook over drugshandel en wapenhandel.


Het boek opent met een hoofdstuk dat voor het Nederlandse publiek interessant zal zijn. Keefe bespreekt de ‘misdaadfamilie’ Holleeder en analyseert waarom Astrid Holleeder zich tegen haar eigen broer heeft gekeerd. Vanaf het moment dat ze in de rechtszaal tegen haar broer getuigde, leeft ze in  permanente angst voor haar leven. Ze is ervan overtuigd dat haar broer in staat is om een huurmoordenaar op haar af zal sturen.


Het boek sluit af met een hoofdstuk over Anthony Bourdain. Hij is geen misdadiger, maar ‘een gastronomische rebel’. Deze kok reisde de hele wereld over op zoek naar bijzondere lokale eetgewoonten.  In Hanoi onthaalde hij Barack Obama op een gerecht van noedels, gerookte worst drijvend in bouillon en gebraden buikspek. Hij stelde Obama op zijn gemak door op te merken dat slurpen heel gewoon is in dit deel van de wereld. Na afloop plaatste Bourdain een foto van de ontmoeting online. Het ‘diner’ met de president had zes dollar gekost ‘en het was mijn rondje’.


Het zesde en middelste hoofdstuk is het opwindende verslag van de jacht op El Chapo, een Mexicaan, en ’s werelds beruchtste drugsbaron.


De overige hoofdstukken zijn van hetzelfde boeiende niveau. De lezer kan het zelf ontdekken als hij of zij dit boek gaat lezen. Het is een aangenaam boek om te lezen na een drukke werkweek of mee te nemen op een lome zomervakantie. Elk hoofdstuk is een afgerond geheel, ook dat draagt bij aan de ontspanning. Drukfouten ben ik niet tegengekomen en de vertaling van Hans E. van Riemsdijk en Marijke Gheeraert is uitstekend.


ISBN 9789046829882 | Paperback | Omvang 368 bladzijden | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | juni 2022

© Henk Hofman, 8 juni 2022

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

Mijn vader, alzheimer en ik
Esmir van Wering


"Hoe ik onverwacht in een levensveranderend avontuur terechtkwam? Mijn vader kreeg de ziekte van Alzheimer en zijn vrouw Esther zat tegen een burn-0ut aan. Er moest acute hulp komen voor mijn vader, maar ook iets structureels om haar te ontzien.
Ik voelde de bui al hangen: hier kon ík voor opdraaien."


Esmir van Wering staat niet echt te springen om wekelijks een dag met haar vader door te brengen. Eigenlijk kent ze haar vader niet zo goed, hij was vroeger zelden thuis. Vader was gynaecoloog en altijd aan het werk. Bovendien gingen haar ouders scheiden toen ze veertien was. En nu moest zij een dag per week mantelzorgen? Toch doet ze het en het blijkt een wonderbaarlijk, verrassend en liefdevol avontuur te worden.


Het boek is zo opgesteld dat het lijkt alsof Esmir elke week verslag doet over de dag die ze met haar vader heeft doorgebracht. Daardoor leren we haar en haar vader goed kennen, maar ook zijn ziekteproces komt duidelijk in beeld.


Tot Esmirs verrassing zijn de dagen die ze met haar vader doorbrengt lang niet zo moeilijk als ze verwacht had. Haar vader en zij hebben bijvoorbeeld hetzelfde gevoel voor humor, aan één woord hebben ze genoeg waarna ze in onbedaarlijke lachbui kunnen losbarsten. Ook laat vader steeds op een subtiele manier blijken hoe gek en trots hij op zijn dochter is, wat haar enorm raakt en goed doet. Ze had vroeger die vader, die warmte, erg gemist in hun onderlinge relatie.


Hoe meer de alzheimer haar vader in zijn greep krijgt, hoe opener hij wordt. Dat levert heel bijzondere momenten op. Vader leeft in het moment maar weet evengoed wel dat hij alzheimer heeft. Hij heeft dagen van grote helderheid maar ook dagen dat hij verward is of te goed weet dat zijn geheugen aan het wegvallen is. Corona - door vader consequent Macaroni genoemd - heeft ook zijn impact en als het weer mag zijn ze dolblij dat ze elkaar weer aan mogen raken. Terwijl ze nooit zo aanrakerig waren.


In de prachtige korte 'kronieken' lezen we hoe de twee naar elkaar toe groeien, elkaar steeds beter begrijpen. In feite beleven ze nu de allerbeste tijd samen, ze zijn maatjes geworden. Vader verrast zijn dochter soms met prachtige opmerkingen waaruit blijkt hoe zeer hij haar waardeert.


Toch maakt Esmir de toestand niet mooier dan hij is. Ook de steeds dezelfde terugkerende vragen en het zien van de achteruitgang worden genoemd, dat is natuurlijk ook de realiteit. Maar dat is niet het hoofdbestanddeel van de verhalen, het is de de warme band met elkaar die voornamelijk de boventoon voert.
De soms ondeugende acties van vader laten je lachen, de vanzelfsprekende omgang met elkaar geven je een warm gevoel, de liefdevolle benadering tot elkaar  ontroeren je, waardoor het een boek is geworden dat je met een glimlach dichtslaat.


"Ik ben blij dat we uiteindelijk met een afgevinkte boodschappenlijst en twee tassen weer naar buiten kunnen.
Als we bijna thuis zijn, zegt mijn vader: "Wat doen we eigenlijk met het eten vanavond?"


"wat heerlijk hè? zeg ik. "Zo met de zon, een lekkere koffie en het mooie uitzicht.'
'En met mijn lieve dochter,' vult mijn vader glimlachend aan en werpt me een liefdevolle blik toe."


" 'Waarom doet dat stomme hoofd het niet gewoon?' roept hij.


"'Heb jij ook een boek geschreven?' vraagt hij.
'Ja drie.'
'Waarom weet ik dat niet? [...] 'Waarom heb ik jouw boeken niet?'
'Die heb je, pap. Kijk.' [...]
Zijn glinsterende ogen verraden dat hij trots op me is. Apetrots zelfs.
Dat is een voordeel van alzheimer, je kunt zonder schaamte gewoon weer opnieuw megatrots zijn en herhaaldelijk genieten van eerder succes."


ISBN 978905019227 | Hardcover | 95 pagina's | Meander | maart 2022

© Dettie, 2 juni 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER