Nieuwe boekrecensies

altNiemand heeft het gedaan
Diane Broeckhoven


‘Weet je nog, mama?’ fluisterde ik in haar oorschelp, rood aangelopen als bij een kind dat vecht tegen de slaap. ‘Weet je nog? Wij tweetjes? Ik heb in mijn hele leven nooit beter en dieper geslapen dan samen met jou in het hoge bed. Onze twijfelaar.’

Als haar moeder in haar sterfbed ligt, neemt Bonnie een besluit: ze zal eindelijk het verhaal vertellen dat zij verdrongen had. Maar er is een ding dat zij zeker weet: Niemand heeft het gedaan. Niet zij.

Bonnie is de dochter van een tienermoeder. Geholpen door diens moeder en oma heeft Lena het vrij goed voor elkaar. Ze heeft een winkeltje in tweedehandsspullen en is een goede moeder voor Bonnie. Hun band is sterk, aangezien ze op elkaar aangewezen zijn.
Er is alleen die verschijning die ze zag: een meisje zo groot als haar hand, dat sprekend op haarzelf lijkt. Ze was bijna doorzichtig, en ze noemt zich Niemand.


Als Bonnie acht is verandert hun rustige leventje. Lena leert een man kennen en wordt verliefd. Dat is al niet leuk, maar wat het nog erger maakt is dat de man in kwestie in Bonnies ogen stokoud is en haar leraar! Bonnie wil die man niet in hun leven. Het gaat prima samen, die meneer Weetal, zoals ze hem noemt, heeft in hun huishoudinkje niets te zoeken. Bonnie begrijpt natuurlijk niet dat haar nog zo jonge moeder een eigen leven nodig heeft. Ze werkt de man aan alle kanten tegen, maar het helpt niet. Tot die ene dag… Maar niet zij heeft het gedaan. Het was Niemand.


Een kind dat een denkbeeldig vriendje heeft. Dat komt vaker voor. Maar eigenlijk is ze helemaal niet zo lief: ze vertelt vaak de waarheid, en dat zijn vaak dingen die Bonnie niet wil horen.


Hoe een kind kan reageren op een vreemde die ineens haar veilige wereldje binnendringt, dat vormt de kern van dit verhaal. Het dubbele: ze vindt meneer Weetal heel aardig als hij op school zijn lessen geeft, maar bij haar thuis hoort hij niet, dat vindt ze verschrikkelijk.
De oplossing zie je aankomen, maar dat maakt het niet minder indringend.


Diane Broeckhoven (Antwerpen) schrijft boeken en is freelancejournaliste. Meer dan 20 jeugdboeken staan op haar naam, maar ook haar romans voor volwassenen zijn niet te versmaden. In 1998 schreef ze haar eerste: De buitenkant van Meneer Jules.


ISBN 9789460015854 | Hardcover | 135 pagina's | Uitgeverij Vrijdag | september 2017

© Marjo, 23 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Gouden bergen
Francis Spufford


Als de Britse Mr. Richard Smith op 1 november 1746 aankomt in de haven van New York veroorzaakt hij na korte tijd flinke opschudding. Hij heeft namelijk een wissel van duizend pond die hij onmiddellijk wil verzilveren bij de firma Lovell & Co. Lovell verschiet bijna van kleur want het is een voor die tijd enorm bedrag en natuurlijk heeft hij dat niet in huis. Bovendien, hoe weet hij dat het geen vervalsing is? De Londense handelsrelatie die de wissel heeft afgegeven heeft Lovell namelijk helemaal niet geïnformeerd over de komst van Smith. Na wat heen en weer gekissebis sluiten de mannen een akkoord. Ze wachten de andere twee wissels af die over ca. 60 dagen met de volgende twee schepen zullen arriveren en dan kan de heer Smith zijn geld krijgen.


Deze vreemde gang van zaken wordt al snel bekend in de New Yorkse kringen. - New York was destijds nog niet de metropool die het nu is. - Iedereen is benieuwd naar de charmante jonge man die verder niets wil prijsgeven van de reden van zijn komst of waarvoor hij dat geld nodig heeft. Als snel blijkt dat Mr. Smith sowieso weinig  over zichzelf loslaat wat de New Yorkers nóg nieuwsgieriger maken.


Wat niemand weet is dat Mr. Smith de dag na aankomst beroofd wordt van zijn portefeuille met al zijn overige reisgeld erin. In zijn jaszak heeft hij nog 8 shilling en acht pence en in zijn kamer ligt nog zo'n negenentwintig shilling. Daar zal hij het die zestig dagen mee moeten doen... Dankzij zijn zwijgzaamheid rond zijn eigen persoontje en het verspreiden van het nieuws over zijn wissel, verdenkt niemand hem van klaploperij. Mr. Smith wordt gezien als een rijk man en wordt overal met alle egards ontvangen. Ook bij Lovell en diens dochters, de lieflijke, vriendelijke Flora en de zeer intelligente maar venijnige Tabitha. Het is vooral Tabitha met haar nukken en grillen en scherpe opmerkingen die een grote aantrekkingskracht op Richard Smith uitoefent. Doorheen het hele verhaal speelt deze vrouw een belangrijke rol in zijn gedachten en doen en laten. Zelfs als blijkt dat ze hem erg veel kwaad berokkent.


De lezer zelf weet ook niet waarom Mr. Smith in New York is, er wordt gemeld dat hij een speciale missie heeft maar welke wordt niet uit de doeken gedaan. Dit niet vermelden maakt dat je geboeid blijft. Mr. Smith verstaat de kunst om alles keurig te omzeilen. Hij speelt een spel met iedereen wat niet altijd tot succes leidt. Mr. Smith woont chique etentjes bij, verbaast menigeen met zijn kennis over toneel, belandt in netelige situaties en zelfs, na een enorm amoureus schandaal, in de gevangenis, maar hij heeft inmiddels ook vrienden gemaakt die hem telkens weer uit de brand helpen. Helaas, ook die vriendschap verdwijnt na een verkeerd afgelopen uitdaging.

Mr. Smith intrigeert vele mensen, hij spreekt zeer tot de verbeelding, hij is intelligent, hij is onderhoudend, uitdagend, rebels, maar ze weten niet wat ze met hem aan moeten. Hij is ongrijpbaar, hij flitst als een glibberige vis overal doorheen. En dan, als de zestig dagen bijna verstreken zijn en pas op een van de laatste bladzijden van het boek, vernemen we wat zijn missie was en dat maakt dat alles omgegooid wordt.  Het verhaal komt gelijk in een heel ander, vermakelijk, perspectief te staan. Achteraf besef je dat er kleine aanwijzingen waren middels zinnetjes, vragen en opmerkingen die leiden naar dit slot maar dat is zo knap en terloops gedaan dat de verrassing toch compleet is.


Naast het vermaak en de onverwachte wendingen, biedt de schrijver ons nog meer en dat is een prachtige verfijnde stijl en taal, passend bij de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Bijzonder is eveneens het Sinterklaasfeest dat wordt gevierd bij de Brits-Nederlandse rijkelui.


"De maand november zonk in kille nevelen neer, als een oude sofa die door zijn veren zeeg. Dag in, dag uit dreef de koude rivierwind trage grijze zijrivieren van mist tussen de huizen, en uit de die mist doemde het drukke verkeer op, dat al opdoemend donkerder werd, alsof het bij elke stap vastere vorm kreeg. De mist omsloot en dempte de kreten van de slepers, het gepiep van de katrollen, het gehamer van bovenaf, etcetera, als een juwelenkistje dat met zijn gecapitonneerde deksel alles wat zich erin bevindt vastklemt in zijn verstikkende fluwelen greep."


Doorheen het verhaal wordt de lezer door iemand toegesproken, in het verhaal getrokken. Bijvoorbeeld bij het beschrijven van de weelderige vormen van een vrouw:


'Ik wil dit deel  van het verhaal eigenlijk niet schrijven, en stel het uit door er maar wat op los te babbelen.' [...]
Laten we haar bekijken vanuit schilderkunstig perspectief. Laten we zeggen dat haar haar belijningen, die ooit aan het schoonheidsideaal hadden voldaan, in de loop der tijd onvaster, ongedefinieerder, lubberiger waren geworden. Als de ooit volmaakte meanders van een rivier, die nu waren uitgewaaierd tot een delta. Maar vervaagde pracht, blijft pracht.'


Kortom, een uitstekende historische roman waarbij vooral het fraaie taalgebruik de liefhebber zal aanspreken. Compliment voor de vertalers!


ISBN 9789046822388 | Paperback | 364 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | oktober 2017
Vertaald door Inger Limburg & Lucie Rooijen 

© Dettie, 11 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altElmet
Fiona Mozley


‘Elmet was het laatste onafhankelijke Keltische koninkrijk in Engeland en strekte zich oorspronkelijk uit over de vallei van Yorkshire.’

Het is in dit landschap, bestaande uit bossen en akkers, doorkruist door een spoorbaan, waar de hoofdpersoon, Daniel, woont met zijn twee jaar oudere zus Cathy, en hun vader John. De vader verdiende de kost met vechten, maar doet dat nu minder vaak dan in de tijd dat zijn kinderen bij hun oma woonden. Ze waren veertien en zestien toen oma stierf en ze met z’n drieën gingen wonen in een zelfgebouwd huis op het terrein dat ooit van hun moeder was.


Het lijkt een idyllisch leven voor het gezin, maar dat is alleen maar omdat zij (voorlopig) met rust gelaten worden. John is een grote sterke man, een bouwer en jager. Cathy aardt naar hem, terwijl de twee jaar jongere Daniel het tegendeel is. Daniel is degene die het huishouden voor het merendeel bestiert: hij kookt, probeert het huis gezellig te maken, maakt zich zorgen over de andere twee, die hun eigen gang gaan. Als John regelt dat zij lessen kunnen nemen bij een alleenwonende vrouw iets verderop, is het Daniel die interesse toont in haar lessen over kunst en geschiedenis, als ook poëzie, terwijl Cathy zich er steeds minder laat zien.


‘Papa had ons een keer verteld dat strijd zich op een gegeven moment alleen maar afspeelde tussen twee mensen. Er konden legers, overheden en ideologieën een rol spelen, maar op een gegeven moment draaide alles maar om twee mensen, de een die op het punt stond te doden en de ander die gedood zou worden.'


De machtige en nietsontziende landeigenaren, zij die de huurders van hun huizen uitbuiten en hun dagloners minder dan het minimale uitbetalen voor het werk op hun land, laten hen evenwel niet met rust. Price, met wie John al eerder te maken had, en op wiens land hun huis nu staat, vindt dat hun vader hem iets schuldig is. Waarom precies ontdekt Daniel pas later. Dan is de situatie al danig uit de hand gelopen, omdat de huurders en de arbeiders onder leiding van John in opstand zijn gekomen. Diens verleden achterhaalt hem. Daniel beseft dat ze het gelijk aan hun kant hebben, maar dat de wereld zo niet werkt.
En er is nog iets waar Daniel geen weet van heeft, maar dat de lezer tussen de regels door begrijpt: Cathy groeit op tot een mooie meid en de zonen van Price zijn niet blind.


De jongen vertelt zijn verhaal achteraf, beginnend als hij veertien is. Zo wordt dit verhaal ook een coming of age verhaal en dat volwassen worden gaat niet zonder slag of stoot. Langzaam loopt de spanning op, je voelt dat er iets gaat gebeuren. Iets ergs. Er zijn enkele stukjes cursieve tekst, die de spanning opvoeren omdat je pas na het lezen van het gehele verhaal weet wat die tekst betekent.  De sfeer die Mozley vooral tot uiting laat komen in haar natuurbeschrijvingen (Elmet!) is zodanig dat kippenvel je bekruipt naarmate de gebeurtenissen grimmiger worden. Dat is de kracht van deze roman, je moet doorlezen. Hoe gaat dit aflopen?


Fiona Mozley (1988, York) was met haar boek genomineerd voor de Shortlist van The Man Booker Prize 2017. Dat alleen al is een teken dat we hier te maken hebben met een bijzonder debuut – al was zij niet de winnaar.


ISBN 9789048843701 |paperback |272 pagina's |Uitgeverij Hollands Diep| februari 2018
Vertaald uit het Engels door Anneke Bok

© Marjo, 5 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De kiezers
Jonathan Dee

Na de aanslagen op 9/11 staat Amerika op zijn kop. De steenrijke Philip Hadi voelt zich niet meer veilig in New York en betrekt met zijn gezin zijn zomerhuis in het bijna ingedutte dorpje Howland in Massachusetts. Dankzij dezelfde aanslagen wordt aannemer Mark Firth, die toevallig die dag in The Big Apple was, beroofd van zijn bankpas. En dat komt slecht uit want Mark is nagenoeg failliet. Hij hoort in gedachte zijn vrouw al schelden.


De komst van Hadi blijkt echter een zegen voor Mark want hij krijgt een grote opdracht van hem. Hij moet rondom en in het huis beveiligingsapparatuur aanbrengen. Niet echt Marks terrein qua werk maar ach daar heeft hij wel een mannetje voor. Mark is een draaier, een pocher, een blaaskaak die het liefst alles aan zijn 'personeel' overlaat.


Hadi is duidelijk iemand die zijn stempel drukt op het plaatsje. Nadat de burgemeester plotseling overleden is, benoemt hij zichzelf tot burgemeester. Inspraak is er niet, laat staan verkiezingen, maar heel erg vinden de bewoners het niet want Hadi belooft belastingverlaging en investeert in veel lokale ondernemingen zonder een cent terug te verwachten, wat willen de bewoners nog meer? Dat hij langzamerhand dictatorachtige elementen toepast, dringt bij weinig bewoners door. Ze volgen zijn restricties als makke schapen. Ze kiezen er zelfs voor.


Duidelijk is dat Jonathan Dee de Amerikaanse samenleving in notendop weergeeft.
Dankzij Hadi kan Mark zijn American Dream najagen en koopt huizen die hij weer doorverkoopt of verhuurt. Zijn kostje is gekocht denkt hij. Maar huurders kunnen ook knap vervelend zijn...  In zijn privéleven is Mark minder gelukkig. Zijn vrouw Karen ziet met lede ogen het gestuntel van haar man aan en heeft ondertussen een baantje gevonden, mocht de handel van haar man weer eens misgaan. De twee leiden een nagenoeg apart leven en dochter Haley zit er tussenin.


De broer van Mark, Gerry is de nietsnut, de opstandeling, de schreeuwer die het allemaal beter weet en via anonieme blogberichten fel tekeer gaat over de gang van zaken in Howland en met name over de handelingen van Hadi, maar hij bereikt er niets mee, hooguit afkeuring.


Zus Candance is precies het tegenovergesteld van Mark. Zij is de enige met empathie, de enige die de zorg voor haar ouders op zich neemt - moeder is duidelijk dementerend maar vader én de twee broers kijken de andere kant op -.  Obamacare is ver te zoeken. Candance zorgt ook voor de minderbedeelden in de samenleving, de plaatselijke, nauwelijks noemenswaardige bibliotheek waar zij werkt wordt een soort toevluchtsoord voor de bewoners die even hulp nodig hebben.  Dit wordt door de overige keurige bewoners met afkeuring bekeken. Haar baan heeft ze overigens wel aan Hadi te danken.

Opvallend is dat Philip Hadi een schimmig figuur op de achtergrond blijft, we leren hem zelf niet kennen maar wel zijn invloed. Hij blijft degene die het voor het zeggen heeft en dat wordt soms op een pijnlijke manier duidelijk. Zijn wil geschiede. Hij kan iedereen maken of breken, en doet dat uiteindelijk ook, want geld is macht.

Het boek leest niet makkelijk. In het eerste deel vloeien de personages namelijk steeds in elkaar over. We volgen bijvoorbeeld Mark die naar zijn klusjesman rijdt maar als hij weggaat blijven we bij de klusjesman die op zijn beurt een borrel gaat halen waarna ineens het verhaal doorgaat via de barkeeper. Dat is soms verwarrend.
Het tweede gedeelte leest prettiger en is wat aansprekender en levendiger. Maar het verhaal sprankelt verder niet, het kabbelt zelfs een beetje voort. Het is afstandelijk en gortdroog zonder enige humor of vermaak. Hooguit zou je het gestumper van Mark als vermakelijk kunnen zien maar dat is het niet. Mogelijk wilde de schrijver hiermee het fantasieloze, afgestompte leven van de bewoners van het slaapstadje benadrukken. Maar het verhaal was af en toe gewoon een beetje saai.


Kortom, Het boek laat een onbestemd gevoel bij me achter, maar mogelijk heb ik, als niet Amerikaan zijnde, niet alle finesses doorgrond. Lees het en oordeel zelf.


Jonathan Dee schrijft voor New York Times Magazine en Harper’s en was redacteur bij de Paris Review . Hij geeft schrijfcursussen op Columbia University en The New School. Zijn boek Privileges was genomineerd voor de Pulitzer Prize 2011.


ISBN 978904822401 | Paperback | 350 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | 23 januari 2018
Engelse titel The Locals, vertaald door Mariella Duindam & Aleid van Eekelen-Benders

© Dettie, 13 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet lied van de feniks
Katie Ganshert


Nadat zij als enige een bomaanslag in een trein in Chicago heeft overleefd, kampt Autumn Manning met schuldgevoelens. Natuurlijk heeft het voorval een enorme impact op haar eigen leven, maar zij leeft dus nog. Tweeëntwintig anderen niet. Waarom is zij gespaard?


Ervoor was ze een jonge vrouw die graag naar haar werk ging, en gelukkig was met haar verloofde. Haar toekomst zag er zonnig uit.
Nu kan ze zich niet meer concentreren, en de relatie heeft ze beëindigd. Ze komt nergens meer toe, heeft last van slapeloosheid en ze dreigt zelfs haar woning te verliezen, omdat ze het niet meer betalen kan. Om alles te verwerken heeft ze therapie, en de therapeute vraagt haar een dagboek bij te houden.


Intussen probeert haar zus haar weer in het gareel te krijgen, zoekt werk en spoort haar aan om de ex-verloofde weer toe te laten, maar haar manier van doen werkt eerder averechts. Autumn wil met rust gelaten worden! 
Als een jaar na de aanslag een herdenkingsteken - een stalen feniks die uit water oprijst - wordt opgericht wil het comité graag dat zij het lint doorknipt. Maar Autumn laat zich zelfs niet zien. Ze kan het niet aan: al die nabestaanden, terwijl zij nog leeft!


‘Ze hoefde geen lint door te knippen om hun eer te bewijzen. Dat deed ze elke dag.
Elke nacht.
Als de stad sliep, deed zij dat. Keer op keer op keer.’


Maar er is een persoon die haar vanaf het begin niet met rust liet. Iemand schreef haar brieven. Het lukte Autumn maar niet om terug te schrijven en dan zit op een dag de briefschrijver voor haar deur: het twaalfjarige meisje Reese die haar moeder Vivian verloren is bij de ramp. Reese is van huis weggelopen na een aanvaring met haar vader. En of ze nu wil of niet, Autumn raakt betrokken bij het gezin Elliot. En bij de andere overlevenden, want een plan ontstaat: ze zullen een herdenkingsvideo maken, waarin de nabestaanden hun verhaal kwijt kunnen.
Het verhaal loopt dan min of meer verder langs de lijntjes die de lezer verwacht, wat dat betreft is het verhaal nogal voorspelbaar. Maar toch is het een verhaal dat verteld moet worden.


Autumn heeft een posttraumatische stress stoornis. Therapie is prima, handvatten om te proberen verder te leven, dat moet allemaal. Maar het verhaal gaat vooral over hoe buiten de therapie het leven doorgaat. En hoe moeilijk het is om daar mee om te gaan.
Katie Ganshert vertelt hoe een drama als dit impact heeft op zowel de overlevende als de nabestaanden: deze laatsten zijn boos: waarom heeft zij het wel overleefd en hun geliefde niet? Dat is precies ook de kwestie die een enorm schuldgevoel veroorzaakt bij de overlevende, terwijl haar eigen leven totaal op zijn kop staat. Zij is niet meer wie ze was, en niet alleen zij zelf maar ook haar omgeving heeft daar moeite mee. Onbegrip, verwarring, en goedbedoelde, maar verkeerde aansporingen.
Antwoord op je vragen is er niet. En daar moet je het mee doen.


Katie Ganshert, afkomstig uit Iowa, heeft inmiddels dertien romans op haar naam staan, waarvan sommige in de prijzen gevallen zijn. Het lied van de feniks is het eerste boek dat vertaald werd in het Nederlands.


ISBN 9789029727013 | paperback | 368 pagina's | Uitgeverij Kok| september 2017
Vertaald uit het Engels door Marijne Thomas

© Marjo, 7 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe bekeerlinge
Stefan Hertmans


Stefan Hertmans heeft al twintig jaar een buitenhuisje in Monieux, een klein dorp in de Provence, waar hij ontdekte dat er een stukje geschiedenis zomaar voor het grijpen lag. Hij ging op onderzoek uit, en schreef een boek over Hamoutal, een jonge Joodse vrouw, die hij heeft leren kennen uit een artikel over een elfde-eeuws manuscript. Zij bleek een voorname, christelijke jonkvrouw uit de elfde eeuw, die haar leven vergooide uit liefde voor een joodse jongen, een proseliet. Haar David noemt haar Hamoutal, hetgeen ‘warmte van de dauw’ betekent. Hertmans volgt haar spoor, een reis die hij beschrijft in ‘De bekeerlinge’.


Vigdis wordt in Rouen geboren, in het jaar 1070. Als christelijk opgevoede jonge vrouw wordt van haar verwacht dat ze een man van eigen stand huwt, maar tot grote schrik en ergernis van de familie valt ze voor de joodse David, zoon van een opperrabbijn. En hij voor haar.  Hun toekomst ligt in eigen handen: ze moeten weg uit Rouen.


De reis dwars door het vroegmiddeleeuwse Frankrijk leidt naar Narbonne, waar Davids familie woont. Maar daar is het evenmin veilig, zodat de rabbijn hen naar Monieux stuurt. De ridders van haar vader die op zoek zijn naar haar, krijgen in die tijd steun: er wordt nogal wat afgereisd door christenen. Paus Urbanus II heeft namelijk net opgeroepen tot de eerste kruistocht (de eerste Jihad) en legers met bloeddorstige strijders trekken door Europa op weg naar de heilige stad Jeruzalem. Ze hebben geen voorraden, en plunderen overal waar ze komen. Wie hen iets in de weg legt, moet het vaak met de dood bekopen, door wapengeweld of brandstichting.
Helaas komen de kruisridders ook in Monieux. Vignis, die dan de joodse naam Sarah draagt, weet te ontsnappen met haar jongste kind, maar haar echtgenoot is vermoord en twee andere kinderen ontvoerd. Haar kinderen vindt ze terug, al blijven ze onbereikbaar voor haar. 
Sarah besluit naar Caro te reizen, opnieuw een reis die niet zonder gevaren is.


Terwijl we het spoor van de twee geliefden en later alleen de vrouw volgen, is het eigenlijk vooral de reis van Hertmans zelf waar we over lezen. Het is logisch dat er weinig sporen te vinden zijn van hun leven, hetgeen het wel acceptabel maakt dat de schrijver het verhaal verzint. Hij kan onmogelijk met zekerheid weten of hetgeen hij voor hen verzint ook de waarheid is geweest, maar hij probeert de meest logische wegen te vinden, waarbij hij zoveel mogelijk heeft onderzocht hoe het land er in die tijd uit moet hebben gezien. Soms gaat hij daarbij te ver, alhoewel hij dat zelf erkent. Dat hij bijvoorbeeld in een beeld in een kathedraal zijn hoofdpersoon ‘herkent’, dat kan helemaal niet.


‘Uitgummen: de tankstations, de supermarkten, de drukke voorsteden, de woonkernen, de inrichting van het platteland, de velden en akkers.’ Hij realiseert zich hoe belangrijk het is dat je tussen Rouen en Narbonne veertig wateren moet oversteken. Wanneer hij vastloopt in de Alpen, concludeert hij: ‘Wat een idiote onderneming.’


Tegelijkertijd lezen we een verhaal dat we binnen onze tijd kunnen linken: de Jihad, de vervolging van minderheidsgroepen, de manier waarop men vluchtelingen behandelt.


Aan het eind volgt een verantwoording met de bronnen, waarbij duidelijk is, dat een groot deel verzonnen is. Bepaalde feiten zijn samengevoegd, in de juiste tijd en omstandigheden geplaatst, binnen een romantisch en ook spannend verhaal. Dat mag een schrijver als Stefan Hertmans doen. Hij pretendeert immers niet dat het non-fictie is.  Stefan Hertmans (1951), romanschrijver en dichter, schrijft vanuit de verteller deze op ware gebeurtenissen berustende roman.


ISBN 9789023499626 | hardcover | 304 pagina's | De Bezige Bij | oktober 2016

© Marjo, 24 februari 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Ommegang
Jan van Aken


De schrijver van een goede historische roman moet over drie vaardigheden beschikken: een vlotte pen, een grote verbeeldingskracht en een grondige kennis van het tijdvak waarin de roman zich afspeelt. Jan van Aken schrijft romans die voldoen aan deze vereisten. Zijn debuut was in 2000 Het oog van de Basilisk. In 2013 volgde al zijn zesde en veel geprezen roman De Afvallige. En nu dus De Ommegang.


De titel doet denken aan een religieuze processie, zoals bijvoorbeeld in Amsterdam nog steeds elk jaar een stille omgang wordt gehouden. In dit boek verwijst de ommegang naar de vele reizen die de hoofdpersoon maakt in Europa en Azië. Tegelijk echter is de ommegang ook een tocht naar het innerlijke. De hoofdpersoon heeft zich technieken aangeleerd waarmee hij zich al hetgeen hij leest kan herinneren. Hij slaat gegevens op in vakjes, laadjes, kastjes, gangetjes en aan de hand van trefwoorden weet hij zijn weg in dit labyrint te vinden. Zo bezien is de ommegang ook een wandeling in zijn geest. Deze techniek wordt van levensbelang voor de hoofdpersoon als hij zich aan het eind van het boek op tijd een cruciaal gegeven moet herinneren wil hij overleven.


De naam van de hoofdpersoon is Isidorus van Rillington. Hij is te vondeling gelegd in een klooster in Yorkshire en wordt opgevoed door monniken. Hij ontpopt zich als een leergierig man, met een intens verlangen om onbekende streken te bereizen. Zijn grote ambitie is om als architect een blijvende plaats in het geheugen van de mensheid in te nemen. Om in zijn levensonderhoud te voorzien wordt hij heelmeester.
Isidoor is niet alleen een liefhebber van kennis, hij bemint ook vele vrouwen, maar is niet altijd even sympathiek in zijn omgang met vrouwen. Op een na zijn de vrouwen met wie Isidoor het aanlegt prostituees.


Centraal in het boek staat het Concilie van Constanz (1414-1418) waar de Bohemer Johannes Hus zich moest verantwoorden tegenover staat en kerk over zijn afwijkende opvattingen ten opzichte van de Katholieke Kerk. Daaromheen rijgen zich bijzondere gebeurtenissen aaneen: de pestepidemie, universiteitsleven, bibliotheken met hun culturele schatten, bordeelscenes, oorlogen met de Turken, een ontmoeting met de wrede Timoer Lenk. Het is eigenlijk een ongeloofwaardige reeks aan kleurrijke avonturen, samengeperst in het leven van één mens. Het is echter een roman, en dus kan er veel, en bovendien weet Jan van Aken moeiteloos te schakelen tussen alle episoden en die met elkaar te verbinden.


Isidoor is een onconventioneel mens, levend in een door en door religieuze wereld. Hij voelt zich tot geen enkel geloof aangetrokken, maar gaat voor de wetenschap.


Het boek bevat geen intrige die naar een ontknoping toewerkt. Er is geen plot dat voortstuwt naar een ontraadseling. Het is op den duur derhalve wat vlak om alle avonturen een voor een voorbij te zien komen. Maar dan komt er toch een verrassing. Aan het eind van het boek slaat er een val dicht en moet Isidoor zich verantwoorden voor rechters. Ineens keren zijn gedragingen en zijn woorden zich tegen hem. Woorden, onbezonnen in drinkgelagen geuit, blijken in handen van zijn rechters levensgevaarlijke kanten te hebben.


Evenals Johannes Hus krijgt ook Isidoor de vraag voorgelegd of hij zijn ketterij wil herroepen. Zijn antwoord: “Ik ben geen ketter, dus ik koester geen ketterse gedachten – er valt derhalve niets te herroepen.” Hij beseft het niet, maar met dit antwoord toont Isidoor zijn onschuld niet aan, maar graaft hij juist zijn eigen graf.


Heel knap hoe Jan van Aken hier verschillende lijnen in zijn boek samen laat komen. Zelfs het uithangbord met een afbeelding van een gans, dat Isidoor heeft opgehangen aan zijn huis, blijkt lang niet zo onschuldig te zijn als hij had gedacht.


De Ommegang
is boeiend, interessant en in een mooie stijl geschreven. De liefhebbers van historische romans raad ik het boek graag aan.


ISBN: 9789021403939 | Paperback | 628 pagina's | Uitgeverij Querido | maart 2018.

© Henk Hofman, 12 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe zoektocht naar Madeleine Merano
Pauline J. van Munster


Op een fictief klein eiland is iedereen op zoek naar een jong meisje dat verdwenen is. Haar ouders zijn rijk, maar een verzoek om losgeld blijft uit. Het is de testcase van rechercheur Brigitta, wiens vader voor haar commissaris van politie was. Die vader heeft helaas weinig vertrouwen in haar, al is er een verdachte opgepakt: de 40-jarige Wuliton. Hij is de zoon van twee echte indianen en heeft zelf wat rondgezworven over de wereld. Hij denkt er over om op het eiland te blijven, het is er goedkoop en zoveel heeft hij niet nodig. Hij maakt zich niet druk over het feit dat hij op het politiebureau opgesloten zit. Hij heeft immers niets gedaan.


Intussen zwermen er journalisten en fotografen over het hele eiland, die willen weten of er een verband bestaat met de verdwijning van het tienjarige jongetje, tien jaar eerder. Die werd tenslotte gevonden. Door Brigitta. Hij was verongelukt.
De ouders van het jongetje hebben weer een zoon gekregen, Manolito, die zij op het eiland laten rondzwerven, onder begeleiding van de oudere Fyrgil. Vrienden heeft hij niet, het een een eenzaam kind, al lijkt hij daar niet echt onder gebukt te gaan. Toch, als hij Abel ontmoet, die met een eigen missie naar het eiland gekomen is, eist hij deze jonge man op als zijn vriend.


‘Manolito wilde nogmaals Abels hand pakken, deze keer trok Abel hem op tijd terug. En zonder iets te zeggen voelde hij dat dit gebaar, of het uitblijven er van, de kleine jongen pijn deed. Hij kromp een beetje ineen, zo leek het. Abel had direct spijt.’


De reden dat Abel er is is tweeledig. Aan de ene kant wil hij een verslag maken over het leven en de verdwijning van Madeleine Merano om bij zijn doctoraal als onderzoeksjournalist goed voor de dag te komen, maar aan de andere kant heeft hij een heel persoonlijke reden. Zijn moeder heeft hem verteld dat hij verwekt is op dit eiland, en dat zijn vader niets van hem af weet.


Abel is opgevoed door twee moeders, die elkaar op dit eiland hebben leren kennen. Alice, zijn biologische moeder, maakt zich zorgen: heeft ze er wel goed aan gedaan Abel over zijn vader te vertellen? Want nu de jongen zelf twintig is, de leeftijd die zijn vader ongeveer gehad moet hebben, wil hij weten wie die Jason Lozano is. En waar hij is. Manolito zegt hem te kunnen helpen, maar dat doet hij niet zonder tegenprestatie.


Dan is er nog de moeder van Manolito, wiens verdriet om haar eerstgeborene, dat nooit verdwenen was, opgerakeld wordt. Ze doet haar best haar vriendin die de moeder van Madeleine is, troost te bieden.


Al deze en nog een paar andere personages hebben een eigen rol in het verhaal dat draait om Madeleine, het meisje dat verdwenen is. Allemaal mensen die op zoek zijn naar iets. En dat is niet per se het meisje…


‘De bus slingerde langs hoge, granieten bergen. Met een niet minderende vaart reed de chauffeur door haarspeldbochten zonder vangrails, passeerde diepe ravijnen en bij iedere bocht toeterde hij voor tegenliggend verkeer.’


Een klein eiland met een wonderschone landschap dat steeds meer toeristen trekt, maar toch vrij ontoegankelijk blijft. Een redelijk besloten gemeenschap dus, hetgeen de sfeer mede bepaalt. Pauline van Munster tekent deze sfeer met veel aandacht voor details, waardoor niet alleen de karakters duidelijk naar voren komen, maar je ook zin krijgt om eens op dat eiland te gaan kijken.


De zoektocht naar Madeleine Merano is een prachtige psychologische roman, die veel lezers verdient.

Pauline J. van Munster (1959) schreef eerder romans (o.a. 'Het evangelie volgens Daphne''Lied van Mod'), maar echt bekend is zij niet. Daar zou eens snel verandering in moeten komen!


ISBN 9789062659883 | Paperback | 238 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | maart 2018

© Marjo, 10 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe danser van Katendrecht
Hans Kanters


Katendrecht is Rotterdam, en je ziet twee boksers op de voorflap: dan zou je kunnen denken dat het boek gaat over de grootste Rotterdammer ooit, als zodanig uitgeroepen in 2006: Bep van Klaveren (1907-1992) Hans Kanters heeft echter gekozen voor een andere bokser. Een man die de sparringpartner was van Van Klaveren, maar die nooit onder zijn eigen naam bekend werd. In dit verhaal wordt hij Jaap Waterschoot gedoopt en door zich te richten op deze fictieve Rotterdammer kan Kanters een mooi sfeerbeeld oproepen van Rotterdam in de jaren dertig, uitlopend tot het begin van de Tweede Wereldoorlog.


In 1935 verkeerde Nederland in een economische crisis. De negentienjarige Watersloot greep noodgedwongen iedere kans om iets te verdienen, variërend van brood rond brengen tot aanmonsteren als matroos. Hij is verrast als op een dag Bep van Klaveren bij hem aanbelt. Van Klaveren was een jaar eerder Europees kampioen geworden, dus Jaap kende hem wel. Maar hoe kon het dat Van Klaveren hem, Jaap, kende? Wat moest hij met de jonge Watersloot, die nog nauwelijks iets bereikt had in de bokssport?


Maar de bokser die Olympisch kampioen zou worden in 1928 (Amsterdam) en door wie de bokssport een enorme boost kreeg, zou voor Watersloot een grote inspiratie worden. Watersloot kan leven van de wedstrijden die hij bokst, en mag zelfs meedoen bij de Olympische spelen van 1936 (Berlijn). Net als Bep van Klaveren deed, reist hij naar de Verenigde Staten waar hij als Jake the Dancer furore maakt. Gepokt en gemazeld door zijn jeugd in een achterbuurt in Rotterdam, blijkt hij het niet al te frisse Amerikaanse bokswereldje wel aan te kunnen. Op het moment dat hij besluit zich met zijn gezinnetje, dat nog in Rotterdam gebleven is, te vestigen in het land van beloften, breekt in Europa de oorlog uit.


Hans Kanters (1940) is Rotterdammer, en kon zo in dit boek eigen ervaringen kwijt. Eerder schreef hij over de ondergang van de Sphinx in Maastricht, en de roman ‘Insectenman’.  De danser van Katendrecht is een mix van feit en fictie, en is een roman voor iedereen, omdat het een beeld geeft van een gewone Rotterdammer in de vooroorlogse jaren. Het speelt zich wel af in de wereld van de bokssport speelt, maar dat overheerst het verhaal niet, al wordt er wel het een en ander over Bep van Klaveren verteld en kunnen we boksliefhebbers herkennen als Theo Huizenaar (1900-1993) en Barney Ross (1909-1967).

ISBN 9789491561955 | 239 pagina's | Paperback | Uitgeverij Tic  | februari 2018

© Marjo, 3 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altJij, ik en de zee
Sandy Taylor


Het eerste deel van een trilogie speelt zich af in Brighton in de jaren zestig. Brighton was ook in die tijd al een bekende badplaats, ideaal gezien de ligging aan de zuidkust van Engeland.
Ten tijde van het verhaal had Brighton nog twee pieren, nu is er nog maar een over. Het stadje had toen al volop speelhallen, en strandwinkels, en bood in de zomer genoeg werkplaatsen, zoals nog steeds het geval is. Het warenhuis Woolworths had er in de jaren zestig twee vestigingen, die natuurlijk wel het hele jaar open waren.


In een van die winkels hebben Mary en Dottie werk gevonden. Zij zijn al jaren dikke vriendinnen, delen alles, al blijkt gedurende het verhaal dat hun vriendschap toch een tikkeltje scheef is. Dottie is de gever, Mary degene die neemt. Maar zij zijn al zo lang bevriend, weten alles van elkaar, en de vriendschap werkt nog steeds.


Nu zijn ze zeventien, en ze zijn allebei verliefd. Mary valt voor de flamboyante Elton, zanger van een band, die graag meisjes versiert, maar zich niet wil vastleggen. Dottie heeft een degelijker keuze gemaakt: zij is verliefd op Ralph, die in de ogen van Mary een saaie jongen is. Vaak trekken zij er met z’n vieren op uit, en de meisjes bespreken hun ervaringen, al houden ze ook wel dingen voor zichzelf. (die wij als lezer wel meekrijgen!)
Mary heeft een nogal wild karakter, onbesuisd, al weet ze wel wat ze wil: zij droomt van een carrière in Parijs: ze wil schilderen. Maar om daar te kunnen komen moet ze sparen. De bedachtzame Dottie daarentegen stelt zich bescheiden op, huisje boompje beestje is voor haar genoeg.


‘Wordt het niet saai om de hele tijd niks met Ralph te doen?’ vroeg Mary op een dag.
‘We doen wel iets. We praten met elkaar.’
‘Waarover dan?’
‘Ik weet niet. Nergens over.’
Mary rolde met haar ogen en lachte. ‘Jep, nu begrijp ik het helemaal.’
Maar ze snapte er niks van en begreep simpelweg niet wat ik voor Ralph voelde. Ik kon ook niet uitleggen hoe onze relatie zich ontwikkelde en hoe ik honderd procent zeker wist dat hij precies hetzelfde voor mij voelde.’


Des te meer is de lezer geschokt als zich een drama afspeelt in hun leven. Een enkele avond gooit het leven van de vriendinnen helemaal overhoop. Kan hun vriendschap dit aan?


Dottie vertelt het verhaal, terwijl er dagboeknotities van Mary tussen de hoofdstukken staan en er flashbacks zijn naar het begin van hun vriendschap.
Er is een mooie karaktertekening: Dottie lijkt misschien een saaie jongedame, maar haar gevoel voor humor is groot, ze komt met grappige observaties. Als lezer voel je mee met de arme Mary, die de speelbal is van haar grote liefde. Hoewel Elton dat misschien ook niet met opzet doet, hij is gewoon te jong. Maar de volwassenheid staat voor de deur, al hadden ze het liever nog wat uitgesteld, er valt niet aan te ontkomen.


Dit verhaal, dat tegen de achtergrond van de jaren zestig speelt, heeft een nostalgisch sfeertje en hapt daardoor lekker weg. We willen graag weten hoe het verder gaat met deze twee vrouwen.

‘The Girls from See Saw Lane’ (dit boek dus) is het eerst verschenen deel van de trilogie, ‘Counting Chimneys’ het tweede en ‘When We Danced at the End of the Pier’ hoewel zich dat eerder, namelijk in de jaren dertig afspeelt, het laatst verschenen deel.

ISBN 9789043528726 | Hardcover | 368 pagina's | Uitgeverij Kok | oktober 2017

© Marjo, 11 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De negen dagen van Dirk Jan Denekamp
Freddie Scheltema


Een mens loopt als het meezit dertigduizend dagen op deze aarde rond en van die duizenden dagen zijn er, volgens de theorie van Dirk Jan Denekamp, maar een paar écht belangrijk. Er zijn maar een paar dagen dat je echt scherp moet zijn, dagen dat er werkelijk iets gebeurt, dagen die je leven veranderen. In het leven van Dirk Jan Denekamp waren er negen van dat soort dagen. Hij legde ze vast in een boekje en op de dag van zijn begrafenis lezen zijn zoon en kleinzoon, samen zittend op een duin, het verhaal van hun vader en opa.


De eerste belangrijke dag uit het leven van Dirk Jan Denekamp was 11 mei 1945, zijn geboortedag. De Duitsers zijn net verslagen, het land is euforisch en de kleine Dirk Jan ziet het levenslicht. Zijn moeder Hanna heeft gemengde gevoelens bij zijn geboorte omdat zijn Joodse vader kort daarvoor op de vlucht voor de Duitsers in het Noordzeekanaal is verdronken tijdens de Sinterklaasrazzia van december 1944. Ondanks dat trieste begin groeit Dirk in harmonie op bij moeder en grootouders. Op zijn twaalfde ontmoet Dirk Jan Theo en er ontstaat een vriendschap voor het leven die tweeënvijftig jaar zal duren en een rode draad vormt in dit verhaal.


Op 15 augustus 1969 vindt dag twee in het leven van Dirk Jan plaats. Op reis met Theo door Amerika, komen ze onderweg naar Woodstock de Amerikaanse hippie Jackie tegen. Dirk Jan valt als een blok voor deze onconventionele dame, die hem aan Janis Joplin doet denken. Jackie reist met hen mee, leest hen onderweg On the road van Jack Kerouac voor, laat de jongens hun eerste joint roken en blijkt de liefde van Dirk Jans leven te zijn. Na hun thuiskomst komt Jackie dan ook vrij snel naar Nederland en trouwt het stel. Dirk Jan is inmiddels wijninkoper bij de Hema. Jackie, kunstenares van beroep, begint als vrijwilligster bij een opvang voor dakloze meisjes. Samen krijgen ze één zoon.


Dag vier is ingeruimd voor een andere grote liefde van Dirk Jan; de eerste keer dat hij samen met Theo Bruce Springsteen en de E Street band live ziet beschouwt hij als een van de kantelmomenten in zijn bestaan. Born to run wordt zijn lijflied en de muziek van Springsteen vormt de tweede rode draad van het boek. Deze dag vormt tegelijkertijd een centraal hoofdstuk, met een ontroerende dialoog, in de vriendschap tussen Dirk Jan en Theo. Niet zo raar bij een band waar songs over vriendschap een centrale plek in het oeuvre hebben.


Het huwelijk van Dirk Jan en Jackie kent in de tussentijd dieptepunten en hoogtepunten van allerlei aard, maar houdt dwars door de verdrukking in stand, tot een schokkende gebeurtenis daar een eind aan maakt, een hoofdstuk wat de meest dramatische dag van Dirk Jan Denekamp beschrijft.


Het is mooi om te lezen hoe vader en zoon, daar al lezend op die duin, met terugwerkende kracht niet alleen meer begrijpen van hun vader en opa, maar ook van elkaar. Het laatste hoofdstuk van het boek, de sterfdag van Dirk Jan lezen ze dan ook met een brok in de keel, het is een eerbetoon aan het leven, en aan de liefde en de vriendschap die dit leven zo mooi maken. Het is ook een liefdesverklaring van Dirk Jan aan zijn zoon. Hoewel het vaderschap hem niet altijd vanzelf af ging en hij fouten heeft gemaakt, is de liefde voor zijn zoon, hoewel misschien niet vaak genoeg uitgesproken, een van de belangrijkste pijlers van zijn bestaan geweest.


En zo sterft Dirk Jan Denekamp op zijn negende dag aan een hartstilstand. Tevreden over het leven dat achter hem ligt. Agenten vinden hem op een parkeerterrein van een benzinestation, op zijn afwezigheid attent gemaakt door de herrie die uit de auto komt.

Uit de cd speler klinkt de muziek van Springsteen...


ISBN 9789463650298 | Paperback | 281 pagina's | Uitgeverij Elikser | januari 2018

© Willeke, 27 februari 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER