Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

altSnoek op schoonspringen
Deel twee uit de serie Watervlinders
Ellen Stoop


Als je zoals ik het eerste deel uit deze serie niet gelezen hebt, is dat geen probleem. Aan de binnenkant van de cover worden de vier meisjes, waar het verhaal over gaat, voorgesteld. In dit boek heeft Snoek, die eigenlijk Anouk heet, de hoofdrol. Stip, Noos en Mel zijn haar  vriendinnen.


De Watervlinders zijn weer eens in de prijzen gevallen! Vier gouden medailles op de 100 meter wisselslag! Elk van de meisjes heeft een slag als specialiteit, en de combinatie kan niet stuk. Hun trainer Ed noemt hen het Gouden team. Dat kan alleen maar beter worden. Denken ze. Maar Snoek heeft plannen. Zij ziet het wel zitten om bij de schoonspringers te gaan. Omdat ze zo lang is is ze geselecteerd.

‘Ze heeft het al honderd keer gezegd: de topklas traint op maandag, dinsdag en vrijdag, wedstrijdzwemmen is op woensdag en zaterdag.’


Ze moet het op school wel goed blijven doen, maar dan mag het. En dus kan het!
De eerste training vindt ze fantastisch! Alles probeert ze: potloodspringen, de schroef, en samen dominospringen. Het is zo leuk! Maar dan komt er roet in het eten: de trainingen worden verzet…

Anouk komt voor een moeilijke keuze te staan. Haar vriendinnen mopperen, dit is niet wat zij bedoelden met BFF zijn.


‘Hup, kluisje dicht en dan rent ze met Finn naar de springkuil.
Onder de springtoren schuimen grote bellen. Het lijkt wel een bubbelbad.
Op het tien-meter platform zwaait een lange jongen zijn armen los. Hij heeft brede schouders en zwarte polsbeschermers. Ineens duikt hij met een heel ingewikkelde sprong naar beneden. Ze kan het niet goed zien, het gaat zo snel. Zijn het salto’s of schroeven? Of allebei?
Bij zijn landing gaat het mis, hij valt plat op zijn rug.
Oei!
‘Doet dat geen pijn?’ vraagt Anouk.
Finn schudt zijn hoofd. ‘Die bubbels breken je val. Je voelt toch ook niets als je op een lichtkussen valt?’


Pff, het lijkt me toch wel heel eng, zo springen, maar: ook leuk! Wat zal Anouk uiteindelijk gaan kiezen?


Een leuk geschreven verhaal over alles wat er komt kijken bij wedstrijdzwemmen en schoonspringen. Voor het eerste heb je conditie en snelheid nodig, terwijl bij schoonspringen kracht en lenigheid belangrijker is. Er wordt het een en ander uitgelegd, maar het is toch vooral een verhaal over keuzes maken.
Er staan veel illustraties in het boek, paginagroot: mooie tekeningen van Marieke van Ditshuizen. De bladspiegel is duidelijk, de woordkeuze ook. Er is goed rekening gehouden met de doelgroep: korte hoofdstukken, en een goede afwisseling tussen informatie en leuk spannend en vooral ook herkenbaar verhaal.


ISBN 9789025113964| Hardcover | 128 pagina's | Uitgeverij Holland | april 2018
Illustraties van Marieke van Ditshuizen | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 13 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEmilia Hoektand en het Bibberbal
Laura Ellen Anderson


Kijk eerst eens naar de omslag van dit boek: ziet dat er niet prachtig uit! Bij deze link zie je nog meer moois: http://lauraellenanderson.co.uk

Laura Ellen Anderson heeft deze fabuleuze omslag gemaakt als omlijsting van haar eigen verhaal over Emilia Hoektand, een tienjarige vampier. Zij woont met haar ouders, de graaf en gravin Hoektand, in het land Nocturnië. Het gezin Hoektand woont in een kasteel, met bediende Boe, en als het verhaal begint hebben ze het druk: over een paar nachten vindt het jaarlijkse Bibberbal plaats. Gravin Frivolien is helemaal gestrest, en dat wordt nog erger als ze verneemt dat koning Vladimir zelf op haar uitnodiging ingaat. Hij neemt ook zijn zoon, prins Tangijn, mee!


Emilia heeft helemaal geen zin in een bal. Zij gaat liever op pad met haar beste vriend Pulpje (dat is een pompoen), en met Floor van der Graaf (een Yeti, die hard, dat wil zeggen in hoofdletters, praat) en Heintje Verdoodt. Maar dan wordt aangekondigd dat de prins al eerder naar het kasteel zal komen, om eens te kijken hoe het er daar op school aan toe gaat. Spannend!!

Maar de eerste kennismaking met prins Tangijn valt vies tegen. Het blijkt een klein ventje te zijn, dat zijn minieme gestalte meent goed te moeten maken met zijn onuitstaanbare gedrag. Hij is arrogant, denkt dat hij alles kan maken, en helaas is dat ook zo. Hij zal immers de volgende koning worden. Emilia en haar vrienden moeten alles maar goedvinden. Emilia bedenkt allerlei excuses waarom de prins zich zo gedraagt, hij is misschien wat onzeker vanwege zijn lengte, of hij moet nog wennen aan haar vrienden, maar als Tangijn Pulpje mee neemt naar zijn paleis is Emilia ontroostbaar.
Hier kan ze het niet bij laten zitten! En dan begint het avontuur…


Het verhaal is grappig en griezelig tegelijk. Nocturianen leven ’s nachts, en zijn bang voor de wezens van het Licht, voor eenhoorns en voor glitter. Daar kun je leuke situaties mee bedenken, maar het grappigst is toch wel wat juffrouw Ruggengraat doet als ze even rust wil. Genieten doe je zeker ook van de mooie zwart-wittekeningen die overal in het boek staan.


Het boek zou een tien krijgen als er niet die toch wel moeilijke woorden in zouden staan. Voor kinderen van acht jaar, de doelgroep, is ‘fermenteren’, ‘demonisch’, ‘fabuleus’ best lastig te lezen. Voorlezen dan maar? Lijkt me een feest voor kinderen die willen griezelen, terwijl ze zich beschermd voelen.
Voorin staat nog een mooie kaart van Nocturnië en worden de hoofdrolspelers duidelijk voorgesteld.
Een hebbeding, dit boek!


ISBN 9789403201917 | Hardcover | 216 pagina's | Uitgeverij Ballon junior | februari 2018
Vertaald uit het Engels door Saskia Martens |Leeftijd vanaf 8 jaar|

© Marjo, 5 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altBelle en Sébastien
Cecile Aubry


Velen die iets ouder zijn kennen deze klassieker uit de Franse kinderliteratuur van die ontroerende televisieserie uit de jaren 1965-1972. Voor diegene die nog nooit van die speciale vriendschap tussen een weesjongetje en een grote Pyreneese herdershond gehoord hebben, is er nu de herziene uitgave van het boek.


In een dorp hoog in de Franse Alpen kent iedereen iedereen. Als op een dag een hoogzwangere vrouw, met het uiterlijk van een zigeuner, zich de berg op sleept, om daar boven haar kind te baren, weet iedereen daarvan. César, een oudere man, die in zijn eentje zijn twee kleinkinderen Angélina en Jean opgevoed heeft, ontfermt zich over de baby, wiens moeder bij de geboorte overlijdt.


Sébastien blijft het liefst in de hut in de bergen. In het dorp wordt hij gepest omdat zijn moeder een zigeuner was. Men doet allerlei pogingen om de jongen, die nu zes is, naar school te krijgen, maar of dat zal lukken? Vooral de dokter uit het dorp, Guillaume, doet er moeite voor. Guillaume heeft een huishoudster, een vrouw die als een akelig mens wordt neergezet. Zij wil dat de dokter trouwt met de dochter van de burgemeester, maar Guillaume heeft zijn oog op een ander laten vallen: Angélina.


Als er op een dag een waarschuwing komt voor een hond die rondzwerft in de bergen, omdat hij gevaarlijk zou zijn, ontstaat er een tweedeling in het dorp: zij die op het dier willen gaan jagen, en zij die daar absoluut tegen zijn. De huishoudster hoort tot de voorstanders, en zij probeert iedereen op te jutten. Zij vindt het onverantwoord dat César die jongen vrij door de bergen laat zwerven. Sébastien is dus ook de eerste die de hond ziet, en al snel beschouwt hij het dier als zijn vriend. Maar de hond blijft wel hoog in de bergen…


Belle en Sébastien is een prachtig verhaal over kameraadschap, vertrouwen, avontuur en vrijheid.
Het lijkt een kerstverhaal: rond die tijd speelt het, en het is hartje winter. Maar natuurlijk kan dit verhaal altijd en door iedereen gelezen worden.


Cécile Aubry (1928-2010) was een Franse actrice, schrijfster en regisseuse. Naast haar filmcarrière had Aubry een succesvolle carrière als schrijfster van kinderboeken, die ze aanpaste voor televisie. In 1965 schreef ze het innemende Belle et Sébastien. Net als het boek werd ook de televisieserie een internationaal succes. In 2013 werd het verhaal verfilmd door Nicolas Vanier.


ISBN 9789492068118 | Hardcover | 180 pagina's | Uitgeverij Oevers | oktober 2017 | Leeftijd 8+
Vertaald uit het Frans door Lidewij van den Berg

© Marjo, 31 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEen bofkont in Pechstad
illustraties: Marja Meijer
tekst: Thijmen Gijsbertsen


Joris is de zoon van de burgemeester van Bofstad. Een moeder is er niet meer, maar gelukkig is Nina er wel. Joris is dus maar een bofkont! Nu is dat niets bijzonders in zijn stad, want iedereen is immers een Bofkont? Iedereen is er blij, want ze wonen in mooie huizen. Dat er ook zoveel huizen leeg staan daar maakt niemand zich druk om. Nina kent er wel een liedje over, en Joris vindt dat erg geheimzinnig. Maar hij heeft nu even andere dingen aan zijn hoofd. Hij heeft onverwacht een vriendje gekregen: een wandelende tak, Dimi genaamd. Maar hij weet niet hoe hij voor dat diertje moet zorgen. En zijn vader heeft plannen waar hij niet blij mee is:

Het zou me niets verbazen als juffrouw Drakenstein uiteindelijk bij ons komt wonen.‘
’Bedoel je dat ze gaan trouwen?’ vroeg Joris.
‘Nou ja, dat denk ik wel. Dat doen grote mensen als ze elkaar heel leuk vinden.’
‘Dus ze vinden elkaar écht heel leuk?’
Joris kon het haast niet geloven. Juffrouw Drakenstein was best aardig, Maar héél leuk?
‘Waar gaat ze dan slapen?‘ vroeg Joris.
Nina kuchte. Toch was ze niet verkouden.’


Al snel ontdekt Joris dat juffrouw Drakenstein niet is wie ze lijkt. Waarom is dat lied dat Nina zingt zo erg dat ze weggestuurd moet worden? Hij begrijpt er niets van.
Maar wacht eens: Nina zong over een vergeten stad, over een luik in de kelder.  En Joris gaat op onderzoek uit.


In de titel staat ook het woord Pechstad. Bofstad en Pechstad. Tegengestelden. Daar gaat het verhaal over, over mensen die alle geluk van de wereld hebben en mensen die daarentegen altijd pech hebben. Over geboren worden op de goede of juist de verkeerde plaats.
In het boek wordt verteld over een verleden waarin er iets goed mis gegaan. In een kinderboek kan dat allemaal weer goed komen, in de echte wereld is dat niet zo makkelijk. Kinderen worden aan het denken gezet, met het verhaal van Joris, een jongen die je onmiddellijk aardig vindt.
Hij beleeft een spannend avontuur en er zit humor in de tekst. Gijsbertsen speelt met woorden:


‘Eten jullie nooit bofstamppot?’
‘Nee wij eten pechprut.’


Dit verhaal schreeuwt om een vervolg!


Thijmen Gijsbertsen
Putten, 1987) debuteerde met De pompoencaravan bij de kleine uitgeverij Eigenzinnig. Een bofkont in Pechstad is zijn eerste boek bij een grotere uitgeverij.


ISBN 9789000352333 | Hardcover | 96 pagina's | van Holkema & Warendorf| april 2017 |
Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 14 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSiem Subliem en het rode gevaar
Landgoed Pierewaai 2
illustraties: Katrien Holland
tekst: Tosca Menten

 
Het tweede verhaal over Siem en zijn struisvogel Struis is net zo grappig als het eerste verhaal.  Siem en Struis hebben namelijk  al een groot avontuur achter de rug. Dat eindigde met de uitvinding van een lekker geurtje, Siem Subliem 1 heet het. De ouders van Siem, eigenaren van een parfumfabriek Hemelse Neuzen, zijn er reuze blij mee. Nu vinden ze het - bijna - niet meer erg dat Siem helemaal niets ruikt en hen niet op kan volgen. De rust lijkt teruggekeerd.


Maar niets is minder waar. Altijd immers, als er iemand een succes heeft, is er ook iemand die jaloers is. In dit geval is Karel Meur van parfumfabriek Geur & Kleur er bang voor dat hij failliet zal gaan. Er moet iets op gevonden worden. Als Karel Meur nu achter de formule kan komen, dan kan hij iets maken dat nog beter ruikt!  Maar natuurlijk is die formule geheim…


Dan begint het avontuur, waarin een zingende detective met een pruik en een geurstok voorkomen, als ook een zeppelin, schildpadden, twee behangrollen én Siem verschillende keren een nat pak haalt. Als Karel Meur echter zijn tweelingdochters inzet om het geheim te ontfutselen aan Siem, ontstaat er geheel onvoorzien door hun vader een mooie vriendschap tussen de meisjes en Siem.
De dametjes Ploos en Toos staan nu voor een groot dilemma. Hun vader wil het geheim, en Siem wil juist dat niemand het te horen krijgt. Wat moeten ze doen? Hun vader blijkt wel erg ver te willen gaan om het Siem Subliem geheim te pakken te krijgen. 


We weten het: Tosca Menten heeft een wonderlijke fantasie en bovendien een groot taalgevoel. Er zijn heel veel taalgrapjes, en doldwaze voorvallen, zodat je dit boek niet kunt lezen zonder te lachen.
Je kan dit boek lezen zonder het eerste verhaal te kennen, want gelukkig is er dat ‘vóór-Hoofdstuk’.
Zo snap je tenminste hoe Siem er bij komt om niet bij zijn vader in de parfumfabriek, maar op de struisvogelfarm, Landgoed Pierewaai, te gaan helpen. En hoe hij aan zijn toch wel vreemde vriend, Struis, komt.


Heerlijke dialogen ook:


‘Wat ga je dan doen?’
’Niks.’
Karel keek naar Henriëtte en vond haar ineens heel erg lui. ‘Zeg, wanneer ben je eigenlijk eens een keer klaar met niksdoen?’
‘Dat weet ik nog niet.‘
‘Dat weet je nog niet? Je hebt het er maar druk mee, met niksdoen. Pas maar op. Straks raak je nog overwerkt van al dat niksdoen! Moet je je eens voorstellen dat ik de hele dag niks doe. Nou?’
‘Luister,’ zei Henriëtte verstoord. ‘Zo schiet het niet op. Ik ga pas weer iets doen als ik klaar ben met niksdoen.’
‘En wanneer is dat?’ vroeg Karel.
‘Weet ik veel! Ik ben er nog niet eens mee begonnen!’ riep Henriëtte.
‘Doe dat dan!’
’Ik krijg de kans niet!’ (en zo kibbelen ze maar door: het Laatste Woord-spelletje, dat ze zo graag spelen)


Dit tweede boek heeft roze pagina’s en roze tekeningetjes, met opnieuw na ieder hoofdstuk wijze opmerkingen: ‘Zo vind je iemand een stinkende bok, zo kun je hem wel zoenen.’…

Tosca Menten (1961) volgde de Kunstacademie in Amsterdam en werd lerares tekenen en kunstgeschiedenis. Tot ze besloot iets leuks te gaan doen: schrijven!
Zolang zij de gave bezit om ofwel de goede kant, ofwel de verkeerde kant op te fantaseren, staat ons nog heel leuks te wachten!


ISBN 9789000351688 | Hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Van Goor | november 2016
Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 18 februari 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet wilde leven van Benjamin Bontje
Barbara Jurgens


Het is het lot van tamme ratten die in een dierenwinkel wonen: ze worden verkocht! Dat gebeurt ook met Benjamin Bontje, die ruw gescheiden wordt van zijn moeder en nog net hoort dat de eigenaar van de winkel zegt dat hij wil stoppen met het verkopen van ratten. Benjamin is keurig opgevoed, hij spreekt ABR (Algemeen Beschaafd Rats), zorgt goed voor zichzelf en verstaat de mensentaal. Daar heeft hij natuurlijk niets aan als hij in een kooi zit bij een mensenjong, die hem trouwens Fluffie noemt.


Benjamin begrijpt wel dat de jongen zich alleen voelt, maar krijgt de kans niet om er iets aan te doen. Want het verhaal gaat een heel andere kant op: het wordt niet het verhaal van een opbloeiende vriendschap tussen een eenzame jongen en een keurige rat. Nee, Benjamin wordt bevrijd door Mietje Rattus, een bruine rat. Om te ontsnappen moet hij met Mietje mee, een klein kamertje in, waar een witte pot staat. Daar schiet Mietje in, en Benjamin kan niet anders dan achter hem aan gaan.
De goede verstaander vindt het niet vreemd dat Benjamin vreselijk schrikt!


‘Zijn jullie wilden?’ vroeg hij.
Mietje haalde zijn schouders op. ‘Wild, wild… wat is wild?’
‘Vies, vuil en ongeregeld,’ legde Benjamin uit.’


Dan zijn ze dus echt wel wild. Het is een heel andere wereld waar hij terecht komt: de familie Rattus woont in de riolen van Amsterdam, ze onderhouden hun vacht niet zoals Benjamin gewend is, integendeel zelfs: ze krioelen door ‘tinnef’, eten uit vuilnisbakken – de goorste dingen, vindt Benjamin, hij hoeft dat eten niet – maar aan de andere kant zijn ze erg sociaal.
En ook al vinden de wilde ratten dat Benjamin kapsones heeft, als ze ontdekken dat hij mensen kan verstaan, weten ze wel een taak voor hem. Want in Mokum is er een heel akelig vrouwmens, dat er op uit is om al het ongedierte in de stad te verdelgen. En ze heeft het vooral op ratten gemunt, met haar verdelgersmachine, waar een grote slurf aan vast zit: ‘Rita Rentakill, een kaaljakker met een missie.’ Als ze weten wat die kaaljakkers zeggen, worden hun strooptochten veel makkelijker.


Benjamin wil eigenlijk naar zijn moeder. Ze loopt immers gevaar daar in die winkel! Maar hij wil de familie Rattus best eerst helpen met het redden van hun familie, en zo leert hij Amsterdam kennen. De Westerkerk, Het Paleis op de Dam, de Wallen, het is een wereld die hem verbijster.
Zal hij zijn moeder nog terugzien?


Af en toe is Rita aan het woord, die een bepaalde reden blijkt te hebben waarom ze zo gespitst is op ratten. Ze is echt gemeen! Een geducht tegenstander.
De wilde ratten leven in de riolen, een soort onderwereld. Ze spreken plat Amsterdams (onder andere ‘drijfsijssies’, ‘optiefen’, ‘kassiewijlen’) Omdat je pas op het einde van het verhaal er achter komt dat die woorden in een woordenlijst verzameld zijn, en uitgelegd worden, zal menig jonge lezer niet alles begrijpen wat er gezegd wordt. Dat geldt ook voor de verwijzingen naar de koning en het Achterhuis.


‘Waarom moet hij een kroon op zijn harses hebben?’
’Gewoon,’ zei Benjamin, ‘omdat hij de koning van de mensen is.’
‘Hij is echt niet beter dan wij knaagdieren,’ vond Melie. ‘Volgens mijn lust-ie zelf ook wel een happie. Kijk maar, hij heb zijn murf nog vol met lekkers.’


Een verhaal met veel humor, vooral in de dialogen. Spannend is het ook, tenslotte zit Rita achter hen aan!
Of kinderen het zullen opmerken is onduidelijk: er zit een beetje maatschappijkritiek in verwerkt en het gaat over twee verschillende (ratten)culturen die met elkaar om leren gaan.
De vormgeving is prima: duidelijke bladspiegel, de tekeningen zijn leuk, het is gewoon een heel erg leuk boek!


Barbara Jurgens is acteur en scenarist, zij schreef tv-series als Fort Alpha en Keyzer & de Boer. Haar jeugdfilm Vechtmeisje komt in 2018 in de bioscoop. Nog maar pas verscheen haar debuut voor 13 plus: De wolventemmer.


ISBN 9789048840663 | Hardcover | 176 pagina's | Uitgeverij Moon | februari 2018 | Leeftijd 9+
Illustraties van Harmen van Straaten

© Marjo, 6 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mo en en Tijger lossen het op
Stoere verhalen om zelf te lezen
Illustraties: Gertie Jaquet
tekst: Elisabeth Mollema


Mo en Tijger lossen het op is een dik boek over Mo en zijn gestreepte teckel Tijger, die een speurhond is. Het bestaat uit vijf verhalen.


In Kuif is zoek is buurmeisje Pien haar poes Kuif kwijt. Ze zal toch niet bij Jan zitten, een man die een straat verderop woont en iedereen uit zijn tuin wegjaagt? Mo laat Tijger aan een lap ruiken waar Kuif op slaapt en laat hem zoeken. Maar volgt Tijger wel het juiste spoor? Want ze komen eerst uit bij de slager, waar Tijger een stukje worst krijgt, en dan bij Roef, een hond op wie Tijger een beetje verliefd is. Als dat maar goed komt!


Kamperen gaat over Mo en Tijger die met met Mo’s stoere oma gaan kamperen. Maar Tijger loopt iedere keer weg, wat niets voor hem is. Hij komt steeds terug met iets: een sandaal, een sok, een pop … Dan trekt hij aan Mo’s been. Mo moet meekomen!


Mo’s klas heeft een moestuin in Dief in de moestuin. De groente van de klas groeit heel goed, want de vader van hun juf kweekt groentes voor zijn werk. Daardoor weet juf ook hoe dat moet. Binnenkort is er een wedstrijd wie de beste oogst heeft. Mo hoopt dat zijn klas kans maakt. Maar dan worden er kloppen sla uit hun veldje gestolen, en prei uit de grond gerukt! Hoewel honden niet bij de moestuintjes mogen, zet Mo Tijger in om de dief te vinden. 


In Het eiland gaan Mo en Tijger met vriendin Saar in een “geleende” roeiboot naar een eiland in een vijver. Daar vinden ze in een hut iets wat op een schatkaart lijkt! Ze gaan op onderzoek uit.


In Chanel gaan Mo, Tijger en Pien in de auto met Mo’s oma mee naar de zus van zijn oma, tante Pos. Tante Pos heeft altijd wel dieren in huis. Nu heeft ze een varken als huisdier. Die heet Chanel, naar de modeontwerper.  Eerst lijkt Tijger bang voor Chanel, maar al snel zijn ze dikke vrienden.
Als ze een boterham willen eten, blijkt tante Pos geen vleesbeleg te hebben. Ze vindt dat de slager altijd naar Chanel kijkt alsof zij een ham is met pootjes. Mo, Pien en Mo’s oma gaan naar de slager om vlees te halen. Als ze terugkomen, blijkt Chanel te zijn ontvoerd! Tante Pos belt de politie, maar die moet van de stad naar haar dorp komen en dat zal wel even duren. Mo doet wat hij altijd doet: hij zet zijn speurhond in. Hij laat Tijger het spoor van Chanel volgen. Waar zal dat heen leiden?


De verhalen lopen op in AVI-niveau, van niveau E3 tot en met E5. Naarmate het niveau hoger wordt, wordt het lettertype kleiner en worden de zinnen langer en de woorden moeilijker.


Zowel op de voorkant van het boek als door het hele boek staan vrolijke tekeningen in kleur. Ze staan ongeveer om de pagina. Soms is het een kleine tekening, soms vult de tekening een hele pagina en een enkele keer zijn de tekeningen over twee pagina’s verdeeld. Dan valt een stukje van de tekening weg, maar dat is meestal niet storend.  De hoeveelheid tekeningen blijft bij de hogere niveaus hetzelfde.


De vijf onderwerpen sluiten goed aan bij de belevingswereld van de doelgroep. Het laatste verhaal vind ik het minst realistisch, maar zal voor de lezers toch leuk zijn om te lezen. Kinderen zullen het prettig vinden dat het AVI-niveau steeds hoger wordt, maar dat ze over dezelfde hoofdpersonen blijven lezen.


ISBN 9789048843145 | Hardcover | 176 pagina's | Uitgeverij Moon | maart 2018
AVI E3 t/m E5 | Leeftijd 6+

© Trenke Riksten-Unsworth, 29 maart 2013

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Spoken bestaan niet
illustraties: Chantal Dingjan
tekst: Trenke Riksten Unsworth


Het blijft altijd knap om een AVI boekje te schrijven waarbij de lezer niet merkt dat het verhaal gebonden is aan allerlei schrijfregels. Trenke Riksten-Unsworth is daar gelukkig heel goed in, zoals ook weer te merken is aan dit boek Spoken bestaan niet.


Het verhaal gaat over Bram die net naar een spannende film gekeken heeft waar spoken in voorkwamen.


'De film was spannend!' zegt mama.
'Niet echt,' jokt Bram.
De film was voor zes jaar en ouder.
Bram is al acht!
'Ik vond hem best eng,' zegt mama.
Als zij de film eng vond,
mag Bram dat ook vinden, toch?
'Een beetje eng was hij wel,' geeft hij toe.
'In het begin.'


Bram weet gelukkig dat spoken niet bestaan.

Maar nu ligt hij in bed en de gordijnen bewegen! Dat is best raar. Het zal toch niet dat het een spook is? En dan doet Bram iets heel stoers! Hij stapt zijn bed uit en gaat kijken! Hij ontdekt gelijk waardoor het kwam. De wind blies door het luchtrooster dat mama vergeten was dicht te doen...
Opgelucht stapt Bram zijn bed weer in.


Maar dan ziet hij ineens dat de lamp aan is in de kamer die niet in gebruik is. Hoe kan dat nou? Soms gaat de lamp uit en dan weer aan! En hij hoort ook een heel raar geluid! Krrrr... Wat is dat nou?

Wat volgt is een lekker beetje griezelspannend verhaal. Trenke Riksten-Unsworth weet de spanning daarbij mooi op te voeren.  Je wordt zelf ook heel nieuwsgierig wat er in die kamer te zien is.  Zal het een inbreker zijn? Of toch een spook? Durft Bram weer te gaan kijken? Of toch maar niet?
Dankzij de heldere afbeeldingen in kleur wordt de spanning en sfeer van het verhaal nog een beetje verder opgevoerd. En zo wordt het bij elkaar een mooi geheel.
Kinderen zullen het verhaal geweldig vinden en het is natuurlijk fantastisch dat ze het boek helemaal zèlf kunnen lezen!

ISBN 9789491777608 | Hardcover | 37 pagina's | Uitgeverij Eigenzinnig | oktober 2017
Leesniveau Avi E3, Clib 3 | Leeftijd ca. 6 jaar

© Dettie, 19 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER!

 

altGeorge
Je mag zijn wie je bent
Alex Gino


‘Wat een eikels,’ zei Kelly. ‘Je bent helemaal geen meisje hoor.’
‘En als ik dat nou wel ben?’ George schrok van haar eigen woorden.
Kelly deed verrast een stap achteruit. ‘Wat zeg je nou? Dat is idioot. Je ben een jongen. Ik bedoel…’
Ze gebaarde aan beetje vaag naar George’buik. ‘Je hebt toch een je-weet-wel?'


Maar George voelt zich helemaal geen jongen. Als klein kind trok ze de kleren van zijn moeder aan en ze wilde op ballet. En zoals dat gaat maakte haar moeder daar een einde aan omdat zij toch een jongenslichaam heeft. Het is niet ‘schattig’ meer.
George is nu tien jaar, en ze voelt zich nog steeds een meisje. Maar ze is ook gefrustreerd, want het mag niet. Hij moet 'normaal' zijn.
Zij heeft wel een groot voordeel: een vriendin als Kelly. Natuurlijk is zij ook stomverbaasd, maar ze accepteert het heel snel:

‘Weet je, als jij vindt dat je een meisje bent, dan vind ik ook dat je een meisje bent!’


Veel transgenders – want zo wordt dat genoemd als je voelt dat je in een verkeerd lichaam zit – zouden jaloers zijn op zo’n vriendin! Want Kelly helpt haar. En al is Melissa er nog niet aan het eind van het verhaal, met haar komt het wel goed.


Alex Gino heeft een moeilijk onderwerp in een voor kinderen prettig jasje gestoken. Door de persoonsvorm ‘zij’ en ‘haar’ te gebruiken terwijl ze door de buitenwereld als ‘hij’ en ‘hem’ wordt gezien, voelt de lezer meteen aan hoe vreemd het is als je anders wordt aangesproken dan je je voelt. Voor kinderen die zelf transgender zijn, maar ook voor de kinderen om hem of haar heen is dit een verhaal dat moeilijke situaties verduidelijkt.

ISBN 9789020674460| Hardcover | 223 pagina's | Kluitman| mei 2016
Vertaald uit het Engels door Carla Hazewindus | Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 11 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWerk aan de winkel
Folkert Oldersma


In een dorp waar iedereen iedereen kent, wonen ook Brit en Boris.


‘Boris is mijn vriend. Al vanaf dat we peuters waren, zijn we zo goed als altijd samen. Tenminste tot voor kort. De laatste tijd zag ik hem minder vaak. Hij heeft natuurlijk zijn eigen dingen, maar die had hij vroeger ook. Het was net of er meer afstand tussen ons was gekomen Het voelde soms wat ongemakkelijk. Volgens mij had dat te maken met het feit dat sommige kinderen smoesden dat we verkering hadden.’


Maar echt, zegt Brit: we zijn vrienden. Meer niet. Ze doen gewoon veel samen.
Als zij ontdekken dat Onno, die een winkel heeft in kunstspulletjes die hij zelf maakt, in de problemen zit, moeten ze hem natuurlijk helpen. Terwijl Onno nog in het ziekenhuis ligt omdat hij geopereerd moet worden, hebben Brit en Boris vrij spel: ze roepen de hulp in van hun dorpsgenoten die allemaal willen helpen. Allemaal, behalve die ene.
Ja, want er is iemand die er baat bij heeft als Onno zijn winkeltje moet opdoeken, en die persoon is nog gemeen ook. Hij probeert er met alle macht voor te zorgen dat de plannen van Brit en Boris niet lukken.


Een mooi verhaal over twee kinderen op de rand van volwassen worden. Want terwijl Brit hierboven geciteerd wordt, zegt Boris dit:


‘Verkering hebben we niet, al vind ik Brit toevallig wel de meest geweldige meid van de hele wereld. Ik zou best verkering met haar willen. Maar tegelijkertijd ook weer niet, want dat zou te veel gedoe zijn. Verkering kan uitgaan en dan zou ik haar kwijtraken.’


De twee kinderen vertellen het verhaal om en om, hetgeen duidelijk wordt door hun getekende aanwezigheid boven de hoofdstukken. Een dubbel perspectief dus, dat maakt het verhaal nog levendiger, terwijl er een heleboel gebeurt waardoor je geboeid doorleest. Zal het de twee lukken om Onno te helpen?


Behalve dit leuke verhaal kan de lezer allerlei weetjes opdoen, en in het laatste hoofdstuk vind je nog meer tips over ondernemen. Met hulp van Brit en Boris kan je iets heel leuks opstarten, in de klas bijvoorbeeld.


Folkert Oldersma (Leeuwarden) is inmiddels opa van twee kleinzonen, en kent de belevingswereld van kinderen heel goed. Het plan is een serie rond het duo Brit en Boris te schrijven.


ISBN 9789044830903 | hardcover |102 pagina's | Clavis| november 2017
Geïllustreerd door Frodo de Decker | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 26 januari 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER