Nieuwe boekrecensies

height=Ik vind het best
Per Petterson

Audun is dertien jaar op het moment dat hij, ergens in 1965, toetreedt tot de zevende klas van de Veitvetschool. Hij is doorweekt, te laat en drager van een zonnebril die zijn blik, en daarmee ook zijn ziel, aan het zicht van de buitenwereld onttrekt. Audun maakt een nieuwe start en is niet bereid informatie over zijn vorige leven met zijn nieuwe omgeving te delen. Vanaf het allereerste moment op de Veitvetschool is Audun een buitenbeentje. Wel sluit hij vriendschap met een jongen die zich tijdelijk met behulp van krukken moet verplaatsen. Vijf jaar later is Arvid nog altijd zijn beste vriend.

Tegen de tijd dat Audun achttien jaar oud is, is hij een plichtsgetrouwe leerling aan het gymnasium. Ook zijn krantenwijk neemt hij bijzonder serieus en hij is trots op het geld dat hij daarmee verdient. In het laatste huis waar hij de krant moet bezorgen wonen meneer en mevrouw Karlsen. Mevrouw Karlsen bezorgt hem een ongemakkelijk gevoel. Soms lijkt het wel alsof ze zich tot Audun aangetrokken voelt. Op een dag geeft ze hem een envelop met honderd kronen. Voor zijn verjaardag nog, beweert ze terwijl ze over Auduns wang strijkt. Audun maakt dat hij wegkomt. Zodra hij uit het zicht van de opdringerige mevrouw Karlsen is verdwenen, trakteert hij zichzelf op een sigaret. De spanning vloeit langzaam uit Audun weg maar dan ineens staat hij daar. Even bestaat de wereld alleen uit hem en de man. De man die hij al vijf jaar niet heeft gezien. De man die hij nooit meer wilde zien. En nu staat hij daar, slechts dertig meter van Audun vandaan.

“GEEN STAP VERDER!”, roep ik. “WAT MOET JE HIER? ROT OP!” Ik bal mijn vuisten en breng ze omhoog en ik voel in mijn hele lijf dat ik sterker ben dan hij. Hij blijft staan, zet zijn handen in zijn zij en houdt zijn hoofd scheef, een pose die ik zo goed ken, die me altijd onzeker maakt, en die ook zo is bedoeld. Ik blijf met mijn vuisten omhoog staan en misschien wordt ook hij onzeker, want hij draait zich om en loopt omhoog richting de hoofdweg en ik blijf staan tot ik zeker weet dat hij echt weggaat en pas dan durf ik me naar de rijtjeshuizen beneden te haasten. Al na een paar stappen hoor ik de bekende lach, mijn rug verstijft en ik kan me niet meer beheersen en zet het op een lopen.

De man die zomaar ineens het pad van Audun kruiste, is zijn vader. Zijn vader die dronk en agressief was. De man waardoor Audun in een buitenbeentje transformeerde. De man die hoort bij het leven voor de Veitvetschool. Het leven waar Audun niet over praat. De korte ontmoeting maakt veel bij hem los. Audun denkt veel aan vroeger. Hij denkt aan zijn zus die niet meer thuis woont en aan zijn twee jaar jongere broertje die maar vijftien mocht worden. Een jaar geleden raakte Egil met een geleende auto te water en overleefde het avontuur niet. Audun mist Egil. Zijn broertje was te zachtaardig. Te naïef voor de harde wereld waarin ze leefden. 

Van buiten is Audun na de ontmoeting met zijn vader nog altijd dezelfde jongen. Van binnen woedt een tweestrijd. Wat wil hij eigenlijk met zijn leven? Waarom gaat hij nog naar school? Heeft het leven hem misschien meer te bieden als hij gaat werken? Audun denkt steeds vaker aan vroeger. Herinneringen dringen zich aan hem op maar Audun bezoekt ook mensen uit het verleden en blaast oude contacten nieuw leven in. Het verleden is niet langer een afgesloten periode, het vermengt zich met het heden en de onverstoorbare Audun uit het heden laat de twijfels uit het verleden in zijn leven toe. Ik vind het best ontpopt zich tot een melancholisch coming of age verhaal. Een mooi, puur verhaal.

Eerder dit jaar gooide auteur Per Petterson hoge ogen met zijn boek Twee wegen. In Twee wegen veroorzaakte een kortstondige ontmoeting tussen twee oude vrienden een schokgolf in het leven van de beide mannen. Ook in Ik vind het best wordt het verhaal geleid door een toevallige ontmoeting. Ook in dit boek neemt de vriendschap tussen twee jonge jongens een grote rol in het verhaal in. Een andere overeenkomst is het feit dat de ouders van de hoofdpersonen in beide boeken niet doorsnee zijn.

Per Petterson weet dat een verhaal pas echt groots is als het klein gehouden wordt. In Ik vind het best geeft de auteur niet het hele verhaal prijs. Het is aan de lezer om de bewust gecreëerde hiaten in te vullen. Ik vind het best is een verhaal om over te mijmeren, te filosoferen. De eenvoud van het verhaal herbergt een diepgang die ervoor zorgdraagt dat de lezer zich voorlopig niet van het verhaal kan ontdoen. En dat wil ik als lezer ook niet: dit verhaal wil ik nog lange tijd koesteren.

ISBN 9789044534283 | paperback | 221 pagina's| Uitgeverij De Geus | november 2014
Vertaald door Nele Hendrickx

© Annemarie, 18 december 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Sirius
of de memoires van een onverschrokken foxterriër
Jonathan Crown

In 1938 ontsnapt de pasgeboren foxterriër pup Levi ternauwernood aan de dood nadat zijn fokker de spot dreef met het derde rijk. Alle honden in het nest worden door de Gestapo doodgeschoten maar Levi wordt over het hoofd gezien. Waarschijnlijk zag men het kleine hondje voor een kussentje aan. Levi krijgt een liefdevol thuis bij professor Liliencron die samen met zijn gezin in een stadspaleis in Berlijn woont. Omdat Hitler de Joden steeds meer regels en beperkingen oplegt en het dragen van een Joodse naam niet langer veilig is, moet ook Levi eraan geloven. Hij zal voortaan als Sirius – genoemd naar de helderste ster van het sterrenbeeld Grote Hond - door het leven gaan. Sirius is maar een klein hondje maar zijn nieuwe naam maakt dat hij zich groots voelt.

De Joodse familie Liliencron heeft altijd een welvarend leven in Berlijn geleid maar na de Kristallnacht vlucht de familie halsoverkop naar Amerika. Het stadspaleis wordt ingeruild voor een bescheiden woonruimte in Hollywood en professor Liliencron werkt voortaan als chauffeur voor een filmstudio. In Europa is het oorlog maar in Amerika viert de filmindustrie hoogtij. En dan neemt de schrandere Sirius het heft in eigen poot. Het slimme diertje wordt door een grote filmproducent ontdekt en groeit uit tot een ware Hollywoodster. De professor wordt aangesteld als de persoonlijke chauffeur van zijn eigen hond.

Sirius is de lieveling van Hollywood en schittert in talrijke films. De foxterriër kan mensen uitstekend verstaan en weet precies wat er van hem verwacht wordt. Heel Hollywood draagt het slimme hondje op handen. De lange draaidagen worden Sirius echter teveel en hij raakt overwerkt. De familie Liliencron houdt zielsveel van Sirius en het overspannen beestje wordt liefdevol vertroeteld. Sirius trekt zich tijdelijk terug uit de filmwereld en na verloop van tijd sluit hij zich aan bij een beroemd circus. De act met de leeuw vindt Sirius toch wel eng. Ook mag Sirius een goochelaar assisteren. Een truc met een tijdmachine gaat mis en Sirius raakt vermist. Niemand weet dat hij per abuis op een schip terecht is gekomen. Aan het einde van de ongewenste reis wordt Sirius op straat gedumpt. De omgeving komt hem bekend voor. Hij is weer terug in Berlijn waar de Tweede Wereldoorlog in volle hevigheid is uitgebarsten.

Door een speling van het lot wordt Sirius het nieuwe troeteldier van niemand minder dan Adolf Hitler zelf. Niemand weet dat Sirius in werkelijkheid een Joodse hond is. Niemand weet dat hij de liefde van Adolf Hitler niet beantwoordt. Sirius krijgt de kans een aandeel in de strijd tegen de nazi’s te leveren. Kan een hond werkelijk verschil maken in een oorlog die zoveel onschuldige mensen het leven kost?

Ik heb nog nooit een boek over de Tweede Wereldoorlog gelezen waarin het verhaal verteld wordt door een hond. Het boek is nog grappig ook. Kan een boek over de oorlog eigenlijk wel gepaard gaan met humor? In het geval van het boek Sirius kan ik hier volmondig “ja” op antwoorden. Sirius is een verhaal vol zwarte humor. Het verhaal drijft de spot met alles en iedereen maar illustreert ook op indrukwekkende wijze de gruwelijkheden van de oorlog en de waarde van een hechte familieband. Zo staat de dood van het nestjes puppy’s symbool voor de zinloze dood van iedereen die bij de nazi’s in een verkeerd daglicht kwam te staan. Juist door het verhaal her en der met rake, schrijnende opmerkingen te doorbreken, komt het verhaal in volle hevigheid bij de lezer binnen.

Sirius is misschien wel het ongewoonste boek dat ik het afgelopen jaar heb gelezen. Ongewoon en enorm vermakelijk. De korte, eenvoudige zinnen passen uitstekend bij het verhaal. Laat deze vertelling na het lezen even rustig op je inwerken, het verhaal gaat dieper dan in eerste instantie lijkt. Het geeft nieuwe inzichten. Sirius is  een indrukwekkende tragikomedie met in de hoofdrol een onverschrokken hondje dat mijn hart gestolen heeft.

ISBN 9789048822034 | paperback | 253 pagina's | Mistral | november 2014
Vertaald door Erika Venis

© Annemarie, 14 december 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kleine Mislukkeling
Gary Shteyngart


In dit boek beschrijft Shteyngart de herinneringen aan zijn jeugdjaren en zijn moeizame weg naar volwassenheid. Hij wordt geboren op 5 juli 1972 in Leningrad, het huidige Sint Petersburg, als Igor Shteyngart. Als Igor zeven jaar is, krijgen zijn ouders toestemming om naar Amerika te emigreren en zijn naam verandert van Igor in Gary, dit om zijn status van Russische immigrant achter zich te kunnen laten.


De titel van het boek verwijst naar de koosnaam die zijn moeder aan hem geeft als hij jong is. Het lijkt erop dat die koosnaam de bron is geweest van de in het boek beschreven zoektocht naar wie de schrijver is, een zoektocht naar zijn identiteit. Wat wordt er precies van hem verwacht, wie moet en wil hij zijn en welke identiteit hoort daar voor hem bij? Hoe kan hij aan de onuitgesproken verwachtingen voldoen zonder daarbij zichzelf te verloochenen. Het wordt een moeizame tocht.


In een lawine van woorden, die hier en daar herhaald worden, en volzinnen die op mij als lezer soms chaotisch overkwamen, beschrijft Shteyngart de zoektocht naar zijn identiteit. Is hij de Russische immigrant Igor, is hij de Joods Amerikaanse Gary? Is hij de lieveling van zijn vader of de kleine mislukkeling van zijn moeder? Kan hij alleen bij zijn oma van vaders kant zichzelf zijn? Is hij op weg de droom van zijn ouders te volgen en advocaat te worden of gaat hij zijn eigen gevoel en innerlijke drang achterna en wordt hij schrijver? De lezer weet wat het geworden is en Shteyngart zelf beschrijft dit in zijn boek als een natuurlijke uitkomst van een niet te ontkennen behoefte om te schrijven. Dat laatste gaat altijd vanzelf, terwijl al het andere in het leven heel veel moeite kost.


'I am a stranger in my own skin', zingt Dotan in het nummer 7 Layers op de recent verschenen CD met dezelfde titel en dat gevoel bekruipt je ook over Shteyngart in dit boek. Er is een kloof tussen de verwachtingen die met name zijn ouders en anderen van hem hebben en die hij van zichzelf heeft. Een manier om deze kloof te overbruggen is door overmatig drank- en druggebruik en een aantal foto's uit de jeugd van de schrijver die aan ieder hoofdstuk voorafgaan spreken wat dat betreft boekdelen. Zijn relaties met diverse vrouwen verlopen moeizaam en ook hier lopen de verwachtingen van de vrouwen en die van de schrijver ver uiteen.


De voortdurende en krampachtige strijd te voldoen aan de verwachtingen van anderen wordt door Shteyngart op beklemmende wijze beschreven in het boek. Hij slaagt er uiteindelijk niet in aan al die verwachtingen te voldoen en als hij deze strijd ten slotte opgeeft en hij samen met zijn ouders teruggaat naar waar hij vandaan is gekomen, Sint Petersburg, valt alles op zijn plaats. Hij realiseert zich dat hij alles kan en mag zijn, een Russische immigrant, een Joods-Amerikaanse schrijver, een volwassen man met een moeizame relatie met zijn ouders en daarmee is zijn zoektocht naar wie hij is, maar vooral wie hij mag zijn, min of meer ten einde...


Gary Shteyngart (Leningrad, 1972) verhuisde toen hij zeven was met zijn ouders van Rusland naar Amerika. Zijn romans zijn bejubeld door de pers, bekroond met verschillende prijzen en vertaald in 28 talen.


ISBN 9789029589598 Paperback 296 pagina's Arbeiderspers oktober 2014

© Ria, 8 december 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dit leven
Karel Schoeman


Flaptekst:

Dit leven is een prachtig geschreven, tot de verbeelding sprekend verslag van het leven van een vrouw die in het laatste deel van de negentiende eeuw in het Roggeveld woonde. Op haar sterfbed herinnert ze zich haar leven van afzondering en eenzaamheid en haar rol van getuige. Getuige van de gebeurtenissen in haar familie - de gevolgen van het toenemend aanmatigende gedrag van haar moeder: de verhouding tussen haar twee broers en de jonge vrouw die ze beiden beminden.
De aarzelende, haperende herinneringen van de vrouw zijn een poging om de onrechtvaardigheden te begrijpen (bijvoorbeeld het verjagen van 'kleurlingen' van land dat ze al generaties lang bewoonden) en om de geheimen te ontrafelen achter de gebeurtenissen die leidden tot de dood van een van haar broers. De roman is een delicaat en subtiel web van emoties, een verhaal van bijna hypnotische kracht die de lezer binnentrekt in dit leven. - Juryrapport bij de toekenning van de Prix du Meilleur Livre Étranger.


Weemoedig relaas van een Zuid-Afrikaanse vrouw aan het eind van de 19e eeuw. Haperend, zichzelf corrigerend, probeert ze zich haar leven te herinneren en verantwoording af te leggen voor haar rol in deze familiegeschiedenis. Ze verbindt de roddels, de praatjes, de vermoedens en wat ze zelf gezien en gehoord heeft met elkaar om uiteindelijk een logische verklaring te vinden voor de mysteries in de familie, die enkel mysteries zijn, omdat niemand erover kan en wil praten.


In de beschrijvingen van het landschap toont ze haar hartstochtelijke liefde voor haar land. Daarnaast stelt ze de waarheid van geschiedschrijving aan de kaak. Wat klopt er van de geschiedenis, als moeder de vertrekdatum van Sofie als sterfdatum in de bijbel laat schrijven en haar zoon jaren later een grafsteen voor zijn moeder laat plaatsen op het graf van tante Coba omdat hij denkt dat zijn moeder daar ligt? En zo neemt ze op haar sterfbed afscheid van haar land en haar leven, met de wetenschap dat nieuwe generaties haar plaats zullen innemen zonder herinnering aan wat er echt gebeurd is. Ze heeft er vrede mee, maar de lezer blijft achter met een dikke brok in de keel.
Zo jammer dat de vertaling ontsierd wordt door kromme zinnen als: " Hij had het leven er dus afgebracht." , "Moeder keek vader achterna." en "iemand van iets aanklagen."


ISBN 9789491583247 Paperback 256 pagina's Uitgeverij Brevier maart 2014
Vertaald door Rob van der Veer

© Berdine, 5 december 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHabibi
Craig Thompson


Weer eens wat anders. Ik heb een graphic novel gelezen.
Definitie: Een striproman of beeldroman die in boekvorm worden uitgegeven. De strip in boekvorm onderscheidt zich van het klassieke stripalbum door een veelal literaire inslag met uitgebreide en ingewikkelde verhaallijnen en is gewoonlijk bedoeld voor volwassenen. Een striproman kan ook bestaan uit een verzameling korte verhalen.


Doordat het getekend is vlieg je er een stuk sneller doorheen, maar eigenlijk zou je meer moeten genieten van de prachtige tekeningen en het boek rustig tot je nemen. Lees je het in één keer dan ken je op een gegeven moment de techniek wel, en zijn de tekeningen steeds vertrouwder. Natuurlijk verloopt het verhaal niet lineair en komt de tekenaar toch steeds met nieuwe dingen, die je dan weer laten beseffen dat het toch wel heel mooi getekend is.


Het verhaal speelt zich af in de woestijn, in een Arabische wereld. Een meisje wordt al op negenjarige leeftijd uitgehuwelijkt, en heeft daarbij het geluk de vrouw te worden van een schrijver, iemand die manuscripten kopieert. Hij leert haar lezen en schrijven.
Op een dag worden ze overvallen, de man gedood, het meisje, Dodola, meegenomen om verkocht te worden als slavin. Ze weet te ontsnappen en neemt daarbij een kind van drie jaar - waardeloos, dus dan maar doden - met zich mee. Samen wonen ze in een gestrande boot midden in de woestijn. Lang weet het meisje verborgen te houden hoe ze aan hun eten komt, maar natuurlijk ontdekt de jongen, Zam genoemd, het op een dag toch. Het bepaalt de keuzes in zijn leven.
Dodola komt op een dag niet terug, ze belandt in de harem van de sultan...


Het boek is vooral tekening, met natuurlijk wel ‘wolkjes’ tekst, maar het zijn de voorstellingen die het verhaal vertellen. Het is prachtig te zien hoe de relatie tussen Dodola en Zam verandert: wat begint als een moeder-kindverhouding, verandert in broer-zus, om later toch geliefden te worden. Maar dan hebben ze al zo veel meegemaakt...


Het boek vertelt niet alleen hun verhaal, de tekenaar laat Dodola ook verhalen vertellen: verhalen uit de sprookjes van duizend-en-een-nacht, maar ook - vooral misschien - over het ontstaan van de godsdiensten, het jodendom, het christendom en de islam, ontstaan uit dezelfde kern.
Daarnaast is er ook nog de eeuwige tegenstelling tussen rijkdom en armoede, met op de achtergrond daarvan de macht over de gaven der aarde.
Het moge duidelijk zijn: ook de tekeningen vertonen veel invloed uit de Arabische wereld: prachtige gekalligrafeerde motieven komen steeds terug. Kijk zelf maar: klik hier


ISBN 9780571241323 | Hardcover | 672 pagina's | Uitgeverij Faber & Faber | september 2011

© Marjo, 1 december 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altGesloten koffers
Sylvia Pessireron


Als de Tweede Wereldoorlog in Europa voorbij is, is dat niet het geval met Indonesië, ons koloniaal grondgebied dat bezet is geweest door de Japanners. Nederland wilde de oude situatie weer herstellen, maar de nationalistische Indonesiërs onder leiding van Soekarno kwamen in opstand.


Op de eilanden die de Molukken vormden hadden de bewoners weinig zin om onder Soekarno verder te gaan, en zij sloten zich aan bij het Nederlandse leger. Ze vormden een belangrijk onderdeel van het KNIL, het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger.
Soekarno won en Indonesië werd onafhankelijk. Ze kregen de mogelijkheid om onder Indonesisch gezag verder te gaan, maar het merendeel gaf de voorkeur aan onafhankelijkheid. Nederland beloofde immers een eigen Molukse staat,  onder de Nederlandse vlag dan wel, maar toch vrij. Nu echter moest het KNIL weg daar. De Molukse legerfamilies, in totaal 12500 personen, werden in 1950 naar Nederland verscheept.


Ze werden ondergebracht in een kamp en zouden binnen een half jaar teruggaan, zo werd beloofd. Maar de Molukse Staat werd niet erkend, erger nog: ineens bleken ze geen dienst meer te hebben in het leger. Protesten en rechtszaken hielpen niet, en zo kwam het te gebeuren dat in meerdere kampen in Nederland Molukse gezinnen moesten wonen in krakkemikkige barakken, waar kou en wind vrij spel hadden. Ze mochten niet werken, kregen een zeer kleine uitkering - zakgeld - en vermenging met de Nederlanders was ongewenst. Hun kinderen kregen pas na jaren de mogelijkheid naar school te gaan.
Ze waren aangewezen op de gaarkeuken, waar de kok Nederlandse gerechten klaarmaakte, zoals ze ook zich moesten kleden met de afdankertjes van welwillende Nederlanders. Ze hadden geen paspoort meer, waren statenloos. Nieuws van de achterblijvenden kwam er niet. En al waren er Nederlanders die hen goed gezind waren en hun best deden, van hogerhand werden de strikte regels opgelegd waardoor de verveling en de frustratie toesloegen.


De Molukse knil-soldaat Itja Hatuopar is de hoofdpersoon in het geromantiseerde verhaal met zijn vrouw Ina en hun dochters Esther en Sophie, later komt er nog de tweeling Roel en Ruben bij. Itja staat model voor hoe het leven van deze bijna vergeten bevolkingsgroep geweest is.
Het enige dat hij wil is terug naar de Molukken, waar nog familie woont, waar zijn wortels liggen.
Dat zijn vrouw haar best doet om hun dochters en zonen de kans te geven hun eigen weg in te slaan, begrijpt hij niet. De RMS (Republik Maluku Selatan), uitgeroepen in 1950, is hem heilig. Maar of hij het er mee eens is dat alle frustratie uitmondt in gewelddadige acties?


Een vlot geschreven roman van de Molukse schrijfster Sylvia Pessireron, opgeleid aan de Hoge School voor de Journalistiek. Zij heeft een aantal boeken op haar naam staan waaronder Tussen mensen en geesten, volksverhalen uit de Molukken (1996), Rouwen in zeven ‘Nederlandse’ culturen (1998), Wij kwamen hier op dienstbevel (2003) en De verzwegen soldaat. Sylvia Pessireron is co-scenarist van de televisiefilm De Punt.
In deze roman wordt het pijnlijk duidelijk hoe Nederland tekort geschoten is en hoe dit leidde tot de vreselijke treinkapingen en andere bezettingen.


ISBN 9789044344806 | Hardcover | 336 pagina's | Uitgeverij The House of Books |november 2014

© Marjo, 29 november  2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altKom hier dat ik U kus
Griet op de Beeck


‘Liegen is in onze familie de nationale sport, dat hebben we zo geleerd toen we nog kleine kinderen waren, het is in onze lichamen gaan zitten, zoals bij andere mensen bloed en water.’


Het boek bestaat uit drie delen, met dezelfde hoofdpersoon. Mona is negen als het verhaal begint. Ze is een ‘oud’ kind, vroegwijs. Ze voelt dat de grote mensen er geheimen op na houden, en omdat ze erg nieuwsgierig is, weet ze meer dan die  volwassenen denken, maar tegelijk begrijpt ze niet alles en interpreteert ze op een eigen manier. (de lezer weet vaak beter)
Alleen al wat betreft de manier waarop ouderen spreken: ‘een luchtje scheppen’. Mona ziet meteen mensen voor zich die met een schop staan te scheppen. Raar toch! Of ‘het water breekt’. Dat kan immers niet...


Ze heeft geleerd haar mond te houden en dus heeft ze het zwaar met al die geheimen, van al die dingen waar ze zich als kind niet mee bezig zou hoeven houden. Maar de gezinssituatie is niet normaal: haar moeder is streng en liefdeloos, Mona kan niet veel goed doen, en wordt nogal eens opgesloten in een akelige donkere ruimte in de kelder. We kunnen het haar niet kwalijk nemen als ze niet zo erg rouwt als haar moeder overlijdt. Een auto-ongeluk; het fijne weet ze er niet van. Ter illustratie van de manier waarop ze omgaat met al die halve waarheden en onwaarheden: als ze zich even onbespied weet, gaat ze stiekem naar het autokerkhof waar ze de nog niet schoongemaakte auto van haar ouders vindt en bekijkt.


Men spreekt er schande van, met name Mona’s oma, als al heel snel haar vader aan komt zetten met een andere vrouw, Marie, een nieuwe moeder. Helaas is Marie niet sterk genoeg om tegenwicht te bieden aan de vader, en ook wat betreft de kinderen: ze doet haar best maar ze claimt teveel.
Het jongere broertje, Alexander, heeft weinig moeite met een nieuwe moeder, maar begrijpelijk kijkt Mona de kat uit de boom. Er wordt een zusje geboren. Anne-Sophie wordt meer verzorgd door Mona dan door Marie, hetgeen weer voor jaloezie zorgt. De vader trekt zich steeds meer terug.
En zo groeit Mona op, en gaan we in deel twee verder met de vierentwintigjarige.


- ‘Buiten is de hele ochtend er al’. Prachtige beginzin! -
Mona heeft een opleiding gevolgd en is dramaturg. Ze komt te werken bij Marcus, een toonaangevende regisseur. En ze leert Louis, een bekende schrijver, kennen, en wordt verliefd. Het zit Mona niet mee, ook deze twee mannen behandelen haar niet erg goed, vinden een vrouw de mindere. Of ligt het ook aan haarzelf? Ze heeft immers niet echt geleerd om voor zichzelf op te komen, ze laat dingen te makkelijk over aan de ander. Het verschil tussen verbondenheid en gebondenheid is klein. Zoals liefde niet verward moet worden met afhankelijkheid.
En dan volgt deel drie dat zich tien jaar later afspeelt. Haar vader wordt ziek. Mona weet - ondanks Marie, die haar kans schoon ziet eindelijk haar echtgenoot te betuttelen - nu echt contact te maken met hem, en blijkt de spil  van de bijna-apotheose die volgt.


Afgezien van het feit dat de vierentwintigjarige Mona minder boeiend is dan haar negenjarige en vijfendertigjarige ik, is deze tweede roman opnieuw ontroerend en boeiend. De manier waarop Griet op de Beeck een vrouwenleven schetst is poëtisch, Vlaams ook. Dat geeft extra cachet natuurlijk, maar buiten dat is het verhaal an sich, over aantrekken en afstoten, over liefde en dood, over geheimen die misschien wel nooit ontrafeld kunnen worden vanwege de menselijke aard, opnieuw een mooie psychologische ontrafeling van een vrouwenleven.


Nu blijft nog het raadsel van de omslag: een man  en een vrouw in het wit gekleed op een witte bank, feesthoedjes op, ballonnen erbij. De vrouw zoekt contact, de man zit afgewend. Hun gezichten zijn niet erg feestelijk en dat is het verhaal ook niet. Maar verder?


ISBN  9789044623109 | Paperback| 336 pagina's | Uitgeverij Prometheus | september 2014

© Marjo, 25 november  2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De taarten van Marie
Claire Sandy


Het begint allemaal met het spektakelstuk dat Marie voor het schoolfeest zou bakken. Het had een prachtige taart moeten worden maar zoals elk jaar heeft ze er opnieuw weer niets van terecht gebracht. Sterker nog, ze had niets gedaan en op de valreep maar even snel in de supermarkt kleine gebakjes gekocht.  En natuurlijk had de vreselijke volmaakte overbuurvrouw Lucy Gray wèl weer een perfecte taart gebakken.
Nadat Marie had gezien hoe haar tweelingdochters duidelijk hun teleurstelling liepen te verbijten wist ze het zeker, volgend jaar zouden ze zich niet meer voor haar hoeven schamen, dan zou daar de zelfgebakken droomtaart staan.
Op het schoolfeest koopt ze bij een kraampje de Mary Berry Complete Baking Bible en dit boek betekent de grote ommekeer. Ze duikt in het boek alsof het haar laatste strohalm is en koopt de door Mary Berry aanbevolen basisuitrusting en gaat aan de slag. Vanaf die dag staat alles in het teken van taarten bakken...

Ondertussen gaat het dagelijkse leven natuurlijk door. Marie moet gewoon naar haar werk, ze heeft een eigen tandartsenpraktijk, de tweeling Iris en Rosie en zoon Angus vragen ook aandacht en manlief Robert is er ook nog én die vreselijke, afschuwelijke, perfecte Lucy.
Marie kan het niet uitstaan dat Lucy kennelijk alles lukt, ze is beeldschoon, met een huidje als een Engelse roos, superslank, Lucy's huis is altijd netjes en zelfs tijdens het taarten bakken ziet haar keuken er nog even keurig uit. Ook Lucy's man Tod en dochter Chloe zijn geweldig. - Marie heeft zelfs met Chloe te doen, zij is vreselijk verliefd op Angus maar die ziet haar niet eens staan. -
Bij Marie thuis is het altijd een bende. In huis zegt iedereen wat in hun opkomt, daar hebben Marie en Robert af en toe knallende ruzie en Marie's lijf toont ook al weinig model meer. Gelukkig is Robert nog steeds verliefd op zijn vrouw én op elke stukje huid dat erbij komt. Hij staat ook helemaal achter haar bakpogingen en raakt zelf ook aardig enthousiast.


Halverwege het boek van 400 pagina's was de situatie nog steeds zoals hierboven beschreven staat. Marie werkt dagelijks, ze is een bevlogen tandarts, en we lezen over het wel en wee in de praktijk, de kinderen hebben zo hun eigen dingen en Robert doet zijn best op zijn werk, hoewel het de laatste tijd daar niet echt prettig meer is, mogelijk staat zijn baan op de tocht, maar het lijkt van ondergeschikt belang. De taarten zijn het hoofdonderwerp.
Het werd een beetje erg veel van hetzelfde en erg storend zijn de korte, zogenaamd grappige, beetje cynische zinnetjes, die de boel moeten verluchtigen. Vooral de Ierse tandartsassistente is wel erg bizar in haar uitspraken. Dat Marie nog klanten heeft mag je als een wonder beschouwen.


Gelukkig komt er eindelijk na die 200 pagina's een draai in het verhaal en dan wordt het wat interessanter om te lezen. Er dienen zich enkele problemen aan die van invloed zijn op het zoete leventje dat ze tot dan toe geleid hebben. Robert probeert, net als zijn gewiekste collega Caroline, met zijn bakproducten in het gevlei te komen van zijn bazin. Maar het is niet alleen Robert, ook Marie lijkt haar werk kwijt te raken door de komst van een nieuwe trendy tandartsenpraktijk aan de overkant van de straat met de nieuwste apparatuur en modernste behandeltechnieken. Heel wat anders dan Maries rommelige maar gezellige praktijk.
Zoon Angus heeft een geheime vriendin, waar zeer raadselachtig over wordt gedaan, maar je hebt al snel door wie dat is, en de tweeling broedt allemaal lieve plannetjes uit om broerlief verder te helpen op het liefdespad. En dan blijkt concurrente Lucy ook nog eens heel anders te zijn dan Marie dacht.
Maar... het taarten bakken gaat ongeacht alles, natuurlijk gewoon door want dat spektakelstuk zal en moet er volgend jaar komen.


Het is een feelgoodroman. Dus als je zin hebt in een vlot lezend, luchtig verhaal met goede afloop dan moet je dit boek zeker lezen. Hoewel ik een goede feelgoodroman wel kan waarderen vond ik dit boek af en toe te gewild grappig, alles wordt ook nogal babbelig verteld. Als je het uit hebt voelt het alsof je een vage kennis tegen bent gekomen en met diegene een nietszeggend praatje hebt gemaakt.
Het kabbelt allemaal een beetje voort en nergens wordt het echt bijzonder of spectaculair ondanks dat de tweede helft van het boek inhoudelijk wel beter is dan de eerste helft. Het is geen vervelend boek, zeker niet, maar ik houd gewoon niet zo van dit soort gewild populaire, oppervlakkige verhalen.


Bij het boek zit een receptenschrift met enkele recepten van... nee, tot mijn verbazing niet van Marie of Mary Berry maar van ene Sabrina, een vriendin van de schrijfster, Jamie Oliver, Marisca Hage-Sjerp, Gaitri Pagrach- Chandra, Rachel Khoo, twee recepten uit het boek Heel Holland bakt, en een recept van Matt Preston. - Allemaal mensen waarvan de bakboeken bij dezelfde uitgeverij als dit boek (VBK|media) zijn uitgegeven. - In het geplastificeerde schrift kun je ook je eigen recepten noteren.


ISBN 9789026136979 | Paperback| 400 pagina's| Uitgeverij De Fontein (VBK media)| september 2014

© Dettie, 23 november 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Witte vleugels, zwarte vleugels
Sue Monk Kidd

“Haar jurk is van katoen, een lichtgele kleur. Ik zit verstard toe te kijken terwijl er aan de achterkant bloed uit spruit – rode bloemen die zich plotseling openen. Ik kan de wreedheid van de slagen niet rijmen met haar zoetgevooisde jammerklachten of de schoonheid van de rozen die over het hekwerk van haar ruggengraat kronkelen. Iemand telt de slagen – is het moeder? Zes, zeven.”

Toen Sarah Grimké vier jaar oud was zag ze onbedoeld het hierboven beschreven tafereel. Het slachtoffer in kwestie was Rosetta, een oudere slavin van het gezin Grimké. De piepjonge Sarah was zo geschokt door de marteling van de vrouw dat ze een week lang niet kon praten. De rest van haar leven zou haar spraakvermogen komen en gaan. De allereerste jeugdherinnering van Sarah maakte haar anders dan haar familie. Was het deze herinnering die Sarah tot een bewonderingswaardige vrouw deed uitgroeien?

In 1803, op haar elfde verjaardag, krijgt Sarah een afschuwelijk geschenk. De tienjarige Hetty heeft een strik omgebonden gekregen en zal voortaan als persoonlijke kamenier tot haar beschikking staan. Sarah verzet zich met man en macht maar haar ouders zijn onverbiddelijk: Sarah moet Hetty als haar persoonlijke eigendom accepteren. Sarah wil geen slaaf. Sarah wil niet dat Hetty op de vloer voor haar kamer moet slapen, in afwachting van een bevel van haar jonge meesteres. Sarah beseft al vanaf haar vierde jaar dat een mens een ander mens niet kan bezitten. Slavernij is verkeerd, mensen zijn gelijk.

Sarah is lief voor Hetty en de twee meisjes worden vriendinnen. Zodra het spiedende oog van Sarahs moeder zich van hen heeft afgewend, hebben de meisjes het leuk samen. Hetty’s moeder heeft Sarah gevraagd haar dochter te bevrijden. Sarah probeert aan het verzoek te voldoen maar haar ouders nemen haar pogingen niet serieus. Dan doet Sarah iets wat in die tijd streng verboden is: ze leert Hetty lezen. Kunnen lezen is immers ook een vorm van vrijheid. Ze worden betrapt maar het gevoel van verzet is in Sarah geplant. Sarah wil meer zijn dan de rijke dochter van een gerespecteerde rechter. Ze wil zelf iets bereiken in het leven. Ze wil advocaat worden maar dat mogen vrouwen niet. Sarah komt tot de conclusie dat ook zij gevangen zit in een leven dat ze niet wil. Hetty begrijpt haar:

“Mijn lichaam is wel slaaf, maar mijn geest niet. Voor jou is het andersom.”

Jarenlang staat Sarah er alleen voor maar in haar twaalf jaar jongere zusje Angelina vindt ze een bondgenoot. Sarah en Angelina Grimké ontworstelen zich aan hun leven als rijkeluisdochters, trekken naar het noorden en zetten zich onvermoeibaar in voor de afschaffing van de slavernij en de rechten van de vrouw. Sarah en Angelina ontpoppen zich tot ware helden en nemen voor lief dat ze door velen gehaat worden. Vanuit het diepste van hun binnensten beseffen ze dat dit hun levenspad is.

In deze prachtige roman wisselen de verhalen van Hetty en Sarah elkaar af. De levensgeschiedenis van Hetty illustreert op indringende wijze het belang van Sarahs missie. Hetty is een vrije geest in een onvrij lichaam. De moeder van Sarah is geen aardige vrouw. Geen liefdevolle bazin. Haar slaven lopen er netjes bij maar ze deinst er niet voor terug om lijfstraffen toe te passen of haar slaven door anderen te laten straffen. De gewonde slaven worden vervolgens goed verzorgd. Niet uit liefde maar om geen schuldgevoelens te hoeven koesteren.  Mevrouw Grimké is een slechte vrouw maar wil zich niet zo voelen. Ook worden er regelmatig gezinnen uit elkaar gerukt. Wanneer een slaaf wordt verkocht, raakt een moeder bijvoorbeeld haar kind kwijt of een man zijn geliefde vrouw. Het is krom. Het is fout. Net zo krom en fout als het (willen) bezitten van een ander mens.

Witte vleugels, zwarte vleugels is een wondermooi geschreven boek. Het verhaal is meeslepend, indringend, realistisch en aangrijpend. Toen ik het nawoord las, schoot ik vol: Sarah en Angelina Grimké hebben echt bestaan. De strijd die ze in het boek leveren, hebben ze in het echt ook gestreden. Auteur Sue Monk Kidd heeft hun verhaal en idealen zo authentiek mogelijk proberen vast te leggen en ze is daarin met vlag en wimpel geslaagd. Witte vleugels, zwarte vleugels is een prachtig boek dat ik iedereen kan aanbevelen!

ISBN 9789044344967 | paperback | 431 pagina's| The House of Books | november 2014
Vertaald door Monique de Vré

© Annemarie, 18 december 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEen mus valt ter aarde
Linda Spalding


1798
De quaker Daniel Dickinson woonachtig in Pennsylvania blijft na de dood van zijn geliefde vrouw Rebecca achter met vijf jonge kinderen.
In zijn huis werkt Ruth Boyd, een vijftienjarig methodistisch weesmeisje, als dienstbode, hij heeft haar hulp hard nodig.
Maar de quakervrienden vinden het onfatsoenlijk en spreken er schande van dat de weduwnaar het meisje na Rebecca's dood nog steeds in huis heeft. "Gij zult een schandaal veroorzaken als gij dat dienstmeisje in uw huis laat wonen." zegt Daniels vader. "Gij moet een echte moeder voor uw kinderen zoeken."
Maar Daniel kan het niet over zijn hart verkrijgen haar naar het weeshuis terug te sturen dus trouwt hij maar met haar. Het gevolg is dat het gezin uit de Quakergemeenschap verstoten wordt en vertrekt naar Virginia.
Dat is ook al verkeerd volgens de Vrienden want dat is 'het land van de slavernij'. Daniel verwerpt de slavernij, dat is tegen de regels van de Quakers.
Iedereen is gelijk, hij zal ze nooit in dienst nemen, zegt hij... het blijkt vooral grootspraak.


Daniel wil in Virginia een boerenbedrijf opzetten en land gaan bewerken maar enige kennis daarover ontbreekt hem. Het is de kleine Ruth, waaraan hij veel te danken heeft. Zij heeft wèl verstand van zaken, zij weet hoe ze  gewassen moet kweken. Ruth is ook degene die zorgt voor inkomen en zij spaart om de schulden van Daniel te voldoen. Maar arme Ruth wordt niet geaccepteerd door de kinderen, zij geven haar de schuld van hun vertrek uit hun woonplaats en van Daniel  krijgt ze ook geen steun.
Vooral de oudste dochter, Mary, is dwars en erg hatelijk tegen Ruth.
Mary vindt het vreselijk dat ze haar familie en vrienden achter moest laten. Zij is de enige die hen brieven schrijft waarop ze overigens nooit antwoord krijgt.
Ruth is erg eenzaam, alleen de kleine Benjamin toont zijn aanhankelijkheid en voor dit kind heeft Ruth dan ook alles over.


Daniel, blijkt een man zonder ruggengraat. Ondanks dat hij volgens de quakerregels zegt te leven en geen geld mag sparen, geen beloftes mag doen en iedereen gelijk is, steekt hij zich in de schulden om land te kopen en - dankzij zijn gestumper - komt hij ook na een marktdag thuis met een 'slaaf', Simus, een jongen van ca. 11-12  jaar,  'gekocht' in ruil voor zijn beste paard. Daniel is er flink ingeluisd door de marktlui.
Met Simus' komst wordt iets in gang gezet wat niet te stoppen is, het loopt op een enorm dramatische gebeurtenis uit die iedereen door elkaar zal schudden. 

Maar aanvankelijk blijkt de jongen een enorme vooruitgang te bewerkstelligen. Hij is slim en heeft goede ideeën voor het land. De dertienjarige Mary vindt Simus geweldig, ze is niet bij hem weg te slaan. Inmiddels is Bett ook toegetreden tot het 'huishouden' van Daniel. Zij is een weggelopen slavin. Bett weet alles van geneeskrachtige planten en kruiden.
Daniel steekt zich steeds meer in de schulden en Ruth werkt keihard om ook die schulden af te kunnen lossen. Ruth is de motor, de spil, de doorzetter maar niemand heeft dat in de gaten of wil dat erkennen.

Op zich zijn de ingrediënten van dit verhaal interessant, de leefregels van de quakers, de trek naar een andere staat, het ontstaan van een heel nieuw dorp, de manier van leven in die tijd, de slavernij etc. maar alles blijft vrij vaag.
Geen enkel personage of gebeurtenis wordt volledig uitgewerkt en de scènewisselingen zijn groot. Het ene moment ben je bij Bett in de hut, het andere moment, zonder aannemelijke overgang, sta je bij Daniel in huis en vraag je je af wat er nu eigenlijk gebeurde in die hut.
Je krijgt eveneens geen goed beeld van Daniel, Ruth en de kinderen en hun leefomgeving.  Daniel blijft ook steeds als een zoutzak staan als er de meest vreselijke dingen gebeuren. Hij grijpt niet in en klungelt maar door.


De roman zelf  is niet evenwichtig opgebouwd. In het begin gebeurt er enorm veel en dan word je ook redelijk het verhaal in getrokken. Maar daarna hangt alles steeds meer als los zand aan elkaar. Het lijkt alsof de schrijfster niet kon kiezen om welke personen ze het verhaal heen wilde bouwen.
Ik heb het boek met moeite uitgelezen, ondanks dat er op het eind toch nog even een aangrijpende opleving in het verhaal komt, maar ook die houdt geen stand. Jammer.


Linda Spalding
doceerde aan de University of Toronto en Ryerson University. Ze werd voor verschillende literaire prijzen genomineerd en kreeg voor haar bijdrage aan de Canadese literaire gemeenschap de Harbourfront Festival Prize. Voor haar boek Een mus valt ter aarde ontving ze in 2012 de Governer General’s Literary Prize for Fiction.


ISBN 9789023994701 Paperback 395 pagina's Uitgeverij Mozaiek

© Dettie, 11 december 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
Daar is hij weer
Timur Vernes

Hitler ontwaakt op een grasveld in het Berlijn van de 21-ste eeuw. Er is geen verklaring waarom dit gebeurd is, maar zelf ziet hij het maar als een teken dat Duitsland juist hem nodig heeft.

Natuurlijk is de nieuwe maatschappij wel verwarrend voor hem, maar hij weet zich vrij goed aan te passen. Een kioskhouder ziet hoe hij sprekend op Adolf Hitler lijkt en brengt hem in contact met mensen van een televisie-station. Die zijn onder de indruk van zijn 'imitatie' van Hitler en laten hem optreden in de show van Ali Wizgür (vraag mij niet of deze persoon werkelijk bestaat), een komiek die harde grappen over buitenlanders maakt. Z'n optreden wordt een succes, hoewel Ali Wizgür zich behoorlijk ongemakkelijk voelt, als Hitler, na een verhaal van Wizgür opmerkt dat hij zich bij de vorige spreker aansluit.

Adolf Hitler krijgt een eigen show, waarmee hij zeer bekend wordt. Iedereen is vreselijk enthousiast en de enige negatieve reacties komen juist uit de extreem-rechtse hoek, die het gevoel hebben dat hij hun idool belachelijk maakt. Op een gegeven moment geeft de secretaresse van Hitler aan dat ze liever niet meer voor hem wil werken, omdat haar grootmoeder daar bezwaren tegen heeft. Zij ziet namelijk dat Adolf Hitler exact dezelfde dingen zegt, die hij ook voor en in de Tweede Wereldoorlog heeft gezegd en dat het dus helemaal geen grap is. Zij heeft een deel van haar familie in een concentratiekamp verloren, omdat het Joden waren.

Tegen het eind van het boek wordt Hitler door een paar neonazi's in elkaar geslagen en hij eindigt in het ziekenhuis. Daar hij geen aangifte wil doen, omdat hij dat als een teken van zwakheid ziet en hij van mening is dat er gewoon een knokploeg op deze heren moet worden afgestuurd, wordt hij door alle mogelijke partijen als een soort held beschouwd. Ofwel men ziet in hem een voorbeeld van geweld tegen ouderen, of men ziet in hem vergevingsgezindheid en de wens tot een vreedzame oplossing, terwijl de Piratenpartij in zijn reactie een afkeer van een sterke overheid ziet.

Ik vond het een goed boek. Het uitgangspunt zou je misschien als ongeloofwaardig kunnen zien, maar het is op een dusdanige manier geschreven dat ik zonder problemen mee kon gaan in het verhaal. Wat er verder gebeurt in het verhaal is in zekere zin wel realistisch. Er duikt dus iemand op, die sprekend op Adolf Hitler lijkt (omdat het Adolf Hitler is) en iedereen ziet hem als een geweldige acteur, die werkelijk helemaal opgaat in z'n rol als Adolf Hitler. Zijn uitspraken zijn zo grof, dat bijna iedereen (behalve dus die grootmoeder die de oorlog echt heeft meegemaakt) er van uit gaat dat het satire is. Dat is in feite misschien het beangstigende, dat iedereen denkt dat hij een karikatuur is. Dat is dan ook de reden dat neonazi's hem als een belediging zien.

Zo las ik vandaag een interview met Martijn de Koning, waarin je eigenlijk een soort voorbeeld hiervan krijgt, als hij opmerkt: "Op de Gouden Koets van de koning staan ook afbeeldingen van de slavernij. Denken jullie dat de lieve koning daarin rond zou durven rijden als slavernij slecht zou zijn? Natuurlijk niet."
Dat was dus als satire bedoeld en zo zal het over het algemeen ook wel worden opgevat. Dit gebeurt dus ook met de uitspraken die Adolf Hitler in het boek doet. Hij heeft het bijvoorbeeld over de Jodenvervolging, die hij dus goedpraat door er op te wijzen dat iedereen misschien wel een Jood kent die niet gevaarlijk is, maar dat het algemeen belang nu eenmaal gebaat is bij het uitroeien van de Joden en dat daar dus niet van af moet worden geweken. Hij vergelijkt het met het aanleggen van een snelweg, die misschien ook over het land van een arme boer gaat, die dan moet wijken. Voorts wordt het een en ander verdedigd door te zeggen dat hij door het Duitse volk gekozen is en dat men dus niet alles schuld bij hem neer kan leggen.
Hitler is walgelijk, maar het enge is dat iedereen denkt dat hij het niet zo bedoelt...

ISBN 9789085426271 Paperback 320 pagina's De Bezige Bij Antwerpen september 2014

© Renate, 5 december 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
 

altLonden na middernacht
Augusto Cruz


Scott McKenzie heeft zijn werkende leven doorgebracht als FBI-agent, en niet zomaar een: hij was de vertrouwensman van directeur Edgar Hoover. De relatie tussen deze twee bezorgde McKenzie niet alleen de reputatie van een man die kan zwijgen, maar ook van vastbijter. Het is om deze hoedanigheid dat de rijke verzamelaar Forest Ackerman contact met hem op neemt: hem wordt verzocht de laatste kopie te vinden van de stomme film ’Londen na middernacht’ uit 1927.
Niet alleen is de film tot op heden spoorloos, er lijkt ook een vloek te rusten op degenen die al eerder er naar zochten: ze zijn allemaal verdwenen, letterlijk verdwenen of omgekomen.
En daar komt nog bij dat Ackerman de eerste tekenen van dementie begint te vertonen: als McKenzie hem de film wil bezorgen, moet hij haast maken.


McKenzie bewijst dat hij inderdaad de terriër is die niet loslaat tot hij zijn prooi te pakken heeft.
Zijn speurtocht brengt hem van de ene unheimische omgeving naar de andere hachelijke situatie, en dat het gevaarlijk is ontdekt hij ook al snel. Zoals McKenzie koste wat kost het verloren object wil vinden, zo blijkt er ook iemand te zijn die dat met evenzoveel moeite wil voorkomen. Ook deze man is een terriër, geheimen moeten geheim blijven, vindt hij, zij maken het leven spannend...


De Mexicaan Augusto Cruz (1971) gaf workshops in het schrijven van filmscripts en verzorgde een Master Regie. Dat hij een filmfanaat is, daar kun je niet omheen in deze spannende roman waar hij veel ruimte maakt voor details. Béla Lugosi, Lon Chaney en Vincent Price maken hun opwachting, naast onbekende acteurs en actrices. Als dit boek verfilmd zou worden, zou me dat niet verbazen.
Daarnaast heeft hij een bijrol gegeven aan Edgar Hoover die werkelijk 48 jaar lang aan het hoofd van de Federal Bureau of Investigation stond. Zo kon hij ook bijvoorbeeld de moord op Kennedy in het boek verwerken.
Tegelijk - de schrijver is Spaans! - zit er iets magisch in het verhaal: de filmwereld op zich is al wonderlijk, maar ook de beschreven werkelijkheid kan alle kanten op. McKenzie doet zijn naspeuringen als was hij een adept van Indiana Jones: oerwouden, krokodillen en gevaarlijke grotten... en zo vlieg je door dit boek heen als zat je in een bioscoop.
Het is een avontuur dat je tot het einde toe wil meebeleven. Dit debuut maakt benieuwd naar een volgend boek!


ISBN  9789048822379 |paperback|336 pagina's|Uitgeverij Meridiaan |oktober 2014
Vertaald uit het Spaans door Elvira Veenings

© Marjo, 3 december  2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Lieveheersvogel
James McBride

Lieveheersvogel is een opvallende roman over de strijd tegen de slavernij. Dit ongebruikelijke verhaal benadert een aangrijpende geschiedenis vanuit een bijzonder perspectief: dat van een kind. Nu zijn er wel meer boeken die verhalen over kinderen die als slaaf opgroeien maar deze jongen, Henry Schackleford, is geen held en erg innemend is hij ook niet. Henry is dom, naïef, egoïstisch, lui en laf. Toch zal hij een moedig strijder in de strijd tegen de slavernij keer op keer inspireren en nieuwe moed verschaffen.

Henry Schackleford is een jaar of tien oud wanneer hij bemerkt dat er onrust heerst in de contreien waar hij opgroeit. Het is 1856 en Henry en zijn vader zijn slaven, moeder is in het kraambed gestorven. Hun eigenaar, Dutch Henry Sherman, heeft een kapperszaak. Henry’s vader werkt als barbier en Henry zelf poetst de schoenen van de klanten. Henry is een simpele ziel. Hij is tevreden met zijn leven en zijn buik is altijd goed gevuld. Een onverwachte bezoeker is echter van mening dat Henry en zijn vader bevrijd moeten worden.

De bezoeker blijkt niemand minder dan Old John Brown te zijn, een zeer gelovige man die beseft dat alle mensen gelijk zijn. Old John Brown is bereid zijn bloed en dat van anderen te vergieten om vrijheid voor alle slaven te bewerkstelligen. Helaas vergiet hij onbedoeld het bloed van Henry’s vader tijdens een onstuimige poging Henry en zijn vader met zich mee te nemen. Henry wordt wel door Old John Brown bevrijd hoewel Henry het zelf meer als een ontvoering opvat. Henry wilde helemaal niet weg bij Dutch Henry Sherman. Hij wilde niet bevrijd worden. Henry Schackleford vond zijn leventje wel best.

Vreemd genoeg beseft Old John Brown niet dat Henry een jongen is. Hij meent te hebben verstaan dat het kind Henrietta heet en schenkt de verbijsterde jongen een gloednieuwe jurk die hij van zijn zorgvuldig opgespaarde centen voor zijn dochter heeft gekocht. Met het bijpassende mutsje op gaat Henry voortaan als meisje door het leven. Nadat hij een talisman probeert op te eten krijgt Henry liefdevol de bijnaam Sjalot opgelegd.

Aanvankelijk probeert Henry zijn ontvoerder te vertellen dat hij helemaal geen meisje is maar als snel beseft hij dat het leven als meisje de nodige voordelen oplevert. De lafhartige Henry mag huilen als hem dat belieft, hij hoeft niet mee te vechten en het zware werk gaat voortaan ook aan zijn neus voorbij. Henry gaat blijmoedig als Sjalot door het leven. Zijn vader mist hij niet maar hij probeert keer op keer naar Dutch Henry terug te keren. Hij heeft regelmatig honger en zijn nieuwe leven is zwaar en gevaarlijk. Old John Brown verijdelt onbedoeld tal van ontsnappingspogingen. Elke dwarse daad van Henry wordt opgevat als een liefdevolle en inspirerende actie van Sjalot.

Old John Brown is een man met een goed hart. Hij beseft dat alle mensen voor god gelijk zijn en dat slavernij tegen de wens van de schepper indruist. In zijn Sjalot ziet hij de belichaming van de kwetsbare slaaf. Zijn Sjalot is een onschuldig, lief meisje dat geholpen moet worden. Zij staat symbool voor alle slaven die onderdrukt worden, voor families die uit elkaar gerukt zijn en voor het feit dat elk mens in vrijheid zou moeten kunnen leven. In zware tijden vervult Sjalot hem met nieuwe hoop en wilskracht. Ze is net als de lieveheersvogel – die verdacht veel op een bonte specht lijkt - een geluksbrenger. Dankzij Sjalot – en tot Henry’s grote frustratie -  blijft Old John Brown vechten. De oude man smeedt een plan. Een groots plan. Het is erop of eronder.

In Lieveheersvogel schets auteur James McBride een bijzonder beeld van de slavernij. Slavernij en humor gaan normaliter niet samen maar de auteur heeft deze twee uitersten toch samengevoegd in dit opmerkelijke verhaal. James McBride doet geen afbreuk aan het leed van de slaven. De overige personages in het boek en hun reacties op de daden van Henry en Old John Brown bieden een stabiele tegenhanger voor de humor. Het verhaal is gewaagd, verrassend en soms ronduit grappig omdat de onnozele, egocentrische Henry in vreemde situaties verzeild raakt.

De combinatie van humor en leed maakt Lieveheersvogel tot een hartveroverend en een tikje bizar verhaal. Ik heb het met een mengeling van verwondering, verdriet, vertedering, verbijstering en vermaak gelezen.

ISBN  9789401602716 | paperback | 414 pagina's| Xander Uitgevers | oktober 2014
Vertaald door Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre

© Annemarie, 29 november 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De linkshandigen
Christiaan Weijts


Zo negatief als ik over zijn debuut Art. 285b was, zo positief ben ik over dit boek, wat een juweeltje!
Christaan Weijts heeft met De linkshandigen een erg knap geconstrueerd verhaal geschreven. Er lopen allerlei verhalen door elkaar heen die toch op perfecte wijze op elkaar aansluiten. Heel bijzonder.


Het verhaal betreft Simon Sinkelberg, een cartoonist publicerend onder de naam Zink.
Nadat een provocerende cartoon over de Britse telecomgigant S&M niet geplaatst wordt "omdat je een multinational niet kunt aanvallen. Hun juristen zijn geen derdejaars stagiaires" neemt hij onmiddellijk ontslag.
Impulsief als hij is stapt Simon in de auto en rijdt zomaar een kant op. Onderweg pikt hij een vrouw, Katharina, op die met een cellokoffer staat te liften langs de snelweg. Ze moet naar België dus wordt de bestemming België. Zo simpel is het.
Langzamerhand ontvouwt zich het verhaal rond deze twee personen waarbij blijkt dat achter de gemaakte cartoon een geschiedenis rond de zus van Simon speelt, die zwaar te lijden had van de praktijken van S&M.
Maar ook de liftster, Katharina, heeft zo haar eigen verhaal. Ze is op de vlucht maar waarvoor wordt ons mondjesmaat onthuld. Het reisdoel van Katharina is eveneens bijzonder. En zit er eigenlijk wel een cello in die koffer? Simon begint te twijfelen.


De titel De linkshandigen verwijst naar het feit dat beide personages, zowel Simon als Katharina, linkshandig zijn. In een interview op VPRO radio vertelt de schrijver dat 'linkshandigen een verborgen minderheid vormen. Ze worden niet gediscrimineerd maar zijn toch anders' en dat komt ook tot uiting in dit verhaal. Er wordt ook gezegd dat linkshandigen mogelijk creatiever zijn. Of de personages daarom een celliste en een cartoonist zijn geworden, laat ik in het midden. Het linkshandig zijn loopt als een rode draad doorheen het verhaal. In het interview vertelt Weijts dat Simon dankzij zijn linkshandigheid alles zelf heeft moeten uitvinden, omdat de wereld georiënteerd is op rechtshandige mensen. Dat maakt hem bijzonder, Simon denkt zelfs op gegeven moment dat de rechtshandigen teveel een kudde vormen. Daar hoort hij gelukkig niet bij.


Het aparte van dit verhaal is, dat Simon zelf ook een ontwikkeling doormaakt. Aanvankelijk, vlak na zijn ontslag, denkt hij als een cartoonist. Alles wat hij ziet wordt omgezet in tekeningen. Elke keer denkt hij, 'tekst:' of 'schets:' gevolgd door de beschrijving van de tekening of de tekst bij die tekening die hij van de situatie kan maken. Maar hoe langer hij niet werkt hoe minder dat voorkomt en tot Simons eigen verbazing begint hij weer gewone tekeningen te maken, met zijn rechterhand! Hij blijkt zelfs tweehandig te zijn. Ook zijn tekeningen veranderen en worden steeds eenvoudiger.


Het debuut van Christiaan Weijts vond ik, zoals gemeld, niet goed. Dat was niet vanwege zijn schrijfstijl maar wel vanwege zijn enorme afdwalingen en uitweidingen over allerlei onderwerpen. In dit boek passeren ook veel thema's de revue maar deze keer houdt Christiaan Weijts zich veel meer in de hand. Wat het boek zo bijzonder maakt, is dat het zich volledig in de huidige tijd speelt en ook wordt getoond hoe groot de invloed en het gebrek aan privacy dankzij internet en met name facebook is. Niets blijft geheim en door dat feit komt Simon bijna in de problemen. Iedereen staat in verbinding met elkaar, alles wordt aan elkaar doorgegeven.
Daarnaast zijn er de interessante verhalen rond het verleden van Simon en Katharina, de zoektocht naar een nieuwe werkgever, de vakmanschap van beide personages in hun beroep, de concurrentiestrijd enz. Het is veel maar niet té veel. 
Christiaan Weijts weet een mooie spanning op te bouwen en allerlei schijnbaar op zichzelf staande gebeurtenissen tot een schitterend geheel samen te brengen.
Meer moet ik niet over dit boek vertellen, het is een boek dat gelezen moet worden.


ISBN 9789029589666 | Paperback (voor linkshandigen) | 144 pagina's | Arbeiderspers november 2014
(de uitgave toont hoe een boek voor linkshandigen zou moeten zijn)

© Dettie, 27 november 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Tijd voor stampij
Martin de Jong


Je zou dit boek een komedie kunnen noemen zoals Oscar Wilde wel wist te schrijven. De hoofdrolspelers belanden allemaal in bijzondere situaties die ze zelf nauwelijks voor mogelijk hadden gehouden. En zoals het een goed komedie betaamd, alle gebeurtenissen haken in elkaar met alle gevolgen van dien.

We beginnen met de drieëntwintigjarige Simon Dibsen, student Nederlands woonachtig in Buisdorp in een kamer boven het café Den Olden Buys. het toeval wil dat in die kamer ook Mark Tonneur heeft gewoond en daar zijn eerste roman heeft geschreven. Simon krijgt die middag een leeskring op bezoek die met eigen ogen de voormalige  leefruimte van Mark wil aanschouwen.


Wieger, eveneens student, is met terugwerkende kracht vriend voor het leven van Simon. Ze kennen elkaar net één dag maar hebben wilde plannen om een blad op te richten, getiteld Stampij. Binnen twee maanden kunnen ze met een nulnummer komen.
'Waar halen we zo gauw kopij vandaan?'
'Ik heb massa's tekst liggen. Felle aanvallen op de domheid die in dit land het gezonde verstand meer en meer lijkt te verdringen. Je hoeft de tv maar aan te zetten [...] en dat soort programma's waarin de cultureel en intellectueel ondervoede mens op een voetstuk geplaatst wordt.'
'Bekende Nederlanders en zo, ' begreep Simon.


En dan komt Aya in beeld, een studiegenoot van Simon. Zij heeft een prettige, relaxte verhouding met de dertig jaar oudere, gescheiden Fons Eldebroed, leraar Nederlands. Aan Aya wordt gevraagd of zij in de redactie wil komen van het nieuw op te richten blad. Aya is een harde werker en heeft heimelijk een oogje op Simon en Wieger heeft op zijn beurt een oogje op Aya.

Simon heeft inmiddels bezoek van de leeskringdames en zijn oog valt op Paulien, de enige redelijk jonge vrouw van de groep. Ze is drie maanden geleden gescheiden. Simon en zij krijgen een verhouding. Paulien blijkt op blz 35 de moeder van Wieger te zijn...


Ziehier de ingrediënten voor een hilarisch verhaal met serieuze ondertoon. Het leuke is dat door de oprichting van Stampij, wij met allerlei thema's in aanraking komen. Geliefd onderwerp is taal en literatuur en de oppervlakkige waanzin van alledag.
Martin de Jong verstaat de kunst om met woorden en onderwerpen te spellen zodat het quasi nonchalant lijkt, ondertussen worden veel stellingen geponeerd en veel meningen geventileerd.
We kunnen die in de prachtige soms hilarische, bevlogen gesprekken lezen die Simon en Wieger voeren.
Wieger is de gangmaker, hij is de motor achter het blad. Helaas wordt hij behoorlijk door een enorme hoeveelheid aan ideeën en onderwerpen gehinderd, zo erg zelfs dat hij nauwelijks een letter op papier krijgt.
Simon heeft heel andere dingen aan zijn hoofd, hij gaat op in de relatie met Paulien en Aya blijft op afstand Simon bewonderen en gaat voorlopig nog maar even door met Fons. Ook over Fons krijgen we overigens verrassende informatie.
Op het eind komen er ineens nogal vrij radicale omwentelingen in het verhaal, dat had iets vloeiender mogen verlopen, maar dat neemt niet weg dat ik verder enorm heb genoten van de taal en het heerlijk fantasierijke, hilarische verhaal.
Graag meer van dit.


ISBN 9789462549883 Paperback 168 pagina's Uitgeverij De Nieuwe Boekhandel november 2013

© Dettie, 25 november 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altKaddisj voor een kut
Dimitri Verhulst

Opnieuw schrijft Dimitri Verhulst een boek dat direct raakt aan zijn eigen leven. Opnieuw is het een schokkend verhaal, des te indringender omdat de schrijver als het ware zichzelf toespreekt: het eerste deel van het boek is geschreven in de jij-vorm.


‘Je hebt lang gewacht om het relaas van jouw jaren in een instelling voor verwaarloosde jongeren neer te pennen. Je hebt het uitgesteld, beseffende, lichtjes gehoopt zelfs, dat zulks vaak tot afstel leidt. Je wou niet de zieltogende schrijver van het trieste-jeugd-gebrompot zijn. Voor zover je dat nog niet was. Maar toen je een jonge vrouw, een ex-instellingskind, zich voor jouw ogen van het leven zag beroven, en toen twee van je oude soortgenoten de kranten haalden nadat ze hun eigen kinderen vermoordden omdat ze zich geen raad wisten met het familieleven dat hun nooit was aangeleerd, heeft het blad papier zich vanzelf naar je toegeschoven. De eerste persoon enkelvoud kon worden afgeschaft, en het voelde veilig, eindelijk te verdwijnen in de ellende van een ander.’


Dit stuk tekst staat op de achterflap, en geeft als het ware een verklaring voor de inhoud. Een verontschuldiging is het zeker niet, al is de lezer die het boek gelezen heeft, tot in het diepst van zijn ziel geraakt. Wat er verteld wordt, het zou niet moeten kunnen zijn! Zulk een leven wens je niemand toe. Verlaten, nee, weggegooid door de ouders. Zoals een moeder - nee dit is geen moeder, hier is het niet meer dan een biologisch verklarende - zegt als ze met haar driejarige kind voor de deur van de jeugdinstelling staat:


‘Ik kom mijn kleine hier afzetten, ik moet hem niet meer hebben.’


Sommige mensen zouden geen kinderen mogen krijgen.


En als die kinderen dan in een ‘gezinsvervangend tehuis’ terecht komen, laat dan dat huis ook echt gezinsvervangend zijn! Tenminste, je mag hopen dat binnen een echt gezin geen lichamelijke, maar ook geen emotionele verwaarlozing is, zoals in het tehuis. Daar terecht komen betekent afzakken naar het laagste allooi, niemand geeft echt om je, waarom zou je moeite doen?


Als het eerste deel begint heeft een 17-jarige meisje, een kameraadje van vroeger, zich van het leven beroofd. In het tweede deel wordt verteld hoe twee ex-bewoners hun leven hebben voortgezet en besluiten hun kinderen nooit in zo’n instelling terecht te laten komen. Schokkend, allebei de verhalen.


Ja, natuurlijk was ik huiverig voor een boek met deze titel. Maar niet alleen dekt het de lading volledig, het is ook de bedoeling om te schokken. Mensen, laat tot je doordringen hoe de wereld in elkaar zit. Waar tenminste een deel van alle ellende een oorsprong heeft.
De kaddisj is een gebed waarin God in zeer veel termen geprezen wordt, en dat vraagt om de snelle komst van de Messias. Deel een speelt zich af in de kerk, bij de begrafenis, en Verhulst zou Verhulst niet zijn als hij niet meteen de vloer aanveegde met de hypocrisie van de daar gesproken teksten. Het sarcasme is hier duidelijk.
De snelle komst van de Messias, het is duidelijk dat daarom geroepen wordt.


Het tweede deel van de titel is de benaming die het meisje dat zelfmoord pleegde toegesnauwd kreeg toen zij zich in een winkelcentrum bevond.


‘Gianna was een legendarische zwijger. Een water, stil als de poel des doods. Je bent er nooit mee opgehouden de mensen te bewonderen die slechts weinig met hun woorden de stilte bevuilen. Maar toen die fluim van de bewakingsfirma in het shoppingcenter gedacht had zijn uniform te eren door jullie bij voorbaat als uitschot te catalogiseren en naar buiten te jagen, kon ze haar mond niet houden. Wat ze precies zei ben je vergeten. Al knijp je jouw hersens uit, haar betoog daar keert er niet mee weer. Wat echter niet wordt vergeten, is de reactie van de man.’


Het is geen mooi verhaal, het is niet zoals ‘de helaasheid van de dingen’ hier en daar hilarisch, er zijn geen goedmakertjes meer. Het enige 'mooie' is het diepe meeleven dat de schrijver voor zijn 'personages' laat gevoelen.
Nu dringt de ellende in al zijn lelijkheid tot de lezer door. Nee, dit boek raakt je in je ziel. ‘Kijk, zo is de echte wereld...’


ISBN 9789025443788 | Paperback| 190 pagina's| Uitgeverij Atlas-Contact| augustus 2014

© Marjo, 19 november 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER