Nieuwe boekrecensies

Shtum
Jem Lester


Shtum is het jiddische woord voor stom in de zin van niet (kunnen) spreken. Deze titel is veelzeggend omdat het hele boek draait om 'niets zeggen'. Dat 'niets zeggen' kan allerlei vormen en oorzaken hebben. Iemand kan letterlijk stom zijn, of iemand zegt niets omdat hetgeen wat verteld moet worden te zwaar is om onder woorden te brengen. Je kunt ook nietszeggend zijn dus praten in holle frases, of omdat je niet goed kunt communiceren kun je besluiten om je gedachten maar helemaal niet meer uit te spreken... Al deze vormen, en meer, komen in dit boek voor.


Het verhaal in dit boek draait vooral om Jonah, de tienjarige, zwaar autistische, zoon van Ben en Emma Jewell. Jonah kan nauwelijks contact maken, Jonah kan niet praten, Jonah leeft zonder besef van tijd, Jonah is niet zindelijk, Jonah kan heel lief zijn, Jonah kan zeer agressief zijn maar Jonah is wel Jonah, de zeer geliefde zoon van Ben en Emma. Maar zij zijn inmiddels aan het eind van hun latijn, hun kind begeleiden en verzorgen is loodzwaar. Bovendien zien ze Jonah geen enkele vordering maken, toen hij zes jaar geleden naar school ging, kon hij niets, en nu nog steeds niet.  Jonah moet betere begeleiding krijgen, Jonah verdient beter dan dit.


Volgens Emma zal de Highgrove Manor School de ideale school voor Jonah zijn. Maar het zal nog een hele strijd worden om hem daar geplaatst te krijgen. De urgentie om Jonah toe te laten moet namelijk aantoonbaar zijn. Helaas lijkt al hun goede zorg zich tegen hen te keren, Jonah wordt thuis (te) goed opgevangen en het is derhalve niet raadzaam voor Jonah om hem uit zijn leefomgeving te halen. Bovendien opent zijn huidige school binnenkort een apart gedeelte voor kinderen als Jonah, dus beter kan het toch niet? Emma en Ben vinden dat het véél beter kan en willen alles op alles zetten om Jonah een goede, veilige toekomst te geven.


Emma is advocaat en zij vertelt Ben dat blijkt dat dat ze betere kansen voor Jonah maken als ze gaan scheiden. Dan is de thuissituatie dusdanig moeilijk geworden dat de autoriteiten er niet meer omheen kunnen. En zo gebeurt het dat Ben en Jonah bij Ben's bejaarde vader intrekken. Ben en zijn vader kunnen niet zo goed met elkaar opschieten. Vooral omdat zijn vader nogal recht voor zijn raap is. Hij vindt Ben maar een sjlemiel, een klaploper, die zwelgt in zelfmedelijden. Ben heeft het erg moeilijk met de huidige situatie, maar zijn vader heeft wel gelijk want Ben heeft het in feite overal moeilijk mee.


Langzamerhand ontrolt zich daarna het mooie, ontroerende verhaal rond Ben, Jonah en zijn vader. Ben is inderdaad een lapzwans die zijn heil veelal in de drank zoekt. Het is werkelijk tenenkrommend om te lezen hoe hij constant zijn verantwoordelijkheden ontloopt en een café induikt of met een fles whiskey zich op de bank nestelt en doordrinkt todat hij niet meer kan. Ben zoekt constant rust in zijn hoofd door middel van die drank, zijn frustraties en enorme liefde voor Jonah uitspreken kan hij namelijk niet.


We lezen hoe ontstellend lief en begripvol opa voor zijn kleinzoon is. Ben kan dat overigens ook niet uitstaan evenals het feit dat zijn vader aan Jonah wèl zijn verhalen vertelt over de tijd toen hij nog die  joodse jongen in Hongarije was en met Ben er nooit over wil praten.  Eigenlijk is Ben gewoonweg jaloers. Wat hij niet beseft, is dat zijn vader ook zijn innerlijke strijd te voeren heeft, ook zijn verhaal moet vertellen en hij kan dat alleen doen tegen de jongen die niet terug kan praten, de jongen die buiten de tijd leeft en even later al niet meer weet wat zijn opa vertelt heeft.


We lezen hoe slecht in feite de communicatie tussen Emma en Ben was. Beiden vochten ze op hun manier voor Jonah, maar konden niet samen, zij aan zij vechten. Beiden voerden ze hun eigen eenzame strijd.  En nu is Emma weg en vader wordt erg ziek. Ben staat er nu écht alleen voor. Het is erop of eronder, voor Jonah, voor zijn vader en voor Emma.  Nu zal Ben wel moeten... maar doet hij dat ook?


Het verhaal wordt op een prachtige ingetogen manier verteld maar is toch niet loodzwaar. Het is eerder tragikomisch. Opa en Jonah zorgen regelmatig voor grappige situaties omdat zij zich beiden op hun eigen manier niets van alles aantrekken. Jonah omdat hij dat niet kan en opa omdat hij te oud is om zich nog door iets te laten dwarsbomen.
Tussen de hoofdstukken door lezen we in briefvorm de soms zeer onbegrijpelijke beslissingen van de instanties over Jonah.
Je kunt niet anders doen dan meeleven en hopen dat alles toch goed zal komen voor iedereen.


Na het lezen van dit boek ben je even van de wereld, wil je even iets stils doen om het verhaal op je in te laten werken. Het heeft impact en het ontroert je. Kortom, het is een prachtig debuut. Vooral lezen!


Over de auteur: Jem Lester is leraar Engels en mediastudies op een middelbare school. Hij heeft twee kinderen, waarvan eentje een ernstige vorm van autisme heeft.


ISBN 9789024573783 | Paperback | 314 pagina's | Uitgeverij Luitingh-Sijthoff | oktober 2016
Vertaald door Jan Mellema

© Dettie, 20 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Controle!
Esther van der Ham


In de ogen van de buitenwereld heeft Marjolein het ideale leven: ze is getrouwd met haar jeugdliefde Luc met wie ze twee kleine dochters heeft, werkt in een boekhandel terwijl ze dol is op boeken en lezen, zingt bij een koor en gaat ook nog steeds om met haar tegenpool en jeugdvriendin Martine. Marjolein is rustig en vindt haar kinderen een verrijking, Martine is een feestbeest die een hekel heeft aan kinderen, behalve aan die van Marjolein, die ze best een uurtje kan verdragen.


Toch gaat niet alles in Marjoleins leven over rozen. Ze heeft een zeer moeizame relatie met haar autoritaire moeder, voor wie ze nooit goed genoeg is. Haar zus Emma was altijd het lievelingetje. Luc is zo onzelfstandig dat hij nog geen pizza in de oven kan doen, vergeet alles en toont weinig begrip voor Marjoleins zorgen als er bij haar tijdens een preventieve mammografie een onregelmatigheid wordt gezien. Haar leven is zo druk dat ze weinig aan dingen voor zichzelf toekomt. Ze haalt haar vreugde uit het contact met haar dochters (die de aandacht krijgen die zij zelf van haar moeder niet kreeg), uit haar baan en vooral uit zingen bij het koor. Ze hoopt dat ze een duet mag zingen met Dominique, een man van haar koor met mooie blauwe ogen, een strak lijf en een vlotte babbel. Soms vlucht ze in haar fantasie in Dominiques armen. Het blijft bij fantasie, want in werkelijkheid gaat ze voor haar relatie met Luc.


Dan staat volkomen onverwacht de politie voor haar deur en blijkt Luc dood te zijn door een ongeluk. Zijn nadelen lijken futiel, nu Marjolein plotseling alleenstaande moeder is. Marjolein en Luc dachten altijd dat ze geldzaken in het geval van calamiteiten goed geregeld hadden, maar dat blijkt niet echt het geval. Financieel gaat het bergafwaarts, het werk in de boekhandel levert niet genoeg geld op en de onregelmatigheid lijkt echt niet goed.
Na een poos ziet ze Dominique als potentiële vader voor haar dochters, maar wat vindt Dominique daar zelf van? En wat krijgt hij eigenlijk voor rare berichten?
Marjoleins gezondheid, haar werk, een nieuwe vader voor haar kinderen: het zijn allemaal gebieden waarover ze geen controle heeft. En als ze dan ergens controle over wil krijgen, is dat op een manier die haar moeder natuurlijk niet goedkeurt.


Controle is een serieuze roman, waarin af en toe de humor niet ontbreekt. De volgende citaten zullen de meeste ouders een glimlach van herkenning bezorgen:


"Vanuit hun slaapkamers klinken geluiden van een flinke verbouwing waarbij het gebruik van een sloophamer niet geschuwd wordt."


"Gisteren was het heel wat beter, toen heb ik na mijn werk met een boek in de tuin kunnen zitten en zelfs vijf minuten achter elkaar kunnen lezen voordat de meisjes met een vraag naast me stonden."


In deze zinnen is de humor bitter:


"Hoe zou die moeder op die hoge hakken het doen als ze haar man verliest? Die hangt vast een nieuw lijstje op de deur en gaat over tot de orde van de dag."


"Als een buitenaards wezen produceer ik iets dat op 'iksnapunie' lijkt. Blijkbaar komt de arts van dezelfde planeet want hij geeft antwoord."


In het midden van het boek kabbelt het verhaal wat, maar dat wordt later goedgemaakt. Alles komt bij elkaar in een verrassend slot!
Vriendschap, relaties, familiebanden en gezondheid zijn belangrijke thema's in deze roman, en vooral: hoe weinig controle je soms hebt over deze gebieden.


ISBN | 9789491886584 | Paperback | 240 pagina's | Droomvallei | december 2016

© Trenke-Riksen-Unsworth, 11 januari 2017

 

Dagboek van een provincievrouw
E.M. Delafield


"7 november - Zet de bloembollen op pot. Net als ik hier middenin zit, komt Lady Boxe langs. Wat leuk je te zien, huichel ik, en vraag haar vast plaats te nemen terwijl ik het klusje afmaak."


Met deze zinnen begint het autobiografische dagboek van Edmée Elizabeth Monica de la Pasture ofwel E.M. Delafield (1890-1943) dat aanvankelijk als feuilleton verscheen in het feministische tijdschrift Time and Tide. Delafield had toen al een flink aantal romans op haar naam staan maar deze dagboekverhalen werden haar grootste succes en dat is niet zo verwonderlijk.  Het dagboek wordt namelijk de voorloper van de gevierde dagboeken van Helen Fielding over Bridget Jones genoemd. Toch is het dagboek van Delafield heel anders van toon en zeker niet zo gericht op gewicht, mannen etc. zoals het eerste boek over Bridget Jones (de andere delen heb ik niet gelezen).


De niet bij name genoemde schrijfster van het dagboek is namelijk een welgestelde getrouwde vrouw met twee jonge kinderen, Vicky en Robin. Robert, haar man, is nauwelijks in beeld. Hij mompelt wat, leest de krant, valt vaak al lezend in slaap en moppert regelmatig op het eten. Hij heeft wel wat weg van heer Gramschap, de man uit het boek Elizabeth en haar Duitse tuin, waarin in dit boek overigens ook naar verwezen wordt door de schrijfster, maar dan in een andere context.


Dochter Vicky woont thuis maar wordt opgevoed door de inwonende Franstalige Mademoiselle. Robin zit op kostschool in Bournemouth en komt alleen in de vakanties thuis. E.M. zoals ik de schrijfster voor het gemak maar even noem, heeft het voornamelijk druk met het bestieren van het huishouden waarbij de omgang met de bedienden vrij moeizaam verloopt. Ook haar financiële situatie baart nogal zorgen, haar 'huishoudgeld' blijkt ontoereikend, ze krijgt tenminste regelmatig brieven van de bank die melden dat ze rood staat. Dat weerhoudt haar overigens niet om gewoon door te gaan met het aanschaffen van kleding, hoedjes, schoenen, cadeautjes, boeken, tuinartikelen etc.. Je krijgt ook niet de indruk dat het stel écht op zwart zaad zit. Toch zijn ze wel erg blij met de erfenis van 300 pond van een oom waardoor ze, volgens eigen zeggen, iets ruimer kunnen ademhalen.


Verder houdt E.M. zich vooral bezig met lezen, leesclub, het schrijven van brieven en ontvangen van bezoek. Vooral de altijd onverwachte bezoeken van Lady B. zijn een crime. De hautaine dame heeft altijd wel iets op te merken waarop E.M. vervolgens een vrij cynisch of spits antwoord geeft, wat Lady B. ziet als de speciale humor van E.M.!
De vele bezoeken van de domineesvrouw zijn eveneens vrij komisch. Vooral als er iets in het dorp gebeurt, komt die vrouw namelijk onmiddellijk naar E.M. om het gebeurde even goed te bespreken. Het is net geen roddelen. E.M. noteert over die bezoeken steeds vrij droog dat de vrouw diverse keren aankondigt weer weg te gaan maar uiteindelijk pas uren later vertrekt, soms blijft ze gewoon mee-eten en vertrekt pas na het diner.
Een enkele keer geeft E.M. lezingen over de meest uiteenlopende onderwerpen en houdt ze fancy-fairs in haar tuin. De ene keer verloopt het goed de andere keer valt het zwaar tegen en ook hierover zijn de nuchtere constateringen vrij geestig.


De perikelen rond oude Mrs B. - niet te verwarren met Lady B. - en haar dochter Barbara lopen als een rode draad door het boek heen. Vooral als de aanbidder van Barbara en nicht Maud in beeld komen wordt het een grappig geheel.
Maar Rose, de wereldse, vrijgevochten hartsvriendin van E.M. neemt een van de belangrijkste plaatsen in het leven van E.M. in. Dankzij haar ontmoet E.M. interessante mensen en maakt ze zelfs een reis naar Italië, waar ze vervolgens weer met zeer boeiende personen kennismaakt.


Het hele boek heeft iets gezelligs. Het is geen hoogstaande literatuur, net zomin als Bridget Jones of het boek van Elizabeth von Arnim was.
Je hebt het gevoel een tijdje gelogeerd te hebben bij E.M. en die logeerpartij is goed bevallen ook al heb je de man van E.M. nauwelijks ontmoet en verstond je weinig wat Mademoiselle iedere keer uitriep omdat je het Frans niet zo goed beheerst, maar je bent wel lekker bijgepraat.
E.M. heeft niet het klunzige wat Bridget Jones had, daarvoor is zij te verfijnd, welopgevoed en beschaafd grootgebracht. Wel stelt ze zich soms vragen of maakt ze mentale notities als ze aan iets twijfelt. Maar voor het merendeel heeft ze niet die eeuwige zelftwijfel die Bridget Jones wel constant overviel. E.M. laat alles min of meer maar gebeuren en dat is ook haar grote aantrekkingskracht.


ISBN 9789492168139 | Paperback | 174 pagina's | Uitgeverij Karmijn | oktober 2016

© Dettie, 11 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe vergeten zomer
Carol Drinkwater


De lezer(es) die genoten heeft van de trilogie over de Provence, die Carol Drinkwater eerder schreef over de olijvenoogst, kan opnieuw zijn of haar hart ophalen. De Vergeten Zomer is een boek is dezelfde stijl, maar dan over een familie die de kost verdient in de druiven. Clarisse Cambon is de eigenares van het landgoed Les Cigales. Altijd koesterde zij de droom om samen met haar enige zoon Luc een grote naam op te bouwen, maar er gebeurden allerlei dingen in haar leven waardoor dit niet lijkt te gaan gebeuren.


Clarisse is weduwe. Haar schoonzus, met wie ze het heel goed kon vinden, is onlangs overleden en nu wil zijn moeder dat Luc naar Les Cigales komt en het bedrijf gaat leiden. Ze zal dan de Engelse schoondochter op de koop toe nemen.
Clarisse gaat voor het gemak voorbij aan het feit dat Luc een filmmaker is, en succesvol ook. En dat Luc en Jane in Londen wonen.


Als het verhaal begint is de wijnoogst druk gaande en Clarisse oefent grote druk uit op Luc. Ook is ze er om de een of andere reden op tegen dat hij die film maakt waar hij mee bezig is. Jane mag daar niets over weten, Luc vertelt niets over het maken van een film als hij er nog mee bezig is. Het leven is druk: Jane zelf is vertaler en Londen, waar haar vader in een verzorgingshuis woont, trekt.


En dan mislukt de oogst. Kan iemand als schuldige aangewezen worden? Clarisse vindt van wel. Jane natuurlijk. Het maakt er de verhouding tussen de twee vrouwen niet beter op. En Luc lijkt de onenigheid niet te kunnen stoppen.
Een ongeluk gooit het leven van beide vrouwen danig overhoop. Kunnen ze nu dichter tot elkaar komen?


Maar wie is Annabelle? En waarom was haar schoonmoeder zo tegen de film die Luc aan het maken was?


Een broeierig sfeertje is het kenmerk van de boeken van Carol Drinkwater. Zo ook in deze. Maar behalve het warme weer in de Provence werken ook de geheimen uit het verleden daaraan mee.
Jane vormt het vertelperspectief, maar Clarisse is eigenlijk de meest boeiende figuur. Zij heeft nogal wat te verstouwen gekregen in haar leven. Maar ja, als je dat niet communiceert met je naasten, kan je het hen niet kwalijk nemen dat ze je nooit begrijpen. 
Een tragisch verhaal, over een zomer die het leven van de belangrijkste personages verstoorde.


Carol Drinkwater (1948) is actrice en schrijfster. Voor dat laatste duikt ze graag in hetgeen zij zelf in haar leven heeft meegemaakt. Dat maakt de beschrijvingen levensecht.


ISBN 9789400507715 | Paperback | 427 pagina's | Bruna Uitgevers | juli 2016
Vertaald door Saskia Peterzon-Kotte

© Marjo, 7 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Kop uit ‘t zand
Jan Terlouw


Bart is een onbezorgde student. Het is 2021 en het leven lacht hem toe. Zijn goede vriend Arie ziet de toekomst minder rooskleurig in. Hij maakt zich ernstige zorgen over de klimaatsverandering. Volgens Arie gaat het helemaal mis met de wereld en moet er dringend actie ondernomen worden. Bart merkt dat zijn vriend verandert. Arie komt steeds minder vaak naar hun vaste biljardavonden omdat hij het dreigende gevaar bij zo veel mogelijk mensen onder de aandacht probeert te brengen.


Arie raakt ontmoedigd. Zo begrijpen zijn collega’s bij Rijkswaterstaat hem wel maar zijn doemdenken wordt niet op prijs gesteld. Dat wil de bevolking niet horen. Arie krijgt het advies in te binden. Hij kan dan wel roepen dat er haast geboden is, maar zo zit de politiek niet in elkaar. Het is een log apparaat dat veranderingen uiterst traag doorvoert. Arie belooft zijn mening minder fanatiek uit te dragen maar is niet van plan zich aan zijn belofte te houden. De wereld gaat naar de knoppen. Arie beseft dat hij tot rigoureuze maatregelen moet overgaan.


Dan hoort Bart op de radio een vreselijk bericht. Op het Plein in Den Haag heeft een milieuactivist zich met benzine overgoten en in brand gestoken. Hoewel de man nog in leven is, is zijn toestand kritiek. Het is Arie. Kort voor zijn dood heeft hij e-mails gestuurd naar politici, media en wetenschappers. In zijn e-mail maakt hij duidelijk dat hij zijn eigen leven opoffert om het naderende onheil onder de aandacht te brengen. Arie zag geen andere oplossing meer.


Bart spoedt zich naar het Bonoboziekenhuis waar hij afscheid van zijn vriend neemt. Niet veel later sterft Arie. Even is hij het gesprek van de dag. Eindelijk worden zijn woorden gehoord maar al snel wordt het leven van alledag hervat. Ook Bart, die zijn vriend beloofd heeft zijn missie voort te zetten, wordt al snel door allerlei dagelijkse beslommeringen opgeslokt. Zo is zijn vriendin Fleur zwanger. Niet helemaal gepland maar wel heel gewenst. Bart denkt steeds minder vaak aan Arie en de belofte die hij hem gedaan heeft, wordt vergeten. Het stichten van een gezin brengt nu eenmaal verantwoordelijkheden met zich mee.


Twintig jaar gaan voorbij. Twintig jaar waarin de klimaatsveranderingen steeds meer merkbaar zijn. De wereld wordt er niet beter op. De waterspiegel stijgt, het wordt steeds warmer en steeds meer gebieden zijn nauwelijks meer bewoonbaar. Er is zelfs sprake van “klimaatvluchtelingen”. Toch wordt er nog altijd nauwelijks actie ondernomen. Slechts weinigen houden de herinnering aan Arie levend. Bart doet zijn best maar heus, hij heeft altijd wel een excuus de andere kant op te kijken. Het leven gaat door. Wanneer het vreselijk mis gaat, besluit de zoon van Bart in te grijpen. De volwassenen gaan vrolijk door met het vernietigen van de wereld maar de jeugd pikt het niet langer.


Deze novelle heeft hetzelfde onderwerp als het onlangs verschenen jeugdboek Het hebzuchtgas. Dat Jan Terlouw zich zorgen om het broeikaseffect maakt, is duidelijk. Dat zijn zorgen terecht zijn, is dat ook. In duidelijke taal worden zijn zorgen in beide boeken overtuigend onderbouwd.


In Kop uit ’t zand komt het leven van alledag aan bod. Zo slokken drukke banen, relatieperikelen en allerhande dagelijkse zorgen het leven van Bart en Fleur op. Zij hebben geen tijd en puf om zich met het klimaatprobleem bezig te houden. Uiteraard staan Bart en Fleur symbool voor de meesten van ons. We weten allemaal dat het niet goed met onze planeet gaat. We hebben allemaal op televisie beelden van smeltende poolkappen gezien. Toch gaan we vrolijk door met leven. De ernst van de situatie lijkt maar niet tot ons door te dringen.


In dit boek komen een aantal uiteenlopende onderwerpen aan bod. Bart heeft als getrouwd man iets te veel oog voor andere dames en Bart en Fleur helpen een bevriend stel hun droomwens in vervulling te laten gaan. In eerste instantie hebben deze onderwerpen weinig met het hoofdverhaal te maken. Toch is er een gezamenlijke noemer. Jan Terlouw benadrukt met deze onderwerpen dat eerlijk het langst duurt. Dat geldt voor het dagelijkse leven maar ook voor het onder ogen zien van het klimaatprobleem. Pas als we eerlijk zijn over wat er gaande is, zijn we in staat actie te ondernemen.


Kop uit ’t zand is eenvoudig en losjes geschreven. Het gaat dan ook niet om het literaire gehalte van dit boek. Het gaat om de boodschap en die komt wederom luid en duidelijk over.


ISBN 9789462970465 | paperback | 95 pagina's | Uitgeverij De Kring | november 2016

© Annemarie, 30 december 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altNorma
Sofi Oksanen


Norma vindt het vreselijk, de begrafenis van haar moeder. Het gemis is sowieso al groot, maar al die mensen onder ogen moeten komen, als enige dochter van Anita Ross, handjes te moeten schudden, en al dan niet gemeende woorden te moeten aan horen: ze wil maar één ding: weg van hier! Des te meer als onbekenden haar aanspreken. De dood van haar moeder heeft namelijk iets raadselachtigs, ze is geen natuurlijke dood is gestorven. Was het ongeluk in de metro toch zelfmoord? Of werd ze geduwd?


Norma was nog erg afhankelijk van haar moeder. Heur haar heeft namelijk een abnormale groeikracht. Het moet meerdere keren per dag geknipt worden. Haar moeder was kapster. Bovendien was het haar voor Norma een soort zesde zintuig. Ze voelt aan het haar of een ander liegt, of wanneer er gevaar dreigt. Ze kan zelfs de aura’s zien van mensen om haar heen, zodat ze weet wanneer iemand die nu nog vrolijk met haar kinderen boodschappen doet, er over een half jaar niet meer zal zijn.


Natuurlijk is deze gave een last, en Anita was als enige op de hoogte, en bood hulp. Hoe moet het nu verder met Norma? Ze is alleen, de buitenwereld is vanwege haar geheim een probleem. Het heeft haar tot een enigszins labiel persoon gemaakt. Ze slikt volop medicijnen, voor haar psychische staat, maar ook om het haar in toom te houden.


‘De klanten zijn helemaal weg van dat Oekraïense haar. Wat eten die vrouwen daar in godsnaam? Vrouwen in rijke landen verpesten hun haar met bewerkt voedsel en geven een vermogen uit aan alle mogelijke behandelingen. Op het platteland van Roemenië wassen vrouwen hun haar hooguit met zeep, misschien gebruiken ze ook wat kruiden, en eten ze tomaten uit eigen tuin. Geen wonder dat Roemeens haar gewilder is. Maar dit is een klasse apart.’


Als ze ontdekt dat Anita er een geheim leven op na hield, dat ze haar geld verdiende met zaakjes die niet in de haak waren, wil Norma alles weten. Ze moet ook wel, want de mensen met wie haar moeder samenwerkte zitten achter haar aan. Ze denken dat zij alles weet van haar moeder, of in ieder geval toegang kan geven tot de gegevens die zij willen hebben. Het gaat om veel geld, om macht. Alles draait om haar, om het gegeven dat vrouwen zich mooier willen maken: de haarindustrie is een lucratieve business. Zozeer zelfs dat vrouwen overal ter wereld beroofd worden van hun haar. En dat andere illegale handeltje waar Anita bij betrokken was, kost ook levens. Het wordt steeds gevaarlijker. Wie kan ze vertrouwen?


‘Als alles goed gaat kunnen we ons in augustus toeleggen op lekker eten en een goede nachtrust, op schoonheidsbehandelingen en ontspanning. Dan heffen we het glas op jouw toekomst, waarin je alles zult krijgen waarvan je nooit hebt durven dromen. Dan is mijn taak volbracht en ben ik de prijs van jouw nieuwe leven allang vergeten.’


Zo begint het boek. Je verkeert als lezer nog volledig in het duister. Wie is hier aan het woord, en wie spreekt hij of zij toe? Het blijkt niet het hoofdpersonage te zijn, om wie het verhaal op de volgende pagina’s draait.


De Finse Sofi Oksanen (1977) eist wat van haar lezer: het is absoluut geen gemakkelijk boek. Soms denk je dat je een voorafgaand deel gemist hebt, maar dat is er helemaal niet! Je moet tussen de regels door lezen, en dingen zelf invullen. Oksanen gebruikt veel eufemismen, en draait om de kern heen. Maar het is een ongelooflijk boeiend misdaadverhaal. Origineel en magisch. Een heerlijk boek is het, zeer de moeite waard! Niet iedereen speelt een zuiver te doorgronden spelletje, en de ontknoping is erg verrassend.


ISBN 978904463081 | Paperback | 304 pagina's | Uitgeverij Prometheus | mei 2016
Uit het Fins vertaald door Sophie Kuiper

© Marjo, 26 december 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altGlazen schaduwen
Thomas Verbogt


Joost heeft nooit een goede relatie gehad met zijn ouders. Zijn vader – en dat wist zijn vrouw – dook met iedere vrouw die hij krijgen kon het bed in. Toch waren ze nog bij elkaar, twee eenzame personen, al meer dan vijfentwintig jaar getrouwd. Als zijn tante Margreet opbelt met de mededeling dat zijn vader overleden is - ‘de hand aan zichzelf geslagen’, zegt ze - moet Joost natuurlijk naar huis. Hij haalt zijn zus Tonia op, de enige van het gezin met wie hij een en ander deelde.


‘Zijn moeder zat zwijgend voor zich uit te staren. Even had ze hem aangekeken toen hij de kamer binnenkwam en in haar ogen dacht hij iets van een verwijt te zien, waarschijnlijk omdat ze doordrongen was van het besef dat het hem allemaal niet interesseerde, dat hij hier louter en alleen kwam vanwege de goede gang van zaken.’


Als Joost op de kamer van zijn vader, waar alles een vaste plek heeft – ‘wanneer zijn vader ergens iets neerzette was dat een besluit’ – een plastic tas vindt met pornografische foto’s, met daarop steeds dezelfde vrouw, beseft hij dat hij geen idee heeft wie zijn vader was.
Zijn zoektocht naar de vrouw, die op de crematie verschijnt, roept eerder meer vragen op dan dat hij antwoorden krijgt.
Dat zijn (enige) vriend Mark hem aanspreekt over schuld, doet er geen goed aan.


‘Weet je wat het is?’ zei Mark, ‘je bent schuldig als je overblijft. Het is onzinnig, maar wel waar.’(-) ‘En je bent altijd alleen wanneer je schuldig bent of je schuldig voelt,’ ging Mark verder. ‘Het is een vloek. Dat verandert niet meer.’


In zijn romandebuut laat Thomas Verbogt al zien dat hij literaire kwaliteiten in zich heeft. Er staan mooie typeringen en fraaie zinsneden in. Hij tekent een sfeer die past bij de stemming van het personage, en stelt meer vragen dan hij beantwoordt, daarmee de lezer aan het werk zettend. De ander leren kennen, daar kun je beter bij leven een poging toe doen.
Leuk extraatje: de beginzin en de eindzin zijn nagenoeg hetzelfde.


ISBN 9789035101012 | paperback | 123 pagina's | Uitgeverij Bakker | april 2001

© Marjo, 18 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Het onzichtbare leven van Ivan Isaenko
Scott Stambach


De zeventienjarige Ivan Isaenko heeft geen ouders. Uiteraard heeft een samenzijn tussen een man en vrouw ervoor gezorgd dat hij ter wereld kwam, maar niemand heeft het ouderschap opgeëist. Ivan woont zijn hele leven al in het Mozir Ziekenhuis voor Ernstig Zieke Kinderen in Wit-Rusland. Als gevolg van de Tsjernobyl-ramp is hij ernstig misvormd geboren. Ivans benen zijn niet meer dan stompjes en hij heeft slechts één arm waaraan twee vingers en een duim prijken. Zijn huid is doorzichtig en zijn gezichtsspieren zijn slap, waardoor hij er uitermate sloom uitziet. Zijn spraak is traag en slepend.


Ook al ziet Ivan er door zijn gelaatstrekken naar eigen zeggen uit als een “idioot”, in werkelijkheid is hij bijzonder intelligent. Ivan is dol op lezen en zuigt informatie als een spons in zich op. Veel meer is er ook niet te doen in het ziekenhuis. Een groot deel van de patiënten overlijdt binnen enkele maanden. Anderen, kinderen met een gaatje in hun hart, gaan na een operatie terug naar huis. Ivan haat deze geluksvogels. Aan de vaste kliek die in het ziekenhuis woont, heeft Ivan niets. Zij zijn niet tot het voeren van een gesprek in staat. Als de moederlijke zuster Natalja er niet was geweest, was Ivan aan verveling ten onder gegaan. Zuster Natalja voedt zijn leeshonger door hem keer op keer nieuwe boeken toe te stoppen.


Er worden regelmatig nieuwe patiënten in het ziekenhuis opgenomen. Ivan neemt vaak niet eens de moeite ze te leren kennen. De meesten gaan immers dood. Daarnaast schrikt het uiterlijk van Ivan zijn medepatiënten af. De zestienjarige Polina is anders. Polina leest. Ivan kent het boek. Hij heeft het zelf ook. Wanneer hij het tevoorschijn wil halen, blijkt het te zijn verdwenen. Het boek van Polina is Ivans boek. Ze heeft het van hem gestolen! Polina is niet erg onder de indruk van Ivans woede. Daarnaast laat ze hem onomwonden weten dat ze zijn uiterlijk afschrikwekkend vindt.


Polina is beeldschoon maar ook stervende. Ze heeft leukemie. Hoewel Ivan weet dat Polina in het ziekenhuis zal sterven, besteedt hij toch aandacht aan haar. Ze heeft immers zijn boek gestolen. Uit wraak leest hij haar dagboek. Vreemd genoeg vormen deze gebeurtenissen het begin van een vriendschap. Aanvankelijk communiceert het tweetal enkel via het dagboek met elkaar, later zullen ze bijzondere gesprekken met elkaar voeren. Tegen beter weten in wordt Ivan verliefd op de knappe Polina. Polina leert op haar beurt dat er achter het afschrikwekkende uiterlijk van Ivan een doodgewone puberjongen schuilgaat. De ziekte van Polina hangt echter als het zwaard van Damocles boven het hoofd van de nieuwbakken vrienden. De tijd tikt ongenadig door.


Het onzichtbare leven van Ivan Isaenko is de debuutroman van wiskunde- en natuurkundedocent Scott Stamback. Hoofdpersoon Ivan vertelt het verhaal. Na de dood van Polina is Ivan als een bezetene gaan schrijven. Dagen achtereen heeft hij verwoed zijn geschiedenis neergepend. Heel open en eerlijk vertelt Ivan over zijn leven in het ziekenhuis en zijn liefde voor Polina, waarbij hij zich niet laat afremmen door schaamte of verlegenheid.


Scott Stamback heeft voor een gedurfde, openhartige en hartverwarmende schrijfstijl gekozen. Ivan doet zijn gevoelens ongeremd uit de doeken waarbij het duidelijk wordt hoe lastig het voor een jongen kan zijn om zonder vaderfiguur op te groeien. Wie legt hem bijvoorbeeld uit waarom zijn lichaam zich op een bepaalde manier ontwikkelt? Ivans eerlijkheid, zijn gevoel voor humor en zijn inventieve geest zorgen voor een verhaal vol bijzondere maar ook tragische gebeurtenissen. Hoewel de lezer maar al te goed weet dat het verhaal hartverscheurend zal eindigen, spreekt er levenslust uit dit boek. Ieder leven, hoe kort of ongewoon ook, telt mee, en dat van Ivan Isaenko in het bijzonder! Het onzichtbare leven van Ivan Isaenko is een dijk van een debuut.


ISBN 9789044348286 | paperback | 272 pagina's | The House of Books | november 2016
Vertaald door Jan Mellema

© Annemarie, 12 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe patissier van Parijs
Laura Madeleine


‘De stad had hem verleid met haar stralende glimlach, hem leeggeschud en vervolgens in de kou gezet, buitengesloten van haar licht en haar vrolijkheid.’


De negentienjarige Guillaume le Frère is verdwaald in Parijs, als hij voor de tweede keer in die blauwe ogen kijkt, die hij herkent van zijn aankomst in de stad. Met zijn vriend Nicolas was hij hierheen getrokken voor werk bij de spoorwegen. Toen de jongens in Parijs aankwamen, was Guy in de drukte tegen een jonge vrouw aan gebotst. In die ene seconde van oogcontact beseft hij dat ze behalve mooi en jong, ook van een hogere klasse was, dus buiten zijn bereik.


Jeanne Clermont is de enige dochter van een beroemde Parijse banketbakker. Zij wil graag de zaak overnemen van haar strenge vader, die echter van mening is dat ze eerst en vooral een dame hoort te zijn. Bij de tweede ontmoeting springt de vonk echter over, en is er geen redden meer aan. Guy zegt zijn baan bij de spoorwegen op zegt en wordt jongste knecht in de patisserie. Hij weet zich snel op te werken, en weet af en toe een manier te vinden om Jeanne te zien. Als zij duidelijk maakt, dat ze graag het ‘echte Parijs’ wil leren kennen, wil Guy daar maar al te graag bij helpen. Tenslotte besluiten ze samen weg te gaan, maar iemand steekt daar een stokje voor.


In 1988 is in Cambridge Petra Stevenson, een jonge wetenschapper, bezig met haar proefschrift. Zij had een goede band met haar grootvader, Jim Stevenson, een schrijver, en wil graag diens biografie schrijven. Maar daar is al iemand mee bezig, iemand die op slinkse wijze de hand weet te leggen op de papieren van opa Jim. En hij beweert een schandaal te hebben ontdekt. Petra kan dat niet geloven, laat haar eigen onderzoek voor wat het is en gaat op zoek naar het verleden van haar opa. Zij vindt een foto waarop behalve twee onbekende mensen twee woorden staan: ’vergeef me’ in het handschrift van haar opa.


Twee verhaallijnen, die om en om verteld worden. Het verhaal van Guy en Jeanne dat zich afspeelt in het begin van de twintigste eeuw, wordt prachtig gesitueerd binnen het tijdsbeeld. De overstroming van Parijs is 1910 bijvoorbeeld speelt een grote rol.
Omdat je als lezer wilt weten hoe het afgelopen is met deze twee jonge mensen die tegen de normen en waarden van hun tijd in willen gaan maar daar niet in lijken te slagen, volg je ook het iets minder boeiende verhaal van Petra, die langzaam ontdekt wat er al die jaren geleden gebeurd is.


Een heerlijk meeslepend verhaal om in een avond uit te lezen. Een verfilming zou ook vast een succes zijn! Al mis je dan de verlokkende beschrijvingen van al dat lekkers dat in de patisserie gemaakt wordt.
Met zeven leesclubvragen.

ISBN 9789026138157 | paperback | 320 pagina's | Uitgeverij De Fontein | juli 2016
Vertaald door Erica Feberwee

© Marjo, 8 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De secondant
Jan Veenstra


Oom Jan is mijn lievelingsoom. Niet alleen omdat hij dezelfde naam heeft als ik, maar vooral omdat hij mijn enige oom is.
  Bij de eerste aanblik denk je: een niemendalletje, een propje met een iets te groot, eivormig hoofd. Kaal zolang ik er weet van heb. Met een krans vettige krullen. Een beetje morsig. En een bolle buik die tussen de twee onderste knoopjes van zijn sleetse overhemd altijd wat harig uitpuilt.
  Kijk je wat beter, dan zeg je: Vreemde kostganger!

Oom is 'een hamster met een gekmakende mimiek'. Hij is ook vrijgezel. 'Dat zit in de familie.' 'oom Jan is, sinds hij op zijn tweeëntachtigste noodgedwongen naar het verzorgingshuis moest, een behoorlijk zeurzak geworden.
  Vind ik. [...]
  'Jij bent mijn enige familielid, tegen wie moet ik anders kankeren' zegt oom Jan desgevraagd.


Zo introduceert, neef Jan, de verteller van het verhaal, zijn bijzondere oom Jan. Om de twee weken reist hij van Drenthe naar Den Haag om zijn oom te bezoeken en ze spelen dan een potje biljart op verzoek van neef Jan.  'Bejaardenmishandeling' noemt zijn kleine oom het als hij op de tenen moet voor een lastige bal. Daarna een borrel of twee met een sigaar erbij en als sluitstuk wordt er  en uitsmijter gebakken volgens strikte aanwijzingen van oom Jan.

Waar gaat dit verhaal naartoe denk je al lezend? Wat heeft dit allemaal met schaken te maken? Want daar verwijzen de titel en de cover toch naar?
Al snel wordt dat duidelijk. Oom Jan, inmiddels negenentachtig, is 's nachts 'omgedonderd' in de badkamer en kan tot zijn grote vreugde voorlopig niet meer biljarten. Hij zal neef Jan wel schaken leren. Dat hij dat niet kan is een gemis in zijn opvoeding. In de kantine van verzorgingshuis Rozenhof wordt deze omissie rechtgezet.


'Of we niet beter op zijn kamer kunnen spelen,' suggereer ik. Onder ons. Veel rustiger.
'Welnee,' grijnst hij van oor tot oor. 'Ik heb me jaren in het openbaar door jou laten kleineren bij het biljart. Nu moet jij maar even doorbijten.'

Maar oom Jan is toch geschrokken van de val en geeft zijn neef de opdracht om na zijn dood naar Zwitserland te reizen. En dan volgt het verhaal van oom Jan dat begint met de woorden: 'Weet jij dat ik me ooit in de hoogste schaakkringen heb bewogen, neef Jan? Daar kijk je vast van op. Het was in de zomer van 1963!'

En hiermee begint het hilarische verhaal van oom Jan, toentertijd zesendertig jaar, die onverwacht secondant wordt van grootmeester Lau Jennen. Inmiddels een begrip in Nederland maar ook internationaal doet de grootmeester het goed.
Oom Jan moet hem terzijde staan bij de voorbereiding op de grote vierkamp van het internationale schaaktoernooi in Odense, Denemarken. De hulp beslaat twee maanden. Zes weken voorbereiding en twee weken Odense.  Dat lijkt oom Jan wel wat, even uit de sleur van zijn boekhoudbestaan van het christelijk reiswezen.

Lau Jennen is op zijn zachts gezegd excentriek, hij houdt er verder nogal een roerig liefdesleven op na, elke vrouw is voor hem een uitdaging. En vooral dat laatste maakt dat hij zich niet in alle rust kan voorbereiden op het schaaktoernooi. Hij draagt oom Jan op voor die rust zorg te dragen. Er moet een plek op de wereld bestaan waar volmaakte rust heerst. En die plek mag oom Jan zoeken en oom Jan vindt de plek ook. En zo vertrekken beide heren die elkaar nauwelijks kennen naar Ladir, een klein, afgelegen Zwitsers boerendorpje. Er kan niets meer misgaan zou je denken. Maar ook daar lopen vrouwen en blijken bergen zo hun eigen grillen te hebben.


De secondant is een kostelijk verhaal, vooral door de plagerige humor die onderling uitgewisseld wordt tussen neef en oom Jan. Maar ook de uitzonderlijke plannen en ideeën van de grillige, verwende grootmeester maken het boek erg komisch. Je ziet de twee mannen, de een rustig, de ander constant in beweging, voor je. Je gaat ze nog missen, die twee, als je uiteindelijk het boek met een glimlach dichtslaat.

ISBN 9789054523307 | Hardcover | 98 pagina's | Uitgeverij Passage | oktober 2016

© Dettie, 4  januari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe lichtkamer
Henriette de Mezquita


"Dit boek heb ik geschreven omdat ik toch iets wil nalaten. Het is mijn eerste boek en gezien mijn hoge leeftijd zal het zeer waarschijnlijk ook mijn laatste zijn. De verhaallijn is zowel met Suriname, als met Nederland en Curaçao verbonden en beslaat verschillende generaties van één familie. Dit boek is een roman en berust geheel op fictie."


Dit is een toelichting van Henriette de Mezquita (1930) zelf, zoals je die vindt op de omslagflap van De Lichtkamer. Wie is deze geheimzinnige schrijfster, over wie niets te vinden is?
Ook de epiloog door de kinderen die haar kamer na haar dood opruimden, zegt in feite niets. Het zou zo maar kunnen dat dit voor- en nawoord deel zijn van het verhaal, verzonnen door een onbekende schrijfster.


De Lichtkamer speelt zich grotendeels af op Curaçao en vertelt over de onderlinge relaties op dat eiland. Curaçao is nauw verbonden met Nederland, niet vreemd dat een deel zich ook in Nederland afspeelt. Evenals Suriname.
Het verhaal draait om de zussen Ana en Bets, die erg verschillend van elkaar zijn. Ana is lichter van kleur dan haar zus. Ook qua karakter, is er verschil: Ana is afstandelijk, en precies. Bets daarentegen is juist rommelig en vrij emotioneel.


Bets dochter is gestorven aan borstkanker. Zij weten: Als de radiologen op het eiland hun werk beter hadden gedaan, en zich niet alleen hadden laten leiden door geld, en niet van mening waren geweest, dat hun patiënten ‘toch maar domme inlanders waren’ had zij gered kunnen worden.
Zij is niet het enige slachtoffer van de onkunde van dezer artsen, ontdekt Ana, die het verhaal vertelt. Zij deelt haar bevindingen met haar zus, en samen beramen ze een Plan.


‘De radiologe wil niet samen met u in de lichtkamer verblijven. U zult de foto’s moeten afgeven.’


Ook deze Curaçaose roman van de uitgeverij In de Knipscheer (naast onder meer Landskinderen van Janny de Heer, Schutkleur van Bernadette Heiligers, Tirami sù van Ronny Lobo, Kruispunt van Jopi Hart) geeft een inkijkje in de samenleving van de overzeese gebiedsdelen, al of niet nog onder bestuur van Nederland. Helaas is daarbij sprake van corruptie, misdaad en onrecht of ook discriminatie. Familieverbanden, plaatselijke folklore, het landschap, alles komt aan bod.  In De Lichtkamer is dit alles ingebed in een verhaal over een wraakactie.
Het is een veelomvattende roman, aangevuld met een woordenlijst en de biografie van Henriette de Mezquita, waarin we elementen herkennen uit het verhaal.


ISBN 9789062658756 | paperback| 176 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer| november 2015

© Marjo, 27 december 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER