Nieuwe jeugdboekrecensies 15+

Boy Queen
George Lester

Robin Cooper heeft een droom: hij wil het theater in: dansen, zingen en wat daar allemaal bij komt. Helaas: steeds weer wijzen de toneelopleidingen hem af. Maar als hij zijn examen heeft gehaald en deze scholen niet open staan voor hem: wat moet hij dan? Naar de universiteit, zoals zijn vrienden doen, dat wil hij niet.
Hij raakt steeds dieper in de put. Er is ook nog de kwestie van zijn Geheime Vriendje. Robin is al lang uit de kast, hetgeen gelukkig geaccepteerd wordt door zijn moeder en vrienden. Maar Connor, zijn vriend dus, durft niet uit de kast te komen, en dat is een probleem.
Alles moet stiekem.
Op zijn achttiende verjaardag hebben zijn vrienden – niet Connor – een verrassing voor hem: In een naburig stadje gaan ze een dragshow bezoeken: Dragcellence. En Robin kijkt zijn ogen uit: dit wil hij ook!
(De term 'drag' is de informele benaming van het dragen van kleding van het andere geslacht, dat ook wel crossdressing wordt genoemd. Niet alleen kleding, het is een totale ‘verbouwing’. Dragqueens en -kings zijn onherkenbaar)
Als dragqueen is hij immers ook bezig met toneel en zang, en hij vindt het prachtig om zich om te kleden en op te maken. Zijn vrienden steunen hem, en vormen zijn alibi als hij bij een dragqueen in de club gaat leren hoe hij het moet aanpakken. Daarvoor moet hij spijbelen, en hij durft het zijn moeder niet te vertellen.

George Lester vertelt het verhaal over een jongeman die een passie ontdekt heel overtuigend. De jongen wil er voor gaan maar komt nogal wat hindernissen tegen op zijn weg naar geluk.
Als hij Robin is, is hij een onzekere jongen, een puber nog, met bijbehorende problemen, maar als hij eenmaal omgevormd is tot boyqueen, is hij compleet anders.
Maar hij heeft er wel moeite mee om te liegen, vooral tegen zijn moeder. Ze hadden nooit eerder geheimen voor elkaar. En Connor, wat moet hij met een jongen die niet durft uit te komen voor wie hij is?

Lester is zelf dragqueen en weet dus heel goed waar hij over praat. De lezer krijgt een kijkje in een onbekende wereld: een wereld waar dromen werkelijkheid kunnen worden, maar niet zonder slag of stoot. Het is geen droog verslag, maar een soepel lopend verhaal, invoelend en met humor geschreven, waardoor het leest al een trein en je intussen heel wat wijzer wordt.

George Lester is een freelance redacteur, musical- en theaterliefhebber en drag nerd. Hij woont samen met zijn partner in Twickenham in Londen en post semi-regelmatig video's waarin hij zijn liefde voor boeken en schrijven deelt.

ISBN 9789048865611 | paperback | 304 pagina’s | Uitgeverij Moon | mei 2022
Leeftijd vanaf 15 jaar
Vertaald uit het Engels door Tom ten Hove

© Marjo, 4 juli 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Niemand vraagt hoe het met mij gaat
Gracia Lebbink


Sanne´s ouders hebben de laatste tijd steeds vaker ruzie en niet zo´n klein beetje ook. Na zo´n ruzie praten ze via de kinderen met elkaar.


`Sanne, kun jij aan je moeder vragen om wat stiller te zijn en niet te stofzuigen als ik de krant lees?`
`Daan, zorg jij ervoor dat je vader de vuilnisbak niet vergeet buiten te zetten, we willen geen ratten toch?' [...]
Mijn broertje Daan en ik weten dan nooit goed hoe we moeten reageren. Het voelt heel ongemakkelijk.


Het gaat van kwaad tot erger en dan komt de dag dat haar ouders vertellen dat ze gaan scheiden... Sanne is woedend! Ze wil dat niet! Punt uit. Ze is helemaal van slag en wil het liefst verdwijnen. Ze kruipt op de bank, onder een deken. Maar niemand komt haar troosten.


Mama vertelt diezelfde dag dat ze een weekje gaan logeren in het huis van een tante, die op vakantie is. Even afstand nemen.
Gelukkig is haar oma Julia daar ook. Oma is in Italië geboren en als zij er is ruikt het altijd naar Italiaans eten. Sanne is gek op haar oma. Haar vader niet...


Tot mama's grote ellende heeft Sanne's vader besloten dat hij de ene week voor Sanne en Daan zorgt en de andere week is mama in hun huis. Het is een akelige toestand. De ouders zijn onmogelijk. Ze gunnen elkaar het licht niet in hun ogen. Het is bijna de vraag wie er nu kinderen zijn Sanne en Daan of papa en mama?
Later moeten de kinderen steeds om en om een week bij papa en daarna een week bij mama wonen. Sanne wordt er zo moe van, elke week alles in- en uitpakken. Maar de grootste ellende blijft de houding van haar ouders...


Vader treitert moeder enorm; wat van haar niet mag, mag van hem wel en omgekeerd. Ook haar moeder heeft geen goed woord  over voor haar vader en de kinderen zitten er maar tussenin.
Sanne's ouders zien ook niet dat het met Daan steeds slechter gaat... Sanne ziet dat wel... Het loopt uiteindelijk compleet uit de hand, zowel met Sanne als Daan, maar wel op een heel andere manier.
Sanne ontspoort op een tienermanier, ze wil zo graag dat er iemand voor haar is. Maar ze maakt dingen mee die zelfs die wens onderuit zal halen. Ze probeert overeind te blijven, er te zijn voor haar broer en tegelijkertijd moet ze ook wennen aan haar nieuwe school.
En thuis vraagt echt niemand hoe het met háár gaat..


Achterop het boek staat 'Een verhaal dat je na de eerste bladzijde niet meer wilt neerleggen.' en dat klopt. Zoals gebruikelijk bij een nieuw boek, las ik 'eventjes' de eerste bladzijde om de sfeer te proeven maar kon inderdaad niet meer stoppen. Je wordt gelijk het verhaal ingetrokken en wil weten hoe het met Sanne en haar familie gaat. De houding van met name haar vader is tenenkrommend. Tussen de regels door, lees je ook wat er in het huwelijk gebeurde, wat de oorzaak van de scheiding was.


Toch is het zeker niet allemaal kommer en kwel, want Sanne heeft ook goede - en échte - vrienden. Oma Julia vormt verder ook een belangrijke schakel in het geheel.
Sanne moet natuurlijk ook naar school, en zoals dat gebeurt vinden daar ook positieve en minder leuke dingen plaats.
Maar het mooiste aan het verhaal is het weergeven van de gevoelens van Sanne, hoe deze puber met al haar pubergevoelens met al die lastige situaties omgaat.Sanne is levensecht.Kortom, een prachtig verhaal!


Gracia Lebbink studeerde grafische vormgeving aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Ze besloot het roer om te gooien en te gaan schrijven. Niemand vraagt hoe het met mij gaat is haar debuut.


ISBN 9789047714620 | Paperback met flappen | 263 pagina's | NUR 285 | Lemniscaat | juni 2022
Leeftijd 15+

© Dettie, 17 juni 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Laat ons zien wie je bent
Elle McNicoll


‘Weet je wat jou anders maakt, Cora? Kun je dat uitleggen?’

Zo begint de proloog van dit boek. Pas later begrijp je als lezer wat daar precies gebeurt, nu denk je nog dat Cora aan een wetenschapper uit wil leggen wat het betekent om autist te zijn.


Cora is twaalf jaar en weet heel goed dat ze anders is dan haar leeftijdsgenoten. Haar moeder is overleden, haar vader en broer Gregor steunen haar onvoorwaardelijk. Zo niet de leraren op school en de meeste klasgenoten.
Ze is dan misschien anders omdat ze heel gevoelig is – ze weet ook dat ze slim is en dus komt de afwijzing van haar leraar hard aan. Ze had zich zo goed voorbereid, laten zien dat ze het zeker kan, een schoolkrant maken, maar nee, zegt de leraar: ze kan niet samenwerken, dus ze mag niet in de redactie.


Ze heeft weinig keus: ze zal dit moeten accepteren, de pesterijen, het genegeerd worden. Ze is nu eenmaal aan autist.
Als haar broer haar meeneemt naar een bedrijfsfeestje van Het Pomegranate Instituut waar hij werkt, waar ze helemaal niet mee naar toe wilde, ontmoet ze Adrien, de zoon van zijn baas. Er is meteen een klik tussen hen.
Hij is leeftijdgenoot, en tot haar verbazing gaat hij niet naar school maar krijgt hij privéonderwijs.
Later zal blijken dat ook Adrien ‘anders’ is, hij is een ADHD-er. Hij ‘stuitert’.


Het Instituut maakt interactieve hologrammen van beroemde personen, zodat je je helden kunt ontmoeten alsof ze echt zijn. Die techniek willen ze ook toepassen voor ‘gewone’ mensen, zodat ze na hun dood nog door dierbaren kunnen worden bezocht. Cora wil er graag meer van weten, en accepteert maar al te graag een uitnodiging voor een rondleiding.
Maar daar blijkt meer achter te zitten dan ze ooit had kunnen bedenken.
En al vertelt die Dr Gold het nog allemaal zo leuk, Cora twijfelt steeds meer of ze met diens plannen in zee moet gaan. Het lijkt haar wel heel leuk, heel bijzonder, maar er zijn wel haken en ogen. Dr. Gold wuift dat weg natuurlijk, maar gelukkig is Adrien het met Cora eens. Maar het is een machtige wereld waar ze het tegen moeten opnemen! De wereld van het geld.


Hologrammen van mensen, het klinkt misschien futuristisch, maar dat is het allang niet meer. Dit verhaal gaat over de ethische kwestie of je zoiets wel zou mogen doen: hologrammen maken van mensen.  Maar natuurlijk is het vooral het verhaal van een bijzonder meisje.


‘Cora, de enige reden waarom ze altijd tegen me zeggen ‘jij bent niet je ADHD is omdat ze zichzelf dan minder bedreigd voelen. Want stel je voor dat je erachter komt wat jou anders maakt. Stel je voor dat je het accepteert en het zelfs leuk vindt, en dat je zegt dat je er niets aan wil veranderen. Dan word je een gevaar.’
‘Gevaar? Zei je nou ‘gevaar’?
‘Ja. Mensen die zichzelf leuk vinden zijn erg gevaarlijk.’


Elle McNicoll (Edinburgh, 1992) is een Schotse kinderschrijver. Haar debuutroman  Een soort vonk had hetzelfde achterliggende thema als onderhavig boek. McNicoll is zelf een autist.


ISBN 9789047713739 | Hardcover | 344 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat| maart 2022
Vertaald uit het Engels door Margaretha van Andel | Leeftijd 15+

© Marjo, 5 mei 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Alleen meisjes kunnen vliegen
Luc Hanegreefs


1899. Een jong meisje probeert te vluchten. Ze komt uit een kasteel, maar waarom ze eigenlijk probeert weg te komen is niet duidelijk. Wel dat ze teruggehaald wordt. Door ene Jacob.
Dan maken we een sprong in de tijd.


1959. Een vader wandelt met zijn zoon naar een kerk, in een klein dorp. Ze zien een oude man met bloemen: ‘ze houdt van aronskelken’, zegt hij en even later zien ze die bloemen op een monument n de kerk liggen. In hetzelfde dorp staat een kasteel, nogal vervallen Het lijkt onbewoond, maar dat blijkt niet zo te zijn.  De vader loopt het terrein van het kasteel op, hoewel de jongen protesteert. Dat is toch privé-domein! En terwijl ze door de tuin lopen ziet de jongen het: in een opening in de toren van het kasteel staat een gedaante. Helemaal in het wit, druk gebarend naar de jongen. En dan is ze weg.
Wat heeft hij gezien? Wie woont er in het kasteel?


1899: Cornelia zit opgesloten in haar kamer op het kasteel. Haar vader is sinds kort weduwnaar, en het meisje voelt aan wat hij van plan is.


‘Birgit? Geloof jij echt dat mama kon vliegen?’ vroeg Cornelia plots.
Birgit schraapte haar keel voor de bedachtzaam antwoordde. ‘Ze zei me wel eens dat ze wou dat ze kon wegvliegen van je vader, maar alleen als ze jou ook mee kon nemen.’
‘Dat heeft ze niet gedaan. Waarom niet, denk je?’


De huishoudster heeft daar geen antwoord op, en zo blijft het meisje denken dat haar moeder echt weggevlogen is. Maar zij kan (nog) niet vliegen. En ze kan niet tegen haar vader op. En zo wordt er nog geen jaar later een kind geboren: Katrina.
Maar Cornelia zal niet voor haar zorgen, dat doen Birgit en Jacob, ook nadat de kasteelheer verdwenen is op de dag dat hij het kasteel verliet om elders te gaan wonen. Hij had Katrina met zich mee willen nemen.


1960: de vader heeft een lelijke smak gemaakt en zijn geheugen is verstoord. Er worden geen wandelingen meer gemaakt. De jongen wil weten wat er precies gebeurd is, en zo ontdekt hij dat zijn vader geheimen had. Tot zijn verbijstering en die van zijn moeder worden er enveloppen bezorgd: in de een zit een klein sleuteltje en in de andere een insigne met een hakenkruis erop. Wat is dit? En waarom?


Op zijn zoektocht naar de achterliggende verhalen en het geheim van zijn vader ontdekt de jongen – die op pagina 119 een naam krijgt: Anton – wat er allemaal gebeurd is in de oorlogsjaren toen Duitsers het kasteel gevorderd hadden. En hij leert de huidige bewoners van het kasteel kennen. In de eerste plaats Nellie, een leeftijdsgenoot, die net als hij geïntrigeerd is door de raadsels en ook op zoek gaat. Als hij haar vraagt waar de vader van Cornelia is gebleven, zegt ze:


‘Dat heb ik Birgit ook gevraagd. Hij is ook… weg. Meer wilde ze er niet over kwijt.’
‘Weggevlogen?’ Ik kon de spottende toon in mijn stem amper verbergen.
‘Natuurlijk niet!’ beet ze verontwaardigd terug. ‘Alleen meisjes kunnen vliegen.’


Een spannende historische thriller. Alleen al door het heen en weer springen in de tijd is dit best een uitdaging voor jonge lezers, maar ook de geschiedenis van de kasteelbewoners is vrij ingewikkeld.
Toch, als je eenmaal in het verhaal zit, wil je weten wat er nu eigenlijk allemaal aan de hand was. Wat is er gebeurd met die vrouwen op het kasteel?
Wat is er gebeurd met de vader van Anton en hoe is hij bij het kasteel betrokken?


Gaandeweg wordt duidelijk dat het hier gaat om een onderbelicht aspect van de Tweede Wereldoorlog. Hanegreefs legt achter in het boek uit wat er aan de hand was. Misschien had hij dat beter aan het begin kunnen doen…


Luc Hanegreefs (1959) werkte jarenlang als journalist voor onder meer De Tijd, vrt en de nieuwsdienst van vtm. Nu verdeelt hij zijn tijd tussen schrijven en doceren aan de Hasseltse hogeschool, waar hij studenten journalistiek opleidt. In 1996 verscheen zijn eerste jeugdboek.


ISBN 9789044844856 | Hardcover | 206 pagina's | Uitgeverij Clavis | februari 2022
Leeftijd vanaf 14 jaar

© Marjo, 2 april 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Een mooie vreemde ontdekking
Hank Green


Dit boek is het vervolg op ‘Een zeer opmerkelijk verschijnsel’ dat ik niet gelezen heb. Ik moet me hiervoor dus baseren op de tekst die achterin het boek staat en wat ik op kan maken uit het verhaal dat in dit boek verteld wordt.


In ‘Een zeer opmerkelijk verschijnsel’ stuit de 23-jarige studente April May op een gigantische sculptuur die vanuit het niets ineens midden in Manhattan staat. Ze noemt het beeld Carl en maakt er een filmpje van, dat ze op YouTube zet. Ook in andere steden duiken deze beelden op en April wordt een beroemdheid. De beelden verdwijnen weer even plotseling als ze verschenen zijn en ook April is plotseling verdwenen, terwijl alles er op wijst dat ze bij een aanslag om het leven is gekomen.


Dit is de situatie aan het begin van het boek en doordat het eerste hoofdstuk door haar verteld wordt, lijkt het in ieder geval duidelijk dat ze nog in leven is. Hoe het allemaal precies zit leren we pas veel later in het boek. Vooralsnog wordt het verhaal verteld door Maya, Andy Skampt en Miranda, drie vrienden van April, die met haar verdwijning moeten leren leven.
Het een en ander wordt afgewisseld met tweets, artikelen en andere teksten van internet. Er duiken boeken op met mysterieuze instructies, die wel van April afkomstig lijken te zijn.


En dan is er nog Peter Petrawicki, die een hekel aan April had. Hij is de man achter een bedrijf met de naam Altus, dat zich bezig lijkt te houden met een manier om het brein van mensen met elkaar te verbinden via internet met behulp van virtual reality brillen en speciale software, die het mogelijk maakt om de wereld waar te nemen via de ogen van anderen. Op deze manier is het ook mogelijk om een andere taal te leren door toegang te krijgen tot het brein van iemand die de betreffende taal als moedertaal heeft. Het wordt allemaal als idealistisch voorgesteld, maar dat is het dus niet.


Als April later weer opduikt in het boek, komen er ook hoofdstukken waarin Carl aan het woord zijn (Ja, hier wordt de meervoudsvorm gebruikt, omdat dit ook gebruikt wordt in deze hoofdstukken. De Carl, of Carl zijn met meerderen en hoewel ze met één stem spreken wordt toch de meervoudsvorm gebruikt.)


Het is een bijzonder spannend boek, waarin je je mee kunt laten zuigen. Het is geen echt science fiction verhaal, maar een wat dystopisch aandoende fantasie, die zich min of meer in het heden afspeelt, al zijn er dingen die niet werkelijk bestaan. In die zin doet het een beetje denken aan ‘De Cirkel’, van Dave Eggers.


ISBN 978 94 027 0638 3 | Paperback | 539 pagina’s | HarperCollins | februari 2021
vertaald door Karin de Haas | Leeftijd 15+

© Renate 6 maart 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Uit het niets
Aline Sax


Een meisje wordt wakker in het donker. Het is echt donker, nergens een lichtstreep, geen schemer door gordijnen, geen lichtpuntje van een wekker of iets degelijks. Niets dan donkerte.
Ze twijfelt even of dit de dood is, maar dan hoort ze wel geluiden: ademende mensen!
Maar waar is ze? Hoe komt ze daar? Ze heeft geen idee.


Maar nog erger is het als ze beseft dat ze niet eens weet wie ze is!
Hoe heet ze? Waar komt ze vandaan?
Ze heeft geen enkel antwoord. Ze weet alleen dat ze hoofdpijn heeft.


Als ze weer wakker wordt, is het in een helverlichte ruimte. Er bevinden zich onbekenden, een stuk of tien, in dezelfde ruimte. Ze kent hen niet.
Dan verschijnt er een vrouw in de deuropening die hen goedemorgen wenst. Ze vertelt dat ze hen een voor een zal komen halen, om hen te vertellen wat er aan de hand is. Maar eerst is er eten, een kom met een dikke brij, niet echt smakelijk. En er is koffie.
Even later komt de vrouw inderdaad de eerste persoon halen.


Als het meisje aan de beurt is neemt ze haar mee door gangen waarvan het lijkt dat het een luchthaven is. Er zijn bagagebanden, maar nergens tekenen van reizigers.
De vrouw stelt zich voor als Isabel. Ze schijnt te weten dat het meisje geen herinneringen heeft, dat ze zelfs niet haar naam kent.
En ze vertelt dat er twee simultane vulkaanuitbarstingen zijn geweest die het leven buiten deze luchthaven volledig hebben verwoest.
Buiten is het donker en koud. De lucht is vergiftigd. Alles is dood.


‘Probeer je er niet te veel zorgen over te maken. We kunnen niet veranderen wat er gebeurd is. We kunnen alleen goed voor elkaar zorgen, voor zij die het overleefd hebben.’


Het komt er op neer dat er ongeveer honderdvijftien overlevenden gevonden zijn die zich nu in de verlaten luchthaven bevinden. Er is een Raad ingesteld om alles te regelen, en er worden expedities gehouden, omdat de voorraad eten en medicijnen natuurlijk niet onuitputtelijk is. In de tussentijd wordt iedereen ingedeeld in werkgroepen om zich nuttig te maken. Dat is ook om verveling tegen te gaan.
Niemand lijkt nog herinneringen te hebben, hetgeen door de vergiftigde lucht komt.
Het meisje laat zich Maxime noemen, maar ze weet dat het niet haar naam is. Ze ontdekt dat ze goed is in piano spelen, en ze herinnert zich Latijnse teksten.


Maxime blijkt niet het volgzame type te zijn, zoals de meesten daar wel zijn. Er is een jongen, Chip, die betrapt wordt op een vluchtpoging. En dat wil Maxime ook: weg hier!
Er zijn zoveel vragen die niet beantwoord worden. En als ze toevallig hoort hoe Isabel een telefoongesprek voert, terwijl telefoons niet zouden werken, en ook nog camera’s ontdekt die eveneens werken, terwijl er geen elektriciteit meer is?
Dan is er maar een weg voor Maxime: weg hier!
Het lukt haar, maar wat staat er buiten de luchthaven te wachten?


Het verhaal heeft twee delen, het eerste speelt zich binnen af, het tweede buiten. Boven de hoofdstukken staan letters en puntjes. Raadselachtig, maar als je eenmaal dat trucje door hebt toch ook weer niet zo erg vreemd.
We weten al wel dat Aline Sax kan schrijven en ook dit verhaal sleept je mee in al zijn geheimzinnigheid.
Als het einde van de wereld daar is, en je bent een overlevende, hoe ga je daar dan mee om?


Aline Sax (Antwerpen, 1984) is een Vlaams auteur van jeugdboeken en adolescentenromans. Aline Sax werd al verschillende malen genomineerd voor belangrijke prijzen zoals de Boekenleeuw, de Gouden Uil, de Thea Beckmanprijs, de Gouden Lijst en de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen. Ook in het buitenland wonnen haar boeken prestigieuze prijzen. In 2017 werd zij als enige Vlaming geselecteerd voor de Aarhus39 - de 39 beste Europese jeugdauteurs jonger dan 40.


ISBN 9789002274343 | Paperback | 264 pagina's | Uitgeverij Davidsfonds | oktober 2021

© Marjo, 21 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De verwoestingen van Devil’s Acre
Deel 6: De bijzondere kinderen van mevrouw Peregrine
Ransom Riggs


'Maar geef alsjeblieft niet toe aan de angst. Ik zal jullie intelligentie niet beledigen door te zeggen dat dit gemakkelijk wordt, maar voor goede dingen moet je vechten. We leven al een eeuw met de dreigende schaduw van schepsels en hun hulsels om ons heen, en het zal jullie niet verbazen dat we zulk kwaad niet op enkele weken kunnen afschudden, of met slechts enkele kleine acties. Onze overwinning in Gravehill, hoe wreed ook, verliep misschien iets te netjes. De finale beproeving moet nog komen, een strijd waarvan de omvang nog niet kennen.’


De Bijzondere Kinderen, dat zijn kinderen die een speciale eigenschap hebben, of iets bijzonders kunnen. Ze zien er soms hetzelfde uit als andere kinderen, maar vaak ook niet. Dus zouden deze kinderen vanwege wie ze zijn buiten de boot vallen in de normale maatschappij, in het ergste geval zelfs opgesloten worden.


Mevrouw Peregrine, degene die bovenstaande woorden spreekt tot de Bzijonderen, is zelf ook bijzonder, want zij kan zichzelf veranderen in een enorme vogel. Zij is een van de ymbrynes, dat zijn de leiders, hoeders van de Bijzondere Kinderen. Zij zijn is staat ‘lussen’ te maken, waarmee een soort parallelle tijd, die bestaat naast het heden, bereikt wordt. Eenmaal door zo’n lus gestapt, zijn de Bijzondere Kinderen veilig. Dat was tenminste de bedoeling...Maar mevrouw Peregrine heeft twee broers, waarvan er eentje nogal kwaadaardig is. Die Caul is er op uit de wereld van de Bijzonderen naar eigen hand te zetten en met hen de normale maatschappij ook te overheersen. Hij heeft helpers gecreëerd: schepsels en hulsels.


Hij mag niet winnen natuurlijk, en dus zijn Jacob Portman, de ik-verteller, en zijn vrienden druk bezig hem te bestrijden. In het begin van dit laatste deel bevinden Jacob en zijn toch wel speciale vriendin Noor zich in het huis van opa Portman, daar waar alles begon. Ze zouden er uitgenodigd zijn door een van de ymbrynes, maar het bleek een hinderlaag. Nu moeten ze zien te ontsnappen aan Caul.
Er is een profetie, die zegt dat de Zeven Bijzonderen van wie de komst is voorspeld een einde zullen maken aan de strijd door de deur te sluiten. Maar wat het precies betekent weten ze niet.


‘Wordt de deur door zeven gedicht, dan wordt ook al ons leed verlicht.’


Wel weten ze dat Noor een van die zeven is. Nu moeten ze op zoek naar de andere zes.
Intussen groeit Caul snel, letterlijk en figuurlijk. Hij heeft de bibliotheek der Zielen tot zijn beschikking en gedijt goed op al die arme zielen. De ene na de andere lus weet hij te vernietigen, de Bijzonderen worden teruggedrongen tot Devil’s Acre, dat ook onder vuur ligt. Maar Jacob en Noor moeten er op uit om de andere ‘sleutels’ te vinden. Daarvoor moeten ze de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog doorstaan.
En dan wacht hen een verrassing. En een nog machtigere tegenstander.


Lees vooral eerst de eerdere delen, voor je begint aan het laatste deel van een spannende strijd van het goede tegen het kwade. Je kunt wel voorspellen wat het einde zal zijn, maar absoluut niet de manier waarop. Ransom Riggs is een meesterlijk verteller dus ook door deze laatste vijfhonderd pagina’s word je moeiteloos meegesleept, tot de apotheose. Er is veel actie natuurlijk, met veel rondslingerende ledematen - maar die zijn vooral van die hulsels, dus...
En natuurlijk staan er ook hier foto’s tussen de hoofdstukken. Riggs claimt dat die foto’s echt zijn, en dat is dus wel heel bijzonder! Ze hebben alle delen opgesierd, en het is een hele indrukwekkende serie geworden!


Ransom Riggs (Florida) studeerde Engels aan het Kenyon College en film aan de University of Southern California. Na zijn debuut: ‘Sherlock Holmes Handbook’ begon hij met het schrijven van zijn bekendste werk: Miss Peregrine’s Home for Peculiar Children (De bijzondere kinderen van mevrouw Peregrine in het Nederlands). Deze serie ontstond door Riggs voorliefde voor vintage fotografie en bizarre verhalen. Riggs maakt tegenwoordig graag korte films, verzamelt allerlei foto’s en schrijft uiteraard.


ISBN 9789044844672 | hardcover | 552 pagina’s | Uitgeverij Clavis | april 2022
Vertaling uit het Engels door Tine Poesen | Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 21 juni 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Identiteit
Meke Levenga


‘Het eerste wat mij opvalt als de deuren van de bus van lijn 301 opengaan, is dat de buschauffeur niet lang meer te leven heeft. Het getal 4545, dat boven zijn hoofd hangt, vertelt me dat hij vijfenveertig is en dat hij ook op die leeftijd zal overlijden. Wanneer precies weet ik niet, maar hopelijk niet te snel.’


De eerste alinea van het boek vertelt ons meteen dat de hoofdfiguur bijzonder is. De gave die hij heeft, kunnen zien hoe oud iemand is en op welke leeftijd hij of zij zal overlijden, brengt hem geregeld in moeilijkheden. Hij wist tot zijn achtste niet beter of iedereen zag die getallen. Toen hij ontdekte dat het niet zo was, stopte hij zijn gave ver weg. Zijn ouders en broer wisten het, maar die hebben het nooit echt geloofd. Ze negeerden tenminste zijn waarschuwing op die ene fatale dag waarop zijn broer om het leven kwam en waarbij zijn moeder ernstig gehandicapt raakte. Sindsdien is zijn vader niet te genieten, hij negeert zijn zoon en zijn vrouw, voor wie hij een verzorgster in huis heeft geregeld.
Natuurlijk ziet Roman het getal nog steeds. Behalve bij zichzelf.


Roman zoekt zijn ontspanning in het freerunnen, in zijn eentje in het bos. Nogal een riskante sport, maar het helpt hem alle ellende te vergeten. Want zorgen heeft hij absoluut. Thuis een nare sfeer, zijn moeder onaanspreekbaar, op school een buitenbeentje. Hij is pas begonnen op een nieuwe school, nadat hij bij een vorige geschorst is, omdat hij betrokken was geraakt bij een vechtpartij die voor de ander niet zo best afliep. Maar: de broer van het slachtoffer, eveneens geschorst, zit nu op dezelfde school als hij! En die is vast van plan zijn broer te wreken.
De problemen vliegen hem opnieuw om de oren. Gelukkig is er Maggie, een klasgenootje, met wie hij vriendschap sluit. Maar haar getal is niet gunstig.
Kan hij haar leven verlengen? Kan hij überhaupt in bepaalde gevallen voorkomen dat mensen sterven?


Identiteit is een debuut. Dat had meteen een schot in de roos kunnen zijn, maar het verhaal is wat onevenwichtig en rammelt hier en daar. Het onevenwichtige zit ‘m in de loop van het verhaal. Aanvankelijk is er helemaal geen sprake van een thriller zoals het boek wel genoemd wordt. De vader is wel politieman en werkt aan een moordzaak, maar veel meer dan dat is het niet: geen slachtofferverhalen, geen verdachten. Alleen een vader die steeds meer met zijn werk bezig is. Op een eigenaardige manier: hij werkt meer en meer thuis, sluit zich zelfs op in de kelder. Moet een politieman niet op sporenjacht of overleggen met collega’s?
Aanvankelijk is er sprake van een seriemoordenaar die het voorzien heeft op een moeder en een dochter. Zomaar ineens blijkt dit patroon te veranderen, niet zo geloofwaardig.


Het gegeven van dat getallen is zeker een interessant gegeven, hoewel niet origineel, maar de uitwerking rammelt een beetje.
Een eerste aanwijzing naar de dader lijkt achteraf even in het verhaal geplaatst te zijn, omdat die dader anders te veel uit de lucht zou komen vallen?
En dat twee scholieren zonder meer op bezoek kunnen gaan in de gevangenis lijkt ook onwaarschijnlijk.
Maar zoals gezegd: het is een eersteling, en er zit zeker potentie in. De spanningsboog zit er goed in, en het gevoelsleven van de hoofdpersonen is ook uitstekend beschreven. De dialogen, vaak een valkuil, kloppen ook.
Dus op naar een tweede boek!


Meke Levenga (Groningen) studeert Arts, Culture and Media, vast van plan redacteur te worden. Identiteit is haar debuut.

ISBN 9789044843675 | Hardcover | 302 pagina’s | Uitgeverij Clavis | april 2022©

Marjo, 15 juni 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Enkeltje Mars
Herman van Campenhout en Wouter Polspoel

‘Wat maakt het in deze tijd uit wat die ouwe zakken hadden uitgericht, hoeveel veldslagen ze gewonnen of verloren hadden en hoeveel mensen ze de dood ingejaagd hadden? Was het niet beter de dingen die geschied waren te vervangen door gebeurtenissen die nog moesten komen? Hoe de technologie ons leven zal vergemakkelijken, bijvoorbeeld, of hoe we op de maan, op Mars en op Venus nieuwe kolonies zullen stichten en zo het heelal gaan veroveren.’

Als je leerlingen er zo over denken dan heb je het zwaar als lerares geschiedenis en PAV (Project Algemene Vakken, waaronder Nederlands, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde en biologie).
Lucie Spiegels heeft dan ook al een hele tijd het idee dat het haar leerlingen allemaal niet interesseert. Een collega tegen wie ze dit vertelt vist een krantenartikel uit zijn zak.
Een advertentie: Elon Musk ( een enorm rijke Zuid-Afrikaans-Canadees-Amerikaans ondernemer,  oprichter van SpaceX en medebedenker en -oprichter van Zip2) zoekt mensen om te verhuizen naar de planeet Mars en er een nieuw leven op te bouwen.

Het spreekt Lucie meteen aan. Ze is vrijgezel, er is alleen haar vader die aan zijn laatste levensdagen bezig is. Bij de informatieavond wordt duidelijk dat ze nog niet onmiddellijk naar Mars zal gaan, eerst is er een trainingskamp in de Ardennen. Dan zou ze altijd nog terug kunnen krabbelen. En ze moet eerst nog geselecteerd worden. Maar als die hindernis genomen is vertrekt ze naar de Ardennen.

Al voor die selectieprocedure begint, zijn er twijfels bij Lucie: Echt? Elon Musk die in België kandidaten zoekt? En de testen zijn wel erg eenvoudig. En eenmaal op het kamp gebeuren er meer dingen waardoor ze zich af vraagt waar ze eigenlijk mee bezig zijn. Maar och, het is vakantietijd, en ze heeft haar baan nog niet opgezegd…

Wat een bevreemdend verhaal is – in het begin denk je als lezer: merkt Lucie nu echt niet hoe vreemd dit allemaal is? – wordt al gauw een spannend avontuur. Het is sciencefictionachtig, maar snijdt ook een zeer actueel maatschappelijk onderwerp aan. En voor Lucie is het een opstap naar een toekomst die wat meer bevrediging zal geven. Diverse thema’s dus, waardoor het interessant blijft.

De schrijvers zijn een Vlaams duo, dus verbaas je niet over de Vlaamse woorden en zinsopbouw.
De hoofdfiguur is een volwassen vrouw. Dat schept afstand tot de lezer. Het boek is namelijk voor een jongere doelgroep geschreven. Was het misschien beter geweest om dat personage aansprekender te maken door voor een wat oudere tiener te kiezen?
Maar ook al is de insteek is niet zo realistisch en bepaalde dingen die gebeuren ook niet, dat maakt het niet minder prettig om te lezen! Geheimzinnigheid, en een actueel thema, dat spreekt wel aan.

Schrijversduo Wouter Polspoel (1988) en Herman Van Campenhout (1943) schreef eerder al Youra en het XXste konvooi , de mollen van Petit Bois en Muurziek.
Beide schrijvers wonen in Mechelen.

ISBN 9789083202853| paperback | 164 pagina's | Uitgeverij Phoenix Books| februari 2022
Leeftijd 15+

© Marjo, 8 april 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Doodverklaard
Inge Verbruggen


Als de zeventienjarige Isa Mendonck een leuke jongen ontmoet gaat ze thuis op internet op zoek of hij misschien ook actief is op sociale media. Dat valt nogal tegen, maar ze is zelf ook niet echt actief daar. Misschien is ze zelf ook wel onvindbaar?  Maar als ze dat gaat onderzoeken krijgt ze de schrik van haar leven: er staat een overlijdensbericht van haar op Instagram! Dat moet een grap zijn!


Maar wie doet nou zoiets?
Een van haar vrienden? Dat zijn beste vriendin Josie, met wie ze een groepje heeft gevormd: Liz, Joaquim, Lander en Maarten. Maar zij weten van niets. Ook haar broer Jesse zegt dat hij er niets mee te maken heeft.
Als ze het de volgende dag op school wil laten zien, is het bericht verdwenen. Dus haar vrienden geloven haar niet. Ze heeft vast akelig gedroomd!


Maar dat is niet zo. Het wordt steeds erger. Ze ontdekt dat iemand in haar naam vervelende berichtjes stuurt aan de anderen. Iemand stalkt haar, en hackt haar laptop en haar telefoon. Tot haar verbijstering ziet ze voor eigen ogen hoe de tekst die ze zelf intikt gewist wordt. Door wie?


Het overlijdensbericht komt terug met de datum van de begrafenis. Ze ontsnapt maar net als een auto haar duidelijk aan wil rijden. Erger nog, in de dagen die volgen wil zelfs Josie niets meer met haar te maken hebben.
Joaquim wil nog wel helpen, maar ontdekt dat Isa volgens de computer zelf die berichten verstuurd heeft! Vanaf haar eigen IP-adres! Isa weet natuurlijk dat het niet zo is. Wat gebeurt hier toch allemaal? Wie heeft het op haar gemunt? En waarom?


Is het Siebe, haar nieuwe vriendje? Toch niet een van het vriendengroepje?
Dat kan ze niet geloven.
Maar dan worden haar sleutels gestolen en kan ze haar huis niet meer in.


Isa is de ik-figuur, een vrolijke tiener die een fijne toekomst voor zich zag. Haar vertwijfeling als ze steeds meer geïsoleerd komt te staan, als niemand haar gelooft, het is een schokkend verhaal. Een waarschuwing in deze tijd waarin moderne media het leven van jongeren regeren.


Na de verschijning van de eerste editie in 2017 heeft Inge Verbruggen (Lier, 1974) andere  jeugdthrillers geschreven. Duivels spel en Labyrinth.


ISBN 9789044839791 | Hardcover | 284 pagina's | Uitgeverij Clavis | hernieuwde uitgave november 2021
Leeftijd 15+

© Marjo, 13 maart 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Breekbaar als glas
Gena Showalter


In Fleur, een gewest in Enchantia, een magisch land, wordt een kindje verwacht. Koning Philipp Ansklesia hoopt op een troonopvolger. Helaas. Zijn koningin, Charlotte, baart niet alleen een meisje, dat kind heeft nog een zwak hart ook. Tegen de zin van haar vader in, zal ze in leven blijven. Charlotte weet namelijk dat in de kerkers onder het paleis een heks opgesloten zit. Deze heks, die geen heks is, maar een fantoom (een fantoom is een geest geboren in vlammen en as, in staat om bezit te nemen van iedereen die ze maar wil, om zo eeuwig te leven) heet Leonora. En zij ziet haar kans schoon: ze neemt bezit van het kleine meisje, dat Ashleigh heet.


Philipp die niets weet van wat zijn vrouw gedaan heeft, nodigt een orakel uit, en verwacht een slechte toekomst voorspeld te krijgen. Maar het orakel zegt:


‘O wee. O, wee dit kind. De Glazen Prinses, op één dag dubbelgeboren. Twee hoofden, één hart. Zuiveren of samenvoegen? De een brengt een zegen. De ander een vloek. Zij is de enige die kan kiezen. Zij is de enige die kan vechten. Het bal. De schoen. Bim. Bam. Bim. Bam. Om middernacht wordt alles onthuld. Wie blijft leven, wie wordt het leven ontnomen…wanneer verleden, heden en toekomst samenkomen? Laat de brand zuiveren, laat het vuur stromen. Laat de wereld in vlammen opgaan.’


Philipp schrikt. Maar dat is het sprookje van Assepoes! De baby kan daar geen onderdeel van zijn, want hij is de prins en Charlotte was Assepoes. Toch?
Ashleigh is in de ogen van haar vader ‘een waardeloze prul’, heeft geen magische krachten en dan dat zwakke hart. Eigenlijk wil niemand haar. Wie haar ook ziet, deinst voor haar terug. Waarom toch?


Als ze veertien is sterft haar moeder, die haar tot dan beschermde. Bij het laatste afscheid ontmoet ze twee personen die belangrijk zullen zijn in haar verdere leven. De gevleugelde ornisprins Saxon Skylair, die haar op het eerste gezicht haat en Milo, de zoon van de heksenmeester, die later zelf de heksenmeester zal zijn. Hij weet dat Leonora zich in Ashleigh verborgen houdt. 
‘Ze leeft in jou, maar je bent haar nog niet.’

Leonora werd onderdrukt met hulp van haar moeder. Maar die bescherming heeft Ashleigh nu niet meer.
Leonora is de Toortser der Werelden, Ze beschikt over vuurmagie en voert een leger draken aan. Eeuwen geleden voerde ze oorlog met Craven de Verwoester, waarvan de gevolgen nog zichtbaar zijn. Wat er gebeurt weet Ashleigh niet, maar als Saxon later beweert dat zij hem aangevallen heeft, straft haar vader haar. Ze moet naar de tempel waar ze vervolgens drie jaar hard moet werken.


‘Tijdens mijn studie ontdekte ik dat ik geen enkele overeenkomst met Leonora had. Afgezien van dat vlammenwerpen. En de voorliefde voor draken. En de ruzie met de ornis. Maar dat was alles. Zij had een gemene inborst. Ik niet. Zij had onschuldigen vernietigd. Dat zou ik nooit doen. En het belangrijkste van alles: ik had geen brand meer gesticht sinds ik hier was, ook al had ik dat in onze tuin, in het gezelschap van prins Saxon, op de een of andere manier wel gedaan. Maar hoe eigenlijk?’ 


Als ze na drie jaar terug geroepen wordt naar het paleis, denkt ze dat haar straf er op zit. Maar er is het een en ander veranderd terwijl ze weg was. Ze heeft twee stiefzussen, waarvan de oudste uitgehuwelijkt gaat worden. Er wordt een toernooi georganiseerd, en de winnaar zal de prinses huwen.
Ashleigh is in feite de oudste dochter, maar koning Philipp heeft daar geen boodschap aan. Zij moet tijdens het toernooi als koninklijke contactpersoon fungeren voor prins Saxon. En die heeft kwaadaardige plannetjes. Drie weken lang zal hij haar kwellen.


Het verhaal wordt om en om verteld vanuit het perspectief van Ashleigh en dat van Saxon. Het is in feite het sprookje van Assepoetser. Wat heel leuk is is dan de personages zelf niet weten welke rol zij moeten vervullen. Dat heeft invloed op wat zij doen. Want als Assepoetser ervaar je de dingen anders dan wanneer je de stiefzus zou zijn. Is Ashleigh Assepoetser? Was het koningin Charlotte? Of is het dochter Dior? En wie is dan de prins?


Humor dus in dit verhaal, naast veel magie en spannende gevechten tussen ornis, trollen, reuzen en nog meer bijzondere wezens. En tja, het is een romantisch verhaal, er zijn ook een aantal zoete scenes om met de personages mee te zwijmelen.


Gena Showalter (1975, Oklahoma) schrijft romans voor volwassenen en jongeren, vaak met een paranormale insteek. Of magisch.


ISBN  9789402708448 | paperback| 480 pagina's | Uitgeverij HarperCollins | juni 2021
Leeftijd 15+

© Marjo, 1 januari 2022

Lees de reacties op het forum, klik hier