Nieuwe jeugdboekrecensies 15+

Chaos
Deel 2 van de Weerlingtrilogie
Christopher Petersen


Onze vrienden, Moësz, Levi, Tobias, Alice en Sue kunnen voorlopig nog niet naar huis, hun avontuur is eigenlijk nog maar net begonnen.
Even opfrissen: In eerste deel van de Weerlingtrilogie werd de zestienjarige Levi ontvoerd. In een kamp ontmoette hij Tobias, een blinde jongen, die een gewiekst zakkenroller is. Maar dan eentje zoals Robin Hood: hij steelt alleen van mensen die het missen kunnen.
De jongens ontdekken een nieuwe wereld: die van de weerlingen. Ze zien er uit als gewone mensen, maar kunnen flitsen, dat betekent dat ze kunnen veranderen in een dier.
Levi en Tobias zijn ook weerlingen, al moeten ze nog even leren hoe dat allemaal in zijn werk gaat. Het is Levi’s oom Daniel die hen wegwijs maakt. Levi is ook nog steeds op zoek naar zijn vader die hij al jaren niet gezien heeft.
Esmyla, het land waar ze wonen is verdeeld in vijf provincies die ieder geleid door een van de vijf broers, die vanwege de praktijken van een vrouw een gevecht aangingen, waarbij sprake was van geheimzinnige lichtflitsen en andere magische verschijnselen. Sindsdien werken de provincies niet meer samen. Dat met die lichtflitsen, dat was dus het werk van weerlingen.

Levi ontdekt dat hij een slechtvalk is, en Tobias is een vleermuis.
De jongens leren Sue en Alice kennen, respectievelijk een vlinder en een jaguar. Alice en Sue zijn de dochters van Alexander en Xander, beide bestuurders van een van de bedreigde provincies. De vier jongeren worden opgeleid tot Elitisten, en alle vier zijn ze Bodes, mensen die een bepaald stuk van het land door en door kennen.
Dan komt Moësz, oftewel Mozes de Verhalenverteller, op hun pad. Hij is een oudere man, die als weerling een mus is, en door hem ontdekken de jongeren dat er voor hen een missie in het verschiet  ligt. Want helaas zijn er niet alleen in het goede kamp weerlingen. Ook de vijand kent dat kunstje, waarvan sommigen wel heel goed!
Ene Cortez heeft zich uitgeroepen tot keizer van Esmyla, en is op oorlogspad. Hij is vastbesloten alle provinciën van Esmyla in zijn rijk in te lijven.

Als Alexander en Xander eenmaal op de hoogte zijn gebracht van de vorderingen van Cortez en zijn leger, krijgen de jongeren een nieuwe opdracht.
Ze moeten op zoek naar De Eerste Pelsjager, die de oplossing voor de oorlog in handen heeft.
Gaandeweg ontdekken ze wat een pelsjager voor iemand is, en Moësz blijkt nogal wat geheimen voor hen verborgen te houden. Maar hij heeft Levi beloofd dat die zijn vader zal ontmoeten. Dus doet Levi maar wat hem gevraagd wordt.
Zoals dat vaak het geval is in een tweede deel van een trilogie: het gaat niet zo goed met de strijd. De vijand is sterk, en het land valt uit elkaar. Mensen vluchten weg. Waar ze heen moeten weten ze niet zo goed: chaos dus.
Wat ze precies moeten doen weten ook onze vrienden niet, maar ze staan hun mannetje. Al vragen ze zich af of ze het zullen redden tegen Cortez die nog lang niet al zijn kaarten heeft uitgespeeld.

Het boek begint met een korte terugblik, heel prettig! Een kaart was ook fijn geweest, maar die moet de lezer zelf maar tekenen.
Het is een magisch verhaal vol spanning en verrassende wendingen. Het idee van het flitsen is een bron voor veel actie in het boek.  Het thema is de strijd tussen goed en kwaad, en misschien is het derde deel dus wel voorspelbaar, maar de weg daar naar toe zal vast nog vele verrassingen opleveren. En misschien heeft de schrijver ook een romance in petto?

Christopher C. Petersen heeft een waardige opvolger van zijn debuut geschreven. Op naar deel drie!

En kijk eens: wat een mooie omslag weer!

ISBN 9789078437604  | paperback| 444 pagina's | Uitgeverij Macc | april 2019
Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 16 juni 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dwaalspoor
Caleb Roehrig

De zestienjarige Rufus Holt vindt dat zijn leven wel leuker had kunnen zijn. Zijn vriend Sebastian heeft hem verraden, Rufus heeft daar veel moeite mee.
Hij woont alleen met zijn moeder, die met moeite de eindjes aan elkaar knoopt, terwijl zijn vader – zijn ‘verwekker’ noemt hij hem – een welgestelde advocaat is, met een tweede gezin goede sier maakt. Zijn stiefbroer Hayden is zijn grootste pestkop op school en de relatie met zijn stiefzus April, tja, zij kan nogal eens berekenend en manipulatief zijn, verwend als ze is...

‘April is extravert en vrolijk en heeft tot nu toe nooit te maken gehad met een regel waar geen uitzondering in April Covington-vorm op bestond.’

En dan krijgt Rufus  een telefoontje van April. Ze heeft zijn hulp nodig en klinkt wanhopig.
Toevallig – of niet? – is Sebastian bij hem en samen gaan ze naar het huisje waar April zegt dat ze is.
Ze vinden haar onder het bloed en met een mes in haar hand – naast het dode lichaam van haar vriendje Fox Whitney.
Ze heeft hem niet vermoord, beweert ze. Maar hoewel Rufus haar wel wil geloven heeft hij zo z’n twijfels. Ze vertelt de waarheid niet, voelt hij. Wat is er precies gebeurd in het huisje?

De twee jongens gaan op onderzoek uit. Dat gebeurt op een nogal primitieve manier: gewoon binnenvallen bij de mensen die er bij betrokken zijn, zonder na te denken over het feit dat een van hen misschien een moordenaar is. Maar de politie waarschuwen, dat doen ze niet.

‘Ik ben op zich geen risicojongere, maar mijn geschiedenis met aan woede gerelateerde gedragsproblemen is goed gedocumenteerd, en de politie maalt weinig om je cijfergemiddelde als ze je nog herkennen van die keer dat je je zelfbeheersing verloor en met de rugleuning van een stoel een tand uit de mond van een bullebak hebt gemept.’

Zeker als er een brand gesticht wordt en er meer doden vallen, zouden ze toch moeten inzien dat het levensgevaarlijk is wat zij doen. Maar ze gaan stug door. En ja, het gevaar duikt inderdaad op, uit onverwachte hoek. Er wordt steeds een ander als verdachte naar voren geschoven, zodat je als lezer evenmin een idee hebt en net zo verrast bent als de jongens.
En het speelt zich allemaal af in één nacht…

Het verhaal wordt doorbroken door flashbacks waardoor er met kleine beetjes meer verteld wordt over de achtergrond, hetgeen wel nodig is om te begrijpen wat er precies speelt. Maar de schrijver gebruikt het ook om aan te geven wat er tussen Rufus en Sebastian gebeurd is. Deze tweede verhaallijn gaat over homoseksualiteit en hoe moeilijk het is om uit de kast te komen.
De schrijver put waarschijnlijk uit eigen ervaring. Dit deel van het verhaal komt dan ook geloofwaardiger over dan het detectivegedeelte. Maar Dwaalspoor is absoluut spannend omdat je tot op het einde in het duister tast.

Caleb Roehrig is een schrijver en televisieproducent uit Ann Arbor, Michigan.

ISBN 9789000365241  | hardcover | 304 pagina's | Uitgeverij van Goor | januari 2019
Leeftijd vanaf 15 jaar
Vertaald uit het Engels door Sandra Hessels

© Marjo, 8 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wat zou Martin doen?
Nic Stone


De politie doet aan ‘etnisch profileren’: ze gaan uit van uiterlijke kenmerken i.p.v. objectief verdacht gedrag. Dat speelt in Amerika misschien meer dan elders, ook doordat er dagelijks incidenten zijn.


Hoofdpersoon in ‘Wat zou Martin doen?’, Justyce McAllister, heeft zijn leven lang al last van vooroordelen en racisme, al heeft hij nog zo’n goede resultaten op school en is hij een uitblinker in debatteren, hij is en blijft zwart. Hij is toegelaten tot Yale, maar begint te twijfelen of hij daar wel heen wil, als hij steeds vaker te maken krijgt met racistische uitingen. Ook op school, waar zijn leraar zijn best doet om zijn leerlingen te leren te relativeren, en om te gaan met vooroordelen. In de klas zit Jared, een blanke jongen, die ontkent dat er vooroordelen bestaan. Want Manny’s ouders hebben ‘ondanks hun kleur’ de hoge maatschappelijke posities hebben bereikt die ze hebben.


“Ik ben het gewoon zat dat mensen suggereren dat Afro-Amerikanen het tegenwoordig nog steeds zo moeilijk hebben. Het interesseert me niet wat SJ zegt, Manny. Jouw ouders bewijzen absoluut dat er tegenwoordig gelijkheid is
(daar lacht Manny om, maar Justyce hoort dat het niet van harte is. De woorden doen Justyce denken aan die handboeien…deze stomkoppen ‘zien’ Manny misschien niet als ‘zwart’, maar Justyce weet maar al te goed dat de politie dat wel zou doen.)’


Want Justyce heeft een zeer confronterende ervaring gehad. Als hij wil voorkomen dat zijn vroegere (blanke) vriendin dronken achter het stuur kruipt, en hij haar op de stoel naast de bestuurder vastgespt, wordt hij uit de auto getrokken en gearresteerd door de politie die niet luistert naar zijn uitleg. Ze slaan hem handboeien om en nemen hem mee. Tenslotte wordt hij vrijgelaten zonder excuus.
Wat men ook zegt, hij is zwart in een overwegend door blanken geleid land. Een van de manier om om te gaan met deze heftige confrontatie is brieven schrijven aan de voorvechter van rassengelijkheid. Want hoe deed Martin Luther King dat dan? Hoe hield hij het vol?


Of het hem helpt is de vraag. De werkelijkheid blijft hard. Er volgt nog een confrontatie, wreder dan de eerste. Er wordt geschoten, en er volgt een rechtszaak.
En dan kan hij misschien wel gelijk hebben, hij is en blijft zwart.


Niet alleen hijzelf en zijn klasgenoten moeten er mee om gaan, ook hun ouders en andere naasten. Is het juist als zwarte ouders hun kinderen leren zich gedeisd te houden, eerder weg te kruipen dan de confrontatie aan te gaan? Waarom zou je je nog proberen te gedragen als mensen toch altijd van het verkeerde uitgaan als ze je zien?
Heeft het zin om je netjes te gedragen als je alleen op je huidskleur beoordeeld wordt? Moet je het accepteren als blanken tegen je zeggen dat je niet zo ‘verdomd overgevoelig’ moet zijn?

‘Die gekken willen niet horen wanneer ze mensen kwetsen. Het kan ze geen reet schelen hoe het is om in onze huid te leven.’

Het boek is duidelijk gericht op jongeren. Er zijn flitsende dialogen, er wordt straattaal gebruikt en soms staat de tekst in de vorm van een toneeltekst. Er zijn de brieven – cursief – aan Martin King, die het verhaal onderbreken.


Dit verhaal speelt duidelijk in Amerika, en is niet aangepast aan onze samenleving. Maar helaas:  Etnische profilering komt structureel voor en het bestaat ook in ónze samenleving. Het thema is de kracht van dit boek. Niet het verhaal, dat is niet bepaald origineel. Maar wel het feit dat de schrijver haar personages laat debatteren over het onderwerp en op die manier de lezer ook aanzet tot nadenken.


Nic Stone (Atlanta) werkte als jongerenbegeleider. Wat Zou Martin Doen? is haar debuut.


ISBN 9789000365449 | hardcover | 124 pagina's | Uitgeverij van Goor | februari 2019
Vertaald uit het Engels door Margot Reesink

© Marjo, 14 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De kaart der dagen
De bijzondere kinderen van mevrouw Peregrine 4
Ransom Riggs


Jacob is in de voetsporen van zijn grootvader getreden en toegetreden tot de groep Bijzondere Kinderen. Maar na vele avonturen (drie dikke boeken getuigen daarvan) is hij teruggekeerd naar Florida, zijn woonplaats.


‘Ik had gehoopt dat ik door terug te keren de uiteenlopende draden van mijn leven weer aan elkaar kon knopen: het normale en het bijzondere, het gewone en het het buitengewone.Maar dat was onmogelijk. Mijn grootvader had ook al geprobeerd om zijn levens te verbinden, en uiteindelijk was hij van zijn bijzonder familie én van zijn normale familie vervreemd. Hij had geweigerd om een keuze te maken tussen zijn levens, waardoor hij ze uiteindelijk allebei was kwijtgeraakt…en ik stond op het punt dezelfde fout te maken.’


Het bewijs staat plotseling voor zijn neus: mevrouw Peregrine en al zijn vrienden zijn in Amerika. In Florida. In zijn huis! Maar dat kon toch helemaal niet! Zij horen in Devil’s Acre, in Londen!
Maar het laatste avontuur waarbij Devil’s Acre was ingestort had alles veranderd. Ze hoefden niet meer in een lus te blijven om niet ineens oud te worden, maar konden in de gewone wereld verblijven en langzaam ouder worden, net als Jacob.
Daar zijn ze dan: Emma - ooit de vriendin van Abe, Jacobs grootvader, en nu de vriendin van Jacob - Bronwyn, Claire, Hugh, Enoch, Willard, Olive en Horace. En mevrouw Peregrine die wil dat ze zich allemaal inzetten om Devil’s acre te herstellen.


Maar Jacob wil het geheim van zijn grootvader ontsluieren. Want als het levensdoel van zijn grootvader het opzoeken van bijzondere kinderen was, om hen te leren met hun gaven om te gaan en met andere Bijzonderen in contact te brengen, dan wil Jacob hetzelfde doen. Hij vindt een soort dagboek, en ontdekt dat er een partner was ‘H’.


‘Jongen, ik ben met pensioen.’
’Wat u vroeger deed dan. U en Abe en de anderen.’
‘En wat weet jij daarvan?’
Opeens leek hij op zijn hoede.
‘Ik weet veel. Ik heb Abes dagboek gelezen.’
Er klonk een metaalachtig gepiep en toen een grom, alsof H net was opgestaan uit zijn stoel. ‘En?’
‘En ik wil helpen. Ik weet dat er nog hulsels rondlopen. Misschien niet zo veel meer, maar eentje kan al vele schade aanrichten. En daarnaast was er nog ander werk.’
‘Dat is heel altruïstisch van je jongen. Maar we hebben de deuren gesloten.’


Ondanks de tegenwerpingen van H en tegen de wens van Mevrouw Peregrine in gaan Jacob, Emma, Bronwyn en Enoch toch op pad.
Maar het is in Amerika anders dan in Europa. Veel gevaarlijker. Er zijn bendes, die ook elkaar bestrijden. En het is helemaal niet bekend of er nog hulsels of schepsels zijn in Amerika. In Europa mogen ze dan wel uitgeroeid zijn, maar dat zegt niets.
En of het nu monsters zijn of niet, die bendeleden zijn behoorlijk gevaarlijk.
Bovendien weten de kinderen dat mevrouw Peregrine absoluut niet blij zal zijn met hun actie en haar best zal doen hen terug te halen.


Naast het ontdekken van een nieuwe wereld, en de spannende belevenissen in dat land is er in dit boek ook ruimte voor romantiek. Jacob twijfelt of Emma wel echt iets voor hem kan voelen. Nu ze zo bezig zijn met het leven dat Abe leidde komt hij weer erg dichtbij voor haar. Ten koste van Jacob.


Opnieuw een dik boek maar nu lijkt het of het ook best minder had gekund. Vooral het begin is niet erg spannend. Je vraagt je af wanneer het nu eindelijk eens begint!
Maar als dat dan het geval is – als we ons in New York bevinden - leg je het boek ook niet meer weg en zit je weer helemaal in de wereld van de Bijzonderen. In het begin doet Jacob een poging om hen te integreren in de normale wereld, hetgeen jammerlijk mislukt. Maar dat ligt eigenlijk meer aan het feit dat de kinderen daar niet zo’n zin in hebben. Zij willen op avontuur!
En de lezer wil dat ook. Kom maar op met het volgende boek!


Het boek bestaat uit hoofdstukken die gescheiden worden door een gekleurde pagina. Ook zijn er weer foto’s. Zelfs een enkele kleurenfoto.


Ransom Riggs (Florida) studeerde Engels aan het Kenyon College en ging naar de filmacademie aan de University of Southern California.

ISBN  9789044831146  | hardcover | 504 pagina's | Uitgeverij Clavis | november 2018
Vertaald uit het Engels door Tine Poesen | Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 8 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De bruggenbouwer
Markus Zusak

‘Als er voor den beginne (in het schrijfproces tenminste) een tikmachine, een hond, en een slang waren, dan waren er in den beginne – elf jaar eerder – een moordenaar, een muilezel en Clay. Zelfs in het begin moet er iemand beginnen en op die dag kon dat alleen maar de Moordenaar zijn. Hij was tenslotte degene die alle gebeurtenissen in hang heeft gezet en door wie wij nu terugkijken.’


Zo begint het indrukwekkende verhaal over vijf broers, die zonder ouders op een niet nader genoemde plek in een alleenstaand huis wonen. In de loop van de tijd hebben ze allerlei dieren verzameld die net als de jongens zelf niet aan regels gebonden zijn.
De oudste is Matthew, degene die het verhaal vertelt. Hij zorgt voor de nodige financiën, de anderen gaan nog naar school. Hoewel ook de andere broers in de loop van het verhaal ‘gevormd’ worden, is dit voornamelijk het verhaal van Clay, de vierde broer. Zijn groei tot volwassenheid vormt de kern en zo maakt Zusak de naam (Clay betekent klei) volledig waar.


De moeder van de jongens is overleden, de vader verdwenen, de jongens voedden zichzelf op. Zij zijn dan tussen de tien en twintig jaar oud. Conflicten worden vechtend opgelost, want al probeert Matthew er een beetje orde in te houden, het is en blijft een wilde bende. Een hechte bende, dat zeker. Met een uitstraling van ‘Kom niet aan een van ons, je krijgt ons allemaal over je heen.’


Vooral van Clay ga je als lezer houden. Hij is een gevoelige jongen – al mept hij er net zo hard op los, misschien nog harder, juist omdat hij meer worstelt met zijn gevoelens dan de andere jongens. Hij heeft een vriendinnetje, Carey, de vrouwelijke toets in het verhaal. Zij is de enige aan wie hij zijn onzekerheden, zijn twijfels, maar ook zijn dromen vertelt. En misschien het loodzware geheim dat hij met zich meedraagt.


Dat verhaal begint ongeveer in het midden. Op het moment dat de Moordenaar het huis binnenstapt, moet nog helemaal uitgelegd worden wat er allemaal vooraf ging. Wie is de Moordenaar? Wat komt hij doen? Hoe reageren de jongens op hem?
Het duurt lang voor de verhaallijn met de bruggenbouwer aan bod komt, omdat het verhaal van dit bijzondere gezin met stukjes en beetjes verteld wordt. Maar uiteindelijk wordt de wirwar van draden eindelijk samengebonden in een stevige vlecht.


Dit lijvige boek zit fantastisch in elkaar. Steeds het heen en weer schieten in de tijd, waardoor er telkens weer een nieuw puzzelstukje op zijn plek valt. Verslavend is het! En prachtige zinnen staan er in, die overigens alleen in de context begrepen kunnen worden.


‘Ze kwam uit de radio geklommen.’
‘Zijn stalen buik ging roesten.’


Een boek dat je vaak kunt herlezen, er zit zoveel meer in dan je op het eerste oog ziet.
Moeilijk is het evenwel niet. Zusak is een rasverteller, hij gebruikt geen moeilijke woorden. Dat zou ook helemaal niet passen in een verhaal als dit. Wel heeft hij er plezier in om te verwijzen naar de klassieke schrijvers, maar om dat te begrijpen hoeft de lezer geen voorkennis te hebben.
Homerus zou vast trots zijn op deze navolger…
De doelgroep is 16+, maar ook voor volwassenen is dit boek een aanrader.


Markus Zusak (Sydney,1975) kennen we van De boekendief, een bestseller uit 2005 die diverse prijzen won. De Bruggenbouwer kostte hem zo’n tien jaar, en was absoluut het wachten waard!


ISBN 9789044355697 | Paperback | 576 pagina's | House of the Books | november 2018 | Leeftijd vanaf 16 jaar
Vertaald uit het Engels door Ellis Post Uiterweer, Anna Post Uiterweer en Renee Zwijsen

© Marjo, 11 maart 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Koorddansen
Wendy Stroobant


Het is een vreemde familie, de Woestenborgs. Ze wonen in een groot oud huis met een grote tuin. Behalve Edith, een van de hoofdpersonages, en haar tweelingbroer Edward zijn er haar oma en twee ooms.
Oom Tanguy studeert nog, al merkt Edith daar niet zo veel van. Hij is meer bezig met Gisèle, zijn nieuwste vriendin die ook in huis woont, een zeer mollige jongedame. Dat vindt Tanguy geweldig blijkbaar, want hij blijft haar overvoeren met de lekkerste dingen. Oom Fred zit het grootste deel van de dag in het tuinhuis. Hij is taxidermist en wil niet dat anderen hem komen storen als hij met zijn dode dieren bezig is.


Oma regeert met strakke teugels, maar zij is al oud en mankeert van alles. Hoewel ze daar niet over praat. Ze moppert veel op Edith, die graag op de bovenverdieping zit in ‘de kamer van Anna’ en de kleren die daar in de kast hangen aantrekt. Edward haalt hoge punten, op hem moppert oma niet.
Edward heeft het echter best moeilijk op school. Hij is een buitenbeentje. De enige die een beetje aandacht aan hem schenkt is Joren. Maar dat is dan ook niet zonder eigenbelang. Joren heeft een baantje als tuinjongen bij de Woestenborgs, en daar heeft hij een geheimzinnig meisje zien zitten, helemaal boven in het huis. Edward moet haar broer zijn, dus misschien kan hij zo meer vernemen over het meisje.


Intussen is Edith erg geïnteresseerd n de familiegeschiedenis. In Anna, maar ook in anderen. Oom Fred heeft een stamboom, en als ze stiekem op zijn kamer rondsnuffelt ziet ze ook foto’s, die nog meer vragen oproepen. Wat voor geheimen zijn er in de familie? En waarom komen al die oude familieleden van buiten om te ‘vergaderen’?
Omdat hij maar al te graag met Edith om wil gaan, maakt Joren uitstapjes met haar: naar het museum waar een tentoonstelling is over het verleden waar de familie ook bij hoort. Naar de oude oom Louis, die wel blind is, maar een  bron van informatie. Naar het kerkhof zelfs gaan ze.


Dit is een verhaal waar je van te voren niet al te veel van moet weten. Het draait om geheimen die vanuit het verleden zich vermengen met het heden, maar er is ook een geheim rondom Edith. Het leukste is als je er stukje bij beetje achter komt wat er allemaal aan de hand is waarbij de geheimzinnigheid eerst opgevoerd wordt voor ontrafeld wordt hoe het allemaal zit.


Koorddansen is balanceren op een dunne draad. Er is een figuurlijke betekenis in het verhaal, maar ook een letterlijke. Als Joren en Edith samen graffiti gaan spuiten, vraagt ze of ze een koorddanseres kunnen maken.


‘Waarom een koorddanseres?’ vraagt hij.
‘Omdat mijn oom Fred beweert dat ik gevaarlijk aan het koorddansen ben,‘ legt Edith uit.’


Terwijl de kern van het verhaal actueel is, is de achtergrond vrij bizar. Wendy Stroobant weet deze twee elementen heel geloofwaardig in elkaar te draaien tot een boeiend verhaal dat je in één ruk uit wil lezen. Het psychologische gegeven die drama veroorzaakt in heden en verleden, wordt benaderd vanuit verschillende oogpunten.


Wendy Stroobant (Brussel, 26 april 1961) is behalve leerkracht op een lagere school ook schrijfster van jeugdboeken. Het liefst kiest ze historische onderwerpen.
Naast historische romans heeft Stroobant ook een aantal toneelstukken geschreven.


ISBN 9789044835243 | hardcover | 276 pagina's | Uitgeverij Clavis | februari 2019
Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 10 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Twee kunnen een geheim bewaren als er een dood is
Karen M. McManus


Als hun moeder opgenomen moet worden in een ontwenningskliniek trekt de zeventienjarige tweeling noodgedwongen Ellery en Ezra in bij hun oma. Ze kennen haar nauwelijks, evenmin als het dorp waar zij woont: Echo Ridge.


Ellery vindt het toch wel een beetje spannend. In Echo Ridge ligt het park Murderland, waar vijf jaar eerder een meisje gevonden werd, net zo oud als zij. De tiener, Lacey, was vermoord, de dader is nog steeds onbekend. En dat is nu net waar Ellery zich graag mee bezig houdt: onopgeloste moordzaken! Dat komt vast – denkt ze – doordat ook haar tante Sarah verdwenen is, waarschijnlijk dood. Sarah was de tweelingzus van de moeder van de tweeling.


Als Ellery ontdekt dat het vermoorde meisje een homecomingqueen was, net als haar tante, slaat de schrik haar om het hart als zij op haar beurt een van de drie uitverkorenen blijkt te zijn voor die titel. Het jaarlijkse homecomingfeest is al vrij snel na hun aankomst, en is een belangrijk evenement te zijn op school. En er is iemand die het leuk vindt om dreigementen rond te strooien: er worden graffiti gespoten met teksten als deze:


IK BEN TERUG
KIES JE KONINGIN MAAR, ECHO RIDGE
FIJNE HOMECOMING


Het is een heel andere wereld voor de tweeling. Hun oma is nogal ouderwets in hun ogen, ze houdt van regels. Maar misschien vinden ze dat ook wel prettig na het losse ongeregelde leven dat ze met hun moeder leidden. Een vader was er niet. Dat was een losse flodder, zei hun moeder altijd. Het leven bij oma is een tegenwicht voor het gedoe op school, dat een afspiegeling blijkt te zijn van de sfeer in het dorp. Want de verdwenen meisjes en de nieuwe bedreigingen drukken hun stempel op het dorpsleven.


Niet alleen Ellery is een verteller. Er is ook Malcolm, een klasgenoot, die het zwaar heeft als jongere broer van de verdachte van de moord op Lacey, hetgeen nooit bewezen werd trouwens. Maar Declan, de broer, verhuisde, en dat was een teken van schuld in de ogen van de dorpelingen.
En valt de appel immers niet ver van de boom? Die Malcolm zal wel te maken hebben met de bedreigingen…


En dan verdwijnt er weer een meisje, net als Ellery een kanshebber op de titel van homecomingqueen. En het verhaal gaat dat Declan terug is in het dorp.
Een en een is twee. Dat vinden nogal wat mensen. Ellery twijfelt, zij vindt Malcolm stiekem heel leuk. En Ezra is ook bevriend geraakt met hem. Maar stel dat het niet de twee broers zijn, wie dan wel?


Deze Amerikaanse Young Adultthriller hapt lekker weg. De inbreng van een buitenstaander in de persoon van Ellery, een meisje dat nieuwsgieriger is dan goed voor haar is, is goed gevonden. Zij staat tegenover Malcolm de insider, die tegelijk ook de zondebok is. Twee tieners, ieder op een eigen manier slachtoffer, vinden elkaar aarzelend terwijl ze ieder eigen redenen hebben om de raadsels op te lossen. Het verhaal dat anders niet meer dan een romantische thriller zou zijn, krijgt zo iets meer body.

Karen McManus is marketing- en communicatieprofessional. Haar debuut, Een van ons liegt, stond meer dan een jaar op de New York Times-bestsellerlijst en is vertaald in 38 talen.

ISBN 9789000364381 | paperback | 280 pagina's | Uitgeverij van Goor | februari 2019
Vertaald uit het Engels door Willeke Lempens | Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 29 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vroeger is alles wat ik van je heb
Adam Silvera

‘In een parallel universum leef je nog, Theo, maar ik woon in de echte wereld, waar jij deze morgen in een open kist ligt opgebaard.’


Het is november 2016 als het verhaal begint. De zeventienjarige Griffin verliest de jongen waar hij tot voor kort een relatie mee had door een ongeluk. Toen zij ontdekten dat ze verliefd op elkaar waren, anderhalf jaar eerder, beloofden ze elkaar dat ze nooit dood zouden gaan. Een onmogelijk belofte, dat weet Grif wel, maar een andere belofte was dat ze altijd vrienden zouden blijven en ook dat kan nu niet meer. Die laatste belofte deden ze elkaar op de dag dat Griffin het uitmaakte. Dat deed hij om Theo zijn vrijheid te gunnen, nu die op het punt stond in Californië aan de universiteit te gaan studeren terwijl Grif achterbleef in New York.


Ook al is Theo er niet meer, Grif praat nog met hem, en haalt herinneringen op. Aan hun hobby’s: voor Theo was dat Star Wars, voor Griffin Harry Potter. Hij vertelt hoe dat hun vriendschap beïnvloedde en hoe de eerste kus er kwam. Aan de vriendschap met Wade ‘vijfde wiel aan de wagen’, en aan de pogingen om contact met elkaar te houden, nadat Theo vertrokken was. De schrik van de nieuwe relatie. Daar wist Griffin van, maar hij vertelde Theo niet dat hij zelf ook een ander had. En dat terwijl hij nog steeds de hoop had dat het ooit weer goed zou komen met Theo.
Nu zit hij behalve met enorm verdriet ook met een schuldgevoel. Hij was niet eerlijk.
Dan leert hij Jackson kennen, de nieuwe vriend, die ook met een schuldgevoel kampt.


Je zou kunnen zeggen dat de hoofdpersoon een puinzooi maakt van zijn leven – hoewel het niet alleen zijn schuld is, maar dat is het nooit – en hij nog moet zien hoe hij daar uit komt.


‘Er bestaat een parallel universum waarin we een clubje van drie zijn dat zo hecht en onverwoestbaar is dat we geen vierde lid nodig hebben om alles even te maken. Een clubje waarin een vierde lid alleen maar voor problemen zou zorgen. Jackson rijdt, jij zit naast hem, ik schreeuw dat jullie de radio harder moeten zetten als ons lijflied gedraaid wordt en we zingen alle drie zo hard mee dat de radio niet meer boven het lichtjes valse, ongedwongen koor van onze stemmen uit komt. Alleen jammer dat niemand van ons in dat universum leeft.’


In twee verhaallijnen, die van het heden en die van vroeger vertelt Griffin over zijn gevoelens. Over die Grote Eerste Liefde die zo belangrijk is in een mensenleven.


Een ontroerende roman over de liefde, en over schuldgevoelens die je nu eenmaal hebt als je geliefde op een dergelijke manier komt te overlijden. Is dit anders omdat het alleen maar over jongens gaat en dus over homoseksualiteit? Eigenlijk niet.
Het feit dat de hoofdpersoon last heeft van een lichte dwangneurose ‘dwangdingetjes’ - zoals het in het citaat voorkomende probleem van onevenheid - hetgeen verergert na het overlijden, lijkt ook niet veel uit te maken voor het verhaal. Maar het is een element dat de schrijver er in heeft gebracht om deel uit te maken van de relatie die de jongens hadden als ook van de rouw.


Adam Silvera werd geboren in de Bronx, was werkzaam bij een uitgeverij onder andere als recensent van jeugd- en jongerenboeken. Net als het eerder vertaalde boek is het thema rouw en vriendschap.


ISBN 9789044831733  | hardcover | 348 pagina's | Uitgeverij Clavis | augustus 2018
Vertaald uit het Engels door Lies Lavrijsen en Tine Poesen | Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 12 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Als je ademhaling stopt
Als je sterft trilogie 1
Christine Geysen


Helia Sarris is de zeventienjarige ik-verteller. Ze vertelt al snel wat het probleem is: zij ziet cijfers op de arm van andere mensen, en weet sinds ze een jaar of vier is dat het de sterfdatum is van die persoon. Toen dacht ze nog dat iedereen dat zag, maar haar vader brengt haar snel op andere gedachten. Ze mag er niet over praten, het is een speciale gave. Maar als niemand het mag weten, als ze er niet over mag praten, hoe kan het dan dat haar vader het wèl weet? Kan hij het ook zien? Hij ontkent ten stelligste, en wil het er niet over hebben.
Net zoals hij het niet over haar oma, de moeder van haar overleden moeder, wil hebben. ‘Dat mens is onbetrouwbaar. Ze liet je moeder ook nooit met rust, maar jou krijgt ze niet. Geen denken aan.’  Maar het gaat steeds slechter met haar vader, hij heeft last van angststoornissen en wordt opgenomen in een psychiatrisch centrum. En dan heeft Helia geen keuze: ze moet naar haar oma.


Als Helia dacht dat haar oma niets weet van haar gave, vergist ze zich. Maar het duurt een hele tijd voor haar verteld wordt hoe het precies zit. En dus ook voor de lezer weet wat er allemaal speelt.
Voorlopig doen we het met Helia’s gave, die niet echt een fijne gave is. Zo leuk is het niet om te zien wat de sterfdatum van anderen is, vooral niet als het gaat om je eigen vader of je vriendinnen!
Bovendien is er nog iets bijgekomen, toen ze negen jaar oud was: als ze de ander onverhoopt aanraakt, ziet ze ook hoe die persoon om het leven komt.   
Vreemd is alleen dat ze haar eigen datum niet kan lezen. Althans: geruime tijd niet.
Die van haar vader echter wel, en die komt snel naderbij. Als haar voorspelling klopt, dan zal hij sterven op de dag dat op school het kerstfeest is.


De situatie stelt me gerust en misschien zijn het de naweeën van mijn positief examen, maar ik stap goedgezind de kamer van pa binnen.
'Kan het iets minder optimistisch? Ik ga wel dood vandaag.'
De glimlach op mijn gezicht verzuurt.
'Dat is nog geen zekerheid. Als het van mij afhangt, blijf je nog heel lang hier.'


Je zou het bijna vergeten, hoewel dit toch het merendeel van het boek beslaat: Helia is een gewone zeventienjarige als het om school, vriendinnen en vriendjes gaat. Terwijl zij verliefd is op Lex, draait ook Mathis om haar heen. Onzekerheden horen daar bij, al of niet hechte vriendschappen, jaloezie, schoolexamens en op tijd thuis moeten zijn.


Het gegeven is interessant: wat doe je als je weet wanneer iemand sterft? Probeer je dan toch in te grijpen? En hoe sta je in de wereld als je dit soort kennis hebt?
Het is voor Helia een groot probleem. Zeker omdat ze eigenlijk weinig steun ondervindt op het thuisfront.


De lezer wordt geregeld op het verkeerde been gezet: is dit nu een flutromannetje over tienerverliefdheden? Waar gaat dit verhaal eigenlijk over?
Er komen in ieder geval nog twee delen, en als je eenmaal over de helft van het boek bent, kun je je daar meer bij voorstellen. Dan besef je dat het een echte fantasytrilogie is voor Young Adults. Misschien is het geheel van drie delen beter dan ‘Als je ademhaling stopt’, want als eerste deel heeft het de pech de inleiding te zijn. Die is voor dit boek te lang, het is een beetje onevenwichtig.
We wachten het tweede deel af.


Christine Geysen (Lommel, 1987) debuteert met de 'Als Je Sterft-Trilogie'. Ze is naast schrijfster ook dossierbeheerder voor een bedrijf in Leopoldsburg.


ISBN 9789462420922 | Hardcover | 214 pagina's | Uitgeverij Kramat | januari 2019
Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 11 maart 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dante 2
Slaves deel 4
Miriam Borgermans

Even recapituleren: De serie heet Slaves, maar over de twee hoofdpersonen worden aparte boeken geschreven: twee levens die elkaar raken en weer loslaten. Er is Raven, en er is Dante.
Raven, deel 1 en 2 zijn al eerder uitgekomen, net als Dante 1.
Dit wordt dus Dante 2, we vervolgen het verhaal van Dante 1, waarbij er minimale uitleg is – indien nodig – over wat er eerder gebeurde, en over wat er bij Raven gebeurde. Niettemin is het handig om de boeken in volgorde te lezen.


In 2558 is de wereld nog erger verdeeld in rangen en standen. Alles komt neer op macht. Wie de macht heeft heeft het beste. Maar zoals we wel weten is geluk en vriendschap niet iets wat je kan kopen, en er wordt dus in die hogere kringen heel wat afgekonkeld, complotten gesmeed, mensen verraden om zelf maar hoger op te komen, en intussen worden degenen die volgens de ‘regels’ minder zijn, gebruikt, zeg maar misbruikt.


In die situatie zit Dante als deel 4 begint. Hij komt uit de buitengebieden, hoort bij de trashers, die gebruikt kunnen worden als slaven. Hij is in handen gevallen van Cym, een slavenhandelaar. Zij heeft flink aanzien in de hogere regionen, maar haar verliefdheid op Dante lijkt haar de das om te doen. Ze wil hem breken…


Voor Dante draait het leven maar om twee dingen: Raven is er een van. Hij voelt zich schuldig omdat hij dat kleine meisje - vier jaar jonger dan hijzelf – naar de school voor Delicatusslaven heeft laten sturen. Het is niet goed met haar afgelopen. En daar heeft hij notabene ook zelf schuld aan.
Zijn tweede passie is vliegen.


‘Ik denk aan de blauwgroene glazen wand van de verkeerstoren van Deep Space Industries. Het geflikker van de lichten op het lanceerplatform als de shuttle vertrekt. De gigantische bouten waarmee hij vastzit, die kapot springen door de kracht van de raketmotoren. Het gevoel van het Trash-sokoldrukpak en de versnelling die je rug plat in je stoel drukt. Het beslagen vizier. Het zweet. Het donderend geraas waarmee je in één minuut van stilstand de snelheid van het geluid bereikt.’  

Door zich hieraan vast te klampen weet hij zich tegen Cym te verzetten. Maar vlak voor hij uit haar handen bevrijd wordt krijgt ze hem toch nog klein, en een derde drijfveer komt er bij: Wraak...
Dante heeft veel vrienden, en krijgt er in de loop van het verhaal nog veel meer bij. Misschien geen machtige Genoten (= bestuurders en werknemers van banken) maar wel heel slimme mensen met veel talenten op allerlei gebied.


Het is een enorm werk dat Miriam Borgermans levert. Vier van die dikke boeken uit haar schrijversduim zuigen, boeken, die geen moment vervelen maar je in tegendeel meezuigen naar het einde, dat geen einde is. Er is weer een enorme cliffhanger, en - nou ja, na twee delen over ieder van hen - verwacht je minstens een vijfde deel over Dante en Raven samen.
Maar wat vooral belangrijk is: zal er een nieuwe maatschappij ontstaan? Een ideale maatschappij, zonder rangen en standen? Zonder die Big-Brothersfeer? Zonder geweld? En dat ook nog geloofwaardig? Het lijkt me een enorme uitdaging voor de schrijfster.


De scenes zijn vaak filmisch, je ziet voor je ogen gebeuren hoe luchtschepen zich verplaatsen en bedreigd worden, er zijn veel geweldsscènes, maar er is ook volop ruimte voor sociale scenes. Goed tegen kwaad, en het blijft lang onduidelijk wie er zal winnen, want het gaat Dante niet altijd voor de wind.
En achterin bevindt zich een woordenlijst voor de woorden die in het jaar 2558 gebruikelijk zijn, maar nu nog niet.


ISBN 9789044834314 | Hardcover | 440 pagina's | Uitgeverij Clavis | december 2018
Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 4 maart 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER