Nieuwe boekrecensies

Het wezen
Peter Drehmanns


De hoofdpersoon in dit verhaal is Koen Grondijs, een vijftiger, die zich afvraagt of zijn leven wel is zoals hij dat zou wensen. Het antwoord is natuurlijk: nee dat is het niet, anders was het meteen gedaan met het verhaal!


‘Hij had zich door de verkeerde ouders laten verwekken. Hij was bij de verkeerde vrouwen gebleven en had de verkeerde vrouwen gedumpt. Al na twee weken had hij begrepen dat kunstgeschiedenis niet de juiste studie voor hem was en dat zijn even intense als infantiele verlangen om zich tegen de wil van zijn vader in te schrijven bij de kunsthistorische faculteit op een romantisch misverstand berustte.’


Hij neemt een besluit: hij neemt een sabbatical en vertrekt. Na een kort onderzoek valt de keuze op de Archipel, een ‘tropisch land van vulkanische oorsprong dat op zeker ogenblik in de geschiedenis, ruim honderdvijftig miljoen jaar geleden, niks meer met de rest van de wereld te maken wilde hebben en zich hovaardig had losgescheurd.’


En dat is eigenlijk wat Grondijs ook doet. Hij scheurt zich los van de Westerse wereld - drie pagina’s lang wordt er gefulmineerd over alles wat er fout is in onze maatschappij. Het kan niet anders dan fout aflopen. Hij verwacht dat zijn doel, de Archipel, nog niet gecorrumpeerd is. Waar de natuur nog oorspronkelijk is. En waar hij hoopt het Wezen te aanschouwen.


‘Hij (voorzover het Wezen een mensachtige is) of het ( in zoverre het Wezen een dier betreft) zou op basis van enkele morfologische kenmerken gerekend kunnen worden tot een (weliswaar onbeschreven) soort van een ondergeslacht van de zogeheten spookdieren, een familie van zoogdieren uit de orde der primaten die kenmerken van zowel apen als halfapen heeft.’


We volgen een mopperende Grondijs op zijn reis, die hem tenslotte op het eiland brengt waar het Wezen voor het laatst gezien is. Het verbaast de lezer niet echt dat het primitieve leven hem toch wel tegenvalt. De grootste teleurstelling is misschien nog wel het feit dat er wel degelijk toeristen zijn!
Hij laat zich evenwel niet kennen, en dringt steeds dieper de wildernis in. Hij ontmoet de Italiaan Dino Drogo, met wie hij optrekt ondanks diens beroep, taxidermist en nog wel gespecialiseerd in het maken van wolpertingers (= een wezen uit de Beierse folklore. Het zou een wezen zijn met lichaamsdelen van verschillende diersoorten). Grondijs vind het walgelijk, maar is toch blij als hij Drogo een tweede keer tegenkomt. Hun avontuur wordt steeds hachelijker. Ze trekken zich aan elkaar op, en voeren diepgaande gesprekken. Drogo confronteert Grondijs met zichzelf: is hij immers niet net zo goed een product van zijn opvoeding, dus van de westerse maatschappij!


Intussen lezen we ook hoe er op het thuisfront waar Grondijs zijn huis verhuurd heeft aan een Russisch echtpaar een vreselijke chaos ontstaat.
Is deze verhaallijn toegevoegd als een soort analogie aan het avontuur van Grondijs?
Terwijl Grondijs van de wal in de sloot geraakt in de Archipel, slaat in zijn huis de gekte toe.


De taal is nogal wollig, volzinnen met veel bijvoeglijke naamwoorden, en veel lastige termen; veel verwijzingen naar kunst en literatuur. En naar de biologie natuurlijk.
Het boek bestaat uit verschillende delen: de homo sapiens, de homo investigans, de homo demens, en de homo mutans. Deze aanduidingen zijn veelzeggend!
Een flinke hap is dit boek vol ideeën en inzichten wel, maar zeker de moeite waard.


Peter Drehmanns (1960) schreef al twaalf romans, een verhalenbundel en vier poëziebundels. Voor zijn gehele oeuvre won hij in 2015 de Halewijnprijs.


ISBN  9789493214064  | paperback | 370 pagina's | Uitgeverij in de Knipscheer | september 2020

© Marjo, 12 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een rooie aan de kant van de weg
Anne Tyler


De vierenveertigjarige Micah heeft zo zijn dagelijkse gewoontes. Elke dag rent hij zijn vaste route, gaat daarna douchen, gebruikt zijn ontbijt, kijkt welke taak hij in huis die dag moet doen (elke dag heeft zijn eigen klus) en maakt dat schoon, en gaat vervolgens op pad, naar zijn cliënten die een of ander computerprobleem hebben. 's avonds kookt hij een gezond maaltje en tegen tien uur gaat het licht uit.  Hij stelt zichzelf voor kleine uitdagingen door bijvoorbeeld alleen Frans te spreken als hij kookt.
Zijn vriendin Cass komt af en toe naar hem toe en de andere keer is hij bij haar. Hij heeft zijn eigen IT bedrijfje want hij werkt liever alleen dan voor een baas, ook al verdient hij dan stukken minder.
Dit leven bevalt Micah wel. Hij heeft het goed.

Maar dan belt Cass hem, ze wordt waarschijnlijk uit haar appartement gezet vanwege haar kat. Het is verboden huisdieren te houden. Micah vindt het waardeloos voor haar. En dan verschijnt er vlak daarna ook nog Brink, een jongen die beweert dat Micah zijn vader is. Even later deelt Cass hem mee dat ze beter uit elkaar kunnen gaan...


De in zichzelf gekeerde Micah is stomverbaasd. Hij weet nauwelijks hoe hij met deze twee zaken om moet gaan. Hij snapt het niet, waarom wil ze stoppen? Het ging toch goed tussen hun? En waarom zoekt Brink uitgerekend hém op, terwijl hij eigenlijk wel weet dat Micah niet zijn vader is.


Er ontvouwt zich een innemend verhaal over een man die zich in feite overal het buitenbeentje voelt. Hij snapt mensen en hun reacties vaak niet. Hij is diep in zijn hart een beetje trots op zijn strakke huishoudelijke ritme, ook al weet hij dat zijn familie daar liefhebbend de draak mee steekt. Hij is vriendelijk tegen iedereen maar het zal nooit echt tot intieme gesprekken komen. Daarvoor toont hij net teveel afstand. Hij hoort alles maar vergeet ook vaak weer net zo hard wat er tegen hem gezegd is. Hij reageert impulsief en afstandelijk en bedenkt daarna dat hij mogelijk anders had kunnen doen. Zijn milde humor is vermakelijk.


Dankzij Brink ontmoet hij zijn oude geliefde Lorna weer, die hem een spiegel voorhoudt. Het is allemaal niet erg, Micah is geen bullebak, geen vervelende vent, geen bedrieger, integendeel, hij is aardig maar toch wel een beetje vreemd waardoor dingen op afstand blijven. Lorna opent hem toch in zekere zin de ogen. Hij weet nu wat hem te doen staat wat betreft Cass.


Anne Tyler weet deze man op een sympathieke manier vorm te geven waardoor je Micahs gedachtegang kunt volgen en hem neemt zoals hij is. In feite is het boek een klein eilandje van rust. Het is een verhaal uit het leven van een doorsnee man met net dat kleine beetje extra wat hem interessant maakt.
Fijn boek.


ISBN 9789044644753 | Hardcover | 206 pagina's | Uitgeverij  Prometheus | juni 2020

© Dettie, 5 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het boek van vergeten woorden
Pip Williams


De Oxford English Dictionary (OED) is een woordenboek voor de Engelse taal. De OED wordt uitgegeven door de Oxford University Press en bevat woorden uit het Verenigd Koninkrijk en andere Engelstalige gebieden: Noord-Amerika, Zuid-Afrika, Australië, Nieuw-Zeeland en de Caraïben. Sir James Augustus Henry Murray (7 februari 1837 – 26 juli 1915) was een Schots lexicograaf en filoloog. Hij was de hoofdredacteur van de Oxford English Dictionary vanaf 1879 tot zijn dood.


De OED mag dan het onderwerp zijn van Het boek van vergeten woorden - zowel de totstandkoming ervan die vijfenzeventig jaar duurde als ook Dr. Murray zijn op die geschiedenis gebaseerd - Pip Williams heeft daaromheen een verhaal verzonnen met als hoofdpersoon het meisje Esme.


Haar vader werkt als lexicograaf voor Dr. Murray. De opvoeding van zijn dochter komt voor een groot deel op hem neer sinds haar moeder is gestorven. Zo komt het dat ze haar dagen al heel jong doorbrengt in het scriptorium, de skrippy, waar het werk voor het woordenboek gedaan wordt. Het is een schuur in de achtertuin van Dr. Murray, die in 1887 begonnen is met het verzamelen van de woorden. De woorden werden verzameld, op briefjes van een bepaalde maat geschreven met voorbeeldzin(nen) en bewerkt voor het woordenboek.


‘Is er een woord voor?’ vroeg ik.
‘Een woord?’
‘Voor waarom je niets zei. Ik zou het kunnen opzoeken.’
Toen glimlachte hij. ‘Diplomatie is het eerste wat in me opkomt. Compromis, sussen.’
‘Ik vind sussen leuk klinken.’
Samen zochten we de vakjes af.


Sussen
‘Deze toegeeflijkheid heeft tot doel om de woede te sussen van zijn meest razende vervolgers.
‘David Hume. De geschiedenis van Groot-Brittannië, 1754


Esme vindt het jammer als bepaalde briefjes niet gesorteerd worden in een van de honderden vakjes, en ze begint de weggegooide papiertjes te verzamelen.
Onder het bed van Lizzie staat een oude koffer, daar stopt Esme de briefjes in. Haar eerste woord is ‘broodslavin’ (in het Engels bondmaid: een vrouwelijk slaaf, of een vrouw die werkt zonder loon). Het woord werd in 1901 daadwerkelijk aangegeven als ontbrekend!


Maar er zijn best veel woorden die niet in aanmerking komen voor de OED ontdekt Esme. De zogenaamde vrouwenwoorden worden als vulgair beschouwd. Dus gaat ze juist die woorden zelf verzamelen: het boek van vergeten woorden.
Ze verzamelt woorden, die zelfs mannen doen blozen, door vaak naar de markt te gaan en haar oren open te houden. 
Via een van de aanleveraars van de woorden, een vrouw genaamd Edith (Ditte), komt Esme in aanraking met de vrouwenemancipatie en in 1914 breekt de eerste wereldoorlog uit, twee historische gebeurtenissen die als vanzelf een belangrijke rol spelen in het boek.
Ook Lizzie is een belangrijk personage, die, ook al heeft ze geen scholing gehad een slimme meid is. Zij is ‘de broodslavin’, het dienstmeisje in huis, die voor zover mogelijk de rol van moeder vervult voor noemt Esme, door haar liefdevol Essymay genoemd.
Het verhaal over het woordenboek loopt als het ware parallel met het opgroeien van Esme.
De loop van de geschiedenis bepaalt haar verdere leven.


Niet alleen heeft Pip Williams met dit boek op een interessante manier een stuk van de geschiedenis tot leven gebracht, het is ook het verhaal van een sterke vrouw, die de kant van de romantiek voor haar rekening neemt. Een geslaagde historische roman dus.
Pip Williams is geboren te Londen en groeide op in Sydney. Het boek van vergeten woorden is haar debuut.


ISBN 9789044359770 | Paperback | 464 pagina's | Uitgeverij House of Books | augustus 2020
Vertaald uit het Engels door Marjet Schumacher

© Marjo, 23 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wij tegen jullie
Fredrik Backman


Dit boek sluit aan op ‘Björnstad’. Het gaat voor een deel over dezelfde mensen, hoewel er ook nieuwe personen opduiken. Beide boeken kunnen afzonderlijk gelezen worden. De belangrijkste gebeurtenissen uit ‘Björnstad’ worden in boek wel weer genoemd, zodat de lezer iets weet over de achtergronden.


Maya, de dochter van Peter Anderson, de technisch directeur van de ijshockeyclub van Björnstad, is verkracht door Kevin, de sterspeler van het team, die in het rijke deel van het plaatsje woont. Hier ontstaat het nodige gedoe over, want Kevin ontkent en Maya wordt als hoer beschouwd. Amat, een getalenteerde ijshockeyer, die in het arme deel van de plaats woont en hoopt op een carrière als professional om op die manier z’n moeder, die als schoonmaakster werkt en die veel last heeft van haar rug, te ontlasten, is getuige en besluit dit uiteindelijk ook te melden. Dit wordt hem natuurlijk niet in dank afgenomen door de vrienden van Kevin, die hem in elkaar willen slaan. Als Benji, de beste vriend van Kevin, die ook in het arme deel van Björnstad woont, er niet tussen zou zijn gesprongen, zou Amat het een en ander misschien niet overleefd hebben. Het ijshockeyteam van Björnstad verliest z’n laatste wedstrijd van het team van de grote concurrent Hed, iets wat de vrienden van Kevin in het team wijten aan het feit dat Peter Andersson Kevin niet op heeft gesteld.


Zo is de situatie in het begin van het boek. De vrienden van Kevin zijn overgestapt naar de ijshockeyclub van Hed en het ijshockeyteam van Björnstad zit flink in de problemen. Er moet een nieuw team komen, maar wie zal het sponsoren?


In Björnstad is ook een populistisch politicus, met de naam Richard Theo, opgedoken, die helemaal zijn eigen plan trekt. De man lijkt de redding te zijn voor het ijshockeyteam en er komt een vrouwelijke coach.
Richard Theo blijkt al vrij snel een tamelijk onaangename figuur te zijn. Hij is een intrigant, die groepen mensen tegen elkaar uitspeelt. Zo zou de sponsor willen dat de statribune, waar de fanatieke aanhang van het team, jongens die als hooligans te boek staan en als De Groep bekend zijn, bij elkaar komt, afgebroken moeten worden. Peter Andersson, die het behoud van z’n baan aan De Groep te danken heeft, mag deze boodschap overbrengen.
Tegelijkertijd vertelt Richard Theo aan De Groep dat Peter Anderson hun tribune af wil laten breken. Daar komt dan nog bij dat de jongere broer van Teemu Rinnius, de leider van De Groep (die eigenlijk niet bestaat), de keeper van het ijshockeyteam moet worden. Vidar Rinnius, zit in een jeugdinstelling, wegens drugsbezit en geweldpleging, maar Richard Theo heeft er voor gezorgd dat hij vrij komt en dat hij zelfs een woning krijgt.


Kevin is verhuisd en z’n ouders zijn gescheiden en de ouders van Maya en Leo lijken ook uit elkaar te groeien. Ook tussen de vriendinnen Maya en Ana is alles niet meer helemaal zoals het geweest is voor de verkrachting. Ze zijn nog steeds elkaars vriendinnen, maar er lijkt toch iets beschadigd te zijn. Ana was er niet, toen Maya haar het hardst nodig had. Maya praat ook met niemand over haar problemen. Op school wordt ze gepest, omdat men vindt dat het ijshockeyteam van Björnstad door haar z’n beste spelers kwijt is geraakt.


Ook de vrienden van Amat, Zacharias en Lifa, zijn hun eigen weg gegaan. Lifa hangt rond met de bende van z’n broer en rijdt koeriersrondjes op de brommer met een rugzak waarvan Amat niet wil weten wat er in zit. Zacharias zit hele nachten te gamen en slaapt overdag. Amat probeert hem nog wel te verleiden om samen hard te gaan lopen, maar Zacharias probeert hem binnen te lokken om te gamen en warme broodjes te eten. Voor Amat leidt dit nergens toe en hij stopt maar met bellen en traint in z’n eentje.


Op een zekere avond besluit hij zich bij zijn leeftijdsgenoten aan te sluiten die op ‘de bult’, een heuvel aan de rand van het bos, zitten te chillen. Vanaf zijn balkon ziet hij ze barbecueën en blowen en als hij bij hen komt, krijg hij een sigaret en een biertje. Dan slaat iemand zo hard op z’n arm, dat hij z’n biertje en z’n sigaret laat vallen. Het blijkt Lifa te zijn, die hem bij z’n shirt pakt en hem zonder pardon van de bult afsmijt. Als de jongeren rond de barbecues stil zijn geworden, zegt Lifa, die z’n stem niet hoeft te verheffen: “Wie Amat nog maar één boeken biertje of sigaret geeft, hoeft hier nooit meer te komen barbecueën. Begrepen?”


Lifa en Zacharias geven Amat een preek, waarin ze hem duidelijk maken dat hij moet ijshockeyen, of er nu een team is in Björnstad of niet. De anderen kijken tegen hem op en als hij prof is geworden en kan vertellen dat hij uit de arme buurt komt, dan willen anderen ook worden zoals Amat en niet zoals Lifa. De jongens zullen met Amat rennen, zodat hij altijd een trainingsmaatje heeft. Later, als Amit professioneel ijshockey speelt, zullen sommigen aan een verslaving overleden zijn, anderen zitten in de gevangenis, of hebben hun leven verprutst, maar er zullen er ook zijn die een groot en trots leven hebben.


Het is weer een prachtig boek geworden, al is het misschien geen feel good verhaal. Er zit tragiek in en niet alles komt goed, maar het is een boek als het leven, met mooie momenten en momenten waarop je denkt dat het nooit meer goed kan komen. Ik ben een groot fan van de boeken van Fredrik Backman, maar wat mij betreft zijn de boeken over Björnstad de mooiste die hij geschreven heeft. Hij heeft een eigen stijl, waarin de auteur regelmatig zelf aan het woord is en vooruitblikt op dingen, die soms zelfs niet in het boek plaatsvinden. Zo leren we dat Amat prof-hockyer in de NHL wordt en dat Maya carrière maakt als muzikant. Het verhaal wordt weer in flarden verteld, waarbij er regelmatig andere figuren en gebeurtenissen opduiken. Zo wordt ook het stuk over Amat en Lifa onderbroken door een paar andere stukken. Ergens vind ik het jammer dat het verhaal over Björnstad met dit boek waarschijnlijk een einde heeft gekregen.


ISBN 978 90 214 0640 4 | Paperback | 441 pagina's | Uitgeverij Q | oktober 2018
Vertaald door Edith Sybesma

© Renate, 21 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De vreemde lus
essay
André Klukhuhn


Op de cover van dit boek staat: ‘Over bewustzijn en het verband tussen wetenschap, kunst, filosofie en mystiek.’ De argeloze lezer zal wellicht afhaken omdat hij denkt met een bombastisch werk te maken te hebben. Het tegendeel is echter waar. Klukhuhn is scheikundige, filosoof en schrijver. Hij werkte op de radio mee aan wetenschappelijke programma’s en dat betaalt zich in dit boek uit. Hij weet zijn stelling over het voetlicht te brengen in heldere simpele taal en het geheel is doorspekt met anekdotes. Dat deed hij in zijn Geschiedenis van het denken ook.


Vroeger - voor de Renaissance - was de mens een onaantastbare entiteit. De kroon op de schepping, want God: ‘Schiep de mens naar zijn evenbeeld.’ Daarna buitelde de mensbeelden en beelden van de mens over elkaar en raakte de mens zijn uniciteit kwijt, maar tegelijkertijd ook de zin van zijn bestaan. En het ergst van alles was, dat hij de zin van zijn daden niet meer kon duiden. Hij was stuurloos geworden. Een aantal filosofen probeerden in de twintigste eeuw de oude glans op te poetsen. Klukhuhn noemt: Kant, Russell, Rorty en Feyerabend. Klukhuhn beschrijft hun levens tegen de achtergrond van deze nieuwe zingeving.


Van Feyerabend horen we - heel verrassend - dat hij door kogels in de oorlog verlamd was, met krukken moest lopen en impotent was. Eigenlijk een wonder dat hij toch nog heel kwiek naar zingeving op zoek was. Dat de vier voornoemde filosofen hun werk nimmer voltooiden is logisch. De nieuwe vraag naar iets ingewikkelds als de zin van het leven, van ieders leven individueel, is niet eenvoudig.


Maar Klukhuhn doet meer hij stelt vragen aan ons: Kunnen wij computers van bewustzijn voorzien? Wat is de ziel? Is er zoiets als een beschermengel?
En in de lus, die door deze vragen samengesteld wordt, een M.C. Escherachtige figuur, gaat Klukhuhn ons voor. Hij haalt de mystiek van stal, maar als hulpmiddel en niet als een geloofskwestie. De tegenstelling geloof/ denken werpt hij gelukkig niet op. Een glashelder en vooral spannend boek.


ISBN 9789083048024| Hardcover | blz.270 | uitg. Koppernik | augustus 2020

© Karel Wasch, september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Lekker boekie
Zo wordt lezen [weer] leuk
Bas Steman


Vandaag zat ik samen met zes, later zeven, jongens, Adriaan van Dis, Alex Boogers en anderen aan de lange houten  tafel bij Bas Steman thuis. Twee jongens hadden gekookt - met een beetje hulp van Bas - de thee stond op tafel en we hadden het uitgebreid over boeken die we gelezen hadden.


Dit bovenstaande is niet waar, tenminste ik was er persoonlijk niet bij, maar het voelde wel zo.  Bas Steman heeft namelijk in zijn 'Lekker boekie' een fijne en aanvoelbare sfeer weten te creëren waardoor je bijna onderdeel werd van de mooie bijeenkomsten die de zes/zeven jongens een aantal jaren samen met Bas hadden.


Het begon allemaal met het eindexamen Nederlands van Bas' zoon Jip dat er aan zat te komen. Of nee, het begon eerder nog, met de film Dead Poets Society waarin Robin Williams zijn leerlingen de liefde voor literatuur bijbrengt. Een film die een keerpunt was in het leven van Bas Steman. Door die film wist hij dat hij wilde schrijven. Maar hij wist ook dat hij wilde dat jongeren datzelfde vuur zouden voelen wat hij voelde voor literatuur. Bas besluit daarom om zijn zoon en zijn vriendengroepje, allen vijftien jaar, voor te stellen een leesclub op te richten. Het lokkertje is dat ze dan zeker goed door hun mondelinge examen zullen rollen...


Ik geloof in jongeren en ik hoop dat ze geïnspireerde keuzes kunnen maken in het leven, opdat ze zelfbewuste, nadenkende, humoristische, weerbare mensen worden. Wat ik op zijn minst kan doen, is deze jongens in contact brengen met verhalen die mij zijn bijgebleven, die mij hebben gevormd. Misschien raakt het hen ook, misschien brengt het hen in contact met andere gedachten, andere werelden, maar laat het hun vooral ook zien dat er andere mensen zijn met die met dezelfde worstelingen leven als zij. Maar uiteindelijk moeten ze zelf ervaren en bepalen of lezen van boeken voor hen van waarde is. Het is aan hen.


Het lokkertje werkt, leesclub Nescio is een feit, en de vriendengroep verzamelt zich elke maand bij Bas en Jip. Aanvankelijk zitten ze een beetje onwennig bij elkaar maar als ze de foto's die ze mee moesten nemen op verschillende manieren gaan bekijken, dus verschillende perspectieven toepassen, beginnen de jongens er lol in te krijgen. En die lol blijft! Het eerste verhaal dat ze daarna lezen boeit, evenals de bespreking die volgt.
Vervolgens beginnen ze aan hun eerste roman naar aanleiding van een tip van Bert, die werkt bij de biologische buurtsuper.  Hij tipt Wij van Elvis Peeters, een boek dat Bas ook nog niet kent. Het gaat over een stel jongeren (wij) die uit verveling de meest bizarre - seksuele -  spelletjes doen met de rest van de wereld (zij). Dat boek slaat in als een bom. Het heeft diepe indruk gemaakt, het verhaal liet de jongens niet meer los, ze liepen er over na te denken en wisten niet dat een boek dat met je kon doen.


Aanvankelijk zouden ze twaalf boeken lezen, het aantal voor het examen, maar dat werden er veel meer. Bas had wel een lijn aangebracht, zodat de boeken naar elkaar verwezen. Maar daarnaast leidde sommige boeken haast als vanzelf naar een ander boek waarvan ze allemaal vonden dat ze dat ook moesten lezen. Dat kon achtergrondinformatie geven of een toevoeging zijn bij een ander boek. Bas heeft zelfs het geluk dat hij, als schrijver zijnde,  Adriaan van Dis ontmoet die gelijk enthousiast is als hij van 'Nescio' hoort en vervolgens een avond aanwezig is om over zijn boek Ik kom terug te praten. Ook de leraar Nederlands van Bas zelf komt enkele avonden over Multatuli praten.


De leesclub is voor de jongens dan allang niet meer 'de voorbereiding naar het examen' maar een club waarin ze zich leren verdiepen in andere levens en leefomstandigheden en dingen met andere ogen leren te bekijken. De vriendschappen zijn gegroeid van oppervlakkig naar vriendschappen voor het leven.
De boeken hebben hun leven enorm verrijkt. Ze zijn echte lezers geworden die onderscheid kunnen maken en zelfverzekerder in het leven staan.
En dat alles dankzij literatuur.


Bas Steman heeft de bijeenkomsten met boeiende en liefdevolle stem vertelt. Het is soms zelfs ontroerend om te lezen hoe mooi literatuur kan werken.
Na het examen is de leesclub blijven bestaan. Er is een podcast getiteld Lekker Boekie en de leesclub Nescio is ook te volgen op Facebook en Instagram.
Achterin het boek staan de gelezen boeken weergegeven evenals een interview met een bevlogen Bas Steman over leesclub Nescio.


Het zou mooi zijn als er meer van zulke bevlogen mensen als Bas Steman zich zouden inzetten om de toevoegende waarde van lezen aan jongeren door te geven.
Het is echt een koesterboek.


ISBN 9789046827819 | Paperback | 172 pagina's | NUR 323 | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | september 2020

© Dettie, 8 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Stranddagboek
Emily Henry


Als January zich komt vestigen in het strandhuis in een klein stadje, heeft ze maar één plan. Een boek schrijven. Ze moet wel, ze is blut en de uitgever zit haar achter haar vodden.
Eerder schreef ze succesvolle boeken, feelgoodromans, maar haar hoofd staat daar nu helemaal niet naar. Haar vader is overleden, ze is boos op haar moeder, en haar vriend heeft het uitgemaakt. Ze heeft alleen dit huis dat haar vader haar heeft nagelaten.


Bij zijn begrafenis ontdekte ze dat hij een andere vrouw had. En met haar was hij in dit huis. Ze wil alles opruimen en zo snel mogelijk verkopen. Maar dat boek moet er ook komen. En als je kwaad bent – en dat is ze – wil een feelgoodroman niet lukken.
Ook het feit dat er harde muziek uit het huis van de buren komt, helpt niet. De buurman zit op het terras, hij viert het feest niet eens mee en levert commentaar op het telefoongesprek dat January voert met haar vriendin.


Als ze een dag later door de plaatselijke boekwinkel struint, wordt ze voorgesteld aan een andere schrijver. De eigenaresse van de boekwinkel is supertrots: twee schrijvers in hun stadje! Maar January schrikt: ze kent die man! Het is die jongen op wie ze verliefd was toen ze nog op school zat, die jongen met wie ze in de lessen literatuur zat, en die haar vernietigend sprookjesprinses noemde. En het is erger dan dat: hij is de buurman, die ze liever uit de weg wilde blijven!
Als ze toch in gesprek komen blijkt dat hij in hetzelfde schuitje zit: ook hij slaagt er niet in een nieuw boek te schrijven.


‘Eigenlijk,’ begon Gus, ‘dacht ik dat we het op een akkoordje zouden kunnen gooien.’
’Wat voor soort akkoordje, Augustus?’ (-)
‘Jij schrijft deprimerende literatuur, kijk maar of dat iets voor je is en of je zo kunt zijn.’- ik sloeg mijn ogen ten hemel en griste het laatste stuk donut uit zijn hand terwijl Gus ongestoord verder sprak – ‘en ik schrijf een goed einde.’


De weddenschap is een feit: January zal een serieus boek schrijven zoals hij altijd schrijft (existentiële literatuur) en hij werpt zich op een romantisch boek met een goede afloop. Om het de ander te leren nemen ze elkaar mee op sjouw, naar plekken of activiteiten waar de ander zich voor geneert, line-dance bijvoorbeeld, of een verlaten kamp van een sekte.


Intussen lukt schrijven niet zo erg, beiden worstelen ze met een verleden dat eerst verwerkt moet worden. Daardoor is het niet het soort verhaal dat je zou verwachten bij het zien van de omslag en de titel. Zeker: af en toe zijn er scenes die het chicklitgenre dicht naderen, of zelfs enigszins er overheen, maar over het algemeen is het een psychologisch sterke roman, die wel wat meer van de lezer verwacht en waardoor het niet echt een strandboek is.
Het boek bestaat voor een groot deel uit de gesprekken die ze voeren, en die zijn meeslepend geschreven. De twee zijn aan elkaar gewaagd, de steken onder water worden plaagstootjes, en ze vertellen elkaar steeds meer.
Behalve dat de uitjes die ze voor elkaar bedenken ook voor de lezer verrassend zijn, krijgen we ook een inkijkje in het schrijverschap, voor aan de kant van January, omdat zij de ik-verteller is.
Bijzonder verhaal vol emoties.


De Amerikaanse schrijfster Emily Henry schreef eerder feelgoodromans voor Young Adults, die nog niet vertaald zijn. Dit is haar debuut voor volwassenen.


ISBN 9789044355802 | paperback | 336 pagina's | Uitgeverij House of Books | juli 2020
Vertaald uit het Engels door Ellis Post Uiterweer, Anna Post en Carla Hazewindus

© Marjo, 24 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het leven is een circus
Lex Paleaux


Als kind woonde Lex in een dorp in Friesland met zijn godvrezende moeder, zijn gedweeë vader en zijn grootouders waar hij dol op was. Nu woont hij met zijn hond en vriendin in Haarlem. In de columns wordt een parallel gelegd tussen verleden en heden, tussen het dorp en de stad, tussen het leven als kind en dat van een volwassene. Maar ook is er vaak een knipoog naar de toekomst, dromend over het kind dat op komst is.


Vrijwel ieder stukje begint in het verleden. Iets wat nu gebeurt roept een herinnering op, dat kan iets zijn dat op straat gebeurt, een gedachte aan wat nog moet komen, altijd staat het in relatie tot het verleden.
Wat er in het verleden gebeurde zijn de levenslessen die hem hielpen bij alles wat daarna kwam, en die de waarden vormen waarmee hij zijn kind op kan voeden. Het leven is niet alleen een circus, het is ook een cirkel. De cirkel van het leven.


In het titelverhaal neemt pake zijn kleinzoon mee naar het circus, hetgeen stiekem moet gebeuren. De ouders keuren een circus af. Maar natuurlijk is de jongen opgewonden: een circus! Dat is iets wonderbaarlijks, iets magisch. Toch?
Maar als zijn grootvader na afloop vraagt wat hij er van vond:


‘Ik vertelde dat de leeuw veel magerder leek dan op de foto, de rondrennende paarden volgens mij liever in een weiland zouden galopperen en dat de ezel zijn oren steeds plat naar achteren hield.
’Dat was geen blije ezel, toch pake?’


Het leven is een circus, het houdt je voor de gek waar je bij staat. ‘De truc is om tussen de poep en het zaagsel de zoete geur van suikerspinnen te blijven waarnemen.’


Het zien van een vetplantje bij een bloemist in Haarlem leidt tot een verhaal over een kwajongenstreek, toen hij plantjes wegpakte om zelf te verkopen. Of als de hond niet luistert en Lex vloekt op dezelfde manier als zijn oom Bobbie dat deed en komt Godfried Bomans er aan te pas. Het jongetje dat het te druk heeft om te oefenen met voetballen ontlokt hem een herinnering met een glimlach.
'Ik ben niet Lex....Ik ben Marco van Basten!' Werelddoelpunt of niet, Marco van Basten kreeg een pak slaag en moest zonder eten naar bed.' In zijn enthousiasme had hij een deuk getrapt in de garagedeur...


Meer dan zeventig ‘levenslessen’ bevat dit boek, je kunt ze ter harte nemen, maar je kan er ook simpelweg van genieten, want stilistisch gezien zijn de stukjes prachtig. Je voelt dat het leven de schrijver nu beter gezind is, al reiken de tentakels vanuit het verleden nog steeds tot in het dagelijks leven.
Soms ontlokt hij je een glimlach, soms word je tot ontroering toe geraakt. Het is niet vreemd als je boos wordt, maar net zo vaak heb je de neiging om het kind aan te moedigen: ‘goed zo jochie’.


Wie zijn debuut ‘Winterwater’ nog niet gelezen had, zal die omissie nu zeker ongedaan maken! Voor degenen die het boek wel kennen is er herkenning. De verteller is het joch op wiens spontaneïteit en onschuld met harde hand gereageerd wordt. En die weigert daar aan ten onder te gaan. De columns getuigen daarvan.
En dan is dit boek een mooi eerbetoon aan pake, aan de grootvader die zo wijs was en die er altijd was voor de jongen. En die node gemist wordt.


‘Het was een prachtige dag en mijn geheugen vond het belangrijk om deze foto van mijn herinnering in te lijsten.’
‘Mam, als ik niet met Ridder Melchior mag spelen, omdat ik hem alleen in mijn fantasie kan zien, waarom moeten we dan wel tot God bidden?’


Lex Paleaux (1977) is een Haarlemse auteur van Friese komaf. Zijn debuut Winterwater verscheen in maart 2020.


ISBN 9789493214071 | Paperback | 256 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | oktober 2020

© Marjo, 22 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De onbevlekte
Erwin Mortier


In het boek Marcel (1999) maakten we al kennis met het jongetje dat heel vaak bij zijn Bonma logeerde en daar geïntrigeerd raakte door het portret van de broer van zijn moeder, oom Marcel. Dat portret nam een prominente plaats in Bonma's kast maar ze vertelde nooit iets over haar zoon, die gesneuveld is in de oorlog. Dat maakte dat het jongetje nog nieuwsgierig werd naar die bijzondere oom. En dan neemt hij een frontbrief van oom Marcel mee naar school, op het briefpapier staat een grote roofvogel...


Marcel was het veelgeprezen debuut van Erwin Mortier, de taal, de sfeer, de stijl, het verhaal, alles klopte. Nu, eenentwintig jaar later, is De onbevlekte verschenen, het vervolg op Marcel. De verwachtingen zijn hooggespannen. Is het opnieuw zo'n klein juweeltje? Volgens de vele recensies die over De onbevlekte zijn verschenen is dat inderdaad het geval. Inderdaad de taal is wederom prachtig, Mortier weet in enkele zinnen een sfeer neer te zetten die je gelijk aanvoelt. Maar het verhaal zelf is door de gebruikte taal lastiger te volgen.


Het boek begint nogal raadselachtig met een droom van Andrea, de zus van Marcel. Zij droomt dat hij het huis binnenstapt en zegt 'Andrea, mijn zuster en mijn moeder.' Hij wil in bad en zij spoelt hem schoon en kneedt zijn schouders om de modder weg te vegen. 'Niet doen. Ik ben juist bezig geboren te worden,' is de geschrokken reactie van Marcel. Onder haar handen verpulvert Marcel langzaam en er blijft niets anders over dan zand op de bodem.

Aanvankelijk begrijp je hier niets van, totdat je beseft dat Andrea haar zoon ook Marcel heeft genoemd, naar haar overleden broer. Die zoon - het jongetje uit deel 1 - is inmiddels een veertiger die voor de laatste keer gaat proberen te achterhalen waarom hij naar zijn 'foute' oom is vernoemd is. Niemand is erg bereid om iets te vertellen. Maar toch is het gemis altijd aanwezig, dat gemis mag nauwelijks gevoeld worden want Marcel vocht aan de andere kant van de linie. Marcel sr. was toch ook een zoon en broer en zeer geliefd. Hij was de langverwachte zoon die nu eens niet stierf.

De constructie van het boek is bijzonder. Aanvankelijk lezen we het verhaal door de ogen van Andrea, de naam die ze van haar vader kreeg. Een naam die 'sterk als een vent betekent, haar moeder had haar liever Maria genoemd, de onbevlekte. 'Maar vader wenste een zoon...
Andrea vertelt over Marcel, haar geliefde, onstuimige broertje, waarvan veel door de vingers werd gezien. Ze vertelt over Bonma, haar moeder, die boerenwijsheden verkondigde.  Ze vertelt over de brief die Marcels dood vermeldde...


Ik moest hem begraven. Er moest een uitvaart komen.
De pastoor zei: 'Een gewone dienst. Geen vlaggen, geen vaandels in mijn kerk.'
Geen lichaam ook, dat lag ergens tussen de luie boeren in de Oekraïne te vergaan. Er stond een loze kist op de katafalk.


Later neemt Marcel jr. het verhaal over. Ook hij haalt herinneringen op en langzamerhand krijgt oom Marcel een plek. Langzamerhand komt het besef bij Marcel jr. naar boven dat zijn oom naast een SS soldaat ook een mens was, mèt een zus, en zij mist hem.


Dit gegeven thema  is mooi maar de manier waarop het geschreven is, vergt behoorlijk wat leesinspanning. Erwin Mortier is een kunstenaar in taal maar dat wordt af en toe te ver doorgevoerd. De zinnen die hij gebruikt zijn stilistisch fenomenaal, als kleine bonbonnetjes die je genietend proeft. Maar ze zijn zo fenomenaal dat ze het verhaal overschaduwen. Het verhaal verdrinkt af en toe in de de taal  waardoor je af en toe het spoor bijster bent. Dat is jammer. De mooie ingetogen stijl van zijn debuut had beter gehandhaafd kunnen blijven. 


ISBN 97894031600603 | Hardcover | 142 pagina's | Uitgeverij De Bezige Bij | april 2020

© Dettie, 21 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Jack de straathond
Ivy Pembroke


Christmas Street in Londen is zomaar een straat. Volgens Bill Hammersley, een oude man, die al lang in de straat woont, is het veranderd. Vroeger leefde iedereen hier samen, maar nu leeft men langs elkaar heen. De komst van Sam Bishop, die na de dood van z’n vrouw van de VS, samen met z’n zoontje Teddy, terug is verhuisd naar Londen brengt daar verandering in. Teddy is in de VS geboren en opgegroeid en moet heel erg wennen aan de nieuwe situatie.


In het eerste hoofdstuk zien we hoe Bill tegen Jack de straathond, die hem vaak gezelschap lijkt te houden, moppert over de nieuwe buren, die nota bene een plastic flamingo in de tuin hebben gezet. Bill houdt niet van veranderingen en begrijpt niet waarom mensen alles lijken te moeten veranderen en gaan verhuizen. Als hij ziet dat de nieuwe buurman aan het worstelen is met een verhuisdoos moppert hij dat de mensen tegenwoordig niets meer kunnen en hij zegt tegen Sam dat hij vanuit z’n knieën moet tillen. Op dat moment moest ik even denken aan ‘Een man die Ove heet’. Het boek heeft voor een deel dezelfde sfeer, maar toch wat minder diepgang.


Sam stelt zich voor aan de buurman, die een opmerking maakt over de plastic flamingo en Sam zegt dat die Bob heet. Bill denkt nu echt dat hij met een stel gekken te maken heeft. Jack laat zich wel door de buurman aaien, terwijl Bill moppert over het lawaai dat er gemaakt is tijdens de verbouwing van het huis. Het elektriciteitssysteem moest worden vervangen en er was ook vocht in de slaapkamers. Bill vindt het allemaal maar overdreven.


Teddy zit in de tuin en maakt kennis met Jack. Hij heeft het niet naar zijn zin. Het was niet zijn idee om naar Londen te verhuizen en zou liever weer in de VS willen zijn. Hij praat met de hond, die geen antwoord op z’n vragen heeft. Intussen maakt Sam een opmerking tegen Bob, de flamingo, die ook niets zegt.
Binnen zit Ellen, de zus van Sam chips te eten. Sam vertelt dat hij de buurman heeft ontmoet en dat deze Bob niet mag. Ellen verbaast zich er een beetje over dat de flamingo een naam heeft, maar maakt later wel een opmerking over verhuisdooscondooms. De flamingo is een herinnering aan Sara, de overleden vrouw van Sam en moeder van Teddy. Haar dood is de reden waarom Sam terug is gekeerd naar London.


In het huis naast dat van Sam en Terry gluurt Pari Basak naar Teddy en Jack. Haar moeder vraagt of ze meegaat naar haar oom, maar daar voelt Pari niets voor. Volgens haar moeder kan ze dan wachten tot haar oudere broer Sai terugkomt uit de bibliotheek. Sai is niet in de bibliotheek, maar bij z’n vriendin Emilia Pachuta, die 2 deuren verderop woont. Z’n moeder mag dat echter niet weten, want Sai wordt geacht de hele dag en elke dag te studeren in de bibliotheek, zodat hij naar een goede universiteit zou kunnen en een geweldige carrière kan hebben. Pari maakt zich druk over het feit dat Teddy met Jack in de tuin zit. Volgens Pari hoort Jack bij haar te zijn, hoewel het niet haar hond is. De hond hoort gewoon bij de straat.


Arthur Tyler-Moss is in de keuken bezig en ziet hoe Pari en Sai zich door de schutting wringen. Tegen z’n echtgenoot Max maakt hij een opmerking over het repareren van de schutting. Arthur is verzekeringsagent en Max is beeldend kunstenaar. Als we ze leren kennen ontdekken we dat ze een baby willen adopteren, maar dat dit steeds op het laatste moment niet doorgaat.


In het laatste huis op de rij woont Penelope Cheever, die als freelancer artikelen schrijft en ook een soort blog bijhoudt. Daarmee hebben we de hoofdfiguren in het boek wel zo’n beetje gehad.


Jack lijkt een beetje bij Bill te wonen, die hem eten geeft, hoewel hij bij de andere bewoners in de straat ook nog wel eens wat oppikt. Pari wil zich het liefst over Jack ontfermen, maar haar moeder wil geen hond. Ze wil ‘m dus eigenlijk bij Emilia onderbrengen, maar haar moeder wil ook geen hond in huis, omdat dat niet samengaat met de katten.


Teddy moppert tegen z’n vader dat Pari met Jack bezig is en Sam stelt voor dat hij dan kennis kan gaan maken met z’n buurmeisje. Daar voelt Terry niets voor en hij besluit de oude buurman te laten weten dat Pari pogingen wil doen om de hond te stelen. Hij zegt tegen z’n vader dat hij naar hiernaast gaat en Sam neemt dus aan dat hij naar Sari gaat. Teddy belt bij Bill aan, die hem niet bepaald vriendelijk verwelkomt. Toch laat hij Teddy binnen en die is later heel enthousiast over de houten beeldjes die Bill heeft gemaakt.


Om meer contact te krijgen met de buren en in de hoop dat Terry op die manier ook wat meer contacten krijgt, besluit Sam een barbecue te organiseren. En hoewel het een en ander niet loopt, zoals de bedoeling is ontstaat er toch meer saamhorigheid in de buurt, waar Jack ook nog een rol in speelt. Er ontstaat ook nog een romance tussen Sam en de onderwijzeres van Terry.


Het is echt een feel good boek geworden, gewoon om ontspannen te lezen, zonder dat je al te veel na moet denken.


ISBN 978 94 005 1205 4 | Paperback | 332 pagina’s | A.W. Bruna | mei 2020
vertaald door Anda Witsenburg

© Renate 1 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER