Nieuwe boekrecensies

De vintagewinkel
Stephanie Lehmann


Amanda Rosenbloom (39) heeft die dag een afspraak met Jane Kelly, een dame van achtennegentig om kleding op te halen. 'Ik zal je laten zien wat ik heb', zei ze. 'Er zitten designersjurken tussen. Een Rudi Gernreich. Weet je hoe zeldzaam die zijn?' Amanda weet dan nog niet hoe dit bezoek haar leven zal veranderen


Jane Kelly woont in een gebouw waar voorheen het A.T. Stewart-warenhuis gehuisvest was. De oude dame was duidelijk in goede doen geweest. Ze heeft prachtige kleding, zoals fraaie  jarenveertig- en vijftigjurkjes en een flink aantal cocktailjurken die Amanda goed zal kunnen verkopen in haar vintagewinkel. Ook ontdekt Amanda, ingenaaid in een mof van bont, een dagboek van ene Olive Westcott dat begint op 18 september 1907.
De dag waarop Olive in New Yorker is komen wonen. Haar vader is manager geworden van Woolworth's in 34th Street.
Amanda wil weten hoe het Olive vergaat in New York en stopt, tegen haar gewoonte in, het dagboek stiekem in haar tas. Het is alsof ze dat móet doen.


Het dagboek vormt de kern van het verhaal wat volgt. We lezen naar aanleiding van korte, schuingedrukte dagboekfragmenten hoe het leven van Olive verlopen is. Haar vader krijgt vlak na hun komst in New York een ongeluk met fatale afloop. - Haar moeder was al kort na haar geboorte overleden. -  En dan blijkt ook nog eens dat vader verkeerd geïnvesteerd heeft en haar geen enkele cent nagelaten heeft.  Het vrij riante bestaan van Olive is dan afgelopen. Ze zal zich nu zelf moeten zien te redden.


Gelukkig is Olive iemand die van aanpakken weet, ze vindt een baan in een warenhuis waar ze al snel promotie maakt. Haar droom is daar inkoper te worden. In het warenhuis leert ze ook haar nieuwe vriendinnen kennen die hun hele leven al voor hun bestaan hebben moeten vechten. Zij hebben daardoor soms ook moeite met Olive, die duidelijk aan andere, luxere achtergrond heeft. Ze is ook behoorlijk  vrijgevochten en geëmancipeerd.


Het contrast tussen de rauwe meiden en de elegante welopgevoede Olive is groot. De beeldschone Angelina en de volkse Sadie zijn door de wol geverfd en grijpen alle kansen aan die zich voordoen. Angelina blijkt zelfs een relatie te hebben met een rijke man, zijn naam wil ze niet zeggen. Olive die totaal niets weet over mannen, laat staan een vriend heeft gehad, is geshockeerd en keurt het af. 'Dat komt omdat je de ware passie nog niet kent' sneert Angelina. Maar toch ontstaat er een hechte band tussen de meiden.

Door het verhaal van Olive heen, lezen we in elkaar afwisselende hoofdstukken het verhaal van Amanda. Zij  is ook alleen en probeert het hoofd boven water te houden met haar winkeltje. Ze heeft een relatie met Jeff, een getrouwde man, die zoals dat steeds gaat toch aldoor voor zijn vrouw kiest in plaats van de stap te wagen en met Amanda verder te gaan. Als hij haar ook nog op haar verjaardag niet op komt dagen in het restaurant waar ze afgesproken hebben, weet ze het zeker, het moet over zijn. Maar wat dan? Kan ze wel weerstand bieden aan Jeff, die haar natuurlijk niet kwijt wil.
Amanda is gefascineerd door het dagboek en heeft het gevoel dat ze verbonden is met Olive. Bijzonder is dat zowel Amanda als Olive een medium bezocht hebben die ook zijn rol in het verhaal speelt. Hebben de vrouwen echt contact? Of is het verbeelding? Ziet Amanda werkelijk verschijningen of komt het door haar sterke inlevingsvermogen? En waarom heeft ze van die enorm levensechte dromen?


De kracht van dit boek is dat door de vintagekleding en het dagboek alles in elkaar overloopt. Hoe komt de oude Jane Kelly aan de kleding en het verstopte dagboek van van Olive? Wat is de connectie? Hoe kan het dat het dagboek ingenaaid was in een mof? Hoe kan het dat uitgerekend Amanda gevraagd is om de kleding op te halen en niet iemand die dichterbij woonde? Wat is het mysterie?
Het einde is een tikkeltje vergezocht maar het zou allemaal zomaar kunnen.

Het is een echt vakantieboek. Je kunt heerlijk meeleven met alle verhalen en zelfs de liefde komt nog onverwacht om de hoek kijken... Wat wil een mens nog meer?


ISBN 97809026332500 | Paperback | 438 pagina's met zwart-wit foto's van New York rond 1900 | Uitgeverij Ambo|Anthos | april 2016
Vertaald door Liesbeth Dillo

© Dettie, 27 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe barones
Janny de Heer


Dolle Dinsdag is een term uit de Tweede Wereldoorlog als aanduiding voor dinsdag 5 september 1944. Op die dag speelden zich in heel Nederland emotionele taferelen af naar aanleiding van de berichten dat het land nu elk moment bevrijd kon worden van de Duitse bezetting. De geallieerden hadden namelijk in de voorgaande dagen in hoog tempo terrein gewonnen. Paniek brak uit onder de hier aanwezige Duitse soldaten en burgers, maar ook onder hun medestanders, de NSB-ers.


Voor Mijnsje Bezemer, door iedereen Mien(tje) genoemd betekent het een keerpunt in haar leven. Ze is pas 5 jaar, nog even de jongste, als haar ouders onmiddellijk zoveel mogelijk spullen in tassen en koffers proppen en hun vijf nog jonge kinderen meesleuren naar het station in hun woonplaats Zwijndrecht. Vakantie, denkt het meisje nog even, maar als ze aankomen op de plaats van bestemming, Westerbork, kan ze die droom al snel van zich af zetten. Ze moeten in akelige omstandigheden in overvolle ruimtes verblijven, en worden met de nek aangekeken.


De ouders worden geïnterneerd, de kinderen verdeeld over de familie. Als een van hen ernstig ziek is, krijgt de moeder toestemming om te komen. Maar ze laat weten: ‘Laat ze maar doodgaan.’ Wat voor indruk moet dat niet maken op de kinderen?  Dat gevoel, het ongewenst zijn, het gevoel dat anderen haar geven, dat ze besmet is, dat ze per definitie onbetrouwbaar is, geeft haar een enorm minderwaardigheidsgevoel, dat de rest van haar leven zal bepalen. ‘O, jij bent er een van hun’ betekent dat ze nergens gewenst is. Dat ze eeuwig mikpunt is voor kinderen en volwassenen die zich graag sterk voelen. Dat ze moeilijk aan een baan kan komen en dat het eerste de beste foutje dat ze maakt reden is tot ontslag.


Is het al niet erg genoeg dat de kinderen binnen het gezin en op straat niet gewenst zijn, voor Mien houdt het hier niet op. Ze maakt een helaas totaal verkeerde keuzes wat betreft de man die ze trouwt. Blij het huis uit te zijn, komt ze van de regen in de drup. Ze is zijn slaaf, mag geen stap zetten zonder zijn toestemming en wordt gecontroleerd. Van liefde is geen sprake.


‘Hij verstarde, hapte naar lucht. Stak zijn vinger dreigend naar haar op. ‘Dat is de eerste en de laatste keer. Jij komt zonder mij niet naar buiten. Jij feesten en ik werken, nee dat doen we niet.’
Haar mond viel open. Was dit de man met wie ze een week geleden was getrouwd? Ze hoopte het even niet goed te hebben verstaan, maar voor het geval ze twijfelde herhaalde hij de hele riedel nog eens. ‘Het is afgelopen,’ brieste hij met ijskoude ogen die haar schrik aanjoegen. ‘Niet werken en jij de kantjes eraf lopen bij je familie. Als ik er niet ben, blijf jij thuis! Heb je dat goed begrepen? Ik houd er niet van in een leeg huis thuis te komen.’


Gelukkig kent het leven van Mijnsje ook een gelukkige periode.
Lezen over haar leven, dat in de ogen van de moderne vrouw al moeilijk genoeg was vanwege de niet-bestaande luxe zoals wij die nu kennen, doet beseffen hoe goed we het hebben. Maar nog meer gaat het over hoe men omging met kinderen die de pech hadden dat zij foute ouders hadden. Hoe de schuld van de ouders afgewenteld wordt op onschuldige kinderen. En hoe dit het leven van een jonge vrouw nog heel lang verziekt, doordat zij zelf gaat geloven dat ze echt niets waard is.


‘Aan het werk in de winkel van apotheek Rienks zag ze iets op de planken liggen wat ze nooit eerder had gezien: maandverband! Twintig bandages met roze bovenkant en wit gaas, voor één gulden! Aan de uiteinden zaten strookjes. Naast het verband kon je een gordeltje kopen om de strookjes aan te bevestigen. Maar met een veiligheidsspeld aan je onderbroek ging het ook. Ze vertelde haar zusjes dat ze nooit meer de lorren van moe hoefde te gebruiken. Wat een uitkomst. Moe noemde haar misprijzend de barones toen ze het pak zag liggen.’


Janny de Heer schreef eerder historische romans, waarvoor ze gedegen onderzoek pleegde. Nu tekende ze het verhaal op van de nu bijna 80-jarige Mijnsje Bezemer, een verhaal dat verteld moet worden.


ISBN 9789062659135 | Paperback | 272 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | maart 2016

© Marjo, 25 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height="167"Rosie zegt ja
Dawn French


Daar staat ze dan. In haar ene hand houdt ze een handtas vast, in de andere rammelt een kopje thee vervaarlijk op een schoteltje. Haar voeten rusten op een krant omdat haar nieuwe rode schoenen bloedrood water druppelen. Rosie is doorweekt. Op weg naar het statige appartement van de familie Wilder-Bingham werd ze door een regenbui overvallen. Zo had ze zich het sollicitatiegesprek niet voorgesteld.


Glenn Wilder-Bingham, de matriarch van de familie, neemt het sollicitatiegesprek af. Ze is een strenge, ontoegankelijke vrouw. Rosie probeert de gespannen sfeer met wat grapjes te doorbreken maar de mondhoeken van de oudere vrouw tegenover haar weigeren zich richting haar oren te bewegen. Toch wordt Rosie aangenomen. Het agentschap heeft haar aanbevolen. Rosie zal per direct als kindermeisje van de achtjarige tweeling Thomas Wilder-Bingham de Derde en Kemble Wilder-Bingham junior aan de slag gaan.


Gelukkig is de achtjarige tweeling niet zo stijf als hun chique namen doen vermoeden. Ze worden door iedereen Drie en Rood genoemd. De kinderen moeten noodgedwongen in de woning van Glenn en haar echtgenoot Thomas verblijven. Ook hun vader Kemble verblijft in het luxe appartement. De relatie tussen de ouders van de jongetjes is onlangs op de klippen gelopen en volgens Glenn is het uitgesloten dat moeder Natalie de voogdij over de tweeling krijgt. Dat niemand blij met de situatie is, doet er niet toe. Glenns wil is wet. Zo is het altijd al geweest.


Rosie is een mollige, Britse dame die na een aantal tegenslagen heeft besloten om volmondig “Ja” tegen het leven te zeggen. Met haar zonnige karakter en felgekleurde kleding valt ze behoorlijk uit de toon in het donkere, stijve appartement van de Wilder-Binghams in New York. Rosie laat zich echter niet door de stijve Glenn uit het veld slaan. Al snel is de tweeling verknocht op haar. Rosie verzint de meest uiteenlopende spelletjes voor ze. Zo moeten ze, als Glenn niet in de buurt is, hun brood, vol mierzoet beleg, met hun voeten eten en houden ze een scheldwoordenwedstrijd.


Rosies grootste triomf is de tuin in wording op het dakterras. Ze is erin geslaagd Thomas over te halen toestemming te geven het kale terras in een weelderige tuin om te toveren. Glenn wist niet wat haar overkwam toen Thomas haar verbod van tafel veegde. Samen met Drie en Rood sjouwt Rosie zakken aarde en talrijke planten naar het terras. Glenn vindt het maar niks. Ze heeft notabene zelfs blaadjes in het keurige appartement gevonden. Ze is niet gediend van troep in haar huis. Dat het in een vertrek ligt waar ze nooit komt, doet er niet toe.


De tweeling aanbidt Rosie en Rosie is op haar beurt dol op de tweeling. Ze vullen de leegte in haar bestaan op. Rosie moet door. Ze heeft immers “Ja” tegen het leven gezegd. Ook op het ondeugende voorstel van Thomas heeft ze positief gereageerd. En daar zal het niet bij blijven. Rosie maakt er een potje van. Met haar impulsieve daden zal ze het leven van de familie Wilder-Bingham én dat van haar volledig op zijn kop zetten.


Rosie zegt JA is een fantastisch feelgood-boek. Het is onmogelijk om niet in lachen uit te barsten om de idiote dingen die Rosie bedenkt. Rosies opvoedkundige kwaliteiten zijn uniek. Niet iedereen zal haar manier van opvoeden kunnen waarderen maar ze maakt de tweeling zielsgelukkig. Rosie doet haar uiterste best om de jongentjes van het geruzie tussen hun ouders af te leiden. Drie en Rood willen niets liever dan bij hun moeder wonen maar Glenn wil het niet hebben. Zelfs Kemble weet dat zijn zoons beter af zijn bij hun moeder maar ook hij durft zijn moeder niet tegen te spreken. Rosie zelf is niet op haar mondje gevallen. Glenn geeft zich echter niet zomaar gewonnen.


Het personage Rosie, vooral haar uiterlijk en de grapjes die ze maakt, doet erg aan Dawn French zelf denken. Onder alle grappen en grollen in dit verhaal gaan echter serieuze onderwerpen schuil. De jongetjes dreigen immers de dupe van de echtscheiding te worden. Thomas, de man van Glenn, is bovendien erg met de dood bezig. Hij is in de tachtig en veel van zijn vrienden zijn al overleden. Heeft hij wel het maximale uit zijn leven gehaald? Rosie zelf probeert haar grote verdriet achter een glimlach te verbergen en Kemble worstelt met een geheim dat hij maar niet aan zijn moeder durft op te biechten. En Glenn? Tja, Glenn maakt het zichzelf en haar omgeving wel erg moeilijk. Rosie zeg Ja biedt humor met diepgang. Het is een verrukkelijk verhaal over liefde en leed in alle vormen en maten.


ISBN 9789044350517 | paperback | 303 pagina's | The House of Books | juni 2016
Vertaald door Elvira Veenings

© Annemarie, 23 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height="167"Frank en wij
of de avonturen van een wonderlijk jongetje
Julia Claiborne Johnson


Iedereen kent M.M. Banning. Eind jaren zeventig schreef ze het boek Pitcher dat een wereldwijde klassieker werd. Het boek wordt nog altijd goed verkocht maar een opvolger bleef uit. Tot nu. M.M. Banning heeft contact met haar uitgever Isaac Vargas opgenomen. Ze is met de verkeerde mensen in zee gegaan en haar fortuin is als sneeuw voor de zon geslonken. M.M. Banning, die in werkelijkheid Mimi Gillespie heet, verkeert in geldnood. Ze heeft daarom besloten een tweede boek te schrijven en vraagt Vargas om een riant voorschot én een assistent.


Vargas besluit de vierentwintigjarige Alice, zijn eigen assistent, naar Californië te sturen. Zij zal de beroemde auteur waar nodig ondersteunen en ervoor zorgen dat Mimi de deadline haalt. Dat is tenminste het plan. De functie-eisen waaraan de assistent volgens Mimi moet voldoen zijn vrij opmerkelijk:


- Mag niet van een prestigieuze universiteit komen of Engels hebben gestudeerd.
- Kan autorijden. Koken. Schoonmaken.
- Whizzkid.
- Goed met kinderen.
- Stil. Discreet. Geestelijk in orde.


Dat Mimi een kind heeft, is een goed bewaard geheim. Zelfs Vargas was niet van het bestaan van het jongetje op de hoogte. Hij woont met zijn moeder in een riante villa in Bel Air. Om het luxueuze pand staat een enorme muur, met bovenop prikkeldraad, om opdringerige fans te weren. Mimi houdt niet van pottenkijkers. Mimi houdt helemaal niet van mensen. Daar komt Alice al snel achter. De eerste kennismaking verloopt ronduit koeltjes.


Mimi trekt zich terug in haar kantoor. Al snel is een driftig getyp te horen. Alice blijft met de negenjarige Frank achter. Ze zal snel merken dat het nieuwe boek van Mimi een waar mysterie vormt. Het getyp is oorverdovend maar Alice krijgt geen letter te lezen. Ze voelt zich geen assistent, maar eerder een kindermeisje, kok en huishoudster. Gelukkig kan Alice uitstekend met kinderen overweg. Ze kan zonder problemen een hele groep kinderen onder haar hoede nemen. Maar Frank is geen gewoon kind. Hij is het meest ongewone jongetje dat Alice ooit zal ontmoeten.


De hoogbegaafde Frank gaat in kostuums gekleed en is bijzonder welbespraakt. Zij dieprode haar zit altijd alsof hij net bij de kapper vandaan komt. Dat Frank bijzonder intelligent is, wil echter niet zeggen dat hij makkelijk in de omgang is. Frank laat zich vallen, gaat gillen of bonkt zijn hoofd tegen de muur, of een ander hard materiaal, als iemand de door hem afgedwongen omgangsregels overtreedt. Frank kan niet tegen veranderingen en vat alles letterlijk op. Daarnaast vormt zijn onbesuisde gedrag een gevaar voor hemzelf en zijn omgeving. Frank begrijpt de wereld niet en de wereld begrijpt hem niet.


Alice is streng voor het jongetje. Ze vindt dat Mimi te toegeeflijk is. Ook huisvriend Xander, de enige persoon die het is gelukt vriendschap met Mimi en Frank te sluiten, gaat naar haar zin veel te losjes met Frank om. Frank heeft problemen op school en de andere kinderen gaan hem uit de weg. Alice is ongelukkig. Het is duidelijk dat Mimi haar niet mag en Frank is niet in staat genegenheid te tonen. Ze hoopt dat Mimi haar boek snel zal voltooien zodat ze weer naar New York terug kan keren. Mimi neemt echter de tijd. Alice zit met Frank opgescheept en tot haar grote verbazing vindt ze dat steeds minder erg.


Frank en wij is een heerlijk boek. Hoewel het gedrag van Frank elke volwassene tot wanhoop zal drijven, is het niet moeilijk van hem te gaan houden. Frank is kwetsbaar. Hij weet dat hij anders is maar hij is nu eenmaal zoals hij is. Frank is uniek en dat krijgt ook Alice door. Terwijl Mimi ijverig aan haar boek werkt – als ze de boel tenminste niet voor de gek houdt - ontstaat er een bijzondere band tussen het tweetal.


Het enige wat ik jammer vind, is dat Frank regelmatig “het joch” wordt genoemd. Ik vraag me af welk woord in de Engelstalige versie is gebruikt. Voor mij hebben de woorden “het joch” een negatieve bijklank. Hierdoor komt het verhaal soms wat hatelijk over. Ik weet niet of dat door de schrijfster zo is bedoeld, of dat het door de vertaling komt. Als “het joch” door bijvoorbeeld “de jongen” zal worden vervangen, zal het verhaal wat zachter zijn. Nu is het soms iets te bijtend. Desalniettemin is het een heerlijk verhaal. Niet zoetsappig maar juist heel eerlijk. Ik heb Frank in mijn hart gesloten.


ISBN  9789026333705| paperback | 334 pagina's | Ambo|Anthos | juni 2016
Vertaald door Elise Kuip

© Annemarie, 19 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Angel
Elizabeth Taylor



In dit boek maken we kennis met de ongrijpbare Angelica Deverell ofwel Angel. Zij vindt zichzelf volmaakt en kijkt met welwillende genegenheid naar haar medemens. Op weg naar school vertelt ze allemaal gefingeerde verhalen aan twee schoolgenoten, met wie zij dagelijks oploopt, over Paradise House, waar haar tante Lottie als kamenierster werkt. Het ene verhaal is nog onwaarschijnlijker dan het andere. Ze vertelt zelfs dat ze daar regelmatig komt en dat ze het later zal erven, haar moeder is helaas beneden haar stand getrouwd en daardoor onterfd. Kortom, Angel stapelt de ene leugen op de andere.  Dat ze in werkelijkheid in een klein huisje boven haar moeders kruidenierswinkeltje in een troosteloos dorpje woont, vergeet ze liever. Dagelijks duikt ze in haar gefingeerde wereldje waar zij de hoofdrol in speelt.


Maar haar moeder komt achter alle verzinsels en is woedend. Natuurlijk trekt Angel zich ook daar niets van aan. Haar moeder is niet van haar niveau. Ze is zelfs verontwaardigd dat moeder het waagt om boos te worden. Hoe durft ze!
Angel weet inmiddels precies wat ze wil, ze zal niet meer naar school gaan, zij zal romanschrijfster worden. Een succesvol romanschrijfster uiteraard. En dat wordt ze ook. Ze heeft het geluk dat haar uitgever Theo Gilbright van uitgeverij Gilbright & Brace dwars door haar arrogantie heen kijkt en in haar het eenzame meisje ziet wat ze in werkelijkheid ook is. Het lijkt wel of ze dat voelt want verrassend genoeg is Theo een van de weinige mensen tegen wie Angel nooit liegt.


Mevrouw van Paradise House vindt het echter een onsmakelijk boek maar kan tante Lottie niet verantwoordelijk stellen voor haar familieleden... zoals ze tante Lottie minzaam meedeelt.  Tante Lottie voelt zich echter zwaar vernederd door haar nichtje nu zelfs de bedienden achter haar rug gniffelen. 'Neem dan ontslag' is de koele reactie van Angel.

Wat de zestienjarige Angel niet weet is dat ze haar succes te danken heeft aan haar ongebreidelde, romantische en vooral onrealistische en buitensporige fantasie. - In feite schrijft ze een soort veredelde kasteelromans. - Ze kan dan ook totaal geen kritiek verdragen, want haar werk is superieur. Zij denkt dat ze gewaardeerd wordt door haar hoogstaande literaire kwaliteiten, maar helaas is dat niet zo.


'Eenvoudige mensen waren gefascineerd door de kracht van haar romantiek; intellectuelen waren verrukt over haar absurde situaties; haar felle verontwaardiging als ze tijdelijk in woede ontstak en van haar plot afdwaalde in beschuldigingen en onbenulligheden, leidde bij sommige lezers tot plechtige instemming en bij anderen tot een hevige lachbui.' [...] 'Ze schreef met onnozelheid en verbeelding.'


Maar Angel schrijft zich wel schatrijk. Ze verhuist met haar moeder naar een groot huis in een andere plaats, ze heeft een aantal bediendes. Kortom, ze heeft zich losgeweekt van het armoedige bestaan en haar dromen werkelijkheid gemaakt. Zoals ze overigens zelf niet anders verwacht had.


En dan komt Lord Norley op bezoek met twee weekendgasten, het zijn een boer en zus genaamd Miss Nora Howe-Nevinson en Mr. Esmé Howe-Nevinson. Hiermee wordt het leven van Angel totaal omgegooid. Nora aanbidt Angel, de beroemde schrijfster. Maar Esmé is nog meer met zichzelf ingenomen dan Angel en het onvoorstelbare gebeurt, Angel raakt gefascineerd door deze Esmé. Ze wordt verliefd. En als Angel eenmaal iets wil hebben, zal ze het krijgen ook. Zelfs Paradise House...


De schrijfster heeft met Angel een bijzonder en boeiend personage in leven geroepen. Het knappe is dat het zelfingenomen karakter van Angel consequent in alle details doorgevoerd wordt. De koele, emotieloze reacties van Angel kunnen alleen maar op deze manier en alleen door haar gezegd worden. Toch stoor je je niet aan Angel want dankzij de beschermende en invoelende Theo zie je ook de andere, kwetsbare kant van haar. Ze regeert als een koningin maar is onvoorstelbaar eenzaam en wil eigenlijk graag als geliefd persoon gezien worden. Dankzij het succes dat zij beleeft met haar boeken wordt die wens voor een groot deel vervuld maar het is niet genoeg. Ondanks de ongekend trouwe toewijding van bepaalde mensen in haar directe omgeving blijft Angel hangen in haar niet te betreden cocon vol verhalen en fantasie. In feite is ze constant op de vlucht voor de werkelijkheid, terwijl ze eigenlijk heel goed weet wat die voor haar akelige, confronterende werkelijkheid is...


Het is een fascinerend verhaal dat voor het eerst in 1957 gepubliceerd werd. Dit is de eerste Nederlandse vertaling. Het is een verhaal dat je beetpakt en meesleept. Je moet verder lezen ondanks de afstand die Angel om zich heen creëert, een afstand die je bijna voelt. Ik heb zelden zo'n personage ontmoet in een boek en voelde me zowel aangetrokken als afgestoten door haar gedrag. Maar dat maakt het boek ook zo aantrekkelijk. Je wil weten hoe het afloopt, komt ze zichzelf uiteindelijk tegen of houdt haar wereld ondanks alles stand?
Kortom, lezen dit boek. Het is betoverend, interessant, enerverend en pakkend. Wat wil een mens nog meer?


De schrijfster Elizabeth Taylor (1912-1975) stond haar leven lang in de schaduw van haar beroemde naamgenoot, de actrice Elizabeth Taylor.  Ze leidde een rustig bestaan op het Engelse platteland met man en twee kinderen en publiceerde eens in de zoveel jaar een nieuwe roman. Tijdens haar leven schreef ze twaalf romans, vier verhalenbundels en een jeugdboek.

ISBN 9789492168085 | Paperback | 320 pagina's | Uitgeverij Karmijn | juni 2016
Vertaald door Mieke Prins

© Dettie, 16 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altUnderdog
Elfie Tromp


‘Haar broer is een raam dat half openstaat. Een wapperend gordijn ontneemt je het zicht. Soms komt er een flard geluid uit. Als de wind goed staat, waait het gordijn even opzij en heb je een inkijkje. Maar het grote verhaal, dat wat er zich daarbinnen afspeelt, moet je zelf verzinnen‘


Zo typeert de zus van Rein haar broer. Ze is dol op hem, en ze denkt graag terug aan hun gezamenlijke jeugdavonturen, maar het wordt steeds moeilijker om contact met hem te krijgen. Ze weet dat het ook aan haar eigen omstandigheden ligt, ze wil zo graag een kind, maar haar man deelt haar enthousiasme niet en daar piekert ze over.


Rein is verslaafd aan World of Warcraft, een computergame. Avonden, nachten zelfs brengt hij door voor het scherm. Hij speelt in een team, en door te chatten heeft hij zijn medespelers al aardig leren kennen. Dat geldt speciaal voor de groepsleider: in het spel is zij de elf Jodida. In werkelijkheid is zij Karin. Er mag niet naar gerefereerd worden, maar iedereen weet dat zij een vorm van ongeneeslijke kanker heeft.
Rein verliest zich het liefst in de computerwereld, maar er moet nu eenmaal ook gewerkt worden. Dat doet hij in de kennel die door zijn moeder Vera en zus Adelien beheerd wordt. De dames zijn fanatiek bezig met het trainen van Afghaanse windhonden:

‘Perfectie in zes punten. Vuur dat zich uitrekt. Aan de ene kant verschijnt een staart met een sierlijke krul aan het eind, hardt uit. Kraakbeen in een cirkel. De andere kant wordt een snuit. Gepunt, geopend. De vlammen druipen langs vier gespierde poten en zetten zich als een tapijtrand vast. Een meezwierende bies. Gestrekt en gekromd. Een hond.’


Hun passie loont echter niet langer. Ze slepen nog steeds de ene prijs na de andere in de wacht, maar ze halen de kosten er niet meer uit. Dan ziet Vera die ene mogelijkheid: als ze nu hun topteef laten dekken door de topreu van de wereld, komt het misschien goed. Die reu is eigendom van een Australische hondenkennel. De eigenaar is een excentriek persoon, en Vera is dan ook door het dolle heen als het er op begint te lijken dat haar teef welkom is. Maar de reis naar Australië zal niet op rolletjes verlopen.


In een wervelend en vaak ironisch grappig verhaal lezen we over de ins and outs van de hondensport en hondenhandel, over de rol van een druïde in de computerwereld, over een prille liefde en over de outbacks van Australië.
Elfie Tromp laat het verhaal heen en weer zwieren tussen de personages, weet situaties vaak in een enkele zin duidelijk te maken, en trakteert de lezer op mooie beschrijvingen.


Rein is degene met de meeste vertelruimte. Omdat hij ‘anders’ is, en een jonge man die nog moet beslissen wat hij met zijn leven gaat doen, is hij degene die zorgt voor een spanningsboog. De tegenstelling met zijn zus is heel duidelijk, en de moeder zorgt vooral voor het hilarische element. De vader is een schimmig persoon op de achtergrond, maar hij mag even de lont onder een smeulend vuurtje aansteken.
De hoofdstukken – trimesters – worden op een speciale manier aangeduid. Elfie Tromp maakt duidelijk dat niets toevallig is in haar roman.


De Underdog is een prachtige psychologische verhaal, waarbij de rol van de underdog niet alleen voor een hond is weggelegd en waarin mensen geconfronteerd worden met hun diepste zelf.


Elfie Tromp (1985) is schrijver en columnist. Underdog, haar tweede roman, is genomineerd voor de BNG Literatuurprijs en Diorapthe.


ISBN 9789044534917 | Hardcover| 223 pagina's | Uitgeverij De Geus | november 2015

© Marjo, 10 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height="167"Boven de waterval
Ron Rash


Over drie weken zal Les niet langer de scepter in het dorpje in de Appalachen zwaaien. Op eenenvijftigjarige leeftijd zal hij zich terugtrekken als sheriff en met pensioen gaan. Zijn dertig dienstjaren bij de politie zitten er dan op. Les heeft ze doorstaan, hoewel niet glansrijk. Hij heeft steekpenningen van de plaatselijke wietdealers aangenomen. Dat weet iedereen en Les schaamt zich daar niet voor.


Lieden die zich met het koken van crystal meth bezighouden, worden echter niet door Les ontzien. Het goedje heeft een verwoestende uitwerking op lichaam en geest. Niet alleen de levens van de gebruikers maar ook die van hun familie worden door het smerige spul verwoest. Voor Les met pensioen zal gaan, zal hij nog een laatste maal een inval in een drugslab bijwonen. Voor die tijd zal hij zich met kleinere zaken bezighouden. Zo is een geleende grasmaaier niet teruggebracht en schijnt er een stroper actief te zijn.


De stroper in kwestie is al op leeftijd. Hij heet Gerald. Hij is een goede vriend van Becky, die sinds twee jaar hoofdparkopzichter van Locust Creek Park is. De wereldvreemde Becky en de driftige Gerald vormen een vreemde combinatie. Becky is dol op de oude man. Les hoopt dat Gerald haar vertrouwen ook echt verdient. Hij mag Becky graag. Les en Becky draaien al een tijdje om elkaar heen. Zijn ze vrienden of zijn ze meer dan dat? Les weet het niet. Hij weet wel dat Becky het nodige heeft meegemaakt. Zelf is Les ook door het leven getekend. Hij heeft de depressie van zijn ex-vrouw onderschat wat er uiteindelijk toe leidde dat ze een zelfmoordpoging deed. Het huwelijk overleefde Les’ botte gedrag niet.


Becky was nog maar een kind toen, in 1984, een gewapende man haar school binnendrong en haar juf en twee schoolgenootjes om het leven bracht. Ze weet nog goed hoe ze zich aan haar juf vastklampte, kort voor het dodelijke schot viel. De gebeurtenis heeft Becky voorgoed getekend. Volgens de plaatselijke roddelaars is ze een zonderling figuur. Kwade tongen beweren zelfs dat ze autistisch is. Becky vindt troost in het prachtige natuurgebied dat ze beheert. Wanneer de natuur haar geheimen aan haar prijsgeeft, stroomt er een gevoel van rust door haar heen.


De oude Gerald wordt beschuldigd van het stropen van vis in een nabijgelegen resort. Les’ oude vriend C.J wil dat hij de man op zijn gedrag aanspreekt. Hij eist zelfs dat Gerald opgepakt wordt. C.J. heeft er schoon genoeg van. Les geeft de oude man een waarschuwing waarop Gerald woedend het resort binnenstormt. De situatie loopt uit de hand en het kost Les de grootste moeite de gemoederen te bedaren. Korte tijd na het incident drijven er tal van dode vissen in het water. Prachtige forellen hebben het loodje gelegd omdat iemand rode diesel in het water heeft gegooid. Opnieuw wordt Gerald als verantwoordelijke aangewezen.


Ron Rash is een meesterverteller. Hij pakt een kleine gebeurtenis in een nietszeggend dorpje en maakt er een prachtig verhaal van. De beschrijvingen van het natuurschoon in North Carolina, waar de auteur vandaan komt, zijn ronduit poëtisch:


In prisma. Als een dooier zit het prille ochtendlicht gevangen in de dauwdruppels, elk zo kleurrijk als een regenboogjong. Maar ze talmen als tranen die ongewild opwellen.


Boven de waterval gaat over vriendschap en loyaliteit. Wie zijn of haar vertrouwen aan de verkeerde persoon schenkt, zal daar levenslang een litteken aan overhouden. Omgekeerd geldt hetzelfde: wie het vertrouwen van een ander schendt, zal daar de rest van zijn of haar leven mee moeten leven. Het schuldgevoel nestelt zich diep in het binnenste van de verrader in kwestie. Becky weet hoe het is om de verkeerde te vertrouwen en Les is twee keer ernstig tekortgeschoten toen een dierbare hem nodig had. Hun leed verbroedert.


Boven de waterval
is meer dan een mooi verhaal. Het is kunst in boekvorm.


Als ik het bos uit loop: een holle krak onder mijn schoen.
De afgeworpen huid van een cicade. Wat een zegen om je zo makkelijk van je oude ik te kunnen ontdoen.”


ISBN 9789044536751 | hardcover | 222 pagina's| Uitgeverij De Geus | mei 2016
Vertaald door Nan Lenders en Anneke Bok 

© Annemarie, 4 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Onderhuids
Pieter Sparre


In een vredig vakantiepark, ergens in een fictief zuidelijk gelegen land, zijn de voorbereidingen voor het jaarlijkse straattheaterfestival in volle gang. Naast vakantiegangers zijn er ook diverse artiesten in het park neergestreken. De sfeer is broeierig. Voor de vaste bewoners van het park breekt een hectische tijd aan.


Paolo is de eigenaar van het park. Wie niet weet welke duistere gedachtes zijn geest vullen, ziet hem voor een zachtaardige man aan. Personeelslid Roza, die na een vlucht uit haar thuisland illegaal in het land verblijft, is dol op hem. Lange tijd heeft ze alles op alles gezet om zijn hart te veroveren maar Paolo bleek ongevoelig voor haar liefdesbetuigingen. Hij heeft zijn hart aan een ander verpand. Een liefde waar hij zich tegen probeert te verzetten. Jyl, de dochter van Roza, is immers nog maar negen jaar oud.


Voormalig politicus Guido verblijft al een jaar in het park. Guido komt uit een naburig land. Na een politieke nederlaag heeft hij zich in het park teruggetrokken. Zijn politieke carrière is voorbij maar Guido zelf denkt daar anders over. Hij is druk bezig met het schrijven van een manifest. Guido zal met een nieuw regeringsplan op de proppen komen. Een plan dat de huidige regeringsleiders van hun troon zal stoten. Guido moet alleen nog wel even goed nadenken over de inhoud van het schrijfsel. Hij moet immers zo veel mogelijk zieltjes winnen.


Wanneer Guido langs de kant van de weg een dode man vindt, breekt een onrustige tijd aan. Hij herkent de dode meteen. Het is een van de noordelingen die onlangs in het park zijn gearriveerd. De stoere, blonde mannen zijn werkzaam als vuurvreters en messenwerpers. Wat is de dode man overkomen? Is de jonge, gespierde kerel zomaar dood neergevallen?


De dood van de artiest blijkt het begin van een rampzalige tijd. Er worden meer mensen ziek. Ernstig ziek. Tussen de bedrijven door wordt bovendien een koelbloedige moord gepleegd. De sfeer in het vakantiepark wordt steeds grimmiger. Wanneer blijkt dat, op last van de autoriteiten, niemand het park mag verlaten, loopt de situatie al snel volledig uit de hand.


Onderhuids gaat over de belastbaarheid van de menselijke geest. Hoe reageren mensen als ze in een crisissituatie belanden? Het verhaal is vrij zwaar geschreven en komt daardoor wat moeizaam op gang. Ook het feit dat geen enkel personage in het boek sympathiek te noemen is, maakte het voor mij moeilijk in het verhaal te komen. De gedachtes van Paolo zijn ronduit verontrustend en naar mijn mening veel te gedetailleerd. De schrijver heeft uiteraard de vrijheid te schrijven wat hij wil, maar als lezer had ik die fragmenten liever niet gelezen. Helaas is Paolo niet de enige griezel in het boek.


Waar ik mij over heb verbaasd, is de manier waarop over een groepje acrobaten met een donkere huidskleur wordt geschreven. Zij worden met een vreemd soort vanzelfsprekendheid als wildemannen en verkrachters, waar geen fatsoenlijk woord mee te wisselen valt, neergezet. Namen hebben ze niet. Ze worden enkel “zwarten” of zelfs “zwartjoekels” genoemd. Een groepje zingende meisjes wordt nogal respectloos “indianenmeiden” genoemd. Er is niemand in het boek die de acrobaten en zangeressen op een normale manier aanduidt. Ook de schoonmaaksters in het boek heten simpelweg “de werksters”. Ik heb me behoorlijk aan deze benamingen gestoord.


Onderhuids biedt een bont verhaal vol gruwelijke gebeurtenissen en bijzondere personages. Het afgelegen park is haast een wereld op zich waardoor het een goede setting voor het verhaal vormt. Hoewel de schrijver de lezer doorlopend met nieuwe ontwikkelingen verbaast en het verhaal goed opgebouwd is, wist dit verhaal me niet te bekoren. Ik miste een vrolijke noot die me een adempauze had kunnen bieden, of een ontwikkeling die het allerergste iets af zou zwakken. Nu was het te veel van het goede voor mij.


ISBN 9789461539311 | paperback | 222 pagina's| Uitgeverij Aspekt | april 2016

© Annemarie, 29 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een dame in Parijs
Alyson Richman


'Gebaseerd op een waargebeurd verhaal' staat op de cover te lezen en dat maakt gelijk nieuwsgierig. Alyson Richman schrijft gelukkig in haar nawoord wat dat waargebeurde gedeelte was.  'In een krantenartikel (2014) werd beschreven dat er recentelijk een mysterieus appartement in Parijs was ontdekt, dat bijna zeventig jaar, sinds het begin van de Tweede Wereldoorlog, afgesloten was geweest. De erfgenamen wisten niet eens dat het bestond[...]'


Het appartement was prachtig ingericht, stond vol met weelderige meubels, Chinees porselein en andere fraaie kunstvoorwerpen uit de negentiende eeuw. Maar wat het meest de aandacht trok, was een prachtig schilderij van Boldini waar Marthe de Florian, de beeldschone eigenaresse van het huis en overgrootmoeder van de erfgenamen op stond afgebeeld. Dat artikel én het schilderij prikkelde de schrijfster zodanig dat ze op onderzoek uitging. Ze ontdekte dat de vrouw een zoon had en een kleindochter, Solange, maar veel meer kwam ze niet te weten. Rond deze summiere gegevens over Marthe kwam deze fraaie roman tot stand.


Marthe de Florian werd geboren als Mathilde Beaugiron en groeide op in armoedige omstandigheden. Haar moeder waste kleren van andere mensen en Mathilde verdiende de kost als naaister in een atelier. Ze stopte met dat werk toen ze zwanger bleek. Henri, haar zoon, stond ze af aan haar collega en vriendin Lousie Franeau.
De zeer aantrekkelijk Marthilde doet auditie voor revuemeisje bij theater Les Ambassadeurs en wordt aangenomen. Al snel heeft ze een aanbidder, de rijke, gehuwde Charles, die elke woensdag kwam kijken. Hij aanbad Mathilde, die hij de naam Marthe de Florian geeft, een naam die ze haar leven lang zal aanhouden. Het prachtige appartement en de inrichting heeft ze van Charles gekregen.


Op zijn achttiende krijgt haar zoon Henri te horen dat Marthe zijn moeder is. Maar de stijve apotheker Henri, kan niet goed overweg met zijn flamboyante moeder. Zijn dochter Solange krijgt haar grootmoeder eveneens pas later en wel op negentienjarige leeftijd te zien, nadat ze haar vader verteld heeft dat ze schrijversambities heeft. Mogelijk dat Marthe Solange inspiratie voor een verhaal levert, veronderstelt Henri.
- Het is dan 1939, Marthe moet dan rond de vijfenzeventig jaar oud zijn, maar ze is nog steeds elegant en aantrekkelijk. - Wonderbaarlijk genoeg klikt het onmiddellijk tussen grootmoeder en kleindochter.  Marthe stelt voor dat Solange één maal in de week langskomt dan zal zij haar levensverhaal vertellen. 'Dat relaas is niet geschikt voor preutse of teerhartige mensen.'


En zo lezen we hoe wonderlijk het leven van deze markante, elegante vrouw is verlopen. Hoe zij zich langzamerhand van meisje uit de armoedige Rue Berthe ontwikkelde tot de modebewuste, sensuele, intelligente, kunstkenner. Ze is haar geliefde Charles zeer toegewijd, ze hield oprecht van hem. Het verhaal rond het ontstaan van het in opdracht van Charles geschilderde schilderij is vooral prachtig en ontroerend.


Solange luistert ademloos naar Marthe's verhalen en noteert alles. We lezen hoe Marthe bewust alle wereldleed buiten de deur hield, ze creëerde haar eigen eiland van rust wat ze inrichtte met prachtige kunstwerken, maar ze was zeker niet wereldvreemd.  Ondertussen heeft Solange natuurlijk ook haar eigen leven dat eveneens zeer bijzonder verloopt. Het is aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, het zijn turbulente, spannende tijden. En net nu heeft Solange de joodse vriendelijke Alex ontmoet. Ze weten dat ze voor elkaar bestemd zijn maar hebben de tijd niet mee.


Het boek levert alle 415 pagina's lang alleen maar leesplezier op. Je wil het in één ruk uitlezen. Marthe is een intrigerend figuur. De schrijfster heeft de leefomgeving, de kleding en de leefstijl van Marthe zorgvuldig weergegeven zodat je de kamers, de inrichting en de personages voor je ziet. Maar het is vooral de vrouw, Marthe de Florian zelf die zo boeiend is weergegeven.
Het is een verhaal om bij weg te dromen. Lezen dit boek!


ISBN 9789401605021 | Paperback | 415 pagina's | Uitgeverij Xander | juli 2016
Vertaald door Nellie Keukelaar-van Rijsbergen

© Dettie, 26 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Aldus Sybren
Micha Meinderts


Daar staat hij dan op Schiphol, Sybren Smeding, gescheiden, negenentwintig jaar oud. Back to the roots, ofwel terug naar Nederland na meer dan twintig jaar in Amerika gewoond te hebben. Een nieuw begin, in alle opzichten.

Zijn oom Willem, waar hij voorlopig bij intrekt, had gelukkig een baan voor hem. Sybren treft het sowieso, want zijn collega Jan blijkt veel meer dan een collega. Hij is erg vriendelijk, vangt Sybren op en zorgt er zelfs voor dat Sybren zijn eigen woonruimte krijgt. Dat is wel nodig want hoe vriendelijk oom Willem ook is, en hoe hard ze alle twee hun best doen, het botert niet helemaal tussen Sybren en oom Willem. Oom Willem kan niet echt wennen aan de nieuwe Sybren die voorheen door het leven ging als vrouw, genaamd Brechtje.  Sybren is dan ook de hemel te rijk met zijn nieuwe woonruimte.


Sybren heeft al sinds de start van zijn transitie een flink proces doorlopen. Hij gaat nu door het leven als man. Zijn borsten zijn verwijderd en er groeit inmiddels, dankzij de testosteroninjecties een flinke bos haar op zijn borstkas en ook de baardgroei is niet achtergebleven. Maar Sybren is nog onzeker, hij weet wel dat hij zich zjjn hele leven een jongen, een man, heeft gevoeld, maar nu hij zo door het leven gaat, betekent dat niet dat het allemaal van een leien dakje gaat. Hij stuit als transgender op problemen zoals bijvoorbeeld de geslachtsvermelding in het paspoort of welke deur van het openbaar toilet te nemen. Sybren krijgt erg botte opmerkingen te horen. Er is altijd de vraag aanwezig hoe de mensen in zijn omgeving ermee om zullen gaan? Zullen ze hem accepteren? Hoe zal het gaan als hij een relatie krijgt? Wat overigens niet veranderd is, is zijn geaardheid, hij valt nog steeds op mannen.

Sybren ontmoet wel leuke mannen, raakt ook heftig verliefd, maar is eveneens nog bezig met wennen aan zijn nieuwe leven in Nederland, zonder Brian, zijn ex. Jan blijkt goud waard. Hij is er altijd en maakt dat Sybren zich niet al te eenzaam voelt. Dankzij hem leert Sybren interessante nieuwe mensen kennen, heel leuke nieuwe mensen...

In feite wordt in deze roman geen extra nadruk gelegd op het transgender zijn van Sybren. In die zin dat het niet heel dramatisch gebracht wordt. Het is nu eenmaal zo en vertelt wordt hoe het is en hoe de wereld er mee omgaat.
Wel worden de hoofdstukken rond Sybrens huidige leven afgewisseld met de tijd dat hij nog als vrouw, als Brechtje, door het leven ging. We lezen wat Brechtje allemaal vreemd en voor haar heel onnatuurlijk vond. Kortom, Brechtje was een meisje, een vrouw, die zich totaal niet in haar lichaam thuis voelde. 


In het gedeelte wat zich in het heden afspeelt, lezen we over een vriendelijke, jonge man, die voornamelijk zijn draai probeert te vinden. Sommige mensen zijn nieuwsgierig naar de transgender Sybren, niet naar de persoon, en stellen vragen die erg ver gaan. Maar het meest lastige voor Sybren is niet het transgender zijn, dat weet hij zijn hele leven al,  maar wel wanneer en hoe je het eventueel aan iemand moet en kan vertellen. 
Het boek is echter vooral een coming of age verhaal over iemand die langzamerhand, zoals iedereen, met vallen en opstaan de volwassen wereld in stapt met alle onzekerheden, verliefdheden, dwaasheden en waarheden die erbij horen. Heerlijk, hartverwarmend, meeslepend, positief verhaal. Als je er eenmaal aan het verhaal begint kun je niet stoppen tot je het uit hebt.


Aldus Sybren is een autobiografische roman: "Op enkele scenes na is alles echt gebeurd, maar niet, of niet precies, zoals ik het heb opgeschreven. Personages bestaan uit meerdere personen, situaties zijn samengevoegd tot een enkele gebeurtenis, de locaties zijn veranderd, zelfs de volgorde klopt niet altijd. Maar de emoties die de gebeurtenissen bij Sybren oproepen, de impact die de personages op hem hebben, zijn echt."


ISBN 9789020608397 | Paperback met flappen | 342 pagina's | Uitgeverij Pepperbooks | 12 juli 2016

© Dettie, 25 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altLiefde kan mislukken
Matthew Quick


Portia Kane is veertig als ze op een dag thuiskomt en haar man betrapt met een veel jongere vrouw. Een meisje eigenlijk nog. Nu is het geen verrassing voor haar dat hij haar bedriegt, en ze kan ook niet zeggen dat hun huwelijk fantastisch was:  de man, maker van pornofilms, sloeg haar en had buiten dat nauwelijks aandacht meer voor haar.
Na dit voorval staat haar besluit vast, ze vertrekt meteen. Maar niet voor ze zich uitgeleefd heeft op zijn grootste liefhebberij: dure sigaren en uitgelezen wijnen. Op zijn sms-jes reageert ze niet, maar ze blijft wel zijn geld uitgeven.
Pas na ruim een jaar zal ze reageren op zijn berichten.


In die tussentijd woont ze tijdelijk bij haar moeder, een vrouw die eigenlijk dat woord niet waard is. De liefde voor haar dochter is enorm, maar de manier om dat uit te drukken?
Steeds vaker denkt ze aan haar oude leraar Engels, die bij gebrek aan een eigen vader een vaderfiguur was voor haar.  Hij inspireerde haar - en Chuck ook, blijkt later - maar na haar eindexamen heeft ze nooit meer iets van zich laten horen. Nu wil ze hem weer opzoeken.  Ze ontmoet een jeugdvriendin en diens zoontje die inwonen bij Danielles broer, Chuck. Danielle vertelt over een zeer smadelijk voorval waardoor Mr Vernon gestopt is met lesgeven.


Indachtig aan diens eigen lessen - ‘je kan worden wie je wilt zijn’ - neemt Portia zich voor om zijn leven weer op de rails te krijgen. Maar wil haar leraar dat wel? Hij kan dan wel de held van sommige leerlingen zijn, hij is gedesillusioneerd, en woont in afzondering met zijn hond Albert Camus.
Gesteund door een onverwachte ontmoeting met een non, die haar een opdracht meegeeft, door haar vriendins zoontje die gek is op heavy metal muziek en Chuck, ooit heroïneverslaafd, is ze vastbesloten. De redding van Mr Vernon zal haar eigen redding betekenen, denkt ze.


Een feel-goodroman, die op sommige momenten nogal voorspelbaar is, maar leest als een trein.
Drie personages vertellen het verhaal om de beurt: Portia, Mr. Vernon en Chuck. Dat andere perspectief werkt prima. Er zijn veel thema’s: behalve natuurlijk de liefde komen nogal zware onderwerpen aan de orde: porno, drugsverslaving, obsessieve verzamelwoede, het katholieke geloof, maar ook zijn er lichtere elementen. De passie voor heavy metal en het zelfmoordpact met een hond die ik niet echt serieus kan nemen, al is het de aanzet tot heftiger kost. Soms gaat Quick met een noodvaart door de tijd, waardoor de lezer zich afvraagt wat de bedoeling daarvan is. Maar er blijft genoeg inhoud over. Zijn stijl is vlot, gevoelvol en humoristisch op zijn tijd.
Heerlijke roman!


Matthew Quick (1973) brak in 2008 door met zijn debuutroman ‘The silver linings playbook’, die in 2012 met succes verfilmd werd. Quick heeft Engels gestudeerd en doceerde literatuur en film op een middelbare school in New Jersey. In 2004 vertrok hij daar om fulltime fictie te schrijven. Met succes dus!


ISBN  9789047707028 | paperback| 368 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat| december 2015
Vertaald uit het Engels door Ineke Lenting

© Marjo, 20 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height="167"Schipbreuk van een leven
Erik Valeur


Hoewel weduwe Blegman al bijna negentig is, is ze er toch in geslaagd ongemerkt uit verzorgingstehuis Solbygaard te verdwijnen. Alsof ze lichtvoetig naar buiten is gedanst. Niemand heeft haar zien vertrekken, toch is haar kamer leeg. De hele natie is in rep en roer. Iedereen kent weduwe Blegman, moeder van uiterst succesvol nageslacht. Haar twee zoons zijn de twee machtigste mannen van Denemarken. De een is minister-president, de ander minister van Justitie.


Waar is weduwe Blegman? Die vraag nestelt zich op ieders lippen. De politie heeft haar handen vol aan de mysterieuze verdwijning. Dan blijkt dat niet alleen de weduwe, maar ook haar testament is verdwenen. In de map waarin het belangrijke document was opgeborgen, wordt enkel een papiertje met daarop een datum aangetroffen. Een datum uit het verleden. Een datum die niemand wat zegt. Er wordt inmiddels gevreesd dat de weduwe ontvoerd is. Een andere verklaring is er niet. Wie heeft de oude dame ongemerkt naar buiten geloodst?


Wie heeft het testament ontvreemd en het vreemde briefje achtergelaten? Het is een uiterst delicate zaak. De twee machtigste mannen van Denemarken huilen krokodillentranen. Ze zijn heimelijk opgelucht dat het testament is verdwenen. De weduwe had immers door laten schemeren dat ze het testament, ten nadele van haar kroost, had veranderd. Wanneer er geen testament is, zal het immense fortuin van de weduwe automatisch naar haar twee zoons gaan. Hun zorgen zijn voorbij.


Beide zoons zitten op zwart zaad. Hun moeder weigerde te helpen. Ze hebben immers een enorme erfenis van hun vader gehad. Geld dat ze verkwanseld hebben. De weduwe was ervan overtuigd dat ook haar fortuin als sneeuw voor de zon zou verdwijnen. Binnenkort zal er korte metten met het aanzien van de twee broers worden gemaakt. Dan zal de buitenwereld weten dat ze failliet zijn. Nu de weduwe verdwenen is, zullen ze wellicht geen gezichtsverlies hoeven te lijden. Hun uitgestreken gezichten verraden niet dat ze de ontvoerder van hun moeder dankbaar zijn.


Het briefje met de datum, houdt de gemoederen bezig. Op het moment dat de politie in het verleden van de broers begint te graven, heeft de lezer al kennisgemaakt met Viggo Larssen en zijn jeugdvrienden. Het groepje kinderen woonde in eenvoudige rijtjeshuizen in Søborg. Tegenover de huizenrij stond “Het gele huis”. Daar woonde de rijke familie Blegman met hun drie zoons. De jongste was een bijzonder, ongeremd kind. Hij werd door iedereen Pil genoemd, wat “Pijl” betekent. Het jongetje schoot er immers steeds als een pijl uit een boog vandoor. Zijn ongebreidelde energie zou hem al op jonge leeftijd duur komen te staan. Het lot van het kind zou vele mensenlevens voorgoed veranderen. Op sommigen had het zelfs een verwoestend effect.


Tegenwoordig woont Viggo Larssen in een oude vuurtoren, aan de rand van de wereld. De verteller van het verhaal bespiedt hem. Zij kent hem al jaren maar daar is hij zich niet van bewust. Vermoedt ze dat hij iets met de verdwijning van de weduwe te maken heeft? Weet ze zelf meer over het gebeuren? De onbekende vrouw ontdekt dat Viggo zich met zonderlinge zaken bezighoudt. Hij gelooft met een bewonderenswaardige bevlogenheid in het onmogelijke. Hebben de gebeurtenissen uit zijn jeugd zijn geestelijke gezondheid verwoest of is Viggo de enige die zijn verstand niet is verloren? Wanneer de politie ontdekt dat de vogelkooi die in de kamer van de weduwe staat, er enkel voor de sier stond, is het mysterie compleet. De gele kanarie die in de kooi rondfladdert, kan niemand ontgaan.


In Schipbreuk van een leven neemt Erik Valeur de lezer mee terug in de tijd. Welke gebeurtenissen hebben tot de verdwijning van de weduwe geleid? De waarheid komt schoorvoetend aan het licht. Stukje bij beetje en niet chronologisch. De verteller sprokkelt alle informatie bij elkaar terwijl haar gevoelens voor Viggo haar steeds meer verwarren.


Erik Valeur debuteerde enkele jaren geleden met het boek Het zevende kind. Dit indrukwekkende debuut sleepte tal van prijzen in de wacht. Met het prachtige Schipbreuk van een leven heeft de auteur bewezen absoluut geen eendagsvlieg te zijn. Het verhaal leek voor mijn ogen tot leven te komen. Ik zag Viggo bij zijn vuurtoren zitten en de kinderen uit de rijtjeshuizen buitenspelen. De auteur laat het verhaal van de bladzijden loskomen en de wijde wereld ingaan. Indrukwekkend en onvergetelijk.


ISBN 9789023499961 | paperback | 458 pagina's | Cargo | juni 2016
Vertaald door Angelique de Kroon

© Annemarie, 17 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altIn seizoenen
Judith Visser


‘Fronsend keek ik naar de oorthermometer. Nog steeds gaf het schermpje 40 graden aan. Maar dat kon niet kloppen. Dat was veel te hoog. Mijn moeder had het goedkope ding jaren geleden al gekocht, die was vast onbetrouwbaar. Ik boog me over haar heen en stak de thermometer in haar andere oor.
Nog steeds 40.
Voor de zekerheid probeerde ik het bij mezelf.’


Annabel Wismar heeft vanaf de dag dat haar man uit de kast kwam en naar Spanje vertrok in haar eentje voor hun enige zoon David gezorgd. Het bleek heel moeilijk voor de toen vierjarige jongen om te accepteren dat zijn geliefde papa zomaar weg was. Hij voelde zich erg in de steek gelaten. Toen hij kort daarna bijna verdronk, reageerde Annabel, zelf bang voor water, met grote bezorgdheid. Nu hebben ze een uitzonderlijk innige band, deze moeder en zoon.


En dan blijkt Annabel kanker te hebben. Aanvankelijk lijkt de ziekte behandelbaar, tot het vonnis valt:  ‘Ongeneeslijk, we kunnen niets meer voor u doen, mevrouw.’ Nog een paar maanden, een paar seizoenen. Moeder en zoon tonen zich strijdbaar. Hoezo niets aan te doen? Ze pluizen internet na en vinden een kliniek in Leuven, die met vrij onorthodoxe middelen succes schijnt te boeken. De vierendertigjarige David trekt bij zijn moeder in. Om voor haar te zorgen natuurlijk, maar even afstand tot zijn vrouw krijgen komt hem ook wel goed uit. Het gaat niet zo goed met zijn huwelijk. Zijn vrouw Josefien dringt aan op kinderen, en David wil ze niet. Wat hij wil is dat zijn Grote Liefde terugkomt, en natuurlijk dat zijn moeder beter wordt. Op dat laatste pint hij zich vast. Hij verwaarloost zijn werk, en sleept zijn moeder mee naar waar ze maar iets voor haar zouden kunnen doen. Ook als Annabel zelf al weet dat het zinloos is. David is verbeten.


Judith Visser heeft met deze roman een intrigerend verhaal geschreven over de band tussen moeder en zoon. Beiden hebben een onverwerkt verleden, onuitgesproken, maar wel met een grote impact op hun leven samen. Hier wringt het af en toe: de overgangen naar het verleden van de moeder zijn soms geforceerd, hetgeen vreemd is, want op andere momenten is die overgang heel soepel. Misschien wilde de schrijfster niet in herhaling vallen?


Hoe ga je om met de gedachte aan een onvermijdelijk naderend afscheid? Zowel de moeder als de zoon, die allebei een stem krijgen in het verhaal, hebben er grote moeite mee. Ze hebben alleen elkaar, de anderen – vader, broer, echtgenote, vriendin – zij doen niet ter zake. Zij kunnen toch immers niet begrijpen wat de twee voor elkaar betekenen.
Een zwaar onderwerp en het is dan ook geen boek dat je in een ruk uitleest. Maar het is een mooi geschreven indringend verhaal. Lezers die de situatie herkennen, vooral de scènes die zich afspelen in het ziekenhuis, door Judith Visser nietsontziend met vaak schrijnende details beschreven, kunnen hier moeite mee hebben. Het is confronterend.


Judith Visser (1978) is vooral bekend door haar thrillers. Maar dit is toch alweer haar derde roman. Een boek dat geschreven moest worden vanwege persoonlijke omstandigheden. De goed gekozen omslag is symbolisch voor de inhoud van het boek.


ISBN 9789044347500| paperback | 397 pagina's | Uitgeverij The House of Books | januari 2016

© Marjo, 12 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altAls het lot lacht
Adam Johnson


Zes verhalen over ongewone situaties, in speciale settings. Zes hoofdpersonages wiens leven niet op rolletjes loopt, en die geconfronteerd worden met een lastige keuze.


Een IT-specialist die een programma schrijft waarmee de president van de Verenigde Staten tot leven wordt gewekt, en thuis overweg moet zien te kunnen met een stervende vrouw.
Een man die ten tijde van de rampen die Louisana troffen de weg probeert te vinden. Hij moet spullen afleveren, maar is eigenlijk op zoek naar de vrouw die hun zoon bij hem heeft gedumpt. Hij gelooft niet dat ze dit zomaar deed.
Nog een zieke vrouw, nu als hoofdpersoon, die met haar man bespreekt wat hij zal doen na haar overlijden. Het is gedurende het verhaal niet helemaal duidelijk of zij nog in den lijve aanwezig is.
Een man die een verleden als directeur van een Stasi-gevangenis achter de rug heeft, die van binnen wel weet dat het fout was wat hij gedaan heeft, maar dat absoluut niet wil toegeven. Hij loopt mee met een rondleiding in de gevangenis, waarbij de gids een slachtoffer is.
Een man die vecht tegen zijn pedofiele neigingen. Is hij in staat de verleiding te weerstaan? Is het bezoek  van die agent een waarschuwing of een roep om hulp?
En het titelverhaal dat gaat over twee Noord-Koreaanse deserteurs die naar het Zuiden vluchten om daar een leven proberen op te bouwen.


Alle hoofdpersonen worstelen allemaal met een dilemma. Ze verkeren in situaties waar je je liever niet in bevindt, maar ja, het kan zomaar gebeuren. Kunnen ze er mee omgaan? Is er ergens een oplossing te vinden?
Indrukwekkende verhalen, in een overtuigende stijl.


Persoonlijk vind ik het verhaal ‘George Orwell was een vriend van me’ over de Stasi-directeur het beste, maar dat ligt vast aan het feit dat de achtergrond van het verhaal meer herkenbaar is.


Voor deze verhalenbundel kreeg Adam Johnson (1967) de National Book Award 2015, de hoogste literaire prijs in de VS. Eerder kreeg hij de Pulitzer Prize voor zijn roman ‘Gestolen leven’.
Het zit er wel in dat we meer van deze schrijver horen.


ISBN  9789056725501 | Hardcover | 252 pagina's | Uitgeverij Signatuur | juni 2016
Vertaald uit het Engels door Miebeth van Hoorn

© Marjo, 4 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vadertje Langbeen
Jean Webster


Vadertje Langbeen, Daddy-Long-Legs, het boek dat Jean Webster in 1912 schreef en sindsdien meerdere malen verfilmd werd, is een geliefde klassieker voor jong en oud. Toch kende ik het boek niet en toen ik ontdekte dat het boek dit jaar opnieuw uitgegeven was, moest het er eindelijk eens een keer van komen. En daar heb ik geen spijt van.


Het is het verhaal van de vondeling Jerusha Abbott die opgroeit in de stijve, starre sfeer van het John Grier Huis. Het weeshuis waar de zenuwachtige, gejaagde directrice Juffrouw Lippett de scepter zwaait. Met haar zeventien jaar is Jerusha inmiddels het oudste kind van het huis.
Gezellig is het er niet, het eten is karig, de kleding die de kinderen dragen zijn afdankertjes en een vriendelijk woord voor de kinderen is er niet bij. Naast haar schoolwerk moet Jerusha hard werken in het tehuis. Kortom, ons wordt het klassieke beeld geschetst van het onfortuinlijke weesmeisje.


Op een dag echter, wordt ze bij de directrice geroepen. - Op weg naar de directiekamer vangt ze een glimp op van een grote slanke man met onwaarschijnlijk lange benen. - Met lood in haar schoenen stapt ze de kamer van Juffrouw Lippett in en stapt er op vleugeltjes weer uit. Een van de regenten, de man die ze in een flits zag, geeft Jerusha namelijk de mogelijkheid om naar de Universiteit te gaan!


"Naar de Universiteit?" Met open mond gaapte Jerusha de directrice aan.
Die knikte, "Ja, hij bleef net hier om nog verschillende condities met me te bespreken. Heel buitengewone condities waren het. Die meneer de regent is een fantast, mag ik wel zeggen. Hij gelooft dat je veel oorspronkelijke gedachten hebt en wil nu een schrijfster van je maken."


Ze krijgt ook nog eens een maandelijkse toelage van 35 dollar zodat ze in niets onder zal doen ten opzichte van de andere meisjesstudenten. De enige voorwaarde is dat Jerusha elke maand een brief aan de regent moet schrijven over haar vorderingen en haar dagelijkse leven op de Universiteit. "Schrijf hem een brief zoals je aan je ouders zou sturen als je die had,' zegt de directrice. Omdat de regent zijn echte naam niet bekend wil maken moet ze de brieven schrijven naar mijnheer John Smith, maar Jerusha noemt hem consequent vanaf het begin in haar aanhef Vadertje Langbeen.

Die brieven vormen de kern van dit boek. Jerusha doopt zich op de Universiteit om tot Judy en we lezen hoe anders haar wereld daar is. Ze verwondert zich over haar vrijheid en de mogelijkheid die ze nu heeft om zelf haar kleren te kiezen. Ze koopt meubeltjes voor haar kamer en sluit vriendschap met een van de zeer bemiddelde meisjes Sally McBride. Ze kan in feite haar geluk niet op. Toch durft ze niemand over haar afkomst te vertellen, ze schaamt zich daarvoor en is bang dat ze daardoor afgewezen zal worden.

Het verhaal is mooi opgebouwd. In de vier jaar die Judy verblijft op de Universiteit merk je haar groei, ze wordt welbespraakter, denkt dieper na, stelt filosofische vragen en bekijkt het leven met andere, wijzere ogen. Haar weldoener krijgt ze tot haar droefenis in al die jaren nooit te zien, toch worden haar brieven steeds intiemer. Judy blijkt in haar brieven een vrouw met een intelligente, optimistische en soms speelse kijk op het leven. Ze maakt zelfs af en toe kleine tekeningetjes  in haar brieven om haar fantasie of verhaal kracht bij te zetten.
De afloop voel je al wel een beetje aankomen maar dat geeft niet.

Het is een heerlijk verhaal dat doet denken aan de boeken van Alcott (Onder moeders vleugels ) of, om dichter bij huis te blijven, de boeken van Cissy van Marxveldt, hoewel Vadertje Langbeen qua inhoud wel volwassener van toon is dan de boeken van Van Marxveldt. Er heerst wel die optimistische sfeer die de boeken van Van Marxveldt hebben en dat is prettig.
Kortom, ik heb erg genoten van deze klassieker.

Over de auteur: Jean Webster (1876-1916) had het schrijven niet van een vreemde. Ze was een nichtje van Mark Twain en haar vader, Charles Webster, was uitgever. Haar tijd op Vassar College inspireerde haar tot het schrijven van o.a. Vadertje Langbeen. Ze schreef in totaal acht romans, een aantal toneelstukken en enkele ongepubliceerde verhalen.


ISBN 9789492228918 | Paperback | 164 pagina's | Uitgeverij Calbona | juni 2016

© Dettie, 2 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER