Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

Coco & Munt de plastic dreiging
illustraties": Emy Geyskens
tekst: Rob Geukens



Dit is een bijzonder boek!  Het wordt aldus aangeprezen: voor lezers met groene vingers vanaf 6 jaar. Of met rode, als ze geproefd hebben van zelfgekweekte aardbeien of tomaten …
Is dit geen leesboek dan?
Jawel, dat is het zeker!
Na een inhoudsopgave en een dubbele getekende pagina die de zomer weergeeft, begint er een verhaal. Voorlezen voor de kleinsten en zelf lezen als je een goede lezer bent.


Het verhaal gaat over prinses Coco die graag haar vriendje Twan in de serre of in de tuin helpt. Twan op zijn beurt vindt het vooral leuk om daar te werken in de vakanties en als hij mag blijven eten is hij de koning te rijk. Want koningin Composta kookt altijd van die lekkere dingen! Nu plukt hij tomaten, waar de koningin een heerlijke spaghettisaus van maakt. Twan eet inderdaad mee. Eerst ging hij even naar huis – hij woont in het dorp – om te vragen of het mocht. Eenmaal buiten schrikt hij:


‘Zijn hart bonst in zijn keel. Ziet hij dat goed? Dat kan toch niet waar zijn? Komt er opnieuw vuile, zwarte rook uit de schoorsteen van de oude fabriek? Die grenst aan de moestuin van de koning. Het is de fabriek van meneer Meer. De fabriek was al een hele tijd gesloten, omdat de man in het buitenland vertoefde, maar nu lijkt het erop dat hij terug is.’


Coco weet te vertellen dat het klopt wat hij gezien heeft: meneer Meer wil de fabriek groter maken!
De zus van de koning is professor Munt. Zij is al druk bezig om iets uit te vinden dat de vervuiling tegen kan houden. In haar laboratorium gaat wel eens wat fout…
Het wordt herfst (met opnieuw  een twee pagina’s vullende tekening) en niet alleen blijft er vieze rook uit de schoorstenen komen, Coco en Twan merken ook dat de kippen ziek zijn. Ze leggen geen eieren meer. Ze bezoeken de professor in haar laboratorium.


‘Meneer Meer deinst nergens voor terug,’ zegt ze. ‘Hij doet alles om winst te maken. Hij maakt steeds maar nieuwe producten van plastic, zo aanlokkelijk dat mensen ze kopen, en op die manier kan hij er steeds méér maken. Het milieu zal hem worst wezen.’


Maar daar worden Coco en Twan heel boos om. Die meneer Meer moet gestopt worden!
De juf op school is het met hen eens, en alle kinderen komen in actie. Maar het wordt winter, en zelfs de sneeuw is smerig.  De groenten groeien niet goed meer en Twan wordt ernstig ziek. Ook andere mensen zijn niet meer zo gezond. Ze moeten mondkapjes gaan dragen.
Zal professor Munt een middel uitvinden om meneer Meer te stoppen? Het wordt alweer lente…


Als je het verhaal van Coco en Twan uit hebt volgt er informatie over hoe je je eigen moestuin kunt beginnen met een woordenlijst (Tuintaal) achterin. Misschien wordt er toch wel wat te makkelijk over gedaan, het is prettig als er volwassenen zijn die je kunnen helpen. Het is een flink karwei!
Daarom wordt er ook verwezen naar Velt (Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren) een vereniging die alles duidelijk vertelt over hoe je gezond kan leven in alle seizoenen. De vereniging is bekend in Vlaanderen en Nederland en is al veertig jaar actief.
De site is wel meer gericht op volwassenen en daarom is het fantastisch dat in dit boek juist kinderen aangesproken worden. Zo geschiede dat een aantal kinderen van een school in Krokegem (bij Brussel) het project MUNT hebben opgestart. Zij staan aan de basis van dit boek.


Isabel Bouttens maakte er mooie sfeervolle tekeningen voor.
Hopelijk zorgt dit boek voor bewustwording, maar ook voor mooie – en lekkere – gerechten met geteelde groenten uit de eigen moestuintjes…


ISBN 9789044838121 | hardcover | 93 pagina's | Uitgeverij Clavis | mei 2020
Afmetingen 29,8 x 21,7 x 1,4 cm | Illustraties van Isabel Bouttens | Leeftijd vanaf 6 jaar.

© Marjo, 9 juli 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Stinkhond zoekt een baasje
illustraties: Marc Boutavant
tekst: Colas Gutman


In dit eerste boek van de nieuwe serie over Stinkhond mogen we kennismaken met deze vieze, stinkende, domme maar oh zo lieve hond, die van zichzelf denkt dat hij een labrador is. Hij heeft altijd een fanclub van vliegjes om zich heen, zijn vacht wemelt van de vlooien en kinderen zijn bang voor dit blaffende tapijt.
Maar ondanks de vliegjes en de vieze vacht sluit je al bij het eerste plaatje dat je van Stinkhond ziet, het dier in je hart. Je ziet gelijk dat het een vrolijke, gezellige, lieverd is. Je ziet dat hij het hele leven geweldig vindt en iedereen is gewoon fantastisch.


Stinkhond woont in een vuilnisbak samen met Plattekat, die als kitten onder de wielen van een vrachtwagen terecht kwam. Plattekat is de intellect van het stel. Hij moet alles honderd keer uitleggen aan Stinkhond, dus ook wat nou eigenlijk een baasje is.


Als Stinkhond eindelijk door heeft wat een baasje hebben betekent - lekker eten, warm mandje etc - wil hij er ook wel een. Hij gaat gelijk op zoek en, zo belooft hij, als hij er een gevonden heeft krijgt Plattekat een fietspomp!
Natuurlijk loopt het naïeve beest tegen het verkeerde baasje aan. Maar Stinkhond is alleen maar blij en beseft niet dat zijn smerige uiterlijk dit keer zijn geluk is. De hot-dog winkel wil namelijk Stinkhond niet kopen, hij is tè vies, dus mag hij dan maar het huis van de baas bewaken. Ook dat gaat helemaal mis. Hij vindt het spelletje met zijn baas, die vastgebonden wordt aan een boom, superleuk!


Zijn baas vindt het echter minder gezellig en daar staat Stinkhond weer op straat, zonder zijn gedroomde baasje ...

Plotseling komen de drie boeven die dat leuke spelletje met  zijn baasje deden weer tevoorschijn. Het zijn helaas heel slechte boeven, zij zijn totaal niet vriendelijk voor dieren. Maar Stinkhond ziet dat natuurlijk anders, hij vindt ze gewoon lief! De drie pakken Stinkhond en nog veel meer dieren op en laden ze in hun auto. Ze hebben heel kwade plannen met alle beesten. Als dat maar goed gaat ...
Er gebeurt daarna van alles met Stinkhond en de overige dieren en dankzij de lieve, ontwapenende Stinkhond komt alles toch nog letterlijk op zijn pootjes terecht.


De afbeeldingen van Marc Boutavant maken het verhaal extra leuk. Als je de grappige snoet van Stinkhond ziet, krijg je vanzelf een lachkriebeltje in je buik. Hij is zo lekker vrolijk! Stiekem zou je zelf wel zo'n lieve Stinkhond willen, met Plattekat erbij!


ISBN 9789401465519 | Hardcover | 49 pagina's | NUR 287/281/282 | Uitgeverij Lannoo | maart 2020
Originele titel Chien Pourri vertaald door Sylvia Vanden Heede | Leeftijd 8+

© Dettie, 7 juli 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Stinkhond aan het strand
Colas Gutman


Dit is het derde boek van een nieuwe serie, Stinkhond genaamd, bedoeld voor beginnende lezers.
Voor wie hem nog niet kent, hij wordt aldus voorgesteld:


Dit is Stinkhond.
Hij ruikt naar sardientjes en ziet eruit als een gerafeld tapijt.
Stinkhond is niet alleen lelijk en dom, maar hij heeft ook een hart van goud.


Of hij stinkt kunnen we niet beoordelen, gelukkig maar. Lelijk, ja, hij is niet bepaald de hond die je zou uitkiezen. Maar aan de binnenkant van de omslag staan nog veel meer honden die er niet zo aantrekkelijk uitzien. Ze kijken allemaal zo boos! En dat geldt niet voor Stinkhond: die ziet er heel vrolijk uit!  En of hij dom is? Slim kan je hem inderdaad niet noemen, maar hij is vooral naïef. En dat zijn beste vriend een kat is zegt inderdaad wel dat hij een hart van goud heeft. Want Plattekat is zo mogelijk nog lelijker…


‘Hoor je dat, Plattekat? Dat klinkt fantastisch. Wij gaan ook een kind adopteren van de Kotelet d’Azur.’
‘Verwacht er maar niet te veel van, Stinkhond. Wie wil er nu een dweil en een kat die op een frisbee lijkt?’


In dit derde deel hebben Stinkhond en Plattekat het niet best. Het is snikheet, zelfs de vliegen sterven als vliegen!
Ze hebben een reisfolder te pakken gekregen – niet zo gek, ze leven van wat ze in vuilnisbakken vinden – en zouden graag naar de Côte d’Azur willen. Dat ziet er zo mooi uit… (bedenk wel: dit is geschreven door een Franse schrijver, de Côte d’Azur is dus niet zo ver voor de vrienden)
En dan komt het zomaar op hun pad, een kansje om te gaan! Want er is een zomerkamp voor vergeten dieren!
Er staat een lange rij bij de aanmelding, maar de leider ziet Stinkhond en zegt: ‘Volgens de traditie is het laatste plekje voor de zieligste verschoppeling.’
Nou, en dat is Stinkhond. En Plattekat mag mee.


Daar gaan ze, met de bus vol vergeten dieren komen ze aan aan het strand waar ook de Beach Club is. Maar daar mogen ze niet in.
Als ze Bermuda Boy ontmoeten denken ze een kind te kunnen adopteren. Dat deze jongen andere plannen heeft, dat hebben ze niet door. Toch komt het indirect door deze Bermuda Boy dat ze een ticket winnen voor de Beach club!
Daar ontsnapt Stinkhond maar net op het nippertje aan de dood, en blijkt Bermuda Boy een onverwachte kant te hebben.


Stinkhond, de titel zal meteen aanspreken bij de doelgroep, kinderen van een jaar of 8. Het verhaal vast ook, Het verhaal is verdeeld in behapbare hoofdstukken, waarin het verhaal wel doorloopt maar toch afzonderlijk te lezen valt. De hond en de kat zijn dikke vrienden en moeten het samen opnemen tegen de andere verlaten dieren die niet allemaal even aardig zijn. Behalve de labrador dan, dat is een schat van een hond. Dat kunnen we van pitbull of buldog niet zeggen.


Colas Gutman won 2012 de Franse Prix sorcière – een Franse prijs voor kinderliteratuur - in de categorie 'Eerste lezers'.
Marc Boutavant is een succesvolle Franse illustrator van kinderboeken. Hij illustreerde o.a. voor Actes Sud junior, Nathan, Seuil jeunesse en Milan.


ISBN 9789401468138 | hardcover | 36 pagina’s | Uitgeverij Lannoo | juni 2020
Illustraties van Marc Boutavant | Vertaald uit het Frans door Sylvia Vanden Heede | Leeftijd vanaf 8 jaar.

© Marjo, 25 juni 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De jongen, de mol, de vos en het paard
Charlie Mackesy


'Het is een boek dat ontdekt moet worden', vertelt Charlie Mackesy ons in het YouTubefilmpje waarin we de schrijver/illustrator aan het werk zien en daarmee raakt hij inderdaad de kern van het boek. Dat maakt het ook zo moeilijk om te omschrijven, want het is niet te vertellen je moet het zien, lezen, voelen.

Het tot stand komen van deze uitgave is al bijzonder, Charlie Mackesy plaatste namelijk regelmatig een tekening met een tekst eronder, en kreeg daar zoveel reacties op dat er een dialoog ontstond tussen zijn lezers en Charlie. Het waren niet zomaar dialogen maar gesprekken die verder, meer de diepte in gingen en erg persoonlijk waren. Dat inspireerde hem om ermee door te gaan, want de dialogen, de interacties, waren de moeite waard. Uiteindelijk resulteerde het in dit boek dat een soort mix is geworden van de verhalen van Winnie de Pooh en De kleine prins, maar toch een heel eigen stijl heeft gekregen. 


Het is geen chronologisch verhaal maar meer mooie, ontroerende, gevoelige, diepzinnige tekstjes met eenvoudige maar rake tekeningen, die in zijn geheel ons toch het gevoel geven dat we een heel bijzonder verhaal gelezen hebben.


Zoals de titel al zegt zijn de hoofdpersonages de jongen, de mol, de vos en het paard.
De jongen is eenzaam als hij de mol tegenkomt en zij beginnen elkaar, en zichzelf, gelijk vragen te stellen in de vorm van korte opmerkingen en zinnetjes. Ze constateren en leren. De jongen merkt bijvoorbeeld op:


Raar eigenlijk, wij zien alleen onze buitenkant maar bijna alles gebeurt van binnen.


Later komt de vos erbij, die aanvankelijk aanvallend is maar de mol bevrijdt hem uit de strik, waarmee gelijk hun vriendschap voor eeuwig bezegeld is. En het paard is de kers op de taart. Hij is het zachtaardigste en wijste van allemaal. 
Met zijn vieren trekken ze verder en leren veel van en met elkaar.


De vos is vrij stil, het leven heeft hem pijn gedaan.


De vos zegt eigenlijk nooit iets,' fluisterde de jongen.
'Nee. En het is heerlijk om hem bij ons te hebben,' zei het paard.


Maar hoe langer de vos optrekt met het groepje hoe meer hij uit zijn schulp kruipt, hij gaat zich steeds beter voelen.
Op geven moment vraagt paard hem:


We hebben allemaal een reden nodig om door te gaan, wat is het jouwe?
'Jullie drieën', antwoordt de vos.

'Eerlijk gezegd,' zei de vos, 'heb ik vaak het gevoel dat ik niets interessants heb te vertellen.'
'Iets eerlijk zeggen is altijd interessant,' zei het paard.


Maar ook het paard heeft zijn moeilijke momenten gehad.


'Wat is het moedigste dat je ooit hebt gezegd?'  vroeg de jongen.
'Help,' antwoordde het paard.


De symboliek is groot in dit boek. Paard heeft bijvoorbeeld een grote gave, hij kan vliegen, maar hij is ermee gestopt omdat het andere paarden jaloers maakte. Bij de jongen, de mol en de vos mag hij zichzelf zijn. 'Wij houden van je, of je kan vliegen of niet, zegt de jongen. En we zien vervolgens een prachtig paard met vleugels verschijnen!


Met zijn vieren doorstaan ze een heftige storm, en de weg die ze te gaan hebben is lang...


We hebben nog zo ver te gaan zuchtte de jongen.
'Ja maar kijk eens hoe ver we zijn gekomen,' zei het paard.


En zo kun je blijven doorgaan met vertellen en citeren maar zoals gezegd 'het is een boek dat ontdekt moet worden'. Gewoon zelf kijken, lezen, proeven is mijn advies. Het is gewoon een heel mooi uitgevoerd, universeel boek met een vriendelijke, hoopvolle inhoud vol levenswijsheden. De afbeeldingen zijn eenvoudig maar raak. Je zou het boek wel aan iedereen cadeau willen geven.


'Ik hoop dat dit boek je aanmoedigt, misschien om onbevreesd te leven met meer liefde voor jezelf en voor anderen. En dat het je aanspoort om hulp te vragen als je het nodig hebt - wat altijd moedig is om te doen.' wenst Charlie Mackesy ons toe. Dat gaat vast lukken!


ISBN 9789026623844 | Hardcover | 128 pagina's | Kok Boekencentrum jeugd | maart 2020
Vertaald door Arthur Japin | leeftijd van ca 8 jaar tot ver in de 100...

© Dettie, 6 juni 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het schedelrijk
Deel 4 uit de serie De Engste Serie Ooit
Tjerk Noordraven


Wie de serie gevolgd heeft – wel aan te raden om alles goed te kunnen volgen – heeft wel een vermoeden wie die man is die op het laatste moment een kist meegeeft aan de kapitein van een schip. Zeker als hij zelf in die kist gaat liggen.
Het schip meert af langs de Seine in Parijs, waar alle bemanningsleden door die enge man de stad in worden gestuurd met een opdracht…

Volgens de wetten van Transsylvanië moet iedere oudste zoon in zijn dienst treden. Dragos was een oudste zoon en wist dat ook hij aan de beurt zou komen. Op zijn elfde werd hij inderdaad gebeten. Dragos was voortaan een vampier… Maar voor hij ingelijfd kon worden in de hofhouding van Graaf Dracula, werd de kist waarin hij lag meegenomen door een spookhuiseigenaar. Hij moest dienen als attractie, net als enkele lotgenoten: Eus, de faun; Prins Toet, de mummie en een hellehond met drie koppen, kortweg Hond genoemd. 


Vanaf de dag dat zij met z’n vieren uit het spookhuis gered werden door Nera, een gewoon meisje, zijn ze onafscheidelijk geweest. Dragos wilde naar Transsylvanië om te zien hoe zijn ouders het stelden. Dat was niet zo best: ze zaten in de gevangenis! Natuurlijk probeerde hij hen te redden, met de hulp van zijn vrienden. Het griezelige avontuur dat volgde leidde er toe dat hij zich de eeuwige woede van Graaf Dracula op zijn hals haalde.


Nu hij in Parijs is, houdt de graaf zich schuil in een onderaards gangenstelsel waar eeuwenoude schedels en botten liggen (NB: In Parijs bevinden zich inderdaad uitgestrekte catacomben. Een deel ervan is een toeristische attractie. Je kan er de beenderen van miljoenen Parijzenaren bekijken)
Heer Dracula is druk bezig een vampierleger te vormen.
De vijf vrienden weten hem te vinden – niet zonder slag of stoot overigens – om dan te ontdekken dat het  doodeng is daar onder de grond. Ze krijgen te maken met vampierratten, vampiersoldaten en ook hellehonden. Even was Hond blij: soortgenoten! Maar helaas gehoorzamen zij Graaf Dracula, en hebben ze helemaal geen behoefte aan een nieuwe vriend. Het is dus nog gevaarlijker dan levensgevaarlijk in die onderaardse gangen! En ze weten ook de weg niet.


‘Opeens verschuift er onder haar voet een steen.
Met een smak schiet ze onderuit. Haar zaklamp klettert uit haar handen.
In vliegende vaart schuift ze over de harde rotsbodem omlaag, suist een fractie van een seconde door de lucht en landt dan met een klap op iets hards.
Het is geen stenen bodem of rots waar ze op landt, het zijn een soort losse staven, die verschuiven zodra ze zich beweegt. Haar linkerhand vindt houvast op een rond, hard iets.
Kreunend drukt ze haar lichaam overeind.
De zaklamp ligt rechts van haar, met het schijnsel op de rotswand gericht. Zonder op te staan, strekt ze haar arm uit, grijpt de zaklamp en schijnt om zich heen.
Ze gilt van schrik.’


Waarom gilt Nera? Ziet ze Graaf Dracula, of iets wat nog enger is? Zal de graaf hen te pakken met zijn sterke leger?
Het lijkt schier onmogelijk om te ontsnappen…


Ook nu geldt: dit verhaal is niet voor watjes! Het is echt een doodeng en griezelig verhaal, de fantasie van Tjerk Noordraven gaat aan de haal met allerlei monsters en andere griezelige elementen.
Mocht je in Parijs komen, laat die catacomben maar even links liggen, en kijk uit in de duisternis. Overdag ben je wel veilig, vampiers houden absoluut niet van licht!


Zoals in de eerdere boeken is ook hier een zwarte rand aan de randen van de pagina, is er veel witruimte en zijn de dialogen to the point. Met de korte hoofdstukken die eindigen met cliffhangers, is het opnieuw een flitsend verhaal. En de omslag: echt heel mooi werk van Esther Malaparte!


Vergeet niet de website van Tjerk Noordraven te bezoeken: https://www.tjerknoordraven.com


ISBN 9789048845941| hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Moon | maart 2020
Illustraties en omslag van Esther Malaparte | Leeftijd 9+

© Marjo, 3 april 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Chip & Bos - Roborangers!
Illustraties (strips) van Anne Stalinski
Tekst: Tineke Honingh


We beginnen met een voorstelrondje. Wie zijn Chip en Bos?
Ook maken we kennis met de robots die in dit verhaal een rol spelen, en met de vader van Chip, de robotdeskundige Christofer.
Het verhaal speelt in Essenstad, waar ook de robotfabriek staat, onder leiding van mevrouw Werk.


Chip weet al bijna net zo veel van robots als zijn vader, want Christofer legt graag uit. Nu is hij bezig met de KR-8, die de slimste robot ooit moet worden. Als Chip zit te wachten tot zijn vader klaar is, komt mevrouw Werk de kamer binnen, met de burgemeester. Terwijl mevrouw Werk super enthousiast vertelt hoe Christofer zulke slimme robots uitvindt, moppert de burgemeester alleen maar. ‘Kunnen ze de monorail op tijd laten rijden?’


Als ze weer thuis komen, vinden ze een kapotte robot in de voortuin. Wat is dat nou? Hoe komt die daar? Onmiddellijk gaat Chips vader aan de slag om het te repareren. Heeft-ie weer geen tijd voor Chip! Gelukkig is Bos er, met wie hij computergames (als strip in het boek) speelt. Bos is altijd in voor een grapje en flauwe moppen vertellen vindt hij ook leuk. Hij doet bijvoorbeeld graag zijn moeder na die wil dat haar zoon gezond eet. Maar dat vindt robot Sten ‘de gouden huisassistent’ ook beter. Sten is een degelijke robot, hij wil alles volgens de regels doen.
Maar als het avontuur begint en hij zich er ook in mengt, blijkt zijn aanwezigheid toch best handig, ook al handelen Chip en Bos niet volgens de regels.


Christofer vertelt de jongens dat de vondeling een oud model speelgoedrobot is, een DD4. Er zijn er nog meer in de kelder van de fabriek, maar ze werken niet meer. Deze ook niet, zegt hij. Maar als zijn vader weg is, blijkt de robot het juist heel goed te doen! Zij noemt zich Deedee, en ze vertelt over een complot. Iets of iemand is er op uit om heel Essenstad te ontregelen. Wie zit daar achter? En waarom?
Als Chip en Bos besluiten om op onderzoek uit te gaan worden ze vergezeld door de twee robots.
Dat wordt een spannend avontuur!


'Bos en Deedee boksten met hun vuisten tegen elkaar. Chip moest glimlachen om zijn lange vriend en die kleine witte robot met haar blauwe pet.
'Het gaat lukken,' zei Deedee nu.
'Het gaat lukken.' zei Bos net zo stellig.
'Uiteraard,' zei Sten. 'Vertrouw maar op mij.'


Erg goed gedaan: de argeloze lezer wordt het boek in getrokken in de veronderstelling dat het een boek is als Leven van een Loser of een van die series. Voor ze er erg in hebben zitten ze toch maar zo in een ‘echt’ boek te lezen, dat wel voorzien is van veel plaatjes en afgewisseld wordt met strips, maar echt een lap tekst is. Mooi meegenomen als een kind dat minder graag leest op deze manier nieuwsgierig gemaakt wordt! Het is spannend, er zit veel humor in, en de typetjes – ook de robots! – zijn aansprekend. Het smaakt eigenlijk naar meer…


Tineke Honingh is schrijver en stripscenariomaker. Ze schrijft korte verhalen voor magazines, scenario's voor een strip, een feuilleton voor internet. Het (on)gewone Verhaal van Bo (en Tom) en Elke Dag Broerdag zijn bekende boeken van haar hand.
Anne Stalinski is illustrator en stripmaker. Zij won eerder een CPNB Zilveren Penseel met het door haar geïllustreerde boek De bromvliegzwaan (geschreven door Arend van Dam).


ISBN 9789000373482 | hardcover | 224 pagina’s | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf  | juni 2020
Leeftijd vanaf 7 jaar

© Marjo, 8 juli 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dog Man en de vlooienkoning
Dav Piley


De vijfde Dog Man alweer! Een boek waar de jonge fans reikhalzend naar uit kijken. Maar wat is dan die aantrekkingskracht van deze boeken voor deze kinderen?


Als het Dogman zelf is zou dit nieuwe deel een teleurstelling kunnen zijn. Hij heeft niet zo grote rol in het verhaal. Het begint wel met een terugblik: hoe er twee slachtoffers waren bij een ontploffing, een agent en een hond. Die werden in een spannende operatie samengevoegd tot Dogman: een mens met het hoofd van een hond. Praten kan hij dus niet.


In eerdere boeken zijn er andere figuren opgedoken, vrienden zoals Zoezoe de poedel, Pien Petjeaf, de journalist en Baas, zijn baas dus. Vijanden heeft hij ook: de kat Karel.
Het is Karel die nu de hoofdrol heeft, maar waarschijnlijk is dat voor de jonge lezers geen probleem.
Want ook Karel beleeft avonturen waarbij er flink veel spanning aanwezig is. Wat hij wil gaat niet altijd – zeg maar nooit – van een leien dakje: het is totaal onvoorspelbaar wat er gaat gebeuren!


Een groot deel van de aantrekkingskracht zit ‘m natuurlijk in de plaatjes. Kinderen die niet zo graag lappen tekst lezen, kunnen met deze boeken toch een verhaal lezen. Er is wel degelijk tekst, dus voor een goed begrip moet je dat wel lezen. Simpele taal is het ook niet altijd. Woorden als barbarij en hydraulisch komen in het woordenschat van jonge kinderen waarschijnlijk niet voor.
Het is een graphic novel, met strak getekende figuren, die je zelf ook kan tekenen - heb je hulp nodig, dan staan er een korte cursus achterin -
En Dogmanboeken hebben nog iets speciaals dat je bij andere graphic novels niet ziet:  De Omsla-no-scoop! Dat is een pagina die je snel heen en weer moet bewegen zodat de plaatjes ‘bewegen’.


In dit boek gaat het verhaal verder met de gekloonde kat van deel vier. De kloon die Karel creëerde is Kleine Karel, een lief klein katje, die qua karakter niet op zijn vader lijkt. Dogman adopteert het katje dat het reuze naar zijn zin heeft met zijn nieuwe vriend de robot A2-HD.
Maar dan komt zijn vader - die overigens volhoudt dat een kloon geen vader heeft - hem halen. In het volgende hoofdstuk is het opletten geblazen: grote Karel vertelt een verhaal aan kleine Karel, die hem steeds onderbreekt en dat onderscheid moet je wel zien, anders begrijp je er niets van.
Er duiken slechteriken op in het verhaal dat Karel vertelt: Biggie, Gekko en Broer.
‘Wij zijn geen schurken! Wij zijn megalomanen! ‘
Eerst willen ze wraak nemen op Karel, dus Kleine Karel loopt gevaar. Maar ook willen ze de wereld veroveren, dus ze zullen moeten worden tegengehouden.
In een erg wonderlijk verhaal met ontsnappingen en grote gevaren nemen de Karels en Dogman het op tegen de boeven.


Mocht het nog niet genoeg zijn – spanning, humor, leuke aansprekende tekeningen – dan zijn er in dit verhaal ook nog de flauwe grappen van Kleine Karel en de fantastische uitvindingen van robot A2-HD.
Het zit er dik in dat ook dit boek door de fans steeds opnieuw gelezen gaat worden. En al kijken ze dan natuurlijk ook naar de plaatjes, ze zullen de tekst ook lezen.


Dav Pilkey (1966) heeft hij al veel kinderboeken op zijn naam staan, waaronder de graphic novel-serie over Kapitein Onderbroek. Davs boek 'De avonturen van Kapitein Onderbroek' was een van de leestips tijdens de Jeugdboekenweek Vlaanderen 2015.


ISBN 9789493189089 | Hardcover | 256 pagina's | Uitgeverij Condor | juni 2020
Vertaald uit het Engels door Tjibbe Veldkamp | Leeftijd vanaf 7 jaar

© Marjo, 4 juli 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ken je die mop…?
Illustraties van Sam Loman
Marianne Busser en Ron Schröder


Moppenboeken voor kinderen, dat zijn meestal boekjes vol erg flauwe grappen, met meerdere op een pagina, waardoor het het soort boek is dat je op het kleinste kamertje neerlegt. Daar heb je meestal maar even tijd om dan een paar moppen te lezen, en het niveau past bij de omgeving…


Nu is het niet zo dat in dit boek van Marianne Busser en Ron Schröder geen flauwe moppen staan. Die van dat kind die dropjes uitdeelt op school tot ze op zijn, dan weet iedereen wat er gebeurt, en er is die ene over twee vliegen die zitten te eten, waarbij de een zegt: ik ken een mop, en de ander reageert: ‘geen vieze hoor, ik zit te eten.’
Dat is ook best flauw, maar het is natuurlijk wel op rijm gezet, en er is een leuke tekening bij. Het is dan bladvullend, zoals de meeste moppen in dit boekje zijn. Het zijn er ruim twintig.


Maar er is ook een mop over een juf die aan de leerlingen vraagt om een opstel te schrijven over voetbal.


‘Denk aan de spelers of de trainer
de scheidstrechter en aan de bal
tribunes, spandoeken en bekers
en welke club er winnen zal

Maar je moet er wel voor zorgen
dat alles op één blaadje past
dus schrijft Liv dit korte opstel:

Ha ha, nee, ik ben die laatste regel niet vergeten, maar wat daar staat, dat verklap ik niet.


Die van dat meisje die in de dierenwinkel een konijntje komt uitzoeken, die vind ik persoonlijk niet echt grappig. Het antwoord op de vraag van de eigenaar ‘Wil je een hele zachte of één waar je mee kunt spelen?’. Ach, arm konijntje…
Maar of de mop je bevalt of niet, het zijn allemaal leuke rijmpjes, en allemaal met vrolijke illustraties van Sam Loman, die vooral hele leuke dieren tekent.


Marianne Busser (1958) en Ron Schröder (1958) hebben samen inmiddels ruim driehonderdvijftig boeken en meer dan duizend liedjes gemaakt, waaronder De Winkeltjes en De sproeipoeper.
En Sam Loman maakt ook zelf mooie boeken: http://www.sam-illustraties.nl

ISBN 9789000371778 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | juni 2020


Afmeting 22,8 x 16,2 x 0,9 cm| Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo, 26 juni 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Eefje en de dieren
Matt Haig


Als haar vader zegt dat ze bijzonder is, dan zal dat wel, denkt de elfjarige Eefje. Of zeggen alle vaders dat? Maar zelf vindt Eefje ook wel dat ze een talent heeft. Behalve dat ze eigenlijk alles weet over dieren, kan ze ook hen praten! Ze kan horen wat dieren denken, en soms ook kunnen dieren horen wat zij dan terugdacht. Van haar vader mag ze dit absoluut tegen niemand vertellen en nog liever heeft hij dat ze ook niet probeert om met dieren te praten. Maar zeg nou zelf: behalve dat het leuk is, is het ook prettig om bijvoorbeeld te praten met die mus – Hip heet hij – over hoe ze haar moeder zo erg mist.
En het brengt haar ook in de problemen. Op school zit in een te kleine kooi een konijn, Kahlo heet hij. Als Eefje hoort dat hij het verschrikkelijk vindt in die kleine ruimte en dat hij terug wil naar het bos, waar hij ook vandaan komt – hij is dus geen tam konijn! – besluit Eefje hem te helpen ontsnappen.


‘Als ik ooit iets voor je kan doen, moet je het gewoon vragen.’ zegt hij voor hij weg hopt.


De directeur is erg boos en roept haar vader op school. Ze dreigt zelfs om Eefje van school te sturen. Dat weten ze te voorkomen, maar Eefje moet haar vader nu echt beloven niet meer met dieren te praten.  Ze belooft het en probeert het ook echt, zeker als haar vader heeft uitgelegd wat er met haar moeder gebeurd is, die ook met dieren kon praten. Eefje begrijpt dat het gevaarlijk is voor haar.
Maar Eefjes oma denkt er toch anders over. Zij wil juist dat Eefje haar talent ontwikkelt, en oefent met haar. Stiekem. Eefje is namelijk niet voor niets gezegend met dat talent. Ze heeft een missie. Ze moet de wereld redden.


‘Alles is onmogelijk totdat je het doet. En jij zult het doen. Het is een vorm van zien waarvoor je geen ogen nodig hebt. Een vorm van proeven, maar dan met je geest. Elk dier is verbonden met elk ander dieren. We zijn allemaal met elkaar verbonden. Dat is de keten van het leven. Vier miljoen jaar geleden hadden we allemaal een gemeenschappelijke voorouder…’


Natuurlijk ontdekt haar vader het toch. Want er gebeurt iets waardoor ze niet anders kan dan met een dier praten. Met een leeuw zelfs.  Niet alleen haar vader, maar de hele wereld weet binnen de kortste keren wie zij is. Ook de man die zo gevaarlijk is.  

Het duurt even voor het verhaal op gang komt. Je kan natuurlijk niet zomaar ineens een meisje zijn dat de wereld moet redden. Er moet uitgelegd worden waarom het gevaarlijk is om dit talent te hebben. Er is een voorgeschiedenis nodig. Nu weet Haig dat interessant genoeg te brengen. Praten met dieren is iets wat iedere lezer wel wil kunnen, en dat doet Eefje vanaf het begin. Aanvankelijk is het alleen voor de lol, maar vanaf het moment dat ze er anderen mee kan helpen, en dat opvalt, komt ook de spanning in het verhaal. Want dan vertelt haar vader haar wat voor meisje ze is, en heeft haar oma die plannen met haar. Niet dat de volwassenen het verhaal maken, dat doet Eefje toch echt zelf.
Samen met de dieren. In het bijzonder konijnen!


Een goed verteld bijzonder verhaal, met een magisch tintje en een fijne spanningsboog. Leuke zwart-wit tekeningen maken het af. Vooral als er een aantal pagina’s gevuld worden met posters voor vermiste dieren. Het is niet grappig dat ze vermist worden, maar de tekst op die posters maakt toch wel dat je af en toe grinnikt.
De aangegeven leeftijd is 8+, dat vind ik toch wel wat aan de jonge kant. Voorlezen kan prima, maar voor zelf lezen zou ik zeggen: 10+


Matt Haig (1975) is de auteur van vijf romans, waaronder de bestseller The Humans. Zijn werk wordt gepubliceerd in meer dan dertig landen en de filmrechten van zijn debuut The Last Family in England (2004) zijn gekocht door de productiemaatschappij van Brad Pitt. Haigs eerste kinderboek, Shadow Forest, won vele prijzen, zoals The Smarties Book Prize.


ISBN 9789048850945 | Hardcover | 224 pagina's | Uitgeverij Moon| februari 2020
Illustraties van Emily Gravett | Vertaald uit het Engels door Merel Leene | Leeftijd vanaf 8 jaar.

© Marjo, 8  april 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Geloof
Ieder zijn eigen verhaal
Henk Linskens


Het meisje in dit boek onderzoekt het woord geloof, ze kijkt wat geloof nu eigenlijk is, want elk verhaal dat je verteld wordt of gelezen hebt dat geloof je of niet. Dat kan tot gevolg hebben dat je, als je angstig of verdrietig bent, door een verhaal kunt geloven dat het allemaal zo erg niet is.
Er zijn verhalen over oorlog en bommen maar ook over vrede en vriendschap. Er zijn verhalen over echtheid en schoonheid, over geloof, bijgeloof, ongeloof.
Verhalen die je laten dromen of wetenschappenlijke verhalen, die maken dat je erin kunt geloven.
Maar waar draait het nu eigenlijk om? Moet je álles geloven?  Of juist niet? Is er wel een verhaal dat helemaal waar is? Dara draait het in dit boek om.


Het filosofische verhaal is verder voorzien van bijzondere illustraties vaak vol bloemen en kleur. Maar de tekst vormt af en toe ook een tegenstelling met de afbeeldingen. Bijvoorbeeld bij de tekst: "Misschien geloof je in verhalen waarin vrede en vriendschap bergen verzetten, en oorlog en bommen niets uithalen.' Op de bijbehorende afbeelding zie je deels het meisje op een witte duif in een vrolijk landschap vol kleurige bloemen en grappige huisjes. Maar het andere deel van de tekening is donker/zwart, de wereld staat in brand, gezichtjes worden weggedragen op een brancard, donkere figuurtjes sjokken met hun huis op hun rug verder... In welke deel van deze illustratie geloof je? Welk deel is waar? Of zijn ze alle twee waar?


De teksten zijn overwegend positief, de afbeeldingen ook maar laten dus soms de andere kant zien. Het boek toont waarin je kunt of wilt geloven. In het positieve of het negatieve. In het kleurrijke of het zwart-witte. In de fantasiewereld of de realiteit. 
Het komt er op neer dat ieder heeft zijn eigen verhaal heeft waarin hij of zij wel of niet gelooft.
Maar waar je uiteindelijk in gelooft mag je helemaal zelf beslissen.


In deze tijd van Corona, is dit boek mogelijk wel een prettige aanleiding voor kinderen om deze ziekte te bespreken. Welk verhaal geloof je rond deze ziekte? Welke niet? Welk verhaal denk je dat waar is, welke niet. Wat wil je geloven? Kun je daar ook écht in geloven, enz. maar daarnaast is het gewoon een fijn kleurrijk verhaal, waarin ieder vrij wordt gelaten in hun geloof in iets.


ISBN 9789044838688 | Hardcover | 27 pagina's | Uitgeverij Clavis | maart 2020
Afmeting 29,8 x 21,9 cm | Leeftijd 6+

© Dettie, 25 maart 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER