Nieuwe boekrecensies

De oude vrouw en de katten
J.M. Coetzee


In dit boek treffen we een aantal verhalen aan waarin Coetzee zijn overpeinzingen en filosofische observaties weer onder woorden brengt door de stem van de schrijfster Elizabeth Costello, zijn alter ego. De verhalen gaan over ouderdom en het naderende einde, maar ook dieren, hun ziel en belevingen worden nader bekeken. Dit alles met een ondertoon van strijd én berusting.


Neem bijvoorbeeld de verjaardag van een vrouw die vijfenzestig wordt. Voor die ene keer is zij zich te buiten gegaan aan een frivool geblondeerd kapsel, ook draagt ze ineens make-up. Haar kinderen voelen zich onbehaaglijk erbij, deze vrouw is hun moeder niet.


Ze doet zelf open, er wordt althans opengedaan door een vrouw die op hun moeder lijkt maar op een griezelige manier ook weer niet. 'Dag lieverds,' zegt deze vreemde of half vreemde vrouw. 'Blijf daar niet staan - kom binnen!'


Maar waar de volwassenen uit fatsoen zwijgen zegt kleindochter gewoon dat oma er maf uitziet. Oma trekt zich er niets van aan. [...]


'Het is niet voor altijd,' zegt zijn moeder. 'Wees gerust, het is maar voor even. Na verloop van tijd wordt ik weer mezelf, als het jaargetijde voorbij is. Maar ik wil dat er weer naar me gekeken wordt. Ik wil gewoon dat er nog een keer naar me gekeken wordt zoals er naar een vrouw wordt gekeken. Meer niet.


De kinderen van Elizabeth zijn hard maar bezorgd. Haar dochter Helen zegt dat ze ook kunnen vinden dat ze er belachelijk uit ziet. Op de terugreis ontstaat een discussie hierover tussen zoon, dochter en schoondochter. Ze vinden het belachelijk, triest, ongepast maar de allesoverheersende angst is, dat ze gekwetst zal worden.

Zoon en dochter (John en Helen) proberen moeder over te halen bij hen in de buurt te komen wonen, maar met haar grillige eigengereidheid en verpletterende waarheidsgerichtheid wijst ze dit stellig van de hand. Ze woont prima in het dorp met de simpele Pedro en de zwerfkatten. Katten die eerst gevoed werden door de dorpsbewoners, maar doordat deze naar de stad vertrokken en hun kat achterlieten werden ze wild en daardoor gehaat werden door diezelfde bewoners. Elizabeth ziet het als iets doodnormaals dat zij dan die katten opvangt en verzorgd. Ze gaat waarheen haar ziel haar leidt.


De meeste verhalen bestaan echter uit conversaties met moeder en zoon, die met haar stevig in discussie gaat, recht voor zijn raap is, haar woorden weerlegd en daardoor haar geest scherp houdt.


Wat de dieren betreft is het vooral het lot van de dieren in de vleesindustrie die Elizabeth zich aantrekt. Ze wil onder andere een abattoir oprichten, bij wijze van demonstratie, geen lopend bedrijf maar als een soort slachtmuseum, om mensen te laten zien wat er nu werkelijk met de dieren gebeurd. Op haar eigen scherpe manier dient ze haar zoon van repliek als hij het niet kan nalaten daar cynische opmerkingen over te maken.


Maar de ouderdom komt toch steeds meer naderbij, Elizabeth merkt dat het schrijven niet meer het gewenste resultaat oplevert. Ze stuurt haar zoon diverse onafgemaakte manuscripten, bijna filosofische verhandelingen, omdat ze bang is dat de schoonmaakster ze bij haar overlijden in het vuur zal gooien. Wij krijgen deze ook te lezen. Ze meldt aan John dat ze haar vroegere vaardigheid om de verhalen af te maken, mist..


'Alles wat ik je gestuurd heb is eender. Ik kan de volgende stap niet zetten. Het ontbreekt me aan iets. Ik was altijd in staat in mijn werk de volgende stap te zetten, maar ik lijk er niet langer over te beschikken, die vaardigheid. De tandraderen lopen vast, de lichten gaan uit. Het mechanisme waarvan ik altijd kon aannemen dat het me naar de volgende stap zou leiden lijkt niet meer te werken. Daar hoef je niet van te schrikken. Dat is de natuur - de manier van de natuur om me te vertellen dat het tijd is om thuis te komen.'


Elizabeth mag dan wel op weg naar huis zijn, ze wordt inderdaad vergeetachtiger en het lijf doet ook niet helemaal meer mee, maar ze blijft observerend, scherp, kritisch en vol leven...

Fascinerend boek!


J.M. Coetzee (1940) is hoogleraar algemene literatuurwetenschap aan de Universiteit van Kaapstad. Hij verwierf vele literaire prijzen voor zijn romans, en is zelfs de eerste die tot twee keer toe werd beloond met de Booker Prize - in 1983 voor Wereld en wandel van Michael K en in 1999 voor In ongenade. In 2003 won Coetzee de Nobelprijs voor Literatuur.


ISBN 9789059368590 | Hardcover | 144 pagina's | Uitgeverij Cossee | juni 2019
Het boek is een verzameling van deels eerder verschenen korte verhalen | Vertaald door Peter Bergsma

© Dettie, 12 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Meisje
Edna O'Brien


Ooit was ik een meisje, maar nu niet meer.


Het begint allemaal op de nacht dat legersoldaten de slaapzaal van de meisjes komen binnenstormen. 'Zodra we Allahu Akbar, Allahu Akbar hoorden, wisten we het.' De meisjes hadden de pech dat de soldaten niets anders gevonden hadden, hun commandant zou woest zijn dus namen ze 'dan maar de meisjes' mee. Ze komen in een kamp, hun kleren wordt ze afgenomen en verbrand. De jihabs maakten hen 'in één klap oud, net nonnen in de rouw.


Ze krijgen een toespraak van de opper-emir die hen welkom heet als de dochters van Allah. Het is een toespraak waarmee hun alle hoop op terugkeer naar hun ouders wordt ontnomen en later als 'welkomsbegroeting' worden alle meisjes verkracht. 'Ik nam afscheid van mijn ouders en iedereen die ik kende.' zegt het meisje daarover.


Later wordt ze op een feest eerst verkracht door een militair uit de elitegroep en daarna mag de rest...


'Ik stierf en stierf ook niet. Er wordt een slachting verricht op mij.[...]  Er kwamen er meer, alleen of met zijn tweeën, bulderend en schransend en schrokkend leegden zij zich in mij.'


De andere meisjes onderaan hetzelfde lot. 'We zouden niets zegen, we zouden er nooit iets over zeggen tegen elkaar.'
Buiten in het donker komen ze bij elkaar. 'We hadden elkaar opgezocht, maar waren ook alleen, alleen in een eenzaamheid zo diep dat we die nooit meer zouden kwijtraken.


Het meisje raakt bevriend met een ander meisje, Buki. Meisjes die werden verkocht aan rijke mannen in Arabië hadden geluk want de verkrachtingen gaan door. Het meisje wordt bij een 'feestje' geroepen. Er worden zelfs foto's van de verkrachting gemaakt evenals van haar vrouwelijke ingang én van haar uitgebluste gezicht na afloop van het 'feestje'. Maar het meisje heeft geluk, zij wordt uitgehuwelijkt. De man is vriendelijk en uiteindelijk raakt ze zwanger.


Het meisje is niet de enige die walgelijke dingen moet doorstaan, haar man vertelt haar wat voor vreselijks hij heeft moeten doen, iets wat hem als een grote draak achtervolgt. Later tijdens ontmoetingen in kampen en onderweg lezen we de net zo indrukwekkende - schuingedrukte - verhalen van andere meisjes én jongens die aan het meisje verteld worden.


Uiteindelijk weten het meisje en Buki te ontsnappen met Babby en dan begint de lange harde reis, door de wildernis van Nigeria, terug naar de 'beschaafde' wereld. Maar deze ziet haar als het liefje van iemand van de Boko Haram. Ze is een bushvrouw. Wie weet blaast ze zichzelf wel op... wie weet wat ze allemaal nog gaat doen, en dan ook nog een baby van zo'n monster... Het meest erge is de toespraak van de president die hij houdt om het meisje te huldigen... Het is tenenkrommend maar als het meisje wil reageren wordt haar duidelijk op het hart gedrukt 'niet te negatief te zijn...'


Er zijn bosjes hulpverleners maar in feite kan het meisje nauwelijks of niet onder woorden brengen wat er gebeurd is. Het meisje krijgt pas laat in het boek een naam, Maryam, als ze ook weer een mens wordt en geen voorwerp.


- Er vond op 15 april 2014 een massaontvoering van schoolmeisjes in Nigeria plaats, in de stad Chibok, in de noordoostelijke deelstaat Borno van Nigeria. De terreurorganisatie Boko Haram, verantwoordelijk voor een serie aanslagen die onderdeel zijn van het shariaconflict in Nigeria, pleegde de ontvoering. 
Het boek is op deze gebeurtenis gebaseerd. -


Het boek is verbijsterend, vaak wil je het wegleggen, maar de zinnen en het verhaal eisen dat je verder leest. Edna O'Brian heeft een hypnotiserende manier van schrijven. Het boek houd je in zijn greep of je wil of niet. O'Brian vertelt niet exact wat er gebeurt maar laat de hoop, de wanhoop, de gekte die af en toe toeslaat, de duisternis en het licht, dat er soms ook is, voelen via haar zorgvuldig gekozen woorden.


Edna O'Brian is voor dit verhaal afgereisd naar Nigeria en heeft veel mensen, organisaties, artsen zonder grenzen, hulpverleners, gesproken en vrouwenkampen bezocht. Maar het zijn vooral de verhalen van de ontvoerde meisjes zelf die gesproken die hetzelfde lot beschoren waren die Eda O'Brian deed besluiten dat ze 'dit verhaal alleen kon vertellen door de verbeelde stemmen van velen via één schrander meisje te laten klinken.'


Het boek is als het graf van de onbekende soldaat, dat staat voor alle omgekomen soldaten.
In dit boek is de 'onbekende soldaat' het meisje Maryam maar in feite heeft zij vele namen, de namen van alle vrouwen die hetzelfde is overkomen.


Zie ook het You-Tube filmpje met Edna O'Brien over dit boek


ISBN 9789403172903 | Hardcover | 224 pagina's | De Bezige Bij | november 2019
Vertaald door Lucie Schaap & Maaike Bijnsdorp

© Dettie, 7 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dood door onschuld
Diverse schrijvers


Uitgeverij LetterRijn organiseerde een wedstrijd met als gevolg een lastige keuze: welke van de 150 spannende verhalen verdienden een plek in deze bundel? Tweeëntwintig onbekende Vlaamse en Nederlandse schrijvers kregen een plek naast drie gerenommeerde schrijvers - Karin Hazendonk, Melissa Skaye en Tamara Onos.


Het thema was ‘met de beste bedoelingen’ In de verhalen moest onbedoeld een dodelijk slachtoffer vallen, als gevolg van een ongelukje of een simpele persoonsverwisseling. Iedere schrijver verdient het even genoemd te worden, er is niet één verhaal bij dat niet boeit, of spannend is! Er zijn er een aantal die heel verrassend zijn. Maar smaken verschillen natuurlijk wel, ze kunnen niet allemaal individueel genoemd worden, maar op deze manier wèl:


Marieke Jongejan, Hedwig Oppenheim-Kuis, Jered Vroon, Tessa van der Kind, Karel Bedert, Ronald van Assen, Elisabeth Weers, Lianne Molenbroek, Franziska Weissenbacher, Yvonne Feenstra, Alain De Lannoy, Miriam Lucia, Karin Bisschops, Bruno Lowagie, Filip Van Den Steen, Marceline de Waard, Henk Grotendorst, Fleur Benz, Mike Jansen, Iane Myre, Sylvia de Wit en Margareth Hillebrandt.


We lezen over de beste bedoelingen van een vrouw die haar vriendin wil helpen (Timing van Marieke Jongejan); of van een meisje dat een inbreker hoort en haar broertje wil beschermen (Dood door schuld van Margareth Hildebrandt).
Kinderen kunnen onbedoeld in de fout gaan: naast het kind dat haar moeder lekkere limonade wil brengen (Drink maar lekker op van Ronald van Assen) is er het jongetje dat denkt het meest bijzondere cadeau voor Moederdag gevonden te hebben (Een memorabele Moederdag van Elisabeth Weers).
Er zijn welmenende buren: een bemoeizieke buurvrouw die er van uit gaat dat iedere buur op iemand als zij zit te wachten en haar nieuwe buren een lekkere appeltaart te brengt (Nancy van Franziska Weissenbacher), of de vrouw die zonder nadenken het nieuwe adres van de vorige bewoonster doorgeeft. (Geen bestaansrecht van Sylvia de Witt).
De beste bedoelingen, zeker… maar het loopt verkeerd af!


Bijzonder is het verhaal dat speelt in het Londen van 1880. Een liefhebber van griezelverhalen weet dan al: Jack the Ripper! Wat volgt is een heel andere invalshoek op de zaak van de Ripper, die immers nooit echt opgelost is. (De bloedige duivel van Alain de Lannoy)
Er is een maatschappijkritisch verhaal over de dokter die zijn best doet om mensen te redden in een oorlogsgebied. Hij kan niet iedereen helpen. Maakt hij de juiste keuze? (De jongen uit Darfoer van Karel Bedert)
Apart en eerder horror dan thriller is het verhaal van de jongeman die denkt er goed aan te doen laboratoriumdieren te redden. (Een enkeltje naar zee van Iane Myre)
Een paar hebben ook een surrealistisch trekje (De lifter van Yvonne Feenstra) en (Deugmuts van Henk Grotendorst).


Een aantal verhalen zou best uitgewerkt kunnen worden tot een volwaardige  thriller - het verhaal van Karin Bisschops (even weg) bijvoorbeeld, en heel typisch: dat geldt dus ook voor de verhalen van Melissa Skaye, Tamara Onos en Karin Hazendonk, mensen die al ‘heuse’ thrillers op hun naam hebben staan!
Andere verhalen - zoals die van de jonge kinderen of de laboratoriumdieren - komen juist prima tot hun recht door hun beknoptheid.
Nogmaals: Iedere schrijver verdient de hoogste lof!


ISBN 9789491875922 | paperback | 260 pagina's | Uitgeverij LetterRijn | november 2019

© Marjo, 4 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Drie dingen over Elsie
Joanna Cannon


Florence Claybourne is gevallen en ligt hulpeloos en moederziel alleen te wachten tot er iemand komt om haar te helpen. Ze woont in verzorgingshuis, ze is dan ook de tachtig al gepasseerd.


‘Het is in orde, Flo,’ zullen ze zeggen. ‘Alles komt goed.’


In de uren dat ze daar ligt overdenkt ze haar leven, waarbij haar vriendin Elsie een grote rol speelt. Van de drie dingen die je moet weten over Elsie is eerst en vooral duidelijk dat zij de beste vriendin is van Florence. Later lezen we dat het tweede ding is dat Elsie altijd precies het juiste weet te zeggen, en het derde, daar kan Florence even niet zo gauw opkomen. Want ze weet dat dat aan het gebeuren is: ze vergeet dingen. Maar ze wil absoluut niet naar een verpleeghuis! Maar ze heeft nu een maand proef, en dan valt de beslissing of ze wel of niet weg moet.


Een paar weken eerder kwam er een nieuwe bewoner in het verzorgingshuis. Florence meende hem op afstand al te herkennen. Maar dat kon helemaal niet! De man die zij herkende was immers al zestig jaar dood! Maar ze moet wel gelijk hebben. Gabriel Price heeft niet alleen hetzelfde postuur en dezelfde manier van bewegen, er is ook hetzelfde litteken bij zijn mond net als Ronnie Butler had.
En ineens gebeuren er allerlei dingen in haar woning, een kast ligt ineens vol met cake, er is een olifantsbeeldje verdwenen, nadat het eerst steeds van plaats veranderde - en Florence weet zeker dat zij er niets mee te maken heeft. Maar ja, ze begint te dementeren, en wie anders komt er in haar woning? En dus gelooft niemand haar. Ook Elsie twijfelt lang, terwijl zij Ronnie toch ook gekend heeft.


De komst van de heer Price roept het verleden weer naar boven. Alles herinnert Florence zich weer, stukjes bij beetjes komt haar geheugen terug. En zo moet ze al haar geheimen onder ogen zien. De laatste eindjes vallen op hun plaats terwijl ze ligt te wachten op hulp.


Eerder was ze samen met Elsie en hun gezamenlijke vriend Jack op onderzoek uit gegaan. Op een slimme manier weten ze er allerlei gegevens te achterhalen.
En terwijl meer mensen in het verzorgingshuis – de klusjesman, de manager - ontdekken wat het leven eigenlijk voor hen in petto heeft, ontwikkelt zich een heus detectiveverhaal. Zonder dat de lezer evenwel zal vergeten dat de hoofdrolspelers niet voor niets in dat tehuis zitten.


Het is een heel bijzonder verhaal dat Florence ons vertelt terwijl ze daar op de vloer van haar kamer ligt. En de vorm waarin het opgetekend is is eveneens bijzonder. Af en toe stukjes uit het nu, en dan weer terug in de tijd. Emoties wisselen elkaar af: een verhaal dat een lach en een traan oproept, ontroerend en humoristisch als het is. En we krijgen een vrij realistisch inkijkje in het leven van de oudere mens.


Prachtig verhaal met een verrassende ontknoping.


Joanna Cannon is behalve psychiater ook schrijver. Ze debuteerde met The Trouble with Goats and Sheep, gepubliceerd in 2016, die werd genomineerd voor de British Book Industry Awards.


ISBN 9789492086907 | Hardcover | 352 pagina's | Uitgeverij Orlando | januari 2019
Vertaald uit het Engels door Elvira Veenings

© Marjo, 27 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Friday Black
Nana Kwame Adjei-Brenyah


Bij een verhalenbundel kun je als lezer een voorkeur hebben voor het een of enkele verhaal, net zoals andere verhalen dan helemaal niet boeien. Bij deze bundel met twaalf verhalen zou ik willen dat ik ze (helemaal) niet had hoeven lezen, of dan alleen onder de noemer sciencefiction of horror. Dan weet je tenminste dat het niet echt is!


Maar er zit meer achter deze indringende verhalen. Er zit een complete maatschappijkritiek achter. Niet bedoeld voor louter ontspanning. Al komen er dingen voor in de verhalen van deze jonge Amerikaanse schrijver die niet kunnen, de bedoeling is zeer serieus. Het zijn metaforen, die staan voor de toestand in de wereld, met name Amerika, maar het komt overal voor: in zijn verhalen is de mens ronduit slecht. Het is ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken.
Dat komt tot uiting in het dagelijkse leven, waarin alles draait om de centen, macht en geweld.


Het eerste verhaal gaat over een blanke man die vijf zwarte – ongewapende - tieners heeft vermoord. En die vrijgesproken wordt, ‘omdat Amerikanen het recht hebben zichzelf te beschermen.’ Naar wat er eigenlijk gebeurd is, en wat de verdediger te berde brengt wordt niet geluisterd.
Nana Kwame Adjei-Brenyah vertelt dit gegeven als achtergrond bij een dag uit het leven van Emmanuel, die van zijn ouders heeft geleerd zijn Zwartheid te minimaliseren. Zelf geeft hij een cijfer aan die Zwartheid:


‘Zijn eerste besluit die morgen had, zoals elke morgen, te maken met zijn Zwartheid. Hij had een gelijkmatig diepbruine huid. In het openbaar, waar mensen hem konden zien, was het onmogelijk zijn Zwartheid terug te brengen tot iets wat ook maar in de buurt kwam van een 1,5. Maar als hij een das en brogues droeg, aan één stuk door glimlachte, zijn huiskamerstem opzette en zijn handen voortdurend stevig en rustig tegen zijn zij gedrukt hield, kon hij zijn Zwartheid net tot een 4.0 reduceren.’ 


Sneakers en een cargobroek dragen en zich niet inhouden, zorgt er daarentegen voor dat mensen stil vallen als ze bij hem in de buurt zijn en zich zo ver mogelijk van hem verwijderen.
Emmanuel heeft een sollicitatiegesprek, zijn ouders zijn trots op hem en hij wil zo goed mogelijk overkomen. Maar het telefoontje waarmee hij afgebeld en het nieuws van de rechtszaak brengen hem zover dat hij anders dan normaliter het geval zou zijn geweest open staat voor wat een actievoerende vriend hem voorstelt. Wraak.


Was dit al een gruwelijk verhaal over het geweld in de samenleving en over racisme – met een hoog waarheidsgehalte – het verhaal over Black Friday is van eenzelfde gruwelijkheid, maar dan over hebzucht. Oorlog in de supermarkt, om kost wat kost dat ene voorwerp te bemachtigen. En daarbij gaat men letterlijk over lijken en wordt aan het einde van de dag niet alleen de omzet geteld, maar ook het aantal slachtoffers.


‘Lance loopt op het roze lichaampje af. Met in één hand een enorme bezem duwt hij een palletwagen voor zich uit. Hij stoot met de bezemkop tegen de zij van het meisje en probeert haar op de palletwagen te vegen, zodat hij haar naar de afdeling kan rijden die we voor lijken hebben ingeruimd.’


Dan is er nog een verhaal over een jongeman die zich in een soort pretpark in een ondoordringbaar pak hijst, om bezoekers te gelegenheid te geven hun racistische opwellingen bot te vieren. Tot er zelfs kinderen toegelaten worden… 
Natuurlijk: dit is bizar, surrealistisch. Maar geeft het niet weer hoe de samenleving aan het verworden is?


Zijn er geen lichtpuntjes? Jawel. Heel af en toe zit er iets positiefs in de verhalen. Soms wordt dat meteen weer onderuit gehaald, maar soms ook niet. En die zeldzame keer dat het een lichtpuntje blijft, zegt misschien dat de schrijver het nog niet opgeeft. Laten we dat ook maar niet doen.
Ook al zijn ze afschuwelijk om te lezen, de verhalen getuigen van een talent. Ze zitten goed in elkaar, zijn overtuigend en to the point.


Nana Kwame Adjei-Brenyah (1991) is opgegroeid in New York. Deze verhalenbundel is zijn debuut en werd breed en laaiend enthousiast onthaald in Amerika.


ISBN 9789025456986 | Paperback | 240 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | september 2019

© Marjo, 23 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Keizerlijk geel
Lucas  Zandberg


Wie zich een klein beetje verdiept heeft in de Chinese geschiedenis weet dat keizerin Cixi daar een belangrijk rol in heeft gespeeld. Ze 'regeerde' meer dan veertig jaar over het keizerrijk China. En dat alles omdat zij het geluk had een zoon te baren. De enige zoon van de heersende keizer.


Cixi was de dochter van een lagere ambtenaar, maar keizer Xianfeng koos o.a. haar als bijvrouw. Omdat zij hem een zoon schonk steeg zij op de maatschappelijk ladder naar de belangrijkste bijvrouw van de keizer, alleen de keizerin zelf had zij nog boven zich staan.


Westerlingen waren barbaren, maar toen de Britten en de Fransen tijdens de Tweede Opiumoorlog (1856-1860) de Chinese hoofdstad Peking aanvielen vluchtte de keizer. Dit tot grote ergernis van Cixi. Deze gebeurtenis werd bepalend voor haar latere handelen, zij zou zich nooit zo laf tonen. De keizer overleed ver van zijn geliefde paleis en daarmee werd de zoon van Cixi de nieuwe keizer, maar hij was pas vijf jaar oud.


Cixi pakte meteen uit. Zij zette hulp van prins Gong, een lid van de Chinese keizerlijke familie, de in haar ogen incompetente ministerraad af. Zij werd samen met de keizerin, regentes van Tonghzi, haar zoon. De veel vriendelijker en meer naïeve keizerin nam de verzorging van het kind op zich, tot leedwezen van Cixi. Maar samen met Gong, die ze tot hoofd van hoofd van Algemene en Binnenlandse Zaken had benoemd nam zij de regeringstaken op zich en dat deed ze met verve! Zij regeerde met strakke maar intelligente hand.

Zij genoot van haar taak, ook al moest ze achter een scherm zitten tijdens het bespreken van staatszaken. Als vrouw zou zij anders een onbeduidend onderdeel van de harem van haar overleden man zijn geworden. Maar nu kon zij zich profileren en dat deed ze goed. Ze deed alles uit belang van haar geliefde zoon. Alles stond in het teken van hem.
Toen hij echter zestien jaar werd en de taak van haar over zou moeten nemen bleek dat hij niet erg geïnteresseerd was in staatszaken, wel in vertier en plezier. Zijn regeerperiode zou vermoedelijk naar de ondergang van China geleid hebben, maar tot groot verdriet van Cixi overleed haar zoon na twee jaar aan de pokken.


Opnieuw werd zij regentes, dit keer over de door de keizerin en Cixi geadopteerde vierjarig neefje Zaitian. Maar deze jongen was uit een heel ander hout gesneden dan Tonghzi, hij dacht na, was intelligent en deed wat hij zelf wilde. Tegen zijn 'moeder' was hij beleefd maar achter haar rug smeedde hij wilde hervormingsplannen.
De Japanners zouden dan grote invloed krijgen.


Ook de Westerlingen drongen zich nog steeds op, maar met het laffe voorbeeld van haar man voor ogen, bleef Cixi stand houden en uiteindelijk zijn het de Boksers die tegen hen in opstand komen. Aanvankelijk was Cixi daar blij mee, het betekende immers het behoud van het keizerrijk, maar het liep teveel uit de hand en opnieuw moest Cixi radicaal ingrijpen.


We lezen over de enorme inzet van Cixi, die af en toe, zo gauw haar macht in het geding was, tot zeer radicale maatregelen overging. Het was een zeer pittige dame die haar mannetje stond. Zij streed voor haar China. Maar we lezen ook over de andere kant van Cixi, over haar wanhoop, haar verdriet, haar warme gevoelens voor twee opeenvolgende mannen die haar altijd met raad en daad terzijde stonden.Kortom, ook Cixi is een gewoon mens.


Lucas Zanberg stelt met nadruk dat dit boek een roman is maar hij heeft wel de geschiedenis zo dicht mogelijk benaderd. Hij heeft zich heel knap weten in te leven in het toenmalige keizerlijk hof met alle rangen en standen en do's en don'ts. Cixi wordt dankzij Zanbergs pen een vrouw van formaat, maar wel mét een hart. Je hebt na afloop bijna het gevoel dat je Cixi persoonlijk gekend hebt! Ze heeft een heel eigen stem gekregen. Ook heeft Zandberg de enorme keizerlijke kluwen weten te ontwarren en in een begrijpelijk verhaal weer te geven. Mooi en knap gedaan!


ISBN 9789029540094 | Paperback | 335 pagina's | Uitgeverij De Arbeiderspers | november 2019

© Dettie, 18 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een losse draad
Tracy Chevalier


In de boeken van Tracy Chevalier wordt altijd een historisch kunstobject verweven in het verhaal. Bijvoorbeeld bij De jonkvrouw en de eenhoorn waren de tapijten van Bayeux het centrale onderwerp. In het boek Het meisje met de parel stond het schilderwerk van Vermeer centraal. En dit keer zijn het de geborduurde kussens en knielkussen in de kathedraal van Winchester het centrale punt van het boek. Zij werden ontworpen door Louisa Pesel die ook voorkomt in het boek.


Het verhaal begint met Violet Speedwell, een vrouw die haar verloofde én broer verloren heeft tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ze is 38 jaar oud en vanwege de vele gesneuvelde mannen - net als zoveel vrouwen in die tijd  - ongehuwd. Ze is dus, zoals het in die tijd genoemd werd, een spinster (oude vrijster). Haar moeder is door de dood van haar zoon een verbitterde vrouw geworden die nergens enige vreugde meer in ziet, wat verstikkend werkt op Violet.


Zij is dat gedrag van haar moeder meer dan zat en besluit op haar werk overplaatsing te vragen naar de nabije plaats Winchester. Dat lukt en zij betrekt een kamer bij mevrouw Harvey. Het valt nog niet mee om op eigen benen te staan. Violet kent niemand in Winchester en haar bestaan is karig. Ze houdt weinig geld over om van te leven. Ze gaat graag naar de Winchester Cathedral waar ze graag naar de Evensong (een dienst waarvan het grootste deel gezongen wordt door een koor of gastkoor) luistert. Daar ontmoet ze de brodeuses, de vrouwen die de knielkussens maken en behoren bij het Genootschap van Kathedraalbrodeuses, op verzoek van de deken opgericht door de al eerder genoemde mejuffrouw Louisa Pesel. Even later besluit ze om zich aan te sluiten bij dit genootschap.


Het borduren levert haar nieuwe kennissen op en bovendien veel plezier. Zo gauw ze tijd heeft is ze bezig de randen voor het borduurwerk te maken. De invulling van de te borduren kussens wordt door meer ervaren borduursters gemaakt. Met één vrouw, Gilda, sluit Violet al gauw vriendschap en via haar ontmoet ze Arthur, de man die van grote invloed op haar leven zal zijn. Hij luidt o.a. de klokken van de Kathedraal.


Tracy Chevalier legt in het boek uit wat het borduurwerk inhoudt, welke steken gebruikt worden en laat vooral via haar taal zien hoe bijzonder het werk van de dames is. Maar dat is niet het enige, ook het klokkenluiden blijkt anders in elkaar te zitten dan wat leuk gebimbam. Er zijn vele regels en voor een leek onbegrijpelijke volgorde in klanken en gebruik van klokken.  Violet heeft al gauw een grote interesse voor het klokkengelui, maar als vrouw kan ze nauwelijks toegang krijgen tot het strikte mannengebeuren. Het is Arthur die haar helpt met het nader kennis maken met die wereld.

Maar de flink oudere Arthur helpt haar met meer dingen, en Violet voelt zich erg tot hem aangetrokken. Helaas is hij getrouwd en heeft kinderen. Toch zindert het tussen hen en beiden weten dat.

Naast het samenwerken met de brodeuses en de kennismaking met de taal van de klokken gaat het gewone leven ook door. Violet leeft in een tijd waarin vrouwen moeten stoppen met werken als ze trouwen en trouwen ze niet dan werken ze in administratieve baantjes of de verpleging. Veel dingen zijn nog een schande, zelfs dat Violet bij haar moeder weggaat om op eigen benen te staan is afkeurenswaardig. Helemaal schande is het als vrouwen - uit liefde - bij elkaar gaan wonen, waardoor lesbische vrouwen het meer dan moeilijk hebben. Het lesbisch zijn is zelfs reden tot ontslag, zoals Violet ontdekt als vrienden van haar dit overkomt.
Dit wordt allemaal deskundig door Tracy Chevalier besproken. Maar toch...


Het verhaal komt niet tot leven. De vertellingen over het borduren of de manier van luiden van de kerkklokken zijn vrij technisch. Het borduren neemt wel een grote rol in maar het verhaal toont niet echt hoe apart het is wat er gebeurd. Eigenlijk speelt de ontmoeting met Arthur de boventoon en dat is jammer want daardoor zwakt het verhaal af tot een niet erg bijzonder romannetje. Tracy Chevalier heeft niet echt een mooi geheel van de personages met de werkzaamheden die ze doen, gemaakt. Het zijn bijna twee aparte verhalen geworden.


Het einde van het verhaal wordt ook een beetje afgeraffeld en is bijna ongeloofwaardig. Voor alle problemen is er ineens een oplossing die een aantal bladzijden daarvoor nog onmogelijk leek. Ook de vertaling leek soms een beetje vreemd. Woorden als solipsisme (blz 14) en cappillariteit (blz 91) doen erg vreemd aan in een roman.

Kortom, het uitgangspunt van het boek is prima maar de uitvoering helaas minder.


ISBN 9789493081314 | Paperback | 334 pagina's | Uitgeverij Orlando | november 2019
Vertaald door Anke ten Doeschate

© Dettie, 11 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Madame Pylinska en het geheim van Chopin
Eric-Emmanuel Schmitt


In het ouderlijk huis van Eric-Emmanuel Schmitt huisde een stuurse, onverzettelijke sta-in-de-weg.


'Ik haatte hem; zijn gebrom, zijn sombere uitstraling, zijn hoekige postuur, zijn gesloten voorkomen stonden me tegen. Als ik 's avonds onder de dekens lag, bad ik vaak dat hij weg zou gaan.'


Zijn naam was Schiedmayer en was een piano.

Alleen het zus speelt op het ding en Eric vindt het niet om aan te horen. Maar dan, op zijn negende verjaardag, komt tante Aimée op bezoek en zij neemt plaats achter het gehate monster. En dan gebeurt het...


Er voltrok zich iets ongelooflijks, een ander universum doemde op, een andere manier van leven openbaarde zich, intens en luchtig, veelzijdig en wispelturig, broos en krachtig, iets wat zich blootgaf en tegelijk een diep mysterie in zich verborg.
We waren zo overdonderd dat we niets zeiden. [...]

Ik wreef over mijn armen waarop nu al mijn haren recht overeind stonden, en vroeg aan tante Aimée: 'Wat was dat?'
'Chopin, wat anders?'


Het spel van tante Aimée is de ommekeer voor Eric. Hij wil ook zo leren spelen en de week erop krijgt hij zijn eerste pianoles. Rond zijn zestiende waagt hij zich aan Chopin, maar het mooie, het fijne, het subtiele wat hij hoorde toen tante Aimée speelde, lukt hem niet. Als Eric uiteindelijk studeert in Parijs en verder met zijn pianolessen wil, krijgt hij het adres van Madame Pylinska. 'Ze had een uitstekende reputatie en gaf les in het dertiende arrondissement.'


Al vanaf de eerste ontmoeting weet Eric dat Madame Pylinska een monument is, zij geeft op haar eigen, volstrekt unieke wijze les. En zo gebeurt het dat Eric zichzelf onder haar piano terugvindt, al luisterend en kijkend. Hij maakt kringen in het water om te leren wat resonantie is - hij moet vloeibaar leren worden - Hij luistert in het park naar de wind en plukt madeliefjes met de dauwdruppels er nog op. Toch werpt het zijn vruchten af, hij wordt fijngevoeliger in zijn spel.
Maar het is nog niet genoeg, Madame Pylinska gaat verder met haar opdrachten en die zijn soms erg persoonlijk en intiem.

Madame Pylinska grootste favoriet is Chopin. Ze weet alles van hem en zijn muziek en houdt er - hoe kan het anders - uitgesproken ideeën over zijn werk op na. Zo zegt zij o.a.


'Liszt speelde met de klep van de vleugel open, Chopin hield de klep dicht. Dat zegt alles: Liszt wilde de piano ontstijgen, Chopin wilde erin opgaan. Liszt gebruikte het als een klankdoos om te kunnen schitteren, Chopin was op zoek naar de schoonheid die erin huisde.'


Madame Pylinska luistert en hoort alles, ook de dingen die niet gezegd worden. Zij weet ook dat Eric uiteindelijk schrijver zal worden terwijl hij aan niemand verteld had dat hij dagen en nachten bezig was met schrijven.


'Je speelt Chopin goed en dat zul je beslist nog vaker doen. Maar niet op een piano.'
'Hoe bedoelt u?'
'Omdat je de poort hebt gevonden. De enige poort. De enge poort.'
'Waar heeft u het over?'
'De poort die je bent doorgegaan om de wereld te ontdekken en te beschrijven.'
'Wat?'
Ze keek me indringend aan.
'Je schrijft toch?'


Eric-Emmanuel Smitt heeft met dit boek natuurlijk een ode aan Chopin geschreven maar het gaat veel verder dan dat. Hij componeert en creëert zelf ook, maar dan in letters, woorden en klanken. De zinnen staan precies op hun plek, er is geen woord teveel of te weinig gebruikt. Het is dankzij Aimée dat Eric achter het geheim van Chopin is gekomen maar dankzij Madame Polansky leerde hij te schrijven... als Chopin.


ISBN 9789025454715 | Hardcover | 93 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | september 2019
Vertaald uit het Frans door Eef Gratama

© Dettie, 5 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het onkind
Bodo Kirchhoff


‘Wie vertelt er wanneer iemand over vroeger praat, wanneer hij terugblikt op zijn eerste verrukking als kind, van wie is de stem die zegt: Er was eens – een onvergetelijke, onvervalste zomer in de Alpen.’


Het boek lijkt voornamelijk een autobiografische roman, hoewel de schrijver vanaf het begin stelt dat je niet weet wie er aan het woord is. Als een volwassene herinneringen ophaalt aan vroeger tijden, is hij dan dezelfde persoon als degene over wie hij vertelt? Een vraag die hij zelf beantwoordt met ja, maar doordat hij vooral gebruik maakt van het afstandelijke ‘hij’, blijft voor de lezer die vraag toch enigszins open. Tegelijk is er een directheid in zijn relaas, omdat hij net zo vaak onverwacht - soms midden in een zin - omschakelt naar ‘ik’, en heeft hij het af en toe duidelijk over ‘Bodo’. 


De levenslijn met gebeurtenissen, zoals we die achter in het boek vinden, wijst er in ieder geval op dat de gebeurtenissen die Bodo Kirchhoff beschrijft kloppen met zijn eigen leven. Blijft de vraag of alle herinneringen ook de waarheid zijn, of de foto’s die hij beschrijft een goed beeld geven van de werkelijkheid. Of de dagboeken van zijn moeder een juist beeld geven van haar leven. Maar eigenlijk doet het er niet toe. Hij is wie hij is, en niemand kan ontkennen dat dat komt door zijn achtergrond, door de opvoeding die hij genoten heeft, door de invloed van zijn ouders, en zeker ook door het internaatleven.


‘De zoon heeft het in dat opzicht gemakkelijker, terugkijken op het verleden is iets waarmee hij is opgegroeid en hij weet dat elke blik op je vroegste verrukking een optillen van het doek is zonder dat je ooit het hele podium te zien krijgt – en dat de grote Weense geheugenonderzoeker met zijn nieuwe en tegelijk mythische kijk op de eerste liefdeservaring evenveel verwarring heeft gesticht als wegen heeft geopend om al vertellend dichter bij die ervaring te komen. Bijgevolg weet hij ook dat vertellen over je eigen leven, in welke vorm dan ook, altijd voor een deel van theater is, je kunt niet aan de kant gaan staan, je maakt zelf deel uit van de handeling en voert je oude drama op.’


Als Kirchhoff deze herinneringen neerschrijft bevindt hij zich in Alassio, aan de kust van Italië, in een speciaal door hem gereserveerde kamer met zicht op zee. Het is de kamer, weet hij, waar zijn moeder haar laatste gelukkige dagen heeft beleefd. Misschien zijn vader ook wel, maar dat komt niet duidelijk naar voren. Hij heeft ook in zijn leven veel minder contact gehad met zijn vader, ook voor de scheiding – toen de jongen nog op de lagere school zat – was de vader al veel afwezig.
Zijn moeder daarentegen heeft een grote stempel op de jongen gedrukt. Zij was actrice, vaak ook in buiten haar werk. ‘Zij had de tragiek hoog in het vaandel.’


Zij heeft een in zijn ogen zeer liefdevolle (bijna incestueuze) relatie met haar zoon gehad tot ongeveer zijn vierde jaar, tot zijn zus zich aankondigde. Deze zus en Bodo’s grootmoeder spelen eveneens een rol in het leven van de jongen, maar veel meer dan aangeven dat de relatie met deze vrouwen prima was, doet hij niet.
Na de scheiding van zijn ouders – hoewel nog niet aan de kinderen verteld – moet de jongen naar een internaat. Daar is de man die zijn leven overhoop gooit, de man die hem had moeten beschermen, maar die hem misbruikt. De elfjarige jongen beseft dat niet, de man was zijn idool; had hij iets geweten over verliefdheid, dan had hij het zo genoemd. Pas als volwassene weet hij hoe fout het was, en hoe groot de invloed was op zijn verdere leven.


Als hij ouder wordt ontstaat de fascinatie voor het geschreven woord. We lezen over de literatuur die hij verslindt, over de films die hij gaat zien – ook pornografische, mede doordat hij bijna een obsessie ontwikkeld heeft voor seksualiteit – over de echte vriendschap met gelijkgestemden, over de kortstondige avontuurtjes met meisjes. En steeds is er de moeder op de achtergrond.
Zij is overleden als hij zijn boek schrijft, een boek dat misschien ook wel een verwerking is van de moeilijke moeder-zoonrelatie. Op de achtergrond spelen de veranderingen tussen de jaren ’50 en ’70 een rol.


De manier waarop Bodo Kirchhoff schrijft is gedragen, een bijna plechtige stijl. Lange zinnen met veel tussen- en bijzinnen. Door de wisseling van het vertelperspectief en de sprongen in de tijd leest het boek niet snel, maar boeit – op enkele trage stukken na – wel. Dat komt vooral doordat je langzaam meegezogen wordt in het leven van de jongen.
De lezer voelt al op zijn klompen aan waar het naar toe gaat als de gymleraar toezicht houdt op de douchende jongens, maar het verhaal wordt langzaam opgebouwd. Zoals het in werkelijkheid ook niet van de ene op de andere dag gebeurd is, omdat de jongen was als een prooi, waar de geduldige jager tergend lang omheen cirkelt voor hij hem tenslotte benadert. De beschrijvingen van hoe de leraar ‘zich toe-eigende wat niet van hem was’ zijn prachtig.


Bodo Kirchhoff (Hamburg, 1948 -) is een bekende Duitse schrijver van toneelstukken, romans filmscenario’s.


ISBN 9789048847938 | Paperback | 412 pagina's | Uitgeverij Lebowski | september 2019
Vertaald uit het Duits door Josephine Rijnaarts

© Marjo, 30 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kom vanavond met verhalen…
Eigentijdse kerstvertellingen
Samenstelling: Robert Alberdingk Thijm en Joost Röselaers


Naast de redacteuren werkten nog 17 mensen mee aan deze bundel. Daaronder zijn bekende namen als Adriaan van Dis, Maarten ’t Hart, Coot van Doesburgh, Margreet Dolman, Boris van der Ham, Rosita Steenbeek, Tommy Wieringa en Jan Terlouw. Dit boek is een uitgebreidere editie van de gelijknamige uitgave in 2018 die goed werd onthaald en nu opnieuw wordt uitgebracht.
Dit boek wil geen klassieke kerstverhalen vertellen waarin romantiek en good-feeling vaak hoogtij vieren: het bekende happy end van een verdrietige situatie die steevast eindigt in – hernieuwde - liefde en warme harmonie op de kerstavond terwijl het buiten sneeuwt…


Het verhaal ‘Hotel hospitaal’ schuurt daar af en toe wel tegenaan maar is toch wel ánders. Het gaat over een verpleger die zich helemaal inzet voor daklozen die gedurende de kerstdagen in het ziekenhuis, dat voor een groot deel leegstaat, worden opgenomen. Hij wil hen onvergetelijke dagen bezorgen maar het verhaal neemt aan het slot een onverwachte wending die de lezer met een zekere schok achterlaat.


Adriaan van Dis vertelt over een indringende ontmoeting met een advocate in Zuid-Afrika die zich inzet voor slachtoffers van de apartheid. Het is haar levenswerk en zij confronteert kerkgangers op weg naar de kerkdienst met kerst met foto’s van deze mensen. Het einde van dit verhaal geeft de lezer te denken en bepaalt ons bij de vrijblijvendheid waarmee wij gewend zijn kerst te vieren.


Boris van der Ham vertelt over zijn bezoek aan New York waar hij kort na zijn scheiding heengaat. Hij ontmoet hier twee jongens uit Mexico en trekt een poosje met hen op.


Bijzonder is het verhaal ‘Kaasenbrood’ dat hilarisch begint maar een trieste omslag krijgt waardoor alles totaal anders wordt. In deze verdrietige situatie ontbreekt de humor overigens niet.


'Waar zijn we eigenlijk mee bezig?’ vraagt Nicole Wisse Smit zich af in haar verhaal: ‘Als het omstoten van een glas of een kerstboom die in de weg staat ons grootste zorgenkind is, dan ontstaat de ruimte om bij de kern te komen’, pag. 153. Het verhaal komt aan het slot tot de kern: zij mist haar geliefde.


Deze bundel is uitdagend voor wie zich door de gebruikelijke kerstverhalen niet zo aangesproken voelt. De verteltrant is uiteenlopend en dat maakt dat een brede groep mensen door dit boek kan worden aangesproken. Het ene verhaal is troostend en geeft hoop, het andere verhaal laat de lezer achter met de vraag: wie ben ik eigenlijk? 
Een goed initiatief en een heilzaam tegenwicht voor vele andere kerstbundels.


ISBN 978 94 638204 55 | Hardback | 205 pagina’s | Balans | 11 november 2019

© Evert van der Veen, 25 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alles is OKÉ
Ivo Victoria


Zo gaat dat in het leven. Kinderen gaan hun eigen weg. Ouders blijven achter. Er wordt een bezoekje afgelegd, er wordt gebeld, maar het leven wordt niet echt meer samen geleefd.


De schrijver van deze fantastisch mooie roman steekt de hand in eigen boezem. Ook hij leefde zijn eigen leven, en maakte - vindt hij achteraf - te weinig tijd voor zijn moeder die alleen is achtergebleven in het dorp onder de rook van Antwerpen, waar zij geboren en getogen werd en haar gezin grootbracht.
Als zij steeds minder vaak belt, ze vergeet het waarschijnlijk, ze begint te dementeren, laat ook hij het afweten. Iets waar hij later spijt van zal hebben, maar dat wel ten grondslag ligt aan het boek daar wij nu van mogen genieten. Een bijzonder boek, dat gaat over een bijzondere moeder-zoonrelatie.


Hij vertelt haar verhaal, waarbij we niet weten of het op waarheid berust. Maar ook de zoon moet het doen met de verhalen, die zij vertelt. Daarnaast vertelt hij over de bezoeken die hij wèl aflegde. En dan lezen we de aandoenlijke dialogen tussen moeder en zoon.


‘Moederke, wat zoekt ge?
Een servet.
Een servet.
Ja. Waar heb ik die servetten liggen?
Zijt ge dat vergeten?
Manneke.
Ge vergeet veel.
Ja hè.
Stilte.
Gij zegt nu: veel.
Ik moet eerlijk zijn tegen mijn moeder.
Ze lacht.
Ja? Vergeet ik zoveel?
Ja.
Akkoord. Maar ik onthou ook nog heel veel dinges!
Ge onthoudt ook weer veel andere dingen. Dat is waar.
Misschien dingen waarvan jullie denken: dàt moest ze nu beter niet weten!
Ze lacht.’


Maar wie was zij? Wat voor vrouw was zijn moeder? Aan het avondeten vertelde ze vroeger verhalen over de school waar ze godsdienstles gaf. Dan neemt de schrijver een ander vertelperspectief: zijn moeder wordt - heel respectvol - Mevrouw Stevens. Hier leren we een heel andere vrouw kennen, via het meisje dat door haar vader gered werd uit de lagere school die gebombardeerd was en alleen maar aan haar nieuwe tasje kon denken dat achterbleef in wat er overbleef van de school. En hoe ze later door de toenmalige directeur van dezelfde school onheus behandeld werd. Waarschijnlijk was dat vanwege een enige onmin die er in de oorlog was tussen de families. Maar mevrouw Stevens liet zich niet kisten. Zo vertelt haar zoon het tenminste. Hij wil zoals op de flap staat ‘zijn moeder nog één keer laten schitteren'.
Met alles er op en er aan.


‘Een keer gebeurde het zelfs dat de man die haar gelukkig maakte aan het eind van de werkdag in een volkomen stil en geurloos huis arriveerde. De keuken oogde verdrietig en verlaten, en in de woonkamer stond de tafel onwennig ongedekt te wezen. Alle lichten waren gedoofd. Het duurde even voordat hij in het schemerdonker zijn vrouw ontwaarde, alleen aan de piano gezeten, met kaarsrechte rug. Haar handen rustten roerloos op de toetsen, haar blik op de partituur gefixeerd zonder dat ze de indruk gaf een halve noot werkelijk waar te nemen. Ze had de gezichtsuitdrukking van iemand die net had ontdekt hoeveel dingen spijtig kunnen zijn in de wereld; met name dingen waarvan je het nooit had verwacht, veelal dingen waarnaar je had verlangd en soms zelfs dingen die je had verkregen.’


Het verhaal over de dementerende moeder ontroert, het raakt je tot diep in je poriën.
‘Moederke’ wordt door haar zoon neergezet als iemand die je graag had leren kennen, een vrouw met humor, sterk en liefdevol, met natuurlijk even goed minder goede kanten. Haar dialect, de manier waarop ze tegen het dagelijks leven aankijkt, in de wetenschap dat ze dingen vergeet.


Er is nog meer: door het verhaal over zijn moederke in de derde persoon te vertellen toont de schrijver hoe hij haar ziet (wil zien) en geeft zo ook zichzelf bloot. Hij eert haar, maar hemelt haar niet op. En natuurlijk is hij zelf een personage in het verhaal van nu, over de aftakeling en over hoe moeilijk het is om aan te zien.


Herkenbaar, vol mededogen en liefdevol beschreven, met een lach en een traan is dit een prachtig mooie eerbetoon aan een geliefde moeder.
'Het is OKE’ is een boek om vaker te lezen. Te savoureren.
Tien jaar na zijn debuut Hoe ik nimmer de ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won [en dat het me spijt] is opnieuw het onderwerp semi-autobiografisch. En dan is Ivo Victoria op zijn best.


Ivo Victoria (Antwerpen, 1971) woont in Amsterdam. Hij studeerde communicatiewetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij was zanger van de popband Kamino, waar hij verschillende albums mee maakte. Hij werkte bij verschillende Belgische platenmaatschappijen en was betrokken bij de organisatie van het Lowlands-festival. Alles is OK is zijn vijfde boek.


ISBN 9789048834372 | paperback | 224 pagina's | Uitgeverij Lebowski | september 2019

© Marjo, 22 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER