Nieuwe boekrecensies

Landgoed Longbourn
Jo Baker


Wie kent het boek Trots en vooroordeel (Pride and Predjudice) niet? Het bekende en meermalen verfilmde boek van Jane Austen over Mr. en Mrs. Bennet met hun vijf dochters die allen aan de man moeten worden gebracht. Natuurlijk moest dat het liefst een man van aanzien en met geld zijn. Wie kent niet alle toestanden voordat Elizabeth en Darcy eindelijk ja zeggen tegen elkaar? En wie leefde niet mee toen Lizzy, tot schande van de familie, er vandoor was met Wickham? Veel mensen hebben genoten van het verhaal rond de vijf zussen.


En nu is er dit boek waarin we de andere kant te zien krijgen. In dit boek maken we namelijk kennis met het bedienend personeel van Longbourn, het landgoed waar de Bennets woonden.  In de keuken en de vertrekken van de bedienden speelt zich een heel ander leven af dan bij hun werkgevers. Elke keer als de familie Bennet aan al hun ideeën en opwellingen toegeven moet het personeel paraat staan. Bij een plotseling bezoek is er paniek en wordt er alles uit de kast getrokken om toch maar een goede indruk te maken. Een uitstapje van de dames betekent daarna een hoop werk voor de bediendes. Schoenen en kleding moeten van modder ontdaan en gewassen en gedroogd worden. Alles moet smetteloos schoon zijn. Het personeel moet veel, de vloer moet geboend, de po's moeten geleegd, de paarden moeten verzorgd worden evenals de maaltijden etc.. Veel rust is er niet.


Hoofdpersoon in dit boek is het weesmeisje Sarah dat door mevrouw Hill de huishoudster en kokkin in huis is gehaald. Samen met Polly ook een weesmeisje maar feitelijk te jong en dromerig om goed mee te kunnen helpen slaat zij zich door alle drukke werkzaamheden heen.
Boven hun hoofd speelt zich het leven van de Bennets af. We zien Mr. En Mrs Bennet door de ogen van mevrouw Hill. Haar dochters Elizabeth en  Jane praten wel met Sarah en zijn aardig maar toch, ze blijft ondergeschikt. Mr. Darcy ziet Sarah niet eens staan, hij kijkt dwars door haar heen. Wickham daarentegen is erg gecharmeerd van de mooie Sarah én de schattige, naïeve Polly.
Op een dag blijkt Mr. Hill plotsklaps ene James Smith te hebben aangenomen. Een lange, zwijgzame, magere jongen die zijn intrek neemt op de zolder van de paardenstal. Met zijn komst verandert er veel voor Sarah, Polly en mevrouw Hill.


Het knappe van dit boek is dat Jo Baker het verhaal van Jane Austen aanhoudt; de amoureuze bezoeken van de heren, de ontwikkelingen in de romances, Mrs. Bennet en haar malheurs en zwakke zenuwen etc. alles klopt. Het is erg apart om het beroemde verhaal vanuit een heel ander licht te zien. Daarnaast krijgen we ook zijdelings over de koloniale verhoudingen te lezen door midden van het personage Ptolemey de gekleurde ex-slaaf die als bediende werkt op het naburige landgoed Netherfield Park.
Het is een prachtige roman, in de ware zin van het woord, die een toevoeging vormt aan het beroemde boek. Een must voor de liefhebbers van Jane Austen.


Jo Baker studeerde Engelse literatuur in Oxford, waarna ze in Belfast haar master in Ierse literatuur behaalde.


ISBN 9789023485377 paperback 430 pagina's uitgeverij Cargo  mei 2014

© Dettie, 15 september 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet geluid van een klappende hand
Richard Flanagan


‘Als dit verhaal goed kon worden verteld zou het alles bevatten. Er zou een oceaan zijn van wat er was geweest en van de dromen over wat er zou kunnen zijn en je zou kunnen zwemmen in de ondiepten van die herinneringen en surfen over de golven van die dromen wanneer ze omhoogkwamen voordat ze tot niets uiteenvielen. Kijken terwijl hun schuim verscholen immigranten omhoog deed wervelen, die iedere dag weer arriveerden en hun schamele bezittingen in krakkemikkige oude houten kruiwagens naar de vrijgezellenbarakken duwden met het idee dat hun reis eindelijk ten einde was gekomen hier, op deze uiterst merkwaardige plek met al die Polen en moffen en Tsjechen en Litouwers en Joegoslaven en spaghettivreters en andere buitenlanders, en de wielen van hun kruiwagens lieten dunne modderige rimpels achter in de winter en wierpen in de zomer waaiers van stof op in de harde voren.’


Bojan Buloh en zijn vrouw Maria zijn immigranten. Ze zijn de gruwelen van het uiteen gescheurde en door oorlog verwoeste Slovenië ontvlucht en hopen op het eiland Tasmanië een nieuw bestaan op te bouwen. Het is 1950. Al snel wordt het gezin verblijd met de komst van dochter Sonja, maar het immigrantenbestaan is niet wat zij droomden, vooral Maria kan haar verleden niet verwerken en gaat weg. Sonja heeft geen idee waar haar moeder gebleven is. Omdat haar vader niet in zijn eentje voor haar kan zorgen, verblijft ze in andere gezinnen, maar Bojan haalt haar terug als hij ontdekt dat ze een katholieke opvoeding krijgt. De katholieken veracht hij intens, zij heulden met de partizanen.


Het leven is hard, ze wonen in een ‘immigrantenkot’; armoede maar vooral minachting van de autochtonen is hun deel. Bojan drinkt, hij mist Maria. Sonja houdt de hut schoon en kookt voor haar vader. En dan komt het moment dat Sonja het niet meer aan kan en vertrekt.
Jarenlang zullen vader en dochter geen contact meer hebben, behalve via anderen. Het zijn ook die anderen de Sonja overhalen weer contact op te nemen met haar vader, als zij zwanger is - vader onbekend -. Dat gaat heel moeizaam. Ze zijn zeer op elkaar gesteld maar kunnen het niet uiten.

‘Bojan Buloh voelde de mist laag hangen in de verraderlijke drassige stad Tullah, een stinkend moeras waarin water en mannen etterden, in een lager gedeelte van een troosteloze vallei, een rottende hangmat tussen hoge blauwe bergen, en hij was blij dat die de horizon beperkten tot die van zijn FJ, op het dak waarvan hij meubelen aan het binden was.
De mist maakte Bojan Bulohs kleren nat, maakte dat ze zwaar en kronkelig als slangen om hem heen hingen. ‘Je weet niet hoe lastig een een dochter is, ’ zei hij tegen de Italiaan die hem hielp het zeil over het meubilair te binden. ‘En ik weet het verdomme ook niet. Weet verdomme helemaal niets. Weet dat er hier niets meer zit.’ zei Bojan Buloh op zijn hoofd tikkend. ‘Het is niet goed, maar ik kan me dingen niet herinneren. Dat is gek.’

Richard Flanagan  heeft niet gekozen voor een chronologisch verhaal. Er zijn tijdsprongen: de periode rond en na 1954, en de periode rond en na 1989, waarbij er ook nog herinneringen opgehaald worden.

Met één hand kun je niet klappen, met andere woorden: je kunt het niet alleen. Maar in dit verhaal is er vaak sprake van die ene klappende hand. Je voelt de eenzaamheid, het niet in staat zijn contact te maken, het onbegrip en de misverstanden, maar steeds is er de liefde waarvan ze alle twee weten dat die er is. 


Het is een boek vol beeldspraak, veel bijvoeglijke naamwoorden, veel vergelijkingen. Dat geeft dit aangrijpende verhaal een soberheid mee, waarvan je alleen maar hopen kunt dat die zal verdwijnen. Er is hoop: de kinderen  van immigranten hebben het beter dan hun ouders, en hun kinderen zijn al bijna autochtonen. En de volgende generatie is op komst.


Richard Miller Flanagan (1961) woont in Tasmanië. Hij heeft dit boek zelf verfilmd.


ISBN 9041405097 |Paperback | 318 pagina's | uitgeverij Anthos 2001
Vertaald uit het Engels door Ankie Blommesteijn

© Marjo, 8 september 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Oma heeft me gestuurd om te zeggen dat het haar spijt
Fredrik Backman

Als je zeven jaar oud en een beetje apart bent, is het leven niet altijd zo onbezorgd als het voor zevenjarigen zou moeten zijn. Elsa is zo’n zevenjarige. Ze is intelligent, driftig en een tikje eigenaardig. Op school is ze niet populair. Zowel bij haar leraren als bij haar medeleerlingen wekt de betweterige Elsa ergernis op. Elsa’s hardwerkende ouders zijn gescheiden. Ze zijn dol op hun dochter maar door hun drukbezette levens zien ze de blauwe plekken die Elsa’s klasgenoten haar bezorgen over het hoofd.

Elsa is dan misschien een beetje apart, haar oma is nog veel vreemder. De krasse oude dame is een bekende op het politiebureau. Ze is geen gevaarlijke crimineel maar wel een meester in het aan de laars lappen van de wet. Eens was oma een ware wereldreiziger en werkte ze wereldwijd als chirurg. Tegenwoordig brengt ze vrijwel al haar tijd met Elsa en het uithalen van kattenkwaad door. Oma ziet de blauwe plekken wel degelijk en trapt niet in Elsa’s smoesjes. Oma en Elsa zijn vrienden, beste vrienden. Andere vrienden heeft Elsa niet.

Oma is dol op zelfverzonnen sprookjes. Elsa is opgegroeid met verhalen over de sprookjeswereld Bijna-Wakkerland. Inmiddels kent Elsa alle verhalen uit haar hoofd maar oma stopt niet met vertellen. Door de verhalen over Bijna-Wakkerland kan Elsa de realiteit ontvluchten. Op school wordt ze gepest maar in Bijna-Wakkerland is Elsa een superheld en neemt ze het zonder aarzelen op tegen reusachtige monsters. Ook oma vecht met een monster. Een monster dat kanker heet. Oma is sterk maar het monster is sterker. Oma verliest het gevecht en Elsa verliest haar rots in de branding.

Omdat Elsa een bijzondere zevenjarige is, vertrouwt oma haar een ongewone opdracht toe. Tijdens haar leven heeft oma een aantal mensen gekwetst en nu – na haar dood – is het tijd om spijt te betuigen. Elsa fungeert als postbode. Natuurlijk had oma haar simpelweg een stapeltje geadresseerde brieven kunnen nalaten maar zo zat oma niet in elkaar. Oma heeft de brieven verstopt. Elsa moet brief voor brief opsporen. Ook het bezorgen van de brieven is niet eenvoudig want de brieven zijn bestemd voor opmerkelijke mensen.

Elsa is nog maar zeven – bijna acht – maar ze is bijzonder slim. Ze beseft al snel dat de mensen aan wie ze de brieven moet bezorgen, overeenkomsten vertonen met personages uit Bijna-Wakkerland. De spookjes van oma waren geen lukraak verzonnen verhaaltjes, het waren verhalen over mensen van vlees en bloed. In de sprookjes van oma kwamen echter niet alleen helden voor. Een sprookje is nu eenmaal geen echt sprookje zonder een gevaarlijke draak…

Een jaar geleden las ik Een man die Ove heet, het debuut van de Zweedse blogger en columnist Fredrik Backman. Ik was op slag verkocht. Mopperkont Ove stal mijn hart. Ook dit tweede boek van Backman kenmerkt zich door een hartverwarmend verhaal. De hoofdonderwerpen zijn ook nu eenzaamheid en menslievendheid. Zowel Elsa als de briefontvangers zijn eenzaam en een tikje eigenaardig. Backman rekent genadeloos af met vooroordelen door de oorzaak van het vreemde gedrag van de briefontvangers te onthullen. Eigenaardige figuren transformeren in doodnormale mensen, simpelweg omdat de lezer naar het innerlijke van de mens leert te kijken. Prachtig gedaan!

Oma heeft me gestuurd om te zeggen dat het haar spijt is geen boek voor serieuze mensen. Serieuze mensen zouden zich ergeren aan de vrijheid die de zevenjarige Elsa geniet. Dit heerlijke boek is enkel en alleen voor mensen die begrijpen dat werkelijkheid en fantasie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Die tijdens het lezen de werkelijkheid los durven te laten en begrijpen dat de auteur het verhaal met een vette knipoog vertelt. Dit boek biedt een doldwaas, ontroerend en  lief verhaal met de onderliggende boodschap dat de eerste indruk niet altijd de juiste is. In het flatgebouw waar Elsa woont wordt bijvoorbeeld de nachtrust van de bewoners vaak verstoord door een schreeuwende alcoholist. Wanneer Elsa achter de oorzaak van het drankprobleem komt is het zelfs voor een kind niet moeilijk te begrijpen waarom deze persoon het zo vaak op een schreeuwen zet.

Oma heeft me gestuurd om te zeggen dat het haar spijt is meer dan een grappig verhaal:  auteur Fredrik Backman doet je een prachtige levensles cadeau. Een fantastische feel-good roman!

ISBN 9789021455792 | paperback | 420 pagina's| Uitgeverij Q| september 2014
Vertaald door Edith Sybesma

© Annemarie, 2 september 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Literaire giller
Martin de Jong


De ochtend na zijn tweeëntwintigste verjaardag wordt de Buisdorpse Mark Tonneur gebeld door uitgeverij Paginade. Ze willen zijn boek uitgeven of hij langs kan komen. Zijn duffe alcoholhoofd is op slag weer helemaal helder. Simke - van Simone - het onbekende roodharige meisje achterlatend op zijn kamer rent hij gelijk naar vriend Tom Veer om het grote nieuws te vertellen. Deze biedt zichzelf onmiddellijk aan als manager en samen dromen ze verder over de geweldige carrière die Mark te wachten staat.
- Tegelijkertijd ontvangt Otto ter Weel, de grote, internationaal bekende schrijver, de drukproef van zijn nieuwste boek Orpheus ondersteboven. Otto is het paradepaardje van dezelfde uitgeverij die Tom gebeld heeft. Otto geeft ook eindelijk zijn toestemming aan Dick Grom om zijn biografie te schrijven. -

Al bij het betreden van de uitgeverij wordt Mark gelijk geconfronteerd met een enorme foto van Otto ter Weel. Ook de directeur Roest Hamer en Ard Huigman, de nieuwe fondsredacteur, praten vol lof over de inmiddels bijna vijfenzeventigjarige schrijver. De schrijver blijkt ook allerlei regels te hebben bedongen waar de uitgeverij zich aan dient te houden. Deze regels zullen Mark later nog flink parten spelen. Maar tot nu toe loopt alles voor Mark van een leien dakje. Hij loopt op wolkjes, half augustus zal zijn eerste boek in de winkel liggen. De drukproeven vallen hem erg mee, er hoeft maar weinig veranderd te worden.


Inmiddels is Otto ter Weel veelvuldig in gesprek met zijn biograaf en dankzij Dicks vragen komen we veel over de vermeend arrogante schrijver en zijn oeuvre te weten. "Hij was geen schrijver geworden, hij was het geboren. Hij had niets te willen, hij had niets te worden. [...] Anderen versteld laten staan was geen kunst; hij probeerde zichzelf versteld te laten staan. "


Maar vooral zijn visie op het schrijverschap en alle trammelant er omheen zit Otto hoog. Hij windt zich op over de uitspraak dat schrijven een eenzaam beroep is, dat is het helemaal niet! Het is een solitaire bezigheid, eenzaamheid heeft daar niets mee te maken. Schrijven is ook iets wat je niet kunt leren volgens Otto.


"Je hebt van die schrijfcursussen maar die doen me denken aan reclamespots voor apparaten waarmee je door slechts vijf minuten per dag te trainen je vetkwabben kunt omzetten in spierbundels. Je kunt op stilistisch gebied dingen leren en weet ik wat nog meer maar niet wat voor de schrijver essentieel is want dat komt uit jezelf, heeft te maken met wie je bent. Je kunt op een conservatorium de techniek van het componeren leren maar als je die techniek beheerst ben je nog geen componist."


"Je onderhoudt geen sociale contacten met je collega's. Je gaat niet naar het boekenbal." stelt Dick Grom.
"Voor geen geld. Iemand die op straat zijn jas opengooit heeft nog amusementswaarde. Maar een ruimte met honderden exhibiotionisten! Waarom zou ik met andere schrijvers moeten omgaan? We zijn toch geen voetballers? We kunnen toch niet met z'n allen een oefenwedstrijd gaan spelen? Schrijven is iets wat je alleen hoort te doen."


Tussen de verhalen over Otto door hebben we alle perikelen rond het debuut van Mark meegemaakt; de correcties, de keuze van de cover, de fotoshoot, etc. Erg spannend en hoopgevend allemaal. Maar dan blijkt de macht van Otto ter Weel hem parten te spelen en loopt alles anders dan hem voorgeschoteld is. Als Otto zich uiteindelijk ook nog neerbuigend uitlaat over Mark als zijnde een mindere God dan hij, is dat de start van een openlijk steekspel tussen de debutant en gelauwerde schrijver.


De cover en titel van het boek vind ik persoonlijk de lading niet dekken, het doet het boek tekort. Het lijkt nu alsof het in het boek een vrij oppervlakkig constant lachen, gieren, brullen is. Dat is het niet, het boek is intelligent geschreven en erg vermakelijk maar zeker geen boek vol flauwe grappen en grollen.
Het knappe van Martin de Jong is dat hij van het personage Otto van Weel een mengeling heeft gemaakt van Wolkers, Reve, Claus en vooral Mulisch - en mogelijk ander schrijvers die ik niet herken -.
Er komen allemaal boektitels voorbij als zijnde geschreven door Otto die net even anders zijn dan de echte titels zoals bijvoorbeeld De aanval, de ondergang van Werter Niemand, Het verlies van België etc. Het maakt dat je het boek met een brede grijns zit te lezen. Zelfs  het beroemde ezelproces van Reve komt in een andere, aparte vorm voorbij. Van de demonstratie tegen kernwapens waarin Mulisch ooit meeliep maakt Martin de Jong eveneens een erg grappige anekdote.
Het steeds terugkerende raadselmeisje 'Simke van Simone' in het hoofd van Mark is eveneens een bron van vermaak.

Ondanks het vooral geestige verloop van het verhaal weet Martin de Jong verder enkele zeer rake en diepgaande opmerkingen te plaatsen over schrijven en schrijvers en de daaromheen hangende cultus.
Kortom, het is zeker een erg vermakelijk en humoristisch verhaal maar hier en daar geeft Martin de Jong de lezers, uitgevers en schrijvers een serieuze, licht ironische, plaagstoot.


ISBN 9789461937292 Paperback 152 pagina's Uitgeverij De Nieuwe Boekhandel augustus 2014

© Dettie, 30 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De nederzetting
Assaf Gavron


Met de recent oplaaiende gewelddadigheden in de Gazastrook in mijn hoofd begon ik het boek van Gavron te lezen.


In het nieuws gaat het over de ontvoering en het doden van drie joodse jongens, waarvoor in eerste instantie door niemand verantwoordelijkheid werd opgeëist, over het schenden van bestanden, zodat mensen nauwelijks kunnen bekomen van het oorlogsgeweld en wordt met nauwkeurige precisie het aantal doden dat aan beide zijden valt doorgeven. Het nieuws maakt je boos en dwingt je bijna partij te kiezen, terwijl je niet goed kunt inschatten wat voor effect het conflict heeft op het dagelijks leven van mensen.
Maar daar waar de berichtgeving in het nieuws vooral gaat over het grote conflict, gaat dit boek van Gavron over het kleine, over het alledaagse leven in een joodse nederzetting. Er wordt ingezoomd op de persoonlijke verhalen van mensen die in een absurde situatie leven.

Gavron kan als geen ander haarscherp situaties beschrijven en personages tot leven brengen. Je voelt als het ware het karakter van de mensen die hij beschrijft alsof ze tegenover je staan. Je krijgt begrip voor de situatie.
Bijvoorbeeld voor Otniël Asis, de 'stichter' van de illegale nederzetting en voor de broers Ronni en Gabi.
Ronni die zaken probeert te doen met een Palestijnse olijvenboer, wat in de nederzetting niet met enthousiasme wordt ontvangen en zijn broer Gabi, die probeert een goed gelovig man te zijn om, naar later blijkt, zijn gedrag uit het verleden goed te maken.

Als inspecteurs van de burgerautoriteit de nederzetting bezoeken op zoek naar onrechtmatigheden, en zich afvragen wat er aan de hand is, verklaart Otniël:


“Dit is een bezoekerscentrum van het natuurreservaat Chermesj, terwijl hij knipoogt naar Gabi, die moet glimlachen. De sfeer was gemoedelijk. Het prachtige, bescheiden hutje aan de rand van de kloof stond te schitteren in de zon. Tot ieders grote verbazing maakten de inspecteurs geen rapport op en werd de bouw van het huisje niet stilgelegd.”

 
De bewoners in de nederzetting leven, zoals uit bovenstaand citaat blijkt, voortdurend in de wetenschap dat er misschien een dag komt dat zij hun nederzetting moeten ontruimen en verlaten. Waarom blijven zij dan? Daarvoor heeft ieder personage zijn eigen motief en dat wordt tijdens het lezen van de roman voor de lezer duidelijk. Dat brengt je dus heel dicht bij deze mensen, waardoor je begrip voor ze krijgt als medemens. Het leidt je weg van het grote conflict en het kiezen van een kant voor of tegen. Je wordt onderdeel van hun dagelijks leven.


Na het lezen van het boek heb ik een uitzending van VPRO's Tegenlicht teruggekeken. Deze documentaire legt ook het leven van mensen in de nederzetting Hebron bij de kijker aan de voeten. De documentairemaakster laat onverbloemd het dagelijks leven in die nederzetting zien, wat voor mij huiveringwekkend is. We zien vooral hoe kleine kinderen de vooroordelen van hun ouders en andere volwassenen klakkeloos overnemen, zowel aan Joodse als Palestijnse kant. Een Joodse soldaat moet schoorvoetend toegeven dat de Palestijnen daar toch wel onder erbarmelijke omstandigheden moeten leven.


In het boek van Gavron wordt echter niet het grote conflict aangehaald of de tegenstelling tussen beide bevolkingsgroepen. Hij laat ons juist de mensen achter dit schijnbaar bijna onoplosbare conflict zien in hun alledaagsheid. Hij laat zien dat het om mensen gaat zoals jij en ik. Dat op kleine schaal Ronni gewoon probeert met een Palestijn zaken te doen omdat hij eenvoudigweg inkomsten moet genereren om te kunnen leven. Dat er sprake is van spijt en oprecht berouw, zoals bij Gabi, die nu probeert het goede te doen als vroom man. Dat Otniël de autoriteiten om de tuin leidt, omdat hij nu eenmaal graag woont waar hij woont en daar rustig zijn groenten wil kweken. Niet om Palestijnen dwars te zitten of te tergen. Dàt maakt Gavron met dit boek voor mij duidelijk. Dat de motieven in het dagelijks leven van de meeste mensen waarschijnlijk helemaal niets te maken hebben met hoe wij ze uit het nieuws vernemen omdat ze aan die mensen, Joden en Palestijnen, worden opgehangen.


Assaf Gavron (Israël, 1968) schreef delen van De Nederzetting in een hut op de Westelijke Jordaanoever. Gavrons werk wordt in vele landen vertaald en is bekroond met prestigieuze internationale prijzen. In Nederland verscheen eerder Krokodil van de aanslagen en Hydromania. Deze kreeg onder andere de WIZO-literatuurprijs.


ISBN 9789046816998 Paperback 384 pagna's Uitgeverij Nieuw Amsterdam juli 2014
Oorspronkelijke titel: Hagiv'a, vertaald uit het Hebreeuws door Sylvie Hoyink

© Ria, 25 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet verhaal van mijn vader
Henri van Daele


‘Het is niet simpel, maar moeilijk gaat ook.’


Het leven op het Vlaamse platteland, in de periode van 1918 tot 1939.
Het is na de oorlog, de Grote Oorlog, en de Duitse soldaten trekken wederom over de wegen van Vlaanderen, nu terug in de richting van de Heimat. Ook door Zele trekken ze, een dorp dat gelegen is tussen Lokeren en Dendermonde, bij de Schelde en de Durme.
Daar staat Grote Rie - zo geheten omdat hij eerder geboren is dan neef Rie - te kijken. Wat zal de nieuwe tijd brengen? Rie is klompenmaker, hij kapt zelf de benodigde bomen, hakt en schaaft, schuurt en bewerkt de klompen. Een echte ambachtsman en hij is trots op zijn werk.


Hij is ook trots op zijn mooie vrouw, Pharaïlde - al piest hij best wel eens buiten het potje!
Nu verwacht zijn vrouw een kind. Weer, want er waren al eerder kinderen die niet bleven leven. Deze jongste spruit evenwel blijkt een ferme knaap te worden, Wilfried-Arthur zal hij heten. En Wilfried-Arthur van Daele is de vader van Henri van Daele, schrijver dezes.
Er volgen nog meer kinderen, ook allemaal gezond.


Van Daele heeft de geschiedenis van zijn familie beschreven in meerdere boeken, waarbij ook de geschiedenis van het dorp Zele verteld wordt. Zo zwerft Wilfried-Arthur met zijn vrienden door dorp en omstreken, wandelt hij naar het station om met de trein naar Brussel te reizen, en maakt hij het neerhalen van de molen mee (in 1931 werd de Zandbergmolen op de Zandberg, die er al stond sinds de dertiende eeuw, gesloopt) en volgen we hem tijdens zijn jeugd en puberteit. Een jongen die vast van plan is net als zijn vader en diens vader voor hem een klompenmaker te worden, waarbij de vooruitgang in de techniek, het verdwijnen van handwerk ter faveure van fabrieken hem behoorlijk dwarszit.


De wereld komt binnen in de vorm van een nieuwe jongen op school. Hij komt uit Antwerpen en haalt zijn neus op voor klompen. ‘Klepperdeklep’ noemt hij Wilfried-Arthur, die dat op een gegeven moment niet langer pikt. Grote Rie wordt op het matje geroepen na de vechtpartij, maar die wordt er niet warm of koud van.
‘Wij zijn geen vechtersbazen,’ zegt Grote Rie. ‘Niemand in onze familie. Maar ze moeten ons niet tergen of op ons neerkijken. Een school, heb ik altijd gedacht, moet kinderen respect bijbrengen voor anderen.’
Hij en de directeur van de school drinken er een borrel op.
Grote Rie is behalve recht door zee, en wars van gewichtigdoenerij ook een dichter. In een doos in de duiventil bewaart hij zijn ‘Poëziekes’, en een keer in de week verschijnt een dichtje van zijn hand anoniem in de gazet. Wilfried-Arthur heeft zijn intelligentie niet van een vreemde en de meester komt dan ook aan huis:


‘Die oudste zoon van jou is een primus! Die ga je toch niet in de klompen steken!’


Een heerlijk boek: geschiedenis, een sfeertekening van een Vlaams dorp en gebruik van een dialect: puur genieten.


Henri van Daele (1946, Zele) studeerde aan de Rijksuniversiteit Gent diplomatieke wetenschappen en pers- en  communicatiewetenschappen. Hij is de auteur van meerdere biografische boeken als ook jeugdboeken. Helaas overleden in 2010.


ISBN 9789022322611  |paperback |258 pagina's |uitgeverij Manteau |2008

© Marjo, 22 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altMet gesloten ogen
Catherine Cookson


Bridget is gelukkig: over een paar weken gaat ze trouwen met Laurence, de jongen op wie ze haar hele leven al verliefd is geweest. Zij vindt het niet zo vreemd dat ze helemaal geen passie voelt, dat ze eigenlijk niet fijn vindt om hem te kussen, dat komt allemaal wel. Maar het maakt Laurence boos en hij zoekt zijn heil bij een andere vrouw. Als Bridget dat ontdekt zijn de rapen gaar. Ze moet zich niet zo druk maken, vindt haar tante Sarah, bij wie ze woont sinds haar ouders overleden zijn. Maar tante Sarah is de moeder van Laurence, bevooroordeeld dus. Tante wil heel graag dat er getrouwd wordt. Waarom ze dat zo graag wil, is een ontdekking die Bridget liever niet gedaan had. Maar eigenlijk maar beter ook: ze verbreekt de verloving, en maakt plannen om terug te gaan naar Londen, naar haar grootmoeder.
Dat is evenwel niet zo eenvoudig.


‘Het was alsof het leven haar een klap in het gezicht had gegeven en haar plotseling de ogen had geopend. Haar hoofd tolde, maar vanbuiten leek ze nog steeds de oude Bridget. Hoewel ze duidelijke taal tegen haar tante had gesproken, had ze het gedaan op de manier waarop de oude Bridget het zou hebben gedaan, ook al was ze die niet langer. Het was alsof ze een rol speelde, alsof haar tante, haar oom en Laurence een toneelgroep vormden waarbij ze zich had aangesloten. Vreemd genoeg leken zij nu alleen geen toneel meer te spelen, althans haar tante niet.’


Het jonge onschuldige meisje bestaat niet langer, Bridget wordt snel volwassen. Maar dit is wel een verhaal van Catherine Cookson en als de ene man verdwijnt uit het leven van een jonge vrouw zijn er vast en zeker anderen die staan te trappelen. Ook hier is dat het geval. Dat is de jongen Bruce, een buurjongen met wie ze vroeger veel optrok. En er is John, de dokter die ze ook al haar hele leven kent, en die nu toevallig (?) ook bij tante Sarah logeert.
Er zijn evenwel nog de nodige verwikkelingen voor ze weet wie de ware is.

Een heerlijk romantisch boek, waarin ook nog een moord gepleegd wordt. Lekker om mee te ontspannen, om even niet aan alle ellende in de wereld te denken. Ik vind het een vreemde titel, en de oorspronkelijke Engelse titel blijkt dan ook anders: ‘The blind years’. Die is veel beter. Waarom jaren hier ogen werden???


Catherine Cookson (1906,Tyne Dock) is een schuilnaam voor Catherine Ann McMullen. Ze groeide op bij haar grootouders Rose en John McMullen, die ze lange tijd beschouwde als haar biologische ouders. Ze had een zeer sterke band met haar grootmoeder. Het was een armoedig bestaan. In 1913 ontdekte ze dat haar aan alcohol verslaafde oudere zus in werkelijkheid haar biologische moeder was. Haar niet bepaald rustige leven vormde ontegenzeglijk de bron waaruit ze al haar verhalen putte. Ze stierf in 1998, op 91-jarige leeftijd.


ISBN 9789022566589 | hardcover |207 pagina's |Uitgeverij Boekerij |juni 2014
Vertaald uit het Engels door Hanneke van Soest

© Marjo, 19 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEen zwarte pyjama
Patricia McCormick


Arn Chorn-Pond is een ondernemend jochie in een Cambodjaanse stad. Hij probeert ijs te verkopen ‘niemand wil mijn ijs hebben omdat ik er uit zie als een zwerver’. Met gestolen bloemen of met gokspelletjes lukt het hem ook om aan geld te komen. Het gezin is arm; de vader heeft een ongeluk gehad en kan niet meer werken. Arn scharrelt en heeft plezier.
Er is wel een oorlog gaande, maar die is ver weg. In 1975 is de Vietnamoorlog die ook gestreden werd over de Cambodjaanse grens ten einde. Het is feest in de stad, een parade.


‘Ik weet niet wie ze zijn, die soldaten met hun geweren in die trucks, maar dat kan me niet schelen. De oorlog is afgelopen.’


Arn zal er snel genoeg achter komen wie de soldaten zijn, waar ze voor staan, en wat het voor hem, het gezin en alle mensen die geen soldaat zijn, betekent. Hij overleeft de tijd dat Pol Pot zijn schrikbewind had, en kon het navertellen. Het is een gruwelijk verhaal.


De ‘Killing Fields’? Pol Pot? De Rode Khmer? Wat weten we er nog van? Het is al zo’n veertig jaar geleden, het was ver weg, en er gebeurt zo veel. Men vergeet.
Maar het is niet voorbij. Het gebeurt nog steeds. Niet in Cambodja, maar het gebeurt.


Tussen 1975 en 1979 overheerste de Rode Khmer, onder leiding van Pol Pot. Hij was communist, en werd op de achtergrond gesteund door Mao. Wat heeft deze man, die opgeleid werd in een klooster en enkele jaren in Parijs studeerde, bezield?
Als communist kwam hij in opstand tegen prins Sihanouk, en in de bergen richtte hij zijn beweging op. Veel soldaten van de Rode Khmer waren bergbewoners, eenvoudige lieden. Pol Pot bedacht dat iedere Cambodjaan, ook de stedelingen, boer moest worden. De ware communist heeft immers geen bezittingen en werkt. Stads- en dorpsbewoners waren niet veilig meer. Hele groepen mensen meegevoerd, hun huizen vernietigd, hun bezittingen afgenomen.
Ze werden gedwongen om op rijstvelden te werken. Agrarisch socialisme heet dat. Ze leefden onder zeer slechte omstandigheden in een kamp, in bedwang gehouden door soldaten van de Rode Khmer. Alleen rijst om te eten en vaak dat ook niet. Slechte hygiëne en geen medische voorzieningen, één blik die verkeerd opgevat werd kon je dood betekenen.
En allemaal droegen zij dezelfde kledij: een zwarte pyjama.
Intellectuelen – en dat was je al als je een bril droeg – werden zonder pardon vermoord. Iemand die een bleke huid had? Die had niet gewerkt, en werd meegenomen. Zoals de jongen Arn heel koel zegt ‘die zagen we nooit meer terug’...


Bijna twee miljoen mensen kwamen om tussen 1975 en 1979.


Geschreven in een vlotte stijl lees je het verhaal als een avonturenroman, maar het is echt. Gruwelijk, aangrijpend. Het verbijstert je, je kunt er met je verstand niet bij dat dit kan gebeuren. Maar ik zei het al: we weten dat het nog steeds gebeurt.


Arn Chorn-Pond wijdt zijn leven nu aan het helpen van jonge oorlogsslachtoffers, met de door hem opgerichte organisaties Children of War en Cambodian Living Arts. Voor zijn werk heeft Arn o.a. de Amnesty International Human Rights Award en de Spirit of Anne Frank Outstanding Citizen Award ontvangen.


Patricia McCormick is een Amerikaanse journaliste. Haar boeken zijn journalistiek van aard, ze schreef eerder ’Ik ben Malala’ over de vijftienjarige Malala Yousafzai die in 2012 van zeer dichtbij in het gezicht geschoten werd door een talibanstrijder.


ISBN 9789044344462  |paperback|192 pagina's |uitgeverij House of Books |augustus 2014
Vertaald uit het Engels door Jan Smit

© Marjo, 19 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Het geheim van Penumbra's boekwinkel
Robin Sloan

Na zijn studie aan de kunstacademie gaat Clay Jannon aan de slag als marketingmedewerker bij een klein bedrijf dat volmaakte bagels produceert. Een glansrijke carrière ontluikt aarzelend maar krimpt ineen als de financiële crisis toeslaat. In tijden van toenemende armoede geven de burgers van San Francisco de voorkeur aan voedsel dat er imperfect uitziet. Het bagelbedrijfje probeert nog aan de nieuwe wensen van de afnemende klandizie te voldoen maar het is al te laat. Het bedrijf wordt opgeheven en Clay is werkloos.

Het is niet eenvoudig om een nieuwe baan te vinden. Het ontbreekt Clay aan gedegen werkervaring en bovendien liggen de banen niet voor het oprapen. Clay struint regelmatig door de straten van San Francisco waarbij hij de omgeving nauwlettend in de gaten houdt. Wanneer zijn oog op een bordje met de tekst “PERSONEEL GEVRAAGD” valt, besluit hij het betreffende pand binnen te stappen. Niet veel later is Clay aangenomen als medewerker van Penumbra’s boekwinkel. De winkel is 24 uur per dag open en Clay zal de nachtdiensten voor zijn rekening gaan nemen.

Penumbra’s boekwinkel is geen doorsnee boekwinkel. Feitelijk bestaat het uit twee delen. Voor in de winkel bevindt zich een vrij normale boekenafdeling maar achterin is een bijzonder smalle ruimte met boekenkasten die wel drie verdiepingen hoog zijn. De boeken die in deze kasten staan zijn uitsluitend bestemd voor mensen die in het bezit van een lidmaatschapsnummer zijn. Hoe iemand lid kan worden en waarvan deze mensen precies lid zijn, weet Clay niet.

Clay mag de boeken uit het achterste gedeelte van de winkel niet inzien. Hij moet het komen en gaan van de klanten nauwkeurig in een logboek bijhouden maar zijn nieuwsgierigheid moet hij bedwingen. Korte tijd houdt Clay zich aan de regels maar uiteindelijk onderwerpt hij de boeken dan toch aan een nauwkeurig onderzoek. De boeken blijken onleesbaar te zijn. Clay’s nieuwsgierigheid neemt toe. Wat is er gaande in Penumbra’s boekwinkel? Wie zijn de vreemde klanten eigenlijk?

Clay neemt een paar goede vrienden in vertrouwen en ook hun nieuwsgierigheid is gewekt. Samen smeden ze een plan om het geheim van de boekwinkel te achterhalen. Met behulp van moderne technologie zullen ze in het geniep gaan proberen om het oude geheim van de winkel te ontrafelen. Meneer Penumbra, de eigenaar van de winkel, gedraagt zich ondertussen steeds eigenaardiger. Zijn gedrag jaagt de speciale klantenkring de stuipen op het lijf. Clay zelf staat op het punt iets groots te ontdekken, iets dat zijn fantasie te boven zal gaan.

Niets is voor boekenliefhebbers als ik zo heerlijk als lezen over boeken. Over stapels boeken, torenhoge kasten vol boeken, zalen vol boeken, geheime boeken en stoffige, oude boeken. Met Het geheim van Penumbra’s boekwinkel kan ik mijn hart ophalen: het zit boordevol boeken. In dit boek draait alles om boeken, lettertypes en literaire geheimen. Heerlijk!

Het verhaal is spitsvondig, hartelijk en mysterieus. Het is leuk om te lezen op welke manier Clay en zijn vrienden gebruik maken van moderne snufjes in een poging inzicht in een oud mysterie te krijgen. Het kersverse vriendinnetje van Clay werkt bij Google en de technologische mogelijkheden lijken eindeloos. Kan het nieuwe het oude overtroeven?

Het is onmogelijk om het vlotte en meeslepende verhaal te weerstaan. Auteur Robin Sloan weet zijn lezerspubliek nieuwsgierig te maken én te houden. Het verhaal blijft van begin tot eind krachtig en fascinerend. Het geheim van Penumbra’s boekwinkel is een verrukkelijk boek.

ISBN 9789088030536 | Paperback | 300 pagina's | Uitgeverij Lias |juni 2014
Vertaald door Jacques Meerman

© Annemarie, 16 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Mijn vader de soldaat
Bozena van Mierlo-Dulinska

Nadat Anna halsoverkop uit Polen naar haar gezin in Nederland is teruggekeerd, gaat het steeds slechter met haar. Een nog onbekende gebeurtenis tijdens een familiebezoek in Polen heeft een gat in haar bestaan geslagen. Anna probeert halsstarrig weer grip op haar leven te krijgen en stort zich op de voorbereidingen voor Wigilia, een traditioneel Poolse Kerstavond. Daarnaast is ze bezig met het vertalen van een oud dagboek van haar vader. Regelmatig gaat ze kopje onder in golven van emoties die haar genadeloos blijven overspoelen.

Anna woont al jaren in Nederland. Ze is met een Nederlandse man getrouwd en samen hebben ze twee kinderen: Emma en David. Anna is opgegroeid in Polen en kijkt met gemengde gevoelens terug op haar jeugd. In het huwelijk van haar ouders ontbrak de liefde. Anna en haar zus Liza bleven verstoken van ouderlijke genegenheid. Moeder is al jaren dood maar met vader onderhoudt Anna nog altijd een moeizaam contact. Ze snakt naar zijn liefde, naar een moment dat hij niet verstijft als ze hem aanraakt. In de nabijheid van zijn kleinkinderen is Anna’s vader een andere man. Hoe kan het dat hij Emma en David wél aanraakt en lief voor ze is?

Sinds kort heeft Anna een oud dagboek van haar vader in haar bezit. Lange tijd was ze niet van het bestaan van het schrijfsel op de hoogte. Het dagboek is tijdens de Tweede Wereldoorlog geschreven. Tussen de voorbereidingen voor Wigilia door houdt Anna zich bezig met het vertalen van het dagboek. Er moet een Engelse versie komen. Door het lezen van het dagboek leert Anna dat haar vader eens een heel andere man was. Terwijl ze pagina na pagina vertaalt, dwalen haar gedachten regelmatig af. Anna denkt aan haar eigen jeugd en probeert haar herinneringen in een nieuw daglicht te plaatsen.

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak werd Anna’s grootvader opgeroepen. Hij moest zijn land dienen. De rest van het gezin werd al snel naar Siberië verbannen. Vaders broertje Frankie overleed. Hij werd in de ijskoude, harde Siberische grond begraven. Vader zelf kreeg de kans soldaat te worden. Met gemende gevoelens liet hij zijn zusje Nina en zijn ernstig verzwakte moeder achter om zich aan te sluiten bij het 1e Poolse Pantserdivisie. In de jaren die volgden maakte vader verschrikkelijke dingen mee. Vader overleefde maar een deel van zijn geest stierf. De Poolse soldaten leverden een belangrijke bijdrage aan de bevrijding van Vlaanderen en Zuid-Nederland maar na de oorlog werden de Poolse soldaten minder hartelijk bejegend. Het Oostelijke deel van Polen behoorde na de oorlog toe aan de Sovjet-Unie. Polen was opgeofferd, zo voelde vader dat. Bij wie hoorden de dappere soldaten nu? Het was niet veilig om terug te keren, Polen was inmiddels een communistisch land en de soldaten werden in hun thuisland als verraders gezien. Toch keerde vader terug. Hij wilde simpelweg bij zijn familie zijn.

Terwijl Anna het dagboek vertaalt, beseft ze meer en meer hoe groot de invloed van de oorlog op vaders en ook op haar eigen leven is geweest. Ze behoort tot de tweede generatie oorlogsslachtoffers. Misschien dat ze zelfs haar kinderen onbewust tot een derde generatie slachtoffers maakt. Terwijl ze haar gedachten ordent krijgt de lezer steeds meer inzicht in Anna’s verhaal. De reden van de Engelse vertaling wordt onthuld en later zal ook de reden voor Anna’s overhaaste vertrek uit Polen aan het licht komen.

Mijn vader de soldaat is een aangrijpend en intrigerende boek. Het dagboek van vader beschrijft het loodzware leven van de Poolse soldaat. Die van vader maar ook die van de Poolse soldaten in het algemeen. Hun rol in de bevrijding is lange tijd ondergewaardeerd geweest. Degenen die na de oorlog naar Polen terugkeerden, konden arrestaties en martelingen tegemoet zien. Geen wonder dus dat vader een beschadigde man is. Toch is Anna ook boos op haar vader. Waarom heeft hij gekozen voor een gezin, voor kinderen, als hij niet tot liefde in staat is? Haar zus Liza is aan de drugs geraakt. Is dat een direct gevolg van hun liefdeloze jeugd? Bovenal snakt Anna naar liefde, waardering en respect van haar vader. Ze wil wat iedereen wil: een trotse, liefhebbende ouder.

Wat Mijn vader de soldaat onderscheidt van andere boeken over de oorlog, is dat het over Polen gaat. De meeste Nederlandstalige boeken over de Tweede Wereld Oorlog gaan over Duitsland, Nederland of Groot Brittannië. Door dit boek heb ik nieuwe dingen geleerd en ben ik tot nieuwe inzichten gekomen. Mijn vader de soldaat is een prachtig boek dat is bedoeld als eerbetoon aan alle Poolse oorlogsveteranen.

ISBN 9789044343519  | paperback | 320 pagina's| The House of Books | juni 2014

© Annemarie, 12 september 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Wintervertelling
Mark Helprin

In de jaren dat de negentiende eeuw geruisloos overgaat in de twintigste groeit Peter Lake naar volle tevredenheid op bij de Baaimannen, een volk dat leeft in een moerasgebied even buiten New York. Peter is een echte Baaiman. Hij spreekt hun taal, kent hun gebruiken op zijn duimpje en kan zich geen ander leven voorstellen. Dan bereikt Peter een belangrijke leeftijd. Zodra zijn twaalfde verjaardag een feit is, wordt hij weggestuurd.

Peter voelt zich dan wel een Baaiman in hart en nieren, hij is het niet. Jaren geleden dobberde een klein bootje doelloos rond op het meer van de Baaimannen. In het bootje bevond zich een huilende baby. Het was Peter. Hij dreef moederziel alleen rond na een wanhoopsdaad van zijn ouders. Zij mochten Amerika niet in, zij waren ziek en stervende. Hun zoon moest in het land van de onbeperkte mogelijkheden opgroeien. De Baaimannen hebben Peter zonder aarzelen een liefdevolle jeugd geboden maar aarzelen evenmin om de twaalfjarige jongen te verstoten.

Peter wordt aan de rand van New York gedumpt en maakt al snel zijn intrede in de enorme stad. New York is overweldigend. Peter is gewend aan natuur en een wijds landschap en New York slokt hem dan ook met huid en haar op. Peter ziet in een enkele oogopslag haat, liefde, rijkdom en armoede. New York is een stad van uitersten, van extremen. De jaren die volgen brengt Peter in een weeshuis door waar hij de nodige werkervaring opdoet. Tijdens deze jaren ontwikkelt Peter een grote voorliefde voor machines. Een ongelukkig voorval waarbij iemand om het leven komt maakt een einde aan Peters tijd in het weeshuis. Hij is onschuldig maar de politie deelt deze mening niet. Peter slaat op de vlucht en sluit zich aan bij de bende de Kortstaarten. Bijna tien jaar lang is Peter een Kortstaart maar wanneer de Kortstaarten een aanval op de Baaimannen plannen gaat zijn hart uit naar het volk dat hem liefdevol opvoedde. Opnieuw moet Peter vluchten.

Peter Lake scharrelt zijn kostje bij elkaar door in te breken. De Kortstaarten en de politie zitten hem doorlopend op de hielen en Peter raakt gewend aan een leven waarin hij continue over zijn schouder moet kijken. Wanneer Peter door een enorm, wit paard uit een benarde situatie wordt gered lijkt het tij te keren. Het mysterieuze, bloedsnelle paard wordt zijn beste vriend. Peter is nog altijd een inbreker. Hij heeft een gigantisch huis op het oog. Een huis dat ongetwijfeld een kluis herbergt. Een kluis vol kostbaarheden. Wanneer de huiseigenaren op reis gaan, grijpt Peter zijn kans. Terwijl hij verwoede pogingen doet de duimendikke kluisdeur te openen dringt prachtige pianomuziek zijn oren binnen. Niet veel later maakt Peter kennis met Beverly Penn, de dochter des huizes die thuis is gebleven.

Beverly heeft TBC, ze is stervende. De liefde die tussen Peter en Beverly ontstaat is een liefde die de dood ontstijgt. Een liefde die een loopje neemt met de tijd. Het verhaal van Peter en Beverly is nog maar het begin van het prachtige, bijzondere verhaal dat zich in dit bijna achthonderd pagina’s tellende boek ontvouwt. Het verhaal omvat een tijdsbestek van meer dan 100 jaar met het nieuwe millennium als “grand finale”.  De lezer maakt kennis met tal van bijzondere personages en hun ongebruikelijke levensverhalen. Het is een verhaal met een flinke scheut magie, een snufje steampunk en een allesoverheersende liefde. Er is een mysterieuze bruggenmaker die steeds weer opduikt en ook Peter Lake dient een hoger doel.

Het boek Winter’s Tale van Mark Helprin verscheen voor het eerst in 1983. In 2014 werd het boek verfilmd door regisseur Akiva Goldsman. Wintervertelling is een imponerend, bizar en meeslepend verhaal. Niet alleen vanwege de omvang van het verhaal maar ook door de vele verhaalontwikkelingen ben je als lezer wel even met dit boek zoet. Het is een betoverend verhaal, soms sprookjesachtig, soms bikkelhard van toon. Een verhaal vol levensvragen. Een vertelling over de veerkracht maar ook over de zwaktes van de mens. Het boek verscheen 17 jaar voor het nieuwe millennium aanbrak en het is boeiend om te lezen hoe de auteur tegen de komst van het nieuwe tijdperk aankeek.

Wintervertelling is een boek om keer op keer opnieuw te lezen. Telkens weer zal de lezer nieuwe ontdekkingen doen. Het is een indrukwekkend, uniek verhaal. Mark Helprin heeft de geschiedenis herschapen en daarmee ook de toekomst getransformeerd.

ISBN 9789401602471| paperback | 796 pagina's| Xander Uitgevers | juli 2014
Vertaald door Robert Neugarten

© Annemarie, 5 september 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Familie is het moeilijkste gerecht
Francisco Azevedo


Deze roman is het debuut van de Braziliaanse schrijver Azevedo. Hij was diplomaat, maar ook dichter en dramaturg. En vooral dat laatste kan je in dit boek terugvinden. De verteller, de 88 jarige Antonio kijkt terug op zijn leven en dat voltrekt zich haast in filmische scènes, die het verhaal vormen. In trefzekere woorden wordt de geschiedenis verteld van de Portugese familie, die uiteindelijk naar Brazilië trekt, en van rijst. Dat speelt een belangrijke rol in het verhaal.


Wanneer de ouders van Antonio in 1908 trouwen verzamelt de geheimzinnige, helderziende tante Palma, de rijst die de familie vlak na de huwelijksinzegening op straat strooide en geeft die in een katoenen zak cadeau aan de vader en moeder van Antonio. De vader is beledigd en de moeder gelukkig. De rijst duikt weer op bij het huwelijk van Antonio met de beeldschone Isabel en staat later in een bokaal in hun restaurant in Brazilië. Voordat Antonio met Isabel mag trouwen moet er wel veel water door de rivier, want de familie van Isabel vindt hem van te lage komaf.  Antonio ontmoette haar in het Portugese dorpje, toen ze allebei jong waren. Hij viel en landde bovenop haar, waarin hij een voorteken ziet voor hun warme verhouding. Terecht! Ze houden allebei hartstochtelijk van koken en richtten een restaurant op in Brazilië, dat een eclatant succes is, en krijgen een tweeling.


'Je hebt zoete families. Andere hebben een bittertje. Weer andere zijn extreem gepeperd. Je hebt er ook die nergens naar smaken - een soort family light. Hoe dan ook, familie is een gerecht dat altijd warm, ja zelfs heet, moet worden opgediend.'


Na bovenstaande zinnen was ik even bang dat de familie van Antonio de hele tijd met specerijen, gerechten of smaken zou worden vergeleken, maar dat blijft achterwege. Het is overigens wel een leuke exercitie om je eigen familie eens met een gerecht te vergelijken (hutspot?). Voor wie de tijdsbalk even kwijt is van de gebeurtenissen heeft Azevedo achterin het boek de chronologische gebeurtenissen nog even op een rij gezet.


Dat met veel peper is gestrooid in de familie van Antonio blijkt al snel. Sommige neven, nichten broers en zusters praten niet meer met elkaar en Antonio is een soort bemiddelaar. Er zijn knallende ruzies en oorverdovende stiltes. Tante Palma gelooft in het lot en dat je daar niet veel aan verandert. Het moet - volgens haar - allemaal zo zijn. En Antonio krijgt het met zijn zoon aan de stok, die ultralinks is geworden en pa maar een ouderwetse man vindt. Maar het blijven toch wel goedmoedige schermutselingen en Azevedo beschikt over een goede dosis humor, die weldadig aan doet en relativerend werkt op de vaak emotionele scènes.


Azevedo past in de Latijns Amerikaanse traditie van grote vertellers zoals Marquez, Llosa,  Borges, Paz, Bastos of Cortázar. Maar zijn geluid is veel zachter en minder intellectueel en dat maakt dit boek tot een waardevolle aanvulling op het moois dat er uit dit werelddeel tot ons komt.


ISBN 9789056724740 Hardcover 296 pagina's Signatuur maart 2014
Vertaald door Kitty Pouwels

© Karel Wasch, 31 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De sneeuwkoningin
Michael Cunningham


‘Je probeert je dichter naar de sterren toe te zingen (al zijn het maar de vliegtuigen die sterren imiteren), en de vreemde schoonheid ervan schuilt in hun onmogelijk grote afstand, wat ook zou gelden als je wel kon vliegen. Wie wil er nou een nabije ster? Wie doet er nu een wens op iets bereikbaars?’


Tyler en Barrett, twee broers op zoek naar de zin van het leven. Samen wonen zij met Beth, de vriendin van Tyler, in een klein appartement in een verouderde wijk in New York. Terwijl Barrett stuntelt met zijn liefdesleven en zich verwondert over het feit dat hij een mysterieus licht heeft gezien boven Central Park, is Tyler bezig met het ‘perfecte’ lied voor zijn doodzieke Beth. Vriendin Liz waarmee Beth en Barrett een chique vintage kledingwinkel runnen, speelt ook een belangrijke rol in het verhaal. Soms lijkt het wel alsof zij een soort balans creëert tussen de drie, zoals een moeder in een gezin.


Nadat Beth genezen lijkt te zijn, komt opeens weer de oude sfeer in huis naar boven. Beide broers merken dat dit soms ook ongewilde gedachtes naar boven brengt. Want was het niet beter geweest als Beth nog steeds ziek was? Vooral Tyler voelt dan dat zijn verzorgende rol niet meer nodig is, en gaat zich afvragen wat voor rol hij dan wel moet vervullen. Wanneer Beth na een flinke tegenslag toch overlijdt, lijkt het leven van de broers een beetje op gang te komen. Het was alsof zij de tijd even stil had gezet; of het leven was vastgevroren als een sneeuwkoningin.


Michael Cunningham schrijft niet om een verhaal te vertellen, maar meer om een diepgaand, filosofisch beeld te schetsen van een aantal personages en de interactie daartussen. Eigenlijk zou je het niet eens personages mogen noemen, het zijn voor je gevoel daadwerkelijk personen. De levensechte dialogen en doordachte monologen dragen daar zeker aan bij. Tot in het kleinste detail worden alle gedachtes en waarnemingen omschreven. De schrijver stelt zijn personages heel kwetsbaar op waardoor je veel herkenbare situaties tegenkomt.  Het is tevens wel een boek waarbij je goed tussen de regels door moet lezen om het echt te begrijpen. Dit maakt het niet meteen een pageturner. Desondanks is het zeker de moeite waard, want als je het met aandacht leest, lijken er ook een aantal levenslessen tussendoor gevlochten te zijn. Een wonderbaarlijk verhaal, of beter gezegd, een wonderbaarlijke groep mensen. 


ISBN 9789044626117 Paperback 256 pagina's Prometheus mei 2014
Vertaald door Marijke Versluys

© Hélène, (16 jaar) 28 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEen maand op het land
J. L. Carr


‘Als ik gebleven was, zou ik dan altijd gelukkig zijn geweest?  Nee, dat denk ik niet. Mensen trekken altijd weg, worden ouder, sterven en de stralende overtuiging dat om elke hoek iets prachtigs schuilt, verbleekt. Het is nu of nooit; we moeten het geluk in de vlucht vangen.’

Het is zomer, 1920, als Tom Birkin, zich naar het dorp Oxgodby begeeft om daar een muurschildering achter de kalk vandaan te poetsen. Hij doet zijn werk in een tijdelijk ongebruikte kerk, waar zich ook een kerkhof bevindt. Het gebouw is meer dan vijfhonderd jaar oud, en in bezit van de familie Hebron. De laatste in de lijn, ene juffrouw Hebron, heeft bij haar verscheiden bepaald dat de schildering te voorschijn gehaald moet worden. Ook was er een opdracht om het graf te vinden van Piers Hebron, die in 1373 gestorven is. Het is Moon die daarnaar op zoek is: Piers was geëxcommuniceerd en moest buiten het kerkhof begraven zijn.
Moon en Birkin zijn min of meer elkaars buren en ze kunnen het wel met elkaar vinden. Vooral als blijkt dat ze beiden uit de loopgraven komen. ‘Van daarginds’.


Birkin constateert al snel dat achter de pleisterkalk een werk zit van een begaafd kunstenaar. Het is een ‘laatste oordeel’.
De dorpsbewoners zijn nieuwsgierig en langzaam raakt Birkin betrokken bij het dorpsleven. De veertienjarige Kathy komt vaak, en brengt eten voor hem mee en nodigt hem uit bij hen thuis. Al snel helpt hij op de zondagsschool, en speelt scheidsrechter bij sportwedstrijden.
De vrouw van de opdrachtgever, de nog jonge Alice Keach, komt eveneens regelmatig.
Birkin beseft al snel dat hij verliefd is. Maar officieel is hij getrouwd, al is er van dat huwelijk weinig over.
Dagenlang  - een maand lang -  werkt Tom Birkin aan de schildering en raakt steeds meer in de ban. Het doet hem de traumatische gebeurtenissen vergeten. De schoonheid van het kunstwerk, de schoonheid van het platteland dat volop leeft in deze mooie zomer en de zuivere contacten met de dorpsbewoners, dat alles geeft het leven weer betekenis.


Ook al zijn Birkin en Moon slachtoffers van de oorlog er wordt nauwelijks een woord aan besteed. Toch hangt die oorlog steeds boven het verhaal. Het leven was toen en is nu opnieuw niet iets wat hij in de hand heeft. Het gebeurt zijns ondanks.
Ook  is het verhaal een sfeertekening van een dorp in 1920 op het Engelse platteland waar mensen nog niet beseffen dat die prachtige paarden al snel vervangen zullen gaan worden door machines. Een paradijs waar het goed toeven is na de hel van de loopgraven.
Het verhaal wordt achteraf verteld, het is een proces, de dingen die gebeurd zijn een plaats geven. Af en toe zijn er opmerkingen zijn als ‘had ik dat kunnen weten’. Het weten hoe alles afloopt, ontdoet het verhaal van verwachting. Wat er gebeurde wordt geïnterpreteerd. Het had niet anders kunnen gaan als het ging.


Het is een prachtig verhaal, waar geen woord teveel wordt gebruikt, alles klopt.


J.L. Carr (1912, Carlton Miniot in Yorkshire) was leraar, aanvankelijk zonder een opleiding, later volgde hij die opleiding wel en kwam in Amerika terecht voor een stagejaar. Toen de oorlog uitbrak in 1939, keerde hij terug naar Engeland om dienst te nemen bij de RAF. Na de oorlog nam hij zijn oude stiel weer op, omdat hij dan tijd had om ook te schrijven. Hij overleed in 1994.


ISBN 9789046816950|hardcover|144 pagina's |uitgeverij Nieuw Amsterdam|mei 2014
In een herziene vertaling  uit het Engels door Marijke Emeis

© Marjo, 23 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Zoals ik was
Bret Anthony Johnston

Justin Campbell uit Southport is al vier jaar vermist. Vier lange jaren waarin taal nog teken van de jongen werd vernomen. Vier lange jaren waarin zijn ouders en opa onvermoeibaar naar hem door zochten. In het begin stond een grote groep vrijwilligers de ongeruste ouders bij. In de loop der tijd slonk het aantal helpende handen flink maar Justins ouders zoeken nog altijd door. Zij weten wel dat de kans groot is dat Justin niet meer leeft. Ze weten wel dat vier jaar een lange tijd is maar zolang ze niet weten wat er met hun kind is gebeurd, geven ze de hoop niet op.

De vermissing van Justin heeft het geluk van het gezin Campbell met huid en haar opgeslokt. Griff, het veertienjarige broertje van Justin, heeft zich ontpopt tot een jongen die in de schaduw van zijn vermiste broer leeft. Net als zijn ouders wordt hij tegenwoordig vaak gemeden. Alsof het verdriet besmettelijk zou kunnen zijn. Ook weten mensen simpelweg niet wat ze tegen Griff en zijn ouders moeten zeggen. Eric, de vader van Justin, uit zijn verdriet in een affaire terwijl zijn vrouw Laura urenlang naar een zieke dolfijn staart. Het gezin Campbell is niet compleet. Zonder Justin heeft het leven alle glans verloren.

Een telefoontje van de politie verandert alles. Op het politiebureau sluiten een euforische Eric en Laura hun dolgelukkige zoon Justin in de armen. Hun zoon is terug. Iemand heeft hem op een vlooienmarkt herkend, de ontelbare flyers hebben eindelijk hun werk gedaan. Ook Griff kan zijn geluk niet op en heel Southport viert feest. Eindelijk is er een eind gekomen aan de onzekerheid en het verdriet. Eindelijk kan de familie Campbell het leven weer omarmen.

Nadat de overweldigende storm aan emoties enigszins is weggeëbd dringt een gruwelijk besef tot Laura, Eric en Griff door: Justin heeft vier jaar lang bij een pedofiel gewoond. Wat heeft hij moeten doorstaan? Het elfjarige jongetje van toen is veranderd in een vijftienjarige, stevige knul met keurige manieren. Overdag slaapt hij en ’s-nachts spookt hij door het huis. Het contact voelt breekbaar. Als een teer glazen kunstvoorwerp dat uiteen spat als je het te stevig vastpakt.

De nachtmerrie is door de thuiskomst van Justin niet in een sprookje veranderd. Het leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Justin is vier jaar lang misbruikt en niets kan dat ongedaan maken. Laura, Eric en Griff koesteren het hernieuwde contact met Justin. Ze zijn lief voor hem en lief voor elkaar. Voorzichtig wordt een nieuw evenwicht gevonden. Justin krijgt goede therapie en daarnaast legt hij verklaringen af bij de politie. Naar omstandigheden lijkt het goed met hem te gaan. Dwight Buford, de ontvoerder, zit in de gevangenis in afwachting van de rechtszaak. Hij zal naar alle waarschijnlijkheid nooit meer vrijkomen.

Dan slaat een nieuwe ontwikkeling in als een bom. De ouders van Dwight Buford hebben een torenhoge borgsom betaald. Dwight Buford is vrij. Tot de rechtszaak begint kan hij gaan en staan waar hij maar wil. Justin is niet langer veilig.

Zoals ik was is werkelijk prachtig geschreven. Schrijver Bret Anthony Johnston schrijft met het grootst mogelijke respect voor de slachtoffers over misbruik en met name over de gevolgen ervan. In het boek staat niet het verhaal van Justin centraal maar dat van zijn familie. Hoe is het voor ouders om te beseffen dat hun kind is misbruikt? Hoe is het voor een broertje om rotopmerkingen van gevoelloze leeftijdsgenoten te moeten slikken? De opa van Justin kampt met bijna overweldigend gevoel van woede. Regelmatig vraagt hij zich af hoe het zal zijn om Dwight Buford te doden, een gedachte die Laura en Eric met hem delen. Justin zelf fladdert als een soort doorzichtige schim door het verhaal. Hij is er maar hij is er ook niet. Vier jaar lang had hij een leven dat zich buiten het leven van de rest van het gezin voltrok. Hij kwam buiten en had zelfs een vriendinnetje. Waarom vluchtte hij niet? Heel integer beschrijft Johnston het moment dat moeder Laura beseft dat angst effectiever is dan opsluiting.

Tijdens de zes jaar dat Johnston aan het boek schreef heeft hij zich verdiept in de emoties van familie van ontvoerde en teruggevonden kinderen. Het resultaat is een bijzonder integer en overtuigend verhaal zonder sensatie of uitgebreide beschrijvingen van wat Justin overkomen is. Een aangrijpend boek dat troost biedt en begrip kweekt. Indrukwekkend goed.

ISBN 9789041425416  | paperback | 368 pagina's| Anthos| augustus 2014
Vertaald door Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes

© Annemarie, 22 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altMijn vader de soldaat
Bozena van Mierlo-Dulinska


Anna is lerares in Den Haag, en woont met haar kinderen David en Emma alleen. Haar man Tony heeft haar verlaten. Hij kon er niet meer tegen. Anna zit namelijk bepaald niet lekker in haar vel, en is daarvoor in therapie. Ze weet nu dat het door haar kindertijd komt. Maar of ze er ooit mee in het reine kan komen?


Het is ‘Wigilia’, de vooravond van Kerstmis. Anna krijgt zoals altijd haar vriendin Barbara met haar kinderen op bezoek om het te vieren op Poolse wijze. Daarvoor moet ze boodschappen doen en koken, maar haar hoofd staat er niet naar. Liever is ze bezig met het dagboek van haar vader dat ze nog maar pas in handen heeft gekregen. Ze is het aan het vertalen in het Engels voor iemand die ze ook nog maar net kent.
In het dagboek leest ze het verhaal van haar vader, dat zich vijftig jaar eerder afspeelde.


Als jongen woonde hij met het gezin – vader, moeder en drie kinderen – in Boven-Silezië. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, sloot Rusland een bondgenootschap met Duitsland, en kreeg daarvoor in ruil het oostelijke deel van Polen, waaronder Lvov, waar zij woonden. Al snel lag er niets meer in de winkels en de Poolse zloty werd ongeldig verklaard. Hen werden alle kostbaarheden afgenomen omdat ‘zij, bloeddorstige kapitalisten, ze hadden verkregen door de werkende klasse uit te buiten’. Eerst worden de vader en oom opgepakt en naar een werkkamp gestuurd, en enkele weken later werden ook de anderen gedeporteerd, zoals alle Polen uit Lvov.  Niet iedereen overleefde de ontberingen die ze leden.


Zoals bekend kreeg Hitler het ook met Stalin aan de stok: de Polen in het kamp werd amnestie verleend. Maar de Russen staken geen vinger uit om hen te helpen zich te onderhouden, of terug te komen naar... ja waarheen moesten ze? Het grootste deel van Polen was in Duitse handen.
Anna’s vader nam dienst en wist in Engeland te komen. Zijn zus en moeder bleven achter.
In dienst van het geallieerde leger hoorde haar vader bij de bevrijders van Zuid-Nederland. Maar zijn leven was getekend, hij was niet in staat zijn kinderen liefde te geven.

Terwijl Anna dit alles vertaalt, probeert ze haar vader te begrijpen. Ze beseft dat ze een tweede generatie oorlogsslachtoffer is. Het lukt haar niet de zwijgzame oude man die nu in Polen woont, in overeenstemming te brengen met de jongeman die de oorlog heeft meegemaakt.
Waarom heeft haar vader haar deze notities gegeven? Waarom ontbreekt er een stuk?
En dat telefoontje uit Schotland? Wat heeft dat te betekenen?


Terwijl Anna bezig is met de voorbereidingen voor Wigilia, met haar kinderen die zo bezorgd voor haar zijn en haar vriendin aan wie ze zich ergert omdat ze zo egoïstisch bezig is, probeert ze de gebeurtenissen uit het verleden en het heden een plaats te geven. Behalve dat het verleden terugkomt in de vorm van het dagboek, zijn er ook herinneringen: aan een bezoek aan de Normandische kusten, aan bezoeken aan haar familie in Polen, en haar vader logerend in Nederland.
Kan ze haar eigen trauma’s aan? Is er nog geluk voor haar weggelegd?


Deze roman vertelt het verhaal van Polen, slachtoffer en speelbal van vele oorlogen, van de Russen en de nazi’s en de geallieerden na het tekenen van de wapenstilstand. Het vertelt over een vrouw die zichzelf kwijt is, en moeite heeft haar eigen leven weer op poten te zetten.
Oorlog en romantiek, een combinatie die het lezen makkelijk maakt. Wat niet zo makkelijk is zijn de sprongen in de tijd. Het dagboek is cursief, dat is duidelijk, maar er is geen duidelijk onderscheid tussen het heden – Kerstmis – en het minder verre verleden.
Het verhaal is aangrijpend, en de geschiedenisles over Polen interessant, hetgeen het boek zeker de moeite waard maakt.


Bozena van Mierlo-Dulinska komt uit Krakau, Polen, en woont sinds 1977 in Nederland. Ze studeerde Engelse taal- en letterkunde en werkte als docent Engels, Nederlands en Pools. Haar debuutroman Mijn vader de soldaat schreef ze als een eerbetoon aan alle Poolse oorlogsveteranen uit de Tweede Wereldoorlog.


ISBN 9789044343519 | paperback| 320 pagina's |uitgeverij House of Books |juni 2014
Vertaald uit het Pools door de schrijfster zelf en Mariëlla Snel

© Marjo, 19 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altPaus Johanna
Donna Woolfolk-Cross


Op zoek gaan naar de waarheid over Paus Johanna is een onbegonnen zaak, velen met meer kennis en mogelijkheden hebben het al geprobeerd, maar de waarheid is verloren gegaan.
Niettemin, we weten wel dat er vaker vrouwen in mannenvermomming een prachtig leven hebben gehad; St- Hildegund in de twaalfde eeuw is wel de bekendste.
En waarom zouden er niet al vanaf de vroegste tijden vrouwen geweest zijn die weigerden zich door de man te laten knechten? En waarom zouden er daar geen vrouwen tussen hebben gezeten die ook nog sterk en inventief waren? En misschien ook een kwestie van je uiterlijk mee hebben.
Het verhaal van Johanna van Ingelheim zal altijd wel een vraagteken blijven, maar er is niets mis mee om te geloven dat zij echt heeft bestaan. Ook al wil de Kerk er niet aan, en doen zij alles om eventuele bewijzen te vernietigen.


Donna Woolfolk Cross heeft de taak op zich genomen om rond het personage van de vrouwelijke paus een volledig levensverhaal te schrijven. Daarvoor heeft ze vele bronnen gebruikt en veel gebeurtenissen en personages zijn historisch.
Ze beschrijft een slimme vrouw die gedreven is en zich niet op laat sluiten. Een vrouw die ook tegen haar beperkingen aanloopt, want verliefd worden dat is een valkuil die ze liever vermeden had. Ze beschrijft ook een woelige tijd, de tijd van de eerste helft van de negende eeuw, toen Europa niet bestond zoals we het nu kennen. Het was een groot gebied zonder grenzen, behalve in natuurlijke vorm: een rivier, een gebergte.
Karel de Grote had zijn enorme Rijk, dat om en nabij begon bij de grote rivieren in Nederland en zijn zuidgrens had bij de Pyreneeën, vrij goed in de hand. Hij werd gekroond door de Paus, die hij als dank een eigen staat rond Rome gaf.


In 840, na de dood van Lodewijk de Vrome, opvolger van Karel, begonnen de problemen: er ontstond een broedertwist. Politiek gezien rommelige tijden, maar ook op religieus gebied was er van alles te doen. Veel geestelijken namen het niet zo nauw met de regels. Niet alleen buitten zij het volk uit, ze trouwden ook of hadden minnaressen.
Het gekonkelfoezel op deze terreinen vormen de achtergrond van het boek, waar de hoofdpersonen natuurlijk van onbesproken gedrag zijn. Hoewel dat tenslotte toch de ondergang van onze hoofdpersoon wordt.
Paus Johanna werd ontmaskerd in 855, doordat zij een kind baarde in het openbaar.


Het is een lekker verhaal, al vind ik het in het tweede gedeelte te veel van hetzelfde. Steeds opnieuw personen die voor het ook vriendelijk en fatsoenlijk zijn, maar in het geheim net zo corrupt als de anderen, net zo belust op macht en rijkdom als tegenpool voor onze degelijke Johanna.
Wat mij bevreemdt is dat er steeds over gesproken wordt als zou Johanna Engels zijn omdat haar vader uit Engeland komt. Maar zij is geboren in Ingelheim, in Duitsland.
Met een uitgebreid nawoord sluit Donna Woolfolk Cross haar lijvige roman af. We mogen zelf bepalen wat we willen geloven. Wéten zullen we nooit.


ISBN 9789061125600 |paperback|479 pagina's |uitgeverij Karakter|november 2009
Vertaald uit het Engels door Peter de Rijk

© Marjo, 17 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altZeg het de bijen
Peggy Hesketh


‘Meneer Honig?’
Ik keek op en zag de rechercheur voorovergebogen staan en me met samengeknepen ogen aanstaren.
‘Ik weet dat u net hebt verteld dat u gisteren niets verdachts hebt gezien, maar ik vraag me af of u vrijdag misschien wel iets ongewoons hebt gezien.’
Ik dacht even na over wat ik nog maar drie dagen ervoor de hele dag had gedaan.
‘Niet dat ik me kan herinneren,’ zei ik na enig nadenken. Ik vertelde de rechercheur dat ik een week ervoor had gezien dat er verschillende grote cellen werden gemaakt - een teken dat de bijen zich voorbereidden op de geboorte van een nieuwe koningin - en dat mijn aandacht hierdoor volledig in beslag was genomen.
Dat is allemaal heel interessant, meneer Honig...
‘Ja dat is het zeker,’ beaamde ik.’


Albert Honig, nu in de tachtig, leeft alleen voor zijn bijen. Mensen interesseren hem eigenlijk niet, tenzij zij zijn belangstelling delen. Hij is alleen, maar niet eenzaam zolang hij zijn korven heeft. Een berichtje in de krant over een jonge vrouw die onder invloed van drugs verongelukt is, rakelt het verleden op. Als er tegelijkertijd iets broeit in de bijenkast, dringt ineens tot hem door wat er precies gebeurd kan zijn, twintig jaar geleden. Albert neemt contact op met de rechercheur die intussen met pensioen is.


Twintig jaar geleden trof hij zijn buurvrouwen dood aan in hun huis, als gevolg van het gedrag van de bijen, die hem waarschuwden, want hij en zijn buren spraken al tien jaar niet meer met elkaar. Rechercheur Grayson had natuurlijk een aantal vragen voor Albert, maar het kostte hem de nodige moeite hem bij de les te houden. Alle vragen – en alle antwoorden – brachten bij Albert het leven van de bijen voor ogen, een andere wereld bestond nauwelijks voor hem.
Hij is dan ook nog nooit elders geweest dan in de kleine gemeenschap in Californië. Zijn vader heeft hem onderwezen in het houden van bijen en hij prijst zich gelukkig dat hij nog steeds kan leven van de opbrengst die het bijenvolkje hem geeft.


Ooit had hij wél belangstelling voor de buren. Er woonde een gezin, waarvan de vader alleen in de weekenden thuis was en de moeder met haar gedrag de hele buurt angst aanjoeg. Er waren twee dochters. Ook was er een zoontje, maar die is op 3-jarige leeftijd overleden onder verdachte omstandigheden.
Een van de dochters was Claire, een moedig meisje dat in tegenstelling tot haar schuwe zus haar moeders wil trotseerde en vele middagen bij Albert en zijn ouders doorbracht. Zij leerde ook van bijen te houden.
Er is zoveel gebeurd in hun leven, wie was Claire eigenlijk? Wat wilde zij van het leven? En wat wilde hij zelf? Pas nu beseft hij dingen die hem zijn hele leven ontgaan zijn. Als hij ook nog haar dagboek in handen krijgt, valt er veel op zijn plaats.
Albert is een sneue man, maar hij zal dat zelf niet zo zeggen. Hij heeft immers zijn bijenvolkjes.


Behalve dat boven de hoofdstukken korte feiten verteld worden, is het hele verhaal doorspekt met weetjes over bijen, zonder dat het hinderlijk is. 
Wie weet reageert een enkele lezer als Rechercheur Grayson?
Daarnaast is het boek zoveel meer: het geeft een beeld van hoe het mooie groene land verdwenen is, en er in de plaats daarvan lelijkheid gekomen is, hetgeen het verhaal een melancholieke sfeer meegeeft. En natuurlijk de bijen die vol verve hun rol vervullen! Laten we vooral niet vergeten hen op de hoogte te brengen van belangrijke gebeurtenissen in ons leven.


Peggy Hesketh was journalist en doceert nu retorica en compositie. Zij is allergisch voor bijen! Maar ze voelt zich aangetrokken tot datgene waar ze bang voor is, en dat is ook waar Zeg het de bijen over gaat. Het is haar debuutroman.


ISBN 9789491583360 | Hardcover |296 pagina's |uitgeverij Brevier| juni 2014
Vertaald uit het Engels door Marianne van Reenen

© Marjo, 16 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER