Nieuwe boekrecensies

altDe drager
Jan Vantoortelboom


Nicolas was als kind erg eenzaam. Hij was dan ook erg blij met de komst van een nieuwe buurjongen van zijn leeftijd, die ook enig kind bleek te zijn. Bruno was het tegenovergestelde van Nicolas: de laatste was een binnenzitter, een nerd, terwijl Bruno een erg fysiek persoon was. Hij deed aan sport, was altijd buiten. Dus werd Bruno bioloog, en Nicolas studeerde af in de informatica.


Het boek begint met een dagboekfragment van Bruno, die pas later in het verhaal gelezen wordt door Nicolas. Bruno vertelt hoe hij volstrekt nodeloos en schijnbaar ook zonder enig gevoel een hert doodt. Maar een bioloog, iemand die de natuur onderzoekt, wordt verondersteld een voorstander van het leven te zijn!

Bruno heeft aparte ideeën, in navolging van Darwin. Hij stelt dat kinderen van vaders die niet zorgzaam zijn, die hun eigen gang gaan - ‘jagen’ - de vaders zijn van mensen die vindingrijker en meedogenlozer zijn dan andere kinderen. Het is een andere manier van denken over het recht van de sterkste.  Hij vindt zichzelf het bewijs. Zijn vader was er immers nooit en zie: Bruno is een sterke man, een overlever. Een man met een visie.


En nu is hij er op zijn beurt niet voor zijn zoon Miko. Maar zijn zoon heeft kanker, hij zal niet oud worden. Bruno heeft er moeite mee. Dit past niet in zijn ideeënwereld. Nicolas die tot peetoom benoemd is, kan er beter mee omgaan. Op afstand heeft hij veel contact met de jongen. En hij geniet ervan dat Miko net als hij zelf geïnteresseerd is in computertechnologie.


Nicolas is nog steeds de eenling die hij altijd was; hij houdt zich het liefst bezig met het ontwikkelen van nieuwe systemen. Na zijn vinding om hotels binnen een keten te verbinden wil hij nu iets ontwikkelen waarvoor hij een zwerm spreeuwen als uitgangspunt wil nemen. Zij vliegen met velen in allerlei figuren en botsen nooit. Dat moet met auto’s toch ook kunnen? Maar dan leest hij de mail van Bruno. Nicolas is geschokt.
Toch had het hem niet moeten verbazen, Bruno was altijd al gedreven, bijna rücksichtsloos, wat hij in zijn hoofd kreeg, moest ook uitgevoerd worden. Nicolas heeft het vaker bij zijn vriend gezien.


Hij vertrekt naar Wenen om zijn computersysteem dat voor problemen zorgt controleren, in de wetenschap dat het niet de technologie is die een probleem veroorzaakt. Fouten in het systeem ontstaan immers alleen door menselijk toedoen. Tussen zijn werkzaamheden in het hotel door bezoekt hij zijn vriend en petekind. Er is iets met zijn vriend. De politie wil hem spreken, maar Bruno vermijdt de confrontatie. Wat is er gebeurd? Is het wel verstandig om de hulp van Bruno in te roepen bij het betrappen van de storende factor in het hotel?

Jan Vantoortelboom schrijft over vaderschap, over mensen die niet perfect zijn, over leven en dood. De mens is niet perfect. Is technologie dus de oplossing voor menselijk falen? In allerlei vormen komt het idee van het recht van de sterkste terug, het voornaamste thema.


‘…in sprookjes is de vrouw niets waard. Hoe dat komt? Omdat al die vertelsels verzonnen zijn door mannen. En God is dus geschapen naar hun evenbeeld. Dus God minacht de vrouw ook. De enige, werkelijke reden waarom het zover heeft kunnen komen is spierkracht. Alleen omdat jullie sterker zijn dan wij. Maar daar komt een einde aan. Daar zullen de wetenschap en de technologie wel voor zorgen.’


Zijn taalgebruik lijkt – helaas, vind ik - steeds minder Vlaams te worden, maar er zitten nog wel mooie zinnen bij:


‘Alsof de stad onder een stoofdeksel zat.’


Een ideeënroman met een spanningsboog. Door te variëren met flashbacks of door om te schakelen naar een staccatostijl, wordt het verhaal versneld, en de spanning opgevoerd.


Jan Vantoortelboom (1975) woont en werkt in Zeeuws-Vlaanderen. In 2011 debuteerde hij met de bekroonde roman De verzonken jongen. Het boek won De Bronzen Uil 2011, de Prijs Letterkunde West-Vlaanderen 2012, en stond op de shortlist voor de Zeeuwse Boekenprijs 2011.


ISBN 9789025446246 | Paperback | 192 pagina’s | Uitgeverij Atlas Contact | juni 2017

© Marjo, 18 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altFifth Avenue - St. Annastraat
Thomas Verbogt


Kleine novelle in een speciale uitgave.


De ik-figuur bezoekt een psychiater om met zijn verleden in het reine te komen.
de man zet hem ‘op het spoor van uithoeken waar schimmen dwalen die me ter verantwoording roepen en vragen stellen die ik slechts met de grootst mogelijke moeite en dan nog bedremmeld kan beantwoorden’

Een onverwerkt en diep verdrongen voorval komt boven als hij in New York met een paar vrienden een museum heeft bezocht.  Een bepaald schilderij roept een herinnering op die hij altijd verdrongen heeft.

‘Schrijf jij wel eens iets op?‘ vroeg ik.
Leen lachte enthousiast.
‘Iedere dag!’ riep ze.
‘Een dagboek?’
‘Nee, dat is voor meisjes. Gewoon in een schrift. Het zijn gedichten. Ik ken ze allemaal uit mijn hoofd. Jij?’
‘Ook gedichten. Maar ik ken ze niet uit mijn hoofd.’
’Dan zijn ze dus nog niet af’, zei Leen.


Een kort avontuur, een bijzonder meisje, en een tragische afloop. Waarom is dit verdrongen?
En wat doet hij er aan nu het in al zijn heftigheid bij hem terugkomt?


Thomas Verbogt (Nijmegen, 1952) is een Nederlands schrijver die in 1981 debuteerde met de verhalenbundel De feestavond. Hij doorliep het Canisiuscollege in Nijmegen en studeerde vervolgens Nederlands. In 1979 verhuisde hij van Nijmegen naar Arnhem waar hij 16 jaar woonachtig was, daarna vestigde hij zich in Amsterdam. Al deze feiten kunnen we terugvinden in zijn werk, zoals onderhavig boekje zich afspeelt in de St. Annastraat in Nijmegen.

ISBN 9073271088 | Paperback | 26 pagina's | Gelderse boekhandel | 1994

© Marjo, 14 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe dans der levenden
Antoine Rault


Zomer 1918, een jonge man wordt wakker in een militair hospitaal. Hij had zijn jas en insignes niet bij zich toen hij gevonden werd in een loopgraaf, en men kan zijn identiteit niet vaststellen. Maar erger nog: hij weet zelf ook niet wie hij is. Hij weet niets meer van zijn verleden, al blijkt gaandeweg dat hij zijn talen goed spreekt, en van goede afkomst moet zijn.

Hij wordt opgenomen in een centrum voor neurologie in Parijs, waar zijn behandelend arts - Joseph Babinski - er van overtuigd is dat een stevige therapie de jongeman wel zover zullen doen opknappen dat hij terug kan naar het front. Dat is het doel van de arts: zeker als je lichamelijk in orde bent, moet je weer de loopgraven in (pas in 1992 werden in Frankrijk psychische oorlogstrauma’s erkend als letsel dat recht geeft op arbeidsongeschiktheid). Babinsky stuurt hem naar het zenuwcentrum in Salins-les-Bains, in de Jura, waar ene Gustave Roussy hem zal behandelen (Het instituut Gustave Roussy is nu een van de meest toonaangevende centra in de strijd tegen kanker). Roussy behandelt de man inderdaad met elektroshocks, hetgeen weinig oplevert.

In de zomer van 1918 weet Duitsland dat het de oorlog zal gaan verliezen. Erich Ludendorff en maarschalk Hindenburg overleggen met de geallieerden over een wapenstilstand. Maar, zegt Ludendorff: ‘Verslagen? Nee excellentie. Duitsland is niet verslagen. Duitsland sticht vrede… ter voorbereiding op de vergelding.’

Frankrijk heeft vermoedens dat er van alles gaande is, dat Duitsland niet in het gareel wil en een officier die vloeiend Frans én Duits spreekt is de ideale spion. Dat zijn identiteit ontdekt wordt, blijft geheim voor hem zelf. Hij blijkt de stiefzoon van een Franse bankier die deze zoon liever kwijt is dan rijk. Charles Hirscheim is zijn naam. Maar als de Franse geheime dienst hem rekruteert wordt hij Gustav Lerner.


Hem wordt gevraagd te infiltreren in de IJzeren Divisie. Dat was een strijdmacht die gevormd werd door restanten van het Achtste leger, en Baltische Duitsers. Wie vier weken gestreden had bij deze strijdmacht, tegen de bolsjewieken, had recht op een stukje – veroverd – land.


Generaal von Der Golz voerde het commando over deze troepen en had als doel de verovering van Riga. De strijd was hardvochtig, kende geen overlevenden. Generaal Hans von Seeckt probeert op beide fronten een soort evenwicht te bereiken: de geallieerden hun eisen laten bijstellen, en toch de Duitsers niet het gevoel geven dat zij de oorlog verloren hebben.


Gustav Lerner, onze hoofdpersoon is intussen tot secretaris van von Golz opgeklommen, als von Seeckt hem weet te ontmaskeren. Lerner wordt dubbelspion. Wat maakt het uit, denkt hij, hij weet toch niet wie hij is, wat zijn overtuigingen waren.
En dan komt de vrouw in het verhaal.

Het is een verhaal, dat door de vele historische figuren en feiten zeer interessant is. Het nodigt in ieder geval uit tot opzoekwerk, je wilt weten hoe het allemaal precies zit. Dan blijkt dat Rault dat opzoekwerk zelf ook goed gedaan heeft.  Het is te begrijpen dat hij er een prettig leesbaar verhaal van heeft willen maken, en er zou best wel eens een man als Charles Hirschheim geweest kunnen zijn, dat is allemaal heel geloofwaardig. Toch had Antoine Rault er beter aan gedaan zich wat te beperken. Dan was het minder warrig geweest.


Dat de schrijver scenario’s schrijft is duidelijk: de verhaallijn wisselt vaak, en er is een algemene alwetende verteller die in de huid van alle personages kruipt. Ook in die van de historische personen! In het grootste deel van het boek ligt vooral nadruk op wat er in de nadagen van de Eerste Wereldoorlog gebeurd is, waardoor het erg jammer is dat het verhaal op het moment dat De Vrouw haar intrede doet afgeraffeld wordt.
Maar hoe Duitsland na '14-'18 de ideale voedingsbodem kon zijn voor de opkomst van het nationalisme wordt goed duidelijk gemaakt.


ISBN 9789401606530 | paperback| 423 pagina's | Xander Uitgeverij | april 2017
Vertaald uit het Frans door Félice Portier

© Marjo, 5 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Bitterdagen
Peter Lenssen


In deze roman van Peter Lenssen is de hoofdpersoon waarmee de lezer uitgebreid kennismaakt, Sjef Sonneschein. Hij wordt door zijn omgeving gekke Sjef van de honden genoemd. De vraag is of Sjef gek is of is de wereld waarin hij leeft gek en heeft Sjef zich daarom van de wereld afgekeerd? De enige die naast zijn honden  Bacco, Italiaans voor Bacchus en Prodo, Latijn voor onthullen, (nog) dichtbij Sjef mag komen is de verslaafde prostituee Mounia. Hij biedt haar, wanneer zij dat nodig heeft een veilige thuishaven, een plek om te schuilen, misschien zelfs een onderduikadres om even weg te komen van de gekte en het geweld van de buitenwereld. Als Mounia uiteindelijk 'verdwijnt' in zelfvernietiging, wordt het Sjef opnieuw teveel. Hij wil haar vooral voor haarzelf behouden of toch ook voor hemzelf?


Koorddansers op spinrag zijn we, evenwichtskunstenaars in wankel gemoed.


Deze roman van Lenssen deed me denken aan het boek Wat nooit is verteld van Elliot Perleman. Waar bij Perleman de personages in zijn roman bij toeval met elkaar in aanraking komen en daarmee hun verhaal in de geschiedenis samen komt te vallen, vallen bij Lenssen de personages allemaal samen in de hoofdpersoon van Sonneschein. De personages worden vanuit het gezichtspunt van Sonneschein belicht (what's in a name?). Met prachtige zinnen, zoals de bovenstaande doet Lenssen dat, en alleen al daarom is dit boek meer dan de moeite waard om te lezen.


Door middel van boze dromen, die de hoofdpersoon voortdurend heeft, leren we de verschillende personen die belangrijk zijn geweest in het leven van Sjef kennen en  ontvouwt zich hun levensgeschiedenis in relatie tot Sjef. Zijn vader, die door de nazi's wordt vermoord. Zijn jeugdvrienden Matti en neef Hans, die beide ook niet meer in leven zijn. Zijn grote jeugdliefde Jeanne en met wie hij een zoon heeft. Jeanne wordt ziek en als zij overlijdt, wordt zij door Sjef illegaal in het bos begraven, zoals hij haar heeft beloofd. Ze ligt met haar gezicht naar het oosten, zodat zij altijd de zon zal zien opkomen. Voor Sjef komt die zon allang niet meer op. Dan is er ook nog het vreselijk lot van zijn joodse oom Jochum en tante Grete en dan ten slotte nog Sjors, zijn vriend die vlak na de oorlog getraumatiseerd uit een jappenkamp naar Zuid-Limburg komt. Sjors zal bij het zwemmen in zee, in hun fantasie op weg naar Engeland in de Noordzee verdrinken.


Een leven vol verlies, waaraan Sjef niets heeft kunnen veranderen, steeds machteloos toe heeft moeten zien hoe het allemaal gebeurde. Is hij hier schuldig aan? Is hij te laf geweest? Had hij het lot en daarmee de loop van de geschiedenis niet in eigen hand moeten nemen? Die gedachten brengen hem uiteindelijk tot het stellen van een daad tegen de, in zijn ogen, spil in het kwaad dat hem parten speelde, zijn buurman, oud NSB-er Klavermans, waarmee het uiteindelijk tot een harde confrontatie komt.


Deze roman van Lenssen is prachtig opgebouwd en de lezer raakt bij alle personages rondom Sjef Sonneschein zeer betrokken, maar toch het meest bij Sonneschein zelf. Je vraagt je af hoeveel een mens kan hebben? Toch staat het verhaal van Sjef niet op zichzelf. In de periode waarover Lenssen schrijft hebben veel mensen eenzelfde leefomgeving en daarmee dezelfde ervaringen als de hoofdpersoon. Ouders die de Eerste Wereldoorlog nog hebben meegemaakt glijden ongevraagd de volgende wereldoorlog in, maar zijn nu zelf volwassenen met kinderen, zoals Sjefs ouders. Kinderen die ongewone situaties meemaken die zij niet precies kunnen duiden omdat er gezwegen wordt om hen te beschermen of uit angst. Dat geldt zowel voor kinderen hier in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog als de kinderen die met hun, of zoals in het geval van Sjors zonder, hun ouders uit Nederlands-Indië naar Nederland kwamen. Nu nog steeds herhaalt deze situatie zich overal in de wereld.


Nadat de oorlogen teneinde kwamen bleef er intens verdriet over om het verlies, verbijstering over wat er gebeurd was en intense schaamte over wat men niet wist of niet wilde weten en opnieuw kon men er niet over praten. Ingehouden angst, opgekropte onmacht, boosheid en frustratie heeft menigeen, net als Sjef, een leven lang beziggehouden. Tel daar nog bij de 'gewone tegenslagen' die bij het leven horen en een mens trekt zich, net zoals Sjef, terug in zijn eigen wereld.


Al deze aspecten heeft de auteur op een hele bijzonder mooie manier beschreven, eveneens ingehouden, maar het hier en daar ook als het ware uitschreeuwend, zodat het de lezer duidelijk wordt hoe dergelijke omstandigheden een mensenleven kunnen vormen en in zijn greep houden. Daardoor is dit boek van Peter Lenssen beklemmend mooi geworden.


Over de auteur:  Peter Lenssen werd op 28 november 1957 geboren in Kunrade, een gehucht onder de rook van Heerlen in de oude mijnstreek. Hij studeerde sociale psychologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Naast andere publicaties schreef hij twee romans: Toplöss, een historische roman die zich afspeelt tegen de achtergrond van de opkomst en bloei van de mijnindustrie, het anarchisme en de Spaanse burgeroorlog en In dit land wil niemand wonen met als toetssteen de vluchtelingenproblematiek. Bron: http://www.peterlenssen.nl


ISBN: 9789062659562 | Paperback | 404 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | april 2017

© Ria, 28 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altVerkeerde sneeuw
Thomas Verbogt


In het leven van een veertigjarige man, de ik-figuur, zijn een paar dingen voorgevallen waardoor hij zich teruggetrokken heeft met zijn collega. Samen vertalen zij de gedichten van een Franse dichteres, Thérèse Gibian.


Tien maanden eerder gebeurden er twee dingen, die geen raakpunten leken te hebben. Een vriendin van vroeger die hij al jaren uit het oog verloren is, liet hem weten dat er een reünie zou komen, weliswaar pas een paar maanden later, maar dan wist hij het vast. Het ging om een vriendengroepje dat in dezelfde straat woonde.


De man is gescheiden, maar heeft nog wel contact met zijn ex. Hun dochter Jessica woonde nog bij hem. Zij deed eindexamen, en zou binnenkort uit huis gaan. Op een dag komt Jessica met Elze aangezet, die bij haar op school zit en nog één jaar te gaan heeft. Zij is weggestuurd van een Zwitserse kostschool, heeft geen contact met haar moeder, maar ze wil over deze dingen niet praten. Of Elze dat ene jaar bij hun in huis kan wonen? Jessica gaat toch immers weg.  De man accepteert en natuurlijk gebeurt er wat je op dat moment al verwacht. Maar Elze is een vreemde, onberekenbare jonge vrouw. En de man nogal lijdzaam.


‘Zal ik het anders vragen?’ vroeg Sylvia. ‘Is ze goed voor je?‘
Ik probeer goed voor haar te zijn.‘
’Dat is geen antwoord.’
‘Dat is wel een antwoord.’
‘Voor mijn part. Maar ze is niet goed voor je. Daarvoor is ze ook niet bij je. Er is iets. Met haar. Ik merk dat aan jou. Dat verontrust me. Er is iets, geloof me.’


Het verhaal kabbelt voort, zoals de man zijn leven ook van moment tot moment beleeft. Pas als enkele dingen hem opvallen, gaat hij eens nadenken. Over zichzelf, over zijn leven. De conclusies die hij moet trekken zijn niet zo prettig…


Thomas Verbogt
(1952) heeft inmiddels al meer dan twintig titels op zijn naam staan. Dit is een van zijn vroege romans, in een bundeling met twee andere.

ISBN 9789046806296 | paperback | 268 pagina's | Nieuw-Amsterdam | mei 2009
Heruitgave van de eerder in 1994 verschenen roman.

© Marjo, 23 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
Mr Gwyn
Alessandro Baricco


Mr Gwyn is schrijver en heeft een paar succesvolle boeken op zijn naam staan, maar nu wil hij geen boeken meer schrijven. In zijn column in de krant deelt hij dit mee aan zijn lezers. Niemand gelooft hem, want dat zeggen alle schrijvers wel een keer. Hij draait wel bij. Dat denkt ook Tom, zijn uitgever en vriend. Maar Mr Gwyn is vastbesloten. Op zijn woord terugkomen druist trouwens in tegen zijn principes. Dus nee, hij is gestopt.

Na een paar jaar begint het echter toch te kriebelen. Hij wil iets op papier zetten, maar boeken, dat kan niet. Dan ontmoet hij in het ziekenhuis een oude dame met een regenkapje, die daar zit uit te rusten en te schuilen voor de regen. Hij raakt met deze interessante dame in gesprek en laat zijn beurt voorbij gaan. Samen komen ze tot de conclusie dat Mr Gwyn kopiist zou moeten worden, niet van teksten of cijfers, maar van mensen.

Mr Gwyn broedt op dit idee, maar komt er niet uit. Misschien dat een gesprek met de dame met het regenkapje nog wat oplevert, maar hij kan haar niet meer vinden. Onderweg komt hij terecht in een galerie. Hij is onder de indruk van de schilderijen. Het raakt hem hoe de schilder zijn modellen portretteert, wat dat met hen doet, hoe het hen tot de kern van henzelf brengt en opeens weet hij hoe hij het kopiist-zijn vorm moet geven: geschreven portretten!

Hij gaat op zoek naar een geschikte ruimte. Die moet aan veel eisen voldoen. Het moet er volkomen rustig en stil zijn. En liefst in een bepaalde staat van verval verkeren met vochtplekken op de muren, zichtbare waterleidingbuizen en vlekken op de vloer. Hij laat speciale gloeilampen maken, die na een aantal dagen één voor één uit zichzelf moeten doven en ook de muziek, meer een geluidencollage, wordt voor hem gecomponeerd. Hij richt de ruimte sober in met een paar stoelen en een bed.

Uiteindelijk is alles gereed om exact die sfeer te scheppen, waarin het model zichzelf kan zijn en Mr Gwyn kan werken. Het model moet daar vier uur per dag naakt rondlopen of zitten en Mr Gwyn zal hem of haar in die tijd bekijken. Er mag niet gesproken worden, op een enkel moment na.
Onderwijl voert Mr Gwyn nog een paar gesprekken met de dame met het regenkapje, die inmiddels helaas niet meer tot deze wereld behoort. Ze is een beetje sceptisch over het geheel, maar geeft hem het voordeel van de twijfel.

Mr Gwyn gaat aan de slag. Zijn eerste (proef)model is Rebecca, de stagiaire van zijn uitgever Tom.Gaandeweg die eerste sessie - die een maand in beslag neemt - raak je zelf helemaal in de ban van het gebeuren. De verstilde sfeer in dat atelier wordt zoetjesaan magisch. Alles gaat perfect. Na een gespannen begin voelt Rebecca zich volkomen op haar gemak. Er ontstaat een hele intense en zuivere relatie tussen artiest en model.

Opeens besef je dat Baricco met zijn boek eigenlijk hetzelfde aan het doen is. Hij bouwt de relatie met zijn lezer zorgvuldig op, als een kaartenhuis. Het wordt dan erg spannend of hij er niet een kaart verkeerd op zal leggen waardoor de boel instort. Éen foute handeling van een personage, één verkeerde opmerking of een kromme zin of taalfout van de vertaalster en de betovering is verbroken. Tot mijn grote geluk gebeurt dat niet (dank aan de vertaalster Manon Smits!) en blijft het verhaal staan als een huis.

Rebecca krijgt haar portret en gaat daarna voor Mr Gwyn werken. Ze plaatst de advertenties en screent de modellen, die elk een flink bedrag neertellen voor een persoonlijk verhaal. Tot het op een dag fout loopt en Mr Gwyn verdwijnt. Of toch niet?

Dit is een boek dat nauwgezet balanceert tussen magie, absurditeit en werkelijkheid, met hier en daar een vleugje humor en een intense diepgang in de relatie tussen Mr Gwyn en Tom en Mr Gwyn en Rebecca. Alles heel subtiel in evenwicht.
Dit is het zesde boek van Baricco dat ik las en voor mij tot nu toe zijn beste. Perfect in balans en volmaakt afgerond.


ISBN 9789023468189 | paperback | 160 pagina's | De Bezige Bij | september 2012
Vertaald door Manon Smits

Berdine, 21 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het geheim van de thee
Roberta Marasco


In dit boek word je ondergedompeld in de wereld van de thee. Elke hoofdstuk dat plaatsvindt in het heden begint met de beschrijving van een theesoort om vervolgens over te stappen naar het verhaal rond Elise en haar familie.


Elise is alleen door haar moeder grootgebracht, haar vader heeft ze nooit gekend, die is al jong overleden. Het is geen gelukkige jeugd die Elise heeft. Haar moeder is erg in zichzelf gekeerd en laat zelden tot nooit iets los over haar verleden ook niet over Elises vader. Elise weet zijn naam niet en heeft geen idee waar hij vandaan kwam. Hij blijft de grote onbekende.
Elise ziet haar moeder zelden lachen en de sfeer in huis is altijd van een bedrukte benauwdheid. Op moeders verjaardag wordt elk jaar een gele camelia bezorgd, de gever blijft een grote onbekende maar het cadeau maakt haar moeder nog triester en ongenaakbaarder.


Maar moeder is een aantal jaren geleden overleden en heeft haar geheim rond de vader van Elise meegenomen. Nu de zus van haar moeder, waar Elise liefdevol door was opgevangen, ook het tijdelijke voor het eeuwige heeft verwisseld, hoopt Elise bij haar gegevens rond haar vader te vinden. Ze speurt het hele huis af. Maar helaas, niets te vinden, alleen het blikje thee dat bij haar tante stond is mogelijk bruikbaar. Die thee was van haar moeder geweest en was heilig, daar mocht Elise niet aankomen.


Zowel haar moeder, tante als Elise waren namelijk theekenners, ze wisten precies op welke temperatuur het water moest zijn, hoe lang de thee moest trekken en soms moest er meerdere keren vers warm water op voordat de thee was zoals die moest zijn. Daarom intrigeert Elise dat blikje zo. Het enige wat ze onderop het blikje ziet staan is Roccamori. Een plaatsje in Umbrië.


Doorheen het verhaal rond Elise lezen we gebeurtenissen die zich eenendertig jaar geleden afspeelden. We hebben inmiddels ook gelezen dat Elise negen jaar eerder Daniele, haar grote liefde, ontmoet heeft maar helaas liep alles toentertijd helemaal mis.
Uitgerekend nu, nu ze alles kwijt is, komt ze hem weer tegen en de grote vonk is er nog steeds maar Elise is bang. Ze heeft teveel verdriet gehad in haar leven. 'Je bent bang om gelukkig te zijn', zegt haar vriendin en misschien heeft ze wel gelijk... Want na een hartstochtelijke ontmoeting met Daniele reist Elise af naar Roccamori, zonder hem iets te zeggen.


Het is volgens de cover de bedoeling dat Elise in Roccamori gaat op zoek gaat naar de achtergrond van het blikje, waarom was dat blikje zo heilig voor haar moeder, kan ze in dat beeldschone plaatsje daarover meer te weten komen? Maar het frappante is dat ze eenmaal daar aangekomen, nauwelijks iets durft te vragen over dat blikje of de thee. Elise ontmoet wel bijzondere mensen, ze praat regelmatig met hen, en Elise voelt dat ze allemaal een groot geheim met zich meedragen, een geheim die ze haar niet willen vertellen... De legende over het dorp speelt daar een grote rol in.
Natuurlijk spookt de knappe Daniele ook nog steeds door Elises hoofd...


'Perfect voor romantische theeliefhebbers' staat op de cover te lezen en romantisch is het zeker. Het beeldschone plaatsje met prachtige natuur rondom, maken de romantische setting compleet en de markante bewoners met hun verhalen voldoen eveneens aan dat beeld. Vooral de mysterieuze oude dame die dagelijks thee schenkt voor de inwoners van Roccamori maakt van het boek een bijna sprookjesachtige vertelling. Je ziet het tafereel voor je. Maar voor mij persoonlijk is het een beetje té romantisch allemaal ondanks dat het geen suikerzoet verhaal is.


Het verhaal zelf is ook nogal voorspelbaar. Verder is de structuur en het verloop vrij rommelig. De aanloop naar het werkelijke verhaal in Roccamori is lang en erg uitgebreid, we moeten vooral goed weten dat Elise het moeilijk heeft en graag gelukkig wil zijn. Soms is het allemaal ook tamelijk onwaarschijnlijk en vergezocht. Het geheel bleef wat oppervlakkig, het dook de diepte niet in.  Kortom, het boek viel me tegen.
Het idee om een roman rond het drinken van thee te schrijven is wel bijzonder, zeker doordat de eigenschappen van diverse theesoorten beschreven worden. Voor de liefhebber is dit waarschijnlijk een heerlijk meeslepend verhaal, er valt heel wat weg te dromen bij de romantische ontwikkelingen, maar zoals gezegd, het verhaal sprak mij niet echt aan. Helaas, volgende keer beter.


ISBN 9789401607223 | Paperback | Uitgeverij Xander | juli 2017
Vertaald door Saskia Peterzon-Kotte

© Dettie, 17 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De alchemist
Paulo Coelho


Toen het boek in 1998 de Nederlandse vertaling werd uitgegeven, heb ik het gelijk gelezen. Toentertijd was ik erg onder de indruk van het verhaal. Zoiets had ik nog nooit gelezen. De term esoterische roman kende ik nog niet. Nu, vele jaren later, was me alleen nog bijgebleven dat er iemand was die altijd alleen maar boeken las en daar zijn wijsheid uit haalde. Een ander personage deed juist levenservaring op door om zich heen te kijken en na te denken over wat hij zag. Er was iets met zand en regendruppels dacht ik (hoe selectief kan een geheugen zijn).


Het boek kwam weer op mijn pad door de (besloten) leesclub waar ik bij aangesloten ben, we zouden dit boek gezamenlijk gaan lezen en bespreken. Ik was erg benieuwd hoe ik het nu, negentien jaar later, zou vinden... Zou ik er opnieuw door getroffen worden of zou het me zwaar tegenvallen?

Het verhaal gaat over een achttienjarige schaapsherder Santiago uit Andalusië die een repeterende droom heeft over een schat die te vinden is bij de piramides in Egypte. Hij verwondert zich daarover en besluit een vrouw te bezoeken die dromen kan verklaren. Het enige wat ze hem te vertellen heeft is 'dat hij een schat zal vinden bij de piramides van Egypte'... Natuurlijk voelt hij zich bekocht maar toch besluit hij op weg te gaan, zijn droom achterna.

Wat volgt is een wonderlijk verhaal. Santiago ontmoet de geheimzinnige koning van Salem, die belooft hem ten alle tijden te helpen omdat hij 'zijn legende' waarmaakt. 'Je eigen legende waarmaken is de enige verplichting van de mens.' meldt de koning hem. 'Als je iets wilt, spant het hele universum samen om ervoor te zorgen dat je je droom verwezenlijkt.


"De jongen wist niet wat eigen legende was.
Dat is datgene wat je altijd hebt willen doen. In het begin van zijn jeugd weet iedereen wat zijn eigen legende is. Op die leeftijd is alles duidelijk, alles is mogelijk en niemand is bang om te dromen van alles wat hij zou willen doen in zijn leven. Maar met het verstrijken van de tijd steekt een geheimzinnige kracht de kop op, die probeert te bewijzen dat het onmogelijk is de eigen legende waar te maken."

De koning geeft hem Urim en Tummin, dat zijn twee stenen, mee, een witte en een zwarte. Als Santiago hulp nodig heeft, kan hij die stenen gebruiken, zwart betekent ja en wit betekent nee.


Santiago trekt verder, per schip naar Afrika, blijft een tijd in Tanger en reis vervolgens verder dwars door de woestijn naar Egypte en daar wacht hem de schat... of niet. De stenen herinneren er hem steeds aan dat hij een keus heeft. Hij kan kiezen verder te gaan, wat betekent zich op onbekend terrein begeven of terug te keren naar het vertrouwde.
Een ding is wel zeker, Santiago heeft zijn eigen legende waargemaakt, ondanks alle tegenslag ging hij voor zijn letterlijke en figuurlijke droom. Maar de uitkomst van zijn droom was heel anders dan hij gedacht had.


Het boek zit vol symbolen zoals de schrijver al aangeeft in zijn voorwoord. Het frappante is dat  Coelho iedereen in dit boek in zijn of haar waarde laat. Of je nu je wijsheid uit boeken haalt zoals de Engelse alchemist of je wijsheid door levenservaring opdoet zoals Santiago het maakt niet uit. Mooi is ook de milde houding tegenover de mensen die liever hun droom blijven koesteren omdat ze anders niets meer te dromen hebben. Het maakt niet uit, het is ieders leven en die is te leven op de manier waar jij voor kiest.

Opnieuw werd ik gegrepen door het verhaal, maar wel op een heel andere manier dan negentien jaar geleden. Toen waren de ideeën van Coelho helemaal nieuw, nu niet meer, er zijn veel meer van dergelijke boeken geschreven, maar het verhaal stemde evengoed tot nadenken. Het laat zien hoe je tegen dingen aan kunt kijken, dat er meerdere zienswijzen zijn, dat je op meerdere manier kunt leren. Het zal zomaar kunnen dat ik het over een tijdje nog een keer lees en waarschijnlijk haal  ik er dan weer andere dingen uit.


ISBN 9789029572903 | Paperback | 192 pagina's | Uitgeverij Arbeiderspers | juli 2010
Vertaald door Harrie Lemmens 

© Dettie, 12 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Het jaar na jou
Mike Gayle


Doodgewone dagen zouden veilig moeten zijn. Geborgen. Dagen waarop iedereen tevreden in de sleur van alledag opgaat. De dag dat Tom de liefde van zijn leven verloor, begon als zo’n dag. Niets wees erop dat het de ergste dag in zijn bestaan zou worden. Niets wees erop dat de grond onder zijn voeten zou verdwijnen en hij in een oneindig diepe afgrond zou vallen. Toch was dat precies wat er gebeurde. Op een doodgewone dag.


Tom, die voor een grote televisiezender werkte, zat in een taxi toen zijn telefoon ging. De meelevende woorden van de verpleegster drongen eerst niet tot hem door. Natuurlijk had zijn vrouw Laura geen auto-ongeluk gehad. Natuurlijk was ze niet per helikopter naar het St. Francis Hospital gebracht. Laura was gewoon thuis, druk aan het studeren. Het moest om een andere Laura gaan. De verpleegkundige liet zich echter niet afschepen. Het ging echt om Laura. Zijn Laura knokte op een operatietafel voor haar leven.


Even was er nog hoop. Tom en zijn schoonmoeder Linda hielden elkaar stevig vast terwijl ze op nieuws van de artsen wachtten. Toen er eindelijk duidelijkheid kwam, stroomden de woorden van de arts als water van Tom en Linda af. Natuurlijk was Laura niet dood. Hoe kon een gezonde moeder van twee prachtige dochters zomaar ineens uit hun leven verdwijnen? Toch was het waar. De artsen hadden Laura niet kunnen redden. Op een dag die als alle andere begon, was het geluk van Tom en Linda zomaar opgehouden te bestaan.


Er gaat een jaar voorbij. Linda is bij Tom en zijn dochters ingetrokken en helpt waar ze maar kan. Tom zelf is bijna nooit thuis. Hij heeft zich volledig aan zijn gezin onttrokken en maakt lange werkweken. Tom kan simpelweg niet met het verlies omgaan. Zonder Laura is zijn huis niet langer een thuis. Hij weet dat hij zijn dochters verwaarloost maar het lukt hem niet daar verandering in te brengen. Hij kan het niet. Toms leven is veranderd in een grote vlucht. Een vlucht voor zijn verdriet, voor zijn kinderen, voor alles.


Hoewel Linda met liefde voor haar kleindochters van acht en dertien zorgt, heeft ze moeite met de situatie. De meisjes hebben hun vader nodig maar Tom is vrijwel nooit meer thuis. Linda beseft dat de situatie doorbroken moet worden. Hoewel ze het gezin van haar dochter alleen maar wilde helpen, heeft ze Tom de gelegenheid gegeven te vluchten. Linda is er immers altijd om voor de meisjes te zorgen. Dankzij Linda loopt alles op rolletjes en kan Tom zich probleemloos op zijn kantoor verschuilen.


Linda neemt een drastische beslissing. Ze gaat op vakantie. Naar Australië, waar haar beste vriendin woont. Ze zal maar liefst zes maanden wegblijven. Zes maanden waarin Tom een manier zal moeten vinden om voor de meisjes te zorgen. Ook al maakt Linda zich grote zorgen om het welzijn van haar kleindochters, ze moet dit doen. Als ze niet snel ingrijpt, zal het gezin voorgoed uit elkaar vallen.


Het jaar na jou is geschreven door de Britse schrijver en journalist Mike Gayle. Het is een boek over verlies, rouw en opnieuw beginnen. Op integere wijze vertelt hij het verhaal van Tom en Linda die een jaar lang hebben gevlucht voor het grote verdriet dat een einde aan hun geluk maakte. Tom door lange werkdagen te maken en Linda door zich op de zorg voor haar kleindochters te storten. Het heeft ze tijdelijk op de been gehouden maar zonder een goede rouwverwerking zullen ze allebei uiteindelijk aan hun verdriet ten onder gaan. Zonder verandering kunnen ze niet verder.


In Het jaar na jou maakt Mike Gayle duidelijk dat verdriet heel persoonlijk is. Iedereen rouwt op zijn of haar eigen manier. Er staat geen vaste tijd voor het verwerken van verdriet maar uiteindelijk moet iedereen een manier vinden om verder te kunnen. Zal de rigoureuze aanpak van Linda werken of kan Tom zijn werk simpelweg niet met het ouderschap combineren? Ondanks het grote verdriet dat centraal staat, heeft de auteur er toch een warm, soms gevat en liefdevol verhaal van gemaakt. Liefde kent immers vele vormen.


ISBN 9789022579800 | paperback | 319 pagina's | Boekerij | mei 2017
Vertaald door Carolien Metaal

© Annemarie, 28 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altMensheid is een brief aan jou
Govert Derix


De 9-jarige Helena Kalos dwaalt ’s nachts door het bos bij Sils Maria in de Zwitserse Alpen. In haar eentje. Haar ouders liggen in diepe slaap in hun hotel. Wat bezielde dat meisje? En waar is ze gebleven? De volgende dag is ze namelijk nergens te vinden, ze is niet in het hotel. Er wordt een zoektocht georganiseerd, waarbij de jas van Helena wordt gevonden, maar het kind zelf niet. De jas ligt over een dode man. Als diens foto over de wereld verspreid wordt, blijkt iedereen hem te kennen.


Aan de andere kant van de wereld, in Brazilië, rent Fred Paine - zoals hij al drie jaar lang iedere ochtend doet - van zijn huis aan de rand van Aguas Bellas naar het dorp, en terug. Tot zijn ergernis blijft het laatste gesprek dat hij had met zijn leermeester steeds opduiken in zijn hoofd. Paine wilde ‘Een statement waarmee Europa erkent dat het van de zotte is te doen alsof de mensheid niet gehouden is aan grenzen aan groei en dat fatsoenlijk bestuur draait om respect voor de planeet.‘ Hij stelt: ‘Wir haben es gewuβt’. De wereld gaat kapot en we laten de economie prevaleren boven de redding van de wereld. Paine heeft in Brazilië de mooie Marcia leren kennen. Zij laat hem delen in het geheim van de rivier Malcozinhado.


Paines leermeester is August Green, de huidige Europese eurocommissaris voor duurzaamheid. Paine had verwacht opgenomen te worden in het gevolg van Green, maar dat was niet het geval. Diens proefschrift is evenwel wel degelijk onder de aandacht van journalisten gekomen, en zij leggen Brussel het vuur aan de schenen als na de klimaatconferentie van Kopenhagen maatregelen uitblijven.


De roman begint breed met deze drie verschillende verhaallijnen, krimpt als de lijnen bij elkaar komen om dan weer breed uit te waaieren in een filosofisch palet vol ideeën, die precies passen bij deze tijd. Iedere dag weer worden we geconfronteerd met aspecten van de problematiek die in deze roman behandeld worden.

Op de achtergrond is de filosoof Friedrich Nietzsche actief, met zijn verhaal over Zarathustra en de uitspraak ’God is dood’. Nietzsche (1844-1900) heeft gedurende een jaar of acht de zomer doorgebracht in Sils Maria. Daar legde hij wandelend door de bergen de basis voor zijn beroemde werk ‘Aldus sprak Zarathustra’. Het gebruik van zijn gedachtegoed in deze roman zou gortdroog kunnen uitvallen, maar dat is geenszins het geval. En omdat het niet zo’n dik boek is, en met spanning en romantiek verweven, valt het allemaal zeker te behappen. Govert Derix ontvouwt zijn ideeën op een duidelijke manier, en laat een duidelijke boodschap achter. Want een boek is ‘een brief aan de mensheid.’

In een interview vertelt de Maastrichtse schrijver/filosoof (1962) dat hij zelf twee jaar geleden in Sils Maria was en daar een bezoek bracht aan de ‘Steen van Nietzsche’.


Govert Derix is ondernemer, filosoof en schrijver. Hij studeerde filosofie in Rotterdam en Utrecht en psychologie in Utrecht. Sinds 2009 werkt hij als autonoom schrijver, filosoof, publicist en adviseur. En sinds 2006 schrijft hij columns voor Dagblad De Limburger en Limburgs Dagblad. Sinds 2010 is hij tevens essayist en huisfilosoof van Zuid Magazine.


ISBN 9789491561818 | paperback| 167 pagina's | Tic Uitgeverij | mei 2017

© Marjo, 26 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ginny Moon heeft gelijk
Benjamin Ludwig


"We horen vaak over kinderen met een lichamelijk of geestelijke aandoening die iets speciaals hebben. De veertien jaar oude Ginny Moon is inderdaad speciaal maar niet omdat ze autistisch is. Ginny Moon is specialer dan ik kan beschrijven. Ze is een heldin, een dappere meid, die tot haar negende jaar het meest onvoorstelbare moest ondergaan."


Dit bovenstaande schreef ene Angela M. in een Engelse recensie. En ze heeft helemaal gelijk. Het verhaal over Ginny Moon is namelijk aangrijpend, hartverwarmend en ontroerend en bovenal krijg je enorm respect voor Ginny die door niemand begrepen en serieus genomen wordt. Toch vecht ze door met een ongelooflijke wilskracht om te doen waarvan zij vindt dat zij dat moet doen...


Het verhaal
Gloria, de biologische moeder van Ginny, was een gewelddadige aan drugs en mannen verslaafde vrouw. Ondanks dat ze gek op haar dochter was, kon ze niet voor haar zorgen. Als er weer een man in huis was dan werd er niet naar het meisje omgekeken dan bestond Ginny niet. Als ze lastig was of niet gehoorzaamde zaten de handen van moeder Gloria soms goed los. Ginny was dan ook graatmager toen ze door de Sociale Dienst bij de vloekende en tierende Gloria werd weggehaald.


Na drie pleeggezinnen waarin het niet klikte, lijkt Ginny nu op de goede plek terecht te zijn gekomen. Ze is geadopteerd en ze voelt zich veilig in 'Het Blauwe Huis' bij Maura en Brian, haar vader en moeder 'voor altijd'. Maura weet dat Ginny exact negen druiven moet eten 's ochtends anders is haar dag bedorven en Brian heeft precies de goede toon gevonden waardoor hij een fijn contact met Ginny heeft. Maar wat hij niet weet is dat Ginny verwoede pogingen doet om haar biologische moeder terug te vinden. Klasgenoot Larry en met name zijn facebookaccount helpen Ginny verder, waardoor ze zich op gevaarlijk terrein begeeft want moeder Gloria is nog steeds niet te vertrouwen. Ginny twijfelt, maar ze móet, hoe kan ze het contact aanpakken?


De geboorte van de kleine Wendy maakt echter dat in Het Blauw Huis ook alles anders wordt, bovendien triggert het Ginny op een enorme manier. Het haalt herinneringen naar boven die op zijn zachts gezegd niet prettig zijn. De drang om Gloria te zien wordt nóg groter.  Maar als je een aandoening hebt waardoor je niet altijd kunt zeggen wat je bedoelt en voelt dan kunnen dingen flink uit de hand lopen... Niemand begrijpt Ginny en ze snappen al helemaal niet dat ze steeds maar naar Gloria vraagt en telkens weer met haar in contact probeert te komen, ondanks alle ellende die ze met die agressieve, impulsieve vrouw mee heeft gemaakt.


Ginny voert gesprekken met haar begeleidster, de psychologe Patrice, een van de weinige mensen die ze voor honderd procent vertrouwt, maar ook Patrice komt er niet achter waarom Ginny steeds haar eigen glazen ingooit en waarom ze maar blijft herhalen dat ze Gloria moet spreken.


Wij als lezer, weten wél wat Ginny drijft, wij mogen haar gedachten namelijk lezen. Het is Ginny zelf die ons, op haar eigen uniek manier, haar roerende verhaal en worsteling vertelt.  Het duurt echter wel een flinke tijd voordat de reden van haar dwangmatige houding blootgegeven wordt, maar áls je het eenmaal weet dan breekt je hart bijna en hoop je zo dat iemand de strijd en worsteling van het meisje begrijpt en in gaat zien. De dappere Ginny raakt ellendig genoeg steeds meer de greep op haar leven kwijt en dat is zo te begrijpen. Ze wordt heen en weer geslingerd tussen haar gevoelens en haar eigen unieke logica. Ze weet wat ze moet doen, maar weet ook dat ze dan ook heel veel kwijt zal raken... Ze voelt zich langzaam wegzakken naar een Ginny die ze niet kent, bestaat ze eigenlijk wel?, vraagt de in feite eenzame Ginny zich inmiddels af. Gelukkig zijn er ook een heleboel mensen die wel erg veel om haar geven...


Het is zo'n boek waarmee je niet kunt stoppen, ondanks dat het verhaal je af en toe een brok in je keel bezorgt en diep raakt, maar je hebt gewoon geen rust totdat je weer verder kunt lezen. Je wilt en móet weten of het wel goed komt met die dappere, wijze Ginny met haar grote hart.

Het is overigens verbijsteren dat Benjamin Ludwig zich zo goed heeft weten te verplaatsen in het hoofd van een veertienjarig, autistisch meisje. Maar het feit dat hij en zijn vrouw zelf een autistische tiener hebben geadopteerd zal er ongetwijfeld aan flinke steen aan bijgedragen hebben.
Kortom, lezen dit boek! Het is prachtig.


ISBN 9789402725308 | Paperback | 382 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | juni 2017
Vertaald door Mieke Trouw

© Dettie, 25 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER