Non-fictie

Sytze van der Zee

Wij overleefden
De laatste ooggetuigen van de Duitse bezetting
Sytze van der Zee


In dit boek heeft de auteur zo’n 80 mensen gesproken van uiteenlopende achtergrond en hun verhalen over wat zij in de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt, opgetekend. ‘Dit boek gaat dan ook niet over de oorlog, maar over mannen, vrouwen en kinderen in de oorlog. Zij vertellen allen hun relaas, wat ze hebben meegemaakt, hebben waargenomen, hebben gehoord’, pag. 8.


De meeste mensen komen meerdere keren voor in het boek omdat de auteur voor een chronologische opzet heeft gekozen. Er zijn twee inleidende hoofdstukken als inleiding op de oorlog. Vervolgens zijn er hoofdstukken waarin ieder oorlogsjaar afzonderlijk centraal staat en in een afsluitend hoofdstuk komt de bevrijding aan bod. De titels van hoofdstukken zijn citaten uit de gesprekken.

Dat de meeste mensen meerdere keren aan het woord komen, is omdat hun verhaal op meerdere delen van deze opzet betrekking heeft. - De vraag is of het opknippen van de verhalen in deze chronologische opzet veel toevoegt aan het boek. Voor de eenheid van de verhalen was het wellicht mooier geweest om iedere persoon één keer aan het woord te laten.- Toch is dat van ondergeschikt belang want de inhoud is ronduit aangrijpend.


In dit boek gaat het niet om de grote militaire en politieke gebeurtenissen. Die vormen hooguit de achtergrond van wat mensen vertellen. Het zijn de kleine herkenbare gebeurtenissen van wat mensen overkwam en wat zij moesten ondergaan. De oorlog krijgt in dit boek – voor zover dat kán natuurlijk – een menselijk gezicht: het zijn altijd ménsen die het slachtoffer worden en die hier niet om hebben gevraagd. De lezer komt zo heel dicht bij die tijd want dit boek beschrijft het dagelijkse leven van gewone mensen.


Het boeiende van dit boek is ook dat er mensen met een tegengestelde achtergrond aan het woord komen: Joden, Duitse emigranten (die voor de oorlog in Nederland hun toevlucht zochten) maar ook kinderen van NSB’ers, kinderen van communisten, verzetsmensen en mensen uit Indië. Hun verhalen schetsen een scherp tijdsbeeld van toenemende armoede, honger en de zoektocht naar voedsel, angst, bombardementen, onderduiken, verraad, verzet, terreur, wanhoop en overlevingsdrang.


Aanvankelijk, in de periode voorafgaan aan de oorlog, zien de meeste mensen het dreigende gevaar van de veranderingen in Duitsland niet. Benno Troostwijk uit Leeuwarden is één van de weinigen die zegt: ‘In tegenstelling tot de meeste mensen in Nederland had vader zich al die jaren grote zorgen gemaakt oer wat er in Hitler-Duitsland gebeurde, de Kristallnacht en de andere excessen van de nazi’s. Hij leefde erg mee met de Joden daar’, pag. 59.


De lezer voelt in de verhalen de toenemende terreur in de eerste oorlogsjaren. Er zijn mensen die het bombardement op Rotterdam hebben meegemaakt; anderen hebben in Den Helder hevig geleden onder de vele bombardementen op deze havenstad.

Er komen kinderen aan het woord wier ouders bevriend waren met Mussert en Rost van Tonningen terwijl andere kinderen iets weten van het verzet waar hun ouders bij betrokken zijn.


Vanaf 1941 zijn er razzia’s en de vele verhalen over mensen die onderduiken, soms worden opgepakt, van het ene adres naar het andere moeten vluchten vanwege onveiligheid maken duidelijk wat die razzia’s uitwerken. Na verloop van tijd waren alle Joden uit het straatbeeld verdwenen. Niet alle Joden zijn gelovig maar zij voelen zich meestal wel Joods en leven ook in de Joodse traditie. Opvallend is wat Virry de Vries uit Amsterdam zegt: ‘Joods werd ik in mei 1942, doordat ik opeens een ster moest gaan dragen’, pag. 131. In die tijd gaat het net rond Joden zich steeds meer sluiten en worden hen steeds meer vrijheidsbeperkende maatregelen opgelegd.


Het blijkt dat mensen niet precies weten wat er met Joden en anderen gebeurt die via Westerbork naar concentratiekampen in Duitsland worden afgevoerd. Er is soms wel een vaag vermoeden maar de verschrikkelijke werkelijkheid is té erg om geloofwaardig te zijn. Toch zijn er mensen die wel beseffen dat er iets ernstigs aan de hand is: ‘Wie zich meldde, werd door de Duitsers meestal meteen vastgehouden. Wij wisten: dat is de dood. Mijn ouders zeiden: Die mensen worden vermoord’, pag. 141.


Er zijn veel verhalen over bombardementen en alles wat die teweeg brengen: schuilkelders, huis en alle bezittingen verliezen, wegtrekken en overleven. Ook mensen die in Westerbork zijn geweest, komen aan het woord en vertellen over hun ervaringen in dit kamp. Er zijn ook mensen die hun herinneringen hebben verdrongen.


Aangrijpend is de afscheidsbrief van een vader die wordt geëxcecuteerd: ‘Ik draag dit tragisch lot volkomen kalm. Ik heb steeds naar mijn overtuiging geleefd en mijn grote liefde voor de arbeiders was steeds mijn richtsnoer. Voor jullie, lieve vrouw en kinderen, had ik daarenboven een grote persoonlijke liefde. In mijn werk en in mijn gezin lag mijn geluk en ik heb het met volle teugen genoten’, pag. 190.


Er is een verhaal van een ‘goede’ Duitser die gevangenen op het station hielp om te vluchten door een seintje met zijn pet te geven en er zijn verhalen van mensen die de slag om Arnhem, het drama van Putten en inundatie van Walcheren hebben meegemaakt. Ook koeriersters, jonge meisjes, komen aan het woord en vertellen hoe het soms maar net goed ging. 


Dit buitengewoon aangrijpende boek voegt veel toe aan alle boeken die er al zijn en nog zullen komen over de Tweede Wereldoorlog. Het is zeer waardevol dat de auteur deze verhalen van mensen die toen kind waren, heeft opgetekend. Nu kan het nog want de geïnterviewden zijn allen op hoge leeftijd en zullen er over een klein aantal jaren niet meer zijn. Nú zijn hun verhalen gelukkig bewaard en ze vertellen op menselijke schaal over de verschrikking van oorlog.


ISBN 978 90 446 3842 4 | Paperback | 464 pagina’s | Prometheus Amsterdam | september 2019

© Evert van der Veen, 19 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER