Nieuwe boekrecensies

altReddende engel
Renate Dorrestein


Het lieflijke Limburg waar een toerist een heerlijke ontspannen vakantie kan beleven is het decor van een gothic novel, een donker naargeestig sprookje.


De twintigste roman van Renate Dorrestein voert een vrouw ten tonele die op de vlucht is. Voor zichzelf, want Sabine, de ik-figuur, heeft zojuist haar huwelijk zien mislukken doordat haar man een ander heeft. Ze wil zo ver mogelijk weg van de plek die thuis was, en belandt zodoende in het zuiden van Limburg. Dat ze daar ergens is, weet ze nog net, maar waar precies, dat weet ze niet. Het is slecht weer, het onweert, het is een donkere avond, haar auto stopt er mee – geen benzine – en ze heeft geen idee waar ze is. Ze is in een opwelling vertrokken, en is haar telefoonoplader vergeten.  Als ze een lichtje ziet, en zich gelukkig prijst dat ze zich toch in de bewoonde wereld bevindt, wordt haar hoop al snel de grond in geboord.


‘In de stromende regen stond een jong meisje tegen de berm gedrukt, het natte lange haar om het hoofd gepleisterd. Ik hees me de auto uit, wankel van opluchting omdat ik blijkbaar in de buurt van menselijke bewoning was beland. ‘Dat lukte inderdaad maar net.’ zei ik buiten adem.
Ze antwoordde iets wat verloren ging in een knetterende donderslag.
‘Kan ik hier ergens schuilen?’ riep ik. ’Ik zit zonder benzine.’
’Verderop kunt u keren!’


Sabine is absoluut niet welkom, maar aangezien ze nergens heen kan, vraagt ze toch om de telefoon te mogen gebruiken. Er zijn twee meisjes, alleen thuis blijkbaar. Maman en Ennis zijn naar het ziekenhuis, hoort Sabine, en ze weet zich naar binnen te kletsen.


Voor haar werk is Sabine op zoek naar bijzondere plekken om daar een bed & breakfast van te maken. En op een bijzondere plek is ze zeker! Maar dat ze gebleven is, daar zal ze spijt van krijgen. Het is een eigenaardig huishouden waar ze in terecht komt. Twee jaar eerder is er iemand om het leven gekomen, en sindsdien wordt het gezin door de dorpelingen met de nek aangekeken, zelfs gemeden. Ook Sabine lijkt dat lot beschoren als ze de volgende dag hulp gaat zoeken in het dorp.
Wat is er gebeurd op die boerderij? Wat hebben de dorpelingen tegen de bewoners van Oldenhage?

Langzaam wordt Sabine in de rol van een soort hulpverleenster gedrongen. Ieder lid van het gezin vraagt haar dingen en braaf doet ze het, van chauffeur spelen tot ganzen ophokken. Is dat alleen maar omdat ze haar zinnen heeft gezet op de boerderij? Is het de radeloosheid na het beëindigen van haar huwelijk? De wanhopige behoefte om nodig te zijn?


‘Ik zag ooit een akker, in de Achterhoek geloof ik, waar na de oogst nog één vergeten maiskolf op zijn stengel stond te rammelen in de wind, een bleek, onguur beeld dat zich opeens weer aan me opdrong.
Die overgeschoten kolf, dat was ik.’


Vrolijk word je er niet van, maar dat word je nooit van een roman van Renate Dorrestein. Er hangt meestal een naargeestig sfeertje, een donkere schaduw hang t boven de hoofdpersonen. Zo ook hier.


ISBN 9789057598609 | Paperback | 256 pagina's | Uitgeverij Podium | september 2017

© Marjo, 17 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet onhandige kind
Alexandre Seurat


Toen Alexandre Seurat in de krant las over de zaak Sabatier, over het kind dat overleed aan de gevolgen van mishandeling, moest hij dit boek schrijven.
Hij noemt zijn hoofdpersoon Diana – een naam die de verdoemenis al over zich afroept, zegt hij – en vertelt over haar leven door middel van getuigenissen van mensen die haar gekend hebben. Haar oma, haar leraressen, schoolhoofden, bureau jeugdzorg, de politie, allerlei mensen vertellen wat hun ervaringen waren met het meisje. Ook haar oudere broertje doet zijn zegje.


Het verhaal verloopt van de eerste voorzichtige verdenkingen tot de niet meer te ontkennen zekerheid, de onrust van de lezer neemt steeds meer toe. Is nu niemand in staat om het kind te helpen? Hoe komt het toch dat iedereen gelooft – of vindt dat ze het moeten geloven – wat de ouders steeds als verklaring geven: ze is gevallen; ze heeft een bindweefselontsteking en door de medicijnen zwelt je gezicht zo op; ze heeft een zwak immuunsysteem, ze is er al voor in behandeling, enz.
Het kind zelf zegt ook steeds: ik ben zo onhandig. Ik ben gevallen. Ik heb me gestoten.

En hoewel de verdenkingen toenemen, is er niemand die echt iets doet. Het kind blijft bij de ouders, blijft continu in gevaar.
Tot ze vermist wordt. Acht jaar is Diana dan, en ze heeft een vreselijk leven gehad.

Er zijn geen beschrijvingen met gruwelijke details, het zijn kort de wederwaardigheden, de observaties van de mensen om haar heen. Behalve het broertje zijn dat allemaal mensen die beter hadden moeten weten. Professionele hulpverleners, onderwijspersoneel, niemand is in staat in te grijpen. Als ze weer eens aarzelen, is het al te laat, dan is het gezin weer verhuisd.

Hartverscheurend is het feit dat mensen liever de verklaringen, hoe ongeloofwaardig ook, van de ouders willen geloven, dan dat ze daadwerkelijk ingrijpen. Ze vergoelijken tegen zichzelf hun onmacht, hun gebrek aan daadkracht.


In 2009 overleed het Franse meisje Marina Sabatier op 8-jarige leeftijd aan de gevolgen van kindermishandeling. Haar ouders hadden haar vanaf haar geboorte stelselmatig fysiek en mentaal mishandeld. De zaak deed veel stof opwaaien. Diverse instanties waren namelijk op de hoogte, maar deden niets. Het meisje heeft de mishandeling nooit toegegeven en haar ouders hadden een dichtgetimmerd verhaal. Hoewel iedereen die erbij betrokken was aanvoelde dat er iets niet klopte, kon het misbruik volgens het OM niet worden bewezen. Marina heeft zelfs een aantal weken in het ziekenhuis gelegen met ernstige open en ontstoken wonden aan haar voetzolen, en is daarna gewoon naar huis gestuurd.

Alexandre Seurat (1979) studeerde literatuur en letterkunde aan de École normale supérieure, en is nu docent Frans aan de universiteit van Angers.
Dit is zijn debuutroman.


ISBN 9789025448448| hardcover |144 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact| februari 2017
Vertaald uit het Frans door Martine Woudt

© Marjo, 9 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altFrankrijk in 50 fragmenten
Caspar Visser ‘t Hooft


Dit boek is totaal anders dan ik tot nu toe gelezen heb van Caspar Visser ’t Hooft.
In plaats van een sfeervolle roman, die de wereld beschouwt in een enigszins gedragen stijl, lezen we nu kleine stukjes tekst over zeer diverse onderwerpen. Fragmenten, inderdaad.


Nelleke Noordervliet raadt het aan in haar voorwoord: ga naar Frankrijk zonder vooroordelen, ga met de Fransman om zonder verwachtingen. Dan pas zul je Frankrijk en de Fransen kunnen leren kennen zoals ze zijn. Want, zoals ook in een van de fragmenten wordt verteld: de Fransen arrogant? Dat is een vooroordeel dat snel ontzenuwd moet worden! In enkele stukjes die je in dit boek tegenkomt, lees je hoe natuurlijk ook de Fransman zijn vooroordelen heeft ten aanzien van Nederlanders. Zoals iedere thuislander de buitenlander bekijkt. Het is een menselijk trekje. Maar Caspar Visser ’t Hooft woont al ruim 25 jaar in Frankrijk, waar hij meerdere malen is verhuisd. Enthousiast vertellen over zijn tweede thuisland mag hij dus zeker.


En zo lezen we stukjes over zijn ervaringen, over dingetjes die hij meemaakt, waarbij de Franse literatuur aan bod komt, de geschiedenis van het land en natuurlijk de Franse gewoonten, die toch wel anders kunnen zijn dan de onze. Ook de Franse keuken komt aan bod.
Sommige dingen kunnen de lezer misschien bekend voorkomen, maar er waren toch wel wat dingen die ik zelf niet wist. Dat de boeken van Philippe Claudel wel degelijk de moeite waard zijn om te lezen, ja, dat had ik de heer Visser wel kunnen vertellen. Maar de feiten over Le Cimade en de film ‘La colline aux mille enfants’ en dat Sarah Bernhardt van Nederlandse komaf is, daar had ik geen idee van.


Het bijna laatste stukje vind ik het mooiste. Hier vind je de sfeer van het Franse land terug, waar de toerist even niet zijn stempel drukt op de omgeving.

‘Ze zijn allemaal naar het spektakel gegaan, beneden, op de grote parking. Op die plek hebben ze een halfrond tribune neergezet. Voor de toeschouwers. Het toneel staat opgesteld onder de oude stadsmuur. (-) Ik kijk naar de zwaluwen die er doorheen scheren, krijsend, en ik zeg: ‘Gaan jullie maar. Ik heb zin om gewoon wat door het stadje te lopen.’’


En dat doet hij, hij loopt door het stadje met zijn dagelijkse geluiden, en kijkt naar de kenmerkende elementen. Kijken, luisteren, de wereld om je heen gewaar worden, zonder gestoord te worden – nauwelijks tenminste – door menselijke aanwezigheid.


‘Wat ik zie, wat ik hoor? De zwaluwen natuurlijk. Die hadden mij op mijn kleine wandeling overal begeleid. Zelfs in die smalle steeg naar boven. Wanner ik opkeek, zag ik ze tussen de overhangende gevels, in de spleet blauw, in een flits langs schieten. Fluit-krijsend. Steeds hoger en hoger, waar de lucht nog in de zon ligt. Maar – wat is dat? Wat daar in de duisterschemer onder een paar cipressen beweegt? Een grillige kriskrasbeweging. Een vleermuis? Af en toe bereiken flarden van applaus mijn oor, of een blikken stem uit een luidspreker.’


Mooi, net als veel andere stukjes, Iedere lezer zal zijn eigen voorkeur hebben, er is een grote diversiteit.


Frankrijk op zijn ‘Franst’.

ISBN 9789461851932 | Paperback | 215 pagina's | Uitgeverij Grenzenloos | februari 2017

© Marjo, 4 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altBitterdagen
Peter Lenssen


‘Kijk naar de sombermensen rond de tafel. Ze weten dat ik het niet lang meer maak. Ze weten dat de dood, die burleske vrek, zijn handen strekt. Als ik onder de krachten van die krent bezwijk, zullen ze zich kalm verheffen de stoelen achteruit schuiven en de keuken verlaten. Zij bestaan omdat ik besta. Zij lachen omdat ik lach. Zij zijn zwaar op de hand omdat ik dat ben. Na mijn dood is het onherroepelijk afgelopen. Niet alleen met mij, maar ook met hen.’


Sjef Sonneschein was twaalf toen zijn idyllische leven verstoord werd door de inval van de Duitsers, die hij van nabij meemaakte. Hij woonde namelijk vlakbij de grens met Duitsland, in Heerlen. Op drie uur lopen van Aken, weet hij heel goed, want toen hij nog maar zes jaar oud was liep hij met zijn vader mee om de Dom te zien. Daar lag de kiem van zijn carrière: hij werd geschiedenisleraar.

Nu slijt hij zijn dagen eenzaam, alleen met twee honden, en overziet zijn leven, in de wetenschap dat zijn dagen zijn geteld. Het was een leven dat op zijn tijd heus wel mooi en prettig leefbaar was, maar altijd was er op de achtergrond de schaduw van het verleden: de ongelukken in de mijnen, de wreedheden van de oorlog en de belevenissen van de mensen die belangrijk voor hem waren. Ook al maakte hij hetgeen zij beleefden niet zelf mee, hij heeft hun leven als het ware ingelijfd in zijn eigen geest. 


In een warreling van hallucinaties, dromen, maar ook echte herinneringen en flashbacks, lezen we over de in hun ogen spannende avonturen die hij met zijn vriend Matti beleefde in het open Limburgse landschap. Over de voettocht naar Aken en de openbaringen die hem daar overkwamen, over de inval van de Duitsers, en alle aspecten van de vijf jaren die volgden (Jodenvervolging, zinloos geweld door Duitse soldaten, NSB-ers, bombardementen). Over de mijnen, waar vele mannen de dood vonden, inclusief Sjefs vader. Over de liefde van zijn leven, zijn vrouw Jeanne die hij na de officiële begrafenis in een door haar zelf gewenst graf in het bos legde, met het gezicht naar het oosten, zodat ze altijd de zonsopgang zou zien. Over Sjors, een oudere vriend die hem vertelde over Nederlands-Indië, waar hij niet overheen kon komen.


Hoe heeft Sjef de ballast van al deze jaren kunnen dragen? Waar haalde hij zijn kracht vandaan? Misschien doordat hij aan de kant bleef, is zijn conclusie. Maar heeft hij daar goed aan gedaan? Al zijn geliefden zijn omgekomen, en ze hebben niet zoals hijzelf een lang leven mogen hebben. Doordat zij weggevallen zijn (maar er is een zoon met wie er geen contact is) slijt hij zijn dagen in eenzaamheid, met zijn honden en het drugsverslaafde hoertje Mounia. Zij komt en gaat en zorgt een beetje voor hem.


Het verhaal wordt verteld zoals in het zijn hoofd opkomt. Hij springt in de tijd, vertelt over eigen herinneringen en die van een ander. Over zijn eigen rol in de verhalen. Had hij het anders moeten doen? Worden zijn dromen, nachtmerries ook, veroorzaakt door hoe hij gereageerd heeft? Zijn twijfels, en zijn bitterheid leidt tot een verrassende apotheose na een veelbewogen leven.


Deze lijvige roman leest traag. In scherpe en rake zinnen schetst Peter Lenssen het leven van zijn hoofdpersoon. Soms in een staccatostijl, dan weer volzinnen. De lezer moet zelf maar uitmaken of wat verteld wordt een heldere herinnering is, of juist een waan.


‘Herinneren is een bric-à-brac van geheugenflarden, geschiedenisweetjes, valse heroïek en persoonlijk failliet. Wat was werkelijk? Wat werd later toegevoegd? Hoe valt die janboel te ontwarren? Sommige dingen zijn haarscherp gesneden, andere in de tijd vervormd en verdwenen. En dan nog: wat is waar? Wat is echt gebeurd? Kan iets echt gebeurd zijn?’


Drie scenes zijn er waarin de schrijver gebruik maakt van een onvoltooid verleden tijd. Zijn dit de kernervaringen van Sjef?
De eerste is als zijn vader hem ruw duidelijk maakt dat zijn grote held Karl May een verzinsel is; de tweede als hij met zijn moeder mee gaat, die probeert er achter te komen wat er precies met haar man gebeurd is en waar hij gebleven is. En de derde is Sjefs laatste bezoek aan zijn vriend Sjors, in de inrichting voor geesteszieken.


Omdat hij geboren en getogen is in een dorp bij Heerlen kent Peter Lenssen (1957) de omgeving en de geschiedenis, zoals hij die verwerkt heeft in deze prachtige roman. Vijfentwintig jaar geleden verscheen zijn debuut 'Toplöss/Mijnverdriet'. 'Bitterdagen' is zijn tweede grote roman over Zuid-Limburg. Een fantastische en indrukwekkende roman die veel meer bekendheid zou moeten krijgen dan er tot nu toe is. Want deze roman vertelt over de Mens in al zijn facetten, in dit geval tegen de achtergrond van het verleden van Limburg, maar het is wat er altijd en overal gebeurde en gebeurt.
Het is het Leven.


ISBN 9789062659562 | Paperback | 404 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | april 2017

© Marjo, 28 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altRiket met de kuif
Amélie Nothomb


In Nederland is de zeventiende-eeuwse Franse sprookjesschrijver Perrault nauwelijks bekend, hoewel we allemaal zijn sprookjes kennen, zoals Assepoester, en Doornroosje, maar dan kennen we de versies van Walt Disney. Riket met de kuif is niet bewerkt door Disney en mede daarom niet bekend. Het heeft qua thema veel weg van Belle en het Beest, het gaat namelijk ook om een zeer mooi meisje en een zeer lelijke man, maar is toch totaal anders.


In deze moderne bewerking van Riket en de kuif stelt Nothomb de man voor: Déodat, een afzichtelijk kind dat al in fraaie volzinnen praat als hij nog een baby is.


‘Ik ben afzichtelijk en daar mee uit. Maar tegelijk ben ik heel wat meer dan dat: iemand die in zijn geest fascinerende vergezichten ziet, blij is dat hij leeft, intelligent en zinnelijk is en daar grenzeloos gelukkig om kan zijn.’


Op de dag dat een vogel juist zijn hoofd uitkiest om iets onordentelijks te droppen, ontstaat zijn fascinatie voor vogels. Hij wordt dan ook een succesvolle ornitholoog. Het schijnt zo te zijn dat sommige vrouwen vallen voor lelijkheid, en Déodat komt op dat vlak niets te kort. Maar echt gezelschap zijn ze niet, ze laten hem al snel weer in de steek.


Trémière is een paar jaar jongere vrouw, ontstellend mooi. Maar ze is dom, althans men vindt haar dom. Haar intelligentie is evenwel alleen maar anders. Waar Déodat een hoog IQ heeft, een rationele intelligentie, met veel kennis en het talent problemen op te lossen, ligt de intelligentie van Trémière op een ander vlak: zij is sensitief intelligent, stelt geen vragen maar bekijkt de wereld aandachtig. Vanaf het begin is duidelijk dat deze twee elkaar zullen vinden, zeker als je het sprookje toevallig wel kent, weet je dat al.

Dat het verhaal een en al cliché is, is aan de ene kant een stijlfiguur waar Nothomb vaak gebruik van maakt, maar aan de andere kant hoort dat ook helemaal bij het sprookje. We lezen het verhaal van twee buitenbeentjes, twee mensen die anders zijn dan de doorsnee. Maar zeker niet minder, zegt Nothomb. Het is alleen maar zo dat men niet weet hoe men met deze mensen om moet gaan. De maatschappij lijkt te eisen dat iedereen hetzelfde is. Maar de wereld zit niet zo in elkaar, we zijn allemaal anders, en dat mag best. Kortom: kijk verder dan je neus lang is, ook als het gaat om je medemens.

Ook is het boek een ode aan de vogel, met een duidelijke analogie van hoe Nothomb de mens wil zien. Niet één vogel is mooier of beter of meer bijzonder dan de ander. Iedere vogel heeft een eigenheid, die hem speciaal en de moeite waard maakt.

‘Hoe subliem vogels ook zijn, ze hebben hun tegenstrijdigheden, mislukkingen en eigenaardigheden. Het verveelde hem nooit naar hen te kijken: ze vormden een wereld apart, met hun eigen intriges, hun helden en paljassen.’

De Franstalige Belgische schrijfster Amélie Nothomb (Etterbeek, 1966) bracht haar jeugd door in Azië, waar haar vader ambassadeur was. Op 17-jarige leeftijd ging ze in Brussel Romaanse filologie studeren. Ze debuteerde in 1992 met de roman Hygiène de l’assassin, die haar beroemd maakte. Voor haar roman Stupeur et tremblements (1999) kreeg ze de Grand Prix van de Académie française.


ISBN 9789401606516| Hardcover | 160 pagina's | Uitgeverij Xander | mei 2017
Vertaald uit het Frans door Marijke Arijs

© Marjo, 25 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altBijna echt gebeurd
Liane Moriarty

Erika woont de lezing bij die haar vriendin Clementine geregeld geeft voor allerlei soorten groepen mensen. Terwijl de lezing vordert verbaast Erika zich over de informatie die Clementine geeft. Hoezo: het was een koude, sombere dag? Het was juist een stralende dag! Het was een bijeenkomst van mensen die elkaar eigenlijk niet zo goed kenden, maar iedereen genoot, zegt Clementine. Welnee, denkt Erika, jij misschien wel, maar een aantal van ons ook niet.
Inderdaad, Erika was onderdeel van het verhaal dat verteld wordt. En het was een belangrijke gebeurtenis, want sindsdien is zij een deel van haar geheugen kwijt.

Het gaat over een barbecue op een stralende zondag bij het echtpaar Tiffany en Vid, spontane gastvrije mensen. Ze hebben een dochter, Dakota, een tienjarige boekenwurm.
Als Vid in een opwelling Erika en haar man Oliver, hun buren uitnodigt voor een barbecue, probeert Erika, die helemaal niet zo sociaal is, daar onder uit te komen door te zeggen dat Clementine en haar man Samuel die middag bij hen thee komen drinken.
Maar Vid is niet voor een gat te vangen en hij en zijn vrouw hebben Clementine, Oliver en hun twee dochtertjes al ooit ontmoet. Ze moeten dus gezellig meekomen! Desgevraagd stemt Clementine toe.

Hiermee wordt het voor Erika en Oliver erg moeilijk. Zij hebben namelijk een speciaal verzoek aan Clementine, hoe moeten ze dat nu inkleden? Vooraf aan de barbecue, of erna?
Ze kiezen voor vooraf, en dat heeft een behoorlijke invloed op de sfeer. Erika drinkt meer dan ze anders doet, en ze had ook al een pilletje genomen om rustig te blijven.
Het drama dat die avond plaats vindt zal het leven van alle betrokkenen veranderen. Bovendien vindt Vid enkele dagen daarna de buurman dood onderaan de trap; hij blijkt gestorven te zijn op de dag van de barbecue.
Dit zijn al ingrediënten genoeg voor een dramatisch verhaal, maar er is nog meer.

De vriendschap tussen Clementine en Erika is altijd al een eigenaardig soort vriendschap geweest. Het is in hun jeugd min of meer opgedrongen door de moeder van Clementine, en daar zijn ze zich alle twee van bewust. Toch blijven ze ‘bevriend’. Maar nu - na de barbecue en door het speciale verzoek – is het zeer de vraag hoe het verder moet.


Het is een verhaal dat sterk rust op menselijk falen, op schijnheiligheid en hoe je je dient te gedragen. Maar ook is er menselijke warmte, vriendschap, en het is gedurende het hele verhaal de vraag welke gevoelens zullen gaan overheersen.

Het wordt verteld als een soort documentaire: er is iets gebeurd, en de betrokkenen mogen allemaal vertellen hoe zij die dag en alles wat er mee te maken hebben ervaren.
Het heden is een paar maanden later, wat inhoudt dat wat de betrokkenen nu vertellen ook meteen hun mening is over wat gebeurd is.
Dat is voor de lezer heel interessant en geeft deze psychologische roman een diepte, die er anders waarschijnlijk niet zou zijn. De beschreven emoties zijn herkenbaar en ondanks de vele details wordt er niets overbodigs verteld. De spanning wordt opgebouwd door steeds in de tijd heen en weer te springen en af te wisselen tussen de personages. Detail voor detail wordt duidelijk wat er precies gebeurd is, en wat de gevolgen in eerste instantie zijn. Maar ook hoe er nadat er een redelijke tijd overheen is gegaan over gedacht wordt.


Liane Moriarty (Sydney, 1966) is een Australische schrijfster. Ze brak door met haar vijfde roman, Het geheim van mijn man, die binnen twee weken op #1 stond in Amerika en daar langer dan een jaar in de bestsellerlijst bleef staan.
Dit smaakt zeker naar meer.


ISBN 9789400508378| paperback | 528 pagina's | A.W Bruna| april 2017
Vertaald uit het Engels door Monique Eggermont

© Marjo, 18 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet dameskoor van Chilbury
Jennifer Ryan

Nadat in september 1939 Hitler Polen binnenviel, verklaarde Groot-Brittannië samen met Frankrijk de oorlog aan Duitsland. Dat was het moment waarop de Britse mannen gemobiliseerd werden. Ook in het dorpje Chilbury in Zuid-Engeland vertrekken de mannen. Als de eerste dorpsgenoot in een gesloten kist terugkeert, verschijnt er een briefje op het prikbord van het dorpshuis:


‘Aangezien alle mannelijke koorleden in het leger dienen zal ons dorpskoor dinsdag, na de begrafenis van gezagvoerder Edmund Winthrop, worden opgeheven.’


Dit zint de dames helemaal niet. Alsof zij niet meer kunnen zingen zonder de mannen. Is het niet juist harder nodig dan ooit dat er gezongen wordt? Ondanks de tegenstand - want ‘dit hoort niet’ – komen de dames onder leiding van Mrs Tilling toch bij elkaar, en ze zingen dat het een lieve lust is.  Ook als hun mannen gewond terugkeren na de eerste nederlaag op de Franse kust. Ook als hun mannen de dood vinden. Ze blijven zingen…


Al snel blijkt dat de vrouwen niet de zwakke onderdanige schepsels zijn zoals hun mannen hen graag zien. Vooral voor brigadegeneraal Winthrop, de vader van de omgekomen militair, waarmee alles begint, is het een doorn in het oog: de vrouw is alleen maar goed voor de keuken en in bed, vindt hij, en hij ziet met lede ogen toe hoe ook zijn eigen dochters, Venetia en Kitty, hun hart verliezen aan het zingen. Hij vindt het leven toch al zo moeilijk: hij is zijn erfgenaam kwijt, want vrouwen kunnen het landgoed niet erven. Gelukkig is zijn vrouw zwanger. Maar zal de nieuwe telg wel een jongen zijn?


Er komt een vreemde in het dorp, een kunstschilder. Nog een heikel punt voor de brigadegeneraal, al duurt het even voor hij ontdekt dat zijn oudste dochter tot over haar oren verliefd is op deze ongure snuiter.
Venetia is nogal een verwend nest, zij is het mooiste meisje, de koningin van het dorp, en denkt zich alles te kunnen permitteren. Deze verliefdheid is voor haarzelf ook een verrassing. Haar ouders zien het liefst dat ze trouwt met Henry, maar daar zit zus Kitty in de weg, zij heeft zelf een oogje op Henry.


Dit zijn de twee kernpunten van het verhaal: de zwangerschap van Mrs Winthrop en de verliefdheid van Venetia en die van haar zus. Twee elementen die nogal wat gevolgen hebben, waar andere mensen bij betrokken raken. Dat zorgt voor veel drama. En dan wordt hert dorp ook nog gebombardeerd...


Het verhaal dat loopt van 24 maart 1940 tot 6 september van dat zelfde jaar wordt verteld door verschillende vrouwen – en heel af en toe een mannelijke stem. Mrs Tilling komt via haar dagboek in het verhaal, en de andere dames schrijven brieven.  Zo worden de wederwaardigheden van dat eerste oorlogsjaar beschreven, hoe het leven in het dorp gewoon doorgaat, terwijl het wel degelijk flink wordt geraakt door deze oorlog. Het dameskoor houdt hen bijeen, geeft hen kracht, en vormt de achtergrond van hoe vrouwen in de oorlogsjaren laten zien dat het zogenaamde zwakke geslacht heel wat meer in de mars heeft.


Het lijkt een gewoon romantisch verhaal, over de ditjes en datjes van het dorpsleven, over liefde, over jaloezie en vriendschap. Maar het is vooral het verhaal van wat oorlog doet met een bevolkingsgroep waarvan algemeen aangenomen wordt dat ze zich zonder de mannen niet kunnen staande houden. De kracht van de vrouw, de emancipatie, dat is de kern van deze mooie debuutroman, waarin ook vooroordelen en standsverschil aan de orde komen.


Jennifer Ryan groeide op in Kent en werkte een aantal jaren in Londen in de uitgeverswereld, voordat ze met haar gezin naar Washington, D.C. vertrok. Haar korte verhalen verschenen in meerdere literaire bladen. In 2015 ontving ze de John Hopkins Outstanding Graduate Award. Het dameskoor van Chilbury, haar debuutroman, is gebaseerd op de verhalen van haar grootmoeder over diens oorlogsjaren in Engeland.


ISBN 9789044349191 | paperback| 464 pagina's | Uitgeverij The house of the Books| april 2017
Vertaald uit het Engels door Catherine Smit

© Marjo, 16 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHoe alles moest beginnen
Thomas Verbogt


‘Soms legde mijn moeder een hand op mijn schouder, tijdens het ontbijt wanneer ze was opgestaan om iets van het aanrecht te pakken, altijd als we ergens alleen waren, nooit met mijn vader of zusjes erbij.
Ik denk aan haar hand nu ik haar hoor zeggen: ‘Zullen we met alles opnieuw beginnen?’
Ze zegt het weer, ja.’

In hoeverre de hoofdpersoon in zijn verhalen overeenkomt met de schrijver is mij onbekend, maar in ieder geval is de boekfiguur Thomas iemand die de lezer al vrij goed kan kennen.
De romans beslaan steeds een kleine periode in zijn leven; als je de verhalen in elkaar past blijft het geloofwaardig als zijnde één leven, ook al beleeft menigeen niet alles wat beschreven wordt.
In Hoe alles moest beginnen draait het om een prille jeugdliefde die abrupt ten einde kwam omdat de ouders van het meisje in kwestie, Licia, naar Italië vertrokken. Had zij zijn Grote Liefde kunnen zijn? Zou hun hechte vriendschap hebben kunnen uitgroeien tot een verbond voor het leven?


Het houdt Thomas nog altijd bezig, ook al is hij door gegaan met zijn eigen leven. Enkele brieven werden nog geschreven, toen was het voorbij.
Er zijn vier periodes waarin Licia en Thomas contact hebben, overeenkomend met de vier delen in het boek. Na de verhuizing is de eerste periode voorbij. Beiden zijn dan twaalf jaar.


Als ze twintig zijn komen ze elkaar weer tegen. Thomas is naar Italië gereisd voor een feest. Hij verkeert in de nogal naïeve veronderstelling dat Licia, net als hij op haar, altijd op hem gewacht heeft. Dat er niets veranderd is in hun relatie. Natuurlijk is dat niet het geval: Licia is een volwassen vrouw, heeft haar eigen keuzes gemaakt en nee, ze zit helemaal niet te wachten op haar vriendje van vroeger.


Hun ontmoeting eindigt in teleurstelling, en even wordt duidelijk dat het een verhaal is dat achteraf verteld wordt. Terwijl vrijwel het hele verhaal in de directe vorm van de tegenwoordige tijd staat, is hier ineens een stukje dat begint met ‘Toen maakte ik een fout.’ Het gebeurt nog een enkele keer dat we een zo’n ‘achterafje’ te lezen krijgen, een opmerking vol spijt, een ‘Hoe alles had moeten beginnen’.


De derde periode speelt zich af in Duitsland. Thomas hoort haar stem in een nieuwsitem en denkt dat ze hulp nodig heeft. De band is voor hem nog zo sterk dat hij haar gaat zoeken. Een tweede teleurstelling, al was hij daar nu meer op voorbereid. Maar ook wacht hem een verrassing.


In de laatste periode zijn hun levens tot rust gekomen, ze zijn ouder geworden, Licia is terug in de stad waar alles begon, Nijmegen. De titel van het laatste hoofdstuk is veelzeggend: ‘Het had niet anders kunnen zijn.’Deze opnieuw hartveroverende roman met zijn prachtige taal, in Verbogtstijl verdient een plaats hoog op alle lijsten, van leeslijst op middelbare school tot lijst met prijswinnende boeken!
De manier waarop Verbogt de twee levens samenweeft roept een melancholie op. Je gaat zelf ook denken: wat als ik dit of dat anders had gedaan?

Maar het leven verloopt zoals het verloopt. Keuzes worden gemaakt in bepaalde omstandigheden, en je kan nu eenmaal niet in de toekomst kijken, zodat je had kunnen weten wat het beste was geweest. En opnieuw doen? Dat kan niet. Verbogt (1952) schrijft al dertig jaar, vooral verhalenbundels en romans, maar ook columns. De laatste twintig jaar verschijnen die columns in De Gelderlander, die verschijnt in de streek waar de in Nijmegen geboren Verbogt vandaan komt.


ISBN 9789046822906 | Hardcover | 268 pagina's | Uitgeverij Nieuw-Amsterdam | augustus 2017

© Marjo, 6 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altAurore
Marco Kamphuis


We gaan meer dan honderd jaar terug in de tijd: het is 1880.


Jules Fabre komt aan in Parijs om er medicijnen te gaan studeren. Tot zijn geluk vindt hij supersnel een kamer. Hij trekt in bij de uitvinder Dieulafoy, waar hij alle vrijheid heeft behalve dat de kelder, waar het laboratorium is van de uitvinder, verboden gebied is.
Er woont nog een student, en er is een huishoudster. Die vraagt of hij ontbijt op bed wil. Eigenlijk wil Jules dat afslaan, maar dat hoort niet tot de mogelijkheden. En de volgende ochtend staat er een bloedmooi meisje in zijn kamer. Maar ze is net zo zwijgzaam als mooi, dus het duurt een paar dagen voor Jules ontdekt dat ze de dochter des huizes is, en Aurore heet. Het lijkt wel alsof ze haar omgeving niet opmerkt. Ze reageert tenminste nauwelijks op de avances van Jules.


Haar gedrag is wel vreemd, maar Jules is druk met andere dingen. Hij moet zijn best doen op zijn studie, alles wordt betaald door de familie, en die hebben het niet rijk. En de colleges zijn heel interessant. Bijvoorbeeld die van professor Brochard, die zijn hysterische patiëntes onder hypnose tot instrumenten van zijn wil maakt. Dat zet Jules aan het denken. Is Aurore misschien ook een hysterica?
Intussen komen er slechte berichten van het thuisfront. De brieven van zus Lucille vertellen over de snelle achteruitgang van hun vader. Het zet Jules nog meer onder druk. En daar is nog de vriendin van zijn huisgenoot, een hoertje dat toenaderingspogingen doet.


Veel van wat er gebeurt, is duidelijk voor de lezer, maar niet voor de personages. Dat de vader van Jules snel wegglijdt in de ziekte van Alzheimer bijvoorbeeld, en wat er met het meisje Aurore aan de hand is. Marco Kamphuis verduidelijkt evenwel niets. Het verhaal doet aan als een gothic novel denken, vanwege professor Dieulafoy, die van de universiteit blijkt te zijn gestuurd. Waarom precies? En wat heeft Jules te maken met de moorden die in Parijs plaatsvinden? Ook hier kan de lezer de feiten invullen.


De tweespalt waar Jules mee kampt: aan de ene kant Parijs waar hij zijn studie moet volgen en waar van alles gebeurt zonder dat hij weet wat hij er mee moet, en aan de andere kant de brieven van zijn zus. Haar brieven staan in het boek, terwijl de rest dagboeknotities zijn van Jules die eigenlijk schrijver wilde worden.

Doordat je zelf moet invullen, door het negentiende-eeuwse naargeestige Parijse sfeertje is dit een boeiend verhaal.


ISBN 9789028425996 | Paperback | 160 pagina's | Wereldbibliotheek| september 2014

© Marjo, 2 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
Hool
Philipp Winkler


In dit boek vertelt Heiko Kolbe over z'n leven als voetbalhooligan en fan van Hannover 96.

Het verhaal begint met een afgesproken gevecht met supporters van Keulen en we ontmoeten de belangrijkste figuren: Axel (de oom van Heiko, die een vechtsportschool heeft, waar Heiko als een soort manusje van alles werkt, en die de leiding van de groep heeft.), Jojo, Kai en Ulf. Gaandeweg zien we in het boek de wereld rond Heiko veranderen. De vader van Heiko, Hans, is na een arbeidsongeval gevlucht in de drank, de moeder van Heiko is al heel lang geleden verdwenen, vermoedelijk omdat ze het drankmisbruik van haar man niet meer aankon. De vriendin van Heiko is gevlucht in de drugs en Manuela, de zus van Heiko besluit uiteindelijk het ouderlijk huis te verlaten om te studeren.

Heiko zelf woont bij Arnim in huis, voor wie hij de dieren verzorgt, als Arnim zelf niet beschikbaar is. Arnim is een zeer dubieuze figuur, die in een boerderijtje in het bos woont en dierengevechten organiseert. De dieren die Heiko zo nu en dan moet verzorgen zijn 2 vechthonden en een oude halfblinde gier, die Siegfried heet. De dieren worden gehouden in omstandigheden waarvoor een dierentuin ogenblikkelijk gesloten zou worden. Arnim heeft ooit 10 jaar in de gevangenis gezeten wegens moord op een dierenarts. Dit was een vergissing, want z'n baas had hem de opdracht gegeven de boer te vermoorden.

De sportschool van oom Axel is ook een plaats waar schimmige zaakjes worden gedaan. Natuurlijk worden er anabole steroïden verkocht en er lopen ook Hells Angels rond. Vermoedelijk vindt er ook handel in andere drugs plaats. Al met al ook geen omgeving om een fatsoenlijk leven op te bouwen.
In het ouderlijk huis van Heiko woont ook Mie, een Thaise vrouw. Op een gegeven moment wordt Hans opgenomen in een kliniek om van de drank af te komen en Heiko moet dan voor de duiven van z'n vader zorgen.

Het verhaal wordt vrij fragmentarisch verteld, waarbij er sprongen in de tijd gemaakt worden. Je leert Heiko beter kennen en hoewel je het niet met z'n keuzes in het leven eens wordt, ga je misschien toch een zekere sympathie voelen voor de jonge man wiens leven min of meer mislukt is. Z'n bestaan als hooligan is eigenlijk alles wat hij heeft, maar z'n maten nemen daar steeds meer afstand van. Kai, die op een gegeven moment zwaar gewond in het ziekenhuis is beland en later ook ernstige schade aan z'n ogen blijkt te hebben, wil een practicum in Londen bij de Deutsche Bank gaan doen. Jojo vindt dat hij het goede voorbeeld moet geven aan het jeugdelftal dat hij traint en Ulf heeft na de laatste gebeurtenissen met Kai ook wel genoeg van het hooligan gedoe. Alleen voor Heiko lijkt er geen alternatief te zijn. Hij hoopt z'n oom op te kunnen volgen als baas van de troep.

Het verhaal wordt in korte zinnen uit de doeken gedaan en lijkt een beetje onbevredigend af te lopen, want hoe gaat het nu verder met Heiko? Je kunt het einde misschien ook een beetje zien als het einde van een van een western, waarin de protagonist eenzaam op z'n paard in de verte verdwijnt.


ISBN 99789048838172 | paperback | 281 pagina's | Uitgeverij Lebwoski | mei 2017
NUR 302 | Vertaald door Anne Folkertsma en Izaak Hilhorst

© Renate, 25 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
 

altMoederband
Rafel Nadal

In Spanje speelde zich vanaf 17 juli 1936 tot 1 april 1939 de Spaanse Burgeroorlog af. De Tweede Spaanse Republiek onder leiding van president Manuel Azaña werd omver geworpen door een groep rechtse generaals, omdat ze het niet eens waren met het linkse beleid van de republikeinen. Zo’n 500.000 mensen kwamen om tijdens deze oorlog; vele linkse Spanjaarden vluchtten naar Frankrijk. Spanje werd een dictatuur onder leiding van generaal Francisco Franco. Het was een verwarrende periode waarin velen de kans grepen om persoonlijke vetes uit te vechten, of om anderen uit de weg te ruimen voor persoonlijk gewin, of vanwege verschillende religieuze of politieke meningen. Dit ging na het officiële einde van de oorlog vaak gewoon door.


Het verhaal van Rafel Nadal speelt zich af in de omgeving van Girona, in een dorpje in Catalaanse deel van Spanje, dicht tegen de grens met Frankrijk. Het is gebaseerd op een waargebeurde geschiedenis.


In het heden stuit de verteller in een antiquariaat op een foto. Daarop staat een weg met bomen, met op de achtergrond een wit huisje. Herinneringen grijpen hem bij de keel: Dat huis, het huis van mevrouw Stendhal, stond bij het dorp waar twee mannen de baas waren: Sabater en Ros, grootgrondbezitters die de wetten naar hun hand zetten en de controle strak in de hand hielden. De verteller is Luc, een jongen nog maar aan het eind van de Spaanse Burgeroorlog. Hij heeft vage herinneringen aan hoe zijn moeder om het leven kwam bij een schietpartij. Daarna werd hij opgevangen door een vriendin van zijn moeder, mevrouw Stendhal, die met haar vader en haar zoon Dani in het huisje woonde.

Dani is Lucs grote held, zijn beschermer en hij droomt er van de droom van Dani mee te zullen beleven. Dani is van school afgegaan en werkt. Hij wil een eethuis openen voor zijn moeder, zodat ze niet meer hoeft te sloven en niet meer het doelwit is van de administrateur van Sabater. Als langzaam de onschuld van de jongen verdwijnt en hij steeds meer ontdekt over het verleden, beseft hij hoe de wereld echt in elkaar steekt. Mevrouw Stendhal stuurt hem naar een internaat, maar na een paar jaar loopt hij weg. Dani is intussen verdwenen, grootvader overleden.
Als hij er achter komt dat Dani gestorven is en wat hij precies deed, stapt hij in diens voetsporen, tegen de wil van mevrouw Stendhal. En hij is vastbesloten wraak te nemen, op Sabater en Ros, ondanks dat mevrouw Stendhal hem verteld heeft dat Ross een goede man was.
Door zijn onwetendheid doet hij bepaalde dingen, die hem zijn leven lang zullen achtervolgen.
Maar de hele waarheid ontdekt hij pas na het vinden van de foto…


Het is een roman over de strijd van de partizanen. De verhoudingen binnen het Catalaanse dorp worden behoorlijk op hun kop gezet. Het is een gevaarlijke tijd, je kon niet vrijuit spreken. Dat idee volgt Rafel Nadal dus ook. Er heerst veel geheimzinnigheid, en dat maakt helaas het verhaal nogal eens onduidelijk. Vandaar deze opmerking: ik geef toe dat ik de feiten van de Spaanse Burgeroorlog niet in mijn hoofd heb zitten. Maar dat zal zeker ook bij andere lezers het geval zijn!


Het zou heel prettig geweest zijn als in een voorwoord even de achtergronden van die tijd geschetst waren. Dat had het verhaal een stuk duidelijker gemaakt, temeer omdat ook internet weinig prijsgeeft over de situatie in dat specifieke gebied rondom Girona.


Soms is de vertaling wat krom, zoals in deze zin: ’in de winkel ontving me hels geschreeuw.’ Ondanks deze ‘mankementen’ is Moederband een verhaal dat je onderdompelt in een Spaanse wereld die Nadal zoals ook andere Spaanse schrijvers weet op te roepen: een wazig, nieuwsgierig makend en betoverend sfeertje, waar je graag in mee gaat, en die in dit geval hevig ontroert.


Rafel Nadal (1954) is een Catalaanse auteur. Zijn historische romans spelen zich af in Spanje en Italië, waarbij de gewone burger centraal staat. Hij won verschillende prijzen.

ISBN 9789401608015| paperback | 232 pagina's | Uitgeverij Xander | september 2017
Vertaald uit het Spaans door Pieter Lamberts

© Marjo, 18 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Kraaien tellen
Lucas de Waard


De stem van zijn vader was iel. Tobias begreep dat het om de stem van een boodschapper ging. Een boodschapper met nieuws dat Tobias niet wilde horen. De woorden kwamen toch. Direct en zonder omhaal. “Krista is gevallen.”


Krista’s valpartij vond plaats in Praag. Ze was van het balkon van het hotel waar ze verbleef gevallen. Uit het briefje dat ze achterliet werd duidelijk dat het om een geplande val ging. Het was geen ongeluk. Krista was bewust de dood tegemoet gevallen. Met een grote stap in het luchtledige was ze bij Tobias weggegaan. Zijn trouwe bondgenoot had hem alleen op de wereld achtergelaten.


Tobias gaat zo snel mogelijk weer aan het werk. Op de veegwagen voelt hij zich immers het meest op zijn gemak. Al jaren veegt hij dag in dag uit de straten van de stad schoon en terwijl het vuil tussen de borstels door in het binnenste van de veegmachine verdwijnt, lossen de muizenissen in zijn hoofd op.


De dood van Krista is echter meer dan een muizenis. Hoe harder Tobias zijn best doet niet aan haar te denken, hoe meer ze zich aan hem opdringt. Ze duikt zelfs als een soort geestverschijning op. Ook willen mensen steeds met hem praten. Hem steunen. Tobias heeft daar geen behoefte aan. Wie kan hem steunen nu zijn steun en toeverlaat er niet meer is? Ook zijn ouders blijven maar toenadering zoeken. Tobias wil het niet. Hij wil vegen en verder niets.


Krista en Tobias waren twee handen op een buik. Samen sloegen ze zich door hun kindertijd heen. Hun moeder was een verbitterde, nare vrouw die het gezin regelmatig dagenlang verliet om haar geluk elders te beproeven. Nog altijd vergoelijkt hun vader haar egoïstische gedag. Nu blijven ze maar op contact aandringen. Er wordt zelfs al over het vieren van Sinterklaas gesproken, alsof de wereld nog gewoon ronddraait. Voor Tobias staat de wereld stil. Wat moet hij zonder Krista? Waarom heeft ze hem in de steek gelaten? Misschien had hij wel met haar meegewild.


Tobias zoekt zijn heil in seks. De jonge Cayenne staat hem ruwe, gewelddadige seks toe. Iets anders wil Tobias niet. Liefdevolle seks schept een band. Het roept gevoelens op die Tobias juist wil vermijden. Tobias wil pijn voelen, pijn toebrengen. De pijn in zijn binnenste wil echter maar niet verdwijnen. Hij begaat een fout. Een onvergeeflijke fout. Zelfs de veegwagen schenkt hem niet langer rust. De wereld staat stil en iedereen haalt hem in. Tobias rent zo hard hij kan maar hij komt niet meer vooruit.


Met zijn eerste roman De kamers trok Lucas de Waard mijn aandacht al maar met Kraaien tellen heeft hij mij volledig van zijn kunnen overtuigd. Tobias is een briljant gekozen personage. Hij is een intelligente eenling die totaal geen interesse in een succesvolle carrière en geld heeft. Hij heeft zelfs zijn studie afgebroken om voor de rust van de veegwagen te kiezen. Rust en overzicht, dat is alles wat hij wil. Hij vindt het heerlijk om ’s avonds huiswaarts te keren met het geruststellende gevoel dat het vuil onder controle is.


Kraaien tellen gaat over de ingewikkelde dingen in het leven. Familie kan je een gevoel van geborgenheid maar ook van vervreemding en eenzaamheid geven. Verlies kan opluchting maar ook wanhoop verschaffen en seks kan iets moois maar ook iets lelijks zijn. Iedereen moet een manier vinden om zich in het leven staande te houden. De een is er wat beter in dan de ander en Tobias blinkt er helaas niet echt in uit.


Denk niet dat Kraaien tellen een zwaar verhaal is. Lucas de Waard heeft een heerlijk gevoel voor humor waardoor een tragikomisch verhaal is ontstaan waarin alle verhaalelementen uitstekend met elkaar in balans zijn. Zo denken mensen aan wie hij vertelt dat hij “andermans zooi opruimt” niet meteen dat hij veegwagenbestuurder is. Kraaien tellen is diepgaand, choquerend en luchtig tegelijk. Met deze zeer geslaagde roman maakt Lucas de Waard allesbehalve subtiel duidelijk dat niemand nog om hem heen kan.


ISBN 9789044538175 | hardcover| 251 pagina's | Uitgeverij De Geus | september 2017

© Annemarie, 16 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER