Nieuwe boekrecensies

De parade
Dave Eggers

Twee mannen die elkaar niet kennen en volgens de regels van het bedrijf waarvoor ze werken ook niet weten wat de naam van de ander is, beginnen aan de opdracht een weg aan te leggen in een ook niet nader genoemd land. Hun tijdelijke namen zijn Negen en Vier.


‘Ze waren zonder paspoort aangekomen. Paspoorten maakten alles ingewikkelder en gevaarlijker in een land dat herstellende was van een jarenlange burgeroorlog, gebukt ging onder zware corruptie en zuchtte onder een nieuwe, wetteloze regering.  Vier en Negen waren met een particulier chartervliegtuig onder een valse naam ingevlogen. In het verleden waren werknemers van het bedrijf in andere landen ontvoerd voor losgeld en vermoord.  (…) Maar zonder naam of paspoort waren mensen als Vier en Negen anoniem en dus van weinig waarde.‘


Vier zit in de asfalteermachine, de RS-80, en Negen rijdt in een quad voorop. Hij moet er voor zorgen dat er geen hindernissen zijn zodat Vier in een ruk door kan rijden. Ze moeten 230 kilometer asfalteren van een nieuwe tweebaansweg. Het landelijke zuiden moet verbonden worden met het verstedelijkte noorden, en de weg moet klaar zijn op de datum die gepland is voor een parade.


Vier is een man van regeltjes. Hij houdt zich strak aan het opgelegde schema, is erg rechtlijnig en stelt geen vragen. Negen is zijn tegenpool: hij wil weten waar hij is en contact maken met de bevolking. Het is verboden plaatselijk eten te nuttigen, Vier heeft dan ook zijn eigen rantsoenen bij zich, maar Negen stoort zich er niet aan. Hij probeert zijn collega over te halen wat losser te zijn, en te genieten voor zover dat kan. Maar Vier buigt niet. Integendeel, hij ergert zich groen en geel aan Negen, maar als die op een nacht niet terugkomt van zijn avontuur moet hij een keuze maken.
Als de eerste barstjes in het pantser van Vier ontstaan, wordt gaandeweg duidelijk dat er vervelende dingen gaande zijn in het land. Vier is gefixeerd op de voltooiing van de opdracht, maar hij ziet ook wel dat er dingen niet kloppen. Problemen zijn onvermijdelijk.


Het verhaalt begint rustig, lijkt voort te kabbelen in het tempo dat bepaald wordt door de asfalteermachine. Maar als Negen zorgt voor onregelmatigheden, neemt de spanning toe en eindigt het verhaal in een verpletterende ontknoping.
Als je begint te lezen, vraag je je af wat er zo bijzonder is – kan zijn – aan het aanleggen van een weg. Natuurlijk is het intrigerend dat de mannen anoniem zijn, maar  hun werk is saai, en er gebeurt niets.
Als dat verandert, wordt alles een stuk boeiender, en begrijp je ook wat er achter het verhaal zit. Zonder het expliciet te beschrijven geeft Eggers een beeld van een land dat geteisterd was door burgeroorlogen en corrupte leiders en levert en passant kritiek op de bemoeienis van westerse landen met deze landen.


Dave Eggers is de auteur van onder meer Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit (finalist Pulitzer Prize), Zeitoun en Wat is de Wat (finalist National Book Critics Circle Award en winnaar Prix Médicis). Hij is tevens de drijvende kracht achter McSweeney’s en 826 Valencia, en won in 2008 de Ted Prize. Zijn echte doorbraak in Nederland was in 2013 met “De cirkel”, een deels fictieve roman over de dominante rol van de sociale media in het dagelijkse leven.


ISBN 9789048848911 | Hardcover | 144 pagina's | Uitgeverij Lebowski | maart 2019
Vertaald uit het Engels door Gerda Baardman, Maaike Bijnsdorp, Lucie Schaap en Elles Tukker

© Marjo, 23 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Over de grens
Mechtild Borrmann


‘Jaja, de mensen maken het zich graag gemakkelijk. Net zoals het hun uitkomt. Hier wat verzwijgen, daar wat toevoegen en klaar is de nieuwe waarheid!’


Elsa Brennecke reageert op wat zij in de krant leest. Het is 1970, de kranten staan vol over Henriette Bernhard-Schöning, die aangeklaagd wordt voor brandstichting waarbij haar vader is omgekomen Ook denkt men dat zij een non vermoord heeft door haar voor de metro te duwen. Door de publieke opinie is Henni, zoals ze genoemd wordt, allang veroordeeld. En het helpt niet echt dat ze in de rechtbank geen enkele moeite doet om haar onschuld te bewijzen.


Elsa gaat naar iedere zitting, ook al wil Henni dat niet. Net als Elsa is een jongeman, Jürgen Loose, ook iedere dag aanwezig. Elsa heeft hem leren kennen als student in de rechten, met interesse in de zaak en ze wil wel met hem praten over wat zij weet. Ze vindt dat ze twintig jaar eerder al haar mond open had moeten doen. 


’Ze zou hem vertellen hoe Henni echt was, of beter gezegd, hoe ze was geweest.’


Dat vormt de tweede verhaallijn, die speelt in 1945, de jaren na de oorlog. Henni is de oudste in het gezin Schöning, woonachtig in Velda, bij Monschau, vlakbij de grens met België. Ze heeft een zusje en twee broers. Als haar vader terugkomt van de oorlog is hij een wrak, en het gezin verarmt snel. Dan overlijdt ook nog haar moeder.


In die tijd werd er volop gesmokkeld vanuit België, vooral boter en koffie en ook Henni doet er aan mee. Kinderen worden pas opgepakt  als ze eerdere waarschuwingen negeren, en Henni kent de omgeving op haar duimpje. Toch gaat het fout. In de jaren vijftig wordt de grensbewaking strenger, er wordt zelfs geschoten. Daarbij komt Henni’s zus om het leven, en dan worden zij en haar broers in – verschillende – instellingen geplaatst. Hun vader grijpt niet in, als het aan hem en zijn grote vriend de pastoor had gelegen hadden de kinderen daar al eerder gezeten!
Voor veel kinderen (niet alle, vertelt de schrijfster in een nawoord) die in die tijd in een kindertehuis zaten was dat pure ellende: mishandeling, soms zelfs met de dood als gevolg.
Als ze weer vrij is, gaat Henni op zoek naar haar broers en ontdekt dat de oudste overleden is. Natuurlijk is ze ontzettend kwaad. Op haar vader, op de pastoor, op de nonnen van de tehuizen. Maar is zij daarom een moordenaar?


In twee verhaallijnen lezen we over het leven in de jaren vijftig en de gevolgen daarvan twintig jaar later. Het beeld dat geschetst wordt berust op de waarheid, in dit geval over hoe het in Duitsland was. Er heerste na de oorlog veel armoede, en de gevolgen van hun verlies waren misschien wel schrijnender dan elders in Europa, maar de omstandigheden in kindertehuizen was helaas waarschijnlijk universeel.


Het verhaal wordt op een ietwat droge feitelijke manier verteld. Daardoor dringt meer tot de lezer door dan wanneer er een romantisch verhaal omheen was geschreven. Er is een duidelijke spanningsboog: Henni wordt immers beschuldigd, en pas op het einde weet je of ze wel of niet de dader is. Je zou het haar tegen die tijd ook helemaal niet meer aanrekenen!
Zoals al aangegeven volgt na het verhaal een verantwoording.


Mechtild Borrmann (Keulen, 1960) begon pas na een carrière als dans- en theaterpedagoog, gestalttherapeut en personeelsmanager met het schrijven van romans. Ze ontving voor haar eerdere werk in Duitsland al de gerenommeerde Friedrich-Glauser-Preis en de Deutscher Krimi Preis.


ISBN 9789400510838 | Paperback | 228 pagina‘s | Uitgeverij Bruna | februari 2019
Uit het Duits vertaald door Olga Groenewoud

© Marjo, 19 mei 2019

Lees de reactie op het forum en/of reageer. Klik HIER

 

De mantel van astrakan
Piero Chiara


'Eind april 1950 besloot ik zonder duidelijk omlijnd plan naar Parijs af te reizen, simpelweg om er een paar maanden te gaan wonen. Waar ik woonde - en waarschijnlijk evenmin in de omringende dorpen, of beter gezegd Italië - vond ik niet de vruchtbare voedingsbodem voor het nieuwe leven dat ik me tijdens de oorlog had voorgenomen te leiden, mocht ik de dans ontspringen. Wie weet, zei ik bij mezekf, kan daar een nieuw begin ontkiemen en vind ik er mijn geluk.'


De niet bij naam genoemde ik-figuur vindt voor bovengenoemde maanden een kamer bij de weduwe Lenormand, die niet gewoon is kamers te verhuren. Maar omdat de verteller sprekend op haar onverwacht naar Indochine verdwenen enige zoon lijkt, krijgt hij toch de kamer van zoon Maurice. Hij moet zijn kamer delen met de kat Domitien.


'Als Domitianus?' vroeg ik. 'Waarom heet hij zo?'
'Omdat hij een heerser is net als keizer Domitianus.'


Het blijkt dat de weduwe de waarheid spreekt. Het dier weigert pertinent afstand te doen van de stoel waar hij naartoe rent zo gauw de verteller aanstalten maakt naar zijn kamer te gaan. Dit levert soms hilarische 'wedstrijdjes' op tussen de kat en het hoofdpersonage.


Langzamerhand komt de verteller meer te weten over Maurice die er, tot verdriet en boosheid van de weduwe, met een Indochinese vrouw vandoor is gegaan. Maurice heeft zijn boeken achtergelaten en blijkt een heel brede interesse te hebben vooral op filosofisch en wetenschappelijk gebied. Met name het universum trok hem aan. Maar ook literatuur en poëzie trok hem aan, wat ook in het door de ik-figuur gevonden dagboek bewaarheid wordt.
Door zijn sterke gelijkenis met Maurice vindt mevrouw Lenormand het als de dagen kouder worden en haar huurder terug naar huis dreigt te gaan ook passend om kleding van haar zoon aan haar huurder te geven, in de hoop dat hij dan langer blijft. Bij de kleding zit de mantel van astrakan uit de titel.


Deze mantel zorgt voor verwarring bij Valentine, de knappe jonge vrouw waar de verteller een verhouding mee krijgt. Zij had namelijk een relatie met iemand die exact dezelfde jas had. Maurice Lenormand, maar die zit nu in de gevangenis...


Hierdoor krijgt het verhaal, wat aanvankelijk een mooi geschreven liefdesverhaal met een happy end leek te worden, een totaal andere wending.  Helemaal als Maurice weet te ontsnappen en zijn ex-vriendin opeist en meeneemt, de verteller in verwarring achterlatend. Is hij in de maling genomen? Of toch niet? Hoe nu verder?


De schrijver weet de lezer mee te voeren door zijn mooi taal en invoelend vermogen. Toch hangt er in het hele verhaal ook een mysterieuze sfeer rond het hoofdpersonage en zijn omgeving.  Daardoor houdt het verhaal je in zijn greep, ondanks dat er weinig actie is te beleven. Op enkele uitstapjes na speelt alles is voornamelijk af in enkele straten van Parijs en de woonruimte van madam Lenormand. Het is knap van de schrijver om dit schijnbaar rustig voortkabbelende verhaal in zo'n boeiende vorm te gieten.


Piero Chiara (1913-1986) werd geboren in een van oorsprong Siciliaanse familie. Hij studeerde aanvankelijk rechten, en werkte een tijdje als fotograaf. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vluchtte hij naar Zwitserland om arrestatie door de fascistische militie te voorkomen. Hij keerde in 1946 naar Italië terug, en begon aldaar met zijn carrière als schrijver. Zijn bekendste werk is La stanza del vescovo  (De bisschopskamer 2008), dat kort na uitgave in 1976 werd verfilmd door Dino Risi.


ISBN 9789076270487 | Paperback | 198 pagina's | Uitgeverij Serena Libri | oktober 2018
Vertaald uit het Italiaans door Rianne Aarts en Hilda Schraa

© Dettie, 14 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Huis aan de Handelskade
Ria Borkent


Sophie is de koning te rijk als ze haar fraaie nieuwbouwappartement in het statige Handelskadehuis Casa Regina in het plaatsje Sluisbroek kan betrekken. De voormalig juriste voelt zich er thuis, ze kijkt graag naar de voorbijkomende schepen en geniet van de reuring aan de kade. Ze is inmiddels met pensioen maar doet nog wel vertaalwerk omdat ze dat leuk vindt. Ze heeft, ondanks dat ze een paar jaar geleden weduwe is geworden, een plezierig leven. Ze vindt het eveneens prettig dat de Vereniging van Eigenaren (VvE) haar - mede dankzij haar juridische achtergrond - tot voorzitter heeft gekozen. Maar dan breekt de nacht aan dat ze iets vreemds hoort...


Het was een raar hard geluid vannacht. Eigenlijk waren het twee klappen, een dubbele botsing leek het. Geen sirene, anders had ze het gehoord, ze lag nog een tijd luisterend wakker. Met meer aandacht dan gewoonlijk kijkt ze naar buiten. Niets bijzonders te zien.


De volgende ochtend komt ze er achter wat die klap veroorzaakte, twee natuurstenen platen van de gevelbekleding zijn naar beneden gekomen. Het bestuur van de VvE gaat gelijk aan de slag. Ze regelen hekken om het gebouw en de ingang van het voormalig fraaie gebouw wordt voorzien van een overkapping met stalen beschermplaten - als een klankbord boven een klassieke preekstoel -  Gebleken is dat de platen met ondeugdelijke lijm zijn bevestigd. Er wordt nader onderzoek gedaan door TNO en inspecteurs van de aannemer.


Sophie is er beroerd van, het hele gebeuren heeft een flinke impact op haar. Aan haar goede vriendin Gijsje vertelt ze:


Ik denk aan wat had kunnen gebeuren. Dat iemand daar liep, en op dat moment die natuurstenen gevelplaat...
Moet ik niet doen natuurlijk, maar alles van Thomas komt weer terug. Zaterdag was ik bij een concert en keek ik eerst naar boven of ik niet onder een kroonluchter zat, ook wilde ik niet onder het balkon zitten. Dat ken ik helemaal niet van mezelf. Afgezien daarvan, ik heb de eigenaren bij elkaar geroepen. Iedereen spreekt me erover aan, zodra ik mijn neus buiten de deur laat zien. Telefoon, mail. Er is behoefte aan gezamenlijk overleg. Ik wil dit zo snel mogelijk hersteld hebben.


Dit worden legendarische woorden, want na het voorval begint het getouwtrek over de schuldvraag. De gemeente schuift het af op de architect, die het weer doorspeelt naar de aannemer, die op zijn beurt de lijmfabrikant aanwijst als veroorzaker van het leed. Het enige wat vaststaat is dat de resterende gevelplaten verwijderd moeten worden, maar dat kan niet onmiddellijk. Het gaat allemaal nog maanden duren.


De eigenaren zijn natuurlijk verontwaardigd en boos en tijdens het overleg ventileert iedereen heftig zijn mening. Besloten wordt dat de architect aansprakelijk is. Maar die wijst de aantijging af. En dan begint het eindeloze, oeverloze gezeur over wie uiteindelijk moet opdraaien voor de herstelkosten. Zoals eerder gebeurde, wijst ook nu iedereen naar elkaar. De zaak sleept zich voort, er verstrijkt één jaar, twee jaar enz. maar tot een oplossing komt het niet ondanks het vele werk en het enorme aantal uren dat het bestuur in de situatie steekt. Met name Sophie krijgt het flink te verduren.  Waarom gebeurt er niets? Waarom is het gebouw nog steeds niet hersteld? Zij is toch jursite, zij weet toch wel wat ze moet doen?  De mensen worden ongeduldig, willen hun mooie gebouw terug of willen weg. Maar in deze staat is dat laatste ondenkbaar. Het eens zo mooie Casa Regina is nu een regelrechte onverkoopbare nachtmerrie geworden...


We lezen dit verhaal vanuit het oogpunt van de vriendelijke, zachtaardige Sophie. Haar drijfveren en sterke wil om tot een goede oplossing te komen zijn aanvankelijk groot maar uiteindelijk slaat de moedeloosheid toe. Helemaal als ze beschuldigd wordt van het 'zich laten omkopen'.


Deze fraaie psychologische roman laat tevens zien dat aan iedereen twee kanten zit. Zolang alles goed gaat is iedereen vriendelijk maar als het eigenbelang in het geding komt, blijken alle partijen - zowel Sophie, de eigenaren als andere belanghebbenden - hun andere, minder prettige kanten te hebben, op een enkeling na.


Doorheen deze perikelen speelt ook het verhaal over Thomas, de broer van Sophie die op jonge leeftijd overleden is. De toen eveneens nog jonge Sophie had haar verdriet over dit verlies weggestopt. Maar het gebeurde met het gebouw heeft de verwerking rond zijn dood getriggerd en het rouwproces wordt op een mooie manier verwerkt in het verloop van de appartementgeschiedenis. Het afbrokkelen van het gebouw doet ook Sophie's eigen om haar heen gebouwde muur afbrokkelen en er toont zich een ontroerend kwetsbare maar ook sterke vrouw, wat in mooie zinnen wordt weergegeven.


Conclusie: Ria Borkent heeft met die boek een prima, stijlvol en goed geschreven verhaal neergezet. 


ISBN 9789023955283 | Paperback | 298 pagina's | Uitgeverij Mozaïek | april 2019

© Dettie, 30 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Magische regels
Alice Hoffman


‘Driehonderd jaar gelden geloofden mensen in de duivel. Als een incident niet kon worden verklaard, geloofden ze dat de oorzaak iets verdorvens was, en die oorzaak was vaak een vrouw van wie gezegd werd dat ze een heks was. Vrouwen die den waar ze zin in hadden, vrouwen met bezittingen, vrouwen die vijanden hadden, vrouwen die minnaars namen, vrouwen de de mysteries van bevallen konden doorgronden, ze waren allemaal verdacht, vooral voor de vurigste, wreedste rechter in de omgeving, John Hathorne, een man die zo verschrikkelijk was dat zijn achterachterkleinzoon, de schrijver van De rode letter, zijn eigen afkomst probeerde te verloochenen door de spelling van zijn naam te veranderen.’


Toen Hathorne het meisje Maria Owens ontmoette werd hij verliefd. Maar hij was al getrouwd. Foute boel dus, waar Maria de schuld van kreeg. Zij had hem immers betoverd, letterlijk. Hun nakomeling legde de grondslag van een familie waarin velen bijzondere krachten hadden. Maar zij waren ook vervloekt: verliefd worden kon niet, dat zou gegarandeerd verkeerd aflopen.


In de jaren zestig van de vorige eeuw woont er een gezin Owens, nazaten van Maria, in New York. Susanna probeert haar kinderen te waarschuwen. Ze mogen niet wandelen bij maanlicht, geen rode schoenen of zwarte kleding dragen, geen katten of kraaien houden, en geen boeken over magie lezen. En het allerbelangrijkste: nooit, maar dan ook nooit verliefd worden. 
Het loopt fout natuurlijk: als Franny, de oudste achttien zal worden, krijgt ze een uitnodiging van hun tante Isabel. Wat hun moeder ook zegt: ze gaat naar Massachusetts en haar zus Jet en broer Vincent gaan met haar mee.


’Isabel zal jullie verrassen, ’zei Susanna tegen hen. ‘Jullie krijgen tests als jullie ze totaal niet verwachten. Jullie denken dat niemand jullie inde gaten houdt, maar ze is zich bewust van alles wat jullie doen. En jullie moeten beloven dat jullie bij me terugkomen,’ zei ze in tranen.’


De kinderen beloven het, maar inderdaad is het leven dat ze die zomer bij Isabel leiden een verrassing. Ook al omdat ze er een nicht, April, ontmoeten van wie ze het bestaan niet kenden. Ze doen er precies alles waarvoor hun moeder hen probeerde te waarschuwen. Een kraai en een kat komen op hun pad, Vincent kent het boek ‘De magiër’ zowat van buiten, en de liefde? Ach, de liefde… alle drie krijgen ze er mee te maken, en nee, dat gaat niet altijd goed. (Maar dat zou misschien ook niet goed gegaan zijn in een leven zonder magie?)


De titel  ‘Magische regels’ is de enige juiste. Er zijn de regels waarnaar de drie kinderen Owens zouden moeten leven – wat ze niet doen – en er zijn letterlijk magische regels: er komt zoveel magie voor in het verhaal, bijna iedere regel bevat een verwijzing!
Gedachten lezen, zwarte katten, de toekomst zien, drankjes en poedertjes maken, ze zijn alle drie heksen. En aangezien er sprake is van een eeuwenoude vloek, gaat alles gepaard met tragische gebeurtenissen. Franny, Jet en Vincent weigeren mee te gaan in de vloek en moeten hun eigen weg vinden. En daarin zijn ze net zo normaal als ieder mens.


John Hathorne (1641-1717) was koopman en magistraat van de Massachusetts Bay Colony en Salem, Massachusetts. Hij is bekend voor zijn vroege en vocale rol als een van de leidende rechters in de Salem heksenprocessen.
De familie Owens heeft evenwel geen rol gespeeld in de geschiedenis maar is uit de duim van Alice Hoffmann gezogen. Dat mevrouw Hoffman dat goed kan, weten we al wel.


Alice Hoffman (1952, New York City) schrijft niet alleen romans maar ook verhalenbundels en kinderboeken. Haar boeken zijn in meer dan twintig talen vertaald en in meer dan honderd landen uitgegeven. ‘Magische Praktijken’ (1995), eveneens een verhaal over de familie Owens, is verfilmd.


ISBN 9789492086921 | hardcover | 320 pagina's | Uitgeverij Orlando | februari 2019
Vertaald uit het Engels door Saskia Peterzon-Kotte

© Marjo, 17 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

En de bruid sloot de deur
Ronit Matalon


Alles is geregeld, de gasten zijn in aantocht, het eten is besteld, de zaal is versierd en het orkest zijn besproken. Maar dan roept Margie, de bruid - met een stem die veraf en veflauwd klonk, als een laatste vleugje schoonmaakspray - door de door haar afgesloten deur van de ouderlijke slaapkamer heen: 'Ik trouw niet, ik trouw niet, ik trouw niet, en verder doet ze er het zwijgen toe. Ze is ook niet te bereiken, Matti, de bruidegom, heeft immers haar telefoon...


Moeder Nadia is in paniek: 'Wat voor figuur zullen we slaan, vertel me dat eens?' vraagt ze aan het gezelschap dat zich voor de deur verzameld heeft. Dat gezelschap bestaat naast Nadia uit Omoetje, de hardhorende, licht dementerende moeder van Nadia, Ilan de lange, slungelige broer van de bruid en Matti.
Matti stuurt iedereen weg en in zijn wanhoop probeert hij via de deur contact te krijgen met Margie, maar ze geeft geen kik.


Ondertussen begint de chaos compleet te worden en het is frappant om te lezen wat het gegeven dat de bruid weigert met iedereen doet. Omoetje volgt het allemaal niet meer zo, maar zij is wel de enige die rustig blijft. Ilan is overal en nergens en probeert zijn steentje bij te dragen, maar hij houdt zich voornamelijk met zijn Omoetje bezig, hij vertelt haar steeds wat er gebeurt.
Nadia bekommert zich in feite nauwelijks om haar dochter, het gaat haar voornamelijk om het geld. Ze voelt opeens een ongekende haat voor Matti's moeder opwellen.

Die ijsberg van antipathie zette steeds verder uit, tot die haar keel dichtkneep en ze het benauwd kreeg (ze hoestte om dat te verminderen), tot die angst opwekte om zichzelf (ik heb vast een hartaanval of zo) en voor zichzelf (ik zou haar nu ter plekke kunnen wurgen) [...] Ze sloot haar ogen, probeerde met wilskracht die gewelddadige mist weg te duwen. [...] (die vrouw kan me ruïneren. Ze kan ons ruïneren na al het geld dat ze daar in de feesttuin heeft gestopt voor de bruiloft. Waar moeten we dat geld vandaan halen als ze erom vraagt [...]?


Maar Nadia laat niets van haar innerlijke strijd merken, in plaats daarvan zegt ze: 'Wat zie je er prachtig uit, het is schitterend dat opgestoken haar.' Later lezen we meer over Nadia's leven en begin je te begrijpen waarom ze is, zoals ze is.


Bruidegom Matti is natuurlijk van streek, hij pijnigt zijn hoofd, wat heeft hij gedaan? Waarom wil ze niet meer trouwen? Aanvankelijk slingeren zijn gevoelens heen en weer, van woede tot intens verdriet. Maar hoe meer hij erover nadenkt, hoe meer inzicht hij krijgt in hun relatie, er vormt zich een mild begrip voor Margie.


En zo lezen we van alle betrokken figuren hun uiterlijke doen en laten en hun wérkelijke gedachten. Er is veel egocentrisme bij. Iedereen probeert voor de vorm een oplossing te bedenken - en sommige ideeën worden ook uitgevoerd - maar in hun hart zijn ze er niet echt bij. Behalve Omoetje...


Het hele verhaal beslaat een paar uur, maar toch voelt het alsof je een aantal jaren met de personages meegeleefd hebt.
De gekozen stijl is apart te noemen. Veel van de werkelijke gedachten worden doorheen de zinnen tussen haakjes geschreven waardoor je af en toe even de hele zin terug moet lezen om hem in zijn geheel te kunnen begrijpen. Dat leest niet makkelijk maar het maakt wel precies duidelijk hoe de ware aard van iedereen is en hoe zeer de schijn vanwege het fatsoen opgehouden wordt. Ronit Matalon heeft verder wel een mooie kleurklank in haar taal en gebruikt goed getroffen metaforen in haar zinnen.
Een bijzonder verhaal in een bijzondere setting.


Ronit Matalon (1959-2017) groeide op in Ganei Tikva in Israël. Ze studeerde literatuur en filosofie aan de universiteit van Tel Aviv en werkte als journalist en als criticus voor onder meer Haaretz.


ISBN 9789026346712 | Hardcover | 144 pagina's | Ambo Anthos | maart 2019
uit het Hebreeuws vertaald door Sylvie Hoyinck

© Dettie, 9 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Waar ze was
In Van Goghs sporen
Hein-Anton van der Heijden


Léon Huet gaat dat jaar, net als elk jaar, weer een week naar Arles, het dankzij Van Gogh bekende stadje in de Provence. Maar ondanks deze gewoonte is alles anders. Robine is er niet meer bij. Zij was fotografe en samen met haar bezocht hij altijd het jaarlijkse fotografiefestival. Haar laatste opdracht was een fotoboek maken over Van Gogh in die zin tonen wat er nog resteerde van de gebouwen en omgeving uit de tijd dat Van Gogh er woonde. Maar Robine werd helaas ziek en is een klein jaar geleden overleden.


Het is vreemd en onwennig om nu alleen rond te dwalen door het plaatsje terwijl aan de andere kant ook zoveel herkenning is. Daar liep hij met haar, daar aten ze vaak, daar sliepen ze altijd. Ook nu heeft hij hetzelfde hotelletje als altijd. Het is heel vreemd om daar nu alleen te moeten slapen.
Ondanks gevoelens van intens verdriet is het ook prettig in Arles te zijn want er liggen ook veel mooie herinneringen daar. 


Toen zij daar samen kwamen, ging ieder vaak zijn eigen gang, zodat ze in hun eigen tempo en tijd alle tentoonstellingen konden bekijken. Er komen nu vragen bovendrijven. Waarom was hij niet meer geïnteresseerd geweest in de dingen die zij de moeite waard vond om te bekijken? Waarom had hij geen geduld gehad om net zo lang naar iets te kijken zoals zij dat kon. Waarom had hij niet kunnen begrijpen dat andere zaken haar niet aantrokken? Heeft hij haar eigenlijk wel gekend, ondanks dat ze meer dan tien jaar samen waren? De vele gedachtes komen en gaan, de ene keer grijpen ze Léon aan, de andere keer bieden ze troost.
Over haar verleden wilde Ro niets vertellen, het enige wat hij uit de tijd voor zij hem kende weet, is dat zij drie succesvolle dichtbundels heeft uitgegeven, die ze eigenhandig allemaal vernietigd heeft. Waarom? Het blijft een terugkerende vraag. Hij kent alleen die titels van de gedichten die hij als een cryptogram probeert op te lossen.


Tot zijn verrassing wordt hij door een stel die ook in het hotel verblijven voor de volgende dag uitgenodigd om samen met hen te dineren. Die ontmoeting wordt de ommekeer van het rouwproces dat Léon ondergaat. De vrouw, Lucette, vertelt hem dingen die hij altijd afketste als Robine daar over begon.
Lucette vertelt hem bijvoorbeeld over astronomie, synchronisiteit, een paralelle wereld, het universum. Zij weet het zo te brengen dat Léon gefascineerd raakt. Waarom luistert hij naar haar wél op en deed hij dat niet bij Ro? Waarom deed hij het bij Robine af als zijnde quatsch, onzin, flauwekul? Hij merkt dat Lucettes woorden hem na die tijd ook nog  lang bezig houden.


Om Robines werk af te kunnen maken, heeft hij zich ook verdiept in het leven van Van Gogh met name de tijd die hij doorbracht in Arles. Hij leest elke dag een stuk uit een door hem meegenomen boek met brieven aan Theo, de broer van Van Gogh. Hij (be)zoekt de straten die genoemd worden en beeldt zich in hoe het in de tijd van Van Gogh geweest moet zijn. Ook dat zorgt voor afleiding. Hij bekijkt het stadje met andere ogen, zoekt naar herkenningspunten die Van Gogh beschrijft. Het besef van verstreken, huidige en komende tijd wordt daardoor vergroot en maakt dat hij alles ruimer en meer in een groter perspectief kan zie, wat bevrijdend werkt.


Later ontmoet hij nog een bijzondere vrouw, Coralie, die twee jaar geleden de curator van de tentoonstelling van Robines foto's was. Zij had een goed contact met Robine en vertelt Léon enkele zaken over Robine die hem onthutsen. Opnieuw rijst de vraag, kennen we de ander én onszelf eigenlijk wel?


Het boek heeft me erg verrast, Hein-Anton van der Heijden heeft dankzij een zorgvuldig gekozen woordgebruik een prachtig en gevoelig portret van een huwelijk neergezet. De latere meer filosofische gedachten lijken mogelijk zweverig maar dat is schijn. De gesprekken die Léon voert en de inzichten die hij tijdens zijn hele verwerkingsproces krijgt, zijn in feite heel realistisch, bijzonder en vooral helend. Zijn cirkel van verdriet wordt doorbroken daardoor en maakt het leven weer de moeite van het leven waard voor hem.


Wie denkt dat het een en al tobberijen is, heeft het mis. De schrijver meldt de gevoelens van Léon wel maar zonder vals sentiment, het is zoals het is. Het zijn gedachten die elk mens in zo'n situatie kan hebben. Het verhaal maakt juist daardoor veel indruk.
Daarnaast wordt er erg beeldend over Arles geschreven, je zou het boek mee moeten nemen bij een bezoek aan het stadje en dan de straten kunnen bezoeken die Léon gelopen heeft.


Kortom, een mooi koesterboek.

ISBN 9789492020208 | Paperback | 252 pagina's | Uitgeverij Nieuwe Druk | april 2017

© Dettie, 20 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Te mooi om waar te zijn
Rob Soutendijk


'Hans was naar de keuken gekomen.
"Ik moet je even wat vertellen Daan. Ik heb een paar weken terug een man ontmoet die belangstelling had om het restaurant te kopen. Ik heb dat maar gedaan. Ik heb het hem verkocht. Hij heeft je niet nodig, zei hij."


Daan krijgt van de ene minuut op de andere te horen dat hij ontslagen is. Daan was de creatieve kracht in de keuken van het restaurant dat hij samen met een vriend had opgezet. En zo staat Daan op straat, zonder werk. Hij is verbijsterd. Maar de zaak stond op Hans' naam en het werk van Daan werd zeer gewaardeerd maar hij zelf was in feite 'gewoon' personeel, zonder contract . De afspraak dat ze gelijkwaardige partners zouden zijn werd met een simpele handbeweging van tafel geveegd.'
Wat nu?


Zijn vrouw Maayke is gelukkig niet iemand die snel in paniek raakt. Ze blijft rustig en de kinderen Sander en Lieke reageren op het nieuws dat papa zonder werk zit op een manier zoals alleen kinderen maar kunnen doen. 'Gaan we dan ook niet meer op wintersport?' vraagt Lieke namelijk gelijk. Want over vijf weken is het weer zover.
Daan maakt het wrange grapje dat ze daar misschien wel blijven, hij heeft toch geen werk meer. Hoe dicht hij bij de waarheid zit, beseft hij dan nog niet. Op hun vakantie in Oostenrijk begint dat idee namelijk steeds meer te kriebelen. Daan en Maayke hadden het er al eens over gehad hoe leuk dat zou zijn om daar te leven. Eenmaal thuis begint het idee Daan steeds aantrekkelijker te vinden, ze kunnen daar wellicht een pension of hotel beginnen en op een avond oppert hij zijn idee aan Maayke. Een eigen restaurant is ook al heel lang zijn droom. Zij had er zelf ook al over gedacht, is het verrassende antwoord.


Vanaf die tijd staat het licht op groen en begint de zoektocht naar een geschikt hotel dat te koop staat. En waar moet die staan. In Tirol? Of toch Karinthië? Er volgen spannende tijden waarin Daan soms alleen, soms met Maayke en de kinderen op zoektocht gaat. Uiteindelijk vinden ze een geschikt hotel en na heel veel gedoe is de hypotheek eindelijk rond, mits het huis in Nederland wordt verkocht. Er wordt zelfs een speciale financiële constructie bedacht door de makelaar en de bankier. Het is eng, het is een enorm waagstuk maar ze doen het. Het avontuur kan beginnen. Gelukkig zijn de kinderen ook heel enthousiast.Het is allemaal bijna te mooi om waar te zijn.


We volgen Daan en Maayke op hun nieuw ingeslagen pad. Het eerste jaar is pittig maar voldoet. Daarna krijgen ze te maken met corruptie en mensen met veel geld die een zware invloed uitoefenen op het gebied waarin zij wonen. Ook de crisis maakt de zaak er niet makkelijker op. Hoe zullen Maayke en Daan zich hieruit redden? En lukt hen dat wel want Daan is soms wel een erg naïeve, te goedgelovige man.


Het verhaal leest als een geschreven versie van het programma 'Ik vertrek' waarin stellen ook in het buitenland hun eigen pension of hotel beginnen. Het doet tenminste heel levensecht aan. Aanvankelijk weidde de schrijver nog wel een beetje teveel uit, elke boterham en schnitzel die onderweg gegeten werd, werd genoemd, maar later komt er meer vaart in het verhaal en wordt meer over de kern van de gebeurtenissen beschreven en voor welke dilemma's het stel komt te staan.
Kortom, al met al is het een prettige en vlot geschreven roman.


Rob Soutendijk (1949) is auteur en vertaler.
In de jaren dat hij in Oostenrijk woonde, deed hij verhalen op over gebeurtenissen met anderen in zijn directe omgeving. Deze verhalen, gecombineerd met zijn eigen ervaringen hebben geleid tot deze kroniek.


ISBN 9789082915204 | 224 pagina's | Paperback | Uitgeverij Hunzedal | september 2018

© Dettie, 15 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Blijf hun namen noemen
Een ontluisterende familiegeschiedenis in de Tweede Wereldoorlog
Simon Stranger


Dit is om verschillende redenen een bijzonder boek. Allereerst is daar het feit dat de Joodse Hirsch Komissar, de persoon om wie het verhaal draait de opa is van de schoonmoeder van de schrijver. Het tweede opmerkelijke is de reden waarom Simon Stranger het verhaal van de familie Komissar opschreef. In de Joodse traditie wordt gezegd dat een mens tweemaal sterft.


‘De eerste keer is als het hart stopt met slaan. De tweede keer is als de naam van de dode voor de laatste keer wordt uitgesproken, gelezen of gedacht.’


En dan is daar nog de vorm. Het boek is verdeeld in hoofdstukken, die ieder op zich een letter van het alfabet vertegenwoordigen. Zo begint het eerste hoofdstuk:


‘A van de aanklacht
A van de arrestatie
A van de afranseling.
A van alles wat had kunnen verdwijnen en wegglijden in vergetelheid. Alle herinneringen en gevoelens. Alle bezittingen en voorwerpen. Alles wat het kader heeft gevormd voor een leven.’


Niet alleen de familie Komissar is historisch. Ook Henry Rinnan, de meedogenloze nazi die een grote rol speelt in het verhaal is dat.  In de verantwoording schrijft Simon Stranger dat hij het verhaal gebaseerd heeft op historische gebeurtenissen, maar het verhaal omwille van een soepel verloop heeft geromantiseerd.


Ook Noorwegen had zich tot een neutraal land verklaard en ook hier besloot Hitler zich niet aan te storen. In april 1940 viel het Duitse leger het land binnen. Onder andere Trondheim, gelegen aan de Westkust, werd door de Duitsers gezien als een belangrijke uitvalbasis voor de strijd met Engeland.
Daar woonde de familie Komissar. De pater familias, Hirsch, wordt opgepakt in 1942 en naar concentratiekamp Falstad gebracht. Hij zal niet levend terugkeren. Zijn gezin probeert de modezaak die hij dreef draaiende te houden, maar moet opgeven.
De stad lijdt onder de wrede heerschappij van de nazi Rinnan, die aan de rand van de stad een huis confisqueert, en er zijn hoofdkwartier vestigt. In het huis – Bandeklostert - vinden braspartijen plaats, maar worden ook mensen gemarteld en vermoord.


Na de oorlog gebeurt er iets eigenaardigs. De zoon van Hirsch, Gerson, zoekt een woning voor zijn jonge gezin en gaat wonen in dat bewuste pand. Wist hij dan niet dat het een huis met een gruwelijke geschiedenis was? Ja, dat wist hij. Maar hij legde dat naast zich neer. Een huis, een gebouw, is onschuldig. Maar zijn vrouw Ellen, die aanvankelijk niet van de geschiedenis op de hoogte was, ging er, toen ze het eenmaal wel wist, bijna aan ten onder. Een van de kinderen van Gerson en Ellen is Grethe, die later de schoonmoeder van Simon Stranger zal worden.
Mede op verzoek van zijn schoonmoeder gaat Stranger op zoek naar informatie. Hij vindt aantekeningen van Gerson, duikt in de archieven, en leest de boeken die al door anderen geschreven werden over de nazi Rinnan.


Naast het verhaal over zijn familie wordt ook het levensverhaal van Henry Oliver Rinnan verteld. In het door de vorm al fragmentarische verhaal springen we steeds heen en weer, wel chronologisch overigens, terwijl er ook andere feiten in verwerkt zijn. Over Noorwegen in oorlogstijd, over Trondheim. Over de beweegredenen van mensen, waarom de een zijn naaste verraadt en de ander juist zijn best doet om hen te redden.
En over het project van de struikelstenen die overal in Europa gelegd worden op stoepen voor huizen waar Joden gewoond hebben die nooit teruggekomen zijn. Ongeveer zevenenzestigduizend liggen er al, het zouden er zes miljoen kunnen worden.


De oorlog vernietigde het potentieel van zo veel mensen, van zo veel jonge dromen. Toch pleit de schrijver voor vergeving, verzoening en begrip.


‘De wereld draait door, en ik sluit mijn ogen, denk aan alles wat is voortgekomen uit die ochtend bij jouw struikelsteen, en dan, alle verhalen die zich verschuilen onder elke van al die andere.
We zullen jullie namen blijven noemen.
Lieve Hirsch.
We zullen je naam blijven noemen.’


Simon Stranger (1976) schreef al meerdere succesvolle (kinder)boeken.
Met dit boek won Stranger de Noorse boekverkopersprijs 2018.


ISBN 9789402702583 | Paperback | 368 pagina‘s | Uitgeverij House of the Books | maart 2019
Uit het Noors vertaald door Neeltje Wiersma, die een groot compliment verdient voor de vertaling van dit boek.

© Marjo, 6 mei 2019

Lees de reactie op het forum en/of reageer. Klik HIER

 

Zolang ik jou heb
Susan Crandall


Zomer 1963
Nadat haar oma, waar de negenjarige Starla bij ondergebracht is, voor de zoveelste keer iets verbiedt, en de dreiging van een tuchtschool boven haar hoofd hangt, loopt Starla, tot haar eigen verbazing weg. Ze besluit op zoek te gaan naar haar moeder die toen Starla drie was vertrok naar Nashville om haar zangcarrière op te bouwen. Papa werkt op een olieplatform en bezoekt Starla en zijn moeder zo vaak als hij kan. Starla aanbidt haar vader en weet eigenlijk niet meer zo goed hoe haar moeder eruit ziet. Papa en oma vertelden nooit zoveel.

Ik vroeg papa vaak naar mama, naar wat ze leuk vond, wat haar lievelingskleur was, of ze net zo'n hekel aan spaghettisaus en kippenlevertjes had als ik. Eerst gaf hij me altijd antwoord. Maar op gegeven moment begon hij te zeggen: 'Starla, dat heb ik je al duizend keer gezegd. Ik weet zeker dat het nog wel ergens in je hoofd zit; zoek er maar naar.' Hij werd echt boos, maar het zorgde er altijd voor dat hij de kamer uit liep, dus ik vroeg het maar niet meer.
Mama begon zelfs een geheim te worden voor papa; voor Omi was ze dat natuurlijk altijd geweest.
Geheimen. Geheimen. Geheimen. Ze zorgden ervoor dat ik me schaamde omdat ik van mijn eigen mama hield; ze zorgden ervoor dat ik dat in het geheim deed.
Nou, zodra ik in Nashville was, mocht iedereen weten dat ik van haar hield.


Dat ze het adres van haar moeder niet weet maakt niet uit, mama is toch beroemd, de mensen in Nashville weten vast wel waar ze woont.
Dit vertrouwen van Starla in haar moeder is hartverscheurend, vooral als je het verhaal verder leest en beseft hoe zeer het kind haar moeder mist en hoe trots ze op haar is. Je begint je af te vragen waarom die moeder zo weinig van haar laat horen. Dankzij de kleine opmerkingen die oma over haar moeder tegen Starla gezegd heeft, hoop je dat het meisje gelijk heeft met haar optimistische gedachte. Maar eerst moet ze nog maar eens in Nashville zien te komen.


De weg van Mississippi naar Tennessee is lang en Starla heeft niets meegenomen. Ze heeft dorst en de verleiding is groot als een zwarte magere vrouw die gestopt is voor Starla haar een fles water aanreikt. Maar blanke mensen mogen niets drinken waar zwarte mensen uit gedronken hebben... De vrouw weet haar te overtuigen dat ze zelf nog geen slok uit de fles gedronken heeft.
De vrouw is heel aardig en heet Eula, ze is dienstmeid en samen met de blanke baby James onderweg naar Wallace. Starla mag meerijden. Onderweg hoort Starla hoe jong Eula was toen ze dienstmeisje werd.


Deze ontmoeting is het begin van een onvoorwaardelijk liefdevolle vriendschap tussen het meisje en Eula. Starla is weinig liefde gewend en Eula heeft liefde in overvloed. De twee maken dingen mee die mensen niet mee zouden moeten maken. De openlijke afkeer van zwarten, het apart moeten reizen, de aparte toiletten, alles schokt Starla, vooral nadat ze de rechtvaardige, vergevingsgezinde, eerlijke Eula steeds beter heeft leren kennen.
Dankzij Eula voelt Starla zich eindelijk iemand die er ook toe doet, ze is niet alleen dat vervelende kind dat niets kan en alleen maar brutaal en lastig is. Eula wordt haar vader en moeder tegelijk. En ook Eula is blij met de spontane, open flapuit die Starla is.


De reis naar Nashville verloopt met enorme en soms heftige hindernissen. Starla is dankzij haar pittige jeugd behoorlijk wijs, ze doorziet veel. Op haar eigen meisjesmanier doorgrondt ze de gebeurtenissen en vertelt ze het bijzondere verhaal over de reis van haar, Eula en baby James.
Dankzij het rotsvaste vertrouwen in Eula durft ze dingen aan en  komt ze op de plekken die diepe indruk op haar maken.

Susan Crandall heeft een mooie, invoelende stijl van schrijven, enkele zinnen zijn om nooit meer te vergeten.


'Mama's  gezicht kreeg zo'n zachte uitdrukking, dat ik haar bijna herkende.'

Eula had gezegd dat ik alles kon doen wat ik wilde, omdat ik blank was. Ik begon me een beetje schuldig te voelen over mijn huid, ook al kon ik er niets aan doen dat ik zo geboren was.


Een indrukwekkend en schrijnend verhaal uit de tijd dat de rassendiscriminatie nog 'normaal' was in staten als Mississippi.


ISBN 9789023955696 | Paperback | 380 pagina's | Uitgeverij Mozaïek | februari 2019

© Dettie, 22 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer klik HIER

 

Een zekere vrijheid
Margaret Wilkerson Sexton


Het boek begint in New Orleans, in 1944, met het gezin van Nelson en Josephine die twee dochters, Ruby en Evelyn, en één zoon Broertje (Nelson jr.) hebben. Moeder heeft een licht getinte huidskleur, 'eerder die van een Spaanse dan van een zwarte vrouw'.
Vader daarentegen was zwart. 'In het Zevende District viel zijn kleur zo op dat mensen daar altijd als eerste naar verwezen als ze hem wilden aanduiden maar hem niet teveel eer wilden geven. 'Die grote zwarte dokter die het zo hoog in de bol heeft,'werd er dan gefluisterd.'


Ruby en Evelyn lijken qua uiterlijk op hun moeder maar zijn onderling verschillend. Ruby is de avonturier, die graag uitgaat en vele vriendjes verslijt. Evelyn is veel ingetogener, studeert voor verpleegkundige en heeft nog nooit een vriend gehad. Dankzij zus Ruby ontmoet ze Renard, de jongen uit een groot gezin dat duidelijk minder geld te besteden heeft dan de familie van Evelyn. Toch studeert hij voor dokter en betaalt zijn studie van de opbrengst van zijn bijbaantjes. Deze ontmoeting wordt het begin van een goed huwelijk hoewel ze eerst heel wat te overwinnen hebben. Vader Nelson is namelijk niet blij met Renard, ondanks zijn doktersambities. Renard komt uit een te laag milieu.


En dan is het 1986.
Jackie, de dochter van Evelyn en Renard, heeft een zoontje T.C.. De vader van het jongetje is de aan de - dankzij de Reagancrisis én zijn blanke collega's - crack verslaafdeTerry. Hij is als het verhaal begint verdwenen, maar dat zijn ze ondertussen wel gewend. Jackie wordt opgevangen door haar ouders die een crèche runnen. -  Dankzij Wereldoorlog II is van de studies van beide ouders niets terecht gekomen. -  Sybil de zus van Jackie, heeft het ver geschopt, zij is inmiddels advocaat. Het botert niet tussen de twee zussen. Sybil is veel te goed gebekt en boort Terry steeds de grond in. Haar commentaar is dan ook niet van de lucht als Terry zich weer - clean - aanmeldt bij Jackie. Maar Jackie gelooft erin en er volgt een liefdevol verhaal waarbij ze hard werken aan hun relatie en het herstel van terry, maar steeds opnieuw blijkt hoe moeilijk het voor een gekleurde man is om werk te vinden. Maar Jackie is razend als de oude witte werkgever, die zoveel ellende in hun leven heeft veroorzaakt, het lef heeft om Terry terug te vragen.


De derde generatie treffen we aan in de zomer van 2010. T.C. is net ontslagen uit de gevangenis en wordt gelijk door zijn vriend Tiger overgehaald een nieuwe wietplantage in een leegstaand pand te starten. T.C.'s  ex-vriendin Alicia is hoogzwanger van hem maar hij durft niet naar haar toe te gaan, bang als hij is dat hij het verknald heeft. Gelukkig vinden ze elkaar weer en wordt T.C. de trotse vader van Malik. Hij zal goed voor zijn kind zorgen, hij zal niet zo als zijn onbekende vader Terry worden. Wat T.C. echter niet weet is dat Tiger zich flink in de nesten heeft gewerkt, je voelt van verre het drama al aan komen rollen...


Het is wel jammer dat er weinig terecht komt van de nazaten van Nelson en Josephine, op Sybile na.  Maar in feite worden de vooroordelen over de gekleurde mens in dit boek benadrukt en bevestigd. 'Een krachtige roman vol glinstering van hoop' zoals op de flaptekst vermeld staat kan ik het tenminste niet vinden. Het is voornamelijk triest.  De tijd en landelijke gebeurtenissen die in het boek plaatsvinden spelen licht op de achtergrond mee maar vormen niet de hoofdoorzaak van de malaise van de personages in het verhaal. De titel van het boek klopt wel. Allen hebben een zekere vrijheid maar door hun huidskleur geen totále vrijheid.


De drie generaties worden achtervolgt door pech en de gevolgen van allerlei vormen van racisme. Doordat ze gekleurd zijn, moeten ze extra knokken en er een extra schepje bovenop doen om toch verder te komen. Maar als je dan steeds weer afgewezen wordt of de rotklussen krijgt te doen vanwege je huiskleur wordt het soms wel erg zwaar met alle gevolgen van dien. Terry raakt in de greep van verslavende middelen, Jackie ploetert maar wat voort, Evelyn en Renard proberen haar zo goed en zo kwaad als het kan, bij te staan. T.C. wordt uiteindelijk ook meer opgevoed en begeleid door Evelyn. Het verwoestende effect van orkaan Katrina speelt eveneens een kleine rol mee in dit verhaal. Kortom, het is niet erg opwekkend allemaal.


Het boek is genomineerd voor de National Book Award maar daar heb ik wel wat moeite mee. Het onderwerp is boeiend genoeg maar qua schrijstijl en duidelijkheid ben ik niet erg enthousiast. Het blijft allemaal teveel op afstand en er wordt met té grote stappen door de familiegeschiedenis heen gedraafd waardoor het geen echt mooi geheel wordt. Als je het boek dichtslaat is het ook helemaal over en uit. Het verhaal maakt niet zo'n indruk dat het blijft doorsudderen in je hoofd. Persoonlijk heb ik indrukwekkender boeken gelezen rond dit thema.


ISBN 9789046823668 | Paperback | 302 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | 12 maart 2019
Vertaald door Harm Damsma & Niek Miedema

© Dettie, 13 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER