Nieuwe boekrecensies

altOveral vogelzang
Evie Wyld


‘Nog een verminkt, leeggebloed schaap. Er heeft zich geen korst op de ingewanden gevormd en ze dampt als een stoofpotje.’


Jake – ondanks de naam een jonge vrouw – woont in haar eentje op een Brits eiland. Ze  is schapenhouder, een ruw en eenzaam bestaan, dat ze heel bewust zo gekozen heeft. Maar nu verdwijnen er schapen. Wie is die onverlaat? Kan het een vos of een wolf zijn? Of is het een menselijk wezen? Maar wie is het dan die haar verblijf op de boerderij niet wenst?


Veel contact met andere eilandbewoners heeft ze niet. Ze moet wel boodschappen doen, en haar producten verkopen, maar verder wil ze liever alleen blijven. Zich afzonderen is niet goed, vindt Don, de man van wie ze de boerderij heeft gekocht. Hij houdt haar in de gaten en blijft vragen of ze naar de pub wil komen. Misschien toch wel een goed idee, denkt Jake. Misschien weet iemand wie haar schapen doodt.
Dan treft ze een man aan in de wolschuur. Een zwerver? Hij dringt haar zelfverkozen eenzaamheid binnen te dringen, en dat wil ze niet.


De reden waarom ze dat niet wil, ligt in haar verleden. We lezen daar over in tussenstukken, zonder aankondiging verspringt de tijd. Ze heeft veel tijd doorgebracht in Australië, bepaald geen vrolijk en makkelijk bestaan. Het verklaart veel. Maar niet alles.
Want waar komen die vreselijke littekens vandaan die ze op haar rug heeft? Maar vooral: waarom is ze bang voor contact met de buitenwereld?


'Vroeg in de middag komt Alan binnen en zodra hij ziet dat ik een vacht op de tafel gooi gaat hij door het lint. ‘Waar ben jij godverdeklote mee bezig?’ Ik verstijf en kijk verschrikt op. Maar het geschreeuw is niet tegen mij gericht. Hij wijst naar Clare. ‘Jij nutteloze idioot. Voorlopig ben jij de roustabout (i. e. degene die de schapen voor de scheerders klaarzet en hun geschoren vachten wegbrengt) niet Jake.’ Clares mond zakt open. ‘Ik wil geen topscheerder kwijtraken omdat jij je zaakjes niet voor mekaar hebt.’ Ik weet niet waar ik moet kijken of wat ik moet doen. Niemand verroert zich. ‘Jake, waar zijn je scheerspullen?’


Een zintuiglijke roman, waarin de schrijfster er in slaagt door middel van haar schrijfstijl precies die sfeer op te roepen die bij het decor past, of dat het koude Engeland is, of het broeierige Australië.
Ze maakt het de lezer niet makkelijk door het verhaal in de tijd te laten verspringen zonder dat duidelijk aan te geven, maar het is de moeite waard om door te zetten. Dit is een prachtige roman!


Evie Wyld (1980) is een veelbelovend schrijfster. Met deze tweede roman won ze al prijzen, maar ook haar debuut werd goed ontvangen. Na het Vuur Een Ademloze Stilte was haar debuut.


ISBN 9789044535471 | Hardcover | 285 pagina's | Uitgeverij de Geus | maart 2016
vertaald uit het Engels door Roos van de Wardt

© Marjo, 24 september 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Bewaren

 

De vloek van de Palmisano's
Rafel Nadal


Anna en haar man lopen die dag het dorp Bellorotondo in, het is 24 augustus 2012 en snikheet. Op het plein, in de schaduw van grote dikke boomkruinen staan twee monumenten en twee halfafgebladderde houten bankjes. Op een daarvan zit een heel oude man te slapen.
Het stel loopt naar de monumenten, één ervan is ter nagedachtis van de gevallen in de Eerste Wereldoorlog.  Bij het lezen van de tweeënveertig  namen, constateert de man van Anna verbijsterd dat nagenoeg de helft van de slachtoffers dezelfde achternaam hebben, Palmisano...
Hij probeert het aantal namen te tellen. 'Ventuno... het zijn er eenentwintig,' hoort hij een stem zeggen. Het is de oude man. Hij vertelt hen vervolgens over de vloek van de Palmisano's.


De familie Palmisano werd door het noodlot achtervolgt. De eerste Guiseppe Oronzo Palminsano sneuvelde in mei 1915, de dag nadat Italië Oostenrijk de oorlog had verklaard. Datzelfde jaar stierven er nog zes aan het front, ondermeer een tweeling van negentien jaar. In 1916 werd het er niet beter op, vier leden van de familie Palminsano sneuvelden eveneens. En zo ging het in 1918 door, alleen Vito Oronzo Palmisano leefde nog, hij was de laatste man van de familie. Het zag er naar uit dat hij de oorlog zou overleven, helaas het mocht niet zo zijn.


Vlak voordat hij met zijn vriend Antonio Convertini naar het front ging was hij getrouwd met zijn grote liefde Donata. Tijd om zijn huwelijk te consumeren was er niet.  Franseca Convertini, de vrouw van Antonio en Donata waren volle nichten van elkaar. Groot was hun blijdschap toen hun twee mannen een week verlof kregen. 26 oktober 1918 vertrokken ze weer naar het front en 4 november waren ze dood, gesneuveld, vlak voor de wapenstilstand. Spriet, die wel terugkeerde van het front, vertelde de vrouwen over de laatste uren van de twee mannen, ze waren 'gelukkig' op slag dood...


Maar het verlof van de mannen is niet zonder gevolgen gebleven, beide vrouwen zijn zwanger. Donata is inmiddels zo bang geworden voor de vloek van de Palmisano's dat ze Fransesca om hulp smeekt. Donata houdt haar zwangerschap geheim, beide vrouwen bevallen nagenoeg gelijk en Donata staat haar zoon Vitantonio af aan Franseca. Haar dochter Giovanna en Vitantonio zullen als tweeling opgroeien. Hun geheim wordt alleen gedeeld met dokter Ricciardi, huisarts en vriend van de familie Convertini.


Wat volgt is het verhaal rond de 'tweeling' en hun moeders. Fransesca en tante Donata wonen in één huis. Fransesca is niet onbemiddeld dus de tweeling groeit in redelijke welstand op. Maar vier jaar later sterft Fransesca aan tbc. Donata krijgt tot haar grote vreugde de beschikking over het huis aan het Piazza Santa Anna én de voogdij over de tweeling tot ze drieëntwintig zijn. Ze kan haar zoon blijven zien en krijgt er een dochter bij!
De tweeling groeit voorspoedig op en kunnen niet zonder elkaar. Donata is hun geliefde zia, tante.


Maar dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit en opnieuw staat het leven van Donata op haar kop. Giovanna, inmiddels een beeldschone jonge vrouw, vertrekt in de voetsporen van haar vriend Salvatore naar Spanje om tegen de fascisten te vechten. Vitantonio duikt na veelvuldige smeekbeden van Donata onder in de bergen. Zij is bang dat de vloek alsnog haar geliefde zoon zal treffen.


Het verhaal rond de twee jonge mensen vormt de rode draad van het verhaal, maar vooral in het gedeelte van het boek dat zich in de Tweede Wereldoorlog afspeelt, wordt de waanzin van het oorlog voeren benadrukt. De schrijver, die de werkelijk verloop van gebeurtenissen verweven heeft in het verhaal, laat zien dat het fascisme naast de nazi's een tweede vijand is die veel moeilijker te herkennen is. Wat vrienden leken te zijn, blijken verraders van het ergste soort. Het zijn dan ook vooral de laatste hoofdstukken die diepe indruk maken vanwege dat verraad en de enorme, gruwelijke ellende dat het veroorzaakt. De schrijver heeft zich op een onvoorstelbaar knappe manier verplaatst in de mensen die deze oorlogswaanzin moeten ondergaan.
Maar ook de onvoorwaardelijke vriendschap en liefde van Donata, Giovanna, Vitantonio, Salvatore, dokter en enkele andere vrienden voor elkaar en de vele vele slachtoffers kerven in je ziel. Heel aangrijpend en ontroerend.


Als lezer vraag je je natuurlijk constant af of 'de tweeling' de oorlog zal overleven en zullen ze er ooit achter komen dat ze geen broer en zus zijn.
Of zal de vloek nog een keer toeslaan?
De oude man op het bankje in Bellorotondo weet het...


Rafel Nadal (1954) is een Catalaanse auteur. Zijn historische romans spelen zich af in Spanje en Italië, waarbij de gewone burger centraal staat. Hij won verschillende prijzen.


ISBN 9789401605588 | Paperback | 335 pagina's | Uitgeverij Xander | september 2016

© Dettie, 21 september 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Bewaren

Bewaren

Bewaren

 

De gelukkigen
Kristine Bilkau


Gelukkig geluk


De cover van deze roman doet onmiddellijk denken aan de beroemde en schatrijke New Yorkse kunstenaar Roy Lichtenstein. Deze kunstenaar vond zijn kip met gouden eieren in het letterlijk en figuurlijk opblazen van striptekeningen uit de jaren vijftig. Eenzelfde soort tekening staat op de omslag van dit boek. Een jonge vrouw kijkt gelukzalig naar haar man, minnaar of nieuwe vriend en ik herken de stijl van de duizenden doktersromannetjes die vele kiosken hebben gevuld in de jaren zestig, zeventig en tachtig.
Het boek, het debuut van de Duitse journaliste Kristine Bilkau, werd in de DWDD sterk aangeprezen en kreeg veel goede recensies.


Waar gaat het boek over? Eigenlijk precies over dat wat de omslag al verraadt. Een yuppenstel met kind en veel yuppenvrienden varen op de wind van het geluk. Geld is geen probleem want ze hebben een goede opleiding gehad en zijn niet lui. Zij is celliste en werkt in de orkestbak bij een musical, en hij is journalist en redacteur bij een vooraanstaande krant. Ze wonen zoals yuppen horen te wonen in het centrum van een hippe stad in een klein appartement tegen een te hoge huur. Beide groeiden ze op zonder al te veel ellende en in relatief veel luxe. Veel tegenslag hebben ze niet gekend en ze hebben trotse zorgzame ouders. Ze zorgen allebei wisselend voor het kind en zijn geëmancipeerd. Zij traint haar cellospel terwijl hij het internet af zoekt naar een mooie landelijke koopwoning op reisafstand van hun yuppenbanen.


Maar ja, dan begint de ellende. U voelt hem aankomen en het staat in de sterren geschreven, het kan niet anders. Knap worden de eerste barstjes in hun zorgeloze onwankelbare geluk beschreven. Het gebouw waarin ze leven wordt gerenoveerd en zodoende gehuld in groot wit plastic, het filtert niet alleen het licht maar neemt ook de buitenwereld symbolisch weg. Tijdens een van haar korte doch belangrijke cellosolo’s in de schouwburg begint haar hand te trillen! Heeft iemand het gehoord? Internet voorspelt haar al snel een somber scenario en ze besluit niets tegen haar man te zeggen.


Hij op zijn beurt wordt geconfronteerd met een fusie van zijn krant en hij wordt rücksichtslos wegbezuinigd. Hij is te oud en dus te duur voor een nieuwe baan en te jong om te rentenieren. Het geld raakt op, want de yuppenstad is duur. Dan kan hij een onderbetaalde baan krijgen op het platteland waar zij onder geen beding naar toe wil. Een cellist heeft niets te zoeken op het platteland. Verwijten komen als een voortwoekerende veenbrand aan de oppervlakte en het wordt duidelijk hoe sterk hun werkelijke liefde en vooral hoe solidaire ze zijn met elkaar.


Deze Duitse roman is zo over de grachtengordel in Amsterdam te leggen ben ik bang. Ik ga u niet vertellen hoe het zich verder ontwikkelt, dat zou de lol verzieken. Het is niet bijster vlot geschreven, soms zelfs een tikkeltje langdradig. Maar op tijd raakte het verhaal in een stroomversnelling en las ik het toch met plezier uit. Als u van doktersromannetjes houdt, is dit geen boek voor u! Roy Lichtenstein liegt het u vanaf de cover al toe en Kristien maakt het smakelijk ironisch af.


ISBN 9789059366428 | Paperback | 284 pagina's | Uitgeverij Cossee| Februari 2016
Vertaald door Kris Lauwerys en Isabelle Schoepen

© Jan van Rijsingen, 20 september 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altVerdwenen grenzen
Stefan Popa


In de jaren 1967 tot 1989  werd Roemenië geleid door de dictator Nicolae Ceaușescu. Voor de inwoners van zijn land was het leven zacht gezegd niet makkelijk.
‘Wij hebben God niet nodig’, zei men, ‘wij hebben Ceaușescu’. Hij liet zich vereren, overal hingen zijn portretten; zijn ideeën waren verplichte leerstof op school; vrijheid van godsdienst en meningsuiting was er niet. Ook na zijn dood  - Ceaușescu werd geëxecuteerd tijdens de Roemeense Revolutie - was de Securitate (de geheime politie) overal en iedereen kon een spion zijn. Je kon zelfs je vrienden en familie niet vertrouwen.


In deze tijd ontmoeten de Roemeen Remus en het Romameisje Florica elkaar. De eerste blik is genoeg. Remus beseft dat die donkere ogen de ogen van een zigeunerin zijn, en dat zij ‘dus’ niet deugen kan, maar zij is de ware. Zijn familie en vrienden verklaren hem voor gek. Ook binnen de Romacultuur is het absoluut niet mogelijk om met een gadjo (niet-zigeuner) om te gaan, laat staan te trouwen.


Florica wordt door haar vader en ooms onder de duim gehouden, zij moet trouwen met een neef. Ze wil dat niet, ze wil haar eigen leven leiden, ze haat het feit dat zij als vrouw moet gehoorzamen en niets te zeggen heeft over haar eigen leven. En als zij verliefd wordt op Remus, hoopt ze dat hij haar een beter leven kan bieden.
Tegen zijn zin helpt de vriend van Remus het jonge stel, en zij komen na een hachelijke tocht in Italië terecht. Als zij dachten daar een vrij leven te kunnen leiden, komen ze bedrogen uit: ook in dit vrije land worden ze aangekeken op het feit dat ze Roemeens zijn. Roemenen krijgen de schuld van alle tegenslag in Italië. Een vreselijk voorval drijft Remus en zijn Florica uit elkaar.


‘Hoe eerder we opgaan in een ras, hoe beter. Wat zou de wereld mooi zijn als iedereen een mix was. Een groot vuilnisbakkenras in een wereld zonder grenzen.’


Dit verhaal laat evenwel zien dat een dergelijke wereld nog ver weg is. Deze twee jonge mensen moeten hun weg zien te vinden in een vijandige wereld, waar iemand die er anders uit ziet, of zich anders gedraagt, verguisd wordt.


Hoe het leven in Roemenië was, hoe men omging met zigeuners - en andersom -  is een boeiend verhaal. Maar ook het relaas van twee vluchtelingen verblijvend in landen waar ze verwachten het zoveel beter te zullen krijgen boeit. Het verhaal geeft prima weer hoe zij het leven beleven: De onderdrukking in Roemenië, het onbegrip tussen verschillende volken, en niet alleen tussen Roemenen en Roma.
Roma erkennen geen grenzen, maar zij moeten wel leven in een wereld waarin men grenzen heeft vastgesteld, met bijbehorende regels.  En dat heeft een ongenadige weerslag op het persoonlijke leven.


Verdwenen Grenzen is het geslaagde debuut van Stefan Popa. Met een tamelijk wollig gebruik van taal schaaft hij de scherpe kantjes af van het vreselijke dat hij vertelt. Hier in laat hij zien dat hij een goede verhalenverteller is, en weet waar hij het over heeft.
Helaas ziet het er niet naar uit  dat de woorden van de oude zigeuner (zie citaat) bewaarheid zullen worden.


ISBN 9789460683312 | Paperback | 314 pagina's | Uitgeverij Marmer | juni 2016 (1e druk februari 2014)

© Marjo, 10 september 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Bewaren

Bewaren

 

De mafste week tot nu toe
Martin de Jong


Het is 14 juni 2015
Na een heerlijk middagje in de zon, fietsen Liesanna en haar grote liefde Timio terug naar Buisdorp, waar ze wonen. Maar Buisdorp zit op slot, ze mogen er niet in. Boven het dorp hang namelijk een wolk, een roze wolk die eruit ziet als een enorme suikerspin. Maar de twee kennen Buisdorp op hun duimpje en via een omweg en door de inmiddels met bakken neerkletterende regen weten ze toch Buisdorp in te komen.


Timio gaat naar zijn ouderlijk huis, Liesanna naar de hare. Ze stapt onder de douche maar als ze de klaar is ziet ze het pas, de badkamer ziet er raar uit. Het ligbad is weg, er zijn rare ouderwetse kranen en rare ouderwetse wastafel. Wat is er gebeurd? Ze kunnen toch niet in een paar uur tijd de badkamer 'even' verbouwd hebben? Ook haar ondergoed bestaat ineens uit grote witte uitgaves. Al snel komt ze erachter, ze is in het jaar 1964 beland en Timio ook, zo blijkt later.


Hiermee begint het vermakelijke verhaal van Timio en Liesanna. Een week lang worden ze elke dag op 14 juni wakker maar steeds in een ander jaar! Die jaren blijven beperkt tot de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw maar dat maakt het niet minder spectaculair. Ze zijn in een parallelle wereld beland volgens Timio.


Elke ochtend trekt Liesanna verwachtingsvol haar lingeriela open, wat zal ze daar nu weer aantreffen? De ene keer dus grote witte onderbroeken, de andere keer een knalgroen gevaarte of een witte met roosjes. Ook de kleding in haar kast is telkens anders. - De minimode bevalt Timio wel, evenals de hotpants. -  Dankzij de krant weten ze in welk jaar ze die dag wakker geworden zijn.


Aanvankelijk gaan de twee nog trouw naar school. Tot hun verbijstering wordt er door de leraren gerookt in de klas en op het schoolfeest mogen de kinderen gewoon bier drinken!  Na een paar dagen volgen ze alleen nog de eerste twee, drie uur de lessen, straf krijgen ze toch niet want de volgend dag leven ze immers in een ander jaar. Ze vermaken ze zich uitstekend op Timio's kamer want zijn ouders werken en Timo's broertje zit op school...  Als je erg verliefd bent is dat heel prettig.  Maar elke dag moeten ze om half vijf bij Tirra zijn omdat haar vriend Kiers terugkomt na een tijdje gearresteerd geweest te zijn.

Het meest bijzondere is, dat hun ouders, leraren en leraressen en vrienden dezelfde leeftijd hebben als in 2015, alleen hun kleding, omgeving en leefgewoontes zijn heel anders. De ene keer dragen ze broeken met heel wijde pijpen. De andere keer zien ze iedereen met bakkebaarden rondlopen en Liesanna's moeder tovert de meest bizarre en vette gerechten op tafel. Niets magere producten, volle boter op brood. Wat het meest lastige is, is dat internet nog helemaal niet bestaat, laat staan de smartphone. Tot Liesanna's ergernis staat de telefoon thuis ook nog eens binnen gehoorsafstand dus een privégesprek is onmogelijk.


Hilarisch is het dagelijks terugkerende bezoek aan Tirra en Kiers. De redenen waarom Kiers elke keer gearresteerd werd, zijn nu bijna onvoorstelbaar. Hij sprong in de gracht tijdens het bezoek van de Beatles, hij lag te slapen op de Dam terwijl het slaapverbod net ingegaan was enz. Er werd met harde hand opgetreden tegen zoveel wangedrag...
Ook de krantenberichten de radio vormen een rode draad door het verhaal. We krijgen daardoor mee welke muziek populair was en vooral het wel en wee van de Beatles, Rolling Stones en The Who worden uit de doeken gedaan. Het frappante is dat Liesanna een week daarvoor nog naar een concert geweest is van Paul McCartney, in de Ziggo Dome!  En nu ze in de jaren 60 en 70 beland is, hoort ze de jonge Paul steeds op de radio!
Maar de grote vraag blijft natuurlijk, hoe komen ze terug in 2015?


Het boek zit knap in elkaar, Martin de Jong heeft heel veel zaken die in die jaren speelden en gewoon waren door het verhaal heen geweven.
Liesanna kent natuurlijk heel veel dingen niet, wat is bijvoorbeeld een pick up? Ook de veranderde gewoontes en gedrag in de loop der tijd is frappant, waar je zelf eigenlijk nooit bij stilstaat. Er was bijvoorbeeld een snoepwinkel bij school, dat mag nu niet meer. Kinderen fietsten naar school en spraken elkaar vaak daar pas. En wat deden ze na schooltijd, vroeg Liesanna zich regelmatig af, zo zonder apps en internet?


Elke dag worden alle gebeurtenissen in feite steeds herhaald maar door de wisselende jaartallen en vooral door de humoristische schrijfwijze verveelt dat geen moment. Liesanna heeft zelfs ook haar eigen licht cynische commentaar op die repeterende gebeurtenissen. Het verhaal valt eigenlijk niet te vertellen, dat moet je gewoon lezen.
Dit is het vierde boek dat ik van Martin de Jong lees en opnieuw heb ik enorm genoten van zijn enorm humorvolle fantasie.


ISBN 9789463183307 | Paperback | 144 pagina's | LGB Producties/De Nieuwe Boekhandel | juni 2016

© Dettie, 14 september 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Bewaren

Bewaren

Bewaren

 

Suiker
Onno Wesseling


August Georg Otto Graf von Schauenstein-Hirschbach is van hoge komaf maar laag in zeden en moraal. Als blijkt dat hij het dienstmeisje zwanger heeft gemaakt, sommeert hij haar te vertrekken. Helaas voor hem hoorde zijn vrouw Amanda wat haar man het arme meisje beval.
Ze was het met hem eens. Het dienstmeisje kon vertrekken na de geboorte maar het kind van haar man, dat zijn naam zou krijgen, dat kind zou zij grootbrengen. Tandenknarsend gaf August zijn toestemming.


Amanda is de tweede vrouw van August. Uit een eerder huwelijk heeft hij twee onuitstaanbare kinderen, Gottfried en Ludwig die in gedrag steeds meer op de hautaine, protserige August gaan lijken. Amanda weet dat zij zelf geen kinderen zal krijgen, August deelt nooit het bed met haar omdat ze mank is. Hij heeft zelfs een hekel aan haar gehandicapte lichaam. Zij compenseert zijn afkerige gedrag met drank, steeds meer drank.


Amanda leert Lennart alles wat ze hem kan leren en dat is veel. Maar wat ze hem vooral leert is kijken, kijken naar alles en iedereen. Daar zal hij het meest van opsteken. Dat is haar belangrijkste les die Lennart goed in zijn oren knoopt. - Dezelfde oren die hem nog veel last zullen bezorgen. Het kijken komt hem daarom extra goed van pas. - Lennart kijkt toe als zijn oudere broers leren schieten, hij kijkt toe in de keuken toe hoe het eten bereid wordt en langzamerhand mag hij helpen en leert gerechten te maken, hij leest kookboeken en probeert van alles uit, tot ergernis van de kokkin. Maar zijn kookkunsten worden steeds beter. Hij weet dan nog niet wat het kijken en koken hem later allemaal zal opleveren.


Maar aan het rijke, goede leventje komt een eind als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt en Lennarts moeder overlijdt dankzij een val. Gevallen door de drank zegt August, maar Lennart weet wel beter. Hij weet ook dat zijn tijd op slot Schaustein voorbij is en de nagenoeg wereldvreemde jongen vertrekt. Dat wordt zijn geluk. Tijdens zijn vlucht ontmoet hij namelijk Talin L’Orsa die bij toeval zijn kooktalenten ontdekt. Hij is onder de indruk van Lennarts creativiteit en vraagt hem mee te gaan naar Venet om zijn vak te leren. L’Orsa is een beroemde Ventiaanse meesterpatissier, gespecialiseerd in suikerwerk. Het doel van deze leerschool is uiteindelijk de overname van de zaak...

Lennart neemt het voorstel argwanend aan, waarom is hij uitgekozen? Wat zit daarachter? Maar langzamerhand begint hij het werk in zijn vingers te krijgen en zijn leermeester te geloven. Maar is Lennart zelf wel te vertrouwen? Hij weet dat de concurrent aast op geheime ingrediënten en zij bieden hem ook al mooie vooruitzichten. Maar wat Lennart echter vooral angstvallig verzwijgt is zijn toenemende doofheid en dat geheim zal hem bijna fataal worden.

Het verraste mij te ontdekken dat de schrijver een Nederlander is. Onno Wesseling heeft de Italiaanse sfeer zo levensecht weergegeven dat ik er automatisch van uit ging dat de man zelf ook Italiaan was of tenminste daar woonde. Niets is minder waar. Het verhaal en vooral de bereiding van de patisserie is zeer beeldend beschreven evenals de oorontstekingen... Het ene moment zit je verlekkerd mee te snoepen van de heerlijke chocola en prachtige kunstwerken in suiker die Lennart weet te maken, het andere moment leef je mee en voel je bijna de pijn in zijn kloppende oren. Je wil bijna roepen dat hij niet moet gaan zwemmen. Maar wat vooral het verhaal zo prettig maakt is dat het veel meer ingrediënten in huis heeft. Naast het heerlijke eten en de ziektemomenten, speelt romantiek ook een belangrijke rol, evenals afgunst, winstbejag, onzekerheid en liefde, dit alles zonder goedkoop te worden.
Kortom, Onno Wesseling heeft een erg prettig leesbare roman neergezet die je meevoert naar het Italië van weleer.


ISBN 9789044528220 | Paperback | 348 pagina's | Uitgeverij de Geus | februari 2016

© Dettie, 24 augustus 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
Deining in Zwinderen
Piet Bakker

Piet Bakker was een Nederlandse journalist en schrijver. Hij was mede-oprichter van het tijdschrift Elsevier. Zijn bekendste verhalen gaan over de belevenissen van het straatjochie Ciske Vrijmoeth, alias de Rat.

Dat ik dus de naam herkende toen ik gisteren over een rommelmarktje zwierf is niet vreemd. Ik heb het boekje meegenomen voor een euro. Het telt 130 pagina's in A5-formaat en was dus tussen twee grote treinstations al uit. Grappig dat ik zojuist ontdek dat Zwinderen bestaat! Het is een dorp in de buurt van Coevorden.

Het verhaal gaat over - heel actueel eigenlijk, terwijl het boek uit 1958 stamt - een oliemagnaat die een proefboring wil komen doen. Het dorp op zijn kop! De adellijke familie is tegen, die willen de tijd terug zoals het voor Napoleon was. De milieubeweging - toevallig vertegenwoordigd door de adellijke zoon - is ook tegen. De burgemeester wil eigenlijk alleen tijd doorbrengen met zijn rozen, maar zijn gemeentehuis is erg krakkemikkig, en hij ruikt geld.

Het werk dat hij zou moeten doen - maar hij is er nooit - wordt gedaan door zijn gemeentesecretaris en de factotum. Deze twee mannen zijn min of meer de hoofdpersonen. Het maakt hen niet zo veel uit wat er gebeuren gaat, zij zijn met andere dingen bezig: de secretaris vrijt met de dochter van de burgemeester, tegen de zin van haar ouders die willen dat zij trouwt met de adellijke zoon. Zijn baan wankelt, en het aanbod van de oliemagnaat klinkt goed. De factotum verspilt ook de goodwill bij zijn baas, zodat de burgemeester zich plotsklaps geconfronteerd ziet met het feit dat hij zijn eigen werk moet gaan doen. En er komen verkiezingen aan, de politiek is een rommeltje. Maar de secretaris maakt daar goed gebruik van.

Hoe gedateerd zou dit boekje kunnen zijn, ware het niet dat corruptie, eigenbelang en domheid nog altijd een rol speelt bij de mensen die het voor het zeggen hebben. Het is een vermakelijk verhaaltje.


Paperback | 130 pagina's | Uitgeverij Elsevier | met illustraties van Eppo Doeve | 1958

© Marjo, 22 september 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

 

Wachten op Bojangles
Olivier Bourdeaut


Soms kom je zomaar een pareltje tegen op je weg, van een debutant nog wel. Wachten op Bojangles, heet dit sprookjesachtige werkje en als je daar het nummer waar dit boek zijn titel aan heeft ontleent, Mr. Bojangles van Nina Simone, bij opzet, heb je meteen de melancholische droef/vrolijke sfeer van dit bijzondere boekje te pakken.


Het verhaal wordt verteld door een jongetje, door wiens ogen we de avonturen volgen van zijn moeder, wonderschoon en uitbundig, en zijn vader, een charmante man die de wereld mooier maakt met zijn verhalen die maar zelden op de waarheid gestoeld zijn.


Zijn jeugd leest als een sprookje, ze wonen in een prachtig huis, waar altijd feesten zijn en waar de dagelijkse beslommeringen van het leven ver weg zijn. Rondom alle dagelijkse zaken en gebeurtenissen worden kleurrijke verhalen verzonnen, die maar zelden gelijk lopen met de dagelijkse realiteit. Aan ‘wat hoort’ heeft niemand een boodschap, in de hal ligt een berg ongeopende post en brieven, waar het jongetje graag in speelt, er wandelt een kraanvogel rond, mejuffrouw Supertopinada genaamd en er zijn altijd feesten met veel drank en veelkleurige gasten, waaronder de postbode, de kruidenier en een bevriende senator. Zijn moeder, die van zijn vader iedere dag een nieuwe naam krijgt, ziet geen enkel bezwaar om na al die feestelijkheden naakt de straat op te lopen en als haar man haar daar op aanspreekt, niets fatsoenshalve maar uit bezorgdheid voor de kou, zet ze instemmend knikkend een bontmuts op en verlaat alsnog het pand.


Al lezend, vooral door notities die de jongen vindt in het geheime dagboek van zijn vader, kom je erachter dat achter deze uitbundige, bijna manische vrolijkheid altijd het gevaar van het verdriet en de depressie op de loer ligt. Iets wat zijn vader al besefte toen hij deze betoverende vrouw voor het eerst ontmoette. Hij besloot mee te gaan in haar gekte om met zijn leugens en verzinsels haar leven nog enigszins in banen te leiden.


“Ik zag best dat ze ze niet allemaal op een rijtje had, dat er achter haar uitzinnige groene ogen geheime barstjes zaten, dat er achter haar kinderlijke bolle wangen het verleden van een gekwetste tiener schuil ging, dat deze jonge vrouw, ogenschijnlijk zo grappig en stralend, in een vorig leven waarschijnlijk alle kanten opgeslingerd was. Ik bedacht dat ze daarom als een waanzinnige danst, gewoon om haar verdriet te vergeten. In het tijdsbestek van een cocktail en een dans had een waanzinnige vrouw met vleugels op haar hoofd me waanzinnig verliefd op haar gemaakt en me uitgenodigd aan haar gekte mee te doen. “


Maar de gekte neemt meer en meer toe, en als er iets gebeurt wat levens op het spel zet, dringt ook tot hem door dat zijn vrouw ook door hem niet meer te redden valt. Als ze wordt opgenomen, is er even hoop op betere tijden, maar als blijkt dat haar ziekte ongeneselijk is, plannen ze een spectaculaire ontvoering en vluchten naar Spanje.


Zelden las ik een boek wat zo lichtvoetig, vrolijk en dynamisch is, maar tegelijkertijd ook zo droevig en melancholisch. Het gaat over de pieken en dalen van het bestaan, over manie en depressie, over leven met gekte en daar vormen voor zoeken en tegelijkertijd is het een sprookje en vooral een ode aan de liefde die boven alles gaat en zijn eigen wegen zoekt.


Het bracht ons een boekje waarbij je moet lachen en huilen tegelijk en waar je, als je eenmaal begonnen bent, niet meer in kunt stoppen met lezen. En mochten dat nog geen aanbevelingen genoeg zijn dan is het ook nog eens dé perfecte aanleiding om Mr Bojangles van de onvolprezen Nina Simone weer eens op te zetten.


Wachten op Bojangles
is het debuut van de Franse Olivier Bourdeaut (1981). Hij is het prototype van iemand met twaalf ambachten, dertien ongelukken, maakte zijn middelbare school niet af, maar schreef dit boek, ondanks zijn dyslexie, in zeven weken tijd. Sindsdien zijn er in Frankrijk meer dan 170. 000 exemplaren van verkocht en verschijnt het in vertaling in meer dan vijfendertig landen.


ISBN 9789028426719 | Paperback | 143 pagina's | Wereldbibliothheek | augustus 2016

© Willeke, 20 september 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Bewaren

 

Het ware verhaal van haar en mij
Delphine de Vigan


Soms schiet me een wat clichématig beeld te binnen van een spin die geduldig zijn web heeft geweven, of van een octopus in wiens tentakels ik verstrikt ben geraakt. Maar zo was het niet. L. was eerder een kwal, licht en doorzichtig, die zich had vastgezogen op een deel van mijn ziel.


Niemand weet dat Delphine al drie jaar lang geen letter meer op papier krijgt. Zodra ze een pen oppakt of haar computermuis richting het Word-icoontje op het beeldscherm beweegt, raakt ze in paniek. Zelfs het versturen van een eenvoudige e-mail of het schrijven van een boodschappenbriefje zijn onneembare hordes. Het voelt alsof haar woordenschat is opgedroogd, alsof ze alle beschikbare woorden in haar laatste boek heeft gestopt. Het autobiografische boek werd een internationaal succes, Delphine zelf schrompelde ineen. Soms voelt het alsof ze nog maar een schaduw van haar oude zelf is. Het feit dat haar kinderen, een tweeling, het ouderlijk huis hebben verlaten, maakt dat het gevoel van een allesoverheersende leegte alleen maar toeneemt. Het gaat niet goed met Delphine. Haar opgewekte gedrag is een façade.


Na een uitputtende signeersessie voelt Delphine zich ellendig omdat ze een fan teleur heeft gesteld. Op het moment zelf vond ze zichzelf assertief, nu schaamt ze zich voor haar krengerige gedrag. Delphine is zo moe dat ze haar afspraak met haar vriend François afzegt. Ze wil alleen nog maar naar huis en zich wentelen in de stilte van de eenzaamheid. Op weg naar huis haalt ze nog snel wat boodschappen bij de supermarkt. Haar goede vriendin Nathalie slaat ook net een voorraadje levensmiddelen in. Voor Delphine goed en wel beseft wat ze doet, stemt ze toe haar voorgenomen rustmoment te verruilen voor een feestje.


Op het feestje ontmoet ze L.


L. beschikt over de gave iemand meteen op zijn of haar gemak te stellen. Haar belangstelling voelt als een warm bad. Daarnaast ziet L. er onberispelijk uit. Het fascineert Delphine. Het voelt heel vanzelfsprekend om L. in vertrouwen te nemen. Terwijl de rest van het gezelschap feestviert, stort Delphine aan de keukentafel haar hart uit. L. is een en al begrip. Het is alsof ze precies weet wat er in Delphine omgaat. L. begrijpt haar. Het voelt verlossend. Delphine heeft een soulmate gevonden.


In de maanden die volgen zoekt L. steeds vaker contact. Hun eerste kennismaking verdiept zich tot een bijzondere vriendschap. L. steunt haar waar ze maar kan. Ze stuurt Delphine in de juiste richting, zwakt verkeerde opvattingen af en neemt haar steeds meer uit handen. L. neemt de controle over Delphines leven over. Delphine heeft het niet door. Het lukt haar nog altijd niet om te schrijven en haar onzekerheid neemt steeds grotere vormen aan. Ze heeft niet in de gaten dat L. haar steeds meer van de buitenwereld isoleert en haar onzekerheden voedt. Dat L. steeds meer op haar gaat lijken is niets anders dan een duidelijk teken dat haar verbeelding met haar op de loop is gegaan. De herinneringen aan de griezelige woedeaanvallen van L. verdringt ze simpelweg.


Delphine de Vigan schrijft romans met een scherp autobiografisch karakter. Eerder schreef ze - onder de schuilnaam Lou Delvig - het boek Dagen zonder honger over de tijd dat ze aan anorexia leed. Een ander boek dat de aandacht van het grote publiek heeft getrokken, is Niets weerstaat de nacht. Ze schreef het boek naar aanleiding van de zelfmoord van haar moeder. De anonieme dreigbrieven die ze naar aanleiding van dit boek ontvangt, vergroten haar kwetsbaarheid en daarmee indirect ook de macht van L.


Wat wil L. van Delphine? Waarom manipuleert ze de beroemde schrijfster? Is L. gestoord, meelijwekkend of misschien zelfs gevaarlijk? Ook de rol van Delphine in dit verhaal is bijzonder boeiend. Delphine is weliswaar wat onzeker maar ze is ook een populaire vrouw met een leuke vriend, liefhebbende kinderen en een grote schare vriendinnen. Waarom laat ze zich het dominante gedrag van L. aanleunen. Wie profiteert eigenlijk van wie?


Een desastreuze vriendschap als die tussen L. en Delphine kan alleen maar slecht aflopen. De onderhuidse spanning loopt zo hoog op dat deze autobiografische roman soms aan een thriller doet denken. Ik ging volledig in het verhaal op. Na de briljante ontknoping was ik enigszins beduusd. De menselijke geest laat zich moeilijk doorgronden. Het ware verhaal van haar en mij is een indrukwekkend staaltje zelfinzicht.


ISBN 9789044536621 | hardcover | 380 pagina's | Uitgeverij De Geus | augustus 2016
Vertaald door Floor Borsboom en Eef Gratama

© Annemarie, 19 september 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een zaterdagmiddag
Bert Wagendorp


In dit kleine, mooi verzorgde, boekje lezen we het verhaal dat een inmiddels 81-jarige moeder aan haar zoon Bram vertelt. Hij wil weten wat er die zaterdagmiddag 24 februari 1945, nou eigenlijk gebeurd is.


"Ik wil feiten, geen emoties, dat stelt haar gerust. Emoties hebben de feiten lang genoeg verborgen gehouden."


Moeder vertelt dat zij als elfjarig meisje met haar broertje Bram naar de bakker moest om brood voor die avond en de volgende dag te halen. Vlak voordat ze vertrok vroeg haar vader of ze ook even langs school wilde lopen om de brief op te halen die hij vergeten was. Had hij dat maar niet gedaan... Ze lopen eerst naar de bakkerij, anders is het brood op. Ze vertelt dat tante Stien, zoals de bakkersvrouw genoemd wordt, altijd moest lachen om de grappige, zeer intelligente Bram. "Hij vroeg of we in de bakkerij mochten kijken. Die was achter in de winkel. De broodoven werd nog gestookt met takkenbossen. [...] Maar de bakkerij was al schoongemaakt, dus was er niets meer te zien. Had het wel gemogen, was alles anders gegaan...
Als lezer hebben we inmiddels wel begrepen dat er die dag in 1945 iets vreselijks is gebeurd. Maar wát weten we nog niet.


Doorheen het verhaal van de moeder lezen we het verhaal van haar zoon Bram. Zijn moeder heeft hem alleen opgevoed. Wat zijn moeder vertelt 'speelt zich af in een andere tijd, maar ik ken het decor uit mijn eigen verleden.' Bram is er namelijk ook opgegroeid in hetzelfde huis als zijn moeder, in hetzelfde stadje (Groenlo) diep in de Achterhoek, waar zijn opa hoofdmeester van de protestantse school was.


'Mijn vader is er nooit geweest. De eerste jaren was mijn opa mijn vader en toen hij overleed was ik twaalf en had ik geen vader meer nodig. Denk ik.'


Opa is gek op zijn kleinkind die zoveel lijkt op die andere Bram, zijn zoon, waarnaar de jongen vernoemd is. Vanaf het moment van de geboorte van de jongen bloeide opa weer op. Opa was namelijk een zeer intelligente man, maar als arbeiderszoon was hoofdmeester worden het hoogst haalbare. Toen bleek dat zijn zoon Bram eveneens een groot verstand bleek te hebben, hij leerde zichzelf bijvoorbeeld op driejarige leeftijd lezen, vestigde opa al zijn aandacht op het kind. Zijn zoon zou wèl de kansen krijgen die hij niet gehad had. Maar op die fatale dag blies de Engelse bom die op het schoolplein viel niet alleen zijn kleinzoon van de wereld maar ook opa's eigen leven was aan flarden.
De moeder van Bram was binnen, in school, de brief ophalen waar haar vader om gevraagd had...


Het gebeurde is een toevallige samenloop van omstandigheden maar iedereen voelt zich schuldig over de dood van Bram. Ook kleinzoon Bram, de verteller van het verhaal, voelt zich onbehaaglijk, waarom was hij eigenlijk geboren? Had zijn moeder met zijn geboorte haar schuld willen inlossen? Deze vraag aan haar stellen is moeilijk, maar hij stelt hem toch. Moeders antwoord is verrassend.


Een klein maar indrukwekkend verhaal. Er blijft afstand, net zoals moeder wilde, geen emoties, wel feiten. Maar de manier waarop het verteld wordt, de kleine opmerkingen, de houding van opa, - Er werd door hem alleen in korte verwijzingen over 'oom Bram' gesproken. "Meer was onmogelijk en onverdraaglijk, het was zo al confronterend genoeg." -  de stugge oma die altijd bang was als haar kleinzoon naar school ging, het intieme van de omgeving, maken het verhaal toch ontroerend en invoelbaar.
Ien van Lannen heeft bij het verhaal zwart-wit afbeeldingen gemaakt die veel weg hebben van foto's, wat de impact van het verhaal nog meer benadrukt. Maar vooral de soms kleine juweeltjes van zinnen dragen bij aan de authenticiteit van deze mooie, indrukwekkende novelle.


"Het vertrek van mijn opa was een ballet voor een fietser, uitgevoerd volgens een strakke choreografie."


"De viool tilde hem uit boven zijn afkomst."


"Mijn moeder is een sterke vrouw. Als er een vliegtuig overkomt, krimpt ze nog altijd een beetje in elkaar, maar dat zie je alleen als je het weet."


ISBN 9789025448738 | Gebonden | 80 pagina's | Atlas Contact | 4 juni 2016

© Dettie, 16 september 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Bewaren

Bewaren

 

altRetour Berlin Ostbahnhof
Dolores Thijs


De plek waar je je eerste liefde beleeft, die vergeet je niet. Zeker niet als dat Oost-Berlijn is, in de na-oorlogse jaren. Een bijzondere - maar misschien niet ideale - plek om volwassen te worden.


Dolores Thijs zal de meest bepalende jaren van een mensenleven doorbrengen in Oost-Berlijn. Als kind van 12 gaat ze met haar ouders mee naar de Duitse stad, waar de puinhopen nog roken. Maarten Thijs krijgt het aanbod om daar correspondent te worden, hetgeen hij als aanhanger van het communisme, met twee handen aangrijpt. Het is maar voor drie jaar, probeert hij de schok voor zijn vrouw te verzachten. Maar Julia, gewend aan het flamboyante Brusselse leven, zal niet wennen. Niet in de kale en sombere woonruimte waar ze de eerste periode bivakkeren, maar ook niet in het luxere huis net buiten de stad, met tuin en balkon. De Berlijnse Muur is er nog niet, maar vrij verkeer is er ook niet. Er is strenge controle. Als ze ontdekt dat ze met haar speciale persoonsbewijs naar het Westen kan reizen, is Frau Thijs de koning te rijk. Al keurt haar man het af, het is ‘staatsvijandig.’


In Brussel heerste er al spanning tussen de twee echtelieden, hun overtuigingen staan lijnrecht tegenover elkaar en deze verhuizing maakt het erger. Maarten heeft zijn werk en hij drinkt zijn borrel met de collega’s. Hij wuift het gemopper van zijn vrouw weg, negeert de problemen die ze heeft met de karige aanwezigheid van voedsel of kleding. Ze schrikt als hij met bonnen aan komt zetten: daar had hij niets over gezegd! Uren moet ze in de rij staan, en dan nog vaak voor niets.


‘De rij schoof  maar langzaam op, de buitenthermometer stond op tien graden onder nul. Eenmaal aan de beurt bleek er niet veel meer verkrijgbaar dan wat wortelen en koolrapen, rimpelige appeltjes en aardappelen waar de aarde nog aan hing. In een bijna laag krat lag ook nog een stapeltje krakkemikkige komkommers. Mijn moeder lustte geen komkommers, ze wilde tomaten, sinaasappels en bananen. ‘Tja,’ grijnsde de winkelier, ’die zouden ze allemaal wel willen.’


Haar enige lichtpuntje is de vrouw die twee keer in de week komt helpen in het huishouden, zodat zij zich kan wijden aan de literatuur en het theater waar ze zo van houdt. Frau Kirschnick is ook voor de jonge Dolores een aanwinst. Van deze vrouw krijgt ze de zorg en aandacht die ze graag van haar moeder kreeg. Later zal ze zich aansluiten bij een bende, ‘de Pasedag Gang’. Haar moeder merkt dat nauwelijks op en Frau Kirschnick weet maar zwijgt. Voor Dolores is het eindelijk een plek waar ze zich thuis voelt. Op school is het namelijk ook vreselijk. Ze kent de taal niet maar ook als ze die snel oppikt, wordt ze gepest op de school waar meer jongens dan meisjes zitten, en de sfeer hard is.


Dolores Thijs heeft haar verhaal over die korte periode opgeschreven, zodat wij een idee krijgen van hoe het leven in die tijd in die plaats was. Toch is het vooral een Bildungsroman, het meisje groeit op zoals zovele andere jonge mensen op welke plaats dan ook opgroeien, het zijn de jaren van bewustwording van haar omgeving, eerst de ouders en school, later steeds meer de wereld en er is de eerste liefde.


Als twaalfjarige meisje is haar interesse in de politiek ook vrijwel nihil, we lezen over de gevolgen er van. Pas later beseft Dolores dat ze in Berlijn was in de tijd dat de Stasi hoogtij vierde. Zou ook zij een dossier hebben? Dat is de vraag waarmee ze deze roman begint. Het antwoord komt aan het einde, als de lezer op de hoogte is van wat een vrij onschuldig meisje meemaakt. Ze is getuige van de ‘verdwijningen’, maar heeft geen besef van wat het betekent als mensen besluiten te vluchten naar het Westen. Ze observeert hoe de woorden van haar vader over de droom van een communistische samenleving in de praktijk niet echt kloppen, maar daar blijft het bij. Ze accepteert, haar schooljaren, de jeugdkampen, maar laat de pogingen tot indoctrinatie van zich af glijden. Met de constatering dat zij dat als buitenlandse misschien wel kan, maar haar leeftijdsgenoten niet.
En toch: als het einde van de drie jaar nadert, twijfelt ze: wil ze nog wel terug naar Brussel?


Dolores Thijs (1945) is journalist en schrijver. Ze debuteerde begin jaren tachtig met de roman De Vrouwval, waarmee ze de Prijs van het Beste Literair Debuut in België won. In de periode die volgde publiceerde ze een aantal romans.


ISBN 9789460682117 | Hardcover | 314 pagina's | Uitgeverij Marmer | oktober 2014

© Marjo, 10 september 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height="167"Denk me weg
Adam Haslett


Er huist een monster in John. Het is onzichtbaar voor de buitenwereld maar John vergeet nooit dat het er is. Soms roert het zich, alsof het een schijnbeweging maakt. Ook al houdt het monster zich slapende, John weet dat het elk moment toe kan slaan. De dreiging die van het monster uitgaat, beheerst zijn hele leven.


Wanneer Margaret een relatie met John krijgt, is er geen vuiltje aan de lucht. Margaret en John hebben het fijn samen en ze verloven zich. Dat John soms wat verstrooid is, vindt Margaret aantrekkelijk. Er gaat iets mysterieus van John uit, iets ondoorgrondelijks. Dat hij steeds neerslachtiger wordt, ontgaat haar in eerste instantie. Het vuur in hem lijkt te doven en zijn enthousiasme wordt getemperd. Margaret is, voor een korte vakantie, in New York wanneer ze slecht nieuws uit Londen ontvangt. John is in het ziekenhuis opgenomen. Even denkt Margaret dat John een ongeluk heeft gehad maar dat is niet het geval. Er is iets heel anders aan de hand.


John lijdt aan een ernstige depressie. Margaret ontmoet een spookversie van haar welbespraakte en charmante verloofde. De John met wie ze in en rond het ziekenhuis wandelt, is hevig vermoeid en praat nauwelijks. Zijn ouders bekennen dat John al vaker depressief is geweest en dat ze hoopten dat het voorgoed voorbij was. Ze keren hun kind de rug toe, alsof ze zijn ziekte op die manier uit kunnen wissen. Margaret staat voor de belangrijkste keus in haar leven. Zal ze, na anderhalf jaar, de relatie met John verbreken of kiest ze voor een toekomst met een man die aan terugkerende depressies lijdt? Margaret kiest voor het laatste. Ze houdt immers van hem.


John en Margaret krijgen drie kinderen. Michael, Celia en Alec leren hun vader kennen als een vader die zijn best doet. Hun vader is een man die regelmatig door een hevige vermoeidheid overmand wordt en in bed kruipt. Margaret draagt haar echtgenoot met regelmaat op iets met zijn kinderen te ondernemen. John besteedt de nodige aandacht aan Celia en Alec maar hij vindt het moeilijk om met Michael om te gaan. Michael lijkt te veel op hem. John vermoedt dat het monster ook in hem huist en weet zich geen raad.


Dan komt moment dat John beseft dat hij het monster kan verslaan. Eindelijk bevrijdt hij zich uit de klauwen van de duistere depressie. Hij laat het monster uit zich wegvloeien. John is eindelijk vrij maar de gevolgen voor zijn gezin zijn groot. In de jaren die volgen doen zij elk, op hun eigen unieke wijze, hun uiterste best een goed leven op te bouwen. Alec gaat het zakenleven in en ziet er altijd onberispelijk uit, Celia wordt therapeut en Margaret probeert haar kinderen uit alle macht een solide thuisbasis te bieden, ook al zijn ze inmiddels al lang volwassen. Met Michael gaat het minder goed. Hij krijgt zijn leven maar niet op orde.


Zorgen om John heeft het gezin niet meer maar de zorgen om Michael nemen steeds meer toe. Zo is hij niet in staat een gewone relatie met een vrouw aan te gaan. Keer op keer ontaardt zijn verliefdheid in een ziekelijke obsessie. Michael slikt steeds meer medicijnen en raakt de grip op het leven meer en meer kwijt. Zo kan het niet langer. Wat kan zijn familie doen om hem te helpen?


Denk me weg gaat over chronische depressie en medicijnmisbruik. Het verhaal wordt op unieke wijze uit de doeken gedaan. De auteur geeft alle gezinsleden de ruimte hun verhaal te vertellen. Er zijn serieuze hoofdstukken maar ook hoofdstukken die bestaan uit een fantasieverhaal of een uitgebreid ingevuld (intake)formulier. Hoe ouder de gezinsleden worden, hoe duidelijker het wordt dat de ziekte van John en Michael het hele gezin treft.


Adam Haslett hanteert in dit boek verschillende schrijfstijlen. Hij schrijft serieus, poëtisch, melancholisch, filosofisch en gekscherend. Door al deze verschillende stijlen komt het verhaal echt tot leven. Het is alsof je stiekem in de dagboeken van de gezinsleden leest. Wat ik wel wil benadrukken is dat dit boek over medicijnmisbruik gaat en niet over medicijngebruik bij psychiatrische aandoeningen in het algemeen. Het is belangrijk om dit als lezer niet door elkaar te halen! Correct medicijngebruik kan immers levensreddend zijn.


In Denk me weg schetst de auteur een bewonderingswaardig helder beeld over leven (met een gezinslid) met een depressie. Een depressie is als een zwart gat waarin alle levensvreugd verdwijnt. Liefde kan het niet altijd genezen. De auteur heeft dat op indrukwekkende wijze onder woorden gebracht.


ISBN 9789048830206 | paperback | 384 pagina's | Hollands Diep | augustus 2016
Vertaald door Irving Pardoen

© Annemarie, 23 augustus 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER