Nieuwe boekrecensies

height="167"Onderhuids
Pieter Sparre


In een vredig vakantiepark, ergens in een fictief zuidelijk gelegen land, zijn de voorbereidingen voor het jaarlijkse straattheaterfestival in volle gang. Naast vakantiegangers zijn er ook diverse artiesten in het park neergestreken. De sfeer is broeierig. Voor de vaste bewoners van het park breekt een hectische tijd aan.


Paolo is de eigenaar van het park. Wie niet weet welke duistere gedachtes zijn geest vullen, ziet hem voor een zachtaardige man aan. Personeelslid Roza, die na een vlucht uit haar thuisland illegaal in het land verblijft, is dol op hem. Lange tijd heeft ze alles op alles gezet om zijn hart te veroveren maar Paolo bleek ongevoelig voor haar liefdesbetuigingen. Hij heeft zijn hart aan een ander verpand. Een liefde waar hij zich tegen probeert te verzetten. Jyl, de dochter van Roza, is immers nog maar negen jaar oud.


Voormalig politicus Guido verblijft al een jaar in het park. Guido komt uit een naburig land. Na een politieke nederlaag heeft hij zich in het park teruggetrokken. Zijn politieke carrière is voorbij maar Guido zelf denkt daar anders over. Hij is druk bezig met het schrijven van een manifest. Guido zal met een nieuw regeringsplan op de proppen komen. Een plan dat de huidige regeringsleiders van hun troon zal stoten. Guido moet alleen nog wel even goed nadenken over de inhoud van het schrijfsel. Hij moet immers zo veel mogelijk zieltjes winnen.


Wanneer Guido langs de kant van de weg een dode man vindt, breekt een onrustige tijd aan. Hij herkent de dode meteen. Het is een van de noordelingen die onlangs in het park zijn gearriveerd. De stoere, blonde mannen zijn werkzaam als vuurvreters en messenwerpers. Wat is de dode man overkomen? Is de jonge, gespierde kerel zomaar dood neergevallen?


De dood van de artiest blijkt het begin van een rampzalige tijd. Er worden meer mensen ziek. Ernstig ziek. Tussen de bedrijven door wordt bovendien een koelbloedige moord gepleegd. De sfeer in het vakantiepark wordt steeds grimmiger. Wanneer blijkt dat, op last van de autoriteiten, niemand het park mag verlaten, loopt de situatie al snel volledig uit de hand.


Onderhuids gaat over de belastbaarheid van de menselijke geest. Hoe reageren mensen als ze in een crisissituatie belanden? Het verhaal is vrij zwaar geschreven en komt daardoor wat moeizaam op gang. Ook het feit dat geen enkel personage in het boek sympathiek te noemen is, maakte het voor mij moeilijk in het verhaal te komen. De gedachtes van Paolo zijn ronduit verontrustend en naar mijn mening veel te gedetailleerd. De schrijver heeft uiteraard de vrijheid te schrijven wat hij wil, maar als lezer had ik die fragmenten liever niet gelezen. Helaas is Paolo niet de enige griezel in het boek.


Waar ik mij over heb verbaasd, is de manier waarop over een groepje acrobaten met een donkere huidskleur wordt geschreven. Zij worden met een vreemd soort vanzelfsprekendheid als wildemannen en verkrachters, waar geen fatsoenlijk woord mee te wisselen valt, neergezet. Namen hebben ze niet. Ze worden enkel “zwarten” of zelfs “zwartjoekels” genoemd. Een groepje zingende meisjes wordt nogal respectloos “indianenmeiden” genoemd. Er is niemand in het boek die de acrobaten en zangeressen op een normale manier aanduidt. Ook de schoonmaaksters in het boek heten simpelweg “de werksters”. Ik heb me behoorlijk aan deze benamingen gestoord.


Onderhuids biedt een bont verhaal vol gruwelijke gebeurtenissen en bijzondere personages. Het afgelegen park is haast een wereld op zich waardoor het een goede setting voor het verhaal vormt. Hoewel de schrijver de lezer doorlopend met nieuwe ontwikkelingen verbaast en het verhaal goed opgebouwd is, wist dit verhaal me niet te bekoren. Ik miste een vrolijke noot die me een adempauze had kunnen bieden, of een ontwikkeling die het allerergste iets af zou zwakken. Nu was het te veel van het goede voor mij.


ISBN 9789461539311 | paperback | 222 pagina's| Uitgeverij Aspekt | april 2016

© Annemarie, 29 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zwijgen
Ingrid Vander Veken


Op de website van de uitgeverij en op de achterzijde van het boek staat: Zwijgen is een precieus boek over waarheid en leugen, over keuzes en hun gevolgen. Over wat in talloze families werd en nog steeds wordt toegedekt.


Over het thema Zwijgen zijn inderdaad veel boeken geschreven, zeker in relatie tot de periode van de Tweede Wereldoorlog. Slachtoffers en daders zadelen hun kinderen onbedoeld op met grote vraagtekens door het verzwijgen van hun persoonlijke geschiedenis. Niet om moedwillig te kwetsen, maar juist om hun kinderen te sparen en dat laatste is nou precies wat er niet gebeurt. Wat niet wordt gezegd, wordt wel gevoeld en dat leidt tot frustraties, angst, schuldgevoelens en steeds meer vragen waar maar geen antwoord op komt. Voor ons als lezer leidt dit weer tot een mooi boek, zoals deze roman van Ingrid Vander Veken.


De auteur heeft prachtige zinnen geschreven en daarmee hele mooie passages die dan uiteindelijk zijn gevormd tot dit prachtige boek. Een boek over, wat zij zelf noemt, de wrokkige stilte van een vader, maar ook over het nooit vertelde geheim van een zoekende moeder. Een zwijgen en een stilte die niet hoorbaar, maar wel voelbaar zijn en daarmee bepalend voor het leven van het hele gezin en de oneindige zoektocht van een kind. De auteur vertelt het verhaal als het ware aan haar hoofdpersoon en daarmee aan zichzelf in zinnen als:


En jij had er geen flauw idee van waar je buiten je wil om bij betrokken werd. Dat jouw aanwezigheid op die schoolbanken de zaak ondermijnde die je vader onder een foute vlag had gediend, dat jouw moeder je aan de hand van heiligenlevens de taal bijbracht van haar zonde. Hoeveel inniger konden het politie en het persoonlijke leven vervlochten worden?

 
Die gebeurtenissen maken dat wat een eenvoudig kinderleven zou moeten zijn tot een complexe belevenis van een jeugd, die weer leidt tot een volwassen leven waarbij de zoektocht naar de waarheid centraal blijft staan. Op zoek naar het ware verhaal achter het zwijgen.


Tijdens de zoektocht van de auteur komt zij erachter hoe complex het leven tijdens een oorlog kan zijn en voor haar ouders en andere familie is geweest. Er worden keuzes gemaakt, die tijdens en na de oorlog lof of woede met zich mee brengen. Haar vader kiest voor de 'foute' kant, zijn broer kiest voor de 'goede' kant. De vader keert na zijn gevangenhouding terug naar het ouderlijk huis, zijn broer komt om in Neuengamme. Dit soort gebeurtenissen tekenen de individuele levens van de mensen en de familiebanden voor de rest van het verdere leven, waarbij het zelfs doorgegeven wordt op de levens van de nieuwe generatie, zoals op die van de auteur.


Ondanks dat het thema dat Vander Veken aanraakt in deze roman niet nieuw is, is dit zeker niet het zoveelste boek in deze reeks. Zoals ik al eerder aangaf, heeft de auteur haar zinnen heel mooi geformuleerd, waardoor wat zij vertellen wil, je echt diep raakt. Je voelt mee met haar behoefte om uit te zoeken wie haar vader en moeder echt zijn (geweest) en er daardoor (misschien zelfs) achter te komen wie zij zelf is. Daarmee raakt zij ook weer aan een groter thema, namelijk hoe de omstandigheden en met name het zwijgen daarover, ons vormen.


Over de auteur: Ingrid Vander Veken schreef theater en scenario’s, twee jeugdboeken en twee verhalenbundels, vier romans (Papavers, Nieuwe mannen, nieuwe vrouwen, Dubbelspoor en Aankomen in Bali) en een dagboek, Zestig. Haar professionele ervaring als journaliste en columniste geeft zij door als docente Culturele Verslaggeving aan het Conservatorium. Zij is medeoprichter van de Vlaamse Auteursvereniging, was bestuurslid van PEN Vlaanderen en beheerder van de PEN-Schrijversflat.


ISBN 9789463100885 | Hardcover | 256 pagina's | Uitgeverij Polis/Pelckmans | 23 februari 2016

© Ria, 20 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height="167"De jongen die zijn vader zocht
John Boyne


Het is 29 juli 1914. Alfie Summerfield viert zijn verjaardag. Vijf hele jaren telt zijn leven al. Gelukkig is hij nog niet zo oud als zijn ouders. Die zijn al in de twintig. Het is nauwelijks te geloven dat die stokoude mensen ’s ochtends het bed nog uit kunnen komen. Alfie is een man van de wereld. Hij snapt dan ook niet dat zijn vader hem met zijn vijf jaar nog te jong vindt om aan het werk te gaan. Alfie weet zeker dat hij een prima assistent voor zijn vader, die melkboer is, zal zijn. Bovendien zal Mister Asquith, het paard dat de melkkar trekt, er ook wel bij varen. Alfie is dol op het dier en was van plan het met lekkere suikerklontjes te overladen.


Alfie en zijn ouders Georgie en Margie wonen in Damley Road, een fijne straat waar iedereen elkaar kent. Toch komen op zijn vijfde verjaardag maar weinig buren op visite. De oorlog is zojuist uitgebroken en niemand is in de stemming voor een feestje. Voor Alfie is het een vrolijke en trieste dag tegelijk. Hij is blij met zijn cadeautjes maar verdrietig omdat zijn moeder huilt. Ze huilt omdat Georgie heeft besloten zich vrijwillig voor het leger aan te melden. Georgie is optimistisch. De oorlog is immers maar tijdelijk. Tegen de tijd dat het kerstmis is, is de oorlog voorbij. Dat weet iedereen.


Kerstmis gaat voorbij zonder Georgie. Ook de kerstfeesten die volgen, laat hij verstek gaan. De oorlog is nog altijd in volle gang. Margie doet haar best de moed erin te houden maar ze heeft moeite de eindjes aan elkaar te knopen. Damley Road is niet langer de gezellige straat van weleer. Vriendschap is overgegaan in verdeeldheid. De aardige Joe Patience wordt door zijn buren met de nek aangekeken omdat hij een dienstweigeraar is en Alfies beste vriendin Kalena en haar vader zijn door de politie opgepakt op verdenking van spionage. Hun Praagse accent klinkt te vijandig. Alfie wacht twee jaar tevergeefs op Kalena en dan doet hij iets wat ten strengste verboden is: hij breekt in. Alfie steelt de schoenenpoetskist van Kalena’s vader. Zo jong als hij is, beseft hij dat hij een steentje bij moet dragen. Hij is de man in huis.


Alfie gaat stiekem als schoenpoetser op het treinstation aan de slag. Menigeen laat zijn schoenen door het jochie poetsen. Niemand maakt zich druk om het feit dat Alfie nauwelijks naar school gaat. Margie weet van niets maar ze is blij dat ze steeds over meer geld blijkt te beschikken dan ze dacht. Tijd om erbij stil te staan, heeft Margie niet. Ze heeft inmiddels meerdere banen en is nauwelijks thuis. De brievenstroom van Georgie is gestopt. Volgens Margie is hij op een geheime missie. Alfie denkt dat het betekent dat zijn vader dood is.


Op een dag als alle andere, laat een keurig geklede arts zijn schoenen door de inmiddels negenjarige Alfie poetsen. Wanneer een windvlaag er met de papieren van de arts vandoor gaat, schiet Alfie hem te hulp. Het was niet zijn bedoeling de tekst op het papier te lezen maar toch vliegen Alfies ogen over de regels heen. Het is een lijst met namen van ziekenhuispatiënten. Er staat een bekende naam op. Een heel bekende naam. Georgie Summerfield is niet dood. Hij verblijft in een naburig ziekenhuis. Een ziekenhuis waar mensen verblijven die lijden aan iets dat “shellshock” heet. Alfie besluit dat hij zijn vader moet gaan redden. Het nare ziekenhuis is immers niet zijn thuis. Georgie hoort in Damley Road thuis, het straatje waar het ooit zo gezellig was.


De jongen die zijn vader zocht is een ontroerend verhaal dat zich afspeelt tijdens de Eerste Wereldoorlog. Auteur John Boyne heeft het verhaal mooi klein gehouden, iets waar hij in uitblinkt. Het verhaal kenmerkt zich door een eenvoudige vertelstijl. De verteller is immers nog maar een kind. De indringendheid is er niet minder om. Alfie is een kind in een wereld die hij niet begrijpt. De volwassenen in zijn leven proberen hem te beschermen maar hun goede bedoelingen maken zijn verwarring alleen maar groter.


Oorlog, uiteengerukte families en shellschok zijn belangrijke onderwerpen in dit gevoelig geschreven verhaal. In de eerste plaatst gaat dit boek echter over een jongetje dat heel veel van zijn vader houdt. Daar verandert een oorlog helemaal niets aan!


ISBN 9789022576618  | paperback | 240 pagina's| Boekerij | april 2016
Vertaald door Ton Heuvelmans

© Annemarie, 20 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ren Janina, ren!
Marjan Brouwers & Jeanette van Ditzhuijzen


Ren, Janina, ren! is het waargebeurde verhaal van de nu 84-jarige Janina Katz, die een Pools Joods meisje was toen de oorlog in Polen uitbrak. Schrijfster Jeanette van Ditzhuijzen interviewde Janina op Curaçao. Omdat Janina nog zo klein was en zich niet alles meer goed herinnerde, is het verhaal uitgebracht als een roman. Marjan Brouwers nam de fictie van het verhaal op zich, waarbij wel alle feiten over plaatsen, gebeurtenissen en personen zijn gecheckt in verschillende archieven. Alleen dingen die echt niet meer na te gaan zijn, zijn dus opgevuld.


De cover vind ik goed gekozen. Hij laat een meisje zien in het schemerdonker, rennend tussen de bomen. Deze scѐne komt echt (ongeveer) voor in het verhaal. Enige minpuntje vind ik dat de letters van de titel en de helft van de achterkant lichtroze zijn. De ontwerpster heeft hiervoor gekozen omdat zij die kleur enorm vindt passen bij een klein meisje en omdat het een kwetsbare en lieve kleur is, maar ik associeer deze kleur vooral met chicklit. En als dit boek íéts niet is, dan is het wel chicklit.


In het begin van het boek ging het lezen moeizaam. Dat kwam door de verschillende perspectieven, de hoeveelheid namen en de gebruikte Joodse termen. Het eerste deel van het boek wordt voornamelijk vanuit Janina’s grootmoeder Dwora en haar moeder Bertha geschreven, het tweede deel vanuit Janina’s broer Bumek en Janina zelf.


De eerste zestien hoofdstukken wordt soms een perspectief één hoofdstuk aangehouden, soms twee. Dat is wat verwarrend, omdat je eerst enkele zinnen moet lezen, om te begrijpen vanuit wiens perspectief je aan het lezen bent. Ik denk dat het had geholpen als ervoor was gekozen om naast de hoofdstuktitel de naam van degene vanuit wie het geschreven was, zou zijn geplaatst.


Er komen veel namen voor in het verhaal, omdat de familie groot was. Gelukkig kun je die opzoeken in de stamboom, die voorin staat. Ook worden er Joodse termen gebruikt. Als je precies wilt weten wat die betekenen, kun je ze opzoeken in de verklarende woordenlijst achterin. Helaas staan hier niet alle woorden in (wel de meeste) en haalde dit steeds naar voren en achteren bladeren me uit het verhaal. De familie kun je nou eenmaal niet kleiner maken en de stamboom is daarvoor een goed hulpmiddel. Het gebruik van de Joodse termen is ook een pluspunt, want het maakt het verhaal authentiek. Vermoedelijk is het voor mensen die de termen kennen zeer prettig. Voor mij zou het fijner zijn geweest als de termen in voetnoten uitgelegd waren. Na een aantal hoofdstukken weet je wie wie is, ken je de meeste termen ook als je niet Joods bent en snap je al snel vanuit wie er geschreven wordt. Dan begint het meeleven met de gebeurtenissen.


Het boek toont hoe er met Joden werd omgegaan destijds, hoe het met onderduiken ging, hoe het er in de kampen aan toeging en wat mensen motiveerde om door te gaan. Daarnaast geeft het tussen de regels ook nog een tijdsbeeld van vlak voor de oorlog, doordat bijvoorbeeld niet iedereen een radio had en familieleden elkaar jaren niet zagen als er een familielid emigreerde. Hoofdstuk zestien heeft op mij het meeste indruk gemaakt. In dit hoofdstuk zit Janina met haar moeder en met zus Blima verstopt in een kelder, en komt de scѐne voor waarnaar verwezen wordt op de achterflap.


Het hele verhaal is indrukwekkend en indringend. Dat er af en toe foto’s zijn geplaatst van de mensen over wie het gaat, maakt het des te aangrijpender. Het slot is ontroerend.


ISBN 9789460224225 | Paperback | 216 pagina's | LM Publishers | 1 mei 2016

© Trenke Riksten-Unsworth, 19 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer klik HIER

 

altFresh Up
Chrétien Breukers


In een novelle dat net iets meer is dan een kort verhaal, moet je schrappen. Een goede schrijver kan dat. In deze novelle Fresh Up is op een goede manier geschrapt, er wordt gelukkig geen overbodige uitleg gegeven. En de lezer vult in...


Er is sprake van een man, vijftiger, schrijver van beroep, die alleen woont na een wat onfrisse scheiding, waarna hij ook zijn kinderen niet meer ziet. In zijn eentje zit hij te kniezen in een armoedig huurappartement waar de gordijnen van een van de vorige bewoners nog hangen: ‘paarse lappen’. Het ontbreekt hem aan het geld maar duidelijk ook aan de moed om iets aan zijn omgeving te veranderen.


Op een dag wordt hij wakker in die flat en ziet op de rand van zijn bed iemand zitten. Het is zijn opa, de man die hem meer dan zijn ouders opgevoed heeft. Later wisselden ze van rol, verzorgde hij de oude man. Dat was niet altijd prettig, maar de kleinzoon deed het met liefde.


‘Mijn opa rook heel lekker, naar pijptabak, vermengd met een lichaamsgeur die door het dagelijkse douchen van tegenwoordig is uitgestorven, een geur die was opgebouwd uit talgachtige mengels en zweet, niet altijd op tijd geluchte of gestoomde kleding en een aftershave die eerder goedkoop dan effectief was, Fresh Up of Old Spice. Een opalucht waar zelfs de koffie die hij ’s ochtends zette, en die hij op een waakvlam liet indikken, een rol speelde.‘


De schrijver en zijn opa hebben een gesprek, daar in de slaapkamer, waarbij opa de rol van het geweten vervult. Hij confronteert zijn kleinzoon met zijn daden, of ook met wat hij juist achterwege liet. De schrijver overdenkt het verleden van zijn opa – hetgeen hij er van weet – en trekt daar zijn les uit.


‘Maak keuzes. Ik las je boeken en ik merk dat je altijd de neiging hebt om een verhaal op te bouwen, waarna je het weer afbreekt, of laat verbrokkelen.’


Mooie novelle, waarin de oudere lezer misschien wel de eigen opa herkent, de man van de oude stempel. Zo niet, dan nog is hij heel herkenbaar als iemand in wiens ogen de hoofdpersoon zijn leven spiegelt. Je kan stellen dat het leven vroeger zo veel eenvoudiger was, dat doet de opa, maar of dat waar is? In sommige opzichten misschien. Voor de hoofdpersoon is het verhelderend. Lijkt het.


Boekje in de serie Nova Novella. Ik las eerder 'Lot', en wil meer van deze schrijver!


Chrétien Breukers (1965), dichter, blogger, essayist, prozaïst, vertaler en bloemlezer, bezocht de Philips van Horne Scholengemeenschap te Weert. Hij studeerde twee jaar Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap te Nijmegen. Na het afbreken van zijn studie bleef hij in Nijmegen wonen. In 1994 verhuisde hij naar Amsterdam. In 2014 verscheen autobiografisch proza onder de titel Een zoon van Limburg en in 2015 de roman Lot.


ISBN 9789460682940 | Paperback | 96 pagina's | Uitgeverij Marmer | mei 2016

© Marjo, 16 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet stof dat van dromen valt
Louis de Bernières


Episch verhaal dat grotendeels speelt in Londen en begint in 1902, ruim voordat de Eerste Wereldoorlog uitbreekt.


In het gezin McCosh - vader, moeder, vier zussen - verandert alles. De verloofde van Rosie sneuvelt, de vrouwen begeven zich op de arbeidsmarkt, onder andere in ziekenhuizen waar ze te maken krijgen met de verschrikkingen van de oorlog.  Zelfs de moeder probeert een steentje bij te dragen, nadat ze aan de dood ontsnapt is bij een bomaanval door de Duitsers. Het is een van de thema’s: een nieuwe generatie past zich aan aan een nieuwe tijd, terwijl de oude generatie vast probeert te houden aan de vroegere waarden en normen.


Het leven is hard voor het thuisfront, en voor de soldaten in de loopgraven. Er is geen sprake van de heroïek zoals die beleefd wordt door het Royal Flying Corps. Vliegen is nog nieuw, de machines zijn in onze ogen primitief, maar de mannen die ze besturen zijn al snel helden. Of dood.


Louis de Bernières beschrijft min of meer het leven van zijn familie, niet helemaal biografisch, maar hij heeft de rode lijn van zijn verhaal er wel aan ontleend. Dit boek blijkt het eerste deel te zijn van een trilogie.
Het is een bijzondere ervaring: je komt in dit boek van alles tegen: drama, humor, de dood, en daar tegenover hoop op leven. Er zijn stukjes uit dagboeken of brieven. Gelukkig blijft de rest van het verhaal wel chronologisch en in eenzelfde vertelperspectief (3e persoon) anders was het lastig te volgen. Nu laat je je als lezer heen en weer slingeren met de belevenissen en gevoelens van de hoofdpersonen, waar je prima in mee kan gaan. Degenen die het meest als hoofdpersoon fungeert (als je dat zo kan zeggen) is Rosie, die na de dood van haar verloofde probeert een nieuw leven op te bouwen.


Louis de Bernières
(Londen, 8 december 1954) is een Brits romanschrijver. Hij heeft een groot aantal werken op zijn naam staan, waarvan zijn vierde, Captain Corelli's Mandolin, het bekendste is.


ISBN 9789029504843 | Paperback | 521 pagina's | Uitgeverij Arbeiderspers | januari 2016
Vertaald uit het Engels door Auke Leistra en Atty Mensinga

© Marjo, 10 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De schaduw van de eunuch
Jaume Cabré


Miquel Gensana wordt opgeschrikt door de plotse dood van zijn jeugdvriend en politicus Bolós. Ook Júlia heeft de nodige vragen. Bovendien moet ze een artikel over Bolós schrijven en ze nodigt Miquel uit voor een etentje. Het restaurant waar dit plaats vindt, blijkt gevestigd te zijn in het huis waar Miquel is opgegroeid. Hij verzwijgt dit voor Júlia en ontkent zelfs dat hij de mensen die in dit huis gewoond hebben, gekend heeft. Over de dood van Bolós worden we niet veel wijzer, want het verhaal dat Miquel vertelt gaat over het verleden in het verzet en de geschiedenis van de familie.


Het boek ontleent z'n structuur aan het vioolconcert van Alban Berg.
Het is als volgt ingedeeld:
Deel Een Het geheim van de aorist
Eerste deel
Andante (Präludium)
Tweede deel
Allegretto (Scherzando)
Deel Twee Herinnering aan een engel (Dit is ook de ondertitel van het vioolconcert)
Derde deel
Allegro (Cadenza)
Vierde deel
Adagio (Choral: Es ist genug!)


De titels van de vier delen zijn ontleent aan de vier delen van het vioolconcert. Verder kan ik eigenlijk weinig verband vinden tussen het vioolconcert en het boek.

Het verhaal wordt verteld door Miquel, hoewel er ook stukken in het boek zitten die door oom Maurici verteld worden. Oom Maurici zit in het gekkenhuis en vult z'n tijd met het vouwen van dieren, terwijl hij bezoek krijgt van Miquel, die naar de overleden vriend (partner) van oom Maurici genoemd is. De dood van Miquel de Beminde is veroorzaakt door het verraad van de grootvader van Miquel, de hoofdpersoon van het boek.
Het is vrij lastig te lezen, doordat Miquel zowel in derde persoon, als in eerste persoon vertelt. Hij heeft ook met Bolós in het verzet tegen Franco gezeten en daarin had hij de schuilnaam Simo.


Het is een boeiend verhaal, al is het taalgebruik misschien wat barok. Het vergt wel het nodige van de lezer, omdat er allerlei sprongen in zitten. Het is misschien het beste om niet te veel na te denken over de chronologie van de gebeurtenissen. In het derde deel maakt violiste Teresa Planella haar opwachting, met wie Miquel een verhouding heeft, die een einde krijgt, omdat voor Teresa de muziek op de eerste plaats komt, iets waar Miquel niet mee om kan gaan.
In het vierde deel duikt dan het vioolconcert van Alban Berg op, dat gespeeld wordt door Teresa Planella met een orkest onder leiding van Daniel Barenboim. Miquel kan daar zelf niet bij zijn.


Het boek bevat 3 stambomen van de familie van Maurici en Miquel. Eerst is er de officiële stamboom van de familie. Dan de door Maurici gemaakte 'Echte, onbekende en ware familiestamboom' en tot 'De echte, onbekende en ware familiestamboom', waar takken donker zijn gemaakt, omdat ze niet belangrijk zijn en de drie vrouwen waar Miquel (de hoofdpersoon) een relatie mee gehad heeft, aan toe zijn gevoegd.


ISBN 978 90 5672 548 8 | Paperback | 421 pagina's | Uitgeverij Signatuur | april 2016
Roman uit 1996 | NUR 302 | Vertaald door Pieter Lamberts / Joan Garrit

© Renate, 5 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe verdwenen stad
Ton van Reen


Na een huwelijk van ruim 25 jaar bedenkt Timo Wolters dat het helemaal niet zo’n goed huwelijk was. En zijn werk als advocaat in Roermond is ook niet geworden wat hij er van verwacht had.
Met zijn kinderen heeft hij niet veel contact. Eigenlijk is Rita de enige met wie hij zich prettig voelt, en zij ook met hem. Rita is de dochter die zijn vrouw Jeanne al had voor hun trouwen. Zij is een ongelukje van voor ze Timo kende, en zij werd opgevoed door Rita’s ouders. Timo is dol op Rita’s kinderen, tot ongenoegen van Jeanne.


Op de dag dat het verhaal begint heeft Timo een vreemde droom gehad: hij kwam thuis van zijn werk en zijn huis was verdwenen, compleet met vrouw en kinderen. Op de plaats waar het had gestaan was gras, en de buren hadden nog nooit gehoord van de familie Wolters. Wat een akelige droom was dat! Het wordt nog erger. Als hij de deur uitgaat, om met de auto naar Roermond te rijden, gebeurt er iets eigenaardigs:


‘Hij reed de Hornerweg op. Tot zijn ergernis ontnam een vrachtwagen hem het zicht.
Hij was al een eind de weg op, toen hij het idee kreeg dat er iets vreemds aan de hand was. Het was net alsof hij ergens reed waar hij onbekend was, terwijl hij dit toch al dertig jaar elke dag deed.
Ineens zag hij het. Met een schok.
De contouren van de stad Roermond, aan de overzijde van de Maas, waren verdwenen.‘


Terwijl hij rondzwerft, eerst met de auto, maar al snel te voet, en zoekt naar iets bekends, overdenkt hij zijn huwelijk en zijn carrière. Zijn leven is een en al mislukking. Is hij zichzelf nog wel? Timon gebruikt xanax en seroxat tegen de spanningen thuis en op zijn werk. In hoeverre zijn de dingen die hij meemaakt daaraan te wijten? Droomt hij weer?  Is hij aan het hallucineren?


Timo is zwak geweest, al was het nooit zo groots als zijn compagnons, hij heeft zijns ondanks meegedaan aan malafide praktijken. De pressie van een maatschappij waarin gepresteerd moet worden, en onder druk van zijn vrouw, die graag goede sier maakt, wordt de behoefte aan foute pilletjes steeds groter. Het moet anders, beseft hij. Zijn leven moet om. Maar hoe moet hij dat aanpakken?


Een heel herkenbaar verhaal. Corruptie in een kleine provinciestad zowel in de politiek als in de Kerk vormt de achtergrond van het verhaal. Ton van Reen laat zien hoe ook een in de kern goed mens er niet aan ontkomt om mee te doen met de gang van zaken. Dat het zich allemaal afspeelt in Roermond is misschien ook niet zo toevallig, het is de streek waar Van Reen opgegroeid is.


Ton van Reen (1941) is auteur van tientallen romans (o.a. Het Winterjaar, Roomse meisjes, Concert voor de Führer, Gestolen Jeugd) en jeugdboeken (o.a. De bende van de bokkenrijders). Daarnaast schreef hij talloze hoorspelen.


ISBN 9789062659111 | Paperback | 136 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | 2015

© Marjo, 29 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zonder land
Lawrence Hill


Het is 2018. De drieëntwintigjarige hardloper Keita Ali doet mee aan de Buttersby Marathon. Het gaat lekker. Keita voelt zich goed, zijn benen zijn soepel en hij loopt mooi in cadans. Er komt een blanke man naast hem lopen. 'Ga naar huis' sneert de man. 'Ga. Godverdomme. Naar huis.' Laat dat nou precies zijn wat Keita heel graag zou willen! Maar dat kan niet, thuis is hij zijn leven niet zeker.


Keita is afkomstig uit Zantoroland waar zijn vader, Hasanne Moustafa Ali, onder de naam Yoyo kritische artikelen schreef over de corruptie in zijn land. Dat werd Yoyo niet in dank afgenomen, sterker nog hij werd vermoord door de autoriteiten en Keita moest vluchten want ook een zoon van... is zijn leven niet zeker. Kaita's moeder is een paar jaar eerder overleden en zijn zus Charity studeert in Amerika aan de Harvard University.


Keita weet zijn hele leven al dat hij hardloper zal worden. Hij heeft het talent, de juiste bouw en de soepelheid om een groot atleet te worden. Anton Hamm, een hardloopmanager die geïnteresseerd is in Keita, haalt hem naar Freedom State.  Keita grijpt die kans aan en keert niet meer terug naar Zantoroland. Voor het verlopen van zijn visum duikt hij onder in Afric Town, de stad die met vierenhalf miljoen inwoners de grootste stad is van Freedom State. Een stad die een enorm aantal illegale vluchtelingen onderdak levert. Daar begint Keita's leven in de anonimiteit. Hij probeert van daaruit contact te krijgen met zijn zus in de hoop dat het zal lukken zich bij haar te voegen, maar vreemd genoeg is ze nooit thuis.


Keita heeft zijn tijd niet mee. Hij doet onder een schuilnaam mee aan hardloopwedstrijden om zo aan geld te komen. Maar hij valt daardoor teveel op dankzij zijn goede prestaties. Ook zijn er constant demonstraties in Afric Town, gehouden door de SIT (Stuur Illegalen Terug) en de corrupte premier en zijn adviseurs zijn eveneens op zoek naar illegalen die ze terug willen sturen, zodat ze kunnen pronken met hun uitzettingsbeleid. Keita moet oppassen dat hij niet in hun handen valt.


Hij moet verder vooral overeind zien te blijven, een nieuw leven opbouwen, zonder zijn vrienden, zonder zijn vader en zus. Hij maakt kennis met de trotse, volhardende, zwarte, lesbische Victoria Hill, rolstoelatlete en journaliste. Hij maakt kennis met de oude, intelligente vrouw Ivernia Beech die hem tijdelijk onderdak verschaft. Hij ontmoet Lula DiStefano, de koningin van Afric Town. Zij bezit een bordeel en duizenden containers die ze verhuurt aan de zwarte, minder bedeelde inwoners van Afric Town. Hij maakt kennis met de zwarte, vijftienjarige John Falconer, de hoogbegaafde, nieuwsgierige puber die voor zijn  school, de Clarkson Academy for the Gifted, een documentaire maakt over Afric Town. Hij ontmoet de mooie Cadance en wordt heftig verliefd op haar. Maar ook die liefde is onmogelijk. Hij is immers illegaal en constant op de vlucht voor de autoriteiten en andere corrupte figuren.


En dan krijgt Keita via mail het bericht dat zijn zus is ontvoerd. Net als bij zijn vader wordt een hoog losgeld gevraagd. Geld wat hij niet heeft, het enige wat hij heeft zijn zijn benen, zijn lijf... Dan blijkt dat al de nieuwe mensen die hij ontmoet heeft op een of andere manier allemaal met elkaar te maken hebben. Zij willen hem helpen maar hoe?


Het boek komt precies op het juiste moment uit nu de houding ten opzichte van de vluchtelingen steeds grimmiger wordt. Lawrence Hill laat namelijk met dit boek zien dat vluchtelingen niet de inhalige gelukzoekers zijn zoals ze vaak worden afgeschilderd. Hill toont hoe de corrupte lieden misbruik maken van de situatie waarin de ondergedoken illegalen verkeren. Hij geeft aan hoe de politiek zich draait en keert om vooral goede sier te maken rond het vluchtelingenprobleem, hoe achter de schermen allerlei handeltjes en vuile praktijken bekokstooft worden voor eigen gewin, ten koste van de vluchteling. Gelukkig voert hij ook mensen op die het wel goed met hun medemens voor hebben, die wel alle bizarre praktijk aan de kaak willen stellen, soms met gevaar voor eigen leven.


Dat Keita een hardloper is, is een mooie metafoor. Keita is altijd op de vlucht, altijd aan het wegrennen om niet ontdekt te worden, niet opgepakt te worden, niet in elkaar geslagen te worden. Want dat is wat hij als vluchteling tegenkomt op de weg naar vrijheid en een menswaardig leven, het geluk is erg ver te zoeken.


Al met al is het opnieuw een indrukwekkend, maatschappelijk betrokken verhaal zoals we inmiddels van Lawrence Hill wel gewend zijn.


ISBN 9789046820582 | Paperback | 447 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | mei 2016

© Dettie, 25 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De pianobouwer
Kurt Palka


Het is op een koude, heldere novemberdag in 1930 dat Hélène Giroux arriveert in het Canadese dorpje St. Homais. Een plaats waar niemand haar kent. Daar zal ze een nieuw bestaan proberen op te bouwen. Op de dag van aankomst reageert ze op de annonce van pastoor Williams en wordt ze onmiddellijk als pianiste aangenomen. Dezelfde avond begeleidt ze in de kerk de begrafenisdienst die gehouden wordt voor drie omgekomen vissers. De volgende dag wordt haar gevraagd het kerkkoor weer op te bouwen. Hoewel Hélène zelf geen trouwe kerkganger is, en dit ook eerlijk aan de pastoor meldt, neemt ze het verzoek aan.

Hélène was voor de Eerste Wereldoorlog eigenaar van de als uitmuntend bekend staande Noord-Franse Molnar pianofabriek. Zelf is ze een begaafd pianobouwster. Ze leerde het vak van haar moeder. Ze is bovendien een begenadigd pianiste. 
Ze heeft een dochter Claire die in Engeland een opleiding volgt. Haar geliefde man is aan het begin van de oorlog in Frankrijk gesneuveld, daarna heeft ze een tijd in Engeland gewoond en de laatste twaalf jaar was ze woonachtig in Canada. Een kennis adviseerde haar na het gebeurde naar St.Hornais te gaan. Daar hebben ze mogelijk de krant niet gelezen...

Hélène heeft iets aan haar voet. De vriendelijke meesterschoenmaker David Chandler is de enige die weet hoe haar voet er uitziet. Deze voet zal nog een cruciale rol spelen in het verhaal. Het is dezelfde David die het onbespeelbare kerkorgel repareert. (Vandaar de piano, een Molnar, in de kerk.) David en Hélène vinden elkaar onmiddellijk sympathiek en er ontstaat een mooie vriendschap tussen hen. Een vriendschap die later van enorm belang voor Hélène wordt als zij alsnog achterhaald wordt door haar verleden en aangeklaagd wordt voor moord.

Wat volgt is het verhaal over Hélène die probeert na de Eerste Wereldoorlog, waarin ze alles is kwijtgeraakt een nieuw bestaan op te bouwen. Via allerlei baantjes op muziekscholen en conservatoria probeert ze het hoofd boven water te houden. Het is de Amerikaanse zakenman Nathan die haar belooft verder te helpen. Nathan die al voor haar huwelijk met de vader van haar kind duidelijk liet merken erg gecharmeerd van Hélène te zijn. Het is
Nathan die Hélène financieel bedondert tijdens de oorlog maar die haar na WO I langzamerhand toch weer bij zijn zaken weet te betrekken. Het is Nathan die haar verleidt tot het maken van de reis met de verstrekkende gevolgen. Het is dankzij Nathan dat zij voor de tweede keer terecht staat voor moord. De eerste keer werd Hélène vrijgesproken maar de zaak is heropend, er is nieuw bewijsmateriaal...

Op zich levert het bovenstaande genoeg materiaal om een boeiende psychologische roman te creëren, maar de schrijfwijze is erg stug en ontoegankelijk. Je krijgt geen binding met de personages.
Het pianobouwen zelf wordt eveneens zeer afstandelijk weergegeven, terwijl volgens Hélène dat werk door haar met zeer veel liefde werd uitgevoerd. Het is meer een opsomming uit een studieboekje geworden dan blijk geven van liefdevolle kennis van zaken.
Ook de opbouw van het verhaal gaat met horten en stoten. Bij sommige gebeurtenissen wordt erg lang stilgestaan om vervolgens in sneltreinvaart door belangrijke gebeurtenissen heen te vliegen.


Het eigenlijke verhaal waarnaar op de cover verwezen wordt, heeft een erg lange aanloop. Pas aan het eind van het boek, als de rechtszaak begint en langzamerhand verteld wordt wat er nu feitelijk gebeurd is, begint het verhaal op gang te komen en wordt de covertekst bevestigd. Dan wordt het spannend en boeiend, dan wordt het bijna een pittige avonturenroman.
Het is te hopen dat de lezers dat einde halen want in het begin is het een wel aardige, statische, vlakke roman over een vrouw die net als zoveel alleenstaande vrouwen probeert het leven het hoofd te bieden en overeind te blijven.
Kortom, geen slecht boek, maar wel een boek waarvan de covertekst meer belooft dan het waar kan maken.


ISBN 9789046820902 | Paperback | 237 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | 16 juni 2016
Vertaald door Inger Limburg en Lucie van Rooijen.

© Dettie, 20 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWe leven in water
Jess Walter


Er zijn mensen die denken dat de wereld voor hen open ligt. Misschien is dat dan ook wel zo, maar de personages uit de verhalen van Jess Walter komen hun grenzen steeds weer tegen. Ze zijn de losers, de mensen die nooit uit de beperkte ruimte komen die hen geboden wordt. Dat kan fysieke ruimte zijn, maar soms ligt de beperking in wie ze zijn vanaf hun geboorte, of door wat ze denken dat de wereld hen biedt.


Het titelverhaal gaat over een vader en een zoon. In 1958 stelt de dan zesjarige zoon zijn vader een vraag: ‘Leven we in water?’ De vader weet niet wat hij met die vraag aan moet, maar  is ook niet in de stemming om er op te reageren. Hij zit zwaar in de problemen, hij loopt hard tegen zijn grenzen aan. Later zal een herinnering bij hem op komen over vissen in een aquarium. ’We zijn geen vissen, Michael. Jij kunt alle kanten op.’
De jongen blijkt als enige van zijn drie kinderen bij de vader te wonen, omdat dat hem in alimentatie scheelt. De lezer begrijpt dat de jongen nauwelijks meer ziet dan de muren van een armoedige flat en de binnenkant van een auto.


In hetzelfde verhaal springen we naar 1992: Michael is op zoek naar zijn vader, maar heeft geen herinneringen meer aan de eerste zes jaren van zijn leven. Tot hij het vergeten afscheidsbriefje van zijn vader terugvindt na de dood van zijn moeder. Via dat briefje komt hij terecht bij de plek waar zijn vader tegen de muren van zijn bestaan aanliep. Daar ziet hij een oud – nu leeg – aquarium staan, en wazige flarden uit het verleden komen terug. Maar hij zal niet ontdekken wat de lezer wel verneemt.
Op allerlei manieren speelt Jesse Walter hier met grenzen en beperkingen. Letterlijk, omdat hetgeen er gebeurt zich afspeelt binnen een bepaald gebied, binnen de vader-zoonrelatie, maar ook figuurlijk: de grenzen van de herinnering.

En zo speelt Walter in ieder verhaal met grenzen en beperkingen. Er is een oplichter die opgelicht wordt; een man die er voor kiest om te gaan vissen in plaats van de noodzakelijke behandeling in het ziekenhuis te ondergaan en het verhaal New Frontier, refererend aan een speech van president Kennedy, over de onbegrensde mogelijkheden. Die er ook voor de personages in dat verhaal niet blijken te zijn.
Een mooi verhaal is De Wolf en de Wildernis. Over een advocaat die in de fout is gegaan en werkstraf moet uitvoeren. Op een school ontmoet hij kinderen met problemen, en hij ziet mogelijkheden om hen te helpen. Tot een medewerker van de school hem uit de droom helpt.


Mensen die proberen een waardig bestaan op te bouwen, mensen die dromen, die iets willen met hun leven worden geconfronteerd met zinloosheid. Ze kunnen niet op eigen kracht uit hun ellende ontsnappen of worden door anderen binnen de grenzen gehouden. Natuurlijk is dit een universeel probleem, maar de setting is echt Amerikaans. Met Kennedy op de achtergrond en de plaats waar ze meeste verhalen zich afspelen, Spokane en Portland. Vooral het titelverhaal leent zich qua thematiek voor een uitgebreidere roman, maar als kort verhaal hebben de verhalen meer impact.


Jess Walter
(1965) debuteerde in 2001 met Over Tumbled Graves. Daarna volgden vijf romans, waaronder National Book-award finalist The Zero en The Edgar Allen Poe-award winnaar Citizen Vince. Hij woont in Spokane, Washington.


ISBN 9789460682827 | Paperback | 208 pagina's | Uitgeverij Marmer | februari 2016
Vertaald uit het Engels door Nicolette Hoekmeijer

© Marjo, 19 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height="167"

De Zwaluwman
Gavriel Savit


Op 6 november 1939 was Anna Lania nog maar zeven jaar oud. Ze wist niet dat er mensen bestonden die andere mensen moedwillig kwaad deden. Het woord “oorlog” was haar onbekend. Anna’s leven bestond tot die bewuste dag uit een onbezorgde tijd die alle jonge kinderen zo gegund is.


Anna was een slim meisje. Haar vader was hoogleraar linguïstiek aan de Jagiellonische universiteit in Krakau. Elke dag van de week spraken ze een andere taal. Anna’s vader praatte altijd honderduit – Anna kon zich geen zwijgzaam moment herinneren - waardoor Anna de verschillende talen goed onder de knie had gekregen. Regelmatig was het huis met kleurrijke gasten gevuld. Iedereen was lief voor haar.


Toen haar vader haar op 6 november 1939 naar Herr Dokter Fuchsmann, een goede vriend, bracht, maakte Anna zich aanvankelijk geen zorgen. Ze wist niet dat alle professoren van de universiteit, op last van het hoofd van de Gestapo, naar een gevangenis waren overgebracht. Ze kon niet vermoeden dat ze uiteindelijk in een concentratiekamp zouden belanden, laat staan dat haar vader het niet zou overleven. Anna was immers nog maar een kind. Een onbezorgd kind in een wereld zonder kwaad. Ze wachtte geduldig op haar vader.


De professor kwam niet terug en Herr Dokter Fuchsmann, die haar altijd zo royaal op koekjes had getrakteerd, wilde niet langer op haar passen. Het leek wel of hij niet meer haar gezien wilde worden. Lange tijd wachtte Anna voor het afgesloten huis waar ze was opgegroeid. Toen ze ten einde raad naar de winkel van Herr Dokter Fuchsmann terugkeerde, leek het wel of hij haar niet langer zag. De enige die haar opmerkte was een lange, magere man in een driedelig kostuum.


De onbekende sprak haar in meerdere talen aan maar Anna weigerde met hem te praten. Toen deed hij iets dat zo wonderlijk was dat Anna haar stilzwijgen verbrak. De onbekende floot een deuntje dat Anna nog nooit eerder had gehoord. Alsof dat nog niet wonderlijk genoeg was, reageerde een prachtige vogel op het gefloten lied. Een zwaluw. Niet veel later streek het dier op de wijsvinger van de onbekende neer. Toen de man vertrok, volgde Anna hem stilletjes.


Vanaf dat moment hoorden ze bij elkaar. Anna en de onbekende. Hij weigerde haar zijn naam te vertellen. Wie een naam had, kon immers gevonden worden. Anna noemde hem de Zwaluwman. Zelf mocht ze haar naam ook niet langer gebruiken. Ze moest het aan de Zwaluwman afstaan, zodat ook zij niet meer gevonden zou kunnen worden. Misschien zou hij het later aan haar terug kunnen geven. Samen vertrokken op een missie. Ze reisden altijd rond en bleven nooit ergens hangen. Volgens de Zwaluwman beschermden ze een uiterst zeldzame vogel die door Wolven en Beren (metaforen voor de Duitsers en de Russen) opgejaagd werd.


In de jaren die volgden ging Anna van haar Zwaluwman houden. Hij was haar vader niet maar toch gaf hij haar de vaderlijke geborgenheid waar ze zo naar verlangde. Hij stond zelfs de komst van een derde reisgenoot toe. Enkel en alleen omdat het Anna blij maakte. De Zwaluwman was een vreemde, gesloten man maar Anna kon zich geen leven meer zonder hem voorstellen. Nog altijd reisden ze van hot naar her, zonder dat Anna precies begreep waarom. Het enige wat haar zorgen baarde was dat de Zwaluwman drie keer per dag een tablet innam. Eerst stiekem, later openlijk. De inhoud van het potje slonk in een groot tempo en het werd steeds moeilijker het opnieuw te vullen.


De Zwaluwman is het indrukwekkende debuut van de Amerikaanse schrijver Gavriel Savit. Een oorlog heeft iets onwerkelijks en dat is precies wat de auteur in zijn boek benadrukt. Volwassen begrijpen nauwelijks wat er gaande is, laat staan dat een kind van zeven het snapt. Anna groeit razendsnel op maar klampt zich tegelijkertijd aan haar kinderlijke onschuld vast.


De Zwaluwman doet aan een sprookje denken. Een sprookje dat liefdevol maar ook grimmig is. Wat is goed en wat is slecht in oorlogstijd? Vervult de Zwaluwman de rol van sprookjesprins of monster? Dit prachtig geschreven en ontroerende verhaal heeft iets betoverends. Het liet me niet meer los. Een juweeltje.


ISBN 9789026329982 | Paperback | 244 pagina's | Ambo|Anthos | juni 2016
Vertaald door Astrid Huisman

© Annemarie, 17 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe 9 dagen van Rabbit Hayes
Anna McPartlin


‘Vandaag kreeg ik de diagnose borstkanker. Ik zou doodsbang moeten zijn, maar ik ben juist vreemd opgetogen. Natuurlijk ben ik niet blij dat ik kanker heb of dat mijn borsten er af worden gehaald, maar ik besef er eens te meer door hoe goed ik het heb. Ik hou van mijn leven. Ik hou van mijn familie, mijn vrienden, mijn werk en, vooral, mijn dochtertje. Het leven is voor iedereen zwaar, maar ik ben een van de geluksvogels. Ik zal dit overwinnen.’


Op de eerste dag van september 2009 schrijft Rabbit (eigenlijk Mia) Hayes deze notitie in haar dagboek. Ze is dan optimistisch en krijgt gelijk. De ziekte wordt overmeesterd en zij en haar familie leven nog lang en gelukkig. Totdat er uitzaaiing gevonden wordt. Juliet, haar dan twaalfjarige dochter, vindt haar in de keuken. Rabbit heeft een akelige smak gemaakt, haar been is gebroken. Vanaf dat moment is het weer ziekenhuis in, ziekenhuis uit, tot de dag dat Molly, haar moeder, haar naar een verpleeghuis brengt. Dan beginnen de negen dagen van Rabbit Hayes.


Het verhaal dat opgeschreven is in dit boek vertelt over de laatste levensdagen van een sterke jonge vrouw die door het noodlot geveld wordt. Zij overdenkt haar verleden, niet zozeer om te zien of het ze allemaal goed heeft gedaan, want daar kan ze toch niets meer aan veranderen. Het is meer een terugblik op een leven dat volop geleefd is. Zij denkt terug aan de man van haar leven, aan een intens beleefde jeugd, en neemt langzaam afscheid van de mensen om haar heen en van het leven.
Het is ook het verhaal van die mensen om haar heen. Zij moeten leren accepteren dat er geen redding meer is, zij moeten omgaan met een verlies, verder gaan met leven. De zorg voor Juliet overnemen.


Het is een verhaal dat vlot leest, doordat McPartlin veel dialogen gebruikt met naast de traan ook een lach. De negen dagen vormen negen hoofdstukken, hoofdstukken die steeds triester worden – zonder de lach te vergeten! – omdat het onvermijdelijke einde nadert.


Anna McPartlin (Dublin, 1972) verloor beide ouders op jonge leeftijd en kwam bijna zelf om bij een auto-ongeluk. Zij heeft een aantal jaar als stand-up comedian opgetreden. Inmiddels heeft ze een succesvolle carrière als auteur opgebouwd en schrijft ze naast romans ook scenario's voor film en televisie.


ISBN 9789400507104 | Paperback | 392 pagina's | Uitgeverij Bruna| februari 2016
Vertaald uit het Engels door Saskia Peterzon-Kotte

© Marjo, 13 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een onmogelijke liefde
Christine Angot

 

In deze roman maken we kennis met Pierre en Rachel. Zij zijn de ouders van Christine, hun dochter, die ons het verhaal van haar familiegeschiedenis ontvouwt in dit prachtig geschreven boek.


Rachel wil absoluut niemand anders dan Pierre tot haar man maken. Pierre wil absoluut niets anders dan Rachel niet tot zijn vrouw maken. Als zoon van de directeur van Michelin, wil zijn familie ook absoluut niet dat hij met een vrouw onder zijn stand trouwt. Pierre wil Rachel alleen als zijn minnares en uit een korte intense affaire komt een kind voort, Christine. Door die dochter blijven Rachel en Pierre toch aan elkaar verbonden en dit heeft uiteindelijk verregaande consequenties voor de relatie tussen moeder en dochter. 


Het is vooral de manier waarop de auteur het verhaal vertelt die de lezer naar de keel grijpt. Heel langzaam bekruipt je het gevoel wat voor macht Pierre over Rachel heeft en daarmee ook over zijn dochter. Zo erg zelfs dat dit eigenlijk het hele leven van moeder en dochter bepaalt. Hun onderlinge relatie staat voortdurend in het teken van de man en de vader die letterlijk ontbreekt in het gezin, maar figuurlijk altijd in grote mate aanwezig is. Daarmee wordt ook meteen de onmacht zichtbaar van zowel Rachel als Christine. Beide vrouwen blijven op zoek naar de liefde en waardering van de man en de vader. In alle opzichte is hier sprake van een onmogelijke liefde. Pierre mag van zijn familie niet houden van een vrouw die niet tot zijn sociale klasse behoort. Rachel kan niet leven met de liefde van haar leven. Christine is in de war omdat ze niet weet waar haar loyaliteit of haar liefde naar uit moet gaan, naar haar moeder of naar haar vader. 


Uiteindelijk drijft Pierre zijn afwezige aanwezigheid in het gezin waarvan hij ogenschijnlijk geen onderdeel wil uitmaken zo ver door, dat de relatie tussen moeder en dochter heel erg onder druk komt te staan. Zo erg zelfs dat ze een tijd lang zowel letterlijk als figuurlijk van elkaar verwijderd worden. Die verwijdering is voor beide nodig om onder de beklemmende invloed van Pierre uit te komen en eindelijk de vrijheid te hebben een gezonde moeder-dochterrelatie op te bouwen.


De roman staat vol met indringende dialogen van de hoofdpersonen aangevuld met de overdenkingen van Rachel en Christine. De lezer krijgt daardoor van de gevoelswereld van moeder en dochter een goed beeld. De gevoelswereld van Pierre wordt daarentegen niet invoelbaar gemaakt. Hij blijft voor de lezer, zoals ook zijn persoonlijkheid, afstandelijk, mysterieus, hooghartig en koud. Zijn daadwerkelijke motieven worden niet onthuld tot hij zijn vreselijke daad pleegt, die uiteindelijk ook door iemand anders aan Rachel wordt geopenbaard. Zelfs dan kan en wil de dochter het beeld van de man die haar vader is, niet ondermijnen bij haar moeder, misschien ook omdat Christine zelf haar pas herwonnen beeld van hem wil behouden.


Kortom de lezer krijgt een complex beeld voorgeschoteld van de gevoelens die zich in familierelaties kunnen voordoen als mensen niet voorwaardelijk voor elkaar (kunnen) kiezen. Een beeld van macht, aantrekkingskracht, verwijdering, verwoesting, veerkracht en herstel. Het zit allemaal in deze mooie roman van Christine Angot.


Over de auteur: Christine Angot (1959) wordt algemeen erkend als een van Frankrijks grootste schrijvers. Ze schreef eerder een twintigtal boeken, waaronder Rendez-vous (2006), waarvoor ze de Prix de Flore ontving, Le Marché des amants (2008) en Une semaine de vacances (2012). In 2013 werd ze benoemd tot officier in L’ordre des Arts et des Lettres. Un amour impossible (2015) is bekroond met de Prix Décembre 2015.


ISBN 9789463101172 | Paperback | 240 pagina's | Uitgeverij Polis | mei 2016

© Ria, 10 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height="167"Het groene glas
Torgny Lindgren


Hij had door het bos gestruind, voornamelijk door het Klingsorperceel, maar ten slotte ook langs de rand van het veen bij het land van de buren, de Larssons, ze hadden hem gevraagd te kijken hoe de bergbramen bloeiden. Hij was over omgewaaide bomen geklauterd, had in een van de slootjes water in zijn laarzen gekregen, een vossenburcht gezien aan de rand van een wortelgat, een taigagaai gehoord. Hie-è, hie-è, hie-è, tsjer, tsjer, tsjer! Het was kortom een heel alledaags ommetje door het bos.
Maar toen vond hij bij toeval het Glas.
Het stond op een wat scheve sparrenstronk die zo oud was dat het hout onder de bast vermolmd was.
En hij had zich erover ontfermd.

De vondst van het Glas veranderde het leven van Klingsor voorgoed. Decennia geleden had een voorvader die sterkedrank afzwoor, het groengekleurde drinkglas in het bos achtergelaten. Het Glas stond fier rechtop op een scheef afgezaagde boomstronk. De jonge Klingsor nam het mee naar huis en zette het op de keukentafel. Het Glas stond scheef en viel zelfs bijna om. Op de scheve boomstronk stond het echter recht. Het Glas had zich in de loop der tijd aan de boomstronk aangepast. Alsof het leefde. Nee, niet alsof: het Glas leefde. Voorwerpen zijn niet levenloos, zoals de simpele ziel vaak denkt, aldus Klingsor.

Klingsor voelde met heel zijn ziel dat hij het wonder moet vastleggen. Het Glas moest afgebeeld worden. Getekend. Helaas ontdekte hij al snel dat zijn tekenkunsten niet toereikend waren. Klingsor liet zich door zo’n kleinigheid niet weerhouden. Hij bestelde de cursus Tekenen I-II bij het correspondentie-instituut. Na het voltooien van de cursus startte hij met Schilderen I. Zijn lerares Fanny was zelf ook een kunstenaar. Maar Klingsor was beter. Althans, dat vond hij zelf. Klingsor ging studeren en later trok hij naar Parijs. Dat zijn medestudenten dachten dat hij de huismeester was en dat er nog altijd lieden zijn die beweren dat hij nooit in Parijs is geweest, doet er niet toe. Klingsor groeide uit tot een beroemde kunstenaar. Althans, dat vond hij zelf.

Of de stillevens van Klingsor de aandacht van veel kunstliefhebbers trokken, is niet bekend. Dat er na zijn dood geen Klingsormuseum kwam, zegt niets. Dat er uiteindelijk maar weinig van zijn werken bewaard zijn gebleven, is eveneens nietszeggend. Zegt dat immers iets over de kunstenaar zelf of over de kunstbarbaren die in zijn omgeving woonden? Klingsor heeft in ieder geval twee fans. Zij zijn de vertellers van dit ongewone verhaal en ze hebben besloten dat ze een boek over Klingsor gaan schrijven. Dat er mensen zijn die menen dat er nauwelijks iets over hem te schrijven valt, begrijpen ze niet. Klingsor kan op hun eeuwige bewondering rekenen.

In dit boek zetten de twee vertellers – in de wij-vorm – alles op alles om de lezer van het talent en de unieke persoonlijkheid van Klingsor te overtuigen. Al hun informatie klopt als een bus. Klingsor heeft het hoogstpersoonlijk aan ze toevertrouwd. Dat hij een vrij unieke kijk op de wereld had, zien ze als een groot pluspunt. Vol lof spreken ze over de toewijding van Klingsor. Alles moest wijken voor zijn uitzonderlijke talent. Uiteraard nam hij niet de moeite zijn ouders vaarwel te zeggen toen hij de wijde wereld introk. Zo gaat dat met kunstenaars. Hun artistieke brein richt zich op andere, meer belangrijke zaken. Klingston was uniek en de vertellers begrijpen maar niet dat niet iedereen hun mening deelt.

Het groene glas is niet alleen een prachtig geschreven verhaal maar het is ook heel humoristisch. De humor zit verborgen in een verhaal dat op bloedserieuze toon wordt verteld. Hoe meer de vertellers Klingsor proberen op te hemelen, hoe negatiever zij hem in werkelijkheid afschilderen. Al snel twijfelde ik aan de bekwaamheid van de schilder. Is bijvoorbeeld zijn voorliefde voor ossenbloedrood wel echt fascinerend? Ik vermoed dat zijn stillevens in olieverf er bijzonder mistroostig uitzagen. Is er eigenlijk ooit werk van Klingsor verkocht? De boekschrijvers bejubelen zijn warme karakter maar als je het mij vraagt, was Klingsor een bijzonder onaangenaam persoon. Niet in staat om ook maar enige vorm van liefde voor een ander te voelen.

Hoe zat het nu echt met Klingsor? We zullen het nooit weten. Geloof je dat hij sympathiek en talentvol was of denk je dat de benaming “narcistische fantast” beter bij hem past? Na het lezen van dit boek – dat nog heel wat verrassingen voor je in petto heeft - mag je zelf kiezen. Vergeet niet, de vertellers hadden een uiterst betrouwbare bron! Het groene glas is een waar juweel. Ik heb genoten.

ISBN 9789044535303 | hardcover | 186 pagina's | De Geus | april 2016
Vertaald door Lia van Strien

© Annemarie, 1 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altFurie en Fortuin
Lauren Groff


‘Mijn vrouw,’ zei hij. ‘Van mij.’ Misschien kon hij in plaats van zich in haar te huilen, haar ook in één hap doorslikken.
‘O?’ zei ze. ‘Natuurlijk. Omdat ik bezit ben. Om dat mijn koninklijke familie me heeft geruild voor drie ezels en een tobbe boter.’
‘Ik hou van je botertobbe,’ zei hij. ‘Mijn botertobbe nu. Zo zilt. Zo zoet.’
‘Ho’, zei ze. Ze lachte niet langer haar lach, zo verlegen en immer aanwezig dat het een schok was haar van dichtbij te zien zonder die te zien. ‘Niemand is van iemand. We hebben iets grootsers gedaan. Iets nieuws.’


Lotto en Mathilde ontmoeten elkaar als ze 22 zijn. Na een paar weken zijn ze getrouwd, tot ieders verbijstering. Na bovenstaand citaat in het prille begin van dit boek verwacht je als lezer het verhaal van een dramatisch huwelijk. Twee jonge mensen, hij voorbestemd beroemd te worden als toneelspeler, zij als zijn steun en toeverlaat. Het eerste rimpeltje is er echter al als Lotto zijn moeder belt om haar over het huwelijk te vertellen. Zij onterft hem onmiddellijk. Dit is niet wat zij voor haar enige zoon, erfgenaam van een groot fortuin, voor ogen had. Ze weigert zelfs kennis te maken met Mathilde. Lotto is net zo koppig: hij bezoekt zijn moeder niet als Mathilde niet mee mag komen. Hij blijft op de hoogte van zijn moeders doen en laten via Sallie, zijn tante en Rachel, zijn veel jongere zus, die ook als het nodig is de geldschieters zijn voor de twee jongelui.
Want natuurlijk kost het tijd om beroemd te worden...


Terwijl je als lezer verzinkt in het verhaal over een niet zo voorspoedige carrière, over een huwelijk dat sterk overeind bleek te blijven – er wordt tevergeefs gewed op een vroegtijdige scheiding – verdwijnt de vraag wie of wat dan die furie is naar de achtergrond.
Maar het boek blijkt twee delen te beslaan, en al wil ik er verder niets over kwijt: wees er van verzekerd dat het verhaal over de furie zal komen.


Het is een verbijsterend verhaal over twee veelbelovende jonge Amerikanen. Lotto is nogal een vrouwenjager, maar hij is ook de ideale schoonzoon. Mathilde is verrassend, ogenschijnlijk de beste vrouw op de achtergrond die je hebben kan. Het lijvige boek is soms heel toepasselijk geschreven als was het een toneelstuk, soms met een sfeer van een bouquetromannetje maar vooral toch als een intrigerend literaire roman. Het boek zit vol licht erotische scènes en is niet makkelijk toegankelijk. Steeds zijn er de sprongen in de tijd, de stijl is wispelturig, grillig, maar: meeslepend. Er is een algemene alwetende verteller, die ook nog commentaar levert tussendoor.
Maar zeker en vast is het de moeite waard om dit verbijsterende verhaal helemaal uit te lezen om dan te ontdekken dat Lauren Groff  een fantastische schrijver is.


Lauren Groff was finalist van de National Book Award 2015 en genomineerd voor een Kirkus Prize.


ISBN  9789048825578 | paperback| 432 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep| november 2015
Vertaald uit het Engels door Lucie Schaap en Maaike Bijnsdorp

© Marjo, 29 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER