Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

Holderdebolder naar Bolderhof
Ingrid Vandekerckhove


‘En hoe zeg je onnozelaar’? vroeg ik. Mijn humeur was nog steeds zo zuur als azijn.
Felix dacht na. ‘Die weet ik,’ zei hij vrolijk. ‘Onnozelaar in het Frans is eimbeesiel.’


Felix heeft zijn vriendinnetje Lotte overgehaald om samen met hem op taalkamp te gaan om Frans te leren. Ze zullen slapen in een kasteel, en het ontbijt daar is superfantastisch! En de leraren zijn megacool, dus Lotte is enthousiast.
Maar dan nadert de paasvakantie, en dan vertelt Felix dat het eigenlijk helemaal niet waar is. Het kamp is in een saai grijs schoolgebouw, en het eten, nou ja, dat was de vorige keer superslecht. Lotte is een beetje boos, want ze heeft zich wel aangemeld! Maar Felix is niet voor één gat te vangen, hij bedenkt een plannetje om toch een leuke vakantie te hebben. Dan moet Lotte wel een beetje jokken.


De dag van vertrek breekt aan. Met de bus naar een dorp in de Ardennen, vlak bij La Roche, dat is belangrijk voor het verhaal. Het toeval helpt hen een beetje, maar het is vooral het improvisatievermogen van Felix en Lotte dat er voor zorgt dat ze een geweldig avontuur beleven!


Ingrid Vandekerckhove heeft een heerlijke fantasie! Ook in haar vierde boek zijn de hoofdpersonen niet superbraaf. Maar dat kan ook niet, brave kinderen beleven geen avonturen. En deze twee kinderen maken heel wat mee, ze komen in aanraking met akelige boeven, een lieve hond – die ‘Bootee’ heet - en gelukkig ook mensen die begrip hebben voor kinderen die een beetje naast de gebaande wegen leven.


De titel van dit boek is gebaseerd op het boek van Astrid Lindgren ‘De kinderen van Bolderburen’. Leuke promotie van een klassiek kinderboek!


‘Ons nieuwe huis deed me denken aan een boek dat ik vroeger had gelezen. Over de kinderen van Bolderburen. Die woonden in dit soort knusse huizen, ze waren alleen wat groter. De kinderen mochten er naar hartelust spelen, klommen in bomen en op de daken, aten de heerlijkste krentenbollen en dronken priklimonade. Ik wilde altijd al in Bolderburen wonen. En nu leek het alsof ik er echt was.’


Er zit nog meer leerzaams in, en de manier waarop dat gebracht wordt is reuzeleuk. De kinderen gaan op een taalkamp om Frans te leren: het verhaal zit dan ook vol Franse woorden, op enigszins fonetische wijze geschreven!


‘We moeten Frans spreken,’ zei hij tussen zijn tanden. ‘merde!’
‘Wat?’
Merde!’
‘Wat wil dat nu weer zeggen?’
‘Au fraunsè, mèzzamie!’ riep Patty opnieuw.
Ik rechtte mijn rug. ‘Merde!’ zei ik luid.


Achterin het boek staat een woordenlijst waar de juiste spelling en de letterlijke betekenis zijn op te zoeken. Maar of je er nu wat van leert of niet, het is een reuzeleuk verhaal! Graag meer van dit soort boeken – en niet alleen voor kinderen!


Ingrid Vandekerckhove (1969, Gent) studeerde Germaanse filologie aan de KU Leuven, en schrijft, vertaalt en droomt van leuke boeken. Gelukkig voor ons schrijft ze die ook op!
http://www.ingridvandekerckhove.be


ISBN 9789044835410 | Hardcover | 344 pagina's | Uitgeverij Clavis | juni 2019
Illustraties van Hiky Helmantel | Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 1 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vinnige zeemeerminnen
Sibéal Pounder


In een zee hier heel ver vandaan wonen de drie vriendinnen Bettie, Zelda en Mimi.
In een zee, ja, want het zijn zeemeerminnen!
Dit eerste boek van een serie over de Vinnige Zeemeerminnen leert ons dat zeemeerminnen een leven leiden zoals wij, maar zij beleven nu wel een spannend avontuur.


Terwijl zij op vakantie waren is er iets heel vervelends gebeurd in de Verborgen Lagune: Arabella Vanderzalm is verdwenen! Ze is gevisnapt, maar door wie dan? En waar zijn de paleismeerminnen?


Terwijl Arabella weg is heeft een geheimzinnig iemand die zich De Zwaan noemt de macht gegrepen. Ze noemt zich de nieuwe meerminkoningin, maar niemand heeft haar ooit gezien. De zeemeerminnen moeten de hele dag topjes maken voor haar, schelpentopjes.
Natuurlijk vinden ze dat niet leuk, maar De Zwaan heeft een leger piranha’s ingezet om iedereen die ongehoorzaam is tot de orde te roepen. En iedereen heeft nagelstempels, hetgeen blijkbaar een soort zender is. Niemand kan ontsnappen!
Alleen de zeemeerminnen van de Eerste Oesterbank mogen vrij rondzwemmen, deze vinnige zeemeerminnen terroriseren de hele lagune!


Maar onze vriendinnen waren op vakantie, en zij hebben geen stempel. De piranha’s zwemmen zo langs hen heen, alsof ze hen niet zien.
Dus: zij zijn de enigen die uit kunnen zoeken waar Arabella gebleven is, wie de Zwaan is, en natuurlijk wat ze er aan kunnen doen om te zorgen dat alles weer normaal wordt.
Ze krijgen hulp van Steef, het pratende zeepaardje, die in een kunstgebit slaapt. En die zorgt voor nog meer humor in het verhaal, dat al doorspekt is met allerlei leuke woordspelingen. (Hulde aan de vertaler, die hier toch een flinke kluif aan gehad moet hebben!)


‘Jullie meisjes hebben geen idee wat je op je neemt. Er wordt gefluisterd over sterke toverkracht, oude toverkracht, duistere toverkracht.’ Hij liet zijn nagels met de piranhastempels zien. ‘Maar de piranha’s volgen jullie niet, dus misschien betekent dat dat je een kans hebt…’
Hij frutselde aan zijn snor en krulde hem zo hevig dat de linkerzijde niet meer op de vin van een vis leek, maar alleen nog een grote klit was. Steef zwom eruit weg en zag er duizelig uit. ‘Alsikmenou!’
‘Dat zeepaardje kan praten!,’ stamelde Robbie Rozekroos.
‘Ik weet het,’ zei Steef en hij dreef naar Betties schouder.
‘Ik ben een wonder.’


Op hun weg naar de oplossing maken de dames zeemeermin heel wat mee. De Lagune zit vol gevaren! Ze hebben medestanders, maar ook tegenstanders, en behalve dat De Zwaan en haar kompanen tot het verkeerde kamp horen, is dat van de anderen niet altijd even duidelijk.
De humor en de vele leuke tekeningen zouden zowel jongens als meisjes aanspreken en doordat het een spannend avontuur is, zou je zeggen dat het mede voor jongens is, dit boek, maar dat is toch twijfelachtig, omdat er ook nogal eens sprake is van uiterlijk vertoon, zoals de nagels en kapsels of de topjes, hoedjes en nog meer.
De vormgeving is prachtig: de omslag en de grappige zwartwittekeningen. Er staan kaarten in het boek, de tekst wordt nogal eens onderbroken door krantenberichten, die extra informatie geven over de achtergronden, of over personages.


Of het de drie zal lukken Arabella terug te brengen? Tja, er komt een tweede deel, in dit eerste staan niet alle antwoorden.
Er blijkt al een plan te zijn om dit boek te verfilmen! Dat lijkt me reuzeleuk!


Sibéal Pounder schreef eerder voor The Guardian, Vogue.com en The Financial Times. Haar bestsellerdebuut Witch Wars werd in 10 landen vertaald. Vinnige zeemeerminnen (Bad Mermaids) is haar tweede serie voor jonge lezers.


ISBN 9789048849390 | hardcover | 256 pagina's | Uitgeverij Moon | juni 2019
Illustraties van Jason Cockcroft | Vertaald uit het Engels door Willem Jan Kok | Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 16 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dit is geen cobra
Bette Westera & Sylvia Weve


Twee zeer bekende vrouwen uit de kinderboekenwereld die over de Cobragroep - een eveneens zeer bekende kunststroming - schrijven en tekenen. Beter kan niet want De Cobrakunstenaars lieten zich o.a. inspireren door... kindertekeningen! Ze wilden terug naar een vrije, ongedwongen, spontane werkwijze, precies zoals kinderen ook bezig zijn. Dit boek haakt daar prachtig op in middels het verhaal over Marie, die maar niet binnen de lijntjes kon kleuren en paarse kanaries op wieltjes tekende ... De juf vindt het maar niets.


Marie, dit is geklieder!’
Marie keek naar de jamvlek op haar jurk.
‘Ik heb het niet over die vlek,’ zuchtte juffrouw Vogel. ‘Ik heb het over je tekening. Kanaries zijn geel, met roze snaveltjes. Ze hebben pootjes, geen wielen. En je hebt alweer niet binnen de lijntjes gekleurd.’
Marie legde haar paarse kleurpotlood neer en keek naar de tekening van Peter, die naast haar zat. Zijn vogel was kanariegeel met roze en keurig ingekleurd.


Het gevolg van Maries 'dwarsliggerij' is dat Marie op 13 augustus 1956 naar de AKWA (Ambassade voor Kinderen met Waarnemingsproblemen en Aanpassingsmoeilijkheden) wordt gestuurd om gele kanaries met roze snaveltjes te leren tekenen. Marie moet op tekenles - heel saai - keer op keer dezelfde kleurplaat inkleuren totdat ze netjes binnen de lijnen kan blijven. Gelukkig heeft ze haar kamergenootje Kris, een meisje dat eigenlijk een jongen is, waarmee ze 's nachts door het ambassadegebouw dwaalt.


Via diezelfde Kris belandt ze op zolder waar meneer Bram een atelier heeft. Ze mag daar schilderen wat ze wil. Ze maakt een keurige gele kanarie, zoals ze geleerd heeft, en dat vindt Bram maar niets. 'Hoe ziet jouw eigen kanarie eruit, Marie?' vraagt hij. 'Niks is wat het lijkt', is dan ook het motto van Meneer Bram.
De paarse kanarie op wieltjes komt terug en nog veel meer. Marie geniet! Corry de vriendin van Bram vindt de schilderijen van Kris en Marie magnifiek. Niets gezeur over binnen de lijntjes schilderen!  Ze wordt weer haar eigen unieke zelf, zonder te moeten voldoen aan al die opgelegde regeltjes.
En zo gebeurt het dat de kinderen stiekem drie keer per week in de nacht naar het atelier van meneer Bram sluipen om daar hun hart te kunnen ophalen.


Ondertussen gaat het op school elke dag zijn saaie gang, en daar zou het verhaal bij kunnen blijven, maar de schrijfster en tekenares van dit boek hebben niet voor niets zoveel prijzen gewonnen. Zij geven het verhaal uiteindelijk een compleet verrassende wending!


Het hele verhaal én de afbeeldingen zijn een ode aan spontaniteit en fantasie. Ook zoals de tekst en afbeeldingen zijn weergeven is anders dan anders.
Boven een gekleurde balk lezen we het verhaal mét de illustraties die delen van het verhaal weergeven. Maar ook dat is niet netjes afgedrukt zoals we gewend zijn,  soms staat de tekst overdwars of scheef en natuurlijk zijn de illustraties ook speels, buiten de lijntjes gekleurd en met vrije hand gemaakt en staan al helemaal niet in kadertjes...


Onder de gekleurde balk wordt op een heel humoristische manier, toelichtingen gegeven op woorden uit de bovenstaande tekst. Er wordt steeds voortgeborduurd op dat uitgelichte woord om uiteindelijk heel ergens anders op uit te komen. Neem bijvoorbeeld het woord zolder.

Huizen met een puntdak hebben vaak een zolder. Zo heet de bovenste verdieping onder een dak. Het menselijk brein noemt men ook wel een zolderkamer. Hier komt het spreekwoord  'Ik krijg er een punthoofd van' vandaan. Dat betekent ik word er helemaal gek van. (Hierbij zien we een bijzonder mensachtig figuurtje met een rood punthoofd.

Na dat figuurtje lezen we.


In de klassieke Mayacultuur vond men een punthoofd volmaakt. Pasgeboren baby's liet men slapen met het hoofd tussen twee planken om dit schoonheidsideaal te bereiken.


En zo komen we van het woord zolder, via het punthoofd uit bij baby's van de Maya's!


Kortom, de tweeledigheid in de titel is erg toepasselijk.
Verder is het een uniek boek van twee unieke mensen over een unieke kunststroming. Je komt ogen tekort om alles goed in je op te kunnen nemen.
Mijn advies: Kopen en kijken!


ISBN 9789492995094 | Hardcover | 48 pagina's | Uitgeverij Samsara | maart 2019
Formaat 23,5 x 27 cm | leeftijd 6+

© Dettie, 6 juni 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, kliik HIER

 

Hebbus
Het raadsel rond mevrouw Parel
Joke Eikenaar


Aan de ene kant lijkt het heel leuk om echt te wonen in een kringloopwinkel, met iedere dag nieuwe spulletjes om je heen, maar aan de andere kant is het ook wel erg wanordelijk en druk. Fay, haar broer Morris en hun ouders moeten iedere dag hun slaapplaats opruimen, zodat niemand ziet dat ze ook in de winkel slapen. En er is die ene kast die op slot is, en waar ze maar van hopen dat geen enkele klant die wil hebben. Hun spullen zitten er in namelijk.
Maar in Hebbus, zoals de winkel heet, kun je iedere dag een andere bank kiezen om op te zitten, en je kan snuffelen tussen de kleinere spulletjes en de boeken, die binnen worden gebracht!
Maar het is een geheim: niemand mag weten dat het gezin daar woont. En de ouders proberen zo snel mogelijk te sparen voor een andere woning.
Intussen vermaakt Fay zich prima, met haar vriend Joppe (die slimmer is dan Fay denkt).

De laatste tijd komt er vaak een mevrouw in de winkel, die de kinderen mevrouw Parel noemen, omdat ze altijd die parels in haar oren heeft. Ze lijkt een sjieke mevrouw, maar ze loopt op sloffen en snuffelt erg graag tussen al die oude spullen.
Op de dag dat het verhaal begint, horen de kinderen haar mompelen: ’Nou, dat is ook wat, dat is mijn tafeltje.’

De kinderen denken dat ze zich vergist, maar in de dagen erna zegt mevrouw Parel diverse keren dat ze iets herkent als zijnde van haar. Maar hoe kan dat nou? Haalt iemand haar huis leeg terwijl ze het niet eens weet? Heel raar, want als het een dief is, die brengt zulke mooie spullen toch niet naar de kringloop?
Als Joppe een man mooie spullen uit ziet laden uit een splinternieuwe auto, en die man ziet er zelf heel sjofel uit met oude kapotte kleren aan, is het duidelijk voor de kinderen: dit raadsel moeten ze oplossen!
Er gebeuren nog meer vreemde dingen: er is ineens een muizenplaag in de winkel, en de broer van papa waar ze lang niet mee om gingen, duikt weer op.
Mevrouw Parel, die natuurlijk niet zo heet, blijkt een geheim te hebben in haar verleden, en Fay besluit dat uit de wereld te helpen, terwijl ze alles in zijn werk stelt om haar eigen geheim te bewaren.

Een erg leuk verhaal over dingen die anders blijken te zijn dan men dacht. Niet alleen tastbare spulletjes kunnen een heel andere oorsprong hebben, er zijn ook dingen die betrekking hebben op de personages in dit boek, die bij nader inzien heel iets anders betekenen.
Hebbus blijkt een naam die vaker gebruikt wordt als naam van een kringloopwinkel, dat is niet zo origineel, maar het verhaal van mevrouw Parel is dat wel. Er is zeker ook een serieuze kant, want mevrouw Parel begint te dementeren hetgeen op een duidelijke manier uitgelegd wordt.
Het gedoe met die muizen is een hele leuke vondst!
En dit soort gesprekjes zijn zo herkenbaar!

‘Lieverd, vind je dit nou slim, om een val achter die kachel op te stellen?’ vraagt mama aan de billen. ‘Je moet niet vergeten dat je de val ook makkelijk moet kunnen pakken als er een muis in zit. En dat is misschien wel een paar keer per dag.’ De billen stoppen even met schuifelen. Daarna zetten ze zich weer in beweging. In voorwaartse richting. Als papa daarna weer achter de kast vandaan is geschuifeld, heeft hij de val weer bij zich. Hij geeft hem aan mama.
‘Weet je wat, Ans? Dan mag jij voor déze val een mooi plekje zoeken. Verzin maar iets leuks.’

Joke Eikenaar (1963, Zwolle) illustreerde al voor verschillende instanties en uitgeverijen, toen ze besloot haar eigen verhalen uit te werken tot verhalen. Zij maakte ook de omslag en de paginagrote illustraties in zwart-wit.

ISBN  9789051166811| hardcover |112 pagina's | De Vier Windstreken | september 2018
Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 28 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Clara het krantenmeisje
Deel 2 van de trilogie Clara
Pieter Feller en Tiny Fisscher


In het eerste deel van deze trilogie, die speelt in het tweede decennium van de vorige eeuw, hebben we Clara, 12 jaar oud, leren kennen als een meisje dat weet wat ze wil. Ze wil namelijk ontdekkingsreiziger worden!
Ze is van school gegaan toen haar vader overleed, ze denkt dat het beter is als ze haar moeder kan helpen door een extra centje te verdienen.


Nadat ze een journalist heeft ontmoet  - die haar informatie over Alexine Tinne, de eerste vrouwelijke ontdekkingsreiziger, geeft - komt Clara op het idee om kranten te gaan verkopen. Omdat ze bepaald niet op haar mondje gevallen is krijgt ze het voor elkaar: ze is het eerste krantenmeisje ooit!
Clara droomt er nog steeds van om ontdekkingsreiziger te worden, maar ze heeft nu ook een alternatief: misschien is journalist ook wel heel leuk! Want ze beleeft van alles.


Haar standplaats is het Centraal Station in Amsterdam, waar ze woont, en het gaat prima met de krantenverkoop! Voor een deel komt dat natuurlijk wel omdat de mensen het bijzonder vinden, dat ze een krant kopen bij een meisje, maar ook omdat ze enthousiasme uitstraalt. Al snel krijgt ze een krantenwijk, en bezorgt ze aan huis. Hoewel ze blijft twijfelen of ze niet beter op school was gebleven, leert ze op deze manier bijzondere mensen kennen.


Een nadeel van niet op school zitten is dat haar ooit beste vriend Koos nu een ander vriendinnetje heeft, en Clara duidelijk niet meer ziet staan. Wat maakt het uit, al snel merkt ze dat er meer leuke jongens zijn, met name Sjaak, die bestellingen rondbrengt met een bakfiets. Hij blijkt een onverwachte hulp te zijn, als er bij Clara thuis vervelende dingen gebeuren. Zo heeft Sjaaks oma bijvoorbeeld een fiets staan die ze toch niet gebruikt…


Clara leidt een ander leven dan de kinderen van tegenwoordig, en toch is ze een heel herkenbaar personage. In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog waren er geen communicatiemiddelen zoals nu, en auto’s waren er nog maar net. Maar al is de omgeving anders, een kind is een kind, en Clara is een slim en sterk meisje met verbeeldingskracht en doorzettingsvermogen, waardoor ze oplossingen voor problemen vindt waar een ander niet op zou komen.


Wat zal er in het derde deel allemaal gebeuren?
Dat zou het laatste deel zijn, maar waarom niet doorgaan met de belevenissen van dit bijzondere meisje? Behalve dat het een mooi verhaal is, dat kinderen laat zien dat je veel kunt bereiken als je maar echt wil, geeft het een tijdsbeeld dat laat zien dat het in andere tijden – nog maar nauwelijks honderd jaar geleden, ook prima leven was. Anders, ja, maar daar is niets mis mee.


Pieter Feller (1952, Hoorn) schreef vele kinderboeken waaronder de succesvolle serie Kolletje.
Tiny Fisscher (1958, Castricum) schreef boeken voor kinderen, waar onder de bewerking van Alleen op de wereld, en voor volwassenen.
En net als bij het eerste deel maakte Natascha Blum-Stenvert een prachtige en passende omslag.


ISBN 9789492844446 | hardcover | 260 pagina's | Uitgeverij De Droomvallei | maart 2019
Illustraties van Natascha Blum-Stenvert | Leeftijd vanaf 9 jaar.

© Marjo, 2 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het Geheim van het Verdwenen Drakenvuur
Anneke Strik


"Hij zag dat zijn vader in de buurt stond van het schilderij van zijn grootouders. Prins had een hekel aan dat schilderij. Het leek net of zijn grootouders alles in de gaten hielden. Ze zagen er ook erg onvriendelijk uit. Hij was blij dat hij ze nooit gekend had.
Plotseling drukte koning Bodor ergens op. Prins zag hoe de boekenkast langzaam naar binnen draaide. En donkere ruimte verscheen. Prins hield zijn adem in. Een geheime gang!"


Natuurlijk vertelt Prins Oswaldus, kortweg Prins genaamd, zijn ontdekking onmiddellijk aan zijn grote vriendin Apolonia, die op de boerderij bij het kasteel woont. En natuurlijk willen ze, avontuurlijk als ze zijn, gelijk weten waar die gang naartoe gaat en wat er te zien is. Ze vinden een kist waar brieven van de zus van koning Bodor in zitten. Het blijkt dat de vader van Prins nog een broer, Runar, en een zus, Halldora, heeft! Daar wist hij niets van! Prins is woedend! Waarom heeft zijn vader nooit iets gezegd?


"Mijn broer Runar, jouw oom dus, en ik waren water en vuur. We hadden alleen maar ruzie en bedachten van alles om elkaar dwars te zitten. [...]
Runar was jaloers op mij, omdat ik de oudste was en onze vader zou opvolgen, Hij wilde niets liever dan koning worden van ons koninkrijk, Stagnaru."


De ruzies werden steeds erger en uiteindelijk werd Runar weggestuurd en kreeg het onherbergzame gebied Invervisa toegewezen als koninkrijk. Runar was daarover zo boos dat hij zijn broer Bodor vervloekte. Hij zei dat hij op een dag onverslaanbaar zou zijn. Dan zou hij Bodors en vele andere rijken veroveren. Het toeval wil dat de koning de volgende dag het bericht krijgt dat zijn broer een zilveren draak gevangen heeft. En wie een draak heeft, heeft alle macht...


De heks weet dat haar visioen die ze bij de geboorte van Prins had nu uitgekomen is. Apolonia en Prins zijn uitgekozen om de zilveren draak te bevrijden. En zo komt het dat de twee kinderen even later op pad gaan. Gelukkig mocht hun slimme en lieve ezel Dameer mee. De kinderen hebben ook allerlei handige attributen en speciale beschermende  kleding gekregen. Die attributen werken alleen als ze die cadeau geven en ze mogen heel blij zijn dat de heks dit allemaal zo goed bedacht heeft, want ze komen heel goed van pas.


De kinderen maken de wonderbaarlijkste dingen mee, Vluggeeltjes wijzen hun de weg, ze zien - zeer ongelukkige - bomen met ogen, ontmoeten een akelig mannetje, die heel achterdochtig is, maken kennis met Ulfur, de lieve, wijze man die in de 6000 jaar oude Boabapboom woont, van hem mogen ze in de grote bijzondere bibliotheek alles over draken opzoeken én ook lezen ze over Deliziana, het gebied waar ze door moeten om de grote tovenaar Raban te vinden.


In Deliziana leren ze alles over geuren én smaken, Ze ontmoeten geurspecialisten en leren hoe belangrijk een geur kan zijn als je iets eet. De smaakmakers zijn ook al ongelooflijk goed in hun vak. Apolonia en Prins kijken hun ogen uit en krijgen de hele dag heerlijk eten. Dat klinkt lekker maar de smaken zijn zo bijzonder dat de kinderen en Dameer nauwelijks kunnen stoppen met eten, het eten verleid ze om te blijven... Hoe komen ze daar weg? Ze moeten verder!


En zo maken de kinderen de meest bijzondere dingen mee, ze maken kennis met de Bolkes, ze wonen een tijdje bij een lief gezin, ontmoeten de grote tovernaar Raban, krijgen een reuzenvogel als vriend en moeten heel veel lastige obstakels overwinnen om het land van Runar en de Zilveren draak te bereiken... Maar lukt ze dat ook?


Anneke Strik heeft met dit boek een heerlijk avontuur geschreven, je verveelt je geen moment dankzij de aparte wezens en de grote fantasie die gebruikt is. De kinderen hebben geluk dat de bomen en de wind hun verder helpen.


Naast het heerlijke verhaal wordt op heel subtiele wijze aangegeven dat de natuur belangrijk is, de bomen helpen elkaar en alle dieren die in hun wonen. De vader van Prins is niet echt aardig voor zijn mensen maar Prins en Apolonia proberen dat steeds te compenseren door dingen te doen die goed zijn voor iedereen. Ook boeken spelen een mooie rol in het verhaal, maar niet zo dat het vervelend of belerend is, het past gewoon bij alles wat de kinderen overkomt.
De ezel en de leuke reuzenvogel Fugl zijn eveneens onvergetelijk.


De gebruikte taal is eenvoudig, de zinnen zijn kort waardoor het boek goed te lezen is door de doelgroep. De letters zijn van een prettig formaat.

De uitvoering van het boek vraagt om een extra vermelding. Naast de vele grote en kleine, erg mooie heldergekleurde afbeeldingen zijn enkele pagina's zelf ook van zeer mooie, al dan niet in elkaar overlopende, kleuren voorzien. Dat alleen is al een klein feestje op zich.

Kortom, een boek dat aandacht verdient. Een boek waar ieder kind van gaat genieten.


ISBN 9789082963205 | Hardcover | 190 pagina's | uitgeverij A. Story | 2018
Leeftijd 7 - ca. 10 jaar

© Dettie, 25 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Voor altijd
Peter Schreuder Goedheijt


Dit is het verhaal van Arthur, die als klein jongetje al droomde van rondvliegen door de ruimte met een raket.
Het verlangen is zo groot dat zelfs als zijn vader aan het strand zegt dat hij wel weet wat Arthur en zijn vriendje willen, het vriendje gelijk Een waterijsje roept, maar Arthur als antwoord geeft: "Met mijn raket naar de zon."

En dat verlangen bleef, ook als hij ouder wordt.


'Wat zou het mooi zijn als ik... droomde hij
of: stel je nou toch eens voor dat ik...
Soms zei hij zomaar hardop:
'Hallo hier aarde, hoort u mij?
Ik ben het, Arthur...

Hallo... hoort u mij?


Maar, zoals dat gaat als mensen ouder worden, Arthur krijgt het te druk met zijn baan. Hij heeft geen tijd meer om te dromen over zijn ruimtereizen, totdat...


Hij Eva ontmoet. Ze kon zingen als een nachtegaal. Arthur is zo verliefd op Eva dat hij zich al als vanzelf rond voelt zweven. Hij heeft geen raket meer nodig!
Samen hebben ze de tijd van hun leven, ze reizen de hele wereld rond. Ze besluiten altijd bij elkaar te blijven, totdat...


Eva ziek wordt en Arthur uiteindelijk weer alleen verder moet. Arthur is boos, verdrietig, niets is meer leuk nu Eva er niet meer is. Vakantie niet, Kerstmis niet, gewoon álles is helemaal niets. Arthur staart vaak naar de ruimte, zou Eva daar zijn?  Hij weet zich geen raad zonder haar, totdat...


Een vriend Arthurs verdriet deelt, naar hem luistert. 'Het is goed om aan Eva te denken, dat helpt', zegt de vriend. Langzamerhand komt er weer wat vreugde in het leven van Arthur, hij hoort zelfs heel ver weg tussen de sterren iemand zingen als een nachtegaal ... 'Dat is Eva', zegt de vriend. 
En dan krijgt Arthur een prachtig idee... En zo lukt het hem om zijn verdriet om te bouwen tot een heel mooi gebaar, hij heeft nu weer een blij hart vol liefde, voor Eva, voor altijd!


Zo eenvoudig kan het zijn om liefde en verdriet te bespreken en weer te geven in een boek. In een paar treffende woorden die de essentie raken en in even zo sprekende afbeeldingen, is dit moeilijke onderwerp op een prachtige manier vorm gegeven. De tekst is erg goed gedoseerd, de afbeeldingen zijn sober maar doeltreffend. Alle gevoelens die bij verliefd zijn, houden van en verlies horen, komen langs, pracht uitgebalanceerd, zonder overdosering, zonder drama.
Niet alleen kinderen zullen aangenaam getroffen zijn door dit boek maar ook voor volwassenen is het een prachtig, roerend, treffend geheel.

ISBN 9789492995117 | Hardcover | 48 pagina's | Samsara | februari 2019
Afmeting 27 x 27 cm. | Leeftijd 7+

© Dettie, 10 juni 2019

Lees de reacties op het forum e/of reageer, klik HIER

 

Haast
illustraties: Rébecca Dautremer
tekst: Stéphane Servant


Iedereen noemde hem Haast
Omdat Haast altijd aan het hollen was.


Haast heeft zo'n enorme haast dat hij onderweg niets ziet, hij rent alleen maar. Hij is al honderd keer rond de aarde gehold. Haast is heel stoer en voor niemand bang, behalve ... voor Einde, die zit achter hem aan. Haast weet haar gelukkig steeds voor te blijven, ook al scheelt het soms heel weinig, daarom móet Haast wel blijven rennen en zo rent en rent en rent hij maar door, totdat ...


Berg was ook voor niets en niemand bang ...
Behalve voor Einde die naar haar op zoek was.


En daarom bewoog Berg nooit:
ze wilde voor Einde verborgen blijven.


En zo staat Berg daar maar, zij verroert zich geen centimeter, totdat ... Haast met een klap tegen Berg aan botst. Hij kan niet om haar heen. Hij is zo bang voor Einde dat hij Berg op zijn rug neemt en verder holt, wel duizend jaar lang.  Berg weet niet wat haar overkomt, wat is er veel te zien! Wat is de wereld mooi!
Vervolgens verbergt Berg Haast onder haar rokken, want Haast is zo vreselijk moe van al dat hollen. En Haast ontdekt zo dat als je niet zo hard rondrent er van alles te zien is, zoals een slak die rustig voortkruipt of een rups die geduldig wacht tot zij een vlinder is. Haast geniet, wat is alles bijzonder! En zo verstrijkt er weer duizend jaar. En dan... worden Haast en Berg verliefd en even later krijgen ze een zoontje, die ze Nu noemen.


Berg wil dat Nu leert hoe hij goed roerloos stil kan staan en Haast wil hem leren rennen. Maar Nu piekert er niet over. Waarom zou je je altijd haasten? Waarom zou je altijd op dezelfde plek willen blijven? 'Einde komt vlug genoeg' zegt hij, maar waarom zal je je daar druk over maken? Hun zoontje Nu is precies wat Berg en Haast nodig hebben. Nu leert zijn ouders hoe ze kunnen genieten van de tijd die ze samen hebben, zonder zorgen voor gisteren of morgen en al helemaal geen zorgen over Einde hebben. En toen Einde toch kwam, kregen ze alle drie de slappe lach, en mepte Nu haar gewoon weg!
Einde is niet boos, Einde is blij. Eindelijk zijn Berg en Haast gelukkig en dat mogen ze van Einde nog wel even blijven ...


Dit mooie filosofische verhaal is deels een beeldverhaal. We zien bijvoorbeeld, verspreid over enkele pagina's, Haast met al zijn beentjes rondrennen, woorden zijn niet nodig, de tekeningen vertellen het verhaal.
Berg is een statige dame met een klassiek gezicht. Nu komt onder een hoed uit Berg gekropen en straalt heldere levenslust uit, ondanks dat alle afbeeldingen in het boek in vrij donkere zwart-wit tinten zijn. Vooral het spelen met de hoed door Nu en een vogel is prachtig weergegeven.
Einde is een monsterachtige sliertwolk met scherpe tanden en nagels. Zij is soms levensgroot is, soms heel klein, soms angstaanjagend, soms nietszeggend.


Persoonlijk vind ik het verhaal een wijze les voor volwassenen verpakt in een kinderboek. Haast, Berg, Nu en Einde zijn ook vrij abstracte begrippen voor kinderen. Daarom rees bij mij de vraag hoe de kinderen zelf het verhaal zullen beoordelen. Zullen ze de metaforen begrijpen? Snappen ze bijvoorbeeld dat Einde, einde van het leven betekent? Is het verhaal niet te moeilijk?
Gelukkig wilde een kinderbegeleidster het boek wel voorlezen aan een groep kinderen van 7-8 jaar (meer zevenjarigen dan achtjarigen) en aan een groep van 8-9 jaar waarvan de meeste kinderen al negen bleken te zijn.


De eerste groep (7-8 jaar) vonden de tekeningen heel mooi maar konden zich niet focussen op het verhaal. De kinderen vonden het te moeilijk, snapten de essentie niet, vonden het verhaal teveel woorden hebben en hadden het na drie bladzijden wel gehad, het was genoeg zo. Ze wilden wél alle tekeningen zien want die zagen er spannend uit.


De tweede groep (8-9 jaar) was vanaf het eerste moment zeer geïnteresseerd. Ze waren gelijk benieuwd naar het verloop van het verhaal. De kinderen begrepen dat het over dingen kan gaan. Eén kind merkte heel wijs op: "Haast is toch niet die meneer?" Ze snapten dus dat de namen begrippen en synoniemen waren voor de inhoud van het verhaal. Ze vonden het heel grappig dat na duizend jaar rennen en stilstaan de baby kwam. Ze vonden de baby de slimste van allemaal maar ze vonden het wel gek dat de baby Nu genoemd werd. De illustraties vonden ze prachtig, grappig en spannend en dat ze zwart-wit zijn, is ook prima.


Kortom, een bijzonder boek, met bijzondere afbeeldingen voor de altijd bijzondere kinderen.


ISBN 9789059089136 | Hardcover | 64 pagina's | Uitgeverij Davidsfonds Infodok | februari 2019
Afmeting 27,3 x 23,1 x 1,3 cm | Vertaald door Ed Franck | Leeftijd 9+

© Dettie, 3 juni 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mo en Tijger gaan op reis
Elisabeth Mollema


Mo snapt het niet zo goed. Waarom duurt het zo lang voor ze vertrekken? Mama is druk met dit, papa met dat, maar hij is allang klaar! Zijn broertje Sem ook, en Tijger denkt nergens over na. Ze gaan naar opa, die in de duinen woont, en papa wil het liefst met die oude bus gaan.


Omdat mama niet klaar is moet Mo op Sem passen en die is nogal ondeugend. Iedere keer moet Mo maar weer zien dat hij het in orde maakt!  Als ze papa nergens kunnen vinden mag Tijger gaan speuren. Wie het eerdere deel heeft gelezen weet dat hij een speurhond is. Kan hij papa vinden?

Het tweede deel heet ‘Pech!’. Je snapt het al: dat van die oude bus was niet zo’n goed idee.
Mo maakt zich zorgen: komen ze nu wel tijd bij opa? Niet dus, ze moeten blijven slapen in een hotel. 


Deel 3 is Dief in het hotel, ook weer een veelzeggende titel.
In het hotel gebeurt weer iets dat een kluif naar Tijgers bek is: hij moet een dief opsporen!
De volgende dag vertrekken ze. Maar de bus is niet zo goed gemaakt. Het is gewoon met touwtjes aan elkaar gebonden!
En dus gaat het weer mis


Deel 4 heet ‘Kaatje Kip’
En opnieuw staan ze met pech langs de weg. De taxi bellen. Maar die komt maar niet. Papa gaat naar de boerderij die ze in de verte zien, en daar woont Kaatje Kip, een hele lieve vrouw. En een knappe vrouw ook: zij maakt de bus vast om mee te slepen! En zij heeft een oude auto staan die ze mogen lenen. Hè, hè, eindelijk naar opa!


Deel 5 heet ‘opa’. Hoe klein het autootje ook is, hij brengt hen veilig tot het huisje van opa. Maar waar is opa dan? Niet in het huis, niet in de tuin. De jongens moeten wachten terwijl hun ouders naar de buren gaan. En dan horen ze Tijger blaffen. Heeft hij een spoor naar opa gevonden?


Dit boek is speciaal geschreven voor kinderen die net hebben leren lezen. Het eerste verhaal is op E3-niveau, dat is eind groep 3. Dan volgt M4 en E4 (midden en eind groep 4) en de twee laatste verhalen zijn op M5 niveau, dat is dus midden groep 5. De spanning wordt met ieder verhaal groter.


Maar het is maar de vraag of een kind dat (misschien opnieuw) kennis maakt met Mo en Tijger kan wachten tot hij of zij zelf in staat is om alle verhalen te lezen. Het verhaal in zijn geheel is namelijk best spannend. Je wil toch weten of ze ooit nog bij opa komen!


Dat wordt ofwel voorlezen, ofwel veel moeite doen. In het eerste verhaal is het lettertype groter en zijn de zinnen heel  kort. Daarna wordt het lettertype kleiner en de zinnen langer met steeds moeilijker woorden erin. We zien mama aan de telefoon. Mo en Sem kijken sip, maar Tijger kijkt vrolijk om naar de jongens. Mama zegt dat ook dat de jongens de hond maar moeten gaan uitlaten…


‘Mama kijkt op de klok.
Ik hoop dat hij snel komt.
Want we moeten nu weleens gaan.’
Haar mobiel gaat.
O nee, denkt Mo.
Nu gaat ze vast weer heel lang praten.’


Elisabeth Mollema (1949) heeft al meer dan 70 kinderboeken geschreven, waarvan veel eerste leesboekjes en series over o.a. Olivia Engel, en Siggi & de Vikingen.


ISBN 9789048847853  | hardcover | 172 pagina's | Uitgeverij Moon | april 2019
Tekeningen van Gertie Jacquet | Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo, 11 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kasper 1
Kasper wordt een kip
Sam Copeland


Het eerste deel van een nieuwe driedelige serie over Kasper, een heel gewoon jongetje met een beetje meer, want Kasper verandert af en toe in een dier. Wanneer dat gebeurt weet hij niet en wat voor dier hij wordt is ook onbekend.

De eerste keer weet hij niet wat hem overkomt..


Hij voelt een soort trilling bij zijn oog. [...]  Zijn oog had weleens vaker getrild, als hij moe was, maar dit was anders. Het voelde alsof iemand hem in een stopcontact had gestopt. Zijn andere oog deed ook mee en zijn beide ogen knipperden en trilden nu.
Er schoot een gevoel door zijn lichaam, alsof hij door een elektriciteitsdraad werd geperst, alsof hij elektriciteit was. Zijn hele lijf GONSDE en knetterde. Het gegons en geknetter werd sterker, tot het leek alsof hij in brand stond, maar dan in een eindeloze buis van golvend en samengebald vuur.
Zijn huid voelde heel raar. Tintelend. Hij keek naar zijn arm en zag tot zijn grote schrik dat er overal haren uit zijn vel staken. En vreemd genoeg werd de kamer ook groter. Maar nee, besefte Kasper, de kamer werd niet groter - hij was aan het krimpen!


Tot zijn grote schrik is hij na een portie zelfstudie tot de ontdekking gekomen dat hij in een spin veranderd is! En zijn kat Voorzitter Miauw is gek op spinnen! Gelukkig heeft Spin/Kasper ook de eigenschappen van een spin... Zo plotseling als hij ene spin is geworden, zo onverwacht is hij ook weer gewoon Kasper, in zijn eigen vertrouwde jongenslijf.


Als hij het voorval aan zijn vrienden Samir, Hogan en Flora vertelt geloven ze hem gelukkig. En de slimme Flora probeert te achterhalen hoe het kon gebeuren. Zij denkt aanvankelijk dat het komt omdat Kasper bij zijn zieke broer in het ziekenhuis is geweest, misschien is hij wel in een naald met raar spul gaan zitten...
Natuurlijk gelooft niemand daarin en het is ook niet waar.


Maar hoe komt het dan wel? want het blijft niet bij die ene keer. Kasper verandert nog een paar keer in een dier, wat soms hilarische taferelen oplevert, vooral de keer dat hij in een neushoorn veranderde. Kasper houdt zijn hart vast, straks gebeurt het ook tijdens de schoolmusical waarin Kasper ook een rol heeft.  De veranderingen gebeuren altijd als Kasper alleen is, er is echter één jongen op school die het heeft zien gebeuren... Het is ook nog eens de aartsvijand van Kasper die ook meedoet aan de musical!
Maar Flora staat niet voor niets bekend als slim, zij zal en moet de oorzaak van de verandering zien te achterhalen...


In dit knotsgekke verhaal staan veel tussenstukjes, tekeningen (van Sarah Horne) en toelichtingen over Kasper en wat hij allemaal bedenkt en noteert enz. Ook de schrijver zelf bemoeit zich af en toe met het verhaal en geeft zijn commentaar op gebeurtenissen. Doorheen het verhaal loopt ook het lieve verhaal over SuperMove de zieke broer van Kasper, waar hij zich flink zorgen over maakt. Kasper wil zijn ouders zo weinig mogelijk tot last zijn omdat ze het al zo moeilijk hebben maar dat wordt knap moeilijk als je op de gekste momenten in een of ander dier verandert... Maar waar is nou die kip?


Achterin het boek lezen we dat de schrijver Sam Copeland uit Manchester komt en nu in Londen woont met twee stinkende katten, drie stinkende kinderen en één best lekker ruikende vrouw. Hij is kippenfluisteraar en reist de hele wereld over met zijn unieke talent om wilde kippen te temmen. Kasper wordt een kip is zijn eerste boek. Hij heeft gedreigd er nog meer te schrijven.


ISBN 9789025769161 | Hardcover | 264 pagina's | Uitgeverij Gottmer | februari 2019
Vertaald door Maria Postema | Leeftijd ca. 8+

© Dettie, 28 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER