Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

Jij & ik
en al het moois om ons heen

Een posterboek met 12 gedichten
illustraties Martijn van der Linden
samenstelling Riet Wille


In 1984 debuteert Wille met een bundel versjes met als titel Zuurtjes en zoetjes. Later combineert ze haar schrijverschap met een parttime als logopediste op een school voor kinderen met leermoeilijkheden. Ze schrijft tal van boeken voor beginnende lezers en kinderen met leesproblemen. Hiernaast schrijft ze ook liedteksten, prentenboeken, werkt mee aan tijdschriften voor kinderen en levert bijdragen voor verschillende taalmethodes. Ondertussen telt haar werk al meer dan 75 boeken en wordt ze regelmatig bekroond voor haar werk. Heel wat van haar gedichten zijn ook opgenomen in verzamelbundels. (Bron: Wikipedia)


Martijn van der Linden (1979) is een Nederlandse illustrator van kinderboeken. Zijn werk verschijnt in meer dan twaalf landen en won verschillende prijzen, waaronder in 2016 de Woutertje Pieterse prijs voor het boek dat hij maakte met schrijver Edward van de Vendel: Stem op de okapi. Het boek Tangramkat werd in 2017 bekroond met een gouden penseel en een zilveren griffel en werd gekozen tot een van de bestverzorgde boeken van 2016. (Bron: Website Martijn van der Linden)


Twee toppers dus die nu de handen ineen geslapen hebben en het resultaat kan dan ook niet anders dan verbluffend zijn.


Riet Wille, die zoveel met taal speelt en erg veelzijdig werk levert, is natuurlijk bij uitstek geschikt om een variëteit aan gedichten voor kinderen te verzamelen.
Ze heeft ook niet de minste dichters uitgekozen. In deze bloemlezing in posterboekvorm staan gedichten van Nederlandse en Vlaamse dichters, te weten: Ted van Lieshout, Hans en Monique Hagen, Iene Biemans, Riet Wille 2 x, Judith Herzberg, Sjoerd Kuyper, Gil vander Heyden, Leendert Witvliet 2x , Karel Eyckman en Geert de Kockere.

Persoonlijk vind ik het gedicht van Judith Herzberg erg leuk.


De eend

Een woerd
dat is een mannetjeseend
zijn vrouw
daar kan hij niet zonder
Soms wordt hij zo
door haar ontroerd
dan gaat hij
gauw kopje onder


Onderaan de poster waar we o.a. een stoere woerd met hoed voorbij zien wandelen, kunnen we lezen dat dit gedicht uit de bundel 'Dichter bij de dieren' komt (Gottmer 1991) Bij alle posters staat overigens de herkomst van het gedicht.


De posters (41,7 x 29,7 cm) waar de gedichten op zijn afgedrukt hebben stuk voor stuk hun eigen aantrekkingskracht. Er komen diverse figuurtjes meerdere keren op de prenten terug, zoals de grote lezende krokodil. De ene keer leest hij in zijn hangmat onder de bloeiende kersenboom, de andere keer treffen we hem - al lezend - dobberend op een luchtbed in het water aan, de volgende keer zien we hem met fraaie muts en das in een winters landschap met zijn boek op ooghoogte geplant in een sneeuwbergje. Erg fraai, leuk en apart.


Ook mooi zijn de twee wasbeerachtige diertjes die in en aan het water te zien zijn. Deze figuurtjes openen en sluiten dit boek.  Op de eerste prent roeit de een en leest de ander, op de laatste prent kijken ze gebroederlijk naar de prachtige horizon (zie cover van het boek).


Je kunt het boek met de 12 prenten eventueel gebruiken als kalender, elke maand een nieuwe prent. Maar de posters zijn ook erg geschikt om op te hangen in een peuterspeelzaal of peuterklas of in de gangen van een kinderziekenhuis ofwel, kort gezegd, overal waar kinderen zijn zullen ze zeker gewaardeerd worden.


ISBN 9789059089655 | Paperback | 12 pagina's | Nur code 290, 223 | Standaard uitgeverij | januari 2019
Afmeting 41,7 x 29,7| Leeftijd tot 12 jaar

© Dettie, 22 februari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kringloopwinkel Hebbus
Het raadsel rond mevrouw Parel
Joke Eikenaar


"Het wordt een serie onder de titel ‘Hebbus’. Hoeveel boeken het gaat tellen weet ik niet. Ik heb in ieder geval nu al stof voor vijf boeken," vertelt Joke Eikenaar in een interview dat te lezen is in De Stentor van 19 november 2018. En dat is erg prettig nieuws want dit eerste deel smaakt naar meer.


Hoofdrolspelers in dit boek zijn Fay en Joppe. Zij zijn dikke vrienden en hebben geen geheimen voor elkaar, hoewel... Fay woont met haar ouders en broer in de Kringloopwinkel Hebbus. Dankzij oom Sylvain, de broer van Fay's vader, zijn de ouders van Fay namelijk al hun geld kwijtgeraakt waardoor ze geen huis meer hebben. Maar niemand mag dat weten, ook Joppe niet, want het is verboden in een winkel te wonen. Voor Fay is het best moeilijk om niets te verraden maar tot nu toe lukt het goed.


Joppe en Fay vinden het heerlijk in de winkel, er staat zoveel, er is altijd wel iets te vinden om mee te spelen. Inmiddels zijn er ook een stel vaste klanten die graag komen snuffelen tussen de weggegeven spullen. Fay en Joppe hebben die mensen een bijnaam gegeven, zoals mevrouw De Knot of de aardige oude mevrouw Parel. Deze laatste vertelt vreemd genoeg op een middag dat het háár meubels zijn die in de winkel staan. Natuurlijk kan dat niet volgens Fay's ouders. Maar mevrouw Parel is er van overtuigd dat het toch echt háár tafel en háár bureau is die ze ziet staan.


Joppe en Fay vinden het allemaal maar vreemd en het wordt nog gekker als er steeds meer spullen naar de winkel gebracht worden die volgens mevrouw Parel uit haar huis komen. Joppe ontdekt daarna dat deze dingen afgeleverd worden door een man die er heel armoedig uitziet maar wel in een splinternieuwe auto rondrijdt... reden genoeg voor de kinderen om argwaan te krijgen. Er klopt iets niet!  Maar verzint mevrouw Parel niet zomaar wat? Want ze beweert nog veel meer dingen, die volgens haar omgeving helemaal niet waar zijn...
De kinderen willen nu ook wel eens weten hoe het zit! Ze zullen en moeten uitzoeken wat er aan de hand is en daarmee begint hun spannende speurwerk.


Joke Eikenaar heeft met dit eerste Hebbus-deel een heerlijk, fantasierijk en ook aandoenlijk avontuur geschreven waarbij de sociale factor niet vergeten wordt. De kringloopwinkel is natuurlijk een bron van inspiratie, elke meubelstuk of elk voorwerp heeft wel een verhaal. Ook is zo'n winkel handig voor de kinderen om attributen te vinden voor hun onderzoek.  Er wordt erg respectvol en liefdevol met de verstrooide mevrouw Parel omgegaan maar daarnaast is het verhaal ook zo nu en dan echt grappig dankzij de ontwapenende opmerkingen van de twee kinderen. Hun logica is heerlijk.
Er komen veel thema's aan de orde, gelukkig niet teveel, die de ene keer serieus en de andere keer heel grappig zijn.
Kortom, een gezellig, opgewekt en enerverend verhaal!


ISBN 9789051166811 | Hardcover met zwart-wit afbeeldingen | 112 pagina's | Uitgeverij De Vier Windstreken | september 2018 | Leeftijd 8+

© Dettie, 17 februari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De jongen die met draken leefde
Deel 2 van een trilogie
Andy Shepherd


In het eerste deel van de trilogie over Tomas, de jongen die een drakenfruitboom ontdekt in de tuin van zijn grootvader, hebben we kunnen lezen hoe niet alleen hij zelf, maar ook zijn vrienden, Kai en Kat, de tweeling, en Ted aan een draakje kwamen. In dit tweede deel brengen ze al hun vrije tijd door met de diertjes.


De draakjes spuwen niet alleen vuur, ze kunnen ook nog andere dingen. En daar komt een probleem op de hoek kijken: hoe kunnen ze hun toch wel aparte huisdieren zo trainen dat ze zich gedragen?
Een extra probleem is het als hun grote vijand, Liam, ook een geheim blijkt te hebben. Dat begint met de wedstrijd om wie de grootste zonnebloem kweekt.


Naast deze kinderen speelt ook het kleine zusje van Tomas een grote rol. Lolli is nog te klein om hun geheim te verklappen, maar ze praat wel steeds duidelijker. En haar negeren is er niet bij!
Ook de opa is een belangrijke rol toegedicht. Tomas helpt hem vaak in zijn moestuin, waar hij immers ook de drakenfruitboom vond. De boom staat er maar zielig bij, en Tomas wil weten wat hij daar aan kan doen. Maar hij kan opa niet om hulp vragen zonder te vertellen wat het geheim van de boom is. Ook niet als hij merkt dat opa lijkt te weten dat er iets aan de hand is.


Opa vindt duidelijk dat hij Tomas in zijn waarde moet laten. Het komt wel een keer. En anders niet. Als Tomas steeds overhoop ligt met de buurman, zegt opa tegen hem dat hij niet meteen moet veroordelen. En Tomas moeder vertelt hem dat hij toen hij nog kleuter was, zo dik bevriend was met Liam!
Aan alle kanten wordt de jonge lezer duidelijk gemaakt dat je niet zo snel met je mening klaar moet staan. 


En er is de milieukwestie: opa werkt alleen met natuurproducten in zijn tuin. Daarom gaat Tomas zo vaak helpen: al die schadelijke insecten moeten met de hand verwijderd worden! Dat wordt op een leuke manier gebracht, zodat je je er niet aan stoort, maar het is duidelijk dat Andy Shepherd net iets meer wil dan alleen een leuk verhaaltje vertellen. Dat doet zij overigens wel heel goed. Veel humor zit er in, en gebeuren de gekste dingen met die draakjes!


Het boek is prachtig vormgegeven met naast de passende zwart-wit tekeningen een duidelijk bladspiegel. De taal past prima bij de doelgroep. De hoofdstukken zijn wel wat aan de lange kant, maar het is wel een verhaal waar je in wil blijven doorlezen. Het is geen probleem als je deel een niet gelezen hebt.
Andy Shepherd, van oorsprong lerares schreef haar debuut De jongen die draken kweekte. Dat boek  was onmiddellijk een succes. De rechten zijn ook al verkocht voor een Britse televisieserie. www.andyshepherdwriter.co.uk


In dit boek worden erg grappige tekeningen gemaakt door Sara Ogilvie. Zij studeerde in Schotland af aan de kunstacademie. Vanaf het begin van haar carrière ontving ze belangrijke prijzen, en ze kreeg zelfs de opdracht om een kunstwerk te maken voor Nelson Mandela en de Engelse koningin.


ISBN 9789047710745 | Hardcover | 128 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | oktober 2018
Leeftijd vanaf 8 jaar| Vertaald uit het Engels door Jesse Goossens
Geïllustreerd door Sara Ogilvie

© Marjo, 20 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

vspace=De familie Snuffel
Theekophuisje deel 1
Tekeningen: Pippa Curnick
Tekst: Hayley Scott


Alleen de omslag al doet je smelten! Zo schattig, de familie Snuffel in hun mooie huisje!


Als het verhaal begint, lees je dat het konijnenpoppetjes zijn, die bij het cadeau horen dat Steffie krijgt van haar oma. Steffie is namelijk een beetje boos, omdat zij en haar moeder gaan verhuizen. Dichterbij haar vader dat wel, maar wat is er mis met hun appartement daar boven in de Toren, midden in de stad? Vanaf de achttiende verdieping kan ze heerlijk uitkijken over de stad en naar de stromende regen! Maar Steffie is een kind en een kind heeft niets te zeggen. Ze kijkt het gedoe allemaal aan: moeder die inpakt en op lijsten van alles af streept, verhuizers die alles meenemen, en dan kijkt ze snel weer naar buiten waar de wolken van vorm veranderen: ze ziet een rijtje pluizige poesjes voorbij drijven.
Als oma Blauw een cadeau komt brengen, is ze natuurlijk wel weer blij.


‘In de doos zit een heel mooi theekopje dat veel te groot is om thee uit te drinken. Er zit een platte ronde deksel op, gemaakt van heel veel blauwe dakpannetjes, die precies op de rand van het kopje past.’


Het is een echt huisje van binnen, met kamertjes, en oma heeft ook een doos met meubeltjes. En er zit een schoteltje bij, dat eigenlijk een tuin is. Boven de deur staat ‘Familie Snuffel’.
Oma geeft haar ook nog vier kleine pakjes, waar papa, mama en twee kinderen Snuffel zitten.


Het cadeau verzacht de pijn van het verhuizen een beetje, maar wat Steffie niet weet is dat er iets aan de hand is met de familie Snuffel! Als er geen mensen in de buurt zijn, komen ze namelijk tot leven!


In dit eerste boek van een - hoop ik - lange serie valt papa Snuffel uit het zakje waar hij in zit, omdat Steffie het koordje niet goed heeft aangetrokken. Ze merkt het niet, ze is toch weer een beetje verdrietig geworden toen ze bij het nieuwe huis kwamen. En ze ziet pas als ze op haar nieuwe kamer alles uitpakt om het theekophuisje in te richten: papa Snuffel is weg! Terwijl Papa Snuffel akelige avonturen beleeft, gaat niet alleen Mama met Steffie op zoek in de tuin, ook konijntje Sally onderneemt een voor haar gevaarlijke tocht op zoek naar haar vader.
Het zit er dik in dat Steffie weldra zal merken wat ze in huis heeft, en ze zal vast veel plezier hebben van haar vier nieuwe vriendjes!


Het verhaal is natuurlijk leuk, en speelgoedkonijntjes die echt leven, dat belooft wat voor verdere avonturen, maar het is toch vooral de vormgeving die er voor zorgt dat dit boek puur kijk- en leesplezier biedt. Prachtige kleurrijke illustraties op iedere pagina, helemaal in de sfeer van het verhaal. In het begin is Steffie somber en verdrietig, en dan regent het en zijn de pagina’s niet echt gekleurd. Oma Blauw wordt weergegeven met de kleur ijsblauw, dat ondanks de naam een zachte kleur is die goed bij oma past. In de tuin van het nieuwe huis zijn heel veel dieren, bloemen en paddenstoelen getekend. Het theekophuisje is natuurlijk ook heel mooi, met heel veel leuke spulletjes, maar dan: de familie Snuffel! Die heb je op de omslag al gezien en het zijn echt grappig getekende konijntjes, met sprekende ogen en bekjes (of zijn het in dit geval toch mondjes?).


Als je dit boek voorleest kun je samen genieten van al die kleuren en tekeningen, en kun je mee stuiteren met Sally. Erg leuk!


Hayley Scott was als kind al bezig met minimeubeltjes voor kleine huisjes, en eigenlijk kon het niet anders zijn: haar debuut gaat over zo’n huisje.
Pippa Curnick is behalve illustrator en ontwerper ook dol op konijnen.


ISBN 9789000363636  | hardcover | 128 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | oktober 2018
Leeftijd vanaf 8 jaar| Vertaald ui het Engels door Ada Duker en Henrieke Herber
Geïllustreerd door Pippa Curnick  http://www.pippacurnick.com

© Marjo, 13 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Daans wereld
Deel 1: Pas op: bevat grappen
Jonathan Meres


De twaalfjarige Daan is net verhuisd. Nou ja, dat is al weer ruim drie maanden geleden, maar hij kan er maar niet aan wennen dat ze nu in een klein en gehorig huis wonen, dat ook nog eens een stuk bij zijn vriend vandaan is. Hoewel hij daar ook wel voordelen in ziet: Daan fietst graag en als hij naar zijn vriend gaat kan hij op de fiets door het winkelcentrum heen racen naar Mike. De bom barst als zijn jongere broertjes Bas en Luuk voorgetrokken worden omdat ze maar niet kunnen wennen! En hij dan? Zijn ouders denken zeker dat hij omdat hij twaalf is het allemaal best vindt.


Dan is er een raar meisje dat af en toe (dankzij gescheiden ouders) zijn buurmeisje is. Zij filmt bij toeval een ongeluk met de fiets. Het is de fiets van Daan, maar Mike zit erop, en het is op aansporen van Bas dat het gebeurt. Maar het brengt Daan in de problemen. In de garage die bij het nieuwe huis hoort staat - eh, stond - een servies dat ooit van de moeder van mam was. Mike vliegt er tegen aan met de fiets, alles aan diggelen. Als de vader van Mike geld geeft aan Daan, als vergoeding, rijpt er een plannetje. Daan wil namelijk heel graag meedoen aan het kampioenschap mountainbiken, maar dat wil hij eerst een andere fiets.
En nu heeft hij ineens geld in zijn handen!


‘Daan kon haast niet geloven wat hij had gedaan. Maar hij kon nu niet meer terug. Hij had het besloten. Hij leende het geld. De hele honderd euro. En hij bedacht dat als hij al terug kon, hij waarschijnlijk toch in de problemen zou komen, dus hij kon het net zo goed uitgeven.’


Een typisch geval van goedpraten. Daar is Daan erg goed in, in zichzelf een rad voor ogen draaien.
Daan komt over als een erg verongelijkt joch, hij moppert nogal. Dat dat komt door de verhuizing is duidelijk, hij heeft het beter gehad dan het nu is, en een stap terug zetten vindt niemand leuk. Maar dat geldt net zo goed voor zijn ouders en broertjes, en dat wil hij niet zien. Dat hij in de problemen komt, door het kapotte servies, en het vervelende buurmeisje, ligt toch echt aan de jongen zelf. Maar: waarschijnlijk is dit gedrag voor veel lezers herkenbaar. We zijn nu eenmaal niet allemaal heilige boontjes…


De humor is een beetje flauw, zoals dat verhaal over het schapen-die-over-het-hek springen tellen om in slaap te komen. Hij had het hek te hoog gemaakt, geen schaap kon er overheen zodat er tenslotte een grote kudde schapen voor dat hek stond, waarbij het slot van het liedje is dat hij helemaal niet slaapt. Nou ja, wel leuk, maar daar ligt geen lezer van in een deuk. Dat het soms wel grappig is, zit ‘m eigenlijk meer in het feit dat Daan meestal letterlijk neemt wat er tegen hem gezegd wordt. Bijvoorbeeld bij iets als ’laat ik niet zien dat je het weer doet’ en dat hij helemaal niet in de gaten heeft dat iemand boos is op hem. Ook het feit dat hij zichzelf behoorlijk op kan fokken, werkt wel eens grappig maar is in wezen een minder fraaie karaktereigenschap, hij vindt zichzelf erg zielig.
Helaas zijn sommige van die typisch Engelse grappen in het Nederlands niet leuk. En de namen van de hoofdpersonen zijn vertaald, waarom was dat nodig?


Het boek wordt aangeprezen als voor liefhebbers van ‘leven van een loser’. Inderdaad vertonen de karakters gelijke Calimero-achtige eigenschappen. Maar - gelukkig - is dit een boek met meer tekst! Het is geschikt voor kinderen de moeite hebben met lezen. De bladspiegel is zeer ruim, het lettertype vrij groot, en er zijn veel tekeningetjes, die bij het verhaal passen.


Jonathan "Johnny" Meres (1958) is acteur en schrijver van kinder- en jeugdboeken. Daans Wereld is intussen al een omvangrijke en succesvolle serie in Engeland. Dit eerste deel stamt uit 2011.


ISBN 9789492899125 | Paperback | 304 pagina's | Condor | juni 2018 | Vanaf 9 jaar.
Vertaald uit het Engels door Toos IJdema

© Marjo, 31 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Voor hete vuren
Folkert Oldersma


En daar is dan het tweede verhaal rond de twee vrienden Britt en Boris.


In het kleine dorp waar zij wonen gebeurt iets akeligs: de supermarkt wordt overvallen! Eigenaresse Annie is helemaal van streek. En als je dan weet dat de winkel toch al geen vetpot is - wie dat kan gaat in de stad met zijn auto boodschappen halen – dan rijst de onzekerheid: zal Annie haar winkel wel open houden?


Boris is ook geïnteresseerd, al is het om andere redenen. Hij heeft sinds een tijdje een vlog, en een eigen YouTubekanaal, waar hij actuele filmpjes op wil plaatsen. Omdat zijn concurrent, Anton, het liefst sensatiefilmpjes op zijn kanaal zet, filmt Boris nu meer achtergrondverhaaltjes, of hij laat zien hoe dingen werken. Bij de winkel van Annie krijgen ze alle twee op hun donder van de plaatselijke agent, ze staan in de weg.


Intussen is Britt naar haar werk. Jazeker: ze heeft een baantje. Omdat de thuissituatie niet zo prettig is met haar stiefvader en stiefbroer, vindt ze het fijn de deur uit te zijn, en een zakcentje is nooit weg. Ze helpt Bert met zijn boten. Hij is al op leeftijd, doet alles in z’n eentje. En zijn hond Knut, een grote wolfshond, houdt ongewenste indringers op afstand. Maar deze keer niet: Knut komt Britt niet tegemoet zoals altijd, en ze kan Bert niet vinden. Bovendien ziet ze dat alle boten die ze die ochtend samen uit het water hebben getrokken weer in het water liggen! Ze hoort Knut blaffen, maar waar is hij dan? En waar is Bert?


Britt en Boris gaan op onderzoek uit. Ze constateren dat er een boot weg is en het kantoortje van Bert overhoop gehaald is, én ze vinden een blauwe plastic ton met stinkend spul. Dan vindt Boris een mobieltje. Als iemand daarop belt en Boris opneemt, begint er een hachelijk avontuur. Ze willen de politie wel inschakelen, maar agent Brouwer wil niet luisteren:


‘Brouwer stond op, liep naar het raam en keek naar buiten. Hij draaide zich om naar Britt, knikte peinzend en vroeg toen:
‘En jullie weten zeker dat jullie dat niet zelf hebben gedaan?’
’En het dan bij u aangeven zeker?!’ reageerde Britt verontwaardigd.
‘Omdat jullie dat grappig vinden. Omdat jullie vakantie hebben en jullie je vervelen.’
‘(-)
‘Ga een ander lastigvallen, niet mij, en neem dat vriendje van je alsjeblieft mee.’


Als Agent Brouwer niet wil helpen, dan lossen ze het zelf wel op, vinden Britt en Boris. Dat blijkt echter gevaarlijk, want – misschien snapte je het al wel: het gaat om drugs. En er speelt nog meer!


Britt en Boris vertellen om en om, en net als in ‘Werk aan de winkel’ gebeurt er heel veel, het is een boek volop actie. Britt en Boris zijn moedige ondernemende kinderen en dat werkt altijd in een verhaal.


Folkert Oldersma (1951, Leeuwarden) was leerkracht in het basisonderwijs en in het hoger beroepsonderwijs. Hij schreef altijd al, in zijn hoofd eerst en later non-fictie voor het onderwijs Ook schreef hij scenario’s voor tv en het theater.
En de laatste jaren richt hij zich op jonge kinderen, en Young Adults.


ISBN 9789044832884  | Hardcover | 365 pagina's | Clavis  | oktober 2018| Vanaf 8 jaar.
Tekeningen van Frodo de Decker

© Marjo, 4 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Op drift
Reinhilde Van Driel


De verteller, Elly (11 jaar), woont met haar ouders, broer Bill (17) en kleine broertje Ronny (2) in een huis aan de Eindelooslaan in Zaligkerke, een klein stadje aan zee. Niets bijzonders zal je denken maar dat is het wel. Het huis van Elly ligt namelijk bovenop een klif. Bovenop de klif hebben ze een prachtig uitzicht over de oceaan. Bij het huis ligt een groot grasveld dat 'van niemand en iedereen' is.


Behalve het gezin woont ook tante Cora in het huis en wel op de tweede verdieping. Haar man, nonkel Finn, was visser en is op een dag niet meer teruggekeerd naar huis. 'Hij is op zee gebleven', zoals ze dat zo mooi zeggen. Sindsdien woont tante Cora in bij haar schoonfamilie en staart ze naar buiten, wachtend op haar man. Ze lijkt een beetje saai en somber, maar deze tante zal nog voor veel verrassingen en hilarische momenten zorgen...


Elly vindt het heerlijk in en om hun huis, ze voelt zich daar vrij. Maar nu is er een projectontwikkelaar, meneer Slok, die naast hun huis een heel groot hotel met onder andere een zwemparadijs en schoonheidsinstituut wil bouwen. Papa Alfred is er zwaar op tegen. 'Het zwemparadijs is daar!' roept hij dan en wijst naar de zee. Maar de bouwwerkzaamheden gaan toch door, er wordt héél veel getimmerd, geboord en gehakt. En op een dag gebeurt het...


"Plots horen we een gekraak en een luid onbestemd geluid alsof het aan het donderen en bliksemen is. Door het raam zien we een stralend blauwe lucht. Dan voelen we de aarde beven en lijkt het alsof ons huis een verdieping naar beneden zakt."


Het lijkt niet alleen zo, het IS zo. Dankzij de werkzaamheden is een stuk van de klif losgetrild en nu staat het huis met een stuk grasveld op een rots in zee, ongeveer drie meter hoger dan het water...
Heel Zaligkerke is natuurlijk in rep en roer, meneer Slok en zelfs de burgemeester staan aan de rand van de resterende klif en willen het gezin redden, de verkeerspolitie zal ze ophalen. Maar papa weigert, zijn huis verlaten? Dat nooit!  De volgende dag heeft hij spijt als haren op zijn hoofd (als hij die had, maar papa is kaal) want als ze wakker worden drijven ze midden op zee. Hun huis is op drift!


Gelukkig is het paasvakantie en de familie is nogal laconiek. Papa was kapitein en Bill kan ook wel het een en ander. Eigenlijk vinden ze het allemaal wel een leuk avontuur zo in hun eigen huis, dobberend op zee. Zelfs tante bloeit helemaal op! Het wordt een bijzondere reis die ze hun hele leven niet meer zullen vergeten...
Maar de vraag is en blijft, worden ze ontdekt en komen zo ooit nog terug in Zaligkerke?


Het is een heerlijk, vlotgeschreven verhaal. Dat blijkt wel uit het feit dat ik, zoals altijd even de eerste regels van het boek begon lezen maar uiteindelijk las ik door tot het boek uit was. Je wil gewoon weten hoe het verder gaat met dit leuke gezin nu ze op zee ronddwalen.
Het is ook prettig dat Elly het verhaal verteld, ze heeft het spontane van een kind waardoor het gebeurde geen drama wordt maar een avontuur, alles is interessant, alles is nieuw, alles is anders, maar wel léuk anders!
Tante Cora is een hoofdstuk apart, ze mag wel bij mij komen wonen, ze zit vol aparte ideeën en invallen waardoor ze menigmaal de familie uit een moeilijke situatie weet te redden.
Wat mij betreft mogen er nog wel meer boeken verschijnen rond Elly en het aparte, gezellige gezin...


Reinhilde Van Driel
is actrice. Haar hart is echter altijd uitgegaan naar jeugdtheater. Ze speelde onder meer bij De Kopergieterij, Het Gevolg, Theater Artemis en Kollektief D&A. Voor dit laatste gezelschap schrijft ze theaterteksten. Op drift is ook een theatervoorstelling.


ISBN 9789059088474 | Hardcover | 86 pagina's | Uitgeverij Davidsfonds/Infodok | maart 2017
Met illustraties van Harmen van Straaten | Leeftijd 8+

© Dettie, 19 februari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De bromvliegzwaan
en andere verhalen over onze taal
Arend van Dam


Het is best verrassend als een schrijver die je kent van boeken over geschiedenis met een boek over taal komt. Maar: ook taal heeft een geschiedenis, en dat lees je dan ook in dit boek. Want hoe is onze taal ontstaan? En in hoeverre hebben andere talen invloed gehad op het Nederlands, en het Nederlands op andere talen?


Het boek opent met een woordje tegen de lezer, uitgesproken door het boek! Het legt uit waar je eigenlijk naar zit te kijken: een aantal pagina’s die ingebonden zijn en een ‘kneep’ hebben, met een schutblad, en een boekomslag. Ook wordt uitgelegd wat een colofon is, en wat er bedoeld wordt met een Franse titelpagina. Wat is een ISBN-nummer, en in welke lettertypes is het boek gedrukt. Dan nog een voorwoord en een inhoudsopgave en we kunnen beginnen.


Maar eerst: wat is taal eigenlijk? Hoe is het ontstaan?
Best saai, denk je dan. Maar dan ken je Arend van Dam nog niet. Die weet de saaiste verhalen smeuïg te maken!


‘Hoe gingen de eerste mensen met elkaar om?
Natuurlijk hadden ze gebaren: schouders ophalen, nukkig kijken, iets aanwijzen. Je schouders haal je op als je iets niet weet. Nukkig kijken doe je bijvoorbeeld als je geen zin hebt om in een boom te klimmen. Waarom staan je ouders toch de hele tijd naar de bosrand te wijzen? O, wacht, daar komt een troepje hongerige jachtluipaarden aan.‘


Na zo’n tekst ben je verkocht, en wil je meer lezen!


Er staan lijstjes in van woorden als de schrijver ergens een voorbeeld van wil geven. En er zijn leuke tekeningen van Anne Stalinski, in zwart en geel, soms paginagroot. Ook zijn er kadertjes met aparte informatie.


Arend van Dam vertelt over woorden uit een andere taal die in onze taal heel gewoon zijn. Wist je dat woorden als ‘piekeren’ en ‘dat is jouw pakkie-an’, uit het Indonesisch komen? En dat er in het Engels woorden zijn die veel op onze woorden lijken, zoals waffle, cookie en Yankee? Yankee? Jawel: dat is eigenlijk de naam Jan-Kees. En Coney Island, dat is gewoon Konijneneiland!


Er wordt verteld over Santa Claus – de enige onechte Sinterklaas; over wat een onomatopee is, en over het Zuid-Afrikaans.
Wie was die meneer van Dale van de Dikke van Dale? Wat is de toekomst van onze taal? En nog veel, veel meer...
En, hoe komt dit boek eigenlijk aan die rare titel?


Dit alles kun je lezen in dit erg leerzame, maar vooral grappige boek! Tussendoor staan er ook nog verhalen, en zelfs een strip.


Arend van Dam debuteerde 1989 met het Pietenboek. Sindsdien heeft hij veel leerzame, maar ook spannende kinderboeken geschreven.
In 2018 verscheen het met de Archeon Thea Beckmanprijs bekroonde De reis van Syntax Bosselman.

Dit boek verdient ook een prijs!


ISBN 9789000358229 | Hardcover |168 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | november 2018 | Leeftijd vanaf 8 jaar
Geïllustreerd door Anne Stalinski

© Marjo, 25 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alles Kids
Verhalen om verder te vertellen
Kristel Verbeke


Dit boek bevat tien verhalen over kinderen die iets moeilijks doormaken in hun leven.


Maurice moet afscheid nemen van een dierbare, in dit geval een konijn, maar dat is natuurlijk niet minder verdrietig. Als het verhaal uit is, staan er stukjes tekst die een kind kunnen laten nadenken over wat hen verdriet doet of heeft gedaan, en hoe ze daar mee om kunnen gaan.


‘Het is niet makkelijk om slecht nieuws te brengen. Ook iemand troosten die net slecht nieuws heeft gekregen, is best lastig. Het gaat er niet om dat je de juiste woorden kunt vinden, maar vooral dat je er bent voor de ander op het moment dat hij of zij je het hardst nodig heeft.’


Natuurlijk is dit een cliché, maar die zijn nog niet minder waar! Het goede is dat na deze tekst een paar vragen gesteld worden die een kind kunnen laten nadenken. ‘heb jij wel eens slecht nieuws gekregen of moeten vertellen?’ Zo wordt het persoonlijk gemaakt. Dat werkt waarschijnlijk een stuk beter. En daarna kun je lezen over afscheid nemen zoals dat bij verschillende tradities gebeurt.


De tien verhalen spreken een jonge lezer zeker aan, ze zijn levensecht, herkenbaar en behalve dat er iets moeilijks besproken wordt is er altijd een positieve draai. Met de tekstjes en de vragen die er bij staan maakt Kristel Verbeke onderwerpen bespreekbaar als hoe het moet zijn om bij pleegouders te wonen terwijl je eigen ouders gewoon doorgaan met hun leven. Simon en Michael hebben het echt wel naar hun zin bij hun pleegvaders, maar ze willen zo graag meer contact met hun echte ouders. 
Of hoe je de zoveelste verhuizing moet verwerken als je een vluchteling bent, die door overkoepelende instanties doorgestuurd wordt naar een andere opvanglocatie. Aygun raakt opnieuw haar vriendinnen kwijt.


Angst, verlies, verdriet, of het nu rondom een overlijden of een scheiding is, het is en blijft moeilijk om er mee om te gaan. En wat als je ouder zo ziek is dat je als kind een deel van de huishouding over moet nemen? Of als je gepest wordt? Als je anders bent dan andere kinderen? Of wat als je dromen in duigen vallen? En plankenkoorts is ook iets wat absoluut niet leuk is!


De verhalen spelen zich af in die ene straat, de Hollebolleweg. In die straat loopt de kat Wifi rond, die een verbindende factor vormt. Niet dat die nodig was, maar het geeft een speels tintje aan een boek dat over problemen gaat. En een kat aaien geeft troost, zeker weten.


De kinderen van de Hollebolleweg vinden allemaal een oplossing voor hun problemen, en in het boek staan niet alleen tips hoe je met je eigen problemen om kunt gaan, je vindt er ook adressen, voor als je er hulp bij wil.
Achterin staat een vragenlijst, die je kunt invullen met informatie over jezelf. Het is dan ook een soort zelfhulpboek voor kinderen.
Kristel zegt dan:


‘Met elkaar praten is niet echt makkelijk. Niet iedereen heeft er tijd voor. Niet iedereen heeft evenveel zin om te delen wat hij denkt of voelt. En toch is net dat praten dat mij op moeilijke momenten altijd een duwtje in de rug gaf.’


Een wijze les, niet alleen voor als je problemen hebt.


Kristel Verbeke is zangeres en manager van een meidengroep. De afgelopen jaren heeft ze zich verdiept in kinderrechten en het kinderarmoedefonds.
Dit is haar eerste kinderboek, dat ook nog aantrekkelijk vormgegeven is, in een fijne kleur, met een ruime bladspiegel en verhalen in behapbare hoofdstukken.


ISBN 9789492958136  | hardcover | 224 pagina's | Uitgeverij Horizon | oktober 2018 | Leeftijd vanaf 8 jaar
Illustraties van Liesbeth Haesevoets

© Marjo, 16 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De beer naar Wammerswald
illustraties: Tom Schoonooghe
tekst: Stefan Boonen


Jakob Vandoorslaepers baalt en niet zo'n klein beetje ook. Hij is net door de twee dames van het schoolbusje voor zijn nieuwe school in de Dosstraat afgezet. Het is zijn negende nieuwe school... Zoals het altijd gaat, komt er een stoere bink op hem af die hem even laat zien dat hij de baas is. Jakob laat het gelaten over zich heen komen, dat is het beste heeft hij na al die keren wel geleerd. Maar net als hij de moed bij elkaar geraapt heeft om richting het schoolgebouw te lopen, hoort hij een stem die onder andere tegen hem zegt:


'Weet je, er zijn kinderen die beter leren als ze niet op school zijn.'
'Als ze niet op school zijn?' vroeg Jakob aarzelend.
De man knikte. 'Goede vraag', zei hij. 'Hoe dan, wat dan, waar dan? Heb je verstand van beren jongen?'
'Beren? Nee ik...'
'Mooi, dan kan je vandaag echt iets ontdekken.' De man stak zijn hand uit. 'Welkom bij de firma Tweeboom.'


Hiermee begint Deel 1 van het bijzonder verhaal over Jakob, directeur Salto, opzichter Kiergiez en de diverse gevalletjes die de firma Tweeboom moet oplossen...

Directeur Salto, hij is de man die Jakob aansprak, neemt Jakob mee naar zijn kantoor. Jakob zelf is stomverbaasd over zichzelf dat hij dat doet! Hij moet naar school, hij krijgt vast straf... maar de man met zijn zwarte punkhaar, beringde vingers en knalrode T-shirt fascineert hem. Maar waarom?

Jakob hief zijn handen. 'Ik snap er niets van', zei hij aarzelend. 'Wat voor firma is Tweeboom eigenlijk?'
Salto wachtte twee seconden voor hij antwoordde. 'We zorgen voor dieren én we verzamelen verhalen.'


En daar moet Jakob het mee doen. Hij krijgt 'bedrijfskleding' aan en een zak koekjes in zijn handen geduwd. Ze gaan op pad. Er is een gevalletje onrust gemeld.
Er loopt namelijk een beer rond in een tuin... ontsnapt uit de Zoo, hij was zijn kleine verblijf zat. Jakob en directeur Salto halen het dier daar weg. Salto neemt hem gewoon mee naar zijn huis dat op het dak van een groot flatgebouw ligt. 's Avonds vraagt Jakobs vader hoe de eerste schooldag was. 'Oh goed' antwoord Jakob...


Maar het blijft niet bij die ene dag. Er volgt nog een geval van weemoed die opgelost moet worden en een flink geval van overmoed evenals een geval wildheid. Het gevalletje kooizucht weten ze ook vlot te verhelpen. Maar de beer is nog steeds bij Salto, de Zoo wil hem niet terug! Wat nu? De kleine, spichtige, kale Meneer Kiergiez, met zijn neus voor moeilijkheden, is de opzichter van het flatgebouw en zorgt voor problemen... De beer moet weg, en wel nu!


En daar komt het ons bekende Wammerswald om de hoek kijken, want daar komt de beer vandaan... (Het is misschien zelfs wel de beer die de boswachter uit Wammerswald weg wilde hebben! De beer die bevriend was met Vindeling!) Salto en Jakob besluiten de beer terug te brengen, dan is hij weer vrij. Jakob zal het alleen moeten doen. En zo gaan we in deel twee van het boek, met Jakob mee op reis en ontmoeten we de meest bijzonder mensen en dieren.


Directeur Salto krijgt gelijk, er zijn kinderen die beter leren als ze niet op school zijn...


Zoals vaak in zijn boeken is de hoofdpersoon een kind dat vrij weinig liefde krijgt. Ze zijn niet zielig maar wel eenzaam. Zo is dat ook het geval bij Jakob, zijn omgeving, zijn ouders, houden weinig rekening met de gevolgen van hun gedrag en zo komt het dat Jakob steeds van school moet wisselen en zich maar wéér moet aanpassen.  Gelukkig zijn de kinderen in de boeken van Stefan Boonen sterk en ondernemend genoeg om het heft in eigen handen te nemen, en dat levert elke keer prachtige verhalen op en dat ook nog in de mooie, fantasierijke, karakteristieke taal van deze schrijver. Stefan Boonen verstaat namelijk de kunst om te spelen met de taal waardoor zijn verhalen nóg levendiger en beeldender worden.
Ook bij dit boek is het, mede dankzij de sfeervolle illustraties, in alle opzichten weer genieten geblazen. Gewoon lezen!


ISBN 9789461318664 | Hardcover met gekleurde illustraties| 133 pagina's | Van Halewyck | juli 2018
Leeftijd 8+

© Dettie, 2 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dog Man gaat los!
Dav Pilkey


Heel veel jonge fans zijn dolblij: nog meer Dog Man! Zij hebben de korte uitleg over de geboorte van Dog Man helemaal niet nodig, maar de manier waarop die herhaling vormgegeven is, is weer een strip op zich, dus toch leuk! Ook wordt nog een keertje uitgelegd hoe de Omsla-no-scoop werkt, waarvan er weer verschillende in dit boek verwerkt zijn.


Als het verhaal begint, is er een vergadering op het politiebureau: de baas is jarig, tijd voor een feestje! Dog Man krijgt de opdracht een vis te kopen. Als je er van op de hoogte bent dat Dog Man wel reuze slim is, maar niet kan praten, snap je dat het best een moeilijke opdracht wordt. 


Vraag niet hoe, maar hij krijgt het voor elkaar, ook al proberen ze hem in de winkel wat aan te smeren, en ondanks het feit dat hij niet zo goed oplet: hij is afgeleid door een klein leuk hondje! Dat beestje, Zoezoe, wordt gekocht door een verslaggever, die zegt dat ze fan is van Dog Man! Dat komt vast nog wel van pas. Intussen heeft een van de andere agenten breinpillen gekocht. Baas is immers nogal vergeetachtig! Het feest kan beginnen!

Maar dan is er een telefoontje: de dierenwinkel wordt overvallen!
Dog Man gaat er op af, en de slachtoffers laten hem een foto zien. Dat lijkt Karel de Kat wel! Maar hoe kan dat? Die zit in de gevangenis, in de kattenbak. Karel wordt zo kwaad dat hij beschuldigd wordt dat hij zint op een manier om te ontsnappen. Dat lukt hem nog ook. En zo komt het dat Dog Man te maken krijgt met meerdere tegenstanders.


En dan is er nog Professor T. Rucendoos, met zijn getover. Een spuitbus om de anderen gehoorzaam te maken? Of eentje die zelfs een verzameling botten aan het lopen krijgt? Voeg hierbij de toch wel wat vreemde eigenschappen van politieagent Dog Man – hij kan geen balletje laten liggen, hij moet en zal het hebben! En hij likt overal aan – en je hebt weer een knotsgekke bundel avonturen, die verdeeld zijn in behapbare hoofdstukken.


Je vraagt je af waar de schrijver deze ongebreidelde fantasie vandaan haalt. Alles lijkt voor de vuist weg verzonnen te zijn, en dan is het toch knap dat het bizarre verhaal, dat meer uit tekeningen bestaat dan uit tekst, op het einde een geheel blijkt te vormen dat goed in elkaar zit.
En ook leuk: ook in dit boek staat heel duidelijk voorgedaan hoe je zelf de hoofdfiguren kunt tekenen!


Dav Pilkey kwam zelf door zijn ADHD en dyslexie vaak in de problemen. In die tijd begon hij met tekenen. In het voorwoord, ook in stripvorm, verteld hij hoe zijn alterego’s Sjors en Harold begonnen met het boek Kapitein-Onderbroek.


ISBN 9789492899187  | Hardcover | 224 pagina's | Uitgeverij Condor| november 2018 | Vanaf 9 jaar.
Vertaald uit het Engels door Tjibbe Veldkamp

© Marjo, 10 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER