Nieuwe recensies Non-fictie

JJ Cale
Troubadour in de woestijn
Illustraties: Edward Hall
Tekst: Wouter Bulckaert



Net als het boek over Ry Cooder, van deze auteur, gaat dit boek over een muzikant die meer in de schaduw heeft vertoefd. Het meeste succes heeft hij gehad met de uitvoeringen van zijn muziek door anderen, onder andere Eric Clapton. Het boek is net als dat over Ry Cooder gebaseerd op interviews van anderen, hetgeen wederom geen bezwaar is.


Het boek begint met het verhaal over de ontmoeting van de auteur met Edward Hall, die voor dit boek de illustraties heeft verzorgd. Op dat moment is de schrijver nog bezig met z'n biografie over Ry Cooder. In mei 2016 ontvangt de schrijver een portret van Ry Cooder, dat getekend is door Edward Hall. Het komt net te laat om voor de biografie gebruikt te worden, maar het contact tussen de heren blijft bestaan en als het besluit komt om een boek over JJ Cale te schrijven, vraagt Wouter Bulckaert Edward Hall om het verhaal te illustreren. Het resultaat mag er zijn. De tekeningen zijn een geweldige toevoeging aan het boek en bepalen mede de sfeer.


Het echte verhaal begint als JJ Cale in 1970 midden in de nacht een telefoontje krijgt van saxofonist Bobby Keys, een oude maat van hem, die verteld dat ze zijn song 'After Midnight' hebben opgenomen. JJ Cale gaat er van uit dat dit wel niets zal worden en dat het nooit op een plaat zal eindigen. Hij raakte het nummer aan niemand kwijt en zelfs z'n vrienden willen het niet hebben. Ergens wil hij zelfs helemaal stoppen met de muziek en een gewone baan zoeken. Het pakt allemaal anders uit en wat er voor dit moment is gebeurd en wat volgt is in de rest van het boek te lezen.


Het verhaal gaat over de muzikant en technicus JJ Cale. Het privéleven blijft privé, zoals het wat mij betreft hoort. JJ Cale gaf zelden interviews, maar de auteur is er toch in geslaagd om een mooi portret te schilderen van de man die hij bewondert. JJ Cale is echt voor me gaan leven.
Aan het eind van het boek vinden we natuurlijk een discografie en een lijst met boeken en artikelen die voor het schrijven van dit boek gebruikt zijn. Tot besluit is er een uitgebreid register, zodat er ook op dat punt niets op het boek aan te merken is.


ISBN 9789462671393 | NUR 661 | Paperback | 222 pagina’s | Uitgeverij EPO | september 2018

© Renate, 23 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Rituelen
Waarom we niet zonder kunnen
Herman de Dijn


In dit boek onderzoekt de auteur – emeritus hoogleraar filosofie in Leuven – niet alleen de inhoud en betekenis van rituelen maar hij plaatst deze ook in een groter kader want 'onze verhouding tot ‘betekenisvolle’ zaken is nauw verbonden met wonder, symbool en ritueel’, pag. 20. Daarom zet het boek in met de verwondering die een typisch menselijke eigenschap is: ‘De capaciteit tot verwondering, dat is wat de mens tot mens maakt’, luidt de eerste zin van het voorwoord, pag. 9.


Er worden diverse soorten verwondering onderscheiden: de kinderlijke over bv. een regenboog, de wetenschappelijk-cognitieve en de esthetische.
Alles om ons heen wat ons verwondert wordt vooral gekenmerkt door coincidentia oppositorum (= tegenstellingen die elkaar ontmoeten): ‘Het is het meest onooglijke én het absolute, het meest kwetsbare én het meest belangrijke, het eeuwige in het vlietende’, pag. 52.
In die verwondering zijn mensen bezig met datgene wat voor hun leven van betekenis is: ‘In de leefwereld interesseren de dingen ons niet louter als zaken die we strikt cognitief kunnen begrijpen en op basis daarvan gebruiken, zaken die verband houden met wetenschap, techniek en puur pragmatische beheersing. In de leefwereld gaat het om de dingen vooral in zoverre ze voor ons relevantie hebben: dingen waarover we niet alleen kunnen spreken, maar die ons aan-spreken, ons niet onverschillig laten’, pag. 20.
We worden daardoor overweldigd en ervaren daarin de rijkdom van ons bestaan en om met die verwondering om te gaan, ontstaan en hanteren we rituelen die zowel religieus als niet-religieus kunnen zijn, de kerkelijke eredienst maar ook de wijze waarop mensen tegenwoordig afscheid nemen van hun geliefden.


De auteur staat ook stil bij de verhouding tussen wetenschap en wonder en komt tot de conclusie dat het een het ander niet uitsluit: ‘Slechts in een cultuur waarin de nieuwsgierigheid als cognitieve verwondering echte vrijheid krijgt, kan de wetenschap ontstaan en floreren’, pag. 79
Wetenschap heeft een andere strekking: is er om te informeren en te verklaren maar stelt geen zin-vragen.
Het wonder in ons bestaan vraagt om een andere houding, namelijk ontvankelijkheid. Hier klinken woorden die aan Pascal doen denken (die in dit verband echter niet wordt genoemd): ‘Er is een weten van het hart, dat de diepere betekenissen heeft leren lezen en vatten’, pag. 84. (Pascal zei namelijk: Het hart heeft zijn redenen die de rede niet kent).
Het wonder hoeft niet het boven-natuurlijke, het abnormale te zijn maar kan het gewone zijn dat zich ineens in een diepere betekenis aan ons openbaart. Een mooi voorbeeld is de glimlach die wetenschappelijk een samentrekking van spieren is maar in onze omgang met elkaar zoveel méér is dan deze medische verklaring.
Het is goed dat de auteur benoemt dat er in de huidige beoefening van wetenschap ‘contemplatieve momenten’ kunnen zijn waarin de mens zijn kleinheid ervaart in het grote heelal.


Uiteindelijk is de mens niet gericht op rationeel doorgronden maar op datgene wat zijn bestaan zin geeft. Daarom zijn er mythen die in riten / rituelen worden vertaald. Dit alles geeft inhoud aan onze menselijke beschaving. Deze rituelen kunnen opvallend zijn door speciale kleding (bij een uitvaart of feest), speciale plaatsen (kerken, monumenten) of speciale tijden (algemene en religieuze feestdagen). Daarnaast zijn er minder opvallende rituelen waarvan we ons minder bewust zijn zoals cultureel bepaalde gebruiken rond eten en drinken.


Wat kenmerkt het ritueel? ‘Het ritueel is tegelijk uniek en een repetitie: in de herhaling gebeurt het unieke, de epifanie (=verschijning) van het wonder’, pag. 103. Rituelen hebben een symbolisch karakter: de wijze waarop het wonder onder ons aanwezig is. In dat verband is er deze prachtige zin: ‘Het gelaat of gezicht is in zijn concreetheid het symbool van de persoon: het reveleert (=openbaart) de ‘ziel’, zoals men dat uitdrukt’, pag. 112.
Symbolen en rituelen verbinden ons leven met datgene wat boven onze werkelijkheid uitstijgt: ‘Religieuze rituelen en symbolen betreffen de dieptedimensie van het menselijk leven en samenleven. Ze betreffen eindigheid en gekwetstheid, geluk, lijden en dood, trouw en verraad, zonde en schuld’, pag. 116.


Dit boek zal niet voor iedereen gemakkelijk leesbaar zal zijn, deels omdat de opbouw niet strak genoeg is en de schrijver zijn uiteindelijke doel niet scherp genoeg heeft afgebakend. Wellicht had een afzonderlijke uitleg van begrippen die vervolgens bij elkaar worden gebracht en in verband worden gezet, kunnen helpen bij een duidelijker verhaal. Woordgebruik en zinsopbouw vragen om aandachtig lezen teneinde te begrijpen wat de auteur wil zeggen. Ook lijkt het erop dat de auteur meer wil zeggen dat de titel suggereert. Zo zijn er twee delen over secularisering en de gevolgen daarvan. Uiteraard heeft dit invloed op traditionele rituelen en het ontstaan van nieuwe rituelen maar deze delen hadden wel beknopter gekund.


Dit boek bespreekt meer dan alleen rituelen wat de lezer vanuit de titel zou verwachten. De auteur wil graag – en ook wel terecht - rituelen in zo’n breed kader plaatsen (secularisering) dat het menig lezer niet altijd helemaal duidelijk zal zijn waar het nu precies om gaat in dit boek dat weliswaar in de kern een mooie inhoud heeft die bij een scherpere focus helderder voor het voetlicht was gekomen.


ISBN 9789463103459 | Paperback | 294 pagina’s | Polis | september 2018

© Evert van der Veen, 18 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Rodina
Tussen lethargie en revolutie
Arnout Brouwers


De auteur was correspondent in Rusland  voor de Volkskrant van 2006 tot 2013. Hij reisde door grote delen van Rusland en Wit-Rusland en ontmoette mensen uit ‘alle lagen van de bevolking’. Concreet: vooral gewone Russen, weinig toppers, geen bekende politici of oligarchen. Hij leerde er ook zijn nieuwe vriendin Julia kennen.


Al in het voorwoord van Rodina (moederland) signaleert hij schijnbare tegenstrijdigheden: Rusland bewondert het Westen en tegelijk heeft het er een afkeer van; het verliest veldslagen, maar uiteindelijk wint het de oorlogen. Russen zijn minder met politiek bezig dan wij en ook minder met het verbeteren van de wereld. Elke familie heeft zijn deel van het leed gekend, zowel dat van Stalin als dat van de alomtegenwoordige ‘Grote Vaderlandse Oorlog’ (2° W.O.).


Ondanks hun ‘autoritaire democratie’ hebben ze nu meer vrijheden dan ooit en ze laten zich minder indoctrineren dan wij denken: ze zijn vaak hoogopgeleid, ze hebben een vrij internet, ze lezen meer en gaan meer naar theaters dan wij. Hoewel wij blijven denken dat ze de misdaden van het communisme goedpraten, is er in Moskou al wel een Joods Historisch Museum en een Goelagmuseum geopend.


Brouwers wil de enge kijk van de westerling op dit land-in-transitie verbreden en het niet reduceren tot één persoon, nl. Poetin. En hij wil ook aantonen dat de Rus boven de dertig, die alles al meegemaakt heeft (rantsoenen, hyperinflatie, tanks, oorlog in Oekraïne), niet meer verlangt naar revolutie, maar wel naar stabiliteit en ook naar minder corruptie en minder zelfverrijking bij de overheid en de geheime dienst. Het woord ‘revolutie had hij m.i. dan ook beter weggelaten in de ondertitel. En lethargie (doffe onverschilligheid) lijkt mij ook niet meteen het meest gepaste woord: Russen berusten in veel, o.a. dat er altijd rijken en armen zullen zijn, maar er is massaal protest tegen Poetins geplande verhoging van de pensioenleeftijd tot 65 voor de mannen en 60 voor de vrouwen.


De meeste verhalen stammen uit de jaren 2006-2013. Helaas zijn ze niet chronologisch noch thematisch noch geografisch gerangschikt. Een nalatigheid dus.


Die verhalen gaan over van alles en over een periode van 80 jaar:
- de aanleg van een gaspijpleiding;
- de bouw van het Moskoukanaal tijdens Stalin door 200.000 uitgehongerde en uitgeputte dwangarbeiders en (toen het klaar was, liet Stalin alle leidinggevenden  executeren);
- lege dorpen en wegen vol putten en modder op 250 km van het bruisende Moskou;
- de akelige toestand in de moslimdictaturen Tsjetsjenië, Ingoesjetië en Dagestan, waar tientallen jongeren verdwijnen en gemarteld worden en waar theaters, sportzalen en bioscopen gesloten zijn;
- het kuuroord Gagra (nabij Sotsji), waar de tsaren en daarna Stalin, Beria, Chroesjtsjov en Gorbatsjov kwamen uitrusten;
- de Georgische oorlog van 1993 tegen de Abchaziërs; Boetovo, waar in 1937/38 meer dan 20.000 van de 1,3 à 1,8 miljoen terreurdoden begraven werden;
- de Nasji-jeugdbeweging;
- monosteden die afhankelijk zijn van één fabriek, die nauwelijks nog produceert;
- het gijzelingsdrama in Beslan met 334 doden;
- het frauduleuze verloop van verkiezingen, waarbij de uitslag vooraf vaststaat;
- de noordelijke vaarroute;
- de dictatuur in Wit-Rusland;
- de Georgische oorlog van 2008;
- de demografische neergang;
- de leegloop van Siberië;
- het leven in een flatje van 2 x 4 m;
- martelpraktijken op sommige politiekantoren;
- salarissen van 100 à 200 € per maand en mensen die gelukkiger waren in de Sovjettijd;
- de toename van de radicale islam;
- de ouderwetse Lada, nog altijd de meest verkochte auto;
- de casino’s van Minsk;
- primitieve volkeren in Siberië;
- Pussy Riot;
- het kolonialisme van Moskou tegenover verre Siberische provincies;
- de Transsiberische trein;
- een excursie naar de Goelag;
- de gevolgen van Tsjernobyl;
- provincies die vijf keer zo groot zijn als Frankrijk;
- de schoonheid van Siberië.


Het aantal onderwerpen is dus bijna onbeperkt. Ze hebben wel wat gemeenschappelijk: meer negatieve dan positieve zaken; het lijkt wel alsof bijna alle Russische en Wit-Russische mannen verslaafde drinkers en rokers zijn, die liever niet werken; de oproerpolitie is overal ongenadig en corruptie is op alle niveaus aanwezig; kortom: dit land is ziek (p. 297) en vroeger waren vele dingen beter. De gelukkige mensen zijn vooral te vinden in Siberië, dat door Moskou uitgebuit wordt.


Om aan al deze getuigenissen te komen, heeft de auteur met zijn Russische vriend Pasja duizenden kilometers afgelegd, vaak over heel slechte wegen. Een prestatie.


Er zijn ook tekorten: jaartallen ontbreken overal, je weet dus nooit in welk jaar het verhaal zich afspeelde; je moet dus zelf opzoeken wanneer een oorlog of een drama plaatsvond. Een


Gelukkig staat er wel een kaart van Rusland vooraan (p. 10-15), maar in de tekst wordt daar nooit naar verwezen. Je moet dus zelf zoeken waar Mahiljov of Vorkoeta ligt. Enkele plaatsen ontbreken erop: Ochotsk, Borodino, Brjansk, Kazan, Sergiëv Posad, Resjoty. De ene keer schrijft hij Gomel, de nadere keer Homel, voor dezelfde stad (p. 305-306)


Soms ontbreekt de nuance: de verkiezingen voor de burgemeester van Moskou verliepen in 2013 wel correct en in 2018 blijkbaar ook. In 2013 haalde Sergej Sobjanin 51,37%, Alexei Navalny had 27,24%.  En Sobjanin is een Siberiër: ze worden dus niet allemaal gekoloniseerd en uitgebuit. Op 9 september 2018 probeert hij opnieuw verkozen te worden. En hoewel Moskou 12 miljoen inwoners telt, vond ik maar in één krant (La Libre Belgique) een artikel hierover.
De Lada is de meest verkochte auto op het platteland, maar niet in de grote steden Moskou en Sint-Petersburg: daar kennen ze al lang alle westerse merken.


Maar de reportages zijn wel schitterend geschreven en tonen dat Brouwers Rusland en de Russen zeer goed kent, dat het land beweegt en dat we dit land met zijn elf tijdzones niet mogen reduceren tot enkel Poetin. De Russen genieten van hun relatief grote vrijheid. Maar zij die het goed stellen en tevreden zijn met hun vrijheden, komen minder aan bod dan de anderen.


ISBN 9789045033433 | Paperback | 350 pagina's incl. kaarten|  Uitgeverij Atlas Contact/VBK Antwerpen, | maart 2018

© Jef Abbeel, 12 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER


 

Goud in handen
Teksten uit de christelijke traditie, gekozen door reformatorische opinievormers
Bart Jan Spruyt (red.)


Het ‘Goud’ in de titel slaat op de nagelaten geschriften van voormannen uit de geschiedenis van de christelijke kerk. De redacteur, Bart Jan Spruyt (historicus, journalist en columnist), verzocht 42 merendeels bekende personen uit reformatorische kring om een tekst te kiezen die voor hen persoonlijk van grote waarde was en deze van een toelichting te voorzien.


Het valt daarbij op dat de periode van de Middeleeuwen geheel ontbreekt in dit boek. Ook zijn de teksten binnen de zes themahoofdstukken niet chronologisch geordend. De tekstfragmenten omvatten de vroege periode van de kerk en het tijdvak van de 16e eeuw tot het heden.


De keuze was vrij en dus trekt een waaier aan bekende en minder bekende kerkleiders aan ons voorbij. Augustinus ontbreekt niet, Luther en Calvijn evenmin. Voor veel orthodoxe-protestanten zal de naam van Van der Groe, Comrie en Smytegelt nog wel bekend zijn. Maar er komen ook veel namen voorbij van kerkleiders die in hun eigen tijd wel bekend waren, maar voor de meeste mensen thans geheel onbekend zijn. Dat geeft niet. Het is de bedoeling van dit boek om waardevolle bronnen uit de eigen traditie nog eens over het voetlicht te brengen eer secularisatie en digitalisering deze boeken in de vergetelheid doen verdwijnen.


Eigenlijk reikt het doel nog verder. Kan een heroriëntatie op deze bronnen “een bijdrage leveren aan de strijd tegen de innerlijke secularisatie die ook orthodoxe christenen blijkt te bevangen.” (blz. 15). Die vraag wordt bevestigend beantwoord. “Onze traditie biedt niet alleen traditionele antwoorden op vragen die binnen een christelijke context worden gesteld, maar ook antwoorden op nieuwe vragen die zich in een niet-christelijke context opdringen.” (blz. 22).


Er zijn hier twee zaken aan de orde. In de eerste plaats is de constatering wat mij betreft terecht dat bestudering van deze bronnen ook voor deze tijd heel waardevol is. Het materiaal dat deze kerkvaders (het begrip in ruime zin genomen) aanreiken, overstijgt de eeuwen en is relevant ook voor het heden. Maar – en dat in de tweede plaats – of deze teksten nog een bijdrage leveren in de strijd ‘tegen de innerlijke secularisatie’ waag ik te betwijfelen. De kring van mensen die deze teksten lezen, begrijpen en er ook nog mee instemmen is niet zo heel groot meer. Dat wordt ook wel onderkend in dit boek. Er is ‘een ijdele inspanning op te merken in onze gezindte. Het inwerken tegen de afbraak van uitwendige structuren, terwijl we inwendig steeds meer vervlakken.” (blz. 430).


Dat was ook de vraag die ik mijzelf stelde, al lezende in het ‘Goud’ van dit boek. De ‘reformatorische opinievormers’ hebben prachtige teksten geselecteerd. Maar wat herkent de achterban er zelf nog van? En voelt men zich nog verwant met dit gedachtegoed?


De tekstfragmenten zijn merendeels best lang. Dat biedt de lezer de gelegenheid om echt onder te duiken in het fragment en na te voelen wat de schrijver van de tekst bewoog. Aan elke tekst gaat een vaak persoonlijk getinte toelichting vooraf. Zelf had ik de neiging om eerst de brontekst te lezen en pas daarna de toelichting waarin de keus gemotiveerd werd.


Het is ondoenlijk om alle medewerkers te noemen en de fragmenten die zij hebben uitgekozen. Een selectie zou onrecht doen aan diegenen die niet genoemd worden. Laat ik hier stellen dat heel veel teksten (en de paar gedichten) met hun toelichting zeer treffend zijn en je bij het lezen ontroeren. Slechts in een paar gevallen vroeg ik me af of een tekst wel gelukkig gekozen was. De toelichting maakte dan wel weer duidelijk welke betekenis juist die tekst voor betrokkene had. Niet elke lezer zal dat persoonlijke element kunnen navoelen.


Is dit boek alleen aan te raden voor lezers uit de reformatorische kring? Zonder meer, maar niet uitsluitend. Eenmaal waren de opvattingen die hier vertolkt worden gemeengoed in het Nederlandse verleden. Ik denk dan aan het tijdvak tussen Reformatie en Verlichting. Een periode waarin geloof en kerkgang voor de meeste Nederlanders normaal was. Een periode waarin mensen deze teksten lazen en begrepen, terwijl de moderne lezer zal denken dat het taal van half gestoorde mensen is. Secularisatie is als erosie van vruchtbare grond. Kennis en besef van Bijbelse waarheden zijn verloren gegaan. Dit boek draait om de noodzaak dat de mens God zoekt en vindt. Het gaat om de verzoening van een zondig mens met God. Dat was de kernvraag die ons voorgeslacht bezig hield. Die vraag is thans vervangen door de vraag hoe je het maximale uit dit leven kunt halen.


Daarom is dit boek voor een veel bredere kring van lezers van belang. Het was een goede gedachte van Bart Jan Spruyt om met deze bundel te komen. Een compliment voor hem en al zijn medewerkers is zeker op zijn plaats.


Maar ook de uitgever verdient een compliment. Het boek is in een fraaie band uitgegeven en heeft een mooie bladspiegel. Op de voorkaft prijkt een afbeelding van een docent met studenten. Iedereen is bezig met een boek. De docent gebaart met het boek in zijn hand, een student wijst een passage aan, een ander leest, weer een ander bespreekt een passage met zijn medestudent. Dat was nog eens een tijd! Niemand met zichzelf en een mobiele telefoon bezig. Maar iedereen met een boek in handen dat zij gezamenlijk bestuderen. Dat wens ik ‘Goud in handen’ ook toe. Lees het, lees het met elkaar en spreek erover.


ISBN: 9789402906646 | Hardcover | 483 pagina's  | Uitgeverij De Banier | Mei 2018

© Henk Hofman, 8 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Liefde in verhouding
Een nieuw perspectief op trouw en ontrouw
Esther Perel


"Ik ben mezelf niet of al die jaren nooit geweest" zongen Acda en de Munnik in een liedje over verliefd zijn op iemand anders dan de eigen partner. In het liedje gaat het over de vertwijfeling en de verwarring die deze buitenechtelijke relatie oproept. Graag bij elkaar willen zijn, zo enorm verliefd zijn, 'We zij het allebei maar willen het niet zijn' De wroeging en de verslaving aan elkaar maar ook willen stoppen. 'Laat mij iets doen nu. Waardoor je mij nooit meer wilt zien.' zingen de twee heren. Alle emoties rond zo'n liefdesaffaire komen in dit lied naar voren en over dit en veel meer gaat Liefde in verhouding van Esther Perel.


Het mooie is dat deze psychologe geen oordeel heeft, zij analyseert en stelt vast en dan nog wordt ze regelmatig verrast door haar cliënten. Als eerste vertelt ze over wat verstaan wordt onder ontrouw, het woord heeft namelijk voor iedereen een andere inhoud en betekenis. De een vindt aan een ander denken ontrouw, de ander vindt pornofilms kijken ontrouw en zo is er een heel scala aan vormen van ontrouw op te noemen. Het is maar net waar degene die er mee te maken krijgt waarde aan hecht. Maar de seksuele ontrouw, wordt het meest als dé vorm van ontrouw gezien. Wat Esther Perel doet is voornamelijk deze vorm van ontrouw bespreken. Waarom doen mensen dat? Hoe ga je er mee om, wat levert het op, wat is er zo schokkend aan, waarom kwetst het zo?


Esther Perel gaf in het tv programma Zomergasten al aan dat de tijden erg veranderd zijn. 'Vroeger trouwde je en daarna had je je eerste seksuele ervaring, tegenwoordig trouw je en stop je met seksueel contact met anderen.' In het boek stelt ze ook dat tegenwoordig veel vaker een huwelijk uit liefde gesloten wordt dan een huwelijk uit verstandelijke overwegingen. Daarnaast is er veel meer keus in partners gekomen dankzij internet of bijvoorbeeld de mogelijkheid tot reizen, je hoeft niet meer met een dorpsgenoot te trouwen, bij wijze van spreken, de concurrentie is groter.
Daardoor is de druk toegenomen en moeten stellen aan veel meer voorwaarden voldoen. Ze moeten alles zijn, alles moet ideaal zijn, ook de seksuele relatie.
Is dat misschien de reden voor ontrouw? Dat je even niet de ideale partner, collega, moeder, vader hoeft te zijn? Het zou kunnen stelt ze, maar daarnaast zijn er veel meer factoren waardoor mogelijk ontrouw gepleegd wordt.


Die factoren bespreekt Esther Perel allemaal en ook de reacties van de partner op de gepleegde ontrouw. Sommigen zeggen dat ze het benauwd kregen, hun leven lag vast, ook de seks werd minder spannend of was er helemaal niet meer. Door de geheime relatie voelden ze zich weer aantrekkelijk en vooral lévend. De ander zag zijn vrouw als de moeder van zijn kinderen, als de spil van het gezin, bijna als een heilige en kon daardoor niet meer met haar vrijen en zocht dat gedeelte buitenshuis. En zo zijn er vele aanleidingen en oorzaken van ontrouw en dat hoeft niet te betekenen dat de eigen relatie niet goed is. Het zit vaak in de 'pleger' zelf.
Het is fascinerend om te lezen wat er in al die hoofden omgaat en Perel kan dat zeer helder verwoorden en duiden.


De reacties op de ontrouw worden natuurlijk eveneens besproken. "Ontrouw is alles in een: bedrog, verlating, afwijzing, vernedering." Vooral bij jarenlange buitenechtelijke relaties maakt ontrouw ook de gezamenlijke beleefde herinneringen en gebeurtenissen ineens heel anders. Toch zijn de reacties op ontrouw heel divers; de een is niet eens zo geschokt om het feit dàt de partner ontrouw was, maar wel dat er - soms jaren - tegen ze gelogen is, de ander is razend, zet alle spullen van de overspelige partner buiten en/of zint op wraak en zal en moet die partner bijv. enorm voor schut gezet worden zodat iedereen kan zien wat voor vreselijk mens het is.  Er wordt ook een man beschreven die het erg vindt dat zijn vrouw bij de ander wél seksueel sprankelend was, net zoals zij was in hun beginjaren, die vrouw wil hij ook weer en doet er alles aan om dat voor elkaar te krijgen.

De culturele achtergrond of het geboorteland maakt ook uit qua reactie. In Frankrijk is het bijvoorbeeld vooral belangrijk dat je discreet bent als je ontrouw bent. In Amerika barst er een bom en moet iedereen het weten. En in weer andere landen is het zo enorm zondig als de vrouw ontrouw is dat ze gestenigd wordt. In Senegal halen de vrouwen veelal hun schouders op, ze weten dat het gebeurt...


Maar er komt nog veel meer kijken bij ontrouw zijn, bijvoorbeeld of je het wel of niet vertelt aan je partner, is alle ontrouw wel échte ontrouw? Hoe gaat de maîtresse/geliefde met het getrouwd zijn van de partner om? Hoe kom je uit de crisis die de ontrouw veroorzaakte? enz. enz.
Alle facetten rond trouw en ontrouw worden in dit boek besproken en het is enorm interessant om te lezen. Het boek zal denkelijk ook mensen die in zo'n situatie zitten, als bijvoorbeeld de eerste schok voorbij is, veel opheldering kunnen verschaffen. Het maakt dat je inzicht krijgt en het boek kan mogelijk zelfs een troost bieden omdat blijkt dat een ontrouwe partner bij heel veel mensen hun leven totaal ontregeld heeft.

Kortom, een bijzonder prettig, liefdevol en met veel inzicht geschreven boek.


ISBN 9789400509092 | Paperback | 350 pagina's | Uitgeverij Lev. | januari 2018

© Dettie, 3 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

The Jewish Century
Yuri Slezkine


Yuri Slezkine groeide op in de SU, waar zijn Joodse grootouders al hun bezit kwijtraakten door de Oktoberrevolutie. Nu is hij professor in Berkeley, Californië. Hij schreef ook “Het huis van de regering”, een indrukwekkend boek over de Sovjet-elite, die tijdens Stalin in één groot appartementsgebouw samenwoonde tegenover het Kremlin.


In “The Jewish Century” beschrijft hij het Joodse leven in de 20° eeuw, die de Joodse eeuw werd door
a) hun massale deelname aan de Russische revolutie;
b) Hitlers poging om hen compleet uit te roeien;
c) hun migratie naar de VSA  en Palestina.


Joden zijn voor hem alle leden van Joodse gemeenschappen door geboorte, geloof, naam, taal, beroep en hun kinderen en kleinkinderen.


In hfst. I typeert hij hen als handeldrijvende nomaden(“Mercuriërs) en vergelijkt hij ze met andere nomadische volkeren uit de geschiedenis: Indiërs, Chinezen e.a. Hij toont hier een enorme kennis, maar dit hoofdstuk zegt weinig over de kern van het boek.


In hfst. II spreekt hij al iets duidelijker taal: in de 19° eeuw ontpopten vele Joden zich tot grote bankiers, o.a. de families Rothschild, Stern, Oppenheim. Ze speelden ook een grote rol in de industrie en de wetenschap. Aan de universiteiten waren ze met 20% of meer, hoewel ze slechts 3 % van de bevolking uitmaakten. Hij noemt hier ook een paar bekende namen uit de 19° en 20° eeuw: Marx, Zamenhof (bedenker van het Esperanto), Helphand, Freud, Marcuse, Kaganovtisj, Ehrenburg, Adorno, Lukács.


In hfst. III komt Slezkine echt op gang: dan heeft hij het over het eerste beloofde land, het Rusland van de Oktoberrevolutie. Daar woonden rond 1900 ruim 5,2 miljoen van de 8,7 miljoen Europese Joden en ze vormden er 4% van de bevolking (in 2018 nog 0,1%).


Slezkine zegt dat de sterkste niet-Russische groep toen de Duitsers waren, die sinds Peter de Grote belangrijke functies vervulden, vooral in de legertop (18 à 33%), bij de industriëlen, ingenieurs, dokters, hovelingen en diplomaten (50 %), hoewel ze slechts 1,4% van de bevolking telden. Maar de Joden scoorden even hoog in de banken, industrie, bij advocaten en dokters, in cultuur, muziek en kunst. Gevolg: rond 1880 kwamen er quota voor de gymnasia en universiteiten, waar ze oververtegenwoordigd waren met 20 à 43% en zeker bij de nummers 1 van de klas.
Van de Joden woonden er 49% in de (kleine) steden. In 1791 had Catharina de Grote hen verplicht om zich te vestigen in een afgebakend gebied in het westen van Rusland.
Tijdens de tsaren hadden ze geen toegang tot de overheidsfuncties en in het onderwijs waren er quota voor hen. De overheid organiseerde geen pogroms, maar bevorderde die wel door Joden te concentreren in bepaalde westelijke gebieden en beroepen. Hun antwoord was emigratie: tussen 1897 en 1915 verlieten 1,288 miljoen Joden hun land. 70% trok naar de VSA, vele anderen naar de steden; in Sint-Petersburg steeg hun aandeel van 6.700 in 1869 tot 35.100 in 1910, hoewel  tot 1917 enkel economisch belangrijke Joden in de grote steden mochten wonen. Naar Palestina trokken er weinig.


Aan de Oktoberrevolutie namen ze massaal deel: Alexander Helphand organiseerde in 1917 de verzegelde treinreis van Lenin, waarbij  17 van de 29 reizigers  Joden waren. 31 à 37% van de Bolsjewieken waren Joden en ze overtroffen de Russen in alle hoge functies: staatshoofd (Kamenev, Sverdlov), burgemeesters van grote steden, delegatieleiders in Brest-Litovsk (Joffe en Trotski), moordenaars van de tsarenfamilie (Sverdlov, Golosjtsjekin, Joerovski), leiders van de Komsomol, leiders van de dwangarbeiders in de Goelagkampen.
Lenin zelf had een Joodse grootvader, maar dat moest geheim blijven. Volgens Gorki, zelf pro-Joods en de meest geëerde Russische schrijver, had Lenin gezegd: “Een slimme Rus is bijna altijd een Jood of iemand met Joods bloed.“ En Gorki zei dat ze veel harder werkten dan de Russen.


Vele revolutionairen waren getrouwd met een Joodse: Boecharin, Dzerzjinski, Kirov, Molotov, Rykov etc. De Joden waren dus oververtegenwoordigd, in 1923 hadden al enkele Joodse intellectuelen schuldig gepleit voor de misdaden van de Bolsjewieken en al in 1927 kregen ze, samen met de Letse geheime agenten en de Polen (Dzerzjinski),  in een boek de schuld voor de vele Russische doden van de burgeroorlog en van de moordpartijen (pagina's 181-183).


Slezkine benadrukt dat er geen masterplan zat achter de massale Joodse deelname, maar vraagt zich wel af hoe zoveel Joodse intellectuelen op zo korte tijd moordenaars waren geworden. In 1931-1934 werd het Witte Zeekanaal gegraven door dwangarbeiders. Alle leiders hiervan waren Joden: Jagoda, Kogan, Berman, Firin, Rappaoport en Frenkel.
De auteur besluit dit derde hoofdstuk als volgt: de Joodse revolutie binnen de Russische revolutie was een gewelddadige poging om een wereld te ontwerpen van Mercurische Apollo’s, een Rusland dat de wereld zou omvatten (pagina 203).


Hfst. 4
gaat over de drie beloofde landen: Amerika, Palestina en de steden in de SU. Die steden waren Kiev, Charkov, Leningrad en Moskou (pagina 206). Hij vergeet hier Odessa en Vilnius.
In Palestina werd het socialisme met de collectieve boerderijen, de planeconomie en de vakbonden een deel van het Zionisme. In Amerika moesten de Joden zich aanpassen aan het materialisme en het haastige leven: ze vonden Rusland een beter land met warme mensen. De Russische steden kregen veel toeloop: in 1912 telde Moskou 15.353 Joden, in 1926 zes keer zoveel: 131.000 en in 1936 zelfs 250.000.
Leningrad, Kiev en Charkov kenden ook zo’n evolutie. In 1939 woonden 1,3 miljoen Joden in steden die 25 jaar vroeger voor hen gesloten waren. Met de invoering van de N.E.P. (Nieuwe Economische Politiek) steeg het aantal Joodse winkels in Moskou boven 50 % en hun fabrieken naar 33%. Ook dit was een Joodse revolutie. Idem in de leiding van de geheime dienst: die telde meer Joden (37) dan Russen (30) en de grote baas was Genrich Jagoda, die samen met Jezjov en Beria verantwoordelijk was voor en nadien zelf slachtoffer van de Grote Terreur. Bij de ondervragers en folteraars waren ook vele Joden (221).


In 1939 telden de Joden 17 à 35% van de universiteitsstudenten, hoewel ze tijdens het communisme een quotum hadden van slechts 13%; verder waren ze met 63 tot 82% van de ambtenaren en 38 à 69% van de dokters, apothekers, tandartsen, juristen. Verder waren ze ook in de meerderheid bij de diplomaten en spionnen en in de top van de goelag.
Slezkine geeft als redenen voor dat overwicht aan:
a) hun struggle for survival, hun buitengewone energie;
b) hun onderlinge solidariteit;
c) hun hoger cultureel niveau.
Geen wonder dat Stalins zoon Jakov een Joodse vrouw had en dat Svetlana telkens op Joden verliefd werd, zeer tegen de wil van haar vader.


Die oververtegenwoordiging leidde uiteraard tot jaloersheid. Om dit antisemitisme in te dijken, vroeg Anna, de zus van Lenin, in 1932 en 1934 aan Stalin om bekend te maken dat Lenin een Joodse grootvader had, maar deze beval dit geheim te houden (pagina's 245-246).
In 1928/30 gaf Stalin landbouwgrond aan de Joden in Birobidzjan in het verre oosten, in plaats van op de Krim of in Oekraïne. Weinig Joden trokken ernaartoe: 18.000 op 108.000 inwoners in 1939.
De Grote Terreur trof vooral de elite en dus ook de Joden: Kamenev, Zinovjev, Jagoda werden geëxecuteerd, hoewel ze goede communisten waren. Maar het aantal viel mee: 1%, veel minder dan de Polen (16%) of de Letten (30%) (pagina 273). En ze werden opgepakt om politieke redenen, niet omdat ze Jood waren. Tijdens de nazi’s sneuvelden ze wel massaal en in alle beroepen. Tijdens de oorlog kreeg de SU 45 miljoen dollar van Joodse organisaties in de VSA. Desondanks vond in Kiev in september 1945 nog een pogrom plaats.


In 1948 erkende Stalin meteen de staat Israël in de hoop dat het zijn bondgenoot zou worden in het Midden-Oosten. Toen dat niet gebeurde, startte hij zijn anti-Joodse campagne: alle Jiddische theaters werden gesloten, Joodse vrouwen van toppers zoals Molotov, Vorosjilov en Soedoplatov werden ontslagen en gevangen gezet, Joodse communisten werd ter dood veroordeeld.
Deze aanval op de Joden was de eerste sinds de revolutie: de grote alliantie tussen Joden en communisme was nu ten einde. Ook in de satellietstaten Tsjechoslowakije en Hongarije werden Joden geliquideerd: Slanský, Rákosi e.a.


Na Stalins dood verminderde het antisemitisme, behalve tijdens de processen tegen Brodski (1964), Daniël en Siniavski (1966). De staat bevoordeelde de ‘achtergestelde volkeren’ (Russen, Oekraïners, Wit-Russen, Moldaviërs, Tataren, Oezbeken, Azeri’s) ten nadele van de Joden. De auteur zegt er niet bij dat Joodse studenten op de toegangsexamens vaak onmogelijk te beantwoorden vragen kregen om hen zo te buizen en op de universiteit plaats te maken voor anderen.
In de jaren ’60-’80 wilden vele Joden emigreren naar Israël, maar Brezjnev hield dat tegen om de Arabieren niet op te jagen. Het Amerikaanse congres zette vanaf 1974 druk op de SU om hen te laten emigreren.


Met Tsjernenko stierf ook de oude Sovjetstaat. In het nieuwe Rusland van Gorbatsjov speelden de Joden weer een grote rol in de politiek en nog meer in de economie.
Vooral tussen 1989 en 1992 verlieten vele Joden de SU /Rusland, grotendeels voor de VSA, deels voor Israël. Van de 5,2 miljoen Joden rond 1900 bleven er in 2002 nog maar 230.000 over of 0,16% van de Russische bevolking.


Het Joodse deel van de Russische geschiedenis is volgens Slezkine nu voorbij. Alexander Solzjenitsyn drong er in 2002 bij de Joden op aan om hun morele verantwoordelijkheid op zich te nemen voor hun rol in de moord op de tsarenfamilie, de collectivisering, de Oekraïense hongerdood, de executies door de Tsjeka, de goelag, kortom: in alle misdaden van het Sovjetregime, zoals de Duitsers hun verantwoordelijkheid opnamen in de holocaust. Slezkine gaat daar niet op in en verwijt Solzjenitsyn dat hij die oproep niet deed naar zijn Russische bloedverwanten voor hun wandaden tegenover niet-Russische volkeren.


De Joden die nu nog in Rusland wonen, trouwen vaak met niet-Joden. Sinds de introductie van de markteconomie staan ze weer aan de economische top, zeker bij de ondernemers en de oligarchen. De auteur noemt er zes (pagina 362) en vergeet daarbij Roman Abramovitsj. Hij zegt dat de huidige Russen positief staan tegenover hen, maar dat moeten we nuanceren.


Slezkine heeft weer een heel degelijk werk samengesteld. Zijn beeldspraak, ontleend aan de bijbel en aan de klassieke oudheid, maakt de lectuur soms moeilijk. Hij zegt nergens waarom de Joden zo massaal en overtuigd voor de revolutie kozen, ik neem aan omwille van hun hoop op een betere wereld. Hij zegt evenmin waarom ze zo bereid waren om de smerigste karweien op te knappen en via hun functies bij de geheime dienst en bij de dwangarbeid in de goelag hun medemensen zoveel leed aan te doen. Nikolaj Ezjov, de Jood die de executie van Boecharin voorzat, vertelde dat hij 14.000 Tsjekisten omgebracht had en dat hij betreurde dat hij veel te weinig ‘vijanden van het volk’ had geliquideerd (pagina 270).


Er hadden ook wat meer overzichtelijke  tabellen en statistieken mogen in staan: nu staan alle cijfers in de gewone tekst. Een kaart met plaatsen zoals Birobidzjan of het Witte Zeekanaal was ook welkom geweest. Nu is alles één doorlopende tekst geschreven, met een eentonige bladspiegel dus. Met enkel achteraan veel noten en een register, dat zeer uitvoerig maar niet compleet is.            
Wie de rol van de Joden in de SU/Rusland en in mindere mate in de VSA wil bestuderen, moet dit boek zeker lezen.


ISBN 9780691127606 | Paperback | 456 pagina's | Uitgeverij Princeton University Press | augustus 2006
Engelstalig

©  Jef Abbeel, 21 aug. 2018    

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Schertsfiguur
mijn leven in 15 stukken
Joost Pollmann


Op licht ironische toon vertelt Joost Pollmann in vijftien stukken tekst over zijn leven. De lezer kan er van uit gaan dat het autobiografische verhalen zijn. Natuurlijk zijn herinneringen altijd gekleurd, en is de keuze van hetgeen verteld wordt altijd subjectief. Maar het lijkt er toch op dat de controleerbare feiten kloppen.

De volgorde is chronologisch, we beginnen dus met waar Pollmann geboren is. In Haarlem, in een katholiek gezin: zijn moeder meldde zich ondanks het feit dat ze vijf kinderen had gekregen bij het klooster, en bracht de rest van haar leven door als non.
Zijn vader was fout in de oorlog, en bleef daarna ook nazisympathisant.


Pollmann heeft een keuze gemaakt uit hetgeen hij meegemaakt heeft in zijn leven: een akelige herinnering aan het sinterklaasfeest; de eerste ervaringen met seks, drank en sigaretten, toen hij pas 13 jaar oud was.
Over vakanties in Sauerland, en het ontluisterende terugzien van een vakantieoord dat de idylle in het geheugen doet vervagen.
Over de veranderingen in Europa, die hij van nabij meemaakte en de terroristische aanslagen die nog niet zo lang geleden gebeurden. En meer privé: over zijn geliefde, en een scheiding.


Sommige verhalen doen denken aan de figuur Don Quichote - een dwaze held die het wel goed bedoelt, maar speelbal is van de tijd waarin hij leeft, een associatie die ook het gevolg kan zijn van de toon waarop de verhalen verteld worden.
In deze vijftien verhalen komen we meer te weten over de persoon Joost Pollmann, en voor wie geen tijdgenoot is, geeft het in sneltreinvaart een zeer summier overzicht van de tijdsgeest, vanaf 1950 tot nu.
Tussen de verhalen door duiken pentekeningen op van de hand van Paul van der Steen, karikaturaal, humoristisch en passend bij de tekst.


Joost Pollmann (1957) organiseerde tien edities van de Stripdagen Haarlem, recenseert sinds 1998 voor de Volkskrant, publiceerde meerdere essaybundels en geeft lezingen in binnen- en buitenland over beeldcultuur.
Paul van der Steen is als 'Steen' illustrator voor o.m. Het Parool en publiceert elke vrijdag een literair portret in NRC-Boeken (o.a. verzameld in 'Steen's schrijverskalender 2017'). In 2015 verscheen van hem 'Negenenhalf leven. De literaire bundel voor kattenliefhebbers'.


ISBN 9789062659982 | Paperback | 92 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer| mei 2018
Met tekeningen van Paul van der Steen

© Marjo, 19 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Heerlijk simpel
Ruim 100 makkelijke recepten voor ieder moment
Janneke Philippi


'Heerlijk simpel' wil niet zeggen dat de gerechten in dit kookboek alledaags of sober zijn, integendeel, ze zijn bijzonder maar wel eenvoudig te bereiden. De bereidingstijd is veelal kort - ca. 15 -30 minuten -  (met enkele uitzonderingen) waarna eventueel de rijs- kook- of oventijd nog volgt.


Opvallend is dat het voorwoord ontbreekt. Geen inleidend praatje dus, we beginnen gelijk te koken maar daar is een kookboek dan ook voor. Bij de gerechten staan wél kleine opmerkingen, toelichtingen en/of tips van de schrijfster.
De recepten zijn opgedeeld in 6 categorieën, te weten; lunch. koffie, borrel, vooraf, diner, dessert.


De lunchrecepten zijn bijzonder, geen gegratineerd boterhammetje met kaas of ham maar gerechten waar je geheid indruk mee maakt. Zoals Florentijnse eieren met wilde spinazie (en Engelse -gekochte- muffins) of Piadina (tortillawrap) die in 10 minuten klaar is en er heel luxe en gevuld uitziet. Verder de Romanescoquiche of Waterkers-yoghurtquiches en diverse erg smakelijk uitziende soepjes zoals o.a. de Pompoen-roquefortsoep, Wittebonensoep, Groene tomatensoep. De sandwiches ontbreken echter niet, evenals diverse 'saucijsen'broodjes met verschillende vullingen.


Als je de gerechten voor bij de koffie maakt, dan kun je verzekerd zijn van veelvuldig koffiebezoek, zo smakelijk zijn ze allemaal. Bovendien ziet het er allemaal nog eens prachtig uit ook. Vooral de Yoghurtplaattaart met gekonfijte citrus is werkelijk een pláátje. De Panbrownies zijn eveneens een streling voor het oog (en tong) evenals de Chocotwisters... het is jammer dat niet van alles een foto bij de recensie te voegen is, maar ook de walnoot- frangipanetaart is een waar kunststukje om te zien en is - als je de ingrediënten leest - ook niet te versmaden. Eigenlijk zou je alle deze gerechten wel willen maken... en dat zal vermoedelijk ook gebeuren.


En dan komen we aan bij het borreluurtje met de bijpassende hapjes, gerechtjes, zelfgemaakte borrelnootjes etc.


"Het liefst borrel ik met wat voorhanden is. Geen opgedirkte hapjes met eindeloos veel ingrediënten maar een stuk kaas met een snelle bessenchutney, speltpizza met daslook en buffelmozzarella of gegrilde pimientos de padrón. of kruidenboters of hummus met brood, altijd goed."


Meldt de schrijfster ons, om vervolgens met de recepten van heerlijke kruidenbotertjes te komen of kleine kroketjes, inderdaad de speltpizza, borreltosti's (met gegrilde bosui en courgette), kibbeling van garnalen met basilicum-limoenmayonaise, hummus, de pimientos etc, etc.


De voorafjes zijn divers, te beginnen met lekker chique zoals; Gegratineerde oesters met parmezaan-muntboter, Artisjok-uigratin, Gerookte eendenborst met avocadomayonaise, Vitello tonato (met kalfstong) maar ook gerechten met eenvoudigere ingrediënten zoals onder andere Champignons à l'escargots, ham met fruit, coeur de boeuf tomaten met buffelmozzarella en venkelolie. Heerlijk, heerlijk.


Ondertussen ben ik ook wel nieuwsgierig naar de recepten voor het diner na al die overheerlijke gerechten die je doen watertanden.
Dit hoofdstuk begint met visgerechten zoals bijvoorbeeld; Gebakken roodbaars met zilte zeekraalstamppot, en ook de selderdauphinois met anjovis lacht je toe vanaf de foto.
In verhouding staan er weinig vleesgerechten in, maar wel erg aantrekkelijke pasta- en groentegerechten. Vooral de geroosterde aubergineschotel ziet er heerlijk uit en is inderdaad- net als de andere recepten - erg makkelijk te maken.
Ik mis overigens wel tips over wat er eventueel bij de dinergerechten geserveerd kan worden, zoals bijvoorbeeld (geroosterd) brood, aardappelen, salade etc.


De desserts zijn altijd mijn favoriete gedeelte, en ook hier is het weer zeer aanlokkeijk. Het begint al met het omgekeerde rabarbertaartje (bereiden 20 minuten, oven 20 minuten) gevolgd door een ganache, galette met limoncellocrème en gebakken aardbei!, fritata dolce met kersen, espresso-panna cota met amandelsaus en nog veel meer lekkers. Te erg... Het wordt nog moeilijk kiezen...


Bij alle recepten staan de - weinige - ingrediënten duidelijk weergegeven in een aparte lijst. De recepten zelf worden stapsgewijs beschreven, waarbij de opeenvolgende belangrijkste handelingen dik gedrukt zijn. Onderaan het recept staat de bereidingstijd, de wachttijd en/of de oventijd.
De foto's in het boek zij erg mooi gestyled en doen alle gerechten goed uitkomen.


Opvallend is dat er erg weinig tot geen zout in de gerechten gebruikt wordt. Dat wordt door de verdere ingrediënten goed gecompenseerd.

Kortom, een uitstekend, mooi verzorgd, kookboek waar menigeen veel plezier aan zal beleven. Ik weet zeker dat ik het vele malen zal gebruiken, juist omdat het allemaal relatief eenvoudig te bereiden is.

Janneke Philippi is foodstyliste en kookboekenauteur. Ook schrijft ze recepten voor veel tijdschriften. Ze heeft een maandelijkse rubriek in een foodmagazine. Samen met haar man, foodfotograaf en vormgever Serge Philippi, maakte Janneke meerdere kookboeken.


ISBN 9789059567597 | Hardcover | 256 pagina's | Uitgeverij Fontaine | oktober 2017

© Dettie, 22 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wereldgeschiedenis van Nederland
Huygens Instituut voor Nederlandse geschiedenis


Onder redactie van Lex Heerma van Voss, Karel Davids, Karwan Fatah-Black, Marjolein ’t Hart, Leo Lucassen en Jeroen Touwen


De laatste 30 – 40 jaar is er een nieuwe benadering van de Nederlandse geschiedenis ontstaan en wordt deze meer in internationaal perspectief geplaatst.
Dit boek is geen canon van onze ‘vaderlandse’ geschiedenis want men heeft niet de pretentie om álle belangrijke gebeurtenissen te noemen al komen de meeste wel voor in dit boek.

In korte hoofdstukjes – iedere bijdrage telt 5 à 6 pagina’s – wordt onder een jaartal een gebeurtenis of het begin van een historische ontwikkeling beschreven door in totaal ruim honderd wetenschappers van uiteenlopende disciplines. Aan het slot wordt steeds enige literatuur genoemd en zijn er ook verwijzingen naar andere jaartallen in dit lijvige boek dat geen doorlopende geschiedenis beschrijft maar wel streeft naar karakteristieke feiten voor een bepaalde periode.


Het eerste deel ‘Trekkers en blijvers’ begint met de oudste sporen van bewoning die 300.000 jaar oud zijn en komt de ‘wenkbrauw van Krijn’ ter sprake die voor de Zeeuwse kunst in de Noordzee is gevonden.

-Een andere bijdrage gaat in op de vondsten die werden gedaan bij de aanleg van de Betuwelijn.

- Wie weet dat er migratie vanuit de Hongaarse laagvlakte naar onze contreien heeft plaatsgevonden?

- Verder wordt het meisje van Yde, gevonden in het veen en gedateerd rond de jaartelling, besproken.

- De Friezen waren van oorsprong geen boeren maar dreven veel over zee in de vroege middeleeuwen en waren een zeevarend volk.

- Een andere bijdrage geeft een mooi inzicht in de werkwijze van de missionarissen Willibrord en Bonifatius.

- De laatste bijdrage in dit deel is gedateerd op 834 wanneer Dorestad (nu Wijk bij Duurstede), toen een wereldstad met grote haven waar veel handel plaatsvond, voor het eerst door de Vikingen werd aangevallen.


In ‘Religie, rijken en revoltes is er aandacht voor iets wat tamelijk onbekend is, namelijk dat er 30 koloniën in het zuiden van Zweden waren waarvan de helft in het bezit was van de Hanzesteden.

- In 1473 wordt het eerste in Nederland gedrukte boek gedateerd. Het is een historische uitgave van het Nieuwe Testament. Wie weet dat er rondtrekkende drukkers waren die her en der hun diensten aanboden? Dergelijke feiten typeren dit boek dat aandacht heeft voor ‘grote’ en bekende feiten maar ook regelmatig ‘kleine’ geschiedenis voor het voetlicht brengt waarin een bepaalde periode dichterbij komt en vanuit een verrassend perspectief wordt belicht.

-Boeiend is ook de bijdrage ‘Zonder Spanje geen Oranje’ dat onze klassieke visie op deze periode verandert: Karel V maakte in 1549 van de Nederlandse provinciën één geheel: ‘Daarmee hebben Karel V en zijn raadgevers, zoals de Fries Viglius van Aytta, de basis gelegd voor de huidige staten Nederland, België en Luxemburg. Zo is de keizer feitelijk de vader van drie vaderlanden geworden’, pag. 176 – 177.

- Waarschijnlijk denken wij dat de beeldenstorm een Nederlands – en cultureel gezien een betreurenswaardig – verschijnsel is. In een bijdrage wordt duidelijk dat deze beweging begon in Rouen in 1562, mede onder invloed van Calvijn. De hysterie verbreidde zich en men zag het in Nederland aankomen. Een Habsburgse staatsman verzuchtte dan ook: ‘alleen God kan voorkomen dat het voorbeeld van Frankrijk wordt gevolgd in de Nederlanden’, pag. 181 – 182.

- Interessant maar onbekend is het gegeven dat Willem van Oranje een groot internationaal netwerk had: er zijn maar liefst 13.000 brieven van hem bewaard gebleven.


Het deel ‘Andere werelden’ opent met de eerste vloot via de Noordpool naar Indië waar men specerijen en luxe artikelen inkocht. Wij waren – in tegenstelling tot wat wij graag denken – zeker niet het enige land dat hiermee bezig was. Veel kennis werd bij de Portugezen vandaan gehaald en ook buitenlandse navigatieliteratuur werd vertaald. Zo weerlegt het boek dikwijls gevestigde denkbeelden en klinkt er hier en daar een licht kritische toon in de bijdragen waarin doorschemert: de werkelijkheid is net even ánders dan wij altijd hebben gedacht.

- Interessant is de voorbereiding van de drooglegging van de Beemster. Er wordt octrooi verleend, er vindt schadevergoeding plaats aan belanghebbenden en er wordt een compagnie opgericht waarin diverse partijen samenwerken. Heel modern allemaal! Onbekend is het feit dat wij niet de enigen zijn want in Frankrijk werden ook polders drooggelegd.

- Verder is er in dit deel aandacht voor de nationale synode van Dordrecht in 1618 die ínternationaal blijkt te zijn en o.a. waar werd besloten tot de Statenvertaling van de bijbel die in 1637 verscheen. Dat deze de Nederlandse taal heeft beïnvloed is een - hardnekkige - mythe uit de 19e eeuw want het taalgebruik van de Statenvertaling werd toendertijd reeds als gedateerd beschouwd. Ook zijn er Duitse invloeden aanwezig.

- Actueel is de hoogleraar Reland die in 1705 in zijn streven om naar ‘waarheid’ te zoeken, pleit voor een genuanceerder beeld van de islam in zijn boek ‘De Religione Mohammedica’.

- Ook is er aandacht voor de Kerstvloed die in 1717 Groningen treft en wordt duidelijk gemaakt dat de watersnoodramp in 1953 ook andere landen trof.


In het deel ‘Nationaal, koloniaal, internationaal’ is er evenals in andere delen o.a. aandacht voor muziek, literatuur, kunst en religie.

- Een bijdrage gaat in op het feit dat Nederland na Frankrijk het tweede land in de wereld was dat de Verenigde Staten als land erkende. De Amerikaanse gezant John Adams lobbyde daarvoor actief in Europa.

- De eerste grondwet ‘Staatsregeling voor het Bataafsche Volk’ uit 1798 was het resultaat van een wedstrijd waarmee Nederland een zusterrepubliek van Frankrijk werd. De gevestigde opvatting dat 1813 het begin van onze grondwet wordt hier weerlegd. De grondwet van 1848, waarbij Thorbecke bij betrokken was, is sterk beïnvloed door ideeën uit andere Europese landen. De 19e eeuw wordt als volgt omschreven:’ Enerzijds was er een steeds sterkere grensoverschrijdende uitwisseling van kennis, ideeën en ideologie,waardoor culturen steeds meer vervlochten raakten. Maar ook was dit de eeuw van het nationalisme, waarin velen steeds sterker prat gingen op een veronderstelde nationale eigenheid’, pag. 398.

- Verder is een bijdrage over ‘het ontstaan van de Nederlandse huisvrouw’, wordt het verhaal van Hansje Brinker verteld dat echter van Amerikaanse oorsprong blijkt te zijn en wordt duidelijk gemaakt dat de eerste fietsen uit het buitenland kwamen terwijl de ANWB de fiets propageerde als ‘het meest vaderlandsche van alle vervoermiddelen’.

- In een andere bijdrage komt naar voren dat er in de voormalige koloniën andere juridische maatstaven golden: hier werd bv. de doodstraf nog wél toegepast toen deze in Nederland al was afgeschaft. Interessant is ook dat er Indië al eerder dan wij denken een streven naar onafhankelijkheid was zoals blijkt uit de studentenbeweging uit 1908.

- Met een verhaal over de bouw van het Vredespaleis in 1913 sluit dit deel af.


In het laatste deel ‘(on)veilig, (on)afhankelijk’ is er opvallend genoeg geen aandacht voor de Eerste Wereldoorlog. Gezien de enorme impact die dit heeft gehad in Europa en de komst van Belgische vluchtelingen naar Nederland, had hier wel aandacht aan moeten worden besteed. Ook de crisisjaren worden niet belicht en dat lijkt mij niet terecht want dit was internationaal een moeilijke periode waarin belangrijke ontwikkelingen plaatsvonden die leidden tot de Tweede Wereldoorlog. Deze moet het ook doen met één item over de Hongerwinter waarin ons beeld van Churchill een deuk krijgt omdat hij voedselhulp aan ons land lange tijd tegenhield vanuit de gedachte ‘De Duitsers eten het toch weer op’. Seyss-Inquart was echter bezorgd over de situatie in Nederland en wilde wél humanitaire hulp verlenen, zo komt in dit verhaal naar voren. De werkelijkheid is vaak ánders dan wij die graag zouden willen zien...

- Kritisch is eveneens de bijdrage over de onafhankelijkheid van Indonesië. De officiële erkenning kwam pas in 2005 toen voor het eerst werd uitgesproken dat deze ‘oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis’ had plaats gevonden. Lang werd er eufemistisch over ‘politionele acties’ gesproken terwijl ons leger daar gewoon oorlog voerde.

- De apartheidspolitiek in Zuid-Afrika is beïnvloed door het calvinisme waarbij de idee van Abraham Kuyper ‘soevereiniteit in eigen kring’ als legitimatie werd gebruikt. Hij bedoelde dit als rechtvaardiging van een eigen gereformeerde zuil en terecht wordt de vraag gesteld – maar niet uitputtend beantwoord – of deze gedachte van Kuyper niet is misbruikt (en dat lijkt wel het geval te zijn).

- In het verhaal over de oprichting van de Wereldraad van Kerken wordt met name stilgestaan bij de Nederlandse politiek t.ov. de onafhankelijkheidsstrijd in Indonesië. Hier had de missionaris Johan Verkuyl genoemd mogen worden die zich sterk maakte voor de belangen van Indonesië hetgeen hem niet door iedereen in dank werd afgenomen.

- Opvallend is de uitspraak van de koningin bij de opening van de Oosterscheldekering die tot stand kwam n.a.v. de watersnoodramp in 1953: ‘Wij hebben dit offer gebracht, ons bewust van het feit dat het niet alleen een nationaal belang betrof, maar dat hiermee een bijdrage werd geleverd aan het ecologisch beheer van Europa…. Een goed milieubeleid is onze gezamenlijke opdracht. Dit geeft de Deltawerken in hun uiteindelijke vorm een Europese dimensie’, pag. 597. Ook hier wordt overigens een mythe ontzenuwd want er werd voor de aanleg van de Deltawerken gebruik gemaakt van kennis en materieel van elders in de wereld.

- Verder komt in dit laatste deel een scala aan herkenbare onderwerpen naar voren dat afgelopen vijftig jaar typeert: huizenbouw, inpoldering, KNMI, homoseksualiteit, Coca Cola, BKR, anticonceptiepil, mijnbouw, Bijlmermeer, feminisme, club van Rome, Lockheed-affaire, kraakbeweging, Max Havelaar koffie, EU.


Een boeiend en vaak ook verrassend boek dat menigmaal een nieuwe kijk geeft op gevestigde denkbeelden omtrent ons verleden.


ISBN 9789026343995 | Hardcover | 751 pagina's met illustraties | Ambo|Anthos | 31 augustus 2018

© Evert van der Veen, 11 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Oranje in revolutie en oorlog
Een Europese Geschiedenis 1772-1890
Jeroen Koch


Men zegt wel eens dat een boek dat qua inhoud en stijl ongemeen boeiend is ‘verslonden’ wordt. Dat is wat mij betreft het geval met het boek van Jeroen Koch over het Oranjehuis in de 19e eeuw. Daar komt nog bij dat het boek ook eminent is uitgegeven. Hier geen fotokatern in het midden van het boek, maar vele illustraties, merendeels in kleur, verspreid over het boek, passend bij de tekst, en voorzien van een goede toelichting. De mooie omslag, het kloeke formaat en de prachtige bladspiegel dragen bij aan het besef dat aan deze uitgave de grootste zorg is besteed. Zo’n mooi boek, gelet op inhoud en vormgeving, krijg je niet elke dag in handen.


Het boek is eigenlijk een verkorte weergave van drie biografieën over de koningen Willem I (1772-1843), Willem II (1792-1849) en Willem III (1817-1890). Jeroen Koch schreef de biografie over de eerstgenoemde vorst en hij nam de taak op zich deze uitgave samen te stellen op basis van de drie monografieën.


Als lezer val je van de ene verbazing in de andere. Het beschreven tijdvak was zonder meer een woelige periode. De Napoleontische Oorlogen, het revolutiejaar 1848, de grondwetsherziening van Thorbecke in 1848, het verlies van Luxemburg en de Duits-Franse Oorlog, de beginnende industrialisatie, de strijd tussen liberalen en conservatieven, opkomend katholicisme en neo-calvinisme. Ik doe maar een greep.
Maar het is ook een ‘chronique scandaleuse’ geworden over het Oranjehuis. En juist dan overvalt de verbazing je. Onderlinge ruzie, haat en venijn tussen echtelieden, ouders en kinderen. Wat maakten zij elkaar het leven zuur! En dan nog het overspel, bordeelbezoek, fraude, intriges, manipulaties en ander wangedrag.


Koning Willem I was ondanks zijn grote capaciteiten een starre man. Koning Willem II was een dapper man, dat bewees hij als adjudant van Wellington en als bevelhebber bij Waterloo in 1814, maar betaalde grote sommen geld aan chanteurs en intrigeerde tegen zijn vader. Koning Willem III blonk uit in lomp en onwaardig gedrag. Toen zijn eerste vrouw Sophie op sterven lag, verbood hij het hof om er ruchtbaarheid aan te geven. Ze was de aandacht niet waard, meende hij. Pas de laatste tien jaar van zijn regeerperiode herstelt zijn tweede vrouw Emma het aanzien van het Oranjehuis en komt de koning ook in zijn privéleven in rustiger vaarwater. Koch beschrijft het allemaal heel levendig en beeldend, maar zonder zich te vermeien in de schandalen.


We moeten wel bedenken dat dit fenomeen gemeengoed was in de meeste Europese vorstenhuizen. Huwelijken waren vrijwel altijd gearrangeerde huwelijken, waarbij liefde voor elkaar geen criterium was. Het Belgische koningshuis bijvoorbeeld werd ook geteisterd door schandalen. Koning Leopold II liet zich in 1901 bij de begrafenis van Queen Victoria vergezellen door zijn maîtresse, een Parijse prostituee die 50 jaar jonger was dan de koning. In onze tijd mogen we ons in Nederland gelukkig prijzen met het onbesproken gedrag van onze voormalige koningin Beatrix en de huidige koning Willem-Alexander.


Vanaf 1814 tot 1840 vormden Nederland, België en Luxemburg één koninkrijk onder Willem I. Het is vooral aan zijn onhandige en arrogante leiding te wijten dat het kwam tot de Belgische opstand, die leidde tot een hernieuwde splitsing van Nederland en België. Daarmee ging de kans op de vorming van een middelgrote staat tussen Frankrijk, Duitsland en Engeland verloren. Een staat van deze omvang had in EU-verband thans meer gewicht in de schaal kunnen leggen. Nog altijd als ik in het mooie België kom, en wel specifiek in Vlaanderen, betreur ik deze breuk. Ik heb wel sympathie voor het streven van de Utrechtse historicus P. Geijl (1887-1966; zijn naam wordt ook wel als Geyl gespeld), die een aanhanger was van de Groot-Nederlandse gedachte. Hij wilde in ieder geval Vlaanderen en Nederland weer samenbrengen en streefde om te beginnen naar samenwerking op het gebied van taal en cultuur. Maar het tij was definitief gekeerd.


Jeroen Koch is historicus, verbonden aan de Universiteit Utrecht. Zoals al aangegeven schrijft hij ongemeen boeiend en heeft hij een enorme grip op de stof. Waardevol is ook dat hij de Nederlandse geschiedenis steeds in een Europees perspectief plaatst. Het komt mij echter voor dat hij weer wat minder affiniteit heeft met religie. De Afgescheidenen van 1834 typeert hij als ‘obscurantisten’ (blz. 226) wat geen recht doen aan hun zorg over wat zij zagen als het verval binnen de Nederlandse Hervormde Kerk. Abraham Kuyper (1837-1920) en zijn volgelingen ziet hij als ‘drijvers’, die een geloofsconflict lieten ‘escaleren’, hierin gesteund door ‘militante’ studenten (blz. 385). Dat is ook wel wat kort door de bocht.


Dit voornaam uitgegeven boek met zijn rijke inhoud kan een standaardwerk over de Nederlandse 19e eeuw worden. De toekomst zal dat uitwijzen. Het heeft er in ieder geval de klasse voor. Dit boek, zo mooi uitgegeven en zo rijk van inhoud, zal zeker een groot publiek aanspreken.


ISBN 9789024409570 |Hardcover | 499 blz. | Uitgeverij Boom | januari 2018

© Henk Hofman, 11 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Robot-is-me?
De robotisering van de samenleving in praktisch, juridisch en maatschappelijk perspectief
Mr. R.C. Winkelhorst


Flaptekst:
'Bloemen houden van mensen, haal ze in huis' groeide in de jaren zeventig uit tot een razend populaire verkoopslogan van de bloemensector. Voor de robots zag het leven er destijds veel minder florissant uit. Afgeschermd van de mens, deden de eerste Robo sapiens louter zwaar en geestdodend fabriekswerk.


Hierin kwam verandering toen eind jaren negentig een van hen de schaaklegende Kasparov versloeg en het robotbrein bestaansrecht werd toegedicht.
Inmiddels is de robotisering van de maatschappij in volle gang en valt deze ook de mens ten deel. Dit leidt niet alleen tot nieuwe mogelijkheden, maar werpt evenzoveel vragen en maatschappelijke uitdagingen op. Niet in de laatste plaats door een mondiaal gebrek aan adequate normen en een definitie van de robot.


Of robots op dezelfde wijze als bloemen, of misschien wel daadwerkelijk, van mensen zullen gaan houden is uiteraard nog maar de vraag. Sommigen vrezen dat de huidige invasie leidt tot de totale omverwerping van onze samenleving. Het in huis halen van het boek Robot-is-me? is gelukkig relatief veilig en brengt u dichter bij een antwoord.


In dit relatief dunne boekje wordt veel aan de orde gesteld, hetgeen voor mij de leesbaarheid niet ten goede komt. De geschiedenis van de robot is een soort opsomming van feiten geworden, die erg droog worden opgeschreven, waardoor de materie niet echt tot leven komt.
Later, als meer praktische toepassingen ter sprake komen wordt het wel leesbaarder, maar je moet je toch wel door de nodige vaktermen heen worstelen. Voorin staat een lijst van gebruikte afkortingen, maar een trefwoordenregister wordt node gemist.
De 494 voetnoten dragen wat mij betreft ook niet echt bij aan de leesbaarheid, hoewel het wel handig is dat ze in ieder geval onderaan de pagina staan en je dus niet steeds naar achteren hoeft te bladeren.
Het onderwerp is interessant genoeg, maar of dit boek nu geschikt is voor de geïnteresseerde leek betwijfel ik een beetje


ISBN 978-94-6251-172 | NUR 820 | Paperback | 234 pagina’s | Uitgeverij Paris | juli 2018

© Renate, 6 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

21 lessen voor de 21ste eeuw
Yuval Noah Harari

 

‘In dit boek laat ik mijn blik over de wereld gaan. Ik kijk naar de belangrijkste krachten die overal ter wereld inwerken op onze samenlevingen en die hoogstwaarschijnlijk de toekomst van onze planeet als geheel zullen beïnvloeden’, pag. 10.


De auteur, die eerder Sapiens en Homo Deus schreef, wil in dit boek proberen vooruit te zien en tendensen te signaleren en te bekritiseren die momenteel en in de toekomst een rol spelen.


Het boek is als volgt ingedeeld:
-       Technologische uitdagingen
-       Politieke uitdagingen
-       Hoop en wanhoop
-       Waarheid
-       Veerkracht

 
In het eerste deel stelt de auteur dat het liberale verhaal irrelevant is geworden. De huidige technologie is zo overheersend aanwezig dat mensen overbodig worden. De automatisering heeft voor- en nadelen, schept nieuwe kansen zodat mensen aan zichzelf toekomen maar heeft ook het gevaar van werkloosheid in zich omdat er minder mensen nodig zijn. Goedkoop en ongeschoold werk zal door robots worden overgenomen. We zitten in een permanent proces van verandering dat voortdurende aanpassing van ons vraagt.
Er zijn twee revoluties gaande: in de informatie en in de bio-wetenschappen: ‘bedenk maar eens dat in een luttele twintig jaar miljarden mensen het zoekalgoritme van Google een van de belangrijkste taken in hun leven zijn gaan toevertrouwen, namelijk het zoeken naar relevante en betrouwbare informatie’, pag. 79.
Hier signaleert de auteur iets waar we nauwelijks bij stilstaan.


In het tweede deel wordt o.a. uitgelegd dat Facebook de oude gemeenschappen vervangt en daardoor zijn we iets wezenlijks kwijtgeraakt: ‘In de loop van de laatste eeuw heeft technologie ons van ons lichaam vervreemd’, pag. 117. Het directe, menselijke contact is digitaal geworden en daar worden we niet altijd beter van, zo wordt duidelijk (en dat ervaren we zelf ook…).
Interessant is zijn verhandeling over botsende beschavingen en het gegeven dat mensen altijd ergens bij willen horen, behoefte hebben aan een overkoepelende eenheid. Hij ziet de verschillen als betrekkelijk, het zijn mensen van onze eigen groep waarmee we van mening verschillen.
Zijn visie op nationalisme is verfrissend: de auteur legt uit dat dit iets is van de laatste 1000 jaar en is ontstaan vanuit de noodzaak tot samenwerking. Een mooi détail is de vermelding van het ‘madeliefjesspotje’ uit de verkiezingscampagne van president Johnson in de VS.


Oorlogen zijn sinds 1945 niet de grootste bedreiging, dat is nu de ecologische uitdaging want de aarde heeft momenteel een kritisch keerpunt bereikt. Daarvoor is internationale samenwerking vereist: ‘We hebben een nieuwe, mondiale identiteit nodig, omdat landelijke instellingen niets kunnen uitrichten tegen een paar compleet nieuwe mondiale problemen. We hebben inmiddels een wereldwijd milieu, een wereldwijde economie en een wereldwijde wetenschappelijke wereld, maar we zitten nog steeds vast aan onze nationale politiek’, pag. 160 – 161. Dit is misschien wel de belangrijkste oproep in dit boek.


In deel 3 legt de auteur nuchtere feiten op tafel die duidelijk maken dat terrorisme weliswaar angst aanjaagt – en dat is ook het doel – maar dat de gepleegde acties weinig effectief zijn als het gaat om resultaten: ‘Terroristen denken dus niet als generaals, maar meer als theaterproducenten’, pag. 203. In deze wat badinerend ogende opmerking (hij kan dat goed en doet dat vaker) maakt Harari duidelijk dat er ondanks het uiterlijk vertoon van geweld weinig verandert. Hij waarschuwt dan ook voor een over-reactie en pleit voor terughoudendheid.


Harari is onthutsend kritisch t.a.v. zijn eigen, Joodse volk en de betekenis die het in de geschiedenis heeft gehad: die is zeer gering. Ook de bijbel relativeert hij want deze ‘is op geen enkele manier de exclusieve bron van de menselijke moraal (en gelukkig maar, gezien de vele racistische, misogyne en homofobe opvattingen die erin worden verkondigd), pag. 237. Dat is even slikken maar wel een uitspraak om over na te denken. Harari heeft dan ook niet zoveel op met religie, vindt deze betweterig, inconsequent en pietluttig. Hij prijst de secularisering waarin mensen belangrijker zijn dan denkbeelden al onderkent hij dat het secularisme niet waardevrij is: ‘Elke religie, ideologie en geloofsopvatting heeft zijn schaduwkanten en welk geloof je ook aanhangt, die schaduwkanten moet je erkennen en de naïeve geruststelling dat het ‘ons niet kan overkomen’ moet je zien te vermijden’, pag. 264.


In deel 4 wordt duidelijk gemaakt dat we minder onafhankelijk zijn als individu dan wij doorgaans denken. Groepsdenken heeft meer invloed op mensen dan zij zich bewust zijn. Alles is betrekkelijk maar de huidige wereld is dermate ingewikkeld dat geen mens alle verbanden kan over- en doorzien: ‘In een wereld waarin alles met elkaar samenhangt, wordt het hoogste morele gebod echter het gebod om te weten’, pag. 279.
Opnieuw komt hier de waarheidsclaim van religies ter sprake die Harari als potentieel gevaarlijk beschouwt. Het zal duidelijk zijn dat hij weinig opheeft met nepnieuws en gemanipuleerde waarheden.


Tenslotte komen de voorgaande delen min of meer bij elkaar in het slotdeel. Vroeger was onderwijs het overdragen en aanleren van informatie maar nu is het belangrijk dat we feiten en gegevens kunnen interpreteren. In de snelle veranderingen van onze tijd is aanpassing en flexibiliteit vereist. We hebben behoefte aan een overstijgend, zingevend verhaal, of dat nu religieus of politiek van aard is. Mensen dienen op de een of andere manier bij elkaar te komen en te worden gehouden.


Het boek biedt vele originele invalshoeken want de auteur, docent geschiedenis aan de universiteit van Jeruzalem, weet open deuren goed te vermijden en is uitstekend in staat om geijkte waarheden van een andere, verrassende en vaak prikkelende kant te belichten. Met name de eerste 17 hoofdstukken zijn uitermate steekhoudend, daarna vind ik hiervoor genoemde spitsvondigheid minder aanwezig.
Een verrijkend boek!


ISBN 9789400407855 | Paperback | 448 pagina’s | Thomas Rap | augustus 2018
vertaald door Inge Pieters

© Evert van der Veen, 30 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Planeet Paranoia
Hoe de wereld ons in de war brengt
Matt Haig


Planeet Paranoia is autobiografisch. Matt Haig had jarenlang last van depressies en angstaanvallen en daarvan geeft hij de veranderende planeet de schuld. Hoe het dan komt dat zoveel mensen geen last hebben van depressies, tja, waar ligt dat dan aan?
Maar het is waar: de wereld is sterk veranderd in de afgelopen eeuwen en het houdt maar niet op.
Er zijn goede veranderingen, zoals de medische zorg, maar er is ook zoveel verkeerd.


Neem onderlinge communicatie: de paradox is dat er steeds meer mogelijkheden zijn om contact met anderen te hebben, via moderne media waarvan de mogelijkheden nog steeds niet allemaal ontdekt zijn, en die media worden ook volop gebruikt, maar tegelijk is er minder écht contact tussen mensen.
In  1665 schreef Samuel Pepys na de aanschaf van een voor die bijzonder nieuw snufje: het zakhorloge:


‘Maar mijn god, kijk toch eens hoe dwaas en kinderachtig ik nog ben, dat ik niet kan ophouden mijn horloge de hele middag in mijn hand te houden en honderd keer te kijken hoe laat het is, en dat ik neig bij mezelf te denken: hoe heb ik ooit zo lang zonder gekund. Maar ik weet nog dat ik sindsdien, toen ik het bezit ervan als een last ging ervaren, heb besloten er zolang ik leefde geen meer bij me te hebben.‘


Ziedaar dé oplossing voor al uw stress! Weg met die apparatuur.
Was het maar zo makkelijk...


In dit boek stelt Haig dat boeken een manier zijn om ruimte te heroveren. Duik in verzonnen werelden, waarin je kunt ontsnappen aan de werkelijkheid, maar waar altijd een waarheid te vinden is. Hoe bizar een verhaal ook is, stelt Haig, en hij kan het weten als schrijver van soms bizarre verhalen, er is altijd een waarheid te vinden, er is ook in een wereld vol monsters een kern te vinden waardoor je de band met de werkelijkheid juist versterkt.


Het merendeel, zo niet alles, van wat je leest in dit boek is helemaal niet opzienbarend. We weten dat best, maar het kan zijn dat mensen dit boek nodig hebben om hun ogen te laten openen, en dan te proberen een andere weg in te slaan. Indien gewenst.


Eigenlijk gebruikt Matt Haig nog te vaak het woord ‘moeten’. Men ‘moet’ niets.  Ook streven naar rust, naar geluk, het moet helemaal niet. Als je weet dat je last hebt van stress is het raadzaam om er iets aan te doen, en dan kunnen de redeneringen van Haig wel hulp bieden.


Voor die mensen is het een toegankelijk boek, zonder hoogdravende, quasiwetenschappelijke taal. Voorbeelden die uit het leven gegrepen zijn, herkenbaar dus.
Korte hoofdstukken en anekdotes verlevendigen het boek. Lijstjes, waarbij je je de vraag kunt stellen of nut hebben:

Hoe kom je uit bed:

1. Wakker worden.
2. Telefoon pakken.
3. 72 minuten op je telefoon staren.
4. Zuchten.
5. Uit bed stappen.’

Nou ja…


Matt Haig (1975) schreef romans, waaronder De Wezens. Zijn werk wordt gepubliceerd in meer dan dertig landen en de filmrechten van zijn debuut The Last Family in England (2004) zijn gekocht door de productiemaatschappij van Brad Pitt.


ISBN 9789048845262 | Paperback | 288 pagina's | Lebowski | juni 2018
Vertaald uit het Engels door Monique ter Berg en Theo Schoenmaker

© Marjo,  27 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Macht en verbeelding
Femke Halsema


Dit boekje is geschreven voordat de auteur burgemeester van Amsterdam werd en is een bijdrage aan de ‘maand van de filosofie’.


Halsema spreekt haar ‘romantisch verlangen naar de jaren zestig’ uit op pag. 12 en dat blijkt daarna nog herhaaldelijk. Haar eindwerkstuk geschiedenis had de Provo beweging als thema. Ze geeft een mooie typering van de jaren zestig en zeventig die ze scherp typeert als: ‘Onder de studenten in mijn omgeving en onder activisten in het algemeen is er een wedren gaande in ideologisch puritanisme, die wordt gewonnen door degene die in de felste bewoordingen en met het meest compromisloze gedrag zijn afkeer van de burgerlijke samenleving demonstreert’, pag. 13.


Ze pleit voor een herwaardering van deze tijd waarin mensen meer en hogere idealen koesterden en een progressieve levensinstelling hadden. Dat ziet zij als ‘een geestesgesteldheid, een onophoudelijk en hoopvol streven naar een rechtvaardiger, eerlijker en opener samenleving, in het besef dat deze zich nooit volledig zal verwerkelijken, pag. 15.


Halsema heeft er moeite mee dat links door mensen als Baudet en Buma wordt weggezet en dat het geen links stemmende en denkende mensen beweegt als irrealistisch wordt beschouwd. Zij vindt dat links meer oog heeft voor de verbeelding, het visioen; politiek heeft dit nodig en het ontbreekt momenteel vaak.
Ze geeft een mooie schets van politieke ontwikkelingen gedurende de afgelopen tijd en vindt het jammer dat links aan invloed heeft verloren. Het gebrek aan perspectief brengt mensen bij elkaar en dat ontbreekt nogal eens in de huidige tijd. Linkse partijen dienen zich volgens Halsema bewuster te zijn van hun verleden en een weg naar de toekomst te wijzen die mensen hoop biedt. De slotzin is een appèl: ‘Alleen met samenwerking kan een keerpunt worden bereikt’, pag. 62.


Een klein maar rijk boekje.


ISBN 9789047710479 | Paperback | 71 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | april 2018

© Evert van der Veen, 10 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER