Nieuwe boekrecensies

Als wij schurken waren
M.L. Rio


Als Oliver Marks na tien jaar de gevangenis verlaat wordt hij benaderd door de politie-inspecteur die zijn zaak onderzocht. Deze man, Colborne, wil weten of Oliver die moord echt gepleegd heeft. Er waren twijfels, maar Oliver bekende, dus hij werd veroordeeld. Nu staat hij op het punt zijn penning neer te leggen. Er is echter nog één ding dat hij graag zou willen weten: Heeft Oliver die moord tien jaar geleden nu wel of niet gepleegd? Nu Colborne weg gaat bij de politie kan Oliver het rustig vertellen: is hij wel of niet schuldig?
Vervolgens vertelt Oliver over dat laatste jaar aan de kunstacademie, het Dellecher Classical Conservatory, een bewogen jaar waarin een van zijn vrienden stierf.


De leerling-acteurs zijn: Meredith, Filippa, Wren, Richard, Alexander, James en – verteller en hoofdpersoon - Oliver. Zij studeren in dit jaar drama’s - geheel of delen - van Shakespeare in: Macbeth, Julius Caesar, Romeo en Julia en King Lear.


Het is het vierde jaar, en tegen die tijd hebben ze min of meer een vaste rol: de hoofdrol en de bijrollen, ze weten tevoren wel wie ze zal krijgen.
Tot dat een keer anders is. Niet alleen op het toneel, maar ook in het echte leven veranderen dingen.
Met z’n zevenen waren ze, altijd bezig met de teksten van Shakespeare. Tijdens het jaar en ook als afsluiting voeren ze toneelstukken op van de bard. Ze zijn er zo mee verweven dat ze soms zelfs met elkaar communiceren in citaten uit de toneelstukken.
En dat is niet alleen voor henzelf, voor de inspecteur, maar ook voor de lezer een probleem. Wie zijn deze jongelui echt? Spelen ze altijd een rol, of kunnen ze ook wel zichzelf zijn? Maar wanneer dan?


De onderlinge relaties leken vastgesteld, maar wankelen nu ook. Niets wordt uitgesproken, de sfeer is wazig, soms zelfs dreigend. En dan wordt die ene jongen dood aangetroffen. Is een van hen de moordenaar?
Wie? Waarom? Hoe?


Het geheimzinnige, het onuitgesprokene, smeulende gevoelens, waarbij vriendschap maar ook jaloezie een rol spelen, het levert een broeierige roman op. Waarbij je aan het eind dan misschien wel weet wie de moordenaar is, maar waarbij veel vragen onbeantwoord blijven. Dat heeft grotendeels te maken met de teksten van Shakespeare, die niet bewerkt zijn, en daardoor vaak onbegrijpelijk voor een leek.
Het boek is opgebouwd als een toneelstuk. In bedrijven en scènes (toneel).


M.L. Rio werkte jarenlang in boekwinkels en theaters en behaalde een master in Shakespeare studies aan het King’s College in Londen.


ISBN 9789041715968 | paperback | 336 pagina's | Uitgeverij Rainbow | maart 2024 | NUR 3402
Vertaald uit het Engels door Anne Jongeling

© Marjo, 13 juni 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Elders
Ilse Josepha Lazaroms


Boven slaap je. Beneden zit ik. Ik ben je moeder.


Aanvankelijk laat de verteller van het verhaal je niet toe. Ze blijft op afstand, zoals ze haar hele leven zelf het gevoel heeft gehad dat ze alleen en afgezonderd was.
Anderen zagen haar als een aparteling, als iemand die er nooit bij hoorde.
Ze voelde zich ook nergens thuis, was constant onrustig, op zoek naar iets, maar wat? Al vanaf haar zeventiende is ze op de vlucht. Ze vlucht dan haar ouderlijke huis uit, vlucht haar studentenkamers uit, reist en woont over de hele wereld. Maar ondanks alles voelt niets als een thuis.
En dan wordt ze moeder...


De eerste jaren van haar moederschap blijft de onrust, haar dochter heeft in haar eerste vijf levensjaren al op diverse plekken in de wereld gewoond. Maar ze weet dat dit niet langer kan. Ze wil haar dochter het niet aandoen dat ook zij zich nergens thuis zal voelen. Ze hoopt dat ze nog op tijd is.


Boven slaap je, beneden zit ik. Ik ben je moeder, is het steeds weerkerende zinnetje.
Ze is ook móeder, in hart en nieren, haar kind is haar alles. Daarom stopt ze met vluchten. Die nacht zal de nacht worden waarin ze haar demonen aan zal kijken.
Het móet, voor haar dochter. Zij zal de ijzingwekkende familieschakels doorbreken, dankzij haar zal de wending plaatsvinden.


Tijdens het verloop van het verhaal stelt de ik-verteller zich steeds meer open. Met haar innerlijke strijd en het toelaten en onder ogen zien van de reden van haar steeds opnieuw willen vluchten, laat ze de lezer ook toe. De lezer begint steeds meer te voelen waar de vrouw mee bezig is, welke confrontatie zij aangaat.


Zij is de moeder waarvan bij de geboorte al gezegd werd dat het een denker is. De moeder die 'opgegroeid is in het verhaal van haar oma' maar weet dat ze daar niet moet blijven wonen. De moeder die weet dat écht thuiskomen helemaal niet zo makkelijk is. De moeder die weet dat ze de stemmen in haar hoofd moet inruilen voor haar omgeving.
De moeder die weet dat zij het van geschreven woorden moet hebben, of van de witregels?


Zelden is in zulke rake beschrijvingen en schitterende bewoording een innerlijke strijd weergegeven. Het verhaal maakt je stil én geeft moed.
Een boek dat vraagt om meerdere keren gelezen te worden. Eerlijk. Indrukwekkend. Prachtig. Lezen!


9789025475611 | Hardcover | 136 pagina's | Atlas Contact | 4 juni 2024

© Dettie, 4 juni 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mooie Jo
Kristien de Wolf


Een prachtige roman die het leven beschrijft van een (mooie) jongen die ontdekt dat hij meer voor mannen voelt dan voor vrouwen. Zijn eerste ervaringen – het zijn de jaren vijftig – zijn helaas slecht, maar gelukkig komt hij ook mensen tegen in zijn leven die het goed met hem voor hebben.
Als hij naar het seminarie gaat ontmoet hij daar de man die een rol zal blijven spelen in Jo’s leven tot aan de dood. Pater Augustinus is een bon-vivant, hij neemt Jo mee in de uitspattingen die zijn leven kenmerken: drank, lekker eten en snelle auto’s.
Op het laatste moment besluit Jo dat hij geen priester zal worden, hetgeen Augustinus betreurt, maar accepteert.


Als de jaren voorbij gaan, krijgt Jo meerdere partners. Tenslotte zal hij met Felix, die hij ontmoet in 1974, jarenlang een relatie hebben. Felix is de verteller waarmee het verhaal begint. Hij kijkt terug op het leven dat hij - vooral met Jo - geleid heeft.
In de andere delen van het verhaal - er zijn er zeven - zijn er ook andere vertellers: Jo zelf, en de pater. Verteld wordt over het leven van homoseksuele mannen: over de moeilijkheden die zij ondervonden, want buiten hun eigen wereldje werd homoseksualiteit (nog) niet geaccepteerd. Er was de familie, en natuurlijk de kerk, die in die jaren een grote rol speelde in het katholieke Vlaanderen. De jaren tachtig bracht een vreselijke dodelijke ziekte, die ook de kring rondom de hoofdpersonen trof.


Het boek beschrijft het leven van deze mannen heel realistisch. Hun gevoelens, hun twijfels, en het taboe waarmee ze moesten omgaan. Een mooi tijdsbeeld geeft het, temeer omdat het vanuit verschillende personages verteld wordt.
En buiten dat het verhaal op zich al heel mooi, is er ook nog de beeldende taal van Kristien de Wolf.
Felix vertelt over de veranderingen in de jaren tachtig:

‘De jeugd scheurde doormidden. Eén groep zette de hakken in het zand. Ze protesteerden met hanenkammen, puntschoenen en kleren die opgetrokken waren uit Schotse lappen en veiligheidsspelden. Ik vond dat nog wel verfrissend, als het goed gedaan was. De andere helft spurtte pijlsnel de andere richting uit. Ook zij gooiden de bloemenkransen in de beek. Zij hadden er alles voor over om niet tot het uitschot gerekend te worden. Ze droegen steeds helderder kleuren, hoekiger gesneden pakken met bredere schouderstukken. Sommigen deden alsof ze behoorden tot de Engelse landadel en droegen tweedjassen en truien in shetlandwol. Ze gaven hun  geld uit aan dingen waarmee ze konden stoefen.’

 Kristien De Wolf (Sint- Niklaas, 1969) debuteerde in 2017 in de Extazereeks met Rotgeluk, gevolgd door Ava Miller en ik en Regensoldaten.


ISBN 9789464778243  | Paperback | 408 pagina’s | Uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts | maart 2024

© Marjo, 29 mei  2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De man en de marabout
Regina van der Hoef


Niet hij, niet hij, niet hij.
Vandaag zal alles beter zijn.
Rustig blijven.


Dit zijn woorden die elke keer door Barbara's hoofd galmen als ze naar het  Academisch Ziekenhuis gaat waar haar man Thomas ernstig ziek is en in coma ligt.
Natuurlijk probeert ze van alles om hem daaruit te halen, en ze weet het ook zeker, het zal haar lukken! Ze praat tegen hem, lacht, vertelt. Straks is alles weer normaal, is hij weer thuis, voeren ze weer gesprekken en is hij weer die leuke vader en man.
Als de arts zegt dat ze moet uitkijken naar een goed verzorgingshuis vindt ze dat bijna lachwekkend! Het komt allemaal goed.
Toch bezoekt ze tehuizen en keurt alles af. Ze zal hem zelf wel verzorgen ondanks alles en iedereen die het haar sterk afraad.


Thomas is inmiddels wel uit zijn coma maar kan niets. Hij huilt en lacht. Praten is er niet meer bij, hij praat met zijn ogen tegen zijn dochters en tegen haar. Hij maakt geluiden maar besef van zijn situatie is er niet. Toch, Barbara gaat ervoor. Zij zal dat varkentje wel even was, dat kan ze!
Maar er verandert niets, jaar in jaar uit blijft de situatie hetzelfde. Vrienden trekken zich langzaam terug, vragen of ze niet eens een keer alleen kan komen.
Tot overmaat van ramp eindigt haar baan. Ze hielp mantelzorgers...


Barbara heeft het gevoel dat alles door haar komt, een gevoel dat ze als klein kind al had. Op een of andere manier is alles haar schuld. Was ze immers niet jaloers geweest op het feit dat iedereen gek op Thomas was? Zelfs haar eigen ouders lieten blijken dat ze Thomas graag zagen, liever zelfs dan haar?
Was haar moeder immers gedurende haar leven niet altijd verdrietig geweest? Had ze niet beter haar best moeten doen?
Maar ze voelde zich ook nooit gezien, niet opgemerkt, ze was er wel maar niemand merkte haar op, dacht ze.


Als kind was er altijd al dat monster dat haar zo neerdrukte. Dat monster dat er was als mama verdrietig of ziek was, dat monster was er toen oma dood ging. Dat monster waarvan ze wist dat hij altijd zou blijven ook toen ze volwassen was. Want altijd had ze bij alles wat er gebeurde dat stemmetje gehad dat zei 'En ik dan?' Het vormt een rode draad in haar leven. Door alle zorg voor Thomas, het verdwijnen van zekerheden, de stekelige en confronterende opmerkingen van haar kinderen begint het monster te groeien. Het lijkt of alles steeds moeilijker wordt, het monster wordt enorm, het monster begint te winnen.
Maar dan bieden de kinderen hun een reis naar Gambia aan. En daar hoort Barbara over de grote healer, de marabout. Nu zal alles goed komen... Ze voelt zich euforisch. Eindelijk zal het tij keren.


Het verhaal berust deels op waarheid en dat maakt het mogelijk nog indrukwekkender. Je voelt als het ware de innerlijke strijd van Barbara tegen haar meer dan normale gevoelens, gevoelens die ze echter van zichzelf niet mag hebben.
Aanvankelijk was het verhaal soms verwarrend omdat er steeds naar een ander tijdvak werd overgeschakeld. Maar als je eenmaal doorhebt dat deze tijdvakken - aangekondigd door een datum - ingedeeld zijn in jeugd, leven na de ziekte van Thomas en het verblijf in Gambia dan valt alles op zijn plek en blijft er een prachtig, ontroerend, aangrijpend maar ook schrijnend verhaal over.
Een boek dat nog even nazindert.


ISBN 9789493343290 | Paperback | 143 pagina's | Uitgeverij Palmslag | april 2024

© Dettie, 4 mei 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alles wat beweegt
Susan Smit


Isadora Duncan (1877, San Francisco -  1927, Nice) was een Amerikaanse danseres.
Een danseres in die tijd was meestal bezig met klassiek ballet. Zo niet Isadora Duncan. Zij legde zich toe op iets heel anders, nieuw voor die tijd.


‘Niets is natuurlijk aan ballet en die onnatuurlijkheid is tot kunst verheven.
De dans moet het lichaam bevrijden in plaats van inperken. Ballet druist zelfgenoegzaam tegen de vorm en de beweging van de natuur in. Kijk maar eens goed: onder de tutu’s en de maillots dansen misvormde spieren. Kijk nog verder: onder de spieren zitten misvormde botten. Er danst een misvormd geraamte. Het ballet richt zichzelf te gronde door een misvorming van het prachtige vrouwenlichaam af te dwingen.’


Isadora danst anders, ze danst het leven: een vloeiende expressieve dans. Voor het eerst in de geschiedenis wordt er gedanst op blote voeten en in losse gewaden, geïnspireerd op de bewegingen van de natuur.
De een vindt het afschuwelijk, de ander is er lyrisch over.


Vanaf haar jeugd werd er veel gereisd. Na de dood van haar vader was er vaak armoede. Ze trokken van het ene land naar het andere, overal waar Isadora op kon treden reisde het gezin met haar mee. Vanaf het moment dat ze succes begon te krijgen, waren er ook perioden dat het hele gezin volop te eten had. Maar het ging niet altijd goed.


‘Die hobbels horen bij de aard van het leven.'


Maar er staat haar een enorme hobbel te wachten: ze is zwanger. Van haar grote liefde, eveneens een kunstenaar. Maar Ted is al wel getrouwd. Isadora vindt het geen probleem, als hij maar vaak genoeg komt. Zij heeft geen behoefte aan een huwelijk, ze is een vrije vrouw en dat wil ze blijven.


Het is 1906. De normen en waarden verwelkomen geen ongetrouwde zwangere vrouwen. Wie op de hoogte is van  haar toestand spreekt er schande van. Dus zoekt ze naar een veilige en rustige plek.
Die vindt ze in Noordwijk aan Zee, een alleenstaand huisje in de duinen, waar een huishoudster inbegrepen is in de huur.
Maar als deze Cornelia ontdekt dat Isadora niet getrouwd is:

‘De schande! De dwaling die u hebt begaan! U had het me moeten vertellen.’'Ik wist niet dat het zo belangrijk voor u was,’ lieg ik.‘Deze tuchteloosheid…’ zegt ze, ‘en zo schaamteloos onder mijn ogen.’ Ze begint demonstratief de strik op haar rug los te maken en trekt haar schort over haar hoofd uit.
‘Ik zal bidden dat de genade zich over u uitstort en dat Christus zich over u zal ontfermen,’ zegt ze lijzig, ‘want dat zult u nodig hebben.’


En zo is dit boek behalve het verhaal over een beroemde danseres ook het verhaal van een vrijgevochten vrouw in  het begin van de twintigste eeuw.Maar de zwangerschap, hoewel gewenst, gooit roet in het eten. Ze loopt tegen beperkingen aan die haar lichaam haar oplegt en die later ook de baby haar zal opleggen.


Susan Smit weet hoe ze haar lezer geboeid moet houden. ze wisselt heden en verleden af, en ook in haar manier van schrijven zit afwisseling: Kort maar krachtig of heerlijke lange zinnen, met zintuiglijke beschrijvingen en ook de dialogen zijn zeer geslaagd.
Een mooi geschreven biografische roman.


Susan Smit (1974) studeerde Culturele Studies, met als hoofdvak Nederlandse Taal- en Letterkunde, aan de Universiteit van Amsterdam. Ze is columnist en publiceerde twaalf non-fictieboeken, zes romans, een verhalenbundel en een novelle.


ISBN  9789048868506 | Paperback | 272 pagina’s | Uitgeverij Lebowski | maart 2024

© Marjo, 23 april  2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Jaren van liefde
Cilja Zuyderwyk


Andreas en Fay zijn als het ware voor elkaar geschapen. Ze voelen elkaar goed aan en genieten van elkaar en de wederzijdse interesses. Het enige mogelijke obstakel is het leeftijdsverschil. Andreas is twintig jaar ouder dan Fay. Vroeger was dat nooit een punt, maar nu hun dochter de deur uit is en de zeventigjarige Andreas een mysterieuze ziekte heeft waardoor hij weinig meer kan, breekt het Fay wel op.


Fay is beeldhouwster, vooral gespecialiseerd in beelden van vogels, ze heeft een atelier aan huis. Andreas was meubelontwerper.
Dankzij de ziekte van Andreas is Fay veel thuis en ziet weinig mensen meer. Ze voelt zich vaak eenzaam, vooral ook omdat ze de oude Andreas mist, haar maatje en grote liefde.
Helaas is die tijd voorbij.


Op een dag krijgt ze een verzoek via Irina, een oude vriendin, of zij aan iemand haar gastenverblijf wil verhuren. Thomas, de kandidaathuurder, is achter in de veertig, architect en blijkt sympathiek. Al snel betrekt hij het verblijf. Daardoor wordt alles voor Fay en Andreas beter en vrolijker. Andreas knapt zelfs wat op van de aanwezigheid van Thomas. Maar langzamerhand komt er een kentering... Er ontstaat onrust en blijken zaken anders in elkaar te zitten dan Fay dacht. Wie is Thomas eigenlijk?


Cilja Zuyderwyk verstaat de kunst van 'show don't tell'.
Fay en Andreas komen in elkaar afwisselende hoofdstukken aan het woord waardoor wij als lezer meer te weten komen dan zij aan elkaar durven te vertellen. Maar er wordt de lezer ook niet álles verteld waardoor het verhaal spannend en boeiend blijft, er wordt wel subtiel naar zaken verwezen.
Mede doordat het stel elkaar hun gevoelens én de waarheid niet vertellen, ontstaat er een afstand tussen beiden, die ze moeilijk vinden, maar het kan niet anders denken ze...
Thomas vormt een mysterieuze maar ontwrichtende schakel tussen hen twee, hoewel ze daar geen weet van hebben. Al met al maakt dit dat het een bijzonder boek is, zowel qua stijl als inhoud, bovendien heeft het een zeer verrassend einde.

Opnieuw een prettige roman van deze schrijfster.


Cilja Zuyderwyk (1949) schrijft poëzie en proza. Er verschenen van haar vier poëziebundels. Jaren van liefde is haar vijfde roman.


ISBN 97894650139077 | Paperback | 214 pagina's | Brave New Books | 27 maart 2024

© Dettie, 11 april 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wat onbesproken bleef
Niek Bremen


‘Januari 1984. Voor het venster zit een man in een stoel. Er is geen geluid en er is geen beweging. Hij kijkt zonder dat hij iets ziet, het is mijn vader. Zolang ik me herinner, leeft hij dit vlakke en gesteriliseerde leven.’


Daniel Corten is geboren in de oorlog. In 1944. Hij heeft zijn moeder nooit gekend, ze kwam om bij een bomaanslag is hem verteld.
Louise Mittensill, de huishoudster, heeft hem min of meer opgevoed. Zij was de vriendin van Daniels moeder. Ook zij wilde liever niet praten over Lotte, zijn moeder.


‘Nu ik ouder ben, denk ik te weten waarom zij zo is. Waarschijnlijk heeft het verleden een zware stempel op haar gedrukt. Ze is jarenlang op kousenvoeten door het leven gegaan. Ze wilde haar verdriet, dat ik als kind aan de oppervlakte bracht, niet voelen en deed haar best om die verlegenheid voor mij te verbergen door net iets vaker te vragen of ik geen honger meer heb, of ze iets voor me kan klaarmaken.’


Vader Alwin heeft iedere zaterdag zijn Duitse vrienden over de vloer, ze kaarten, en drinken. Vooral dat laatste. Niet alleen dan wordt er in huize Corten Duits gesproken, zijn vader vervalt makkelijk in die taal.
Een van de Duitse vrienden vertelt Daniel over de tijd na de oorlog. Hoe zij alleen al omdat ze Duits waren als ‘fout’ bestempeld werden. De flarden die Daniel hoort, maken hem nieuwsgierig, maar wat zijn vader meegemaakt heeft, zal hij pas ontdekken als hij na diens door een map vindt waarin aantekeningen zitten van zijn vader. Over zijn jeugd en oorlogsjaren.


Het maakt veel duidelijk. Waarom zijn vader zweeg. Wat er met zijn moeder gebeurd is.
Het verhaal gaat over het grijze gebied tussen goed en fout. Want oordelen is gemakkelijk, maar mensen nemen soms beslissingen zonder te (kunnen) weten wat de gevolgen zijn.
En dan daarna: als het je kwalijk genomen wordt dat je gedaan hebt wat je deed, is het dan beter te zwijgen? Dat deed de vader van Daniel, niet beseffend dat zwijgen gevolgen zou hebben voor zijn zoon, om nog maar te zwijgen over zijn eigen leven.
Een mooi psychologisch beeld van een man die moet leven met de gevolgen van zijn keuzes.


Niek Bremen (1947) debuteerde in 2019 met zijn roman Bang voor de liefde. Daarna volgde de verhalenbundel Wat ons raakt in 2021. Tevens publiceerde hij in meerdere bundels, kranten en in het literaire tijdschrift Extaze (2018). Hij overleed kort voor het verschijnen van Wat onbesproken bleef.


ISBN 9789493214484 | Paperback | 130 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer| maart 2024

© Marjo, 10 juni 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Waar kleur is, is leven
Roman over kunstenares Bep Rietveld
Tineke Hendriks


Bijna iedereen kent de architect en meubelontwerper Gerrit Rietveld wel. Is het niet om zijn zigzagstoel of de rood-blauwe stoel dan wel om het Rietveld-Schröderhuis in Utrecht.
Wat minder bekend is, is dat hij samen met Vrouwgien Hadders (1883-1957) zes kinderen had, waar de hoofdpersoon van dit boek, Elisabeth (Bep) Rietveld, (1913-1999) er een van is. - Op de cover van het boek is haar zelfportret te zien. -
Het huwelijk van Gerrit Rietveld is niet goed en na een opdracht voor een verbouwing van een kamer door Truus Schröder-Schräder werd het huwelijk nog slechter. Gerrit en Truus werden namelijk minnaars voor het leven.


Als Bep daar als jong kind achterkomt, ontstaat een levenslange afkeer voor Truus en een nauwelijks te overbruggen afstand tot haar vader, die overigens weinig oog heeft voor zijn dochter. Bep en Gerrit hebben een constante haat-liefde relatie.
Bep was overigens een kind dat al heel jong wist wat ze wilde en dat was schilderen. Daarom interesseerde, tot frustratie van haar vader, school haar helemaal niet. Ze is ook recalcitrant en wars van regels, ze wil niet bij de gesettelde mensen horen.
Moeder kwijnt weg tot ergernis van Charley.


Ondanks dat vader niet wil dat Bep zich gaat toeleggen op de schilderkunst "de schilderkunst is sinds Mondriaan dood" volgens hem, ziet Charley Toorop haar talent wèl en wil tot groot geluk van Bep haar lesgeven. Wat haar vader zegt is onzin volgens Charley.


Bep moet erg wennen aan de omgangsvormen van Charley, ze is erg direct en vrij. Het is ook in het huis van Charley dat Bep, Guus Seyler ontmoet en uiteindelijk zwanger van hem raakt. Het huwelijk tussen Guus en Bep blijkt helaas een ramp en een scheiding volgt waarna Bep in 1937 met haar zoontje Fons naar Indië vlucht, regelrecht in de armen van Dennis Coolwijk, een jeugdvriend die daar al woonde. Ook dit wordt helaas een slecht huwelijk, ondanks haar vrije geest ziet en maakt Bep dingen met hem mee die zelfs haar te ver gaan. Gelukkig heeft ze haar schilderwerk, Bep is inmiddels een geliefd portretschilder geworden.
Ook in Indië blijft haar houding anders dan die van de doorsnee Nederlanders die er wonen. Ze houdt niet van hun opgeklopte, hautaine gedrag. Ze wil tussen de bewoners van het land leven, niet in de nepwereld van de geimmigreerde Nederlanders.


Het voorgaande is al heel boeiend geschreven maar het verhaal dat daarop volgt maakt een nog grotere indruk, helemaal als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt en Bep met haar twee dochters in een Jappenkamp belandt. Fons wordt van haar afgenomen. Ze is er kapot van.
Ook hier houdt haar schilder- en tekenwerk het gezin op de been. De ontberingen in het kamp worden invoelend en indringend beschreven.
Bep blijkt ook nu de krachtige vrouw, die precies weet wat ze wil en doet. De sfeer in het kamp wordt ook prachtig weergegeven.


Eenmaal terug in Nederland wacht de deceptie. Maar later komt voor Bep ook eindelijk een partner die de expliciete waarde en wezenlijke essentie van Bep ziet.


Over Bep Rietveld was niet echt veel bekend, daarom heeft Tineke Hendriks een roman over haar geschreven op basis van de de enkele zaken die wél bekend waren in plaats van een biografie. Deze vorm maakt dat Bep Rietveld erg voor je gaat leven en is het een verhaal geworden over een heel bijzondere vrouw die bewondering afroept. Een boek dat je doet beseffen dat een leven heel anders kan verlopen dan wat je er aanvankelijk van verwacht en gedacht had.
Lezen!


ISBN 9789083375779 | Paperback met flappen | 172 pagina's incl. verklarende woordenlijst | Orlando | 7 maart 2024

© Dettie, 30 mei 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De tweestrijd
In de ban van een narcistische partner
Renate Wongtschowski


Het verhaal begint apart. Renate bezoekt namelijk de psychiater om een antwoord op haar innerlijke vraag te krijgen. Die vraag is:  Waarom ben ik zo lang bij hem gebleven? Waarom ben ik er zo lang mee doorgegaan? Veertig jaar lang had ze namelijk zichzelf verbonden met Take, haar jeugdliefde waar ze al heel snel mee getrouwd was.
Via de gesprekken met de psychiater komen wij als lezer haar verhaal te weten.


Aanvankelijk begint ze ook tijdens de eerste paar sessies met vertellen over haar ontmoeting met Take, ze vond hem geweldig. Hij zat vol ideeën, was knap om te zien en intelligent, hij had charisma en was anders dan alle andere mensen die ze kende. Ze bewonderde hem, hij sprak, zij luisterde. Het brave schoolmeisje wordt rebels én zwanger!
Er moet gelijk getrouwd worden. Slechte start natuurlijk, maar beiden geven elkaar wel het jawoord.


Al snel begint Renate echter te vertellen over haar ouders die geen ouders waren maar, voor de lezer, wel heel interessante mensen met een zeer eigen leven. Ze vertelt over haar tante waar ze opgroeide. Over gebeurtenissen die achteraf gezien op zijn minst vreemd waren. Over het totale gebrek aan belangstelling van de ouders voor hun dochter.


We zijn al halverwege het boek als het verhaal eindelijk, zoals de flaptekst belooft, daadwerkelijk over het huwelijk tussen Take en Renate gaat.
Take is de leider in alle opzichten. Take bepaalt, Take beslist en Renate dient te volgen. Renate accepteert heel veel van hem... te veel?
Het is een aantrekken en afstoten. Take leeft zijn leven en Renate moet meegaan in zijn ideeën en plannen. Ze accepteert zelfs dat Take vertrekt naar Frankrijk. Het wordt een weekendhuwelijk waar Renate bijna aan onderdoor gaat.


Hun twee kinderen dienen ook vaders grillen te volgen. Dochter Lotte doet dat ook om de lieve vrede te bewaren, zoon Richard niet. Lotte is de zorger, vangt veel op want Renate kan niet tegen Take op. Langzamerhand vallen de schellen van Renates ogen. Ze ziet hoe egoïstisch Take handelt, alles draait om hem, enig mededogen of meeleven ontbreekt. Gesprekken zijn onmogelijk, beloftes van zijn kant worden onmiddellijk gebroken, maar haar beloftes zal en moet ze nakomen.
Renate gaat bij hem weg, komt weer terug, gaat weg, komt weer terug... gaat weg... definitief weg...


Ze is inmiddels al lange tijd bij hem weg, heeft een goed leven en een fijne thuisplek gevonden. Toch als je tussen de regels door leest zit ze nog met duizend draden aan hem verbonden. Een nieuwe relatie zit er ook (nog?) niet in. Verder overheerst er een gevoel dat het leven met de narcistische Take in werkelijkheid erger is geweest dan Renate in dit boek wil of kan vertellen. Het boek is namelijk gebaseerd op Renates werkelijke leven.


Het antwoord op de vraag waar Renate mee begon, wordt in de loop van het verhaal wel duidelijk. Met zulke ongeïnteresseerde ouders, met zo'n enorme emotionele verwaarlozing is verliefd worden op een man als Take bijna vanzelfsprekend. Aanvankelijk is er ineens enorme aandacht voor haar maar ook - versluierde - herkenbaarheid. Take is immers in wezen hetzelfde als haar ouders. Alles draait om hem, ook hij ziet haar in feite niet. Het loskomen van deze man is een worsteling, want naast de veertig jaar samen betekent het ook dat afscheid genomen moet worden van een vertrouwd rollenpatroon, Renate moet eindelijk zichzelf leren kennen en eigenwaarde zien te krijgen. En dat is een lange weg... 


Op zich is het een goed verhaal alleen de flaptekst geeft de indruk dat alle om het leven met de narcistische Take draait, maar het duurt lang voordat we zover zijn. Het verhaal rond de ouders van Renate overheerst een (te) lange tijd de latere geschiedenis rond Take en Renate. Door de flaptekst viel het boek me daardoor wat tegen, maar als je ongeïnformeerd aan het boek begint dan is het een boeiend geheel dat in een prettige stijl geschreven is.


ISBN 9789493244320 | Paperback | 196 pagina's | Uitgeverij September | 23 april 2024

© Dettie, 14 mei 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kimonomeisje
Marjet Maks


Kunstschilder George Hendrik Breitner (1857-1923) heeft een paar lastige maanden achter de rug. Na een oogoperatie en een verblijf van vier maanden in het ziekenhuis moet hij het rustig aan doen van de arts. Neem een vrouw adviseerde deze hem, rust, reinheid en regelmaat zou hem goed doen. Maar de enige vrouwen die Breitner kent, zijn zijn modellen die hij vaak ergens in Amsterdam opduikelt.
Vooral bij Jordans naaiatelier vindt hij vaak geschikte meisjes voor zijn schilderwerk. De rondborstige maar grof gebekte Marie, dochter van de kleermaker, is overigens zeer geïnteresseerd in de schilder en staat vaak en graag model.

Helaas wil het schilderen na de ziekenhuisopname niet echt lukken, de schilderijen zijn te doods volgens Jacob Israëls, de personages zijn te houterig wist Willem Witsen hem te melden. Een lichte depressie sluimerde. Zelfs zijn model was niet gecharmeerd van zijn werk. Het moest anders, levendiger, beter...


Geesje Kwak werkt sinds kort, samen met haar zus Anna, bij het atelier van Jordan. Het is daar dat ze voor het eerst Breitner ziet. Volgens haar zus is Breitner een schilder van het volk. Breitner maakt ook graag foto's van mensen en de stad, waarna hij deze foto's uitwerkt in schilderijen. Het is tijdens het fotograferen dat hij Geesje in beeld krijgt. Haar gezicht doet iets met hem. Ze heeft iets onbevangens, iets wat hij mist bij zijn modellen. Als hij haar met Anna op straat ziet, ontstaat er een gesprek en hij nodigt de meisjes uit om te komen poseren.


Geesje gaat erop in. De ontwapenende Geesje met haar directe vragen, inspireert Breitner. Na lange tijd lukt het hem weer een boeiend schilderij te maken met Geesje in kimono.
Eindelijk lukt het hem weer een inkoper geïnteresseerd te krijgen. Deze man wil zelfs meer van deze schilderijen, iets waar Breitner maar al te graag op ingaat. Hij is erg gesteld geraakt op Geesje.


Ondertussen lezen we ook over het privéleven van Geesje, dat minder rooskleurig is. Het gezin is van eenvoudige afkomst en er is weinig geld te besteden. Het geld dat Geesje voor het poseren ontvangt is erg welkom. Moeder is erg ziek en haar gezondheid holt achteruit. Ondanks het werk in het atelier waar Geesje ook gewaardeerd wordt, is het bezoek aan de schilder voor haar steeds een moment van rust, even wat anders dan het gesappel thuis.


We lezen over de mooie vriendschap die tussen de schilder en het meisje ontstaat en mede daardoor leren we oorsprong van de bekende kimonoschilderijen kennen.
Historische romans zijn sowieso altijd prettig om te lezen, ze nodigen vaak uit tot verder zoeken naar de personages of zoals in dit geval hun werk. Marjet Maks heeft met dit boek ook weer mijn interesse aangewakkerd en dankzij haar deskundig geschreven verhaal heb ik weer veel geleerd over Breitner en de dan heersende tijdgeest.


Zie ook de Breitnertentoonstelling in Singermuseum Laren


ISBN 9789464497953 | Paperback | 174 pagina's | Uitgeverij Ellessy | 4 mei 2023

© Dettie, 1 mei 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Archipel
een vrouw, een verhaal, een leven
Fleur Bourgonje


Terwijl ze zich fysiek op een eiland bevindt, in een dichtershuisje op Texel, schrijft Fleur Bourgonje over haar leven, een leven waarin ze vele landen bezocht en er ook woonde.
Al schrijvend onderzoekt ze de vraag wat deze reizen en alles wat ze meegemaakt heeft voor haar persoon betekent. Steeds teruggrijpend naar het heden, Texel, waar een storm tekeer gaat, duikt ze in haar herinneringen.


‘… een associatief herinnerd levensverhaal met als hoofdstukken de eilanden waar ik voor korte of langere tijd woonde, die, vermoed ik, van invloed zijn geweest op mijn denk- en gevoelswereld en mijn levenshouding bepaalden.’


Een van die eilanden is het dorp, waar ze geboren werd en haar jonge jaren doorbracht. Een eiland, omdat het huis op een terp stond, met aan alle kanten een groen landschap. ‘Het middelpunt van de wereld’ was het voor haar als kind.
Ze schrijft over haar vroegste herinneringen, over hoe zij als kind bepaalde gebeurtenissen ervoer, voorvallen die voor haar bepalend zullen zijn geweest voor haar karakter.
Hetzelfde geldt voor de reizen door Zuid-Amerika, ze was in Chili ten tijde van de revolutie.
Fleur Bourgonje was (is) een ondernemend type en heeft nogal wat meegemaakt.


En dan lezen we geen feitelijk verslag van wat er gebeurde, ze vertelt over haar eigen ervaringen, als jonge vrouw die alleen al omdat ze Europees was, gezien werd als een ‘elitaire Europeaan met privileges en rugdekking.’ Duidelijk maken dat ze dat – in Europese ogen – zeker niet was, als dochter van een smid die de eindjes aan elkaar moest zien te kopen, was onmogelijk.


Dit is wat duidelijk wordt in dit boek: de verschillende culturen liggen vaak ver uit elkaar en herinneringen zijn niet altijd scherp meer.
Over weemoed heeft ze het: je kan niet meer zijn wie je vroeger was.
Mede daarom is het geen lopend verhaal, maar zoals ze zelf al aangeeft in het voorwoord een  ‘een associatief herinnerd levensverhaal’.
Door steeds terug te grijpen naar een voor de gemiddelde lezer beter aan te voelen leven – dat van een Nederlands gezin - is het lezen aangenaam.
Ook de stukken tekst over het leven op het eiland helpen daaraan mee.


Fleur Bourgonje hanteert een vlotte pen, in een mooie en duidelijke stijl vertelt ze over haar avonturen.
Mooi is de tegenstelling tussen de bereisde hoofdpersoon, Fleur zelf dus, en de buurman op Texel, die zowat vastgeroest zit aan zijn eiland, maar daar dan ook volkomen tevreden mee is.


Fleur Bourgonje (Achterveld, 1946)  woonde in onder andere Parijs en later een aantal jaren in Midden- en Zuid-Amerika. Ze schreef voor kranten, in het Nederlands en in het Spaans. In 1985 kwam haar romandebuut uit ‘Spoorloos’, en won er meteen de debutantenprijs Het Gouden Ezelsoor mee. Later ontving ze de Betje Wolffprijs voor haar gehele oeuvre.


ISBN  9789492241665  | Hardcover | 250 pagina’s | Uitgeverij Magonia | februari 2024

© Marjo, 18 april  2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER