Nieuwe boekrecensies

altKom hier dat ik U kus
Griet op de Beeck


‘Liegen is in onze familie de nationale sport, dat hebben we zo geleerd toen we nog kleine kinderen waren, het is in onze lichamen gaan zitten, zoals bij andere mensen bloed en water.’


Het boek bestaat uit drie delen, met dezelfde hoofdpersoon. Mona is negen als het verhaal begint. Ze is een ‘oud’ kind, vroegwijs. Ze voelt dat de grote mensen er geheimen op na houden, en omdat ze erg nieuwsgierig is, weet ze meer dan die  volwassenen denken, maar tegelijk begrijpt ze niet alles en interpreteert ze op een eigen manier. (de lezer weet vaak beter)
Alleen al wat betreft de manier waarop ouderen spreken: ‘een luchtje scheppen’. Mona ziet meteen mensen voor zich die met een schop staan te scheppen. Raar toch! Of ‘het water breekt’. Dat kan immers niet...


Ze heeft geleerd haar mond te houden en dus heeft ze het zwaar met al die geheimen, van al die dingen waar ze zich als kind niet mee bezig zou hoeven houden. Maar de gezinssituatie is niet normaal: haar moeder is streng en liefdeloos, Mona kan niet veel goed doen, en wordt nogal eens opgesloten in een akelige donkere ruimte in de kelder. We kunnen het haar niet kwalijk nemen als ze niet zo erg rouwt als haar moeder overlijdt. Een auto-ongeluk; het fijne weet ze er niet van. Ter illustratie van de manier waarop ze omgaat met al die halve waarheden en onwaarheden: als ze zich even onbespied weet, gaat ze stiekem naar het autokerkhof waar ze de nog niet schoongemaakte auto van haar ouders vindt en bekijkt.


Men spreekt er schande van, met name Mona’s oma, als al heel snel haar vader aan komt zetten met een andere vrouw, Marie, een nieuwe moeder. Helaas is Marie niet sterk genoeg om tegenwicht te bieden aan de vader, en ook wat betreft de kinderen: ze doet haar best maar ze claimt teveel.
Het jongere broertje, Alexander, heeft weinig moeite met een nieuwe moeder, maar begrijpelijk kijkt Mona de kat uit de boom. Er wordt een zusje geboren. Anne-Sophie wordt meer verzorgd door Mona dan door Marie, hetgeen weer voor jaloezie zorgt. De vader trekt zich steeds meer terug.
En zo groeit Mona op, en gaan we in deel twee verder met de vierentwintigjarige.


- ‘Buiten is de hele ochtend er al’. Prachtige beginzin! -
Mona heeft een opleiding gevolgd en is dramaturg. Ze komt te werken bij Marcus, een toonaangevende regisseur. En ze leert Louis, een bekende schrijver, kennen, en wordt verliefd. Het zit Mona niet mee, ook deze twee mannen behandelen haar niet erg goed, vinden een vrouw de mindere. Of ligt het ook aan haarzelf? Ze heeft immers niet echt geleerd om voor zichzelf op te komen, ze laat dingen te makkelijk over aan de ander. Het verschil tussen verbondenheid en gebondenheid is klein. Zoals liefde niet verward moet worden met afhankelijkheid.
En dan volgt deel drie dat zich tien jaar later afspeelt. Haar vader wordt ziek. Mona weet - ondanks Marie, die haar kans schoon ziet eindelijk haar echtgenoot te betuttelen - nu echt contact te maken met hem, en blijkt de spil  van de bijna-apotheose die volgt.


Afgezien van het feit dat de vierentwintigjarige Mona minder boeiend is dan haar negenjarige en vijfendertigjarige ik, is deze tweede roman opnieuw ontroerend en boeiend. De manier waarop Griet op de Beeck een vrouwenleven schetst is poëtisch, Vlaams ook. Dat geeft extra cachet natuurlijk, maar buiten dat is het verhaal an sich, over aantrekken en afstoten, over liefde en dood, over geheimen die misschien wel nooit ontrafeld kunnen worden vanwege de menselijke aard, opnieuw een mooie psychologische ontrafeling van een vrouwenleven.


Nu blijft nog het raadsel van de omslag: een man  en een vrouw in het wit gekleed op een witte bank, feesthoedjes op, ballonnen erbij. De vrouw zoekt contact, de man zit afgewend. Hun gezichten zijn niet erg feestelijk en dat is het verhaal ook niet. Maar verder?


ISBN  9789044623109 | Paperback| 336 pagina's | Uitgeverij Prometheus | september 2014

© Marjo, 25 november  2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De taarten van Marie
Claire Sandy


Het begint allemaal met het spektakelstuk dat Marie voor het schoolfeest zou bakken. Het had een prachtige taart moeten worden maar zoals elk jaar heeft ze er opnieuw weer niets van terecht gebracht. Sterker nog, ze had niets gedaan en op de valreep maar even snel in de supermarkt kleine gebakjes gekocht.  En natuurlijk had de vreselijke volmaakte overbuurvrouw Lucy Gray wèl weer een perfecte taart gebakken.
Nadat Marie had gezien hoe haar tweelingdochters duidelijk hun teleurstelling liepen te verbijten wist ze het zeker, volgend jaar zouden ze zich niet meer voor haar hoeven schamen, dan zou daar de zelfgebakken droomtaart staan.
Op het schoolfeest koopt ze bij een kraampje de Mary Berry Complete Baking Bible en dit boek betekent de grote ommekeer. Ze duikt in het boek alsof het haar laatste strohalm is en koopt de door Mary Berry aanbevolen basisuitrusting en gaat aan de slag. Vanaf die dag staat alles in het teken van taarten bakken...

Ondertussen gaat het dagelijkse leven natuurlijk door. Marie moet gewoon naar haar werk, ze heeft een eigen tandartsenpraktijk, de tweeling Iris en Rosie en zoon Angus vragen ook aandacht en manlief Robert is er ook nog én die vreselijke, afschuwelijke, perfecte Lucy.
Marie kan het niet uitstaan dat Lucy kennelijk alles lukt, ze is beeldschoon, met een huidje als een Engelse roos, superslank, Lucy's huis is altijd netjes en zelfs tijdens het taarten bakken ziet haar keuken er nog even keurig uit. Ook Lucy's man Tod en dochter Chloe zijn geweldig. - Marie heeft zelfs met Chloe te doen, zij is vreselijk verliefd op Angus maar die ziet haar niet eens staan. -
Bij Marie thuis is het altijd een bende. In huis zegt iedereen wat in hun opkomt, daar hebben Marie en Robert af en toe knallende ruzie en Marie's lijf toont ook al weinig model meer. Gelukkig is Robert nog steeds verliefd op zijn vrouw én op elke stukje huid dat erbij komt. Hij staat ook helemaal achter haar bakpogingen en raakt zelf ook aardig enthousiast.


Halverwege het boek van 400 pagina's was de situatie nog steeds zoals hierboven beschreven staat. Marie werkt dagelijks, ze is een bevlogen tandarts, en we lezen over het wel en wee in de praktijk, de kinderen hebben zo hun eigen dingen en Robert doet zijn best op zijn werk, hoewel het de laatste tijd daar niet echt prettig meer is, mogelijk staat zijn baan op de tocht, maar het lijkt van ondergeschikt belang. De taarten zijn het hoofdonderwerp.
Het werd een beetje erg veel van hetzelfde en erg storend zijn de korte, zogenaamd grappige, beetje cynische zinnetjes, die de boel moeten verluchtigen. Vooral de Ierse tandartsassistente is wel erg bizar in haar uitspraken. Dat Marie nog klanten heeft mag je als een wonder beschouwen.


Gelukkig komt er eindelijk na die 200 pagina's een draai in het verhaal en dan wordt het wat interessanter om te lezen. Er dienen zich enkele problemen aan die van invloed zijn op het zoete leventje dat ze tot dan toe geleid hebben. Robert probeert, net als zijn gewiekste collega Caroline, met zijn bakproducten in het gevlei te komen van zijn bazin. Maar het is niet alleen Robert, ook Marie lijkt haar werk kwijt te raken door de komst van een nieuwe trendy tandartsenpraktijk aan de overkant van de straat met de nieuwste apparatuur en modernste behandeltechnieken. Heel wat anders dan Maries rommelige maar gezellige praktijk.
Zoon Angus heeft een geheime vriendin, waar zeer raadselachtig over wordt gedaan, maar je hebt al snel door wie dat is, en de tweeling broedt allemaal lieve plannetjes uit om broerlief verder te helpen op het liefdespad. En dan blijkt concurrente Lucy ook nog eens heel anders te zijn dan Marie dacht.
Maar... het taarten bakken gaat ongeacht alles, natuurlijk gewoon door want dat spektakelstuk zal en moet er volgend jaar komen.


Het is een feelgoodroman. Dus als je zin hebt in een vlot lezend, luchtig verhaal met goede afloop dan moet je dit boek zeker lezen. Hoewel ik een goede feelgoodroman wel kan waarderen vond ik dit boek af en toe te gewild grappig, alles wordt ook nogal babbelig verteld. Als je het uit hebt voelt het alsof je een vage kennis tegen bent gekomen en met diegene een nietszeggend praatje hebt gemaakt.
Het kabbelt allemaal een beetje voort en nergens wordt het echt bijzonder of spectaculair ondanks dat de tweede helft van het boek inhoudelijk wel beter is dan de eerste helft. Het is geen vervelend boek, zeker niet, maar ik houd gewoon niet zo van dit soort gewild populaire, oppervlakkige verhalen.


Bij het boek zit een receptenschrift met enkele recepten van... nee, tot mijn verbazing niet van Marie of Mary Berry maar van ene Sabrina, een vriendin van de schrijfster, Jamie Oliver, Marisca Hage-Sjerp, Gaitri Pagrach- Chandra, Rachel Khoo, twee recepten uit het boek Heel Holland bakt, en een recept van Matt Preston. - Allemaal mensen waarvan de bakboeken bij dezelfde uitgeverij als dit boek (VBK|media) zijn uitgegeven. - In het geplastificeerde schrift kun je ook je eigen recepten noteren.


ISBN 9789026136979 | Paperback| 400 pagina's| Uitgeverij De Fontein (VBK media)| september 2014

© Dettie, 23 november 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWaldenberg
Caspar Visser 't Hooft


Als Menno, de verteller van het verhaal, zich op een bepaald moment de vraag stelt waarom hij zich eigenlijk zo druk maakt om Waldenberg, die niet eens ooit een vriend in de ware betekenis van het woord was, dan wacht de lezer gespannen op het antwoord.


Menno bevindt zich op een keerpunt in zijn leven. Zijn kinderen worden zelfstandig en hij vraagt zich af of zijn huwelijk nog wel de moeite waard is. Op zijn werk heeft hij het wel gezien. Het leven van jagen en jachten is hij beu en voor het geld hoeft hij het niet te laten: hij heeft zijn baas vaarwel gezegd en is een eigen kantoortje begonnen voor rechtsbijstand, speciaal voor musea. Het leven wordt rustiger, en hij krijgt de tijd om eens terug te denken aan vroeger. Aan Syl en Waldenberg, twee mensen die hij nooit vergeten is. Sylvia was ooit zijn vriendinnetje, ach, ze waren nog maar net tieners, en Menno besefte pas toen het te laat was, dat het meer had kunnen zijn. Ze ontmoetten elkaar bijna jaarlijks in Grindelried, het dorp in de Zwitserse bergen waar hun families de vakanties doorbrachten. Dat Waldenberg hier ook geweest moet zijn, dringt pas later tot hem door, als de verhalen van hun verleden duidelijk worden. Menno zal Waldenberg nog een keer ontmoeten in Leiden, waar ze allebei studeren, en later in Doesbergen, waar ‘gestoomd’ wordt voor tentamens. Ook Syl is daar, en enigszins met spijt hoort hij dat zij en Waldenberg een stel zijn.


Het leven is zoals het is: ‘het beloofde land ligt niet achter je, maar voor je...’


Dat Syl ooit een vage belofte was die hij zelf nooit ingewisseld heeft, dat weet hij, maar Waldenberg, waarom kon hij deze jongen die hij immers nauwelijks kende niet vergeten? Hij wil het weten! Wat was de betekenis van hun aanwezigheid, hun verschijnen in zijn leven? Waarom heeft hij er behoefte aan hen terug te zien?
Menno volgt de sporen terug in de tijd, en ontdekt dat het leven van Waldenberg niet voorspoedig is verlopen. Wat is er in zijn leven voorgevallen?
De terugblik van dit verhaal is gesitueerd in begin jaren tachtig. De hippiejaren zijn voorbij, vrijgevochtenheid moet plaats maken voor verstandig leven. Een tijd waarin men moest vechten voor zijn plekje in de maatschappij.


Nu Menno een nieuw pad is ingeslagen, hoopt hij begrip te krijgen over het verleden. Voorbij is voorbij, maar er is altijd een nieuwe toekomst. Een belofte zoals ook bergen een belofte inhouden. De bergen, de Zwitserse Alpen, zijn een toonbeeld van eeuwigheid, met steeds nieuwe toppen en een belofte van iets, wat dan ook, dat zich daar achter bevindt. Maar het zou ook kunnen zijn dat hetgeen achter de volgende top ligt, niet overeen komt met je verwachtingen.
Hoe zal dat voor Menno verlopen?


Caspar ’t Hooft schrijft boeken met een filosofische inslag zonder er meteen een zware thematiek van te maken. Het is aan de lezer:  als je er geen zin in hebt dan neem je de overdenkingen voor wat ze zijn, en lees je alleen het verhaal over Menno en zijn zoektocht naar het verleden. Maar natuurlijk kan je ook meegaan in de gedachtegang.  Wordt ons leven bepaald door wat er in het verleden gebeurd is? Hebben we altijd de vrije keuze om een andere weg in te slaan dan die gewezen lijkt? Wanneer dan ook?
Menno, Syl en Waldenberg hebben ieder hun eigen keuzes gemaakt. Had het anders gekund?
Wat ook in Vissers eerdere boeken het geval was: de natuur speelt een grote rol. In een naturalistische stijl ontvouwen zich de Alpen, en de karakters van de personages.


Een roman om nog eens op je gemak te herlezen en rustig te laten bezinken. Om opnieuw te genieten van het uitzicht, dat dan misschien wel anders is.


ISBN 9789086841097 | Paperback| 190 pagina's | Uitgeverij IJzer | oktober 2014

© Marjo, 16 november  2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHerinnering aan de liefde
Linda Olsson


‘Het was donderdag en ik maakte soep’.


Wat een simpel zinnetje al niet aan betekenis in zich kan herbergen. Het is de beginzin, en de lezer heeft nog geen idee.
De ik-persoon is een vrouw van bijna middelbare leeftijd. Ze is arts, maar praktiseert slechts af en toe, als het nodig is. Deels omdat ze er geen behoefte aan heeft, deels omdat ze zich niet in haar geboorteland, Zweden, bevindt, maar in Nieuw-Zeeland. Daar is ze vijftien jaar geleden naar toe gevlucht. Ook besteedt ze haar tijd liever aan het verzamelen van objecten, aan het strand en daar dan dingen mee te maken. ‘De kunstenares’ noemen ze haar ook wel. Ze woont alleen, met verderop een buurman, met wie ze verder weinig contact heeft.


‘Toen ik er over nadacht, besefte ik dat alles wat er ooit in mijn leven was gebeurd - zelfs voor mijn geboorte - had bijgedragen aan waar en wie ik ben. Weloverwogen keuzes bestaan niet. Daar was ik intussen zeker van.  [...] Je kunt niet teruggaan in de tijd en je kunt niets ongedaan maken. Dus het idee van een vrije keuze had geen betekenis meer voor me. Ik geloofde er niet meer in.’


Ach, ze heeft het best naar haar zin, en het verleden, ze denkt er af en toe aan terug - zo kan de lezer lezen wat er allemaal gebeurd is. Ze wil wel vergeten, maar de komst van een eenzame jongen van een jaar of zeven in haar leven roept van alles op. Ika woont bij zijn oma en heeft het daar niet goed. Hij is misschien wel autistisch en zit regelmatig onder de blauwe plekken.


‘Ik kan je kind zijn. En je broer, als je dat wilt.’
Zijn blik bleef halsstarrig op zijn lege bord gericht.
‘Zou je dat willen?’ vroeg ik, fluisterend omdat ik mijn stem niet helemaal vertrouwde.
‘Weet je Ika, dat zou het mooiste zijn wat me kon overkomen. Het allermooiste.’


Ze wil hem helpen, omdat er voor haar niemand was om haar te helpen. Maar de tegenwerking is groot: de oma, en de instanties, je kan niet zomaar een kind van een ander in huis nemen. Gelukkig krijgt ze ook hulp.


Het is een onrustige periode, vol herinneringen aan een traumatisch verleden die ze nog niet verwerkt heeft.
Linda Olsson beschrijft het proces van loutering en verwerking op een prachtige invoelbare manier. De herinnering aan liefde, die ze tot nu toe ver weg had willen stoppen,  kan nu een liefdevolle herinnering worden. Maar of het voor de jongen ook allemaal zo goed afloopt...


Prachtige psychologische roman met flashbacks die cursief staan.


ISBN 9789022960455 | Paperback| 272 pagina's | Uitgeverij AW Bruna |april 2014
Vertaald uit het Engels door Josephine Ruiterberg

© Marjo, 11 november 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Hoogvlakte
Naomi Rebekka Boekwijt


Na de verhalenbundel Pels die genomineerd werd voor de Academica Literatuurprijs 2014 voor het beste debuut, is nu het romandebuut van Naomi Rebekka Boekwijt verschenen. Net als in de verhalenbundel handelt het boek over vrij zwijgzame personen. Zowel het hoofdpersonage, Van Veen - een 26-jarige, niet bij voornaam genoemde, Nederlandse vrouw -  als haar werkgever Moser blinken niet uit in sprankelende conversaties.


Moser is woonachtig in het Zwitserse Feldi, in een oude boerderij waar hij geboren en getogen is. Moser is een zonderlinge man, bezeten van enkele bijbelpassages die het einde der tijden aankondigen. De man is constant bang dat het water uit de rivier hem zal wegspoelen. Later zullen we weten waarom.
De vrouw woont en werkt daar, ze doet al het boerenwerk dat ze opgedragen krijgt. Moser heeft nog enkele koeien en kalveren waarvan er enkele niet goed gedijen. Het land is vruchtbaar maar zompig en moeilijk te bewerken. Van Veen werkt hard maar toch raken de boerderij en het land steeds meer in verval. Er is geldgebrek, de machines zijn oud, het land is te groot voor één man, die bovendien ook nog eens mentaal aan het aftakelen is.


Wyss de stugge, norse, arrogante melkveehouder die aan de overkant van Moser zijn bedrijf heeft, weet van de nijpende situatie en laat geen kans onbenut om Moser land of dieren afhandig te maken. Van Veen heeft een gruwelijke hekel aan Wyss en doet wat ze kan om de verwarde, steeds meer in zichzelf kerende Moser bij te staan. Opvallend is dat Moser altijd helder en bij de tijd is als Wyss zijn gezicht weer laat zien. Er gaat dan een dreiging van beide mannen uit die bijna tastbaar is. De vrouw zorgt dat ze altijd in de buurt is als Wyss langskomt.
Verder spreken Moser en Van Veen nauwelijks tegen elkaar, Van Veen krijgt opdrachten en Moser scharrelt rond.

Het verhaal speelt zich voornamelijk af rond de twee boerderijen.
Het leven is voor de vrouw eenzaam maar dat ervaart ze niet altijd als onaangenaam. Ze houdt van de dieren die ze verzorgt. Deze hebben bijna allemaal een vreemde afwijking, zoals een uitpuilend oog of een koe waarvan het dode kalf in het lijf vergroeid is.  Ze trekt het meest op met 'de grauwe' een bonkig, breed, deels afgeschreven paard dat Moser gekregen heeft van Wyss als ruilobject.
Een enkele keer gaat de vrouw op stap met Agnes, de dochter van Wyss.
- Het is opvallend dat herhaaldelijk de nadruk gelegd wordt op het feit dat Van Veen uit Nederland komt. Dat stoorde me uiteindelijk, het werd te vaak gemeld. -
Van Veen krijgt ook een kortstondige relatie die teleurstelt en al snel afgebroken wordt. De vrouw ontdekt dat ze weinig verdriet voelt, ondanks een flinke huilbui, het ging haar niet om de persoon, wel om het gezelschap en de geborgenheid.
Ondertussen takelt Moser steeds verder af en trekt zich meer en meer terug in zijn eigen wereldje het wordt voorjaar, het ijs smelt, het water in de rivier stijgt. Krijgt Moser dan toch gelijk?


Het aparte van dit boek is dat Naomi Rebekka Boekwijt ondanks de stille, in zichzelf gekeerde personages en het monotone, eenvoudige boerenwerk de lezer weet vast te houden. Het verhaal lijkt soms een beetje voort te kabbelen maar Boekwijt weet op de juiste momenten net een klein keerpunt, een kleine onderbreking toe te voegen wat maakt dat je geboeid blijft.
De dagen zijn eentonig en lang, maar het zijn de ogenschijnlijk kleine, onbeduidende voorvalletjes die leiden tot de uiteindelijke climax, die niet spectaculair is maar wel verrassend. Er is constant die dreigende aftakeling, een naderend onheil. Je voelt dat iets mis zal gaan, maar wat en hoe?
Een bijzonder, knap geschreven en origineel boek.


Naomi Rebekka Boekwijt
(1990) studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Leiden. Zij won met haar verhalen diverse prijzen waaronder de Write now! Literatuurprijs. Momenteel woont en werkt ze op een boerderij in Zwitserland.


ISBN  9789029589604 Paperback met flappen 208 pagina's Arbeiderspers november 2014

©Dettie, 10 november 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De evolutie van een huwelijk
Rebekka W.R. Bremmer


Rebekka W.R. Bremmer (1977) heeft Taal- en Cultuurstudies gestudeerd en (de expressie van) taal is waar ze zich voornamelijk mee bezig houdt. Ze was drama docent en regisseur en heeft muziektheaterstukken voor basisscholen en een toneelstuk (Kafka's harem) geschreven. Na haar debuut Eb (2012) is nu haar tweede roman verschenen: De evolutie van een huwelijk.


Het boek begint als een gewone roman, maar daarna gebruikt de auteur een methode die niet veel gebruikt wordt om een verhaal vorm te geven: dezelfde gebeurtenissen worden afwisselend door de verschillende hoofdpersonen verteld. Dat geeft een heel intiem maar ook overweldigend beeld. Er zijn geen bijfiguren, alleen maar hoofdpersonen die allemaal dezelfde gebeurtenissen op hun eigen manier beleven. En tussen alle invalshoeken door ontwikkelt zich het boeiende verhaal van de evolutie van een huwelijk.


De kiem van de hele geschiedenis ligt in het verleden, wanneer Bastiaan en Masha een koppel worden en Masha ook Freek ontmoet, de broer van Bastiaan. De overweldigende aantrekkingskracht tussen Masha en Freek maar krijgt geen vervolg wanneer Freek als fotograaf over de wereldbol gaat zwerven en zich na verloop van tijd vestigt in Nieuw-Zeeland en daar trouwt. Wanneer hij met zijn vrouw en pasgeboren baby naar Nederland komt voor een expositie van zijn werk, moeten nieuwe keuzes gemaakt worden.


'De evolutie van een huwelijk' is een prachtige roman over familiebanden, liefde en trouw, met scherpe observaties, ongemakkelijke emoties, en verborgen agenda's. Wat vermoedt de vrouw van Freek? Is Bastiaan echt de goedige, naïeve echtgenoot? Allerlei zijlijnen passeren, waardoor de karakters van de personages af en toe fel uitgelicht worden. Literatuur versus beeldende kunst, woord tegenover daad, wat is belangrijk? Waar kun je je in verliezen? Dochter Anna Karen vindt woorden niet waarheidsgetrouw: 'Een beeld zegt meer dan duizend woorden... een beeld was een geheel, een beschrijving een half beeld'. Terwijl moeder Masha zich lijkt vast te bijten in literatuur en blind lijkt geworden voor wat er om haar heen gebeurt.


Het taalgebruik is elegant en tegelijkertijd to the point. Ondanks de vele perspectiefwisselingen en herhalingen van dezelfde gebeurtenissen wordt er geen woord teveel gebruikt en evolueert de lezer mee met het verhaal. Heden en verleden, gisteren en morgen vloeien daarbij in elkaar over.
Als intermezzo spelen de kinderen hun eigen rol. Ook hier is de tegenstelling groot: de afhankelijkheid en het vertrouwen van de baby van Freek en Shannon tegenover de onafhankelijkheid van grotere kinderen, die met vallen en opstaan hun eigen weg leren gaan.


Het boek is zeer de moeite waard met daarbij de kleine kanttekening dat het in het begin wel even doorbijten is. De abrupte overgangen naar de verschillende tijden en personages en de vele gedachtenkronkels die tussen haakjes als terzijdes in het verhaal zijn ingeweven, maakt dat je, zeker in het begin wanneer je hier nog niet aan gewend bent, volop geconcentreerd moet blijven. Maar daarna kun je je alleen maar verliezen in de levens van Bastiaan, Masha, Freek en Shannon en hun dochters.
Ik ben blij dat ik het boek heb mogen lezen als pre-read voor 'Een perfecte dag voor literatuur'.


ISBN 9789021457109 Paperback 256 pagina's Querido's Uitgeverij BV oktober 2014

© Joanazinha, 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mijn jaar met Salinger
Joanna Rakoff


Joanna Rakoff verhuist op drieëntwintigjarige leeftijd naar New York waar ze gaat werken bij het legendarisch literaire agentschap van J.D. Salinger. - In het boek het Agentschap genaamd. -  Joanna weet aanvankelijk niet eens wie Salinger is en heeft ook nog nooit een boek van hem gelezen. Als haar bazin zegt: "We moeten het over Jerry hebben" heeft Joanna ook geen idee wie die Jerry is. Jerry Seinfeld is de enige Jerry die ze kan bedenken. Maar die onwetendheid verandert snel want alles op het Agentschap staat in het teken van Jerry D. Salinger, hun paradepaardje.

Salinger zelf leeft na alle commotie rond zijn boek The Catcher in de Rey al geruime tijd een zeer teruggetrokken bestaan. Hij wil nauwelijks iets met de buitenwereld te maken hebben. Het agentschap moet er voor waken dat aan niemand zijn adres en telefoonnummer doorgegeven wordt. De brieven voor Salinger die in grote getale op het Agentschap binnenkomen, mogen ook niet doorgestuurd worden. Veel briefschrijvers herkennen namelijk iets van zichzelf in de boeken van Salinger en willen advies of herinneringen aan de oorlog met hem delen. Ze gaan heel ver in hun eigen verhalen.
Het wordt onder andere Joanna's taak om die zeer persoonlijke brieven te beantwoorden met standaardbrieven. Maar al snel raakt ze zo gefascineerd door de brieven dat ze op persoonlijke meritus antwoord geeft, wat haar overigens door de brievenschrijvers niet altijd in dank wordt afgenomen.


Het bizarre is dat het lijkt alsof op het kantoor de tijd stil is blijven staan. Er wordt geen gebruik gemaakt van computers, Joanna werkt vanaf een dictafoon en een elektrische schrijfmachine. Dit omdat Salinger niets wil weten van computers. Uiteindelijk komt er toch één computer voor al het personeel maar die mag alleen gebruikt worden als er een goede reden voor is. Het ding staat midden in de kantoorruimte zodat niemand er stiekem achter kan kruipen en dient voornamelijk om te controleren of iemand onrechtmatig teksten van Salinger gebruikt.


Opvallend is dat op het kantoor een uitstekende sfeer hangt. Eveneens opvallend is de enorme hoeveelheid drank die daar ingenomen wordt en het hoge aantal sigaretten die opgestoken worden.
Salinger belt af en toe op en iedereen kan meegenieten met de gesprekken omdat die luid schreeuwend gevoerd moeten worden. Jerry is namelijk zeer slechthorend. Eén keer komt Salinger zelfs op kantoor en dan maken we kennis met deze vriendelijke, beetje wereldvreemde man. Een hoogtepunt in het verhaal.


Ondanks alle voorzorgsmaatregelen weet een piepkleine drukkerij uit Virginia toch Salinger te bereiken met het verzoek een verhaal te mogen publiceren. Na enorm veel gedoe en strenge eisen stemt Salinger uiteindelijk toe. Het zal groot nieuws zijn dat eindelijk na al die jaren weer een boek van hem zal verschijnen. De uitgeverij mag absoluut niets laten uitlekken. Helaas is deze niet tegen de druk van de ongelofelijke primeur bestand.
Salinger is opnieuw alle vertrouwen kwijt.


Joanna is in dat jaar ook niet stil blijven zitten. Ze leest manuscripten en blijkt er een goede neus voor te hebben. Ze vist de pareltjes er tussenuit. Ook waagt ze zich aan het schrijven van gedichten, iets wat Salinger weet en waar hij altijd belangstellend naar vraagt. Inmiddels is ze begonnen met lezen van zijn boeken en is compleet overdonderd.
Naast haar werk heeft ze nog een onduidelijke relatie met ene Don, een aankomend schrijver die weinig rekening houdt met Joanna. Eigenlijk verlangt zij ook erg terug naar haar grote liefde, haar universiteitsvriendje. Ze begrijpt zelf niet goed waarom ze bij hem weg is gegaan. Haar verdere privéleven blijft nogal vaag en schimmig.
Het is een jaar waarin veel gebeurt. Een jaar waarin Joanna groeit en dankzij haar werk durft te kiezen voor zichzelf en leert wat haar talenten zijn.


Een bijzonder verhaal over een bijzonder Agentschap en een bijzondere schrijver.
Ik heb dan ook bijzonder genoten van dit boek.


ISBN 9789038898957 Paperback 264 pagina's Nijgh & Van Ditmar juni 2014

© Dettie, 2 november 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De huisgenoten
Sarah Waters


Het verhaal speelt zich af in 1922. De Eerste Wereldoorlog is voorbij en Engeland probeert zich te herstellen. De slachtoffers in deze waanzinnige oorlog waren talrijk. Veel gezinnen moeten het voortaan zonder hun manlijke huisgenoten stellen en de soldaten die wel terugkeerden uit die hel worden nauwelijks opgevangen, bovendien is er nauwelijks werk. 

Ook Frances Wray en haar moeder zijn alleen achtergebleven in hun fraaie villa in Camberwell, de Zuid-Londense wijk waar de beter gesitueerden gehuisvest zijn. Zowel Frances' vader als beide broers zijn omgekomen. Geld is er nauwelijks meer, het personeel is al ontslagen. De rekeningen blijven zich opstapelen, er moet iets gebeuren. Uit arren moede besluiten ze een deel van hun huis te verhuren en zo gebeurt het dat het echtpaar Barber zijn intrek neemt in enkele kamers op de bovenverdieping. De enige kamer die op dezelfde verdieping in gebruik blijft is Frances' slaapkamer.


Met de komst van de Barbers verandert Frances' leven totaal. Het stel is van eenvoudige komaf. De altijd vrolijke Len Barber probeert zich op te werken en zijn kunstzinnige vrouw Lilian is verrukt van de mooie woning. De kamers worden versierd met allerlei prullaria en zijzelf loopt in modieuze, extravagante kleding rond. Frances ontdekt dat hun huwelijk is niet erg gelukkig is.
Len toont duidelijk belangstelling voor maar  Frances moet niets van hem weten. Naderhand begrijp je ook waarom, Frances is namelijk hopeloos verliefd op zijn vrouw Lilian Barber en die liefde blijkt wederzijds. Elk moment dat ze elkaar alleen kunnen ontmoeten grijpen ze aan en dromen ze van een leven samen. Die droom uitvoeren is een tweede, toentertijd was dat not-done, bovendien is Len er ook nog.
Op een dag komt diezelfde Len hevig bloedend thuis, hij is door zo'n 'armoedige veteraan' te pakken genomen denkt hij. Het hele huis is in rep en roer. Later zal deze gebeurtenis nog een dramatisch staartje krijgen...


Wat volgt is een meeslepend, bloedstollend verhaal zoals alleen Sarah Waters kan bedenken.  Het boek is een mengeling van een roman en thriller in een. Er zijn onverwachte wendingen en er vinden heftige gebeurtenissen plaats die enorme gevolgen hebben. Je kunt ondanks de soms rauwe beschrijvingen nauwelijks stoppen met lezen hoewel ik soms even het boek moest neerleggen om even 'bij te komen' van alle verbijsterende ontwikkelingen.
Sarah Waters weet mensen levensecht neer te zetten. De eenvoudige, volkse familie van Lilian sluit je gelijk in je hart. Je ziet de zorgelijke moeder van Frances rondscharrelen in het huis dat nu niet meer echt haar huis is.
De aanloop naar de uiteindelijke ontwikkelingen duurt wel vrij lang maar toch heb je het gevoel dat geen woord weggelaten kon worden.
Opnieuw een meeslepend, bijzonder verhaal van deze veelvuldig bekroonde schrijfster.


ISBN 9789038899428 Paperback met flappen 560 pagina's Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar oktober 2014
Vertaald door Nico Groen, Sjaak de Jong en Marijke Versluys

© Dettie, 2 november 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet victoriaanse huis
John Boyne


Een heerlijk gothic verhaal! Het is 1867. Eliza’s vader is net overleden en ze kan haar draai niet vinden, zo mist ze hem. Er was altijd alleen maar haar vader. Als blijkt dat ze in een huurhuis woonden - ze realiseerde zich dat niet -  en de huisbaas haar op straat zet, reageert ze onverwijld op een advertentie waarin een gouvernante gevraagd wordt op een landgoed in Norfolk. De brief is al weg als ze beseft dat er niets gezegd werd over het aantal kinderen, of verdere bijzonderheden. Nou ja, ze wil weg, dus ze vertrekt om na een minder prettige reis en op een druilerige avond aan te komen op een mistig station, waar ze haast omvergelopen wordt door een jonge vrouw. Er gebeurt nog iets akeligs, maar dat moet ze zich verbeeld hebben: iemand probeert haar te duwen zodat ze onder de trein komt, en andere handen trekken haar juist terug. Ze denkt er niet lang over na, eerst maar eens zien dat ze op het landgoed komt. Een hork van een vent haalt haar op, en deponeert haar voor de deur van Gaudlin Hall, waar een meisje van een jaar of twaalf haar opwacht.


Het is Isabella, een wonderlijk kind, met volwassen maniertjes. Er is een jongen, een jaar of acht, Eustace, die doet wat zijn zus zegt, maar die zich soms vreemde dingen laat ontglippen. Als Eliza er dan naar vraagt, wil hij niets meer zeggen. Dat gebeurt enkele keren, als zij zich al geïnstalleerd heeft in het huis, in een redelijk luxe kamer, en er maar niet in slaagt om de ouders van de kinderen te spreken te krijgen, of de vorige gouvernante.
Is er dan niemand? Dat kan toch niet?


Die eerste nacht gebeuren er opnieuw dingen die haar doen schrikken: wat is hier aan de hand? Spookt het in Gaudlin Hall? Er blijken al vier gouvernantes geweest te zijn voor haar, de laatste heeft ze gezien op het station, wat is er met de andere gebeurd?
Als Eliza niet een zwak had gekregen voor de kleine jongen, dan was ook zij weggegaan, maar ze kan toch niet twee jonge kinderen helemaal alleen achterlaten is dit huis waar akelige dingen gebeuren en zoveel geheimen zijn? Ondanks de verhalen die ze hoort over wat er zich in het verleden heft afgespeeld, blijft ze, al is er duidelijk iemand die dat niet wil hebben. Ze wordt niet alleen bijna voor de trein geduwd, ook probeert iemand haar uit het raam te gooien, en ze verbrandt haar handen. Eustace heeft het over een oude man, die Eliza zal beschermen, maar zelf ziet ze niets of niemand.

Dit lijkt me een heerlijk verhaal voor een film! Behalve de horrorelementen, is er humor – vooral de jongen – en een beetje romantiek. John Boyne beschrijft de wereld zoals die in die tijd was uitstekend: vooral de positie van de vrouw. Zijn hoofdfiguur Eliza, is geen ‘moderne’, zegt ze zelf, maar ze vindt toch wel dat een getalenteerd meisje de kans met krijgen te studeren, en ze vindt het onzin dat zij als vrouw gevoelig zou zijn voor hysterie – zo impliceert de pastoor dat. En de gehoorzaamheid va de vrouw van de dokter aan haar man:  ze kan toch zelf wel nadenken?
Er heerst een victoriaanse sfeer, en de heldin is een moedige zelfbewuste jonge vrouw: helemaal in de stijl van Jane Eyre of Wilkie Collins. Heerlijk...


ISBN  9789022568354  |paperback|302 pagina’s| Uitgeverij Boekerij|oktober 2013
Vertaald uit het Engels door Mechteld Jansen

© Marjo, 30 oktober 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet huis aan het meer
Hannah Richell


Vijf jongeren zien op tegen het afscheid dat zou moeten volgen op het afstuderen. Het is de bedoeling dat ze de wijde wereld in trekken. Maar die wijde wereld biedt niet zoveel kansen, de tijd is 1980, het is niet goed gesteld met de economie in Engeland. Een beetje lamlendig zitten ze bij elkaar, als een soort afscheid, als een van hen, eigenlijk de loser in het gezelschap met een idee komt. Het is erg heet, en hij weet wel een meer waar ze rustig kunnen vertoeven. Twee uurtjes rijden naar het Peakdistrict.
De volgende dag vertrekken ze: Kat, klein beetje hoofdpersonage; Simon, de vrouwenjager op wie Kat al jaren verliefd is; Ben en Carla die een stel vormen en op de achtergrond hun dienstbare rol vervullen; en Mac, de jongen die er zo graag bij wil horen en met dit plan kwam.


‘Ze staan boven op een met gras begroeide heuvel en kijken omlaag naar een kleine groene vallei, een landschap dat aan het oog van de wereld onttrokken lijkt te worden door de smaragdgroene heuvels en de schemerige bosgebieden die het aan alle kanten omsluiten. In het midden daarvan ligt een volmaakt glinsterend meer dat glanst als een stuk glas onder het zonlicht.’


Het is perfect...
Simon die zich opwerpt als een leider komt met een idee. Nu hun toekomst zo onzeker is, en ze hier de perfecte plek vinden - er staat een ietwat vervallen oud huisje bij het meer - wil hij wel een experiment doen. Op deze plek een jaar lang wonen, het huisje opknappen, bewoonbaar maken, en leven van wat de natuur te bieden heeft.
Ze doen het! In de zomer is het niet moeilijk, de taken verdelen zich als vanzelf en het is heel idyllisch, al is het ook hard werken. Moeilijker wordt het als de dagen korter worden, en de winter in aantocht is. Als op een dag Freya opduikt, Kats zus, lijken de verhoudingen uiterlijk helemaal in orde, maar ze blijkt de kiem van zeer vervelende gebeurtenissen.


In het heden volgen we het verhaal van Lila, een jonge vrouw. Om onduidelijke oorzaak is Lila toen ze hoogzwanger was, van de trap gevallen - haar geheugen bevat gaten, maar ze heeft het idee dat ze geduwd is - hetgeen haar kind het leven heeft gekost. Lila is natuurlijk in de rouw, maar laat daarin haar echtgenoot Tom niet toe. Hun huwelijk dreigt kapot te gaan.
Dan ontvangt ze op een dag een brief van een notaris. Ze erft een huisje! Maar het is niet van haar vader, die onlangs gestorven is, en wiens zaken al geregeld zijn. Wie is de onbekende die haar dit geeft?
Eigenlijk staat ze er niet echt bij stil: ze gaat kijken en ziet: dit is de plek waar ze zichzelf terug kan trekken, haar verdriet kan verwerken. Ze gaat het opknappen, Tom kan in de weekenden komen, en wie weet komt alles goed. Er is iets met het huisje, ze heeft het gevoel dat iemand haar in de gaten houdt. Is het William, die man die verderop in de boerderij woont? Hij lijkt zo aardig, zozeer zelfs dat Tom aanneemt dat er iets is tussen Lila en die man...


Hannah Richell bouwt het verhaal langzaam op, ze voert de lezer af en toe kleine brokjes informatie, zodat alles op zijn plaats valt.
Lekker geheimzinnig is dat, want je hebt vermoedens genoeg, maar je weet niets zeker.
Het geheel heeft iets van de sfeer die in ‘De verborgen geschiedenis’ van Donna Tart ook hangt zonder de filosofische studentikoze achtergrond. Dan weet je dat het een heerlijk leesboek is, een roman waar je mee weg kruipt in een luie stoel.
Met een achtergrond als het Peakdistrict - geheimzinnig mooi - voel je de spanning toenemen als de onderlinge relaties tussen de vijf - later zes - jongeren zich ontwikkelen binnen de beperkingen van hun omgeving en gebonden door een belofte. Daarnaast weet je natuurlijk dat het verhaal van Lila en Tom niet voor niets ook in dit boek staat...
De omslag is prachtig.


Hannah Richell, geboren in Kent, emigreerde naar Australië en werkte jaren in de uitgeversbranche.


ISBN  9789044345049 | Paperback | 448 pagina’s| Uitgeverij House of the Books | september 2014
Vertaald uit het Engels door Marjet Schumacher

© Marjo, 29 oktober 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altJe m'en vais
Jean Echenoz


Felix Ferrer, een vijftigjarige galeriehouder en dol op vrouwen, moet gedwongen door  omstandigheden terug naar af – en krijgt geen tweehonderd gulden mee.
Zijn gezondheid is niet goed: een hartaanval als hij bij zijn minnares is, brengt hem in een precaire situatie. Gelukkig loopt dit goed af, maar zijn arts waarschuwt hem: rustig aan.
Zijn huwelijk is niet gelukkig, en als zijn vrouw wil scheiden, doet hij niet moeilijk. Voor haar tien anderen...


De galerie loopt niet denderend meer. De huidige collectie is blijkbaar niet meer in trek, en nieuwe kunstenaars melden zich niet aan. Zijn assistent tipt hem over een speciale collectie kunstvoorwerpen, die zich bevinden in een schip dat veertig jaar eerder vergaan is aan de noordelijke kust van Canada, maar komt zelf te overlijden. Op de rand van een bankroet - op deze drie fronten - besluit Ferrer alles achter te laten en op reis te gaan. Naar de Noordpool, op zoek naar het schip. Hij beleeft er een avontuur, ook met een vrouw natuurlijk, maar hij weet de collectie te verkrijgen en laat ook net zo makkelijk alles weer achter zich om terug te gaan naar Parijs. Maar voor hij de nieuwe collectie kan verzekeren, wordt de boel gestolen!


Al dit gedoe bezorgt hem een nieuwe hartaanval maar brengt hem ook in contact met Hélène, een vreemde vrouw. Ze bezoekt hem in het ziekenhuis en al lijkt het allemaal niet zo goed te klikken: ze verschijnt iedere dag, voor eventjes. Ferrer weet niet zo goed wat hij met haar moet, ze is een kouwe kikker, denkt hij, maar hij kan toch niet zomaar niets meer van zich laten horen, als hij weer thuis is en zijn werk oppakt. Dus komt Hélène naar de galerie, hetgeen onverwachte gevolgen heeft.
Intussen volgen we ook ene Baumgartner, de dief, die door het land zwerft en ergens op wacht. Waarop?
Het is onduidelijk of hij wachtte op hetgeen komen gaat.


Al met al is het een bevreemdend verhaal, wat gedeeltelijk ook komt doordat er een verteller is die de lezer af en toe aanspreekt met opmerkingen die er op duiden dat hij zelf ook niet helemaal begrijpt wat de personages doen. Die personages doen maar wat, en wat hen overkomt, ach, dat gebeurt nu eenmaal. Het geeft het verhaal een ironisch tintje, maar zo is het geheel een vermakelijk verhaal, zeker als politie-inspecteur Supin zijn intrede doet.


Jean Echenoz (Frankrijk, 1947) kreeg in 1999 voor ‘je m’en vais’  de Prix Goncourt.


ISBN  9782707317711|paperback|252 pagina’s| Uitgeverij Les éditions de minuit|1999

© Marjo, 27 oktober 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Lichtjaren
James Salter


Het is herfst 1958
We maken kennis met Nedra en Viri, beiden achter in de twintig, woonachtig in een landhuis bij New York. Zij zijn voor de buitenwereld het ideale stel. Zij is een elegante, artistieke, intelligente aantrekkelijke vrouw en hij de charmante, goed uitziende, vriendelijke architect. Ze hebben een mooi huis, een goed inkomen en twee mooie dochters van zeven en vijf jaar. Maar schijn bedriegt.
Ondanks de vele vrienden, die graag in het gezellige huis op bezoek komen, waarmee ze intense, diepgaande en interessante gesprekken voeren, voelt Nedra zich opgesloten in haar rol van (gast)vrouw en moeder.
Zelfs haar intieme relatie met Jivan zorgt er niet voor dat ze zich gelukkig voelt. Er blijft een bepaalde onvrede aan haar knagen. Nedra wil vrij zijn, haar eigen gang gaan, haar vleugels uitslaan.

Viri weet dat hij nooit een groot architect zal worden ondanks de vele opdrachten. Dat stoort hem, hij wil gekend, beroemd zijn om zijn vak. Hij weet dat hij niet daadkrachtig is en alles teveel op zijn beloop laat. Hij weet dat hij van zijn vrouw afhankelijk is. Zij is het middelpunt van hun leven. Dankzij haar zijn ze graag geziene gasten. Toch wordt hij enorm verliefd en krijgt een seksuele relatie met Kaya, wat natuurlijk ook weer misgaat omdat hij niet voldoende indruk maakt. Hij is geen persoonlijkheid.

We volgen het stel gedurende hun huwelijksjaren. Alles kabbelt voort, minnaar Jivan wordt gedumpt door Nedra en er komt een nieuwe. De kinderen gaan de deur uit, Viri en Nedra gaan eindelijk naar Europa wat een schok bij hen teweeg brengt. Vooral als ze kennismaken met een Engels echtpaar die écht gelukkig met elkaar zijn. Vlak na de reis gaan Viri en Nedra uit elkaar. Nedra reist opnieuw af naar Europa, het continent is haar uitstekend bevallen. Zij stort zich op het culturele en kunstzinnige leven. Viri stort in, kan nauwelijks zijn draai vinden in het lege huis. Het besef dat alles voorbij is komt hard aan. Toch worstelt hij zich er weer bovenop. Een illusie armer maar vele ervaringen rijker.


Wat maakt dit boek zo anders dan andere boeken? Dat wordt veroorzaakt door de taal en de stijl.
Het lijkt alsof James Salter ons door een camera laat kijken. Af en toe  krijgen we een totaalbeeld, een overzicht, waarna plotseling ingezoomd wordt op een van de personages of de omgeving. James Salter zwenkt soms ook ineens af en laat ons een nieuw beeld zien waardoor je even van je stuk bent. Je denkt heel even Waar ben ik nu? Wie is degene die aan het woord is? Het maakt dat je heel alert blijft. Opvallend is het gebruik van de seizoenen in het verhaal. Veel hoofdstukken beginnen met het benoemen van het seizoen. De zomerperiodes zijn ook zomers, vol licht en gelach. De periodes in de herfst zijn bedachtzaam, meer in zichzelf teruggetrokken. De seizoenen kondigen als het ware de sfeer aan.


James Salter geeft ons een beeld van een jong gezin waarvan de personages zich langzaam bewegen naar het onontkoombare einde. Nedra wil leven en genieten en de dag plukken, ze wil haar naderende ouderdom ontkennen. Viri daarentegen ziet maar al te goed wat was en wat er nu is. Het totale besef van een naderend einde maakt hij soms radeloos en hulpeloos. James Salter weet dit in prachtige bewoordingen weer te geven.
En die mooie beschrijvingen, overpeinzingen maken het boek zo prachtig. Ondanks de afstandelijke camera-achtige vertelling voel je je toch betrokken bij het verhaal omdat Salter situaties beschrijft die iedereen wel kent. De twijfel, de vreugde, de liefde, de teleurstelling. Alle dingen die in een mensenleven voorkomen heeft Salter op zijn eigen unieke manier verwerkt in dit boek. Prachtig!


Zie ook het interview met James Salter in het programma Nieuwsuur


ISBN 9789023482994 | Paperback | 397 pagina's | Uitgeverij De Bezige Bij | april 2014
(Eerste Amerikaanse druk 1975) Uitstekend vertaald door Peter Verstegen

© Dettie, 26 oktober 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Tijd voor stampij
Martin de Jong


Je zou dit boek een komedie kunnen noemen zoals Oscar Wilde wel wist te schrijven. De hoofdrolspelers belanden allemaal in bijzondere situaties die ze zelf nauwelijks voor mogelijk hadden gehouden. En zoals het een goed komedie betaamd, alle gebeurtenissen haken in elkaar met alle gevolgen van dien.

We beginnen met de drieëntwintigjarige Simon Dibsen, student Nederlands woonachtig in Buisdorp in een kamer boven het café Den Olden Buys. het toeval wil dat in die kamer ook Mark Tonneur heeft gewoond en daar zijn eerste roman heeft geschreven. Simon krijgt die middag een leeskring op bezoek die met eigen ogen de voormalige  leefruimte van Mark wil aanschouwen.


Wieger, eveneens student, is met terugwerkende kracht vriend voor het leven van Simon. Ze kennen elkaar net één dag maar hebben wilde plannen om een blad op te richten, getiteld Stampij. Binnen twee maanden kunnen ze met een nulnummer komen.
'Waar halen we zo gauw kopij vandaan?'
'Ik heb massa's tekst liggen. Felle aanvallen op de domheid die in dit land het gezonde verstand meer en meer lijkt te verdringen. Je hoeft de tv maar aan te zetten [...] en dat soort programma's waarin de cultureel en intellectueel ondervoede mens op een voetstuk geplaatst wordt.'
'Bekende Nederlanders en zo, ' begreep Simon.


En dan komt Aya in beeld, een studiegenoot van Simon. Zij heeft een prettige, relaxte verhouding met de dertig jaar oudere, gescheiden Fons Eldebroed, leraar Nederlands. Aan Aya wordt gevraagd of zij in de redactie wil komen van het nieuw op te richten blad. Aya is een harde werker en heeft heimelijk een oogje op Simon en Wieger heeft op zijn beurt een oogje op Aya.

Simon heeft inmiddels bezoek van de leeskringdames en zijn oog valt op Paulien, de enige redelijk jonge vrouw van de groep. Ze is drie maanden geleden gescheiden. Simon en zij krijgen een verhouding. Paulien blijkt op blz 35 de moeder van Wieger te zijn...


Ziehier de ingrediënten voor een hilarisch verhaal met serieuze ondertoon. Het leuke is dat door de oprichting van Stampij, wij met allerlei thema's in aanraking komen. Geliefd onderwerp is taal en literatuur en de oppervlakkige waanzin van alledag.
Martin de Jong verstaat de kunst om met woorden en onderwerpen te spellen zodat het quasi nonchalant lijkt, ondertussen worden veel stellingen geponeerd en veel meningen geventileerd.
We kunnen die in de prachtige soms hilarische, bevlogen gesprekken lezen die Simon en Wieger voeren.
Wieger is de gangmaker, hij is de motor achter het blad. Helaas wordt hij behoorlijk door een enorme hoeveelheid aan ideeën en onderwerpen gehinderd, zo erg zelfs dat hij nauwelijks een letter op papier krijgt.
Simon heeft heel andere dingen aan zijn hoofd, hij gaat op in de relatie met Paulien en Aya blijft op afstand Simon bewonderen en gaat voorlopig nog maar even door met Fons. Ook over Fons krijgen we overigens verrassende informatie.
Op het eind komen er ineens nogal vrij radicale omwentelingen in het verhaal, dat had iets vloeiender mogen verlopen, maar dat neemt niet weg dat ik verder enorm heb genoten van de taal en het heerlijk fantasierijke, hilarische verhaal.
Graag meer van dit.


ISBN 9789462549883 Paperback 168 pagina's Uitgeverij De Nieuwe Boekhandel november 2013

© Dettie, 25 november 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altKaddisj voor een kut
Dimitri Verhulst

Opnieuw schrijft Dimitri Verhulst een boek dat direct raakt aan zijn eigen leven. Opnieuw is het een schokkend verhaal, des te indringender omdat de schrijver als het ware zichzelf toespreekt: het eerste deel van het boek is geschreven in de jij-vorm.


‘Je hebt lang gewacht om het relaas van jouw jaren in een instelling voor verwaarloosde jongeren neer te pennen. Je hebt het uitgesteld, beseffende, lichtjes gehoopt zelfs, dat zulks vaak tot afstel leidt. Je wou niet de zieltogende schrijver van het trieste-jeugd-gebrompot zijn. Voor zover je dat nog niet was. Maar toen je een jonge vrouw, een ex-instellingskind, zich voor jouw ogen van het leven zag beroven, en toen twee van je oude soortgenoten de kranten haalden nadat ze hun eigen kinderen vermoordden omdat ze zich geen raad wisten met het familieleven dat hun nooit was aangeleerd, heeft het blad papier zich vanzelf naar je toegeschoven. De eerste persoon enkelvoud kon worden afgeschaft, en het voelde veilig, eindelijk te verdwijnen in de ellende van een ander.’


Dit stuk tekst staat op de achterflap, en geeft als het ware een verklaring voor de inhoud. Een verontschuldiging is het zeker niet, al is de lezer die het boek gelezen heeft, tot in het diepst van zijn ziel geraakt. Wat er verteld wordt, het zou niet moeten kunnen zijn! Zulk een leven wens je niemand toe. Verlaten, nee, weggegooid door de ouders. Zoals een moeder - nee dit is geen moeder, hier is het niet meer dan een biologisch verklarende - zegt als ze met haar driejarige kind voor de deur van de jeugdinstelling staat:


‘Ik kom mijn kleine hier afzetten, ik moet hem niet meer hebben.’


Sommige mensen zouden geen kinderen mogen krijgen.


En als die kinderen dan in een ‘gezinsvervangend tehuis’ terecht komen, laat dan dat huis ook echt gezinsvervangend zijn! Tenminste, je mag hopen dat binnen een echt gezin geen lichamelijke, maar ook geen emotionele verwaarlozing is, zoals in het tehuis. Daar terecht komen betekent afzakken naar het laagste allooi, niemand geeft echt om je, waarom zou je moeite doen?


Als het eerste deel begint heeft een 17-jarige meisje, een kameraadje van vroeger, zich van het leven beroofd. In het tweede deel wordt verteld hoe twee ex-bewoners hun leven hebben voortgezet en besluiten hun kinderen nooit in zo’n instelling terecht te laten komen. Schokkend, allebei de verhalen.


Ja, natuurlijk was ik huiverig voor een boek met deze titel. Maar niet alleen dekt het de lading volledig, het is ook de bedoeling om te schokken. Mensen, laat tot je doordringen hoe de wereld in elkaar zit. Waar tenminste een deel van alle ellende een oorsprong heeft.
De kaddisj is een gebed waarin God in zeer veel termen geprezen wordt, en dat vraagt om de snelle komst van de Messias. Deel een speelt zich af in de kerk, bij de begrafenis, en Verhulst zou Verhulst niet zijn als hij niet meteen de vloer aanveegde met de hypocrisie van de daar gesproken teksten. Het sarcasme is hier duidelijk.
De snelle komst van de Messias, het is duidelijk dat daarom geroepen wordt.


Het tweede deel van de titel is de benaming die het meisje dat zelfmoord pleegde toegesnauwd kreeg toen zij zich in een winkelcentrum bevond.


‘Gianna was een legendarische zwijger. Een water, stil als de poel des doods. Je bent er nooit mee opgehouden de mensen te bewonderen die slechts weinig met hun woorden de stilte bevuilen. Maar toen die fluim van de bewakingsfirma in het shoppingcenter gedacht had zijn uniform te eren door jullie bij voorbaat als uitschot te catalogiseren en naar buiten te jagen, kon ze haar mond niet houden. Wat ze precies zei ben je vergeten. Al knijp je jouw hersens uit, haar betoog daar keert er niet mee weer. Wat echter niet wordt vergeten, is de reactie van de man.’


Het is geen mooi verhaal, het is niet zoals ‘de helaasheid van de dingen’ hier en daar hilarisch, er zijn geen goedmakertjes meer. Het enige 'mooie' is het diepe meeleven dat de schrijver voor zijn 'personages' laat gevoelen.
Nu dringt de ellende in al zijn lelijkheid tot de lezer door. Nee, dit boek raakt je in je ziel. ‘Kijk, zo is de echte wereld...’


ISBN 9789025443788 | Paperback| 190 pagina's| Uitgeverij Atlas-Contact| augustus 2014

© Marjo, 19 november 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ik kom terug
Adriaan van Dis


‘Vraag maar’, zei ze met haar rug naar me toe.
‘Alles?’
‘Alles.’
De bijtendste vragen schoten door mijn hoofd; Waarom vluchtte je naar Indië? Waarom liep je de kamer uit als die gek met het schuim om z’n bek het behang van de muur trok? Zag je mijn blauwe plekken nooit? Waarom smeerde je dochters ‘m zo snel naar het buitenland? En die sterren, dat gewichel… Waarom die kapstok der krankzinnigen? Maar ik hield mijn mond. Ik wilde haar geen pijn doen, nog niet. Vrouwen deed je geen pijn, dat werd er al jong ingeramd. Ze mocht me vertellen wat ze wou.
Als ze maar een beetje meer moeder durfde te zijn en dat innerlijk staal opzij kon schuiven. Het breekijzer hield ik in reserve.


Ze kwam wel eerder voor in de boeken van Adriaan van Dis, zoals zijn hele familie een rol speelt in een groot deel van zijn oeuvre, maar zijn moeder verbleef altijd min of meer op de achtergrond, zowel in de zijn boeken als in zijn echte leven.
In dit boek is daar geen sprake van, in dit boek speelt ze de hoofdrol.
Zijn moeder. Bijna honderd en klaar met het leven.
Ze wil dood en ze wil dat Adriaan haar daar bij helpt en in ruil daarvoor is ze bereid verhalen te vertellen. Voor wat hoort wat.


Het is niet voor niets dat ze denkt dat haar zoon daarmee te verleiden is om haar te helpen, want moeder is een gesloten vrouw, ze praat en commandeert en is zeer aanwezig, maar echt delen hoe het met haar gaat en wat er met haar gebeurd is heeft ze nooit gedaan en écht dichtbij komen mocht haar zoon, zowel letterlijk als figuurlijk, nooit. Van affectie was geen spraken en haar tactiek in het omgaan met haar kinderen was vooral verdeel en heers. Geen warmte, geen nabijheid, geen vertrouwen.
Bovendien was er altijd het kampleven wat ze met zijn drie halfzusjes gedeeld had, maar niet met hem, hij werd pas na de oorlog geboren en voelde zich altijd buitengesloten, hij wilde daar ook graag bij horen, bij die oorlog, maar dat lukte nooit.
Maar nu biedt moeder dus aan om te praten en haar zoon mag het opschrijven als hij wil. Zijn laatste kans om toch nog binnengelaten te worden in haar leven, al laat zijn moeder zich niet zo makkelijk verleiden, de echte verhalen die hij graag horen wil laten lang op zich wachten en er zijn heel wat gunsten, bezoekjes en koekjes van Huize van Laack nodig om haar tot spreken te bewegen.


Zijn moeder heeft een bewogen leven geleidt. Een boerendochter uit de polder die drie oorlogen heeft meegemaakt, die trouwde met een Indonesiër, over de kleurlijn heen dus, in een tijd dat de familie en de buurt daar nog schande van sprak.
Haar eerste man werd in  Nederlands-Indië onthoofd en zelf verbleef ze enkele jaren met haar drie jonge dochters in een Jappenkamp.
Na de oorlog kreeg ze nog een kind, Adriaan, van een andere man, met wie ze niet trouwde. Deze tweede man, met dezelfde voornaam als haar eerste, bleek zwaar beschadigd en getraumatiseerd door de oorlog. Een man die nachtenlang vocht met zijn oorlogstrauma’s en demonen en die overdag gewelddadig was. Geen fijne vader.
Moeder had daarbij vooral een afwezige rol, als er geweld was keek ze letterlijk de andere kant op en zette de kraan wat harder om het niet te horen.


Ze leek vooral de vrouw op de achtergrond, maar al luisterend naar haar verhalen komt Adriaan erachter dat ze een veel grotere invloed op zijn leven heeft gehad dan hij ooit heeft beseft en dat ze eigenlijk de vrouw was die de touwtjes in handen had. Een moeder die waakte over een vader die gek is en die tussen de bedrijven door probeerde te leven met de trauma’s van haar leven. Een bange vrouw in de schaduw van haar tierende man, maar toch ook een sterke vrouw.
Een markante vrouw ook, geen doorsnee moeder. Eentje die gek was op tarotkaarten en andere occulte spelletjes, om aan de werkelijkheid van heden en verleden te ontsnappen. Ze geloofde vast in karma, een manier om alles wat haar overkwam, ze verloor ook nog twee dochters en een kleinkind, zonder tegenspreken te kunnen accepteren; het lot had het blijkbaar zo bepaalt, je kon er toch niets aan veranderen.
Bovendien geloofde ze heilig in reïncarnatie, wat de titel van dit boek verklaart; ze komt vast en zeker terug, waarmee ze  haar heerschappij, ook die over dit boek, in één klap ook tot na haar leven uitstrekt:…“Als je me beledigt, weet ik je te vinden. Ook na mijn dood.”


Het boek beschrijft een wonderbaarlijk machtsspel tussen een oude bozige moeder en haar inmiddels pensioengerechtigde zoon die nog steeds erkenning wil, goedkeuring, die gezien wil worden, die eindelijk ook ingesloten wil worden en erbij wil horen.
Dat gaat niet vanzelf, het gaat met aantrekken en afstoten, met claimen en verstikken en af en toe met bruut geweld. Er moeten nog heel wat rekeningen vereffend en er is veel schaamte en pijn waar nauwelijks woorden voor te vinden zijn.
Maar beetje bij beetje geeft ze steeds meer van haar verhaal prijs, al manipuleert ze hierbij zonder blikken en blozen en verzint ze ook regelmatig de werkelijkheid bij elkaar.
Van Dis spaart haar niet, haar boosaardige kanten worden vrijmoedig beschreven, maar toch proef je ook genegenheid, erbarmen om een leven wat zo hardvochtig was, al gaat het echt dichterbij komen moeizaam;


Ik wilde haar troosten, tegen beter weten in - hoe kil ook, ze had me ontroerd, zo eenzaam in gesprek met zichzelf. Ook haar hardheid raakte me - wat een overlever was het toch. Maar al bij de eerste aanraking trok ze haar handen terug onder tafel.


Het boek wordt in de publicaties rondom de verschijning nadrukkelijk een roman genoemd. De moeder in het boek is de moeder zoals hij haar ervaarde en niet per definitie wie zij was en ook de feiten zijn hier en daar wat ingedikt of uitgedijd...
Hij zegt daarover in interviews dat hij de kwaadaardige moeder in het boek heeft uitvergroot om bij de aardige moeder uit te kunnen komen.
Dat schetst meteen de drijfveer en de noodzaak van dit boek; hij wil ontdekken wie zijn moeder was, hij wil achter de nare kanten ook de aardige kanten ontdekken.
En dat is gelukt, hij heeft, misschien ongewild, een monument voor haar geschreven, wat tegelijkertijd een prachtig en ontroerend beeld schets van de strijd tussen moeder en zoon.


Een boek over onmacht en liefde. Je voelt de afstand en de moeite, maar ook de toenadering en de oprechte pogingen daartoe.
Bovendien toont dit boek wederom hoe goed van Dis schrijven kan, de zinnen zijn prachtig en je ziet de oude dame voor je ogen tot leven komen.
Wat mij betreft is dit een van de beste boeken van zijn oeuvre. 


ISBN 978 90 25444532 paperback 284 pagina's Uitgeverij Augustus november 2014

© Willeke, 13 november 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De erfenis van Elizabeth
Kirsty Wark


'De erfenis van Elizabeth' is een hartverwarmende en boeiende roman. Elizabeth Pringle is een oude, doodgewone vrouw die verknocht is aan haar thuis op het mooie Schotse eiland Arran. Via haar eigen woorden, die zij opschrijft om met zichzelf in het reine te komen en de balans van haar leven  op maken, volgt de lezer haar levensloop met de vele hoogte- en dieptepunten en komen we te weten waarom ze zich min of meer van de buitenwereld heeft afgesloten.  Wanneer ze op 95-jarige leeftijd sterft, laat ze haar huis en goederen na aan de haar onbekende Anna Morrison. Waarom?
Elizabeth's verhaal is niet nieuw, maar het is een aangrijpend verhaal, waarvan je af en toe stil wordt van meeleven of van onbegrip over de beslissingen die ze neemt.


Martha is de dochter van Anna Morrison. Zij moet ook in het reine zien te komen met haar bestaan. Ze is ruim dertig, heeft een moeizame relatie met haar jongere zus, haar relatie met de flamboyante Andrew is net op de klippen gelopen en ze draagt praktisch alleen de zorg voor haar dementerende moeder. Ze raakt in de ban van Elizabeth en gaat gedreven op zoek naar de reden waarom het huis aan haar moeder is nagelaten. Daarbij ontdekt ze meer dan ze had verwacht.


In afwisselende hoofdstukken raken de levens van Elizabeth en Martha steeds meer met elkaar vervlochten. De karakters – ook van de bijfiguren die diepgang geven aan het verhaal, zoals de zachtaardige Bea, de verzorgster van Anna, de mannen Saul en Niall die zo verschillend als ze zijn, bevriend raakten met Elizabeth en zo een brug vormen tussen haar en Martha – worden prachtig neergezet en goed uitwerkt. De eenzaamheid van Elizabeth en het verdriet van Martha die moet toezien hoe haar moeder steeds verder van haar wegglijdt in de dementie, zijn diep invoelbaar. Maar het is niet allemaal kommer en kwel, er is ook plaats voor vreugde en liefde. Net zoals in het gewone leven van iedereen.


Het boek is te vatten in een aantal thema's, zoals de relatie tussen moeders en dochters, liefde en verdriet, maar eigenlijk moet je dat als lezer maar gewoon loslaten en genieten van het mooie proza van Kirsty Wark. Waarbij je als extraatje naast de levensverhalen wordt getrakteerd op liefdevolle beschrijvingen van het mooie Schotse eiland Arran en haar habitat. Dit is een debuut dat er mag zijn.


Kirsty Wark
(1955) is van origine TV-presentator en journaliste. Ze werkt voor de BBC, waar ze het prestigieuze Newsnight presenteert. Ze heeft een aantal grote interviews op haar conto staan met onder andere Margaret Thatcher, Madonna, Toni Morrison en Donna Tartt. Daarnaast heeft ze gespeeld in televisiedrama's en films. Momenteel maakt ze documentaires voor de BBC. Met haar debuutroman 'De erfenis van Elizabeth' heeft ze een nieuwe stap gezet in haar carrière.


ISBN 9789400505001 | paperback | 392 pagina's| A.W. Bruna Uitgevers | oktober 2014
Vertaald door Miebeth van Horn

© Joanazinha, 10 november 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Njai Inem
Kroniek van een steen
Barney Agerbeek


In Njai Inem schetst Agerbeek het trieste verhaal van een jong meisje dat als njai komt te werken. Het speelt rond 1930. Een njai was de huidhoudster/concubine van meestal blanke kolonisten, die uit de dagarbeiders een meisje uitkozen, dat hun bed moest delen, hun rug moest wassen en hun drank moest inschenken. Maar er was meer, de njai moest ook een luisterend oor lenen aan de 'toean' haar baas. Daarbij kon ze soms haar eigen mening te berde brengen, maar dat moest uiterst behoedzaam gebeuren. Wekte zij de ergernis op van haar meester en gebieder dan waren de gevolgen meestal afschuwelijk. Een positie van gegijzelde dus. Van iemand, die niet kan bewegen in vrijheid, kortom een steen.
De titel verwijst naar het gedicht Gesprek met een steen van de in 2012 overleden Poolse dichteres en Nobelprijswinnaar Wisława Szymborska.
De aanhef van het gedicht klinkt als volgt:


Ik klop op de deur van een steen.
‘Ik ben het, doe open.
Ik wil bij jou naar binnen gaan,
overal bij je rondkijken, met jou mijn longen vullen.’(...)


En dat is dus precies wat Agerbeek doet. Hij volgt het zestienjarige Javaanse meisje Inem, dat - door armoede gedreven - zich opgeeft als contractarbeider. Dat betekent dat ze geruime tijd ver verwijderd zal zijn van haar familie en geliefden. En dat ze op een plantage moet gaan werken. Als voorschot krijgt ze een envelop met geld. Haar vader is blij:


'Dit geld kunnen we goed gebruiken, Inem. Morgen kan ik de kinderen naar school sturen, jij hebt dat mogelijk gemaakt. We zijn je erg dankbaar. Ga nu en wees voorzichtig, blijf gezond. Over drie jaar zullen we elkaar weerzien.'


De enige troost, die Inem nu nog heeft is dat ze in gezelschap is van haar vriendin Siti en haar vriend Djoko. De groep gaat naar het station.


'We worden opgedreven als vee. Ze commanderen ons als een troep marcherende soldaten en drijven ons in een recht lijn door de krioelende menigte. Even later komen we bij het treinstation aan. Nog steeds vervuld van ongeloof en afgrijzen over het plotselinge geweld en de publieke vernedering. Zijn we gevangenen en wat kunnen we er aan doen, vragen we onszelf af. Wat staat ons te wachten? Niemand weet het antwoord.'


Het geweld is niet van de lucht en de arbeiders worden geschopt en geslagen. Ook haar vriendin Siti is bang voor wat komen gaat en klampt zich vast aan haar vriendschap met Djoko:


Ze bijt op haar lip en praat verder:' Djoko wil met me trouwen. Ik hou van hem. Hij zegt dat hij me zal beschermen. Toch ben ik bang.'


Een stukje onvervalste Oosterse mystiek weeft Agerbeek knap door het verhaal in de gedaante van een blinde muzikant. Hij laat een waarschuwing horen in het voorbijgaan en Siti gelooft onmiddellijk dat er een gevaar dreigt. Een onheilsvoorspelling dus.


Na een treinreis en een driedaagse boottocht vol ontberingen komt het gezelschap op de plantage in Sumatra aan, die door Hollanders wordt gerund. Inem wordt kort na aankomst van haar dorpsgenoten gescheiden en door een mandoer (leider van een werkploeg) naar het huis van de planter geleid.
Vanaf dat moment in het verhaal, dat de structuur heeft van de Wajangvertellingen, spreken de planter en Inem om beurten. In de wajangtraditie, de schimmenspeltraditie waren de spelers verteller en de verteller was eigenlijk (in overdrachtelijke zin) speler. Of zoals Shakespeare zou zeggen: "Het leven is een spel, zorg de gelukkige speler te zijn!"
En opnieuw weet Agerbeek dat meesterlijk te doen als een volleerd jongleur. De planter is niet de vervelende botte boer, die we mogen verwachten. Hij heeft ook nog een menselijke kant. Dat blijkt o.a. wanneer hij aangeeft bang te zijn voor de arbeiders (koelies), vooral omdat ze eens in opstand zouden kunnen komen:


'Ik zet mijn hoed op en stap de hitte in. Nu rechtop lopen en als een veldheer kijken naar het werkvolk. Een nieuwe groep geeft altijd onrust. Koelies, die zonder aanwijsbare reden ineens opstandig kunnen worden. Mandoers die zich sadistisch gaan gedragen. En er is altijd geharrewar over vrouwen. Bloedlink allemaal. Voor je het weet, steken ze een mes in je donder.'(...)


En Inem is in het huis van de planter voorgelicht over haar 'taken,' een dramatische scene:


'Waar is mijn slaapplaats Ibu?' vraag ik.
'Kom deze kant op,'zegt ze.


Vervolgens wordt haar een ruime kamer gewezen, die later de slaapkamer van de planter blijkt te zijn. Daarna leert ze hoe ze de drank moet inschenken, zich moet wassen en hoe ze de toean besar (planter) moet masseren. Ze is aanvankelijk bang en vol afgrijzen maar schikt zich in haar onafwendbare lot. En slaapt met hem.

Buiten op de plantage gaat ook het leven door en wordt Djoko in elkaar geslagen en naar de ziekenboeg gebracht. Maar het werk gaat door:


'De dag begint om vijf uur. Dan begint de tong-tong (gong of uitgeholde boomstam) te slaan en staat iedereen op. Als de tong-tong voor de tweede keer heeft geklonken, gaat iedereen op weg naar het werk. Ze komen pas terug als het donker begint te worden.'(...)


We krijgen soms de indruk dat Inem beter af is dan de koelies op de plantage. Ze moet met de planter het bed delen, maar wordt niet in elkaar geslagen zoals Djoko en ze mag in huis slapen en niet in een door muskieten geteisterde loods, waar de koelies een goed heenkomen mogen zoeken. Aan de andere kant is haar toekomst bepaald, omdat ze njai is geweest kan ze bij terugkeer in haar dorp niet meer trouwen. En of de gemeenschap daar, haar nog zal accepteren blijft maar de vraag.


Agerbeek weet sentimentaliteit te omzeilen, vooral door zijn gestileerde stijl en zijn vermogen situaties 'uit te sparen.' De lezer mag zelf bepalen wat hij van de situatie vindt. Het boek eindigt met een heuse cliffhanger, zodat er onherroepelijk een vervolg moet komen. Dat vind ik fijn want deze schrijver laat ons eindeloos genieten!


Achterin bovendien een mooie woordenlijst met vertalingen en een aanklacht tegen hedendaagse slavernij.
Eveneens een bibliografie van eerdere Indische boeken over dezelfde problematiek.


Agerbeek (Surabaya, 1948) debuteerde in 2013 met zijn verhalenbundel Schaduw van Schijn, verhalen waarin hij zijn periode in Indonesië beschrijft in de jaren '90. Daar werkte hij voor een bank en moest leren onderhandelen met de plaatselijke bevolking en wennen aan hun gewoonten. Zelf geboren in Indonesië leefde hij met zijn ouders maar tot zijn 4e jaar in deze archipel.


ISBN 9789062658640 Paperback 176 pagina's Uitgeverij In de Knipscheer oktober 2014

© Karel Wasch, 6 november 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

IJstijd
Maartje Wortel


IJstijd is de tijd dat alles bevroren en stil is; er gebeurt niets aan de oppervlakte maar de krachten onder de bevroren laag zijn krachtig genoeg om landschappen voorgoed te veranderen. Dat geldt ook in overdrachtelijke zin voor hoofdpersoon James Dillard, wanneer zijn laissez-faire leven veranderd wanneer hij gevraagd wordt een boek te schrijven en zijn vriendin hem later verlaat. Zijn die krachten groot genoeg om zijn mentale landschap te veranderen?


Nu ik het boek een paar dagen uit heb, ben ik er nog steeds enigszins ambivalent over. Aan de ene kant boeide het verhaal me door de intensiteit en de gedragingen van James Dillard, de hoofdpersoon. Aan de andere kant vond ik het haast onverteerbaar hoe hij zo compleet doelloos en apathisch zijn leven leidt. Het boek riep dus veel verschillende emoties bij mij op en dat vind ik knap, want meestal kun je of helemaal meegaan met een hoofdpersoon of heb je een hekel aan dat karakter. James Dillard wilde ik knuffelen en door elkaar schudden tegelijk. Aversie, medelijden, ongeduld, sympathie; alles borrelde naar boven.
En dan heb ik het nog niet eens gehad over de dieper liggende lagen van het boek die nauwelijks aangestipt worden maar een wezenlijk deel uitmaken van James Dillard en hem gemaakt hebben zoals hij is: iemand die zich niet laat raken uit angst om alles weer kwijt te raken.


Ik heb het boek gelezen voor 'Een perfecte dag voor literatuur' en ik heb er absoluut geen spijt van. Juist omdat het boek zoveel verschillende emoties bij mij opriep, maakte dat ik het boek met veel genoegen heb uitgelezen. Het symbolische eind van het boek en de betekenis daarvan vond ik heel treffend en geeft hoop voor de toekomst van James Dillard. Zonder dat einde had ik het een droevig en leeg boek gevonden, nu sloeg ik het gerustgesteld dicht. Maar het ambivalente gevoel waar ik eerder over sprak bleef wel overeind.


Maartje Wortel
(1982) is geboren in Eemnes en volgde de opleiding Beeld en Taal aan de Rietveld Academie. Zij debuteerde in 2009 met de verhalenbundel 'Dit is jouw huis', waarvoor zij in 2010 de tweejaarlijkse Anton Wachterprijs ontving. Na 'Half mens', dat in 2011 verscheen, heeft ze met 'IJstijd' haar tweede roman geschreven. Daarnaast schrijft ze columns en korte verhalen.


ISBN  9789023485414 | paperback| 256 pagina’s| Uitgeverij Bezige Bij| januari 2014

© Joanazinha, 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Funny Girl
Nick Hornby


Het verhaal speelt zich af in de jaren zestig.
De beeldschone, jonge, sexy Barbara wordt tot haar verrassing verkozen tot Miss. Blackpool. Dat schept verplichtingen, maar als er één ding is dat ze zeker weet dan is het dat ze niet nóg een jaar in Blackpool wil blijven. Ze geeft haar kroontje aan nummer twee en vertrekt vlak daarna naar Londen. Daar moet het gebeuren. Ze wil namelijk vanaf het moment dat ze Lucy Ball op televisie zag ook comediènne worden. Ze wil mensen laten lachen.
Haar weelderige vormen zitten haar echter in de weg. Brian Debuhan ziet haar helemaal zitten, maar dan als fotomodel voor kalenders...  Natuurlijk wil Barbara dat niet en ze spreekt met hem af dat hij haar drie weken de kans geeft om ergens aan de bak te komen als comediènne. Lukt dat niet dan zal ze model worden.


Maar Barbara heeft geluk. Tijdens een auditie trekt ze haar mond open en vertelt precies hoe ze over de te produceren tv-serie denkt en daarmee is haar kostje gekocht. Ze wordt aangenomen en er wordt op haar een serie geschreven die erg aanslaat, ze heeft enorm succes. Sophie Straw zoals Barbara's artiestennaam luidt is een knaller.
De schrijvers en regisseur die aanvankelijk dachten met een oppervlakkig typetje te maken te hebben raken steeds meer gesteld op de intelligente, zachtaardige Barbara en zij op hen. Ze heeft de tijd van haar leven. Als ze met haar tegenspeler uit de serie een relatie krijgt lijkt helemaal alles perfect.


Maar langzamerhand keert het tij. De schrijvers van de serie die goed bevriend met elkaar waren groeien uit elkaar en willen ieder een andere richting op. Barbara wordt ouder, de kijkcijfers dalen, de relatie van Barbara vertoont scheuren en al die tijd kijkt Dennis, voormalig Camebridgestudent en regisseur van de serie, vanaf de zijlijn toe. Hij is als een blok voor Barbara gevallen maar weet dat het onmogelijk is. Hij is een stuk ouder, getrouwd en hondstrouw aan Edith, zijn mooie, wispelturige en overspelige echtgenote. Met lede ogen ziet hij Barbara's worsteling aan, terwijl hij niets liever zou doen dan een arm om haar heen slaan en een veilige thuishaven bieden. Barbara knokt echter door en langzamerhand komt haar leven in een rustiger vaarwater. Ouder en wijzer vindt ze uiteindelijk haar bestemming bij iemand die haar meer dan waard is.


Een verrassende roman die ondanks het 'oppervlakkige' onderwerp flinke diepgang toont. Hornby weet zich meesterlijk te verplaatsen in de gevoelens van de hoofdpersonages. De serie en carrières zijn bijzaak. Het gaat om vriendschappen en relaties en hoe die al dan niet de tand des tijds doorstaan. Hornby toont hoe mensen in de loop van hun leven kunnen veranderen, andere idealen krijgen of hun idealen opgeven. Hij toont hoe een mensenleven kan verlopen met alle valkuilen, geluksmomenten, verdriet en blijdschap die erbij horen. 
Doorheen het boek staan (gefingeerde) zwart-wit foto's uit de jaren zestig waardoor het verhaal nog levensechter overkomt.
Een boek dat je met een zucht dichtslaat omdat je het jammer vindt dat het uit is, je zou veel meer van de aangename sfeer willen proeven.
Een fijn, goed geschreven, warm, menselijk boek.


ISBN 9789025444686 Paperback 368 pagina's Atlas Contact oktober 2014

© Dettie, 2 november 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altOorlog
Jochen Rausch


Arnold Steinz woont al jarenlang als een kluizenaar samen met zijn hond in een verwaarloosde hut op een berg in de Alpen.
‘Ik zou een klantenkaart nemen,’ zegt de caissière, als hij boodschappen doet – hij en de hond moeten tenslotte eten. Ach, ze bedoelt het goed, maar contact met de buitenwereld wil hij niet. Niet meer. Niet sinds zijn leven zo kapot is gegaan, in stukken uiteen gevallen. Hij was gelukkig met zijn vrouw Karen en hun enige zoon Chris. Maar kinderen worden groot, en Chris blijkt keuzes te maken waar zijn ouders het heel moeilijk mee hebben. Als hij komt vertellen dat hij in het leger gaat, slaat de schrik hen om het hart, om daar de komende tijd te blijven, tot een bezoek hen er van verlost zonder dat dat een verlossing zal zijn.


Arnold heeft het naar zijn zin op de berg, voor zover daar sprake van kan zijn dan. Hij loopt met de hond, hakt hout leest wat. Ach...
Maar dan wordt er ingebroken in de hut. Alles is kort en klein geslagen. Op een indringende niet te veronachtzamen manier komt de wereld weer binnen. Ook zijn hond loopt gevaar. Wie daar ook is daar buiten – Arnold vindt een tent die hij in brand steekt – als hij oorlog wil, dan kan hij het krijgen.


‘Nu is het oorlog. Hij kan aan niets anders meer denken. Hij is een verkenner op weg naar het front, de verrekijker in de rugzak. Het geweer heeft hij in de hut gelaten maar hij heeft wel het Finse mes onder zijn jas gestoken.’


Er zijn twee verhalen: het verhaal van toen alles nog goed was. Tot Chris thuiskwam met die mededeling. Ook daar was er oorlog: Chris zat er letterlijk in, en voor Karen en Arnold was er een gevecht gaande tegen hun angst. Het andere verhaal speelt nu: Arnold op de berg, in oorlog met de onbekende. Met angst heeft hij allang afgerekend, maar kom niet aan het weinige dat hij heeft, niet aan de hond. Hij heeft immers verder niets te verliezen?


Wat doet angst met een mens? Wat heeft oorlog voor gevolgen? Hoe moet je met die gevolgen om gaan? De oorlog van Arnold werkt echter ook louterend, hier ligt een mogelijkheid om af te rekenen met zijn verleden.


Daar gaat het verhaal over. Indringend vertelt Jochen Rausch over de loze woorden die nabestaanden te horen krijgen van de omgeving na de dood van hun geliefde kind; over de hoop van de ouders die niets  meer hebben om voor te leven, en over eenzaamheid, zelfgekozen of noodzakelijk. Over schuldgevoelens, het ‘had-ik-maar’ gevoel.
De sfeer is aangepast: het is winter, het regent of het sneeuwt, en het is koud.
Er is een eenheid in dit boek die hard bij de lezer binnenkomt. Gelukkig is er ook troost in de vorm van twee verdwaalde wandelaars.


Jochen Rausch is journalist, auteur en muzikant. Sinds 2000 is hij eindredacteur van het programma Radio1 Live op WDR. Hij publiceerde eerder al een roman en een verhalenbundel.


ISBN 9789048821181 | Paperback | 224 pagina’s | Uitgeverij Lebowski | oktober 2014
Vertaald uit het Duits door Lucie Schaap en Maaike Bijnsdorp

© Marjo, 1 november 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=De erfenis van Elizabeth
Kirsty Wark

Martha Morrison vindt de brief in het huis van haar moeder, verstopt onder een pot met scherven en strandglas. De inhoud van de brief bestaat uit een dringende oproep contact op te nemen met notariskantoor Hardie & Lynch in Glasgow. Door zorgen overmand maakt Martha een afspraak met notaris Fergus Hardie. De brief is wel niet aan haar gericht maar Martha behartigt de belangen van haar moeder Anna die daar zelf niet meer toe in staat is. Waarom moet Anna zich bij een notaris melden? Zijn er problemen?

Anna Morrison is een krachtige vrouw. Een rots in de branding. Anna was er voor haar dochters Martha en Susie toen hun vader, en Anna’s echtgenoot, kanker kreeg. Ze stond onvoorwaardelijk voor haar kinderen klaar toen hun vader stierf op Martha’s zestiende verjaardag. Anna Morrison is een moeder om trots op te zijn, een vrouw die zichzelf wegcijfert. Toch is de bescheidenheid van Anna niet altijd een zegen. Anna heeft de afgelopen jaren zorgvuldig voor haar dochters verzwegen dat haar geheugen haar steeds vaker in de steek laat. Anna lijdt aan dementie. Lange tijd lukte het haar de ziekte voor haar dochters te verbergen maar toen ze onderkoeld en gehuld in slechts een dunne nachtjapon werd aangetroffen op de trappen van een museum, viel Anna door de mand.

Zenuwachtig stapt Martha het notariskantoor binnen. De vriendelijke Fergus Hardie heeft hoogst ongebruikelijk nieuws voor haar. Een wildvreemde vrouw heeft haar huis op het eiland Arran aan Anna nagelaten. Hij overhandigt Martha een brief. Het is een brief van haar moeder waarin ze ene mevrouw Elizabeth Pringle schrijft dat deze een schattig huis bezit. De brief is geschreven toen Martha nog een baby was. Anna schrijft dat ze hoopt dat Elizabeth het haar laat weten als ze het huis ooit wil verkopen. Elizabeth Pringle heeft haar huis nooit verkocht maar nu is het voor Anna. Martha is met stomheid geslagen.

Martha vertrekt naar Arran. Ze benut het bezoekje aan het eiland om het huis van Elizabeth te bekijken maar ook om haar gedachten te ordenen. Hoe moet het nu met haar moeder? Ze mag het ziekenhuis bijna verlaten maar kan niet meer zelfstandig wonen. Martha betreurt het feit dat ze vaak met haar jongere zusje Susie overhoop ligt. Susie woont hoog en droog in Denemarken en bemoeit zich nauwelijks met het wel en wee van Anna.

Het huis van Elizabeth blijkt een weerspiegeling van Elizabeth zelf. Er hangen prachtige geborduurde wandkleden in het knusse huis en als snel stuit Martha op een kostbaar kunstwerk. Elizabeth en het huis zijn duidelijk nauw met elkaar verweven en Martha voelt zich een indringer. Heeft Elizabeth werkelijk op basis van die ene brief besloten haar huis aan Anna na te laten? Waarom?

Elizabeth bleek de laatste jaren van haar leven graag in het gezelschap van twee jonge mannen te verkeren. Er zijn nauwelijks overeenkomsten tussen stoere eilandbewoner Niall en boeddhist Saul te bespeuren maar beiden hielden van Elizabeth. Ze was een gewaardeerde vriendin en zij waren de enige vrienden die de hoogbejaarde Elizabeth ooit heeft gehad. De kennismaking met Niall en Saul verloopt stroef. Opnieuw voelt Martha zich een indringer. Toch begint ze zich steeds meer thuis te voelen op het eiland. Elizabeth intrigeert haar. Wie was deze vrouw en hoe verliep haar leven? Elke hoek en elke kier van het huis lijkt een stukje van Elizabeths levensverhaal te bevatten.

In dit schitterende debuut vertelt schrijfster Kirsty Wark het verhaal van Martha en Elizabeth. Elizabeth is er niet meer maar ze schreef tijdens de laatste maanden van haar leven haar levensverhaal op. Elizabeth schrijft dat ze niet altijd alleen is geweest. Er was een grote liefde, Robert. Robert en Elizabeth hielden van elkaar maar toch zijn ze nooit getrouwd. Elizabeth schrijft openhartig over haar leven maar stelt het moment van de waarheid zo lang mogelijk uit. De oude vrouw droeg een hartverscheurend geheim met zich mee. Een geheim dat alles verklaart.  

De erfenis van Elizabeth is werkelijk een prachtig boek. Het bevat romantiek, bijzondere personages en een intrigerend levensverhaal. Het is een boek over de liefde in al haar vormen en een boek over familiebanden. Elizabeth hield zielsveel van haar moeder en ook voor Martha is haar moeder de belangrijkste vrouw in haar leven. Auteur Kirsty Wark schijft teder en overtuigend over de ziekte van Anna en het verdriet van Anna’s dochters. Alleen pure gevoelens hebben een plekje in het verhaal bemachtigd, vals sentiment is geweerd. De erfenis van Elizabeth is een waar juweeltje. Prachtig!

ISBN 9789400505001 | paperback | 392 pagina's| A.W. Bruna Uitgevers | oktober 2014
Vertaald door Miebeth van Horn

© Annemarie, 29 oktober 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Lichtjaren
James Salter


“Leven is het weer. Leven is maaltijden. Lunch op een blauw-geruit kleed waar zout op is gemorst. De geur van tabak. Brie, gele appels, messen met houten handvat.“


Het is 1958. Nedra en Viri wonen met hun beide dochters in een landhuis vlak bij New York.
Nedra is mooi, ontwikkeld, een voorbeeldige gastvrouw en een innemende persoonlijkheid. Viri is architect, hij is wat gelijkmatiger dan zijn sprankelende vrouw.
Het lijkt een perfect plaatje, een welgesteld echtpaar in een prachtig huis met twee mooie, gezonde dochters, omringd door talrijke vrienden, die hun huwelijk en harmonie benijden, maar toch sluimert er iets onder de oppervlakte;


“Hun leven is mysterieus, het is als een bos; van veraf lijkt het een eenheid, kan het begrepen, beschreven worden, maar van dichterbij begint het los te laten, breekt het uiteen in licht en schaduw, van een dichtheid die verblindt.
Daarbinnen is er geen vorm, alleen wonderbaarlijke details die alles doordringen; exotische geluidjes, neerstromend licht, gebladerte, omgevallen bomen, diertjes die vluchten als er een takje breekt, insecten, stilte, bloemen.
En dit alles, afhankelijk, nauw verweeft, het is allemaal bedrieglijk. Er zijn twee soorten leven.
Er is, zoals Viri het zegt, het soort waarvan mensen denken dat je het leidt, en er is het andere.“


Zowel Nedra als Viri houden er minnaars op na, maar ook daarin valt niet de ultieme voldoening te vinden.
Viri vindt die ook niet in zijn werk, hij is architect, maar geen uitmuntend goede en ook Nedra haalt niet voldoende bevrediging uit het moeder en vrouw zijn. Zij wil reizen, ze wil haar horizon verbreden, ze wil iemand zijn.
Bij haar speelt ook de angst voor het ouder worden en de dood een grote rol, één van de belangrijkste thema’s van het boek.
Ze ziet met angst en beven haar eigen jeugd vervliegen en klampt zich vast aan de jeugd en schoonheid van haar mooie dochter Franca.
Ze wil via haar het leven ontdekken en voor de tweede keer triomferen, maar haar dochter wil daar niets van hebben, die wil zelf iemand zijn.
Ook de dood van haar vader, een van de mooist beschreven hoofdstukken van het boek, drukt Nedra met de neus op de feiten, zij is de volgende in de lijn;


“Het was afgelopen, voorbij. Opeens voelde ze het in haar lijf als een voorteken. Ze was weerloos. De weg was vrij voor haar einde.”


Langzaam zie je als lezer de verhoudingen veranderen, het huwelijk kraakt steeds harder in zijn voegen en uiteindelijk houdt het geen stand.
Nedra vindt eindelijk haar vrijheid. De droom die ze na haar scheiding voor zichzelf had, actrice worden en zo de wereld veroveren, wordt geen werkelijkheid, maar toch gebeurt er iets wonderlijks.
Terwijl ze eigenlijk niet vindt wat ze zocht in ambitie of bezit, verandert ze wel en vindt ze uiteindelijk toch rust. Ze verzoent zich zelfs met de dood die nadert.
Viri daarentegen is in eerste instantie totaal verloren zonder Nedra, hij is een zenuwinstorting nabij.
Hij vindt wel weer liefde en gaat zelfs de verbintenis van een huwelijk weer aan, maar Nedra blijft zijn grote liefde.
Ook zijn leven is niet geworden wat hij er van gehoopt had, maar toch komt ook hij uiteindelijk tot verzoening met het leven zoals het is.


Het wonderbaarlijke van dit boek is dat er weinig gebeurt en dat je toch geboeid blijft lezen.
Het onderscheidende van dit boek zit hem, behalve in de prachtige taal en zinnen, wat mij betreft vooral in de ondergrondse processen.
Niet voor niets komen er veel ondergrondse rivieren, als een teken van stille verandering, voor in dit boek.
Zonder dat het expliciet genoemd wordt zie en voel je dingen verschuiven en zijn de personages aan het einde ándere mensen dan in het begin van het boek.
Dat gebeurt uiteraard wel vaker in romans, maar hier gebeurt het sluipend, zonder één grote gebeurtenis, je moet goed opletten.
Wat het boek ook onderscheidt zijn de vele symbolen, ik beschreef de rivieren al, maar ook het licht en de seizoenen spelen een opvallende rol en vallen samen met het verloop van het boek.
En tot slot heeft het boek wonderschone beginzinnen, waardoor je vanaf het begin al bij je lurven gepakt wordt.
Ik vond het geen makkelijk boek, geen boek wat je even leest, maar als je je overgeeft en mee gaat in wereld zoals Salter hem ons schetst, staat je heel veel schoonheid te wachten.


ISBN 9789023482994 Paperback 397 pagina's Uitgeverij De Bezige Bij 2014, eerste druk 1975

© Willeke, 28 oktober 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Het oude huis
Sarah McCoy

Eden Anderson is kwaad. Kwaad op zichzelf, kwaad op haar man Jack en kwaad op de wereld. Bovenal is ze kwaad op haar lijf. Waarom weigert haar lichaam mee te werken en haar een kind te schenken? Enkele maanden geleden verruilden Eden en Jack  het drukke Washington voor het rustieke plattelandsstadje New Charleston in West Virginia. Het grote, oude huis dat ze nu hun thuis noemen biedt voldoende ruimte voor een groot gezin, een gezin dat er nooit zal komen.

Via de natuurlijke weg raakte de inmiddels zevenendertigjarige Eden niet zwanger en alle vijf pogingen om via kunstmatige inseminatie zwanger te raken, mislukten. Er moet gespaard worden voor een nieuwe poging maar de tijd tikt onverbiddelijk door. Eden en Jack slapen niet langer in dezelfde slaapkamer en Eden bereidt zichzelf al voor op het einde van hun huwelijk. Ze kan zich niet voorstellen dat ze met zijn tweeën in het grote, lege huis blijven wonen. Eden is uitgeput. Lichamelijk en emotioneel. Tot overmaat van ramp neemt Jack een pup mee naar huis die hij de bespottelijke naam Cricket geeft.

155 jaar eerder viel ook de kinderwens van Sarah Brown in duigen. Nadat Sarah bijna bezweek aan dysenterie hoorde ze de dokter tegen haar moeder fluisteren dat de ziekte een verwoestend effect op haar lichaam had gehad. Ze zou nooit kinderen kunnen krijgen. Sarah was de dochter van John Brown die een held voor velen was maar ook een aartsvijand voor veel anderen. John Brown streed voor de afschaffing van de slavernij. Naast een openlijke strijd was er ook een ondergronds netwerk: de Underground Railroad. De clandestiene beweging hielp slaven naar veiligere oorden te ontsnappen.

John Brown betrok zijn vrouw en twee dochters niet bij zijn activiteiten. Zijn nieuwsgierige dochter Sarah luisterde echter een geheime ontmoeting in de keuken van hun huis af en wierp zich op als tekenaar. De kaarten die Sarah tekende zouden uiteindelijk heel wat slaven naar een veiliger gebied loodsen. Toen er een opstand uitbrak, werd John Brown opgepakt. John Brown, die enkel wilde dat mensen in vrijheid konden leven, werd aangemerkt als een rebellenleider en tot de galg veroordeeld.

De familie Hill, goede vrienden en bontgenoten van John Brown, wierpen zich op als beschermers van zijn gezin. Ze vingen de weduwe van John en zijn dochters Sarah en Annie in hun huis op. In dat huis, het huis waar Eden en Jack nu wonen, verloor Sarah haar hart voorgoed. Ze werd verliefd op Freddy Hill, de zoon des huizes. De liefde was wederzijds maar Sarah wist dat ze nooit met Freddy kon trouwen. Ze kon hem immers geen kinderen schenken. Trouwen met Freddy voelde als bedrog en ze zou de liefde van haar leven nooit kunnen bedriegen.

Sarah en Freddy maakten in het grote huis een burgeroorlog mee. De grootste drukte in het leven van Eden wordt veroorzaakt door pup Cricket. Jack heeft haar met de pup achtergelaten en is voor zijn werk naar de stad vertrokken. Zonder Eden op de hoogte te stellen heeft hij hun tienjarige buurmeisje Cleo ingehuurd om voor de hond te zorgen. Eden zit opgescheept met een gekke hond en een levenslustig meisje. De mopperende Eden beseft nog niet dat haar leven ingrijpend zal gaan veranderen.

Het oude huis is een boek over de liefde, over kinderloosheid en over acceptatie. Een boek over het leven dat niet altijd mooi is maar toch weer mooi kan worden. Een boek dat leert dat het loslaten van verwachtingen nieuwe mogelijkheden schept. De twee verhalen zijn in eerste instantie heel verschillend maar toch zijn er overeenkomsten die ze met elkaar verbinden.

De inhoud van dit soort boeken wil nog wel eens te zoet worden. Ook Het oude huis heeft zoete momenten waarbij de lezer misschien wel in de lach schiet of een traantje wegpinkt. Maar het geijkte zoete einde blijft uit. Schrijfster Sarah McCoy heeft ervoor gekozen het verhaal van een overtuigender slot te voorzien en daar ben ik haar dankbaar voor. Het oude huis sluit je na het lezen met een diepe zucht en een voldaan gevoel.

ISBN 9789022572450 | paperback | 350 pagina's| Boekerij | oktober 2014
Vertaald door Asterisk

© Annemarie, 27 oktober 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER