Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

Mijn moeder is een gorilla (en wat dan nog)
Frida Nilsson


De negenjarige Jonna woont in een kindertehuis, waar Greta haar kinderen flink laat werken. Haar motto: ze hebben immers meer dan genoeg vrije tijd als ze slapen!

De kinderen kloppen en vegen wat af, bijvoorbeeld als er iemand langs komt om een kind uit te zoeken om te adopteren. Dan moeten alle kinderen zich netjes opstellen zodat de toekomstige ouders hen goed kunnen beoordelen. Ook Jonna wil een nieuw tehuis, ze is nogal eens het mikpunt van Greta. Dat komt omdat ze niet zo netjes is, en het nut er niet zo van in ziet om steeds maar haar handen te wassen en haar haren te kammen.


Maar zo af en toe komt de gemeente inspectie houden en ook dan moet alles spik en span zijn. Greta is dan helemaal gestrest, want er is een extra probleem: er mogen namelijk maar vijftig kinderen zijn, en nu zijn er 51!
Aron, een vriend van Jonna, vertelt dat dit al eerder het geval was, en dat Greta toen een van de kinderen in het bos achtergelaten heeft. En dat kind hebben ze nooit meer teruggezien. Zou dat waar zijn?
Dan komt er een auto de keurige oprijlaan op gescheurd:


‘Nu waren Arons ogen niet de enige die zo groot waren als schoteltjes. De auto zag eruit alsof hij zojuist ontsnapt was aan zijn doodvonnis op de schroothoop. De uitlaat sleepte over de grond, er kwam een brandlucht van de motor en de ruiten waren volgeplakt met stickers en plakplaatjes. De hele auto zat vol bruine roestplekken, maar hier en daar kon je de groene lak nog zien.’ (-)
'Een hand greep de rand van het autoportier beet en de bestuurder wurmde zich met veel gekreun en gesteun door de opening. Ik dacht dat mijn hart stil bleef staan. Iedereen was muisstil.
Het was een gorilla!’


Je snapt het al: de gorilla komt een kind uitzoeken en haar oog valt op Jonna! Jonna heeft daar helemaal geen zin in, maar ze moet mee. En komt terecht in een oude, leegstaande fabriek waar de gorilla een uitdragerij heeft. Als het dat nu was, maar natuurlijk zijn er problemen...


Het is een verrassend en humoristisch verhaal, over een bijzondere vriendschap tussen een kind en een gorilla.


Frida Nilsson (Hardemo, 1979) is een Zweedse kinderboekenschrijver, die al meerdere prijzen in de wacht sleepte.


ISBN 9789045124582 | hardcover | 144 pagina's | Uitgeverij Querido | september 2020
Illustrator: Martijn van der Linden | Vertaald uit het Zweeds door Femke Muller | Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 20 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De huiself
Bruce Coville


‘Ik ga aan een grote, avontuurlijke reis beginnen, en ik vind het drie keer niks.’


Omdat hij gebonden is aan een vloek kan de arme Angus niet anders dan zijn lot volgen: hij moet helemaal naar Amerika verhuizen. Het is zijn plicht om in dienst te blijven van de familie McDonagall en dan met name bij de jongste vrouw, die ouder is dan tien jaar. Er zitten nog meer haken en ogen aan die vloek, maar Angus vindt dit al erg genoeg. Hij is huiself en dus dol op huishoudelijke klusjes. En op kattenkwaad uithalen. Hij had het zo fijn bij Sarah McDonagall wiens huishouden hij al meer dan honderd jaar verzorgde. Maar zij komt te overlijden en heeft geen nazaten in Schotland.


Na een reis vol avonturen komt hij aan bij Alex (kort voor Alexandra) en al is hij best wel wat gewend, Zoiets heeft hij nog nooit gezien! Wat is zijn nieuwe baasje een enorme sloddervos! Nog erger, ze is niet eens blij als het opgeruimd wordt. Het is haar onmiddellijk opgevallen dat iemand in haar kamer is geweest, en ze is boos! Iedereen moet uit haar kamer blijven!
Maar ja, Angus kan niet anders en hij blijft opruimen als hij de kans krijgt.


Alex zet vervolgens een val, ze wil weten wie de boosdoener is. Ze schrikken allebei van de ontdekking… Gelukkig lukt het een overeenkomst te sluiten, want anders was het leven zowel de huiself als het meisje een hel geworden.


‘Maar ik wil niet dat je met mijn spullen rotzooit.
‘Dat raakte me diep. ‘Ik rotzooi niet! Ik ontrotzooi!’
Ze rolde met haar ogen. ‘Ik weet nu al dat ik gek van je ga worden.’


En dan treft de vloek de mannen in het huishouden, zoals Angus al vreesde.
Dit kan zo niet verder. Er moet iets gebeuren. Maar wat? Hoe kunnen Angus en Alex de vloek opheffen?


Wat heerlijk moet het zijn als je een verhaal als dit kan schrijven! Al is het voor de huiself allemaal serieus, als lezer moet je er toch echt om lachen. Het is zo grappig allemaal. Is Bruce Coville zelf net als Alex? De vorm van het boek is ook nogal chaotisch namelijk. Wel prettig chaotisch hoor, het is absoluut geen saai geheel met alleen maar tekst, er hoeft dus geen boekenelf aan te pas te komen!


Er zijn dagboekfragmenten, van Angus en van Alex, brieven van de juf van Alex, de teksten van de vloek, een plattegrond van het huis, stukjes informatie, mailtjes enz. Dit alles vormt het verhaal, dat - ook al dacht je misschien van niet – heel prettig leest..
En het is niet alleen flauwekul, de ernst ontgaat je echt niet. De vloek is een groot probleem!
Het boek blijkt het eerste deel van een tweeluik, en dat is goed nieuws. Het zou nog beter zijn als we nog veel meer te lezen krijgen over Angus, maar voorlopig doen we het hier mee.

Het boek is al eerder uitgegeven, in 2015, maar is waarschijnlijk onopgemerkt gebleven. De titel was toen De Vloek va Angus en de omslag zag er anders uit. Hopelijk werkt deze nieuwe versie wel, want het boek verdient het!


Bruce Coville (Syracuse, 1950) is een Amerikaans schrijver van kinder- en jongvolwassenboeken. Op zijn site kun je zien wat voor indrukwekkende hoeveelheid boeken hij al geschreven heeft. https://www.brucecoville.com


ISBN 9789000373789  | hardcover | 248 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | juni 2020
Vertaald uit het Engels door Ineke van Bronswijk | Illustraties van Paul Kidby | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 9 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Naar de overkant
Illustraties: Enzo Pérès-Labourdette
Tekst: Wouter Klootwijk


Eefje woont aan de rivier, op een boerderij achter de dijk. Steef woont aan de overkant, zijn vader is timmerman, daarom noemt iedereen hem Steef Timmer. De twee kinderen kennen elkaar niet maar op een dag ziet Eefje dat Steef in de hoogspanningsmast klimt. Dat doet hij om naar de zee te kijken. Eefje roept naar Steef, hij hoort haar en ze zwaaien naar elkaar. Ze vertellen aan hun ouders wat ze gezien hebben. Het is gevaarlijk zegt de moeder van Eefje om in zo'n mast te klimmen. Het is gevaarlijk zeggen ook de ouders van Steef. Toch kan Steef het niet laten en weer ziet hij Eefje en weer zwaaien ze naar elkaar.


Vanaf die dag is er het verlangen elkaars gezicht te zien. De vader van Steef zegt dat Steef dan een vlot moet maken om de rivier over te steken. Hij helpt Steef en Eefje kijkt vanaf de overkant toe. En dan is het zover, Steef komt op zijn vlot naar Eefje gevaren, maar de stroom van de rivier is sterk, die sleept Steef bijna mee. Eefje helpt Steef en beide kinderen zijn drijfnat, maar dat geeft niet wat Eefjes moeder maakt jurken.


De kinderen zijn blij met elkaar en de ouders helpen het stel zodat ze elkaar vaker kunnen zien. Maar Steef heeft nòg een droom, hij wil een huis bouwen in de hoogspanningsmast...


In al zijn eenvoud is het een rustig en plezierig verhaal. Het is gewoon lekker buiten zijn en genieten van de vriendschap, niets meer en niets minder. De kinderfantasie is subtiel maar levendig aanwezig, precies zoals kinderen kunnen zijn. De ouders spelen een bescheiden maar leuke rol. Ze laten de twee kinderen vrij maar letten wel op. Het verhaal is in feite een verademing tussen al die boeken waarin kinderen zoveel moeten. Heerlijk!
De afbeeldingen van Enzo Péres Labourdette vormen een mooie samensmelting met het verhaal.


ISBN 9789025877286 | Hardcover | 80 pagina's | Uitgeverij Leopold | juni 2019
Winnaar Zilveren Griffel 2020 | Leeftijd 8+

© Dettie, 28 augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Stinkhond gaat naar school
illustraties: Marc Boutavant
tekst: Colas Gutman


Stinkhond heeft de tombola gewonnen en mag nu op proef naar de Drie Botjes School. Nu kan hij leren lezen wat er op de verpakking staat van de dozen, blikjes en flesjes in de vuilnisbak. Dan krijgt hij vast geen waspoeder meer binnen! Stinkhond is helemaal superblij én zenuwachtig. Gelukkig belooft zijn grote vriend Plattekat dat hij bij het uitgaan van de school op hem zal wachten met warme chocoladebroodjes...


Wie Stinkhond al een beetje kent, weet dat deze hond die in een vuilnisbak woont, niet de slimste maar wel de liefste hond van de wereld is. Helaas weten al die verwaande hondjes op school dat nog niet. Ze vinden Stinkhond dom en vies. Zelfs de juf is niet echt aardig. Ze vraagt bijvoorbeeld aan de klas wie er al eens een hond met schurft gezien heeft. Ze bedoelt Stinkhond... En die lieve naïeve Stinkhond heeft dat niet eens door. Schurfthond? Nee dat ras kent hij niet.
Gelukkig is de labrador wel heel aardig tegen Stinkhond en natuurlijk noemt Stinkhond hem dan gelijk zijn vriend.  Zo is hij nu eenmaal. Hij is blij met alles.


Maar de dag verloopt niet echt leuk voor Stinkhond en langzamerhand beseft hij dat de andere honden hem niet moeten en hem uitlachen. Pitbull verzint zelfs een heel akelig plannetje waardoor Stinkhond denkt dat de labrador hem ook in de steek heeft gelaten. Maar op gegeven moment ontdek de juf ook dat de lieve labrador weg is, en wie anders dan Stinkhond kan zo goed speuren, hij moet immers altijd op zijn neus vertrouwen in zijn zoektocht naar eten in de vuilnisbakken.
En dan komt de aap uit de mouw... en de schuldige wordt gestraft en Stinkhond wordt beloond met... leesles! Want hij wil zo graag Plattekat kunnen voorlezen, dat heeft hij hem beloofd.

Na afloop van de schooldag wacht Plattekat hem op en wil alles weten over het schoolavontuur van Stinkhond. Zou hij Plattekat kunnen voorlezen?


Opnieuw een heerlijk verhaal rond de lieve hond en zijn vriendje. De afbeeldingen bij het verhaal zijn ook zo leuk. Die snoet van Stinkhond is gewoon onvergetelijk.
Van mij mogen er nog héél veel delen verschijnen.


ISBN 9789401465526 | Hardcover | 63 pagina's | Uitgeverij Lannoo | maart 2020
Afmeting 24,9 x 17,7 cm | Leeftijd 8+

© Dettie, 19 augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Monsterdokter
John Kelly


‘Op een ochtend liep ik over straat, toen de man voor me zijn linkerarm op de grond liet vallen.’

Verbaasd lees je die eerste zin. En de ik-verteller, Appie, is ook best verrast, het overkomt hem niet iedere dag, zegt hij, maar of jij zou doen wat hij doet? (Zeker niet als je de man zou zien!) Appie raapt de arm op en loopt achter de man aan.


’Ik geloof dat u iets hebt laten vallen.’


Voor hij het weet is Appie een soort van assistent van de dokter, Annie v.d. Keuken-Trap, waar de man, Morris Mors, hem mee naar toe neemt. Het is een monsterdokter, maar dat wil niet zeggen dat ze zelf een monster is:


‘Dit moest de monsterdokter zijn.
Ze was niet langer dan één meter vijftig en zag er simpel gezegd uit als een kanonskogel. Haar armen waren zo groot als die van een gorilla, maar ze had kleine, tengere handen. Haar hoofd was zo puntig als het uiteinde van een raket met daarop het verbazingwekkendste kapsel dat ik ooit had gezien. Volgens mij kun je dat soort haar alleen maar krijgen door je hoofdhuid in te smeren met secondelijm en dan een complete paardenstaart aan de rechterzijde van je schedel te plakken. En dan moet je nog op zoek naar een tweede paardenstaart voor de linkerzijde.’


De patiënten zijn echter wel degelijk monsters: behalve Morris Mors is er een meisje wiens hoofd helemaal achterstevoren zit, en er is een Yeti met zere voeten.  
Annie ziet het wel zitten: Appie als assistent, hij is zelfs slimmer dan ze denkt. Maar dat ontdekt ze later pas.
Eerst is er een monsternoodgeval, waar ze onmiddellijk naar toe moet. Appie gaat mee in een bizar vervoermiddel: een levende ambulance. Die heeft vleermuisnavigatie, met de leuke naam Tim-Tim. Als ze bij Vesuvia de zieke draak arriveren, kan Appie meteen bewijzen hoe nuttig hij wel niet is. Als hij geweten had dat het zo gevaarlijk zou zijn!


Behalve de uit elkaar vallende zombie en de levende ambulance zijn er nog veel meer bijzondere, verbijsterende en monsterlijke wezens. Ze worden leuk beschreven, en ook nog grappig getekend, net als de omslag. Op iedere pagina vind je tekeningetjes, soms zijn ze ook bladvullend.


Het originele verhaal is hilarisch, en al gaat het over monsters en kunnen de rillingen je af en toe over je lichaam lopen, door de manier waarop het verteld wordt weet je dat dit niet echt is en dat maakt het minder eng. De tekst wordt ook nog ‘versierd’ doordat er verschillende lettertypen en lettergroottes gebruikt worden. Ook de keuze in namen is zo leuk!
Een ontzettend grappig boek voor kinderen met een levendige fantasie. Ze zullen genieten van dit verhaal. Zelfs de woordenlijst achterin is grappig.
Weet je wat ridders op witte paarden zijn? Dat raad je nooit! Of een leraar? Vooruit, die krijg je, dat is:


'Oeroude levensvorm die zich in lang vervlogen tijden afsplitste van de gemeenschappelijke voorouders van het monster en de mens.'


Na het verhaal De Monsterdokter volgt er een lekkermakertje: een fragment uit het vervolg, dat zal verschijnen in 2021.


John Robert Kelly (1964, Stockton-on-Tees, Engeland) is illustrator en ontwerper van kinderboeken. Zijn boeken zijn onder andere The Robot Zoo en Everyday Machines, die beide werden genomineerd voor de Rhône-Poulenc Junior Prize.


ISBN 9789048854103 | Hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Moon | juni 2020
Vertaald uit het Engels door Willem Jan Kok | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 9 augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Clara zet door
Deel 3 van de trilogie Clara
Pieter Feller & Tiny Fisscher


Nadat Clara - zoals we in de eerdere delen hebben kunnen lezen - van school is gegaan omdat ze haar moeder moet helpen, nu die weduwe geworden is, heeft het meisje al het een en ander meegemaakt. Ze baarde nogal opzien toen ze met haar kranten voor het Centraal Station stond. Een krantenmeisje! Dat had men nog nooit gezien. Maar Clara weet wat ze wil: ontdekkingsreiziger worden. Dat zal niet zonder slag of stoot gebeuren, dat weet ze wel.


Wat is ze enorm blij als meneer Korevaar haar benadert: hij wil een avondschool starten voor diegenen die de lagere school niet hebben afgemaakt, en natuurlijk moet Clara daar bij zijn!
Ze heeft al laten zien dat ze een gevoel voor taal heeft. En oog voor wat de krantenlezer interesseert. Ze levert stukjes nieuws aan voor in de krant, en verdient zo af en toe een kwartje. Intussen is ze al geen krantenmeisje meer, ze werkt bij thee- en koffiehandel Brandt, in de winkel, maar vooral om te bezorgen. Dan gaat ze opnieuw heel Amsterdam door op haar fiets.


Helaas is de verkering met Sjaak uit gegaan toen ze hem met een ander meisje zag, maar er zijn nog meer jongens in de stad! Of ze daar tijd voor heeft, is de vraag: ze werkt zes dagen in de week, heeft twee avonden school, schrijft de stukjes voor de krant en helpt thuis ook nog mee.
Er gebeurt nog veel meer: Rinus, de vriend van haar moeder, heeft bijzondere plannen. Clara vindt een andere baan voor haar moeder, en intussen maakt ze zich zorgen over haar oom Marcus, die met zijn gezin de lange reis vanuit Suriname naar Amsterdam aan het maken is. Per boot. En de Titanic is immers ook vergaan, er kan van alles gebeuren! Intussen doet ze haar best op school, want haar grote voorbeeld, Alexine Tinne, is niet uit haar hoofd verdwenen!


Het is inderdaad een boek waarin veel gebeurt.
Clara is een sociaal bewogen meisje. Ze ziet het onrecht om haar heen, en wil daar over schrijven. Dan krijgt ze te maken met censuur, want niet al haar stukjes zijn geschikt, zegt de meneer van de krant. Ze ziet armoede, merkt de onderwaardering van de vrouw op. Als Marcus eenmaal aangekomen is, ziet ze ook nog tekenen van racisme.


‘Hoe is het nu met ze?’ vraagt ze bezorgd.
‘Het gaat wel, hoor,’ stelt moe haar gerust. ‘Ze hebben wat blauwe plekken, maar die trekken wel weg. Het was natuurlijk schrikken, In Suriname werden ze ook wel eens uitgescholden omdat tante Anna met een witte man ging.’
’Wat stom,’ mompelt Clara. ‘Je kunt er toch ook niks aan doen op wie je verliefd wordt?’
’Nee,’ zegt tante Boes. Ze grinnikt. ‘Anders was je moeder ook nooit verliefd geworden op een ijzerhandelaar.’
‘Ja, moe, waarom werd je niet verliefd op een koekjesfabrikant?’
‘Dat is het lot, Clara,’ speelt haar moeder het spelletje mee. ‘In onze kringen kom je geen fabrikanten tegen, tenzij je voor ze werkt, maar dan kijken ze je echt niet aan.’
De stemming slaat om en er gaan wat grapjes over en weer.
‘Met Anna en de kinderen komt het heus wel goed, hoor,’ zegt tante Boes sussend. Mensen moeten er gewoon een beetje aan wennen, en tante Anna en de kinderen ook. Op een dag kijkt niemand er meer van op dat er donkere mensen rondlopen in Amsterdam.’


Dit stukje geeft een tijdsbeeld weer van begin twintigste eeuw. Is er echt zoveel veranderd? Dat is een vraag die jonge lezers zich kunnen stellen. Het meisje is nauwelijks anders dan een kind van nu, ze is ambitieus, en gebruikt haar ogen goed. Al is de tijd een andere, het verhaal blijft heel herkenbaar.


Pieter Feller (1952, Hoorn) schreef vele kinderboeken waaronder de succesvolle serie Kolletje.
Tiny Fisscher (1958, Castricum) schreef boeken voor kinderen, waar onder de bewerking van Alleen op de wereld, en voor volwassenen.
Ook voor de derde boekomslag tekende Natascha Blum-Stenvert een prachtige omslag.


ISBN 9789492844651  | hardcover | 250 pagina's | Uitgeverij De Droomvallei | juni 2020
Illustraties van Natascha Blum-Stenvert | Leeftijd vanaf 9 jaar.

© Marjo, 18 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alex M. en de boeken van de nacht
J A White


Alex heeft zijn besluit genomen. Hij is nu lang genoeg gepest met zijn hobby. Als zelfs de juf op school vindt dat hij (psychische) hulp moet krijgen, is het nu over en uit!


Midden in de nacht sluipt hij naar beneden, om daar zijn boeken van de nacht te verbranden. Dat zijn een paar schriften volgeschreven met griezelverhalen. Dat is namelijk zijn hobby: griezelige verhalen schrijven. Maar de lift blijft steken en Alex bevindt zich niet op de onderste maar op de vierde verdieping. Hij wil verder met de trap, als hij muziek hoort. Dat is filmmuziek van zijn favoriete griezelfilm! Hij kan niet anders: hij gaat er op af. Even later staat hij oog in oog met een ongeveer dertigjarige donkere vrouw, die hem uitnodigt met haar naar de film te kijken.
Alex stapt over de drempel…


Later zal hij niet kunnen verklaren hoe het kwam dat hij zo makkelijk bij een vreemde binnen is gegaan! En nog wel midden in de nacht. Maar dan weet hij al dat de vrouw – Natascha heet ze - een heks is en dat de flat betoverd is. En dat er nog meer kinderen binnen zijn gelokt. Maar wat wil ze van hem?


Verhalen eist ze. Eigenlijk wil ze dat niet voor zichzelf, maar dat ontdekt hij pas later. Nu moet hij iedere avond een griezelverhaal voorlezen. Wat er zal gebeuren als hij geen verhalen meer heeft, dat wil hij niet weten. Dus doet hij zijn best om nieuwe verhalen te schrijven. Hij zou inspiratie op kunnen doen in de enorme bibliotheek, maar het lukt niet zo erg. Hij moet een manier zien te vinden om te ontsnappen!


Hij staat er niet alleen voor: er is ook een meisje, Yasmin. Zij moet koken voor de heks en voor de uitgebreide plantenverzameling zorgen. Natuurlijk wil ze net zo graag als Alex weg uit de akelige flat, maar de heks is slim, en heeft magische krachten die de kinderen niet hebben. En als ze weg is, bespioneert de kat Lenore hen, zodat ze niets stiekem kunnen doen.  Maar dan besluit de kat de kinderen te steunen, en dat is een grote hulp!
Zal het de kinderen nu lukken om uit de klauwen van de heks te ontsnappen?


'Ik wilde normaal zijn', zei hij. 'Ik wilde niet meer Alex Miller zijn, die zware nerdy jongen die weet hoe je nepbloed moet maken en die alle acteurs kan opnoemen die in de Halloween-films Michael Myers gespeeld hebben. Ik wilde erbij horen, ik wilde zoals andere kinderen zijn, en ik dacht dat het een stap in de goede richting zou zijn als ik mijn nachtboeken vernietigde.'
(-)
'Alex, Alex, Alex,' zei Natascha. 'Door een paar schriften te vernietigen word je echt niet zomaar een ander mens, hoor.'
'Kom, vertel me eens een verhaal,' zei ze. 'Maar nu wel iets griezeligs, graag.'


Je merkt wel aan de toon van dit stukje dat het wel meevalt met het griezelgehalte. Er zitten elementen in die de lezer ook kan kennen uit andere griezelige verhalen. Duidelijk is de vergelijking met het duistere sprookje Duizend-en-een-nacht waarin Sheherazade ook iedere avond een verhaal moest vertellen. Het huisje van Hans en Grietje speelt een rol en er is de plantenkas, zoals die ook in De Magische Apotheek voorkomt.
Al is het inderdaad een beetje eng, en is het dus niks voor watjes, het leest vooral spannend avontuur over twee slimme kinderen versus een heks.
De griezelverhalen die Alex vertelt staan ook in het boek. En echt: het zou zonde zijn geweest als hij er in geslaagd zou zijn de schriften te verbranden…


J. A. White woont in New Jersey. Hij is een leraar met een grote fantasie, van wie we vast nog meer zullen horen.

ISBN 9789401468176  | Hardcover | 392 pagina's | Uitgeverij Lannoo | juni 2020
Vertaald uit het Engels door Mireille Vroege | Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 8 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het boek der veranderingen
De sterrensteen deel 1
Kelly van Kempen


Elfies moeder is anders dan andere moeders. Ze is heldervoelend, helderhorend, en helderziend en heeft een spirituele praktijk met de naam Sterrensteen waar Elfies haar vader ook aan meewerkt, want hij kweekt geneeskrachtige kruiden.


Elfie zelf is er niet blij mee. Ze wordt gepest op school, haar klasgenoten gniffelen achter haar rug. Ze vindt dat ze zelf wel normaal is, ze wil gewoon journalist wil worden. Daarom draagt ze een bril om er slimmer uit te zien. ‘Je lijkt wel een strenge schooljuf’ zegt haar vader. Ze kijkt goed om zich heen om nieuws te vergaren voor haar blog, en zo komt het dat ze allang weet wie de nieuwe overburen zijn: een gezin met een jongen en een hond. Haar ouders willen hen meteen uitnodigen om te komen eten, gauw biedt Elfie aan hen te gaan vragen. Zij wil helemaal niet dat die mensen komen en zien wat voor ouders ze heeft.


Gelukkig heeft mevrouw Wijnhoven ook helemaal geen interesse in de overburen, en haar man ook niet. Maar helaas: de zoon, Mats is nieuwsgierig. Elfie heeft niet meteen door dat hij oprecht geïnteresseerd is, dus ze is helemaal niet aardig tegen hem als hij komt.
Als het avontuur eenmaal op stoom komt is ze toch wel erg blij met zijn hulp. Want het wordt allemaal wel erg spannend, en er zijn een aantal raadsels die ze anders misschien niet had kunnen oplossen.


Het begint allemaal met een vreemdeling die ze aantreft bij de Sterrensteen. Een oude man die haar een boek in de handen stopt.


'Ik heb geen tijd meer,’ zei hij. ‘en ik herken een tijgertje als ik er een zie.’


Boven de prettig korte hoofdstukken staan steeds de aantekeningen die Elfie maakt. Ze werkt tenslotte aan haar blog. En de lezer kan zo goed bijhouden hoe het avontuur zich ontwikkelt.


De twee kinderen gaan op zoek naar de geheimen van het boek. Maar er zijn kapers op de kust, en Elfie is er nog niet 100% zeker van dat Mats te vertrouwen is. Ze spioneren, ze bezoeken een museum en worden gevangen genomen…


Als de Sterrensteen een serie wordt, is de aanzet heel goed. Elfie zal zich dan verder kunnen ontwikkelen, ze leert nu al zichzelf te accepteren. Er speelt van alles: thuis waar Elfies moeder alle feesten viert die er waar ter wereld ook gevierd worden, hetgeen soms leidt tot komische situaties, en in het dorp – een krekelplaag, een nieuw hotel, er zijn vreemdelingen.


‘Zo, zo, zei de man langzaam en hij schoof zijn zonnebril over zijn gemillimeterde haren. Hij keek Elfie en Mats aandachtig aan. ‘Ik zie het al. Hier wordt wat uitgespookt!’
‘Hoezo?’ vroeg Elfie luid.
De man haalde zijn schouders op. ‘Omdat jullie er uitzien alsof jullie een spook hebben gezien!’ Toen bulderde hij van het lachen.’


ISBN 9789463850315 | Hardcover | 256 pagina's | Uitgeverij Billy Bones | augustus 2020
Illustraties van Flavia Sorrentino |Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 21 augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mickey en de beestachtige spionnen
Anne Miller

Mickey is dol op codes. De hele dag kijkt ze goed om zich heen of ze er niet ergens een kan ontdekken om te ontcijferen. Ook maakt ze zelf codes.
Ze heeft er basisregels voor opgesteld:

nummer een – denk logisch na
nummer twee – zorg goed voor je brein, dat betekent goed slapen, en vette vis eten
nummer drie – hou je ogen goed open, codes kunnen overal zijn.

Dit zijn sowieso handige tips, maar regel drie brengt haar het avontuur waar ze naar snakt, want ze moet codes ontcijferen. Op een dag ziet ze in de bus een briefje hangen met een reeks cijfers en letters! Een geheime boodschap!
Binnen de kortste keren heeft ze het ontcijferd: het is een advertentie waarin iemand hulp vraagt. Ze gaat naar het opgegeven adres, waar ze nu niet meteen enthousiast ontvangen wordt. Ze is immers een kind!
Nou ja, ze is een beetje verontwaardigd: ze heeft toch die code ontcijferd!
En dat is zo, dus ze mag blijven. Eh, waar ze mag blijven?
Het is een geheime organisatie, COBRA geheten. Zij vormen een zeer bijzonder gezelschap, die haar hulp tenslotte accepteren, omdat zij ‘opponeerbare duimen’ heeft, en omdat ze is wie ze is, valt ze minder op dan de andere leden van de club.

‘Zoals ik al zei, zijn we op zoek naar een volwassen mens met de juiste kennis en vaardigheden. We zijn bezig met een ingewikkelde zaak en zitten met een code die we niet kunnen ontcijferen.’

Natuurlijk kan Mickey dat met gemak.de zaak waar Coby, de leider het over heeft is een diamantenroof. En dan wordt de hond Winston hondvoerd, en blijkt Harry, degene voor wie Mickey in de plaats komt, niet echt verdwenen te zijn.
Het is een heel bijzondere groep waar Mickey zich bij aan sluit. Maar het is wel duidelijk dat ze niet zonder haar kunnen! Je moet een kind echt niet onderschatten!

Prima voor de doelgroep, het woordgebruik is niet al te moeilijk, woorden worden soms geaccentueerd met behulp van andere lettertypes of grootte, en de hoofdstukken zijn kort. De tekst wordt onderbroken door tekeningetjes, codes bijvoorbeeld. Er zijn ook pagina vullende tekeningen, in zwart wit, die prima bij het verhaal passen. En het verhaal is behalve spannend ook erg grappig. Het onderwerp, codes en spionnen, dat spreekt kinderen natuurlijk ook aan.
Achterin het boek worden de schrijfster en de tekenaar voorgesteld en staan er coderaadsels.

ISBN 9789048858071 | hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Moon | juli 2020
Vertaald uit het Engels door Karin Pijl en Kirsten Verhagen
Illustraties van Becka Moor
Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 12 augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het zonnige zomerboek
Diverse auteurs

Zoals er het wonderlijke winterboek was - en nog is natuurlijk - zo is er nu het zonnige zomerboek. Ook vol verhalen en met veel kijkplezier.


Marloes Kemming bijt de spits af met een verhaal over Manuel en de bijzondere olifant, Ollie genaamd. Ingrid Wuijster tekent hem.
Dan volgen nog dertig verhalen, waar Carry Slee, Pieter Feller en het echtpaar Busser & Schröder meer dan één verhaal voor hun rekening nemen. Het zal kinderen weinig uitmaken, maar het is toch wel grappig dat sommige combinaties niet kapot te krijgen zijn! Zo heeft Pieter Feller een vaste tekenaar, Natascha Stenvert, Carry Slee wordt vergezeld door Eefje Kuijl, en zoals ze dat ook met hun boeken doen wisselen Marianne Busser & Ron Schröder steeds, hoewel we daar ook oude bekenden bij tegenkomen. En koning Bobbel is een van hun personages, die kennen we ook!
Annemarie Bon is eveneens een vaste medewerker, zij doet mee met drie verhaaltjes, waarvan twee met Gertie Jacquet als illustrator.


De verhalen gaan natuurlijk over onderwerpen die met de zomer te maken hebben. Waar denk je dan aan? Vakantie natuurlijk! Warme of zelfs snikhete dagen waarin water verkoeling kan brengen.  Er wordt gelogeerd, en heel veel ijs gegeten. Picknicken en barbecuën, dat ook.
De verhalen zijn al allemaal anders, en dan is er ook nog af en toe een versverhaal en er staan creatieve tips in: hoe je maskers maakt, of wat je bij een kampvuur allemaal voor leuks kan doen.
Reden genoeg om gauw te gaan lezen over het fantastische idee dat Sil en Anna bedenken, of je laten voorlezen over wat Iris en Michiel beleven aan het strand. Of misschien wil je wel weten wat Cloudia voor je kan betekenen als je puft van de hitte!
Hou je van sprookjes? Dan is het verhaal over de zeemeermin erg leuk, en wie Kolletje kent wil vast wel weten wat ze nu weer allemaal voor elkaar tovert! Voor sprookjesliefhebbers zijn er nog meer leuke verhalen: zou je het leuk vinden als er bij jou net als bij Bloesem bloemen op je hoofd groeien? En heeft Nino echt een eland gezien in het bos?
Loopt het wel goed af met Nick, die vervelende pestkop? Zouden drollenkoekjes lekker smaken? Zoveel vragen, zoveel verhalen, allemaal leuk!


Het valt op dat een aantal verhalen gaat over kinderen, die wel ondeugend zijn, maar braaf ondeugend. Die verhalen zijn vrij traditioneel en degelijk. Daar is niets mis mee - het blijft leuk, maar de nieuwere schrijvers laten een frisse wind waaien in deze zonnige zomer. Ook de taal verandert daar, langere zinnen en modernere woorden, wat kinderen best aankunnen.


Enkele highlights:
Het verhaal van Marte Jongbloed is erg leuk gevonden, dat gaat over een watergevecht, maar dan heel anders. En hoe Mare het echt niet eng vindt om in Frankrijk boodschappen te doen terwijl niemand haar verstaat, dat vertelt Selma Noort. Jette Schröder schrijft een mooi verhaal over een modern probleem: hoe de middenstand in de problemen komt door de supermarkt. Klinkt saai, maar het verhaal is echt heel leuk!
Ad Grooten, minder bekend in kinderboekenland, verdient wel degelijk meer aandacht, zijn verhaal over Boet, Lange Jan en Pinkie is mijn favoriet.
Eigenlijk de illustrator  bij dit verhaal ook. Martijn van der Linden maakt mooie paginagrote illustraties in pastelkleuren.
Maar ook zullen smaken verschillen: alle verhalen zijn leuk, om zelf te lezen of om voor te lezen. En naar te kijken. Een heerlijk boek om van te genieten.
Misschien moet er dan toch ook maar een levendig lenteboek komen of een hip herfstboek…


Er zijn bekende maar ook nieuwe namen:
Pieter Feller (Kolletje), het echtpaar Busser & Schröder, Marloes Kemming, Vivian den Hollander, Elisabeth Mollema, Carry Slee, Marjet Huiberts, Pamela Sharon, Jette Schröder, Sam Loman, Lysette van Geel, Cora Sakalli, Annemarie Bon, Yvon Jaspers, Ad Grooten, Selma Noort, Kelly van Kempen, Erik van Os & Elle van Lieshout, Marte Jongbloed, Iris Boter.


Ook bij de illustratoren zijn bekenden en minder bekenden:
Malu Bekker, Silvie Buenen, Natascha Stenvert, Philip Hopman, Eefje Kuijl, Dagmar Stam, Aron Dijkstra, ivan & ilia, Daniëlle Schothorst, Gertie Jacquet, Jill Barton, Charlotte Bruijn, Juliëtte de Wit, Sandra Klaassen, Sieb Posthuma, Lisa van Winsen, Dorien Bellaar, Ingrid Wuyster, Alex de Wolf.


ISBN 9789048856916 | Hardcover | 256 pagina's | Uitgeverij Moon | juni 2019
Leeftijd vanaf 4 jaar

© Marjo, 22 juli 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER