Non-fictie

Annegreet van Bergen

http://www.annegreetvanbergen.nl

 

De lessen van burn-out
Annegreet van Bergen


"De lessen van burn-out
verscheen in 2000 en nog steeds bevelen artsen en therapeuten het aan mensen aan die in het zelfde schuitje zitten als ik destijds. Reden voor mijn uitgever en mij om voorjaar 2016 een nieuwe, geactualiseerde druk uit te brengen. Want nog steeds sturen lezers mij mailtjes om me te bedanken voor het inzicht, de troost en de steun die ze uit mijn boek hebben geput. Mensen met een heel andere achtergrond dan ik (van verpleegkundigen, leraren, politiemannen, wethouders tot aan officieren van justitie toe) schreven me dat ik hún verhaal vertel. Het had hun goedgedaan dat verhaal terug te lezen, vaak ook hadden ze hun naasten het boek laten lezen zodat die meer van het raadselachtige proces van opbranden zouden begrijpen."


Dit bovenstaande schrijft Annegreet van Bergen op haar website en in feite is het bizar dat zoveel mensen nog steeds opgebrand raken. Het bovenstaande maakt ook duidelijk dat het in feite niet niet uitmaakt wat voor werk je doet, maar wel hoe je ermee omgaat. Dat is precies wat de schrijfster ons ook duidelijk maakt in haar boek.


Ze was een gedreven journaliste, haar grote liefde lag bij het schrijven. Maar, kort gezegd, haar werk bij Elsevier als coördinatrice maakte dat het schrijven zelf steeds verder op de achtergrond raakte. Ze werd opgeslokt door de hectiek van de dag en begon in de avonduren en de weekenden de artikelen te schrijven die ze beloofd had te maken. Kortom, er was geen tijd meer voor rust en ontspanning. Een burn-out lag op de loer. Maar gedreven en perfectionistisch als ze was had ze dat aanvankelijk helemaal niet door. Haar werk was haar lust en haar leven... toch? Pas toen ze steeds vaker even moest uitrusten na iets gedaan te hebben begonnen de alarmbellen te rinkelen. Haar lijf was helemaal leeggezogen en haar hoofd zat barstensvol geluiden die er niet zouden moeten zijn.

'U bent ziek', zei de psychiater van het Riagg en daarmee viel een loden last van haar schouders. Wat overigens volgens die psychiater vrij uniek was, de meeste mensen willen er niet aan dat ze ziek zijn. De schrijfster belandde in een soort vacuüm, er hoefde niets meer, er moest niets meer. Ze dobberde een beetje rond in een golf van vermoeidheid. Het was zelfs vrij aangenaam. Maar ook dat veranderde, om beter te worden moest er iets  gebeuren, maar wat en hoe? Lezen lukte nauwelijks op kinderboeken na. Een gesprek voeren was te vermoeiend, iets schrijven idem dito.
Het wordt een jaar van vallen en opstaan. Van nadenken en veel huilen. De gesprekken met de psychiater helpen zeker maar het zijn vooral opmerkingen van vriendinnen en andere mensen die inzicht geven en tot verdere stappen leiden.

Annegreet van Bergen vertelt vrij uitgebreid over het werk wat ze deed bij Elsevier. Aanvankelijk begreep ik dat niet zo goed, het ging toch over lessen van burn-out? Maar het hoorde wel degelijk bij de lessen van burn-out. Daardoor laat ze de valkuilen zien waar gedreven mensen in terecht kunnen komen, want het zijn voornamelijk juist de gedreven mensen met veel liefde voor hun werk die uitgeblust en opgebrand raken. Het zijn de mensen die gaan voor goed/perfect werk leveren, mensen die een stapje extra zetten, een tandje erbij schakelen en verantwoording nemen. Juist hun passie kan de oorzaak zijn van de 'belonig' in de vorm van een burn-out.

Langzaam krabbelt Annegreet van Bergen weer op en begint voorzichtig weer aan werken te denken. Gelukkig heeft Elsevier haar altijd gesteund maar toch is het angstaanjagend weer terug te gaan naar iets wat je zo ziek heeft gemaakt. Stapje voor stapje, als een kind dat opnieuw moet leren lopen, betreedt de schrijfster de werkende wereld weer maar de werkwijze en werktijden worden wel heel anders dan voor die tijd. Ze vertelt hoe deze periode aanvoelde en vooral wat het met haar deed.


Nu zestien jaar later vindt ze het een groot geluk dat het haar overkomen is. Ze werd zo gedwongen na te denken en te kijken wat ze écht wilde in plaats van zich mee te laten zuigen in de vaart van het werk. De burn-out heeft een grote positieve ommekeer in haar leven gebracht, hoewel ze de periode dat ze er middenin zat natuurlijk niet graag nog een keer zou willen meemaken. Ze heeft geleerd niet alleen haar actieve kant in te schakelen maar ook haar passieve zijde te leren gebruiken.


Het boek is heel prettig geschreven, de schrijfster ontziet zichzelf niet. Het is geen 'kijk mij nou eens moedig en dapper zijn' verhaal. Integendeel, het is een eerlijk relaas van iemand die een pittige tijd heeft doorgemaakt dankzij het veel te veel hooi op haar vork nemen. Het is een verhaal waarin veel mensen zich inderdaad zullen herkennen. Nu maar hopen dat werkgevers haar boek ook zullen lezen!


ISBN 9789045031668 | paperback | 264 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | 20 maart 2016

Dettie, 19 september 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Bewaren

Bewaren

Bewaren

 

Econoom Annegreet van Bergen:
Crisis? We beleven juist gouden jaren.

Interview met Annegreet van Bergen

Iedereen leest Gouden jaren, het boek dat in korte tijd alle bestsellerlijsten haalde. Journalist en econoom Annegreet van Bergen vertelt daarin het verhaal van de ongekende naoorlogse groei die ons leven op alle fronten heeft veranderd. Hoe verklaart de auteur het succes?


© foto  Annaleen LouwesAnnegreet van Bergen (1954): ‘Iedere Nederlander die voor 1970 is geboren herkent zich in dit verhaal, terwijl jongeren zich erover verbazen dat ons leven nog maar kort geleden zo ‘primitief’ was. Neem de herfst. Alleen mensen met een hippe houtkachel moeten zich tegenwoordig nog voorbereiden op het nieuwe stookseizoen. De rest hoeft alleen de thermostaat op de gewenste temperatuur te zetten om het warm te krijgen. Dat was vroeger andere koek. Toen moest je omstreeks deze tijd van het jaar voldoende kolen voor de winter in huis hebben. Bij eengezinswoningen kon de kolenboer die buitenom, door de tuin naar het kolenhok brengen. In bovenwoningen moest hij binnendoor naar het balkon. Dat gaf een enorme stofbende, maar het huis was sowieso de hele winter gruizig omdat er met kolen gesjouwd werd en de asla iedere dag moest worden geleegd.


Of denk aan de was. Nog niet zo lang geleden waren vrouwen daar minstens één, maar vaak twee dagen per week mee zoet. De wasmachine, de ‘moeder aller huishoudelijke apparaten’, heeft huisvrouwen meer dan welk ander elektrisch apparaat tijd bespaard. Zonder dat er nog mensenhanden aan te pas komen volgen wassen, spoelen en centrifugeren elkaar nu in de volautomatische trommel op. Wassen is een klusje voor tussendoor, dat bovendien steeds vaker binnenshuis wordt gedaan. Dit laatste dankzij de elektrische wasdroger, die tegenwoordig in zeventig procent van de Nederlandse huishoudens te vinden is.

© foto Kees Scherer/ Maria Austria instituut
Ook bij mooi willen mensen hun was liever niet buiten drogen, want hun tuin is steeds meer het verlengde van de woonkamer geworden. Zaten mensen vroeger op naar buiten gesleepte keukenstoelen naast de ligusterhaag, tegenwoordig staat er op het fraai betegeld terras trendy tuinmeubilair, waarop ze bij mooi weer een biertje of een koel glas witte wijn drinken. In zo’n mooie tuin wil je geen drooglijnen met ontsierend wasgoed. Alleen op het platteland is er ruimte zat en daar zie je nog buiten onderbroeken wapperen en hangen er ’s winters bevroren lakens, stijf als een plank aan de lijn.


In Gouden jaren vertel ik over de uitzonderlijke rijkdom die in een halve eeuw tijd heel gewoon is geworden. Iets waar we, ondergedompeld in de stroom berichten over actuele economische problemen, niet altijd meer bij stil staan.’


Rechtenvrij interview met Annegreet van Bergen en Atlas Contact Behorend bij het boek Gouden jaren
ISBN 9789045023540 | Paperback | 350 pagina's |Uitgeverij Atlas Contact

De foto’s op klein formaat in het interview zijn door Atlas Contact afgekocht.
Interview werd doorgestuurd naar Leestafel door Atlas Contact via mail (M. Knake) op 17 oktober 2014

 

Gouden jaren
Hoe ons dagelijks leven in een halve eeuw onvoorstelbaar is veranderd
Annegreet van Bergen


In het voorwoord schrijft Annegreet van Bergen (1954):

We zijn rijker geworden dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden. Daar staan we lang niet altijd bij stil. Want weelde went. En al helemaal wanneer het geleidelijk is gegaan en we het jarenlang stapje voor stapje steeds beter hebben gekregen. Dan dreigen we te vergeten hoe goed we het eigenlijk hebben. [...] We hebben nauwelijks oog voor wat er in het verleden aan rijkdom is opgebouwd.


Zelf ben ik maar twee jaar jonger dan Annegreet van Bergen maar ook ik sta vaak verbaasd over de enorme luxe en toename aan apparatuur die ons veel werk uit handen neemt. Het boek vormt voor mij dan ook een feest van herkenning. Ik bleef o ja zeggen bij het zien van de afbeeldingen of het lezen van situaties uit bijvoorbeeld de jaren zestig of zeventig.


Neem een woning. Na de oorlog was er zo'n nijpend gebrek aan huizen dat mensen verplicht bij elkaar moesten inwonen pas later kwamen de doorzon- en eengezinswoningen.
In het boek staat een verhaal van iemand die nu in een eenpersoonsappartement woont waar vroeger een gezin met twee kinderen in woonden. Op zolder moesten ook mensen geplaatst worden anders kreeg het gezin de woning niet, en zo kwamen een oom en tante bij hun op zolder wonen. Zij woonden dus met zijn zessen in een ruimte die nu geschikt geacht wordt voor één persoon.
Bovendien waren de woningen niet centraal verwarmd maar was het alleen in de huiskamer lekker warm. Op de slaapkamerramen stonden 's winters de ijsbloemen op de ramen op de wc zat je 's winters te klappertanden.
Een douche was ook volslagen onbekend. Het was wassen aan de kraan, soms nog aan de pomp, en één maal in de week gingen de kinderen in de teil, allemaal natuurlijk wel in hetzelfde water. Hooguit werd er wat warm water bij gegoten als het water erg afgekoeld was. Zelf herinner ik me nog dat in een grote kast een douche gemaakt werd. Daar mochten we één keer per week onder en dat was feest!


Ook het huishouden zelf was een hele onderneming. Nu stoppen mensen hun kleren in de wasmachine en veelal later in de droger en klaar is de was. Dat was nog maar vijftig jaar geleden compleet anders, lakens en ander witgoed ging in een grote ketel op het vuur en werden 'uitgekookt'. Sommigen hadden een wringer waardoor met veel moeite de was werd geduwd zodat het ergste vocht eruit was.
Afwassen gebeurde in een plastic teiltje (eerst de glazen, riep mijn vader dan) en het water moest eerst gekookt worden in de fluitketel.  In het boek zie je ook een mooie foto van twee afwassende dames in een piepklein keukentje aan een granieten aanrecht. Onder de gootsteen het bekende gordijntje waarachter de afwasbak en andere spullen werden weggeborgen. 


Erg leuk en herkenbaar is het lezen over de eerste televisie en telefoon. Mensen gingen bij buren tv kijken en telefoneren. De telefoon hing aan de muur met een gekrulde draad. Niets mobiels bij. Iedereen kon met het gesprek meegenieten. Bellen vanuit het buitenland was onvoorstelbaar duur. En op straat stonden telefooncellen met vaak een rij mensen erbij die stonden te
Televisieprogramma's waren niet continue te bekijken maar 24 uur per week. Iedereen sprak ook over de programma's als je het geluk had om ze te zien tenminste. Ik weet nog dat ik als kind Pipo bij de buren mocht kijken en ook het eerste optreden van de zangeres Melanie zag ik bij de buren.


Zoals ik zelf ook nog weet en zoals eveneens in het boek staat was nieuwe kleren kopen voor velen een luxe. Vaak gebeurde dat alleen als het echt nodig was. Veel werd vermaakt of hersteld. Uit een oud pak van vader kon makkelijk nog een broek voor zoon gemaakt worden. De jas van moeder kon goed dienen als jasje voor dochter. Van een jurk werd een rok gemaakt, kraagjes werden opnieuw gebruikt, sokken werden gestopt. Truien werden zelf gebreid en waren die te klein geworden dan werden ze gewoon uitgehaald en werd er iets nieuws van gebreid, zo simpel was het.
Schoenen werden steeds opnieuw gerepareerd en vaak hadden kinderen zondagse kleren, die ze absoluut niet vies mochten maken.


De huidige wegwerpmaatschappij bestond dus niet, maandverband waren badstoffen doeken die uitgekookt werden en de kast in gingen tot de volgende maand. Iedereen had stoffen zakdoeken die keurig gestreken werden. Oude kranten werden gebruikt als wc papier etc.
Vakanties kenden veel mensen niet. Eén dagje weg en dat was het. Autovakanties en vliegvakanties waren alleen voor de rijken.


In de laatste vier van de vijfentwintig hoofdstukken wordt getoond hoe mensen hun geld verdienden en hoe enorm de economie veranderde. Er kwamen beroepen bij en er verdwenen beroepen.
Nu is het bijna ondenkbaar dat er geen computers waren, dat alles met de hand werd genoteerd bijvoorbeeld. Supermarkten kwamen, de grutter verdween. Vrouwen gingen werken. Scheepswerven maakten plaats voor restaurants en terrassen.  Het loonzakje verdween, de bankrekening verscheen.
En zo zijn er nog enorm veel voorbeelden in dit boek te vinden die aangeven hoe enorm alles veranderd is en hoe rijk mensen zijn geworden in een relatief korte tijd.


Het boek is in erg plezierige taal geschreven. Feiten worden vermengd met eigen herinneringen of met verhalen van mensen die de schrijfster voor dit boek geïnterviewd heeft. Doorheen het boek staan nog prachtige zwart-wit foto's die laten zien hoe het ooit was.
Een prachtig boek voor tijdgenoten van de schrijfster maar ook voor de nieuwe generatie die met verbazing en mogelijk ongeloof zal reageren op de verhalen die in dit boek te lezen zijn. Grote aanrader.


ISBN 9789045023540 | Paperback | 350 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | september 2014

© Dettie, 20 september 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER