Op deze pagina worden boekverslagen geplaatst van debuterende schrijvers/sters.
Ook dit jaar lezen Marjo en Dettie de Inzendingen 2011 die op de site van Academia debutantenprijs staan weer mee.
(Het betreft boeken uitgegeven tussen 1 oktober 2009 t/m 30 september 2010.)
Zij proberen zoveel mogelijk de boeken die op de lijst van inzendingen staan te lezen maar ook andere debuten die (nog) niet op de lijst staan.
Boeken die ze hebben gelezen staan op deze pagina en in het archief.
Inmiddels is de shortlist 2010 bekend.
Genomineerd voor de Academia DebutantenPrijs 2010 zijn:
Voor uitgebreide commentaren van Leestafelleden, klik op de naam van de schrijvers.
Paul Baeten Gronda - Nemen wij dan samen afscheid van de liefde
Ellen Heymerikx - Blinde wereld
Stine Jensen - Dokter Jazz
Michiel Klein Nulent - De tram van half zeven
Joost Vandecasteele - Hoe de wereld perfect functioneert zonder mij
Op 27 september 2009 is de winnaar Academica DebutantenPrijs 2009 bekend gemaakt, dat is....
Ricus van de Coevering - Sneeuweieren
Zie ook:
http://www.deletterenspreken
en http://www.academicadebutantenprijs.nl
Tropenkolder
Marcel de Jong
De uit Nederland afkomstige Frank Andeweg begint al goed in zijn nieuwe baan als maatschappijleraar op een school in Bonaire. Hij kan het klaslokaal niet in. Tanga de conciërge heeft geen sleutel, zegt hij. De directeur, Maduro, heeft ook geen sleutel, die is bij Tanga. Het gevolg is dat er geen les gegeven kan worden. Zijn eveneens uit Nederland afkomstige collega Wiebe treft hetzelfde lot.
Frank wil graag weten wat zijn voorganger behandelt heeft in de lessen maatschappijleer maar, zo wordt hem verteld, die man, een priester, deed alles uit zijn hoofd.
Naast dat hij les moet geven, wordt van Frank verwacht dat hij een nieuwe lesmethode opzet. Dat wordt moeilijk als niet echt duidelijk wordt gemaakt wat er van hem verwacht wordt. Maduro praat wel maar zegt niets.
Om zich beter verstaanbaar te kunnen maken leert Frank ook Papiamento, dat is handig voor het journalistieke werk dat hij naast het lesgeven doet. Frank levert het dagelijkse nieuws voor het Antilliaans Nieuwsblad. Hij valt met zijn neus in de boter want er zijn verkiezingen voor de eilandsraad op komst. De strijd gaat vooral tussen Joel Pieters en Janga.
Pieters is 'rood' en wordt de vader van het volk genoemd. Hij is kritisch over Nederland en Curaçao. Volgens zijn tegenstanders belemmert hij de ontwikkeling van Bonaire. Pieters is mogelijk betrokken bij drugssmokkel en corruptie bij de aanleg van de weg naar Sorobon.
Janga is 'groen' en wordt de hoeder van de toekomst genoemd. Hij wil alleen Antillianen in het onderwijs, geen mensen (mensen uit Nederland) die de cultuur niet begrijpen. Surinamers vindt hij arrogant. Janga is mogelijk betrokken bij corruptie rond de verlenging van de landingsbaan.
Pieters is meer schuim dan chocolade volgens hem.
Op gegeven moment weet Frank aan belastend materiaal over Janga te komen. Hij was wel degelijk betrokken bij de corruptie rond de landingsbaan, Frank heeft nu het bewijs. Maar dat bewijs wordt gestolen en komt later op raadselachtige manier weer boven water. Pieters heeft het. Een onderzoekscommissie zal de gang van zaken rond de landingsbaan beoordelen.
“Wanneer maakt de onderzoekscommissie de resultaten bekend?
Pieters krabt aan een muggenbult boven zijn rechteroog.
”In de laatste week van mei.”
“Een paar dagen voor de verkiezingen dus.”
Hij haalt zijn schouders op. “Zo hebben ze dat bepaald. Daar heb ik geen invloed op.”
Directeur Maduro en conciërge Tanga zijn aanhangers van Janga en laten dat ook in hun houding duidelijk blijken aan Frank. Hij krijgt geen post in zijn postvakje, op vragen wordt nauwelijks antwoord gegeven en soms wordt hij gewoon genegeerd. De nieuwe lesmethode wordt stelselmatig afgekeurd. Echt makkelijk loopt alles dus niet.
Ook in zijn privéleven wordt Frank flink door elkaar geschud. Hij ontvluchte Nederland min of meer en hoopte dat alles beter zou gaan op Bonaire, ook in relationeel opzicht. Maar zijn eerste verovering bleek een hoertje te zijn. Later krijgt hij een relatie met Minny, die het ook al niet zo nauw neem wat trouw betreft. En dan is er nog Marisela…
Regelmatig zakt Frank flink door met de arts Viola, Wiebe of zijn Surinaamse collega Glenn, die na dertig jaar nog steeds als buitenlander gezien wordt. Viola en Wiebe hebben een moeizame relatie maar vinden toch troost bij elkaar. Het leven op Bonaire wordt steeds moeilijker. Wat vandaag ja is, is morgen nee en omgekeerd. Viola kan er niet meer tegen en gaat terug naar Nederland.
Frank zakt ook steeds verder af, raakt zijn huis kwijt, hij weet het ook allemaal niet meer. De verkiezingen naderen, als Janga wint dan is het gedaan…
De schrijver is zelf journalist op Bonaire geweest en maakte de problemen op de Antillen zodoende van binnenuit mee. Dat is goed te merken. Toch weet hij het boeiend te vertellen omdat hij naast alle politieke toestanden, de corruptie en het negeren een goed personage heeft neergezet. Frank is een mens die je al snel sympathiek vindt en je ergert je met hem mee aan alle bizarre situaties en pesterijen. Diep in je hart hoop je dat de schrijver overdrijft maar toch vrees je het ergste.
De sfeer op Bonaire is ook erg goed weergegeven, je ziet de cafeetjes, de mensen aan het strand, de nonchalante houding van iedereen enz.
Kortom, het is een boeiend boek met boeiende personages, gesitueerd op een boeiende plek.
ISBN 9789054522195 Paperback 212 pagina's Uitgeverij Passage juni 2010
Met verklarende woordenlijst van de Papiamentse woorden
© Dettie, 17 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Iedere dag in dienst van jou
Ivo Bonthuis
Hugo is schrijver, maar omdat hij nog niet zover is dat hij werkelijk iets geschreven heeft, moet hij de kost verdienen door nachtwaker te zijn in 'de Kruidentuin', een psychiatrische instelling. Daar leert hij onder andere de jongen Rudolf kennen. Zijn ziektebeeld is niet erg duidelijk, weet men wel wat er aan de hand is met deze jongen?
Hugo heeft pas een geliefde verloren en zit nog midden in een rouwproces. Hij verhuist weg van de plek waar de herinneringen te veel op hem af komen, en huurt een kamer in een huis op de heuvel. Toevallig: de jongen Rudolf woonde in dit huis, hij is de broer van Noa, een jong meisje dat leeft voor de muziek. Ze is talentvol en wil concertpianiste worden. Haar broer vormt een hindernis op weg naar de top, niet alleen doordat hij is wie hij is, maar vooral omdat haar moeder eigenlijk niet wil dat haar zoon in een tehuis woont. Ze wil hem thuis hebben, en dan kan Noa toch voor hem zorgen?
Het meisje raakt erg gefrustreerd, en probeert Hugo aan haar kant te krijgen. Hugo evenwel wil schrijven, nu hij verhuisd is komen de verhalen als vanzelf. Als hij door Noa diens lerares leert kennen, leeft hij helemaal op: dat is een interessante vrouw die veel heeft meegemaakt. Daar zit een boek in.
Maar de verhalen over Isa, verhalen over Rudolf, verhalen over Noa, alles loopt door elkaar. En dan bemoeit Beethoven zich er ook nog mee. Hij komt er niet uit.
En intussen vindt Noa het maar niks, iedereen moet naar haar pijpen dansen. Haar muziek is belangrijk, de anderen niet. En ze neemt drastische maatregelen.
Als je dit een goed boek vindt dan noem je de manier waarop het geschreven is fragmentarisch: verhalen en werkelijkheid wisselen elkaar af; er zijn plotse overgangen en sprongen in de tijd. Mar je kan het verhaal ook een warboel noemen, en dat klinkt natuurlijk minder waarderend. Helaas is het voor mij te warrig, het kernverhaal is duidelijk, maar al die zijsprongen, wat moet de lezer daarmee? Je vraagt je al lezende vaak af wat er nu waar is, en wat niet. Waar stopt de fantasie van de hoofdpersoon, en waar vertelt hij zijn eigen verhaal?
ISBN 9789046807156 Paperback, 191 pagina's, uitgeverij Nieuw Amsterdam, februari 2010
© Marjo, 11 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Zwart-witte inkt
Dirk Bolier
Zwart-witte inkt verwijst naar de hersenmassa in het hoofd van filosofiestudent Bobby. Soms wordt die gevuld met zwarte inkt, soms met witte.
Bobby is gefascineerd door de filosoof Witgenstein en wil daar ook op afstuderen. Voor de rest 'filosofeert' hij heel wat af met Ricardo, de kroegbaas van een café op de Amsterdamse wallen want Bobby's dagen zijn vooral gevuld met zuipen en gokken. Tussendoor is hij vrij fanatiek bezig met zijn studie. Af en toe steekt Bobby een joint op of neemt een lijntje cocaïne. Op een zwarte dag vergokt hij 5000 euro in een casino, dat geld had hij geleend van Ricardo. Samen met Ricardo breekt hij in en zo komen beiden aan een geldbedrag waar ze voorlopig mee uit de voeten kunnen. Bobby verhuist naar achterstandswijk in Rotterdam waar hij zich zeer prettig voelt, alleen zijn huisbaas is vreselijk . Bobby vecht daar tegen zijn gokverslaving. Maar Bobby zakt steeds verder af, hij zuipt en rookt en snuift zoveel dat hij op een dag helemaal flipt. Hij wordt opgenomen en krijgt het medicijn Haldol, een antipsychoticum, dat aanslaat. Hij vindt een baan als webmaster op de afdeling Binnenzijn en daar ontmoet hij Megan een Engelse studente informatica die daar tijdelijk werkt. Ze kunnen het uitstekend met elkaar vinden en krijgen een relatie. Dit wordt de witte-inkt periode. Als Megan terug is in Engeland blijkt ze zwanger van Bobby. De zwarte-inkt periode breekt weer aan.
Op zich weet Bolier alles zeer beeldend te brengen alleen slaat op gegeven moment wel de verveling toe als je weer mee mag naar het zoveelste bezoek aan het café van Ricardo. Of over de zoveelste kater en/of hallucinatie leest. De man doet het zich allemaal zelf aan. Hij leeft op drank en heeft af en toe een 'opleving' waarbij hij goed eet en hard studeert en 'maar' een half krat bier drinkt op een dag. In de Rotterdamse wijk komt hij er achter dat er nog ergere gevallen dan hij rondlopen en ook zijn behandelaar heeft zelf de nodige problemen, dat lucht hem aardig op.
De periode met Megan is het positiefste, het witte inkt gedeelte in het boek. Voor de rest is het inderdaad inktzwart. Een leven dat van de ene kick naar de andere gaat. Van bier, naar whiskey, een joint en coke en daarbij in het begin veel gokken.
De filosofie van Witgenstein wordt wel aangehaald maar te weinig om er daadwerkelijk in dit verhaal iets mee te kunnen. Het zijn losse gedachten maar veel wat in dit boek staan zijn losse gedachten, soms gedachten in flarden van waanzin en hallucinaties.
Ook krijg je af en toe heel onverwacht flash-backs naar de jeugd van Bobby. Keurige ouders die nu zijn studie betalen maar het liefst willen dat Bobby net zo keurig is als zij. Bobby stikt in hun milieu. Toch is hun houding geen aanleiding om zo extreem te gokken en zuipen zoals Bobby doet.
Al met al een boek waarvan je je afvraagt waarom het geschreven is. Volgens enkele recensenten is het deels autobiografisch. Het is te hopen voor Bolier dat het in werkelijkheid allemaal minder erg was. Wat Bolier uitstekend gedaan heeft is zijn omgeving neerzetten, Ricardo's kroeg en de klanten zie je voor je evenals de kamer in Rotterdam en het Bergse Bos waar Bobby na zijn instorting veel wandelt.(Frappant is dat het Hoge Bergse Bos op een voormalige puinstortplaats is opgezet, is dit symbolisch bedoeld van de schrijver?)
Maar Bobby zelf wordt ondanks alle ellende geen mens van vlees en bloed. Je leest over hem maar zijn leven is zo beschreven dat je niet met hem mee kunt leven. Er blijft afstand.
Persoonlijk heb ik gemengde gevoelens over dit boek. Het fascineert, je denkt wat bezielt een mens om zo destructief bezig te zijn. Het stoot af vanwege het eindeloze gezuip en katers enz. Man je doet het allemaal zelf denk je dan, zeur niet en doe er iets aan. Ik vroeg me af of dit een mannenverhaal is, of een vrouw dit ook zo zou schrijven. Maar in feite doet dat er niet toe, net zoals ik me afvraag of dit boek er toe doet maar dat kun je je bij heel veel boeken afvragen. Misschien waarschuwt het mensen die zelf zo bezig zijn, maar dan is er weer de vraag of ze dit gaan lezen. Als ze net zo bezig zijn Bobby dan vrees ik van niet.
Ik kan het boek niet aanraden maar ook niet afraden, ik weet het gewoon niet.
ISBN 9789057860904 Paperback 176 pagina's | Servo Uitgeverij en D.T.P. | juni 2009
Dettie, 28 juli 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Bekentenissen van een minnares
Milla Fonteyne
Ina studeert en om wat beter in haar geld te zitten maakt ze schoon op een kantoor. Daar ziet ze HEM, Victor, hij werkt nog. Even is er oogcontact en die blik maakt dat Ina verliefd wordt op Victor. Elke keer als ze gaat werken hoopt ze dat hij er is. En dan gaat ze naar een salsa-avond en daar is Victor ook. Ze raken in gesprek en van het een komt het ander, hij gaat met Ina mee naar huis en ze belanden in bed. Eind goed al goed zou je denken maar er is een probleem. Ina is 26, good-looking Victor is de 50 voorbij, is getrouwd en heeft twee zoons van in de twintig.
Maar Ina is verliefd en zijn huwelijk stelt toch niets meer voor, denk ze, anders was hij niet alleen op die salsa-avond en nu bij haar. Victor komt steeds vaker langs, ze gaan samen uit eten, vrijen veel, gaan vaak uit maar rond middernacht verdwijnt Victor naar huis. Victor noemt Ina Mateke, zij is zijn maatje. Maar Ina wil meer, zij wil Victor voor altijd een eeuwig en dat is precies wat Victor niet wil. Zijn zoon moet eerst afgestudeerd zijn en dan gaat hij, zo goed als zeker, bij zijn vrouw weg. Maar absoluut niet eerder en voordat zoonlief klaar is met leren... dat duurt nog wel enkele jaren. Ina raakt geobsedeerd, zij zal en moet winnen, hij zal toch uiteindelijk wel inzien dat zij de vrouw van zijn leven is. Maar Victor blijft bij zijn vrouw, en Ina durft het onderwerp scheiden niet aan te roeren. Bang als ze is hem kwijt te raken.
Ze haat het dat ze hem aan niemand kan voorstellen, hem niet aan haar vrienden kan presenteren als haar vriend. Ina is inmiddels afgestudeerd en heeft een vaste baan. De situatie sleept zich voort en beslaat al zo'n twee jaar.
Victor zwijgt en blijft zwijgen over hun relatie, zolang er nergens over gepraat wordt, en vooral niet over zijn vrouw, dan is alles best. Ina gaat er langzamerhand kapot aan. Ze wil Victor helemaal en Victor krijgt het benauwd van zijn Mateke. Zij is zijn Mateke, snapt ze dat niet?
Hij neemt af en toe cadeau's voor haar mee die haar er van overtuigen dat hij met haar verder zal gaan. Ze komt zelfs in contact met zijn zoons zonder dat zij weten dat zij de minnares van hun vader is. Tot ellende van Ina dwepen ze beiden met hun ouders, vooral met hun vader.
Natuurlijk kan het zo niet doorgaan er zal iets moeten gebeuren... Ina slingert van wanhoop naar hoop en weer terug. Ze zien elkaar een tijd niet en Ina stort in, ze bezoekt uiteindelijk een psychologe en die laat Ina zien wat er nu gebeurt en gebeurd is. Ina zal een beslissing moeten nemen.
Het boek begint met de ene cliché na de andere en de neiging om het weg te leggen was groot. Het leek een romannetje zoals er duizenden te lezen zijn. Halverwege het boek wordt er echter ineens tegen de lezer gesproken. Daarin wordt ook gezegd dat het nou niet bepaald interessant is, dit gedoe van Ina en Victor. Dat is ook de ommekeer in het verhaal. Vanaf dat punt gaat Mateke steeds meer verlangen van haar 'brute beer'. De wanhoop slaat toe en dan begint ook de worsteling om los te komen van deze man waar ze compleet aan verslaafd is. Er volgen ook meer stukken die tot de lezer gericht zijn. Op het eind, tijdens de gesprekken met Catherine, de psychologe, worden er enorme verkregen inzichten verkondigd door Ina. - En nu maar hopen dat ze inderdaad inzicht heeft gekregen. -
Op zich leest het allemaal makkelijk weg maar het steeds opnieuw herhalen van de verlangens van Ina gaan tegenstaan. Ook zijn enkele punten nogal ongeloofwaardig. Victor is zo goed als elke dag bij Ina, ze gaan samen uit, ze eten overal in hun woonplaats Antwerpen, Victor blijft tot middernacht bij Ina, ze gaan samen naar Rome en Parijs en zijn vrouw merkt niets? Even is er wel iets met zijn vrouw aan de hand, wat er gebeurd is wordt niet verteld, het lijkt ernstig en Victor staat onmiddellijk voor haar klaar. Kiezen voor Ina is er écht niet bij. Ina klapt bijna in elkaar van ellende, dat zelfs niet over gaat als ze Victors profiel op een datingsite aantreft! Nee, ze neemt onder valse naam contact met hem op en Victor is erg geïnteresseerd. En nog blijft ze zijn Mateke, een naam die ook behoorlijk gaat tegenstaan op het laatst. Ze gauw ze hem weer ziet is alle ellende over en is ze als was in zijn handen tot de volgende crisis. Ook de ontmoeting met zijn kinderen is vrij ongeloofwaardig weergegeven maar dat kan aan mij liggen omdat ik toen al veel dingen steeds ongeloofwaariger begon te vinden.
Wat ik heel bizar vind, is dat als Ina in therapie is ze ineens geweldige inzichten krijgt en bijna een andere taal spreekt. Ze begint ineens vrij pittig filosofische verhandelingen te houden. Deze Ina is zo compleet anders... het klopt niet met het voorgaande. Je zou nog kunnen denken dat het door de therapie komt maar deze taal en wijsheden passen totaal niet bij de Ina zoals ze in de rest van het verhaal is. Deze Ina zou waarschijnlijk zelfs nooit begonnen zijn aan Victor.
Al met al een boek dat misschien mensen die in zo'n situatie zitten zal aanspreken maar dan op een verkeerde manier. Vrouwen zullen zich mogelijk herkennen, het verlangen van Ina dat hij voor haar zal kiezen lijkt me een verlangen van veel minnaressen. Zie je wel, zij wil dat ook! zullen ze denken. Het verkregen inzicht van Ina wordt zo vaag en filosofisch verteld en in zulke andere bewoordingen dan de rest van het verhaal dat menigeen ze een paar keer over zal moeten lezen om te begrijpen waar Ina het over heeft. Maar dan nog is het de vraag of het iets bijdraagt.
Het verhaal is een mengeling van een romannetje en een soort wijsheden zoals Oprah verkondigt of zoals de lessen in de latere boeken van Paulo Coelho (en dat is geen compliment). Ik vind het een beetje over de top allemaal.
Maar wie ben ik, dit is mijn persoonlijke mening, ik heb toch wel het vermoeden dat veel mensen dit verhaal wél zullen waarderen.
ISBN 9789057203282 Paperback 186 pagina's | Linkeroever Uitgevers NV | november 2009
Dettie, juli 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De val van Hipokrates
Menno Lievers
Alterego Erik Liefco is arts-assistent-niet-in-opleiding. Het blijkt vrijwel onmogelijk, in ieder geval in het ziekenhuis waar hij werkzaam is, om een opleidingsplaats te krijgen. Zijn vriendin Beatrijs vindt dat hij maar met haar mee moet gaan naar Engeland, waar zij werk heeft, en daar iets moet zoeken, maar Erik wil perse arts worden. Tijdens zijn opleiding had hij een leermeester, internist en professor in de psychosomatiek, waar hij een goede band mee had. Deze Rood speelt een rol als een soort geestelijk geleide bij zijn teruggang in de medische wereld. Maar zoals Erik valt, zo valt ook Rood, op een andere maar niet minder doeltreffende manier. In zijn hart weet hij best dat hij geen echte 'roeping' heeft, althans niet zoals zijn collega's. Van psychosomatiek willen ze niets weten. Hun houding ten opzichte van de mens is heel anders dan die van Erik. Zeker op de vijftiende verdieping waar de mensen heen gebracht worden die nergens anders terecht kunnen: 'Hier liggen mensen die door hun omgeving verwaarloosd zijn, die zichzelf verwaarloosd hebben en die nu door ons verwaarloosd worden.'
Als hij samen met een collega bij het bed van een patiënt staat zegt de collega:
'Dat krijg je er van als je te veel drinkt'
Eriks reactie, in stilte: 'Ik begreep Aad niet; de man was toch een hulpbehoevende patiënt die de domme pech had dat zijn lichaam zo op alcohol reageerde?'
Erik gaat zijn gang, zoals hij altijd gewend was, en behandelt de mensen op zijn eigen - zeer mensvriendelijke- manier. Zijn collega's kijken hem met scheve ogen aan en hebben al snel door dat Erik nooit 'nee' zegt. Zijn patiënten dragen hem op handen. Langzaam wordt duidelijk dat hij zijn schuld - met zijn moeder- niet zal kunnen vereffenen. Ook al heeft hij geen contact met haar, die schuld drukt zwaar op hem en bepaalt zijn manier van leven. Een buitenbeen is hij en blijft hij. Tekenend: 'zoals zo vaak in mijn leven herkende ik hem wel, maar hij mij niet.'
Er is iets gebeurd toen hij dertien was; een jonger broertje is verongelukt. Het fijne komen we als lezer voorlopig niet aan de weet. Dat gebeurt gedoseerd, door middel van de nachtmerries die met dat voorval verband houden. Dit geeft het boek een spanningsboog mee, die later nog uitgewerkt wordt met de gebeurtenissen die tot zijn val leiden. In zijn privéwereld is het eveneens geen rozengeur en maneschijn. Zijn vriendin trekt aan hem dat hij zijn 'droom' opgeeft. Hij drinkt stiekem. Hij gaat met verpleegsters naar bed en geeft hen valse hoop. Hij gaat naar de
hoeren en raakt daar betrokken bij een paar onverkwikkelijke zaakjes. Hij prikt zich in zijn duim als hij een patiënt bloed afneemt voor aids-onderzoek. Hij is zelfdestructief: hij verdient het als hij HIV-positief zou blijken, vindt hij. Nog een extra element dat hij in zijn onvermijdelijke val meeneemt.
Er zijn veel verschillende elementen in dit boek. Soms is het een dramatische slapstick, dan weer slaat het door naar een doktersromannetje. Zoals het een dokter betaamt neemt hij gaan blad voor de mond. Alles wordt met naam en toenaam aangeduid, niets menselijks wordt de lezer bespaard. Maar vooral is het een aanklacht tegen de medische wereld, waar de patiënt een nummer is geworden. Tegen het gemak waarmee de artsen beslissen over leven en dood. En als de ontknoping doet denken aan de zaak van Lucia B, dan blijkt dat te kloppen zoals in een nawoord staat.
Isbn 978 90 234 5461 8 Paperback 283 pagina's | De Bezige Bij | november 2009
© Marjo, 12 juli 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De Allestafel
Thomas Heerma van Voss
De eerste zin van dit boek is meesterlijk in al zijn eenvoud.
'Al ruim vijftien minuten houdt Mark Oldings drie paar sokken in zijn handen.'
Later besef je dat er nog veel meer in die zin zit dan je bij de eerste lezing kunt weten. De hoofdpersoon wordt namelijk op twee manieren aangeduid. Met gewoon Mark, of met zijn volledige naam. Wat het precies is waar de man last van heeft - of eigenlijk heeft hij er geen last van, alleen zijn omgeving zit er mee - dat wordt in het boek niet uitgelegd, maar hij is niet echt normaal, in de zin sociaal aangepast.
Als Mark leeft hij een ogenschijnlijk normaal leven: hij woont samen met Yvonne, hij schrijft muziekrecensies over hiphopcd's en probeert een roman te schrijven. En een verjaardag te vieren.
Als Mark Oldings is hij de jager, hij zoekt een prooi, besluipt hem en handelt dan. Zo koopt hij zijn sokken, nadat Yvonne hem gezegd heeft dat hij eens volwassen moet worden. Dat zit hem blijkbaar in de sokken. Hij begrijpt dat niet, maar vooruit, als zij dat nou wil. Hij doet zijn best om zich te gedragen zoals de buitenwereld dat van hem verlangt, maar het kost hem steeds meer moeite. Hij wordt steeds meer een controlfreak, sluit zich meer en meer af, zonder dat zelf te beseffen. Een variatie op de hel: dat zijn de anderen.
Als hij hoort dat Yvonne twijfelt, neemt hij zijn toevlucht tot lijstjes. Als hij nu maar de punten die hij daar opgeschreven heeft aanhoudt en uitvoert, dan moet het goed gaan. Want hij wil niet dat ze hem verlaat.
´Mark slikt. Hij mag geen emoties tonen. De lach mag niet winnen van de traan, maar het verdriet zal ook zeker niet winnen van het geluk.Neutraal, dat moet hij blijven, neutraal is de beste keuze.´
En dan is er nog de tafel, misschien wel het begin van het einde. Een van de weinige dingen die Yvonne mee heeft genomen toen ze bij hem introk. De tafel waar aan wordt gewerkt, gelezen, gegeten, gezeten, en waarvan Mark de lades keurig opgeruimd houdt.
'Zo heeft hij maanden moeten wennen aan de allestafel, een probleem dat hij oploste door wekenlang voor de tafel te gaan zitten en hem constant aan te staren. Het was een hypnotiserend gevecht geweest tussen hem en de tafel, waarbij hij uiteindelijk het meeste geduld opbracht. Hij versloeg de vijand., het ongemak verdween en sindsdien beschouwt hij de tafel net als Yvonne doet, als een naast familielid.'
Ergens weet hij wel dat hij niet is zoals anderen. Maar hij keert de zaken om: hij snapt niet waarom die buitenwereld, zijnde Yvonne, zijn vader en af en toe een toevallige persoon, niet kan begrijpen wat hij wil. 'Waarom snapt ze dat nou niet' is een verzuchting die we vaak tegenkomen.
'Hij wil nog zeggen dat zij juist degene is die moet denken, dat het allemaal goed komt als ze allebei hun verstand gebruiken. Maar in plaats
daarvan vult hij opnieuw zijn glas met water.'
Yvonne wordt steeds wanhopiger, zij kan niet meer tot Mark doordringen en ze zet hem voor een ultimatum. Hij doet zijn best en vraagt haar naar wat ze zoal gedaan heeft de hele dag. Maar op dat moment is hij niet Mark, maar Mark Oldings. Er gebeuren dingen waardoor hij zich steeds meer vast moet houden aan Mark Oldings.
'Mark Oldings legt de toekomst niet in handen van een papiertje, nee, hij legt zijn toekomst honderd procent in handen van zichzelf.´
Het is een glijdende schaal. Het kan niet goed blijven gaan. De climax is net als de beginzin meesterlijk. Onverwacht, schokkend, en eigenlijk
onontkoombaar. Laten we deze schrijver, en dan bedoel ik niet Mark Oldings, goed in de gaten houden!
ISBN 978 90 457 0277 3 Paperback 142 pagina's | Uitgeverij Augustus | oktober 2009
Marjo, 22 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Het schapenfeest
Fikry El Azzouzi
Als de hoofdfiguur een jongen is van elf, dan verwacht je al snel een verhaal over een jongen die volwassen wordt, een Bildungsroman. In dit boek is dat niet het geval, het verhaal speelt zich af op die ene dag van het Schapenfeest, er zijn ook maar enkele verwijzingen naar een verleden of een toekomst. Aan het einde van het boek is de jongen niet anders dan in het begin.
Ayoub is Marokkaan. In Vlaanderen ergens. Hij woont met zijn zussen, die hij 'Gedrocht' en 'Gluiperd' noemt, en zijn ouders in een eengezinswoning met een tuin en een kelder. Op de dag dat het Schapenfeest is, moet er een schaap geslacht worden. Moderne Marokkanen kopen hun vlees bij de slager of laten dan tenminste hun schaap bij het slachthuis om het leven brengen, maar de vader van Ayoub doet daar niet aan mee. Nog erger: Ayoub moet leren hoe hij slachten moet, zodat hij het kan doen als vader het niet meer kan.
Ayoub zou wel meer Westers willen zijn, zoals zijn oom, die tot ergernis van de Marokkaanse gemeenschap, niet getrouwd is met zijn geliefde. Maar hij is zoals gezegd pas elf, ook al roept zijn vader geregeld dat hij dertien of zelfs vijftien is! En een elfjarige jongen moet zich wel schikken naar zijn vaders wil en wet, wat kan hij anders. Dus hij leert soera's bij de 'baardman', en dus werken zijn pogingen om onder de slachtpartij uit te komen niet.
Ayoub is ook een dromer en een fantast. Hij verlangt er naar een groot voetballer te worden. Maar vooral ook heeft hij vreemde fantasieën, hij
dagdroomt over akelige wezens, die hem bedreigen. En hij dagdroomt over het schaap, als hij eenmaal in de wei is. Het schaap is 'de enige echte', die beseft dat het zijn levensdoel is om geslacht te worden.
Het is al wel duidelijk dat het niet helemaal een serieus verhaal is. De wereld van Ayoub en de avonturen van zijn familie zijn vaak hilarisch. Het lijkt wel cabaret: de schrijver spot met zijn eigen afkomst. Maar het is teveel: wat aanvankelijk de lezer nog laat lachen wordt wel erg lang uitgesponnen. Als je deze roman kon lezen in stukken, als verhalen, dan was het beter te verhapstukken.
Aan de andere kant zitten er wel serieuze stukken in. En krijgt de lezer ook informatie over hoe het er aan toe kan gaan als een Marokkaans gezien probeert een eigen cultuur te handhaven in een westerse samenleving. Helaas is het vooral een bevestiging van hoe westerlingen denken over Marokkanen.
De houding ten opzichte van de vrouw:
'Abdelkari is op zoek naar trouwmateriaal. We leunen zo stoer mogelijk tegen een muurtje met één voet plat tegen de muur aan. Abdelbari bestudeert met een schuin hoofd en een vieze grijns elk meisje dat voorbij slentert. De kont mag niet te dik zijn, maar ook niet te plat. Ze mag niet naar ons kijken, maar ook niet naar de grond. Ze moet de juiste pas hebben, niet te snel en ook niet te traag.'
ISBN 9789055154777 Paperback 160 pagina's uitgeverij Van Gennep april 2010
Marjo, 14 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De tijddood
Cees Oosterwijk
'Zelfs een boek mag je niet op de kaft beoordelen. Daar moest je doorheen'
In Maldegeer breekt de strijd los om een nieuwbouwproject. Wethouder Job Hazeleger is een integer man. Maar iemand die alles netjes en volgens de regels wil doen, die loopt tegen een hoop problemen aan. Dat is helaas niet alleen in het fictieve Maldegeer zo en dat is wat de schrijver ons duidelijk wil maken. Cees Oosterwijk vertelt een verhaal over intriges, malversaties, omkoperij, speculaties, smeergeldaffaires, vriendjespolitiek; wat zijn er eigenlijk veel woorden voor al dat soort malafide praktijken! Daar tussendoor moet Job zich staande weten te houden, maar hij is - dat heb je zo met die types - ook een beetje naïef. Zijn ondergang lijkt niet te stuiten.
'Bij elke gelegenheid zou Job tot in lengte van dagen moeten aanhoren hoe succesvol zijn opvolger was geweest bij het afronden van de transacties.
Toch niet die engerd Vergelius, die zijn tentakels in alle uithoeken van de malafide bouwpraktijken had zitten? Een inktvis als wethouder van Maldegeer. Het was op dat moment dat hij zich realiseerde dat hij door de politiek en de ontwikkelaars gebruikt was om als stroman, als naïeve tussenpaus, de kastanjes uit het vuur te halen. Daarna zouden de echte mannen het werk afmaken.'
Gelukkig heeft hij een medestander, al denkt hij daar in het begin heel anders over. Ernst de Koning is de projectontwikkelaar. Als ze samen werkreisjes maken naar Berlijn en later Londen, leren ze elkaar steeds beter kennen. En waarderen. En daar is Hugo van Rhenen, zijn adviseur, trouw tot in den doet, zoals dat heet. Maar noch Ernst, noch Hugo kan het onheil afweren.
Dit is de eerste verhaallijn, waarbij de manier waarop de spanning vormt, want dat het een aflopende zaak is, dat is al heel snel duidelijk.
In de tweede verhaallijn, die in het verleden speelt, vertelt Oosterwijk halverwege maar vast hoe de moord gepleegd is. Het gaat om een werknemer van de vader van Ernst, Albert de Koning. Jacob Agterberg, een man waarover je een boek zou kunnen schrijven, valt in een stormachtige nacht, eind oktober, van de steiger van een project in aanbouw. Er worden losse knopen gevonden, en het plaats delict klopt niet helemaal met een ongeluk, maar toch wordt het dossier bij gebrek aan bewijs gesloten. Maar niet voor inspecteur Goedhart. Deze man bijt zich vast in de zaak en als hij door een auto-ongeluk om het leven komt is het zijn dochter Hannah die verder speurt. Met hulp van haar vaders collega Mark. Het verhaal van Hannah en haar vader vormt nog een derde verhaallijn, eentje die best lekker leest, maar voor het verhaal niet zo heel veel uitmaakt. De schrijver laat haar door het verhaal laveren voor de romantische noot, denk ik.
Er zit heel veel in de driehonderdvijftig pagina's die het boek telt. Als het eenmaal op gang gekomen is - je moet even door een berg informatie - ontvouwen zich de verhaallijnen tot een zeer onderhoudend en vaak humoristisch boek. Het gaat behalve over de malversaties in de bouw en de politiek, over vriendschap en jaloezie, over familieverhoudingen en liefdesrelaties. Gewoon om alles wat menselijk is. De actualiteit sluipt steeds weer het verhaal in: Joran van der Sloot, Theo van Gogh, de HSL, moderne architectuur, en zelfs een man die onlangs van de Eiffeltoren sprong, ze mogen allemaal meedoen. Maar of iemand die over tien, twintig jaar dit boek leest zal beseffen dat dat allemaal geen fictie is en dat er inderdaad op 3 maart verkiezingen waren?
De vorm van het boek is afwisselend; heden en verleden lopen door elkaar, nu eens vertelt Hannah, dan weer Job, en er tussendoor komt regelmatig een 'Intermezzo' voorbij, waarin bijna alle personages hun zegje mogen doen, zelfs de doden. Al zijn de dialogen soms wat stroef, daar staat tegenover dat de tekst die vader Goedhart op de cassettebandjes heeft ingesproken juist heel goed is.
Cees Oosterwijk levert in niet al te harde bewoordingen kritiek op de maatschappij, en wil de integere politicus een hart onder de riem steken.
En dan toch zegt Hannah:
'De waarheid en absolute eerlijkheid zijn vergane deugden. Ze helpen ons echt niet verder. Integendeel. Als iedereen maar altijd de waarheid zegt of zijn oorspronkelijke gevoelens volgt, dan beschadigen we onze medemensen en geliefden meer dan wanneer we hen lichamelijk zouden kwetsen. Die verbale giftige pijlen kunnen meer schade aanrichten en moeilijker herstellen dan een lichamelijke wond, daar was ik inmiddels van overtuigd.(-) Wat was er in de politiek, of met het nastreven van goedbedoelde idealen, belangrijker dan de liefde?'
ISBN 978-9044615760 Paperback 343 pagina's | Uitgeverij Prometheus | februari 2010
© Marjo, 30 juli 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De zomer van Godard
Hein-Anton van der Heijden
Dat was smullen! Van der Heijdens boek is als een dubbeldik, verantwoord belegde, volkoren sandwich. Die wel naar meer smaakt, maar het is nu eenmaal op. De hoofdpersoon krijgt aan het begin een hoop geld in bezit om daar op het eind op een aparte manier iets mee te doen. Dat het begin je doet denken aan het verhaal van 'Slumdog Millionaire' en dat je dat einde ziet aankomen, dat hindert niet. Bij een sandwich gaat het om het beleg, en dat is bij dit boek dan ook het geval. Thomas Griffioen is de ik-verteller. Hij is schrijver, maar niet zoals hij dat gedroomd heeft.
'En plotseling, in een flits, zag ik mijn plaats in de wereld en hoe ik mij tot de anderen zou verhouden. Hier stond ik, midden tussen duizendendemonstranten van wie ik er niet één persoonlijk kende, en toch voelde ik me één met hen. Hier stond ik, een jongen van twintig die van lezen hield, wiens grootste genot het was zich in het hoofd te verplaatsen naar andere plaatsen en tijden, zich in te leven in anderen. Maar vandaag had ik iets ontdekt wat ik nog niet wist. Hooft en Bredero, Du Perron en Nescio: tot vandaag waren het mannen geweest die ik bewonderde, maar vanaf nu waren zij meer dan dat. Vanaf nu waren het voorgangers in wier voetstappen ik zou treden. Vanaf dit moment wist ik wat voortaan richting zou geven aan mijn leven: Ik zou schrijver worden.'
Tot op heden is er van zijn roman weinig terecht gekomen. Zijn muze, Olga, is verdwenen. Hij is redacteur bij een uitgeverij en schrijft over kunst.
Na de droog-komische inleiding waarbij hij herinnerd werd aan de zomer, midden jaren zeventig, waarin hij een relatie had met Olga Jongkind, is het haast onvermijdelijk dat hij op zoek gaat naar haar. Het is zo'n vijfentwintig jaar geleden dat ze samen optrokken: hij student Nederlands, en later, door haar aangestoken, kunstgeschiedenis; zij deed beide studies. Hun relatie was intens en voor altijd. Dacht hij. Maar ze verdween. Op een dag was ze zomaar weg, en er lag een briefje waarin stond dat hij haar niet moest zoeken. Niettemin deed hij een halfslachtige poging, die gedoemd was te mislukken. Hij moest haar vergeten, en zijn leven ging door.
Op het moment dat het verhaal begint is hij gelukkig met Laureen. Maar hij vertelt haar niet waarom hij in werkelijkheid naar Frankrijk gaat. Dat hij een droom najaagt. Twee zelfs: een oude droom, Olga en de liefde die hij voor haar had. En een nieuwe droom: want hij droomde dat hij Olga zou weerzien in Avignon. Dat is dan ook het doel van zijn reis. Zal de droom in vervulling gaan, of in duigen vallen?
Godard waar de titel naar verwijst is de Franse filmregisseur Godard, die vooral bekendheid in de jaren zestig genoot. Zijn film 'Pierrot le Fou' is een beetje de rode draad van het verhaal van Thomas en Olga. Samen zagen ze de film, en voor Thomas heeft hun leven een parallel met de levens van de hoofdrolspelers. Wie de film 'Pierrot le fou' waardeert, waardeert dit boek.
Want ook voor Hein-Anton van der Heijden is er een parallel. Zoals Godard vooral véél wilde in zijn films, zo wil van der Heijden dat ook in zijn boek. Daardoor worden thema's niet altijd uitgewerkt, maar eigenlijk is dat niet erg. Filosofietjes, summier psychologische analyses, stootjes maatschappijkritiek waardoor je de schrijver verdenkt van linkse sympathieën, het zit er allemaal in. Van der Heijden maakt veel gebruik van literaire trucjes zoals flashbacks, opsommingen, herhalingen, cliffhangers, die maken dat je in het verhaal meegesleept wordt.
Dit is een mooi verhaal, dat stilistisch goed in elkaar zit, een goed debuut dus.
'Hoe komt het toch dat Nederlanders, die tot diep in de vorige eeuw bekendstonden als ingetogen en bescheiden, zich binnen een paar generaties hebben ontwikkeld tot een overassertief, luidruchtig collectief van continu mobiel bellende, dan wel notoir verongelijkt hun levensleed uitventende talkshowgasten?'
ISBN 9789059119345 Paperback 248 pagina's Uitgeverij Aspekt maart 2010
© marjo, 25 juli 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Ik houd van u
Nicole van Nierop
De zevenjarige Alice is een nakomertje, na haar zus Judith en broer Maarten. Zij neemt de wereld om haar heen op een heel eigen manier waar. De lezer ontdekt dat haar moeder (Tjitske) haar nooit gewenst heeft. Juist daardoor hangt het kind erg aan haar moeder, die ze consequent 'mijn moeder' noemt. Maar de vader is 'onze vader', en een tijd zelfs 'de liefdeloze'.
Haar moeder echter heeft niet alleen het kind nooit gewild, ze weet ook niet wat ze met haar moet. Nu vertoont Alice ook wel vreemd gedrag. De lezer vermoedt dat ze iets mankeert, maar haar ouders zien dat niet, of willen het niet zien. Ze lijkt een gevoelig kind, en kan zich niet verplaatsen in een ander. Ze neemt geen blad voor de mond, en als dat gaat over haar eigen fantasiewereld vertoont ze onaangepast gedrag. Op het verjaardagsfeestje voor haar achtste verjaardag nodigt ze - zonder dat haar moeder het weet - de hele klas uit, behalve het buurmeisje, dat ze een vreselijk kind vindt. Het is een schokkende ervaring voor de buurvrouw en het einde van de vriendschap tussen haar en Tjitske.
Als de moeder niets voor het feest doet, redden broer en zus de middag op een heel eigen manier. Op het feest voor de familie evenwel, als ze een wens mag doen, roept Alice : ´ik wens dat jullie verdwijnen en ik voor altijd alleen ben!'. Het feestje is snel afgelopen.
'Natuurlijk wilde ik niet alleen op de wereld zijn. Dat maakte mijn leven saai. Vooral mijn moeder zou ik vreselijk missen en zij mij ook, dat wist ik zeker. Ik wilde later net zo slim en mooi worden als mijn moeder. Ik zou haar opvolger worden.
Soms zei mijn moeder tegen me dat de wereld geen zin meer in haar had en haar niet zag staan. Ik zag mijn moeder wel staan en vond het tijd om met de wereld te praten.'
Als ze op de middelbare school zit, wordt gezegd dat ze dyslectisch is, maar dat klopt niet. Een dyslectisch kind dat zich op de basisschool als vrijwilliger meldt om een stuk uit een van huis meegenomen boek voor te lezen? En dat dan anderhalve pagina doorleest, zonder dat er iets over hapering of wat ook gezegd wordt? Het is sowieso al vreemd dat ze zo lang mag doorlezen, want het boek dat ze leest is een boek dat haar moeder geschreven heeft over haar leven. En het stuk dat ze leest gaat over een kind dat ze niet wenste en een moeilijke bevalling.
Dat wordt weer wel verklaard doordat de juf later Alice's moeder aan een uitgever helpt. Dat boek is ook een van de redenen dat moeder haar man en kinderen verlaat. De meest dringende reden is er een waar de lezer vermoedens over heeft, die verderop in het boek bevestigd worden.
Als de moeder weg is, zakt Alice nog verder weg in haar vreemde gedrag, Maar ze doorloopt wel het gymnasium. Merkt niemand dan dat ze niet normaal is?
'Onze vader' haalt een man in huis, die ongewenst is, maar zonder hem zou de puinhoop nog groter zijn. Maarten gaat zo snel hij kan het huis uit, en Judith krijgt problemen, die door iedereen genegeerd worden tot het bijna te laat is.
Intussen zoekt Alice een manier om haar moeder op te volgen. 'Ik houd van u', ze blijft het zeggen. Ze blijft de liefde van haar moeder zoeken. Ze wil een 'zegening'. Ook een manier om seksuele gemeenschap te omschrijven. Maar ze heeft geen idee waar ze mee bezig is. Dat levert wrangkomische situaties op, hilarische toestanden die zo niet bedoeld zijn.
Ondanks het feit dat het verhaal soms ongeloofwaardig is, (bijvoorbeeld de ontknoping) sleept dit boek je mee. Het is bij tijden ontroerend. Schokkend ook. De kracht van Nicole van Nierop zit deels in de stijl en de mooi gevonden zinnen, maar vooral in haar fantasie. Jammer dat deze manier van vertellen ook irriteert, omdat het verhaal van een getraumatiseerd kind door het kind zelf verteld wordt en dat niet klopt..
Zegt zo'n kind dingen als dit:
'Mijn moeder vond zekerheid iets voor sukkels. Sukkels die zichzelf ophangen aan zekerheid, omdat ze bang zijn dat de onzekerheid ze te pletter laat
vallen. Ik was nog nooit bang geweest en nog nooit te pletter gevallen.'
Of: 'Als ik echt een duivel was, dan konden mijn vuurspuwende ogen die oude rimpeltaart doden.'
Later wordt gezegd dat het een zeer intelligent kind is, maar dan nog. Aan de andere kant neemt ze haar wereld als ze klein is heel letterlijk. Dat kan. Maar hoe lang accepteer je het vreemde gedrag dat ze vertoont?
'Het meisje lachte. Ze leek op een vogel. Door haar spitse gezicht en haar spitse mond en haar lange neus met grote gaten erin wist ik niet precies wat voor soort vogel, maar het was een vogel. Een vogel met lange benen in een strakke spijkerbroek. Een vogel met een witte blouse waarvan de eerste vijf knopen openstonden en haar borsten duidelijk zichtbaar waren.'
Het arme meisje zal consequent en ook hardop 'het gevogelte' genoemd worden door Alice.
Het leest als een trein, dit boek, maar de bedoeling er van is niet helemaal duidelijk. Nou ja, moet er een bedoeling zijn, als je een paar uur met overwegend plezier gelezen hebt?
Isbn 978 90 488 0623 2 Hardcover 304 pagina's | Lebowski | april 2010
© Marjo, 20 juli 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER