Nieuwe boekrecensies

Schoppenvrouw
Mensje van Keulen


Even waande ik me bij het lezen van dit boek in Het diner van Herman Koch… Een welgestelde notarisvrouw, Paula, herkent op televisie bij het programma Opsporing gezocht haar dochter, die bij een wrede roofoverval een oude man heeft gedood.


Meteen stopt dan ook weer de associatie met Koch. Wordt dát boek gekenmerkt door morele dilemma’s en afwegingen en pogingen de ander te overtuigen ook zo te handelen, bij Paula ontbreken die dilemma’s volledig. Ze overlegt met niemand, zelfs niet met haar man, maar dumpt zonder al te veel overpeinzingen alle bewijsstukken die haar dochter in huis heeft achtergelaten in een ondergrondse container in een zijstraat van de Overtoom. Niet dat ze de daden van haar dochter goedkeurt, integendeel, maar ze schrikt het meest van het feit dat ze er niet écht van schrikt en dat ze blijkbaar haar dochter tot zulke daden in staat acht. Wat haar in paniek brengt is de gedachte dat haar dochter zelf blijkbaar kan leven met wat ze gedaan heeft.


Opvallend is dat de gebeurtenis niet het héden in beweging brengt, maar Paula  in één adem terugwerpt in het verleden. Een verleden wat een stuk minder welgesteld was dan het heden waarin ze nu vertoeft. Een verleden ook waarin nadrukkelijk is uitgesproken dat ze nooit kinderen moet nemen, omdat dat haar slecht zou bekomen. Kinderen zouden haar meer verdriet dan vreugde brengen. Ze ontkomt niet aan de vraag of de aanzegger van dat nieuws, de paragnost Adami, nu zoveel jaar later alsnog gelijk krijgt. Of heeft hij met zijn voorspellingen het onheil juist over haar afgeroepen;


“Ze zeggen vaak dat je het verleden moet laten rusten. Ze zeggen ook dat schuld doet handelen. Al kan dat jaren later zijn. Uiteindelijk is alles de schuld van Adami. Ik hecht aan een zekere orde die het leven overzichtelijker maakt en die orde is verstoord.”


De confrontatie met haar verleden bepaalt haar houding weer bij de nogal obsessieve vriendschap met Charlie Weber en haar excentrieke broer Tobias, die haar hele middelbare schoolperiode bepaalde, een vriendschap die haar in een totaal andere wereld brengt. Letterlijk, vanwege de verschillende milieus, maar ook spiritueel, want broer en zus Weber leefden in een wereld waarin seances een grote rol spelen en waarbij ze regelmatig contact probeerde te maken met de geest van Oscar Wilde.


Paula, die zich vroeger zo schaamde voor haar moeder die de toiletten schoonmaakte en die alles gedaan heeft om zich uit dat milieu en uit die schaamte te ontworstelen, lijkt nu terug bij af. In plaats van de schaamte om haar moeder bevindt ze zich nu in een zee van schaamte om haar dochter.


Mensje van Keulen heeft weinig woorden nodig. Het is dan  ook een dun boek geworden, maar ze weet in korte zinnen heden en verleden vlijmscherp neer te zetten en de motieven die toen speelde met het heden te verbinden.  Niet voor niets ontving ze voor haar de Constatijn Huygens-prijs voor haar hele oeuvre vanwege buitengewoon technisch vakmanschap. Dit boek onderstreept deze lof nogmaals.


ISBN 9789025446987| Hardcover | 144 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | februari 2016

© Willeke, 12 februari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De oogst is voorbij
Geert van der Kolk


Toen ik dit boek uit had, was ik verbijsterd. Het is weliswaar een roman maar toch vroeg ik me af, zou het echt zo gaan? Zou dit het resultaat zijn van de rondreis die Geert van der Kolk ter oriëntatie voor dit boek maakte door Oost-Afrika? Zouden dit zijn bevindingen zijn en heeft hij daaromheen dit verhaal geschreven?


Het begint allemaal met de aankomst van Andries Jordaan (42) in Oost-Afrika.  Het ontwikkelingsproject in het plaatsje Oost Horr, Kenia waar Andries zijn medewerking aan zou verlenen is opgezet voor de straatarme nomaden uit de omgeving die afhankelijk zijn van internationale voedselhulp.  Door middel van een modelboerderij wil men laten zien dat landbouw meer bestaanszekerheid biedt dan rondtrekken met kuddes op zoek naar water en gras.  Maar het project blijkt tot Andries' verbijstering niet zo voorspoedig te zijn verlopen als de papieren hadden vermeld. Hij ziet alleen een fundering voor de eveneens te bouwen kliniek. De kippenfokkerij bestaat alleen nog maar uit een leeg gat in de grond en aan de modelboerderij zelf zijn ze nog niet eens begonnen maar het geld is evengoed op.


Het begint dus niet zo best voor Andries. Helemaal vervelend is dat de man die hem zou inwerken de dag na Andries' aankomst naar Italië vertrekt. Mr. Jordan zoals Andries genoemd wordt, mag het verder allemaal zelf uitzoeken.  Van naar Nederland terugkeren is geen sprake, Andries is juist zijn vrouw en twee kinderen ontvlucht.


Dr. Njonjo de projectverantwoordelijke van het plaatselijke ministerie biedt ook geen hulp. Sterker nog, hij haalt zijn schouders op, dan is Jordan er tenminste niet voor niets, is zijn laconieke mening. Later blijkt dat Dr. Njonjo voor een groot deel het geld van het project zelf opstrijkt. Dezelfde Dr. Njonjo vertelt dat volgende week Dr. Pippa Roberts (35) zal arriveren om in de kliniek te komen werken, de kliniek die er dus niet is. Maar van afzeggen is geen sprake volgens de dr. Njonjo, want dan krijgen ze geen subsidie meer...


Het gebied rond Oost-Horr staat onder leiding van de dominante kolonel Onyango, commandant van de veiligheidstroepen. Ook deze heeft, zoals bijna iedereen in het gebied, zijn eigen regels. Het is verbijsterend te lezen over hoe de plaatselijke stammen elkaar beroven en uitmoorden en over de laconieke houding daarover van de, eveneens omkoopbare, kolonel Onyango.


Wat volgt is het verhaal van Pippa en Jordan die hun werk proberen te doen maar constant tegen corruptie, lethargie, tegenwerking, stammenoorlogen en verandering van regels oplopen. Als iets niet gedaan wordt dan is het overmacht en iedereen wast zijn handen in onschuld. Het is soms zelfs vermakelijk de 'logica' te lezen die rond de corruptie en wantoestanden verteld wordt. Letterlijk alles wordt verdraaid in eigen voordeel.
Aanvankelijk geloven Pippa en Jordan nog in de goede afloop. Vooral Pippa is de bezielende, optimistische kracht van de twee. Zij ziet mogelijkheden, uitdagingen en krijgt ook veel voor elkaar. Natuurlijk krijgen de twee een relatie en alles lijkt op te stomen naar een fantastische gezamenlijke toekomst.


Maar een omgeving die zo vergeven is van corruptie laat zijn sporen na. Er komt een barst in hun optimisme en het geloof in het goede, ook de fantastische relatie begint scheurtjes te vertonen.  Jordan zelf lijkt ook anders te zijn dan je verwacht had en je vraagt je af of hij nu zoveel beter is dan de lokale bevolking. Hij begint steeds cynischer te worden en neemt bepaalde houdingen en gewoontes over van de mensen waarmee hij omgaat. Je leest het met toenemende verontwaardiging en verbazing.


Het hele verhaal komt over als een ooggetuigenverslag, de toon is koel, niet sentimenteel. De schrijver registreert, zelfs als het over de meest intieme momenten tussen Pippa en Jordan gaat. Ook de natuur in de omgeving wordt in al zijn pracht beschreven, waardoor de indruk versterkt wordt dat het geen roman maar een waargebeurd verhaal is. De sinistere gebeurtenissen tussen de verschillende stammen worden in korte aparte hoofdstukken verteld. Het zijn vaak gruwelijke gebeurtenissen met grote gevolgen waarop in de volgende hoofdstukken gereageerd wordt door Jordan of  de mensen in zijn omgeving. Daardoor krijgt alles een nog grotere beladenheid. Je voelt de spanningen toenemen.  Langzamerhand leiden alle verwikkelingen naar het onvermijdelijke, troosteloze, verbijsterende eind... De oogst is voorbij.

Al met al is het een fantastisch boek waarvan je zou willen dat iedereen het leest.


ISBN 9789462970052 | Paperback | 352 pagina's | Uitgeverij De Kring | 28 januari 2016

© Dettie, 10 februari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altKate Howard: Bloedlijn
Joyce Pool


Koning Hendrik VIII van Engeland (1491-1547) was een wrede vorst. Men zegt dat hij gekweld werd door hevige pijnen door wonden die maar niet wilden genezen, en dat reageerde hij af op zijn omgeving. Maar liefst zes vrouwen versleet hij, waarvan hij er twee liet onthoofden: Anne Boleyn, zijn tweede vrouw en Kate Howard, zijn vijfde vrouw. Dit boek vertelt het verhaal van Kate. Er is geen enkel misverstand: het boek begint met haar terechtstelling. Wat volgt is het levensverhaal van het meisje, zoals dat had kunnen zijn.


In 1536 wordt Joan Bulmer aangesteld als gouvernante van maar liefst zes jonge vrouwen. Kate is met haar veertien jaar de jongste. Joan is zelf nog maar 18, haar twijfels of ze deze meisjes wel onder de duim kan houden zijn terecht. Maar ze heeft weinig keuze. Thuis is ze getrouwd met een bruut. De man ziet haar als zijn eigendom, er is geen greintje liefde in het spel. Haar vader heeft haar ‘verkocht’, om zijn vrouw tevreden te kunnen stellen.
Deze aanstelling bij de hertogin van Norfolk moet haar echtgenoot wel accepteren. Hij is van veel lagere rang. Rangen en standen zijn natuurlijk erg belangrijk in de zestiende eeuw. Het verklaart ook de kruiperigheid die aan het hof heerst. Dat roddelen en konkelfoezen aan de orde van de dag is, is ook begrijpelijk. Eén verkeerd woord kon je de kop kosten.


Joan maakt er het beste van. Als blijkt dat er behalve de zes jongedames ook drie jonge mannen zijn die ze onder controle moet zien te houden, moet ze al haar inventiviteit aanwenden. Gaandeweg slaagt ze er in de genegenheid van de meisjes te winnen, vooral die van Kate.
Kate is spontaan op het brutale af. Ze is een levendige jonge meid, die van het leven wil genieten. Daardoor valt ze op als ze de koning ontmoet. En helaas voor haar is hij haar niet vergeten. Als hij voor de vierde keer een huwelijk aangaat, nu met de Duitse Anna van Kleef, wordt Kate ontboden. Joan gaat mee. Zij worden de hofdames van Anna, en zijn getuige van het mislukken van het huwelijk. En als de scheiding een feit is, duurt het niet lang. Kate trouwt met de koning.


Joan vertelt het verhaal: over haar eigen mislukte huwelijk. Over het leven aan het hof. Over de arme Kate, die juist door haar spontaniteit haar eigen ondergang veroorzaakt.

Joyce Pool (1962) schreef meerdere historische jeugdboeken, en besloot dat haar eerste boek voor volwassenen over Kate Howard moest gaan. Voor volwassenen, dat lijkt me geen enkel probleem. Maar jongeren kunnen net zo goed van dit boek genieten. Het is een erg leesbare, fijne historische roman.


ISBN 9789047707424 | Hardcover| 271 pagina's| Uitgeverij Lemniscaat | oktober 2015

© Marjo, 7 februari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe andere familie Klein
Marieke Groen


Amber is niet gelukkig binnen het gezin Klein. Haar vader vindt klappen uitdelen heel opvoedkundig en met de strenge regels die hij het huishouden oplegt,  gebeurt het nogal eens dat er klappen vallen. Hij is ook vulgair, vindt Amber, en onaardig. Haar moeder is onderdanig naar hem toe, maar legt intussen het gezin haar eigen strenge regels op.Haar opa en oma bieden een toevluchtsoord voor het jonge meisje, tot ze ontdekt dat opa geheimen heeft. Dan voelt het huis van opa en oma minder veilig.  Ze vertelt er niemand iets over, maar als ze de kans krijgt gaat ze op meer informatie uit. Zo ontdekt ze de andere familie Klein.


Als opa komt te overlijden is haar oma nergens meer. Ze verwaarloost zichzelf, eet nauwelijks, het wordt een zooi in huis. Amber doet haar best te helpen, ze gaat er heen na school, of ze spijbelt. Want op school is het ook niet leuk. Vriendinnen heeft ze niet. De enige die met haar om wil gaan is een jongen die ook door de anderen uitgekotst wordt. Helemaal betrouwbaar vindt ze hem niet, maar als ze zijn achtergrond leert kennen is ze wel jaloers: daar druipt de genegenheid er van af! Ze spijbelt heel vaak, hetgeen niet verborgen blijft.


Waarom zegt de vader niet gewoon waarom hij Amber dood zwijgt, weken lang? ‘Je weet dat wel’. En daarmee is de kous af. De lezer weet: De vader is op school geweest, dus het zal het spijbelen wel zijn. Het wordt niet expliciet gezegd zoals bar weinig wordt verklaard.
Schrijnend is het te lezen dat Amer haar best doet om weer in genade aangenomen te worden. Of dat lukt?
Al met al is er weinig vrolijkheid in het leven van Amber. Ze meent aandacht te kunnen krijgen van een gevangene, die ter dood veroordeeld is in Amerika, zoals haar moeder er diverse briefwisselingen op na houdt. Waarom ze dat doet, wordt niet duidelijk. Het loopt voor Amber niet zoals ze dacht. Waarom schiet de vader uit zijn slof als Amber de naam Jacintha noemt? En in hoeverre is oma op de hoogte?


Het boek wordt verteld vanuit het pubermeisje Amber. Daardoor is de roman erg eenzijdig, en moet de lezer veel dingen zelf invullen. Zo lezen we tussen de regels door dat ze een eetstoornis ontwikkelt, al weten we niet hoe het daarmee afloopt. Er is ook afstand: er is sprake van de vader, de moeder, het broertje. Amber voelt duidelijk weinig verwantschap.


Ik hoop voor Marieke Groen dat dit geen autobiografisch relaas is, zo somber en akelig is het. Maar het is wel het soort verhaal dat vaak geschreven wordt in de Nederlandse literatuur. Schrijvers willen hun ervaringen van zich afschrijven.Het levert in ieder geval een beklemmend verhaal op. Vrolijk word je er niet van.


Marieke Groen
(Amstelveen, 1966) volgde de opleiding jeugdwelzijnswerk (HBO-J) in Amsterdam en werkte daarna o.m. als freelance journaliste en soapschrijver bij Goede Tijden Slechte Tijden. In 1993 verscheen haar eerste boek, een biografie van U2, getiteld The Spark that Set the Flame.
Daarna schreef ze verhalen, die verschenen in de bundels Net als Barbapapa (1999), Zeven meter onder water (2001) In 2006 verscheen de roman Koortsgloed, en in 2011 de roman Liefde is een afspraak.


ISBN 9789400402805 | Paperback | 256 pagina's | Uitgeverij Thomas Rap | april 2015

© Marjo, 6 februari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Portret van een vrouw
Jojo Moyes


Péronne, 1916, een stadje in het noorden van Frankrijk aan de rivier de Somme, wordt bezet door de Duitsers. Sophie is vanuit Parijs gekomen om het familiehotel te helpen bestieren. Ze helpt daarmee haar zus, wiens man net als die van Sophie aan het front is.


Het leven is al niet gemakkelijk - de overheersers eisen alles wat eetbaar is op -  maar als Duitsers hun intrek nemen in het hotel moet over ieder woord worden nagedacht en moet iedere stap met omzichtigheid genomen worden. Toch is de commandant geen onaardige man. Hij ziet alles, blijkt al snel, maar doet soms alsof dat niet zo is. Hij lijkt verliefd te worden op Sophie, en misschien komt het daardoor dat hij gefascineerd is door het portret dat Édouard, die kunstschilder is, van haar maakte vóór de oorlog.
Sophie wil alles doen om haar echtgenoot terug te krijgen, de commandant wil het schilderij, en hun gedrag doet bij de dorpelingen het vermoeden rijzen dat Sophie Duitsgezind is.


Het is negentig jaar later als Liv in een soortgelijke situatie verkeert. Het is dan wel geen oorlog, maar ook zij moet haar grote liefde missen. Ze is een jonge weduwe, die in haar eentje woont in het huis dat door haar geliefde David ontworpen is. In dat huis is slechts één ding dat aan de muur hangt: een schilderij, dat David voor Liv gekocht heeft in Spanje. 
In dezelfde stad is Paul McAfferty op zoek naar het schilderij dat geclaimd wordt door familie van de schilder. Het kunstwerk zou gestolen zijn als oorlogsbuit, en nu miljoenen waard zijn.
Als Paul en Liv elkaar ontmoeten wordt het portret van een vrouw natuurlijk ontdekt. En de prille liefde die tussen de twee leek te ontstaan komt zwaar onder druk te staan.


’Het meisje dat je achterliet’ heet het schilderij, waar alles om draait. Wat is er met haar gebeurd nadat Edouard zijn geliefde achterliet in Péronne?
En wat is er gebeurd met Sophie?

Met op de achtergrond een vrijwel onbekend gebleven stukje geschiedenis lezen we het verhaal van een liefde. Van drie liefdes eigenlijk, maar slechts van eentje weten we nog niet hoe die af zal lopen.
Het onbekende stukje geschiedenis is het feit dat ook al tijdens de Eerste Wereldoorlog Duitsers gevangenen afvoerden naar kampen in Duitsland. Ströhen is er een van. Het is het kamp waar Édouard terecht gekomen is. Niet alleen was er een grote afdeling voor gevangen genomen officiers, ook was er een deel gereserveerd voor vrouwen en kinderen van allerlei nationaliteiten.
Maar vooral is het een roman over de kracht van vrouwen, die pal staan voor de liefde van hun leven. Tegen de geest van hun tijd in blijven ze overeind in hun overtuigingen.


Waarom Péronne steeds St-Péronne genoemd wordt, weet ik niet. Ik kan nergens terugvinden dat er ooit een ST (=saint) voor de naam stond.
Maar dat doet er verder niet toe. Het is een meesterlijke roman, die de lezer meesleept in de werveling van levensechte belevenissen. Sophie en Liv zijn vrouwen die je in je hart sluit.


De Engelse schrijfster Jojo Moyes (1969) ontving voor eerder werk twee maal de Romantic Novel of the Year Award.

ISBN 9789026137587 | paperback| 432 pagina's| Uitgeverij de Fontein |   september 2015
Vertaald uit het Engels door Anne Livestro

© Marjo, 2 februari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altCarol
Patricia Highsmith


Therese Belivet is een jonge vrouw in New York. Het is 1950, en Kerstmis nadert, waardoor het druk is in het warenhuis waar ze werkt, vooral op de speelgoedafdeling. Ze woont op kamers bij een hospita. Ze heeft een vriend die er zeker van is dat ze zullen trouwen, en Therese weet dat ze niet van hem houdt, maar ze blijft met hem omgaan. In het warenhuis ziet ze hoe de verkoopsters gedoemd zijn om vroeg oud en versleten te worden.


‘Het was dat het warenhuis dingen versterkte die haar altijd hadden geïrriteerd, zo lang als ze zich kon herinneren. Het waren de verbeuzelde daden, de zinloze karweitjes die haar ervan schenen te weerhouden te doen wat ze wilde doen, zou hebben kunnen doen – en hier waren het de gecompliceerde procedures met geldzakjes, jasinspecties en tijdklokken die de mensen er zelfs van weerhielden zo efficiënt voor het warenhuis te werken als mogelijk was geweest – het gevoel dat iedereen geïsoleerd was van alle anderen en op een volkomen verkeerd niveau leefde, waardoor de zin, de boodschap, de liefde of wat ieder leven maar in zich borg nooit tot uiting kon komen.‘

Als ze op een dag een oudere vrouw op haar knieën de trap af ziet kruipen, weet ze zeker: hier zal ze niet blijven. Haar droom is  decorontwerpster worden.


Haar leven verandert als  een vrouw die er rijk uitziet in haar bontjas de speelgoedafdeling op komt. Het overvalt haar: waarom is ze zo gefascineerd door die vrouw? In een opwelling stuurt ze haar een kerstkaart (ze kent het adres omdat de vrouw een pop heeft gekocht). De vrouw belt haar en ze maken een afspraak. Carol Aird is niet alleen ouder, ze is getrouwd en heeft een dochtertje. En er is een vriendin, Abby, met wie Carol een bijzondere relatie heeft.
Therese en Carol krijgen een relatie, hetgeen in de ogen van hun omgeving niet mag. Niet kan. De man van Carol met wie ze al in scheiding lag, eist de volledige voogdij op van hun dochter. Hij dwingt haar afstand te nemen, en Carol besluit een tijdje te gaan reizen. Therese gaat mee, hetgeen de ex van Carol in de kaart speelt. Hij stuurt een detective achter hen aan. Zo komt Carol voor een vreselijk dilemma te staan: ze moet kiezen tussen de vrouw van wie ze houdt en haar dochter.


Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Therese. De onzekerheid van een onbemiddeld volksmeisje meisje versus de rijke vrouw die het gemaakt heeft, het klassenverschil en de achtergrond van de jaren vijftig komen goed tot uiting. Het lijkt alsof de verhouding tussen deze twee vrouwen niet de nadruk heeft, niet het belangrijkste thema in het boek is, maar het kan zijn dat dat ligt aan het feit dat de lezer het leest vanuit de veel vrijere instelling van nu.


Het boek heeft een nawoord van de auteur. In de tijd dat Patricia Highsmith (1921 – 1995, bekend door een aantal psychologische thrillers) jong was, werd homoseksualiteit, in Amerika misschien nog sterker dan elders, gezien als een afwijking, waarvoor je in therapie moest. Homo’s en lesbiennes hadden het slecht, zij konden niet in het openbaar zijn wie ze waren.
In 1948 is Patricia verloofd, maar ze ziet een huwelijk helemaal niet zitten.  Ze wil schrijven en heeft haar eerste boek af, maar dat brengt niet genoeg op om van te leven. Dus werkt ze in een warenhuis, op de speelgoedafdeling, om het geld dat nodig is voor de therapie bij elkaar te krijgen. Op een dag ziet ze een blonde vrouw in een bontjas de afdeling opkomen, in haar eentje. Struinend over de afdeling, slaat ze herhaaldelijk met haar handschoenen in haar handen. Ze heeft een verpletterend effect op de jonge verkoopster. Die avond schreef ze de aanzet tot wat dit boek zou worden.
‘Price of Salt’ werd in 1991 in Nederland uitgegeven onder de titel ‘Carol’. In 2007 was er een heruitgave. Deze derde editie heeft op de omslag een foto van de film die eind 2015 uitkwam. Patricia Highsmith is overigens nooit getrouwd.


ISBN 9789048827671 | Paperback | 288 pagina's | Uitgeverij Lebowski | december 2015
Vertaald uit het Engels door Inge Kok

© Marjo, 26 januari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Automobielclub van Caïro
Alaa al Aswani


Eind jaren veertig.
Het begint allemaal met een verhuizing. De vriendelijke, goedgeefse, gerespecteerde landeigenaar Abd el-Aziz Gafaar is failliet en om zijn gezin toch te kunnen onderhouden verhuizen ze naar Caïro. Daar weet Abd el-aziz Gafaar een baan te vinden als assistent-magazijnbediende van de decadente op Europeanen georiënteerde Automobielclub waar de gevreesde Alkoe de scepter zwaait.


Alkoe is de bediende van de corrupte koning Faroek maar hij is vooral de wrede heerser over de Egyptische bedienden die werkzaam zijn in de Automobielclub. Alkoe's wil is wet, de bedienden vliegen voor hem uit angst voor zijn zware (lijf)straffen. De fooien die de bedienden krijgen worden voor het grootste deel afgestaan aan de koning, die avond aan avond de club bezoekt om samen met de Engelse machthebbers te eten, te drinken en te pokeren. De directeur van de club, de Engelse Mr.  Wright haat Egypte en de Egyptenaren.


In deze sfeer probeer Abd el-Aziz Gafaar zich staande te houden zodat zijn intelligente zoon Kamil en dochter Salha kunnen studeren. Maar als de rechtvaardige man stuit op een onredelijke behandeling komt hij voor zichzelf op. Deze 'brutaliteit' wordt onmiddellijk afgestraft door Alkoe door middel van een opeenvolgende lange reeks van klappen in zijn gezicht. Even later overlijdt Abd el-Aziz Gafaar aan deze hardhandige behandeling.
Zijn weduwe probeert een pensioen te krijgen, maar de regel bij de Automobielclub is dat alleen buitenlanders pensioen krijgen, Egyptenaren niet...
Met deze gebeurtenis begint het te gisten en broeien in het sterke fort van Alkoe en Mr.Wright.


Kamil, neemt de plaats van zijn vader in, evenals Mahmoed, de broer van Kamil. Maar zo serieus als Kamil is, hij zet naast zijn baan de studie voort en onderneemt illegale politieke acties tegen het regime van de koning, zo nonchalant is Mahmoed. Hij heeft ook een tweede 'baan', hij slaapt voor geld met oudere vrouwe,  waarover ook redelijk uitvoerig verslag gedaan wordt. Het geld wordt gedeeld met zijn inhalige 'partner-in-crime' Faziel, de bon-vivant die nergens voor terugdeinst.
Sa'ied, ook een broer van Kamil, trouwt met een vrouw van goede huize en wil dat zijn mooie en intelligente zus Salha zich verbindt aan een rijke man die met hem een handelsovereenkomst wil sluiten onder voorwaarde dat Salha zijn vrouw wordt... Het huwelijk zou een zegen zijn voor het armzalige inkomen van de familie. Maar Salha verkeert in tweestrijd, ze wil ook haar wiskundestudie afmaken, de studie die ze kon volgens omdat haar vader zo hard werkte, maar wat is wijsheid...


We volgen het wel en wee van de vier kinderen van Abd el-Aziz Gafaar maar vooral de bizarre, wrede, onrechtvaardige gang van zaken binnen de Automobielclub. Het is daar dat Malik de neef van de koning ontmoet die een verzetsclub tegen de koning heeft samengesteld. Ze proberen de koning zwart te maken door middel van acties en omdat de koning bijna elke avond in de club is, lijkt dat de beste plek om te beginnen.


De invloed van deze verzetsclub is groot en onder het personeel van de Automobielclub ontstaat - gestuurd - verzet én tweespalt. Een deel van de bedienden is bang voor hun baan, hun inkomen, hoe karig die ook is. Ze lijden zwaar onder het willekeurige juk van Akoel maar om nou te protesteren... Een ander deel steekt hun nek uit en komt op voor hun rechten, hoewel ze daarmee hun baan en mogelijk hun leven riskeren. Het kolkt daardoor als een vulkaan binnen de club. Natuurlijk komt het tot een uitbarsting en de gevolgen zijn heftig...


Het is een bijzonder verhaal dat zich aanvankelijk moeilijk laat lezen door de vele verschillende personages en, voor ons Westerlingen,  lastige namen. Maar eenmaal op dreef raak je geboeid door de gang van zaken binnen de club, vooral het verzet tegen de ongelooflijk vernederende behandeling naar zijn mensen toe van Akoel en de corruptie en decadentie van de koning zijn spannend. Gaat het de groep die in verzet is gegaan lukken, ondanks al het gevaar, om toch een rechtvaardiger behandeling te bewerkstelligen?


De personages lichten elk hun eigen verhaal in het geheel toe. Wie aan het woord is, wordt o.a. getoond door het wisselende lettertype én de naam van de 'spreker' boven elk deel van de vertelling. Het einde van het boek is een beetje tam, het lijkt wat afgeraffeld, en er zitten nogal wat losse draadjes in het verhaal. Dat neemt echter niet weg dat het wel een goed inzicht geeft in de bizarre tijd dat Engeland nog flink de scepter zwaaide in Egypte en grote invloed had op het reilen en zeilen van dat land. Mr. Wright (what's in a name) is de corruptheid zelf en zijn houding naar de Egyptenaren is mensonterend, net als de houding van de koning overigens.  De kleine wereld binnen de Automobielclub geeft in feite de verhoudingen in heel Egypte weer.  
Ondanks de genoemde minpuntjes heb ik het boek toch geboeid gelezen. Het is een verhaal dat je niet snel vergeet.


Alaa al Aswani (1957) werd in Caïro geboren en vertrok naar Chicago om er een universitaire opleiding tot tandarts te volgen. Het idee om daar te blijven was verleidelijk, maar hij koos er bewust voor in en over zijn vaderland Egypte te schrijven.


ISBN 9789044516098 | Paperback | 537 pagina's | De Geus | 5 januari 2016
Vertaald uit het Arabisch door Djûke Poppinga

© Dettie, 24 januari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ick Roelant
Muliié/Dallinga


'Ick Roelant Nebbens hebbe ick gheswomme van der Vere cant dwars over het Breesandt op Sondagh den VIII Iulys Anno 1629’

Roelant Nebbens zal op 8 juli 1629 nooit gedacht hebben dat zo'n vierhonderd jaar later een boek over hem werd geschreven dankzij het bovenstaande zinnetje dat hij in de muur van de wenteltrap van de Grote  Kerk in Veere kraste. Toch ligt hier het boek voor me. Op de cover zien we een mooi fijn geweven doekje met een tere rand van kant en met dat doekje begint het verhaal.


Het doekje is namelijk van Cathelijne Valery, het meisje waar Roelant al van jongs af aan verliefd op is. Ze heeft het doekje in haar kerkbank laten liggen.
Roelant is pas tien als hij het doekje vindt maar toch weet hij dan al, het is Cathelijne en geen ander.  Roelant koestert het doekje, het ligt op een geheime plek zodat zijn veel oudere broers het niet kunnen vinden. Elke avond voor het slapen gaan legt hij het doekje over zijn ogen, dan pas heeft hij rust. Cathalijne laat door haar gedrag weten dat zij Roelant ook graag ziet. Langzaam bloeit er in de loop der jaren een grote liefde op tussen de twee. Het is ook Cathelijne die Roelant zal bijstaan in zijn poging van Veere naar Breezand te zwemmen. Toentertijd een vrij gevaarlijke tocht.

Maar Cathelijnes vader is een nare man, pas later merken we hóe akelig hij is en wat voor enorme  invloed hij op het leven van de twee geliefden en hun familie zal hebben. Hij is ook de reden dat Roelant, zonder Cathelijne, als chirurgijn in dienst treedt van de VOC aan de Coromandelkust in India.
Langzamerhand komen we te weten wat er gebeurd is en waarom Roelant naar India vertrokken is. Het doekje is overigens meegereisd en Roelant legt het nog elke avond voor het slapengaan over zijn ogen om zo Cathelijnes nabijheid te blijven voelen.


Dit is in grote lijnen het verhaal. Het is Roelant zelf die ons in dagboekvorm het verhaal vertelt. Hij begint op tienjarige leeftijd toen hij een dik schrift van zijn moeder kreeg om te oefenen met schrijven. Hij schrijft er zijn leven lang in. De ene keer schrijft hij elke dag, de andere keer slaat hij een flinke periode over om dan weer verder te schrijven. Zijn taal wordt in de loop der tijd steeds volwassener. Dat maakt dat het verhaal heel geloofwaardig overkomt. 
De rode draad in dit verhaal is de liefde voor Cathelijne. Het is een allesoverheersende liefde, zo allesoverheersend dat er er nooit een andere vrouw in Roelants leven zal komen ondanks verleidingen die het hem knap lastig maken. Soms is Roelant bijna een beetje té keurig. 


Het is een mooi, aangrijpend verhaal rond Cathelijnes en Roelants familie én dat van de twee geliefden zelf. Elke keer gebeurt er weer iets waardoor je door wilt blijven lezen. Daarnaast geeft het verhaal een mooi tijdsbeeld van de stad Veere in de zeventiende eeuw én de bijzondere gang van zaken rond de VOC handel. Roelant belandt zelfs nog in de tuinen van een sultan... Maar dit alles doet hem Cathelijne niet vergeten. En dan komt de brief...


Het enige wat echt bekend was over Roelant Nebbens, naast de ingekraste tekst, was zijn testament. De schrijvers, het kunstenaarsechtpaar Ronald Mullié en Carla Dallinga, hebben rond die summiere gegevens een fijne, mooi uitgewerkte, fictieve historische roman geschreven. De personages hebben wel allemaal echt bestaan maar het verhaal is verzonnen. Toch, het zou zomaar kunnen dat Roelants leven zo gelopen is... De schrijvers weten het namelijk zeer aannemelijk te brengen. Zeker de moeite van het lezen waard!


ISBN 9789081940757 | Paperback | 200 pagina's | Uitgeverij Maan | 31 oktober 2015

© Dettie, 17 januari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe 8 poorten
Ronald van Assen


Ron is een echte tiener van zijn tijd. Hij besteedt zijn tijd het liefst aan spelletjes spelen op de computer. Hem daar achter vandaan krijgen is een hele klus. Zijn vader is gids in de stad waar ze wonen: Delft, waar zijn moeder in de Botanische Tuin werkt. Die tuin is honderd jaar eerder aangelegd, vlakbij de Oostpoort. Maar dat interesseert Ron helemaal niet, laat hem maar spelletjes spelen!


Wat hem op een dag overkomt, als hij dan toch eens mee is gegaan met zijn moeder om haar te helpen in de Tuin, is een totale verbijstering voor de jongen: als hij iets uit het water van de vijver wil vissen, valt hij er in! En hij bevindt zich plotsklaps op een vreemde plek. Er is een meisje bij hem, met rare kleren aan. Ze heet Geertje zegt ze, en ze wil weten wat hij in de put deed. De put? Hij weet niets van een put. Waar is Aad, de tuinman, vraagt hij op zijn beurt. En Geertje kent geen Aad...


Na een tijdje komen ze tot een verbijsterende conclusie: Ron heeft een reis door de tijd gemaakt. Het is 1654. Wel is hij nog in Delft, maar de stad ziet er compleet anders uit ontdekt hij. Hij ontdekt dat hij het leven in Delft in deze tijd wel prettig vindt, maar toch moet hij terug. Hoe hij dat moet doen, hij heeft geen idee. Geertje weet raad: ze zoeken broeder Edward op. Die begint over de legende van zuster Monica. Zij vertelde dat er een jongen uit de toekomst naar de tijd van Geertje zou komen. Die jongen moet tijdens de eerste volle maan acht voorwerpen uit alle acht stadspoorten op de rand van de put leggen. En daarbij zal hij een belangrijke les leren.
Die les vergeet Ron voorlopig maar even, hij gaat op zoek naar de stenen.
En zo volgen we de jongen op zijn speurtochten door het Delft van de zeventiende eeuw, waarin hij de omgeving steeds vergelijkt met onze tijd. Op zijn weg door het oude Delft ontmoet hij Vermeer, Pieter van de Hoogh, Jan Steen, Reinier de Graaf en nog anderen.


De vorm waarin het boek geschreven is, is heel verfrissend. Geen overbodige zinnen, geen beschrijvingen van dingen die er in feite niet toe doen. De jongen vertelt zijn verhaal volledig in dialoogvorm. Als hij niet praat tegen het meisje of anderen, dan praat hij met zichzelf. Dat leest heel lekker weg. Voeg daarbij de voorbeelden van wandelingen die achterin staan, en je hebt in feite een soort reisgids in handen. Je krijgt meteen zin om naar Delft af te reizen!


Ronald van Assen
(Delft, 1971) is getrouwd en heeft drie kinderen. Hij heeft ruim 17 jaar in de automatisering gewerkt en besteedt nu veel van zijn tijd aan het schrijven van boeken.

ISBN 9789048437757 | Paperback | 129 pagina's | Free Musketeers | juli 2015

© Marjo, 12 januari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Over het doppen van bonen
Wiesław Myśliwski


"Sinds ik in 2006 de eerste pagina's van het Poolse Over het doppen van bonen las, roep ik tegen iedereen die het wil horen dat ik alleen nog maar deze roman wil vertalen." Dat zegt Karol Lesman, de door het Fonds voor de Letteren bekroonde vertaler, in een brief op de site van Atheneum Boekhandel. Het is te hopen dat hij het niet meent en nog meer van Wiesław Myśliwski gaat vertalen, want Over het doppen van bonen smaakt naar meer.


De hoofdpersoon is beheerder van vakantiehuisjes die rond een stuwmeer zijn gesitueerd, waar vroeger een dorpje aan weerszijden van de rivier Rutka lag. Hij is in dat dorp opgegroeid, maar van het dorp is niets meer over: de oorlog heeft er alles vernietigd. Op een avond klopt een vreemdeling, die de dag ervoor in een van de huisjes is getrokken, bij hem aan en vraagt of hij bonen te koop heeft. Hij heeft inderdaad een voorraadje bonen, maar die moeten nog worden gedopt. Het is het begin van een lang gesprek, waarin de hoofdpersoon het verhaal van zijn leven aan de vreemdeling vertelt, terwijl ze samen het voorraadje bonen doppen. Bijna net als vroeger. Toen zat het hele gezin, vader, moeder, opa, oma, beide zussen, Jagoda, Leonka en oom Jan, in de kring van een olielamp al bonen doppend elkaar verhalen te vertellen.


Ditmaal is het het verhaal van en over een Pools jongetje, dat verstopt in een 'aardappelgat' zich in leven houdt met de daarin opgeslagen groenten en zo als enige uit het dorp de aanval van de Duitsers overleeft. Hij wordt gevonden door een groep partizanen, die hem een tijdlang op sleeptouw neemt. Na wat omzwervingen belandt hij na de oorlog op een school, waar hij tot elektricien wordt opgeleid, zo goed en zo kwaad als dat kon in het naoorlogse, communistische Polen. Er is aan van alles en nog wat tekort: de elektriciteit valt regelmatig voor lange tijd uit, het eten is zeer matig, weinig of geen lesmateriaal, muziek'les' krijgen ze van een vrijwel altijd dronken zijnde muziekleraar op kapotte instrumenten.


Hij werkt, na zijn schooltijd, mee aan het elektrificeren van het Poolse platteland en daarna op diverse bouwplaatsen. Hij krijgt de kans om saxofoon te spelen in het dansorkest van een van de bouwbedrijven waar hij voor werkt. De magazijnbeheerder geeft hem 's avonds les. Die optredens geven hem de kans met diverse dansorkesten de wereld over te trekken. Tijdens een van die dansavonden in het buitenland, leert hij mr. Robert kennen, eigenaar van een van de vakantiehuisjes bij het stuwmeer. Na jarenlang aandringen van diens kant, brengt hij samen met mr. Robert een weekend door in dat vakantiehuisje om er, na verloop van tijd als beheerder van de huisjes en schilder van de bordjes te blijven.


Myśliwski's  Over het doppen van bonen is geen chronologisch verhaal; het is typisch het verhaal van een oude man die al vertellend uitweidt en zich rustig van het een naar het ander laat leiden door zijn herinneringen. Je kunt niet anders dan geboeid luisteren naar deze man, die zoveel heeft meegemaakt en die zoveel veranderingen heeft zien plaatsvinden, met name op het platteland. Een man, die nu tegen de bezoekers van de vakantiehuisjes moet zeggen dat ze niet meer dan twee, maximaal drie jerrycans water uit de daar aanwezige bron mogen meenemen naar huis: "Want sommigen nemen ook water mee als cadeau voor hun buren in de stad. Zover is het al gekomen, dat men water cadeau doet. Gewoon water. Had u ooit kunnen denken dat dit met water zou gebeuren?" Om dan van de emmers water, waar vroeger een plankje met 'Goed water, gezond voor later' boven hing, direct over te gaan naar de twee kringen die de magazijnbeheerder van de bouw had getrokken op de vloer in het magazijn: "Ongeveer waar u nu zit, stond hij daar in zijn kring en hier waar ik sta, daar stond ik in die van mij."


Deze onthaaste vertelling, zoals Karol Lesman het in een interview perfect karakteriseerde, boeit van het begin tot het einde, zakt geen moment in en weet zelfs van het kopen van een hoed een, nee twee, onvergetelijke gebeurtenissen te maken.


ISBN 9789021437217 | Hardcover | 383 pagina's | Uitgeverij Querido | november 2009

© Ellen IJzerman, 8 januari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ter voorbereiding op het volgende leven
Atticus Lish

Samenvatting:
In de restaurantkeukens in de onderbuik van New York zwoegt Zou Lei, een illegale immigrante uit de woestijn van China. De constante angst voor de immigratiedienst overschaduwt haar bestaan. Voor Zou Lei is hard werken geen keuze, geen stap op weg naar de Amerikaanse droom maar een constante strijd om te overleven, om de honderd dollar per week bijeen te sprokkelen die ze betaalt voor haar hoekje in het piepkleine appartement dat ze deelt met vele andere illegalen.
Tijdens een van haar schaarse pauzes loopt Zou Lei drievoudig veteraan Skinner tegen het lijf. Skinners traumatische ervaringen in Irak hebben diepe psychische wonden achtergelaten, en de enige manieren waarop hij zijn demonen weet te bedwingen zijn alcohol en zijn lichaam tot het uiterste drijven in de sportschool.


Ondanks de taalbarrière herkennen de twee iets in de ander, en er ontstaat een relatie die een glimp hoop biedt in hun beider harde bestaan. Maar de realiteit in dit New York is allesbehalve een sprookje, en de omstandigheden zijn allesbehalve ideaal. Met Ter voorbereiding op een volgend leven heeft Atticus Lish een verpletterend debuut afgeleverd; zowel een j'accuse als een liefdesbrief aan New York City, een indringend portret van de onderkant van New York, waar de Amerikaanse Droom voor immigranten en oorlogsveteranen onbereikbaar lijkt.


Een dik boek met een flinterdun verhaal, dat desalniettemin aangrijpend is. Het is een aanklacht tegen de Amerikaanse staat, die zich van zijn burgers niets aantrekt, laat staan van zijn illegale burgers. Een aanklacht tegen de mens in het algemeen, die zich niet bekommert om zijn naasten en alleen zijn eigen belang laat gelden.
Wat de stijl betreft stond het boek me enorm tegen: pagina na pagina pure registratie van het leven op straat. Het duurt zodoende ook lang voordat de hoofdpersonen gaan leven. Heel lang blijven ze gewoon passanten, weliswaar met een verleden waar je "tjonge, jonge!" bij denkt, maar door de koele, nuchtere toon van het verslag van Lish raken ze je niet echt. Je krijgt geen beeld van hun innerlijke leven, van Skinner gaandeweg een beetje, van Zou Lei helemaal niet.
Het is ook niet altijd duidelijk wat er gebeurt en na een tijdje kan je dat ook niet meer schelen. Je weet dan dat er een scene wordt beschreven, die voor het verhaal niet van belang is. Wat mij betreft een teveel aan couleur locale, maar voor een ander is dat misschien juist de kracht van dit boek.


ISBN 9789048827138 | Paperback | 496 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep | september 2015
vertaald door Anne Jongeling

© Berdine, 11 februari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De achterkant van de zon
Maurits de Bruijn


Dat Maurits de Bruijn kon schrijven, wisten we al sinds zijn veelgeprezen debuut Broer verscheen. De achterkant van de zon is zijn tweede Roman. Was Broer nog deels autobiografisch, het verhaal  van zijn broer die verdween, in De achterkant van de zon duikt de Bruijn in de fictie van onbekende werelden. Letterlijk, want een groot deel van het boek speelt zich in Marokko af. In dit boek wordt er bovendien niemand verloren, maar iemand gevonden… een baby in de woestijn. Al speelt dat verlies als de achterkant van de medaille, of van de zon, als je wilt, bij de grootouders van die baby, toch weer een rol.


Het verhaal is wonderbaarlijk. De ouders van Soufjan vinden in de Marokkaanse woestijn een blanke, blonde baby en haar dode ouders, van wie ze de identiteit niet kennen. Althans dat zeggen ze, maar Soufjan weet, doordat zijn moeder de details van dat verhaal alsmaar verandert, dat de waarheid anders moet zijn dan zij vertelt. De kleine Malika, door Soufjan steevast Mariah Carey genoemd, naar de zangeres die hij bewondert, groeit op in het gezin en is inmiddels een vijftien jarige dame die wil weten wie ze is en waar ze vandaan komt. Ze laat het niet bij dromen, maar gaat daadwerkelijk op zoek naar haar wortels en zet daarmee haar wereld, en uiteindelijk ook die van haar adoptieve én biologische familie, in beweging.


Soufjan is inmiddels taxichauffeur in Marrakesh, leeft in zijn hoofd een droomleven als in de Amerikaanse films waar hij verzot op is, maar zit eigenlijk vast in een leven wat hij niet wil. Hij leeft zijn leven vooral via Malika, voor wie hij grote avonturen wenst en al zijn daden zijn gericht om dat voor haar werkelijkheid te laten worden. Kan ook hij zich los maken van de verwachtingen van de buitenwereld en van de schijnwereld  die hij voor zichzelf geschapen heeft en zijn leven richting en vaart geven?


Ondertussen volgen we op afstand ook een ouder echtpaar in Nederland, hij dementerend, zij worstelend met zijn dementie en het leven dat niet is wat geworden wat ze er van gehoopt en gedroomd had. Hun leven wordt bovendien getekend door het verlies van hun dochter en kleindochter. Met name de passages over de dementerende man zijn treffend beschreven.


‘Huub leidt sinds een paar jaar zijn eigen leven’ zei ik. ‘Is er een breuk ontstaan?’ vroeg ze. ‘Het zou zo maar kunnen dat uw man zich dat over een tijdje niet meer herinnert en weer toenadering zoekt. Gewoon, omdat het gevoel van intimiteit uiteindelijk overheerst. Zolang u niet meer zoekt naar de persoon die hij was, maar accepteert dat hij langzaam in een ander verandert, redt u zich wel.’


Het boek is in deze tijd van polarisatie een oproep tot nieuwsgierigheid. Nieuwsgierigheid naar de ander en zijn beweegredenen. Het verhaal is opgetrokken uit verschillende werelden, verschillende waarheden en verschillende perspectieven. Uit achterdocht en vooroordelen. En toch raken die twee werelden elkaar.


Mensen beïnvloeden elkaars leven. Ze hoeven daar hun best niet voor te doen, het is onlosmakelijk verbonden aan ons mens-zijn. Het kan gebeuren door een ongeluk. Twee auto’s die op elkaar knallen en alles voorgoed veranderen. Mensen die elkaar nog nooit hebben ontmoet en waarschijnlijk nooit hadden leren kennen, als het staal niet op het staal was geknald en een deuk in het lot had geslagen. Een deuk die alleen maar groter wordt naarmate de tijd verstrijkt. Een botsing die de meeste mensen niet overkomt. Zij blijven netjes binnen de lijnen van hun wereld. Laten zich omringen door het veilige pantser van hun auto. Ze zullen nooit weten hoe het voelt om je vlees te laten perforeren door de ander; om een gedachte die niet de jouwe is, toe te laten. Zij laten hun waarheid niet veranderen en blijven onbewogen, alsof dat hun taak is. De wereld bestaat voor het grootste gedeelte uit die mensen, de onaangeraakten.


Het eerste boek van een auteur wordt vaak gezien als het boek wat hij zijn hele leven al móest schrijven, ik denk dat dat bij Maurits de Bruijn zeker het geval was, een tweede boek is de lakmoesproef. Wat mij betreft is de auteur daar met vlag en wimpel voor geslaagd. Het is een boek geworden met meerdere verhalen, perspectieven en lagen en met bij tijd en wijle prachtige passages. De personages komen voor je ogen tot leven en het verhaal is meeslepend. Door de meerdere verhaallijnen en de thematiek van nieuwsgierigheid en verwondering, maar ook door de rode draad van het je leven in beweging zetten versus het leven je laten overkomen, is het boek mijns inziens ook zeer geschrikt voor leeskringen. Gespreksstof genoeg.


ISBN 978 90 468 1996 8 | Paperback | 206 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | januari 2016

© Willeke, 8 februari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDood zaad
Wim Duijst


Van 13 tot en met 20 februari 2016 vindt voor de vijfde keer de Week van het Korte Verhaal plaats. Vlak daarvoor verschijnen bij uitgeverij Marmer een aantal novelles onder de serienaam Nova Novella.


Een kort verhaal (Engels: short story, Vlaams: kortverhaal) is een kort prozawerk, langer dan een anekdote en korter dan een novelle en zich gewoonlijk beperkt tot slechts enkele personages.‘ stelt Wikipedia. Ook vind ik daar: ‘Tegenwoordig bedoelt men met novelle een prozaverhaal dat wat de omvang betreft tussen de roman en het korte verhaal geplaatst wordt. De lengte is typisch tussen de 50 en 100 pagina's, maar hierover bestaat geen consensus. Een novelle bezit een eenvoudige structuur en een klein aantal personages. Meestal omvat een novelle een bijzondere gebeurtenis en toont ze de hoofdpersonages op een beslissend moment in hun leven.’


Het boek van Wim Duijst, het eerste dat ik las uit deze serie, omvat 93 pagina’s. Volgens de definitie een novelle, geen kort verhaal, al is het kort en is het een boekje in een makkelijk mee te nemen zakformaat.
Het verhaal is kan ik wel zeggen een typisch Duijstverhaal. Net als zijn romans speelt het zich af in Spakenburg en omgeving. Net als in zijn romans behandelt hij een ethisch thema.


In Dood Zaad gaat het om een echtpaar dat in een crisis zit.
Ruud is vrachtwagenchauffeur, en daardoor veel van huis. Sandra is kleuterjuf, en meer dan alles heeft ze een kinderwens. Ze zijn al zeven jaar getrouwd, maar ze wordt maar niet zwanger. Zelf heeft ze al diverse onderzoeken gehad, er is niets mis met haar. Ruud weigert zich te laten onderzoeken, en dat vreet aan haar. Ze wil echt een kind. Nu. Voor ze te oud wordt.


‘Tussen dampende lijven door worstelt Sandra zich een weg naar de bar. Halverwege raakt ze beklemd tussen een meisje en een man. Met het lege glas boven haar hoofd wrikt ze zich los. Als ze de bar bereikt, ziet ze schuin tegenover haar een jongen die haar bevalt. Hij heeft lang blond haar en draagt een baard. Boven zijn T-shirt steekt borsthaar uit en aan zijn pols hangt een kettinkje. Voor hem staat een glas bier, daarnaast ligt een pakje shag. Hij lijkt alleen te zijn.’


‘Weinig personages’ stelt Wikipedia. Er zijn er genoeg in deze novelle, maar ze zijn niet echt belangrijk. Al is dat een kwestie van wie er naar kijkt. Sandra heeft onbetwistbaar de hoofdrol. Het boek beschrijft haar probleem, en hoe ze daar mee om gaat. Inderdaad is er een beslissend moment, in dit geval een dramatisch moment...

Wim Duijst (1953) groeide op in Spakenburg als jongste en enige zoon in een gezin van vier kinderen. Zijn vader was visser op het IJsselmeer, maar werd na de drooglegging van Zuidelijk Flevoland havenarbeider in Amsterdam. Zijn moeder bestierde het huishouden.
Hij werkte als leraar in achtereenvolgens Hilversum, Gouda, Nieuwegein en Woerden. Na een schrijfopleiding aan de Schrijversvakschool debuteerde hij in 1994 met De Fascinatie.


ISBN 9789460682957 | Paperback | 93 pagina's | Uitgeverij Marmer |  februari 2016

© Marjo, 7 februari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altGod sta me bij want ik ben onschuldig
Arjan Visser


‘Het leven is wat je overkomt terwijl je andere plannen maakt’.


Deze uitspraak van John Lennon is wel van toepassing op het laatste boek van Arjan Visser.  Zijn plan was in Spanje een boek te gaan schrijven over een familiebedrijf waar zes broers de boel vergeefs proberen staande te houden. Maar dan bereikt hem het bericht dat een van zijn zussen, woonachtig in Spanje, in de problemen is geraakt. Alice zou in drugs gehandeld hebben, met man, zoon, en anderen. Nu is de spreuk ’twaalf ambachten dertien ongelukken’ op haar van toepassing en meestal rolt ze er wel weer uit, maar hij kan haar toch niet in de steek laten?


Spanje staat ook voor een onduidelijk verleden: dat van zijn vader. Alice lijkt wel op hun overleden vader, constateert hij: ook die viel van de ene zaak in de andere. Een daarvan was een sinaasappelhandel, waarvoor hij regelmatig naar Spanje reisde. Wetend dat zijn vader een vrouwenman was, waren er zeker ook vrouwen in het spel. Ook al ontkent zijn moeder dat.  Maar wie was dan dat meisje Fina dat een blauwe maandag bij hen in huis woonde, en later door haar moeder vermoord werd? Wat had hun vader met hen te maken? Heeft Arjan misschien halfbroers of halfzussen in Spanje? Je weet maar nooit...

Het plan voor het nieuwe boek verdwijnt voorlopig in de ijskast en schrijft hij een boek over zijn belevenissen in verband met de zoektocht naar Fina, en wat er met haar gebeurd is. En over de perikelen rond de van drugshandel verdachte zus, hetgeen een aardig inkijkje geeft in de rechtsgang in Spanje.


Arjan Visser is schrijver en journalist. Ergens stelt hij dat een verzonnen verhaal geloofwaardiger is dan de werkelijkheid. In de wetenschap dat herinneringen evenmin objectieve verhalen zijn - ze raken vervormd in het geheugen van degene die ze vertelt – is alles wat hij opduikt om daar zijn verhaal mee te vormen van begin af aan onbetrouwbaar. Gelukkig zijn er feiten uit kranten en andere paperassen, en een enkele foto, maar het is weinig. Steeds meer wordt duidelijk dat de schrijver zijn eigen verhaal vertelt. De warboel aan herinneringen van hemzelf en van anderen vergroten de onmacht om het verleden te reconstrueren. Maar zelfs het heden is geen kant en klaar verhaal.


Of we de waarheid ooit zullen leren kennen blijft onduidelijk. Het boek zwalkt heen en weer: is het een autobiografisch verhaal over de moeilijkheden waarmee een schrijver moet worstelen? Is het een misdaadroman over een moord van jaren her? Is het een familieverhaal waarbij een overeenkomst wordt gevonden tussen de vader en de dochter?
En al lijkt het zo dat de schrijver niet kon kiezen, dat is geenszins de indruk die je al lezende krijgt. Het is het verhaal van de journalist/schrijver, die ook de zoon en de broer van is.  Het een roept de interesse in het verleden op, het ander veroorzaakt de zorg voor de familieleden. En zoals het leven nooit sec die ene lijn volgt, zo doet dit boek dat ook niet.
En dan heb ik het nog niet gehad over de prettige schrijfstijl of de manier waarop de overleden vader in het heden zijn zegje doet.


Arjan Visser (Werkendam, 1961) is een Nederlands journalist en schrijver. In 1991 wint hij een literaire prijs met een kort verhaal; vanaf dat jaar vestigt hij zijn naam als journalist en interviewer, achtereenvolgens bij Libelle, Nieuwe Revu en dagblad Trouw.
Hij is voornamelijk bekend vanwege zijn lange interviewreeks De tien geboden, die gebundeld zijn verschenen. Met De Laatste Dagen won hij enkele prijzen.

ISBN 9789025447007 | Paperback | 240 pagina's| Uitgeverij Atlas Contact | februari 2016

© Marjo, 5 februari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Verlangen naar chocolade
Care Santos


Als je gek bent op chocolade, zoals ik, dan lokt zo'n titel wel. Maar wie denkt dat het verhaal zich rondom bonbons of verfijnde chocloladerepen of iets dergelijks afspeelt komt bedrogen uit. Het boek draait namelijk vooral om een sierlijke porseleinen chocoladekan waaruit chocolademelk werd geschonken en de drie verschillende bezitsters daarvan.

We beginnen in de twintigste eeuw, in Barcelona, waar Sara een patisserie runt die ooit door haar ouders opgezet werd. De chocoladekan, na een bijzondere avond gekocht in een antiekzaak, staat als pronkstuk in de winkel. De kan herinnert Sara namelijk aan de gepassioneerde relatie die ze heeft met de beste vriend van haar man. Dit verhaal is in de derde persoon geschreven.
Als kort intermezzo volgt daarop het verhaal van de verkoopster van de antiekwinkel die in gedachte Sara met veel compassie toespreekt.

In het tweede verhaal, dat door een onbekende toeschouwer verteld wordt, maken we kennis met Aurora, een dienstmeisje, levend in de negentiende eeuw, die op een heel bijzondere manier de chocoladekan in haar bezit krijgt.

En dan is er het laatste verhaal, in briefvorm, dat zich afspeelt in de achttiende eeuw waarin we kunnen lezen waarom de mooie, lieftallige Mariana de kan cadeau krijgt, hoewel het nog heel wat voeten in aarde heeft voor het zover is.


Je zou kunnen zeggen dat het boek één grote stijloefening is. Mogelijk dat de schrijfster daar ook teveel op gericht was want het boek pakte me niet. Sterker nog, het eerste verhaal vond ik behoorlijk richting de chick-lit gaan. De personages waren vrij oppervlakkig en de toon was een beetje hitsig. Zinnen in de trant van; Hij lag met zijn hoofd op haar schoot en kon alleen maar denken aan de plek waarvan hij door de dunne stof van haar jurk en slipje gescheiden was, maakte dat ik het boek bijna dichtgeslagen had. Gelukkig waren de twee andere verhalen wat beter. Het verhaal over het bescheiden, leergierige dienstmeisje Aurora sprak me het meeste aan en ik kreeg ook de indruk dat dit verhaal het meest uitgewerkt was. Toch kwam zij, net als alle overige personages, niet echt tot leven. Niemand heeft een blijvende indruk gemaakt.


Het is natuurlijk knap om in één boek zoveel verschillende stijlen te gebruiken en elk verhaal vanuit een verschillend perspectief te schrijven. Dat heeft Care Santos knap gedaan maar het boeide me niet genoeg om laaiend enthousiast te zijn over dit boek. Het is een aardig geheel, ik heb me niet verveeld, maar veel meer is het niet, ik ben betere boeken van deze uitgeverij gewend.
Maar het boek werd in 2014 bekroond met de belangrijkste literaire prijs van Catalonië, de Premi Ramon Llull. Dat krijgt een boek niet voor niets, dus het is heel goed mogelijk dat andere lezers de verhalen meer weten te waarderen dan ik.


ISBN 9789028426474 Paperback | 383 pagina's | Wereldbibliotheek | januari 2016
Vertaald door Jacqueline Visscher

© Dettie, 1 februari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height="167"Nena
Andreas Rood

Het is geen prettige tijd om minister-president van Nederland te zijn. De financiële crisis heeft zijn tol geëist en er zullen creatieve oplossing voor het geldtekort gevonden moeten worden. Door de Griekenlandcrisis en de vluchtelingenstroom zijn de kosten alleen maar opgelopen. Hoe kan de financiële toekomst van de inwoners van Nederland veiliggesteld worden? Er wordt naarstig naar een oplossing gezocht.

De directeuren van de pensioenfondsen houden hun hart vast. Zij hebben verontrustende signalen opgevangen. Het zou zomaar kunnen dat de overheid op hun financiële reserves aast. Zij zien het niet zitten om deze af te staan of renteloos aan het rijk uit te lenen. Bovendien hebben ze het gevoel dat degenen die het idee geopperd hebben niet betrouwbaar zijn. Als het geld opgeëist zal worden, is de kans groot dat het in verkeerde handen valt. Aanzienlijke bedragen zullen dan spoorloos verdwijnen.

Hugo, de minister-president, weet maar al te goed dat de zorgen van de pensioenfondsdirecteuren terecht zijn. Hij wordt onder druk gezet om een wet goed te keuren die de overheid in staat zal stellen de reserves op te eisen. Volgens een vergeten maar nog geldende wet, kan hij zijn macht doen gelden en zonder inmenging van derden een wet goedkeuren. Natuurlijk laat Hugo zich niet zomaar intimideren maar het geboefte dat hem heeft benaderd, heeft op niet mis te verstane wijze te kennen gegeven dat zijn kinderen gevaar lopen als hij niet op hun eisen ingaat. Hugo wordt in het nauw gedreven.

Hugo wil de wet absoluut niet goedkeuren maar hij wil ook niet dat zijn gezin iets overkomt. In allerijl bedenkt hij een noodplan. Samen met zijn vrouw en dochters reist hij naar Argentinië. Daar woont zijn schoonvader. De buitenwereld zal een leugen voorgeschoteld krijgen. Iedereen zal denken dat Hugo’s schoonvader plotseling ernstig ziek is geworden. Als Hugo niet in Nederland is, kan hij ook geen wetten ondertekenen. Hugo beseft dat hij vrijwel niemand kan vertrouwen. Gelukkig is zijn schoonvader een machtig man en kan hij het gezin bescherming bieden.

Hugo heeft zijn tegenstanders onderschat. Een vlucht naar Argentinië houdt hen niet tegen. Er wordt een gruwelijk plan gesmeed. Een plan dat er ongetwijfeld voor zal zorgen dat Hugo de wet onmiddellijk ondertekent. Een plan dat het leven van een van zijn dochters volledig zal ruïneren. Gelukkig kan Hugo rekenen op de onvoorwaardelijke steun van zijn daadkrachtige vrouw Nena.

Het boek Nena staat in het teken van de financiële wereld én grootschalige afluisterpraktijken. De slechteriken in het verhaal deinzen nergens voor terug. Invloedrijke mensen worden op grote schaal afgeluisterd, achtervolgd en waar mogelijk gechanteerd. Ook Henk, de minister van Economische Zaken, merkt dat zijn privéleven niet langer privé is. De experts die hij inschakelt, doen schokkende ontdekkingen. Ondertussen loopt de spanning in Argentinië hoog op.

Auteur Andreas Rood is jarenlang zelfstandig ondernemer geweest. Na zijn pensionering heeft hij zich op het schrijven van boeken gestort.  Zijn debuut Wolkenkamer is inmiddels naar het Engels vertaald. In Nena ontziet Rood de lezer niet. In duidelijke taal schrijft hij over de plannen en de achtergrond van de slechteriken. Gruwelijke onderwerpen als kindermisbruik en kinderporno komen aan bod. Rood neemt geen blad voor de mond waardoor ik sommige passages het liefst over wilde slaan. Gelukkig bevat het verhaal ook een aantal onverwachte wendingen die het leed enigszins verzachten. Hoofdpersonage Hugo lijkt overigens niet erg op Mark Rutte maar wel op onze koning. Hij heeft blonde dochters en een schoonvader in Argentinië die er bovendien een dubieus verleden op nahoudt. Rood heeft schoonvaderlief een aantal bijzondere eigenschappen toegekend waardoor zijn daden in een ander daglicht komen te staan.

Een groot aantal van de vrouwen in dit boek lijkt meer op een mannenfantasie dan op de realiteit gebaseerd te zijn. Vrolijk lachend duiken ze met jan en alleman en met elkaar het bed in. De talrijke seksscenes worden vol enthousiasme door Rood beschreven. Hierdoor is het een echt “mannenboek” geworden.

Nena is een pittig geschreven boek over de macht van het geld. De auteur schrijft niet altijd even soepel en ik weet niet of alle in het boek gepresenteerde feiten kloppen maar het verhaal is goed onderbouwd. Het draait allemaal om geld. Helaas zijn sommige lieden bereid om tot het uiterste te gaan om het te bemachtigen. Zelf neem ik na het lezen van dit boek met alle plezier genoegen met een wat minder luxueus leven.

ISBN  9789089548245 | paperback | 357 pagina's| Uitgeverij Elikser | december 2015

© Annemarie, 25 januari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altFeliz en de vergeten kinderen van Andaluz
Ben Bouter


Het verhaal over Feliz en de vergeten kinderen wordt omlijst door een cursieve tekst: het is van de spiegel die vertelt als de buitenstaander en weerspiegelt en signaleert. Want wat zie je als je in een spiegel kijkt? Zie je jezelf of slechts één van je reflecties? Wat is echt, en wat niet?

De vierenvijftigjarige gerenommeerde acteur Bob Boom krijgt een telefoontje. De beller, een jongedame, citeert de zin die Boom nu al zo’n honderd keer uitgesproken heeft op het toneel. ´Ik besloot blind te zijn. Ik wil mezelf niet meer zien, niet door de ogen van anderen.´ Voor hij het beseft heeft hij al een afspraak gemaakt.  Na de laatste voorstelling houdt alleen dat hem nog bezig: wat voor meisje is dat? Wie besluit er nu om de rest van haar leven blind te zijn? Op het moment dat hij haar ziet, weet hij: zijn leven gaat veranderen.


Tevoren had hij al wel eens gespeeld met de gedachte om eens wat vastigheid in zijn leven aan te brengen. Een vaste partner. Hij heeft er tenslotte de leeftijd voor. Maar de relatie met Victoria, de vrouw met wie hij al jaren een goede vriendschap heeft, lijkt platonisch te blijven.
Nu raakt hij in de ban van de mooie, jonge vrouw met wie hij een afspraak heeft. Zij vraagt zijn hulp bij een experiment dat ze in het kader van een afstudeerproject wil doen: kan zij een lijkend portret tekenen van iemand die ze zelf niet kan zien, maar die zichzelf beschrijft in een interview?


De stelling is dat het beeld dat iemand van zichzelf heeft, niet overeenkomt met de werkelijkheid. Boom vraagt zich nauwelijks af hoe zo’n experiment uitgevoerd kan worden, hij was al om toen hij haar zag. En hij laat zich naar Frankrijk meevoeren. In een kasteeltje ontmoet hij raadselachtige personen: Jan-Pieter, een dubieuze schilder en Desirée (what’s in a name?) een jongedame die op zoek is naar haar moeder.


Hij heeft gelijk: zijn leven verandert. Hij komt tot het schokkende besef dat ook zijn zelfbeeld niet overeen stemt met de werkelijkheid. Nu hij is ingegaan op het voorstel van Feliz, heeft hij niets meer in de hand. Voor de anderen is hij een klankbord, zij werpen hem hun leven voor de voeten. Niets is meer zeker: wie zijn die mensen? Wie is hij zelf? Wie spiegelt hier eigenlijk? Jan- Pieter confronteert hem met de schijnwerkelijkheid: hoe weet je of een schilderij echt is? Maakt een handtekening een schilderstuk per definitie mooi?
Als wijn uit een fles komt met een bepaald etiket erop, weet je dan zeker dat dat ook de drank is die je nuttigt? Maakt het wat uit dat je nooit zult weten of de persoon Shakespeare ook de schrijver van een stuk is? Zelfs: als Bob Boom een slechte dag heeft, is het stuk dat hij speelde toch goed, alleen omdat hij een beroemd acteur is?


Ben Bouter vertaalt deze thematiek ook naar het katholieke geloof, naar een van de vreselijke daden die in naam van het geloof begaan zijn. Is datgene dat je in naam van een overtuiging doet, automatisch ethisch juist?
Onder dictator Franco werden vele kinderen gestolen en illegaal geadopteerd door de heersende klasse. Nonnen haalden kinderen bij hun moeder weg terwijl ze hen vertelden dat het kind gestorven was. Zij brachten die kinderen onder in ‘goede’ katholieke gezinnen. Velen zullen het te goeder trouw gedaan hebben: kinderen van ongelovige ouders konden nooit in de hemel komen. Maar ook kinderen van ouders die geen Franco-aanhangers waren, werden weggehaald. En niet alleen vanwege de goede zaak, ook menig portemonnee werd gevuld. Daar ging de ethiek al de mist in.
In het verhaal is Desirée een van de vergeten kinderen. Met hulp van Bob wil zij proberen haar moeder te vinden.


De ingewikkelde thematiek van deze roman zet aan tot reflectie. Jawel. Terwijl het verhaal netjes afgerond wordt, ontkomt de lezer er evenmin aan. Wat zien wij dan wel als we in die spiegel kijken?


Het blijft me verbazen hoeveel schrijvers er in Nederland ondergewaardeerd blijven. Ben Bouter is er een van. Ook deze vierde roman heeft me van begin tot einde geboeid. Het is misschien wonderlijk om de problematiek van de vergeten kinderen in eenzelfde boek aan de orde te stellen als het thema van wat werkelijkheid eigenlijk is, maar Bouter weet dat heel aannemelijk te vertellen.
Hij bedenkt en doet dat toch maar: een historisch gegeven verklaren – en zeker niet goedpraten! – aan de hand van een psychologisch experiment.


ISBN 9789461539045 | Paperback | 252 pagina's | Uitgeverij Aspekt | maart 2016

© Marjo, 21 januari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHenning Mankell
Zweedse laarzen


De ik-verteller is Fredrik, een zeventigjarige man, was in zijn werkzame leven chirurg, maar is gestopt nadat hij een flinke fout had gemaakt. Nu woont hij in z’n eentje in het ouderlijk huis op een eilandje in de Oostzee.
Op een nacht wordt hij wakker doordat er plotseling felle lampen aangingen. Maar het waren geen lampen: zijn huis brandde. Er was geen redden meer aan. Niet veel later staat hij buiten, met twee linkerlaarzen aan zijn voeten. Hij is alles kwijt.

‘Mijn bestaan was in de loop van een paar nachtelijke uren zo veranderd dat ik plotseling van alles en nog wat nodig had. Ik had niet eens een compleet stel rubberlaarzen.‘


Hij trekt voorlopig in de caravan, die een eindje verderop staat en hij probeert zijn leven weer wat op orde te krijgen. Hij moet zijn dochter waarschuwen, zij zou het huis erven. De relatie met haar is moeizaam, niet verwonderlijk: ze was al volwassen toen hij vernam dat hij een dochter had! Ze komt naar het eiland, maar ze blijkt net zo’n lastig te peilen type als hij zelf is. Ze liegt. Net als hij.


Het kan nog erger: de politie lijkt hem te verdenken van brandstichting als ze geen natuurlijke oorzaak kunnen vinden. Op het moment dat hij denkt dat hij opgepakt gaat worden, vertrekt hij en gaat naar Parijs. Zijn dochter is hem voorgegaan, kort na de mededeling dat ze in verwachting is, hoewel ze het nooit over een man of vriend had gehad.
Parijs is de stad van zijn jonge jaren. Hij herkent er veel, maar tegelijk is er veel veranderd. Hij dwaalt er rond, en verheugt zich op de komst van Lisa, de journaliste die hij pas heeft leren kennen. Lisa in Parijs: dat is een belofte vindt hij. Want hij koestert amoureuze gevoelens voor de veel jongere vrouw. Gevoelens die zij overigens niet beantwoordt. Maar ze komt naar Parijs!


‘De gebeurtenis (= zijn grootvader doodde zonder pardon een eland) maakte mij als jonge knul al duidelijk dat mensen nooit helemaal zijn wat je denkt. Dat geldt voor iedereen. Ook voor mijzelf. Er steekt altijd iets onverwachts in de mensen die je tegenkomt, en die je inmiddels dacht te kennen.’


En zo is de ontknoping van het verhaal geen verrassing voor de oplettende lezer. Dit verhaal is dan ook geen misdaadverhaal, eerder een psychologische roman. Een onverwachte en ingrijpende gebeurtenis zet het leven van een man op leeftijd, die tot dan toe een rustig leven leidde en eigenlijk geen verwachtingen had dat daar verandering in zou komen, volledig op zijn kop. Is hij flexibel genoeg? Laat zijn lichaam hem niet in de steek? Kan hij zijn verleden in alle rust achter zich laten?
Het verhaal wordt door de ik-figuur verteld in een terugblik, met daarbij steeds weer flashbacks naar het verleden dat verder achter hem ligt. Een verleden waar hij mee in het reine moet zien te komen.


Mankell gebruikt eenvoudige taal. Geen onnodig gebruik van bijvoeglijke naamwoorden, geen franje. Wat het boek vooral uitstraalt is een sfeer van eenzaamheid: al die kleine eilandjes daar in het hoge noorden: als ze al bewoond zijn, dan door maar enkele mensen. De summiere vormen van contacten, de minimale communicatie, onverwachte sterfgevallen: er hangt een somberheid, die ook de verteller beheerst.


Henning Mankell
is bekend geworden door de boeken over inspecteur Kurt Wallander, die meerdere malen verfilmd zijn. Hij overleed in oktober 2015. Dit boek Zweedse laarzen is zijn laatste boek.


ISBN 9789044535716 | hardcover | 414 pagina's| Uitgeverij De Geus |  oktober 2015
Vertaald uit het Zweeds door Jasper Popma en Clementine Luijten

© Marjo, 14 januari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Witte gaten
Guido Bottinga

Niels, de verteller, is als het verhaal begint een hoogbegaafde zevenjarige jongen die het liefst alleen is. Hij heeft geen vrienden en komt zelden buiten. Zijn moeder, Simone, vindt dat maar niets en regelt een 'vriendje' waarmee Niels die middag moet optrekken. Het 'vriendje' is Sven, een wat oudere buurjongen. Er voegt zich een andere jongen bij hen, Hans, en Niels moet van de twee jongens zijn onverschrokkenheid tonen en belletje trekken bij Bergmans, de enge kinderlokker. Helaas blijft Niels tijdens deze actie met zijn capuchon aan de deurklopper hangen en zo komt het dat Niels voor het eerst contact met de vriendelijke meneer Bergmans heeft... die overigens hartelijk moet lachen om de bellentrekkerij.

Er verstrijken twee jaar. Niels verveelt zich enorm op school en dankzij zijn juf die hem contactgestoord vindt, belandt Niels in het deskundigencircuit die maar niet kunnen vinden wat Niels 'mankeert'.


'Ze waren op zoek naar iets dat niet bestond: ik leed er helemaal niet onder dat ik geen vriendjes had en liever boeken las of knutselde aan elektrische apparaten. En dat ik op school niets leerde, kwam doordat ik het daar onaangenaam en dodelijk vervelend vond. Geen van de deskundigen slaagde erin de oorzaak van mijn vreemde gedrag en ogenschijnlijke achterlijkheid te ontdekken. En daar werden ze behoorlijk zenuwachtig van.


Kortom Niels doorloopt de hele mallemolen aan onderzoeken en moet pillen slikken wat zijn moeder hem gelukkig niet liet doen. Ze neemt de enige juiste beslissing, ze laat hem naar een andere basisschool gaan en daar laten ze hem zijn wie hij is.
Ondertussen heeft Niels last van sombere buien gekregen. "Het waren aanvallen van een verlammende wanhoop en vertwijfeling." Ook voelt Niels zich soms dodelijk eenzaam, niet omdat hij geen vrienden heeft maar hij voelt zich overbodig en een last voor zijn moeder Simone. Het is overigens dezelfde Simone die hem telkens weer uit zijn donkere buien weet te halen met haar vrolijkheid en levenslust.


In de viswinkel komen Simone en Niels een tijdje later meneer Bergman tegen. Hij blijkt Simone goed te kennen, zij was vroeger kind aan huis bij hem, ze was bevriend met zijn dochter Odilla die inmiddels in Amerika woont. Tot zijn schrik herkent Bergmans Niels onmiddellijk. Maar erger is dat Simone in Bergmans de ideale oppas voor Niels ziet. 'Want Niels is net als Bergmans een wetenschapper', zegt ze. Niels besterft het van angst, hij naar die kinderlokker! Maar Simone lacht erom, Bergmans is géén kinderlokker. Die nacht kan Niels niet slapen. Hij is wanhopig en dan ziet hij het... een vreemd wit licht dat zijn kamer in schijnt. Als Niels naar buiten kijkt zie hij tussen fletse kleine sterren een grote lichtbal stralen en de bal komt steeds dichterbij. Het vreemde is dat het licht een enorm gevoel van rust en warmte geeft, op een of andere manier begrijpt Niels dat hij nooit alleen zal zijn. De angst, de somberheid, alles verdwijnt.


Al op de eerste dag dat Niels bij Bergmans is en blijkt dat hij astronoom is, vraagt hij hem of er ook witte gaten bestaan. Dat maakt dat Bergmans gelijk doorheeft hoe bijzonder intelligent Niels is. Niels zelf weet niet dat zijn vraag, gesteld door de gebeurtenis met de vuurbal, cruciaal zal zijn voor zijn verdere leven. Bergmans is namelijk al jaren op zoek naar het bestaan van witte gaten en volgens zijn berekeningen moeten die er ook zijn, maar het ultieme bewijs ontbreekt nog...


Het verdere verhaal staat in het teken van de bijzondere vriendschap tussen de geniale jongen, later de volwassen man, en de even zo geniale wetenschapper Bergmans.  De astronoom leert Niels alles wat hij weet, hij geniet van de jongen/man. Ze bestuderen het heelal, maken  berekeningen en discussiëren over alles wat in hen opkomt. Het is een gelukkige tijd.
Samen met Simone en Matthijs, Bergmans eveneens zeer intelligente zoon met autistische trekken, vormen ze een hecht koppel waar nauwelijks iemand tussen kan komen. De vriendschap maakt dat bij iedereen het beste naar boven gehaald wordt. Ze stimuleren elkaar en genieten van elkaar. En dan... blijkt hoeveel Bergmans om Niels is gaan geven. Hij heeft iets bedacht voor Niels, samen met Matthijs, namelijk een enorm geschenk voor Niels, iets prachtigs, iets wat hij nooit meer zal vergeten. Dat hij daarmee ook zijn eigen leven én dat van de anderen op zijn kop zet maakt niet uit.


Ondanks dat Bergmans en Niels wetenschappers zijn, wordt het boek nooit moeilijk, de uitleg van Bergmans over zwarte en witte gaten, over licht, afstanden en snelheid, is kort en goed te behappen. Niels vertelt het verhaal over zijn leven met Bergmans vol mildheid en zelfreflectie. Het is een verhaal waarin je je moet laten onderdompelen, een warm, comfortabel verhaal over de grote kracht van zuivere vriendschap en liefde.


De schrijver, Guido Bottinga, heeft voorheen een aantal jeugdboeken geschreven, dit is zijn eerste roman. Persoonlijk vind ik het verhaal nog wel neigen naar een jeugdboek voor oudere jongeren, het gedeelte over de jeugd van Niels is ook het sterkst, maar dat neemt niet weg dat ik enorm genoten heb van dit prachtige verhaal vol licht. Het is zo'n boek waarbij je uitkijkt naar het moment dat je er verder in kunt lezen. Zo'n boek waarbij je het liefst een bordje 'niet storen' aan je deur wilt hangen omdat je wil weten hoe het verhaal zich verder ontwikkeld. Zo'n boek waar je glimlachend naar kijkt als je het in de kast ziet staan.
Kortom, het is een grote, grote aanrader.


ISBN 9789047707240 | Hardcover | 318 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | november 2015

Dettie, 11 januari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De hoed van tante Jeannot
Taferelen uit de kinderjaren in Brussel
Eric de Kuyper


Na het boek Aan zee waarin de jeugdherinneringen van Eric de Kuyper (geboren in 1942) aan zijn bijzondere vakanties met de hele familie (inclusief bomma, tantes, ooms, neven en nichten en overige aanhang) in Oostende op fantastische wijze gememoreerd worden, kunnen we nu genieten van de jeugdverhalen van de schrijver die zich afspelen in Brussel in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw.

Zijn moeder, een intelligente weduwvrouw, is iemand met een groot hart. In huize de Kuyper is iedereen welkom, komt het bezoek rond etenstijd dan kunnen ze mee blijven eten, desnoods blijven ze een nachtje slapen, of als het zo uitkomt gewoon paar weken logeren. Aan van te voren iets afspreken lijkt niet gedaan te worden.  Er wordt in huis naar muziek geluisterd, er wordt gelachen, gepraat, kortom, er wordt genoten van elkaars gezelschap. Bijzonder is ook dat de hele familie weet dat 's zomers op zonnige dagen het gezin de Kuyper niet thuis te vinden is maar in het nabijgelegen park waar ze een vaste plek hebben.


De kleine Eric wordt door zijn moeder net zo serieus genomen als een volwassene. Eric is een observator, hij ziet alles, verwondert zich over alles. Zo vertelt Eric dat moeder elke dag naar de kerk ging, behalve op maandag. Op maandag werd de was gedaan. Het bijzondere was dat moeder dan haar korset niet aanhad, want met dat stijve ding aan kon ze dat zware werk niet doen.  Een vrouw zonder korset was afstotelijk in moeders ogen. 'Voor hoeren had ma meer respect dan voor zulke vrouwen.' Het bijzondere is dat niet het ritueel van de was wordt beschreven maar wel dat korset.


'Haar korset was vergroeid met haar lichaam. Maar korsetten verouderen net als mensen. Zodoende moest er af en toe een ander korset worden aangeschaft. Het kiezen, keuren en uiteindelijk kopen van een nieuw korset was een bijzonder plechtige aangelegenheid. Soms wilde het ding zich maar niet naar het lichaam zetten. De baleinen bleven weerbarstig. Ze werden er uitgescheurd, geduldig in model gebracht en er dan weer ingenaaid. Maar het had niet mogen baten.'


Tante Jeannot, de vlotte, mondaine kinderloze zus van moeder, hoort bijna bij de huisraad. Ze komt één keer per week op bezoek en elke zondag gaat het gezin naar haar. Tante Jeannot en haar man, nonkel Fons, gaan bijna elke dag uit. Zelden naar de schouwburg maar wel naar de film, de opera, etc. die ze daarna nauwgezet naverteld tot groot plezier van Eric. Ze neemt Eric ook vaak mee op haar uitstapjes of het nu winkelen, naar de film of een matinee gaan is, het maakt niet uit. Eric geniet.


Bijna hilarisch maar ook vervelend voor Eric is dat hij een grote droom heeft, nadat hij een stel meisjes op school een kleine balletuitvoering heeft zien geven, wil hij balletdanser worden. Ook daar wordt niet vreemd van opgekeken maar het wordt zeker niet aangemoedigd. Een baan als ambtenaar is moeders grootste wens. Maar Eric oefent enorm, hij kan uiteindelijk na vele pijnlijke uren uitstekend pointes op zijn pantoffelpunten uitvoeren. Hij was er helemaal klaar voor en toen kwam de deceptie: "Maar,  jongen toch, mannen dansen niet op hun tenen. Alleen danseressen dansen pointes!'
Geen ballet dus. Toneel wordt wel geoefend o.a. in de vorm van het zelf bedenken van een poppenkastverhaal en poppen maken samen met zijn grote vriend George waarvan hij later zegt dat hij daar toentertijd zwaar verliefd op was, iets wat hij zich overigens toentertijd niet besefte.


Het vanzelfsprekende reizen zoals nu het geval is bestond nog niet. Het was een hele onderneming en bovendien vrij duur. Het is dan ook een enorm avontuur voor Eric als hij met twee vrachtwagenchauffeurs mee mag reizen van Brussel naar Oostende. Eric krijgt bootjes (boterhammen) mee maar wordt onderweg zo verwend door de twee mannen dat de bootjes ingepakt blijven tot Oostende. - Wat iets heel bijzonders is. - 


En zo staat het hele boek vol gedetailleerde herinneringen die zo beeldend verteld worden dat je het gevoel hebt deel te hebben uitgemaakt van de familie en zelf in Brussel hebt gewoond. Het is heerlijk om je te kunnen onderdompelen in de verhalen maar ook in de mooie taal van Eric de Kuyper. Hij gaat moeiteloos over van het Nederlands naar het Frans zonder dat het stoort. De korte Franse zinnetjes maken de chronologisch vertelde verhalen juist authentieker.  In feite kun je het boek ook niet navertellen maar moet je het gewoon lezen. Ik heb in elk geval opnieuw genoten van de vertel- en schrijfkunst van De Kuyper, gelukkig heb ik nóg een boek van hem liggen, Drie zusters in Londen.


Op zondag 25 oktober 2015 was Eric de Kuyper te gast bij VPRO Boeken op NPO1. Wim Brands interviewde verhalenverteller De Kuyper over Aan zee en zijn andere boeken. Bekijk vooral de - erge leuke -  uitzending.


ISBN 9789460042331 | Paperback | 223 pagina's | Uitgeverij Vantilt | oktober 2015
1e druk 1989

© Dettie, 6 januari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER