Nieuwe boekrecensies

En het sneeuwde in Rome
Stefan van Dierendonck


Ongeveer een jaar geleden leerde ik Stefan van Dierendonck en zijn vrouw onafhankelijk van elkaar kennen. Hem kwam ik tegen op een lokale netwerkborrel, haar met zoon Ruben bij het babyzwemmen. Indertijd was Stefan bezig de laatste hand te leggen aan zijn tweede roman: En het sneeuwde in Rome. De tweede is de moeilijkste. Het afgelopen jaar heb ik Stefan beter leren kennen, zijn werk van een afstandje mogen volgen. En ik ben ook steeds meer gaan uitzien naar dat boek. In de tussentijd las ik En het regende brood. Een mooie roman, maar niet een voor mijn top-10: er was veel afstand.


Gisteravond sloeg ik En het sneeuwde in Rome dicht. In de schaarse uren die ik daarvoor kon vrijmaken heb ik het gelezen vanaf de eerste dag dat het te koop was. Hoewel ik moet toegeven dat mijn verwachtingen al hoog waren door de hoopvolle berichten van zijn vrouw, moet ik zeggen dat Stefans boek mij in het geheel niet teleurstelde. Sterker: al lezende heb ik hem regelmatig haast lyrische WhatsApp-berichten gestuurd met kreten als Prachtig en Virtuoos. Dit tweede boek is echt zijn grote werk. Waar in En het regende brood Stefan zich primair een goed verteller toont, met een verfrissende schrijftrant die tegelijk klassiek en hedendaags aanvoelt, gaat hij in En het sneeuwde in Rome de diepte in.


Het boek is sterk autobiografisch. Stefan vertelt over zijn eigen periode als priester in Rome. Als zodanig is het een vervolg op En het regende brood. Maar waar hij in dat boek nadrukkelijk afstand doet van het autobiografische element door het verhaal als raamvertelling te brengen, met een hoofdpersoon die in veel opzichten duidelijk van Stefan zelf afwijkt, doet hij in En het sneeuwde in Rome geen enkele moeite te verbloemen dat het over hemzelf gaat. De hoofdpersoon draagt dezelfde naam en heeft dezelfde achtergrond. Een aantal keer verwijst hij ook letterlijk naar zijn debuut. Hij noemt zichzelf als schrijver van dat werk en legt op een prachtige manier in hoofdstuk 11 de link tussen zijn twee romans. Tussen de regels door lees je hoe Stefan met zijn eerste roman iets van zichzelf achter zich heeft gelaten en als herboren een nieuwe fase van zijn leven is ingegaan.


Een jonge Nederlandse priester in Rome, een stad vol verleidingen. Dat is natuurlijk een interessante premisse. Op de eerste bladzijde zegt de priester in alle onschuld: “Geen opwaaiend zomerjurkje had mijn ogen verleid”. En daar gaat het in de roman steeds om. Over de wereld van passie en spullen waaraan priester Stefan zich tot dan toe heeft kunnen onttrekken. We lezen hoe zijn eigen lijf en zijn nieuw verworven hebbedingen (een televisie, een overhemd, een auto) hem langzaam maar zeker inpalmen. Hoe hij ontwaakt en er tegelijkertijd iets heel dierbaars uit zijn leven verdwijnt. De bekoorlijke Arianne en de Heer vechten om zijn hart. Een strijd tussen verboden vruchten en godsvrucht.


En het sneeuwde in Rome is niet perfect. Maar het is een roman die in veel opzichten mooi in balans is. Het verhaal is voorspelbaar en misschien zelfs wel een beetje anticlimactisch. Maar de manier waarop Stefan het vertelt brengt dat helemaal in balans. Je leest deze roman niet zozeer om wat hij vertelt, maar primair om hoe hij het vertelt. En dat is bij vlagen briljant. Met perspectieven die wisselen tussen het heden en de jaren rond 2000 relativeert Stefan mooi de hier en daar wat zoete liefdesgeschiedenis: dan eens lezen we over de beeldige, bijna mythische Arianne en dan weer vertelt Stefan in meer nuchtere, maar minstens zo liefdevolle bewoording over zijn huidige vrouw. We lezen hoe hij met Arianne door het Italiaanse landschap cruiset en hoe hij zijn zoontje een troostende knuffel geeft.


Wat de roman vooral zo meeslepend maakt is de indringende sfeer. Of eigenlijk: sferen. Afwisselend verkeert de lezer in het zwoele Rome, rijk geïllustreerd met sprekende straatnamen, schetsen van alledaagse taferelen en verwijzingen naar de rijke historie. Dan weer word je in de wereld van de katholieke kerk gezogen, met priesterboordjes, misstanden en vooral ook veel rituelen en exotische termen. En als contrast – en bijna als anker in de echte wereld – vertelt Stefan over het Calvinistische Nederland, over zijn nieuwe en oude leven hier, met herkenbare en aardse taferelen van alledag. Het contrast is prettig. De scènes in Nederland voelen als een adempauze: ze geven je als lezer de kans de rijke wereld van mediterrane passie, doorspekt met talloze kreten in het Italiaans, even te relativeren. En ze helpen begrijpen hoe die wilde Romeinse omgeving in het hoofd van de hoofdpersoon moet overkomen.

Het taalgebruik van Stefan is rijk, maar voelt nooit onnatuurlijk, overdreven of opschepperig. Hij gebruikt regelmatig Italiaans en legt lang niet altijd uit wat de woorden betekenen. Toch begrijpt de lezer wat hij bedoelt. En het helpt ook om te begrijpen hoe een jonge Nederlandse priester zich daar in Rome gevoeld moet hebben. Stefan brengt de cultuurverschillen mooi in beeld. Zonder het te overdrijven contrasteert hij het warme leven van een Romein met het koude bestaan van een Hollander. Soms richt hij zich ook direct tot de lezer. Hij vloekt een enkele keer en geeft intrigerende inkijkjes in zijn schrijverschap. Stefan flirt soms met de lezer, maakt zichzelf daarmee heel tastbaar en wekt sympathie. Maar hij laat zo ook zien hoe hij veranderd is van een overtuigd priester in een wereldwijze schrijver in een wereld van leugens en nuances.


In mijn ogen heeft Stefan zichzelf overtroffen en een meesterlijke roman geschreven. Hij is als schrijver enorm gegroeid. Het is moeilijk voor te stellen hoe En het sneeuwde in Rome nog overtroffen zou kunnen worden. Voor zijn lezers een luxeprobleem, maar voor Stefan absoluut een uitdaging.

ISBN 9789400400603 | Paperback | 272 pagina's | Thomas Rap | maart 2017

© Michiel de Wit, 27 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of regeer, klik HIER

 

Het purperen land
Edna Ferber


Selina Peake leidde tot haar negentiende jaar samen met haar vader een avontuurlijk bestaan. Simon Peake was namelijk een levensgenieter en 'gokker van nature, karakter en beroep'.


'Lachte het geluk hun toe, dan leefden ze op grote voet en verbleven in de beste hotels, aten exotische, sappige zeevruchten, bezochten het theater en lieten zich per rijtuig vervoeren. [...] Was het lot hun minder gunstig gezind, dan woonden ze in pensions, aten wat de pot schafte en droegen kleren die ze hadden gekocht toen ze nog bij Vrouwe Fortuna in het gevlij waren.'


Selina vond dit leven heerlijk, haar vader liet haar heel vrij en ze verslond alle boeken die ze in de hotels en pensions tegenkwam. Toen Selina's moeder overleed werd het destijds negenjarige meisje aanvankelijk drie jaar ondergebracht bij twee tantes die volgens haar leken op bedorven, verschrompelde appeltjes. Gelukkig haalde haar vader haar na een noodkreet weg en leefde ze haar gelukkige leventje in Chicago waar ze juffrouw Fischers Privéschool voor Jongedames bezocht en in Julie Hempel, de slagersdochter, haar hartsvriendin vond. De meisjes wisten toen nog niet dat ze elkaars verdere leven flink zouden beïnvloeden.


In het jaar 1885 sloeg echter het noodlot toe en overleed Selina's vader dankzij een verdwaalde kogel en werd de sprankelende Selina op haar negentiende een wees. Wat nu? De erfenis van vader stelde niet veel voor. Twee diamanten en vierhonderd en zevenennegentig dollar. Best een bedrag in die tijd maar niet iets om van te gaan rentenieren. Selina zal moeten gaan werken. Ze wil wel les gaan geven aan kinderen. 'Maar dan moet je toch eerst zoiets leuks doen als studeren aan de kweekschool of lesgeven in een dorp, voordat je op de openbare school mag lesgeven?' [...] weet Julie te vertellen. 'Nou, dan ga ik toch op een dorpsschool lesgeven? ik ben goed in rekenen zoals je weet.'


En zo gebeurde het. De rijke vader van Julie, August Hempel, regelde een baan en de kleine, pittige Selina met haar prachtige dikke haar en fluwelen, donkere ogen vertrok naar High Prairie om les te gaan geven op het Hollandse schooltje. Ze gaat in de kost bij Klaas Pool, groentekweker,  en zijn gezin. Selina geniet van de reis en vooral van de schoonheid van de groene en rode kolen die op het veld staan te glanzen, 'als jade en bordeaux', zegt dat ook tegen de nuchtere Hollandse Klaas. Die juichende opmerking zal haar nog jaren achtervolgen. Want aan zulke flauwekul doen de Hollanders niet. Selina voelt zich thuis bij het gezin maar het is vooral de gevoelige, intelligente, fijnzinnige, kunstzinnige zoon Roelf (12) die Selina's aandacht trekt.  En dit alles speelt zich in veertig bladzijden af.

Maar het leven loopt altijd anders dan jonge mensen zich voorstellen en zo treffen we op pagina 141 en een aantal jaren later Selina als weduwe DeJong aan, in het bezit van een zoon Dirk en een armoedig stuk land. En dan begint het verhaal pas goed. Want opnieuw zal Selina haar schouders eronder moeten zetten, en dat doet ze, vastbesloten als ze is om haar zoon een goed leven te kunnen geven. Ze strijdt tegen de heersende moraal van de conservatie mannenwereld. Ze strijdt tegen het drassige land. Ze strijd tegen de onwetendheid en afkeer van ontwikkelingen op allerlei gebied. Dwars tegen alle conventies in werkt Selina door. Selina wordt een vrouw waarvan het nieuwsgierige en leergierige kind in haar nooit verdwenen is, een vrouw die altijd open staat voor ideeën. Een vrouw die het avontuur opzoekt en haar huis als warme haven voor veel interessante mensen openstelt. Ze is fijngevoelig en heeft veel gevoel voor kunst.
En Dirk? Hij moet er niets van hebben... De nuchtere aard van zijn vader DeJong zit hem voor een groot deel van zijn leven erg dwars. En dát leven van moeder en zoon heeft Edna Feber op weergaloze wijze weergegeven.


Edna Ferber (1885-1968) ontving in 1925 de PulizerPrijs voor dit boek en dat is te begrijpen. Edna Feber heeft namelijk een bijzondere stijl van schrijven. Naast dat ze op een heel eigen manier de karakters van Selina en Dirk weet weer te geven, spreekt ze af en toe tegen de lezer zodat wij weten dat er nog een en ander komen zal, waardoor we geprikkeld worden om verder te lezen.  'Een roman om te onthouden' schreef de New York Times en ze hebben gelijk.


- In hetzelfde jaar van verschijnen van dit boek werd er een stomme film van werd gemaakt met Colleen Moore in de hoofdrol. In 1932 werd het boek nogmaals verfilmd; dit keer speelde Barbara Stanwyck de hoofdrol. In 1953 verscheen de derde verfilming met Jane Wyman in de hoofdrol. Ferber was lid van de literaire kring Algonquin Round Table, een groep schrijvers, critici en acteurs, opgericht door Dorothy Parker, die dagelijks gingen lunchen bij het Algonquin Hotel in New York. -


ISBN 9789046821459 | Paperback | 319 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | december 2016
Vertaald door Lisette Graswinckel

© Dettie, 18 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

alt‘t Jagthuys
Merijn de Boer


Vera had nooit verwacht dat ze nog eens verliefd zou worden op een cliënt. Als sekswerker is ze werkzaam bij De Drie Gezusters. Achter die naam zou je iets als een kroeg verwachten, maar het is dus een soort uitzendbureau dat zich er op richt om verstandelijk gehandicapten aan hun trekken te laten komen.


In haar jeugd heeft Vera met haar ouders diverse verhuizingen meegemaakt over de hele wereld. Na een vervelende ervaring als tiener nam ze haar leven in eigen hand en ging naar een internaat in Den Haag. Deze schooljaren en daarna haar studiejaren in Amsterdam waren een tijd van losbandigheid. Alleen in Oxford waar ze haar studie afrondde had het leven enige diepgang. Toch werd het ook daar niets. Weer in Amsterdam komt ze in contact met Thalitha, die haar introduceert bij De Drie Gezusters.


‘Het verdiende goed, het leek me nobel werk en ik bevond me in een vreemde overgangsperiode in mijn leven: niet per se ongelukkig, maar wel tamelijk vervreemd van andere mensen.’


En dan wordt ze ingehuurd door de moeder van de 35-jarige Binnert, die nog nooit buitenshuis is geweest, en de mensen die hij heeft leren kennen nog kan tellen. Hij heeft een heupafwijking en lijkt autistisch, maar Vera valt vooral voor zijn intelligentie en zijn lichaam, dat getraind en gespierd is.
En allebei worden ze verliefd. En Vera bedenkt dat ze Binnert uit de greep van zijn moeder moet bevrijden.


Twee mensen, allebei op een eigen manier de weg kwijt, die denken in de ander het ware leven te ontdekken, maar natuurlijk voor de nodige problemen komen te staan. Binnert heeft een moeder die over hem waakt als een kip over haar ei, en als je 35 jaar lang nooit je huis hebt verlaten, dan is die grote wereld buiten beangstigend. Vera ziet in hem evenwel de ideale man. Ze wil een kind met hem, dus haar doel wordt hem naar buiten te lokken. En dan is er nog de moeder, met haar obsessie en bezitterigheid.


Het is een verhaal met een flinke dosis droge humor. De personages worden niet echt uitgediept, het gaat vooral om de verhaallijn. Vera is het hoofdpersonage, maar ook Binnert en de moeder komen aan het woord, zonder dat er sprake is van een algemene verteller. Een plot dus dat tussen de regels door begrepen moet worden. Vooral als er nog een detectiveachtig tintje aan het verhaal gegeven wordt, neigt het geheel naar absurdisme. En dat is genieten..


Merijn de Boer
(1982) debuteerde in 2011 bij uitgeverij Meulenhoff met de verhalenbundel Nestvlieders. ’t Jagthuys is zijn tweede roman, na De nacht.


ISBN 9789021400280 | Paperback | 240 pagina's | Querido| december 2015

© Marjo, 12 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Bonbons als ontbijt
Pamela Moore


Even denk je, mede door de voorkant en de titel van het boek, dat je in een lichtvoetig feel good meisjeboek bent terecht gekomen, maar daar komt al lezend snel verandering in. De mooie vijftienjarige Courtney Farrell - die een moeder heeft die als Hollywood-actrice martini’s serveert voor het ontbijt en een rijke uitgever als vader - die hunkert naar mannen en feesten en weggestuurd wordt van een dure kostschool, voldoet inderdaad aan alle eisen voor een feel good meisjesroman, maar al snel kom je er achter dat er onder al dat uiterlijk vertoon een diepe zwarte onderlaag schuil gaat.


Zeker als je weet dat het boek in 1956 geschreven is door Pamela Moore, die toen zelf zeventien was en die op zesentwintig jarige leeftijd een einde maakte aan haar leven. Ze leed aan een bipolaire stoornis, iets waar toen nog geen diagnose voor was. De hoofdpersoon in haar debuutroman zou die diagnose ook maar zo opgeplakt kunnen krijgen, ook zij kent grenzeloze pieken en diepe duistere dalen, is zelfdestructief en wordt opgenomen in een psychiatrische inrichting. Zelfdoding is ook in dit boek een thema waar de schrijfster toen blijkbaar al mee bezig was.


Het is dan ook een boek met grote contrasten, veel glitter, glamour, feesten, mannen en champagne maar tegelijkertijd gaat het ook over existentiële eenzaamheid, over uiterlijke schijn, over depressie, zelfdestructie en wanhoop. De dode bladeren in het zwembad die we al aan het begin van het boek tegenkomen, blijven het hele boek door een thema:


“Waarom probeer je me pijn te doen” vroeg hij zacht.“ Vanwege de lelijkheid ” zei ze op wanhopige toon, terwijl ze haar gezicht in de kussens drukte. “De lelijkheid, de dode bladeren, ze zijn achter me aan gekomen. Ik kan er niet aan ontsnappen”.


Het is ook gewoon een coming of age roman waarin de worsteling naar erkenning van haar egocentrische moeder, de ontdekking van haar seksualiteit en het zoeken naar wie ze is en wat ze met haar leven wil, belangrijke thema’s zijn. Geen thema’s die gebruikelijk waren in 1956, zeker niet als er overgeschreven werd door een meisje van zeventien. De New York Times schreef dan ook dat het tot voor kort als schokkend werd beschouwd als tienermeisjes die soort boeken lazen, maar dat ze die nu blijkbaar zelf schreven.


De toon van het boek is bedrieglijk luchtig, maar juist het contrast en de frictie tussen die luchtigheid én de zwarte duistere kant maakt dit, hoewel het verhaal vrij vlak is, een intrigerend boek wat met weerhaakjes in mijn hoofd bleef haken. De schrijfstijl, hoewel uitzonderlijk knap geschreven voor een zeventien jarige, verraad hier en daar nog wel wat onervarenheid, wat me nieuwsgierig maakte naar hoe deze schrijfster zich zou hebben ontwikkeld als ze meer tijd van leven had gehad.


ISBN 9789491363696 | Paperback | 301 pagina's | Uitgeverij Gibbon | 23 januari 2017
Vertaald door Gerda Baardman en Theo Schoemakers. Eerder uitgegeven in het Engels in 1956

© Willeke, februari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Echte liefde vind je in de boekhandel
Veronica Henry


Toen Julius Nightingale het verwaarloosde winkelpand zag, wist hij meteen dat het goed zat. In dit stoffige pand in het lieflijke plaatsje Peasebrook zou hij een boekwinkel openen. Een winkel die het mogelijk zou maken een goede vader voor zijn pasgeboren dochter Emilia te zijn. De komst van het meisje heeft hem overdonderd, zoals eerder de komst van haar moeder Rebecca dat deed. De Amerikaanse woei zijn leven als een wervelwind binnen en was even snel weer verdwenen. Ze stierf toen ze het leven schonk aan Emilia. De piepjonge Julius, net afgestudeerd, was in een klap een alleenstaande vader.


Tweeëndertig jaar later laat Julius’ overlijden een grote leegte in het leven van Emilia achter. Hij was een fantastische vader die van Nightingale Boeken een groot succes heeft gemaakt. Emilia zal de boekhandel voortzetten. Ze heeft het gulle bod van een vastgoedondernemer afgewezen. Haar vader was met de winkel vergroeid, een deel van zijn ziel is in het knusse pand achtergebleven. Emilia zal hem eren door de boekhandel met alle liefde die ze in zich heeft voort te zetten.


Julius blijkt niet alleen een grote leegte in Emilia’s hart maar ook in zijn portemonnee achtergelaten te hebben. Emilia ontdekt dat de winkel op het punt staat financieel kopje onder te gaan. Nu moet ze niet alleen leren hoe ze een winkel met runnen, ze moet ook een manier bedenken om de winkel te redden. De moed zakt haar in de schoenen.


Julius was geen geslepen ondernemer maar hij was wel een man met een hart van goud. Veel inwoners van Peasebrook missen hem dan ook enorm. Hij bood iedereen een luisterend oor en een vriendelijke lach. Verlegen zielen kwamen in de boekhandel tot bloei. Dankzij Julius durfden ook anderen hun dromen waar te maken. Julius genoot van het leven en Peasebrook genoot van hem.


Ook Sarah Basildon, de eigenaresse van Landgoed Peasebrook, was een vaste klant. Het contact met Julius verdiepte zich tot een dierbare vriendschap en zelfs meer dan dat. Nu Julius er niet meer is, voelt Sarah een intens verdriet. Ze kan het met niemand delen want dan zal de getrouwde Sarah op moeten biechten waarom haar verdriet dat van anderen, op Emilia na, ruimschoots overstijgt. Sarah rouwt in alle eenzaamheid om de dood van de liefde van haar leven.


Emilia pakt het leven in Peasebrook verbazingwekkend snel op. Ook al is ze even weggeweest, het voelt of ze het stadje nooit heeft verlaten. Haar nieuwe leven levert haar blijdschap maar ook verwarring op. Marlowe, een goede vriend van haar vader, blijkt veel jonger en leuker dan ze had verwacht. Schenk hij zijn speciale lach aan iedereen? Ook een andere man trekt haar aandacht. Sinds kort duikt hij regelmatig in de boekwinkel op.  Flirt hij met haar? Gelukkig weet Emilia niet dat haar nieuwe klant door de vastgoedondernemer is gestuurd. De knappe onbekende moet Emilia overhalen het pand alsnog van de hand te doen. Eigenlijk heeft Emilia geen tijd voor de liefde want de boekhouding van Julius bezorgt haar nog altijd slapeloze nachten. Kan ze de droom van haar vader voortzetten of het is tijd om wakker te worden en de werkelijkheid onder ogen te zien?


Het vrolijke uiterlijk van het boek verraadt al dat het om een echte feelgood roman gaat. Toen ik begon te lezen, werd dat meteen bevestigd. Hoewel het een verhaal over vallen en opstaan is, was meteen duidelijk dat dit boek puur geschreven is om de lezer te plezieren. Zelfs op de momenten dat de personages in het boek het moeilijk hebben, zorgt de luchtige ondertoon ervoor dat het verhaal geen moment zwaar wordt.


Emilia neemt de hoofdrol in het boek voor haar rekening maar schrijfster Veronica Henry biedt ook gul ruimte aan tal van andere personages. Veel van deze personages zijn verliefd, al durven ze dat niet toe te geven. Zo is de toegewijde tuinman van Landgoed Peasebrook verliefd op de dochter van Sarah Basildon en krijgt een verlegen lerares blosjes op haar wangen als ze de verkoper in de plaatselijke kaaswinkel ziet. Echte liefde vind je in de boekhandel combineert de liefde voor boeken met de liefde voor het leven. Ik heb genoten.


ISBN 9789022579190 | paperback |335 pagina's | Boekerij | januari 2017
Vertaald door Willeke Lempens

© Annemarie, 25 februari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEen geschiedenis van wolven
Emily Fridlund


‘Doe Paul de groeten van me!’ zei ik, al mijn opgewektheid jegens Patra inzettend. Ik schoot met scherp: ‘Zeg maar dat ik hoop dat hij snel beter wordt!’
Werd haar glimlach even verstoord door een blik waaruit paniek sprak? Misschien heeft mijn geheugen dat er inmiddels van gemaakt.
‘Natuurlijk! Prima. Je krijgt alvast de groeten terug!
‘Maar toen ik me omdraaide en wilde vertrekken, hield Patra me tegen. Ze zette een paar onzekere passen in mijn richting, struikelde bijna over de veters. ‘Hé Linda – ze pakte me bij de elleboog - ‘er is nog iets anders.’


De ik-verteller is Madeline, Linda genoemd. Vijftien jaar oud, wonend ergens in Noord-Amerika tegen de grens met Alaska. (Minnesota?) Een ruig, onherbergzaam oord, veel bossen met wild, veel snoekbaarzen in het meer, en veel sneeuw in de winter.


Ooit woonden Linda’s ouders in een hippiecommune, maar die is uiteen gevallen. De vader verdient de kost met vissen en de moeder heeft het geloof gevonden. Zij doopt haar dochter:


‘Ik zou willen dat ik in die shit geloofde.‘ vertelde ze me.
‘Wat zou er nu moeten gebeuren?’ Ik huiverde.
‘Goeie vraag,’ zei ze. ‘Je bent een kom verse rijst, schatje. Ik ga met jou helemaal opnieuw beginnen.’


Linda is intelligent. Naast het gezin, met een welwillende moeder die nogal eens de plank mis slaat, en een hardwerkende zwijgzame vader, bestaat haar wereld uit naar school gaan. Er is geen contact met de moderne wereld zoals wij die kennen, bepaald door de media en waar communicatie een onlosmakelijk deel van je leven is. En door de thuissituatie is ze op school een buitenbeentje.
Een prima setting voor een coming of ageroman.


Linda is pas vijftien, als ze te maken krijgt met Patra, en haar vierjarige zoontje Paul:


‘Nee, ze gaan me niet ontvoeren, het zijn een moeder met haar zoon, geen sekte, geen hippiecommune of iets anders geks. O, en zijn eigenlijk behoorlijk onschuldig. Ze hebben sturing en hulp nodig. Ze hebben iemand nodig die ze het nodige over het bos kan leren.‘


Die taak neemt Linda op zich. Terwijl Patra het boek van haar man redigeert, gaat zij met Paul op stap.


Het verhaal wordt geschreven vanuit Linda’s gezichtspunt en ook nog achteraf, op een moment dat ze veel meer weet dan in de tijd dat het verhaal speelt. Dat is lastig. Zeker voor een debutant. Emily Fridlund komt er mee weg.


Linda weet achteraf dat het gezin helemaal niet zo onschuldig was. Ze zag wel dat Leo, de vader, toen hij eenmaal terug was, een ongewenste invloed op de moeder had, maar wat wist ze van de wereld. Had ze iets kunnen doen? Hoe dan? Wat dan? Waren er momenten waar ze gebruik van had moeten maken?  Achteraf is het makkelijk die momenten aan te wijzen, maar haar achtergrond als ex-communekind, de onschuld en naïviteit van een tiener zijn niet de juiste werktuigen om een situatie op te lossen die een oplossing vereist.
Als in een soort raamvertelling is er ook het verhaal van de leraar die haar favoriete vak, geschiedenis, doceert en die Linda een spreekbeurt laat houden over wolven.


’Maar de term alfa – in zwang als beschrijving voor dieren in gevangenschap – blijft misleidend. Het is mogelijk dat een alfadier die rol slechts kortstondige en om specifieke reden vervult.’


Deze zin spreekt ze twee maal uit in haar spreekbeurt, en heeft natuurlijk verband met de titel van het boek. En met het verhaal. Het is onderdeel van de schuldvraag. De schuldvraag ten aanzien van haar oppaskind, maar ook de schuldvraag ten opzichte van de geschiedenisleraar, die ontslagen wordt op beschuldiging van bezit van kinderporno.


Fridlunds manier van schrijven is tegelijk leidend en misleidend. Je verwacht drama - en die krijg je ook - maar tegelijk is er een ontroerend verhaal over een jong meisje en een nog jonger jongetje. De sfeer is zoals het weer: somber, nat, guur. Haar personages zijn ook niet echt vrolijk. Drama dus, van de bovenste plank, maar op een mooie ingetogen manier verteld.


Emily Fridlund is gepromoveerd in Literatuur en Creatief Schrijven aan de universiteit van Southern California. Ze doet momenteel een postdoctoraal onderzoek en geeft les aan Cornell University. Een geschiedenis van wolven is haar debuutroman.


ISBN 9789056725556 | paperback |320 pagina's | Uitgeverij Signatuur| januari 2017
Vertaald uit het Engels door Erik de Vries

© Marjo, 23 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Amanda
Jelmer Jepsen


De elfjarige Amanda hoopt vurig dat niemand doorheeft dat haar vader er niet meer is. Nog even en dan is het zomervakantie, dan kan ze haar plan ten uitvoer brengen. Tot die tijd zal ze een leugen in stand moeten houden. Gelukkig had haar vader geen familie of vrienden. Hij was een onaangename man en een dronkaard bovendien. Niemand zal hem missen. Het probleem is alleen dat Amanda niet van de lucht kan leven. Veel geld heeft ze niet. Gelukkig had haar vader kort voor zijn heengaan een flinke hoeveelheid sigaretten ingeslagen. De eerste sigaret was even wennen maar inmiddels paft Amanda heimelijk flinke aantallen weg. Sigaretten ontspannen en nemen het hongergevoel weg en dat is precies wat Amanda nu nodig heeft.


Het is niet Amanda’s schuld dat haar vader nu in de vrieskist ligt. Hij was zelf zo dom om, beneveld door de drank, op de verkeerde plek ineen te zinken. Terwijl Amanda nietsvermoedend in haar bed lag, gleed Gloria enthousiast naar de bewusteloze man toe. Ze vond de dranklucht die uit zijn mond walmde heerlijk. Enthousiast kronkelde ze om de bron van de geur heen. Gloria deed waar wurgslangen in uitblinken met als gevolg dat Amanda de volgende ochtend op een onverwacht tafereel stuitte.


Amanda besluit de laatste dagen van het schooljaar gewoon naar school te gaan. Over een paar dagen zal ze Gloria in een zorgvuldig uitgekozen natuurgebied vrijlaten. Gloria verdient het niet om voor een moord gestraft te worden. Bovendien past Gloria niet in Amanda’s plan. Ze wil bij haar moeder gaan wonen en daar is enige creativiteit voor nodig.


Jarenlang heeft Amanda gedacht dat haar moeder niet meer in leven was. Dat had haar vader haar immers verteld. Sinds kort weet ze dat ze door hem bedonderd is. Keihard voorgelogen zelfs. Amanda’s moeder is niet dood. Ze zit in de gevangenis omdat ze haar echtgenoot aan het mes heeft geregen. Nu haar vader er niet meer is, heeft Amanda al haar hoop op haar moeder gevestigd. Haar vader was niet echt een leuke man. Heus, haar moeder had vast een goede reden voor haar daad. Amanda verheugt zich op het weerzien met haar moeder. Wat zullen ze het gezellig krijgen samen!


Amanda is het derde boek van de Nederlandse auteur Jelmer Jepsen. Eerder schreef hij al de boeken Vallen als het heet is en De circusvrouw. Ik vind het jammer dat ik zijn eerdere boeken niet heb gelezen want zijn schrijfstijl bevalt me enorm. Jepsen schrijft met een knipoog over tragische gebeurtenissen. Amanda gaat over kinderverwaarlozing en de verantwoording van de maatschappij. Amanda is een onopgevoed, wild kind dat moeite heeft zich aan regels te houden. Buren willen niet dat hun kinderen met haar spelen en leraren vinden haar onhandelbaar. Dat Amanda’s vader drinkt, is niet bepaald een geheim. Vindt dan niemand het nodig in te grijpen? Of ze nu vervelend is of niet, Amanda is een kind van elf. Een kind dat op hulp van volwassenen zou moeten kunnen rekenen.


Hoewel de personages in dit boek samen een vrolijke kliek vormen, zijn het stuk voor stuk vrij normale mensen. In elke buurt woont wel een smoezelig, druk kind en we kennen bijvoorbeeld allemaal wel een iets te assertieve en bemoeizieke dame. Door al deze mensen in de ongewone situatie die zich in de loop van het verhaal ontvouwt te plaatsen, ontstaat er een bijzondere verhaalsfeer. Hoewel het verhaal met een humoristisch sausje is overgoten, is de boodschap duidelijk. We zijn met elkaar verantwoordelijk voor elk kind dat hulp nodig heeft. Jelmer Jepsen maakt dat in dit charismatische verhaal zonder belerend vingertje duidelijk. De weerbarstige Amanda heeft mijn hart gestolen.


ISBN 9789401606356 | paperback | 288 pagina's | Xander Uitgevers | maart 2017

© Annemarie, 13 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De ondergrondse spoorweg
Colson Whitehead


Tussen 1850 en 1860 was in Amerika een ondergrondse beweging actief, The Undergroud Railroad. Dit was een informeel netwerk van vluchtroutes en veilige huizen, waar gevluchte slaven terecht konden, veelal geholpen door zwarte en blanke tegenstanders van de slavernij, de abolitionisten.


Zelf las ik heel uitgebreid over de ondergrondse spoorweg toen ik een essay schreef over de Blues, een uitvloeisel van de slavenliederen, die beide ingezet werden als middel van geweldloos verzet en verkapte communicatie onderling. In de teksten zijn codes opgenomen die alleen begrepen werden door insiders. Harriet Tubman, een medewerkster van The Undergroud Railroad, zong de spiritual Wade in the Water om weggelopen slaven te waarschuwen het pad te verlaten en via het water te vluchten. De honden van de slaveneigenaar konden zo hun geur niet ruiken. Zo was een op het oog onschuldige gospel, een belangrijk verpakte boodschap naar de vrijheid.


In dit boek van Whitehead volgen we die weg naar de vrijheid van Cora, de hoofdpersoon en slavin op een katoenplantage in Georgia. Cora besluit te vluchten als haar wrede eigenaar zijn oog op haar heeft laten vallen. Haar moeder Mabel is eveneens gevlucht toen Cora nog heel klein was en daardoor stond Cora er al heel vroeg alleen voor op de plantage. Zij werd, samen met andere slaven, geplaatst in De Keet, een verblijf voor de buitenstaanders onder de buitenstaanders.
Caesar, een mannelijke slaaf die ook op dezelfde plantage werkt, vraagt haar keer op keer om samen met hem te vluchten en op een dag besluiten ze dit ook daadwerkelijk te doen via De Ondergrondse Spoorweg. Cora vraagt hem of zij alleen maar voor hem een gelukspoppetje is, omdat het haar moeder Mabel gelukt is om te vluchten en weg te blijven. Voor Caesar is Cora meer, maar haar wantrouwen tegenover mannen, opgedaan op de plantage, hebben haar blind gemaakt voor zijn oprechte bedoelingen.


Colson Whitehead heeft er in het verhaal een letterlijk ondergronds netwerk van gemaakt, waarbij de stations onder de grond liggen en de spoorlijnen ondergronds lopen. Zij die opstappen hebben geen idee waar ze terecht zullen komen. Dat is een mooie metafoor voor hoe het werkte. De vlucht, die erop gericht was naar noordelijke staten te komen, moest natuurlijk zo onopvallend mogelijk verlopen. De uitwisseling van informatie tussen slaven en hun helpers en tussen de helpers onderling werd zo beperkt mogelijk gehouden om verraad zo veel mogelijk te voorkomen, vergelijkbaar met het verzet in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.


De vlucht van Cora en Ceasar verloopt in verschillende stadia en meer of minder succesvol. Steeds moeten zij alert zijn op de slavenjagers, die voor de eigenaren de gevluchte slaven tegen beloning terug proberen te brengen. Aan een aantal van de hoofdstukken in het boek gaat een advertentie uit die tijd vooraf waarin de eigenaar beschrijft welke slaaf bij hem is weggelopen, een voorbeeld:


25 DOLLAR BELOONING

Op 6 februari jongstleden is van ondergetekende weggeloopen diens negermeid PEGGY. Zij is omtrent 16 jaren oud, eene lichtgetinte kleurlinge van gemiddelde lengte, met steil haar en alleszins draaglijke gelaatstrekken. In haar hals heeft zij, als gevolg eener brandwond, een onregelmatig gevormd litteken. Zij zal ongetwijfeld trachten door te gaan voor een vrije, en heeft zich naar alle waarschijnlijkheid in het bezit weten te stellen van een vrijbrief. Zij slaat de oogen neer wanneer zij wordt toegesproken en is niet bijster schrander. Ze spreekt snel en heeft een schril stemgeluid

JOHN DARK
District Chatham, 17 mei


Zo'n tekst spreekt boekdelen over de denkwereld uit die tijd, alleszins draaglijke gelaatstrekken, over de omstandigheden, het onregelmatige litteken als gevolg van een brandwond en de vooroordelen, Peggy is niet bijster schrander, maar blijkbaar wel zo slim om te vluchten.


De sfeer, die uit een dergelijke advertentie spreekt heeft Whitehead heel mooi verweven in zijn roman. Daardoor heb je als lezer echt het gevoel dat je naast Cora staat en met haar meereist op weg naar de vrijheid, voor zover een vrijgevochten slaaf ooit echt kan beleven wat het betekent om daadwerkelijk vrij te zijn, omdat de sporen uit het verleden altijd onderdeel zullen blijven van zijn of haar wezen.


Op de website van de uitgever las ik: ‘Een stomp in je maag.’ – De Limburger. Dat is wat dit boek ook met mij deed. Het was een stomp in mijn maag en zelfs hier en daar tot misselijkmakend aan toe. Toch is het heel goed dat dit verhaal over de slavernij, ook nu nog, wordt verteld. De schrijver zal ook een dringende behoefte hebben gevoeld, dit verhaal te willen vertellen. Degene, die niets begrijpt van mensen die vertellen dat racisme, discriminatie en de daarbij horende uitsluiting ingrijpt tot heel diep in je ziel en nog generaties later een onderdeel is van wie ze zijn, zou (verplicht!) dit boek moeten lezen. Ook dat was ooit onze manier van leven, Nederlanders waren in hoge mate betrokken bij de slavenhandel.


Helemaal voorin lezen we dat dit boek is bekroond met de National Book Award.  Zowel Barack Obama - 'Fantastisch, aangrijpend' - als Oprah Winfrey - 'Dringt door tot in het merg van je botten, nestelt zich en blijft voor altijd'-, en vele anderen hebben zich lovend over dit boek uitgesproken.


Zie ook het gesprek met Colson Whitehead over dit boek in het programma Buitenhof.


Over de auteur: Colson Whitehead (1969) is een New Yorkse romanschrijver. John Henry Days was zijn doorbraak – dat haalde de shortlist van de National Book Award. Zijn laatste twee boeken waren Sag Harbor, over een jeugd op Long Island, en de bestseller Zone One (een literair zombieverhaal).

ISBN 789025449124 | Paperback | 352 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | januari 2017
Vertaling: Harm Damsma en Niek Miedema

© Ria, 2 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Hotel du Lac
Anita Brookner


"Dat Anita Brookers roman Hotel du Lac in 1984 de belangwekkende Man Booker Prize won, veroorzaakte literaire commotie. Want hoe kon juist dit boek, dat door velen werd afgedaan als een 'vrouwenromannetje' zo'n prestigieuze prijs winnen?
De vooringenomen snobs hadden ongelijk: in werkelijkheid was Brookner een enorm belezen en begaafd auteur en de faam van Hotel du Lac groeide tot ongekende hoogte. Het is de meest tijdloze roman van de twintigste eeuw." [...]
(Flaptekst Hotel du Lac)


Schrijfster Edith Hope (39) heeft in de ogen van haar omgeving een misstap begaan en is met zachte dwang door haar buurvrouw, tevens vriendin,  Penelope Milne op het vliegtuig gezet. Edith moet maar even een tijdje verdwijnen totdat de gemoederen bedaard zijn. En zo komt het dat Edith aan het eind van de zomer in Hotel du Lac aan het Meer van Genève verblijft.


"En na een heilzaam verblijf in deze grijze eenzaamheid zal ik zonder twijfel terug mogen komen om mijn vreedzame bestaan te hervatten en weer te worden voordat ik die blijkbaar afschuwelijke daad beging."


De 'grijze eenzaamheid' wordt bij haar aankomst benadrukt door het trieste, mistige herfstweer en het gebrek aan hotelgasten. Het meer bij het hotel is nauwelijks te zien. Het toeristenseizoen is voorbij, het hotel maakt zich langzaam maar gestaag op voor de winterstop.
Het hotel zelf straalt een chique voldaanheid. Een hotel dat het moet hebben van mond tot mond reclame en de vaste gasten die de rustige, accurate, nagenoeg onzichtbare bediening, de fraaie kraakheldere kamers en het uitstekende hotelrestaurant weten te waarderen.

Het verblijf in het hotel geeft Edith de ruimte om haar leven te overdenken en vooral hoe ze verder wil, kan of moet. Ze mist haar grote liefde David, die ze trouw brieven schrijft, welke ze overigens niet verstuurt. Ze weet niet of hij haar na haar 'afschuwelijke' daad nog wil kennen. Ze overdenkt ook de gebeurtenis en begrijpt de commotie niet helemaal. Aan een kant voelt ze zich bevrijd van de druk van haar woonomgeving, aan de andere kant voelt ze zich ontheemd en weet ze niet goed welke houding ze aan moet nemen.


In feite loopt ze in Genève met haar ziel onder haar arm, wat haar zelf bevreemd, want hoewel ze uiterlijk een beschaafde, nette, vrij onopvallende, keurig geklede vrouw is bruist ze inwendig van de ideeën en idealen en is ze rebels, wars van regels en zeer gesteld op haar vrijheid. Deze tijd in het hotel zou eerder een welkome uitdaging moeten zijn maar zo voelt ze het niet, ze weet het even niet meer.  Als lezer mag je meekijken in haar opstandige en ontredderde hoofd en dan ontdek je dat ze eigenlijk stikt in haar keurige schrijversleventje.


De ontmoetingen en de gesprekken met de enkele hotelgasten, voornamelijk vrouwen en een paar mannen, zijn aanvankelijk zoals dat altijd gaat in een nieuwe omgeving. Mensen die elkaar voor het eerst ontmoeten zijn nieuwsgierig naar elkaar en zetten hun beste beentje voor om zo innemend mogelijk over te komen. Er worden beleefdheden uitgewisseld en korte gesprekjes gevoerd, er wordt wat gelachen, wat leuke anekdotes verteld en langzamerhand leer je elkaar een beetje kennen. Zo gaat het ook in het hotel. Er zijn intrigerende gasten, die Edith lijken op te nemen in hun kringetje. Edith voelt zich daardoor wat minder alleen, zelfs het weer lijkt zich aan haar stemming aan te passen want de mist trekt op en er volgen een paar zonnige, aangename dagen.
Edith wandelt wat, heeft intrigerende gesprekken met een van de manlijke gasten en voelt dat het verblijf haar gedachten prikkelen en nieuwe impulsen geven. Haar leven lijkt door het hotelverblijf en de gasten een grote wending te nemen.


Maar haar stemming slaat om als de glans van het nieuwe verdwijnt, als de vriendelijke façade waarachter iedereen zich in eerste instantie verschuilt begint af te brokkelen. Gewend als Edith, als schrijfster zijnde, is om te observeren, prikt ze al snel door de zorgvuldig opgebouwde laagje beschaving heen. Er is meer verval en onvolkomenheden, zelfs perversiteit in ieders leven dan de gasten willen toegeven. Het lijkt alsof iedereen wel een reden heeft om buiten het seizoen om in het hotel te verblijven. Maar de herfst slaat in alle hevigheid toe, de terrassen worden ontruimd, het hotel raakt leger en samen met deze 'onttakeling' weet de inmiddels emotioneel sterkere Edith dat haar tijd in het hotel erop zit. Ze moet verder...

Er is weinig actie in het verhaal maar misschien is het verhaal daarom juist zo fascinerend. Het zijn vooral de observaties en de gevoelens van Edith die Anita Brookner zo prachtig weet weer te geven. Heel knap is dat zelfs de omgeving zich lijkt aan te passen aan de gebeurtenissen in het hotel.
Kortom, een mooi filmisch en invoelend verhaal. Lezen!


ISBN 9789401606493 | Hardcover | 216 pagina's met nawoord | Xander Uitgevers | februari 2017
Vertaald door Eva Wolff

© Dettie, 27 februari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEva
Bregje Bleeker

Wanneer doe je het ooit goed als ouders?
De schrijfster van dit boek en tevens de verteller is opgegroeid in een gezin waarin de persoonlijke ontwikkeling de hoogste standaard was. Een vrijgevochten ouderpaar dat zich aan liet spreken met de voornaam, en dat hun kinderen zeer zelfstandig opvoedde. Als je het echt wilt, dan kun je het, was het devies. Zeker was het Eva, de moeder, gelukt: zij ontworstelde zich aan het katholieke kleinsteedse milieu, zoals dat heerste in Princenhage, een dorp, dat nu ingelijfd is bij Breda. Haar ouders hadden niet bepaald een gelukkig huwelijk, de hersenbloedingen die haar vader tenslotte velden, waren een opluchting voor haar moeder. Zuster Redempta van de lagere school gaf Eva het opzetje: zij zorgde er voor dat het meisje naar het gymnasium ging, in de jaren zestig nog zeker niet gebruikelijk voor een dorpsmeisje. Na de verhuizing naar Amsterdam, hetgeen gepaard ging met de confrontatie met haar Brabantse achtergrond, werd de middelbare school gevolgd door de medicijnenstudie. Daar ontmoette zij Jacob, eveneens studerend voor dokter. Allebei werden zij arts, maar de ambitie van Eva was nog niet over: tenslotte werd zij hoogleraar, in de tijd dat een vrouwelijke dokter veelal aangezien werd voor verpleegster.
Maar later bleek dat de eerste verschijnselen van wat een vreselijke ziekte bleek te zijn, al begonnen waren nog voor ze op haar 48e hoogleraar werd.


‘Maar hadden we in die tijd maar één keer werkelijk met elkaar gepraat. Was er toen op de een of andere manier maar een ‘nulpunt’ geweest, een moment waarop we al het ongemak en on begrip uit de voorgaande jaren hadden afgesloten. Was er maar een duidelijk begin geweest. Van een periode die hoe dan ook zwaar en moeilijk zou zijn.’

Bregje, dochter van Eva en Jacob, vertelt over haar moeder, waarbij vanzelf ook haar jeugd aan de orde komt. En dan wordt pijnlijk duidelijk dat terwijl de ouders voor zelfstandigheid kozen en daar goed aan dachten te doen in de ogen van hun kinderen meer aan zichzelf dachten dan aan hun nazaten. Tussen neus en lippen door vertelt Bregje haar ouders dat ze aan boulimia leed, en dan volgt deze scène:

‘Het is niet zo,’ zei Jacob, met een verkrampt gezicht. ‘En als het zo is, dan ligt het niet aan ons.’ En hij bestudeerde nadrukkelijk zijn theemok.
We bliezen toen alle drie voorzichtig de wolkjes weg. We keken alle drie naar de thee die in brede cirkels naar de randen van onze mok kringelden. En vervolgens hadden we het maar weer over de waterlelies, die wel hadden geschitterd, omdat ze dicht bij een raam hingen. Jacob vertelde dat er een groep Japanners was geweest die het nog had gecompliceerd, onder die Japanners met hun neuzen bijna tegen de schilderijen aan hadden gestaan. Ik knikte mee. Ik focuste ook op de Japanners.
‘Alsof je dan nog wat kan zien, als je er zo dicht op staat!’ zei hij. En: ‘tja, wat doe je dan? Dan probeer je dus om over hun hoofden heen te kijken.’
En ik begreep dat de Japanners zo dicht bij de schilderijen hadden gestaan dat je dan nog steeds niets kon zien.’

Dit boek vormt zeker geen aanklacht tegen liefdeloze ouders, want liefde was er wel, alleen werd het op een zakelijke manier getoond. Aan affectieve aanrakingen werd niet gedaan, financieel kwamen ze niets tekort. Toegegeven: Eva zelf heeft het ook niet over haar problemen, tot ze er niet meer om heen kan. Dan moet Eva erkennen: ze is ziek. Ze stopt met werken, en wordt steeds afhankelijker van anderen. Van Bregje en haar zus dus. Want Jacob komt hier niet zo best van af: hij kan het niet aan. Hij verwacht dan ook dat zijn dochters voor hun moeder zorgen, dan voor het gemak vergetend dat hij en Eva hen juist hebben gestimuleerd te studeren en hard te werken, zodat de situatie nu zodanig is dat ze eigenlijk geen tijd hebben voor die verzorging. Bregje zal het toch op zich nemen. Naarmate Eva aftakelt, kan Bregje steeds meer zichzelf zijn. Alsof er geen druk van bovenaf meer is. Nu kan ze de dochter zijn zoals ze dat altijd gewild had: samen met haar moeder winkelen en geurtjes uitproberen.

Maar de aftakeling is natuurlijk wel begonnen, en het verpleeghuis komt naderbij. De beschrijving van dat proces vormt de tweede helft van het boek.
Het eerste deel geeft een tijdsbeeld van drie generaties, en periode waarin ontzettend veel veranderde in de verhouding tussen ouders en kinderen, tussen mannen en vrouwen, een tijd waarin de onderlinge verhoudingen binnen de politiek en de geestelijkheid net zo hard mee veranderde. Maar het boek heet niet voor niets Eva. Het tijdsbeeld is nodig, omdat Eva daardoor werd wie ze was, voordat een akelige ziekte haar opnieuw veranderde. In wie ze niet wilde zijn.

‘Eva’ is het verhaal van een moeder-dochter verhouding, die helaas niet goed afloopt, maar anders waarschijnlijk niet verteld zou zijn.
Gelukkig doet Bleeker niet melodramatisch, de toon is precies die je zou verwachten bij een opvoeding die gericht is op presteren en minder op gezelligheid en liefdevol samenzijn. Waarmee de impact misschien wel groter is.

Bregje Bleeker (1970) is auteur en organisatieadviseur bij de gemeente Amsterdam. Ze studeerde geschiedenis en politicologie in Amsterdam. De Walrus was haar literaire debuut.

ISBN 9789048819997 | paperback | 192 pagina's | House of the Books| januari 2017

© Marjo, 24 februari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER