Nieuwe boekrecensies

Winter in Schotland
Sarah Morgan

‘Ik wil zo graag dat het voor iedereen een perfecte kerst is.’
’En dat wordt het ook.’
Een perfecte ramp, dat werd het, dacht ze.’

Hartje winter in de Schotse Hooglanden en Suzanne McBride werkt zich een slag in de rondte om alles in haar huis in een perfecte kerstsfeer te brengen. Haar dochters komen alle drie thuis, een van hen met echtgenoot en kinderen, en Suzanne wil dat het niet alleen het hoogtepunt van het jaar wordt, maar een hoogtepunt in ieders leven. Het jaar er voor was niet iedereen aanwezig: Hannah, de oudste, vrijgezel en workaholic, had op het laatste moment afgezegd. Net als haar zus Beth woont zij in Manhattan. Niet dat de zussen veel contact hebben, Beth heeft haar gezin en Hannah haar werk.
De derde zus is de jongste, Posy. Zij woont in een naastgelegen verbouwde schuur bij haar ouders, en helpt haar moeder in het café dat Suzanne uitbaat in het dorp.


Het lijkt het de perfecte familie, maar als vanaf het begin weet de lezer dat er een smet rust op deze periode: rond kerst, vijfentwintig jaar eerder, zijn de biologische ouders van de meisjes dodelijk verongelukt bij het bergbeklimmen. Dat was in Amerika. Suzanne - die als enige het ongeluk overleefde - en echtgenoot Stewart hebben de kinderen, toen 3, 6 en 8 jaar oud, liefdevol onder hun hoede genomen en zijn verhuisd naar Schotland.
Hannah heeft als oudste de meeste herinneringen aan haar ouders, niet altijd even prettig, en ze heeft last van angst om zich te binden. Wat kan er immers allemaal niet mis gaan?
Ze is dol op hun pleegouders, maar de angst omvat ook hen en daardoor is ze afstandelijk. In de loop van het verhaal wordt duidelijk dat ze het jaar ervoor al gepakt en gezakt op het vliegveld stond en toen alsnog besloot niet te gaan.
Nu gaat ze wèl, zelfs eerder dan de bedoeling was. En in haar bagage bevindt zich een geheim.
Beth is ook al eerder in Schotland, maar zonder haar gezin. Vlak tevoren heeft ze een telefoontje gehad: een oud-werkgever wil haar graag in dienst. Of dat allemaal wel zuivere koffie is, is de vraag, maar het heeft Beth in een crisis gebracht: is zij wel tevreden in het leven dat ze leidt, als thuiswonende moeder met veeleisende kinderen en een man die met die kinderen alleen maar de leuke dingen doet. Ze heeft hem achtergelaten met de boodschap dat hij nu ook maar eens moet ondervinden wat het betekent voor de meisjes te zorgen!
Posy lijkt het meest onbekommerd, haar leven is uitgestippeld immers? Maar ook zij stelt zich vragen over hoe het verder moet. Ze weet dat haar moeder ervan uitgaat dat zij dat café overneemt, maar eigenlijk wil ze dat niet. Ze is fervent bergbeklimmer en wil haar geluk beproeven op andere bergen dan alleen de Schotse. En dan is daar Luke. Hij bivakkeert enkele maanden in het dorp omdat hij een boek aan het schrijven is over bergbeklimmen.
Er slaat een felle vonk over tussen Poy en Luke, maar hij zal weer vertrekken. En dan?

Allerlei problemen dus die niet alleen de kop opsteken tijdens deze kerstdagen, maar waar ook een al of niet bevredigend einde aan moet komen. Suzanne kan wel streven naar een perfecte kerst, ze zou beter kunnen weten. Zelf kampt ze immers ook nog met de herinneringen aan die fatale dag, vijfentwintig jaar geleden. Vier mensen kwamen om, waaronder  haar beste vriendin Cheryl en diens echtgenoot Rob. Als enige overlevende heeft ze last van een schuldgevoel. Heeft ze het allemaal wel goed gedaan?

Dit is een romantisch en sfeervol (brr, winter!) verhaal waarvan je de afloop al wel kunt voorspellen, maar de weg daar naar toe wordt door Sarah Morgan boeiend beschreven. De psychische problemen van de zussen en hun moeder zijn herkenbaar, je leert de dames aardig goed kennen.
Het verhaal van het verleden komt terug in enkele flashbacks of binnen de gesprekken van de personages, tragiek volop. Ook de humor ontbreekt niet, die ligt vooral in het knusse dorpsleven waar iedereen alles van iedereen weet of denkt te weten. En Posy heeft een bijzondere gesprekspartner: kip Martha.
Een van de thema’s is het feit dat mensen vaak van alles denken te weten over de ander, zonder dat er over gesproken is. Zulke aannames kunnen de plank volledig mis slaan!

Sarah Morgan heeft inmiddels tientallen romans geschreven, waarvan er in totaal meer dan 15 miljoen exemplaren zijn verkocht. Ze won meerdere prijzen voor 'best romance-auteur' in de Verenigde Staten.

ISBN 9789402704396 | Paperback | 416 pagina’s | Uitgeverij Harper Collins | oktober 2019
Vertaald uit het Engels door Henske Marsman (helaas niet perfect)

© Marjo, 21 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het complot van Laken
Johan Op de Beeck
 

Als in 1940 de Duitsers België binnenvallen, vlucht koning Leopold III niet, zoals de Nederlandse Koninklijke familie dat deed, naar Londen. De regering, onder leiding van premier Pierlot, deed dat wel en bleef daar in ballingschap. Op afstand konden zij de koning niet in de hand houden, als ze al hadden kunnen verhinderen dat Leopold vriendschappelijke banden aanknoopte met de Duitsers.
Hun plan is om hem te ontvoeren.

Jef van Hooff is kapper van beroep, en heeft in de meidagen tegen de Duitsers gevochten tot het land zich overgaf. Toen al werd hem het aanbod gedaan om als spion ingezet te worden, maar vooralsnog weigerde hij dat. Als hij er ziet hoe het joodse volk bedreigd wordt met een lot dat hem dan nog onbekend is, maar dat er niet goed uit ziet, vertrekt Jef alsnog. Na vele omzwervingen arriveert hij in Engeland waar een stevige training hem wacht. Samen met een vrouwelijke spionne, Victoria Hall, zal hij gedropt worden in België.

‘Van Hooff zou twee petjes dragen. Aan de plaatselijke medewerkers zou hij alleen zijn officiële missie bekend maken: het opzetten van een nieuw netwerk dat de wapen- en troepentransporten van Keulen en Luik naar de Atlantikwall moest hinderen. Daartoe zou hij een beroep doen op de mannen van majoor Claser. Hall fungeerde daarbij als zijn koerierster. De belangrijkste missie zou echter pas van start gaan als ze voldoende vertrouwen hadden in Clasers manschappen en ze de valstrik gespannen hadden waarin hun ware doelwit moest trappen. En dat doelwit was Lilian Baels, de aanstaande bruid van koning Leopold III.
Beide SOE-agenten (Special Operations Executive, afgekort SOE, was een van zeven geheime organisaties die door de Britse regering tijdens de Tweede Wereldoorlog in Engeland werd opgericht) hadden de opdracht om Leopold er toe te bewegen om weer in contact te treden met de Belgische regering, maar ook om hem te scheiden van zijn minnares om de vorst op die manier te behoeden voor zware imagoschade. Het ultieme middel was ontvoering.’


Leopold heeft als treurende weduwnaar grote sympathie van het volk. Dat moet zo blijven, vindt de regering, die er op uit is om Leopold na de oorlog weer in het zadel te helpen, maar dan wel met een actieve gezaghebbende regering. Er is evenwel ook een partij die dit niet ziet zitten. Zij wilden na de oorlog de koning meer macht geven, en juist bepaalde partijen buiten spel zetten. Communisten bijvoorbeeld. Zij vreesden als Duitsland eenmaal uitgeschakeld was, het Rode Gevaar.


Terwijl in Londen allerlei politieke plannen gesmeed worden, komen ook de Verenigde Staten in beeld, zeker na de aanval op Pearl Harbour. Zij hebben niet zozeer België, als wel Congo nodig waar uranium gevonden is. En Congo is een Belgische kolonie, niet dat de Belgen – of de Duitsers – direct beseffen wat het bezit van uranium betekent. Maar de Amerikaanse spionagedienst weet dat wel degelijk. Er zijn meerdere spionagediensten actief in België, maar helaas voor hen is het Englandspiel, dat wij Nederlanders goed kennen, niet alleen tot Nederland beperkt gebleven.

Het is erg moeilijk – en gevaarlijk – voor Jef en Victoria, tussen wie zich een romance ontwikkelt - om zich staande te houden met al dit gekonkel in Londen, met plannen en opdrachten die steeds veranderen en geheimen op de achtergrond. En natuurlijk een vijand die je niet moest onderschatten.
Wie kun je vertrouwen, en belangrijker: wie niet?

Het is een lijvig boek, maar omdat het ook allemaal vrij ingewikkeld was, is uitleg vaak nodig. Op de Beeck doseert dat prima: naast een historisch verhaal is het ook een spannend verhaal met een vleugje romantiek. In een ruk uitlezen is te veel gevraagd, maar het boek is nooit saai, dus dat zou je best willen!

Naarmate het verhaal vordert bekruipt de lezer steeds meer het gevoel: in hoeverre is dit verhaal de waarheid? Veel namen en gebeurtenissen zijn namelijk wel bekend en het wordt zo levensecht beschreven. Bovendien is Johan Op de Beeck bekend van zijn historische boekwerken over Napoleon. Jef van Hooff blijkt – overigens net als de overige personages – niet fictief. Hij was de kapper van de moeder van Johan Op de Beeck.
Maar: misschien is er een nawoord?


Een blik achterin dus. Daar is behalve een indrukwekkende bibliografie en een namenlijst (ook van instanties) inderdaad een verantwoording, zodat je precies weet wat echt gebeurd is en waar Op de Beeck het verhaal wat heeft aangepast om een goed lopend verhaal te kunnen neerzetten. Hij geeft aan wat er met de personages gebeurd is na 1945. Ook is er een In Memoriam voor de mensen die in dienst van de verschillende inlichtingendiensten het leven lieten. Een hommage aan de 18.716 slachtoffers.


Voor Nederlandse lezers zijn deze toevoegingen absoluut handig, wij weten nauwelijks wat zich afgespeeld heeft bij onze zuiderburen. Behalve de kwestie met de koning was het overigens niet zoveel anders.


Het Kasteel van Laken, het koninklijk paleis met een enorm park eromheen, is een van de koninklijke residenties in België. Het ligt sinds 1921 in de stad Brussel.
De Duitsers wilden dat Leopold III in dat paleis bleef, hij was krijgsgevangen.


Johan Op de Beeck (1977) is voormalig journalist en schreef verschillende boeken over Napoleon. Hij maakte tv-documentaires en presenteerde talkshows en debatprogramma’s. Vandaag is hij publicist en communicatieadviseur.


ISBN 9789492958341 | Paperback | 608 pagina’s | Uitgeverij Horizon | september 2019

© Marjo, 16 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ik wil geen hond zijn
Alma Mathijsen


Helemaal kapot, is ze. Totaal, finaal onderuit gehaald. Compleet van de kaart...
Alma wist het, ze voelde het aankomen, heeft het zelfs zélf gezegd.


'Dan stoppen we.'
'Moet ik nu weg? vraag je.
- Niet weggaan, alles behalve weggaan. -
'Zeg het maar.'
Weer moet ik het doen. Ik wil het niet. Ik wil dat je blijft, ik wil dat je noot meer weggaat, ik wil dat je me vastpakt en opdrinkt.
'Misschien wel ja.' zeg ik en vermoord daarmee alles.
Ik maak voor jou de keuze, ik spreek de woorden uit die jij had moeten zeggen omdat jij het te moeilijk vindt.


Ondanks -dankzij- deze woorden, die ze moest zeggen maar niet wilde zeggen, stort haar wereld in. Haar relatie is beëindigd en wat overblijft is puur en rauw verdriet, overstelpend groot verdriet.


Alles gaat goed, ik drink niet, eet niets, ik wil niet naar buiten, ik ben oké.


Met andere woorden, het gaat helemaal niet oké. Haar vrienden nemen haar mee uit, zeggen dat het wel goed komt, dat ze het even de tijd moet geven maar dat het écht overgaat. Ze probeert wel, maar ze vegeteert. Het gaat niet over, het gaat niet weg, het verdriet vreet haar op, holt haar uit. Ze wil hem terug, maar dat kan niet, niet als mens.
En dan ontstaat het plan. Haar ex- is gek op honden, als ze nou eens een hond zou worden? Dan kan ze wel terug. Als hond geliefd worden is beter dan niets. En zo zet ze het proces is gang, ze zal een transitie ondergaan, van mens naar hond...


Het boek stijgt ver uit boven romans over liefdesverdriet, je voelt de pijn en het verdriet. Door korte stukjes tekst van circa een halve tot anderhalve pagina te gebruiken, vertelt de schrijfster precies dát wat er op dat moment uit moest, niet meer en niet minder. Het is bijna als een dagboek maar toch is dat het niet. Het is puur verdriet dat verteld en gevoeld moet worden.
Deze manier van schrijven maakt het verdriet tastbaarder, voelbaarder. Het is geen zwelgen in verdriet maar compleet onderdompelen in een alles verschroeiende pijn. En dan op het bizarre idee komen om een hond te worden, zodat ze dan toch bij hem kan zijn... In zo'n stadium van pijn is niets meer gek. Dus dan ga je daar gewoon voor en zet je gewoon de hele procedure in gang...

Verpletterend boek.

ISBN 9789403176307 | Hardcover | 148 pagina's | Uitgeverij De Bezige Bij | november 2019

© Dettie, 9 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Lambarosa
Annel de Noré


‘Lambarosa is dat deel van ons leven, waar we noch als individu, noch als groep of als mensheid invloed op uit kunnen oefenen, of in ieder geval nauwelijks. Ziekte, dood, natuurrampen. En alles waar we als enkeling niet schuldig of verantwoordelijk voor zijn, maar wat ons in kwade zin kan beïnvloeden. In een getto geboren worden, verslaafde ouders, oorlogen. Zelfs een karakter dat je in problemen brengt, krijg je buiten jouw schuld om op je bord. Soms een pakket vol negatieve invloeden. Omdat we daar geen vat op hebben, schrijven we dat toe aan een oppermacht.’


Aan het woord is Marion, een van de personages uit het eerste deel. In dat verhaal proberen zes overlevers van een vliegtuigramp de weg terug te vinden naar de bewoonde wereld. Naar redding. Het is een verhaal vol dramatiek  waarin Lambarosa zich volop uitleeft. Hoofdpersonage is Ramon, een zeventienjarige jongen, die er later veel moeite mee zal hebben zijn leven weer op de rails te krijgen.


In het tweede verhaal is een man die zonder naam blijft zijn vrouw ontrouw. Hij brengt meer en meer tijd door met een callgirl, maar zijn vrouw is niet gek en confronteert hem met de feiten.
Is deze man Ramon? We weten het niet.


Deel drie volgt. Een man, werkzaam in een nachtclub ergens in Frankrijk, weet eigenlijk niet wie hij is. Hij lijdt een geheugenverlies. In zijn bezit heeft hij een laptop en een usb-stick met verhalen er op. De verhalen die wij zojuist gelezen hebben dus. Maar de man, Luuk, heeft geen idee of hij zelf de auteur is van de verhalen. Zijn ze fictief? Is het waargebeurd? Zit hier een verklaring voor zijn verleden?
Luuk heeft diverse relaties met vrouwen, maar niets is blijvend. Als ook zijn baan niet blijvend is, besluit hij iets te gaan doen met de verhalen. Hij verdient de kost met vertaalwerk terwijl hij een uitgever probeert te vinden.


‘Herinneringen zijn die zeldzame verdwaasde vogels uit een vlucht van miljarden die bij ons in de buurt blijven fladderen, terwijl de andere steeds verder uit het zicht verdwijnen en ten slotte eeuwig onder de horizon van ons bewustzijn overwinteren.
Dat we allemaal ontzettend veel vergeten, besef ik omdat ik allerlei mensen heb aangehoord. Men heeft mij de ongelooflijkste geschiedenissen toevertrouwd. Telkens wanneer ik doorvroeg, raakten de vertellers in de war over tijden en plaatsen, maar vooral over gevoelens. Zaken die van levensbelang leken, zijn in de loop der jaren uit hun geheugen weggevaagd. Voornamelijk, zoals ik achteraf concludeerde, omdat de gevoelens behorend bij bepaalde voorvallen, niet in overeenstemming zijn met hun nieuwe levensfase.’


Waarheid en fictie, samenvallend in ons geheugen. We weten allemaal wel dat een en hetzelfde verhaal, verteld door de verschillende personages, kan overkomen als een heel ander verhaal.


Maar als je niet weet of wat je denkt dat de waarheid is ook werkelijk de enige waarheid is, hoe kun je dan bepalen wie jij bent als mens? In hoeverre is je achtergrond van belang? Je kunt niet zonder een veilige basis, dat is wel duidelijk, maar je moet ook kunnen loslaten.
Wat in dit boek verteld wordt: is er verband tussen de vertelsels? Is het waarheid? Of fictie?


Wat begint als een spannende avonturenroman vol dramatiek verloopt tenslotte tot een bijna filosofische ideeënroman, waar je als lezer zomaar niet mee afgerekend hebt. Het aantal pagina’s had denk ik toch wel minder gekund, met wat meer strepen door de seksueel getinte passages bijvoorbeeld.


Annel de Noré, pseudoniem van Netty Simons, is een Surinaams schrijver. Zij behoort tot de nieuwe generatie vrouwelijke schrijvers uit Suriname. Haar debuutroman De bruine zeemeermin uit 2000 werd 'het beste Caribische debuut sinds Bea Vianen en Astrid H. Roemer' genoemd. Verder publiceerde zij bij Uitgeverij In de Knipscheer de verhalenbundel Het kind met de grijze ogen, de roman Stem uit duizenden en de verhalenbundel Vers vlees oud bloed, waarmee ze genomineerd werd voor de Halewijnprijs 2017.


ISBN 9789062655571  | paperback | 550 pagina's | Uitgeverij in de Knipscheer | augustus 2019

© Marjo, 29 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alleen de eenzamen
Andre Platteel


‘Ik weet al precies wat er straks over me verteld zal worden. Als je de klos bent komen mensen met de gekste verhalen maar het gaat nooit over wie jij bent.’


Wie is hij dan wel? Aan het woord is Sam, die al jong de verantwoordelijkheid kreeg over zijn broers en zus. Hun ouders hadden nooit kinderen moeten krijgen, zijn broers Dirk en Theo accepteerden Sams gezag nauwelijks. ‘Sams fantasie was dictatoriaal,’ zegt  broer Dirk. ‘Hij zette de verhaallijnen uit. Hij was regisseur en wilde boven anderen staan om over jou en je broer en zus te domineren.’


Sam is behalve dominant ook een man met uitstraling, hij wist iedereen voor zijn karretje te spannen, vooral de vrouwen. Inclusief zus Corry. Maar als hij ook de familie betrekt bij zijn zwendelpraktijken, is er geen steun meer voor hem als het mis loopt.


Sam sjoemelt met wijn, valt door de mand en vlucht naar Amerika. Hij is dan al gescheiden van zijn vrouw Nel, die hem overigens door middel van nachtelijke telefoongesprekken op de hoogte houdt van het wel en wee van de familie. Hun zoon Kees wordt militair. Na het verlies van zijn kameraad in de oorlog in Irak zit hij met oneervol ontslag thuis. Vol wrok, vooral richting zijn vader. Als na twintig jaar vader Sam terugkomt uit Amerika, opnieuw met achterlating van een dubieus verleden, weigert Kees zijn vader te zien.


Die  terugkeer zet toch de verhoudingen binnen de familie al op scherp. Nel vindt contact prima, dochter Rita is zelf ook verwikkeld in een familiedrama. Sams broer Dirk zit in het klooster, heeft met niemand contact, maar schrijft via een dagboek. Broer Theo wil Sam graag ontmoeten, maar hun afspraak loopt fout.
Corry is intussen overleden, maar zwager Jan wil wel met Sam praten, al is dat vooral omdat Sam hem nog veel geld schuldig is. Jans zoon Jonathan is altijd dol geweest op zijn oom, hij is de enige die hem bezocht heeft in Amerika. Maar ook Jonathan zit met zichzelf in de knoop.


Het lot is voor geen van de familieleden gunstig geweest, een stabiele relatie of een gunstige carrière lijkt niet voor weggelegd. Een goede gezondheid evenmin.
Om en om vertellen ze een deel van het verhaal, ook Sam, die in het tweede deel niet meer aan het woord komt, maar nog steeds de spil is waar alles om draait. Dingen die men jaren als waarheid heeft aangenomen blijkt niet de juiste weergave van de feiten te zijn.


‘Je weet toch hoe Sam was, een doodgewoon leven was niets voor hem. Hij verzon altijd iets groots met hemzelf in de hoofdrol.’


Dat lukt dan ook wel, maar groots is niet per definitie positief.


Vrolijk word je niet van deze roman. Het begint al met met een gebroken gezin, opgroeiend in een niet al te best milieu. Sam denkt dat hij wel het spreekwoordelijke kwartje kan worden, maar moet zijn meerdere erkennen in het lot.
Het verhaal van vader en zoon is tragiek van de bovenste plank, en het overige ligt daar vlak onder. Platteel weet zijn lezer wel van begin tot einde te boeien. Hij wisselt van verteller, van tijd en plaats waardoor het af en toe best wel puzzelen is maar dat komt steeds weer helemaal goed.
De personages hebben ieder een eigen verhaal, een eigen invulling van wat hen overkomt, en doen dat op een eigen manier, soms de lezer verbijsterd achterlatend.


André Patteel (1969) schreef eerder Alles hiervoor (2014, de Arbeiderspers) en Net Veertien (2016, Magonia). In zijn derde boek overtuigt hij de lezer opnieuw van zijn kunnen.


ISBN 9789492241337 | Paperback | 228 pagina’s | Uitgeverij Magonia | november 2019

© Marjo, 24 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De oude vrouw en de katten
J.M. Coetzee


In dit boek treffen we een aantal verhalen aan waarin Coetzee zijn overpeinzingen en filosofische observaties weer onder woorden brengt door de stem van de schrijfster Elizabeth Costello, zijn alter ego. De verhalen gaan over ouderdom en het naderende einde, maar ook dieren, hun ziel en belevingen worden nader bekeken. Dit alles met een ondertoon van strijd én berusting.


Neem bijvoorbeeld de verjaardag van een vrouw die vijfenzestig wordt. Voor die ene keer is zij zich te buiten gegaan aan een frivool geblondeerd kapsel, ook draagt ze ineens make-up. Haar kinderen voelen zich onbehaaglijk erbij, deze vrouw is hun moeder niet.


Ze doet zelf open, er wordt althans opengedaan door een vrouw die op hun moeder lijkt maar op een griezelige manier ook weer niet. 'Dag lieverds,' zegt deze vreemde of half vreemde vrouw. 'Blijf daar niet staan - kom binnen!'


Maar waar de volwassenen uit fatsoen zwijgen zegt kleindochter gewoon dat oma er maf uitziet. Oma trekt zich er niets van aan. [...]


'Het is niet voor altijd,' zegt zijn moeder. 'Wees gerust, het is maar voor even. Na verloop van tijd wordt ik weer mezelf, als het jaargetijde voorbij is. Maar ik wil dat er weer naar me gekeken wordt. Ik wil gewoon dat er nog een keer naar me gekeken wordt zoals er naar een vrouw wordt gekeken. Meer niet.


De kinderen van Elizabeth zijn hard maar bezorgd. Haar dochter Helen zegt dat ze ook kunnen vinden dat ze er belachelijk uit ziet. Op de terugreis ontstaat een discussie hierover tussen zoon, dochter en schoondochter. Ze vinden het belachelijk, triest, ongepast maar de allesoverheersende angst is, dat ze gekwetst zal worden.

Zoon en dochter (John en Helen) proberen moeder over te halen bij hen in de buurt te komen wonen, maar met haar grillige eigengereidheid en verpletterende waarheidsgerichtheid wijst ze dit stellig van de hand. Ze woont prima in het dorp met de simpele Pedro en de zwerfkatten. Katten die eerst gevoed werden door de dorpsbewoners, maar doordat deze naar de stad vertrokken en hun kat achterlieten werden ze wild en daardoor gehaat werden door diezelfde bewoners. Elizabeth ziet het als iets doodnormaals dat zij dan die katten opvangt en verzorgd. Ze gaat waarheen haar ziel haar leidt.


De meeste verhalen bestaan echter uit conversaties met moeder en zoon, die met haar stevig in discussie gaat, recht voor zijn raap is, haar woorden weerlegd en daardoor haar geest scherp houdt.


Wat de dieren betreft is het vooral het lot van de dieren in de vleesindustrie die Elizabeth zich aantrekt. Ze wil onder andere een abattoir oprichten, bij wijze van demonstratie, geen lopend bedrijf maar als een soort slachtmuseum, om mensen te laten zien wat er nu werkelijk met de dieren gebeurd. Op haar eigen scherpe manier dient ze haar zoon van repliek als hij het niet kan nalaten daar cynische opmerkingen over te maken.


Maar de ouderdom komt toch steeds meer naderbij, Elizabeth merkt dat het schrijven niet meer het gewenste resultaat oplevert. Ze stuurt haar zoon diverse onafgemaakte manuscripten, bijna filosofische verhandelingen, omdat ze bang is dat de schoonmaakster ze bij haar overlijden in het vuur zal gooien. Wij krijgen deze ook te lezen. Ze meldt aan John dat ze haar vroegere vaardigheid om de verhalen af te maken, mist..


'Alles wat ik je gestuurd heb is eender. Ik kan de volgende stap niet zetten. Het ontbreekt me aan iets. Ik was altijd in staat in mijn werk de volgende stap te zetten, maar ik lijk er niet langer over te beschikken, die vaardigheid. De tandraderen lopen vast, de lichten gaan uit. Het mechanisme waarvan ik altijd kon aannemen dat het me naar de volgende stap zou leiden lijkt niet meer te werken. Daar hoef je niet van te schrikken. Dat is de natuur - de manier van de natuur om me te vertellen dat het tijd is om thuis te komen.'


Elizabeth mag dan wel op weg naar huis zijn, ze wordt inderdaad vergeetachtiger en het lijf doet ook niet helemaal meer mee, maar ze blijft observerend, scherp, kritisch en vol leven...

Fascinerend boek!


J.M. Coetzee (1940) is hoogleraar algemene literatuurwetenschap aan de Universiteit van Kaapstad. Hij verwierf vele literaire prijzen voor zijn romans, en is zelfs de eerste die tot twee keer toe werd beloond met de Booker Prize - in 1983 voor Wereld en wandel van Michael K en in 1999 voor In ongenade. In 2003 won Coetzee de Nobelprijs voor Literatuur.


ISBN 9789059368590 | Hardcover | 144 pagina's | Uitgeverij Cossee | juni 2019
Het boek is een verzameling van deels eerder verschenen korte verhalen | Vertaald door Peter Bergsma

© Dettie, 12 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Flarden
(stad geciteerd in woord en beeld)
korte teksten

Jan Glas


Jan Glas heeft zijn sporen verdiend. Hij is niet alleen dichter, maar ook zanger en beeldend kunstenaar. Bovendien houdt hij van Groningen. Hij was medesamensteller van de bundel 100 mooiste Groningse gedichten. In deze verzameling teksten, bundelt hij flarden van uitspraken van Groningers. Daarnaast voorziet hij ze van mooie foto’s. Het formaat is prettig klein, je stopt het in je zak...


Straat Middernacht. Twee jongens


‘Zeg, we gaan
niet zo’n
avond als gisteravond
hebben hoor.
Nu alleen een biertje,
stoned worden
en naar huis.’


Verderop komt een meisje aan het woord:


Stadsbus. Meisje.


‘Twee uur voordat ik moest
werken heb ik gebeld
en gezegd dat ik ontslag nam,
de koks waren woedend.’

 

Een jongen doet een bekentenis:


Straat. Jongen tegen meisje:


'Ik heb een
begeleider
die aan de
antidepressiva
is'

 

Straat Vrouw:


‘De manier
waarop zij praatte,
was 100%
begeleid wonen.’

 

Soms staan er ook hele gesprekken in:


Straat

Een stel mensen staat te roken en te ouwehoeren voor een café.

Vrouw:

,Ik heb een tandeloze poes.’
Iedereen lacht.


Man:

‘Daar hou ik wel van.’


Andere man:


‘Ik heb een paar
van zulke vriendinnen gehad.’


Prachtige observaties. Kleine juweeltjes. Waarmee maar weer eens bewezen wordt, dat de wijsheid op straat ligt. En Jan Glas raapt haar op. Een bundel om van te smullen.


ISBN 9789493170070| Soft cover | 64 pagina’s | Uitgeverij Kleine Uil | december 2019

© Karel Wasch, 12 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

In de buik van de wolf
James Worthy


‘Ik wil wel, maar ik twijfel. Wat ik het meest aan mezelf haat is die twijfel. En de ontevredenheid over mijn eigen ontevredenheid. De allesverwoestende tegenstrijdigheid die zich meester van mij heeft gemaakt. Ik kan niet tegen liefde, ik kan niet tegen haat. Ik kan niet tegen drukte, ik kan niet tegen stilte. Ik kan niet tegen alles, ik kan niet tegen niets. Ik kan niet tegen de dood, ik kan niet tegen het leven. Ik houd alleen maar van schoonheid, omdat het me naar lelijkheid doet verlangen en ik houd alleen maar van lelijkheid, omdat het me naar schoonheid doet verlangen.’


De hoofdpersoon, ik-verteller, is zelf ook schrijver. Hij is getrouwd, en heeft een zoontje. Hij zou gelukkig moeten zijn - zijn ouders bezigden regelmatig de zin: ‘als je maar gelukkig bent.’ - maar hij wordt verteerd door een overheersende angst. Angst voor het leven, angst dat zijn vrouw of zijn zoon iets overkomt, angst dat zijn liefde niet genoeg is…
Zijn vrouw heeft er schoon genoeg van dat hij zo depressief is, zo negatief.


‘Ik word zo moe van dit gelul. In het begin had ik nog medelijden met je, nu haat ik je. Ik haat je zoals je jezelf haat. Wat wil je nou eigenlijk? Wil je dood?’
‘In de krant stond laatst dat er ergens in Nederland een wolf is gespot. Ik wil hem vangen, Ik wil zijn buik opensnijden, erin gaan liggen en dan de buik van binnenuit weer dichtnaaien. Dat is wat ik wil.’
’Je hoort in een gekkenhuis thuis.’


Dat is niet de plek waar hij heen gaat, maar hij verlaat zijn gezin wel. Niet wetend of hij terug zal komen vertrekt hij naar Groningen. Een man daar heeft hem per brief uitgenodigd. Hij heeft zijn boeken gelezen en wil weten waarom de schrijver niet gelukkig is. De man biedt hulp.
Omdat de verteller niets te verliezen heeft, vertrekt hij en trekt bij Rein Klinkhamer in. Rein is geen therapeut, hij doet ook maar wat. Dat geeft hij ronduit toe. Vreemde, soms bizarre gebeurtenissen volgen. Ook zijn er nog anderen die advies zijn komen vragen aan Rein. Met hen gaat hij op eenzelfde lukrake manier om.


Terwijl hij er veelal goedmoedig in mee gaat, overdenkt de ik-figuur zijn leven. Hoe is het zover met hem kunnen komen? En ook: hoe zou het thuis gaan? Met zijn vrouw, maar vooral met zijn zoontje? Er is ook nog een dementerende vader, een man die nogal onorthodoxe opvoedingsmethodes er op na hield, maar nu zo mak is als een lammetje.

De gesprekken met Rein, de aanwezigheid van een jonge vrouw in het tuinhuis, waardoor de ik-figuur zich weer man voelt, maar vooral de introspectie vormen een proces tot onherroepelijk leidt tot een conclusie.


‘Beschrijf eens hoe je je op dit moment voelt. En je hoeft geen mooie zinnen te vormen, vertel gewoon de waarheid. Je compenseert alles met mooie woorden. Alles wat je denkt is lelijk, maar je vertelt het mooi.‘


En dat doet James Worthy in werkelijkheid ook. Het thema is zwaar, maar de taal niet. Doordat je geen idee hebt wat er op de volgende pagina gaat gebeuren, blijf je lezen. Niet dat het een straf is. Al gebruikt hij veel clichés - die vaak ook gewoon waar zijn – de stijl van James Worthy is direct, zijn vergelijkingen deugen. De aanwezigheid van de wolf leidt enerzijds tot een spel met het sprookje van Roodkapje, anderzijds tot de realistische afwijzing van het dier in Nederland.


James Worthy (1980) had in 2011 veel succes met zijn debuutroman James Worthy. In 2016 verscheen de columnbundel Mottenballen voor de ziel. Hij heeft een dagelijkse column in Het Parool.


ISBN 9789048817627 | Paperback | 205 pagina’s | Uitgeverij Lebowski | september 2019

© Marjo, 9 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ongehoorzaam
Naomi Alderman


Wie de cover van het boek goed bekijkt, ziet twee vrouwen afgebeeld die elkaar vrij innig aankijken. Deze twee zijn Roni en Esti en rond hen is het bijzondere verhaal geweven over joods zijn en vooral anders dan andere mensen zijn.


Met name Roni is de 'ongehoorzame'. Zij is het verstikkende joodse milieu in Hendon Engeland ontvlucht en woont en werkt nu in New York, ze zit in de financiële dienstverlening en is analist. Na haar vlucht is ze nooit meer teruggekeerd naar haar ouderlijk huis waar ze zonder moeder opgroeide. Maar haar vader Rav Krushka is  overleden en nu zal ze wel moeten.  Eigenlijk gaat ze niet terug voor haar vader maar voor de zilveren kandelaars van haar moeder. Dat zijn de enige dingen die ze écht wil hebben.


Ooit trok Ronit intensief op met Dovid Kuperman, de neef van de Rav, en Esti, haar dierbare vriendin. Ze hebben elkaar al die jaren niet gezien of gesproken. Esti en Dovid zijn inmiddels man en vrouw, iets wat Ronit nog niet weet. Ook weet ze niet dat Esti ondanks het verdriet om de Rav alleen maar kan denken Ronit komt thuis, Het voor Esti is alsof een gebed verhoord is. In de loop van het verhaal komen we te weten waarom Esti zo uitkijkt naar de komst van Ronit.


Dovid is een vriendelijk mens, een rabbijn, maar het charisma van de Rav, van wie hij alles geleerd heeft, ontbreekt hem ten ene male. (Rav is een eretitel voor een zeer kundige rabbijn). Hij is een bedeesde, bescheiden man, die liever uit het zicht blijft. Hij wordt als opvolger gezien van de Rav, hoewel er ernstig getwijfeld wordt of Dovid de Rav waardig is. Dovid is ook vermoedelijk niet opgewassen tegen deze taak.


Dovid wordt tevens gekweld door ernstige hoofdpijnen die een 'kleur' hebben. Hoe moeilijker hij iets vindt, hoe zwaarder de hoofdpijn. Een rode hoofdpijn is het ergste. Die dag van de grote ommekeer, is zijn hoofdpijn heftig rood. Hij komt onverwacht thuis en ziet daar iets wat hij eigenlijk altijd al geweten heeft. Het was ook de reden waarom Ronit vertrokken is. Ondanks de schok is deze dag achteraf weldadig voor zowel Dovid, Esti als Ronit.


Ronit blijkt het joodse milieu totaal ontgroeid te zijn. Zij provoceert iedereen zowel in houding als in kleding, maar toch maakt haar terugkeer wel dat ze haar afkomst in een ander perspectief gaat zien. Iets waar je vanuit je jeugd mee opgroeit, blijkt toch altijd zijn sporen na te laten en zijn wortels te hebben gevormd.


Ondanks dat Ronit de stoere dame lijkt en de broodmagere Esti, die de joodse leefwijze trouw is gebleven, zich lijkt te hebben ontpopt als de apathische meeloper komt juist Esti in de loop van het verhaal als de krachtigste naar voren. Zij die zo uitkeek naar Ronits komst, en aan haar een erg ontroerende bekentenis onthult, neemt het heft in handen en zorgt daarmee dat ze alle drie weer verder kunnen met hun leven. Een leven dat vastgelopen leek in verplichtingen, ontwijkend gedrag, en onechtheid. Esti is de verbindende, verhelderende, opbouwende schakel voor zowel Dovid als Ronit.


Het verhaal wordt door zowel Ronit als Esti verteld middels gedrukte tekst in verschillende lettertypes, waardoor we de ware aard van deze vrouwen leren kennen. Esti is trouw aan zichzelf gebleven maar Ronit komt zichzelf keer op keer tegen.


Prachtig is het begin en het einde van het boek waarin vooral de kracht van woorden naar voren komt. Esti heeft daar een zeer mooie draai aan gegeven, waardoor alle drie met opgeven hoofd verder kunnen.
Een verhaal met vele lagen, waarin het joodse geloof middels teksten uit de Thora - die in het verhaal verweven zitten -  ook zijn rol speelt, zonder overheersend aanwezig te zijn. Een indrukwekkend boek, om meerdere keren te lezen.


ISBN 9789025452711| Paperback | 320 pagina's | Uitgeverij Atlas | november 2018
Vertaald door Auke Leistra

© Dettie, 6 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het moois dat we delen
Ish Ait Hamou


Het boek bevat de volgende delen: ZIJ, HIJ, HIJ EN ZIJ, en tenslotte WIJ.
Het is evenwel niet wat je dan in eerste instantie verwacht, een roman over een vrouw en een man die elkaar ontmoeten en na wat moeilijkheden samen verder gaan.


Zij is de 27-jarige Soumia. Zij is geboren en getogen als Belg, maar heeft, omdat haar ouders Marokkaans zijn, ook een Marokkaans paspoort. Ondanks het feit dat ze net vijf jaar in de gevangenis heeft doorgebracht, had ze nooit kunnen denken dat men haar het Vlaams burgerschap wilde afnemen. Het schokt haar tot in het diepst van haar ziel. Maar die vijf jaar gevangenschap was niet voor niets, hetgeen de lezer mondjesmaat ontdekt.


Soumia woont bij haar vader – moeder is al lang overleden - en haar broertje van elf jaar en komt nauwelijks buiten. Men noemt haar de taxi-terroriste, gebaseerd op een waanzinnig verhaal. Zij is naïef geweest, ze was te goed van vertrouwen en moet nu leren leven met een enorm schuldgevoel, en met de haat van de buurtbewoners.
Haar vader is zijn baan kwijt, kan met moeite zijn boterham verdienen, haar broertje wordt op school gepest, en zelfs bij de voetbalclub is hij niet veilig, al is hij degene die de ploeg vaak aan een overwinning helpt. Soumia moet zich herpakken, en krijgt daarbij hulp van Hassan, die een buurtwinkeltje runt. Hij vraagt haar boodschappen te bezorgen bij een oudere man.


Die man is HIJ, Luc. Een oudere man, die treurt om het verlies van zijn vrouw. Maria was alles voor hem. Op het moment dat hij beseft wie Soumia is, komt hij in tweestrijd. Is zij degene die slecht is, zoals iedereen haar afschildert? Of is zijn mensenkennis toch nog goed, en is zij net zo eenzaam als hij zelf is? Maar het kost hem veel moeite haar toe te laten tot zijn leven.


Het hoofdstuk ZIJ EN HIJ dat uitloopt in WIJ zou er op kunnen wijzen dat alles goed gaat aflopen. Ish Ait Hamou heeft evenwel voor een realistisch einde gekozen.
Hij maakt duidelijk dat als mensen niet open staan voor de ander er nooit een samenleven in vrede kan bestaan.
Behalve dat het een prachtig verhaal is dat je lang bij zal blijven, is het ook stilistisch helemaal tiptop. De vorm, de taal, helemaal zoals we deze schrijver intussen kennen.


Opnieuw een belanghebbend boek, dat hopelijk de lezer zal inspireren tot luisteren, tot een open houding zonder vooringenomenheid.
We zijn allemaal mensen.


Ish Ait Hamou (1987), een Belg met Marokkaanse ouders is voormalig danser, auteur, theater- en televisiemaker.  Sinds 2017 is Hamou stadsambassadeur van de stad Vilvoorde.


ISBN 9789022336953 | paperback | 270 pagina's | Uitgeverij Angèle | oktober 2019

© Marjo, 28 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Agathe
Anne Catherine Bomann


"Als ik op mijn tweeënzeventigste met pensioen zou gaan, moest ik nog vijf maanden werken. Dat kwam overeen met tweeëntwintig weken en als alle patiënten zouden verschijnen, betekende dat dat ik nog precies 800 behandelsessies te gaan had. Als er sprake was van afmeldingen of ziekte, zou dat aantal uiteraard lager worden. Dat bood toch enige vorm van troost."


Aan het woord is een in Parijs woonachtige psychiater, die zijn dagen tot zijn pensioen aan het aftellen is. Zijn dagen rijgen zich aaneen. Hij ontbijt, gaat naar zijn werk waar zijn secretaresse Madame Sorrogue hem vriendelijk maar afstandelijk begroet en start de gesprekken met zijn patiënten. Hij luistert met een half oor naar de zich eindeloos herhalende gesprekken en moet soms bijna lachen om de futiliteiten waar zijn patiënten zich druk om maken. 's avonds gaat hij naar huis of eet in een hem bekend restaurant. Nog even, en dan hoeft hij niet meer. Kortom, de fut is er aardig uit.


Hij is dan ook op zijn zachts gezegd niet erg blij als Madame Sorrogue een nieuwe patiënt aangenomen heeft die zo goed als zeker veel meer tijd nodig heeft dan hij de vijf maanden die hij nog werkt. Maar de vrouw, Agathe, is er op gebrand door hem behandeld te worden en accepteert het feit dat de behandeling van korte duur zal zijn.


De gesprekken met Agathe blijken interessanter dan hij zichzelf wil toegeven, sterker nog hij raakt lichtelijk geobsedeerd door deze vrouw. Zij daagt hem woordelijk uit en laat hem ook nadenken over zijn bestaan en zijn manier van aanwezig zijn op deze wereld.


Hij merkt dat hij vreemde klachten krijgt, naast de hem bekende pijn in zijn knieën krijgt hij hartkloppingen, een soort paniekaanvallen die hij wel herkent dankzij zijn beroep maar desalniettemin toch lastig zijn. Agathe zet zijn levenswijze in een ander daglicht en voor het eerst denk hij zelf ook na over zijn leven in plaats van de focus bij de ander te leggen. Wat hij ziet bevalt hem niet echt.


Als zijn secretaresse ook nog voor onbepaalde tijd weg blijft in verband met haar man die terminaal ziek is, wordt zijn bestaan en bestaansrecht helemaal op zijn kop gezet. Hij kijkt met andere ogen naar zijn patiënten, hij geeft ze ineens opdrachten mee, hij wordt veel directer tegen ze. Maar het is vooral Agathe die zijn ogen opent, die laat zien dat de wereld er is om gezien te worden, dat mensen zich moeten beseffen dat ze opgemerkt worden, dat ze bestaan...


Aanvankelijk voelt het gemopper en de licht zwarte kijk op het leven van de psychiater als vrij ongemakkelijk. Maar naarmate de psychiater steeds meer laat zien dat hij ook maar een mens is en steeds meer zijn zwakke soms zelfs onbeholpen kant laat zien begin je sympathie voor hem te voelen. Ondanks zijn leeftijd leert hij die laatste vijf maanden veel, er vindt als het ware een innerlijke ommekeer plaats die hem een veel vriendelijker mens maakt.


De man is zo levensecht neergezet dat je verwacht als je het boekje uit hebt dat op de achterkant van het boek een auteursfoto te zien is van een grijze, waardige, oude man. Des te verrassender is het om een portret van een jonge vrouw te zien en dit haar debuutroman blijkt te zijn.  Het is knap, ondanks dat zij zelf psycholoog is, hoe zij zich heeft weten te verplaatsen in de oude, licht norse psychiater. Chapeau.


ISBN 9789056726188 | Hardcover | 107 pagina's | Uitgeverij Signatuur | november 2018
Vertaald uit het Deens door Ingrid Hilwerda

© Dettie, 15 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER