Nieuwe boekrecensies

altWij
David Nicholls

Douglas is een wetenschapper, netjes, heel voorzichtig, wil alles gepland hebben, laat niets aan het toeval over. Connie is een kunstenaar, chaotisch, vrijgevochten en laat alles gewoon gebeuren. Twee uitersten, toch zijn ze onvoorstelbaar gelukkig en hebben een fantastisch huwelijk... althans dat denkt Douglas. Zijn schrik is groot als Connie hem op een nacht wakker maakt en zegt dat ze, als hun zoon Albie het huis uit gaat, wil scheiden. Hun zorgende taak zit erop. Douglas is radeloos. Hij kan zich een leven zonder haar niet voorstellen, zij is alles voor hem, altijd geweest ook.
Met zijn zoon Albie heeft hij een haat-liefde verhouding. Hoe hard Douglas zijn best ook doet, het wil maar niet echt lukken tussen die twee. Er is geen klik zoals Albie en zijn moeder wel hebben.

Douglas beseft dat hij nog één kans heeft. Tijdens de culturele reis door Europa die ze gepland hebben als afscheid voor Albie zal hij er alles aan doen om zijn vrouw van gedachte te doen veranderen en het respect van Albie te winnen. Hij regelt en plant en boekt alles uiterst zorgvuldig. Het zal een fantastische reis worden langs de grote Europese steden, te beginnen in Parijs, waar hij en Connie geweldige herinneringen aan hebben...

Maar natuurlijk laat niemand zich dwingen. De zeventienjarige Albie wil eigenlijk helemaal niet mee met zijn ouders, hij gaat liever met vrienden naar Ibiza, en laat dat tijdens de reis duidelijk merken ook. Hij ligt dwars, moppert aan een stuk door en wil in zijn eentje de stad verkennen, zonder ouders. Connie vindt natuurlijk dat Albie zijn eigen gang moet kunnen gaan, dat deed zij op die leeftijd ook. Connie wil zelf ook gewoon genieten en veel meer aan het toeval over laten, maar Douglas loopt met zijn reisgidsen rond en ziet nauwelijks iets. Een bezoek aan een museum maakt hem zenuwachtig, hij voelt zich ontheemd als hij kunst ziet, hij snapt ook niet wat Connie en Albie er aan vinden. De strakke planning van Douglas maakt dat hij zich nergens ontspannen voelt. Hooguit 's avonds op een terras met een drankje en lekker eten wil dat nog wel lukken.

Het is Douglas die ons het verhaal vertelt. Hij switcht van heden naar verleden en zo leren we hem langzamerhand goed kennen. Hij vertelt over de
heerlijke, zorgeloze tijd toen Connie en hij elkaar nog aan het ontdekken waren. Hoe verbaasd hij was en hoe wonderlijk hij het vond dat uitgerekend zij, die stralende, leuke, knappe, levenslustige vrouw met hem, die saaie wetenschapper verder wilde. Hij probeert zich te verdiepen in kunst, zij toonde belangstelling voor zijn werk, waar hij haar een rondleiding gaf. We lezen hoe enorm gelukkig hij was.
We leren hem echter ook kennen als een man van starre principes, hij is weinig flexibel, alles moet logisch zijn, hij moet het nut van dingen in zien, er is weinig spontaniteit te vinden bij Douglas. Maar toch weet je dat hij het allemaal zo goed bedoelt, hij wil zo graag dat iedereen gelukkig is, hij doet zo zijn best, hij helpt zijn vrouw door een erg zware tijd heen met alle liefde die hij in zich heeft. Hij wil een goede toekomst voor Albie en is daardoor vrij streng tegen hem, wat natuurlijk helemaal verkeerd valt.
We lezen hoe zijn werk hem opslokt en uitput waardoor hij thuis minder de vriendelijke man kan zijn die hij wil zijn... Hij is onbeholpen, maakt slecht vallende opmerkingen en verkeerde grappen.
Met andere woorden, we lezen hoe Connie tot haar uitspraak kwam, maar is haar beslissing definitief?

Ondertussen gaat de reis door, de zo zorgvuldig geplande reis, die helemaal in het water valt als Albie er vandoor gaat. Tot ieders verrassing, inclusief de zijne, gaat Douglas hem achterna. Hij heeft iets goed te maken en er is niets of niemand in de wereld die hem tegen kan houden, zelfs Connie niet, en dat zorgt voor een avontuurlijk, spannend, ontroerend verhaal met een onverwachte ontknoping.

Het is een prettig boek om te lezen, het verhaal heeft vaart en door het herhaaldelijk switchen van toen naar nu blijft het boeien. Het bezoek aan de steden is een aangename toevoeging aan het verhaal. Er wordt zelfs gefietst door Amsterdam!
Kortom, het is een heerlijk feelgood boek, waarbij je tijdens het lezen langzamerhand gaat houden van die stuntelende, klunzige, liefdevolle Douglas.


ISBN 9789022571354 Hardcover 416 pagina's De Boekerij februari 2015

© Dettie, 25 mei 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altBitterzoet
Miranda Beverly-Whittemore


‘Ik was jong, nog zo jong dat ik dacht dat mijn gebrek aan heelheid mijn eigen schuld was. Ik had geen idee dat iedereen zich zo voelt; dat volwassen worden in essentie bestaat uit vinden waar je lege plekken zitten en leren hoe je die voor jezelf kunt invullen.’


De timide en wat wereldvreemde Mabel arriveert op de universiteit, waar ze met een beurs kan gaan studeren, zeer tegen de zin van haar hardwerkende ouders. Haar kamergenote, Ev (kort voor  Genevra Katherine Winslow) is een telg uit een rijk aristocratisch geslacht, bekend met een mondaine wereld,  arrogant en duidelijk niet blij met haar minderwaardige kamergenote.


‘Tot de dag dat Ev me uitnodigde om mee te gaan naar Winsloch, was ik er aan gewend dat ze mij waarnam zoals je naar een lelijke, dikke leunstoel kijkt: iets wat haar in de weg stond, alleen voor hoogst noodzakelijk gebruik, maar beslist niet iets wat ze zelf zou hebben uitgekozen.’


Winsloch is een enorm landgoed in Vermont, waar de hele familie iedere zomer een thuis vindt. Velen hebben een eigen huis, maar centraal staat het huis van Evs ouders, Birch en Tilde. Birch gedraagt zich als een echte patriarch: alles en iedereen is van hem, en hij verwacht gehoorzaamheid.
Maar in Evs huisje, toepasselijk Bitterzoet genaamd, zijn de meisjes vrij om te doen en laten wat ze willen. Denken ze.
Ook al heeft Mabel een eigen geschiedenis, een eigen geheim, als ze ontdekt wat er allemaal speelt in de familie Winslow, stijgt haar verbijstering met de dag. Om de een of andere duistere reden spant een van Evs tantes haar voor haar karretje en belooft haar zelfs haar huis als Mabel kan vinden wat ze zoekt: een map met bewijzen over iets waar ze niet expliciet over is. Iets groots. Iets wat de familie ten onder brengt.


En natuurlijk: het is vakantie, het is zomer: tijd voor de liefde. Ev scharrelt met een bediende, John, en Mabel is geïnteresseerd in Galway, een van de broers.  Maar ook al ontdekt ze allerlei familiegeheimen en lijkt niemand te vertrouwen, ook Galway niet, de zomer blijft idyllisch: het grote landgoed, de luxe, lui hangen op het strand of een beetje zwemmen, heerlijk eten, en mooie mensen om haar heen. Toch ontkomt ze er niet aan. De keuze moet gemaakt worden: hoe moet ze omgaan met al die leugens en bedrog? Wat is haar eigen plaats in dit geheel? En waarom schuift Ev die zware grendels voor haar deuren?


Miranda Beverly-Whittemore hanteert een vlotte pen. Ze  is een goede verteller, en sleept de lezer mee naar een climax, die je dan misschien niet aanstaat, het heeft je dan wel een paar uren leesplezier opgeleverd. Een modern familiedrama, in een bijna gothic sfeertje, over de assepoester die eventjes mag verblijven in de mondaine wereld van de rijken.


ISBN 9789022960332 | Paperback| 432 pagina's |Uitgeverij Bruna | april 2015
Vertaald uit het Engels door Catalien van Paassen

© Marjo, 19 mei 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHotel Arcadia
Sunny Singh


'Mevrouw,' fluisterde een dringende stem aan de andere kant van de lijn, 'Ik bel van de receptie. Er is een probleem. Blijft u alstublieft in uw kamer en doe de deur op slot. En doe alstublieft alle lichten uit. U mag ze niet laten weten dat u er bent. Doe voor niemand open. Alstublieft.'


Sam dacht dat de schoten die ze hoorde niet echt waren, ze was net ontwaakt uit een nachtmerrie. Ze blijkt in een noodsituatie te zitten, terwijl ze eigenlijk in dat hotel was om bij te komen van een reportage. Dat is haar werk: oorlogsreportages maken, foto’s van de gevolgen van de strijd.
Dat ze dit werk doet, komt door David, die de man in haar leven is. Maar zij is niet de vrouw in zijn leven, hij is getrouwd met een ander. Daardoor heeft ze zich nog meer op haar werk gestort. Met haar camera’s voor zich als schild tegen de werkelijkheid, dwaalt ze door oorlogsgebieden, en schiet haar rolletjes vol met vooral beelden van rouwende mensen. Die foto’s betalen haar levensonderhoud. Daarnaast is ze foto’s gaan maken van overleden mensen, eer betuigen aan de doden. Die foto’s exposeert ze na bewerking. Ze heeft naam gemaakt met haar kunstzinnige portretten, maar haar ouders er mee van zich vervreemd; ze begrepen het niet.


En daar zit ze dan, midden in een gijzelingsactie. Het is voor haar niet meer dan logisch dat ze niet zoals de hotelmanager vraagt in haar kamer blijft. Ze gaat het gevaar opzoeken. Na de eerste schrik - Abhi kan haar door de gangen zien sluipen omdat het camerabeveiligingssysteem nog werkt – besluit hij haar te helpen. Hijzelf heeft zich dood gehouden toen de terroristen binnenvielen en zit nu verschanst in zijn kantoor. Bij de schermen met de camerabeelden. Terwijl zijn bewondering voor haar durf groeit, hoopt hij ook dat ze zal bevestigen dat zijn geliefde die in de bar op hem wachtte daar nog wacht.
Als Sam in een van de kamers een jongen aantreft, in leven terwijl zijn ouders dood zijn, besluiten ze dat ze hem mee moet nemen. Abhi controleert voor haar de gangen, hij kent het hotel als zijn broekzak. Maar de terroristen zitten niet stil...


Het verhaal wordt door Sam en Abhi verteld. We leren hen heel goed kennen: hun achtergrond is mede bepalend voor hun contact nu. Ook Abhi heeft een verhaal, ook hij voelt zich miskend. De manier waarop deze twee mensen elkaar niet zien maar alleen maar telefonisch contact hebben, dichter bij elkaar komen is verbonden met hun verleden.
De lezer weet niet in welk land het zich afspeelt. Weet niet wie de terroristen zijn en wat hun doel is. Er is veel geweld in het verhaal, maar vooral in het verleden, waardoor er een gevoel van bevreemding ontstaat. Dat gesluip door de gangen geeft spanning, maar de reden waarom blijft op de achtergrond. De vorm waarin de plot gegoten is, en de psychologische kijk op de twee personages is heel bijzonder.
Ik denk dat haar andere boeken maar snel vertaald moeten worden!


Sunny Singh (1969, Varanasi) studeerde Engelse en Amerikaanse literatuur aan de Brandeis University, deed een master in Spaanse taal, literatuur en cultuur aan de Jawaharlal Nehru University, en een PhD in Barcelona.


ISBN  9789048821532 |paperback|256 pagina's |Uitgeverij Meridiaan| maart 2015
Vertaald uit het Engels door Martinette Susijn

© Marjo, 18 mei 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altCompassie
Stephan Enter


‘Ik denk het opnieuw: dat ik haar eerste vriend zal zijn. Iets in dat idee hypnotiseert me zodra ik het me concreter ga voorstellen. En in gedachten bevestig ik mijn belofte: ja, ik zal heel toegewijd zijn, ik zal zorgen dat je je gelukkig voelt bij mij, een tijdlang, en dan laat ik je los.’


De vrouw over wie dit gaat weet van niets. Zij, Jessica, is een half-Duitse, tweeëndertig jaar, en woont in Amsterdam. Het profiel dat zij aangemaakt heeft op een datingsite valt de veertigjarige Frank van Luijn op. De reden dat hij zich op deze site heeft gewaagd is dat het eenvoudig is op deze manier contact te leggen. Het is anders: in het gewone leven biedt een eerste ontmoeting, een eerste contact meteen een algemene indruk: je ogen vertellen je iets over het uiterlijk van de ander, en geven je ook meteen een indruk hoe echt of fake het is. Je hoort de stem, je ruikt de geur van de ander. Hoe anders is een kennismaking via het onpersoonlijke net. Wat voor gevolgen heeft deze andere manier van relaties beginnen voor het vervolg?


Contact leggen met de vrouwen die zich daar aanbieden, is als een snoeppot, zegt een kennis. Frank, die al verschillende relaties heeft gehad, heeft zich nooit echt gebonden ‘omdat de schrale regelmaat van jaar na jaar doorbrengen met dezelfde partner’ hem tegenstaat. Het leven is niet echt interessant, anderen zijn niet interessant, maar blijkbaar wekt zijn hooghartige zwijgzaamheid bij anderen wel interesse.
Op het moment dat hij er mee wil stoppen, zo uitzichtloos is dat hele datinggedoe, ziet hij de foto van Jessica. Haar gezicht intrigeert hem, hij wil deze vrouw leren kennen. Na wat heen en weer mailen, volgen de afspraakjes, en groeit hun relatie. Maar dan doet hij een ontdekking, waardoor hij bovenstaand besluit neemt.


Frank is de verteller van dit boek. Het is dan ook een mannelijke kijk op de liefde, al is daarmee niet gezegd dat een vrouw per definitie anders kijkt, ik heb toch de indruk dat wij vrouwen romantischer van aard zijn, en meer belang hechten aan gevoelens. Aan de zielsverwantschap waar Frank het ook over heeft. Wat in dit boek geschetst wordt is het verschil tussen de hoofdzakelijk platonische liefde waarbij geborgenheid, veiligheid, vertrouwdheid de belangrijkste rol speelt, met aan de andere kant de passie, het vleselijke. Kan het een zonder het ander? Kun je een volwaardige relatie hebben als een van de twee ontbreekt? En dan de titel: compassie is weer iets anders toch? De definitie van compassie is: medelijden, mededogen. Compassie als basis voor een goede relatie? Wat is voor Stephan Enter ‘liefde’: is zijn oordeel pessimistisch? Of mag de lezer hoop houden?


Stephan Enter studeerde aan de Rijksuniversiteit Utrecht zowel Nederlandse taal- en letterkunde als Keltische letterkunde en cultuur. Hij debuteerde in 1999 met de verhalenbundel Winterhanden.


ISBN 9789028260795 |hardcover|154 pagina's | Uitgeverij G.A. Van Oorschot| april 2015

© Marjo, 9 mei 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Twintig minuten
Chaja Polak


Wat een prachtig boek is dit! Het is zo ontzettend mooi geschreven dat je het bijna weer opnieuw zou willen lezen als je het uit hebt. Achterop staat een citaat uit een recensie van NRC Handelsblad: 

Ik heb nog nooit iets gelezen dat zo dicht raakt aan de kern van een verdriet dat nooit ophoudt.


Mooier kan het niet gezegd worden. Je voelt, terwijl je dit boekje leest, de onmacht van de hoofdpersoon Bronia in je eigen lichaam. Je snapt waarom zij haar 'nieuwe leven' niet kan leven, dat niet kan omarmen door wat zij in haar 'oude leven' is kwijtgeraakt. Heel langzaam maakt de auteur dit zichtbaar en voelbaar en de lezer realiseert zich meteen dat dit voor velen geldt die hetzelfde hebben meegemaakt als Bronia. De hoofdpersoon van het boek verwoordt dit zelf als volgt: 


De woorden, merkte ik na terugkeer uit Auschwitz, hadden voor mij een andere betekenis gekregen. Tussen dezelfde woorden, die van Louis en die van mij, strekte zich een onoverbrugbare leegte uit.


Bronia leeft haar leven, maar voor haar heeft dit niets te maken met het leven van de mensen om haar heen. Zelfs niet van de mensen die heel dichtbij haar zouden moeten staan. Dit komt mede omdat zij niet in staat is de mensen met wie zij haar nieuwe leven deelt te vertellen wat haar is overkomen. Iets waarvoor in haar beleving geen woorden te vinden zijn. Het ongelooflijke, ondenkbare dat niet in woorden uit te drukken is. Ze weet dat het moet, maar ze kan het niet en als lezer begrijp je dat heel goed. Je gaat begrijpen waarom kampslachtoffers er nooit met hun kinderen over hebben kunnen praten.


Polak beschrijft deze situatie in zulke mooie bewoordingen dat zij de lezer als het ware in de schoenen zet van de hoofdpersoon. Je gaat je afvragen of je het zelf zou hebben gekund in die situatie en zo niet of dat dezelfde consequenties zou hebben gehad als voor Bronia. Een leven leven door in jezelf opgesloten te zijn, omdat je niet echt in staat kunt zijn om contact te maken, zelfs niet met je eigen man en je dochter. 


Het is een heel ontroerend boek dat nog heel lang in je gedachten rondspookt als je het uit hebt.


Chaja Polak (1941) is schrijver en beeldend kunstenaar. Als kind van een slachtoffer en een overlevende van Auschwitz is haar leven in hoge mate bepaald door wat haar ouders is aangedaan. Ze doorliep de Rietveld Academie en debuteerde in de literatuur in 1989. Ze schreef romans, verhalen en poëzie. Een aantal van haar boeken was genomineerd door de Libris Literatuurprijs en werd vertaald in het Engels, Deens en Italiaans.


ISBN 9789025444822 Paperback 96 pagina's Atlas Contact, Uitgeverij april 2015

© Ria, 7 mei 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
Een meisje is maar half af
Eimear McBride

Wat een boek! Dit is geen boek om te lezen, maar een om te ervaren!
Er staan geen lange zinnen in dit boek, ook geen mooie. Sterker nog: er staan maar weinig afgemaakte zinnen in. Het grootste deel wordt in beslag genomen door hele korte fragmentjes van verwarde, verdraaide of kromme zinnen. Losse woorden, tot losse letters aan toe. En in tijden van extreme stress: hoofdletters en kleine letters door elkaar. Het is één lange monoloog in brokstukken.
Je schrikt ervan als je onvoorbereid aan dit boek begint. Hoe ga ik dit in godsnaam begrijpen? Maar dat is nu het geniale van deze auteur: je begrijpt exact wat er gebeurt.


Alles wat ik over de inhoud zou vertellen is teveel. Het zou afbreuk doen aan het beleven ervan. De flaptekst vertelt al veel te veel. Die raakt zoals gewoonlijk de kern niet en is te zwart-wit. Juist het niet weten sleurt je mee met de gedachten van de ik-persoon, een meisje, in wier hoofd je zit, al vanaf haar geboorte. In het begin, wanneer ze nog een baby en dan een kleuter is, is haar belevingswereld nog verwarder dan later. Je zit continue, zonder pauze dicht op haar huid en dat maakt dat haar rauwe bestaan erg heftig binnenkomt.
Door deze stijl van schrijven krijgt het boek een enorme vaart. Je leest en leest en af en toe moet je even stoppen om adem te halen. In een maalstroom van onafgemaakte gedachten en dialogen wordt je meegezogen in een draaikolk, onontkoombaar richting het afvoerputje.


Ik ben blij dat ik deze woorden al genoteerd had terwijl ik het boek nog aan het lezen was, want ik kwam ze later precies zo tegen in de tekst. Het bewijst dat je exact begrijpt wat er bedoeld wordt, al staat het er niet letterlijk. Ik ben ook blij dat ik nog geen recensie van dit boek heb gelezen. Misschien vertellen ze daarin teveel, misschien halen ze de woorden uit mijn mond. Ik las enkel een kreet: "Onleesbaar meesterwerk!" Dat was genoeg om mijn nieuwsgierigheid te wekken. Gelukkig kwam de vertaling voordat ik aan het boek toe kwam. In het Engels was dit toch wel een zware dobber geweest. Dan was ik vast afgehaakt.Het moet een hele klus zijn geweest om dit te vertalen. Alle lof voor Gerda Baardman! Ze staat terecht vermeld op de titelpagina.

Eimear (spreek uit: ie-me-a, met de klemtoon op de eerste lettergreep) McBride heeft 9 jaar met dit experimentele boek moeten leuren. Vervolgens won ze een hele reeks literaire prijzen. De vertaling heeft gelukkig minder lang op zich laten wachten.

Geen boek voor onervaren lezers, maar een absolute uitdaging voor diegenen, die een indringend verhaal in een absoluut bijzondere stijl willen ondergaan.

ISBN 9789048824267 | hardcover | 256 pagina's | Hollands Diep | februari 2015, vertaald door Gerda Baardman

© Berdine, 3 mei 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=De grote stilte
John Boyne

Begin jaren zeventig van de vorige eeuw volgt Odran Yates zijn roeping en gaat naar het seminarie. Hij zal priester worden. God heeft zijn lotsbestemming via zijn moeder doorgegeven.  Zij was het die tot het inzicht kwam dat Odran voorbestemd was om priester te worden. Odran vraagt zich niet af waarom zijn schepper zich niet rechtstreeks tot hem heeft gewend. Odran vraagt zich nooit wat af. Hij vindt het allemaal wel prima zo.

Op het seminarie deelt Odran een kamer met Tom Cardle. Odran mag Tom graag maar snapt niet goed waarom Tom de opleiding volgt. Het is duidelijk dat Tom helemaal geen priester wil worden. Waarom gaat hij dan niet gewoon naar huis? Odran begrijpt de complexiteit van het leven niet. Hij stelt geen vragen en doet gewoon netjes wat van hem verlangd wordt. Dat mensen als Tom worstelen met hun identiteit en seksualiteit, gaat aan hem voorbij. Odran neemt het leven zoals het komt. Hij verheugt zich op het priesterschap en geniet van het respect dat het dragen van een witte boord in het gelovige Ierland met zich meebrengt.

Jaren later, Odran is inmiddels van middelbare leeftijd, is het respect voor priesters volledig verdwenen. Odran wordt niet langer met respect behandeld maar eerder bespot. Mensen botsen “toevallig” tegen hem aan en regelmatig hoort hij het woord “pedo” fluisteren. Het is niet langer een zegen om priester te zijn. Odran is geen pedofiel en heeft in zijn leven nog nooit iets fout gedaan maar nu het misbruikschandaal binnen de katholieke kerk aan het licht is gekomen, worden alle priesters met argwaan bekeken en behandeld. Odran weet niet goed hoe hij met deze nieuwe situatie om moet gaan. Het lukt hem niet om alle narigheid te ontlopen. Odran heeft zijn hele leven nare gedachten ontweken, de andere kant opgekeken.

Odran was nog maar negen jaar oud toen een ingrijpende situatie zijn leven volledig op zijn kop zette. Nadat de acteercarrière van zijn vader flopte ging het met het huwelijk van zijn ouders bergafwaarts. In een poging het gezin bijeen te houden regelde Odrans moeder een vakantie aan de kust. Aanvankelijk genoot het hele gezin van het uitje maar na een vervelende ruzie verdronk vader zichzelf in zee. Hij nam Odrans kleine broertje Cathal mee zich mee. Eigenlijk had vader Odran mee uit zwemmen willen nemen maar Odran had geen zin. Zijn weigering redde zijn leven maar kostte dat van Cathal.

Van het gezin dat eens uit vijf personen bestond zijn nu nog maar twee leden over. Alleen Odran en zijn zus Hannah leven nog maar Hannah is ziek. Lange tijd heeft Odran de toenemende verstrooidheid van zijn zus genegeerd maar uiteindelijk viel het niet meer te ontkennen. Hannah heeft het vaak over vroeger en Odran denkt steeds vaker aan zijn jeugd en zijn schooltijd. Er zijn mooie dingen om aan terug te denken maar ook nare. Daar denkt Odran liever niet aan. En dan wordt Odrans leven opnieuw op zijn kop zet. Tom Cardle, zijn enige en beste vriend, wordt van het ondenkbare beschuldigd.

Hoofdpersonage Odran staat symbool voor de doofpotcultuur dat het misbruik mogelijk maakte. Odran stelde nooit vragen, wilde nergens het kwaad van inzien en ging elke vorm van confrontatie uit de weg. Was hij naïef of keek hij bewust de andere kant op? Odran staat ook symbool voor de katholieke kerk zelf. Hij en de kerk keken de andere kant op, wilden niet weten wat er gebeurde. Ze wasten hun handen dan wel in onschuld maar schoon werden ze er niet van.

Nu Odran bijna zestig is, overziet hij zijn leven en zet hij heel voorzichtig deuren open die hij jarenlang zo angstvallig gesloten hield. In deze integere en zeer ontroerende roman schetst John Boyne een ontluisterend en raak portret van de misbruikslachtoffers. Door de nadruk op Odran te leggen en niet op het misbruik zelf komt het verhaal nog heftiger bij de lezer binnen. De passiviteit en lafheid van mensen als Odran stelden de misbruikers immers in staat ongestoord hun gang te gaan. Odran is geen pedofiel. Hij heeft niemand misbruikt maar maakt hem dat onschuldig? De prachtige en gevoelige manier waarop John Boyne over dit onderwerp schrijft maken De grote stilte tot een roman van grote klasse. Ik ben diep onder de indruk van dit aangrijpende verhaal.


In het dankwoord draagt auteur John Boyne dit boek, het eerste dat hij over zijn geboorteland Ierland schreef, op aan alle slachtoffers van misbruik binnen de Ierse katholieke kerk.


ISBN 9789022570418 | paperback | 400 pagina's| Boekerij | april 2015
Vertaald door Lucie Rooijen

© Annemarie, 30 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Le Horla
Guy de Maupassant


Het is een verhaal in dagboekvorm, notities van een man die op het platteland woont, alleen, met twee bedienden. Op het moment dat het verhaal begint geniet hij van het mooie weer en kijkt uit zijn raam. Niet al te ver weg ziet hij de boten over de Seine glijden, het is een idyllisch tafereel. Vooral dat Zuid-Amerikaanse zeilschip, wat een mooi rank vaartuig is dat!
De dagen daarna voelt hij zich niet lekker, een beetje slap, een beetje koorts, en hij voelt zich depressief.  Als het aanhoudt en hij naar de dokter gaat, kan die geen ziekte vaststellen. Verandering van omgeving zal hem misschien goed doen?
Hij gaat op vakantie, en inderdaad: hij voelt zich beter.


Maar thuis is het binnen de kortste keren weer terug, en er gebeuren vreemde dingen: hij weet zeker dat hij niet gedronken heeft van die karaf water die naast zijn bed staat, en toch is het water op! Als het vaker gebeurt doet hij een test, hij moet weten of hij gek aan het worden is.
Dus wikkelt hij om de karaf een wit papier, en voor hij gaat slapen maakt hij zijn handen zwart. De volgende dag: het water is op en er staan geen zwarte afdrukken op! Als hij in de tuin wandelt, en zijn rozen bewondert, zweeft er ineens een roos in de lucht!
Wat gebeurt er in vredesnaam?

Hij herinnert zich zijn bezoek aan een arts in Parijs: hoe die hem liet zien dat je een mens dingen kunt laten doen buiten zijn vaste wil en zelfs bewustzijn om: hypnose. De man weet niet wat er aan de hand is: is hij gehypnotiseerd? Wordt hij dement? Wordt hij gek? Of is er echt sprake van een onaardse levensvorm, een geest die hem bedreigt?


Een spookverhaal avant-la-garde, geschreven in een tijd waarin men begon te ontdekken wat de menselijke geest allemaal kan. De tijd van Mesmer, van Freud.
Guy de Masupassant laat ook in dit verhaal zoals in bijna al zijn werken zijn afkeer van het militarisme blijken. Hij groeit op in de tijd van de Frans-Pruissische oorlog. Op de dag van het jaarlijke nationale feest bekijkt zijn hoofdpersoon de feestvierders buiten en bedenkt: men zegt tegen het volk: vier feest! En men gaat uit zijn bol. Zoals men zegt: vecht tegen je buurman en het is oorlog.


Mooi verhaal, in niet al te moeilijk Frans.


ISBN 9782253005391 paperback 156 pagina's Live de poche januari 1984

© Marjo, 26 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altVertrokken
Henri Coulonges


In augustus 1944 waren er voor het eerst geallieerde luchtaanvallen op Dresden, in totaal drie keer, en steeds gericht op plekken die belangrijk waren voor de industrie, fabrieken en de haven. Niemand had durven denken dat de bedoeling van de geallieerden zou zijn om zo veel mogelijk schade en slachtoffers te veroorzaken en zo het Duitse moreel te breken. De slachtoffers zouden vooral onschuldige burgers zijn, mensen die misschien wel, maar heel vaak ook niet ook maar enig idee hadden van wat er allemaal gaande was in het Duitse Rijk. Er vielen 25.000 slachtoffers, 30.000 gewonden, en de oude stad was verwoest. Op deze plek laat Henri Coulonges zijn roman beginnen, met de twaalfjarige vriendinnen Johanna en Hella, die voor het eerst zonder begeleiding naar een circus mochten.


Die avond, als het luchtalarm afgaat, gaan Johanna en Hella met vele anderen de schuilkelders in en denken ze na een periode schuilen wel weer gewoon naar huis zullen kunnen gaan waar ze natuurlijk naar toe willen. Nadat ze getuige is geweest van velerlei verschrikkingen bereikt Johanna haar huis. Ze is alleen nog maar gericht op het vinden van haar moeder en haar oudere zus. Er wacht haar nog meer ellende: haar zus is omgekomen en haar moeder dwaalt verdwaasd rond, totaal in shock.


Onderweg naar huis heeft Johanna de man Kerbratt ontmoet die haar een briefje met een adres erop had gegeven, voor als ze onderdak zocht. Daar moeten ze heen, weet ze nu. Er is geen andere oplossing. Ze weet haar moeder mee te krijgen, naar een plek buiten de stad, waar ze een korte perioden blijven en nieuwe ervaringen voor haar weg gelegd zijn. Voor haar moeder blijkt het geen goede plek te zijn. Kerbratt stuurt hen naar Praag. Daar zit een bevriende arts, die volgens hem in staat is de verdoofde Leni uit haar apathie te krijgen. 

Het is een verhaal over een jong meisje wiens vertrouwde wereldje verdwenen is, over haar weerbaarheid, over haar onvermoede kracht en doorzettingsvermogen, maar ook over haar twijfels en vertwijfeling over haar moeder, die haar overgebleven dochter niet meer ziet staan. Verbijsterende ervaringen voor een meisje, zo jong nog, die beslissingen moet nemen die je zo’n kind niet kunt laten nemen. Ze krijgt wel hulp, maar ze is er niet altijd van overtuigd dat die geboden adviezen goed zijn. Het is hààr leven. Hààr moeder. Ze kunnen wel zoveel zeggen...

Soms neigt het verhaal wat veel naar melodrama, maar als je je bedenkt dat het verhaal vertelt wordt bezien vanuit een twaalfjarig meisje, valt het ook wel weer mee.  Het begon met Dresden ten tijde van het bombardement en eindigt in Praag ten tijde van de capitulatie die gepaard gaat de verwarring van een land zonder leiding: vluchtende Duitsers,  executies door burgers, en in het geval van Praag: de komst van de Russen en de Amerikanen.
Henri Coulonges wilde laten zien hoe onschuldige Duitsers slachtoffer werden van het naziregime. Duitse burgers hadden veelal nauwelijks een idee van wat er zich afspeelde in de rest van het groeiende Duitse Rijk. Een dramatisch verhaal,  over de gevolgen van een oorlog.


Henri Coulonges (1936) is het pseudoniem van Marc-Antoine de Dampierre. Hij is journalist en schreef dit boek al in 1979. Zijn schrijversdebuut uit 1975 was meteen een succes en zijn tweede roman werd een klassieker in Frankrijk en Engeland.


ISBN 9789046818633 | Hardcover | 480 pagina's |Uitgeverij Nieuw Amsterdam | februari 2015
Vertaald uit het Frans door Geertrui Marks en Lia Tuijtelaars

© Marjo, 25 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Drie vroege verhalen
J.D. Salinger


De titel zegt het natuurlijk al, in dit mooi verzorgde boekje vinden we drie vroege verhalen van J.D. Salinger de schrijver van het beroemde boek The Catcher in the Rye (De vanger in het graan). De jongelui is zelfs Salingers eerste gepubliceerde verhaal, weet Auke Hulst ons in het nawoord te vertellen. Dat verhaal verscheen, evenals Ga naar Eddie in 1940 respectievelijk in Story Magazine en University of Kansas City Review. Het derde verhaal Aan één keer in de week ga je niet dood verscheen in 1944 eveneens in Story Magazine. Dat we deze verhalen kunnen lezen mag sowieso al een wonder heten want de in 2010 overleden schrijver had strikte regels vastgesteld wat betreft zijn nalatenschap. Maar dankzij een omissie zijnerzijds, hij vergat de verhalen bij publicatie te laten registreren, kunnen we nu kennismaken met deze eerste werken van Salinger.


De jongelui
is het relaas over het feest dat Lucille Henderson geeft. Het is een typerend voorbeeld van small-talk. Twee gasten Edna Phillips en Bill Jameson worden aan elkaar voorgesteld door de gastvrouw en daarna ontwikkelt zich een krampachtig gesprek tussen de twee, waarbij ze zich duidelijk vrij ongemakkelijk voelen. Ze proberen de schijn op te houden dat ze zich amuseren en een heel interessant leven leiden. Eigenlijk vinden ze elkaar helemaal niet leuk maar uit beleefdheid houden ze het gesprek gaande waarbij Edna erg geraffineerd te werk gaat. Uiteindelijk lukt het Bill tot zijn grote opluchting te ontsnappen uit de situatie.
Het is een aardig verhaal waarbij Salinger de sfeer in een gedwongen situatie mooi weet weer te geven.


Ga naar Eddie
sprak mij meer aan. Het is een beetje mysterieus verhaal waarin Bobby, de verlopen broer van Helen, probeert haar zover te krijgen naar Eddie te gaan, hij heeft mogelijk werk voor haar bij de revue. Er ontspint zich een gesprek tussen de twee waarbij je je afvraagt waarom Bobby zo aandringt, wat is er aan de hand? Hij chanteert zijn zus zelfs... hij vertelt wat er geroddeld wordt over haar. Maar de zus is veel slimmer en geraffineerder dan Bobby denkt. Het verhaal pakt je gelijk, het is leuk en spannend, de ontknoping een verrassing. Het is in een mooie stijl geschreven en er staat geen zin teveel in. Maar het is niet echt iets dat heel bijzonder is, het maakt geen blijvende indruk.


Aan één keer in de week ga je niet dood
is in mijn ogen het beste verhaal. Hierin maken we kennis met een Amerikaanse jonge man die op het punt staat te vertrekken naar Europa, als soldaat. Het is maart 1944. Zijn vrouw heeft een romantisch beeld over het front. Ze hoopt dat hij bij de cavalerie komt, de cavalerie is énig, volgens haar. Ook wil ze dolgraag tweedstof uit Engeland hebben... Maar zijn geliefde inwonende tante Rena moet nog op de hoogte gebracht worden van zijn vertrek en daar ziet Dickie Camson erg tegenop. Ze reageert echter heel anders dan hij verwacht.
Het is eveneens geen verpletterend verhaal dat diepe indruk maakt maar het is wel mooi en heel beeldend geschreven. Stilistisch zit het knap in elkaar.


Bij de verhalen staan zwart-wit afbeeldingen van Anna Rose Yoken die een beetje meisjesboekachtig aandoen. Toch passen ze frappant genoeg wel goed bij de verhalen. Het boekje zelf is erg mooi verzorgd, hardcover en prettige bladspiegel. Tussen de verhalen zit ter afscheiding een zwartgekleurde pagina.

De verhalen zijn goed en stilistisch mooi geschreven, maar inhoudelijk niet heel bijzonder. Het is voor mij vooral het idee dat ze geschreven zijn door de beroemde J.D. Salinger dat zo fascinerend is. Het is uniek om verhalen van deze man die zo teruggetrokken leefde, die weigerde nog maar iets te publiceren, nu eindelijk te kunnen lezen. Dát en de mooie uitvoering maken het boekje zeer aantrekkelijk om het aan te schaffen en te lezen.
Er blijken nog meer boeken van de hand van Salinger gepubliceerd te worden, ik kijk er reikhalzend naar uit.


ISBN 9789029538763 | Hardcover | 75 pagina's | Uitgeverij Arbeiderspers | maart 2015
Met afbeeldingen van Anna Rose Yoken en een foto van J.D. Salinger | nawoord Auke Hulst | vertaling Johan Hos

© Dettie, 19 mei 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een goede school
Richard Yates


In het voorwoord vertelt Richard Yates over zijn ouders die zolang hij zich herinneren kan gescheiden leefden. Het contact met zijn vader, opgeleid tot concertzanger maar handelsreiziger van beroep, verliep moeizaam. Hij en zijn vader wisten nooit wat ze aan elkaar hadden. Zijn moeder, een chaotische beeldhouwster, was favoriet bij Richard Yates. Dankzij haar beeldhouwlessen werd zij uitgenodigd voor het bijwonen van een society huwelijk en daar hoorde ze over de Dorset Academy in Dorset Connecticut.  Dat was de beste school die er bestond, dus dat werd de school waar Richard naartoe werd gestuurd. Vader was het er niet mee eens, maar zoals altijd ging hij akkoord en betaalde...


Deze school, opgericht door een excentrieke dame die het individu voorop stelde, vormt de achtergrond voor dit boek.  Wat Richard Yates vervolgens doet is op een uitstekende manier de sfeer en de eigenlijke onbelangrijke gebeurtenissen vastleggen die op dat moment voor de leerlingen wel belangrijk lijken. Hij registreert het systeem van populariteit onder de jongens. Zoals op elke school voorkomt zijn er de jongens waar iedereen heimelijk bij wilt horen. Zij zijn populair, hebben een bepaalde natuurlijke nonchalance, zien er bijna altijd goed uit of hebben een houding die respect afdwingt.


Terry Flynn is bijvoorbeeld zo'n jongen, evenals Jim Pomeroy en Hugh Britt. Zij zijn de jongens waar de klungelige, klunzige William Grove (alias Richard Yates) tegenop ziet. De jongens stralen een wereldwijsheid uit die hem ontbreekt.  We lezen over Grove's perikelen en de pestereijen op school, die denkelijk op elke school gebeuren. De moeite die hij heeft om zijn draai te vinden en zich staande te houden in het internaat. We lezen over zijn moeite om aansluiting te vinden bij de medebewoners die soms vreemd, soms ongelukkig, soms aardig zijn. Grove heeft het geluk dat hij goed kan schrijven en zodoende in de redactie van de Dorset Chronicle komt. Dit helpt hem om door de moeilijke eerste jaren heen te komen.
We lezen hoe de aanval op Pearl Harbour langzamerhand zijn invloed heeft op het schoolleven. Oudere leerlingen melden zich aan, er ontstaan daardoor lege plekken in de lokalen. En Grove schrijft daarover...

Ook lezen we over de leerkrachten en hun bijnamen. We lezen over de koele kille directeur Knoedlerr die de school langzamerhand naar de afgrond leidt.  We lezen over 'paps' Driscoll, die gek is op zijn werk en het beste met de leerlingen voor heeft. Over Alice Draper de vrouw van de bijna invalide scheikundeleraar die een verhouding heeft met Jean Paul La Prade, de leraar Frans.  Over Edith de knappe dochter van de Engelse leraar waar alle jongen van het internaat een beetje verliefd op zijn. Edith die ook zo graag mee wil doen met de grote mensenwereld, maar die oorlog verandert alles...

Deze roman is niet spannend, er gebeuren geen spectaculaire dingen maar de registratie van de gebeurtenissen is met een goed oog voor detail en karaktereigenschappen geschreven, waardoor het boeiend blijft om te lezen.
Het boek eindigt met een prachtig nawoord, waarin verteld wordt wat er met de leerlingen gebeurde nadat ze de school verlaten hadden. Ook verwijst Yates in dat nawoord naar zijn vader die hij bedankt voor de kans om zijn opleiding bij Dorset Academy te volgen, want daar leerde hij de eerste beginselen van zijn vak.

Richard Yates werd geboren in Yonkers, New York. Zijn ouders scheidden van elkaar toen hij drie jaar oud was, en de rest van zijn jeugd is hij veelvuldig verhuisd naar verschillende gemeentes. Hij vocht in de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk en Duitsland. Midden 1946 keerde hij terug naar New York. Hij werd journalist, speechschrijver en werkte kort als copywriter in de reclame.
Yates debuteerde in 1961 met Revolutionary Road, dat na zijn dood verfilmd zou worden door Sam Mendes. Hoewel zijn debuut lovend werd ontvangen en het genomineerd werd voor de National Book Award, werd het werk van Yates tijdens zijn leven nooit een bestseller. Na zijn dood in 1992 nam de aandacht voor zijn werk toe na een essay over zijn leven in 1999. (bron Wikipedia)


ISBN 9789029589727 | Paperback | 208 pagina's | Singel Uitgeverijen | januari 2015

© Dettie, 18 mei 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEen meisje is maar half af
Eimear McBride


Een uitdaging, dat is het debuut van Eimear McBride.
Het is het verhaal van een meisje dat al snel haar vader verliest en opgroeit met haar moeder en een drie jaar oudere broer.


‘Weet ik. Iets mis mee. ’t Is een. Dat heet. Bloedneuzen. Hoofdpijn. Kan niets vasthouden. Vallen kopjes en borden ruim op zegt ze. Ach zo klein zegt hij laat dat kind toch. Valt van de schommel. Kan niet of. Niet goed vasthouden.
Uitglijden in de modder. Knalt met je. Arm hoofd wit ingepakt bloed sijpelt erdoorheen. Ze is er beroerd van. Klein jongentjeshoofdje. Stil maar.‘


De broer heeft een hersentumor. Na de operatie trotseert hij door te blijven leven het oordeel van de dokters. De vader is uit hun leven verdwenen. De moeder is een godvrezende vrouw met losse handjes. Er moeten novenen gebeden worden, daarvoor komen hulptroepen in huis om mee te bidden: de ‘charismatische’ beweging.
En dan is er de oom, de man die zijn stempel op haar leven drukt.
Het meisje groeit op, gaat naar school, de hormonen beginnen hun werk te doen, ze probeert te ontvluchten naar de stad, gaat studeren, duikt het uitgaansleven in.


En door alles heen is er steeds de broer, de jij, die ze aanspreekt in haar verhaal. De broer met het zwaard boven zijn hoofd. De broer waarvan de moeder wil dat hij priester wordt, maar die de voorkeur geeft aan het leger. De broer die nooit aan het woord komt, maar doordat hij aangesproken wordt, de grootste bijrol heeft. De broer die zijn zus geheel ongewild een schuldgevoel heeft bezorgd. Ze kan hem niet helpen. Ze kan hem niet beschermen. Ze kan zichzelf niet eens beschermen. Het lijkt alsof er geen andere mogelijkheid is voor haar dan juist dat gedrag te vertonen dat niet mag.


‘Ik weet niet ik snap niet maar ik denk er de hele tijd aan hoe ik er weer tussen kan komen en wraak nemen. Doen alsof ik me er niets van aantrek maar me in stilte voorbereiden totdat ik. Wat? Totdat ik die. Woede. Kan loslaten. Ze terugpakken. Echt goed terugpakken en haar ook. Voor. Voor van alles.’


Het boek is geschreven alsof we in het hoofd van het meisje zitten. Het zijn gedachten, het zijn de woorden van de volwassenen om haar heen. Zinnen zijn niet af, soms zijn het alleen woorden, onafgemaakte flarden. Het duurt even voor je doorhebt wat je leest. Hardop lezen helpt.. .en het wordt ook beter naarmate de jongedame ouder wordt. Het verhaal geeft de indruk alsof alles zo uit de losse pols is opgeschreven. Zoals gedachten je invallen, zoals het gesproken woord tot je doordringt. Maar er is een duidelijk verschil tussen het meisje als kind en als jongvolwassene, het moet wel gestileerd zijn. Dit moet in ieder geval een tour-de-force geweest zijn voor de vertaalster!
Het is doorbijten, maar als je eenmaal in het verhaal zit, blijkt de stijl des te indringender. Het is een hard verhaal, een schokkend verhaal. Een verhaal over schuld en mededogen. Een indrukwekkend verhaal.


Eimear McBride (Liverpool, 1976) bracht het grootste deel van haar jeugd Castlebar door op het Ierse platteland. In 1994 verhuisde ze naar Londen, waar ze studeerde aan het Drama Centre. Op haar zevenentwintigste, kort na de dood van haar terminaal zieke broer, schreef ze Een meisje is maar half af, dat bekroond werd met o.a. de Bailey's Women's Prize for Fiction (voorheen Orange Prize), de Geoffrey Faber prize, de Goldsmiths Prize, de Desmond Elliott Prize en werd uitgeroepen tot Irish Novel of the Year.


ISBN 9789048824267 | Hardcover | 256 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep| februari 2015
Vertaald uit het Engels door Gerda Baardman

© Marjo, 12 mei 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Niets te verbergen
Aglaia Bouma

Nederland, 2029: Maud is een zelfbewuste jongedame die haar leven naar volle tevredenheid leidt. Ze geniet van het gemak dat de moderne technologie met zich meebrengt. Zo vindt ze het ideaal dat haar koelkast aangeeft wanneer ze boodschappen moet doen en ook de berichtjes op haar telefoon waarin de tamponfabrikant vermeldt dat haar menstruatie er weer aan zit te komen, komen goed van pas. Sommige mensen in haar omgeving reageren angstig op het verlies van hun privacy maar Maud vindt dat maar overdreven.

Sinds de economie in Amerika volledig is ingestort, wordt Nederland overspoeld door illegale Amerikanen. Zij hopen in Nederland een nieuw bestaan op te bouwen. Deze Amerikanen hebben geen telefoon of ingebouwde chip, met DNA-profiel, die bewijst dat ze een verblijfsvergunning hebben. Veel Nederlanders hebben een hekel aan de Amerikaanse gelukszoekers maar dat geldt niet voor Maud. Ze heeft zelfs een illegaal in huis genomen. Toen ze de zeventienjarige George onder erbarmelijke omstandigheden op straat vond, heeft ze hem onder haar hoede genomen. Maud probeert via het illegale circuit een verblijfsvergunning voor George te bemachtigen. Tot die tijd moet George zich goed verbogen houden want als Maud en George door burgerservice gesnapt worden, zijn de gevolgen niet te overzien.

Maud deel haar mening graag op een openbaar forum. Hoe meer mensen haar berichten waarderen, hoe beter ze zich voelt. Wanneer Maud berichtjes over een farmaceutisch bedrijf plaatst, reageert het bedrijf verbolgen. Er wordt zelfs met gerechtelijke stappen gedreigd. Maud maakt zich geen zorgen, niemand kan haar wat maken. Ze voelt zich veilig in een wereld waar alles en iedereen openheid van zaken geeft. Haar vriendin Amity denkt er heel anders over. Als ze samen wat gaan drinken kiest Amity voor cafeetjes die maar weinig bewakingscamera’s hebben. In haar eigen huis heeft ze zelfs een afluistervrije ruimte ingebouwd. Maud begrijpt Amity niet. Denkt ze nu echt dat burgerservice tijd heeft om alles en iedereen in de gaten te houden?

Dan belt burgerservice bij Maud aan. Een ernstig kijkende heer en dame vermoeden dat Maud iemand in haar huis verbergt. Maud heeft er geen rekening mee gehouden dat haar koelkast al haar aankopen registreert. Maud woont alleen maar doet de laatste tijd inkopen voor twee. Het lukt Maud de twee af te poeieren maar de schrik zit er goed in. De handige snufjes waar ze zo dol op is, kunnen zich dus ook tegen haar keren. Ook het farmaceutische bedrijf heeft nog het nodige voor haar in petto.

Je hebt het thema van dit boek vast al geraden: privacy. Ook tegenwoordig gaan we al behoorlijk achteloos met onze privacy om. Supermarkten registreren onze aankopen met behulp van de handige klantenpassen en op internet delen velen van ons open en bloot hun diepste gevoelens. Schrijfster Aglaia Bouma maakt met dit boek duidelijk dat we best wat zorgvuldiger met onze persoonlijke gegevens om mogen gaan. Het gemak van de moderne tijd kan zich uiteindelijk tegen ons keren, dat ondervindt ook Maud.

Aglaia Bouma heeft goed nagedacht over de nabije toekomst en de gebruikte technologie is geloofwaardig. Persoonsgegevens staan in het elektronische burgerdossier. Wie ooit een misstap begaat, wordt daar de rest van zijn of haar leven mee geconfronteerd. Het leukste moderne snufje is de virtuur. Wie wil weten wat het is zal het boek moeten lezen want ik verklap het niet. Daarnaast is er ook nog een aangrijpende verhaallijn over de jeugd van Maud.

Maud verdient haar geld als prostituee. Dit geeft het verhaal een bijzondere invalshoek. Maud heeft een aantal opvallende klanten en Aglaia Bouma beschrijft veel klantbezoeken in geuren en kleuren. De klanten van Maud komen niet al te best uit de bus. De een heeft een bilpartij vol pukkels, anderen hebben vreemde geslachtsdelen. Soms is het grappig om te lezen, soms is het op het onsmakelijke af. Ik vraag me af waarom de auteur juist deze invalshoek voor dit verhaal heeft gekozen. Is het omdat Maud zich door haar beroep ook letterlijk blootgeeft? Van mij had de schrijfster wel wat minder aandacht aan de seksuele escapes van Maud mogen besteden, het voert nogal de boventoon. De boodschap is in ieder geval duidelijk: ga zorgvuldig met jouw privacy om!

ISBN 9789491875137 | hardcover | 239 pagina's| LetterRijn | april 2015

© Annemarie, 7 mei 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Retour Ameland
Rita Knijff-Pot


In dit boek beschrijft Rita Knijff-Pot de levens van een aantal kinderen in de Tweede Wereldoorlog op Ameland. Het gaat zowel over kinderen die op Ameland woonden als over kinderen uit diverse steden die een periode op Ameland hebben doorgebracht tijdens de oorlog om aan de nare omstandigheden in hun eigen woonomgeving te ontsnappen. Zoals bijvoorbeeld de kinderen die tijdens de kinderuitzendingen in de hongerwinter naar gebieden in Nederland werden gebracht waar nog wel voldoende voedsel voorhanden was. Dit thema is ook onderwerp in de tentoonstelling Naar de boeren, tot 16 augustus 2015 te zien in het Haags Historisch Museum en de tentoonstelling Hongerkinderen - de opvang in Friesland te zien tot en met 31 december 2015 in het Fries Museum.


Op de voorkant van het boek staat dat het een roman betreft. Dit zou impliceren dat het boek voor een deel fictief zou zijn en de auteur een deel van de verhalen van de kinderen zou hebben verzonnen. Zo leest het boek echter niet. Ondanks dat dit voor mij als lezer niet geheel duidelijk wordt, leest het boek als een non-fictie verhaal. Je krijgt de indruk dat de schrijfster de kinderen van destijds recent heeft geïnterviewd en dat zij die interviews in dit boek heeft weergegeven en tot een leesbaar verhaal heeft gemaakt. De totstandkoming van het boek zou te danken zijn aan een gesprek van Knijff-Pot met Robert, die de auteur in 2011 over zijn verblijf op het eiland Ameland in de Tweede Wereldoorlog vertelt. 


Hoe belangrijk deze periode voor de kinderen en voor de eilandbewoners was blijkt uit het feit dat er vaak relaties voor het leven ontstonden, tussen de kinderen onderling en/of de kinderen en hun opvangouders, ook al waren deze mensen helemaal geen familie van elkaar waren. Voor de kinderen was het soms moeilijk weer naar huis te gaan. Ze waren gewend geraakt aan hun nieuwe omgeving en toen moesten ze weer terug naar huis, waar het leven heel anders was verlopen dan zij zelf hadden meegemaakt.


De auteur heeft het boek ingedeeld in verschillende periodes. De tijd waarin de kinderen nog in hun eigen woonplaats verbleven tijdens de oorlog, zowel in de steden als op Ameland. De periode van de oorlog op het eiland, de bevrijding, de thuiskomst van de kinderen en hoe het nu met ze gaat. In eerste instantie vond ik dit niet zo prettig lezen omdat ik graag het verhaal van een persoon verder wilde volgen. Nadat ik verder las, bleek dit toch een fijne opbouw van het boek te zijn omdat je zo de kinderen in de verschillende fases weer tegenkwam en hun verhalen kon vergelijken op de verschillende momenten in de oorlog.


Rita Knijff-Pot heeft met dit boek een mooi document gemaakt over een bijzondere periode in de Tweede Wereldoorlog. De solidariteit die ontstond om kinderen te redden van de wreedheid van de oorlog en met name van een hongerdood is in dit document voelbaar. Het boek lijkt mij ook zeer geschikt voor tieners om te lezen, zodat zij een beeld kunnen krijgen bij dit verhaal uit onze geschiedenis.


Rita Knijff-Pot woont en werkt in het Gooi. Ze is geboren in Utrecht en groeide op in Limburg. Na de studie HBO Klinische Chemie en Microbiologie in Eindhoven ging ze werken aan de Universiteit van Utrecht, Faculteit Wis- en Natuurkunde.
Ze was Contractstudent Kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Al schrijvende over kunst, besloot ze tot een cursus korte verhalen schrijven aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Na deze cursus werd zij toegelaten tot de officiële opleiding en heeft deze twee jaar gevolgd om de literaire kant van het schrijven te ontwikkelen. Vervolgens verdiepte ze zich op de Hogeschool Utrecht, Journalistiek, in literaire non-fictie. Ze schreef columns voor een landelijke website. Dat resulteerde in twee bundels ‘Stand By Your Man I’ juni 2007 en ‘Stand By Your Man II, over de grenzen’ maart 2010. Na Stand By Your Man I en II is in 2013 Stand By Your Man verschenen, een verzamelbundel waarin naast het nieuwe derde  deel 'De Board', ook deel I en II zijn opgenomen. Hiervan is ook een Engelstalige editie.
Ze stuurde twee cursiefjes in naar Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. die meteen werden geplaatst en een gedicht naar precies160.nl. Haar alter ego is Mara Matlung. De achternaam leende ze van haar grootmoeder. ‘Spaans meisje op Ameland’ is haar romandebuut (maart 2011).


ISBN 9789461536945 | Paperback |299 pagina's |Uitgeverij Aspekt |1 maart 2015

© Ria, 7 mei 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Paradise Village
Arthur Umbgrove


"Als je mij twee weken geleden had gezegd dat ik nu met mijn zoon in een open Ford Mustang kriskras door Amerika aan het reizen zou zijn, had ik je voor gek verklaard."

De ik-verteller rijdt daar echter wel. Hij is op de vlucht. Hij heeft niemand vermoord, niemand aangevallen, niemand lichamelijk of geestelijk letsel toegebracht, geen bank beroofd. Hoewel...  Hij heeft een fout gemaakt, dat wel, een beoordelingsfout omdat hij niet wilde wachten op gedegen advies, een fout die grote gevolgen heeft gehad.

Hij was de voorzitter van de Raad van Bestuur van OMR, een provinciale bank en verzekeraar van vooral midden- en kleinbedrijf. Hij moest die bank van zijn stoffige imago afhelpen. OMR moest een concurrent worden van de grote, landelijke bedrijven, het moest een internationale uitstraling krijgen. Dat was een kolfje naar zijn hand, hij had lef, hij was ambitieus. Kortom, hij was geknipt voor die baan en had succes. - Enige zelfverheerlijking is hem niet vreemd. - De kans om Larpe, het bloeiende middelgrote bedrijf dat vastgoedprojecten financierde, te kunnen overnemen was een geschenk uit de hemel. De Nederlandse Bank zag geen bezwaar in de overname. De koop wordt gesloten, de overdracht vindt plaats, iedereen is blij. Hij werd gekozen tot bestuursvoorzitter van het jaar...

Maar tijden veranderen, anderhalf jaar later breekt de financiële crisis uit en klapt alles in elkaar. Larpe blijkt een luchtballon, een enorme miskoop, een kat in de zak. En met de val van Larpe stort ook het leven van de verteller in. Hij raakt zijn baan kwijt maar erger nog, hij wordt gezien als de boosdoener, de graaier, de inhalige... Hij krijgt de pers over zich heen en wordt zo erg bedreigd dat hij weg moet. En zo komt het dat hij zichzelf in Amerika aantreft, met zijn zoon Thomas in een open Ford Mustang.

Het verhaal wordt verteld vanuit Thomas en zijn vader, de ik-verteller. Soms richt de ik-verteller zich tot de lezer, hij daagt de lezer als het ware uit. Dit is vooral uit zelfverdediging, om zijn daden te rechtvaardigen, ze goed te praten. De andere keer lezen we de gedachten van Thomas, hoe hij met wijze mildheid naar zijn vader kijkt, hoe hij over zijn vader denkt en... beschermt.
De overgangen van Thomas naar de ik-verteller lopen af en toe niet soepel, maar toch maakt dat het verhaal ook weer heel apart.

Het is een mooi, ontroerend verhaal. Vooral de kinderwijsheid van de elfjarige Thomas raakt je maar ook de worsteling van de ik-verteller en de paniek die soms bij hem toeslaat gedurende zijn vlucht zijn prachtig beschreven.
Thomas is een intelligente, spontane jongen met autistische trekjes. Moeder Marise is altijd met Thomas bezig, probeert zijn leven zo aangenaam en begrijpelijk mogelijk te maken. Zij legt briefjes neer waar op staat wat hij 's ochtends voor het naar school gaan moet doen, zoals douchen, aankleden, ontbijten enz.  anders raakt hij in de war of vergeet hij iets. Zijn vader gelooft daar niet in en wil dat zijn zoon sterk is en niet zo in de watten gelegd wordt. Vader is bovendien zelden thuis, het is Marise die onderhandelt met school, die achter alles aan gaat en haar zoon door en door kent.


Maar nu is de ik-verteller op de vlucht met zijn zoon, die hij in feite helemaal niet kent, en hij ontdekt eindelijk de kwaliteiten van zijn opgewekte, verrassende kind. De zelfgenoegzame man moet uiteindelijk constateren dat zijn zoon en zijn vrouw veel meer in hun mars hebben dan hij zelf...


ISBN 9789021457925 | Paperback | 317 pagina's | uitgeverij Querido/Singel uitgeverijen | Mei 2015

© Dettie, 2 mei 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het paviljoen van de vergeten concubines
Pim Wiersinga


China eind 18de eeuw.
In deze roman in brieven lezen we het verhaal van de vrouwelijke keizerlijke tolk tweede klasse genaamd Cao Baoquin. Zij verblijft in het Paviljoen van de Vergeten Concubines, in feite is het een fraaie naam voor het afgesloten verblijf na verbanning van het keizerlijke hof. Cao is daar naartoe gezonden omdat haar kwalijk werd genomen dat de Britse gezant Macartney weigerde te knielen voor de keizer.


Cao is een zeer geletterde vrouw, ze was ooit de minnares van de inmiddels overleden auteur Cao Xequin. In haar brieven aan de keizer vraagt ze om vrijlating en vertelt ze hoe het meesterwerk van Xequin Droom van de Rode Kamer tot stand kwam en welke rol zij in dat boek speelt. Het boek is zo populair dat het onrust in China en aan het hof veroorzaakt.
De vertrouweling van de keizer, Heshen, is echter corrupt en onderschept de brieven. Cao wordt zelfs gemarteld wegens 'verregaande brutaliteit', volgens Heshen uit naam van de keizer, maar het is Heshen zelf die de opdracht gaf. Dit ontstemt de keizer zeer en Heshen wordt ter dood veroordeeld, maar het blijkt een vonnis dat niet doorgezet wordt.


Cao verzoekt om vrijlating onder het mom dat zij graag wil tolken voor de nieuwe gezant Isaac Titsing. - In verband met de vieringen van het zestigjarig keizerschap van Keizer Qianlong werd Titsingh benoemd tot Nederlandse Ambassadeur aan het hof van de keizer van China. - Zij kent Titsing, en acht hem zeer hoog, vanwege haar werk in Deshima, de handelspost bij Japan. Dit is in haar voordeel omdat zij zo de Chinese keizer van de nodige informatie over Titsing kan voorzien. Ook Isaac Titsing wil Cao graag weerzien en indien het onbetamelijk is dat een vrouw voor een man werkt, is hij zelfs bereid haar te trouwen. Dit verzoek wordt door Cao afgewezen omdat zij Titsing te hoog acht...

Ondertussen blijkt Cao een leidende rol in het paviljoen te hebben. Haar welbespraaktheid maakt dat de overige concubines ontzag voor haar krijgen. Cao schrijft zelfs een boek, iets wat in die tijd zeker niet gedaan werd door een vrouw. Langzamerhand krijgt zij steeds meer invloed...


De brieven van Cao Baoquin zijn met veel omzichtigheid geschreven, Zij probeert zoveel mogelijk de keizer te eren maar evengoed zegt zij in alle voorzichtigheid en met veel egards wat zij op haar hart heeft. De taal die zij gebruikt is voorzien van vele bijzinnen en uitweidingen om vooral de keizer niet te ontrieven. Er spreekt een grote intelligentie uit haar brieven.
Het is verbluffen hoe Pim Wieringa zich heeft weten te verplaatsen in de taal, tijd en omstandigheden van Cao Baoquin. Als lezer moet je de tijd nemen om de brieven goed door te lezen en te beseffen wat Cao Baoquin in feite allemaal vertelt. In deze tijd van korte twitter en korte sms-berichtjes en snelle taal in hapklare brokken zal het voor menigeen wennen en lastig zijn om dit boek in de voorzichtig gekozen taal en de omtrekkende bewegingen te lezen. Toch loont het de moeite want er ontvouwt zich uiteindelijk een erg boeiend en ontroerend verhaal dat je lang zal bijblijven.


ISBN 9789062658541 Paperback 206 pagina's Uitgeverij In de Knipscheer oktober 2014

© Dettie, 28 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWeerwater
Renate Dorrestein


Dat er, na een indrukwekkend aantal romans geschreven te hebben, even geen inspiratie is, dat kan de beste overkomen. Het overkomt ook Renate Dorrestein. Al twee jaar heeft ze geen roman meer geschreven. Als de uitnodiging komt om een gastschrijverschap te vervullen hapt ze meteen toe. Ook al is het in Almere: ‘Een stad die met veel planologisch aplomb niet zozeer op de kaart was gezet als wel er op gesmeten. Een stad jonger dan een gemiddeld mensenleven.’


Maar misschien is het wel mogelijk een nieuwe start te maken in zo’n jonge stad. Er is misschien geen geschiedenis, maar Almere heeft vast wel andere kwaliteiten. Het huis waar ze een jaar zal verblijven is een hypermodern tuinhuisje, midden in het groen, in een vrolijk, kleurrijk wijkje: De Fantasie. De opdracht is een roman te schrijven die zich in Almere afspeelt en als vanzelf gaat de werkelijkheid over in een verzonnen realiteit waar de schrijfster zich midden in bevindt.


‘Ik bel je’, riep hij.
‘Ik bel je. Dat heeft geen mens hier al geen jaren meer gezegd. Er zijn zoveel dingen waarvoor we tegenwoordig een moord zouden doen.’


Het lijkt wel alsof ze het meeneemt (wat natuurlijk ook zo is!): ze is nauwelijks geïnstalleerd of het weer slaat om. Een enorme augustusstorm steekt op: de regen klettert neer, het onweer is niet van de lucht, het verkeer raakt ontregeld, er rijden geen treinen meer, Almere raakt volledig afgesloten van de buitenwereld. De volgende dag lijkt alles weer in orde te komen, maar er is een vreemd geluid, een hitte, en dan een bank van mist. Iedere verbinding met de buitenwereld is verbroken, het is alsof er buiten Almere niets meer is. Ieder levend wezen, ieder voorwerp dat de mist in gaat verdwijnt. In het niets.


De achterblijvers zijn aan zichzelf overgelaten. Geen elektriciteit, geen stromend water, geen communicatiemiddelen. Er zijn beduidend meer vrouwen dan mannen, omdat de mannen die ochtend naar hun werk elders vertrokken zijn. De voedselvoorraad zal snel op zijn, de deuren van de gevangenis zijn opengegaan en de inwoners lopen vrij rond, oude mensen en pasgeborenen blijken erg kwetsbaar, bij gebrek aan medische voorzieningen. Bacteriële infecties liggen op de loer.

In deze nieuwe wereld is Renate de kroniekschrijver. Zij noteert hoe de nieuwe wereld zich vormt. Hoe zullen de achterblijvers zich redden?
In het tweede deel van haar kroniek is de nieuwe maatschappij min of meer gevormd. Maar de problemen zijn niet zomaar van de baan. Na een aanval door de ontsnapte gevangenen schrijft Renate:


‘Stad van de middelmaat. Stad zonder hersens.
Ik kon het wel uitschreeuwen. Deze stad had de intellectuele en culturele bagage van Hema-rookworstvreters. Zelfs ik hoorde hier al tot de top van de denkende elite. Arm beperkt Almere. Wie van zijn bewoners had de capaciteiten om ons uit het dal te slepen dat vandaag zijn dieptepunt had bereikt?’


Hoe zal het dat arme Almere vergaan?


Weerwater is een recreatieplas aan de rand van Almere. De opbouw van de stad vindt moeiteloos zijn weg naar de roman, zodat het inderdaad een roman over Almere geworden is. In de hoop dat de rest fantasie zal blijven, heeft Renate Dorrestein een mooie roman geschreven over de mens in al zijn ware zijn: geen menselijke trekje of het komt in het verhaal voorbij.  Is er hoop voor de mensheid na een ramp als deze waarbij iedereen op zichzelf terug geworpen wordt? Of zullen onze slechtste eigenschappen toch de overhand krijgen?
Het zal geen verbazing wekken: ook deze goed opgebouwde roman is in een prettig leesbare stijl en de lichte toon waar Dorrestein om bekend staat geschreven. Zoals ze zelf zegt:


'Fictie laat ons zien wat het betekent om mens te zijn en hoe moeilijk het is een fatsoenlijk mens te blijven als de omstandigheden onfatsoenlijk worden.'


Renate Dorrestein werd op 25 januari 1954 in Amsterdam geboren. Ze groeide op in een rooms-katholiek gezin. Haar vader was advocaat, haar moeder voor haar huwelijk onderwijzeres. Al op de lagere school begon ze met schrijven.


ISBN 9789057597121 | Paperback | 301 pagina's | Uitgeverij Podium | februari 2015

© Marjo, 26 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altVerraad me niet
Tessa de Loo


‘Het was maar een geintje, weet je...’ zei Wolf zacht.
‘Het liep alleen een beetje uit de hand. Die klootzak moest een keer op zijn nummer worden gezet. Dat zat er dik in... Dat zat er al een tijdje dik in. Alleen...’


Het schokt de dertienjarige Michiel tot in het diepst van zijn ziel als hij per ongeluk ziet hoe zijn broer betrokken is bij een gewelddadig voorval. Nog erger wordt het als zijn broer, waarmee hij het altijd zo goed kon vinden, hem nu bedreigt. Als het uitkomt, is hij zijn toekomst kwijt, met een strafblad komt hij nergens meer aan de bak, en het is zijn droom om  naar de zeevaartschool te gaan.


‘En jijzelf, hoe denk je dat het is om een criminele broer te hebben, die zijn straf uitzit? Hoe vertel je dat aan je vrienden? Je vriendinnen? Hè. Heb je over al die dingen nagedacht?’


Michiel doet niet anders. Hij kan niet doen alsof hij niets gezien heeft. Alsof er niets gebeurd is. Het beheerst zijn leven. Bovendien is zijn vriendin, Titia, waarmee hij al van jongs af aan optrekt, er bij betrokken. Niets zeggen, het betekent dat hij zijn ouders bedriegt, het houdt in dat het leven van andere, onschuldige mensen aan gort ligt. Moet hij zijn mond houden, zijn broer helpen? Ook al weet hij dat het leven van zijn broer, van zijn ouders en van hem zelf in puin zal liggen als hij naar de politie gaat? Het is een dilemma dat te zwaar is voor een jongen van dertien.
Hij slaapt er niet van, gaat als een schuw dier door het huis, want hoe kan hij zijn ouders in de ogen kijken? Zijn moeder die zo trots is op haar oudste zoon?
Een beetje troost vindt hij bij zijn vogels, maar het is niet genoeg. Hij ontdekt wat het is om een geweten te hebben, en dat maakt het er niet makkelijker op.


Het is een invoelend verhaal over de belevingswereld van een jongen die voor een erg moeilijke, zo niet onmogelijke keuze staat. Tessa de Loo duikt als het ware in het hoofd van de jongen, hetgeen zorgt voor een niet al te moeilijke stijl. Jongeren zullen dit boek heel goed kunnen lezen, en zich bovendien goed kunnen inleven in de wereld van Michiel.

Tessa de Loo ( Bussum, 1946) debuteerde in 1983 met de verhalenbundel De meisjes van de suikerwerkfabriek. Het boek De tweeling   is haar meest succesvolle boek tot nu toe.


ISBN 9789029578721 | Hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Arbeiderspers | november 2011

© Marjo, 22 april 2015 

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER