Debuten

Op deze pagina worden recensies geplaatst over boeken van debuterende schrijvers/schrijfsters.


Ook dit jaar lezen Marjo, Annemarie en Dettie de debuten, die op de inzendingenlijst van de ANV Debutantenprijs staan, weer mee.
Zij proberen zoveel mogelijk de boeken die op de lijst van inzendingen staan te lezen en recenseren maar ook andere debuten die (nog) niet op de lijst staan hebben hun belangstelling.
Boeken die ze hebben gelezen staan op deze pagina en in het archief


Zie ook: 
DordtLiterair

en de interessante nieuwe site Van debutant tot bestseller

 

Lymed
vreemde wegen brachten me naar hier
Renate van Bemmelen


Esther is jong, reislustig, idealistisch en gelukkig. Ze heeft grote plannen met haar leven, maar als ze terugkeert van een reis uit Thailand blijkt ze plotseling ernstig ziek te zijn. Lang is onduidelijk wat ze onder de leden heeft, eerst krijgt ze de diagnose fybromyalgie, maar uiteindelijk blijkt het de ziekte van Lyme te zijn, die ze waarschijnlijk al heel lang geleden heeft opgelopen.


Was de diagnose al een zoektocht, ook ná de diagnose belandt ze in een doolhof van medische specialisten die elkaar tegen spreken. Over de ziekte van Lyme is nog vrij weinig bekend. In Nederland zijn er daarnaast heel andere richtlijnen voor (de duur) van de behandeling dan in Amerika, waar ze op dat gebied al veel meer onderzoek hebben gedaan. Dat betekent dat iemand met Lyme, ziek als hij is, veel energie in zijn behandeling moet stoppen en alsmaar zelf keuzes moet maken waarvan je als zieke hoopt dat artsen die voor je maken, of je in ieder geval goed adviseren. Bovendien moet je doordat een aantal behandelingen niet vergoed worden, vaak duizenden euro’s zelf moet betalen.


Het lukt Esther om in Amsterdam een arts te vinden die haar goed adviseert, al wordt ze ondertussen, zowel van de Lyme als van de behandelingen, zieker en zieker. Van levenslustig en actief wordt ze grotendeels afhankelijk van anderen, werken lukt soms parttime maar lange periodes helemaal niet en haar sociale leven komt piepend tot stilstand. Omdat haar ziekte onzichtbaar is, ze goede en slechte dagen kent en er over Lyme nog weinig bekend is, stuit ze op veel onbegrip, ook al omdat ze vaak op het laatste moment afspraken af moet zeggen en weinig zelf op bezoek kan gaan. Als vrienden haar willen zien moeten ze naar háár toe komen en daar heeft niet iedereen begrip voor. Haar beste vriend zegt de vriendschap op.


Gelukkig gaat het, na een intensieve behandeling over een periode van drie jaar beetje bij beetje beter. Esther kan weer aan het werk en maakt de keuzes die ze eigenlijk haar hele leven al had willen maken, ze gooit het roer volledig om, zegt haar baan op, verlaat haar liefde en het land en richt zich helemaal op de ambitie die er eigenlijk altijd al was… schrijven!


Renate van Bemmelen is ervaringsdeskundige, Lymed is, in romanvorm, haar verhaal en is haar debuutroman. Ze schreef het boek om lotgenoten een hart onder de riem te steken en hen het nodige zoekwerk te besparen, maar ook om meer bekendheid te geven aan de impact van deze ziekte, waar vaak nog zoveel onbegrip over is. Mensen kennen verhalen van teken en rode kringen maar dat je er ook nog jaren later invaliderend ziek van kunt worden is veel minder bekend. 
Het boek is ook een oproep aan de medische wereld en de politiek om meer geld voor onderzoek en kennis, zodat mensen in de toekomst sneller een adequate behandeling en begeleiding kunnen krijgen.


ISBN 978 94 021 46172 | Paperback | 236 pagina's | Brave new Books | april 2016

© Willeke, 14 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altParelmoerpoeder
Clyde R. Lo A Njoe


Als Dird (kort voor Diederick) op straat een jonge manklopende vrouw ziet stuntelen met twee volle boodschappentassen, biedt hij aan haar te helpen. Het wordt een vaste gewoonte: iedere vrijdag doet hij de boodschappen voor Esther Anders, die drie hoog woont, zonder lift. Door een ongeluk heeft zij een ongelukkig been, en al is ze doende te regelen dat ze daaraan geopereerd gaat worden, voorlopig kan ze erg slecht uit de voeten. Er ontwikkelt zich een romance tussen de twee jonge mensen.


Het zijn de jaren zeventig van de vorige eeuw. Dat doet er alleen maar toe omdat al snel duidelijk wordt dat Esther een tweede generatieslachtoffer is. Haar vader, Gerard Anders is al jaren voor de oorlog uitbrak met zijn vrouw uit Duitsland gevlucht naar Amsterdam. Het was de bedoeling om door te reizen naar Amerika, maar daar werd een stokje voor gestoken.
Door het verhaal te vertellen voor zover ze dat kent, wordt voor Esther een verwerkingsproces in gang gezet. Haar vaders leven werd getekend door de oorlog, door wat hij meegemaakt heeft. En dat laat zijn sporen na in Esthers leven.


De wereld blijkt klein: Dird kent mensen die haar vader gekend hebben, of relaties van haar vader. Langzaam wordt het verhaal uit de doeken gedaan hoe Gerard Anders zich in de oorlogsjaren staande wist te houden, ondanks zijn joodse afkomst. Het is het verhaal over onderduikers, over collaboratie en verzet, smokkelarij en zwarte handel. Een verhaal over mensen die goed of fout zijn wat hun nationaliteit ook is, een verhaal over gevaar, over vertrouwen dat niet altijd op zijn plaats is.  Een verhaal over overleven.


Esther wordt in het laatste oorlogsjaar geboren, en net als bij haar vader zit bij haar de handel in het bloed. Zij richt zich op parelmoerpoeder, een nieuw product, waarmee ze lucratieve handel weet te drijven. Ze heeft relaties in Spanje, en in Amerika. Ze is ook in bezit van enkele panden, waaronder twee aan de Wallen. Ene Siem onderhoudt de huizen en regelt de huur. Maar Siem is veeleisend, en fel gekant tegen het voornemen van Esther om de panden te verkopen.
Dird komt vanzelf vaak bij Esther, maar probeert Siem  uit de weg te blijven, de twee mannen mogen elkaar niet. Dird is kunstenaar, maar heeft (nog) geen echt succes. Hij is bereid het verhaal van Gerard en Esther Anders op te schrijven, niet wetend hoezeer hij betrokken zal raken bij het verhaal.


Het is een zeer lijvige roman geworden, en de eerste vraag die je je als lezer stelt is: had het minder gekund? Misschien had er hier en daar wel een zijweggetje minder in geslagen kunnen worden, maar het verhaal van Gerard moet verteld worden. Het verhaal hoe Amsterdammers zich moesten zien te redden tijdens de bezetting is niet een verhaal dat vaak verteld is. Meestal gaat het over helden, of juist zeer foute mensen, niet over burgers, die gewoon lijken maar eigenlijk heel bijzonder zijn.
Had het verhaal over Esther weg kunnen blijven? Misschien, maar de schrijver heeft juist haar eigen verhaal gebruikt om meer spanning aan te brengen, en eerlijk gezegd had ik geen idee wat parelmoerpoeder is! De twee verhalen verlopen enigszins parallel, en zelfs al zie je de ontknopingen in beide delen aankomen, je vervelen is er niet bij tijdens het lezen van deze bijna 700 pagina’s!


Clyde Roël Lo A Njoe ( 1948, Aruba) heeft sinds 1982 al enkele dichtbundels uitgegeven, waarmee hij al enige faam heeft verworden. Ook is hij beeldend kunstenaar, o.a. als medeontwerper en schilder van het Orakelkunstuurwerk van Holland-Nagasaki Village in Nagasaki, Japan én van het monument van de nieuwe basiliek van de Virgen de Guadalupe (met het contemporaine Aztekencalendarium) in Mexico City.
Parelmoerpoeder (2016) is zijn eerste roman.


ISBN  9789062659098 | Paperback| 678 pagina's | Uitgeverij in de Knipscheer | april 2016

© Marjo, 2 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet wonderlijke leven van Jackie Fontanel
Kasper van Kooten


Klaas houdt erg veel van zijn grootvader, maar koestert daarnaast ook een diepe bewondering voor de man die de wereld rond gereisd heeft en nu zoveel te vertellen heeft. Verhalen over zijn eigen avonturen, en verhalen over de avonturier Jackie Fontanel. Klaas weet wel dat die Jackie niet echt is, maar de verhalen zijn prachtig. Zijn grootvader reisde in de jaren twintig van de vorige eeuw, en Klaas is ontzettend jaloers: toen viel er tenminste nog wat te beleven.
Wat is de wereld nu saai.


Zelfs de toneelacademie, waar hij altijd van gedroomd heeft, valt vies tegen. En ook al weet hij dat opa Willem erg trots is op hem, omdat hij, de kleinzoon, verwezenlijkt, wat de grootvader nooit heeft kunnen verwezenlijken: hij stopt er mee. Rond dezelfde tijd vindt zijn grootvader dat het gedaan is met het leven. Klaas stapt in de voetsporen van zijn opa: hij gaat reizen. Maar het leven verloopt altijd anders dan je wilt.  En dan blijkt ook dat het verleden anders was dan Klaas altijd dacht.


Het is een roman die gedeeltelijk een reisverslag is, een zoektocht naar het verleden, en tevens een coming of ageverhaal, in een vlotte stijl.


Kasper van Kooten (1971) is cabaretier en acteur. Dit is zijn debuut als schrijver. Er werd ook een voorstelling gemaakt van Het wonderlijke leven van Jackie Fontanel.


ISBN  9789021441559 | Paperback| 265 pagina's | Uitgeverij De Bezige Bij | november 2011

© Marjo, 2 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDora G., een weggegooid leven
Greet Jacobs


Een citaat van Ischa Meyer:


‘De oorlog heeft voor iedereen die erin betrokken was hun persoonlijke geschiedenis afgebroken en zelfs voor de tweede generatie is daardoor het persoonlijke weggedrukt of algemeen gemaakt, wat erg is, maar ook handig is. Zowel de eerste als de tweede generatie kan daardoor de verantwoordelijkheid voor een persoonlijk leven afschuiven. (-)
Je kunt het maar proberen. Het leven. Maar er echt in slagen, dat is bij voorbaat al onmogelijk. Geluk is bovendien niet iets waar wij recht op hebben. Zoiets.’


Zo begint het: in een container die langs de straat staat, vindt de schrijfster ‘een weggegooid leven’. Drie leren koffers, stapels papier, een snoepdoos, behangpapier, een agenda die dienst deed als dagboek, en nog meer kaartjes en brieven. Greet neemt alles mee, en raakt gefascineerd door Dora G., de persoon die ooit de eigenaresse was van deze spullen. Wie was deze vrouw? Waarom liggen haar spullen op straat? Is zij nog in leven?Door aan te bellen bij de adressen die zij vindt, en de telefoonnummers te bellen, kan Greet Jacobs  het levensverhaal van de vrouw min of meer reconstrueren. Wat ze niet weet vult ze in, op een manier die past bij wat ze wel zeker weet. ‘Zo zou het gegaan kunnen zijn.’


Dora was – ze leeft niet meer – overlevende van de holocaust. Als dertienjarig meisje is ze getuige van hoe de Franse politie de joden oppakt en afvoert, onder wie haar ouders. Dora en haar broer overleven. Hij trouwde en kreeg kinderen. Dora niet, al ontmoette zij op latere leeftijd de man, die haar tot het einde toe trouw zou zijn.
Greet Jacobs ontrafelt het verhaal van Dora, en ontdekt dat men haar een moeilijke vrouw vond. Ze wil weten wat daar achter zit.


‘Bij deze offer ik mijn lijf en leden aan het hoger doel van deze zoektocht. Als ik ergens onderweg in deze gortige zoektocht der onwetendheid het loodje leg, dan was het mij een waar genoegen! Ik ga op pad.’


In het citaat boven dit stuk zitten twee aspecten die aan de stijl afbreuk doen: het dubbele gebruik van het woord zoektocht is niet mooi. En het theatrale maakt het verhaal soms ook te dramatisch. Maar Greet Jacobs is dan ook een theatermaker, en zij heeft dit verhaal eerst gebruikt als afstudeerproject. Daarna heeft zij er een boek van gemaakt.


Een boek dat ondanks deze kleine minpuntjes zeker van begin tot einde boeit, zoals het leven van Dora G. Greet Jacobs boeide. Wat begint als een schier onmogelijke zoektocht eindigt in een aangrijpend relaas over een vrouw die nooit zal weten hoe zij aan de vergetelheid ontsnapt is. Een vrouw die ze ’vrijgevochten door onvermogen’ noemt.
Dat de schrijfster Vlaams is, is net zo duidelijk als dat zij theatermaker is. Maar hopelijk is een tweede boek wel in de maak!


ISBN  9789401428767 | Paperback | 176 pagina's | Uitgeverij Lannoo | november 2015

© Marjo, 29 april 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEland
Lykele Muus


Daniel Meskes heeft zoals de meeste stervelingen weinig duidelijke herinneringen aan de eerste jaren van zijn leven. Toch waren die niet alledaags. Als baby van tien maanden klimt hij uit zijn wieg door het openstaande raam en valt naar beneden. Gelukkig ligt er een redelijk diepe laag sneeuw. Maar het avontuur is nog niet voorbij: het kind kruipt een tuinhuisje in, dat zijn vader onnadenkend niet afgesloten heeft (maar hoe zou zijn zoontje daar kunnen komen??). En daar staat een teil met chemicaliën, nodig voor het ontwikkelen van foto’s. Daniel drinkt ervan...


Hij belandt op de operatietafel bij dokter Goetmakers, die hem met een nogal experimentele operatie weet te redden. Het hangt er van af aan wie je vraagt wie het leven van de jongen gered heeft: zijn moeder, Frances, is er van overtuigd dat zij dat was: de borstvoeding die zij de jongen gaf tot hij naar school ging was het ultieme geneesmiddel.
Het verhaal dat volgt is vooral het verhaal van Daniel, een coming of age verhaal dat hem ook nog een stukje in de volwassenheid volgt. Maar ook de dokter heeft een rol, al duurt het tot Daniels zestiende levensjaar voor ze elkaar weer treffen.


Op dat moment heeft Daniels vader het huis verlaten. Hij verdwijnt zonder taal of teken uit het leven van zijn twee zoons en dat van zijn vrouw met wie de relatie al jaren slecht was.
Frances werkt in de bibliotheek, waar ze een andere man heeft ontmoet. Daniel is nietsvermoedend, zittend op het dak, getuige geweest van de eerste ontmoeting, vanwaar hij ook zag hoe de man regelmatig terugkwam. Het duurt even voor tot de jongen doordringt wat de lezer dan al lang begrijpt.


Het dak van de bibliotheek is een plek waar Daniel vaak te vinden is. Hij observeert en luistert, en legt daar de basis van zijn toekomst: hij wil schrijver worden. Een ander besluit dat hij neemt is dat hij altijd de waarheid zal spreken. De waarheid kan niets kapotmaken, denkt hij dan nog naïef, want dit besluit brengt hem enkele keren in hilarische situaties, maar soms ook in de problemen. Bij de liefde is het namelijk niet altijd gewenst om de waarheid en niets dan de waarheid te spreken, zal hij tot zijn schade en schande ontdekken.


De liefde, ja, ook dat overkomt hem.  Terwijl hij zijn verliefdheid op een leeftijdgenootje in goede banen probeert te leiden wordt hij gepokt en gemazeld door de vrouw van de dokter. En zo groeit hij op, veel aan zichzelf overgelaten, op weg naar een al of niet succesvol schrijverschap.


Vader Leon is gefascineerd door indianen en denkt op het moment dat hij zijn leven weer in eigen hand neemt aan wat Zwarte Eland, medicijnman van de Sioux, zei:


‘When you were born, you cried and the world rejoiced. Live your life so that when you die, the world cries and you rejoice.’


Zonder hier iets van te weten noemt een vriend Daniel een eland: ‘Koning van de dieren in een gebied waar het te koud is voor de leeuwen.’


Deze twee momenten staan voor de hele roman, die overigens best een stuk korter had mogen zijn. Natuurlijk is seksualiteit belangrijk voor een jonge tiener, maar het wordt zo uitgesponnen dat de aandacht wel verflauwt. Ook zitten er hoofdstukken in, kort gelukkig, die weinig toevoegen. Die gaan meestal over de dokter en zijn vrouw. Hun aandeel is groot, zeker, allebei maken ze een deel van Daniel uit, maar de stukken over hun eigen belevenissen doen niet echt ter zake. Lykele Muus moet nog leren schrappen.


Behalve dat een aantal personages naast Daniel ook te maken hebben met de schrijverswereld, wordt het verhaal zelf ook doorspekt door citaten en verwijzingen naar bestaande schrijvers. Een extraatje, net als de foto’s die zeer illustratief tussen de hoofdstukken bijgevoegd zijn.
Het is nog geen galmende klokslag, maar dit debuut klinkt wel degelijk als een klok. 


Lykele Muus (Utrecht, 1987) studeerde aan de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie en is acteur en schrijver voor theater en televisie. In het theater was hij onder andere te zien in Soldaat van Oranje, War Horse en de voorstellingen van zijn eigen gezelschap, Hartenjagers. Ook op televisie speelde hij diverse rollen. Eland is zijn debuut, waarin hij laat zien dat hij ook goed kan vertellen.


ISBN  9789038899305| paperback| 448 pagina's | Uitgeverij Nijgh & van Ditmar | november 2015

© Marjo, 25 april 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet scheve meisje
Yvon Né


‘Ik sta een hele tijd achter het zwarte doek. Vanaf het moment dat ze met elkaar kennismaken is daar mijn plaats. Moeder is dan pas zeventien. Vader negenentwintig. Ik heb lange tijd gedacht dat zowel hun ontmoeting als mijn geboorte een toevalligheid is, een onbeduidende speling van het lot. Inmiddels weet ik dat een dergelijk lichtzinnig toeval niet kan bestaan. Niets is zonder reden. Wat me overkwam heeft direct een richting.’


Een naamloos blijvend meisje wordt geboren als oudste dochter bij een echtpaar dat niet anders had verwacht dan dat ze een ‘normale’ dochter zouden hebben. Maar het kind is anders en ze weten niet hoe ze met haar moeten omgaan. Haar ontwikkeling is aan de trage kant, zodat ze denken dat er iets mis is. Maar het is vooral haar bedachtzame manier van doen, het anders bezien van de dingen om haar heen waar de ouders moeite mee hebben. Die denken pas te ontdekken dat ouderschap leuk kan zijn als het broertje – eveneens naamloos – geboren wordt. Want hij ontwikkelt zich zoals ze dat van een kind verwachten.


Mede aan de hand van foto’s die genomen zijn door de vader reconstrueert de schrijfster haar leven. In de tijd dat een kind gezien werd als de vervulling van een gezin, als iets wat God geboden had, groeide zij op. Een kind werd niet gezien als een gelijke, maar werd ook niet gepamperd. Je kon eigenlijk niets met een kind behalve het ‘tentoonstellen’ aan de buitenwereld. Een kind hoort te doen wat de ouders willen. Zelf nadenken is nergens voor nodig.


De ouders van het meisje laten zich weinig gelegen liggen aan hun kind. Het is er, maar daar rekening mee houden? Als het kind bij andere mensen ziet dat het wel degelijk anders kan, zegt ze tegen haar ouders dat ze het niet goed doen. Het geeft de tweeledigheid aan: het kind voelt zich anders, en beseft dat het niet helemaal aan haarzelf ligt. Met een andere benadering zou ze ‘beter’ kunnen zijn.


‘Mijn ouders hebben een praktische benadering. Ik ben hun niet tot last en zij zijn mij niet tot last. Ik ben pas twee, ze vinden me te jong voor onderwijs of gedachten. Dit betekent niet dat ze weekhartige ideeën hebben over de kinderziel. Hun betrokkenheid op mij is verstandelijk. Toch praten ze niet met me en ik praat niet met hen. Dat beperkt de onderlinge uitwisseling tot een minimum. Zo ontgaat het me volledig dat er plannen voor de zomer gemaakt worden.’


Yvon Né vertelt over de eerste elf jaren van een kinderleven in een taal die daarbij past. Als volwassene weet de schrijfster natuurlijk wat er niet goed was. Haar vader is een egoïstische man, die zelf de maat van alle dingen is. Hij boort het meisje steeds opnieuw de grond in. Ze is maar een meisje, en een meisje is per definitie niets waard. Het kind is verontwaardigd maar kan er niets mee. Haar moeder zou het wel anders willen, maar ook zij is slachtoffer van haar tijd waarin velen ook zo dachten.
De wereld ziet er bezien door kinderogen anders uit. Interpretatie van wat er gebeurt is moeilijk, het begripskader groeit slechts langzaam mee. In dit geval is het extra lastig, omdat het meisje het helemaal zelf moet doen. De enkele mensen die haar begrijpen - o.a. een juf op school - verdwijnen snel weer uit haar leven.


Het is een boek dat uitnodigt om af en toe op een willekeurige pagina een stukje tekst te lezen, prachtig geschreven als het is in een haast poëtische stijl. Je ziet het kind door de tekst heen, je voelt haar worsteling met de wereld die zij niet begrijpt en die op haar beurt het kind niet begrijpt.


Yvon Né  schreef eerder dichtbundels Hier mag niets af zijn (2009) en De werkelijkheid houdt het lang vol. (2014). Het Scheve Meisje is haar prozadebuut.


ISBN  9789044536713 | Paperback| 280 pagina's | Uitgeverij de Geus | april 2016

© Marjo, 16 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSlachtvlinders
Peter De Voecht


Hoe begin je te vertellen over een boek als dit...  Praktische informatie, dat is het makkelijkste.
Het boek bestaat uit drie delen. Eh, of niet? Is deel drie wel echt een derde deel? Er zijn twee hoofdstukken die allebei ‘x’ heten. Maar de ene ‘x’ staat op een volledig lege pagina, en de andere ‘x’ zoals meestal boven de tekst.


Ook al gaat dit over het einde van het boek, het geeft wel meteen de teneur aan: het hele boek is een puzzel. Je komt er wel uit, maar dat vergt enige inspanning, en zorgvuldig lezen.
Want wat is de relatie tussen de twee hoofdpersonen? Of moet ik zeggen: wat is de verhouding tussen de hoofdstukken die over die twee mannen gaan?


De ene persoon is de schrijver Döppeler. Hij heeft een vrouw van wie hij veel houdt, maar heeft desondanks ook een maîtresse. Hij is een succesvol schrijver maar zit nu met een writer's block. 
De andere man is E. die na het bericht dat zijn zus gedoemd is te sterven zichzelf volledig kwijt is. Hij bezoekt haar dagelijks in het ziekenhuis. Met een vriend, Dennis, gaat hij daarna op stap, en sluit aan bij een groepje dat amok zaait in de haven. Daar komt veel geweld bij te pas.

Tenminste, zo lijken de twee verhaallijnen die elkaar om en om  opvolgen - met duidelijk verschillende aanhef - in elkaar te zitten. Maar het vertelperspectief wisselt, als ook de stijl van vertellen. Wie is er eigenlijk aan het woord? En dan de herhalingen: steeds gebeuren er dezelfde dingen. En wat is de rol van dat papiertje dat in beide verhalen voorkomt?
De omslag is dan ook betekenisvol: het is een vlinder die verborgen lijkt in een Rorschachtest: wat zien we? Een vlek, of een vlinder?
Het is illustratief voor het verhaal: wat lezen we? Twee verhalen? Eén enkel verhaal?
En wat is dan de betekenis er van? Wat is echt?


Het zal duidelijk zijn: erg toegankelijk is dit boek niet. Bij een tweede lezing  - of derde - zullen er dingen op hun plek vallen, maar het geheel zal nooit duidelijk worden. Als bij de Rorschach-vlek zijn er diverse interpretaties mogelijk. De keuze zal waarschijnlijk niet erg positief zijn. Het is behalve een multi-interpretabele roman, ook een donkere roman, weinig hoopgevend.

ISBN 9789062658718 | Paperback | 224 pagina's | Uitgeverij in de Knipscheer | november 2015

© Marjo, 13 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altJe moet wat
San Bos


Je Moet Wat als titel en op de omslag een stoel waarvan een poot ontbreekt. Er ligt een stapel boeken onder zodat de stoel overeind blijft.  Deze woorden en het beeld geven precies weer wat de verhalen van San Bos vertellen. Ze beschrijft mensen die kampen met een gebrek, met een gemis. Het zijn verhalen die de lezer confronteren met een stuk onvermogen, en met soms logische, soms bizarre oplossingen voor dat gebrek. De hoofdpersonen doen hun best om genoeg boeken te vinden om het op te lossen. Of dat altijd lukt?


Er is het verhaal van de dementerende man, soms verward, soms heel helder, en deze bewustzijnsniveaus op een eigen manier verenigt.
Het verhaal van de hond van Meneer Van Noorden, een man die van zichzelf de doorn maakte die hij overal om zich heen zag. Hij bestookt de gemeente met klachten en opmerkingen over van alles en nog wat, en overlaadt iedereen die in zijn ogen iets fout doet met pittige brieven. Door de ramen kon men hem zien zitten met de hond, samen genietend van bonbons. Niemand onderneemt iets als het even stil is...


Het verhaal van de begrafenisondernemer, die gedwongen met pensioen moet maar niets heeft om voor thuis te blijven.
Dit verhaal heet Klein Naturalis en San Bos heeft er terecht een prijs mee gewonnen. Het verbloemt niets en kan gezien het werk van de hoofdpersoon schokkend overkomen, maar het is zo invoelend, zo teder geschreven dat je niet anders kunt dan meeleven.


Of het verhaal over Henk..

‘Waarom jij?’ vroeg ik.
‘Iemand moet het doen.’
‘Maar waarom jij?’
Fred en ik zwegen. Henk was dood, een kennis uit het café.’

(Na de crematie, er is geen familie, haalt Fred de urn op.)

‘Wat ga je er mee doen?’
Hij haalde zijn schouders op.
‘Ik moet Henk niet in huis.’


De verhalen zijn eenvoudig van stijl, geen onnodige toevoegingen, kort maar zeer krachtig. Ik ken menig schrijver die aan deze debutant een voorbeeld kan nemen.


San Bos (1965) die de toneelschool en een grafische opleiding volgde, is sinds 2010 redacteur van een internetpagina, gewijd aan korte verhalen.


ISBN 9789046818558| Paperback| 112 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | maart 2015

© Marjo, 2 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Cinderella 
Michael Bijnens


Rauw, realistisch en karikaturaal debuut


Michael Bijnens schrijft over een wereld die hij van binnenuit kent al was het maar door zijn moeder. Haar stiel: prostituee. Ondanks zijn jeugdige leeftijd, hij stamt uit 1990, heeft hij na zijn afstuderen aan de Brussel theaterschool al behoorlijk naam gemaakt als toneelauteur. Cinderella is zijn debuut als romancier. 


De hoofdpersoon, Michael, leidt samen met zijn moeder een leven aan de zelfkant van het bestaan. Ze hebben permanent  financiële problemen en leiden een zwervend en ongeregeld bestaan. Af en toe lukt het moeder om een man aan de haak te slaan, vooral in de hoop dat de nieuwe vlam in staat is hen van hun schulden af te helpen. Liefde en passie zijn bijzaak. Dit loopt telkens op niets uit en ze staan geregeld met de rug tegen de muur. 


Als een kat in het nauw maken ze een hele rare sprong: met geleend geld kopen ze een bordeel met een sprookjesachtige naam, Cinderella. De moeder gaat zich prostitueren, de zoon wordt haar pooier. Op allerlei manieren komen zij aan andere hoeren die er komen te werken. Het groeit uit tot een bont gezelschap met een vorm van kameraadschap, vooral uit lotsverbondenheid.


Aanvankelijk zijn de bezoekers nogal gewoontjes, doch in de loop der tijd krijgen zij te maken met een stel Albanese maffiosi die een appeltje te schillen hebben met een van de vroegere vriendjes van moeder. Ook dit avontuur lijkt daardoor op een mislukking uit te lopen, het leven van moeder en zoon wordt chaotischer dan ooit. Het beetje respect dat Michael voor zijn moeder had erodeert en slaat langzaam om in afkeer, uiteindelijk ontwikkelt hij zelfs gevoelens van haat. En eerlijk gezegd verdient ze niet beter. Ze is een koude en cynische heks (toch nog iets sprookjesachtigs) zonder enig normbesef die alleen maar aan zichzelf en haar nicotineverslaving denkt.


In Cinderella wordt in passende taal een beeld geschetst van een rauwe, grove en cynische wereld. Overleven is het enige wat telt, empathie is er nauwelijks. Vrouwen zijn handelswaar, alleen maar tot nut zolang er nog een hoerenloper geld in wil steken. Mannen zijn ofwel zielenpoten ofwel gewelddadige hufters die alleen maar goed zijn om geld uit te peuren, zolang er nog wat valt te halen. 


Cartoonesk, overdreven en over de top? Jazeker, en dat lijkt ook precies het effect dat de schrijver beoogt te bereiken. Cinderella is een schelmenroman die in anekdotische stijl een werkelijkheid beschrijft die hopelijk niet zo erg kan zijn als hier wordt getoond. Dit laat Bijnens zien door van de hoofdpersoon Michael een verteller te maken die gaandeweg steeds minder betrouwbaar wordt. Via andere personen krijgt de lezer te zien dat de werkelijkheid van Michael niet altijd is zoals hij even daarvoor heeft beschreven.
Ook het taalgebruik wekt door de toon de indruk van overdrijving evenals de seks die tot in de goorste details expliciet wordt beschreven. De personages worden uiteindelijk vooral karikaturen, hun slechte eigenschappen worden enorm uitvergroot.


Voor degenen die willen weten wat ze te wachten staat: Cinderella heeft trekjes van de leuk bedoelde avonturenromans van Jonas Jonasson, het rauwe realisme van Dimitri Verhulst en de platheid van Herman Brusselmans. Cinderella is een gedurfd debuut van een schrijver die wel wat in zijn mars heeft. Maar om van een wereld die bol staat van uitbuiting en seksueel misbruik een karikatuur te maken is een gevaarlijke keuze. Het zou de mijne niet zijn. 


ISBN 978 90 254 4464 8 | Paperback | 476 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | september 2015

© Jan Koster, april 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altLot
Chrétien Breukers


‘Incasseren en opmaken; pas als ik het geld helemaal had uitgegeven, weggemaakt, zou ik vrede hebben met deze bizarre winst, die als een komeet op me was neergekomen. Zolang ik dat geld had was ik eraan gebonden, als een slaaf aan een schandpaal, of als een hondje aan een lantaarnpaal voor de supermarkt.
Ik wilde het geld niet hebben, maar ik wilde er ook geen bezit mee verwerven. Ik wilde er, letterlijk, vanaf.’

De hoofdpersoon – de ik-verteller met dezelfde naam als de schrijver – koopt in een opwelling een lot en wint daarmee 26,6 miljoen euro. Iedereen zou een gat in de lucht springen, maar niet onze man.
Dan ontvouwt zich een boek waarin de lezer in eerste instantie het relaas verwacht van hoe hij al dat geld gaat uitgeven. En het verhaal van de inkeer. Want het kan wel bizar zijn dat hij dat geld gewonnen heeft, is het niet idioter als iemand er van af wil?
Een deel gaat inderdaad over het besteden van het geld, maar de kern van het verhaal is het niet. Want wat voor man is dit? Hoe komt het dat hij niet kan genieten van zijn geluk? Waar komt die angst om te leven vandaan? En wat kan hij er aan doen?


Onze hoofdpersoon is altijd gefascineerd geweest door schrijvers als Sartre en Camus. Hij zou willen leven zoals zij dat propageren: je bent zelf verantwoordelijk voor je leven. Je eigen daden bepalen de waarde er van. Je moet zelf je lot bepalen.
Hij is een schrijver, die de vijftig met rasse schreden ziet naderen. Vrijgezel gebleven na het overlijden van zijn vriendin, slijt hij zijn dagen. Deze onverwachte rijkdom zet hem aan het denken. Hij woont in een zeer luxe hotel, eet vijfsterrenmaaltijden, laat vrouwen overal vandaan komen, maar blij wordt hij er niet van. Waarom is hij zo’n sukkel. Nooit heeft hij geleefd, hij liet het allemaal maar gebeuren.


Na een half jaar rijkdom beseft hij dat hij iets moet ondernemen, deze luxe is saai. Het leven is dan wel compleet veranderd, een bevredigend leven heeft hij nog steeds niet.
Hij komt op het idee om een fietstocht te gaan maken in het mooie Drenthe. Daar valt zijn oog op een landhuis dat te koop staat. Al snel woont hij daar. Hij voelt zich er thuis, maar alleen is maar alleen. Hij nodigt zijn vriend uit, zijn ‘spiegel’, die hem regelmatig tot de orde roept. Zelfs in een droom:


‘Geef het maar gewoon toe.’
’Wat moet ik toegeven.’
’ Je weet niet wat je moet doen, en je verlangt ernaar gelukkig te zijn. Dat moet je gewoon toegeven. Dan gaat de rest vanzelf.’
‘Ach, hou toch op. Ik wil hier gewoon wonen, en schrijven. En verder niks. Dat kost me al genoeg moeite, zoals je weet.’
‘Je bent lui. Je hebt er nooit moeite voor gedaan. Je bent te lui om te leven.’


Zijn leven wordt bepaald door vier vrouwen: zijn moeder en verloofde, allebei overleden; de boekhandelaar uit het nabij gelegen dorp, met wie hij via e-mail een klik heeft, en de Duitse prostitué, die hij af en toe laat komen. En hij schrijft.


‘Ik schrijf boeken die er als een lappendeken uitzien. Verhalen die over elkaar heen buitelen en elkaar tegenspreken. De gemiddelde lezer wordt er een beetje zenuwachtig van, vrees ik. Ik ook.’


Lot is inderdaad een boek dat je zenuwachtig maakt. De lappendeken bestaat uit flarden die in het nu of in het verleden spelen, e-mails, verhaaltjes, gesprekken met een fictieve psychiater. Het is een boek dat je tot nadenken stemt. In hoeverre bepaal je je eigen lot, of word je gevormd door je verleden? En wat is dat lot dan wel? Wat moet je als mens op deze aardkloot? En specifiek: wat doet een schrijver met wat hem geboden wordt?
Dat blijft de grote vraag. In hoeverre is Chrétien Breukers de hoofdpersoon uit het boek? In welke mate zijn dit verzinsels, hersenspinsels, wensdromen, of feiten?
Een wonderlijke mengeling dat toch een geheel vormt. Een boeiend geheel, dat met gemak een tweede keer gelezen kan worden.


ISBN  9789460682308 | Paperback| 193 pagina's | Uitgeverij Marmer | maart 2015

© Marjo, 25 april 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER