Nieuwe boekrecensies

Suiker
Onno Wesseling


August Georg Otto Graf von Schauenstein-Hirschbach is van hoge komaf maar laag in zeden en moraal. Als blijkt dat hij het dienstmeisje zwanger heeft gemaakt, sommeert hij haar te vertrekken. Helaas voor hem hoorde zijn vrouw Amanda wat haar man het arme meisje beval.
Ze was het met hem eens. Het dienstmeisje kon vertrekken na de geboorte maar het kind van haar man, dat zijn naam zou krijgen, dat kind zou zij grootbrengen. Tandenknarsend gaf August zijn toestemming.


Amanda is de tweede vrouw van August. Uit een eerder huwelijk heeft hij twee onuitstaanbare kinderen, Gottfried en Ludwig die in gedrag steeds meer op de hautaine, protserige August gaan lijken. Amanda weet dat zij zelf geen kinderen zal krijgen, August deelt nooit het bed met haar omdat ze mank is. Hij heeft zelfs een hekel aan haar gehandicapte lichaam. Zij compenseert zijn afkerige gedrag met drank, steeds meer drank.


Amanda leert Lennart alles wat ze hem kan leren en dat is veel. Maar wat ze hem vooral leert is kijken, kijken naar alles en iedereen. Daar zal hij het meest van opsteken. Dat is haar belangrijkste les die Lennart goed in zijn oren knoopt. - Dezelfde oren die hem nog veel last zullen bezorgen. Het kijken komt hem daarom extra goed van pas. - Lennart kijkt toe als zijn oudere broers leren schieten, hij kijkt toe in de keuken toe hoe het eten bereid wordt en langzamerhand mag hij helpen en leert gerechten te maken, hij leest kookboeken en probeert van alles uit, tot ergernis van de kokkin. Maar zijn kookkunsten worden steeds beter. Hij weet dan nog niet wat het kijken en koken hem later allemaal zal opleveren.


Maar aan het rijke, goede leventje komt een eind als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt en Lennarts moeder overlijdt dankzij een val. Gevallen door de drank zegt August, maar Lennart weet wel beter. Hij weet ook dat zijn tijd op slot Schaustein voorbij is en de nagenoeg wereldvreemde jongen vertrekt. Dat wordt zijn geluk. Tijdens zijn vlucht ontmoet hij namelijk Talin L’Orsa die bij toeval zijn kooktalenten ontdekt. Hij is onder de indruk van Lennarts creativiteit en vraagt hem mee te gaan naar Venet om zijn vak te leren. L’Orsa is een beroemde Ventiaanse meesterpatissier, gespecialiseerd in suikerwerk. Het doel van deze leerschool is uiteindelijk de overname van de zaak...

Lennart neemt het voorstel argwanend aan, waarom is hij uitgekozen? Wat zit daarachter? Maar langzamerhand begint hij het werk in zijn vingers te krijgen en zijn leermeester te geloven. Maar is Lennart zelf wel te vertrouwen? Hij weet dat de concurrent aast op geheime ingrediënten en zij bieden hem ook al mooie vooruitzichten. Maar wat Lennart echter vooral angstvallig verzwijgt is zijn toenemende doofheid en dat geheim zal hem bijna fataal worden.

Het verraste mij te ontdekken dat de schrijver een Nederlander is. Onno Wesseling heeft de Italiaanse sfeer zo levensecht weergegeven dat ik er automatisch van uit ging dat de man zelf ook Italiaan was of tenminste daar woonde. Niets is minder waar. Het verhaal en vooral de bereiding van de patisserie is zeer beeldend beschreven evenals de oorontstekingen... Het ene moment zit je verlekkerd mee te snoepen van de heerlijke chocola en prachtige kunstwerken in suiker die Lennart weet te maken, het andere moment leef je mee en voel je bijna de pijn in zijn kloppende oren. Je wil bijna roepen dat hij niet moet gaan zwemmen. Maar wat vooral het verhaal zo prettig maakt is dat het veel meer ingrediënten in huis heeft. Naast het heerlijke eten en de ziektemomenten, speelt romantiek ook een belangrijke rol, evenals afgunst, winstbejag, onzekerheid en liefde, dit alles zonder goedkoop te worden.
Kortom, Onno Wesseling heeft een erg prettig leesbare roman neergezet die je meevoert naar het Italië van weleer.


ISBN 9789044528220 | Paperback | 348 pagina's | Uitgeverij de Geus | februari 2016

© Dettie, 24 augustus 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height="167"Het grote slapen
Anthonie van de Wardt


Het is een vertrek zonder afscheid. Een vlucht. Sophie Dijkink aarzelt slechts kort voor ze de voordeur van haar huis in Maastricht definitief achter zich dichttrekt. Ze neemt de trein naar Sittard en kleedt zich op het toilet om. Bij het verlaten van het station suggereert de handbeweging die ze maakt dat ze keurig uitcheckt. In werkelijkheid doet ze dat niet. Mocht iemand haar gangen nagaan, en daar gaat Sophie wel vanuit, dan zal gedacht worden dat Sophie naar het noorden van het land is vertrokken. Niets is minder waar. Sophie fietst terug naar Maastricht om vervolgens de grens met België over te steken. Haar vlucht is een feit.


Sophie probeert zich zo onopvallend mogelijk te verplaatsen. Ze logeert in pensions en hotelletjes waar niet naar haar identificatiebewijs wordt gevraagd. De naam die ze opgeeft is immers niet de naam die in haar paspoort staat. Sophie wil niet gevonden worden. Toch hijgt haar verleden in haar nek. Ze denkt terug aan haar jeugd. Vooral de logeerpartijen bij haar opa en oma in Twente staan in haar geheugen gegrift. Ook denkt Sophie aan Jos. Hun relatie kende mooie momenten.


Sophie trekt steeds verder naar het zuiden. Verder en verder van de stad waar haar leven een allesbepalende wending nam. Fietsen doet ze niet meer. Sophie wandelt, zo ver haar benen haar maar dragen kunnen. Is het toeval dat ze op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella belandt? Sophie geniet van de anonimiteit van de Camino, zoals de route genoemd wordt. Ze slaapt op campings of zet haar tentje elders op. Soms loopt ze enige tijd met iemand op. Als het nieuwe contact te intiem wordt, te persoonlijk, keert ze haar nieuwe vriend of vriendin genadeloos de rug toe. Toch is het moeilijk om sommige nieuwverworven vrienden uit haar leven te bannen. Hun vriendelijkheid ontdooit haar bevroren hart.


Waarom is Sophie op de vlucht? Woonde ze alleen in Maastricht of is ze bij haar partner Jos weggegaan? Waarom doet ze zo geheimzinnig en houdt ze haar identiteit geheim? Dat haar relatie met Jos niet enkel uit mooie momenten bestond, is al snel duidelijk. Wat is er precies tussen de twee geliefden voorgevallen? Waarom vond Sophie dat ze Nederland moest verlaten?


Hoewel Sophie niet gelovig is, kan ze op de Camino niet onder het geloof uit. Ze drijft de spot met een vriendelijke man die zich aan het geloof vastklampt. Sophie is opstandig en probeert de mensen die toenadering zoeken te weren. Toch laat de prettige sfeer, die de Camino als een warme deken bedekt, haar niet onberoerd. Sophie beseft dat ze een belangrijke keus zal moeten maken. De Camino is als een tussenstop. Een retraite haast. Aan het eind van de route wacht het echte leven weer op haar.


De novelle Het grote slapen biedt een blik in het leven van een vrouw die op de vlucht is voor het leven zelf. Vlucht Sophie voor anderen of haarzelf? Sophie heeft tijd en inzichten nodig. Ze kan immers niet eeuwig op de vlucht blijven. Waarom is ze toch op de vlucht geslagen? Auteur Anthonie van de Wardt zorgt er goed voor dat de lezer nieuwsgierig door blijft lezen.


Het grote slapen is melancholisch van toon maar zeker niet zwaar om te lezen. Door de kleurrijke personen die Sophie ontmoet en de herinneringen die ze ophaalt, blijft het verhaal afwisselend en boeiend. Sommige jeugdherinneringen lijken op zich te staan. Het is niet altijd duidelijk welke invloed ze op het verdere leven van Sophie hebben gehad. Andere herinneringen, die recenter zijn, lijken een tipje van de sluier op te lichten. De ontknoping slaat in als een bom. Het staat in schril contrast met de vredige sfeer van de Camino. De omschakeling is bijna te groot. Anthonie van de Wardt maakt de lezer fijntjes duidelijk dat niet iedere mensenziel te doorgronden is.


ISBN 9789089548542  | paperback | 86 pagina's | Elikser | juli 2016

© Annemarie, 22 augustus 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSuiker
Onno Wesseling


Als een dienstmeisje haar kind baart in Slot Schauenstein, brengt dat Amanda von Schauenstein-Hirschbach op een idee. Haar liefdeloze huwelijk met de graaf, die overigens de vader van de nieuwgeborene is, krijgt een nieuwe kans. Voor haarzelf dan, want ze weet dat de graaf zijn zoon niet zal accepteren. Lennart wordt inderdaad genegeerd door zijn vader en gepest door zijn twee oudere halfbroers. Maar Amanda voedt hem zelf op, leert hem alles wat ze weet. Ze leert hem vooral goed te kijken en daar van te leren.  Lennart vindt een manier om met rust gelaten te worden: hij maakt zich onzichtbaar door zich te verstoppen in de keuken. Daar ligt de basis van zijn latere carrière, daar in de keuken van slot Schauenstein, waar hij kijkt, leest en ruikt.


Er breken slechte tijden aan: de Eerste Wereldoorlog breekt uit. En Amanda drinkt meer dan goed voor haar is. Lennart weet hoe zij aan haar einde is gekomen en hij vlucht. Zijn doel is Engeland, omdat zijn moeder een Engelse was, maar hoe hij daar moet komen? Behalve dat hij alleen is en geen geld heeft, is hij ook half doof door meerdere verwaarloosde oorontstekingen. Een verkeerde behandeling die hij ondergaat als hij in het Engadin in Zwitserland in een herberg belandt zal dit alleen maar verergeren.


Een geluk bij een ongeluk is dat in diezelfde herberg Talin L’Orsa overnacht.  L’Orsa is een meesterpatissier, woonachtig in Venetië, en op zoek naar een leerling, naar nieuw talent. Toen hij dat in zijn eigen stad niet vond trok hij met zijn dochter naar het Engadin waar immers de beste bakkers vandaan komen. Zowel hij als zijn dochter zien wel wat in de jongen. En zo begint een nieuw leven voor Lennart als meester-Zuckerbäcker.


Het verhaal is gebaseerd op feiten. Het Engadin heeft inderdaad vele meesterbakkers voortgebracht, waarvan er velen in Venetië beland zijn. Het maken van de meest verfijnde gebaksoorten, dat is ook echt. De werkwijze wordt beschreven, we krijgen geen recepten.
De rest is fictie, waarbij de doofheid van de jongen gebaseerd blijkt te zijn op de doofheid van de schrijver. Onno Wesseling is ook nog bonbonmaker, hij zal veel plezier hebben gehad bij het schrijven van dit verhaal. Een plezier dat hij zeker overbrengt op de lezer: Het boek boeit vanaf het begin, het is spannend, en romantisch.  Het verhaal over het omgaan met een gebrek, over geheimen die misschien maar beter niet geheim waren gebleven; over  Venetië dat met veel couleur locale wordt beschreven, speelt met je verbeelding.


‘Begeerte, hunkeren, smachten, zuchten, dat is waar je naar kijkt. In die zachte glans. Verleiding. Vanaf zijn eerste uur tot hij oud is en nergens meer voor te porren, wil de mens verleiding proeven,. Letterlijk. Die lust, het verborgene te willen ontginnen, kunnen we niet meer bedwingen, slecht nog uitstellen wanneer de kussentjes van de onderlip haar zachtjes beroeren.
Dan wil onze tong haar fluwelen huid strelen, waarna ze niet anders kan dan smelten. Ze moét verweken. Willoos geeft ze alles oprijs, als een tedere eruptie. Een palet dat het leven in de papillen wakker kust, kruipt omhoog en roept in de neus herinneringen op. Wilde kruiden, bloemen, citrus- en andere vruchten. Haar parfums versmelten heden en verleden tot slechts één perspectiefloos moment van genot.
Zo neemt zij bezit van de rest van het lichaam. Ze jaagt het bloed op, laat het hart luider slaan en laat geluk uit iedere vezel opwellen. Vooral die in het hoofd en in de lendenen.’

Onno Wesseling (Amstelveen, 1967) heeft een rijkgeschakeerde levensloop. Van fysiotherapeut ontwikkelde hij zich tot klassiek zanger en zangdocent. Een gehooraandoening dwong hem echter te stoppen met zingen, waarna hij het schrijverschap ontdekte. In zijn vrije tijd was Wesseling verder bonbonmaker en karatedocent.


ISBN 9789044528220 | Paperback | 348 pagina's | Uitgeverij de Geus | februari 2016

© Marjo, 17 augustus 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

En wat heeft dat met mij te maken
Mijn familiegeschiedenis
Een misdaad in 1945

Sacha Batthyany


Zeven jaar geleden werd Sacha Batthyany’s nieuwsgierigheid gewekt toen een collega hem wees op een krantenartikel over iemand met dezelfde naam. De vrouw waar over het ging was inderdaad familie: het ging over zijn oudtante, gravin Margit Thyssen-Batthyany. Zij werd beschuldigd van medeplichtigheid aan een massa-moord op 180 joden in het dorpje Rechnitz, op de grens van Oostenrijk en Hongarije.
Sacha Batthyany, journalist van beroep, wist dat zijn familie niet bepaald alledaags was. Hij stamt uit een rijke familie, Hongaarse adel, ooit grootgrondbezitters met groot aanzien, maar sinds de komst van de communisten verarmd en onteigend.


Rechnitz kende een woelige geschiedenis, zoals heel Hongarije. In de Tweede Wereldoorlog schaarde het land zich aan de zijde van Hitler, in de hoop het oude Hongarije van voor 1920 te kunnen herstellen. Toen de Duitsers dreigden te gaan verliezen, wilde Hongarije van kamp wisselen. Dat pikten de Duitsers niet: het land werd bezet. Het koste het leven van bijna 450.000 Joden. De bevrijding betekende voor Hongarije een nieuwe bezetting: door de Russen.
Na de dood van Stalin leek het beter te gaan,  maar bij de opstand van 1956 bleek dat vrijheid nog ver weg was. Veel mensen verlieten het land, anderen belanden in de goelag, vaak ten dode opgeschreven. Pas na de val van de Muur kon Hongarije een democratisch bestuur gaan vormen.


De familie van Sacha Batthyany  verlaat Hongarije, maar zijn vader komt terug na de Val. De vrouw over wie het krantenartikel schreef is de aangetrouwde tante van de vader. De vraag van een collega-schrijver:  ‘Wat heeft dat met jou te maken?’ is dus niet zo vreemd. Tante Margit is geen echte familie, wat ze ook gedaan mag hebben, Sacha heeft daar zo op het oog niets mee te maken.
Maar het houdt hem in de greep. Hij gaat vragen stellen aan zijn familie, die afwijzend reageert. Hij gaat naar Rechnitz, naar Boedapest, naar Buenos Aires. Overal waar hij denkt informatie te kunnen vinden. Van zijn vader krijgt hij het dagboek van zijn grootmoeder Maritta. Haar leven is zeer tumultueus geweest. En al snel is duidelijk dat ze trauma’s van zijn grootouders grote gevolgen hebben gehad voor het leven van de vader van Sacha. Wat heeft het met mij te maken, vraagt de journalist zich af.
Dat is de kernvraag van dit boek. Waarom kan hij het verleden van zijn voorouders niet zomaar van zich afschudden?


‘En waren zeven jaren voorbij gegaan sinds ik het krantenbericht over Rechnitz onder ogen had gekregen, de foto van tante Margit had gezien en me in mijn familie was gaan verdiepen. Waarom eigenlijk?
Levert het iets op? Dit was de stem van mijn vader. Nee, natuurlijk levert het niets op, brulde ik terug. In vergelijking met de ontdekking van de antibiotica levert het niets op.
Dus wat is er aan de hand? Vroeg ik me af, zoals ik me dat elke keer weer afvroeg, meestal als ik alleen was, in treinen, in cafés, de eerste minuten in een nieuwe hotelkamer, als je het gordijn openschuift en je neus tegen het raam drukt – wat is er toch aan de hand?’


‘Verscheurd’ is een groot woord, maar de lezer wordt net als de schrijver heen en weer geslingerd. Aan de ene kant is er het verhaal over het verleden, dat reuze interessant is. De geschiedenis moet verteld worden en Sacha Batthyany is een goede schrijver, hij weet te boeien. Maar aan de andere kant: we reageren op de verhalen met gevoelens die we liever niet hadden. Zijn wij zoveel beter dan de mensen die we veroordelen? Wat hadden wij gedaan als we in hun schoenen hadden gestaan? Gewetensvragen die je niet los laten als je het boek uit hebt.
De enige opmerking die ik heb is dat een overzicht van de familie, een stamboom en een korte omschrijving handig was geweest. Soms is het lastig de draad te volgen, ook omdat de schrijver heen en weer springt, in tijd en plaats. En omdat heel lang niet echt duidelijk is wie Agnes is.


ISBN 9789048832583 | Hardcover | 304 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep | maart 2016
Vertaald uit het Duits door Olaf Brenninkmeijer

© Marjo, 15 augustus 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe berg
Lori Lanssen


‘Een mens moet een beetje geleefd hebben om een overlevingsverhaal te kunnen waarderen. Dat heb ik je altijd gezegd, en ik heb je beloofd dat ik je het mijne zou vertellen zodra je er oud genoeg voor zou zijn.’



Zo begint het boek. Op de flap staat: ‘vijf dagen, vier wandelaars, drie overlevenden.’
De schrijfster verklapt met de proloog al wie er in ieder geval een van de overlevenden is. De verteller is namelijk de enige man in het gezelschap dat zich die vijf dagen op de berg bevindt.


Wolf is achttien jaar oud als hij de berg opgaat, om naar Angels’Peak te gaan. Hij heeft mooie herinneringen aan die plek, op de top van de berg. Dat heeft te maken met zijn beste en eigenlijk enige vriend Byrd. Deze jongen is ook de reden dat Wolf nu in zijn eentje de berg op gaat. Er is iets vreselijks gebeurd, en Wolf wil niet alleen verder. Hij is van plan een eind aan zijn leven te maken.


Maar de ontmoeting met de dames Devine gooit roet in het eten. Dacht hij aanvankelijk nog dat zij niets met elkaar te maken hadden, ze blijken drie generaties te zijn. Nola (begin 60), Bridget (38) en Vonn (18) hebben ook eigen motieven om de berg op te gaan. Net als hij zelf hebben de vrouwen problemen, ook hun leven ging niet van een leien dakje. Hij vertelt hen hoe ze naar Secret Lake kunnen gaan, en wil dan zijn eigen weg gaan. Hij heeft helemaal geen zin om de dames de weg te wijzen.


Maar de omstandigheden wijzigen zich zodanig dat hij hen niet alleen kan laten. Het weer slaat om, ze verdwalen. Slot van het liedje is dat ze in barre omstandigheden zonder voldoende kleding, zonder eten en te weinig water vast komen te zitten op een plateau. Een van hen is gewond en er zijn wilde dieren die schijnen te wachten tot ze een makkelijke prooi vormen.
De vier mensen zijn aan elkaar overgeleverd en het is duidelijk dat ze het alleen maar kunnen redden door samen te werken. Dat valt niet mee door de spanningen onderling. Niemand wil het achterste van zijn tong laten zien, maar de gedwongen nabijheid leidt tot bekentenissen.


Behalve psychologische diepgang, geeft Lori Lanssen ook een mooie beschrijving van de natuur zoals je die vindt op een bestaande berg in Californië.


‘Bij de eerste vluchtige blik die ik wierp op het omslag – een luchtfoto van de met naaldbomen omzoomde granieten bergtop – wist ik dat op die berg mijn noodlot lag.  De details sprongen van de pagina’s af als een soort 3D-déjà-vu: ruim drieduizend meter hoog, honderden kilometers ongerepte natuur, jachtterrein van indianenstam Agua Caliente, leefgebied van dikhoornschapen, poema’s, ratelslangen, tien keer de hoeveelheid neerslag die beneden in de woestijn valt, hevige sneeuwval in voor- en najaar, sneeuwstormen in de winter.’


Prachtig verhaal over een bijzondere reis, over ontberingen die vier mensen willen overleven, hetgeen niet zonder slag of stoot verloopt. Het verhaal is enigszins voorspelbaar, maar de karakters en de beschrijvingen van de omgeving zijn zo mooi dat je het boek toch vaker kunt lezen.


De Canadese Lori Lansens was scenarioschrijfster voordat ze boeken begon te schrijven. Ze verhuisde met haar gezin van Toronto naar de voet van de Santa Monica Mountains bij Los Angeles.


ISBN  9789044347548| Paperback | 352 pagina's | Uitgeverij The House of Books | mei 2016

© Marjo, 1 augustus 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWat kan ons gebeuren
Gerrit Hoogstraaten

‘Er worden te weinig processen-verbaal opgemaakt, de Duitsers beklagen zich daarover. Ze zien te weinig resultaten. Op zichzelf niets nieuws dat de leiding zich druk maakt over te weinig processen-verbaal, dat was voor de oorlog al zo en het zal na de oorlog niet anders zijn. Maar het gezag dat de moffen een paar maanden geleden ineens kwijt waren, is met ijzeren hand hersteld. Het stomste wat je nu kunt doen is Rauter en zijn trawanten verder tegen je in het harnas jagen. Daarom moet je hun bevelen stipt opvolgen. Het is de veiligste manier om zonder kleerscheuren de rest van die rotoorlog door te komen.
Er komt een dag dat zijn mannen dat zullen inzien. Dan zullen ze ook doorhebben waarom hij ze zo streng is blijven aanpakken. Nu denken ze dat dat doet omdat hij zo pro-Duits is. Laat ze maar denken. Meelopen, dan zien ze je niet. Ze willen het maar niet begrijpen.’


Herman Hoogenbosch heeft eigenlijk al gekozen voor het kappersvak en heeft zelfs uitzicht op een eigen zaak, als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt en alle jonge mannen gemobiliseerd worden. In 1918 besluit hij niet meer terug te gaan naar de kappersschool, maar zich te melden voor de politieschool in Amsterdam. Met zijn kersverse echtgenote vestigt hij zich in Amsterdam. Ze krijgen twee zoons.


Als in 1940 de Duitsers ons land binnenvallen moeten alle werknemers een loyaliteitsverklaring ondertekenen en melden tot welke geloofsgemeenschap ze behoren. Dat is nog maar het begin. Steeds vaker dringen de tentakels van de Duitse overheersing op het politiebureau binnen. Ze moeten gehoorzamen aan de Duitsers. Niet iedereen is daar even gewillig is. Je hebt er die ronduit pro-Duits zijn, je hebt er die ronduit tegen zijn. En je hebt de meelopers. Zoals Herman.


In het verhaal dat Gerrit Hoogstraaten ons vertelt en dat eigenlijk over zijn eigen familie gaat, wordt al snel duidelijk dat ‘meelopen’ helemaal zo makkelijk niet is. Herman is er van overtuigd dat hij zijn eigen mensen beter kan helpen van binnenuit. Hij doet ogenschijnlijk wat er gevraagd wordt, maar is daar zeer selectief in. Aan de ene kant een zwarthandelaar verbaliseren, terwijl je aan de andere kant een jonge man helpt te ontsnappen aan de arbeidseinsatz. Maar het is moeilijk. De oorlogsjaren zijn een bron van dilemma’s, gewetensvragen. Wat is wijsheid? Hoe kan je als terloops mensen helpen, terwijl je in de ogen van de Duitsers een brave medewerker lijkt?


Natuurlijk belandt Herman toch in situaties waar hij zich liever niet in bevond: Joden uit hun huizen halen en begeleiden naar de veewagons. En als hij gevraagd wordt voor een officiersopleiding in Apeldoorn, moet Herman opnieuw beslissen. Hij overlegt met deze en gene, en besluit om de cursus te volgen. Hij wil hogerop. Zonder cursus gaat dat niet lukken. Als blijkt dat er wel degelijk een nationaalsocialistisch tintje aan zit, terwijl hem verzekerd was dat het niet over politiek zou gaan, krijgt hij het moeilijk. Moet hij die gehate Hitlergroet dan toch maken, net als de meeste andere cursisten? Meebrullen met de wolven, die dreigen dat ze zijn gezin zullen oppakken als hij het niet doet?
Moeilijke beslissingen, die hij na de oorlog op zijn bordje geschoven krijgt. Maar wat had hij dan moeten doen? Heeft hij immers door mee te werken niet de kans gekregen om anderen te redden? Snappen ze dat nou niet?


Het verhaal van Herman Hoogenbosch is  een persoonlijke geschiedenis: we lezen hoe het de zoons van Herman en Dieuwke vergaat, en als een terzijde wordt gemeld dat  Hermans vader verdwijnt tijdens de bombardementen op Rotterdam. Maar het hoofdthema van deze roman is het verhaal van een meeloper. Een woord met een negatieve betekenis, maar stel je voor dat je in de schoenen van deze Herman gestaan had. Zouden wij anders gehandeld hebben? Wie zijn wij om te oordelen? Wie kan beweren zeker te weten wat goed is, en wat fout is?


Gerrit Hoogstraaten
(1953) debuteerde in 1987 met de verhalenbundel ‘Het Schip van Zand’ (uitgeverij Contact). In 1992 volgde  ‘De Koningin van Antwerpen’ (uitgeverij Thoth).


ISBN  9789078905837 | Paperback | 328 pagina's | Uitgeverij De Brouwerij | september 2015

© Marjo, 31 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height="167"Denk me weg
Adam Haslett


Er huist een monster in John. Het is onzichtbaar voor de buitenwereld maar John vergeet nooit dat het er is. Soms roert het zich, alsof het een schijnbeweging maakt. Ook al houdt het monster zich slapende, John weet dat het elk moment toe kan slaan. De dreiging die van het monster uitgaat, beheerst zijn hele leven.


Wanneer Margaret een relatie met John krijgt, is er geen vuiltje aan de lucht. Margaret en John hebben het fijn samen en ze verloven zich. Dat John soms wat verstrooid is, vindt Margaret aantrekkelijk. Er gaat iets mysterieus van John uit, iets ondoorgrondelijks. Dat hij steeds neerslachtiger wordt, ontgaat haar in eerste instantie. Het vuur in hem lijkt te doven en zijn enthousiasme wordt getemperd. Margaret is, voor een korte vakantie, in New York wanneer ze slecht nieuws uit Londen ontvangt. John is in het ziekenhuis opgenomen. Even denkt Margaret dat John een ongeluk heeft gehad maar dat is niet het geval. Er is iets heel anders aan de hand.


John lijdt aan een ernstige depressie. Margaret ontmoet een spookversie van haar welbespraakte en charmante verloofde. De John met wie ze in en rond het ziekenhuis wandelt, is hevig vermoeid en praat nauwelijks. Zijn ouders bekennen dat John al vaker depressief is geweest en dat ze hoopten dat het voorgoed voorbij was. Ze keren hun kind de rug toe, alsof ze zijn ziekte op die manier uit kunnen wissen. Margaret staat voor de belangrijkste keus in haar leven. Zal ze, na anderhalf jaar, de relatie met John verbreken of kiest ze voor een toekomst met een man die aan terugkerende depressies lijdt? Margaret kiest voor het laatste. Ze houdt immers van hem.


John en Margaret krijgen drie kinderen. Michael, Celia en Alec leren hun vader kennen als een vader die zijn best doet. Hun vader is een man die regelmatig door een hevige vermoeidheid overmand wordt en in bed kruipt. Margaret draagt haar echtgenoot met regelmaat op iets met zijn kinderen te ondernemen. John besteedt de nodige aandacht aan Celia en Alec maar hij vindt het moeilijk om met Michael om te gaan. Michael lijkt te veel op hem. John vermoedt dat het monster ook in hem huist en weet zich geen raad.


Dan komt moment dat John beseft dat hij het monster kan verslaan. Eindelijk bevrijdt hij zich uit de klauwen van de duistere depressie. Hij laat het monster uit zich wegvloeien. John is eindelijk vrij maar de gevolgen voor zijn gezin zijn groot. In de jaren die volgen doen zij elk, op hun eigen unieke wijze, hun uiterste best een goed leven op te bouwen. Alec gaat het zakenleven in en ziet er altijd onberispelijk uit, Celia wordt therapeut en Margaret probeert haar kinderen uit alle macht een solide thuisbasis te bieden, ook al zijn ze inmiddels al lang volwassen. Met Michael gaat het minder goed. Hij krijgt zijn leven maar niet op orde.


Zorgen om John heeft het gezin niet meer maar de zorgen om Michael nemen steeds meer toe. Zo is hij niet in staat een gewone relatie met een vrouw aan te gaan. Keer op keer ontaardt zijn verliefdheid in een ziekelijke obsessie. Michael slikt steeds meer medicijnen en raakt de grip op het leven meer en meer kwijt. Zo kan het niet langer. Wat kan zijn familie doen om hem te helpen?


Denk me weg gaat over chronische depressie en medicijnmisbruik. Het verhaal wordt op unieke wijze uit de doeken gedaan. De auteur geeft alle gezinsleden de ruimte hun verhaal te vertellen. Er zijn serieuze hoofdstukken maar ook hoofdstukken die bestaan uit een fantasieverhaal of een uitgebreid ingevuld (intake)formulier. Hoe ouder de gezinsleden worden, hoe duidelijker het wordt dat de ziekte van John en Michael het hele gezin treft.


Adam Haslett hanteert in dit boek verschillende schrijfstijlen. Hij schrijft serieus, poëtisch, melancholisch, filosofisch en gekscherend. Door al deze verschillende stijlen komt het verhaal echt tot leven. Het is alsof je stiekem in de dagboeken van de gezinsleden leest. Wat ik wel wil benadrukken is dat dit boek over medicijnmisbruik gaat en niet over medicijngebruik bij psychiatrische aandoeningen in het algemeen. Het is belangrijk om dit als lezer niet door elkaar te halen! Correct medicijngebruik kan immers levensreddend zijn.


In Denk me weg schetst de auteur een bewonderingswaardig helder beeld over leven (met een gezinslid) met een depressie. Een depressie is als een zwart gat waarin alle levensvreugd verdwijnt. Liefde kan het niet altijd genezen. De auteur heeft dat op indrukwekkende wijze onder woorden gebracht.


ISBN 9789048830206 | paperback | 384 pagina's | Hollands Diep | augustus 2016
Vertaald door Irving Pardoen

© Annemarie, 23 augustus 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De drie Maria's
Lluís Llach


Úrsula was veertien jaar toen ze voor de eerste keer La Prinicpal, het huis van haar werkgever, betrad. Ze zou daar haar hele leven blijven wonen. Ze werd aangesteld als dienstmeisje maar groeide uit tot een onmisbare schakel tussen vrouw des huizes en overige aanwezigen en bezoekers van la Pincipal. Úrsula is in feite de centrale figuur in dit markante verhaal over de drie Maria's. Het is ook Úrsula die de geschiedenis vertelt van La Pincipal aan inspecteur Lluis Recader, die het onderzoek naar de onopgeloste moord op Ricard - hoofd van de dagloners - heropend heeft. Een moord die plaatsvond op 18 juli 1936. Een moord waarbij het lichaam, vooral in de liesstreek, zwaar toegetakeld bleek.


La Principal was het grootste en rijkste wijn- en herenhuis van het Spaanse plaatsje Abadía in de streek Pous. Destijds werd het huis beheerd door Andreu Roderich gehuwd met Blanca Basses. Úrsula raakte op haar zeventiende ongehuwd zwanger maar Blanca ving haar op en vroeg haar te blijven en zo gebeurde het dat twee maanden na de geboorte van het eerste kind, een zoon, van Blanca, Úrsula beviel van haar eigen dochter. De twee kinderen leken zo erg op elkaar dat er zelfs sprake was van 'een tweeling die alleen niet gelijktijdig geboren was'. Blanca bleef Úrsula echter steunen en Andreu sprong van het ene bed in het andere, niet wetende dat de vrouwen het wisten. Ze waren als 'twee bloempotten die door dezelfde gieter besproeid werden' vertelt de schrijver ons.


Maria, later de Oude Mevrouw genoemd is het derde kind van Blanca en Andreu. Zij is een schoonheid en vele mannen dingen naar haar hand. Maar ze kiest voor Narcis Magí, de levenskunstenaar, die rijk genoeg is om van de rente te leven. Het is opnieuw Úrsula die in haar eigen woorden vertelt hoe bizar Maria door haar vader en broers behandeld werd nadat de wijngaarden in 1893 verwoest waren door de druifluis. Maar uiteindelijk is het toch deze Maria die aan het langste eind trekt. Uit dit huwelijk, dat voornamelijk geestelijk geconsumeerd werd, wordt toch een dochtertje geboren genaamd Maria. Naar haar moeder.

Inmiddels is ook in het dienstgedeelte het een en ander veranderd, er is een nieuwe, ongehuwde, kokkin, Neus genaamd, aangenomen. Zij heeft een zoon Llorenç van twee en is 6 maanden zwanger van haar dochtertje. Deze zoon zal in dit verhaal nog een heel grote rol spelen.

Langzamerhand onthult de oude Úrsula alle intriges en machtspelletjes die in deze invloedrijke familie zijn voorgevallen en geleid hebben tot de crime passionel waar inspecteur Lluis Recader zijn onderzoek naar doet.  Dat onderzoek speelt zich af in de maand november 1940, de Tweede Wereldoorlog is uitgebroken, in Spanje is generalísimo Francisco Franco aan de macht. De Spaanse burgeroorlog is net een jaar daarvoor beëindigd.


Lluís Llach weet de spanning flink op te voeren en maakt er een echte whodunit van maar wel een met een heel eigen humor. De inspecteur is beïnvloed door niemand minder dan Agatha Christie en handelt als een ware Poirot mét notitieboekje en gewichtigdoenerij. Úrsula is een geweldige, nieuwsgierige oude dame die haar neus graag in andermans zaken steekt. Bovendien gaat ze door het vuur voor haar Maria en als het moet zal ze met een stalen gezicht de waarheid verdraaien als haar dat beter lijkt voor haar mevrouw. Zij draagt in feite het boek, zij is de hoofdpersoon.
De derde Maria speelt een kleine maar cruciale rol, zonder haar zou dit verhaal er niet zijn...

Het boek ontsluit zich langzaam, de vele Maria's maken het geheel soms ook wat verwarrend en af en toe was teruglezen noodzakelijk. Het verhaal is aanvankelijk ook traag geschreven maar naar het eind toe komt er  steeds meer vaart in tot je reikhalzend uitkijkt naar de ontknoping. Ik móest weten hoe alle gebeurtenissen die naar de moord leidde, waren verlopen en wie Ricard vermoord had. De onthulling is verrassend.

Een bijzonder boek in de mooie, mysterieuze, eigenzinnige sfeer die Spaanse schrijvers zo eigen is.


ISBN 9789025448271| Paperback | 318 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | mei 2016

© Dettie, 19 augustus 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height="167"De vergeten zomer
Carol Drinkwater


Jane houdt al van de Provence sinds ze als klein meisje voor het eerst voet op het landgoed van de familie Cambon zette. Nu is ze zelf al jaren een Cambon. Toch vertikt ze het om Londen voorgoed voor het huis op het prachtige landgoed te verruilen. Haar schoonmoeder Clarisse is de oorzaak van Janes halsstarrige weigering. Jane weet best dat haar man Luc nog altijd vurig hoopt dat de twee vrouwen in zijn leven zich met elkaar verzoenen, maar ze ziet het somber voor hem in. Met Clarisse valt simpelweg niet te leven.


Clarisse heeft samen met haar inmiddels overleden schoonzus gevochten voor een goed bestaan in Frankrijk. In 1962 zijn ze, samen met Luc, uit Algerije gevlucht. De Provençaalse bevolking heeft het drietal destijds absoluut niet met open armen ontvangen en het onsympathieke gedrag van Clarisse heeft er in de jaren die volgden voor gezorgd dat ze altijd een buitenstaander is gebleven. Toch is landgoed Les Cigales onder haar strenge bewind opgebloeid. De wijn en de olijfolie die de familie Cambon produceert, is van een uitstekende kwaliteit.


Ook al zwaait de hoogbejaarde Clarisse in theorie nog altijd de scepter, het is Luc die het landgoed bestiert. Vooral tijdens de oogstperiode is het uitermate belangrijk dat elke handeling met de grootst mogelijke zorg wordt uitgevoerd. Toen hij het filmen van zijn nieuwe documentaire voorrang gaf, was Jane dan ook erg verbaasd. Jane werd als toezichthouder van de druivenplukkers aangewezen. Het was een taak die haar met een lichte angst vervulde. Als ze het zou verknallen, zou Clarisse vuurspuwen. Jane verknalde het.


Het was niet haar schuld dat het noodweer zich tegelijk met de vondst van een nest giftige slangen aankondigde. Jane had geen keus. De zorg voor de gebeten druivenplukster ging voor. Een deel van de kostbare oogst ging daardoor verloren. Uiteraard greep Clarisse de gelegenheid naderhand aan om het gehele tegenvallende resultaat van het seizoen aan Janes falen te wijten. Jane baalt er nog altijd van.


In de maanden die volgden, heeft Luc zijn aandacht tussen de zorg voor het landgoed en het maken van een nieuwe documentaire besteed. Luc is altijd al een gedreven filmmaker geweest maar zijn huidige project is persoonlijk. Hij doet onderzoek naar zijn achtergrond in Algerije. Clarisse is weer eens furieus en weigert haar medewerking aan de documentaire te verlenen. Gelukkig is het nu bijna kerstmis. Luc is onderweg naar Londen. Naar huis! Janes lange wachten op de terugkeer van haar geliefde is bijna voorbij.


Eindelijk klinkt zijn klop op de voordeur. Luc heeft langer dan verwacht over de reis naar huis gedaan. Blij opent Jane de deur. Ze heft haar armen voor een innige omhelzing en laat ze vervolgens abrupt naar beneden vallen. Het is Luc niet. In het portiek staan twee politiemensen. Met ernstige gezichten vertellen ze haar dat Luc even voorbij Parijs een auto-ongeluk heeft gehad. Hij heeft het niet overleefd. Janes wereld stort in.


In de maanden die volgen lukt het Jane niet overeind te krabbelen. Luc blijkt geheimen voor haar te hebben gehad. Geheimen die haar ertoe dwingen hun prachtige flat in Londen te verlaten en haar intrek op Les Cigales te nemen. Daar, verborgen in de kelder van het grote huis, ligt een nog veel groter geheim op haar te wachten. Was Luc, de man van wie ze vrijwel haar hele leven gehouden heeft, een bedrieger? De enige die haar kan helpen de waarheid te achterhalen is Clarisse, die na de dood van haar enige kind onverzoenlijker dan ooit is.


Toen ik dit boek las, sloeg de regen tegen de ramen en was het donker in huis. De zomer lijkt Nederland dit jaar over te slaan. Ik heb er echter niks van gemerkt. In gedachten bevond ik me namelijk in de prachtige Provence. De zon scheen, de krekels tjirpten uit volle borst en ik keek genieten naar de uitgestrekte wijngaarden en de groene olijfbomen. Carol Drinkwater, die samen met haar man al jaren een olijfgaard in de Provence bestiert, weet in slechts enkele zinnen het heerlijke leven in de Provence tot bloei te laten komen.


Actrice en schrijfster Carol Drinkwater is getrouwd met Michel Noll, die net als Luc filmmaker is. Eerder las ik van deze schrijfster al de boeken De olijfgaard en De olijventijd, waarin ze over haar eigen leven in Frankrijk schrijft. De sfeer van deze heerlijke boeken keert terug in dit smakelijke fictieverhaal. De mysteries in dit boek maken nieuwsgierig maar stemmen nimmer melancholiek. Integendeel zelfs! Carol Drinkwater schrijft openhartig en vol liefde. Met dit zonnige boek hou je zelfs een ijskoude winter op afstand.


ISBN 9789400507715 | paperback | 427 pagina's | A.W. Bruna Uitgevers | juli 2016
Vertaald door Saskia Peterzon-Kotte

© Annemarie, 16 augustus 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altRode liefde
Maxim Leo


Hoe was het leven daar achter de Muur? Maxim Leo is er geboren en opgegroeid. Toen de muur viel was hij negentien. Hij kan er dus wel het een en ander over vertellen. Zijn familie is niet bepaald een doorsnee familie. Naarmate Maxim meer in het verleden rondneust, komen er nog meer bijzonderheden tevoorschijn. Hij is vooral geïnteresseerd in de levens van zijn grootvaders, Gerhard en Werner. De laatste heeft hij overigens nooit persoonlijk gekend.
Zijn ouders, Wolf en Anne, zijn nogal vrijgevochten en leren hun kinderen om zelf na te denken.


Anne is de dochter van Gerhard Leo. Hij is een niet-praktiserende Jood, zijn naam was eerst Levin. Gerhard is, als zoon van uitgeweken Duitse ouders, opgegroeid in Parijs. Zijn vader, Wilhelm, was een advocaat, die weigerde mee te werken aan een proces dat Goebbels voerde. Maar in Frankrijk waren Duitsers staatsvijanden, en Wilhelm werd opgepakt, moest naar een kamp. Gerhard was nog te jong, mocht in Parijs blijven, maar vlucht met de Fransen mee naar het Zuiden als de Duitsers daadwerkelijk binnenvallen. Hij belandt in het verzet, waar zijn tweetaligheid hem goed van pas komt. Vlak voor het einde van de oorlog wordt hij opgepakt en met hulp van een spijtoptant weet hij in leven te blijven.
Anne werd net als Wolf in het westen geboren, als dochter van antifascistische ouders, die het communisme omarmden: een rijk van nazi’s: dat nooit meer!

Ook in de familie van Wolf zijn Joodse roots, twee generaties eerder. Zij zijn omgekomen in Auschwitz. Werner, zijn vader, is eveneens in Frankrijk beland, als krijgsgevangene. Als hij thuiskomt is hij een onbekende voor de dan zesjarige Wolf. Zijn vader heeft losse handjes, en is dol op vrouwen.
In 1949 verhuizen ze naar Oost-Duitsland, dan nog niet ‘achter de Muur’. Na enkele jaren zal Werner scheiden van zijn vrouw, en zijn gezin nooit meer zien.


Wolf krijgt de socialistische idealen met de paplepel ingegoten, maar voor hem en zijn leeftijdgenoten blijft het rijke Westen lonken. Zij willen spijkerbroeken dragen en luisteren naar radiozenders uit het Westen. Dan komt de oproep: hij moet in dienst. Het is een tijd vol problemen, want Wolf laat zich de wet niet voorschrijven, hij wil zelf zijn leven bepalen. Na zijn diensttijd vestigt hij zich als zelfstandig graficus. Hij ontmoet Anne, en samen zullen ze een intens huwelijk beleven. Er wordt veel gediscussieerd in het gezin, over politiek vooral. Anne was journalist, maar omdat de waarheid niet geschreven mocht ging ze geschiedenis studeren. Als proefstuk schreef ze een biografie over haar Joodse grootvader Dagobert, ook al een man die geen gewoon leven leidde.
Dat doet niemand in dit verhaal.  Als Maxim de geschiedenis van zijn voorouders onderzoekt, kan dat niet los gezien worden van de twee wereldoorlogen, de Koude oorlog, en de aparte Duitslanden, feiten die een flinke stempel drukken op het leven van een mens. Maar als die mensen ook nog ‘zelf nadenken, en niet meelopen met de anderen’, wordt het nog meer een bijzondere geschiedenis.


Hoe was het om op te groeien in de DDR, waar de Stasi het leven beheerste? Waar je automatisch onbetrouwbaar was als je geen lid was van de Partij. Waar een onschuldige bijeenkomst van meer dan tien personen strafbaar was. En waar je zelf ook niemand kon vertrouwen, omdat alles doorgegeven en genoteerd werd. Daar profiteert Maxim Leo dan weer van. Nu mag hij immers de archieven van de Stasi bezoeken. Hij heeft brieven van Anne en van zijn overgrootvader, dagboeken van zijn grootvaders, en het onderzoek van zijn moeder naar haar grootvader.
Het is het verhaal over een land dat niet meer bestaat, maar dat de levens van vele mensen heeft bepaald. Niet altijd positief.


De titel vind ik vreemd. Nu ik het boek gelezen heb weet ik welke associaties je zou moeten krijgen, - en dat heeft meer te maken met vaderlandsliefde - maar het woord liefde roept toch iets anders op. ‘Haltet euer Herz bereit’ is de Duitse titel.


Maxim Leo (1970), journalist, werd geboren in Oost-Berlijn en was negentien jaar toen de twee Duitslanden weer één werden. Vijfentwintig jaar na de val van de Muur is zijn boek over zijn familie, dat in 2011 de Europese Boekenprijs won, naar het Nederlands vertaald.


ISBN 9789059365407 | Paperback | 237 pagina's | Uitgeverij Cossee | november 2014
vertaald uit het Duits door Lilian Caris

© Marjo, 7 augustus 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEen leven na jou
Jojo Moyes


Het leven van Louisa Clark ligt nog helemaal overhoop na de dood van haar geliefde Will (zie ‘Voor jou’). Ze is nog in diepe rouw om Will, de man voor wie ze zes maanden gezorgd heeft en die er voor gekozen heeft een einde aan zijn leven te maken. Ondanks het feit dat ze een stormachtige liefde beleefden. Dat maakt zijn dood natuurlijk extra wrang.


Ze heeft nu een appartementje in Londen, betaald met het geld dat ze van hem kreeg, maar verder moet ze voor haar eigen boterham zorgen. Ze werkt op de luchthaven in een Ierse pub. Niet haar droombaan, maar ze heeft ook geen echte opleiding waar ze iets mee kan. Haar ouders, vooral haar moeder, en haar zus, pushen haar om toch iets van haar leven te maken, maar Lou vindt het voorlopig wel best zo. Tot ze op een dag van het dak valt.


Een ambulance is er heel snel, en ze herstelt van al haar verwondingen. Menigeen denkt dat ze het voorbeeld van Will wilde volgen. Ze weet zeker dat het zo niet zat, maar wat is er dan wel gebeurd? Heeft ze echt een stem gehoord? Noodgedwongen moet ze naar haar ouders gedurende het herstelproces, waar ze besluit naar een rouwverwerkingsgroep te gaan, waar ze lotgenoten treft. Via een van hen ontmoet ze een leuke man  en voor ze het weet is ze opnieuw verwikkeld in een relatie. Maar dat kan niet, vindt ze.


Echt rustig wordt haar leventje niet. Behalve de verwikkelingen met deze nieuwe man, verloopt het op haar werk ook niet echt lekker. En als er onverwacht iemand voor de deur staat die een connectie met het verleden blijkt te zijn, veroorzaakt dat vele moeilijkheden. Maar deze nieuwe persoon brengt ook mooie momenten. Gezien al deze nieuwe verwikkelingen eindigt dit boek met een totale omslag vergeleken met het begin.

Jojo Moyes is een schrijfster die de lezer goed in een verhaal weet te trekken. Als je eenmaal begonnen bent, wil je het boek in één keer uitlezen. Het is een roman, maar een met diverse thema’s. Rouwverwerking is het belangrijkste thema. Daarnaast is de al of niet bestaande band met familie een goede tweede.


Voor jou’ is het boek dat vooraf ging aan dit verhaal, en hoewel dat natuurlijk ook een prachtig boek is, blijkt het geen probleem als je dat verhaal niet kent. Het wordt in dit boek niet nog eens verteld, maar de aanwijzingen zijn genoeg om het verhaal te kunnen volgen.
Het is een meeslepend feelgood verhaal, romantisch en ontroerend. Een verhaal dat smaakt naar meer, maar ik heb geen idee of dat er ook komt. In ieder geval komt er wel een verfilming van het eerste boek, dus wie weet.


Jojo Moyes (1969) studeerde journalistiek aan Bedford New College. Na een jaar als verslaggever te hebben gewerkt in Hongkong, ging ze terug naar Engeland, waar ze sindsdien werkt voor The Independent. Met Verboden vruchten en De laatste liefdesbrief won ze de Romantic Novel of the Year Award.


ISBN  9789026139550  | Paperback | 342 pagina's | Uitgeverij De Fontein | februari 2016
Vertaald uit het Engels door Anna Livestro

© Marjo, 31 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER