Edward Snowden

Onuitwisbaar
Mijn verhaal
Edward Snowden

 

In het ‘Woord vooraf’ vat de auteur samen wat er in zijn leven is gebeurd: ‘Mijn carrière bij de Amerikaanse inlichtingengemeenschap duurde maar zeven korte jaren …. Tijdens die zeven jaar werkte ik echter mee aan de belangrijkste verandering in de geschiedenis van de Amerikaanse spionagediensten: de omslag van het gericht surveilleren van specifieke individuen naar het massaal in de gaten houden van hele bevolkingen’, pag. 7. De lezer voelt de spijt waarmee deze pijnlijke ontdekking gepaard gaat: dit is ernstig.


Snowden voelt dan ook zich moreel genoodzaakt om dit niet langer voor zich te houden maar wereldkundig te maken: ‘ik besloot de waarheid te vertellen’, pag. 10. Dit boek is zijn levensverhaal waarin hij de lezer op indringende wijze meeneemt op zijn ontdekkingstocht en de gevolgen daarvan. Wie door de soms iets te uitvoerige technische informatie heen ziet, wordt meegezogen in de vaart van de ontwikkelingen en voelt aan dat dit alles naar een climax moet leiden.


Het is boek is persoonlijk getint. De auteur schetst zijn kinderjaren, haalt jeugdherinneringen op en laat daarin een mooi tijdsbeeld zien dat jongeren zich niet kunnen voorstellen omdat digitale ontwikkelingen sindsdien een enorme vlucht hebben genomen. We lezen hoe de computer aan het eind van de vorige eeuw zijn intrede doet in het leven van mensen. Door zijn vader leert Edward de computer kennen en reeds op jonge leeftijd blijkt dat de digitale wereld hem mateloos fascineert. Hij is niet alleen geïnteresseerd maar heeft ook aanleg om computers te begrijpen. Het is voor Edward een opwindende ontdekkingsreis waar hij helemaal in opgaat.


Internet was toen een nieuwe dimensie en de eerste kennismaking neemt Edward helemaal in beslag: ‘Toegang tot internet, en de opkomst van het web, was de oerknal of de cambrische explosie van mijn generatie’, pag. 50 en: ‘In die tijd was online-zijn een ander leven, dat door de meesten werd gezien als iets wat losstond van en heel anders was dan het Echte Leven’, pag. 52.


Snowden beschrijft de toenmalige digitale techniek en voor mensen die daarin geïnteresseerd zijn, is dit dan ook een boeiend boek. Voor anderen kunnen zijn uitwijdingen over technische aspecten – hoewel helder geformuleerd en daarom zeker toegankelijk – wel eens iets teveel van het goede zijn. Ze maken echter deel uit van de drijfveer van Snowden dat mensen de digitale mogelijkheden misbruiken en dat deze techniek daarom gevaarlijk is en het leven van mensen op de achtergrond bedreigt. ‘Hoe meer ik te weten kwam over de kwetsbaarheid van computers, hoe meer zorgen ik me maakte over de consequenties die dit had als men de verkeerde machine vertrouwde’, pag. 65.


De auteur ontdekt dat de website van een nucleair onderzoekscentrum niet goed is beveiligd. Na 9/11 wil hij iets voor zijn land doen en gaat hij bij defensie werken. Na een ongeval wordt hij afgekeurd en vervolgens toegelaten bij de inlichtingendienst.


Hij is kritisch over de overheid wanneer hij ontdekt dat geld in deze organisatie een grotere rol speelt dan wenselijk is en sommige mensen een zorgwekkend grote toegang tot vertrouwelijke informatie hebben: ‘Wat ik vooral bizar vond, was dat de meeste systeemengineers en systeembeheerders externen waren, terwijl je in die functies bijna volledige toegang tot het digitale bestaan van je werkgever hebt’, pag. 130.


Snowden schetst zo van binnenuit een toch wel verbijsterend beeld van de CIA. Dit boek stelt de lezer dan in staat om deze organisatie op ándere wijze te leren kennen. Hij ontdekt dat veel digitale informatie gewoon toegankelijk is en ziet het gevaar dat de CIA hier gebruik van zal maken. Tot zijn schrik ziet hij dat beveiliging een ondergeschikte rol speelt. Zo krijgt hij op – voor hem - vrij eenvoudige wijze toegang tot topgeheimen en ontdekt daarbij dat de openbare versie van rapporten afwijkt of zelfs totaal anders is dan de orginele versie. ‘Terwijl de openbare versie slechts vermeldde dat de NSA na 9/11 opdracht had gekregen haar inlichtingenvergaring te intensiveren, ging de geheime versie dieper in op de aard en omvang van die intensivering’, pag. 194.


Snowden legt door heel dit boek heen uit hoe de digitale wereld werkt en op welke wijze daar handig gebruik van wordt gemaakt. Het ontbreekt aan ethisch besef of dit verantwoord is. Zo blijkt dat de missie van de NSA is veranderd: ‘in plaats van technologie te gebruiken om de Verenigde Staten te verdedigen, gebruikte ze technologie om de Verenigde Staten te controleren door de particuliere internetcommunicatie van burgers aan te merken als mogelijke signals intelligence’, pag. 195.


Het boek legt uit wat er gebeurt met ‘cloud computing’: persoonlijke informatie die elders wordt opgeslagen en waarbij de gebruiker niet weet wat daarmee gebeurt: ‘Als we ervoor kiezen onze gegevens online op te slaan, geven we in feite onze rechten erop uit handen’, pag. 212. Die ontdekking is voor Snowden schokkend en onverdraaglijk. Technologie is niet langer een instrument om vrijheid te beschermen maar keert zich zo op verborgen wijze tegen burgers die dat niet in de gaten hebben. De privacy van mensen wereldwijd is in het geding


Dat gegeven houdt Snowden intens bezig en hij kan dat op een gegeven moment niet langer voor zich houden. Hij vindt dat deze ontwikkelingen in strijd zijn met de Amerikaanse grondwet waarin de privacy van burgers wordt beschermd. Daarom ziet Snowden het als zijn plicht om deze spanning naar buiten te brengen en hij besluit klokkenluider te worden: ‘In mijn definitie zijn klokkenluiders mensen die, door schade en schande wijs geworden, hebben geconcludeerd dat hun leven in een organisatie onverenigbaar is geworden met de principes die zijn ontwikkeld in de samenleving als geheel en met de loyaliteit die ze verschuldigd zijn aan die samenleving waaraan die organisatie juist verantwoording zou moeten afleggen, pag. 260.


Vervolgens beschrijft Snowden de voorbereidingen om zijn ontdekking naar buiten te brengen. Het boek leest als een detective: dit proces is omgeven met veel noodzakelijke geheimzinnigheid. Het is een weg die met veel spanning is omgeven en een grote impact heeft op zijn persoonlijke leven. ‘De voorbereidingen die ik trof, waren die van iemand die wist dat hij ging sterven’, pag. 307. Hij is bang voor de gevolgen van zijn bekendmaking, duikt onder, krijgt juridische hulp en wordt aangeklaagd vanwege spionage. Zijn paspoort wordt ongeldig verklaard en zo komt hij in Rusland vast te zitten. Hij heeft ontegenzeggelijk iets losgemaakt maar de prijs is hoog.


Wie klokkenluider wordt, moet daar veel, zelfs álles, voor over hebben. Dat is ook af te lezen aan de indringende foto op de cover van dit boek. Snowden maakt een gedeprimeerde indruk en kijkt de lezer met starende blik aan. Zijn ernstige ogen vertellen al het verhaal dat in dit boek besloten ligt. Dit intrigerende boek geeft de lezer te denken: in welke digitale wereld leven wij?


ISBN 978 94 638 2069 1 | Paperback | 365 pagina’s | Balans Amsterdam | september 2019
vertaling: Joost Poort en Fred Hendriks

© Evert van der Veen, 15 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER