Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

altHoe ik een weerwolf werd
Illustraties van Lars Deltrap
tekst: Ulf Starke



De vader van Ulf heeft op zijn tandartspraktijk een schedel staan. Als papa zoals iedere dag een dutje doet, pakt de oudere broer van Ulf de schedel, om indruk te maken op zijn vriend. Door een ongelukkige beweging van Ulf gaat de zoemer af en wordt papa wakker. Wat zijn jullie aan het uitspoken?


Natuurlijk ontkennen de jongens dat ze iets verkeerds deden. Ulf zegt: ‘Jonas heeft ook niet aan de doodskop gezeten.’ Als Jonas straf krijgt, neemt hij wraak. Hij vertelt Ulf van alles over weerwolven en maakt zijn broertje bang.
Nou ja, vindt Jonas, bang zijn hoeft niet. Maar ‘s nachts gebeuren er akelige dingen. Ulf wordt gebeten! Hij weet het zeker! Dan kan hij maar beter het huis uit gaan, want nu is hij zelf een weerwolf en dan gaat hij vast zijn ouders bijten…


Ook dit verhaal is spannend, griezelig zelfs. Maar ook met humor. Dit verhaal is niet voor een beginnende lezer, maar een kind dat snel en graag leert, kan hier lekker zijn tanden in zetten. Of zou hij dan een weerwolf worden?


Het boekje past binnen het thema van de kinderboekenweek 2017. De schedel wordt bijvoorbeeld doodskop genoemd, en de weerwolf lijkt levensecht. Het boek behoort tot de serie "Tijgerlezen', waarin plezier in lezen voorop staat.


De deeltjes zijn er in verschillende moeilijkheidsgraad:

- Voor als je net kunt lezen zijn er leesboeken met weinig tekst en eenvoudige zinnen, die ook fijn zijn om voor te lezen.

- Voor wie al een beetje geoefend heeft, zijn er échte leesboeken met langere verhalen.


De boeken met het Tijgerlezenlogo zijn veelal geschreven door bekende schrijvers en illustratoren. Bij alle boeken is bovendien lesmateriaal ontwikkeld. Ook zijn er filmpjes gemaakt van alle afzonderlijke boeken.


Meer informatie op www.tijgerlezen.nl


ISBN 9789045120188| hardcover |48 pagina's | Uitgeverij Querido| oktober 2016 
Vertaald uit het Zweeds door Edward van de Vendel | Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo, 21 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Opa's griezelige gasten
tekst: Vivian den Hollander
illustraties Saskia Halfmouw


In het boek Pas op, opa! maakten we kennis met opa Bert Bak, de grappige, vrolijke, heel lenige oppas-opa die vlakbij Mila en Tom woont. Opa Bak past op als mama niet thuis is maar deze week hoeft mama niet weg en zien de kinderen opa niet. Dat vinden ze maar niets, ze missen hem behoorlijk, en daarom besluiten ze maar naar opa's huis te lopen. Maar opa doet heel raar als hij opendoet, hij snauwt de kinderen af en laat ze voor de deur staan!

Mila en Tom snappen er niets van, zo doet hun opa Bak nooit, maar misschien is hij in de war. 'Dat hebben oude mensen soms,' weet Mila. Ze verzinnen allemaal vragen om te kijken of hij alles nog weet en stappen opnieuw naar opa, maar deze keer is opa heel blij om ze te zien! Ze stellen evengoed hun vragen maar en natuurlijk weet hij overal het antwoord op. De kinderen snappen er niets meer van. Waarom deed opa de eerste keer zo raar?
Al snel krijgen ze antwoord op hun raadsel, want wat blijkt? Opa heeft een tweelingbroer!

Guus is al net zo bijzonder als zijn broer, opa Bert. Als Guus even weg moet, probeert hij nog iets te vertellen maar opa Bert en de kinderen zijn veel te druk bezig. Hadden ze nu maar wel geluisterd, want als ze de schuur in gaan, zien ze dat Guus heel griezelige gasten meegenomen heeft. Zelfs stoere opa Bak is bang! Kwam Guus nou maar terug...

Het boek sluit goed aan bij de Kinderboekenweek 2017 (4 t/m 15 oktober 2017) waarin griezelen centraal  staan onder het motto: gruwelijk eng. Dat laatste is dit boekje zeker niet, wel een beetje griezelspannend.
Het boekje is geschreven op AVI M4 niveau dus kinderen van ca. 7-8 jaar kunnen het zelf lezen en dat zullen ze met veel plezier doen want Vivian den Hollander heeft met dit tweede deeltje over opa Bak opnieuw een leuk en vlot verhaal geschreven.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789000354108 | Hardcover | 31 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf/Unieboek | juli 2017
Met vrolijk gekleurde illustraties | Afmeting 23,7 x 17,7 cm | AVI M4 (ca. 7-8 jr)

© Dettie, 19 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet nieuwe spookhuis
Deel 1 uit de serie De Engste Serie Ooit
illustraties Esther Malaparte

Tjerk Noordraven


Er is heel veel aandacht besteed aan de vormgeving van dit boek. De omslag ziet er echt eng uit. Ik weet nog niet zo net of ik zo’n spookhuis binnen zou gaan! Brrr! Als je dan het boek open doet, is daar eerst een zwarte pagina: ‘PAS OP DIT BOEK IS NIET VOOR BANGERIKEN!’ lees je. En als je toch niet bang uitgevallen bent en verder leest, zie je hoe iedere pagina omlijst is met tekeningen van dingen die eng kunnen zijn: een spin in haar spinnenweb, een vleermuis, en die drie paar enge ogen in een spookboom. Maar dat het om ogen gaat ontdek je pas als je het verhaal leest.

Nera is de tienjarige dochter van een spookhuisuitbater. Ze woont op de kermis en helpt ook mee om in het spookhuis van haar vader de bezoekers bang te maken. Daar komen ze immers voor! Maar als ze op weer eens op een kermis staan, blijft het erg rustig. Nera heeft niets te doen. Dan hoort ze een paar jongens praten over een nieuw spookhuis dat echt eng is. Daar is het spookhuis van Nera’s vader niets bij, zeggen ze.
Als ze op onderzoek uit gaat, ontdekt ze dat de griezels in dat nieuwe spookhuis echt zijn! De mummie Toet, de faun Eus en de vampier Dragos, zij leven! En ze worden gedwongen mensen bang te maken. Hun baas, de dwerg Herwald, heeft een driekoppige hond, om wie je niet heen kunt.


Natuurlijk vindt Nera een manier om dat wel te doen - ze heeft een helderziende oma en een interessant boek - en als ze de drie griezels gaat helpen, zijn het ineens geen griezels meer. Maar de hond en de dwerg zijn echt niet van plan om Nera met haar nieuwe vrienden weg te laten komen.
Terwijl Nera probeert haar vrienden te bevrijden, heeft haar vader plannen voor Nera's 'bevrijding'. En de glazen bol van oma blijft ondoorzichtig als het gaat om de toekomst van haar kleindochter.
Allemaal elementen die stof bieden voor veel meer verhalen. Leuk!


Tjerk Noordraven heeft samen met zijn uitgever een prachtig boek gemaakt. De omslag en de illustraties van Esther Malaparte passen helemaal bij het verhaal, en het is voor de doelgroep zeker een fantastisch boek. De thematiek is vriendschap en zelfvertrouwen: ‘Als je echt wilt, dan kun je alles’. Natuurlijk is het spannend, en er een flinke dosis humor aanwezig. De tekst is prettig verspreid over de pagina en het taalgebruik is eenvoudig, in veelal korte zinnen, zodat het ook voor kinderen die wat moeite hebben met lezen dit goed aan kunnen.
Extraatjes vind je op: www.engsteserieooit.nl

Noordraven (1987) werkte ooit in een circus, en had zijn hele leven al ‘iets met boeken’. Na zijn studie Nederlands aan de Radboud Universiteit Nijmegen schreef hij twee non-fictieboeken. Het nieuwe spookhuis is zijn fictiedebuut.
En: het wordt dus een serie! Ik kijk er al naar uit!

ISBN 9789048838103 | hardcover | 176 pagina's | Moon | mei 2017
Leeftijd vanaf 9 jaar.

© Marjo, 12 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWaterwatje
Illustraties: Chris Vosters
tekst: Evelien Feltzer


De elfjarige Ebbie, de ik-figuur, is een beetje verliefd op Matteo, die bij haar in de klas zit. Hij heeft gezegd dat hij binnenkort jarig is en een feestje geeft. Wat wil ze daar graag heen! Ze zit zelfs op de trap te wachten tot de postbode komt!


Ze krijgt inderdaad een uitnodiging maar haar vreugde maakt al snel plaats voor teleurstelling, want op de kaart staat: neem je zwemspullen mee. En dat is dus een probleem: Ebbie heeft watervrees vanaf toen ze op vakantie was in Frankrijk en er iets heel ergs gebeurde. Ze kan op school toch niet gaan vertellen dat ze bang is voor water! Ze gaat af als een gieter! Haar vriendin Yasmine is wel op de hoogte en wil haar best leren zwemmen. Dat is dan plan 1.


Na een les over EHBO op school is er ook een plan 2. Maar het ultieme plan ontkiemt als Ebbies moeder een video zit te kijken waarop de vader van Matteo te zien is. Hij is een beroemde flamencodanser! En het plan wordt verder uitgedokterd als Ebbie met haar opa’s een cadeau gaat kopen voor Matteo.


Wat haar plannetjes zijn? Dat verklap ik natuurlijk niet. Maar de afloop is heel bijzonder. Het is niet direct wat je verwacht, het is grappig en zelfs een beetje ontroerend.

Deze waterangst van Ebbie is het belangrijkste thema van het verhaal, maar er ook komen vriendschap en jaloezie aan de orde, een zeer herkenbare broer-zusrelatie en die taartenbakkende moeder is ook leuk gevonden. En dat er pas op het laatst verteld wordt hoe Ebbie eigenlijk aan die angst komt, is ook goed gevonden. Het is een lekker vlot verhaal, met leuke (misschien een beetje kinderlijke) tekeningen in zwart-wit.


‘Joehoe, Ebbie!’ Het hoofd van Yasmine piepte onder mijn deur door. ‘Wat is er nou?”
Ik keek haar aan. ‘Ik, ik…’
’Wat?’ vroeg ze.
‘Ik voel me niet zo lekker.‘ zei ik.
‘Zomaar ineens?’
’Ja.’
’Heb je iets verkeerds gegeten?’
Ik haalde mijn schouders op.
‘Of ben je bang?’
’Neu, echt niet.’ Mijn stem klonk weer zo raar hoog.
Yasmine hield haar mond. Ze keek me alleen maar aan met die grote bruine ogen van haar. Ik hield mijn adem in. En toch kwamen ze. Die stomme tranen.’


Evelien Feltzer is theaterdocenten en werkt voornamelijk met kinderen en jongeren. Waterwatje is haar debuut.


ISBN 9789044828696 | Hardcover | 127 pagina's | Uitgeverij Clavis| april 2017
  | leeftijd 9+

© Marjo, 25 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe vloek van Freya
Deel een van de serie Siggi & de Vikingen
Tekeningen van Eliane Gerrits
tekst: Elisabeth Mollema


Vikingen waren er van ongeveer 800 tot 1100 na Christus. Ze komen uit Noorwegen, Zweden en Denemarken. Ze staan bekend als stoere vechtersbazen, maar waren ook goede scheepsbouwers. Met die schepen trokken ze er op uit om handel te drijven in andere Europese landen (die in die tijd nog niet ‘Europees’ genoemd werden).

Dit is leuk om te weten, maar deze feiten vind je niet in het boek, al is er wel gebruik van gemaakt binnen het verhaal over het buitenbeetje Siggi Johanson. 


Op het eiland dat Vikingeiland heet woont Siggi bij zijn familie. Zijn oom en tante, zijn neven en nichten, ze zijn inderdaad allemaal krachtpatsers en vinden het heerlijk om te vechten en elkaar op te tillen en rond te zwiepen. Siggi moet er niets van hebben. Hij is een nieuwsgierig ventje, dat liever dingen onderzoekt en runenpuzzels oplost.


Nu hebben de eilandbewoners al heel lang een probleem: de godin Freya heeft het eiland vervloekt. Ze kunnen niet weg. Ze hebben mooie schepen, maar iedere keer als ze proberen uit te varen, steekt er een storm op, en worden ze – als ze geluk hebben - teruggeworpen op het strand. De ouders van Siggi zijn niet teruggekomen toen zij het een keer probeerden. Maar de Vikingen geven niet op. Er moet een manier zijn om de vloek van Freya te doorbreken. Siggi moet dat kunnen, hij kan immers runen lezen? Dus zoekt iedereen stenen waar die tekens op staan, en kan Siggi aan het werk. Maar iemand steelt die stenen!


De volwassen eilandbewoners zijn ook met andere dingen bezig. Vechten! Wie de sterkste is zal immers de leider worden van het Ding, een raad van dorpelingen. En wie zijn die twee drenkelingen, die duidelijk geen Vikingen zijn? Zij weten het zelf niet en worden heel gemakkelijk misbruikt door de Vikingen.


Allerlei elementen om een leuk verhaal te vertellen. Er zijn veel nogal stripachtige en grappige tekeningen, soms over meerdere pagina’s. Het lettertype is lekker groot en dus duidelijk. Er is veel humor die jonge lezers zal aanspreken, en ook een duidelijke spanningsboog. Twee zelfs, want er is ook nog het verhaal van de zeekoetjes! De personages zijn typetjes, dus herkenbaar.


Het is een gemiste kans dat er niet een bijlage is over de achtergrond en geschiedenis van de Vikingen. Voor de nieuwsgierige lezer is het altijd prettig om meer te weten te komen. Maar er komen nog meer deeltjes in deze serie. Dus…


ISBN 9789048838219 | hardcover |256 pagina's | Uitgeverij Moon| januari 2017
 Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 17 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het grote AVI vakantieboek deel 2
(AVI M4-E4)
Jacques Vriens, Janneke Schotveld, Vivian den Hollander, Marianne Busser en Ron Schröder, Mirjam Mous en Arend van Dam.


Het grote AVI vakantieboek deel 2 is gewoon een vakantieboek, maar dan net even anders. Het hele boek is namelijk op AVI - niveau M4-E4. Kinderen die midden of eind groep vier zitten moeten de teksten dus kunnen lezen en de opdrachten kunnen maken, en kinderen die wat voorlopen, die in groep drie zitten, zullen dat ook kunnen.


Het boek begint op het binnenblad met een bouwplaat voor een camping. Aan de achterkant zit ook zo'n blad en met de twee bladen samen kun je een tent met onder meer luchtbedden, bekertjes en een zwembad maken. Leuk om met (Lego)poppetjes mee te spelen. Niet meteen mee beginnen, anders is je boek direct stuk!


In het boek staan tien woordzoekers met thema's die (zijdelings) iets met vakantie te maken hebben, zoals het strand, gerechten en dierentuinen. Bij een voetbalraadel moeten woorden op de juiste manier in vakjes gezet worden. Door het boek heen zijn er drie pagina's met moppen en raadsels, die zeer passend zijn bij de leeftijd van de doelgroep. (Zoals: Hoe komt een bruin paard uit de Rode Zee? - Nat! en Wat is rood en niet zo zwaar? - Lichtrood natuurlijk!)


Twee pagina's worden gevuld met tips voor spelletjes voor op de achterbank. Veel spellen zullen al bekend zijn bij de ouders (zoals Ik ga op vakantie en neem mee ...), maar toch is het goed om deze mogelijkheden op een rijtje te hebben, zodat je kinderen wat te doen hebben als je op reis bent.
Met De Grote Vakantietest kan het kind uitzoeken wat voor vakantietype het is. Hierbij worden lastige termen gebruikt. Weet een kind in groep vier wat een B&B is, of een moskee (hopelijk wel) of een all-in-hotel? En met de Grote Vakantielandentest kan het kind kijken hoeveel het over vakantielanden weet. Ook hier staan best moeilijke vragen in, die volwassenen soms niet zullen weten. (Bijvoorbeeld: In welk land sansen ze de sirtaki?)


De vijf verhalen in het boek zijn geschreven door bekende schrijvers als Jacques Vriens, Mirjam Mous en Marianne Busser & Ron Schröder.
Verder staan er vier doolhoven, twee zoekplaten, twee kleurplaten, een grappige rebus, recepten van Vivian Den Hollander en twee stripjes over Bram Hurkzit in het boek.


Concluderend is het een veelzijdig vakantieboek waar je kind veel plezier aan zal beleven, terwijl het ondertussen ook nog iets leert!


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789000355235 | Paperback | 64 pagina's | Holkema & Warendorf | 23 mei 2017

© Trenke Riksten-Unsworth, 13 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHoog en laag
illustraties: Annet Schaap
tekst: Annie M. G. Schmidt


Eerst maar het verhaal.
In Waaidorp wonen twee jongens, Kees woont hoog in een flat, Jelle woont laag in een huis met een tuin. En zoals dat nu eenmaal werkt: wat de een heeft wil de ander en andersom. Dus Jelle denkt dat hoog wonen veel leuker is, want dan kan je over de wereld kijken. En Kees vindt het prima om te ruilen, want hij denkt dat een huis met een tuin om in te spelen veel leuker is. Ze ruilen…


Dit verhaal van Annie M G Schmidt is niet nieuw, maar is een verhaal van alle tijden. De taal is eenvoudig, het verhaal wordt sec, dat wil zeggen zonder een oordeel te vellen, verteld.
Het is een heruitgave van 'Waaidorp: leesstof voor de laagste klassen van de basisschool', dat in 1972 speciaal voor school geschreven werd. Met de leuke illustraties van Annet Schaap is het een echt nieuw modern boek geworden. Zij maakt het verhaal ook inzichtelijk. Het is een eenvoudig verhaal, waar een groot idee achter zit.


Het is een deeltje uit de serie Tijgerlezen, waarin al zes boeken verschenen zijn. Tijgerlezenboeken leggen de nadruk op humor en spanning, omdat onderzoek uitwijst dat kinderen het makkelijkst leren lezen als ze zelf naar een boek grijpen, gewoon omdat ze zin hebben dat verhaal te lezen, niet omdat het ‘moet’ of ‘bij hun niveau past.’


De deeltjes zijn er in verschillende moeilijkheidsgraden:
- Voor als je net kunt lezen zijn er leesboeken met weinig tekst en eenvoudige zinnen, die ook fijn zijn om voor te lezen.
- Voor wie al een beetje geoefend heeft, zijn er échte leesboeken met langere verhalen.

De boeken met het Tijgerlezenlogo zijn veelal geschreven door bekende schrijvers en illustratoren. Bij alle boeken is bovendien lesmateriaal ontwikkeld. Ook zijn er filmpjes gemaakt van alle afzonderlijke boeken.
Meer informatie op www.tijgerlezen.nl


ISBN9789045119991| Hardcover |40 pagina's | Uitgeverij Querido| oktober 2016
Illustraties van Annet Schaap | Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo, 10 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altBobbi Bolhuis, redder in nood
Kate Dicamillo

Het varken Bobbi woont bij meneer en mevrouw Bolhuis. Zij zijn dol op hun huisdier, en hebben er helemaal geen moeite mee dat hij ’s nachts tussen hen in komt liggen.
Maar op een nacht gaat dat niet goed: het bed kraakt, de vloer kraakt, en ineens zakt het bed door de vloer!
O jee, meneer en mevrouw Bolhuis durven zich niet meer te bewegen, maar Bobbi springt uit bed. Ze gaat vast de brandweer halen, denkt mevrouw Bolhuis.
Maar goed dat ze niet weten dat Bobbi alleen maar denkt aan een geroosterde boterham meteen heleboel boter…

Hoe gaat dit aflopen?

Een verhaaltje dat prima in de serie Tijgerlezen past: lekker spannend, en met humor. Een duidelijke bladspiegel, leuke tekeningen, maar ook wel langere zinnen. Een uitdaging dus voor jonge  lezers. Maar zij willen vast en zeker weten hoe de avonturen van het gekke biggetje verder gaan! En zal Bobbi haar baasjes redden? Dat is maar de vraag, want ze ruikt iets lekkers bij de buren, Elsa en Kleintje!

‘Wat is er aan de hand?’ vroeg Elsa.
Kleintje wees naar het raam.
‘Er staat een monster buiten,’ zei ze.
‘Dat is geen monster,’ zei Elsa. ‘Dat is dat varken van hiernaast.‘
’Bobbi?‘ zei Kleintje.
Elsa zwaaide met haar vuist.
‘Ik vind dat varkens op de boerderij horen,’ zei Elsa.’

Het boek behoort tot de serie "Tijgerlezen', waarin plezier in lezen voorop staat.
De deeltjes zijn er in verschillende moeilijkheidsgraad:

- Voor als je net kunt lezen zijn er leesboeken met weinig tekst en eenvoudige zinnen, die ook fijn zijn om voor te lezen.

- Voor wie al een beetje geoefend heeft, zijn er échte leesboeken met langere verhalen.

De boeken met het Tijgerlezenlogo zijn veelal geschreven door bekende schrijvers en illustratoren. Bij alle boeken is bovendien lesmateriaal ontwikkeld. Ook zijn er filmpjes gemaakt van alle afzonderlijke boeken.

Meer informatie op www.tijgerlezen.nl

ISBN 9789045120195 | hardcover |64 pagina's | Uitgeverij Querido| oktober 2016
Illustraties van Loes Riphagen
Vertaald uit het Engels door Esther Ottens
Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo, 21 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De wereld op zijn kop
Paul Oole


In de wereld van het jongetje Tess is alles andersom. Kinderen zorgen voor hun ouders, de rijdende school komt de ouders zelf ophalen, vuilnismannen maken rommel, de bakker eet zijn brood zelf op, de koning woont onder de brug en 1 - 1 = 2.


De arme Tess heeft het er maar druk mee, het kost hem veel moeite om zijn papa Mathilde en mama Bertus uit bed te krijgen en het duurt lang voordat ze hun pyjama's aan hebben getrokken. Voor ze naar school gaan moeten ze ook nog hun gezicht vies maken en hun haar door de war kammen. Ga er maar aanstaan! En dan is het ook nog zulk vreemd weer, het regent snoep, het komt met bakken naar beneden.
Olifanten zijn heel klein, vissen vliegen, kippen zwemmen, kortom echt àlles is andersom.


Soms maakt Tess een fout en kijkt iedereen hem boos aan, zoals die keer dat hij heel stil zat te lezen in de bibliotheek ... Natuurlijk moeten ze te laat bij opa en oma komen, want oma vindt het maar niets als mensen op tijd komen.

Tess vindt het allemaal maar moeilijk, hij zou wel eens willen dat opa en oma hèm duwde op de schommel of dat hij zandkastelen mocht bouwen...

Het verhaal zelf is behoorlijk origineel maar wel wat rommelig qua verloop. De schrijver heeft er in mijn ogen teveel 'omgekeerde' grappen in willen stoppen waardoor de verhaallijn wegvalt. Het zijn nu verhaaltjes in verhaaltjes, in verhaaltjes. Daardoor komt de, overigens op zich leuke, humor niet goed tot zijn recht.
Maar... de fraai gekleurde afbeeldingen zorgen ervoor dat het boek toch zeer de moeite waard is. Het zingende konijn in de top van een boom maakt dat je zit te grinniken, de sip kijkende kinderen omdat er weer een stortbui van snoep uit de lucht komt vallen zijn komisch om te zien, de olifantjes die, als muisjes zo klein, over de tafel rennen zijn geweldig en de afbeelding van de 'snorkelende' kip zou je zo aan je muur hangen.

Met andere woorden, voor de tekst geef ik het boek een klein zesje, voor de afbeeldingen krijgt het een dikke acht.


ISBN 9789044830316 | Hardcover | 27 pagina's | Uitgeverij Clavis | mei 2017
Afmeting 29,8 x 21,6 cm. | Leeftijd 6+

© Dettie, 12 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dikke Vik en Vieze Lies worden vrienden
illustraties: Eva van Aalst
tekst: Sunna Borghuis


Stom.
Dat was ik dacht toen ik Vik zag.
Een stomme jongen met lang haar en ronde wangen.
Daarna dacht ik: tieten
Dat kwam door Bram, die naast me zat. Hij zei hardop 'tietuh' toen Vik voor de klas stond. [...]
Het was waar wat Bram zei. Vik had twee heuveltjes onder zijn T-shirt. [...] Niemand in onze klas had borsten. [...]
Vik was de eerste jongen met borsten die ik ooit had gezien. Ik vond hem daarom nog stommer.


Op de bijgaande afbeelding zien we een beetje sullige jongen met zijn handen in zijn broekzakken die heel relaxt de kaart van Nederland staat te bekijken. Die 'stomme' Vik is die dag voor het eerst in de klas van Lies. Op weg naar huis blijkt, tot ergernis van Lies, dat Vik dezelfde kant als haar op gaat. Ze heeft helemaal geen zin om hem in te halen, maar Vik loopt zo sloom dat ze wel moet. Ze zegt niets. Hij ook niet. 'Stom joch' denkt Lies.


Maar even later is ze wel blij dat Vik in de buurt is want op het geitenlandje ziet ze iets wat ze wel een beetje griezelig vindt. De 'slome' Vik is dan haar grote hulp. Hij blijft heel rustig en weet precies wat hij moet doen. Daarna lopen ze naar de vader van Vik, die eigenaar is van de plaatselijke kroeg. Zijn vader weet en kan alles volgens Vik. Lies vindt het wel spannend en leuk om naar het café te gaan, bovendien krijgt ze gratis een lekkere tosti van Viks vader!

Er ontstaat een voorzichtige vriendschap tussen 'dikke' Vik en 'vieze' Lies zoals die akelige Bram haar soms noemt. Maar die vriendschap wordt soms wel op de proef gesteld. Lies wil namelijk liever een hartsvriendin en ze hoopt maar steeds dat de prachtige, sierlijke Merel dat wil zijn, maar Merel stelt haar keer op keer teleur met haar vreemde gedrag. Vik niet ...


En zo begint Dikke Vik langzamerhand toch een plaatsje in het leven van Vieze Lies in te nemen. Lies ontdekt dat ze de rustige 'slome' Vik dingen toevertrouwt die ze aan anderen nooit verteld heeft. Maar toch schaamt ze zich ook een beetje voor hem, hij is zo traag en zijn broek zakt altijd af tot voorbij zijn bilspleet! Iedereen in de klas lacht erom en dan doet Lies maar mee. En dan schaamt ze zich weer dat ze dat deed. Het is verwarrend. De ene keer wil ze wel vrienden met hem zijn, de andere keer niet.  Maar het is wel steeds Vik die de leuke ideeën en goede oplossingen heeft ... Het leven van Lies is er intussen een stuk leuker en minder eenzaam door geworden (moeder werkt elke dag) en uiteindelijk worden Dikke Vik en Vieze Lies echte vrienden.

Sunna Borghuis - o.a. bekend van de boeken Scheetjesles- en Het poepkasteel en andere voorleesverhalen over de bende van vier - heeft naar mijn mening met dit boek haar tot nu toe beste boek geschreven. Ze verwoordt de aantrekkingskracht en afkeer die Vik op Lies uitoefent op een uitstekende, humoristische en invoelende manier. Kinderen zullen er veel in herkennen.
En Dikke Vik is de jongen die we allemaal wel in onze omgeving hebben. Hij is de vriendelijke, bedeesde jongen die goedmoedig alles bekijkt maar zich niet weg laat treiteren. Hij is de jongen die niet opvalt maar er wel altijd is als het nodig is. Vik is als personage uitstekend neergezet door Sunna Borghuis. Lies is een leuke vlotte meid, die eigenlijk vooral gezelligheid zoekt en ook dat wordt mooi verwoord door de schrijfster .
De afbeeldingen van Eva van Aalst zijn levendig en kleurrijk en geven op een grappige manier precies de situaties uit het verhaal weer.
Kortom, deel 1 van deze nieuwe serie is me goed bevallen!


Lees de eerste twee hoofdstukken


ISBN 9789025761615 | Hardcover | 102 pagina's | Uitgeverij Gottmer | juni 2017
Leeftijd 8+

Dettie, 7 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe Melkwegschool
Getekend door John Martin 
tekst: Scott Seegert


Kelvin Klosmo is nieuw op de Melkwegschool, een school binnen het ruimtestation, waar zijn ouders gestationeerd zijn. Kelvin is de zoon van twee beroemde professoren. Dus is hij zelf ook superintelligent. denken zijn nieuwe klasgenoten. Dat moet wel, toch? Kelvin weet wel dat hij helemaal niet zo slim is… hij heeft namelijk een beetje gelogen! Al snel leert hij zijn klasgenootjes kennen, en met hen beleeft hij typische ruimteavonturen.


De specialiteit van Kelvins vader is robotica. Hij is de uitvinder van de Niven6000 - een op kernenergie lopende Pantser Reddings-Bakbot. En van de PL370 –de Ram Bam Meteoor Vlambot.  Kelvins moeder is neurowetenschapper, ook al een genie. Kelvins kleinere zusje Bula is ook mee verhuisd naar de ruimte. Niet dat Kelvin dat leuk vindt! Er komt een hond in het gezin: Lichtjaar is heel bijzonder en zal Kelvin goed kunnen helpen als hij in de problemen zit.
Dan is er naast Kelvin nog een andere ik-verteller, professor Erik Falenheimer. (Die naam heeft hij niet voor niets). Als hij aan het woord is, wordt er een ander lettertype gebruikt. Hij is wel op het ruimtestation, maar moet conciërge zijn. En hij zint op wraak…


Het voordeel van sciencefiction is dat je alle kanten op kunt, en dat geldt ook voor de boze professor. Maar het geluk is dan weer wel aan de kant van Kelvin, dus misschien worden al zijn problemen wel opgelost. Er moet alleen heel veel gebeuren.


Zowel in de tekst als in tekeningen wordt het verhaal verteld, ze vullen elkaar aan. Het verhaal heeft als thematiek vriendschap, anders zijn, en pesten. De gebruikelijke thema’s voor een boek waar kinderen dol op zijn. En als het dan ook nog spannend is, en met heel veel humor verteld wordt – en ze niet al te veel hoeven te lezen – dan zit dit helemaal snor.


Een leuke vorm van dialogen, die ook in de gewone vorm voorkomen:


Naast een getekend hoofd van Kelvin staat zijn tekst: ‘zeker weten, mam? Het geeft niets, hoor.’
En daaronder mams antwoord, met haar hoofd erbij. ’ Echt niet? O, dan kan ik wel een paar minuutjes mee en…’


Natuurlijk zat het er aan te komen, na een waanzinnige boomhut en een loser die op school steeds in de problemen komt, is er nu het verhaal over een school in de ruimte. Als leeftijd wordt 7+ aangegeven, maar er staan wel een aantal moeilijke woorden in.

Dit vind ik grappig:
In het voorwoord van James Patterson staat: ‘een jongen die naar een nieuwe school gaat in de ruimte. Weird toch? Maar dat is nu zo super aan boeken: waar vind je anders schildpadden die de misdaad bestrijden, geheime scholen voor tovenaars of een jongen die kan vliegen en nooit volwassen wil worden?’

Het boek is getekend door de Amerikaan John Martin, die naast illustrator ook website designer is. De tekst is van Scott Seegert. Deze mannen hebben al eerder samengewerkt.


ISBN 9789000355372| hardcover | 312 pagina's | Van Holkema & Warendorf | juni 2017
Vertaald uit het Engels door Henrieke Herber | Leeftijd vanaf 7 jaar.

© Marjo, 20 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een kans voor een kat
De DierenRidders: Deel 5
illustraties: Mark Janssen
tekst: Iris Boter


Koen, hun klasgenoot, doet de laatste tijd maar raar, vinden de DierenRidders. Ze hebben geen idee wat er met hem aan de hand is. Ze willen heel graag dat Koen bij hun op de voetbalclub komt, want hij kan geweldig voetballen maar zo gauw ze erover beginnen wordt hij boos en loopt weg.
Koen wil echt nergens aan meedoen, met niets, hij wil zelfs niet mee naar de film. En hoe kan het dat hij de oude sportschoenen van Tijn aan heeft? Hij heeft ze toch niet gestolen?

Gelukkig is dat niet zo, zijn moeder had ze naar de kringloopwinkel gebracht maar waarom zegt Koen dat niet gewoon in plaats van te liegen dat hij ze al heel lang heeft, vraagt Tijn zich af.  De DierenRidders vinden het maar vreemd allemaal. Ze vragen Stan, de vriend van Koen, of hij weet waarom Koen steeds zo kwaad reageert, maar ook tegen Stan doet Koen heel stug. Toch belooft hij bij Koen langs te gaan en zo komen ze uiteindelijk te weten wat er bij Koen thuis aan de hand is. Het ergste vindt Koen dat hij daardoor zelfs zijn kat Rembrandt naar het dierenasiel moest brengen. Hij is stapelgek op zijn kat.

De DierenRidders vinden het heel naar voor Koen en omdat ze het toch even rustig hebben met dieren in nood besluiten ze Koen te helpen, maar hoe krijgen ze Rembrandt weer uit het asiel? Na een hoop gepieker krijgt Tijn een superidee...

Je verwacht, dankzij het idee, dat het de DierenRidders gemakkelijk gaat lukken de kat weer naar Koen terug te kunnen brengen. Ze zijn er ondernemend en vindingrijk genoeg voor. Maar Iris Boter geeft toch nog een onverwachte draai aan het verhaal, waardoor je even denkt dat het toch nog mis gaat. Gelukkig loopt alles nog goed af, zelfs beter dan Koen had durven dromen...

Een verhaal vol lieve vriendschap waar je doorheen vliegt. Bloedspannend is het niet, je zit niet op het puntje van je stoel, maar je wil toch steeds doorlezen om te weten of het geweldige plan van Tijn gaat lukken. Je duimt ook mee voor de goede afloop als alles anders loopt dan de DierenRidders bedacht hadden. Kortom, opnieuw een lekker verhaal met inhoud. Waren er maar meer DierenRidders...


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789000356386 | hardcover | 62 pagina's | Uitgeverij Holkema & Warendorf | juni 2017
Met vlotte zwart-wit afbeeldingen van Mark Janssen | Leeftijd 7+

© Dettie, 15 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Eigenlijk ben ik een flamingo
Simone Lia


Het zal je gebeuren als worm zijnde dat je nietsvermoedend lekker aan het graven bent en ineens vanuit een 'ruimteschip' op het bord van een sjofele, dikke vogel valt. Een vogel die wel heel veel op een kip lijkt. De worm weet niet wat hem overkomt...

"Wat zou jij doen als je een worm was en twee centimeter voor je zat een vogel naar je te kijken met zijn snavel zo ver open dat je zijn amandelen kon zien?
Misschien zou je hetzelfde doen als ik. Ik grijnsde breed en zei op m'n vrolijkst: Goedemorgen!"


Dat was zijn redding! Want de worm (Marcus) blijft praten en komt in gesprek met de vogel (Laurens) en al pratend vertelt Laurens dat hij gek op reizen is en het liefst naar Kenia wil. Hij pakt een fotoboek en bladert heftig om Marcus iets te laten zien. Bij een bladzijde waarop foto’s staan van roze vogels met lange dunne poten stopt hij met bladeren.


‘Dít’, zei hij en hij sloeg dramatisch met zijn vleugel op de pagina, ‘is de reden waarom ik moet gaan.’ Hij keek me aan. ‘Zie je wat ik bedoel?’ vroeg hij, terwijl hij langzaam knikte. ‘Hmm… ja’, zei ik en ik knikte bevestigend, alsof ik helemaal begreep wat hij bedoelde. ‘Dank je wel. Ik ben blij dat jij het ook ziet – eigenlijk ben ik een flamingo.’


Natuurlijk bevestigt Marcus dit onmiddellijk nog een keer, bang als hij is om opgegeten te worden. Maar Laurens denkt daar weinig meer aan. "Het voelt een beetje raar om je op te eten als ontbijt nu we samen hebben gepraat." Marcus is wel een beetje opgelucht en als Laurens uiteindelijk vertelt dat hij niet kan kaartlezen en daarom niet naar het Nakurumeer in Kenia gaat, stelt dat feit Marcus' leven veilig... Laurens wil namelijk dat Marcus voor hem gaat kaartlezen, hij raakt immers onder de grond ook de weg niet kwijt...

© Simone LiaEn zo gebeurt het. Marcus vliegt 'op een superzacht vliegend vogelkussen' ofwel op de rug van Laurens mee naar Kenia. Op naar de flamingo's!
Maar onderweg gebeuren allerlei dingen die de reis flink in de war schopt. Marcus verliest zijn kaart, ze belanden onderweg bij een geniepige mol en akelige eekhoorn, ze zien tot hun verbazing wel tien Eifeltorens in plaats van één, ze mogen meeliften op de kop van een giraf. Ze raken elkaar kwijt, vinden elkaar weer terug, en snappen er soms niets meer van. Waar zijn ze nou eigenlijk?
Maar één ding is zeker, ze gaan elkaar steeds aardiger vinden... Ze worden zelfs vrienden voor het leven.

Het is Marcus de worm die het verhaal vertelt op zijn eigen komische manier waardoor je af en toe met een brede grijns het verhaal verder leest.
Daarbij zijn de afbeeldingen van Simone Lia een welkome aanvulling. De worm en de vogel hebben geweldig sprekende snoeten en zijn toch bedrieglijk eenvoudig getekend. Kortom, een heel grappig en vlot boek waar kinderen erg om zullen moeten lachen.

ISBN 9789047708131 | hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | september 2016
Afmeting 18,8 x 13,6 cm | Nurcode 282 | Vertaald door Jesse Goossens |Leeftijd 7+

© Dettie, 11 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER