Nieuwe boekrecensies

De vergeten prins
Lucas Zandberg


Willem van Oranje Nassau, zoon van Willem III en koningin Sophie, halfbroer van de latere koningin Wilhelmina, daarover gaat deze roman. Wiwill, zo genoemd door zijn vrienden, is een vrij onbekend gebleven telg van de Oranjefamilie en dat is precies wat Lucas Zandberg zo aantrok, zoals hij in een radio-interview laat weten. Hoewel hij zich wel aan de geschiedkundige feiten hield, leverde die betrekkelijke onbekendheid hem namelijk de vrijheid, het karakter van WiWill naar zijn hand te zetten.


We ontmoeten de inmiddels zesendertigjarige WiWill voor het eerst in Parijs, ver van het verstikkende leven in Nederland. Zijn ouders hebben een vreselijk huwelijk en bovendien voelt WiWill er niets voor om zijn vader op te volgen, ondanks de gedegen opleiding en geestelijke begeleiding van jonkheer en voormalig gouverneur Eduard de Casembroot.
WiWill geniet zeer van de vele pleziertjes die het Parijse leven hem te bieden heeft. Maar als hij besluit zijn geliefde, operazangeres Emilie Ambre, in huis te nemen komt dezelfde jonkheer hem berispen en vertellen dat zijn financiële toelage ingetrokken zal worden indien WiWill de relatie met Emilie niet beëindigt. WiWill neemt daarop een bijzonder besluit, hij zal Emilie meenemen naar Nederland en haar voorstellen aan zijn vader. Niet wetende wat voor toestanden hij daarmee op zijn nek zal halen...


Uiteindelijk loopt alles heel anders dan WiWill verwacht had. Maar dan ontmoet hij gravin Mathilde van Limburg Stirum (Mattie) en zij blijkt de liefde van zijn leven. Met haar wil hij verder, met haar wil hij trouwen. Maar de koning geeft geen toestemming ondanks zijn eigen bizarre, liederlijke leven vol seksuele uitspattingen. WiWill moet van de koning trouwen met iemand van koninklijke bloede, wat WiWill natuurlijk weigert, het is Mattie of niemand. Hij heeft altijd al gezegd dat hij zal trouwen uit liefde en maakt nu zijn uitspraak ook waar, hij is zelfs bereid afstand te doen van de troon.
De weigering van de koning - en de Raad van Ministers -  leidt tot allerlei lastige verwikkelingen waarbij WiWill voor moeilijke keuzes geplaatst wordt.


Het bijzondere is dat WiWill in dit verhaal begeleid wordt door Johannes, zijn lakei en enige vriend. Johannes kent WiWill door en door. Hij is het die achter de schermen allerlei zaken discreet weet te regelen en de kroonprins ten alle tijden bijstaat in zijn bijzondere leven. Johannes gaat zelfs mee, gekleed in afdankertjes van WiWill, naar feesten waar ook WiWills goede vriend Edward, de kroonprins van Engeland, veelal aanwezig is. WiWill heeft af en toe een neerbuigende houding naar Johannes, wijst hem soms zijn plek maar de lakei slikt dan even en gaat onverstoorbaar door met zijn werk en biedt WiWill constant zijn onvoorwaardelijke vriendschap en trouw aan.


Het is deze combinatie, de vriendschap tussen de, overigens fictieve, nuchtere Johannes en de emotionele kroonprins van Oranje die het verhaal prachtig in balans houdt.  Het is puur genieten. Lucas Zandberg heeft zich zo ingeleefd in die tijd, die omgeving en die situaties dat je het gevoel hebt een tijdreis gemaakt te hebben. Als het boek uit is moet je weer even omschakelen naar de eenentwintigste eeuw.
Leuke bijkomstigheid is natuurlijk, dat dankzij dit boek de vergeten prins voorgoed uit de vergetelheid gehaald is.
Na Mayling en Mijn leven is van mij  heeft Lucas Zandberg opnieuw een erg prettig en goed geschreven boek geleverd, het lijkt wel of zijn schrijven steeds beter wordt. Ik heb zeer genoten van dit mooie verhaal.


Lucas Zandberg
(Langezwaag, 10 oktober 1977) is een Nederlandse schrijver. Zijn romans hebben veelal een biografische en/of historische kern. Na een stilte van drie jaar verscheen in 2015 De vergeten prins. Deze roman is een mengeling van feit en fictie, losjes gebaseerd op een periode in het leven van de Nederlandse kroonprins Willem van Oranje-Nassau.


ISBN 9789029538800 | Paperback | 224 pagina's | Arbeiderspers | 30 juni 2015

© Dettie, 5 augustus 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altUP
Myrthe van der Meer


‘Wat ik feitelijk heb gekregen, is levenslang. Toen ik nog gewoon depressief was, kon ik nog geloven dat elke depressie de laatste was.’ Ik aarzel. ’Nu blijkt dat er na elke depressie weer een nieuw dal komt, word ik altijd weer up, altijd weer down.’


In het voorafgaande boek over een opname op de psychiatrische instelling, de PAAZ, zoals dat boek ook heet, beschreef Emma haar maandenlange opname nadat ze depressief opgenomen was. Depressief, met die diagnose leerde ze leven. Er waren medicijnen voor, die ze braaf zou slikken, dus het leven lachte haar weer toe. Ze heeft intussen ook een nieuwe baan gevonden, nadat ze de laatste vanwege die langdurige opname kwijt was.
En nu gaat ze dan naar een afspraak met de psychiater, die zoals afgesproken was,  de laatste zou zijn. Eerst langs de apotheek.


‘Dit zijn ze dan.’ Een stapel doosjes wordt in mijn richting geschoven met het herhaalrecept er boven op. ‘Tasje nodig?’
Ik schud mijn hoofd en voel hoe mijn hart opspringt als ik mijn tas weer sluit. Pillen, herhaalrecept, ik heb alles wat ik nodig heb. En zelfs al had ik dat niet, dan maakt het ook niet uit. Vandaag mijn laatste gesprek met de psychiater, morgen de vrijheid.’


Ze begrijpt er niets van als de psychiater zo verschrikt reageert als ze zegt dat ze de pillen gaat halen en een vijzel gaat aanschaffen. Het is zo logisch als wat: ze gaat er juist voor zorgen dat ze nooit meer depressieve gevoelens zal hebben. ‘Het is geen wanhoopsdaad, ik kies uit vrije wil de beste optie.’ De verbijsterde psychiater laat haar opnemen. Daar zit ze weer, op dezelfde afdeling. Met andere patiënten. Hoe legt ze dit uit: aan haar vriend, aan haar familie, aan de nieuwe werkgever...

Ze krijgt een nieuwe diagnose, manisch-depressief, een ziekte men in haar geval moeilijk onder controle kan krijgen. Nieuwe medicijnen geven akelige bijwerkingen. Hoe moet je verder met je leven als je nooit zeker weet of wat je voelt wel echte gevoelens zijn. Word je immers niet altijd geregeerd door je ups en je downs.

Zoals in het eerste boek wordt ook hier een ernstig verhaal op een lichtvoetige manier verteld.
Als de rillingen over je lijf lopen wanneer ze vertelt hoe ze al enkele keren op het punt heeft gestaan er een eind aan te maken, als ze vertelt hoe haar hallucinaties en wanen overkomen, als ze vertelt over de problemen van andere patiënten, steeds is er die humor, waardoor niet de zwaarte vermindert, maar wel de dreun.


Myrthe van der Meer (pseudoniem, 1983) werkte als redacteur toen ze na een burn-out vijf maanden lang op een PAAZ opgenomen werd. Over deze ervaring schreef ze haar debuut PAAZ.


ISBN 9789044347203 | Paperback | 352 pagina's| Uitgeverij The House of Books | februari 2015

© Marjo, 31 juli 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe beer
Claire Cameron


Dit ontroerende en indrukwekkende verhaal laat je niet meer los. Het wordt verteld door Anna, bijna zes jaar, die met haar jongere broertje Alex (=Plakkie, bijna drie) en hun ouders gaan kamperen in de wilde natuur van Canada, Algonquin Park.


Het verhaal is gebaseerd op een echt voorval, zo begint de schrijfster: twee jonge mensen die gingen wildkamperen zijn aangevallen door een zwarte beer. Claire Cameron heeft die twee jonge mensen in haar verhaal twee kleine kinderen meegegeven. Het verhaal laten vertellen door het meisje is een vondst!
Er is geen – gedetailleerd - verslag over wat er gebeurt, we moeten het doen met wat zij vertelt. Hoe zij gehoorzaam probeert te blijven aan haar ouders, ook al ziet ze hen niet, is ontroerend. Het is echt de stem van een klein meisje, dat probeert de wereld te verklaren vanuit haar eigen belevingswereld. Zo jong als ze is voelt ze de verantwoordelijkheid, maar ze begrijpt niet wat er aan de hand is. De lezer weet dat daarentegen wel...


(Een Coleman is een minikoelkast. De kinderen zitten er in)


‘Ik doe mijn ogen open en het is nu licht buiten Coleman en ik kan Plak z’n gezichtje zien helemaal rood en nattig van het huilen. Hij huilt om mamma. Ik zeg dat hij stil moet zijn, hij huilt door. Zijn buikje is ook nattig. Hij lijkt wel een bal net zo rond als zijn wangen. Zijn gezichtje lijkt op een rotte tomaat van al dat huilen. Het is nat en zijn hele neus zit onder het snot. Door Plakkie is het een ontzettend kabaal in Coleman en ik wil eruit.
Ik roep pappa en mamma maar er komt niemand. Ik probeer naar buiten te gluren. Het streepje lucht dat ik zie is blauw. De bomen steken omhoog en lijken geen klauwen meer. Ik hou mijn handen tegen mijn oren omdat het zo’n kabaal is met dat gehuil van Plakkie en ik knijp mijn ogen ook een stukje dicht. Er is nog steeds kabaal en ik zie donkere streepjes voor mijn ogen. Als ik mijn ogen goed opendoe zijn de streepjes weg. Ik doe ze een stukje dicht en daar zijn ze weer. De streepjes zitten aan mijn ogen vast. Ik voel eraan het zijn mijn ooghaartjes. Ik dacht dat die dunner waren maar ze zien er pluizig uit. In de spiegel zijn er een heleboel ooghaartjes maar met mijn knijpogen zitten er spleetjes tussen. Ik kan nog steeds naar buiten kijken. De boomtakken zien er pluizig uit niet als klauwen. Net of de naalden de ooghaartjes van de boom zijn. En ook net zo pluizig. Als ik mijn ogen een beetje dichtknijp. Het is zo’n kabaal en mijn handen over mijn oren kunnen het lawaai haast niet tegenhouden.
Na een poosje houdt Plak z’n gehuil op en ik haal mijn handen weg. Plak ademt alleen nog door zijn spuug heen. Hij ligt opgerold aan zijn kant van Coleman en staart alleen maar naar de witte binnenkant. Ik krijg mijn hoofd haast niet omhoog dus ik leg het weer neer en luister. Ik hoor niks maar dan toch wel. Ik hoor een snuif.’


‘Ik ben met z’n enen en dat is niet goed voor een gezin.’
‘Ik zag een stukje verdriet uit haar hart omhoogkruipen naar haar ogen.’
‘Ik wou dat de zon eens ophield mij de hele tijd achterna te zitten.’

Claire Cameron (1973)  is een Canadese schrijfster. Ze werkte eerder als wilderness instructor in een groot nationaal park in Canada. De beer is haar tweede roman. De verfilming komt er aan.

www.claire-cameron.com


ISBN 9789044823929 | Hardcover | 237 pagina's| Uitgeverij Cargo | januari 2015
Vertaald uit het Engels door Aleid van Eekelen -Benders

© Marjo, 28 juli 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

IJsberen in de woestijn
Jan Willem Smeets


Dit boek is een onvervalste liefdesgeschiedenis, die begint met een briefje op een prikbord op de universiteit;


Gijs Aveleer, promovendus (v), taalwetenschappen (arabistiek) zoekt ±15 juli een lift naar Zuid Spanje. Vergoeding reiskosten nader overeen te komen.


Frank Maresz, docent en onderzoeker in de moleculaire genetica, werkzaam op de universiteit waar het briefje hangt, gaat toevallig in die periode een oude vriend in Spanje bezoeken en neemt contact op met Gijs.  Hij heeft een huwelijk en een paar losse relaties achter de rug en is tot de conclusie gekomen dat hij zich niet meer wil binden en in de liefde niets meer wil aangaan wat langer dan een maand duurt of verwachtingen kan wekken.
Hij verzekert Gijs, officiële roepnaam Gwyneth, dan ook dat ze niets van hem te vrezen heeft onderweg en belooft plechtig dat hij zijn handen thuis zal houden. Wel is hij vanaf het begin gefascineerd door de twintig jaar jongere, uiterst principiële en consciëntieuze Gijs, die de nijging heeft zich alsmaar voor zichzelf te verontschuldigen en hem er vanaf het begint voor waarschuwt dat er donkere en neurotische kanten aan haar zijn, waar hij en iedereen het beste maar ver vandaan kan blijven.


Gijs blijkt uit een uiterst streng Christelijk milieu te komen, waar ze zich weliswaar van heeft losgemaakt, maar God kijkt nog altijd mee over haar schouder en in haar hoofd dreigen hel en verdoemenis nog regelmatig. Ze gelooft niet meer, maar is naar eigen zeggen “ietsist”.  Frank daarentegen is tot in het diepst van zijn ziel atheïstisch en doet zelfs onderzoek naar een gen dat mensen gevoelig maakt voor geloof. Gijs is uitermate septisch over zijn werk, vooral over de consequenties daarvan.


Wat ga je doen met die kennis, ga je mensen op hoge posten uitsluiten van belangrijke functies omdat ze in jouw ogen beïnvloedbaar zijn voor hogere machten?


Frank heeft een totaal andere achtergrond, hij komt uit een kunstenaarsmilieu. Zijn vader was een mislukt schilder uit de Cobra-traditie, zijn moeder naar zijn zeggen een nymfomane alcoholist. Beiden leven niet meer. Ook hij heeft zich los gemaakt van zijn wortels, maar hij blijft behept met de angst om  te worden als zij.

Hoe sterk zijn genen en in hoeverre heb je een eigen keus in het leven om te worden wie je bent? Zijn angst om zich te binden lijkt alles met die andere angst te maken te hebben. Gespreksstof genoeg dus, zo onderweg naar Spanje. Frank biedt haar dan ook aan de terugreis samen te doen en nodigt haar uit om dan ook nog een paar dagen bij zijn vriend in Zuid Spanje te komen logeren en daar aan haar proefschrift te werken. Na lang aarzelen, stemt Gijs toe en ontheft hem daar uiteindelijk van zijn belofte om zijn handen thuis te houden. 


Thuis in Amsterdam houden ze contact en uiteindelijk trekt Gijs, min of meer door omstandigheden, bij hem in om tijd en rust te hebben haar proefschrift af te maken. Er zijn verwikkelingen in haar familie ontstaan waardoor ze zich steeds minder veilig voelt in haar eigen huis. Haar angsten en neuroses komen daardoor steeds meer aan de oppervlakte en ook de verschillen in benadering van problemen tussen hun beide. Toch hebben ze het goed samen, al blijkt achteraf dat in hun beider hoofden tegenovergestelde dingen gebeurde.


Alles wordt vanuit het perspectief van Frank verteld en hij komt meer en meer, deels als het al te laat is, tot de ontdekking dat deze liefde anders is en dat hij er deze keer wél voor gaan wil. De tragiek van dit verhaal zit er in dat hij dat niet communiceert. Hij moedigt Gijs juist aan een periode naar het buitenland te gaan, terwijl hij haar in zijn hart het liefst bij zich in de buurt wil houden. Zij op haar beurt ziet dat als een bevestiging van haar vermoedens; zie je wel, hij wil zich niet binden, hij wil haar kwijt. Het was niet meer dan een toevallige samenloop van omstandigheden waardoor ze in zijn huis en bed is terecht gekomen. Beiden hebben geen enkel vermoeden van de werkelijkheid in het hoofd van de ander.


Behalve over de liefde gaat dit boek dus ook over communicatie, over overgave, over eerlijkheid. En over of je echt een keuze hebt in dit leven om te zijn wie je bent of dat je bepaalt bent door de genen die je hebt meegekregen. Zijn stellige atheïsme en visie op het leven die voorkomt uit zijn jeugd en opvoeding en de genen van zijn ouders staan lijnrecht tegenover haar wankelmoedig ietsisme en haar oneindig schuldbesef en moreel kompas, die weer voorkomt uit háár jeugd en genen. Haar opvattingen over verplichten en schuld lijken soms zo van een andere herkomst dat hij zich vaak afvraagt of ze het wel over dezelfde dingen hebben. Zij verwijt het op haar beurt regelmatig dat hij door zijn atheïstische opvoeding geen enkel verantwoordelijkheidsbesef en morele verplichtingen heeft.
Is die kloof te overbruggen?


Jan Willem Smeets kan prachtig stilistisch schrijven en zet zijn personages en hun achtergronden beeldend neer. Ondanks dat het een verhaal over de liefde is, weet hij klefheid en clichés te vermijden. 
Een boek dat meer aandacht verdient dan het volgens mij tot nu toe heeft gekregen!


ISBN 9789046818688 | Paperback | 253 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | mei 2015

© Willleke, 22 juli 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHele dagen in de bomen
Marguerite Duras


Een novelle over de moeder-zoonrelatie.

Een moeder heeft haar zoon al vijf jaar niet meer gezien en reist naar Parijs. Haar zoon haalt haar af, en schrikt: wat ziet ze er oud uit! Vermagerd, kleurloos, zijn moeder is een oude vrouw. Ze is 78 jaar oud, en rijk.

De naamloze zoon is altijd haar lieveling geweest al wilde hij als kleine jongen al niet deugen. Hij was lui en ‘hing hele dagen in de bomen’, niet reagerend op haar geroep. Misschien leek hij wel te veel op haar...
Ze zoekt toenadering, wil een liefdevolle relatie met haar zoon, zodat ze gerust kan sterven. Haar andere kinderen interesseren haar niet en worden alleen maar vermeld in dit verhaal.


De zoon woont min of meer samen met een jonge vrouw, Marcelle. Maar al gauw wordt duidelijk dat hij deze vrouw alleen maar gedoogt. Om de zoveel tijd zet hij haar op straat, om haar weer terug te nemen als ze met hangende pootjes voor de deur staat. Ze huilt zoveel, merkt de moeder, die vergeefs probeert via het meisje tot haar zoon door te dringen. De twee vertellen de moeder dat ze in een nachtclub werken, om de gasten te animeren. Het duurt even voor het tot de moeder doordringt dat het meisje een hoer is, en dat haar zoon eigenlijk niets uitvoert. Hij vergokt al het geld wat hem in handen valt. Hij ontvangt zijn moeder, maar heeft duidelijk geen enkele behoefte aan toenadering. Misschien wil hij haar geld? Kan ze hem omkopen?

Het is een vreemd sombermakend verhaal in een soort dialoogvorm, met korte stukjes informatie; alsof het al een toneelstuk is. Het werd inderdaad opgevoerd en verfilmd.
Een moeder die wanhopig nog wat liefde zoekt in haar laatste dagen, een zoon die alleen aan zichzelf denkt, en daarbij rücksichtslos met de ander omgaat. De moeder praat en praat, haalt herinneringen op, misschien ontdooit haar zoon op deze manier? En ze eet, ze wil heel veel eten. Daaraan wil de zoon wel tegemoet komen, de praktische zaken doet hij wel, maar het liefst heeft hij dat ze maar snel weer uit zijn leven verdwijnt...


ISBN 9789065511379 | paperback| 70 pagina's| Uitgeverij Hema|1987, oorspronkelijke uitgave dateert uit 1954.
Vertaald uit het Frans door Ernst van Altena

© Marjo, 19 juli 2015

 Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Gelukspad 3
Anna Fredriksson

Jaren geleden paste het adres Gelukspad 3 perfect bij het leven van Johanna. Ze woonde samen met haar man Calle in het bescheiden flatje en al snel werden dochters Agnes en Sara geboren. Johanna en Calle genoten met volle teugen van hun gezinnetje maar toen werd Johanna verliefd op een ander.  Johanna en Calle gingen uit elkaar. Nu woont Johanna al jaren alleen en als alleenstaande moeder van twee tienerdochters lukt het haar nauwelijks om rond te komen. Het geluk dat Gelukspad 3 haar eens bracht, is haar langzaam ontglipt.

Johanna is afhankelijk van het extra geld dat haar ex Calle haar elke maand vrijwillig bovenop de alimentatie betaalt maar Calle heeft er genoeg van. Hij woont inmiddels samen met zijn nieuwe liefde Fanny en zijn ex-vrouw voelt als een blok aan zijn been. Johanna moet zichzelf maar redden. Hij kan niet eeuwig voor haar onkosten opdraaien. Calle beseft niet dat Johanna regelrecht op een financiële afgrond afkoerst. Het interesseert hem ook niet. Calle wil niks meer met zijn oude leven te maken hebben. Elke drie weken haalt hij zijn dochters op in het dorpje waar hij opgroeide waarna hij zich snel terug naar het veilige Stockholm haast.

Johanna werkt al jaren in de verslavingszorg. Het is een zware, onderbetaalde baan maar Johanna doet haar werk met plezier. Toch knaagt er iets. Het zijn niet alleen de geldzorgen maar ook zorgen om haar kinderen. Vooral met Sara lijkt het niet goed te gaan. Johanna ontdekt dat haar jongste dochter wordt gepest. Ze gaat de strijd met de pestkoppen, hun ouders en de school aan maar die schuiven de schuld genadeloos op Sara. Sara is een buitenbeentje en dat is provocerend, aldus de tegenpartij. Johanna is met stomheid geslagen.

En dan, op het moment dat het leven volledig uitzichtloos lijkt, wint Johanna de loterij. Johanna durft het aan niemand te vertellen. Zelfs niet aan haar beste vriendinnen. In haar hoofd rijpt een plan. Een onbezonnen reddingsplan. Wanneer Sara opnieuw wordt gepest, hakt ze de knoop door. Ze koopt een duur appartement in Stockholm en vertrekt met de noorderzon. Het is tijd voor een nieuwe start. Het is tijd om de kinderen hun vader terug te geven en daarom bevindt hun nieuwe onderkomen zich in hetzelfde appartementencomplex als het appartement van Calle en Fanny.

Calle is geschokt. Hevig geschokt. Wat doet zijn ex-vrouw in Stockholm, in zijn appartementencomplex? Johanna hoort bij zijn vorige leven. Bij zijn jeugd. Bij zijn vreselijke jeugd. Calle denkt niet graag aan vroeger en heeft Fanny zelfs verteld dat zijn ouders niet meer leven. Hij heeft alles op alles gezet om carrière te maken. Fanny is van goede komaf en hun vrienden zijn allemaal succesvol en rijk. Calle probeert er uit alle macht bij te horen. Hij moet en zal bewijzen dat ook hij ook een plekje in de gegoede klasse verdient. Johanna heeft zonder enig overleg besloten dat de driewekelijkse bezoekjes in een co-ouderschap omgezet worden. Calle en Fanny moeten er maar het beste van maken. Hun leven, en ook dat van Johanna en de kinderen, zal nooit meer hetzelfde zijn.

Gelukspad 3 is een heerlijk boek. De personages zijn eigenlijk doodgewoon. Hun levens worden eerlijk en zonder poespas beschreven. Het verhaal kent geluksmomenten maar ook diepe dalen. Zo is het leven nu eenmaal en Anna Fredriksson maakt het niet mooier of slechter dan het is. Heel knap combineert deze schrijfster melancholie met luchtigheid. Johanna heeft de kans gekregen haar leven om te gooien maar geld lost niet alles op. Ze voelt zich verloren in de grote stad. Calle geniet tot zijn verbazing van het co-ouderschap maar is doodsbang dat Johanna zijn verleden verraadt. Fanny op haar beurt probeert haar “bonusgezin” als iets positiefs op te vatten. Haar vrienden, die ze al vanaf haar kindertijd kent, zijn het echter niet met haar partnerkeuze eens en laten dat duidelijk merken. Drie volwassen mensen worstelen met het leven terwijl tieners Sara en Agnes het zorgeloze middelpunt vormen.

Het boek is opgedeeld in vier delen. Het eerste deel wordt vanuit Johanna verteld, in het tweede deel komt Calle aan bod en in het derde deel worden de gevoelens van Fanny gedeeld. In het vierde deel komen alle hoofdpersonen afwisselend aan de beurt. Steeds als het verhaal van perspectief wisselt, gaat het gewoon verder. Je leest dus niet drie keer hetzelfde vanuit een andere invalshoek maar steeds een nieuw deel van het verhaal. Deze stijl geeft het verhaal steeds weer iets verfrissends.

Gelukspad 3 is het tweede boek van de uit Zweden afkomstige Anna Fredriksson. In haar thuisland zijn inmiddels al vier boeken verschenen en haar debuutroman Het zomerhuis wordt verfilmd. Anna is geen onbekende in de filmwereld. Ze schrijft scripts voor films maar ook  voor bijvoorbeeld boekverfilmingen van succesvolle boekreeksen als Wallander, Maria Wern en Annika Bengtzon. Met Gelukspad 3 heeft Anna Fredriksson mij weten te betoveren. Ik ging helemaal in het verhaal over de drie eenzame volwassenen op. Een hartveroverend verhaal dat doet snakken naar meer.

ISBN 9789021457543 | paperback | 367 pagina's| Uitgeverij Q | mei 2015
Vertaald door Maydo van Marwijk Kooy

© Annemarie, 12 juli 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe leestip
Shelly King


Het lijkt zo’n lief poesje, dat zwarte ding dat je vanaf de omslag aankijkt. Maar de zwarte kat die Maggie vaak onverwacht tegenkomt in de boekhandel waar ze haar tijd doorbrengt, is helemaal niet zo lief. Hij ziet haar als een indringer, en dat is ze eigenlijk ook wel.


Ze is net de laan uitgestuurd bij een technologiebedrijf waar zij heel graag werkte. Ze wil de baan dan ook terug en hoopt dat haar vriend Dizzy, die er nog wel werkt, haar kan helpen. Dizzy is homoseksueel en een jeugdvriend. Een relatie heeft Maggie niet, die heeft ze ook nog niet zo lang geleden beëindigd.


Geen werk, geen relatie: vandaar dat ze hele dagen in een luie stoel hangt in de tweedehands boekenwinkel van een andere goede vriend van haar, Hugo. De Dragonfly is een oude stoffige winkel met lange gangen, onverwachte hoeken, waar geen plekje onbenut is. Boeken, boeken en nog eens boeken. Maggie leest. Geen hoogstaande literatuur, daar kan ze haar hoofd niet bijhouden. Ook al niet omdat Jason, een medewerker van Hugo, haar het liefst buiten wil zetten. En vergeet de kat Grendel niet...


Zo is de sfeer van dit verhaal waar iedere boekenliefhebber van zal smullen.
Het is een romantisch verhaal, van een hoger niveau dan de boeken die Maggie leest, maar echt diepgaand is het niet.


Het echte verhaal begint als Dizzy haar vraagt mee te gaan naar een leesclub. De persoon die de groep leidt is de eigenaresse van het technologiebedrijf, en Maggie, die helemaal geen zin heeft in hoogdravende discussies over nog hoogdravender boeken, moet wel mee, wil ze een kans maken haar baan terug te krijgen. Het eerste boek is ‘Lady Chatterley’s lover’. Maggie die Engels gestudeerd heeft kent het verhaal wel, maar moet het toch opnieuw lezen. Van Hugo krijgt ze een stukgelezen exemplaar, een haast antiek boek, dat bijna uit elkaar valt van ellende.
Als ze in de kantlijn een briefwisseling ontdekt tussen twee mensen die, zo maakt ze uit de berichtjes op, elkaar aanvankelijk niet kennen, maar gaandeweg interesse krijgen in de ander, is Maggies aandacht al snel niet meer op Lady Chatterley gericht. Wie zijn die twee kantlijnschrijvers? Een speurtocht volgt.


Intussen gaan de andere verhaallijnen ook door: kan ze haar baan terug krijgen? Wil ze dat nog wel, nadat Hugo haar een baan heeft aangeboden? En zit er tussen die mannen om haar heen een nieuwe liefde? Haar moeder, aan de andere kant van het land, wil dat ze zich settelt, en heeft wel iemand op het oog voor haar.
En komt het nog wel goed met Grendel en Maggie?


Als er niet het verhaal van de twee onbekenden was, die Henry en Catherine heten  - of zich zo noemen - was dit niet meer dan een bouquetromannetje, maar een verhaal dat speelt tussen boeken, in een boekenwinkel en ook nog draait om dat ene oude boek heeft een speciaal sfeertje, en dat maakt De Leestip een lekker feelgoodboek.


ISBN 9789022570388 | Paperback | 288 pagina's| Uitgeverij de Boekerij | februari 2015
Vertaald uit het Engels door Annet Mons

© Marjo, 9 juli 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De heer Oscar Hilarius
Aad Verhoef


Oom Oscar Hilarius is dood tot verdriet van neef Herman Hazelaar die ooit op negentienjarige leeftijd, nadat zijn ouders in 1957 vermist werden na de vliegramp van Biak, liefdevol in huis werd genomen door de niet onbemiddelde oom Oscar. Oom Oscar heeft toentertijd een groots onderzoek ingesteld in de hoop zijn zus en zwager terug te vinden maar helaas, het mocht niet baten. Vanaf die tijd zijn de twee mannen onafscheidelijk en groeide Herman uit tot de persoonlijke assistent van zijn charismatische, bijzondere, extravagante oom.


Als de dan circa vijftigjarige oom in 1960 bij de notaris is om zijn erfenis te regelen ten gunste van Herman, geeft deze hem, nadat hij gehoord heeft dat Oom Oscar en Herman een rondreis langs de kust van Sicilië gaan maken, een envelop mee voor Dennis Moreno woonachtig in het Siciliaanse plaatsje Borgo Bonsignore.  Natuurlijk zal oom Oscar de envelop vol 'postzegels' meenemen, niet wetende wat hij daarmee op zijn nek haalt.


Eenmaal in hun hotel in Palermo aangekomen en de twee mannen heerlijk relaxed op het dakterras van een cappuccino zitten te genieten, vraagt een mooie vrouw of ze bij Herman en Oom Oscar mag komen zitten. Ze stelt zich voor als Antonella Antonini, ze is onderzoeksjournaliste van het dagblad L'Ora, en op het eiland waar het wemelt van de maffia, worden haar onderzoeken niet erg op prijs gesteld. Ze is zelfs met de dood bedreigd.


Het toeval wil dat Antonella een afspraak heeft met Dennis Moreno om te praten over zijn werk voor de maffia. Toen ze de afspraak maakte had Dennis haar verteld over de komst van de twee Hollanders en hen nauwkeurig beschreven. Ze herkende Oom Oscar en Herman direct. Haar vraag is: "Mag zij meerijden naar Dennis?" Oom Oscar zal oom Oscar niet zijn om haar onmiddellijk zijn bescherming aan te bieden. Natuurlijk mag dat. Als Antonella vraagt of zij bij oom Oscar mag slapen omdat ze niet terug durft naar haar appartement, is hij opnieuw de beroerdste niet. En dit is het begin van een hilarisch en bizar avontuur met achtervolgingen, een moord, een liefdesaffaire, vriendschappen en verraad...


De stijl van Aad Verhoef doet denken aan de charmante humor van Olaf de Landell en de suspenseopbouw van Agatha Christie. Het aanvankelijk gezellige, goedmoedige, humoristische verhaal vol bijzondere voorvallen krijgt langzamerhand de trekken van een heuse detective. Oom Oscar is de vriendelijke, minder arrogante variant van Hercule Poirot met Herman als assistent. Oom Oscar is tevens de man die nergens van opkijkt en langzamerhand, door observeren en mogelijke verdachten af te strepen, tot de grote finale weet te komen. Wie is verantwoordelijk voor alle gebeurtenissen, wie is de dader? En natuurlijk worden we steeds op het verkeerde been gezet, ondanks de aanwijzingen naar de dader die her en der worden gegeven. Het verhaal is niet bloedspannend maar wel erg onderhoudend, vooral de droogkomische, verfijnde humor maakt dit boek een groot plezier om te lezen.


Gelukkig kunnen we uitzien naar deel twee getiteld Oom Oscars Joint Adventure dat in het najaar van 2015 verschijnt.


ISBN 978942157027 | Paperback | 197 pagina's | NUR 301, 330 | Uitgeverij Manalone | juni 2015

© Dettie, 7 juli 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alle Toten fliegen hoch
Amerika
Joachim Meyerhoff


Daar dit boek ook in het Nederlands vertaald gaat worden, iets dat met het tweede deel uit deze serie al gebeurd is, schrijf ik hier maar vast een bespreking.


In het begin van het boek is de schrijver vanuit de plaats in Sleeswijk Holstein, waar hij weliswaar niet geboren is (zoals nadrukkelijk vermeld wordt), maar wel opgegroeid is, op weg naar Hamburg, waar hij aan een selectietest deel zal nemen om voor een jaar naar de Verenigde Staten te mogen als uitwisselingsstudent, hoewel er van een echte uitwisseling geen sprake is. In de trein denkt hij terug aan gebeurtenissen uit z'n jeugd. Hij vertelt ook over z'n driftbuien, iets dat ik wel van mezelf herken. Hij schrijft dat hij nergens in uitblinkt, maar dat hij wel graag sport en dat hij graag weg wil.


Z'n oudste broer studeert in München en z'n andere broer gaat in Gießen studeren. Zelf is de schrijver de jongste van de broers. Tussen de andere kandidaten voelt de schrijver zich een buitenbeentje. Het zijn allemaal jongeren die kennelijk afkomstig zijn uit de betere klassen, goed gekleed en goed gekapt en met veel zelfvertrouwen, waarbij de schrijver, met z'n gewone bril, z'n sweatshirt, jeans en simpele sportschoenen, zich maar bleek bij af voelt steken. De ouders van de schrijver kunnen de reis naar de VS ook helemaal niet betalen, maar z'n grootouders doen dat.


Hij wil het liefst naar een grote stad, maar daar de andere kandidaten allemaal uit Hamburg komen, met uitzondering van een meisje dat uit Kiel komt, verwacht hij niet dat hij naar een gastgezin in een grote stad zal gaan. De vragen op het vragenformulier, dat bepalend zal zijn voor het gastgezin waar hij terecht zal komen, beantwoordt hij niet zo zeer naar waarheid, maar meer om voor zijn gevoel z'n kans om naar de VS te gaan, zo groot mogelijk te maken. Zo zegt hij bij allerlei vragen over hoe belangrijk bepaalde zaken voor hem zijn, dat ze onbelangrijk zijn. Zo geeft hij aan dat religie voor hem heel belangrijk is, om de kans op een gastgezin groter te maken. Een vraag die hij wel naar waarheid beantwoordt is de vraag over hoe belangrijk sport voor hem is. Hij liegt zelfs dat hij al een keer in de VS is geweest.


Hij komt terecht in Laramie in Wyoming, een staat met een oppervlakte die ongeveer gelijk is aan die van West-Duitsland, maar met ongeveer een half miljoen inwoners. Z'n gastouders zijn Stan en Hazel, die 3 zoons hebben, namelijk Bill, Brian en Donald. De eerste 2 zijn al het huis uit en Donald komt op een gegeven moment weer thuis. De schrijver deelt een badkamer met hem en Donald is de enige, met wie hij werkelijk op voet van oorlog komt te staan. Don beschouwd hem als een indringer en laat dat ook duidelijk merken.


Voor het eerste halfjaar kiest de schrijver het volgende vakkenpakket: Eerste uur, bergbeklimmen; tweede uur, Duits; derde uur, houtbewerking; vierde uur, drama. Voor het vijfde uur heeft hij eigenlijk een landbouwcursus uitgezocht, over veeteelt, maar dit wordt hem door Bill afgeraden, omdat de leerlingen echte rauwdouwers zouden zijn, die bovendien een hekel hebben aan vreemdelingen. Hij kiest dus voor Engels, mede omdat Stan opmerkt dat z'n pakket wel erg klinkt naar een half jaar vakantie en dat z'n ouders wel zullen denken dat Amerikanen lui zijn. Het laatste uur heet 'Searching for Identity' en wordt door coach Kaltenbach gegeven. Het basketbalseizoen begint pas over een paar maanden, dus de schrijver heeft in dat opzicht pech.


Coach Kaltenbach komt na een ongeluk niet meer terug op school en later komt de schrijver hem toevallig tegen in de supermarkt, waar Bill werkt. De coach vraagt hem of hij een keer met hem mee wil, als hij op bezoek gaat bij z'n broer, die in de gevangenis van Rawlins werkt. Daar voelt de schrijver wel wat voor en een paar dagen later is het zo ver. Bij het bezoek aan de gevangenis wordt ook een bezoek aan de dodencellen gebracht en daar vraagt een gevangene hem of hij hem in het Duits een brief wil sturen. De schrijver zit hiermee in z'n maag en vraagt aan de bewaker wat de man gedaan heeft. De man op de administratie weet om wie het gaat. De gevangene heet Randy Hart en is het kind van een Duitse moeder en een in Duitsland gelegerde Amerikaanse soldaat. Hij groeit op in Duitsland en komt als hij 15 is met z'n vader naar Wyoming. Hij gaat ook in het leger en wordt in Duitsland gestationeerd. Daar overvalt hij een tankstation, waarbij hij 2 mensen dood. Na een vlucht van bijna 2 jaar wordt hij in Griekenland opgepakt. In Amerika wordt hij ter dood veroordeeld en Duitsland probeert hem een paar keer uitgeleverd te krijgen. Hij zit inmiddels 16 jaar in de gevangenis in Wyoming. Uiteindelijk ontstaat er een intensieve correspondentie tussen de twee, die een verrassende afloop kent.


Op een dag dat het gesneeuwd heeft, zit de schrijver in z'n kamer als de telefoon gaat. Even later wordt hij door Hazel gehaald, die hem verteld dat het z'n vader is. Dat is vreemd, omdat het dinsdagavond is en ze normaal altijd alleen op zondag bellen. Z'n vader verteld hem dat z'n middelste broer bij een auto-ongeluk om het leven is gekomen. Hij moet natuurlijk terug naar Duitsland, maar het duurt nog 4 dagen voor hij kan vertrekken en voor die tijd gaat hij nog met z'n gastgezin naar het Yellowstone Park.
Als hij terugkeert in Duitsland wordt hij met z'n rouwende familie geconfronteerd. De dood van hun zoon heeft z'n ouders flink aangegrepen. Ook voor Josse, zoals de schrijver door z'n vader genoemd wordt, is het niet gemakkelijk, maar voor z'n ouders lijkt het allemaal nog erger te zijn. Na 3 weken keert hij dan ook terug naar z'n gastouders in Laramie. Deze terugreis verloopt niet zonder problemen. Op het vliegveld in New York, moet hij de nieuwe wandelschoenen, die hij van z'n vader heeft gekregen, uittrekken en dit zorgt voor heel wat problemen. Als hij uiteindelijk in een vliegtuig naar Denver zit, blijkt dat er wat schapenuitwerpselen aan z'n schoenen zaten.


De kerstdagen worden over het algemeen beschouwd als een tijd waarin de meeste uitwisselingsstudenten het meeste last van heimwee hebben. De schrijver is echter blij dat hij niet bij z'n ouders is, omdat hij dan hun verdriet ook nog zou moeten dragen. Als hij in januari na een avondtraining terugkomt bij z'n gastouders, is iedereen in het zwart gekleed en kijkt men naar de TV. Z'n eerste gedachte is dat er weer iemand van z'n familie overleden is, maar men blijkt onder de indruk te zijn van de ramp met de Challenger.


Na een jaar keert de schrijver terug naar Duitsland en hij merkt op dat hij graag nog een jaar had willen blijven. Het laatste hoofdstuk speelt zich weer in Duitsland en aan het eind bezoekt hij het graf van z'n broer.


Het boek geeft een vrij nuchter verslag van het verblijf in Wyoming en ondanks het feit dat bepaalde zaken misschien vreemd aandoen, geeft het nergens het gevoel dat de schrijver zich constant loopt te verbazen. Hij neemt de zaken zoals ze zijn en als hij zich ergens over verbaasd, laat hij dat niet echt merken. In het verhaal zitten ook veel herinneringen aan de jeugd van de schrijver verwerkt. Al met al vond ik het een mooi boek en verschillende personen zijn onder m'n huid gekropen. Ik zou willen weten hoe het ze verder is vergaan.


ISBN 9783462044362 Paperback 336 pagina's Kiepenheuer & Witsch GmbH februari 2013

Renate, 28 juni 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Rake klappen
Luke Wordley


Sam Peddington woont met zijn moeder Janet in een van de ergste achterstandswijken van Romford, een buitenwijk van Londen. Zijn vader is drie jaar geleden overleden en zijn moeder is langzamerhand in de greep van koning alcohol geraakt.


Sam is slim en kan veel bereiken, hij gebruikt geen drugs, hij valt niemand lastig, alleen zorgt zijn opvliegende karakter er keer op keer voor dat hij in de problemen komt. Zo gauw iemand hem uitdaagt of treitert, beukt hij er op los. Janet is nauwelijks aanspreekbaar en na nieuw incident waarbij Sam zijn woede opnieuw niet kon beheersen besluit hij weg te lopen, naar zijn oude huis, de boerderij, waar hij woonde toen zijn vader nog leefde. Maar daar wordt hij weggejaagd en zo belandt hij weer terug in Romford.


Het is Robbie Dixon die Sam daar in de High Street ziet lopen, dat is op zich net zo opmerkelijk, maar Robbie ziet 3 skinheads op de jongen af komen lopen, en een van hen geeft Sam een duw, wat dan volgt is verbijsterd voor Robbie. Sam knalt onmiddellijk zijn vuist in de jongen zijn gezicht en die stort, kronkelend van de pijn, op straat, maar de andere twee laten het er niet bij zitten... Ze beginnen op Sam in te beuken. Het is Robbie die de twee met een paar rake treffers tijdelijk weet te stoppen. Hij trekt Sam snel weg en de twee zetten het op een lopen. Ze springen de bus in en  rijden regelrecht naar Ilford High Street, naar Mario, de verzorger van het bokscentrum, die de verwondingen van Sam bekijkt. Het is daar dat Sam tot rust komt, hij weet het meteen, hij heeft zijn plek gevonden, hij gaat boksen!

Jimmy Ambrose ziet gelijk dat Sam een natuurtalent is. In de jongen schuilt een enorme woede die hij weet te gebruiken bij het boksen. Robbie, Sams redder in nood, kan uitstekend boksen maar zal nooit Sams niveau bereiken. En zo begint het verhaal rond de zegetocht van Sam denken we...
Wat Sam namelijk niet weet is dat zijn moeder Janet enorm in de problemen zit, ze wordt bedreigd en weet zich geen raad meer, met alle desastreuze gevolgen van dien. Het zijn Jimmy en diens vrouw Gloria die Sam en zijn moeder keer op keer opvangen en begeleiden. Hun hartverwarmende, liefdevolle zorg maakt het leven van de twee wat minder uitzichtloos.


De schrijver heeft een mooi beeld neergezet van Sam die niet als een stakkertje overkomt maar wel als een jongen die zijn weg zoekt en die niet goed weet te vinden. Jimmy en vooral zijn vrouw vinden hun kracht in het geloof. Voor elke wedstrijd bidt Jimmy voor de goede afloop, niet in de zin van winnen maar wel dat iedereen op een eerlijke manier de wedstrijd bokst en ongedeerd uit de strijd komt. Dat verbaast Sam en hij moet er weinig van weten.
Gloria vindt het moeilijk dat Sam keer op keer zijn enorme woede gebruikt in de bokspartijen. Sam is meedogenloos, een boksmachine.
Maar Jimmy geniet, eindelijk coacht hij een potentiële kampioen. Toch maakt ook hij zich zorgen, Sam is nooit blij met een overwinning, eerder teleurgesteld. Wat mankeert dat joch? Ook weet Jimmy dat hij om de verkeerde redenen met Sam bezig is, het zijn de frustraties van Jimmy zelf die hem leiden, niet Sams belangen... Ook het bidden schiet er steeds vaker bij in en na enkele heftige gebeurtenissen slaat zelfs de twijfel over het geloof toe. Het zal tot zijn verrassing Sam zijn die Jimmy verder weet te helpen...

Het is een mooi verhaal over vriendschap, medeleven en empathie en de rol van een geloof in iemands leven. Mogelijk speelt dit laatste voor een enkeling een te belangrijke rol maar persoonlijk vind ik het gedrag van Jimmy en Gloria heel overtuigend neergezet. Vooral Gloria is onwankelbaar, het vertrouwen in haar geloof en het gebed komt zeer oprecht en natuurlijk over.
Het verhaal zelf is meeslepend, het pakt je beet en laat je niet los tot je het eind van het boek bereikt hebt. Alles is zo beeldend weergegeven dat je in feite de film al voor je ogen ziet verschijnen. Ik heb het soms harde maar ook aangrijpende verhaal met veel plezier gelezen.


ISBN 9789043524483 | Paperback | 318 pagina's | Uitgeverij Kok | 26 mei 2015

© Dettie, 1 augustus 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altLa dame aux Camélias
De dame met de camelia's

Alexandre Dumas, fils


Wereldberoemd is ze, de dame met de camelias, het meisje wiens leven zo tragisch verliep. Ze is op het toneel gezet, ook in dans en balletvorm; vereeuwigd in een opera door Verdi; ze laat zich in allerlei vormen zien op het filmdoek, het werd tijd haar verhaal eens echt te lezen. In het Frans.


Leesfragment:

Het gevolg daarvan was dat ik vrienden met wie ik nog nooit over Marguerite had gesproken altijd met de volgende woorden aanklampte.
'Heb jij een zekere Marguerite Gautier gekend?'
'De dame met de camelia's?'
'Juist.'
'O, heel goed.’ Dat ’0, heel goed!’ ging soms gepaard met een soort lach die geen enkele twijfel liet bestaan over de betekenis ervan.
'Wel, wat was dat dan voor een meisje?' vervolgde ik.
'Een lief meisje.'
'Meer niet?'
'Goeie God! ja, geestiger en misschien wat hartelijker dan de anderen.'
'Maar je kunt me verder geen bijzonderheden over haar vertellen?'
'Ze heeft baron de G geruïneerd.'
'Is dat alles?'
'Ze is de minnares geweest van de oude hertog de...
'Was ze wel zijn minnares?'
'Dat werd verteld: hij gaf haar in elk geval veel geld.'
Altijd weer diezelfde algemeen bekende bijzonderheden. Ik was er echter uitermate op gebrand om iets over de verhouding tussen Marguerite en Armand te vernemen. Op een dag ontmoette ik een van die mannen die regelmatig in de wereld der lichtekooien verkeren. Ik stelde hem eveneens mijn vragen: 'Heeft u Marguerite Gautier gekend?'

Ik kreeg hetzelfde 'O, heel goed' ten antwoord.
'Wat was zij voor een meisje?'
'Een mooi, lief meisje. Haar dood heeft me veel verdriet gedaan.'
'Heeft zij niet een zekere Armand Duval tot minnaar gehad?'
'Een grote, blonde jongeman?'
'Ja.' 
'Inderdaad.'
'Wat was die Armand voor iemand?'


Het verhaal dat Alexandre Dumas, zoon van, schreef is gebaseerd op het leven van Marie Duplessis. Ze was pas 23 jaar toen ze in 1847 aan een longziekte overleed. Marie groeide op in de provincie. Op 15-jarige leeftijd vertrok ze naar Parijs, waar ze ging werken als modeverkoopster. Haar intrigerende schoonheid en avontuurlijke geest brachten haar echter al gauw op een ander spoor. Marie werd courtisane en leidde in Parijs een uiterst luxueus bestaan: ze werd onderhouden door rijke aristocraten en goede vrienden. Marie was van dezelfde leeftijd als de jonge Dumas, zoon van de beroemde romanschrijver. Ten tijde van hun liaison waren beiden vroeg in de twintig, maar Marie en Dumas bleven nauwelijks een jaar bij elkaar, van 1844 tot 1845. In de roman wordt de oorzaak van hun breuk samengevat in een tragische brief.


Alexandre Dumas staat model voor Armand, dat moge duidelijk zijn.
Het is een tragisch verhaal, dat verteld wordt door Armand aan een buitenstaander, een man die hen pas na het dramatische einde leerde kennen.
Het verhaal is maar een liefdesverhaal, maar omdat het gebaseerd is op het leven van twee mensen die echt elkaars geliefden waren, omdat het een beeld geeft van hoe het leven was in die tijd in Parijs, en over de normen en waarden, is het een klassieker.


Met inleiding door Antoine Livio, en bijvoegsels met informatie over de schrijver, over hoe de roman ontvangen is, wie de personages zijn en nog meer. Interessant is bijvoorbeeld hoe het Parijs van die tijd er uit zag, zodat je de geliefden letterlijk na kunt lopen in het Parijs van nu.


ISBN 2253011843 | Paperback | 316 pagina's| Livre de poche | 1983, oorspronkelijke druk 1848
ISBN 9789461531094 | Paperback | 200 pagina's| Uitgeverij Aspekt | augustus 2013 (Nederlandse versie)
Vertaald door Pieter Beek

© Marjo, 29 juli 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altVoetlicht
Liesbeth Morren


Drie personen vertellen hun verhaal: de oudste is Teun, een man die na een traumatische ervaring ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, last krijgt van depressies. Zijn stemmingen hebben grote gevolgen voor zijn gezin. Hij is niet in staat zijn kinderen liefde te geven, en vooral dochter Marilène heeft daar last van. Als haar vader er achter komt dat ze iets heeft met haar baas, leidt dat tot een definitieve breuk tussen vader en dochter.


Ook in haar huwelijk blijft de hunkering naar liefde, en het is een grote teleurstelling voor haar als het aantal kinderen blijft steken op één. Ze wil zorgen, ze moet zorgen, als pedicure besteedt ze veel aandacht aan haar cliënten. Te veel soms.
En dan vertelt haar vader tijdens de jaarlijkse familiebarbecue dat hij terminaal ziek is. De broers van Marilène hebben kleine kinderen, zij vinden dat Marilène hun vader in huis moet nemen, zonder enig besef te hebben wat dat voor Teun en Marilène betekent.


Ook voor de derde vertelster, dochter Lara, is het een hele verandering. Of ze er blij mee is?
Nu zij een jong volwassene is geworden vindt ze de zorgen van haar moeder verstikkend. Ze heeft meer behoefte aan een arm om haar heen dan aan een fantastische, verantwoorde lunch in haar broodtrommeltje! Drie mensen, alle drie hunkerend naar liefde, naar aandacht die ze niet krijgen. Die ze zelf ook niet kunnen geven. Drie mensen die niet kunnen communiceren, die hun frustraties op een verkeerde manier vorm geven.


‘Liefde is geen transactie. Ware liefde geeft’.


Het verhaal is boeiend en ontroerend, maar het is vooral de vormgeving die dit tot een bijzonder boek maakt. De drie personen hebben ieder een eigen stem. Vanuit hun perspectief is er niet de behoefte om dingen direct te benoemen, het is voor henzelf immers bekend? Dus moet de lezer het doen met de aanwijzingen die gegeven worden. Is het wèl nodig dat we meer weten, dan zijn er flashbacks, gesprekken met een buitenstaander.
Daarom is dit een heerlijk boek om te lezen. Er had zo makkelijk een dramatische tranentrekker kunnen ontstaan, maar Liesbeth Morren hoedt zich daarvoor en geeft de lezer zo een cadeautje.
Voetlicht, de titel is fraai gekozen. Het heeft te maken met het beroep van Marilène, maar ook met de relatie tussen vader en dochter.


Liesbeth Morren is schrijfster van twee kinderboeken over Rinder en Joris en van Waterval. Waterval werd genomineerd voor de Publieksprijs van het Christelijke Boek.


ISBN  9789058040985 | Paperback | 448 pagina's| Uitgeverij Plateau | oktober 2014

© Marjo, 27 juli 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Wat ik nooit eerder heb gezegd
Celeste Ng

Op 3 mei 1977 verschijnt de zestienjarige Lydia Lee niet aan het ontbijt. Haar ouders Marilyn en James, broertje Nath en zusje Hannah weten op dat moment nog niet dat haar lichaam in het meer even verderop drijft. Lydia is in het holst van de nacht in een bootje het meer op gegaan. Wat er vervolgens is gebeurd, weet niemand. Hoe is Lydia in het water beland? Ze zou nooit vrijwillig een duik hebben genomen. Lydia kon niet zwemmen.

Zat Lydia alleen in het bootje? Haar ouders geloven dat niet. Waarom zou hun keurige dochter zomaar midden in de nacht haar slaapkamer verlaten en het meer op varen? Iemand moet haar gedwongen hebben. Ze is uit haar eigen huis ontvoerd. Een andere mogelijkheid is er niet. Nath weet zeker dat hun onbetrouwbare buurjongen Jack meer weet. Tot zijn grote frustratie zag hij Lydia regelmatig bij hem in de auto stappen. Jack is gespuis en iedereen weet wat hij in zijn auto met meisjes uitvoert. De kleine Hannah, een nakomelingetje, weet zeker dat Jack onschuldig is. Zij vermoedt dat er iets heel anders aan de hand was.

Sommige gezinnen zijn na een traumatische gebeurtenis hechter dan ooit. Dat geldt niet voor het gezin Lee. Marilyn brengt hele dagen op de kamer van Lydia door terwijl James het huis ontvlucht en zich door jonge vrouwenarmen laat troosten. Nath voelt de woede in zijn binnenste groeien en kolken. Hij houdt het huis van Jack goed in de gaten maar Jack laat zich niet zien. Voor Nath is het een bevestiging: Jack weet meer over de dood van Lydia. Jack is een moordenaar. En Hannah? Hannah is zo lief, gevoelig en bedeesd dat ze voor iedereen onzichtbaar lijkt. Hannah kijkt toe en observeert, haar kinderogen zien het grote geheel.

Lydia was de spil van het gezin. Marilyn wilde dat Lydia zich aan een huisvrouwenbestaan zou ontworstelen. Zelf moest Marilyn haar studie afbreken toen ze zwanger raakte maar dat zou haar dochter  niet overkomen. Lydia zou arts worden. Marilyn overstelpte haar dochter met aandacht en kennis en die lieve Lydia nam alles gretig in haar op. Aanvankelijk had James zijn hoop op Nath gevestigd maar toen hij merkte dat zijn schriele zoon gepest werd, verloor hij zijn interesse. Lydia, met haar prachtige blauwe ogen, was wél populair. Ze sprak regelmatig  met haar vriendinnen af en de telefoon rinkelde geregeld. In tegenstelling tot James zelf zou Lydia met opgeheven hoofd door het leven kunnen gaan. En Hannah? Ach, soms vergaten ze haast dat Hannah bestond.

Toen James en Marilyn in de jaren zestig met elkaar trouwden en een gezin stichtten, waren “gemengde huwelijken” zeer ongewoon. In sommige staten in Amerika was het zelfs nog verboden. Toch besloten de Amerikaanse Marilyn en de Chinese James voor elkaar te kiezen. De kinderen die ze kregen werden door iedereen als “Oriëntaals” bestempeld. De in Amerika geboren James heeft zich zijn leven lang een vreemdeling in zijn eigen land gevoeld en hij ziet met lede ogen toe hoe ook zijn kinderen vanwege hun Chinese uiterlijk door mensen worden gemeden of uitgescholden. Ze zijn anders en James wil niet anders zijn. Hij wil ook niet dat zijn kinderen anders zijn.

In het melancholieke en indringende verhaal Wat ik nooit eerder heb gezegd begaan James en Marilyn een klassieke fout. Ze projecteren hun eigen wensen en gevoelens op hun kinderen. Ze vergeten dat Lydia, Nath en Hannah individuen met eigen verlangens en toekomstdromen zijn. Ze zien niet dat Nath en Hannah in de schaduw van Lydia opgroeien. Ze zien niet dat ze Lydia onder druk zetten en Nath en Hannah emotioneel verwaarlozen. Ze vormen immers een perfect gezin.

Het verhaal is doorspekt met verdriet en persoonlijk leed. Het gezin Lee vormt geen geheel, ze delen een huis maar verder staan ze er alleen voor. Dat was al zo toen Lydia nog leefde maar pas na haar dood wordt het zichtbaar. Elk kind neemt een eigen, compleet andere, plek in het gezin in. Terwijl de kinderen zich proberen te ontplooien, slepen hun ouders demonen uit het verleden met zich mee. In Wat ik nooit eerder heb gezegd schetst Celeste Ng een beklemmende familiegeschiedenis die, angstaanjagend genoeg,  bij veel mensen een gevoel van herkenning zal oproepen. Een indrukwekkend en veelbelovend debuut.

ISBN 9789400506091 | paperback | 287 pagina's| A.W. Bruna Uitgevers | juni 2015
Vertaald door Saskia Peterzon-Kotte

© Annemarie, 21 juli 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Het blauw tussen hemel en zee
Susan Abulhawa

“Van alles wat verdwenen is, mis ik de Kindersurprises het meest.”

Chaled groeit op in Gaza. Zijn familie bestaat uit Islamitische Palestijnen die leven volgens de regels van Hamas en altijd op hun hoede voor gevaar moeten zijn. De Gazastrook is geen veilige plek om te wonen. Het is een gevangenis. Levensmiddelen zijn schaars. Veel wordt via tunnels het land binnengesmokkeld maar de tunnels worden regelmatig gebombardeerd waarbij veel mensen om het leven komen. Chaled en zijn familie hopen vurig dat er ooit een einde aan de uitzichtloze situatie komt. Een situatie die nu al drie generaties voortduurt.

In 1947, lang voor Chaled geboren werd, veranderde het leven van de familie voorgoed. De pasgetrouwde Nazmiyeh was dol op haar broer Mamdoeh en haar zusje Mariam. Toen Israëlische troepen het dorp waar ze woonden binnenvielen, sloegen ze op de vlucht. Naar Gaza. Mamdoeh wist te overleven maar werd wel hij in zijn been geschoten. Ook Nazmiyeh wist in leven te blijven maar ze betaalde een hoge prijs. Ze werd door tal van soldaten verkracht terwijl ze luidkeels gillend naar haar vermoorde zusje Mariam keek. Toen Mariams geest zich uit het kinderlichaampje losmaakte, vertelde ze haar zus dat ze een dochter zou krijgen. Ze moest het kind Alwan noemen.

Nazmiyeh vond het niet vreemd dat de geest van Mariam tegen haar sprak. Ze had al vreemdere dingen meegemaakt aangezien hun moeder door de djinn Soeleimaan bezeten was. Na de dood van moeder - ze werd door soldaten doodgeschoten toen ze samen met Soeleimaan de gewonde Mamdoeh richting Gaza droeg - bleef Soeleimaan in de buurt. Jaren later zou Chaled hele gesprekken met hem voeren. Toen Mariam nog leefde zat ze dagelijks urenlang bij de rivier waar ze honderduit met haar onzichtbare vriendje sprak. Niemand geloofde dat haar vriendje, die Chaled heette, echt bestond.

Het kind dat uit de verkrachting van Nazmiyeh werd geboren, was geen dochter. Ze noemde haar zoon, die later voor zijn volk zou strijden, Mazen. Ook het volgende kind van Nazmiyeh was een zoon. Pas na elf zonen werd een meisje geboren. Eindelijk was Alwan er. Nazmiyehs geliefde broer Mamdoeh was inmiddels naar Amerika verhuisd. Hij kreeg een zoon die jaren later bij een ongeluk om het leven kwam. Mamdoeh spaarde kosten nog moeite om de voogdij over zijn kleindochter Noer te krijgen. Hij wilde met haar terugkeren naar Gaza zodat ze bij haar familie op zou groeien.

Noer groeide niet in Gaza op. Kort voor vertrek stierf Mamdoeh en Noer ging bij haar liefdeloze moeder wonen die haar aanwezigheid alleen maar tolereerde omdat Noer over een trustfonds beschikte. Noer verruilde de warme liefde van haar opa voor de kille aanwezigheid van haar moeder. Haar stiefvader had meer aandacht voor haar maar helaas waren ook zijn bedoelingen allesbehalve goed. Toen het misbruik aan het licht kwam werd Noer uit huis geplaatst. Ze groeide op in kindertehuizen, ver van haar familie en cultuur verwijderd, waar ze ’s-nachts droomde over een plek waar ze zich samen met het meisje Mariam en het jongetje Chaled bevond. Jaren later reisde Noer naar Gaza, om een tienjarige kind met het locked-in-syndroom te behandelen. Hij heette Chaled en was de zoon van Alwan. De eenzame Noer wist echter niet dat ze haar familie gevonden had.

Dit werkelijk prachtige verhaal wordt verteld door Chaled. Op zijn tiende krijgt hij het locked-in-syndroom waardoor zijn lichaam slechts een omhulsel wordt. Hij probeert zoveel mogelijk in zijn lichaam te blijven maar vaak gaat hij met Soeleimaan op pad. Ook praat hij regelmatig met de meisjes Mariam en Noer.  Ook zij zijn kinderen. Dat Mariam zijn overleden oudtante is, doet er niet toe. Dat Noer inmiddels een volwassen vrouw is, doet er ook niet toe. Ze zijn alle drie speciaal en hebben elkaar nodig. Hun familieband overschrijdt de grenzen van tijd, leven en dood.

Het blauw tussen hemel en zee biedt een overweldigend verhaal. Het gaat over cultuur, angst, politiek maar bovenal over liefde, veerkracht en moed. Het is een verhaal over dappere mensen die willen wat iedereen wil: veilig zijn. Het is een eerlijk en hard verhaal waarin verschijningen als djinns verweven zijn met het leven van alledag. Het is een kritisch verhaal over het leven in Gaza en de rol die de rest van de wereld in deze tragische geschiedenis heeft. Het is geen sprookje dat goed afloopt, het is de keiharde werkelijkheid. Het blauw tussen hemel en zee is een verhaal dat ik niet snel zal vergeten. Prachtig, betoverend en heel aangrijpend. 

ISBN 9789044535075 | paperback | 317 pagina's| Uitgeverij De Geus | juni 2015
Vertaald door Marianne Gaasbeek

© Annemarie, 17 juli 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het huis aan de gouden bocht
Jessie Burton


1686
Als Nella op achttienjarige leeftijd wordt uitgehuwelijkt aan de oudere rijke VOC koopman Johannes Brandt is ze vastbesloten er het beste van te maken. Ze stikte in haar geboorteplaats Assendelft en is blij dat ze naar zijn woning aan de Herengracht in Amsterdam kan vertrekken. Johannes Brandt is niet onaardig, het zal wel lukken, denkt ze...
Wat ze echter totaal niet had verwacht, is dat ze in een vrij vreemd huishouden beland is. In het huis woont namelijk ook Maren, de zeer eigenzinnige, vrij onvriendelijke zus van Johannes én de zwarte bediende Otto evenals het brutale dienstmeisje Cornelia. Maren gedraagt zich als de vrouw des huizes, de naïeve Nella heeft zeer weinig in te brengen. Nella krijgt Johannes zelden te zien, laat staan dat ze het bed met hem deelt, sterker nog, hij raakt haar nooit aan.

Nella snapt niets van de onderlinge verhoudingen en het vrijpostige gedrag van de bedienden. Later begrijpt ze dat Johannes hen allemaal als zijn gelijke behandelt. Ondanks zijn afwezigheid en de minimale interesse in Nella krijgt ze wel een prachtig welkomsgeschenk van Johannes. Het is een poppenhuis, een exacte kopie van het huis aan de Herengracht. Nella is er niet echt blij mee, ze had liever de aandacht van Johannes gehad, maar uiteindelijk krijgt ze vrede met het cadeau en besluit ze het poppenhuis in te richten. Ze zoekt schriftelijk contact met een miniatuurmaker en al snel ontvangt ze het eerste pakje, dat echter een totaal andere inhoud heeft dan zij verwacht had. Alles wat ze toegestuurd krijgt zijn exacte kopieën van meubels en mensen in het huis! Hoe weet de maker dat? De pakjes blijven maar komen en lijken Nella iets te willen zeggen, het lijkt alsof ze miniatuurtjes iets aangeven, zelfs de toekomst kunnen voorspellen.


Langzamerhand rollen we in de bizarre wereld van Johannes en de zijnen. Niets is wat het lijkt. Nella rolt van de ene verbazing en teleurstelling in de andere. Johannes blijkt niet de man te zijn die zij verwacht had, maar ook Maren houdt er heel vreemde praktijken op na. De enige vriendin die Nella heeft, is Cornelia, die haar voorzichtig inlicht over allerlei zaken die op alles een ander, vaak onprettig, licht werpen.
Nella heeft het niet makkelijk, er gebeuren vreselijke dingen. Nella ontdekt onthutsende zaken, en de pakketjes blijven maar komen, elke keer lijken ze een aanwijzing te geven die Nella moet zien te achterhalen. Wie maakt die miniatuurtjes? Hoe kan diegene al die dingen over hen weten en voorspellen? Nella zal en moet het weten...


Het is een heerlijk, meeslepend verhaal, vol onverwachte ontwikkelingen, echt een lekker vakantieboek.
De schrijfster werd op idee gebracht voor dit boek door het poppenhuis dat te zien is in het Rijksmuseum van Amsterdam. Voor de rest speelt het verhaal zich wel in Amsterdam af maar de stad is niet nadrukkelijk aanwezig. Alles draait om de gebeurtenissen rond de mensen aan de Herengracht en de mysterieuze miniatuurmaker. Gelukkig, gezien de heftige ontwikkelingen, draait het verhaal niet om het echte poppenhuis in het Rijksmuseum maar om een ander poppenhuis. Je zou anders nooit meer onbevooroordeeld kunnen genieten van het prachtige poppenhuis.


Jessie Burton
(1892) studeerde aan de universiteit van Oxford en de Royal Central School of Speech and Drama. Ze werkte zeven jaar als secretaresse en actrice in Londen. Ondertussen deed ze research en schreef ze in het geheim aan haar debuutroman: Het huis aan de Gouden Bocht.


ISBN 9789021809519 Paperback met flappen 383 pagina's Uitgeverij Luitingh Sijthof juni 2014

© Dettie, 12 juli 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe nachtegaal
Kristin Hannah


Het is 1995, Oregon. Een oudere vrouw bereidt zich voor op een verhuizing. Ze is weduwe en onlangs hebben de artsen kanker geconstateerd. Haar zoon wil dat ze haar huis verkoopt en kleiner gaat wonen. Ze vindt alles best maar die ene oude koffer moet mee.  Er liggen dagboeken in, foto’s en prentbriefkaarten.
Nog even doet ze het deksel open, en denkt terug aan het verleden. Dat ene vergeelde stuk papier, een oude identiteitskaart op naam van Juliette Gervaise, raakt haar enorm. Ze twijfelt: zal ze naar Parijs gaan? Zal ze gehoor geven aan de uitnodiging die haar zojuist bereikte?


Het verhaal dat volgt speelt in 1939, de oorlog bedreigt ook Frankrijk. In Carriveau, een dorp in de Loire-vallei woont Vianne Mauriac, met haar echtgenoot Antoine en dochter Sophie. Als het leger mobiliseert, moet ook Antoine vertrekken.  Elders in Frankrijk bevindt Isabelle Rossignol, de tien jaar jongere zus van Vianne, zich in een internaat. Na hun moeders dood heeft hun vader de meisjes achtergelaten bij een vreemde. Een echte vader was hij niet, kon hij niet zijn. De zussen waren op elkaar aangewezen.


Het overkomt Isabelle een tweede keer: ook haar zus stuurt haar weg, in een periode dat ze helemaal overstuur is na een miskraam. Internaat na internaat volgt voor Isabelle. Zij is een rebelse meid, ze heeft helemaal geen zin om te leren hoe je een sinaasappel moet eten met vork en mes, of om te weten welke plaatsindeling ze aan tafel moet hanteren. Nu ze aan het begin van de oorlog opnieuw weggestuurd wordt, gaat ze naar Parijs. Naar haar vader die ook nu niet op haar zit te wachten.

Daar in Parijs ziet Isabelle de Duitsers de stad binnentrekken. Het volk vlucht, en ook Isabelle wordt weggestuurd. Ze moet naar haar zus. Maar hun relatie is niet zo best meer sinds de eerste miskraam van Vianne en ze ziet Isabelle graag vertrekken. Als ze had geweten waar haar zus bij betrokken raakt, had ze misschien anders gereageerd. Isabelle gaat bij het verzet. ‘Nachtegaal’ wordt haar bijnaam, de Duitse bezetters jagen op haar maar weten niet wie die persoon is die Engelse en Amerikaanse vliegeniers helpt bij de terugkeer naar Engeland.


Vianne intussen krijgt inwoning van een Duitse officier, een goede Duitser, maar hij moet zich wel aan de regels houden, en Viannes buurvrouw is joods. Haar helpen levert gevaar op voor eigen leven en dat van haar dochter. Wat moet ze doen?
Intussen volgt koude winter op koude winter, de honger slaat toe. Duitsers komen niets tekort en collaborateurs ook niet, maar de Fransen lijden onder het gebrek aan voedsel, het ontbreken van brandstof en de terreur van de bezetter.


Twee moedige vrouwen die voor bijna onmogelijke keuzes komen te staan. De een redden kan de dood van de ander betekenen. Het vertelt het verhaal van de tweede wereldoorlog in Frankrijk: met onder meer de jodenvervolging en het Vélodrome d’hiver; de splitsing van het bezette deel en het vrije Frankrijk, de bombardementen en het verzet.


Tegen deze achtergrond beschrijft Kristin Hannah een meeslepend verhaal over de band tussen zussen, over de liefde, en over wat oorlog met een mens doet. Het is duidelijk te merken dat de schrijfster Amerikaans is: bij het lezen van dit boek houd je het nog wel droog, maar of dat ook lukt bij de verfilming die straks volgt? Als je houdt van drama, van spanning, en een geheim - want wie van de zussen is de oudere vrouw die haar verhuizing voorbereidt - dan zit je met dit boek helemaal goed.


ISBN 9789022573808 | Paperback | 528 pagina's| Uitgeverij Boekerij | januari 2015
Vertaald uit het Engels door Corrie van den Berg en Danielle Stensen

© Marjo, 8 juli 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Lizzie
Eva Wanjek


Vanaf de dag dat hij de beeldschone, bijna doorschijnende Lizzie Siddal met haar prachte lange, rode haar ziet, is zij de muze van de Engelse dichter en schilder Dante Gabriel Rossetti. Alles aan haar aanbidt hij en zij aanbidt hem. Lizzie is ongrijpbaar, een vrouw die hij niet kan doorgronden en ook een vrouw die hem zo vertrouwd is alsof hij haar zijn hele leven kent.  Ze lijkt soms van glas, zo fragiel en teer.


Al vanaf het begin is duidelijk dat Lizzie nauwelijks aards is te noemen, we lezen haar gedachten en zij leeft in een totaal eigen wereld. Ze zweeft door alles heen, kan zich afsluiten en verzinken in gedroom.  Haar moeder vindt haar 'als een lichtende streep aan de hemel'. Haar vader zegt haar in een van zijn weinige vertrouwelijke momenten dat hij weet dat zijn dochter anders is dan haar moeder of hem, ze is iets bijzonders.


Dat bijzondere werkt aanvankelijk in haar voordeel. Lizzie is o.a. lange tijd het lievelingsmodel van de schilders van de prerafaelitische school, opgericht door de vrienden John Millais, Wiliam Holman Hunt, Walter Deverell en Dante Gabriel Rossetti.  Lizzie is een vrouw met een bijna serene uitstraling en Dante prijst zich gelukkig dat zij hem als haar man gekozen heeft. Lizzie is idolaat van Dante.


"[...] Dante maakt me - anders dan ik was. ik ben een andere Lizzie wanneer hij bij me is, dan voel ik me - gewichtloos. Alsof mijn voeten nauwelijks de vloer raken. Ik loop, ja, maar ik word vanzelf vooruitgedreven, het is die zachte hand, zijn hand, die me in de juiste richting duwt. Ik ben niet graag meer alleen, zonder hem."


Omdat hij haar zeer slanke lijf prachtig vindt, gebruikt Lizzie Flowers Solution, een drankje dat haar een prachtige teint geeft. Een drankje met 1% arsenicum. Het zal duidelijk zijn dat Lizzie zich niet altijd geweldig voelt, zowel geestelijk als lichamelijk stort zij regelmatig in. Toch is zij een heel intelligente vrouw die zelf ook een zeer getalenteerd kunstschilder en dichter is.


Nadat er zo'n drie jaar zijn verstreken begint de aanvankelijk zo grote, overweldigende liefde kleine scheurtjes te vertonen. Vooral Dante heeft moeite met Lizzie's gedragspatronen waar ze in vervalt. Het samenleven met Lizzie is zelden zoals hij voor ogen had. Aanvankelijk was haar schoonheid zo verblindend dat hij haar gedrag niet opmerkte, alles wat zij deed was goed. Maar Lizzie blijft die onaardse, dromende, onnavolgbare vrouw waar Dante uiteindelijk niet zo goed mee om kan gaan. Toch weten ze van elkaar dat ze 'een pact voor de eeuwigheid hebben, ze zijn voor elkaar bestemd, aan elkaar gewaagd en zullen bij elkaar blijven, maar dat wil nog niet zeggen dat ze samen gelukkig zijn'.


Na weer een akelige aanval van landerigheid en lamlendigheid bezoekt Lizzie de beroemde Florence Nightingale die haar een verblijf van drie weken aan zee adviseert.  Lizzie vertrekt naar een hotel in Hastings waar Dante's familie regelmatig gelogeerd heeft.
Lizzie's afwezigheid leidt tot een hervatten van een vrijgezellenbestaan van Dante, en alsof dat nog niet erg genoeg is, bedenkt hij al van tevoren hoe hij zich bij zijn bezoekjes aan Lizzie zal gedragen en neemt dus een pose aan waarvan hij weet dat ze dat zal waarderen, maar hij acteert alles bij elkaar. Hij gedraagt zich als een diplomaat.  Dante neemt in die tijd al regelmatig zijn toevlucht tot laudanum (opiumtinctuur) en een tijd later biedt hij Lizzie ook laudanum aan om rustig te worden...  Lizzie's  verblijf aan zee zal achteraf de kentering in hun relatie blijken, een relatie waarin ze langzamerhand afglijden tot twee zeer eenzame mensen die elkaar niet kunnen bereiken, een relatie die gedoemd is...


Het boek is gebaseerd op het leven van Dante Rossetti en Elizabeth Siddal maar is, zoals de schrijvers melden, wel literaire fictie.
Het verhaal zelf verloopt traag, het meandert, er gebeurt in feite weinig en toch ook weer veel, alles draait om de relatie van Lizzie en Dante. Het is echter wel een fascinerend verhaal. Je voelt dat het mis zal gaan, maar hoe? Wat zal er verder gebeuren met de onwerkelijke, fragiele, broze Lizzie en de drukke, gedreven Dante?
We lezen de gevoelens van Lizzie doorheen het boek in aparte blokken met schuingedrukte letters, wat ik een enkele keer storend vond omdat het het de doorgang van het verhaal belemmerde. Lizzie herhaalt het eerder beschrevene maar dan vanuit haar dromerige, zweverige visie. Maar toch geeft dat net het aparte, het tegenwicht in het verhaal.


De vorm en de stijl zijn het knappe van het boek. De fascinatie die Lizzie en Dante voor elkaar voelen is bijna tastbaar, ook de verschrikkelijke sfeer rond de twee gelieven in de tijd dat de laudanum een steeds grotere rol gaat spelen is adembenemend. Lizzie en Dante worden door de opium totaal andere mensen die eigenlijk voor de lezer veel interessanter zijn dan het liefelijke stel dat we aan het begin van het verhaal aantroffen. De scheldpartij van Lizzy in een roes van laudanum is onvergetelijk.  De schrijvers hebben dit aftakelingsproces in erg mooie en beeldende taal weten weer te geven. Ondanks dat de relatie zijn gelukkige momenten kent en soms met de nodige humor verteld wordt, is het wel een vrij triest en deprimerend verhaal, vooral vanwege het langzaam wegglijden van de twee eens zo levendige, aantrekkelijke mensen.
Het is een boek dat je met aandacht moet lezen, geen boek dat je even tussendoor als ' lekker weglees romannetje' kunt lezen. Daarvoor zijn de karakters te uitgesproken en is het verhaal te imponerend.


Al met al ben ik wel onder de indruk, na het dichtslaan van het boek moest ik het verhaal even van me af moest schudden. Het sombere, trieste verloop van het leven van deze twee enorm getalenteerde mensen hakte er bij mij nogal in, ik had af en toe moeite het boek weer op te pakken omdat het af en toe zo zwaarmoedig was. Maar zeker is zeker, het is een verhaal dat je niet snel zal vergeten.


Eva Wanjek is het pseudoniem waaronder twee auteurs hun krachten hebben gebundeld: de romanschrijver Martin Michael Driessen en de dichteres Liesbeth Lagemaat.


ISBN 9789028426160 Paperback 464 pagina's Uitgeverij De Wereldbibliotheek mei 2015

© Dettie, 2 juli 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height=Vlucht naar Curaçao 
Debby van den Bergh

Na de dood van haar beste vriendin Jacqueline dendert het leven in sneltreinvaart over de naamloze hoofdpersoon in dit boek heen. Ze is zoekende, zoals ze het zelf omschrijft. Is het tijd om haar leven een nieuwe richting te geven? Maar welke kant moet ze dan op? Welke route moet ze volgen? Ze weet het niet. Haar vrienden Mark en Ellis horen haar geweeklaag geduldig aan. Zij zijn ook zoekende. Alle drie zoeken ze naar het ultieme doel in het leven en beseffen niet dat ze daarmee eigenlijk aan het leven zelf voorbijgaan.

Eens was de hoofdpersoon gelukkig met de vader van haar zoon Robin. Samen vormden ze een gezin. Nu moet ze het ouderschap delen. Een co-ouderschap. Als Robin bij zijn vader is, doet het gemis zeer. De dagen zonder Robin duren eindeloos en voelen uitzichtloos. Is haar zoon wel gelukkig? Zal hij haar later het hele gedoe rondom het co-ouderschap verwijten? Zal hij haar het kwalijk nemen dat hij steeds moet verkassen?

Het leven zit vol verplichten die moeilijk met elkaar te combineren zijn. Als gevolg daarvan kampt de hoofdpersoon met een chronisch schuldgevoel. Ze heeft een drukke baan, een kind, vrienden maar ook een ernstig zieke vader. Hij heeft darmkanker. Het lukt haar niet om hem dagelijks te bezoeken en alweer heeft ze het gevoel dat ze faalt. Faalt als dochter.

Haar jeugd was geen pretje. De ruzies tussen haar ouders liepen torenhoog op. Vader sloeg moeder waarop moeder naar de alcohol greep. Zelfs houdt ze ook wel van een drankje. Wijn vormt een dagelijks bron van genot. Wijn en sigaretten. Wel jammer dat haar voorliefdes haar gezicht steeds meer tekenen. Is ze bereid een stapje terug te doen?

Wat wil ze eigenlijk? Wil ze een serieuze relatie of liever regelmatig een onenightstand? Het uitgaansleven biedt de nodig afleiding. Ze weet best dat ze er goed uitziet en ze flirt er graag op los. Maar is het genoeg? Wil ze niet liever een man die zielsveel van haar houdt? Een sprookjesprins? Haar besluiteloosheid doet  Mark en Ellis meer dan eens diep zuchten.

Vlucht naar Curaçao is deels autobiografisch. Schrijfster Debby van den Bergh schrijft zelfverzekerd en eerlijk. Zo eerlijk zelfs dat ik me soms aan haar ergerde. Dat maakt niet uit want dat doet ze in het boek zelf ook. Ze weet best dat ze klaagt en zeurt. Ze weet ook wel dat het allemaal veel erger kan maar ze bevindt zich op een punt in haar leven dat ze door haar eigen gevoelens opgeslokt wordt. Ze vergeet zelfs belangstelling voor haar vrienden te tonen.  Ze heeft genoeg aan haar eigen beslommeringen. Haar tunnelvisie.

De schrijfster hanteert verschillende schrijfstijlen. Ze wisselt bloemrijke taal af met dramatisch zelfbeklag (zo vatte ik het op tenminste) om vervolgens recht voor zijn raap een blunder uit de doeken te doen. Alsof ze nog een beetje zoekende is naar een eigen stijl. De rechttoe-rechtaan stijl is me het meest bevallen. Er staan grappige anekdotes in het boek en seksscènes die weinig aan de verbeelding overlaten. Dat laatste hoeft van mij dan weer niet per se maar wie dat wel waardeert zal in zijn of haar nopjes zijn. De ruimtes tussen de hoofdstukken in zijn met gedichten opgesierd.

Het mooi vormgegeven boek Vlucht naar Curaçao is een persoonlijk document. Een dagboek haast. Sommige dingen zijn herkenbaar, de rest zal vooral voor de schrijfster heel waardevol zijn. Het is een persoonlijke ontdekkingsreis die wordt afgewisseld met taferelen die aan de televisieseries Sex and the City en Gooise Vrouwen doen denken. Het lukt de hoofdpersoon om een aantal gebeurtenissen een plekje te geven. Andere zaken zullen blijven spelen want haar zoektocht is niets minder dan het leven zelf. Een zoektocht die hopelijk nog heel lang mag blijven duren.

ISBN 9789491875144 | hardcover | 238 pagina's| LetterRijn | mei 2015

© Annemarie, 2 juli 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER