Nieuwe boekrecensies

height=Zoals ik was
Bret Anthony Johnston

Justin Campbell uit Southport is al vier jaar vermist. Vier lange jaren waarin taal nog teken van de jongen werd vernomen. Vier lange jaren waarin zijn ouders en opa onvermoeibaar naar hem door zochten. In het begin stond een grote groep vrijwilligers de ongeruste ouders bij. In de loop der tijd slonk het aantal helpende handen flink maar Justins ouders zoeken nog altijd door. Zij weten wel dat de kans groot is dat Justin niet meer leeft. Ze weten wel dat vier jaar een lange tijd is maar zolang ze niet weten wat er met hun kind is gebeurd, geven ze de hoop niet op.

De vermissing van Justin heeft het geluk van het gezin Campbell met huid en haar opgeslokt. Griff, het veertienjarige broertje van Justin, heeft zich ontpopt tot een jongen die in de schaduw van zijn vermiste broer leeft. Net als zijn ouders wordt hij tegenwoordig vaak gemeden. Alsof het verdriet besmettelijk zou kunnen zijn. Ook weten mensen simpelweg niet wat ze tegen Griff en zijn ouders moeten zeggen. Eric, de vader van Justin, uit zijn verdriet in een affaire terwijl zijn vrouw Laura urenlang naar een zieke dolfijn staart. Het gezin Campbell is niet compleet. Zonder Justin heeft het leven alle glans verloren.

Een telefoontje van de politie verandert alles. Op het politiebureau sluiten een euforische Eric en Laura hun dolgelukkige zoon Justin in de armen. Hun zoon is terug. Iemand heeft hem op een vlooienmarkt herkend, de ontelbare flyers hebben eindelijk hun werk gedaan. Ook Griff kan zijn geluk niet op en heel Southport viert feest. Eindelijk is er een eind gekomen aan de onzekerheid en het verdriet. Eindelijk kan de familie Campbell het leven weer omarmen.

Nadat de overweldigende storm aan emoties enigszins is weggeëbd dringt een gruwelijk besef tot Laura, Eric en Griff door: Justin heeft vier jaar lang bij een pedofiel gewoond. Wat heeft hij moeten doorstaan? Het elfjarige jongetje van toen is veranderd in een vijftienjarige, stevige knul met keurige manieren. Overdag slaapt hij en ’s-nachts spookt hij door het huis. Het contact voelt breekbaar. Als een teer glazen kunstvoorwerp dat uiteen spat als je het te stevig vastpakt.

De nachtmerrie is door de thuiskomst van Justin niet in een sprookje veranderd. Het leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Justin is vier jaar lang misbruikt en niets kan dat ongedaan maken. Laura, Eric en Griff koesteren het hernieuwde contact met Justin. Ze zijn lief voor hem en lief voor elkaar. Voorzichtig wordt een nieuw evenwicht gevonden. Justin krijgt goede therapie en daarnaast legt hij verklaringen af bij de politie. Naar omstandigheden lijkt het goed met hem te gaan. Dwight Buford, de ontvoerder, zit in de gevangenis in afwachting van de rechtszaak. Hij zal naar alle waarschijnlijkheid nooit meer vrijkomen.

Dan slaat een nieuwe ontwikkeling in als een bom. De ouders van Dwight Buford hebben een torenhoge borgsom betaald. Dwight Buford is vrij. Tot de rechtszaak begint kan hij gaan en staan waar hij maar wil. Justin is niet langer veilig.

Zoals ik was is werkelijk prachtig geschreven. Schrijver Bret Anthony Johnston schrijft met het grootst mogelijke respect voor de slachtoffers over misbruik en met name over de gevolgen ervan. In het boek staat niet het verhaal van Justin centraal maar dat van zijn familie. Hoe is het voor ouders om te beseffen dat hun kind is misbruikt? Hoe is het voor een broertje om rotopmerkingen van gevoelloze leeftijdsgenoten te moeten slikken? De opa van Justin kampt met bijna overweldigend gevoel van woede. Regelmatig vraagt hij zich af hoe het zal zijn om Dwight Buford te doden, een gedachte die Laura en Eric met hem delen. Justin zelf fladdert als een soort doorzichtige schim door het verhaal. Hij is er maar hij is er ook niet. Vier jaar lang had hij een leven dat zich buiten het leven van de rest van het gezin voltrok. Hij kwam buiten en had zelfs een vriendinnetje. Waarom vluchtte hij niet? Heel integer beschrijft Johnston het moment dat moeder Laura beseft dat angst effectiever is dan opsluiting.

Tijdens de zes jaar dat Johnston aan het boek schreef heeft hij zich verdiept in de emoties van familie van ontvoerde en teruggevonden kinderen. Het resultaat is een bijzonder integer en overtuigend verhaal zonder sensatie of uitgebreide beschrijvingen van wat Justin overkomen is. Een aangrijpend boek dat troost biedt en begrip kweekt. Indrukwekkend goed.

ISBN 9789041425416  | paperback | 368 pagina's| Anthos| augustus 2014
Vertaald door Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes

© Annemarie, 22 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altMijn vader de soldaat
Bozena van Mierlo-Dulinska


Anna is lerares in Den Haag, en woont met haar kinderen David en Emma alleen. Haar man Tony heeft haar verlaten. Hij kon er niet meer tegen. Anna zit namelijk bepaald niet lekker in haar vel, en is daarvoor in therapie. Ze weet nu dat het door haar kindertijd komt. Maar of ze er ooit mee in het reine kan komen?


Het is ‘Wigilia’, de vooravond van Kerstmis. Anna krijgt zoals altijd haar vriendin Barbara met haar kinderen op bezoek om het te vieren op Poolse wijze. Daarvoor moet ze boodschappen doen en koken, maar haar hoofd staat er niet naar. Liever is ze bezig met het dagboek van haar vader dat ze nog maar pas in handen heeft gekregen. Ze is het aan het vertalen in het Engels voor iemand die ze ook nog maar net kent.
In het dagboek leest ze het verhaal van haar vader, dat zich vijftig jaar eerder afspeelde.


Als jongen woonde hij met het gezin – vader, moeder en drie kinderen – in Boven-Silezië. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, sloot Rusland een bondgenootschap met Duitsland, en kreeg daarvoor in ruil het oostelijke deel van Polen, waaronder Lvov, waar zij woonden. Al snel lag er niets meer in de winkels en de Poolse zloty werd ongeldig verklaard. Hen werden alle kostbaarheden afgenomen omdat ‘zij, bloeddorstige kapitalisten, ze hadden verkregen door de werkende klasse uit te buiten’. Eerst worden de vader en oom opgepakt en naar een werkkamp gestuurd, en enkele weken later werden ook de anderen gedeporteerd, zoals alle Polen uit Lvov.  Niet iedereen overleefde de ontberingen die ze leden.


Zoals bekend kreeg Hitler het ook met Stalin aan de stok: de Polen in het kamp werd amnestie verleend. Maar de Russen staken geen vinger uit om hen te helpen zich te onderhouden, of terug te komen naar... ja waarheen moesten ze? Het grootste deel van Polen was in Duitse handen.
Anna’s vader nam dienst en wist in Engeland te komen. Zijn zus en moeder bleven achter.
In dienst van het geallieerde leger hoorde haar vader bij de bevrijders van Zuid-Nederland. Maar zijn leven was getekend, hij was niet in staat zijn kinderen liefde te geven.

Terwijl Anna dit alles vertaalt, probeert ze haar vader te begrijpen. Ze beseft dat ze een tweede generatie oorlogsslachtoffer is. Het lukt haar niet de zwijgzame oude man die nu in Polen woont, in overeenstemming te brengen met de jongeman die de oorlog heeft meegemaakt.
Waarom heeft haar vader haar deze notities gegeven? Waarom ontbreekt er een stuk?
En dat telefoontje uit Schotland? Wat heeft dat te betekenen?


Terwijl Anna bezig is met de voorbereidingen voor Wigilia, met haar kinderen die zo bezorgd voor haar zijn en haar vriendin aan wie ze zich ergert omdat ze zo egoïstisch bezig is, probeert ze de gebeurtenissen uit het verleden en het heden een plaats te geven. Behalve dat het verleden terugkomt in de vorm van het dagboek, zijn er ook herinneringen: aan een bezoek aan de Normandische kusten, aan bezoeken aan haar familie in Polen, en haar vader logerend in Nederland.
Kan ze haar eigen trauma’s aan? Is er nog geluk voor haar weggelegd?


Deze roman vertelt het verhaal van Polen, slachtoffer en speelbal van vele oorlogen, van de Russen en de nazi’s en de geallieerden na het tekenen van de wapenstilstand. Het vertelt over een vrouw die zichzelf kwijt is, en moeite heeft haar eigen leven weer op poten te zetten.
Oorlog en romantiek, een combinatie die het lezen makkelijk maakt. Wat niet zo makkelijk is zijn de sprongen in de tijd. Het dagboek is cursief, dat is duidelijk, maar er is geen duidelijk onderscheid tussen het heden – Kerstmis – en het minder verre verleden.
Het verhaal is aangrijpend, en de geschiedenisles over Polen interessant, hetgeen het boek zeker de moeite waard maakt.


Bozena van Mierlo-Dulinska komt uit Krakau, Polen, en woont sinds 1977 in Nederland. Ze studeerde Engelse taal- en letterkunde en werkte als docent Engels, Nederlands en Pools. Haar debuutroman Mijn vader de soldaat schreef ze als een eerbetoon aan alle Poolse oorlogsveteranen uit de Tweede Wereldoorlog.


ISBN 9789044343519 | paperback| 320 pagina's |uitgeverij House of Books |juni 2014
Vertaald uit het Pools door de schrijfster zelf en Mariëlla Snel

© Marjo, 19 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altPaus Johanna
Donna Woolfolk-Cross


Op zoek gaan naar de waarheid over Paus Johanna is een onbegonnen zaak, velen met meer kennis en mogelijkheden hebben het al geprobeerd, maar de waarheid is verloren gegaan.
Niettemin, we weten wel dat er vaker vrouwen in mannenvermomming een prachtig leven hebben gehad; St- Hildegund in de twaalfde eeuw is wel de bekendste.
En waarom zouden er niet al vanaf de vroegste tijden vrouwen geweest zijn die weigerden zich door de man te laten knechten? En waarom zouden er daar geen vrouwen tussen hebben gezeten die ook nog sterk en inventief waren? En misschien ook een kwestie van je uiterlijk mee hebben.
Het verhaal van Johanna van Ingelheim zal altijd wel een vraagteken blijven, maar er is niets mis mee om te geloven dat zij echt heeft bestaan. Ook al wil de Kerk er niet aan, en doen zij alles om eventuele bewijzen te vernietigen.


Donna Woolfolk Cross heeft de taak op zich genomen om rond het personage van de vrouwelijke paus een volledig levensverhaal te schrijven. Daarvoor heeft ze vele bronnen gebruikt en veel gebeurtenissen en personages zijn historisch.
Ze beschrijft een slimme vrouw die gedreven is en zich niet op laat sluiten. Een vrouw die ook tegen haar beperkingen aanloopt, want verliefd worden dat is een valkuil die ze liever vermeden had. Ze beschrijft ook een woelige tijd, de tijd van de eerste helft van de negende eeuw, toen Europa niet bestond zoals we het nu kennen. Het was een groot gebied zonder grenzen, behalve in natuurlijke vorm: een rivier, een gebergte.
Karel de Grote had zijn enorme Rijk, dat om en nabij begon bij de grote rivieren in Nederland en zijn zuidgrens had bij de Pyreneeën, vrij goed in de hand. Hij werd gekroond door de Paus, die hij als dank een eigen staat rond Rome gaf.


In 840, na de dood van Lodewijk de Vrome, opvolger van Karel, begonnen de problemen: er ontstond een broedertwist. Politiek gezien rommelige tijden, maar ook op religieus gebied was er van alles te doen. Veel geestelijken namen het niet zo nauw met de regels. Niet alleen buitten zij het volk uit, ze trouwden ook of hadden minnaressen.
Het gekonkelfoezel op deze terreinen vormen de achtergrond van het boek, waar de hoofdpersonen natuurlijk van onbesproken gedrag zijn. Hoewel dat tenslotte toch de ondergang van onze hoofdpersoon wordt.
Paus Johanna werd ontmaskerd in 855, doordat zij een kind baarde in het openbaar.


Het is een lekker verhaal, al vind ik het in het tweede gedeelte te veel van hetzelfde. Steeds opnieuw personen die voor het ook vriendelijk en fatsoenlijk zijn, maar in het geheim net zo corrupt als de anderen, net zo belust op macht en rijkdom als tegenpool voor onze degelijke Johanna.
Wat mij bevreemdt is dat er steeds over gesproken wordt als zou Johanna Engels zijn omdat haar vader uit Engeland komt. Maar zij is geboren in Ingelheim, in Duitsland.
Met een uitgebreid nawoord sluit Donna Woolfolk Cross haar lijvige roman af. We mogen zelf bepalen wat we willen geloven. Wéten zullen we nooit.


ISBN 9789061125600 |paperback|479 pagina's |uitgeverij Karakter|november 2009
Vertaald uit het Engels door Peter de Rijk

© Marjo, 17 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altZeg het de bijen
Peggy Hesketh


‘Meneer Honig?’
Ik keek op en zag de rechercheur voorovergebogen staan en me met samengeknepen ogen aanstaren.
‘Ik weet dat u net hebt verteld dat u gisteren niets verdachts hebt gezien, maar ik vraag me af of u vrijdag misschien wel iets ongewoons hebt gezien.’
Ik dacht even na over wat ik nog maar drie dagen ervoor de hele dag had gedaan.
‘Niet dat ik me kan herinneren,’ zei ik na enig nadenken. Ik vertelde de rechercheur dat ik een week ervoor had gezien dat er verschillende grote cellen werden gemaakt - een teken dat de bijen zich voorbereidden op de geboorte van een nieuwe koningin - en dat mijn aandacht hierdoor volledig in beslag was genomen.
Dat is allemaal heel interessant, meneer Honig...
‘Ja dat is het zeker,’ beaamde ik.’


Albert Honig, nu in de tachtig, leeft alleen voor zijn bijen. Mensen interesseren hem eigenlijk niet, tenzij zij zijn belangstelling delen. Hij is alleen, maar niet eenzaam zolang hij zijn korven heeft. Een berichtje in de krant over een jonge vrouw die onder invloed van drugs verongelukt is, rakelt het verleden op. Als er tegelijkertijd iets broeit in de bijenkast, dringt ineens tot hem door wat er precies gebeurd kan zijn, twintig jaar geleden. Albert neemt contact op met de rechercheur die intussen met pensioen is.


Twintig jaar geleden trof hij zijn buurvrouwen dood aan in hun huis, als gevolg van het gedrag van de bijen, die hem waarschuwden, want hij en zijn buren spraken al tien jaar niet meer met elkaar. Rechercheur Grayson had natuurlijk een aantal vragen voor Albert, maar het kostte hem de nodige moeite hem bij de les te houden. Alle vragen – en alle antwoorden – brachten bij Albert het leven van de bijen voor ogen, een andere wereld bestond nauwelijks voor hem.
Hij is dan ook nog nooit elders geweest dan in de kleine gemeenschap in Californië. Zijn vader heeft hem onderwezen in het houden van bijen en hij prijst zich gelukkig dat hij nog steeds kan leven van de opbrengst die het bijenvolkje hem geeft.


Ooit had hij wél belangstelling voor de buren. Er woonde een gezin, waarvan de vader alleen in de weekenden thuis was en de moeder met haar gedrag de hele buurt angst aanjoeg. Er waren twee dochters. Ook was er een zoontje, maar die is op 3-jarige leeftijd overleden onder verdachte omstandigheden.
Een van de dochters was Claire, een moedig meisje dat in tegenstelling tot haar schuwe zus haar moeders wil trotseerde en vele middagen bij Albert en zijn ouders doorbracht. Zij leerde ook van bijen te houden.
Er is zoveel gebeurd in hun leven, wie was Claire eigenlijk? Wat wilde zij van het leven? En wat wilde hij zelf? Pas nu beseft hij dingen die hem zijn hele leven ontgaan zijn. Als hij ook nog haar dagboek in handen krijgt, valt er veel op zijn plaats.
Albert is een sneue man, maar hij zal dat zelf niet zo zeggen. Hij heeft immers zijn bijenvolkjes.


Behalve dat boven de hoofdstukken korte feiten verteld worden, is het hele verhaal doorspekt met weetjes over bijen, zonder dat het hinderlijk is. 
Wie weet reageert een enkele lezer als Rechercheur Grayson?
Daarnaast is het boek zoveel meer: het geeft een beeld van hoe het mooie groene land verdwenen is, en er in de plaats daarvan lelijkheid gekomen is, hetgeen het verhaal een melancholieke sfeer meegeeft. En natuurlijk de bijen die vol verve hun rol vervullen! Laten we vooral niet vergeten hen op de hoogte te brengen van belangrijke gebeurtenissen in ons leven.


Peggy Hesketh was journalist en doceert nu retorica en compositie. Zij is allergisch voor bijen! Maar ze voelt zich aangetrokken tot datgene waar ze bang voor is, en dat is ook waar Zeg het de bijen over gaat. Het is haar debuutroman.


ISBN 9789491583360 | Hardcover |296 pagina's |uitgeverij Brevier| juni 2014
Vertaald uit het Engels door Marianne van Reenen

© Marjo, 16 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDagboek van Marie
Lize Feryn


‘Ze zeggen dat het oorlog wordt. Zou dat waar zijn?'


Het is 1914, 31 juli. De vijftienjarige Marie Boesman schrijft een dagboek over haar leven met betrekking tot die oorlog. Haar broers nemen dienst, de laatste niet met graagte.
Uit onderstaand stukje blijkt hoe zeker Marie van zichzelf is, ze geeft blijk van een optimistisch zelfvertrouwen. Ze kan de wereld aan, zoals pubers dat graag denken: de wereld zit op hen te wachten immers? Tegelijk is er de arrogantie waarmee ze de ander beoordeelt naar eigen normen.


‘Mijn broer Vincent gaat het vaderland dienen. Hij en zijn kameraden Ludovic en Hubert. Ik ben echt fier op hen. Ik wil ook iets betekenen in de oorlog. Het leven krijgt toch pas betekenis als je die er zelf aan geeft? Ik wil dokter worden, zoals papa, mensen helpen. Hoe meer je uit je leven haalt hoe meer er in blijkt te zitten. Dat is toch zo? Een vol leven is een zegen. Dat moet ik mijn jongste broer nog laten inzien, maar Guillaume gelooft alleen in zichzelf.’


Marie woont in Gent, waar men al snel na het begin van de oorlog te maken krijgt met vluchtelingen, die vooraf gaan aan de intocht van de Duitse soldaten. Ook maakt Marie mee hoe een vriendin die van Duitse afkomst is - maar Vlaams spreekt en al haar hele leven in Gent woont! - door de meute gemolesteerd wordt.
Er wordt brood en soep uitgedeeld, Marie doet mee. Maar ze wil meer: als ze hoort dat er misschien wel koeriers nodig zijn om briefjes te bezorgen – berichten van het front doorgeven aan familie is strafbaar – wil ze meedoen. Ze krijgen Duitse soldaten in huis, een verboden liefde bloeit op.
Al heeft ze nog de naïveteit die bij haar leeftijd hoort, ze is vastberaden: zij kan alles.


Maar oorlog is geen spel. Fouten kunnen niet ongedaan gemaakt worden. Het is keihard. Die jongens die zij kende en aardig vond, sneuvelen. Marie weet het zeker: zij kan verpleegster worden. Zij kan helpen zoals haar vader dat doet. Dat juist die vader haar niet steunt, vindt ze onbegrijpelijk. Maar ze stoort er zich niet aan en weet inderdaad in Engeland te komen voor een opleiding.
Dan volgt een leven als verpleegster aan het front. Alles wat ze tot dan toe gezien heeft valt volledig in het niet bij wat ze nu meemaakt. Maar ze heeft een opdracht: koel blijven, afstand houden, niet betrokken raken, alleen verzorgen.
Dar begrijpt ze niet. Hebben die mannen dan geen recht op liefde, aandacht? Een beetje menselijkheid?
De laatste keuze is een vreselijke...


Het boek is vormgegeven als was het een echt dagboek. Natuurlijk is de taal Vlaams, met af en toe wat Frans er tussen door. Er zijn tekeningen – hele mooie!- die het meisje ‘zelf’ gemaakt heeft bij haar schrijfsels, er zijn ‘ingeplakte’ items zoals bloemen en een haarlok.


Lize Feryn (1993) is behalve de schrijfster van dit boek ook de hoofdrolspeelster in de tv-serie ‘In Vlaamse velden’, die in 2014 op de Vlaamse televisie te zien was. In de tv-reeks zie je Marie Boesman geregeld in haar dagboek schrijven en tekenen.
Mira Feryn zorgde voor de vormgeving.


ISBN  9789022329375 |Hardcover|160 pagina's |Uitgeverij Manteau |januari 2014

© Marjo, 11 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet geheim van Penumbra's boekwinkel
Robin Sloan


Als Clay Jannon een baan accepteert – of eigenlijk: geaccepteerd wordt als werknemer – in een boekhandel, heeft hij totaal geen idee van wat hem te wachten staat. Hij ontdekt iets vreemds: de winkel bestaat uit twee delen. Vooraan is alles normaal, zoals dat hoort in een winkel die boeken wil verkopen, met korte planken waarop staat aangegeven of de boeken biografieën, dan wel dichtkunst of iets dergelijks zijn. Rommelig, maar duidelijk. Achterin evenwel is een afdeling met heel andere boeken. Boeken die voor zover Google dat aangeeft niet bestaan! Velen zijn stokoud, het leer van de omslag is gebarsten, andere zijn net ingebonden en nieuw. Het is een vreemde verzameling, en ze staan ook nog hoog. Clay moet op een ladder klimmen om er bij te kunnen. Dat hij kon klimmen was een van de vereisten om de baan te kunnen krijgen...
Hij noemt ze de ‘Wayback-boeken’. Ze zijn niet voor de verkoop, maar tot zijn verbazing gebeurt er wel iets mee. Clay draait de nachtdienst – jawel, een boekenwinkel die 24 uur per dag open is! – en af en toe komt en een persoon binnen die vraagt naar een van die boeken, en die brengt dan tegelijk een boek terug. Het is raadselachtig...


Clay heeft weinig te doen. Hij maakt een database van de echte boekwinkel, maar druk is het niet als hij werkt, dus hij begint zich vragen te stellen. De eigenaar van de winkel, meneer Penumbra, gaat langzaam vertrouwen in hem stellen en vertelt hem wat de bedoeling is. De leners zijn leden van een genootschap, en zij zijn op zoek naar de oplossing van een eeuwenoud raadsel. Maar je moet wel lid zijn van het genootschap.
Raadels? In boeken? Maar kennen die mensen dan de moderne manieren van onderzoeken niet?
Clay weet er zelf het nodige van af, en heeft bovendien een meisje leren kennen dat bij Google werkt. En hij heeft vrienden die graag helpen.Dus gaan ze een poging wagen het raadsel te ontsluieren.


Een boek dat je meeneemt in de wereld van het papieren boek, en alle moderne mogelijkheden daarvan. Het e-boek, digitalisering, zoekmachines als Google versus oude boekdrukkunst en raadsels in boeken.
Het idee dat je een draad vindt dat je leidt van het ene boek naar het andere is fascinerend. Het gebeurt in veel boeken: letterlijke verwijzingen naar andere boeken – je heb net Penumbra uit en je volgend boek gaat over de schaduw die penumbra genoemd wordt – of schrijvers die andere boeken noemen, maar er is ook de min of meer toevallige lijn: als je net een boek gelezen hebt dat zich afspeelde in San Francisco, dat dan diezelfde stad in een volgend boek ook weer een rol speelt.
Een speurtocht naar een oud geheim, moderne technieken (die volgens mij nog niet bestaan?) een beetje romantiek, en een prettige schrijfstijl met veel humor. Het ideale boek!


Robin Sloan (Detroit) studeerde economie, en was erg geïnteresseerd in de media: de mogelijkheden en toekomst daarvan.


ISBN 9789088030536|Paperback |300 pagina's |Uitgeverij Lias |juni 2014
Vertaald uit het Engels door Jacques Meerman

© Marjo, 10 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe provincie
Jan Brokken


Even dacht ik de opvolger van ‘De vergelding’ in handen te hebben, maar ‘De provincie’ blijkt een heruitgave van het boek waarmee Jan Brokken debuteerde in 1984.


Het verhaal van dit boek speelt zich eveneens af in een dorp op een Zuid-Hollands eiland.
Deze keer is het een fictief dorp, Portland geheten. Een protestantse gemeente waardoor de sfeer van een dorp nog verstikkender wordt. Iedereen kent iedereen, en men denkt alles te weten van de ander.
De moord op een van de inwoners brengt een schok teweeg, en tegelijkertijd beweert iedereen geweten te hebben dat het er ooit van komen moest. Het slachtoffer is Lili Sartorius. De dader is Peter van de Grinten, haar ex. Hij bekent onmiddellijk en doet geen enkele poging zich te rechtvaardigen. En Lili blijkt geen weerstand te hebben geboden. Wat zit hierachter?
De verteller van het verhaal is Frank de Roover, die het dorp lang geleden verlaten heeft. Hij voelt zich niet thuis in het dorp, is in de ogen van de gemeente een afvallige, en vrienden heeft hij er niet.


Dat is ooit anders geweest. In zijn jonge jaren vormde hij samen met Peter, Lili en Koos Spoormaker een hechte groep. Ze waren de afstammelingen van families die hoog in aanzien stonden; het was ‘normaal en logisch’ dat zij met elkaar optrokken. Veertien jaar lang deelden ze de schoolbanken en hun vrije tijd musiceerden Frank en Elise, zoals ze eigenlijk heette. Ze gingen samen op stap, samen op vakantie.
Toen de hormonen hun werk begonnen te doen bleken alle drie de jongens een oogje te hebben op Lili, die met hen speelde, maar geen voorkeur leek te hebben voor een van hen.
Ze waren helemaal geen vrienden, beseft Frank nu. Er broeide van alles tussen hen, maar vriendschap?
Frank verlaat het dorp, en maakt daarmee de weg vrij voor Peter. Er volgt een huwelijk waar Frank bij aanwezig is. Wat er op die avond gebeurt, lijkt bepalend voor wat daarna gebeurde.
Nu Lili dood is en hij praat met Koos, met de dominee, met de commandant van de politie, kan Frank alles als was hij een buitenstaander overzien. Kan hij begrijpen wat Peter gedaan heeft?


De moord is een aanleiding, een kapstok waar Jan Brokken het verhaal aan hangt dat hij wil vertellen: hoe het werkt in een kleine bekrompen gemeenschap, waar roddel en achterklap heerst en de waarheid verwrongen raakt.
Later zal hij dit kunststukje nog een herhalen in ‘De Vergelding’, waarin hij een waargebeurde gebeurtenis uitpluist. In deze eersteling is het schrijverschap van Brokken al heel duidelijk: duidelijke heldere taal, een knappe manier om flashbacks te verweven in het verhaal. Een enkele zin is genoeg om het heden en verleden te verbinden, en de sfeer van het verhaal: somber en naargeestig, zit ook in de woordkeuze.
Het is raar om van een geslaagd debuut te spreken, maar dat was het wel!


ISBN 9789045025346  | paperback | 176 pagina's| Uitgeverij Atlas Contact | oktober 2013
Heruitgave. Eerste druk in 1984.

© Marjo, 8 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=De kraanvogelvrouw
Patrick Ness

In het holst van de nacht stommelt George Duncan slaapdronken door zijn huis. Een vreemd geluid doet hem verstijven en tegelijkertijd beseffen dat hij het al eerder heeft gehoord. Niet zijn volle blaas maar dit ongewone geluid, een kreet haast, heeft hem op dit nachtelijke uur gewekt.  Nog nooit eerder heeft George een dergelijk geluid gehoord.

“Het geluid was hartverscheurend, zoals een droom die misloopt, een woordeloze hulpkreet die hem vrijwel meteen het gevoel gaf niet tegen de taak opgewassen te zijn, niet bij machte te redden wat in gevaar verkeerde, zinloos om het zelf maar te proberen.”

Maar George probeert het toch. Hij snelt naar beneden en holt de vrieskou in. In zijn eigen achtertuin vindt hij een vogel. Een grote, ranke, witte vogel die boven George uittorent. Het is een kraanvogel. Midden in de winterse nacht bevindt zich een kraanvogel in de achtertuin van de in Engeland woonachtige George. Een gewonde kraanvogel om precies te zijn. Een pijl heeft de vleugel van het dier doorboort. Het prachtige dier stoot niet langer hulpkreten uit maar staat op het punt aan de nare verwonding te bezwijken.

George beseft dat hij niet bij machte is de pijl uit de vleugel te verwijderen. Maar George probeert het toch. Wonder boven wonder slaagt hij erin de prachtige kraanvogel van de pijl te ontdoen. Een kort ogenblik lijken George en de vogel met elkaar verbonden en dan vliegt de vogel weg. Terwijl de vogel uit het zicht verdwijnt, hoort George nog eenmaal het geluid dat hij nooit meer zal vergeten.

“En toen besefte hij dat de roep niet afkomstig was van een onmogelijke vogel die uit zijn tuin en uit zijn leven en misschien wel uit de hele wereld verdween, voor zover hij kon uitmaken. De weeklacht was vrijgekomen uit zijn eigen lichaam, uitgestoten door ijskoude blauwe lippen, losgescheurd uit een  borstkas die ineens zijn onherstelbaar gebroken maar nog steeds kloppende hart leek te bevatten.”

George kan het gebeuren maar niet vergeten. Was het een droom of toch meer dan dat? Heeft hij echt het gewonde vogellichaam in zijn armen gehouden? George uit zijn verwarde gevoelens door zich op zijn hobby te storten. Terwijl zijn werknemer Mehmet de bezoekers van de drukkerij – waar George de eigenaar van is – tergt, snijdt George een figuur uit de bladzijden van een oud boek. Het is een kraanvogel. George is niet tevreden over het resultaat, zoals hij nooit tevreden is over zijn kunstwerkjes van papier. Maar dan maakt een nieuwe klant haar opwachting. Ze stelt zich voor als Kumiko. Haar komst zet het leven van George volledig op zijn kop. En niet alleen dat van hem.

In dit werkelijk prachtige, sprookjesachtige verhaal staat de liefde centraal. Het is een verhaal over de vele vormen die liefde kent. Het is een verhaal over romantische liefde, verwoestende liefde, egoïstische liefde, ouderliefde en liefde voor de medemens. Kumiko is, net als George, heel creatief. Ze maakt werkelijk prachtige collages van veren. Maar volgens Kumiko missen ze iets. Ze is niet tevreden. En dan doet Kumiko iets opmerkelijks. Iets geniaals. Ze voegt de verenpracht samen met de papiersnijwerken van George. Het sensationele resultaat van deze ongewone daad slaat wereldwijd in als een bom.

Kumiko maakt ook werk dat niet voor de buitenwereld bestemd is. In tweeëndertig collages vertelt ze een verhaal over een vogel en een vulkaan. De tweeëndertig delen van dit verhaal zijn door het hoofdverhaal verweven. De inspiratie voor dit verhaalgedeelte haalde auteur Patrick Ness uit een Japanse volkslegende over een kraanvogel. Zijn kleuterjuf vertelde het verhaal aan hem toen hij vijf jaar oud was.

“Ze wordt geboren als een wolkenzucht.”

Dit adembenemend mooie verhaal krijgt een permanente plek in mijn boekenkast toebedeeld. Dit indrukwekkende boek zal ik nog vele malen gaan herlezen. Het verhaal nam volledig bezit van mij, betoverde me. Patrick Ness is net als George en Kumiko een kunstenaar, een woordkunstenaar. Hij weet een verhaal te verheffen tot een belevenis, tot een onvergetelijke ervaring. De kraanvogelvrouw is een waar juweeltje dat iedereen zou moeten lezen. Prachtig, prachtig, prachtig!


ISBN 9789044530728 | paperback | 317 pagina's| Uitgeverij De Geus | juli 2014
Vertaald door Anneke Bok

© Annemarie, 1 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSnoepreis
Victor Meijer


Boris  is tien jaar als hij op sleeptouw genomen wordt door zijn moeder. Naar Spanje. Hij is geboren, dat is zeker, maar welk verhaal over zijn geboorte waar is, hij heeft geen idee.


‘Mijn moeder beviel van mij in een ziekenhuis dat in Lissabon stond, dan weer in Parijs en soms zelfs in Caïro. Dit kwam door de weeën. Die deden zo’n pijn dat het net zo goed in een iglo op de Noordpool met een ijsbeer als dokter geweest had kunnen zijn. En de bevalling duurde volgens haar toch zeker een maand. (_)
Mijn vader houdt vol dat ik 1) in het Wilhemina Gasthuis te Amsterdam geboren ben en 2) de bevalling acht uur duurde.
Mijn opa beweerde dat mijn moeder mij ’s nachts op de wereld zette, aan de oever van de Andarax, de brede rivier die langs Almería kronkelt en waar ik mijn bijnaam te danken heb. Voluit heet ik namelijk Boris Andarax Rodriguez Gonzales.’


Verhalen en verzinsels daar is de Spaanse familie goed in, en zijn moeder hoort daar bij. Zijn vader, een Nederlander, is alles wat maar negatief is, en het is niet gek toch na De Avond, dat zij haar zoon meeneemt naar Spanje?  Boris vindt het best, hij krijgt alles wat hij wil. Phoskitos bijvoorbeeld, een soort chocoladerepen. En snoep, als hij het niet krijgt, weet hij wel manieren te verzinnen om aan het geld te komen om het te kopen.
Het is een vlucht, waar zijn moeder niet echt over heeft nagedacht. Ze zijn nu eens hier, dan weer daar. Bij haar ouders zijn ze niet veilig voor zijn vader, die hem terug wil. Bij de rechter is namelijk besloten dat de jongen aan zijn vader toegewezen wordt, bij gebleken ongeschiktheid van de moeder. Zijn moeder versiert mannen, voor geld en onderdak, en parkeert haar zoon regelmatig even elders. Die vindt dat niet erg, zoals gezegd: als hij maar kan snoepen.

Boris is de ik-verteller. Ook al is de taal die gebruikt wordt niet consequent die van een kind van tien, het is toch overtuigend zíjn verhaal. Hij vertelt openhartig wat er gebeurt, en is zich van geen kwaad bewust. Het is ergens wel vreemd dat hij zijn vader moet uitschelden en moet zeggen dat hij hem nooit meer wil zien, want hij is helemaal niet boos.


‘Waarom doe je het zelf niet?
‘Je moet, Boris. Je bent te jong om alles te begrijpen, maar geloof me als ik zeg dat dit het beste is. Voor iedereen.’
In de telefooncel word ik teruggeworpen naar een tijd die maanden achter me ligt, zodat ik vandaag en vroeger niet meer los van elkaar kan zien. Zodat mijn ouder ineens weer samen zijn. Al jaren gescheiden, honderden kilometers uit elkaar: toch tettert ma in mijn ene oor en zucht pa in mijn andere oor.  Spanje en Nederland, vandaag en vroeger, mijn vader en mijn moeder, en ik met mijn kop in het midden.’


Regelmatig verwijst zijn moeder naar De Avond. Wat is er op die avond gebeurd? Waarom heeft zijn moeder een foto van zijn ouders in haar koffer? Hoe gaat deze roadtrip door Spanje aflopen?
Het verhaal sleept je mee, en de stijl is heel mooi, ook al klinkt er niet altijd een jongen van tien in de tekst. Als het uit is, wil je zo van voren af aan beginnen, omdat je voelt dat je het een en ander gemist hebt.


‘Ook deze vreemde dag barst uit mijn kop´
‘Ze schreeuwt, iets met hetzelfde liedje...´
‘Haar mond vormde de Zure Streep´.
‘Mijn vader is overal, zonder zich te laten zien.´


Victor Meijer (1975), toneelschrijver, illustrator, schreef na zijn debuut 'Miskend Talent' deze deels autobiografische roman waarin hij ervaringen als kind verwerkte.


ISBN  9789029089210 |paperback| 224 pagina's |Uitgeverij Meulenhoff |september 2013

© Marjo, 29 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altMet gesloten ogen
Catherine Cookson


Bridget is gelukkig: over een paar weken gaat ze trouwen met Laurence, de jongen op wie ze haar hele leven al verliefd is geweest. Zij vindt het niet zo vreemd dat ze helemaal geen passie voelt, dat ze eigenlijk niet fijn vindt om hem te kussen, dat komt allemaal wel. Maar het maakt Laurence boos en hij zoekt zijn heil bij een andere vrouw. Als Bridget dat ontdekt zijn de rapen gaar. Ze moet zich niet zo druk maken, vindt haar tante Sarah, bij wie ze woont sinds haar ouders overleden zijn. Maar tante Sarah is de moeder van Laurence, bevooroordeeld dus. Tante wil heel graag dat er getrouwd wordt. Waarom ze dat zo graag wil, is een ontdekking die Bridget liever niet gedaan had. Maar eigenlijk maar beter ook: ze verbreekt de verloving, en maakt plannen om terug te gaan naar Londen, naar haar grootmoeder.
Dat is evenwel niet zo eenvoudig.


‘Het was alsof het leven haar een klap in het gezicht had gegeven en haar plotseling de ogen had geopend. Haar hoofd tolde, maar vanbuiten leek ze nog steeds de oude Bridget. Hoewel ze duidelijke taal tegen haar tante had gesproken, had ze het gedaan op de manier waarop de oude Bridget het zou hebben gedaan, ook al was ze die niet langer. Het was alsof ze een rol speelde, alsof haar tante, haar oom en Laurence een toneelgroep vormden waarbij ze zich had aangesloten. Vreemd genoeg leken zij nu alleen geen toneel meer te spelen, althans haar tante niet.’


Het jonge onschuldige meisje bestaat niet langer, Bridget wordt snel volwassen. Maar dit is wel een verhaal van Catherine Cookson en als de ene man verdwijnt uit het leven van een jonge vrouw zijn er vast en zeker anderen die staan te trappelen. Ook hier is dat het geval. Dat is de jongen Bruce, een buurjongen met wie ze vroeger veel optrok. En er is John, de dokter die ze ook al haar hele leven kent, en die nu toevallig (?) ook bij tante Sarah logeert.
Er zijn evenwel nog de nodige verwikkelingen voor ze weet wie de ware is.

Een heerlijk romantisch boek, waarin ook nog een moord gepleegd wordt. Lekker om mee te ontspannen, om even niet aan alle ellende in de wereld te denken. Ik vind het een vreemde titel, en de oorspronkelijke Engelse titel blijkt dan ook anders: ‘The blind years’. Die is veel beter. Waarom jaren hier ogen werden???


Catherine Cookson (1906,Tyne Dock) is een schuilnaam voor Catherine Ann McMullen. Ze groeide op bij haar grootouders Rose en John McMullen, die ze lange tijd beschouwde als haar biologische ouders. Ze had een zeer sterke band met haar grootmoeder. Het was een armoedig bestaan. In 1913 ontdekte ze dat haar aan alcohol verslaafde oudere zus in werkelijkheid haar biologische moeder was. Haar niet bepaald rustige leven vormde ontegenzeglijk de bron waaruit ze al haar verhalen putte. Ze stierf in 1998, op 91-jarige leeftijd.


ISBN 9789022566589 | hardcover |207 pagina's |Uitgeverij Boekerij |juni 2014
Vertaald uit het Engels door Hanneke van Soest

© Marjo, 19 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEen zwarte pyjama
Patricia McCormick


Arn Chorn-Pond is een ondernemend jochie in een Cambodjaanse stad. Hij probeert ijs te verkopen ‘niemand wil mijn ijs hebben omdat ik er uit zie als een zwerver’. Met gestolen bloemen of met gokspelletjes lukt het hem ook om aan geld te komen. Het gezin is arm; de vader heeft een ongeluk gehad en kan niet meer werken. Arn scharrelt en heeft plezier.
Er is wel een oorlog gaande, maar die is ver weg. In 1975 is de Vietnamoorlog die ook gestreden werd over de Cambodjaanse grens ten einde. Het is feest in de stad, een parade.


‘Ik weet niet wie ze zijn, die soldaten met hun geweren in die trucks, maar dat kan me niet schelen. De oorlog is afgelopen.’


Arn zal er snel genoeg achter komen wie de soldaten zijn, waar ze voor staan, en wat het voor hem, het gezin en alle mensen die geen soldaat zijn, betekent. Hij overleeft de tijd dat Pol Pot zijn schrikbewind had, en kon het navertellen. Het is een gruwelijk verhaal.


De ‘Killing Fields’? Pol Pot? De Rode Khmer? Wat weten we er nog van? Het is al zo’n veertig jaar geleden, het was ver weg, en er gebeurt zo veel. Men vergeet.
Maar het is niet voorbij. Het gebeurt nog steeds. Niet in Cambodja, maar het gebeurt.


Tussen 1975 en 1979 overheerste de Rode Khmer, onder leiding van Pol Pot. Hij was communist, en werd op de achtergrond gesteund door Mao. Wat heeft deze man, die opgeleid werd in een klooster en enkele jaren in Parijs studeerde, bezield?
Als communist kwam hij in opstand tegen prins Sihanouk, en in de bergen richtte hij zijn beweging op. Veel soldaten van de Rode Khmer waren bergbewoners, eenvoudige lieden. Pol Pot bedacht dat iedere Cambodjaan, ook de stedelingen, boer moest worden. De ware communist heeft immers geen bezittingen en werkt. Stads- en dorpsbewoners waren niet veilig meer. Hele groepen mensen meegevoerd, hun huizen vernietigd, hun bezittingen afgenomen.
Ze werden gedwongen om op rijstvelden te werken. Agrarisch socialisme heet dat. Ze leefden onder zeer slechte omstandigheden in een kamp, in bedwang gehouden door soldaten van de Rode Khmer. Alleen rijst om te eten en vaak dat ook niet. Slechte hygiëne en geen medische voorzieningen, één blik die verkeerd opgevat werd kon je dood betekenen.
En allemaal droegen zij dezelfde kledij: een zwarte pyjama.
Intellectuelen – en dat was je al als je een bril droeg – werden zonder pardon vermoord. Iemand die een bleke huid had? Die had niet gewerkt, en werd meegenomen. Zoals de jongen Arn heel koel zegt ‘die zagen we nooit meer terug’...


Bijna twee miljoen mensen kwamen om tussen 1975 en 1979.


Geschreven in een vlotte stijl lees je het verhaal als een avonturenroman, maar het is echt. Gruwelijk, aangrijpend. Het verbijstert je, je kunt er met je verstand niet bij dat dit kan gebeuren. Maar ik zei het al: we weten dat het nog steeds gebeurt.


Arn Chorn-Pond wijdt zijn leven nu aan het helpen van jonge oorlogsslachtoffers, met de door hem opgerichte organisaties Children of War en Cambodian Living Arts. Voor zijn werk heeft Arn o.a. de Amnesty International Human Rights Award en de Spirit of Anne Frank Outstanding Citizen Award ontvangen.


Patricia McCormick is een Amerikaanse journaliste. Haar boeken zijn journalistiek van aard, ze schreef eerder ’Ik ben Malala’ over de vijftienjarige Malala Yousafzai die in 2012 van zeer dichtbij in het gezicht geschoten werd door een talibanstrijder.


ISBN 9789044344462  |paperback|192 pagina's |uitgeverij House of Books |augustus 2014
Vertaald uit het Engels door Jan Smit

© Marjo, 19 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Het geheim van Penumbra's boekwinkel
Robin Sloan

Na zijn studie aan de kunstacademie gaat Clay Jannon aan de slag als marketingmedewerker bij een klein bedrijf dat volmaakte bagels produceert. Een glansrijke carrière ontluikt aarzelend maar krimpt ineen als de financiële crisis toeslaat. In tijden van toenemende armoede geven de burgers van San Francisco de voorkeur aan voedsel dat er imperfect uitziet. Het bagelbedrijfje probeert nog aan de nieuwe wensen van de afnemende klandizie te voldoen maar het is al te laat. Het bedrijf wordt opgeheven en Clay is werkloos.

Het is niet eenvoudig om een nieuwe baan te vinden. Het ontbreekt Clay aan gedegen werkervaring en bovendien liggen de banen niet voor het oprapen. Clay struint regelmatig door de straten van San Francisco waarbij hij de omgeving nauwlettend in de gaten houdt. Wanneer zijn oog op een bordje met de tekst “PERSONEEL GEVRAAGD” valt, besluit hij het betreffende pand binnen te stappen. Niet veel later is Clay aangenomen als medewerker van Penumbra’s boekwinkel. De winkel is 24 uur per dag open en Clay zal de nachtdiensten voor zijn rekening gaan nemen.

Penumbra’s boekwinkel is geen doorsnee boekwinkel. Feitelijk bestaat het uit twee delen. Voor in de winkel bevindt zich een vrij normale boekenafdeling maar achterin is een bijzonder smalle ruimte met boekenkasten die wel drie verdiepingen hoog zijn. De boeken die in deze kasten staan zijn uitsluitend bestemd voor mensen die in het bezit van een lidmaatschapsnummer zijn. Hoe iemand lid kan worden en waarvan deze mensen precies lid zijn, weet Clay niet.

Clay mag de boeken uit het achterste gedeelte van de winkel niet inzien. Hij moet het komen en gaan van de klanten nauwkeurig in een logboek bijhouden maar zijn nieuwsgierigheid moet hij bedwingen. Korte tijd houdt Clay zich aan de regels maar uiteindelijk onderwerpt hij de boeken dan toch aan een nauwkeurig onderzoek. De boeken blijken onleesbaar te zijn. Clay’s nieuwsgierigheid neemt toe. Wat is er gaande in Penumbra’s boekwinkel? Wie zijn de vreemde klanten eigenlijk?

Clay neemt een paar goede vrienden in vertrouwen en ook hun nieuwsgierigheid is gewekt. Samen smeden ze een plan om het geheim van de boekwinkel te achterhalen. Met behulp van moderne technologie zullen ze in het geniep gaan proberen om het oude geheim van de winkel te ontrafelen. Meneer Penumbra, de eigenaar van de winkel, gedraagt zich ondertussen steeds eigenaardiger. Zijn gedrag jaagt de speciale klantenkring de stuipen op het lijf. Clay zelf staat op het punt iets groots te ontdekken, iets dat zijn fantasie te boven zal gaan.

Niets is voor boekenliefhebbers als ik zo heerlijk als lezen over boeken. Over stapels boeken, torenhoge kasten vol boeken, zalen vol boeken, geheime boeken en stoffige, oude boeken. Met Het geheim van Penumbra’s boekwinkel kan ik mijn hart ophalen: het zit boordevol boeken. In dit boek draait alles om boeken, lettertypes en literaire geheimen. Heerlijk!

Het verhaal is spitsvondig, hartelijk en mysterieus. Het is leuk om te lezen op welke manier Clay en zijn vrienden gebruik maken van moderne snufjes in een poging inzicht in een oud mysterie te krijgen. Het kersverse vriendinnetje van Clay werkt bij Google en de technologische mogelijkheden lijken eindeloos. Kan het nieuwe het oude overtroeven?

Het is onmogelijk om het vlotte en meeslepende verhaal te weerstaan. Auteur Robin Sloan weet zijn lezerspubliek nieuwsgierig te maken én te houden. Het verhaal blijft van begin tot eind krachtig en fascinerend. Het geheim van Penumbra’s boekwinkel is een verrukkelijk boek.

ISBN 9789088030536 | Paperback | 300 pagina's | Uitgeverij Lias |juni 2014
Vertaald door Jacques Meerman

© Annemarie, 16 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe geboorte van Franciscus
Harry Cremers


Een man wordt driemaal geboren: Eenmaal uit de moeder, eenmaal uit de vader, en dan uit zijn diepste wezen.


De veertigjarige Paul komt tot het besef dat zijn leven niet is zoals hij diep in zijn hart zou willen. Hij heeft het gevoel dat hij stikt. Het weet niet meer wie en wat hij is, hoe hij verder moet. Het enige wat hij weet is dat er iets moet veranderen, maar wat en hoe? Hij heeft een goede baan als algemeen directeur bij een isolatiebedrijf. Hij heeft twee prachtige kinderen en een vrouw waar hij van houdt. Maar zijn thuissituatie is erg moeilijk, zijn vrouw Miranda is ziek en hulpbehoevend, er staat haar opnieuw een operatie te wachten. Diep in zijn hart wil Paul even niets moeten, rust hebben en eindelijk eens aan zichzelf toekomen. Zijn baan boeit hem niet echt meer, in feite vraagt hij zich af 'is this all there is?' Zijn innerlijk sjort en trekt aan hem.

Als Paul een uitnodiging krijgt voor een seminar gaat hij daar op in. Tot zijn grote verrassing ontmoet hij daar zijn oude jeugdvriend Franciscus, zijn bloedbroeder, zijn soulmate. Deze confronteert hem, net als vroeger, met zichzelf en zijn doen en laten. Aan een kant vindt Paul het vreselijk dat Franciscus hem zo'n enorme spiegel voor houdt. Maar aan de andere kant geeft het hem wel prikkels om nu eindelijk eens wat aan zijn situatie te doen. Franciscus, inmiddels lifecoach, biedt hem zijn hulp aan. Paul aarzelt, kan dat nu allemaal wel? Niet nu Miranda weer het ziekenhuis in moet, toch? Maar wanneer is het dan wèl het juiste moment? Paul weet het allemaal niet meer. Hij ligt flink overhoop met zichzelf.


Tot overmaat van ramp ontmoet hij zijn grote jeugdliefde Suzanne weer, zij was zijn droomvrouw, met haar wilde hij verder maar Suzanne wilde haar vrije leven niet opgeven. Het werd een knipperlichtrelatie waarbij het lampje langzaam helemaal uitdoofde, dacht Paul. Uiteindelijk ontmoette hij later Miranda en hij weet inmiddels dat hij ook oprecht van haar houdt. Maar toch... Suzanne blijft 'zijn' vrouw. Nu hij haar opnieuw ontmoet heeft is de verwarring helemaal compleet. De aantrekkingskracht is er nog steeds, hij weet dat zijn lampje nog steeds brand voor haar. Wat moet hij daarmee?


Ondertussen probeert Franciscus Paul zoveel mogelijk te helpen en te coachen zodat hij eindelijk eens keuzes gaat maken en zich niet laat leiden door de hulpvraag of het heilige moeten wat aldoor Pauls leven bepaalde. Het kost Paul grote moeite bepaalde zaken onder ogen te zien. Hij heeft hevige discussies en voert soms een zware confronterende strijd met Franciscus.
Ondertussen gaat het vrij slecht met Miranda... 
En dan komt het einde, dat zet alles op losse schroeven, dan blijkt dat  je een heel ander verhaal hebt gelezen dan je dacht.


Het is een vreemd boek. De innerlijke strijd die Paul voert is duidelijk. Ook de boodschap die de schrijver met dit verhaal overbrengt komt wel aan.
- Wees jezelf, blijf trouw aan jezelf, doe de dingen die bij je passen en goed voelen, ongeacht je opvoeding of druk die op je uitgevoerd wordt. -
Maar het verhaal zelf is niet echt goed geschreven. De overgangen zijn soms te onverwacht en te groot. Het einde is wel erg verrassend maar in mijn ogen te makkelijk. Paul heeft veel geleerd maar hoeft door allerlei gebeurtenissen het geleerde niet echt in praktijk te brengen.
Dat is de grote steek die de schrijver laat vallen en dat is jammer. Het boek was krachtiger geweest als Paul uiteindelijk daadwerkelijk had moeten optreden. Persoonlijk vind ik zijn vrouw, Miranda, die verder weinig voorkomt in het verhaal, degene die het meest groeit én de sterkste is...


Ook denk ik dat ik al teveel met dit soort boeken - die mensen wat mee willen geven - in aanraking ben geweest. Het verhaal brengt mij niets nieuws, het boek leest wel vlot weg, maar het stimuleert mij niet tot nadenken en brengt ook geen nieuwe inzichten.
Toch denk ik wel dat mensen die voor het eerst met een 'inzichtboek' als dit geconfronteerd worden, het boek zeker zullen waarderen. Het is niet loodzwaar, de taal is vlot, het geeft wel enkele punten waar iemand mogelijk wat aan kan hebben maar het is voor mij persoonlijk geen boek om me aan te laven, of me een weg te wijzen. Daar heb ik betere boeken voor die dieper gaan dan dit. 


ISBN 9789089546463 paperback 248 Uitgeverij Elikser juni 2014

© Dettie, 13 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altOeverloos eiland
Henjo Hekman & Louis Hagen


De schrijver van dit boek heeft zijn herinneringen aan het eiland Terschelling neergepend in dit boek dat fraai geïllustreerd is door zijn vriend Louis Hagen.
Vijftien verhalen zijn het, getuigend van een  grote liefde voor het waddeneiland. Het eerste verhaal is natuurlijk de kennismaking.
Tegen zijn zin - 'wat moet ik dààr nou! Je kunt er geen kant op!'- gaat Hekman naar het eiland, raakt in een bar verzeild, en komt er niet meer weg.


De zomers van zijn leven als studerende worden op het eiland doorgebracht, waarbij hij die periode zo lang mogelijk rekt. Café de Groene Weide in Hoorn, Camping Appelhof en De Boerderij in Formerum vormen het decor, waar hij vooral vertoeft. De horeca in Midsland wordt vaak bezocht, en hij is alleen maar lovend over al die etablissementen, waar drank volop werd vergoten. In zijn keel natuurlijk, en in die van zijn kameraden. Het levert sterke verhalen op, en zelfs een liedje, een soort stamlied voor op het eiland.
Hij verhaalt over de zomergasten, vooral de vrouwelijke, vakantieliefdes volop, en over de eilandbewoners die hem tenslotte accepteren als (bijna) een van hun. Natuurlijk wordt het aanbod van Luis Hagen om het boek te voorzien van tekeningen niet afgeslagen! Hagen is kunstschilder en woont en werkt in Midsland.


Of de verhalen waar zijn, blijft een open vraag. Er wordt zoveel gedronken, dat ze volgens de anekdotes niet eens meer uit hun ogen kunnen kijken.
Ik ken het eiland niet, maar heb wel verhalen gehoord, dus ik neem makkelijk voor waar aan wat Hekman vertelt. Zeker als het gaat om de jongeren, die overdag aan het strand liggen te bakken en overdag liggen te slapen in hun tent. Daar weet hij ook grappige dingen over te vertellen. Zoals toen hij campingwacht was en enkele jongens betrapte in een tent op het meisjesterrein. Dat mocht niet... maar toen bleek dat de jongens van een rivaliserende camping kwamen, ging het meer om hun illegale aanwezigheid op deze camping dan over hun aanwezigheid in de meisjestent... en met betalen waren ze er af.
Of het verhaal over de fiets die aan het plafond ging; de condoomautomaat die leeg was, en de dokter die een meisje op consult ontving omdat ze de morning-afterpil wilde hebben.


Leuke humoristische verhalen die voor iemand die Terschelling kent vast ook nog herkenning brengen en daardoor nog leuker worden.


De illustraties zijn dus van Louis Hagen, woonachtig in Midsland.


ISBN 9789070886523|Paperback|96 pagina's |Uitgeverij Flevodruk |juni 2003

© Marjo, 10 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altJimmy Duffy
Kampioen in de loopgraven
Geert Spillebeen


‘Ik wist dat ik iets moest doen. En het avontuur trok mij wel aan. Ik dacht niet lang na. Tenslotte was ik zelf een halve Brit, geboren in Europa! Trouwens, iedereen was er zeker van dat de oorlog niet lang zou duren.
‘Tegen  Kerstmis zijn we weer thuis...’
Geen tijd voor twijfelaars. Straks kwam ik verdorie nog te laat! (--)
‘Ik ren recht naar Duitsland, naar Berlijn, waar die barbaren wonen.’

Jimmy Duffy, een Canadees met Iers en Schots bloed in zijn aderen, was jeugdkampioen hardlopen van Schotland voor de Eerste Wereldoorlog uitbrak.
Zijn leven werd beheerst door lopen, en zijn droom was zijn concurrent, de Canadees Fabre, nog een keer op de marathon van Boston te verslaan. In 1914 won hij die marathon al, zoals hij veel andere wedstrijden won. Maar als die marathon gelopen wordt bevindt Jimmy zich in Vlaanderen. En sneuvelt bij Ieper.


Het verhaal wordt door hem zelf verteld aan een jongedame die hardloopt langs het Engels Kerkhof. Vanuit een graf spreekt hij haar toe, en vertelt het verhaal van zijn leven. En dood.


Geert Spillebeen is radiojournalist voor de VRT-nieuwsdienst. Hij schrijft boeken voor jongeren, die meestal over de Eerste Wereldoorlog gaan. De verhalen zijn altijd echt gebeurd.
Dit is een van de ‘Wablieft’-boeken: vlot leesbaar en vooral goed geschreven, voor tieners en volwassenen. Zonder moeilijke woorden, met korte zinnen en groot lettertype.
Zeer geschikt voor mensen die moeite hebben met lezen, ook mensen die Nederlands als tweede taal onder de knie moeten krijgen. Het verhaal is eenvoudig verteld, eventuele uitweidingen, sfeertekening en innerlijke beschouwingen zijn afwezig. Daardoor is het een sec verhaal: boeiend, waarachtig, en vooral duidelijk.


ISBN  9789460012310 | paperback | 80 pagina's| Uitgeverij Vrijdag | november 2013

© Marjo, 8 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Overspel
Tatiana de Rosnay

De vijftigjarige Hélène is een keurige vrouw van goede komaf. Haar gedrag is te allen tijde onberispelijk en dat geldt ook voor haar kleding en kapsel. Hélène is een uitstekende moeder, een liefdevolle oma en een grandioze echtgenote. Henri, de man van Hélène, is uitgever. Hij kan zonder aarzelen schrijvers voor het eten uitnodigen want Hélène is een fantastische gastvrouw. Hélène heeft diverse vrijwilligersbaantjes en zorgt voor haar oude schoonmoeder. Je zou kunnen stellen dat Hélène een perfecte vrouw is die een droomleven leidt.

Nooit springt Hélène uit de band. Nooit doet Hélène iets wat haar reputatie of die van haar gezin zou kunnen schaden. Conflicten gaat ze uit de weg. Maar dan is daar die man. Ze ziet hem als ze een bezoekje aan een zieke vriendin brengt. Hij ziet haar ook en laat duidelijk merken dat hij haar aantrekkelijk vindt. Hij vraagt haar zelfs of ze met hem mee gaat. Het is niet moeilijk te raden waar de man op doelt. Hélène schrikt en maakt zich uit de voeten.

Hélène merkt dat ze de man niet uit haar hoofd kan zetten. Door deze man, een met een accent sprekende buitenlander in gekreukte kleding, voelt ze zich weer op en top vrouw. Een aantrekkelijke vrouw. Ze besluit dat het geen kwaad kan om haar zieke vriendin opnieuw met een bezoekje te vereren. De man wacht haar op. Voor Hélène goed en wel beseft wat ze doet, bevindt ze zich in het huis van de man en volgt er een vrijpartij die ze nooit van haar leven meer zal vergeten.

Wat een eenmalige uitspatting had moeten zijn, verandert in een permanente nachtmerrie. Na het intieme samenzijn valt de vreemdeling bovenop Hélène in slaap. Hélènes voldane gevoel slaat om in afgrijzen als ze merkt dat de man niet slaapt maar het leven heeft gelaten. De eenmalige minnaar van Hélène is morsdood. Volledig in paniek ontvlucht Hélène het huis.

Hélène besluit niemand over de afschuwelijke gebeurtenis te vertellen. Ze raapt zichzelf bij elkaar en doet alsof er niets aan de hand is. Die avond beseft ze tot haar grote schrik dat ze haar handtas in het huis van de dode man heeft laten staan. Haar tas met daarin al haar persoonlijke gegevens. Op vrijwel hetzelfde moment gaat de telefoon. Het is de politie. Ze vragen Hélène naar het bureau te komen. Henri snapt er niets van. En dan doet Hélène iets wat ze de rest van haar leven zal betreuren: ze liegt. Ze liegt tegen Henri en ze liegt tegen de politie.

De keus om de waarheid te verzwijgen komt Hélène duur te staan. Het gezicht van de dode man achtervolgt haar in haar dromen. Ze kan er met niemand over praten. Hélène beseft dat ze geen echte vriendinnen heeft. Haar leven is oppervlakkig. Het is te laat om Henri in vertrouwen te nemen. Hélène heeft inmiddels zoveel leugens verteld dat de waarheid niet meer uitgesproken kan worden. Ze probeert haar leven weer op de rit te krijgen maar dan duikt er een jonge vrouw op. Nadat de vrouw haar zegje heeft gedaan beseft Hélène dat de dood van de man nog maar het topje van de ijsberg is.

Overspel is een psychologische roman. Het gaat over de verwoestende uitwerking van één enkele fout. Hélène is haar hele leven een saaie vrouw geweest. Een inhoudsloze vrouw, een vrouw die uitblonk in onopvallendheid. Een vrouw als Hélène gun je stiekem wel een stout geheimpje. Vooral omdat haar man Henri haar meerdere malen ontrouw is geweest. Uitgerekend Hélène wordt zwaar gestraft voor haar misstap. De jonge vrouw die haar opzoekt heeft een verwoestende uitwerking op haar geestelijke gezondheid. Hélène klampt zich vast aan haar keurige imago. Het is alsof ze aan een klif hangt en angstig naar de afgrond beneden haar kijkt terwijl haar vingers langzaam wegglijden.

Overspel is een kort, indringend verhaal. Het doet denken aan een novelle. Naarmate het verhaal vordert wordt de sfeer steeds beklemmender. Hélène zelf roept gemengde gevoelens op. Af en toe had ik medelijden met haar, andere keren ergerde ik me aan haar angstige, passieve gedrag. Het is boeiend om de emoties van Hélène te analyseren. De andere personages in het boek zijn slechts oppervlakkig uitgewerkt. Ze staan als toeschouwers aan de zijlijn. Overspel is een boek om in één ruk uit te lezen. Sterk geschreven en meeslepend van begin tot eind.


ISBN 9789047204572 | paperback | 168 pagina's | Ambo|Anthos | juli 2014
Vertaald door Martine Woudt

© Annemarie, 6 augustus 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWacht tot het voorjaar, Bandini
John Fante

‘Hij liep tegen de diepe sneeuw te schoppen. Alles stond hem tegen.’


De beginzin schetst een somber beeld en dat verandert gedurende het verhaal niet. Integendeel, het wordt alleen maar erger. Zoals zijn vader Svevo Bandini de dagen chagrijnig doorbrengt, moedeloos vanwege zijn werkeloosheid, het geldgebrek en het onvermogen zijn gezin goed te verzorgen, zo is de oudste zoon Arturo nog een graadje erger. Hij is een echte recalcitrante puber. Hij haat alles: zijn vader, de lamzak; zijn moeder die met al dat bidden ook niets bereikt; zijn jongere broertjes: de schijnheilige Federico en de meisjesachtige August. School, de pestkoppen, niets is er goed. Hij schopt, slaat, is ongehoorzaam, steelt en wat hem daarbij nog het meest dwarszit is dat hij waarschijnlijk niet in de hemel komt, maar moet branden in het vagevuur. Maar vroom worden is ook zijn ding niet.


Rosa. Rosa haat hij niet. Rosa is zijn meisje, dat zijn meisje helemaal niet is. Voor Rosa doet hij alles, ook al wil ze dat niet.
Terwijl Svevo zijn wanhoop omzet in drinken en pokeren, verbijt Maria de vernedering en haalt eten op de pof bij de buurman. De kippen overleven deze periode niet, want Svevo komt niet thuis. Is hij aan het drinken? Maar meestal is hij dan na een dag wel weer terug. Nu niet. De jongens zien hem, in een auto met een andere vrouw. Maria is blij: hij zal nu wel werk hebben! Natuurlijk houdt ze zichzelf voor de gek.
Maar dat doet ook Svevo, even verblind door rijkdom en aandacht. Maar anderen moeten niet aan zijn wezen komen, niet aan zijn kinderen. Want Svevo is trots. Dat is zijn wezen: hij is Amerikaan. Ja natuurlijk: hij is zuiver Italiaans, is geëmigreerd, maar:


‘nu hij zijn staatsburgerschap had, beschouwde hij zichzelf nooit als een Italiaan. Nee, hij was een Amerikaan; een enkele maal gonsde het sentiment in zijn hoofd en stofte hij graag luidkeels op zijn geboorte; maar in elk praktisch opzicht was hij een Amerikaan, en als Maria tegen hem sprak over wat Amerikaanse vrouwen uitvoerde, ‘die Amerikaanse verderop in de straat’,  werd hij razend. Want hij was zeer gevoelig voor ras- en klassenverschillen, voor het lijden dat die met zich mee brachten, en kantte er zich bitter tegen.’


En het voorjaar komt...

Een autobiografisch verhaal met een korte inleiding van de schrijver zelf die zijn werk niet meer kan lezen, bang voor de herinneringen. Begrijpelijk, het is nogal een heftig verhaal. Niet in de zin dat er veel echt geweld of schokkende voorvallen zijn, maar het hele verhaal straalt een akelige sfeer van liefdeloosheid uit. Maria is de uitzondering. De manier waarop Fante haar neerzet in het verhaal getuigt ook van die liefde. In de pagina’s dat zij voorgesteld wordt beginnen die stukjes tekst steeds met ‘haar naam was Maria’. Dat is mooi.
Haar gedrag is ook mooi: ze blijft haar overspelige man trouw, en verzorgt haar kinderen liefdevol, en bidt voor hen, omdat ze heel goed ziet hoe ze zijn. Maar haar vertrouwen is groot: het zal wel goed komen.
Ook voor haar komt het voorjaar. Ze weet het zeker.


John Fante (Colorado 1909) was een Amerikaans schrijver van Italiaanse komaf. Hij overleed in 1983. ‘Wait Until Spring’ werd voor het eerst in 1938 uitgegeven, en in de jaren tachtig herontdekt. Na dit boek verschenen nog twee boeken over Bandini. Ze werden ook verfilmd.


ISBN  9789029071833  |paperback| 168 pagina's |Uitgeverij Meulenhoff |juli 2002
Vertaald uit het Engels door  Mea Flothuis

© Marjo, 30 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

La Superba
Ilja Leonard Pfeijffer

De nieuwste roman van Pfeijffer wordt op de flaptekst omschreven als een monument voor een stad zo als er maar één is: Genua, La Superba (de hoogmoedige). In dit geval slaat de titel dus op de stad met al zijn facetten, geschiedenis, gebouwen, mensen, tamelijk abstract dus, maar hij slaat ook heel concreet op de vrouw met het dieprode haar, afgebeeld op de omslag van het boek, verwijzend naar de mooie rode ster La Superba, in dit geval 'de prachtige'. - De ster staat in het sterrenbeeld Jachthonden. - Zij is het die, net als de ster, ondanks alles weet stand te houden in het gekkenhuis waar 'de ene mens de andere mens een wolf is'.


Op levendige en vaak minutieuze wijze wordt de eeuwenoude stad in het leven geroepen met al zijn verborgen pleintjes en kronkelsteegjes waarin je stevig kunt verdwalen, en stevig dwalen doen de meeste personages die in dit boek ten tonele worden gevoerd.
De stad is een van de belangrijkste havens aan de Middellandse Zee en al sinds mensenheugenis is het daar een komen en gaan van mensen. Vele miljoenen Italianen zijn hiervandaan vertrokken naar het beloofde land Amerika, zoals er nu vele vluchtelingen uit Afrika met gevaar voor eigen leven hun geluk zoeken in Europa. Eenmaal verzeild in Genua worden zij geconfronteerd met een ondoorzichtige bureaucratie en lopen altijd de kans te worden opgepakt en uitgezet. Als ratten verbergen zij zich in de donkere steegjes, zoals zij als ratten op zinkende boten voor woekerprijzen, met vaak talloze dodelijke slachtoffers, door misdadigers zijn vervoerd naar het vasteland van Europa.


De ik-persoon in de roman is vanuit het noorden van Europa in Genua terecht gekomen met heel andere motieven. Hij wil het onbestemde avontuur opzoeken los van alle wurgende zekerheden waar alles van de wieg tot het graf geregeld is.
Ondertussen moet er ook nog brood op de plank komen en probeert hij, door hem al pratend op een terrasje het ene na het andere biertje aan te bieden, uit zijn berooide Afrikaanse vriend Rashid zoveel mogelijk verhalen te halen die als stof kunnen dienen voor zijn nog te publiceren boek.


In La Superba probeert een ieder te overleven en zijn ze allemaal op zoek naar erkenning en menselijke genegenheid of misschien wel echte liefde. De ik-persoon heeft zelfs een korte verhouding met een afgehakt been waarvan hij zich om niet als verdachte te worden aangehouden snel van ontdoet, maar dat later op hilarische wijze weer in zijn leven terugkomt.


Pfeijffer schetst de tragikomische kronkelwegen van het menselijke bestaan, dat vaak voor het grootste deel door het toeval bepaald wordt. Het gaat in het leven niet, zoals zo vaak gezegd, om de bestemming maar veeleer om het reizen zelf, het gaan en komen, waarin een stad als Genua reeds een lange geschiedenis heeft geschreven.


Ilja Leonard Pfeijffer heeft met zijn roman La Superba niet alleen een ode gebracht aan de geschiedenis van Genua, maar deze ook op geheel unieke, eigentijdse wijze recht gedaan en uitgebreid.


ISBN 9789029587273 Paperback 360 pagina's Arbeiderspers februari 2013

© Cavendish, 27 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER