Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

Het megagrote Kidsweek moppenboek
De allerbeste moppen en raadsels


Al tien jaar maakt Kidsweek, de leukste krant van Nederland, moppenboeken!
Dit is een jubileumeditie waarin de beste van al die jaren verzameld zijn en al betekent dat er een aantal tussen zitten die je bekend voorkomen, de tijdsspanne van tien jaar betekent ook meteen dat het niet zo erg is: er zijn immers steeds nieuwe lezers!


Zoals steeds in deze moppenboeken is er een variatie. Er zijn hele korte grappen, die meestal ook wel de flauwste zijn. Veel woordgrapjes als deze:


Wat krijgt een kers als hij uit de boom valt?
antwoord: een kersenschudding.

Of:


Wat zegt een kip met een smartphone
Antwoord: Tiktoktiktoktiktok


Maar er staan ook moppen in die echt grappig zijn, al hangt dat natuurlijk samen met wat voor gevoel voor humor je hebt. Die kleine raadseltjes zoals hierboven dat vinden vooral de jongere kinderen heel erg leuk.


Thilin en haar moeder zijn een dagje op het strand. Thilini komt net het water uit en vraagt: ‘Mam, mag ik een koekje?’
‘Straks, als je opgedroogd bent.’ zegt haar moeder.
‘Oké,’  zegt Thilini, ‘dan ga ik ondertussen even het water in.’


En deze is toch ook leuk:


Said gaat met de klas naar het politiebureau voor een praktijkles.
Op een bord ziet hij foto’s van de tien meest gezochte criminelen.
Said wijst naar een foto en vraagt of dat echt de gezochte persoon is.
‘Ja,’ zegt de agent, ‘we zijn erg hard naar hem aan het zoeken.’
‘Maar waarom hield u hem dan niet vast toen u de foto maakte? ‘ vraagt Said.


Er staan wat tekeningen verspreid in het boek, soms ook met een grappig tekstje erbij. Alle moppen en raadsels staan los van elkaar, dat leest prettig.
Vooruit, nog eentje.


Een man zit in de trein. Hij zit met zijn voeten op de stoel tegenover hem. De conducteur komt langs en zegt: ‘Meneer, dat doet u thuis toch ook niet?’
Waarop de man zegt: ‘U knipt thuis toch ook geen kaartjes?’


Blijven lachen is het devies…


ISBN 9789000378456 | verstevigde paperback| 224 pagina's | Uitgeverij van Holkema & Warendorf| juni 2021
Afmeting: 22,1 x 14,9 x 2,1 cm | Leeftijd 7+

© Marjo, 9 januari 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Vader Kerstmis en ik
Matt Haig


Zoals we in de twee eerdere delen hebben kunnen lezen zijn Amelia en May met Vader Kerstmis meegegaan naar Elfhelm.
Zoals Amelia zelf vertelt in dit derde boek is dat niet allemaal zonder slag of stoot gegaan, want Amelia is een mens. Dat zijn Vader Kerstmis en Mary natuurlijk ook, maar die zijn gedrimwickt. (Betoverd, zodat ze een beetje meer elf zijn) Maar Amelia is 100 % mens en al is ze blij dat ze nu bij Vader Kerstmis en Mary kan wonen, ze moet ook naar school, en dat is zo totaal anders dan wat ze kent!


Het begint er al mee dat ze zich overal aan stoot, elfenkinderen zijn natuurlijk veel kleiner. En die lessen! Verschrikkelijk: 2 en 2 is niet 4 ontdekt ze. Het goede antwoord is ‘sneeuw’.
En ‘donzen dekbed’ was ook goed geweest. Dat valt niet te begrijpen!


‘Zo kregen we Schrijven, Zingen (mijn stem was niet vrolijk genoeg), Lachen Zelfs in Zware Tijden (een heel moeilijk vak), Grappen maken, Kerstmisstudies, Spikkeldansen (rampzalig), Drimwickpraktijk (nog rampzaliger natuurlijk), Kruidkoek, Algemene Blijdschap en Aardrijkskunde.’


En ze hoort over het Land van Heuvels en Holen. Waar zeer gevaarlijke wezens wonen. Namelijk: konijnen! Amelia met er vreselijk om lachen! Maar het blijkt wel degelijk ernstig te zijn. Want de leider van de konijnen is een konijn dat De Paashaas genoemd wordt. Ze hebben lang geleden de elfen uit hun gebied verdreven, ze wilden niemand meer om zich heen hebben.
Vader Kerstmis vertelt dat het al heel lang geleden is. Alleen vader Topo kan zich dat nog herinneren. Maar: is de dreiging van de konijnen nu voorbij? Lééft de Paashaas eigenlijk nog?
Als Vader Kerstmis voor haar regelt dat ze mee mag doen aan de lessen over Sleekunst, vliegt ze in een slee met Blitzen er voor over de bossen. Maar het gaat mis


Vader Vodol is er immers ook nog! Hij is kwaad omdat niemand zijn krant nog koopt en omdat hij gewoon een hekel heeft aan Kerstmis. Die mensen, gedrimwickt of niet, moeten weg! En hij begint met een nieuwe krant, waarin hij de andere elfen ophitst. Hij beweert dat Amelia Elfhelm wil vernietigen…


Opboksen tegen iemand die je liever kwijt is dan rijk; fake nieuws, om het indoctrineren van minder slimme mensen mogelijk te maken, een paar thema’s uit dit boek. En ondanks het feit dat hij een geduchte tegenstander is, is het verhaal van de Paashaas grappig.
Zo zit ook dit boek vol met humor, en is het tegelijk een spannend verhaal. Want ja, nu dreigt Kerstmis alweer niet door te gaan!


Matt Haig (1975, Sheffield, Yorkshire) studeerde Engels en Geschiedenis.


ISBN 9789048862030 | hardcover| 272 pagina's | Uitgeverij Moon | oktober 2021
Illustraties door Chris Mould | Vertaald uit het Engels door Karin Pijl | Leeftijd: 8+
Heruitgave. Het verscheen voor het eerst in 2017.

© Marjo, 14 december 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een jongen met de naam Kerstmis
Matt Haig

Het echte en magische verhaal van de kindertijd van de kerstman is opnieuw uitgegeven.
Het verhaal blijft hetzelfde natuurlijk.


De elfjarige Nikolas woont met zijn vader, die houthakker is, in het koude, onherbergzame Finland. Op een dag kondigt zijn vader aan dat hij vertrekt. Hij kan veel geld verdienen, zegt hij. De reis gaat naar het noorden waar het legendarische elfendorp Elfhelm moet liggen. Hij laat Nikolas achter bij de kwaadaardige, kinderhatende tante Carlotta. Het duurt niet lang voor Nikolas het niet meer uithoudt en op zoek gaat naar zijn vader.


‘Als jij denkt dat sommige dingen onmogelijk zijn, sla dit boek dan maar weer dicht. Dan is het niets voor jou. Want dit boek staat vol onmogelijke dingen.’


Maar, zal verderop in het boek te lezen zijn: een onmogelijkheid is gewoon een mogelijkheid die je nog niet snapt. Een wijze les, en Nikolas denkt daar gelukkig op tijd aan! En gelukkig heeft hij ook een vriend, al is het maar een kleine muis. Miika gaat mee in zijn jaszak.


Dat hij onderweg het rendier Blitzen tegenkomt, is nog meer geluk! Want al hebben ze honger en is het stervenskoud en wordt Blitzen doodmoe, het komt wel door hem dat ze in de buurt van het dorp komen waar ze gered zullen worden.
Vader Topo en Kleine Noosh vinden hen en helpen. Zij zijn toevallig de enige twee elfen zijn die nog niet vergeten zijn dat goedheid het voornaamste goed is in het leven; mensen, dieren en elfen in nood helpen, daar zijn elfen voor.


Vader Vodol, die het dorp regeert, is aan de macht is gekomen door corrupte praktijken. Hij vindt  al dat softe gedoe maar niets:  alle regels zijn zodanig veranderd dat elfen niet vrolijk meer zijn. Ze dansen niet meer en zingen niet meer. En anderen helpen, dat doen ze ook niet meer.  Als Nikolas er achter komt wat daar de reden van is, hoe het komt dat vader Vodol zo verbitterd is, schrikt hij: er zijn mensen naar het dorp gekomen die een kleine elf ontvoerd hebben! Om die voor grof geld te verkopen! Nicolas wil het niet geloven maar zijn vader was een van die mensen...


Dit verhaal is een kerstsprookje omdat de jongen Nikolas de basis blijkt te zijn van alles wat met het (Angelsaksische) Kerstfeest te maken heeft. Waarom geven mensen elkaar cadeautjes? Waarom in een kous? Waarom verplaatst Santa Claus zich met een slee met rendieren?


Het boek leent zich uitstekend voor een verfilming, en die film is er dan ook inmiddels.
En er zijn nog twee boeken in deze serie verschenen.

Matt Haig (1975, Sheffield, Yorkshire) studeerde Engels en Geschiedenis.

ISBN 9789048862726 | Hardcover| 256 pagina's | Uitgeverij Moon | oktober 2021
Illustraties door Chris Mould | Vertaald uit het Engels door Karin Pijl | Leeftijd: 8+

© Marjo, 10 december 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mijn dikke vette zombiegoudvis
Mo O’Hara


Wie het eerste boek over de zombiegoudvis gelezen heeft, weet best dat Frankie - dat is zijn naam -  helemaal niet zo gemeen is. En gevaarlijk, dat is hij alleen voor wie hem of zijn vrienden kwaad wil doen. Een daarvan is de oudere broer van Tom, onze verteller. Sinds hij op de middelbare school zit is Mark echt gemeen ten opzichte van Tom en zijn vriend Pradeep. Ze noemen hem de kwaadaardige professor, omdat hij graag experimenteert met zijn scheikundedoos.
Het komt ook eigenlijk door Mark dat een onschuldig goudvisje ineens een akelig uitziend zombievisje werd. Ineens kan Frankie springen, plotseling uitgroeien tot een enorme vis, en hij kan hypnotiseren!


In dit tweede boek gaat Tom op vakantie met zijn vader. Ook Pradeep en zijn vader gaan mee, en natuurlijk Mark en het kleine zusje van Pradeep.
Dat zusje, Sami, is dol op ‘wriemelvisje’ zoals ze Frankie noemt. En dat is wederkerig.


‘En, hoe is het met jou, kleine prinses?’  vroeg Pradeeps vader aan Sami.
‘Papa, wriemelvisje kwam terug en we klommen omhoog en aal deed bzzzt, en toen deden visje en aal zap-zap, en toen lichtje overal, en Fritsie deed plons en jullie waren thuis.’


Ha ha, stel je het gezicht van die vader voor!
Dit kleine meisje steelt de show, al kunnen we Frankie niet negeren natuurlijk.
Het gezelschap huist in een vuurtoren, beheerd door een onaardige vuurtorenwachter, die hen uitlegt waarom het zo rustig is aan de kust: er is een kwaadaardige aal gesignaleerd, een hele grote gemene aal!


'Mark trok zijn koptelefoontje uit zijn oren. ‘Hebben ze hier een kwaadaardige aal? Cool.’
‘Hij is niet cool, jongeman’,  gromde de vuurtorenwachter. ‘Hij is duivels, gruwelijk, en een gevaar voor mens en schip.’


Je ziet als het ware hoe Mark meteen gemene plannetjes begint te bedenken! En ja hoor: ondanks de waarschuwingen niet de zee op te gaan, trekt hij er op uit om de aal te gaan vangen. En als hij merkt dat Tom en Pradeep hem dreigen te verraden, dreigt hij: hij zal dat visje wel aan die aal voeren!


Wat een vakantie! Sami ligt die morgen helemaal niet in haar bed, zoals haar vader denkt; Frankie gaat die grote gevaarlijke zee in; Mark komt niet terug van zijn vistocht…
Hoe gaat dit allemaal goed komen?
Een vondst is de vuurtorenwachter, die dezelfde manier van communiceren blijkt te hebben als Tom en Pradeep.


Als de vakantie achter de rug is volgt een tweede verhaal. De jongens zijn weer op school en willen meedoen aan het jaarlijkse toneelstuk. Dit verhaal draait meer om de vriendschap tussen Tom en Pradeep. Eigenlijk zijn de jongens helemaal geen concurrenten, ze willen wel alle twee mee doen met het toneelstuk, maar wat er dan gebeurt, dat hadden ze niet voorzien.
Zijn ze nu geen vrienden meer? Dat kan toch niet?
Het is nu een goed ding dat Mark zich met het toneelstuk komt bemoeien, want als Frankie - die natuurlijk mee moest, hij is niet veilig thuis - zijn stem hoort, is hij op zijn hoede. Zal hij Marks gemene plan weten te verijdelen?


Actie en humor, heel veel humor!
Hoe dat toch serieuze toneelstuk over Robin Hood zich tot een heuse slapstick ontwikkelt, dat is werkelijk hilarisch. Bij alle twee de verhalen staan weer leuke tekeningetjes, en ook hier is Frankie in de rechterhoek onder aan de pagina kunstjes aan het vertonen!
Tom is eigenlijk best een serieuze jongen, maar hij raakt steeds verzeild in de meest vreemde situaties waar hij zich dan maar weer uit moet zien te redden. Zonder Frankie – en Sami! – zou dat vast niet lukken!


Mo O’Hara is een Amerikaanse schrijfster van kinderboeken. Zij woont in Londen, waar ze behalve schrijfster ook actrice is.


ISBN 9789048860449 | Hardcover | 176 pagina's | Uitgeverij Moon | september 2021
Vertaald uit het Engels door Anne Douque | Illustrator Marek Jagucki | Leeftijd 7+

© Marjo, 26 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

War Horse
Michael Morpurgo


Het boek War Horse verscheen al in 1993 en kreeg toen de Nederlandse titel Oorlogspaard. Daarna is het boek met het mooie verhaal al diverse keren in verschillende uitvoeringen uitgegeven. En nu is er deze nieuwe prentenboekversie, bewerkt door Michael Morpurgo zelf. Gelukkig is het verhaal nog net zo indrukwekkend!


Zoals de titel al aangeeft, gaat het over een paard, Joey genaamd. Albert is stapelgek op het dier. 'Ze hielden van elkaar als broers, misschien zelfs wel meer.'
Samen verkennen ze vaak het mooie landschap van Devon, Engeland, maar werken ook volop op de boerderij van Alberts vader.
Helaas, de Eerste Wereldoorlog breekt uit en het Engelse leger heeft paarden nodig, véél paarden! En zo gebeurt het dat Alberts vader stiekem het paard verkoopt!
Albert is er kapot van, hij rent naar het dorp om Joey mee naar huis te nemen, maar dat kan niet meer, Joey is nu eigendom van het leger. Officier Nichols belooft wel heel goed voor het dier te zorgen, en dat doet hij.


Albert is zo boos om wat zijn vader gedaan heeft dat hij zich aanmeldt bij het wervingscentrum. Hij gaat ook het leger in! Hij zal en moet Joey terugvinden. Zijn paard en hij horen bij elkaar. Albert wordt na zijn opleiding met de andere jongens naar Frankrijk gestuurd. Hij vertelt iedereen over Joey en elke keer als hij een paard ziet, hoopt hij dat het Joey is, maar helaas.


Ondertussen lezen we ook hoe het met Joey gaat. Het dier maakt het goed, ook de verzorging is uitstekend. Maar Joey wordt wel steeds ingezet bij de veldslagen en op een dag gaat het helemaal mis. Officier Nichols wordt neergeschoten! Joey is in paniek en belandt uiteindelijk bij de Duitsers...
Joey ontdekt dat het eigenlijk geen verschil maakt, zowel de Britten als de Duitsers zijn moe en koud en hongerig.


Het verhaal is hiermee nog lang niet ten einde. Joey maakt nog heel wat heftige dingen mee, zoals de dood van zijn grote vriend, de hengst Topthorn. Lange tijd streden zij met zijn tweeën in deze bizarre oorlog. En bizar genoeg... Nadat Joey weer in wilde paniek moet vluchten, belandt hij weer achter de Engelse linies, en daar is... Albert!


Het is een mooi maar ook een aangrijpend verhaal, dat naast het verhaal over Joey en Albert, de waanzin van WO I laat zien. De afbeeldingen van Tom Clohosy Cole zijn beeldend en realistisch, maar zijn niet gruwelijk. Het is een verhaal over wanhoop en angst maar ook een verhaal over menselijkheid en vertrouwen.
Een mooie toevoeging aan de diverse uitvoeringen van dit indrukwekkende verhaal.

Zie ook de afbeeldingen op de website van illustrator Tom Clohosy Cole


ISBN 9789464290349 | Hardcover | 48 pagina's | NUR 274/282 | Baeckens | oktober 2021
Vertaald door Manon Smits | Leeftijd 8+

 © Dettie, 19 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kidsweek moppenboek
Deel 9 thema kleur
Diverse auteurs


Dat moge duidelijk zijn, dat thema kleuren: er zijn heel veel korte mopjes over kleuren. Het zijn raadseltjes zoals we die allemaal wel kennen en die heel populair zijn bij kinderen. Ze lachen er zelf het hardst om waarschijnlijk.
Er zijn er heel veel die verband houden met de aardbei:


‘Het is rood en het kwispelt.’
‘Het is rood en het is heet.’
‘Het is rood en er staan kaarsjes op.’
‘Het is rood en het is scherp’.


Zo zijn er nog meer. En natuurlijk ook met andere kleuren.
Deze is wel grappig:


‘Er komt een mooie oranje goudvis bij de dokter. ’Ik zie het al’, zegt de dokter. ‘Uit de kom!’


Natuurlijk zijn ze best flauw, maar net zo goed wel leuk.

Deze ook:


‘Laila vraagt haar vader: ’Wat is vijf centimeter lang, vijf centimeter breed en heeft twee rode oortjes?’
‘Dat weet ik niet,’ zegt haar vader.
Laila zegt: ‘een kwaspelbeestje.’
‘Wat is een kwaspelbeestje?’ antwoordt haar vader.
‘Nou,’ zegt Laila. ‘Dat is een beestje van vijf centimeter lang, vijf centimeter breed met twee rode oortjes!’


Wat een domme papa toch!


En voor je denkt dat dit een en al flauwekul is: het zijn vaak woordgrapjes, goed voor het taalgevoel. Ook is menig mopje goed voor de ontwikkeling van logisch denken.
Maar natuurlijk is het vooral een training van de lachspieren!

ISBN 9789000378005 | Paperback | 111 pagina's | Uitgeverij van Holkema & Warendorf | november 2021
Afmeting: 13,5 x 10 x 1,3 cm | Leeftijd 7+

© Marjo, 3 januari 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Het meisje dat Kerstmis redde
Matt Haig


‘Zonder dat achtjarige meisje dat Amelia Wishart heette en dat zo erg hoopte dat magie bestond, zou Kerstmis nooit bestaan hebben. Zij was het eerste kind.
Het kind dat Kerstmis redde.
En dat zou Vader kerstmis nooit vergeten.’


Het is een jaar nadat de jongen met de naam Kerstmis ontvangen werd in Elfhem. De elfen hebben hem intussen helemaal in de gemeenschap opgenomen en helpen hem graag om een voorraad cadeautjes te maken zodat hij op kerstavond weer met zijn slee naar de kinderen kan om hun sokken te vullen.
Maar als die avond dichterbij komt gebeuren er rare dingen. Rommelt Vader Kerstmis’ buik nou zo? Ja, hij zou wel wat lusten, maar het wordt wel te gek nu.


‘Wat was dat?’ vroeg Rollo.
‘Ik ben bang,’ zei Kuiltje.
Bella begon te huilen.
Vader Kerstmis draaide zich naar iedereen om.
‘Gewoon een trillinkje, jongens. Niets om je zorgen om te maken.’


Maar helaas heeft hij het mis: het dorp staat op instorten, doordat de trollen gangen graven. De huizen storten in, alles is kapot. Alleen het gebouw van het Sneeuwdagblad blijft overeind. Gelukkig vallen er geen slachtoffers en trekken de trollen zich weer terug, maar het is duidelijk dat er geen cadeautjes naar de kinderen kunnen! Er is nauwelijks magie! En de slee is kapot!


Net dit jaar had vader Kerstmis een brief ontvangen van Amelia. Ze geloofde dat Vader Kerstmis haar kon helpen. Haar moeder was ernstig ziek. En ze was bang voor meneer Griezel, de baas van een weeshuis. Een afschuwelijk weeshuis waar kinderen opgesloten werden, slecht te eten kregen en lange dagen moesten werken.
Amelia werd teleurgesteld. Er gebeurde precies waar ze bang voor was…


Weer een jaar later. Elfhem is herbouwd, er zijn weer cadeautjes, en Vader Kerstmis heeft een nieuwe slee. Met moderne technologische snufjes!
Vol hoop dat het nu goed zal gaan vertrekt Vader Kerstmis, zonder te weten wat er in Elfhem gebeurt. Zonder te weten dat Amelia niet meer gelooft in magie. Hij is van nature optimistisch gestemd onze kerstman, maar het lijkt toch weer helemaal fout te lopen.


Er zit ook in dit boek weer veel humor, waarbij de scenes die zich afspelen bij koningin Victoria hilarisch zijn! Charles Dickens heeft een rol in het verhaal: dat speelt zich dan ook af in de wereld die hij beschrijft in zijn boeken: de wereld van arme kinderen die schoorstenen moeten vegen of gedwongen worden in werkhuizen de was van de rijkelui te doen. 
Het wordt spannend, als Amelia pogingen onderneemt te ontsnappen, en als het geloof in magie nogal onstabiel is en daardoor de slee van de kerstman niet goed in de lucht kan blijven. En romantiek, dat is nog eens een verrassing: een vleugje romantiek in dit verhaal dat verder een echte kerstboodschap uitspreekt over hoop en liefde.


Matt Haig (1975, Sheffield, Yorkshire) studeerde Engels en Geschiedenis.


ISBN 9789048862009 | hardcover| 320 pagina's | Uitgeverij Moon | oktober 2021
Illustraties door Chris Mould | Vertaald uit het Engels door Karin Pijl | Leeftijd: 8+
Heruitgave. Het verscheen voor het eerst in 2016.

© Marjo, 12 december 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Maanlichtdraak & Monsterschrik
Vier verhalen
Illustraties: Daniela Kohl
Tekst: Cornelia Funke


Het zal je gebeuren... lig je lekker in bed, de maan schijnt zijn zilveren licht en dan komt er een draakje uit je boek gekropen. Een prachtig zilverkleurig draakje, niet groter dan een potje jam. 
Maar vlak daarna racet er ook een ridder op een paard tussen de bladzijden uit en hij zit achter het draakje aan!

Flip ziet het allemaal gebeuren, in zijn kamer! Eerst is hij een beetje bang, maar als de ridder met zijn lans in de aanslag op het draakje afstormt grijpt Flip in. Hij komt zijn bed uit en pakt de ridder! Maar tot zijn schrik heeft dat gevolgen... Flip krimpt en niet zo'n beetje ook! Wat nu?
Gelukkig staat zijn speelgoedkasteel vlakbij en samen met het draakje rent Flip het kasteel in en haalt snel de brug op. Veilig! Denk hij...

De ridder is echter niet voor niets een ridder en zoekt tussen het speelgoed van Flip totdat hij het perfecte wapen heeft om de kasteelpoort open te krijgen... En dat  lijkt nog te gaan lukken ook! Maar Flip leest niet voor niks ridderboeken, samen met het draakje organiseert hij het perfecte verweer!

Dit verhaal is al eens eerder uitgegeven maar is nu geschikt gemaakt voor kinderen die wat meer moeite hebben met lezen. Ook zijn er andere afbeeldingen bij gemaakt waardoor het geheel veel moderner maar ook humoristischer is geworden dan het origineel. Het verhaal heeft kortere zinnen en het draakje is veel eenvoudiger maar een stuk aantrekkelijker weergegeven.

De andere drie verhalen zijn getiteld Grobbel, Het monster in de koelkast en Het monster van de blauwe planeet.


Grobbel is een monster die altijd honger heeft, maar omdat er geen voedsel te vinden is, eet hij stenen en die vallen natuurlijk vreselijk zwaar op zijn maag. Maar dan komt er een bus aanrijden met sappige mensen! Dat is lekker! Hij verzint een list om deze te pakken te krijgen... Hoe zal dat aflopen?


Het monster in de koelkast
heeft ook honger. Als Leo de koelkast opentrekt schrikt hij zich rot. Hij ziet hij het monster alles opeten! Het is een chagrijnig, onvriendelijk ding. Als alles op is, vertrekt hij weer Leo in verbijstering achterlatend. Een aardig maar vrij nietszeggend verhaaltje.


In Het monster van de blauwe planeet gaat Grobo van planeet Galabrazolus op zoek naar de monsters die op een verre planeet wonen, zijn opa is daar geweest en nu wil Grobo ook. Hij gaat op reis, langs zonnen en manen en eindelijk vindt hij het aardemonster. Gauw zet hij de vangstraal aan en even later zit het aardemonster in een kooi in zijn ruimteschip. Tot zijn verbazing is het aardemonster ontzettend boos!!
Een apart verhaaltje waar de rollen eens omgekeerd zijn. Het is vertelt vanuit het standpunt van Grobo en niet vanuit de jongen die opgepakt wordt. Dat levert een heel ander verhaal op!

Toch zijn de laatste drie verhalen minder leuk dan het verhaal over het draakje. Met name het einde van die verhalen is nogal sloom waardoor ze uit gaan als een nachtkaars. Dat is jammer want ook hier staan tot de verbeelding sprekende afbeeldingen bij.


Maanlichtdraak en Monsterschrik
bevat maar 10% tekst en 90% beeld! Hierdoor is het boek dus ook geschikt voor kinderen die wat meer moeite hebben met lezen. Daardoor is het toch de moeite van het aanschaffen waard.


ISBN 9789051168501 | Hardcover | 129 pagina's | De Vier Windstreken | oktober 2021
Nederlandse tekst: Django Mathijsen| Leeftijd 7+

© Dettie, 29 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Heer ridder Louis en de vreselijke vrouwe
Myles en Greg MacLeod

Fijn, we beginnen met een voorstelrondje. De lezer begrijpt onmiddellijk met wat voor soort boek hij of zij te maken krijgt: het zijn humoristische teksten en erg grappige stripachtige tekeningetjes.


De held van het verhaal is ridder Louis (spreek uit: ’Loe-wie’) en hij heeft een trouwe vriend: Rammelros de robothengst.
Met hun vrienden nemen zij het op tegen de streepjesridder, die een gestreept harnas draagt. Maar wie er eigenlijk in dat harnas zit? Niemand weet het.
Wat volgt zijn bijna 300 pagina’s vol knotsgekke situaties, waarin de strijd tussen ridder Louis en de gestreepte ridder uit de doeken wordt gedaan. Hoe dat afloopt?
Er komt een vervolg, dat laten de makers althans doorschemeren, maar ook al weet je dat, dan ken je nog de afloop niet. Zul je toch zelf moeten gaan lezen!


‘Raad eens wat er gebeurde? Of niet. Je kunt ook verder lezen en erachter komen.’


Er is een heus panel, dat het verhaal nogal eens onderbreekt om commentaar te leveren. Rammelros is dol op haiku’s, en Meneer Catalogus is eigenlijk een mevrouw, de eerste transgender in een verhaal voor jonge lezers.
De makers spreken zelf hun lezers ook toe, bijvoorbeeld met een stukje tekst om even de spanning te doorbreken:


‘Het zag er slecht uit voor heer ridder Louis. Heel slecht. Heel erg slecht. Heel veel slechter-dan-slecht.
Goed, even rustig ademhalen nu en probeer te ontspannen. Denk aan… zachte dingen, zoals donzige kussens of hoe de gladde leuning van de trap voelt onder je vingers. Of aan schattige dingen, zoals spinnende poesjes of zachte hondenbuiken.
(Dan staan er een paar schattige poesjes getekend)
Oké. Gaat het weer een beetje? Mooi. Dan gaan we weer terug naar de actie.’


Het verhaal zit vol zwart-wit tekeningetjes, soms heel klein, soms ook paginagroot. Er is magie in het spel, werkelijk niets is te gek, alles kan. Tegelijk lezen we over vriendschap, over volharding en over eh…aardappelen. Aardappelen? Ja, aardappelen…


‘Maar de aardappel kan heel machtig zijn in de juiste handen… of eigenlijk zou ik moeten zeggen, in de verkeerde handen. Er zit geen goede magie in aardappels. Het is allemaal nare magie, en dus is het ’t best om ze te koken en te stampen met een heleboel boter.'


Deze twee broers hebben een ongebreidelde fantasie. Het is totaal onvoorspelbaar welke kant hun verhaal op zal gaan, en zo sta je vaak voor verrassingen. Ineens is er een interview met de ridder, of er duikt een kooktijdschrift op. Ze gebruiken ook moderne elementen zoals een hologram, of computerspelletjes…
Dat ze er in slagen het verhaal redelijk goed af te ronden, dat is wel heel bijzonder!
De vertaalster Mariella Manfré zal er een hele kluif aan gehad hebben, maar ze heeft de humor van onder andere de woordgrapjes heel goed over weten te brengen: lees maar:


‘Heer ridder Louis is de dapperste ridder van alle landen. Dapperder dan Heer ridder Cas uit het moeras van Wasdiestank. Dapperder dan Heer ridder Barbara uit de bergen van Hoochendroogh. En zelfs dapperder dan Heer ridder Gijs uit de draslanden van Datutgiet.’


Grappig ook hoe de Vrouwe uit Noot een vrouwe in nood wordt!


De broers Myles en Greg McLeod zijn respectievelijk scriptschrijver/ auteur, en illustrator/ animator.
https://mylesmcleod.com


ISBN  9789048861477  | Hardcover | 304 pagina's | Uitgeverij Moon | oktober 2021
Vertaald door Mariella Manfré | Afmeting: 21,6 x 14,4 x 3 cm |  leeftijd 7+

© Marjo, 23 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER