Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

altJippie!
Sanne Rooseboom


Super heet ze, het tienjarige prinsesje dat in het land Jippie woont. Maar ze voelt zich helemaal niet super. Ze vindt het vreselijk dat iedereen in haar land, iedereen in haar omgeving altijd maar zo vrolijk en opgewekt is, dat ze allemaal steeds de zonnige kant zien, hoe slecht het ook gaat. Als het ’s morgens koud is, en de lakei staat met een stralende lach klaar met haar vrolijke gele jurk, moppert ze dat het zo koud is.


‘De lakei lachte alsof Super iets grappigs had gezegd. ’Kou is toch fantastisch, prinses. Die rrrillingen die je voelt tot in je botten, daardoor weet je dat je leeft! ‘


En zo doet iedereen! Super is zelf helemaal niet zo. Ze wil best blij zijn als dat zo uitkomt, maar als er reden is om te mopperen, bijvoorbeeld als het koud is, dan mag dat toch? Maar niemand moppert met haar mee.


Nu is het in Jippie de gewoonte om al vroeg je toekomstige man of vrouw uit te zoeken, zodat je je daar in elk geval niet meer druk om hoeft te maken. Daarvoor wordt een riddertoernooi georganiseerd. Veertien ridders zitten op een pony, en duwen elkaar daar af, tot er tenslotte eentje overblijft. Als de prinses niet zelf al een man gekozen heeft, dan wordt de laatst overgeblevene de man met wie ze zal trouwen. Natuurlijk niet meteen! En ja, al die ridders zijn vrolijk, opgewekt, ze lachen zelfs als ze vallen, en een gebroken arm is toch helemaal niet erg, vinden ze.
Super wordt er wanhopig van. Zo’n man wil ze echt niet. Ze wil wel iemand met wie ze kan lachen, maar ze moeten ook kunnen mopperen samen.


Haar moeder heeft een oplossing: het buurland Grom is precies het tegenovergestelde van Jippie: daar is iedereen chagrijnig en moppert overal over. Blije gezichten zie je daar niet. Super gaat dus snel op reis, met de vrolijke lakei Rolf. Misschien is er in dat land wel iemand met wie ze kan trouwen.
Er staat een hoge muur tussen beide landen, want je snapt wel dat de vrolijke Jippie-ers niet echt overweg kunnen met de humeurige Grommers. Grommers bijten je neus er immers af! Nee, zeggen de Grommers: Jippie-ers bijten je neus af...
Zal Super in Grom de man vinden die ze zoekt?
Dat heeft nog wel even wat voeten in aarde natuurlijk, want wat zijn die mensen in Grom chagrijnig! Dat is toch ook niet wat Super wil. Trouwens: geen enkele man uit Grom wil haar! Koning worden in een blij land? Echt niet!


Dit debuut van Sanne Rooseboom is erg geslaagd: de tegenstelling tussen vrolijke en chagrijnige mensen is natuurlijk uitvergroot, maar dat werkt juist prima. En zo’n prinses die tegendraads is ook. Sanne Roosenboom heeft de namen netjes aangepast aan het betreffende land. Het is niet moeilijk te raden waar het Dorp van Feest ligt, of in welk land je Narigheid kunt vinden. Ook met de inwoners is het zo: in het ene land kan een kind Giechel heten, in het andere heten ze Rot of Ramp.


Er was eens een prinsesje: een reuzeleuk modern sprookje, met zoals het bij een sprookje betaamt een boodschap die onder een vermakelijk verhaal verborgen zit. En laat ik nu ontdekt hebben dat er een vervolg komt op dit leuke boek!


Sanne Rooseboom (1979) is journaliste en schrijfster, en heeft gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en Sussex. Samen met haar man, twee dochters en twee stiefkinderen woont ze in Gouda.

De illustraties van Annet Schaap zijn prachtige tekeningen in zwart-wit, met veel humor. De binnenkanten van de omslag laten kaarten zien van de twee buurlanden. Meer informatie op: www.humeurigsprookje.nl


ISBN 9789000348367 | Hardcover |144 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorff | mei 2016
Leeftijd vanaf 7 jaar

© Marjo, 7 februari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De jongen die niet gaat verhuizen
Marian De Smet


We gaan verhuizen.
Ons huis is te klein geworden, zegt mama. Ik weet dat dit niet waar is. Huizen kunnen niet krimpen. De deuren zouden klemmen, het vensterglas zou barsten.'


Aan het woord is Hessel en hij heeft gelijk. Het huis is niet gekrompen maar met de komst van zijn broertje en later zijn zusje wordt het wat benauwd in huis. Het probleem is, dat Hessel helemaal niet weg wil, want aan de andere kant van de stad is geen Berker en dat is een ramp. Berker is namelijk Hessels beste vriend. Maar hoe hard Hessel ook protesteert, niemand luistert naar hem en dàt is misschien nog wel het allerergste.


De dag voor de verhuizing stopt Hessel zijn koffer vol kleren en sjouwt het ding de trap af. Hij heeft zijn besluit genomen, hij gaat bij Berker wonen.
Maar de timing van Hessel is nogal ongelukkig. In het huis van Berker wonen namelijk al baba en anne (Turks voor papa en mama), twee zusjes en een broer van Berker en... anne anne (oma). Toevallig wordt bij Berker net de boel omgegooid. De meisjes worden te groot om bij hun ouders op de kamer te slapen. Zij krijgen samen een eigen kamer en Berker moet voortaan bij oma slapen. Maar 'oma heeft een ziekte waardoor je hoofd denkt dat je weer een kind bent. Ze eet pap en draagt een luier.' Ze stink volgens Berker.


'En ik wilde net vragen of ik hier kon komen wonen.'
Berker grinnikt en zegt: 'Mag best, hoor, kun je lekker naast me in het stinkbed.' [...]
'Waarom wil je hier wonen?' vraagt hij. Hier is het stom. Je hebt nooit eens een plekje voor jezelf.
'Misschien. Maar jij bent er.'
'Niet lang meer. ik ga weg. Ik wil niet bij anne anne in bed.'
'Ik heb beneden een koffer.'
Berker ziet aan mijn gezicht dat er nog plaats is in de koffer. Plaats voor spullen van hem.
Wanneer gaan we? vraag ik.


En zo gebeurt het dat de twee jongens de deur uit stappen, vast van plan om nooit meer terug te komen. Ze lopen net zo lang tot ze de omgeving niet meer herkennen, daar vinden hun ouders ze nooit...

Na dit veelbelovende begin met mooie zinnen kijk je vol verwachting uit naar de rest van het verhaal, maar dat stort een beetje in. De jongens vinden de koffer al snel een last en beseffen tot hun ellende dat ze niet aan geld en eten gedacht hebben. Ze ontmoeten de Koerdische Piya uit Irak die in een kerk woont, haar vader is in hongerstaking omdat hij geen verblijfsvergunning en geen huis krijgt.
Dit gegeven had kunnen uitmonden in een aangrijpend, ontroerend verhaal maar al wat er gebeurt, is dat Pyia met de jongens mee gaat want Hessel had wel een huis voor Pyia en haar familie, hij heeft er toch twee... en zo zoeken ze naar met zijn drieën naar het nieuwe huis van Hessel, alleen weet hij het adres niet en de stad is wel heel groot.

Het is op zich wel een goed geschreven, aardig en bij tijden grappig verhaal. De ontmoeting met Pyia relativeert natuurlijk wel de grote 'nood' waarin de jongens verkeren. Maar wat een mooi verhaal rond asielzoekers en hun problemen had kunnen worden waardoor de jongens beseffen hoe goed ze het eigenlijk hebben, verzandt het in een verhaal wat al meermalen verteld is. Boeken over kinderen die weglopen zijn er genoeg, en zoals in al die verhalen worden ze moe en krijgen ze het koud. Hun maag begint te rammelen en ze willen uiteindelijk maar één ding, naar huis! Zo ook in dit verhaal. Uiteindelijk komt alles natuurlijk goed voor de jongens en loopt alles met een sisser af.
Helaas wordt het verhaal rond Piya wel érg makkelijk afgerond.


'Komt het goed met Piya, papa?'
'Ik weet het niet, Hessel. Soms komt het goed, soms ook niet. Het is allemaal nogal ingewikkeld.'


En daar moeten we het mee doen. Jammer een gemiste kans.
Ik ben van Marian De Smet een beter verhaal gewend.


ISBN 9789024574223 | Hardcover | 94 pagina's | Uitgeverij Luitingh Sijthoff | oktober 2016
Met fraai gestileerde zwart-wit afbeeldingen van Mattias de Leeuw | Leeftijd 8+

© Dettie, 20 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altLotje Later
Cees van den Berg


‘Ik heb een vraag, meester.’
‘Over violen?’ vraagt meester Han. Kevin knikt.
‘Brand maar los.’
‘Hoe noem je Lotje als ze vioolspeelt?’
‘Ik zou het niet weten’, zegt meester Han. Hij kijkt de klas in.
‘Iemand? Nee? Zeg het maar, Kevin.’
‘Een kraslot’.


Arme Lotje Later heeft het helemaal niet door, maar wat zij vioolspelen noemt is eigenlijk nog erger dan kattengejank. Ze produceert alleen maar een akelig gekras, dat door merg en been gaat. Daarom plagen de kinderen op school haar. Toch heeft ze al vijf jaar les van juffrouw Krabbenbak! Waarom zegt die mevrouw niet dat Lotje het nooit zal leren? Ook Lotjes vader is blijkbaar toondoof, want hij kan zijn dochter niet genoeg de hemel in prijzen. Alleen de moeder is realistisch, maar toch laat ook zij Lotje haar droom najagen. Lotje wil namelijk net zo goed viool spelen als Janine Jansen!


Eigenlijk zou je als lezer verwachten dat er een eind aan komt, dat Lotje een ander doel in haar leven vindt, maar je hebt al wel de proloog gelezen en daarin speelt een meisje als Lotje de sterren van de hemel, terwijl ze op de kleine wijzer van de kerkklok zit. Raadsels dus! Als dat meisje inderdaad Lotje is, waarom produceert ze dan in het verhaal van die akelige geluiden (die in een akelig lettertype in flarden worden weergegeven)?
Of, je kan het ook anders stellen: hoe komt het dat als zij dat meisje is – en wie zou het anders zijn – ineens zo mooi speelt dat alle mensen blijven staan om te luisteren?


Je zal het verhaal moeten lezen om antwoorden te krijgen op die vragen.
Een leuk verhaal met e-mails gericht aan Janine Jansen, en bijzondere wendingen.


De hoofdstukken hebben veelzeggende titels - ‘speel en laat de wereld los’ en de zwart-wittekeningen passen er prima bij. Humor volop in dit verhaal over doorzettingsvermogen en een ietsjepietsje magie...


ISBN 9789044828702 | hardcover |144 pagina's | Uitgeverij Clavis| oktober 2016
Illustraties van Monique Dozy | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 10 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEureka!
Ingrid Vandekerckhove


Felix zal zich nooit vervelen: hij heeft namelijk een kist die vol zit met spulletjes die wel eens te pas zullen komen, en wat hij daar ook in stopt zijn briefjes met ideeën. Als hij weer eens een dag alleen zal zijn – zijn ouders hebben namelijk een drukke apotheek – vindt hij een briefje waarop staat ‘boetes schrijven’.
O ja! Dat was een leuk idee, hij gaat politieagent spelen. Hij maakt zichzelf maar meteen commissaris en betrekt Lotte, zijn buurmeisje, als assistente bij zijn bezigheden. Iemand die een zak op de stoep heeft laten staan, kinderen die hun fietsen ergens hebben neergegooid waar dat niet mag: hij schrijft een briefje, waarop ook staat dat de boetedoeners het geld kwijt kunnen in de bus bij zijn huis. Hij spaart namelijk voor die ene fiets uit de advertentie.


Maar dan scheurt er een onbekende auto door het dorp. Die gaat zo hard dat bekeuren niet lukt. Wat een mazzel dat de twee kinderen de auto even later stilstaand aantreffen. De bestuurder is niet bepaald aardig, en Felix en Lotte ontdekken dat hij ook nog slecht is. Er is iets met de oude molen, waar zij hun geheime hut hebben. Die slechterik mag zijn zin niet krijgen!


Er komen nog twee oude bekenden voor in het boek, zij het niet zo prominent dit keer. Nu is het de vader van Lotte die mee mag doen. Hij is archeoloog, en al jaren op zoek naar de overblijfselen van een klooster.


Na Super! kon dit tweede avontuur van Lotte en Felix gemakkelijk tegenvallen. Super! was namelijk superleuk: origineel en toch met bekende typetjes. Hoe zou een tweede avontuur zijn?
Het idee vond ik iets minder leuk, maar de uitwerking is weer helemaal geslaagd. Het gegeven van een geheim in een dorp, een archeoloog die zoekt naar overblijfselen, is niet zo origineel, maar die waaghals van een Felix die zijn buurmeisje Lotte onweerstaanbaar mee zuigt in zijn avontuur steelt de show. En deze keer is het absoluut zeker dat er een volgend avontuur komt, dus wacht ik weer in spanning af.


Ingrid Vandekerckhove is als schrijfster van plan elk kind aan het lezen te krijgen: ‘Kinderen willen spanning, herkenbaarheid, vaart, helderheid, humor. Al deze ingrediënten gebruik ik om boeken te maken op maat van de jonge lezer. Ik kies bewust voor een sobere, heldere stijl en voor dunne en rijkelijk geïllustreerde boekjes, want dikke boeken schrikken vele kinderen af.’
Daar is niets mis mee, en ze slaagt helemaal in haar opzet.


ISBN 9789044828580 | Hardcover | 88 pagina's | Uitgeverij Clavis | december 2016
Met zwart-wit illustraties van Hiky Helmantel | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 2 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Koninklijke Konijnen van Londen
illustraties: Kate Hindley
tekst: Santa Montefiore & Simon Sebag Montefiore


Zeven jaar geleden, toen Sacha, de zoon van het schrijversechtpaar zes was, kon hij op een avond niet slapen. 'Denk aan iets waarvan je houdt,' zeiden zijn ouders. 'Konijnen,' zei hij. 'Waar wonen ze? vroegen ze. 'Onder Buckingham Palace,' was het antwoord en zo is het idee voor dit boek ontstaan. Al snel bouwden ze in gedachte een bijzondere wereld rond de Koninklijke Konijnen van Londen. Elke keer verzonnen ze er iets nieuws bij en uiteindelijk mondde het uit in dit fantasierijke, fraaie boek waarvan de hoofd'persoon' Shylo Tawny-Tail is, een mager, verlegen, klein konijntje, met smalle schoudertjes en een rood ooglapje om zijn loensende oog te corrigeren.


Het verhaal begint met de bezoeken van Shylo aan Horatio, het grote, oude, geleerde konijn die aan de andere kant van het bos woont.  De bezoeken aan de grote ram zijn door zijn moeder streng verboden maar Shylo's nieuwsgierigheid wint het van de boze dreigingen van zijn moeder. Horatio heeft namelijk heel veel boeken en leest er elke keer uit voor. Ze zijn nu bezig in "De opkomst en ondergang van het grote Konijnenrijk" en Shylo is heel benieuwd naar de verdere verloop van het verhaal over de Konijnen van de Ronde Tafel, die zich later omdoopten tot de Koninklijke Konijnen van Londen en in een enorme burcht onder Buckingham Palace wonen.
Horatio vertelt dit keer over de Meute, de honden die in de kennel van het paleis wonen. Zij vormen een grote bedreiging voor de Koninklijke Konijnen, Horatio heeft ze zelf meegemaakt... Shylo vindt het maar een eng verhaal. Hij weet dan nog niet dat hij binnen afzienbare tijd zelf, in levende lijve, deze felle jachthonden zal aanschouwen, dankzij een aanvankelijk  schijnbaar onschuldig voorval.

© Kate Hindley


Als Shylo namelijk weer eens naar Horatio op weg is, blijkt dat zijn grote, sterke broer Maximilian hem achterna is gelopen. Omdat Shylo niet wil dat  Maximilian achter zijn bezoeken aan Horatio komt, verstopt hij zich en zo komt het dat Shylo een gesprek hoort dat niet voor zijn oren bestemd is. Het gaat over hun geliefde koningin! Hij hoort dat ze haar willen fotograferen in haar nachtjapon en die foto's daarna verkopen aan de roddelpers... Dat mag niet gebeuren!
Shylo gluurt vanuit zijn schuilplaats in de richting van de stemmen en ziet drie, dikke, opgeblazen, louche ratten staan, het zijn de Papa Ratzi!
Als ze weg zijn rent hij gauw naar Horatio en vertelt het verhaal.


Horatio weet precies wat er moet gebeuren. Shylo moet naar de burcht van de Koninklijke Konijnen om ze in te lichten over dit vreselijke plan! Maar dat is wel een heel lange, zware en riskante reis.  Is de kleine Shylo wel sterk genoeg om alle gevaren onderweg te weerstaan? Zal hij wel op tijd in Londen zijn om die akelige plannen van de Papa Ratzi te voorkomen?
Ondanks alle bedenkingen en de bibberpoten van Shylo gaat hij toch dapper op weg en stapt daarmee zijn spannende avontuur in...


Al met al is het een fantastisch verhaal geworden en je leeft helemaal mee met het kleine konijn die in een voor hem heel onbekende en niet ongevaarlijke omgeving terecht komt. Het is echt genieten.
Maar niet alleen het verhaal is de moeite waard, ook het boek zelf, de uitvoering, heeft veel meer te bieden dan een doorsnee kinderboek. De cover
is voorzien van prachtige afbeeldingen en doet heel koninklijk aan, mede dankzij de glanzende goudkleurige letters die de titel en de schrijvers weergeven. Het boek is fraai gebonden en heeft zelfs een goudgeel leeslint, wat toch altijd een erg prettig extraatje is.
De tekst is afgedrukt in een donkergrijs erg mooi en verfijnd lettertype en de bijzondere zwart-wit afbeeldingen verheffen het geheel tot grote hoogte.
Alles bij elkaar, het verhaal én de afbeeldingen, is het pure Klasse (met een hoofdletter!)


ISBN 9789077330340 | Hardcover met leeslint | 152 pagina's |NUR 282 | Van Holkema en Warendorf | oktober 2016
Vertaald door Hanneke van Soest | leeftijd 7+

© Dettie, 18 december 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mon & Gies
Canada is niet ver
Do Van Ranst


Mon heeft zich helemaal netjes aangekleed, zijn schoenen glimmen, zijn haar heeft een keurige scheiding. Normaal gesproken is hij niet zo keurig maar vandaag komt zijn nieuwe buurman in de kamer naast hem wonen en Mon wil een goede indruk maken. Mon woont namelijk in het verzorgingshuis Morgenster. Hij is heel benieuwd hoe zijn nieuwe buurman zal zijn.
Gelukkig klikt het meteen met Gies. Mon helpt hem met uitpakken van de dozen en trakteert zijn nieuwe buurman gelijk maar op een borreltje. 

Gies woonde samen met Sus, zijn zus, maar ze is in Canada gaan wonen. Hij mist haar vreselijk. Mon mist zijn vrouw Rietje ook, maar anders.


Soms mist Mon Rietje een hele tijd niet. Hij denkt dan wel aan haar, want bijna alles doet hem aan Rietje denken. Maar echt missen, zodat het pijn doet vanbinnen of zodat het voelt alsof een oude, zware hond op je borst gaat liggen, dat gebeurt maar weinig. [...]
Mon vergelijkt iemand missen met een oude hond omdat een hond lief is, en al zeker een oude hond. Hij geeft je een goed gevoel als hij bij je komt liggen, maar het beest weegt te zwaar en ligt te lang op je borst, waardoor het gaat knellen. Het is aan de ene kant fijn - denken aan Rietje - maar tegelijkertijd ook best vervelend - de zwaarte.


Maar Gies is voornamelijk verdrietig, hij mist het lekkere eten van Sus, haar zorgen, haar mooie zinnen, hij mist eigenlijk alles van Sus. Hij heeft wel geluk dat hij naast Mon is komen wonen want die is erg aardig voor hem en vrolijkt hem vaak op met zijn praatjes. Mon heeft ook een leuke kleinzoon Wolf. De jongen komt elke keer na de voetbaltraining naar zijn opa en samen hebben ze het vreselijk naar hun zin. Maar nu hoort Gies er al helemaal bij en ook met zijn drieën hebben ze het gezellig.


Bes, het vriendinnetje en buurmeisje van Wolf helpt in het tehuis en zij verzint allemaal leuke dingen voor de bewoners, zoals rolstoelraces, rollatorschilderen of mailen voor bejaarden.  De directrice vindt het helemaal niets maar de bewoners zijn gek op de altijd vrolijke Bes.
Om de eenzame Gies te helpen heeft Bes ook allerlei plannetjes bedacht maar niemand mag het weten. Dus als Gies op een dag heel raar doet tegen Mon en hij niet binnen mag komen, snapt Mon er niets van. Maar Bes wel! Ze had namelijk weer eens een superidee, ze weet alleen heel goed dat haar plan niet uitgevoerd mag worden. De directie is er namelijk fel op tegen...
Maar ondanks Bes haar geweldige plannen blijft Gies Sus vreselijk missen en uiteindelijk stuurt hij een brief naar Canada, op de envelop staat Voor Sus, Canada. En dan komt er een brief terug...

Het is bijzonder dat een kinderboek begint met twee oude mannetjes in een verzorgingshuis en zij ook de hoofdpersonages blijven. We lezen over het wel en wee van de twee vrienden. Over het saaie eten en de bingo- en kaartavonden. Over hun verdrietjes en gelukjes. Over de dingetjes die ze vergeten én onthouden. En dat allemaal in een kinderboek!
Toch is het dankzij Bes en Wolf echt een erg leuk boek voor jongeren geworden. Do Van Ranst heeft namelijk een mooie balans weten te vinden in ernst en humor. Een enkele keer is het verhaal ontroerend om kort daarop weer heel grappig te zijn. Ik heb echt genoten van het verhaal en ik hoop dat de jonge lezers dat ook zullen doen.


ISBN 9789059088153 | Hardcover | 144 pagina's | Davidsfonds/infodok | september 2016
Met zwart-wit illustraties van Pieter Fannes | leeftijd 8+

© Dettie. 24 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Aartsrivaal
(Kief de goaltjesdief 12)
illustraties: Mark Janssen

tekst: Gerard van Gemert


Daan Kiefsma schrikt enorm als hij van zijn vader hoort dat een van de bestuursleden al het geld van de voetbalclub heeft kwijtgemaakt. Binnen een week moet er tienduizend euro opgehoest worden anders is het afgelopen met VV Almia. Dat kan Daan zich niet voorstellen. Zijn voetbalclub weg? Onmogelijk!
Daan roept gelijk dat er een actie gehouden moet worden maar wat voor actie? Want met extra auto's wassen of de opbrengst van een krantenwijk kom je niet aan zo'n groot bedrag. Ook Maarten, de trainer, ziet een actie wel zitten en misschien is het idee van Joeri wel wat. Een sponsorwedstrijd houden met oud-spelers uit het eerste van VV Almia.


Ondertussen zijn de jongens van hun aartsrivaal, voetbalvereniging Almse Boys, de jonge spelertjes flink aan het pesten. 'Jullie moeten straks allemaal bij ons komen spelen' roepen ze treiterend. Dat nooit! denkt Daan. Er móet iets te verzinnen zijn...

Remy, de vriend van Daan speelt wel bij de Almse Boys, en dat leverde voorheen nooit problemen op. Maar nu doet Remy ineens heel vreemd. En als Daan ook nog een briefje vindt met heel bekende telefoonnummers, vertrouwt Daan zijn vriend niet meer. Hij is er kapot van, dat had hij van Remy niet verwacht.  En dat allemaal als ze dat weekend misschien hun laatste wedstrijd tegen elkaar moeten spelen.
Als dat maar goedkomt...


Ach wat een lekker boek is het weer. Gerard van Gemert weet de wedstrijden altijd zo te vertellen alsof je erbij bent. Je holt als het ware met de jongens mee. En tussen de wedstrijden door worden we ook nog een getrakteerd op een lekker spannend avontuur rond Kief de goaltjesdief, zoals Daan vaak genoemd wordt. Hopelijk mogen we nog veel meer belevenissen van hem meemaken.

Al vanaf het eerste deel rond Kief verzorgt Mark Janssen de afbeeldingen bij de verhalen en dat is prettig. Zo worden Kief en zijn vrienden, bijna oude bekenden van je.

Kortom, opnieuw een prima boekje.

ISBN 9789044828658 | Hardcover | 56 pagina's | Uitgeverij Clavis | december 2016
Leeftijd 7+

Dettie, 16 januari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altBens boot
Pieter Koolwijk


Ben, de oudere broer van Giel, was dol op boten. Was. Want Ben is er niet meer. Op een dag keek hij niet naar rechts en ook niet naar links toen hij overstak, en nu ligt hij in de achtertuin begraven. 'Zodat je altijd onze gedachten kunt binnenvaren'.
Dat is niet normaal vinden de buren. Je begraaft geen mensen in je eigen tuin! Maar Giel is eer wel blij mee, want nu kan hij Ben bezoeken zo vaak hij maar wil. Naar het kerkhof gaan zou hij in zijn eentje niet mogen. En zijn vader heeft iets heel moois gemaakt: op Bens graf staat een boot! Een houten zeilboot.
De buren zeuren – ze heten niet voor niets familie Azijn en familie Oorwurm! Ze doen er alles aan om Bens vader de boor en het graf te laten weghalen. Maar pap is niet voor een gat te vangen! En de buren bereiken het tegendeel van wat ze bereiken willen...


‘Ik snap echt niet waarom het zo’n probleem is voor jullie.’
‘Omdat we het kunnen zien,’ zei mevrouw Oorwurm.
‘Dan snap ik er nog minder van. Wat is er mis met een blauw-witte boot?’
‘De boot is een grafzerk!’ Buurvrouw Azijn spuugde de woorden bijna uit. ‘Zoiets willen wij niet zien.’


De ouders van Ben en zijn broer rouwen, ze missen Ben. Maar van de buitenwereld mogen ze dat niet op hun eigen manier doen. Die verklaren hen voor gek. Maar wat is gek, en wat is normaal? Is het normaal om mensen die proberen om te gaan met hun verlies zo op hun nek te zitten?


Natuurlijk is het een verhaal over rouw, over omgaan met de dood. Maar het verhaal is zodanig geschreven dat je dat even uit het oog verliest, het is namelijk ook grappig. Ook de fraai kleurrijke tekeningen van Linda Faas laten die humor zien in de details.
Doordat het verhaal verteld wordt door het broertje, is de toon van het verhaal enigszins kinderlijk onschuldig en dat maakt het ook nog ontroerend.
Prachtig verhaal dus in een fraai jasje!


ISBN 9789047701156| hardcover | 64 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat| november 2014
Illustraties van Linde Faas | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 10 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEen jongen met de naam Kerstmis
Matt Haig


Onmogelijk
is een een oud elfenvloekwoord. (motto)


‘Als jij denkt dat sommige dingen onmogelijk zijn, sla dit boek dan maar weer dicht. Dan is het niets voor jou. Want dit boek staat vol onmogelijke dingen.’


Maar, zal verderop in het boek te lezen zijn: een onmogelijkheid is gewoon een mogelijkheid die je nog niet snapt.


De jongen Nikolas woont in Finland, alleen met zijn vader, die houthakker is. Lang geleden heeft vader een slee gemaakt voor zijn zoon, waar op staat: Kerstmis. Want Nikolas is geboren op eerste kerstdag en zijn moeder noemde hem ‘onze kleine Kerstmis’. Maar zijn moeder is er al een hele tijd niet meer. En zijn vader werkt van ‘s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Vader en zoon hebben het niet breed. Ze wonen in een hutje dat een niet al te grote ruimte is, met als wc een gat in de grond. Buiten dus.
Nikolas heeft niet meer dan een pop en die is gemaakt van een knolraap. Terwijl zijn vader in het bos werkt, zoekt de jongen paddenstoelen en bessen. Veel meer hebben ze niet te eten.


Op een dag, Nikolas is dan elf jaar, vertelt zijn vader hem dat hij werk gevonden heeft, goed betaald werk. Maar dan zal hij wel een maand of drie weg zijn. Dus heeft hij zijn zus gevraagd om voor Nicolas te komen zorgen. De jongen heeft een hekel aan zijn strenge tante Carlotta en dat is niet zonder reden blijkt al snel: hij moet buiten slapen en krijgt nog minder te eten. Nicolas besluit om zijn vader te gaan zoeken, die heeft verteld over een dorpje dat Elfhem heet, een legendarische elfendorp. Miika, de kleine muis, zijn enige vriend gaat mee in zijn jaszak.


Onderweg raakt hij bevriend met het rendier Blitzen, en met z’n drieën komen ze meer dood dan levend aan in het dorp. En dat is dan nog alleen doordat Vader Topo en Kleine Noosh hen gevonden hebben en omdat zij toevallig de enige twee elfen zijn die nog niet vergeten zijn dat goedheid het voornaamste is in het leven. Anderen helpen, zelfs al zijn dat mensen, daar zijn elfen voor. Het elfendorp blijkt geregeerd te worden door Vader Vodol, die aan de macht is gekomen door corrupte praktijken. Hij heeft alle regels zodanig veranderd dat elfen niet vrolijk meer zijn. Ze dansen niet meer en zingen niet meer. En anderen helpen, dat doen ze eigenlijk ook niet meer.


‘Hij dacht aan de ongelukkigheid van mensen. Maar hij bedacht ook dat het niet zo hoefde te zijn. Mensen en waarschijnlijk zelfs elfen waren diep vanbinnen goed. Ze waren alleen de weg kwijtgeraakt.’


En die weg blijken ze kwijtgeraakt te zijn doordat er mensen naar het dorp gekomen zijn die een kleine elf ontvoerd hebben! Om die voor grof geld te verkopen! Nicolas wil het niet geloven maar zijn vader was daarbij...


Dit verhaal is een kerstsprookje omdat de jongen Nicolas de basis blijkt te zijn van alles wat met het (Angelsaksische) Kerstfeest te maken heeft. Waarom geven mensen elkaar cadeautjes? Wat doet die kous daar bij, en waarom wordt Santa Claus afgebeeld met een slee met rendieren...


Matt Haig (1975, Sheffield, Yorkshire) studeerde Engels en Geschiedenis. Met eerdere boeken won hij al prijzen en ook dit boek over Kerstmis is een goede kanshebber.


ISBN 9789048832712 | Hardcover| 265 pagina's | Uitgeverij Moon| november 2016
Vertaald uit het Engels door Karin Pijl  | Illustraties van Chris Mould | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 18 december 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wringel wrangel wrek
illustraties: Femke Dekker
tekst: Femke Dekker


In De Heksenkeet, een oude scheve villa bovenop een berg, wonen vier heksen. Het zijn Sybil, Lidwien. Stella en Luna.
Sybil woont beneden, zij heeft na een toverfoutje een staart en een poezenkop, ook haar handen zijn klauwtjes geworden. Maar heel erg vindt ze het niet.
Luna woont in de kelder, ze draagt net als haar vleermuis Fladder altijd een zonnebril. Dankzij haar geheime toverthee komt alles altijd weer goed.
Stella woont op zolder, in haar haar woont een spin. Zij is behoorlijk ijdel en kan uren voor de spiegel zitten tutten. Stella is de enige beetje valse heks van De Heksenkeet.© Marieke Nelissen
En dan is er nog de lieve stuntelige Lidwien, ook bij haar gaat er wel eens iets mis, daardoor heeft ze een heel lange nek, die alle kanten op slingert en heeft Poentje, haar poezenbeest, een pompoenenkop.


Over Lidwien gaat dit hilarische verhaal. Zij wil heel graag dat Poentje zijn eigen poezenkopje terugkrijgt. Want elke keer als het diertje haar een kopje geeft, krijgt ze een bonk tegen haar been of kaak. Bovendien mist Lidwien het lieve zachte snoetje van haar kat. Zo'n spinnende pompoen vindt ze maar niets. Maar hoe kan ze de poes weer terugtoveren?
Ze speurt haar hele boekenkast af, van onder tot boven, van links naar rechts en dan is zo'n lange nek heel handig, of toch niet? Want even later gebeurt het... Lidwien heeft weer eens iets heel onhandigs gedaan. Ze schaamt zich zo erg daarvoor dat ze niet meer van haar kamer af wil komen, maar dat laten de andere heksen niet gebeuren, hoewel Stella het stiekem eigenlijk ook wel heel erg grappig vindt.
De heksen proberen van alles, en de klauwtjes van Sybil en de thee van Luna komen nu goed van pas. Maar of Lidwien van haar kamer af wil komen? Dat is nog maar de vraag, want het is wel héél gek wat er met haar gebeurde...


Soms denk je, hoe verzint iemand zo'n verhaal bij elkaar? En dan nog die kostelijke afbeeldingen erbij! Die deftige Stella met haar enorme bos paarsroze haar waar een spin aan hangt, die enorme nek van Lidwien die in en uit schuift, de kat met zijn pompoenenhoofd, het is dolkomisch om te zien. Ieder kind die de illustraties ziet, begint vanzelf te lachen.


De taal zal voor kinderen ook geen struikelblok vormen want er komen geen heel moeilijke woorden in het verhaal voor, behalve de gekke toverspreuken natuurlijk. Alle zinnen zijn kort en duidelijk afgedrukt. Kortom, een heerlijk, lekker gek, betoverend boek.


ISBN 9789025765712 | Hardcover | 99 pagina's | Uitgeverij Gottmer | september 2016
Deel drie uit de serie De Heksenkeet | Leeftijd 7+

© Dettie, 16 december 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER