Nieuwe boekrecensies

height=De erfenis van meneer Isakowitz
Danny Wattin

‘Ik ben niet koppig’, schreeuw ik koppig.

Auteur en journalist Danny Wattin (1973) is opgegroeid in Zweden. Het heeft hem in zijn jeugd aan niets ontbroken en ook zijn drie zoons genieten van een onbezorgde kindertijd. Danny Wattin, afkomstig uit een Joodse familie, beseft dat geluk niet vanzelfsprekend is. Jarenlang voerde hij diepgaande gesprekken met zijn grootouders en hun vrienden. Hun levens begonnen niet in het veilige Zweden maar in het Duitse Berlijn. Hun levens begonnen goed en veelal ook welvarend. Hitler maakte een eind aan het gevoel van geborgenheid. Hij maakte een eind aan de zekerheid een prettige toekomst tegemoet te gaan. De Kristallnacht in 1938, toen Joodse winkels werden vernield en synagogen in brand werden gestoken, maakte een eind aan de hoop dat alles goed zou komen. De mensen die later Danny Wattins grootouders zouden worden, moesten vluchten. Maar waarheen? Geen enkel buurland leek bereid de Duitse Joden op te vangen.

Ook opa Erwin moet vreselijke dingen hebben meegemaakt. Hij sprak er nauwelijks over. Wel vertelde hij zijn kinderen een verhaal over een schat. Zijn vader, Herman Isakowitz, begroef voor de Duitsers hem meenamen zijn kostbaarste bezittingen bij een boom op zijn erf. Herman Isakowitz overleefde de oorlog niet. Niemand keerde terug om de schat op te graven.

Het verhaal over de schat van Herman Isakowitz wekt grote enthousiasme op bij Danny’s oudste zoon Leo. Leo wil de schat gaan zoeken, een kinderlijk idee. Toch blijft het onderwerp door het hoofd van Danny Wattin spoken. In de schat is hij niet bijster geïnteresseerd maar het idee om samen met zijn vader en zoon naar de voormalige woonplaats van Herman Isakowitz  te reizen, spreekt hem aan. Het zou een pelgrimstocht kunnen worden. Een reis die hen zal verbinden, die de band zal versterken. Twee jaar later is het zover. Danny, zijn vader en de negenjarige Leo stappen in de auto en beginnen aan hun reis naar het stadje waar Herman Isakowitz eens woonde en een kledingzaak dreef. Na de oorlog hoorde zijn woonplaats niet langer bij Duitsland maar bij Polen. De reis gaat naar Kwidzyn.

Grootvader, zoon en kleinzoon vormen een bont gezelschap. Ze ergeren zich aan elkaar zoals alleen familie dat kan doen. Danny’s vader is verzot op zijn routeplanner terwijl Danny zelf na enkele kilometers al schoon genoeg heeft van de mechanische stem die door de auto dreunt. Leo laat tot grote ergernis van zijn opa graag boeren en scheten terwijl opa op zijn beurt gulzig een hele zak dropjes opeet en daarna doet of zijn neus bloedt. De verbondenheid is ver te zoeken.

Wat volgt is een ontwapenend verhaal over de roadtrip naar Kwidzyn. Danny’s vader propt zich vol met junkfood. Dat mag hij thuis van zijn vrouw en de dokter niet. Danny zelf stort zich dapper op traditionele, Poolse gerechten en weigert koppig toe te geven dat lang niet alles even goed smaakt. Leo gaat gemoedelijk zijn eigen gang en maakt er een sport van zoveel mogelijk miniverpakkingen jam en boter uit de diverse hotels die ze aandoen te ontvreemden. Het is een familietraditie die hij graag in ere houdt.

De geschiedenis van Danny’s grootouders en hun vrienden loopt als een rode draad door het verhaal. Hun verhaal gaat over de moeizame strijd Duitsland te verlaten, over het verkrijgen van werkvergunningen in Zweden en over kindertransporten. Het is een verhaal over moedige jongeren en over saamhorigheid. Het is een verhaal over verlies, verdriet, angst, armoede en over opnieuw beginnen. Oma Helga bijvoorbeeld groeide in grote luxe op. Haar familie was rijk en ze werd door een chauffeur naar een luxe privéschool gebracht. De oorlog maakte een eind aan alles en Helga viel zo hard van haar roze wolk dat ze de schok nooit  te boven is gekomen.

In deze sympathiek geschreven, autobiografische roman schetst Danny Wattin een prachtig en liefdevol portret van de mensen die hij tot zijn familie rekent. Het is een familieverhaal dat zijn oorsprong vindt in de Tweede Wereldoorlog en de lezer meevoert naar het Zweden van de 21-ste eeuw. Het verhaal van Danny Wattin onderstreept dat vrijheid iets is om innig te koesteren. Door het gezellige gekibbel tijdens de reis naar Kwidzyn is het geen zwaar verhaal geworden. Het is een verhaal waaruit grote familieliefde spreekt. Een pareltje.

ISBN 9789021457079 | paperback | 208 pagina's| Uitgever Q | oktober 2014
Vertaald door Edith Sybesma

© Annemarie, 21 oktober 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Het labyrint
Sigge Eklund

Åsa weet dat haar man Martin dingen voor haar verzwijgt. Ze weet dat hij weigert te verklaren waar hij was op de dag dat hun dochter Magda verdween. Ze weet ook dat haar echtgenoot onschuldig is, ook al heeft de politie hem als hoofdverdachte aangemerkt. Åsa heeft gezien hoe het verdriet het gezicht van haar man tekende, hoe hij kilo’s afviel nadat Magda verdween. Wanneer ze naar Martin kijkt, aanschouwt ze het verdriet van een ouder en niet de wroeging van een misdadiger.

Åsa en Martin. Eens waren ze onafscheidelijk. Eens kregen ze maar geen genoeg van elkaar. Nu wijst Åsa haar man af. Het voelt als verraad om hem lief te hebben. Haar dochter is weg en dat is allemaal haar schuld. Liefhebben, liefkozen en genieten van het leven voelt als verraad. Åsa zit gevangen in haar verdriet. ’s-Nachts struint ze door de omgeving van hun huis. Heeft de man die haar kind ontvoerde soms in het bosje tegenover het huis gezeten? Åsa houdt zich schuil tussen de bomen en probeert de nabijheid van haar kind te voelen. Als moeder moet ze toch het signaal van haar kind kunnen waarnemen? Haar dochter heeft haar nodig en Åsa moet haar vinden. Tegen de tijd dat het ochtend wordt keert Åsa terug naar huis, naar haar bed waar ze de dag doorbrengt. Het verdriet dreigt haar in tweeën te splijten.

Magda verdween toen Åsa en Martin in een restaurantje even verderop dineerden. Åsa en Martin lieten hun jonge dochter wel vaker alleen thuis. Martin had zelfs de buitendeur niet op slot gedraaid. Magda was een zoet kind. Ze was ook een stil en angstig kind, beseffen Åsa en Martin zich later. Speelde ze eigenlijk wel met andere kinderen? Magda speelde dagelijks urenlang buiten maar wat ze precies deed en met wie ze omging, dat weten Åsa en Martin niet. Wisten ze eigenlijk wel wat er in het hoofd van hun kind omging? Waren ze soms onverantwoordelijke ouders geweest?

Na de verdwijning van Magda nagelde de media de innig verdrietige ouders aan de schandpaal. Åsa was te rustig tijdens haar televisieoproep. Ze was kil en koud volgens de pers. Dat Åsa juist heel bewust zo min mogelijk  emoties toonde, hadden haar landgenoten niet door. Åsa hield haar emoties in bedwang om de ontvoerder van haar kind niet tot onverwachte daden aan te zetten. Haar jarenlange ervaring als psychologe heeft haar van deze aanpak overtuigd. Ook Martin werd door de pers niet ontzien. Hij gaat door het leven met het besef dat vrijwel iedereen denkt dat hij zijn kind iets heeft aangedaan.

Åsa en Martin groeien uit elkaar. De liefde die hen eens verbond is voorbij. Toch blijven ze bij elkaar, het verdriet heeft hen verlamd en passief gemaakt. Er is nog altijd hoop, hoop dat Magda veilig terug zal keren. Hoop dat de politie beseft dat Martin zijn kind niet heeft gedood en eindelijk een grondig onderzoek naar de vermissing zal starten. Er is ook angst. Een allesoverheersende angst die maakt dat Åsa en Martin zich  vertwijfeld afvragen wat er met hun dochter is gebeurd.

Het labyrint vertelt niet alleen het verhaal van Åsa en Martin. Ook Tom en Katja nemen een belangrijke rol in het verhaal in. Tom is een werknemer van de succesvolle uitgever Martin. Hij draagt zijn baas op handen en gelooft als een van de weinigen in zijn onschuld. In zijn ijver zijn baas vrij te pleiten stuit hij echter op zorgwekkende feiten. Katja werkt als verpleegkundige op de school van Magda. Voor Magda verdween maakte Katja zich zorgen over het meisje. Het meisje verzweeg iets en Katja wilde dolgraag weten wat.

Het verhaal wordt niet chronologisch verteld. Afwisselend worden gebeurtenissen voor, tijdens en na de verdwijning van Magda beschreven. Door deze vertelstijl leest het verhaal als een puzzel. Welke puzzelstukjes vormen het complete verhaal? Welk geheim vormt de sleutel tot de verdwijning van Magda?  De meeslepende, hartverscheurende vertelling liet me niet meer los. Het verhaal is met een prachtige intensiteit geschreven zonder dat het onnodig sentimenteel wordt.

Het Labyrint is de eerste uitgave van het gloednieuwe Meridiaan Uitgevers van Nelleke Geel. Onder de vleugels van Meridiaan zal vertaalde literaire fictie worden uitgebracht waarbij de nadruk zal liggen op kwaliteit en niet op kwantiteit. Het Labyrint zorgt voor een succesvolle aftrap. Het is een indrukwekkende psychologische roman met een beklemmende sfeer en een onthutsend slot.

ISBN 9789048821518 | paperback | 334 pagina's| Meridiaan Uitgevers| september 2014
Vertaald door Geri de Boer

© Annemarie, 13 oktober 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altIJstijd
Maartje Wortel


‘Ik hoop dat ik ergens in kan springen zoals meisjes dat doen tijdens het zwiepen van een springtouw. Als je goed en geconcentreerd kijkt, zie je wanneer je moet gaan, en als je eenmaal gaat, hoef je niet meer na te denken: je springt en je komt neer op het juiste moment en je springt en het touw lijkt verdwenen, er zijn geen obstakels meer.
Ik sta aan de kant en kijk hoe het touw zwiept en zwiept; ik spring er niet in, het beangstigt me. In plaats daarvan zie ik anderen springen, de een met wat meer talent dan de andere.’


Hoewel de ik-figuur regelmatig teruggaat in de tijd, vertelt over zijn tijd met Marie en over zijn jeugd, blijft alles in de tegenwoordige tijd. Als je op je leven terugkijkt in de tegenwoordige tijd, dan is het niet voorbij. Dan kan alles nog gebeuren, heb je nog controle.


James Dillard zoekt die controle, hij heeft al vanaf zijn jonge jaren moeite met dingen die voorbij gaan. Hij heeft een vader die in het leger zit en vreselijke dingen meemaakt waar hij niet over praat – maar eigenlijk praat hij nauwelijks met zijn zoon – en een moeder die zo druk is met zakendoen dat ze eigenlijk geen tijd heeft voor haar enige zoon. Ze laat hem liever over aan anderen, een oppas, of een hotel, als iemand anders maar voor hem zorgt is alles in orde.


’Het zal voor het grootste deel van de wereldbevolking wel fantastisch zijn als ze zich nergens zorgen over hoeven te maken, maar ik voel me er leeg en droevig door, want het is waar: er is ook niets waar ik me zorgen over zou moeten maken.’


Maar dan ontmoet James Marie, en de leegte wordt gevuld. Met haar is hij heel, ze past hem als een handschoen. ‘Wij (Marie en ik) gaan van winter naar winter, twee mini-ijstijden zonder dat de kou een doorbraak beleeft. Ik durf het bijna niet te zeggen, omdat het zo ongelooflijk soft klinkt, maar we houden elkaar warm, zij en ik.’
Maar het loopt fout. Waar James een vervulling van zijn leven vindt, is het voor Marie juist een neergang. ‘Je had me tegen moeten houden,’ beschuldigt ze hem. Maar hij wilde haar juist zichzelf laten zijn, haar haar eigen keuzes laten maken.

Het boek begint na de breuk: James zit weer in zijn zoveelsterrenhotel, als hij een telefoontje krijgt. Ene Monica van een uitgeverij vraagt of hij een boek wil schrijven.
'Is het waar?' vraagt ze. James beaamt: 'Het is waar.'
Wat is waar? Hij durft het niet te vragen, een antwoord zit er dan ook voor de lezer niet in. Er zullen meer vragen dan antwoorden volgen. James heeft geen idee wie Monica is, en hoe ze op het idee komt dat hij kan schrijven, maar als zij dat denkt, dan zal dat wel. Beslissingen neemt hij niet meer, dat doen anderen wel. Als het zijn moeder niet is, dan Monica, of de schrijver Chuck Palahniuk, en hij schrijft.


Het mooiste dat hij schrijft is overigens de mail aan Monica, als hij naar eigen zeggen dronken is: eindelijk schrijft hij in de verleden tijd. Het is het begin van acceptatie. Hij geeft toe dat hij haar mist, en zegt hoe gelukkig hij is dat ‘er nu iets is om te missen.’
In die brief laat Maartje Wortel haar personage zeggen: ‘misschien zit het pas goed als je niets weet te vertellen.’ ‘Je wordt gelukkig als er iemand is die iets van je wil’.


Wat wil Maartje Wortel van de lezer? We moesten maar eens nadenken over de moderne manier van het tot stand komen van boeken: iedereen schrijft maar een boek, of ze het kunnen of niet. ‘begin maar met een verhaal, dan volgt de rest vanzelf’. De redacteur krijgt een veeg uit de pan, maar ook collega Palahniuk komt er niet al te best van af.
Maartje Wortel schrijft trefzeker, haar opmerkingen doen er toe. En gelukkig mag haar hoofdpersoon er ook toe doen. Hij leert: van de kat Zieck III, van zijn ongelukkige liefde en van de andere schrijver. Maar vooral van zichzelf leert hij.


'Wat de anderen allemaal te zeggen hebben hoor ik al bijna niet meer. Er zit glas tussen. Als je weet dat er glas tussen kan zitten, zit overal glas tussen.’


Wat wil de lezer van Maartje Wortel?  Dat ze nog meer van dit soort mooie boeken schrijft!
Een prachtige roman, waarin je de dreiging van ongelukkige liefdesgeschiedenis al snel tussen de zinnen door voelt klinken; een triest verhaal, over een niet meer zo jonge man, die zoekt naar een invulling van zijn bestaan.  Een verhaal met ironische humor, met rake opmerkingen. Een verhaal om vaker te lezen.


ISBN  9789023485414 | paperback| 256 pagina’s| Uitgeverij Bezige Bij| januari 2014

© Marjo, 9 oktober 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Paddenkoppenland
Luc De Vos


'In 1973 had ik besloten mij niet langer zorgen te maken.'


Dit zijn de woorden van Ronny De Keyzer, de ik-figuur, een jongen woonachtig in een stakkerig fabrieksdorp onder Gent. Vlak voor zijn elfde jaar is zijn moeder overleden. Zijn zussen Mariette en Antoinette zijn tien en elf jaar ouder dan Ronny. Het gezin De Keyzer heeft niet veel op met de familie, volgens Ronny hebben ze met iedereen woorden gehad. Vaag herinnert hij zich nog een een nicht Muguette en haar man Hugo met hun twee blonde kinderen die in een oude villa wonen aan de Gentse watersportbaan.


In Gent woonden grote, blonde mensen. De boeren en werkmensen van de kanaalzone waren allemaal klein en donker, zoals vader en de zussen en moeder. Zowat iedereen was familie van elkaar in deze fabrieksdorpen, er werd getrouwd en gecopuleerd met buren en familieleden. Allemaal dezelfde paddenkoppen. Ik denk dat ik de enige was in dat hele godvergeten oord met een rechte, echte neus en ik had ook een kin, een echte kin die uit mijn gezicht stak, met een diepe put erin.


Ronny voelt zich door dit andere uiterlijk wel flink verheven boven de paddenkoppen in zijn dorp.


Op een autoloze zondag in 1973 als Ronny heerlijk over de grote autoweg rondfiets, ontmoet hij bovengenoemde Hugo en de ontmoeting is hartelijk.


Zijt gij niet Ronny, die kleine van nonkel De Keyzer? [...] Kom een keer hier dat ik u eens goed vastpak, Ronny, hoelang is dat niet geleden, gij kleine pagadder, met uw blozende smoel. Kom eens bij uw kozijn Hugo.

Hij mag mee met Hugo naar de villa en eet zich rond aan pannenkoeken die nicht Muguette voor hem bakt.
Het is die dag dat Ronny bijna verdrinkt in het nabijgelegen moeras. Daarna weet hij het zeker, hij zal zich voortaan geen zorgen meer maken en daar houdt hij zich zijn hele leven aan... zo erg zelfs dat hij denkt dat hij niets meer hoeft te doen, alle geluk zal hem wel aan komen waaien.

In 1974 overlijdt vader en gaat Ronny naar kostschool in Gent, ook dat laatste zal hem een zorg zijn. Daar leert hij een collegegenoot, Guy van Damme kennen die hem bier leert drinken én gitaar spelen. Ronny blijkt een muzikaal natuurtalent te zijn. Na zijn collegejaren zal Ronny een band oprichten, succes verzekerd!
Natuurlijk, loopt dat niet zo, er komt geen band maar wel een kantoorbaan waar iedereen nauwelijks iets te doen heeft. Ronny verzuipt met zijn collega's de tijd op kantoor en in de kroeg.
Er is helemaal geen succes, nergens in, totdat hij de pittige Godelieve ontmoet, dan verandert alles. Zij neemt het heft in handen en Ronny...? Ronny maakt zich nog steeds nergens zorgen om en dat zal zijn hele verdere leven ook altijd zo blijven.


Een boek zoals alleen een Vlaming kan schrijven. Waar de Nederlandse schrijver hard en grof is in zijn woorden weet een Vlaming alles in eveneens zeer directe maar prachtige zachte taal te zeggen. Ook de flinke scheut melancholie die in dit verhaal toegevoegd is maakt het verhaal niet somber zoals in Nederlandse boeken vaak gebeurt maar, op een prettige manier, licht weemoedig.
Luc De Vos schrijft humoristisch met een laconieke ondertoon.
Het verhaal zelf is goed hoewel het begin sterker is dan het eind. Bij de kleine Ronny heeft Luc De Vos precies de goede toon te pakken, later als Ronny zijn volwassen leven leidt, wordt het verhaal minder levensecht, minder vast, het begint wat te rammelen en onwaarschijnlijker, zweveriger te worden. Dat is jammer.
Maar dat neemt niet weg dat het evengoed een geweldig, sfeervol, gevoelig boek is, dat ik vooral dankzij de fantastische taal, met enorm veel plezier gelezen heb.
Grote aanrader!


Luc De Vos is schrijver en zanger van de vooral in Vlaanderen sinds jaar en dag immens populaire rockband Gorki. Hij publiceerde columns, verhalen, romans. Paddenkoppenland ziet De Vos als zijn belangrijkste werk tot nu toe.


ISBN 9789025443511 Paperback 174 pagina's Uitgeverij Atlas Contact augustus 2014

© Dettie, 5 oktober 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Eén vrouw, twee mannen
Alexandra Terlouw-van Hulst


Wie Eén vrouw, twee mannen leest, doet er goed aan zich eerst even de geschiedenis van Koning Arthur voor de geest te halen. Dit boek is namelijk losjes op die geschiedenis gebaseerd en komt in de verhaallijn én in vele kleine verwijzingen terug.
Mocht u net als ik de kennis van het oude verhaal niet meteen paraat hebben; de mythische koning Arthur was verwikkeld in ingewikkelde familie- en liefdesrelaties. Hij kreeg een kind met zijn halfzus Morgana, Mordred genaamd, een kind dat hem op latere leeftijd veel gevaar en onheil zal brengen en die ten slotte de ondergang van een heel koninkrijk in gang zal zetten.
Arthur trouwt met Guinevere, die echter op haar beurt een verhouding krijgt met een ridder van Arthur, Lancelot.
Arthur komt op deze manier in de positie dat hij zijn geliefde overspelige vrouw berechten moet, waardoor deze op de brandstapel terecht komt, maar op het nippertje door Lancelot wordt gered.


Alexandra Terlouw plaatst het personage van Guinevere in onze tijd in de schoenen van Jeannet, die gelukkig getrouwd is met Artur.
Op een dag vindt ze een brief die haar doet vermoeden dat Artur haar niet alles heeft verteld over zijn verleden.
Ze wil een einde maken aan hun relatie, maar vertrekt eerst naar Parijs om even afstand te nemen en ontmoet daar de cellist Jester. Ze stort zich met hem in een woelige affaire, die een wonderlijke vorm aanneemt als Jester na haar thuiskomst ineens onverwachts op haar stoep blijkt te staan, blijft logeren en uiteindelijk deel uit maakt van haar gezin. Van weggaan bij Artur is inmiddels geen enkele sprake meer.


Ondertussen hebben zich in het thuisfront tijdens haar afwezigheid ontwikkelingen voorgedaan die de verhoudingen flink onder druk zetten.
Het drijft het verhaal uiteindelijk, net als bij Koning Arthur, tot een dramatisch slot, maar staan in de mythe de twee liefdesrivalen in oorlog tegenover elkaar, in de schepping van Terlouw is Artur een stuk vergevingsgezinder en ontstaat er een diepe vriendschap tussen de beide mannen die zelfs gemoedelijk met hun gedeelde vrouw in één huis verblijven.


Eén vrouw, twee mannen is het tweede boek van Alexandera Terlouw.
Haar eerste boek De man van Tsinegolde, was een indrukwekkend autobiografisch verhaal over de oorlog gezien door de ogen van drie zusjes. Het boek was een succes en kreeg veel publiciteit.
Haar tweede boek is duidelijk meer fictie, al is het op een oud stramien gebaseerd. Het verhaal heeft niet de impact van Tsinegolde, maar je kunt merken dat Terlouw, op 79 jarige leeftijd, zich duidelijk als schrijfster heeft ontwikkeld.
Vond ik dat bij Tsinegolde, haar schrijfstijl af en toe nog wat haperde, in dit boek is dat veel minder, ze heeft de smaak duidelijk te pakken en schrijft vloeiender dan in haar eerste boek. De ontwikkelingen, met name die uit het verleden, zijn af en toe wat ongeloofwaardig omdat ze vasthoudt aan het vertelraam van koning Arthur, maar toch wordt je meegesleept in het verhaal van Jeannet en haar twee mannen. Ook de andere personages zijn sterk geportretteerd.


ISBN 978 94 91567 742 Paperback 286 pagina's Uitgeverij De Kring september 2014

Willeke, 1 oktober 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=De kinderen van de kolonel
Mahmud Doulatabadi

“In een revolutie is ieder jong mens op zoek naar zijn eigen waarheid, naar de waarheid van zijn bestaan; bovendien is een revolutie voor jonge mensen de hoogste vorm van opwinding. In een dergelijke golf van opwinding is een jong mens net een duif die omhoogvliegt naar de zon en zo hoog vliegt dat hij verbrandt in de zon. Voor de jeugd is dat het hoogtepunt van de waarheid. Zo is het gebeurd dat de revolutie mijn kinderen heeft meegenomen.”

De kolonel weet dat nachtelijke bezoekers geen goed nieuws brengen. Hij zoekt traag naar de sleutel van de poort, om het moment van de waarheid nog enigszins uit te stellen. Twee jonge mannen brengen hem het nieuws dat hij al vreesde. Zijn dochter Parwane is dood. Terechtgesteld. Nog voor de dag aanbreekt moet ze begraven zijn.

De kolonel heeft vijf kinderen. Zijn jongste zoon Mas’oed ging vrijwillig het Iraanse leger in en is gesneuveld in de felle strijd tegen buurland Irak. Middelste zoon Mohammed Taghi was aanhanger van een linkse guerrillabeweging en ook hij heeft zijn idealen met de dood moeten bekopen. En nu is ook Farwane dood. Zijn jongste dochter, nog maar dertien jaar oud voelde zich aangetrokken tot een linkse verzetsbeweging. Farwane was een lief meisje, vrijwel altijd gehuld in haar schooluniform. In de stromende regen, met hulp van de twee boodschappers, begraaft de kolonel zijn jongste kind.

Twee van zijn vijf kinderen leven nog. Het zijn geen gelukkige levens. De keuzes van oudste zoon Amir deden hem in de gevangenis belanden. De gevangenis evenals de verdwijning van zijn vrouw Noer Aghdas braken hem. Tegenwoordig slijt Amir zijn dagen in de kelder van de kolonel.  Zijn broze geestelijke gestel brokkelt steeds verder af. Hij heeft teveel gezien, teveel moeten doorstaan. Een onwelkome bezoeker bespoedigt zijn geestelijke aftakeling. De oudste dochter van de kolonel, Farzane, is getrouwd en moeder. Het is geen gelukkig huwelijk. Farzane vermoedt dat haar man bij bloederige regeringspraktijken betrokken is.

In de donkere, laatste dagen van zijn bestaan overpeinst de kolonel zijn leven. Jaren geleden diende hij in het leger van de sjah en was hij een gerespecteerd man. Na zijn weigering deel te nemen aan een actie tegen rebellen werd hij oneervol uit het leger ontslagen. De kolonel is zijn nederlaag nooit te boven gekomen. Tot overmaat van ramp was hij met een overspelige vrouw getrouwd. Zijn vrouw Foroez keerde regelmatig pas in het holst van de nacht huiswaarts. Stomdronken meestal. Toen de kolonel niet langer met deze vernedering kon leven, wachtte hij haar met zijn sabel op en vermoordde hij haar. Zijn oudste zoon Amir, toentertijd een jongetje nog, was getuige van de moord op zijn moeder. De kolonel vindt het grootmoedig van zichzelf dat hij Amir niet deel heeft laten nemen aan de moord.

De kolonel overdenkt zijn leven en beseft dat het bijna voorbij is. Binnenkort zal Amir voorgoed zijn verstand verliezen. En hoe zit het met de kolonel zelf? De zorgzame Farwane hield hem op de been. Nu is ze er niet meer. Farzane is slechts een schim van haar oude zelf en mag haar ouderlijk huis van haar echtgenoot niet langer bezoeken. De kolonel, een patriot in hart en nieren heeft zijn kinderen aan de revolutie verloren. Nu verliest hij zichzelf.

Het werk van Mahmud Doulatabadi is zeer populair in Iran maar De kinderen van de kolonel werd door het ministerie van Islamitische Leiding van Cultuur verboden. Toch is er voor de Iranese fans van deze auteur hoop: de nieuwe regering van president Roehani zal deze beslissing wellicht in de nabije toekomst terugdraaien.

Mahmud Doulatabadi geeft het verhaal niet cadeau aan zijn lezers. De kinderen van de kolonel is een prachtig maar pittig boek om te lezen. Heden, verleden, waarheid en fantasie buitelen in een krachtige draaikolk door elkaar heen. Het grootste gedeelte van het verhaal wordt door de kolonel verteld maar soms neemt Amir het stokje even over. Dit verhaal moet je als lezer niet meteen willen doorgronden. Wees geduldig en laat het verhaal over je heen komen.

De indringende vertelstijl zorgde ervoor dat het verhaal me greep, me met afschuw vervulde en regelmatig ook ontroerde. Vooral het verhaal van Amir is hartverscheurend. De kinderen van de kolonel is een verdrietig, hard verhaal. Een verhaal dat haast dichterlijk verteld wordt maar toch van alle franje is ontdaan. Een aangrijpend verhaal dat zich afspeelt aan het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw en symbool staat voor een roerige periode in de geschiedenis van Iran.

ISBN  9789044516760| paperback | 314 pagina's| Uitgeverij De Geus | augustus 2014
Vertaald door Johan ter Haar

© Annemarie, 29 september 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEen ware held
Martin Michael Driessen


Waarom zou je een roman van dik tweehonderd pagina’s maken als het ook klein kan, zal de schrijver gedacht hebben. Hij had de levens van zijn hoofdpersonen kunnen uitvergroten, hij had het relaas van hun jeugd uitgebreid kunnen vertellen, hij had de andere personages kunnen uitvergroten, maar dat alles heeft Martin Michael Driessen niet gedaan en het is goed.
Het is meer dan goed, het is indrukwekkend.


Italië had in 1915 de oorlog verklaard aan Oostenrijk, louter en alleen om Tirol te veroveren. De strijd leidde net als in het Westen tot een loopgravenoorlog. 600 Kilometer lang strekten die zich uit langs de hele Italiaans-Oostenrijkse grens met de hoogste bergen van Europa. 900.000 Doden en gewonden waren het resultaat van een voor de Italianen uitzichtloze oorlog. De Oostenrijkers zaten hoog op de hellingen, in het voordeel ten opzichte van de Italianen die zich onder hen verschansten. Een lawine veroorzaken was een doeltreffend wapen...


Het verhaal gaat indirect over Generaal Cadorna, een tirannieke militair die diende in de Eerste Wereldoorlog. Voor hem telde het leven van de gewone soldaat niet (waar hebben we dat meer gehoord?) de generaal hield er barbaarse ideeën op na. Als zijn soldaten een slag verloren hadden ging hij over tot het decimeren van zijn troepen. Iedere tiende man werd geëxecuteerd.
Over Cadorna zijn nog meer feiten bekend: hij vergeleek zichzelf graag met Napoleon - een vergelijking die volgens mij totaal mank gaat - . Hij schreef alle mislukkingen toe aan het falen van zijn ondergeschikten. En strafte hen daarvoor. Hij liet ook Italiaanse krijgsgevangenen aan hun lot over, met als resultaat dat 100.000 landgenoten in gevangenschap omkwamen.
Vreemd genoeg stelde Mussolini hem later aan als veldmaarschalk in zijn leger.
Deze bruut vormt met zijn wrede manier van handelen de achtergrond van dit verhaal.


Twee broers, Beppo en zijn jongere broer Luigi bevinden zich onder de mannen die gestraft zullen gaan worden. De slag is verloren, iedere vierde man zal de dood vinden. Terwijl ze zitten te koukleumen en het harder gaat sneeuwen zitten ze te wachten op het vliegtuig van de Generaal.
Beppo probeert wanhopig hun kansen te berekenen, zodat hij weet waar ze moeten gaan staan om executie te voorkomen. Ten minste één van hen moet overleven!
Het loopt anders dan ze beiden hadden verwacht.


Martin Michael Driessen beschrijft de gelatenheid onder de soldaten. Het gekibbel om het laatste blikje sardines, de gehoorzaamheid van de mannen met de dood voor ogen, en dan het opstellen.
Een ware held is de titel van dit boek. Wie is die held dan? Luigi die panikeert in het oog van de dood? Beppo die zoveel moeite doet om zijn broer en zichzelf zo gunstig mogelijk op te stellen?
Of wordt misschien in ironische zin die generaal bedoeld, die nietsontziend zijn wrede nutteloze ideeën doorzet?
Een klein verhaal dat zoveel vertelt. Indringend en filmisch wordt die ene scène uit de oorlogsgeschiedenis belicht die je niet meer zult vergeten.


ISBN 9789028425354 |hardcover|63 pagina's|Uitgeverij Wereldbibliotheek|november 2013

© Marjo, 22 september 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Huis van herinneringen
Nicci Gerrard

De vierennegentigjarige Eleanor Lee woont nog altijd zelfstandig in haar grote, in verval geraakte huis. Eens was het ook het woonhuis van haar man Gil en haar kinderen. Eleanor heeft gelukkige tijden in het huis gekend en nog altijd voelt ze zich prettig te midden van de vele herinneringen waar het huis mee volgestouwd is. Eleanor en het huis horen bij elkaar. Ze heeft er het grootste gedeelte van haar leven gewoond.

De kinderen van Eleanor maken zich zorgen om hun oude, blinde moeder. Eleanor wordt goed verzorgd maar haar kroost wil graag dat ze bij een van hen intrekt of anders haar intrek in een verzorgingstehuis neemt. Lange tijd heeft Eleanor hardnekkig geweigerd. In een verzorgingstehuis wordt ze vast en zeker betutteld en zich door haar kinderen laten verzorgen, is wel het laatste wat ze wil. Eleanor wil niet verhuizen maar als een onschuldig vuurtje in een brand uitmondt, geeft ze haar verzet op. Ze stemt toe in een verhuizing naar een verzorgingstehuis. Ze stelt wel een voorwaarde: er moet een vreemde ingeschakeld worden om al haar papieren uit te zoeken.

De jonge Peter Mistley wordt door Jonah, de kleinzoon van Eleanor, gevraagd de klus op zich te nemen. Peter hapt gretig toe, zijn relatie is onlangs op de klippen gelopen en wie weet geneest een verandering van omgeving zijn hartzeer. De kennismaking tussen de jonge man en de oude vrouw verloopt enigszins stroef. Peter schrikt een beetje van het uiterlijk van Eleanor. Wat ziet ze er oud en breekbaar uit! Bovendien had Jonah hem niet verteld dat zijn oma blind is. Al snel beseft Peter dat de pientere Eleanor geestelijk helemaal niks mankeert. Peter stort zich op het sorteerwerk - Eleanor heeft werkelijk alles bewaard – en een wederzijds respect komt tot bloei.

Terwijl Peter zijn dagen in een kamertje vol oude kassabonnen, brieven, foto’s, documenten, boeken en kinderspeelgoed slijt, raakt hij betoverd door Eleanor. Haar geschiedenis ontvouwt zich voor zijn ogen. Eens was haar gerimpelde gezicht jong en glad. Eleanor was een mooie vrouw, een indrukwekkende verschijning. Peter ziet foto’s van Eleanor als jonge onderwijzeres, als moeder en later als grootmoeder. Hij leert haar familie kennen. Hij ziet ze op de enorme hoeveelheid foto’s voorbijkomen maar de kinderen en kleinkinderen van Eleanor brengen ook regelmatig een bezoekje aan de oude dame. De familie van Eleanor transformeert van een groep onbekenden in een familie waar hij zich bij op zijn gemak voelt. En dan vindt Peter de liefdesbrieven.

Het zijn maar een paar brieven maar de liefde die eruit spreekt is van een enorme omvang. Wie is de man die zijn hart uitstort? Wie is de man die Eleanor van zijn onmetelijke liefde betuigt? Peter beseft al snel dat Gil, de overleden man van Eleanor, niet de briefschrijver is. Peter weet niet of hij zijn vondst aan Eleanor kenbaar moet maken maar Eleanor voelt zijn stemming haarfijn aan. Ze vertelt hem dat deze brieven de reden van zijn komst zijn. Het zijn brieven die ze verborgen wil houden voor haar familie, ze was ze kwijtgeraakt. Ze vraagt Peter om de brieven aan haar voor te lezen en ze daarna in de haard te verbranden.

Peter willigt de wens van Eleanor in maar de inhoud van de brieven laat hem niet meer los. Welk verhaal vertellen de oude velletjes papier? Wie is de man die duidelijk zielsveel van Eleanor hield? Peter beseft dat het verhaal van Eleanor een verhaal is dat verteld moet worden. Hij haalt haar over om haar verhaal aan hem alleen, een vreemde, toe te vertrouwen. In de dagen die volgen vertelt Eleanor het verhaal achter de brieven.

Het verhaal van Eleanor blijkt een prachtig en hartverscheurend liefdesverhaal te zijn. Het is een verhaal over een onmogelijke liefde die heel even toch mogelijk leek. De liefdesgeschiedenis speelt zich af in Londen waar Eleanor tijdens de Tweede Wereldoorlog woont en werkt. Eleanor is verloofd met de jonge arts Gil. Ze denkt haar leven keurig op orde te hebben maar dan gooit een onverwachte ontmoeting haar overzichtelijke leven volledig overhoop.

Huis van herinneringen is een heerlijk, romantisch verhaal. Eleanor is een zelfverzekerde, onafhankelijke vrouw en het verhaal wordt dan ook nergens te zoet. De lezer weet dat Eleanor uiteindelijk voor Gil heeft gekozen, met hem was ze immers jaren gelukkig getrouwd. Wat is er van de hartstochtelijke briefschrijver geworden? Huis van herinneringen is een verrukkelijk en ontroerend boek. Prachtig en liefdevol geschreven door de vrouwelijk helft van het schrijversduo Nicci French.

ISBN 9789022558416  | paperback | 320 pagina's| Boekerij | september 2014
Vertaald door Mireille Vroege

© Annemarie, 19 oktober 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
Een man die Ove heet
Fredrik Backman


Ove is een mopperige man van 59 jaar, wiens vrouw een half jaar geleden is overleden. Z'n vrouw Sonja was de zon in z'n leven. Voor zij in z'n leven kwam, leefde hij eigenlijk niet en nu ze dood is, leeft hij eigenlijk ook niet meer. Maar Ove heeft een groot plichtsgevoel en gaat dus iedere dag naar z'n werk, tot het moment dat hij met vervroegd pensioen wordt gestuurd. Dan is de tijd gekomen om zich bij z'n vrouw te voegen, als een soort moderne Orfeus, hoewel die Eurydice natuurlijk uit het dodenrijk terug wilde halen. Dat kan natuurlijk niet, dus moet het dodenrijk betreden worden.


Helaas voor Ove, blijkt dit niet zo eenvoudig te zijn. De mensen in zijn omgeving blijken hem harder nodig hebben. Het zijn namelijk allemaal onhandige klunzen, die niets goed kunnen doen. Kortom, net nu hij geen verplichtingen voor z'n werk heeft, blijkt de plicht nog steeds te roepen.
Het verhaal begint in een computerwinkel, waar Ove het personeel tot wanhoop drijft. Wat hij daar nu eigenlijk doet is niet duidelijk. Hij wil een computer kopen, maar de reden hiervan wordt pas veel later in het verhaal duidelijk. Na dit eerste hoofdstuk springen we namelijk 3 weken terug in de tijd.

Ove doet z'n ronde door de buurt. Dat is hij zo gewend, want alles moet natuurlijk wel goed lopen en zonder Ove doet iedereen maar wat. De mensen kunnen tegenwoordig niets meer, geen fatsoenlijke koffie zetten, niet schrijven en zo nog het een en ander. Ove rijdt al z'n hele leven in een Saab, die iedere 3 jaar vervangen wordt. Een ander merk komt er bij hem niet in en dat iemand ooit zou kunnen besluiten om een auto van een ander merk te kopen, wil er bij hem niet in. Dat is een onbegrijpelijke vorm van verraad. Dat z'n buurman Rune in een Volvo rijdt, is tot daar aan toe, maar dat deze op een gegeven moment een BMW koopt, is een grof schandaal.

Ove is een eerlijk mens, die gewoon doet wat gedaan moet worden. Als er brand is in een huis en er is nog iemand binnen, dan moet die persoon er uit gehaald worden. Dat is geen heldendaad, zo hoort het gewoon. En als er iemand van het perron valt, dan moet die persoon ook geholpen worden. Het idee dat hij daardoor een held zou zijn, komt geen moment in hem op. Een gevonden portemonnee zelf houden? Geen haar op z'n hoofd die er aan denkt. Maar degene aangeven die besluit de tas, waar de portemonnee uit is gevallen, te houden, nee dat zal hij ook niet doen. Ove is trouw aan z'n principes.

Ove heeft een groot hart en staat altijd voor z'n medemensen klaar. Dat is ook te zien in de hoofdstukken die over het verleden gaan en waarin we zien hoe z'n jeugd een beetje was en hoe hij z'n vrouw Sonja leert kennen. Sonja, die na een tragisch ongeluk in een rolstoel beland. Wat volgt is een strijd tegen de instanties, waar we eigenlijk niets van mee krijgen. Sonja moet naar een verzorgingshuis, maar daarvan kan natuurlijk geen sprake zijn. Ove past het huis wel aan en draagt Sonja iedere avond naar boven. Sonja kan niet werken, althans volgens de instanties, maar Sonja werkt als docente op een school voor moeilijke leerlingen en Ove brengt haar daar en zorgt er natuurlijk ook voor dat ze binnen komt. Van de wereld van Sonja begrijpt Ove maar weinig. Sonja houdt van boeken, Ove heeft genoeg aan de realiteit van alle dag. Sonja houdt van mensen, Ove houdt van een goed gebouwd huis en een goede auto, die hij zelf kan repareren. Maar hoe het ook zij, ze houden van elkaar en nu Sonja er niet meer is, voelt Ove zich verloren.

Ove plant z'n reis naar de onderwereld, waar Sonja verblijft, heel zorgvuldig. Niets mag aan het toeval worden overgelaten. Er mag geen rommel van komen, alles moet zorgvuldig geregeld worden. De telefoon wordt opgezegd, er mogen geen lampen branden en er is een brief waarin precies staat wat er verder moet gebeuren. Helaas worden de voorbereidingen van de reis wreed verstoord door een schrapend geluid van een aanhanger, die langs de muur van Ove's huis schraapt. Ove stormt naar buiten en roept dat auto's niet op het woonerf mogen rijden. Even later wordt er tegen de brievenbus van Ove gereden en op dat moment heeft hij er genoeg van. De man in de auto moet uitstappen en Ove zal hem wel eens even laten zien, hoe je achteruit rijdt met een aanhangwagen.
En zo komen Patrick en Parvaneh en hun 2 dochtertjes in z'n leven en gooien dat helemaal overhoop. Patrick is een kluns, die nog geen klemmend raam open kan maken en Parvaneh is geen idioot. Ze komt uit Iran en is dus een Pers.

En zo komen we in een verhaal over een man die z'n vrouw zo mist. Een mopperkont, waarvoor je steeds meer sympathie gaat voelen en die langzaam een plekje in je hart veroverd. Ove heeft een groot hart en hoewel hij weinig van z'n medemensen en de kat, die zich in z'n leven dringt, moet hebben, worden ze toch belangrijk voor hem, of hij wordt belangrijk voor hen. Iedereen gaat maar over z'n grenzen heen en Ove accepteert het. Weliswaar wil hij bij Sonja zijn, maar z'n omgeving heeft hem nog steeds hard nodig en zo wordt deze mopperige eenzaat toch een soort spil, waarom alles draait.

ISBN 9789021447193 | paperback | 288 pagina's | Uitgeverij Q | augustus 2013
Vertaald door Edith Sybesma

© Renate, 12 oktober 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Maan op de heenweg
Janneke Holwarda


In 2010 mochten we het verrassende debuut van Janneke Holwarda (1953) begroeten: Zeesteen. ECI bekroonde het boek terecht en er waren in bladen jubelende kritieken.
Er zijn echter meer schrijvers, die geweldig debuteren maar daarna wegzakken in het moeras van de literaire middelmaat of erger. Met enige spanning nam ik dus het tweede boek van Holwarda ter hand: Maan op de heenweg.


Het verhaal speelt begin 20e of zelfs eind 19e eeuw. Hoofdpersoon is Dirkje, een meisje dat naar haar oma is genoemd. Dirkje leeft in het begin van het verhaal nog gewoon bij haar vader en moeder. Zij hebben elkaar tijdens toneelspel ontmoet. Vader is kleermaker, hij kan goed tegen alleen zijn en werkt hard om een bescheiden salaris binnen te halen. Moeder - Ali - speelt toneel; is eigenlijk hoedenmaakster maar drinkt vreselijk veel en doet het, als het even kan met andere mannen. Moeder gaat vaak naar het café, als vader in zijn werkplaats is en Dirkje moet dan mee:


'Haar lippen zijn rood als bloed en haar tanden ertussen groot en geel. Ze pakt me bij mijn armen sleurt me naar de deur. 'Liegbeest', sist ze, precies zo hard dat ik het goed kan horen en precies zo zacht dat de man - die weer achter de toonbank staat - het niet kan horen.'


Het is duidelijk, de moeder geeft alleen om zichzelf en verdrinkt haar frustraties. Het kind, Dirkje, is een overlever. En dat is zij op een heel knappe manier. Eigenlijk is ze haar moeder de baas. Ze kent haar zwakke plekken. De moeder ziet bijvoorbeeld slecht maar draagt uit ijdelheid geen bril op de fiets. Dat leidt ertoe dat ze mensen op een vreemde manier groet:


'Ik heb deze vage manier van zwaaien afgekeken van mijn moeder. Ze gebruikt hem als ze niet zeker weet of de ander kent - mijn moeder is slecht in gezichten - of als ze niet wil dat iemand anders - bijvoorbeeld vader - erachter komt dat ze iemand kent. Dan houdt ze haar hoofd scheef, ze trekt haar mond in een halve glimlach, haar ogen kijken in de verte en haar opgestoken hand gaat langzaam een paar keer heen en weer.'


Dirkje leert zichzelf onzichtbaar te maken voor haar moeders woede-uitbarstingen. Soms verstopt ze gewoon de bril van moeder en andere keer zoekt ze haar toevlucht bij oma, die een pension runt en een mysterieuze Indische huisknecht heeft, Resort, die haar op een vreemde manier helpt met kruiden, spreuken en andere tovermiddelen. Dirkje knipt haar paardenstaart af en hangt die aan de schuur.


'De schaar knarst, mijn vingers doen pijn van het knijpen. Het gaat niet in één keer. Ik moet wel vijf keer knippen dus het zal wel scheef worden, maar dat geeft niet. De staart is eraf. Ik leg de schaar terug op tafel en sluip weg met de staart in mijn hand. Thuis sla ik hem met een spijker vast aan de deur van de schuur. Dat houdt het onheil uit het huis, zegt Resort.'


Via deze Resort probeert ze zich te beschermen en behoudt ze een gedeelte van de kinderlijke magie, voor het overige is ze een kleine redderende volwassene, waarvoor we allengs steeds meer sympathie krijgen omdat ze de moeilijkste situaties weet te klaren. Bedreigende situaties vooral. De moeder is redelijk agressief en de vader te slap om in te grijpen. Gelukkig heeft Dirkje hulp van de drieling, drie meisjes uit de buurt met dezelfde kleren, die haar trouw helpen en enige vrolijkheid schenken. Aan hen laat Dirkje haar grootste schat, een wilde bloem, zien en ze sluiten een innige vriendschap.
Ze schaamt zich voor haar moeder en daar is de titel ook aan ontleent wanneer ze de moeder weer eens ladderzat uit een kroeg heeft gehaald staat er:


'We lopen in de nacht over de Loolaan naar huis, ik voorop. Mijn moeder klampt zich aan mijn schouder vast, ik moet moeite doen om haar in het rechte spoor te houden, ze zwabbert en ze moppert. De maan verschuilt zich achter de wolken. Het is goed zo: maan op de heenweg als ik alleen ben, en diep duister op de terugweg met haar.'


Wat de moeder doet kan het daglicht en het maanlicht niet verdragen.


Op een dag vertrekt de vader en er ontspint zich een gesprek tussen moeder en dochter:


'Ik heb de indruk,' zeg ik 's avonds tegen mijn moeder, 'ik heb sterk de indruk dat mijn vader hier niet meer woont.' Ik leg de klemtoon op 'sterk' en op 'vader' Mijn moeder is gevoelig voor zulke taal. We staan in de keuken bij het aanrecht. Vader is er niet, wat mijn theorie bevestigt. 'Het lijkt me een juiste kijk op de zaak.'Ze kijkt mij niet aan. Ze kijkt naar het brood en ik ook. Ik zie hoe het broodmes even in het brood blijft steken.'


Een gesprek op volwassen niveau waarbij de moeder het onderspit delft, overtroefd wordt door haar dochtertje. Op een dag lijkt er wat licht op te flikkeren aan het eind van de tunnel. Een paar tantes komen op bezoek nadat Dirkje een brief heeft beantwoord. De moeder wilde dat niet, ze weet ook niet dat ze zullen komen, dat heeft Dirkje verborgen gehouden. Moeder verstopt zich dronken op het toilet. De tantes kijken in de chaos van het vervuilde en verwaarloosde huisje rond, maar vertrekken zonder Dirkje mee te nemen. Ze durft dat uiteindelijk op het beslissende moment ook niet te vragen. Bovendien is er een zusje geboren, dat veel huilt en scheel is. Dirkje zorgt voor haar. Kan ze daarom toch niet weg?
Op een dag doet moeder het weer eens met een andere man en Dirkje wordt wakker, denkt dat haar vader teruggekomen is. Hij heeft overigens wel contact gezocht maar is afgewezen. Hierna besluit Dirkje weg te gaan. Hoe ze dat wil doen en of het lukt moet de lezer zelf maar ervaren. Het eind van het verhaal is spannend en onverwacht.


Janneke Holwarda heeft een strakke persoonlijke stijl van schrijven.  Ze schetst de emoties vanuit de ik-persoon Dirkje en glijdt nergens uit in sentimenteel gebrabbel. Gezien het thema een uitzonderlijke prestatie. Natuurbeschrijvingen zijn dun gezaaid, maar dienen om de gevoelens van Dirkje te onderstrepen. In de verte doet het boek denken aan Herfstmelk van de Duitse Anna Wimschneider. Een roman over een boerenmeisje dat de verantwoordelijkheid krijgt over een groot gezin in de oorlog. Holwarda's geschiedenis is echter veel meer document over het innerlijk behang van een meisje, dat weet te overleven. Op de laatste bladzijde staat:


'Met dit boek heb ik het kind
dat mijn moeder is geweest
een stem willen geven.'


Ik zou als ik de moeder van Holwarda was erg trots zijn op mijn dochter. Wat een geweldig boek!


ISBN 9789460680472 Paperback 155 pagina's Uitgeverij Marmer september 2013

© Karel Wasch, 8 oktober 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Solitude
Een Indische familiegeschiedenis
Jeroen Thijssen


Op de voorkant van het boek prijkt een prachtige foto van Presser en op de achterkant van het boek is een mooie compacte samenvatting van de inhoud ervan te lezen:


Wanneer Frank en Robert het huis van hun opa leeghalen, ontdekken ze hun duistere familiegeschiedenis. Hun voorvaderen hebben meegevochten op Lombok in 1896; ze ondergingen de gruwelen van de oorlog en vestigden zich met de verworven buit als echte kolonialen in Nederlands-Indië, de een als planter, de ander als journalist.
Dagboeken en andere documenten uit de vorige eeuw brengen Frank ertoe de geschiedenis van zijn opa en diens vader te reconstrueren. Erfelijke belasting en onverwachte familiebanden vormen een rode draad, en de Indische wortels zitten dieper dan Robert en Frank, in Nederland opgegroeid, ooit voor mogelijk hadden gehouden. Ontworteling lijkt een familietrekje waar ook zij niet aan ontkomen.


Het verhaal draait echter niet om de twee broers Frank en Robert, maar om de twee broers Hendrik, de planter en Theo, de journalist. Hun levensverhalen worden door Thijssen op een zeer overtuigende manier voor het voetlicht gebracht. Je waant je tijdens het lezen in het Indië van die tijd en het is of je toeschouwer bent van hun beide levens.


Het meest bijzondere aan dit boek en het prachtige verhaal is voor mij dat het zo ongelooflijk mooi geschreven is. Ik ben verliefd geworden op de prachtige zinnen die Jeroen Thijssen formuleert en ik heb ze tijdens het lezen ook een aantal keren hardop voorgelezen om de schoonheid ervan nog eens tot me door te laten dringen. Ik kan het hier ook niet laten om dat nog eens te doen. Dit zijn de gedachten van een van de broers, Theo de planter, te vinden op bladzijde 177:


'Alsof het voor hém bedacht was. Een vreemdeling in een vreemd lichaam, altijd geweest. Hij had momenten van verleiding gekend, hij was zich van lichamen bewust geweest die naast het zijne stonden of zaten, in de trein of in het gelid of, zoals nu juffrouw Agnes, tegenover hem. Maar al die tijd had hij gedacht, had hij geweten dat het niet voor hem bestemd was geweest, dat zijn reactie die van een zuivere primitief was, de barbaar, de aap die ieder mens in zich had. Dat beweerde die Darwin, en hij geloofde erin.'


In het boek zitten heel veel van dit soort mooie passages en dat maakt het lezen van dit boek heerlijk. De sfeer in het boek is ook bijzonder omdat de levens van de broers hele andere wendingen krijgen dan zij zelf van te voren hadden kunnen bedenken. Hun levens lopen sterk uiteen, maar er zijn ook veel raakvlakken alhoewel zij die zelf niet onderkennen. Ze trouwen beide niet dé of een vrouw van hun keuze, maar het toeval brengt ze een partner en daarmee, eveneens alsof het toeval is, een kind. Dan speelt er nog een mysterieuze ziekte op de achtergrond die familiair lijkt te zijn, maar waarover de lezer ook niet helemaal tot in detail geïnformeerd wordt. Er hangt een mysterieuze sfeer in het boek die misschien wel te vergelijken is met de boeken van Couperus als De stille kracht en Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan...


Aangezien het boek voor mij vooral om deze mooie passages draait, schrijf ik er hier ten slotte nog eentje op, te vinden op bladzijde 432:


'Ineens is het licht uit de lucht. De schemering duurt nog vijf minuten, dan schiet het duister uit alle hoeken en vult het huis, vult de veranda, vult die hele grote onoverzichtelijke wereld daarbuiten. Met mijn zaklamp kruip ik naast Robert onder de klamboe, al heb ik nog geen mug gehoord. Samen zitten we in een verlichte tent, twee broers in een vijandige wereld.'


Voor wie houdt van boeken over Indië, van een familiegeschiedenis en vooral van mooi geformuleerde zinnen, is dit boek van Thijssen zeker een aanrader.


Beluister het interview met Jeroen Thijssen over dit boek bij de VPRO


Jeroen Thijssen
is journalist en schrijft voor dagblad Trouw. Hij publiceerde eerder o.a. Mensen en Zoo, verhalen uit de dierentuin, zijn literaire debuut De Maarschalk en andere verhalen, Broeder en De Ronde van Gallië in 2010 genomineerd voor Beste Reisgids van het Jaar. Eerder werk stond op de longlist voor de Libris Literatuurprijs.


ISBN 9789046817179 Paperback 448 pagina's Uitgeverij Nieuw Amsterdam augustus 2014

© Ria, 1 oktober 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=De koffer van mevrouw Sinclair
Louise Walters

Roberta Pietrykowski voelt zich als een vis in het water in de boekwinkel waar ze werkt. Met name de tweedehands boeken genieten haar voorkeur. Regelmatig vindt Roberta kleine schatten, verstopt tussen de pagina’s van boeken. Ze kan het niet over haar hart verkrijgen om de vele kaarten, brieven en kattenbelletjes weg te gooien met als gevolg dat ze inmiddels eigenaresse van een bijzondere verzameling boekschatten is.

Sinds kort is Roberta in het bezit van een brief van haar opa. Ze vond het in een boek dat aan haar oma Dorothea heeft toebehoord. De toon van de brief is bitter. Opa, Jan Pietrykowski, verklaart Dorothea zijn liefde maar neemt tegelijkertijd afscheid van haar. Volgens Jan heeft zijn Dorothea iets onvergefelijks gedaan.

Roberta begrijpt er niets van. Waarom schrijft haar opa over een huwelijk dat niet door kan gaan? Dorothea en Jan waren getrouwd, oma en ook Roberta dragen immers zijn achternaam. En hoe kan het dat de brief in 1941 is geschreven? Volgens oma is Jan ruim voor de datum die bovenaan de brief staat, gesneuveld in de Tweede Wereldoorlog. Het huwelijk tussen de Britse Dorothea en de stoere Poolse gevechtspiloot was kort maar innig. Bovendien is er een zoon uit het huwelijk geboren: Roberta’s vader John. De brief van Jan Pietrykowski zaait verwarring.

Dorothea leeft nog maar is inmiddels bijna honderdtien. Steeds vaker is ze de kluts kwijt. Roberta wil haar oma om opheldering vragen maar ze weet niet goed hoe ze dat aan moet pakken. Ze wilde de oude vrouw niet van streek maken. Toch blijft de inhoud van de brief door haar hoofd spoken. Heeft oma gelogen over haar levensgeschiedenis? Welke schandalige daad verwijt opa haar in zijn brief?

Tussen de dagelijkse beslommeringen van Roberta door neemt de schrijfster de lezer mee terug naar het begin van de Tweede Wereldoorlog. Dorothy Sinclair woont in een klein huisje in een Engels dorp vol roddelende inwoners die ze stuk voor stuk veracht. Haar man Albert is vermoedelijk gesneuveld in de oorlog. Ze mist hem niet. Dorothy beseft inmiddels dat ze niet uit liefde met hem is getrouwd. Haar huwelijk was een vlucht. Dorothy trouwde om te ontsnappen aan haar dominante moeder. Dorothy verlangde hevig naar een kind maar ze kreeg miskraam na miskraam. En toen leek het eindelijk goed te gaan. Dorothy durfde zich te verheugen op de komst van haar kindje. Toch is Dorothy nu alleen. Na haar laatste zwangerschap ruilde ze het echtelijke bed in voor een slaapplek in de logeerkamer en deed ze de deur ’s-nachts op slot. Uiteindelijk vertrok Albert. Dorothy vond het best.

Per ongeluk heeft Dorothy een heldendaad verricht. Vlakbij haar huis stortte een Pools gevechtsvliegtuig neer. De piloot kwam om en de toesnellende Dorothy raakte gewond. Niemand beseft dat Dorothy heel andere bedoelingen had en ook al is de piloot gestorven, men vindt haar een held. Ze laat het maar zo. Niet veel later krijgt ze visite in haar kleine, afgelegen huisje. Een onbekende man stelt zich voor als commandant van het squadron en overhandigt haar een grote bos bloemen. Ook hij vindt haar een held. En zo begint het verhaal van Dorothy Sinclair en Jan Pietrykowski.

De koffer van mevrouw Sinclair biedt een gevoelig beschreven liefdesverhaal dat zich afspeelt in de Tweede Wereldoorlog. Wat is het ware verhaal van Dorothea en Jan Pietrykowski? Ook in het heden speelt zich het nodige op liefdesgebied af. Roberta heeft een relatie met een getrouwde man. Ze vindt het prettig dat ze geen enkele verwachting hoeft te koesteren. Eigenlijk behoort haar hart aan iemand anders toe maar Roberta weigert dat toe te geven. Nee, ze neemt genoegen met de aanwezigheid van haar kat en de bezoekjes van haar minnaar.

De gehanteerde schrijfstijl in De koffer van mevrouw Sinclair is vrij braaf. Kneuterig en zoet haast hoewel er ook kleine en minder kleine drama’s tevoorschijn piepen. Het verhaal zelf laat zich makkelijk raden maar toch heb ik genoten van dit boek. Het is een knus boek. Een boek dat zich uitstekend leent voor een regenachtige zondagmiddag. Een boek waarmee je jezelf op een paar ontspannen uurtjes leesplezier kunt trakteren. De koffer van mevrouw Sinclair verkeert graag in het gezelschap van een lekkere kop thee en een trommel zelfgebakken koekjes.

ISBN 9789022960592  | paperback | 328 pagina's| A.W. Bruna Uitgevers| september 2014
Vertaald door Erica Feberwee

© Annemarie, 30 september 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe koe die over de Waal zwom
Willem Claassen


Miniatuurtjes over het boerenleven. Prachtig zijn ze! Niet alleen zijn het scènes uit het leven van een boer en zijn gezin, het  vertelt ook over het opgroeien op het platteland, in een dorp.
Het leven is hard: ’s nachts je bed uit en in je pyjama meehelpen als een koe moet kalven, het besef wat een zwaar leven de vader heeft: de uren die besteed worden aan het melken, twee keer per dag, dag in dag uit, eenendertig jaar lang, tot de melkrobot zijn intrede doet.
Hij vertelt hoe de dood iets is dat bij het leven hoort, zoals ook de romantiek, hoewel zijn eerste ervaring niet erg romantisch is, als dat meisje, ouder dan hij, een aanzoek doet en zegt ‘op een oude fiets moet je het leren.’


De moderne tijd doet zijn intrede, de jongen wordt ouder en neemt afstand, al is het maar door de fanfare op te zeggen. Later is er de studententijd in Nijmegen, waar steeds teruggegrepen wordt naar de boerderij. En natuurlijk is er die koe die over de Waal zwom.


Het is zijn eigen jeugd die Willem Claassen beschrijft, in een prachtige stijl. Soms heel kort, nog niet een pagina, dan weer lang: een hele zomer verteld in korte stukjes. Maar ook die ene zin, zeer terecht opgemerkt door Tzum (www.tzum.info/tzum-literatuurprijs). Zie hieronder...


In zijn eerste boek zaten ook mooie zinnen, maar vond ik het verhaal niet zo bijzonder. In dit kleine boekje kan ik geen mankement vinden, behalve misschien dat het te weinig is. Ik wil meer!


Eén zin, één verhaal:


‘ De was die buiten hangt bij de buren, de overbuurman die in zijn Landrover wegrijdt, zijn stal met hennen waar ik vele zaterdagen zwart heb gewerkt, het bordje ‘zachte berm’ dat er al eeuwen staat, het weiland met de pony die ik altijd even moet aaien, de moestuin, de hond van Hendriks die naar me toe komt en het hele stuk dat ik langs hun erf loop op een meter afstand naar me blaft tot ik voorbij ben en hij zich resoluut omdraait, het grindpad naar het huis met twee oude zussen, het prikkeldraad, de basket boven de garagedeur van de familie Lamers waar ik altijd jaloers op was, het enorme voetbaldoel van de familie Lamers met het veel te kleine veldje waar ik ook jaloers op was, de boomgaard waar onze hond een keer in verdween en pas twee dagen later vermoeid en vermagerd uit terugkeerde, de sloot waar we in de winter op schaatsten met dode visjes in het ijs, het oude schuurtje met de kleine ramen waar we met katapulten op schoten, de geur van pannenkoeken, de kiezelsteentjes in de scherpe bocht, mijn broer die met de tractor altijd veel te hard door die bocht reed terwijl ik naast hem zat en ik me goed vasthield en hoopte dat we niet om zouden vallen, de champignonkwekerij waar ik soms anderhalve kilo moest halen, de tuin van Van Lieshout waarin onze koeien toen ze waren uitgebroken diepe gaten achterlieten met hun hoeven, de oude vieze badkuip naast het huis van Sengers, het kleine bos met de dunne bomen, de tweede ingang naar onze wei waar ik me een keer had verstopt toen ik was weggelopen en iedereen me zocht en mijn neefje op de dijk had gekotst, het bordje ‘kersen te koop’, de verrotte vlaggenmast voor het huis van Driessen, de andere kant van de boomgaard waar onze hond voor twee dagen in verdween, het blauwe bord met ‘Beuningen’ waar een flinke deuk in zit, de grote weg waar onze kat werd doodgereden toen we verkleed waren als Zwarte Pieten en de weg overstaken en het zagen gebeuren, de grote weg waar ik tweehonderd meter met de tractor op heb gereden terwijl ik geen rijbewijs had en niet wist hoe ik moest schakelen, de vluchtheuvel, de afslag die ik het vaakst heb genomen, de afdaling die voelt als thuiskomen, de brandnetels, de rotte lucht waarvan ik nooit heb geweten waar die vandaan komt, de reiger naast de sloot, onze oprit, de brievenbus met daarin alleen maar post voor mijn vader, de tuin met aan de rand de knotwilgen, de stal, mijn vader met de hogedrukspuit, de achterdeur, de laarzen en de klompen bij de achterdeur, de mat, de wc, de jassen op de grond onder een veel te volle kapstok, het schilderij van Anton Pieck, de keuken, mijn moeder aan tafel met thee en de koekjestrommel, mijn verhuisdozen in de hoek, mijn broer die uit de computerkamer komt en vraagt: ‘Ben je nog niet weg?’, mijn gehandicapte zus die uit de woonkamer komt en zegt: ‘Ik ben blij als je weg bent’, mijn vader die in zijn overall in de deuropening staat en vraagt: ‘Ga jij de koeien omjagen? Het is de laatste keer dat je dat kunt doen’, en ik die even aarzel, ze alle vier op mij zie wachten, mijn moeder, mijn broer, mijn zus, mijn vader, en dan zeg: ‘Ja, da’s goed, ik ga ze halen’.


Prachtig, prachtig... die soms onderkoelde, kortaffe toon die emoties zo goed weergeeft.
De korte zinnen die alles zeggen, duidelijk geïnspireerd door het boerenbedrijf waar meestal maar weinig woorden nodig zijn. De details en de mooie afronding aan het eind geven de liefde voor het boerenbedrijf weer, waardoor je voelt dat de afstand die de schrijver genomen heeft, tegelijk een soort heimwee is.


Willem Claassen (Beuningen, 1982) studeerde geschiedenis en journalistiek. Hij publiceerde korte verhalen in onder andere Tirade en Passionate Magazine.


ISBN 9789079571260 | paperback| 130 pagina's| Uitgeverij Wintertuin| november 2013
Illustraties van Joost Dekkers, en dat zijn schilderijtjes op zich!

© Marjo, 25 september 2014

 Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zwerfvuil
en andere verhalen
Johan Bordewijk


Na zijn mooie debuut Morgen vlieg ik terug dat verscheen in april 2012 volgde Zwerfvuil in 2013 waarin 18 verhalen te lezen zijn.

Het boek opent met het titelverhaal waarin Eliza en Nathan, een wat ouder stel, de verloedering van hun stad zijn ontvlucht. Het is vooral Nathan die zijn omgeving niet langer kon verdragen. Ze wonen nu in ‘Park Grevendael’.


De wijk  uit de glimmende folder lag tussen de weilanden. Identieke vrijstaande huizen, gebouwd in twee bogen om een plantsoen. Centraal gelegen een appartementencomplex, met op de begane grond een winkel voor de dagelijkse boodschappen. Een hek rondom met een poort en een portier. Ze dacht aan joodse nederzettingen in bezet gebied.'


Maar Nathan drijft zijn zin door en daar zitten ze dan in hun nieuwe woning met uitzicht op het keurige plantsoen. Elke verstoring van de orde wordt door Nathan geregistreerd en gemeld aan de portier.
En dan zit daar op een dag op het bankje in hun plantsoen de meneer in 'de jurk' uit oude straat. De meneer met de djellaba en het 'keppeltje'. Nathan belt de portier, die man moet weg. Maar een paar dagen later zit de man er weer en tot Nathans ergernis loopt zijn vrouw naar hem toe...

Het verhaal zelf is niet echt indrukwekkend maar wel de sfeer die Bordewijk weet op te roepen. Je voelt het verstikkende van het bewaakte huis en de dwingende obsessie van Nathan, maar ook de heimwee van de vrouw naar haar oude huis in de gezellige levendige buurt.


Het verhaal 'Gelukzalig reizen per trein' laat je de ergernis voelen die treinreizigers ervaren als ze in een stiltecoupé zitten en een stel kwebbelende meiden binnenkomen die gewoon doorkletsen... Er wordt gelachen door de meiden om het woord silence en ook de subtiele aanwijzingen van hun medereizigers leveren niet het beoogde effect. De wraak van een van reizigers is echter zoet. Het verhaal heeft een licht Roald Dahl achtig einde.


Escargots
is een gruwelijk verhaal over een vrouw die compleet doordraait. Erg naargeestig en akelig. Maar het had wel impact, het blijft je nog lang bij.

Bert schrikt is een verhaal over een jongen met een geestelijke handicap die zich goed weet te handhaven totdat een akelig, treiterig meisje alles voor hem verpest. Anne alleen is een aangrijpend verhaal dat gebaseerd is op een krantenartikel.


Toch haalt deze verhalenbundel het niet bij Bordewijks debuut. Wel apart is dat personages uit voorgaande verhalen soms terugkomen in een volgend verhaal, maar ze spelen geen bijzondere rol, ze hadden net zo goed weggelaten kunnen worden.
De meeste verhalen zijn aardig maar het sprankelende en verfijnde van Morgen vlieg ik terug hebben ze niet. De verhalen zijn vooral naargeestig en beklemmend. Na het lezen van het boek blijf je met een akelig gevoel zitten. Veel goeds over het karakter van mensen kom je in dit boek niet tegen. Het zijn verhalen over de hokjesgeest, het fatsoen, de eenzaamheid etc. maar ze zijn net niet bijzonder genoeg helaas. Hopelijk is zijn volgende boek weer van zijn debuutniveau.


ISBN 9789078905677 Paperback 130 pagina's Uitgeverij De Brouwerij juni 2013

© Dettie, 21 september 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER