Nieuwe boekrecensies

Le Horla
Guy de Maupassant


Het is een verhaal in dagboekvorm, notities van een man die op het platteland woont, alleen, met twee bedienden. Op het moment dat het verhaal begint geniet hij van het mooie weer en kijkt uit zijn raam. Niet al te ver weg ziet hij de boten over de Seine glijden, het is een idyllisch tafereel. Vooral dat Zuid-Amerikaanse zeilschip, wat een mooi rank vaartuig is dat!
De dagen daarna voelt hij zich niet lekker, een beetje slap, een beetje koorts, en hij voelt zich depressief.  Als het aanhoudt en hij naar de dokter gaat, kan die geen ziekte vaststellen. Verandering van omgeving zal hem misschien goed doen?
Hij gaat op vakantie, en inderdaad: hij voelt zich beter.


Maar thuis is het binnen de kortste keren weer terug, en er gebeuren vreemde dingen: hij weet zeker dat hij niet gedronken heeft van die karaf water die naast zijn bed staat, en toch is het water op! Als het vaker gebeurt doet hij een test, hij moet weten of hij gek aan het worden is.
Dus wikkelt hij om de karaf een wit papier, en voor hij gaat slapen maakt hij zijn handen zwart. De volgende dag: het water is op en er staan geen zwarte afdrukken op! Als hij in de tuin wandelt, en zijn rozen bewondert, zweeft er ineens een roos in de lucht!
Wat gebeurt er in vredesnaam?

Hij herinnert zich zijn bezoek aan een arts in Parijs: hoe die hem liet zien dat je een mens dingen kunt laten doen buiten zijn vaste wil en zelfs bewustzijn om: hypnose. De man weet niet wat er aan de hand is: is hij gehypnotiseerd? Wordt hij dement? Wordt hij gek? Of is er echt sprake van een onaardse levensvorm, een geest die hem bedreigt?


Een spookverhaal avant-la-garde, geschreven in een tijd waarin men begon te ontdekken wat de menselijke geest allemaal kan. De tijd van Mesmer, van Freud.
Guy de Masupassant laat ook in dit verhaal zoals in bijna al zijn werken zijn afkeer van het militarisme blijken. Hij groeit op in de tijd van de Frans-Pruissische oorlog. Op de dag van het jaarlijke nationale feest bekijkt zijn hoofdpersoon de feestvierders buiten en bedenkt: men zegt tegen het volk: vier feest! En men gaat uit zijn bol. Zoals men zegt: vecht tegen je buurman en het is oorlog.


Mooi verhaal, in niet al te moeilijk Frans.


ISBN 9782253005391 paperback 156 pagina's Live de poche januari 1984

© Marjo, 26 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altVertrokken
Henri Coulonges


In augustus 1944 waren er voor het eerst geallieerde luchtaanvallen op Dresden, in totaal drie keer, en steeds gericht op plekken die belangrijk waren voor de industrie, fabrieken en de haven. Niemand had durven denken dat de bedoeling van de geallieerden zou zijn om zo veel mogelijk schade en slachtoffers te veroorzaken en zo het Duitse moreel te breken. De slachtoffers zouden vooral onschuldige burgers zijn, mensen die misschien wel, maar heel vaak ook niet ook maar enig idee hadden van wat er allemaal gaande was in het Duitse Rijk. Er vielen 25.000 slachtoffers, 30.000 gewonden, en de oude stad was verwoest. Op deze plek laat Henri Coulonges zijn roman beginnen, met de twaalfjarige vriendinnen Johanna en Hella, die voor het eerst zonder begeleiding naar een circus mochten.


Die avond, als het luchtalarm afgaat, gaan Johanna en Hella met vele anderen de schuilkelders in en denken ze na een periode schuilen wel weer gewoon naar huis zullen kunnen gaan waar ze natuurlijk naar toe willen. Nadat ze getuige is geweest van velerlei verschrikkingen bereikt Johanna haar huis. Ze is alleen nog maar gericht op het vinden van haar moeder en haar oudere zus. Er wacht haar nog meer ellende: haar zus is omgekomen en haar moeder dwaalt verdwaasd rond, totaal in shock.


Onderweg naar huis heeft Johanna de man Kerbratt ontmoet die haar een briefje met een adres erop had gegeven, voor als ze onderdak zocht. Daar moeten ze heen, weet ze nu. Er is geen andere oplossing. Ze weet haar moeder mee te krijgen, naar een plek buiten de stad, waar ze een korte perioden blijven en nieuwe ervaringen voor haar weg gelegd zijn. Voor haar moeder blijkt het geen goede plek te zijn. Kerbratt stuurt hen naar Praag. Daar zit een bevriende arts, die volgens hem in staat is de verdoofde Leni uit haar apathie te krijgen. 

Het is een verhaal over een jong meisje wiens vertrouwde wereldje verdwenen is, over haar weerbaarheid, over haar onvermoede kracht en doorzettingsvermogen, maar ook over haar twijfels en vertwijfeling over haar moeder, die haar overgebleven dochter niet meer ziet staan. Verbijsterende ervaringen voor een meisje, zo jong nog, die beslissingen moet nemen die je zo’n kind niet kunt laten nemen. Ze krijgt wel hulp, maar ze is er niet altijd van overtuigd dat die geboden adviezen goed zijn. Het is hààr leven. Hààr moeder. Ze kunnen wel zoveel zeggen...

Soms neigt het verhaal wat veel naar melodrama, maar als je je bedenkt dat het verhaal vertelt wordt bezien vanuit een twaalfjarig meisje, valt het ook wel weer mee.  Het begon met Dresden ten tijde van het bombardement en eindigt in Praag ten tijde van de capitulatie die gepaard gaat de verwarring van een land zonder leiding: vluchtende Duitsers,  executies door burgers, en in het geval van Praag: de komst van de Russen en de Amerikanen.
Henri Coulonges wilde laten zien hoe onschuldige Duitsers slachtoffer werden van het naziregime. Duitse burgers hadden veelal nauwelijks een idee van wat er zich afspeelde in de rest van het groeiende Duitse Rijk. Een dramatisch verhaal,  over de gevolgen van een oorlog.


Henri Coulonges (1936) is het pseudoniem van Marc-Antoine de Dampierre. Hij is journalist en schreef dit boek al in 1979. Zijn schrijversdebuut uit 1975 was meteen een succes en zijn tweede roman werd een klassieker in Frankrijk en Engeland.


ISBN 9789046818633 | Hardcover | 480 pagina's |Uitgeverij Nieuw Amsterdam | februari 2015
Vertaald uit het Frans door Geertrui Marks en Lia Tuijtelaars

© Marjo, 25 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWeg met Eddy Bellegueule
Edouard Louis


Uit een interview met de schrijver.


‘Ik had graag foto’s aan het boek toegevoegd, weet u dat. Om het allemaal nog geloofwaardiger te maken. Ik zal u de foto tonen van het huis waar ik ben opgegroeid. Hier (toont via iPhone de achterzijde van een huis dat een krot genoemd mag worden). Ziet u die gaten in de muren? Die kapotte ramen? Die gebarsten en beschimmelde muren? Daar woonde, leefde en sliep ik.’


Het is natuurlijk niet negatief als je met Dimitri Verhulst vergeleken wordt – dit boek doet erg denken aan ’de helaasheid der dingen’, omdat het ook een schrijnend verhaal is van een jongeman die opgroeit in een milieu waar hij niet in thuis hoort.


Eddy is van kleins af aan anders: hij loopt als een meisje, heeft en houdt een hoge stem, en houdt ook helemaal niet van voetballen. Het stoeien of vechten zoals dat onder jongens gebruikelijk is, daar moet hij eigenlijk ook niets van hebben. Maar hij doet zijn best, zijn uiterste best, om toch maar met jongens te spelen, met hen rond te hangen, en zelfs mee te doen aan hun spelletjes op weg naar volwassenheid. Hij wil net als iedereen, er bij horen. Maar nog voor hij weet wat het is wordt hij uitgescholden voor mietje. Zijn ouders schamen zich voor hem.


Zijn zoals hij is in een normale wereld al lastig, maar hij is ook nog eens geboren in een milieu waar de man het voor het zeggen heeft. Mannen mogen het ene na het andere meisje hebben, mannen mogen - moeten - grofgebekt zijn, drinken, hun vrouw slaan, en kleine criminaliteit is ook stoer.
Dat de leraren op school anders zijn en proberen uit te leggen dat iedereen anders is, dat iedereen gelijk is, het maakt voor de dagelijkse gang van zaken niets uit. Eddy’s jeugd is een hel. De pesterijen worden steeds erger.Tot eindelijk tot hem doordringt dat er maar één ding op zit: hij moet vluchten.


Weg met Eddy Bellegueule is een autobiografische roman over een jongen die voor zichzelf opkomt. ‘De waarheid in een literaire vorm’ zegt hij zelf.
Hard, snel, ontroerend, aangrijpend. Met steeds grotere verbijstering vraag je je af hoe zoiets mogelijk is. Het is niet gebruikelijk dat jongens  - of meisjes – ontsnappen aan hun milieu en er over gaan schrijven, waardoor een verhaal als dit bijzonder is. Verhulst schreef over Aalst in Vlaanderen, Edouard Louis (ook met de naam neemt hij afstand) schrijft over een dorp onder de rook van Abbeville, in Picardië. Verhulst is een mooi-schrijver, Louis niet.
Een boek dat zijn ouders niet kunnen lezen. Een boek dat op een rauwe manier beschrijft hoe generatie op generatie niet uit de sloppen komt. Hoe alcoholisme, en werkeloosheid de mensen onontwikkeld houden.

Het boek is in Frankrijk het succes van 2014 en is nu al een mijlpaal in de letteren.


Edouard Louis (Hallencourt,1992 is socioloog. Dit is zijn eerste roman.


ISBN 9789085425991 |paperback |224 pagina's |Uitgeverij De Bezige Bij| oktober 2014
Vertaald uit het Frans door Edu Borger

© Marjo, 17 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Cirkel
Dave Eggers


In tegenstelling tot boeken als '1984' en 'Brave new world', waarin de utopie al werkelijkheid is geworden en een dystopie blijkt te zijn, laat de dit boek juist zien hoe een dergelijke utopie kan ontstaan, min of meer onder het motto: "het leek in het begin een goed idee". Het verhaal begint als Mae Holland een baan krijgt bij de Cirkel, een internetbedrijf, dat je kan zien als een combinatie van Google, Facebook en Twitter.
De Cirkel is ooit opgericht door Tyler Alexander Gospodonov, kortweg Ty genoemd en daar hij sociaal nogal onhandig is, haalt hij zes maanden voor de beursgang Eamon Bailey en Tom Stenton bij het bedrijf. Samen vormen ze de Drie Wijzen en met beide anderen aan boord heeft Ty de gelegenheid om onder te duiken en zich terug te trekken.


Ty is de bedenker van Het Universele Systeem, waarin alles is samengebracht, sociale mediaprofielen, betaalsystemen, wachtwoorden, e-mailaccounts, gebruikersnamen, voorkeuren, kortom alles wat nodig is op internet. Hiervoor is het systeem TruYou gekomen, waarbij iedereen één account, één identiteit, één wachtwoord en één betalingssysteem heeft. Dit zorgt er voor dat er geen gehannes meer is met wachtwoorden en verschillende identiteiten, maar één identiteit, de onveranderlijke, niet te maskeren TruYou. Om hier gebruik van te mogen maken, moest je jezelf zijn, je ware zelf, dus geen valse identiteiten meer, geen identiteitsdiefstal en meerdere gebruikersnamen meer. Dat klinkt natuurlijk aantrekkelijk en internet verandert. Alle fora worden beschaafd en trollen verdwijnen, omdat iedereen aangesproken kan worden, op wat hij of zij op internet plaatst.
Natuurlijk is er kritiek, maar alle tegenstand wordt de kop ingedrukt. Mensen die het bedrijf aan banden willen leggen, omdat het een monopoliepositie lijkt te krijgen, worden in opspraak gebracht, door kinderporno, of banden met terroristische organisaties.


Bij het bedrijf wordt aan allerlei dingen gewerkt, die het leven beter zouden moeten maken. Zo worden er kleine camera's ontwikkeld, die met internet verbonden zijn, zodat je altijd kun zien hoe het elders op de wereld is. Het idee is dat er op die manier ook geen ongewenste dingen meer kunnen gebeuren, omdat alles zichtbaar is. Ook wordt er gewerkt aan een implanteerbare chip, die bij kinderen geplaatst kan worden, zodat ze altijd gevolgd kunnen worden. Om te voorkomen dat deze chip gemakkelijk verwijderd kan worden, zal deze in het bot geplaatst worden. Langzaam ontwikkelt zich een nachtmerrie-achtige samenleving, waarin geen geheimen meer mogen bestaan.


"Privacy is diefstal" is een uitspraak die centraal komt te staan in het boek, want door mensen informatie te onthouden, belemmer je ze toegang te hebben tot alle kennis. Alles moet zichtbaar zijn, want alleen op die manier kan iedereen alles meemaken en kunnen ook mensen met een handicap volledig meedoen. Als ze door camerabeelden kunnen meereizen met iemand die kano vaart, op een zeilboot zit, of een berg beklimt, kunnen ze dit alles zelf ervaren, net als iedereen die niet gehandicapt is.


"Geheimen zijn leugens" is een andere belangrijke uitspraak voor het boek. Als je dingen geheim houdt, dan gaat het om dingen die je niet wil delen. Het geheim houden van dingen staat dus gelijk aan liegen en er zijn geen omstandigheden te bedenken waarin leugens goed te verdedigen zijn. Openheid is belangrijk. Als mensen voor hun seksuele geaardheid uitkomen, is het duidelijk dat anderen zich daarvoor niet hoeven te schamen.
Door absolute transparantie zal de perfecte mens gecreëerd worden, want als alles zichtbaar is, doen mensen geen dingen meer, waar ze zich voor zouden schamen, als ze algemeen bekend zouden worden.


Natuurlijk zijn er mensen die zich hiertegen verzetten. Zo is er Mercer, de ex-vriend van Mae, die nog steeds een goede band met haar ouders heeft, die Mae waarschuwt dat het niet goed is wat er allemaal gebeurt. Mae doet dit af als de praatjes van iemand die gewoon niet in wil zien hoe nuttig al die technologie is en hoe belangrijk het werk is dat ze doet. Vanaf haar computer kan ze laten weten dat er banen moeten komen voor Pakistanen in Parijs en dat het gedrag van de regering in Jemen niet deugt. Kortom, ze kan invloed uitoefenen en overal deel van uitmaken. Dat Mercer vindt dat ze maar saai is en dat ze eigenlijk niets meer doet, dat er werkelijk toe doet, wil ze niet inzien.
Dan is er nog de mysterieuze Kalden, die zo nu en dan opduikt en waar Mae een heimelijke liefde voor voelt. Hij probeert Mae er ook van te overtuigen, dat de Cirkel veel te veel macht krijgt en dat dit helemaal niet goed is.
Mae heeft zich inmiddels echter helemaal aan de Cirkel over gegeven. Ze is helemaal transparant en draagt altijd een camera bij zich, zodat iedereen altijd met haar mee kan kijken.


In het boek wordt getoond hoe dit alles langzaam tot stand komt. Ook draagt Mae een armband, waarmee ze constant haar gezondheid kan monitoren en ook deze informatie wordt natuurlijk met iedereen gedeeld. Alles moet namelijk worden vastgelegd en er mag geen informatie meer verdwijnen.
Technologie zal alle problemen oplossen en de democratie in een doe-mocratie veranderen. Iedereen moet namelijk meedoen en overal over kunnen meebeslissen en de Cirkel biedt daarvoor de middelen. Iedereen heeft immers een Cirkel-account nodig, om deel te kunnen nemen aan de samenleving en te kunnen betalen, dus kan dit ook worden gebruikt om te stemmen. Wie niet stemt, kan eenvoudig van alles worden afgesloten. Politici kunnen dus via de Cirkel altijd hun kiezers raadplegen.


Om een einde te maken aan het raciaal profileren, moeten politiemensen dus altijd kunnen zien of iemand al eerder een misdrijf heeft gepleegd. Op die manier kunnen ze de boeven er al uitpikken. Aangezien bendeleiders vaak buiten schot blijven, omdat ze nooit gepakt worden, is ook iedereen die contact heeft met criminelen automatisch verdacht.
En zo kan elk probleem dus worden opgelost. Dat hierdoor misschien andere problemen ontstaan, wil Mae niet horen. Zelfs als haar vriendin Annie, aan wie ze haar baan te danken heeft en die functioneert als proefpersoon voor een project om alles uit het verleden bloot te leggen, zegt dat het misschien helemaal niet goed is om alles te weten, luistert Mae niet.


Zo verandert een samenleving, die zich beroept op haar menselijkheid en haar openheid in een samenleving waar tegenstemmen niet meer gehoord worden en die juist onmenselijker wordt. Als iemand die wordt achtervolgt door Cirkelaars, die zeggen dat ze vrienden willen worden, met z'n auto van een viaduct rijdt, is de reactie in de eerste plaats dat de schade die deze manouver aan heeft gericht, voorkomen had kunnen worden, als de auto op afstand bestuurd had kunnen worden. Dat er een mens de dood in is gedreven, wordt min of meer goedgepraat. De man moet gek geworden zijn van eenzaamheid, omdat hij teruggetrokken leefde en als iemand dood wil, moet je hem niet tegenhouden.
Al met al is het een angstaanjagend goed boek, dat laat zien hoe goede bedoelingen in hun tegendeel kunnen veranderen. Het kostte me moeite om er een bespreking van te schrijven, omdat ik iedere keer de neiging had om het hele verhaal samen te vatten.


ISBN 9789048818631 Paperback 344 pagina's Lebowski november 2013

© Renate, 13 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Onder het Melkwoud (een stemmenspel)
vertaling Cornelis W. Schoneveld

Dylan Thomas


De geschiedenis van Under Milk Wood is bizar. Het stemmenspel bestond in een embryonale versie al jaren voor de première in 1953 in New York. Dylan Thomas (1914-1953) speelde zelf mee tijdens de eerste opvoering maar stierf drie weken later aan alcoholvergiftiging en een verkeerde injectie met morfine, hem door een radeloze arts toegediend.


Het stemmenspel zou hem onsterfelijk maken en wordt nog immer opgevoerd overal ter wereld. Dat is niet verwonderlijk want de inwoners van het dorpje Llaregub (omgekeerd: Bugger all!) gaan een cyclus door van nacht en dag. Van slapen, dromen naar waken. Hun wensen en idealen of zoals A.Roland Holst het verwoordde: 'Hun ijdel smeken en verwensen,' bestaan in hun droom, maar worden overdag gesmoord in het dagelijks bestaan. Het is ook het spel van de ziel, van de mens die in zijn gedachten leeft, maar ook in zijn gedragingen in het onzichtbare en in de waarneembare realiteit. Dat geeft conflicten, innerlijk en uiterlijk. Door deze thematiek blijft het spel actueel.


In Nederland speelde De Nederlandsche Comedie het stuk in 1957 voor het eerst onder regie van Han Bentz van den Berg. Van den Berg kende alle rollen uit zijn hoofd, reciteerde ze op een leeg toneel en verdeelde daarna pas de rollen. Hugo Claus had een vertaling aangeleverd. Hierover schreef hij in het programmaboekje destijds: 'Dylan Thomas' mogelijkheden: psychologisch inzicht en dramatische spanning worden hier opgevangen en verhevigd door het woord. En dit magisch geladen woord viert niet alleen hoogtij in de droombeelden, waar de verdichting op de meest vrije voeten lopen kan, maar ook in de scènes met een sterk komische of tragische kracht, waarin de mensen van Llaregub ten tonele  gevoerd worden in hun grotesk-ontroerende dagelijkse doen.'


Het is duidelijk, de vertaling van Claus schuwde het grote gebaar niet, werd alom geprezen en wordt nog steeds gebruikt bij opvoeringen. Bovendien gaf de Bezige Bij de vertaling uit in de serie Literaire Pocket in 1959 en deze uitgave verkocht goed, een zeldzaamheid bij een toneelstuk, eigenlijk stemmenspel.


Schoneveld, die eerder al gedichten van Thomas vertaalde, waagt zich nu aan een tweede vertaling en dat vind ik moedig. De verleiding om beide vertalingen te gaan vergelijken dringt zich op, maar ik zal proberen dat zo weinig mogelijk te doen. Schoneveld stelt in zijn voorwoord dat hij een eigen weg heeft gezocht en dat mogen we niet veronachtzamen. De taal, maar vooral de namen van de personen staan dicht bij het Nederlands. Polly Garter wordt Jeltje Jarretel, Curly Bevan: Krulkop Bedel. En het echtpaar Ogmore Pritchard komt nu tot ons als de familie Opmeer Brinkman. En Alfred Pomeroy Jones heet in Schonevelds vertaling: Alfred Peter Jansen. Ook heeft Schoneveld het stukje Stem uit de reisgids dat een hinderlijke cesuur vormde in zowel Claus' vertaling (blz.35) als in het originele script van Thomas naar voren gehaald. Hij laat het spel er nu mee beginnen:


'Minder dan vijfhonderd zielen wonen in de drie vreemde straatjes en de paar smalle steegjes en verspreid liggende boerderijen die deze kleine badplaats, Baaidorp-onder-het Melk, dat met goed recht een "achteraf woonplek" genoemde kan worden, zonder de inheemse bevolking te kleineren, die, tot op de dag van vandaag, een eigen kruidige individualiteit bezit.' (...)


Tijdens de eerste opvoering in New York was deze passage direct na de inleiding van de Eerste stem ingepland, dat weten we door een bandopname, die nog bestaat.


Er zijn een paar fraaie trouvailles in deze vertaling.
De Tweede Drenkeling heeft het over 'Sparrows and Daisies.' Schoneveld vertaalt dat speelt als :'Madeliefjes en mussen.' En Wanneer de Derde Drenkeling het heeft over 'Bossoms and Robins,'maakt Schoneveld, daar 'Rondborstjes en Roodborstjes,' van.
Deze vertaling is afstandelijker dan die van Claus, maar doet ook moderner aan en het prachtige stuk van Thomas blijft overeind. Achterin een overzichtelijk register met de namen van de personen in het stuk.

Een mooie prestatie en toneelgezelschappen mogen nu kiezen. Dat zal nog niet meevallen.

ISBN: 9789079272617 paperback 109 pagina's Uitgeverij Prominent 20 april 2015
Deel 23 van de Prominent-reeks vertaald door Cornelis W. Schoneveld

© Karel Wasch, 15 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe verloren tuin
Helen Humphreys


‘Wat is liefde anders dan complete herkenning?’


In 1941 beginnen de bombardementen op Londen. Gwen kan het niet aanzien hoe de stad waar ze van houdt, steeds meer lege plekken begint te vertonen. Als huizen beschermd moeten worden met zandzakken, als mensen hun ramen beplakken met stroken papier om in ieder geval een poging te hebben gedaan het glas heel te houden.


’Ik kan me niet neerleggen bij de veranderingen. Ik kan me niet blijven aanpassen aan de verwoesting van de stad. Londen staat in brand.’ (...) ’Ik weet niet hoe ik mezelf moet neerleggen bij zinloos, willekeurig doodgaan. Ik weet niet hoe ik deze brute verandering moet verwerken, of hoe ik deze omgeving opnieuw moet leren kennen die me ooit zo vertrouwd was en nu iedere dag anders is.’


Gwen heeft gestudeerd aan de Hogere Tuinbouwschool en heeft zich de afgelopen jaren beziggehouden met onderzoek naar kankervorming bij pastinaken. In de tussentijd werd haar moeder ziek, haar moeder met wie ze nooit zo’n goed contact had. Gwen wist dat zij zich iets anders had voorgesteld van het leven dan te moeten zorgen voor een kind dat niet eens op haar leek, die zo mooi was. Terwijl het Gwen begon te dagen dat haar onderzoek op niets uit zou lopen, overleed haar moeder. En nu de stad aangevallen werd, hield niets haar meer tegen. Ze meldt zich aan bij Women’s Land Army en wordt naar een landgoed in Devon gestuurd.


In het kader van de voedselvoorziening moet ze daar een groep jonge meisjes leiden. Aardappelen telen. Maar dat leiding geven gaat niet zo best, en is het geen zonde van de tuinen om er alleen maar groente en aardappelen te verbouwen? Als ze achter een schijnbaar ondoordringbare taxushaag een verborgen tuin ontdekt, besluit ze die in ieder geval te sparen.
Naarmate de tijd vordert lukt de samenwerking met de groep jonge meisjes steeds beter. Mede dank zij Jane, met wie ze een voorzichtige vriendschap opbouwt. En dankzij Raley, de commandant van de Canadese soldaten die in het grote huis zitten waar het landgoed bij hoort.
Gwen, die door haar achtergrond – de teleurgestelde moeder en het mislukt pastinakenonderzoek – een onzekere jonge vrouw is, wint langzaam weer wat zelfvertrtouwen terug door deze vriendschappen.


Intussen is er de tuin, die uit drie delen bestaat. Het fascineert haar: wie heeft deze drie tuinen aangelegd en ze een naam gegeven als Liefde, Verlangen en Geloof? 
Ze vindt een soort logboek, uit de eerste jaren van de Eerste Wereldoorlog. Er staan namen in, namen die voor het grootste gedeelte zijn doorgestreept. Was een van hen de tuinman van de verloren tuin?
Wat was het grote geheim? Haar ontdekkingen hebben niet alleen met de verloren tuinen te maken, ze ontdekt verborgen krachten in zichzelf.


Een prachtige psychologische roman over de liefde, waarin de schrijfster zich niet te buiten gaat aan beschrijvingen van passie, maar juist de diepere achtergronden probeert te verduidelijken met mooie beschrijvingen en rake observaties.


Helen Humphreys
woont in Ontario en publiceerde eerder vier dichtbundels en twee romans waarvoor ze vele prijzen ontving.


ISBN  9789026318832  |paperback |212 pagina's |Uitgeverij Ambo|oktober 2004
Vertaald uit het Engels door Lilian Schreuder

© Marjo, 11 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mijn leven is van mij
Lucas Zandberg


De titel van dit boek kun je letterlijk nemen, het is namelijk het verhaal over een zeer eigenzinnige keizerin die op zestienjarige leeftijd trouwt met de keizer van Oostenrijk. Haar naam was Elisabeth, Amalia, Eugenie von Witselbach, hertogin van Beieren. Bij ons, dankzij de zoete films die elk jaar rond Kerstmis getoond worden, beter bekend onder de naam Sisi.

Het verhaal is inmiddels wel bekend. De in alle vrijheid grootgebrachte Sisi gaat met haar zus en moeder naar Ischl waar haar zus Helene (Néné) zich zal verloven met haar neef Franz Joseph. Dat is zo bekokstooft door haar en zijn moeder, aartshertogin Sophie. Maar Franz Joseph valt als een blok voor Sisi de vijftienjarige zus van Néné en vraagt haar ten huwelijk...


Het stel trouwt en de zestienjarige Elisabeth heeft al snel door dat ze totaal niets in te brengen heeft. Haar enige taak is voor een troonopvolger zorgen.  Elisabeth verveelt zich enorm in Wenen en mocht ze liefde hebben gevoeld voor Franz-Joseph dan is die al snel bekoeld.
Zijn moeder bepaalt haar hele leven en Elisabeth ergert zich enorm aan de gehoorzaamheid van haar man aan zijn moeder.
Elisabeth baart twee dochters, Sophie en Gisela, maar mag ze niet grootbrengen, schoonmama Sophie neemt die taak over. Sophie overlijdt op tweejarige leeftijd nadat alle twee de kinderen ernstig zijn zijn geweest. Het wordt Elisabeth zeer kwalijk genomen want het gebeurde op een reis die zij met haar twee kinderen ondernam. Elisabeth is ontroostbaar.
Als ze eindelijk de gewenste troonopvolger heeft gebaard, wordt ook dit kind aan de zorg van schoonmoeder Sophie toevertrouwd. De jongen krijgt een zeer Spartaanse opvoeding. Een van de weinige dingen die Elisabeth voor hem kan doen is zorgen dat hij liefdevoller grootgebracht wordt door een goede, vriendelijke leermeester aan te stellen.


'Nu de troonopvolger er is, ben je eindelijk vrij, je hebt je taak volbracht' zegt haar vader. Die woorden neemt Elisabeth dankbaar aan en vanaf die tijd leidt zij haar eigen leven dat uit veel reizen bestaat, tot wanhoop van Franz Joseph. Ook haar uiterlijk is een constante bron van aandacht. Ze wil slank en aantrekkelijk zijn en als ze ouder wordt mag niemand haar meer fotograferen. Verder is ze een zeer goede amazone en zeer geïnteresseerd in poëzie. Toch is het geen gelukkige vrouw, ze is onrustig, heeft depressies en weet niet goed wat ze met haar leven aan moet.


Lucas Zandbergs debuut, getiteld Sisi's winterlied, rammelde nogal, er zaten een paar storende redactiefouten in en het verhaal zelf had veel weg van de Sisi-films. Het was een aardig boek maar niet geweldig. Inmiddels heeft hij het boek helemaal herschreven en dit boek Mijn leven is van mij levert een veel interessanter verhaal en zeker een interessantere vrouw op. In dit boek wordt de keizerin ook consequent Elisabeth genoemd waardoor er ook meer afstand komt van de Sisi-films.
Lucas Zandberg zet een zeer eigenzinnige vrouw neer die haar leven zelf bepaalt. Ze is niet de lieve schattige vrouw uit de films maar eerder een dame die precies doet waar ze zin in heeft, tegen het egoïstische aan is. Ze blijkt ook vrij intelligent en een goed politiek inzicht te hebben waar ze overigens niets mee kan. Naar haar ideeën en inzichten wordt niet geluisterd.
Wel een zwak punt zijn enkele conversaties in het boek die soms neigen naar de toon in de Sisi films, maar verder wordt er een heel andere, dit keer zeer boeiende, vrouw beschreven, van het jonge prille bruidje tot haar gewelddadige eind aan toe.

Lucas Zandberg heeft er goed aan gedaan zijn boek te herschrijven, de stijl en het verhaal zijn vele malen keer beter dan zijn debuutboek. Knap dat hij dit heeft kunnen doen. Mooi toepasselijk is ook de cover van het boek waarop Elisabeth als een speelkaart is afgebeeld. Want dat was ze, een speelkaart van haar tijd.

ISBN 9789491065927 Paperback 208 pagina's Uitgeverij kleine Uil april 2015

© Dettie, 6 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Winterkinderen
Gilbert Bordes

Frankrijk, 1943: Loïc, Jocelyne en Marcello, de dappere leden van de verzetsgroep Montesquieu, weigeren de briesende SS’ers te vertellen waar ze de zes kinderen hebben verborgen. Ook wanneer de dreigementen een hoogtepunt bereiken, houden ze hun mond. De ouders van de kinderen waren verzetsstrijders en de kinderen moeten daar volgens de mannen van de SS voor boeten. Het verzet is erin geslaagd het konvooi van de Duitsers te overvallen en de kinderen te bevrijden. De bedoeling was om de kinderen via de Pyreneeën naar Spanje te brengen maar nu zijn de drie dappere verzetsleden toch in handen van de vijand gevallen. De kinderen zitten veilig verborgen in een nabijgelegen grot en moeten vanuit hun schuilplaats machteloos toezien hoe hun redders de dood vinden. Een voor een vallen ze levenloos in de sneeuw neer.

De SS heeft het hele gebied rondom Oustal, een schuilplaats in de bergen, uitgekamd maar de kinderen blijven spoorloos. Ze geven hun zoektocht op maar blazen wel eerst de schuilhut en ook een kapelletje op. Ze trekken zich terug over een loopbrug die een diepe kloof overbrugt, daarna blazen ze de brug op. Ze hebben de kinderen niet gevonden maar de kinderen zullen het gebied niet kunnen verlaten. Ze zitten als ratten in de val. De enige andere uitgang is alleen bij smokkelaars bekend.

De kinderen zijn vreemden voor elkaar. Alleen een tienerjongen en een klein, ernstig ziek meisje horen bij elkaar. Ze zijn geen familie maar de jongen, Christophe, beschouwt de tienjarige Séverine als zijn zusje. Christophe laat meteen merken dat hij een hekel aan Joden heeft. Hij wist niet dat zijn vader in het verzet actief was. Nu zit hij een groep vreemden opgescheept waarvan er vast een paar Joods zijn. Hij steekt zijn afkeuring niet onder stoelen of banken. De andere leden van het groepje heten Joachim, Matthieu, Marie-Hélène en Jeanne.  Joachim is twaalf, de anderen zijn een paar jaar ouder.

Het is hartje winter en de kinderen bevinden zich in een koude grot middenin de bergen. Ze zullen een team moeten vormen om te overleven en dat zal niet eenvoudig blijken. Kunnen ze haat en vooroordelen laten varen om samen een overlevingsplan te bedenken? Allereerst is er vuur nodig maar hoe leg je een vuur aan zonder aansteker of lucifers? De smeulende restanten van de opgeblazen hut en kapel bieden redding. Een tweede en blijvend probleem is voedsel. Er is eten voor een paar dagen. Zal dat genoeg zijn om de tijd tot de reddingsploeg komt te overbruggen? De mensen in het nabijgelegen dorp, dat door de ingestorte loopbrug onbereikbaar is geworden, zullen immers snel in de gaten krijgen dat de drie verzetsmensen niet teruggekeerd zijn.

De reddingsploeg laat op zich wachten en de twijfel slaat toe. Komt er wel een reddingsploeg? Het is immers oorlog. Zal iemand zich geroepen voelen een reddingsmissie op touw te zetten? Worden de drie verzetsmensen wel gemist? De kou, de honger en de vertwijfeling maken het leven in de grot er niet makkelijker op. En dan sterft Séverine. Christophe is radeloos en voelt zich steeds neerslachtiger worden. Séverine was ernstig ziek en de artsen hadden haar opgegeven. De anderen zijn kerngezond maar zonder voedsel zullen ze allemaal sterven. Alleen de geheime uitgang van de smokkelaars kan hun levens nu nog redden maar hoe kunnen ze die ooit vinden? En dan zijn er nog de wolven die de lijken van de verzetsmensen hebben opgegeten. De spanning in de kleine grot loopt torenhoog op.

De schrijfstijl van de auteur is indringend en eenvoudig tegelijk. In heldere bewoordingen omschrijft Bordes de uitzichtloze situatie waarin de kinderen zich bevinden. Soms schrijft de auteur iets te zakelijk en voel ik de emoties van de kinderen niet, op andere momenten raakt het verhaal me toch. De jongeren zijn volledig op elkaar aangewezen en vormen een ongebruikelijk team. Lukt het ze om de onderlinge verschillen te overbruggen? De kinderen beschikken over allerlei talenten en moeten hun kennis bundelen. De Franse auteur Gilbert Bordes heeft al heel wat boeken op zijn naam staan maar in Nederland is hij nog niet zo bekend. Winterkinderen vormt een mooie kennismaking met zijn werk.

ISBN 9789023996545| ebook | 235 pagina’s | Boekencentrum | maart 2015
Vertaald door Ingrid Scholte-Eijkmans

© Annemarie, 4 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Hier wonen ook mensen
Rob van Essen


De verhalenbundel vormt een onderschat genre binnen de literatuur. Het initiatief tot de Week van het korte verhaal onderschrijf ik dan ook van harte. De prijs die eraan verbonden werd via crowdfunding werd deze eerste keer gewonnen door Rob van Essen met Hier wonen ook mensen. Deze verhalenbundel kwam uit in 2014. Ik las nog niet eerder iets van deze schrijver (al had ik Visser wel op mijn lijstje staan). Dit leek me een mooie gelegenheid om daar iets aan te doen.

Samenvatting

Ze zijn allemaal op zoek naar geluk, verlossing en verlichting, de personages in 'Hier wonen ook mensen', allen op hun eigen manier. Sommigen gaan op zoek naar oude boeddhistische rituelen in Korea, anderen trekken de woestijn in, reizen naar Portugal of keren terug naar het ouderlijk huis. Ondertussen komt God langs bij Richard Dawkins en worden in kroegtoiletten pistolen getrokken. In de verhalen van Rob van Essen zijn melancholie en waanzin nooit ver weg, maar in de meest onverwachte hoeken schuilt humor en genade. Van Essens veelgeprezen laconieke stijl maakt deze verhalen een traktatie voor lezers die zich graag verbazen. (Flaptekst).

Leeservaring

En verbaasd heb ik mij zeker. Vooral over de soepele manier waarop fantasie en werkelijkheid elkaar raken en de grens wordt opgezocht tussen "mogelijk" en "totaal absurd". De laconieke stijl is er verantwoordelijk voor dat je bereid bent om heel ver mee te gaan in de meest fantastische verhalen. En toch....

Smaken verschillen, om maar eens een dooddoener te gebruiken. Dat geldt niet alleen voor voedsel, muziek en kunst, maar ook voor humor. Ik weet ook niet of de verhalen in deze bundel humoristisch bedoeld zijn, al suggereert de achterflap dat. Voor mij waren ze eerder absurd en dat kan zowel hilarisch betekenen als alleen maar vreemd. En alles er tussen in. Of, op een dieper niveau, intrigerend en verwijzend naar absurditeit in de werkelijkheid die we wèl als normaal ervaren.
Ik kan alleen voor mezelf spreken: ik vond ze niet hilarisch. En lang niet alle verhalen spraken me aan. Er zijn er achteraf (ik las de bundel een paar weken geleden) maar enkele die ik me nog herinner, waarschijnlijk omdat ze me aanspraken op het hierboven genoemde diepere niveau. En dus over zaken gingen waarvan je zou kunnen zeggen: is dit zo verschillend van wat er in het werkelijke leven mis is?


Als voordeel van verhalenbundels wordt genoemd dat je ze altijd kunt oppakken, ook als je maar even tijd hebt om te lezen. Als nadeel dat een roman langer blijft hangen in je herinnering dan de losse verhalen. Vaak blijken dat vooroordelen. Deze verhalen lees je niet even snel tussendoor en een enkel verhaal dat nog lang blijft hangen kan waardevoller zijn, dan een roman die je volgende week alweer bent vergeten. Is het nodig dat je je elk afzonderlijk verhaal herinnert? Toch heb ik ook wel verhalenbundels gelezen waarbij dat meer het geval was dan bij deze. Misschien is dit dan wel het grootste voordeel: een roman kan in zijn geheel tegenvallen, maar een verhalenbundel geeft je meerdere kansen om toch nog geboeid te raken!


Oordeel vooral zelf over wat je van deze bundel vindt. Mijn favoriete verhaal is het langere Het huis aan de Amstel. Daar peins ik nog wel eens over.


ISBN 9789025443535 Gebonden met stofomslag 221 pagina's Uitgeverij Atlas/Contact augustus 2014

© Librije, 3 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Elf Hoog, Toren Drie, Jaren Tachtig
Alfons Sluizer


Ik was nieuwsgierig naar dit boek omdat het een beeld zou geven van het studentenleven waar ik in de jaren tachtig van de vorige eeuw niet voor heb gekozen. Ik twijfelde over wat ik wilde gaan studeren. Wilde ik, net als de schrijver, Nederlands studeren of wilde ik toch dierenarts worden ondanks de lange studie. Ik kwam er niet uit en ging eerst 'een jaartje' werken. Dat werden er 27 en toen ben ik alsnog gaan studeren. Het 'echte' studentenleven heb ik daardoor niet ervaren aan het einde van mijn tienerjaren.


Ik kwam wel op mijn 29ste regelmatig in een flatwoning van vrienden van mijn huidige man. Zij woonden in Amsterdam Noord en studeerden in het centrum van de stad aan de UvA en HEAO. In die tijd kon je nog eindeloos student zijn en dat waren de meeste bewoners op die locatie dan ook. Tijdens het lezen van dit boek zat ik regelmatig weer in de keuken van die woning in Amsterdam Noord,  in die zin was het wel een herbeleven van een bepaalde periode uit mijn leven. Het boek is daarmee voor mij als niet studerende uit die periode herkenbaar geschreven.


Het schoonmaakrooster aan de wand, dat niet heel serieus werd genomen, de telefoon met tikken en de discussies daarover, alsof men moedwillig fraudeerde maar het gewoon vergeten was op te schrijven, en het eten in de gemeenschappelijke keuken en de gesprekken die daar werden gevoerd. De schijnbaar onbekommerde wijze waarop men in het leven stond omdat de grote werkende wereld nog ver weg was met daar tussendoor de zorg hoe in die werkende wereld terecht te komen. Het komt allemaal voor in het boek van Sluizer. Zoals op de achterzijde van het boek wordt verwoord:


De gemeenschappelijke keuken is het brandpunt van de gebeurtenissen. Daar discussiëren zij, onder het genot van koffie (of iets sterkers), over hun directe omgeving, het plaatselijke winkelcentrum, de
televisie, reclame en marketing, mode, het milieu, de zin van het bestaan...


Voor mensen die in die tijd studeerden is het boek volgens mij nog meer een feest der herkenning. De personages in het boek zijn goed gekozen, vooral Dirk en Ricardo worden scherp neergezet. De andere personages met name de vrouwen in het boek komen wat mij betreft wat minder uit de verf.
De situaties in het boek zijn, zoals ik al schreef, herkenbaar maar heel erg veel diepgang zit er niet in het boek. Ik weet uiteraard niet of de schrijver daar wel op uit is geweest of dat hij de lezers alleen een bepaald tijdsbeeld en de sfeer in een studentenflat uit die tijd heeft willen voorschotelen. Daar is hij wel degelijk in geslaagd met hier en daar ook humor die een glimlach of zelf een lach bij de lezer oproept.

Alfons Sluizer (1958) studeerde Nederlands en vervolgens Farmacie. Dit is zijn eerste roman.


ISBN 9789402122893| Paperback 223 pagina’s | Brave New Books | november 2014

© Ria, 29 maart 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

In zee gaat niets verloren
L.H. Wiener


Het boek van Wiener begint met een belangrijk beeld. In 1948 is de jonge Wiener drie jaar en hij ligt op de buik van zijn vader, die op het water drijft van de zee en lacht.


'Het was aan het eind van de maand september in het jaar 1948, toen mijn vader een boot was - of eerder een eiland, een onbewoond eiland - waarop ik dreef.' 


Nadat Wiener zich afvraagt of hij deze ervaring nu prettig vond of niet, herinnert hij zich plotseling zijn moeder te hebben gezien aan de vloedlijn, die met haar vrije hand zwaaide en aan haar andere hand Wieners broertje had. Er is dus gelukkig een terugtocht mogelijk. Aan de andere kant ziet hij aan de gelaatsuitdrukking van zijn vader, dat de bolle man gelukkig is, dobberend op het water met hem, de kleine jongen, weerloos op zijn buik.

De titel van het verhaal is ontleend aan De Storm, The Tempest, van Shakespeare. In dit spel komt een luchtgeest voor, Ariël, die op haar beurt de tovenaar Prospero dient omdat hij haar wist te bevrijden uit de gevaarlijke strikken van een heks.


Ariël:

Vijf vaam diep ligt je vader in zee,
Maar in zee gaat niets verloren:
Zijn oog wordt een parel, zijn rib wordt koraal,
En schelpen worden zijn ooren.
Zoo wordt alles aan hem vermooid
En tot een ding van de zee voltooid.
Aanhoudend luiden de zeemeerminnen
Zijn doodsklok - Ding, dong - Hoor, ze beginnen -


(Full fathom five thy father lies;
Of his bones are coral made;
Those are pearls that were his eyes:
Nothing of him that doth fade,
But doth suffer a sea-change
Into something rich and strange.
Sea-nymphs hourly ring his knell:
Ding-dong.
Hark! now I hear them—Ding-dong, bell.)


Het beeld van het jongetje op de buik van zijn vader in het zilte water getuigt van de onzekerheid van het kind. Hij voelt dat zijn vader eigenlijk de levenskunstenaar is maar zijn moeder op de oever vertegenwoordigt de veiligheid. De veiligheid, die Wiener niet echt vindt thuis, wel de onzekerheid. De titel van het boek - ontleend aan het gezang van Ariël - zegt iets anders, namelijk dat alles wat verleden is - het lichaam van de vader in dit gezang - wanneer het opgediept wordt, mooier geworden kan zijn, dan ervoor. En wat Wiener als geen ander kan is juwelen opdiepen uit de schatkamers van het verleden.


Wiener gaat op zoek naar het verleden van zijn familie. De Holocaust liet ze voor een deel verdwijnen, dat wordt zonder overdreven dramatiek vastgesteld. Enige overlevenden zijn volgens de familieoverlevering oudtante Klara, de vader van Wiener en er is nog een geheimzinnige tante Louise van Gigch. Via het Stadsarchief van de Gemeente Amsterdam komt Wiener de fotocollectie van fotostudio Merkelbach op het spoor. Merkelbach, die van 1913-1969 gevestigd was in het Hirsch-gebouw aan het Leidseplein. En tot zijn verrassing ontdekt hij van tante Louise een foto. De foto staat op de voorkant van het boek. Hij heeft als jongetje van vijf, haar slechts eenmaal ontmoet. Maar hij past een Wieneriaanse truc toe - overigens deed Nabokov dat al voor hem - hij verzint een verhaal om haar levend te laten worden. Haar meer te laten stralen dan ze eigenlijk in werkelijkheid deed. Wiener schrijft over dit beginsel:


'Schrijvers heersen over de tijd en maken de tijd ondergeschikt aan hun leven. Schilders kunnen dat ook. En componisten. Vooral zij.'


Dat leidt tot een amoureuze ontmoeting met de betoverende Louise (tante Loes):


'Nu ja , het komt hierop neer dat eerst die gesp, of wat is het, die speld met die diamant erin, midden op haar borst, losgaat en met een beetje goede wil glijdt haar jurk dan vanzelf naar beneden. I will be a smooth operator. En haar haar moet los, ook dat doe ik zelf.'


Lolitapoes, de geliefde kat van Wiener, sterft in het verhaal en krijgt een zeemansgraf, maar uit een interview in Het Parool (26 mrt.jl.) blijkt, dat ze rustig thuis ligt te slapen en nog lang niet ontslapen is. Het maakt echter niet uit of de zoektocht van Wiener naar zijn familieverleden bestaat uit feit of fictie. De roman, want dat is dit verslag wel degelijk, wordt er alleen maar steeds boeiender door. Uit notariële akten, politieverslagen en foto's deduceert Wiener, als een ware Sherlock Holmes, bijvoorbeeld dat zijn grootvader een enorm familiekapitaal verkeerd belegde en failliet ging. Door de naderende Duitsers en zijn wanhopige financiële situatie pleegt hij zelfmoord op 15 mei 1940 met zijn vrouw en een oom van Wiener in de Cliostraat in Amsterdam.

'Mijn vader heeft zijn vader waarschijnlijk willen sparen, daarom heeft hij altijd gezwegen. Hopelijk is dit boek voor een lezer van literair belang, maar voor mijzelf is het ook van grote waarde. Mijn familiegeschiedenis is nu voor altijd geboekstaafd, ik voel mij completer als persoon, Mocht er nog meer komen, dan schrijf ik er nog een keer over, maar in principe kan ik het nu loslaten, ik weet genoeg.'

Wiener verwijt met lichte spot zijn vader er nimmer veel over te hebben losgelaten. Aan de andere kant mogen we getuige zijn van een hilarisch klungelig gesprek van Wiener, als vader, met zijn eigen dochter.


"Ik weet het zeker. Ik had vroeger ook zoiets. Ik was toen zestien. Het is niet helemaal hetzelfde, maar ik was toen ook een tijd bang voor mijn omgeving...'' Ik ben niet bang dat is het niet..."


Wieners vader gokte, nodigde zelfs mensen in de oorlog uit in zijn huis om te gokken en kon over grote sommen geld beschikken om op de zwarte markt spullen te kopen. Wiener gaat met zijn zeiljacht - Heeresma zou zeggen vessel - naar België om daar ook eens wat geld te vergokken. Hij is het geld kwijt, maar bekommert zich er niet om, zo lijkt het, bovendien, zo leert hij later van zijn broer, heeft hij een verkeerde manier van geld inzetten gepraktiseerd. Maar onderweg vindt hij een prachtige schelp op een zandbank, het wordt een kunstwerk in zijn bezit. Net zoals de mooie vulpennen, het geschepte papier en vele andere dingen, die Wiener verzamelt als een echte Oscar Wilde.
En het Koningwater (jenever en whisky) stroomt in bandjirs door het boek, maar niet hinderlijk. En er zijn een paar prachtige citaten uit de Engelse literatuur, die perfect in het mooie boek passen.


Het lukt maar weinig auteurs zichzelf bloot te geven zonder dat het uitmondt in vervelend gezeur. Wiener is een meesterlijke verteller, een chroniqueur van het verleden en het heden en hij heeft zelfspot. Bovendien wekt hij op een speelse manier ontroering op, zonder sentimentaliteit dus. Het wordt tijd dat we in plaats van de Grote Drie, maar eens over de Grote Vier gaan spreken: Hermans, Reve, Nooteboom én Wiener!


Lodewijk Willem Henri Wiener (1945) debuteerde in 1967 met Seizoenarbeid. Nestor werd bekroond met de Bordewijkprijs in 2002. En De verering van Quirinia T. werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs.
Wiener gaf 40 jaar les als docent Engels. Uitgeverij Atlas Contact, gaf dit jaar een pil van 1141 blz. uit met de verhalen van Wiener ter ere van zijn 70e verjaardag. Bovendien maakten vrienden nog een Liber Amicorum voor Wiener van maar liefst 357 blz. met foto's en herinneringen. (te verkrijgen via antiquariaat Hinderickxenwinderickx)


ISBN 9789025444761 Paperback  252 pagina's Uitgeverij Atlas Contact februari 2015

© Karel Wasch, 30 maart 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zomer van de waarheid
Nele Löwenberg

De vijftienjarige Sheridan Grant denkt vaak aan haar ouders. Ze zijn tijdens een auto-ongeluk om het leven gekomen toen Sheridan nog maar een baby was. De welgestelde en invloedrijke familie Grant uit Nebraska was zo goed haar te adopteren. Sheridan is dol op haar adoptievader Vernon die haar op zijn beurt op handen draagt. Helaas keert Vernon de grote boerderij die de familie bestiert steeds vaker en langer de rug toe voor het uitvoeren van andere werkzaamheden. Sheridan laat hij achter bij zijn vrouw Rachel. Hij weet wel dat Rachel niet goed voor Sheridan zorgt maar hij is te slap van karakter om er wat aan te doen.

Rachel steekt haar haat voor Sheridan niet onder stoelen of banken. Ze verbiedt het meisje zoveel mogelijk pleziertjes en laat haar zwoegen op de boerderij. Rachel is achterbaks en haatdragend, net als haar jongste zoon Esra. Naast Esra hebben Rachel en Vernon nog drie oudere zoons die hun kleine zusje Sheridan altijd liefdevol behandelen. Toch kunnen ook zij niet voorkomen dat Sheridan zich steeds ongelukkiger gaat voelen. De spaarzame momenten dat haar adoptievader thuis is, wegen niet op tegen de mensonterende manier waarop Rachel haar behandelt.

Sheridan snakt naar liefde. Liefde zoals die beschreven wordt in de vele boeken die ze heeft verslonden. Liefde die de grond onder haar voeten zal laten beven. Die haar alle ellende zal laten vergeten. Ze heeft zich voorgenomen de boerderij te verlaten zodra ze achttien wordt. Het gezin waarin ze opgroeit, voelt niet als familie. Sheridan voelt zich een buitenbeentje. Haar grote liefde is muziek. Sheridan schrijft eigen nummers, zingt prachtig en kan ook nog eens pianospelen. Volgens de gelovige Rachel is muziek echter iets verderfelijks en ze doet er dan ook alles aan om Sheridans muzikale activiteiten zoveel mogelijk te dwarsbomen. Sheridan raakt meer en meer verbitterd.

Nu Sheridan bijna zestien is, is het overduidelijk dat ze een prachtige jonge vrouw is. Sheridan merkt dat mannen naar haar beginnen te kijken en dat doet haar goed. Ze maakt er een spel van om zoveel mogelijk ogen op haar gericht te krijgen. Ze wiegt met haar heupen en steekt haar borsten uitdagend naar voren. Het duurt niet lang voor Sheridan door een veel oudere seizoenarbeider ontmaagd wordt. Ze is teleurgesteld. De gelukzalige verliefdheid die vol vuur in de boeken werd beschreven, blijft uit. Ook wordt ze niet verslonden door een allesoverweldigende passie. Sheridan vermaakt zich prima met haar minnaar maar liefde voelt ze niet.

Sheridans zoektocht naar de ware liefde gaat verder. Keer op keer brengt ze het hoofd van jongens en volwassen mannen op hol. De jonge Sheridan begrijpt niet dat seks en liefde niet onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Seks zonder liefde is lust en dat is niet wat Sheridan zoekt. Ze zoekt iets wat dieper gaat dan dat. Ze zoekt een verbondenheid. De liefde en genegenheid die ze thuis al jaren ontbeert, probeert ze te vinden bij oudere mannen die haar liefde niet waard zijn. Sheridan heeft behoefte aan ouderlijke liefde en die liefde zal ze niet vinden bij de mannen die ze benadert. Ze haalt zich met haar gedrag grote problemen op de hals.

De succesvolle thrillerschrijfster Nele Neuhaus maakt met Zomer van de waarheid een uitstapje naar het romangenre. Om ervoor te zorgen dat haar lezers geen thriller met de personages Oliver van Bodenstein en Pia Kirchhoff verwachten, heeft ze dit boek onder haar meisjesnaam geschreven. In het nawoord schrijft ze dat haar liefde voor de Verenigde Staten is gewekt door een reis die ze jaren geleden met een vriendin maakte. Het verhaal over Sheridan spookte al jaren door haar hoofd.

Het verhaal in Zomer van de waarheid is heftig. Sheridan maakt afschuwelijke dingen mee en de mannen in het boek maken op schandalige wijze misbruik van haar. Ook gaat Sheridan op zoek naar de waarheid over haar biologische moeder. Wanneer ze erachter komt dat Vernon en Rachel tegen haar hebben gelogen, is ze vastbesloten de ware toedracht omtrent haar adoptie te achterhalen.

Het verhaal kent dezelfde soepelheid als de fantastische thrillers die Nele schrijft maar de inhoud vind ik niet altijd overtuigend genoeg. Werkelijk elke man laat zich door Sheridan verleiden en op een gegeven moment vond ik dat niet meer geloofwaardig. Toch heb ik me laten meeslepen door het verhaal en met name de geschiedenis van Sheridans biologische moeder is hartverscheurend. Het is goed dat Nele het verhaal dat al jaren door haar hoofd spookte, heeft opgeschreven en uitgewerkt maar nu is het de hoogste tijd voor een nieuwe thriller. Dát is waar deze formidabele schrijfster in uitblinkt.

ISBN 9789021457789 | paperback | 416 pagina's| Uitgeverij Q | maart 2015
Vertaald door Sander Hoving

© Annemarie, 25 maart 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWeerwater
Renate Dorrestein


Dat er, na een indrukwekkend aantal romans geschreven te hebben, even geen inspiratie is, dat kan de beste overkomen. Het overkomt ook Renate Dorrestein. Al twee jaar heeft ze geen roman meer geschreven. Als de uitnodiging komt om een gastschrijverschap te vervullen hapt ze meteen toe. Ook al is het in Almere: ‘Een stad die met veel planologisch aplomb niet zozeer op de kaart was gezet als wel er op gesmeten. Een stad jonger dan een gemiddeld mensenleven.’


Maar misschien is het wel mogelijk een nieuwe start te maken in zo’n jonge stad. Er is misschien geen geschiedenis, maar Almere heeft vast wel andere kwaliteiten. Het huis waar ze een jaar zal verblijven is een hypermodern tuinhuisje, midden in het groen, in een vrolijk, kleurrijk wijkje: De Fantasie. De opdracht is een roman te schrijven die zich in Almere afspeelt en als vanzelf gaat de werkelijkheid over in een verzonnen realiteit waar de schrijfster zich midden in bevindt.


‘Ik bel je’, riep hij.
‘Ik bel je. Dat heeft geen mens hier al geen jaren meer gezegd. Er zijn zoveel dingen waarvoor we tegenwoordig een moord zouden doen.’


Het lijkt wel alsof ze het meeneemt (wat natuurlijk ook zo is!): ze is nauwelijks geïnstalleerd of het weer slaat om. Een enorme augustusstorm steekt op: de regen klettert neer, het onweer is niet van de lucht, het verkeer raakt ontregeld, er rijden geen treinen meer, Almere raakt volledig afgesloten van de buitenwereld. De volgende dag lijkt alles weer in orde te komen, maar er is een vreemd geluid, een hitte, en dan een bank van mist. Iedere verbinding met de buitenwereld is verbroken, het is alsof er buiten Almere niets meer is. Ieder levend wezen, ieder voorwerp dat de mist in gaat verdwijnt. In het niets.


De achterblijvers zijn aan zichzelf overgelaten. Geen elektriciteit, geen stromend water, geen communicatiemiddelen. Er zijn beduidend meer vrouwen dan mannen, omdat de mannen die ochtend naar hun werk elders vertrokken zijn. De voedselvoorraad zal snel op zijn, de deuren van de gevangenis zijn opengegaan en de inwoners lopen vrij rond, oude mensen en pasgeborenen blijken erg kwetsbaar, bij gebrek aan medische voorzieningen. Bacteriële infecties liggen op de loer.

In deze nieuwe wereld is Renate de kroniekschrijver. Zij noteert hoe de nieuwe wereld zich vormt. Hoe zullen de achterblijvers zich redden?
In het tweede deel van haar kroniek is de nieuwe maatschappij min of meer gevormd. Maar de problemen zijn niet zomaar van de baan. Na een aanval door de ontsnapte gevangenen schrijft Renate:


‘Stad van de middelmaat. Stad zonder hersens.
Ik kon het wel uitschreeuwen. Deze stad had de intellectuele en culturele bagage van Hema-rookworstvreters. Zelfs ik hoorde hier al tot de top van de denkende elite. Arm beperkt Almere. Wie van zijn bewoners had de capaciteiten om ons uit het dal te slepen dat vandaag zijn dieptepunt had bereikt?’


Hoe zal het dat arme Almere vergaan?


Weerwater is een recreatieplas aan de rand van Almere. De opbouw van de stad vindt moeiteloos zijn weg naar de roman, zodat het inderdaad een roman over Almere geworden is. In de hoop dat de rest fantasie zal blijven, heeft Renate Dorrestein een mooie roman geschreven over de mens in al zijn ware zijn: geen menselijke trekje of het komt in het verhaal voorbij.  Is er hoop voor de mensheid na een ramp als deze waarbij iedereen op zichzelf terug geworpen wordt? Of zullen onze slechtste eigenschappen toch de overhand krijgen?
Het zal geen verbazing wekken: ook deze goed opgebouwde roman is in een prettig leesbare stijl en de lichte toon waar Dorrestein om bekend staat geschreven. Zoals ze zelf zegt:


'Fictie laat ons zien wat het betekent om mens te zijn en hoe moeilijk het is een fatsoenlijk mens te blijven als de omstandigheden onfatsoenlijk worden.'


Renate Dorrestein werd op 25 januari 1954 in Amsterdam geboren. Ze groeide op in een rooms-katholiek gezin. Haar vader was advocaat, haar moeder voor haar huwelijk onderwijzeres. Al op de lagere school begon ze met schrijven.


ISBN 9789057597121 | Paperback | 301 pagina's | Uitgeverij Podium | februari 2015

© Marjo, 26 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altVerraad me niet
Tessa de Loo


‘Het was maar een geintje, weet je...’ zei Wolf zacht.
‘Het liep alleen een beetje uit de hand. Die klootzak moest een keer op zijn nummer worden gezet. Dat zat er dik in... Dat zat er al een tijdje dik in. Alleen...’


Het schokt de dertienjarige Michiel tot in het diepst van zijn ziel als hij per ongeluk ziet hoe zijn broer betrokken is bij een gewelddadig voorval. Nog erger wordt het als zijn broer, waarmee hij het altijd zo goed kon vinden, hem nu bedreigt. Als het uitkomt, is hij zijn toekomst kwijt, met een strafblad komt hij nergens meer aan de bak, en het is zijn droom om  naar de zeevaartschool te gaan.


‘En jijzelf, hoe denk je dat het is om een criminele broer te hebben, die zijn straf uitzit? Hoe vertel je dat aan je vrienden? Je vriendinnen? Hè. Heb je over al die dingen nagedacht?’


Michiel doet niet anders. Hij kan niet doen alsof hij niets gezien heeft. Alsof er niets gebeurd is. Het beheerst zijn leven. Bovendien is zijn vriendin, Titia, waarmee hij al van jongs af aan optrekt, er bij betrokken. Niets zeggen, het betekent dat hij zijn ouders bedriegt, het houdt in dat het leven van andere, onschuldige mensen aan gort ligt. Moet hij zijn mond houden, zijn broer helpen? Ook al weet hij dat het leven van zijn broer, van zijn ouders en van hem zelf in puin zal liggen als hij naar de politie gaat? Het is een dilemma dat te zwaar is voor een jongen van dertien.
Hij slaapt er niet van, gaat als een schuw dier door het huis, want hoe kan hij zijn ouders in de ogen kijken? Zijn moeder die zo trots is op haar oudste zoon?
Een beetje troost vindt hij bij zijn vogels, maar het is niet genoeg. Hij ontdekt wat het is om een geweten te hebben, en dat maakt het er niet makkelijker op.


Het is een invoelend verhaal over de belevingswereld van een jongen die voor een erg moeilijke, zo niet onmogelijke keuze staat. Tessa de Loo duikt als het ware in het hoofd van de jongen, hetgeen zorgt voor een niet al te moeilijke stijl. Jongeren zullen dit boek heel goed kunnen lezen, en zich bovendien goed kunnen inleven in de wereld van Michiel.

Tessa de Loo ( Bussum, 1946) debuteerde in 1983 met de verhalenbundel De meisjes van de suikerwerkfabriek. Het boek De tweeling   is haar meest succesvolle boek tot nu toe.


ISBN 9789029578721 | Hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Arbeiderspers | november 2011

© Marjo, 22 april 2015 

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Maak me gek!
Matthew Quick

Pat is blij dat hij de psychiatrische inrichting mag verlaten. Hij voelde zich niet gelukkig op de “nare plek” zoals hij het zelf noemt. Pat moet nog wel een vervolgbehandeling ondergaan en hij zal voorlopig in het souterrain van zijn ouders gaan wonen. Pat heeft geen huis meer en ook zijn baan is hij kwijtgeraakt. Zijn vrouw Nikki heeft hij al maanden niet gezien. Hun huwelijk maakt een “alleentijd” door en Pat zet alles op alles om zijn vrouw ervan te overtuigen dat hij nu een beter mens is.

Pat heeft geleerd om door de wolken heen te kijken. Achter de wolken schijnt altijd de zon. Pat is enorm afgevallen en traint zich suf op de fitnessapparatuur waar zijn moeder op zijn verzoek het souterrain mee volgestouwd heeft. Daarnaast loopt Pat vele kilometers per dag hard met een vuilniszak over zijn kleding. Pat wil zweten. Hij wil er zo goed mogelijk uitzien voor zijn hereniging met Nikki. Ook laat hij zijn moeder alle boeken van de Engelse boekenlijst uit de bibliotheek meenemen. Nikki laat haar leerlingen deze boeken lezen en Pat wil haar laten merken dat het hem interesseert en dat hij net zo intelligent is als haar collega’s die altijd zo neerbuigend tegen hem deden.

Pat wil de perfecte echtgenoot worden. Hij begrijpt niet waarom zijn ouders niet over Nikki willen praten en waar zijn al hun trouwfoto’s gebleven? Zelfs de trouwvideo is spoorloos verdwenen. Ook is het vreemd dat er zoveel is veranderd in die paar maanden dat hij weg was. Tot zijn grote verbazing duiken er allemaal onbekende gezichten op als hij met zijn vader en broer naar een wedstrijd van zijn favoriete footballclub de Eagles kijkt. Waar zijn al zijn favorieten gebleven? En hoe kan het dat zijn beste vriend Ronnie ineens een dochtertje van drie heeft? En waarom, waarom toch, draait hij door als hij de muziek van Kenny G. hoort?

Pat beseft dat hij misschien wel langer dan een paar maanden is weggeweest. Zijn ouders proberen zo lang mogelijk om de waarheid heen te draaien maar uiteindelijk geeft zijn broer toe dat Pat vier jaar weg is geweest. Vier jaar! Pat is helemaal geen 30 maar al 34. Alleentijd duurt al vier jaar. Is dat niet een beetje lang? Mist Nikki hem niet? Pat voelt zich verward maar besluit vast te houden aan zijn goede voornemens. Nikki zal binnenkort inzien dat hij is veranderd, dat hij nu de man is die ze altijd al wilde. Het is alleen jammer dat zijn ouders en broer zo hatelijk over haar praten. Ze willen hem niet vertellen wat er is gebeurd. Pat lijdt aan geheugenverlies maar zijn geheugen zal vanzelf weer terugkomen. Het mag niet geforceerd worden.

Pat probeert zijn normale leventje weer op te pakken en daar hoort ook een etentje bij zijn vrienden Ronnie en Veronica bij. Pat is zenuwachtig en tot overmaat van ramp is er nog een gast. Veronica heeft haar zus Tiffany uitgenodigd. Proberen ze Pat aan Tiffany te koppelen? Ze weten toch dat hij gelukkig getrouwd is? Tiffany blijkt een nogal vreemd type te zijn. Net als Pat heeft ze psychische problemen en ineens wil ze naar huis. Ze geeft aan dat Pat met haar mee moet lopen en aan het einde van hun wandeling doet ze hem een bijzonder voorstel. Pat weigert en dan ineens houden ze elkaar snikkend vast. Na de gezamenlijke huilbui is het gedaan met de rustige hardlooprondes van Pat. Ineens loopt Tiffany tijdens elke hardlooptraining achter hem aan. Op welk tijdstip Pat ook gaat, Tiffany is aanwezig. En dan doet ze hem ineens een nieuw voorstel. Ze wil Pat helpen om Nikki terug te winnen. Is Tifanny de enige die begrijpt dat Nikki de ware voor hem is?

Ik heb nu twee boeken van schrijver Matthew Quick gelezen en ik ben volledig verkocht. Hij schrijft over mensen die heel gewoon zijn maar toch ook bijzonder. Pat vormt samen met zijn ouders een bijzonder plaatje en ook psychiater Cliff is een geval apart. Het wekelijkse bezoekje aan Cliff vormt een verplicht onderdeel van Pats behandeling. Het grappige is dat Cliff ook een groot fan van de Eagles is en ze komen elkaar bij wedstrijden tegen. Dan is Cliff niet langer een serieuze arts maar een hysterische en feestvierende footballfan.

Eigenlijk is niemand in dit boek normaal terwijl de kracht van dit verhaal het gevoel van herkenning is. Auteur Matthew Quick laat de lezer merken dat eigenlijk niemand normaal is. Wat is normaal en wat is eigenlijk abnormaal? Niemand is perfect en we worden pas gelukkig als we onze eigenaardigheden omarmen. Maak me gek! is een echt feelgoodboek. Het verhaal is hilarisch en hartverwarmend tegelijk. De verfilming van dit boek – Silver Linings Playbook – sleepte maar liefst acht Oscarnominaties in de wacht maar geloof me, het boek is nóg beter. Deze verrukkelijke roman is een absolute aanrader!

ISBN 9789401603560 | paperback | 288 pagina's | Xander Uitgevers | februari 2015
Vertaald door Textcase

© Annemarie, 16 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mevrouw Hemingway
Naomi Wood


Over Ernest Hemingway, de man die de mooie boeken schreef zoals het prachtige boek 'The old man and the sea', is al veel gepubliceerd.
Ook zijn er veel websites over hem en zijn leven te vinden. Ernest Hemingway was een bijzonder innemend mens in vele opzichten. Hij was in zijn jonge jaren een zeer charmante verschijning die met zijn aantrekkelijke lach menig vrouw voor zich wist te winnen. Over de vrouwen in zijn leven gaat dit boek, met name de vier vrouwen waar hij mee getrouwd is geweest.


Hadley Richardson, acht jaar ouder dan Ernest, werd de eerste mevrouw Hemingway. Het stel leefde aanvankelijk in een piepklein appartementje in Parijs waar de schrijfcarrière van Hemingway begon. - Eigenlijk was hij buitenlandcorrespondent voor de Toronto Star - Het huwelijk was gelukkig, kleine Bumby werd geboren, het stel had genoeg geld om een plezierig leven te leiden.
Hemingway is overigens geen makkelijk mens om mee te leven. Hij is erg wispelturig, heeft depressieve én agressieve buien en kan moeilijk van de drank afblijven. Toch weet Hadley dat Ernest de man is waar ze verder mee wil. Maar charmeur Hemingway heeft inmiddels zijn oog op Pauline Pfeiffer (Fife) laten vallen en dat is het moment waarop dit boek begint.

We lezen over de lastige situatie waarin de Hemingway's verkeren tijdens de vakantie in Antibes. Fife is uitgenodigd door Hadley om mee te gaan in de hoop dat ze daarmee haar huwelijk kan redden, Dat is niet gelukt. Fife is sprankelend, beeldschoon, jong en Ernest is weg van haar. Het is duidelijk, Hadley is haar man kwijt. De wanhoop maar ook de liefde voor Ernest vloeit bijna uit de tekst. Het is uiteindelijk Hadley zelf die de knoop doorhakt, de scheiding verloop soepel.


In het volgende deel lezen we over het huwelijk van Fife en Ernest. Ook dit gedeelte begint met het eind van dat huwelijk. Hemingway is inmiddels verliefd geworden op de vrouw die later mevrouw Hemingway nummer drie zal worden. Fife is veel minder zacht en vriendelijk dan Hadley. Zij vecht en knokt om haar huwelijk in stand te houden.
Prachtig is het gedeelte als Ernest eindelijk weer eens thuis is en vol liefde en aandacht met Fife omgaat. Ze denkt dat hij over zijn verliefdheid voor oorlogscorrespondente Martha heen is. Het kwam door de moeilijke omstandigheden... Ze geniet met elke vezel van haar lijf. Ze kent inmiddels ook de moeilijke kanten van haar man. De bijzondere verhouding die deze twee mensen hebben, wordt op een zeer invoelende manier beschreven.
De deceptie is groot, heftig en fel als Martha wint...


Ook met de laatste twee vrouwen van Hemingway maken we kennis op het moment dat het huwelijk voorbij is. Bij het laatste deel  is het zelfs letterlijk afgelopen. Hemingway is overleden door 'een geweer dat per ongeluk afging...'
We lezen hoe Hemingway zichzelf steeds verder ten gronde richt door de drank. Hoe bizar somber maar ook vol leven de man zit. De man die steeds maar op zoek is naar het ultieme en dat maar niet vindt. De man die soms de man van de wereld is en soms bijna een kind dat zich geen raad weet.
De man die altijd wil trouwen met de vrouwen die hij liefheeft, dat is een must voor hem, anders kan hij niet leven met ze.
Het is Naomi Wood gelukt zo over Hemingway te schrijven dat we geen hekel aan de man krijgen, ondanks zijn escapades en grillige karakter.


Het boek is in korte teksten van enkele pagina's geschreven alsof het een dagboek betreft, wat het overigens niet is. Die indruk wordt gewekt doordat elke tekst voorzien is van plaats en datumaanduiding waardoor vooral het tijdsverloop helder is.
Het mooie van deze fictieve verhalen, is dat ze een prachtig portret neerzetten van vier krachtige, bijzondere vrouwen maar ook een beeld geven van de man die menigeen wist te bekoren met zijn charismatische voorkomen en beroemde boeken. Heel knap gedaan door Naomi Wood.


ISBN 9789021457963 Paperback 272 pagina's Uitgeverij Querido/Singel Uitgeverijen maart 2015

© Dettie, 15 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altAlles wat je ziet
Grégoire Delacourt


Wat doe je als een wereldberoemde filmster, een bloedmooie vrouw, bij je aanbelt en vraagt om onder te mogen duiken?


Het overkomt de twintigjarige Arthur Dreyfuss. Hij woont alleen in een klein stadje in het stroomgebied van de Somme, vlakbij Abbeville. Hij is een schuchtere jongeman, die droomt over mooie goed voorziene vrouwen, maar het eigenlijk nooit ver heeft geschopt bij de meisjes. Aan zijn uiterlijk ligt het evenwel niet.
Hij denkt dat zijn ouders er debet aan zijn. Zijn vader vertelde hem ooit hoe het kwam dat hij met zijn moeder trouwde, en daar was niets romantisch aan. Niet lang na de tragische dood van zijn jongere zusje is zijn vader vertrokken om nooit meer terug te komen, vanaf welk moment zijn moeder de voorkeur aan de martini gaf boven haar overgebleven zoon. Zijn verdriet zag ze niet.
Arthur werkt in een garage, en kijkt veel naar films.
Tot de dag dat Scarlet Johansson aanbelt met reeds genoemde vraag. Ze vertelt hem dat ze er genoeg van heeft, van het jachtige wereldje, van alle aandacht, ze wil even rust. Mag ze bij hem?


Het zou een zonde zijn om te vertellen hoe het verder gaat, maar zeker is dat Grégoire Delacourt je meesleept in een wervelend verhaal, dat je steeds opnieuw verrast, tot aan het einde toe. Denk je ‘ja hoor, zo is het wel goed geweest’, dan komt er weer een verrassende wending...
Zinnetjes als ‘nog vier dagen’; ’de voorlaatste dag’ die zomaar binnen het verhaal opduiken, wijzen op een dramatisch einde, maar echt, je hebt geen idee waar de schrijver mee aan komt zetten! Delacourt doorspekt zijn verhaal met weetjes over filmsterren en films, en hanteert een heerlijk humoristische schrijfstijl, waardoor je genietend doorleest. Toch is het verhaal niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Integendeel zelfs. Er hangt een donkere schaduw over het avontuur van de jonge Arthur en de mooie Scarlett.


Een van de mooiste scènes in het boek is een scène met intieme uitwisselingen van herinneringen, gedachten, ideeën en gevoelens.
Het is niet zomaar een roman, er is een onderliggend thema: Wat is de betekenis van de filmwereld? We spiegelen ons aan de levens van de personages in een film, of aan het persoonlijke leven van de sterren. We dromen er van, klampen ons er aan vast als het eigen leven even tegenzit. Zijn dromen dan een houvast, of valt dan het echte leven juist des te meer tegen?


De roman van de Franse schrijver kreeg bij publicatie nogal wat aandacht vanwege de rechtszaak die Scarlett Johansson aanspande om het gebruik van haar naam als personage in het boek.


Gregoire Delacourt (
1960) heeft een eigen reclamebureau. Zijn eerste roman l’Ecrivain de la famille werd bekroond met de Prix Marcel Pagnol en de Prix Rive Gauche.


ISBN 9789022960363 | paperback | 192 pagina's | Uitgeverij A W Bruna| februari 2015
Vertaald uit het Frans door Marga Blankenstijn

© Marjo, 14 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Met andere woorden
Jhumpa Lahiri


Jhumpa Lahiri  werd in Londen geboren uit Bengalese ouders en groeide op in de Verenigde Staten. Haar moedertaal was Bengalees maar ze groeide op in een land waar Engels de voertaal was. In die taal leerde ze schrijven en zich uitdrukken. Ze beheerst het Engels volledig, tot in haar vingertoppen. Maar eigenlijk was het niet haar taal, ze voelde er zich niet prettig bij.
Thuis werd Bengalees gesproken en het Engels was haar opgedrongen omdat ze nu eenmaal in een Engelssprekend land opgroeide. Ze wilde een eigen identiteit hebben, iets wat helemaal van haar was en omdat taal haar nu eenmaal zo na aan het hart ligt koos ze voor een 'eigen' taal, een taal die ze zelf had uitgekozen, een taal die haar fascineerde, een taal die goed voelde.
Ze koos voor het Italiaans.


In dit boek, het eerste boek dat ze in het Italiaans schreef, vertelt ze over haar worsteling en gevoelens rond het leren van deze taal. Ze draagt altijd een notitieboekje bij zich om de nieuwe woorden die ze tegenkomt op te schrijven. Ze weet prachtig te verwoorden hoe onbewust je bent van je woordgebruik in de taal die je compleet eigen is en hoe moeilijk het is om de nuances die een taal eigen is weer te geven in een voor jou onbekende taal.


Jhumpa Lahiri is zelfs in Rome gaan wonen en merkt het verschil tussen dagelijkse praktijk en de lessen van een Italiaanse in Amerika. De lessen waren uitstekend maar toch ontbreekt juist het dagelijkse leven in die lessen. Het leven waarin de geleerde taal in al zijn facetten toegepast moet worden.
Ze weet dat ze de Italiaanse taal redelijk beheerst, ze kan kan zich goed verstaanbaar maken in hele zinnen met correct gebruik van de werkwoorden en vervoegingen. Maar ze weet ook dat ze tegelijkertijd onvoldoende kennis van de taal heeft om precies te zeggen wat ze bedoelt. De frustratie maar ook het geluk over deze te veroveren taal geeft ze weer in de haar zo eigen mooie stijl.


Ze schrijft vol zelfreflectie maar ook is het heel mooi om te lezen hoe zo'n proces van een nieuwe taal leren in zijn werk gaat. Ze schrijft over de wanhoop bij het schrijven van dit boek, het honderd keer willen opgeven, want hoe moet ze het allemaal vertellen in het Italiaans?
Maar ze schrijft ook over het geluksgevoel dat ze nu een taal van zichzelf heeft, een taal die haar een identiteit geeft. Ze is niet meer de ontheemde die geen taal heeft, ze heeft zelf haar taal gevonden en zal zich die taal zich woord voor woord, letter voor letter eigen maken. 
Voor elke taalliefhebber is dit boek zeker een must, maar ook voor de overige lezers is het een zeer interessant en prettig leesbaar boek.


ISBN 9789025445072 Paperback met flappen 174 Uitgeverij Atlas Contact maart 2015
NUR 302 (vert. lit. roman) Vertaald door Manon Smits

© Dettie, 9 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEen eigen eiland
Esther J Ending


‘We zijn er niet op gebouwd om op een eigen eiland te leven.’

Op  de dag dat ze aangehouden wordt door de Guardia Civil, rijdt Marianne zonder rijbewijs, zonder motorpapieren of verzekering op een motor rond op Ibiza. Ze is erg onder de indruk van de Guardia Civil die door zijn partner Ramiro wordt genoemd, en als ze later thuis zit, fantaseert ze er op los, steeds met hem en zichzelf in de hoofdrol.


Marianne is zeventien jaar oud. Haar vader zit in de gevangenis, maar trok zich ook zonder dat al heel weinig van haar aan, al wil ze dat niet toegeven.  Het is 1987, en tussen haar en haar moeder is het contact heel moeizaam. Madresh, zoals ze genoemd wil worden, woont op het kleinere eiland Formentera. Ze is als het ware blijven steken in de hippietijd, en wil liever niet toegeven dat ze al zo’n grote dochter heeft. Die bovendien niet naar haar luisteren wil. Marianne  ziet ook niets in de healings die haar moeder geeft. Het wordt nog erger: als haar moeder in geldnood komt, wil ze dat Marianne dat gaat vragen bij haar vaders connecties.


Marianne wordt regelmatig bezocht door Meneer S., die haar enige contact is met haar vader. Ze woont in haar vaders villa en meneer S kondigt aan dat ze die moet verlaten: het zal worden verkocht.
Haar leven bestaat uit drank, drugs en af en toe gevaarlijke reisjes maken om aan geld te komen. En nu komen daar de fantasieën over Ramiro bij, die ze probeert zo vaak mogelijk te zien. Ze logeert zelfs een keer bij hem in zijn huis. Alles kuis en netjes, al zijn haar dromen dat niet.
Ze is een jong meisje dat totaal stuurloos door het leven gaat, en diep van binnen wanhopig verlangt naar vaste grond onder haar voeten.

Ending beschrijft het eiland dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw overspoeld werd met gelukzoekers, voor wie drank en drugs een manier van leven waren. Ze vertelt hoe de Ibizenco’s daar tegen aan keken, en hoe hun leven er uit zag. Het eiland is als het ware een personage in het verhaal. Een eiland dat flink te lijden heeft gehad van die gelukzoekers en toeristen. Marianne lijkt daar de personificatie van. Drank, drugs en vrije liefde.
Het is maar de vraag wie er het beste uit zal komen: Ibiza of Marianne... zeker als er een dramatische gebeurtenis plaatsvindt, en Marianne geen idee heeft tot wie ze zich moet wenden.
Een mooi verhaal, in een prettige stijl geschreven, met mooie, niet al te lange, beschrijvingen van het eiland en prima dialogen.


Esther J. Ending (1972) groeide zelf op op het Spaanse eiland Ibiza, en woont sinds 1994 in Nederland. In 2004 debuteerde ze met de roman Na Valentijn, waarvoor ze de Debutantenprijs ontving.


ISBN  9789048824113  | Paperback | 320 pagina's | Uitgeverij Lebowski| maart 2015

© Marjo, 5 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Rusteloze benen
Claudia Biegel

Rosalie weet wel dat ze een professionele afstand moet bewaren maar op de een of andere manier voelt ze zich verantwoordelijk voor het welzijn van de jonge asielzoeker Joseph. Rosalie doet vrijwilligerswerk bij het asielzoekerscentrum en heeft wel vaker meegemaakt dat een asielaanvraag werd afgewezen. Toch kan ze niet verkroppen dat juist Joseph terug naar Oeganda moet.

Joseph is het land ontvlucht omdat hij homoseksueel is. Iemand heeft hem verraden en hij kon ternauwernood aan zijn belagers ontsnappen. Terugkeren naar Oeganda zal resulteren in martelingen, iets wat Rosalie de jonge knul wil besparen. De wanhoop straalt van de jongen af. Rosalie probeert hem te sussen door te opperen dat er misschien een doormigratie naar Canada mogelijk is. De opluchting van Joseph is groot. Zó groot zelfs dat Rosalie niet durft te zeggen dat haar opmerking ondoordacht is geweest. Een doormigratie zal maanden in beslag nemen en die maanden heeft Joseph niet nu hij uitgezet wordt. Er is maar één oplossing: Rosalie zal Joseph in huis moeten nemen. Ze moet een illegaal in haar woonhuis laten onderduiken.

De beslissing is snel gemaakt: Rosalie zal Joseph helpen. Haar gezin heeft ze echter niet bij het maken van dit besluit betrokken. Het nieuws valt echtgenoot Wim en zoon Pat dan ook rauw op het dak. Rosalie is onvermurwbaar en binnen de kortste keren neemt Joseph zijn intrek in het huis van Rosalie en haar gezin. Pat zal zijn riante zolderkamer de komende maanden met Joseph moeten delen.

Rosalie slooft zich enorm uit voor Joseph en doet er alles aan om de jongen een warm thuis te bieden. Ook Wim en Pat gedragen zich vriendelijk maar iedereen moet wennen aan de nieuwe gezinssamenstelling. Rosalie merkt dat ze de grip op het door haar jarenlang zo zorgvuldig bewaarde evenwicht in haar leven verliest. De kwetsbaarheid van Joseph herinnert haar aan haar eigen kwetsbaarheid en dat bezorgt haar een onprettig gevoel. Rosalie heeft een vervelende jeugd overwonnen en een prettig bestaan opgebouwd. Haar gezin is tevreden en zo moet het blijven.

Rosalie denkt dat ze de schade die haar jeugd haar heeft toegebracht succesvol voor haar gezin verborgen houdt. Ze is ervan overtuigd dat ze een goede moeder en echtgenote is. Rosalie heeft niet door dat Wim haar woedebuien vreest en Wim heeft op zijn beurt niet in de gaten dat ook Pat dondersgoed weet dat zijn moeder plotsklap in een onmetelijke woede kan ontsteken. Rosalie heeft haar echtgenoot enorm gekwetst maar het doen van hatelijke en vernederende uitspraken. Pat worstelt op zijn beurt met zijn seksualiteit.

De komst van Joseph verstoort het evenwicht in het gezin. Bovendien is Rosalie te voorbarig geweest met het doen van beloftes want ook in Canada is het asielbeleid veranderd. De kans dat Joseph tot Canada wordt toegelaten, is vrijwel nihil. De zekerheid en orde die Rosalie op de been houden, verdwijnen steeds sneller uit haar leven. Het enige wat ze nog kan doen is angstvallig vasthouden aan het veilige wereldbeeld dat ze voor zichzelf heeft geschapen. Rosalie liegt haar gezin en Joseph voor dat alles goed komt. De waarheid haalt haar echter steeds sneller in.

Rosalie is een KOPP kind. Een Kind van een Ouder met Psychiatrische Problemen. Haar vader was niet in beeld en haar moeder werd na de dood van Rosalies oma in een instelling opgenomen. Rosalies hele jeugd stond in het teken van haar moeilijke en veeleisende moeder. Het was een zware jeugd en Rosalie functioneert in het heden alleen maar omdat ze alles verdrukt heeft. De orde en regelmaat houden haar op de been maar nu de komst van Joseph haar veilige wereldje heeft verstoord, dreigt ze kopje onder te gaan.

Het idee voor dit verhaal is goed. Het geordende leven van een vrouw met een traumatische achtergrond wordt ruw verstoord door de komst van een indringer. De muur die haar van de boze buitenwereld afschermt, brokkelt af en ze wordt blootgesteld aan haar eigen kwetsbaarheid. De uitwerking vind ik echter minder goed. Het verhaal is onsamenhangend. De gedachten van Rosalie dwalen om de haverklap af waardoor de kern van het verhaal steeds kleiner wordt. De vele mijmeringen leiden bovendien enorm af. Het verhaal bevat meerdere thema’s en ik begrijp niet zo goed wat de schrijfster nu eigenlijk wil vertellen aan haar lezerspubliek. Daarnaast is Rosalie bijzonder onsympathiek. Het verdringen van haar vreselijke jeugd verklaart haar gedrag wel maar toch is het niet prettig om over zo’n onaangenaam persoon te lezen. Het verhaal eindigt op zich wel verrassend maar eerlijk gezegd begrijp ik de bedoeling van deze vertelling niet. Rusteloze benen maakt mij rusteloos.  

ISBN 9789402600308 | paperback | 240 pagina's| Aerial Media Company| maart 2015

© Annemarie, 3 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

In memoriam Mizzi
Ida Simons


Wat een verrassing was In memoriam Mizzi voor me! Op twee manieren. Ten eerste omdat het erg aardig was van Cossee om me dit toe te sturen en ten tweede omdat de inhoud van dit kleine en mooi uitgegeven boekje zo bijzonder is. Het is eigenlijk onmisbaar voor wie genoten heeft van De dwaze maagd. Ondanks de biografische toevoeging van Mieke Tillema achterin dat boek bleven er vragen over bij veel lezers, ook bij mij. In dit boekje staat behalve de novelle waaraan de titel ontleend is, een nawoord van Eva Cossée met vooral informatie over de oorlogs- en kamptijd van de familie Simons. Samen met het toepasselijke beeldmateriaal (tekeningen, foto's, documenten) een waardevolle aanvulling.


Samenvatting


Het leven van een moeder en haar zoon in het kamp is zwaar, maar wanneer Herr Keppler vraagt of de jongen misschien van honden houdt, veren ze beiden op. Keppler laat hen kennismaken met Mizzi: niet zomaar een hond, Mizzi glimlacht, en moeder en zoon raken beiden in haar ban. Je zou het niet verwachten, legt Keppler uit, maar er worden wel meer dieren gehouden in het kamp - tot de leiding ze in de gaten krijgt. Zolang ze kan, glimlacht Mizzi naar de gevangenen en de zieken, naar de kinderen en de ouders. Onderwijl krijgt de lezer van dit wonderlijke, haast sprookjesachtige verhaal een zeldzame blik in het dagelijkse leven van de uitzichtlozen, en in het doorzettingsvermogen van mensen die vechten voor hun bestaan.
In deze uitzonderlijke novelle, voor het eerst gepubliceerd in 1956, vond Ida Simons haar stem: een zachte, subtiele stem, die zelfs niet stokt bij het vertellen van verhalen waarbij alles op het spel staat. (Bron: achterflap).


Leeservaring

Misschien niet gebruikelijk, maar ik kan het in dit geval aanraden: ik heb eerst het nawoord van Eva Cossée gelezen. Het omvat bijna de helft van het boekje, maar het is boeiend geschreven en geeft al bij voorbaat een antwoord op de vragen die zich anders wellicht opdringen bij het lezen van de novelle. Want dat het verhaal autobiografische achtergronden heeft, is wel duidelijk. De familie Simons verbleef in de concentratiekampen Westerbork en Theresiënstadt en werd tenslotte naar Zwitserland gestuurd bij een uitruil van gevangenen tegen materieel (!). Ze hebben om verschillende redenen geluk gehad en het er daardoor als gezin levend afgebracht, maar dat wil niet zeggen, dat ze niet door de hel  gegaan zijn. Maar zoals Eva Cossée haar nawoord besluit:


"In memoriam Mizzi, het verhaal van de grappige en troostende hond in het kamp, die de gevangenen en ook de kapo's laat lachen, is voor Jan geschreven. Wie het verhaal oplettend leest, zal snel vaststellen, dat Ida Simons in deze novelle het allermoeilijkste lukt: de juiste lichte toon voor haar lezers vinden zonder de poorten van de hel te laten verdwijnen."


En een mooi voorbeeld daarvan zijn de beginregels:


"De waarheid moet maar eens gezegd: de kinderen vonden het leven in het kamp heerlijk. Ze hoefden niet naar school, hun ouders konden geen toezicht houden, omdat ze de hele dag aan het werk waren; en het enkele uur dat ze samen met hen in de barak doorbrachten, waren de ouders zoet en gedwee.

Ze vonden alles prachtig wat de kinderen zeiden of deden; want altijd leefde in hun harten de bange vraag: hoe lang heb ik je nog bij me? - maar de kinderen wisten dat niet, die waren bijna altijd heel tevreden met hun vrijgevochten bestaan."


Voor in het boekje staat in de opdracht dat het verhaal geschreven is voor zoon Jan "om hem nooit te laten vergeten dat zelfs de donkerste uren verlicht kunnen worden door een warm hart". De gebezigde toon is soms bijna die van sprookjes, de hond Mizzi vormt de rode draad van het verhaal. Maar via Mizzi komt de ellende toch geregeld onnadrukkelijk in beeld en worden het verdriet en de angst voelbaar. Maar ook de troost die hij met zijn glimlach aan de kinderen schenkt. Een warm hart heeft ook de gebochelde joodse dokter die doet wat hij kan om het leed van de zieke kinderen (en hun machteloze ouders) te verzachten. Eind goed al goed? Ze leefden nog lang en gelukkig? Dat gold niet voor iedereen.


Toch: de ironie en de humor in de observaties van Ida Simons in De dwaze maagd ontbreken. Het is wel waar wat er beweerd wordt: in deze novelle (1956) vond ze de lichte toon waarmee ze De dwaze maagd (1959) kon schrijven. Volgens Eva Cossée heeft ze oorlog en de nasleep ervan van zich af proberen te schrijven in haar dichtbundel Wrange oogst 1940-1945, die in 1946 werd uitgegeven.


De nieuwsgierigheid naar haar overige werk is met dit boekje erbij alleen maar groter geworden. Er moet naast In memoriam Mizzi nog een novelle gestaan hebben in Slijk en sterren (1956). En postuum verscheen Als water in de woestijn (1961), een roman. Daar ben ik nu wel heel benieuwd naar. Ik hoop stilletjes dat Cossée ook die een nieuw leven gunt, want een antiquarisch exemplaar kost inmiddels € 125....


ISBN: 9789059365773 Gebonden met stofomslag 59 pagina's ills. Uitgeverij Cosse maart 2015
met een nawoord van Eva Cossée.

© Librije. 29 maart 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De voorlezer van 6.27
Jean-Paul Didierlaurent


In dit mooie boekje maken we kennis met de zesendertigjarige Guylain Vignolles, die zijn hele leven al last heeft van zijn naam, die steevast verbasterd wordt tot Vilain Guignol - lelijke Jan Klaassen -.
Guylain heeft geleerd zich zo onopvallend mogelijk door het leven te bewegen, onzichtbaar te blijven, niet meer dan een vaag silhouet te zijn 'tot complete zelfverloochening en een eenzaam bestaan gespeend van bezoek door anderen aan toe.'

De teruggetrokken Guylain leeft met zijn goudvis aan de Alléé des Charmilles, nummer 48, in een klein vervallen appartementje in een voorstad van Parijs. Het enige wat hij jaar in, jaar uit doet is 's ochtends op de trein van 6:27 stappen om naar zijn werk te gaan. Zijn vaste medereizigers kennen hem en hebben in de loop der jaren 'het soort van erbarmen leren opbrengen dat simpelen van geest bij hun medemens oproepen. Guylain was de verademing die twintig minuten lang, de tijd die hun rit in beslag nam, de monotonie van alledag doorbrak.'
Het bijzondere is namelijk dat de onzichtbare, bedeesde Guylain, elke dag uit zijn tas enkele uitgescheurde boekpagina's haalt en die met veel verve begint voor te lezen. Het kan alles zijn, pagina's uit een kookboek, een roman, een thriller een geschiedenisboek.
Sommige passagiers bedanken hem bij het uitstappen maar Guylain doet het niet voor hen. Hij doet het voor het boek...


Groot boekenliefhebber als hij is werkt Guylain namelijk bij een bedrijf dat elke dag enorme massa's onverkochte boeken vernietigt. Hij haat zijn werk en Het Ding zo dat hij, in al die vijftien jaar dat hij dit werk nu al doet, de naam van Het Ding niet over zijn lippen kan krijgen. Het Ding dat dankzij hem, door een druk op de knop, elke dag zijn weerzinwekkende vernietigende werk start. Hij ziet het als moord, boekenmoord. 
De pagina's die hij voorleest probeert hij te redden van hun onzichtbaarheid, zodat tenminste een paar mensen de geschreven woorden tot zich hebben kunnen nemen.


De enige die zijn werkzaamheden een beetje verlicht is de portier van het bedrijf, Yvon Grimbert, die in alexandrijnen spreekt.
En zo glijdt jaar in jaar uit het leven van Guylain voorbij. Met af en toe een bezoek aan een oude collega, waar Guylain boeken voor opspoort, om een wel heel bizarre reden. 
Maar dan sluipt er langzaam een verandering in zijn bestaan. Guylain vindt een USB stick waar het dagboek van een toiletjuffrouw op staat. Hij raakt gefascineerd, wie is zij? Ook twee oude dametjes zoeken toenadering tot de voorlezer van 6:27...


Het bijzondere verhaal komt wat moeilijk op gang en is aanvankelijk wat zwaar en somber maar halverwege het boek keert het tij en begint in alle opzichten de zon wat meer te schijnen voor Guylain.
Het boek deed me denken aan Al te luide eenzaamheid van Bohumil Hrabal waarin Hanta boeken redt uit de papiervernietiger. Ook dat was zo'n boek wat je bijblijft en grote indruk maakt.
Hoewel Hrabal altijd een lichtvoetigheid in zijn boeken hanteert die in het begin van dit boek ontbreekt, zijn de overeenkomsten vooral de mooie manier van schrijven en het bijzondere, milde inleven in de gekwetste, ietwat zonderlinge personages die in het boek voorkomen.
Net als Hanta is Guylain een buitenstaander die door het voorlezen toch zijn reden van bestaan weet te creëren. Het gaat zelfs zo ver dat het voorlezen uiteindelijk de aanzet is om de gekwetste, gevoelige Guylain een minder troosteloze toekomst te bieden, mogelijk zelfs met een beetje liefde wat hij zo hard nodig heeft.
Het is boek om nog vele malen te herlezen om steeds nieuwe pareltjes van zinnen te ontdekken.


Jean-Paul Didierlaurent (1962) groeide op in de Vogezen en studeerde in Nancy. De voorlezer van 6:27 is zijn debuutroman.

ISBN 9789401602921 Hardcover 183 pagina's Uitgeverij Xander november 2014
Uitstekend vertaald door Richard Kwakkel

© Dettie, 31 maart 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Hotel Arcadia
Sunny Singh

Het contrast tussen het luxe Hotel Arcadia en het oorlogsgebied dat ze nog maar kort geleden verlaten heeft, is groot. Bizar groot. Sam heeft de weelde van het hotel nodig om het vuil en de gruwelen van de oorlog achter te laten. Het vormt een soort ontsmettende sluis tussen de oorlog en haar leven thuis. Sam is oorlogsfotografe. Haar specialisme is de dood. Sam is beroemd geworden door haar foto’s van dode mensen. Oorlogsslachtoffers. Sam vat de gruwelen van oorlog na oorlog samen in afbeeldingen van ontzielde lichamen die meer vertellen dan woorden ooit kunnen doen.

Dit keer laat de oorlog haar niet los. In het luxueuze hotel echoën de kogelregens na. Het duurt even voor Sam beseft dat ze niet naar een echo maar naar de werkelijkheid luistert. Er wordt geschoten in het hotel. Een telefoontje van hotelmanager Abhi Sikarwal onthult wat er aan de hand is. Het hotel is door terroristen bestormd. Abhi drukt Sam op het hart om in haar kamer te blijven en de deur gesloten te houden. Ze mag niet opendoen. Wat er ook gebeurt, ze mag niet opendoen.

Terwijl de hotelkamer van Sam in een schuilplaats en gevangenis tegelijk transformeert, verschanst Abhi zich bij de monitoren die het hotel in beeld brengen. Abhi onderhoudt contact met de politie terwijl hij de terroristen via de camera’s volgt. Overal liggen lichamen. De hotelgasten die de deur toch hebben geopend, zijn stuk voor stuk neergeschoten. Afgeknald. Abhi probeert de nog in leven zijnde gasten telefonisch gerust te stellen. Abhi is bang. Hij is bang dat Dieter dood is. Dieter zat op hem te wachten in de exclusieve hotelbar.

Abhi en Sam hebben beide een lange weg bewandeld om juist op dat moment in Hotel Arcadia te belanden. Voor Abhi was een toekomst in het leger uitgedacht. Hij zou in de voetsporen van zijn vader en oudere broer treden maar Abhi was anders. Abhi taalde niet naar een carrière in het leger. Hij taalde ook niet naar meisjes. Abhi koos ervoor een andere richting aan zijn leven te geven en verloor daardoor zijn familie.

Sam heeft PTSS, een logisch gevolg van alles wat ze door de lens van haar fotocamera heeft aanschouwd. Sommige gebeurtenissen hebben haar in het bijzonder geraakt. Zo fotografeert Sam nooit kinderen. Dat kan ze niet meer. Fotograferen is verslavend voor Sam. De kick van de angst is onmisbaar geworden. Het heeft haar veel gekost. Haar grote liefde is met een ander getrouwd en haar foto’s boezemen haar ouders afschuw in. Sam is wereldberoemd maar eenzaam. Haar enige gezelschap zijn de nachtmerries die onverbiddelijk terugkeren. Nacht na nacht.

Sam doet wat ze altijd doet. Ze wordt gegrepen door de angst die haar dwingt op pad te gaan. Met haar camera in de aanslag, sluipt ze door de gangen van het hotel. Voetje voor voetje. Sam verkent en Sam fotografeert. Het hotel is tot oorlogsgebied verworden. Abhi slaat haar gade. De camera’s in de hotelgangen registreren elke aarzelende stap van Sam. Keer op keer plant Sam een nieuwe missie. Ze kan niet anders, het is haar lot. Ze maakt zichzelf wijs dat ze alles onder controle heeft maar dan stuit ze in een hotelkamer op een onverwacht probleem. De stoere Sam raakt volledig uit balans.

Auteur en journaliste Sunny Singh heeft met Hotel Arcadia een ontluisterend goed boek op haar naam gezet. Al vanaf de eerste bladzijde was ik volledig in de ban van het verhaal. Zowel Sam als Abhi zijn sterk door hun kwetsbaarheid. Onverschrokken door hun strijd te mogen zijn wie ze zijn. Toch gaat onder hun stoere pantsers een teerheid schuil en juist die gevoeligheid maakt het verhaal zo aangrijpend. Ze weten allebei dat ze het hotel misschien nooit meer zullen verlaten. De terroristen zullen niemand sparen. Er zijn bovendien explosieven aangebracht. De politie is in grote getale aanwezig. Zal de reddingsmissie slagen?  Sam en Abhi groeien door hun telefoongesprekken naar elkaar toe. Geven zich schoorvoetend bloot om na een onthulling geschrokken weer in hun schulp te kruipen. Ze denken aan vroeger maar niet aan de toekomst.

De actualiteit van het verhaal maakte de beklemmende sfeer haast ondraaglijk. Hotel Arcadia is een messcherp en ijzersterk geschreven boek. Als lezer kon ik alleen maar vurig hopen dat het goed af zou lopen voor Abhi en Sam.

ISBN 9789048821532 | paperback met flappen | 256 pagina's| Meridiaan | maart 2015
Vertaald door Martinette Susijn

© Annemarie, 27 maart 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER