Debuten

Op deze pagina worden recensies geplaatst over boeken van debuterende schrijvers/schrijfsters.


Ook dit jaar lezen Marjo, Annemarie en Dettie de debuten, die op de inzendingenlijst van de ANV Debutantenprijs staan, weer mee.
Zij proberen zoveel mogelijk de boeken die op de lijst van inzendingen staan te lezen en recenseren maar ook andere debuten die (nog) niet op de lijst staan hebben hun belangstelling.
Boeken die ze hebben gelezen staan op deze pagina en in het archief


Zie ook: 
DordtLiterair

en de interessante nieuwe site Van debutant tot bestseller

 

Tyfoon
Rob Verschuren


Dit bijzonder mooie verhaal speelt zich af in een visserswijk in een dorp, ‘waar het altijd naar vis rook.
Naar rotte vis, gedroogde vis, gezouten inktvis en naar de zwarte dampen van de vissausfabriek, die op sommige dagen alle andere geuren overstemden.’


Het land wordt niet nader benoemd, maar het is duidelijk dat het gebaseerd is op Vietnam. Er is sprake van een jonge vorst, die een zeer luxe leventje leidt, waartegen de bevolking in opstand komt. Er volgt een oorlog, met een verdeling van het land in Noord en Zuid. Later wordt het land weer een geheel, onder een communistisch bewind. Maar zoals altijd spelen zich onder invloed van de Grote Gebeurtenissen, zoals die in de geschiedenisboeken belanden, ook vele kleine drama’s af, naast verhalen waarin het de mensen juist goed gaat.


Dit verhaal gaat over drie kinderen, onafscheidelijk in hun jeugd. Duc, Vinh en Mai, die elkaar plechtig beloven altijd bij elkaar te blijven. En dat gebeurt, ook al houdt de buitenwereld hen angstvallig in de gaten: Mai zal toch wel een van de twee jongens kiezen om een huwelijk mee te sluiten?


Maar Mai blijft met beide jongens omgaan. Ook als ze na school ieder huns weegs gaan, wordt alle vrije tijd gezamenlijk doorgebracht. Duc en Vinh gaan - zoals voor jongens gebruikelijk - de zee op, vissen, en Mai werkt op de vismarkt.


Op een van de eilanden voor de kust woont een man die De Buffel wordt genoemd. Hij ‘oogst’ vogelnestjes, ten behoeve van de Chinese markt, en heeft daar een monopolie in. Als Vinh en Duc een strooptocht ondernemen en betrapt worden, eindigt dat met een baan voor Duc: hij gaat nestjes plukken. Dit valt ongeveer samen met de volksopstand, waar Vinh zich bij aansluit. Duc blijft in het dorp, al dreigt dat te betekenen dat hij in het officiële leger ingelijfd gaat worden.
Het is door de oorlog dat de vriendschap tussen de drie jonge mensen op scherp komt te staan. Er moeten keuzes gemaakt worden en die hebben gevolgen.
Hun levens zullen met elkaar verbonden blijven, maar niet zoals zij zich dat gedroomd hadden.


‘Kijk eens omhoog, naar deze boom waaronder we zitten,’ zei Vinh.
Duc keek op.
‘Is het een mooie boom, vind je? Ik vind van niet. Iedereen zal het er wel over eens zijn dat het een lelijke boom is. Met uitgegroeide takken aan de ene kant en stompen aan de andere kant. Maar dat is de enige manier om een grote boom in een kleine tuin te houden. Zo is het ook in mijn werk, Duc. Er is weinig moois aan, maar we zijn hier met grote dingen bezig.’


Het is het verhaal van tegengestelde levens, van twee mensen die anders denken over de veranderende wereld. Rob Verschuren schetst de teloorgang van een traditionele beschaving, waarbij symbolen en beelden het werk doen. Feiten moeten af en toe verteld worden, maar de opgeroepen beelden zijn onmiskenbaar en onontkoombaar. Eenmaal in dit verhaal gezogen, kan je er niet meer uit.
De lezer voelt de spanning en kent de afloop, het is een verhaal zoals dat vaker verteld is, maar waarschijnlijk niet in eenzelfde prachtige taal.


En durf je nog je vakantie door te brengen in degelijk land als je dit leest?


‘De vooruitgang hing als een donkere wolk boven de boulevard’
‘Moet je dat nou zien!’ zei hij.
Het schouwspel was nieuw voor hem en moeilijk te vatten. Op de smalle strook zand tussen de boulevard en de zee stonden ligbedden en op de ligbedden lagen buitenlandse toeristen zo goed als naakt in de volle zon. Er lag meer vlees dan op de hele Riviermarkt. En wat voor vlees.’


Tyfoon is met zijn magische elementen een sprookjesachtig mooi verhaal geworden, dat zich in je geheugen vastklampt, en nooit meer loslaat. Helaas is het ook een realistisch verhaal, over de moderne tijd en de Vooruitgang, die misschien helemaal niet zo goed is als men dat graag wil denken.


Rob Verschuren (1953) schreef eerder een verhalenbundel ‘Stromen die de zee niet vinden’; dit is zijn romandebuut. De schrijver kent de achtergrond van zijn verhalen goed: hij is getrouwd met een Vietnamese en woont tegenwoordig in Vietnam.


ISBN 9789062659968 | Paperback | 172 pagina's | in de Knipscheer | maart 2018

© Marjo, 28 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De dag die nooit komt
Oliver Reps


De zeventienjarige Elias vertelt over zijn leven, hoe alles zo gekomen is, hoe zijn leven helaas geen fijne droom geworden is. En het begon allemaal zo goed.


In eerste instantie zag hij het absoluut niet zitten dat hij een zusje zou krijgen, maar na de eerste blik op dat kleine wezentje is hij verkocht. Evi is alles voor hem. En zij heeft hem hard nodig, ze is nogal eens ziek. Maar het kleine baby’tje blijkt een vechter en dat blijft ze. Ook als er een tumor wordt ontdekt in haar been.


Dat is twee jaar geleden, vertelt Elias. De tijd waarin alles begon te veranderen. Elias raakt betrokken bij een vechtpartij op school, en komt bij Henry terecht, een psychiater. Iedere twee weken moet Elias naar hem toe en hij vindt het eigenlijk prima. Henry begrijpt hem.  En dan komt Polly op zijn pad, het meisje dat niet alleen voor hem, maar ook voor Evi erg belangrijk wordt. Met z’n drieën beleven ze een fantastische zomer, bij de kreek die Elias bij toeval vond. Had hij Polly maar niet ontmoet. Had hij de kreek maar niet ontdekt. Maar zo kun je bezig blijven, weet Elias. Het is nu eenmaal allemaal wèl gebeurd. Er staat hem maar één ding te doen, vindt hij…


Hetgeen Elias vertelt is niet chronologisch, maar dat wil niet zeggen dat we in het begin al weten hoe de afloop zal zijn. Integendeel. De ontknoping is een dreiging die vanaf het begin voelbaar is. 


Het is geen makkelijke jongen, deze Elias, maar voor de twee vrouwen die belangrijk zijn in zijn leven doet hij alles. Vreemde dingen ook, die fout zijn maar die je als lezer kunt begrijpen. Hij kijkt graag naar films, en luistert graag naar muziek. Maar zijn zus is het belangrijkste voor hem. Als op school iemand beweert dat Evi dood gaat, weet hij met zijn gevoelens geen raad en begint de jongen die dat zei te slaan.


Het is het hartverscheurende verhaal van een puber, die een uitweg zoekt in het leven, dat niet naar wens verloopt. En het beloofde zo mooi te worden.


‘Vanavond heb ik Evi uit Alice in Wonderland voorgelezen. Ik lees haar bijna elke avond voor, het is weer het vaste ritueel geworden, inclusief het kopje thee dat ze erbij drinkt. Uit een tuitbeker zodat ze niet morst, muntthee is haar favoriet.’


Dit is een citaat ergens halverwege het boek. Een stukje tekst dat vele vragen oproept. Wat is er met Evi? Een ritueel dat er vroeger was, en eigenlijk nu niet meer, maar dan toch weer wel? Een tuitbeker? Het is een stuk in het verhaal waarvan pas veel later duidelijk wordt wat er aan de hand was.


De vorm waarin het verhaal verteld wordt, is verrassend, en vraagt om aandachtig lezen. Of het hele verhaal nog een keer opnieuw lezen, hetgeen geen straf is, zelfs al ken je de afloop dan. 


Oliver Reps heeft een mooie beeldende stijl, en blijkt zich goed te kunnen inleven in deze jongen. De dag die nooit komt is het debuut van deze schrijver. Een veelbelovend debuut dat ook een mooie film zou kunnen worden.


ISBN 9789463360388 | Hardcover | 176 pagina's | Uitgeverij Harmonie | april 2018

© Marjo, 13 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

alt

Glorie
Patricia Jozef


Als het leven je achterhaalt en je verwachtingen niet uitkomen, dan valt het niet mee om alles weer op de rails te krijgen.


Marcel Jacobs dacht na zijn studie filosofie dat de wereld op hem zat te wachten. Op persoonlijk vlak heeft Marcel het niet makkelijk. Hij heeft de zorg voor zijn moeder, die ouder wordt maar dat niet wil erkennen. Gelukkig gaat het in zijn eigen gezin wel goed.
Na enkele jaren van werkeloos thuis huisman zijn - hij is getrouwd en heeft twee kinderen - valt zijn oog op een advertentie. De Teniersacademie zoekt een eventmanager. En hij schrijft een brief, want hij is er van overtuigd dat hij ‘een kei is in organiseren, praktisch, probleemoplossend en handelend.’ De ervaring heeft hij niet maar daar bluft hij zich wel door heen.


Tot zijn verbazing wordt hij uitgenodigd voor een gesprek en nog aangenomen ook. Niemand heeft gezien dat hij niet eerlijk was in zijn sollicitatie. Maar hij gaat er voor. Hij moet samenwerken met een directeur, die hem graag lust en Sarma, een vrouwelijke collega die eigenlijk vindt dat zij beter kan wat hij doet. Als ze hem vragen een bepaalde kunstenares uit te nodigen voor een congres dat als thema heeft The artist als researcher, valt de naam Bodine Bourdeaud’hui. Maar Marcel nodigt een ander uit en dat verloopt prima, dus wat is er gebeurd dat hij ineens zijn ontslag krijgt?


In deel twee maken we nader kennis met de kunstenares Bodine Bourdeaud’hui. Haar ‘probleem; is dat ze een zoontje heeft gekregen en daardoor tot haar eigen ergernis veel minder productief is geworden. Er hangt een zweem van geheimzinnigheid om haar werk: ze zijn nergens te bekijken. Wel foto’s ervan, of andere bewerkingen. Als de Teniersacademie haar vraagt naar het congres te komen, stemt ze toe. Daarna wil ze zo snel mogelijk naar huis. Maar onverwachte medereizigers vertragen de boel nogal. Een van die passagiers is Sarma, de devil in disguise die probeert tot de kern van Bodines kunst en dus Bodine zelf door te dringen.


‘Sommige vrouwen denken het opportunisme van hun mannelijke evenknie te moeten kopiëren in naam van een rudimentair idee van feminisme. In naam daarvan vindt Sarma het gerechtvaardigd Marcel uit de weg te ruimen om voor zichzelf plaats te maken.’


Over kunst gaat het in het eerste deel veel minder, daar lijken de persoonlijke omstandigheden meer centraal te staan. De scenes met Marcel en zijn moeder zijn kostelijk en schrijnend tegelijk.


Maar wat verbindt nu eigenlijk deze twee stukken tekst in dit boek? Is het alleen de parallel die er lijkt te zijn namelijk dat beide personen hun leven deels verzinnen? Het feit dat ze allebei in hun carrière gehinderd worden door de zorg voor een ouder of een kind? Het duurt veel te lang voor dat duidelijk wordt.


Enigszins langdradig is Patricia Jacobs in beide delen, hetgeen het leesplezier vermindert. Wel is er de ironische kritiek op de academische wereld, en het kunstenaarswereld, en er zijn vaak spitse dialogen. Maar of dit genoeg is?


Patricia Jozef (1975) is filosofe en schilderes. Glorie is haar literair debuut.


ISBN 9789044538595 | Paperback | 256 pagina's | de Geus | augustus 2017

© Marjo, 12 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHoutrot
Rinske Hillen


Keizersgracht 268, waar deze roman zich afspeelt, is het Huis met de Gouden Ketting, waar zeven generaties lang een en dezelfde familie woonde. Het is een spookhuis, zegt men. Een van de bewoners is in de achttiende eeuw omgekomen bij een brand in de Schouwburg op het Leidseplein, en toen zijn vrouw zich van het leven benam bleef het spoken op de bovenverdiepingen, waar zij dat deed. Het huis is – zoals in deze roman wordt beschreven – inderdaad ingestort en herbouwd.

‘De minst gebruikte kamer van het huis. Er stonden antieke eetkamerstolen en een glimmende mahonie tafel. Gordijnen van velours. De deftigste kamer. Er waren zelden gasten, en als die er al waren, wilden ze hier niet uitgenodigd worden. Dat zou een belediging zijn, een bewijs van de formele verstandhouding. Toch beroerde deze plak Wenksterman het meest., Hij genoot van de schilderingen op de muur, mystieke vrouwenfiguren met blote borsten, galopperend op een paard. Alles uit 1655. In de hoek liet het wat los. Het bladderde. Het was als kijken naar de kraaienpoten van een voorheen beeldschone vrouw. Met één blik keek je de vergankelijkheid in het gezicht.’


Rinkske Hillen baseert haar boek op de geschiedenis van het huis: de bewoner is Bram Wenksterman, die er nu in zijn eentje woont. Zijn vrouw is onlangs opgenomen in een psychiatrische instelling. Ze heeft last van een postnatale psychose na het overlijden van hun zoontje. Het doet Bram niet zoveel, hij heeft Ella, concertpianiste. Zijn minnares. Maar:


‘Begreep hij dat het beminnen van een zestien jaar jongere vrouw niet vrijblijvend is? Dat haar leven nog moest beginnen, al was ze bijna veertig, dat hij hààr vruchtbare jaren stal, zoals haar moeder bij elke gelegenheid herhaalde?’


Het pand staat op instorten. Palenpest, zegt de buurman. Er zitten scheuren in de gevel, de kelder staat onder water, en Monumentenzorg subsidieert wel, maar lang niet genoeg. En zijn hele familie ligt begraven in de tuin, hij kan de boel toch niet overhoop laten halen?
Dochter Amber die in Cambridge hoort te zijn, waar ze studeert, komt onverwacht thuis. Ze komt een tijdje thuis wonen, zegt ze, kan ze mooi helpen met zijn verjaardag. Bram viert helemaal geen verjaardagen, maar daar denken zijn dochter en minnares anders over. Er komt een feest.


De dokter geeft aan dat zijn vrouw naar huis wil. Nee, zegt Bram, ze is een gevaar voor zichzelf.
Ella op haar beurt wil een eigen leven. Amber heeft ook haar problemen - een man natuurlijk - en dan dat huis. Bram weet wat de vrouwen niet weten: hij heeft grote schulden, hoe moet hij die herstelwerkzaamheden betalen?
Al die vrouwen op zijn nek, het leven is niet makkelijk. En dan zijn er die geheimen.


‘Bouwen doe je op rechte palen’, zegt Wenkstermans schoonvader. Een man met geld, die alleen wil lenen als zijn kleindochter de waarheid hoort. En juist dat is het probleem. Zijn dochter vertellen wat er twintig jaar eerder gebeurd is, het komt er niet van. Een drama is onafwendbaar.


Een gothic novel lijkt het, met de geschiedenis van het huis dat zo sterk vermengd is met het verhaal van een familie, die verscheurd wordt door geheimen. Het huis heeft eenzelfde wankele basis als het gezin Wenksterman. Er is een spanningsboog, in de vorm van hoe het drama zich zal ontwikkelen. Wat zijn de gevolgen voor het huis, en welke die voor het gezin?


Zoals ook ‘Het Diner’ en ‘Vele hemels boven de zevende’ verfilmd werden, zo zie je dat met dit verhaal ook voor je. Met het extra historische tintje? Geheid een succes!


Rinske Hillen (1975) studeerde rechten in Utrecht en Cambridge en filosofie in Amsterdam. Houtrot is haar debuut.

ISBN 9789021407739 | Paperback |227 pagina's | Uitgeverij Querido | september 2017|

© Marjo, 8 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

alt

Jongen met rood vest
Hein van der Hoeven


Na 25 jaar in Mexico gewoond te hebben, waar ze elkaar ook ontmoet hebben, is het echtpaar Prager weer neergestreken in Haarlem, waar Heleen geboren en getogen is. In Mexico schilderde zij, in felle en heldere kleuren probeerde ze de sfeer van het land op papier te zetten. Haar man Bob is etser en beiden hebben grote interesse in kunst. Als een jonge advocaat hen benadert met het verhaal over de twijfelachtige afkomst van een schilderij van Frans Hals dat in het Rijksmuseum hangt, is hun aandacht gewekt.


Marc Bronstein vertelt hoe hij zich wil specialiseren: hij wil in de tweede wereldoorlog geroofde kunst terug bezorgen bij de rechtmatige eigenaars. Het schilderij Jongen met rood vest zou eigendom zijn van de oom en tante van Bob. Zij hadden geen kinderen, dus dan zou Bob de rechtmatige eigenaar zijn. Zonder er geld voor te vragen wil de advocaat zich inzetten voor een claim, zodat het schilderij in handen komt van de rechtmatige eigenaar. Bob heeft er wel oren naar, maar Heleen ziet het eigenlijk helemaal niet zitten.


Al snel blijkt het gedoe rond het schilderij allerlei onuitgesproken verschillen tussen de twee echtelieden op het spits te drijven. Bob is van joodse afkomst, maar wil daar niet over praten en er ook niet op gewezen worden. 'Noem mij geen jood, zelfs niet in je gedachten.’
Heleen heeft bijzondere religieuze overtuigingen en ook zo haar eigen ideeën over joden. Zij zijn een uitverkoren volk, vindt ze, maar velen zijn van het rechte pad afgedwaald.


'Joden zijn bijzonder. Het zijn mensen met bijzondere gaven, bedoeld om ons te inspireren, te leiden, te helpen. Kijk naar de grote joodse componisten en denkers. Helaas zijn er ook veel joden die hun bijzondere gaven misbruiken voor de jacht op geld. De bankiers, de ondernemers, de impresario’s.’


Bob vindt haar ideeën vreemd, ze zijn antisemitisch, vindt hij. Heleen kan niet goed uitleggen dat zij dat zo niet voelt, en als door het onderzoek naar het schilderij mensen op hun pad komen die ze normaliter nooit gekend zou hebben, verandert er het een en ander tussen hen.


Doordat de advocaat zijn onderzoek richt op een man die fout zou zijn geweest in de oorlog en die in het dorp blijkt te wonen waaraan Heleen traumatische herinneringen heeft, komen er twee onderzoeken door elkaar te lopen en Heleen raakt er meer bij betrokken dan ze wilde. Hoewel dat dan wel weer goede dingen oplevert.


Eerlijkheid duurt het langst heeft de schrijver misschien gedacht: het boek opent met de opmerking dat het schilderij waar het in het verhaal om draait niet bestaat. Jammer, want neemt dat niet een deel van de magie bij voorbaat al weg?


Aan de andere kant kan je het boek zeker ook lezen als een thematisch boek waar die roofkunst alleen de kapstok is waar de thematiek aan wordt opgehangen, dus kan je dat idee maar beter meteen uit de weg ruimen. Dat past ook bij het feit dat ‘Jongen in een rood vest' in feite een schilderij is van Paul Cézanne. Als je bedenkt dat de jongen van dit boek fictief is, dan had de schrijver hem ook een groen of geel vest aan kunnen geven? Het gaat tenslotte helemaal niet om die jongen, de thematiek richt zich meer op de betekenis van het jood zijn, toegespitst op de tweede generatie. Want waarom wil Bob het er niet over hebben? Wanneer ben je antisemiet? En wat betekent dat dan?


Hein van der Hoeven (Haarlem, 1951) werkte van 1981-2014 op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Vanaf 2012 verschenen diverse korte verhalen van zijn hand in literair tijdschrift 'Extaze'. Met André Carstens, Aaltje de Roos en Felix Monter legde hij in 2013 vijfentwintig jaar BZ-cabaret vast in het boek 'Apekool'. Hij is lid van het Haagse schrijverscollectief Wild Mind en voorzitter van het Springergenootschap. Jongen met rood vest is zijn debuutroman.


ISBN 9789062659838 | Paperback | 204 pagina's | In de Knipscheer| februari 2018

© Marjo, 30 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER


 

Fietsen zonder banden
Frederik de Vos


Floris de Voogd is tien jaar als in 1939 de eerste tekenen dat er iets bijzonders staat te gebeuren duidelijk worden. In Zandvoort, zijn woonplaats, hangt een aanplakbiljet aan de muur bij het stadhuis: ‘Buitengewone oproeping en voor-mobilisatie.’
De ernst van de zaak dringt nog niet door, hij is nog zo jong - dat komt pas als in mei 1940 vader thuiskomt met het bericht dat de Duitsers binnengevallen zijn.


‘Ik heb het zelf op school in een boek gelezen: In de oorlog gaat bijna iedereen dood. Als wij ook maar niet doodgaan!’


De cavalerie vertrekt naar het front, fietsers volgen; Duitsers en NSB’ers worden opgepakt, maar zoals we weten heeft het allemaal geen zin. De bezetting zal snel een feit zijn.


In 1942 blijkt Zandvoort een heel verkeerde plek om te wonen. De kuststrook moet beveiligd worden, er worden bunkers gebouwd, en de bevolking, die moet weg!
Het gezin de Voogd vertrekt naar Amsterdam, waar ze oorspronkelijk ook vandaan komen. Voor de kinderen, Floris en zijn broertje van zeven jaar jonger, betekent het een grote verandering. Verhuizen betekent dat ze naar een nieuwe school moeten, hun vrienden kwijt zijn, en Floris mist vooral het strand en de zee.
In Amsterdam komt hij meer in aanraking met de echte oorlog, hij ziet Joden vertrekken, die als makke schapen de trein in gaan. Waarheen weet hij niet. Hij maakt beschietingen mee, en dan wordt het 1944. De geallieerden zijn er!
Maar nog niet in Amsterdam, daar komt eerst nog de hongerwinter. Floris vertrekt op strooptocht, en blijft in Drenthe bij Coevorden hangen, bij een boerengezin, waar hij als een zoon wordt opgenomen. En als de bevrijding echt officieel is, vertrekt hij weer naar Amsterdam, waar het slecht gaat, heeft hij gehoord. Zouden zijn ouders en broertje nog wel in leven zijn?


Dit verhaal is in grote lijnen hetgeen de jongen meekrijgt van de oorlog. De details vertellen over een normale jongen, die het allemaal wel spannend vindt. Maar toch dringt het af en toe door dat het gevaarlijk kan zijn. Oorlog is geen lolletje. En Floris wordt een puber, er zijn de eerste stappen op het terrein van de liefde, in Zandvoort, in Amsterdam en ook in Steenwijksmoer.


Met de achterafkennis die we nu hebben kunnen we de ernst van de situatie beter inschatten dan de jongen in die tijd kon. Frederik de Vos vertelt het op zo’n manier, vanuit de jongen die hij zelf was, dat iemand die de geschiedenis niet kent, er ook niet direct erg in heeft. Zo is het een avonturenroman, over een gewone jongen. Een jongen die de wereld om zich heen ziet veranderen zonder direct te beseffen wat dat inhoudt, die de gevolgen observeert die dat allemaal heeft op andere mensen: de joodse klasgenootjes, de vriend wiens vader bij de NSB is. Hoe hij laveert met zijn eigen reacties daarop, in het besef dat een nationaliteit of een uniform niets zegt over de persoon. Het woord valt niet, maar je proeft ook het gevoel van schuld, dat voor de jongen zelf misschien misplaatst is – wist hij veel!  - maar dat voor de volwassene die het boek schreef zwaarder gewogen moet hebben.


In 1987, pas na zijn werkzame leven, heeft Frederik de Vos kunstgeschiedenis gestudeerd aan de UVA en werd kunstschilder.  http://www.frederikdevos.nl 
En dan besloot hij onlangs nog even te debuteren als schrijver: op zijn 88e!
Het is een vlot geschreven verhaal, in tegenwoordige tijd, hetgeen het indringender maakt. Er zijn volop dialogen, veel observaties en een beetje psychologisch inzicht.


ISBN 9789051799804 | Paperback | 260 pagina's | Leon van Dorp| februari 2018
Illustraties van de schrijver zelf, zoals ook de omslag.

© Marjo,  3 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Tante
Elle van Lieshout


Het verhaal speelt in de jaren zeventig, in de Brabantse Peel. Marieke, de ik-verteller, is nog maar een jaar of vijf als haar moeder komt te overlijden. Vader blijft achter met zeven kinderen, en gaat al snel op zoek naar een vrouw, die het huishouden kan bestieren.
‘Er is weer een nieuwe tante.’ zegt Marieke.  Op alle 160 pagina’s die volgen hoor je bij alles wat Marieke zegt de woorden van tante.


‘Maar Mama, dat was een Heilige, veel te goed voor deze familie. Daarom is ze zo vroeg gestorven. Ze kon het gewoon niet aan, zeven kinderen die allemaal zo goed weten hoe het moet. En dan ook nog zo’n man, een harde werker, maar geen gemakkelijke hoor. Tante snapt precies hoe zwaar mam het heeft gehad met ons. Daar zou ieder normaal mens kanker van krijgen. Een Heilige!
Daarom zijn wij nu allemaal zo verwend.’


Tante gaat daar snel verandering in brengen, de kinderen vertrekken allemaal zo snel ze kunnen het huis uit, deels ook gepusht door tante. Marieke en Ineke zijn te jong, zij blijven. En waar Ineke sterk is, en zich steeds minder stoort aan wat tante zegt, is Marieke de klos. Aan het einde van het verhaal is zij een jaar of tien ouder, en ook wel wat wijzer, maar als kind van vijf weet ze niet beter of wat tante zegt en doet, dat bedoelt ze goed, en ook al vindt Marieke het soms vreemd, ze is een heel gezeglijk kind.
De regels van tante volgt ze braaf, en ze doet alles wat er gevraagd wordt. Zo wordt het kind degene die het huishouden doet. Zij poetst en dweilt, zij houdt haar handen boven tafel, boven de dekens, en zeker niet in haar zakken! Zij spreekt nooit tegen, ze kijkt niet in de pannen en vraagt ook niet wat ze eten. Ze eet haar brood met mes en vork ‘we zijn tenslotte geen barbaren’.


'Tante kan het best begrijpen als ik een keer een regel vergeet. Dan mag ik drie Weesgegroetjes en een Onzevader bidden. Rechtop zitten is gemakkelijk door het plankje achter in mijn trui. Stil zitten ook, want als ik dat niet doe krijg ik splinters in mijn rug.’


'Van tandpasta knijp ik slechts een erwtje uit de tube - niet zoals bij de Aquafresh reclame - die willen zoveel mogelijk verkopen en de gewone burger op kosten jagen. Het is godgeklaagd dat de regering dat toestaat. Eén keer per dag tanden poetsen is meer dan genoeg.'


Marieke en Ineke mogen niets, hun slaapkamers zijn koud, maar die van tante is warm, want dat moet omdat ze reuma heeft. Bij de kapper worden de haren zo kort mogelijk geknipt, lange haren of een staartje zijn taboe, maar tante gaat iedere week.
Het duurt veel te lang dat Marieke dit allemaal slikt, maar ‘tante zorgt toch goed voor haar, en ze houdt zoveel van Marieke! Daar horen ook klappen bij. Marieke weet haar blauwe plekken goed te verbergen, en niemand grijpt in. Ook haar vader niet, die zelf ook nogal losse handjes heeft. En de buren? School? Voor die iets zouden kunnen doen, is het gezin al weer verhuisd.


Door de ironische toon, en de humor die Marieke gelukkig  volop blijft houden, is dit schrijnende verhaal toch vrij luchtig. Mooi is het hoe Elle van Lieshout het proces van bewustwording laat plaatsvinden.  Marieke, nu vijftien jaar:


'Ze heeft zich opgesloten in haar slaapkamer. Ze gaat zich weer eens van kant maken. Ik klop vriendelijk op haar deur. Geen reactie. Is het al gelukt? vraag ik. Zo niet, succes ermee. Ik ben naar school. En als ik je niet meer zie, tot in het hiernamaals.'


Auteursechtpaar Erik van Os (1963) en Elle van Lieshout (1963) schrijven sinds 1990 samen kinderboeken, liedjes en versjes (o.a. voor Sesamstraat en De Efteling) en teksten voor tijdschriften en leesmethoden, waaronder Veilig Leren Lezen.
Elle van Lieshout besloot een boek te schrijven voor volwassenen: Tante.


ISBN 9789089672315 | Paperback | 160 pagina's | Hoogland & van Klaveren | november 2016

© Marjo,  28 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

alt

Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken
Arjen van Veelen


De ik-figuur, de schrijver zelf, stapt op het vliegtuig naar Egypte. Sinds kort wonen hij en zijn vrouw met poes Amy in St.Louis, waar zijn vrouw een baan aangeboden kreeg. Voor hemzelf was er geen aanbod, maar hij is journalist, er komt wel wat op zijn pad. Het idee om een biografie te schrijven over Alexander de Grote heeft hij al langer in zijn hoofd.


Bij de verhuizing is hij gestuit op zijn oude syllabus, die hij maakte tijdens het eerste jaar van zijn studie klassieke talen. Met die verzameling teksten van oude schrijvers had hij een plattegrond gemaakt van Alexandrië, waar de mummie van de Grote Alexander zich nog steeds moet bevinden. Hij had het er al over met Tomas, tijdens de eerste periode van hun onstuimige vriendschap.


Nu Tomas vlak voor hun vertrek uit Nederland overleden is, komt er de rouw over die onverwachte dood nog bij. Zijn reis naar de Egyptische stad wordt een kruistocht, op zoek naar Alexander, op zoek naar zichzelf en in het reine komen met het feit dat Tomas er niet meer is. Diens boeken heeft hij meegenomen, daar heeft hij plannen mee.
Natuurlijk vergezelt de geest van Tomas hem waar hij ook gaat. Hij hoort zijn commentaar, mijmert over het verleden, en in zijn voetspoor tredend citeert hij tal van schrijvers, uit heden en verleden.


Het is het verhaal van een bijzondere vriendschap tussen een superintelligente jongeman, die achter een flamboyante gedrag een onzekerheid verbergt en een bleue student die niet tegen diens uitbundigheid opgewassen is, maar er geen moment spijt van heeft dat hij zich heeft laten overdonderen. Het is een verhaal over rouw na het veel te vroeg en onverwacht overlijden van een vriend, en het is een essayachtig verhaal over Alexander de Grote en consorten.


Arjen van Veelen weeft alles door elkaar, waardoor het een afwisselende en steeds boeiende roman is geworden. Op deze manier heeft hij de valkuil van het melodrama ontweken, is het eerder een eerbetoon geworden en wekt hij interesse voor Alexander de Grote en consorten. Een leuk extraatje: er staan in het boek fotootjes, vooral van Alexandrië. En dan zijn er nog wat kleinere thema’s. Schrijnend is het te lezen hoe de media om ging met de dood van zijn vriend, zijn voorbeeld, zijn leraar: ineens kende iedereen hem:


‘Hij had duizend beste vrienden, en allemaal overhandigden ze elkaar hun geloofsbrieven: foto’s appjes, dagboekaantekeningen, ontboezemingen, allemaal maakten ze selfies bij het lijk, toonden ze hun wonden in hun hartstreek. Ik, ik, ik kende hem ook, ik, ik ik hield ook van hem, een koor van ikken zong voor hem.’


‘Hij wees naar de punt van de obelisk.
‘Zie je hoe de steen steeds smaller wordt, steeds ieler, tot-ie in de hemel verdwijnt, alsof hij een lijn wil worden, een vergeefs streven naar perfectie, een asymptoot die naar onsterfelijkheid reikt, maar toch wordt afgekapt.’


Een obelisk als symbool van onsterfelijkheid. Met deze roman richt Arjen van Veelen er een op voor zijn overleden vriend. En hij is in Egypte met een missie, waarbij er ook nog een lichte spanningsboog is of dat een missie is die kan slagen.


Mooie beelden roept hij ook op:


‘De klanken kwamen aan als een klap op mijn kaak, uit een dode hoek, zo mooi.’

‘Het lezen was waden door stroop.’

’Zijn dood kwam als een bliebje’.


ISBN 9789023448600 | Paperback | 272 pagina's | De Bezige Bij | oktober 2017

© Marjo, 18 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altNoord
Sien Volders


Sarah is edelsmid, haar sieraden zijn zeer gewild. Dat komt doordat haar ontwerpen persoonlijk zijn, gemaakt voor een bepaald persoon, voor een bepaalde gelegenheid. Ze is erg gedreven, kan haar persoonlijke leven helemaal opzij zetten, als ze dat nodig vindt.
Maar nu heeft men haar ‘ontdekt’. Op de keukentafel ligt een brief:


‘Een aanbod waarvan ze wist dat ze bestonden. Een aanbod waarop ze kans zou maken als ze de weg die haar was aangeleerd op de academie was blijven volgen. Mocht ze jaren en jaren in alle conformisme aan de weg getimmerd hebben. Niet nu. Niet na haar eigen weg te hebben gevolgd. Het is te vroeg. Het is vreemd.’


De keuze valt haar zwaar: kiest ze voor de kunst? Of moet ze gaan voor de grotere bekendheid, voor de commercie?
Sarah besluit een tijdje weg te gaan, om na te denken. Ze kiest een willekeurige plaats ergens ver weg in het noorden, Forty Mile.


Daar woont Mary, uitbater van een winkel, die tegelijk postkantoor is. Ze is de spil van de kleine gemeenschap, waar verder nog een kroeg is en een dokterspraktijk, de enige plaatsen waar een telefoon is. Forty Mile is een goudzoekersstadje, nog geen honderd jaar oud, waar geen goud meer gevonden wordt en nog maar weinig mensen wonen.
Later ontdekken we dat Mary ooit Marion heette en een verdienstelijk schilder was. Haar geschiedenis maakt dat ze perfect het dilemma van Sarah begrijpt. Ook zij heeft de keuze moeten maken.  Een andere keuze die zij ook ooit moest maken is die voor de liefde.


Het zijn de vrouwen in dit boek die voor de keuzes op liefdesgebied komen te staan, ook Sarah. Want in het dorp ontmoet zij Adam, een violist, die samen met Jacob veel succes heeft in het plaatsje. Adam wil meer: zijn muziek kan zeker de wereld veroveren! Maar als hij de reis maakt die precies het tegenovergestelde is van Sarahs reis, wacht hem niet onmiddellijk succes. Bovendien komt hij in Sarahs wereld, hetgeen een schok is.


De tegenstellingen vormen het verhaal: de stad en de luxe mondaine wereld versus een verstild stadje in het hoge noorden dat de helft van het jaar in de ban van ijs en sneeuw is; een gerieflijke stad versus een haast onherbergzaam landschap; de keuze voor het succes en het geld versus kunst en eigenwaarde; en de keuze tussen veilige liefde of een stormachtige affaire.


Binnen deze tegenstellingen doen de hoofdfiguren hun best de juiste keuze te maken. Maar makkelijk is dat niet. Ambitie versus artistieke vrijheid, het vergt veel van Sarah en Adam. Mary heeft haar keuze jaren eerder gemaakt, en van haar stamt de titel:


‘Op het linkerpaneel stond Noord. In koele, beheerste kleurtonen was een vrouw geschilderd die trots op een stronk zat, in een ondergesneeuwd woest bergbos, een bevroren waterval achter haar. Haar kleren leken op die van de Eerste Bewoners. Dezelfde motieven, dezelfde afwerking, maar langer, eleganter. Meer stof en plooien. Naast haar zat een hond of wolf. De rijp in de vacht van het dier bijna tastbaar. Op de voorgrond, amper zichtbaar onder de sneeuw, lagen de lichamen van bevroren mannen. Uitgemergeld, de handen klauwend in het ijs.’


Dit debuut van de Vlaamse Volders is een krachtig verhaal, over de mens, rauw en toch helder met mooie sfeerbeelden:


‘De lente begint zich hier nog maar net een weg door de sneeuw te smelten. De toendra ligt er als een grillig dambord van witte sneeuwvlakken en bruin gras bij.’


Sien Volders
(1983) studeerde kunstgeschiedenis en antropologie. Naast haar werk als redacteur en interieurvormgever werkte ze aan haar debuut, de roman Noord.


ISBN 9789048838288 | Paperback | 240 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep | november 2017

© Marjo, 8 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe vloeivelden in
Aly Freije


‘Ze boerden goed en elk jaar sloeg de opwinding van de zomer toe. Vader smeerde oogstmachines, inspecteerde korenaren op korrelhardheid. Seizoenarbeiders werden aangetrokken en hielpen mee. Moeder vulde de voorraden suiker, meel en jenever aan. Ze bewerkte de bedden van de moestuin, bond anjelieren op. Paarden galoppeerden het weiland door en moesten gedurende lange dagen zware machines en volle wagens trekken. En in de morgen stroomden de zonnestralen steeds eerder over de nok van de schuur.’


Anna is de dochter van een boer. Haar vader pachtte een staatsboerderij op pas ontgonnen veen in Noord-Groningen. Na een eerdere zoon, Derk, werd Anna geboren in 1944, in de nadagen van de oorlog. Daarna kwam Reina. Hun vader had het naar zijn zin, hun moeder vond het harde werken en de eenzaamheid minder aantrekkelijk. Veendiep, het dorp, was klein.
Haar vader kreeg een akelige ziekte en overleed, waarna haar moeder doorging met boeren. Maar Anna, die het gymnasium had afgerond, wilde naar de stad.


Nu is ze terug in het land van haar jeugd, in gezelschap van Helen. Ze beseft dat ze niet alles verwerkt heeft. En de as van haar ouders bevindt zich nog in het crematorium. Herinneringen borrelen op, aan de ziekte van haar vader, later aan die van haar moeder. Aan haar puberteit, de jongens, en het ontdekken van haar eigen voorkeur.


‘Op avonden daarna stond ze weer op de uitkijk bij Marjo’s huis, liep met opzet door straten waar ze vaak langs reed en bereidde zich voor op een ontmoeting. ‘Goh, jij hier. Ik was net op weg naar een klasgenoot.’


Ze was anders, en al zagen anderen dat misschien niet, ze voelde het zelf. En waarschijnlijk voelde Marjo, de fysiotherapeute het ook. Zij kwam vaker aan huis dan nodig was, en nodigde Anna bij haar thuis uit. Maar er was ook Rob, een tijdje, tot hij ineens de wijde wereld in trok. En er was Siep, van wie ze een zoon heeft, Jacob, die na de scheiding bij haar is gebleven.


Dat dit debuut geschreven is door iemand die al eerder dichtbundels publiceerde is niet verbazingwekkend. De poëzie druipt er van af! Op deze manier wordt de sfeer van het boerenland voelbaar. Ook de sfeer van de jaren vijftig is zeer herkenbaar. Nergens wordt het verhaal expliciet, en toch is alles duidelijk. Het is een gave zo te kunnen schrijven.


Aly Freije debuteerde in 2008 met de Groningstalige dichtbundel 'Wondpoeier'. Haar Nederlandstalige dichtbundeldebuut 'Door het vanggat' verscheen in 2016.


ISBN 9789062659821 | Paperback | 120 pagina's | in de Knipscheer| januari 2018

© Marjo, 7 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER