Het pauperparadijs
Een familiegeschiedenis
Voorafgaand aan dit boek had ik toevalligerwijs
De proefkolonie van Wil Schackmann gelezen. Dat ging over de oprichting van Frederiksoord, een 'vrije' kolonie in Drenthe voor behoeftige gezinnen uit heel Nederland, die het daar een stuk beter zouden krijgen. Daarvoor moesten zij wel flink willen aanpakken. Onder strenge begeleiding moesten de vrouwen en kinderen spinnen en de mannen werken op het land om zo hun verblijf daar te verdienen. Daar tegenover stond een huis inclusief inrichting, kleding, voedsel en een stuk land om te bewerken. Het idealistische plan breidde zich al snel uit tot de oprichting van meerdere kolonies genaamd Wilhelminaoord, Willemsoord en Boschoord. Later kwam daar Veenhuizen bij, dat was een dwangkolonie waar mensen naartoe gestuurd werden die zich niet hielden aan de reglementen van de vrije kolonie. Ook landlopers, toentertijd was landloperij nog strafbaar, kwamen in Veenhuizen terecht. Daar zouden zij heropgevoed worden. Later werd Veenhuizen een werk- en strafinrichting.
Suzanna Jansens wegen voeren ook naar Veenhuizen, dit naar aanleiding van het intrigerende bidprentje voor Helena Gijben dat zij vond op de zolder van haar ouders. Helena Gijben, geboren in Norg volgens het bidprentje, was de overgrootmoeder van de schrijfster.
Volgens de verhalen had Helena het ongeluk gehad verliefd te worden op een katholiek terwijl ze zelf protestant was. Ze nam zijn geloof aan werd toen door haar familie verstoten en onterfd. Dit 'romantische' verhaal doet Suzanna besluiten uit te zoeken uit welke familie haar overgrootmoeder dan verstoten is. Zij vraagt de geboorteakte van Helena Gijben op bij het bevolkingsregister en ziet tot haar stomme verbazing niet Norg als geboorteplaats maar Veenhuizen, het Derde Gesticht.
Geen sprake van verstoting of onterft worden, sterker nog... de ouders van Helena waren straatarm geweest. Had Helena het 'romantische' verhaal uit schaamte verzonnen?
Voor Suzanna Jansen was deze ontdekking een reden te meer om achter het ware verhaal van haar voorouders te komen. Het mooie is, dat wij haar zoektocht mee mogen beleven … ze neemt ons mee eind 18e en begin 19e eeuw eeuw waarin Tobias Braxhoofden en Christina Maria Koenen leefden. Hoe kwam de sergeant Tobias in Veenhuizen terecht? Was hij gewond geraakt en kon hij daardoor niet meer werken? Suzanna speurt in de archieven, leest het verhaal over de oprichter van de Veenkolonieën en vindt uiteindelijk de reden van de verhuizing van Tobias en Christina van Delft naar Veenhuizen.
We volgen Cato, de dochter van Tobias en Christina, die opgroeit in Veenhuizen en op latere leeftijd met haar moeder en broers en zussen naar Amsterdam verhuist. Eindelijk weg uit Veenhuizen, een plaats die inmiddels een zeer slechte naam had gekregen.
En dan komen we de jongste dochter van Cato, Helena Gijben tegen (van het bidprentje) die huwt met Harmen Keijzer. Ook Helena’s leven gaat niet over rozen, de armoede blijft de familie achtervolgen. Bizar genoeg belandt Harmen wegens landloperij in… de strafinrichting Veenhuizen! ‘Het pauperparadijs’. En dat na alle moeite van zijn schoonfamilie om uit Veenhuizen weg te komen… Helena moet in Amsterdam het hoofd boven water zien te houden zonder de inkomsten van haar man. En helaas Roza, Helena’s dochter, krijgt ook een zwaar leven. Het inkomen is erg slecht, ieder dubbeltje moet omgedraaid worden… Weer achtervolgt de armoede het gezin. Maar Roza is toch uit ander hout gesneden, haar kinderen zullen het beter hebben en daar heeft ze erg veel voor over. Het lijkt er op dat dankzij Roza er een kentering in de armoede… komt.
Toch achtervolgt de familie tot op heden het besef dat luxe niet iets is wat je zomaar cadeau krijgt. Nog steeds is men er van overtuigd dat je niet zomaar van een dubbeltje een kwartje wordt. Nog steeds is er een soort gêne als iemand bijv. een nieuw kledingstuk heeft aangeschaft “Het was afgeprijst hoor!” klinkt het dan vaak.
Suzanna Jansen heeft een zeer gedegen onderzoek gedaan. Van Veenhuizen volgen we het spoor van haar familie waarbij ze veel toelichting geeft over de gebruiken en gewoontes in die tijd. Deze gegevens vermengt ze op een mooie manier met de levensloop van haar familie. We komen in Amsterdam, lezen wat de kerk voor invloed heeft en we belanden via Tuindorp-Oostzaan in ‘de rimboe’ in Amsterdam-Noord. Een wijk dat nu nog als niet erg gunstig gezien wordt. Het verhaal eindigt bij Suzanna Jansen zelf.
Het is het relaas van een familie die hard heeft gestreden om aan de armoede te ontsnappen. Gelukkig is ze dat gelukt!
Het boek is erg beeldend geschreven, je hebt het gevoel dat je naast Suzanna Jansen staat bij het zoeken in de archieven, meeloopt door de straten op zoek naar de woningen waar haar voorouders gewoond hebben. Het is een erg goed en heel interessant boek. Ik zou het iedereen aanraden te lezen.
ISBN 9789050188210, paperback, 245 pagina’s, uitgeverij Balans
Aan te raden is ook de site van Suzanna Jansen te bekijken. Daar is enorm veel achtergrondinformatie te vinden. http://www.suzannajansen.nl
© Dettie, juli 2008