Debuten

Op deze pagina worden recensies geplaatst over boeken van debuterende schrijvers/schrijfsters.


Ook dit jaar lezen Marjo, Annemarie en Dettie de debuten, die op de inzendingenlijst van de ANV Debutantenprijs staan, weer mee.
Zij proberen zoveel mogelijk de boeken die op de lijst van inzendingen staan te lezen en recenseren maar ook andere debuten die (nog) niet op de lijst staan hebben hun belangstelling.
Boeken die ze hebben gelezen staan op deze pagina en in het archief


Zie ook: 
DordtLiterair

en de interessante nieuwe site Van debutant tot bestseller

 

altHet geluk
Angelo di Berardino

Na de onverwachte dood van zijn vrouw vertrekt Wolf naar Nice, waar ze een tweede huis hebben, om daar te gaan wonen. Zijn reis verloopt niet bepaald vlotjes, en daardoor is er alle tijd om zijn leven met Mirjam te overdenken. Was hij ooit gelukkig? Waarom heeft hij zijn leven laten verlopen zoals het nu gegaan is.
Meer dan veertig jaar tevoren speelt het verhaal van Magnolia. Zij verlaat al jong het ouderlijk huis, en leefde het leven zoals het haar overkwam. Ook zij is op zoek naar het Geluk, en af en toe denkt ze het gevonden te hebben.


Terwijl we Wolf in het heden volgen met zijn terugblikken op het verleden, volgen we Magnolia langzaam tot in het heden.
Twee eenzame mensen op zoek naar het geluk. Saai, zou je kunnen denken, maar dit boek heeft een bijzonderheid: De meeste boeken hebben de bedoeling lezers een avontuur te laten beleven met het boek. Je beleeft een verhaal, er is op dat moment geen schrijver. Als je begint te lezen in dit boek lijkt dat ook zo.


‘In Antwerpen zit Magnolia in De Grijzen Hond, samen met haar vriend Bert.
Ze is zeventien en bestelt een kop jasmijnthee. Hij neemt een koffie.
Drie tafeltjes verder zit Wolf, zestien jaar. Maar dat weet ze niet. Ze kent hem niet.’


Dan weet de lezer, pardon, denkt de lezer te weten wat er aan het einde van het boek gebeurd zal zijn. Toch? Magnolia en Wolf zullen apart van elkaar van alles beleven en elkaar dan tegenkomen, Amor schiet een pijltje af en klaar is Kees. Maar zo gaat het niet. Of toch niet helemaal. Er is namelijk iemand die het boek schrijft. De schepper, zeg maar. Degene die normaliter onzichtbaar blijft en liever ook niet opgemerkt wordt, dringt zich hier op de voorgrond, door af en toe in het verhaal in te breken. In het begin lijkt dat nog onschuldig, een spelletje met de lezer.  En ook hier zet de schrijver zijn lezer op het verkeerde been.
Deze constructie maakt het verhaal, dat in wezen vrij vlak verloopt, interessant. Het is jammer dat hij het verhaal toch nog iets te veel laat door sudderen, met veel overbodige details, maar ook dat is natuurlijk de macht van de schepper.


Die schepper heet Angelo Di Berardino, die met dit boek zijn romandebuut schreef. Eerder waren er een zestal bundels en publiceerde hij in binnen- en buitenlandse literaire tijdschriften en bloemlezingen. In 2012 werd hij onderscheiden met de tweejaarlijkse Julia Tulkens Poëzieprijs. Als reclameman wonnen zijn campagnes prijzen in onder meer Londen, New York, Cannes en Hollywood.

ISBN 9789401446365 | Paperback | 312 pagina's | Lannoo | september 2017

© Marjo, 26 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWaterjager
Chris Polanen

Paramaribo, ruim twintig jaar na heden. JC (=Jean-Christophe) heeft heimwee naar het Paramaribo van vroeger, toen zijn straat er was zoals vele anderen:

‘Een asfaltweg met zowel houten als stenen huizen in verschillende staten van verval. Zinken daken waarop elke regendruppel te horen was.
Kippen en honden scharrelden tussen de papaja- en bananenbomen en de felrood bloeiende faya-lobi. Groene hagedissen doorkruisten de moestuinen met groentesoorten, die Surinamers hun kinderen dagelijks dwongen te eten. ’Hoe bitterder, hoe gezonder.’


Als JC nu uitkijkt over de Julianastraat ziet hij bruin water, waar huizen boven uit steken. De dijken zijn doorgebroken, en de rivier staat nu in de hele stad. Een lege stad. De bewoners zijn veelal weggetrokken, toen er een nieuwe stad werd gebouwd buiten bereik van het water, en de oude stad en de resterende bewoners aan hun lot werden overgelaten.
Het is nu een stad zonder gezag, zonder wetten. Basisvoorzieningen zoals elektriciteit, een goede watervoorziening, of communicatiemiddelen ontbreken. Er zijn nog goudzoekers, vissers en mensen die geen geld hebben om zich in de nieuwe stad te vestigen.


JC, zijn vier jaar jongere broertje en zijn ouders bleven; zijn vader weigerde het ouderlijk huis te verlaten. Zijn moeder werd het zat en vertrok naar Nederland. Zij nam Joshua, het broertje mee.

Als JC ouder wordt, ontwikkelt hij zich tot een leider. Hij kan vechten als de beste, en daarmee controleert hij degenen die zich eveneens ophouden in de ondergelopen stad.

En dan komt Joshua terug. Drieëndertig is hij, opgeleid tot arts. De jaren in IJmuiden waren jaren vol heimwee, hij voelde zich er niet thuis. Zijn terugkeer was onontkoombaar, al had hij geen idee wat hij aan zou treffen. Er was al jaren geen contact meer met zijn broer en zijn inmiddels overleden vader. Hij is verbijsterd door wat hij aantreft maar maakt al snel deel uit van JC’s leven. En zijn expertise als arts is er zeer welkom!

Nu hevige orkanen en overstromingen aan de orde van de dag zijn, is het scenario dat Chris Polanen schetst niet eens zo onvoorstelbaar. Zonder een overkoepelend gezag verloedert de samenleving snel, als daar überhaupt nog sprake van is.
Maar het achterliggend thema van het verscheurde gezin, de heimwee, het je nergens thuis voelen, is van alle tijden. Hier is de roman actueel:

‘In Suriname scheen de zon, werd je op straat herkend, was er altijd een reden om te lachen en te feesten, maar kon je ten onder gaan tijdens een van de vele crises met hun schaarste en inflatie. In Nederland kwijnde je weg omdat je de zon maandenlang nauwelijks zag, liep men je voorbij alsof je onzichtbaar was, maar was er in moeilijke tijden altijd subsidie of een uitkering. In Suriname kon je in de kracht van je leven overlijden aan de steek van een besmette muskiet, omdat men in het ziekenhuis geen medicijnen had of gewoon vergat dat je er lag. In Nederland hield men de meest agressieve vormen van kanker met geavanceerde behandelingen tegen zodat je nog jaren achter glas kon wegkwijnen, dromend over Suriname.’

Waterjager is het debuut van een in Suriname geboren dierenarts, die zelf ook last heeft van heimwee. Ook al speelt het verhaal in de toekomst, het is te realistisch om sciencefiction genoemd te worden. Helemaal een realistische roman is het evenwel ook niet, daarvoor is er te veel nadruk op de dromen, en is de rol van de overleden jongen Ambrose te groot.
Maar is een verzonnen verhaal mag alles, en het geheel is - op en wat uitgesponnen einde na - overtuigend, al was het maar door de fraaie manier van schrijven. Chris Polanen schrijft helder en schuwt geen moeilijke scenes. De liefde tussen twee broers in een verloederde samenleving waar een machtsstrijd gaande is levert en prachtig verhaal op.
Er is een verklarende woordenlijst van Surinaamse woorden achter in het boek.

Chris Polanen (1963) was zelf twintig toen hij naar Nederland kwam.
Dit boek werd geïnspireerd door zijn eigen heimwee, maar hopelijk heeft Polanen nog genoeg thema’s om over te schrijven!


ISBN 9789048837137 | paperback | 288 pagina's | Lebowski| mei 2017

© Marjo, 19 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet geheim van mevrouw Grünwald
Diana Tjin


Anna wordt door haar oma naar een vriendin gestuurd. Dat is mevrouw Grünwald, een oude vrouw, die alleen woont. Als ze de deur opendoet voor Anna vraagt ze boos: ‘Wie ben je? Wat wil je van me?’ en ze grijpt naar een gouden halsketting waaraan piepkleine, blauw-violette vlinders hangen. Die ketting speelt een belangrijke rol in het verhaal dat mevrouw Grünwald vervolgens aan Anna vertelt.


Dat verhaal onthult een vergeten historische feit: de internering van mensen van Duitse afkomst, die op Suriname woonden toen Nederland aan Duitsland de oorlog verklaarde. De Nederlandse gouverneur Kielstra besloot de ‘Duitsers’ op te sluiten in kampen. Om de rust in Suriname te handhaven werden alle Duitsers geïnterneerd, ongeacht hun idealen. Zo eindigen nazi’s en zelfs joden in dezelfde interneringskampen.


Mevrouw Grünwald, haar man Fritz en hun twee kinderen waren onder hen. Ze werden bijna zeven jaar lang opgesloten in Kamp Copieweg. Ze hadden Duitsland nog nooit gezien, laat staan dat ze iets te maken hadden met het nazisme.
Voor zover dat lukte kregen de mensen in het kamp wel hulp van de Surinaamse bevolking. Ondanks hun Duitse naam waren zij immers Surinamers. Zo werden ze dagelijks van voedsel voorzien. Na de oorlog duurde het nog maanden voor ze eindelijk terug mochten naar hun oude leven.


In dit boek worden alle ontberingen, de angsten en de honger uit de doeken gedaan, als ook wat er binnen de gezinnen over wie zij haar verhaal vertelt allemaal speelde. En wat er gebeurde toen zij na de oorlog met haar kinderen in Amsterdam terecht kwam. Het doel was Duitsland, maar daar waren zij niet welkom, omdat het dorp waar ze heen wilden in Oost-Duitsland lag.
In Amsterdam was hen ook geen warm welkom ten deel gevallen, vooral de kinderen hadden het moeilijk op school en op straat: ze waren gekleurd in een tijd dat de samenleving niet zo gemêleerd was als nu. Hun Nederlands was niet zoals de Amsterdammers het kenden, ze spraken natuurlijk met een Surinaamse accent.


‘Opnieuw maakten ze ons uit voor rotte vis en wat dies meer zij. Je zou denken dat ze daar schoon genoeg van zouden hebben, dat het hen was gaan vervelen. Niets van dat alles. Stuk voor stuk deden ze mee. Heus niet alleen de militairen, heel gewone burgers namen met even groot enthousiasme aan die scheldpartij mee. Dat deden ze overigens niet omdat we hen iets misdaan hadden, maar louter omdat wij Duitsers waren. Het mooist van alles is, dat de meesten van ons nog nooit in Duitsland waren geweest, sommigen geen enkel woord Duits spraken…’

Het Geheim van Mevrouw Grünwald is fictief, maar wel gebaseerd op ware feiten. Het verhaal betreft een schandvlek uit het verleden, alsmede een probleem dat helaas van alle tijden is: kindermishandeling. Je vraagt je als lezer af waarom voor deze constructie gekozen is: het verhaal door de oudere vrouw laten vertellen aan een kind. Het is natuurlijk wel hetgeen de schrijfster kwijt wil aan de lezer, maar wat moet het kind Anna er mee? Natuurlijk blijkt er een verband te zijn, want het boek gaat ook om een groot sociaal probleem. Wat mevrouw Grünwald heeft meegemaakt, moet Anna’s ogen openen.


Diana Tjin
(1961, Amsterdam) is van Surinaamse afkomst, maar geboren in Nederland. Aan de Universiteit van Amsterdam studeerde ze klassieke talen. Ze is informatiewetenschapper bij de Universiteitsbibliotheek. Het geheim van Mevrouw Grünwald is haar debuutroman.


ISBN 9789062659548 | Hardcover | 232 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | april 2017

© Marjo, 12 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace=De dundenker
Frank Norbert Rieter


Toen politicus Aloïs Hartman zag dat hij weer was aangekomen, loste zijn laatste restje zelfbeheersing als sneeuw voor de zon op. Hij had zich de afgelopen week met een ijzeren discipline aan zijn verantwoorde eetpatroon gehouden. Hij had zichzelf geen enkel extraatje gegund en nu dit. Aangekomen. Zijn aanvankelijke zelfmedelijden sloeg om in een allesoverheersende woede. Hij wilde iets verwoesten. Verbrijzelen. Nu! De poedelnaakte Hartman pakte zijn weegschaal op en keilde het onding uit het woonkamerraam.


Voor het raam hijgde hij nog even na. Pas toen de weegschaal met een klap op de grond terecht kwam, werd hij zich weer bewust van zijn omgeving. Een autoalarm loeide en mensen keken omhoog. Een van hen hield een mobieltje vast. Werd hij gefilmd? Hartman stapte uit het zicht van zijn publiek en ging over tot de orde van de dag. Hij kon zich niet langer door emoties laten overmannen want hij ging een belangrijke dag op het ministerie tegemoet. Niets of niemand mocht dat in de weg staan.


Zijn pak zat aan de strakke kant maar Hartman weigerde zich daar druk om te maken. Niet nu. Vandaag draaide alles om het wetsvoorstel. Hij had zijn debat tot in de puntjes voorbereid. Het zou het hoogtepunt van zijn politieke carrière worden. Toch baalde hij dat hij weer zo dik was geworden. Nog niet zo lang geleden was hij met behulp van een personal trainer veertig kilo afgevallen. Letterlijk onder het toeziend oog van Nederland want er was een realityprogramma aan zijn afvalpoging gekoppeld. Nu zaten alle kilo’s er weer aan. Uiterst geniepig hadden ze zich weer op zijn lichaam genesteld. Elke dag opnieuw probeerde Hartman er wat aan te doen maar hij ging steeds opnieuw de mist in.


Vandaag zou hij zich niet druk om zijn eetpatroon maken. Hij had zin in een chocoladereep. Dat had hij ook wel verdiend. Zijn lievelingsreep, butterscotch, was moeilijk te krijgen maar Hartman was een echte insider. Bij de benzinepomp strekte hij zijn hand al naar het verleidelijke lekkers uit toen zijn plan gedwarsboomd werd. Noodgedwongen week hij uit naar de snoepautomaat op het ministerie maar toen hij zich bukte om de heerlijkheden naar zich toe te graaien, sloeg het noodlot toe. Het geluid waarmee zijn broek van bil tot knie scheurde klonk oorverdovend. De paniek sloeg toe en toen hij niet veel later ontdekte dat hij een hit op YouTube was, sloeg Hartman op de vlucht.


Hartman had het dieptepunt in zijn leven bereikt en vluchtte naar de enige veilige plek die hij kon bedenken: zijn ouderlijk huis. Hoewel zijn ouders niet meer in leven waren ging er toch een zekere troost van het leegstaande pand uit. Voor het eerst in lange tijd was Hartman niet langer een bekende politicus maar gewoon Aloïs, een jongen uit het dorp. Omhuld door de veilige cocon waar hij was opgegroeid overdacht hij zijn leven. Hoe was hij toch in deze situatie beland?


Hoewel we niet massaal weegschalen uit het raam gooien, is de novelle De dundenker voor iedereen die met zijn of haar gewicht worstelt uiterst herkenbaar. Knellende kleding, kilo’s die eraan in plaats van eraf vliegen en een aanhoudend gevoel van schaamte zijn dingen waar veel mensen met overgewicht dagelijks mee worstelen. In dit tragikomische verhaal laat theatermaker en schrijver van korte verhalen Frank Norbert Rieter zijn personage inzien waarom zijn worsteling steeds heviger wordt. Op speelse wijze deelt hij een tik aan de maatschappij uit. Aloïs Hartman stopt het lekkers zelf in zijn mond maar wat is de reden dat hij steeds naar troostvoer grijpt? Welke druk probeert hij daarmee te verlichten?


Frank Norbert Rieter zet de lezer, dik of dun, op innemende wijze aan het denken en dat maakt van De dundenker een novelle vol inzichten. Een aanrader!


ISBN 9789401607254 | Ebook| 72 pagina's | Xander Uitgevers | juli 2017

© Annemarie, 8 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSymfonie der dagelijkse dingen
Aloysius Keller

‘Een woord is slechts een woord totdat iemand komt en er betekenis aan geeft.’


Als Maria, de echtgenote van Alec Gonzaga, een ongeneeslijke ziekte blijkt te hebben, vraagt Alec haar wat ze nog graag zou willen in haar leven. Dat ze graag nog naar Indonesië en naar New York zou willen verbaast hem niet, en eigenlijk weet hij dat ook haar laatste verzoek niet zomaar uit de lucht komt vallen. Ze wil graag dat hij haar vertelt over zijn jeugd. Waarom wil hij daar nooit over praten? Hij is toch ook vanwege zijn jeugd de man geworden wie hij is en van wie zij houdt? En misschien lucht het op, hij heeft immers last van nachtmerries?
Maar – zegt Alec – ik heb Maman beloofd er over te zwijgen.
Schrijf er dan over, zegt Maria.


Hij stemt er in toe in ieder geval een psycholoog te raadplegen. Hij gaat in therapie, al duurt het lang voor hij zijn eigen grenzen kan overschrijden. Zijn weerstand is en blijft groot. Tot ze in Indonesië komen en dat land – logisch natuurlijk – zijn herinneringen doet ontwaken. Ze zijn op Java, het land waar hij geboren is, en vanwaar het gezin Gonzaga in de jaren vijftig noodgedwongen en tegen hun zin moest vertrekken.


Zijn vader was krijgsgevangen, en kwam vel over been en vooral zwijgend terug bij zijn gezin. Dat zwijgen bleef, er werd niet over de tijd op Java gesproken. Alec weet nauwelijks iets over die periode. Hij was nog een klein kind toen het gezin de bootreis naar Nederland ondernam. In Nederland was hij een buitenbeentje, een pinda, maar wonderlijk genoeg is het niet zozeer die kille ontvangst in Nederland, maar vooral het afscheid van zijn verzorgster, Nonni, dat hem getraumatiseerd heeft.


Terwijl Maria afscheid moet nemen van het leven, komt bij Alec zijn verleden volledig binnen. Zijn leven wordt vol, de moeite waard. Hij kan schrijven. Niet de filmscenario’s die hij altijd al schreef, maar een roman. Maria stimuleert hem daarin, ook na haar dood.


‘Ineens realiseer ik me wat Maria verlangt. Dat ik echt zal gaan leven volgens principiële beginselen en of die nu geworteld zijn in sociaaldemocratische gedachten, het liberale erfgoed of de christelijke overlevering blijft mijn keuze. Maar ik moet kiezen. (-) Zij wil dat ik op zelfgekozen beginselen sta, niet de beginselen van mijn ouders of de streek waarin ik ben opgegroeid. Dan pas ben ik in haar ogen een echte vent.’


Het boek is opgedeeld in 4 delen, met voor ieder hoofdstuk een overdenking, of een citaat, en bij het begin van het hoofdstuk een muzikale aanduiding.


Muziek en dans spelen een grote rol in de levens van de echtelieden. Dat we over hun drie dochters alleen maar lezen dat ze er zijn en dat ze weer eens naar een tante gebracht worden, werkt heel bevreemdend. Ook is er een spanningsboog waardoor de verwachting gewekt wordt dat er iets schokkends gebeurd is in het verleden van Alec. Dat is dan ook wel zo, maar het wordt heel bedekt verteld, zonder poespas, koel zelfs. Zodat die spanningsboog niets oplevert.


Wat het boek wel oplevert zijn inzichten. Inzichten in een leven met dagelijkse dingen. Het is inderdaad de symfonie der dagelijkse dingen. De schrijver duikt diep in zijn personage en misschien wel in zichzelf gezin het feit dat er veel overeenkomsten zijn tussen Alec en Aloysius. Het boek is hier en daar langdradig, alsof de schrijver zichzelf niet los kan laten. Jammer.
Achterin het boek staan nog lijsten met de vertalingen van woorden en de betekenis van bepaalde muziektermen.

Aloysius Keller (1948) werd geboren te Buitenzorg – het huidige Bogor - in het voormalig Nederlands-Indië. Hij studeerde af aan het Amerikaanse Wheaton College, waar hij literatuur- en schrijfcolleges volgde. Zijn bevindingen over posttraumatische stressstoornis en therapeutische schrijftrajecten zijn gebaseerd op persoonlijke ervaringen. ‘Symfonie der dagelijkse dingen’ is zijn debuutroman.


ISBN 9789492115157 | Paperback | 573 pagina's | Godijn Publishing | september 2016

© Marjo, 25 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEen held in onze tijd
Bert Bakker

Als achter de Hermitage in Amsterdam twee Russen zijn neergeschoten - waarschijnlijk een afrekening in het criminele circuit - gaat Geert Swaab, journalist, poolshoogte nemen op de plaats delict. Dat komt hem duur te staan. Hij wordt neergeschoten en bewusteloos afgevoerd naar het ziekenhuis. Door wie of waarom?


Lucy Munt, de voormalig secretaresse van hoofdpersoon Maarten Hecht, belt haar ex-chef met dit bericht. Hecht neemt onmiddellijk vanuit Lissabon, waar hij met vrouw en zoon woont, het vliegtuig. Hij is Swaab iets verschuldigd vindt hij, hij zal onderzoeken wat er gebeurd is.

Maarten Hecht is oud-wethouder te Amsterdam, en door Lucy en Gert uit Amsterdam weggeholpen toen hij instortte tijdens een raadsvergadering. Zijn carrière was ten einde, hij had zich misdragen en van zijn collega’s was geen enkele sympathie meer te verwachten. Zijn verleden heeft hem niet losgelaten al is hij tevreden met zijn nieuwe rustige leventje in Lissabon. Dus daar is hij, gekomen om zijn vriend te bezoeken en te helpen. Tot zijn verbijstering is Geert Swaab verdwenen uit het ziekenhuis. Zelfs de bewakingsfilmpjes waar zijn aanwezigheid op geregistreerd was, zijn gewist. Waar is Swaab gebleven? Wie heeft er belang bij zijn verdwijning? Samen met Lucy en een andere vriend, de activist Aäron van der Poel, gaat hij op zoek. Maar ze zijn hun leven niet zeker, er zijn meer kapers op de kust.


Intussen zijn de belevenissen in Amsterdam, vooral de fietstochtjes, voor Hecht een terugreis naar het verleden. Herinneringen aan zijn tijd in de raad, aan wat hij wel en wat hij niet voor elkaar heeft gekregen overvallen hem terwijl ze proberen Swaab te vinden en te redden.
Op deze manier is behalve Hecht vooral de stad Amsterdam de hoofdpersoon van dit verhaal. Het heden en verleden van het ontstaan van de stad vormen naast machtsspelletjes en gekonkel in de ambtenarij een belangrijke verhaallijn naast het thrillerachtige plot. En er is een lijntje over de Joden in de stad, als het over de voorouders van Hecht en Swaab gaat.


Persoonlijk houd ik daar van, als andere dingen dan alleen het plot belangrijk zijn en goed uitgewerkt worden zoals in dit boek zeker gebeurt. Het boek wordt dan ook terecht aangeprezen als een roman, niet als een thriller.
Het boek leest vlot weg, en boeit van begin tot eind.


Bert Bakker (1949) schrijft verhalen, essays, novellen en romans, hij is gepromoveerd in de sociale wetenschappen en woont afwisselend in Amsterdam en Zuid-Frankrijk.


ISBN 9789492241146 | Paperback met flappen|128 pagina's | Uitgeverij Magonia| januari 2017

© Marjo, 21 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altLekhoofd
Haro Kraak


Noah Kremer lijdt aan synesthesie: hij proeft geluiden en ziet letters en cijfers in kleuren.
Jarenlang dacht hij dat iedereen dat had, maar toen hij ontdekte dat het niet zo was vielen ineens allerlei dingen op zijn plek. ‘De grenzen tussen mijn zintuigen waren geenszins waterdicht. Er lekte van alles in dit hoofd.’ Duidelijkheid dus, maar tegelijk inderdaad ‘een lijden aan’. Want Noah is raar, een freak.


‘Zo komt hij op school in de problemen wanneer hij probeert uit te leggen waarom hij het moeilijk vindt om ‘witte sommen’ op te lossen: ‘Misschien probeert u het extra moeilijk te maken, en dat is niet erg, maar ik ben al niet zo goed in rekenen en dan schrijft u de één, de drie en de acht allemaal wit in plaats van lichtblauw, donkerrood en mintgroen en ik vraag me gewoon af waarom.’ De reactie van de juf is niet mis te verstaan: ‘Als je nog één keer zulke nonsens uitkraamt in mijn klas, Noah, dan moet je voortaan alle sommen voor het bord maken. Ik laat me niet voor de gek houden door een kind van tien.’


Dan ontmoet hij op de middelbare school Teun, net als hij een eenling, al heeft Noah heel lang niet door dat er met Teun ook iets aan de hand is. Hij is blij met een vriend, en als Teun, die de zoon is van een psychiater, hem ook helpt te ontdekken wat er bij hem allemaal anders is dan bij de doorsnee mens, is hij redelijk gelukkig.


Noah groeit op, krijgt medische problemen – epilepsie – maar is natuurlijk een gewone tiener die de wereld wil ontdekken. Helaas grijpt hij met Teun naar drugs. Het is aanvankelijk een deel van hun experimenten, maar het loopt uit in misbruik.
Thuis is de situatie ook niet erg evenwichtig. Noah betrapt zijn moeder op stelen en zij bekent dat ze kleptomane neigingen heeft. Zijn vader gaat failliet, maar wil er zijn levenswijze niet voor aanpassen. Hoe raar het ook klinkt: de huwelijksproblemen van Noahs ouders vormen de aanleiding tot een breuk met Teun, en Noah vervalt van kwaad tot erger.
Ook dit is een deel van de thematiek: de ouders weten niet hoe ze met Noah om moeten gaan. Ze weten evenmin als de jongen zelf lang niet wat er aan de hand is, maar daarnaast hebben ze zelf problemen, en willen ze koste wat kost de schijn voor de buitenwereld ophouden.


Het verhaal wordt verteld als terugblik, op aanraden van Feiko, zijn begeleider in het centrum waar Noah zich bevindt. Wat de aanleiding is dat hij in een instelling ligt? Dat wordt pas duidelijk als je zo ver in het verhaal zit dat je het ook uit leest.


In de eerste helft van het boek denk je dat het thema van het boek synesthesie is, maar daar is in het tweede deel nauwelijks meer sprake van. Dan gaat het meer om het thema vriendschap. Het boek lijkt daardoor onevenwichtig. Als je het boek kunt zien als een coming of age waarbij de hoofdpersoon zijn afwijkingen een plaatsje moet zien te geven voor hij echt volwassen genoemd kan worden, dan lees je het verhaal al heel anders. Die onevenwichtigheid is jammer, want dat deze debutant een talent heeft is duidelijk. Laten we dus een tweede boek afwachten.


Haro Kraak (1986) studeerde sociologie en journalistiek in Amsterdam en is bekend als verslaggever en recensent bij de Volkskrant. Hij schrijft onder andere over literatuur, populaire cultuur en media.


ISBN 9789025447410 | paperback | 240 pagina's | Atlas Contact | september 2016

© Marjo, 2 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altVerborgen erfenis van klooster Yesse
Meedogenloze jacht op miljoenen
Hein Bloemink

Dit verhaal gaat over het klooster Yesse, dat echt bestaan heeft. https://nl.wikipedia.org/wiki/Klooster_Yesse


In 1215 werd bij Haren in de provincie Groningen het Cisterciënzer vrouwenklooster gesticht. Dit klooster heeft tot het einde van de zestiende eeuw bestaan.Tijdens de Tachtigjarige Oorlog heeft het klooster meerdere malen te lijden gehad van soldaten die om de stad Groningen vochten, en die soms zelfs de nonnen verjoegen en in het klooster bivakkeerden. De zusters besloten in 1589 goederen te ruilen voor een pand in de Herestraat in Groningen, als refugium. De laatste overgebleven zusters zouden daarna niet meer terugkeren in Essen, ze werden tot hun dood onderhouden door de Provinciale Staten. Vanaf dat tijdstip waren de landgoederen en andere bezittingen van het klooster eigendom van de provincie. De laatste restanten van het klooster zijn rond 1890 opgeruimd.
Dit zijn de gegevens die Hein Bloemink verwerkt in zijn verhaal.


Alles begint in 2019 met een journalist en een politieman, die op onderzoek uitgaan naar het klooster en de schat die ergens moet liggen. Het draait om miljoenen, en al snel lekt er info naar mensen wiens hebzucht de boel danig in het honderd schopt. Het wordt zelfs gevaarlijk.


Er is ook een verhaallijn die in het verleden speelt net als de fictieve hoofdpersoon Florentia Renghers, non in het klooster Yesse. Zij is een socialist avant la lettre: het zint haar niet dat in het klooster grote rijkdommen liggen, terwijl de boeren zich op hun landerijen afbeulen voor een hongerloontje. Zij bedenkt een stoutmoedig plan, maar vraagt daarbij hulp. Twee andere nonnen worden deelgenoot van haar plannen, als ook een boer en een kluizenaar. We volgen haar wederwaardigheden: haar plan en het onheil dat haar treft.


Deze wetenschap hebben wij als lezer voor op de hoofdpersonen in de andere verhaallijn, die zich afspeelt in 2019. Is hetgeen in dit verhaal gebeurt fictief of zou dit toch zomaar kunnen? Grond en goederen van kloosters waren in die tijd bezittingen van het Vaticaan, en zonder slag of stoot eigende de Provincie zich alles toe. Het draait er op uit dat het Vaticaan de Nederlandse staat aanklaagt wegens diefstal van grond tijdens de reformatie in 1594. Men gaat naarstig op zoek naar bewijsstukken, aktes waarop staat wie de eigenaar is van de grond moeten opgemaakt zijn, maar waar zijn ze gebleven?


Achterin het boek wordt de historische context uit de doeken gedaan, met een kaartje van het klooster, een verklarende woordenlijst en een lijst met personages. Daar wordt ook Annemiek Bos genoemd, beheerder van de Stichting Klooster Yesse, die in een huis woont dat precies staat op de plaats waar van 1215 - 1594 het klooster heeft gestaan, in het gehucht Essen bij Haren.  Bijna tegelijkertijd met de presentatie van zijn boek vonden studenten archeologie in de omgeving van het verdwenen klooster een zegel (bulla) die afkomstig is van paus Gregorius IX die in het begin van de 13e eeuw aan de macht was.

Dit is het debuut van Hein Bloemink (1961), journalist en uitgever van Haren de Krant, werkzaam bij ZINN Ouderenzorg. Het is een goed lopende misdaadroman in een interessante en goed onderbouwde historische context.


ISBN 9789089549631 | paperback | 250 pagina's | Elikser | juni 2017

© Marjo, 8 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altLiever niet op reis
Bertien Minco


De schrijfster is geboren in 1963, ruim na de Tweede Wereldoorlog. Haar familie is Joods, in het gezin werd niet gepraat over het oorlogsverleden. In dit boek vertelt ze haar verhaal bij monde van Rivka, een jonge Joodse vrouw, op zoek naar haar afkomst. Ze is alleen: haar man is afwezig en hun enige dochter is vertrokken voor een wereldreis.


Als haar vriendin Eva haar vertelt over een groepsreis die ze gaat maken, onder leiding van een Amerikaanse boeddhistische voorman, besluit Rivka deze kans aan te grijpen en mee te gaan. Dat haar medereizigers gaan om er te mediteren, maakt niet uit. Ze vindt dat ze toch eens naar Auschwitz-Birkenau moet, waar haar voorouders het leven lieten. Ze zal de reis maken zoals ze dat zelf wil. Als voorbereiding maakt ze een lijst van al haar familieleden die ‘weggekomen zijn’. Zo noemt de familie dat als mensen niet teruggekomen zijn uit de concentratiekampen. In Auschwitz leest ze de namen voor.


‘Nadat alle namen gelezen zijn gaan we naar een vrouwenbarak. Er staat een ceremonie op het programma. Ik vind het lastig om de barak binnen te gaan. Wat kom ik hier doen, met mijn thermo-ondergoed en warme sokken? Doelloos loop ik rond, neem de houten britsen in me op en strijk met mijn vingers langs de wanden in de hoop iets te voelen in de hoop iets te voelen, wat me een beetje in contact zal brengen met .. Ja, met wat eigenlijk?
Met de geschiedenis van mijn familie, met mezelf?’


Rivka gaat op een eigen manier op zoek, waarbij we vooral lezen over hoe de overlevenden omgingen met het voor hen nog verse verleden. Alleen de oma van Rivka heeft het overleefd, zij sprak er niet over. Haar moeder was zestien in november 1942, toen haar ouders weggevoerd werden. Zelf ontsnapte ze door onder een bed te gaan liggen. Dan is er nog tante Leny, de zus van Rivka’s vader, veelal verhalen uit de tweede hand.


Zodoende gaat dit boek meer over de tweede en zelfs derde generatie kinderen. Zij hebben last een verzwegen verleden. En naarmate het langer geleden is, zijn de feiten moeilijker te achterhalen. Wie waren die mensen waar soms over gepraat werd? Wie waren de twee jongetjes op de foto in de kamer bij oma? Hoe ga je om met zulke drastische gebeurtenissen? Mensen die uit het gewone leven gerukt worden, ineens alleen komen te staan? Hoe komt het dat het verleden zolang door suddert? Angst blijkt een gevoel dat van generatie op generatie doorgegeven wordt zonder dat duidelijk wordt waar die angst vandaan komt.  En daar moet een einde aan komen, besluit Rivka.

‘Liever niet op reis’. Als je de geschiedenis van het Jodendom bekijkt, met al het vrijwillige, maar vaak ook onvrijwillige gereis, dan is deze titel logisch.
Maar Rivka gaat wel op reis, en leert overweg te kunnen met haar verleden.


Bertien Minco (Groningen, 1963) werkte in het theater, bij de radio en is directeur van het door haar opgerichte Jeugdcultuurfonds. Sinds een aantal jaren doet ze onderzoek naar haar familiegeschiedenis. Liever niet op reis is haar debuutroman.


http://bertienminco.nl


ISBN 9789492241085| paperback |208 pagina's | Magonia | april 2016

© Marjo, 24 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe dundenker
Frank Norbert Rieter

Nog maar net is Aloïs Hartman staatssecretaris van Onderwijs, als alles mis loopt op de dag dat hij zijn moment suprême zal beleven. Het was zijn ambitie voor altijd in het geheugen van de Nederlanders verankerd te blijven als de drijvende kracht achter het wetsvoorstel voor de permanente educatie van politici. De herinnering aan de heer Hartman zal evenwel heel anders zijn, en van hoe het allemaal zo gekomen is doet hij verslag in dit boekje.


De belangrijke dag begon met de weegschaal. Zwaar gefrustreerd omdat het verfoeilijke ding alleen maar aan wenste te geven dat hij opnieuw in gewicht was toegenomen, smeet Hartman het door het raam naar buiten. Op dat moment was er een voorbijganger die hem filmde zoals hij voor het open raam stond: ‘hijgend, deinend in zijn nakende niksie’, een afzichtelijke vetzak die de brokstukken van de weegschaal nakijkt.
En het filmpje verschijnt op YouTube, en wordt onmiddellijk een hit. Had Aloïs Hartman niet meegedaan aan een televisieprogramma waarin al zijn wederwaardigheden bij het verliezen van gewicht openlijk uit de doeken werden gedaan, dan was de nieuwbakken politicus misschien nog te weinig bekend geweest. Nu is het filmpje de topic van de dag.


En Murphy, met zijn beroemde wet, slaat toe: alles wat maar fout kan gaan gaat ook fout. Er rest de arme man maar één ding: onderduiken. Weg uit die angstaanjagende wereld, die er alleen maar op uit is hem nog verder in de modder te trappen. Hij pakt zijn spullen en vertrekt. Naar een dorp in Brabant, waar zijn ouderlijk huis leeg staat te wezen na het vertrek van zijn moeder naar een verpleegtehuis.


'Niets omhanden, even geen verantwoordelijkheden. Geen aanspraak. Geen ouders. Niemand wist dat ik hier was. Even voelde ik mij in rook opgegaan. Verdwenen uit de maatschappij. Als ik nu door neer zou vallen, zou het weken kunnen duren voor iemand mij vond. De gedachte beangstigde me maar een beetje. Ik was vooral moe. Een weldadig gevoel van rust had de overhand.’


Wie is deze Hartman? Wat ging aan al deze ellende vooraf?


Het lijkt onwaarschijnlijk, want echt sympathiek is de man nog niet overgekomen, maar als je verder leest, ontdek je: hij is zoals wij allemaal zijn, een gewoon mens. Met al zijn dwalingen en succesjes. Je wordt geraakt door wie hij is, en je zou deze dag voor hem willen uitgummen. De reden waarom je dat zo ervaart ligt in de schrijfstijl van Frank Norbert Rieter. Hij gebruikt prachtige zinnen, mooie vergelijkingen, en je geniet!


Dit is een boekje om te koesteren, om af en toe ter hand te nemen en stukjes te herlezen.


Frank Norbert Rieter (1973) studeerde literatuurwetenschap en volgde diverse schrijfcursussen. Hij publiceerde eerder korte verhalen, is actief als theatermaker en als organisator van literaire events. De dundenker is zijn eerste roman die uitgegeven wordt bij Xander Uitgevers.

ISBN 9789401607247 | Hardcover | 112 pagina's | Xander| juli 2017

© Marjo, 8 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSterker door strijd
Julie van Mol


Jeetje, de hoofdpersoon maakt kennis met Hyves!! En het boek speelt nog maar tien jaar geleden! Wat zijn de ontwikkelingen snel gegaan…
De 32-jarige Anouk is neergestreken in Rotterdam, een voor haar onbekende stad. Ze heeft er een baan, waar ze zich ten volle op werpt. Ze is manager van een werving- en selectiebureau. Een grotere uitdaging is het om de stad te leren kennen. Haar vriendin Es zegt:


‘Van jou verwacht ik creativiteit en geen monddoodheid. Word lid van die sportschool bij jou in de straat. Ga met Anne en Simon de hort op en klets dan tegen mensen aan met wie je later kunt afspreken. Of gebruik Hyves.’

Anouk maakt een account aan en heeft binnen de kortste keren contacten, waarvan sommigen inderdaad goede kennissen lijken te worden. Natuurlijk heeft ze buren, een ervan is een oudere vrouw, Sjaan, die haar van alles vertelt over Rotterdam, hoe de stad was in haar jonge jaren. Zo krijgen we heel veel informatie mee: over de Hef, over het bombardement op Rotterdam, over het zomercarnaval, over Kaat Mossel. Heel veel sfeerbeelden.
Ook leert ze een man kennen, via Hyves. Wat begint met leuke chatmomenten wordt een relatie. Mark is eigenaar van twee clubs in Amsterdam.
Zo leert ze langzaam Rotterdam en zijn inwoners kennen en voelt ze zich steeds meer thuis.


Maar natuurlijk gaat niet alles goed. Toen ze promoveerde tot manager passeerde ze daarbij haar collega Marieke, die er bepaald niet gecharmeerd van was dat zij de baan niet kreeg. Zij is wraakzuchtig, stookt de anderen op kantoor op achter Anouks rug, en verzint steeds dingetjes om Anouk te pesten. Tot ze op een dag te ver gaat. Wie gaan de collega’s geloven? Marieke of Anouk?
Ongeveer op het zelfde moment doet Mark een voorstel waar Anouk geen zin in heeft. Dat leidt tot vervelende ontdekkingen.


Een roman die speelt in een tijd waarin al de moderne communicatiemiddelen nog niet bestonden. Het waarom daarvan wordt duidelijk als je weet dat de schrijfster in 2007 aan dit boek, haar debuut, begon. Het wordt geschreven vanuit een ik-persoon. Er zitten dan ook autobiografische elementen in.
De sfeertekeningen en verhalen over de geschiedenis van de stad zijn heel boeiend, ze brengen de omgeving tot leven. Maar helaas doen veel dialogen soms nogal gekunsteld aan. Twee mensen die elkaar nog niet kennen, voeren een gesprekje aan de bar. Het lijkt eerder een sollicitatiegesprek.


‘Kappen is mijn lust en mijn leven.’
’Dat is mooi, dat kunnen niet alle werkenden zeggen. Waarom is het je passie?’
’Het veranderen van haar is het maken van een creatie,’ straalde ze. ‘Toen ik in het vak stapte, en kennis en inspiratie van mijn leermeester kreeg, groeide mijn verlangen met de dag om het kapsel te maken dat bij mijn klanten paste. Je bekroont daarmee iemands persoonlijkheid.’


Aangenaam leesvoer. De schrijfster weet nu wel dat een roman schrijven nog iets anders is dan een blog. Maar als debuut valt het helemaal niet tegen.


Julie van Mol
(1974) woont in Rotterdam en werkt als freelancer marketing en communicatie overal binnen Nederland. Vanaf haar tiende schreef ze in dagboeken, daarna voor haar werk. In 2005 durfde ze het aan om op Hyves verhalen te publiceren, en werd zo een van de bekendste bloggers.

ISBN 9789491773570 | Paperback | 324 pagina's | Uitgeverij Palmslag | april 2017

© Marjo, 12 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe sarcofaag
uit het leven van een Amsterdamse rechter-commissaris
Fan Eberhard


Als Daniël Dumarin betrokken raakt bij de zaak tegen twee Marokkaanse broers, komt zijn verleden boven. Het huis waarin hij na de dood van zijn vader opgroeide is voor hem als een sarcofaag: zijn moeder wilde niets veranderen in het huis: geen stoel of tafel mocht van zijn plek, geen schilderij werd verhangen, het is alsof de tijd stil is blijven staan. Maar dat is het enige dat zijn moeder niet stilzet: de klokken. En zo verloopt de tijd normaal in een huis waar alles is gebleven zoals het ooit was.  En zijn vader was altijd aanwezig op de momenten dat zijn moeder haar opvoedende taak vervulde: ‘Jongen, je vader wil zoiets niet.’


‘Mijn ouderlijk huis begon op een sarcofaag te lijken. Ik leerde het begrip kennen in de eerste klas van de middelbare school bij de geschiedenis van Egypte. Een sarcofaag is een stenen grafkist, waarin de overleden farao omringd door kostbare gebruiksvoorwerpen en sieraden op zijn tocht naar de eeuwigheid gezelschap werd gehouden door zijn weduwe, kinderen en slaven, soms in het echt, soms gesymboliseerd door poppen.’


Als geen ander kent hij het begrip ‘onschuldschuld’. Natuurlijk kon hij niets aan de situatie veranderen, hij moest mee in het leven dat zijn moeder wilde leiden. Zou hij iets anders willen, dan was er een schuldgevoel. Hij kon haar niet alleen laten. Toen het eindexamen naderde, wist hij dat al zijn plannen om elders te gaan studeren op fantasie berusten. 


Daniël ontwikkelt een eigen morele code: thuis is alles wat zijn moeders verdriet vergroot, moreel fout en andersom. Zakgeld vragen is fout, want zijn moeder kan niet overleggen met zijn vader. Dus haalt hij het uit haar portemonnee.


De liefde was eveneens een probleem. Van een vriendinnetje zou zijn moeder ook verdrietig worden. De relatie met Wolf gebeurt in het geniep. Na een dramatisch voorval slaagt Daniël er in om zijn opleiding te voltooien. Hij is rechter commissaris te Amsterdam. In deze hoedanigheid betreedt hij het huis van het Marokkaanse gezin. Het overvalt hem: ook dit huis is een sarcofaag.
Hij voelt een verwantschap met de twee broers Bouzarouch, en waarschijnlijk komt het daardoor dat hij zich terughoudend opstelt. Of, zoals hij zegt tegen Renata van Noordt, de officier van justitie: hij fungeert als advocaat van de duivel. De zaak loopt danig uit de hand, en het feit dat er een beginnende romance ontstaat tussen Daniël en Renata maakt het allemaal niet gemakkelijker.


Dit verhaal is een misdaadroman, die speelt in Amsterdam: een duidelijk verhaal over hoe vooroordelen werken, hoe dingen vreselijk uit de hand kunnen lopen, met begrip voor deze Marokkaanse jongeren, die in een sarcofaag opgroeien. Het is meer een whydunnit dan een whodunnit, met een magisch-realistisch tintje, vanwege de vele toevalligheden. Of is het niet toevallig, is het een lotsbestemming?


Fan Eberhard (1947) werkte lange tijd in verschillende functies op de rechtbank te Amsterdam, de laatste tien jaar als kinderrechter. Voor die tijd woonde en werkte hij als sociaal advocaat in de Staatsliedenbuurt. De sarcofaag is zijn debuut.


ISBN 9789492241139 | Paperback | 268 pagina's | Magonia | oktober 2016

© Marjo, 17 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER