Nieuwe recensies Non-fictie

Als de man verliest
Omgaan met tegenslag, verdriet en rouw
Tim Overdiek en Wim van Lent


Peter van Uhm, commandant van de Nederlandse strijdkrachten wiens zoon in Afghanistan omkwam, schrijft in het voorwoord over de kracht van kwetsbaarheid. Dat is in feite ook de belangrijkste boodschap van dit boek: man, durf te zijn wie je ten diepste bent! Mannen zijn daar meestal niet zo goed in, wél in het verdringen van hun gevoelens of ze ver-werken dat in de letterlijke zin van het woord. Mannen zijn vaak meer gericht op doén dan op het doorleven van emoties. Die ervaren ze vaak als bedreigend of niet-passend bij hun mannelijkheid.


De auteurs zijn echt persoonlijk bij het onderwerp betrokken en weten goed waarover ze praten. Hun toon is vaak direct en zelfs wel pittig, echt de manier waarop mannen onder elkaar praten. Ze kennen hun pappenheimers vanuit jarenlange praktijkervaring als therapeut. Dit is dan ook een echt ‘mannenboek’, dóór mannen en vóór mannen. Je moet er af en toe een beetje tegen kunnen maar boeiend is het wel en het is wel effectief.


Een aantal mensen komt in dit boek aan het woord waaronder Van der Heijden die na de dood van zijn zoon het boek ‘Tonio’ schreef. Hij zegt dat ‘de pijn mag blijven’ en voelt zich nog steeds Tonio’s vader.


Het leven is in vele opzichten minder maakbaar en voorspelbaar dan mannen lief is, zo blijkt in alle hoofdstukken van dit boek. Hoe gaan mannen daar mee om? Het inzicht dat de schaduwen bij het leven horen en dat vrijwel niemand daaraan ontkomt, is vaak een lang en moeizaam proces waarin de aanvaarding van de levenspijn langzaam maar zeker groeit.


‘Rouw is een grillig pad, waarop je vaak verdwaalt en door de pijn en het gemis zelfs helemaal niet wilt zijn’, pag. 35.


Rouw valt mensen zwaar, is ongemakkelijk en het kost veel geestelijke energie om daar op een eerlijke wijze mee om te gaan. Mannen lopen er liever voor weg, vluchten in hun drukke werk en zoeken dat dan nadrukkelijk op, ze raken aan de drank of storten zich op hun hobby. Het zijn voor de hand liggende valkuilen die aanvankelijk een oplossing lijken te bieden maar na verloop van tijd juist het tegenovergestelde effect teweeg brengen. ‘Rouwen is noodzakelijke pijn. Rouwen is werken aan je pijn’, pag. 43. Man, durf de confrontatie met je diepste wezen aan: die boodschap willen de auteurs steeds weer overbrengen.


De auteurs zijn bij mannen betrokken en brengen ook hun eigen levenservaringen in. In vele kaders - ‘time-out’ geheten - worden goede, vaak stevige vragen gesteld en opdrachten aangereikt waardoor je flink met jezelf aan de slag moet. Kernmomenten uit de tekst worden zo vertaald naar de lezer met als onderliggende, ietwat dwingende boodschap: wat doe jíj hiermee? Die benadering hebben veel mannen nu eenmaal nodig en die past ook goed bij hun eigen omgang met dingen. De kunst is om weer balans in het leven en vooral in jezelf te vinden. De balans tussen controle over de situatie willen uitoefenen en gebeurtenissen toe te laten.


Het is goed dat dit boek is verschenen want mannen zíjn anders en rouwen ook anders dan vrouwen. Dat blijkt uit alle verhalen van mensen die in dit boek aan het woord komen en uit hetgeen de therapeuten aanreiken. Theoloog en Eerste Kamerlid voor Groen Links zegt het treffend: ‘Voor mij is mannelijkheid niet zozeer een eigenschap of kwaliteit, maar meer een beeld of verwachting van wat en wie we kunnen zijn’, pag. 131.
De uitdaging voor mannen is om hun kwetsbaarheid te tonen, te zijn zoals ze zich ten diepste voelen. Dat is vaak een hele stap maar gaandeweg ontdekken ze hoe bevrijdend dit is: hun innerlijke isolement wordt – eindelijk – doorbroken.


Er zijn hoofdstukken over de relatie tot de eigen vader, de familielijn en participeren in een mannengroep waarin persoonlijke levenservaringen worden gedeeld. Pittig en nogal confronterend is het hoofdstuk over seksualiteit en intimiteit. Ongemakkelijke onderwerpen als het heimelijk kijken naar porno en de seksuele verhouding tot de partner worden hier besproken. Ook wat dit onderwerp aangaat, is de vraag die de auteurs aan de lezer voorhouden: durf eindelijk eens open tegenover jezelf en eerlijk tegenover anderen te zijn.


Het boek eindigt met 7 actiepunten en benoemt een top-5 van onderwerpen die aan het einde van het leven een rol spelen. Waar mensen dan het meest mee worstelen, zijn gevoelens van spijt over ‘Trouw blijven aan jezelf, niet zo hard werken, emoties durven tonen, contact houden met je vrienden en kinderlijk gelukkig zijn’, pag. 296.
Het zou goed zijn dat veel mannen dit boek lezen en er vooral ook uit gaan leven!


ISBN 978 94 638 2062 2 | Paperback | 315 pagina’s | Balans Amsterdam | september 2019

© Evert van der Veen, 20 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Srebrenica overleven
Hasan Hasanović


De schrijver verloor tijdens de oorlog in Bosnië in de jaren 90 zijn broer, vader en een oom. Deze strijd verscheurde dit land en zette groepen mensen, die voorheen vredig met elkaar samenleefden, tegen elkaar op. De oorlog krijgt in dit eenvoudig vertelde verhaal een menselijk gezicht. Het verhaal van Hasan is ook bedoeld als een manifest om de aandacht te vestigen op hetgeen zich hier heeft afgespeeld. Het lijkt immers alweer zo lang geleden en speelde zich op tamelijk veilige afstand van ons af…


De titel van het eerste hoofdstuk is veelzeggend: ‘Vóór de oorlog – de gelukkige tijd’. Hasan beschrijft zijn jeugd die gelukkig was. Hij groeide op in een fijn gezin, men had het naar de normen van dit land in die tijd goed. Zijn woonplaats is op 25 km. ten zuidoosten van Srebrenica gelegen. We lezen iets over het leven thuis, de gang naar school, het boerenbedrijf en de boomgaarden. In de jaren 90 verandert er iets: Servische moslims richten een eigen partij op waardoor anderen, Bosniërs, zich bedreigd voelen.


Het gezin van Hasan trekt weg omdat men zich bedreigd voelt en daarmee komt een einde aan een onbezorgde tijd:


‘Ons leven in het dorp was mooi geweest. Toen kwam de oorlog en alles werd in de as gelegd… Het was alsof onze hele wereld tot stof en as was vergaan. Er was alleen nog hoop – de hoop dat we zouden overleven’, pag. 49.


De Servische bombardementen zijn hevig en in Srebrenica zijn op een gegeven moment 60.000 vluchtelingen. De situatie wordt steeds penibeler, er ontstaan voedseltekorten. ‘Ik voelde met als in een concentratiekamp’ schrijft Hasan.


In 1993 wordt Srebrenica tot VN-veilig gebied verklaart en dat geeft de mensen hoop. Er komt humanitaire hulp en in 1994 komt er Nederlandse militairen van UNPROFOR. Hasan voelt zich echter minderwaardig tegenover hen. Nadat de Nederlandse militairen weggaan, valt Srebrenica 11 juli 1995 in Servische handen. Samen met duizenden andere mannen en jongens vormt Hasan de ‘colonne’ die naar Tuzla trekt. Het is een barre en gevaarlijke tocht omdat ze voortdurend worden beschoten. Toch wordt Hasan in Tuzal met familie herenigd.


Na een studie gaat hij werken in het Srebrenica Genocide Memorial Centre en verzorgt daar rondleidingen. Ook geeft hij lezingen over heel de wereld. Veelzeggend zijn de woorden waarmee Hasan zijn verhaal besluit: ‘Srebrenica is niet meer wat het was. Ik besef dat ik ze enkel in mijn verbeelding zie, de mensen die ik elke dag mis – en die ik elke dag meer en meer mis…..’, pag 166.


ISBN 978 94 6310 484 5 | Paperback | 166 pagina’s | Polis Kalmthout | oktober 2019

© Evert van der Veen, 19 november 2019

Lees de reacties op het forum en / of reageer, klik HIER

 

Wij overleefden
De laatste ooggetuigen van de Duitse bezetting
Sytze van der Zee


In dit boek heeft de auteur zo’n 80 mensen gesproken van uiteenlopende achtergrond en hun verhalen over wat zij in de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt, opgetekend. ‘Dit boek gaat dan ook niet over de oorlog, maar over mannen, vrouwen en kinderen in de oorlog. Zij vertellen allen hun relaas, wat ze hebben meegemaakt, hebben waargenomen, hebben gehoord’, pag. 8.


De meeste mensen komen meerdere keren voor in het boek omdat de auteur voor een chronologische opzet heeft gekozen. Er zijn twee inleidende hoofdstukken als inleiding op de oorlog. Vervolgens zijn er hoofdstukken waarin ieder oorlogsjaar afzonderlijk centraal staat en in een afsluitend hoofdstuk komt de bevrijding aan bod. De titels van hoofdstukken zijn citaten uit de gesprekken.

Dat de meeste mensen meerdere keren aan het woord komen, is omdat hun verhaal op meerdere delen van deze opzet betrekking heeft. - De vraag is of het opknippen van de verhalen in deze chronologische opzet veel toevoegt aan het boek. Voor de eenheid van de verhalen was het wellicht mooier geweest om iedere persoon één keer aan het woord te laten.- Toch is dat van ondergeschikt belang want de inhoud is ronduit aangrijpend.


In dit boek gaat het niet om de grote militaire en politieke gebeurtenissen. Die vormen hooguit de achtergrond van wat mensen vertellen. Het zijn de kleine herkenbare gebeurtenissen van wat mensen overkwam en wat zij moesten ondergaan. De oorlog krijgt in dit boek – voor zover dat kán natuurlijk – een menselijk gezicht: het zijn altijd ménsen die het slachtoffer worden en die hier niet om hebben gevraagd. De lezer komt zo heel dicht bij die tijd want dit boek beschrijft het dagelijkse leven van gewone mensen.


Het boeiende van dit boek is ook dat er mensen met een tegengestelde achtergrond aan het woord komen: Joden, Duitse emigranten (die voor de oorlog in Nederland hun toevlucht zochten) maar ook kinderen van NSB’ers, kinderen van communisten, verzetsmensen en mensen uit Indië. Hun verhalen schetsen een scherp tijdsbeeld van toenemende armoede, honger en de zoektocht naar voedsel, angst, bombardementen, onderduiken, verraad, verzet, terreur, wanhoop en overlevingsdrang.


Aanvankelijk, in de periode voorafgaan aan de oorlog, zien de meeste mensen het dreigende gevaar van de veranderingen in Duitsland niet. Benno Troostwijk uit Leeuwarden is één van de weinigen die zegt: ‘In tegenstelling tot de meeste mensen in Nederland had vader zich al die jaren grote zorgen gemaakt oer wat er in Hitler-Duitsland gebeurde, de Kristallnacht en de andere excessen van de nazi’s. Hij leefde erg mee met de Joden daar’, pag. 59.


De lezer voelt in de verhalen de toenemende terreur in de eerste oorlogsjaren. Er zijn mensen die het bombardement op Rotterdam hebben meegemaakt; anderen hebben in Den Helder hevig geleden onder de vele bombardementen op deze havenstad.

Er komen kinderen aan het woord wier ouders bevriend waren met Mussert en Rost van Tonningen terwijl andere kinderen iets weten van het verzet waar hun ouders bij betrokken zijn.


Vanaf 1941 zijn er razzia’s en de vele verhalen over mensen die onderduiken, soms worden opgepakt, van het ene adres naar het andere moeten vluchten vanwege onveiligheid maken duidelijk wat die razzia’s uitwerken. Na verloop van tijd waren alle Joden uit het straatbeeld verdwenen. Niet alle Joden zijn gelovig maar zij voelen zich meestal wel Joods en leven ook in de Joodse traditie. Opvallend is wat Virry de Vries uit Amsterdam zegt: ‘Joods werd ik in mei 1942, doordat ik opeens een ster moest gaan dragen’, pag. 131. In die tijd gaat het net rond Joden zich steeds meer sluiten en worden hen steeds meer vrijheidsbeperkende maatregelen opgelegd.


Het blijkt dat mensen niet precies weten wat er met Joden en anderen gebeurt die via Westerbork naar concentratiekampen in Duitsland worden afgevoerd. Er is soms wel een vaag vermoeden maar de verschrikkelijke werkelijkheid is té erg om geloofwaardig te zijn. Toch zijn er mensen die wel beseffen dat er iets ernstigs aan de hand is: ‘Wie zich meldde, werd door de Duitsers meestal meteen vastgehouden. Wij wisten: dat is de dood. Mijn ouders zeiden: Die mensen worden vermoord’, pag. 141.


Er zijn veel verhalen over bombardementen en alles wat die teweeg brengen: schuilkelders, huis en alle bezittingen verliezen, wegtrekken en overleven. Ook mensen die in Westerbork zijn geweest, komen aan het woord en vertellen over hun ervaringen in dit kamp. Er zijn ook mensen die hun herinneringen hebben verdrongen.


Aangrijpend is de afscheidsbrief van een vader die wordt geëxcecuteerd: ‘Ik draag dit tragisch lot volkomen kalm. Ik heb steeds naar mijn overtuiging geleefd en mijn grote liefde voor de arbeiders was steeds mijn richtsnoer. Voor jullie, lieve vrouw en kinderen, had ik daarenboven een grote persoonlijke liefde. In mijn werk en in mijn gezin lag mijn geluk en ik heb het met volle teugen genoten’, pag. 190.


Er is een verhaal van een ‘goede’ Duitser die gevangenen op het station hielp om te vluchten door een seintje met zijn pet te geven en er zijn verhalen van mensen die de slag om Arnhem, het drama van Putten en inundatie van Walcheren hebben meegemaakt. Ook koeriersters, jonge meisjes, komen aan het woord en vertellen hoe het soms maar net goed ging. 


Dit buitengewoon aangrijpende boek voegt veel toe aan alle boeken die er al zijn en nog zullen komen over de Tweede Wereldoorlog. Het is zeer waardevol dat de auteur deze verhalen van mensen die toen kind waren, heeft opgetekend. Nu kan het nog want de geïnterviewden zijn allen op hoge leeftijd en zullen er over een klein aantal jaren niet meer zijn. Nú zijn hun verhalen gelukkig bewaard en ze vertellen op menselijke schaal over de verschrikking van oorlog.


ISBN 978 90 446 3842 4 | Paperback | 464 pagina’s | Prometheus Amsterdam | september 2019

© Evert van der Veen, 19 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De zeven steden
Een reis door duizend jaar geschiedenis: hoe ideeën uit de oudheid ons bereikten
Violet Moller


De auteur beschrijft in dit boek hoe de kennis over de astronomie, wiskunde en geneeskunde sinds de oudheid is blijven bestaan en verder is verspreid over de wereld. De lezer volgt de belangrijkste ideeën van de grootste wetenschappers uit de oudheid en ontdekt de eeuwenoude basis van de hedendaagse geneeskunde. Ook  is er een kennismaking met de bronnen waaruit onze wiskunde en astronomie zijn ontstaan.


Het boek leest als een reis naar kennis rond de Middellandse Zee. Mensen zijn nu eenmaal altijd nieuwsgierig naar de wereld om hen heen, willen graag begrijpen hoe dingen zijn ontstaan en functioneren, leggen graag verbanden. Kennis is macht luidt het gezegde en de drang naar kennis ís ook een vorm van intellectuele macht. Wie iets weet en doorziet, is niet langer afhankelijk van hoe het leven – soms onvoorspelbaar – verloopt maar kan dat proces beïnvloeden. Dat zien we met name in de geneeskunde en in de afgelopen eeuwen hebben we daar ook de vruchten van mogen plukken.


Het boek ontleent zijn titel aan zeven steden die in dit proces van verspreiding van kennis een belangrijke rol hebben gespeeld gedurende een periode van meer dan duizend jaar. We komen in Egypte, in Alexandrië ten tijde van de 6e eeuw waar destijds de grootste bibliotheek ter wereld was en van waaruit contacten waren met o.a. Athene, Rome en Constantinopel.


Vervolgens voert de auteur ons naar Bagdad ten tijde van de 9e eeuw, het hart van de islamitische cultuur waarvan toen werd gezegd: ‘… de wetenschap bloeit er. Hier is het beste van alles dat de moeite van het beschouwen waard is, en alles wat elegantie in zich bergt wordt erheen getrokken’. De geografische ligging, dicht bij het snijpunt van de Eufraat en de Tigris, heeft deze ontwikkeling bevorderd. Het boek beschrijft ook de toenmalige architectuur waarvan in diverse musea het een en ander is te bezichtigen.


Aan de andere kant van de Middellandse Zee ligt Spanje waar twee steden aandacht krijgen: Córdoba met veel oosters-islamitische invloeden en Toledo waar het katholicisme belangrijk werd.


Italië is vertegenwoordigd in Salerno, een drukke havenstad met een middeleeuwse medische school. Boeiend is het verhaal van de koopman Constantijn die door ziekte kennis maakt met medici in Salerno, zelf in zijn geboortestad Carthago geneeskunde gaat studeren en later met veel medische boeken in Salerno terugkeert. Dit wordt het begin van een medische cultuur in deze stad.


Palermo, de hoofdstad van Sicilië, is een levendige mengeling van culturen en dat heeft alles te maken met de strategische ligging van dit eiland met wijngaarden, olijfbomen en tarwe op de vruchtbare grond.


De laatste stad is Venetië waar de drukpersen geometrie mogelijk maakten. Zo konden de grote aantallen geschriften over het sterrenstelsel en de geneeskunde nog beter konden worden verspreid. Een drukker moest een veelzijdige opleiding en brede kennis van zaken hebben: hij moest ambachtsman, zakenman en geleerde zijn. Een Franse ambassadeur noemde Venetië in de 15e eeuw ‘de meest glorieuze stad die ik ooit heb gezien, uiterst respectvol jegens ambassadeurs en buitenlanders, bestuurd met veel wijsheid, en God dienende met de grootste toewijding’.


Na 1500 is er veel veranderd en hebben centra van ontwikkelingen zich ook verlegd. Respectabele steden uit de oudheid verloren hun toonaangevende betekenis en er kwamen nieuwe steden elders in Europa voor in de plaats. Twee kaartjes voor in het boek laten zien dat deze steden allemaal rond de Middellandse Zee, waar al deze landen omheen liggen, handel met elkaar dreven en zo ook kennis uitwisselden en elkaar culture invloeden ondergingen.


Waarom – slechts - deze zeven steden? De auteur zegt daarover: ‘Natuurlijk had ik ook andere steden kunnen opnemen, maar me beperken tot die steden waar de belangrijkste teksten werden bestudeerd en vertaald leek me de beste manier om in dit uitgebreide verhaal niet de weg kwijt te raken’, pag. 20. Zij heeft in dit boek veel uiteenlopende kennis verzameld en met elkaar in verband gebracht. Dit reisverslag geeft dan ook een levendig beeld van ons gemeenschappelijke intellectuele erfgoed. Dit boek is de moeite waard voor iedereen die geïnteresseerd is de ontwikkeling van onze cultuur.


ISBN 9789029093552 | Hardcover | 320 pagina’s | Meulenhoff Amsterdam | 10 oktober 2019

© Evert van der Veen, 18 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Oorlog aan de Overkant
Sanne Biesheuvel


Dirk Biesheuvel (1926-1991) is in 1946 als dienstplichtig militair uitgezonden naar Nederlands-Indië. Bij de keuring had hij aangegeven dat hij niet wilde gaan vechten zodat hij ingezet werd vals hospik, en na een korte opleiding verscheepte hij zich met vele anderen naar het verre Indonesië. Zonder eigenlijk precies te weten hoe de situatie daar was. Hij was überhaupt nooit buiten Nederland geweest. Zijn bataljon was actief in West- en Midden Java.


Na de dood van haar vader vond dochter Sanne zijn dagboekverhalen en besloot er een boek van te maken. Zij deed onderzoek naar de achtergrond van de oorlog, maar maakte vooral gebruik van de dagboeken. Daaruit wordt duidelijk dat hij niet echt een goed beeld had van wat de situatie was. ‘Een gewoon soldaat werd niets verteld’. Hij moest de gewonden verzorgen, de gesneuvelden afleggen en kisten, en kon alleen uit het aantal gewonden afleiden dat er al of niet een zware strijd was geweest.


Toch was hij getuige van akelige dingen, zoals die in een oorlog voorkomen: mishandelingen, het zonder pardon neerschieten van (onschuldige) mensen, waarbij ook vrouwen en kinderen slachtoffer werden. Zelf bleef hij er van overtuigd dat hij daar was om te helpen, om zieken en gewonden bij te staan, en wilde hij liever niets weten van de strijd die gevoerd werd. Dan keek hij nogal eens een andere kant uit.
Maar door zijn welwillende en open houding was hij geliefd bij de inlanders. Behalve dat hij er vrienden maakte, ontmoette hij er ook het meisje waar hij meteen verliefd op werd. Tati heette ze.


Het boek vertelt over de belevenissen van Dirk, een eerlijk verhaal over zijn omgang met de Indonesische bevolking, zonder dat hij een oordeel velde over de strijd. Wat er precies gebeurde, daar bemoeide hij zich niet mee. Liever genoot hij van de natuur, hij wandelde in de omgeving en bezocht dorpjes, praatte met vissers en kleine handelaren. Hij leerde de mens op vele manieren kennen: hij verzorgde mannen die gewond waren door kogels, door bommen, maar ook mannen die door de omgang met de plaatselijke schonen geslachtsziekten opliepen! En hij werd ingezet op de vrouwenafdeling, hielp bij bevallingen.
Van alles wat hij meemaakte vertelde hij na terugkomst in Nederland nauwelijks iets aan zijn gezin. En nee, Tati werd niet zijn vrouw. Toen Dirk na 27 jaar terug ging naar Indonesië bezocht hij vele oude bekenden, maar moest hij ook constateren dat er veel veranderd was.


Wat Sanne Biesheuvel in ieder geval niet doet is het verhaal van haar vader romantiseren. Het is een vrij zakelijk verslag met veel feiten geworden. Dit is een van de zeldzame passages in het boek waarin Dirk laat merken wat het met hem doet:


‘Ik zag de angst op de gezichten van de mensen, het was afschuwelijk. Het gekreun en de smeekbedes van de mannen die gemarteld werden om hen tot een bekentenis te dwingen, gingen door meg en been. Ik probeerde mijn gevoel zo veel mogelijk uit te schakelen, ik probeerde niets te zien en niets te horen en gewoon te doen wat er van mij gevraagd werd. Dat lukte maar ten dele en ik stond met afschuw naar de grond te staren, wensend dat het allemaal maar snel voorbij zou zijn.’


Als lezer weet je overigens niet wat er precies zo door de vader van de schrijfster verteld wordt en wat er uit haar pen gevloeid is. In een nawoord vertelt Sanne Biesheuvel dat in ieder geval plaatsen, data en namen overeenkomstig de dagboeken zijn. Persoonlijke getuigenissen van mensen aan wie ze nog vragen kon stellen zijn in het verhaal verwerkt, en de historische feiten kloppen tot zover ze tijdens het schrijven bekend waren.


De ‘oorlog aan de overkant’ is ‘een van de zwarte bladzijdes in de geschiedenis van Nederland. De propaganda destijds gaf een eenzijdige en opportunistisch beeld van de strijd die onze vaders en opa’s daar voerden. Na terugkomst werden zij niet gehoord en niet gezien, velen van hen hebben de rest van hun leven stilzwijgend hun oorlogstrauma’s bij zich gedragen.'


Midden in het boek vinden we een aantal foto’s van de betrokkenen, die Dirk zelf gemaakt heeft. En achterin zit nog een woordenlijst en een kaart.
Sanne Biesheuvel debuteert met dit verhaal van haar vader.


ISBN 9789062656134  | Paperback met flappen | 312 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | augustus 2019

© Marjo, 7 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dit is geen propaganda
De oorlog tegen de waarheid
Peter Pomerantsjev


We leven in een tijd van zogenaamd nepnieuws. Social media als Facebook, Twitter en Instagram overspoelen ons met verzonnen nieuwsberichten. We worden we als consumenten van nieuws dagelijks overspoeld met verhalen die in meer of mindere mate zijn verzonnen en zó zijn gemaakt zoals de makers dat wensen om daarmee onze mening te beïnvloeden. De makers van nepnieuws weten precies hoe ze ons moeten bedienen om ons te manipuleren. Joseph Goebbels zei ooit: 'Als je één keer liegt is het een leugen, als je het duizend keer doet, de waarheid.' Niet alleen machtige landen als de VS, Rusland en China maken zich hieraan schuldig: overal ter wereld ontdekken regimes de macht die nepnieuws - ingezet als propaganda -over de burger heeft.


Een Tsjechische dertiger, opgegroeid in communistisch Praag, vertelde me ooit over zijn eerste schooldag nadat de Fluwelen Revolutie het regime ten val had gebracht. „Alles wat jullie tot gisteren is verteld, was een leugen”, had zijn leraar die dag gezegd bij het binnenkomen van het klaslokaal. „Vanaf vandaag krijgen jullie de waarheid te horen.”


De waarheid lijkt wel een knop die je kunt omzetten, van de ene set zekerheden naar de volgende. Volgens de auteur wordt de waarheid inmiddels permanent ondermijnd zodat deze niets meer voorstelt. We twijfelen voortdurend aan wat klopt en wat niet juist is zodat de feiten zelf bijzaak worden.


Pomerantsev maakt er geen theoretisch verhaal van maar verweeft zijn analyse met zijn eigen familiegeschiedenis. Zijn vader was schrijver en journalist in de USSR maar hij vluchtte en werkte vervolgens voor de BBC. De Russische wereld van leugens en bedrog begint nu wereldwijd te worden.


Een jongeman in de Filippijnen geeft een inkijkje in de werking van digitale desinformatie. Hij vertelt hoe hij Facebookgroepen opzette voor een groot aantal steden. Toen er honderdduizenden leden binnen waren, begon hij met het delen van sensationele nieuwsberichten over drugsgerelateerd geweld – eens per dag, genoeg om de angst aan te wakkeren. Zijn opdrachtgever was presidentskandidaat Duterte, die vervolgens met de aankondiging van een genadeloze drugsoorlog de verkiezingen won.


Aan de frontlijn in Oost-Oekraïne ziet Pomerantsev hoe Russische en Oekraïense tanks elkaar beschieten – niet om de tegenstander uit te schakelen, maar voor het journaal. Dat moet de oorlogsstemming aan het thuisfront versterken, die op zijn beurt weer voor de benodigde steun voor leger en regering zorgt. De fictie baart de feiten, in plaats van andersom. We weten niet meer waar en op wie we kunnen vertrouwen en staan daarom onzeker en gedesoriënteerd tegenover elkaar. ‘Politici weten niet meer waar hun partij voor staat, bureaucraten weten niet meer waar de macht zich bevindt’, schrijft hij. We moeten niet denken ‘dat de implementatie van een paar technische aanbevelingen in nieuwe informatietechnologieën alles kan repareren.’


De acteur ziet als oplossing dat er betere controle op nepnieuws komt en dat er meer aandacht is voor oplossingsgerichte en constructieve journalistiek. De vraag is echter hoe we dat organiseren want we hebben te maken met de macht van Big Tech, de ongrijpbaarheid van grote bedrijven. Daarom voelen kiezers zich machteloos en onbegrepen.


Een intrigerend boek met een boeiende en ook wel onthutsende visie op onze wereld.


ISBN 978 90 488 3939 1 | Paperback | 286 pagina’s | Hollands Diep | oktober 2019 | september 2019
vertaling: Willem van Paassen

© Evert van der Veen, 4 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Keto for one
Het keto-dieet in 100 makkelijke en snelle eenpersoonsgerechten
Dana Carpender


Omdat niet iedereen weet wat een keto-dieet is: het is een dieet dat zo weinig koolhydraten bevat dat je lichaam gedwongen wordt vet te gebruiken als belangrijkste brandstof. Je kunt via strookjes of andere testen controleren of je 'in ketose' bent. Wat wil zeggen dat je daadwerkelijk vet verbrandt en geen koolhydraten. Maar die test zegt niets over de bron van het vet. Het kan gewoon het vet zijn van je laatste maaltijd in plaats van het door velen zo gewenste lichaamsvet. Dus als je wilt afvallen moet een deel van het vet dat verbrandt wordt van je eigen vetvoorraad af komen.


Het probleem is echter hoeveel vet moet je eten? Dat is afhankelijk van je eiwit- en koolhydraatinname. In het boek staan twee benaderingen over het berekenen van de te nemen hoeveelheid vet want op dit punt is het nog steeds moeilijk om unaniem uitsluitsel te geven wat nu de ideale verhoudingen eiwitten, koolhydraten en vetten voor iemand zijn. Een veelgehoorde opvatting is dat je maximaal 20 gram koolhydraten en minstens 80 procent van je calorieën uit vet moet bestaan. Het is een mogelijk handige richtlijn maar je kunt beter aanhouden wat voor jezelf goed voelt, als je maar in ketose blijft.


Na deze toelichting vertelt de schrijfster welke materialen ze gebruikt (o.a. keramische anti-aanbakpan) en waar je in de supermarkt op kan letten om porties voor 1 persoon te kunnen maken zonder een enorm restant aan ingrediënten over te houden. Verder zijn er nog enkele tips voor de bereiding en samenstelling van de maaltijd.


En dan begint het koken zelf. Te beginnen met eieren die op allerlei manieren bereid worden, maar veelal zijn het omeletten met verschillende vullingen.
Gevolgd door lekkere soepjes en allerlei soorten 'rijst' ofwel bloemkoolrijst.  Gevolgd door diverse maaltijdsalades.
Persoonlijk vind ik deze recepten qua groente nogal karig. Ofwel de hoeveelheden groenten zijn niet echt groot.


De warme hoofdgerechten bestaan uit eenvoudige vlees en visgerechten. Er wordt regelmatig gebruik gemaakt van Konjacpasta, wat erg moeizaam te verkrijgen is in de supermarkten. De recepten zijn wel aardig maar als je een beetje handig met koken bent verzin je deze gerechten zelf ook wel en misschien nog wel meer.
Echt spectaculair is het dus allemaal niet. Er staan wel aardige dingen in maar heel bijzonder is het niet. Het zijn veelal vleessoorten en vissoorten met een aantal kruiden en eventueel een saus erbij.


Wat wel een voordeel is, is dat er bij het eten weinig gebruik wordt gemaakt van slagroom, crème fraîche etc. wat in andere koolhydraatarme receptenboeken wel veelvuldig wordt gebruikt. Alles is vrij puur en zuiver gehouden. Alleen in het 'snacks en zoet' hoofdstuk wordt wèl de slagroom tevoorschijn gehaald maar ook niet in grote hoeveelheden.


In het boek staan verder enkele dingen die in Nederland moeilijk te krijgen zijn. Vooral de genoemde zoetstoffen en de wei producten met een smaakje zijn slecht te vinden evenals de konjac pasta's. (deze laatste bij twee supermarkten verkrijgbaar) Ook de MCT olie is hier (nog) relatief onbekend. Dat is helaas altijd het nadeel van kookboeken die door iemand uit een ander land geschreven zijn. Het aantal ingrediënten per gerecht is wel beperkt gehouden wat weer een groot pluspunt is.


Al met al is het een aardig kookboek met makkelijke recepten, maar als je je al een beetje verdiept hebt in een keto-dieet zijn de recepten niet echt verrassend.


ISBN 9789022336526 | Paperback | 175 pagina's | Uitgeverij Manteau/Standaard uitgeverij | oktober 2019
Vertaald door Roselle de Jong/Vitataal

© Dettie, 31 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het boek over de mensheid
Een geschiedenis van cultuur, seks, oorlog en onze evolutie
Adam Rutherford

 

‘We zijn bijzonder, maar we zijn ook gewoon materie. We zijn dieren, maar we gedragen ons als goden’, aldus de auteur in de inleiding. Op licht relativerende toon beschrijft dit boek de ontwikkeling - althans een aantal aspecten daarvan, zoals de ondertitel aangeeft - van de mensheid als levende soort op aarde. De leidende vraag daarbij is steeds wat het cruciale verschil is tussen mens en dier want de overeenkomsten zijn groter dan wij denken.


Zo’n 45.000 jaar geleden vond er een belangrijke culturele verandering plaats die ons mens-zijn sterk heeft beïnvloed. Dit wordt wel genoemd ‘onze grote sprong voorwaarts’. Het is een keerpunt in onze geschiedenis geworden.


De auteur citeert Darwin nogal eens en hoewel hij het niet in alles met hem eens is – de wetenschap heeft zich sindsdien uiteraard ook fors doorontwikkeld – is hij wel onder de indruk van zijn inzichten die diverse keren goedkeurend en vrij uitgebreid worden geciteerd. ‘Al het leven is geëvolueerd’, pag. 23, is dan ook één van de elementaire inzichten in dit boek. Zolang er overal op aarde mensen zijn geweest, oorspronkelijk in verschillende soorten zoals préhistorische vondsten hebben aangetoond, hebben zij zich doorontwikkeld tot de huidige mens.


Rutherford, vooraanstaand Brits geneticus, legt steeds verbanden tussen mensen en dieren en die blijken vaak verrassend zijn. Altijd zijn er wel dieren die hetzelfde doen of kunnen als mensen, al dien je dit uit historisch oogpunt juist om te draaien want mensen komen in het totale evolutieproces nog maar net kijken. Dieren zijn ons qua ontstaansperiode vele slagen voor.


Mensen beschikken weliswaar over hersenen maar 1% van de dieren heeft ook hersenen zoals de schrijver aangeeft. Het boek noemt veel interessante voorbeelden van dergelijke overeenkomsten en verschaft de lezer enorm veel informatie over dieren en hun levenswijze in relatie tot mensen. Steeds blijken mensen en dieren veel gemeenschappelijk te hebben maar mensen onderscheiden zich uiteindelijk van dieren doordat zij op gerichte wijze kennis overdragen. Al is het mijns inziens wel zo dat met name moederdieren hun jongen dingen voordoen en hen op die manier iets leren van hun levenswijze. Mensen doen dit echter systematischer en doordachter want ‘culturele overdracht is een enorm belangrijk idee in onze eigen evolutie’, pag. 54.


De auteur spreekt over de ontwikkeling van werktuigen waar mensen en dieren gebruik van maken en de ontdekking van vuur lang geleden: ‘waarschijnlijk de belangrijkste ontdekking na die van taal’. Ook het maken van wapens en het voeren van oorlog komt ter sprake en het blijkt dat ook dieren dit doen.


Wat seksualiteit betreft, komt de auteur met enkele interessante cijfers en gegevens. De bonobo is seksueel een zeer actief dier om het voorzichtig uit te drukken. In dit deel over seksualiteit komen ook onderwerpen als zelfbevrediging, homoseksualiteit en gewelddadigheid ter sprake.


Mensen spreken taal en maken zo onderling contact maar dieren kennen op hun manier ook taal. Daarnaast communiceren wij echter ook zónder woorden in allerlei kunstvormen en daarin ligt dan weer een onderscheid. Een wezenlijk verschil is ook dat mensen zelfbewustzijn hebben.


Zo is de leidende vraag in dit informatieve boek voortdurend: wat maakt mensen nu echt ánders? Het antwoord vinden we in onze sterk toegenomen kennis van het DNA en de genetica, de wetenschap van de auteur. Uiteindelijk komt Rutherford tot de conclusie dat de wijze waarop mensen zich in grotere groepen organiseren en tot vormen van samenleving komen, bepalend is voor hun informatie en kennisoverdracht. In dit verband eindigt hij veelzeggend met een citaat van Darwin die dit ook al naar voren bracht.

De titel van dit boek suggereert – te – veel, al geeft de ondertitel wel de beperkingen van onderwerpen aan. De auteur schetst een aantal elementen van de ontwikkeling van de mensheid: wie zijn wij en hoe zijn we zo geworden?


Binnen de genoemde onderwerpen komt veel aan de orde en het aantal voorbeelden kan de lezer af en toe misschien wat overweldigen al is het boek uitermate leesbaar en daarom zeer toegankelijk. Toch is dit niet ‘hét boek over de mensheid’ zoals de titel suggereert want daarvoor ontbreken er mijns inziens teveel aspecten. In ‘hét boek over de mensheid’ had ik graag ook gelezen over ons wonen, werken, samenleven, onze emoties en geestelijke ontwikkeling, onze visie op het leven en onze religiositeit. Mogelijk is de relatie met dieren in al deze onderwerpen niet even sterk aanwezig en juist dat is in dit boek wel het uitgangspunt van de auteur.


ISBN 978 90 245 8600 4 | Hardcover | 264 pagina’s | Luitingh-Sijthoff Amsterdam | september 2019
vertaling: Frans van Delft en Henk Moerdijk

© Evert van der Veen, 27 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het dorp
Een geschiedenis
Wim Daniëls


‘Ik ben een dorpsjongen. Geboren en getogen in een dorp’: zo begint dit boek en daarmee is de persoonlijke en betrokken toon gezet. Het Nederlandse dorp zoals dat er 50 – 60 jaar geleden uitzag, is het onderwerp van dit boek.


Wat is een dorp? Een woonplaats die geen stadsrechten heet, luidt het klassieke antwoord. Stadsrechten zijn tot 1850 verleend maar er zijn grote plaatsen die als stad aanvoelen en toch een dorp zijn. De auteur probeert tot een omschrijving te komen: ‘een plaats, met een bebouwde kom, die de ruimte heeft om klein te blijven en andere dorpen en de stad op afstand te houden’, pag. 25.


Het lied ‘Het dorp’ gezongen door Wim Sonneveld komt in dit boek ook voorbij en het sluit goed aan bij de periode die de auteur op het oog heeft. De ‘boerenkinderen in de klas’ uit dit lied zijn er bijna niet meer want we leven in een tijd van wat Daniëls ‘ontboering’ noemt. Het landschap is ingrijpend veranderd maar ook het dorp heeft zich ontwikkeld.


De centraal gelegen kerk is belangrijk voor de leefbaarheid van het dorp maar de auteur benoemt niet dat ook veel niet-gelovigen hechten aan dit beeldbepalende gebouw dat voor hun gevoel bij het dorp hoort en uit de verte al zichtbaar is. Dat bleek onlangs bij de brand in Hoogmade. Mooi is de constatering van Daniëls dat het kerkhof een verhaal over mensen vertelt.


Daniëls verweeft zijn persoonlijke herinneringen met algemene kenmerken van het dorp en geeft zo op eenvoudige wijze veel interessante informatie door. Het meest kleurrijk is het verhaal van een herbegrafenis waar hij zelf aan meewerkt. Om zijn belofte aan een overleden zus na te komen dat zij bij haar al eerder overleden zus zal worden begraven, moet de laatste eerst dieper worden herbegraven. Na toestemming van allerlei mensen, tot aan de commissaris van de koningin toe, komt het voor elkaar.


Alles wat een dorp typeert, komt in dit boek ter sprake: het dorpscafé, de boeiende dorpsfiguren, de dorpsdokter die zich persoonlijk bij mensen betrokken voelt, de dorpsschool maar ook de gemeenschapszin en de dorpspolitiek. Ook bijzondere lokale tradities als het vlögelen in Ootmarsum en het draaksteken in Beesel komen ter sprake.


Er zijn vele soorten dorpen in geografische zin of wat industrie of karakter betreft. Vele worden als voorbeeld genoemd. Het maakt de grote verscheidenheid zichtbaar: het ene dorp is het andere niet.


Dit boek biedt voor iedereen die opgroeide in de jaren 50 - 60 veel herkenning. De sfeervolle zwart-wit foto’s illustreren de tekst en roepen nostalgische gevoelens op. ‘Dit is al wat er bleef voor mij’ om met het lied ‘Het dorp’ te spreken. Daniëls schrijft zoals we hem kennen van tv programma’s waarin hij als gast aanwezig is: in een kenmerkende stijl, eenvoudig, met korte zinnen. Het boek laat zich dan ook gemakkelijk lezen en beschrijft op informatieve wijze hoe het dorpse leven er vroeger uitzag.


ISBN 978 94 004 0488 5 | Hardcover | 252 pagina’s | Thomas Rap Amsterdam | oktober 2019

© Evert van der Veen, 19 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Grote verwachtingen
In Europa 1999 – 2019
Geert Mak

 
'Europa is zoekend, verdeeld en verzwakt': deze constatering van Geert Mak in de inleiding op zijn nieuwe boek vat de laatste 20 jaar van ons continent treffend samen.


Dit boek is het vervolg op 'In Europa' waarvan in ons land een half miljoen exemplaren is verkocht. Ook voor dit boek heeft Mak zich grondig voorbereid en veel tijd en energie in dit boek gestoken. Hij heeft enorm veel gereisd en heeft daarbij heel Europa doorkruist. Onderweg ontmoette hij onnoemelijk veel mensen die hem het nodige leren over wat politieke en economische ontwikkelingen voor hen betekenen. Mak weet de sfeer steeds goed te tekenen en kan situaties en hun impact op mensen levendig schilderen. De lezer voelt zich op deze manier betrokken bij de gebeurtenissen.


Evenals in 'In Europa' weet Mak ook nu weer de grote geschiedenis, die zich in onze beleving vaak ver(der) van huis afspeelt, dichtbij te brengen door deze in bepaalde plaatsen te lokaliseren. Zo krijgt de vaak wat abstracte geschiedenis die zich in hogere regionen afspeelt meer kleur op de wangen en blijkt meer met ons bestaan verweven te zijn dan wij vaak denken. Deze benadering wordt nog eens versterkt door de vele persoonlijke verhalen van mensen die grotere gebeurtenissen tot leven brengen. Wat er om ons heen gebeurt, krijgt zo deze een menselijk en daarmee ook herkenbaar gezicht. Mak verbindt dus ook in dit boek algemene feiten en grote lijnen met mensen en plaatsen.


Dit boek laat vooral zien dat van de euforie rond de milleniumwisseling niet veel meer over is. De toenmalige, vaak hoog gestemde verwachtingen zijn helaas meestal niet uitgekomen. Het geloof in de vooruitgang heeft in de afgelopen 20 jaar dan ook gevoelige en misschien wel onherstelbare klappen opgelopen. De EU heeft zijn aanvankelijke glans grotendeels verloren en is de binding met vele Europeanen – voorgoed? – kwijt.


De EU is aan verandering onderhevig en dat wordt in deze passage misschien wel het meest krachtig door de auteur samengevat: ‘Daardoor verschoof gaandeweg ook het zwaartepunt van het Europese project. In economische termen: van een sociale markteconomie (in de jaren zeventig en tachtig) via een kapitalistische markteconomie (in de jaren negentig) naar een neoliberaal en hypergeglobaliseerd systeem (vanaf de eeuwwisseling)’, pag. 41.


Mak schetst de ingrijpende gevolgen voor oosteuropese landen wanneer na de val van de Berlijnse Muur alle grenzen tussen oost en west in snel tempo betrekkelijk worden. Zij betalen voor de nieuwe vrijheid wel een hoge prijs.


De aanslagen van 9/11 veranderen het Europese debat: ‘Tegenstellingen die vroeger vooral als sociaaleconomisch werden gezien, kregen nu een sterk cultureel en zelfs raciaal karakter’, pag. 83.


Ook de oorlog tegen de Taliban, Saddam Hoessein en de bestrijding van terrorisme komen aan de orde. De oorlog in Irak verscherpt religieuze tegenstellingen en is een dankbare voedingsbodem voor rechtsextremisme. Talloze aanslagen in Europa voeden de angst voor moslim-extremisme.


De EU wordt uitgebreid met landen die daar eigenlijk nog niet helemaal rijp voor zijn. De veranderingen in deze landen zijn merkbaar: ‘Toch was de 19e eeuw, in 1999 nog overal aanwezig, nu echt voorbij’, pag. 120.


Europa wordt geconfronteerd met enorme aantallen vluchtelingen. Lampedusa wordt een pijnlijk begrip. Mensen die onderweg op zee verdrinken zijn geen nieuws meer: ‘Het massale verdrinken van de armen uit Afrika werd in het 21ste-eeuwse Europa zo normaal dat het vaak nauwelijks meer de media haalde’, pag. 134. Later komt de deal met Turkije ter sprake. Raak is hetgeen de directeur van de Griekse asieldienst zegt: ‘Als de acute crisis voorbij is, dan is solidariteit blijkbaar niet meer nodig, alles veert dan weer terug naar het nationale niveau’, pag. 401.


Treffend schildert Mak de sfeer in Brussel als het kloppend hart van de gigantische EU-organisatie. De EU is een ‘ondoorgrondelijk netwerk van natiestaten’, pag. 16. Deze constatering laat zien dat de EU ondanks alle gemeenschappelijke wetgeving nog steeds niet meer is dan een optelsom van afzonderlijke landen die allereerst hechten aan hun nationale zelfstandigheid en identiteit. Mensen beleven hun Europese burgerschap anders: ‘ze voelden zich niet meer een onderdeel van een groter geheel waarvoor ze, elk op een eigen manier, medeverantwoordelijk waren, maar zagen hun burgerschap in de eerste plaats als een aangeboren of verworven titel waaraan ze rechten konden ontlenen’, pag. 408.


De economische crisis en de val van banken brengen een grote bezuinigingsoperatie teweeg met alle gevolgen van dien: ‘een hoge werkloosheid, een lagere belastingopbrengst, een economie die wankelde op de rand van deflatie, een onherstelbare schade aan de publieke sector …. afnemend vertrouwen in de politiek’, pag. 199. Mak ziet als ‘het belangrijkste effect van de crisis: ‘de euro miste de kans om de dollar op te volgen als de standaardmunt voor de hele wereld’, pag. 204.


De ingrijpende problemen met Griekenland krijgen uiteraard ook alle aandacht en zetten het voortbestaan van de Eu en de euro onder zware druk. Merkel zegt hierover: ‘het einde van de euro is het einde van Europa’, pag. 260. Achteraf blijkt de uitspraak van een hoge EU-functionaris ‘We shall defend the euro, whatever it takes’ van doorslaggevende betekenis te zijn op een cruciaal moment. Het vertrouwen van burgers in de EU is echter wel onherroepelijk gedaald. Het populisme vindt een brede weerklank in vele landen.


De oorlog in Oekraïne en het Russische optreden komen ter sprake: ‘Voor het Kremlin was de plaats van Oekraïne in het toekomstige Europa een essentieel onderdeel van de machtsverhoudingen in de 21ste eeuw, en het handelde navenant’, pag. 305. Ook de ramp met de MH17 krijgt aandacht.


Mooi is het hoofdstuk waarin Mak de huidige sfeer in Jorwert en Amsterdam tekent. Zijn constatering stemt niet vrolijk: ‘toch was de stad niet gelukkig’. Amsterdam zucht namelijk onder het toerisme. Opvallend is de kritische terugblik op het jaar waarin Leeuwarden zich culturele hoofdstad van Europa mocht noemen. Wie leest wat er achter de schermen allemaal speelde, wordt er helaas niet vrolijk van. Manipulatie speelt overal een veel te grote rol.
Scherp en met de nodige pijn tekent Mak de veranderingen van het Friese platteland op. De natuur verschraalt, er is sprake van ‘landschapspijn’.


Na 1950 is er wat het klimaat betreft sprake van wat genoemd wordt ‘The Great Accelaration’. Alles lijkt sindsdien in een stroomversnelling terecht te zijn gekomen die niet valt te stuiten of waar de politieke moed in elk geval ontbreekt om impopulaire maar noodzakelijke maatregelen te nemen.


Dit boek is een grootse terugblik maar nog geen historische balans. Daarvoor is alles te kort geleden en lopen bepaalde ontwikkelingen zoals Brexit nog door. Mak geeft goede uitleg van achtergronden die er rond de Brexit spelen zodat de lezer meer zicht krijgt op waar het uiteindelijk om gaat. De Brexit is een ‘ijkpunt van identiteit’ geworden waarbij het nationale gevoel belangrijk is.


Ook internationale gebeurtenissen als de laatste presidentsverkiezing in de VS komt ter sprake. Ontstellend is het beeld dat van Trump naar voren komt wat een wereldwijde negatieve uitstraling heeft op verhoudingen en gebeurtenissen. In het laatste hoofdstuk komen herinneringen aan de voormalige DDR naar voren.


Wie wil weten wat er allemaal speelde en nóg speelt, vindt in dit lijvige boek een betrouwbare en gedegen gids. Geen boek om zomaar even in één adem uit te lezen maar wel zeer toegankelijk en levendig geschreven.


ISBN 978 90 450 3977 0 | Paperback | 557 pagina’s | Atlas Contact Amsterdam

© Evert van der Veen, 13 november 2019

Lees de reacties op het forum en / of reageer, klik HIER

 

Het is oorlog maar niemand die het ziet
Huib Modderkolk


De auteur is journalist voor de Volkskrant en heeft zes jaar onderzoek gedaan naar wat er zich allemaal in de digitale wereld afspeelt. In dat verband heeft hij met o.a. de AIVD gesproken. In dit boek maakt de lezer kennis met digitale spionage en cyber-aanvallen. Dit blijkt een wereld te zijn die gebruikers van internet niet (onder)kennen maar waar zij indirect, zonder dat zij dit in de gaten hebben, wel mee hebben te maken. Onze digitale gegevens zijn minder veilig dan wij denken en er blijkt met de huidige stand van de techniek – en met name wat het misbruik daarvan betreft – meer mogelijk dan wij kunnen inschatten.


‘Het internet is een aaneenschakeling van computers die via websites, zoekmachines en browsers verbonden zijn. Maar niet elke website die aan dit netwerk hangt is te vertrouwen’, pag. 34.


Ook wanneer de digitale techniek faalt, gaat het mis in onze moderne wereld die hier in steeds grotere mate afhankelijk van is geworden. Modderkolk geeft daar verschillende voorbeelden van zoals de Rotterdamse haven die niet meer kan functioneren vanwege een gijzelingsvirus. Een ander verhaal is een puber die inbreekt in de systemen van KPN. Modderkolk ontdekt dat iemand in Engeland privégesprekken tussen Nederlandse geliefden beluistert en dat een stiekem getrokken kabeltje in Beverwijk de dood van Iraanse demonstranten kan betekenen.
Iedere ontdekking roept nieuwe vragen op. Wie leest mee met onze appjes? Welke invloed hebben Nederlandse veiligheidsdiensten op ons als burgers? Volgens dit boek gaan ze ver in de uitoefening van hun taak. Wat betekent het als staten internet gebruiken om te controleren en te saboteren? In dit boek laat Modderkolk zien hoe kwetsbaar een samenleving is die steeds meer vertrouwt op techniek.


De schaduwkanten van digitalisering hebben de laatste jaren meer aandacht gekregen, met name door het boek van Snowden ‘Onuitwisbaar’. Dit boek heeft in feite dezelfde strekking maar richt zich op de digitale wereld als geheel. ‘Internet houdt zich niet aan grenzen of Kamermoties’, zo vat Modderkolk zijn boek samen. De politiek onderkent het probleem te weinig en te laat maar is ook amper in staat om dit gevaar adequaat te bestrijden.


Een Nederlandse hacker weet diep in het netwerk van KPN binnen te dringen en pocht daarover maar zo wordt het lek bekend met als gevolg dat de man wordt opgepakt en veroordeeld.


Modderkolk vindt dat er te weinig aandacht is voor onze digitale veiligheid. Wie is daar precies verantwoordelijk voor en hoe moet dit worden aangepakt? Het boek biedt –uiteraard – geen pasklare oplossingen en dat is ook niet het eerste doel van de auteur. Hij signaleert het probleem dat weliswaar onzichtbaar is maar frequenter en bedreigender aanwezig dan wij in de gaten hebben.


Dit boek leest als een actuele thriller met informatie over technische kwetsbaarheden en militaire operaties, afgewisseld met verhalen over cybercriminelen en hackers. Juist deze verhalende gedeelten maken het boek boeiend. Veelzeggend is de auteur in de eerste regels van zijn dankwoord: ‘Mijn grootste dank gaat uit naar mensen die ik hier niet bij name kan noemen. Die hun carrière op het spel zetten en het risico namen in de gevangenis te komen’, pag. 256.


Dit intrigerende boek laat de lezer met een wat onzeker gevoel achter. Er is meer tussen hemel en aarde maar ook in de digitale wereld. Veelzeggend is het commentaar van Aren Lubach dat in een sticker op de cover is geplakt: ‘Wie vroeger de wereld wilde begrijpen, las de Bijbel. Wie de wereld van nu wil begrijpen, leest dit boek’. Daar is natuurlijk heel wat op af te dingen want gelukkig is onze wereld meer dan de digitale dimensie. Maar dat dit boek een actueel probleem blootlegt, is – helaas – maar al te waar.


ISBN 978 90 5759 980 4 | Paperback | 272 pagina’s | Podium Amsterdam | september 2019

© Evert van der Veen, 18 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het voordeel van de twijfel
Hoe filosofie je leven kan veranderen
Stefaan Van Brabandt


Meestal wordt twijfel als een nadeel beschouwd. Je kunt niet kiezen en dat maakt je onzeker. Het omgekeerde is ook waar: je bent al onzeker en daarom kun je niet kiezen. Volgens de schrijver van dit boek is twijfel positief, want ze is het begin van alle wijsheid. Wie twijfelt, bevraagt het vanzelfsprekende. Kloppen de pasklare antwoorden wel? Waarom zouden we de overgeërfde wereld kritiekloos aanvaarden? Bij twijfel hoort dan ook verontwaardiging, verzet en protest.


Deze benadering maakt nieuwsgierig naar de inhoud van het boek. De inhoudsopgave vermeldt acht thema’s, die elk voor zich wel aanspreken: Het omgaan met het Lijden; Werk; Sociale Media; Vegetarisme en de Bio-industrie; Romantiek en Liefde; Armoede; de zoektocht naar een Gelukkig Leven; Opvoeding en Onderwijs.
In elk hoofdstuk passeren allerlei gezichtspunten de revue. Interessant zijn de historische achtergronden die de schrijver regelmatig voor het voetlicht haalt. Hoe keken filosofen uit het verleden aan tegen het onderwerp? Maar ook filosofen uit de eigen tijd worden genoemd. Peter Singer, Martha Nussbaum en Ayn Rand om er drie uit te lichten.


In het hoofdstuk over het Lijden gaat het over drie traditionele denkwegen. Die van de Stoa (het lijden vermijden), dan de filosofen die het lijden aanvaarden (Aristoteles en Nietzsche), en vervolgens de derde weg die het beste wil kiezen uit beide werelden (het Boeddhisme en Mindfulness). Een schrijver moet zich altijd beperken en keuzes maken, maar christendom, marxisme en existentialisme bieden op het gebied van het Lijden ook interessante invalshoeken. Wel jammer dat die buiten beeld blijven.


Het hoofdstuk over sociale media maakt duidelijk hoe gevoelig we zijn voor de vraag hoe we overkomen bij anderen. Mensen zijn geobsedeerd door selfies en likes. Die zucht naar aandacht en erkenning komt voort uit angst en onzekerheid. We willen er graag bij horen en ons geaccepteerd weten. In dit verband is de Franse filosoof René Girard weer heel interessant. Girard constateerde dat we verlangen naar wat anderen verlangen. Hij bedacht de term ‘mimetische begeerte’’ om aan te geven dat we iets begeren omdat we zien dat het door anderen begeerd wordt. ‘Mimetisch’ kunnen we vertalen met ‘nabootsing’.


Het hoofdstuk over ‘Geluk’ bespreekt de vraag wat ons gelukkig maakt. Geluk is een relatief begrip. Als ons verlangen vervuld wordt, raken we eraan gewend, en richten we ons begeren op weer wat anders. De Britse econoom Richard Layard onderzocht hoe we ons vergelijken met anderen en willen hebben wat zij hebben. En vervolgens willen we ons onderscheiden van onze omgeving. En dus zijn we steeds op zoek naar een statussymbool dat een ander niet heeft. De nieuwste auto, televisie, smartphone, een exotische reis.


In het hoofdstuk over de bio-industrie staan pakkende beschrijvingen van het dierenleed. De schrijver maakte in zijn jeugd mee dat er een varken werd geslacht. “Ik vergeet nooit de doodskreet van een varken dat geslacht wordt.” Dieren voelen het aan welk lot hen wacht. “Aan elke slachting ging een gruwelijke levensstrijd vooraf; het dier dat gedood moest worden, verzette zich telkens uit alle macht, alsof het zijn lot voorvoelde.” De bio-industrie is onhoudbaar geworden. Daarom zou het consumeren van dieren niet langer vanzelfsprekend mogen zijn. Een indringend geschreven en aangrijpend hoofdstuk.


Het hoofdstuk over Romantiek en Liefde gaat over een gearrangeerd huwelijk, een huwelijk uit liefde, emancipatie van de vrouw en het gevolg voor relaties, de levenslange relatie met die ene ware persoon en het veelvuldig wisselen van partner. We lezen hoe Schopenhauer, Sartre en Simone de Beauvoir omgingen met relaties. En de Amerikaanse psycholoog John Bowlby maakt duidelijk hoe ontzettend belangrijk het is dat een kind zich in zijn eerste levensjaren gedragen voelt door zijn ouders en een warme, stevige band met hen ontwikkelt.


- Op blz. 137 staat ten onrechte dat de vrijheid voor vrouwen om hun partner te verlaten tot voor dertig jaar allerminst een vanzelfsprekendheid was. Uit cijfers van het CBS en uit diverse onderzoeken blijkt dat vrouwen ook vroeger dezelfde mogelijkheid als mannen hadden om echtscheiding aan te vragen. Manon van der Heijden, hoogleraar in Leiden) heeft in het boek “Criminaliteit en Rechtspraak in Holland 1600-1800” uitgezocht dat al in die periode de meeste echtscheidingen door vrouwen werden aangevraagd. Ook uit andere onderzoeken blijkt dat ons beeld dat vrouwen vroeger alleen maar ‘onderdanige gebruiksobjecten’ waren, zoals Van Brabandt het formuleert, niet strookt met de feiten. Vrouwen lieten zich echt niet in de hoek zetten en waren mondiger dan wij nu denken. -


Het laatste hoofdstuk over Opvoeding en Onderwijs vond ik ook heel erg mooi. Een prima omschrijving van de problemen in het onderwijs en een pleidooi voor Bildung. Dat laatste wil zeggen dat leerlingen niet alleen les in de onderscheiden vakken moet krijgen, maar ook gevormd moeten worden. Daar komen we niet aan toe als kleuters al ‘leerdoelen’ (targets) moeten halen en docenten onevenredig veel tijd kwijt zijn aan administratie terwijl lesgeven hun kerntaak is.
Volgens de Britse socioloog Frank Furedi zit er te veel amusement, socialisatie en therapie in het hedendaagse onderwijs. Ik heb echter in mijn werkzame verleden in het onderwijs gezien dat je daar niet geheel aan ontkomt, gelet op de kinderen die binnen komen. Met de kinderen rollen namelijk ook alle maatschappelijke problemen de school binnen. Niettemin ben ik het geheel eens met het pleidooi om algemene vorming een royale plek te gunnen naast beroepsvorming.


Dat is het leuke van dit boek: het nodigt je gelijk uit tot meedenken en reageren op grond van je eigen achtergrond en positie. Stefaan van Brabandt doet dat best knap en dat is tegelijk een aanbeveling voor dit boek. Hij loopt je niet voor de voeten met zijn eigen mening, al zit die wel verpakt in zijn tekst, maar legt je een waaier aan meningen voor van sociologen, psychologen, pedagogen en filosofen.


De schrijver is geboren in Gent (1979), en is filosoof, schrijver en regisseur.


ISBN 97889462671966 | Uitgeverij EPO, Berchem | paperback | 255 blz. | oktober 2019

© Henk Hofman, 11 november 2019

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER.

 

De rechtvaardigen
Hoe een Nederlandse consul duizenden Joden redde
Jan Brokken


Met hulp van de kinderen van Jan Zwartendijk, met gebruikmaking van documenten en getuigenissen van overlevenden reconstrueert de schrijver in dit boek het moedige werk van de Nederlandse consul in Kaunas, Litouwen ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Samen met de de kinderen bezoekt hij ook plaatsen waar de gebeurtenissen destijds plaats vonden.


Het boek heeft een mooie opening waarin Zwartendijk wordt benaderd om consul te worden naast zijn werk voor de Litouwse vestiging van Philips. 13 juni 1940 krijgt hij een telefoontje: ‘De regering in ballingschap zal u binnenkort officieel tot consul benoemen. Een kwestie van dagen’, pag. 84.


De auteur vertelt over het persoonlijke leven en het werk van Zwartendijk, schetst zijn familierelaties en tekent ook de sfeer van de tijd. De dreiging van een Russische inval wordt steeds duidelijker en beheerst het leven van mensen. Het gevaar van opkomend Duitsland werd te weinig gezien volgens de auteur: ‘Ik geloof dat veel mensen in de jaren dertig en de beginjaren veertig niet wilden zien dat een holocaust dreigde’, pag. 61. Wanneer de Russische bezetting een feit is, worden veel mensen weggevoerd naar Siberië. Nationalisten worden opgehangen en Zwartendijk zegt later: ‘Er was geen boom waaraan niemand hing’, pag. 90.


De verdwijning van een Nederlandse priester in Kaunas laat bij Zwartendijk een schuldgevoel achter: had hij dit niet kunnen en moeten voorkomen? Wanneer Poolse Joodse vluchtelingen met een Nederlandse achtergrond zich tot hem wenden, kan hij het niet langer aanzien. Dan begint de consulaire hulpverlening echt op gang te komen. Samen met een Joodse student zet hij een vluchtroute op naar Curaçao die hem de bijnaam/erenaam ‘The Angel of Curaçao’ bezorgt.


In zijn wekelijkse rapport voor Philips schrijft Zwartendijk: ‘Mijn deur wordt platgelopen door Hollanders die op de een of andere manier in de puree gekomen zijn. Als Consul moet ik trachten hen te helpen’, pag. 117. Het wordt voor hem een afmattende dagtaak, van zeven uur ’s morgens tot zes uur ’s avonds. Buiten staan lange rijen mensen gespannen op hun beurt te wachten. Aanvankelijk schrijft hij de visa met de hand maar al gauw ontwikkelt hij een stempel zodat hij alleen nog de naam van de aanvrager en de datum van afgifte met de hand hoeft te schrijven.


Zijn belangeloze inzet redt het leven van 2139 Joden. Anderen worden afgevoerd naar concentratiekampen of buiten Kaunas geëxecuteerd. Hiervan zijn enkele schokkende foto’s opgenomen naast veel portretten van Zwartendijk, zijn familieleden en andere personen die in het boek een belangrijke rol spelen. Het geeft het boek een extra historisch karakter.


Zwartendijk werkt samen met de Japanse consul want de reis naar Curacao verloopt via dit land. Wanneer de Russen de consulaten sluiten, komt dit werk tot een einde. Ontroerend is de passage waarin de Japanse consul Kaunas verlaat en tot in de vertrekkende trein visa uitschrijft: ‘huilend verliet hij Litouwen’, pag. 215.


Het boek beschrijft ook het werk van de Zweedse consul waaraan door Duitse infiltratie een einde komt, de zeereis naar Japan en het verblijf van vluchtelingen daar. De Japanse consul zet zich enorm in voor de Joden.


‘De Poolse ambassadeur in Japan vroeg iedere keer aan de Pools-Joodse vluchtelingen die zich bij hem meldden: ‘Hoe bent u aan een visum gekomen?’ Het antwoord luidde: ‘Van de Nederlandse consul in Kaunas’. Waarna graaf Romer met een beminnelijke glimlach beaamde: ‘Ah, the Angel of Kaunas?’ ‘, pag. 293. Deze Romer richt het Poolse Comité voor Hulp aan Oorlogsslachtoffers op en schrijft 1195 visa uit waaraan mensen hun leven hebben te danken.


Het boek is omvangrijk en vertelt in feite meer dan alleen het werk van Zwartendijk. Veel verhalen van mensen passeren de revue: vluchtelingen, familieleden en vrienden van Zwartendijk, andere consuls. Van hen zegt de auteur: ‘Ik kom dat bij alle rechtvaardigen tegen: de wil om werkelijk iets te doen’, pag. 315.


In 1963 stelt het ministerie van Buitenlandse Zaken een onderzoek in. Dit levert Zwartendijk aanvankelijk een reprimande op: hij had zich niet aan de regels gehouden. Later volgt eerherstel en erkenning maar die komt helaas voor Zwartendijk te laat. De brief met deze boodschap wordt bezorgd vlak voordat zijn kist uit huis zal worden gedragen want hij is inmiddels overleden. Het Holocaust Research Center stelt vast dat 95% van de Joodse vluchtelingen die Zwartendijk aan een visum heeft geholpen de oorlog hebben overleefd. Nadat twee keer de titel ‘rechtvaardige onder volken’ is afgewezen, wordt deze uiteindelijk, mede door de inzet van Bill Clinton, toegekend. In Kaunas wordt een fraai monument voor Zwartendijk opgericht.


Een prachtig verhaal dat misschien aan kracht had gewonnen wanneer de auteur zich hier en daar wat had beperkt in wat hij allemaal wil vertellen. Nu lijkt het soms alsof hij geen duidelijke keuze heeft kunnen maken uit alle, omvangrijke informatie waarover hij beschikte bij het schrijven van het boek. Desalniettemin is dit boek een waardevol getuigenis over de inzet van mensen voor hun naaste in nood. Hoopgevend in die donkere tijd en inspirerend voor vandaag!


ISBN 9789045036649 | Paperback | 504 pagina’s | Atlas Contact | oktober 2019

© Evert van der Veen, 4 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De spirituele allochtoon & Het Kusjeshuis
Samira Ahale


Ik wil een huisje voor mij en mijn kinderen.[...] Dat is waar ik werkelijk naar verlang.[...]
Als dit jouw diepe verlangen is Samira dan zal jij een huisje krijgen voor jou en je kinderen. Want zowel jij als je kinderen hebben recht op een veilig begin.


Samira is de zesde van acht kinderen. Ze groeit op in de afgeleefde wijk Moretusburg in Hoboken, een gemeente aan de Schelde. Op woensdagmiddag moet ze naar de Koranschool, iets waar ze een hekel aan heeft. Ze begreep niet wat ze las maar vond de klanken wel mooi. De imam sloeg hen als ze niet goed genoeg hun best deden. Naast de Koranverzen leren kreeg ze ook les in Arabisch wat ze niet onder de knie kreeg. Haar ouders spraken thuis Marokkaans-Arabisch.


Samira is bang voor de imam én haar vader, haar vaders wil is wet. Maar ze wil ook vrij zijn, verder leren, uiteindelijk mag ze dat ook dankzij haar broer Mo. Moeder vindt het maar onzin, ze moet later toch brood bakken en voor haar kinderen zorgen. Maar Samira zet door. Ze was het eerste Marokkaanse meisje uit haar buurt dat ging studeren...


Maar Samira krijgt het allemaal niet cadeau, ze moet een hoofddoek dragen, ze mag niet leren wat ze wil, ze heeft het moeilijk. Uiteindelijk vlucht ze in een huwelijk met een veel oudere Nederlandse man, hij is wel moslim. Ze gaat in Nederland wonen, ver bij haar ouders vandaan, maar ze weet dat ze evengoed gevangen zit. Diep in haar hart weet ze dat dit huwelijk haar ook niet biedt wat ze wil. Toch kiest ze pas na 10 jaar huwelijk eindelijk voor zichzelf en gaat weg bij haar man.
Het duurt lang voordat ze haar ouders durft te vertellen dat ze nu alleen met haar kinderen woont, dat ze gescheiden is. Dat doe je niet als moslim. Het huwelijk is voor eeuwig. Pas na je dood krijg je jouw beloning voor je geduld, volharding en stilzwijgend dragen van je lasten...


Nu ze eindelijk alleen en vrij is, en het huisje voor haar en haar kinderen heeft, begint het echte werk pas. Wie is ze eigenlijk? Wat wil ze nou in haar leven? Hoe komt ze verder? Ze krijgt hulp van ene Anton, die haar door dik en dun begeleidt op haar weg naar een nieuw en beter bestaan. Ze stort zich op allerlei cursussen die betaalbaar of gratis zijn, ze leest veel boeken, ook spirituele waar ze veel aan heeft, ze wil voor haar kinderen het allerbeste, ze zal en moet goed uit de strijd komen, ze zal haar kinderen een goed thuis in het kusjeshuis - zoals ze haar huis noemt - geven. Ze is bang voor een nieuwe relatie, durft het niet meer aan, hoewel ze wel een zeer leuke man ontmoet...
Ze knokt en vecht tegen (voor)oordelen en voor haar bestaan en wij mogen de weg die ze gaat met haar meelopen..


Het is een bijzonder verhaal van een sterke vrouw. Vooral het begin van het boek sleept je mee en laat zien hoe het is om als traditioneel Marokkaans meisje je te handhaven in een westerse wereld. Naderhand wordt het verhaal wat vager en iets moeilijker te volgen. Maar haar strijd om te worden wie ze nu is, is bemoedigend voor veel vrouwen in een dergelijke situatie. Samira laat zien dat met veel wilskracht en moed er veel te bereiken is.


ISBN 9789493059345 | Paperback | 132 pagina's | Uitgeverij Palmslag | oktober 2019

© Dettie, 1 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Duivels dilemma
De dood van 23 verspreiders van verzetsblad Trouw
Peter Bak


Dit boek gaat over de ontstaansgeschiedenis van het dagblad 'Trouw' waarin de 'ultimatumkwestie' een zwarte en voor betrokkenen nog altijd moeilijke bladzijde vormt. Het boek opent met de namenlijst van 23 mensen in de leeftijd van 15 – 53 jaar die door de Duitsers zijn doodgeschoten omdat zij bij de verspreiding van Trouw betrokken waren.


De krant werd eind januari 1943 opgericht ten huize van Gesina van der Molen in Aerdenhout. De redactie beschouwde dit als een geestelijke, principiële strijd vanuit het christelijk geloof waarin het gaat om de ware vrijheid van geloof en geweten: ‘Wij staan met staat, provincie, gemeente, kerk, school, barmhartigheidsinstellingen enz. in één front tegenover het Duitsche heidendom’, pag. 69 – 70.


Aanvankelijk zijn er aarzelingen maar later neemt de redactie van Trouw krachtiger stelling en moedigt men actief, ook gewapend verzet aan: ‘Wij juichen ze toe en hopen dat er meerderen gevonden worden die bereid zijn op die wijze den strijd tegen den vijand, die ons volk wil vermoorden, te helpen voeren’, pag. 51. In toenmalige Gereformeerde kringen was deze keuze best een opmerkelijke stap die ook niet door iedereen werd begrepen.


De bezetter beschouwde Trouw daarom als een 'Hetzschrift' en de Duiters maakten er veel werk van om drukkers en verspreiders van Trouw op te pakken. Dat gebeurde dan ook, mede door onvoorzichtig of ondoordacht handelen van mensen maar ook doordat opgepakte mensen tijdens wrede verhoren ‘doorslaan’. Ook vond er soms verraad plaats. Op één dag werden 17 mensen van Trouw opgepakt en uiteindelijk werden dat er 37. Rauter wilde een standgerecht om daarmee een afschrikwekkend voorbeeld te stellen. Trouw kende toen een oplage van 90.000 exemplaren.


Van de 37 mensen die gearresteerd werden waren er 23 in levensgevaar omdat de Duitsers deze wilden executeren tenzij Trouw de uitgave zou staken.
9 augustus 1944 vond aan het Valeriusplein in Amsterdam de redactievergadering hierover plaats. Bruins Slot, die na de oorlog hoofdredacteur zou worden, zei: ‘Wij komen dan principieel voor de vraag te staan wat het belangrijkste is: het voortbestaan van ons blad of het persoonlijk welzijn van onze gevangenen. Waar het bij dit laatste om gaat, is ons bekend. Wij moeten rekenen met de mogelijkheid dat het, althans wat een deel der gevangenen betreft, om hun leven gaat’, pag. 121. Desondanks nam de redactie het besluit 'niet tekenen'. Achteraf blijkt dat toegeven het leven van de 23 gevangenen niet gered zou hebben omdat hun dood voor de Duistsers al vast stond.


Het boek is vanuit een sterke persoonlijke betrokkenheid geschreven met liefde voor de mensen die in die jaren bij Trouw een belangrijke rol speelden. De auteur besteedt veel aandacht aan details uit hun leven en de wijze waarop zij bij het verzet betrokken zijn. Daardoor komen we dicht bij het verzetswerk in de Tweede Wereldoorlog; de lezer voelt de voortdurende spanning van opgepakt te worden. Er is ook sprake van verraad en wrede verhoren.
Niet alle feiten zijn bekend al geeft het boek opmerkelijk veel details waarover de lezer zich kan verwonderen dat dit allemaal bekend is gebleven. Er blijven echter onzekerheden omdat schriftelijke of mondelinge bronnen soms ontbreken.


Na de oorlog zijn er voortdurend wisselende visies geweest omtrent détails van de executiedatum maar geleidelijk aan werd wel duidelijk dat de redactie van Trouw door de Duitsers was misleid omdat zij al tot de executie van de 23 verspreiders hadden besloten. De Duitsers wilden dit ‘ophitsend geschrift’ daarmee een gevoelige slag toedienen. De 23 omgekomen werden kort na de oorlog door Trouw als geloofshelden beschouwd maar hun nabestaanden zagen en zien dat toch wel anders. De beslissing van de redactie is daarom voor nabestaanden van de omgekomenen altijd een gevoelige kwestie gebleven: was het voortbestaan van Trouw hun leven waard?


Een bijzonder boek over een krant en mensen met karakter.


ISBN 978 90 8704 790 0 | Paperback | 203 pagina’s | Uitgeverij Verloren, september 2019

© Evert van der Veen, 28 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kleine mensen, grote oorlogen
Jan Reyniers


Een familiegeschiedenis, op een bijzondere manier verteld. Voor in het boek worden de personages voorgesteld. Het zijn de ouders en grootouders van de Vlaamse verteller. Ieder van hen is op een eigen manier deelgenoot geweest van en beïnvloed door een oorlog, de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Maar bovenal is dit een ode aan zijn moeder, aan een hardwerkende ondergewaardeerde ‘normale’ vrouw.


In mei 1968 overlijdt Simonne Reyniers (foto op de omslag). Zoon Jan handelt alle formaliteiten af waarna hem nog een karwei te wachten staat. Zijn moeders winkel in manufacturen moest opgeruimd worden. En daar stuit Jan op een schriftje waarin zijn moeder had geschreven over haar leven.


‘Hoe ze als jonge, ambitieuze vrouw aan haar leven begon en hoe er uiteindelijk niets van dat leven geworden was. Dat ze waste, plaste, dweilde, kookte en haar winkel draaiend hield, maar weinig respect en liefde kreeg. Dat haar man aan haar moeders rokken was blijven hangen. Dat hij eigenlijk van bij de start al tweede keus was. Dat er geen interesse bestond voor het zware leven van een gewone vrouw en ze zich afvroeg hoe het kwam dat zoveel vrouwen zoveel ellende met zoveel geduld bleven ondergaan. Dat ze haar herinneringen wilde noteren over pa, ma, haar broers, Jack, haar man, haar schoonouders, haar zoon. En dat ze dat allemaal zou neerschrijven als God haar nog de tijd gaf.
Maar God was niet vrijgevig.’


Moeder Simonne heeft niet kunnen doen wat zoon Jan nu, vijftig jaar later, alsnog doet: haar leven op schrift stellen. In het voorwoord vertelt de schrijver dat hij het grootst mogelijk respect wil opbrengen voor de historische feiten, maar ‘vrees dat de personages ze hier en daar toch een beetje naar eigen hand zullen zetten. Je weet hoe mensen zijn.’ Ook de schrijver ontkomt niet aan fictie. Hij heeft het schriftje niet meer, de betrokkenen leven niet meer. Maar de feiten zijn overal te vinden.


We lezen over hoe grootvader Camiel, afkomstig uit Heist, de oorlog ziet uitbreken als hij zijn diensttijd er na vijftien maanden eigenlijk op had zitten. Niks afzwaaien, maar de oorlog in: soldaat aan de IJzer. Hij krijgt een groentje onder zijn hoede, Louis uit Hemiksem, onder Antwerpen, die de andere grootvader zal worden. Louis heeft zonder medeweten van zijn familie dienst genomen, hij wilde de Duitsers mores leren. Via de Dodendraad en een lastige reis naar Engeland komt hij terecht in een oorlog zonder beweging waar de tijd tot zijn verbijstering gedood wordt door vriendschappelijk om te gaan met de vijand.


In 1937 schrijft Emilie, met wie Camiel intussen getrouwd is een brief aan Louis. Ze hebben een soort B & B gemaakt, of Louis misschien een weekje vakantie wil komen vieren? Want: van overheidswege is nu immers een week vakantie verplicht gesteld!Fien, de echtgenote van Louis, accepteert. (het zijn ook hier de ‘normale’ vrouwen die de boel regelen!) De dames vertellen elkaar over hoe zij hun leven na de oorlog beleefd hebben.


Als Frans Reyniers 16 wordt vertrekt het gezin naar Heist-aan-Zee. Frans vindt Simonne een bijzonder meisje, maar ze is wel losbandig. Een meisje hoort zich te gedragen, zich zedig te kleden. Ze is ’te veel vrouw’.


1940. De oorlog is opnieuw daar. Frans wil dienst nemen, maar de oorlog is al voorbij voor het hem lukt. De komst van de Engelsen verheugt de bevolking, maar niet veel later is er de smadelijke terugtocht, achtervolgd door Duitse soldaten. Frans vertrekt naar Frankrijk, maar wordt geveld door een blindedarmontsteking. Terug in België wordt hij politieagent, raakt betrokken bij het verzet.


Louis vertrekt in diezelfde tijd naar Engeland, met zijn gezin, en wordt ingezet bij de repatriëring van het Engelse leger, Operatie Dynamo. Simonne leert de Canadese piloot Jack kennen, en meldt zich om opgeleid te worden tot verpleegster, hetgeen haar terug brengt in België. Maar we weten: in 1945 eindigt de oorlog. En Simonne, zoals veel vrouwen met haar, wordt afgedankt. Terug naar het aanrecht. Vanaf dan valt het leven haar zwaar. Temeer omdat haar grote liefde voorgoed verloren blijkt.


Jan Reyniers verwerkt behalve de Dodendraad en Operatie Dynamo vele andere typische oorlogselementen in de verhalen over zijn familie. Hij vertelt hoe zij, gewone ‘kleine’ mensen, verwikkeld raken in oorlogszaken die hun leven mee bepalen. Vooral het leven van zijn moeder springt er uit. Het onrecht dat haar en al die andere vrouwen werd aangedaan, toen zij zich, hoopvol op een fantastische toekomst, die opzij geschoven zagen worden alsof zij en hun dromen niets waard waren.


Reyniers hanteert een - soms sappig - Vlaams  taalgebruik, hetgeen overigens niet stoort. Het verhaal is een egodocument, over de keuzes die mensen moeten maken, en refereert zodanig aan de ‘grote’ oorlogen van de vorige eeuw, dat het ook een geschiedenisboekje is.


Jan Reyniers (1950) was hoofdredacteur van het magazine VOX. Voor EPO vertaalde hij onder andere boeken van Michael Parenti, Howard Zinn en Noam Chomsky.


ISBN 9789462671775 | Paperback | 169 pagina’s | Uitgeverij Epo | augustus 2019

© Marjo, 27 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER