Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

De zaak Kikker
Rory de Raaf detective dl 4
Illustraties: Ralph Lazar
Tekst: Andrew Clover


In Amerika gaan basisschoolkinderen eten in de kantine van de school. Daar wil Rory, de ik-verteller, meer over vertellen. Er gebeurt namelijk iets vreselijks in die kantine! En het is al zo’n akelige plek, bloedheet en lawaaierig. En de drie dames die daar de baas zijn, die maken het niet veel aangenamer.


Er is het hoofd, mevrouw Rogiers, door de leerlingen De Kikker genoemd (ziehier de titel verklaard!), er is mevrouw Wenskams, die geen woord zegt en er is mevrouw Eetveldt. Op die laatste is Rory wel gesteld, ze maakt namelijk heerlijke perzikcrumble.


Nadat Rory nog wat meer achtergrondinformatie heeft gegeven begint zijn verhaal, een avontuur waarin hij zijn talenten als detective namelijk weer kan laten zien.
Gelukkig laat hij zich terzijde staan door Kato, zonder haar zou hij zich flink in de nesten werken!


Het is de jaarlijkse talentenjacht. Meneer Bommers, de onderdirecteur, kondigt aan dat hij zelf een rap zal doen. Dat vinden de leerlingen heel grappig, een volwassene die gaat rappen? Ze moeten nog even wachten, er zijn eerst anderen die laten zien wat ze kunnen. Als je Rory moet geloven is het niet veel soeps.
En dan mag meester Bommers. De kinderen kijken eerst wat lacherig toe als hij een tekst rapt over de dt-regel, maar al snel zijn ze helemaal vol bewondering. Wat doet de meester dat leuk! Hij zwaait ook met borden, en het werkt aanstekelijk. Al gauw doen ze allemaal mee!


Voor het verhaal begint staat er een tekstje:


‘Wij dragen dit verhaal op aan alle leraren die extra hun best doen om hun lessen interessant te maken – en aan de kinderen die naar hen luisteren.’


Dat heeft waarschijnlijk vooral te maken met deze rap, die een belangrijke taalregel uitgebreid naar voren brengt. Wat zou het in het originele Engelstalige versie geweest zijn?


Maar eigenlijk gaat het boek dus over mevrouw Kikker. Ook zij doet een optreden, maar niet lang daarna hoort Rory een ijselijke schreeuw. En als hij op onderzoek uit gaat zien ze mevrouw Rogiers op de vloer liggen, met een enorme blauwe plek op haar hoofd.  Ze is dood! En dan gaat Rory op onderzoek uit, op zijn eigen onovertroffen wijze, met Kato dus. Doldwaze capriolen halen ze uit om er achter te komen.
Maar hoe graag hij ook een held wil zijn, Rory is toch een heel gewone jongen.


“Wanner ik naar mijn kamer boven ga, voel ik me gespannen. Ik denk voor het eerst: Er was een echtbestaande moordenaar op school vandaag, en ik ben doodsbang. Maar op dit moment ben ik nog veel banger van mijn mama.
Want dit is een van die momenten waarop je niet weet hoe geïrriteerd je mama zal zijn, omdat je niet weet wat zij weet.’’


Dit boek zit vol humor, die door Clover en Lazar zowel in de tekst als in de tekeningen is verwerkt. Véél tekeningen, dus het boek is zeker geschikt voor die kinderen die niet zo graag lezen. Op de binnenkanten van de omslag worden alle personages getekend voorgesteld.


ISBN 9789403214139 | hardcover | 360 pagina's | Uitgeverij Ballon| september 2019
Vertaald uit het Engels door Saskia Martens | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 6 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mijn (bijna) perfecte) puppy
Olivia- Mijn geheimen, deel 2
illustraties: Danielle McDonald
tekst: Meredith Costain


In deel een hebben we kennis gemaakt met Olivia, die een dagboek bijhoudt dat niemand mag lezen, vooral haar oudere zus niet. Op de eerste pagina staat dan ook: ‘NIET OPENEN GA WEG’.
Grappig: was het eerst boek vooral roze, dit tweede is vooral blauw! Maar de grappige tekeningetjes, en de woorden met nadruk zijn hier ook aanwezig.


In het eerste deel heeft Olivia een nieuwe vriendin gekregen, Matilda. Zij is wederom van de partij. Makkelijk is het natuurlijk dat ze via een gat in het hek tussen hun huizen heel snel bij elkaar kunnen komen. Maar: dat weet haar puppy ook. Bob is de liefste hond ter wereld, zegt ze, maar ondeugend dat hij is! Zoals honden dat doen begraaft hij vaak spulletjes in de tuin. En hij is dol op vuilnisemmers, daar zitten altijd wel lekkere dingen in.
Aan Olivia de taak om daar iets aan te doen. Ze vraagt de dierenarts om raad. Die zegt dat de hond te veel energie heeft!


Olivia en Matilda weten daar wel iets op: ze bouwen een super ninja-ridder-hondenparcours, speciaal voor Bob. Bob vindt het prachtig, hij legt het parcours steeds opnieuw af, door de hoepel, onder de tafel door, slalommen, springt over hekken, en nog meer. (Alles staat getekend in het boek, je kan precies zien wat de dames gebouwd hebben)
Wie ook dol is op puppy Bob is overgrootmoeder Paula (OGP) dus Olivia neemt de hond mee als ze op bezoek gaat. Maar als ze even niet opletten is de hond verdwenen. Het gevolg van zijn avonturen in het bejaardenhuis is dat hij niet meer mee mag. Maar hoe moet dat nu? Overgrootmoeder Paula is dol op hem!


Het is een echt dagboek, Olivia is er heel eerlijk in. Ze vertel ook wanneer ze moet stoppen  met schrijven, bijvoorbeeld als ze moet gaan eten. En ze vertelt over de ruzie die ze met Matilda had, compleet met tekeningen van twee boze meisjes.
En gelukkig is Olivia een slimme meid: ze vindt er wel wat op! Hoewel…


Meredith Costain is een Australische schrijfster met nog meer boeken voor meiden op haar naam. Ze schreef ook een dagboekserie vanuit Ella, de zus van Olivia, waarvan zes boeken vertaald zijn. Die zijn voor net iets oudere kinderen.

ISBN 9789048846870  | Hardcover | 100 pagina's | Uitgeverij Ballon| september 2019
Vertaald uit het Engels door Saskia Martens | Leeftijd vanaf 7 jaar

© Marjo, 20 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Saar is vies
Trenke Riksten Unsworth


Saar heeft iets op haar arm en Ans ziet dat.


'hee, wat is dat?' roept ans.
ze wijst naar de arm van saar.
'dat is een wrat.' zegt saar.
'het ziet er eng uit.' zegt ans.
'het is niet eng,' zegt saar.
'het is een bult.'
'het is wel eng.' zegt ans.
'en het is vies.'


En daarmee begint het gepest, Tim begint met het liedje en al gauw is iedereen aan het meezingen 'Saar is vies'. Saar vindt dat natuurlijk helemaal niet leuk en roept dat ze moeten stoppen. Maar dat doen ze niet. Als Saar thuis is vertelt ze het aan haar moeder en mama wil gelijk naar school om met de juf te praten, maar dat wil Saar niet. Ze klikt niet...


Ze doet maar een trui met lange mouwen aan, dan zien ze die wrat niet. Maar als Saar weer op school komt is Joep aan de beurt. Ook hij heeft een wrat...
Wat Saar vervolgens doet is heel slim en heeft tot gevolg dat Tim, na een heel wijze les, zijn excuses aanbiedt en nooit meer zal pesten.

Trenke Riksten Unsworth is fantastisch in het schrijven van verhalen op AVI niveau. Ze weet de taal zo te vormen dat ze voldoet aan de strenge Avi regels maar maakt er toch een echt verhaal van. Zelfs van dit verhaaltje voor de net beginnende lezer weet ze nog een boeiend, beetje spannende en leerzaam geheel te maken. Elke keer opnieuw speelt ze met taal en lopen de korte zinnetjes als een trein.


De tekst bestaat uit korte zinnen met woorden van één lettergreep. Enkele leestekens worden al wel gebruikt maar de hoofdletters ontbreken nog. Het lijkt alsof het schrijven haar heel makkelijk af gaat maar er zal vast een heleboel gepuzzel aan vooraf gaan voor een verhaaltje goed genoeg is voor het beoogde Avi niveau. Mijn petje af voor haar!


Bij het verhaal staan zwart-wit tekeningen van Chantal Dingjan die goed de gevoelens van Saar en de andere personages weergeven.
Fijn leesboekje.


ISBN 9789463900065 | Paperback | 27 pagina's | Uitgeverij Eigenzinnig | september 2019
Afmeting Leeftijd 6+ AVI-M3

© Dettie, 18 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Strandvoetbal
(Kief de goaltjesdief 14)
Gerard van Gemert


Daan gaat met zijn ouders en kleine zusje Annamarijn lekker een dagje naar het strand. Zijn vriend Remy mag mee. Natuurlijk hebben ze een voetbal bij zich want Kief de goaltjesdief, zoals Daan ook wel genoemd wordt, zonder voetbal... dat kan niet!


Remy heeft een shirt van FC Barcelona aan, tegen het verbranden. Hij heeft het van zijn oma gekregen en is er best wel trots op. Maar door zeewater wordt dat shirt er natuurlijk niet mooier op. Remy is dan ook blij als twee jongen vragen of ze een partijtje zullen spelen. Zij hebben mini-doelen bij zich. Natuurlijk doen ze dat maar er is wel een probleempje. De jongens, Mees en Murrad willen om iets spelen... en die ene jongen heeft een shirt van Arsenal aan. Remy zegt heel stoer ja, als Mees voorstelt om de shirts  in te zetten. De winnaar krijgt het shirt van de andere partij.


Het valt nog niet mee om in het zand te voetballen, de Mees en Murrad hebben duidelijk meer ervaring daar in. Maar als ze net lekker bezig zijn komt de moeder van Daan aanhollen. Annamarijn is zoek! Dat gaat voor natuurlijk, eerst zullen ze Daans zusje gaan zoeken. Later zullen ze de partij wel afmaken.


Al zoekende zien Daan en Remy echter nog iets anders en wel twee jongens die mobieltjes aan het stelen zijn! Ze rennen er gauw naartoe maar de dieven zijn weg en de eigenaren van het mobieltje zijn terug. Ze denken dat Daan en Remy hen bestolen hebben!
Dat wordt nog spannend! Ze moeten ook nog zoeken naar Annamarijn én hun wedstrijd afmaken! Zal hun dat allemaal lukken?
Gelukkig hebben ze nieuwe vrienden gemaakt, die ook nog eens lekker hard kunnen rennen!


Opnieuw een lekker spannend verhaal over Kief de goaltjesdief. Alle ingrediënten zijn weer aanwezig, voetbal, spanning én vriendschap! Dat is bij Gerard van Gemert altijd een gouden formule!


ISBN 9789044830415 | Hardcover | 53 pagina's | Clavis | augustus 2017
Leeftijd 7+

© Dettie, 8 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De jongen achter in de klas
Onjali Q. Raúf


“Achter in onze klas was een lege stoel. Het was geen bijzondere stoel. Hij was gewoon leeg omdat er niemand zat. Maar op een dag, drie weken nadat school weer was begonnen, gebeurde er iets heel spannends. Mijn drie beste vrienden en ik hadden het nooit verwacht. En het begon allemaal met die stoel.”


Zo begint het boek “De jongen achter in de klas”. We maken kennis met de ik-figuur en diens vrienden: Tom, Josie en Michael. Ze zitten samen in de klas bij juf Khan. Op de derde dinsdagmorgen van het schooljaar, vergezelt juf Sanders, het schoolhoofd, een jongen naar hun klas. Een jongen die de kinderen nooit eerder hebben gezien. Een jongen met kort donker haar, grote ogen en een gladde bleke huid.


“Luister, allemaal,” zei juf Khan terwijl de jongen naast haar kwam staan. “Dit is Ahmet. Hij komt vanaf vandaag bij ons in de klas. Hij is net naar Londen verhuisd en is nieuw op school. Daarom hoop ik dat jullie hem allemaal helpen en aardig zijn tegen hem.”


De nieuwe jongen gaat achterin zitten, op de lege stoel. De vier kinderen zijn nieuwsgierig wie deze jongen is en zijn vast besloten vriendschap met hem te sluiten.


“Vier nieuwe vrienden hebben is véél beter dan helemaal geen vrienden hebben. Zeker voor een jongen die er zo bang en verdrietig uitzag als de jongen die nu achter in onze klas zat.”


Maar als de vier vrienden in de pauze met Ahmet willen spelen, is hij verdwenen. Ook in de grote pauze komt hij niet naar buiten. Pas aan het eind dag, als de school al een tijdje uit is, wordt hij naar buiten begeleid door juf Khan waar een mevrouw met een rode sjaal op hem wacht.


Het duurt niet lang of er doen allerlei verhalen en roddels over de vreemde jongen de ronde. Dat het een vluchteling is. En dat je uit moet kijken met vluchtelingen, voordat je het weet pikken ze je baan in. De vier kinderen laten zich door dit soort praatjes niet ontmoedigen en sluiten vriendschap met Ahmet.
Elke dag spelen ze in de pauze samen voetbal. Ze nemen het voor hem op als Brendan, de pestkop van de klas, uit is op rottigheid. Beetje bij beetje komen de vier vrienden achter de tragische geschiedenis van Ahmet.


Op een morgen, hoort de ik-figuur in de bus twee mensen zeggen dat de Britse overheid over negen dagen de grenzen zal sluiten voor de vluchtelingen. Maar hoe moet dat dan met Ahmet. Als de grenzen dicht gaan, ziet hij dan ooit nog zijn vader en moeder terug? De kinderen steken de kopen bij elkaar en bedenken een geniaal plan. Het is het beste idee van de wereld.


Onjali Raúf heeft met dit boek de vluchtelingeproblematiek toegankelijk en bespreekbaar gemaakt. Dat doet ze op een integere manier. Nergens wordt het te dramatisch, plat of goedkoop. De hoofdpersonen in het boek zijn kinderlijk naïef in het bedenken van hun oplossingen. We leven met hen mee. We voelen hun onmacht, hun verontwaardiging, hun energie en hun grenzeloos optimisme. Dat gevoel zijn wij, volwassenen, een beetje kwijt geraakt. Daarom is het zo’n heerlijk ontwapenend boek. Een kinderboek dat je meeneemt naar een basisschool in een van de buitenwijken van Londen, waar het schoolse leven in sommige opzichten lijkt op dat van de grote steden in Nederland.


Maar het is ook een boek dat vertelt over het trieste lot van de vluchtelingen: de pijnlijke reden van hun vertrek, hun omzwervingen door Europa, de gevaren en ontberingen, hun ontvangst in het gastland en de heersende publieke opinie.


Dit boek leent zich er uitstekend voor om voor te lezen. De dialogen zijn kort en puntig. Het taalgebruik is vlot en we kunnen ons makkelijk verplaatsen in de ik-figuur, die het verhaal aan ons vertelt. Een soms pijnlijk verhaal, dat ons stof tot nadenken geeft en ons vragen stelt. Hoe het o.a. zou zijn om vluchteling te zijn.


Het lost de problematiek in Syrië, in de Griekse vluchtelingenkampen niet op. Maar het laat ons even stil staan bij het trieste lot van al die mannen, vrouwen en kinderen. Die hun leven wagen om de ellende in hun eigen te ontvluchten. En daarin is de schrijfster meer dan geslaagd.


ISBN 9789047711773 | Hardcover | 312 pagina's | Lemniscaat | september 2019
Leeftijd 9+

© Eric Heugens, 3 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Feline en de kermispony's
Antje Szillat


De ouders van Feline zijn stomverbaasd als ze op hun erg een oude paardentrailer met een ernstig verwaarloosde pony aantreffen. Het arme dier kan nauwelijks meer op zijn benen staan. Ze proberen het dier uit de trailer te krijgen maar het dier is zo bang dat het niet lukt. Nu kan de vader van Feline, die dierenarts is, het dier niet onderzoeken.


Gelukkig komt Feline net thuis van school en zoals altijd is dan kater Paolo ook in de buurt. Hij kan met Feline praten en vertelt dat de pony Vlekje heet. Dankzij de informatie die Paolo geeft kan Feline het broodmagere dier toch uit de trailer lokken en naar de onderzoeksruimte brengen.
Ze vindt het vreselijk dat Vlekje er zo slecht aan toe is en hoopt dat hij het allemaal zal overleven. Ze is woedend op de vorige eigenaar die dit beest zo slecht verzorgd heeft.


Niet veel later vertelt haar vriend Tim dat er kermis in de stad is en wij als lezer hebben dan al gauw door dat Vlekje daar vandaan komt. Maar Vlekje was niet de enige pony, er zijn er nog vier! En allemaal zijn ze er vreselijk aan toe. Feline en Tim móeten ingrijpen, maar hoe? Dit is het begin van een moedige en gevaarlijke strijd tussen de akelige dierenmishandelaren en Tim en Feline. Zullen zij die vreselijke mannen kunnen stoppen?


Ondertussen zit Paolo ook niet stil, hij zal te allen tijde zijn baasje beschermen, tegen slechte mannen die paarden verwaarlozen maar ook tegen Balthazar, de kat van het kwaad... maar Paolo wordt ook een dagje ouder, kan hij nog wel genoeg bescherming bieden? Balthazar zweert namelijk dat hij zal ooit zal winnen...


Een beestachtig goed boek dat dierenmishandeling op een prettige manier aan de kaak stelt. De kinderen laten ook zien dat je met wilskracht een heel eind kunt komen. Maar... zonder de hulp van Paolo hadden ze het misschien toch niet gered!
Hopelijk volgen er nog meer delen over Feline en Paolo.


ISBN 9789051167443 | Hardcover | 134 pagina's | Uitgeverij De Vier Windstreken | mei 2019
Met zwart-wit illustraties van Angela Glökler | Nederlandse tekst Hedi de Zanger | Leeftijd 8+

© Dettie, 24 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Arachne
Willy de Vries-Kuijken


Een boek over een spin, dat is wel vaker geschreven. Vooral de spin Anansi is heel bekend. Vaak blijkt in de verhaaltjes over spinnen dat mensen ze eng of vies vinden. Of het zijn non-fictieboeken die vertellen over hoe een spin leeft, woont en werkt.

In dit boek vertelt de spin Arachne haar verhaal zelf, helemaal vanaf het moment dat ze geboren wordt...


'Pfff!' zucht een stemmetje. 'Wat een verpakking. Is dat even werken!' Vermoeid hangt een spinnetje half uit de cocon.
 'Zeg dat wel!'
Verbaasd kijkt ze op. Ze ziiet dat een broertje zich ook naar buiten heeft weten te werken.
'Hoi', groet ze, terwijl ze zich uit de cocon hijst. 'Ik dacht dat ik er nooit uit zou komen!'


Haar broer vertelt dat hij bij het uit de cocon kruipen zijn uitsteeksels bij zijn kaken is kwijtgeraakt en daardoor weten we gelijk dat die nodig waren om die cocon kapot te maken. En dat is het knappe van dit boekje. Doorheen het hele verhaal vertelt Arachne wat er allemaal gebeurt in haar leventje, inclusief het verwisselen van 'jurk' ofwel het wisselen van velletjes omdat ze eruit gegroeid is.


We lezen over de eerste keer dat ze een draad spint om zich daarna door de wind te laten meevoeren, lekker zwengelend aan die draad. We maken kennis met Araneus Diadematus, kortweg Arie, die Arachne haar naam geeft en vertelt dat zij kruisspinnen zijn.
Ze leert Theridium Ovatum, ofwel Terry de kogelspin, hoe hij een web moet maken, want dat kan hij niet zo goed. Maar bij dat gedeelte wordt het wel een beetje moeilijk. Arachne heeft het over de hoofdkabel en raamdraden en een vangspiraal en nog meer webtechnieken. Het is jammer dat Arachne er geen tekening bij gemaakt heeft zodat ook mensenkinderen snappen wat Arachne bedoelt.


Bij een aanval van een sluipwesp die het feeënlampje van Arie's nichtje probeert de doorboren, leert Arachne nog andere spinnensoorten kennen die ieder hun eigen vaardigheden hebben zodat uiteindelijk de enge sluipwesp verjaagd kan worden.
En uiteindelijk merkt Arachne, dat ze Arie wel héél erg leuk vindt...


Op zich is het dus een erg leuk verhaaltje dat op een heel speelse manier veel informatie over spinnen geeft maar wat ontbreekt zijn toevoegende afbeeldingen. Zonder die afbeeldingen is namelijk niet alles even goed te volgen. Vooral het verhaal over het weven van een web is veel te technisch voor kinderen, één afbeelding erbij met de namen van de draden bijvoorbeeld zou genoeg zijn geweest. Ook het feeënlampje komt niet goed uit de verf, ondanks dat daar - op de volgende pagina - wel een getekende afbeelding bij gemaakt is. De sluipwesp en zijn boor én het 'lampje' zijn wel te zien maar het is niet duidelijk. Dat is jammer. De gekleurde potloodtekeningen zijn sowieso niet erg goed. Ze komen een beetje knullig over. De zwart-wit afbeeldingen zijn beter gelukt.


Kortom, de informatie is goed, het verhaal apart, maar de uitvoering, zeker wat de afbeeldingen betreft, kan een stuk beter.


ISBN 9789491777950 | paperback | 40 pagina's | Uitgeverij Eigenzinnig | november 2019
Leeftijd ca. 7+

© Dettie, 29 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De vuurtoren
illustraties: Annette Fienieg
tekst: Koos Meinderts


Oma droomde er als meisje al van, later zou ze in de ronde kamer in de vuurtoren gaan wonen.


En haar droom kwam uit, want in de ronde kamer woonde Jonas, de zoon van de vuurtorenwachter, en Jonas droomde van oma, die toen nog geen oma was, maar een vrolijk meisje met appelrode wangen.
O, dacht Jonas, als ik ooit nog eens die wangen mocht kussen.


En dat mocht hij. Alleen was dat jaren later. 
Jonas trouwde met oma, die nog steeds geen oma was, en droeg haar helemaal de trap op. Eenmaal boven droomde ze een nieuwe droom. Ze droomde over een kleine Jonas en ook hij kwam er.
En ook deze Jonas trouwde en er kwam weer een kleine Jonas bij en oma, die nu wel een oma was, mocht voor hem zorgen.


Oma was heel lief voor haar kleine Jonas. Oma leerde Jonas alles wat hij moest weten en ze vertelde hem eindeloos verhalen over de twee ander Jonassen, over opa Jonas hoe lief hij was geweest en over haar zoon Jonas, die de weide wereld in getrokken was. Oma vertelde en vertelde en Jonas luisterde.


En toen kwam de dag dat Jonas, oma naar boven droeg, net als opa heel vroeger gedaan had. En later vertelde Jonas aan oma de verhalen, want zij wist ze niet meer zo goed. Samen keken ze naar buiten, naar de eindeloze zee, waar opa zwaaide...

Een prachtig, liefdevol kippenvelverhaal over de cyclus van het leven met even zo mooie illustraties die bol staan van de levenslust. Meer moet er niet over gezegd worden. Dit is een boek dat je moet lezen en herlezen en herlezen en daarna doorgeven aan kinderen en later de kleinkinderen en weer later aan...


ISBN 9789056379094 | Hardcover | 40 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | februari 2007
Leeftijd 7+

Dettie, 18 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Juf Braaksel en het meesterbrein
Carry Slee


In het eerste deel over Lotte en Thijs lazen we hoe hun school compleet veranderde met de komst van een nieuwe directeur. Juf Brakel werd al snel de bijnaam Braaksel gegeven, en dat was niet voor niets. Alles wat een beetje leuk is aan school werd weggehaald: geen aquarium meer, geen feestjes, alleen presteren is nog belangrijk. Scoren! En dan niet met voetbal, want dat vindt ze ook geen goede tijdsbesteding. En toen de kinderen van groep zes hun best hadden gedaan om hun eigen juf Evi uit te laten roepen tot de liefste juf van de provincie, wist Braaksel het zo te draaien dat zij met de prijs ging lopen! Maar er is iets heel bijzonders wat juf Braaksel niet weet. En Lotte en Thijs weten dat wel!  Hun juf Evi is in het bezit van een magische ring. Door er aan te draaien maakt ze iets onzichtbaar.


In dit tweede verhaal ontdekken we meer over de maker van die ring. Er komt een nieuwe jongen op school. Een bijzondere jongen: Lucas is pas zeven, maar komt al in groep zes, en eigenlijk is hij daar ook nog te knap voor. Hij is superintelligent, hij heeft een meesterbrein!
Lotte ontdekt dat hij eigenlijk ook een gewone jongen is die graag met de andere kinderen wil omgaan. Maar juf Braaksel geeft hem die kans niet. Zij wil dat Lucas meedoet aan de wedstrijd voor de knapste leerling, en gebruikt hem om de school meer aanzien te geven.


Kunnen Lotte en Thijs hun nieuwe vriendje helpen te ontsnappen aan de klauwen van de vreselijke juf? En dan in een moeite door er voor zorgen dat juf Brakel weg gaat? Dat is heel moeilijk omdat iedereen – behalve de leerlingen van de school - denkt dat zij echt de liefste juf is!
Lucas kan gelukkig ook een steentje bij dragen: hij is technisch ook heel goed en maakt de meest bijzondere dingen. Er is een link met de maker van de magische ring…


Het worden wilde avonturen die de drie kinderen mee maken, zoals we dat kennen van Carry Slee: allemaal net een beetje over de rand. Maar dat maakt jonge lezers natuurlijk niets uit, het is lekker spannend! Iedere lezer wil die akelige juf een lesje leren!
Ook Bram en Daan zijn er weer, met hun malle fratsen maken ze het verhaal extra grappig.
Het serieuze thema is er natuurlijk ook: Lucas is niet zomaar bij hen op school gekomen: zijn ouders liggen in scheiding. De jongen vindt dat vreselijk natuurlijk, al snapt hij wel waarom. Maar moet zijn moeder nou zo nodig gaan daten?


Het is duidelijk: een boek met heel veel inhoud. En Iris Boter heeft er hele leuke tekeningen bij gemaakt. Kijk maar eens naar de omslag, brrr…waar zou die tekening betrekking op hebben?
Carry Slee is in 1949 in Amsterdam geboren en is daar opgegroeid. Als je leest over haar leven snap je meteen waar ze de inspiratie vandaan haalt voor haar vele boeken.


ISBN 9789048850884 | hardcover| 286 pagina's | Uitgeverij Overamstel | september 2019
Illustraties van Iris Boter | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 13 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Aaf en het brievenmysterie
Nienke Berends


‘Was opa jouw eerste liefde?‘ vraagt Aaf.
Oma is even stil. ‘Mijn tweede,‘ zegt ze dan. ‘Wil je kaas of ham?
‘’Wie was dan je eerste liefde?’ vraagt Aaf.
‘Ach, dat is al zo lang geleden,’ zegt oma snel. ‘Kaas of ham?’
‘Kaas,’ zegt Aaf. ‘Was je verliefd op opa?’
’Ja,’ zegt oma. ‘En eigenlijk ben ik dat nog steeds. Gek, hè?’
‘Helemaal niet,’ zegt Aaf. ‘Ik ga later ook met zo’n lieve man trouwen.
‘’Moet je doen,’ zegt oma. ‘Is Tom misschien een geschikte kandidaat?’


Het is wel duidelijk dat Aaf goed overweg kan met haar oma. Omdat haar ouders allebei werken, neemt ze vaak de bus om naar oma te gaan in het hofje waar zij woont. Opa is er niet meer, maar oma zegt dat ze hem nog steeds voelt. Gelukkig, zegt Aaf, dan is oma nooit alleen. Maar natuurlijk is ze dat wel degelijk, en als Aaf dan de kans krijgt daar iets aan te doen, laat ze dat niet na.


Dat ze in die container verzeild raakt - een grappige scene -  heeft het verhaal even nodig. Want Aaf vindt daar een stapeltje brieven. Liefdesbrieven. En hoewel Tom er niets van wil weten, neemt Aaf ze mee. Ze wil ze lezen. Ze zijn oud, uit 1966! De kinderen lezen hoe een man, die Kees heet, schrijft aan zijn geliefde, mejuffrouw Vermeer. ‘Mijn allerliefste’, staat er. Tom wil meteen stoppen met lezen - lezen is toch al niet de leukste bezigheid vindt hij - en gaan voetballen, maar Aaf is juist geïntrigeerd. En dat is ze nog meer als Tom ineens beseft wie mejuffrouw Vermeer is!


Het lezen van de brieven is natuurlijk niet echt netjes, maar ja, ze zijn weggegooid! Kwalijker is dat de kinderen nu veel meer willen weten en dingen gaan doen waarvan ze allebei zeker weten dat het helemaal niet mag. Maar Aaf wil haar oma helpen. En Tom is een willige assistent.


Het is een grappig verhaal met een lichte spanningsboog over twee ondernemende kinderen, tegen een historische achtergrond. Nienke Berends ontdekte namelijk dat het lang geleden best vaak voorkwam dat een man en een vrouw stiekem trouwden. Als ze geen toestemming kregen van hun ouders – hij of zij was van andere afkomst, verdiende niet genoeg, had een ander geloof, of nog andere redenen – dan gingen ze naar Schotland, waar het plaatsje Gretna Green ligt. Want terwijl bij een huwelijk vrijwel overal de toestemming van ouders overlegd moest worden, hoefde dat niet in Gretna Green!
Op dit feit baseerde zij haar verhaal!


Dat gesprek over de liefde, met haar oma, dat is tekenend voor de relatie die oma en kleinkind in het verhaal hebben. Deze leuke dialoog geeft het onderlinge vertrouwen weer; de aarzeling van oma, hetgeen veel zegt over haarzelf en de tijd waarin zij opgroeide; en dan het terugkaatsen en Aaf in verlegenheid brengen. Wat dit stukje tekst ook aangeeft is dat Nienke Berends er goed aan gedaan heeft haar baan op te zeggen en te gaan schrijven. Ze laat hier zien dat ze dat kan!


Nienke Berends (Zwolle, 1976) schreef na Basta! dit tweede jeugdboek.


ISBN 9789044835830 | hardcover | 320 pagina's | Uitgeverij Clavis | september 2018
Illustraties van Marieke ten Berge | Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 5 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Annabelleke stouter dan ooit
Illustraties: Monique van den Hout
Tekst: Miriam Borgermans


Ha, daar is Annabelleke weer! Zou ze nu minder ondeugend zijn? Ha ha natuurlijk niet! Want een boek lezen over een braaf meisje dat is helemaal niet leuk. De schrijfster raadt de lezer aan om televisie te gaan kijken, maar dat gaan we mooi niet doen: het is veel leuker om te lezen wat die jongedame nu weer allemaal uitspookt!


Annabelleke vindt dat je zo fijn kan spelen met een stukje kauwgom. Ze vormt allerlei dingetjes tot ze iets leuks heeft:


‘Het is een struispaard,’ zei Annabelleke die ook dol was op het vormen van wonderlijke woorden.
‘Wat zeg je, honneponnetje?’ zei mama.
Annabelleke keek mama door haar oogharen aan.
“Vandaag is het echt een dag om iets bijzonders te krijgen.’ zei ze. ’Bijvoorbeeld een struispaard.
Ik wil een struispaard, mama.’


En mama weet het: als haar dochtertje iets wil dan zal ze het krijgen ook. Als het haar niet lukt om mama gewoon met woorden te overtuigen, begint het. Annabelleke voelt een kriebel in haar keel, zegt ze. Het is genoeg, mama komt in actie. Naar de dierenwinkel, waar natuurlijk geen struispaard is, maar ze zoekt alvast een heleboel spulletjes uit. Laarzen, borstels, touw, een zadel, roze nagellak (!)… Dan zegt de meneer dat ze ook een helm moet, want ze kan namelijk wel een flinke smak maken van dat struispaard. Annabelleke denkt even na, ze wil absoluut geen helm. Maar natuurlijk is ze niet voor een gat te vangen, ze verzint er wel wat op.


Een andere keer wil Annabelleke zeven zusjes. Je snapt wel dat haar ouders daar helemaal geen zin in hebben. Maar deze kwestie is niet zo makkelijk op te lossen als het struispaard! Ze gaat zelfs met papa naar het oerwoud! Huh, voor zeven zusjes? Nou, die zaak ligt even anders, maar dat moet je zelf maar lezen. Er is een verhaal over het hondje Bibi, met wie ze in het park gaat wandelen. Dan zijn haar moeder en haar tante wel even vrij van haar doldwaze streken, maar natuurlijk verzint Annabelleke weer van alles. De arme Bibi!  Dat komt allemaal wel goed, maar als haar ouders besluiten haar achter te laten in de handen van een babysit, krijgen ze veel spijt van. Annabelleke niet overigens!


Er staan een flink aantal verhaaltjes in dit tweede boek, met tussendoor ‘kwinkels’. Dat zijn onzinliedjes die Annabelleke zelf verzonnen heeft. En ze beschrijft hoe ze ‘Slobberige snots’ maakt, of een drol van peperkoek.
Ook nu krijgt ze een enorme driftbui die pagina’s lang duurt. En de buurjongen, de brave Diederik, mag weer meedoen. Diederik vertelt haar dat stoute kindjes naar China moeten. Dat lijkt Annabelleke wel wat en ze thuis komt roept ze: ‘IK GA NAAR CHINA!’
Mama reageert met ’Wat leuk, honneponnetje. Veel plezier.’
Huh? Denkt Annabelleke. Wil mama haar niet meer? Natuurlijk wil ze het zelf helemaal niet, maar misschien kan mama haar wel ruilen?
Zou het? Is Annabelleke zo stout dat haar papa en mama haar niet meer willen?


Het is wel zeker dat lezers haar niet kwijt willen! Wij willen lezen over haar  doldwaze avonturen, want die zijn reuze leuk om voor te lezen of  zelf te lezen!
Vrijwel alle pagina’s zijn minstens voorzien van tekeningen, maar vaker vormen tekeningen de achtergrond voor tekst, of zijn er alleen maar geïllustreerde pagina’s, als bij een prentenboek. Behalve hilarische verhaaltjes lezen en voorlezen, valt er dus ook veel te zien.


Miriam Borgermans (Vught, 1965) is een Vlaamse schrijfster, van zowel verhalen voor volwassenen als Young Adults. En superleuke kinderboeken.

Monique van den Hout (http://www.moniquevandenhout.nl) heeft zich opnieuw uitgeleefd op felgekleurde grappige tekeningen.


ISBN 9789044834338 | hardcover | 176 pagina’s | Uitgeverij Clavis | september 2019
Afmeting 261 x 203 x 21 mm | Om voor te lezen vanaf 5 jaar, om zelf te lezen vanaf 7 jaar.

© Marjo, 31 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER