Nieuwe boekrecensies

altDe verdwenen stad
Ton van Reen


Na een huwelijk van ruim 25 jaar bedenkt Timo Wolters dat het helemaal niet zo’n goed huwelijk was. En zijn werk als advocaat in Roermond is ook niet geworden wat hij er van verwacht had.
Met zijn kinderen heeft hij niet veel contact. Eigenlijk is Rita de enige met wie hij zich prettig voelt, en zij ook met hem. Rita is de dochter die zijn vrouw Jeanne al had voor hun trouwen. Zij is een ongelukje van voor ze Timo kende, en zij werd opgevoed door Rita’s ouders. Timo is dol op Rita’s kinderen, tot ongenoegen van Jeanne.


Op de dag dat het verhaal begint heeft Timo een vreemde droom gehad: hij kwam thuis van zijn werk en zijn huis was verdwenen, compleet met vrouw en kinderen. Op de plaats waar het had gestaan was gras, en de buren hadden nog nooit gehoord van de familie Wolters. Wat een akelige droom was dat! Het wordt nog erger. Als hij de deur uitgaat, om met de auto naar Roermond te rijden, gebeurt er iets eigenaardigs:


‘Hij reed de Hornerweg op. Tot zijn ergernis ontnam een vrachtwagen hem het zicht.
Hij was al een eind de weg op, toen hij het idee kreeg dat er iets vreemds aan de hand was. Het was net alsof hij ergens reed waar hij onbekend was, terwijl hij dit toch al dertig jaar elke dag deed.
Ineens zag hij het. Met een schok.
De contouren van de stad Roermond, aan de overzijde van de Maas, waren verdwenen.‘


Terwijl hij rondzwerft, eerst met de auto, maar al snel te voet, en zoekt naar iets bekends, overdenkt hij zijn huwelijk en zijn carrière. Zijn leven is een en al mislukking. Is hij zichzelf nog wel? Timon gebruikt xanax en seroxat tegen de spanningen thuis en op zijn werk. In hoeverre zijn de dingen die hij meemaakt daaraan te wijten? Droomt hij weer?  Is hij aan het hallucineren?


Timo is zwak geweest, al was het nooit zo groots als zijn compagnons, hij heeft zijns ondanks meegedaan aan malafide praktijken. De pressie van een maatschappij waarin gepresteerd moet worden, en onder druk van zijn vrouw, die graag goede sier maakt, wordt de behoefte aan foute pilletjes steeds groter. Het moet anders, beseft hij. Zijn leven moet om. Maar hoe moet hij dat aanpakken?


Een heel herkenbaar verhaal. Corruptie in een kleine provinciestad zowel in de politiek als in de Kerk vormt de achtergrond van het verhaal. Ton van Reen laat zien hoe ook een in de kern goed mens er niet aan ontkomt om mee te doen met de gang van zaken. Dat het zich allemaal afspeelt in Roermond is misschien ook niet zo toevallig, het is de streek waar Van Reen opgegroeid is.


Ton van Reen (1941) is auteur van tientallen romans (o.a. Het Winterjaar, Roomse meisjes, Concert voor de Führer, Gestolen Jeugd) en jeugdboeken (o.a. De bende van de bokkenrijders). Daarnaast schreef hij talloze hoorspelen.


ISBN 9789062659111 | Paperback | 136 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | 2015

© Marjo, 29 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Jonathan gaat los
Meg Rosoff


Dankzij zijn oude schoolvriend Max heeft Jonathan een baan als copywriter gekregen. Maar ondanks alle briljante ideeën die Jonathan aanvoert, kiest de opdrachtgever steeds voor dezelfde aanpak. Kortom, het werk is enorm saai en het wordt ook nog eens slecht betaald. Gelukkig heeft hij een leuke, knappe vriendin, Julie, waarvan hij maar niet begrijpt wat ze in hem ziet. Julie is in alles zijn tegenpool. Zij is efficiënt, netjes, plichtsgetrouw, modern én ze is ook nog eens zeer succesvol in haar werk bij een online trouwmagazine.


Vriend Max vindt Julie helemaal niets, ze is volgens hem een plastic pop die praat. Ze heeft geen humor, ze is saai, heeft niets interessants te vertellen en zo weet hij nog veel meer 'fraaie' eigenschappen over Julie op te noemen. Maar de chaotische, altijd in zichzelf filosoferende Jonathan, die de ene gedachtekronkel na de ander heeft, vindt dat Julie hem op de rails houdt met haar zakelijke, koele nuchterheid. Jonathan weet dat Julie en zijn ouders willen dat hij zich als een volwassene gedraagt en dát is nu net het punt. Zijn geest is te speels en te wisselend om daaraan te kunnen voldoen. Maar met Julie in de buurt lukt het hem aardig. Toch, diep in zijn hart verlangt Jonathan naar een maatje, een vriendin die zijn gedachtestroom kan volgen, die begrijpt wat hem bezighoudt en wat hij nodig heeft om zijn warrige leven aan te kunnen.


Eigenlijk heeft hij die maatjes wel. Hij is gek op de lieve aanhankelijke Sissy, die hem altijd zo vol begrip kan aankijken. En ook Dante is hem zeer dierbaar. Dante is degene die altijd aanpakt, die orde op zaken weet te stellen, die altijd weet wat Jonathan nodig heeft. Maar, die twee grote vrienden zijn de honden van zijn broer waar Jonathan tijdelijk voor zorgt. Julie vindt ze niet leuk, wil ze liever uit huis hebben maar geen haar op Jonathans hoofd die daar over denkt. Hij kan niet meer zonder hun gezelschap. Hij houdt van ze, maakt zich zorgen om hen, zo gauw ze maar iets mankeren staat hij op de stoep van de dierenarts. Aan haar vertelt hij zijn filosofieën rond het gedrag van de dieren, en zij denkt er het hare van...


En dan kondigt Julie aan dat ze een prachtig aanbod heeft gehad. Als zij toestemming geeft hun bruiloft op livestream vast te laten leggen dan betaalt haar werk alles, de kleding, het feest, kortom alles! Ze kunnen trouwen! Dat is een totaal onverwachte ontwikkeling... Jonathan en vooral Max zijn in alle staten. Maar het is de onnavolgbare en mysterieuze, bijzondere collega Greeley die Jonathans gevoelens beter aanvoelt dan hijzelf...


Wat volgt is een heerlijk verhaal over Jonathan en 'zijn' twee honden. Zij zorgen met hun fijngevoeligheid én stoerheid voor Jonathan in plaats van andersom. Zij zijn het die Jonathan de weg wijzen in zijn chaotische, verwarrende bestaan. Want verwarrend is het!
Maar het zijn vooral zijn gedachtekronkels die van Jonathan zo'n leuk en bijzonder personage maken. Hij valt bijvoorbeeld als een baksteen voor allerlei soorten mensen en fantaseert gelijk een heel leven met hen erachteraan. Vaak vertelt hij het ook nog zijn fantasieën, met alle gevolgen van dien!  Je zit regelmatig met een brede glimlach zijn hersenspinsels te volgen. Ze zijn kostelijk!


De stijl maar vooral de sfeer heeft veel weg van het boek Het Rosie project en dat is bedoeld als compliment, net als in dat boek sluit je de onbeholpen maar o zo bijzondere hoofdpersoon in je hart en wil je alleen maar dat het goed met hem gaat. Dat hij gelukkig wordt...


Meg Rosoff groeide op in Boston en verhuisde na haar studie naar Londen. In 2004 begon haar schrijfcarrière met het internationaal succesvolle debuut Hoe ik nu leef, een wereldwijde bestseller, die ook werd verfilmd. Haar jeugdromans zijn prijswinnaars. Voor haar hele oeuvre ontving Rosoff de Astrid Lindgren Memorial Award 2016. Jonathan gaat los is haar eerste - zeer geslaagde - roman voor volwassenen.


ISBN 9789024570843 | Paperback | 299 pagina's | Uitgeverij Luitingh-Sijthoff | 6 mei 2015

© Dettie, 26 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De jongen die zijn vader zocht
John Boyne


De roman speelt zich af in Londen voor, tijdens en na de eerste wereldoorlog en vertelt het verhaal van de negenjarige jongen Alfie Summerland. Zijn moeder is huisvrouw en zijn vader werkt met paard en wagen voor de melkfabriek. De jongen “Alfie“ is dol op zijn vader en wil niets liever dan mee op de bok. Helaas is hij nog te jong. Het gezin woont in een warme gezellige volksbuurt waar iedereen elkaar kent. De buurman is een jeugdvriend van vader en aan de overkant van de straat woont niet alleen zijn oma maar ook een vriendelijke Poolse snoepverkoper met zijn dochter. Iedereen is arm maar de buurt is in harmonie.


Dan breekt de eerste wereldoorlog uit en jongemannen wordt opgeroepen zich vrijwillig voor de militair dienst te melden. Zijn vader meldt zich vrijwillig aan tot groot ongenoegen van zijn moeder en van oma. De buurman, de vriend van vader, is principieel tegen de oorlog en meldt zich niet aan. Niet lang daarna loopt in België de oorlog tegen Duitsland uit de hand en worden alle mannen opgeroepen zich te melden, militaire-dienst wordt een plicht. De vriend van vader, de buurman, weigert en wordt opgehaald en als dienstweigeraar naar de gevangenis gebracht. De Poolse snoepverkoper en zijn dochter worden ook opgehaald omdat ze als mogelijke spionnen worden aangemerkt en verblijven tot het einde van de oorlog op het eiland Man.


Hoewel iedereen Alfie belooft dat de oorlog voor de kerst zal eindigen duurt hij voort en komen er al gauw te korten aan van alles. Alfie gaat, om zijn steentje bij te dragen als enige man in het huis, schoenen poetsen op het station. De brieven die zijn vader naar huis stuurt zijn in het begin opgewonden en strijdlustig, maar worden al snel verschrikkelijk en waanzinnig tot het moment dat ze geheel stoppen. Is zijn vader dood?
Alfie begint een zoektocht en ontdekt bij toeval dat zijn vader in een psychiatrisch-ziekenhuis is opgenomen i.v.m. een shellshock: een gevolg van de oorlogservaringen die zijn vader in een geestelijk wrak heeft veranderd. Alfie besluit zijn vader te redden en bedenkt een plan om hem uit het de afvoerput van de oorlog, vol kwijlende, schreeuwende, waanzinnige soldaten te ontvoeren. Ik ga u de rest niet onthullen, maar ik kan u wel verzekeren dat er een spannend en emotioneel plot volgt.


Ik vind John Boyne een zeer goed schrijver. Zijn verhalen zijn gevoelig en prachtig verwoord. Hij draait er niet om heen en schrijft heldere taal. Boyne heeft geen dubbele agenda en maakt mooie zinnen die prachtige beelden opleveren. Hij beschrijft op heldere manier hoe de 1e wereldoorlog Engeland verandert en met name zo’n gemoedelijke Engelse volksbuurt waar dit verhaal zich afspeelt. De woordkeus en zinsbouw zijn een genot om te lezen. Af en toe vind ik zijn schrijfstijl een tikje te kinderlijk en voel ik me een jongen die een spannend boek leest, wat het boek natuurlijk wel erg toegankelijk maakt voor jongere lezers. Net als zijn roman ‘De witte Veer’, vind ik dit boek opnieuw een klein meesterwerk.


John Boyne is een in 1971 geboren Ierse schrijver waarvan al verschillende boeken in Nederland zijn verschenen. Een van de bekendste is ‘De jongen in de gestreepte pyjama’ wat ook verfilmd werd.


ISBN 9789022565797 | Hardcover | 239 pagina's | Meulenhoff Boekerij B.V. | augustus 2014
Vertaald door T. Heuvelmans

© Jan van Rijsingen, 26 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altGebarsten wit
Corina Engelbrecht


De vierenvijftigjarige Frederik Zeggelaar zegt zijn baan bij Waterstaat op en neemt afscheid van zijn collega’s. Hij had met hen nooit zo’n goede band, ze vonden hem stijf en strikt, en dus verbaast het hem des te meer als zijn opvolger contact met hem opneemt. De man, Eemstra, wil advies zegt hij, maar deze eerste lunch wordt gevolgd door meer ontmoetingen. Er ontwikkelt zich zelfs iets als een vriendschap zodat Frederik de man benoemt tot testamentair-executeur. Want dit is de reden dat hij zijn baan heeft opgezegd: hij heeft te horen gekregen dat hij ongeneeslijk ziek is. Behandeling zou alleen levensverlengend werken.


Frederik heeft gekozen voor een menswaardig einde: in het reine komen met wat er van zijn leven geworden is, en regelen wat geregeld moet worden. Hij heeft geen kinderen, zijn ex-vrouw zit in Afrika. Regelmatig wandelt hij naar de plek waar zijn graf reeds gedolven is. Op het kerkhof vindt hij rust. En een bloem:  ‘een grote, met de mond geblazen roos van glas, midden op een plaat van donkerblauw graniet. Eronder stonden zeven letters staan: Bregtje.’ Het houdt hem bezig: wat is dat voor een naam: Bregtje? Wat betekent het? Hij ontdekt dat het licht betekenen moet.


‘Licht, dat was leven. Het zwart van de dood was al genoeg om hem heen sinds de oncoloog hem in die heldere kamer op de zesde verdieping van het academisch ziekenhuis de diagnose had gegeven en de consequenties daarvan had uitgelegd. Hij had zich verbijsterd gevoeld: zo oneindig veel licht buiten en hier het onherroepelijke zwart.’


Maar nu was Bregtje er. Iets van hemzelf, een geheim, net als hij andere geheimen heeft. Een gebeurtenis in zijn leven waar hij onduidelijk over moet blijven omdat het hem nooit duidelijk werd wat er precies gebeurd is. Terwijl zijn gezondheid verslechtert, moet hij hulp aanvaarden. Die komt in de vorm van Alie:


‘Daar stond ze dan, zijn thuishulp voor de komende maanden, in een roze legging over te dikke benen, een vaalgewassen, bilkort spijkerrokje over de enorme buik, een te rode, doorzichtige flodderbloes over een te klein hemdje dat haar enorme borsten ongegeneerd naar buiten deed puilen. Huh. Een aangeklede obesitas.’


Je kon het verwachten: hij raakt vertrouwd met Alie, net als met Eemstra. Hanna, zijn ex, wil hij niet in zijn leven terug, maar hij denkt wel vaak terug aan haar. En aan zijn vader, een gewezen KNIL-militair. Ze begrepen elkaar niet, maar was er niet een dagboekje van zijn vader?


Het is een poëtisch geschreven novelle: klein maar fijn. De laatste maanden van Frederik betekenen een aftakeling, die je ook in zijn woorden tegenkomt.


Corina Engelbrecht (Den Haag) groeide op in Indonesië en studeerde letteren (Italiaans) in Leiden. Naast journalistiek werk publiceerde ze schrijversportretten, poëzie en kleine verhalen. Een aantal artikelen over late gevolgen van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië verscheen eerder in kleine oplage onder de titel Wie niet herdacht wordt leeft niet voort.


ISBN 9789080683785 | Paperback | 128 pagina's | Uitgeverij Nieuwe Haagsche B.V | 2015

© Marjo, 22 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De vergever
Robert Anker


Flaptekst: Sander Schwartz is een succesvolle onderzoeksjournalist bij een weekblad als een burn-out hem het werk onmogelijk maakt. Na zijn genezing groeit hij uit tot een gelauwerde schrijver, totdat op een dag zijn nieuwe roman door zijn uitgever geweigerd wordt en zijn leven opnieuw instort. Dat gebeurt hem vervolgens nog een paar keer (na een ongeluk, na het vertrek van een geliefde), en hij besluit zijn memoires te schrijven om erachter te komen waarom hij de kern van zijn leven steeds lijkt te missen. Zo wordt De vergever een roman over het moeizame proces om tot zelfkennis te komen en hoe je daarmee je leven kunt veranderen.


Geweldige schrijver! Ik had nog nooit iets van hem gelezen, maar dat gaat nu veranderen. Wat een prachtige zinnen maakt deze auteur! Geen mooie zinnen in de betekenis van poëtisch, maar rake, die je aan het denken zetten. Zo dun als het boek is, zo vol is het met scherpzinnige gedachten.


Nadat Sander Schwartz als niet meer passend in de tijdgeest zijn nieuwe roman geweigerd ziet, laat Anker hem haarfijn verwoorden wat er mis is met de hedendaagse literatuur.


"Proza van deze tijd dat niet een ervaring zocht maar sensatie, vuurwerk, de sprankeling van de oppervlakte [...] Proza als een tv-serie: spannende, voornamelijk relationele verwikkelingen die niets anders uitdrukken dan zichzelf en daarbij gezochte personages met een psychologisch gehalte dat net voldoende is voor die verwikkelingen."


En passant sabelt hij, goed onderbouwd, ook de grote werken uit de wereldliteratuur neer.
Sander Schwartz duikt diep in zijn eigen psyche. Met vallen en opstaan weet hij zichzelf weer op de rails te zetten en de lezer intussen ook tot zelfreflectie te dwingen.


Het enige minpuntje vind ik de negatieve hint naar Herman Koch. Dat had de lezer zelf wel kunnen invullen.
Er zitten ook grappige dingen in dit boek. Schwartz was de 'eerste en laatste winnaar van de literaire Super de Boer-prijs'. Dat doet me erg denken aan de t.v.-programma's van tegenwoordig: "Dit programma wordt mogelijk gemaakt door...." Dat Super de Boer er meteen weer mee ophield de prijs te sponsoren kwam omdat het niet de bedoeling was geweest dat de jury een dergelijk boek had uitgekozen. De tijdgeest...

ISBN 9789021458816 | Paperback | 160 pagina's | Querido | januari 2016

© Berdine, 16 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height="167"De kleermaakster van Dachau
Mary Chamberlain

Modiste wil ze worden. In Modehuis Vaughan zal Ada de meest verfijnde kledij voor haar chique clientèle vervaardigen. Haar op maat gemaakte kleding zal het figuur van de draagster complimenteren. Haar in een elegante, betoverende verschijning veranderen. Al is Ada Vaughan pas achttien jaar oud, ze heeft talent en beschikt over een flinke portie doorzettingsvermogen.

Ada heeft niets aan het toeval overgelaten. Haar sollicitatie bij madame Duchamps verloopt vlekkeloos. Ze wordt aangenomen en klimt op tot het lievelingetje van de societydames. Vrijwel moeiteloos palmt ze de rijke dames in en verkoopt hen prachtige gewaden. Ada heeft er kijk op. Ze wordt steeds beter in haar werk. Haar droom komt steeds dichterbij. Eens zal ze haar eigen modehuis hebben. Ze zal haar eenvoudige komaf achter zich laten en een weelderig bestaan leiden. De piepjonge Ada droomt van een bestaan vol glitter en glamour. Welk jong meisje droomt daar nu niet van?

De man die haar te hulp schiet als haar paraplu haar tijdens een hoosbui in de steek laat, is een echte heer. Hij biedt haar een kop thee in het Ritz aan. Stanislaus von Lieben, heet hij. Hij komt uit Hongarije. Ada geniet van de onverwachte ontmoeting. Stanislaus is een heuse graaf. Een man met aanzien.  Wanneer hij haar uitnodigt voor een cocktail in het Café Royal, hapt ze gretig toe. Er volgen meer afspraakjes. Ada droomt over een toekomst met de charmante Stanislaus maar is niet van plan hem aan haar ouders voor te stellen. Ze schaamt zich voor hun schamele onderkomen.

Drie onvergetelijke maanden verstrijken. Stanislaus vindt dat ze hun bescheiden jubileum moeten vieren. Niet in Londen maar in Parijs. De stad van de mode. Ada is verrukt en vermoedt dat Stanislaus haar in Parijs ten huwelijk zal vragen. Haar leven is een sprookje veranderd. Ada vertelt haar ouders een smoesje en belooft haar werkgeefster om prachtige stoffen mee terug te nemen. Geuite zorgen wuift ze nonchalant weg. Oorlog? Als er al een oorlog komt, dan duurt dat nog wel even. Ada’s tijd in Parijs zal zorgeloos en vol romantiek zijn. Het is 1939 en Ada is jong en verliefd.

De oorlog breekt wel uit. Stanislaus en Ada kunnen Parijs niet meer verlaten en leven als man en vrouw. Wanneer het in Parijs niet langer veilig voor Stanislaus is, slaan ze samen op de vlucht. Stanislaus heeft geen paspoort meer maar Ada weet hem veilig België in te loodsen. Na een lange reis komen ze uitgeput in de stad Namen aan. De volgende ochtend is Stanislaus weg. Hij komt niet meer terug. Ada is moederziel alleen in een stad die met bommen bestookt wordt.

Ada dwaalt uitgeput en bang door de straten van Namen. Waar kan ze heen? Ze heeft geen geld. Ze heeft niets. Er vallen steeds meer bommen en Ada raakt in paniek. Wanneer ze op een paar nonnen stuit, stort ze zich radeloos in hun armen. Haar smeekbede om hulp wordt schoorvoetend ingewilligd. Ada mag blijven mits ze zich voordoet als non. Ze krijgt een lelijk en veel te groot gewaad aan en haar prachtige haren worden slordig afgeknipt. Ada’s jeugd en onbevangenheid zijn voorgoed verdwenen. Al snel vallen de Duitsers het klooster binnen. Alle Engelse nonnen worden gevangengenomen. Ook Ada.

Hoe Ada uiteindelijk de kleermaakster voor de commandant van kamp Dachau wordt, verklap ik niet. Wel verklap ik dat het allesbehalve het glamoureuze bestaan is dat Ada voor ogen had. Ada maakt vreselijke dingen mee. De oorlog zal ook haar voorgoed tekenen. Iedereen heeft zijn of haar eigen verhaal en dat geldt ook voor Ada. Alles draait om overleven. Een allesoverheersende honger vecht met een toenemend gevoel van wanhoop om aandacht. Ada heeft alleen haar talent nog. Een talent waar de vrouwen van de nazi’s schaamteloos van profiteren.

In De kleermaakster van Dachau verandert een sprookje in een nachtmerrie. Het is een hard, ontluisterend verhaal dat op boeiende wijze uit de doeken wordt gedaan. Kunnen doorzettingsmorgen en veerkracht alles overwinnen? Dit boek moet in één keer uit!

ISBN 9789400506145 | paperback | 349 pagina's| A.W. Bruna Uitgevers | april 2016
Vertaald door Elisabeth van Borselen

© Annemarie, 7 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altFurie en Fortuin
Lauren Groff


‘Mijn vrouw,’ zei hij. ‘Van mij.’ Misschien kon hij in plaats van zich in haar te huilen, haar ook in één hap doorslikken.
‘O?’ zei ze. ‘Natuurlijk. Omdat ik bezit ben. Om dat mijn koninklijke familie me heeft geruild voor drie ezels en een tobbe boter.’
‘Ik hou van je botertobbe,’ zei hij. ‘Mijn botertobbe nu. Zo zilt. Zo zoet.’
‘Ho’, zei ze. Ze lachte niet langer haar lach, zo verlegen en immer aanwezig dat het een schok was haar van dichtbij te zien zonder die te zien. ‘Niemand is van iemand. We hebben iets grootsers gedaan. Iets nieuws.’


Lotto en Mathilde ontmoeten elkaar als ze 22 zijn. Na een paar weken zijn ze getrouwd, tot ieders verbijstering. Na bovenstaand citaat in het prille begin van dit boek verwacht je als lezer het verhaal van een dramatisch huwelijk. Twee jonge mensen, hij voorbestemd beroemd te worden als toneelspeler, zij als zijn steun en toeverlaat. Het eerste rimpeltje is er echter al als Lotto zijn moeder belt om haar over het huwelijk te vertellen. Zij onterft hem onmiddellijk. Dit is niet wat zij voor haar enige zoon, erfgenaam van een groot fortuin, voor ogen had. Ze weigert zelfs kennis te maken met Mathilde. Lotto is net zo koppig: hij bezoekt zijn moeder niet als Mathilde niet mee mag komen. Hij blijft op de hoogte van zijn moeders doen en laten via Sallie, zijn tante en Rachel, zijn veel jongere zus, die ook als het nodig is de geldschieters zijn voor de twee jongelui.
Want natuurlijk kost het tijd om beroemd te worden...


Terwijl je als lezer verzinkt in het verhaal over een niet zo voorspoedige carrière, over een huwelijk dat sterk overeind bleek te blijven – er wordt tevergeefs gewed op een vroegtijdige scheiding – verdwijnt de vraag wie of wat dan die furie is naar de achtergrond.
Maar het boek blijkt twee delen te beslaan, en al wil ik er verder niets over kwijt: wees er van verzekerd dat het verhaal over de furie zal komen.


Het is een verbijsterend verhaal over twee veelbelovende jonge Amerikanen. Lotto is nogal een vrouwenjager, maar hij is ook de ideale schoonzoon. Mathilde is verrassend, ogenschijnlijk de beste vrouw op de achtergrond die je hebben kan. Het lijvige boek is soms heel toepasselijk geschreven als was het een toneelstuk, soms met een sfeer van een bouquetromannetje maar vooral toch als een intrigerend literaire roman. Het boek zit vol licht erotische scènes en is niet makkelijk toegankelijk. Steeds zijn er de sprongen in de tijd, de stijl is wispelturig, grillig, maar: meeslepend. Er is een algemene alwetende verteller, die ook nog commentaar levert tussendoor.
Maar zeker en vast is het de moeite waard om dit verbijsterende verhaal helemaal uit te lezen om dan te ontdekken dat Lauren Groff  een fantastische schrijver is.


Lauren Groff was finalist van de National Book Award 2015 en genomineerd voor een Kirkus Prize.


ISBN  9789048825578 | paperback| 432 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep| november 2015
Vertaald uit het Engels door Lucie Schaap en Maaike Bijnsdorp

© Marjo, 29 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe blauwe bloem
Penelope Fitzgerald


‘Jacob Dietmahler was niet zo onnozel dat hij niet zag dat ze bij het huis van zijn vriend aankwamen op de wasdag.’
Wat een vreemde zin om een boek te beginnen! Maar meteen wil je meer weten: is dat zo speciaal die wasdag? Wat maakt het uit dat hij dat ziet?
En dan wordt verteld dat het niet hoort om mensen te storen op de wasdag. Bij de meeste families werd er namelijk slechts enkele keren per jaar gewassen. Soms zelfs maar één keer en dan was je rijk, je had immers genoeg onderkleding en linnengoed. Dat moet op die ene dag een enorm karwei geweest zijn. Jacob voelt zich erg ongemakkelijk, maar zijn vriend Fritz Hardenberg veegt de bezwaren weg. Bovendien is hij er als man helemaal niet van op de hoogte dat er gewassen gaat worden.


Als een verhaal zo begint, en doorgaat, zit je meteen in een andere cultuur. Heel leuk! Niet dat wij moderne mensen in die tijd zouden willen leven, denk ik, de mensen hadden veel zorgen aan hun hoofd. Fritz evenwel is een flierefluiter. Hij ziet niet dat zijn moeder zich schaamt voor de ontvangst in haar sjofele verarmde huishouding. ’Ik wil dat je mijn ouderlijk huis ziet, zegt hij, ‘Het is ouderwets, wij zijn ouderwets in Weissenfels, maar we hebben hier rust, het is heimisch.’


Het verhaal gaat vooral over de familie van Novalis,  de Von Hardenbergs, adellijk maar arm. Jonge mannen die een goede opleiding krijgen reizen van stad naar stad, van universiteit naar universiteit, en doen er behalve kennis ook levenservaring op. Zo ontmoeten Fritz en Jacob elkaar. En natuurlijk zijn er de amoureuze escapades. Ze worden immers geacht een (ge)goede partij te vinden. Aanvankelijk lijkt het er op dat Frits’ oog valt op de oudere zus van Jacob, hij laat haar zijn eerste schrijfselen lezen. ‘De blauwe Bloem’. Het boek dat zijn onvoltooide roman zal worden. Maar:


‘Hij bleef als aan de grond genageld staan en staarde strak naar de overkant van het vertrek. Waar zijn zijn voortreffelijke manieren gebleven, dacht Coelestin, die met de Regierungsrat stond te praten. Achter in het vertrek stond een heel jong donkerharig meisje bij het raam. Ze tikte verveeld op de ruit, alsof ze de aandacht probeerde te trekken van iemand die buiten stond.’


Sophie von Kuhn is dan pas twaalf jaar oud, nog niet eens een vrouw, en niet met de liefde bezig.
Ook wordt zij niet gezien als een mooi meisje, en ze is niet slim. Maar Fritz, dan 22 jaar oud, ziet iets in haar en hij kan wachten. ‘Ooit zal de mensheid zijn wat Sophie – Nu voor mij is: volmaakt – morele gratie – Dan wordt de hoogste betekenis van het leven – Niet langer verward met dronken dromen.’ Hij verzwijgt zijn ‘verloving’ lange tijd voor zijn vader en weet ook niet dat terzelfder tijd zijn Groter Liefde in haar dagboek schrijft: ‘Vandaag waren we weer alleen en er gebeurde niet veel.’


Het boek De Blauwe Bloem is gebaseerd op het leven van Friedrich von Hardenberg (1772-1801), die bekend is geworden als de dichter Novalis. Hij overleed op jonge leeftijd.  Dit gegeven staat voor in het boek vermeld, in dit geval prettig, omdat je insteek van lezen anders wordt. Het boek is namelijk geschreven in een nogal ouderwetse statige stijl. Het is heel duidelijk dat de schrijfster zich verdiept heeft in de geschriften, brieven en dagboeken, die nagelaten werden door Novalis zelf en zijn geliefden. Het is hùn manier van spreken en schrijven.


De manier van leven in het 18de eeuwse Duitsland komt heel duidelijk naar voren, het eten en drinken, de manier van reizen en met elkaar omgaan, als ook de historische achtergrond. Goethe en Schiller leefden in die tijd, Fritz ontmoette hen. En eigenlijk is die achtergrond meer het verhaal dan de liefdesgeschiedenis van Fritz en Sophie. Al is natuurlijk de manier waarop zij zich gedragen daar ook een onderdeel van.
Verwacht geen zwijmelverhaal, niet een uitbundig gefictionaliseerde roman, en je geniet.


ISBN  9789492168054 | Paperback | 304 pagina's | Uitgeverij Karmijn | november 2015
Vertaald uit het Engels door Johannes Jonkers

© Marjo, 26 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Onbepaald door het lot 
Imre Kertész


Wanneer ik deze roman in handen krijg ben ik onder de indruk. De abstracte omslag toont grof uitgesmeerde verf wat van boven naar beneden al snel kleur verliest om te eindigen in zwart. Het enige luchtige op de voorkant van deze roman is het bijtje van de uitgeverij. 
Aan de achterzijde van het boek kijkt de auteur, getooid met zwarte hoed, zwarte jas en witte sjaal, ons niet aan maar zoekt naar een punt in de oneindigheid. Zijn blik is zeer gereserveerd en in mijn ogen achterdochtig alsof hij wil zeggen ‘jij gaat mijn boek geen goed boek vinden’. Dat een omslag iets kan vertellen is mij nu wel duidelijk.


Waar gaat ‘Onbepaald door het lot’ over? Allereerst bestaat de roman uit drie verhalen, zo u wilt uit drie romans, die op een bijzondere manier niet los van elkaar staan.


Het eerste verhaal ‘Onbepaald door het lot’ vertelt de belevenissen van de jonge Imre. Onderweg naar zijn werk wordt hij door een vriendelijke Hongaarse politieagent opgepakt en haast charmant overgedragen aan de nazi’s. Hij belandt daarna via de ons wel bekende verschrikkelijke treinreizen in Auschwitz. De schrijver beziet en beschrijft haast neutraal de verschrikking van het uitroeien omdat emoties toelaten het einde zou betekenen zowel toen als tijdens het schrijven. “Het valt allemaal wel mee, ik wil hier overleven, ik moet positief blijven en goed meewerken”.


Deze houding brengt hem, (zo denkt de jongen) eerst naar Buchenwald en vervolgens naar Trögliz/Rehmsdorf waar hij ternauwernood overleeft.
Het hele verhaal is in mijn ogen aangrijpend, meeslepend en briljant verwoord. Wanneer de jongen positieve gevoelens beschrijft als hij na 24 uur zonder drinken, eindelijk een beker koud schoon water kan drinken, begrijp ik dit totaal. Het is deze houding waarmee hij weet te overleven.


Daarna volgt het verhaal ‘Het Fiasco’. Hierin beschrijft Kertész  het moeilijke leven van een schrijver wiens roman door de uitgever afgewezen wordt wegens gebrek aan kwaliteit. De afgewezen roman, komt overeen met ‘Onbepaald door het lot’. De schrijver in het verhaal begint aan een nieuwe roman. Deze roman vertelt het verhaal van een surrealistische wereld die veel overeenkomst heeft met een dictatuur zonder dat de lezer daar echte aanwijzingen voor vindt. Ook in dit verhaal is het thema vrijheid en onvrijheid.


Met moeite kan ik de schrijver volgen. De zinnen worden langer en er komen meer en meer bijzinnen, verwijzingen naar eerdere of latere voorvallen, bedenkingen, overwegingen, en verschillende invalshoeken van waarnemen. Met moeite worstel ik me door het tweede verhaal  heen. Ik zie het geniale van deze schrijver niet, maar geloof het graag. Ik ben niet bekwaam genoeg om er een oordeel over te vormen.


Kaddisj voor een niet geboren kind’ het derde en laatste verhaal in dit boek, is een voor mij totaal onbegrijpelijke monoloog. Het is een intellectuele verhandeling waar ik na veertig bladzijden mee stop. Ik kan me door de ingewikkelde manier van schrijven niet concentreren op het verhaal. Wat wil de schrijver zeggen en waar gaat het naar toe?
Het is een bijzonder boek maar helaas is dit een van de weinige boeken die ik niet uit lees. Het gaat mij boven m'n pet. Dat ligt niet aan de schrijver, dat ligt aan deze recensent. Daarbij kan ik u geruststellen. Het eerste verhaal ‘Onbepaald door het lot’ is een prachtig verhaal en zeer goed leesbaar.


Imre Kertész is een in 1929 te Boedapest (Hongarije) geboren schrijver die de Nobelprijs 2002 voor literatuur won.
Hij schreef na de oorlog de ervaringen die hij als veertienjarige jongen opdeed in, achtereenvolgens,  Auschwitz, Buchenwald en Trögliz/Rehmsdorf op en stuurde deze naar een uitgever. Zijn werk werd afgewezen omdat het niet genoeg kwaliteit zou bezitten.
Het zou nog tot 1975 duren voor hij een uitgever zou vinden die zijn werk wilde publiceren.
Het boek werd door regisseur Lajos Koltai in 2005 verfilmd en kwam uit onder de naam ‘Fateless’.
Naast lof kwam er ook veel kritiek omdat Imre Kertész vertelt dat de holocaust wel moest gebeuren en (eeuwen) van tevoren aanwijsbaar was. Hij maakt iedereen tot schuldige zodat er geen schuldigen meer zijn. Zijn positieve ervaring over de concentratiekampen werd hem ook erg kwalijk genomen.


ISBN 9789023441571 | Hardcover | 744 pagina's | Uitgeverij De Bezige Bij | oktober 2009

© Jan van Rijsingen, 23 maart 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Engel van Detroit
Ap van der Meulen


De vierde zin van deze roman luidt: Ik ben gevlucht naar Detroit. Rondom deze vijf woorden is de hele roman van Ap van der Meulen opgebouwd. Wat doet de hoofdpersoon daar, waarom is hij daar precies en wat betekent dit voor hemzelf en voor anderen?


Heel langzaam bouwt het verhaal zich rondom de ontslagen welzijnswerker Leo Kolberg op. Hij is het namelijk die gevlucht is vanuit Nederland, na een in meerdere opzichten catastrofaal tv-optreden. Leo verblijft in de stad die in meerdere opzichten symbool staat voor zijn leven. Een stad die uitgerangeerd is en nu letterlijk in puin ligt omdat alles en iedereen de stad heeft verlaten omdat de plek de mensen niets meer te bieden heeft. Geen baan, geen toekomst, geen geborgenheid, alleen misschien nog de muziek.
Leo woont in een verlaten huis, in de anonimiteit, zichzelf wijsmakend dat hij juist naar deze stad is gegaan omdat daar nog iets te vinden is waar hij van houdt, die muziek, de blues. Van dat laatste draagt Leo zelf genoeg in zich, door een hele emotionele gebeurtenis uit het verleden.


Leo heeft een aantal zeer oppervlakkige contacten in de buurt, waarvan die met Shane van de 7 Eleven supermarkt in de buurt. Naast het werk in de supermarkt is Shane actief als buurtwerker voor jongeren. Datgene waar ik mijn hele leven voor betaald ben, zo denkt Leo, doet deze man er in zijn vrije tijd even bij. Dat draagt ook niet bij aan een positiever zelfbeeld van de hoofdpersoon, sommige mensen kunnen alles.


Van der Meulen trekt de lezer de gemoedstoestand van de hoofdpersoon binnen. Het uitzichtloze, verdrietige en afgezonderde bestaan van Leo Kolberg wordt door de schrijfstijl van de auteur zo invoelbaar voor de lezer dat je op een gegeven moment Leo Kolberg bent. Je begint te begrijpen waarom de hoofdpersoon zich in de anonimiteit heeft teruggetrokken en dan doet Leo onbewust en spontaan iets waardoor die anonimiteit volledig wordt doorbroken. Hij wordt een held, maar tegen wil en dank en eentje die niet gevonden wil worden. Waarvoor hij vreesde gebeurt, iedereen is naar hem op zoek en door zijn heldhaftige optreden, zijn ook de kinderen van Leo in staat om hem te traceren en op te sporen. Dat is het keerpunt in het leven van Leo en ook in het boek. Leo is terug van weggeweest en de ontknoping van het verhaal ontvouwt zich voor de ogen van de lezers op een manier die door Eddy Terstall achter op het boek in hele mooie worden is gevat: "De Engel van Detroit is een bizarre vertelling. Pakt vanaf het begin. Een absurd gegeven maar door de levendige omschrijving wordt het tastbaar en echt."


Het is moeilijk deze recensie te schrijven zonder al te veel van het verhaal prijs te geven en daarmee de complexe verwikkelingen al te onthullen. Hetzelfde geldt voor de uitleg van de titel van het boek, die je pas begrijpt als je het boek gelezen hebt en die zeer getroffen is. Ik kan eigenlijk alleen nog maar zeggen het is een aangrijpend, ontroerend en pakkend verhaal en daarmee een prachtig boek.


Over de auteur
: Ap van der Meulen is journalist en programmamaker bij tv. Hij begon zijn loopbaan bij de Haagsche Courant en werkte onder meer bij Endemol, bnn, at5 en de KRO-NCRV. In 1995 verscheen zijn debuutroman De Erfenis.


ISBN 9789461538956 | Paperback | 224 pagina's | Uitgeverij Aspekt | maart 2016

© Ria, 20 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De blijmoedige leugenaar
Theo Monkhorst

In dit boek staan twee mannen centraal, allebei voorzien van een stevig ego, een krachtige persoonlijkheid en het nodige aanzien, wat hun beider ego’s niet bepaald ten goede komt. De een, Lux, is één van Nederlands bekendste en best verkopende kunstschilders, alles wat hij schildert verandert in goud. De ander, Tiddo, is wethouder in Den Haag, belast met diverse belangrijke portefeuilles en ongekend populair bij volk en elite.


Of beter gezegd, hij wás ongekend populair, want we ontmoeten hem in het hiernamaals. Hij is door een aanslag om het leven gekomen en wandelt nu door de eeuwigheid waar hij diverse lezingen van oude Grieken bezoekt en een verhandeling met Couperus houdt over leugen en waarheid. Verder doodt hij de tijd met het schrijven van brieven aan zijn zoon. Ook de minnares van Tiddo, Kasja, die, u raadt het al, ook de minnares van Lux is, schrijft brieven aan diezelfde zoon, zodat wij van twee kanten, beetje bij beetje, te weten komen wat er gebeurd is en waarom.


Het boek beschrijft de rivaliserende krachtmeting tussen de twee mannen, die vanaf het begin door elkaar gebiologeerd zijn, ondanks, of misschien wel juist doordat, ze elkaars tegenpolen zijn. Lux pretendeert alléén maar de waarheid te spreken, ook al kun je ook bij zijn waarachtigheid vraagtekens plaatsen. Wat hij ziet schildert hij meedogenloos en zonder concessies, voor hem dé manier waarop hij ontdekken kan wie iemand werkelijk is. Vanaf zijn eerste ontmoeting met Tiddo wil hij hem dan ook meteen schilderen, het liefst naakt. Tiddo laat zich hiertoe verleiden, onder voorwaarde dat het doek pas na zijn dood tentoongesteld mag worden.


Tiddo’s carrière is vooral gestoeld op zijn vaardigheid in het politieke spel, waarbij leugens, bedrog en manipulatie zijn tweede natuur zijn geworden. Hij is hier zo behendig in geworden dat zijn persoonlijkheid in twee delen op te splitsen is; de aardige man voor privégebruik en de gewiekste politieke leugenaar die meedogenloos alles en iedereen gebruikt om aan de macht te komen en te blijven.


Als er een nieuw cultuurpaleis gebouwd moet worden en Tiddo daarvan het publieke gezicht wordt terwijl Lux de tegenstanders representeert, komt het, mede doordat er privé ook de nodige rivaliteit tussen de heren is, tot een climax.


Monkhorst is een kundig schrijver, zijn dialogen zijn ijzersterk en je ziet beide heren, en de dame, voor je. Hoewel het een bijna klassiek thema is, twee mannen vechten om een vrouw, is het, door het politieke uitgangspunt, heel actueel. Het beeld wat van de politiek geschetst wordt, is niet bepaald vrolijkmakend, leugen, bedrog en machtswellust overheersen en lijken eerder norm dan uitzondering.


Aan het eind van het boek ontdekte ik tot mijn verbazing dat de schrijver de afbeelding van het kunstpaleis wat op de voorkant van het boek staat, zelf ontworpen heeft voor een ideeënwedstrijd voor het tijdschrift Kridelahé in 2010. Het cultuurpaleis dus waartegen een van de hoofdpersonages in zijn boek zo ten strijde trekt en wat met zoveel leugen en bedrog tot stand komt. - Monkhorst was ook gemeenteraadslid in Den Haag maar dan in de jaren negentig van de vorige eeuw. - Er duiken dan ook regelmatig bestaande gebeurtenissen, plaatsen en personages op tussen de fictieve personages en verhalen, wat het tot een intrigerend geheel maakt.


ISBN 978 90 6265 914 2 | Paperback | 261 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer| april 2016

Willeke, mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWanderland
Paul Baeten Gronda


Hoofdstuk een:


‘Ze had de glazen schuifdeur open laten staan en daarna had ik geslapen en toen ik wakker werd in de namiddag merkte ik dat er iets was veranderd. Ik had moeten zoeken naar wat het precies was. Ik had heen en weer door het wolkenhuis gelopen en was daarna de heuvel afgedaald, de stad in. Ik dacht dat er misschien een brand was uitgebroken of dat er een ramp was gebeurd. Die dingen waren mogelijk. Mensen staken dingen in brand. Rampen gebeurden.’


Het is geen brand. Of het een ramp is? Igor Nast, succesvol schilder, zou het een persoonlijke ramp kunnen noemen. Al zal hij het zeker relativeren: een kleine ramp dan.


‘Natuurlijk had ik er vele nachten van wakker gelegen. Tenminste, de eerste anderhalf jaar. Het voelde alsof ik de eerste waarnemer was van dit fenomeen en de rest moest inlichten. (-) Sindsdien deed ik alsof het leven geen plan of kompas nodig had, maar gewoon van minuut tot minuut kon worden ontdekt. Alsof je ‘s nachts met een zaklamp over onbekend terrein liep en niet verder kon zien dan de plek waar je voet bij de volgende pas zou landen. Zo leek het de meeste dagen min of meer te lukken. Ik dacht: ik doe dit tijdelijk, het gaat ooit wel voorbij en dan laat ik weer een toekomstvisie toe die verder reikt dan enkele uren of een halve dag. Dat geloofde ik nu al duizend dagen elke dag en nu was ik in een huis in Zwitserland bij een stervende vader en ik wist niet wat er nog van dat geloof overbleef.’


In Luzern is hij, na een telefoontje van zijn halfbroer. Hij ontmoet er de overige familie, een bijeengeraapt zootje. Als kinderen uit verschillende relaties zagen ze elkaar als kind bij hun vader, verder was er geen contact. Het telefoontje van Robert klinkt evenwel dringend genoeg, en Igor gaat. Een nieuwe tentoonstelling zal over drie dagen worden geopend, maar hij laat alles met graagte over aan zijn agent Frank Sonntag. Die is toch al meer betrokken bij de schilderijen dan Igor zelf is. Sonntag geniet van het succes en de winsten die daarbij horen, Igor niet.


Aangekomen in Luzern lijkt het wel mee te vallen met de ziekte van zijn vader.  Herinneringen aan een verbrokkeld leven, gesprekken met de ‘halve’ familie, maar vooral de omgang met het neefje Mirko vullen het leven van Igor een aantal dagen lang. En dan vraagt zijn vader hem een autorit te maken naar een godvergeten oord.


Er worden slechts enkele woorden gewijd aan hetgeen waar het hele boek om draait, en toch is het continu voelbaar. Dat is de enorme kracht van dit boek, het vijfde alweer van Paul Baeten Gronda. Het citaat hier boven, ik vind het prachtig! Een mooie gestileerde tekst, waarin geen woord teveel staat en waarin niet de kern besproken wordt.


Het boek bestaat uit drie delen. Na hoofdstuk een volgt een bevreemdende dialoog, een verhoor, waarin Igor ondervraagd wordt door Sloveense agenten. Wat is er gebeurd? Op dat moment hebben we evenwel nog geen idee wie Igor is.  Dat zal net als de titels van de delen later pas op zijn plaats vallen. Het boek zit vol ideeën, Gronda geeft stof tot nadenken, maar nergens wordt dit opgedrongen.
Wanderland. Prachtig boek.


ISBN 9789048824434 | Paperback | 352 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep | november 2015

© Marjo, 4 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER