Nieuwe boekrecensies

height=De IJsmaker & de Enun
en andere intrigerende verhalen
Jan Piriac

De titel van deze verhalenbundel zet al meteen aan het denken. Bij een ijsmaker denk ik onmiddellijk aan de vriendelijke mensen van de Italiaanse ijssalon in de stad maar wie of wat een Enun is, dat wist ik niet. Even was ik bang dat mijn onwetendheid aan domheid te wijten viel maar gelukkig bleek het woord “Enun” geheel en al aan de fantasie van de schrijver ontsproten te zijn. Ik kon opgelucht ademhalen.

De ijsmaker in het gelijknamige verhaal heeft een weergaloos ijsrecept bemachtigd. Zijn zelfgemaakte vanille-ijs wordt aan menig restaurant verkocht. Vooral restauranthouder Ricardo koopt grote hoeveelheden van het smakelijke, koude goedje in. Opvallend veel zelfs. Wanneer de ijsmaker in de krant leest dat men in de Oekraïne in de ban van een speciaal soort vanille-ijs is, bekruipt hem een ongemakkelijk gevoel. Ricardo zal het ijs toch niet tegen woekerprijzen doorverkopen? Het ijs van de ijsmaker bevat een geheim ingrediënt. Een ingrediënt waarvan hij de naam angstvallig voor zich houdt. Hij heeft echter niet op de Oekraïense maffia gerekend. Met een speciale speurhond zijn ze op zoek naar de maker van het immens populaire ijs. Ze willen het recept, goedschiks of kwaadschiks.

De Enun is een buitenaardse beschaving die verantwoordelijk is voor de oerknal. Omdat hun planeet aan hevige slijtage onderhevig is, hebben zij de aarde geschapen. Ze houden angstvallig de conditie van onze planeet in de gaten en grijpen in waar nodig. De Enun heeft het vooral op de watervoorraad van onze planeet voorzien. Zij hebben de opwarming van de aarde bespoedigd en ervoor gezorgd dat de verbrandingsmotor het licht zag. Af en toe worden er fouten gemaakt. Kernsplitsing was een ontdekking die ze achteraf liever achterwege hadden gelaten. Terwijl wij mensen ploeteren om de aarde zo leefbaar mogelijk te houden, zijn het in werkelijkheid de Enun die de touwtjes in handen hebben.

Zowel de ijsmaker als de Enun komen meerdere keren in deze bundel voor maar er staat ook andere verhalen in. Een dwaas sprookje over de lompe Brunhilde die knaagdieren en potloodventers neer knuppelt bijvoorbeeld en een wonderlijk en mooi verhaal over reïncarnatie. Een ander verhaal gaat over het zangtalent Marie die van haar man Arie niet zingen mocht.  In het verhaal “Oma en Loewie” was het misschien niet zo’n goed idee om oma mee naar het safaripark te nemen.

In totaal staan er twaalf korte verhalen in dit boek. Twaalf op amicale toon vertelde, ongebruikelijke verhalen. De losse verhalen vormen samen een mooi geheel. De auteur laat details uit verhalen terugkomen in andere verhalen. Het levert leuke momenten van herkenning op. Soms  grenst de herkenning aan het ongemakkelijke want Brunhilde doet een wel heel onsmakelijk goedje in haar vanille-ijs. Het zal toch niet het geheime ingrediënt van de ijsmaker zijn?! De verhalen zijn vermakelijk, vlot en losjes geschreven en maken nieuwsgierig. De paar stroeve zinnen in het boek nam ik voor lief.

Een verhalenbundel moet verrassen en, net als het vanille-ijs van de ijsmaker, naar meer smaken. Bij deze bundel is dat goed gelukt. Jan Piriac – een pseudoniem – is erin geslaagd een onderhoudende en originele verhalenbundel te schrijven. Ik sluit af met de laatste woorden uit het voorwoord van deze bundel:

“Geniet, en leer er alsjeblieft niets van!”

ISBN 9789461536495 | paperback | 93 pagina's| Uitgeverij Aspekt | januari 2015

© Annemarie, 24 februari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

Dwaallicht
Josha Zwaan


De meesten van ons kennen verschillende psychische ziekten van naam en hebben een globaal idee wat ze inhouden. Wie er mee te maken heeft in de directe omgeving heeft waarschijnlijk al een beter beeld van wat ze echt inhouden en betekenen voor het leven van de patiënt en zijn omgeving. Maar hoe het werkelijk is om te moeten proberen te leven met een psychische stoornis? Dat is voor een gezond mens niet voor te stellen, tenzij...... je in de huid kunt kruipen van zo iemand. Maar hoe doe je dat? Josha Zwaan heeft dat mogelijk gemaakt in deze aangrijpende, maar hoopgevende roman.


Samenvatting

Dwaallicht gaat over leven met een psychische stoornis. Marthes leven wordt beheerst door angsten en wanen. Haar man Barend kijkt machteloos toe en hun kinderen zorgen inmiddels meer voor hun moeder dan zij voor hen. Tijdens een vakantie escaleert de situatie en Barend vertrekt met de kinderen. Marthe belandt in een psychose en zwerft wekenlang door Amsterdam. Heel voorzichtig leert ze zichzelf te accepteren en een sprankje zelfvertrouwen groeit. Maar past zij nog in het leven van haar gezin?

Voor het schrijven van deze roman heeft Josha Zwaan geput uit haar eigen ervaring met depressie en angst en uit haar ervaringen in de hulpverlening aan dak- en thuislozen en verslaafden. (Website Ambo/Anthos).


Leeservaring

Terwijl ik dit schrijf, ligt het derde boek van Josha Zwaan nog niet in de winkel. Eerder al las ik Parnassia (2010)  en Zeevonk (2013), mooie en interessante boeken, met aandacht voor het persoonlijke leed als gevolg van (soms nog onvoldoende bekende) historische gebeurtenissen (de opvang van Joodse kinderen in WO II, een jeugd in een Jappenkamp en getraumatiseerde ouders). Zware thema's en toch geschreven in een rustige en prettig leesbare stijl.
In de voorjaarscatalogus van Ambo/Anthos zag ik dat haar derde boek in februari uit zou komen. Ik vind het een voorrecht dat ik al eerder in de gelegenheid gesteld werd het te lezen. En ik kan met overtuiging zeggen: Dwaallicht overtreft haar vorige boeken! Misschien wel omdat het ook het meest persoonlijke is. Maar net als in de beide andere boeken wordt er op een bijzondere manier aandacht gevraagd voor onbegrepen persoonlijk leed, ditmaal niet veroorzaakt door een historische gebeurtenis, maar door een psychische ziekte. En dat in een spannend en meeslepend verhaal.


Bijna het gehele boek ligt het perspectief bij Marthe. Dat is ook nodig om echt te kunnen begrijpen wat ze doormaakt. Af en toe krijgt Barend het woord. Hij verwoordt wat het voor het gezin en de kinderen betekent om te leven met iemand als Marthe. Al houden ze allemaal nog zoveel van haar, haar ziekte is voor hen verstikkend. En tegelijkertijd een bron van zorg, ook voor de opgroeiende kinderen.


Het verhaal wordt niet geheel chronologisch verteld, maar de opbouw is achteraf bezien wel logisch. De eerste paar bladzijden hebben als titel: Belle-Île, zomer 2000. Marthe is met haar gezin op vakantie in Frankrijk. Ze ligt op het strand, maar voelt zich niet helemaal prettig. Nare herinneringen dringen zich op, maken haar angstig. Ze is bang dat het weer mis zal gaan met haar. Het hoofdstuk eindigt onheilspellend.


Dan volgt een deel met het jaartal 1996 erboven. Ondanks haar angsten probeert Marthe zichzelf te dwingen tot een korte vakantie in Zeeland, om het gezin een plezier te doen. In de loop van dit deel komen we ook meer te weten over haarzelf, haar man Barend en hun kinderen Willem, Jona en Luna. Haar man is cellist in een orkest. Marthe heeft Frans gestudeerd en vertaalt in opdracht Franse literatuur en poëzie. We lezen hoe ze elkaar hebben ontmoet. Tussen de regels door wordt duidelijk hoe erg de angsten, verwarring en chaos in Marthe's hoofd zijn en dat Barend ervan op de hoogte is, maar de situatie probeert te negeren, omdat hij niet meer weet wat hij er aan moet doen. Want Martha wil geen medicijnen en geen hulp, dan blijft er weinig over.


In de vakantie gaat het mis. Door de liefde tussen Barend en Marthe is ze in staat een poging te doen voor hem onder woorden te brengen wat er mis is. Hier een citaat opnemen van die gesprekken zou de zorgvuldige opbouw waarmee de lezer betrokken wordt bij wat er allemaal gebeurt in het hoofd van Marthe, teniet doen. Dat zal ik dus niet doen. Al lezend ontstaat er een beter begrip en is meeleven vanzelfsprekend. Zonder in een dramatische of sentimentele schrijftrant te vervallen, maar soms juist met poëtisch taalgebruik betrekt ze de lezer bij het lot van Marthe.


Dan springen we terug naar 1985, het jaar waarin hun zoon Willem werd geboren. Kort na de bevalling krijgt ze een psychose. Daaraan vooraf krijgen we haar voorgeschiedenis te lezen. En hoe haar ouders, onderwijzers, dokters, psychologen en psychiaters er mee omgegaan zijn. Wat medicijnen destijds betekenden. Haar eerste verblijf in een inrichting, waar iedereen wil dat ze praat over wat er in haar omgaat. Maar dat wil/kan ze niet. Ze wil naar huis en uiteindelijk mag dat en ze bouwt (stiekem) langzaam de medicijnen af die haar gevoelsleven zo vlak maken en accepteert dat de angst terugkomt, maar vertelt het niemand.


In het volgende hoofdstuk (1997) staat een ski-vakantie centraal. Het gaat niet goed binnen het gezin, de kinderen ontzien hun moeder en gaan steeds meer hun eigen gang, Barend trekt zich terug in zijn muziek, is steeds minder thuis en overweegt zelfs een eind aan de relatie te maken. Marthe voelt zich schuldig en stelt een ski-vakantie voor in Oostenrijk, omdat ze weet dat dat voor de rest van het gezin een grote droom is. Maar het blijkt dat ze zichzelf heeft overvraagd en het gaat mis. Barend kan er niet meer tegen en gaat er met de kinderen vandoor.


Marthe stort helemaal in (1998) en raakt op drift. Ze gaat totaal in de war een zwervend bestaan leiden. Komt in de meest ellendige situaties terecht, maar ondervindt ook steun van "lotgenoten". Uiteindelijk wordt ze gevonden en zoekt ze de rust van een klooster op.


In 1998-2000 is Marthe weer thuis. Met medicatie en therapeutische hulp zet ze haar leven weer op de rails. Ze ontdekt dat er tegenwoordig betere medicijnen zijn, met minder bijwerkingen en dat een therapeute een enorme steun kan zijn. Ze kan weer met plezier werken: Franse poëzie vertalen. Ze praat de gebeurtenissen uit met haar kinderen. Alles lijkt de goede kant op te gaan en dan lijkt het haar tijd om weer eens met z'n allen op vakantie te gaan, naar Frankrijk dit keer.


En zo keren we in het laatste hoofdstuk terug naar 2000 op Belle-Île. Zal het dit keer wel goed gaan? Het eerste hoofdstuk eindigde niet zo veel belovend....


Dwaallicht
is een roman over liefde, waanzin en verlangen. Maar ook over (Franse) literatuur, muziek en andere vormen van schoonheid. De bovenstaande droge samenvatting kan op geen enkele manier voldoende weergeven wat Josha Zwaan schijnbaar moeiteloos doet: begrip kweken voor iedereen die te maken heeft met deze nare ziekte, als patiënt of als familielid. Scherpe en diepe emoties weet Josha Zwaan invoelbaar te maken, zonder zich te verliezen in dramatisch taalgebruik. Haar stijl blijft rustig en helder en overtuigt daardoor des te meer. Haar zinnen klinken vaak ritmisch en poëtisch, de symboliek is nooit ver weg.


Kortom: een aangrijpend boek over een serieus onderwerp dat voor velen een eye-opener zal blijken te zijn. Onbetaalbare informatie verstopt in een spannend en hoopvol verhaal en geschreven in een prettig leesbare stijl.


Tot slot toch nog maar een citaat, uit de vakantie in Zeeland. Barend leeft zich luidruchtig uit met de kinderen.


"Zijn kreten echoden in haar hoofd, mengden zich met de verwijten die hij haar al maanden maakte. Sinds hun verblijf aan zee verborg hij zijn onvrede, speelde met de kinderen of trok zich terug met zijn cello. Donkere tonen klaagden haar aan, wat hij niet uitsprak klonk iedere avond sterker door in zijn spel. Als de snaren hun stem te luid lieten horen, nam ze de strijkstok uit zijn handen, legde de cello voorzichtig op een zijde en nestelde zich op Barends schoot."


Net als Parnassia is dit bij uitstek een leesclubboek.

ISBN 9789026330650 Hardcover 256 pagina's Ambo/Anthos, februari 2015

© Librije, 20 februari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

height=Verbroken beloftes
Jenny Offill

Ik hoopte dat ik in jouw gelukkigste herinnering zou voorkomen.

Sommige verhalen hebben een haast betoverende uitwerking op me. Dat geldt ook voor de prachtige roman Verbroken beloftes. Het boek vertelt het verhaal van een jonge vrouw. Eens wilde ze een “kunstmonster” worden maar nu uit ze haar creativiteit in het geven van schrijfcolleges. Ook werkt ze als ghostwriter voor een bijna-astronaut. Haar eerste boek is nooit door een tweede opgevolgd.

Zoals dat bij velen gaat duurde het even voor ze haar ware liefde vond. Vriendjes werden exen in plaats van echtgenoten. Maar toen diende zich toch een grote liefde aan. Een liefde die met een huwelijk en een dochter bezegeld werd:

Ik weet nog dat ik het woord voor het eerst tegen een onbekende zei.  ‘Het is voor mijn dochter’, zei ik. Mijn hart klopte te snel, alsof ik gearresteerd zou kunnen worden.

Het hebben van een man en kind verandert het leven van de jonge vrouw voorgoed. Zelf verandert ze ook. Ze heeft haar handen vol aan de verzorging van haar dochter die in niets lijkt op de dromerige baby’s uit reclamespotjes op tv. Haar dochter is een kleine dwingeland en kan eindeloos huilen. Maar toch, tóch is de liefde die ze voelt allesoverheersend:

Maar die geur van haar. De manier waarop ze haar handje om mijn vingers klemde. Dat was als een balsem. Dan hoefde ik niet na te denken. Het dierlijke domineerde.

Een flat vol muizen maakt plaats voor een appartement waar een bedwantsenplaag woedt. Het leven lijkt op dat van vele anderen maar toch is het bijzonder. Hun leven is uniek zoals elk leven uniek is. Uniek en toch herkenbaar. Niet dat iedereen met muizen en bedwantsen te maken krijgt maar ongemakken horen nu eenmaal bij het dagelijkse bestaan. Het zijn de kleine tegenvallers in het leven die de mooie momenten van een gouden randje voorzien.

Het leven is goed zoals het is maar toch biedt het nog zoveel meer. Wat zou er zijn gebeurd als ze toch een kunstmonster was geworden? Hoe zou het leven zijn gelopen als die ene ex nooit een ex was geworden? Waarom is dat tweede boek er eigenlijk nooit gekomen? Wat is nu eigenlijk de definitie van liefde? De bedwantsen laten zich niet verdrijven maar een nieuw appartement lost het probleem op. Alles is weer schoon en glanzend maar het leven lijkt iets van zijn glans te hebben verloren. Het alom bekende is-dit-alles-gevoel dringt zich op.

En dan is daar een misstap van manlief. DE misstap. Een misstap die vele huwelijken regelrecht naar de afgrond voert. Ze voelde het als het ware gebeuren. Ineens was daar een terloopse zin die niet klopte. Een woordencombinatie die nooit eerder was uitgesproken. De twijfel sloeg toe en de aap kwam uit de mouw. Kan het huwelijk nog gered worden? Terwijl hun inmiddels zesjarige dochter vredig slaapt, wordt er heel wat gefluisterruzied. Is het einde van het liefdessprookje in zicht?

Ze herinnert zich de eerste nacht dat ze wist dat ze van hem hield, hoe de angst naar binnen suisde. Ze had haar hoofd op zijn borst gelegd en naar zijn hart geluisterd. Ook dit zal ooit stoppen, had ze gedacht. Het nee, nee, nee ervan.

Verbroken beloftes
is een adembenemend mooie roman over de liefde, het leven en het ouderschap. Het boek bestaat volledig uit losse fragmenten die samen een beeldschoon, ontroerend en soms ook grappig verhaal vormen. De hoofdpersoon laat zich op ontwapende wijze uit over de frustraties en verwondering die het moederschap en het huwelijk met zich meebrengen. De fragmenten bestaan uit feiten, wetenswaardigheden, citaten, overpeinzingen, herinneringen en gebeurtenissen uit de geschiedenis die indruk maakten. Ook staan er lieve, grappige en ontroerende uitspraken van haar dochter tussen.

‘Weet je waarom ik van je hou?’, vraagt mijn dochter. Ze drijft in het badwater, haar hoofd witgesopt. ‘Nou?’, zeg ik. ‘Omdat ik je moeder ben’, zegt ze tegen me.

Na de ommekeer in het huwelijk verandert het vertelperspectief van de ik-vorm naar de zij-vorm. De hoofdpersoon creëert op deze manier meer afstand tussen haarzelf en hetgeen haar overkomt. Het benadrukt haar verdriet.

De echtgenote heeft nooit niet met hem getrouwd willen zijn. Dit klinkt onoprecht, maar het is waar.

De korte fragmenten zeggen stuk voor stuk meer dan een uitgebreid hoofdstuk. In een paar uiterst zorgvuldig gekozen woorden wordt meer dan slechts het neergepende verteld. Sommige fragmenten zijn zó mooi en poëtisch geschreven dat ik ze steeds opnieuw las om de woorden zo zorgvuldig mogelijk in te kunnen drinken. Dit boek valt eigenlijk niet te beschrijven. Zelden is een verhaal zo diep tot me doorgedrongen. Deze wonderlijke verhaalbeleving zou iedereen moeten ervaren. Lees dit boek, het is prach-tig!

ISBN 9789044533972 | hardcover | 189 pagina's| Uitgeverij De Geus | februari 2015
Vertaald door Roos van de Wardt

© Annemarie, 21 februari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

Zoeken naar Slory
Ezra de Haan


Ezra de Haan (ps.) gaat in dit boek op zoek naar de bekende Surinaamse dichter Michaël Slory. Tegelijkertijd is dit roadboek  een vakkundige inkijk in het Suriname van nu. Het Suriname waar de gewoontes duidelijk anders liggen dan in Nederland. Gelukkig vergelijkt De Haan de twee landen niet, maar hij schetst met vaardige pen wat er opvallend is en vooral schokkend.
De economie ligt op zijn rug en de straten worden bevolkt door prostituees, vooral in Paramaribo. De oude koloniale bouwwerken zijn in verval.


Kokospalm
onder de vloeiende wind
luistert het gedicht
en zuivert zich.
Nee hier is geen eenzaamheid.

Kijk, het gras groeit
De vogels zingen.
En één en al omarming
is de ruimte.


De Haan denkt aan dit gedicht van Slory wanneer hij Fort Zeelandia voor het eerst ziet, badend in het zonlicht, maar ook decor van de decembermoorden. De moorden, die een diepe wond in de Surinaamse samenleving hebben achtergelaten. Bouterse weer aan het bewind en geen gerechtigheid voor de moorden. Er wordt niet afgerekend met het verleden, integendeel, het verleden bladdert alleen maar af.


De tropische hitte is zo klam dat De Haan zich vaak moet douchen. Hij is niet te beroerd om de plaatselijke gerechten te verorberen zoals de kreeften, maar hij drijft dan uiteindelijk bijna letterlijk in de sauce, en hij drinkt Parbo, het niet onsmakelijke bier, of geeft zich op de avondlijke feesten over aan het genot van rum met cola. De vrouwen hebben zijn sympathie omdat het overlevers zijn, die soms met kruiden op de markt staan of op andere manieren zich staande houden, veelal door de steun van familie of andere vrouwen.


De Haan geeft les en doet mee aan literaire avonden, waar hij voorleest en leest iedere ochtend de krant met het local news. En of dat nog niet genoeg is, trekt hij per boot - onder begeleiding - het binnenland in om met eigen ogen de jungle te aanschouwen en vooral te fotograferen. Kaaimannen, apen, vlinders, vogels, maar ook houtkap en illegale jagers komen op zijn weg evenals de bauxietontginning. In de ogen van Slory is dat een aantasting van de aarde en met dat gedicht beziet De Haan de zaak heel anders dan hij dat normaal gedaan zou hebben. De gedichten van Slory vormen een venster op de wereld. Een kritisch maar ook spiritueel venster, de aarde is een lichaam. Politiek is lijden.


Ze graven je borsten
en je ingewanden open.
Ik weet het moeder, ik weet het!
Ze slepen het bauxiet,
het roze bloed van je ingewanden weg,
om het op te stapelen in magazijnen.
Ik weet het moeder, ik weet het!
Dezelfde dieven
die Tsjombe en Verwoerd helpen
om de negers te verraden en te doden...


Een onverwacht thema in dit mooie boek is bovendien: discriminatie. De bakra (blanke), die plotseling niet met een bus wordt meegenomen, maar ook de politieke discriminatie. Eerst vooral van de communisten, Slory ondervond deze discriminatie toen hij zijn bundels aanvankelijk bij Pegasus, de communistische uitgeverij, liet verschijnen. De Hindoestanen discrimineren de Creolen en als tegenstander van de alom aanwezige Bouterse kom je al helemaal niet meer aan de bak.


Als een echte Stanley is De Haan op zoek naar zijn Livingstone, de dichter Slory. Maar wie is dat eigenlijk?
Michaël Arnoldus Slory werd in Suriname geboren in 1935. Hij dichtte eerst in het Sranan, maar later publiceerde hij bij bovengenoemde uitgeverij Pegasus in het Nederlands. Teruggekeerd in Suriname, na een studie Spaans in Nederland, publiceerde hij weer in het Sranan. Later stapte hij weer op het Spaans en Nederlands over. Slory krijgt veel prijzen en een Koninklijke Onderscheiding.


Vlak voor zijn terugkeer naar Nederland ontmoet De Haan zijn idool dan toch op het terras van een restaurant. Hij ontdekt spoedig dat Slory eigenlijk Suriname is! Het water van de rivieren is zijn bloed, zijn stem de wind en zijn lichaam de aarde. Zijn geest zou je het ideaal kunnen noemen waaraan Suriname zou moeten werken, maar dat door de omstandigheden in de ijskast terecht is gekomen.
De Haan kan maar één foto maken van Slory, de batterij van zijn toestel begeeft het daarna. Een mooi beeld, want de oude indianen in Amerika geloofden dat de blanken hun ziel stalen door foto's te nemen. Slory's  ziel blijft dus intact.
Het interview met Slory wordt bijna integraal weergegeven.


Een mooi boek over Suriname met de dichter als gids en De Haan, die ons vakkundig bijlicht! Achterin bovendien een overzichtelijke lijst met Surinaamse schrijvers en een bibliografie van ter zake doende boeken.


Ezra de Haan (1957) schrijft gedichten, novelles en is verbonden aan een uitgeverij als reader.


ISBN 9789062658602 Paperback 280 pagina's Uitgeverij In de Knipscheer oktober 2014

© Karel Wasch, 15 februari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

altVerborgen
James Scott


Elspeth ploetert door hoge bergen sneeuw naar de afgelegen boerderij waar zij haar gezin wil gaan verwennen met cadeautjes. Ze is een aantal maanden weggeweest, om te werken als vroedvrouw en/of doktersassistente. Haar man Jorah zorgt voor hun vijf kinderen als ze weg is.
Naarmate ze dichter bij huis komt, wordt ze onrustiger. Waarom hoort ze niets? Waarom zijn er geen sporen in de sneeuw?
Als ze haar kinderen de een na de ander dood aantreft en haar man eveneens dood op zijn bed vindt, lijkt het alsof ze dit al verwachtte. Waarom, dat lezen we pas later.


Ze vindt één overlevende, de twaalfjarige Caleb. Met hem gaat ze op zoek naar de daders, drie mannen, zegt Caleb, met rode dassen.
Ze arriveren in Watersbridge na een zware tocht - Elspeth is gewond.
Door omstandigheden nemen de mensen aan dat zij een man is, en onder de naam van haar dode echtgenoot, weet ze werk te vinden in een ijspakhuis. Caleb blijft intussen de moordenaars zoeken en belandt in een bordeel.
Hun beider leven volgt een eigen koers, naar een onvermijdelijke climax, die je tegen die tijd als lezer voelt aankomen. Langzaam immers hebben we Elspeth en haar verleden leren kennen.


Het is een verhaal over geheimen, over schuldgevoelens en wraak.
Over waarheid, die bijna te zwaar is om mee te torsen. En een coming of ageverhaal over Caleb, de twaalfjarige.


´Hij begreep dat er bij haar iets ontbrak wat andere mensen wél hadden. White had het ook niet. Caleb wist niet hoe hij het moest noemen, of zelfs maar beschrijven, want het ging om meer dan gewoon goed of kwaad. Soms vroeg hij zich af of zijn moeder het ook niet had.´


Met dit boek val je midden in het verhaal. De lezer heeft geen idee wanneer het verhaal speelt, over wie het gaat, waar die mensen zich bevinden.
Het enige wat je weet is dat het winter is, en dat er heel veel sneeuw ligt. Tegen de tijd dat verteld wordt dat we ons in het noorden van de staat New York bevinden, weten we al wel dat het niet in deze moderne tijd kan spelen. Er is geen sprake van moderne communicatiemiddelen, het afgelegen onderkomen waar de personages zich bevinden is bepaald niet luxueus en men leeft een eigen leven, niet gehinderd door regels die van boven af zijn opgelegd. Wat de moeder gedaan heeft, lijkt in een moderne samenleving onmogelijk, maar in de wereld van die tijd, waar het ieder-voor-zich-principe hoogtij viert, is het niet zo vreemd.


Dit geeft al aan dat het verhaal het moet hebben van sfeer, en dat doet debutant James Scott prima. Al die sneeuw, waar sporen zijn van onbekenden, de sneeuw die verhindert dat deuren open kunnen, en dan de gebeurtenissen waar het verhaal mee begint: het is somber, dreigend en naargeestig. De plaats waar het grootste deel van het verhaal zich afspeelt, Watersbridge, bestaat echt, en omdat het boek historische fictie wordt genoemd, moet ik maar aannemen dat het gebaseerd is op historische feiten. Dat valt niet terug te vinden. Later in het verhaal is er sprake van de oorlog tegen Spanje, en dat is de enige tijdaanduiding waar we het mee moeten doen, eind negentiende eeuw dus.


Deze roman met thrilleraspecten, zwaar van sfeer, blijft boeien tot het einde. Al word je er niet echt vrolijk van.


ISBN 9789048821129 |paperback |352 pagina's |Uitgeverij The house of Books|  november 2014
Vertaald uit het Engels door Thijs van Nimwegen

© Marjo, 14 februari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

De zoon, de maan en de sterren
Leo Pleysier


Binnenkort (14 februari 2015) wordt de eerste J.M.A. Biesheuvelprijs  uitgereikt voor de beste korteverhalenbundel, aan het begin van de Week van het Korte verhaal. De longlist is inmiddels bekend gemaakt. Onder de 11 genomineerden is ook Leo Pleysier, een Vlaamse auteur, met De zoon, de maan en de sterren. Ik las eerder romans van hem (die bevielen goed), dus leek dit me een mooie gelegenheid om mijn voornemen om dit jaar 5 korteverhalenbundels en minstens 15 Vlaamse boeken te lezen, te combineren. Het bleek een zeer verrassende bundel.


Samenvatting
Een zoon die vertwijfeld probeert om letters en woorden los te pulken uit het brein van zijn volledig verlamde moeder. Een vader die in gedachten meevliegt met zijn dochter, die diep in Afrika haar oudere broer gaat bezoeken. Een ballonvaart over een gebied dat vooral een geschakeerd taallandschap blijkt te zijn. Een kleine jongen die moet wennen aan de grootvader die bij hem in huis komt wonen. Even bijkomen van de schooldag die erop zit.
In De zoon, de maan en de sterren staan verhalen van het hier en nu naast verhalen die baden in de glans van het verleden en van een betoverde kindertijd. Maar ongeacht de tijd en het decor zijn al deze vertellingen doorspekt met vlijmscherpe, af en toe onthutsende observaties. (Uitgeverij De Bezige Bij).


Leeservaring
Er staan 5 korte verhalen in de bundel, die nogal verschillen in omvang. Het laatste is het kortste en omvat slechts 2 pagina's. Stilleven met fruit is de titel. En dan blijkt dat ook een heel kort verhaal een hele wereld kan oproepen. Een vader en dochter, naast elkaar in de auto. Hij rijdt en zij brengt een jeugdherinnering tot leven. Na schooltijd, met het hele gezin, bijkomen in de tuin. Zin voor zin ontwikkelt zich in je verbeelding het beschreven tableau. De laatste zin is zo mooi dubbel uit te leggen: Heerlijke momenten waren dat, zei ze, en ik zal ze nooit vergeten. (Is het de auteur zelf die dat laatste uitspreekt?).


Het eerste verhaal, Alfabet, heeft 15 pagina's. Maarten is op bezoek bij zijn totaal verlamde moeder en probeert met haar te communiceren via een bord met het alfabet en het knipperen van haar ogen. Het duurt bijna tot het einde van het verhaal voordat de korte zin opgeschreven staat die ze hem wilde zeggen. Een heel indringend verhaal: wat moeder wil zeggen is heel belangrijk voor haar, maar het gaat zo langzaam dat Maartens gedachten geregeld afdwalen. Tot de zin er staat. En inslaat als een bom. Moeders verdriet is Maartens verdriet, alleen denken ze anders over hoe nu verder. Maarten stelt haar gerust, terwijl hij denkt aan de mogelijkheid van een autobom voor de deur (moeder woont naast een Joodse school) en op de radio weerklinkt het Stater Mater.


Lift off
telt 20 pagina's en gaat over een vader die zijn dochter naar Schiphol heeft gebracht vanwaar ze naar Lagos zal vertrekken, waar haar broer ook al woont. Hij komt thuis in het lege appartement (zijn vrouw is naar haar werk) en is de rest van de dag van slag. In gedachten vliegt hij met haar mee, praat met haar, vertelt haar wat ze allemaal tegen haar broer moet zeggen. Het is een geweldig voorbeeld van hoe gedachten een eigen leven kunnen gaan leiden als je alleen bent en zoiets ingrijpends als het afscheid en loslaten van je kinderen moet verwerken. Als zijn vrouw 's avonds laat eindelijk thuis komt en er verder weinig woorden aan wijdt, kan hij slapen. De laatste zin is kostelijk: hij hoopt dat morgen voor hem een "bevlogener" dag zal zijn.


Zowel het derde, als het vierde verhaal zijn een stuk langer, resp. 46 en 34 pagina's. Hemelvaart gaat over een ballonvaart. Het verhaal begint met het opstijgen en de beschrijving van wat er allemaal te zien valt. Maar dan gaat het over in een constante stroom van zinnen waarvan de hoofdpersoon zich voorstelt ze te horen, uitgesproken door de mensen daar beneden. Heerlijke opmerkingen staan daartussen: de onzinnige gesprekken die overal gevoerd worden, de angstig uitgesproken gedachten, de eenzame overwegingen. De associaties gaan maar door en ondanks dat ze zomaar weer een andere stem vertegenwoordigen vervelen ze niet snel. Maar dan keren zijn gedachten terug naar de realiteit. "Stop! Genoeg nu! Hou daar mee op, want we zijn al aan het dalen." Heel symbolisch: het opstijgen was geweldig, het zweven een droom, maar de landing is keihard en de realiteit teleurstellend.


De glazen veranda
bestaat uit jeugdherinneringen. Het eerste deel gaat over de periode dat grootvader in kwam wonen bij de hoofdpersoon, een kleine jongen nog. Hij is een beetje bang voor de oude man. Het speelt waarschijnlijk vlak na de oorlog. Het tweede deel speelt in de jaren 50, als de jongen iets ouder is. Hij wordt geconfronteerd met een geslacht varken, wat grote indruk op hem maakt. Beide geschreven vanuit het perspectief van het kind. Net als in alle andere verhalen uit deze bundel speelt communicatie een grote rol. Of beter: de problemen ermee.


Een verhalenbundel vormt idealiter een eenheid, qua thema, onderwerp of stijl. Ik denk dat (naast communicatie) "loslaten" hier voor in aanmerking komt. De moeder kan het leven niet loslaten, ook al lijkt het haast geen leven meer. De vader kan zijn kinderen niet loslaten als ze uitvliegen naar verre werelddelen en hun eigen leven willen leiden. Tijdens een ballonvaart laat je de wereld beneden helemaal los en zweeft erboven en bekijkt alles vanuit een ander perspectief. De glazen veranda laat een jongetje zien dat zijn kindheid achter zich moet laten: zindelijk worden en niet bang zijn voor grootvader, geconfronteerd worden met de dood van mens en dier.
En het allerlaatste, zeer korte verhaal? Het is ook een herinnering, een fijne en die wenst de verteller niet los te laten: "Heerlijke momenten waren dat, zei ze, en ik zal ze nooit vergeten.".


Echt Vlaams?
Een vraag die ik me bij elk Vlaams boek dit jaar zal stellen is: hoe typisch Vlaams is dit boek? Wat woordkeus en stijl betreft nauwelijks: hier en daar een al bekend Vlaams woord, vooral in de gesprekken en tijdens de ballonvaart. Hoewel de situering meest Vlaams is (Antwerpen, Turnhout), is het thema van de bundel niet aan deze omgeving gebonden.


ISBN 9789023485216 Hardcover 127 pagina's   Amsterdam, De Bezige Bij, 2014.

© Librije, februari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

altSchuilplaats
Frances Greenslade


Een verhaal dat speelt in de wildernis, en ook vanaf het eerste woord die sfeer uitstraalt, dat is wat ‘Schuilplaats’ is.


De wildernis is in Canada, bij Williams Lake, en de plaats waar Maggie, Jenny en hun ouders wonen wordt pas als Maggie zeven wordt, aangesloten op het elektriciteitsnet en werkt gebrekkig. Sanitaire voorzieningen zijn er primitief, ze moeten in eigen onderhoud voorzien: hout hakken, vee houden en dat soort dingen.


Hun vader is uit Ierland gekomen met zijn vrouw, en samen met hun dochters hebben ze het er goed. Tot het noodlot toeslaat en hun vader om het leven komt.
Maggie en Jenny hebben elkaar en zien eigenlijk niet hoe hun moeder lijdt in haar eenzaamheid. Ze heeft immers een vriendin, Rita, en hun tochtjes waarbij ze in de wildernis kamperen zijn heerlijk! Het leven is goed.


Maar dan verdwijnt hun moeder. Ze laat de meisjes achter bij een bevriend echtpaar om te gaan werken. Ze neemt wel de kat mee. Cinnamon, het dier waar Maggie zo aan gehecht is. Maar Beatrice de mopperige pleegmoeder wil niets van een kat weten.
Ineens is het leven 100% anders: ze wonen in een stadje, vader en moeder weg, en ook de kat. Na een tijdje komen er ook geen brieven meer, geen taal of teken.


Het leven gaat door, en Maggie vindt een vriend in Vern. Ook Jenny vindt iemand, want ze blijkt zwanger. Ze is pas vijftien dan, en moet naar een inrichting waar haar baby na de geboorte geadopteerd zal worden.
Dat is het moment dat Maggie op aandringen van haar zus besluit om hun moeder te gaan zoeken. Wat is er gebeurd dat ze niets meer liet horen?


De titel ‘Schuilplaats’ slaat op de hutten die Maggie bouwde met haar vader als ze met hem de wildernis introk. (Waarom zij wel en Jenny niet - nog een verhaallijn). Het waren veilige plekken zoals iedereen die hoort te hebben. Maar als eerst hun vader, en dan hun moeder verdwijnt, wat voor schuilplaats blijft er dan nog over? Gelukkig is het een hoopvol verhaal: als je er voor open staat, dan zijn er schuilplaatsen.


Het is onontkoombaar: als je net veertien bent en op zoek gaat naar wie je moeder was, dan leer je ook jezelf kennen. Het is dus ook een coming of ageverhaal. Frances Greenslade weet het prachtig te brengen. In het boek heerst de sfeer van het verhaal.
Mooie roman.


ISBN  9789022961216 |paperback |336 pagina's |Uitgeverij Orlando| september 2012
vertaald uit het Engels door Elvira Veenings

© Marjo, 9 februari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

Een deken van sneeuw
Craig Thompson


Craig Thompson is maker van grafische romans. Dit is de tweede die ik lees, en ik moet zeggen: hij is een meester in het overbrengen van gevoelens en ideeën door middel van tekeningen. Het is alsof je een compleet boek gelezen hebt. Nou ja, dat heb ik ook, maar het is compleet anders. Het gaat bijvoorbeeld al een stuk sneller: al is het een dikke pil, 580 pagina’s, tekeningen neem je blijkbaar toch sneller in je op dan woorden.
Het zijn  prachtige tekeningen, zwart-wit. Kleur zou ook niets toevoegen denk ik.


Het is een coming of ageverhaal, en omdat hij zijn hoofdpersoon ook Craig Thompson noemt, ga ik er van uit dat het autobiografisch is.
Met zijn ouders en jongere broertje woont hij in een plattelandsdorp. Op school is  hij een buitenbeentje - vader Mexicaans, beide ouders streng gelovig -. De strenge christelijke opvoeding speelt hem danig parten bij zijn groei naar volwassenheid. Alles is zondig: hij mag niet eens aan een meisje denken, laat staan meer dan dat.
Craig is een dromerig joch, en wordt niet alleen op school, maar ook bij de christelijke jongeren gepest. Thuis is er zijn jongere broertje dat hem nooit met rust laat, maar aan wie hij ook verknocht is.
Hij wordt gepusht om predikant te worden en een tijd denkt hij ook dat het zijn roeping is. Maar Craig is een tekentalent: alles staat in het teken van tekenen. De volwassenen zien daar echter geen waarde in. Als de lagere schooltijd er op zit, verbrandt zijn vader zelfs zijn tekeningen, als een symbolisch teken dat de speeltijd voorbij is.


Dan leert hij Raina kennen. Hij logeert twee weken bij haar in Minnesota, en ontdekt dat ook haar thuissituatie verre van ideaal is. Zo staan haar ouders op het punt te scheiden en zijn er twee kinderen in het gezin met handicaps. Dat ze geadopteerd zijn maakt geen verschil.
Craig is tot over zijn oren verliefd, maar de lust die hem overvalt is zondig. Moet hij breken met Raina?


Dan is er de onderliggende betekenis: de deken van sneeuw bedekt alles, maar wat er onder die deken gebeurt, valt niet te negeren. Het is als het leven: uiterlijke schijn versus innerlijke ervaringen. Hoe moet je die tot overeenstemming brengen?
Dilemma’s van opgroeiende pubers, beslissingen die genomen moeten worden. Het is net zo duidelijk als wanneer het in een uitbundige taal wordt omschreven.
En dat vind ik toch wel ontzettend knap.


Craig Thompson is een Amerikaans auteur en tekenaar van grafische romans. Zijn bekendste werken naast deze ‘Blankets’ is Habibi uit 2011.


ISBN: 9789054923558 | Hardcover | 582 pagina's | Atlas Contact | maart 2009
vertaald uit het Engels door Toon Dohmen

© Marjo, 4 februari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

altDe kunst van het geven
Cecilie Enger


‘Wat heeft het woord ‘geven’ veel betekenissen! En al die vormen en uitdrukkingen waar het in voorkomt: aangeven, afgeven, meegeven, nageven, overgeven. Iets uitgeven, ergens gehoor of lucht aan geven. In de kunst: een concert geven. Of een moeder die de borst geeft, een hond die pootjes geeft en een tiener die nergens om geeft. De pijn die zich gewonnen geeft. De mens die het opgeeft. [...]
Moeder die geschenken geeft.’


Aan de hand van cadeaulijsten het leven van je familie reconstrueren: wat apart!


Het zou niet mogelijk geweest zijn als de moeder van de schrijfster niet jaarlijks zulke lijsten had gemaakt en bovendien had bewaard. Maar Cecilie Enger vond ze bij het opruimen van het ouderlijk huis, op een moment dat reflectie voor haar belangrijk is: haar moeder is opgenomen in een verpleeghuis, ze dementeert.
Terwijl haar moeder steeds verder wegglijdt in de vergetelheid, staat voor Cecilie dat verleden juist weer duidelijk open. Ieder cadeau brengt herinneringen terug: aan een situatie in het gezin, aan een familielid, aan bepaalde omstandigheden die van buitenaf invloed hadden op het gezin.


‘Sommige cadeaus op de lijst zijn erfstukken van oudere familieleden van moeder.
Ze nam de tijd voor de voorbereidingen en had altijd een reden om een bepaald cadeau aan de ontvanger te schenken.
Dit krijg je omdat ik van je hou; mijn ouders kochten het in de jaren twintig op hun huwelijksreis in Italië. Dit geef ik je omdat je mijn dochter bent en het is afkomstig van Johannes, de broer van mijn oma, die zich er in de Californische goudmijnen voor heeft afgebeuld.’


Natuurlijk is het ook een gegeven waarmee een Nederlandse auteur geen boek had kunnen vullen op deze manier, wij kennen de traditie van cadeaus geven niet op een zelfde manier. Aan de andere kant heb ik geen idee of ieder Noors gezin er zo’n festijn van maakt als de familie Enger.
Niettemin is het heel bijzonder om op deze manier over het leven van dit Noors gezin te lezen. Het biedt een persoonlijk inkijkje, maar afscheid nemen van je ouders, dat is universeel.


De moeder van dit gezin begint al vroeg in het jaar, en noteert alles. Ook wat ze gekregen hebben!
Daar omheen is er het verhaal van nu: hoe de moeder achteruit gaat en steeds minder weet.
Over hoe er niet meer dan een schim overblijft van een zorgzame, attente moeder, die zo betrokken was bij de minder bedeelden, zich zorgen maakte over de verloedering, en zich vaak ook activistisch opstelde. Soms tot ergernis van haar gezin.
Uit het verhaal spreekt een liefde voor deze schim, en het is een verwerking van het verleden, van het naderende afscheid. Mooi en integer.


De Noorse Cecilie Enger (1963) is journalist en auteur van romans en kinderboeken. In 2013 brak Enger definitief door met De kunst van het geven. Haar werk werd onder andere bekroond met de Nota Bene Boekenprijs, de Amalie Skram-prijs en de Boekhandelsprijs.


ISBN 9789048820764 | Paperback | 256 pagina's | Uitgeverij The house of books | november 2014
Vertaald uit het Noors door Lucy Pijttersen

© Marjo, 2 februari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

Het gestolen leven
Theodor Holman


Het is altijd gewaagd om een roman te schrijven met directe verwijzingen naar werkelijke gebeurtenissen, al zijn ze uit het verleden. De lezer zal gaan vergelijken. Aan de andere kant is een satire op diezelfde werkelijkheid vaak een verademing. De stoom wordt van de ketel gehaald. Dit boek is - voor een deel - satire.


De aanslag op het blad Charlie Hebdo deed Europa op zijn grondvesten beven. Veel mensen in ons land herinnerden zich opeens weer de gruwelijke moord op Theo van Gogh, die op 2 nov. 2004 plaatsvond.
Tien jaar later heeft Theodor Holman, Van Goghs beste vriend, hierover een boek  geschreven. Het gestolen leven is een roman. Holman heeft jarenlang geworsteld met die moord op zijn vriend en in de dagelijkse column in Het Parool verwijst hij er nog wekelijks naar. Logisch, want deze brute moord- zeker als het ook nog een vriend betreft - was het begin van veel ellende, onzekerheid en aangewakkerde onlustgevoelens. Maar ook een wake-up call!


De vervreemding, een sterk thema in het verhaal, begint direct. Er ligt in een ziekenhuis een man, die zijn geheugen kwijt is. Wat hij nog wel kan is lezen. Een manuscript krijgt hij in handen met de mededeling, dat de regisseur Arend Wassenaar (die  model staat voor Theo van Gogh) is omgebracht. Dat heeft het leven van ene Fjodor (duikt hier Theodor Holman zelf op?), op z’n kop gezet. Het geheugen van de man in het ziekenhuis is weg, gestolen zo je wilt, maar voor Fjodor is er niet zoveel levensvreugde meer over na de dood van zijn beste vriend, steun en toeverlaat. Ook zijn leven is ontwricht. Maar Holman zou Holman niet zijn, wanneer er geen komische noot in het verhaal zou worden geweven.  Fjodor zoekt hulp bij een psychiater, nota bene dezelfde zielenknijper, waar zijn vermoorde vriend al eens om raad ging. Deze psychiater blijkt echter zelf zo gek te zijn als een peer. Over deze psychiater, Albert lezen we:


'Het was anderhalve maand voordat de musical (het had inmiddels een nieuwe titel gekregen) Arend vloog (halve woordspeling, vreselijk, maar goed) in première zou gaan toen ik op straat een rare hippie zag: lang haar, John Lennon brilletje, rare hoge hoed op. Albert -mijn ex-therapeut.'


Er worden in deze roman, eigenlijk een sleutelroman, harde noten gekraakt. In het literaire circuit komt plagiaat voor, politici zijn eigenlijk niet geïnteresseerd in hun kiezers en Arend (Van Gogh) maakt het wel erg bont met zijn grove grappen en grollen. Is het wel zo'n weldaad om met deze man bevriend te zijn? Theodor Holman laat deze vraag onbeantwoord, maar geeft antwoord op een veel indringender kwestie. Is het niet altijd zo geweest dat zelfs de meest barbaarse tiran afhankelijk was van zijn hofnar? Was het juist niet altijd het samenspel tussen hofnar en vorst waardoor men de grenzen van verdraagzaamheid kon afmeten? En - last but not least - was het rijk niet wankelend wanneer de hofnar werd gedood, door het gezag? Of - nog erger - door onverdraagzame inwoners?

Het is, zoals in een goede sleutelroman, een komen en gaan van personen, al of niet goed verpakt in vermomming. Femke Halsema, de politica, Ayaan Hirsi Ali, de dissidente politica en zelfs de moordenaar van Van Gogh komen op de proppen met andere namen.
Ook worden we getrakteerd op dialogen tussen Fjodor en Arend en ze zijn uit het leven gegrepen, zo lijkt het. Holman is - wat dat thema aangaat - natuurlijk ervaringsdeskundige.


Het is een prachtige prestatie van Holman deze exercitie in koorddansen. Hij stelt de maatschappelijke vragen over geweld, satire, verdraagzaamheid via zijn hoofdpersonen. Maar hij geeft ze stuk voor stuk een zwakte. Ook zij weten het niet, hebben geen pasklare oplossingen. Maar de sympathie voor de onmogelijke Arend (Van Gogh) staat voorop. Hiermee keert Holman zich tegen veel criticasters van de hofnar, o.m. Rob Hartmans van de Groene Amsterdammer, die Van Gogh veel te ver vond gaan.

Tegelijkertijd is deze roman nogal mysterieus. Wie zijn de werkelijke hoofdpersonen? Wie is nu eigenlijk zijn geheugen kwijt? Naarmate we vorderen in het boek nemen onze onzekerheden ook toe over de rol van de hoofdpersonen. Zijn ze inwisselbaar?
Een zeer interessant boek!


ISBN 9046818004 | Paperback | 240 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | oktober 2014

© Karel Wasch, 26 januari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

altEen goed nest
Tessa de Loo


Tussen Noor en Eva Denekamp, twee zussen van rond de vijftig, is de laatste jaren niet veel contact meer geweest. Ze zijn dan ook bijna elkaars tegengestelden. Noor is een stadse vrouw, met zorg voor haar uiterlijk. Ze heeft naam gemaakt op het gebied van de schilderkunst en heeft in haar eentje haar dochter Pauline opgevoed.
Eva daarentegen – what’s in a name – is dol op het dorpse leven en haar uiterlijk? Ach, wat maakt het uit dat ze niet meer zo slank is, of onder de modder zit als ze met haar paarden en honden bezig is. Zij heeft met Richard drie zonen, die nu allemaal uitgevlogen zijn.


Het verhaal begint met Noor die aankomt op het stationnetje, dat in haar ogen die naam niet eens mag hebben. Ze moet ook nog wachten tot haar zus verschijnt – die moest eerst een hond vangen. Maar ze vermant zich: er is iets belangrijks dat ze moet vragen aan haar zus, dus die moet haar goedgezind zijn. Toch duikt er al snel wrevel op, als ze alleen zijn in het huis, waar Noor al die spullen uit het ouderlijk huis ziet staan, waarvan zij ook best het een en ander had willen hebben. Maar zij was druk in het buitenland toen het ouderlijk huis uitgeruimd moest worden.
Ze vraagt naar haar oude schilderijen die bij Eva en Richard zijn, ze wil ze gebruiken in een nieuwe tentoonstelling. Ze schrikt van de staat van de schilderijen, maar weet niet dat Eva bang was dat ze weg zouden zijn, en reuze blij is dat ze gevonden zijn!


En zo zijn er vele dingetjes, waar de zussen het niet over eens zijn. Dingen die wrijving veroorzaken, oude wrokgevoelens die opspelen. Wat er in het verleden gebeurd is, daar hebben ze een eigen mening over, en soms moeten die bijgesteld worden, op zo’n manier dat ze het hele beeld dat ze hadden van hun verleden veranderen. En dan blijkt Noor een groot geheim te hebben, hetgeen het leven van haar zus op zijn kop zet. Maar misschien kan ze er nog een draai aan geven.


‘Troost je, het is maar al te wederzijds. Als kind al kon ik zo’n verschrikkelijke hekel aan je hebben.’
Daar schrok Eva van. Dat Noor tijdens haar jeugd al zo over had gedacht, schokte haar. Ze had zo haar best gedaan een vader en moeder in één te zijn voor haar jongere zus, door de week, om haar naar school te helpen en op te vangen als ze weer thuiskwam, om op tijd te eten, om naar bed gebracht te worden. En toch, in plaats van dankbaar te zijn, al was het maar een beetje, had Noor dus een hekel aan haar gehad.‘


Het is een lekker vlot verhaal, maar zoals uit bovenstaand stukje al wel blijkt: de toon is enigszins à la tante-Betje. Dat is jammer, want het gegeven van het verhaal op zich is prima.
Er is van dit verhaal een toneelstuk gemaakt en waarschijnlijk is dat stuk spannender dan dit boek, omdat hier in woorden meer uitgelegd wordt, waar het op het toneel meer in het spel zelf naar buiten gebracht moet worden.
Een paar uur leesplezier zit er echter wel in.


ISBN 9789029589383 | Paperback | 240 pagina's |Uitgeverij Arbeiderspers | september 2014

© Marjo, 22 februari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

Dans met mij
Jean Kwok


"Laat los wie je bent zodat je kunt worden wie je zou kunnen zijn."


Met dit citaat van Lao-Tse begint het radiointerview met de schrijfster Jean Kwok. Deze zin is tevens het thema van het boek Dans met mij.
In het interview vertelt de schrijfster waarom deze zin, die ook in het boek voorkomt, zo belangrijk is voor het verhaal.
Het hoofdpersonage Charlie Wong bevindt zich namelijk op gegeven moment in een situatie waardoor ze moet kiezen. Kiest ze voor het oude vertrouwde dan kan ze niet zijn wie ze werkelijk is. Kiest ze voor het nieuwe dan zal ze haar familie, die haar zeer lief is, los moeten laten.


Charlie Wong woont met haar zusje Lisa en vader in een piepklein appartementje in Chinatown, New York. Hun moeder, een in China gevierde prima ballerina, is overleden. Vader probeert in een restaurant de kost te verdienen met noedels maken, hij is er goed in, zijn noedels zijn geliefd, maar veel geld levert het niet op. Het gezin is straatarm.
Charlie wil haar zusje een goede toekomst geven, Lisa is namelijk een uitstekende leerling op school, het zou prachtig zijn als zij zou kunnen gaan studeren, daarom pakt Charlie elk werk aan dat ze kan krijgen. Ze is niet erg handig, koken lukt haar niet, ook voor kleding maken of schoonmaakwerk blijkt ze geen talent te hebben. Ze heeft nu een baantje als bordenwasser in het zelfde restaurant als waar haar vader werkt. Haar handen zijn ruw, rood en opgezet, haar voeten en benen doen constant pijn, maar ze heeft in iedere geval werk.


Maar dan kan ze heel onverwacht aan de slag als receptioniste bij een uitstekende dansstudio, een van de beste in uptown New York. Omdat ze zeker weet dat haar vader, die erg aan de oude Chinese tradities gehecht is en argwaan koestert tegen de Westerse wereld, dit werk niet zal goedkeuren vertelt ze dat ze een baan heeft gevonden bij een computerbedrijf.
Charlie heeft het enorm naar haar zin maar ook het receptionistenwerk ligt haar niet. Als ze plotseling moet invallen blijkt ze het danstalent van haar moeder geërfd te hebben. Ze mag voortaan lessen volgen en beginnende leerlingen begeleiden. Charlie bloeit op, ze krijgt zelfvertrouwen, eindelijk is er iets waar ze goed in is, waar ze zich prettig bij voelt, ze weet dat ze haar bestemming gevonden heeft. Ze is eindelijk geworden wie ze zou kunnen zijn.


Haar wereld thuis is echter heel anders. Het contrast tussen de vrije danswereld en de strenge hiërarchie in huis is groot. De regels van vader zijn vrij verstikkend. Als het met haar zusje Lisa niet goed gaat wordt Charlie opnieuw geconfronteerd met het enorme verschil tussen de oosterse en westerse wereld. Vader maakt gebruik van de aloude Chinese geneeswijzen zoals gebruik van kruiden en orakels raadplegen. Hij vindt dat het Westen niet ver genoeg kijkt. In het Oosten zijn lichaam en geest één en als zodanig moet een patiënt behandeld worden, niet wat het Westen doet, alleen maar naar het 'mankement' kijken. Charlie zou echter graag zien dat Lisa door een westerse arts onderzocht wordt, want het gaat steeds slechter met Lisa.
Het contrast tussen thuis en het werk wordt steeds groter. Charlie zal keuzes moeten maken.


Dit is het tweede boek van Jean Kwok en min of meer een vervolg op haar succesvolle, deels autobiografische, debuutroman Bijna thuis waarin het leven van Chinese immigranten in Amerika wordt beschreven. Dat boek veroorzaakte veel ophef omdat niemand enig vermoeden had hoe het leven van immigranten kon zijn. Amerikanen waren gechoqueerd dat die intense armoede in hun land voorkwam. Immigranten waren daarentegen blij dat Jean Kwok het verhaal vertelde. Het allesoverheersende thema in dat boek was vooral de schijn ophouden. Zeggen dat het goed gaat, geen emoties tonen, hard werken zonder klagen, niet laten blijken hoe arm je bent.


Dit boek Dans met mij gaat over de tweede generatie immigranten. Over kinderen die tussen de oude wereld van hun ouders en hun eigen nieuwe wereld in zitten. Voor ouders is het al vaak enorm aanpassen en zijn oude regels, tradities of gewoontes iets waar ze zich aan vast kunnen klampen.
Voor de kinderen gelden deze zaken niet, zij moeten hun eigen weg zien te vinden.
In het interview vertelt Jean Kwok dat de kinderen hun ouders moeten loslaten maar niet helemaal. Ze maakt duidelijk dat ze met het boek Dans met mij  wilde laten zien dat doen waar je goed in bent het meeste geluk oplevert. Het maakt niet uit wie of wat je bent of wat je doet als je maar doet waar jouw talent ligt. Met andere woorden proberen je eigen geluk te maken.


Het is een onderhoudend boek om te lezen, het geeft goed inzicht in de twee totaal verschillende werelden waarin de tweede generatie immigranten verkeren. Het verhaal roept echter bij enkele situaties wel enkele vraagtekens op.  Bijvoorbeeld dat de onervaren Charlie op een gerenommeerde dansschool gelijk les mag geven lijkt vrij onwaarschijnlijk. Maar ook het verzwijgen dat ze op die dansschool werkt roept af en toe ongeloof op. Het is bijna onmogelijk dat vader niets merkt en geen vragen stelt.  En zo zijn er nog een paar kleine dingetjes waarbij je je wenkbrauw optrekt en je afvraagt of dat wel kan en klopt.
Maar dat neemt niet weg dat ik evengoed erg van het verhaal genoten hebt. Het is een goed en fascinerend geheel geworden.


ISBN 9789022570753 Paperback 399 pagina's Uitgeverij Boekerij juli 2014

© Dettie, 21 februari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

altHet vergeten kamp
Pauline Kok


In 1942 geeft het Nederlandse leger in Nederlands-Indië zich over aan het Japanse leger. Alle Nederlanders worden opgesloten in kampen, en Paulines vader wordt tewerkgesteld bij de beruchte Birma Spoorlijn. Het gezin, de achterblijvers weten dat niet, zij weten niet meer dan dat hij net als alle andere mannen weg is.
Vrouwen en kinderen tot twaalf jaar belanden in een ander kamp, en worden een paar maal overgeplaatst voor zij in oktober 1945 eindelijk vrij zijn. Hoewel het een betrekkelijke vrijheid is: de Jappen zijn dan wel verslagen, maar de Indonesiërs willen geen Nederlanders meer op hun eilanden, ze willen onder leiding van Soekarno een zelfstandige staat.


Voor maart 1942 woont Pauline met haar familie in Langsa op Noord-Sumatra als de Japanners binnen vallen. Ze worden geïnterneerd: eerst in het Simon Fraaij Hotel en later in de 'echte' interneringskampen Kamp Keudah, Lawe Singalagala, Belawan Estate II en Aek Paminke.
Later zal blijken dat de Japanners de opdracht hadden hun gevangenen slecht te behandelen, uit te hongeren en er zou ook een bevel tot executie komen. Dat laatste is uitgebleven, maar honger en ontbering was er wel degelijk. De Jappen waren wreed, sloegen er om het minste of geringste op los. Urenlang stonden de vrouwen met hun vaak nog kleine kinderen op de appelplaats, in een verzengende zon, of doornat in een tropische regen.


Twaalf is ze als de bezetting begint, ze is een meisje dat had moeten spelen, dat jongens en de liefde had moeten leren kennen. Het wordt een heel ander leven. Het tekent haar voor de rest van haar leven. Voor haar is het nog moeilijker omdat haar moeder meer aandacht heeft voor de kleintjes, en voor de enige zoon. Pauline kan niet veel goed doen, het is alsof de moeder haar vanaf de inval beschouwt als een volwassene, die ze absoluut niet is.


Pauline Kok vertelt haar persoonlijke verhaal, maar door haar verhaal lezen we hoe vreselijk het bestaan voor de vrouwen en kinderen geweest moet zijn. Een stukje geschiedenis dat nog vrijwel onbekend is.
Voorin staat een plattegrond van Noord Sumatra. Ergens achterin een handgetekend plattegrondje met de aanduiding van de graven.


ISBN 9789022564165 |paperback |320 pagina's |Uitgeverij Boekerij| augustus 2013
Vertaald uit het Engels door Inger Limburg

© Marjo, 17 februari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

height=Als je het licht niet kunt zien
Anthony Doerr

Het verhaal van Marie-Laure LeBlanc begint in 1934. Marie-Laure is zes jaar en woont samen met haar vader in Parijs. Vader werkt in het Muséum National d’Histoire Naturelle en de kleine Marie-Laure mag  daar een speciale kinderrondleiding bijwonen. Nooit zal Marie-Laure het verhaal over een diamant met de naam Zee der Vlammen vergeten. Volgens de overlevering verschaft de diamant onsterfelijkheid aan zijn bezitter maar valt de familie van de eigenaar ten prooi aan rampspoed. Volgens de gids is de diamant aan het museum geschonken op voorwaarde dat het 200 jaar lang achter slot en grendel bewaard zou worden. Er zijn inmiddels 196 jaren verstreken. Marie-Laure weet niet dat de diamant een grote rol in haar leven zal gaan spelen. Ze weet niet dat een gruwelijke oorlog staat te trappelen van ongeduld.

Een maand na de rondleiding neemt de oogziekte staar het gezichtsvermogen van Marie-Laure weg. Haar leven verandert ingrijpend maar gelukkig zet haar vader zich onvermoeibaar voor haar gezondheid in. Hij verzorgt de blinde Marie-Laure uitstekend en verliest ook haar geestelijke gezondheid niet uit het oog. Op haar verjaardag verrast hij haar steevast met een zelfgemaakte puzzel en een boek in braille. Hij steekt vrijwel al zijn vrije tijd in het vervaardigen van een maquette van de buurt waarin ze wonen. Hij hoopt zo zijn dochters angst voor de buitenwereld weg te nemen en haar weerbaarder en zelfstandiger te maken.

De acht jaar oude Werner Pfennig heeft geen vader en ook geen moeder. Wel heeft hij een zesjarig zusje, Jutta, van wie hij zielsveel houdt. Werner woont in een kindertehuis in het Duitse Zollverein, 450 kilometer bij Marie-Laure vandaan. Ook in Werners leven zal de Zee der Vlammen een rol gaan spelen maar het is vooral de vondst van een oude radio die bepalend voor zijn toekomst zal zijn. De radio is kapot maar Werner weet het weer aan de praat te krijgen. Gefascineerd luistert hij samen met Jutta naar de klanken die uit het apparaat naar buiten borrelen.

Elke avond luisteren de kinderen in het kindertehuis naar de gerepareerde radio. De programma’s berichten hoe goed hun leider het met het Duitse volk voorheeft. Toch zijn het niet deze programma’s die Werner fascineren. Regelmatig vangt hij een signaal uit Frankrijk op. Een onbekende Fransman wekt een grote leergierigheid bij Werner op en al snel is geen apparaat hem meer de baas. Werner leert logisch nadenken en doorziet elk technisch probleem. In Zollverein worden alle jongens op hun vijftiende in de mijn te werk gesteld maar Werner ontspringt de dans. Door zijn technisch inzicht mag hij een opleiding aan het Nationale Politieke Onderwijsinstituut van Schulpforta gaan volgen.

Marie-Laure is twaalf op het moment dat de Nazi’s haar geboortestad bezetten. Samen met haar vader vlucht ze naar het Bretonse Saint-Malo waar haar zonderlinge oudoom Etienne met zijn huishoudster madame Manec woont.  De vader van Marie-Laure heeft de Zee der Vlammen in bewaring gekregen. Misschien één van de drie replica’s, misschien het origineel. Vader en dochter voelen zich thuis in Saint-Malo maar dan wordt vader opgepakt. In een clandestiene brief verzekert hij zijn dochter dat de gevangenis een soort luilekkerland is maar Marie-Laure twijfelt. Ondertussen neemt de oorlog steeds omvangrijkere vormen aan.

Werner op zijn beurt twijfelt ook. Lange tijd geloofde hij in de eerlijke bedoelingen van Hitler maar zijn ogen hebben teveel gezien. Hij heeft teveel gehoord en teveel meegemaakt. Zijn goede schoolprestaties zijn niet onopgemerkt gebleven. Hij wordt al op zijn zestiende naar het front gestuurd waar hij illegale radiozenders opspoort. Zodra hij een illegale zender heeft gevonden jagen zijn legerkornuiten de overtreders een kogel door het hoofd.  De overtreders zijn immers verraders. Toch? Staan de Duitsers wel aan de juiste kant van de oorlog? Is Werner een held of juist een verrader? Wanneer een nieuw spoor naar Saint-Malo voert, wordt zijn verwarring alleen maar groter.

Als je het licht kunt zien is één van de vele boeken die over de Tweede Wereldoorlog zijn geschreven. Toch is auteur Anthony Doerr erin geslaagd een uniek verhaal neer te zetten. Een verhaal dat onbevangen begint en aan het einde alle onschuld verloren heeft. Een verhaal over twee onschuldige kinderen die tegen wil en dank bij een afschuwelijke oorlog betrokken worden. Het feit dat Marie-Laure niet kan zien maakt het verhaal alleen maar indringender. Stel je de geluiden van bommen, rondvliegende kogels, instortende gebouwen en vliegtuigen voor terwijl de wereld om je heen donker is en je niet kunt zien wat er zich voor je ogen afspeelt. Ook de schriele Werner met zijn sneeuwwitte haar valt uit de toom in een wereld vol geweld. Als je het licht niet kunt zien is een weergaloos geschreven boek dat me nog lange tijd bij zal blijven. Een absolute aanrader!

ISBN 9789044345940 | paperback | 544 pagina's | The House of Books | februari 2015
Vertaald door Eefje Bosch

© Annemarie, 15 februari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

De ijsmakersDe ijsmakers
Ernest van der Kwast

's Zomers in ijssalon Venezia in Rotterdam, 's winters in Venas Di Caldore, een dorpje in Italië. Dat is het leven van de ijsmakersfamilie Talamini.
Al generaties lang gaat de ijssalon over van vader op zoon. We lezen hoe Giuseppe Talamini, de overgrootvader van Giovanni en Luca Talamini,  voor het eerst over ijs hoorde en gelijk wist, dit is mijn toekomst.  Hij vertrok naar Wenen met een kacheltje om gepofte kastanjes te verkopen en kwam terug met een ijsmachine. En zo begon het...


Giovanni, de verteller van het verhaal, groeit samen met zijn jongere broer Luca op en is voorbestemd om zijn vader Beppi op te volgen in de rij ijsmakers. Beppi die liever uitvinder was geworden maar inmiddels al jarenlang de zaak runt. Beppi die het Giovanni zeer kwalijk neemt als hij bedankt voor de eer zijn vader op te volgen.
Broer Luca, die het ijsmaken eigenlijk veel meer in zijn vingers heeft, moet daarom het stokje overnemen. Luca heeft sindsdien geen woord meer tegen Giovanni gezegd.
Luca zwijgt en werkt.
Luca de broer waarmee Giovanni als kind alles besprak, ze liepen hand in hand door de straten, ze leerden samen ijs maken en zagen samen hun buurmeisje Sophia voor het eerst. Het meisje dat met haar tong haar neus kon raken. Samen werden ze verliefd op haar...


Giovanni heeft echter gekozen voor de taal, voor het woord, voor de poëzie. Vader Beppi ziet er geen heil in. Er valt volgens hem geen droog brood te verdienen met poëzie, dichters zijn luie mensen, ze zijn net zwervers. Vanaf die tijd is er een onoverbrugbare afstand tussen Giovanni en zijn familie. Maar Giovanni is gegrepen en kan niet meer terug. Poëzie is zijn leven. Giovanni schrijft zelf ook wel gedichten maar voornamelijk beschrijft en organiseert hij poëziefestivals en is goed in zijn vak.
Niemand van de familie Talamini toont interesse in Giovanni's werk, de ijsmakers wèrken echt, Giovanni niet. Deze wordt steeds meer een einzelganger, hij raakt eraan gewend alleen te reizen, alleen te wonen. Soms wordt hij geraakt door een melancholie, een verlangen, maar dat is van korte duur. 
En dan, na meer dan tien jaar, praat Luca weer tegen zijn broer en heeft een heel bijzonder verzoek wat Giovanni's leven totaal verandert.


Ernest van der Kwast is een schrijver waarbij je altijd het gevoel hebt dat hij alles zelf heeft meegemaakt, zelf heeft gezien, zelf heeft doorstaan. Bij dit verhaal gebeurt dat weer. Dit gevoel werd versterkt doordat je weet dat hij deels in Italië, deels in Rotterdam woont, hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Passionate (nu digitaal platform) was en onder andere literaire evenementen als Nur Literatur organiseert.
Het is dat achterin dankwoorden worden uitgesproken aan de familie Olivio, die daadwerkelijke deels in Venas di Cadore wonen en deels ijssalon Venezia In Rotterdam bestieren, en aan Bas Kwakman, directeur van Poetry International Festival Rotterdam, die maken dat je beseft dat Ernest van der Kwast het verhaal in dit boek niet zelf beleefde.


Het verhaal over de ijsmakers is erg onderhoudend, soms melancholisch, en met milde humor geschreven. Het zit bovendien vol verrassende wendingen.
Het verhaal over Giovanni zelf is bijna losstaand van het ijsmakersverhaal, waardoor het vrij solitaire leven van Giovanni extra wordt benadrukt. De beschrijvingen over dat leven maakt dat de liefde voor literatuur, voor het woord en voor de taal bij jezelf ook weer oplaait. Er worden prachtige regels aangehaald in een mooie passende setting. Ernest van der Kwast heeft dat fingerspitzengefühl waardoor hij in elke situatie precies de goede toon weet aan te houden. Het maakt dat je weer de dichtbundels uit de kast haalt en opnieuw in de poëzie wil duiken. Dat je weer wilt genieten van literatuur in de ware zin van het woord en dat is prettig, zo hoort een boek ook te zijn...


ISBN 9789023486381 paperback 304 pagina's Uitgeverij De Bezige Bij januari 2015

© Dettie, 14 februari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER!

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

altDe eerste maandag van de maand
Peter Zantingh


Boris heeft een obsessief-compulsieve stoornis – aldus de therapeut. Een dwangstoornis dus, hij moet bepaalde handelingen verrichten om verder te kunnen met zijn leven. Bij het alarm van de eerste maandag van de maand moet hij voor het alarm af gaat om twaalf uur alles wat hij bij zich heeft op tafel leggen. Zoals bij een veiligheidscontrole op een vliegveld: eerst al je spullen controleren, anders mag je niet mee.
Hij weet het: hij doet het zelf, zich die regels opleggen, ‘maar dat maakte ze niet minder noodzakelijk’. Hij wordt ongelukkig van oneven getallen, hij kan niet onder een paraplu lopen die een ander vast heeft.
Als het verhaal begint, is het weer een eerste maandag, en hij staat voor de deur bij zijn vader, met een koffer. Het is uit met zijn vriendin, ze zag het niet meer zitten zei ze.


‘Vind je dat we ruzie hebben?’ vroeg ik.
‘Ik vind niet dat we ruzie hebben, nee,‘ zei ze. ‘We hebben alleen – we hebben geen relatie meer.’


Sarah weet dan ook niets van zijn stoornis, en begrijpt logischerwijs vaak niet waarom hij dingen doet, of niet doet. Maar Boris legt niets uit. Hij pakt zijn spullen en vertrekt. En zijn vader laat hem onverwijld binnen, zegt ook weinig. Woorden zijn overbodig tussen deze twee mannen, die last hebben van een zelfde neurose, en elkaars gedrag herkennen.
Zijn vader stelt voor naar Praag te gaan, voor een korte vakantie. Even de zinnen verzetten.
Daar komen vader en zoon door het lot dichter bij elkaar. En nemen ze beslissingen.


Vader en zoon vertellen afwisselend hun kant van het verhaal, en dat is vanzelf niet hetzelfde verhaal. Soms gaan ze er van uit dat de ander wel weet wat hij bedoelt, dat de ander het wel begrijpt, terwijl dan blijkt dat het niet het geval is.
’Je weet met die jongen nooit zo goed waar hij allemaal aan denkt’, denkt de vader, iets wat logisch is. Kun je een ander ooit echt kennen? Zeker als je niet uitspreekt wat je bezig houdt.


Het boek gaat over intermenselijke communicatie, en dan speciaal tussen mensen die een stoornis hebben die dat zeer lastig maakt. De vader en de zoon herkennen elkaars gedrag, maar een buitenstaander lukt dat niet als zij er niet van weten.
Logisch.  Ik krijg sterk de indruk dat de schrijver zelf een dwangstoornis heeft dan wel er anderszins mee bekend is. Het is een ‘kleine’ roman. Hoewel het verleden er in flashbacks wel een rol speelt, blijft het binnen een korte tijdspanne. Het draait om twee personen, de anderen worden slechts genoemd. En hoewel er zeker mooie zinsneden in staan  - ‘ik verloor mijn moeder later pas, toen ik zag dat anderen er wel een hadden’-  blijft alles een beetje tam. Het lijkt wel een zelfhulpboek, maar dan in een leuke romanvorm.
Misschien moest Zantingh dit boek schrijven, maar nu het uit zijn systeem is, hoop ik dat een derde roman boeiender is.


ISBN 9789029589512 | Paperback | 224 pagina's | Uitgeverij Arbeiderspers| augustus 2014

© Marjo, 11 februari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

De waanzinnige liefde van Alma Mahler en Oskar Kokoschka
Hilde Berger


De vraag bij dit boek is wat mij betreft of het wel een roman is. Het is duidelijk op ware gebeurtenissen gebaseerd en gezien het naschrift is er maar weinig aan de fantasie van de schrijfster ontsproten. Achterin het boek staat ook een aardige lijst met bronnen. Maar goed, in de bibliotheek staat het onder de romans, dus zo zal ik deze biografische roman ook maar beschouwen.


Het verhaal gaat dus over de relatie tussen Oskar Kokoschka, op dat moment nog een onbekende schrijver en schilder, en Alma Mahler. De laatste is de weduwe van Gustav Mahler, die op het moment van hun ontmoeting net overleden is. Oskar Kokoschka wordt namelijk gevraagd om een dodenmasker van de componist te maken. De twee krijgen een heftige relatie en Oskar Kokoschka wordt verliefd op Alma Mahler, die nu niet bepaald als monogaam bekend staat en die een voorkeur heeft voor mannen die iets te betekenen hebben.
Rijkdom is niet het belangrijkste, zoals uit de volgende passage blijkt:


"Er waren ook zeer serieuze bewonderaars die naar haar hand dongen, zoals de neuroloog Joseph Fraenkel, de bioloog Paul Kammerer, de Berlijnse architect Walter Gropius of de componist Franz Schreker. Zij waren allemaal erkende grootheden in hun vak. Lilly Lieser (een goede vriendin van Alma Mahler) werd af en toe woedend als ze constateerde dat haar vriendin zich uitsluitend met beroemdheden bezig hield.
'Wat is daar zo misdadig aan?' verdedigde Alma zich. 'Mijn leven is me te kostbaar om me met onbenullige mensen af te geven. De enige onbeduidende mens in mijn omgeving ben jij, Lilly.' Zij, Lilly, was geen kunstenares en betekende ook in de maatschappij en het uitgaansleven weinig of niets, Lilly had eenvoudigweg veel geld dat zij van haar man, een overleden Weense industrieel, geërfd had."


Alma bewondert het werk van de schilder en wordt zijn model. Dat deze liefde gedoemd is om te mislukken wordt langzaam duidelijk. Alma doet alles om het werk van haar overleden man te promoten, iets waar Oskar niet goed tegen kan. Hij heeft het gevoel dat hij met een dode om de liefde van een vrouw moet concurreren. Het komt dan ook verschillende keren tot uitbarstingen. Alma is ook jaloers als Oskar andere vrouwen schildert en dwingt hem op een gegeven moment zelfs om een schilderij te vernietigen, dat hij in opdracht van een vriend heeft gemaakt. Op een gegeven moment wil hij met Alma trouwen en hij regelt alles voor het huwelijk. Op het moment dat hij Alma wil vragen, blijkt zij op reis te zijn en in Scheveningen te verblijven met haar vriendin Lilly. Hier ondergaat ze waarschijnlijk een abortus.


Na haar verblijf in Scheveningen, verhuist Alma naar Berlijn, waar ze intrekt bij Walter Gropius, waar ze al een relatie mee gehad heeft. Uiteindelijk komt Oskar hier achter en hij vertrekt naar Berlijn, om zijn aanbedene op te zoeken. Het komt tot een confrontatie met Walter Gropius en Alma kiest uiteindelijk toch voor Oskar Kokoschka, met wie ze naar Italië reist. Het is een vreemde treinreis, want Alma Mahler reist eerste klas, terwijl Oskar Kokoschka derde klas reist. Hij heeft Alma gevraagd zijn eerste klas-kaartje om te ruilen. Vanuit de derde klas schrijft Oskar liefdesbrieven aan Alma, die door het treinpersoneel overgebracht worden. Oskar heeft heel veel liefdesbrieven aan Alma geschreven, ook in de tijd dat zij model voor hem stond schreef hij haar na haar vertrek brieven om haar zijn liefde te betuigen.


Uiteindelijk keert het stel naar Oostenrijk terug en op een gegeven moment gaan ze op het land wonen, waar Gustav Mahler een huis had laten bouwen, dat op het moment van zijn dood nog niet voltooid was. In dit huis komt het weer tot conflicten, zeker als het dodenmasker van Mahler een plaats moet krijgen. Daar komt bij dat Alma ook tekentalent blijkt te hebben, iets wat Oskar als bedreigend ervaart. Hij eist dan ook van haar dat zij nooit meer zal tekenen en dit is Alma te veel. Eerder heeft Gustav Mahler al van haar geëist dat zij zou stoppen met componeren en nu zou zij zich weer op moeten offeren. Dit wordt dan ook het einde van de relatie.
Oskar keert terug naar Wenen en Alma trouwt uiteindelijk met Walter Gropius, die overigens later ook weer in wordt geruild voor Franz Werfel, hetgeen niet in het verhaal voorkomt.


Inmiddels is de Eerste Wereldoorlog uitgebroken. Oskar wil zich aanmelden voor het leger, maar daar hij in verband met een zwakke long al eerder is afgekeurd, gaat dit niet door. Later probeert hij het nog een keer en nu is men zo wanhopig op zoek naar militairen, dat ook Oskar in dienst wordt genomen. Een van z'n vrienden zorgt er uiteindelijk voor dat hij bij de cavalerie terecht komt, waar hij in ieder geval minder risico loopt te sneuvelen. Oskar lijkt overigens ondanks z'n slechte gezondheid een engeltje op z'n schouder te hebben en overleeft een kogel in z'n hoofd en een steek met een bajonet. Het is verbazend dat hij leefde van 1886 tot 1980.


Na de oorlog wordt hij opgenomen in een sanatorium, waar hij een paviljoentje tot z'n beschikking heeft. Bij een bekende poppenmaakster bestelt hij een levensgrote pop naar het evenbeeld van Alma Mahler, die hem gezelschap houdt. Hij begint inmiddels toch naam te maken als kunstenaar en schrijver en krijgt een paar leerlingen. Op een gegeven moment wordt een toneelstuk van hem opgevoerd en hij nodigt Alma Mahler uit om ook te komen. De pop van Alma gaat ook mee naar de voorstelling en Alma duikt uiteindelijk pas na de voorstelling op. Ze is inmiddels dikker geworden en heeft kort haar. Zij ziet Oskar met de pop naar haar evenbeeld en vertrekt weer zonder dat de twee elkaar nog ontmoeten. Oskar ziet haar wel, maar heeft moeite haar te herkennen. Later wordt de pop vertrapt en aan het einde van het boek staat nog een liefdesbrief, die Oskar in 1949 aan Alma schreef.

Achterin het boek staat nog een uitgebreide lijst met informatie over alle personen die in het boek voorkomen.

ISBN 9789054293316 Paperback 204 pagina's Conserve april 2012
Vertaald door Henk ten Berge

© Renate, 6 februari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

Perlmann’s zwijgen
Pascal Mercier


Soms kan het vorige boek van een schrijver je in de weg zitten. Dat gebeurde mij van Perlmann’s zwijgen van Pascal Mercier.
Met zijn prachtige en filosofische 'Nachttrein naar Lissabon' nog in mijn hoofd, verheugde ik mij enorm op dit boek, maar ik moest al lezend snel omschakelen.
De hoofdpersoon van dit boek is weliswaar wederom een oudere man die een tekst op zijn pad vindt die veel in beweging zet, maar daar houdt de vergelijking wel op. Perlmann’s zwijgen gaat veel meer over de ontwikkelingen zelf dan over filosofische teksten en vraagstukken en heeft aanzienlijk minder prachtige citaten dan 'Nachttrein naar Lissabon'. Het duurde dan ook even voor ik echt in het verhaal zat, ook al omdat het verhaal in het begin niet echt vaart maakt.

Hoofdpersoon van dit boek is de taalkundige Philipp Perlmann, hij is een internationaal gelauwerd hoogleraar en wordt gevraagd om een internationaal congres voor te zitten met vakgenoten naar zijn eigen keuze, om een maand aan een onderwerp uit hun vakgebied te werken en dat vervolgens aan de betreffende collega’s te presenteren en later te publiceren. Een eervolle opdracht, maar ook eentje die Perlmann vanaf het allereerste begin beangstigt.
Hij is namelijk al een tijdje de liefde voor zijn vak kwijt, de wetenschappelijke honger die hem altijd voortdreef is hem de laatste jaren vreemd geworden en hij heeft het gevoel dat hij letterlijk niets meer te melden heeft. Sterker nog, het verwondert hem in sterkte mate dat hij al de jaren hiervoor blijkbaar wél iets te melden had.
Zijn toestand van apathie zou met het overlijden van zijn vrouw te maken kunnen hebben, maar als hij eerlijk is, was het toen zij nog leefde ook al aan de orde. Op routine geeft hij colleges en doet dat zodanig dat niemand in de gaten heeft dat er iets veranderd is, maar de geestdrift voor zijn vak en voor de wetenschap blijken totaal verdwenen.


Toch reist hij af naar Italië om het congres voor te zitten en daar iets te publiceren, eigenlijk alleen maar omdat zijn vrouw, die fotografe was, zo hield van het licht daar. Een van de weinige dingen die hij in zijn koffer stopt, is de Russische tekst van een collega die hij recentelijk ontmoette.
Hij beheerst de Russische taal een beetje en wordt gegrepen door die tekst die hij in zijn geheel weet te vertalen en die aansluit bij zijn vakgebied.
Omdat hij zijn eigen bijdrage voor het congres alsmaar uitstelt en hier tegen zijn collega’s stelselmatig over liegt, wordt hij meer en meer in het nauw gedreven en komt hij tot daden en plannen die hij van te voren nooit voor mogelijk had gehouden.


Dat laatste brengt mij meteen tot mijn grootste bezwaar tegen dit boek. Het kostte mij als lezer een enorme inspanning om me voor te kunnen stellen dat iemand bereid zou zijn zó ver te gaan als Perlmann in dit boek bereid is te gaan, alleen om geen gezichtsverlies te lijden. Mijn geest haakte hier alsmaar bij af.
Toch stelt Mercier interessante vragen; hoe hoog is de prijs die je bereid bent te betalen om het beeld wat anderen van je hebben in stand te houden, hoe ver wil je daarvoor gaan en is het echt zo dat je alleen maar bent wat je doet en presteert?
Op die laatste vraag geeft Mercier het mooiste antwoord van het hele boek:


“Wat hij was geworden, een hoogleraar die in aanzien stond, gelauwerd en wel en met een uitnodiging voor Princeton, dat was hij vanaf vanavond niet meer, dat was vernietigd. Maar daarom was hij nog lang niet niets.
Er bleef veel van hem over, nog heel veel en daarvan hadden de anderen geen idee.
Daarin zou hij zich nestelen en dan was het van belang zijn ziel helemaal rond te maken en met was te bekleden, zodat alles ervan af zou glijden en druppelen, ook de vijandige blikken van de anderen. Hij zou kaarsrecht, met opgeheven hoofd, over straat lopen.
Het was een bevrijdende gedachte”


En hierop aansluitend mag zijn slotconclusie er ook wezen:


“Langzamerhand begon hij te vermoeden dat hij tientallen jaren met een verkeerde voorstelling geleefd had.
Het was helemaal niet waar dat afbakening betekende jezelf af te schermen en op te sluiten in een innerlijke vesting.
Waar het om ging was iets heel anders; dat je, als de anderen het te weten kwamen, onbevreesd en rustig stond voor wat je was, diep in jezelf.”


Kortom, zo had ik toch nog mijn mooie citaten te pakken!
Al met al geen slecht boek, al was de aanloop me wat te lang en het dilemma me zoals ik al zei, iets te onvoorstelbaar.
De beklemming en de personages zijn echter goed getroffen en je blijft lezen omdat je alsmaar wilt weten hoe Perlmann zich uit de situatie zal redden en wat daarvan de gevolgen zullen zijn.


ISBN 9789028423381 Paperback 623 pagina's Wereldbibliotheek november 2009
Vertaling Gerda Meijerink

© Willeke, 3 februari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

Wildevrouw
Katja de Man


"Tijdens het schrijven van het boek Wildevrouw, heb ik - ondanks dat het een roman is - getracht zo dicht mogelijk bij mijn ervaringen te blijven zoals ik ze heb beleefd tijdens het 12 jaar durende avontuur dat mij over de wereld heeft geleid. Ik heb me volledig ondergedompeld in de vele ontmoetingen met mensen, de verschillende culturen, religies, inzichten en filosofieën."


Het boek komt niet over als roman, meer als een, fascinerend, persoonlijk relaas van iemand die zo intens mogelijk probeert te leven. Katja is nieuwsgierig, intelligent, onderzoekend, ondernemend, staat open voor nieuwe ervaringen en voelt zich aangetrokken tot mensen die net iets anders in het leven staan dan de doorsnee mensen. Meestal zijn dat mensen die balanceren op het randje van de afgrond maar nog net aan de goede kant zitten. Deze mensen en vooral hun visie fascineren haar.


Maar ze is ook geïnteresseerd in de spirituele kant van het leven en experimenteert en ondergaat ook daarin allerlei fases en ervaringen. Soms rookt ze een zware joint, soms mediteert ze diep en voelt ze diep in haar lijf de helende kracht daarvan. In India heeft ze voor het eerst een heftige innerlijke ervaring die ze beschrijft als het licht. Niets zweverigs aan, het is een vorm van gelukkig zijn in het heden, een gevoel dat alles helemaal goed is zoals het is. Dat gevoel straalt ze ook uit wat weer zijn, liefdevolle,  reacties heeft op de mensen om haar heen. Fascinerend om te lezen.
Haar motto is: 'al wat onmogelijk lijkt moet mogelijk worden gemaakt' en daar doet ze ook alles aan om dat te verwezenlijken.


Katja's droom is actrice worden. Tijdens haar opleiding 'method acting' in Londen wordt haar ook gezegd dat ze zeer getalenteerd is en de potentie heeft uit te groeien tot de nieuwe Meryl Streep. Blakend van zelfvertrouwen trekt de eenentwintigjarige Katja daarop naar New York en trekt in bij haar grote liefde Arthur. Helaas, de relatie loopt niet zoals verwacht en Katja gaat haar eigen weg die haar naar allerlei delen van de wereld zal voeren. Actrice wordt ze ook niet. Wel maakt ze een vrij succesvol, zeer persoonlijk, eigen theaterprogramma, Katwoman, dat meegroeit met de ervaringen in haar leven. In alle delen van de wereld voert ze dit programma op en veel mensen zijn geraakt door de intensiteit en eerlijkheid.


Het reizen vormt een groot onderdeel van het boek. Opvallend is dat Katja niets van te voren vastlegt, geen onderkomen of wat dan ook, ze ziet wel wat er gebeurt, waar ze terecht komt. Haar vertrouwen in de goedheid van iedereen is bewonderenswaardig en veelal terecht. Overal waar ze komt wordt ze wel verder geholpen, ontmoet ze mensen die haar goedgezind zijn en met veel liefde opvangen of een slaapplek bieden. Ze belandt zelfs in gevaarlijke oorlogsgebieden maar dan nog, is het haar bijna naïeve vertrouwen die haar beschermt. Ze straalt dat vertrouwen uit en die wordt ook zelden beschaamd, op enkele 'vriendjes' na.


De liefde staat bij haar hoog in het vaandel. Aanvankelijk liefde in de vorm van hevige verliefdheden en intense vrijpartijen in zeer romantische settings. Later, na diverse flinke relationele decepties verandert die aanvankelijk toch wel veelal lichamelijke liefde in een alles omvattend gevoel van liefde voor alle mensen en het leven in zijn totale vorm.  


Stap voor stap leert Katja zichzelf en haar medewereldbewoner met vallen en opstaan kennen. Inmiddels heeft ze een zoon, die haar leven totaal vult en woont ze in Brabant. Maar ze weet nu ook dat ondanks haar kwetsbaarheid niemand meer haar innerlijke kracht en haar innerlijke licht kan afpakken. Ze weet dat ze niet meer afhankelijk is en is niet meer op zoek naar de alles vervullende relatie. Ze is Katwoman die ook alleen zichzelf goed kan redden, die inmiddels geleerd heeft trouw te zijn aan zichzelf en geen concessies meer te doen als dingen tegen haar gevoel in gaan, maar ze vooral de (wilde) vrouw die de hele wereld met al zijn bewoners liefheeft.


Het boek is geen literair hoogstandje, hoewel het verhaal wel goed, boeiend en in duidelijke taal geschreven is. Er staan geen prachtige zinnen in, wel enkele gedichten in het Engels, die weergeven wat Katja bezighoudt en -hield. Het ene gedicht is sterker dan de ander, maar ze zijn allemaal wel pakkend.
Ik ben ook bang dat niet iedereen dit boek zal waarderen of kan zien wat Katja voelt en beschrijft. Niet omdat Katja zelf niet duidelijk is maar wel omdat het soms materie behelst waar niet iedereen voor open staat, waar niet iedereen in kan afdalen omdat ze er nog niet aan toe zijn of gewoon omdat het niet bij hun past.


Persoonlijk vind ik het een heerlijk boek, ik houd van boeken van en over strijdbare, intelligente vrouwen die het leven en hun innerlijk durven te laten zien en vechten voor zichzelf en voor de mensen in het algemeen, op een positieve manier. Ik houd van boeken waarin mensen verder kijken dan de afgebakende grenzen, van boeken waarin mensen gaan voor het leven. Het geeft mij energie en strijdlust en moed. Dit soort boeken koester ik en herlees ze op moeilijke momenten.
Dus ja, een aanrader voor de liefhebber.


ISBN 9789082272406 paperback 231 pagina's wildevrouw.nl 30 november 2014

© Dettie, 28 januari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com