Nieuwe recensies Non-fictie

Ik kan u niet uitleggen wat de oorlog is
Brieven van een jonge frontsoldaat in de Eerste Wereldoorlog
Mies Haage


Als Mies Haage, docente en vertaalster, samen met echtgenoot Nort Liebrand in Zuid-Frankrijk een tweede huis koopt, ontmoet ze haar buurman, Lionel Vincent. Een keer vertelt ze hem dat zij en haar man de slagvelden van Verdun hebben bezocht, en Lionel reageert: ‘daar is een oudoom van mij gesneuveld. We hebben nog brieven van hem…’


Mies Haage kan haar ogen bijna niet geloven als ze met Lionel de zolder van het ouderlijk huis opklimt en daar een kist met honderden brieven ontdekt. Ze ziet het belang er van in: brieven van een jonge Franse soldaat die vertelt over wat hij meemaakt in de oorlog. Getuigenissen uit de eerste hand!
Een heidens karwei begint: het ontcijferen van vaak met potlood geschreven en zeer kwetsbare, want oude, brieven. Behalve de 500 brieven van César Vincent zijn er ook vele brieven die familieleden en vrienden aan hem stuurden. En ansichtkaarten.
De moeder van César bewaarde alles, maar ze wilde niet dat iemand ze las. Zo kon het gebeuren dat de kist al die jaren op zolder stond te verstoffen. Er zaten zelfs ongeopende brieven in.
Tenslotte werd er besloten een boek te maken met een bloemlezing van deze brieven. Maar helaas heeft Mies Haage de publicatie zelf niet mee kunnen maken. Haar dochter en schoonzoon hebben het werk afgemaakt.


Wie is de briefschrijver, César Vincent? Twintig jaar oud is hij, als er oorlog uitbreekt. Op dat moment was er natuurlijk niet bekend wat wij nu weten: dat dit de Eerste Wereldoorlog zou worden die vier jaar zou duren die miljoenen levens zou kosten. César is een eenvoudige boerenjongen, afkomstig uit een klein bergdorp. Een jongen die niet beter wist dan dat ook hij boer zou worden net als zijn ouders voor hem. Zijn moeder is weduwe als César moet vertrekken. Zij blijft achter met Césars drie jongere zusjes.
Na een korte opleiding worden de jongens naar de Somme gestuurd, waarbij de kapitein hen uitgeleide doet:


‘Als jullie sneuvelen, dan zullen jullie dat niet merken.'


Dan volgt het verhaal, aanvankelijk nog hoopvol, ze zullen immers die Duitsers mores leren! Maar als het langer duurt, en blijft duren, verandert de toon in Césars brieven. Hij wordt steeds cynischer.


Als hij in 1917 na een ziekteverlof van enkele maanden naar het front in Verdun gestuurd wordt, slaat de angst ongenadig toe. Hij kent intussen de gruwelen van de loopgraven door en door en weet welk risico hij loopt. In zijn brieven schrijft hij over zijn wanhoop, over de tegenzin waarmee hij moet gehoorzamen.
Hij beschrijft de toestand in de loopgraven, de onophoudelijke regenval, de bevroren voeten. Maar ook over de kameraadschap schrijft hij, hoe de soldaten de pakketjes die zij van het thuisfront krijgen delen en er dankbaar van smullen.
De brieven staan veelal integraal in het boek, chronologisch. Ze hebben een enorme impact. Dit is geen gefictionaliseerd of zelfs fictief verhaal, hoe waarachtig dat ook kan zijn. Dit is een uit het hart gegrepen, zeer persoonlijk relaas direct uit de loopgraven.


Tussendoor geeft Mies Haage af en toe extra toelichting. Het moet een inspannend karwei geweest zijn om uit te zoeken hoe de wegen van César verliepen. Waar was zijn regiment, hoe reisde hij naar huis als er een zeldzaam verlof kwam? En wat gebeurde er op de plaatsen vanwaar hij zijn brieven zond? Hij was zelf natuurlijk gebonden aan geheimhouding, mocht niet vertellen waar hij was.


Vincent was geen literair talent, zonder deze oorlog zou hij nooit zijn gaan schrijven. Zijn brieven zijn persoonlijk, de wederwaardigheden van een jonge soldaat in akelige omstandigheden die zijn familie en zijn vrienden mist. Die terugverlangt naar het leven van weleer, en zich soms vertwijfeld afvraagt of zijn brieven wel aankomen. Want waarom hoort hij zo lang niets uit zijn geboortedorp?
‘Liefste maman’ degene aan wie hij vrijwel alle brieven schrijft, is evenwel nog minder een brievenschrijver dan hij, en op het laatst – na een ruzie tijdens zijn verlof – schrijft ze helemaal niet meer. Ze stuurt wel pakketjes. Zijn haar brieven kwijtgeraakt? Dat is natuurlijk ook goed mogelijk. Cé֖sar moet nogal eens vertrekken, en de ‘posterijen’ werken niet altijd even goed.


’Hoelang heb ik nu al geen enkel nieuws van u gekregen? Wat is er aan de hand? Bent u ziek?
Wilt u me alstublieft zo snel mogelijk geruststellen?
(-)
Lieve maman, ik kan u niet uitleggen wat de oorlog is. Het is zo vreselijk dat ik niet kan uitleggen wat ik denk, maar ik moet terugkeren.’
Terugkeren! Naar het front!! Ik denk niet dat ik dat kan.’


Het boek begint met de beschrijving van de totstandkoming van het boek, en er wordt verteld over de opbouw van het Franse leger. Bij ieder hoofdstuk is er een korte inleiding, waarna de brieven volgen, met waar nodig extra informatie, en foto’s.
Dan nog in het kort hoe het leven van de betrokkenen verliep en er is een lijst met namen. En een foto van César op de omslag.


ISBN 9789400407282 | Paperback | 406  pagina's | Uitgeverij Thomas Rap | augustus 2022

© Marjo,  15 november 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Landlijnen
Raynor Winn


Raynor Winn schreef met haar boek Het zoutpad een bestseller. In dat boek vertelde zij over het feit dat ze hun huis en alles kwijt waren geraakt. Bovendien kreeg haar man Moth ook nog eens de diagnose blijkt Moth ook nog eens te lijden aan een zeldzame hersenziekte, coriticobasale degeneratie (CBD), een soort mengeling van alzheimer en parkinson. De ziekte beschadigt zijn motoriek, spraak en geheugen. Het is al een wonder dat hij nog leeft.
Erger kan het haas niet.


Omdat ze toch al niets meer hebben besluit het stel het zoutpad te gaan wandelen. Zonder geld, zonder extra's, alleen wat kleding en een tent gaan mee. En dat is het.
Het verhaal dat Rayon schrijft is voor haar man, als geheugensteun. Hij zal immers zijn geheugen steeds meer verliezen.
Uiteindelijk, op aandringen van familie, besluit ze het uit te geven en daardoor konden wij ook meeleven met het bijzondere stel.


Na het zoutpad volgde het bijna sprituele De wilde stilte waarin o.a. met prachtige bewoordingen met name het overlijden van Raynors moeder een plek krijgt en verder enorme diepgang heeft.

En nu is er dit boek Landlijnen. Raynor en Moth hebben inmiddels weer een eigen plek waar ze zeer tevreden mee zijn. Maar de gezondheid van Moth holt achteruit. Zo erg zelfs dat hij op gegeven moment neervalt.


"Het is geen struikelen of misstappen, hij valt gewoon om, als een dode boom bij harde wind."


Even daarvoor was Moth ook al happend naar adem wakker geworden en kon hij niet meer naar de wc lopen. Nadat Raynor probeerde om hem op te vrolijken reageerde de altijd optimistische Moth deze keer heel anders: "ik kan niet blijven vechten, kun je niet gewoon naar mij luisteren?' Moth is er klaar mee.
Maar Raynor vecht wel door. Subtiel legt zij een wandelboek in het zicht, de vorige keer was hij immers ook zo fantastisch opgeknapt van de enorme wandelingen, en Moth snapt de hint. Ze gaan het weer doen! Te beginnen met de als loodzwaar bekend staande Cape Wrath Trail door de Schotse Hooglanden. En natuurlijk mogen wij weer met Moth en Raynor mee.


Ze lopen de deels ongemarkeerde Trail omgekeerd, dus van Cape Wrath naar Fort William. Vooral voor Moth is het begin enorm zwaar en Raynor voelt zich constant schuldig en is enorm bang dat hij juist nog meer achteruit zal gaan. Maar wonderlijk genoeg gaat het goed en leeft Raynor tussen vrees en hoop, waarbij ze enorm bidt dat het geen valse hoop zal zij n.


Het pad is inderdaad loodzwaar maar het voordeel is dat ze nu geen berooide mensen meer zijn. Ze hoeven niet meer te bedenken hoe ze aan eten zullen komen. Ze kunnen af en toe een hotel of B & B pakken, ze eten soms in pubs of restaurantjes. Ze kopen onderweg spullen die ze nodig blijken te hebben. Het weer zit helaas niet echt mee, zware regenstormen, bloedhitte, mist... het weer in de Hooglanden blijkt wisselvallig en altijd verrassend.


Maar ondanks de prachtige beschrijvingen die Raynor Winn over de route en de omgeving geeft, is nu net het wegvallen van de urgentie om aan de minimale levensbehoeften te komen dat wat het boek minder aansprekend maakt. Er zijn uitschieters, vooral de stiltemomenten onder bijvoorbeeld een sterrenhemel en de diepe gedachten erbij zijn onvergetelijk. Maar met het verhaal dat verteld werd in Het Zoutpad leefde je mee, hoopte je dat ze het zouden redden, dat ze vriendelijke mensen tegen zouden komen die hen een een nachtje onderdak en eten wilde geven. Helaas nu, zelfs na het besluit om na de Cape Wrath Trail verder te lopen en daarna weer, tot ze uiteindelijk helemaal naar huis lopen, raak je niet in die ban die het eerste boek veroorzaakte. Ook het sprankelende optimisme wat het verhaal in Het Zoutpad uitstraalde, ontbreekt.


Het mooie is wel dat Moth inderdaad lijkt op te knappen en weer de oude enthousiaste man van weleer lijkt te zijn. Maar of het echt zo is, zal uiteindelijk de dokter moeten vertellen.


Landlijnen
is natuurlijk evengoed een prima boek, want schrijven kan Raynor Winn wel maar na de twee eerdere boeken gelezen te hebben, was dit boek meer een reisbeschrijving dan een persoonlijk relaas over een leven van twee mensen in zware omstandigheden, die het lopen niet op konden geven omdat er geen alternatief was. En dat dwingende urgentie is precies wat je mist in dit boek.


ISBN 9789463822398 | Paperback met flappen | 320 pagina's | Uitgeverij Balans | 15 september 2022
Vertaald door Annemie de Vries

©Dettie 10 november 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Van hart tot hart
Een gesprek over hoop en liefde voor onze prachtige planeet
Daila Lama & Patrick McDonnell


Wij mensen zijn de enige soort die in staat is om de aarde zoals we die kennen te vernietigen.
Maar als we de aarde kunnen vernietigen kunnen we hem dus ook beschermen.


Dit mooi uitgevoerde boek heeft een belangrijke inhoud. De Daila Lama roept ons namelijk op om liefdevoller met elkaar en met onze aarde om te gaan.
Het verhaal begint met tekeningen van brandende bossen met daarbij als enige tekst Daintree-regenwoud, Australië, Sierra National Forest, Verenigde Staten, Amazone regenwoud, Brazilië. Dat heeft impact. Het laat ons zien wat de gevolgen zijn van het menselijk handelen. 'We hebben nu het stadium bereikt waarin Moeder Aarde onze aanwezigheid niet langer kan verdragen." meldt de tekst ons.


De Daila Lama probeert door middel van het verhaal in dit boek ons wakker te schudden.
Hij begint het verhaal met de komst van een Tibetaanse Panda naar het verblijf van de Daila Lama. Deze laat het bijzondere dier zien wat voor positieve invloed de natuur op de mens heeft. De Daila Lama vertelt over zijn komst als kind naar Lhasa en hoe mooi hij de bloemen en de overige natuur vond.  En hoe hij voelde, zo klein als hij was, dat die natuur belangrijk was.


We hebben leven om ons heen nodig,
dat groeit, bloeit en floreert.

Want we willen allemaal groeien, bloeien en floreren.


Hij zag op zijn reis de meest mooie dieren en was diep onder de indruk van alles wat hij zag. Maar helaas veel van al dat moois is weg...


Om het tij te keren zullen mensen een andere houding moeten aannemen. Een houding die bestaat uit onbaatzuchtigheid, barmartigheid en compassie voor elkaar en Moeder Aarde.
Ofwel de Daila Lama pleit voor een barmhartige revolutie.
Alles is nauw verbonden met elkaar en als we ons dat beseffen en een liefdevolle houding hebben tegenover elkaar en elkaar een gelukkig leven wensen. Het weten dat er een gevoel van menselijke eenheid bestaat, zal alles veranderen. Dan zullen we het welzijn van anderen belangrijk vinden en ernaar handelen.
"Een goed en wijs hart is de bron van alle geluk en vreugde."


Deze wijze en ook wel pittige les wordt begeleidt met prachtige, fijne, soms bijna tere, zeer liefdevolle afbeeldingen waarin we de Daila Lama en de pandabeer door de omgeving lopen waardoor de woorden van de Daila Lama extra kracht bijgezet worden. Ook maken de tekeningen de lessen wat luchtiger. Het boek heeft wat weg van het boek De jongen, de vos, de mol en het paard, alleen de inhoud is serieuzer van toon.


De uitvoering van het boek moet apart genoemd worden want dat is een lust voor het oog, het is een hardcover, met glanzende, warme gekleurde letters op de cover en heeft een leeslint.
Al met al vormt het een prachtig boek en zal als cadeau ook zeker gewaardeerd worden.


Zie ook het inkijkexemplaar bij googlebooks


ISBN 9789402711097 | Hardcover | 144 pagina's | Harper Collins | 20 oktober 2022
Vertaald door Edward van de Vendel

© Dettie, 6 november 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wees
Moederliefde onder voorwaarden
Myranda Hilhorst


De in Zuid-Korea geboren Myranda Hilhorst werd als vijfjarig meisje samen met haar broertje Han geadopteerd door een Nederlands echtpaar.
Al snel ontdekt Myranda dat haar moeder zich anders voordoet dan ze werkelijk is. Haar moeder doet alsof. Ze mag bijvoorbeeld voor haar verjaardag een lijst maken van kinderen die ze wil uitnodigen, maar mama beslist anders en dat gebeurt in heel veel zaken. Haar vader is weinig thuis, hij heeft het te druk met zijn werk.

De twee jaar jongere Han is in feite het enige vertrouwde punt, maar ook dat verdwijnt snel. Het gaat niet goed met Han, hij heeft woede-aanvallen en deze worden steeds erger. Myranda probeert ter compensatie extra lief en zorgzaam te zijn naar haar moeder toe. Maar deze ziet het kind amper staan. Na een tijdje wordt er nog een meisje geadopteerd, Judith. Een vrolijk, zonnig kind.

Myranda heeft het niet prettig thuis, zij is als het ware de volwassene die alles regelt en verzorgt. Maar haar moeder ziet het niet of wil het niet zien. Myranda voelt zich erg genegeerd en afgewezen door haar. Het is toch nooit goed. Haar moeder behandelt haar als een aanwezige in huis, niet als haar dochter. Han en Judith daarentegen krijgen wèl alle aandacht. Een enkele keer pronkt moeder met haar kinderen, maar dat is dan vooral om te benadrukken hoe goed zij zelf is.

Moeder is echter ook een zwaar probleemgeval. Het is bijna schrijnend om te lezen hoe terloops Myranda meldt over de vele, vele keren dat haar moeder opgenomen werd in een psychiatrisch ziekenhuis. De thuissituatie is verre van stabiel. De problemen met Han zijn ondertussen zeer ernstig geworden en maken dat het gezin constant in spanning leeft. Dat beïnvloed ook weer de schoolprestaties van Myranda wat haar pijn doet want zij wil juist zo graga erkenning dat ze goed is,dat ze het goed doet.

Hoewel Myranda dacht dat ze het goed met haar vader kon vinden doet ze het kennelijk in zijn ogen ook niet goed. Of het door de nadrukkelijke invloed van haar moeder is zal Myranda nooit weten maar ze wordt tot haar verbijstering op achttienjarige leeftijd het huis uit gezet.

Vanaf die tijd moet ze het zelf zien te redden. Er is nog wel contact maar op belangrijke momenten zijn ze er niet. Gelukkig ontmoet Myranda Marc en dat is haar redding.

Het verhaal zet zich voort en vertelt over het leven van Myranda die zich dankzij het als kind weggeven zijn en door haar adoptiemoeder zo minachtend behandeld te worden, zeer weinig zelfvertrouwen heeft. Met vallen en opstaan probeert zij haar weg in het leven te vinden. Ze zoekt uit wat haar achtergronden zijn en wat er met haar moeder aan de hand was. Langzamerhand worden de puzzelstukjes op hun plek gelegd en heel voorzichtig leert Myranda dat het mogelijk wel eens niet allemaal aan haar lag.

De stijl van het verhaal is afstandelijk en aanvankelijk voelt het een beetje als een verongelijkte aanklacht tegen haar moeder die haar anders behandelde dan haar broer en zusje, het voelde bijna als jaloers zijn op haar broer en zusje. Maar langzamerhand begrijp je dat het heel moeilijk moet zijn geweest om de jeugdjaren van Myranda op een aanvaardbare manier weer te geven. Er moet wel met de nodige afstand over verteld worden anders wordt het té persoonlijk, ondanks het feit dat er al veel persoonlijke dingen verteld worden.
Myranda móest wel vertellen hoe raar haar moeder deed en hoe ze achtergesteld en genegeerd werd. Helaas niemand geloofde haar.
Maar ga er maar aan staan, een moeder die heel veel opgenomen wordt in een psychiatrische kliniek, een broer waarmee het totaal uit de hand loopt en dan een meisje dat probeert te redden wat er te redden valt. Het erge en meest vervelende is dat, omdat de rest niet onder ogen wil zien wat er werkelijk aan de hand is, Myranda het altijd gedaan heeft.


Het is aangrijpend om te beseffen hoe zwaar en eenzaam dit leven geweest moet zijn, ze voelde zich een wees, hoeveel strijd er gestreden moest worden om tot enige vorm van zelfacceptatie te komen. Langzamerhand leert Myranda wat er écht met haar moeder aan de hand was, wie zij zelf is en hoe ze eigenlijk in het leven staat. Heel indrukwekkend.


Achterin het boek staan de nodige adviezen voor Kopp-kinderen (Kinderen van Ouders met Psychische Problemen), voor HSP's (Hoog Sensitieve Personen) en informatie over narcisme en hoe je met narcisten om moet gaan en ook codependentie (vorm van overlevingsstrategieën) wordt besproken. Verder zijn er websiteadressen van instanties die hulp kunnen verlenen in het boek opgenomen.


ISBN 9789462472884 | Paperback | 176 pagina's | Myranda Hilhorst | 24 september 2022

© Dettie, 22 oktober 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Fascisme
Oorsprong en Ideologie
Robin te Slaa


Tegenwoordig worden de termen ‘fascist’ en ‘fascisme’ te pas en te onpas gebruikt om personen en zaken die ons niet bevallen aan te vallen door ze met dit etiket te beplakken. Daarmee worden het nietszeggende begrippen. Wat is de originele betekenis van deze begrippen? De auteur van dit boek gaat het nauwgezet na in dit boek.


Kort gezegd wilde het fascisme in het begin van de 20e eeuw een derde weg zijn naast het liberalisme en het marxisme.
Eerst gaat de auteur na uit welke bronnen het fascisme heeft geput. Een keur aan denkers trekt voorbij: Gustave Le Bon, George Sorel, Friedrich Nietzsche, Charles Maurras, Houston Stewart Chamberlain. Al deze schrijvers leverden bouwstenen voor de fascistische ideologie. Er zitten echter ook ongemakkelijke namen bij in de lijst van Te Slaa. Zelfs Verlichtingsfilosofen als Voltaire en Immanuel Kant hebben opinies opgeschreven waar het fascisme zich op kon beroepen. En niet alleen filosofen, maar ook kunstenaars die we scharen onder de noemer Futuristen, onderschreven fascistisch gedachtegoed.


Als we de citaten lezen van al deze denkers dan valt er een rode draad op. Het gemeenschappelijke element is dat de genoemde denkers de taal van haat en minachting spreken. Elke ideologie kun je toetsen aan de hand van het criterium: hoe wordt er over de medemens gesproken? Nietzsche hield een pleidooi voor de ondergang van ‘zwakkelingen en mislukkelingen’ (blz. 87). Voltaire stelde een sociale hiërarchie op waarin blanken bovenaan stonden en zwarten helemaal onderaan bungelden (blz. 106). De bedachtzame Immanuël Kant beweerde hetzelfde: zwarte mensen stonden op de laagste sporten van de evolutionaire ladder (blz. 107).


Als het gaat om de bronnen van het fascisme dan is de trieste conclusie dat zelfs het Verlichtingsdenken uitlopers heeft naar het fascisme. Hetzelfde geldt voor het darwinisme dat in een gepopulariseerde vorm (het sociaaldarwinisme) uit was op rassenveredeling, desnoods door de ‘zwakkelingen en mislukkelingen’ te verdelgen. Daarmee maakt Robin te Slaa duidelijk dat het fascisme geen ontsporing in de Europese geschiedenis was, maar dat de beweging ingebed is in het filosofische en culturele erfgoed van ons continent.


In het vervolg van het boek gaat de auteur op dezelfde grondige manier na uit welke elementen de fascistische ideologie is samengesteld en hoe ze in de praktijk hun toepassing vonden. Het is een beklemmend verslag van de meedogenloosheid en wreedheid waarmee ‘minderwaardig leven’ werd uitgeroeid. Het culminatiepunt is de poging om alle Joden in Europa op te sporen en in vernietigingskampen om het leven te brengen. Het zijn hoofdstukken die je met ingehouden adem leest. Wat doen mensen elkaar aan terwijl het om volstrekt onschuldige en weerloze mensen gaat!


Als je een ideologie of geloof kunt toetsen op het beschavingsniveau door te kijken hoe er over de medemens wordt gesproken, is het interessant hoe dat ligt in de Joodse religie. Joden werden weggezet als ‘ongedierte’. Maar hoe schrijven Joden over hun medemens?
Rabbijn Jonathan Sacks (overleden in 2020) schrijft: “Wij allemaal, ongeacht klasse, huidskleur of cultuur, zijn gemaakt naar het evenbeeld en de gelijkenis van God… Er valt daarom niet te marchanderen met de waardigheid van de mens… de joods-christelijke ethiek leert ons de sporen van God te zien in het gezicht van de ander.” (Jonathan Sacks: De kracht van ideeën, blz. 172-174, 2022). Dit is een fundamenteel verschil met en het radicaal tegenovergestelde van het fascistisch denken en het onderscheidt zich zelfs gunstig van het Verlichtingsdenken over minderheden. Het gehalte van de Joodse religie blijkt hier van een hoger niveau te zijn dan dat van Voltaire en Kant die zichzelf verheven voelden boven zwarte mensen en joden.


Waardevol is het slothoofdstuk dat de vraag bespreekt in hoeverre Forum voor Democratie en Thierry Baudet in fascistisch vaarwater terecht zijn gekomen. Er zijn verschillen. Het sociaaleconomische programma van FvD bijvoorbeeld is rechts-liberaal. Maar er zijn ook heel wat bedenkelijke overeenkomsten. En inderdaad radicaliseert FvD onder leiding van Baudet in rap tempo en glijdt de partij af naar het fascisme. FvD is niet vrij van racisme, antisemitisme, is positief over agressor Poetin als autoritair leider, en kondig tribunalen aan als ze aan de macht komen.


Robin te Slaa schreef een formidabel boek dat getuigt van enorme belezenheid en een grondige kennis van zaken. Het is zeer aan te raden dit boek te lezen. We moeten het niet zoeken in heetgebakerde tweets op de sociale media, maar gewapend met feiten en goede argumenten aan het debat deelnemen.


Valt er nog iets aan te merken op dit waardevolle boek? Misschien mag ik wijzen op het ontbreken van de naam van Carl Schmitt (1888-1985). Deze rechtsgeleerde was berucht vanwege zijn verdediging van het naziregime. Jean-Louis Vullierme noemt Schmitt de ‘belichaming van juridische schaamteloosheid’ in zijn streven naar een nationalistische, autoritaire en militaire staat (Jean-Louis Vullierme, De spiegel van het Westen. Het nazisme en de Westerse beschaving, blz. 223, Amsterdam, 2015). Te Slaa noemt dit boek wel in zijn literatuuropgave.
Volgens Schmitt komt de titel van soeverein toe aan degene die de macht heeft om de noodtoestand uit te roepen en daarmee de rechtsorde op te schorten. En dat is precies wat Hitler deed nadat hij in 1933 aan de macht kwam. Schmitt deelde de samenleving op in mensen die erbij horen en die er niet bij horen. Tegenover het ‘wij” staat altijd een “zij” (joden bijvoorbeeld, want hun loyaliteit lag niet uitsluitend bij de staat).


A. Heumakers schrijft dat Schmitt meewerkte aan wetgeving die de basis legde voor de dictatuur van Hitler. Schmitt verdedigde in 1934 de moordpartij op de top van de SA (‘der Führer schützt das Recht’). (A. Heumakers, Langs de afgrond. Het nut van foute denkers, blz. 150, Amsterdam, 2020). Ook dit boek wordt in de literatuuropgave genoemd.
Schmitt organiseerde in 1936 een conferentie over joden en de rechtswetenschap. Joden waren een ‘doodsvijand’ en dat vroeg om een zuivering van de staat. Volgens Gert-Jan van der Heiden ging het antisemitisme van Schmitt terug op Marcion (85-160) die het Nieuwe Testament wilde ontdoen van joodse smetten (Gert-Jan van der Heiden, Het uitschot en de geest, blz. 167-168, Nijmegen, 2018).


Misschien had ook Schmitt een plekje ‘verdiend’ in dit boek. Het is maar een suggestie. De nazi’s manoeuvreerden Schmitt overigens in 1936 op een zijspoor omdat ze in hem meer een opportunist dan een nazi zagen. Evengoed stond hij in de jaren daarvoor wel bekend als ‘de kroonjurist van het Derde Rijk’.
Robin te Slaa (1969) is historicus en auteur van een groot aantal publicaties. Hij geldt terecht als expert op het gebied van het fascisme. In zijn dankwoord roemt hij de prettige samenwerking met Boom Uitgevers. En inderdaad is het resultaat van die samenwerking een indrukwekkend boek.


ISBN 9789024451364 |Paperback | Omvang 411 blz. | Boom Uitgevers | oktober 2022

© Henk Hofman, 19 oktober 2022.

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER

 

The sixties
het grote verlangen
revisited

Han Hak

 
Han Hak is socioloog en ook muzikant. Op de achterkant van het boek lijkt hij voor een publiek op te treden. Hij is een getuige van de jaren ’60 en ’70.
Hij was in Amsterdam Parijs en Londen, maar bezocht ook Amerika. Kortom hij was ter plekke toen het gebeurde. En weet er veel vanaf. En wat gebeurde er veel in die roerige jaren. Die jaren vindt Hak terecht een kantelpunt in de vorming van onze maatschappij.
Dat is geen originele stelling maar Hak kiest als uitgangspunt de muziek in brede vorm. Zo worden we deelgenoot gemaakt van zijn kennis van –niets meer of minder- dan de ontwikkeling van de elektrische gitaar, een mooie fender prijkt op de voorkant van het boek. We worden specialist op het gebied van elektrische gitaren, versterkers, pedalen en effektapparaten. Van de sigarenkist van Bo Didley tot de stratocaster van Jimi Hendrix, Hak meet breed uit.
Het boek is een verbeterde versie van een eerdere druk.


En om de roerselen van de turbulente jaren kracht bij te zetten, gooit hij er ook songteksten tussendoor. Zoals van Cornelis Vreeswijk uit 1972, eerste strofe:


Hier zit ik op een vuilnishoop
Ik kijk droevig om me heen
Ik zie vodden en oude flessen
Excuseert u me, ik ween
Ja, ik huil een paar dikke tranen
En ik zing met benard gemoed

Misschien wordt het morgen beter
Maar het wordt toch nooit goed
Misschien wordt het morgen beter
Maar het wordt toch nooit goed


Vreeswijk, die naar Scandinavië emigreerde, had hier succes met De Nozem en de non. Uiteindelijk bezweek hij aan de alcohol. En het is triest om te moeten vaststellen wie er in de sixties en seventies allemaal bezweken aan drugs en alcohol. De zogenaamde dodenlijsten maken je niet vrolijk. Van Janis Joplin en Keith Moon tot Jimi Hendrix en Jim Morrison. Die lijst zou later alleen maar groeien met Curt Cobain (pistool) en Sid Vicious van The Sex Pistols. Daar besteedt Hak weliswaar aandacht aan, maar het boek is slim sociologisch opgebouwd.


Na de Tweede Wereldoorlog klom het Westen uit het dal en wijdden de meeste brave huisvaders zich aan de Wederopbouw. Dat hield in werken, niet zeuren en geld verdienen. Huisje, boompje, beestje. In Amerika waren er aanvankelijk de beatniks met Jack Kerouac, Alen Ginsberg, Burroughs en Ferlinghetti. Zij hadden andere opvattingen, deden aan zenboeddhisme, terwijl ze nauwelijks wisten wat het was, rookten marihuana, namen benzedrine en stapten uit de ratrace van geld, geld en nog eens geld. Kerouac werd beroemd door On the Road. Een boek waarvan Bob Dylan zou zeggen dat het zijn leven had veranderd. Bob Dylan, aanvankelijk protestzanger keerde later de idealen en zijn representanten de rug toe. In Nederland waren al Nozems, een term ontleend aan de roman Polletje Piekhaar van Willem van Iependaal.


Elvis Presley was een mijlpaal in de rock en roll. Maar representeerde ook een nogal keurig opstandig gevoel Met zijn vetkuif was hij ook redelijk agressief qua uiterlijk en gedrag. Carl Perkins maakte samen met Elvis de tekst. In andere woorden je kunt me beledigen, mijn naam te grabbel gooien maar ik blijf mezelf. Het was 1956.
Han Hak is gefotografeerd voor de Sun studio in Memphis, waar Elvis begon.


Well, you can knock me down, step in my face
Slander my name all over the place
Do anything that you want to do
But uh-uh honey, lay off of my shoes

Don't you step on my blue suede shoes
You can do anything but lay off of my blue suede shoes
Now let's go cats (oh walk the dogs)


In Nederland kwam een stroom op rond Indonesische jongens, uit Indonesië gevlucht. Bijvoorbeeld The Blue Diamonds en de Tielman Brothers. We glijden de jaren zestig in.  De pleiners(Leidseplein) en de dijkers deden hun intrede in het straatbeeld. De dijkers (Nieuwendijk) met vetkuif en buikschuiverbrommers en de pleiners zwarte capes , baretten en puchs. Het kwam niet tot gewelddadige confrontaties zoals in Engeland tussen mods en rockers.


Amerika het land van soul, blues , jazz en veel zwarte musici, die een lossere maatschappij wilden zonder rassenscheiding. Aan de andere kant de Ku Klux Klan, die donkere mensen vermoordden of blanke vrouwen verkrachtten vermomd als neger. Maar de nieuwe generatie studenten en hun sympathisanten schaarden zich achter de hippies, de nieuwe politiek en the flower power. In 1969 werd het Woodstock festival gehouden met 400.000 bezoekers. Popgroepen traden op en Country Joe maakte een nummer tegen de oorlog in Vietnam waarop het hele publiek meezong.


yeah, c'mon on all you big strong men
Uncle Sam needs your help again
he's got himself in a terrible jam
way down yonder in Vietnam
so put down your books and pick up a gun
we're gonna have a whole lot of fun


and it's 1, 2, 3, what're we fighting for?
don't ask me, I don't give a damn
next stop is vietnam
and it's 5, 6, 7, open up the pearly gates
well, ain't no time to wonder why
whoopee! we're all gonna die


In Amerika was de repressie erger dan hier. John F. Kennedy (1963), Robert Kennedy en Martin Luther King, werden allebei in 1968 vermoord omdat ze gevaarlijk waren bevonden door het establishment. Van 1969 tot 1974 was Richard Nixon president van Amerika, een uiterst rechtse alcoholist, die zichzelf ten val bracht door afluisterpraktijken. Watergate.


Provo was in Amsterdam een belangrijke stroom. De term was verzonnen door Prof. Buikhuisen Ze organiseerden ‘happenings’ op het Spui bij het Lieverdje. Een beeld van een jongetje dat een hond van de verdrinkingsdood had gered, maar aangeboden door een sigarettenfabrikant. Dat vond Grootveld een streek van het etablissement. Robert-Jasper Grootveld, de anti rookmagiër ( uche, uche, uche), Rob Stolk en Roel van Duijn maakten furore door de komst van Klaas aan te kondigen. Niemand wist wie Klaas was, maar de bestuurderen deden het in hun broek o.l.v. de incompetente burgemeester Van Hall.


Toen de bouwvakrellen uitbraken in 1966 wisten de regenten zich geen raad. Met bruut geweld poogden ze de rellen de kop in te drukken. Jan Weggelaar sneuvelde waarschijnlijk door een hartstilstand of was hij vermoord door de oproerpolitie? Bouwvakkers staken een deel van de Telegraafinboedel in brand. De Telegraaf zou expres foute berichten hebben verspreid. Van Hall werd weggestuurd door premier Piet de Jong. (Hij kon kiezen,: Zelf opstappen of eervol ontslag krijgen, het werd het laatste)


Tijdens het huwelijk van Claus en Beatrix 10 maart 1966 waren er ook ongeregeldheden, rookbommen en er was een politiemacht van 10.000 man op de been. De buitenlandse kranten spraken van een anarchistische opstand. Dat viel nogal tegen.


In 1968 werd ook Parijs een centrum van opstand. President De Gaulle vluchtte aanvankelijk weg toen arbeiders en studenten gezamenlijk de binnenstad bezetten. Maar later stuurde hij het leger om de zaak te blussen. Er sneuvelden studenten. Cohn Bendit de zgn. leider van de opstand sloeg alles vanuit het balkon van een hotel gade. In Berlijn braken er in 1968 rellen uit n.a.v.  het bezoek van de sjah van Perzië aan Duitsland. Studentenleider Rudi Dutschke werd neergeschoten door een boze arbeider. Dutschke overleefde de aanslag maar elf jaar later overleed hij toch aan de gevolgen. In Tjecho-Slowakije brak een opstand uit. De Praagse lente, neergeslagen door de Russen.


Maar de hippies namen het voor een deel over in diverse landen. De film easy rider met Dennis Hopper en Peter Fonda was populair. De twee motorjongens, die de vrijheid verkozen. Muziek bij de film van Clanned Heat, The Byrds, Steppenwolf, The Electric Flag en Jimi Hendrix o.a. De cartoons van Crumb waren eveneens vermaard En er werden veel psychedelische posters gedrukt, veelal met aan de Jugendstil ontleende motieven. En ook de muziek werd zweveriger. Groepen als de Grateful Dead vierden feest op het podium en leefden daarnaast in heuse communes Arthur Lee van The Love gaf een mondharmonica-solo van drie kwartier.
Het kon allemaal. The Beatles bezochten de Goeroe Maharishi in India. En er waren veel goeroes, sjamanen en tovenaars werkzaam. Vaak bedriegers.


Festivals deden hun intrede en daar kon voor weinig geld geluisterd worden naar groepen als Fleetwood Mac, The Yardbirds en Ten Years After.
In Amsterdam was het aloude Rembrandtpleintheater een heuse rocktempel geworden. Nederlandse groepen als de Outsiders, The Mads, Short ’66 en NV Groep 65 maakten er furore. The sky was the limit, leek het adagium.

Helaas volgde in de jaren erna de restauratie snel. Daarom koos Han Hak ook als ondertitel Het grote verlangen. De mogelijkheden lagen er. Maar zoals klinkt aan het eind van easy rider: We blew it man. Het werd ons uit handen genomen, we trapten erin, lijkt het nu.


Aan de universiteiten namen behoudende krachten de zaak weer over. Han schetst die Werdegang met pijn in het hart. Was de revolutie mislukt? De tijd van Love, Peace and Understanding? De tijd van LSD, bloemen in het haar en, pacifisme werd teniet gedaan door consumptie idealen en conservatisme, overgaand in individualisme.
Ieder voor zich.


Uiteindelijk kwamen in Amerika en in Engeland in 1979 oerconservatieven aan het bewind. Reagan in Amerika, Thatcher in Engeland. De kloof tussen arm en rijk werd groter, de betrokkenheid van de bevolking met de politiek daalde tot een dieptepunt.


In het laatste hoofdstuk schetst Hak het wedervaren van zijn popgroep Juke Joint, die optrad in jeugdhonken, kleine concertzalen etc. Leuk omdat veel bandjes in die tijd optraden. De foto’s in het boek, veelal door Hak zelf genomen tonen optredens waar hij zelf getuige van was. Om jaloers op te worden.


Han Hak heeft een fraaii werk afgeleverd. Mooi geschreven ook. Een boek om gretig te lezen met veel anekdotes, maar ook door het uitgebreide notenapparaat een naslagwerk van belang. Een must voor de mensen, die erbij waren destijds, ook een aanrader voor de afwezigen, die de sfeer willen naproeven.


ISBN 9789464482874 | Hardcover| 306 blz.| Brave New Books | 24 augustus 2022

© Karel Wasch, oktober 2020.

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Boven tijd en toeval
Schepping en evolutie als open geheim
Arie Sonneveld


Voor de meeste mensen en wetenschappers staat de evolutietheorie als een huis. In het onderwijs is het de gangbare theorie die wordt onderwezen. Al het leven heeft zich ontwikkeld uit één oercel. Daar is dan wel gigantisch veel tijd voor nodig en het toeval dat mutaties steeds de goede kant uitvallen.
Biofysicus Arie Sonneveld kreeg vanwege het coronavirus en de lockdown onverwacht de tijd om de resultaten van vijftig jaar onderzoek naar het concept van Darwinisten om te zetten in een boek.


De auteur beoogt om ‘een vastgeroeste discussie’ weer los te trekken, zodat ‘partijen’ hun schuttersputjes verlaten en het gesprek weer aangaan. De uitgangspunten van wetenschappelijk onderzoek berusten op aannames en extrapolatie. Het besef daarvan zou alle partijen in het debat over evolutie tot een zekere bescheidenheid moeten brengen.


Hij onderscheidt drie fasen in de evolutietheorie.
Het begint allemaal met een fysische evolutie waarbij zich spontaan sterren en planeten hebben gevormd. Daarop volgt een chemische evolutie: eenvoudige moleculen ontwikkelen zich naar complexe organismen totdat er leven ontstond. De biologische evolutie rondt dat af met het ontstaan van een waaier aan soorten. Het eindresultaat van het hele proces is de natuur zoals wij die nu kennen met plantaardig, dierlijk en menselijk leven.


Na een aantal hoofdstukken over het ontstaan van de aarde en het leven gaat Sonneveld in op de plantenfysiologie, de enorme betekenis van insecten voor alles wat er leeft, het raadsel van de voortplanting bij palingen (uitsluitend in de Sargassozee), het vermogen van vogels om over heel grote afstanden feilloos te navigeren, de baaierd aan afmetingen en gewicht bij de enorm heterogene groep van gewervelde zoogdieren, het raadselachtige ontstaan van het inwendige skelet, hoe intelligentie en bewustzijn zich hebben kunnen ontwikkelen, hoe DNA-informatie op cellulair niveau tot stand is gekomen.


Het is een veelzijdige en boeiende aanpak. Overal stuit de auteur op vragen waar de wetenschap nog geen antwoord op heeft gevonden. Voorgestelde oplossingen roepen meestal weer veel nieuwe vragen op. De auteur laat het nadrukkelijk aan de lezer over om zelf conclusies te trekken.


Hieronder staat een selectie van de problemen waar de auteur op is gestuit bij zijn onderzoek en waar (nog) geen bevredigend wetenschappelijk antwoord op bestaat. Er is een uiterst kleine kans dat een levensvatbare planeet met de bijbehorende natuurwetten is ontstaan uit een oerknal. Uit chaos ontstaat nu eenmaal geen orde.

  1. Hoe kan leven ontstaan uit levenloze materie?
  2. Vrijwel alle levende organismen hebben een uniek ‘body plan’, zonder overgangen tussen de soorten. Waar zijn de tussenvormen die essentieel zijn in de theorie van Darwin?
  3. Hoe moeten we ons voorstellen dat het uiterst complexe proces van bloedstolling zich stap voor stap evolutionair heeft ontwikkeld? Pas nadat bloedstolling functioneert zou een zoogdier of mens niet doodbloeden bij een verwonding.
  4. Wat heeft een vogel aan vleugels-in-ontwikkeling? De vogel zou in dat stadium niet kunnen overleven. De auteur wijst op de veerstructuur (bescherming tegen kou, waterafstotend en winddicht) tezamen met de vorming van slagpennen (voor lift en stuwkracht) met daarbij nog eens staartpennen (voor stabiliteit, sturen en remmen). Het is onmogelijk om al die eigenschappen via cumulatieve aanpassingen vrijwel gelijktijdig te realiseren.
  5. Het raadsel van de tijd. Kan tijd ontstaan als gevolg van een oerknal? Erg onwaarschijnlijk.
  6. Hoe is specifieke en gecodeerde informatie in de moleculaire cel terecht gekomen?
  7. Hoe kan het dat de evolutieketen, zonder sturing en planning, over een periode van bijna 14 miljard jaar nergens uit de rails is gelopen? Als voormalig manager in het bedrijfsleven weet de auteur hoe moeilijk het is om een productieketen tussen China en Nederland op te zetten. Ondanks alle voorzorgen en afspraken kan het zomaar ergens in het traject mis gaan.


In de conclusie zet de auteur uiteen wat zijn standpunt is. Hij meent dat de vele gegevens beter stroken met de gedachte aan een ontwerp. Een ontwerp wijst op een schepping en dus het bestaan van God. De vraagstukken overstijgen ons begrip van tijd en overvragen de kans op toeval. De titel is dus uitstekend gekozen. Wij waren er niet bij toen aarde en leven zijn ontstaan. Over miljarden jaren moeten we zien te reconstrueren hoe dit wonder in elkaar steekt. We lopen tegen de grens aan van wat wetenschap vermag. Het is heel integer dat de schrijver aan het slot van het boek zijn eigen stellingname duidelijk maakt.


Die conclusie mag er mijns inziens niet toe leiden dat zijn boek irrelevant is geworden. In de eerste plaats is de wetenschappelijke onderbouwing van het betoog daarvoor veel te sterk. In de tweede plaats, en de auteur wijst daar zelf ook al op, neemt ook onder niet-religieuze wetenschappers de twijfel over de houdbaarheid van Darwins theorie sterk toe.


Dit boek is in mijn ogen onmisbaar in het gesprek dat de schrijver tussen voor-en tegenstanders van de evolutietheorie op gang wil brengen. Dat gesprek moet gevoerd worden op basis van de aangevoerde argumenten, los van iemands levensbeschouwing. Van harte aanbevolen!


Arie Sonneveld is master in de Moleculaire Wetenschappen (Landbouwhogeschool Wageningen) en doctor in de Biofysica (Rijksuniversiteit Leiden). In het bedrijfsleven heeft hij gewerkt als leidinggevende op het gebied van marketing, businessmanagement en risicomanagement. In zijn nawoord bedankt hij uitgever Guido Sneep en redacteur Merijn Wijma voor hun grote aandeel in de totstandkoming van dit boek. Uitgeverij Buijten & Schipperheijn is in Nederland marktleider op het snijpunt van dit wetenschappelijke, theologische en filosofische genre.


ISBN 9789463691727 |Paperback | Omvang 203 blz. | Uitgeverij Buijten en Schipperheijn | april 2022

© Henk Hofman, 21 september 2022

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

Confucius spreekt
De Chinese Meester zet ons aan het denken
Carine Defoort en Paul van Els


De auteurs zijn professoren Chinese taal, filosofie en religie in respectievelijk Leuven en Leiden. Met hun boek willen ze de hedendaagse relevantie van Confucius aantonen (p. 29). Vanaf de inleiding tonen ze aan dat nogal wat uitspraken toegeschreven worden aan Kong Qiu/Kong Fuzi /Confucius (551- 479 v.C.) zonder dat hij die woorden uitgesproken heeft. Hoewel het schrift al eeuwen bestond in China, heeft hij in tegenstelling met Griekse tijdgenoten geen boeken nagelaten.
De schrijvers vertrekken van twee bronnen: ‘Gesprekken’ en ‘Optekeningen van de geschiedschrijver’, allebei uit de 2de eeuw v.C. en beide met een flinke korrel zout te nemen (p. 12).


Bij de 4 Meibeweging van 1919 en vooral in de anti-Kong-campagne van 1974 stond Confucius symbool voor alles wat mis ging in het China van vroeger. Sinds 2004 staat hij symbool voor alles wat goed gaat en zijn er overal ter wereld Confucius-instituten opgericht. En sinds 2013 heeft hij alle steun van Xi Jinping, de hoogste leider. Het confucianisme wordt nu beschouwd als de grondslag van de samenleving in China en andere Oost-Aziatische landen. Zijn uitspraken zijn niet altijd duidelijk en soms spreekt hij zichzelf tegen.


De auteurs hebben 44 korte tekstfragmenten uitgekozen, die ze verder uitleggen.
Ze gaan o.a. over: kennis vergaren en praktische vaardigheden aanleren, regelmatig oefenen, het juiste woord gebruiken, zelfbezinning, belonen en straffen, leren en denken, inzicht in wat we wel en niet weten, de juiste levensweg, gebrek aan erkenning, leren van ‘lageren’ (mensen onder jou), een geschenk aannemen of afslaan, de laatste woorden van een mens, aanvoelen wat er in saaie berichten verstopt zit, op de juiste manier rouwen om een overledene, offers voor een dode, matig zijn, de anderen niet aandoen wat je zelf niet wenst, het vertrouwen van het volk als basis voor een goed beleid, de overheid die duidelijke taal moet spreken, voor harmonie moet zorgen en luisteren naar de onderdanen, kennis die nodig is om een voorbeeldig mens te worden, de mogelijkheid om de heersende hiërarchie soms tegen te spreken, de fout zoeken bij jezelf, het verschil tussen de Kleine Welvaart (voor je familie) en de Grote Gelijkheid (voor heel de bevolking), Confucius als een enthousiaste, maar gefrustreerde wereldverbeteraar, een verloren gelopen hond, iets heel anders dan de overheidsversie van de Grote Wijze en de Eerste Leraar van China.
Sommige adviezen komen nu vreemd over, b.v. boogschieten om je eigen gedrag te verfijnen.

Het Confucianisme was niet vrouwvriendelijk, heel wat Westerse filosofen zoals Kant, Hegel en Levinas hadden geen hoge dunk van de Chinese denkers (p. 155-157).


Beoordeling
Het boek is geschreven in een voor iedereen verstaanbaar taalgebruik. Het is dus veel makkelijker dan de filosofie van Plato of Kant. Het bevat veel volkse wijsheden, die niet wereldschokkend zijn en ook niet uitblinken in ratio. Het is mij een raadsel waarom China de laatste jaren een ware Confucius-rage kent, waarbij Confucius aan de hoogste morele normen beantwoordt, altijd gelijk heeft en aanzet tot vaderlandsliefde. Het komt Xi Jinping goed uit.
Het boek eindigt met een begrippenlijstje dat wel wat uitgebreider had mogen zijn. In het boek staan er veel meer, die dan eenmalig uitgelegd worden, maar niet herhaald aan het einde.


In de literatuurlijst mis ik de oudste bewaarde vertaling van Confucius door de Vlaamse Jezuïet  Philippe Couplet op vraag van Lodewijk XIV: ‘Confucius Sinarum Philosphus sive scientia sinensis Latine exposita’, Parijs, 1687. En ook Roel Sterckx, ‘Chinees denken’.


Nog een paar details: 551-479 is 72 i.p.v. 73 jaar (p. 17); ‘hen’ (p. 21) moet ‘hun’ zijn; degenen ‘wiens’ (p. 141) moet ‘wier’ zijn.


ISBN 978-94-631-0557-6 | Paperback | 184 pagina's | Uitgeverij Pelckmans, Kalmthout, december 2021

© Jef Abbeel, www.jefabbeel.be augustus 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De bijbel van de Turkse keuken
Landenbijbels -Van börek tot baklava en van meze en dolma’s tot pides en pilav
Hale Amus


Wees gewaarschuwd: je denkt misschien dat de Turkse keuken vreemd is, met allemaal van die gerechten die je toch nooit eet, maar…!
Het zit er dik in dat je na het doornemen van dit boek heel snel naar de winkel gaat waar ze Turkse ingrediënten verkopen. Zeker als je al eens ooit in Turkije geproefd hebt van het lekkers dat straatverkopers je aanbieden.


Hale Amus legt eerst uit hoe in Turkije alles draait om eten, en echt niet alleen kebab – al staat ook dat recept in dit boek! Eten met je zintuigen (=handen) is het meest Turkse wat je kunt doen, zegt ze, en tradities zijn dan ook heel belangrijk. Al op pagina 11 z egt ze dat knoflooksaus uit een potje/flesje uit den boze is, en dat herhaalt ze later nog een keer. Verder mag je best variëren met de recepten…wel of geen citroen, een beetje peper of meer, extra groenten, het kan allemaal, als je er maar geen kant-en-klare knoflooksaus over giet!
Je leest over de Turkse gewoontes en over het ontstaan van de Turkse keuken. Over het keukengerei (hebben ze die ook bij een Turkse winkel?), over de specifieke ingrediënten, zoals filodeeg, dat je zelf kan maken, maar misschien maar beter bij die winkel gaat halen. En dat geldt ook voor onder andere kadayideeg en gedroogde aubergines.
Dan volgt een hoofdstuk met basisrecepten - heel veel met tomaten - die je overal in Turkije zult tegenkomen, en waar je ook recepten vindt voor als je er op staat echt alles zelf te maken.


Turkije is verdeeld in regio’s die ieder hun eigen (varianten van bepaalde) gerechten hebben.
Veel verschillende soepen, diverse broodrecepten. Boven ieder recept staat in hele kleine lettertjes onder andere de bereidingstijd. Bij het recept zelf wordt duidelijk aangegeven wat je nodig hebt, waarbij zo nodig verwezen wordt naar andere recepten. De werkwijze is duidelijk, en zowel de Nederlandse als de Turkse naam van het gerecht wordt vermeld en vaak staat er nog wat informatie bij. Over hoe Turkse thee gedronken hoort te worden, of een opmerking over oma…
Te veel om op te noemen, maar de Turkse supermarkt krijgt zeker meer klandizie: die ingelegde bieten, die gevulde paprika’s of de griesmeelpudding! Jammie!
Eh, de hersensalade en de penssoep laat ik maar even zitten…


Zoals dat hoort: foto's erbij, en een register, Nederlands-Turks en andersom.


Hale Amus werd geboren in Koeweit en groeide als dochter van een Turkse moeder en Palestijnse vader op in Istanboel. Nadat Hale in 2016 naar Nederland verhuisde, startte ze met haar bedrijf Turkish Tale (@turkish.tale)


ISBN 9789048864324 | Hardcover| 494 pagina's | Uitgeverij Carrera | oktober 2022

© Marjo, 10 november 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Dagboek van een invasie
Andrej Koerkov


Koerkov is een Oekraïense schrijver en voorzitter van PEN Oekraïne. Hij is in Rusland geboren (1961), maar heeft altijd in Kiev gewoond. Hij schrijft in het Russisch, maar dit boek is uit het Engels vertaald. Op 24 februari moest hij, zoals miljoenen anderen, hals over kop vluchten naar het westen van het land. Hij reisde dan door Europa als woordvoerder van het Oekraïense volk.


Zijn dagboek begint op 29 december 2021 met kritiek op enkele wetten van de Oekraïense regering: alle vrouwen moesten zich laten registreren bij het ministerie van defensie, zoals in Israël; er kwamen boetes voor het doodrijden van een kikker en het plukken van een paddenstoel (p. 16). De rechtbank in Petsjersk (Kiev) veroordeelde in 2011 Joelia Timosjenko en in 2019 ex-president Porosjenko. Telkens twijfelde men aan de eerlijkheid van de rechtbank.


Miljoenen Oekraïners werken in het buitenland en sturen ‘miljarden euro’s’ naar hun families. Die ‘miljarden’ lijken mij overdreven. Kerstmis is heel belangrijk in Oekraïne. Kiev heeft 5.000 schuilkelders, maar de bevolking feest verder. In januari 2022 was nog 20% van de Oekraïners pro-Russisch, hoewel de Russische troepen massaal aan de grens stonden. Toen werd zowel in Oekraïne als in Rusland de komedieserie van Zelensky,  ‘Svaty/Koppelaars’ uitgezonden.


Koerkov klaagt wel aan dat de Oekraïense media geen interesse hebben voor boeken. Hij beschrijft hoe al in januari de inval voorbereid werd. Hij heeft kritiek op Zelensky, die zijn voorganger Porosjenko in de cel wou zien en dat belangrijker vond dan de komende oorlog. Hij betreurt ook dat Oekraïense taalactivisten zich vijandig gedragen tegen Russischsprekende Oekraïners, bijna de halve bevolking volgens hem. Op de basis- en middelbare scholen wordt geen Russisch meer gegeven, wel Oekraïens en Engels. Rusland ergert zich daar ook aan.


Koerkov heeft ook kritiek op Poetin: die herschrijft de geschiedenis en zet hem naar zijn hand. Het patriarchaat van Moskou bezat voor de oorlog nog meer dan 12.000 parochies in Oekraïne. Maar volgens Koerkov heeft het geen toekomst meer in Oekraïne, wel op de Krim.


Hij vertelt ook dat de Oekraïners grote voedselvoorraden aanleggen en dat velen ook een wapen hebben. Vanaf 23 februari steeg de spanning in Kiev. Op de site van een militair hospitaal in Moskou stond dat het 45.000 lijkzakken wou kopen: Rusland was dus bereid 50.000 man te verliezen. Poetin eiste dat Oekraïne de Krim erkende als Russisch en dat het zou beloven nooit lid te worden van de NAVO. Anders zou het oorlog zijn. Tegelijk zei hij het land niet te erkennen, hoewel zijn voorganger Jeltsin het drie keer erkend heeft.


Op 24 februari om 5 u ’s morgens begon dus de oorlog. Mensen gingen op de vlucht, zoals in februari 1919, toen de bolsjewieken in Kiev binnenvielen en iedereen doodden die ze tegenkwamen. Koerkov beschrijft de vlucht, de uitzichtloze files, de onzekerheid. Hij vergelijkt ook met mei 1944, toen de Krim-Tataren en andere volkeren gedeporteerd werden naar Siberië, zoals 1,8 miljoen Oekraïense boeren in 1930-1931 naar de Oeral werden vervoerd en nog eens 76.000 in 1947. De Balten maakten dat mee in  1941 en 1948.


De schrijver heeft geen woorden meer om de gruwelen en oorlogsmisdaden weer te geven die Poetin over Oekraïne heeft uitgestort en nog dagelijks uitstort. Hij geeft daar enkele voorbeelden van en kijkt uit naar het tribunaal dat daarover zal moeten oordelen. Maar ik vrees dat dit tribunaal nog jaren op zich kan laten wachten en bovendien zijn Poetin en zijn ministers nog jaren  onschendbaar.


Koerkov beweert ook dat de Russische bombardementen vooral Russischtaligen hebben gedood. In de separatistische republieken Loegansk en Donetsk leren de kinderen nu dat Oekraïne fascistisch is en leren ze Oekraïne, Europa en de VSA te haten. Rusland vernietigt bewust voedselvoorraden, medicijnen, de hele infrastructuur: het lijkt op een poging tot genocide.


De buitenlandse studenten zijn gevlucht naar Afrika en Azië, de binnenlandse studeren weer thuis online. Hun kamers zijn nu ingenomen door vluchtelingen. Ook enkele oligarchen zijn gevlucht, o.a. de broers Soerkis, eigenaars van Dynamo Kiev, de Oekraïense familie van Dimitri Medvedev en Medvedtsjoek, vriend van Poetin.


Boekenwinkels zijn ofwel vernietigd ofwel gesloten, behalve in Lviv, de culturele hoofdstad, waar de meeste schrijvers naartoe zijn gevlucht. Ook vele scholen en universiteiten zijn verwoest.  Rond Pasen verzorgen de Oekraïners de graven, maar vele kerkhoven zijn beschadigd door de Russen, die ook proberen de Oekraïense cultuur te vernietigen, zoals met de zware bom op het theater van Marioepol en zoals ze in de jaren 30 al deden met ca. 300 Oekraïense schrijvers, die  de naam de ‘Geëxecuteerde Renaissance’ kregen. Uit het bezette Melitopol deporteerden Russische geheim agenten met de hulp van plaatselijke collaborateurs de schrijvers en de activisten. En in de Donbas werden Oekraïense boeken vernietigd. Tegelijk werden massaal Sovjetboeken uit Oekraïense bibliotheken verwijderd en blijven toppers zoals Dostojevski en Poesjkin enkel nog beschikbaar in universiteitsbibliotheken.  Verder hebben de Russen nog van alles gestolen: tractoren, maaidorsers, auto’s. Koerkov vergeet nog: computers en laptops uit scholen, medische apparatuur uit ziekenhuizen en vele kinderen. Koerkov noemt ook enkele ‘goede Russen’: zij hebben zich uitgesproken tegen de oorlog.


De 16 miljoen inlandse ontheemden, onder wie 8 miljoen kinderen, hadden moeite om een school te vinden. Dat geldt ook voor de miljoenen buitenlandse ontheemden. Als de gezinnen die met hun kinderen gevlucht zijn niet terugkeren, dan zal het land een demografisch probleem krijgen.


De landen die de meeste militaire hulp bieden zijn de VSA, het VK, Estland, Litouwen, Polen, Slowakije. Duitsland krijgt kritiek van de auteur omdat het volgens hem te weinig doet en vooral Poetins gezicht wil redden. Meer dan 80% van de bevolking wil geen grondgebied afstaan aan Poetin, ook niet de Krim en de Donbas. Dat bemoeilijkt de vredesonderhandelingen.


In juni gaf Zelensky toe dat er elke dag 150 Oekraïense soldaten sneuvelen: na ruim 250 dagen kunnen dat er ca. 38.000 zijn. De Russen hebben mobiele crematoria, waardoor het aantal slachtoffers geheim blijft. Op 27 juni trof een Russische raket het grote winkelcentrum van Krementsjoek: van de 1.000 aanwezigen sneuvelden er velen, de anderen verloren een arm of een been.


Vele straten, conservatoria etc. zijn nog genoemd naar bekende Russen: een aantal Oekraïners wil die namen veranderen. Vindingrijke criminelen maken ook misbruik van de oorlog om landgenoten op te lichten. Het dagboek eindigt helaas al op 11 juli 2022. Tussendoor vertelt Koerkov ook over de volksaard: de Oekraïners kennen geen fatalisme, de Russen wel; Oekraïners hebben een winnaarsmentaliteit, ze overleven in moeilijke omstandigheden en vinden vrijheid belangrijker dan goud. De pogingen om het land als onafhankelijke staat te vernietigen hebben de nationale identiteit allen maar versterkt.


Beoordeling

Het dagboek geeft een gedeeltelijke kijk op het verloop van de oorlog: de auteur vertelt lang niet alles wat er gebeurd is en terloops spreekt hij ook over de gewoontes, de cultuur, de godsdienst  etc.  Het geeft wel een goed beeld van wat mensen op de vlucht allemaal moeten doorstaan en hoe ze ineens afhankelijk worden van de goede wil van anderen. De schrijfstijl is vlot. De kaart vooraan is heel degelijk en onmisbaar.


ISBN 978-94-638-2240-4 |  Paperback | 266 pagina’s | Uitgeverij Balans, Amsterdam/Pelckmans, Kalmthout | oktober 2022

© Jef Abbeel, november 2022 www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De kracht van ideeën
Woorden van geloof en wijsheid
Jonathan Sacks

 
Dit boek bevat een serie columns, artikelen, toespraken en lezingen van rabbijn Jonathan Sacks, die in 2020 is overleden en in Groot-Brittannië grote bekendheid genoot.


Volgens rabbijn Sacks leven wij in ‘een noodlottig moment binnen de geschiedenis’. Of we nu kijken naar politiek, religie, economie dan wel het klimaat, overal zien we onzekerheid en instabiliteit. De toekomst van het Westen en het daar ontwikkelde concept van vrijheid staat op het spel. In dit boek ontleedt rabbijn Sacks de problemen van Westerse samenlevingen en wijst hij de weg aan naar herstel.


Het uitgangspunt van de schrijver is dat alle mensen ongeacht klasse, huidskleur of cultuur, zijn gemaakt naar het evenbeeld en de gelijkenis van God (blz. 172). Dat is de basis onder het hele idee van menselijke waardigheid en het bestaan van universele mensenrechten. In het gezicht van de ander zien we de sporen van God, want die ander is ook door God geschapen (blz. 174).
Dit is een hoogstaand concept, en dat is treffend, want Sacks behoorde als Jood volgens antisemieten tot de parasieten en ander ongedierte, dat verdelgd moest worden.


Een ideologie en ook een godsdienst kun je op het beschavingsgehalte beoordelen door te kijken naar de manier waarop de medemens wordt besproken en behandeld. Als dat de taal van de haat is, hetgeen ertoe leidt dat een mensenleven geen waarde heeft, deugt die ideologie niet. Het uitgangspunt dat alle mensen door God naar Zijn beeld zijn geschapen geeft een wezenlijke gelijkheid aan onder mensen ongeacht hun geboorteplek en hun positie in de samenleving. Zo bezien is het standpunt van rabbijn Sacks heel wat nobeler dan dat van antisemieten die Joden als minderwaardig beschouwen en dienovereenkomstig behandelen. Waarom lopen steeds weer zoveel mensen achter een ideologie aan waarin de taal van de haat wordt gesproken en het resultaat steeds weer is dat onschuldigen hun leven in het massagraf beëindigen?


Sacks noemt heel wat symptomen op die bij elkaar gevoegd de crisis van de Westerse samenleving uitmaken. Het huwelijk is niet meer in tel, wat leidt tot depressie onder kinderen. Het geboortecijfer zakt in heel Europa in en dat is het vege signaal dat er geen vertrouwen in de toekomst meer is. Op universiteiten wordt de academische vrijheid losgelaten uit naam van het recht niet gekwetst te worden door de confrontatie met standpunten die anders zijn dan de mijne.


De weg naar herstel loopt via meerdere sporen. Maar voor alles zijn sterke gezinnen en families nodig die tussen de staat en het gezin in staan (blz. 173). Verder voert de auteur een krachtig pleidooi voor een hechte samenwerking tussen de grote religies. Zij mogen verschillen in geloof, zij moeten samen werken aan eendracht, vreedzaamheid en verdraagzaamheid (blz. 159). De rabbijn weet waar hij het over heeft. Zijn vader ontvluchtte Polen om in Groot-Brittannië vrijheid en bestaanszekerheid te vinden.


In veel bijdragen toont Sacks zich bezorgd over het antisemitisme dat weer om zich heen grijpt in Europa. In de Middeleeuwen werden de Joden gehaat vanwege hun geloof. In de 20e eeuw vanwege hun ras. En vandaag de dag vanwege hun natiestaat, het land Israël (blz. 364). Israël is de enige democratie in het Midden-Oosten met een vrije pers en een onafhankelijke rechterlijke macht. Maar het land wordt beschuldigd van racisme, apartheid, discriminatie, etnische zuivering door landen die zelf geen enkele vorm van democratie kennen (blz. 366).


Het zal duidelijk zijn: rabbijn Sacks tornt op tegen de tijdgeest. Hij doet dat welbespraakt, gepassioneerd en met overtuigingskracht. Naast de al genoemde thema’s gaat het over terreur, fundamentalisme, het lijden in de geschiedenis, economie en markt, klimaat en ecologie, geloof en wetenschap, schepping en evolutie, onderwijs en opvoeding. Er zit regelmatig overlap in die bonte variatie aan onderwerpen, maar dat is niet storend, want de invalshoek en de context is steeds weer een andere.


Bij al deze onderwerpen wijst Sacks aan waar de manco’s liggen en put hij uit de bron van de Hebreeuwse Bijbel om ons voor te houden hoe we het beter kunnen aanpakken. Het zijn met recht ‘woorden van geloof en wijsheid’. Dit is een boek waarvan lezers heel veel kunnen leren. In de maalstroom van opinies die de sociale media over de samenleving uitstorten is dit boek een boei en een anker. Beschavingen gedijen bij morele integriteit. Zij gaan ten onder aan mateloos begeren. Het extreme individualisme, kenmerk van deze tijd, gaat ten koste van het gemeenschappelijk belang.


Dit boek is voorzien van een warm geschreven voorwoord door (toen nog) prins Charles.


Jonathan Sacks (1948-2020) was theoloog, filosoof, auteur en politicus. Hij was tussen 1991 en 2013 opperrabbijn en vanaf 2009 tot zijn overlijden lid van het Hogerhuis. In 2016 kreeg hij de prestigieuze Templetonprijs voor zijn rol in de interreligieuze dialoog. Van zijn vele publicaties zijn vooral de commentaren op de eerste vijf Bijbelboeken heel bekend geworden. Het boek is prima uitgegeven door Kok/Boekencentrum en ik hoop dat het veel lezers zal trekken.


ISBN 9789043538145 | Paperback | Omvang 398 blz. | Uitgeverij KokBoekencentrum |september 2022

© Henk Hofman, 24 oktober 2022

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER

 

De regen kwam binnen
Dennis Biesma


Hoe wordt jouw leven als je opgroeit met ouders die Jehova's getuigen zijn. Dennis Biersma vond het aanvankelijk heel normaal. Hij wist niet beter, mede door het feit dat de Jehova's getuigen een hechte groep vormen waarin elke invloed van buitenaf geweerd wordt.
Omgaan met mensen die de geloofsovertuiging niet aanhingen was hetzelfde als omgaan met Satan.


Er kwamen geen kinderen van school spelen die geen Jehova's waren. De getuigen gingen alleen met elkaar om, dit maakt de leden sociaal erg afhankelijk zijn van de groep. Zelfs de vakanties worden gehouden op campings met Jehova getuigen. Maar Dennis had dit helemaal niet door, hij had het best naar zijn zin.
Hij vindt het zelfs fijn als hij mag helpen om het woord te verspreiden en de vergaderingen bijwonen (2 tot 3 x per week) is ook normaal. Iedereen doet het en doen ze het niet of te weinig dan krijgen ze een reprimande en kunnen  lager in de pikorde van de groep komen te staan.


Als buitenstaander kennen we de Jehova's getuigen vooral als de groep mensen die geen Sinterklaas, Kerst en verjaardagen vieren. Voor Dennis was dit op school wel een dilemma. Hij nam wel de traktaties aan van klasgenoten die jarig waren maar mocht zelf niets uitdelen. Maar moeder wist daar wel wat op. Dan deel je gewoon een week later 'zomaar' wat uit.
We kennen de Jehova's natuurlijk vooral van het op zondagochtend aan je deur staan om jou over te halen toe te treden want dan werd je gered. De kleine Dennis ging ook mee met die velddienst, zoals het genoemd werd, iedereen moest uren draaien en kunnen aantonen hoeveel uur je besteed had aan huisbezoeken. Eigenlijk worden alle Jehova's constant bezig gehouden zodat zij niet teveel om zich heen gaan kijken en beseffen hoe anders de 'buitenwereld' met het leven omgaat.


Er zijn nog veel meer ge- en verboden. En die breken Dennis langzamerhand op. Hij begint zijn ouders te zien als mensen die niet nadenken maar klakkeloos, zonder vragen, hun geloof volgen, net als Dennis aanvankelijk ook deed. Maar langzamerhand begint het  bij hem te knagen. Hij mag niet studeren, wat hij wel graag wil, hij mag niet stemmen, geen carrière navolgen, niet roken, geen drugs gebruiken. Hij mag wel alcohol als hij maar niet dronken wordt. Hij mag niet gokken, niet masturberen, niet scheiden tenzij er overspel is gepleegd.Je wordt uitgesloten als je een relatie met iemand buiten de groep begint. - Het is erg schrijnend om te lezen hoe bang de kleine Dennis was toen zijn opa en oma uitgetreden waren en hij toch bij hen moest logeren... zij waren slecht en door Satan bezocht! -


Maar als Dennis gaat werken, waar ook veel Jehova's werken ruikt hij wel aan de buitenwereld, hij gaat uit, gaat stiekem naar een disco,w at absoluut niet mocht in die tijd, en zo verschuiven langzaam maar zeker zijn gevoelens rond het geloof. Hij ziet dat de buitenstaanders net zulke mensen als hij zijn. Helemaal als hij Sophie ontmoet, de vrouw die wel vragen stelt en de discussie aangaat. Ze stelt vragen, ze is kritisch, ze laat Dennis zien dat het ook anders kan.  Ondanks dat zij ook Jehova's getuigen is neemt zij en haar familie niet alles klakkeloos aan. Het is Sophie die zorgt dat Dennis kan gaan studeren. En zo kalft heel langzaam zijn geloof af, gaat hij minder naar de 'verplicht vrijwillige' vergaderingen en bijeenkomsten.


Het wordt nog heel moeilijk als zijn vader ernstig ziek wordt en de bloedtransfusie weigert, iets wat ook niet mag binnen de Jehova's getuigen. Ook als hij aangesproken wordt op de kleding van zijn vrouw, die te frivool gevonden wordt, knaagt het aan hem, mede omdat het tegen hem gezegd wordt en niet rechtstreeks tegen zijn vrouw. Want de man heeft het gezag. Ondanks dat Dennis alles wel ziet en weet, blijft hij wel bij de Jehovagroep. Wat pas veel later zal veranderen. Maar daar had hij zijn redenen voor.


Er valt heel veel te vertellen over dit boek. Dennis maakt ook veel dingen duidelijk over het reilen en zeilen binnen de Jehova''s getuigen.
Het boek is geen literair werk, maar dat hoeft ook niet. Het is eerlijk en recht voor zijn raap geschreven, in mijn ogen soms in woordgebruik een beetje té expliciet.
Het is goed om te weten wat er allemaal speelt binnen de Jehova's getuigen en hoe moeilijk het is om eruit te stappen, want dan ben je o.a. letterlijk alle familie en vrienden kwijt en dat moet je maar kunnen. Dennis laat zien dat de leiding van de Jehova's getuigen, mede dankzij hun strenge regels, met ijzeren hand kunnen regeren over de leden.
Al met al een erg leerzaam en inzichtgevend werk.


ISBN 9789083263700 | Paperback | 319 pagina's | Palm uitgevers | 29 september 2022

© Dettie, 21 oktober 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Going down, going down…
Dertig jaar na de Bijlmerramp
Vincent Dekker


Op 4 oktober 1992 – iets meer dan 30 jaar geleden nu - stortte een Israëlische vrachtjumbo neer in de Amsterdamse Bijlmer, boven op de flats Groeneveen en Klein Kruitberg. Behalve dat er onmiddellijk 43 dodelijke slachtoffers waren te betreuren, waaronder de bemanning, is later gebleken dat veel mensen die in de omgeving woonden of werkten – onder andere hulpverleners! – later gezondheidsklachten kregen, en voortijdig kwamen te overlijden. Een huisarts die zijn praktijk vlak bij de plek van de ramp heeft, laat weten dat er significant meer mensen last hadden – en nog hebben - van bijzondere aandoeningen. Dat er meer vroeggeboorten waren in het eerste jaar, en baby’s met een te laag geboortegewicht. Hij publiceerde daar ook een boek over.


Na deze periode van dertig jaar zijn helaas nog steeds niet alle vragen beantwoord.
Dit boek is een heruitgave. Eerder, in 1994 (geldbedragen in guldens), schreef Vincent Dekker er al over. In 1998 was er een parlementaire enquête. De Tweede Kamer gaf de commissie de opdracht om de waarheid nu voor eens en voor altijd boven water te halen. Helaas mislukte dat volledig.
Ook na dertig jaar, zo schrijft Dekker in een voorwoord bij de aangepaste heruitgave, zijn de belangrijkste vragen niet beantwoord.
De daarin vastgestelde feiten, zo stelt hij, zijn niet veranderd:


- Waarom werden vele getuigen niet gehoord?
- Waarom koos de gezagvoerder niet voor een noodlanding op het water van het IJsselmeer?
- Hoe kan het dat de Rijksluchtvaartdienst nog steeds blijft vasthouden aan duidelijk foute gegevens?
- Wat was de lading van het vliegtuig, met name welke gifstoffen waren er aan boord?
- Wie waren die mannen in witte pakken die gezien werden in de nacht na de ramp?
- Waarom wordt de waarheid niet verteld?
en nog meer...


Hier mag Vincent Dekker graag over speculeren, maar of zijn veronderstellingen en conclusies kloppen, dat weten we niet. Het lijkt overigens wel zeer aannemelijk.
Het eerdere boek wordt dan wel aangevuld met nieuwere gegevens, hetgeen met jaartal erbij cursief terug te vinden is, maar verwacht geen grote onthullingen! Die waren dan immers al wel in de media bekend gemaakt! Wat wel schokkend is, is dat Dekker zich niet veilig voelde, omdat hem aangezegd werd zijn mond te houden, hij zou ‘onwaarheden verkondigen’.
In 2017 mogen de notulen van de ministerraadsvergaderingen ten tijde van de ramp ingezien worden. Staan daar dan misschien nog geheimen in?


Het verhaal is dat van een ramp waarover we nog niet uitgepraat zijn. Een ramp die nooit meer zou mogen gebeuren, maar die niet uitgesloten kan worden: immers: vliegtuigen vliegen nog steeds over bewoond gebied!
Na het nog steeds schokkende – en zeer goed leesbare – verhaal zijn er een aantal bijlagen, bijvoorbeeld opsommingen van wat ‘men niet mag weten’.


Vincent Dekker (1951) was journalist bij het dagblad Trouw waarin hij zijn artikelen publiceerde over het wanbeleid rond de ramp. Nu, dertig jaar later, houdt de Bijlmerramp hem nog steeds bezig. Ook schrijft hij over duurzame energie.


ISBN 9789462972445  | paperback | 256 pagina's | Uitgeverij de Kring| september 2022

© Marjo, 11 oktober 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Mantelliefde
Annemarie Oster


Op latere leeftijd ontmoet Annemarie Oster een man die haar intrigeert. Hij kan echter de meest lompe opmerkingen maken, hij is zeer onattent  - hij belt haar bijvoorbeeld als ze zenuwachtig op de start van een première staat te wachten om te vragen waar het knäckebröd ligt -, hij is arrogant, in zichzelf gekeerd, praat weinig, maar toch fascineert hij haar en blijft ze steeds die zachtaardige jongen zien, die jongen die zich achter zijn ongemakkelijke gedrag verschuilt.


Ze gaan samenwonen in zijn grachtenhuis in Amsterdam en hebben het goed. Natuurlijk zijn er ergernissen, natuurlijk is het lastig als hij soms kleinerende opmerkingen maakt over haar. Maar de relatie blijft wel verrassend en boeiend. Na vijftien jaar besluiten ze te trouwen en tijdens hun huwelijksreis gaat het mis. Annemarie Oster schrijft:

Toen had ik nog geen idee van hoe onze huwelijksreis zou verlopen. Dat we, omdat hij nauwelijks nog een stap bleek te kunnen verzetten, al op Schiphol een rolstoel nodig zou hebben. Waarin hij zou zitten knikkebollen, zoals ook in het vliegtuig. En dat hij in ons hotel bijna voortdurend in bed zou liggen. [...]
Niks zon, niks zee, niks romantiek.
En dat hij tenslotte, eenmaal weer thuis, na diverse malen te zijn gevallen, het slaapkamerraam zou worden uitgetakeld. Met als apotheose ziekenhuis in, ziekenhuis uit [...]


Hij krijgt de diagnose Vasculair parkinsonisme...


Annemarie Oster vertelt met milde humor en zelfspot hoe het leven thuis verloopt na zijn lange revalidatieperiode. Ze vertelt met ingehouden trots dat ze allerlei aanpassingen in huis heeft laten aanbrengen zoals een traplift die ook erg handig blijkt te zijn om spullen van boven naar beneden te brengen en vice versa. Alles is tot in de puntjes geregeld, er kan niets misgaan... wat natuurlijk wel gebeurt, je kunt niet alles voorzien.
Het is pittig, maar het is vooral het enorme geregel en het contact met de thuishulpen die veel van haar vragen. Ze kan haar man ook niet alleen laten en, hoewel vrienden zeker hulp aanbieden, ze wil het liefst gewoon een middagje vrij, even niets, gewoon even wandelen of winkelen of lunchen in een restaurant. Die vrienden kunnen dan oppassen, maar deze zien haar helaas meer als de dame van de catering.


Het leven is voor Annemarie is een komen en gaan van emoties, problemen oplossen, situaties aangaan etc. Het meest verbaast haar echter hoe laconiek haar man alles ondergaat, hij klaagt niet, zeurt niet, hij wordt zelfs milder, vriendelijker. Hun relatie krijgt een heel andere dimensie.  Dankzij de positieve, meer benaderbare verandering in haar man wordt het zelfs steeds meer mantelliefde in plaats van mantelzorg.
Dat maakt het boek ook zo aangenaam om te lezen. De situatie wordt niet mooier gemaakt dan hij is, de aftakeling tot het onontkoombare einde is schrijnend, maar de onderkoelde schrijfstijl, de lichte ironie en vooral de liefdevolle toon maken het tot een prachtig egodocument.
Zeer de moeite van het lezen waard.

Annemarie Oster (1942) is een is een Nederlands actrice. Ze werkte o.a. mee aan het tv-programma Hadimassa en schreef diverse boeken en vele columns.


ISBN 9789463811507 | Hardcover | 160 pagina's | Podium | september 2022

© Dettie, 23 september 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Felix & Bolt
De avonturen van een buitengewone stationskat en haar kittenleerling
Kate Moore


Felix woont al een jaar of vijf op het station van Huddersfield (zie Felix, de stationskat) en is nog steeds het lievelingetje van al het personeel en van de (meeste) reizigers. Felix, die ondanks de jongensnaam een dame is, heeft zelfs een eigen Facebookpagina. Die wordt bijgehouden door Mark Allen, die als forens een van haar grootste fans geworden is. Zo kun je op de hoogte blijven van alles wat deze beroemde poes uithaalt en meemaakt. Ook lees je over de verslaggevers die komen, want ja, je bent beroemd of niet: daar is de krant ook als de kippen bij!


Felix heeft als taak muizen te vangen en ze jaagt ook de duiven weg. Die laatste probeert ze ook wel te vangen, maar de duiven zijn haar steeds te slim af. Zo heeft Felix de titel Hoofd Ongediertebestrijding gekregen!
Aan roem zitten dus ook nadelen: nu er zoveel fans op haar afkomen doet ze haar werk niet zo goed meer. Want die mensen komen niet met lege handen, en Felix lust al die lekkere hapjes ook wel. Ze wordt er behoorlijk lui van. En is te dik.
Maar zet zo’n eigengereid dier als deze poes maar eens op dieet!
Dat levert weer veel activiteit op haar Facebookpagina op.
Als ze depressief lijkt te worden, verzinnen de medewerkers van het station daar iets op. Juist. Dat wordt Bolt, de andere naam uit de titel.


Behalve dat je leest hoe het de katten vergaat, lees en leer je ook van alles over het reilen en zeilen van een station. En over de medewerkers zelf. Er staan foto’s in het boek en je kan de eigen pagina opzoeken: Felix and Bolt - The Huddersfield Station Cats.
Hoe een Amerikaanse schrijfster er toe komt om te schrijven over een Engels station – Huddersfield ligt ten zuidwesten van Leeds - wordt niet verteld.
Het boek houdt het midden tussen een roman en een non-fictieboek. Affiniteit met katten is waarschijnlijk wel gewenst, want het zijn de katten Felix en Bolt die de echte hoofdpersonen zijn.


Kate Moore studeerde Engelse literatuur in Boston  en is docent in Californië waar ze zelf vandaan komt.

ISBN 9789402710397 | Paperback | 328 pagina's | Uitgeverij HarperCollins | juli 2022
Vertaald uit het Engels door Erica Disco

© Marjo, 20 september 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER