Nieuwe boekrecensies

altWedervaring
Bodo Kirchhoff


Wedervaren, dat woord wordt niet echt meer gebruikt - een vergeetwoord, zou Frits Spits zeggen. Het betekent: een avontuur, iets dat dat je overkomt. Dat is precies wat de hoofdpersoon gaat vertellen met de openingszin:


‘Dit verhaal, dat zijn hart nog altijd breekt, om een uitdrukking te gebruiken die hij nooit zou gebruiken, alleen hier bij wijze van uitzondering, waarmee zou hij het hebben laten beginnen?’


Julius Reither, gepensioneerd uitgever van boeken, schrijft nu zijn eigen verhaal op, waarbij hij zichzelf redigeert, als was hij ook zijn uitgever. Hij begint zijn verhaal bij de vondst van een boekje in een gemeenschappelijke ruimte van het appartementencomplex, waar hij net ingetrokken is.


Dezelfde avond krijgt hij bezoek. Hij heeft de dame in kwestie al gezien, ze is degene die een leesclub leidt. Ze wil hem er vast bij hebben. Uit beleefdheid nodigt hij haar binnen, voor een glas wijn. Dan begint het wedervaren. Voor hij beseft wat er gebeurt, bevindt hij zich met de vrouw die zich voorstelt als Leonie Palm, in haar auto en rijden ze weg voor een uitstapje, al is het midden in de nacht.
Een uitstapje dat een roadtrip wordt, naar het Zuiden. Tot daar waar de zon opgaat.


Twee oudere mensen, beiden met een verleden, met nauwelijks nog hoop op een gelukkig leven, bereid om de tijd uit te zitten die hen nog rest, zitten naast elkaar in de auto. Ze roken, ze praten, er zijn herinneringen, dromen en soms stoppen ze om te tanken of om wat te eten, slapen doen ze in de auto en hun reisdoel verandert steeds.


Terwijl binnen de veilige ruimte in de auto een pril geluk lijkt op te bloeien, zien ze in de wereld buiten schimmen opduiken, er zijn tenten, mensen die zich ophouden bij een tankstation: vluchtelingen. Ook op reis, met een ander doel, om andere redenen, en met andere reismogelijkheden.
Wat ogenschijnlijk een romantisch reisje is, met toeristische beschrijvingen, waar het enige wolkje aan de lucht de vluchtelingenproblematiek lijkt te zijn, krijgt een einde dat zoals in de openingszin ‘zijn hart nog altijd breekt.’


Wie is Leonie Palm? De vrouw die hij soms voluit zo noemt, maar die hij ook vaak aanduidt met Palm, of met bestuurster, of nog afstandelijker met ‘de vrouw die…’, alsof ze hem soms zeer dierbaar is, maar op andere momenten toch een totale vreemde blijkt te zijn.


Dat Bodo Kirchhoff met dit boek de Deutscher Buchpreis 2016 heeft gekregen, is nauwelijks verbazingwekkend. Het is een fantastisch gecomponeerde roman, in een bijzondere stijl. Het boek zit vol tegenstellingen. Het verhaal lijkt te gaan over een ondoordachte manier van leven, alles wat gebeurt is ad hoc, ze doen maar wat, maar tegelijk is het geheel strak gecomponeerd. De schrijver laat zijn verteller steeds van vorm wisselen. Soms is het verhaal indirect, dan zit je als het ware in het verhaal, dan weer is er afstand door een indirecte vorm.


Dat - en de schitterende veelzeggende zinnen - alleen al is erg mooi, maar dan is er ook nog het verhaal, dat heel langzaam opgebouwd wordt, met een bijna onvermijdelijk einde, waardoor de lezer toch nog verrast wordt. De thematiek is indirect: de al of niet juiste keuzes die de hoofdpersonen gemaakt hebben in het leven in tegenstelling tot de wereldproblematiek in de vorm van de vluchtelingencrisis.
Herhaald lezen zal steeds tot nieuwe inzichten leiden, iedere zin biedt meer dan op het eerste gezicht lijkt. Literatuur van de bovenste plank!


‘Hij stopte vlak voor de trap, daar waar hij met de beste wil van de wereld niet verder kon, of alleen verder kon als hij niet meer verder wilde.’


‘Geen twee, maar bijna vier uur duurde Reithers tijdverspilling, de uitputting waarin hij wegzakte, het zwijgen van zijn lichaam ook al lag hij nog zo ongemakkelijk, kortom zijn slaap - de uren die hij zou moeten overslaan als hij de verteller van dit verhaal was.’


ISBN 9789048838578 | paperback |176 pagina's | Uitgeverij Lebowski | oktober 2017
Vertaald uit het Duits door Josephine Rijnaarts

© Marjo, 9 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altLa Isla de Cuba
Twaalf verhalen en een revolutie
Samengesteld door Nanne Timmer


Deze verhalen vormen een bloemlezing waarin de veranderingen op Cuba vanuit verschillende hoeken worden belicht. Het zijn verhalen van schrijvers die na 1970 zijn geboren, midden in de dogmatische jaren van de Cubaanse Revolutie toen het bijna niet mogelijk was om alternatieve politieke geluiden te laten horen. Enkele verhalen zijn van schrijvers die later geboren zijn, in de tijd dat Fidel Castro er al niet meer was. Universitair docent Nanne Timmer schrijft een inleiding bij dit boek dat ze zelf samengesteld heeft.


Vooral die inleiding is boeiend, omdat het een inkijkje geeft in het eiland. De verhalen zelf zijn stukken lastiger. Wil je die goed kunnen begrijpen dan moet je de geschiedenis van Cuba kennen, om zo de betekenis van een bepaald woordgebruik te kunnen duiden.


In 1959 werd op Cuba de jaartelling opnieuw ingesteld. Het werd het jaar nul.
De media waren ook in handen van de heersers, hetgeen duidelijk werd door de dagelijkse programmering: altijd een bepaalde historische gebeurtenis, iets speciaals dat natuurlijk het regime ondersteunde. Dat er op de achtergrond wel degelijk van alles gebeurde, blijkt duidelijk bij het overlijden van Castro in november 2006: terwijl de kranten en de televisie vele loftrompetten blies, waren de sociale media vrijwel stil.


Nanne Timmer heeft verhalen uitgekozen van schrijvers die in meer of minder bedekte terminologie kritisch zijn op de leiding. Zoals gezegd moet je ofwel bekend zijn met Cuba en zijn historie, ofwel tekst en uitleg erbij krijgen. 
In de inleiding gebeurt dat dan ook summier. Het eerste verhaal bijvoorbeeld gaat over twee hongerlijdende burgers die een koe gaan stelen. Als zij de koe al gedood hebben en willen slachten worden zij betrapt door de boeren. Maar ook de boeren mogen de koe niet opeten. Zij zeggen tegen de dieven dat zij hen niet aan zullen geven. De koe moet toch naar de politie. Verbijsterend is wat er dan gebeurt. Het lijkt wel een griezelverhaal. Maar Nanne immer legt uit: een koe is eigendom van de staat, handig om te weten. Vlees was alleen verkrijgbaar via de zwarte markt. Er zou een langere gevangenisstraf staan op het doden van een koe dan op het doden van je vrouw. De bizarre wending drijft de spot met deze kwestie.


Ook bij het verhaal van Olga Elena Suarez Perez moet je de achtergrond kennen om te kunnen begrijpen wat je precies leest. Afgezien daarvan is de taal begrijpelijk en realistisch. Een bundel voor liefhebbers dus.


ISBN 9789460683596 | paperback | 224 pagina's | Uitgeverij Marmer | april 2017

© Marjo, 29 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet schoentje van Rosie
Sue Reid Sexton


De oorlog heeft het gezinnetje Gillespie al veranderd, de vader is weg. Lenny, de oudste dochter, 9 jaar, voelt hoe haar wereld op zijn kop staat. De gezelligheid is weg, haar moeder gedraagt zich anders. Het is maart, 1941, de oorlog nadert ook Schotland, waar Clydebank onder de schaduw van Glasgow ligt. Een klein industriestadje, waar het gezin Gillespie woont.


Lenny heeft haar eigen zorgen. Ze is de huissleutel kwijt, en ze weet niet waar haar vier jaar oude zusje is. Rosie is weggerend na pesterijen door een stel gemeneriken. Wat zal haar moeder boos zijn op haar, en ze knelt het schoentje van Rosie in haar hand, roepend en zoekend. En dan komen de 'moordbijen', zo noemt ze de Duitse bommenwerpers. Iedereen maant haar een schuilkelder in te gaan, maar dat kan niet! Ze moet Rosie vinden!


Sue Reid Sexton baseert haar eerste boek op de Clydebank Blitz, waarbij het stadje zo goed als volledig verwoest werd. De setting klopt vrijwel geheel, sommige personages hebben echt geleefd, maar het is en blijft een fictief verhaal. Lenny heeft niet bestaan.


Maar er zullen veel mensen zijn die zich herkennen in dit verhaal, dat ook de sociale achtergronden van die tijd beschrijft. Er is bijvoorbeeld die alleenstaande man, meneer Tait, een boze meneer met een stok, noemt Lenny hem, in de wetenschap dat haar moeder een hekel had aan hem. Waarom, dat weet ze dan weer niet, maar ze wil niet dat deze meneer Tait haar helpt. Hij is evenwel geduldig en weet het toch voor elkaar te krijgen dat ze hem gaandeweg gaat vertrouwen. Ze laat zich meevoeren naar de heuvels waar ze veilig zullen zijn. Waar de overlevenden allemaal naar toe trekken. Maar Lenny moet Rosie vinden en steeds opnieuw ontsnapt ze aan de aandacht van de volwassenen. En ziet dan dingen die ze niet had moeten zien: de vreselijke puinhoop van een verwoeste stad, waar de slachtoffers nog niet allemaal gevonden zijn. Waar is Rosie toch? En… waar is haar moeder?


Sue Reid Sexton woont in Glasgow, en werkte daar onder oorlogsveteranen en andere getraumatiseerden. 'Het schoentje van Rosie' is haar debuutroman. Ze beschrijft dit voorval door de ogen van dit kind, dat nauwelijks begrijpt wat er allemaal gebeurt, maar door de omstandigheden razendsnel volwassen wordt. Dat heeft Sexton heel goed gedaan! Als er woorden zijn waarvan de lezer zou kunnen opmerken dat het geen woorden van een kind zijn, gebruikt Lenny ze 'omdat haar vader – of haar moeder, of wie ook – dat woord ook gebruikte'.
Lenny interpreteert als een kind, en dat levert mooie dubbele scenes op: ze voelt wat zij beleeft, maar je weet als volwassene ook hoe het echt zit.


ISBN 9789023996903 | paperback| 120 pagina's | Uitgeverij Mozaïek| december 2016
Vertaald uit het Engels door Els van Enckevort

© Marjo, 16 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altStrikken
Domenico Starnone


Het boek bestaat uit drie delen. Een man heeft na twaalf jaar aan zijn vrouw bekend dat hij de bloemetjes buiten is gaan zetten. Hij heeft een jongere maîtresse. Op het moment dat zijn vrouw hem voor de keuze stelt: zij of ik, vertrekt hij.


Het begint als een brievenroman: Vanda schrijft haar man Aldo op een verontwaardigde en verwijtende toon, maar vraagt hem ook om terug te komen. Hun kinderen, Sandro en Anna, missen hem.
Gaandeweg verandert de toon. Ze heeft door dat hij niet terugkomt, hij is te verliefd op die ander. En Vanda schrijft al haar ellende van zich af, de toon wordt wanhopig, verwijtend en boos, en tenslotte gelaten. Op dat moment wankelt de lezer: wie heeft zijn sympathie? De vrouw die verlaten is? Of de man, die alle ellende over zich heen gestort krijgt?


Met deel twee maken we een grote sprong in de tijd. De twee echtelieden zijn bij elkaar, maar het is jaren later. Nu wordt het verhaal verteld door Aldo. Hij rommelt door papieren, maar je weet als lezer dan nog niet wat er aan de hand is. Het zijn terugblikken op zijn huwelijk en de liaison die hij had en hoe dat tenslotte stuk liep. De relatie met vrouw en kinderen werd hersteld, maar dat is alleen voor de buitenwereld zo. Er zal geen rust meer heersen in hun huis.


Hij begint zijn verhaal met de vakantie. Niet alleen wordt dat geen succes, de schrik is enorm als ze thuiskomen: het appartement is totaal overhoop gehaald! Missen ze iets, vraagt de politie? En dat is vreemd: eigenlijk niet. Er is niets weg. Aldo durft niet te zeggen dat hij wel degelijk iets mist, de kostbare spullen zijn er immers allemaal nog. Alleen de kat is verdwenen, maar die zwerft vast ergens buiten, ze zal zich rot geschrokken zijn door de inbrekers.


Deel drie is het verhaal van de kinderen, verteld vanuit de dochter. Dat verhaal werpt een verrassend licht op het voorafgaande. En waar de sympathie van de lezer ligt, nou, dat wordt een lastige kwestie...


De titel komt letterlijk van een gebeurtenis in het leven van de hoofdpersoon. Hij heeft een aparte manier om zijn veters te strikken, en ontdekt, als het leven van zijn gezin al helemaal ondersteboven ligt, dat zijn zoon onbewust deze manier van strikken heeft overgenomen. Bij een ongemakkelijke ontmoeting tussen vader en kinderen, op een moment dat hij hen al enkele jaren niet gezien heeft, confronteert Anna hem daarmee: waarom heeft hij het Sandro wèl geleerd, en haar niet? Zij wil het ook leren!


Het is het verhaal van een gezin dat verscheurd raakt, en hoe ieder gezinslid daarop reageert.  Een prachtige psychologische roman, met een spanningselement erin: want wie zijn die onverlaten die ingebroken hebben?


Er is een voorwoord van de vertaalster naar het Engels Jhumpa Lahiri. Als je dat tevoren leest word je haast bang om het verhaal nog te gaan lezen, zo ontzettend lovend is zij. Laat je niet tegenhouden, het is geen moeilijk te begrijpen verhaal. Als Lahiri aangeeft dat ze er bij meerdere lezingen andere dingen uit distilleerde, dan is dat niet zo vreemd. Is dat immers niet zo bij alle goede boeken, dat een tweede, een derde lezing je andere ervaringen geeft?
Een goed boek is het zeker, het is zeker de moeite waard om nog eens te lezen, maar een gemiddelde lezer leest maar één keer, en deze ene keer levert zeker ook een bevredigende ervaring op! De sfeer is zoals die bij het beroemde toneelstuk: Who is afraid of Virginia Woolf?
Een indringende psychologische roman vol emotie, kwelling en jawel, liefde.


ISBN 9789025451714 | paperback | 176 pagina’s | Uitgeverij Atlas Contact | augustus 2017

© Marjo, 7 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Voor je weggaat
Clare Swatman


‘Ik ga naar mijn werk Tot vanavond.’
‘Dag.’ Het klonk bruusk en kortaf. Ze was niet in de stemming voor een praatje en dat wist hij. Dus draaide hij zich om en liep weg.’


Dat was de laatste keer dat ze haar man in leven zag, en zoals dat dan gaat: Zoe heeft er reuze spijt van dat ze niet vriendelijker was. Dat ze hun ruzie niet uitgepraat heeft. Dat ze …


Na de begrafenis moet Zoe pillen slikken om op de been te blijven. Haar leven is uitzichtloos, ze heeft ongelofelijk wroeging, en wordt verteerd door het idee dat ze niet aardig genoeg was. Ze heeft het helemaal verkeerd aangepakt. En toch was Ed haar soulmate. En dan komt ze ten val:


‘Zodra ik wakker word weet ik, zelfs met mijn ogen dicht, dat er iets veranderd is.’


Inderdaad: ze is ineens twintig jaar jonger. Ze ontdekt dat ze bepaalde dagen herbeleeft, dagen die belangrijk waren voor haar en Ed. Soms heeft ze dat niet meteen door, omdat ze soms niet weet welke dag het precies is, en dat op moet maken uit wat er om haar heen gezegd en gedaan wordt. Het zijn de dag dat ze Ed ontmoet heeft, de dag van de eerste kus, de dag van hun eerste ruzie, dat soort momenten die ze nu opnieuw beleeft, terwijl zij in die beleving de enige is die weet dat Ed dood is. Het is niet echt. Maar het voelt zo echt. Wil dat zeggen dat ze de dingen kan veranderen?
Kan ze verhinderen dat Ed die ochtend de deur uitgaat zonder dat hun ruzie uitgesproken is? Kan ze voorkomen dat hij sterft?


Maar als dat niet kan, dan kan ze er in ieder geval wel voor zorgen dat deze nieuwe Zoe liever is voor Ed. De herkansing biedt haar de mogelijkheid om dingen uit te spreken die ze eerder verzweeg. Zich anders te gedragen. En af en toe lijkt het toch of ze zo iets verandert…


Een liefdesverhaal, maar dan anders. In die zin is dit een origineel debuut. Het blijft een zwijmelverhaal, maar daar is niets mis mee, zolang de verhaallijn je blijft boeien. En het is een verhaal over rouwverwerking. Want al beleeft ze het verleden, Zoe is er zich constant van bewust dat Ed er niet meer is als ze echt wakker wordt. Daarom zijn haar herbelevingen dan ook in de ik-vorm geschreven, terwijl het eerste hoofdstuk, die de realiteit beschrijft, in de derde persoon is.
Mooi debuut.

Clare Swatman (Essex, 1975) heeft gewerkt als journaliste en schreef voor diverse vrouwenbladen, waaronder Bella, Best, Woman’s Own en Real People. Voor je weggaat is haar romandebuut.


ISBN 9789400507609 | paperback | 336 pagina's | Bruna Uitgevers | mei 2017
Vertaald door Erica Feberwee

© Marjo, 29 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe geheime vrouw
Gill Paul

Als Kitty Fisher er achter komt dat haar man haar ontrouw is weet ze onmiddellijk wat haar te doen staat. Onlangs heeft ze een vakantiehuisje geërfd dat aan de rand van Lake Akanabee staat. Ze pakt haar koffers en vertrekt. De blokhut was van haar overgrootvader, Dmitri Yakovlevitsj, een man die zij nooit gekend heeft. Voor zover zij weet was hij al overleden voor haar geboorte.
Bij de hut vindt ze een kostbaar juweel, een hondenpenning.
Wie was die man, die onbekende overgrootvader? Waarom was er geen contact met haar oma?

Kitty gaat op onderzoek uit. Op internet is niet veel te vinden, tenslotte was de man al geboren voor 1900. Maar ze houdt vol, en doet allerlei ontdekkingen, niet allemaal even prettig. Wat ze ook ontdekt is dat zij haar schrijverstalent –ze denkt graag dat ze die heeft – van hem heeft, want hij was een niet onverdienstelijk romanschrijver.

Intussen volgen we ook het verhaal van Dmitri Malama, een officier van de keizerlijke garde, die in 1914 gewond raakt. Hij wordt wakker in het ziekenhuis en ziet een verpleegster die hij goed kent, maar dan in een andere hoedanigheid: het is Tatjana, een van de vier dochters van tsaar Nicolaas II. De twee worden verliefd, en trouwen zelfs in het geheim, maar een toekomst samen is niet voor hen weggelegd. De rijke, wereldvreemde Romanovs worden gehaat door het arme, hongerige volk, en in 1917 wordt het gezin – ouders, vier dochters en troonopvolger Aleksej - op brute wijze vermoord door soldaten van het Rode Leger.

Maar: Tatjana is niet bij het gezin op dat moment. Dmitri heeft haar laten ontsnappen en heeft haar verborgen in een klein huisje. Helaas moet een van de bewakers het gemerkt hebben. Op het moment dat Dmitri de kust veilig acht en zijn geliefde wil halen, is het huisje leeg. Waar is Tatjana gebleven?

Deze twee verhaallijnen wisselen elkaar af. De schrijfster heeft een uitstekende prestatie geleverd. Niet alleen vertelt ze de geschiedenis van de Romanovs op een boeiende wijze, ook de verhaallijn in het heden is meer dan alleen een romantisch verhaaltje. Gill Paul weeft de twee geschiedenissen samen, in een geloofwaardig verhaal.Degene die de geschiedenis van de Romanovs kent weet dat het het verhaal over Tatjana zeer onwaarschijnlijk is, maar het wordt niettemin heel aannemelijk beschreven.
Bovendien lezen we in het nawoord dat de gardeofficier Dmitri Malama wel degelijk geleefd heeft en op zijn minst een zeer goede vriend van Tatjana was.

De expositie ‘Romanovs & Revolutie, het einde van een monarchie’, die het afgelopen jaar in de Hermitage te zien was en een succes werd, is nu in St.-Petersburg, ter gelegenheid van de herdenking van de Oktoberrevolutie 1917. Een half jaar na de aanvang van de revolutie vonden de Romanovs de dood.

De Schotse Gill Paul heeft haar eigen productiebedrijf en is behalve schrijfster ook redacteur. De Geheime Vrouw is haar debuutroman wat Nederland betreft. En die overtuigt onmiddellijk. Gedegen onderzoek gaat vooral aan een meeslepend romantisch avontuur, de ideale combinatie voor menig uurtje leesgenot.


ISBN 9789400508781| paperback | 384 pagina's | A.W Bruna| mei 2017
Vertaald uit het Engels door Saskia Peterzon - Kotte

© Marjo, 1 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHallo wereld
Een Syrisch meisje vertelt over de oorlog in haar land en pleit voor vrede
Baba Alabed


Aleppo is de grootste stad van Syrië en het economische hart van het land. Vanouds heeft er een innige samenwerking plaatsgevonden tussen Aleppo en het regime van president Bashar al-Assad in Damascus. In het begin van de Syrische opstand bleef het in Aleppo dan ook relatief rustig, met slechts enkele kleinschalige protesten.


In juli 2012 begonnen de rebellen aan het offensief tegen de stad Aleppo. In de avond van 19 juli werden er schietpartijen gemeld tussen het Syrische leger en rebellen in verscheidene buurten van Aleppo. Ook in het stadscentrum waren er confrontaties tussen de rebellen en het regeringsleger. Door de gevechten kwam het leven in bepaalde wijken tot stilstand en kwam de stad ook zonder stroom te zitten.
Op 24 juli lanceerde het Vrije Syrische Leger een aanval op het stadscentrum, wat leidde tot gevechten in de oude stad van Aleppo, die op de Werelderfgoedlijst staat.


Drie jaar is Bana Alabed als de oorlog uitbreekt in de stad Aleppo. ‘Drie volmaakte jaren heb je gehad’, zegt haar moeder ‘Ik hoop dat je de herinneringen van voor de oorlog nooit kwijtraakt…zwemmen met papa in het zwembad; de gekke liedjes die Yasmin en jij altijd verzonnen; ons smeken om met je in het reuzenrad te gaan; de zoete geur van jasmijn die in de lucht hing in ons tuintje op het balkon.’


Dan begint de vernietiging van al dat moois: de Mukhābarāt, de geheime politie van Bashar-al-Assad, pakt de vader van Bana op. Hij is advocaat en dus verdacht. Gelukkig komt hij weer thuis - altijd onzeker als je opgepakt wordt - maar niet lang daarna beginnen de bommen te vallen op Aleppo. De stad raakt verdeeld in Oost en West met de zone er tussen in waar het Vrije Syrische Leger tegen het Regime vecht.


Het gezin waarin Bana opgroeit is een moderne familie, niet rijk, maar ook niet onbemiddeld. Mede daardoor kunnen ze zich wat langer staande houden terwijl de bommen om hen heen de stad vernietigen. Ze kunnen zonnepanelen installeren zodat ze hun telefoons kunnen opladen en water kunnen oppompen. Maar de kinderen kunnen niet meer naar school; ze kunnen niet buitenspelen; er verdwijnen familieleden. En dan valt ook op hun huis een bom.
Bana is zeven jaar, bang. Voor zichzelf, voor haar broertjes, voor haar ouders. Vooral al die onschuldige mensen die klem zitten tussen de strijdende legers die geen enkel ontzag hebben voor burgers.


‘Ik voelde altijd een brok in mijn keel wanneer ik eraan dacht dat we alle dingen die we fijn vonden niet meer konden doen. Ik haatte de oorlog.’

De opwelling om iets te twitteren over haar onmacht, als ze voor de tweede keer midden in een belegering zitten, en ze al drie maanden nergens heen kunnen, zonder voedsel, water en medicijnen, heeft grote gevolgen. Ineens beseft de wereld wat er gaande is. Dat er onschuldige burgers in de val zitten. Vrouwen en kinderen die geen kant op kunnen.


Bana Alabed is geboren in 2009 in Aleppo, Syrië. Tijdens het beleg van de stad in 2016 bericht ze met opmerkelijk inzicht over de dagelijkse verschrikkingen. Haar tweets werden een social media-sensatie. In december 2016 werden Bana en haar familie van Aleppo naar Turkije geëvacueerd. Bana heeft haar talent, haar aanleg voor taal, kunnen gebruiken om de wereld wakker te schudden. Met dit boekje, dat ze onder begeleiding van haar moeder die ook verklarende stukken schreef, gemaakt heeft, vertelt ze haar aangrijpende verhaal.

ISBN 9789044352764 | paperback | 224 pagina's |The House of the Books | november 2017
Vertaald uit het Engels door Marjet Schumacher

© Marjo, 21 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe witte kamer
Jan Schurgers


De witte kamer vormt het decor van het verhaal. Naarmate duidelijk wordt waarom de hoofdpersoon zich daar bevindt, wordt de kamer minder wit. Maar het uitzicht door dat kleine raampje blijft hetzelfde.


Aanvankelijk heeft onze hoofdpersoon geen idee waar hij zich bevindt of waarom. Maar zijn geheugen komt langzaam terug, enigszins geholpen door de visites van een raadsman. Af en toe komt er iemand anders mee, en dan stellen ze hem vragen. Ze zijn bezig met het uitpluizen van het verleden van de man, die al snel weer weet dat hij een drinker is. Een alcoholist is hij, en het gedwongen afkicken valt niet mee. Maar naarmate hij helderder wordt, komt zijn geheugen terug en denkt hij terug aan zijn jeugd en aan wat waarschijnlijk de reden is dat hij zich daar in die kamer bevindt.

Hij was de oudste in een gezin met twee kinderen. Zijn jongere zusje is omgekomen bij een dramatisch ongeluk, waar zijn moeder haar enige zoon de schuld van gaf. Ze zei tevoren al tegen hem dat hij een ramp was, omdat hij geboren was op 1 februari 1953, de dag van de Watersnood. Misschien was dat toen nog enigszins schertsend bedoeld, maar na het overlijden van Alida keek ze hem met de nek aan. Hij was niets waard, een lastpost en zo behandelde ze hem ook. Helaas voor de jongen was zijn vader niet bij machte daar verandering in te brengen. De man keek zijn vrouw naar de ogen en wilde het liefst alles wat ze deed goedkeuren. Dus, zo bekende hij jaren later, wilde hij het niet opnemen voor zijn zoon. Hij zweeg,
De jongen groeide op in een harde wereld. Zijn ouders hadden een slagerij, waar nog door de slager zelf geslacht werd. Toen de jongen op school niet echt mee kon komen, werd hij thuisgehouden en moest hij de dieren die gekocht waren doodschieten.


Een triest verhaal, maar geen reden om in deze instelling te zitten waar hij blijkbaar niet uit mag.
Wat heeft hij gedaan? Waarom krijgt hij bezoek van een raadsman?
Wat was er zo erg dat hij het verdrinken moest in de alcohol?


Pas in de loop van het verhaal waarin heden en verleden elkaar afwisselen wordt duidelijk wat de misdaad was, en wat het motief. De dader – als hij de dader is – hebben we al. En dan rest een belangrijke vraag: is deze man dader of slachtoffer? Wat is de conclusie van de lezer?


Een aparte thriller. Zo wordt het boek genoemd, een thriller. Maar al is er wel een spanningsboog – je wilt tenslotte wel weten wat hij gedaan heeft – is die niet zo sterk dat het een thriller is. Meer een psychologische roman, waarbij het verhaal geheel verteld wordt door de man die verondersteld wordt een dader te zijn. Er zijn enkele prachtige beelden in dit boek te vinden: de jongen die Franciscus van Assisi als zijn voorbeeld ziet moet dieren doodschieten. En die kever in zijn kamer, hij kan het niet over zijn hart verkrijgen het dier dood te trappen.

Jan Schurgers (Valkenburg, 1946) is onderwijzer. Zijn romandebuut was in 1986: ‘de Ondergang’.

ISBN 9789079226344 | paperback | 188 pagina's | Leon van Dorp | januari 2017

© Marjo, 8 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe jacht
Hans Galesloot


Martha Rosenthal is kunsthistorica, en werkt bij de eveneens Joodse Goudstikker. Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, vertrekken Goudstikker en zijn vrouw naar Amerika. Martha zorgt samen met de bedrijfsleider nog een tijd voor de galerie, en haar ouders denken - zoals vele joden in het begin van de oorlog dat dachten - dat het allemaal wel mee zal vallen, maar dat is gerekend buiten de aanwezigheid van polizeiführer Rauter, een Oostenrijkse SS-er.


Hij zet zich vol overtuiging in voor de deportatie van de Joodse Nederlanders naar concentratie- en vernietigingskampen. Hij zet zijn medewerkers aan om steeds meer mensen op te pakken, er moeten quota gehaald worden.
De vriend van Martha duikt onder, evenals haar zwager. Haar ouders melden zich en belanden in kamp Westerbork. Als de grond te heet onder hun voeten wordt duiken ook Martha en haar zus onder.


Een van de jodenjagers is Jan van de Laan. Hij is een bekende van Martha; als vrijwel ongeletterde Amsterdammer kwam hij bij haar in de lesgroep voor analfabeten, werd verliefd op haar. Ze vond hem een aardige jongen, maar had al een vriend. En Jan trouwde met Agnes, die later overleed aan tbc met achterlating van twee jonge kinderen. Jan is geen jodenhater, maar heeft geen werk en moet voor zijn kinderen zorgen. En gaandeweg stompt hij af. Het doet hem allemaal niet zoveel meer, en doet zelfs mee aan de ruwe en mensonterende behandeling die Joden krijgen. Tot hij Martha, die al enkele keren moest verhuizen omdat ze verraden bleek, ontdekt, en haar gaat helpen. Hij is nog steeds verliefd.


Via haar pianolessen heeft Martha Inez en haar man Jacob leren kennen. Jacob is bij de politie, en is van mening dat de nieuwe machthebber gehoorzaamd moet worden. Bevelen moeten opgevolgd worden. Maar, verzekert hij zijn vrouw: hij helpt zelf niet mee aan het oppakken.
Dat is evenwel een leugen.


Deze drie personen, Martha, Jan en Jacob zijn de personages met wie de verschillende kanten van de oorlog belicht worden, in een menselijke benadering.
Ook schuldigen zijn slachtoffers van de tijd en omstandigheden. Zelfs de gemeenste misdadiger heeft zijn gezin lief, en het meest onschuldige slachtoffer is evengoed in staat tot pijn veroorzaken.
Er is een interessante bijrol voor de meestervervalser Van Meegeren.


Echt nieuwe feiten komen in dit boek niet naar voren, maar laten zien dat zowel slachtoffers als daders menselijk zijn, kan geen kwaad. Tenslotte is was en is de wereld niet zwart-wit, maar heeft het leven alle tinten grijs.
Het boek leest vlot, maar het is geen boek voor degenen die de feiten niet echt kennen, wie meer wil weten zal zelf op zoek moeten.


Hans Galesloot (1953) woont en werkt in Haarlem. Hij is de schrijver van 'Mevrouw Majesteit' over het hofconflict tussen Bernhard en Juliana en schreef televisieseries voor de Nederlandse en de Duitse televisie.


ISBN 9789492241177| paperback | 320 pagina's | Magonia | maart 2017

© Marjo, 31 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Klein land
Gaël Faye


Ik dacht uit mijn land te zijn verbannen. Maar toen ik terugkeerde over de sporen van mijn verleden begreep ik uit mijn kinderenjaren te zijn verbannen. Wat me nog veel wreder lijkt.


Al op de eerste bladzijde van dit boek borrelde een gevoel van verrukking in me op dat ik alleen ervaar als ik een heel bijzonder boek in handen heb. Een pareltje. Er zijn veel mooie boeken maar sommige boeken steken met kop en schouders boven de rest uit. Dit is zo’n boek. Het is geschreven vanuit het hart en met een prachtig gevoel voor taal. Auteur (én zanger, rapper en singer-songwriter) Gaël Faye baseerde dit indringende verhaal over de burgeroorlog in Rwanda op ervaringen uit zijn eigen jeugd.


Hoofdpersoon Gabriel woont tegenwoordig in Frankrijk maar hij groeide op in Burundi, waar hij met zijn Franse vader, Rwandese moeder en zusje Ana in een gerieflijke expatbuurt woonde. In 1992 is Gabriel tien jaar. Hij leidt een onbezorgd leven en speelt veel met zijn vriendjes buiten. Toch merkt ook hij dat de gemoedelijke sfeer in Burundi verandert. Ineens doet het ertoe of je een Hutu of, net als Gabriels moeder, een Tutsi bent. Het is voor de jonge Gabriel moeilijk te begrijpen waarom dat van belang is.


‘Is er een oorlog tussen de Tutsi en de Hutu omdat ze niet hetzelfde grondgebied hebben?’
‘Nee, dat is het niet, ze hebben hetzelfde land’
‘Eh… omdat ze niet dezelfde taal hebben, dan?’
‘Nee hoor, ze spreken dezelfde taal.’
‘Omdat ze niet dezelfde god hebben, dan?’
‘Nee hoor, ze hebben dezelfde god.’
‘Maar… waarom voeren ze dan oorlog tegen elkaar?’
‘Omdat ze niet dezelfde neus hebben.’


Terwijl de onrust in Burundi, en vooral in buurland Rwanda, toeneemt, wordt de sfeer in huis ook steeds minder prettig. De relatie van Gabriels ouders staat op springen en uiteindelijk vertrekt zijn moeder. Terwijl niets meer is wat het eens was, probeert Gabriel zich wanhopig aan zijn kind zijn vast te klampen. De steeg waar hij met zijn vriendjes speelt, moet verstoken van oorlogen en huwelijksproblemen blijven. Daar moet het niet uitmaken of je Hutu, Tutsi, blank, zwart of karamelkleurig bent. Alle mensen, en kinderen helemaal, zijn immers gelijk. Toch wordt ook de sfeer in zijn geliefde steeg steeds grimmiger. De oorlog en de haat ontzien niemand en strekken hun armen dwingend naar de onschuldige kinderen uit.


In Rwanda barst de bom als eerste. Mensen veranderden in monsters en richten een waar bloedblad aan. Een genocide. Gabriels moeder maakt zich, terecht, grote zorgen om het welzijn van haar familie. Mensen worden vermoord alsof het waardeloze prullen zijn. Het is een grote verschrikking en het geweld is niet te temmen. Terwijl in Rwanda alle menselijkheid uitgewist lijkt te zijn, sijpelt het geweld door naar Burundi. Zelfs de steeg waar Gabriel eens zo heerlijk onbezorgd met zijn vriendjes speelde, verandert in een oorlogsgebied en ook de zachtaardige Gabriel levert een deel van zijn menselijkheid in.


Ik wil geen monteur meer worden. Er valt niets meer te repareren, niets meer te redden, niets meer te begrijpen.


Het is nauwelijks te geloven dat Klein land een debuut is. Het is in een prachtige stijl en heel invoelend geschreven. Juist omdat het verhaal door de ogen van een kind wordt beschreven, wordt extra benadrukt hoe afschuwelijk, zinloos en ronduit belachelijk het is om mensen puur en alleen vanwege hun afkomst te haten. We zouden wereldwijd een voorbeeld aan de kinderen die eens zo onschuldig in de steeg speelden moeten nemen en elke volwassene op deze planeet zou alles op alles moeten zetten om ervoor te zorgen dat er altijd voor elk kind een veilige steeg beschikbaar zal zijn. Gaël Faye heeft mij geraakt en dit verhaal zit stevig in mijn geheugen verankerd. Lees dit boek. Lees en geniet van het prachtige taalgebruik. Lees en leer van fouten die nooit meer gemaakt mogen worden. Mensen horen thuis op de plek waar hun hart zich bevindt. Wie zijn hart moet achterlaten, zal zich nooit meer compleet voelen.


Ik slinger tussen twee oevers, dat is de ziekte van mijn ziel. Duizenden kilometers scheiden me van mijn leven van vroeger. Het is niet de aardse afstand waardoor de reis lang wordt, maar de tijd die is vergleden.


ISBN 978904883707 | ebook| 163 pagina's | Hollands diep | september 2017
Vertaald door Liesbeth van Nes

© Annemarie, 22 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER