Debuten

Café Terminus
Robert Brouwer


De achtenvijftigjarige Martin Motte is een eenzaat. Zijn hele bestaan speelt zich af in zijn hoofd.
Bij alles wat hij ziet ontspint zich een verhaal. Met name rond vrouwen. Hij stelt zich onmiddellijk voor hoe prachtig hun liefdesrelatie zal worden, hoe gelukkig hij zal zijn. Hoe hij zal genieten als zij slapend naast hem ligt, want er is haast niets mooier dan een slapende vrouw.


Ooit is Martin getrouwd geweest maar helaas hield het huwelijk geen stand. In vlagen van weemoed verlangt hij naar de dagen met Helene. Maar dat kan zomaar omslaan in de volgende fantasie bij het denken aan zijn werkgeefster of bij het zien van de vrouw bij de balie van het verzorgingshuis waar zijn moeder woont.
In feite is Martin in zijn hoofd nooit op de plek waar hij zich werkelijk bevindt. Hij leeft in een andere wereld die mooi en liefdevol is.
De dagelijkse werkelijkheid stemt hem somber. Hij slaapt ook graag.
Martin vindt ook dat hijzelf niets voorstelt, snapt bijvoorbeeld niet dat hij de sleutel van het pand van zijn bazin kreeg.


Vreemd genoeg schaamde ik me toen ik de sleutel overhandigd kreeg.
Je bent het niet waard... als ze eenmaal je ware aard ontdekt... je bent lui... laat dingen kapotvallen... vergeet de voordeur af te sluiten... Ik wilde haar de sleutel teruggeven. [...]


Hij heeft één vriend Norbert, die in alles het tegenovergestelde van Martin is. Waar Martin moeilijk uit zijn woorden kan komen weet Norbert precies bij elke gelegenheid het juiste woord te vinden. Ze spreken vaak af in het restaurant van de Hema, praten even met elkaar en daar blijft het bij. Zelfs deze vriendschap is nauwelijks vriendschap te noemen.


Dingen veranderen als Martin Valerie ontmoet. Hij valt voor haar vrolijkheid en directheid. Ze is rond de dertig en in zijn ogen prachtig. Hij voelt een slaafse aanbidding voor haar maar zelfs als ze er is dan heeft hij prachtige gesprekken met haar in zijn hoofd. Hij ziet in gedachten hoe ze genieten ze van elkaars aanwezigheid. Het is voor Martin allemaal zo simpel. Als ze elkaar maar echt zien, als ze elkaar maar aanvullen en waarderen, dan is het al goed.
Maar hoe rijk zijn woordenschat is in zijn fantasie, in werkelijkheid zegt hij meestal niets. Hij kan zich overigens nauwelijks voorstellen dat Valerie iets in hem ziet.
Ondertussen bezoekt Martin elke zondag zijn moeder en hun verhouding is al net zo stilzwijgend als de rest van Martins leven.


Dit alles wordt verteld in een bijzonder stijl die regelmatig aan Gerard Reve doen denken. Vooral de fantasieën over de onderdanige Martin die een vrouw lief zal hebben, versterken die indruk. Maar dat is het niet het enige mooie aan dit boek. Het knappe is namelijk dat Robert Brouwer ondanks dat het verhaal van de ene fantasie in de andere rolt, toch een samenhangend en boeiend geheel heeft weten te maken. Of Martin nu als een regisseur zijn blik laat ronddwalen door de bus die hem naar zijn moeder brengt of over zijn vroeger zo mooie zussen fantaseert of zich voorstelt dat hij de eigenaar van het mooie pand waarin hij werkt is, het gaat allemaal naadloos in elkaar over. De subtiele humor maakt het verhaal nog aantrekkelijker.
Mooi en goed debuut. Men leze!


Het boek is genomineerd voor de Hans Vervoort Prijs, de prijs voor verhalend proza van neerslachtige en toch opbeurende aard.


ISBN 9789083344904 | Paperback met flappen | 156 pagina's | Uitgeverij Finisterre | 1 december 2023

© Dettie, 13 februari 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Tijd om te gaan
Pia van Egmond

Als je het boek begint te lezen heb je geen idee: waar gaat dit naar toe? Gaandeweg ontdek je dat het 2050 is, en dat de maatschappij compleet veranderd is. Er zijn aanslagen geweest, grote stukken van Europa zijn totaal vernietigd. Ook zijn er nauwelijks nog middelen van bestaan, de economie ligt plat. Daar heeft men iets op bedacht: oudere mensen zijn immers nutteloos voor de maatschappij, ze kosten alleen maar geld, dus er wordt verwacht dat mensen die zestig worden een Drionbox aanvragen.


‘Het is volkomen normaal op zijn leeftijd om over uitstappen na te denken. Wat heeft de maatschappij aan hem? Hij is nergens meer geschikt voor, hij leeft slechts voor zichzelf. Binnenkort is hij een parasiet van de samenleving. Dan stap je uit als je een sociaal mens bent.’


Natuurlijk is er verzet, al zijn er ook veel mensen die een feest regelen en het dodelijke drankje drinken. Heb je de box eenmaal dan wordt er verwacht dat je binnen vijf jaar ‘vertrekt’. Pensioen bestaat niet meer, dus als je geen geld voor je oude dag hebt gespaard, sta je machteloos.


Als het verhaal begint, gaan Eva en John naar een feest. Eva’s vroegere collega Willem is ‘uitgestapt’. Het is een herdenkingsfeest. De gasten zijn chique aangekleed en hebben plezier. Eva ergert er zich groen en geel aan, en neemt zich meteen voor om nooit meer naar zo’n feest te gaan.
Ze wil meteen na het condoleren weg. Maar John zegt:


‘Echt niet, dat kun je Willem en zijn familie niet aandoen. Hoe zou je dat zelf vinden?’


Zij benadrukt nog eens - blijkbaar hebben ze het er al eerder over gehad – dat zij geen feest wil. Eva is nog werkzaam als radiotherapeut. John is bijna zestig, en moest plaats maken voor jongere werknemers. Hij voelt zich verplicht zich aan te melden bij de verenging Dappere Ouderen: mensen die op tijd uitstappen. Het wordt mensen die geen lid zijn van de DO steeds moeilijker gemaakt. En het is duidelijk wie wèl lid is: zij dragen een speldje.


Toch is er ook verzet. Velen willen vrij het tijdstip kiezen waarop zij hun drionbox openen en rustig oud worden. Noodgedwongen vestigen zij zich in leegstaande dorpen waar echter slechts een enkeling in een bestaan kan voorzien. En ze zijn kwetsbaar voor lieden die hen misbruiken voor experimenten. Eva vindt mensen die tegen deze gang van zaken zijn: De partij voor ‘Vrijheid van Leven en Sterven’ wordt opgericht onder leiding van Abel Hama, een chirurg. Maar de jongere generatie - vooral zij - worden feller en fanatieker, de verzetsgroep loopt gevaar.


Dit is het hoofdthema, een dystopie dus. Een akelig vooruitzicht, want er zijn wel degelijk argumenten die ons vandaag de dag bekend voorkomen. In de medische zorg bijvoorbeeld wordt wel gesproken van een triage voor behandelingen. Het is dan ook daarom dat radiotherapeut en medisch specialist Pia van Egmond besloot een boek te gaan schrijven als protest tegen leeftijdsdiscriminatie. Zij verzon een toekomst zoals we die niet wensen. Toch? Het verhaal is behalve beangstigend ook spannend. Helaas zakt dat naar het einde toe een beetje in, maar het gegeven is in ieder geval iets wat tot denken aanspoort.


ISBN  9789493214774 | Paperback | 366 pagina’s | Uitgeverij In de Knipscheer | september 2022

© Marjo, 17 april 2023

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Way too many freaks
Is iedereen gek geworden of ligt het aan mij?
Epski

.
Om aan de hectiek van het dagelijks leven te ontsnappen, is Jacques gevlucht naar een piepklein Frans dorpje om zo weg te zijn van de ratrace en freaks die alles bepalen. In het dorpje heeft hij een boetiek geopend waar hij zijn zelfontworpen kleding verkoopt. Maar ook in dat piepkleine plaatsje ontkomt hij niet aan de freaks. Zijn kledingzaak is voor hen zelfs een ware ontmoetingsplaats geworden.

Epski heeft van dit gegeven echter geen roman gemaakt die het wel en wee van de ontwerper en zijn werk weergeeft maar wat de schrijver wél doet is in de vorm van zijn personages weergeven hoe de meeste communicatievormen mislopen.
Jacques zelf neemt zelden een blad voor de mond, heeft stellige meningen die hij ook graag ventileert. Hij hekelt bijvoorbeeld de grote mode-merken. "Het is één grote overproductie, de creativiteit wordt aan banden gelegd doordat enkele mensen bepalen wat mooi is." Maar als hij dat zegt dan is hij jaloers, ook zo'n kreet volgens Jacques die overal klinkt als je het ergens niet mee eens bent.
Jacques is in feite op zoek naar waarachtigheid, naar de mens zonder opsmuk en invloeden van buitenaf. Hij probeert dat ook te uiten aan alle veelvuldige bezoeken van mensen in en om zijn modezaak.

Zo is er de markante Nederlander Laurens die vaak koffie komt drinken. Hij is altijd nadrukkelijk aanwezig. Volgens Jacques leefde hij "met het idee dat hij hoogbegaafd was en dus waren veel baantjes te min voor hem. [...] Als hij werd afgewezen lag het aan de mensen die hem afgewezen hadden, ze begrepen hem wederom niet. Laurens zat barstensvol ideeën die nooit werkten en verhalen die iedereen met een korreltje zout nam terwijl er best een kern van waarheid in kon zitten.
De communicatie met Laurens is veelal eenzijdig. Niemand weet wat er eigenlijk écht in hem omgaat, zo zal later blijken.


Hilarisch is 'Het takkenwijf', de vrouw die aan de overkant woont en constant op alles en iedereen scheldt, met name haar man is altijd het slachtoffer van haar geschreeuw. Met haar is gewoon geen woord te wisselen, ze voelt zich in alles aangevallen en schreeuwt al bij voorbaat zodat niemand haar iets kan doen.


Verder is er Reinhard, Jacques vertelt  over hem dat hij "een narcistische control freak is die graag mensen in zijn macht hield en de persoon in kwestie door middel van geestelijke manipulatie een bepaalde richting uit wilde duwen. Misschien was dat zijn kunst, lag daar zijn talent." Reinhard is al eeuwig met een beeld bezig en vertelt daar elke keer hetzelfde verhaal over, iets wat Jacques meer dan zat is en dat ook op een onverholen manier zegt.
Maar door de vreemde communicatievorm ziet niemand dat Reinhard juist enorm kwetsbaar is en zich verschuilt achter zijn narcistische gedrag.


Verder zijn er nog Grace, die twijfelt of ze man of vrouw wil zijn, Fetnat die wraak wil, de altijd op zoek zijnde Van Gorkum en de belangrijkste mensen in Jacques leven, Eric en Lima, die klanten waren maar inmiddels zeer goede vrienden zijn geworden.


Iedereen ontmoet elkaar en de gesprekken die onderling uitgewisseld worden zijn intens, maar blijven zelden in hun hoofden hangen. Allen praten vanuit zichzelf zonder de ander te zien, veel wat gezegd wordt, wordt niet gehoord. Alleen Eric en Lima kijken, net als Jacques, wél verder en zien wat er in de wereld en met de onderlinge communicatie gebeurt. Vooral de opkomst van internet en vooral de sociale media heeft volgens hen veel teweeg gebracht.
Het hele boek draait in feite om communicatie.


Het bovenstaande maakt det het een zwaar verhaal lijkt, wat echter absoluut niet het geval is. Epski heeft een schrijfstijl die overrompelend is maar toch heel toegankelijk. Bovendien is het verhaal doorspekt met humor, vol onverwachte wendingen en verrassende ontwikkelingen.
In feite moet je het verhaal gewoon ondergaan en van alle gesprekken, gebeurtenissen en de spectaculaire, originele ontwikkelingen genieten.


Epski (Nederland 1970) is een planeetslenteraar, creatieve duizendpoot annex kledingontwerper, die na vele omzwervingen over de wereld neerstreek in het Franse Lagrasse, een middeleeuws dorp in de wijnstreek Corbières, vanuit waar hij zijn debuutroman schreef.


ISBN 9789462666399 | Paperback | 211 pagina's | Schrijverspunt | 30 november 2022

© Dettie, 21 februari 2023

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Achter een lens gevangen
Anneloes Tieleman


De relatie tussen Phileine en haar moeder Isabelle is op zijn zachts gezegd niet goed. Maar toch is haar moeder wel degene waar ze heen gaat in haar vakantie. Ze zal wel moeten, ze studeert nog, veel geld om op vakantie te gaan is er niet.
Gelukkig is haar moeder na één dag al weg maar een vriendin van haar moeder heeft beloofd op het huis te passen tijdens haar afwezigheid. Het is Rosemarie, de vrouw die Nathalie al kent van vroeger. Ze heeft haar sinds haar pubertijd niet meer gezien. Rosemarie is twaalf jaar ouder dan Phileine, bovendien is ze een erg mooie vrouw en vroeger berucht om haar uitzonderlijke feesten.
Maar die tijd lijkt voorbij.


Phileine voelt zich onmiddellijk aangetrokken tot Rosemarie, ze beziet de vrouw nu met heel andere ogen dan vroeger. Het zorgt voor onrust in haar lijf. Ze krijgt Rosemarie niet meer uit haar hoofd. Uiteindelijk blijkt dat ook Rosemarie niet ongevoelig is voor de tengere Phileine en op gegeven moment kunnen ze er niet meer omheen, de relatie begint.
Het is echter allemaal niet zo simpel als het lijkt. Phileine weet nu al hoe de reactie van haar moeder zal zijn en ook Rosemarie heeft moeite met o.a. het leeftijdsverschil.
Toch genieten ze een aantal dagen intens van elkaar en hun enorme verliefdheid. Ze bedrijven vol overgave de liefde dat overigens prikkelend maar niet ordinair beschreven wordt.


Helaas blijkt Isabella's reactie nog erger dan Phileine verwacht had. Het wordt een ramp. Rosemarie en Phileine vertrekken elk naar hun eigen huis. Er resten Phileine niets anders dan foto's.


Het lijkt alsof het, door Isabella's houding, bij een vakantieliefde zal blijven, maar beiden weten dat er veel meer speelt dan zomaar een oppervlakkige relatie. Ze blijven naar elkaar verlangen, ze missen elkaar. Maar er spelen zoveel factoren mee die de hele situatie bemoeilijken. Phileines fotografiestudie, Rosemaries kunstgalerij... het slokt hun tijd op. Ze denken dat het voorgoed voorbij is.


Met ontzettend veel vallen en opstaan, vele ups en downs en grote inzichten in zichzelf en elkaar worstelen ze door. Hunkerend naar elkaar. Maar beide vrouwen verwerken hun intense verlangen en verdriet op een heel eigen manier. Waar de ene verbeten doorgaat, laat de ander de moed helemaal zakken. Totdat ze elkaar weer ontmoeten en ze de feiten onder ogen moeten zien.


Het is een van de weinige romans die expliciet over twee vrouwen die een relatie hebben. De schrijfster weet de relatie én alle problemen die het stel ondervindt goed te verwoorden.
Er spelen naast de relatie nog andere factoren mee die een simpelweg 'voor elkaar gaan', bemoeilijken. Alle ontwikkelingen maken dat je wilt doorlezen. De gedetailleerde beschrijvingen zouden soms wel wat minder uitvoerig beschreven kunnen worden, maar storen niet echt.


Op zich is het een debuut met heel veel potentie, het verhaal is boeiend en je leeft erg met de vrouwen mee, het is daarom zo jammer dat er redactioneel flink wat ontbreekt.  Een goede redacteur zou het boek tot grotere hoogte kunnen tillen dan het nu doet. Hopelijk heeft Anneloes Tieleman zo'n persoon bij haar volgend boek tot haar beschikking.


Anneloes Tieleman (1987) groeide op in de randstad en wilde altijd al een roman schrijven over twee vrouwen. Simpelweg omdat zijzelf niet genoeg romans kon vinden in dat genre. Achter een lens gevangen is haar debuutroman.


ISBN 9789464507256 | Paperback | 292 pagina's | Boekscout | 8 juli 2022

© Dettie, 30 september 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Spaanse renner
Lidewey van Noord


‘Nog iets meer dan tachtig kilometer, dan is hij verlost van de stress. Van deze vlakke wegen die zo simpel ogen, maar die hem en de rest van het peloton dwingen om uren achter elkaar alert te zijn, alsof er roofdieren op de loer liggen. Klaar om je met je fiets en al aan stukken te rijten.’


Wielrennen is dus niet altijd even leuk, het is gewoon een beroep. Je doet waar je goed in bent. En hoe goed je ook bent, in ieder beroep zijn er momenten dat het even niet zo leuk is.
Voor het verhaal begint staat er een quote van Rini Wagtmans:


‘Elke topcoureur komt ooit een tegenstander tegen van wie hij niet winnen kan: zichzelf.’


De man over wie het verhaal gaat is Miguel, een Spanjaard. Hij zit duidelijk even niet lekker in zijn vel en door een ongelukkige manoeuvre veroorzaakt hij een valpartij. Voor hij er vandoor gaat - wat niet eens onmiddellijk opgemerkt wordt in de commotie – ziet hij zijn concurrent op de grond vallen, gevolgd door vele andere renners.
Een poos later vindt een boer hem, liggend in een greppel. Totaal van de kaart. Hij wil niets weten van een ambulance en gaat met de boer mee naar diens boerderij. Jan, de boer, haalt er toch wel een dokter bij, maar stelt verder niet veel vragen. In ruil voor onderdak vraagt hij Miguel te helpen met het werk.
En tot zijn verbazing maakt de wielrenner geen aanstalten om te vertrekken…


Miguel reed de Vuelta, die in het najaar na verschijning van dit boek inderdaad in Nederland start. Het is een actueel verhaal dus, waarbij je ook het een en ander leert over de wielerwereld.


Het is vooral een psychologische schets: de omgang tussen de twee mannen die zich moeten behelpen met het beetje Engels dat ze kennen, ontwikkelt zich tot een bijzondere vriendschap. Ze hebben iets gemeen: Miguel is een eenling tussen zijn maten die immers ook concurrenten zijn en leeft onder druk, omdat hij moet winnen. Winnen is het enige dat telt in zijn wereld.
Jan is ook een eenling. Hij leeft tussen zijn koeien die dan wel geen druk op hem uitoefenen, behalve dat ze gemolken willen worden, maar hij voelt de druk van de maatschappij. Zijn grootvader runde de boerderij, zijn vader nam het over, maar zelf zal hij geen opvolger hebben. Hij valt op mannen.


Lideweij van Noord vertelt in een integere impliciete stijl. Je ziet de gebeurtenissen voor je, het is beeldend beschreven. Het is duidelijk dat zij ook poëzie schrijft!
Erg mooi! De lezer zal uitkijken naar een lijviger verhaal!


ISBN 9789021467993 | paperback | 138 pagina's | Uitgeverij Volt | juli 2022
Afmeting 17 x 11,1 cm

© Marjo, 16 augustus 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Lucie
Stans Lutz

‘Zolang ze zich herinnert schaamt Lucie zich voor haar moeder. Voor haar uitbundig gedrag, haar overdreven gelovigheid, haar te zware lichaam, haar snoepzucht, haar altijd en overal te laat komen, haar spilzucht, haar wens om bij iedereen in de smaak te vallen.’

Vader Hans, journalist van beroep, ondergaat het gedrag van zijn vrouw lijdzaam. Dat denkt zijn gezin tenminste. Oudere zus Kath is wat hardhorend, maar wil daar niets van weten. En er is het jongere zusje Eefje.


Middelste is Lucie, de verteller. Vanuit haar beleving lezen we over het gezin,  vooral over de moeder die door haar nogal aparte gedrag het gezinsleven bepaalt. Als Lucie bij haar vriendin is, ziet ze hoe het anders kan, maar natuurlijk heeft zij geen invloed op haar moeder. Kan ze het alleen maar aanzien, hoe haar moeder steeds verder zinkt in het geloof en min of meer eist dat haar kinderen dat ook doen. Hetgeen zij steeds minder doen.


Intussen ontwikkelt Lucie zich van kind tot jong-volwassene. Het verhaal speelt in de jaren zestig, dat is sowieso niet een tijd waarin een jong meisje begeleiding had tijdens deze ontwikkeling, ouders lieten hun kinderen aanmodderen, en op school was er ook nauwelijks aandacht voor, dus ook Lucie staat er alleen voor. Met vallen en opstaan probeert ze haar plekje te vinden.’


‘De lerares had gevraagd hoe zij hun toekomst zagen. Of ze dachten te zullen trouwen en of ze kinderen wilden of dat ze zouden gaan studeren. De meeste klasgenoten wilden het allebei – zo ver waren ze al gekomen – maar de kinderen zouden altijd voorgaan. Toen Lucie aan de beurt was had ze gezegd dat ze helemaal niet zou gaan trouwen. Ze zou gaan hokken, studeren en pas als ze een baan had als tolk/vertaalster vier kinderen krijgen. Bij het woord hokken was er een huivering door de klas gegaan. Dat deed je niet. ‘


‘Lucie’ is een tijdsbeeld en een coming of ageroman in een.
Zeker  voor vrouwen die in dezelfde tijd opgroeiden zijn de verhalen herkenbaar, maar natuurlijk ook voor degenen die buiten die periode groot moesten worden. De ontwikkeling is immers overal hetzelfde, alleen de situatie niet en de manier waarop je er mee omgaat ook niet. Daardoor wordt waarschijnlijk de reactie op dit boek bepaald: een schrijnende herkenning, of een lacherige Aha-erlebnis: zo kan het ook…


Het boek leest in ieder geval als een trein, het bestaat uit korte hoofdstukken in de vorm van schetsen, die wel chronologisch zijn.
Vlotte dialogen, geen lange omschrijvingen maar een taal die to the point is. Dat past bij de verteller.


Stans Lutz is decor- en kostuumontwerper. Ze was ze verbonden aan talloze producties. Eerder schreef en tekende ze het non-fictie boek De Circusclown en het prentenboek Zakdoek.
Lucie is haar literaire debuut.


ISBN 9789492241498| Paperback | 196 Pagina's | Uitgeverij Magonia | maart 2022

© Marjo, 19 april 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Liefde is een onwoord
Jos van Daanen


‘Mama had me een keer uitgelegd dat het einde niet bestond omdat het woordje ‘einde’ automatisch een nieuw begin inluidde. Zonder begin had einde geen betekenis. Ze noemde ‘einde’ daarom een onwoord. Zoals er meer van die onwoorden waren waarin ze zich gevangen voelde. Liefde bijvoorbeeld, dat niet zonder haat kan bestaan, goed niet zonder kwaad, een streling die we enkel betekenis wisten te geven omdat we wisten hoe een klap voelde.’


Hans zit in een psychiatrische inrichting, maar waarom eigenlijk? Het merendeel van de tijd begrijpt hij dat niet zo goed. Wat is goed? Wat is fout? Hebben mensen daar afspraken over gemaakt die voor iedereen duidelijk zouden moeten zijn? Voor hem dan toch niet. Niet altijd.


Hij heeft korte perioden van inzicht, maar ook ziet hij soms dingen die er niet zijn, en zijn geheugen werkt ook niet zo best. Het dagboek van zijn moeder dat ineens op zijn nachtkastje ligt zorgt er voor dat hij nog meer in de war raakt. Daarin beschrijft zijn moeder, Maria, hoe vreselijk ze het vond dat ze zwanger werd. Hoe ze zijn komst vervloekte. Dat dagboek begint zo:


‘Het moet geschreven worden, Hans. Jij moet geschreven worden.’


En op deze manier intrigeert al meteen de eerste zin in het boek. Want hoe kan die Maria, nog maar net bevrucht, zoals ze schrijft, weten dat zij een zoon zal baren en dat hij Hans zal heten?


Het verhaal van Maria moet ongeveer in de jaren '60 spelen, hoogstens '70, de gynaecologie was nog niet zo ver ontwikkeld, en bovendien hoort ze van de huisarts dat ze zwanger is.
Maria is er overigens niet meer. Zij vertelde haar zoon dat ze wilde slapen. Ze was ziek, had veel pijn. En Hans deed wat zij vroeg. Hij zorgde er voor dat ze kon slapen. Voor altijd. Hij was pas negen jaar oud.


Zo volgt de lezer Hans in de kliniek, afgewisseld door stukken dagboek van Maria, om dan mee over te schakelen naar de jongere zus van Hans. Merle is getrouwd met David met wie ze een puberdochter heeft. Merle bekommert zich als enige om Hans, gaat bij hem op bezoek, maar eigenlijk zit ze vol wantrouwen. En angst. Wie is haar broer? Hoe komt het dat hij is zoals hij is?


Hij was hun moeders lieveling, hij was degene die alles van haar gedaan kreeg. Terwijl Merle nauwelijks gezien werd, zodat het feit dat ze na het overlijden van haar moeder het huishouden op zich nam als een zucht naar erkenning genoemd kan worden. Erkenning die ze niet kreeg. Maar het is wel duidelijk dat ze die niet kòn krijgen. Want van wie? Haar moeder is overleden, haar broer is niet normaal, en ook haar vader is niet helemaal goed in zijn hoofd.
Ook Henk, de vader, heeft een stem in het verhaal, over de onmacht die hij voelde naar Maria toe, en naar de kinderen. En later is er nog de psychiater die zijn zegje mag doen.


Op het moment dat je als lezer helemaal verward bent geraakt in de kluwen die deze verschillende personages voor je weven, wordt er hoop geboden: er komt een alwetende verteller op de proppen! Eigenlijk zullen we weten hoe het nu precies zit! Helaas, dat is dus niet het geval. Zeker, het raadsel van het dagboek wordt opgelost, maar dat roept dan weer zoveel nieuwe vragen op.
Doorploeteren dus. Het moet toch wel duidelijk worden wat hier precies gaande is? Er is een spanningsboog waardoor je zeker aangezet wordt tot doorlezen, maar het vergt wel wat doorzettingsvermogen. Want is er wel een normaal personage in dit verhaal? Nou ja, wat is ‘normaal’ dan wel?


Interessante thematiek. Een boek dat tijd vergt, om ten volle te kunnen begrijpen wat hier speelt. Zelfs na het einde, het deel van het verhaal waarbij aan duidelijkheid niets meer te wensen overblijft, rest wel nog de vraag: hoe heeft het zo ver kunnen komen?


Van Jos van Daanen (Kerkrade, 1959) studeerde Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap. Eerder verschenen bij Uitgeverij In de Knipscheer de poëziebundels: in 2018 De schoonspringer, in 2019 Soldaten, in 2020 De heilige cohesie van water en de novelle Lutijn in 2019. Liefde is een onwoord is zijn romandebuut.


ISBN 9789493214408 | Paperback| 218 pagina's | Uitgeverij In De Knipscheer | september 2021

© Marjo, 28 december 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Totem
Dorien Voskuil

Xavi Hermanidez is galeriehouder. Een van de meest succesvolle kunstenaars voor wie hij exposities organiseert is ook een vriendin van hem: Rosa Schmitz.


Op dit moment is hij bezig met een grote tentoonstelling in Hamburg, maar het lukt maar niet om Rosa te pakken te krijgen. Ze neemt niet op en ze belt niet terug. Als hij besluit om dan maar eens te gaan kijken bij haar thuis treft hij een leeg huis. Het is er ook veel te netjes, zo kent hij Rosa niet. Er is iets grondig mis. Maar wat?
Nu is ze een aantal jaren geleden ook al eens met de noorderzon vertrokken. Toen bleek ze ruim twee jaar in Noorwegen gezeten te hebben.
Zou ze dat nu weer gedaan hebben? Is ze weer ‘gewoon’ weg gegaan?


In Amsterdam staat Karlijn Zomers op het punt aan een nieuwe baan te beginnen. Ze is onderwijzeres, maar gaat nu als directeur aan de slag. Dat zou haar vader, die er al twaalf jaar niet meer is, prachtig gevonden hebben weet ze. Maar ze twijfelt: is het de goede keuze?
Karlijn is getrouwd met Robert, ze hebben bewust geen gezin gesticht.
Als Karlijn een brief ontvangt van een notaris, staat haar leven - en dat van haar man - binnen de kortste keren op zijn kop.
Xavi krijgt een soortgelijke brief. Bericht van een overlijden. Karlijn en Xavi zullen elkaar snel ontmoeten, een ontmoeting waar ook ene Britt bij aanwezig is.


Tussendoor lezen we in cursief het verhaal van de kunstenares. Over haar leven en over haar kunst. Over de besluiten de ze genomen heeft, in de wetenschap dat die gevolgen zullen hebben voor anderen. Zoals zij zelf ook de gevolgen heeft ondervonden van de beslissingen van anderen.


Dat is het thema van het boek, toegespitst op familie. Wat iemand besluit te doen, of niet te doen, heeft in het geval van onze hoofdpersonen grote gevolgen. Zij moeten op hun beurt beslissingen nemen en dat gaat niet zonder slag of stoot.
Waar het over dit thema gaat is het verhaal psychologisch. Er is een prettige afwisseling met de dagelijkse beslommeringen. Even bijkomen voor we opnieuw de diepte in gaan.
Dat heeft Dorien Voskuil prima gedaan. Ook de afwisseling van de personages zit goed in elkaar. De spanningsboog blijft behouden.  Misschien hadden er wat minder nevenpersonages kunnen zijn, maar sommigen, zoals de klusjesman Hein had niet kunnen ontbreken.


Dorien Voskuil (1967) was onderzoeker en docent. Ze schreef drie decennia voor wetenschappers, zorgprofessionals en studenten. Beginnend bij afstandelijke statistiek, verlegde ze haar aandacht steeds dichter naar de mens en zijn verhaal. Totem is haar romandebuut.


ISBN  9789493192775 | Paperback | 286 pagina's | Uitgeverij Neckar | september 2023

© Marjo, 5 oktober 2023

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wat een tuin ziet als hij slaapt
Johanna Geels

Johanna is aan huis gekluisterd vanwege allerlei fysieke en mentale kwalen. Ze is bipolair en chronisch ziek. Ze kan wel wat door haar huis scharrelen, maar buiten komt ze alleen met hulp. Ze wordt verzorgd door drie mensen: Wieke en Anna, verpleegkundigen en K. die vriend en mantelzorger is. Johanna schrijft in haar dagboek, zodat we haar gedurende tachtig dagen volgen: haar klachten en gedachten. Haar dromen en herinneringen. En de waarheid is om mee te spelen: Al op de eerste pagina zet Geels de lezer op een wankel been:

‘Als je ziek bent, heb je veel tijd om na te denken. Over waarom ik geen kinderen heb gekregen bijvoorbeeld. Mijn dochter zegt dat ik dit fysiek niet had aangekund en ik denk dat zij gelijk heeft.’


In oude dagboeken vindt ze wat ze geschreven heeft in de jaren tachtig, over een wild leven met mannen en drugs. Over kraakpanden en familieproblemen. Zo blijkt de psychische stoornis die haar kwelt in de familie te zitten.


‘Mijn ouderlijk huis was een jungle, een doolhof vol gevaren.’


’s Nachts verandert de tuin in een voodoojungle, een heksenwalhalla. Iedereen weet dat als de wereld zich keert, zich terugtrekt voor de slaap, dit het moment is dat de geesten komen. De onderwereld zich roert. Met zijn eigen wetten waar je de codes van meent te kennen. Ten onrechte, de nacht heeft er namelijk een handje van ze te transformeren in een compleet andere codering. Die, na ontcijfering, op haar beurt weer verandert. Noem je dat een onontkoombaarheid? Een lot? Hoe dan ook, het is beangstigend. Ik hecht aan controle. Ik heb niets dan dat.’


Als je leven geen enkele zekerheid biedt, als alles alleen nog maar erger wordt, kun je niet anders dan dwalen in je diepste zelf. De lezer gaat mee in deze wereld, in de absurde waan, waarbij niets zeker is. Je kent de waarheid niet en je zult haar niet kennen. Maar het vreemde is: die mis je niet. Dit boek is een achtbaan die soms even rustig over de rails rijdt om dan weer hard in de diepte te storten. En je geniet. Van de poëtische taal, van alles wat echt is maar misschien ook niet. En als je het boek dichtslaat, voel je enigszins labiel, zoals je ook uit een achtbaan stapt.


‘Soms is delen mooi, soms is het de hel, maakt het dingen los die beter niet wakker hadden kunnen worden. Misschien kan ik de wereld terug in zijn hok krijgen.‘


Johanna Geels (1968) is dichter, schrijver, columnist en schreef drie dichtbundels (Tuig, 2008, Detox, 2010 en Wildberichten 2014). Wat een tuin ziet als hij slaapt is haar debuutroman.

ISBN  9789493214651 | Paperback | 306 pagina’s | Uitgeverij In de Knipscheer | oktober 2022

© Marjo, 2 april 2023

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Onder het luchtspoor
Peter Swanborn


"Na een kansloos avontuur aan de Faculteit der Aardwetenschappen en twee halverwege afgebroken studies op kunstacademies elders in het land keer in noodgedwongen terug naar de stad waar ik ben opgegroeid."


De ik persoon is Arend Zwart. Hij vindt een kamer en is volgens eigen zeggen geen fotograaf maar iemand die fotowerken maakt. Hij is autonoom.
Helaas is de huisbaas bizar en moet Arend nadat hij zijn kamer ingericht heeft er gelijk weer uit. Hij gaat van armoe maar naar 'De Hef' een café waar hij vroeger wel kwam. Daar ontmoet hij na enkele avonden Rico, Marie, Barbara, Kamisnky en Van Gasteren. Allen doen iets in de kunst. Er ontstaat een soort vriendschap.
De groep moedigt Arend aan, nadat hij een huis leeg heeft zien staan, om het huis te kraken en zo gebeurt het.


Het blijkt een prachtig pand. De mysterieuze Barbara betrekt de bovenverdieping. De kunstenaars doen pogingen om verder te komen, ze klooijen eigenlijk maar wat aan. Barbara, die zeer getalenteerd is, blijft een raadsel. Arend is semi-verliefd op haar. Maar echt werk van haar maken is er ook niet bij.
De groep ontmoet elkaar steeds in De Hef en nemen de wereld door. Af en toe ontspoort één lid van de groep maar hij keert ook steeds weer terug. Natuurlijk is er commentaar op de politiek, de woningnood, de jeugdwerkloosheid etc. Maar echt proberen er iets aan te doen, gebeurt ook niet.
En zo ploeteren ze allemaal voort en doen halfslachtige pogingen om iets te bereiken.


De autonome Arend blijft foto's maken, liefst 's nachts en ontwikkelt ze ook zelf. Maar zichzelf verkopen of moeite doen om verder te komen zit er niet echt in. Allen hebben een soort lamlendigheid, besluiteloosheid over zich die hun naar het café drijft om daar hun wereldvisie te verkondigen.
En dan krijgt Arend - na jaren - de aankondiging dat hij het pand moet verlaten. Waarna het verhaal dat begint in 1981 verspringt naar 1989 en dan is alles anders.


De destijds heersende sfeer van de jaren tachtig is goed weergegeven. Toch blijven de momenten dat Arend zijn vader bezoekt de meest indrukwekkende passages. Ook wat Arend later over hem ontdekt is ontroerend. Verder kabbelt het verhaal een beetje voort, net als het leven van de kunstenaars, dat is dus goed weergegeven. Dat wil niet zeggen dat het boek niet boeit, maar op gegeven moment valt het verhaal wel een beetje stil. Toch is het knap om de lezer ondanks het weinige wat er gebeurt, toch steeds de stimulans te geven het verhaal uit te lezen.


Peter Swanborn (1962) publiceerde tot nu toe vijf dichtbundels die onder meer genomineerd werden voor de C. Buddingh'-prijs en de J.C. Bloem-Poëzieprijs. Onder het luchtspoor is zijn romandebuut.


ISBN 9789463811309 | Paperback | 205 pagina's | Uitgeverij Podium | 5 april 2022

© Dettie, 5 januari 2023

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Spaanse renner
Lidewey van Noord


De Spaanse topwielrenner Miguel Correal zit er doorheen. Hij weet dat hij zijn killerinstinct kwijt is na zijn nipte verlies in de afsluitende tijdrit van de Vuelta vorig jaar.


"Het voelde alsof hij implodeerde, alsof er niets meer van hem overbleef. Wie was hij nog?
[...] Hij verloor veel meer dan een wedstrijd"

Nu hij opnieuw de Vuelta rijdt, nog wel op de Nederlandse wegen waar het constant opletten is, kan hij niet anders dan reikhalzend uitzien naar het eind van de rit. De wielerrit is heftig, Miguel wordt enorm opgejaagd. "Hij voelt de stress om zich heen, [...] naar voren, naar voren. Stuur aan stuur, schouder aan schouder de bochten door."
Zijn grote concurrent Nils Vendelaar rijdt naast hem. Er is een lichte beweging, er is een val... Het is erg...


Vanaf dat moment knapt er iets bij Miguel. Hij komt weer bij zinnen als Jan, een Brabantse boer, hem vindt aan de kant van een weg. Jan neemt hem mee naar huis, een vrouw is er niet, en tot zijn verbazing heeft Miguel weinig zin om weer te vertrekken en Jan vindt het prima dat Miguel blijft. De magere maar pezige wielrenner blijkt een prima hulp en ze vinden al snel een bepaalde routine in het dagelijkse werk op de boerderij. Ze leven samen in een soort vreedzame cocon waar Miguel zich heel veilig voelt. Het weg zijn van alle hectiek rond het wielrennen is een verademing, de rust is helend. Miguel leert om te gaan met zijn gevoelens, met zijn leven en denkt na. Hoe moet hij verder, hoe wil hij verder? 


Voor Jan is de aanwezigheid van Miguel ook een moment van zelfreflectie, zijn leven verandert onbewust ook door de komst de Spaanse renner.  De beide mannen voelen zich prettig bij elkaar en het is juist de vanzelfsprekende stilte tussen hen die alles zo veelzeggend maakt.


Lidewey van Noord heeft met dit fictiedebuut een prachtig subtiel verhaal geschreven waarin vooral de onderhuidse wisselwerking tussen beide mannen prachtig beschreven is. Als de schrijfster deze stijl weet aan te houden dan belooft dat een grote toekomst.
Meer moet er niet gezegd worden, gewoon lezen dit boek.


ISBN 9789021467993 | Paperback | 140 pagina's | Uitgeverij Volt/Tilt.nu | juli 2022
Afmeting 17 x 11,1 cm

© Dettie, 26 augustus 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Hier zijn is niet de bedoeling
Lauranne van Grinsven


'Familie kies je niet. Daar zit je mee opgescheept.’


Als haar moeder Saar belt om te vertellen dat haar grootvader overleden is, doet dat haar meer dan ze verwacht had. Ze had al afstand genomen van de familie toen ze nog thuis woonde, en sinds ze haar eigen leven aan het opbouwen is, heeft ze nauwelijks nog contact met de ouders die ze Els en Johan noemt, en evenmin met haar broer Jens en zus Janne. 


Thuis: dat was een kleine gemeenschap, een benauwende sfeer, familie die moeite heeft met communiceren, en waar intimiteit haast een taboe lijkt. Een moeder die last heeft van depressieve buien en zichzelf heel zielig vindt.


Nu gaat Saar terug. Onderweg bestormen de herinneringen haar al. Herinneringen aan voorvallen waarbij de moeder met haar vreemde gedrag het gezin beheerste. Els kan emoties niet aan. Eigenlijk kan ze het leven niet aan. Omdat haar man zich steeds meer terugtrekt, niet reageert op haar gedrag, klampt ze zich vast aan Saar, die dat niet wil.
Maar als haar oma haar vraagt of ze wil blijven kan ze niet weigeren. Een week blijft ze. Tot de begrafenis. Een moeilijke confronterende week wordt het.


Hier zijn is niet de bedoeling, de titel, wordt gebezigd als Saar in de supermarkt een meisje ziet dat ze herkent van de basisschool. Ze komt meer bekenden tegen, die haar nu allemaal vreemd zijn. En zij is een vreemde voor hen.
De sfeer in het dorp, maar vooral bij haar ouders en bij oma benauwt haar. Maar als ze belt met Fosse haar vriendin, zegt ze dat die niet hoeft te komen. Terwijl ze haar meer nodig heeft dan ooit, houdt ze haar op afstand.
Maar ze weet niet beter: afstandelijkheid is wat ze geleerd heeft.


Oma?’ vraagt Saar.
‘Ja, meid,’ zegt oma.
‘Vind je het niet erg dat niemand jou eens even een knuffel geeft?’
‘Wat zeg je nou?’


Het gedrag van haar moeder irriteert haar, maar ze begrijpt nu waar het vandaan komt.
Toch: wat kan zij er aan doen?


Een roman over familiale verhoudingen. Over hoe je jeugdervaringen de rest van je leven beïnvloeden. Over onvermogen, afstandelijkheid. Over smachten naar genegenheid.


Lauranne van Grinsven weet de lezer te raken, haar dialogen zijn recht voor zijn raap. De korte zinnen, in tegenwoordige tijd, werken daar aan mee. En zinnen als deze: ‘Soms voelt haar verdriet zo klein dat het in een borstzakje past.’
En de scènes rondom de kist waar opa in ligt. Als het allemaal niet zo tragisch was, dan was het hilarisch…


Lauranne van Grinsven (1991) studeerde Creative Writing aan ArtEZ. Haar stijl is kort, fragmentarisch, teder en rauw. Het thema loslaten en vasthouden staat centraal in haar werk. Hier zijn is niet de bedoeling is haar debuutroman.


ISBN 9789048862436 | Hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Lebowski | mei 2022

© Marjo, 30 juli 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Waar gezongen wordt
Shula Tas


Het is Mina, de buurvrouw, die met één vraag alles in werking zet...  Waarom zing je eigenlijk niet meer?
Gewoon een simpele vraag, maar Shula kan hem niet beantwoorden. De vraag laat haar echter niet meer los.


"Telkens als ik een antwoord wil formuleren, dan volgt er niets anders dan gestotter. Losse frases."


Ze had het conservatorium gedaan. In die tijd overleed haar vader, twee jaar later, in haar examenjaar, volgde haar moeder. De laatste keer dat ze zong was op haar examen.


"Vanwege je ouders,' zeiden mensen met een begripvolle blik. Maar dat was het niet. Het was niet de rouw. Niet alleen.[...]
Zingen kan troostend zijn. Maar voor mij was de troost van de muziek verdwenen."


Maar nu moet de zolder leeg. De zolder die barstensvol staat met spullen van haar ouders.
V. haar vriend met wie ze sinds kort samenwoont, wil haar wel helpen met leegruimen, maar ze weet dat ze dit alleen moet doen. Het wringt in Shula, ze wil aan de slag met de zolder maar ook niet. Ze verheugt zich op de ruimte die ze zal krijgen, maar ziet ook als een berg op tegen het opruimen, wat zal ze allemaal tegenkomen?

De vraag van Mina heeft Shula getriggerd. Ze wil zelf ook uitzoeken waarom ze niet meer zingt. Ze bezoekt de oude praktijkruimte van haar vader, alles is anders. Ook Amsterdam, zoals haar ouders de stad gekend hebbeb is anders.


"Ik denk aan mijn ouders. Aan hoe hun stad langzaam verdwijnt. [...] Ook in mij raken oude sporen uitgewist. Ze zouden me amper nog herkennen vrees ik. Een nieuw kapsel, andere kleren, een ander huis. En sinds ik niet meer zing, is ook de muziek verdwenen."


De betovering van de muziek is weg.


"Zingend kon ik voelen zonder woorden. Geen analyses, geen vooruitzichten, geen angst: gewoon alleen maar zingen. Zingen was geborgenheid. Het gevoel van in slaap vallen tegen de billen van je geliefde. Warm, veilig, thuis.
Waarom zing je niet meer?"

Zingt ze niet meer omdat het warme, veilige thuis weg is na het overlijden van haar ouders, of is er zoals ze zelf denkt, toch meer aan de hand?
Is het omdat haar familie Joods is maar na de oorlog er niets meer mee deed? Is het omdat het hele Joods zijn verzwegen werd? Joods zijn was gevaarlijk...
Shula kon zelfs nooit naar Jiddische muziek luisteren, want ondanks dat ze het niet mooi vond, raakte ze toch zwaar ontroerd. Wat is er toch aan de hand?


Eindelijk raapt Shula de moed bij elkaar en gaat naar zolder, doos 1 wordt geopend...
Ze ontdekt hoe anders het leven van haar ouders was dan de hare. Hoe zwaar het moet zijn geweest.
In een mix van die ontdekkingen, herinneringen en de lessen van het conservatorium, vooral over wat muziek met je doet, merkt Shula hoe onlosmakelijk muziek met haar ouders en grootouders verbonden is. Ze ontdekt dat haar oma vroeger ook zong én ook gestopt is met zingen... na de oorlog.


Wij mogen het bijzondere proces van haar rouw meebeleven, niet alleen de rouw om haar ouders en grootouders maar ook het verlies van de rituelen die bij het Joods zijn horen, de rituelen die iets te betekenen hebben en niet meer verstopt mogen worden. En de synagoge? de samenzang? Wat doet dat met haar?
Het is een moeilijke en emotionele reis die Shula maakt. Maar die reis moest gemaakt worden om weer verder te kunnen en weer te zingen...


Alles bij elkaar, heeft Shula Tas met dit boek een prachtig, indringend en indrukwekkend - autobiografisch - debuut geleverd. Lezen!


Shula Tas (1987)  studeerde zang aan het conservatorium en daarna Taal- en Cultuurstudies.


ISBN 97890463810012 | Hardcover | 144 pagina's | Uitgeverij Podium | januari 2022

© Dettie, 31 januari 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER