Nieuwe boekrecensies

In zee gaat niets verloren
L.H. Wiener


Het boek van Wiener begint met een belangrijk beeld. In 1948 is de jonge Wiener drie jaar en hij ligt op de buik van zijn vader, die op het water drijft van de zee en lacht.


'Het was aan het eind van de maand september in het jaar 1948, toen mijn vader een boot was - of eerder een eiland, een onbewoond eiland - waarop ik dreef.' 


Nadat Wiener zich afvraagt of hij deze ervaring nu prettig vond of niet, herinnert hij zich plotseling zijn moeder te hebben gezien aan de vloedlijn, die met haar vrije hand zwaaide en aan haar andere hand Wieners broertje had. Er is dus gelukkig een terugtocht mogelijk. Aan de andere kant ziet hij aan de gelaatsuitdrukking van zijn vader, dat de bolle man gelukkig is, dobberend op het water met hem, de kleine jongen, weerloos op zijn buik.

De titel van het verhaal is ontleend aan De Storm, The Tempest, van Shakespeare. In dit spel komt een luchtgeest voor, Ariël, die op haar beurt de tovenaar Prospero dient omdat hij haar wist te bevrijden uit de gevaarlijke strikken van een heks.


Ariël:

Vijf vaam diep ligt je vader in zee,
Maar in zee gaat niets verloren:
Zijn oog wordt een parel, zijn rib wordt koraal,
En schelpen worden zijn ooren.
Zoo wordt alles aan hem vermooid
En tot een ding van de zee voltooid.
Aanhoudend luiden de zeemeerminnen
Zijn doodsklok - Ding, dong - Hoor, ze beginnen -


(Full fathom five thy father lies;
Of his bones are coral made;
Those are pearls that were his eyes:
Nothing of him that doth fade,
But doth suffer a sea-change
Into something rich and strange.
Sea-nymphs hourly ring his knell:
Ding-dong.
Hark! now I hear them—Ding-dong, bell.)


Het beeld van het jongetje op de buik van zijn vader in het zilte water getuigt van de onzekerheid van het kind. Hij voelt dat zijn vader eigenlijk de levenskunstenaar is maar zijn moeder op de oever vertegenwoordigt de veiligheid. De veiligheid, die Wiener niet echt vindt thuis, wel de onzekerheid. De titel van het boek - ontleend aan het gezang van Ariël - zegt iets anders, namelijk dat alles wat verleden is - het lichaam van de vader in dit gezang - wanneer het opgediept wordt, mooier geworden kan zijn, dan ervoor. En wat Wiener als geen ander kan is juwelen opdiepen uit de schatkamers van het verleden.


Wiener gaat op zoek naar het verleden van zijn familie. De Holocaust liet ze voor een deel verdwijnen, dat wordt zonder overdreven dramatiek vastgesteld. Enige overlevenden zijn volgens de familieoverlevering oudtante Klara, de vader van Wiener en er is nog een geheimzinnige tante Louise van Gigch. Via het Stadsarchief van de Gemeente Amsterdam komt Wiener de fotocollectie van fotostudio Merkelbach op het spoor. Merkelbach, die van 1913-1969 gevestigd was in het Hirsch-gebouw aan het Leidseplein. En tot zijn verrassing ontdekt hij van tante Louise een foto. De foto staat op de voorkant van het boek. Hij heeft als jongetje van vijf, haar slechts eenmaal ontmoet. Maar hij past een Wieneriaanse truc toe - overigens deed Nabokov dat al voor hem - hij verzint een verhaal om haar levend te laten worden. Haar meer te laten stralen dan ze eigenlijk in werkelijkheid deed. Wiener schrijft over dit beginsel:


'Schrijvers heersen over de tijd en maken de tijd ondergeschikt aan hun leven. Schilders kunnen dat ook. En componisten. Vooral zij.'


Dat leidt tot een amoureuze ontmoeting met de betoverende Louise (tante Loes):


'Nu ja , het komt hierop neer dat eerst die gesp, of wat is het, die speld met die diamant erin, midden op haar borst, losgaat en met een beetje goede wil glijdt haar jurk dan vanzelf naar beneden. I will be a smooth operator. En haar haar moet los, ook dat doe ik zelf.'


Lolitapoes, de geliefde kat van Wiener, sterft in het verhaal en krijgt een zeemansgraf, maar uit een interview in Het Parool (26 mrt.jl.) blijkt, dat ze rustig thuis ligt te slapen en nog lang niet ontslapen is. Het maakt echter niet uit of de zoektocht van Wiener naar zijn familieverleden bestaat uit feit of fictie. De roman, want dat is dit verslag wel degelijk, wordt er alleen maar steeds boeiender door. Uit notariële akten, politieverslagen en foto's deduceert Wiener, als een ware Sherlock Holmes, bijvoorbeeld dat zijn grootvader een enorm familiekapitaal verkeerd belegde en failliet ging. Door de naderende Duitsers en zijn wanhopige financiële situatie pleegt hij zelfmoord op 15 mei 1940 met zijn vrouw en een oom van Wiener in de Cliostraat in Amsterdam.

'Mijn vader heeft zijn vader waarschijnlijk willen sparen, daarom heeft hij altijd gezwegen. Hopelijk is dit boek voor een lezer van literair belang, maar voor mijzelf is het ook van grote waarde. Mijn familiegeschiedenis is nu voor altijd geboekstaafd, ik voel mij completer als persoon, Mocht er nog meer komen, dan schrijf ik er nog een keer over, maar in principe kan ik het nu loslaten, ik weet genoeg.'

Wiener verwijt met lichte spot zijn vader er nimmer veel over te hebben losgelaten. Aan de andere kant mogen we getuige zijn van een hilarisch klungelig gesprek van Wiener, als vader, met zijn eigen dochter.


"Ik weet het zeker. Ik had vroeger ook zoiets. Ik was toen zestien. Het is niet helemaal hetzelfde, maar ik was toen ook een tijd bang voor mijn omgeving...'' Ik ben niet bang dat is het niet..."


Wieners vader gokte, nodigde zelfs mensen in de oorlog uit in zijn huis om te gokken en kon over grote sommen geld beschikken om op de zwarte markt spullen te kopen. Wiener gaat met zijn zeiljacht - Heeresma zou zeggen vessel - naar België om daar ook eens wat geld te vergokken. Hij is het geld kwijt, maar bekommert zich er niet om, zo lijkt het, bovendien, zo leert hij later van zijn broer, heeft hij een verkeerde manier van geld inzetten gepraktiseerd. Maar onderweg vindt hij een prachtige schelp op een zandbank, het wordt een kunstwerk in zijn bezit. Net zoals de mooie vulpennen, het geschepte papier en vele andere dingen, die Wiener verzamelt als een echte Oscar Wilde.
En het Koningwater (jenever en whisky) stroomt in bandjirs door het boek, maar niet hinderlijk. En er zijn een paar prachtige citaten uit de Engelse literatuur, die perfect in het mooie boek passen.


Het lukt maar weinig auteurs zichzelf bloot te geven zonder dat het uitmondt in vervelend gezeur. Wiener is een meesterlijke verteller, een chroniqueur van het verleden en het heden en hij heeft zelfspot. Bovendien wekt hij op een speelse manier ontroering op, zonder sentimentaliteit dus. Het wordt tijd dat we in plaats van de Grote Drie, maar eens over de Grote Vier gaan spreken: Hermans, Reve, Nooteboom én Wiener!


Lodewijk Willem Henri Wiener (1945) debuteerde in 1967 met Seizoenarbeid. Nestor werd bekroond met de Bordewijkprijs in 2002. En De verering van Quirinia T. werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs.
Wiener gaf 40 jaar les als docent Engels. Uitgeverij Atlas Contact, gaf dit jaar een pil van 1141 blz. uit met de verhalen van Wiener ter ere van zijn 70e verjaardag. Bovendien maakten vrienden nog een Liber Amicorum voor Wiener van maar liefst 357 blz. met foto's en herinneringen. (te verkrijgen via antiquariaat Hinderickxenwinderickx)


ISBN 9789025444761 Paperback  252 pagina's Uitgeverij Atlas Contact februari 2015

© Karel Wasch, 30 maart 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Zomer van de waarheid
Nele Löwenberg

De vijftienjarige Sheridan Grant denkt vaak aan haar ouders. Ze zijn tijdens een auto-ongeluk om het leven gekomen toen Sheridan nog maar een baby was. De welgestelde en invloedrijke familie Grant uit Nebraska was zo goed haar te adopteren. Sheridan is dol op haar adoptievader Vernon die haar op zijn beurt op handen draagt. Helaas keert Vernon de grote boerderij die de familie bestiert steeds vaker en langer de rug toe voor het uitvoeren van andere werkzaamheden. Sheridan laat hij achter bij zijn vrouw Rachel. Hij weet wel dat Rachel niet goed voor Sheridan zorgt maar hij is te slap van karakter om er wat aan te doen.

Rachel steekt haar haat voor Sheridan niet onder stoelen of banken. Ze verbiedt het meisje zoveel mogelijk pleziertjes en laat haar zwoegen op de boerderij. Rachel is achterbaks en haatdragend, net als haar jongste zoon Esra. Naast Esra hebben Rachel en Vernon nog drie oudere zoons die hun kleine zusje Sheridan altijd liefdevol behandelen. Toch kunnen ook zij niet voorkomen dat Sheridan zich steeds ongelukkiger gaat voelen. De spaarzame momenten dat haar adoptievader thuis is, wegen niet op tegen de mensonterende manier waarop Rachel haar behandelt.

Sheridan snakt naar liefde. Liefde zoals die beschreven wordt in de vele boeken die ze heeft verslonden. Liefde die de grond onder haar voeten zal laten beven. Die haar alle ellende zal laten vergeten. Ze heeft zich voorgenomen de boerderij te verlaten zodra ze achttien wordt. Het gezin waarin ze opgroeit, voelt niet als familie. Sheridan voelt zich een buitenbeentje. Haar grote liefde is muziek. Sheridan schrijft eigen nummers, zingt prachtig en kan ook nog eens pianospelen. Volgens de gelovige Rachel is muziek echter iets verderfelijks en ze doet er dan ook alles aan om Sheridans muzikale activiteiten zoveel mogelijk te dwarsbomen. Sheridan raakt meer en meer verbitterd.

Nu Sheridan bijna zestien is, is het overduidelijk dat ze een prachtige jonge vrouw is. Sheridan merkt dat mannen naar haar beginnen te kijken en dat doet haar goed. Ze maakt er een spel van om zoveel mogelijk ogen op haar gericht te krijgen. Ze wiegt met haar heupen en steekt haar borsten uitdagend naar voren. Het duurt niet lang voor Sheridan door een veel oudere seizoenarbeider ontmaagd wordt. Ze is teleurgesteld. De gelukzalige verliefdheid die vol vuur in de boeken werd beschreven, blijft uit. Ook wordt ze niet verslonden door een allesoverweldigende passie. Sheridan vermaakt zich prima met haar minnaar maar liefde voelt ze niet.

Sheridans zoektocht naar de ware liefde gaat verder. Keer op keer brengt ze het hoofd van jongens en volwassen mannen op hol. De jonge Sheridan begrijpt niet dat seks en liefde niet onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Seks zonder liefde is lust en dat is niet wat Sheridan zoekt. Ze zoekt iets wat dieper gaat dan dat. Ze zoekt een verbondenheid. De liefde en genegenheid die ze thuis al jaren ontbeert, probeert ze te vinden bij oudere mannen die haar liefde niet waard zijn. Sheridan heeft behoefte aan ouderlijke liefde en die liefde zal ze niet vinden bij de mannen die ze benadert. Ze haalt zich met haar gedrag grote problemen op de hals.

De succesvolle thrillerschrijfster Nele Neuhaus maakt met Zomer van de waarheid een uitstapje naar het romangenre. Om ervoor te zorgen dat haar lezers geen thriller met de personages Oliver van Bodenstein en Pia Kirchhoff verwachten, heeft ze dit boek onder haar meisjesnaam geschreven. In het nawoord schrijft ze dat haar liefde voor de Verenigde Staten is gewekt door een reis die ze jaren geleden met een vriendin maakte. Het verhaal over Sheridan spookte al jaren door haar hoofd.

Het verhaal in Zomer van de waarheid is heftig. Sheridan maakt afschuwelijke dingen mee en de mannen in het boek maken op schandalige wijze misbruik van haar. Ook gaat Sheridan op zoek naar de waarheid over haar biologische moeder. Wanneer ze erachter komt dat Vernon en Rachel tegen haar hebben gelogen, is ze vastbesloten de ware toedracht omtrent haar adoptie te achterhalen.

Het verhaal kent dezelfde soepelheid als de fantastische thrillers die Nele schrijft maar de inhoud vind ik niet altijd overtuigend genoeg. Werkelijk elke man laat zich door Sheridan verleiden en op een gegeven moment vond ik dat niet meer geloofwaardig. Toch heb ik me laten meeslepen door het verhaal en met name de geschiedenis van Sheridans biologische moeder is hartverscheurend. Het is goed dat Nele het verhaal dat al jaren door haar hoofd spookte, heeft opgeschreven en uitgewerkt maar nu is het de hoogste tijd voor een nieuwe thriller. Dát is waar deze formidabele schrijfster in uitblinkt.

ISBN 9789021457789 | paperback | 416 pagina's| Uitgeverij Q | maart 2015
Vertaald door Sander Hoving

© Annemarie, 25 maart 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=De muziek van de stilte
Patrick Rothfuss

Het voorwoord van dit boek begint met een vreemde zin: “Je kunt dit boek misschien beter niet kopen.” Schrijver Patrick Rothfuss maakt zich zorgen. Wie zijn boeken De naam van de wind en De angst van de wijze nog niet gelezen heeft, kan daar beter eerst mee beginnen. Zonder de informatie uit deze boeken kan de lezer wel eens verdwalen in De muziek van de stilte. Daarnaast waarschuwt de schrijver in het algemeen dat De muziek van de stilte een nogal vreemd verhaal is. Gelukkig is de auteur ook nog positief: “Als je van woorden en mysterie en geheimen houdt. Als je meer wilt weten over de verborgen krochten van mijn wereld… Ja, dan zou dit boek wel eens een uitstekende keus kunnen zijn.” Gelukkig, daar hou ik wel van!

De hoofdpersoon in het boek heet Auri. Ze is een personage uit de vorige boeken van Rothfuss. Ik heb deze boeken niet gelezen en ik heb ook geen informatie over de verhalen vergaard. Kan ik het verhaal volgen of zal ik inderdaad verdwalen? Auri komt op mij over als een feeëriek wezen. Ze woont op een plek waar verder niemand woont. Ze dwaalt door donkere, ondergrondse gangen en gaat slechts heel af en toe naar boven, naar het daglicht. Auri is druk. Ze heeft zichzelf de taak toebedeeld orde in de chaos te scheppen. Elke dag bij het ontwaken stelt Auri vast welke soort dag het is. Soms is het een roepdag, andere dagen zijn bijvoorbeeld zenddagen, maakdagen of repareerdagen. Zodra Auri weet welke dag het is, gaat ze aan de slag. Eerst was ze haar gezicht, handen en voeten, een ritueel dat ze tig keer per dag herhaalt.

Auri is alleen maar zij ervaart dat anders. Ze schrijft menselijke eigenschappen toe aan voorwerpen. Zo kan een deken ontevreden zijn en een deur verlegen. Het allerbelangrijkste is dat Auri de juiste voorwerpen op de juiste plekken weet te leggen. Ze bewaart de spullen die ze dagelijks nodig heeft op tal van verschillende plekken want als een voorwerp zich ergens niet goed voelt, kan ze het daar niet laten liggen.

Eens woonden er mensen in de vertrekken die Auri bezoekt. Veel ruimtes bevatten een schat aan prachtige spullen maar Auri kan ze niet zomaar meenemen. Voor elk voorwerp dat ze meeneemt, moet ze een ander voorwerp achterlaten. Een voorwerp dat zich blij en tevreden voelt op de nieuwe plek. Regelmatig moet Auri een prachtig laken of heerlijk voedsel achterlaten omdat ze geen enkel voorwerp heeft dat het kan vervangen. Soms raakt Auri gefrustreerd en moet ze moeite doen niet in woede uit te barsten. Als alles echter goed verloopt, voelt Auri zich opperbest. Ja, de dwangmatige Auri is dol op orde en overzicht.

Op de zevende dag zal Auri een gast ontvangen. Ze kijkt ernaar uit maar beseft ook dat ze een geschenk nodig heeft. Misschien zelfs wel meerdere cadeaus. Tijdens haar verkenningstochten stuit ze op tal van mogelijke geschenken. Maar passen ze wel bij haar gast? Bovendien kan Auri de voorwerpen niet zomaar meenemen. Ze moet er uiteraard eerst iets geschikts voor in de plaats leggen. Het leven van Auri is niet altijd makkelijk, behalve dan als alles ordelijk verloopt. Dan is Auri gelukkig.

Een groot, goudkleurig tandwiel vormt een tweede probleem. Auri weet niet wat ze met het prachtige, glanzende maar ook bokkige voorwerp aan moet. Ze sleept het tandwiel van hot naar her maar nergens is het gouden voorwerp tevreden. Auri raakt gefrustreerd. Hoe kan ze haar taak volbrengen als het tandwiel maar niet mee wil werken? Door het tandwiel is de rust, de vrede en de ordelijkheid ver te zoeken. Ze wast haar gezicht, handen en voeten nog maar een keer. Maar dan… is haar zeep verdwenen. Zal Auri’s wereld nu voorgoed instorten?

In het nawoord schrijft de auteur dat hij het verhaal van deze novelle tientallen keren heeft herschreven. Eigenlijk vond hij het een verhaal om voor zichzelf te bewaren maar tot zijn grote verbazing was zijn uitgever enthousiast. Tot mijn eigen verbazing ben ik blij dat dit boek zijn weg naar de boekenwinkels heeft gevonden. Ja, het is een vreemd verhaal maar mooi is het ook. Wie dit boek wil lezen moet fantasie hebben en buiten de realiteit durven denken. Wie dat kan en wil zal dit ongewone fantasieverhaal met plezier lezen.

ISBN 9789022572177 | hardcover | 174 pagina's| Boekerij | februari 2015
Vertaald door Sandra van de Ven | Met illustraties van Marc Simonetti

© Annemarie, 19 maart 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

alt14
Jean Echenoz


In deze kleine roman, die begint in de Vendée is Anthime de hoofpersoon. Hij werkt als boekhouder in een schoenenfabriek, waarvan Blanche de eigenaresse is. Zij heeft een relatie met de flamboyante onderdirecteur Charles, die de oudere en knappere broer van Anthime is, maar zich weinig aan zijn broer gelegen laat liggen. Anthime kijkt naar hem op, en is jaloers vanwege Blanche, maar als dan de oorlog uitbreekt – het is 1914 – zijn beiden gelijk. Ze worden opgeroepen.
‘Het maakt niet uit', zegt Charles, ‘het is een kwestie van hooguit veertien dagen.’
Het loopt anders, dat weten we.


Ook in het leger besteedt Charles nauwelijks aandacht aan zijn broer, hij laat het hem zelfs niet weten als hij door voorspraak van de fabriek de kans krijgt te switchen naar de minder gevaarlijk geachte luchtvaart. Die staat pas in de kinderschoenen. Anthime trekt op met zijn cafématen en laat zich in de hete augustuszon meevoeren, letterlijk: marcherend met een steeds voller wordende bepakking, en figuurlijk: hij staat er maar niet bij stil wat er allemaal gebeurt, hij kijkt de andere kant op.


‘Direct begonnen niet ver van Anthime een paar mannen te vallen, hij meende hier en daar bloed naar buiten te zien spuiten maar zette het krachtig uit zijn hoofd - wist niet eens zeker, had geen tijd om zeker te weten of het wel bloedstralen waren, en ook niet of hij die al eens eerder had gezien, op die manier en in die vorm althans.’


Maar de werkelijkheid moet wel tot hem doordringen, er is geen ontkomen aan. 


‘maar pas later, nadat het hem is uitgelegd, op het moment zelf begreep hij niets, zoals dat gaat.’


Waar in de eerste dagen de euforie nog groot is - onder begeleiding van een aantal muzikanten zullen ze het varkentje wel even wassen! – worden de omstandigheden steeds nijpender. Tot een granaatscherf zijn arm er af snijdt, en hij naar huis mag. Zijn maten zijn jaloers...


Thuis heeft Blanche een onwettig dochtertje gekregen, en zijn broer is er niet meer...
Het bekende verhaal wordt op een droge, ironische manier verteld, met veel feitelijke details, er komen geen emoties aan te pas. Het is zoals het is, er is geen ontkomen aan en dat proberen ze niet eens. Ook niet die ene maat die geëxecuteerd wordt omdat men hem verdenkt van desertie: hij liet zich verleiden door zingende vogels en wilde een ommetje maken.

Het verhaal van de gewone man.


ISBN  9789044534795 | Hardcover | 94 pagina's |Uitgeverij de Geus | januari 2015
Vertaald uit het Frans door Martin de Haan

© Marjo, 18 maart 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe zomer houd je ook niet tegen
Dimitri Verhulst


‘Te gek voor woorden’. Het thema van de tachtigste Boekenweek.
Je kan verwachten dat dit thema bij Dimitri Verhulst in goede handen is, en jawel: waanzin is het, als een oudere man besluit een mentaal gehandicapte jongen van vijftien mee te nemen op reis naar de Provence. Hij neemt de jongen, die de zoon is van zijn ex-geliefde, wel vaker mee voor een wandeling. En natuurlijk vertelt hij niet dat hij deze keer van plan is een flink eind verder te gaan.
Hij heeft ook verder geen voorbereidingen getroffen. Ja, een koelbox, met lekkernijen. Maar medicijnen? Incontinentiemateriaal? Niet aan gedacht.


Het is de dag dat de jongen, Sonny, zestien wordt – niet dat hij dat beseft – en het enige cadeau dat Pierre kan verzinnen is om hem eindelijk eens het verhaal te vertellen over de relatie tussen Sonny’s moeder en hem zelf. Pierre is vrijwel continu aan het woord. De jongen onderbreekt hem alleen door veranderingen in zijn vegetatieve toestand, waar Pierre toch niets aan kan doen, een sanitaire stop is niet nodig, al doet hij toch een poging als ze toch stil staan bij een benzinestation.
Reageren op het verhaal doet hij ook niet, hij is aanwezig, hij is degene tegen wie gesproken wordt, meer niet.


‘Lachen, de door de goden geboden troostprijs voor de meeste idioten, hoorde niet bij zijn lichaamstaal. Huilen ook niet.’


Daar boven op de berg, de plek waar dierbare herinneringen herleven voor Pierre, omdat hij er was met Sonny’s moeder, wordt het verhaal van een liefde verteld, in een typische Verhulst-stijl.
Met Vlaamse woorden, met eigen verzonnen woorden, met opmerkingen die recht voor zijn raap zijn, vaak een beetje ironisch, leest het verhaal als een trein. Genieten is het, hopelijk ook voor vele lezers voor wie dit kleine boekje de eerste kennismaking is.
Voor hen ligt er nog een oeuvre klaar om te ontdekken, en dat zonder de beperking van de 94 pagina’s die het boekenweekgeschenk, die ook voor Verhulst een beperking blijkt te zijn...


ISBN  9789491897337 |hardcover |94 pagina's |Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek | maart 2015

© Marjo, 17 maart 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het meisje dat poppen liet spreken
Pep Bras


Het hart van eilandarts en weduwe Catarina ging sneller kloppen toen ze het prachtige gezicht van Joan Bras aanschouwde.


“Wat is hij nog jong… Dat was het eerste wat bij haar opkwam. In tegenstelling tot die van Catarina moest zijn leeftijd dichter bij de twintig dan bij de dertig liggen. Alles aan hem straalde kracht uit: de brede stierennek, de gespierde armen en borst, zijn kolenschoppen van handen: werkmanshanden, grof en eeltig. Hij had een stoppelbaard die zijn gelaatstrekken nauwelijks bedekte. Zijn wenkbrauwen waren te borstelig, zijn ogen te klein, zijn neus te groot en te scheef, een boksersneus. Zijn oorschelpen liepen spits toe, zoals die van een jachthond. Zijn lippen die fors en vlezig waren, pasten gewoonweg niet in zijn gezicht. Dit was de vrouwenmond van een wellustige snol, gepropt onder de gok van een vechtersbaas.
En toch, zodra ze hem zag, bekeek Catarina hem ademloos.”


Joan Bras behoorde tot de opvarenden van de Príncipe de Barcelona, een imposante oceaanstomer die in 1909 voor de kust van het Braziliaanse eiland Ilhabela verging. Het gezicht dat Catarina ademloos bekeek, was dat van een dode. Althans… dat dacht ze. Joan werd, in tegenstelling tot de andere slachtoffers, op het kerkhof van het eiland begraven. Die nacht brak er een verschrikkelijk noodweer los en het water uit de bergen stroomde als een kolkende rivier over het eiland. Het water spoelde het zand dat de kist van Joan bedekte weg om vervolgens met de kist aan de haal te gaan. De woeste rit van de kist, die door niemand onopgemerkt was gebleven, eindigde bij het huis van Catarina. Toen Catarina samen met de
eilandinwoners naar de kist staarde, hoorden ze een verbijsterend geluid. Iemand bonkte op de kist. Catarina, die in werkelijkheid slechts de weduwe van een arts was, had Joan ten onrechte doodverklaard.

Het zal niemand verbazen dat Joan en Catarina uiteindelijk een liefdespaar vormden. Het stel was zo gelukkig als een verliefd stel maar kan zijn en hun liefde werd bekroond met een prachtige dochter. Sión was hun beider oogappeltje. In eerste instantie meden de eilandbewoners “zombie” Joan maar toen hij na verloop van tijd zijn diensten als timmerman aanbood, werd hij alsnog geaccepteerd. Waarom was Joan op het eiland gebleven? Had hij geen familie om naar terug te keren? De waarheid was eenvoudig en ontluisterend: Joan wist het simpelweg niet. Hij leed aan geheugenverlies.

Het verhaal van Joan en Catarina leek wel een sprookje maar in tegenstelling tot de meeste sprookjes, liep het niet goed af.
Catarina overleed toen Sión nog maar een kleuter was. Joan stortte in een raakte aan de drank. Sión raakte niet alleen haar moeder maar ook haar vader kwijt toen ze liefdevol in het huis van vrienden werd opgenomen. Joan ging zijn eigen weg en verliet het eiland. Na de nodige omzwervingen hertrouwde hij. Samen met zijn piepjonge vrouw Isabelle en haar vader Maurice keerde hij nog één keer terug naar het eiland Ilhabela. Vader en dochter vonden elkaar terug en Sión verhuisde met haar nieuwe familie naar Parijs waar haar liefde voor het poppenspel tot bloei zou komen. De kleine Sión was vastbesloten buikspreker te worden.

Dit wonderlijke verhaal is geïnspireerd op het levensverhaal van Joan Bras, de overgrootvader van auteur Pep Bras. Sión was zijn oma. In eerste instantie wilde Pep Bras, die jarenlang als journalist en scriptschrijver heeft gewerkt, een biografie over zijn oma schrijven maar uiteindelijk koos hij ervoor ook het verhaal van zijn overgrootvader te vertellen. Het werd geen biografie maar een roman waarin de auteur feiten aanvult met fantasie. Het resultaat is een wonderlijk verhaal. Een bizar sprookje.

Het meisje dat poppen liet spreken is een verhaal vol emotie en avontuur. Het contrast tussen het lieflijke eiland Ilhabela en de wereldstad Parijs is groot. Joan en Sión weten zich in beide werelden staande te houden maar of het lot hen gunstig gezind zal zijn, is nog maar de vraag. Deze sprankelende roman is vreemd, bijzonder, ontroerend en vermakelijk tegelijk. Pep Bras heeft zijn familiegeschiedenis op een openhartige en fantasievolle manier samengevat.


ISBN 9789048821860 | paperback | 336 pagina's| Meridiaan | februari 2015
Vertaald door Henk van den Heuvel

© Annemarie, 7 maart 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De man die haast had
Jan Vantoortelboom


Ieder hoofdstuk is een klein mooi verhaal op zich. Met prachtige woorden en zinnen, diep ontroerend. Een heel compleet verhaal in slechts 144 pagina's, waar je nog dagen over nadenkt. Dat is deze roman van Vantoortelboom.

De inhoud van het boek is op de achterkant als volgt samengevat:
Leon ziet als klein kind zijn oppas Elsie een val maken waardoor zij zwaar gehandicapt raakt. Hij bezoekt haar trouw elke zaterdag. Aanvankelijk omdat dat moet van zijn moeder, maar later omdat er tussen deze twee beschadigde en zwijgende mensen iets ontstaat: een verhouding van wederzijdse afhankelijkheid. Hij is de enige die zij toelaat, zij is de enige aan wie hij zich ooit emotioneel heeft kunnen binden.
Leon is misschien niet schuldig, maar hij voelt zich verantwoordelijk voor Elsies toestand. En dat verantwoordelijkheidsgevoel gaat ver, wellicht te ver.


Welke rol Elsie precies in het leven van de hoofdrolspeler inneemt wordt nog eens extra duidelijk als andere mensen het leven van Leon binnentreden. Bertrand een schoolvriend, die later ook Leons collega wordt en Liliane, een collega die Leons geliefde wordt en hem vraagt of ze bij hem mag komen wonen en een kind van hem wil.

De manier waarop Leon met hen omgaat en hoe hij hun leven aanschouwt, doet de lezer pas echt beseffen wat Elsie voor hem moet betekenen en waar hij met zijn eigen leven naar toe wil. Elsie is voortdurend aanwezig in zijn leven, terwijl ze eigenlijk afwezig is in zijn leven door haar handicap. Is dat wat Leon zo aantrekt in haar.
Zijn moeder, die sterft een week na de twaalfde verjaardag van Leon, was een hele aanwezige, maar in het leven van Leon juist afwezige vrouw. Elsie paste op hem elke zaterdagavond als zijn ouders naar de schouwburg gaan. Na Elsies ongeluk doet zijn vader dat en gaat zijn moeder alsnog naar de schouwburg. Zijn moeder gaat twee uur boodschappen doen, terwijl ze Leon Elsie laat bezoeken. Pas als zijn moeder gestorven is, praat hij tegen Elsie en nog weer later besprenkeld hij haar met parfum van zijn moeder.

Voor het schrijven van deze recensie herlees ik zinnen en soms korte hoofdstukken uit het boek. De alledaagsheid van het leven van de andere personen in het boek en het onalledaagse van het leven van Elsie en Leon die daarmee door het lot verbonden is. Het is prachtig hoe de schrijver ons dat laat voelen en de beklemming die dit met zich brengt. Daarmee is De man die haast had voor mij een klein groot boek.

Jan Vantoortelboom (1975) woont en werkt in Zeeuws-Vlaanderen.
In 2011 debuteerde hij met de bekroonde roman De verzonken jongen, dat werd bekroond met De Bronzen Uil 2011, de Prijs Letterkunde West-Vlaanderen 2012, en ook haalde het de shortlist voor de Zeeuwse Boekenprijs 2011. Zijn tweede roman, Meester Mitraillette, verscheen in februari 2014 bij uitgeverij Atlas Contact. Meester Mitraillette werd door het boekenpanel van De Wereld Draait Door uitgeroepen tot Boek van de Maand. Het boek stond vervolgens wekenlang in de top van de bestsellerlijsten.

http://www.janvantoortelboom.nl

ISBN 9789025444075 | paperback | 144 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | februari 2015

© Ria, 27 februari 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Hotel Arcadia
Sunny Singh

Het contrast tussen het luxe Hotel Arcadia en het oorlogsgebied dat ze nog maar kort geleden verlaten heeft, is groot. Bizar groot. Sam heeft de weelde van het hotel nodig om het vuil en de gruwelen van de oorlog achter te laten. Het vormt een soort ontsmettende sluis tussen de oorlog en haar leven thuis. Sam is oorlogsfotografe. Haar specialisme is de dood. Sam is beroemd geworden door haar foto’s van dode mensen. Oorlogsslachtoffers. Sam vat de gruwelen van oorlog na oorlog samen in afbeeldingen van ontzielde lichamen die meer vertellen dan woorden ooit kunnen doen.

Dit keer laat de oorlog haar niet los. In het luxueuze hotel echoën de kogelregens na. Het duurt even voor Sam beseft dat ze niet naar een echo maar naar de werkelijkheid luistert. Er wordt geschoten in het hotel. Een telefoontje van hotelmanager Abhi Sikarwal onthult wat er aan de hand is. Het hotel is door terroristen bestormd. Abhi drukt Sam op het hart om in haar kamer te blijven en de deur gesloten te houden. Ze mag niet opendoen. Wat er ook gebeurt, ze mag niet opendoen.

Terwijl de hotelkamer van Sam in een schuilplaats en gevangenis tegelijk transformeert, verschanst Abhi zich bij de monitoren die het hotel in beeld brengen. Abhi onderhoudt contact met de politie terwijl hij de terroristen via de camera’s volgt. Overal liggen lichamen. De hotelgasten die de deur toch hebben geopend, zijn stuk voor stuk neergeschoten. Afgeknald. Abhi probeert de nog in leven zijnde gasten telefonisch gerust te stellen. Abhi is bang. Hij is bang dat Dieter dood is. Dieter zat op hem te wachten in de exclusieve hotelbar.

Abhi en Sam hebben beide een lange weg bewandeld om juist op dat moment in Hotel Arcadia te belanden. Voor Abhi was een toekomst in het leger uitgedacht. Hij zou in de voetsporen van zijn vader en oudere broer treden maar Abhi was anders. Abhi taalde niet naar een carrière in het leger. Hij taalde ook niet naar meisjes. Abhi koos ervoor een andere richting aan zijn leven te geven en verloor daardoor zijn familie.

Sam heeft PTSS, een logisch gevolg van alles wat ze door de lens van haar fotocamera heeft aanschouwd. Sommige gebeurtenissen hebben haar in het bijzonder geraakt. Zo fotografeert Sam nooit kinderen. Dat kan ze niet meer. Fotograferen is verslavend voor Sam. De kick van de angst is onmisbaar geworden. Het heeft haar veel gekost. Haar grote liefde is met een ander getrouwd en haar foto’s boezemen haar ouders afschuw in. Sam is wereldberoemd maar eenzaam. Haar enige gezelschap zijn de nachtmerries die onverbiddelijk terugkeren. Nacht na nacht.

Sam doet wat ze altijd doet. Ze wordt gegrepen door de angst die haar dwingt op pad te gaan. Met haar camera in de aanslag, sluipt ze door de gangen van het hotel. Voetje voor voetje. Sam verkent en Sam fotografeert. Het hotel is tot oorlogsgebied verworden. Abhi slaat haar gade. De camera’s in de hotelgangen registreren elke aarzelende stap van Sam. Keer op keer plant Sam een nieuwe missie. Ze kan niet anders, het is haar lot. Ze maakt zichzelf wijs dat ze alles onder controle heeft maar dan stuit ze in een hotelkamer op een onverwacht probleem. De stoere Sam raakt volledig uit balans.

Auteur en journaliste Sunny Singh heeft met Hotel Arcadia een ontluisterend goed boek op haar naam gezet. Al vanaf de eerste bladzijde was ik volledig in de ban van het verhaal. Zowel Sam als Abhi zijn sterk door hun kwetsbaarheid. Onverschrokken door hun strijd te mogen zijn wie ze zijn. Toch gaat onder hun stoere pantsers een teerheid schuil en juist die gevoeligheid maakt het verhaal zo aangrijpend. Ze weten allebei dat ze het hotel misschien nooit meer zullen verlaten. De terroristen zullen niemand sparen. Er zijn bovendien explosieven aangebracht. De politie is in grote getale aanwezig. Zal de reddingsmissie slagen?  Sam en Abhi groeien door hun telefoongesprekken naar elkaar toe. Geven zich schoorvoetend bloot om na een onthulling geschrokken weer in hun schulp te kruipen. Ze denken aan vroeger maar niet aan de toekomst.

De actualiteit van het verhaal maakte de beklemmende sfeer haast ondraaglijk. Hotel Arcadia is een messcherp en ijzersterk geschreven boek. Als lezer kon ik alleen maar vurig hopen dat het goed af zou lopen voor Abhi en Sam.

ISBN 9789048821532 | paperback met flappen | 256 pagina's| Meridiaan | maart 2015
Vertaald door Martinette Susijn

© Annemarie, 27 maart 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Jills talisman
Dieter Ryckewaert


Het is oorlog in de wereld. De Hellestrijders, soldaten afkomstig van het eiland Cerynea, vallen Latana aan, op zoek naar natuurlijke bronnen waaruit ze zuurkristallen kunnen halen. In Lantana zijn die er nog. De Cerynezen zijn wreed, ze doden iedereen, vernietigen alles waar ze niets mee kunnen.
In een stad in de dictatuur Lantana woont Jill, met haar ouders en broer. Zij worden betrokken bij de strijd, maar als haar ouders zien dat er geen enkele hoop meer is, dringen ze er op aan dat Jill de boot pakt, en vlucht. Zeer tegen haar zin gehoorzaamt ze, maar als ze alle verwoesting om haar heen ziet, denkt ze dat ze beter een einde kan maken aan haar leven. Wat heeft het nog voor zin? In de dictatuur wilde ze ook al niet leven toen alles goed ging, en nu, met de Hellestrijders overal?


Onderweg ziet ze een neergestorte capsule. Of het verstandig is of niet, Jill was in opleiding tot arts en misschien is er iemand in nood. Ze moet de capsule wel openen, en ontdekt een jonge man. Het is Sam, een strijder uit de Verenigde Waaklanden. Zij is opgelucht: als hun bondgenoten te hulp komen, kunnen ze misschien het land redden. Sam geeft haar als dank de hanger die hij zelf om had: haar talisman.
Het land redden blijkt echter niet zo eenvoudig, de nietsontziende Hellestrijders gaan flink tekeer, en ze kunnen eigenlijk niets anders doen dan maken dat ze het land uitkomen. Of misschien slagen ze er in Sams eenheid te vinden. Onderweg wachten hen de nodige problemen: ze redden een aantal Lataners maar die vertrouwen op de Grote Ziener en willen, op een paar na, niet met Jill en Sam mee. Jill vindt het waanzin, ze vindt de Zienersfamilie en die Grote Ziener machtswellustelingen, maar kan er niets aan doen: ze moeten verder: Sam is gebeten door de groene gifspin en zal sterven als ze niet snel het tegengif vinden...en de Cerynezen hebben nog een verrassing in petto.


Een avontuur vol actie. Er wordt gevochten en gemoord, en het tegenwicht dat de ontluikende liefde tussen Jill en Sam biedt is niet groot, al doen ze hun best.
'Fantasy', zegt de definitie, 'is een genre van fictieve verhalen, verzonnen wezens en imaginaire werelden. Bovendien spelen magie en andere bovennatuurlijke elementen veelal een belangrijke rol. Vaak lijken fantasy-verhalen zich af te spelen in een onbestemd en mythisch verleden, waarin magie en tovenarij alledaags lijken.'


Dit verhaal speelt in een fictieve wereld, en er zijn futuristische elementen. Maar is dit genoeg om het boek binnen het fantasygenre te categorizeren? Volgens de schrijver en de uitgever wel, dus dat doen we dan maar.

Dit is het debuut van Dieter Ryckewaert (1984, Poperinge).


ISBN 9789490767761 |hardcover |238 pagina's |Uitgeverij Zilverbron| september 2014

© Marjo, 25 maart 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wanneer de mieren schreeuwen
Alex Boogers


In deze novelle vertelt taxichauffeur Gabriel het verhaal over z'n neefje Socrates, een talentvol voetballertje, dat bij het sneeuwballen gooien wordt doodgeschoten. Het verhaal is gebaseerd op de tragische dood van de Rotterdamse jongen Sedar Soares. Het verhaal wordt verteld als een soort raamvertelling.


Aan het begin van het boek zit de schrijver bij Gabriel in de taxi. Hij is op weg naar de universiteit om een lezing te geven en Gabriel vertelt het verhaal over z'n neefje. Op de universiteit besluit de schrijver niet de lezing te geven die hij had voorbereid, maar in plaats daarvan vertelt hij het verhaal over het korte leven van Socrates, een Kaapverdiaanse jongen, die een talentvol voetballer was.
Hij woont met z'n moeder, z'n zus en z'n broertje in Rotterdam. Z'n vader heeft de jongen nooit gekend en Gabriel fungeert misschien een beetje als een vaderfiguur.


In het begin van het verhaal gaat het over Gabriel, die inmiddels getrouwd is met Rina en een zoontje heeft dat Socrates heet, naar z'n overleden neef. Dit maakt het even verwarrend, maar als je eenmaal in het verhaal zit, valt het wel mee. Het is een ontroerend verhaal over een jongen met talent. Aan het eind van het boek zijn we weer terug in de collegezaal, waar de schrijver z'n verhaal afrondt.


ISBN 9789057595981 Paperback 135 pagina's Uitgeverij Podium november 2013

© Renate, 18 maart 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een enkeltje Venus
Milou van der Will


Het boek vertelt het verhaal over Julia, een transseksueel die eerst als Julius door het leven ging.
Na de proloog, waarin we zien dat Julius op school gepest wordt, belanden we in het ziekenhuis, waar Julia wacht op de operatie, waardoor ze eindelijk echt als vrouw door het leven kan gaan. Julia praat op haar kamer met Steffie, een persoon die alleen in het hoofd van Julia lijkt te bestaan.
Het is misschien een vreemde manier om een verhaal te vertellen, maar het werkt wel. Het brengt in ieder geval een zekere lijn aan in de fragmenten uit het leven van Julius. Je krijgt een goed beeld van wat het betekent om in het verkeerde lichaam geboren te zijn. Het verhaal springt soms wat heen en weer door de tijd, maar door de structuur van het boek, waarin Julia met Steffie praat, komt het allemaal toch wel natuurlijk over.


Ondanks het feit dat ik goed mee kan voelen met Julia, wekt ze ook wel eens wat irritaties bij me op. Julius praat op een gegeven moment met de pastoor over zijn gevoelens en die raadt hem aan om met een deskundige te praten, maar dat doet Julius niet. Hij kiest voor z'n liefde voor Valerie en vertrekt naar Amsterdam, waar hij na z'n studie als vormgever op de redactie van een tijdschrift terecht komt.


Hier ontmoet hij Nina, die lijkt te zien dat er iets met Julius aan de hand is. Ze krijgt een merkwaardige rol in het verhaal en lijkt al het initiatief naar zich toe te trekken, terwijl Julius zelf heel erg passief blijft, misschien naar mijn mening iets te passief. Nina komt op het idee om met Julia een weekend naar Parijs te gaan en dat gebeurt dan ook. Na een eerste zelfmoordpoging zoekt Julius nog steeds geen hulp en het lijkt er op dat die hulp ook niet aangeboden wordt, hetgeen me een beetje bevreemd. Als Nina ingrijpt op het moment dat Julius voor een trein wil springen, maakt zij een afspraak met een psychologe. Er wordt niets overlegd, het gebeurt gewoon en dat vind ik toch iets minder sterk. Het had in mijn ogen beter geweest als het een en ander meer in overleg zou zijn gebeurd, waarbij ze wel aan zou mogen dringen, zonder echt alle initiatief naar zich toe te trekken. Wat ik weer goed vind is de beschrijving van de ruzie tussen Nina en Julia voor Julia naar het ziekenhuis moet.


Het is in ieder geval een boek dat duidelijk maakt wat het betekent om transseksueel te zijn. Misschien maakt het ook duidelijk dat het misschien verstandig is om met dit soort gevoelens eerder hulp te zoeken, omdat ze je toch zullen blijven achtervolgen en uitstel alleen maar voor meer problemen kan zorgen. Het is een goed boek voor iedereen die iets meer wil weten over het onderwerp, zonder direct in wetenschappelijke verhandelingen te duiken, of autobiografieën van andere transseksuelen te lezen.


ISBN 9789023476955 Paperback 304 pagina's Cargo mei 2013

© Renate, 17 maart 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ludmila's gebroken Engels
DBC Pierre


Flaptekst:
Op een dinsdag, in een door terreur geplaagd Londen, wordt de volwassen Siamese tweeling Blair en Bunny Heath succesvol van elkaar gescheiden.
Ondertussen, in een door oorlog geteisterd deel van de Kaukasus vermoordt Ludmila Ivanova haar grootvader.
Een paar maanden later maken Ludmila, Blair en Bunny kennis met elkaar - een ongelooflijke ontmoeting tussen Oost en West.


Eigenlijk klopt de flaptekst niet helemaal. De Siamese tweeling Blair Albert en Gordon-Marie (Bunny) Heath worden in mei, als ze 33 zijn, van elkaar gescheiden. Dit gebeurt, omdat men Bunny ziet als de zwakste helft, die parasiteert op z'n broer en er dus beter een leven gered kan worden, dan dat ze beide ten onder gaan. Gordon wordt Bunny genoemd, omdat hij bovenmaatse oren en vooruitstekende tanden heeft. Ze verblijven in het Albion House-instituut op het noordelijke platteland en in december worden ze voor 4 weken op verlof naar Londen gestuurd.

Na deze proloog verplaatst het verhaal zich naar de Kaukasus, waar Ludmila van plan is om samen met haar geliefde, die soldaat is, naar het Westen te vluchten. Dat loopt iets anders dan verwacht, want als grootvader haar probeert te verkrachten, ziet zij kans om hem te doden. Daarmee beginnen de moeilijkheden, omdat de familie vooral afhankelijk is van grootvaders pensioen.

Vervolgens gaat het verhaal naar Londen, waar Blair en Bunny proberen te overleven. Blair probeert een nieuw bestaan op te bouwen, terwijl Bunny eigenlijk vooral wacht tot hij weer terug kan naar het Albion House-instituut. Het verhaal slingert heen en weer tussen de Kaukasus en Londen en uiteindelijk komen Blair en Bunny in de Kaukasus terecht, waar ze Ludmila ontmoeten.

Het verhaal schetst een tamelijk dystopisch toekomstbeeld. Verwacht geen vliegende auto's of andere wonderen van techniek. De toekomst die geschetst wordt is er vooral onaangenaam. Eerder las ik van deze schrijver Vernon God Little, waarmee hij de Man Booker Prize heeft gewonnen. Dat boek vond ik wel goed, maar dit verhaal kan me toch wat minder boeien.


ISBN: 9789057590573 Paperback 333 pagina's Uitgeverij Podium 2011

Renate, 9 maart 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De belofte
Nadine Ahr


De schrijfster van dit aangrijpende verhaal is de kleindochter van de persoon over wie het gaat. Hoewel: eigenlijk is er geen familieband. Edwin komt uit Thuringen, en is noodgedwongen soldaat geweest in de Tweede Wereldoorlog. Als een van de gelukkigen kon hij huiswaarts keren, maar omdat Thuringen bezet werd door de Russen, besloot hij naar Hamburg te gaan, waar een oom van hem woonde. In het Thuringse dorpje Katshütte wonen zijn ouders nog, en hij heeft er een verloofde. Het zal even duren voor hij hen terug ziet. Zijn bezoek heeft dan geen prettige achtergrond: hij is namelijk in Hamburg verliefd geworden. Op Ria, de dochter van zijn vaders halfbroer.

Het was in die tijd ongehoord om een trouwbelofte te verbreken, dus trouwde Edwin met Irmgard. Een liefdeloos huwelijk, zoals ook Ria er een aangaat. Haar man, Friedel, slaat haar, maar ze heeft inmiddels twee zonen en ook daar speelt de tijdsgeest een rol: ze zit haar huwelijk uit tot Friedel sterft. Nadine Ahr, de schrijfster, is haar kleindochter.

Als zowel Edwin als Ria weer alleen zijn, ontmoeten ze elkaar en doen een belofte: ze zullen voor altijd bij elkaar blijven! Zo wordt Edwin de opa op wie Nadine zo dol is.
Maar de belofte kunnen ze niet gestand doen: Ria wordt dement en in haar wanen ziet ze Edwin aan voor Friedel. Ze is bang, ze schreeuwt het uit als ze hem ziet. Edwin kan het niet meer volhouden en moet haar in een verzorgingshuis achterlaten, waar hij haar zelfs na verloop van tijd niet meer kan bezoeken.
Nadine bezoekt hen beiden, en vraagt haar opa toestemming het verhaal op te tekenen. Zoals ze nu gedaan heeft in een geromantiseerde vorm.

De Duitse Nadine Ahr (1982) is journaliste voor Die Zeit.


ISBN 9789021456218 | Paperback | 240 pagina's |Uitgeverij Querido| januari 2015

© Marjo, 1 maart 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER