Non-fictie

Bart Jan Spruyt

Goud in handen
Teksten uit de christelijke traditie, gekozen door reformatorische opinievormers
Bart Jan Spruyt (red.)


Het ‘Goud’ in de titel slaat op de nagelaten geschriften van voormannen uit de geschiedenis van de christelijke kerk. De redacteur, Bart Jan Spruyt (historicus, journalist en columnist), verzocht 42 merendeels bekende personen uit reformatorische kring om een tekst te kiezen die voor hen persoonlijk van grote waarde was en deze van een toelichting te voorzien.


Het valt daarbij op dat de periode van de Middeleeuwen geheel ontbreekt in dit boek. Ook zijn de teksten binnen de zes themahoofdstukken niet chronologisch geordend. De tekstfragmenten omvatten de vroege periode van de kerk en het tijdvak van de 16e eeuw tot het heden.


De keuze was vrij en dus trekt een waaier aan bekende en minder bekende kerkleiders aan ons voorbij. Augustinus ontbreekt niet, Luther en Calvijn evenmin. Voor veel orthodoxe-protestanten zal de naam van Van der Groe, Comrie en Smytegelt nog wel bekend zijn. Maar er komen ook veel namen voorbij van kerkleiders die in hun eigen tijd wel bekend waren, maar voor de meeste mensen thans geheel onbekend zijn. Dat geeft niet. Het is de bedoeling van dit boek om waardevolle bronnen uit de eigen traditie nog eens over het voetlicht te brengen eer secularisatie en digitalisering deze boeken in de vergetelheid doen verdwijnen.


Eigenlijk reikt het doel nog verder. Kan een heroriëntatie op deze bronnen “een bijdrage leveren aan de strijd tegen de innerlijke secularisatie die ook orthodoxe christenen blijkt te bevangen.” (blz. 15). Die vraag wordt bevestigend beantwoord. “Onze traditie biedt niet alleen traditionele antwoorden op vragen die binnen een christelijke context worden gesteld, maar ook antwoorden op nieuwe vragen die zich in een niet-christelijke context opdringen.” (blz. 22).


Er zijn hier twee zaken aan de orde. In de eerste plaats is de constatering wat mij betreft terecht dat bestudering van deze bronnen ook voor deze tijd heel waardevol is. Het materiaal dat deze kerkvaders (het begrip in ruime zin genomen) aanreiken, overstijgt de eeuwen en is relevant ook voor het heden. Maar – en dat in de tweede plaats – of deze teksten nog een bijdrage leveren in de strijd ‘tegen de innerlijke secularisatie’ waag ik te betwijfelen. De kring van mensen die deze teksten lezen, begrijpen en er ook nog mee instemmen is niet zo heel groot meer. Dat wordt ook wel onderkend in dit boek. Er is ‘een ijdele inspanning op te merken in onze gezindte. Het inwerken tegen de afbraak van uitwendige structuren, terwijl we inwendig steeds meer vervlakken.” (blz. 430).


Dat was ook de vraag die ik mijzelf stelde, al lezende in het ‘Goud’ van dit boek. De ‘reformatorische opinievormers’ hebben prachtige teksten geselecteerd. Maar wat herkent de achterban er zelf nog van? En voelt men zich nog verwant met dit gedachtegoed?


De tekstfragmenten zijn merendeels best lang. Dat biedt de lezer de gelegenheid om echt onder te duiken in het fragment en na te voelen wat de schrijver van de tekst bewoog. Aan elke tekst gaat een vaak persoonlijk getinte toelichting vooraf. Zelf had ik de neiging om eerst de brontekst te lezen en pas daarna de toelichting waarin de keus gemotiveerd werd.


Het is ondoenlijk om alle medewerkers te noemen en de fragmenten die zij hebben uitgekozen. Een selectie zou onrecht doen aan diegenen die niet genoemd worden. Laat ik hier stellen dat heel veel teksten (en de paar gedichten) met hun toelichting zeer treffend zijn en je bij het lezen ontroeren. Slechts in een paar gevallen vroeg ik me af of een tekst wel gelukkig gekozen was. De toelichting maakte dan wel weer duidelijk welke betekenis juist die tekst voor betrokkene had. Niet elke lezer zal dat persoonlijke element kunnen navoelen.


Is dit boek alleen aan te raden voor lezers uit de reformatorische kring? Zonder meer, maar niet uitsluitend. Eenmaal waren de opvattingen die hier vertolkt worden gemeengoed in het Nederlandse verleden. Ik denk dan aan het tijdvak tussen Reformatie en Verlichting. Een periode waarin geloof en kerkgang voor de meeste Nederlanders normaal was. Een periode waarin mensen deze teksten lazen en begrepen, terwijl de moderne lezer zal denken dat het taal van half gestoorde mensen is. Secularisatie is als erosie van vruchtbare grond. Kennis en besef van Bijbelse waarheden zijn verloren gegaan. Dit boek draait om de noodzaak dat de mens God zoekt en vindt. Het gaat om de verzoening van een zondig mens met God. Dat was de kernvraag die ons voorgeslacht bezig hield. Die vraag is thans vervangen door de vraag hoe je het maximale uit dit leven kunt halen.


Daarom is dit boek voor een veel bredere kring van lezers van belang. Het was een goede gedachte van Bart Jan Spruyt om met deze bundel te komen. Een compliment voor hem en al zijn medewerkers is zeker op zijn plaats.


Maar ook de uitgever verdient een compliment. Het boek is in een fraaie band uitgegeven en heeft een mooie bladspiegel. Op de voorkaft prijkt een afbeelding van een docent met studenten. Iedereen is bezig met een boek. De docent gebaart met het boek in zijn hand, een student wijst een passage aan, een ander leest, weer een ander bespreekt een passage met zijn medestudent. Dat was nog eens een tijd! Niemand met zichzelf en een mobiele telefoon bezig. Maar iedereen met een boek in handen dat zij gezamenlijk bestuderen. Dat wens ik ‘Goud in handen’ ook toe. Lees het, lees het met elkaar en spreek erover.


ISBN: 9789402906646 | Hardcover | 483 pagina's  | Uitgeverij De Banier | Mei 2018

© Henk Hofman, 8 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER