Nieuwe boekrecensies

altHet hebzuchtgas
Jan Terlouw

'In de Bijbel staat: Eerder gaat een kameel door het oog van de naald dan dat een rijke ingaat in het koninkrijk der hemelen. En er is een volksrijmpje dat zegt: vijf en zes die geven niet, één en twee die kunnen niet, maar vier en drie die geven vrij.'


Het fictieve land, Tradicië, is overstroomd. Er was al jaren gewaarschuwd voor het stijgende waterpeil, men was al wel begonnen met het ophogen van de dijken. Te laat! Het watergeweld dat het land bedreigde toen de orkaan Diana zich ontwikkelde, was niet tegen te houden. Een stoomwals van water, twee of drie meter hoog, rolde over het land, en verzwolg alles wat in de weg stond. Elk levend wezen dat zich ter plekke bevond was reddeloos verloren.
Julia, op dat moment bezig met haar eindexamen, weet zich te redden door in de kerktoren te klimmen. Zij is de kleindochter van de president, Stefan de Wolf, die zich bezig houdt met het terugdringen van het broeikaseffect.


Na de ramp kan Julia alsnog haar examen halen door stage te lopen. Daarvoor gaat ze naar Solide, een bedrijf dat zich bezig houdt met het winnen en verwerken van olie en andere energiedragers. De directeur Alphons Bovenwoning nodigt haar uit op de bovenste verdieping waar hij werkt en woont. Haar stageopdracht is onderzoeken hoe mensen met afval omgaan, om te ontdekken hoe er nog zuiniger omgegaan kan worden met energie. Tijdens dat onderzoek ontdekt Julia dat Alphons Bovenwoning, net als de andere machtige en rijke directeuren in het land, behept zijn met het hebzuchtgas. Zij kunnen alleen maar denken aan geld, nog meer geld, nog meer macht. Dat moet veranderen, vindt Julia.
Samen met enkele andere jongeren verzint ze een plan om de directeuren van hun verslaving af te helpen.


Dit boek, in 2014 geschreven, zou het derde deel zijn in de Katoren-reeks. Maar er is weinig waardoor je het een vervolg kan noemen. Alleen het feit dat ze alle drie een fikse portie maatschappijkritiek bevatten, is niet genoeg.
Het eerste boek, Koning van Katoren dat in 1971 werd geschreven, vertelt het verhaal van Stach, een jongen die in het fictieve land Katoren zeven opdrachten moet vervullen voordat hij koning mag worden. In 2007 kwam er een vervolg op het boek, Zoektocht in Katoren. In dit verhaal belandt een herder, die gewoonlijk in afzondering op een berg woont, voor het eerst in zijn leven in de maatschappij.


In Het Hebzuchtgas is er geen sprake meer van een koning. Er is een president. De hoofdrolspelers zijn ouder. Het lijkt me een pittig boek voor de kinderen die na de eerder genoemde boeken dit boek zouden gaan lezen als derde deel.
Het is dus een goede keuze dat er op deze uitgave geen enkele verwijzing staat als zou het een derde deel zijn. ‘Een sprookje voor jong en oud’ staat er. En dat is het. Helaas.

'De klimaatcrisis is een glasheldere illustratie. Eigenlijk weet iedereen wat we zouden moeten doen. Ik zeg als natuurkundige: het probleem is simpel oplosbaar. Simpel. De zon schijnt iedere dag een enorme hoeveelheid energie op de aarde; 98 procent ervan gaat zo weer het heelal in. Het winnen van duurzame energie uit die overvloed is een peulenschil.'


Want al is dit de overtuiging van de nu vijfentachtigjarige Jan Terlouw, ik ben bang dat een boek als dit niet genoeg is om de verantwoordelijken van ons eigen land, dat immers ook voor een groot deel onder de waterspiegel ligt en onder zal stromen als het water blijft stijgen, wakker te schudden. Maar wie weet schudt het enkele - liefst meerdere - lezers wakker, want ook wij zijn verantwoordelijk...


Luister hier terug naar Jan Terlouw bij Vroege Vogels.


ISBN 9789462970441 | Hardcover | 224 pagina's | Uitgeverij De Kring | november 2016

© Marjo, 8 december 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het kaartenhuis
Mark Z. Danielewski


Achterflap:
Ik heb nog steeds nachtmerries. Ik heb ze zelfs zo vaak dat ik er inmiddels aan gewend zou moeten zijn. Dat ben ik niet. Niemand raakt ooit echt gewend aan nachtmerries."

Johnny Truant in Het Kaartenhuis.


Ze zouden helemaal opnieuw beginnen. Maar wanneer een jonge familie haar intrek neemt in een huis op Ash Tree Lane ontdekken ze dat er iets vreselijk mis is. Hun huis is aan de binnenkant groter dan aan de buitenkant. Veel, veel groter. Een blinde oude man, een jonge bediende in een tattoo-winkel, en een krankzinnige vrouw die rondwaart in de zalen van een psychiatrische inrichting - ze vertellen het verhaal van een familie die wordt geconfronteerd met een constant veranderende reeks gangen in hun huis, totdat ze uiteindelijk oog in oog komen te staan met de verschrikkelijke duisternis die in het binnenste verborgen zit.


Maar zelfs terwijl de omvangrijke architectuur van het huis langzaam wordt blootgelegd, beginnen de grenzen tussen de schaduwen van het huis en die van de levens van de vertellers hun onderscheid te verliezen. Plotseling verandert het huis op Ash Tree Lane in iets heel anders - in een wereld die achtervolgd wordt door angst en demonen en ineenstort van verdriet.
Het kaartenhuis werd bij verschijning onthaald als een absolute sensatie: een verbazingwekkende, beangstigende en volkomen authentieke roman.


Gezien de laaiend enthousiaste recensies en reacties van lezers had ik me er heel wat van voorgesteld. Het zijn verschillende verhalen dooreen, die gaandeweg meer raakvlakken gaan vertonen. De verteller, Johnny Truant, is bezig een boek samen te stellen, uit een koffer vol losse stukjes beschreven papier, aantekeningen, citaten, voetnoten en verwijzingen van een overleden oude man. Deze man, Zampanò, beschreef uiterst nauwgezet een paar documentaire films van Will Navidson, daarbij flink uitweidend over allerlei technische, natuurkundige en mythologische aspecten. De films van Navidson betreffen een zoektocht naar een verklaring voor het voortdurend veranderende huis dat hij en zijn vrouw hebben gekocht. Er verschijnen gangen met deuren die naar open ruimtes leiden, een labyrinth waarin een mens weken kan ronddwalen.


Het boek begint met het verhaal van Johnny en gaat dan verder met de beschrijving van de film en het huis, terwijl Johnny's verhaal verder gaat als voetnoten. Die voetnoten kunnen pagina's lang doorgaan, zodat je af en toe een stuk terug moet bladeren om het andere verhaal weer op te pakken. Johnny is aardig aan de drank en drugs en kan ook wel paar bladzijden gewoon raaskallen... hmmm... doorlezen maar! Onderhuids is er met hem heel wat aan de hand, dat wordt gaandeweg wel een beetje duidelijk.


Daarnaast zijn er talloze voetnoten die verwijzen naar literatuur van auteurs, die de geschiedenis van het huis en de film ook uitentreuren hebben geanalyseerd. Als je verder komt in het verhaal, krijgen sommige voetnoten ook weer voetnoten en de lay-out begint zich flink te roeren. Teksten binnen kadertjes, in spiegelschrift, ondersteboven, diagonaal, lege pagina's, doorgehaalde tekst, verdwenen letters uit woorden, je kunt het zo gek niet bedenken. Vaak functioneel, want in relatie met de gebeurtenissen. Dat is allemaal helemaal prima, origineel, amusant en leerzaam. De laatste 200 pagina's zijn appendices, waar in het boek ook naar wordt verwezen, al werd ik daar dikwijls niks wijzer van.


Maar wat betekende dat uitdijende en krimpende huis nu? Het innerlijk van een mens? Was de getraumatiseerde Johnny een soort Minotaurus? Jonas in de Walvis? Zat het allemaal bij iedereen tussen de oren? Een baby die geboren wordt, een lange gang door moet en in een zwart gat valt? Ik bleef echter hoop houden, dat ik op het eind tenminste een vage verklaring zou vinden, maar die bleef helaas uit. Wat wel heel mooi uit de verf komt is de liefde van Karen en Will Navidson.


Ik ging op zoek op internet wat anderen er dan van gemaakt hadden, maar dat leverde niets op. Ook de mensen die erover jubelen lijken geen verklaring te hebben en schijnen voornamelijk enthousiast te zijn vanwege de originele opzet van het boek. Tja, ik vind dat een beetje jammer. Maar het is heel goed mogelijk dat ik gewoon niet intelligent genoeg ben om de verbanden te leggen en het te begrijpen!


ISBN 9789023453635 | Paperback | 713 pagina's | Uitgeverij Cargo | november 2008
Vertaald door Karina van Santen en Martine Vosmaer

© Berdine, 4 december 2106

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De watergeus
Jaap ter Haar


Dit boek speelt zich af in de tijd van de watergeuzen en de beeldenstorm. Nederland staat onder Spaans bestuur, of is door de Spanjaarden bezet, afhankelijk van hoe je het bekijkt. De katholieken hebben de macht en de calvinisten worden min of meer vervolgd. Als een deel van de calvinisten geweld gaat gebruiken, niet alleen tegen kerken, maar ook tegen mensen, wordt er natuurlijk om harde maatregelen geroepen.


De hoofdpersoon van dit boek is de Amsterdamse koopman Jacob Simonsz. de Rijk, een calvinist die eigenlijk van mening is dat mensen maar moeten geloven wat ze willen. Hij doet met iedereen zaken en op een gegeven moment ontstaan er problemen, als hij een katholieke klant, die met betaling in gebreke blijft, onder druk zet.


Lubbert Nut, een personeelslid van Jacob heeft zich bij een katholieke doop niet bepaald van z'n beste kant laten zien en Jacob stuurt hem voor alle zekerheid naar Duitsland, waar hij veiliger is. Helaas wordt de toestand in Amsterdam minder aangenaam voor de calvinisten, mede omdat een deel geweld gaat gebruiken tegen katholieken en hun gebouwen.


Uiteindelijk wordt Jacob de Rijk door omstandigheden gedwongen om Amsterdam en het land te verlaten. Z'n vrouw laat hij in Amsterdam achter, omdat zij weinig risico loopt. Met hem vluchten meer mensen, onder wie ook de vrouw van Lubbert Nut. In Duitsland ontstaan er ook wat problemen, omdat sommige calvinisten het ook niet met de lutherse mensen kunnen vinden. Bovendien worden ook koopvaardijschepen door de watergeuzen, die als vrijheidsstrijders worden gezien, overvallen en dat gaat niet alleen om Spaanse schepen. Dat zet natuurlijk kwaad bloed bij de Duitsers en Jacob verhuist naar Emden, waar hij uiteindelijk ook z'n vrouw heen haalt.


Uiteindelijk sluit Jacob zich aan bij de watergeuzen en daar wordt het verhaal nog wat boeiender. Je zit de verschillen tussen de mensen. Sommige geuzen gaat het eigenlijk alleen maar om het roven, moorden en plunderen en zijn eigenlijk weinig ideologisch bevlogen. Daarnaast zie je de verschillen in opvattingen over het geloof. Jacob wordt echt gedreven door de strijd tegen de Spanjaarden, die hij als bezetters ziet. Met geloofsconflicten houdt hij zich minder bezig en hij maakt zich ook druk over het doden van katholieken. Anderen zijn veel fanatieker in geloofszaken en zijn van mening dat het niet om godsdienstvrijheid gaat, maar om het bestrijden van alles dat niet in lijn ligt met het calvinistische geloof.

Al met al vond ik het een interessant boek, dat misschien ook een les kan zijn in de huidige tijd.


ISBN 9789020529210 | Paperback | 256 pagina's | Uitgeverij VCL | december 2008 (1e druk 1972)

© Renate, 1 december 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Hier moet het zijn
Maggie O’Farrell


Daniel Sullivan herkent de stem die via de autoradio zijn leven binnendringt meteen. Het is 2010 maar Daniel bevindt zich plotsklap weer in de jaren tachtig. Het gejengel van zijn baby, het ratelende stemmetje van zijn zesjarige dochter Marithe en het gekibbel met zijn vrouw Claudette zijn naar de achtergrond verdwenen. De stem is van Nicola Janks. Daniel kent haar. Hij heeft haar al jaren niet meer gezien of gesproken. Ze hoort bij een vorig leven. Dan spreekt de radiopresentator met gepast gedempte stem de woorden uit die Daniels leven volledig overhoopgooien. Nicola Janks is niet lang na het interview, dat in de jaren tachtig plaatsvond, overleden.


Terwijl Daniel afscheid van zijn vrouw en kinderen neemt, kan hij zijn verwarring nauwelijks onderdrukken. Hij verlaat zijn afgelegen woning in het sprookjesachtige Ierse Donegal om naar zijn geboorteland Amerika te reizen. Op aandringen van zijn oudere zussen zal hij de negentigste verjaardag van zijn vader bijwonen. Hij zal zijn oude vader waarschijnlijk voor de laatste keer gaan zien. In een opwelling besluit Daniel echter eerst zijn kinderen op te zoeken. Niet de twee kleintjes die hij in Ierland heeft achtergelaten, maar zijn al wat oudere kinderen, Niall en Phoebe, die bij hun moeder in Amerika wonen. Daniel heeft ze in geen jaren gezien en kan het verlangen naar zijn kroost niet langer onderdrukken. Dat hij door zijn beslissing voor zijn familie tijdelijk van de aardbodem lijkt te zijn verdwenen, ontgaan hem. Dat de achterdochtige Claudette steeds achterdochtiger wordt, ontgaat hem ook.


Na het verlate bezoekje aan zijn hoogbejaarde vader besluit Daniel een tweede stunt uit te halen. Hij gaat op zoek naar Todd, een vriend van vroeger. Misschien kan Todd hem vertellen wat er met Nicola is gebeurd. Hij kende haar immers ook. Daniel beseft dat hij zijn leven pas kan hervatten als hij weet wat er destijds precies is gebeurd. Hij bevond zich in een ander werelddeel toen Nicola stierf. Hij dacht destijds dat ze geen interesse meer in hem had en daarom niets van zich liet horen. In het verre Ierland wachten zijn vrouw en twee kleine kinderen in hun afgelegen huis op zijn terugkomst. Daniel weet dat Claudette allesbehalve blij met de gang van zaken is. Toch kan hij niet anders. Hij moet dit doen. Hij moet weten wat er met Nicola is gebeurd.


Claudette en Daniel hebben elkaar op een afgelegen landweggetje in Ierland ontmoet. Het was Claudettes zoon Ari die hen onbewust bij elkaar bracht. Claudettes auto stond met een lekke band langs de kant van de weg terwijl Daniel, in het gezelschap van een urn met daarin de as van zijn opa, door Ierland toerde.  De auto van Claudette stond uit het zicht maar Ari was op onderzoek uitgegaan en Daniel trof hem moederziel alleen langs de kant van de weg aan. Ari schonk hem onmiddellijk zijn kinderlijke vertrouwen en troonde zijn nieuwe vriend mee naar zijn moeder. Claudettes reactie was heel wat minder hartelijk. Ronduit vijandig zelfs. Ze ontdooide echter toen ze merkte dat Daniel, een taalkundige, op een bijzonder manier met het gestotter van haar zesjarige zoon omsprong.


Pas later die dag besefte Daniel wie hij zojuist had ontmoet. Claudette was niemand minder dan Claudette Wells, de wereldberoemde filmster. Een aantal jaar geleden verdween ze samen met haar zoontje van de aardbodem. Al snel was duidelijk dat Claudette er zelf voor had gekozen te verdwijnen. Haar vriend Timou, een bekende regisseur, bleef alleen achter. Toen Daniel onverwachts op het Ierse landweggetje opdook, was Claudette bang dat ze gevonden was. Dat was ze ook maar niet door een nieuwsgierige journalist of een privédetective. Claudette was gevonden door de liefde. Daniel bleef bij haar en hielp haar de anonimiteit in stand te houden.


Claudette heeft er niet zomaar voor gekozen te verdwijnen. Daniel weet dat. Toch zet hij zijn huwelijk op het spel om de waarheid over Nicola te achterhalen. Waarom doet hij dat? Wat is er in de jaren tachtig precies gebeurd? Schrijfster Maggie O’Farrell dompelt de lezer onder in een verhaal dat de relatie tussen Daniel en Claudette op alle mogelijke manieren onder de loep neemt.  Door de vele vertelperspectieven en het niet chronologische verhaalverloop krijgt de lezer de kans de gebeurtenissen en de personages volledig te doorgronden. Ook de minder mooie kanten van de personages komen aan bod. Ze legt hun levens volledig bloot.


Maggie O’Farrell is een fantastische schrijfster die haar personages vol liefde tot bloei laat komen. In Hier moet het zijn schetst ze heel integer de kwetsbaarheid van het menselijk hart en de neiging tot zelfdestructie waaraan sommigen maar niet lijken te ontkomen. Ik ging volledig in dit prachtige, allesomvattende verhaal op.


ISBN 9789026335365 | paperback | 483 pagina's | Ambo|Anthos | oktober 2016
Vertaald door Ernst Boer en Ankie Klootwijk

© Annemarie, 26 november 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Liefde is
Waarover we praten als we het over liefde hebben
Pedro Chagas Freitas


Over de liefde zijn ontelbare woorden geschreven. Liefde wordt beschreven in oude geschriften, boeken, liedjes, gedichten en tegenwoordig ook op sociale media. Over de liefde zullen we nooit uitgepraat raken. Ook auteur Pedro Chagas Freitas heeft de verleiding niet kunnen weerstaan. Op geheel eigen wijze schrijft hij in tal van ultrakorte verhalen over het wonder dat liefde heet.


Pedro Chagas Freitas hanteert een prachtige schrijfstijl. Hij speelt met taal, zinsopbouw en woordkeuze waardoor de scheidingslijn tussen proza en poëzie soms nauwelijks zichtbaar is. Zelf schrijft hij daarover:


Hier ben ik en ik sta voor waar ik in geloof. Ik ben Pedro Chagas Freitas en ik produceer ideeën. Sla me maar op mijn muil. Ik ben Pedro Chagas Freitas en er gaat geen dag voorbij zonder dat ik iets nieuws bedenk. Het kan een tekst zijn, een radicaal gebruik van leestekens. Of het kan een spelletje voor kinderen zijn, een concept voor een tv-programma of een boek dat zo apart is dat er geen enkele opbouw in zit. Ik ben Pedro Chagas Freitas en ik ben een idioot: dat is alles.
Beter een gehaat idioot dan een getemd genie.”


De verhalen in deze bundel beslaan slechts enkele bladzijdes, soms niet meer dan twee. Ze gaan over allerlei soorten liefde. Over de liefde tussen man en vrouw, over lust, over een moeder die van haar kind houdt, over een vader die zijn ouderlijke trots bijna uitschreeuwt en over de dankbaarheid en liefde van een kind voor zijn ouders. Het gaat over liefde die eeuwig duurt en liefde die iemand ontglipt. Over liefde die een gelukzalig gevoel geeft en liefde die ronduit pijn doet. Pedro Chagas Freitas begrijpt heel goed dat liefde vele facetten kent.


De inhoud van de verhalen is intrigerend maar de zinnen die de auteur gebruikt stelen de show. Hij trakteert de lezer in een duizelingwekkend tempo op prachtige, grappige, passievolle en theatrale zinnen en oneliners:


Je draagt het blauwe horloge dat ik je voor je verjaardag gegeven heb en de belofte van een kus, meer heb ik niet nodig om mijn armen naar je uit te strekken en je onder mijn lakens uit te nodigen.”


“Ik zal van je houden tot het uiterste, je kussen tot aan de laatste grens, rennen als lopen goed genoeg is, springen als rennen goed genoeg is.”


“We waren nog zo jong maar onze liefde was al eeuwenoud.”


“P.S. Wat mij betreft kun je gevoeglijk doodvallen.
En ik hou van je.”


“Hoeveel liedjes moet ik luisteren om je niet langer in me te horen.”


“De baby die huilt alsof hij al weet dat hij volwassen moet worden.”



Ik kan nog honderden citaten plaatsen maar ik zal me beperken tot bovenstaande. Elk korte verhaal kent meerdere zinnen die eruit springen. Dit boek lees je dan ook niet even snel, snel achter elkaar uit. Je pakt het dagelijks op om jezelf op een paar mooie verhalen te trakteren. Eigenlijk kan het permanent in het zicht blijven liggen, zodat je op elk gewenst moment een verhaal tot je kunt nemen. Hoewel de liefde niet te doorgronden is, komt Pedro Chagas Freitas gevaarlijk dicht bij de ontknoping van deze wonderlijke emotie in de buurt. Dit bijzondere boekwerk zal menigeen met verrukking, vertedering en een gevoel van herkenning vervullen. Mooi, heel mooi.


ISBN 9789401605779 | paperback | 440 pagina's | Xander Uitgevers | oktober 2016
Vertaald door Myriam van Gils en Anne Lopes Michielsen

© Annemarie, 23 november 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het vogelhuis
Eva Meijer


Kan het dat je heimwee krijgt naar een plek waar je nooit geweest bent? Dat gevoel overviel me na het lezen van dit boek. Eva Meijer weet in haar roman een sfeer op te roepen die je totaal meetrekt in het verhaal en vooral in het leven van Gwendolen Howard. (1894 - 1973). De schrijfster laat Len zelf haar verhaal vertellen.


Deze vrouw groeit op in een niet onbemiddeld milieu maar is slecht bestand tegen de druk van het vaste stramien waarin geleefd wordt. Ze wil haar eigen leven leiden en kan en wil niet voldoen aan de verwachtingen die horen bij het leven van een vrouw uit haar tijd. Ze is een begenadigd violiste en dankt de hemel dat ze in een orkest in Londen kan gaan spelen. Eindelijk vrij, weg van het verstikkende milieu met soirees en verplicht luisteren naar gedichten en het opdraven met haar viool om deze bijeenkomsten op te luisteren.


Het enige wat ze in de grote stad mist, zijn de vogels. "Op mijn eerste vrije dag ga ik naar Hyde Park. het is ver, anderhalf uur lopen. Maar ik mis de vogels." [...] Van mijn eerste salaris kocht ik vogelzaad." De liefde voor deze dieren kreeg ze van haar vader mee. Hij ving de kleine hulpeloze diertjes die uit hun nest waren gevallen op, en verzorgde ze tot ze oud en sterk genoeg waren om weer losgelaten te worden.
Len is niet echt een mensenmens. Contact maken is sowieso niet haar sterkste kant, de mensen van het orkest vindt ze aardig maar meer hoeft van haar niet. In feite geniet ze meer van de dieren zoals de vogels in het park.


En dan komt de dag dat ze genoeg heeft van het leven in de stad - misschien is dat onbehagen mede veroorzaakt door een relatie waarbij ze er weer aan herinnerd werd wat voor leven ze absoluut niet wilde -. Zo kan het gebeuren dat ze een hut, het latere vogelhuis, betrekt op het Engelse platteland, in het dorpje Ditchling. Het is daar dat ze de start maakt met haar verdere, zeer bijzondere, leven.

Tegen de heersende manier van werken in, bestudeert Len daar de vogels in hun natuurlijke habitat. Zij heeft het voor die tijd vooruitstrevende idee dat je geen goed beeld van het gedrag van vogels krijgt als zij in gevangenschap worden waargenomen. Ze zet de ramen open en wint het vertrouwen van de vogels in haar omgeving. Vooral de pimpel- en koolmezen weten de weg naar en in haar huis te vinden. Ze ontdekt dat de vogels een eigen 'persoonlijkheid' hebben en sommige zelfs zeer intelligent zijn. Het is fantastisch om te lezen wat deze vrouw allemaal opmerkt en ervaart dankzij deze meesjes.

Natuurlijk stuit haar onderzoek op weerstand, bovendien is ze een vrouw, dat helpt ook niet echt mee. Ze wordt tevens 'beschuldigd' van antropomorfisme (toeschrijven van menselijke gevoelens en beweegredenen aan niet menselijke wezens of dingen) maar haar twee boeken over haar observaties en haar wetenschappelijke publicaties dwingen toch respect af. Haar grote voordeel is ook dat ze dankzij haar kennis van muziek de verschillende geluidstonen die de vogels maken, kan registeren en daar patronen en signalen in leert herkennen.

De schrijfster Eva Meijer vertelt in de uitzending van 31 oktober bij VPRO boeken dat ze bewust gekozen heeft voor een roman in plaats van een biografie mede omdat er weinig over het privéleven van Len Howard bekend is. Bovendien vond de schrijfster (o.a. filosofe) het interessant om te kijken wat Howard dreef om haar leven radicaal om te gooien en zich te richten op de 'levensverhalen' van koolmezen.  Eén vogel, Ster, krijgt overigens een eigen 'stem' in dit boek. Over dit koolmeesje wordt in aparte hoofdstukken de zeer beeldende observaties van Len weergegeven.

Maar niet alleen het verhaal is erg aangenaam om te lezen, het is ook in prachtige stijl en beeldende taal is geschreven, iets wat je helaas niet vaak meer aantreft in de moderne Nederlandse romans.

"Het water maakt mijn benen onder de knie scheef en smal, mijn handen als ik ze erin steek buigzamer dan ooit."


"Op de terugweg zie ik onze voetstappen in de aarde liggen, voor tenminste een nacht bewaard. "


(Nadat Len erg gekwetst is) "Tussen mijn borsten ontstaat een barst, die door mijn lichaam naar beneden trekt: eerst lijn, dan opening, dan gat. [...]
Ik zwem een rondje om de boot en stel me voor dat het gat in mijn borst vol water loopt. Als ik de rest daarna de rivier uit volg ben ik vloeibaar."


Kortom, een indrukwekkend verhaal. Ik had graag nog veel langer in het vogelhuis willen blijven.

ISBN 9789059366695 | Paperback | 282 pagina's | Uitgeverij Cossee | 22 september 2016

Dettie, 19 november 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Lily en de octopus
Steven Rowley


Op een dag dringt de octopus zich zomaar aan Ted en Lily op. Ongevraagd en ongewenst. Het achtarmige wezen heeft zich, toen Ted even niet oplette, stevig op Lily’s schattige kopje genesteld en lijkt niet van plan te vertrekken. Ted is hevig geschokt en maakt meteen een afspraak bij de dierenarts. Hoewel hij dondersgoed weet dat de octopus een tumor is, hoopt hij vurig op een wonder. Het innig gewenste mirakel blijft uit. De dierenarts kan de tumor niet verwijderen.


Ted besluit hoogstpersoonlijk de strijd met de octopus aan te gaan. Hij zal een manier vinden om het onsympathieke wezen van Lily’s hoofd te verdrijven. Hij kan immers niet zonder zijn Lily. Hij en zijn parmantige teckel zijn al twaalf jaar onafscheidelijk. Lily is de constante factor in zijn leven. Anderen kwamen en gingen maar Lily bleef. Wat hebben ze veel meegemaakt samen! Wat heeft Lily gesmuld van de vele zoute tranen die over Teds gezicht gleden.


De octopus blijkt een waardige tegenstander. Een vijand. Hij trekt zich niks van Teds dreigementen aan en spuit zelfs inkt in de ogen van Lily, waardoor het beestje blind wordt. Ted beseft dat hij Lily waarschijnlijk gaat verliezen. Hij stort in. Lily, zijn Lily. Ted herinnert zich nog elk detail van de dag dat hij Lily mocht ophalen. Wat was hij zenuwachtig! Zou zijn nieuwe pup hem wel leuk vinden? En welk hondje moest hij eigenlijk kiezen? Ze buitelden allemaal vrolijk over elkaar heen. Hoe moest hij uit de wirwar van pootjes en staartjes zijn toekomstige maatje ontwarren? Gelukkig hoefde Ted niet te kiezen. Lily koos hem. Het klikte meteen.


Al snel sliep de kleine Lily in zijn bed. Vanaf dat moment zijn Ted en Lily onafscheidelijk. Ook toen Jeffrey in beeld kwam en na zes jaar weer uit beeld verdween. Een nare dag wordt met een bak ijs bestreden en Lily is altijd in voor een spelletje met rode bal. Uiteraard voeren ze hele gesprekken. Mensen die nooit een hond hebben gehad, begrijpen dat misschien niet. Iedereen die echter ooit een hond tot zijn vriendenkring heeft mogen rekenen, weet dat de beste gesprekken tussen mens en hond gevoerd worden. Een hond oordeelt niet, kan uitstekend luisteren en weet met een grappige blik of een dikke lik het baasje altijd weer op te vrolijken. Zo is het ook tussen Lily en Ted.


Octopus blijft waar hij is. Hij begint zich bovendien steeds agressiever te gedragen. Ted beseft dat zijn tegenstander aan de winnende hand is. Dat kan en dat mag niet. Hij weet dat Lily niet het eeuwige leven heeft maar hij kan zich gewoonweg geen leven zonder haar voorstellen. Ted besluit tot het uiterste te gaan. Samen met Lily zal hij een laatste poging wagen de octopus te overtroeven. De strijd is nog niet gestreden.


Lily en de octopus gaat over iets dat alle huisdierbezitters vroeg of laat mee zullen maken: het verlies van een huisdier. De band tussen hond en baasje is vaak zo hecht, dat loslaten vrijwel onmogelijk is. Soms doet het zelfs meer pijn dan het verlies van een menselijke dierbare. Op het moment dat Ted de octopus ziet, beseft hij dat hij Lily waarschijnlijk kwijt zal raken maar die gedachte kan hij gewoonweg niet aan. Lily geeft zijn leven kleur. Lily is zijn houvast. Ted is in de veertig en woont en werkt alleen. Na zijn relatie met Jeffrey is het hem niet gelukt een nieuwe levenspartner te vinden. Lily vervult de rol van beste vriendin, levensgezel en kind. Ze is zijn alles. Hoewel Ted zich vaak in zijn, soms ook grappige, fantasieën verliest, is dit aangrijpende verhaal heel herkenbaar.


Steven Rowley heeft er in dit werkelijk prachtige debuut voor gekozen om de octopus een stem te geven. Hoewel de stem alleen in Teds hoofd te horen is, geeft deze vertelvorm het verhaal een extra dimensie. De tumor op Lily’s kopje is ook veel meer dan een vreemde verdikking. Het IS de vijand. Het IS een monster. En uiteraard is de octopus gemeen en niet voor rede vatbaar. Veel kwaad legt het af tegen de kracht van de liefde maar soms is zelfs de meeste innige liefde niet genoeg. Ted zal dat onder ogen moeten zien maar o, wat is dat moeilijk.


ISBN 9789023427230 | paperback | 316 pagina's | Cargo | oktober 2016
Vertaald door Aleid van Eekelen-Benders

© Annemarie, 16 november 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Er was eens een vrouw die haar buurkind wilde doden
Macabere verhalen
Ljoedmila Petroesjevskaja


Verhalenbundels zijn er in alle soorten en maten. Soms gaat het om ontroerende, realistische of grappige verhalen.  De Russische schrijfster Ljoedmila Stefanovna Petroesjevskaja (1938) heeft echter voor een heel ander thema gekozen. Haar verhalen zijn luguber en onheilspellend. Sommige verhalen gaan over het slechte in een mens, anderen over de dodenwereld of over het schemergebied tussen leven en dood. Ze bezorgden me stuk voor stuk kippenvel.


Het verhaal waaraan deze bundel zijn titel ontleent, heet Wraak. Het gaat over de vrouwen Raja en Zina die eens dikke vriendinnen waren. Op het moment dat Zina’s buik duidelijk verraadt dat ze een kindje verwacht, slaan de vriendschappelijke gevoelens van Raja om in haat. Nadat het kindje, een meisje, geboren is, neemt de haat in Raja’s hart steeds grotere vormen aan. Zonder schaamtegevoel smeedt ze plannen het kindje te doden. Ziet Raja het kind als een bedreiging voor haar vriendschap met Zina of herinnert de baby haar aan haar eigen kinderloosheid? De lezer mag het antwoord zelf raden.


De verhalen zijn in de volgende vier categorieën opgedeeld: Liederen van de oost-slaven, Allegorieën, Requiems en Sprookjes. Elke categorie bevat vier tot zes verhalen. Het titelverhaal staat in de eerste categorie. Een ander mooi verhaal in deze categorie heet De groeten van moeder. Het gaat over de jonge Oleg die na de dood van zijn moeder ontdekt dat zijn vader zijn echte vader niet is. Het verandert zijn leven ingrijpend. Oleg maakt er een potje van. Op het moment dat hij lichamelijk en financieel volledig uitgeput is, verschaft zijn zus hem een helder inzicht.


In de categorie Allegorieën staat een naargeestig verhaal over een epidemie. Wat doe je als een dierbaar familielid je dreigt te besmetten? Het beste verhaal in deze categorie heet De nieuwe Robinsons. Het gaat over een vader die zijn gezin voor een naderend onheil probeert te behoeden door naar het armoedige, schrale platteland te verhuizen. Vanaf dat moment is vader constant op zoek naar een nieuwe schuilplaats, terwijl zijn gezin langzaam verhongert.


De verhalen in de categorie Requiems balanceren stuk voor stuk op de flinterdunne scheiding tussen leven en dood. Een van de verhalen gaat over een vader die alles op alles zet om zijn dode dochter tot leven te wekken. Andere verhalen gaan bijvoorbeeld over een ernstig zieke vrouw die met haar nieuwe vriend naar een wel heel bijzondere plek verhuist en een vrouw die denkt dat er iemand in haar huis is.


De naam die aan de laatste categorie is gegeven, is bedrieglijk. Bij sprookjes denken de meeste mensen immers aan lieflijke kinderverhalen. Uiteraard zijn de sprookjes in deze bundel allesbehalve vriendelijk van toon. Het zijn verhalen die een loopje met de werkelijkheid nemen. Het verhaal Het koolmoedertje komt in eerste instantie nog het meest bij een klassiek sprookje in de buurt. Onder het blad van een grote kool, treft een vrouw een piepklein kindje aan.


Alle verhalen in dit boek zijn vreemd, luguber en ook zeer bedwelmend. Aanvankelijk wist ik niet wat ik van deze macabere verhalen moest denken maar al snel was ik verkocht. De hoogbejaarde schrijfster speelt met het menselijke karakter en laat goede eigenschappen tegen kwalijke gedachtes strijden. Daarnaast hanteert ze een schrijfstijl die zowel open als mysterieus is. Het zijn verhalen die zich stevig in je gedachten nestelen. Verhalen om te overdenken.


De verhalen in Er was eens een vrouw die haar buurkind wilde doden bevatten stuk voor stuk een diepere betekenis. Wat die betekenis is, zal wellicht per lezer verschillen. Ljoedmila Petroesjevskaja heeft me met haar reeks macabere verhalen volledig overrompeld. Ik ben verbijsterd, verrast en verblijd.

ISBN 9789044536034 |  hardcover | 223 pagina's | De Geus | oktober 2016
Vertaald door Seijo Epema en Yolanda Bloemen

© Annemarie, 15 november 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Ik denk dat het voorbij moet zijn
Iain Reid


Hoewel ze Jake pas een week of zes kent, weet ze al enige tijd dat ze hun relatie maar beter kan beëindigen. Ze voelt zich tot Jake aangetrokken maar toch twijfelt ze. Ze heeft niet het gevoel dat er een gelukkige toekomst voor hen samen is weggelegd. Toch heeft ze het geschikte moment te zeggen dat het voorbij moet zijn niet aangrepen. Ook de andere momenten waarop ze haar twijfels uit had kunnen spreken, gleden ongemerkt voorbij. En nu is ze samen met Jake onderweg naar de afgelegen boerderij van zijn ouders. Nog altijd is het hoge woord er nog niet uit.


De autorit lijkt eindeloos te duren. De boerderij ligt op een paar uur rijden van hun woonplaats. Terwijl ze uit het raam kijkt, probeert ze het gerinkel van haar telefoon te negeren. Ze maakt Jake wijs dat ze door een opdringerige vriendin gebeld wordt en daar geen zin in heeft. In werkelijkheid is de onbekende beller een man. De telefoontjes zijn kort na haar ontmoeting met Jake begonnen. Wie hij is en wat hij van haar wil, weet ze niet. Hij jaagt haar angst aan. Ze voelt zich er zo ongemakkelijk door dat ze er niet over kan praten. Als ze haar angsten hardop uitspreekt, kunnen ze nooit meer genegeerd worden. Nooit meer weggestopt worden in het donkerste hoekje van haar brein. Ze zwijgt en kijkt naar het plattelandslandschap dat als een oneindig schilderij voorbijglijdt.


Kun je tijdens een autorit zeggen dat het voorbij moet zijn? Ze twijfelt. Bovendien heeft ze eigenlijk geen enkele reden om het te zeggen. Jake ziet er niet onaardig uit, heeft een goede baan en is intelligent. Hun gesprekken zijn filosofisch van aard. Samen kunnen ze urenlang mijmeren over de zin van het leven. Ook over zijn bedprestaties heeft ze niets te klagen. Waarom denkt ze dan toch dat het voorbij moet zijn? Het is nog niet te laat. Ze kan nog altijd haar mond openen om haar besluit aan Jake mee te delen.


Nu ze weet dat het binnenkort voorbij zal zijn, is ze minder zenuwachtig over het bezoekje aan haar “schoonouders”. Het is immers niet de bedoeling een band met ze op te bouwen. Na het bezoekje zal ze Jakes ouders waarschijnlijk nooit meer zien. Misschien is het zelfs beter om eerst maar gewoon bij ze op visite te gaan. Ze kan Jake ook naderhand het slechte nieuws vertellen. Toch is ze nieuwsgierig. Zal Jake op zijn ouders lijken? Hoe is hun onderlinge band? Ze vindt Jake nog altijd leuk. Eigenlijk zou ze in haar nopjes moeten zijn met een partner als Jake. Toch duikt de gedachte die hun gezamenlijke toekomst om zeep helpt, steeds in haar hoofd op. Het heeft zich stevig verankerd en laat zich niet meer verdrijven. Keer op keer spookt het door haar hoofd: “Ik denk dat het voorbij moet zijn.”


Ik denk dat het voorbij moet zijn is het fictiedebuut van Iain Reed. Eerder schreef hij al de veelgeprezen non-fictieboeken One Bird’s Choise en The Truth About Luck. Dit indrukwekkende verhaal begint als een filosofische roman maar de spanning die tijdens de autorit in het verhaal sluipt, neemt steeds grotere vormen aan. Er gaat iets heel onheilspellends van het verhaal uit. De roddelpraatjes die de hoofdstukken doorbreken, doen het ergste vermoeden.


De roddelpraatjes worden door onbekenden gevoerd. Het kunnen telefoongesprekken zijn, ontmoetingen in de supermarkt of gesprekken op een kantoor. Ze gaan over iets vreselijks dat is gebeurd. Iets dat niemand had verwacht. De gesprekken worden steeds gedetailleerder. Over wie gaan ze? Gaan ze over Jake of over iemand anders? Hoe zit het eigenlijk met de onbekende beller die de hoofdpersoon steeds lastigvalt? Steeds als hij haar belt, ziet ze haar eigen telefoonnummer op het scherm van haar mobiele telefoon verschijnen. Wie is hij en wat wil hij van haar? De onthutsende waarheid laat zich niet raden.


Niemand kan na zes weken beweren iemand door en door te kennen. Toch is het heel normaal om met je kersverse partner een autorit te maken. Welke rampzalige gevolgen kan een ritje naar het platteland immers hebben? Het gaat om een onschuldig bezoekje aan twee oude mensen. Auteur Iain Reid laat de spanning torenhoog oplopen. Het benauwende gevoel dat zich van de hoofdpersoon meester maakte, sloeg genadeloos op mij over. Je zou dit boek een spannende roman maar ook een literaire thriller kunnen noemen. Het is dan een literaire thriller die het predicaat “literair” ook echt verdient. Ik denk dat het voorbij moet zijn is bijna onverdraagbaar intens. Een waar kunststuk.


ISBN 9789044632514 | paperback | 222 pagina's | Prometheus | november 2016
Vertaald door Dennis Keesmaat

© Annemarie, 14 november 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Een liefde in Rome
Mark Lamprell


Rome, de stad van de liefde. Een stad met een rijke geschiedenis. Er zijn dan ook al heel wat lofzangen over de Italiaanse hoofdstad geschreven. Ook Een liefde in Rome is een ode aan deze stad. Het verhaal wordt verteld door een liefdesgeest die vergroeid met de stad is. Hij is al vanaf het eerste moment met de stad verbonden. Eigenlijk kun je wel stellen dat het verhaal wordt verteld door Rome zelf. Deze liefdesgeest deelt drie mooie liefdesverhalen met de lezer van dit boek.


De liefdesgeest vertelt de drie verhalen door elkaar en houdt zich daarbij aan een chronische tijdlijn. Allereerst maakt de lezer kennis met de jonge Alice uit New York. Alice komt uit een welgesteld gezin. Iedereen blinkt wel ergens in uit. Iedereen, behalve Alice. Ach, Alice heeft oog voor detail en kan kleuren die ogenschijnlijk op elkaar lijken, moeiteloos uit elkaar houden maar niemand neemt dit talent serieus. Er wordt een blind date met de tien jaar oudere Daniel voor haar geregeld. Dan trouwt Alice in ieder geval een goede partij. Alice stribbelt niet tegen. Dat heeft ze nooit gedaan. Toch is ze nu alleen naar Rome gereisd. Over een dag zal ze doorreizen naar Florence waar ze samen met Daniel een verlovingsring uit zal zoeken. Alice verwart de dankbaarheid die ze voor Daniel voelt – hij biedt haar immers een uitweg uit het perfecte gezin – met liefde.


Ook de uit Londen afkomstige Lizzie en haar goede vriendin Constance reizen naar Rome. De bejaarde dames zullen daar de as van Henry verstrooien. Lizzie en Constance zijn niet alleen vriendinnen maar ook schoonzussen. Henry was Lizzies broer en Constances echtgenoot. Henry heeft voor zijn dood aangeven dat zijn as bij de Ponte Sant’Angelo uitgestrooid moet worden. Het was zijn laatste wens. Bij die bewuste brug hebben hij en Constance elkaar voor het eerst ontmoet. Lizzie wil het klusje het liefst zo snel mogelijk achter de rug hebben maar Constance heeft moeite met het afscheid nemen. Ze mist haar Henry vreselijk en kan zijn dood maar niet accepteren. Bovendien voelt ze zich onzeker. Wilde Henry soms na zijn dood in Rome achterblijven omdat hij daar herinneringen heeft opgedaan die hij niet met Constance heeft gedeeld?


Alec en Meg, een succesvol koppel uit Amerika, brengen eveneens een bliksembezoek aan Rome. Meg heeft een speciale tegel voor een renovatieproject op het oog. Ze heeft niet door dat Alec haar enthousiasme niet deelt. Eigenlijk interesseert het haar niet meer wat Alec vindt. Het stel is op zakelijk gebied uiterst succesvol maar van hun huwelijk is niet veel meer over. Meg is in de loop der jaren een harde vrouw geworden. Het stemt Alec verdrietig. Wanneer ze in Rome een ongeluk krijgen en door een knappe, vrouwelijke arts opgelapt worden, slaat bij Alec de twijfel toe. Wil hij nog wel verder met Meg of is het tijd om ruiterlijk toe te geven dat hun huwelijk een vreedzame dood is gestorven?


Een echte liefdesgeest kijkt natuurlijk niet werkeloos toe hoe drie liefdesverhalen in het water dreigen te vallen. Hij zorgt ervoor dat Alice vriendschap met een groepje jongens sluit. Met één jongen in het bijzonder, kan ze het bijzonder goed vinden. De twijfel slaat toe. Wil ze de rest van haar leven wel echt met Daniel delen? Constance beseft dat ze de confrontatie met het verleden aan moet gaan en Alec en Meg moeten beslissen of ze hun levens met of zonder elkaar zullen voortzetten.


Een liefde in Rome is de eerste roman van Mark Lamprell die in het Nederlands verschijnt. Het is een fijne feelgood roman. Hoewel er dramatische gebeurtenissen plaatsvinden, ben je er als lezer meteen van overtuigd dat alles goed zal komen. De hoofdpersonen worden immers ongemerkt door de liefdesgeest begeleid. Deze geest deelt overigens ook vol vuur zijn liefde voor de stad met zijn lezerspubliek. De liefdesperikelen zijn doorspekt met mooie verhalen over de oude stad.


Een liefde in Rome biedt heerlijk onbezorgd leesplezier. Het verhaal wordt luchtig uit de doeken gedaan waardoor het zich uitstekend leent voor een avondje ontspanning. Het is ook een heel geschikt boek om cadeau te geven, ook aan iemand die je nog niet zo goed kent. Met een mooi liefdesverhaal doe je immers bijna iedereen een plezier!


ISBN 9789400507616 | paperback | 262 pagina's | A.W. Bruna Uitgevers | oktober 2016
Vertaald door Saskia Peterzon-Kotte

© Annemarie, 13 november 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een vrouw op 1000°
Hallgrímur Helgason


Ze was ooit mooi, nu is ze uitgeteerd door longemfyseem.
Ze heeft in de mooiste huizen gewoond, nu slijt ze haar laatste levensdagen in een oude garage.
Ze heeft overal ter wereld gedanst, nu kunnen haar benen haar niet meer dragen.
Ze komt uit een roemruchte IJslandse familie, nu kijkt niemand meer naar haar om.
Het enige dat ze wil is voor Kerst sterven en gecremeerd worden in een oven die gegarandeerd 1000 graden heet is...


'Een vrouw op 1000° ' is een prachtige roman, waarin we van de hak op de tak door het leven van Here Björnsson springen. Maar telkens keren we terug in het heden, waarin zij op de dood wacht, door haar longemfyseem afhankelijk van de zorg van anderen. Zij, die onafhankelijkheid hoog in het vaandel had staan.
Het boek is niet bepaald een feelgoodroman, maar één die je meesleept door de wereld van Here en de geschiedenis van de 20e eeuw. Van IJsland via het Duitsland in oorlog naar Argentinië tot ze tenslotte weer thuiskomt in IJsland. Al lezend wordt het duidelijk hoe ze van een jong, levenslustig meisje is geworden tot de harde, cynische, rauwe dame die de lezer haar levensverhaal tot het bittere einde toe vertelt.


Vanaf de allereerste bladzijde heeft het boek – en dan met name hoofdpersoon Here – mij geboeid. Here is geen gemakkelijk persoon om mee mee te leven, maar eigenlijk ben ik stiekem een beetje van haar gaan houden. Zij deed mij denken aan een oudere dame die ik ken en die op sommige punten ook ongeveer zo'n levenshouding heeft. Prachtmens, maar geen gemakkelijk mens. Zo is Here ook. De schrijfstijl, waarbij Here de lezer rechtstreeks lijkt aan te spreken, is indringend en trekt je steeds verder mee in het verhaal.
Toch is het ook geen gemakkelijk boek om te lezen. Deels door de eerder genoemde rauwheid, maar ook door de grote sprongen heen en weer in de tijd waardoor je soms heel even de draad van het verhaal kwijt bent. Maar de doorzetter wordt beloond met een boek van uitzonderlijk hoog niveau. Laat je op voorhand niet afschrikken door het grote aantal bladzijden (541), maar dompel je onder in de levensverhalen van Here Björnsson. Ik ben in ieder geval blij dat ik het heb mogen lezen in het kader van 'Een perfecte dag voor literatuur' van NotJustAnyBook.


De IJslandse auteur Hallgrímur Helgason (1955) is een veelzijdig man: schrijver, schilder, cartoontekenaar, essayist. Hij heeft gestudeerd aan de Art Academy of Iceland en later aan de Academy of Fine Arts in München. Hij heeft inmiddels meer dan 20 solo exposities gehad in o.a. IJsland, Boston en Parijs. Zijn debuutroman 'Hella' verscheen in 1990, waarna hij een omvangrijk oeuvre heeft gecreëerd. 'Een vrouw op 1000°' is zijn jongste roman, waarvan de rechten inmiddels aan meer dan 12 landen verkocht zijn.

ISBN 9789029588935 | Paperback | 541 pagina's | Uitgeverij Nijgh & van Ditmar | maart 2014

© Joanazinha, 6 november 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Hoe je verliefd wordt op een zwerver die in de bosjes woont
Emmy Abrahamson


De Zweedse Julia woont al enkele jaren in Wenen. Eens voerde de liefde haar naar de Oostenrijkse hoofdstad. Haar grote liefde Matthias bleek echter over een rijkelijke voorraad leugens te beschikken en liet Julia een illusie armer achter. Toch is ze in de mooie stad blijven wonen. Ze heeft een leuke woning en een gezellige vriendengroep. Een nieuwe liefde heeft Julia echter nog niet gevonden. De mannen die ze ontmoet, zijn beslist geen prinsen op het witte paard.


Julia verdient de kost als lerares Engels op een taleninstituut. Het is een baan die veel geduld eist. Waarom lukt het sommige mensen toch niet de logica van een taal te doorgronden? Ze zucht niet eens meer wanneer een leerling vol enthousiasme “I love cock” uitroept om aan te geven dat ze dol op koken is. Julia droomt ervan ooit een fantastisch boek te schrijven. Een ontroerende roman of misschien juist een ijzingwekkende thriller. Julia heeft ideeën genoeg. Het ene na het andere briljante verhaalconcept borrelt in haar brein op. Helaas komt ze er steeds achter dat haar weergaloze ingevingen geen ideeën maar herinneringen aan bestsellers zijn. De verhalen waarmee ze door hoopte te breken, zijn al door anderen geschreven. Die verdraaide schrijvers ook!


Julia’s nieuwe opdracht is een verademing. Ze mag de directeur van de grootste bank van Oostenrijk Engelse les geven. Omdat hij een drukbezet man is, zal de eerste les pas om zeven uur ’s avonds plaatsvinden. Op een bankje op het Karlsplatz wacht Julia tot het tijd is zich bij de balie van de bank te melden. Ze geniet van het zachte zomerweer en de uiteenlopende toeristen die over het plein slenteren. Ze merkt nauwelijks dat er een man naast haar op het bankje komt zitten. Wanneer hij haar vraagt hoe laat het is, schrikt ze op uit haar gemijmer.


De man zit duidelijk om een praatje verlegen en blijft haar vragen stellen. Hij spreekt Engels, iets wat Julia wel aanspreekt. Hij vindt het op zijn beurt fantastisch dat Julia niet uit Oostenrijk komt. Volgens hem zijn Oostenrijkers een beetje raar. Julia’s gesprekspartner is zelf ook vreemd. Zijn stoffige haren en baard en zijn niet al te frisse kleding verraden dat hij een zwerver is. Hij lijkt zich niet voor zijn sjofele uiterlijk te schamen en babbelt er gemoedelijk op los. Om vijf voor zeven staat Julia op om naar het bankgebouw te lopen. De zwerver staat ook op. Voor hij in de menigte verdwijnt, zegt hij “Zaterdag, zeven uur, zelfde bankje.


De woorden van de zwerver blijven door Julia’s hoofd spoken. Heeft ze een afspraakje? Julia weet niet goed wat ze moet doen. Wat moet ze met een zwerver? Zo iemand past toch helemaal niet bij haar onberispelijke levensstijl? Toch neemt Julia die zaterdag om zeven uur plaats op het bankje op het Karlsplatz. Eerlijk gezegd weet Julia zich geen raad met haar vrije tijd en ze is blij met een beetje afleiding.


Het beetje afleiding ontaardt in een ware romance. De zwerver, die Ben heet, verklaart Julia al snel de liefde. Julia laat zich meeslepen door zijn enthousiasme. Door Ben zijn haar dagen niet langer saai en ook zij is al snel stapelverliefd. Toch schaamt ze zich een beetje voor hem. Hoewel hij inmiddels bij haar ingetrokken is, en er een stuk verzorgder uitziet, is Ben een vreemde vogel. Wat zullen haar keurige vriendinnen en collega’s van hem vinden? Wil ze eigenlijk wel dat de buitenwereld weet dat zij en Ben een stelletje vormen?


Hoe je verliefd wordt op een zwerver die in de bosjes woont is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Ook schrijfster Emmy Abrahamson werd in Wenen verliefd op een dakloze man. Vol humor beschrijft ze hoe Julia en Ben het beste van hun relatie proberen te maken. Is hun liefde groot genoeg om alle verschillen te overbruggen?


Emmy Abrahamson combineert grappige gebeurtenissen met serieuze liefdesproblemen en belangrijke inzichten. Hoe zoen je een woest aantrekkelijke zwerver die een uur in de wind stinkt? Hoe werk je aan de toekomst met iemand die zijn sokken overal laat slingeren, geen opleiding wil volgen en te veel drinkt? Julia probeert de vrijgevochten Ben in een keurslijf te dwingen. Of Julia en Ben het gaan redden, verklap ik niet. Wat ik wel verklap is dat dit boek, vol ups en downs, regelmatig een grote lach op mijn gezicht toverde. Hoe je verliefd wordt op een zwerver die in de bosjes woont is een verrukkelijke feelgood roman mét een serieuze ondertoon.


ISBN 9789021404660 | paperback | 206 pagina's | Uitgeverij Q | oktober 2016
Vertaald door Edith Sybesma

© Annemarie, 3 november 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Het leven van Vernon 2
Virginie Despentes


Het is snel bergafwaarts met Vernon Subutex gegaan. Toen zijn platenzaak steeds minder inkomen genereerde en zijn beste vriend, en geldschieter, Alex Bleach overleed, verkeerde hij al snel in grote geldnood. Vernon hoopte op een wonder maar het wonder kwam niet. Vernon werd uit zijn huis gezet en moest noodgedwongen bij vrienden aankloppen. Hij zwierf van logeeradres naar logeeradres. Uiteindelijk was iedereen hem zat. Aan het einde van het eerste boek belandde Vernon, eens een succesvol zakenman, op straat.


Vreemd genoeg voelt het leven op straat als een verademing. Vernon hoeft niet langer te vrezen een dieptepunt in zijn leven te bereiken. Hij heeft het dieptepunt immers al bereikt. Op straat bestaan deurwaarders en hoge huren niet. Hij is niemand tot last en niemand wat verplicht. Vernon is vrij. Toekomstplannen heeft hij niet langer. Hij leeft in het nu.


Vernon weet niet dat hij door een grote groep mensen gezocht wordt. Een aantal van hen azen op een video-opname die Alex Bleach, die een beroemde zanger was, hem nagelaten heeft. Welke onthullingen doet de zanger op tape? Anderen zijn vrienden van Vernon. Hun woede en ergernis hebben plaatsgemaakt voor bezorgdheid en schuldgevoel. Hoewel ze Vernon allemaal maar al te graag uit hun huis zagen vertrekken, was het niet de bedoeling dat hij op straat zou belanden. Uiteraard maken ze zich zorgen om Vernons welzijn maar het feit dat Vernon op straat zwerft is natuurlijk ook niet goed voor hun eigen reputatie. Vrienden laat je immers niet in de steek.


Wanneer Vernon eindelijk wordt gevonden, wordt hij als een held onthaald. De mensen die hem eerst verstoten hadden, bieden hem nu op alle mogelijke manieren hulp aan. Natuurlijk mag hij weer komen logeren. Het verwart Vernon. Hij is blij dat niemand meer boos op hem is maar hij merkt ook dat hij niet langer tussen vier muren opgesloten wil zitten. Vernon wil buiten zijn, daar waar zorgen en financiële rompslomp niet langer bestaan. Als dakloze leeft hij in een andere wereld. Vernon kiest er, tot grote verbazing van zijn vrienden, voor om zijn leven op straat te hervatten. En dan dringt het tot iedereen door. Vernon is niet meelijwekkend maar juist benijdenswaardig! Vanaf dat moment oefent hij een onweerstaanbare aantrekkingskracht op zijn omgeving uit. Mensen willen bij hem zijn, om een flinter van zijn onbezorgdheid op te snuiven.


In Het leven van Vernon 2 beschrijft Virginie Despentes op uiterst originele wijze hoe de Franse burger anno nu tegen de maatschappij aankijkt. Frankrijk is niet meer hetzelfde land als vroeger. Zo heeft het rechts-extremisme een opmars gemaakt en is de samenleving verhard. De diverse personages in dit boek kijken allemaal verschillend tegen de maatschappij aan. Wat ze echter allemaal met elkaar gemeen hebben, is dat ze moe zijn. De maatschappij heeft hen uitgeput. Je zou kunnen zeggen dat al hun wensen en verlangens in het personage Vernon zijn samengevat. Hij heeft zich teruggetrokken uit de maatschappij, iets waar ieder van hen naar verlangt.


Het leven van Vernon 2 biedt een zeer afwisselend verhaal vol kleurrijke personages die zich in de hedendaagse maatschappij staande proberen te houden. Het is een verhaal over het nastreven van een overtuiging, een geloof of een droom. Een verhaal over woede, wraak en het zoeken naar de ware identiteit. Vernon dient als voorbeeld. Hij maakt zich nergens meer druk om. Virginie Despentes heeft dit personage uitvergroot om te laten zien hoe lastig we het onszelf hebben gemaakt. Luidt het besluit van Vernon een nieuwe, geweldloze revolutie of juist de ondergang van het Franse volk in? In Het leven van Vernon 2 houdt Virginie Despentes haar lezers opnieuw een spiegel voor. Een levensgrote ditmaal.


ISBN 9789044535822 | paperback | 379 pagina's | Uitgeverij De Geus | november 2016
Vertaald door Alice Teekman

© Annemarie, 7 december 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Landlopersblues
Louis van Dievel


"Dien je zo de rechten van de mens?"


‘Landloper’, een woord dat waarschijnlijk niemand meer gebruikt. Tegenwoordig spreekt men over zwervers of daklozen en die zijn doorgaans te vinden in een stedelijke omgeving. Maar er was een tijd dat de ouderwetse landloper van dorp naar dorp zwierf en trachtte aan voedsel te komen door te bedelen, iets te verkopen of muziek te maken. Lange tijd levert dat geen problemen op. Totdat Koning Willem I bij zijn terugkeer in 1815 een totaal verarmde natie aantreft: het is crisis in de Nederlanden. Werkeloosheid en hongersnood treffen grote delen van de verpauperde bevolking. De overlast van daklozen, landlopers en bedelaars dreigt te groot te worden, met name in de steden. Landlopen en bedelen wordt bij wet verboden, zowel in de Noordelijke, als in de Zuidelijke Nederlanden. Wie wordt opgepakt, komt in strafkolonies terecht, zoals Ommerschans (1820 – Overijssel), Veenhuizen (1822 – Drenthe) of Merksplas (1824 – Vlaanderen). Pas in resp. 1993 (België) en 2000 (Nederland) wordt de wet afgeschaft. Volgens de rechten van de mens kan niemand veroordeeld worden voor arm en dakloos zijn. Dat klinkt alleszins redelijk, maar of het zo ook uitpakte voor alle betrokkenen?


Louis van Dievel (Mechelen – 1953, journalist en schrijver van onder andere De Pruimelaarstraat, shortlist  Libris literatuurprijs 2007) schrijft in zijn roman Landlopersblues over het leven van enkele landlopers uit de tweede helft van de 20ste eeuw, die overleden kort voor het einde van de Merksplas als landloperskolonie.


Merksplas is tegenwoordig een gevangenis en strafinrichting. Maar net als in Veenhuizen is er een plek ingeruimd voor een gevangenismuseum en wordt het kerkhof in ere gehouden. Hier zijn sinds halfweg de negentiende eeuw duizenden landlopers begraven, bijna altijd naamloos. De witte kruisjes dragen enkel een nummer. Niemand miste de overleden landlopers. Maar nu gaan steeds vaker kleinkinderen op zoek naar de grootvader wiens naam in de familie taboe is, die nooit heeft bestaan en over wie nooit wordt gesproken.


Landlopersblues
begint wanneer kleindochter Anita na lang zoeken het graf van haar grootvader Pol Vervoort ontdekt op het landloperskerkhof van Merksplas en zich afvraagt waarom hij indertijd zijn vrouw en kinderen in de steek liet.


Een stem geven aan landlopers die niets hebben nagelaten en die geen familie hebben die over ze kan of wil vertellen: hoe doe je dat? De oplossing van Van Dievel is even verrassend als effectief: hij laat ze allemaal zelf aan het woord. Vanuit hun graf communiceren ze met elkaar, zonder dat de levenden het kunnen horen. Want ook zij krijgen een stem in het verhaal: de kleindochter, de weduwe van een cipier en een gepensioneerde cipier die nu voor het kerkhof en het museum zorgt.


De hoofdrolspelers worden op de eerste pagina geïntroduceerd aan de hand van een korte typering. “Pol Vervoort, ex-havenarbeider, landloper”. “Jeanne van Gorp, weduwe van cipier Gerard van Gorp”. “Nest de Fauw, dief, gedetineerde”. Want tussen de landlopers ligt ook een enkele crimineel. In elk hoofdstukje (meestal maar vijf of zes bladzijden lang) horen we de stem van één van deze hoofdrolspelers. Hun trieste voorgeschiedenis wordt stukje bij beetje duidelijk. Maar omdat het er best veel zijn (5 landlopers, 3 gedetineerden en 3 nog levende personen) is het soms wat lastig de levensverhalen uit elkaar te houden. Geregeld terugbladeren naar de eerste bladzijde helpt wel, maar pas bij een tweede maal lezen gingen alle personen echt voor me leven.


Er is een mooie mix gemaakt van de achtergrondverhalen. Zoals van grootvader Pol, die zwerven móest en zelf niet precies weet waarom. Die momenten van spijt had, maar zich tegelijk zo schaamde dat hij geen weg terug meer zag. En die, nu hij Anita hoort en ziet bij zijn graf, nog meer beseft wat hij gemist heeft. En van Jefke, als dwerg geboren, werkend bij het circus met zijn ouders. Hij is pas veertien als ze overlijden en de directeur hem verkoopt aan kermisklanten, die hem vervolgens uitbuiten. Pol ontfermt zich over hem. Of over Berten Bossard, door zijn moeder als heel kleine jongen, samen met zijn broertje zonder uitleg achtergelaten aan de poort van een klooster. De paters misbruiken beide kinderen. Het drijft zijn broertje tot zelfmoord en Berten is daar getuige van. Ze zetten hem buiten zodra hij daar groot genoeg voor is. Het leger lijft hem in voor een extra lange diensttijd, omdat hij niet reageerde op de oproep (die hij door zijn zwervend bestaan nooit ontving). Daar leert hij onder andere zuipen als de beste...


Zo komen alle verhalen voorbij, eigen keus/schuld of juist pech en ongeluk, het maakt niet uit. Uiteindelijk kennen ze elkaar, zoals ze daar nu liggen, van Merksplas. Wie wegens landlopen door de rechter wordt veroordeeld, komt daar terecht. De verhalen maken duidelijk, dat de landlopers het hier niet slecht hebben. Er heerst wel een zekere orde, alcohol is (officieel) verboden en er moet gewerkt worden. Daar verdienen ze iets mee voor als ze weer vrij komen. In het voorjaar en de zomer zijn ze liever buiten. Maar tegen de winter verzuipen ze hun laatste cent en melden zich daarna als landloper bij de rechter. Die kent hun verhalen inmiddels en veroordeelt ze welwillend tot een verblijf in Merksplas, waar een warm bed en een goede maaltijd wacht.


Daaraan komt een eind als in 1993 de kolonie Merksplas wordt gesloten. Jeanne, de weduwe van een cipier, vertelt daar verontwaardigd over. “Dien je zo de rechten van de mens?” Honderden mensen worden  van de ene op de andere dag op straat gezet en hebben in de winter geen toevluchtsoord meer. Merksplas verandert in een gesloten strafinrichting. Drugsverslaafden en illegalen komen in de plaats van de landlopers. De landlopers op de begraafplaats maken dat niet meer mee. Ze zijn allemaal voor 1990 overleden.


Het is knap om zowel al deze feitelijke, als persoonlijke aspecten in een roman te verwerken. Van Dievel maakt op natuurlijke wijze gebruik van Vlaamse woorden en uitdrukkingen, dat leest prettig. Een Vlaamse zwerver spreekt nu eenmaal geen ABN. En de context lost een enkele onduidelijkheid wel op.


Landlopersblues
: het verwijst naar de melancholieke muziek die Jaak Ponsaerts uit zijn ‘mondmuziekje’ (mondharmonica) haalde. Als hij zich triestig voelt, speelt hij er improviserend op, is even helemaal weg van de wereld en ontroert iedereen, zelf de stoerste kameraden. Blues, melancholie, heimwee naar de vrijheid van het zwerven, maar ook naar wat verloren gaat in de loop van een mensenleven en niet meer terug te draaien valt: daarover mompelen de mannen onder de voeten van Anita, in zichzelf en soms met elkaar. En Van Dievel maakt ons daar een stille getuige van.


(Recensie voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles)


ISBN 9789460014529 | Paperback | 253 pagina's | Uitgeverij Vrijdag | augustus 2016

© Jannie Trouwborst, 2 december 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altFiets onder de waterspiegel
Ilona Verhoeven


Korte verhaaltjes, overpeinzingen, fantasietjes, allemaal korte stukjes tekst, vind je in deze bundel. Ilona Verhoeven ziet en hoort van alles waarbij haar fantasie op hol slaat. Des te leuker is het dat ze het ook nog prima weet te verwoorden: voor de lezer is er herkenning, verbazing en een o-ja-beleving.


Daar ligt dan die matras op straat, of iemand gooit een piano uit het raam. Is dat opzet? Was er geen andere manier om er van af te komen Onachtzaamheid? Was er wel gekeken of er niet iemand op het moment van de val op straat liep? En de voorbijgangers? Hoe reageren zij: verbijstering dat daar die piano ligt? Of zijn ze al zo blasé dat ze niet op of om kijken, dat kan ook. Ilona Verhoeven reageert meteen met een grappige overpeinzing.
Behalve een piano kan er ook een roofvogel ineens voor je neerdalen, met een prooi in zijn klauwen. Of je weg wordt geblokkeerd door twee – grote - paarden, die geen enkel blijk geven voor je opzij te willen gaan.
Er is die bijna-ruzie op de camping, over de barbecue, die voor de een een must en voor de ander een last is. En wat gaat er door je hoofd als je die tractor ziet volgepakt met knuffels? Of als je ziet dat een bordje de verkeerde kant, een onmogelijke kant, in wijst?


Ilona Verhoeven beziet haar wereld met open ogen en deelt haar observaties met haar lezers. Over het algemeen word je daar vrolijk van, een prima boekje dus om altijd in je tas of jaszak te hebben. Dat past gemakkelijk. En bij ieder verhaaltje hoort een foto. Want ze verzint het niet zomaar: het is echt zoals de wereld is. De realiteit is immers vaak meer bizar dan de fantasie.


We hebben allemaal wel van die momenten dat je even niets te doen hebt. Even wachten op het water voor de thee; wachten op de taxi die je gebeld hebt. Wachten tot die irritante reclame voorbij is, of zelfs in de rij bij de bakker! Dan denk je: had ik maar een boek bij me.  Dit handzame boekje van Ilona Verhoeven is een boek voor zulke momenten. Al is het ook prima om zo maar eens ter hand te nemen.


Lees hier het titelverhaal


ISBN 9789062659388 | Paperback met flappen | 146 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | oktober 2016

© Marjo, 30 november 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Joseph, de zwarte Mozart
Jan Jacobs Mulder


Het boek opent nogal heftig. Een man ligt op sterven, hij heeft gangreen. De stank is ondragelijk, de wond aan zijn been is afzichtelijk.


Deze man, Joseph Boulonge, Chevalier de Sait Georges, overdenkt zijn leven dat op zijn zachts gezegd behoorlijk uitzonderlijk genoemd mag worden. 
Joseph voert ons vanaf zijn sterfbed mee naar zijn jeugdjaren waarin hij opgroeide op het eiland Basse Terre  (Guadeloupe) in het grote witte huis op de plantage van zijn vader. Daar wordt op de veranda urenlang gepraat, viool gespeeld en geleerd. Vader vertelt hem over zijn leven en over de slavernij hij wilde de slaven vrijkopen maar de Franse regering stond het niet toe.


Zijn moeder Nanon nam hem overal mee naartoe. Het was belangrijk dat de zoon van de baas naar iedereen luisterde. Dankzij Nanon hadden de slaven het goed, ze werden niet geslagen, kregen goed te eten en kregen betaald. Een rijkeluiszoontje denk je, en dat is Joseph ook. Het enige bijzondere aan hem is dat hij gekleurd is, net als zijn moeder. Joseph is een mulat. Nanon is de grote liefde van zijn vader. Hoe groot die liefde is, zullen we later nog lezen.

Op zijn tiende is het gedaan met het paradijselijke leventje op Guadeloupe, samen met zijn ouders vertrekt Joseph naar Parijs, hij is te slim om op het eiland te blijven volgens zijn vader.  In Frankrijk leert Joseph de edel kunst van het schermen, paardrijden en vioolspelen. Voor alle drie de disciplines toont hij een groot talent. Hij zal deze talenten ook uitstekend weten te ontwikkelen.

Joseph krijgt vioolles van de grote componist en violist Leclair. Opvallend is dat er in de muziekwereld nooit een opmerking wordt gemaakt over zijn huidskleur. Muziek is alles, huidskleur speelt niet mee.
Buiten, in de straten van Parijs, is het anders. Als hij langsloopt worden er apengeluiden gemaakt en wordt hij uitgescholden voor vuile nikker. Dat was zijn vader vergeten te vertellen over Parijs, evenals de ondraaglijke stank die in alle straten hangt. Joseph leert de strenge etiquette volgens welke een edelman moet leven. Hij ziet dat iedereen kruipt voor zijn rijke vader en hij vindt het vreselijk.


Op zijn zestiende wijdt zijn vader hem in in de wereld van de vrouw. Hij ontmoet Elisabeth, zij zal de liefde van zijn leven worden. Zij is de eerste die durft te vragen hoe het is om zwart te zijn. Inmiddels heeft zijn vader vertelt over zijn moeder Nanon, die op de boot vanuit Senegal zo mishandelt en verkracht is dat ze nauwelijks iemand aan haar lijf kan velen. Het is een wonder dat Joseph geboren is. Joseph is er kapot van en zweert zijn moeder te wreken...


Zo begint het verhaal over Joseph, en het was prettig geweest als de schrijver deze rustige stijl van vertellen had aangehouden, maar Jan Jacobs Mulder heeft teveel in dit verhaal willen stoppen waardoor het verhaal chaotisch en onverzichtelijk wordt. De schrijver racet soms door de tijd heen waardoor we o.a. in vliegende vaart door de Franse Revolutie denderen en nog even snel de slavenopstanden in de Caraïben meekrijgen.

Joseph Boulange heeft werkelijk geleefd (1745 -1799), hij was een bekend violist en componist, zijn vioolconcerten worden nog gespeeld.
In dit boek zijn in grote lijnen de gebeurtenissen rond zijn leven, in choronologische vorm, aangehouden.  Het frappante is dat het verhaal rond Joseph zelf bijna een schelmenroman is, Joseph is een gewiekst schermer, daagt uit, heeft een bijzonder liefdesleven, is een gevierd componist en violist, reist veel rond om voor de goede zaak (Abolitionisme) en heeft zijn hart op de juiste plek zitten.

Joseph is een soort Sandokan, de beroemde held uit de boeken van Emilio Salgari. Sandokan vocht ook tegen de kolonisten voor de vrijheid net als Jospeh strijdt voor de vrijheid van de slaven. Hier en daar wordt door Joseph ook soepeltjes iemand omgebracht die het verdiende, geen haan die er naar kraait, en de mooie vrouwen die alles voor hem over hebben zijn er ook. Er is eigenlijk niets fout aan de man als we dit boek mogen geloven.
Natuurlijk moet moeder ook gewroken worden en dat gedeelte is redelijk spannend maar wordt eveneens niet goed uitgewerkt waardoor ook dat gedeelte in een vreemde wending en met een zachte sisser afloopt.


Kortom, het had een mooi verhaal kunnen zijn, maar het is teveel van het goede, het is flink ploeteren om je er doorheen te werken en dat is jammer van het ongetwijfeld vele voorwerk dat Jan Jacobs Mulder voor deze roman heeft moeten verrichten.


ISBN 9789401605731 | Hardcover | 373 pagina's | Uitgeverij Xander | september 2016

© Dettie, 24 november 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe verovering van Vlaanderen
Stefan Popa


‘Ik houd lang niet zoveel van mezelf als u van mij zult houden aan het eind van deze reis. Deze belofte doe ik u, waarmee ik indirect het besluit heb genomen om alles te noteren wat mij kortgeleden is overkomen – zoals u, scherpzinnig als u al bent, al doorzag. We bevinden ons op een pril kruispunt in mijn leven, zowel literair als secundair. Rest mij enkel nog de opmerking dat dit alles waargebeurd is en met de meest zuivere intenties nauwgezet is opgeschreven.’


Alco van Puffelen wil maar niet deugen in de ogen van zijn vader. Hij doet niet zijn best, vindt de laatste, en misschien is dat ook wel zo. Alco heeft diverse studies niet afgemaakt en werd onlangs ontslagen bij een reclamebureau waar hij nog geen jaar werkte. Nu lijkt er ook geen noodzaak te zijn om iets van zijn leven te maken: zijn vader is rijk genoeg en heeft zijn zoon al diverse schenkingen gedaan. Bovendien woont hij in een pand aan de Herengracht, ook gekregen.


Tijdens een lunch waarin zijn vader hem tot de orde roept, neemt Alco een besluit. Hij zal in de voetsporen treden van een van zijn verre voorvaderen, Adriaen Jans, een protestantse soldaat in dienst van de Zeventien Provinciën die tijdens het beleg van Antwerpen sneuvelde.
De val van Antwerpen veroorzaakte definitief de scheiding van de Noordelijk en de Zuidelijke Nederlanden, aldus Alco. Hij besluit er voor te gaan ijveren om de twee Nederlanden weer te verenigen.


In Antwerpen, zijn eerste stop, ontmoet hij de Congolees Stan, een ‘kleine man’. Samen met Stan zal Alco door Vlaanderen reizen en de steden die hij aandoet veroveren. Dat is het plan, een ambitieus plan, maar het zal zeker lukken. Men is hen goedgezind denkt hij.
Na Antwerpen doet het tweetal Mechelen aan, en reist naar Limburg, Gent, Brugge, de Belgische kust en zelfs Frans-Vlaanderen. Alco zal de Nederlanden tot een geheel maken, en al doende geschiedenis schrijven. Die geschiedenis heeft hij alvast in romanvorm voor ons opgeschreven.


Natuurlijk herkent de lezer al snel de figuur Don Quichot in de hoofdpersoon. En Stan is een meesterlijke Sancho, de wijze toegeeflijke dienaar.
Onderweg ontmoeten zij een groepje mensen die in onze hedendaagse wereld Larpers heten, mensen die oude geschiedenis naspelen. Zij vervolmaken door hun uitdossing de droom van onze Don Alco-Quichot. Wat er ook gebeurt, welke tegenwerking hij ook ontmoet, steeds weet hij de feiten om te buigen: zie je wel: de Vlamingen zijn maar al te bereid om samen te smelten met hun noorderburen. En hij heeft meer hulptroepen: de Vlaamse Grote Vijf zullen hem steunen.


Deze ietwat bizarre roman is niet alleen maar bedoeld om te lachen. Er zit kritiek in verwerkt: op Vlaanderen, maar zeker ook op Nederland.
‘Vlaanderen is de bron van ons geluk. In Nederland zijn we onrustig. We klagen, we mopperen, we zijn ontevreden.’
In Nederland hoef je de dingen alleen maar lang fout te doen om het algemeen geaccepteerd te laten zijn. Lang gelooft hij in zijn droom, maar als zijn trouwe dienaar verdwijnt, is onze Don Quichot verloren. Hij ontspoort. En dat was te verwachten. Toch?
Alco van Puffelen spreekt zijn lezer direct aan op een humoristische toon, waarbij je de onderliggende spot kunt negeren. Of niet.


'Maak me belachelijk of prijs me, het maakt allemaal niet meer uit. Gefaseerd zijg ik ineen. Eerst ga ik door mijn knieën, dan door mijn hurken, en dan laat ik me op mijn knieën vallen en dan, als ik kortstondig zo heb gezeten, laat ik me in foetushouding op de houten vloer vallen.
'Het is de mot', hoor ik de barman tegen Stan fluisteren. 'Dat is evident.' 'Het is niets,' wil ik Stan horen antwoorden. Hij fluistert wel iets, dus ik denk dat hij het heeft gezegd 'Het is niets.'


Stefan Popa (1989) is auteur en zelfstandig journalist van half Nederlandse en half Roemeense afkomst. Verdwenen grenzen was zijn debuut. De verovering van Vlaanderen laat zien dat hij meerdere genres beheerst.


ISBN 9789460682926 | Paperback | 352 pagina's | Uitgeverij Marmer |oktober  2016

© Marjo, 20 november 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Drie dagen en levenslang
Pierre Lemaître


De allesoverheersende woede die zich van de twaalfjarige Antoine meester maakte, viel niet meer te temperen. Het raasde onbedwingbaar door zijn lichaam. Het eerste sprankje boosheid ontstond toen het hem niet lukte de knappe Émilie te versieren. Het meisje was totaal niet onder de indruk van zijn prachtige boomhut. Antoine voelde zich vernederd.


Het sprankje woede groeide uit tot een fel brandend vuur in zijn binnenste toen zijn buurman, de oude Desmedt, zijn hond Odysseus doodschoot. De hond was zomaar de straat overgestoken en door een auto aangereden. Odysseus werd naar het huis van Desmedt gedragen. Zodra Antoine hoorde dat zijn beste vriend gewond was geraakt, haastte hij zich naar het huis van zijn buurman. Daar stond Desmedt. Hij keek peinzend naar zijn gewonde huisdier, haalde een geweer tevoorschijn, schoot de hond dood en stopte hem in een puinzak. Antoine was verbijsterd en intens verdrietig. Hoewel Odysseus niet zijn hond was, trok het tweetal er vaak samen op uit. Ze waren maatjes.


De zesjarige Rémi kon er niks aan doen dat zijn vader een hondenmoordenaar was. Het jongetje wist niet eens dat Odysseus dood was. Zijn ouders hadden hem wijsgemaakt dat de hond weer eens was weggelopen. Rémi was een lief, zonnig kind. Hij aanbad zijn oudere buurjongen en zocht hem vaak in het bos op. In tegenstelling tot Émilie was het jochie diep onder de indruk van de boomhut.


Van de boomhut was inmiddels niks meer over. In een vlaag van woede sloeg Antoine zijn bouwwerk kort en klein. De adrenaline stroomde nog door zijn aderen toen hij Rémi op de vernielde boomhut af zag komen. De gefrustreerde Antoine richtte al zijn woede op het weerloze jongetje. Rémi schrok zo van zijn ziedende buurjongen dat hij zich omdraaide en wegliep. Antoine kon zijn razernij niet langer bedwingen. Hij pakte een stok en sloeg op het vluchtende jongetje in. Heus, het was niet zijn bedoeling hem te doden. Toch was dat precies wat er gebeurde.


Vanaf dat moment zou het leven van Antoine nooit meer hetzelfde zijn. Volledig in paniek zocht hij een goede verstopplek voor het kleine lichaampje. De verdwijning van Rémi werd al snel opgemerkt. Zesjarige jongetjes worden immers goed door hun ouders in de gaten gehouden. Antoine wist zich geen raad toen de gendarmerie opdook en hem vroeg of hij de kleine Rémi toevallig nog gezien had. Toch wist hij zich eruit te redden. Bovendien hoopte iedereen nog altijd vurig dat het jongetje levend en wel teruggevonden zou worden. Niemand verdacht Antoine ergens van. In de dagen die volgden, nam de hoop op een veilige terugkeer steeds meer af. Antoine werd bijna door zijn groeiende gevoel van wanhoop verzwolgen. Rémi zou elk moment gevonden kunnen worden. Nog even en dan zou iedereen weten dat hij een kindermoordenaar was.


In Drie dagen en levenslang heeft een kinderlijke woedebui onvoorstelbaar grote gevolgen. Antoine weet zich geen raad en probeert uit alle macht een uitweg te verzinnen. Zal hij vluchten? Hij heeft al een rugtasje met hoogstnoodzakelijke benodigdheden ingepakt. Dat zijn spidermanpop daar deel van uitmaakt, maakt het verhaal des te schrijnender. Hoewel Antoine een moord heeft gepleegd, is hij ook een jong, angstig kind. Een andere optie is zelfmoord plegen. Antoines moeder grijpt echter in. Haar gedrag verwart Antoine. Het lijkt wel of zijn moeder meer begrijpt dan ze laat blijken. Neemt ze hem, een moordenaar, soms in bescherming?


In Drie dagen en levenslang is het duidelijk dat Antoine dringend hulp nodig heeft. Een kind dat in staat is een ander kind te vermoorden én het lijk weg te werken, mag en kan niet zomaar vrij rondlopen. Antoine heeft op zijn minst therapie nodig. Daarnaast moet hij gestraft worden voor zijn gruwelijk daad. De ouders van Rémi moeten te horen krijgen wat er precies is gebeurd. Alleen dan kunnen zij de dood van hun zoontje, heel misschien, verwerken. Maar… loopt Antoine wel tegen de lamp? Wat zal er gebeuren met de geest van een jongetje als hij ongestraft met een moord wegkomt? Het lukte me niet deze beklemmende roman weg te leggen en toen was het ineens uit. Ik had een paar uur achter elkaar gelezen zonder erg in het verstrijken van de tijd te hebben. Zó hoort een goed boek te zijn.


ISBN 9789401606103 | paperback | 225 pagina's | Xander Uitgevers| september 2016
Vertaald door Richard Kwakkel

© Annemarie, 17 november 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHah
Birgül Oğuz


Op de achterflap staat waar het boek over gaat. Dit zal ik niet snel zeggen, maar zonder die tekst te lezen heb je geen idee waar het verhaal over gaat. Rouw, vader en dochter. Maar de rest?

Dus:
In Ha! rouwt een jonge vrouw om het verlies van haar vader en diens idealen. Ze kan zijn overlijden pas verwerken als ze zijn verdriet op zich neemt. Daarin klinkt verbittering over de manier waarop zijn generatie ten tijde van de militaire staatsgreep door de Turkse staat is behandeld. Nooit heeft hij kunnen accepteren wat hem toen is overkomen. In een staat die zijn eigen misdaden ontkent en collectieve rouw onmogelijk maakt, is dat ook voor de dochter geen gemakkelijke opgave.


Het volgende stukje tekst illustreert hoe lastig het is te begrijpen.


‘De takken van de lindeboom tikten tegen het raam. Terwijl mijn oogleden zwaar werden kwam de wind over de lange weide, sloeg af naar de vijgenweg  en verdween. En juist op dat moment ging er krakend een deur open en ging er aan het andere eind van de hal een licht aan. Eerst wilde ik opstaan maar van angst kom ik me niet bewegen. Toen zag ik papa: hij was bezig een stoel te verschuiven. Ha! Zei ik en ik stond op (-)   Er regende iets op papa, iets: zwart graan, dode vlinders, of de stilte van een vroege middag. Alsof papa een klok was die stilstond, een acacia die was opgehouden te ruisen. Magerder dan hij was, zwarter dan hij was, een eenzamer dan hij was.
Waar dacht papa aan, langbedroefde papa, kijkt hij naar een roos die plotseling op het parket in bloei staat? Hij gaat die roos plukken papaa! papaa!’


Op deze manier laat de verteller van het verhaal, de dochter, ons weten dat haar vader er niet meer is. In huis wordt er gerouwd, maar zij kan er niet aan mee doen.


‘Rouwen is in elk geval je reinste kul, de rouw van water, een gist dat onmogelijk kan rijzen.’


Het is een puur poëtisch verhaal. Misschien past het in de Turkse literaire traditie, dat weet ik niet, maar wat de Nederlandse vertaling betreft zal het voor een beperkte doelgroep zijn. Het is ongetwijfeld mooi, hoewel dat eigenlijk pas tot je doordringt als je de zinnen hardop leest.
Poëzie dus.


Birgül Oğuz ( Istanboel, 1981)  studeerde Literatuur aan de universiteit te Istanboel en in Edinburg. Haar tweede boek ‘Hah’ won in 2014 de EU-Literatuurprijs. En is nu vertaald.


ISBN 9789044536522  | Paperback | 112 pagina's | Uitgeverij De Geus | oktober 2016
Vertaald uit het Turks door Sytske Sotemann

© Marjo, 15 november 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Tussen rang en stand
Marja Visscher


Dit boek heb ik gelezen omdat ik mee wilde doen met dit samenleesboek bij hebban.nl. De discussie daarover is bijzonder omdat de schrijfster zelf ook meedoet en veel bijdraagt aan het gesprek. Ze geeft ons extra informatie over de tijd waarin het boek zich afspeelt en neemt ruim de tijd om iedereen een antwoord te geven. Erg leuk!

Het verhaal gaat over de welgestelde Sara Louisa du Faget van Assendelft (1717-1807) die een geestelijk vermoeiend en zeer verstikkend leventje leidt. Kort gezegd, ze verveelt zich enorm. Ze woont met haar ouders aan het chique Haagse Lange Voorhout. Dag in dag uit moet ze bezoek ontvangen of bezoekjes afleggen. Elke dag moet ze naar alle roddel en achterklap luisteren en steeds maar weer krijgt ze te horen dat ze toch eens een man moet kiezen, ze is immers al zesendertig... Maar ze wil helemaal geen gearrangeerd huwelijk, want dat zou betekenen dat het ongekend saaie leven gewoon doorgaat, het enige verschil is dat ze dan ergens anders woont.


"Toen ze rond de twintig was, had ze de euvele moed gehad om hardop te klagen over haar weinig opwindende leven, hetgeen door haar ouders werd afgedaan als ondankbaarheid, Sindsdien had ze haar onvrede niet meer uitgesproken. Ze bleef beleefd tegen alle bekenden, die haar weinig nieuws meer hadden te melden."


Maar ze bedenkt een plan dat tot haar grote opluchting geaccepteerd wordt door haar ouders. Vader is het zelfs helemaal met haar eens. Sara wil namelijk graag naar hun buitenverblijf, het Hof van Assendelft,  om te ontsnappen aan alle daagse verplichtingen maar tegen haar vader zegt ze dat het hoog tijd wordt dat het Hof gerenoveerd wordt. Ze heeft gehoord dat het in slechte staat verkeerd. Als vader het Hof nu eens laat opknappen? Dan zal zij samen met vriendin Hille daar verblijven om een oogje in het zeil houden. Veertien dagen later vertrekt ze, niet wetend dat haar saaie onbeduidende leventje radicaal zal veranderen. Hille moet eerst nog enkele zaken afhandelen voor ze zich bij Sara kan voegen en is daardoor de eerste weken niet aanwezig op het Hof. Hoe anders zou het gelopen zijn als ze wel gelijk mee was gegaan?


Op het Hof valt Sara namelijk als een baksteen voor de zeer aantrekkelijk tuinman Dirk van der Pligt. Het is liefde op het eerste gezicht en die liefde is wederzijds. Maar adel en arbeiders kan niet samengaan, dat wordt niet getolereerd. Ze zullen hun liefde geheim moeten houden. Zeker als er nog meer complicaties van diverse kanten bij komen... Toch blijkt het een liefde voor het leven.


Tot zover het verhaal. Als jong meisje vrat ik boeken als deze. Heerlijk wegzwijmelen en wegsmelten met de twee geliefden. Als er dan ook nog een historisch tintje aan zat was het helemaal puur genieten. Maar wat ouder (en wijzer?) geworden prik je wat sneller door de roze wolk heen en word je kritischer en wat blijft er dan over? Is het dan nog een boek dat je zal aanraden of een verhaal waar je helemaal in op kunt gaan? Wat dit boek betreft, deels wel en deels niet.


De schrijfster heeft zich duidelijk verdiept in de tijd dat het verhaal zich afspeelt (18e eeuw). Het verhaal is meeslepend en zeer romantisch.
Het is bijzonder om te lezen hoe Sara zich ontwikkelt tot een redelijk vrijgevochten vrouw, die kiest voor zichzelf in plaats van te voldoen aan de toen heersende normen en waarden. De houding van haar adellijke ouders, met name haar moeder, is soms schokkend en liefdeloos, de goede naam gaat boven het welzijn van Sara.


Maar Sara is ook wel érg naïef, ze is notabene een vrouw van zesendertig die constant in een roddelcircuit verkeerde.  Ik kan me nauwelijks voorstellen dat ze van bepaalde lichamelijke zaken geen weet had. Ze had zelfs in haar jonge jaren, ook seksueel, in Parijs flink de bloemetjes buiten gezet. Maar ik heb me laten vertellen dat seksualiteit een groot taboe was in die tijd.
Dirk van der Pligt is ook wel heel makkelijk, een tuinman die vrijt met zijn rijke werkgeefster is toch wel vrij uniek, zeker in die tijd, en niet helemaal risicoloos, het zal hem zeker niet in dank worden afgenomen op zijn zachtst gezegd.  Maar voor Dirk maakt het niet uit. Geen zorgen voor de dag van morgen, als ze maar van elkaar houden. Sara en Dirk lijken af en toe twee grote kinderen in plaats van volwassen mensen.


Ook hierover vertelde de schrijfster ons dat Dirk ondanks het standsverschil, zijn ongeletterdheid en zijn ruwe, redelijke armoedige leven zeer oprecht was in zijn liefde voor Sara is. Maar hij wordt wel steeds geconfronteerd met de rauwe werkelijkheid en is vrij gehard geraakt hierdoor. Wat voor Sara nieuw en soms choquerend is, is voor hem de normaalste zaak van de wereld. Hij accepteert hun liefde zoals die is en neemt het zoals het komt. Toch is het wel Dirk die mooie dingen over hun liefde zegt waardoor Sara alles weet vol te houden. Want het leven is er voor haar ook niet makkelijker op geworden.


De wijze, oudere boerenvrouw, Maaike, waar Sara in afwachting van haar dienstmeisje de eerste weken gaat eten is in feite de spil van het verhaal, dankzij haar ontspoort de boel niet helemaal, hoewel er toch heel wat mis gaat. Dankzij haar wijsheid en nuchterheid weet ze erger te voorkomen.
Ook vriendin Hille is fantastisch, zij is de vrolijke noot in het verhaal. Vrijgevochten als ze is kijkt ze nergens van op, zij is ook de enige die meeleeft met Sara en Dirk en helpt als het nodig is.


Kortom, het verhaal is vlot en zeer beeldend geschreven en leest lekker weg, dat is een ding wat zeker is, maar bovenstaande kanttekeningen maken wel dat ik niet heel enthousiast ben, daarvoor neigt het verhaal toch teveel naar een damesroman in plaats van een historische roman, ofwel "een meeslepende liefdesgeschiedenis die zich afspeelt in een 18de eeuwse setting," zoals de schrijfster het zelf benoemt.
Daar is ook niets mis mee, maar persoonlijk zie ik liever iets meer historie en wat minder meeslepende romantiek.


ISBN 9789401908597 | Paperback | 239 pagina's | Uitgeverij Zomer & Keuning | oktober 2016

© Dettie, 31 oktober 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De grandioze gitaar
illustraties: Gerben Valkema
tekst: Guus Meewis


Zes bekende Nederlanders schrijven Suskes en Wiskes waarbij de strip getekend worden door de bekende Nederlandse striptekenaars Hanco Kolk, Gerben Valkema, Eric Heuvel, Gerard Leever, Romano Molenaar en Michiel de Jong, die allen hun unieke stijl toevoegden.
De opbrengst van dit unieke stripproject gaat naar SOS Kinderdorpen, een internationale kinderontwikkelingsorganisatie.


Het eerste deel werd gemaakt door Guus Meewis en Gerben Valkema. Het verhaal geeft wel aan dat Guus Meewis de Suske en Wiskeboeken goed kent. De typering van de twee kinderen blijft overeind, net zoals die van tante Sidonia en Lambik. Ook professor Barabas en de boef Krimson komen in het verhaal voor. De tijdmachine wordt gebruikt om terug te gaan naar de jaren zestig. Ook hier herkennen we de hand van Meewis: de Beatles, zijn grote voorbeelden, mogen een rol spelen. Maar voor de grandioze gitaar gaan we nog verder terug in de tijd.


De tekeningen zijn herkenbaar als de echte Suske en Wiskefiguren, en tegelijk zijn ze echt van deze tijd. Wiske bijvoorbeeld is een modern meisje, haar lichaam is goed ontwikkeld, en hoewel ze dezelfde jurk draagt als de originele Wiske, staat die haar heel anders.
Kortom: deze strip is helemaal van nu, het verhaal is leuk, de tekeningen aansprekend, en hoewel ik de andere albums in deze serie nog niet gelezen heb, zou het mijns inziens helemaal niet verkeerd zijn als Gerben Valkema een van de vaste tekenaars zou worden.
In 1999 begon hij als striptekenaar op studio Jan Kruis, is vooral bekend door zijn werk aan Jan, Jans en de Kinderen, Elsje en Tom Poes & Heer Bommel.


SOS Kinderdorpen zet zich al ruim 65 jaar in voor kinderen zonder ouders of een veilige thuis. De internationale kinderhulporganisatie gelooft dat familie de belangrijkste basis is voor de gezonde ontwikkeling van kinderen. Elk kind een familie, elk kind een toekomst.

Kijk voor meer informatie op www.soskinderdorpen.nl.

Informatie staat ook achterin het stripalbum: over Guus Meewis, over Gerben Valkema en over de stichting Kinderdorpen.


ISBN 9789903244131| Paperback | 22 pagina's | Uitgeverij Standaard | september 2016
Getekend door Gerben Valkema | Leeftijdsloos

© Marjo, 13 november 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDertien manieren van kijken
Colum McCann


De titel verwijst naar de novelle van 158 pagina’s, waar het boek mee opent. Daarna volgen nog enkele verhalen. Ze hebben allemaal een gewelddadig element, en echt vrolijk word je er niet van. Maar ze zijn wel prachtig  geschreven.


In de novelle bijvoorbeeld is de verteller een gepensioneerde rechter, die alleen woont, met een privé-verzorgster. Dat hij weduwnaar is, en alleen zijn zoon heel af en toe ziet, zijn de eerste feiten die je tussen de regels door mee krijgt. Meer informatie over zijn situatie komt langzaam, en alleen als het ter sprake komt bij hetgeen waar hij zich mee bezig houdt.
Maar voordat zijn persoonlijke verhaal begint, is er een bevreemdend hoofdstuk. Het is kort en gaat over de situatie zoals die door camera’s geregistreerd wordt. De lezer vraagt zich af wat hier gebeurt. Later komt dit terug: het wordt duidelijk dat de zoon van de rechter camera’s heeft laten installeren, en daar zitten enkele inspecteurs naar te kijken. Zij zien natuurlijk slechts een deel van het leven van de rechter, slechts dat wat door de camera’s opgenomen is. Als de rechter zelf vertelt lezen we niet alleen wat er gebeurt, maart ook hoe hij daar op reageert.


In dertien hoofdstukken die steeds beginnen met een couplet van een gedicht van Wallace Stevens (1879-1955): ’Thirteen Ways of Looking at a Blackbird’ wordt langzaam duidelijk wat er aan de hand is: waarom zitten die inspecteurs de beelden van de camera’s te bekijken? Wat is er met het gezin van de rechter gebeurd?  Wie is Katya? Hoe is de relatie met de zoon? De oude man kijkt terug op zijn leven, voelt zich helemaal nog niet zo oud, maar weet dat hij ingehaald wordt door de feiten. De weersomstandigheden als mede de verslapping van bepaalde spieren wijzen hem op zijn hulpeloosheid. In een stijl die helemaal aangepast wordt aan hetgeen hij vertelt, dan weer staccato, dan fraaie volzinnen, wordt langzaam de situatie uit de doeken gedaan.


‘Het doel van de rechercheurs is het brandpunt te vinden, de spieren die de klap hebben aangedreven. Dan kunnen ze het wellicht via de pezen herleiden naar het bot om het uiteindelijk terug te brengen naar het rauwe moment van de impuls.’


Niet alleen is de betekenis van dit stukje tekst in het verhaal voor meerdere interpretaties vatbaar, het is ook wat Colum McCann doet in zijn verhalen. Dit is de manier waarop hij vertelt.

De drie verhalen die daarna komen hebben het moeilijk: kunnen zij tippen aan deze novelle?
Maar Colum McCann laat zijn lezer niet in de steek. Drie hartverscheurende verhalen, waarin iets akeligs gebeurt. Zonder in details te treden en daardoor zeer integer weet McCann de lezer diep te raken. Heel indrukwekkend is het verhaal over de militair, een vrouw die in Irak wacht op het begin van het nieuwe jaar. Het is geen verhaal zoals gebruikelijk: de schrijver is de verteller, en hij laat ons meebeleven hoe het verhaal tot stand zou kunnen komen. Dat we dit beseffen en tegelijk geboeid een verhaal lezen, dat is reuze knap!
Het verhaal over de sh’khol zit enorm goed in elkaar. Sh’khol is een Hebreeuws woord dat onvertaalbaar is, (ook in het Nederlands) maar de ouder aanduidt die zijn/haar kind verliest.
En ook het derde verhaal over de vrouw die de man herkent die haar ooit zo wreed behandelde, is een verhaal dat hier niet verteld moet worden. Het moet 'beleefd' worden door de lezer.


Colum McCann (Iers-Amerikaans, 1965) vertelt in een nawoord dat de verhalen een beetje of soms meer beïnvloed zijn door het feit dat hij zelf aangevallen werd en in het ziekenhuis belandde. ‘Soms heb ik het gevoel dat we ons leven vooraf beschrijven, maar op andere momenten alleen maar kunnen terugkijken.’ Daarmee geeft hij ook aan dat veel van wat hij schrijft autobiografisch is. En voor wie meer wil weten verwijst hij naar zijn website colummccann.com. Zijn verhalen zijn indrukwekkend. Zijn manier van schrijven is indirect en daardoor des te indringender.


ISBN 9789076174846 | Paperback | 269 pagina's | Uitgeverij de Harmonie | april 2016
Vertaald uit het Engels door Frans van der Wiel

© Marjo, 6 november 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Een boodschap uit het verleden
Ronald van Assen


Dertien jaar geleden werd de knappe Geertje verliefd. Hoewel ze nog maar zestien jaar oud was, wist ze meteen dat ze de rest van haar leven met Ron door wilde brengen. De liefde van haar leven hoorde echter niet in de zeventiende eeuw thuis. Ron kwam uit de toekomst. Hij viel in de vijver van de Botanische Tuin in Delft en belandde in het verleden. Na een wonderlijk avontuur (in het boek De 8 poorten) lukte het Ron terug te keren. Geertje bleef achter. Eenzaam en tot over haar oren verliefd.


Sinds Ron uit Geertjes leven verdween, is er veel gebeurd. Door een wonderlijke speling van het lot is Geertje nu een steenrijke zakenvrouw. Samen met haar dienstmeisje Klaasje woont ze in imposant en rijkelijk gedecoreerd huis. Toch is Geertje niet gelukkig. Ze mist Ron nog elke dag. Ze heeft al meerdere keren geprobeerd de wonderlijke stenen die Ron thuis hebben gebracht na te maken maar steeds zonder het beoogde resultaat. Toch is Geertje niet van plan op te geven. In het diepste geheim heeft ze met een aantal goede, een zeer intelligente, vrienden aan een nieuwe set stenen gewerkt. Dit keer heeft ze er alle vertrouwen in. Ze zal Ron terugzien. Eindelijk!


Geertje schenkt al haar bezittingen aan Klaasje en broeder Edward, haar goede vriend. Ze kan haar rijkdommen immers niet mee naar de toekomst nemen. De inwoners van Delft denken dat ze op reis gaat. Op de dag dat ze vertrekt, wordt ze door de halve stad uitgezwaaid. Nog diezelfde dag keert Geertje in het geniep terug. Samen met broeder Edward gaat ze naar de put die eens een poort naar de toekomst vormde. Het tweetal plaatst de speciaal vervaardigde stenen in de daarvoor bestemde holtes. En dan springt Geertje in de put. Broeder Edward staat klaar om een kletsnatte Geertje uit de put te vissen. Dit keer is het niet nodig. Geertje is verdwenen. Het is haar eindelijk gelukt. Broeder Edward blijft verbaasd achter.


Geertje ligt inmiddels in de vijver van de Botanische Tuin te spartelen. Ze klautert zo snel ze kan uit het water. Nog even en dan zal ze Ron terugzien. Ze weet niet waar hij woont maar dat is niet erg. Ze kan gewoon aan een voorbijganger de weg naar zijn huis vragen. Tot haar schrik blijken de mensen die ze tegenkomt Ron helemaal niet te kennen. En wat is Delft groot! Zo groot was het in haar tijd niet. Geertje voelt zich angstig. Vooral de koetsen zonder paarden vindt ze eng. En wat loeien ze vreemd als ze in volle vaart op haar afstormen. Hoe moet ze Ron ooit terugvinden in deze levensgevaarlijke versie van Delft?


Een boodschap uit het verleden is het vervolg op De 8 poorten maar het kan prima als standalone gelezen worden. Opnieuw schrijft auteur Ronald van Assen vol liefde over de stad Delft. Achterin het boek zijn, net als in De 8 poorten, drie wandelroutes opgenomen die bij het verhaal passen. Ook staan er een aantal foto’s van Delft in het boek. In het voorwoord schrijft auteur Ronald van Assen dat hij al een tijdje een vervolg op De 8 poorten wilde schrijven. Ook hij was benieuwd of Geertje en Ron elkaar ooit terug zouden zien. Het lukte niet. Het verhaal wilde maar niet in hem opborrelen. De auteur richtte zijn aandacht op andere boeken maar het bleef kriebelen. Op een dag werd zijn geduld beloond: ineens zat het verhaal in zijn hoofd. Hij schreef het meteen op.


Een boodschap uit het verleden is heerlijk spontaan geschreven en biedt een origineel verhaal dat doordrenkt is met liefde voor de stad Delft. Hoewel het verhaal zich in de toekomst afspeelt, heeft de auteur ook weer de nodige aandacht aan de geschiedenis van de stad geschonken. Het is leuk om te lezen hoe het vroeger was én hoe Geertje in het hedendaagse Delft haar ogen uitkijkt. Er komt een derde deel maar wanneer precies, dat weet de auteur nog niet. Hij wacht geduldig tot het volgende avontuur zich in zijn gedachten nestelt.


ISBN 9789048440627 | paperback | 126 pagina's | Free Musketeers | september 2016

© Annemarie, 3 november 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER