Nieuwe recensies Non-fictie

De vrolijke verrader
Een KGB-spion uit Rotterdam
Simon Kuper


George Blake (1922-2020) was de zoon van een Nederlandse moeder en een Egyptisch-Joodse vader. In 1942 ontvluchtte hij bezet Nederland en werd hij door een Britse inlichtingendienst (MI6) aangeworven. Blake werd na verloop van tijd een dubbelagent en verried ten minste 42 agenten aan de Russen. In 1961 werd Blake ontmaskerd en kreeg hij – heel symbolisch – 42 jaar celstraf, één voor elke agent die door zijn toedoen het leven had verloren.
In 1966 wist Blake uit zijn gevangenis te ontsnappen. Een handlanger gooide een touw over de gevangenismuur heen. Vredesactivisten smokkelden hem in een busje door Europa heen naar de DDR. Vandaaruit ging Blake naar Moskou, waar hij als een held werd ontvangen en waar hij de rest van zijn leven doorbracht.


Een avontuurlijk leven, maar ook een intrigerend leven. Hoe komt iemand ertoe om dubbelspion te worden? Wat waren de effecten van dit verraad? Wat doet het met je persoonlijkheid om een dubbelhartig leven te leiden en je collega’s te verraden? Simon Kuper doet het allemaal uit de doeken in dit lezenswaardige boek.


Het was geen hebzucht waardoor Blake werd gedreven. Ook ging het niet om wraak te nemen vanwege al dan niet vermeend onrecht. Het was een ideologische keuze voor het communisme, waar hij al op jonge leeftijd vatbaar voor was. Daar kwam een toenemende afkeer bij van de imperialistische politiek van de Verenigde Staten. Vervolgens werd hij in de Koreaanse oorlog gevangengenomen en werd hij geïnterneerd in een Noord-Koreaans kamp. Het is mogelijk dat hij daar zijn diensten heeft aangeboden aan de Russische inlichtingendienst.


Het meest schokkende gevolg van zijn verraad was volgens Simon Kuper de ontmaskering van Blake. De Britse samenleving was al meerdere malen zwaar geschokt door spionnen die overliepen naar de Russen (Donald Maclean, Kim Philby, Guy Burgess). Toen Blake werd gearresteerd, bracht dit paranoia teweeg binnen de geheime diensten. Wie was er nog te vertrouwen?


De informatie die Blake had doorgegeven, was al spoedig weer verouderd. Bovendien slaagden de Russen er onvoldoende in om beleid te ontwikkelen op basis van informatie die ze via geheime diensten verwierven. Was die informatie betrouwbaar of ging het om desinformatie? Frappant is dat Richard Sorge nauwkeurige informatie doorgaf over een ophanden zijnde Duitse aanval in 1941. Stalin geloofde het niet en dat heeft miljoenen Russische soldaten het leven gekost. Interessant is de onthulling op blz. 117 dat een Britse spion de Russen geheime documenten in handen speelden waarmee de Russen hun voordeel konden doen in de Slag bij Koersk (1943), de grootste tankslag uit de geschiedenis. Stalin had zijn les geleerd.


Het doorgeven van namen van collega’s heeft voor de betrokkenen tot gevolg gehad dat ze werden geëxecuteerd. En naderhand bleek dat het er niet 42 waren, maar vele honderden. Blake heeft altijd gezegd dat hij daarvan niet wist. Hij had gedacht dat ze naar een Siberisch kamp werden verbannen. Bovendien wisten ze dat spionnen dit risico liepen. Blake heeft er volgens eigen zeggen niet onder geleden en was in de persoonlijke contacten een opgewekte, goedlachse man. Vandaar de titel van dit boek.


In zijn jonge jaren was Blake erg gelovig. Hij bezocht de diensten van de remonstrantse kerk aan de Westersingel in Rotterdam. Het remonstrantisme is de meest vrijzinnige stroming binnen het protestantisme. Het is daarom wat minder geslaagd dat Kuper het consequent heeft over de calvinistische achtergrond van Blake, want het calvinisme zit aan de andere kant van het spectrum. Het remonstrantisme oriënteert zich meer op Erasmus en niet op Calvijn. De ontwikkeling van remonstrant, met het verlangen predikant te worden, naar communist is op zichzelf genomen natuurlijk heel curieus. De jongste zoon van Blake is wel dominee geworden (blz. 176).


Het boek wordt ingeleid door Derk Sauer, een landgenoot die in Moskou was uitgegroeid tot mediamagnaat. In 2005 ontmoette hij Blake en raakten ze bevriend. Elk jaar vierden de gezinnen gezamenlijk het Sinterklaasfeest. Sauer hielp Blake aan een schotel waarmee hij de Nederlandse televisie kon volgen.


Nog steeds zijn er veel raadsels rond Blake; zijn dossiers zijn niet openbaar gemaakt en het is de vraag of het ooit zo ver zal komen. Maar er is genoeg bekend om Kuper in staat te stellen een boeiend boek te schrijven over het ongelooflijke leven van deze spion. Op voorspraak van Sauer kreeg Kuper toestemming om Blake te interviewen. Het verslag van die gesprekken in dit boek is fascinerend. De ‘vrolijke verrader’ heeft tot zijn 43e jaar een opwindend en enerverend leven geleid. Daarna heeft hij een op het oog rustig en gewoon leven geleid tot hij op de hoge leeftijd van 98 jaar overleed. Poetin, die ook een verleden heeft als ‘spion’, noemde hem een ‘briljante professional’.


Het boek is zorgvuldig uitgegeven en voorzien van een register en een fotokatern. De vertaling is van bureau L&R Tekst uit Rijssen.


9789046823033 | Paperback | uitgeverij Nieuw Amsterdam | Omvang 255 blz. | januari 2021

© Henk Hofman, 21 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een bezeten land
Heksen, gebedsgenezers en de spoken van het verleden in naoorlogs Duitsland
Monica Black


In de nasleep van de Tweede Wereldoorlog volgden het aantal bovennatuurlijke gebeurtenissen in het door oorlog verscheurde Duitsland elkaar in een rap tempo op. Miljoenen mensen werden getroffen door schijnbaar ongeneeslijke ziekten (waaronder blindheid en verlamming) en een golf van apocalyptische visioenen spoelde door het land. Messiaanse gebedsgenezers stonden vanuit het niets weer op, aanvankelijk hadden Hitler, Himmler en ook Goebbels interesse gehad voor het occulte. Maar toen ze stevig in het zadel zaten was die belangstelling in het openbaar achter gebleven.


Na de oorlog voerden gebedsgroepen duiveluitdrijvingen uit en enorme menigten reisden door het land om een glimp op te vangen van verschijningen van de Maagd Maria. Zij had het in Nederland overigens ook druk met haar verschijningen. Het meest opvallend was dat tientallen mensen hun buren van hekserij beschuldigden, waarna zij op hun beurt voor de rechter werden gesleept op beschuldiging van laster, mishandeling en zelfs moord. Wat deze gebeurtenissen - na een vernietigende oorlog en de Holocaust - met elkaar verbond, was een wijdverbreide obsessie met het kwaad. Niet zo vreemd als je Hitler jarenlang als voorbeeld hebt genomen.


Opvallende hoofdrolspeler in dit boek is Bruno Gröning (1906-1959) een broodmagere man van eenvoudige komaf, kettingroker en koffieverslaafde. In Herford een Duits stadje, verrichtte hij in 1949 zijn eerste genezing. Een jongetje, dat niet meer kon lopen kreeg weer gevoel in zijn benen kon zelfs strompelen. Vanaf dat moment ontstond rond Gröning een heel circus en werd hij vergeleken met de Messias. Hoewel hij zich aanvankelijk wegcijferde met opmerkingen als: ”Ik genees niet, dat doet God!” schudde hij de rol van wonderdoener toch nooit geheel van zich af. Mensenmassa’s van soms 30.000 man verzamelden zich op het landgoed van Herford, waar de wonderdoener de mensen soms urenlang liet wachten in de stromende regen, maar dan verscheen hij op een balkon en spreuken prevelend. Individuele genezingen vonden ook plaats. Gröning gaf de patiënt een stukje zilverpapier uit een sigarettendoosje en vroeg de zieke zich hierop te concentreren. Volgens velen konden blinden weer zien, doven hoorden weer wat en vooral lammen konden weer lopen.


Maar de sceptici begonnen zich ook te roeren. De katholieke kerk zag in Gröning een dienaar van de duivel en de medici accepteerden hem niet, omdat hij geen artsendiploma had. Mij deed het denken aan de rellerigheid die ontstond rond het zelfbenoemde medium Jomanda. Voor- en tegenstanders stonden als kemphanen tegenover elkaar. Bij Gröning kwam het niet tot een proces, zoals destijds tegen Jomanda. Gröning stelde dat iemand met slechte gedachten niet genezen kon worden. Dus was het niet zijn schuld wanneer er geen genezing plaatsvond. Overigens bestaat er nog steeds een Gröning-Stichting, die claimt, dat de wonderdoener vanuit de hemel geneest. Het is maar dat we het weten!


Waar vele geschiedwerken de snelle overgang van Duitsland van genocidale dictatuur naar liberale democratie benadrukken doet Black het anders. Ze plaatst in Een bezeten land het giftige wantrouwen, de diepe bitterheid en de spirituele malaise daartegenover. Monica Black put uit niet eerder gepubliceerd materiaal. Zij beweert dat de obsessie met het bovennatuurlijke het gevolg was van de onuitgesproken schuld en schaamte van een natie die opmerkelijk stil was over wat 'het meest recente verleden' werd genoemd.
Een Amerikaanse legereenheid wist in 1945 beslag te leggen op het kaartenarchief van de NSDAP. Het bleek dat in de oorlog 10,4 miljoen Duitsers lid waren geweest van deze aan de Nazi’s gelieerde club. Black zet daar een andere geschiedenis tegenover. Deze schaduwgeschiedenis verandert onherroepelijk onze kijk op het naoorlogse Duitsland en onthult het beladen emotionele leven van het land, de morele onrust en de kosten van het proberen begraven van een gruwelijke erfenis.
Toch blijft Black ook wat aan de oppervlakte met haar analyses. Wie meer over de achtergronden van de spirituele Werdegang van Duitsland in de jaren ’50 wil weten, leest ook: Wolfstijd. Duitsland en de Duitsers 1945-1955 van Harald Jáhner


ISBN: 9789048857852 | Paperback | 416 pagina's | Hollands Diep | december 2020
E-book | ISBN: 9789048857869 | vertaling: Frans Reusink

© Karel Wasch, 10 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De appel in het paradijs
Sonja Barend


Een mooi verzorgd boekje, een slag groter dan de literaire juweeltjes reeks. Sonja Barend, stijlvol als altijd in een zwart pak en witte blouse, haar opgestoken, kijkt ons vanaf de cover glimlachend aan. Even voel je heimwee opkomen naar de tijd dat zij op tv verscheen. Altijd geïnteresseerd, geen enkel taboe schuwend.
'Schrijf eens op hoe jij naar de wereld om je heen kijkt,' had haar uitgever gezegd.
Wat zal Sonja te melden hebben? En waarom die titel?

Sonja Barend heeft eigenlijk veel en weinig te melden en toch heb je het gevoel, als je haar beschouwingen en visies leest, dat ze je meeneemt, dat je een rondleiding langs haar gedachten krijgt. In weinig woorden weet ze veel te zeggen. Haar gedachten variëren van de vader die ze nooit gekend heeft, het jodendom, de rijkdom die te vinden is in kleine dingen, tot de coronapandemie en vele andere zaken.

Soms als ze iets leest in de krant dan is ze ineens weer op de tv-redactie met Ellen Blazer, haar eindredacteur, en ziet ze zichzelf overleggen...


'Sommige ouders zijn simpelweg niet in staat hun kinderen op te voeden,' lees ik voor. [...]
Prachtonderwerp voor ons. Aan tafel met de redactie, een mannetje-vrouwtje of zes om het erover te hebben. Opvoedverhalen van iedereen. Zo weinig mogelijk deskundo's uitnodigen en zoveel mogelijk direct betrokkenen, vindt de hele redactie. Een gewoonte die we er hebben ingestampt in de loop van de jaren. Stel vragen aan wie het meemaken, er dicht bij betrokken zijn. Dus het liefst aan jongens die met zo'n mes in hun rugzak naar school gaan. Zijn er eigenlijk meisjes die dat ook doen? Geen idee, uitzoeken dus. Natuurlijk moeten we met hun ouders praten. Vaders en moeders die niet weten wat ze moeten doen om te zorgen dat het niet gebeurt. Ouders die er misschien begrip voor hebben dat het wel gebeurt. Zijn die er ook, die vinden dat hun kind zich moet kunnen verdedigen.


Je ziet haar zitten, respectvol in discussie met de jongeren én de ouders. Ze stelt vragen die er toe doen.

Dit is echter een klein fragment er worden eveneens veel ander zaken besproken. Sonja's Joods zijn en alle (voor)oordelen daarover loopt als een rode draad door het boekje. Zo pleit ze ook voor een openbare school...


Alle kinderen naar een openbare school. Daar zou ik graag de straat voor op gaan. Zeker nu. Iedereen krijgt dezelfde leerstof en wie zijn kind godsdienstig wil opvoeden doet dat in zijn vrije tijd. Als een kind erover wil vertellen mag dat uiteraard in een kringgesprek. Vandaag over Kerstmis, morgen het Suikerfeest, overmorgen over Chanoeka. Zo hoor je nog eens wat van elkaar.


Ze vertelt over haar strijd met de bizarre praktijken van booking.com. Over het genieten van het Franse landschap waar ze al jaren een huisje heeft. Over de indruk die Arnon Grünberg en de koning maken tijdens de 4 mei viering in de stille kerk en op de stille Dam. Maar ook doet ze verslag over het jonge uiltje van vrienden dat ze mag verzorgen.


Er staan mooie beschouwingen en overpeinzingen in het boekje, eveneens lezen we over de dagdagelijkse dingen die ze meemaakt, of de vrede die ze ervaart met haar geliefden in haar huidige leven.
Kortom, het boekje is net zo veelzijdig geworden als Sonja Barend zelf is. Erg prettig om te lezen.


ISBN 9789403194509 | Hardcover | 69 pagina's | De Bezige Bij | november 2020
Afmeting 17,8 x 12,7 cm.

© Dettie, 3 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Diabetes type 2?
Maak jezelf beter
Hindoestaanse editie

Karine Hoenderdos & Hanno Pijl

Nee, dit boek is niet het zoveelste boek over wonder- of crashdiëten. Het is wel een boek over minder koolhydraten eten en waarom dat beter is voor mensen met diabetes 2. Het frappante is dat al in 1917 de Amerikaanse arts Elliott Proctor opmerkte dat obesitas een belangrijke factor was voor het krijgen van diabetes type 2. Zijn dieetadvies was toentertijd al dat de inname van koolhydraten beperkt moest worden. Brood etc. werd in de ban gedaan. Het dieet was  jarenlang de richtlijn voor mensen met diabetes 2.  Door de ontwikkeling van geneesmiddelen echter verdween de noodzaak van het dieet, een pilletje hief de noodzaak van het koolhydraatarm eten op.


Nadat de voornaamste focus van de artsen werd verlegd naar de vermeerdering van hart- en vaatziekten werd de aandacht gericht op vet- en zoutarm eten ook voor mensen met diabetes 2. Maar inmiddels komt men daar op terug, de tijden zijn veranderd, op het belang van gezond eten komt steeds meer nadruk te liggen en een koolhydraatarm dieet blijkt zeker aan te raden voor mensen met diabetes. Het maakt dat het gebruik van insuline en medicijnen sterk verminderd. Het is zelfs zo dat diabetes type 2 te voorkomen en soms zelfs geheel te genezen is door deze andere leefstijl.


Diabetesdeskundige professor Hanno Pijl van het Leids Universitair Centrum is met name geïnteresseerd in de rol van voeding bij het ontstaan en behandelen van diabetes type 2 en heeft samen met Karine Hoenderdos (vakgebied diëtiek) het boek Diabetes tyoe 2? Maak jezelf beter samengesteld. In dat boek begeleiden zij de mensen met diabetes 2 naar een gezonder leven met minder koolhydraten.
Dit doen zij in tien stappen. Elke stap vormt een hoofdstuk van het boek. Aan het eind van elk hoofdstuk vatten zij de inhoud nog even kort samen.


In de hoofdstukken, zoals bijvoorbeeld hoofdstuk 1,  wordt o.a. duidelijk uitgelegd waarom het gebruik van bepaalde stoffen, zoals frisdrank, suiker, snoep, koek, gebak etc.,  niet goed voor je is en begeleiden ze je middels een stappenplan naar het verminderen van die stoffen.
En in de overige hoofdstukken is er o.a. aandacht voor bewegen. Er wordt verteld waarom het goed is en wat voor - positief - effect het heeft op diabetes 2.


Ze vertellen ook duidelijk waarom er juist wèl volvette producten gebruikt worden - wat voor veel mensen vreemd aanvoelt omdat het hen zo ingeprent is vooral magere producten te eten. Maar in tegenstelling wat iedereen denkt is het niet slecht voor je hart.


"De combinatie van weinig koolhydraten en veel vetten is juist goed.  Bij veel mensen met diabetes daalt het cholesterolgehalte juist als ze hun voeding aanpassen. En dat geld ook voor triglyceriden in het bloed, ook een risicofactor voor hart- en vaatziekten. [...] Als je de koolhydraten sterk verminderd hebben de verzadigde vetten geen schadelijk effect."


Het frappante is dat als je koolhydraatarm eet,  je totaal geen honger meer hebt. Je voelt je verzadigd, waardoor de 'lekkere trek' ook verdwijnt.


Na deze uitgebreide uitleg beginnen vanaf pagina 105 de koolhydraatarme recepten.  Mensen die nog huiveren om koolhydraatarm te gaan eten zouden echt eens in dit boek moeten kijken om te zien wat ze allemaal wel mogen eten.


In tegenstelling tot het eerste boek is in dit boek aangepast aan de Hindoestaanse eetgewoontes en cultuur. Het blijkt namelijk dat Hindoestaanse mensen meer aanleg voor diabetes 2 hebben. Er wordt verteld wat ze beter kunnen dan rijst, dahl etc. Ook veel recepten zijn aangepast aan Hindoestaans eten. Het water loopt je in de mond!


De schrijvers benadrukken dat alles wat zij in dit boek schrijven wetenschappelijk is onderbouwd. Deze manier van eten is veilig en effectief.


Zelf ben ik door het verschijnen van het eerste boek koolhydraatarm gaan eten en ik hoef geen medicijnen meer te slikken! Ik zou mensen die roepen 'ik wil mijn brood, aardappeltje, rijst en pasta niet missen' zo graag willen zeggen dat je het helemaal niet mist. Dat je je veel energieker en prettiger voelt. Dat je beter slaapt, op gewicht blijft of afvalt en het belangrijkste, je bloedsuiker daalt significant en schiet niet meer alle kanten op met als gevolg een lijf dat goed voelt.
Probeer het eens!

ISBN 9789059564053 | Paperback | 192 pagina's | Fontaine uitgevers | januari 2020

© Dettie, 24 januari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Cijfers liegen niet
71 dingen die je over de wereld moet weten
Vaclav Smil


De auteur bespreekt 71 onderwerpen die gegroepeerd zijn rond zeven thema’s: Mensen, Landen, Machines, Energie, Transport, Voedsel en Milieu.
Elk hoofdstuk telt slechts 4 of 5 bladzijden, vaak met een statistiek of illustratie als toelichting op de beknopte tekst. Het is verrassend om vast te stellen dat Vaclav Smil binnen die beperkte omvang toch een maximum aan informatie weet aan te reiken en tot puntige observaties komt.


Een paar voorbeelden, gehaald uit het thema Mensen.

  • Een steeds groter deel van de mensheid leeft onder het vervangingsniveau. Dat wil zeggen dat het geboortecijfer te laag is om het bevolkingsaantal stabiel te houden. De norm zou 2,1 kind per vrouw moeten zijn. In Duitsland is dit 1,4, in Frankrijk 1,8, in Nederland en België 1,7, in Spanje en Italië 1,3. De daling van het geboortecijfer is nagenoeg mondiaal en zal enorme demografische, economische, sociale en politieke gevolgen hebben.
  • De beste graadmeter om de kwaliteit van leven in een land vast te stellen is de kindersterfte. Lage aantallen geven aan dat de gezondheidszorg van een land van goede kwaliteit is en dat de sociale, economische en financiële omstandigheden goed zijn.
  • Lichaamslengte kan belangrijke voordelen hebben. Lange mensen leven langer, zijn vaker gezond en verdienen vaak meer dan hun medemens van geringere lengte. Nederland is recordhouder en melk speelt hierin een belangrijke rol. Laat je kind vooral melk drinken als je wilt dat het meer kansen heeft om lang te worden.


In het thema Landen gaat het onder meer over de tragische nasleep van de Eerste Wereldoorlog, over de Verenigde Staten waar meer baby’s sterven en scholieren minder leren dan in andere welvarende landen en over de Europese Unie die ondanks alle gebreken een resultaat bereikt dat bijna ‘te mooi is om waar te zijn.’


In het thema Voedsel snijdt Smil de voedselverspilling aan. Mondiaal gezien gaat minstens een derde van al het geproduceerde voedsel verloren. De auteur noemt de verspilling aan voedsel ‘excessief en onvergeefllijk.’


In het thema Milieu gaat het over de teloorgang van de olifant (vanwege de voortdurende vraag naar ivoor), over het enorme effect dat driedubbel glas in ramen heeft op je energiekosten en over de haalbaarheid van wereldwijde klimaatplannen (de doelstellingen zijn zo ambitieus dat grote economische en sociale ontwrichting het gevolg zal zijn. De auteur pleit voor een drastische verlaging van de vraag naar energie).


Uit deze opsomming blijkt wel hoe veelzijdig en informatief dit boek is.


Op blz. 230 is volgens mij een kleine fout gemaakt in de onderste grafiek. Het gemiddelde voedingsrendement van mager rundvlees (4%) wordt daar vergeleken met opnieuw mager rundvlees (15%). Vermoedelijk zal de vergelijking gaan tussen rundvlees en vlees van een varken of kip.


Vaclav Smil is een Tsjech die in 1969 samen met zijn vrouw uitweek naar de Verenigde Staten. Nog net op tijd, want twee weken later gingen de grenzen weer dicht. Hij is emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Manitoba in Canada. Hij schreef maar liefst meer dan veertig boeken over energie, technische innovatie, risicobeoordeling en openbaar bestuur.


Kortom: een mooi en handzaam uitgegeven boek dat mede vanwege het brede scala aan onderwerpen voor veel mensen interessant zal zijn en ook nog eens heel geschikt is om aan iemand cadeau te geven.


ISBN 978906827666 | Paperback | Omvang 320 blz. | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | januari 2021
Vertaald door Joost Pollmann

© Henk Hofman, 21 januari 2021

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER

 

Nu en niets anders
Een gesprek over het leven
Darryl Bailey


Soms zegt iemand iets tegen je maar op dat moment komt dat niet bij je binnen. Eigenlijk begrijp je niet wat diegene zegt. Je voelt wel dat er een belangrijke kern zit in datgene wat beweerd wordt maar het eurootje valt niet. Het kan zijn dat je pas maanden of jaren later ineens het besef krijgt en denkt, oh dàt bedoelde hij of zij.
Kennelijk ben jij er dan pas aan toe. Je moest eerst een ontwikkeling doormaken om het te kunnen zien.


Bij dit boek heb ik hetzelfde gevoel. Je voelt dat Darryl Bailey iets belangrijks te vertellen heeft. Maar het komt niet aan. Tenminste niet bij mij. Wat ik begrijp uit de beschrijvingen van zijn andere boeken Naakte essentie en De illusie voorbij heeft hij het steeds over hetzelfde maar dan op diverse manieren gebracht.


Darryl Bailey vertelt in interviewvorm over zijn zoektocht/het proces wat hij onderging, ofwel hoe hij het leven in werkelijkheid leerde te ervaren.


"In het algemeen komt wat we over het leven denken niet overeen met onze werkelijke ervaring, en die verwarring brengt een hoop mentale en emotionele conflicten en ellende met zich mee.
Die verwarring en ellende kan ongedaan gemaakt worden door onze werkelijke ervaring heel rechtstreeks te onderzoeken."


Bailey heeft het over alle gedachten en emoties die bij hem soms verdwenen, hij was in feite even helemaal leeg en dat voelde dan als één grote levende gebeurtenis. Hij voelde dan een 'geweldig gevoel van vrijheid en vrede dat in schril contrast stond met de gevoelens van verwarring en conflict. [...]  Ik had dan het gevoel dat het leven helemaal goed was zoals het was.'


Hij spreekt over het laten varen van gedachtes, ofwel niet meer ingaan op de gedachtes die je hebt. Je leven doet zich aan je voor, in feite heb je er geen enkele invloed op, zo stelt hij. Je zou denken dat je dan niets meer hoeft te doen want alles wat gebeurt, gebeurt gewoon. Maar dat is niet zo volgens Bailey. Hij geeft als voorbeeld dat als je niets hoeft te doen en gewoon gaat zitten, op gegeven moment toch opstaat en iets onderneemt. Maar dan is het vanuit jezelf en niet omdat het je opgelegd wordt. Dit wil ook niet zeggen dat je geen beslissingen meer neemt, maar dat betreft alleen praktische dingen, zoals eten koken, kijken hoe je iets aan zal pakken, maar meer ook niet. Je verdere gedachten zijn uitgeschakeld, het is zoals het is, het gaat zoals het gaat.


Ook zegt Bailey dat we in feite allemaal een zijn, het hele universum is één. Er bestaat geen ego. Alleen wij mensen hebben gesteld dat wij buiten dat geheel vallen. Wij stellen dat wij los staan van bijvoorbeeld de natuur of het universum, maar wij zijn er onderdeel van. Wij zijn een verschijningsvorm, net als een plant, boom of dier. En dat accepteren/inzien geeft vrijheid. Het leven leven zoals het op dat moment gebeurt met alle plussen en minnen, zonder dualiteit, is dan helemaal goed zoals het is. Gewoon doen wat op dat moment goed voelt om te doen.


Hij stelt ook dat alles in beweging is, verleden en toekomst bestaat in feite niet. Alles verandert elke minuut. Een besef van wie je bent -  kijk maar eens naar foto's of in de spiegel -  verandert ook steeds, dus je hoeft je daarover ook niet druk over te maken, het loopt zoals het loopt, je bent zoals je op dat moment bent. Het is in feite niet te benoemen net als bijvoorbeeld de essentie van het Taoïsme niet te vertellen is. Zo gauw je vertelt wat Taoïsme is, dan is het geen Tao meer. Want Tao is wat je ervaart. Dat is niet weer te geven in woorden.


Zelf heb ik het gevoel dat Bailey in vrij verheven bewoordingen zegt dat je totaal in het nu moet leven en mee moet gaan met het leven zoals het zich op dat moment aan je presenteert. Populair gezegd, go with the flow. Maar het kan zijn dat ik er naast zit, zijn taalgebruik lijkt eenvoudig maar is het niet, en dat maakt wat hij te melden heeft niet makkelijk te volgen.


"Maar vanuit hoe ik tegen dingen aankijk kan het denken nooit de werkelijkheid beschrijven, en telkens als de nadruk op het denken komt te liggen, ligt de nadruk  minder op de werkelijkheid."


"We ervaren niets dat erop wijst dat we onszelf laten plaatsvinden, of dat we iets te zeggen hebben over hoe ons leven zal lopen."


"Zoals Boeddha heeft aangegeven: er bestaat geen zelf. Alleen dit gebeuren bestaat, en geen enkele beschrijving is er werkelijk op van toepassing. Hij noemd ehet asankhata het 'ongevormde'. Dat is een woord uit het Pali. Zichzelf noemde hij de Tathagata, en dat betekent degene die gekomen is tot wat werkelijk is."


Woorden zijn verraderlijk. Het komt erop neer dat we in een fantasie zitten zodra we denken odf spreken, tenzij het geloof in verhalen volledig ten einde gekomen is. Dan vormen de verhalen zelf gewoon een mysterieus gebeuren."


ISBN 9789492995699 | hardcover | 103 pagina's | Uitgeverij Samsara | november 2020
Vertaald door Han van den Boogaard

Dettie, 14 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Rusland in 101 wodka-etiketten
Een bonte biografie van een land & zijn bewoners
Edwin Trommelen


Vooraf even dit: ondergetekende drinkt geen alcohol en weet dus niets over wodka, maar de schrijver weet er alles over. Het boek gaat vooral over Russische cultuur, geschiedenis, gewoontes, waarbij deze etiketten als kapstok fungeren. De etiketjes zijn kleine kunstwerken, de meerwaarde zit vooral in de achtergrondverhalen.


De veelzijdige auteur, ervaringsdeskundige en op de hoogte van alle facetten van het leven in Rusland, geeft eerst wat uitleg over de schrijfwijze van de eigennamen en  het Cyrillische alfabet.


De 101 etiketten vertellen veel over de leefwijze van de Russen: hun geschiedenis, muziek, ruimtevaart, politiek, economie, sport, godsdienst, keuken. Behalve Russische, zijn er ook Poolse, Hongaarse, Duitse, Nederlandse en Amerikaanse wodka-etiketten bij.


Enkele voorbeelden: er zijn etiketten over de kozakken, die Siberië veroverden. Nu zijn ze nog met 3 miljoen. - De Koeban-kozakken hebben niets te maken met Cuba. -
De jeugd wil niet meer in de dorpen blijven wonen, die lopen dus leeg.
Elk Rus heeft drie namen en als je Poetin beleefd aanspreekt, doe je dat met ‘Vladimir Vladimirovitsj’: zijn voor- en vadersnaam.


Sommige etiketten zijn gewijd aan grootse prestaties, zoals de aanleg van het Witte Zee-Oostzeekanaal, weliswaar door 150.000 dwangarbeiders in 1931-1933. Grote personen worden niet vergeten: Tsjaikovski, Mendeljev, Poesjkin, Catharina de Grote, Generalissimus Stalin … De Joden evenmin, want zij speelden een heel grote rol in de Russische cultuur, wetenschap, kunst en schaakwereld.


De wodka met de naam Gorbatsjov verwijst niet naar de bekende ‘Secretaris-Mineraal’, maar naar een zekere Leo Gorbatsjov, wodka-fabrikant, die in 1918 uit Sint-Petersburg naar Berlijn vluchtte. Het is niet de enige ‘exil-wodka’. Ook de Raspoetin is verwarrend: op het etiket staat de ongeschoolde gebedsgenezer, die zoveel invloed had op de laatste tsarina, maar de tekst gaat over de dorpsschrijver en grondlegger van de Siberische ecologische beweging Valentin Raspoetin (1937-2015)


We krijgen ook uitleg over het schoolsysteem, de moeilijke taal en grammatica,  de komsomol (1918-1991), de legerdienst, het mooie Georgië met zijn lekkere keuken (en zijn zonen Stalin en Beria), de kalender, nationale feestdagen, landschappen, rivieren, taiga, toendra, goelag, patriottisme, gastvrijheid, berjozka’s, Tataarse invloeden, verloren gegane tradities en symbolen, verdwenen en nog bestaande automerken, Alaska dat in de 18-19de eeuw Russisch was, het pochen met rijkdom door de nieuwe rijken, de drang om de grootste te zijn en de grootste gebouwen neer te zetten.


Beoordeling

Ik heb zeer genoten van deze cultuurgeschiedenis, de aangename verhalen, de ervaringen van de schrijver in alle delen van Rusland, een land dat wij, enkel met het verstand, niet kunnen begrijpen.
Soms zie ik niet het verband tussen het etiket en het verhaal dat volgt, zoals op p. 86-87: het verhaal gaat over dieren, niet over die Chaski-wodka. Of p. 204-205: het gaat over sprookjes en niet over de zavalinka, de wal rond een boerderij.


De auteur zegt niet hoeveel de gemiddelde Rus nu drinkt en evenmin hoeveel extreme drinkers er zijn en welke gevolgen dit heeft voor hun levensverwachting, die bij de mannen een stuk lager ligt dan bij de vrouwen: 65,6 jaar tegenover 77,3 jaar voor de vrouwen (Index Mundi).


Trommelen zegt dat de SU in de medaillespiegel van de Olympische Spelen meestal boven de VSA eindigde (p. 81), maar dat moeten we nuanceren: de VSA haalden veel meer medailles: 2.827 tegenover 1.204 voor de SU en 546 voor Rusland is samen 1.750.


Twee keer zegt hij dat Poetin de implosie van de SU de ‘grootste’ catastrofe van de 20ste eeuw noemde. Dat klopt niet volledig: hij noemde ze een heel grote catastrofe. WO II was allicht een nog grotere ramp. Toch zou hij blij moeten zijn met de val van de SU: anders was hij nog lang een onbekende ambtenaar van de KGB in Dresden gebleven en zou hij nooit de macht (en de rijkdom) hebben gehad die hij nu heeft.


Een kaart met de vele plaatsnamen ontbreekt. Ik had een atlas nodig om plaatsen zoals Boerjatië, Akmolinsk, Izjevsk, Tsjerski, Tsjoekotka te kunnen situeren.

Soms stootte ik ook op een fout: de Cubacrisis was niet in ‘1963’ (p. 31 en 107), maar in 1962. ‘Moter’ (p. 40) schrijf je motor, ‘trans-Siberische’ (p. 183) met een hoofdletter in ‘Trans’, ‘Ligatsjova’ als Lichatsjova (een directeur van de voormalige ZIL-autofabriek).
Medvedev is hier (p. 199) nog premier tot 2024, maar hij is al op 16 januari 2020 vervangen door Michail Misjoestin.


De bibliografie is uiteraard selectief. Bij het socialistisch realisme had de catalogus mogen staan van de grote tentoonstelling daarover: ‘Agitation zum Glück. Sowjetische Kunst in de Stalinzeit’, Kassel, 1994.


Maar los van deze details is het een prachtig en inspirerend boek, echt om van te genieten, al dan niet met de gepaste drank erbij. Het geeft ons een ruimere en meer genuanceerde kijk op een land dat in onze media meestal en zeker de laatste jaren vooral negatief aan bod komt. Zelfs bij hun coronavaccin Spoetnik V heeft het westen zijn twijfels.


ISBN 978 90-880-3106-9 |Paperback incl. foto’s, noten, bibliografie, | 223 pagina's | Uitgeverij Lias | maart 2020

© Jef Abbeel, 9 februari 2021  www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vinylpraat
Wouter Bulckaert


Dit is een boek over de liefde voor platen. Gelukkig is het geen boek geworden waarin vinyl wordt afgezet tegen de CD, hoewel de auteur wel z’n liefde voor de grammofoonplaat en het zorgvuldig luisteren, zonder daarbij iets anders te doen, belijdt.


In dit boek worden 22 albums besproken, uit de eerste 22 levensjaren van de auteur. De eerste 12 kocht hij een tijd nadat ze waren verschenen en de laatste 10 werden door de auteur gekocht op het moment dat ze uit waren gekomen.


De stukken zijn gebaseerd op bijeenkomsten in een café in Gent, waar een spreker (de auteur) een inleiding houdt over een plaat, waarna eerst de A kant wordt gedraaid en vervolgens na een korte pauze de B kant. In dit boek doet de schrijver dit op papier. Hij begint met een algemeen verhaal over de groep en de plaat in kwestie, waarbij de persoonlijke herinneringen niet geschuwd worden. Dan volgt eerst een bespreking van de A kant van de plaat en vervolgens een verhaal over de B kant, hoewel er ook ruimte is om nog wat in algemene zin over de plaat en de artiest te vertelen. Het verhaal eindigt dan met een soort conclusie.


De inleiding eindigt met volgende spoiler alert: “Er zijn een aantal zaken waarvan je liever niet weet hoe ze gemaakt worden om er nog van de genieten. Saucissen staan helemaal bovenaan op die lijst. Rockplaten bekleden een verdienstelijke tweede plaats.”
Met dat laatste deel van die uitspraak ben ik het absoluut oneens. Als er een ding is waarvan ik juist wel wil weten hoe ze zijn gemaakt, dan zijn het wel rockplaten. Dat verhoogt wat mij betreft alleen nog maar het luisterplezier.


Na de inleiding trapt de auteur af met Abbey Road van The Beatles. Het eerste deel eindigt met Look Sharp, het debuut van Joe Jackson, waarover de schrijver opmerkt dat dit in zijn ogen het beste werk van deze Engelsman is. Daarna heeft hij nog wel een aantal goede albums gemaakt, maar de magie van het debuut is weg, terwijl hij in de jaren 90 slechte platen maakt. Dat is wederom iets, wat ik niet met de auteur eens ben, want Joe Jackson kan in mijn ogen in muzikaal opzicht weinig verkeerd doen. Wouter Bulckaert noemt de campagne tegen rookverboden als iets waarin Joe Jackson een discutabel standpunt inneemt. Dat ben ik wel met de schrijver eens. De autobiografie van Joe Jackson wordt dan weer de hemel in geprezen en dat ben ik ook met de auteur eens.


Het tweede deel van het boek begint met een lofzang op de LP. Weliswaar heeft Wouter Bulckaert weinig tegen de CD, afgezien van het feit dat men er in zijn ogen nog wel eens te veel muziek op zet, terwijl hij ook weinig heeft met de toevoeging van outtakes en andere zaken die niet op het oorspronkelijke album stonden. Met downloads en Spotify heeft de auteur, net als ik, helemaal niets.


Deel 2 trapt af met Remain in Light van Talking Heads en eindigt met Acadie van Daniel Lanois. Vreemd genoeg bevindt zich in dit deel ook het enige verzamel-album, namelijk Heaven in a Wild Flower van Nick Drake.


Hoewel ik zelf de voorkeur geef aan de CD en ik meestal naar muziek luister terwijl ik iets anders doe, herken ik wel de liefde voor het beluisteren van een heel album. Vroeger kocht ik ook LP’s en daar bewaar ik net als de auteur veel herinneringen aan. Van de besproken albums bezit ik er overigens maar 4, waarvan slechts 1 op vinyl. Alle 4 bevinden ze zich in het eerste deel van het boek.


Het is een interessant boek geworden, dat me nieuwsgierig maakt naar een aantal van de besproken albums. Je kunt het boek achter elkaar uitlezen en je kan ook alleen het stuk lezen, dat bij de plaat hoort die je wilt gaan beluisteren. Wat mij betreft mag Wouter Bulckaert een tweede deel van Vinylpraat schrijven en misschien kan het zelfs een serie worden van alles wat hij bij de bijeenkomsten in het café in Gent besproken heeft.


ISBN 978 94 6267 258 6 | NUR 660 | Paperback  | 255 pagina’s | Uitgeverij EPO |  december 2020

© Renate, 28 januari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een episode uit het leven van een landschapsschilder
César Aira


De landschapsschilder uit de titel is de Duitse kunstenaar Johann Moritz Rugendas (1802-1858), die in de voetsporen trad van zijn vader en grootvader die voornamelijk veldslagen schilderden. Maar na Waterloo brak er een tijd van vrede aan en viel er weinig meer te verdienen in dit genre.
Rugendas bleek gelukkig een een uitstekende landschapsschilder en toen zich de mogelijkheid voordeed om aan te sluiten bij de expeditie van baron Georg Heinrich von Langendorf naar Zuid Amerika, Brazilië, hoefde hij niet lang na te denken. Rugendas was toen negentien jaar. Zijn taak was het in beeld vastleggen van de vondsten en landschappen.

Na vier jaar keerde hij terug en gaf hij samen met Victor Aimé Huber (tekst) een mooi geïllustreerd boekwerk uit op basis van de reisaantekeningen van de schilder. Hierdoor kwam Rugendas in contact met de bekende naturalist en ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt. Toen Rugendas opnieuw vertrok, dit keer naar Mexico, Chili, Peru, opnieuw Brazillië en Argentinië, benadrukte Von Humbolt dat de schilder 'het waarlijk buitengewone van het landschap' moest vastleggen, 'zoals bijvoorbeeld besneeuwde bergtoppen, de flora van het regenwoud, een bepaalde plantensoort in zijn verschillende groeifasen etc.

De reis zou in totaal zestien jaar duren en het was vooral Argentinië dat Rugendas trok.


"Argentinië, die mysterieuze leegte in het brandpunt van alle horizonten boven de immense vlaktes. Alleen daar, dacht hij, zou hij de keerzijde van zijn kunst vinden."


Toen Rugendas al enkele jaren in Zuid Amerika was  vertrok hij in december 1837 met de schilder Robert Krause vanuit San Felipe de Aconcagua (Chili) met het plan alles te schilderen wat ze onderweg tegenkwamen. Dit was het begin van een langdurige vriendschap. Ze hadden altijd genoeg stof om over te praten. Hun tegengestelde karakters, Rugendas onhandig verwijfd en verlegen, Krause wellevend, aristocratisch en zelfbewust, vulden elkaar goed aan. Krause, zelf een middelmatig schilder, bewonderde Rugendas, iets wat deze laatste zich graag liet welgevallen.


In zeer bloemrijke taal - wat soms té breed uitgesmeerd wordt - lezen we over deze bijzondere episode uit het leven van Rugendas. De schrijver heeft zich gebaseerd op de vele brieven die Rugendas met name stuurde aan zijn zus. - Van Krause zijn geen brieven bewaard gebleven - Beide heren zijn zeer bevlogen in hun werk. Als iets eenmaal Rigendas' aandacht trekt, kan niets hem weerhouden om dat nader te bestuderen en vast te leggen. Vooral  de indianen in het gebied roepen bij Rugendas een verlangen op om deze te bestuderen en te schilderen. Iets wat hen soms in zeer benarde situaties laat belanden.


Zoals gemeld is de taal  bloemrijk, met als hoogtepunt de weergave van het bizarre ongeluk dat Rugendas overkomt. In zeer beeldende bewoordingen weet César Aira weer te geven wat er die noodlottige, huiveringwekkende avond gebeurde. Het is adembenemend om te lezen. Het gevolg daarvan is verschrikkelijk maar toch blijft de bevlogenheid rond het werk de enorme drijfveer voor Rugendas om door te gaan. Erg fascinerend om te lezen!


Wat Aira verder knap heeft weergegeven is de enorme en buitengewone vriendschap die tussen beide heren bestond.
Rugendas heeft een zeer filosofische inslag en is vooral op zoek naar het échte, waarlijke  bestaan. Hij gaat heel ver in zijn denken en zijn beschouwingen zijn niet altijd direct te bevatten maar wel intrigerend. Krause voelt Rugendas haarfijn aan en de twee vrienden kunnen eindeloos van gedachte wisselen over het bestaan, het heelal, parallele werelden en de wezenlijke zin van het bestaan. Mooi om te lezen.
Maar de boventoon in het boek is vooral de passie voor de leerhonger en het weergeven, het vastleggen van alles wat zich aan hen voordoet.


Kortom, al met al heb je, ondanks dat het boek maar 102 pagina's beslaat, het gevoel een dik en indringend boek gelezen te hebben. Erg indrukwekkend.


ISBN 9789492313652 |  Paperback met illustraties | 102 pagina's | Koppernik | oktober 2020
Uit het Spaans vertaald door Adri Boon

© Dettie, 23 januari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER