Debuten

Op deze pagina worden recensies geplaatst over boeken van debuterende schrijvers/schrijfsters.


Ook dit jaar lezen Marjo, Annemarie en Dettie de debuten, die op de inzendingenlijst van de ANV Debutantenprijs staan, weer mee.
Zij proberen zoveel mogelijk de boeken die op de lijst van inzendingen staan te lezen en recenseren maar ook andere debuten die (nog) niet op de lijst staan hebben hun belangstelling.
Boeken die ze hebben gelezen staan op deze pagina en in het archief


Zie ook: 
DordtLiterair

en de interessante nieuwe site Van debutant tot bestseller

 

altDe man die niet schoot
Vincent Merckx

‘Het verhaal wordt door iedereen een beetje anders verteld.’


Zo begint deze debuutroman. Als dan verteld wordt waar het mee begon, de man die over de Meir in Antwerpen loopt, op de eerste lentedag van het jaar, dan is dat een feit. Zoals het ook een feit is dat de man een pistool heeft, dat hij richt op willekeurige mensen die in zijn buurt komen. De paniek die volgt is een feit. Mensen beginnen te gillen en duiken weg.


‘Voor dat ene stelletje is het te laat: zij hadden de pech het pad te kruisen van de man met zijn pet of Stetson. Ze waren weggedoken maar kunnen nu geen kant meer op: de dichtstbijzijnde bank staat een paar meter verder. Bevend zakken ze op hun knieën, de man heft zijn linkerarm afwerend voor het gezicht van de vrouw, wat halfslachtig weliswaar, alsof hij zich al heeft neergelegd bij wat komen zal.’


Al richt hij zijn pistool op het voorhoofd van de man en daarna op de vrouw, de man schiet niet. Hij loopt door, mensen in grote verwarring achterlatend. Later zullen getuigen heel diverse feiten verkondigen over hoe de man er uit zag, hoe hij zich gedroeg. Hun waarneming is wazig geworden door de angst.


Het verhaal is actueel, het is de tijd na de diverse aanslagen op allerlei plekken in de hele wereld. De dreiging van terroristen beheerst het leven. En de man is verdwenen. Waar is hij? Wacht hij op het goede moment om toch nog slachtoffers te maken?


De stad raakt volledig uit balans. Omdat de man misschien een groene pet op had, of misschien een Stetson, worden die hoofddeksels verboden. Overal staan bewapende militairen, de staat van beleg is van kracht. Mensen durven de straat niet op, men vertrouwt elkaar niet meer. Is er eigenlijk wel een aanslag gepleegd? Wat is er precies gebeurd? Omdat iedereen de dader kan zijn volgen er razzia’s, en een proces met 4200 verdachten.


‘Zo loop ik hier vanavond door het park, langs de tentjes van de vierduizend tweehonderd, als dader onder de daders, de lucifer in een brandend bos. Gedreven door schuldgevoel. Als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat ook dat me de afgelopen weken bijna elke avond naar Park Spoor Noord gedreven heeft. Misschien zelfs vooràl dat. Zou het zonder mij ook zover gekomen zijn? Zonder die aprildag?’


In deze onwerkelijke toestand hebben twee mannen elkaar herkend. Ze waren ooit bevriend, maar hebben elkaar jaren niet gezien. Nu blijken ze in hetzelfde woonblok te wonen.  Wie is Anders? Wat voor verleden hebben hij en zijn vriend Alex, die volkomen van slag is na de niet-aanslag? Natuurlijk is er ook een vrouw, Mailka, van wie ook al niet duidelijk is wie zij precies is. En dan is er de goeroe, de man die mensen om zich heen weet te verzamelen als een sekte.


‘Na 9/11 is het in de Verenigde Staten gelukt. Een oorlog die de aandacht afleidt van wat er echt fout gaat, vaten vol olie om de economie draaiende te houden… en het enige dat daarvoor nodig was, waren een stuk of tien high-level politici en legerleiders die samen een aanslag hebben opgezet. Dus waarom zouden ze het hier dan ook niet eens proberen, een aanslag op zijn Belgisch?‘

Een actueel verhaal met absurde wendingen, dat je verbijsterd achterlaat. Omdat Anders als verteller van het verhaal een ‘onbetrouwbare’ verteller is, weet de lezer niet wat hij hier nu mee moet. Ja, soms lijken de maatregelen die genomen worden naar aanleiding van een (dreigende) aanslag overtrokken, een massahysterie. Vincent Merckx laat zien dat dit een schijnveiligheid is. Maar dat weten we toch wel?


Vincent Merckx werkt bij de VRT. Korte verhalen en columns van zijn hand verschenen eerder in Tirade en SLANG Magazine. ‘De man die niet schoot’ is zijn romandebuut.


ISBN 9789401446358 | Paperback | 217 pagina's | Uitgeverij Lannoo | september 2017

© Marjo, 21 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altIn het museum
Joost van Driel


'Nooit had David Schijndels durven hopen dat hij in een dinosaurus zou veranderen. De dag was niet slecht begonnen, maar dat het leven zo zou eindigen…’


David is ruim tien jaar als zijn moeder zegt dat hij zijn mooiste overhemd aan moet trekken. Ze gaan naar Brussel.  Jaren eerder - voor het kind is vier jaar een lange tijd - was er een gewoonte geïntroduceerd in het leven van de jongen. Minstens een keer per maand ging hij met zijn vader naar Amsterdam. Het duurt een aantal reizen voor de jongen doorheeft dat ze helemaal niet naar Amsterdam zijn gegaan al die tijd. Ze gingen de grens over, naar Brussel!


David vindt het heerlijk als hij samen met zijn vader op stap mag. Zijn vader is een held, hij kan hele lange verhandelingen houden, is opgeleid als filosoof. Hij windt iedereen om zijn vinger en krijgt alles voor elkaar. Vooral de vrouwen vallen voor hem, maar dat is in het begin nog niet zo duidelijk voor de jongen. Die geniet: van de wandeling door de stad, van de nieuwe smurf die hij krijgt maar vooral van het dinomuseum. Uren kunnen ze daar rondlopen, fascinerend zijn al die uitgestorven dieren.


Na een tijdje loopt zijn vader niet meer met hem mee, er is een meisje, Sarah, een oppas. David vindt het maar niks, maar Sarah ook niet. Toch vinden ze samen een manier om het allebei gezellig te hebben. De jaren gaan voorbij, en langzaam verandert het beeld dat de jongen van zijn vader heeft. Steeds meer doorziet hij wat voor man zijn vader is, maar het is wel de vader waar hij van houdt. En hij vindt het museum nog steeds een heerlijke plek om rond te lopen.
Dan komt de dag dat Sarah er niet is. David loopt in zijn eentje rond, en vergeet de tijd. Hij had om half drie afgesproken met zijn vader, het is al vijf uur als de jongen op de afgesproken plek komt. Geen vader. Geen Sarah. Niemand. Op dat moment neemt David een besluit.


Het verhaal wordt als een terugblik verteld. Daardoor kan het taalgebruik iets volwassener zijn dan wanneer het door het kind van zes verteld zou worden, op het moment dat hij het allemaal meemaakte. Toch houdt het verhaal het dromerige, naïeve sfeertje dat bij een kind hoort, een slim kind dan toch.


In de eerste alinea staan al verwijzingen naar het eind, maar op dat moment begrijpt de lezer dat nog helemaal niet. Het geeft meteen de nieuwsgierigheid een opdonder, je legt dit boekje niet weg! Wat wordt er bedoeld met ‘hij zou in een dinosauriër veranderen’? En waarom zegt zijn moeder:  ‘We laten ons verdomme niet kennen.’ David schrikt er van. Zijn moeder vloekt nooit.


Joost van Driel doet dit reuze goed: door de ogen van het kind zien we hoe vader, een flierefluiter, een fantast, zijn leven verwoest, en daarmee dat van zijn gezin.
Er zit magie in het verhaal en in het taalgebruik. Een prachtig debuut is het. Rake typeringen, mooie zinnen, goede symboliek.

Joost van Driel (Middelburg 1976) was als onderzoeker en docent werkzaam aan verschillende Nederlandse universiteiten. Hij publiceerde onder andere artikelen over literatuurgeschiedenis in De Groene Amsterdammer. Over middeleeuwse literatuur schreef hij de boeken Prikkeling der zinnen en Meesters van het woord.


ISBN 9789460015205| Hardcover | 160 pagina's | Uitgeverij Vrijdag | februari 2017

© Marjo, 6 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altLekhoofd
Haro Kraak


Noah Kremer lijdt aan synesthesie: hij proeft geluiden en ziet letters en cijfers in kleuren.
Jarenlang dacht hij dat iedereen dat had, maar toen hij ontdekte dat het niet zo was vielen ineens allerlei dingen op zijn plek. ‘De grenzen tussen mijn zintuigen waren geenszins waterdicht. Er lekte van alles in dit hoofd.’ Duidelijkheid dus, maar tegelijk inderdaad ‘een lijden aan’. Want Noah is raar, een freak.


‘Zo komt hij op school in de problemen wanneer hij probeert uit te leggen waarom hij het moeilijk vindt om ‘witte sommen’ op te lossen: ‘Misschien probeert u het extra moeilijk te maken, en dat is niet erg, maar ik ben al niet zo goed in rekenen en dan schrijft u de één, de drie en de acht allemaal wit in plaats van lichtblauw, donkerrood en mintgroen en ik vraag me gewoon af waarom.’ De reactie van de juf is niet mis te verstaan: ‘Als je nog één keer zulke nonsens uitkraamt in mijn klas, Noah, dan moet je voortaan alle sommen voor het bord maken. Ik laat me niet voor de gek houden door een kind van tien.’


Dan ontmoet hij op de middelbare school Teun, net als hij een eenling, al heeft Noah heel lang niet door dat er met Teun ook iets aan de hand is. Hij is blij met een vriend, en als Teun, die de zoon is van een psychiater, hem ook helpt te ontdekken wat er bij hem allemaal anders is dan bij de doorsnee mens, is hij redelijk gelukkig.


Noah groeit op, krijgt medische problemen – epilepsie – maar is natuurlijk een gewone tiener die de wereld wil ontdekken. Helaas grijpt hij met Teun naar drugs. Het is aanvankelijk een deel van hun experimenten, maar het loopt uit in misbruik.
Thuis is de situatie ook niet erg evenwichtig. Noah betrapt zijn moeder op stelen en zij bekent dat ze kleptomane neigingen heeft. Zijn vader gaat failliet, maar wil er zijn levenswijze niet voor aanpassen. Hoe raar het ook klinkt: de huwelijksproblemen van Noahs ouders vormen de aanleiding tot een breuk met Teun, en Noah vervalt van kwaad tot erger.
Ook dit is een deel van de thematiek: de ouders weten niet hoe ze met Noah om moeten gaan. Ze weten evenmin als de jongen zelf lang niet wat er aan de hand is, maar daarnaast hebben ze zelf problemen, en willen ze koste wat kost de schijn voor de buitenwereld ophouden.


Het verhaal wordt verteld als terugblik, op aanraden van Feiko, zijn begeleider in het centrum waar Noah zich bevindt. Wat de aanleiding is dat hij in een instelling ligt? Dat wordt pas duidelijk als je zo ver in het verhaal zit dat je het ook uit leest.


In de eerste helft van het boek denk je dat het thema van het boek synesthesie is, maar daar is in het tweede deel nauwelijks meer sprake van. Dan gaat het meer om het thema vriendschap. Het boek lijkt daardoor onevenwichtig. Als je het boek kunt zien als een coming of age waarbij de hoofdpersoon zijn afwijkingen een plaatsje moet zien te geven voor hij echt volwassen genoemd kan worden, dan lees je het verhaal al heel anders. Die onevenwichtigheid is jammer, want dat deze debutant een talent heeft is duidelijk. Laten we dus een tweede boek afwachten.


Haro Kraak (1986) studeerde sociologie en journalistiek in Amsterdam en is bekend als verslaggever en recensent bij de Volkskrant. Hij schrijft onder andere over literatuur, populaire cultuur en media.


ISBN 9789025447410 | paperback | 240 pagina's | Atlas Contact | september 2016

© Marjo, 2 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altVerborgen erfenis van klooster Yesse
Meedogenloze jacht op miljoenen
Hein Bloemink

Dit verhaal gaat over het klooster Yesse, dat echt bestaan heeft. https://nl.wikipedia.org/wiki/Klooster_Yesse


In 1215 werd bij Haren in de provincie Groningen het Cisterciënzer vrouwenklooster gesticht. Dit klooster heeft tot het einde van de zestiende eeuw bestaan.Tijdens de Tachtigjarige Oorlog heeft het klooster meerdere malen te lijden gehad van soldaten die om de stad Groningen vochten, en die soms zelfs de nonnen verjoegen en in het klooster bivakkeerden. De zusters besloten in 1589 goederen te ruilen voor een pand in de Herestraat in Groningen, als refugium. De laatste overgebleven zusters zouden daarna niet meer terugkeren in Essen, ze werden tot hun dood onderhouden door de Provinciale Staten. Vanaf dat tijdstip waren de landgoederen en andere bezittingen van het klooster eigendom van de provincie. De laatste restanten van het klooster zijn rond 1890 opgeruimd.
Dit zijn de gegevens die Hein Bloemink verwerkt in zijn verhaal.


Alles begint in 2019 met een journalist en een politieman, die op onderzoek uitgaan naar het klooster en de schat die ergens moet liggen. Het draait om miljoenen, en al snel lekt er info naar mensen wiens hebzucht de boel danig in het honderd schopt. Het wordt zelfs gevaarlijk.


Er is ook een verhaallijn die in het verleden speelt net als de fictieve hoofdpersoon Florentia Renghers, non in het klooster Yesse. Zij is een socialist avant la lettre: het zint haar niet dat in het klooster grote rijkdommen liggen, terwijl de boeren zich op hun landerijen afbeulen voor een hongerloontje. Zij bedenkt een stoutmoedig plan, maar vraagt daarbij hulp. Twee andere nonnen worden deelgenoot van haar plannen, als ook een boer en een kluizenaar. We volgen haar wederwaardigheden: haar plan en het onheil dat haar treft.


Deze wetenschap hebben wij als lezer voor op de hoofdpersonen in de andere verhaallijn, die zich afspeelt in 2019. Is hetgeen in dit verhaal gebeurt fictief of zou dit toch zomaar kunnen? Grond en goederen van kloosters waren in die tijd bezittingen van het Vaticaan, en zonder slag of stoot eigende de Provincie zich alles toe. Het draait er op uit dat het Vaticaan de Nederlandse staat aanklaagt wegens diefstal van grond tijdens de reformatie in 1594. Men gaat naarstig op zoek naar bewijsstukken, aktes waarop staat wie de eigenaar is van de grond moeten opgemaakt zijn, maar waar zijn ze gebleven?


Achterin het boek wordt de historische context uit de doeken gedaan, met een kaartje van het klooster, een verklarende woordenlijst en een lijst met personages. Daar wordt ook Annemiek Bos genoemd, beheerder van de Stichting Klooster Yesse, die in een huis woont dat precies staat op de plaats waar van 1215 - 1594 het klooster heeft gestaan, in het gehucht Essen bij Haren.  Bijna tegelijkertijd met de presentatie van zijn boek vonden studenten archeologie in de omgeving van het verdwenen klooster een zegel (bulla) die afkomstig is van paus Gregorius IX die in het begin van de 13e eeuw aan de macht was.

Dit is het debuut van Hein Bloemink (1961), journalist en uitgever van Haren de Krant, werkzaam bij ZINN Ouderenzorg. Het is een goed lopende misdaadroman in een interessante en goed onderbouwde historische context.


ISBN 9789089549631 | paperback | 250 pagina's | Elikser | juni 2017

© Marjo, 8 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altLiever niet op reis
Bertien Minco


De schrijfster is geboren in 1963, ruim na de Tweede Wereldoorlog. Haar familie is Joods, in het gezin werd niet gepraat over het oorlogsverleden. In dit boek vertelt ze haar verhaal bij monde van Rivka, een jonge Joodse vrouw, op zoek naar haar afkomst. Ze is alleen: haar man is afwezig en hun enige dochter is vertrokken voor een wereldreis.


Als haar vriendin Eva haar vertelt over een groepsreis die ze gaat maken, onder leiding van een Amerikaanse boeddhistische voorman, besluit Rivka deze kans aan te grijpen en mee te gaan. Dat haar medereizigers gaan om er te mediteren, maakt niet uit. Ze vindt dat ze toch eens naar Auschwitz-Birkenau moet, waar haar voorouders het leven lieten. Ze zal de reis maken zoals ze dat zelf wil. Als voorbereiding maakt ze een lijst van al haar familieleden die ‘weggekomen zijn’. Zo noemt de familie dat als mensen niet teruggekomen zijn uit de concentratiekampen. In Auschwitz leest ze de namen voor.


‘Nadat alle namen gelezen zijn gaan we naar een vrouwenbarak. Er staat een ceremonie op het programma. Ik vind het lastig om de barak binnen te gaan. Wat kom ik hier doen, met mijn thermo-ondergoed en warme sokken? Doelloos loop ik rond, neem de houten britsen in me op en strijk met mijn vingers langs de wanden in de hoop iets te voelen in de hoop iets te voelen, wat me een beetje in contact zal brengen met .. Ja, met wat eigenlijk?
Met de geschiedenis van mijn familie, met mezelf?’


Rivka gaat op een eigen manier op zoek, waarbij we vooral lezen over hoe de overlevenden omgingen met het voor hen nog verse verleden. Alleen de oma van Rivka heeft het overleefd, zij sprak er niet over. Haar moeder was zestien in november 1942, toen haar ouders weggevoerd werden. Zelf ontsnapte ze door onder een bed te gaan liggen. Dan is er nog tante Leny, de zus van Rivka’s vader, veelal verhalen uit de tweede hand.


Zodoende gaat dit boek meer over de tweede en zelfs derde generatie kinderen. Zij hebben last een verzwegen verleden. En naarmate het langer geleden is, zijn de feiten moeilijker te achterhalen. Wie waren die mensen waar soms over gepraat werd? Wie waren de twee jongetjes op de foto in de kamer bij oma? Hoe ga je om met zulke drastische gebeurtenissen? Mensen die uit het gewone leven gerukt worden, ineens alleen komen te staan? Hoe komt het dat het verleden zolang door suddert? Angst blijkt een gevoel dat van generatie op generatie doorgegeven wordt zonder dat duidelijk wordt waar die angst vandaan komt.  En daar moet een einde aan komen, besluit Rivka.

‘Liever niet op reis’. Als je de geschiedenis van het Jodendom bekijkt, met al het vrijwillige, maar vaak ook onvrijwillige gereis, dan is deze titel logisch.
Maar Rivka gaat wel op reis, en leert overweg te kunnen met haar verleden.


Bertien Minco (Groningen, 1963) werkte in het theater, bij de radio en is directeur van het door haar opgerichte Jeugdcultuurfonds. Sinds een aantal jaren doet ze onderzoek naar haar familiegeschiedenis. Liever niet op reis is haar debuutroman.


http://bertienminco.nl


ISBN 9789492241085| paperback |208 pagina's | Magonia | april 2016

© Marjo, 24 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altRotgeluk
Kristien De Wolf


Tien verhalen over dromen en verwachtingen leren ons dat geluk niet voor het oprapen ligt. Nu wisten we dat al wel, maar hoop doet leven. In deze verhalen wordt die hoop de grond ingeboord, en dat niet altijd met een zachte hand.


In het titelverhaal wordt een massaontslag aangekondigd. Slechts enkelen zullen mogen blijven. De hoofdpersoon denkt wel te kunnen voorkomen dat hij de laan uit wordt gestuurd: hij bedenkt een plannetje. Natuurlijk is de uitkomst daarvan heel anders dan hij het zich gedacht had. Het is niet het sterkste verhaal, het is te voorspelbaar.


Het verhaal dat het meest aanspreekt is De Ring. Het is een niet alledaags verhaal, over een ring die de show steelt.
In het gezin van twee zusjes komen iedere zondag een oom en tante eten, die zelf geen kinderen hebben. Als de achtjarige hoofdpersoon aan haar vader vraagt waarom oom en tante geen kinderen hebben, is het antwoord: ‘Tante Angelina is niet gezegend geraakt.’ Een raadselachtig antwoord! Het zijn immers priesters die zegen uitdelen?
Als tante van oom een ring krijgt, zijn de overige dames daardoor gefascineerd. Er staat iets in gegraveerd: ‘Wie jou ziet moet voor je dansen.’ Oom legt niets uit, maar het zal een ware uitspraak blijken! Maar voordat het zo ver is, droomt het jonge meisje ervan dat zij ooit de ring aan haar vinger zal schuiven. Als tante Angelina die droom hard verscheurt, schrijft Kristien de Wolf dit:


‘We zaten opgesloten in onze eigen hoofden en geraakten daar niet meer weg. Ik kreeg het benauwd van mijn gedachten en ook van de verraderlijke rust die maar bleef aanhouden.
Opeens kon ik niet meer slikken. Met mijn mond vol bleef ik zitten. Mijn moeder merkte het niet eens. De stilte boven de tafel verzamelde alleen maar meer gewicht en werd steeds dichter. Ik zag ze als een koude nevel van onze tafel oprijzen, tot ze stolde tot een naakt, wit blok beton dat ons definitief van elkaar scheidde. Even dood als de ring zelf was deze stilte, even ijselijk als de tochtige diepten waaruit hij moest zijn opgedolven.’


Zulke prachtige volzinnen gebruikt de schrijfster gelukkig vaak. Hoe deprimerend de inhoud van de verhalen soms ook is, de taal die zij gebruikt om het ons te vertellen maakt veel goed.


Er is een verhaal over het onbegrip tussen twee culturen, en dat van de vrouw die onverwacht een lot cadeau krijgt en meteen de wildste visioenen krijgt voor als de hoofdprijs aan haar uitgekeerd gaat worden. Nog een bijzonder verhaal: dat van de vrouw die door haar eigen lichaam wordt toegesproken. Het eindigt met een onverwachte, maar zeer toepasselijke ontknoping.


‘Mooi is dat’, vervolgde het misnoegd. ‘Jij zou geen geschenk als ik onder je hoede moeten krijgen.’
‘Een geschenk? Jij? Een vat vol weerspannigheid, een bad vol miserie, dat is wat jij bent. Nooit kun je een keertje gewoon doen wat ik vraag. Moe, ziek of lui, het is altijd wat.’


Tien verhalen, heel verschillend, wat betreft zeggingskracht en wat betreft het onderwerp. Maar steeds zijn er mensen op zoek naar geluk, en steeds is er dat deksel op de neus. Wat de verhalen ook gemeen hebben is de toon, licht tot zwaarder ironisch. Van deze hoofdpersonen heeft de schrijfster geen hoge dunk.
Die heb ik dan weer wel voor Kristien de Wolf. Dit debuut overtuigt.


De Extazereeks, een gezamenlijk initiatief van het literair tijdschrift Extaze en Uitgeverij In de Knipscheer, biedt schrijvers die eerder in Extaze hebben gepubliceerd de mogelijkheid hun werk in een zelfstandige uitgave te presenteren. De vormgeving van omslag en binnenwerk is van Els Kort.


ISBN 9789062659654 | paperback | 116 pagina's | In de Knipscheer, Extazereeks deel 5 | oktober 2017

© Marjo, 14 januari 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een verhaal uit de zonnestad
John-Alexander Janssen


‘Als de kleuren in mijn hoofd vervaagden, de stemmen hun toon langzaam kwijtraakten, mijn geheugen steeds meer aan scherpte verloor, en dit – het haast ongemerkt verdwijnen van details - een proces was wat geen genade kende, dan zou onherroepelijk een moment aanbreken waarop alles nog slechts dof in me zou doorklinken, als een vaag gevoelde herkenning bij het verhaal van een vreemde.’


Zes jaar is het al weer geleden dat Hamza Fayoun Damascus verliet en hij heeft zijn verhaal nog niet verteld. Hij moet het vertellen, voordat het verhaal ‘als water in poreuze grond uit hem zou weglopen’.


Voor in 2011 de Syrische Burgeroorlog begon zou Hamza student bouwkunde worden op de universiteit in Damascus. Hij verheugde zich er op, deels vanwege de studie, maar ook omdat hij hoopte het meisje terug te zien waar zijn oog op gevallen was tijdens de open dag. Hij was daar met zijn vrienden Bassam en Fayal, die hij evenwel uit het oog verloor in de drukte.


En toen was daar dat meisje. Hij volgt haar en belandt in de introductieles filosofie. Hij ontdekt dat het meisje de dochter is van de professor, maar ook heeft hij met veel interesse geluisterd naar hetgeen professor Sinna El-Iskandri vertelde. 
Tegen de zin van zijn vader schrijft hij zich in voor het vak filosofie, en raakt zo betrokken bij de familie El-Iskandri. De professor nodigt hem en enkele anderen uit voor privésessies bij hem thuis, waar Hamza natuurlijk graag op ingaat. Zo kan hij het meisje, dat Zania heet, vaker zien. En dan mag hij haar ook nog bijles geven. Nu nog de moed verzamelen om haar echt het hof te maken. De familie - een oom en tante en twee neven - blijkt achter hem te staan en moedigt hem aan. Dat daar meer achter zit ontdekt hij – bijna - te laat.


Intussen ligt Hamza’s vader in het ziekenhuis, in coma, na een operatie door de broer van professor El-Iskandri. Hamza bezoekt hem wel, maar eigenlijk is hij al afscheid aan het nemen van de man die hem nooit zo dierbaar was als de familie Iskandri nu wordt.


‘Was zijn vader een vlieg die, net voor het raam dicht waait, door een kier naar binnen vliegt, en even later niet begrijpt waarom hij niet zomaar terug kan, zich niet bewust van het ondoordringbaar scherm tussen hem en de vrijheid waar hij zojuist nog van genoot?’


Terwijl je ogenschijnlijk een romantisch verhaal leest, speelt er veel meer mee op de achtergrond. Langzaam wordt de spanning voelbaar gemaakt die er ontstaat in Syrië, als de bevolking zich steeds meer onderdrukt voelt door president Assad en in opstand komt. Je kan niet zomaar alles zeggen, er lopen steeds meer militairen op straat. Ook de broer van Hamza gaat in het leger.


Er is de filosofieles over Socrates, de man die liever lijdt dan een ideaal op wil geven; er is een verlangen naar de lente; volwassenen die zonder uitleg jongeren aanraden hun geluk buiten Syrië te zoeken. Een student daagt de professor uit een standpunt in te nemen, en de privélessen stoppen ‘omdat het tijd is voor iets anders.‘ Kleine hints, die evenwel geheel duidelijk zijn omdat wij weten wat er zou gebeuren. Heel subtiel is de verandering van de maatschappij: de westers georiënteerde instelling van de bewoners van Damascus wordt bedreigd door aanhangers van Assad.


Je zou verwachten dat deze debuutroman geschreven is door een Syriër, maar John-Alexander Janssen (1984) is Nederlander. Hij studeerde af in geschiedenis, filosofie en rechten. Hij woonde in Harrisonburg, Jeruzalem en Parijs, was kort in opleiding om rechter te worden en is docent geschiedenis. Een verhaal uit de Zonnestad was een van de nominaties voor De Bronzen Uil 2017. Terecht.


ISBN 9789029511841| hardcover |224 pagina's | Uitgeverij de Arbeiderspers | juni 2017

© Marjo, 13 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altOffer voor een verloren zaak
Hugo Luijten


De Eerste Wereldoorlog is losgebarsten en jonge mannen in Europa melden zich en masse om strijd te gaan leveren. Zij geloven allemaal in een goede zaak, en ze weten niet beter – want dat vertellen hun vaders – dan dat oorlog eervol is. Natuurlijk kan je sneuvelen in de strijd, maar dat is dan een offer voor een eervolle zaak. We weten allemaal dat het anders verloopt. Dat de meeste jonge mannen, van welke nationaliteit ook, vaak een zinloze dood stierven, en dus een offer brachten voor een verloren zaak.


Dit boek speelt van 6 augustus 1914 tot 16 november 1914 en vertelt over een Duitse soldaat die ook persoonlijke redenen heeft om dienst te nemen.


Heinrich Ohlenforst, afkomstig uit het dorp Havert heeft ruzie met de burgemeester van zijn dorp. Heinrich heeft namelijk diens dochter verleid en is niet de gewenste partij. Hij hoopt in de oorlog roem en eer te vinden zodat de relatie met het meisje toch geaccepteerd zal worden. Burgemeester Hilger sluit echter zijn dochter op in een klooster waar zij een gezonde zoon baart, en waar ze behalve met die ene vertrouwelinge geen woord meer zal spreken. Omdat Hilger niet weet dat zij en Heinrich in het geheim getrouwd zijn, beraamt hij een plan: hij belooft zijn dochter aan een andere dorpsgenoot als die er in slaagt Heinrich uit de weg te ruimen.


Terwijl we ook de gebeurtenissen in Havert volgen, speelt het grootste deel van het verhaal toch aan het front. Heinrich bevindt zich in de voorste linies, en valt met zijn collega’s België binnen, waarna de opmars Frankrijk in gaat. Tot het stagneert bij Verdun. 


Het verhaal is erg plastisch beschreven, misschien een tikkeltje te veel, al stoorde het mij niet. Luijten schuwt de details niet en je hoort als het ware het gedreun van de kanonnen en je voelt de wonden die de mannen oplopen. Alle ellende komt voorbij. Het contrast tussen wat de mannen in de realiteit op het slagveld meemaken en het gebral en de hoogmoed van de oudere mannen aan het thuisfront die rustig achter hun bureautje nog maar eens een sigaar opsteken, is groot.
Door de dubbele insteek heb je als lezer af en toe respijt; even bijkomen van al die ellende, en je groen en geel ergeren aan het thuisfront, om dan weer naar de soldaten terug te keren.


Het idee om er een plot in te verwerken levert een spanningsboog op, waardoor je tot de laatste pagina geboeid blijft lezen. In de strijd is er al de zinloosheid van een mensonterende oorlog, terwijl je via het thuisfront ook nog wat meekrijgt over de sociale omstandigheden van die tijd, en over het Oostfront. En dan zijn er natuurlijk de vrouwen die zich grote zorgen maken over hun echtgenoten en zonen.

Hugo Luijten (1969, Nieuwstadt, Limburg) is historicus en schrijver. Een bidprentje van een verre voorouder (Heinrich dus) uit Duitsland die in de Eerste Wereldoorlog is gesneuveld, wekte zijn interesse. De opbrengst van zijn speurwerk voegde hij bij zijn rijke fantasie en het resultaat is een zeer lezenswaardige, historisch goed gedocumenteerde oorlogsroman. Hij heeft daarbij hulp gekregen van twee zeer goed gedocumenteerde schrijvers: Leo van Bergen en Tom Tacken.
Deze debuutroman maakt grote indruk.


ISBN 9789044350708 | Paperback | 416 pagina's | The House of the Books | januari 2017

© Marjo, 23 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet geluk
Angelo di Berardino

Na de onverwachte dood van zijn vrouw vertrekt Wolf naar Nice, waar ze een tweede huis hebben, om daar te gaan wonen. Zijn reis verloopt niet bepaald vlotjes, en daardoor is er alle tijd om zijn leven met Mirjam te overdenken. Was hij ooit gelukkig? Waarom heeft hij zijn leven laten verlopen zoals het nu gegaan is.
Meer dan veertig jaar tevoren speelt het verhaal van Magnolia. Zij verlaat al jong het ouderlijk huis, en leefde het leven zoals het haar overkwam. Ook zij is op zoek naar het Geluk, en af en toe denkt ze het gevonden te hebben.


Terwijl we Wolf in het heden volgen met zijn terugblikken op het verleden, volgen we Magnolia langzaam tot in het heden.
Twee eenzame mensen op zoek naar het geluk. Saai, zou je kunnen denken, maar dit boek heeft een bijzonderheid: De meeste boeken hebben de bedoeling lezers een avontuur te laten beleven met het boek. Je beleeft een verhaal, er is op dat moment geen schrijver. Als je begint te lezen in dit boek lijkt dat ook zo.


‘In Antwerpen zit Magnolia in De Grijzen Hond, samen met haar vriend Bert.
Ze is zeventien en bestelt een kop jasmijnthee. Hij neemt een koffie.
Drie tafeltjes verder zit Wolf, zestien jaar. Maar dat weet ze niet. Ze kent hem niet.’


Dan weet de lezer, pardon, denkt de lezer te weten wat er aan het einde van het boek gebeurd zal zijn. Toch? Magnolia en Wolf zullen apart van elkaar van alles beleven en elkaar dan tegenkomen, Amor schiet een pijltje af en klaar is Kees. Maar zo gaat het niet. Of toch niet helemaal. Er is namelijk iemand die het boek schrijft. De schepper, zeg maar. Degene die normaliter onzichtbaar blijft en liever ook niet opgemerkt wordt, dringt zich hier op de voorgrond, door af en toe in het verhaal in te breken. In het begin lijkt dat nog onschuldig, een spelletje met de lezer.  En ook hier zet de schrijver zijn lezer op het verkeerde been.
Deze constructie maakt het verhaal, dat in wezen vrij vlak verloopt, interessant. Het is jammer dat hij het verhaal toch nog iets te veel laat door sudderen, met veel overbodige details, maar ook dat is natuurlijk de macht van de schepper.


Die schepper heet Angelo Di Berardino, die met dit boek zijn romandebuut schreef. Eerder waren er een zestal bundels en publiceerde hij in binnen- en buitenlandse literaire tijdschriften en bloemlezingen. In 2012 werd hij onderscheiden met de tweejaarlijkse Julia Tulkens Poëzieprijs. Als reclameman wonnen zijn campagnes prijzen in onder meer Londen, New York, Cannes en Hollywood.

ISBN 9789401446365 | Paperback | 312 pagina's | Lannoo | september 2017

© Marjo, 26 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWaterjager
Chris Polanen

Paramaribo, ruim twintig jaar na heden. JC (=Jean-Christophe) heeft heimwee naar het Paramaribo van vroeger, toen zijn straat er was zoals vele anderen:

‘Een asfaltweg met zowel houten als stenen huizen in verschillende staten van verval. Zinken daken waarop elke regendruppel te horen was.
Kippen en honden scharrelden tussen de papaja- en bananenbomen en de felrood bloeiende faya-lobi. Groene hagedissen doorkruisten de moestuinen met groentesoorten, die Surinamers hun kinderen dagelijks dwongen te eten. ’Hoe bitterder, hoe gezonder.’


Als JC nu uitkijkt over de Julianastraat ziet hij bruin water, waar huizen boven uit steken. De dijken zijn doorgebroken, en de rivier staat nu in de hele stad. Een lege stad. De bewoners zijn veelal weggetrokken, toen er een nieuwe stad werd gebouwd buiten bereik van het water, en de oude stad en de resterende bewoners aan hun lot werden overgelaten.
Het is nu een stad zonder gezag, zonder wetten. Basisvoorzieningen zoals elektriciteit, een goede watervoorziening, of communicatiemiddelen ontbreken. Er zijn nog goudzoekers, vissers en mensen die geen geld hebben om zich in de nieuwe stad te vestigen.


JC, zijn vier jaar jongere broertje en zijn ouders bleven; zijn vader weigerde het ouderlijk huis te verlaten. Zijn moeder werd het zat en vertrok naar Nederland. Zij nam Joshua, het broertje mee.

Als JC ouder wordt, ontwikkelt hij zich tot een leider. Hij kan vechten als de beste, en daarmee controleert hij degenen die zich eveneens ophouden in de ondergelopen stad.

En dan komt Joshua terug. Drieëndertig is hij, opgeleid tot arts. De jaren in IJmuiden waren jaren vol heimwee, hij voelde zich er niet thuis. Zijn terugkeer was onontkoombaar, al had hij geen idee wat hij aan zou treffen. Er was al jaren geen contact meer met zijn broer en zijn inmiddels overleden vader. Hij is verbijsterd door wat hij aantreft maar maakt al snel deel uit van JC’s leven. En zijn expertise als arts is er zeer welkom!

Nu hevige orkanen en overstromingen aan de orde van de dag zijn, is het scenario dat Chris Polanen schetst niet eens zo onvoorstelbaar. Zonder een overkoepelend gezag verloedert de samenleving snel, als daar überhaupt nog sprake van is.
Maar het achterliggend thema van het verscheurde gezin, de heimwee, het je nergens thuis voelen, is van alle tijden. Hier is de roman actueel:

‘In Suriname scheen de zon, werd je op straat herkend, was er altijd een reden om te lachen en te feesten, maar kon je ten onder gaan tijdens een van de vele crises met hun schaarste en inflatie. In Nederland kwijnde je weg omdat je de zon maandenlang nauwelijks zag, liep men je voorbij alsof je onzichtbaar was, maar was er in moeilijke tijden altijd subsidie of een uitkering. In Suriname kon je in de kracht van je leven overlijden aan de steek van een besmette muskiet, omdat men in het ziekenhuis geen medicijnen had of gewoon vergat dat je er lag. In Nederland hield men de meest agressieve vormen van kanker met geavanceerde behandelingen tegen zodat je nog jaren achter glas kon wegkwijnen, dromend over Suriname.’

Waterjager is het debuut van een in Suriname geboren dierenarts, die zelf ook last heeft van heimwee. Ook al speelt het verhaal in de toekomst, het is te realistisch om sciencefiction genoemd te worden. Helemaal een realistische roman is het evenwel ook niet, daarvoor is er te veel nadruk op de dromen, en is de rol van de overleden jongen Ambrose te groot.
Maar is een verzonnen verhaal mag alles, en het geheel is - op en wat uitgesponnen einde na - overtuigend, al was het maar door de fraaie manier van schrijven. Chris Polanen schrijft helder en schuwt geen moeilijke scenes. De liefde tussen twee broers in een verloederde samenleving waar een machtsstrijd gaande is levert en prachtig verhaal op.
Er is een verklarende woordenlijst van Surinaamse woorden achter in het boek.

Chris Polanen (1963) was zelf twintig toen hij naar Nederland kwam.
Dit boek werd geïnspireerd door zijn eigen heimwee, maar hopelijk heeft Polanen nog genoeg thema’s om over te schrijven!


ISBN 9789048837137 | paperback | 288 pagina's | Lebowski| mei 2017

© Marjo, 19 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet geheim van mevrouw Grünwald
Diana Tjin


Anna wordt door haar oma naar een vriendin gestuurd. Dat is mevrouw Grünwald, een oude vrouw, die alleen woont. Als ze de deur opendoet voor Anna vraagt ze boos: ‘Wie ben je? Wat wil je van me?’ en ze grijpt naar een gouden halsketting waaraan piepkleine, blauw-violette vlinders hangen. Die ketting speelt een belangrijke rol in het verhaal dat mevrouw Grünwald vervolgens aan Anna vertelt.


Dat verhaal onthult een vergeten historische feit: de internering van mensen van Duitse afkomst, die op Suriname woonden toen Nederland aan Duitsland de oorlog verklaarde. De Nederlandse gouverneur Kielstra besloot de ‘Duitsers’ op te sluiten in kampen. Om de rust in Suriname te handhaven werden alle Duitsers geïnterneerd, ongeacht hun idealen. Zo eindigen nazi’s en zelfs joden in dezelfde interneringskampen.


Mevrouw Grünwald, haar man Fritz en hun twee kinderen waren onder hen. Ze werden bijna zeven jaar lang opgesloten in Kamp Copieweg. Ze hadden Duitsland nog nooit gezien, laat staan dat ze iets te maken hadden met het nazisme.
Voor zover dat lukte kregen de mensen in het kamp wel hulp van de Surinaamse bevolking. Ondanks hun Duitse naam waren zij immers Surinamers. Zo werden ze dagelijks van voedsel voorzien. Na de oorlog duurde het nog maanden voor ze eindelijk terug mochten naar hun oude leven.


In dit boek worden alle ontberingen, de angsten en de honger uit de doeken gedaan, als ook wat er binnen de gezinnen over wie zij haar verhaal vertelt allemaal speelde. En wat er gebeurde toen zij na de oorlog met haar kinderen in Amsterdam terecht kwam. Het doel was Duitsland, maar daar waren zij niet welkom, omdat het dorp waar ze heen wilden in Oost-Duitsland lag.
In Amsterdam was hen ook geen warm welkom ten deel gevallen, vooral de kinderen hadden het moeilijk op school en op straat: ze waren gekleurd in een tijd dat de samenleving niet zo gemêleerd was als nu. Hun Nederlands was niet zoals de Amsterdammers het kenden, ze spraken natuurlijk met een Surinaamse accent.


‘Opnieuw maakten ze ons uit voor rotte vis en wat dies meer zij. Je zou denken dat ze daar schoon genoeg van zouden hebben, dat het hen was gaan vervelen. Niets van dat alles. Stuk voor stuk deden ze mee. Heus niet alleen de militairen, heel gewone burgers namen met even groot enthousiasme aan die scheldpartij mee. Dat deden ze overigens niet omdat we hen iets misdaan hadden, maar louter omdat wij Duitsers waren. Het mooist van alles is, dat de meesten van ons nog nooit in Duitsland waren geweest, sommigen geen enkel woord Duits spraken…’

Het Geheim van Mevrouw Grünwald is fictief, maar wel gebaseerd op ware feiten. Het verhaal betreft een schandvlek uit het verleden, alsmede een probleem dat helaas van alle tijden is: kindermishandeling. Je vraagt je als lezer af waarom voor deze constructie gekozen is: het verhaal door de oudere vrouw laten vertellen aan een kind. Het is natuurlijk wel hetgeen de schrijfster kwijt wil aan de lezer, maar wat moet het kind Anna er mee? Natuurlijk blijkt er een verband te zijn, want het boek gaat ook om een groot sociaal probleem. Wat mevrouw Grünwald heeft meegemaakt, moet Anna’s ogen openen.


Diana Tjin
(1961, Amsterdam) is van Surinaamse afkomst, maar geboren in Nederland. Aan de Universiteit van Amsterdam studeerde ze klassieke talen. Ze is informatiewetenschapper bij de Universiteitsbibliotheek. Het geheim van Mevrouw Grünwald is haar debuutroman.


ISBN 9789062659548 | Hardcover | 232 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | april 2017

© Marjo, 12 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER