Debuten

Achter een lens gevangen
Anneloes Tieleman


De relatie tussen Phileine en haar moeder Isabelle is op zijn zachts gezegd niet goed. Maar toch is haar moeder wel degene waar ze heen gaat in haar vakantie. Ze zal wel moeten, ze studeert nog, veel geld om op vakantie te gaan is er niet.
Gelukkig is haar moeder na één dag al weg maar een vriendin van haar moeder heeft beloofd op het huis te passen tijdens haar afwezigheid. Het is Rosemarie, de vrouw die Nathalie al kent van vroeger. Ze heeft haar sinds haar pubertijd niet meer gezien. Rosemarie is twaalf jaar ouder dan Phileine, bovendien is ze een erg mooie vrouw en vroeger berucht om haar uitzonderlijke feesten.
Maar die tijd lijkt voorbij.


Phileine voelt zich onmiddellijk aangetrokken tot Rosemarie, ze beziet de vrouw nu met heel andere ogen dan vroeger. Het zorgt voor onrust in haar lijf. Ze krijgt Rosemarie niet meer uit haar hoofd. Uiteindelijk blijkt dat ook Rosemarie niet ongevoelig is voor de tengere Phileine en op gegeven moment kunnen ze er niet meer omheen, de relatie begint.
Het is echter allemaal niet zo simpel als het lijkt. Phileine weet nu al hoe de reactie van haar moeder zal zijn en ook Rosemarie heeft moeite met o.a. het leeftijdsverschil.
Toch genieten ze een aantal dagen intens van elkaar en hun enorme verliefdheid. Ze bedrijven vol overgave de liefde dat overigens prikkelend maar niet ordinair beschreven wordt.


Helaas blijkt Isabella's reactie nog erger dan Phileine verwacht had. Het wordt een ramp. Rosemarie en Phileine vertrekken elk naar hun eigen huis. Er resten Phileine niets anders dan foto's.


Het lijkt alsof het, door Isabella's houding, bij een vakantieliefde zal blijven, maar beiden weten dat er veel meer speelt dan zomaar een oppervlakkige relatie. Ze blijven naar elkaar verlangen, ze missen elkaar. Maar er spelen zoveel factoren mee die de hele situatie bemoeilijken. Phileines fotografiestudie, Rosemaries kunstgalerij... het slokt hun tijd op. Ze denken dat het voorgoed voorbij is.


Met ontzettend veel vallen en opstaan, vele ups en downs en grote inzichten in zichzelf en elkaar worstelen ze door. Hunkerend naar elkaar. Maar beide vrouwen verwerken hun intense verlangen en verdriet op een heel eigen manier. Waar de ene verbeten doorgaat, laat de ander de moed helemaal zakken. Totdat ze elkaar weer ontmoeten en ze de feiten onder ogen moeten zien.


Het is een van de weinige romans die expliciet over twee vrouwen die een relatie hebben. De schrijfster weet de relatie én alle problemen die het stel ondervindt goed te verwoorden.
Er spelen naast de relatie nog andere factoren mee die een simpelweg 'voor elkaar gaan', bemoeilijken. Alle ontwikkelingen maken dat je wilt doorlezen. De gedetailleerde beschrijvingen zouden soms wel wat minder uitvoerig beschreven kunnen worden, maar storen niet echt.


Op zich is het een debuut met heel veel potentie, het verhaal is boeiend en je leeft erg met de vrouwen mee, het is daarom zo jammer dat er redactioneel flink wat ontbreekt.  Een goede redacteur zou het boek tot grotere hoogte kunnen tillen dan het nu doet. Hopelijk heeft Anneloes Tieleman zo'n persoon bij haar volgend boek tot haar beschikking.


Anneloes Tieleman (1987) groeide op in de randstad en wilde altijd al een roman schrijven over twee vrouwen. Simpelweg omdat zijzelf niet genoeg romans kon vinden in dat genre. Achter een lens gevangen is haar debuutroman.


ISBN 9789464507256 | Paperback | 292 pagina's | Boekscout | 8 juli 2022

© Dettie, 30 september 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Spaanse renner
Lidewey van Noord


‘Nog iets meer dan tachtig kilometer, dan is hij verlost van de stress. Van deze vlakke wegen die zo simpel ogen, maar die hem en de rest van het peloton dwingen om uren achter elkaar alert te zijn, alsof er roofdieren op de loer liggen. Klaar om je met je fiets en al aan stukken te rijten.’


Wielrennen is dus niet altijd even leuk, het is gewoon een beroep. Je doet waar je goed in bent. En hoe goed je ook bent, in ieder beroep zijn er momenten dat het even niet zo leuk is.
Voor het verhaal begint staat er een quote van Rini Wagtmans:


‘Elke topcoureur komt ooit een tegenstander tegen van wie hij niet winnen kan: zichzelf.’


De man over wie het verhaal gaat is Miguel, een Spanjaard. Hij zit duidelijk even niet lekker in zijn vel en door een ongelukkige manoeuvre veroorzaakt hij een valpartij. Voor hij er vandoor gaat - wat niet eens onmiddellijk opgemerkt wordt in de commotie – ziet hij zijn concurrent op de grond vallen, gevolgd door vele andere renners.
Een poos later vindt een boer hem, liggend in een greppel. Totaal van de kaart. Hij wil niets weten van een ambulance en gaat met de boer mee naar diens boerderij. Jan, de boer, haalt er toch wel een dokter bij, maar stelt verder niet veel vragen. In ruil voor onderdak vraagt hij Miguel te helpen met het werk.
En tot zijn verbazing maakt de wielrenner geen aanstalten om te vertrekken…


Miguel reed de Vuelta, die in het najaar na verschijning van dit boek inderdaad in Nederland start. Het is een actueel verhaal dus, waarbij je ook het een en ander leert over de wielerwereld.


Het is vooral een psychologische schets: de omgang tussen de twee mannen die zich moeten behelpen met het beetje Engels dat ze kennen, ontwikkelt zich tot een bijzondere vriendschap. Ze hebben iets gemeen: Miguel is een eenling tussen zijn maten die immers ook concurrenten zijn en leeft onder druk, omdat hij moet winnen. Winnen is het enige dat telt in zijn wereld.
Jan is ook een eenling. Hij leeft tussen zijn koeien die dan wel geen druk op hem uitoefenen, behalve dat ze gemolken willen worden, maar hij voelt de druk van de maatschappij. Zijn grootvader runde de boerderij, zijn vader nam het over, maar zelf zal hij geen opvolger hebben. Hij valt op mannen.


Lideweij van Noord vertelt in een integere impliciete stijl. Je ziet de gebeurtenissen voor je, het is beeldend beschreven. Het is duidelijk dat zij ook poëzie schrijft!
Erg mooi! De lezer zal uitkijken naar een lijviger verhaal!


ISBN 9789021467993 | paperback | 138 pagina's | Uitgeverij Volt | juli 2022
Afmeting 17 x 11,1 cm

© Marjo, 16 augustus 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Lucie
Stans Lutz

‘Zolang ze zich herinnert schaamt Lucie zich voor haar moeder. Voor haar uitbundig gedrag, haar overdreven gelovigheid, haar te zware lichaam, haar snoepzucht, haar altijd en overal te laat komen, haar spilzucht, haar wens om bij iedereen in de smaak te vallen.’

Vader Hans, journalist van beroep, ondergaat het gedrag van zijn vrouw lijdzaam. Dat denkt zijn gezin tenminste. Oudere zus Kath is wat hardhorend, maar wil daar niets van weten. En er is het jongere zusje Eefje.


Middelste is Lucie, de verteller. Vanuit haar beleving lezen we over het gezin,  vooral over de moeder die door haar nogal aparte gedrag het gezinsleven bepaalt. Als Lucie bij haar vriendin is, ziet ze hoe het anders kan, maar natuurlijk heeft zij geen invloed op haar moeder. Kan ze het alleen maar aanzien, hoe haar moeder steeds verder zinkt in het geloof en min of meer eist dat haar kinderen dat ook doen. Hetgeen zij steeds minder doen.


Intussen ontwikkelt Lucie zich van kind tot jong-volwassene. Het verhaal speelt in de jaren zestig, dat is sowieso niet een tijd waarin een jong meisje begeleiding had tijdens deze ontwikkeling, ouders lieten hun kinderen aanmodderen, en op school was er ook nauwelijks aandacht voor, dus ook Lucie staat er alleen voor. Met vallen en opstaan probeert ze haar plekje te vinden.’


‘De lerares had gevraagd hoe zij hun toekomst zagen. Of ze dachten te zullen trouwen en of ze kinderen wilden of dat ze zouden gaan studeren. De meeste klasgenoten wilden het allebei – zo ver waren ze al gekomen – maar de kinderen zouden altijd voorgaan. Toen Lucie aan de beurt was had ze gezegd dat ze helemaal niet zou gaan trouwen. Ze zou gaan hokken, studeren en pas als ze een baan had als tolk/vertaalster vier kinderen krijgen. Bij het woord hokken was er een huivering door de klas gegaan. Dat deed je niet. ‘


‘Lucie’ is een tijdsbeeld en een coming of ageroman in een.
Zeker  voor vrouwen die in dezelfde tijd opgroeiden zijn de verhalen herkenbaar, maar natuurlijk ook voor degenen die buiten die periode groot moesten worden. De ontwikkeling is immers overal hetzelfde, alleen de situatie niet en de manier waarop je er mee omgaat ook niet. Daardoor wordt waarschijnlijk de reactie op dit boek bepaald: een schrijnende herkenning, of een lacherige Aha-erlebnis: zo kan het ook…


Het boek leest in ieder geval als een trein, het bestaat uit korte hoofdstukken in de vorm van schetsen, die wel chronologisch zijn.
Vlotte dialogen, geen lange omschrijvingen maar een taal die to the point is. Dat past bij de verteller.


Stans Lutz is decor- en kostuumontwerper. Ze was ze verbonden aan talloze producties. Eerder schreef en tekende ze het non-fictie boek De Circusclown en het prentenboek Zakdoek.
Lucie is haar literaire debuut.


ISBN 9789492241498| Paperback | 196 Pagina's | Uitgeverij Magonia | maart 2022

© Marjo, 19 april 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Liefde is een onwoord
Jos van Daanen


‘Mama had me een keer uitgelegd dat het einde niet bestond omdat het woordje ‘einde’ automatisch een nieuw begin inluidde. Zonder begin had einde geen betekenis. Ze noemde ‘einde’ daarom een onwoord. Zoals er meer van die onwoorden waren waarin ze zich gevangen voelde. Liefde bijvoorbeeld, dat niet zonder haat kan bestaan, goed niet zonder kwaad, een streling die we enkel betekenis wisten te geven omdat we wisten hoe een klap voelde.’


Hans zit in een psychiatrische inrichting, maar waarom eigenlijk? Het merendeel van de tijd begrijpt hij dat niet zo goed. Wat is goed? Wat is fout? Hebben mensen daar afspraken over gemaakt die voor iedereen duidelijk zouden moeten zijn? Voor hem dan toch niet. Niet altijd.


Hij heeft korte perioden van inzicht, maar ook ziet hij soms dingen die er niet zijn, en zijn geheugen werkt ook niet zo best. Het dagboek van zijn moeder dat ineens op zijn nachtkastje ligt zorgt er voor dat hij nog meer in de war raakt. Daarin beschrijft zijn moeder, Maria, hoe vreselijk ze het vond dat ze zwanger werd. Hoe ze zijn komst vervloekte. Dat dagboek begint zo:


‘Het moet geschreven worden, Hans. Jij moet geschreven worden.’


En op deze manier intrigeert al meteen de eerste zin in het boek. Want hoe kan die Maria, nog maar net bevrucht, zoals ze schrijft, weten dat zij een zoon zal baren en dat hij Hans zal heten?


Het verhaal van Maria moet ongeveer in de jaren '60 spelen, hoogstens '70, de gynaecologie was nog niet zo ver ontwikkeld, en bovendien hoort ze van de huisarts dat ze zwanger is.
Maria is er overigens niet meer. Zij vertelde haar zoon dat ze wilde slapen. Ze was ziek, had veel pijn. En Hans deed wat zij vroeg. Hij zorgde er voor dat ze kon slapen. Voor altijd. Hij was pas negen jaar oud.


Zo volgt de lezer Hans in de kliniek, afgewisseld door stukken dagboek van Maria, om dan mee over te schakelen naar de jongere zus van Hans. Merle is getrouwd met David met wie ze een puberdochter heeft. Merle bekommert zich als enige om Hans, gaat bij hem op bezoek, maar eigenlijk zit ze vol wantrouwen. En angst. Wie is haar broer? Hoe komt het dat hij is zoals hij is?


Hij was hun moeders lieveling, hij was degene die alles van haar gedaan kreeg. Terwijl Merle nauwelijks gezien werd, zodat het feit dat ze na het overlijden van haar moeder het huishouden op zich nam als een zucht naar erkenning genoemd kan worden. Erkenning die ze niet kreeg. Maar het is wel duidelijk dat ze die niet kòn krijgen. Want van wie? Haar moeder is overleden, haar broer is niet normaal, en ook haar vader is niet helemaal goed in zijn hoofd.
Ook Henk, de vader, heeft een stem in het verhaal, over de onmacht die hij voelde naar Maria toe, en naar de kinderen. En later is er nog de psychiater die zijn zegje mag doen.


Op het moment dat je als lezer helemaal verward bent geraakt in de kluwen die deze verschillende personages voor je weven, wordt er hoop geboden: er komt een alwetende verteller op de proppen! Eigenlijk zullen we weten hoe het nu precies zit! Helaas, dat is dus niet het geval. Zeker, het raadsel van het dagboek wordt opgelost, maar dat roept dan weer zoveel nieuwe vragen op.
Doorploeteren dus. Het moet toch wel duidelijk worden wat hier precies gaande is? Er is een spanningsboog waardoor je zeker aangezet wordt tot doorlezen, maar het vergt wel wat doorzettingsvermogen. Want is er wel een normaal personage in dit verhaal? Nou ja, wat is ‘normaal’ dan wel?


Interessante thematiek. Een boek dat tijd vergt, om ten volle te kunnen begrijpen wat hier speelt. Zelfs na het einde, het deel van het verhaal waarbij aan duidelijkheid niets meer te wensen overblijft, rest wel nog de vraag: hoe heeft het zo ver kunnen komen?


Van Jos van Daanen (Kerkrade, 1959) studeerde Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap. Eerder verschenen bij Uitgeverij In de Knipscheer de poëziebundels: in 2018 De schoonspringer, in 2019 Soldaten, in 2020 De heilige cohesie van water en de novelle Lutijn in 2019. Liefde is een onwoord is zijn romandebuut.


ISBN 9789493214408 | Paperback| 218 pagina's | Uitgeverij In De Knipscheer | september 2021

© Marjo, 28 december 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Stenen eten
Koen Caris

Drie jaar nadat zijn zus besloot een einde aan haar leven te maken, lijkt Bens leven zich enigszins te stabiliseren. Het gezin is danig ontwricht geraakt, de vader is verdwenen, de moeder is depressief en houdt het ogenschijnlijk alleen vol doordat Ben haar in de gaten houdt. Ben zelf heeft enkele dwangneuroses ontwikkeld, maar dat weet hij goed te verbergen. Hij is nu zeventien, zit in het laatste jaar, vlak voor zijn eindexamen.


Een normale jongen van 17 zou zich bezighouden met dat examen en de wijde wereld die daarna voor hem open ligt. Met meiden en uitgaan. Ben niet. Hij is de onzekere adolescent, de ik-verteller, geobsedeerd door zijn schuldgevoelens, zijn eigen verdriet en dat van zijn moeder.
En een geheim.


De ene dag volgt op de andere, op school gaat alles zijn gangetje. Terwijl de zomer verzengend toeslaat, nadert het eindexamen.
En dan geeft een van zijn klasgenoten een feest. Emma is een van de Parkmeisjes, een ‘roedel dunne meisjes uit verschillende jaren die naast de vijver in het park rondhangen en daar madeliefkransen vlechten met elkaar.’
Kim, Bens zus was een van hen. Ben werd genegeerd door deze meisjes, hij is dan ook verbaasd als Emma bij hem komt zitten en over Kim begint te praten.
Later, als Emma net als Kim een einde aan haar leven heeft gemaakt, is er opnieuw het schuldgevoel. Had hij het moeten zien aankomen? Had hij Emma tegen kunnen houden? De schuld voegt zich bij de eerdere schuldgevoelens.


Bij de afscheidsdienst voor Emma is er onverwacht veel aandacht voor Ben en zijn moeder. Later ziet Ben de foto’s die overal aangeplakt zijn. Van Kim. Zijn moeder en hijzelf worden gezien als ervaringsdeskundigen! Wat moet hij hiermee? Hij wil niet ‘dubbel anders’ zijn!


En er broeit iets in het dorp onder de jongeren. Dat voelt hij wel, maar het gebeurt buiten hem om. Als hij het door begint te krijgen, komt hij voor de keuze te staan (nog een!): iemand waarschuwen? Maar wie dan?


Het verhaal speelt zich af in een klein nogal geïsoleerd dorp, ons kent ons. Er heerst een hittegolf, waardoor de lamlendigheid toe lijkt te slaan. Na het examen is er iedere dag wel ergens een feest. Alcohol, drugs en de druk van de massa. Het kan niet goed gaan. De sfeer is dan ook zeer beklemmend. Koen Caris beschrijft emoties zonder opsmuk. Deze feitelijkheid maakt het alleen maar erger. Als het einde van het aantal pagina’s nadert wil je eigenlijk niet verder lezen, hoe gaat dit af lopen?


‘Daaraan herken je een verdrietig huis: dat gaat achterlopen op de huizen eromheen. ’s Ochtends blijven de gordijnen langer dicht, en ’s avonds staat de televisie nog aan lang nadat de andere woonkamers donker zijn geworden. De kerstboom komt, als hij komt, een paar dagen voor kerst en blijft daarna staan tot eind januari, steeds kaler en bruiner.‘


‘Kims dood heeft haar (= haar moeder) ingewanden vervangen door lucht; het kleinste sneetje en ze loopt helemaal leeg.’


‘Zogenaamde stiekeme koekeloertjes die honderd verschillende vormen konden hebben, maar allemaal hetzelfde zeiden: jullie horen niet meer bij ons.’


Caris heeft een talent voor mooie zinnen, die raak zijn en uitnodigen tot herlezen. Zeker, het boek gaat over een bizarre hype, maar vooral ook is het een coming of age, over een jongen die moet dealen met het verlies van zijn zus, zijn vader en eigenlijk ook zijn moeder, en bovenal moet leren accepteren dat hij is wie hij is.
Heel mooi debuut.


Koen Caris (1988) is schrijver, schrijfdocent en vertaler.


ISBN9789025454876 | Paperback | 272 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | juli 2021

© Marjo, 14 september 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Spaanse renner
Lidewey van Noord


De Spaanse topwielrenner Miguel Correal zit er doorheen. Hij weet dat hij zijn killerinstinct kwijt is na zijn nipte verlies in de afsluitende tijdrit van de Vuelta vorig jaar.


"Het voelde alsof hij implodeerde, alsof er niets meer van hem overbleef. Wie was hij nog?
[...] Hij verloor veel meer dan een wedstrijd"

Nu hij opnieuw de Vuelta rijdt, nog wel op de Nederlandse wegen waar het constant opletten is, kan hij niet anders dan reikhalzend uitzien naar het eind van de rit. De wielerrit is heftig, Miguel wordt enorm opgejaagd. "Hij voelt de stress om zich heen, [...] naar voren, naar voren. Stuur aan stuur, schouder aan schouder de bochten door."
Zijn grote concurrent Nils Vendelaar rijdt naast hem. Er is een lichte beweging, er is een val... Het is erg...


Vanaf dat moment knapt er iets bij Miguel. Hij komt weer bij zinnen als Jan, een Brabantse boer, hem vindt aan de kant van een weg. Jan neemt hem mee naar huis, een vrouw is er niet, en tot zijn verbazing heeft Miguel weinig zin om weer te vertrekken en Jan vindt het prima dat Miguel blijft. De magere maar pezige wielrenner blijkt een prima hulp en ze vinden al snel een bepaalde routine in het dagelijkse werk op de boerderij. Ze leven samen in een soort vreedzame cocon waar Miguel zich heel veilig voelt. Het weg zijn van alle hectiek rond het wielrennen is een verademing, de rust is helend. Miguel leert om te gaan met zijn gevoelens, met zijn leven en denkt na. Hoe moet hij verder, hoe wil hij verder? 


Voor Jan is de aanwezigheid van Miguel ook een moment van zelfreflectie, zijn leven verandert onbewust ook door de komst de Spaanse renner.  De beide mannen voelen zich prettig bij elkaar en het is juist de vanzelfsprekende stilte tussen hen die alles zo veelzeggend maakt.


Lidewey van Noord heeft met dit fictiedebuut een prachtig subtiel verhaal geschreven waarin vooral de onderhuidse wisselwerking tussen beide mannen prachtig beschreven is. Als de schrijfster deze stijl weet aan te houden dan belooft dat een grote toekomst.
Meer moet er niet gezegd worden, gewoon lezen dit boek.


ISBN 9789021467993 | Paperback | 140 pagina's | Uitgeverij Volt/Tilt.nu | juli 2022
Afmeting 17 x 11,1 cm

© Dettie, 26 augustus 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Hier zijn is niet de bedoeling
Lauranne van Grinsven


'Familie kies je niet. Daar zit je mee opgescheept.’


Als haar moeder Saar belt om te vertellen dat haar grootvader overleden is, doet dat haar meer dan ze verwacht had. Ze had al afstand genomen van de familie toen ze nog thuis woonde, en sinds ze haar eigen leven aan het opbouwen is, heeft ze nauwelijks nog contact met de ouders die ze Els en Johan noemt, en evenmin met haar broer Jens en zus Janne. 


Thuis: dat was een kleine gemeenschap, een benauwende sfeer, familie die moeite heeft met communiceren, en waar intimiteit haast een taboe lijkt. Een moeder die last heeft van depressieve buien en zichzelf heel zielig vindt.


Nu gaat Saar terug. Onderweg bestormen de herinneringen haar al. Herinneringen aan voorvallen waarbij de moeder met haar vreemde gedrag het gezin beheerste. Els kan emoties niet aan. Eigenlijk kan ze het leven niet aan. Omdat haar man zich steeds meer terugtrekt, niet reageert op haar gedrag, klampt ze zich vast aan Saar, die dat niet wil.
Maar als haar oma haar vraagt of ze wil blijven kan ze niet weigeren. Een week blijft ze. Tot de begrafenis. Een moeilijke confronterende week wordt het.


Hier zijn is niet de bedoeling, de titel, wordt gebezigd als Saar in de supermarkt een meisje ziet dat ze herkent van de basisschool. Ze komt meer bekenden tegen, die haar nu allemaal vreemd zijn. En zij is een vreemde voor hen.
De sfeer in het dorp, maar vooral bij haar ouders en bij oma benauwt haar. Maar als ze belt met Fosse haar vriendin, zegt ze dat die niet hoeft te komen. Terwijl ze haar meer nodig heeft dan ooit, houdt ze haar op afstand.
Maar ze weet niet beter: afstandelijkheid is wat ze geleerd heeft.


Oma?’ vraagt Saar.
‘Ja, meid,’ zegt oma.
‘Vind je het niet erg dat niemand jou eens even een knuffel geeft?’
‘Wat zeg je nou?’


Het gedrag van haar moeder irriteert haar, maar ze begrijpt nu waar het vandaan komt.
Toch: wat kan zij er aan doen?


Een roman over familiale verhoudingen. Over hoe je jeugdervaringen de rest van je leven beïnvloeden. Over onvermogen, afstandelijkheid. Over smachten naar genegenheid.


Lauranne van Grinsven weet de lezer te raken, haar dialogen zijn recht voor zijn raap. De korte zinnen, in tegenwoordige tijd, werken daar aan mee. En zinnen als deze: ‘Soms voelt haar verdriet zo klein dat het in een borstzakje past.’
En de scènes rondom de kist waar opa in ligt. Als het allemaal niet zo tragisch was, dan was het hilarisch…


Lauranne van Grinsven (1991) studeerde Creative Writing aan ArtEZ. Haar stijl is kort, fragmentarisch, teder en rauw. Het thema loslaten en vasthouden staat centraal in haar werk. Hier zijn is niet de bedoeling is haar debuutroman.


ISBN 9789048862436 | Hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Lebowski | mei 2022

© Marjo, 30 juli 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Waar gezongen wordt
Shula Tas


Het is Mina, de buurvrouw, die met één vraag alles in werking zet...  Waarom zing je eigenlijk niet meer?
Gewoon een simpele vraag, maar Shula kan hem niet beantwoorden. De vraag laat haar echter niet meer los.


"Telkens als ik een antwoord wil formuleren, dan volgt er niets anders dan gestotter. Losse frases."


Ze had het conservatorium gedaan. In die tijd overleed haar vader, twee jaar later, in haar examenjaar, volgde haar moeder. De laatste keer dat ze zong was op haar examen.


"Vanwege je ouders,' zeiden mensen met een begripvolle blik. Maar dat was het niet. Het was niet de rouw. Niet alleen.[...]
Zingen kan troostend zijn. Maar voor mij was de troost van de muziek verdwenen."


Maar nu moet de zolder leeg. De zolder die barstensvol staat met spullen van haar ouders.
V. haar vriend met wie ze sinds kort samenwoont, wil haar wel helpen met leegruimen, maar ze weet dat ze dit alleen moet doen. Het wringt in Shula, ze wil aan de slag met de zolder maar ook niet. Ze verheugt zich op de ruimte die ze zal krijgen, maar ziet ook als een berg op tegen het opruimen, wat zal ze allemaal tegenkomen?

De vraag van Mina heeft Shula getriggerd. Ze wil zelf ook uitzoeken waarom ze niet meer zingt. Ze bezoekt de oude praktijkruimte van haar vader, alles is anders. Ook Amsterdam, zoals haar ouders de stad gekend hebbeb is anders.


"Ik denk aan mijn ouders. Aan hoe hun stad langzaam verdwijnt. [...] Ook in mij raken oude sporen uitgewist. Ze zouden me amper nog herkennen vrees ik. Een nieuw kapsel, andere kleren, een ander huis. En sinds ik niet meer zing, is ook de muziek verdwenen."


De betovering van de muziek is weg.


"Zingend kon ik voelen zonder woorden. Geen analyses, geen vooruitzichten, geen angst: gewoon alleen maar zingen. Zingen was geborgenheid. Het gevoel van in slaap vallen tegen de billen van je geliefde. Warm, veilig, thuis.
Waarom zing je niet meer?"

Zingt ze niet meer omdat het warme, veilige thuis weg is na het overlijden van haar ouders, of is er zoals ze zelf denkt, toch meer aan de hand?
Is het omdat haar familie Joods is maar na de oorlog er niets meer mee deed? Is het omdat het hele Joods zijn verzwegen werd? Joods zijn was gevaarlijk...
Shula kon zelfs nooit naar Jiddische muziek luisteren, want ondanks dat ze het niet mooi vond, raakte ze toch zwaar ontroerd. Wat is er toch aan de hand?


Eindelijk raapt Shula de moed bij elkaar en gaat naar zolder, doos 1 wordt geopend...
Ze ontdekt hoe anders het leven van haar ouders was dan de hare. Hoe zwaar het moet zijn geweest.
In een mix van die ontdekkingen, herinneringen en de lessen van het conservatorium, vooral over wat muziek met je doet, merkt Shula hoe onlosmakelijk muziek met haar ouders en grootouders verbonden is. Ze ontdekt dat haar oma vroeger ook zong én ook gestopt is met zingen... na de oorlog.


Wij mogen het bijzondere proces van haar rouw meebeleven, niet alleen de rouw om haar ouders en grootouders maar ook het verlies van de rituelen die bij het Joods zijn horen, de rituelen die iets te betekenen hebben en niet meer verstopt mogen worden. En de synagoge? de samenzang? Wat doet dat met haar?
Het is een moeilijke en emotionele reis die Shula maakt. Maar die reis moest gemaakt worden om weer verder te kunnen en weer te zingen...


Alles bij elkaar, heeft Shula Tas met dit boek een prachtig, indringend en indrukwekkend - autobiografisch - debuut geleverd. Lezen!


Shula Tas (1987)  studeerde zang aan het conservatorium en daarna Taal- en Cultuurstudies.


ISBN 97890463810012 | Hardcover | 144 pagina's | Uitgeverij Podium | januari 2022

© Dettie, 31 januari 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Schijnvrucht
Ingrid de Vries


‘Nu keek ik naar deze man, nee, ik keek niet, ik werd zijn ogen ingezogen. Hoe hij er verder uitzag heb ik niet gezien. Alleen zijn ogen: intens blauw, glashelder en toch zacht. En terwijl ik daar stond, in dat ene moment, wist ik dat ik bij hem hoorde.’


Dat het verhaal begint met een bouquetachtige insteek is misleidend, dit is namelijk een prachtige psychologische roman!
Het verhaal wordt verteld door een oudere dame, die weet dat ze met een been al in het verzorgingshuis staat, maar weigert daar aan toe te geven. Haar kleinzoon Tobias is haar mantelzorger.


Anna kijkt terug op haar leven. Op hoe het allemaal begon, hoe zij als dertienjarig meisje viel voor de drieëndertigjarige Idzard, collega van haar vader, kunstenaar en getrouwd.
Natuurlijk probeerden haar ouders haar tegen te houden, maar Anna en haar geliefde Idzard waren vindingrijk. Midden in de nacht sloop ze het huis uit om hem te ontmoeten in zijn atelier. Dat was extra gevaarlijk omdat dit zich afspeelde in de oorlog. Na die oorlog trouwden ze, nadat hij gescheiden was. Hij liet zijn piepjonge zoon bij zijn vrouw achter. En dan bekruipt de twijfel haar: heeft ze hier goed aan gedaan? Houdt Idzard net zo veel van haar als zij van hem?


Het is niet de enige relatie die onderwerp is van dit verhaal. Het gaat ook over de moeizame relatie van vader en dochter. Haar vader was een onbuigzame dictatoriale man, waartegen de kinderen – behalve Anna waren er Lou en Hugo – niet opgewassen waren.
Heeft dit zijn invloed op de latere moeizame relatie tussen moeder en dochter, of is daar iets anders aan de hand?


Een boek in twee delen. Anna vertelt, over het verleden, over haar angst de greep op het leven kwijt te raken, in het eerste deel nog angstvallig verzwijgend wat er allemaal fout ging. Dat komt in het tweede deel. Dan is ze ook in staat is om haar eigen fouten onder ogen te zien.


Schijnvrucht van Ingrid de Vries is gebaseerd op een familieverhaal, namelijk op het verhaal van de haar moeder. Als je een verhaal als dit met terugwerkende kracht laat vertellen door een van de hoofdrolspelers is het vanzelf een subjectief oogpunt. We weten niet wat de man bezielde.
Was hij oprecht? Was hij gevleid door de liefde van het jonge meisje en liet hij zich meeslepen?
Was hij het volledige tegendeel van de dominante vader?
We moeten het doen met de mening van Anna. Ze gaat diep in het onderzoeken van haar verleden, van zichzelf.


‘Ze is mijn dochter, dacht ik, maar ik weet niet hoe ik van haar moet houden. Ik heb haar niets te bieden. Ze is uitsluitend het kind van Idzard. Om de pijn niet te voelen ben ik boos. Ik ben blij als ze zich misdraagt, want dan heb ik een reden om haar weg te duwen, zoals ze mij altijd heeft weggeduwd. Lijk ik op mijn vader? Ja, ik lijk op mijn vader.’


Introspectie hoort ook bij het terugkijken op een lang leven. Dat maakt het tot een indringende psychologische roman, een heel mooi debuut, ingetogen en toch indringend verteld.


Ingrid de Vries is journalist en werkte mee aan verschillende televisieprogramma’s.


ISBN 9789026354304 | paperback| 288 pagina's | Uitgeverij Cossee | april 2021

© Marjo, 14 december 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alle kleuren van de nacht
Sanne Helbers


Je zoekt naar het leven in plaats van het accepteren zoals het is.


Deze zin vormt de kern van het verhaal.
Helena voelt een leegte in haar leven die constant opgevuld moet worden met nieuwe uitdagingen. Na uiterlijk twee jaar ergens gewerkt te hebben slaat opnieuw de zinloosheid van dat alles toe en veranderd ze weer van baan. Ze reist daarom ook enorm veel en als ze onderweg Taco ontmoet die net zo'n bevlogen reiziger is als zij meent ze haar maatje gevonden te hebben. Ze zijn inmiddels al zes jaar samen.


Maar waar Helena telkens opnieuw de drang tot veranderen en vertrekken voelt, is Taco gematigder. Hij vindt reizen bijvoorbeeld prima maar een wat behoudender leven, zonder eeuwig onderweg te zijn, spreekt hem meer aan. Reizen moet een extra iets blijven, maar niet een vorm van leven zijn. Helena stikt in zo'n leven. Ze kan zo niet verder.


Het is dan ook bijna onvermijdelijk dat Helena na online contact gekregen te hebben met Raavi, een fotograaf uit India, out of the blue naar dat land te reist om hem te ontmoeten. Hun contact hield een belofte in, er is een enorme aantrekkingskracht. Inwendig is ze al bezig met een relatie met Raavi. - In feite is het opnieuw een vlucht uit het dagelijkse bestaan, opnieuw een vlucht om haar inwendige leegte te vullen. -  Taco accepteert het gelaten. Om haar te houden zal hij haar los moeten laten, denkt hij.


Tot haar verrassing en schrik blijkt Raavi een vrouw. Na de verwarring en ook boosheid blijkt de aantrekkingskracht er nog steeds te zijn. Maar in India wordt een relatie tussen vrouwen niet geaccepteerd en de gevolgen van een dergelijke relatie zijn verstrekkend en gevaarlijk voor de vrouwen zelf en hun familie.
Helena beseft totaal niet hoe sterk dat oordeel is, pas na een zeer heftig vooral, begrijpt ze in wat voor onmogelijke positie Raavi zich bevindt...


Ondertussen lezen we via flash-backs over Helena's gevecht met het leven zelf. Ze zoekt in alle uithoeken van de wereld naar de reden van bestaan. Ze rent de aardbol over, loopt bij een psychiater na een zelfmorodpoging, en meent telkens hèt gevonden te hebben totdat de 'jeuk in haar hoofd' weer toeslaat en ze weer op zoek gaat naar een nieuwe uitdaging. De ontmoeting met Raavi zet haar bestaan echter helemaal op zijn kop. Heeft ze nu de zin van het leven te pakken? Of blijft haar vlucht uit de werkelijkheid doorgaan?


Voor mensen die neerslachtig van aard zijn, lijkt mij dit boek niet echt geschikt, of misschien juist wel, misschien schenkt het de troost van herkenning. Vooral als je de woorden van Helena goed tot je door laat dringen moet je even slikken, waarom leven we eigenlijk? Die vraag zal mogelijk eeuwig blijven bestaan.
Maar aan de andere kant laat het verhaal in dit boek ook zien dat het leven altijd verrassend is, of je nu zoekt naar die verrassing en/of uitdaging of niet.


Het einde van het boek is jammer genoeg vrij raadselachtig. Het vormt niet de afsluiting die het verhaal verdient.
Het verhaal zelf is wat wisselvallig. Het ene moment schiet Sanne Helbers in een beschouwing die een diepgaand inzicht toont, ze haalt Camus en Satre aan, maar gaat net niet ver genoeg om het tot een mooi geheel om te vormen met de rest van het verhaal. Het blijven bijna op zichzelf staande bespiegelingen.
Ook de verbazing van Raavi over gebruiken in het Westen doet wat vreemd aan, aangezien ze een tijd in Londen gestudeerd heeft.
De sensuele ontmoetingen met bepaalde mannen gaven de indruk dat ze het verhaal moesten 'opleuken'. Maar daarmee schoot Sanne Helbers in mijn ogen de plank mis, het voegde namelijk niets toe aan het verhaal dat op zich al genoeg aan haar eigen inhoud heeft.


Het woordgebruik is ook af en toe wat te ver gezocht; muntige brij voor tandpasta. Of de zin 'ik wil zijn brede schouders best laten zien dat ik er ook wat van kan' die doet wat vreemd aan. Het woord geluidswalm komt op mij ook over als een woord dat verzonnen is voor het mooie maar in feite daardoor just de plank misslaat.


Maar ondanks deze opmerkingen en na aanvankelijke weerzin vanwege de deprimerende gedachtes van Helena, bleef ik wel lezen. Het boek hield me toch in zijn greep, de depressieve gevoelens werden wel heel goed verwoord. Je begreep uitstekend hoe Helena de wereld zag. Je bleef lezen omdat je wilde weten of zij tot een oplossing kwam, of zij de wereld anders kon gaan bekijken dan ze deed. Kon zij het leven gaan accepteren zoals het zich aan haar voordoet?
Het verhaal rond de problematiek in India omtrent homoseksualiteit maakt het verhaal extra indringend.

Dat gegeven en de gedachtengangen en visies van Helena - en de gematigder Taco - laten je na het lezen nog flink nadenken. Het boek laat je niet onmiddellijk los en dat is iets wat ik erg prettig vind aan een boek.


Susanne Helbers studeerde algemene kunstwetenschappen aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Ze werkt als programmamaker bij Studium Generale aan de TU Delft. Tijdens een wereldreis trok zij door India, waar de basis voor Alle kleuren van de nacht werd gelegd


ISBN 9789026355820 | Paperback | 276 pagina's | AmboAnthos | juni 2021

© Dettie, 10 september 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER