Nieuwe boekrecensies

De paradox van geluk
Aminatta Forna


De hoofdpersonages zijn Atilla en Jean. Hij is een, van oorsprong Ghanese, psychiater gespecialiseerd in oorlogstrauma's. Hij is in Londen om een speech te houden tijdens een belangrijke conferentie. Zij is een Amerikaanse, wetenschapper, die het leven van vossen in Londen bestudeert en vlinder- en vogelvriendelijke daktuinen aanlegt. Ze ontmoeten elkaar met een klap, ze botsen namelijk op Waterloo Bridge tegen elkaar aan. Atilla helpt Jean overeind en ze gaan vervolgens ieder weer hun eigen pad. Het toeval wil dat ze elkaar opnieuw ontmoeten en dan beginnen ze een gesprek.


Atilla is namelijk op zoek naar het zoontje van een nicht van hem. Zij is uit huis gezet wegens vermeende wanbetaling en ligt nu in het ziekenhuis. Haar zoontje weet dat niet. - Dit geeft o.a. gelijk de wantoestanden rond de emigratiediensten aan - De praktische Jean schakelt haar informanten in om mee te helpen zoeken. Dat zijn de straatvegers en nachtwerkers zoals portiers en dergelijke die het haar doorgeven als ze een vos hebben gezien. Ook het zilveren 'standbeeld' wordt ingeschakeld. Het blijkt een bijzonder mens te zijn.


Het mooie van dit verhaal is, dat in feite iedereen gelijk en even waardevol is. Alle mensen die in het boek voorkomen en Atilla helpen zijn geen originele Londenaren, allen zijn afkomstig van diverse werelddelen en proberen een bestaan op te bouwen in Engeland, met name in Londen. Dit schept een band tussen de zoekende groep mensen. Ze zijn overigens erg gelukkig met de hun geboden kansen in hun nieuwe land.


Via schuingedrukte hoofdstukken komen we ondertussen meer te weten over de achtergronden van Atilla en Jean. We ontdekken dat beiden hun oude leven aan het verwerken zijn. Atilla's vrouw is onverwacht overleden, Jean is gescheiden van man en kind, die wonen nog in de USA. Beiden hebben hun verdriet daarom maar dat weten ze niet van elkaar. Tussen zijn werkzaamheden bezoekt Atilla meerdere keren zijn oud-collega Rose op, zij is vroeg dementerend. Atilla probeert haar verzorging zo goed mogelijk te laten verlopen en moet moeilijke beslissingen nemen. Aminatta Forma weet Atilla's weemoed over vergane tijden met Rose overigens erg mooi te verwoorden.


Frappant is ook dat de natuur zo'n grote rol speelt in het verhaal. Jean jogt elke ochtend door de Londense parken, ze registreert in haar hoofd de beplanting en vogels die ze ziet. 's Avonds, 's nachts of 's ochtends zoekt ze naar plekken waar vossen zich mogelijk  schuilhouden. Dat is vaak bij afvalplekken of restaurants, de vossen komen veelal op het eten af dat mensen weggooien.  Het is een interessant onderzoek maar ze ondervindt ook veel tegenstand van de populistische Londense burgemeester die de vossen als een gevaar voor zijn stad en bewoners ziet. Er zijn o.a. radio-interviews met voor en tegenstanders waar wij getuige van mogen zijn.


De zoektocht naar het neefje van Atilla brengt de twee dichter bij elkaar maar dat is niet het hoofdthema van het boek dat niet voor niets deze titel heeft. In feite geeft Aminatta Forna aan dat het geluk in heel andere zaken zit dan in de westerse wereld vaak wordt aangenomen. - De laatste tijd wordt het overigens steeds meer de tendens dat het nastreven van geluk en vermijden van pijn en verdriet, of dat niet mogen tonen, in feite bizar en ver buiten de werkelijkheid is.  - De prachtige speech van Atilla aan het eind van het boek maakt de titel helemáal duidelijk.


Het verhaal moet je even laten bezinken en heeft ook even tijd nodig om het in zijn totale waarde te kunnen zien. Er zijn veel thema's en er gebeurt ook veel, maar mensen die actieverhalen met veel vaart en snelle ontwikkelingen willen lezen komen niet aan hun trekken. Het is bijna alsof je naast iemand loopt die jou het verhaal vertelt en ondertussen wijst naar dingen die hem of haar opvallen. Daardoor krijgen vooral de 'onopvallende' mensen aandacht.  Iedereen kent de mensen die beschreven worden wel maar we zien ze eigenlijk nooit écht. Ze horen bij het straatbeeld. Aminatta Forna laat ze wel zien en geeft ze in haar fraaie zinnen een prachtige stem. Het kost moeite om afscheid te nemen van dit verhaal, deze bijzondere mensen.
Kortom, het is een erg mooi koesterboek.


Zie ook VPRO boeken (start 16.35 uur)


ISBN 9789046823873 | Paperback | 416 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | september 2018
Vertaald door Aleid van Eekelen-Benders, Mariella Duindam

© Dettie, 22 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het meisje in de brief
Emily Gunnis 


‘Soms kijk ik naar de van haat verwrongen gezichten van de nonnen als ze weer eens zo’n mager geknakt meisje slaan, en dan bedenk ik hoe ongelooflijk ongelukkig ze moeten zijn om zich zo te gedragen’


Aan het woord is Ivy, in een van de brieven die ze schreef aan de man van wie ze dacht dat haar vriend was. De man die haar bezwangerd en toen in de steek gelaten heeft. Het is 1956, een tijd waarin het absoluut uit den boze was dat je ongehuwd een kind kreeg. Niet alleen in Ierland, waar we dit al van kennen, ook in Engeland werden zulke meisjes uitgemaakt voor slet, en naar een tehuis gestuurd om daar hun kind te krijgen. Als er betaald werd kon de jonge vrouw na de bevalling naar huis. Zonder kind natuurlijk, dat werd geadopteerd. Had ze niet kunnen betalen dan moest ze in het tehuis blijven werken.


Gruwelijke misstanden waarvan meisjes en kinderen de dupe werden. Hadden de doktoren en de pastoors die meisjes daarheen stuurden enig idee waar ze mee bezig waren? Hadden ze geen menselijke gevoelens? En de nonnen die het huis leidden? Er werd misbruik gemaakt van de vrouwen; uitrusten na de bevalling, hoe zwaar soms ook, was er niet bij, ze kregen nauwelijks voldoende te eten en moesten zeer zwaar werk verrichten in de wasserij.


Het overkomt ook Ivy in St Margareth’s, Haar dochter Rose wordt geadopteerd. De brieven die zij schrijft worden door een iets vriendelijker non naar buiten gesmokkeld en worden jaren later 'gevonden'. In 2017 krijgt Samantha Harper die onder ogen. Ook zij is een alleenstaande moeder, ze is weggegaan bij haar man, met haar dochtertje. Sams oma zorgt voor het meisje als Sam het zelf niet kan. Zij is journaliste, werkt bij een krant waar ze zich zwaar onderbedeeld voelt. Ze bedenkt dat ze dit verhaal over het tehuis uit zal werken, het zal haar toekomst bepalen. Dat loopt heel anders dan ze gedacht had.


Ook in 2017 volgen we Kitty Cannon, die afscheid neemt na twintig jaar lang een succesvolle show te hebben gehad op de televisie. Zij woont alleen en is teleurgesteld in het leven. Haar verleden speelt haar parten. Ze loopt bij een psychiater om daarmee in het reine te komen.


Sams nieuwsgierigheid en Kitty’s verwerking vallen samen met de sloop van St Margareth. Die is al vertraagd geweest doordat de reeds lang vermiste pastoor gevonden werd in het riool onder het huis. Sam ontdekt dat er meer verdachte sterfgevallen zijn.


De roman ontwikkelt zich tot een heuse thriller, met een spannende ontknoping, maar het is vooral het verhaal over het bestaan van dit soort tehuizen waar vrouwen een onmenselijke behandeling ondergingen dat Emily Gunnis de lezer wil vertellen. Helaas doet ze dat niet zo goed als andere schrijvers die haar voorgingen.
Er zitten een paar ongerijmdheden in haar verhaal. De brieven bijvoorbeeld. Haar oma wil ze haar niet laten lezen, waarom doet ze het dan? En een achtjarig kind kan niet zonder dat iemand het merkt het leven van een ander kind overnemen. Beginnersfoutjes zullen we maar denken.


De vorm is  vrij ingewikkeld, er wordt steeds heen en weer gesprongen in de tijd, met daar tussen nog de brieven. Daardoor blijf je overigens wel doorlezen; hoe ze cliffhangers moet gebruiken beseft de schrijfster heel goed. En er is nog het minder uitgewerkte verhaal over de proeven met medicijnen op jonge, vaak gehandicapte kinderen.
Maar het verhaal is helaas iets wat gebaseerd is op historische feiten, het is schrijnend wat er zestig jaar geleden gebeurde als je het slachtoffer werd van de mooie praatjes van een man.


Emily Gunnis heeft journalistiek gestudeerd en heeft een paar scripts en nieuwsartikelen geschreven.


ISBN 9789402730302  | paperback | 368 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | oktober 2018

© Marjo, 13 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het moerasmeisje
Delia Owens


‘Moeras is niet hetzelfde als drasland. Moeras is een oord van licht, waar gras in water groeit en het water overloopt in de lucht. Traag meanderende stroompjes voeren de bol van de zon met zich mee naar zee en langpotige vogels verheffen zich met een onverwachte gratie, alsof ze niet op vliegen zijn gebouwd, tegen het achtergrondgeraas van ontelbare sneeuwganzen.
Het echte drasland, met de zompige veenpoelen kruip hier en daar het moeras binnen, verborgen in klamme wouden. Het veenwater staat stil, is donker, heeft het licht opgeslokt in zijn modderstrot. Zelfs aardwormen leven hier overdag. Er zijn natuurlijk wel geluiden, maar vergeleken met het moeras is het drasland stil, want ontbinding is een proces op celniveau. Het leven vergaat en stinkt en keert terug tot rottende humus; een penetrant geurende omwenteling van dood naar leven.’


Zo begint het boek en de toon is meteen gezet. Dit wordt smullen. En dat was het ook.


Twee jongens vinden een man in het drasland, dood. Het is een van de meest geliefde mannen van Barkley Cove (North Carolina), en lang wordt er getwijfeld: is het een ongeluk geweest? Of was er toch iemand die hem dood wilde?
Als het steeds meer op het laatste lijkt wordt het meisje Kya verdacht. Zij woont in het moeras, alleen.
Haar moeder vertrok toen het kind zes was, en al snel volgden de oudere broers en zus. Omdat haar vader een dronkaard is met een kwade dronk, vertrekt ook haar vier jaar oudere broer als hij zestien is. Hij heeft niet langer zin zich te laten mishandelen.


In de tussentijd heeft Kya wel geleerd hoe ze haar vader te vriend moet houden, ze heeft een beetje leren koken en het huishouden doen, verder blijft ze ver weg van hem, en neemt dan haar intrek in een bouwvallige hut verderop. Daar wordt ze opgemerkt door een jongeman, Tate, die haar leert lezen en schrijven.
Dit betekent het begin van een heel ander leven. Nog steeds in het moeras, nog meer alleen als haar vader ook verdwijnt, maar nu gaat de wereld voor haar open. In boeken leest ze over de natuur, over dieren en planten.


Het zijn de jaren vijftig, de samenleving is (nog meer) bekrompen: rassenscheiding, discriminatie. En een meisje alleen in het moeras, ze is wild, want ze is niet opgevoed, ze moet wel een heks zijn. Haar enige contact is een zwart echtpaar dat aan het water woont, en haar helpt te overleven. Maar Kya ontwikkelt zich tot een mooie jonge vrouw, en behalve haar eigen hormonen, spelen ook die van enkele jongens in het dorp op. Zo fungeert het meisje als een manier om te laten zien dat je ‘volwassen’ bent, en zijn er later jongens die meer van haar willen.


‘De stemmen werden luider. ‘Hier komen we, moerasmeisje!’
‘Hé, ben je daar? Aapmens!’
‘Laat je tanden zien! Laat je moerasgras zien!’ Ze schaterden.
Ze dook diep achter de halfhoge afscheiding van de veranda weg. De voetstappen kwamen dichterbij. De vlammen flakkerden woest en doofden toen helemaal. Vijf jongens van een jaar of’ dertien, veertien renden over het erf.’


Het verhaal springt heen en weer van de jaren vijftig tot 1969, het jaar waarin de man gevonden wordt. Prachtig zijn de natuurbeschrijvingen, zoals ook de psychologische ontwikkeling van het meisje heel mooi uit de doeken gedaan wordt. Vanaf het begin is er dat ‘drassige’ sfeertje, dat door Delia Owens uitgewerkt wordt met een verrassende ontknoping.
Een fantastisch verhaal met mooie zinnen en fraaie vergelijkingen, dat nog aangevuld wordt door een topografische kaart van de omgeving voor in het boek.


‘In Barkley Cove wordt de godsdienst hardgekookt en doorbakken opgediend.’


‘Je moet wasberen niet allemaal dezelfde boom in jagen.’


Delia Owens won een prijs voor schrijven over de natuur (the John Burroughs Award for Nature Writing). Terecht naar blijkt uit deze debuutroman.


ISBN 9789044354065  | Paperback | 384 pagina's | The House of the Books | oktober 2018
Vertaald uit het Engels door Mariëtte van Gelder

© Marjo, 8 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Janssen
Paul Peijnenburg


Jaren negentig. Evert Janssen heeft een rustig leven geleid. Hij was getrouwd met Tonia, een huwelijk waarin geen kinderen kwamen en de liefde langzaam verdween. Na dertig jaar overleed zij, ze viel zomaar neer. Sindsdien is hij alleen gebleven, met zijn kippen en zijn sterrenkijker.
Jarenlang werkte hij voor dezelfde baas en intussen is hij ook al weer een aantal jaren gepensioneerd. Hij heeft niemand, en heeft nergens behoefte aan. Een saaie man.


Tot hij op een dag -- hij hoestte eigenlijk al wekenlang, en had veel last van zijn rug – zo’n enorme hoestaanvalk had dat hij de telefoon met hoorn en al uit de muur had getrokken. De buurman was op het lawaai afgekomen, en nu ligt Janssen in het ziekenhuis en worden er allerlei onderzoeken gedaan. Naast hem op de tweepersoonskamer ligt een opgewekte en vriendelijke man van ongeveer zijn leeftijd, die veel bezoek krijgt. ‘Useel’ stelt hij zich voor.
Na een operatie heeft heeft de dokter een slecht bericht voor Janssen.


‘Ik ga dood, dacht hij. Ik ga dood, ik ga dood, ik ga dood.
Zijn hele leven had Janssen er op gehoopt in één klap weg te zijn, als Tonia, en dan het liefst in zijn slaap. En nu moest hij zich op een aangekondigd einde voorbereiden. Met zijn krachteloze vingers klauwde hij in zijn matras.
Dat kan ik helemaal niet, dacht hij. Zoiets mogen ze van mij niet vragen. Het is oneerlijk.’


De pastoor stuurt hij weg, hij was al nooit zo gelovig, al ging hij voor 'het geval dàt' braaf iedere zondag naar de kerk. Maar nu is er alleen maar die boosheid, wat heb je nou aan zo’n God? Terwijl hij de tijd uitzit, blijkt hij veel steun te hebben aan zijn buurman, die in hetzelfde schuitje zit.
Terwijl er langzaam een kameraadschap opbloeit, praten de twee mannen. Ze vertellen over hun verleden, over hun dromen en verwachtingen, over verraad en trouw. Soms is er onenigheid, die ze even snel weer bijleggen. Want wat heeft het voor zin om met een kwade kop te blijven liggen, ze hebben alleen elkaar.


Ed Urseel heeft de hele wereld over gereisd, terwijl Janssen niet verder kwam dan een dagje Volendam. Wat heb ik nou gedaan in mijn leven, zegt hij. Maar dan wijst Ed hem er op dat hij in zijn hoofd veel verder heeft gereisd: bestudeerde hij immers niet het heelal? De sterren?
Janssen maakt zich druk over zijn kippen, de buurman die voor hen zorgt vertrouwt hij niet erg. Als de vrouw van Urseel het wel over wil nemen, is dat een onverwachte wending in zijn leven, dat nog maar zo kort zal zijn.  En dat leven heeft nog verrassingen in petto, die te maken hebben met het verleden, waar Janssen ook veel aan terug denkt.


Je zou het niet verwachten misschien, maar dit verhaal is absoluut geen triest verhaal! Integendeel zelfs: er is altijd hoop. Hoe verdrietig, boos en bang Janssen ook is, langzaam komt de berusting, en heeft hij zelfs plezier met Ed, zoals hij Urseel intussen noemt. Hij weet nu dat hij bepaalde dingen anders had moeten doen, maar misschien kan hij zichzelf vergeven.

Peijnenburg beschrijft het saaie, eentonige leven van een oudere man die lijdt aan een terminale ziekte, en die zich nu realiseert dat hij het zoveel leuker had kunnen hebben. Hij overdenkt de achterliggende oorzaken van daarvan. Open en eerlijk wordt geschreven over de intiemere details die vernederend kunnen zijn. Maar daar tegenover staat de ontluikende vriendschap, die kleur geeft aan de laatste maanden van zijn leven.
Een mooie, integere roman.


Paul Peijnenburg (1960, Utrecht) werkt hij als journalist en tekstschrijver in Brabant, Limburg en Friesland. Samen met de Maastrichtse fotograaf Bert Janssen maakte hij in 2010 het goed ontvangen Momentopnamen over het dagelijkse leven in een hospice. Hij debuteerde in 2015 met Oallavag’gi en in 2016 verscheen een tweede roman Een fijn huwelijk.


ISBN 9789463650328  | Paperback | 312 pagina's | Uitgeverij Elikser | maart 2018

© Marjo, 6 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het lied van zussen
Louise Allan


Er bestaan vrouwen die beter geen kinderen kunnen krijgen; andere vrouwen worden geboren om moeder te zijn, en niets anders.

Ida Bushell 1947


Dit bovenstaande motto raakt de kern van het boek. Maar het trieste in dit verhaal is dat Ida Parker, de 'geboren moeder', geen kinderen kan krijgen en haar zus Nora Parker, die helemaal geen kinderen wil, wel kinderen krijgt. Deze ongewenste kinderloosheid van Ida en de grote problemen die Nora persoonlijk heeft dankzij de door haar niet gewenste kinderen vormt de rode draad in dit boek.


Ida, de verteller, start haar verhaal in 1926. Zij is de oudste van de twee en in alles tegengesteld aan haar 2 jaar jongere zusje. Ida is 'gewoon' en rommelig en opstandig, maar Nora is beeldschoon en altijd netjes en beleefd. Na het zeer jong overlijden van hun vader, draait moeder Alice door en gaat tijdelijk naar een verpleeghuis, de kinderen worden bij de hun redelijk onbekende oma Parker geplaatst. 'Je hebt de schoonheid van je moeder en de lengte van je vader' zei oma tegen Nora. 'En jij bent zijn evenbeeld', zei ze tegen Ida. Oma blijkt de rots in de brandig te zijn die ze allemaal zo hard nodig hebben.


Na drie maanden trekt moeder ook bij oma in en hervinden ze na een tijdje weer en beetje hun evenwicht. Maar moeder die de kost verdient als hoedenmaakster blijft wel labiel.


Mams was altijd humeurig geweest, en we waren eraan gewend dat ze tegen ons snauwde als we haar in de weg liepen. Nu kwam al die vinnigheid terug, erger dan vroeger. Soms was haar humeur zo breekbaar als een droog takje.


Moeder beseft niet dat de kinderen net als zij haar man en hun vader ook missen. Maar dankzij oma begint moeder ze toch weer interesse voor haar kinderen te tonen. Ook dankzij oma, leren de meisjes piano spelen. Ida is dan negen en Nora zeven jaar oud. Ida bakt er niets van maar Nora is een natuurtalent en ze kan ook nog eens prachtig zingen. Oma stimuleert Nora in alles wat de muziek betreft, maar moeder is fel tegen. 'Je brengt haar hoofd op hol', roept ze steeds. Ida is stikjaloers op haar zusje, wat tot een enorme verwijdering tussen de twee leidt.


De tijd verstrijkt, Ida krijgt een baan als kindermeisje waar ze onverwacht door haar werkgevers geschoold wordt in klassieke muziek, ze begrijpt nu beter Nora's passie, en Nora bouwt aan haar zangcarrière. Maar ondanks Nora's enorme talent is moeder Alice nog steeds fel tegen een opleiding aan het conservatorium, ze weigert Nora te laten gaan en Nora loopt weg... ze zal jarenlang wegblijven...


De liefdevolle Ida, die niets anders dan een gezin wil, trouwt met een goedmoedige man. Helaas blijkt tot groot verdriet van beiden dat Ida geen kinderen kan krijgen, het ouderschap is voor hen niet weggelegd. Nora is op weg een grote ster te worden maar dan komt ze onverwacht thuis... ze is zwanger... en de verwekker van haar kind bleek getrouwd. Haar glanzende toekomst ligt in duigen. Het kind is zéér ongewenst, om het fatsoen te bewaren trouwt ze overhaast met een oud klasgenoot en stapt daarmee in een, van haar kant, liefdeloos huwelijk.


Vanaf dat moment verandert alles in het leven van beide zussen. Ida heeft erge moeite met de oneerlijkheid die hen overkomt. Haar wordt het moederschap niet gegund en Nora die toch al alles heeft krijgt alles in haar schoot geworpen maar haalt verbitterd haar schouders op. Nora is een kille koele moeder die wegkwijnt in haar verlangen naar een grote zangcarrière.


Tot dan is het het een redelijk goed verteld en meeslepend verhaal maar daarna blijft het nogal hangen in de enorme onvrede van Nora en het verdriet om haar kinderloosheid van Ida. Keer op keer komt Ida's pijn daarover terug. Ida is een toegewijde tante, ondanks haar huilende hart, en Nora's mag haar handen dichtknijpen met zo'n zus.  Het wordt ook allemaal heel invoelend geschreven maar op het laatst lijkt het verhaal zich steeds te herhalen en dat is jammer.
Het verhaal bestrijkt bijna de hele twintigste eeuw en beslaat het totale leven van beide zussen. 
Opmerkelijk is dat oma eigenlijk het meest blijft hangen in je gedachten als het boek uit is.
Het is wel een mooi geschreven verhaal maar het had allemaal iets korter gekund.


ISBN 9789023955559 | Paperback | 383 pagina's | Uitgeverij Mozaïek | november 2018

© Dettie, 3 januari 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alya's keuze
Hay van den Munckhof


Aan het eind van het eerste deel van deze tweeluik lieten we Alya achter in Dorestad waar net een grote aanval door de Vikingen uitgevoerd was. Alya redde in een opwelling het leven van Hamar, een jonge Viking. Ze sleepte de gewonde Hamar naar een veilige plek aan de rand van de rivier en hief zijn zwaard zodat de voorbij varende Vikingen konden zien dat zij 'een van hun was'. Dat was opnieuw een slimme zet van Alya. Het redt háár leven ook.


Zij en Hamar worden naar een drakar (Vikingschip) gebracht en verzorgd. Uiteindelijk belanden ze in vorstendom Agder, in het huis van Hamars vader, de vriendelijke Olaf. Maar voordat ze daar terecht komen heeft Alya kennis gemaakt met Hamars oom, de hardvochtige koning Halfdan de Koning van Agder en Vestfold. Hamar vertelt Alya:


"Als een vreemdeling, wie het ook is, een van zijn vragen weigert te beantwoorden of door hem op zelfs maar een kleine leugen betrapt wordt, betaalt die dat met zijn leven - en niet op de prettigste manier. Vergeet dat nooit, Alya."


Al bij de aanblik van de man weet Alya dat Hamar de waarheid sprak en ze besluit om alles te vertellen en op alle vragen eerlijk antwoord te geven. Natuurlijk komt haar enorme talent voor talen ter sprake. Maar als de koning haar wil opeisen vertelt Hamar dat Alya inmiddels zijn vrouw is - wat niet waar is - . De koning is tot hun verrassing uiterst geamuseerd! Maar tot Alya's grote schrik is Halfdan ook zeer geïnteresseerd in haar geboortestreek Al Andalus en vooral in de rijkdom van de steden...


Wonend in het huis van Olaf breekt een rustige en prettige tijd aan. Het is goed toeven daar. Alya kan uitstekend opschieten met Hamars zus Hedda en de slavin Fatima, die net als zij Arabisch spreekt. Er ontstaat een zeer hechte band tussen de Fatima en Alya. Hamar en Alya zijn nu inderdaad man en vrouw, hoewel een moslim vrouw nooit met een niet moslim mag trouwen. Ze hoopt dat Allah het haar vergeeft.


Helaas wordt Alya's vrees bewaarheid wat betreft Halfdan, de koning stelt een enorme vloot samen die af zal reizen naar de geboorteplek van Alya. Zij en Fatima, die inmiddels ook de taal van de Vikingen geleerd heeft dankzij Alya, moeten mee als tolk. Gelukkig gaan Hamar en de vriendelijke, bedachtzame Gunnar ook mee.


Opnieuw beleeft Alya diverse aangrijpende, schokkende ervaringen tijdens haar reis, die haar toch al turbulente leven er niet makkelijker op maken. Bovendien vindt ze het vreselijk dat de moordzuchtige Vikingen naar haar land varen, waar de mensen wonen die zij liefheeft, zoals haar vader... Als Sigur, de legeraanvoerder, Alya om informatie vraagt over routes en steden in haar land voelt Alya zich verschrikkelijk en weet niet wat ze moet doen. Ze verkeert in een enorme tweestrijd. Moet ze haar man bijstaan of haar land en vader? Er ontvouwt zich een spannend verhaal wat uiteindelijk heel anders afloopt dan je verwacht!


Net als het eerste deel houden de belevenissen van Alya je in zijn greep. Het bijzondere van haar grote talent om in zeer korte tijd talen te leren is apart en boeiend. Het heeft veel voordelen omdat zij zich al snel verstaanbaar kan maken en gesprekken kan voeren, maar werkt ook tegen haar zoals we in het verhaal merken. Verder vormt het boek ook een mooie tijdlijn door de geschiedenis en kunnen we ons een kleine voorstelling maken van de cultuur en leefwijze van de mensen in die tijd.


De boeken kunnen apart gelezen worden, in deel twee wordt namelijk eerst een korte samenvatting gegeven van de voorgaande gebeurtenissen. Ook prettig is het landkaartje voorin het boek, zodat je daarop de reis van Alya kunt volgen. Verder staat voorin het boek een namenlijst met verklaringen, zodat je even op kunt zoeken of terug kunt kijken wie diegene ook alweer is. Maar eigenlijk is dat niet nodig, het verhaal is helder genoeg. Achterin het boek staat onder de kop 'voor wie meer wil lezen' een lijst met boektitels.


Opnieuw een erg prettig boek om te lezen. Ik had graag nog wat verder gelezen over Alya en andere personages die je bijna dierbaar zijn geworden, maar helaas het avontuur zit erop.


ISBN 9789023955870 | Paperback | 240 pagina's | Uitgeverij Mozaïek | september 2018

© Dettie, 23 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het verzwegen kind
Wim Duijst 


David Ruleijn ruimt de flat van zijn moeder op als zij verhuist naar een verzorgingshuis. Die moeder is Kuintje, afkomstig uit Bunschoten, waar ze gewoond heeft tot haar eenendertigste. Ze trok met haar man naar Utrecht. Daar is David geboren en opgegroeid. Vaak vertelde ze over haar geboortedorp, over haar zus Drieka, en diens dochtertje Trijntje. Over haar broer Bart die ze niet meer heeft gezien sinds hij op zijn achttiende het huis verliet. Over haar jongere broer Gijs, de enige met wie ze nog contact had onderhouden.
Maar over haar vader had ze het nooit.


David begint te begrijpen waarom als hij tussen haar papieren een oproep vindt, gericht aan Willem Loenen, zijn opa. Loenen moet voor de rechter-commissaris verschijnen. David ziet dat de rechter in kwestie indirect een bekende is, hij is de vader van zijn vroegere leraar Nederlands, Kees de Ruijter, met wie hij nog contact heeft.
David gaat naar het Utrechts archief en vindt daar het dossier van zijn opa. Wat hij daar leest kan hij niet zomaar terzijde schuiven. Hij belt zijn oom Gijs, maar als die hoort waarvoor hii belt, hangt hij op. Wat is er dan wel gebeurd in 1960?


Dat wordt verteld in het tweede deel, dat begint in 1959. Willem heeft zijn vrouw verloren en woont met zijn 29-jarige dochter Kuintje, en zijn tien jaar oude zoon Gijs, in Bunschoten. Willem is een zinnelijk man en hij mist zijn vrouw vreselijk. Dit is echter geen excuus voor wat hij dan doet: hij vergrijpt zich aan zijn dochter. Zij raakt zwanger, en Willem dwingt haar het verborgen te houden. Het wordt nog erger: als het kind geboren wordt, begraaft hij het. Het zal nooit duidelijk worden of het kind op dat moment leefde of niet. Later vindt Gijs met zijn vriendje het lijkje, de misdaad komt uit.


Er volgt een kort intermezzo dat in 2017 speelt, en waarin we lezen over wat dit verhaal te weeg brengt bij David, die dus de kleinzoon van een misdadiger is. Hij krijgt van Kees de Ruijter een map vol aantekeningen die diens vader in zijn archief had bewaard.


Vervolgens vervolgen we het verhaal van de misdaad zoals die in de rechtbank behandeld werd. Maar in de aantekeningen staat ook het persoonlijke verhaal van Pieter de Ruijter dat een parallel vormt met de zaak van Loenen: Pieters dochter, pas zestien jaar oud, is ongewenst zwanger.


Het is een heftige roman, die Wim Duijst geschreven heeft naar aanleiding van een waar gebeurd verhaal, dat zich rond 1930 heeft afgespeeld in Bunschoten.
Hij verplaatst het drama naar een latere periode, maar de gemeenschap was nog grotendeels hetzelfde: zwaar gereformeerd, een traditionele samenleving waar zich binnenskamers veel geheimen afspeelden en waar schuldgevoelens een vertrouwde metgezel vormden.
Loenen wordt neergezet als een viezige, op seks beluste man, die niet weet waar hij met zijn lust naar toe moet en zijn daad goed praat aan de hand van Bijbelteksten. Het is onvergeeflijk wat hij doet, en toch wordt zijn personage met mededogen neergezet. Was immers niet ook hij het slachtoffer van zijn verleden en zijn omgeving?
Kuintje is de gehoorzame dochter die niet in staat is zich te verzetten, en zelfs denkt dat zij het misschien wel uitgelokt heeft, hetgeen schrijnend is als je bedenkt welke leeftijd zij heeft. Dat is de gemeenschap: zwijgen, ondergaan en naar de kerk gaan om braaf je gebeden op te zeggen.


Om boven het niveau van een streekroman uit te stijgen heeft Duijst er de verhaallijn aan toegevoegd over de rechter, die zijn persoonlijke leven afzet tegen het verhaal van de man die hij moet berechten.


In een blog heeft de schrijver het een en ander genoteerd over het de roman tot stand is gekomen. Over het inwinnen van achtergrondinformatie, en over het schrijfproces. Deze interessante inkijkjes zijn gebundeld in het boekje Achter de Schermen, maar kan je dus online lezen. http://wimduijst.nl/blog


In een vlotte invoelende stijl wordt een gruwelijk maar tegelijk menselijk verhaal neergezet, dat zich afspeelt tegen de bekrompen en schijnheilige achtergrond, die we al vaker in de romans van Wim Duijst tegenkwamen.
Door twee heel verschillende milieus op te zadelen met een soortgelijk probleem geeft Duijst de lezer de gelegenheid zich af te vragen wat hij of zij zelf zou doen. Vraag je eerst eens af wat de omstandigheden zijn, voor je een oordeel velt, lijkt het niet gegeven advies.


Achterin staat nog een woordenlijst, voor de woorden die betrekking hebben op de klederdracht, en andere dialectwoorden.


Wim Duijst (Spakenburg, 1953) was leraar. Hij gaf zijn baan in het onderwijs op in 2015, om full-time schrijver te worden.


ISBN 9789460684012 | paperback | 320 pagina's | Uitgeverij Marmer | november 2018

© Marjo, 17 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De dag dat mijn grootvader een held was
Paulus Hochgatterer


"Ze zeggen dat ik Nelli heet. [...]
Ze zeggen dat ik 13 ben. [...]
Een paar dingen weet ik zeker: ik ben nu 146 dagen hier. Ik heb een plan. Soms lieg ik."


Nelli zat twee dagen na het bombardement van 17 oktober 1944 boven de Nibelungenfabriek opeens op de wagen die Katharina gebruikt had om voederbieten te halen. Zwijgend en onder de modder. "In een donkerblauwe monteursjas, veel te dun voor de kou, met trillende handen en blauwe lippen." 
Katharina neemt het meisje mee naar het huis van haar ouders, Jakob en Barbara Leithner.


Nadat Nelli dagenlang gezwegen had, noemde ze een naam van een buurvrouw. Het blijkt dat ze de enige overlevende is van het gezin Deinhardt uit Herzograd, Sankt Valentin. Vader, moeder en twee zoons zijn omgekomen bij het bombardement. Nelli kan zich van de gebeurtenis niets meer herinneren. "Ik geloof dat alles uit mijn hoofd weggebombadeerd is," zegt ze daarover. Nelli wordt als voorlopig opgenomen in het gezin als pleegkind, de kosten voor haar worden door de overheid betaald. Het gezin bestaat uit vijf dochters Grete, Katharina, Antonia, Roswitha en Annemarie en één zoon Leo. Antonia is de felste van het stel. Roswitha is teerhartig en de achtjarige Annemarie is de favoriet van Nelli door wie het verhaal in ik-vorm verteld wordt.


Nelli houdt dingen bij in een bruin schrift dat ze gekregen heeft van Laurenz, de inwonende broer van boer Jakob. Alles wat daar in staat is waar volgens haar, ook de dingen die ze helemaal niet kan weten... De inhoud van het schrift blijft onbekend op enkele uitzonderingen na. Nelli is een wijs kind dat scherp observeert. Haar indringende verhaal begint op de 14e maart 1945 en eindigt vijftien dagen later op de eerste dag van april.


Aanvankelijk lijkt het leven op de boerderij redelijk gemoedelijk te verlopen. Nelli doet verslag van de dagen en schroomt niet haar levendige fantasie erbij te gebruiken. Er wordt wat gekibbeld, vooral Antonia neemt geen blad voor haar mond, en de boerin vertelt verhalen. - Nelli is vooral gek op verhalen over martelaren, de gruwelijkheden die daarin plaatsvinden, storen haar niet.-  De oorlog is op de achtergrond aanwezig. Toch sluipt deze langzamerhand dichterbij, in de vorm van een corrupte Duitse luitenant, en de komst van Michail Levjochin, de Russische dwangarbeider, die niets anders bij zich heeft dan een opgerold schilderijdoek. Hij spreekt goed Duits. Ook hij wordt in het gezin opgenomen. Hij is een suprematist volgens eigen zeggen.


Nelli en Michail voelen elkaar onbewust heel goed aan en er ontstaat een onuitgesproken band tussen de twee. Beiden zijn ontheemd, beiden hebben de verschrikkingen gezien, beiden zwijgen daarover en het is goed zo. Nelli weet, zo jong als ze is, ook feilloos wanneer ze de waarheid moet spreken en wanneer ze moet liegen. Laurenz voelt ook het bijzondere van het meisje en neemt haar in vertrouwen over zaken die belangrijk zijn om te weten, zij kan het wel aan volgens Laurenz, ze is hard genoeg.


Maar het leven van het boerengezin en de twee 'buitenstaanders' wordt door de Wehrmacht op losse schroeven gezet. Een Duitse  luitenant en twee korporaals melden zich bij de boerderij en maken die zich eigen op hun eigen dominante, indringende, ontwrichtende manier...  Tot die dag dat grootvader een held was...


Wij volgen alle gebeurtenissen die volgen door de ogen van Nelli en juist omdat ze door zo'n jong maar wijs meisje verteld worden, heeft het verhaal grote impact. Veel wordt niet gezegd, omdat zij als kind niet weet wat de dingen die ze hoort en ziet inhouden, maar je weet wel wat er aan de hand is.
In apart hoofdstukken, tussen de verhalen van Nelli door, maken we uitstapjes naar voorvallen in levens van omstanders die niets te maken lijken te hebben met het boerengezin, maar uiteindelijk blijkt dat alles toch onlosmakelijk met elkaar verbonden is. Deze hoofdstukken hebben ook bijzondere titels.
De inhoud daarvan laat ons vaak aanvankelijk  raden naar de gebeurtenissen door te veronderstellen wat er gebeurd zou kùnnen zijn, om vervolgens het werkelijke verhaal te vertellen, wat steeds een verrassend effect geeft.
Kortom, een prachtig verzorgd, klein boekje met grootse inhoud!


Paulus Hochgatterer
(1961) is een Oostenrijkse arts, psychiater en schrijver.


ISBN 9789028427624 | Hardcover | afmeting 11,5x18 cm. | 111 pagina's | Wereldbibliotheek | oktober 2018
Vertaald door Gerrit Bussink

© Dettie, 10 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Frankrijk in 50 klanken
Caspar Visser ’t Hooft


Na ‘Frankrijk in 50 fragmenten’ heeft Caspar Visser ’t Hooft niet stil gezeten. Op zijn website ‘Schrijver in Frankrijk’ bleven de columns verschijnen. Zodoende is er nu opnieuw een keuze gemaakt uit deze stukken tekst, voor onderhavige bundel.


Kriskras door Frankrijk reizen we mee met de schrijver, en overal worden we getrakteerd op bespiegelingen, kwinkslagen, mijmeringen, anekdotes of ook kritische noten bij wat hij ziet of hoort. Voor mensen die Frankrijk kennen vaak een herkenning, voor anderen een kennismaking, die misschien wel verlokkend werkt.


De sfeer is nogal wisselend: heb je net een stemmig stukje gelezen waarover je eens moet nadenken, over god of over kunst, lees je ineens een stukje over winden (en dan wordt niet een passaat of zo bedoeld)!


Vaak doen bepaalde situaties of gebeurtenissen de schrijver denken aan wat ooit was, en dan gaan we met hem terug in de geschiedenis, recente of veel vroegere tijden herleven, wanneer we zien welke sporen ze nagelaten hebben. Ook nemen we de literatuur ter hand, bijvoorbeeld wanneer Caspar Visser ’t Hooft wijst op een foutje in een boek van Victor Hugo. Een prochronisme: hij beschrijft iets wat nog niet bestond in de tijd waarin hij het boek laat spelen. Het gaat om ‘velours d’Utrecht’, dat officieel pas in 1868, en heet hier ‘Utrecht velvet’.


Van alles kom je tegen: een kruisridder, maar ook de president van Amerika. De verloedering van boekhandels versus dat jonge meisje dat speciaal terugloopt om een zwerver wat muntjes te geven. Heimwee naar een oude trein, waar je nog gezellig een babbel op kon zetten in de coupé terwijl er brood en worst uit de tas tevoorschijn kwam, nu is er de TGV, waar weliswaar het mobieltje verboden is, maar waar iedereen niettemin in zichzelf verzonken is.
Treffend is het stuk dat begint – en eindigt – met ‘de opéra’, waar dan niet gesproken wordt over een bekend soort muziekstuk, maar over het gebak dat bestaat uit drie lagen. Maar de tekst gaat niet over taarten bakken of nuttigen, het is de aanzet tot een vergelijking met de lagen van de bevolking. Chocola, mokka en room oftewel de bourgeoisie, het ‘gewone’ volk en de ’immigration’. (let op hoe de volgorde precies andersom gesteld wordt!)


Of deze waarin we aangespoord worden te genieten van de dag, van wat we hebben, en niet te doen als deze mensen op een Frans terras:


'Zowel aan het Franse als het Nederlandse tafeltje zitten ze elkaar merkbaar op te fokken: wij gaan in oktober hierheen - nou, en zij hebben vliegbiljetten voor daarheen, voor deze winter...Dit irriteert me. Temeer omdat me opvalt dat die oudere stellen de mooie omgeving geen blik waardig keuren. Wat ze hier doen? Een derde tafeltje wordt bezet door jongere mensen, ook Nederlanders (die heb je nu eenmaal overal). Ze dragen shorts, petjes, slippers. Komen ze van een camping? Hoe dan ook, ze zeggen niets, kijken om zich heen, en genieten. Ja, genieten.'


Dat is wat je gaat doen als je net als Caspar Visser 't Hooft Frankrijk doorreist en om je heen kijkt...


Aan het eind van de bundel komen ook andere schrijvers die een band hebben met Frankrijk aan het woord:  Anneloes Timmerije, Ariejan Korteweg, Bart van Loo, Ineke Holzhaus, Ingrid Vander Veken, Julia Fortuin, Nelleke Noordervliet, Paul Gellings, Peter Hagtingius, Renée Vonk en Willem van Toorn. En een bonus van Nelleke Noordervliet.


Caspar Visser ‘t Hooft
(1960, Straatsburg) heeft al op zeer veel plaatsen gewoond, maar Frankrijk heeft de grootste plek in zijn hart. Hij voltooide een studie theologie, en werkte op diverse plekken als predikant binnen de Eglise Protestante unie de France. Maar het schrijverschap trok aan hem, en diverse romans verschenen.


ISBN 9789461852328 | Paperback | 222 pagina's | Uitgeverij Grenzenloos | november 2018

© Marjo, 7 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Memoires van een ijsbeer
Yoko Tawada


Memoires van een ijsbeer is een uniek boek. Dat komt omdat je de verhalen van drie generaties van de ijsbeer leest vanuit – ja, echt – het standpunt van een ijsbeer. Natuurlijk hebben deze ijsberen menselijke eigenschappen. Ze denken als mensen en uiten hun harde kritiek op de mensheid en de wereld om zich heen. Maar het knappe is dat ze wel degelijk dieren blijven, beren. Ze brommen en grommen en hun eten is erg belangrijk. Dat het om welbespraakte ijsberen gaat, geeft deze roman een unieke, tikje absurdistische klank.


De grootmoeder, voormalig circusartieste, schrijft per ongeluk een succesvolle autobiografie in de Sovjet-Unie, maar is daardoor genoodzaakt te vluchten via West-Duitsland naar Canada, waar het klimaat een stuk beter is. Veel kouder namelijk. Heel anders verloopt het met haar dochter Tosca. Deze vertrekt juist weer naar de DDR en wordt een wereldster in het circus daar. Dan wordt berenzoon Knut geboren en laat Tosca de zorg aan mensen in de dierentuin over. Knut heeft een prima leven onder deze omstandigheden, totdat zijn verzorger Matthias verdwijnt en hij wordt overgeleverd aan de hardvochtige zorg van andere verzorgers. De grauwheid van de DDR komt hier onvermijdelijk om de hoek kijken, waar dus niet alleen de mensen als honden werden behandeld. Gelukkig is de muur gevallen!


Een beetje vreemd is het wel om de wereld te laten bekijken vanuit het perspectief van ijsberen. Kunnen ijsberen denken of praten? In eerste instantie komt dat ongeloofwaardig over, maar na een aantal bladzijden is de lezer gewend aan deze trouvaille. Vooral omdat Memories van een ijsbeer goed geschreven is met veel vaart en humor.


Het inlevingsvermogen en de schrijfstijl van Yoko Tawada is vanuit het ik-perspectief. Zo hebben de ijsberen menselijke-/al te menselijke eigenschappen en dat is nog wel even wennen voor de lezer: ‘Als kind was ik bij het begin van de pauze altijd de eerste die het lokaal uit rende. In die tijd zat ik nog op de kleuterschool. Helaas is alles in het verleden tijd geschreven, wat op den duur wat stroef overkomt. De schoonheid van het verhaal wordt echter hierdoor niet aangetast.


Kortom, als lezer moet je echt openstaan voor een poëtisch boek en een redelijk hoge fantasiewereld aan kunnen. Toch is het niet uniek, dat een schrijver vertelt vanuit dierenperspectief, men denke aan dierenfabels en de kattenverhalen van Leautaud of de mooie verhalen van Koolhaas. Voor mij was het niet moeilijk me te verplaatsen in de ‘ mens-ijsberen.’ Een ras dat helaas niet bestaat. Het boek zal voor de een waarschijnlijk een meesterwerk zijn en voor de ander een verhaal waar je je moeilijk in kunt verplaatsen. Maar hopelijk ziet elke lezer toch de schoonheid van Memories van een ijsbeer. En om je zoals Yoko Tawada te verplaatsen in ijsberen en daadwerkelijk de gedachten en gevoelens van hen te beschrijven, is briljant.


Tawada werd in 1960 in Tokyo geboren en verhuisde in 1982 naar Duitsland. Ze schrijft zowel in het Japans als in het Duits.


ISBN 9789056725990 | Soft cover | 214 pagina’s | Uitgeverij Signatuur | januari 2018
Vertaald door Gerrit Bussink uit het Duits

© Karel Wasch, december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De pijnboomeilanden
Marion Poschmann

Samenvatting:
In De pijnboomeilanden, genomineerd voor de Deutscher Buchpreis 2017, combineert Marion Poschmann lichtvoetigheid met filosofische diepgang, het westerse materialisme met het oosterse shintoïsme.
Wanneer universitair docent cultuurgeschiedenis Gilbert Silvester droomt dat zijn vrouw hem bedriegt, besluit hij in een opwelling het eerstvolgende vliegtuig te nemen; om afstand te nemen en zijn huwelijk te overdenken. De vlucht voert Gilbert naar Japan, waar hij het reisverslag van de klassieke dichter Basho in handen krijgt. Het geeft hem een doel: net zoals de vijftiende-eeuwse rondtrekkende monnik wil hij de maan boven de Pijnboomeilanden zien. Deze pelgrimstocht biedt hem de mogelijkheid om zich te verliezen in de natuur en zijn innerlijke onrust achter zich te laten. Maar nog voor hij begint, ontmoet Gilbert een jonge student, Yosa, die met heel andere reisliteratuur onderweg is: Het complete handboek voor zelfmoord
.


Heel fijn boek, licht absurd, diepzinnig en leerzaam.


Gilbert is een pedant mannetje, dat er vandoor gaat zodra zijn vrouw niet wil toegeven dat ze vreemd gaat. Hij heeft het toch zeker zelf gedroomd! Hij belandt in Tokio, waar een student met een sikje zijn aandacht trekt, want baardgroei bij een Japanner is niet alledaags en bovendien is hij bezig met een studie over baarden.


De student Yosa is van plan zelfmoord te plegen. Dat kan Gilbert natuurlijk niet toestaan en hij ontfermt zich over de jongen, die - zoals zijn opvoeding hem heeft geleerd - de oudere man beleefd tegemoet komt. Gilbert heeft een boek gelezen van de Japanse dichter Basho, die een pelgrimstocht maakte naar de pijnboomeilanden en hij besluit om in diens voetsporen te treden en tegelijkertijd een innerlijke pelgrimstocht te maken. Hij neemt de student onder zijn hoede, die echter een andere route wil volgen. Zijn handleiding is een reisgids voor de beste plaatsen om zelfmoord te plegen. Gilbert laat hem echter niet los, gaat met hem mee naar die plaatsen en weet hem er overal van te weerhouden, totdat hij hem uiteindelijk op een station kwijt raakt. Yosa's lot blijft ongewis.


Gilbert vervolgt zijn weg, verliest zich in dromen en filosofische beschouwingen, schrijft tussendoor haiku's en mails aan zijn vrouw en vertelt ons een heleboel over Japan, zijn oude dichters en filosofen, over bomen, heel veel bomen, en lijkt op het eind een zekere innerlijke rust gevonden te hebben.


De ingewikkelde (on)logica van Gilbert, het subtiele verzet van Yosa, de gedetailleerde bomenbeschrijvingen en de filosofie van de oude Japanse dichters maken dit boek een geweldige ervaring.


ISBN 9789026343421 | Hardcover | 176 pagina's | Uitgeverij Ambo/Anthos | oktober 2018

© Berdine, 3 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER