Nieuwe recensies Non-fictie

altDe Willemstad
het dagelijkse leven in negentiende-eeuws Punda
Jeanette van Ditzhuijzen


Jeannette van Ditzhuijzen schreef diverse boeken over Curaçao waarin ze de nadruk legt op de geschiedenis van het eiland. Onderhavig boek gaat over Punda in de negentiende eeuw, zij heeft het gebaseerd op het voorbereidende werk van wijlen Els Langenfeld. Deze historica zocht feitjes en weetjes over Punda op in oude kranten en archieven, met de bedoeling daar een boek van te maken. Gelukkig hield ze een archief bij, zodat Jeannette van Ditzhuijzen het onvoltooide manuscript af kon maken.

Punda (Nederlands: De Punt) is de oudste wijk van Willemstad, de hoofdstad van Curaçao. Oorspronkelijk heette de wijk De Punt, wat in het Papiaments vertaald werd als Punta en later verbasterde tot Punda.
Wiki: Curaçao was aanvankelijk Spaans bezit. Nadat Spanje het eiland in augustus 1634 aan de West-Indische Compagnie (WIC) had overgegeven, werd in 1635-1636 onder leiding van admiraal Johan van Walbeek begonnen met de bouw van Fort Amsterdam op een landtong ten zuidoosten van de Sint Annabaai, die "De Punt" werd genoemd. In de tweede helft van de zeventiende eeuw ontstond naast dit fort de nederzetting Willemstad. Ter bescherming werd daar een stadsmuur omheen gebouwd. Aan het begin van de achttiende eeuw was het gebied volgebouwd.


In de negentiende eeuw was Punda een ommuurde stad met winkels, schooltjes, cafeetjes, hotels, en natuurlijk woonhuizen. Tot 1816 was het in handen van de Engelsen, maar een tijdje na het beëindigen van die oorlog werd Curaçao teruggegeven aan Nederland.
Albert Kikkert werd de nieuwe gouverneur, en een van zijn doelstellingen was het onderwijs op poten zetten. Scholen kwamen er dan ook, maar voor voortgezet onderwijs was men nog steeds op het buitenland aangewezen. Of thuisonderwijs. Een enkele poging om voortgezet onderwijs op te zetten strandden. In een apart hoofdstuk wordt hier aandacht aan besteed, met leuke krantenknipsels foto’s van scholen.

De bevolking van Punda bestond - zoals op heel Curaçao - uit allerlei pluimage met diverse huidskleuren, velerlei gezindten en naast vrije mensen ook slaven. De slavernij werd afgeschaft in 1863.
Er scharrelden dieren door de straten, er werd handel gedreven, er waren koffiehuizen en andere horeca. Het was de eeuw waarin elektriciteit nog nauwelijks aanwezig was, en hygiëne was vaak ook ver te zoeken. Er werd dan ook water verkocht op straat, dat vanuit de plantages aangevoerd werd.


En dit en nog veel meer vindt de geïnteresseerde lezer in dit boek: gedetailleerde beschrijvingen van de straten en steegjes, met veel couleur locale. Er zijn kleine geschiedenissen over afzonderlijke huizen, waarbij de strijd tegen de armoedige en onhygiënische omstandigheden duidelijk naar voren komt.
Er is een index, een literatuurlijst en er zijn noten. Ruim tweehonderd afbeeldingen, deels zwart-wit- en sepiafoto's, maar ook een enkele kleurenfoto; schilderijen, schetsen, litho's, prenten, tabellen, krantenknipsels en -artikelen en enkele kaarten. Een veelzijdig boek, met verhalen over de bewoners.

Een kijk- en informatief boek voor de geïnteresseerde lezer.

ISBN 9789460224393 | hardcover |144 pagina's | LM Publishers| mei 2017

© Marjo, 19 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Urban Jungle
Igor Josifovic en Judith de Graaff


Over planten zijn al heel wat mooie boeken geschreven maar Urban Jungle is toch wel een van de mooiste boeken die ik over dit onderwerp heb gelezen en bekeken. Urban Jungle bloggers Igor Josifovic en Judith de Graaff beschrijven in dit boek niet alleen hoe je jouw huis in een waar paradijs voor groenliefhebbers kunt veranderen, ze nemen je ook nog eens mee naar een aantal huizen die door de inwoners al in een ware stadsjungle zijn veranderd. De lezer kan dus heerlijk bij andere mensen binnenkijken en tal van leuke ideeën opdoen. Op de cover staat “inspiratie voor een huis vol groen” en dat is precies wat dit boek biedt.


In dit fraai vormgegeven boek nodigen de bewoners van vijf huizen je uit een kijkje te komen nemen. Allereerst wordt een bezoekje aan Marij en Evert gebracht. Zij wonen met hun twee katten in Nederland, in Alphen aan den Rijn. Dit stel laat geen enkel hoekje van hun huis onbenut. Overal worden leuke ideeën toegepast. Zo aarzelt Marij geen moment de verfkwast te pakken als ze weer een mooie kleurcombinatie heeft bedacht. Overal in het huis staan planten. Ze zijn allemaal verschillend. Zo staat er naast een roze kast een grote Calathea op een sierlijke plantenstandaard en fleuren cactussen en een mooie varen een vintage dressoir op. Ook leuk zijn de grote Rhipsalis die aan het plafond hangt en de kleine planten die tussen woonaccessoires en in de badkamer staan.


Jeska & Dean zijn het tweede stel waar we binnen mogen kijken. Zij wonen, toevallig ook met twee katten, in het Engelse Hastings. Hun huis is een waar verzamelhuis waar je geen nieuwe meubels of een tv aantreft. Dit stel houdt van vintage meubels en tovert graag oude kratten in leuke wandkastjes om. Jeska houdt van uiteenlopende planten maar haar favoriete plant is toch wel de Tradescantia Zebrina die ze van haar vriendin Sarah-Lou heeft gekregen. Wat is het snel van een stekje tot een prachtig grote plant uitgegroeid! Elke ruimte in dit gezellige huis kenmerkt zich door mooie kunstwerken en heel veel planten.


Het derde huis waar de lezer met open armen wordt ontvangen staat in het Duitse Mühlhausen. Hier wonen Pepper en Michael samen met hun tweejarige dochter Nahele. In dit huis is de natuur naar binnen gehaald. De vloeren en muren zijn licht en de meubels zijn van hout. Aan de muren hangen mooie aquarellen van planten maar natuurlijk is dat niet het enige groen in huis. Op zorgvuldig gekozen plekken staan de mooiste planten waarbij het toch wel erg leuk is dat de echte planten overeenkomen met de ingelijste afbeeldingen. Dit stel krijgt een tien voor stijl en creativiteit.


Plantenliefhebster Morgane woont met haar zoontje Armand in het Franse Toulouse. Dat deze dame van kleur en uitbundigheid houdt is meteen te zien. Morgane houdt van grote planten die ze in groepjes bij elkaar zet. Ze zet planten in rieten manden, terracottapotten en zelfs papieren zakken. De kleur en de vrolijkheid spatten van de pagina’s af! Ik moest lachen om een eigenwijs ogende cactus in een geel, gebreid potje. Volgens mij is het bij Morgane altijd gezellig in huis!


Fem woont met haar zoon San en haar partner Sezer in het Turkse Istanbul. Wie bij dit groen minnende drietal op visite gaat, zal zijn of haar oog niet meteen op de fraaie meubels laten vallen. Dit huis staat werkelijk bomvol planten. Het zijn er zo’n zeshonderd in totaal. Fem runt een plantenstudio en hoewel ze haar werk inmiddels naar een andere locatie heeft verplaatst, wordt haar huis nog altijd door planten gedomineerd. Tafels, kastjes, decoratieve ladders en stellingkasten staan vol met kleine potjes met planten. Ook zijn er plantjes die onder stolpen staan en er hangt een grote verscheidenheid aan hangplanten aan een grote boomtak. In dit huis voelt elke plantenliefhebber zich ongetwijfeld meteen gelukkig.


Naast de inspirerende huizen waar de lezer binnen mag kijken, bevat dit boek plantportretten, leuke doe-het-zelf ideeën, tal van tips, handige en leuke weetjes en bergen inspiratie.


Tot slot is er een kort hoofdstuk gewijd aan het maken van jouw eigen urban jungle. De lezer wordt meteen gerustgesteld: bij iedereen gaat weleens een plant dood. Ook wordt in dit hoofdstuk uitgelegd hoe je kunt achterhalen wanneer jouw planten water nodig hebben. Het lijstje met makkelijke planten voor beginners (waaronder de lepelplant en de graslelie) is eveneens een handige toevoeging.


Naast het feit dat dit boek boordevol nuttige informatie staat, is het ook een waar lust voor het oog. Door de smaakvolle vormgeving en de prachtige foto’s is Urban Jungle eveneens een koffietafelboek waar je keer op keer in zult bladeren. Ik ga dit mooie boek nog heel lang koesteren.


ISBN 9789059567719 | hardcover| 175 pagina's | Fontaine Uitgevers | september 2017
Vertaald door Renate Hagenouw/Vitataal

© Annemarie, 5 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vierspan
Jan van der Vegt


Jan van der Vegt schreef in dertig jaar tijd vier biografieën over vier gerenommeerde dichters in de Nederlandse literatuur A. Roland Holst, Hans Andreus, Hendrik de Vries en Jan G. Elburg. Een vierspan dus, bijeenbehorend omdat ze, zoals de Dikke van Dalen omschrijft, ‘vanaf de bok door één man gemend’ worden.
In eerste instantie was het zijn ambitie om een drieluik te schrijven van de vijftigers Roland Holst, Andreus en de Vries, maar toen hij daar nog mee bezig was, diende zich de kans om ook de biografie van Elburg te schrijven en werd het drieluik alsnog een vierspan. Vier dichtersleven onderzoeken in een periode van dertig jaar blijft niet zonder gevolgen, het is een veeleisend genre, wat buitensporig veel tijd en energie kost. Van de Vegt blikt in dit boek terug op alle vier de biografieën, op zijn omgang met de biografelingen en hun verwanten, vrienden en geschriften, maar probeert ook de vraag te beantwoorden die hem zo af en toe gesteld wordt; ‘Hoe doe je dat nou, een biografie schrijven?’


Terugblikkend concludeert hij dat hij bij zijn eerste biografie, die van A. Ronald Holst, geen flauw idee had waar hij aan begon en al helemaal niet dat er nog drie dichtersbiografieën op zouden volgen en er dertig jaar van zijn leven mee gemoeid zou zijn. Daar kwam nog bij dat het schrijven van de biografieën elkaar vaak overlapten, zodat hij begin jaren negentig weliswaar met drie biografieën bezig was, maar er nog geen boek was voltooid. Hij vond dan ook regelmatig obstakels op zijn pad. Hoe betrouwbaar waren zijn getuigen bijvoorbeeld, hoe kom je achter de feiten als twee getuigen lijnrecht tegenover elkaar staan en een derde weer een ander verhaal heeft. Is het waar dat getuige A over zekere pijnlijke kanten van schrijver B niets kan vertellen, of dat getuige C geen brieven van B bewaard heeft. Je wantrouw die verklaring maar je kunt moeilijk vragen of je alle kastjes in huis mag doorzoeken of dreigen dat je terugkomt met een bevel tot huiszoeking.


Een ander dilemma wat bij het schrijven van alle vier de biografieën in meer of mindere mate terugkwam, was hoe om te gaan met de pijnlijke en soms uitermate gevoelige liggende kanten van iemands leven. Bij het schrijven van de biografie van Hans Andreus stuit van der Vegt al heel snel op geruchten rondom diens al of niet vermeende oorlogsverleden. Andreus zou zich tijdens de oorlog aangemeld hebben bij de Waffen-SS en aan het oostfront zijn geweest. Juist vanwege de gevoeligheid van de materie wil van der Vegt een zo zorgvuldig mogelijke weergave van de waarheid geven en pas publiceren als hij de toedracht met bewijzen heeft kunnen staven, maar het blijkt schier onmogelijk om de precieze toedracht te achterhalen, door de grote hoeveelheid hele en halve waarheden en geruchten. De vrienden van Andreus die meer zouden kunnen weten, ontkennen dit ten stelligste of komen met tegenstrijdige verklaringen. Uiteindelijk blijkt er in de stroom van geruchten in ieder geval een grond van waarheid te zitten. Andreus, toen nog Hans van der Zant, was, door ongelukkige omstandigheden, in Duitse krijgsdienst geweest, maar daaruit ontslagen omdat zijn onvrijwilligheid erkend was door de Duitse autoriteiten.


Hoewel van de Vegt het in zijn biografie en in de publiciteit er omheen zo zorgvuldig en genuanceerd mogelijk probeert te brengen, ontstond er toch een rel. Het onderscheid tussen een schooljongen die een fout maakt en aan wie het onder dwang onmogelijk was gemaakt die fout te herstellen, en ‘iemand die fout was in de oorlog’ ging in de ophef snel ten onder. Ook bij Hendrik de Vries duikt al snel een precaire kwestie op, met een getroebleerde jeugd en een voorliefde voor heel jonge kinderen, die ook in zijn werk opduiken. De biograaf worstelt er mee, hij wil De Vries niet brandmerken als pedofiel, hij heeft tenslotte geen slachtoffers gemaakt, maar hij wil zijn gevoelens voor kinderen ook niet verzwijgen.
Een opvallende gemene deler bij alle vier de dichters zijn hun problemen op het psychische vlak. Alle vier hadden ze in meer of mindere mate neuroses en depressies. Ronald Holst kampt met ernstige depressies en is lange tijd opgenomen geweest. Hendrik de Vries leed aan een bipolaire stoornis en ook Jan Elburg had neuroses en depressies.


De belangrijkste vraag die een biograaf zich moet stellen is; Heb ik het leven van mijn onderwerp in woorden gevangen, heeft hij een gezicht gekregen, heb ik een coherent beeld van zijn leven gegeven. Los van al het gedegen speurwerk en netwerken heeft een biograaf ook een portie geluk nodig. De mooiste dingen ontdekt hij vaak bij toeval. Zo kwam er bij de biografie van Ronald Holst pas na de eerste versie toevallig iemand op zijn pad die vroeg of hij soms belangstelling had voor de correspondentie die Ronald Holst aan zijn moeder schreef. Het bleken 126 brieven en ansichtkaarten, en achteraf de belangrijkste brievenvondst van de hele biografie. Al moest hij zijn eerdere versie helemaal herschrijven.


Vierspan geeft een boeiende inkijk in de keuken van de literaire biografie, en is derhalve voor de liefhebber van dit genre niet te versmaden. Het is aanstekelijk geschreven en geeft een goede inkijk in de dilemma’s die een biograaf al schrijvend op zijn pad vindt. Bovendien maakt het de lezer, zoals het een goed boek betaamt, hongerig naar meer, in dit geval naar de vier biografieën van wie in dit boe een fikse tip van de sluier wordt opgelicht. De schitterende illustratieomslag van Betty Bosma, perfect aansluitend op de,goedgekozen, titel van dit boek mag in dit licht niet onvermeld blijven.


ISBN 9789492395191 | 312 pagina's | Uitgeverij Prominent | augustus 2017

© Willeke, 29 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Pax Romana
Oorlog en Vrede in de Romeinse Tijd
Adrian Goldsworthy

In dit boek onderzoekt Adrian Goldsworthy hoe de Romeinen hun uitdijende rijk bijeen hielden en bestuurden. Op het hoogtepunt van hun macht beheersten de Romeinen het hele gebied rondom de Middellandse Zee. Dit wereldrijk heeft ook nog eens bijna 1000 jaar bestaan.


Dat was en is een unieke prestatie. Maar er lag geen vooropgezet plan ten grondslag aan dit rijk. Rome groeide tegen de verdrukking in en na elke gewonnen oorlog was het grondgebied weer uitgebreid. De Romeinen streefden naar natuurlijke grenzen, zoals rivieren, woestijnen en bergketens, omdat het rijk anders onverdedigbaar zou zijn. De befaamde muur van Hadrianus in Engeland was bij gebrek aan een natuurlijke grens pure noodzaak. Een kunstmatige grens vergde de bouw van muren, torens, forten en de inzet van veel troepen. In verhouding tot een natuurlijke grens vergde het dus een veel grotere investering aan geld en mankracht. In Europa vormden de Rijn en de Donau (de zogenaamde Limes) een prima afbakening tussen Germaans en Romeins territorium.


Binnen het rijk werd een uitgekiend wegenstelsel aangelegd, zodat diplomaten, militairen en kooplieden zich gemakkelijk konden verplaatsen. Het Romeinse Rijk werd een smeltkroes van volken, culturen en religies. Het algemene beleid van de Romeinse heersers was dat elke minderheidsgroep met rust werd gelaten mits het Romeinse gezag zonder mankeren geaccepteerd werd. De Romeinen regeerden met harde hand en maakten korte metten met binnenlandse onrust of agressie van buitenaf.


Augustus (27 v. Chr-14 na Chr.) was de eerste keizer. Hij was tevens de laatste en grootste veroveraar uit de geschiedenis van Rome. Onder zijn heerschappij kwam de grondvorm van het rijk tot stand.
Het Rijk bracht rust, orde, vrede en een zekere welvaart. Dat verstaan we onder de term Pax Romana. Aan de andere kant, zeker gezien vanuit hedendaags perspectief, bleef de levensverwachting onthutsend laag, was de kindersterfte hoog, leefden velen in armoede, was hongersnood bij een tegenvallende oogst onvermijdelijk en decimeerden epidemieën de bevolking. Slavernij was een geaccepteerd en normaal verschijnsel. Voor de meeste mensen was het leven hard. Wie arm of ziek was, was op zichzelf aangewezen en op hulp van familie.


In deel I van dit boek beschrijft Goldsworthy de opkomst van Rome tot aan Julius Caesar. Deel II beschrijft het leven onder de keizers.
Goldsworthy gaat in op het bestuur van het rijk, handel en verkeer, de inrichting van de belastingdienst, het leger en de oorlogvoering, het dagelijks leven van burgers, vrijen en slaven.


Er zijn twee fotokaternen opgenomen. Een deel van de foto’s is in kleur. Mooie foto’s met een prima onderschrift, zodat de katernen een grote toegevoegde waarde geven aan dit boek.
Het boek is voorzien van een verklarende woordenlijst, een notenapparaat, bronnenopgave en register. Het is dus een boek dat aan de wetenschappelijke standaard voldoet. Door de wijze waarop de schrijver zijn stof rangschikt zijn er echter een enkele keer overlappingen en herhalingen in de tekst.


Goldsworthy is een kundig schrijver en een specialist in de Romeinse geschiedenis. Eerder schreef hij boeken over De val van Rome; Cleopatra; het Romeinse leger; Caesar en Augustus.


Dit is een prima boek voor de vele geïnteresseerde lezers van boeken over de antieke geschiedenis.


ISBN: 9789401909921 | Paperback | 512 pagina's | Uitgever Omniboek | april 2017

© Henk Hofman, 6 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Het beste uit Koud bloed
Redactie Koud bloed


Het tijdschrift Koud bloed verscheen tussen 2008 en 2016 vier keer per jaar. Onderzoeksjournalist Siem Eikelenboom en uitgever Marie-Anne van Wijnen vormden samen het brein achter dit verrassend boeiende tijdschrift, waaraan niet alleen misdaadjournalisten maar ook andere schrijvers en zelfs dichters uiteenlopende bijdragen leverden. Voor dit boek zijn de beste verhalen uit acht jaar Koud bloed geselecteerd. Omdat ik vind dat alle auteurs een waardevolle bijdrage aan het tijdschrift en het boek hebben geleverd, noem ik in deze recensie alle artikelen die in het boek voorkomen.


Net als in de vorige verzamelbundel bijt muziekkenner Leo Blokhuis het spits af. Dit keer met een artikel over seriemoordenaar Charles Manson die een grotere invloed op de muziekwereld heeft gehad dan menigeen denkt. Ik weet nu bijvoorbeeld wat de, toch wel schokkende, link tussen The Beach Boys en Manson is.


Het tweede artikel is geschreven door Vasco van der Boon en heet “Dieren smokkelen voor de elite”. In het artikel staat ondernemer Vitor Moonen centraal die schaamteloos flinke bedragen neertelt voor zeldzame vogels. Zijn hebzucht is zo groot dat hij er geen enkele moeite mee heeft de dieren via het illegale circuit te bemachtigen. Ook lapt Moonen alle veiligheidsregels aan zijn laars terwijl hij nota bene ten tijde van de rechtszaak commercieel directeur is van een bedrijf dat zich bezighoudt met het ruimen van pluimveebedrijven die door besmettelijke dierziektes zijn getroffen. Moonen kent de risico’s en hij weet donders goed dat de natuur mede door zijn toedoen letterlijk leeggeroofd wordt maar zolang hij zijn privé-avifauna met zeldzame exemplaren kan vullen, interesseert de rest hem geen biet.


De bijdrage van Erik Brouwer bestaat uit een interessant achtergrondverhaal over de in 2005 vermoorde kickbokster Peter ‘Hurricane’ Smit en Frits Conijn schreef een artikel over vastgoedfraudeur Nico Vijsma. Siem Eikelenboom besteedt aandacht aan Willem Holleeder en John van den Heuvel wijt een artikel aan Henk Rommy, alias de Zwarte Cobra. Het gekozen artikel van Frank van Kolfschooten gaat over het rijgedrag van prins Bernhard. De prins, die schrikbarend hard reed, raakte maar liefst bij tien ongevallen betrokken.


Maarten Kolsloot schrijft over de Zuid-Afrikaanse voetballer Steve Mokone die in Nederland als een held werd onthaald maar zich tegenover zijn gezin niet bepaald sympathiek gedroeg. Harald Merckelbach besteedt aandacht aan Ralf Jansse, die acht jaar lang onschuldig in een veel te volle cel in Zambia gevangenzat. Wat houdt Jansse tegenwoordig op de been? De In Memoriam, wat een vaste rubriek in Koud bloed was, is door Bart Middelburg geschreven en gaat over Klaas Bruinsma die zo onopvallend mogelijk is begraven.


Steffie van den Oord schrijft over een ongewone moord, Rob van Scheers komt met een verhaal over een psychopaat uit Utrecht en Weert Schenk besteedt aandacht aan de grootste drugsvangst ooit in Engeland. Het verhaal van Eric Slot heb ik met een grote grijns op mijn gezicht gelezen. De titel van het verhaal luidt “Paragnosten zijn waardeloos als speurneus”. In het artikel legt Slot heel duidelijk uit waarom hij dat durft te beweren.


Schrijver/dichter F. Starik mag vrijwillig in de Bijlmerbajes logeren. Hij gaat grif op het aanbod in maar wanneer het eenmaal zover is, slinkt zijn enthousiasme als sneeuw voor de zon. Merel Thie heeft voor een pittig onderwerp gekozen. Haar heftige artikel gaat over Robert M., de pedofiel die zich aan een schokkend aantal kinderen vergreep. Nico Verbeek schrijft over de moord op twee biologiestudenten in de Colombiaanse kustplaats waar zijn schoonouders wonen. Wat is de twee jongeren precies overkomen?


Paul Vugts schrijft over de Knokkestraatzaak – waarbij een hoofd voor het waterpijpcafé Fayrouz in Amsterdam-Zuid op straat werd gegooid - en over de jacht op onderwereldfiguur Dino Soerel. De bijdrage van Marcella van der Weg gaat over oplichter Henrik de Jong. De jonge meisjes die de pech hadden verliefd op hem te worden, verdwenen in het niets. De Jong was zelfs enige tijd verdachte in de Londense Jack the Ripper zaak. Edwin Winkel schrijft over het verhaal dat de Spaanse dichter en toneelschrijver Federico García Lorca noodlottig werd en Sytze van der Zee blikt terug op het leven van seriemoordenaar Koos Hertogs. Rob Zijlstra sluit af met een interessant verhaal over een moord zonder lijk.


Door de grote verscheidenheid aan onderwerpen is Het beste uit Koud bloed voor een grote groep lezers interessant. Zelfs aan de liefhebbers van poëzie is gedacht. Er zijn misdaadgedichten van Nico Dijkshoorn en Moordgedichten van John Schoorl toegevoegd. Lees dit boeiende boek van a tot z of kies alleen de onderwerpen die je aanspreken uit en geef het boek daarna aan de volgende liefhebber door. Het enige minpuntje aan het boek is dat er geen artikel van Joop van Riessen in het boek staat, terwijl hij wel op de kaft wordt genoemd. Het is ontzettend jammer dat het tijdschrift is opgeheven maar gelukkig weet dit boek het leed enigszins te verzachten.


ISBN 9789462970625 | paperback | 288 pagina's | Uitgeverij De Kring | augustus 2017

© Annemarie, 29 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altVan Tim naar Bertje
Vilan van de Loo


Iedereen die ooit een geliefd huisdier heeft moeten missen weet hoeveel pijn dat kan doen. Vilan van de Loo beschrijft in dit boekje het rouwproces na het overlijden van haar rode kater Tim. Hun samenzijn was intens, ze vormden samen gedurende zeventien jaar een gezin. Des te moeilijker is dan te moeten accepteren dat het dier er niet meer is. Je mist een constante aanwezigheid, je maatje is weg. Hoe moet je nu verder?

Vilan koos er voor alle spulletjes die met Tim te maken hadden op te slaan in de berging en op zoek te gaan naar een nieuw maatje. Immers, ook met een nieuwe huisgenoot kun je rouwen om de vorige, makkelijk misschien zelfs, de nieuwe bewoner kan je helpen. Het werd Bastiaan.


‘Hij was groter dan ik had gedacht. Uit zijn ene oor miste een stukje, daardoor had hij net als Tim een raar oortje. Met een vinger aaide ik zijn vacht. Die was dik en zacht. Ik wriemelde achter zijn oor. Hij keek weg. Ik stopte.‘


Bastiaan werd omgedoopt: Adelbert Cornelis, roepnaam Bertje. De kater vond het best. Maar Vilan moest erg wennen. Beertje was niet Tim. En ze miste Tim nog steeds. Het zijn gevoelens die bij rouw horen: hoe kan iemand zomaar weg zijn? Je voelt zijn aanwezigheid nog, je ziet hem. Je komt een kamer binnen waar hij altijd was en je ziet hem. Maar hij is er niet.


Er zijn de speciale momenten, bijzondere dagen, waarop de overledene weer volledig in je gedachten opduikt – alsof hij ooit weggeweest is…


Maakt het uit dat het hier om een dier gaat, en niet om een mens? Nee dus. De gevoelens zijn hetzelfde. De rouw, het gemis, zelfs de schuldgevoelens - was ik er genoeg voor hem? - het moet een plek krijgen, terwijl het leven verder gaat. Vilan droomt over hem, en voelt zijn aanwezigheid, terwijl Bertje langzaam went aan zijn nieuwe tehuis en de bewoonster en laat weten dat hij er ook voor haar is, hij troost haar.
Maar dit boekje moest nog geschreven worden. Een eerbetoon aan een geliefde kater is het, maar vooral ook een boek dat laat zien dat je verdrietig mag zijn ‘al is het maar een huisdier’. Iedereen zal het op een eigen manier doen, en de manier van Vilan is zeker de slechtste niet.


Op de omslag van Van Tim naar Bertje staan de twee katers in een grafische weergave, waarbij vooral de ogen sprekend zijn. Het boekje heeft korte hoofdstukken, maar voor wie meer wil is er een boek met blogs van Tim, en de Website, Twitter- en facebookpagina van Huiskater Bert.


Vilan van de Loo heeft al ruim twintig boeken geschreven. Ze gaan vooral over geschiedenis (Nederlands-Indië) en literatuur.


ISBN 9789460224355| Paperback | 96 pagina's | LM Publishers | april 2017

© Marjo, 20 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Reïncarnatie
Wat is reïncarnatie? Reïncarnatie, óók in andere culturen. Over zielen en vorige levens.
Robert Jan Blom


In dit boekje probeert Robert Jan Blom in razende vogelvlucht alle aspecten van reïncarnatie te vatten. Naast beschrijvingen van wat hij denkt dat reïncarnatie is, heeft hij ook persoonlijke verhalen opgenomen van mensen die ervaringen beschrijven die zouden moeten bewijzen dat er sprake zou kunnen zijn van het reïncarneren. Ik schrijf 'wat hij denkt dat reïncarnatie is', omdat nergens duidelijk wordt waar Blom zijn ideeën vandaan heeft gehaald.


In zijn eerste hoofdstuk die de vraag zou moeten beantwoorden wat reïncarnatie is, zou zijn eerste zin daarop antwoord moeten geven. Hij schrijft De aanduiding 're-incarneren' betekent: 'opnieuw in het vlees geboren worden'. Wie de term reïncarnatie intypt in Google krijgt inderdaad een dergelijke beschrijving met als verschil dat Blom vergeet te vermelden dat het de ziel is, die opnieuw in het vlees geboren wordt. Hij schrijft over Iets dat blijft voortleven, nadat het aardse leven het heeft opgeven.


Blom citeert veel vaker in dit boek, zonder enige vorm van verwijzing wat zijn bron daarbij is. Zelfs ieder hoofdstuk begint met een citaat, waarvan de lezer moet raden aan wiens brein dat citaat ontsproten is. Ik vind dat altijd jammer, omdat ik het fijn vind te weten van wie sommige mooie citaten afkomstig zijn.


Wat mij echt stoorde in dit boek, is dat Blom de overgang naar 'een' of hét hiernamaals en reïncarnatie op één hoop lijkt te gooien. Verhalen van mensen die een bijna-dood-ervaring beschrijven lijken te worden opgevoerd als zijnde een verwijzing naar reïncarnatie. Nergens vermeldt of beschrijft hij dat dit wellicht het voorstadium c.q. een tussenstadium zou kunnen zijn voor een latere eventuele reïncarnatie.
Kortom het hele boekje is, wat mij betreft, nogal kort door de bocht. Net als de tweede vraag uit de ondertitel, Reïncarnatie, óók in andere culturen. Hoezo óók? Het wiel van reïncarnatie is niet in onze cultuur uitgevonden, zie Wikipedia Reïncarnatie


Wat ik wel met veel belangstelling heb gelezen zijn de persoonlijke verhalen van mensen. Daarvan is echter ook de herkomst volledig onbekend. Zijn dit verhalen die de auteur zelf rechtstreeks uit de monden van de vertellers heeft opgetekend of heeft hij deze via een andere bron verkregen?

Het boekje leverde mij dus meer vragen op dan antwoorden. Op de persoonlijke verhalen na, zou ik dit boekje van Blom dus niet lezen als ik echt meer te weten zou willen komen over hoe op dit moment (in de wetenschap) gedacht wordt over reïncarnatie. Misschien kan van een auteur die zo'n hoge productie heeft voor wat het schrijven van boeken betreft (alleen al 19 boeken tussen 2007 en 2017 lees ik in een lijst achter in het boek) niet verwacht worden dat hij bij het schrijven van een boek over een onderwerp waar heel veel over te leren valt, zeer zorgvuldig te werk is gegaan en dat is voor de lezer heel jammer.


ISBN 9789463381796 | Paperback | 198 pagina's | Uitgeverij Aspekt | juni 2017

© Ria, 15 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altZinkplaat en planken
Het verdwijnen van de houten volkswoning in Paramaribo
Wim Verboven


In 1667 werd Suriname, dan gekolonialiseerd door de Engelsen, door de Nederlanders ingenomen. Fort Willoughby werd omgedoopt tot Fort Zeelandia waar omheen de stad Paramaribo zich uitbreidde tot het in 1800 bestond uit ongeveer 1.100 huizen met 12.000 inwoners. De straten kregen Nederlandse namen.

Veel gebouwen is het centrum zijn van hout, op de overheidsgebouwen na. Steen was duur, moest uit Europa geïmporteerd worden. Een belangrijke figuur in die tijd was de landmeter en stedenbouwkundige Franciscus Lieftinck. Hij ontwierp een groot deel van Paramaribo, en gaf de stad de rechthoekige structuur die heden ten dage nog bestaat, zoals we kunnen zien op de plattegronden in dit boek. De architectuur is een samensmelting geworden van Engelse cottages en Hollandse dorpse huisjes, maar ook de Hollandse stadshuizen in steen vormden een inspiratie. Daarnaast zie je de invloed van Franse en Duitse architectuur, en nog later deed de Noord-Amerikaanse colonial style zijn invloed gelden. Het geheel heeft geresulteerd in een typische Surinaamse bouwstijl. De Surinaamse hoofdstad staat sinds 2002 op de Werelderfgoedlijst vanwege de vele oude houten gebouwen waarvan sommige honderden jaren oud zijn. http://cityofparamaribo.nl/read/werelderfgoed


Toen de slavernij werd afgeschaft in 1863 trokken veel voormalig slaven naar de stad. Zij kwamen natuurlijk niet terecht in een van deze grote koloniale panden. Er ontstonden volkswijken met traditionele houten woningen. Heden ten dage worden deze huizen bedreigd met sloop en komen er moderne gebouwen voor in de plaats.


Wim Verboven heeft dit mooie fotoboek gemaakt met ruim 250 foto’s over zo’n 100 huizen. Het is een monument geworden voor een stuk cultuurhistorie dat op het punt van verdwijnen staat. Soms zien we de huizen zoals ze waren in volle glorie, met het verval er naast. Er zijn verhalen van bewoners, die trots zijn op de huizen die vaak nog door hun grootouders zijn gebouwd. Niet alleen trots op de huizen en hun grondje, ook trots op hun verleden:


‘Wat je vroeger deed…die prapies daar werd cassave in gedaan om gomma te maken, stijfsel, en ook gommakoek, ja, lekkere koekjes waren dat, mang! Ik weet niet meer wat ze allemaal met cassave deden hoor, maar ze deden er heel veel mee. En volgens mij gebruikten ze het water, dat overbleef na het persen voor kasiri, maar dat maakten ze niet in de stad,. Maar als je er aan terugdenkt, de mensen waren toen heel actief. Altijd aan het bakken, koken, onvoorstelbaar die energie, jongen! De mensen waren vanaf zeven uur ‘s morgens bezig. Ze gingen vroeg slapen, om negen uur sliepen ze al, maar ze waren ook heel vroeg op. En dan maakten ze gemberbier. Hadden ze de gember al geraspt.’


De oorzaak van de slechte staat van onderhoud is grotendeels de boedelproblematiek. Men weet niet van wie de grond precies is. Of de eigenaar is wel bekend maar die heeft zijn erfenis niet netjes onder de nazaten verdeeld. Dat komt dan weer deels voort uit het feit dat er geen burgerlijke regelingen waren zoals wij die kennen met alle familiebanden in aktes opgetekend. Gelukkig is Stadsherstel Paramaribo druk met (een poging tot) het behouden van een aantal huizen, en kan menigeen nog met eigen ogen de traditionele huisjes van Paramaribo gaan bekijken.

Naast verhalen, prachtige foto's en veel informatie zijn in dit boek ook gedichten te vinden van Surinaamse dichters, in de oorspronkelijke taal met een vertaling ernaast, die een sfeerbeeld oproepen van de oude volkswijken.


http://werkgroepcaraibischeletteren.nl/zinkplaten-en-planken

ISBN 9789460223723 | hardcover |180 pagina's | Uitgeverij L M Publishers| mei 2017

© Marjo, 30 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altPassendale
Ieper 1917
Nick Lloyd


‘…de niet-aflatende dreun van exploderende granaten voor ons, enorme vuurflitsen en schoten in de lucht boven ons, het geratel van mitrailleurs in de Duitse linie, de ontploffingen van kartetsgranaten uit de Duitse kanonnen; flitsende vlammen die als een op zijn prooi duikende havik uit de lucht neerschoten en de mannen waar ze op neerkwamen verpulverden – door zoiets omringd trokken wij op, over de desolate woestenij van modder en water en granaattrechters.’

Zouden de soldaten die ploeterden in de modder in dat kleine stukje België iets geweten hebben van wat de hoge heren allemaal boven hun hoofden bedisselden? 500.000 slachtoffers vielen er in deze derde slag van Ieper, die ook Slag van Passendale wordt genoemd. Het startsein werd gegeven op 31 juli 1917, tot begin november Passendale tenslotte opgegeven moest worden. Terreinwinst was 8 kilometer…
Waar men het later over eens was is dat de slag van Passendale zinloos was geweest. Niet in de ogen van veldmaarschalk Haig overigens: hij had immers een belangrijke heuvelrug (waar het dorp Passendale op ligt) veroverd? Dat de Duitsers die in 1918 weer in handen kregen, kon hij dan nog niet weten.


Over de controverse tussen de Britse premier David Lloyd George en zijn veldmaarschalk sir Douglas Haig is al veel geschreven. De eerste was niet overtuigd dat wat Haig dacht te zullen bereiken, de Belgische kust in handen krijgen, ook zou lukken. Lloyd George wilde geen herhaling van Somme, hij wilde het leger inzetten op het Italiaanse front. Eerst Oostenrijk-Hongarije verslaan. Maar Haig bleef overtuigd van zijn gelijk: hij zou doorstoten en de Duitsers de genadestoot toebrengen. ‘Bite & hold’ (De troepen rukken op naar een vooraf bepaald doel en langs een minder breed front, terwijl artillerie van te voren massaal insloeg op de vijand, en hielden vervolgens de veroverde linies vast in plaats van meteen weer verder op te rukken)
De Duitse generaals gaven zich ook niet gewonnen, zij waren op de hoogte van de Britse manoeuvres en wisten waar de versterkingen naar toe moesten. Bovendien hadden zij het pas uitgevonden mosterdgas.


Na afloop van de oorlog werd Haig als een held onthaald. Hij had Groot-Brittannië gered! Toen hij overleed in 1928 kreeg hij een staatsbegrafenis. Wat Nick Lloyd evenwel aantoont in dit nieuwste boek, met de nieuwste inzichten en vooral ook gedegen onderzoek naar de Duitse kant van de oorlog, is wat er ook na Haigs dood al wel gezegd werd: zijn overmoed had te veel levens gekost.
Had Haig wel kunnen winnen? Had hij de fouten die gemaakt werden kunnen vermijden? Van de tegenstand van zijn politiek leider trok hij zich weinig aan, daar lag het probleem niet. En dat het klimatologisch gezien absoluut niet de juiste periode was om een slag te gaan voeren, dat had hij ook niet in de hand. Evenmin als de toestand van de Vlaamse grond, de klei die geen water doorliet, waardoor de loopgraven continu onder water kwamen te staan.


‘Modder, modder en nog meer modder’. Zo omschreef een getuige het slagveld. Na de oorlog werd in Ieper een monument opgericht, en Menenpoort, waar de namen op gegrift staan van al die manschappen die wegzonken in die modder, mannen die nooit teruggevonden werden.


Nick Lloyd is een Britse militair en historicus. Hij doceert Krijgswetenschappen aan King’s College in Londen. De Eerste Wereldoorlog is zijn specialisatie en eerder schreef hij daarover drie boeken. Dit boek geeft vooral inzicht in de bovenlaag: hoe alles bedisseld en besloten werd door mannen die misschien wel iets van het slagveld zagen, maar zelf niet vochten. Hoewel Nick Lloyd de gewone man af en toe aan het woord laat, biedt dit boek vooral inzichten in de politieke en militaire achtergrond.  Zijn conclusie: als maarschalk Haig niet zo'n bijter was geweest had The Great War minder mensenlevens gekost en minder lang geduurd. Als..


Luitenant-generaal Launcelot Kiggell bezocht het front. Hij barstte in tranen uit en mompelde: Good God, did we really send men to fight in that? Het antwoord was: 'It's worse further up on...'


ISBN 9789048827398| paperback |512 pagina’s met foto’s en kaarten| Uitgeverij Hollands Diep| mei 2017
Vertaling uit het Engels door Willem van Paassen

© Marjo, 16 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Tragedie van een volk
De Russische Revolutie 1891-1924
Orlando Figes

Orlando Figes is de auteur van meerdere boeken over de recente Russische geschiedenis: Natasja’s dans, Fluisteraars, de Krimoorlog, om drie van de bekendste te noemen. Hij is hoogleraar Russische geschiedenis aan de University of London.

Figes vergaarde met deze boeken enorm veel roem. Hij draaide zijn glanzende reputatie zelf de nek om toen in 2010 bleek dat hij onder pseudoniem boeken van collega’s heel kritisch recenseerde. Eén van zijn eigen boeken voorzag hij daarentegen anoniem van een schitterende recensie. Hoe een groot wetenschapper toch weer kleingeestig kan zijn. Figes had dit helemaal niet nodig en had gewoon moeten vertrouwen op de kwaliteit van zijn boeken. En ook al zou de kwaliteit matig zijn geweest: zoiets doe je natuurlijk nooit, en zeker als wetenschapper niet. Figes kocht een proces af door een forse schadevergoeding te betalen.


Sindsdien bekijk ik de boeken van Figes altijd met andere ogen. Toch blijft bewondering voor het vakmanschap van Figes bestaan. Zijn boeken zijn wetenschappelijk verantwoord en schitterend geschreven. Door het inlassen van verslagen van getuigen krijgt Tragedie van een volk een persoonlijk perspectief waardoor de lezer inleeft wat een verschrikkelijk leven veel mensen doormaakten tijdens de Russische Revolutie.

In zijn Nawoord verbaast Figes zich er terecht over dat het vreselijke tijdperk van de Revolutie en de daaropvolgende Stalinistische terreur toch weer vergoelijkt wordt en met heimwee wordt herdacht. Poetin erkent deze periode als een zwarte bladzijde in de geschiedenis, maar relativeert dit meteen door op te merken dat dit soort zaken nu eenmaal voorkomen en andere landen zoals Duitsland in de Tweede Wereldoorlog en Amerika in Vietnam het nog veel bonter hebben gemaakt. Daarom moeten we ons niet met schuldgevoelens op laten zadelen, concludeert hij.  Geen ontkenning dus van misdaden begaan door Stalin, daar moet het Russische volk nu overheen stappen. We moeten tenslotte verder en kunnen niet in het verleden blijven hangen. Inderdaad, dit is verontrustend. Anders dan Duitsers en Amerikanen die hun verleden onder ogen hebben gezien, maken de Russen geen schoon schip.


Er zou alle reden voor zijn om schoon schip te maken. Toen ik de eerste Nederlandse druk in 2006 las, was ik diep onder de indruk van het onmetelijke lijden van het Russische volk. Maar, waarschuwt Figes, revoluties zijn nooit ver weg. De geschiedenis van Europa in de twintigste eeuw toont aan hoe kwetsbaar de democratie is. De Westerse liberale democratie heeft de Tweede Wereldoorlog maar net aan overleefd. Ook West-Europa moet op z’n tellen passen.


Het boek van Figes neemt 1891 als startpunt aan en eindigt in 1924 met de dood van Lenin. De laatste foto in dit boek is een foto van Lenin een paar maanden voor zijn dood genomen. De vurige revolutionair van weleer is veranderd in een wegkwijnende man, het holle gezicht getekend door de naderende dood. Een aangrijpende foto. Figes publiceert zijn boek in 1996 nadat het communistische experiment is mislukt en de Sovjet-Unie ineen is gestort. We zijn dan wel pakweg 40 miljoen doden verder en een illusie armer. Als er iets is, dat dit boek de moeite waard maakt, dan is dat het inzicht dat revolutionairen hun idealen hoger waarderen dan het leven van mensen. Mensen zijn niet meer dan ‘mest op de velden van de toekomst’. De heilstaat wordt gebouwd op lijken.


Lenin was volgens Figes niet minder wreed dan Stalin. Bovendien zou hij laf zijn geweest. Maar Lenin bezat het juiste politieke instinct. Hij wist in 1917 precies wat de bevolking wilde en beloofde wat zij het vurigst wenste: vrede, land voor de boeren en brood. Met die beloften kwam hij aan de macht en was de weg vrij voor zijn dictatuur.


Tragedie van een volk is een imposant werk, een klassieker. De herdenkingseditie is in een robuuste hard cover uitgegeven en heel schappelijk geprijsd. Naast de gebruikelijke rubrieken zoals een Bibliografie, Notenapparaat en een Register is dit boek ook toegerust met acht fotokaternen, vijf duidelijke kaarten, een verklarende woordenlijst en een nawoord van de auteur speciaal voor deze herdenkingseditie geschreven.


Tragedie van een volk verscheen voor het eerst in 1996 in de Engelstalige editie. Uitgever Henk ter Borg schatte dit boek op zijn waarde in en bracht dit omvangrijke werk kort na de oprichting van Nieuw Amsterdam in vertaling uit (2006).

ISBN: 9789046822739 | Hardcover| 1128 pagina's | Nieuw Amsterdam | september 2017
Herdenkingseditie 100 jaar Russische Revolutie

Henk Hofman, 1 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Lykke
De Deense weg naar het geluk
Meik Wiking


Vijf jaar geleden besloot Meik Wiking zijn goedbetaalde baan als internationaal directeur van een denktank voor duurzaamheid op te zeggen. Hij had besloten een nieuwe denktank op te zetten. Al snel was het Happiness Research Institute een feit. Sindsdien doet Wiking onderzoek naar geluk. Dat hij door zijn beslissing jarenlang van een klein inkomen zou moeten rondkomen, deerde hem niet. Van vrijheid werd hij gelukkiger dan van veel geld en er was altijd wel een vriend die hem een slaapplaats op een comfortabele bank wilde verschaffen. Wiking volgde zijn hart en vatte een deel van zijn onderzoek samen in het boek Hygge, dat over de beroemde Deense gezelligheid gaat. Het werd een groot internationaal succes.


Naast een heel gezellig volkje zijn de Denen ook nog eens het gelukkigste volk ter wereld. Trots prijken ze bovenaan een lijst die bewijst dat je niet het rijkste land ter wereld hoeft te zijn om over het grootste geluksgevoel te beschikken. Hoe kan het toch dat de Denen zo gelukkig zijn? Misschien komt het wel omdat in Denemarken alles op rolletjes loopt. In dit fraai vormgegeven en meer dan boeiende boek deelt Wiking zijn bevindingen met de lezer. Geluk valt niet af te dwingen maar je kunt de kansen dat het geluk op jouw pad komt wel vergroten!


In Lykke (spreuk uit als Luu-keh) beschrijft Wiking de zes factoren die belangrijk zijn voor het bewerkstelligen van een optimaal geluksgevoel. Het gaat om saamhorigheid, geld, gezondheid, vrijheid, vertrouwen en vriendelijkheid. In het hoofdstuk saamhorigheid legt hij bijvoorbeeld uit hoe prettig het is om samen dingen te ondernemen. Wanneer mensen het gevoel hebben dat ze altijd op een ander terug kunnen vallen, draagt dat bij aan het geluksgevoel. Leer bijvoorbeeld jouw buren beter kennen of leg een gezamenlijke tuin aan.


“Geld maakt niet gelukkig”, is een bekende uitspraak. Geen geld maakt echter ook niet gelukkig. Over het algemeen zijn mensen die in armoede leven minder gelukkig dan mensen die genoeg geld hebben. Toch is er een grens aan het geluksgevoel dat door geld opgewekt kan worden. Wie zo belachelijk rijk is dat hij of zij compleet overbodige spullen of diensten aanschaft, zal daar niet steeds gelukkiger door worden. De Denen zelf steken veel geld in de maatschappij. Zij vinden het heel gewoon om flink veel belasting af te dragen. Het belastinggeld wordt immers gestoken in het welzijn van de gehele Deense bevolking. Denen zorgen voor elkaar. Het is niet “mij” maar “wij”.


Naast een goede gezondheid en een gevoel van vrijheid zijn ook vertrouwen en vriendelijkheid belangrijk voor het bereiken van een optimaal geluksgevoel. Wanneer je bijvoorbeeld voor een argwanende baas werkt, geeft dat stress. In Denemarken is vertrouwen op de werkvloer erg belangrijk, evenals gelijkheid. De baas luncht bijvoorbeeld gewoon samen met de werknemers en wordt met zijn of haar voornaam aangesproken. Een Deense baas kijkt het personeel niet op de vingers maar geeft hen de ruimte de werkzaamheden binnen de verwachte termijn af te ronden. Wel zo prettig!


Misschien klinkt het voor jou heel vanzelfsprekend om vriendelijk tegen elkaar te zijn maar toch valt hier nog veel winst te behalen. Wees niet alleen vriendelijk voor jezelf en de mensen om je heen maar wees het ook voor vreemden. Bezorg anderen én jezelf een goed gevoel. Hoe je dat doet? Door spontaan iemand die je onderweg tegenkomt te helpen bijvoorbeeld of door vrijwilligerswerk te gaan doen. Het kan om grote gebaren gaan zoals een zwerver in huis nemen (heus, er bestaan fantastische mensen die dat doen) maar ook om kleine vriendelijkheden. Zo hielp Wiking eens een moeder uit de brand door uit zijn boodschappentas een banaan voor haar hongerige kind op te diepen.


Na het lezen van dit boek begrijp je waarom de Denen zo gelukkig zijn en zal je misschien tot het besef zijn gekomen dat je zelf, door kleine of grote aanpassingen, ook een gelukkiger leven kunt leiden. Of misschien kom je wel tot de conclusie dat je de Denen evenaart! Wat zo fijn is aan dit boek, is dat Meik Wiking allesbehalve zweverig is. Hij is een onderzoeker die zijn bevindingen deelt. Daarnaast vult hij feiten aan met voorbeelden uit de praktijk. Zo schrijft hij bijvoorbeeld over een restaurant dat overdag ontbijt en lunch aan doorsnee klanten serveert en de opbrengst gebruikt om ’s avonds smakelijke diners op mooi gedekte tafels aan zwervers op te dienen. Geluk stelt namelijk weinig voor als je het met niemand kunt delen!


ISBN 9789400508903 | hardcover| 285 pagina's | Lev. | september 2017
Vertaald door Barbara Lampe

© Annemarie, 5 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Maria Callas
Arianna Huffington

Het dramatische leven van de meest betoverende zangeres van de twintigste eeuw


De geboorte van Maria is een teleurstelling voor haar moeder, die op een zoon had gehoopt om haar aan tyfus overleden Wassily te vervangen. Het gezin is ruim 5 maanden eerder vanuit Griekenland naar de Verenigde Staten geëmigreerd, iets waar Evangelia, de moeder van Maria het helemaal niet mee eens was. Na de geboorte van de dochter kan ze alleen maar roepen: "Haal haar weg!" Het kind krijgt uiteindelijk de namen Cecilia Sophia Anna Maria. De naam Kalogeropoulos wordt officieel gewijzigd in Callas, om aan te geven dat het de bedoeling is om van Amerika hun permanente woonplaats te maken.


Maria wordt een plomp meisje, dat het niet gemakkelijk heeft. Haar moeder geeft de voorkeur aan haar oudere zusje Jackie en ook op school heeft ze het niet gemakkelijk. Als ze 10 is, blijkt Maria goed te kunnen zingen en terwijl ze zelf nog droomt van een carrière als tandarts, heeft haar moeder dan al besloten dat ze zangeres zal worden en niet zomaar een zangeres, maar een wereldberoemde zangeres. Hiervoor zal alles moeten wijken...
De jeugd van Maria staat voortaan vooral in het teken van de muziek. Ze doet mee aan talentenshows, radioprogramma's en eindeloze wedstrijden. Haar emotionele noden raken op de achtergrond.


In 1936 vertrekt Evangelia met haar twee dochters naar Griekenland, omdat ze van mening is dat Maria hier de opleiding kan krijgen die ze nodig heeft. De vader George blijft in Amerika achter. Dan krijgen we een verhaal over de kanaries David en Elmina. Maria verwondert zich over de zang van David en wil haar stem net zo kunnen beheersen als de kanarie. David blijft doorzingen, terwijl Maria het uiteindelijk op moet geven. Later neemt ze wraak op het kanarieras, als Elmina flauwvalt terwijl Maria een aria uit Lucia afraffelt. Dit herhaalt zich nog 2 keer tijdens de zangoefeningen van Maria en daar Evangelia het zat is om het vogeltje water met cognac in het snaveltje te gieten, mag Maria voortaan pas gaan zingen als Elmina in de meest geisoleerde kamer in huis is.


In de oorlog zingt Maria ook voor Duitse soldaten, hetgeen haar na de oorlog niet in dank werd afgenomen. Na de bevrijding van Griekenland volgt de burgeroorlog en Maria vertrekt in september 1945 alleen naar Amerika. Haar lerares adviseert haar om naar Italië te gaan, maar dit advies wordt niet opgevolgd.


De zang van Maria Callas zorgt ook voor de nodige controverses, waarbij de fans van Renata Tebaldi en die van Maria Callas tegenover elkaar staan. Tegen het eind van het boek wordt er zelfs nog een vechtpartij beschreven na een optreden van Maria Callas, waarbij Yves St. Laurent zelfs iemand tegen de schenen schopt, terwijl een respectabele oude dame een lid van de andere partij zijn bril van zijn gezicht trok.


Het boek gaat niet alleen over de zangcarrière van Maria Callas, maar ook over de mannen in haar leven, waarvan Onassis vermoedelijk de bekendste is.
Het leven van Maria Callas is gevuld met hoogte- en dieptepunten, die in dit boek ter sprake komen. In het midden van het boek zit ook nog een fotokatern, maar op geen van de foto's is het plompe meisje uit het begin te zien.
Wat ik wel mis is een personenregister en misschien een lijst met de belangrijkste personen, want soms kom je ineens een naam tegen, waarvan je niet meer weet wie er nu eigenlijk bedoeld wordt.


Het verhaal wordt in chronologische volgorde verteld. Vreemd is wel dat in het eerste hoofdstuk de jaren 1913 tot 1936 centraal staan en dat volgens de inhoudsopgave het tweede hoofdstuk het verhaal vanaf 1923 (Het geboortejaar van Maria Callas) tot 1941 vertelt. Dat klopt niet want hoofdstuk 2 begint echt tegen het einde van 1936.
Bij het bekijken van dit boek vallen 2 dingen op. In de eerste plaats dat het al in 1980 in het Engels is verschenen, hetgeen betekent dat het pas na 37 jaar vertaald is. In de tweede plaats staat bij het copyright uit 1980 de naam Agapi Stassinopoulos. Dat is de zus van Arianna Huffington, die dit boek toch echt zelf heeft geschreven.

Beluister ook de radiouitzending op nporadio1 


ISBN 978 94 0160 737 7 | Paperback | 432 pagina's| Xander Uitgevers | augustus 2017
NUR 320 | Vertaald door Maurits van de Toorn

© Renate, 10 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Uw belangrijkste gegevens overzichtelijk bij elkaar
Studio Visual Steps


Informatie, we beschikken er tegenwoordig ruimschoots over. Over vrijwel elk onderwerp staat op elk moment van de dag een uitgebreide hoeveelheid informatie tot onze beschikking. Soms voelt het of we overspoeld worden met wetenswaardigheden. Ook onze administratie is steeds onoverzichtelijker geworden. We kunnen tegenwoordig kiezen uit tal van aantrekkelijke abonnementen en verschillende aanbieders van bijvoorbeeld stroom, gas en verzekeringen. Het boekwerk Uw belangrijkste gegevens overzichtelijk bij elkaar is dan ook bedoeld om orde in de chaos te scheppen.


Het boek bestaat uit rustige grijswit gekleurde pagina’s waar je alle gegevens in overzichtelijke categorieën kunt verzamelen. Aan de rij handige icoontjes aan de rechterkant van de pagina’s kun je precies zien om welk gedeelte van het boek het gaat. De volgende categorieën zijn in het boek opgenomen:



  • Bibliografische gegevens
  • Bankzaken
  • Verzekeringen
  • Werkgevers, uitkeringen en pensioenen
  • Woning(en) en onroerend goed
  • Bedrijven waar ik eigenaar van ben
  • Voertuigen
  • Belasting en toeslagen
  • Nutsbedrijven, tv, internet en (mobiele) telefoon
  • Andere abonnementen en lidmaatschappen
  • Wachtwoorden online en op de computer, tablet of mobiele telefoon
  • Huisdieren
  • Contactgegevens van vrienden, bekenden en andere familieleden
  • Mijn wensen na mijn overlijden
  • Overige zaken om te regelen of te vermelden
  • Bijlage checklist voor nabestaanden


Alle categorieën zijn in subcategorieën onderverdeeld. Zo kun je onder “Bibliografische gegevens” bijvoorbeeld aangeven of je een testament hebt, wie jouw medische contactpersonen zijn en wie jouw eventuele partner en/of kinderen zijn. In de categorie “Bankzaken” vermeld je bijvoorbeeld jouw betaalrekeningen, aandelen, hypotheken en eventuele schulden en/of vorderingen. Ook erg handig is de categorie “Contactgegevens van vrienden, bekenden en andere familieleden” waarin je alle contactgegevens kunt opnemen maar er ook voor kunt kiezen te vermelden waar jouw adresboekje ligt. Elke categorie begint bovendien met een heldere uitleg waarna enkele subcategorieën van aanvullende informatie zijn voorzien. Zo wordt er bijvoorbeeld aandacht besteed aan het kiezen van een veilig wachtwoord.


Wanneer alles is ingevuld is een handig naslagwerk voor jezelf maar ook bijvoorbeeld voor jouw nabestaanden ontstaan. Alle belangrijke informatie staat overzichtelijk bij elkaar en niemand hoeft het hele huis ondersteboven te keren om alle gegevens bij elkaar te krijgen. Ook kun je het boek gebruiken om orde in de chaos te scheppen als je als nabestaande of in een andere hoedanigheid belast bent met het uitzoeken van de administratie van een familielid of bekende. Wanneer je alles wat je tegenkomt gelijk in dit boek verwerkt, ontstaat er vanzelf een duidelijk geheel


Naast een duidelijk overzicht schenkt dit boek je ook rust. Het is fijn om alles overzichtelijk bij elkaar te hebben en het is ook prettig om te weten dat, mocht je iets overkomen, een ander niet verdwaalt in een wirwar van papieren. Alle belangrijke gegevens staan immers netjes bij elkaar in dit boek. Uw belangrijkste gegevens overzichtelijk bij elkaar is dan ook zeker een aanrader voor iedereen die graag overzicht houdt én biedt.


ISBN 9789059055841 | paperback, met boorgaten| 224 pagina's | Uitgeverij Visual Steps | september 2017

© Annemarie, 4 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

O jee, ik eet
Eetboek voor kinderen met autisme
Karen den Dekker


De ondertitel is Eetboek voor kinderen met autisme, maar je kunt beter spreken over een handleiding of vraagbaak, want alles wat je maar bedenken kunt over eten voor kinderen met autisme is in dit boek wel te vinden.

De schrijfster heeft zich enorm verdiept in dit onderwerp en geeft allerlei handvatten aan ouders om het eetritueel zo goed mogelijk te laten verlopen. "Het biedt inzicht in de achterliggende problemen, maar is ook praktisch inzetbaar," staat in het voorwoord te lezen.

Omdat elk kind anders is - ook kinderen zonder autisme - evenals de mogelijke problemen met eten, heeft Karen den Dekker allerlei vormen van eetproblemen besproken. Deze kunnen variëren van alleen voedsel met een bepaalde kleur willen eten, beige eten is veelal favoriet, maar het kan ook dat kinderen een bepaalde structuur van voedsel niet willen eten, sommige willen alleen glad voedsel of voedsel dat geen korstje of velletjes heeft. Een sinaasappel kan bijvoorbeeld problemen opleveren omdat het meerdere structuren heeft; het vlies van de partjes, de pitjes en het sap van het vruchtvlees, dat kan teveel zijn.

In het boek leert Karen den Dekker ons hoe je kinderen die selectieve eters zijn als het ware kunt opvoeden. Ze legt uit hoe de eetontwikkeling bij kinderen verloopt en geeft uitgebreide handleidingen en tips hoe je het kind kan helpen om minder afkeer van bepaald voedsel te krijgen. Ze heeft erg overzichtelijke werkbladen gemaakt zodat het voor het kind allemaal helder en duidelijk is wat hem of haar te wachten staat. Daarbij levert ze diverse observatiebladen waarop je bijv. kunt noteren welke plek het meest geschikt is om te eten (bijv. veel prikkels, weinig prikkels) of hoe jouw kind op een sociale eetsituatie reageert en zo zijn er nog veel meer doeltreffende werkbladen.

Ook wordt het kind, na uitgebreide uitleg, soms zelf aan het werk gezet door middel van kleine opdrachtjes of testjes waardoor het meer inzicht krijgt in voedsel en de (ver)werking daarvan.

Inmiddels zijn we al op bladzijde 148 beland en daar beginnen de eenvoudig te bereiden recepten die de kinderen zelf of met een beetje begeleiding kunnen maken.  De recepten zijn niet op ingrediënten maar op kleur gerangschikt, de kleuren zijn ook te zien als kleurblokje op de zijkant van de pagina's. Beige is voor beigekleurig eten, rood is pittig eten, bruin staat voor eten met bonen en rijst, geel is fruit, grijsgroen is eten zonder zaden en schillen en 'slijmerige groenten', zachtblauw staat voor kommetjesmaaltijden enz.
De beschrijving bij de recepten is helder en uitgebreid. Er staan vaak tips bij en de gerechten variëren qua structuur van heel zacht naar knapperig.
Helemaal achterin vinden we, bij de diep hemelsblauwe kleur, de uitgebreide lijst met geraadpleegde boeken, artikelen en kookboeken.


Kortom, een fantastisch boek dat naast de prettige, smakelijke recepten veel inzicht en oplossingen biedt in het, soms moeilijke, eetgedrag van kinderen met autisme. Grote aanrader.


ISBN 9789491337956 | Paperback | 230 pagina's | Graviant Educatieve uitgaven | april 2017

© Dettie, 26 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De spiegel
Leven met een hond
Harrie Seeverens


In de proloog van dit boek vertelt auteur Harrie Seeverens over de beslissing, die voor hem genomen werd door de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten, niet langer geregistreerd te mogen blijven als internist. Hij had nog de hoop gehad om de laatste anderhalf jaar voor zijn pensioen 'voor de vorm' internist te blijven, alhoewel hij al langere tijd geen patiënten meer had behandeld.


Op dat moment kon hij nog niet vermoeden dat er binnen enkele maanden na zijn uitschrijving zich een nieuwe patiënt zou aandienen. Het gaat om de 15-jarige Floortje, de hond van de familie Seeverens, die overal mee naar toe wordt genomen door de schrijver en zijn vrouw Paula. Floortje fungeert als een spiegel die de auteur wordt voorgehouden en waarin hij zijn eigen onmacht en ongeduld kan zien. De gevoelens en overdenkingen, die de zieke Floortje bij de auteur oproepen, zijn in dit boekje op prachtige wijze beschreven en van zeer uiteenlopende aard.


De voortdurende afweging die Seeverens en zijn vrouw maken, is wanneer het echt nodig zal zijn om Floortje te laten in slapen. Je leest door het verhaal heen dat zij daarbij steeds hun grenzen verleggen, waarbij de afweging of Floortje pijn heeft, steeds leidend is. Op grond van hun beider ervaring als arts wegen ze steeds af of er sprake is van ondraaglijk lijden voor Floortje, iets dat zelfs voor artsen toch nog niet zo eenvoudig lijkt te zijn. Door de sterke emotionele band die zij hebben met Floortje, is het daarnaast voor hen ook erg moeilijk om afscheid te moeten nemen van het hondje dat zo dierbaar voor hen is. Zo wordt ook de lezer een spiegel voorgehouden dat euthanasie ook bij mensen een zeer complexe beslissing is, zowel voor artsen als voor patiënten en hun dierbaren.


Harrie Seeverens maakt de meest uiteenlopende bespiegelingen in dit boekje naar aanleiding van de zieke Floortje. Bestaat de hemel van Dante en kan een hond ook in hemel komen? De auteur vertelt over de afspraak die binnen het gezin is gemaakt om elkaar in de hemel weer te ontmoeten en ook Floortje zou bij die ontmoeting aanwezig zijn. Waar in de hemel die ontmoeting dan zou moeten plaatsvinden, daar werd verder niet over nagedacht. Maar nu Floortje op het punt staat richting Dante's hemel te vertrekken, wordt dat in ene een actuele vraag.

Tijdens het hele proces ondervindt Seeverens ook een aantal keren dat wat Jung sychroniciteit noemt. Op wikepedia wordt dit beschreven als:


Synchroniciteit (letterlijk: gelijktijdigheid) is een acausaal, verbindend beginsel, in 1930 geformuleerd door de Zwitserse psychiater en psycholoog Carl Gustav Jung. Van synchroniciteit is sprake wanneer twee of meer gebeurtenissen min of meer tegelijkertijd optreden in een voor de betrokkene zinvol verband, dat niet noodzakelijk als causaal wordt ervaren. Eenvoudig gezegd: je ervaart het als "meer dan gewoon toeval"; omdat de twee gebeurtenissen voor jou met elkaar te maken schijnen te hebben, maar niet zo dat het ene het andere heeft voortgebracht.


Het meest expliciete voorbeeld hiervan in het boek van Seeverens is het volgende. Floortje kan op een gegeven moment haar ontlasting soms niet meer ophouden en daarom slaapt zij op de stenen vloer van de hal waarop kranten zijn gelegd. Als de auteur op een ochtend de kranten verzameld, blijkt Floortje precies dat deel van de krant niet te hebben volgepoept, waarin een artikel staat van een arts over een mogelijk diagnose en behandeling voor dit verschijnsel. Toeval of niet? We kennen allemaal dit soort ervaringen.Dit boek van Seeverens is niet alleen voor mensen die leven met een hond de moeite waard om te lezen.


Over de auteur: Harrie Seeverens (1948) was internist en werkzaam bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.


ISBN 9789463381611 | Paperback | 174 pagina's | Uitgeverij Aspekt | maart 2017

© Ria, 16 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Koude Oorlog
Politiek – Diplomatie – Oorlog – Mens & Maatschappij – Spionage
Onder redactie van: Frank Oosterboer, Perry Pierik en Marcel Reijmerink
Met bijdragen van: J. van Dijk | P.J. Verstraete | R. Kurek | S. van Lochem |  R. Harthoorn | M. Lak | P. Pierik | F. OosterBoer | H. Seeverens | M.T. ter Haar |  H. Veldman | M. Reijmerink | R. van Rooij 


Op de achterzijde van het boek staat dat de Koude Oorlog zijn actualiteit heeft herwonnen, te voelen in de oplopende spanningen tussen het Rusland van Poetin en het Westen als een oude tegenstelling die weer is opgelaaid. Die actualiteit spreekt ook uit de vanaf 22 mei 2017 door de VARA uitgezonden nieuwe Duitse televisieserie The Same Sky (Der gleiche Himmel), waarin de leefomstandigheden in de Koude Oorlog in het Berlijn van 1974 centraal staan. Voor geïnteresseerden nog terug te zien op NOS Start Plus.
Op de voorzijde van het boek staat #1, wat wil zeggen dat dit het eerste boekje is in een reeks die uitgeverij Aspekt wil gaan uitgeven over de Koude Oorlog. In het voorwoord vragen de redacteuren, geïnteresseerde lezers of zij onderwerpen willen aandragen of zelf een artikel willen schrijven voor de komende bulletins.

In dit eerste boek uit de serie, waaraan veel verschillende schrijvers hun bijdrage hebben geleverd, worden verschillende aspecten van de Koude Oorlog nader belicht. Jos van Dijk neemt ons in het eerste essay mee naar de zomer van 1956 toen in het Poolse Poznan arbeiders protesteerden tegen het communistische regime. Hoe actueel dit is in de zomer van 2017 waarin opnieuw de Poolse bevolking de straat op gaat tegen het beleid van hun eigen regering, die de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht wil beperken, zie https://fd.nl/economie-politiek.


Van Dijk schrijft ook over de bloedige opstand van studenten in Hongarije in oktober 1956, waarbij in november van datzelfde jaar het Rode Leger door Rusland werd ingezet om de opstand neer te slaan, tot grote verontwaardiging van het Westen. Duizenden Hongaren ontvluchten destijds hun land. Zij werden onder andere in Nederland opgevangen.


Niet alleen de menselijke en sociale aspecten van deze bijzondere periode in de geschiedenis worden in de essays behandeld, maar ook de sporen die de Koude Oorlog in ons landschap hebben achtergelaten komen aan bod. In een essay van Saskia van Lochem – van der Wel, lezen we over het Korps Luchtwachtdienst. Dit korps is opgericht op 1 maart 1950 en bestond uit een netwerk van hoge uitkijkposten, verspreid over heel Nederland. Deze 276 luchtwachtposten werden bemand door 4500 luchtwachten, die op vrijwillige basis het luchtruim met een verrekijker aftuurden en uitkeken naar laagvliegende vijandelijke vliegtuigen.


Het boek bevat 13 van dergelijke essays uiteenlopend van Een persoonlijke ervaring van R. Harthoorn, Büren, Een Duits provinciestadje tijdens de Koude Oorlog van R. Kurek, De Gaulle en het naoorlogse Europa van H. Seeverens tot De invloed van de Koude Oorlog op management en organisatie van H. Veldman.


Stuk voor stuk bijzondere verhalen in deze eerste bundel over de Koude Oorlog, die bij mij met name de gevoelens opriepen aan die tijd. Niet die hele vroege periode van de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw die beschreven wordt in dit boek, maar voor mij vooral de latere periode van de jaren zeventig en die tijdens de raketdemonstraties in beginjaren tachtig. Ik begreep de volledige essentie als tiener in die tijd nog niet helemaal, maar er was je wel duidelijk gemaakt, dat er een ernstige dreiging uitging van die communistische kant van de wereld en je voelde ook de ongrijpbare angst die er was bij de volwassenen om je heen.

Allerlei aspecten van De Koude Oorlog, daar gaat deze bundel over en als het goed is, volgen er nog meer.


Over de auteurs:
Jos van Dijk (1947) is socioloog, voormalig docent in het hbo en bestuurslid van de Stichting tot Beheer van de Archieven van de CPN. 


Marie-Thérèse ter Haar
studeerde Russisch en Ruslandkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Al in de communistische tijd verbleef ze veelvuldig in Rusland en ze maakte er ook het einde van de Koude Oorlog mee. Tegenwoordig is ze nog zo'n 5 maanden per jaar in Rusland en volgt de ontwikkelingen daar nog steeds op de voet.


Dr. mult. Rudi Harthoorn studeerde natuurkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde op een natuurkundig en een economisch onderwerp. Hij publiceerde twee boeken over het oprollen van het communistisch verzet tijdens de oorlog en de rol van de Nederlandse inlichtingendiensten daarbij.


Reinhart Kurek is geboren en getogen in Büren, Duitsland. Hij is gepensioneerd politiecommissaris, lokaal historicus en was jarenlang voorzitter van de Heimatverein Büren eingetragener verein.


Dr. Martijn Lak (1977) studeerde Journalistiek aan de Hogeschool Utrecht en Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. In 2011 promoveerde hij aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op een proefschrift over de Duits-Nederlandse economische betrekkingen tussen 1945-1957.


Drs. Sandra van Lochem-van der Wel is als historisch geograaf gespecialiseerd in militair erfgoed, buitenplaatsen en groen monumenten. Al jaren houdt zij zich bezig met onderzoek naar luchtwachttorens en het Kops Luchtwachtdienst. Zij werkte als senior adviseur cultureel erfgoed en landschap bij Natuurmonumenten.


Frank Oosterboer (1958) is auteur en redacteur van diverse websites met een speciale belangstelling voor het naoorlogse Nederlandse dienstplichtleger en de ontwikkeling van kazernebouw.


Dr. Perry Pierik is uitgever, historicus en auteur van tientallen boeken en artikelen.


Marcel Reijmerink (1963) is historicus en auteur van verschillende fictie en non-fictie boeken. Hij bezoekt regelmatig Berlijn om op zoek te gaan naar verhalen en sporen van de Koude Oorlog.


René van Rooij is jurist en auteur. Als jurist doceerde hij aan de Rijksuniversiteit Leiden en was werkzaam als wetgevingsambtenaar bij het Ministerie van Justitie en juridisch adviseur van Shell en KPN. Als auteur publiceerde hij een aantal juridische boeken, romans en een biografie.


Harrie Seeverens (1948) was internist en werkzaam bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.


Hans Veldman (1957-2016) was Associate professor strategy Business University Nyenrode. Hij had een academische achtergrond in economie en Amerikaanse geschiedenis. Als onderzoeker richtte hij zich op distributiekanalen van internationale ondernemingen en op de strategische keuzes van Amerikaanse ondernemingen. Hij was auteur van zestien boeken.


Pieter Jan Verstraete (1956) is als "chef boeken" aan de stadsbibliotheek van Kortrijk verbonden. Als zoon van een gewezen beroepsmilitair is hij in Euskirchen, Duitsland, geboren waar hij het grootste deel van zijn jeugd doorbracht. Sinds zijn huwelijk in 1987 met Ann Augustyn woont hij in Kortrijk. De auteur publiceerde tot nu toe 34 boeken en 15 brochures naast tal van artikels, opstellen en recensies in diverse tijdschriften en jaarboeken. 


ISBN 9789461538864 | Paperback | 154 pagina's | Uitgeverij Aspekt | juni 2017

© Ria, 14 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Rock and Soul Deep South Rock and Soul Deep South
A journey to the birthplace of rock and roll, its origins and beyond
Dirk W. de Jong

Een prachtig fotoboek over het zuiden van de Verenigde Staten, met foto's van de plaatsen, artiesten en onbekenden. De foto's tonen allerlei kanten van de streek en laten regelmatig ook het verval zien.

Het boek is verdeeld in 8 hoofdstukken:

Rosine Kentucky (bij het hoofdstuk staat Uncle Pen Kentucky)
Nashville
Memphis
Muscle Shoals
Mississippi
Louisiana
New Orleans
Deep South

Het voert te ver om alle foto's te beschrijven, maar twee vielen mij toch wel op. Een foto was van Willie De Ville, op het platteland, met bijbehorende kleding en natuurlijk een jachtgeweer. Dat vond ik wel een verrassende  foto, omdat ik hem toch meer met de grote stad associeer.


Een andere foto heeft als titel 'Lookalike' en aan het kapsel en de kleding van de man kun je zien dat hij op Elvis Presley zou moeten lijken. Helaas lijkt hij daar totaal niet op. Hij is mager en heeft een flinke mond. De overdreven zwarte kuif geeft wel wat weg, maar maakt de gelijkenis ook niet groter. Helaas staat er nu juist bij deze foto weer geen verhaal.

Het boek vertelt ook de verhalen, vaak bij de foto's, maar niet altijd. Dat laatste vind ik wel eens een nadeel. Soms zie je foto's, waarbij je best meer zou willen weten, van wat er op te zien is en soms lees je een verhaal, waar geen foto bij te vinden is.
Zo is er een verhaal over de Grand Ole Opry, maar kan ik daar geen foto van vinden. Er staan wel foto's van andere zaken in, maar die komen dan weer niet ter sprake in het boek. Ook bij de foto's van Mardi Gras  in New Orleans is helaas geen verhaal te vinden. Soms staan de foto's ook in een andere volgorde dan de verhalen. Dat de verhalen in het Engels zijn geschreven, zou je misschien ook als een nadeel kunnen ervaren. De verhalen zijn overigens wel de moeite waard.

Zie ook www.dirkwdejong.com 


ISBN 9789082308679 | Hardcover | 168 pagina's | Concerto Books | mei 2017
NUR 652

© Renate, 18 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER