Debuten

Op deze pagina worden boekverslagen geplaatst van debuterende schrijvers/sters.

De winnaar van de
Academica Literatuurprijs 2011 is: 

Peter Buwalda - Bonita Avenue


Ook dit jaar lezen Marjo, Annemarie en Dettie de Inzendingen 2012 die op de site van Academia debutantenprijs staan weer mee.
(Het betreft boeken uitgegeven tussen 1 oktober 2010 t/m 30 september 2011.)
Zij proberen zoveel mogelijk de boeken die op de lijst van inzendingen staan te  lezen maar ook andere debuten die (nog) niet op de lijst staan.
Boeken die ze hebben gelezen staan op deze pagina en in het archief.


Zie ook:  http://www.deletterenspreken

en http://www.academicadebutantenprijs.nl

 

altHet grote zwijgen
Erik Menkveld


De mooiste boeken vind ik die welke de lezer aanzetten tot het zoeken van meer informatie, of zoals onderhavige boek tot het beluisteren van muziek.


In ‘Het grote zwijgen’ van Erik Menkveld worden de jaren 1910 tot 1917 in sprongen beschreven waarbij de laatste sprong in een epiloog leidt tot 1921.
De achtergrond van eerst de oorlogsdreiging in Marokko, en later ons vaderland tijdens de Eerste Wereldoorlog met ondanks zijn neutrale positie ontberingen voor het volk, worden ons vooral medegedeeld door de persoon van Mathijs Vermeulen, die behalve amateurmusicus en componist ook journalist is. Als recensent van muziek leert hij Alphons Diepenbrock kennen, die hem genadig opneemt in zijn kennissenkring als leerling, en als vriend, niet wetend dat die vriend zich als een adder aan zijn borst koestert. Op zijn beurt heeft ook Mathijs een leerling, Petrus, eveneens een relatie die niet zonder brokkenmakerij verloopt.


Menkveld vertelt het verhaal van de twee Nederlandse componisten, die nooit bij het grote publiek bekend zijn geworden. Niettemin zijn er al diverse boeken en biografieën over hen verschenen, getuige de bibliografie achterin het boek.
Deze historische grondslag doet twijfel rijzen: lezen we wel de mening en ideeën van de schrijver Menkveld? Of heeft hij ook deze informatie uit de secondaire literatuur?
Zijn termen als ‘een langoureuze faun’ en zijn beschrijvingen van de muziek  afkomstig uit eigen koker, of overgenomen?
Bij zinnen als ‘van het westfront geen  nieuws’ of de scene waarin ‘een man en een vrouw elkaar zo hartstochtelijk kussen dat op drie erven tegelijk de honden aanslaan’, zou ik het graag accepteren als zijnde van een andere schrijvershand. Deze misschien kleine dingen doen mijns inziens afbreuk aan een overigens heel mooie roman.
Het verhaal is geschreven is een stijl die helemaal aansluit bij de tijd, hetgeen de lezer helemaal in de juiste sfeer brengt. Het woord dat de stijl vooral typeert is zorgvuldigheid. De zinnen zijn heel precies, nauwelijks een woord te veel. De beschrijvingen van een deel Amsterdam en het Noord-Hollandse Laren uit die tijd maken dat sfeertje helemaal af, als ook de in onze ogen primitieve manier van reizen.
Er wordt veel geschreven over muziek, in lyrische termen die nieuwsgierig maken: hoe klinkt muziek  met ‘verschillende onafhankelijke melodielijnen (die) gelijktijdig zweven boven een mysterieus geruis, waaroverheen de fluit dan zijn nachtegaalgezang aanheft. Een minutenlange, betoverende voorstelling (--) met een fier openingsthema als afsluiting.’
Maar het is zeker niet alleen een muziekroman. Er zijn de vaak filosofische gesprekken (‘Het grote Zwijgen’ is een uitspraak van Nietzsche) tussen de vrienden, en er zijn de amoureuze verwikkelingen die de nodige jus aan deze roman geven. En de balspelletjes met Diepenbrocks dochters.
Het is een passievolle roman, geschreven voor echt leesplezier, misschien wel meerdere keren! Om in te duiken terwijl je luistert naar een muziekstuk, gecomponeerd door een van beide hoofdpersonages.


Even een opmerking terzijde: Er staat al een brievenroman op naam van ‘debutant’ Erik Menkveld!  
In 2006 verscheen namelijk ‘Met de meeste hoogachting’, een bundel essays in briefvorm, geïnspireerd door de brieven die Petrarca aan Cicero en Seneca schreef. Hoewel ik moet bekennen dat ik daarvan alleen de beschrijving gelezen heb, denk ik toch dat ook daar een grote dosis fictie aan te pas is gekomen. Is fictie in briefvorm anders dan fictie in de vorm van een historische roman?


ISBN 9789028241589 | hardcover | 383 pagina’s | Van Oorschot | mei 2011

© Marjo, 24 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet ongrijpbare gelijk van John Winkle
Michiel Mulder

John Winkle is een Amerikaan, ingeburgerd in Nederland. Hij kan zich nog verwonderen over bepaalde Nederlandse uitdrukkingen of woordcombinaties. Een inkopper:


'Ze hebben hem kunnen grijpen.'
'Ze hebben hem bij de lurven gepakt?'
'Pardon?'
'Hebben ze hem bij de lurven gepakt? Bij de kladden?'
John  probeert het op zich in te laten werken. Lurven...kladden...'


Als neurowetenschapper is hij bezig met een onderzoek naar moraal. Volgens zijn hypothese is moraal iets fysieks: het is te lokaliseren in de hersenen. De complicaties van zo’n uitkomst zijn velerlei. Kunnen misdadigers door middel van een operatie genezen worden? Sterker nog: kan men bij een pasgeborene al ontdekken of het kind een foute moraal zal ontwikkelen?
Als hij midden in het proces van afronding zit, - data op een rijtje zetten en publiceren - krijgt hij bezoek van de AIVD die eist dat hij niets bekend maakt van de gevonden resultaten. Dat gaat natuurlijk helemaal tegen Johns gevoel van wetenschapper in!
Ook op het persoonlijke front gaat niet alles naar wens: hij is dol op zijn enige dochter, Charlotte, die hem haar vriendje voorstelt. Dat staat John helemaal niet aan: zijn lieve meisje in handen van een (per definitie) grijpgrage man, en nog een buitenlander ook. Hij vergeet gemakshalve even dat hij dat zelf ook is en doet alles om te verhinderen dat zij een ‘slachtoffer’ wordt.
Intussen is de stad vol mensen, de straat wordt beheerst door steeds grotere menigtes. Waar John ook heen moet, wanneer hij uit het raam kijkt zelfs: altijd is er wel een demonstratie, of een stille tocht. Ook hijzelf wordt doelwit omdat in zijn laboratorium met ratten wordt gewerkt.
Dan worden er studenten gegijzeld in een bibliotheek, de gijzelnemers executeren hun slachtoffers als hun eisen ten behoeve van de Palestijnse kwestie niet ingewilligd worden. En zijn Charlotte is een van de gegijzelden…
John is wanhopig. Kan hij zijn dochter redden?


'Een massa trekt in stilte langs beide oevers van de Amstel en in bootjes over de rivier.
Zijn tenen worden koud, daarna zijn benen. Hoger trekt de kou. Zijn maag, zijn hart. Het hoofd blijft heet. Hij voelt hoe de ene na de andere neurotransmitter wordt afgevuurd, maar hij blijft bewegingsloos zitten. Zijn handen omklemmen het stuur, de knokkels worden wit. De mensen: grimmig. Als een levend beeldhouwwerk bewegen zij zich voort. Doods, maar zeker. Het ene been voor het andere. En de stilte, slechts begeleid door het zacht fluisteren van de bootjes.
'De Blauwbrug,´ fluistert John, ´Hoe bereik ik de Blauwbrug?’


Michiel Mulder lijkt ‘Tirza’ van Arnon Grunberg als voorbeeld te hebben genomen voor zijn debuut. Er zijn vele gelijkenissen: terrorisme, stille tochten en demonstraties, de dreigende mislukking wat betreft zijn carrière, en vooral de enige en geliefde dochter die in armen van een ander valt, nog niet eens een Nederlander. Ook hier het afglijden van een man die zijn leven onder controle meende te hebben, maar de touwtjes uit zijn handen ziet glippen.
Niet dat het geen spannend verhaal is. In het begin zijn er twee verhaallijnen, die later in elkaar vallen. Ook bij Michiel Mulder zit de lezer in het hoofd van de hoofdpersoon, en beleeft hij de psychische aftakeling mee. De stijl is daaraan aangepast: losse gedachten en korte zinnen, hetgeen spanning oproept. Er zitten ook leuke vondsten in, vooral wat betreft de ‘kritiek’ op de Nederlandse taal.  Voor John Winkle is niet de molen of de tulp het symbool voor ons land, nee, dat is de koe.
Ook hoe hij het menselijk gedrag relateert aan onze hersenen, dat is weer eens wat anders. Maar ja, al is het een boeiend verhaal, het blijft een kloon van Grunberg.


Michiel Mulder is gemeenteraadslid in Amsterdam en werkzaam bij een onderzoeksinstituut. Het ongrijpbare gelijk van John Winkle is zijn literair debuut.


ISBN 9789078905516| 236 pagina's | Brouwerij Uitgeverij de | september 2011

© Marjo, 30 november 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De brander
Kieke Plooij


'Het is tijd dat je een echte kerel wordt,' had vader tegen Hector gezegd. 'Veertien! Hoog tijd!' Moeder was die ochtend met de trekschuit vertrokken naar haar zuster in Delft. Alleen de knechten en de meiden waren nog thuis.'


Dit bovenstaande speelt zich af in Schiedam 1823. Hector Livius krijgt van zijn vader een borrel en wordt dan mee naar zolder gesleept en de booienkamer in geduwd waar Duifje, het binnenmeisje, is. Vader wacht beneden op hem. Duifje kleedt zich uit en probeert Hector op zijn gemak te stellen. Ze weet dat het zijn eerste keer is. Maar Hector voelt niets anders dan angst en walging. Hij is zo bang dat hij haar met een schreeuw wegduwt. Hij kan het niet. Die schreeuw is zijn redding. Vader denkt dat 'het' gebeurd is, nu is zijn zoon een man!


Het lijkt allemaal goed te komen als Hector Ernestine ontmoet. Zij is aangenaam gezelschap, ze trouwen en leiden een prettig leven. Hector heeft zijn werk op zijn jeneverbranderij en heeft een aantal jaren eerder het rentmeesterschap van het stadsweeshuis overgenomen nadat de heer Bastet was overleden. 's Avonds zitten Ernestine en Hector genoeglijk bij elkaar. Ernestine zou echter wel wat meer om handen willen hebben, ze wil graag een kind. Maar op het punt van consumeren van het huwelijk heeft Hector een probleem.


Aan het begin van hun huwelijksdagen had Hector aan Ernestine uitgelegd  dat hun liefde niet vunzig en laag bij de grond was, zoals ze dat wel van anderen zagen. Loman de Beer sloeg zijn vrouw met vlakke hand op haar derrière. Zó vulgair! [...]
Tegen Ernestine had hij gezegd dat hij hoopte dat zíj nooit zo diep zouden zinken.[...]
Tot zijn opluchting had Ernestine met hem ingestemd dat ook zij zich absoluut niet wilde verlagen tot een animaal soort liefde, dat ze haar genegenheid gelijk wilde laten stromen met de zijne, dat haar gevoelens jegens hem onschuldig en oprecht waren.
Wel had hij zich afgevraagd of Ernestine kon bevroeden dat hun kinderloosheid te maken had met dat ontbreken van animale liefde.


Maar dan komt er een kentering in het gezapige zich voortkabbelende leventje van Hector. De koning heeft een Besluit uitgevaardigd waarin hij alle weeshuizen opdraagt gezonde wezen vanaf zes jaar naar een nieuwe kolonie in Veenhuizen te sturen. Als er geen gehoor aan wordt gegeven zal de subsidie op iedere wees die niet naar de koloniën gaat worden ingehouden.
Maar het bestuur wil geen gehoor geven aan die oproep en Hector moet manieren bedenken om het weeshuis financieel gezond te houden. Dat zal nog een erg lastige kwestie worden.
De tweede gebeurtenis heeft echter veel meer impact op Hector. Hij ontmoet een jonge student, Leendert Alberda en die ontmoeting slaat in als een bom. Hector valt als een blok voor de student, en geeft er aan toe... ook aan de animale liefde en vanaf die tijd is het met Hectors rust gedaan. Hij voelt zich geweldig en ellendig. Hij wll naar Leendert en niet naar Leendert. Hij is enorm bang voor ontdekking maar kan nauwelijks wachten tot de volgende ontmoeting. Hector is tot over zijn oren verliefd en Alberda weet het en haalt er zijn voordeel uit. Hij introduceert Jaapje, zijn halfbroertje, dat dankzij de problemen met het weeshuis denkelijk naar Veenhuizen moet. Alberda vraagt of Hector niet iets kan regelen.
Langzamerhand verandert het hele sociale en maatschappelijke leven van Hector en doet hij dingen die hij niet voor mogelijk had gehouden.
Ontdekking kan niet uitblijven volgens Hector... en wat dan?


Een erg mooi boek waarbij de schrijfster zich goed heeft weten in te leven in de sfeer van toen. Ernestine en Hector kun je bijna uittekenen zo levendig en raak zijn ze neergezet. Het toen nog strafbare plegen van sodomie is het hoofdonderwerp van het verhaal maar wat homoseksualiteit voor gevolgen heeft binnen een huwelijk heeft Kieke Plooij ook op een mooie  manier duidelijk gemaakt. Je hebt zowel met Hector als Ernestine te doen. Hector houdt erg veel van Ernestine en wil haar niet kwijt maar kan ook geen weerstand bieden aan de roep van zijn lijf na de eerste keer met Alberda. Je leeft mee met zijn angst maar wil ook dat hij eens wat flinker optreedt, zeker als Alberda hun verhouding gaat uitbuiten. Het eind is verrassend ook al zou je de draaierige, huichelende Hector wel een enorme schop onder z'n kont willen geven.
Als je het uit hebt wil je eigenlijk weten hoe het iedereen in hun verdere leven zal vergaan, misschien iets voor een tweede deel?

De schrijfster is ontdekt door de lezers van TenPages een site waar mensen aandeelhouder kunnen worden van een manuscript. Gelukkig maar want ik had dit boek niet willen missen. Een debuut om U tegen te zeggen, echt een aanrader!


ISBN 9789078905523 Paperback 231 pagina's Uitgeverij De Brouwerij 14 november 2011

© Dettie, 21 november 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altReggae in de sneeuw
Marit van der Meulen


Amsterdam, 11 maart. Hoofdpersoon is Tara, die weer eens te laat is voor de metro die haar naar haar werk in het verzorgingshuis moet brengen. Ze rent om dan de bus nog te halen, en dat lukt haar. Maar de bus rijdt op een gegeven moment niet verder, er is grote rook, sirenes loeien, er is paniek onder de mensen op straat. Ze moeten de bus uit, een skater helpt haar weg te komen, hij heeft het over aanslagen. Op een televisiescherm ziet ze dat er een aanslag is gepleegd op vier doelwitten, waaronder het metrostation waar ze had moeten zijn. En ze ontvangt een sms-je, met een tekst die ze niet begrijpt (Berbers?) van een afzender die ze maar al te goed kent. En dan volgt een flashback:
Ze is een speelse middelbare scholier, een doorsnee puber. Ze ontmoet Mimoun, die in Hoorn woont en in een koekjesfabriek werkt. Hij is van Marokkaanse afkomst, zijn moeder is gescheiden, waardoor ze het extra moeilijk heeft. Er is nog één broertje bij haar thuis, en ze belt Mimoun vaak om haar gram te spuien over diens gedrag.
Terwijl Tara ook nog haar eindexamen moet halen, geeft ze zich volledig over. Door de week is ze meer in Hoorn te vinden dan in Amsterdam, alleen de weekenden zijn voor haar ouders en haar huiswerk. Ze lijken voor elkaar bestemd.
Maar terwijl zij een vrije opvoeding heeft genoten en Mimoun welkom is bij haar ouders, krijgt ze Mimouns moeder niet te zien, en het weinige dat hij vertelt maakt duidelijk dat zijn achtergrond totaal anders is. Zij ziet het probleem niet, dat de lezer wel voelt aankomen.


Gezien het eerste hoofdstuk, en de culturele verschillen is het verhaal nogal voorspelbaar. Natuurlijk weet de schrijfster dat en ze probeert er nog wat van te maken. Maar ik ben bang dat het niet overtuigend genoeg is. Het verhaal van de jonge Tara is meer een dun verhaal in de vorm van een ontwikkelingsroman, waarbij haar keuzes gemaakt moeten worden op een iets ander vlak dan de doorsnee jongere. Dat is dan het enige bijzondere.
De vertelstijl is vlot, soms humoristisch, maar vaak ook kabbelt het maar een beetje.
Over sommige zinsconstructies heb ik twijfels:


‘Gedurende enkele weken fietste ze op deze wijze vrij eenvoudig  door haar hele vakkenpakket heen, al bleef er continu een hogedrukgebied boven Nederland hangen.’


Dat hogedrukgebied verwijst naar de opmerking van meer dan drie alinea's eerder, dat het een hete zomer is. Het komt niet helemaal uit de lucht vallen dus, maar toch...
Onderstaand stukje vind ik wel mooi,  qua beeld, niet wat de taal betreft: de scene waarin vertelt wordt hoe Mimoun iedere dag een lunchpakket klaar maakt voor Tara, en daar steeds iets bij stopt:


‘Op haar eerste dag ontdekte ze een herfstblad in haar broodtrommel dat ze achteloos in de prullenbak gooide. Bij thuiskomst vertelde Mimoun haar dat het het laatste blad was van de populier voor hun slaapkamerraam en hoe hij het speciaal voor haar had opgeraapt.’


ISBN 9789089543080 | Paperback |173 pagina's | Elikser B.V. Uitgeverij | juni 2011

© Marjo, 16 november 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altNeem op
Nina Roos

Dertien verhalen, bijgelovig is ze niet, deze jonge vrouw die vooral tekent, maar nu haar debuutbundel met verhalen heeft uitgebracht. Gemiddeld beslaan die verhalen een pagina of tien.
In het laatste verhaal ‘Pagina 17’ probeert Tom te schrijven. Wat voor soort tekst, en of het voor een bepaalde doelgroep is, weten we niet, het enige dat duidelijk is, is dat de man geen word op papier krijgt. Hij zit thuis, met zijn zoon die hem steeds lastigvalt. Hij is huisman, en zijn vrouw heeft een druk leven waarin ze ook nauwelijks tijd inruimt voor Tom.
In de krant leest hij een stukje tekst met daarin de zin: ‘Probeer nieuwe dingen met nieuwe ogen te zien.’ Hij neemt het zich ter harte.


Dit is nog een verhaal met een kop en een staart, van sommige anderen kan ik niets maken. Dat geldt vooral voor de kortere stukjes. Het verhaal ’Halfjes’ bijvoorbeeld. Ik heb geen idee waar dit over gaat. Een vrouw slaapt in het appartement van een vriend. Zonder verdere uitleg. Althans niets dat het voor mij duidelijk maakt. Helaas geldt dat voor meer verhalen. Het zijn een soort momentopnames uit de levens van willekeurige mensen. Alsof je aan zo maar een voorbijganger vraagt: vertel eens wat je vandaag gedaan hebt, en daar dan een verhaaltje van maakt. En omdat de meeste mensen dan eerder negatief zijn dan positef krijg je dit soort schetsjes.
Wat je in alle verhalen proeft is namelijk een gevoel van ontevredenheid, een gevoel waar automatisch een verlangen naar ‘beter’ vast zit. ‘Beter’ is niet altijd bereikbaar, zodat bij een aantal verhalen een gevoel van onvrede zich ook meester maakt van de lezer.
Enkele verhaaltjes echter zijn wel positief, en dat zijn de verhalen waar een puber de hoofdrol heeft.
De jeugd heeft nog hoop zou je zeggen. Ze kunnen er nog wat van maken. Maar als ze eenmaal volwassen zijn, dan wordt het niks meer.
Nina Roos maakt soms leuke woorden: ‘zweetklam’, ‘kniezeer’, en ze stipt nogal eens onderwerpen aan die in lichte mate nog een taboe zijn, maar verder, tja…


Een deel van deze verhalen verscheen eerder in Hollands Maandblad.
Roos staat najaar 2011 op verschillende podia, onder meer bij het Geen Daden Maar Woorden Festival in Rotterdam en bij Crossing Border in Den Haag.


ISBN 9789061699989 | paperback | De Harmonie | oktober 2011

© Marjo, 9 november 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Pianist zonder brein
Ben Bouter


Het kunstje is vaker vertoond, het boek begint met deze zin: ‘Je vraagt je af waarom ik hem heb vermoord’.
Maar je vergist je: na dit clichébegin volgt een verrassend verhaal. De verteller houdt een lange monoloog tegen iemand, en al dwaalt ze daarbij soms wat af, of babbelt ze soms een eind in de ruimte, altijd komt ze weer terug in de kern van het verhaal: iemand is dood, en zij heeft schuld.
Over het slachtoffer worden we lang in het ongewisse gelaten, maar de schuldige is dus de verteller zelf: Eline, een jonge anesthesist, vertelt over hoe tijdens haar opleiding een kind op de operatietafel kwam. Een joch van een jaar of acht, een wonderkind met mooie handen dat prachtig muziek kon spelen, al vanaf het moment dat hij kon lopen. Maar daarnaast heeft hij last van epileptische aanvallen, hetgeen hem nu op de operatietafel bracht. De artsen zouden in zijn rechter hersenkwab moeten snijden.
Eline is  verkocht zodra ze de jongen ziet. Is ze verliefd? Vanwaar die fascinatie? Hoe dan ook is ze vanaf dat moment onlosmakelijk verbonden met de jongen. Toch overweegt ze hem stiekem een overdosis te geven: hoe kan die jongen verder leven als zijn talent wordt weggesneden? Kan ze hem dat aandoen? Ze doet het hem aan, en tot haar verbijstering blijkt de jongen, ook na een tweede operatie, gewoon nog steeds prachtig te kunnen spelen.
Eline ontdekt dat ook zijn moeder dat talent heeft. Ze raakt bevriend met Johanna, en hoort over het moeilijke bestaan dat die met haar ijzervlechter heeft. Haar echtgenoot is een gruwel: een ruwe zuiplap, een Rotterdammer in hart en nieren, nota bene werkend aan de Nieuwe Doelen, waar straks zijn zoon furore zal maken! Zo denkt Eline zonder het gezinnetje echt goed te kennen.
Als er een steen door haar raam wordt gegooid, kan dat alleen maar die man zijn geweest.
Maar het is niet zo simpel. Wat begon als een verhaal over schuld en boete, wordt een zoektocht naar de waarheid. Wat hebben haar ouders met dit alles te maken? En wat is de rol van die Amerikaan?


Een boeiend verhaal, met vele kanten. We zien hoe de jonge studente een serieuze arts wordt. We ontdekken de voorgeschiedenis van Johanna en Youri, en passant krijgen we een stukje geschiedenis van Rotterdam in de vroege jaren zestig mee, terwijl een thema als misbruik (gelukkig) kort wordt aangestipt,  en er een filosoof met aparte ideeën opduikt.
Bijna een thriller dit boek, in een prettige stijl door de afwisseling in de zin van afdwalingen en korte themastukjes. Jammer van de spel- en tikfouten die toenemen tegen het eind van het boek, maar met een betere controle kijk ik uit naar een tweede boek van deze schrijver.


ISBN  9789048419173| Paperback | 140 pagina's | Free Musketeers | mei 2011

© Marjo, 30 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe S-machine
Marion Duintjer

Maria groeit op in een zeer benauwend gezin. Maria’s moeder is een zevendedagsadventist en is altijd druk voor de Adventkerk. Vader is niet gelovig maar hij is niet opgewassen tegen moeders overheersende karakter. De oudere broer van Maria, Peter, is psychisch niet helemaal in orde. Later blijkt dat hij een zuurstoftekort heeft gehad bij de geboorte en hierdoor een persoonlijkheidsstoornis heeft opgelopen. Moeder en dominee Frans Vroegindeweij noemen Peter “bijzonder” en ontzeggen hem de hulpverlening die hij nodig heeft. De kerk heeft zich over hem ontfermd en dat is genoeg.

Bij Maria’s vriendin Alice is het thuis heel anders. Haar ouders runnen een hotel waar de sfeer altijd vrolijk en het leven immer goed is. Nergens wordt moeilijk over gedaan. Alles mag. De ouders van Alice, Barbara en Henry, zijn belangstellend en een bezoekje aan het hotel voelt voor Maria als een warm bad. Maria’s moeder keurt hun levensstijl af en zet zich samen met de andere adventisten in om het hotel te gronde te richten. Ze is hier zeer fanatiek in en probeert haar dochter bij het hotel weg te houden. De vriendschap tussen Maria en Alice houdt echter stand en Maria blijft een welkome gast in het hotel.

Het gedrag van Peter neemt steeds extremere vormen aan en uiteindelijk sneuvelt het huwelijk van Maria’s ouders. Vader kan het niet langer verkroppen dat moeder geen hulpverlening inschakelt. Hij kan niet langer aanzien dat Maria regelmatig wordt aangevallen door haar broer. Niet lang na de scheiding wordt vader ziek en komt hij te overlijden. Maria mist haar vader en bondgenoot en zoekt het hotel meer en meer op. Wanneer Alice een vriend krijgt is dat voor Maria heel moeilijk. Nu moet ze haar vriendin delen. De vriendschap verandert en het wordt helemaal ingewikkeld wanneer Maria door Henry wordt verleid.

Een boek over het zoeken naar genegenheid. Maria ervaart thuis wel liefde maar het geloof van haar moeder overheerst. Ook staat Peter altijd op de eerste plaats. Vader was lief maar ook een slap figuur. Na de geboorte van Peter is moeder een tijd lang depressief geweest. Ze zocht toen contact met de kerk en bloeide op. Dat is de reden dat Maria’s vader er niet teveel van durfde en wilde zeggen. Het gezin van Alice is het tegenovergestelde. Daar kan en mag alles. Het zijn twee uitersten.

Ik vind het walgelijk van Henry dat hij zich aan Maria vergrijpt. Maria verwart het gemis van een vaderfiguur met liefde en Henry maakt misbruik van haar kwetsbaarheid. Hij belooft haar dat hij bij zijn vrouw weggaat terwijl hij dit helemaal niet van plan is. Maria is pas zeventien. Ze denkt dat het liefde is, dat ze een relatie heeft en is te jong om te begrijpen wat er werkelijk aan de hand is.

Behalve dat dit boek prettig leest vind ik het ook uitermate geschikt voor leesclubs. Het is een goed boek om in groepsverband te bespreken. Hoe heeft iedereen het verhaal beleefd? Het is een boek waarvan de verhaal-beleving na het lezen nog een tijdje doorwerkt. Tegenwoordig gaan veel boeken over geloof en hoe mooi een aantal ervan ook zijn, ik was bij dit boek wel even bang alwéér een dergelijk boek in handen te hebben. Het kan ook teveel van het goede worden. Maar ook al neemt het geloof van Maria’s moeder een grote rol in het verhaal in, het domineert niet. De ontwikkeling van Maria en de vriendschap tussen haar en Alice staan centraal. Een knap debuut.

ISBN 9789041418623 | Paperback | 215 pagina's | Anthos | november 2011

© Annemarie, 19 december 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEen uur en achttien minuten
Peter Zantingh

‘Het rommelt aan mijn perspectief.’


Het boek beslaat een week uit het leven van vijf jonge mannen, wier leven op zijn kop wordt gezet door het bericht dat een van hen de hand aan zichzelf heeft geslagen. Op dat moment stuurde hij een laatste sms’je aan Johan, Dennis, Richard en Alex, zijn vrienden.


‘Hij leek te veel vreugde in zich te dragen om alles binnen tien jaar te hebben opgebruikt.’


Johan, de ik-verteller, ziet zijn leven langs  komen, de herinneringen aan Joey, de overledene, met de onbeantwoorde vraag ‘waarom?’.

Op zondag keert hij terug in het dorp ergens in West-Friesland, en in de dagen van de week tot de begrafenis vertelt hij over de groep jongens, die hun leven gedeeld hebben.


‘Elke voetbalwedstrijd, elke zomervakantie, elke zaterdagavond. Elke keer dat ik mijn flesje hier tegen dat van hen heb getikt. Het geluid van dat dikke bruine glas. Elke keer dat we tegelijkertijd een zwembad in sprongen. Doelpunten vierden. Verjaardagen vierden. Barbecues. Meisjes. Woordgrappen. Studio sport. Tuinstoelen. Kaartspellen. Koninginnedagen.

Zwart.’


Zo was hun vriendschap, hier draaide het om. Diepgaande gesprekken kwamen nauwelijks voor. Gevoelens delen, hun ziel blootleggen, daar was geen sprake van. Johan begint langzaam in te zien dat zij met hun vieren Joey dan misschien niet in de steek hebben gelaten, maar zeker geen hulp hebben geboden op de momenten dat hij er om vroeg. Zijn zij schuldig? Hadden zij het kunnen voorkomen?
Johan is de enige die studeert, de anderen zijn na de middelbare school aan het werk gegaan. Had hij meer moeten bieden? Kunnen bieden? Het is achteraf praten: hij was er niet alleen niet voor geestelijke steun, hij was er ook fysiek steeds minder. Punt. Hij heeft het er moeilijk mee, tot na de begrafenis. Dan keert hij weer terug naar zijn studentenleven.


Peter Zantingh schreef dit verhaal naar aanleiding van een bericht in de krant. In West-Friesland plegen drie keer meer jongeren zelfmoord. Zantingh last één keer een algemene verteller in, even is het verhaal algemeen, niet meer het persoonlijke verhaal van een fictieve verteller.
Als dit boek een antwoord is op die vraag, blijft er een nog dringender vraag open: wat kun je er aan doen? In deze maatschappij viert de oppervlakkigheid hoogtij. Vriendschap is niet meer dan camaraderie, men gaat met elkaar om, maar kent elkaar niet. Gevolg: eenzaamheid.


Het boek kijkt je aan. Een bril met een dorpje en een landschap erin weerspiegeld. Op een uur en achttien minuten afstand ligt het verleden, daar ligt je schuld.


Het is maar de vraag of je met een boek als dit discussie oproept, of je iets toevoegt aan eventueel rumoer. Er zijn prachtige stukjes (vooral het stukje over Johans moeder, dat is een verhaal op zich, mooi!!) en het is geschreven in een snelle makkelijke stijl, jammer genoeg ontsierd door enkele spellings- en vormfouten. Het is een verhaal, waar je tussen de regels door moet lezen, de lezer mag invullen. Maar waarschijnlijk doe je net als de hoofdpersoon: je gaat verder met je leven.
Het is behalve een boek over schuld, ook een boek over volwassen worden zou kunnen noemen. Vijf jongens die hun weg in het leven zoeken, ieder op een eigen manier. En eentje kon die weg niet vinden.


ISBN 9789029578455| Paperback | 208 pagina's | Arbeiderspers | oktober 2011

© Marjo, 28 november 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altIris
Maarten van Buuren


Het verhaal is niet schokkend: Bastiaan heeft een aanstelling gekregen in Waalstad, bij een hoogleraar van het Instituut voor Literatuur en Maatschappij. Hij is van plan te promoveren op het metafoorgebruik in drie romans van drie verschillende schrijvers. Vlak na zijn aanstelling ontmoet hij Iris, en het boek zou deze titel niet hebben als het verder niet vooral over Iris zou gaan, over alle ins en outs van hun relatie. Na een pagina of tachtig blijkt Bas ook nog een verleden te hebben dat zijn tentakels vooruitwerpt.
Het speelt in de tijd dat de kraakbeweging actief was en van Agt en  Den Uyl hun rollen in de politiek vervulden. Naast de Waalstad, komen ook de Martinistad en de Domstad voorbij. Het gebruik van deze woorden in plaats van de echte namen is ook tekenend voor de stijl. Er is geen twijfel mogelijk over de betekenis, maar Maarten van Buuren houdt er van om alles te ‘verhullen’. Op een wat indirecte manier, enigszins omfloerst vertelt hij wat hij kwijt wil. Er zijn zelfs situaties waarin de hoofdpersoon lijkt te weten hoe anderen in het verhaal bepaalde beslissingen nemen, en dat vertelt hij dan met eenzelfde uitgebreid gevoel voor details.
De ik-figuur lijkt oprecht, tegenover zichzelf toch, al zal de lezer later kunnen denken dat hij zijn kop in het zand steekt.

 ‘De vrouw op de foto was mooi op een manier die geen tegenspraak duldde en me het gevoel gaf dat ik tot stilstand kwam en langzaam alle wapens neerlegde, waarvan ik pas op dat moment besefte (maar dan voornamelijk onbewust) dat ik ze voortdurend in de aanslag houd om vijandigheden te pareren. In normale omstandigheden word ik blijkbaar beheerst door een soort waakzaamheid die zich uit in mijn lichaamshouding – soms betrap ik me erop dat ik zittend op een stoel mijn voeten onder mijn lichaam trek en mijn bovenlijf ver genoeg naar voren buig om op elk gewenst moment op te kunnen springen – in de manier waarop mijn schouders zich een beetje samentrekken en mijn armen zich iets buigen, zodat mij handen zich ongeveer op borsthoogte bevinden en in de manier waarop ik mijn ogen een beetje samenknijp en regelmatig van links naar rechts laat gaan om er zeker van te zijn dat mij niets ontgaat.’

Vreemd genoeg lijkt deze beschouwende stijl in het tweede deel van het verhaal minder aanwezig. Daar wordt de taal actiever, kortere zinnen, meer op de man af. Het zou kunnen zijn dat deze verandering van stijl samenhangt met de neergang van de hoofdpersoon. (Een andere mogelijkheid zou namelijk zijn dat de stijl van de schrijver niet consistent is).
Bas' leven verloopt namelijk niet zoals hij het graag zou willen. Iris heeft zelfs nog een verrassing voor hem in petto. Het valt niet mee om de juiste keuzes te maken.
Je bent altijd vrij om nee te zeggen, en dat geldt ook voor de ander. Een mens is het product van zijn eigen keuzes, ook al zijn die niet altijd duidelijk. Deze filosofie van Sartre lijkt de ondergrond van het debuutroman van Maarten van Buuren.
Hij is als Hoogleraar Moderne Franse Literatuur verbonden aan de Universiteit van Utecht. Hij is gespecialiseerd in literatuurtheorie en Franse literatuur uit de XIXe en XXe eeuw. 'Iris' is zijn eerste roman.


ISBN 9789029575027 | Paperback |230 pagina's | Arbeiderspers | april 2011

© Marjo, 19 november 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSterrenogen
Eef Lanoye


‘Ik vlucht. Weg van alles en iedereen. Weg van mijn oude leven, mijn oude ik. Ik ben in het meest verre, afgelegen dorp, er is geen mens op straat. Toch kijk ik over mijn schouder of niemand mij ziet als ik de deur van het hotel open. De lobby ziet eruit zoals verwacht: versleten en vergeten. Alles verdwijnt hier in een saaie donkerte, gesmoord door dikke lagen stof. Ik heb de juiste plek uitgekozen. Hier kan ik verdwijnen. In het niets en eindelijk mezelf vergeten. Ik ben er klaar voor.’


Je zou het toch niet zeggen, maar dit is de inleiding tot een van de erotische verhalen.
Elf korte verhalen zijn het, in een duidelijk lettertype, waarbij ieder verhaal begint met een situatie waarin de ik-persoon zich bevindt: ik lig, ik jaag, ik aarzel, ik slik, en zo verder.
Het verhaal vervolgt met een erotische gebeurtenis, in allerlei soorten en maten, of misschien moet ik hier zeggen : in alle standen, tot een meestal bevredigend einde.
Er zijn avonturen waarin een man en een vrouw een rol spelen, er is sprake van een slaaf-meesterrelatie, er zijn lesbische verhalen, voor elk wat wils.
Toch krijgt in alle verhalen de ik-figuur de hoofdrol, en blijven de andere spelers op afstand. Zij worden gevoeld, gehoord, gezien, maar we dringen als lezer nooit in hun wereld binnen. We blijven bij de ‘ik’.


Deze elf verhalen laten aan duidelijkheid niets te wensen over, alles wordt recht voor zijn  raap aangeduid. Alles kan, alles gebeurt, je leeft je in in die ene persoon en zo zijn deze verhalen echt voor de liefhebber.
Het boek ziet er erg mooi uit. Het is iets kleiner dan een A5 formaat,  met op de stevige omslag een mooie lilarose bloem. En de vermelding dat het erotica is, dus misverstanden kunnen er niet ontstaan.


ISBN 9789029575997 | hardcover | 143 pagina's | Arbeiderspers | september 2011

© Marjo, 10 november 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER