Nieuwe boekrecensies

Lieve vogel
een kleine roman
Cilja Zuyderwyk


Mijn vader houdt van vogels, meer van vogels dan van mensen.


Dit schrijft Noortje en het lijkt erop dat ze gelijk heeft. Haar vader is namelijk weg. Al twee jaar 'voor zijn werk'.
Maar er is veel meer aan de hand. Vier jaar geleden is haar broertje doodgegaan, door een ongeluk, het was papa's schuld, zegt mama. Hij had tenslotte Mimi de poes in huis gehaald. Zonder die poes leefde Lukas nog... Dit verlies vreet aan iedereen.
Twee jaar na het ongeluk en twee dagen na haar achtste verjaardag roept Tosca, Noortjes moeder, haar bij zich.


'Noortje,' zei ze, 'ik moet je iets vertellen. Het gaat over papa en mama.'
Ze wachtte even met praten.
'We zijn niet meer zo blij met elkaar, gelukkig, uh, we vinden elkaar niet meer zo leuk. Je hebt vast wel gehoord dat we de laatste tijd vaak ruzie maakten.'
Ik knikte.
'Papa gaat ergens anders wonen.'


Papa gaat niet echt ergens anders wonen, hij leeft namelijk vanuit zijn rugzak. Hij is bioloog met als specialisatie ornothologie (vogelkunde) en woont in hotels vanwege zijn onderzoekswerk en skypet veel met zijn dochter. Ondertussen heeft mama een nieuwe relatie, met de rare Bo, en die neemt zijn even rare, vervelende zoontje Eis (12 jaar) mee. Zij komen bij hen wonen. Eis krijgt de kamer van Lukas...


Het bovenstaande lijkt het begin van een kinderboek. Maar het is toch veel meer dan dat. De vader, Paul, heeft namelijk ook een stem in het verhaal. Hij vertelt vanuit zijn gezichtspunt over de jaren die volgden op het verschrikkelijke ongeluk. Hij en zijn vrouw wilden wel maar konden niet samen het verdriet om hun zoon verwerken, uiteindelijk ging het niet meer en Paul vertrekt en zwerft de wereld rond en werkt keihard om het verdriet niet te hoeven voelen. 


Maar het lot wil dat de verwerking van een onderzoeksproject langer duurt dan Paul gedacht had en onverwacht heeft hij vrij. Hij gaat naar Nederland en trekt in een huisje in de duinen. Eindelijk, na twee jaar is hij weer in Nederland tot grote vreugde van Noortje! Zij hernieuwen en verdiepen hun toch al goede contact met elkaar.

Wie nu verwacht dat het een triest boek is, heeft het mis. Juist door de eerlijkheid van de achtjarige Noortje worden lastige dingen eenvoudiger en helderder en soms grappig. Zij beziet alles met haar eigen kinderlogica. Natuurlijk heeft zij ook verdriet om Lukas, ze praat of schrijft zelfs af en toe met hem - iets wat ze fijn vindt -. Alleen zij heeft de rem die een volwassene heeft nog niet. Zij zegt gewoon zoals het is, waardoor ze haar vader in feite ook enorm helpt.


Cilja Zuyderwyk heeft met dit boek een pareltje van een 'kleine roman' geschreven. Het is een boek over verlies en rouw maar met zoveel liefde, humor en lichtheid geschreven dat je het glimlachend dichtslaat en het boek daarna nog even aait. Het is goed zo.


ISBN 9789402197242 | Hardcover | 104 pagina's | Uitgeverij Brave New Books | oktober 2019

© Dettie, 6 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Niemand weet dat jij hier bent
Nicoletta Giampietro


In 1939 sloten Duitsland en Italië een vriendschappelijke alliantie. Dit hield de belofte in elkaar bij het uitbreken van oorlog onmiddellijke hulp en ondersteuning te verlenen. Italië was in die tijd economisch zwak, en helemaal niet klaar voor een oorlog. Maar Benito Mussolini koesterde een droom: zijn land moest weer net zo groot worden als in de tijd van het Romeinse Rijk. Het voorbeeld van Duitsland met zijn bloeiende oorlogsindustrie zag hij wel zitten, al was de inlijving van Oostenrijk dan weer een streep door Mussolini’s rekening.
Ook de rassenwetten hoefden niet zo nodig wat hem betreft. Maar hij voerde ze toch in. Rassenvermenging was verboden en joden werden geweerd uit het openbare leven. De Jodenvervolging kwam pas op gang toen Mussolini in 1943 afgezet werd en de Duitsers de macht overnamen.


Dit stukje geschiedenis vormt de achtergrond bij het verhaal over de twaalfjarige Lorenzo. Zijn ouders hebben hem in 1942 vanuit het roerige Tripoli – toentertijd een Italiaanse kolonie – naar Siena in Toscane gestuurd. Hij ontdekt al snel dat het niet voor een vakantie is en dat zijn ouders niet na zullen komen. Zijn vader wordt opgeroepen en moet naar Egypte. Lorenzo is trots op zijn vader, hij beseft nog niet hoe gevaarlijk het is in een oorlog.
Maar alle veranderingen die hij meemaakt vanaf de tijd dat hij bij Zia Chiara is maken hem wel duidelijk dat oorlog geen avontuur is.


Lorenzo is aanvankelijk een wat naïeve jongen. Hij woont in een groot patriciërshuis, waar een huishoudster voor hen zorgt, maar de jongen heeft geen idee van rang en stand. Als hij bevriend raakt met zijn buurjongen Franco ontdekt hij dat er mensen zijn die anders leven dan hij gewend is. Franco, zo jong als hij is, poneert zich als een felle fascist. Hij vindt dat je hoort te vechten voor je land. Hij is dan lid van de fascistische jongeren-organisatie Balilla, een club die je wel kan vergelijken met de Hitlerjugend. Hij sleurt Lorenzo mee, die het aanvankelijk wel aardig vindt, maar steeds meer beseft wat er achter zit. En dat bevalt hem niet.
Ook leert Lorenzo Daniele kennen door aan gedeelde belangstelling voor treinen. Daniele is joods, en dat wordt zoals gezegd een probleem als de Duitsers Siena bezetten.


In deze coming of age roman moet de jonge Lorenzo moeilijke beslissingen nemen. Met gevaar voor het leven van anderen, maar ook voor zichzelf. In het begin is de oorlog nog spannend, een spel, maar de ernst van alles dringt gaandeweg door en komt hard binnen.
Daarnaast is hij een gewone jongen die groeit en pubert en de wereld ontdekt. De voornaamste les is dat hij ziet dat geen mens helemaal goed of slecht is, en dat wat je vandaag goed vindt, morgen weer anders kan zijn. De wereld is verwarrend, zeker in die tijd.


‘Alles wat ze ons geleerd hebben,’ zei ik, ‘al die waarden en normen, waarheden en ideeën – het is allemaal voor niets geweest! Nu wil niemand daar meer iets van weten. Alsof gedeelde schuld halve schuld is. Of nog mooier: helemaal geen schuld. Hoe kan dat? Je kunt toch niet je waarden en normen veranderen alsof je een schone onderbroek aantrekt? Of hebben jullie volwassenen er nooit echt in geloofd? Waarom hebben ze die er dan bij ons in geramd? Waarom leggen jullie niets uit?’


Nicoletta Giampietro laat in haar debuut zien dat ze een schrijfster pur sang is, een rasverteller. Haar hoofdpersoon is - hoewel een jong kind - overtuigend. Als lezer ga je helemaal mee in de ontwikkeling van zijn moreel besef, en dus in het opgroeien van onschuldig kind naar een volwaardig mens.
Wat betreft de achtergrond, de Tweede Wereldoorlog heeft Giampietro niets verzonnen, ze beschrijft hoe het kwam dat Italië de ‘verkeerde’ kant koos (had Duitsland de oorlog gewonnen, dan was alles natuurlijk heel anders geweest), hoe het de Italianen verging, met name de Italiaanse joden. Ze vertelt over het verzet, over de onderduik, en over het fascisme. In een nawoord vertelt ze hoe het verhaal losjes gebaseerd is op feiten: de jongen Daniele is geïnspireerd op de jongen Ferruccio Valech, die in 1943 met zijn familie opgepakt werd en naar Auschwitz werd getransporteerd.


Het huis waar een groot deel van het verhaal zich afspeelt, het huis van de familie Guerrini, is in werkelijkheid tot 2002 in bezit geweest van de familie Gampietro. De vader van de schrijfster woonde er. Nog andere voorvallen en personen zijn in een vermomming opgenomen in het boek en Franco vertelt over de paardenrennen die nog steeds ieder jaar plaatsvinden in Siena.


Een overtuigend en prachtig geschreven boek, historisch, spannend, ontroerend op zijn tijd, en af en toe ook wat humor.


ISBN 9789044355840| Paperback | 400 pagina’s | Uitgeverij House of the Books | augustus 2019

© Marjo, 1 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Praat er maar niet over
Teus Dorrepaal


1959
De veertienjarige Mart, boerenzoon, protestants opgevoed, heeft het moeilijk en is in de war. Hij heeft een tijd geleden een bijzondere droom gehad over Pieter de bakkersknecht, ze waren aan het schaatsen. In zijn droom viel Mart en Pieter ving hem op en drukte hem tegen zich aan. Opeens begonnen mensen hen uit te schelden en ze sloegen op de vlucht naar een schuur, waar Pieter hem troostte en kuste. 'Het voelde warm en veilig.' Buiten stonden mensen te schelden, inclusief de dominee en pastoor, dat ze smeerlappen waren. Dat ze in de hel hoorden.
Mart vertelt de droom aan zijn moeder en deze is ontzet:


Jongen toch, wat een nare droom! Praat er maar met niemand over, ook niet met vader, Mart.
Je zou de Heere er maar verdrietig mee maken. En dat is iets wat jij niet zou willen, hè kind?'


En zo begint de lange innerlijke worsteling van Mart. De woorden van zijn moeder maken dat hij voortaan altijd zwijgt over alles wat hij voelt en denkt. Hij ontwijkt antwoorden als ze hem vragen of hij een meisje leuk vindt. Mensen vragen hem wel eens wat er toch met hem is maar hij haalt zijn schouders op. Hij is erg gek op een vriend van hem en weet dat wat hij voelt meer dan vriendschap is. Op school wordt hij ineens uitgescholden voor gore homo maar weet niet wat het betekent. Hij zoekt het woord op in een bibliotheekboek maar door de uitleg in semi-wetenschappelijke taal wordt hij niet veel wijzer. De vragen, de onzekerheid, de wanhoop stapelen zich op.


Hij probeert het antwoord in zijn geloof te vinden, hij smeekt bijna om hulp tijdens zijn gebeden. Helaas de verwarring en zijn gevoelens blijven. Hij voelt het als invloed van Kolk, de duivel. Her en der verzamelt hij informatie over zijn zondig gevoel. Maar het helpt hem niet om ze te laten verdwijnen. Hij begrijpt niet waarom hij die gevoelens niet mag hebben. 'Heere, ik kan niet anders!' roept hij in zijn wanhoop na een akelige confrontatie met zijn vader...


Als Mart uiteindelijk vertelt dat hij net zo als iemand in de buurt is, blijkt dat hij het toch nog allemaal niet begrepen heeft, diegene vergrijpt zich namelijk aan kinderen. Maar de klap komt evengoed hard bij zijn ouders aan. De geaardheid moet volgens de kerk uitgebannen worden, het is tegennatuurlijk en een zonde.
In die jaren was homoseksualiteit nog een groot taboe, een ziekte die genezen kon worden. De kerk deed er veel aan om het de gevoelens te helen.


Natuurlijk lukt dat niet en ook in zijn verdere leven blijft het geloof in combinatie met zijn geaardheid rondmalen in Marts hoofd. Hij zoekt een oplossing, gaat gesprekken aan, geeft toe aan zijn verlangens maar schrikt er ook van terug. Hij ontmoet erg vriendelijke mensen die hem accepteren, maar ook figuren die hem uitbuiten en erg kwetsen. Hij leest psalmen en bijbelteksten en probeert deze te 'ontcijferen'. Hoe kunnen deze hem verder helpen? Er is één Psalm die hij niet mee kan zingen, hij weet niet of de belofte van de Heer die daarin staat ook voor hem geldt.


Dit prachtige, indrukwekkende, onroerende verhaal eindigt in 1980, eenentwintig jaar later, Mart is een volwassen man geworden die inmiddels veel antwoorden op zijn vragen heeft gekregen, maar nog niet helemaal klaar is met alles, zoals ieder mens nooit helemaal klaar is.


De worsteling van Mart en de houding van de kerk is met mededogen geschreven, nergens wordt met een bestraffend vingertje naar gewezen. Mart heeft het vooral moeilijk met het zwijgen, het niet mogen en kunnen vertellen van alles wat hij voelt en wat hem overkomt. Het voelt voor hem als liegen. Hij probeert te leven naar de wensen van iedereen. Hij probeert aan ieders verwachtingen te voldoen, heeft zelfs een meisje, maar dat leidt tot teleurstellingen. Zijn werkelijke  gevoelens zijn immers niet onderdrukken. Het proces naar aanvaarding van Marts geaardheid zowel in geloof als in de maatschappij is een lange weg geweest, maar uiteindelijk durft Mart wél die ene Psalm mee te zingen. De Psalm waarmee het verhaal begon én eindigde.


Het is een boek die op een erg meelevende, invoelende manier weergeeft hoe zwaar het geloof kan wegen op iemand die ook trouw aan zichzelf en zijn geaardheid probeert te zijn. Grote pluim voor de schrijver!


Zie ook het interview met de schrijver.


ISBN 9789023955962 | Paperback | 297 pagina's | Uitgeverij Kok | november 2018

© Dettie, 22 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Heimweeland
Kati Naumann


Het leven van Milla is niet helemaal wat ze gedroomd had. Ze woont sinds haar man hen verlaten heeft samen met haar 14 jarige zoon Neo in een appartementje in Erfuhrt. Toen ze alleen achterbleef zat ze wat te surfen en tikte het woord ‘verloren’ in. Zo raakte ze betrokken bij een groep mensen die op zoek ging naar Lost Places, verloren geraakte plekken: verlaten burchten, stilgelegde mijnen, vervallen (land)huizen, kazernes en nog veel meer. Steeds samen met Neo.


Tot een paar jaar geleden. Nu ging ze alleen op pad. Zo ook op de dag dat ze in het Thüringer Woud op een kelder stuitte, verborgen onder takken en puin. Het blijkt het enige overblijfsel te zijn van een ooit welvarend hotel: Hotel Waldeshöh ooit gunstig gelegen aan de populaire Rennsteig in het Thüringer Woud.
Als Milla er in slaagt de keldertrap af te dalen vindt ze er een voorraad voedsel, en een schriftje van iemand die Christine heet. Nader onderzoek wijst uit dat de familie Dressels daar woonde. Milla neemt contact op met de familie en raakt betrokken bij hun geschiedenis. Hoewel niet iedereen er blij mee is dat alles weer opgerakeld wordt.


‘De nieuwe verordening die net van kracht was, verontrustte haar. Er was net een vijf kilometer brede verboden zone langs de grens afgezet. En een stuk van vijfhonderd meter waar gepatrouilleerd werd en dat slechts met toestemming betreden mocht worden. Hotel Waldeshöh stond in deze zone. Maar ze hadden in hun paspoort een stempel gekregen die hun het recht gaf het te bewonen, dus misschien maakte ze zich onnodig zorgen.
’Denk je dat het nu klaar is?’ vroeg ze aan Arno. ‘Of komen ze ook nog naar ons? Denk je dat ons hotel ook naar de staat gaat? Ze zoeken goede vakantieplekken voor de arbeiders, zeggen ze. ‘Iedereen vakantie’ wordt het genoemd.
Het was nog niet zo lang geleden dat bij een grote operatie alle chique hotels langs de Rennsteig bij Oberhof staatsbezit werden. Schweizerhof, Quisisane en alle andere mondaine skihotels waren veranderd in vakantiewoningen van de vakbonden.'


In de jaren na de Tweede Wereldoorlog kwam Hotel Waldeshöh in het niemandsland te staan, een gebied van 500 meter tussen Oost en West. Een aantal jaren bleven de Dressels er wonen, gepest en getreiterd door de bewakers van de grenzen. Gasten mochten er niet komen. Tenslotte in 1977 werd het hotel onteigend, de bewoners trokken noodgedwongen weg.


Toen ze na de Val van de Muur terug wilden bleek dat er niets meer was om naar terug te keren. De broer van Christine, Andreas, die bosbouw gestudeerd had, bleef in de buurt. ‘om voor het bos te zorgen.’
Broer en zus wisten niet beter dan dat de onteigening definitief was, dat er ook geen schadeloosstelling mogelijk was. Hun zus Viola had het immers geprobeerd en nul op rekest gekregen? Hotel Waldeshöh zou niet meer kunnen bestaan.


We lezen over de zoektocht van Milla, iets dat - nu zoon Neo op het punt staat een eigen weg in te slaan - haar leven weer zin gegeven heeft. Ook lezen we het verhaal van de familie Dressel, waardoor je een inkijkje krijgt in de naoorlogse jaren in Duitsland, met name in het Sperrgebiet.
De verhaallijnen raken verstrengeld als Milla iets ontdekt. Een verrassende wending is het gevolg.


Kati Naumann schrijft heel beeldend, waardoor je het bos waar een groot deel van het verhaal zich afspeelt, als het ware ruikt. En doordat de grootouders van Kati Naumann (1963) in zo’n gebied woonden kon de schrijfster goed beschrijven hoe het leven geweest moet zijn als je tussen twee streng gescheiden werelden vast kwam te zitten. Dit is wat je een sfeervolle roman kan noemen, met mooie beschrijvingen, een helder beeld van de geschiedenis, zonder pathos of spanning, maar erg mooi en boeiend.


Kati Naumann (Leipzig, 1963) schreef songteksten en maakte ze musicals, hoorspelen en een reeks kinderboeken. Ze woont afwisselend in Leipzig en Londen.


ISBN 9789402703368 | hardcover | 400 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | juli 2019

© Marjo, 19 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het echte leven
Adeline Dieudonné


‘Bij ons thuis waren er vier kamers. Die van mij, die van mijn broertje Gilles, die van mijn ouders en die van de kadavers.’


Die kamer met de kadavers speelt een grote rol in het verhaal. Er staan allerlei opgezette dieren, vaak door de vader van het gezin zelf geschoten. Een ervan is een hyena.


‘Hij mocht dan wel opgezet zijn, ik wist zeker dat hij leefde, en hij genoot van de angst die hij wekte in elke blik die de zijn kruiste’.


Niet alleen de hyena is angstaanjagend, de vader is een sadistische man, gedreven door een algemene haat voor vrouwen, die zelfs voor het jonge meisje al duidelijk is. Zij vraagt zich af hoe het kan dat zij en haar broertje er eigenlijk zijn, zo liefdeloos is de relatie tussen haar vader en haar moeder. Maar ze weet ook: als Gilles een meisje was geweest, had haar moeder er nog een keer aan moeten geloven.
Als het verhaal begint is de verteller tien jaar. Haar broertje is zes. Ze zijn dol op elkaar – bij gebrek aan beter.


Een gruwelijk en dramatisch voorval verandert hun leven. Vanaf dat moment veranderen beide kinderen: het broertje lijkt zodanig afstand te nemen van de wereld dat het licht in zijn ogen dooft. Het meisje besluit dat zij de enige is die iets kan doen, ze kan niet lijdzaam toekijken. Ze is vastbesloten haar broertje te redden en aangezien haar ouders niets in de gaten hebben, probeert ze er mensen uit de omgeving bij te betrekken zonder dat zij weten wat haar bezielt. Als het meisje nog zo jong is dat ze in sprookjes gelooft is daar Monica, een vrouw die teruggetrokken in het bos woont en in de ogen van het meisje een soort heks is. Toverkracht kan ze wel gebruiken! Als ze ouder wordt en naar de middelbare school gaat, komt de wetenschap in beeld. Dan is er de fysicus die maar al te graag al zijn kennis overbrengt aan het leergierige meisje. 
En er is het jonge gezin, waaraan ze de warmte en de liefde onttrekt die ze thuis moet missen.
Haar moeder leeft doorlopend in angst. Terecht, want zij wordt mishandeld. Haar uitlaatklep zijn de geitjes waar ze dol op is.


‘Ik hield van de natuur en haar volmaakte onverschilligheid. Van de manier waarop ze haar nauwkeurige overlevings- en reproductieplan uitvoerde, wat er bij ons thuis ook gebeurde. Mijn vader sloeg mijn moeder verrot en de vogels trokken zich er niets van aan. Dat vond ik troostend. Ze gingen door met tsjilpen, de takken kraakten, de wind zong in de bladeren van de kastanje. Ik bestond niet voor hen. Ik was gewoon een toeschouwer. En dat stuk speelde doorlopend. Het decor veranderde met de seizoenen, maar elk jaar was het dezelfde zomer, met zijn licht, zijn geuren en met de bramen die aan de braamstruiken groeiden langs de weg.‘


Het meisje ziet hoe haar broer steeds meer afglijdt, terwijl de jaren voorbijgaan. De sfeer in huis wordt steeds grimmiger. Zelf wordt ze natuurlijk ook ouder: seksuele gevoelens ontwikkelen zich, ze wordt verliefd (ook al niet op een ‘normale’ manier) terwijl haar kennis toeneemt en ze ook meer inzicht krijgt in de wereld om haar heen. Als haar wrede ontoerekenbare vader thuis komt te zitten neemt de dreiging van de hyena toe - ‘die haar broertje steeds meer in zijn macht krijgt.’- net als de angst van haar moeder die zich steeds meer in zichzelf terugtrekt, terwijl er tegelijk een toenadering lijkt te zijn als het oog van haar vader ook op het meisje valt. De apotheose volgt na een schokkende scene.


Adeline Dieudonné roept op iedere pagina, met iedere zin, een duistere sfeer op met een prachtige woordkeus. Haar taal is beeldend, waardoor het verhaal nog heftiger wordt. Wat aanvankelijk lijkt op een verklaring: 'hoe kweek je een psychopatische moordenaar ' krijgt een bizarre maar gelukkig toch hoopvolle wending.


‘Het enige wat ze kon hopen was dat alle woede van mijn vader eruit zou komen als geschreeuw. Of liever: als gebulder. Zijn stem ontplofte, sprong uit zijn keel om mijn moeder te verslinden. Zijn stem reet haar aan stukken, verscheurde haar om haar te doen verdwijnen. En daar was mijn moeder het mee eens. Verdwijnen. En als het gebulder tekortschoot, kwamen de handen te hulp. Tot mijn vader al zijn woede had ontladen. Mijn moeder lag dan altijd op de grond, roerloos. Ze zag eruit als een lege kussensloop.’
‘Mijn moeder keek als een koe die net het onzekerheidsprincipe van Heisenberg heeft uitgelegd gekregen.’
’Als een gordijn van donker fluweel had de stilte zich weer over de nacht gelegd.’


Adeline Dieudonné (1982) is een Belgische theatermaker en schrijver.
Haar debuut Het echte leven heeft reeds vele prijzen gewonnen en zal verfilmd worden.


ISBN 9789025454647 | paperback | 208 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | augustus 2019
Uitstekend vertaald uit het Frans door Kris Lauwerys en Isabelle Schoepen

© Marjo, 10 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dames op de Herengracht
Margareth Hillebrandt


Drie jonge vrouwen ontmoeten elkaar eind jaren zeventig in Griekenland. Ieder van hen is vanuit Nederland om eigen redenen naar hier afgereisd met als doel een schildercursus te gaan doen.


Dorine, de verteller van het verhaal, begon haar leven als huisvrouw benauwend te vinden. Ze moest er eens tussenuit, en tot haar verbazing heeft haar man geen enkele tegenwerping. Waarom niet ontdekt ze pas later, na de cursus. Julia is eveneens getrouwd, maar heeft tot haar grote verdriet geen kinderen. Het besluit van haar en haar man om een meisje uit Brazilië te adopteren bracht weer geluk in hun leven, tot na een half jaar het kind ziek werd en stierf. Vanaf dat moment hield hun huwelijk niet veel meer om het lijf. Ook zij zoekt afleiding in Griekenland. De derde vrouw is Lily, een levensgenieter. Zij woont in een commune, heeft wel twee kinderen maar geen man. Zij  treedt op als zangeres om de kost te verdienen en is een vrijgevochten type.
Hoewel ze eigenlijk heel verschillend zijn klikt het meteen, en blijven ze elkaar zien na hun terugkeer in Nederland.


Als het verhaal begint, veertig jaar later, heeft Dorine een huis gekocht in Leiden. Op de Herengracht. Ze kan zich het huis en de verbouwing veroorloven, zoals ze ook geen hoge huur vraagt aan haar twee vriendinnen. Ze wil gewoon heel graag dat ze samen een huis delen.


‘Wij gingen daar met zijn drieën wonen. We zouden voor elkaar zorgen en lukte dat niet meer, om wat voor reden dan ook, dan schakelden we betaalde krachten in voor het verlenen van zorg, of voor hulp in de huishouding. Een verpleeg- of verzorgingshuis, daar kregen ze ons niet in.
Dit zou ons laatste huis worden. Een ding was zeker. We gingen hier verticaal in en er pas horizontaal weer uit.’


Er is voor ieder een eigen appartement, en ze hebben een gezamenlijke keuken met eetruimte. Na een tijdje besluiten ze er nog een huurder bij te nemen, en dat wordt Dolf, een zeer vitale zeventiger, die al vanaf het begin een duidelijke stempel op het huis drukt. Hij haalt zogezegd de straat naar binnen, maar omdat gezelligheid overheerst, vinden de vriendinnen het prima. Ook dat Dolf een relatie lijkt te krijgen met Julia vinden ze prima. Al moet Dorine tot haar verbazing constateren dat ze toch een beetje jaloers is! En zij heeft een geheim, dat haar lijkt te gaan opbreken.


Maar Dorine, Julia en Lily zijn wel dames op leeftijd, en ook zij ontkomen niet aan de gebreken die daar bij horen. Dorine moet een nieuwe heup. Hoe moet dat met de revalidatie? Een van de kinderen van Julia brengt uitkomst. Remy is verpleegkundige, woont en werkt op de Antillen, maar komt wegens verslechterende omstandigheden aldaar terug naar Nederland.  Zijn hulp laat Dorines herstel vlot verlopen, maar dan begint Julia wat vreemd te doen.
Als de diagnose Alzheimer valt, moeten de dames op de Herengracht moeilijke beslissingen nemen.


Vlot geschreven verhaal over een bijzondere vriendschap. Maar het zijn niet alleen de dames die vertellen. Ook Dolf heeft een inbreng, hetgeen het verhaal extra schwung geeft. Zal de vriendschap opgewassen zijn tegen de moeilijkheden die op hun pad komen?

Margareth Hillebrandt (Lisse heeft allerlei verschillende banen gehad, in allerlei branches. De laatste zeven jaar werkte ze in de ouderenzorg als projectmedewerker voor een aantal grote innovatieve projecten.


ISBN 9789491875908 | Paperback| 240 pagina's | Uitgeverij LetterRijn | november 2019

© Marjo, 4 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Bril & plu
Margaret van Mierlo


Bril & plu is een coming of (old) age-roman, staat op de achterflap, een boek over 'actieve zestigplussers die ervaren dat ze door hun omgeving als oud worden weggezet.' Dat trok mijn aandacht, was er wel eens eerder over deze leeftijdsgroep geschreven? Volgens mij niet, en zeker niet over de 'oude' stempel die iemand die  in de groep van de zestigjarigen valt, toebedeeld krijgt. Het leek me een origineel uitgangspunt.


Vol verwachting begon ik te lezen. Waar zou deze roman over gaan? Het lege nest syndroom? De pensioenleeftijd die naderde? De lichamelijke ongemakken? Of juist over de vrijheid, de kinderen zijn de deur uit, er is meer vrije tijd, financieel is er vaak meer ruimte. Of over de kinderen en vooral de kleinkinderen? enz. Nieuwe liefde misschien? De kansen liggen voor het oprapen. Dit boek tipt wel enkele zaken aan, maar in feite heeft het verhaal niets met leeftijd te maken. Wat Margaret van Mierlo beschrijft kan op elke leeftijd gebeuren.


Het handelt hier namelijk om twee vriendinnen, Nicole en Trix, die vroeger over een kostschool hebben gezeten. Nicole is de piekeraar en een beetje zwaar op de hand maar Trix dendert overal op af en vindt alles leuk en avontuurlijk. Zij sleepte op school Nicole vaak mee in haar rebelse gedachten en dat is eigenlijk nog steeds het geval. Maar nu ze beiden in de zestig zijn, is er opeens de brief van Hippo Helga. Hun vijand, de verklikker, het brave meisje op de kostschool.
Nicole heeft meteen buikpijn, er is namelijk toentertijd iets gebeurd wat alleen zij drieën weten...


Ondertussen lezen we hoe de twee vrouwen zich in het vrijwilligerswerk in een verzorgingstehuis storten. Niet dat zij koffie rondbrengen of bejaarden verzorgen, nee zij oefenen met de bejaarden een toneelstuk in dat humoristisch en soms cynisch het wel en wee in een tehuis behandelt. - In feite behandelen ze hun voorland. - Ook het leven zonder man en het gebruik van de vibrator komt uitgebreid aan bod. Maar wat dit alles te maken heeft met mensen van in de zestig?


Het verhaal wringt een beetje, alsof de schrijfster geen keus kon maken tussen de onderwerpen die ze wilde bespreken in het boek. De oude tante Nel en het buitenhuisje die beiden regelmatig terugkomen in het boek hebben bijvoorbeeld geen enkele meerwaarde. Het vibrator verhaal had leuk kunnen zijn, maar paste niet in het geheel, het kwam plotseling, uit het niets, er werd daarvoor namelijk geen enkele toespeling op - eventueel gemiste - seksualiteit ter sprake gebracht tussen de twee vriendinnen. Het was daardoor vreemd dat het attribuut ineens ingevoerd werd.
Kortweg gezegd, het geheel was wat rommelig en onevenwichtig qua opbouw en  zoals gemeld - niet specifiek voor mensen van genoemde leeftijdsgroep.


In feite is het vooral het verhaal rond de gebeurtenissen in hun kostschooljaren dat de boventoon voert. Het boek heeft daardoor ook meer van een milde thriller weg dan van de coming of old age-roman die op de flaptekst beloofd werd. Het geheel is niet verkeerd maar anders dan verwacht.


Margaret van Mierlo (Weert 1949) combineert haar werk in de gezondheidszorg met het schrijven van romans. Bril & Plu is haar vierde roman. Haar eerste roman Hemelse koffie uit 2006 werd in 2014 opnieuw uitgegeven, daarna volgden De zandlezer (2014) en kreukelzonde (2017)


ISBN 9789493059252 | Paperback | 181 pagina's | Uitgeverij Palmslag | oktober 2019

© Dettie, 31 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een tuin vol geheimen
Kelly Doust


Het boek begint in een moderne stijl met een aantal krant-, dan wel blogartikelen, die eerder afschrikken dan je geboeid doen verder lezen.
De doorzetter ontdekt evenwel dat het verhaal niet echt over de nepwereld die in die artikelen geschetst wordt gaat ofwel een egoïstische wereld vol nietszeggende pracht en praal, waarin je alleen maar iets bent als je succes hebt. En succes heeft Sylvie Dearlove niet meer.

Zij die een rijzende ster leek te zijn in de modewereld, is van haar voetstuk gevallen en gaat haar wonden likken in haar ouderlijk huis. Daarvoor verlaat ze New York – en haar vriend Ben – en komt terug naar het landgoed Bledesford, waar haar ouders en overgrootmoeder Lizzie nog steeds wonen. Ze schrikt ervan, de boel is behoorlijk vervallen, en haar ouders lijken druk met redden wat er te redden valt. Ze denken aan verkopen. Maar Lizzie Dearlove, de matriarch van de familie is daar fel op tegen, en dat laat ze duidelijk merken, ook al staat ze al met een been aan de andere kant van het leven. En Lizzie, dat is iemand die je gehoorzaamt. Iemand die tegen de tijdgeest in probeert vast te houden aan oude waarden en normen. Het boegbeeld van de familie. Of althans, dat was ze. Maar gaandeweg ontdekt Sylvie wie Lizzie echt was en is. En al blijven ze haar omzichtig behandelen, de familie gaat haar eigen gang.


Dat betekent grote veranderingen, waarbij Sylvie hulp krijgt van haar jeugdvriend Nick (de bellen rinkelen als hij zijn intrede doet, het is een beetje standaard hè, het vriendje van vroeger!), haar vriendin Tabs, en andere familieleden. Ook duikt er een filmmaker op, die het zijne toevoegt aan het uitpluizen van het familiegeheim.
De titel is immers: een tuin vol geheimen, en daar wordt niets te veel mee gezegd. Geheimen volop, waar de lezer meer van meekrijgt dan de familie Dearlove zelf, omdat we regelmatig terug in de tijd gaan, beginnend in 1928, het jaar waarin het eerste schandaal zich begon te ontwikkelen. En de tuin speelt inderdaad een grote rol, al komt dat pas laat in het verhaal aan de orde. De titel is een omzetting van de Engelse titel 'dressing the Dearloves' een onvertaalbare woordspeling, maar wel een betere titel.


‘Al dat succes dat ze nagejaagd had in haar leven, dacht Sylvie meewarig, alle inspanning die ze had geleverd om het perfecte plaatje te projecteren, om het perfecte leven te creëren, haar uiterste best doend om te proberen de nalatenschap van die perfecte, indrukwekkende Dearloves eer aan te doen - Rose, haar vader, zelfs Gigi – en het was allemaal voor niets geweest. Wat een zinloos levenspad. Ze waren niet perfect, ze waren mensen met tekortkomingen en problemen in gecompliceerde situaties die gewoon hun best deden.’


Het geheel is een beetje onevenwichtig, omdat je als lezer een foute eerste indruk krijgt. En het is jammer dat er niet meer verteld wordt over het verleden, maar dat is persoonlijk natuurlijk. Wat je wel goed meekrijgt is het leven van een familie, niet aristocratisch, maar wel in het bezit van een groot landgoed. Zo’n oude Engelse familie waarvan de oudere generatie het liefst met een feodaal systeem leeft (Lizzie vindt bijvoorbeeld de bedienden in het huis niet de moeite waard: ze kunnen niet eens lezen), en waar de moderne tijd met de Tweede Wereldoorlog zonder pardon zijn intrede doet.
Dat verhaal alleen al is prettig om te lezen, er is een grote dosis romantiek en daar horen clichés ook bij. Lekker leesvoer is het wel.


Kelly Doust heeft een achtergrond in boekenvak en pr. Ze werkte in Engeland, China en Australië voor verschillende tijdschriften, waaronder Vogue, en heeft enkele non-fictietitels op haar naam staan. Tegenwoordig woont ze in Sydney.


ISBN 9789402703382 | paperback | 416 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | juli 2019
Vertaald uit het Engels door Marjet Schumacher

© Marjo, 20 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wat we niet vertelden
Lara Prescott


‘Secretaris: een persoon die een geheim is toevertrouwd. Van het Latijnse secretus, secretum. We typte allemaal, maar sommigen deden meer. We spraken met geen woord over het werk dat we deden nadat we aan het einde van de dag de hoes over onze typemachine hadden gedaan. In tegenstelling tot de mannen konden wij onze geheimen bewaren.’


Aan het woord zijn de typistes die in begin jaren vijftig werkten in de burelen van de in 1947 opgerichte CIA. In die tijd was Allen Dulles de directeur. De typistes vormen in dit boek een soort algemene verteller, degenen die horen, zien en zwijgen.


Ten tijde van de Hongaarse opstand, waarbij de CIA een kwalijke rol had gespeeld, komt Irina Drozdova hun gelederen versterken. Zij is van afkomst Russische en dat is de bron van veel geroddel in de pauzes. Maar Irina weet zich staande te houden, al houden de anderen haar goed in de gaten.


In dezelfde tijd is in Rusland Boris Pasternak bezig met zijn roman Dr Zhivago, in de wetenschap dat de Russen zelf het boek niet zullen mogen lezen. Dokter Zjivago beschrijft het liefdesverhaal van een jonge dokter ten tijde van de Russische revolutie en de daaropvolgende burgeroorlog. Het schets een realistisch en tevens een kritisch beeld van de huidige regering. Pasternaks grote liefde, maar niet zijn echtgenote, is Olga Ivinskaja, moeder van twee kinderen, die hem heeft geholpen. Niet Pasternak, maar Olga wordt opgepakt en veroordeeld:


‘Dankzij de verklaringen van de getuigen zijn uw wandaden aan het licht gekomen: u hebt ons regime en de Sovjet-Unie belasterd. U hebt naar de Voice of America geluisterd. U hebt Sovjetschrijvers met vaderlandslievende opvattingen zwart gemaakt en het werk van Pasternak, een schrijver met non-conformistische opvattingen, de hemel in geprezen.’


Olga kreeg er vijf jaar voor, die ze uitzat. Daarna hervatten zij en Pasternak hun relatie, zich wel degelijk bewust van het feit dat ze in de gaten gehouden werden.


Als de CIA lucht krijgt van dit boek, zien ze een mogelijkheid om Rusland op slinkse wijze aan te vallen. Ze willen het boek dat in Rusland niet mag verschijnen, toch verspreiden onder de bevolking. Met de hulp van een aantal vrouwen krijgen ze dat voor elkaar: Olga natuurlijk, en Irina en Sally, nog een nieuw personeelslid in het kantoor van de CIA.


Dit verhaal berust op feiten. Misschien hebben Irina en Sally niet bestaan zoals beschreven, maar wel vrouwen zoals zij. Olga is een historische figuur, op haar dagboeken heeft Lara Prescott haar boek deels gebaseerd. Andere thema’s zijn homoseksualiteit, de in die tijd ondergeschoven rol van de vrouw en natuurlijk de Koude Oorlog.


Op een zeer bijzondere wijze wordt het verhaal verteld. Er zijn zoals reeds gezegd de typistes - die ook nog eens een tijdsbeeld laten zien - en dan springt het verhaal steeds van Oost  te weten Rusland en Pasternak naar West, dan gaat het over de CIA, Irina en Sally.
Boven de hoofdstukken staan ook de jaartallen, en een aanduiding als ‘de koerier’, ‘de prijswinnaar’, de student’. In het betreffende hoofdstuk wordt duidelijk waar die aanduidingen op slaan.


Het is voor de hedendaagse lezer een eye-opener te lezen over de begintijd van de CIA en hoe het Russische volk onder Stalin en later Chroesjtsjov onder de duim gehouden werd. Het lijkt grappig dat een boek zodanig gebruikt werd als propaganda, maar is niet hetzelfde als wat vandaag de dag nog gebeurt? De middelen zijn veranderd, het doel niet.


Wat we niet vertelden
is tegelijk een historische èn een actuele roman. Lara Prescott heeft gedegen onderzoek verricht, naar Pasternak en zijn boek, maar vooral ook naar de tijdsgeest in de jaren ‘50. Het heeft een fijne sfeer, is spannend en romantisch. De vorm is zeer origineel. De typistes mogen bijvoorbeeld het verhaal afsluiten met een epiloog.


Lara Prescott studeerde politicologie aan de universiteit in Washington en heeft een tijdlang als politiek campagnemedewerker gewerkt. Totdat in 2014 haar vader haar een artikel liet lezen over de rol van de CIA tijdens de Koude Oorlog. Haar boek is al vertaald in 28 talen en de filmrechten zijn verkocht.


ISBN 9789044355239 | Paperback | 400 pagina's | Uitgeverij The House of the Books | september 2019
Vertaald door Ellis Post Uiterweer

© Marjo, 17 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De tatoeëerder van Auschwitz
Het verhaal van de uitzonderlijke liefde tussen 32407 en 4562
Heather Morris


In een voorwoord stelt de auteur dat het boek fictief is. Maar het verhaal is niet verzonnen, het is gebaseerd op het ware verhaal van Lale Sokolov,  een overlever van Auschwitz-Birkenau. Heather Morris heeft Lale geïnterviewd in de laatste drie jaar van zijn leven. Hij stierf in 2006. Morris stelt dat hoewel zij enkele personages gecreëerd heeft, of gebeurtenissen anders heeft verteld, alles wel degelijk gebeurd is. Alle informatie is gedocumenteerd en onderzocht.


Lale Sokolov werd als Ludwig Eisenberg in 1916 geboren in het Hongaarse Korompa (nu het Slowaakse Krompachy). Hij meldde zich in april 1942, er van uitgaande dat hij op deze manier zijn ouders kon behoeden. Op dat moment had men nog geen idee wat de Duitsers van plan waren, men had nog niet gehoord van concentratiekampen. Alleen van werkkampen.
Hij hoorde bij de eerste transporten, en kwam in een kamp dat nog in aanbouw was. Maar er kwamen wel al veel mensen aan, iedere dag weer.


‘Het registreren begint. Lale kijkt toe terwijl de eerste gevangenen naar de tafels worden geduwd. Hij staat te ver weg om de korte gesprekken te kunnen opvangen, en dus slaat hij de mannen in de pyjama’s gade terwijl ze details noteren en iedere gevangene een bonnetje geven. Eindelijk is hij zelf aan de beurt. Hij moet zijn naam noemen, zijn adres zijn beroep en de namen van zijn ouders. De man met het verweerde gezicht schrijft Lales antwoorden in een keurig rondhandschrift op en geeft hem dan een papiertje met een nummer erop. Al die tijd kijkt hij Lale niet aan.
Lale kijkt naar het nummer: 32407.
Hij schuifelt met de mannen mee naar een tweede rij tafels, bemand door een andere groep gestreepte gevangene met groene driehoeken, onder toezicht van nog meer SS’ers. Inmiddels is hij uitgeput en snakt hij naar water.
Tot zijn verbazing wordt het papiertje uit zijn hand gerukt. Een SS’er rukt Lales jasje van zijn lijf, scheurt de ene mouw van zijn overhemd en drukt zijn linker onderarm plat op de tafel. Hij kijkt vol ongeloof toe terwijl de gevangene achter de tafel het nummer 32407 in zijn arm kerft.’


Al snel ontdekt hij dat zijn leven niets meer waard is. Hij ziet hoe mannen vermoord worden in een bus (voorloper van de gaskamer) en als hem het aanbod wordt gedaan om zelf tatoeëerder te worden, neemt hij het aan. Tweeënhalf jaar lang kerft hij nummers in armen. Ook in dat van Gita, vanaf dan gevangene 34902, maar ook het meisje dat Lales hart veroverde. Hij beseft dat overleven het enige is wat hem te doen staat. Zorgen dat hij het einde van de oorlog haalt, en zorgen dat Gita overleeft.


Dan volgt het gruwelijke maar tegelijk ontroerende verhaal van twee mensen die elkaar in onmenselijke omstandigheden hebben leren kennen en nooit zeker kunnen zijn dat ze ooit samen een leven zullen kunnen delen. Soms moeten er vreselijke dingen gedaan worden: hoewel er saamhorigheid is met andere gevangenen, overheerst het eigenbelang: eerst en vooral zorgt hij voor Gita en zichzelf.


Zeventig jaar lang zwijgen Lale en Gita over hoe ze elkaar ontmoet hebben. Gita sterft in 2003. Pas dan vertelt Lale zijn verhaal, een schrijnend verhaal waarin de lezer leest over de verschrikkingen die in een concentratiekamp gebeurden. Mensen werden een nummer, zelfs voor de medegevangenen waren zij geen individuen meer. Pas als ze een naam kregen, als je hen leerde kennen, dan kregen ze weer een identiteit. Het verklaart waarom Lale en anderen met ogenschijnlijk gemak hun eigen leven boven dat van – onbekende – anderen konden stellen. Ze moesten wel om zelf te kunnen overleven. Maar maakte dat hen tot colloborateur?
Werd bijvoorbeeld die ene vrouw die met een Duitser sliep om in leven te blijven terecht veroordeeld tot vijf jaar dwangarbeid? (Over deze vrouw schreef Heather Morris een tweede boek)


Na het verhaal volgt een epiloog, aanvullende informatie, en een nawoord van Gary, de zoon van Lale en Gita.
Dit op waarheid gebaseerde verhaal is het debuut van Heather Morris. Goed leesbaar, ondanks de vreselijke inhoud.


ISBN 9789402729801 | paperback | 320 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | april 2019

© Marjo, 9 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER