Helena Spanjaard

Artists and their inspiration
A Guide through Indonesian Art History (1930-2015)
Helena Spanjaard


Voor mij ligt een prachtige uitgave van een boek dat de gids is, die je leidt door de Indonesische kunstgeschiedenis tussen 1930 en 2015. Het is geschreven door kunsthistorica Helena Spanjaard. Het boek is als het ware een klein museum op papier met mooie afbeeldingen van schilderkunst, prachtige kunstvoorwerpen en een leerzame beschrijving van de ontwikkeling in de voornoemde periode. Wie de schrijfster zelf aan het woord wil horen, kan hier een interview van Leonor Veiga met haar lezen.


Het boek in ingedeeld in vijf hoofdstukken, waarvan de eerste vier de volgende periodes beslaan. Hoofdstuk 1 behandelt de koloniale tijd, de onafhankelijkheid en de revolutie (1930 -1950). Het tweede hoofdstuk gaat over de kunstacademie van Yogyakarta, de Soekarno collectie en de kunstacademie van Bandung (1950 – 1995). Het derde hoofdstuk heeft als thema moderniteit en traditie, de ontwikkeling van nieuwe kunstconcepten (1965 – 1995) en ten slotte het vierde hoofdstuk gaat over de reformatie en globalisering (1995 – 2015). In hoofdstuk 5 komt de hedendaagse Balinese kunst aan de orde (1970 – 2015), waarna de conclusie volgt.


In het voorwoord licht Spanjaard toe wat er precies in de diverse hoofdstukken behandeld zal worden en reeds daar wordt de lezer getrakteerd op prachtige afbeeldingen, die het hele boek sieren. Nu ik de recensie schrijf voor dit boek kan ik het opnieuw niet laten om steeds heen en weer te bladeren in het boek om naar de schitterende afbeeldingen van de kunst te kijken.


Een steeds terugkerend thema in het boek in de ontwikkeling van de Indonesische kunst is de zoektocht naar het maken van kunst met een Indonesische identiteit. Wat die identiteit precies is, is voor de kunstenaars zelf soms ook moeilijk te bepalen. Diverse factoren hebben die zoektocht geproblematiseerd, met name de koloniale periode, waarin de oorspronkelijke of authentieke identiteit op een grove manier is aangetast en door de onderdrukkers als onwenselijk werd beschouwd. De bevolking moest geciviliseerd worden naar westers voorbeeld. De Indonesische kunstenaars zijn soms opgeleid in de westerse traditie, soms zelfs op een Nederlandse academie, en werden daarbij beïnvloed door de westerse kunsthistorie, geworteld in de Italiaanse renaissance. 


De vraag bij het maken van hun kunst is, of de kunstenaars terug willen of zouden moeten grijpen op de traditionele levenswijze van voor de Europese inmenging. Een andere vraag is hoe daarbij een ontwikkeling kan worden doorgemaakt naar een vernieuwing in de kunst vanuit deze eigen Aziatische traditie naar het modernisme. Spanjaard laat de lezer zien dat dergelijke discussies uitgebreid werden gevoerd tussen de diverse kunstenaars, die soms samenwerkten in gemeenschappelijke studio's, zogeheten Sanggars.


Een eenduidig standpunt heeft dit, ik zou bijna zeggen uiteraard, niet opgeleverd. Gelukkig maar want daardoor is er een enorme diversiteit aan kunst ontstaan vanuit het gevoel van de kunstenaars en heeft iedere kunstenaar daardoor andere thema's gekozen om zichzelf in uit te drukken. Indrukwekkend vind ik met name die kunstwerken die ontstaan zijn uit gevoelens van opstandigheid, onmacht en het vechten tegen onrechtvaardigheid. Kunstwerken met een maatschappelijke of politiek boodschap. Prachtig zijn echter ook de kunstwerken met onderwerpen uit het gewone dagelijkse leven, zoals van Dullah, Lee Man Fong, Rudolph Bonnet, Sonnega en Arie Smit.


Zoals ik eerder vermeldde behandelt het laatste hoofdstuk de hedendaagse Balinese kunst. Kunstenaars als Myoman Gunarsa, Made Wianta, Nyoman Erawas en Masriadi  hadden zich verenigd in Sanggar Dewata Indonesia. Prachtige afbeeldingen van hun kunst zijn in dit hoofdstuk te vinden.


In haar slotwoord spreekt Helena Spanjaard nog haar verbazing uit over de afwezigheid van moderne Indonesische kunst in de vooraanstaande Nederlandse musea voor moderne kunst en vice versa, de afwezigheid van Nederlandse moderne kunst uit de koloniale tijd in Indonesische musea. Dit hangt onder meer samen met de nog steeds niet voor het publiek algemeen toegankelijke collectie van president Sukarno.


De auteur hoopt dat dit boek bij zal dragen aan verdere promotie en onderzoek naar de gezamenlijke historie van beide landen op cultureel gebied en de uitwisselingen die daarbij heeft plaatsgevonden. Ik hoop van harte dat deze wens van de auteur navolging krijgt, want dat zal zeker nog meer van dit soort prachtige boeken opleveren.


Over de auteur: Dr. Helena Spanjaard is een Nederlandse kunsthistorica woonachtig in Amsterdam. Vanaf 1980 is zij actief op het gebied van de moderne en hedendaagse Indonesische kunst als schrijver, onderzoeker en curator van verschillende exposities (Indonesian Modern Art since 1945, De Oude Kerk, Amsterdam, 1993; Reformasi Indonesia, Museum Nusantara, Delft, 2000). Haar proefschrift, Het ideaal van een moderne Indonesische schilderkunst: de creatie van een nationale culturele identiteit, 1900-1995, werd gepubliceerd door Universiteit Leiden(1998).

Zie ook het Inkijkexemplaar


ISBN 9789460223877 | Hardback | 28,7 x 25,3 cm | Engels | 192 pagina's | LM Publishers | mei 2016

Ria, 18 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER