Debuten

Op deze pagina worden recensies geplaatst over boeken van debuterende schrijvers/schrijfsters.


Ook dit jaar lezen Marjo, Annemarie en Dettie de debuten, die op de inzendingenlijst van de ANV Debutantenprijs staan, weer mee.
Zij proberen zoveel mogelijk de boeken die op de lijst van inzendingen staan te lezen en recenseren maar ook andere debuten die (nog) niet op de lijst staan hebben hun belangstelling.
Boeken die ze hebben gelezen staan op deze pagina en in het archief


Zie ook: 
DordtLiterair

en de interessante nieuwe site Van debutant tot bestseller

 

Messias van niks
Michiel Cox


Normaliter valt er niet veel te beleven in het dorp Vuchelt, waar net als in vele andere kleine stadjes steeds meer winkels verdwijnen en de Kerk moet aanzien hoe steeds meer gelovigen hun overtuiging aan de wilgen hangen.
Maar eens in de drie jaar wordt er een processie gehouden, ter ere van Hadewijch, een vrouw die volgens de legende wonderen heeft verricht. Zij was een dichteres, een begijn en is het symbool van de stad. En al is zij nooit heilig verklaard, op de dag van de processie trekt het dorp vele bezoekers, die allemaal meelopen naar de Hadewijchgrot.
De laatste jaren komen er zelfs groepen mensen uit Azië!


Er is een winkelier die het van de toeloop op de dagen rondom de processie moet hebben: Jeannine verkoopt vooral wierook, maar ook beeldjes, Hadewijchwater, sleutelhangers, dat soort dingen. Dit jaar ziet Jeannine de dag met schrik en beven tegemoet. Er zal iemand begraven worden op dezelfde dag: Odetta, een vrouw die een half jaar eerder in het stadje aankwam.


‘Enkele dagen voor haar aankomst stond Odetta in mijn winkel. Ze droeg een roodbruine wollen poncho, die me veel te warm leek voor de tijd van het jaar, haar zware brilmontuur stond bijna op de punt van haar neus. Ze duwde die snel naar boven en vroeg of ik werk voor haar had. Ik zei van niet; ik deed alles zelf en dat ging goed. André heeft nooit in de winkel gewerkt: hij was een ambtenaar bij de belastingen en zelfs na zijn pensioen heeft hij zich nooit met de winkel beziggehouden. Dat was ook niet nodig. Wie koopt er nu nog wierook? Het is eigenlijk alleen druk in de periode rond de processie. In die weken draai ik een omzet waar ik anderhalf jaar van kan leven.’


Jeannine wil de vreemde vrouw wegsturen, maar tot haar verbazing geeft haar man aan dat hij vindt dat ze haar moet aannemen. André, haar echtgenoot die al vijftien jaar geen woord meer gesproken heeft en communiceerde door middel van gebaren en grommende geluiden, begint zomaar te praten tegen de vrouw: ‘Welkom in de wierookwinkel, Odetta.’ zegt hij.


Op dat moment weet Jeannine nog niet dat haar man de aanstichter zal worden van de Odettacultus, met lede ogen moet zij aanzien dat de woorden die hij hervonden heeft niet voor haar zijn...
De vreemde vrouw adopteert Hadewijch als het ware, maakt zichzelf haar meest fanatieke volgeling. Zij weet de dorpelingen mee te krijgen, het wordt een soort sekte: volgelingen kleden zich in een beige kleed, en volgen hun voorganger naar de grot, om daar tot Hadewijch te bidden.


‘Odetta keek ook streng en met gekruiste armen naar de mensen die naar haar kwamen duistere. Iedereen werd dan muisstil en sloeg de blik neer; want als ze tijdens zo’n stilte naar je keek wilde je je onmiddellijk excuseren. Waarvoor wist je niet, maar je wilde haar om vergeving smeken, Haar blik was betoverend, alsof ze alles wist.’


Behalve Jeannine zijn er meer vertellers: er is Sven, een jongeman die als gids fungeert en alles over Hadewijch zegt te weten. Hij woont nog bij zijn ouders, hetgeen hij niet lijkt te waarderen en is een vrouwenhater, waarschijnlijk omdat hij impotent is. Als zijn oog valt op de journaliste Miriam denkt hij de oplossing voor zijn problemen gevonden te hebben. Miriam, ook een verteller, heeft daar geen idee van. Zij wil alleen een smeuïg artikel schrijven.
En dan is er nog de pastoor, de man die tegen beter weten in – want geloven doet hij al lang niet meer - de Hadewijchprocessie zal leiden, en nu met tegenzin een begrafenisdienst moet doen.


Door de ogen van deze vier mensen lezen we hoe zij geen verweer hebben tegen een charismatisch persoon, die precies lijkt te weten hoe zij de bewoners moet bespelen.
Zij geloven haar verhaal niet, maar doen om eigen redenen wel mee. Zijn ze bang voor degenen die wel meedoen? Hebben ze een eigen agenda?
En intussen groeit het aantal aanhangers en wordt er geroepen om een heiligverklaring.
Het loopt totaal uit de hand.


‘U bent een aandachttrekker, een messias van niks die haar eigen waanvoorstelling tot religie wil verheffen. Mensen zoals u verzieken de wereld, madame.’


Langzaam dringt de ironie van het verhaal tot je door. De serieuze toon verandert niet, maar het verhaal ontaardt in iets waanzinnigs. Cox heeft met vier kleurrijke personages gekozen voor vier boeiende vertelperspectieven die hij in een prima dosering laat afwisselen.
Hij eindigt met een overtuigende apotheose, en laat de lezer achter met een verlangen naar meer.


De omslag, een werk van Brecht Evens, een Belgische striptekenaar en illustrator, past prima bij de inhoud van dit boek.
De Vlaming Michiel Cox (Tongeren, 1989) debuteert met deze bijzondere roman.


ISBN 9789025454616 | paperback | 224 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | september 2019

© Marjo, 10 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Bang voor de liefde
Niek Bremen

‘Ik vraag mij af,’ zei ik, ‘waarom ik de plank missla in de ogen van mijn ouders. Waarom treitert en pest mijn vader mij voortdurend zonder enige aanleiding?’


Andreas van Hechtel, de zevenenveertigjarige ik-verteller van dit boek, is naar Texel gegaan om op advies van een psychiater op papier te zetten wat hem dwars zit. ‘vertrouw de narigheid aan papier toe en steek het in de fik.’ zei die.


Andreas' jeugd heeft hem opgezadeld met het onvermogen zich te uiten, iets waar zijn vriendinnen op afknappen. Dit is waar de titel vandaan komt natuurlijk, maar dat is enigszins misleidend. Als Andreas zijn ‘memoires’ op gaat schrijven, wordt het verhaal veel meer om een zoektocht naar identiteit. Een deel van wie je bent is natuurlijk wel bepalend voor de mate waarin je kunt liefhebben, of aanvaarden dat men je liefheeft, maar het is niet alles. Dus ook niet in deze roman.


Andreas groeide op als zoon van een Duits echtpaar. Dat dacht hij tenminste. Bij hen opgroeien deed hij wel, maar hun zoon was hij niet, ontdekte hij toen zijn ouders overleden waren. Zijn vader was een sadist, en zijn moeder, die als een huisslaaf behandeld werd door haar man, reageerde zich af op de jongen. Ook de huishoudster was niet aardig tegen hem.
Als het hem eenmaal gelukt is uit de invloedssfeer van zijn ouders weg te komen, probeert hij zijn eigen leven op te bouwen. Maar waarom lukt het hem niet, een leven te leiden zoals de meeste mensen dat lijken te doen?


Andreas wil weten wie hij is, nadat hij de ontdekking heeft gedaan dat zijn jeugd een leugen was. Iemand die niet goed met zijn ouders overweg kan, wil graag denken dat hij een koekoekskind is. Als blijkt dat Andreas dat ook echt is, staat hij voor de keuze: de schier onmogelijke zoektocht naar wat zijn echte wortels dan zijn, of zich erbij neerleggen, accepteren dat hij ‘gewoon’ Andreas is, gevormd door zijn jeugd. Daar heeft hij hulp bij nodig. Hij begeeft zich naar het FIOM (instelling die zich bezig houdt met afstammingsvragen).


‘Theehuis rook naar sigaretten.
In de spreekkamer trok hij een elastiekje van mijn verborgen verleden. Met zijn dikke vingers testte hij de trekkracht van de gummi.
‘Heeft u nog informatie kunnen achterhalen?’
>‘Neen, ik ben onterfd en mijn tante is in een verpleeghuis opgenomen.’
Het elastiekje knapte.
‘Het onderzoek heeft geen nieuwe gegevens aan het licht gebracht. Waarschijnlijk een illegale adoptie. Het is afschuwelijk om niet te weten waar je vandaan komt en bij wie je hoort. Wilt u psychische hulp?’
Ik heb mijn streepjespak al uitgetrokken,’ zei ik, ‘en dat voelde als een bevrijding.’


Wat misschien beter werkt dan het opschrijven van zijn herinneringen, is het leven dat hem op Texel wacht. Zijn huisbaas en diens broer, met ieder een absurde levensstijl, de uitbaatsters van het plaatselijk café, Andreas ondergaat het allemaal, zoals hij altijd alles onderging. Als dan ook nog Maurits, zijn jeugdvriend, naar Texel komt met zijn eigen sores, en het leven een andere wending neemt, moet Andreas een besluit nemen.
En hij schrijft het allemaal op.


Het is wat wij lezen. Absoluut geen zware kost, Bremen schrijft in een frisse stijl met lichte ironie. Er is een afwisseling van heden en verleden, flashbacks en het enigszins bizarre leven op Texel door elkaar, met humor op zijn tijd en een vraag voor wie dat wil. Want wie zijn wij nu eigenlijk?


Niek Bremen (1947) publiceerde in meerdere verhalenbundels, zoals 24 verhalen (2013), Onveranderd Anders (2015), Wilde flora (2016), Uit & Thuis In Sittard (2018) en in het literair tijdschrift Extaze (2018).
Bang voor de liefde is zijn veelbelovende debuutroman.


ISBN 9789062657490 | Paperback | 264 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | april 2019

© Marjo, 29 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een heldenleven
Persis Bekkering


Wie is die man, Igor met een kleine i? Als hij opduikt in het leven van violist Adrian beseft deze laatste nog niet dat die andere violist zijn leven om zal gooien. Hij merkt igor op als die met verve muziek staat te spelen in de hal van het hotel waar het orkestgezelschap logeert. Maar het stuk dat de man speelt, dat is de solo die Adrian zelf moet spelen: Ein Heldenleben van Richard Strauss!
Adrian constateert dat het vlekkeloze statische spel dat de man produceert het publiek begeestert inclusief hemzelf.


‘Perfect getraind, maar zonder moed (…). Spelen zonder de bodem te laten zien, zoiets was het. Zonder verleden, zonder aangekoekte resten, eeuwig nu, eeuwig zonde.’


Het orkest is een week op tournee in Italië, een week waarin Adrian en igor met elkaar optrekken. Igor is anders, een multitalent. Hij kan alles, vertelt hij zonder te snoeven. Alleen in de liefde is hij mislukt. Het is hem niet gelukt dat ene meisje dat hij wilde te veroveren. ‘Ze was te mooi’.
De twee violisten ontdekken dat ze elkaar nog wel het een en ander kunnen leren, hoe goed ze allebei ook al zijn. Voor Adrian heeft de ontmoeting met igor grote gevolgen. Hij vraagt zelfs zijn ex naar Italië te komen, terwijl hij had gedacht haar nooit meer te zullen zien. En Sterre komt…

In een tweede deel gaan we zeven jaar terug in de tijd. Dan is een jonge vrouw het vertelperspectief. Kiriko is beeldend kunstenares, die als zovele kunstenaars dat perfecte kunstwerk wil maken. Het lukt maar niet, en de ontmoeting met igor helpt ook niet echt.


‘Kiriko’s verlangen naar kunst die uit zoiets als een kern voortkwam, een innerlijk vuur, noodzaak, was bovendien een romantische gedachte, en romantische zielen hadden iets belachelijks gekregen, ze waren naïef, of erger: serieus.’
‘Ze had een nulpunt bereikt. Een eind of een begin, met de nul weet je het nooit.’


Is kunst wel gebaat met perfectie? Is het niet juist zo dat het streven naar volmaaktheid de echte kunst de nek omdraait?
In deze ideeënroman stelt Persis Bekkering die vraag. En er is meer: want als iemand perfect wil zijn, wat voor invloed heeft dat dan op zijn eigen leven en dat van de mensen om hem heen?
Een antwoord is er natuurlijk niet, maar genoeg stof tot nadenken waarbij zij zich terzijde laat staan door verwijzingen naar schrijvers als Mulisch en Dante.
Het eerste deel over Adrian boeit meer dan het deel waarin Kiriko de hoofdrol heeft, waarschijnlijk omdat de eerste duidelijker neergezet wordt als een mens buiten zijn muziek om, waar Kiriko meer de kunstenares is.
Het is wat onduidelijk, maar in feite is igor met een kleine i de hoofdpersoon van allebei de delen. Hij is de man die het leven van zowel Adrian als dat van Kiriko op stelten zet. Hoe hij daar zelf uitkomt is de grote vraag. Want igor wil perfectie, op vele terreinen.

Persis Bekkering (1987) heeft Klassieke talen en Literatuurwetenschappen gestudeerd. Ze schrijft columns over klassieke muziek in onder meer De Volkskrant en ze interviewt schrijvers voor verschillende festivals en talkshows. Een heldenleven (2018) is haar debuutroman.


ISBN 9789044631500 | paperback | 248 pagina's | Uitgeverij Prometheus | januari 2018

© Marjo, 19 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De weinigen
of het verhaal van de bankier in de buik van het beest
Lucas Hirsch


Het verhaal begint bij het einde, het is 2009.
Jonas Staal zit in zijn eentje in zijn woning. Hij dwingt zichzelf te gaan zwemmen in het buitenbad ‘omdat hij toch niets te doen heeft’, en eigenlijk toch wel af wil van dat buikje dat ontstaan is tijdens zijn kantoorbaan. De lezer begrijpt wel dat die baan er niet meer is, maar wat er precies gebeurd is wordt pas in de volgende hoofdstukken uit de doeken gedaan.


‘Niets is wat het lijkt.’
‘En jij weet wèl hoe de hazen lopen?’ zei ik vol ongeloof.
‘Als een van de weinigen. Het is mijn taak dat te weten. En de jouwe.’ Hij verzette zich en steunde met zijn ellebogen op tafel.
‘Wanneer je zo lang meeloopt als ik, dan weet je niet alleen hoe de hazen lopen, je wordt ook degene die ze aanstuurt. Die de lijnen uitzet, viert en straktrekt.’


Twee jaar eerder: Jonas is net begonnen in een nieuwe baan, als Intelligence Officer bij een bank op de Zuidas. Al snel wordt een overname aangekondigd waar hij een goede plek zal krijgen. Helaas wel met als baas die man die hem wel kan schieten: Martin.
Aanvankelijk wordt er nog gesproken over diefstal van laptops die door de onachtzaamheid van het eigen personeel voor het grijpen staan voor schoonmaakpersoneel, wat natuurlijk niet gewenst is, maar al snel krijgt Jonas een heel andere opdracht: Hij moet onderzoek doen naar de banden van de Nederlandse overheid bij een Palestijnse bank. Het geanonimiseerde rapport valt goed bij de opdrachtgevers, en een volgende opdracht volgt.


Intussen ziet Jonas met verbijstering hoe een CEO een flinke gouden handdruk krijgt, terwijl anderen hun ontslag krijgen. Er iets van zeggen valt natuurlijk niet best.
Een onderzoek naar bepaalde mensen die eveneens werkzaam zijn binnen het bankwezen zal hem opbreken. Een van de personen die hij moet nagaan was een studievriend van hem en hij probeert hem uit het oog te houden. Helaas lijkt zijn tegenstander slimmer dan hij en doet hij zijn best om te verhinderen dat Jonas ‘een van de weinigen’ wordt.


Jonas was op dat moment nog getrouwd met Evi, maar de sfeer werd thuis steeds slechter, en na een bedrijfsuitje leest Evi bepaalde e-mails en besluit dat het voorbij moet zijn. En zo komt het dat Jonas nu alleen zit. Maar hij zint op wraak…


In een vrij droge stijl, met korte zinnen en dialogen die to the point zijn - hetgeen natuurlijk helemaal bij het onderwerp van de roman past - schetst Lucas Hirsch de bankwereld op zo’n manier dat je na het lezen geen enkele vertrouwen meer hebt in de financiële wereld.
Je voelt hoe Jonas tegen zijn zin steeds meer aangetast wordt in zijn integriteit, hoe hij dan maar meegaat met de stroom. Ook al weet je vanaf het begin dat het fout zal lopen, je leest met verbijstering  hoe dat wereldje in elkaar zit.


De Weinigen is de debuutroman van dichter Lucas Hirsch. Hij heeft zelf een tijd bij een bank gewerkt en putte voor dit boek uit zijn ervaringen. Dat er autobiografische elementen in verwerkt zijn blijkt uit een hoofdstuk waarin verteld wordt over de studietijd van de hoofdpersoon. En Kat Boef, zijn eigen kat, krijgt ook een rolletje…
Het boek heeft een grappige cover: een man met de munten voor zijn ogen!


ISBN 9789062656141 | Paperback | 203 pagina's | Uitgeverij in de Knipscheer | februari 2019

© Marjo, 30 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Uiterste dagen
Ferdinand Lankamp


Een goede raad voor de lezer die bij het lezen van de eerste pagina’s wat moeite heeft met de sombere sfeer en de enigszins archaïsche taal: lees vooral door: u wordt op het verkeerde been gezet!


Bij het openslaan van het boek stuit je op kaarten van Scandinavië, en dan tweemaal ingezoomd, met op de laatste kaart de plaats waar we beginnen: het zuidwesten van Finland, de regio Österbotten aan de Botnische Golf. Het gebied is tweetalig: de bevolking geeft de voorkeur aan de Zweedse taal. In 1940, de tijd waarin dit verhaal speelt was dat nog sterker het geval.


‘Hoe meer Zweeds bloed, hoe beter. Vergeet niet dat het de Zweden zijn geweest die Finland gemaakt hebben tot wat het is. Zonder de Zweden waren de Finnen nog altijd heidense stammen geweest. Zie maar hoe de aanverwanten van de Finnen in het Oosten leven. Totaal verstoken van elk idee van beschaving.’


Finland ontkomt niet aan de Tweede Wereldoorlog. De Russen zijn binnengevallen in het Oosten, regio Karelië. Op de boerderij van Edvard Haga arriveert een bekende die niet erg welkom is. Edvard weet namelijk wat hij komt doen, hij heeft samen met die officier in de Eerste Wereldoorlog gediend. Zijn angst wordt bevestigd: er worden paarden gevorderd. Ook zijn beste paard moet hij inleveren. Kapitein Falander gaat nog verder: hij vraagt de boer om mee te gaan met het transport. Edvard stemt toe maar het loopt niet allemaal naar wens.


Dan is daar ineens die sprong in de tijd. De taal wordt vloeiender, directer. Het is 1989, en de ik-figuur die aan het woord is, is ook de verteller van het eerdere verhaal. Nu vertelt hij over zijn onderzoek naar dat verleden, zijn eigen familiegeschiedenis, en over de bedenkingen die hij heeft bij het vertellen van het verhaal.
Als je verslagen moet interpreteren die in vroeger tijden door anderen geschreven zijn, weet je nooit hoe het staat met het waarheidsgehalte. Degene die schrijft doet dat bovendien vanuit zijn eigen mensbeeld, inherent aan de tijd waarin hij leeft.


‘In mijn ervaring aanvaarden de meeste historici impliciet dat hun lezing van de bronnen nu eenmaal gekleurd is door hun tijdgebonden mensbeeld, en daarmee onoverkomelijk subjectief. Ze gaan er misschien van uit dat mensen de gebeurtenissen en overwegingen in hun leven tot een verhaal maken; maar in de praktijk is het vaak onmogelijk om te achterhalen wat voor verhaal, laat staan waarom nu juist dat verhaal.’


Dat waar de ik-figuur mee worstelt, is min of meer hetzelfde als waar boer Edvard mee worstelt: in hoeverre mag hij zich laten leiden door het verleden? Is het überhaupt mogelijk dat hij zijn eigen keuzes maakt?


De constructie van deze roman is wat wonderlijk. Was je als lezer begonnen aan een ‘gewoon’ historisch verhaal over een Fins boer in 1940, ineens word je gedwongen na te denken over het waarheidsgehalte. Kun je conclusies trekken uit een landschap dat je in het heden ziet, en waar dat verleden zich heeft afgespeeld? Zijn brieven een weerspiegeling van de werkelijkheid? Kun je karakters van personages van toen ooit echt doorgronden? De schrijver beschrijft zijn personages immers vanuit zijn eigen ideeën!
Als je dan weer terug gaat in de tijd, lees je met een compleet andere insteek.
Dat maakt het lezen van deze roman tot een boeiende leeservaring!


Uiterste dagen is het originele debuut van Ferdinand Lankamp (Voorschoten, 1989).


ISBN 9789025449162 | Paperback | 220 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | februari 2019

© Marjo, 25 maart 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Draaidagen
Bianca Boer


Judith is opgegroeid bij haar grootouders, haar moeder heeft nooit willen zeggen wie de verwekker van haar kind was, en Judith heeft haar evenmin gekend.
Opa en oma waren lief voor haar, maar het is natuurlijk niet hetzelfde. Oma - ze noemt haar Nini - is een overlevende van het concentratiekamp Auschwitz, iets waar ze nooit over heeft willen praten. Judith weet dat haar hele (joodse) familie daar omgekomen is, inclusief de eerste man van Nelly, en haar nog jonge kind. Een trauma dat ze wilde verdringen. Maar nu is Nini oud, ze begint te dementeren, en ineens vertelt ze dingen.


Judith wil het allemaal weten, maar heeft daarnaast zo haar eigen problemen, waar ze niet met oma over praat. Ze probeert haar wel te vertellen dat ze met haar studie gestopt is, maar dat dringt niet meer door.


Judith heeft na een paar mislukte pogingen de juiste studie gevonden, filosofie. Ze woonde op kamers in Rotterdam, haar woonplaats, en leerde daar wat mensen kennen. Ze werd verliefd. Op de verkeerde, want de jongen in kwestie had iets met een ander meisje van hun groepje.
Toen ze niettemin zwanger werd, bleef Judith geen andere keuze over dan het kind weg te laten halen. Ze stopte met de studie, ging weer bij haar oma wonen, en kwam tot de ontdekking dat de rollen omgekeerd waren. Nu kwam de zorg voor oma op haar bordje te liggen.


‘Je bent trager geworden in die paar jaar. Maar ben je echt langzamer of valt het me nu meer op? En het huis is plotseling te klein voor ons tweeën. We lopen elkaar maar in de weg. Je hobbelt de godganse dag achter me aan. Knettergek word ik ervan.’


Oma lijkt zelfs vergeten dat Judith drie jaar niet in dat huis woonde.
Als ze een baan aanneemt als edelfigurant in een film over de Tweede Wereldoorlog wordt het nog zwaarder. Ze leidt een dubbel leven: terwijl oma steeds meer vertelt, en Judith er achter komt wat ze allemaal meegemaakt heeft, lijkt alles nog dichterbij te komen doordat in de film dingen gebeuren die samenhangen met het verleden van oma.


Twee mensen die allebei met een onverwerkt verleden kampen en zich niet uiten. Dat leidt tot problemen. Een buitenstaander zou dat wat er gebeurt komisch vinden, maar voor de betrokkenen is het dat niet.
Judith is de ik-verteller, die haar oma toespreekt.


‘Eet toch, kind,’ zeg je. ‘Als er is, moet je eten.’ Je wijst naar het schaaltje vleeswaren. Ik heb geen trek meer. Als jij eet, bestaat er niets en niemand anders. Ik was dat bijna vergeten en kijk naar je. De concentratie waarmee je tot de randen smeert en hoe daarna je blik over tafel gaat om te zien wat er voor beleg is, terwijl je heel goed weet wat we in huis hebben. Zo ben je altijd geweest.’


Deze stijl maakt het verhaal indringend. We zien door de ogen van Judith hoe oma aftakelt. We lezen over de wanhoop die Judith voelt omdat ze nauwelijks kan helpen, ze wil wel, maar heeft een eigen leven. En haar oma wil helemaal niet geholpen worden.
Maar tegelijk komt ze er achter, door Nini zelf, en door het verhaal van de film, wat haar oma heeft meegemaakt. Nini is dan niet alleen een oma, maar een mens.
Dat geldt niet alleen voor haar oma, ook de speciale spelers in de film, mensen met het syndroom van Down, zijn meer dan ze op het eerste gezicht lijken.


Het verhaal van de film wordt op een bijzondere manier verteld: het is alsof het om echte gebeurtenissen gaat, alsof het in het heden speelt terwijl tegelijk duidelijk is dat het om film gaat.


‘Een van de figuranten loopt de set af.
‘Waar gaat dat heen?’ schreeuwt Robert.
‘Even naar het toilet.’
‘Blijven staan! Dat had je net moeten doen.’
Ze knikt timide en schuift terug in de rij. Ondertussen wordt Charlotte opgehaald en neemt de productieassistente onze dekens aan. We lopen weer, we klimmen in de vrachtwagen. Ik help de patiënten. Ik geef mevrouw Leibnitz een arm. Mevrouw Silberstein huilt zachtjes.
‘Waar is mijn man? Hij zal toch wel weten waar ik ben?’
‘Tuurlijk,’  zeg ik, terwijl ik haar op de laadklep help.’’


Bianca Boer verweeft deze verhaallijnen op ingenieuze wijze. Het verhaal laat je niet zomaar weer los. De titel is ook veelzeggend.
Ook al is de thematiek in dit geval de Tweede Wereldoorlog, traumaverwerking is iets wat je met allerlei thema’s kunt verbinden.
De zorg komt ook als thema naar voren: in de film gaat het over patiënten met een geestelijke stoornis die naar het concentratiekamp vervoerd worden, waar dus bewoners van het hedendaagse tehuis een rol in hebben (heftige scenes zijn dat!), maar er is ook de mantelzorg, die behoorlijk zwaar is.
Erg mooi boek. Ontroerend, temeer door de eenvoudige verteltrant.


Bianca Boer (1976) is schrijver, dichter en schrijfdocent. Ze won de Nieuw Proza Prijs, publiceerde in De Gids, Tirade en Passionate en trad onder meer op tijdens Crossing Border. In 2007 werd haar verhalenbundel Troost en de geur van koffie genomineerd voor de Selexyz Debuutprijs. In 2010 verscheen de dichtbundel Vliegen en andere vogels. Dit is haar romandebuut.


ISBN 9789025455576 | Paperback | 272 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | juni 2019

© Marjo, 13 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kroesvee
Zonen van Jafeth Deel 1
John Meilink


In een nawoord geeft de schrijver aan dat hij de feiten een beetje heeft aangepast om het verhaal goed te laten verlopen, maar dat slaat alleen op enkele jaartallen en levenslopen van de personen die hij in het verhaal verwerkt heeft.
Het feit blijft dat eind zeventiende eeuw de slavenhandel vanuit onder andere Ghana floreerde. En voor het geval iemand denkt dat de Nederlanders daar niet aan mee deden: lees dit boek, en ontdek hoe de West-Indische Compagnie bloeide door de handel in goud en mensen. Want al zijn de meeste personages fictief, het relaas over de handel is dat absoluut niet!


Het verhaal wordt verteld vanuit de handelaren, vooral Nederlanders, maar ook Engelsen, Fransen, Portugezen en Brandenburgers, zo genoemd omdat zij afkomstig waren uit de gelijknamige deelstaat in het oosten van Duitsland, allen handelden in slaven.


‘Ik heb ze geruild tegen brandewijn, tegen vorken, messen en kralen; ik maak op die handel achthonderd procent, zelfs al zou de helft het niet halen.’


De inlanders werden beschouwd als arbeidskracht, onmisbaar om op de suikerplantages op de Antillen en in Suriname te werken. Was het aanvankelijk tegen de calvinistische geest om mensen te verhandelen, er kwam een moment dat theologen dat niet langer verwierpen als zijnde goddeloos, als het maar ging om niet-christenen.


Het verhaal begint in 1687 met een onverhoedse overval op een dorpje in het Denkyira koninkrijk (Ghana): vrijwel alle bewoners worden gevangengenomen door de Afrikaanse slavenjagers om als slaaf verkocht te worden. Ook krijgsgevangenen en dissidenten werden naar de kust vervoerd en geleverd aan de Europese slavenhalers, die op hun schip voor anker lagen te wachten. Maar de Nederlanders hadden een verdrag met de Denkyira. Net als de Engelsen trouwens. De roof van een compleet dorp verhit de gemoederen dan ook behoorlijk. Als de slaven langs een geheim gehouden route vervoerd worden, door een Arabier, denken de Brandenburgers en de Fransen dat ze hun slag kunnen slaan, er van uitgaande dat de Nederlanders het verdrag niet zouden willen schenden. Niet openlijk tenminste.


Verraad en bedrog, onderlinge oorlogjes, slinkse afspraakjes, mensen die hun eigen handeltjes denken te kunnen drijven, het maakt het geheel nogal ingewikkeld. En dan is er nog de hitte, en de vele ziektes, met nauwelijks kennis over hoe die tegen te gaan. Het verhaal over de worm:


‘De bottelier kijkt met afgrijzen naar zijn eigen buik. Hij heeft pijn en loopt gevaar: het uittreden van de worm kan leiden tot levensbedreigende infecties, dat weet iedereen. Het ligt er maar net aan waar het gedrocht verkiest naar buiten te komen en – belangrijker nog – of het heel blijft, want een worm in stukken belooft zeer zwaar weer voor de patiënt.
‘Haal het weg, meneer,’ smeekt hij, hijgend als een karrepaard. ‘Alsjeblieft.’


Intussen bevinden de illegale slaven zich op de Griffioen, waar Aldemar Burghoutsz, schipper van de Griffioen, zich inspant om zijn ruimen voller te krijgen. Slaven brengen geld op. Zij zijn vee. Kroesvee. Veel waard, maar geen mens als hij zelf. Zo vindt ook de dominee die door het lint gaat met al die ‘duivels’ om hem heen.


Af en toe zijn er intermezzo’s, waarin verteld wordt over het verleden van de belangrijkste figuren: Burghoutsz (fictief) en Nicholaas Sweerts, directeur-generaal van de WIC (wel historisch, maar er is weinig over hem bekend). En er is het verhaal over Bomba Jan, een mulat. Hij is slavenopzichter op de Griffioen. Hier laat Meilink zien hoe de tijdsgeest was, hoe iemand er toe kwam te handelen zoals hij deed.


Het moge duidelijk zijn. Op deze flinke hoeveelheid pagina’s wordt veel informatie gegeven. Mooischrijverij is er niet bij, het is kort en feitelijk, hetgeen even wennen is.  Er zijn wel degelijk beschrijvingen van het landschap en cultuurhistorische achtergronden, het is een boeiend en leesbaar verhaal vol actie over een akelige periode uit onze geschiedenis.
Voor in het boek zit een kaart van het gebied waar dit verhaal zich op concentreert, als ook een uitvergroting van alle forten die in die tijd langs die kust stonden. Er is een handige lijst met de belangrijkste personages, zodat je kan terugkijken wie wie is.


Het boek bestaat uit twee delen, het eerste beslaat de maanden november en december van het jaar 1687, het tweede speelt zich af in januari 1688.
Ieder deel is weer onderverdeeld in hoofdstukken waar een stukje tekst boven staat, in de vorm van toepasselijke citaten. Dan vind je achterin nog een aantal opmerkingen, over welk deel fictie is, en wat er gebaseerd is op geschiedenis, er is een uitleg van de citaten, een bibliografie en de woordenlijst, is ook heel handig, want Meilink gebruikt veel woorden uit de talen van de Afrikaanse stammen!
Je kan wel stellen dat het boek volledig is, maar mocht je nog meer willen, kijk dan op de site, https://www.kroesvee.nl waar ook nog informatie te vinden is over de afbeeldingen die in het boek staan.


John Meilink (1961) is werkzaam in de ICT. Dit boek, waaraan hij zes jaar werkte, is zijn debuut. Het zal uiteindelijk uitmonden in een trilogie met als serienaam Zonen van Jafeth.

ISBN 9789460225192 | paperback | 429 pagina's | Uitgeverij LM Publishers | januari 2019

© Marjo, 16 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De achtste dag
Annemarie Haverkamp


Ooit waren Egbert en zijn vrouw Emma zo gelukkig. Ze woonden in een leuk huis ergens tegen de grens van Duitsland, vlak bij een rivier en met een mooie werkplaats voor Egbert ernaast. Emma was balletdanseres, maar danste niet meer. Egbert was timmerman. Hij bouwde de decors voor het theater toen hij Emma zag dansen en op slag verloren was. Ze werd zwanger, een zoon werd geboren. Toen sloeg het noodlot toe: de jongen bleek te lijden aan een onbekende ziekte. Hij was blind, zou hoogstwaarschijnlijk ook doof worden, en lopen kon hij niet. Een tweede zwangerschap eindigde in een miskraam. Daarna was Emma niet meer dezelfde. Het wordt niet duidelijk verteld hoe dat kwam, maar ze stierf en liet Egbert achter met hun gehandicapte zoon Adam.


Dat was wel genoeg ellende, vond Egbert, maar het noodlot slaat nogmaals toe. Hij krijgt te horen dat hij zelf niet zo lang meer te leven heeft. Hij staat voor een haast onmogelijke beslissing: wat moet er nu met Adam gebeuren? Zou er iemand in zijn zeer kleine familie- en kennissenkring bereid zijn de zorg over te nemen? Moet de jongen naar een instelling? Adam is volledig hulpbehoevend, en er is de belofte aan Emma dat hij hem nooit alleen zal laten. Wat nu?


Als het verhaal begint lijkt de beslissing genomen, maar opnieuw grijpt het lot in. Als Egbert besluit de opdracht van de dokter aan te nemen, stelt dat zijn beslissing met acht dagen uit. Je zou misschien denken dat de dokter met hem meeleeft, hem helpt, maar die denkt alleen aan zijn nieuwe vriendin. Voor haar is de trap. De trap die Egbert zeven dagen uitstel geeft.


‘De route voert hem langs de molen, het rivierlandschap strekt zich voor hem uit. Konikpaarden in de kleur van een mistige dag. In alle gehuchtjes staan delen van zijn nalatenschap. Keukens, badkamers, tuinhekken, wankelbalies, een kinderopvang, een hondenkennel, en zelfs een bunker voor de eigenaar van de steenfabriek die bang was voor een nucleaire oorlog. Als hij er straks niet meer is, zullen de mensen nog aan hem denken wanneer ze een boterham smeren op zijn aanrecht of hun auto parkeren onder zijn carport.’


De lezer volgt hem van dag tot dag, leest over zijn eenzame worsteling. Het gaat immers slechter met hem. En Adam weet van niets, hij leeft zijn eigen minimale leventje. Het verleden toen Emma nog leefde wordt in flashbacks verteld, als Egbert daar aan terugdenkt.
Een klein verhaal naast dat van vader en zoon is dat van de gans Gerrit. Hij ziet Egbert als zijn vader, die hem dingen leert – waar hij zijn zoon niet niet kan leren lopen, kan hij de gans wel leren vliegen. Maar ook in dit verhaaltje slaat het noodlot toe: Gerrit schrikt van een enorme hoestbui en vliegt weg, zijn noodlot tegemoet. Een dilemma voor Egbert, maar nu gaat het nog om een gans, deze beslissing kan genomen worden, al is het moeilijk. Maar als het om Adam gaat?


Dit boek is een schrijnend verhaal dat je goed kan zien als een aanklacht, want de zorg voor gehandicapte kinderen is in Nederland niet al te best. Je kan je goed voorstellen dat je je kind daar niet aan wil blootstellen. Maar mag en kan je als ouder dan de stekker er uit trekken? Als de kans bestaat dat je kind je zal overleven, wat doe je dan? Een vreselijk dilemma.


Er is een scene in het boek waarin Egbert op internet het verhaal vindt over de zaak Robert Latimer. Dat is een waargebeurd verhaal, over een Canadese boer die zijn 12-jarige, ernstig gehandicapte dochter van het leven berooft om haar verder lijden te besparen.


Hoofdfiguur Egbert doet sterk denken aan Helmer, de boer die in Boven is het stil van Gerbrand Bakker vertelt over zijn worsteling met het leven die hem beschoren lijkt. Ook Egbert heeft met een worsteling te maken, al is die stukken schrijnender, want bij hem is eigenlijk al bekend wat het einde voor hem zal zijn. Het is niet alleen deze figuur, ook de stijl van Annemarie Haverkamp komt sterk overeen met die van Bakker. Ook zij schrijft recht voor zijn raap, in korte zinnen die een sfeer oproepen van eenzaamheid, van hulpeloosheid waarvoor hij geen redding ziet. Je durft bijna niet door te lezen, omdat je bang bent voor de afloop.


Annemarie Haverkamp is journalist en schrijver. Ze is ook moeder van een 15-jarige zoon die door een zeldzame chromosoomafwijking ernstig geestelijk en lichamelijk gehandicapt is.  In De Gelderlander schreef ze columns over het dagelijks leven met een gehandicapt kind. De columns werden gebundeld in vier boeken en verschijnen na vijftien jaar nog elke week in de krant.


ISBN 9789048845309 | paperback | 160 pagina's | Uitgeverij Lebowski | maart 2019

© Marjo, 7 juni 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kongokorset
Herlinde Leyssens


Toen Herlinde Leyssens een huis kocht in Bassily (Zullik geheten in het Vlaams), een dorp ten zuiden van Gent, had ze geen idee dat de eerste bewoner van dat huis het hoofdpersonage zou worden in haar eerste roman. Ze ontdekte niet alleen dat Gabrielle Deman een bijzondere vrouw was, maar  ook dat haar brieven, dagboeken en foto’s lagen te wachten in het Afrikamuseum in Tervuren.


Gabrielle Deman koesterde al vroeg een droom die eigenlijk volgens de zeden en normen van die tijd nooit bewaarheid had kunnen worden. Maar dan rekende die wereld toch buiten de doortastendheid en vindingrijkheid van Gabrielle.
Zij heeft het voordeel de dochter te zijn van een vooruitstrevende persoon. Edmond Deman is uitgever van vooral kunstboeken en laat zijn dochter kennismaken met kunstenaars als Léon Spilliaert, Théo van Rysselberghe en Maurice Maeterlinck, Ook mag ze naar school, waar ze leert lezen met als gevolg dat ze groot bewonderaar wordt van de boeken van Jules Verne, boeken die haar leren dromen. Gabrielle wil wetenschapper worden. Maar de ervaringen in de voor 100% mannelijke studentenwereld zijn negatief. Ze stopt er mee, zoekt en vindt andere wegen om te leren. In de tussentijd helpt ze haar vader in de boekhandel, annex bibliotheek die haar vader uitbaat. En daar stapt de oplossing voor haar problemen binnen.


‘Mijn naam is Sillye. Albert Sillye, kapitein-commandant. Reeds zeven jaar in dienst van koning Leopold II in Kongo-Vrijstaat.’


Haar ticket naar Kongo, dat was deze man! Ze verloven zich voordat Albert voor de derde keer naar Afrika afreist. In zijn afwezigheid traint Gabrielle zichzelf: wandelen met gewicht op haar rug, fietsen en zwemmen. Ze verslindt alles wat ze over Kongo te pakken krijgt waaronder ook de brieven van haar verloofde, en ze grijpt met twee handen de kans om te leren fotograferen aan, ze gaat daarvoor zelfs een jaar naar Engeland. Ook leert ze dieren opzetten en insecten prepareren.
Albert keert terug, definitief denkt hij, maar dat is buiten zijn vrouw gerekend. Op 2 juni 1904 vertrekken ze samen voor een laatste reis.


Albert Sillye blijkt ook een verhaal apart. Waarom is hij met Gabrielle getrouwd? Hun huwelijk blijft ongeconsumeerd, tot haar verbazing. Maar ze maakt zich er niet druk om, het zal wel komen, denkt ze, en in de tussentijd storten ze zich allebei op hun bezigheden. Dacht Albert aanvankelijk nog dat hij haar achter kon laten, na een eerste keer vergezelde ze hem op al zijn reizen, over eenpersoonspaden in de jungle, over een wildstromende rivier. Ze komen allerlei pluimage tegen. Betrouwbare en onbetrouwbare mensen en die laatsten zijn niet per definitie zwart van huid, zoals de meeste blanken in die tijd denken.


Zij is de eerste vrouw die Kongo doorkruist waarbij uit haar schrijfsels duidelijk blijkt dat ze de houding van de blanken niet kan waarderen. De superioriteit die deze kolonisten voelen ten opzichte van de lokale bevolking staat haar tegen. Natuurlijk moet ze meegaan in de gewoonten van die tijd, maar zij behandelt haar personeel met vriendelijkheid. Zij zijn meer haar vrienden dan die domme blanke vrouwen. In 1905 schafte koning Leopold de slavernij af, en als zijn werknemer werd ook Albert geacht hierop toe te zien.


Leyssens beschrijft met de dagboeken van Gabrielle in de hand over de ondergeschikte positie van de vrouw, over de tegenstelling tussen blank en zwart, over de superioriteit en laatdunkendheid waarmee de bezetter de Kongolezen behandelde.


‘De gebeurtenissen van mijn leven waren als de circusacts van de kevers en andere kruipers boven onze hoofden. Trapezesprongen waren alleen onaangenaam wanneer ze verkeerd afliepen en met een plof in Alberts soepkom eindigden, of in mijn bord. Waarom emotioneel worden van zo’n ongemak; gewoon eruit vissen, op de grond gooien, vermorzelen en verder eten. In Kongo is zwakte niet geoorloofd. Men kan tenslotte aan alles wennen.’


Tekst als deze of een zin als ‘Overal drupten de donkere bladeren van welbehagen’ als ze een tropische tuin beschrijft, geven ook aan dat Leyssens de kunst van het schrijven beheerst. Door het taalgebruik in het boek aan te passen laat ze de lezer proeven van de sfeer van die tijd.
Natuurlijk is het verhaal geromantiseerd, en kan niet alles historische verantwoord worden, maar het is een boeiend verhaal waarvan de kern in ieder geval op waarheid berust. Het leven in de Belgische kolonie was zoals beschreven en Gabrielle Deman was de eerste vrouw die door dat land reisde. Er is door de schrijfster duidelijk veel onderzoek gedaan naar het leven in die tijd, zowel in België als in de Kongo.


Herlinde Leyssens (1968. Anderlecht) is van oorsprong germanist. Zij besloot pas te gaan schrijven toen zij een huis kocht in het dorpje Bassily.
Enige kennis van het Frans is handig. Achterin een lijstje met verklaringen van vreemde woorden.


ISBN 9789460016530 | paperback | 415 pagina's | Uitgeverij Vrijdag | mei 2018

© Marjo, 5 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Fluistering
Lien van Horen


Een boek met twee hoofdpersonages. De een, Maria, leeft rond 1500, de ander, Anna, in de huidige tijd (2014).


Het verhaal begint met Anna, kunsthistorica, die meedoet aan een belangrijk muziekconcours in Italië omdat ze prachtig op de accordeon kan spelen. We lezen 'Fluisterende stilte is haar specialiteit', maar net op dát moment, als de stilte fluisterend moet zijn, niest Bruno, een van de juryleden. 'Geen besmuikte nies  of ingehouden, maar een uit volle borst.' Heel even is Anna uit haar doen en natuurlijk merken de overige juryleden én het publiek dat. Haar score is er ook naar. 'Een professioneel musicus laat zich niet afleiden.' Anna besluit gelijk af te reizen naar Urbino waar ze stage gaat lopen. Niet om haar accordeonspel te verbeteren maar wel om het vak boekbinden onder de knie te krijgen.


Ze neemt haar intrek bij Constanza Lipi, een markante vrouw, die het grote muzikale talent in bepaalde mensen ziet. Deze worden door Comstanza uitgenodigd om een tijdje bij haar te komen wonen. Zij begeleidt deze mensen dan, zodat ze verder kunnen komen. Ook gaf ze workshops maar dat lukt gezien haar leeftijd niet meer. Voor de aanstaande zangworkshop heeft ze iemand ingehuurd en wel Bruno!
In huis, vooral aan tafel tijdens het diner, is de spanning tussen Bruno en Anna bijna voelbaar, maar Dedrick, een uitmuntend drummer, die erg op zichzelf is maar wel heel directe vragen stelt, maakt de sfeer wat losser.

En dan belanden we ineens in de tijd van Maria, zij observeert de vrouw die naar haar kijkt, die vrouw is Anna. Maria is degene die op het schilderij La Muta (de doofstomme) van Rafael is weergegeven. Vervolgens ontstaat er doorheen het boek een vorm van contact tussen de twee bijzondere vrouwen. Anna vindt haar rustpunt bij La Muta en Maria weet dat Anna voor haar belangrijk is.


We lezen de geschiedenis van beide dames, die in wezen veel overeenkomsten heeft, terwijl de tijd waarin zij leefden toch heel anders was. Het blijkt dat Anna, net als La Muta, een groot verdriet meedraagt die eruit moet. Bruno herinnert haar aan die pijn maar Dedrick is uit ander hout gesneden. Hij confronteert Anna met haar gedrag en zij heeft het daar moeilijk mee.


Het verhaal geeft de worsteling weer van twee vrouwen die hun innerlijke strijd niet kunnen vertellen. Anna uit haar gevoelens steeds via de accordeon, niet via praten. In La Muta herkent zij zichzelf en La Muta verstaat en begrijpt haar. De schrijfster heeft haarfijn aangevoeld en in mooie taal weergeven wat deze vrouwen beroerd. De verweving met elkaar is apart en knap in elkaar gezet. De innerlijke reis van de beiden heeft ze prachtig en zonder vals sentiment beschreven. Kortom, een zeer indrukwekkend boek.


Lien van Horen (1950) schreef artikelen in diverse tijdschriften en tientallen informatieve kinderboeken in de serie 'Junior Informatie'. Haar column 'Koekoek & Fries' is in kleine kring zeer populair. De laatste jaren schrijft ze korte verhalen, waarmee ze regelmatig prijzen wint. Met het schrijven van Fluistering heeft ze haar eerste novelle voltooid.


ISBN 9789493059047 | Paperback | 143 pagina's | Uitgeverij Palmslag | februari 2019

© Dettie, 2 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER