Nieuwe boekrecensies

altWacht tot het voorjaar, Bandini
John Fante

‘Hij liep tegen de diepe sneeuw te schoppen. Alles stond hem tegen.’


De beginzin schetst een somber beeld en dat verandert gedurende het verhaal niet. Integendeel, het wordt alleen maar erger. Zoals zijn vader Svevo Bandini de dagen chagrijnig doorbrengt, moedeloos vanwege zijn werkeloosheid, het geldgebrek en het onvermogen zijn gezin goed te verzorgen, zo is de oudste zoon Arturo nog een graadje erger. Hij is een echte recalcitrante puber. Hij haat alles: zijn vader, de lamzak; zijn moeder die met al dat bidden ook niets bereikt; zijn jongere broertjes: de schijnheilige Federico en de meisjesachtige August. School, de pestkoppen, niets is er goed. Hij schopt, slaat, is ongehoorzaam, steelt en wat hem daarbij nog het meest dwarszit is dat hij waarschijnlijk niet in de hemel komt, maar moet branden in het vagevuur. Maar vroom worden is ook zijn ding niet.


Rosa. Rosa haat hij niet. Rosa is zijn meisje, dat zijn meisje helemaal niet is. Voor Rosa doet hij alles, ook al wil ze dat niet.
Terwijl Svevo zijn wanhoop omzet in drinken en pokeren, verbijt Maria de vernedering en haalt eten op de pof bij de buurman. De kippen overleven deze periode niet, want Svevo komt niet thuis. Is hij aan het drinken? Maar meestal is hij dan na een dag wel weer terug. Nu niet. De jongens zien hem, in een auto met een andere vrouw. Maria is blij: hij zal nu wel werk hebben! Natuurlijk houdt ze zichzelf voor de gek.
Maar dat doet ook Svevo, even verblind door rijkdom en aandacht. Maar anderen moeten niet aan zijn wezen komen, niet aan zijn kinderen. Want Svevo is trots. Dat is zijn wezen: hij is Amerikaan. Ja natuurlijk: hij is zuiver Italiaans, is geëmigreerd, maar:


‘nu hij zijn staatsburgerschap had, beschouwde hij zichzelf nooit als een Italiaan. Nee, hij was een Amerikaan; een enkele maal gonsde het sentiment in zijn hoofd en stofte hij graag luidkeels op zijn geboorte; maar in elk praktisch opzicht was hij een Amerikaan, en als Maria tegen hem sprak over wat Amerikaanse vrouwen uitvoerde, ‘die Amerikaanse verderop in de straat’,  werd hij razend. Want hij was zeer gevoelig voor ras- en klassenverschillen, voor het lijden dat die met zich mee brachten, en kantte er zich bitter tegen.’


En het voorjaar komt...

Een autobiografisch verhaal met een korte inleiding van de schrijver zelf die zijn werk niet meer kan lezen, bang voor de herinneringen. Begrijpelijk, het is nogal een heftig verhaal. Niet in de zin dat er veel echt geweld of schokkende voorvallen zijn, maar het hele verhaal straalt een akelige sfeer van liefdeloosheid uit. Maria is de uitzondering. De manier waarop Fante haar neerzet in het verhaal getuigt ook van die liefde. In de pagina’s dat zij voorgesteld wordt beginnen die stukjes tekst steeds met ‘haar naam was Maria’. Dat is mooi.
Haar gedrag is ook mooi: ze blijft haar overspelige man trouw, en verzorgt haar kinderen liefdevol, en bidt voor hen, omdat ze heel goed ziet hoe ze zijn. Maar haar vertrouwen is groot: het zal wel goed komen.
Ook voor haar komt het voorjaar. Ze weet het zeker.


John Fante (Colorado 1909) was een Amerikaans schrijver van Italiaanse komaf. Hij overleed in 1983. ‘Wait Until Spring’ werd voor het eerst in 1938 uitgegeven, en in de jaren tachtig herontdekt. Na dit boek verschenen nog twee boeken over Bandini. Ze werden ook verfilmd.


ISBN  9789029071833  |paperback| 168 pagina's |Uitgeverij Meulenhoff |juli 2002
Vertaald uit het Engels door  Mea Flothuis

© Marjo, 30 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

La Superba
Ilja Leonard Pfeijffer

De nieuwste roman van Pfeijffer wordt op de flaptekst omschreven als een monument voor een stad zo als er maar één is: Genua, La Superba (de hoogmoedige). In dit geval slaat de titel dus op de stad met al zijn facetten, geschiedenis, gebouwen, mensen, tamelijk abstract dus, maar hij slaat ook heel concreet op de vrouw met het dieprode haar, afgebeeld op de omslag van het boek, verwijzend naar de mooie rode ster La Superba, in dit geval 'de prachtige'. - De ster staat in het sterrenbeeld Jachthonden. - Zij is het die, net als de ster, ondanks alles weet stand te houden in het gekkenhuis waar 'de ene mens de andere mens een wolf is'.


Op levendige en vaak minutieuze wijze wordt de eeuwenoude stad in het leven geroepen met al zijn verborgen pleintjes en kronkelsteegjes waarin je stevig kunt verdwalen, en stevig dwalen doen de meeste personages die in dit boek ten tonele worden gevoerd.
De stad is een van de belangrijkste havens aan de Middellandse Zee en al sinds mensenheugenis is het daar een komen en gaan van mensen. Vele miljoenen Italianen zijn hiervandaan vertrokken naar het beloofde land Amerika, zoals er nu vele vluchtelingen uit Afrika met gevaar voor eigen leven hun geluk zoeken in Europa. Eenmaal verzeild in Genua worden zij geconfronteerd met een ondoorzichtige bureaucratie en lopen altijd de kans te worden opgepakt en uitgezet. Als ratten verbergen zij zich in de donkere steegjes, zoals zij als ratten op zinkende boten voor woekerprijzen, met vaak talloze dodelijke slachtoffers, door misdadigers zijn vervoerd naar het vasteland van Europa.


De ik-persoon in de roman is vanuit het noorden van Europa in Genua terecht gekomen met heel andere motieven. Hij wil het onbestemde avontuur opzoeken los van alle wurgende zekerheden waar alles van de wieg tot het graf geregeld is.
Ondertussen moet er ook nog brood op de plank komen en probeert hij, door hem al pratend op een terrasje het ene na het andere biertje aan te bieden, uit zijn berooide Afrikaanse vriend Rashid zoveel mogelijk verhalen te halen die als stof kunnen dienen voor zijn nog te publiceren boek.


In La Superba probeert een ieder te overleven en zijn ze allemaal op zoek naar erkenning en menselijke genegenheid of misschien wel echte liefde. De ik-persoon heeft zelfs een korte verhouding met een afgehakt been waarvan hij zich om niet als verdachte te worden aangehouden snel van ontdoet, maar dat later op hilarische wijze weer in zijn leven terugkomt.


Pfeijffer schetst de tragikomische kronkelwegen van het menselijke bestaan, dat vaak voor het grootste deel door het toeval bepaald wordt. Het gaat in het leven niet, zoals zo vaak gezegd, om de bestemming maar veeleer om het reizen zelf, het gaan en komen, waarin een stad als Genua reeds een lange geschiedenis heeft geschreven.


Ilja Leonard Pfeijffer heeft met zijn roman La Superba niet alleen een ode gebracht aan de geschiedenis van Genua, maar deze ook op geheel unieke, eigentijdse wijze recht gedaan en uitgebreid.


ISBN 9789029587273 Paperback 360 pagina's Arbeiderspers februari 2013

© Cavendish, 27 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Pizza della Vita
Ineke Fritz


Ooit was er een tijd dat dromen kansen leken, maar die tijd ligt inmiddels ver achter Rudolp den Hartog. Hij was een succesvol man, met een prestigieuze baan, een mooie vrouw en twee kinderen, maar het liep mis, hij raakte verslaafd aan de alcohol, verloor alles wat hem lief was en belandde letterlijk in de goot.


In de periode dat wij hem treffen begint het tij voorzichtig te keren en is hij net ontslagen uit een verslavingscentrum, het leven lacht hem nog niet toe, maar het is véél slechter geweest.
Hij bewoont een anti-kraakwoning, samen met Frida, een oudere junk en hij is bevriend met Fons, de pastor van het opvangtehuis waar hij verbleef.
Ook zijn zus, met wie hij een duister verleden deelt, verschijnt weer in beeld.
Fons heeft bovendien een baantje als pizzabezorger voor hem geregeld, iets waar Rudolph tot zijn verbazing meer plezier in heeft dan hij van te voren had kunnen bedenken.
Voor het optimisme écht toe kan slaan krijgt hij echter te horen dat de alcohol zoveel kapot gemaakt heeft in zijn lichaam, dat hij niet meer lang te leven heeft.
Heeft het dan sowieso nog wel zin om verder te leven of is er toch een manier om in het reine te komen met het heden en het verleden?
Hij besluit de confrontatie met zichzelf en zijn verleden aan te gaan, ook al zit de dood hem inmiddels op de hielen.


“Sluit ik vrede met mezelf en het leven? Zoals het is? En zoals het zal eindigen?
Feit is dat ik mijn leven niet in eigen hand heb kunnen nemen, mijn lot geen positieve wending kon geven. Doet de reden er dan nog toe?
Is het belangrijk of het een gebrek aan psychische weerbaarheid was? Ingeworteld fatalisme? Of het doden van een kind, voordat het zich emotioneel kon ontplooien.
De studies, het maatschappelijk succes, het vermeende huwelijksgeluk. Het waren schijnbewegingen, uitgevoerd op drijfzand. Een vlucht voorwaarts.
Effectief, zolang de façade maar overeind bleef en ik het kind in me kon misleiden door de schijn hoog te houden. Maar de jongen in me kwam knel te zitten. Hij vergroeide, als een kwaadaardig gezwel, met de man die niet kon kiezen tussen twee kwaden- leven en dood- en uiteindelijk, noem het laf of niet, eigen macht en kracht weggaf aan de drank”


Uiteindelijk komt  hij, vooral door de vriendschappen die op zijn pad komen, erachter dan het leven meer het leven waard is dan hij dacht. De relaties en omstandigheden zijn misschien minder conventioneel dan vroeger, maar wel echt.
Zelfs de liefde komt nog om de hoek kijken.


“Zo zitten we daar. De Romeo en Julia van de vergane glorie.
Ver genoeg vergaan om onder op de trap van ons leven te worden herinnerd aan iets, wat we ooit voor liefde aanzagen”.


Pizza della Vita neemt je mee naar de onderkant van de samenleving. Naar iemand die alle luxe van deze wereld gezien heeft, maar ook de diepste krochten van het bestaan en die daar nu met vallen en opstaan tussenin balanceert.
De kracht van dit boek zit zonder enige twijfel in de sterke beschrijving van de hoofdpersoon. Ook al gaat zijn zoeken met de nodige terugval, toch ga je van Rudolph den Hartog en de wonderbaarlijke verzameling mensen om hen heen houden.
Cynische en zelfspot zijn hem niet vreemd, en ook de hardheid van het bestaan wordt niet uit de weg gegaan, maar toch is het een warm boek geworden, dat ons brengt naar wereld waar we normaal gesproken niet alle dag vertoeven.


ISBN 978 94 9076 7518 Paperback 310 pagina's Uitgeverij Zilverspoor maart 2014

© Willeke, 21 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe laatste vluchtelinge
Tracy Chevalier


De Quakers vormen een afsplitsing van het christelijk geloof, in 1649 door George Fox begonnen. Zij geloven dat dat er iets van God in ieder mens is, wat door ieder mens ervaren kan worden. Zij noemen dat ook wel het "innerlijk licht" . Zij herkennen zich in de gedachte dat allen door dezelfde bron geïnspireerd kunnen worden. In de V.S. speelden zij een belangrijke rol bij de afschaffing van de slavernij. Want ook in zwarte mensen is ‘iets van God’. Quakers mogen niet liegen, en leiden een eenvoudig leven. Opsmuk is niet nodig.

Honor maakt deel uit van een quakergemeenschap in Engeland in het midden van de negentiende eeuw. Zij is verloofd, en het leven is goed.
Tot haar verloofde haar in de steek laat voor een niet-quaker. De bodem is onder haar bestaan weggevallen, binnen haar kringetje weet iedereen dat ze in de steek gelaten is en als dan haar zus de reis naar Amerika gaat maken om te trouwen, besluit Honor mee te gaan. De reis verloopt dusdanig slecht dat de terugweg afgesneden is. Grace wordt ziek en sterft. Daar staat Honor dan. Alleen.
De aanstaande van Grace vangt haar wel op, maar ze is er eigenlijk niet gewenst.


Ohio is een doorreisgebied, niet alleen voor kolonisten die uit Europa komen en verder westwaarts trekken, ook gevluchte slaven trekken door het land, op weg naar Canada. In het Zuiden is slavernij nog toegestaan, in het Noorden zijn ze officieel vrij. Toch levert een gevangen slaaf geld op en de slavenjager Donovan houdt Honor scherp in de gaten.  Ook om romantische redenen trouwens.
Andere opvattingen brengen Honor in de problemen als ze trouwt met Jack, en bij zijn familie op de boerderij gaat wonen. Het nieuwe leven is zo vreemd voor haar: dat ze boerin moet worden,  is het ergste niet. Ze voelt zich niet welkom bij de moeder en de zus van Jack. En zij verbieden haar de vluchtelingen te helpen, als die voedsel en onderdak zoeken. De Amerikaanse quakers hebben ook net iets andere gewoontes, maar dat ze zich ook daar niet echt thuis voelt ligt meer aan haarzelf. Ze kan geen rust vinden.


De personages zijn enigszins ondergeschikt aan het verhaal dat verteld moet worden, het verhaal over een eenvoudige, alleenstaande jonge dame die haar vertrouwde leventje achter zich laat om in een volkomen vreemde wereld te proberen een weg te vinden. Behalve andere gewoontes in de quakergemeenschap is er ook het probleem van de vluchtende slaven.
Je weg vinden in een compleet andere wereld is niet makkelijk. Honor is alleen, de enige vriendin die ze heeft woont niet naast de deur, en het is wel 1850: nauwelijks wegen, de trein is maar net in opkomst en rails moeten nog aangelegd worden; in de strenge winter is de boerderij afgesloten van de buitenwereld, en sowieso is communicatie lastig, ook de brieven naar en uit Europa doen er maanden over zodat nieuws vaak al achterhaald is.


Het boek vertelt vooral over het dagelijkse leven in een quakergemeenschap. Het quilten speelt een grote rol, de vrouw werd geacht een aantal zelfgemaakte quilts in te brengen als bruidsschat. Honor is erg goed in quilten, maar ook hier is de Amerikaanse manier van doen anders.
De laatste vluchtelinge: het is niet alleen die ontsnapte slavin, die Honor wijze lessen leert, misschien is Honor zelf ook wel 'een laatste vluchteling'.
Het beeld dat Tracy Chevalier schetst is intrigerend en ik denk dat de moderne lezer blij is dat ze niet in die tijd en plaats geboren is...


ISBN 9789022960370| Paperback |336 pagina's  |A.W. Bruna Uitgevers |mei 2014
Vertaald door Catalien en Willem van Paassen

© Marjo, 17 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDat het goed komt
Tobias Hill


‘What was promised’ is de originele titel.


Als de Tweede Wereldoorlog voorbij is, blijven ook de geallieerde overwinnaars met een kater achter. In Londen zijn letterlijk gaten gevallen door de bombardementen, en de Londenaren moeten maar zien hoe ze hun leven weer op route krijgen. Werd hen een beter leven beloofd?


Het ziet er in 1948 nog niet naar uit dat die belofte ooit waargemaakt zal worden. Zeker niet voor de bewoners van Columbia Buildings aan Columbia Road. De buurt is kapot, er is een krater, er is een ‘lange puinstrook’, waar kinderen graag spelen. Zo ook de meisjes Floss en Iris, die wachten op een spook.
Pas veel later zullen ze beseffen dat wat zij zagen, dat hetgeen waar ze voor wegrenden geen spook was. Floss en Iris zijn de dochters van Mary en Michael Lockhart. Michael is een sjacheraar die van plan is het te gaan maken. Zowel hij als zijn vrouw hebben het niet op die buitenlanders die in hun straat wonen. Ze willen niet dat hun dochters spelen met Jem, zoon van de uit Jamaica afkomstige Bernadette en en Clarence Malcolm. Maar de kinderen trekken zich er niets van aan. En nemen ook de vreemde jongen in hun groepje op, die ‘aan komt lopen’ bij het joodse echtpaar Dora en Solly bij. De laatste is horlogemaker, tijdens de oorlog heeft hij in een interneringskamp gezeten. Hij is zijn droom kwijt, net als Dora haar familie in Dantzig (Gdansk) kwijt is en weet dat ze nooit kinderen zal krijgen. In haar huist een groot verdriet. Kan de jongen die niet weet wie hij is, en Pond genoemd wordt, dat vullen?
Drie gezinnen, ieder met hun eigen leven, met hun eigen dromen, verweven met elkaar door de kinderen en wat losse contacten onderling.
Naarmate het leven beter wordt, en als de kinderen opgroeien, verliezen ze elkaar uit het oog. Ook een ongeluk is daar debet aan, dat veroorzaakt is door Michael, en het leven van de Malcolms totaal verwoest.


‘Botsingen’ heet het tweede deel. Het is 1968. De revoluties elders in Europa hebben nauwelijks invloed op het leven in Londen. Michael en Mary hebben het financieel goed, maar hun dochter, die zich nu Florence noemt, wil geen contact meer met hen. Als zij en Jem elkaar onverwacht tegenkomen ontwikkelt zich een romance. Er broeide altijd al iets tussen hen, zoals dat ook tussen Pond en Iris het geval was. Maar Pond is verdwenen. Gewoon op een dag vertrokken en niet meer teruggekomen. Iris trouwde met een ander, maar Dora heeft de hoop nooit opgegeven. Hij zal de weg wel terug vinden. Ooit.
Maar dan komt de dreiging dichterbij: hun huizencomplex moet tegen de grond. Het is vervallen, onveilig. Maar als Dora weg moet, kan Pond haar nooit meer vinden!!


Hulp komt uit een onverwachte hoek en zet de levens van de drie families weer op hun kop.
In dit tweede deel speelt ook de zus van Jem een grote rol. Als een voorbeeld is zij: als het gaat om dromen waar maken, om te krijgen wat je beloofd is, moet je zelf actie ondernemen.
Het leven is nu eenmaal zoals het komt. Zoals de oorlog gekomen is, en weer voorbij was.
Drie families proberen ondanks de tegenslagen hun leven weer op te bouwen en doen dat ieder op een eigen manier. Hunkeren naar het verleden – de goeie ouwe tijd – heeft geen zin. Het is weg, je moet tevreden zijn met de kansen die je nu krijgt.
Het leven is als een gebouwencomplex: je moet het koesteren, onderhouden, en vernieuwen.
En nee, je hebt dat niet altijd zelf in de hand, maar jouw keuzes blijven jouw keuzes.
Dat is wat er beloofd is. Dat is waar je mee moet leven, of het goed komt of niet.


De keuze van Tobias Hill om dit zinderende verhaal te schrijven over drie erg verschillende families, en daarmee tegelijk te vertellen over de wederopbouw van Londen is een hele goede geweest. Het is een prachtige roman, waarin de lezer meeloopt door een gehavend Londen.
Tobias Hill  (1970,London) heeft mij al eerder overtuigd van zijn schrijverschap. ‘Het verborgene’, ‘Ondergronds’,  prachtige romans.


ISBN 9789046816201 |Hardcover |350 pagina's |Uitgeverij Nieuw Amsterdam
Vertaald uit het Engels door Gerda Baardman en Wim Scherpenisse

© Marjo, 15 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Smoske,
de neushoorn die er geen zin in had
Michiel Kamphuis


Stel je werkt bij de alarmcentrale van de ANWB en je hoort het bericht dat er een neushoorn midden in Parijs ontsnapt is. Je eerste reactie is ja hoor, zal wel, weer zo'n grap, gemeld door meneer Rhino zeker? Maar dan blijkt dat het echt zo is...


John Pladdet overkomt het. Bij toeval ontmoette hij diezelfde week in zijn taxi een oude schoolvriend, Jos van de Bouselaere, dierenarts en specialist op het gebied van neushoorns. Omdat het een stiltetaxi was en ze daardoor geen woord konden wisselen gaf John zijn visitekaartje aan Van de Bouselaere niet wetende dat deze hem even later zou bellen met een bizar verzoek. Of hij de neushoorn Smoske naar Frankrijk kan vervoeren.

Van de Bouselaere, die ook een transportbedrijf heeft dat exotische dieren vervoert, zit namelijk met zijn handen in het haar. Zijn eigen vrachtwagenchauffeur zit vast op een eiland en de neushoorn wordt verwacht in Frankrijk. Alles is al in gereedheid gebracht. Omdat het zijn oude vriend betreft zegt John ja, maar nu staat hij dus midden in Parijs met een rokende motor maar zonder neushoorn.
Smokse lijdt namelijk aan claustrofobie, zolang 'de stal' maar in beweging blijft gaat het nog wel, dan sukkelt Smoske meestal in slaap, maar stilstaan is funest. Dan moet hij eruit! En dat is precies wat er gebeurd is.


Benoit Labideau gelooft zijn ogen niet als hij de neushoorn voorbij ziet wandelen. De neushoorn vormt een belangrijk aspect in zijn familie, dankzij de neushoorn wonen ze nu niet in het Congolese Brazzaville maar in Parijs. Hij moet achter dat beest aan! Dat is hij verplicht aan zijn familie.
Ondertussen is Van de Bouselaere ook in Parijs gearriveerd maar hoe gek het ook mag klinken, ze vinden Smoske niet! De politie geloofde hem aanvankelijk ook niet, maar de ANWB inmiddels wél overtuigd, zegt alle hulp toe voor zowel de auto als de zoekgeraakte neushoorn.


Wat volgt is een doldwaze zoektocht waar op een wonderlijke manier Peter R de Vries, Mohamed Bouazizi (de man die later zichzelf in brand stak en daarmee de Arabische Lente ontketende) en de topvoetballer Zinédine Zidane in voorkomen. Michiel Kamphuis weet het zo te brengen dat het zomaar allemaal echt had kunnen gebeuren.
Het grappige is dat Smoske af en toe zelf ook aan het woord komt. Zo leren we hoe hij 'praat' met zijn mede neushoorns, hoe hij zijn omgeving ziet - hij haat auto's en lawaai - en vooral hoe hij tegen de mens aankijkt.
De alarmcentrale van de ANWB in Lyon is de spil van het verhaal. Maar Smoske is natuurlijk de 'hoofdpersoon' met de lawaaierige Van de Bouselaere als goede tweede.


Als je zin hebt in een vrolijk, erg humoristisch verhaal dan is dit boek de beste keus die je kunt maken. Het verhaal zit knap in elkaar, is vol vaart geschreven en boeit tot de laatste bladzijde.
Bovendien wordt per verkocht exemplaar 2 euro gedoneerd aan het WNF ter bestrijding van de jacht op (de hoorns van) neushoorns.


ISBN 9789082202304 paperback 203 pagina's Uitgeverij Kampi 77 mei 2014

© Dettie, 11 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEen veiliger oord / 2 Gelijkheid
Hilary Mantel

‘Robespierre zegt dat niet het etiket van een overheid er toe doet, maar haar aard, de manier waarop ze te werk gaat en of het volk er een stem in heeft. (-) Het lijkt me van weinig belang of we het een monarchie of een republiek noemen.’

Het eerste deel  van de serie ‘Een veiliger oord’  - beschreef de periode voor de Franse Revolutie. De drie hoofdpersonages leerden elkaar kennen: Maximilien de Robespierre, advocaat; Camille Desmoulins, journalist avant la lettre;  en George-Jacques Danton, advocaat. We lazen hoe zij een andere wereld wilden voor Frankrijk. Niet langer de verdeeldheid van de standen waarbij de adel en de geestelijkheid alles had en het volk niets. Een eerlijke staat wilden ze, al of niet met medewerking van de koning, Lodewijk XVI. Die wist na de eerste revolutie waarbij de Bastille bestormd werd, zijn hachje te redden, maar de gemoederen bedaarden niet. Hij vluchtte met zijn gezin in 1791, wordt opgewacht en teruggebracht. In ruil voor de ondertekening van een nieuwe wet mag hij blijven. Het Ancien Régime is voorbij. Toch keert de rust niet weer. Intussen is er een oorlog uitgeroepen, tegen Oostenrijk, notabene het land waar Marie-Antoinette vandaan komt.
De achterliggende reden is dat de soldaten zich dan elders bevinden, en dat plundering en inlijving van andere gebieden goed zou zijn voor de staatskas. Die leeg is.


‘Ik zal je zeggen waarom mensen altijd uit zijn op oorlog: omdat er gemakkelijk aan te verdienen valt’.

Maar de revolutie lijkt voorbij, terwijl er eigenlijk niets veranderd is. En het volk pikt het niet langer. Zij bestormen het paleis. Het is dan augustus 1792. Kunnen de koning en koningin zich nog redden? Wie zal de nieuwe macht vormen?


Op dat front treffen we onze drie vrienden, die steeds op de achtergrond op een eigen manier van alles bekokstoofden, en plannen maakten voor een nieuwe wereld.
Het is onontkoombaar dat er veel politiek in dit boek verweven zit, maar Hilary Mantel verwerkt het dagelijkse leven van die tijd in het verhaal, en dat komt de leesbaarheid ten goede. Behalve de drie mannen, komen ook hun vrouwen geregeld aan het woord. Daarnaast zijn er af en toe stukken tekst in de vorm van toneeldialogen. En de schrijfster breekt af en toe zelf in het verhaal in, hetgeen een relativerend effect geeft. Je komt even bij.
Het is een wisselend geheel, waar je je aandacht bij moet houden. Maar dat is de moeite waard: de geschiedenis komt tot leven.


‘De meisjes van nu waren romantisch, leek haar zo. Meisjes van nu hadden dat malle waanbeeld dat een man meent wat hij zegt als hij zijn huwelijksbelofte aflegt. In haar tijd wisten meisjes wel beter. Je moest tot een praktische regeling zien te komen.’


Hilary Mantel (Derbyshire, 1952) komt uit een arbeidersmilieu. Mantel heeft inmiddels elf romans op haar naam staan waaronder een drietal boeken over Thomas Cromwell.  Daarnaast schrijft ze korte verhalen en is ze film- en boekrecensent geweest.


ISBN 9789056724788  | hardcover |272 pagina's |Uitgeverij Signatuur| juli 2014
Vertaald uit het Engels door Ine Willems

© Marjo, 9 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEen dwaze maagd
Ida Simons


De parabel van de dwaze maagden (Matteüs 25: 1 – 13) is als volgt:


"Het hemelse koninkrijk lijkt op tien meisjes die hun olielampen pakten en de bruidegom tegemoet gingen. Vijf van hen waren dom. Vijf van hen waren verstandig. Toen de vijf domme meisjes hun olielampen pakten, vergaten ze extra olie mee te nemen, maar de vijf verstandige meisjes namen behalve hun lampen ook flesjes olie mee. Toen de bruidegom maar niet kwam, werden ze allemaal slaperig en ze sliepen in. Midden in de nacht werd er geroepen: Daar komt de bruidegom! Naar buiten, hem tegemoet!


Alle meisjes stonden op en maakten hun lampen in orde. De domme meisjes zeiden tegen de verstandige: Geef ons wat van jullie olie, want onze lampen gaan uit. Maar die antwoordden: Misschien is er niet genoeg voor ons allemaal. Ga maar naar de kooplui om olie te kopen. Toen zij weg waren om olie te kopen, kwam de bruidegom. De meisjes die klaarstonden, gingen met hem mee naar binnen om de bruiloft te vieren, en de deur werd gesloten. Later kwamen de andere meisjes terug. Heer, heer, laat ons binnen, riepen ze. Maar hij zei: ik ken jullie niet."


De hoofdpersoon van onderhavige boek, de twaalfjarige Gittel, vindt de wijze maagden maar rotmeiden. ’Waarom konden ze die stakkers niet wat olie lenen? Rotmeiden waren het. Laat mij maar een dwaze maagd zijn.’


Het leven van Gittel speelt zich af in de jaren twintig. In Den Haag waar haar ouders eigenlijk wonen, gevlucht vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. In Antwerpen waar de familie van haar moeder woont en waar ze vaak vertoeven omdat het huwelijk tussen haar ouders niet zo best is, en in Berlijn, waar haar vader een nieuwe toekomst denkt te kunnen opbouwen. De familie is joods, hetgeen terloops een rol speelt in het verhaal.
Het zijn de belevenissen van een jong meisje dat het beste probeert te maken van een situatie waar zij geen enkele invloed op heeft. In Den Haag heeft ze Mili, haar vriendin. In Antwerpen leert ze Lucie en haar vader kennen. Vooral de vader (verteller van bovenstaande parabel) zal een grote invloed op haar hebben. En mede door Lucie kan ze zich toeleggen op pianospelen, haar grote passie. Lucie is evenwel ook haar concurrente, wat betreft hun vriendschap met Gabriel. Ze bloost iedere keer als zijn naam valt, maar wat verliefdheid is weet ze niet. Ze is ‘een dwaze maagd’.


Het verhaal geeft een sfeerbeeld van het leven in een joodse familie, in een maatschappij waarin het grote verschil tussen rangen en standen tanende is.
Het is een coming of ageverhaal, in de ogen van de hedendaagse lezer bijzonder, maar in die tijd was het dat niet. Dat is waarschijnlijk de kracht van het boek:  het geeft een inkijkje in het leven van zowat een eeuw geleden, het leven dat Ida Simons zelf gekend heeft. Een tijd waarin een kind een kind hoorde te zijn, onwetend en gehoorzaam.
Het zal zeker autobiografische elementen bevatten. En humor. Gittels moeder keurt de vriendschap tussen Lucie en haar dochter af.


‘Hoe oud is ze wel niet? Ze kon je moeder zijn.’ Ja ze was inderdaad zeer bejaard, negenentwintig, en dat maakte haar vriendschap voor mij nog kostbaarder, maar dit hoefde niemand te weten.’


De overdreven interpunctie, en soms een vreemde formulering van zinnen, doen wat ouderwets aan, maar het boek, geschreven in de jaren vijftig, heeft de tand des tijds prima doorstaan.


Ida Simons
(1911-1960) is van Joodse afkomst. Zij werd in Antwerpen geboren en vluchtte met haar ouders na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog naar Nederland. Zij werd concertpianiste maar moest haar carrière na twee jaar concentratiekamp opgeven. In 1960 debuteerde zij als romanschrijfster.


ISBN 9789059365049 | Hardcover |208 pagina's |Uitgeverij Cossee| mei 2014

© Marjo, 7 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe waarheid en andere leugens
Sascha Arango


Henry leidt een prettig leventje. Hij is getrouwd met Martha, met wie hij een groot landhuis aan zee bewoont. Geld hebben ze volop, Henri baadt in luxe. Zijn vrouw ook natuurlijk, maar zij geeft geen cent uit. Kinderen wil ze ook niet. Zij leeft om te schrijven. Dat doet ze tot in de vroege uurtjes, gaat dan slapen, om in de middag pas weer wakker te worden. Dan gaat ze zwemmen in zee, om daarna meteen weer door te gaan met schrijven. Henry vindt dat prima, want Martha is zijn basis, zijn alles. Zonder haar is hij niets.


Henry wordt geloofd en geprezen voor zijn boeken. De ene bestseller na de andere verschijnt met zijn naam er op. Maar... Henry is niet degene die ze geschreven heeft. Hij kan helemaal niet schrijven. Hij kan alleen maar de bonvivant uithangen, en Martha, die dus de echte schrijver is, uit de wind houden zoals zij dat wil.
Maar dan gaat het fout. Henry's minnares kondigt aan dat ze zwanger is. Wat nu? Betty is zijn redacteur (die niet nodig is, want Martha schrijft haar boeken perfect). Minnares en echtgenote kennen elkaar. Hoe draait hij zich hier onder uit? Moet hij zijn luxe leventje opgeven voor een kind dat hij eigenlijk niet wil? Moeilijke keuze. Maar dat soort keuzes heeft hij eerder moeten maken in zijn leven.
Henry heeft een onduidelijk verleden. Ouders zijn dood of verdwenen, verdere familie is er niet. Hij verbleef in het ene kindertehuis na het andere, waar hij niet geliefd was.


‘Niemand waagde het hem te verklikken, want Henry sprak een fatwa uit, die onbeperkt geldig was en iedereen op elk tijdstip kon treffen. Je wist nooit wanneer... dat was Henry’s wraakbelofte. Het onuitgesprokene daaraan  was de eigenlijke dreiging, die bleef als een giftige pijl steken. Gisbert had destijds de sage van Grendel voorgelezen, het verontrustende creatuur uit het rijk der sagen, dat ’s nachts komt om de slapenden te halen en hen in zijn hol onder het moeras te verorberen. Henry was een kopie van dat monster. Je wist nooit wanneer hij zou komen, maar wel dat het verschrikkelijk zou worden.’


Dit is niet de man die de lezer leert kennen. Als volwassene is hij een charmeur, geliefd bij ‘zijn’ lezers, maar dat niet alleen. Natuurlijk kan hij nu met geld smijten en hij is erg gul.
Hij had het niet beter kunnen treffen dan met Martha, maar eerlijk is eerlijk: zij zou haar boeken hebben laten wegrotten in de kelder, ze moet toch blij zijn als mensen haar werk verslinden?
En inderdaad blijkt Martha niet zo wereldvreemd als Henry dacht. Dat ontdekt hij tot zijn grote schrik op het moment dat hij een beslissing genomen heeft omtrent zijn toekomst, de keuze tussen echtgenote of minnares met kind.
Ineens loopt zijn leven niet meer zo soepel. En dan is er nog iemand die hem stalkt ook...


Ondanks dat hij een kleine crimineel is, kan de lezer niet anders dan Henry in de armen sluiten. Hij is een charmeur tot buiten de letters van het boek. Het staat op de omslag, en het klopt ook: Henry en Ripley, ze zijn van hetzelfde laken een pak. Kwam Ripley er mee weg? Ik weet het niet meer. Of Henry er mee weg komt, dat verklap ik niet
‘De waarheid en andere leugens’. Hoe precies omschrijft dit de hoofdpersoon! Leugens vertellen is geen enkel probleem, weet hij, als je de waarheid er maar mee vermengt. Dat doet hij al vanaf dat hij kind is. ‘Hij is een bedplasser, een leugenaar en een onberekenbare psychopaat’.



Maar als wij hem leren kennen is hij een man met wie iedereen graag omgaat, een charmeur, die nog geen vlieg kwaad doet. Een dromer voor wie het lot niet altijd even vriendelijk was. Een man die vol plannen zit, maar ze niet uitvoert: het leven haalt hem in, iedere keer weer.


Dit boek is het debuut van Sascha Arango, en je kan niet anders dan verlangen naar meer.
Een schelmenroman is het, geschreven in een tragi-komische toonzetting, die de lezer min of meer verslagen achterlaat. Mag je immers een man als Henry wel aardig vinden?


ISBN 9789056725129 |hardcover | 288 pagina's| Uitgeverij Signatuur | mei 2014
Vertaald uit het Duits door Goverdien Hauth-Grubben

© Marjo, 3 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHalf mens
Maartje Wortel


‘Als twee mensen elkaar raken hoeven ze niet alle twee geraakt te worden.’


Ik-verteller Elsa is een Nederlands meisje, met haar ouders verhuisd naar Los Angeles, waar ze haar droom een groot schaatser te worden wel kan vergeten. Ondanks haar moeders waarschuwingen (stil protest) fietst ze - als een Nederlandse - door de stad, en op een dag wordt ze aangereden door een taxi. Het is niet goed, ze weet het meteen, en gelaten laat ze zich vervoeren naar het ziekenhuis, waar haar been afgezet moet worden.
Onder de omstanders staat een man.


’Naast me was een lange slanke man komen staan, slungelig eigenlijk. Hij hield zijn handen in zijn zakken en keek naar me alsof hij iets op straat had gevonden waarvan hij niet wist wat het was, zoals je kijkt voordat je iets omtrapt met je voet om te bepalen wat het is. Ik zag een deel van zijn gezicht, zijn haar, zijn voorhoofd, zijn ogen. Hij boog een beetje naar voren, hij wilde niets missen, niets van mij, niets van dit moment. Hij zag er niet bang of geschrokken uit. Als ik een woord zou moeten vinden voor hoe hij mij aankeek dan zeg ik: gelukzalig.’


Liggend op de grond, zwaar gewond, hulpeloos en bang is Elsa, maar van deze man wordt ze rustig. Ze krijgt via deze onbekende een onvermoede kracht, waardoor ze hetgeen dat volgt haast stoïcijns ondergaat. En nee, dit wordt geen zweverig verhaal over wonderen en zo.
Het is een verhaal over zielen die elkaar herkennen.
De ander is Michael Poloni, de man die in de taxi vervoerd werd. Hij verplaatst zich altijd door middel van taxi’s, lopen in Los Angeles? Geen sprake van. (Dit levert verderop in het boek nog een leuke scène op). Michael moet zijn psychiater vertellen wie hij is:


‘Ik ben een lange, van origine Mexicaanse man. Ik ben geboren in de maand augustus. Ik weet veel, maar ik weet niet of ik daar iets aan heb. (-) Het voelt alsof ik altijd op zoek ben naar iets, misschien ben ik het zelf. Ik weet dat er veel verschil zit tussen wat de mensen zien en wie ik ben. (-) Ik weet dat er veel mensen zijn die beweren dat ze alles begrijpen. Ik hoop niet voor hen maar voor mezelf dat het waar is. Ik probeer zelf ook mijn best te doen om alles te begrijpen.’


‘Ik wil graag horen wat je ziet als je naar binnen kijkt.’


Een seconde was het stil.
‘Een half mens,’ zei Michael.’


Het lot brengt deze twee mensen, allebei op zoek naar iets, een doel, iets om voor te leven, bij elkaar. Kunnen twee halve mensen één hele worden?
Het is een vreemd verhaal, waarin Elsa een ik-rol krijgt toebedeeld. Zij is de kern waar alles om draait. We beleven haar leven, waarover ze vertelt op een droge haast cynische toon.
Michael wordt neergezet in een hij-perspectief, en hoewel dat meer afstand zou moeten scheppen is dat niet zo. Hij neemt de beslissingen. 
Het boek zit erg knap in elkaar. Het verhaal van Michael loopt als het ware achter dat van Elsa aan, en haalt haar in. En dan is er nog die derde persoon die een kader om de twee hoofdpersonen vormt: James Dillard die vertelt over de twee rechtszaken waarbij hij jurylid is. Via hem begrijpt de lezer meer over de feiten.
Maar het waarom blijft vaag. En de gevolgen mag je ook zelf verzinnen.


Het is een emotieloos, maar zeker niet humorloos verhaal over emoties:  Elsa en Michael zijn gevoelsmensen, maar kunnen er niet mee overweg. Of de oplossing die zij kiezen een goede is, mag de lezer zelf uitmaken.


Maartje Wortel (1982, Eemnes) debuteerde met een verhalenbundel ‘Dit is jouw huis’. Onderhavige boek is haar eerste roman.


ISBN 9789023464396 |paperback 192 pagina's| Uitgeverij De Bezige Bij | september 2011

© Marjo, 1 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSnoepreis
Victor Meijer


Boris  is tien jaar als hij op sleeptouw genomen wordt door zijn moeder. Naar Spanje. Hij is geboren, dat is zeker, maar welk verhaal over zijn geboorte waar is, hij heeft geen idee.


‘Mijn moeder beviel van mij in een ziekenhuis dat in Lissabon stond, dan weer in Parijs en soms zelfs in Caïro. Dit kwam door de weeën. Die deden zo’n pijn dat het net zo goed in een iglo op de Noordpool met een ijsbeer als dokter geweest had kunnen zijn. En de bevalling duurde volgens haar toch zeker een maand. (_)
Mijn vader houdt vol dat ik 1) in het Wilhemina Gasthuis te Amsterdam geboren ben en 2) de bevalling acht uur duurde.
Mijn opa beweerde dat mijn moeder mij ’s nachts op de wereld zette, aan de oever van de Andarax, de brede rivier die langs Almería kronkelt en waar ik mijn bijnaam te danken heb. Voluit heet ik namelijk Boris Andarax Rodriguez Gonzales.’


Verhalen en verzinsels daar is de Spaanse familie goed in, en zijn moeder hoort daar bij. Zijn vader, een Nederlander, is alles wat maar negatief is, en het is niet gek toch na De Avond, dat zij haar zoon meeneemt naar Spanje?  Boris vindt het best, hij krijgt alles wat hij wil. Phoskitos bijvoorbeeld, een soort chocoladerepen. En snoep, als hij het niet krijgt, weet hij wel manieren te verzinnen om aan het geld te komen om het te kopen.
Het is een vlucht, waar zijn moeder niet echt over heeft nagedacht. Ze zijn nu eens hier, dan weer daar. Bij haar ouders zijn ze niet veilig voor zijn vader, die hem terug wil. Bij de rechter is namelijk besloten dat de jongen aan zijn vader toegewezen wordt, bij gebleken ongeschiktheid van de moeder. Zijn moeder versiert mannen, voor geld en onderdak, en parkeert haar zoon regelmatig even elders. Die vindt dat niet erg, zoals gezegd: als hij maar kan snoepen.

Boris is de ik-verteller. Ook al is de taal die gebruikt wordt niet consequent die van een kind van tien, het is toch overtuigend zíjn verhaal. Hij vertelt openhartig wat er gebeurt, en is zich van geen kwaad bewust. Het is ergens wel vreemd dat hij zijn vader moet uitschelden en moet zeggen dat hij hem nooit meer wil zien, want hij is helemaal niet boos.


‘Waarom doe je het zelf niet?
‘Je moet, Boris. Je bent te jong om alles te begrijpen, maar geloof me als ik zeg dat dit het beste is. Voor iedereen.’
In de telefooncel word ik teruggeworpen naar een tijd die maanden achter me ligt, zodat ik vandaag en vroeger niet meer los van elkaar kan zien. Zodat mijn ouder ineens weer samen zijn. Al jaren gescheiden, honderden kilometers uit elkaar: toch tettert ma in mijn ene oor en zucht pa in mijn andere oor.  Spanje en Nederland, vandaag en vroeger, mijn vader en mijn moeder, en ik met mijn kop in het midden.’


Regelmatig verwijst zijn moeder naar De Avond. Wat is er op die avond gebeurd? Waarom heeft zijn moeder een foto van zijn ouders in haar koffer? Hoe gaat deze roadtrip door Spanje aflopen?
Het verhaal sleept je mee, en de stijl is heel mooi, ook al klinkt er niet altijd een jongen van tien in de tekst. Als het uit is, wil je zo van voren af aan beginnen, omdat je voelt dat je het een en ander gemist hebt.


‘Ook deze vreemde dag barst uit mijn kop´
‘Ze schreeuwt, iets met hetzelfde liedje...´
‘Haar mond vormde de Zure Streep´.
‘Mijn vader is overal, zonder zich te laten zien.´


Victor Meijer (1975), toneelschrijver, illustrator, schreef na zijn debuut 'Miskend Talent' deze deels autobiografische roman waarin hij ervaringen als kind verwerkte.


ISBN  9789029089210 |paperback| 224 pagina's |Uitgeverij Meulenhoff |september 2013

© Marjo, 29 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altMorgenzee
Margaret Mazzantini


‘De gloeiend hete ghibil kwam eraan. Samen met het hese gekerm van de jakhals. Hier en daar prikkelden kleine wervelwinden het zand als rondreizende geesten. Vervolgens scherende windstoten, scherp als kromzwaarden. Een herrezen leger. In een oogwenk kwam de woestijn omhoog en verslond de hemel. Er was geen grens meer met het hiernamaals.’

Een stukje tekst, mooi en beeldend geschreven, met een onderhuidse dreiging. Dit is op een van de eerste pagina’s. En de lezer weet dan nog niet dat Margaret Mazzantini deze manier van schrijven beheerst tot in de puntjes. Zelfs de meest akelige feiten vertelt ze op een mooie manier. Maar het is misschien wel nog indringender, nog indrukwekkender dan wanneer ze sec de feiten zou vertellen, of wanneer ze er een mooi romantisch verhaal van zou maken.


In de zomer van 2011 bevinden zich de twee hoofdpersonen aan weerskanten van de Middellandse Zee. In de woestijn is dat Farid, een kind nog, die nauwelijks beseft wat er aan de hand is, maar zijn ouders hoort praten over oorlog en wapens. Zijn vader komt op een dag niet thuis, en dan moet hij met zijn moeder mee. Naar zee. Wat een avontuur! Hij heeft de zee nog nooit gezien.
Maar eigenlijk is het allemaal niet zo leuk, zeker niet als ze in een boot stappen, die stuurloos ronddobbert.


In Sicilië woont Vito. Achttien jaar oud, klaar met school weet hij niet wat hij met zijn leven moet. Onlangs heeft hij met zijn moeder en oma een bezoek gebracht aan het geboorteland van zijn ouders, Libië. Het land, en vooral de reactie van zijn moeder en oma er op, hebben een onuitwisbare indruk achtergelaten.
In vogelvlucht lezen we over de geschiedenis van Libië, hoe het in handen van Italiaanse kolonisten kwam (1911), hoe de Italianen, meestal joods, het land bewerkten en het land veel goeds brachten, maar na de Tweede Wereldoorlog verdreven werden. Eerst waren er de bevrijders, de Engelsen, en na de oorlog kwamen de Italianen weer terug. Maar sinds 1951 was Libië een zelfstandig koninkrijk.
In 1959 werd de olie in de woestijn ontdekt, het begin van jaren nieuwe oorlog. Khadaffi pleegde een staatsgreep, en verdreef de Italianen opnieuw (bij deze golf vluchtelingen zaten Angelina en Vito). Zelfs de doden moesten terug: de kerkhoven werden ontruimd.
Tot 2011 was het redelijk rustig, maar na de volksopstand in Egypte, kwam ook in Libië het volk in opstand. Daar waren Farid en zijn moeder slachtoffer van.


De  geschiedenis van Vito’s familie is sterk verweven met de geschiedenis van Libië. Dat is de warboel waar Vito mee geconfronteerd wordt. Hij ziet de kampen, hij kent de ellende van de vluchtelingen. En die is gelijk aan die van de eerdere vluchtelingen.
Zowel Farid als Vito blijven lang geloven in de goede afloop. Het is het leven van een ontheemde: als je niet meer hoopt, geen vertrouwen meer hebt in de toekomst, dan heb je niets meer. Maar het valt niet mee te blijven hopen als je wortels zijn afgebroken, als je lot erger is dan dat van dieren, als wanhoop je lot is. Als je als vluchteling uitgekotst wordt, en men je liever kwijt is dan rijk. Als je leven niets waard is voor een ander, heeft het dan nog waarde voor jezelf?

‘Op het eiland ligt de begraafplaats voor onbekende doden. Een goede man heeft de lichamen verzameld, die door de zee zijn teruggegeven. Hij wreef kattenkruid onder zijn neus om de stank niet te ruiken. Hij zette kruisen neer die iemand weer heeft weggehaald, maar het maakt niet uit, de armen hebben maar één god. En elke dag verdrinkt hij samen met hen. Dan laat hij tussen de grafheuveltjes wilde knoflook en gele hoornpapaver groeien.‘


Margaret Mazzantini (Dublin, 1961) is opgegroeid en woonachtig in Rome. Ze is schrijver, maar ook acteur. Ze heeft al meerdere prijzen ontvangen voor haar boeken.


ISBN 9789059240544 | hardcover |124 pagina's | Uitgeverij Wereldbibliotheek|mei 2013
Vertaald uit het Italiaans door Miriam Bunnik en Mara Schepens

© Marjo, 21 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altOp weg naar een vriend
Niels Fredrik Dahl


Een uitgeputte olifant blokkeert een uitvalsweg bij Oslo. Cameraploegen onderzoeken de herkomst van het dier. Het spoor, dat makkelijk te volgen is in de sneeuw, leidt naar een boerderij die wordt bewoond door een eenzame man.


‘Ik begin met een jongetje dat Vilgot heet. Hij is mij, maar ik ben hem niet. Ik houd me vast aan het camera terwijl ik de camera terugleid, de film zogezegd achterstevoren afspeel, daar weet ik alles van. Dagen, weken, maanden seizoenen terug, jaren terug. Naar de dertien flats aan de andere kant van het weiland, meer dan dertig jaar terug, langs de Toren, de enige wolkenkrabber van Noorwegen, tot ik de camera voor een van de flats laat stilhouden. Het is winter, het is begin januari, een heel bijzondere dag, meer dan dertig jaar geleden. Ik laat de camera voor wat hij is en loop een van de portieken binnen. Op datzelfde moment loopt Vilgot de trap af, naar buiten. Hij is op weg naar een vriend.’


Die dag overkomt Vilgot iets ergs, iets wat zijn leven zal bepalen. Langzaam wordt ons het verhaal verteld van die dag, en over het het komt dat die verliep zoals het verliep. Een moeder die veel last heeft van migraineaanvallen drukt haar stempel op het gezinsleven. Vilgot is er van overtuigd dat zij geen kinderen had moeten hebben. Gelukkig is hij alleen, maar het drijft hem vaak naar buiten. Dan gaat hij naar Simen, een vriend van school, of naar de Graaf, een nieuwe vriend. Dat is een oudere, eenzame man van wie hij veel leert, onder andere dat hij niet alles moet geloven wat er gezegd wordt. Vilgot is een goedgelovig joch, gevoelig en eenzaam. Hetgeen hij zal blijven als hij opgroeit.  Want er gebeurt iets waardoor wat hij ooit geloofde ‘dat iedereen die hem ontmoette wel van hem moest houden’ volledig uitgewist wordt.


‘Vroeger had ik medelijden met mezelf, maar daar ben ik mee opgehouden. Ik veracht mezelf en verwijt mezelf dingen, maar dat is iets anders.’


Hij woont alleen op de boerderij als het circus komt. Aleksej en zijn kornuiten, met vogels, honden en een olifant bivakkeren bij hem Maar het gaat niet goed met het uit Rusland afkomstige circus, en als het gezelschap vertrekt met achterlating van de olifant, beloven ze wel dat ze hem op zullen halen, maar Vilgot ziet niemand meer terug. Contact opnemen met Aleksej lukt niet.
Daar zit Vilgot, met zichzelf en met de olifant. Het gaat niet goed met de olifant. En het gaat niet goed met de man die Vilgot is. Beiden zijn beschadigd. En zoals we al weten: de olifant krijgt zijn vrijheid. En Vilgot?


‘De olifant staat een hele poos stil, dan begint hij weer te dansen, hetzelfde pasje, dezelfde logge beweging, daar is hij kortgeleden mee begonnen, maar nu lijkt het alsof hij niets anders meer wil doen.’


Het hele verhaal straalt eenzaamheid uit, een weemoedige sfeer. Een boek om te herlezen, want pas als het uit is, begrijp je veel van wat er in het begin gezegd werd. ‘Hij is mij, maar ik ben hem niet.’


Niels Fredrik Dahl (1957) is een Noorse romanschrijver. Voor onderhavig boek kreeg hij de Brage Prize in 2002.


ISBN 9789044503296| Paperback |192 pagina's  | Uitgeverij de Geus |maart 2004
Vertaald uit het Noors door Paula Stevens

© Marjo, 18 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Spelen met vandaag
Hemmo Drexhage


Richard Lardon (48), wethouder Ruimtelijke Ordening en Stadsvernieuwing, is behoorlijk met zichzelf ingenomen. Hij weet precies hoe hij mensen voor zich in moet nemen. Hij weet dat hij mensen kan overtuigen, hij weet dat hij veel kennis van zaken heeft en hij weet dat de hele raad dat weet. Kortom gebrek aan zelfvertrouwen heeft hij zeker niet.
Zijn huwelijk met Laura (45) is redelijk, ze ziet er uit als iemand van 35 en is een mooie, slanke, goedgeklede vrouw. De hartstocht is verdwenen uit hun relatie maar hij kan haar aanwezigheid en handelingen nog wel waarderen. Hun woning is elegant ingericht en Richard is trots op hun goede smaak. Zijn werk is zijn passie, toch zal daarin snel van alles veranderen.


Tijdens een saaie raadsvergadering wordt namelijk de rust verstoord door een groepje actievoerders. De groep wordt al snel de zaal uitgewerkt maar een mooie, jonge vrouw die bij het groepje hoorde, blijft wachten op Richard en stelt zich na de vergadering voor als Nienke Winter. Richard vindt haar prachtig, ze maakt diepe indruk op hem, hij voelt later nog de plek waar ze zijn arm aangeraakt heeft.
Op een feest komt hij Nienke weer tegen en opnieuw voelt hij zich erg tot haar aangetrokken. Op aandringen van Laura, die vindt dat vrouwen niet alleen over straat moeten lopen, brengt hij haar thuis, de sfeer tussen hen is zinderend maar er gebeurt verder niets, hij zet haar af aan de rand van  Het Jacobijnenhofje, gebouwd in 1650, waar ze een woning gekocht heeft.
Uitgerekend dat hofje staat op de nominatie om gesloopt te worden en plaats te maken voor kantoorgebouwen. Vandaar ook de aanwezigheid van de actievoerders tijdens de vergadering.
De aantrekkelijke Nienke staat de maandag na het feest plotseling in zijn kantoor vanwege die sloopplannen en de verbouwereerde Richard belooft diezelfde dag contact met haar op te nemen. Dat doet hij, persoonlijk, 's avonds, bij haar thuis... en daarmee is het hek van de dam.


Richard is als een blok voor sprankelende, daadkrachtige, intelligente Nienke gevallen en na die avond belanden ze regelmatig in bed voor een fikse vrijpartij. Richard besluit zich in te zetten voor het behoud van het hofje terwijl hij eigenlijk wel weet dat de beslissing tot sloop allang gevallen is. De strijd rond het hofje wordt steeds feller en Richard ontdekt tot zijn verbijstering hoe bij de bestuurders, woningbouwcorporaties en politieke partijen alles aan elkaar hangt van hebzucht, macht en eigenbelang. Ondertussen zijn er in zijn privéleven ook stormachtige ontwikkelingen gaande.


Om met de deur in huis te vallen, ik had een beter boek verwacht. Aanvankelijk wilde ik het zelfs al snel dichtslaan. Zinnen die niet helemaal kloppen, woorden die verkeerd afgebroken worden en de inhoud van het verhaal zijn daar de oorzaak van. Borsten die twee lieve meisjes genoemd worden. Haar mooie bruine borsten keken hem aan. Haar bruine ogen, die harmonieerden met de bruine tegeltjes... tja, dat getuigt niet van een groot literair werk en dit bovenstaande stoorde me flink.
Maar wat me meer ergerde, waren de onzorgvuldigheden in het verhaal. Nienke geeft Richard 's ochtends haar visitekaartje met adresgegevens, maar bij zijn eerste bezoek 's avonds in het hofje loopt hij naar het naambordje te zoeken en wil ergens aanbellen om te vragen waar ze woont. Dit soort onzorgvuldigheden komen vaker in het verhaal voor.


Toch gaf ik het boek nog even het voordeel van de twijfel en uiteindelijk werd het verhaal wel wat beter verteerbaar qua inhoud. De belofte van de flaptekst 'een geëngageerde roman dat het verhaal beschrijft van een wethouder die op het toppunt van zijn macht moet kiezen tussen zijn carrière en zijn geweten' wordt echter niet waargemaakt. Richard kiest niet tussen carrière en geweten, hij kiest voor een knappe vrouw en gebruikt daar zijn invloedrijke baan voor. Het pakt alleen anders uit dan hij verwacht.
Kortom, het is geen groots verhaal, daarvoor blijft het te oppervlakkig en zijn de karakters te dun maar het leest uiteindelijk beter weg dan ik aanvankelijk vermoedde.
Het is al een heruitgave maar mocht het tot een volgende druk komen dan raad ik wel aan om de tekst eerst door een goede corrector na te laten kijken.


ISBN 9789051798692 Paperback 237 pagina's Uitgeverij Gopher juni 2014

© Dettie, 17 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het geheim van Penumbra's boekwinkel
24 uur open
Robin Sloan


In dit boek is niets wat het lijkt en zelfs als je denkt nu weet ik het, is het toch anders...


Clay Jannon is zijn baan als webdesigner kwijt, niet dat hij al miraculeus websites had gemaakt maar toch. Op zijn speurtocht naar werk loopt hij langs een boekwinkel die 24 uur per dag open is. Zij vragen personeel. En zo komt het dat Clay 's nachts de boekwinkel bemant.
Het gekke is dat achter de eigenlijke boekwinkel nog een ruimte vol boeken is, de planken reiken tot aan het plafond en Clay moet aanvankelijk erg wennen aan de klimpartijen om bij de boeken te kunnen komen. Nóg gekker is dat er in de feitelijke winkel nauwelijks boeken verkocht worden, maar er komen wel mensen boeken lenen uit de ruimte achter en bovenin de winkel. Clay vermoedt dat er iets vreemds met die boeken is.


De eigenaar, de vriendelijke meneer Penumbra, blijkt een mysterieuze, fascinerende man, die veel meer is dan 'alleen maar' boekverkoper. Hij heeft Clay op het hart gedrukt niet in de boeken in het achterste deel van de winkel te kijken, wat hij natuurlijk wèl doet. Niet dat hij daar wijzer van wordt want hij begrijpt niet wat er in staat. Het geheimzinnige gedoe intrigeert hem, hij wil weten wat die zeer intelligente klanten met die geleende boeken doen. Hij wil het snappen.
Zijn voormalige werk komt hem daarbij goed van pas.


Clay ontdekt dat hij iets groots op het spoor is. Meneer Penumbra neemt hem voorzichtig in vertrouwen en zo komt Clay erachter dat de klanten en meneer Penumbra op zoek zijn naar een code die een groot geheim zal ontraadselen. Ondertussen heeft Clay de geniale Kat leren kennen, zij heeft de baan waar Clay van droomt, ze werkt bij Google. Daar worden alleen de besten aangenomen. Kat is eveneens gefascineerd door de zoektocht en besluit haar medewerking te verlenen.


Dit knap geschreven boek is het debuut van Robert Sloan en dat belooft wat voor de toekomst. Het boek is niet alleen verrassend en spannend het is ook nog eens erg onderhoudend en humoristisch.
Robin Sloan neemt ons mee in de fascinerende wereld van de oude boekdrukkunst en alle moderne varianten daarop. In een speelse en soepele stijl trekt hij ons het meeslepende verhaal in rond de betoverende boekwinkel van meneer Penumbra met zijn bijzondere klanten.
Doordat Sloan de spanning mooi weet op te bouwen wil je verder lezen, wil je weten wat het geheim is.
Heerlijk boek, met veel plezier gelezen.


ISBN 9789088030536 Paperback 300 pagina's Uitgeverij Lias juni 2014

Dettie, 14 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dat het goed komt
Tobias Hill


Het boek is in twee delen opgedeeld.
Het eerste deel speelt zich af in in het Engeland van vlak na de oorlog en toont ons het leven van drie gezinnen die in een bouwvallig wooncomplex wonen, de Colombia Buildings, in Londen.

We maken kennis met het Joodse kinderloze echtpaar Dora en Solly Lazerus. Solly is horlogemaker. Zij zijn in Polen al hun familie kwijtgeraakt maar diep in Dora's hart is er nog steeds die hoop dat er ergens toch nog iemand in leven is. Ze vraagt, eigenlijk tegen beter weten in, aan een zeeman haar oude straat in Dantzig te bezoeken, daar eens rond te vragen. Zijn speurtocht levert weinig op...
De kinderloosheid is voor beiden een onuitgesproken verdriet. Het is dan ook niet meer dan logisch dat zij Pond, een weesjongen die in een hol onder een huis woonde, adopteren. De gereserveerde, zwijgzame jongen kan en wil zich door de oorlog niet meer aan iemand hechten en verdwijnt op gegeven moment ook weer, ondanks de liefde die hij voelt voor de twee mensen. Weer raken Solly en Dora een geliefd persoon kwijt.


Dan is er de uit Jamaica afkomstige Clarence Malcolm, de bananenkoning, zoals hij door zijn omgeving genoemd wordt. Hij verkoopt bananen op de markt en is nog steeds zwaar verliefd op zijn mooie vrouw Bernadette. Ze hebben samen een zoon Jem. Bernadette verwacht hun tweede kind.
Als laatste zijn er Michael en Mary Lockhart met hun kinderen Floss en Iris. Michael is de louche handelaar die alles en niets verkoopt op de markt.


Het leven van de drie gezinnen is onwillekeurig met elkaar verweven. Bernadette kan goed met Dora opschieten, beide vrouwen hebben een vorm van heimwee wat ze in elkaar herkend hebben.  De altijd stralende Bernadette is de tegenhanger van de constant min of meer bedrukte Dora. Solly schaakt tot zijn genoegen met Clarence.
Natuurlijk trekt Clarence op zijn beurt met mede marktkoopman Michael op.
De kinderen hebben elkaar ook gevonden en vooral de mysterieuze Pond heeft op de anderen een magnetische aantrekkingskracht.
Maar dan is er die fatale dag, om aan de politie te ontsnappen rijdt Michael te hard en rijdt Bernadette omver. Zij overleeft het ongeluk niet, haar ongeboren kind, een meisje, wel.


Dan volgt deel twee met een sprong in de tijd. We volgen nu de kinderen.
Jem en zijn zusje Sybil groeiden op met een gebroken vader, hij is het ongeluk nooit meer te boven gekomen.
Pond heeft op zijn manier een draai in zijn leven gevonden, bewust zonder Dora en Solly.
Maar Dora blijft hoop op zijn terugkeer houden. En dan komt het bericht dat het wooncomplex afgebroken zal worden en Dora wil niet weg, stel dat Pond hen zal zoeken... Het is Michael, de man die haar vriendin Bernadette doodreed, die haar helpt, zelfs meer doet dan dat...


Op zich is het een bijzonder verhaal. Vooral het eerste deel geeft de sfeer van een naoorlogs Engeland goed weer. Iedereen is bezig een nieuw leven op te bouwen, de handel begint weer ondanks dat nog veel niet te koop is. Iedereen moet roeien met de riemen die ze hebben.
De personages echter zijn, op twee na, in mijn ogen niet zo uitgewerkt dat ze voor je gaan leven. Ze worden besproken en je leest hoe hun leven verloopt maar echt uitgesproken karakters worden het niet.
Deel twee blijft minder hangen dan deel een, het is oppervlakkiger ondanks de verrassende wending in het verhaal.


De twee die wel interessant zijn en in het oog springen, zijn Dora en Pond. Solly blijft, net als de rest vrij vaag, iemand op de achtergrond.
Pond, gaat zijn eigen weg, de dood van Bernadette is hem altijd bijgebleven. Dat is ook de oorzaak van zijn uiteindelijk heel aparte, verrassende beslissing. Een beslissing die voor enkele van de kinderen voor een ommekeer en een goede plek in hun leven zorgt.
Je kunt je inleven in Pond, je snapt zijn doen en laten maar toch blijft hij iets mysterieus houden, blijft hij fascinerend.
Dora is minstens zo verrassend als Pond. Het is denkelijk niet voor niets dat zij zich aangetrokken voelde tot het kind. Hij en zij waren alles kwijt en dat heeft hen getekend. Mogelijk herkende zij dat in elkaar. Het maakt dat zij dingen doen die voor anderen vreemd over kunnen komen. Maar zij kunnen niet anders, moeten zo handelen.
Dankzij deze twee personages vind ik het uiteindelijk toch een boeiend boek.
Maar de overige personages zijn helaas geen karakters die je bijblijven en dat is jammer, er had meer in dit verhaal kunnen zitten.


ISBN 9789046816201 Hardcover 350 pagina's Uitgeverij Nieuw Amsterdam

© Dettie, 9 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Levens van meisjes en vrouwen
Alice Munro

Del Jordan groeit  op een bescheiden boerderij aan Flats Road op. Haar thuis is gelegen in een niemandsland ergens in Ontario, Canada. Vader fokt zilvervossen, moeder verkoopt encyclopedieën. Samen met haar broertje Owen geniet Del van de weelderige natuur die hen omringt. Het leven is ongecompliceerd. Een schare familieleden, met name een royaal aantal bemoeizuchtige tantes, bemoeit zich met het reilen en zeilen van het gezin Jordan. De ellende van de Tweede Wereldoorlog gaat grotendeels aan hen voorbij, de perikelen van dorpsgenoten vullen de dagen op.

Dels moeder voelt zich niet thuis op Flats Road. Ze valt uit de toom en is niet altijd even vriendelijk. Vader daarentegen voelt zich als een vis in het water op de boerderij. Tegen de tijd dat Del een jaar of elf is, verhuist moeder met de kinderen naar de nabijgelegen stad Jubilee. Voortaan zullen ze van september tot juni in de stad vertoeven om alleen de zomers aan Flats Road door te brengen. Vader voegt zich in de weekenden bij zijn gezin in Jubilee. Iedereen lijkt tevreden met deze oplossing.

Del ruilt een onbezorgde jeugd aan Flats Road in voor een tienertijd in Jubilee. De oorlog is inmiddels voorbij. Het leven is anders in de stad, die maar anderhalve kilometer verderop ligt. Moeder is nog altijd zoekende naar een levensstijl die bij haar past en probeert zich met de notabelen van Jubilee in te laten. Ook heeft moeder een kostganger, een vrouw die er nogal een woelig leven op nahoudt. Voor Del is het allemaal reuze interessant. Del zelf sluit voor het eerst in haar leven vriendschap. In leeftijdsgenootje Naomi vindt ze een hartsvriendin.

Wat volgt is een ontwapenend coming of age verhaal. Del wordt voor het eerst verliefd, gaat op zoek naar het ware geloof en wordt zich bewust van haar seksualiteit. Lange tijd bestaat het leven van Del en Naomi uit het fantaseren over jongens, seks en de toekomst. De twee bakvissen storten zich onbekommerd in het tienerleven, maken fouten en leren daarvan.  De zomers op Flats Road gaan in rook op en niemand lijkt zich daar druk over te maken.

In levens van meisjes en vrouwen zet Del haar eerste stappen in een volwassen leven. Ze leert van de geschiedenis van de vrouwen om haar heen. Zo ontvlucht moeder haar armoedige jeugd nog altijd zo fanatiek dat ze uit het oog verliest dat liefde losstaat van armoede of rijkdom. Del leert over het leven en de dood, over vallen en opstaan en over de vele gezichten van de liefde. Zal ze haar lichaam en haar geest aan dezelfde man schenken? Zal ze kiezen voor een studie of voor het moederschap? Zal ze als ongelovige door het leven gaan of haar toevlucht tot een kerk zoeken? De wereld lijkt gevuld te zijn met een eindeloze reeks aan keuzes en Del staat, net als elke tiener, voor de moeilijke taak de juiste beslissingen te maken. Ook zij mag falen, ook zij mag fouten maken. Sommige fouten kunnen hersteld worden, andere niet. Een tiener moet de kunst verstaan om te blunderen maar geen onherstelbare schade aan te richten. Zal Del erin slagen uit te groeien tot een gelukkige, stabiele volwassen vrouw? De  weg naar de volwassenheid zit vol valkuilen.

Auteur Alice Munro (1931) staat bekend als de “meesteres van het korte verhaal”. In 2009 ontving ze de felbegeerde Man Booker International Prize  voor haar gehele oeuvre en in 2013 werd haar succes bekroond met de prestigieuze Nobelprijs voor de Literatuur. Levens van meisjes en vrouwen is geen kort verhaal maar ook in dit boek komt haar talent voor het schrijven van het korte verhaal naar voren. Alice Munro verstaat de kunst om haar geschreven woorden aan te vullen met een onzichtbaar gedeelte dat minstens evenveel indruk maakt. De woorden die het papier halen, vertellen ook het ongeschreven verhaalgedeelte.

De schrijfstijl die Alice Munro in Levens van meisjes en vrouwen hanteert is ongedwongen en puur. De personages en hun omgeving komen tot leven. Ik transformeerde van lezer in toeschouwer en werd een soort tante of buurvrouw van Del die van dichtbij meemaakte hoe het meisje tot een vrouw uitgroeide. Levens van meisjes en vrouwen is een kleurrijke, eerlijke, hartelijke en boeiende coming of age roman. Een heerlijk boek.

ISBN 9789044523584 | hardcover | 379 pagina's| Uitgeverij De Geus| juni 2014
Vertaald door Pleuke Boyce

© Annemarie, 7 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Met gesloten ogen
Catherine Cookson



Gevreten heb ik ze vroeger, de boeken van Catherine Cookson. De Tilly Trotter trilogie, Het geslacht Mallen, heerlijk wegzwijmelen bij de liefdesverhalen. En ook haar jeugdboeken zoals John Willie vond ik erg mooi. Maar, zoals dat gaat, je wordt ouder, ingehaald door de werkelijkheid ontgroei je de liefdesverhalen die bijna altijd eindigen bij een huwelijk terwijl het feitelijk dan allemaal pas begint. De boeken van Catherine Cookson raakten uit beeld, nieuwe schrijvers en andere interesses kwamen er voor in de plaats.
Maar dan krijg je een berichtje dat er een boek van Catherine Cookson uit is dat nog nooit eerder is vertaald in het Nederlands. Of ik het wilde lezen.
Daar kun je dan niet anders dan ja op zeggen, alleen al uit nostalgie, maar ook omdat ik toentertijd erg genoten heb van de verhalen, zal ik ze nog zo mooi vinden?


In dit boek gaat het om een jong weesmeisje Bridget Gether dat door haar grootmoeder Hester Gether is grootgebracht nadat ze haar ouders verloor in de oorlog. Bridget is rijk en lief, ze is niet beeldschoon maar heeft wel iets wat haar erg aantrekkelijk maakt. Ze is verloofd met Laurence Overmeer, haar jeugdliefde, de man die ze altijd heeft aanbeden. Bridget logeert veel in Balderstone House, bij haar tante Sarah, de moeder van Laurence. - Sarah is de dochter van Arnold Lacey, de eerste man van haar grootmoeder. -
Toch heeft Bridget gemengde gevoelens over haar aanstaande man. Hij kan snel kwaad worden en is dan niet erg vriendelijk, zelfs erg hatelijk en neerbuigend. Ze weet dan niet goed hoe ze moet reageren op hem en hoopt dat die buien in hun huwelijk wegblijven.


Er gaan geruchten dat Laurence een affaire heeft met een beeldschone getrouwde vrouw. Maar Bridget wil het niet geloven en blijft in haar eigen dromerige wereldje leven waar alleen maar ruimte is voor prettige dingen én haar grote liefhebberij schilderen, waar ze een natuurtalent in is.
Nog een paar weken en dan zal ze met Laurence trouwen. De bevriende Londense arts John houdt zijn hart vast, evenals Bruce de buurjongen, die Bridget erg graag mag. Deze laatste is het die het meisje ook waarschuwt dat de affaire van Laurence nog steeds niet over is.
Hij weet haar te overtuigen en Bridget blaast tot ontzetting van Laurence en zijn ouders het huwelijk af.
Wat volgt is een echt Catherine Cooksonverhaal, vol gebeurtenissen en verwikkelingen die je met nieuwsgierigheid volgt.


Het is geen literatuur maar ontstijgt zeker het damesromannetjes gehalte. Het verhaal gaat niet heel diep en zal ook niet blijven hangen maar het leest, net als vroeger, weer lekker weg. Het is zo'n boek om buiten in het zonnetje met een heerlijk koele frisdrank/vruchtensap binnen handbereik in één keer uit te lezen, echt een vakantieboek.


Catherine Cookson (1906 - 1998) begon pas te schrijven op haar vierenveertigste, maar groeide uit tot een van de meest gelezen en succesvolste schrijvers van romantische boeken ter wereld, met een oeuvre van meer dan honderd titels. Ze overleed enkele dagen voor haar tweeënnegentigste verjaardag.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789022566589 hardcover 207 pagina's Uitgeverij Boekerij juni 2014
Vertaald door Hanneke van Soest

© Dettie, 4 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Op de levensvreugd
Japanse schonen als bron van stilte en rust
Lucie Th. Vermij


Om uit de hectiek van haar dagelijkse drukke werkzaamheden te ontsnappen begon Lucy T. Vermij in haar vrije tijd prenten van ontspannen Japanse vrouwen na te tekenen en te bewerken.
Het resultaat is dit kleine, elegante cadeauboekje geworden.


Op elke linkerpagina pagina staat een korte tekst of uitspraak van een dichter of denker die, zoals Lucie Th. Vermij vermeldt, een verlangen naar stilte en rust uitstralen. Op de rechterpagina staat een Japans aandoende ingekleurde prent.

'Ik heb me laten inspireren door houtsnedes van Japanse kunstenaars als Kitagawa Utamaro, Tsukjoka Yoshitoshi en Kikugawa Eizan.' schrijft Lucie Th. Vermij


Dat zijn allemaal kunstenaars die verfijnde Japanse prenten leverden. Lucie Th. Vermij heeft echter krachtiger kleuren gebruikt, waardoor het geheel meer eigentijds aandoet, zonder de verstilde essentie van de Japanse prenten te verliezen. (zie ook het inkijkexemplaar)


Achterin het boekje met twintig spreuken en prenten staat voor zover mogelijk was een bronvermelding over de herkomst van de oorspronkelijke tekening en waar de spreuken uit geciteerd zijn.


Een mooi verzorgd boekje met name voor de liefhebber van stilte èn Japanse kunst.


Lucie Th. Vermij
werkt in de journalistiek. In haar vrije tijd beweegt zij zich graag in werelden zonder woorden, in die van beeldende kunst, muziek, parken en Byzantijnse kerken.


ISBN 9789021143613 Hardcover 48 pagina's, Uitgeverij Meinema juni 2014

© Dettie, 1 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER