Nieuwe boekrecensies

Het Rosie project
Graeme Simsion


Don Tillman is een zeer hoogbegaafde docent genetica die in een voor hem heel logische, rationele en overzichtelijke wereld leeft. Hij kan erg goed koken maar eet wel elke week hetzelfde omdat dat handig is, dan hoeft hij daar niet over na te denken en dat geeft hem tijd met wat anders bezig te zijn. Don heeft zijn proviandkast dan ook ingericht naar de dagen van de week met daarnaast een plank voor 'diversen'. Hij gaat drie maal in de week naar Aikido om in conditie te blijven en heeft twee vrienden; de psychologe Claudia en haar man Gene, die op dezelfde universiteit als Don lesgeeft. Don weet exact de afstanden en hoeveel tijd het kost om van A naar B te komen. Hij typeert mensen naar hun uiterlijk en BMI index. Bijvoorbeeld grote vrouw, BMI 28 of kleine man BMI 20. (boven BMI 25 heeft iemand een ongezond hoog gewicht) Kortom, Don heeft flinke autistische trekken alleen hijzelf vindt van niet, hij is gewoon volstrekt logisch en efficiënt bezig.


Maar nu heeft Don besloten dat het tijd wordt voor een echtgenote, maar er is een probleem. Zijn voormalige kortstondige relaties leden schipbreuk omdat Don ook in een relatie alles wetenschappelijk en logisch aanpakt. Hij knapte bijvoorbeeld af op een vrouw die tijdens het eerste etentje alleen maar één smaak ijs wilde. Hoe hij haar ook probeerde te overtuigen dat je door de kou nauwelijks het verschil tussen de een of andere ijssmaak proeft, de vrouw weigerde elk ander ijsje. Conclusie, zij was geen geschikte vrouw voor hem, hoe leuk ze aanvankelijk ook leek. Hij is verder zeer direct omdat hij geen reden ziet om de waarheid te omzeilen en dat kan nogal confronterend zijn. Een echtgenote vinden kan dus nog wel eens lastig worden.

Zoals bij alles wat hij doet pakt Don ook zijn 'echtgenote probleem' grondig aan. Hij maakt een zestien pagina's tellende vragenlijst voor zijn 'Echtgenote Project', pas als een vrouw al deze vragen juist beantwoordt, is zij de ideale partner. Wat een vrouw vooral niet moet doen is roken, ook te laat komen is een grote ergernis en reden om niet verder te gaan met een vrouw, hoe leuk ze verder ook is. Ze moet eveneens geen vegetariër zijn, niet teveel drinken, sportief zijn, enz. Kortom, de lat ligt erg hoog.

En dan stapt Rosie zijn kantoor en leven binnen. Zijn vriend Gene heeft haar gestuurd, ze heeft hulp nodig en Don kan haar helpen en zo start het Rosie project. Tot zijn stomme verbazing merkt Don dat hij zich anders, beter, voelt als hij zijn tijd met Rosie doorbrengt. Hij laat zelfs zijn strakke eet- en werkschema in de war sturen door haar. Wat is er met hem aan de hand? Zij vertegenwoordigt nota bene alles wat Don absoluut niet wil...


Aanvankelijk had ik sterk mijn twijfels, moest er nu echt wéér zo nodig een zogenaamd grappig verhaal gemaakt worden over autistische mensen, met alle stereotype gedragingen erbij? Maar na de aanvankelijke ergernis groeide langzamerhand het besef dat er een erg leuke man werd neergezet die nu eenmaal is wie hij is. Zijn logica en nuchterheid zijn zelfs een verademing om te lezen. Geen bombarie, geen sentimenteel gezever maar hij constateert gewoon de nuchtere waarheid en gaat daar van uit. Dat levert soms hilarische momenten op maar ook momenten om over na te denken.


De wereld van Don is in feite heel simpel doordat alles strak georganiseerd is, dat levert enorme rust op. Aan de andere kant is er daardoor weinig ruimte voor spontaniteit of iets nieuws. Dat nieuwe kan bij hem alleen toegelaten worden als er het nut van ingezien wordt.
Maar Rosie is anders en geeft hem daardoor meer speelsheid en variëteit in zijn leven. Wel moet Don dan steeds zijn vaste patronen wijzigen en opnieuw indelen, maar het Rosie effect werkt wel!
Het einde is wel een beetje zoet maar ondanks dat resteert er vooral een heel positief gevoel over dit boek. Vooral omdat zowel Don als Rosie gewoon zijn zoals ze zijn en elkaar ook accepteren zoals ze zijn. Dat is ook wel eens prettig om te lezen in plaats van allerlei kommer en kwel in relaties en vriendschappen. Ik heb genoten.


ISBN 9789021015729 Paperback 336 pagina's Uitgeverij Luitingh- Sijthof september 2014
Vertaald door Linda Broeder

© Dettie, 18 januari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Sabbatical
Martin de Jong


In het vrij hilarische boek Literaire giller hebben we al kennis kunnen maken met Tom Veer de 'manager' van Mark Tonneur. Maar in dat boek draaide het verhaal vooral rond Mark, zijn aanstormende schrijftalent en Simke - van Simone - het onvindbare roodharige meisje waar Mark als een blok voor gevallen was. Tom, werkzaam bij reclamebureau Woordendromen, zagen we vooral voorbij komen als de humoristische goeroe en het drankmaatje die Mark steeds moed in sprak.

In dit boek Sabbatical  leren we Tom van een heel andere, meer serieuze, kant kennen.
Hij is inmiddels een veertiger en het bezoek aan de schoolreünie is een beetje met de moed der wanhoop gedaan. Natuurlijk word er constant verwezen naar de schoolredactie waar hij en Mark Tonneur in zaten. Natuurlijk hoort hij constant dat Mark zo beroemd is geworden (en hij dus niet). Hij praat wat met zijn voormalige klasgenoten en constateert dat hij niet meer zoals vroeger na drie biertjes aangeschoten is. Daar is tegenwoordig wat meer voor nodig. Er worden wat flauwe grappen gemaakt over zijn werk, reclameslogans worden hardop door de ruimte geroepen, en Tom knikt en grijnst dan maar een beetje. Hij heeft geen zin om over zijn sabbatical te vertellen en vooral niet om de reden daarvan.
Toch heeft hij een leuke ontmoeting met Lily een klasgenote die hij zich totaal niet herinnert. Het is hilarisch te lezen hoe razendsnel Tom informatie over haar weet in te winnen als ze na de reünie aankondigt bij hem langs te komen.
Maar de hele reünie vormt het raamwerk voor het werkelijke verhaal. We lezen namelijk hoe het leven van Tom is verlopen, hij meende voor altijd gelukkig te zijn met de vrouw van zijn leven, maar dat pakte uiteindelijk heel anders uit.
Tom merkt daarover wrang op: 'Zij was mijn alles geweest, ik was haar niets geworden.'


Het is echter niet alleen het fictieve figuur Tom Veer die we van een heel andere kant leren kennen, ook de schrijver Martin de Jong laat een andere kant van zijn kunnen zien. Zijn boek Literaire giller' werd o.a. een aanrader genoemd 'voor iedereen die van slapstick houdt', en dat was het ook, een heel goede slapstick zelfs.
Maar in Sabbatical is er, naast de vermakelijke momenten, ook een serieuze ondertoon die enorm goed uitpakt. Zoals zo vaak bij schrijvers die uitstekend komische, lichte verhalen kunnen schrijven blijkt ook Martin de Jong een prachtige mengvorm van humor en tragiek te kunnen hanteren als het op werkelijk heftige momenten aankomt. Juist die vorm maakt het verhaal indringend en aangrijpend zonder loodzwaar te worden.
Kortom, het was opnieuw genieten van de enorme fantasie, het inlevingsvermogen en de humor van deze schrijver.
En nu begint het ongeduldig wachten op zijn volgende boek.


ISBN 9789462544970 | Paperback | 152 pagina's | De Nieuwe Boekhandel |15 december 2014

© Dettie, 12 januari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Blauw en geel en donkerrood
Rymke Wiersma


Ik liep weg toen ik veertien was. Jim heet ik, en ik ben een meisje. [...]
Ik groeide op bij een tante, Zina, de zus van mijn moeder.


Zo begint Jim haar verhaal. Zij kwam op tweejarige leeftijd, na de dood van haar moeder, bij haar tante wonen. Tante die achterbleef met twee kinderen Carlijn en Ewoud nadat hun biologische vader er vlak voor de geboorte van Ewoud vandoor gegaan met een andere vrouw. Carlijn heeft dezelfde leeftijd als Jim, Ewoud is twee jaar jonger.
Het botert niet tussen Jim en tante Zina die een stijve, starre vrouw is en zich zelden laat gaan. Op vragen over haar moeders leven en dood  krijgt Jim alleen vage antwoorden. Foto's zijn er niet volgens tante Zina.


Gelukkig is 'oom' er nog, de vriend van tante Zina, waar Jim het uitstekend mee kan vinden. Véél te goed volgens haar tante. Beiden zijn gek op vioolspelen en brengen al musiceren veel tijd met elkaar door. Jim aanbidt haar oom.  Maar oom en tante Zina zijn niet gelukkig met elkaar.
Groot is de klap als oom na de zoveelste ruzie met tante het huis verlaat. Hij vertrekt naar India om tot zichzelf te komen, daarna zal Jim bij hem komen wonen. Hij schrijft veel brieven en altijd stralen die een enorme liefde voor Jim uit.
Maar ondanks zijn belofte blijft oom maar weg, een aantal jaren verstrijken en Jim is eenzaam en erg boos op oom, ze vertrouwde hem.
Ze is zo anders dan Carlijn en Ewoud, die ze wel aardig vindt maar ze hebben verder niets met elkaar, er is geen klik. Tante heeft inmiddels haar geliefde viool afgepakt en Jim voelt zich verloren zonder haar muziek.


Na de zoveelste ruzie met tante loopt Jim  weg, ze vertrekt naar de stad waar ooit haar moeder woonde en belandt in een kraakpand vol wereldverbeteraars en activisten, waar ze liefdevol opgevangen wordt door een aantal mensen.  Jim voelt zich eindelijk op haar plek en bloeit helemáál op als ze via via in contact komt met Otto, die een viool voor haar in bruikleen heeft. Tot haar verrassing ken hij haar 'oom', Otto heeft ook vioolles van hem gehad... Iemand anders kent weer de plek waar haar moeder ooit woonde... en zo begint de bal te rollen.
Langzamerhand ontdekt Jim steeds meer lijntjes die naar haar moeder lopen.


Het was echter niet zozeer met een bewuste zoektocht naar haar moeder  voor ogen die Jim deed besluiten weg te gaan bij haar tante. Het was eerder de onrust, het niet thuis voelen in een gezin dat zo strookte met haar eigen gevoelens. Jim kon zich niet ontplooien binnen de starre regels die golden in het huis van haar tante. Ondanks dat tante het goed bedoelde wilde zij vooral dat Jim niet op haar zus, Jims moeder, ging lijken.
Dat verstikte Jim.
Als zij eenmaal uit die wereld van tante is gestapt kan ze eindelijk ontdekken en uitzoeken wie zij zelf is, hoe zij in de wereld staat en wat zij verder met haar leven wil aanvangen.


Het bijzondere van dit boek is dat we in aparte hoofdstukken, door het verhaal van Jim heen, het verhaal van Welmoed lezen, die de moeder van Jim heel goed gekend heeft. Via haar komen we meer te weten over de geliefde, vrijgevochten, feministische moeder van Jim waardoor heden en verleden in elkaar grijpen en uiteindelijk een geheel vormen.


Het is een apart verhaal waarin o.a. de idealen van de jaren tachtig naar voren komen evenals het streven naar vrije liefde, eerlijkheid en geluk voor iedereen. Dit vormt echter niet de boventoon maar wel de achtergrond van het verhaal.
De geloofwaardigheid rond de belevenissen van Jim balanceert soms op het randje, enkele gebeurtenissen en ontmoetingen zijn wel heel toevallig maar de schrijfster komt er toch goed mee weg. Ze heeft overal wel een verklaring voor.
Er worden heel veel onderwerpen aangesneden en ook moeilijkheden worden niet uit de weg gegaan maar toch zijn de gebeurtenissen eerder lekker nuchter en luchtig in plaats van loodzwaar weergegeven.
Kortom, een fraaie coming of age roman in mooie, realistische en invoelende stijl geschreven.


Rymke Wiersma (1954) schreef eerder een aantal jeugd- en kinderboeken. Dit is haar eerste roman voor volwassenen.


ISBN 9789073034556 Paperback 447 pagina's Uitgeverij Atalanta september 2014

© Dettie, 10 januari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Jong, vrij & lamlendig
Romain Monnery


Dit boek gaat over Dinges (z'n echte naam wordt niet genoemd, maar iedereen spreekt hem aan als 'Dinges'), een jonge man die eigenlijk het liefst niets doet, hoewel hij wel graag lijkt te lezen. In zekere zin zou je 'm kunnen zien als een moderne Oblomov, hoewel die nog vele malen luier was.


Dinges wordt door z'n ouders het huis uit gezet, omdat ze vinden dat hij na z'n studie maar eens op eigen benen moet leren staan. Hij krijgt een enkeltje Parijs, waar hij uiteindelijk intrekt bij Stéphanie, een oud schoolgenote, Valérie en Bruno. Bruno wil het liefst sportjournalist worden, maar heeft geen zin om een stageplaats of iets dergelijks te accepteren.
De anderen doen dat wel en Dinges doet nog steeds het liefste niets. Uiteindelijk belandt hij als stagiaire bij een TV-station. Daar voert hij ook het liefst niet al te veel uit, maar op een gegeven moment wordt hij gevraagd als figurant in een talk-show, waar hij de opdracht krijgt een vraag te stellen. Helaas vindt hij de vraag zo gênant, dat hij met stomheid geslagen is. Dit is nog steeds niet het einde van z'n carrière, dat uiteindelijk komt als hij weigert in te gaan op de seksuele wensen van een baas.
Nu kan Dinges eindelijk een uitkering aanvragen, iets waar hij heel tevreden mee is, omdat hij nu eindelijk ongestoord kan luieren. Bruno belandt uiteindelijk wel in baantjes, waar hij steeds weer ontslagen wordt, omdat hij er niet geschikt voor blijkt te zijn.


Na 3 maanden moet Dinges weer bij een sociaal werkster komen, die hem te verstaan geeft dat hij nu eindelijk eens werk moet gaan zoeken, omdat hij anders z'n uitkering kwijt raakt. Een paar weken later moet hij weer terugkomen en hij gebruikt de afwijzingsbrieven die Bruno heeft gekregen, om met enig knip- en plakwerk aan te tonen dat hij gesolliciteerd heeft. Bij de sociale dienst blijkt dat de sociaal werkster verdwenen is en hij krijgt een andere consulent en hij kan weer 3 maanden niets doen.
Zo lijkt dit door te kunnen gaan, maar het nietsdoen blijkt uiteindelijk niet echt bevredigend. Bovendien ontstaan er ook nog andere problemen, waardoor hij uiteindelijk op straat komt te staan en een eigen woonruimte moet zoeken. Op het moment dat hij tegen z'n consulent zegt, dat hij wil werken, is deze daar helemaal niet tevreden mee, omdat hij niet kan toveren en geen wonderen kan verrichten.


Ik vond het wel een grappig boek, hoewel soms de indruk wordt gewekt dat er echt wel werk is, als je maar wilt werken en dat mensen zonder werk gewoon lui zijn.


ISBN 9789038894713 | Paperback | 304 pagina's | Nijgh & Van Ditmar | oktober 2011

© Renate, 9 januari 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHoog water
Anthonie van de Wardt


In de jaren dertig van de vorige eeuw werd de Maas gekanaliseerd: bochten werden afgesneden ten behoeve van de riviervaart.
Dit had gevolgen voor bepaalde dorpen, die ineens aan ‘de andere kant’ kwamen te liggen. En de uiterwaarden en polders stromen tot vandaag de dag bij heftige regenval onder water zodat boerderijen, soms ook dorpen geïsoleerd raken. In deze setting speelt het verhaal zich af.


Paul Schuitema neemt afscheid van zijn vrouw Hanna die zich in een psychiatrische inrichting bevindt. Ze is daar vrijwillig om in het reine te komen met haar verleden. Een dominante en liefdeloze moeder heeft haar zelfbeeld sterk negatief beïnvloed en ze heeft angstaanvallen.
Een vorm van schizofrenie, zegt de behandelend psychiater.


‘Steeds grotere stukken water bedekken het land. Hanna past dezelfde methode toe. Laat het water stijgen en bedekt haar ellende met dagelijkse gewoontes en bezigheden.’


Paul heeft eveneens een stukje onverwerkt verleden: toen hij op kamp was overleed zijn mongoloïde broer, met wie hij heel hecht was. Zijn ouders wilden zijn plezier niet bederven en riepen hem niet terug. Nu Hanna opgenomen is, gaat hij ter ere van zijn broer Joop een voettocht maken, naar Santiago de Compostela.


Hij vertrekt: rugzak op, en lopen maar, eerst richting Ravenstein om op het langeafstandspad naar Maastricht aan te sluiten. Maar het weer werkt niet mee. Het regent, en het blijft maar regenen. Hij loop stug door, je hebt een plan of je hebt er geen!
Over een onbeschutte dijk loopt hij langs de Maas als er een auto stopt naast hem. Een vrouw roept hem toe in te stappen, en als hij niet direct aanstalten maakt, trekt ze hem gewoon naar binnen. Dat is Ilse, een vrouw die weet wat ze wil en niet met zich laat sollen.
Het blijft regenen.  Paul blijft bij Ilse, gaat zonder nadenken in op haar avances, en zwijgt over zijn ontdekking dat zij de (ex)-vrouw is van de behandelend geneesheer van Hanna. Hij wandelt met de hond, en denkt na over andere toevalligheden: zijn vader was betrokken bij de werkzaamheden aan de kanalisatie. Hij moet in deze streek geweest zijn. Een typische manier om erwtensoep te maken speelt hier een grappige rol.


Dan is er nog de dochter, de tienjarige Sarah, ze kunnen goed met elkaar overweg. Daar zit meer oud zeer: hij en Hanna hebben geen kinderen. Omdat het verhaal af en toe ook naar Hanna gaat, die eveneens een nieuw pad inslaat, lezen we iets over een abortus, waar evenwel het fijne niet van verteld wordt.


Langzaam verweven de verhaallijnen zich. Heden en verleden, Hanna en Paul, alles loopt door elkaar tot een onverwachte apotheose in de Efteling.
Hoe klein is de wereld soms. Natuurlijk zijn er ingrepen van de schrijver, dat weet je als lezer wel. maar het verhaal is overtuigend, de hoofdpersonen zijn gewone mensen, en reageren dus ook op een herkenbare manier. De staccato stijl en het feit dat het verhaal in de tegenwoordige tijd verteld wordt, accentueren dat normale. Er zijn geen grote dramatische scenes, maar wat je dan ‘klein leed’ noemt is vaak net zo ingrijpend. Je wil weten hoe het verder gaat met deze mensen, en je wil weten hoe het zit met het erwtensoepmysterie...


Anthonie van de Wardt
(Santpoort, 1939) was en is grafisch ontwerper en copywriter, schilder en schrijver. Als schrijver debuteerde hij met korte verhalen in de literaire tijdschriften De Gids en Hollands Maandblad. Zijn roman Hoog Water verscheen in 2002 – dit boek moet dus een heruitgave zijn, al staat dat nergens vermeld.


ISBN  9789089547194 | Paperback| 183 pagina's | Uitgeverij Elikser| November 2014

© Marjo, 5 januari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet labyrint
Sigge Eklund


‘Het beangstigt haar dat er parallelle werelden naast elkaar bestaan zonder dat je je hand kunt uitsteken en die andere kunt aanraken. Een tienerstelletje loopt langs en vindt blijkbaar dat het een mooie winterdag is. Ze moesten eens weten.’’


Ieder mens leeft zijn eigen leven, iedereen in een eigen coconnetje, ieder voor zich. Het is mooi als je een ander denkt te raken, maar kan dat eigenlijk wel?
De twee stellen die figureren in deze prachtige roman gaan dit aan den lijve ondervinden.
Anderen interesseren zich nauwelijks voor de manier waarop zij hetgeen er gebeurt ervaren, of het lijkt toch zo.


Een meisje verdwijnt, elf jaar oud. Magda was een ietwat moeilijk kind. De school heeft de ouders er al op aangesproken dat ze moeilijk contact krijgen. Wat is er aan de hand met het kind? Niets, zeggen de ouders. Moet er iets aan de hand zijn als een kind geen echte vriendjes heeft? En thuis speelt ze echt wel buiten! Tenminste...
De lezer ontdekt dat de moeder Åsa, die psychologe is, er eigen opvoedideeën op na houdt: een kind moet de vrije hand hebben. Ze heeft zelf slechte ervaringen met het strak houden zoals haar ouders deden. En de vader, Martin, die heeft het te druk met zijn uitgeverij, hij kijkt nauwelijks om naar zijn dochter.


Berouw komt na de zonde: als Magda verdwijnt, zitten de ouders te eten in een restaurant iets verderop. Ze hebben hun dochter alleen gelaten, zoals ze dat wel vaker doen. En ze hebben geen idee waar ze kan zijn! Ontvoerd? Door wie dan? Er wordt geen losgeld gevraagd, er is taal noch teken. De politie vindt bloedsporen in Martins auto en hij komt zwaar onder verdenking.
In de tijd dat hij niet werkt, neemt Tom, zijn assistent het werk over. Tom is de koning te rijk! Hij kan dit! Nu kunnen ze niet meer om hem heen! Natuurlijk wil hij wel dat Martin terug komt, die is immers zijn grote held, hij gaat zich steeds meer gedragen als Martin: wat Martin heeft dat wil hij ook. Hij durft wel te zeggen dat hij van hem houdt. Anders natuurlijk, want Tom heeft een relatie met Katja. Hoewel Katja weg is, en nu in New York zit, maar ze komt vast wel terug.
Intussen heeft Tom geen idee wie Martin werkelijk is. Diens geheimen zitten diep. Overspeligheid is er maar een klein onderdeel  van. Tom kan evenwel niet geloven dat Martin iets met de verdwijning van zijn dochter te maken heeft en doet voor zover in zijn vermogen ligt onderzoek.
De beerput wordt opengetrokken...


Deze roman zit meesterlijk in elkaar. Steeds opnieuw vallen er stukjes op hun plek zodat wat in de eerste plaats een psychologische roman is ook een detectiveverhaal wordt.
Alles draait om het verdwenen meisje, maar zelf komt ze niet aan het woord. Dat is weggelegd voor de ouders, Tom en in mindere mate Katja, die in verschillende tijdspannen hun wederwaardigheden vertellen. Aan de lezer is het om de puzzel op te lossen, om de weg te vinden in het labyrint. Dramatiek volop in de levens van deze vier mensen, die wanhopig blijven proberen er iets van te maken, maar die erg verstrikt zitten in het web dat ze zelf geweven hebben.


Het is de vierde roman van de Zweed Sigge Eklund en het is een boek in zulk een beeldende taal dat het zo verfilmd zou kunnen worden, al hoop ik dan wel dat de regisseur een manier vindt om naast de algemene dramatiek ook de persoonlijke ontwikkeling van de personages een plek te geven. Eklund zelf misschien?
Dit boek is zeer de moeite waard!


Sigvard Viggo "Sigge" Eklund (Stockholm, 1974) is TV producer, en scenarioschrijver. Ook heeft hij al enkele romans op zijn naam staan, waarvan dit het eerste is dat in het Nederlands vertaald werd.


ISBN 9789048821518 | paperback | 336 pagina's | Uitgeverij Meridiaan | september 2014
Vertaald uit het Zweeds door Geri de Boer

© Marjo, 1 januari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het uitgestelde leven
Sjef van Esch


Al mijmerend en genietend van de stilte rondom hem, wandelt Stefan (Stef) een eind rond zijn boerderij. Zijn gedachten gaan alle kanten op. Maar dan ziet hij de auto van zijn excentrieke vriend Jonkheer Rodrick de Wael den Beuckelaer aankomen. Na een kort gesprekje over o.a. diens vrouw Renate, er zijn problemen, zet Stefan zijn wandeling voort.
Het gemoedelijke gemijmer is over. Hij hoort zijn vrouw An in gedachte al mopperen dat hij zijn tijd verlummelt, hij wil toch schrijver worden? Dan zal hij eens moeten beginnen.
Maar eens, belooft hij An in gedachte, eens zal hij écht zijn boek schrijven.

Later blijkt dat de ontmoeting en het korte gesprekje met de jonkheer de fantasie aangewakkerd heeft van Stefan. De jonker wordt een van de personages van zijn boek waarin deze de naam Diederick (Dee) van Coevorden krijgt. Ook diens beeldschone Duitse vrouw, in het boek Rebecca genaamd, speelt een belangrijke, zo niet de hoofdrol in het verhaal.
Het stel verkeert in een huwelijkscrisis. Dee, de ooit zo aantrekkelijke huwelijkskandidaat, blijkt een vrij bedaagde, rustige man te zijn die zijn vrouw niet het opwindende leven kan bieden dat zij voor ogen had. Zij verliest zich in Schwärmereien tot groot verdriet van Dee maar hij houdt zo veel van haar - en in feite zij ook van hem - dat alles toch weer steeds op zijn pootjes terecht komt.
Dee ziet de angst en de innerlijke worsteling van Rebecca en zijn hart stroomt over van liefde voor haar. Met zijn liefdevolle houding dwingt hij zelfs respect en waardering af bij Rebecca. Maar voor het zover is lezen we haar vaak hilarische, half Duitse, half Nederlandse gesprekken en overpeinzingen over het leven en het liefdesleven in het bijzonder.


Stefan, de schrijver zelf, ziet dit alles aan en mengt zijn eigen leven doorheen het fictieve leven van de jonker en zijn vrouw. Hij aanbidt zijn mooie Anne, is trots op haar, dat zij zijn vrouw is! Maar toch ligt ook bij hem de verleiding op de loer en Anne is niet zo vriendelijk en vergevingsgezind als Diederick. Stefan krijgt geen tweede kans bij haar zoals Rebecca bij Dee, geen uitgesteld leven waarin 'alles' nog goed komt.


Sjef van Esch weet op heel bijzondere wijze de levens van Dee, Rebecca, Stef en An met elkaar te vermengen. Hij laat ze in wisselende hoofdstukken aan het woord, zodat we precies weten hoe iedereen tegenover de ander staat en hoe ze over elkaar denken. Dat levert nogal wat verschillen op. Denkt de een iemand uitstekend van advies gediend te hebben, blijkt de ander zich juist inwendig te ergeren over diens enorme kortzichtigheid of botheid.
Iedereen voert ook gesprekken met elkaar, Anne met Rebecca, Stefan met Diederick, Diederick met Anne, Rebecca met Stefan etc. Allemaal denken ze wat van elkaar. De een is wantrouwend, de ander liefdevol of laconiek of keihard.


Ook bijzonder is dat ieder een totaal uniek personage is, een uitgesproken karakter heeft. Anne is eigenlijk de felste, degene die zich niet in de maling laat nemen. Rebecca is ondanks haar schoonheid, felheid en Schwärmereien een kwetsbare vrouw. Stefan fietst al kwinkslagend, dromend en mijmerend door alle perikelen heen en Diederick  is de man van principes, hij toont duidelijk ruggengraat. Hij is een Van Coevorden immers en die laten zich niet klein krijgen.


In bijna poëtische bewoordingen voert Sjef van Esch ons mee naar de wereld van deze mensen en het is jammer dat we niet wat langer kunnen genieten van die wereld. 
In dit boek lezen we namelijk fraaie bespiegelingen en wijsheden over het innerlijk van mensen. Over hoe het een het ander beïnvloed kan hebben. Over hoe verschillend mensen met de liefde en trouw omgaan.
Soms leek er wel een soort verschillende tijdbeleving te ontstaan in het verhaal. Dan sloeg even de twijfel toe over in welke tijd het verhaal zich nu eigenlijk afspeelde.
Maar verder is het een mooi en knap uitgewerkt verhaal.


ISBN 9789089546890 | Paperback | 190 pagina's | Uitgeverij Elikser | oktober 2014

© Dettie, 1 januari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Van Familie moet je het hebben
en kan je het krijgen ook!

Nanda Roep


Wat moet je als jouw familie je steeds in de weg zit en je steeds maar opnieuw probeert enige blijk van waardering van je ouders of zus te krijgen?


Bianca is moe van het strijden en aanpassen en proberen, proberen, proberen. Er zal toch niets veranderen ook al doet ze precies wat haar ouders willen dan nog is het niet goed genoeg. Ze heeft een besluit genomen, haar familie beïnvloedt haar leven teveel. Ze reageert alle frustraties daarover af op de mensen die ze intens lief heeft. Dat moet nu maar eens over zijn, vanaf nu is het háár leven, zonder stress, faalangst, radeloosheid en vooral zonder dat eeuwige verlangen de bevestiging te krijgen dat ze het goed doet.
Bianca, inmiddels in de veertig, heeft de moed bij elkaar geraapt, ze zal breken met haar familie en haar dochter Anoek precies vertellen waarom ze gehandeld heeft zoals ze deed. Ze schrijft alles op, zodat Anouk het later kan lezen en begrijpen.


Ze vertelt over haar jeugd die redelijk gelukkig was tot circa haar achtste jaar. Ondanks die jonge leeftijd, is de strijd om de ouderlijke liefde dan al aan de gang. Inwendig geniet Bianca als blijkt dat zij duidelijk mama's voorkeur heeft.
Maar kleine kinderen worden groot en het besef dat het thuis helemaal niet leuk is komt steeds duidelijker naar voren. Moeder keert zich steeds meer tegen Bianca. Haar ouders doen verder niets om hun dochter te stimuleren of te helpen, vooral vader heeft een ijzingwekkende manier om zijn afkeuring te laten blijken. Hij werpt Bianca dan een intens koude blik toe en schudt vol misprijzen zijn hoofd. Op zo'n moment voelt Bianca zich kleiner dan klein. En helaas... vader keurt veel af, héél veel. Wat Bianca ook doet, het is niet goed. Van haar zus krijgt ze ook geen enkele steun.
Uiteindelijk voelt ze zich de verkeerde, de kattenkop, iemand met twee gezichten en ze is bang voor dat ene gezicht, die boze, venijnige kant van zichzelf. Want natuurlijk bijt ze van zich af, anders zou ze stikken. Helaas zonder resultaat, het vormt een nog grotere bevestiging voor haar ouders dat ze zo'n 'kwaaie' is.


De houding van haar ouders heeft verstrekkende gevolgen voor haar latere leven. Ook dan zoekt ze aldoor bevestiging, wil ze steeds maar weten of zij wel de moeite waard is en trapt en schopt figuurlijk om zich heen uit frustratie omdat ze geen innerlijke rust kan vinden.
Aanvankelijk lijkt het wel even goed te gaan als ze tijdens haar studie zwanger blijkt en zij samen met Michael er het beste ervan probeert te maken. Ook nu wordt er van haar ouders kant geen enkele hulp geboden. Eigen schuld, ze zoekt het maar uit.
Uiteindelijk barst aan alle kanten de bom en moet Bianca zich zien te ontworstelen aan die wurgende invloed van haar ouders wil ze haar eigen geliefden niet voorgoed verliezen.


Het is verbijsterend en beklemmend om te lezen hoe star Bianca's ouders kunnen reageren. Ze lijken bijna apathisch. Later lezen we over de jeugd van die ouders en dat komt ook als een schok en begrijp je meer waarom ze zijn zoals ze zijn. - Vooral het hoofdstuk over haar vader is erg aangrijpend en prachtig beschreven. -
Maar Bianca besluit om niet in dezelfde val te trappen, wil niet dat de geschiedenis zich maar blijft herhalen waardoor steeds opnieuw ongelukkige, gefrustreerde mensen geboren worden. Ze wil die keten doorbreken en we volgen het hele proces wat leidt tot de doorbraak en de definitieve breuk met haar familie. Het proces is zwaar, moeizaam want ene kind is vaak onvoorstelbaar loyaal aan zijn of haar ouders, zo ook Bianca. Elke keer denkt ze, deze keer zullen ze toch wel... Maar aldoor blijkt het, deze keer wéér niet en de volgend keer ook niet, steeds niet...


Dit alles is in briefvorm aan haar dochter geschreven en dat is het enige wat ik minder geslaagd aan het boek vind. Ondanks de liefdevolle toon die Bianca aanslaat tegen haar dochter is het net niet geloofwaardig. De verbanden tussen nu en vroeger worden wel gelegd en verteld maar het blijft een verhaal. Een beklemmend verhaal, een beklijvend verhaal, een soms schokkend verhaal, maar geen verhaal van een moeder aan haar dochter. Het is het verhaal van Bianca, die strijdt en ploetert en over haar leven vertelt.
Bianca zelf roept overigens af en toe ook flink de nodige irritatie op. Soms zit ze op het randje van zelfbeklag en handelt ze net zo krenterig als haar ouders.
Het boek is ook geen literair hoogstandje, daarvoor is de taal te eenvoudig en het verhaal gaat niet diep genoeg ondanks de gebeurtenissen. Het blijft een verhaal over iemand, de innerlijke gevoelens worden wel verteld maar niet invoelend beschreven, je voelt het intense verdriet en de pijn niet die Bianca ongetwijfeld gevoeld moet hebben. Het is meer de grote verontwaardiging die de boventoon voert.


Toch is het wel een indrukwekkend boek waarin velen zich zullen herkennen want het verhaal zélf is wel heel geloofwaardig. Wat Bianca beschrijft zal in menig gezin voorkomen, de dominante, veeleisende ouders versus het kind. Het is heel goed mogelijk dat een flink aantal mensen zich gesteund zullen voelen door dit verhaal. Ook is het een hoopgevend verhaal, want Bianca weet zich uiteindelijk inderdaad vrij te vechten en los te komen van de enorme loden last die haar familie veroorzaakt.  Al met al geef ik het boek wel een dikke voldoende.


ISBN 9789490983000 Paperback 240 pagina's Uitgeverij Nanda november 2014

© Dettie, 16 januari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe laatste zomer van de Camperdowns
Elizabeth Kelly


‘Toen ik nog klein was, dacht ik dat het kwaad iets was wat geluid maakte als het naderde, een geluid dat rommelde als de donder in de paar vochtige seconden voordat de hele wereld oplichtte. Ik stelde me voor dat alle slechte dingen hun eigen oorverdovende begeleidingsmuziek hadden waarin de drums en de kopersectie op een grove manier het gebons van elke valse hartslag benadrukten. ‘


Deze bijna epische roman speelt zich af in het stadje Wellfleet op Cape God. Het is 1972, het jaar waarin het meisje Kim Phuc model stond voor de wrede oorlog die zich afspeelde in Vietnam; het jaar waarin Watergate begint en het jaar waarin de vader van onze hoofdpersoon zich verkiesbaar stelt voor het Congres.
Godfrey Camperdown, Camp genoemd, is getrouwd met Greer Foley, die haar carrière als actrice opgegeven heeft voor haar huwelijk. Hun dochter is Riddle, tweede naam Jimmy.


In de zomer van 1972 is Riddle twaalf. Bijna dertien, zoals ze zelf zegt. Het zal een heftige zomer worden, deze laatste zomer.
Het verhaal wordt voorafgegaan door een proloog, waarna in een flashback het eigenlijke verhaal volgt. Zo weten we al dat er sprake is van een liefde die niet verlopen is zoals men had gewenst. Dat heeft te maken met Harry Devlin, de man die Riddle nu straal voorbij loopt.
In 1972 leerden Harry en Riddle elkaar kennen. Beiden op hun kop gezeten door hun ouders, beiden paarden- en natuurliefhebber: er ontstaat een vriendschap die wat Riddle betreft best meer mag worden. Maar Harry is zeven jaar ouder. En er gebeuren dingen die niet bevorderlijk zijn voor een prille liefde. Het wordt een dreigende zomer, een zomer vol geheimen, en dramatiek.


Het begint met enkele raadselachtige gebeurtenissen in de schuur van de overbuurman Gin. Als Riddle met haar moeder op zoek gaat naar de verloren pup, zoeken ze ook bij hem. Riddle is op haar hoede, ze heeft een hekel aan Gula, een medewerker van Gin, die zich bezighoudt met de paarden. Als ze denkt dat ze hem hoort, verstopt ze zich liever dan een confrontatie aan te gaan en zo hoort ze raadselachtige geluiden. En ze vindt een pluk rossig haar die er uit ziet alsof het in rode verf gedoopt is. Gelukkig is daar ook de pup en ze wil snel naar huis. Tot haar schrik loopt ze Gula tegen het lijf, die duidelijk niet blij is haar te zien. Diezelfde nacht brandt de loods af, en vinden zes paarden de dood.
Later, als er sprake is van de verdwijning van Charlie Devlin, Harry's jongere broer, beseft ze dat ze misschien wel weet wat ze gezien en gehoord heeft. Maar ze zwijgt. En blijft zwijgen tot het te laat is.


Er gebeurt veel die zomer: Camp is druk met zijn verkiezingen, en steekt al hun geld in de campagne.  Greer heeft haar paarden en Michael Devlin, die tot Riddles ontsteltenis ooit de verloofde van haar moeder was. Haar ouders hebben geen tijd voor haar. Er broeit van alles, en omdat ze niet altijd antwoord krijgt op haar vragen, of soms ook geen vragen stelt, begrijpt de inmiddels dertienjarige Riddle niet echt wat er allemaal speelt. Er is iets in de Tweede Wereldoorlog gebeurd, waar haar en Harry’s vader allebei mee te maken hebben; er is ook iets met die Gula, en met Gin is ook niet alles normaal.
Maar wat maakt het uit: Riddle is verliefd. Op Harry, die haar tenminste normaal behandelt en niet doet alsof ze een onmondig kind is. Maar hij is wel lid van de familie die haar ouders dwars zit. En de broer van de verdwenen Charlie.


‘Ze bloosde  van verwarring, een zachte gloed die zich over haar blanke huid verspreidde, maar binnen de kortste keren had ze de kalmte die zo karakteristiek voor haar was hervonden. Als ze geconfronteerd werd met een uitdaging, in welk opzicht ook, veranderde mijn moeder in een sereen gedenkteken voor zelfbeheersing. Ondertussen was ik een vleesgeworden imitatie van het binnenste van de zon, waarin al die explosieve combinaties van deeltjes met elkaar in botsing komen.’


Het is een stijl waar je even aan moet wennen, maar ben je eenmaal gewend dan is het eigenlijk volop genieten. Een wollig taalgebruik met plastische omschrijvingen, afgewisseld met de dramatische gebeurtenissen van die laatste zomer: het is een boek waar je helemaal in verdwijnt.


Elizabeth Kelly is een Canadese auteur. Zij studeerde Engelse taal en cultuur. In Amerika wordt zij gezien als een bestsellerauteur.


ISBN  9789044344769|paperback|384 pagina's | Uitgeverij House of the Books|oktober 2014
Vertaald uit het Engels door Cherie van Gelder

© Marjo, 11 januari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe oceaan aan het einde van het pad
Neil Gaiman


‘Ik ga je nu iets heel belangrijks vertellen. Volwassenen zien er aan de binnenkant ook niet als volwassenen uit. Vanbuiten zijn ze groot en onnadenkend, en ze weten altijd wat ze doen. Vanbinnen zien ze er net zo uit als ze er altijd uit hebben gezien, toen ze net zo oud waren als jij nu. De waarheid is dat er helemaal geen volwassenen bestaan. Niet één, op de hele wereld niet.’


Aan het woord is Lettie, het jeugdvriendinnetje van de man die als volwassene terugkeert naar zijn geboortedorp. Die terugkomst wordt alleen gegeven als omlijsting van een sprookjesachtig verhaal dat volgens het voorwoord ‘het meest persoonlijke, het meest bijzondere verhaal’ is.


De ik-figuur lijkt op hem, zegt Gaiman, ‘hij las dezelfde soort boeken, woonde in hetzelfde huis aan dezelfde landweg, en verbaasde zich over dezelfde dingen als ik en keek op dezelfde manier naar volwassenen als ik.’
Maar toch is de verteller fictief, en dat wordt snel duidelijk als je het verhaal leest. De herinneringen die bij hem boven komen als hij naar het huis gaat waar Lettie woonde kunnen geen herinneringen zijn aan echt gebeurde dingen. Het zijn fantasieën, die misschien wel voor een deel berusten op de werkelijkheid. Lettie had het over een oceaan, terwijl die in werkelijkheid een vijver was. Letties moeder kon lekker koken, haar oma had verhalen in petto voor de jongelui.
Zeven jaar was hij toen een van de huurders die zijn ouders in huis moesten nemen wegens geldgebrek zelfmoord pleegde. Na deze schokkende vondst – het kind zag het lijk – kwam er een oppas die helemaal niet aardig was voor de jongen die dol was op lezen. Vooral verhalen over mythen en legendes verslond hij.


Het verhaal dat hij nu vertelt is een mythisch verhaal, over wezens die vanuit een onbekende duisternis de wereld bedreigen. De oppas is er onderdeel van. Maar gelukkig is de familie van Lettie en zij zelf ook bijzonder en zij bestrijden de wezens, die ook het kind bedreigen.
In hoeverre deze gebeurtenissen ontspruiten uit de werkelijkheid, dat komt de lezer niet te weten. Misschien is alles fictief, misschien zijn het vervormingen zoals een jong kind met veel fantasie die maakt omtrent bedreigende situaties.


Het is een magisch verhaal zoals Gaiman er meer geschreven heeft, met als basis de jeugd van de auteur, die helemaal niet schokkend geweest hoeft te zijn, maar dat misschien wel was in de ogen van een kind van zeven. Het is een mooi verhaal met akelige aspecten, een boos coming of age sprookje dat misschien ook wel een verklaring geeft voor de verdere carrière van Neil Gaiman.


ISBN  9789022568682|hardcover| 256 pagina's | Uitgeverij Boekerij|augustus 2013

© Marjo, 9 januari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Quasa’s Pepertje
Mizt aan de Maas


Het jonge meisje Quasa is samen met haar vader en een groep medeslaven gevlucht van een plantage diep in het bos, op zoek naar vrijheid en een beter leven, maar van dat betere leven komt tot nog toe weinig terecht. Haar vader ligt op sterven en Quasa is ten einde raad.
Ze probeert hem te redden met alle kennis die ze heeft van geneeskundige kruiden, maar het mag niet baten, de toestand van haar vader wordt steeds slechter.
Tot ze aan het einde van een dag in de stille natuur in een droomtoestand raakt en Wa’mama aan haar verschijnt.
Wa’mama  is een oude oerkracht die staat voor al het goede in de mensen en de wereld. Haar boodschap aan Quasa is duidelijk; als zij besluit wat zij wil zal zich vanzelf duidelijk worden wat haar opdracht zal zijn.
Als Quasa weer terug is uit haar trance herinnert ze zich dat haar vader haar ooit een oud inheems verhaal vertelde over een magisch pepertje wat mensen genezen kan.
Naar dat pepertje gaat ze samen met haar vriend Pjani  op zoek op de berg Tumucumaque, waar het pepertje volgens de legende te vinden is en  zo belanden ze in een magische, haast sprookjesachtige wereld, vol boze en goede krachten en onverwachte ontmoetingen.


Behalve de hulp van Wa’mama ondervinden ze ook de nodige tegenstand van haar tegenkracht Ka’papa.  Hij stelt alles in werking om Quasa en Pjani tegen te werken en aarzelt niet om daar gewelddadige krachten voor in te schakelen.
Meerdere keren verkeren de vrienden in groot gevaar en dreigt het avontuur niet goed af te lopen, maar het wordt steeds duidelijker dat Quasa een belangrijke missie te volbrengen heeft, die nog veel groter is dan ze nu al denkt; door haar toedoen zal Wa’mama weer de balans tussen goed en kwaad kunnen herstellen in het hele gebied rond de Tummucumaque
Ze hoeft haar missie gelukkig niet alleen te doen, onderweg zendt Wa’mama  wonderbaarlijke helpers op haar pad en zo leert ze dat je misschien niet altijd krijgt wat je graag wilt, maar dat je inzet nooit zinloos is en soms een groter doel dient dan je ooit had kunnen bedenken.


Quasa’s pepertje is een sprookjesachtig boek wat je meevoert naar een mystieke wereld vol onverwachte wendingen en ontmoetingen.
Het boek kwam op wonderbaarlijke wijze tot stand. Het oorspronkelijke idee was om een serie T-shirts te drukken met verschillende stripverhalen van Quasa.  Dat idee is nooit voorbij het ontwerp gekomen, maar omdat het idee in het hoofd van de schrijver bleef malen, besloot hij het verhaal van Quasa op papier te zetten.
Om geld te verzamelen voor het uitgeven van het boek kwam er een T-shirt- campagne met een alinea van het verhaal erop, en een heuse titelsong voor het boek, maar inmiddels melde er zich een uitgever.
Zo werd dit boek deels het resultaat een mooi staaltje creatieve crowdfunding én van gewoon traditioneel uitgeverschap.


ISBN 978 90 78437 178 Paperback 111 pagina's Uitgeverij Life, Rijen 14 november 2014

© Willeke, 6 januari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe laatste ontsnapping
Jan van Mersbergen


‘Ze glimlacht, kijkt naar Deedee en naar hem en zegt: jullie moeten vader en zoon zijn.
Hij zegt: sinds kort wel ja.’


De ik-verteller van het verhaal, vader van een tienjarige zoon en jonger dochtertje - dat in het verhaal verder geen rol speelt -  verliest zijn baan en heeft zodoende meer tijd om zich te bemoeien met het leven van zijn zoon. Ruben doet aan karate, waar hij iedere woensdag met zijn vriendje Deedee naar toe gaat. Deedee is de enige zoon van een alleenstaande moeder. Als de ik-verteller hem leert hoe hij met een moderne telefoon om moet gaan, ontdekt hij het telefoonnummer van zijn vader, wiens naam hij kent, en hij belt. ‘Jij bent mijn vader’, zegt hij tegen de man die ronduit verbijsterd is. Bij een tweede telefoontje vraagt hij Ivan te komen kijken naar de karateles. Zo leren de ik-verteller en Ivan elkaar kennen, tezelfdertijd als Ivan zijn zoon leert kennen.


Ivan, die uit een van de Balkanlanden gevlucht is om te voorkomen dat hij moest gaan vechten, verdient de kost met een Houdini-act in een obscure bar in Amsterdam. Vanwege deze act wordt hij gevraagd om naar Zuid-Frankrijk te komen, en Deedee weet het zo te regelen dat ze met zijn vieren er heen vliegen. Twee vaders en twee zoons.
Er werd al naar verwezen: er was iets in het verleden van Ivan, er was een broer, achtergebleven bij de ouders. Deedee lijkt sprekend op dat broertje, en maakt zo bij Ivan allerlei gevoelens en herinneringen wakker, die de aanzet vormen tot een ontknoping vol dramatiek.
Dat heeft ook invloed op de ik-verteller, en natuurlijk op de jongens.


Jan van Mersbergen schrijft prachtige gevoelvolle verhalen, waarbij de lezer niet met overbodige details vermoeid wordt. Zoals in eerdere romans speelt het uitgaansleven een grote rol, er wordt veel gedronken. Ergens in Amsterdam gaan de mannen van kroeg tot kroeg, de drank staat voor de melancholie, een heimwee naar iets wat onherroepelijk voorbij is. Beide mannen staan voor een nieuwe periode in hun leven, een tijd die nog niet ingevuld kan worden, omdat ze eerst hun herinneringen moeten verwerken.
Ivan dacht er mee afgerekend te hebben, hij stelt zich op als een harde, zelfverzekerde man. Het korte telefoontje haalt hem compleet onderuit.
En door om te gaan met deze vreemde man leert de ik-verteller ook nieuwe wegen kennen.
Als je geneigd bent mooie zinnen en rake typeringen te noteren, dan ben je bij Jan van Mersbergen druk: al vanaf de eerste bladzijde.


‘Als je overal voor wegloopt, ben je altijd vrij’


‘Ik ken niemand die zoveel heeft als jij. Een zoon, een dichter, een vrouw. Familie? Leven je ouders nog?
Ja.
Je hebt alles, zei hij. Het enige wat je moet doen is focussen. Jij hebt alles, maar je bent verliefd op je hypotheek.’


Gewoon maar genieten dus, zou ik zeggen: genieten van een prachtig verhaal. En vergeet niet te letten op de titels van de hoofdstukken!


ISBN 9789059364691 | Paperback | 208 pagina's | Uitgeverij Cossee | februari 2014

© Marjo, 2 januari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De zevende zuster
Igor Znidarsic


Het begon allemaal met de Heracleum mantegazzianum, oftewel de reuzenberenklauw.  Een plant die wel vier meter hoog kan worden en ernstige allergische reacties zoals blaren en blindheid kan veroorzaken.


Simon ontdekt tientallen stekjes van deze gevaarlijke plant in zijn achtertuin. De bron van dit gevaar komt uit de tuin van de achterbuurvrouw, een zonderlinge vrouw van wie niemand ooit iets verneemt. Simon besluit ondanks de reputatie van zijn buurvrouw toch aan te bellen en te vragen of hij de plant uit haar tuin verwijderen mag en zo ontstaat voorzichtig aan een relatie. Wat complicaties geeft, want Simon is getrouwd. Keurig getrouwd, met twee kinderen, een rijtjeshuis, veel meer materiële zaken dan hij ooit van plan was te verzamelen en een baan waar hij met de dag ongelukkiger van wordt.
Van zijn huwelijk wordt hij trouwens ook al niet erg gelukkig. Hij had het allemaal zo anders in zijn hoofd, hij was idealist, kunstenaar, wilde de wereld veranderen, het anders doen en zich afzetten tegen het materialistische establishment met zijn marktwerkingen en zelfverrijking, maar het is er niet van gekomen.


Bij zijn achterbuurvrouw Eva herkent hij dat idealisme, ook zij wilde het anders doen, iets betekenen voor de wereld, haar diepste verlangen was mensen helpen en het verschil maken.
Ze sluit zich in haar jonge jaren aan bij de sekte God’s Loving Army, geleid door de charismatische John the Baptist en laat “het systeem” haar familie en haar hele bestaan achter zich om het evangelie van liefde en hoop te verspreiden en zoveel mogelijk zieltjes te winnen voordat de dag des oordeels komt.


De sekte blijkt van binnen minder liefdevol dan gedacht, er heerst een ijzeren discipline om wat werelds is uit te bannen en de liefde moet wel erg letterlijk gedeeld worden, met medebewoners, volgens een vast schema, en ook met kinderen.
Incest, misbruik, indoctrinatie en heropvoedingskampen voor kinderen die naar het systeem neigen, omdat ze bijvoorbeeld popmuziek luisteren, zijn binnen de sekte de normale gang van zaken.
Ook Eva vindt het lange tijd normaal en neemt zelfs een leidinggevende positie in, maar uiteindelijk breekt ze toch met de sekte. Ze heeft op dat moment zes kinderen van verschillende vaders. Kinderen met wie ze nu geen enkel contact meer heeft en van wie er nog twee bij Gods Loving Army verblijven.
Terug in de maatschappij is ze totaal vervreemd van alles en iedereen en kan totaal niet aarden.
Simon hoort beetje bij beetje haar verhaal met alle gruwelijkheden van dien aan, maar ziet ook haar ontworteling en ontheemding in het hier en nu.
Tegelijkertijd lokt ondanks zijn liefde voor Eva het thuisfront meer en meer.


De zevende zuster is een roman over liefde en idealisme. Over de onmacht van de liefde misschien ook wel. Over twee mensen die zich herkennen in hun verzet tegen de maatschappij maar daarin totaal andere keuzes gemaakt hebben.
De een heeft zich mee laten drijven op de stroom van de tijd en is in een burgermansbestaan terecht gekomen waarin hij totaal ongelukkig is, de ander heeft wél gekozen voor haar idealen, maar is daar diep teleurgesteld en beschadigd uit gekomen en heeft alles verloren wat ze had, inclusief zichzelf.


Erg sterk vond ik het wereldbeeld wat de schrijver neerzet, een wereld waar zowel Eva als Simon zich niet thuis in voelen...


“De generatie van de jaren zestig en zeventig kijkt achterom en maakt de balans op.  Gedeelde welvaart, persoonlijke vrijheid en de mogelijkheid om jezelf te ontplooien, daar hebben ze ooit voor gestreden. Een betere wereld voor iedereen. Maar ergens is het fout gegaan. Het ideaal is doorgeschoten. In egoïsme, hebzucht, een grote bek.
Het moet in de jaren tachtig begonnen zijn, toen het geloof in de maakbaarheid van de mens en de maatschappij haast onmerkbaar verdampte om plaats te maken voor marktwerking. Met lede ogen zag Simon aan hoe daarna in de jaren negentig alles tot product werd gedegradeerd, waar de vrije markt op los gelaten moest worden; de zorg, het onderwijs, de levering van elektriciteit, het openbaar vervoer, zelfs de spaarcenten en pensioenen van de burgers.
Ineens doken de apostelen van de vrije markt overal op en zij predikten winstmarges en consumentisme.
Hun schaamteloze motto greed is good werd hun aangereikt door een Hollywoodfilm.”


De opbouw van het boek zit goed in elkaar, het leest vlot, het gaat echt ergens over en de personages zijn goed uitgewerkt.
Muziek is een verrassende rode draad die vooral aan het einde van het boek met prachtige songteksten tot indrukwekkende passages leidt waarin alles bij elkaar komt. Dat de schrijver de hoofdpersoon laat verzuchten dat vrouwen geen verstand van muziek hebben zullen we hem derhalve maar vergeven.

De zevende zuster is de tweede roman van Igor Znidarsic. Dat er nog maar vele mogen volgen.


ISBN  978 90 78840589 paperback 250 pagina's Uitgeverij PMA september 2014

© Willeke, 29 december 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altOnbezorgd
Tom Winter


Carol is getrouwd en heeft een dochter. Maar van haar man houdt ze niet en haar contact met Sophie is erg slecht. Ze heeft zelfs een hekel aan haar eigen kind. Ze heeft wel een vriendin met wie ze alles bespreken kan, en Helen weet dan ook dat Carol zich blind staart op die ene relatie die ze ooit had. Het is al zo lang geleden en heeft ze Richard niet vaarwel gezegd omdat ze getrouwd was? Juist, dus vindt Helen dat ze niet zo moeilijk moet doen.


Als Carol besluit haar ellende dan maar van zich af te schrijven in brieven gebeuren er bijzondere dingen.
Bij de afdeling post werkt Albert, die nog een paar maanden moet voor hij met pensioen kan. Hij is daar helemaal niet blij mee, wat heeft hij immers om voor door te gaan als er geen werk meer is? Zijn vrouw is al lang geleden overleden en de kat Gloria is ook al oud. En er is die vreselijke buurman, die altijd klaarstaat met zijn hatelijke opmerkingen. Wat zijn baas in petto heeft die laatste periode ziet hij ook niet zitten: hij mag al die onbezorgde post doornemen, om weg te gooien wat echt onbezorgbaar is: brieven aan de kerstman, of aan God.
En zo komt het dat de brieven waarvan Carol dacht dat niemand ze ooit zou lezen, in Alberts handen komen. Hij leest ze. En raakt geïntrigeerd door die C waarmee de brieven ondertekend zijn. Christine? Connie? Cynthia? Vast geen Carol, dat is zo alledaags.


Het gaat niet goed met deze twee mensen:
Carols man krijgt het bericht dat hij kanker heeft, en het is de druppel voor Carol. Zolang heeft ze kunnen doen alsof, maar nu moeten opbrengen een zieke man te verzorgen? Ze kan het niet.
Albert wordt ziek, en komt in het ziekenhuis terecht. Net voor zijn pensioen.
Maar er zijn ook lichtpuntjes voor beiden, en misschien redden ze het daar wel mee...
De ontknoping komt in een laatste hoofdstuk, waarin dochter Sophie aan het woord is.


Als je bovenstaande leest, denk je vast dat het een heel zwartgallig boek is, vol treurnis en ellende. Maar -  en dat is de kracht van de schrijver! -  dat is het helemaal niet. Er is een lichte toon, een ironie in het geschrevene waardoor je niet somber wordt.
Je hebt ook niet gevoel dat het allemaal ver gezocht is, integendeel, alles wat er gebeurt, kan best gebeuren. Het leven zit vol toevalligheden, en het lot heeft vaak vreemde dingen voor ons in petto. In dit tragikomische verhaal leef je mee met twee gewone  mensen die eigenlijk heel bijzonder zijn. En je geniet van de prachtige vergelijkingen die de schrijver Carol laat maken.


‘Houden van is net zoiets als in een vliegtuig zitten. Mijn liefde voor hem zit zeker niet in de eerste klasse met een glas champagne en een goed boek. Hij zit zelfs niet bij de nooduitgang van de toeristenklasse. Mijn liefde voor hem zit midden in een overvolle rij helemaal achter in het vliegtuig, vlak bij de wc’s. Maar mijn liefde voor hem zit hoe dan ook in het vliegtuig en dat is natuurlijk het enige waar het om gaat. ( -) Laat ik maar zeggen dat ons huwelijk een hele lange vlucht is geweest en dat het vliegtuig nu is neergestort. Het feit dat ik er spijt van heb dat ik in dat vliegtuig ben gestapt, het grootste deel van de vlucht vreselijk vond en nu ergens ben waar ik niet wil zijn, is niet meer belangrijk. (-) Hij denkt dat we gewoon wat turbulentie hebben gehad en dat we morgen op het strand zullen ontbijten. ’


Dit boek is het debuut van de Engelse Tom Winter, en smaakt naar meer. 


ISBN 9789400501645 | paperback | 224 pagina's | Uitgeverij A.W.Bruna| augustus 2014
Vertaald uit het Engels door Jolanda te Lindert

© Marjo, 29 december  2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER