Op deze pagina worden
boekverslagen geplaatst van
debuterende schrijvers/sters.
Ook dit jaar lezen Marjo en Dettie de Inzendingen 2011 die op de site van Academia debutantenprijs staan weer mee.
(Het betreft boeken uitgegeven tussen 1 oktober 2009 t/m 30 september 2010.)
Zij proberen zoveel mogelijk de boeken die op de lijst van inzendingen staan te lezen maar ook andere debuten die (nog) niet op de lijst staan.
Boeken die ze hebben gelezen staan op deze pagina en in het archief.
Inmiddels is de shortlist 2010 bekend.
Genomineerd voor de Academia DebutantenPrijs 2010 zijn:
Voor uitgebreide commentaren van Leestafelleden, klik op de naam van de schrijvers.
Paul Baeten Gronda - Nemen wij dan samen afscheid van de liefde
Ellen Heymerikx - Blinde wereld
Stine Jensen - Dokter Jazz
Michiel Klein Nulent - De tram van half zeven
Joost Vandecasteele - Hoe de wereld perfect functioneert zonder mij
Op 27 september 2009 is de winnaar Academica DebutantenPrijs 2009 bekend gemaakt, dat is....
Ricus van de Coevering - Sneeuweieren
Zie ook:
http://www.deletterenspreken
en http://www.academicadebutantenprijs.nl
Lege lijnen
Bart Smout
Een moderne roman in vorm en verhaal. De hoofdpersoon is een figuur zoals we die de laatste jaren vaker tegenkomen in de literatuur: een jongen zonder initiatief, een jongeling die geen richting geeft aan het leven maar het enigszins willoos ondergaat. Hij heeft geen naam, is gewoon 'de jongen'.
Hopelijk bedoelt de schrijver dit niet als een pars pro toto, waarbij de vrienden van de jongen, wel bekend met een naam, de uitzondering op de regel vormen. Daar komen we evenwel niet achter, zoals we heel veel niet echt zullen wèten als het verhaal eenmaal verteld is.
De lezer maakt kennis met de jongen als hij zijn eindexamen achter de rug heeft en op het punt staat met een vriend te vertrekken voor een reis door Europa. Zes maanden zal hij wegblijven, is de bedoeling. Hij stapt op de bus naar Benidorm, waar hij zijn vriend Manuel zal ontmoeten. Nou ja vriend: toevallig ontmoet je iemand die je steeds opnieuw tegenkomt en je blijkt wel met elkaar overweg te kunnen, denkt de jongen. Hij ontkent ook niet dat hij anders is dan hij is. Als Manuel hem verwijt dat hij geen initiatief neemt zegt hij:
'wat wou je nou zeggen? Dat jij verder bent in keuzes maken en verantwoordelijk zijn en balblabla en ik niet? Ik bedoel, laten we wel wezen, uiteindelijk zitten we toch hier samen in dit wegrestaurant. We hebben op dezelfde school gezeten, hebben ondertussen wat geneukt, gezopen en geblowd - ik misschien iets meer dan jij -, hebben onze diploma's gehaald - oké, ik ben twee keer blijven zitten, jij niet, maar wat maakt het uit? - en zijn naar samen Spanje gegaan om uiteindelijk hier met z'n tweeën te zitten met ieder een bak bovengemiddelde goede koffie in de hand. Dus, wat maakt het uit? Keuzes of geen keuzes, uiteindelijk ben jij geen stap verder dan ik, en ik niet dan jij. Het doet er niet toe, snap je? Trouwens, vaak valt er helemaal niets te kiezen in het leven, zijn de dingen gewoon zoals ze zijn zonder dat je er ook maar een reet aan kunt veranderen.'
In Madrid, waar de twee jongens net als overal de bloemetjes buiten zetten -een echt culturele reis is het niet- ontmoet de jongen het meisje Celia. Ze werkt als animeermeisje in een nachtclub, en ook al weet de jongen dat ze een hoertje is, hij is gefascineerd door haar en ziet geen ander meer. Hij laat voor haar zijn vriend in de steek. En terug in Nederland, - omdat zijn geld op was moest hij wel terug - beseft hij dat hij haar terug wil zien. Dan zit er niets anders op dan te gaan werken, en misschien is het ook wel handig om Spaans te gaan leren. Verder dan dit gaat hij niet: het werk bestaat uit lopendebandwerk en de cursus Spaans volgt hij aan een volksuniversiteit. Als je daar ooit zo'n cursus hebt gevolgd, is de beschrijving er van genieten...
En dan loopt inderdaad het leven zoals het loopt: op zijn werk ontmoet hij het meisje Cyrille. Zij maakt niet alleen zijn eentonige dagen dragelijk, hij beseft ook dat er dagen zijn dat hij niet eens aan Celia denkt. Maar Cyrille vertrekt naar Londen, en daar staat de jongen dan. Zijn werk heeft de zin verloren, met zijn ouders, broertje en zusje heeft hij geen band, net zo min als met vrienden, en dan staat daar dat reclamebord op
straat: 'Madrid 35 euro'!
En passant ontdekt hij nog de doos met het verleden van zijn vader, een van de vele onuitgewerkte hints van de schrijver. Zoals het ook zeker niet zonder betekenis is, dat het boek begint met de vader.
De lijnen uit de titel komen ook vaker terug. De jongen begrijpt geen lijnen. Als hij probeert een kaart te ontcijferen zijn dat 'lege lijnen, die of nergens leken te eindigen of uitkwamen in plaatsen waar hij zich geen voorstelling van kon maken.' Later als hij terugkijkt op zijn 'avonturen' beseft hij dat hij het lijntje gekozen heeft dat de verkeerde kant inging. En op het bedrijf waar hij werkt staat hij op een van de lijnen, productielijnen waar je wel moet zorgen dat je doet waar je voor staat, anders loopt het lijntje niet.
Beetje roadnovel, beetje ontwikkelingsroman, beetje vader-zoonverhaal, en het geheel overtuigt. Doordat Smout vaak alleen kort verwijst naar de dingen, wordt de lezer als het ware gedwongen het verhaal zelf in te vullen. Daardoor blijft het in je hoofd hangen. Goed debuut!
'Olympia was geen hoerentent. Niet voor de jongen. Hij zag hoe de tweebenige verleiding besnorde en bebaarde begeerte liet betalen. Hij zag het vermengde bloed suizen onder gekerfde huid; het suikerwit branden onder rood ontstoken neusvleugels, het verplicht lachen om slechte grappen uit stinkende monden.'
'Haar geduld met de wereld vrat haar vanbinnen langzaam op, sloop naar buiten door haar poriën en mond, het had de geur van sherry en sigaretten.'
Zijn stad, te groot voor een dorp, te klein om echt iets voor te stellen, stond volkomen onverschillig tegenover alles wat hij in Madrid had meegemaakt.'
ISBN 978 90 446 1314 8 Paperback 214 pagina's | Uitgeverij Prometheus | september 2009
© Marjo, september 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Unamuno
Michiel Löffler
Het verhaal is snel verteld: een stel idealisten komt tot op een harde manier tot de ontdekking dat de werkelijkheid botst met hun ideeën. Jean en Christine vinden de materialistische wereld maar niets. Ze wijzen de strijd om de macht af, vinden de drang om geld en bezit te vergaren niet zaligmakend, en willen terug naar het eenvoudige leven. Zichzelf bedruipen, en niet mee doen aan de ratrace die de wereld beheerst. En al helemaal ver weg van het geweld en de oorlog. Ook na de onlusten in Parijs van 1968, ook na die hete zomer, gaat het leven rondom hen gewoon door zoals het was.
'I have a dream, zei Martin Luther King nog maar zo kort geleden.
En daar gaat het om.
In mijn droom zijn er geen geweren.
Wordt het leven geleefd en niet gedood.'
Samen met een paar andere idealisten vinden ze een huis in de Vogezen, afgelegen van de bewoonde wereld. Ideaal. Het eerste barstje negeren ze: hun vrienden vinden hun plannen -die toch ook de hunne waren? - allemaal prachtig: natuurlijk zullen ze komen en helpen met van alles, maar deel uitmaken van een soort commune, meebetalen aan het huis en alles wat daar bij komt kijken? Nee, dat is niet de bedoeling. Zij hebben een eigen leven.
'De bus vertrekt. Jean en Christine blijven achter. Met negen honden. Zeven geiten. Drie kippen. Een poes. Geblaf. Gemekker. Getok. Verder is het rustig in het dal
Goed, Jean en Christine besluiten het toch door te zetten. Ze besluiten geiten te gaan houden. Van de melk kunnen ze kaas maken en dat verkopen. Zo moet het toch lukken? Ook die idylle wordt wreed verstoord: het idee om de geiten te melken houdt in dat ze de lammeren na een tijdje moeten weghalen bij hun moeders, het gemekker snijdt hun door de ziel. En natuurlijk worden er ook overbodige bokjes geboren, en wie zal die slachten?
Toch is dat niet de hoofdoorzaak die het geheel doet mislukken: het zijn de rekeningen die op de mat vallen, het is de sleur, die ontstaat als er geen tijd meer is voor iets anders dan werken, werken en nog eens werken... het breekt hen op dat alles hetzelfde blijft, dat ze er alleen voor staan, en dat er van hun idealen niets over blijkt te zijn.
'Druk genoeg, maar te weinig geld, zegt Jean. Geld te weinig, schampert Christine. Geld, geld, geld. Werk, werk, werk. En verder? Wandelen? Vakantie? Wat heeft geld voor zin als er verder niets is?
En de rekeningen? Vraagt Jean. Hoe stel je je dat voor? Dan maar geen geld? Geen elektra? Geen dierenarts?
Als ze niet meer kunnen, nemen Christine en Jean ieder voor zich hun besluit, een besluit met veel gevolgen.
Van het verhaal op zich moet Löffner het niet hebben, zo origineel is het niet. De taal dan? De stijl?
Michiel Löffner gebruikt heel eenvoudige taal. Dat past bij het idee van een simpel leven, terug naar de basis, maar als je dit boek in een ruk uitleest, - en dat kan makkelijk, het is niet dik- dan begint dat een beetje te
irriteren.
'Voor hun ogen voltrekt het zich. De geit schreeuwt, een oerkreet, alsof ze sterft. Ze schreeuwt weer. Slaat met haar poten. Strekt ze. Kreunt. Schreeuwt. De mond wijd open. De dikke tong naar buiten.'
Dat is jammer, want juist bij de mooiste scènes werkt deze manier van vertellen heel goed. De lezer wordt er in gezogen, ook al wordt je als het ware toegeblaft. Bijtende woorden worden geschreven als de dood toeslaat. De dood die er hard inhakt. Je kan niet anders dan begrijpen en meevoelen.
Je weet net als Jean: het hoort bij het leven, maar in een idealistische wereld zou je dat graag vergeten. Het schokt de hoofdpersonen, en de manier van beschrijven schokt ook de lezer.
Maar ondanks deze lichte ergernis, is het een boek waarvan de sfeer blijft hangen. De boodschap is duidelijk overgekomen.
ISBN 978-94-6068-007-6 Hardcover 191 pagina's Uitgeverij Marmer oktober 2009
© Marjo, februari 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Unamuno
Michiel Löffler
Bij het schrijven van zijn debuut is Michiel Löffler geïnspireerd door de filosoof Miguel de Unamuno (1864-1936, Bilbao). Unamuno had grote invloed op het intellectuele leven in Spanje. Gedurende zijn leven werd hij dikwijls heen en weer geslingerd tussen de dictaten van de rede en de verlangens van het hart. Net als Tolstoi verlangde Unamuno ernaar te kunnen leven als een eenvoudige boer. Maar dat kon niet meer – de twijfelende en kritische rede had dat alles verstoord.
Dit bovenstaande staat te lezen op de site van de uitgever en inderdaad het hele boek gaat over de verlangens van het hart en het dictaat van de rede.
In Parijs leeft een groep mensen, vermoedelijk hippies, die in vrede en vrijheid willen leven, het liefst op het platteland, zij zullen het ‘nieuwe volk’ vormen. Geen oorlogen meer, geen geweld meer.
Ze willen een plek, een familiehuis, waarnaar ze altijd kunnen terugkeren, waar ze 's winters zullen zijn.
Een plek waar de kinderen gebaard zullen worden. Waar de moederkoeken begraven worden. En later zijzelf. Waar hun zielen kunnen huizen. Een plek, een dak, wat grond.
Jean en Christine zijn een stel, zij willen die plek ook, ze gaan naar de landbouwschool, ze leren alles over kippen, koeien, schapen. Als zij in de Vogezen een vervallen huis zien, weten ze dat dit de plek is. De groep is enthousiast maar meebetalen is wat anders. De een wil nog naar Amerika, de ander wil liever aan zee...
Met veel moeite weten de twee het geld bij elkaar te sprokkelen. Ze zijn vol plannen, hier komt het atelier, daar een werkruimte om te schrijven. Ze zullen geiten en kippen houden en zelf kaas maken. De droom komt uit... Hun verlangen is waarheid geworden. De groep zal het goed hebben.
De eerste winter zijn Christine en Jean alleen in het droomhuis, ze genieten van elkaar en de omgeving. Ze bouwen een stal, een kaasmakerij. De eerste sneeuw wordt gevierd. De hond Una bevalt, ze houden alle jongen. In het voorjaar rijdt de bus hun erf op. De groep is gearriveerd mét vijf geiten. Ze praten over de wereld, oorlog en vrede, Vietnam... Maar de bus vetrekt ook weer.
Jean en Christine blijven achter. Met negen honden. Zeven geiten. Drie kippen. Eén poes. geblaf. Gemekker. Getok.
De winter komt en gaat. In mei arriveert de groep weer. Ze praten, lachen, schilderen, boetseren, filmen. Geitjes worden geboren. De eerste kaas wordt gemaakt en verkocht. De winter komt en gaat, Jean en Christine zijn alleen met de dieren.
Rekeningen stapelen zich op. Ze kunnen niet alle jonge geiten houden, ze moeten ze verkopen of... De groep komt en raakt verdeeld. Geitjes slachten en verkopen? Dat was toch niet... Kunnen ze niet...
De winter komt en gaat, de groep wordt kleiner, Igor moet filmen, en de anderen... wat doen zij?
De winter komt en gaat. Geblaf. Gemekker. Getok. De winter komt en gaat. Geblaf. Gemekker. Getok.
De realiteit neemt het over van de dromen, er is geen weg terug, of wel? Heel even lijkt het erop. Maar dan...
Een indringend verhaal. Vooral door de schrijfstijl die bijna knappend te noemen is. Als brekende takken springen de zinnen het boek uit. Op het eind lijken de zinnen zelfs zo'n vaart te maken dat je het gevoel hebt dat je aan het rennen bent. Totdat...
Het verhaal is dus letterlijk adembenemend. In het begin moet je wennen aan deze korte, knallende zinnen maar als je eenmaal in het verhaal zit kun je nauwelijks meer stoppen met lezen. Prachtig debuut.
ISBN 978-94-6068-007-6 Hardcover 191 pagina's Uitgeverij Marmer oktober 2009
© Dettie, februari 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Septemberlicht
Bas van den Bosch
Al een paar dagen zat Anna Maria Stip in mijn hoofd en haar naam wilde maar niet verdwijnen. De zes lettergrepen hoorden bij een Volendamse visverkoopster, die begin jaren zestig met haar handkar op de hoek van de Vechtstraat en de Uiterwaardenstraat was neergestreken en daar op vrijdag een klein deel van de Rivierenbuurt bediende. Om kwart over vier, na school, kochten mijn moeder en ik aan haar kar ‘ons maaltje voor
’s avonds’, zoals mamma dat noemde.
Die rondspokende naam is de aanleiding voor Thomas Verlaan (53) om op zoektocht te gaan. Waarom blijft die naam zo in zijn hoofd zitten? Hij vraagt aan zijn eenentachtig jarige moeder of er iets bijzonders was met die vrouw maar volgens haar vergist Thomas zich. Er was helemaal geen viskar en ze kent alleen een Annemarie Streep maar dat was de verpleegster die zijn vader, jaren geleden, tot aan zijn dood verzorgde. Maar het is allemaal zo lang geleden, bijna vijftig jaar, waarom wil Thomas dat weten?
De relatie met moeder is niet geweldig. Ze heeft hem streng en liefdeloos opgevoed. Over zijn vroeg overleden vader wil ze het nooit hebben. Met de komst van Sophie, zijn vriendin, is de verhouding met moeder wel beter geworden maar meer omdat zijn moeder zich constant tot Sophie richt en niet meer tot hem.
Thomas is leraar en zit al een paar maanden overspannen thuis, zijn moeder weet dat niet. Tevens besluit Sophie voorlopig bij hem weg te gaan, ook dat vertelt hij zijn moeder niet. Volgens Sophie onderneemt Thomas niets meer, blijft hij in zijn veilige wereldje, hij is al dertig jaar leraar, hij gaat steeds naar dezelfde plaats op vakantie, hun leven is ook steeds hetzelfde...
Als zij weg is mist Thomas Sophie wel maar die naam... die Anna Maria Stip... houdt hem nog steeds hevig bezig. Zijn moeder is oud en vergeetachtig, het zegt niet zoveel dat zij zich deze naam niet herinnert. Thomas weet zéker dat de vrouw die hij zoekt achter de viskar stond.
Hij is er zo gefascineerd door dat hij het moet weten. Wie was zij? Er volgt een zoektocht die hem leidt naar mensen die zijn vader redelijk goed gekend hebben. Zo komt hij langzamerhand meer te weten over zijn onbekende vader, wat hij hoort ontroert én schokt hem.
Zijn relatie met Sophie houdt hem wel bezig maar tot zijn eigen verrassing niet zo erg als hij verwacht had. Als ze elkaar weer ontmoeten wordt er nog één poging ondernomen door beiden om het 'weer net zo als vroeger' te laten worden...
Het boek ontroerde me. Bas van den Bosch zet met Thomas een personage neer die je lang bij zal blijven.
Thomas is een mens die het ook allemaal niet zo goed weet maar toch verder wil. Hij twijfelt, piekert en wacht liever af dan dat hij wat onderneemt. Maar door die naam in zijn hoofd moet hij actie ondernemen die hem voor ongekende situaties zet. Thomas ondergaat eindelijk het gevoel waar hij niet aan wilde namelijk dat hij niet alles vast kan houden en kan laten zijn zoals het was. Dingen gaan voorbij en er komen nieuwe dingen voor in de plaats, beter of slechter, of je het wil of niet. Voor mij was het gesprek met de psycholoog over een overleden geliefde erg ontroerend. Evenwichtige mensen kunnen dit grote verlies een plek geven en eventueel een nieuwe grote liefde meemaken zegt de psycholoog. Waarop Thomas ageert en de psycholoog uit zijn 'rol' valt. De zoektocht van Thomas is als een grote puzzel je moet en wil verder lezen om het volgende stukje te vinden. Het is een zoektocht naar het verleden waardoor Thomas juist heel erg in het heden terecht komt.
Bas van der Bosch heeft precies de juiste verhouding in gevoelens en daden gevonden. De vragen die Thomas zichzelf stelt zijn zo logisch en menselijk. De herinneringen aan zijn jeugd zijn soms schreinend, er komt een erg eenzaam kind naar voren. De latere levenshouding van Thomas klopt met dat kind. De gevoelens maar ook juist de dingen die Thomas niet voelt maken de man zo ontroerend en interessant. De gebeurtenissen tijdens de zoektocht zouden té toevallig kunnen zijn maar zoals hij ze geschreven heeft kloppen ze en vloeien ze mooi in elkaar over.
Een boek dat je bijblijft, een schitterend debuut!
ISBN 9789045702995 Paperback 320 pagina's Uitgeverij Augustus oktober 2009
Dettie, februari 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Unamuno
Michiel Löffler
Jean kiest een pad. Samen met zijn hond. Het is niet wat zijn ouders voor hem gewild hadden. Maar het is een pad dat leidt naar een betere wereld. Gelooft hij. Anderen denken er net zo over. Ze worden familie, een volk. Met Jean en Christine in het middelpunt. Ze kopen een boerderij in de Vogezen en beginnen gewoon helemaal opnieuw. Maar je kan niet leven van zon en dauw alleen. Geiten moeten gemolken worden, elektriciteit is niet gratis. Mensen trekken weg, alleen Jean en Christine blijven over. Eerst maakten ze nog ruzie. Dan niet meer. Ze weten dat het zo niet verder kan. Iets moet anders. Alles moet anders. Het is alleen zo moeilijk.
In staccato-zinnen doet Löffner het verhaal van wat je, grof gezegd, ontgoochelde hippies zou kunnen
noemen. Idealen botsen met het leven van alledag. Groepen hangen niet zo hecht aaneen als men
aanvankelijk zou willen geloven. Het is een verhaal van teleurstelling en doorgaan zonder goed te
weten waarom. De stijl, die ik op zich wel kan smaken, maakt het verhaal echter moeilijk te volgen. Er zit
poëzie in, maar het is niet altijd duidelijk waar het over gaat. Zeker in het begin buitelen halve zinnen
over elkaar heen zodat je moet vissen om een verhaallijn boven water te halen. Wat uiteindelijk
overblijft, is vooral een gevoel, meer gevoel dan verhaal. Niet slecht, maar ook weer niet beklijvend.
ISBN 978-94-6068-007-6 Hardcover 191 pagina's Uitgeverij Marmer oktober 2009
© Elvira, februari 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Grammatica van een obsessie
Jolien Janzing
'Wist ik veel. Ik hield gewoon mijn adem in en werd helemaal blauw - en toen ik weer adem durfde te halen was ik de vijftig al voorbij'
Wist ik veel, als lezer, dat het een hele klus zou zijn om dit boek volledig te volgen! Het blijken drie verhaallijnen te zijn, die echter op ingenieuze wijze ook nog met elkaar verbonden zijn.
Voor een goed inzicht moet ik nog eens lezen denk ik, maar ik waag een poging: er is de schrijver Alex Meijer. Hij schrijft verhalen en heeft daar redelijk succes mee. Maar zijn probleem blijkt te zijn dat hij de echte wereld niet altijd even netjes weet te scheiden van de fictieve wereld. Omdat zijn verhalen er nogal in hakken, zijn de mensen in die echte wereld daar niet altijd blij mee! Zijn vrouw Connie bijvoorbeeld is van hem weggegaan. Pas op het eind krijgt de lezer te horen hoe het zit, maar dan blijkt ook dat er al wel een hint gegeven is op een moment echter dat je dat totaal niet begrijpen kunt.
Er is het verhaal van Eddy, die in de jaren zestig samen met haar een paar jaar oudere zus geterroriseerd wordt door hun moeder, terwijl hun vader stil langs de zijlijn staat. Het veroorzaakt trauma's, waar ze in haar volwassen leven mee overweg moet zien te kunnen. Dit gaat niet zonder slag of stoot. Haar zoektocht naar liefde brengt haar in contact met goede, maar ook verkeerde mannen.
In de jaren vijftig speelt het verhaal van het psychiatrisch ziekenhuis waar juffrouw Olga opgenomen wordt. Zij is een man die zich niet thuis voelt in zijn lichaam. Ze wil een vrouw zijn. Haar dokter op wie ze smoorverliefd is,
doet zijn best er in mee te gaan, maar hij heeft zijn tijd tegen: zijn collega's en de familie van juffrouw Olga dringen aan op elektroshocks. Haar neergang wordt opgetekend door Dolf, de man die het kruidenierswinkeltje in het ziekenhuis beheert en die op zijn beurt verliefd is op juffrouw Olga.
Alex Meijers avonturen verweven de verhalen langzaam aan elkaar, maar in het begin heb je geen idee wat het allemaal met elkaar te maken heeft. De verhalen op zich zijn interessant genoeg om door te lezen en eigenlijk is
dat verband dan een extraatje dat verrast, op een prettige manier. De niet alledaagse personages, met hun soms wonderlijke tragikomische avonturen boeien van begin tot eind. En dan bedenk je dat je nog een keer van voren af aan zou moeten gaan lezen om het echt allemaal op zijn plek te kunnen zetten!
Mooi debuut!
ISBN 9789029567565 Paperback 215 pagina's | Arbeiderspers | april 2009
Marjo, januari 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De thuishulp
Jet Berkhout
Tweeënvijftig verhalen, stuk voor stuk een vrijwel afgerond geheel, op een enkele uitzondering na. Een deel er van is al gepubliceerd in het NRC als columns. Literaire miniaturen heten ze op de achterflap, dat klinkt veel
leuker natuurlijk!
Jet Berkhout, de schrijfster, heeft Nederlands gestudeerd, had een baan als redacteur, maar staat onverwacht op straat. Wat nu? Er moet wel brood op de plank!
'Mijn vader zei altijd dat hij liever asperges zou steken dan werkeloos thuis zitten.'
En zo besluit Jet om bij de thuiszorg te gaan werken, twee maanden misschien, dan heeft ze vast wel een andere baan. Maar een jaar later maakt ze nog steeds schoon bij vooral bejaarde mensen in Amsterdam.
Voor zover het nog niet bekend was: het is niet alleen poetsen geblazen, vaak is de thuishulp de enige persoon die mensen dagenlang zien, er moet ook gepraat worden. Jet doet wat ze moet doen, en als duidelijk is dat de cliënt meer behoefte heeft aan een goed gesprek dan aan een schone keuken,
dan heeft ze daar geen problemen mee.
Ze beschikt over een groot inlevingsvermogen, waardoor ze in staat is om haar cliënten in hun waarde te laten. Ook die ene man die haar vanuit zijn rolstoel bespiedt wanneer ze die ene onderbroek week in, week uit staat te strijken. Of die hoogbejaarde mevrouw die een relatie heeft met de buurman.
Stuk voor stuk prachtige schetsjes van gewone mensen. Haar taal is kort maar krachtig, ze gebruikt geen grote woorden, maar komt meteen ter zake. Ook als ze beeldspraak gebruikt:
'De herfst van meneer en mevrouw Kraan is als een Indian Summer. Windstil, met laaghangend zonlicht aan een knisperende hemel. De bladeren van de bloemen zijn niet meer zo buigzaam als in de lente, maar hun kleur is mooier dan ooit. Uit niets blijkt dat er ooit winter komt. Ik hoop, dat, als hij toch komt, hij zal intreden met een plotselinge, strenge vorst.'
Mooi gezegd toch!
Tussen de bedrijven door stipt ze ook nog even aan waar de thuishulp in de maatschappij staat. Als ze met een paar ex-collega's iets gaat drinken, durft ze er niet voor uit te komen wat haar bezigheden zijn. Zelf weet ze hoe belangrijk haar aanwezigheid bij haar cliënten is, maar de status van thuishulp is erg laag. Misschien dat een boek als dit daar verandering in kan brengen.
Met stukjes als dit, vol humor en mededogen, gluurt de lezer binnen in de huizen van gewone mensen, en hoopt dat als hij/zij zelf ooit een huishoudelijke hulp nodig heeft, het iemand zal zijn als Jet.
ISBN 9789057592195 Paperback 174 pagina's | Uitgeverij Podium B.V. | oktober 2009
Marjo, november 2009
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Blond 15
Heleen van der Kemp
Niets is wat het lijkt
Blond 15 is een snelle, moderne, goed geschreven misdaadroman. Britt Franken is een vlotte vrouw die haar puberdochter Bo alleen opvoedt. De combinatie werk en privé is wel eens lastig, maar moeder en dochter weten hier goed mee om te gaan. Na de moord op haar man Rob, 10 jaar geleden, is Britt bij de politie gaan werken en is inmiddels opgeklommen tot rechercheur.
Het boek begint met de brute moord op de 15-jarige blonde Sanne, die gescalpeerd wordt achtergelaten in een park in Amsterdam. Er wordt al vlug een link gelegd naar een gelijksoortige moord, 15 jaar geleden in de Achterhoek. Ook toen was het slachtoffer een 15-jarig blond meisje, Jasmijn. De man die voor die moord is veroordeeld, is inmiddels weer op vrije voeten en woont in Amsterdam. Toeval? Het rechercheteam zet de jacht op de moordenaar in, maar wordt mede door de uitzending van een bekende misdaadverslaggever op TV een andere richting uitgestuurd.
Het boek oogt als een simpele, zoete pocket met zijn hardroze kaft en gestileerde vrouwenfiguur op de voorkant. Niets is minder waar: de inhoud is een prima in elkaar zittend misdaadverhaal van eigen bodem waarbij de diverse hoofdpersonen goed uit de verf komen. Britt en haar dochter vormen een hecht gezin waar natuurlijk wel eens wat voorkomt maar waarvan de basis goed is. Een goed warm nest. Daarnaast is Britt een goede vakvrouw en werkt ze met veel plezier in een goed draaiend team. Het verhaal is spannend en op logische wijze wordt het spoor gevolgd van de ene verdachte naar de andere. Tot de moordenaar wel erg dichtbij komt...
Het perspectief wisselt regelmatig, zonder dat dit storend werkt in het verhaal, waardoor de lezer zich kan inleven in de verschillende personages. Leuke bijkomstigheid is dat moderne sociale netwerken als Hyves en MSN een plaats krijgen in het boek. Wat zijn de gevaren van de anonieme sociale netwerken die in de huidige maatschappij helemaal ingeburgerd zijn? Wie gebruikt ze en waarvoor worden ze gebruikt en wat is de rol van ouders hierbij? Maar bovenal is Blond 15 een goed geslaagd debuut in een zeer prettige leesstijl.
Hoewel het verhaal een afgerond geheel is, biedt de intrigerende cliffhanger in het laatste hoofdstuk een opmaat naar een vervolg, dat er dus ook komt. In een interview zegt Van der Kemp hierover: Het plot zit al in mijn hoofd en het verhaal begint zich te vormen, wraak wordt het leidende thema maar ook internetdaten krijgt een prominente plek. Daarna wil ik, denk ik, een op zichzelf staande thriller proberen, maar wie weet, misschien ben ik dan nog wel niet klaar met Britt.
Ik ben door Blond 15 in ieder geval zeer nieuwsgierig naar nieuwe pennenvruchten van deze auteur.
ISBN 9789074274401 Paperback 166 pagina's | Verbum Crime | februari 2010
Joanazinha, maart 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De trompetboom
Hannah van Munster
Als Julius met zijn moeder bij grootvader op bezoek gaat blijkt dat hij die zomer daar zal blijven. Zijn moeder gaat naar Amerika, ze moet daar zingen. Wie zijn vader is weet hij niet en moeder vertelt het niet.
Op zich vindt Julius het niet erg, bij grootvader is het fijn. Hij woont in een merengebied en daar is altijd wel wat te ontdekken. Julius is gek op zijn grootvader maar weet niet goed wat hij aan moet met diens tweede vrouw, consequent mevrouw E. genoemd. Zij is een zorgelijke vrouw die overal gevaar in ziet. Hun dochtertje Olivia, het halfzusje van Julius' moeder heeft het dan ook niet makkelijk met die eeuwig betuttelende moeder. Dan is er nog het kindermeisje en Omama, de moeder van grootvader en niet onbelangrijk, Gabriël, de papagaai.
Het is een vreemde mengelmoes van mensen bij elkaar. Grootvader is geestelijk niet erg gezond en staat niet eerder op dan tegen het middaguur. Mevrouw E. is een stille, onflexibele vrouw die 's ochtends werkt en het kindermeisje en Olivia allerlei opdrachten geeft voor de dag. Julius (10) kent de jongere Olivia niet echt goed maar slaapt wel bij haar op de kamer, zodat ze gezelligheid aan elkaar hebben. De gezelligheid is er niet echt, er wordt weinig gepraat, laat staan gelachen of desnoods gevochten. Het zijn twee behoolijk introverte kinderen.
Omama, herstellend van een zware ziekte is degene die overal tussendoor scharrelt en de vertrouwenspersoon is van iedereen. Gabriël is haar papagaai, zij vertroetelt hem en heeft hele gesprekken met het beest.
Maar in het begin van Julius' verblijf ontsnapt het beest uit z'n kooi en neemt zijn intrek in de trompetboom, waarin ook Julius een plek voor zichzelf bouwt.
Julius heeft het wel naar zijn zin, hij vaart overal heen met grootvaders kano, al dan niet met Olivia, ook naar het sluisje waar hij eigenlijk niet mag komen en maakt daar vrienden. Hij krijgt boogschietlessen van zijn grootvader, kortom het is een prettige zomer. Toch zal deze zomer in zijn herinnering blijven want er gebeuren dingen die van grote invloed op zijn verdere leven zullen zijn.
De sfeer in dit boek is uitermate prettig. Het straalt een zonnige zomer uit en je benijdt Julius bijna dat hij op zo'n plek vakantie mag houden. Het huis en het daar omheen liggende gebied lijken paradijselijk, de mensen zijn allemaal aardig, wat wil je nog meer?
Olivia lijkt een stakkertje zo tussen al die oude mensen in, zij geniet dan ook van Julius aanwezigheid, maar ze blijkt meer te zien, te weten en te begrijpen dan Julius aanvankelijk dacht. Haar 'verzet' tegen eten is vermakelijk.
Het boek leest lekker weg echter er zijn toch wel enkele minpunten te noemen. Het grootste minpunt is dat het ontbreekt aan een spanningsboog, er zijn kansen genoeg maar die laat de schrijfster liggen. Er wordt iets aangekaart zoals bijvoorbeeld de grootmoeder van Julius waarover Julius' moeder nooit over wil praten. Julius vraagt aan omama hoe het nu zit en zij vertelt gelijk wat er met grootmoeder gebeurd is.
De scène waarbij Julius en Olivia tijdens een storm in een boot zijn had heel spannend kunnen zijn maar slaat vlak, het was ook een redelijk onwaarschijnlijke gebeurtenis maar dit terzijde. Heel eventjes verwacht je dat er nu eindelijk het drama komt wat je onbewust toch steeds verwacht, maar het komt niet. Het loopt af met zo'n enorme sisser dat de gebeurtenis daardoor helemaal dood slaat, jammer!
Wie de mogelijke vader van Julius is, is al snel té duidelijk voor de lezer, eveneens jammer, het had echt een verrassende openbaring kunnen zijn.
De grote pluspunten van dit boek zijn de sfeer en het beeldend vermogen van de schrijster. Je kunt bij wijze van spreken het huis en het merengebied uittekenen. Je hebt het gevoel dat je in de 'hut' van Julius gezeten hebt en je ziet de papagaai nieuwsgierig toekijken. Je kunt Olivia met haar brilletje en stapel boterhammen voor je zien. De personages zijn ook uitstekend neergezet. Omama sluit je in je hart, die oude vrouw met haar openhartige manier van doen is geweldig. Met de gesloten mevrouw E. heb je te doen, zij weet zich geen raad met al die vrijgevochten figuren om haar heen. Olivia is het vroegwijze kind en Julius is Julius, een lekker joch dat geniet van zijn avonturen maar wel een beetje ernstig is voor zijn leeftijd. Hij lacht weinig.
Al met al toch een zeer prettig debuut en ik zal dan ook graag een eventueel volgend boek van deze schrijfster willen lezen.
ISBN 9789028241282 Paperback 144 pagina's | Oorschot B.V. | oktober 2009
Dettie, februari 2010
Lees de reacties op het forum en of reageer, klik HIER
Sirocco
Kees Beekmans
Vincent Damave is correspondent in Rabat. Hij is 37, vrijgezel, en is nog nooit in het buitenland geweest. Omdat het 'misschien geen slecht idee' is, vertrekt hij naar Marokko. Bij de jaarlijkse kamelenrace waarheen hij
uitgezonden wordt, vast interessant voor de Nederlandse krantenlezer, ontmoet hij Alain Faucon. Hij deelt met hem een kamer. Alain is fotograaf.
Bij die eerste ontmoeting steekt er een flinke zandstorm op: de sirocco, een chaotische storm met de kracht van een orkaan. Het blijkt een symbool te zijn voor Vincents vriendschap met Alain de Fransman. In korte tijd worden ze goede vrienden, een vriendschap die een dramatische afloop krijgt. Vincent vertelt het verhaal, waarbij hij soms Alain zelf aan het woord laat, maar gaandeweg steeds meer afstand neemt.
Omdat er geen fotograaf van zijn eigen krant is, vraagt Vincent Alain om de foto's te maken. Zo maken ze samen reportages, over het reilen en zeilen van de Marokkaanse samenleving, die niet zo simpel is als het misschien lijkt. Alain is een avonturier, een man die de vrouwen om zijn pink windt, een man die voor de duvel niet bang is. Vincnet bewondert hem, maar is ook bezorgd. Alain leeft te vrij, denkt niet aan de risico's, vindt hij.
Hun eerste grote reportage gaat over een familie die in een toilet woont.'de openbaartoiletfamilie' worden zij genoemd. Ze kunnen ternauwernood rond komen van wat ze daar verdienen, geld voor een fatsoenlijke woning is er niet. Als dit artikel met foto's van Alain in de krant heeft gestaan, biedt de gemeente hen een woning aan en zijn er zelfs gulle gevers.
De armoede in Marokko is schrijnend. Door de ogen van Alain ziet Vincent hoe de samenleving in elkaar zit: de corruptie, de klassen en standen, het feodale systeem, waarbij de Marokkaan zijn trots handhaaft. Alain heeft een verhouding met een Marokkaanse, maar verdwijnt regelmatig voor een weekend in Marrakech, om plezier te hebben met de hoertjes daar. Aan Vincent legt hij uit hoe een vrouw 'vrijwillig' kiest voor een bestaan
als hoer. Ze kan immers ook gewoon poetsvrouw zijn bij die rijke Europeanen zoals zijzelf zijn? En, zegt hij, ook een hoer heeft haar trots, ze zal zich niet aanbieden 'want dan ben je een hoer', maar gaat wel met je mee als jij daar om vraagt.
Als ze samen betrokken raken bij de mensen die in een krottenwijk, de bidonville Douar Zbil, wonen en daar leven van het afval, is het weer Alain die moet uitleggen hoe de mensen daar op hun manier een gelukkig bestaan leiden. Ze willen geen bemoeienis van buitenaf. Ze willen niet figureren in een reportage: hun schande zou bekend worden, en ze hebben absoluut geen vertrouwen in de regering. Die zou hun woonst wel verwijderen maar niets nieuws aanbieden. Dus leven ze liever ongestoord verder, proberend een bestaan op te bouwen door de afvalberg te benutten en door zich aan te bieden als poetsvouw of gardien (bewaker van een woonoord). Laat hen in hun waarde, predikt Alain. Maar juist hij raakt te veel betrokken bij een familie in bidonville, als hij een gewonde baby drie keer per week naar een ziekenhuis rijdt, zelfs al doet hij dat alleen vanwege het meisje Sabah.
Als ene Sifdin Wazzeni zichzelf op 11 maart (!) opblaast in Casablanca, hebben ze nog geen flauw idee dat er verband bestaat met het krottendorp, misschien wel met de broer van Sabah. Zijn er connecties met Al-Qaeda? Is er sprake van drugshandel in de krottenwijk waarmee terroristische aanslagen bekostigd worden?
Maar het is hoe dan ook te laat om hun bemoeienis met de Marokkanen terug te draaien.
Kees Beekmans blijkt een goed verteller. Het verhaal is niet chronologisch, hetgeen naast enige verwarring ook leidt tot verhoogde spanning. Het is de omgedraaide wereld: nu eens niet de buitenlander die zijn draai niet weet te vinden in Europa, maar hoe de Europeaan in het niet-Westerse land cultuurverschillen het hoofd moet bieden. Zijn totaal niet-begrijpen van de ander speelt een grote rol. Dat wordt nog eens toegespitst in de verhouding die de Franse fotograaf heeft met het meisje uit de krottenwijk. Hoe kan het dat zij niet in het openbaar gezien mag worden met de man, maar wel bij hem zijn huishouden mag doen?
Het verhaal is misschien wat eenvoudig, maar daardoor komt de informatie die de lezer krijgt over de Marokkaanse samenleving goed tot uiting. Het feit dat terrorisme kan voortkomen uit armoede wordt heel aannemelijk verteld. Maar of dat iets nieuws is?
ISBN 978 90 204 0833 1 Hardcover 288 pagina's | L.J. Veen | januari 2010
(romandebuut van Kees Beekmans)
© Marjo, februari 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De allestafel
Thomas Heerma van Voss
Mike Olding is achtentwintig, hiphoprecensent en schrijver. Tenminste hij noemt zichzelf schrijver, zijn omgeving snapt dat niet, zien niet hoe serieus hij bezig is met zijn eerste boek. Mike wil alles onder controle houden, zo alleen kan hij een goed leven leiden samen met zijn vriendin Yvonne. Hij zal haar leiden en redden van de ondergang, haar laten zien hoe dom mensen bezig zijn. Hij zal haar gelukkig maken. Yvonne weet dat nog niet denkt hij, ze moet nog veel leren. Nu noemt ze hem nog onvolwassen, dat geeft niet, binnenkort zal ze hem begrijpen en samen zullen ze verder gaan. Maar om haar ter wille te zijn stelt hij voor zichzelf een lijstje op van doelen die hij wil halen.
1. Hogere productiviteit recensies;
2. interesse in haar werk tonen;
3. elke ochtend om negen uur opstaan;
4. een roman schrijven;
5. elke dag zwarte sokken dragen;
6. een baan zoeken.
In een razend tempo produceert hij recensies totdat hij ontslagen wordt... Zijn mening wijkt teveel af van de gangbare mening. Ook daar begrijpen ze niet hoe bijzonder hij is! Zijn vriendin weet dat hij geen interesse in haar werk heeft en reageert licht geïrriteerd op zijn vragen.
Mike werkt zijn lijstje verder af maar in plaats van achter elk doel een vinkje te kunnen zetten als zijnde gehaald moet hij steeds vaker een minteken plaatsen...
Sommige situaties zijn vrij komisch. Bijvoorbeeld de zwarte sokken die hij koopt (hij draagt altijd witte) na eindeloos te hebben staan dubben of hij het wel of niet zal doen. Je ziet hem in de winkel staan met alle sokken. Ook zijn verjaardag is bijzonder al kunnen zijn vader en vriendin er niet om lachen. Maar langzamerhand wordt het verhaal dwingerder, benauwender. Het bezoek bij een vriendin van Yvonne waar hij feitelijk uitgelachen wordt, is al heel wat minder komisch.
Door kleine fragmenten die Mike opvangt, telefoongesprekken die Yvonne voert bijvoorbeeld, weet je dat Yvonne door heeft dat het niet goed gaat met Mike, maar Mike betrekt wat hij hoort niet op zichzelf. Ook als ronduit tegen hem gezegd wordt dat hij gek is, weigert hij dat te erkennen. Niet hij maar de rest van de wereld is gek! Mike blijft optimistisch, hij kan haar en iedereen redden.
Eigenlijk voelt Mike zich het best in zijn appartement en bij de snackbar van Mo. Als hij deze laatste gesloten aantreft met het bord 'Te koop' voor de deur slaat de bodem onder hem vandaan.
En dat Yvonne hem daarna ook al niet snapt is iets wat hij moeilijk kan bevatten... of is ze nu werkelijk zo dom?
‘Maar ze hoeft niets te vrezen, bedacht hij, want hij zal haar helpen, hij laat haar niet vallen en wordt niet boos. Een vader straft zijn dyslectische dochter ook niet als ze voor de zoveelste keer een taalfout maakt.’
De lezer kent de gedachten van Mike en die zijn in feite niet eens zo bizar als je het vanuit zijn gezichtspunt bekijkt. Toch is duidelijk dat alles wat hij doet erg dwangmatig is. Zolang er maar controle is dan is het goed, maar helaas voor Mike, mensen doen niet wat hij wil, ook al bedoelt hij het nog zo goed. Het eind kan zo uit een boek voor volwassenen van Roald Dahl komen, het heeft net zo'n bizarre, verrassende wending.
Al met al een opmerkelijk boek met een bijzonder hoofdpersoon, dit belooft wat voor de toekomst!
ISBN 9789045702773 Paperback, 143 pagina's Uitgeverij Augustus, oktober 2009
© Dettie, februari 2010
Lees de reacties op het forum, klik HIER
De allestafel
Thomas Heerma van Voss
Mike Oldings is een jongeman die het allemaal perfect onder controle heeft. Hiphoprecensent met een eigenzinnige mening en groot schrijver in wording. Hij is een jager, die, in tegenstelling tot wat zijn vriendin beweert, precies weet hoe hij jagen moet volgens de regels van de kunst. Hij begrijpt haar verwijt dat hij onvolwassen is niet zo goed: hij voelt zich heel goed bij de witte sokken die hij nu draagt. Zwarte sokken vindt hij maar niets. Toch zal er iets moeten veranderen als hij wil dat ze samenblijven. Daarom maakt hij een lijstje, waaraan hij zich heel precies gaat houden. Dan kan alles niet anders dan goed komen.
1. Hogere productiviteit recensies;
2. interesse in haar werk tonen;
3. elke ochtend om negen uur opstaan;
4. een roman schrijven;
5. elke dag zwarte sokken dragen;
6. een baan zoeken.
Aanvankelijk gaat alles goed en kan hij met een zeker gevoel van voldaanheid plusjes zetten naast de eerste punten. Algauw moet hij echter die eerste plus vervangen door een min. En dan gaat het pas goed mis.
Waar je in het begin nog welwillend glimlacht om de idiote nauwkeurigheid waarmee Oldings het leven aanpakt, ga je na een tijdje schuiven op je stoel. Er hangt dreiging in de lucht, het vreemde karaktertrekje wordt een neurotische aandoening en je ziet zo dat het met dit personage helemaal de verkeerde kant opgaat. Nergens een noodrem te bespeuren. De scherpe formuleringen, de staccato schrijfstijl en de humor die vlijmscherpe kantjes krijgt maken van dit boek een knap debuut.
ISBN 978-90-457-0277-3 Paperback 143 pagina's Uitgeverij Augustus oktober 2009
Elvira, februari 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Hoe de wereld perfect functioneert zonder mij
Joost Vandecasteele
Flaptekst:
Dit is niet enkel mijn verhaal. Dit is het verhaal van een volledige generatie. Niet deze generatie, maar de volgende. Niet nu, maar iets later in dit verse millennium. Niet hier, maar in de grootste stad die dit land ooit heeft gekend.
Vlak naast de wereld die we de onze noemen, bevindt zich die van Joost Vandecasteele. In de werkelijkheid die hij beschrijft is alles harder, rauwer, intenser, grappiger, geiler en echter dan in de onze. In deze extreem verstedelijkte realiteit doen de personages hun best mens te blijven in een almaar onmenselijker omgeving. Het zijn verhalen over overleven in een vijandige metropolis, omgaan met excessief geweld, ongebreidelde consumptie, leven in een shopping mall, rebellie en irritante exen.
--
In het programma Iets met boeken zegt Joost Vandecasteele dat zijn uiteindelijke doel is, de lezer ongemak te bezorgen. De lezer moet zich na lezing niet rustig en bedaard voelen maar ongemakkelijk. Gezien de reacties op zijn boek is dat hem ook gelukt.
In de verhalen keren enkele personen en hun omgeving steeds terug. Je hebt daardoor niet het gevoel een echte verhalenbundel te lezen, eerder een soort van aparte roman. Ze zijn met enorme vaart geschreven wat ook te begrijven valt als je Vandecasteele ziet voorlezen uit zijn boek. Maar het maakt wel dat je af en toe het boek even weg moet leggen om even uit te rusten van de enorme hoeveelheid flitsende situaties die voorbij komen. Toch zijn de verhalen wel fascinerend en wil je blijven doorlezen.
Alle verhalen zitten op het randje van science-fiction met een kern van eventuele (toekomstige) waarheid.. Vooral het verhaal over CityBis heeft die kern. Vandecasteele kwam op dit verhaal doordat in Brussel in City2 zitbanken werden weggehaald en jongeren alleen in kleine groepjes (niet meer dan drie personen) binnen werden gelaten. Hier is de schrijver verder op door gegaan en kwam zo op het verhaal CityBis.
CityBis is een winkelparadijs waar eerst ook banken werden weggehaald etc. maar dat werd zo onvriendelijk dat er weer een goede sfeer gecreëerd werd. Dit had tot gevolg dat mensen zich zo goed voelden dat ze niet meer weg wilden. Ze moesten hardhandig uit het winkelcentrum gezet worden. Op idee gebracht hierdoor werden bovenop de winkels woonkazernes gebouwd. Nu hoeven mensen het winkelterrein helemaal niet meer te verlaten, vanuit hun woning stappen ze zo de winkelcentra in. Ze moeten alleen nog maar naar buiten om naar hun werk te gaan. Diegene die zelfs dat niet meer hoeven worden benijd.
In het verhaal raakt iemand die CityBis bezoekt de weg kwijt. Hij kan nergens de uitgang vinden, ondanks het telkens weer tekenen van plattegronden. Uiteindelijk verblijft hij daar zes dagen voordat hij mensen vindt die hem naar de uitgang kunnen brengen.
De beschrijving van CityBis is bizar en beklemmend. Enorme ruimtes vol roltrappen die nergens toe leiden. Winkels die nooit een klant krijgen enz. Gigantische eetgelegenheden waar de hoofdpersoon doorheen geloodst wordt via zijn smn. Overal staan verkopers evenals grote tv-schermen die constant waren aanprijzen.
In een ander verhaal wordt een aanslag gepleegd op CityBis, de beschrijving vertoont veel overeenkomst met het gebeurde op 11 september. Er is ook sprake van een ground zero, een stroom mensen die vlucht etc.
In het interview in het programma Iets met boeken vertelt Vandecasteele dat hij een groot liefhebber is van het werk van Ballard en met name zijn boek Crash. Op wikipedia is hierover te lezen:
"In de periode voor Crash is Ballard bevriend geraakt met de kunstenaar Edoardo Paolozzi. Door hem geïnspireerd organiseert Ballard in 1969 een provocerende tentoonstelling in het New Arts Lab (Londen) die enkel bestaat uit een drietal autowrakken. Tevreden over de reacties die de tentoonstelling uitlokt besluit Ballard om een roman te schrijven over de verborgen erotiek van het auto-ongeluk. Ballard heeft zijn verhalen zelden in de toekomst gesitueerd maar met Crash maakt hij niet alleen het hedendaagse Londen tot plaats van handeling, tegelijkertijd geeft hij de hoofdpersoon zijn eigen naam. Met zijn taboedoorbrekende blik op seksualiteit en geweld gecombineerd met een kille stijl vol herhaling wordt Crash een permanente cultklassieker. Het daarop volgende Concrete Island vervolgt de thema’s van Crash met de vraag wat er gebeurt als mensen verdwaald raken in dit technologische landschap terwijl High-Rise een rauwe blik geeft achter de façade van het leven in de moderne torenflat."
De boeken van Ballard ken ik niet maar in deze beschrijving is het werk van Vandecasteele wel te herkennen. Taboedoorbrekend niet zozeer, maar wel seksualiteit en geweld geschreven in kille stijl evenals het verdwalen en het leven in de moderne torenflat. De sekscenes zijn bijna dierlijk en worden ook als zodanig beschreven. Vooral de scène in het toilet van CityBis is triest. De beschrijvingen neigen eerder naar pornografie dan erotiek.
Vandecasteele heeft een zeer eigen stijl van schrijven en gedeelten van zijn boek kon ik zeer waarderen maar, zoals altijd in verhalenbundels, zijn er ook mindere verhalen. Van mij hadden de expliciet seksuele gedeelten niet gehoeven. Die verhalen kennen we nu wel, die zijn al in alle variaties geschreven en voegen niets toe.
Joost Vandecasteele wordt in enkele recensies vergeleken met Brusselmans. Onterecht vind ik. Vandecasteele heeft meer verfijning, is minder plat en is fantasievoller dan Brusselmans maar hij heeft ook een cynsicher gevoel voor humor. Persoonlijk kan ik die humor wel waarderen. Het zijn van die kleine rake zinnetjes die je doen glimlachen. Zelf moest ik eerder denken aan de stijl van Dimitri Verhulst, maar dan vind ik Vandecasteele beter!
Het is een boek dat je inderdaad met een ongemakkelijk gevoel achterlaat. De beschrijvingen zijn zo dat het lijkt alsof dit wel degelijk onze toekomst zou kunnen worden. De verhalen geven een onbehaaglijk gevoel, een grimmig beeld, maar door het vleugje humor zijn ze niet zwart. Geen boek om iedereen aan te raden maar wel een goed geschreven boek.
Zie ook http://www.joostvandecasteele.be
ISBN 978 90 295 6773 2 Paperback 207 pagina's | Arbeiderspers | maart 2009
Dettie, januari 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Dorsvloer vol confetti
Franca Treur
De eerste zin in dit boek intrigeert: 's Winters zijn de zondagen het snelst voorbij.'
Als meteen daarna duidelijk wordt dat de verteller, in de persoon van boerendochter Katelijne, het grootste deel van de dag in de kerk zit, wordt het al duidelijker. Het meisje groeit op in een streng gereformeerde gemeenschap op Walcheren, waar je op zondag weinig anders mag doen dan naar de kerk gaan. 's Zomers moeten de kinderen soms wel drie keer mee naar de kerkdienst, maar in de winter kunnen ze na de tweede dienst lezen. En dat doet Katelijne graag. Ze is het enige meisje, en moet haar moeder helpen, maar daarnaast zit ze meestal met haar neus in de boeken.
Katelijne is een jaar of twaalf, de twijfel heeft nog niet toegeslagen, en ze is volkomen bereid om te doen wat men graag wil, mits het ook gezien wordt dat ze dat doet.
'Graag zou Katelijne voldoen aan de verwachtingen van de moeder, die echter onverstoorbaar staat te snoeien en te maaien, sterk en glanzend als een koe, en zonder ooit maar iets van eventuele verwachtingen te laten merken. En als alles weer uitloopt, eerst de tulpen en de helleborussen, dan de ribes en het longkruid en de blauweregen tegen de gevel, en ten slotte, wanneer al het groen van zonnige vreugde openbarst in een reusachtige kleurenboog ter ere van Gods lankmoedigheid tegenover de wereld, en zelfs de nieuwe op goed geluk geplante stekjes het boven verwachting blijken te doen - kortom, wanneer de uren van toewijding en labeur vergeten worden omdat de tuin er uitziet alsof hij net kant-en-klaar geschapen uit de verpakking komt, dan zou de moeder graag haar trots en haar grote liefde willen tonen aan wie daar ook maar belangstelling voor heeft, maar helaas blijkt dat soort dan iedere zomer weer te dun gezaaid.'
Uit dit korte stukje valt heel wat op te maken.
Qua stijl: er wordt gesproken over 'de moeder', en dat gebeurt het hele boek door consequent, ook bij de vader, de opa enz.... Dat schept een afstandelijkheid, en past helemaal in het verhaal zoals het is: geen spannend verhaal met een duidelijke plot, maar veeleer een sfeertekening.
Dan de beschrijving: je ziet die tuin voor je! Geen wonder dat -zoals uit het stukje blijkt- de moeder graag in haar tuintje werkt en er zelfs haar dochter niet echt in toe laat. Dat 'sterk en glanzend als een koe'... het is
vast bedoeld als compliment, op een boerderij is een sterke koe natuurlijk een voordeel, maar toch, het zal je als vrouw maar gezegd worden! Duidelijk uit dit stukje is de achtergrond: religieus en boers.
Het is een omgeving waar weinig affectief met elkaar wordt omgegaan, ('Ze zijn niet zo lichamelijk, misschien omdat ze vanwege hun overtuiging niet zoveel met het lichaam op hebben') waar de Bijbel op de voorgrond staat, een omgeving waar een gevoelig meisje als Katelijne zich vaak eenzaam en alleen voelt tussen al haar broers. Vriendinnen heeft ze ook al niet echt, de boerderij staat ver van het dorp, en het stinkt er, zeggen de enkele aspirant-vriendinnen. Gelukkig is er de oma, op wie Katelijne dol is, ze kan altijd bij haar terecht. Oma is wel wat ouderwets en strooit te pas en te onpas met Bijbelteksten, maar Katelijne vindt dat ook wel prettig. Ze heeft er namelijk moeite mee dat ze twijfels begint te krijgen
'Katelijne kent de tale Kanaans al lang, het is alleen nog niet de taal van haar hart geworden. Daar vraagt ze elke dag om.''
Behalve een mooie schets van het religieuze leven is het boek ook een momentopname van een meisje dat balanceert op de grens van haar jeugd en volwassenheid. Soms ziet ze een glimp van het echte leven, maar dan dringt dat niet tot haar door. Seksuele voorlichting krijgt ze niet, en ook het modebeeld ziet ze niet als iets tastbaars.
'Bovendien lijkt deze domineesvrouw regelrecht uit de Wehkampgids te zijn gestapt, wat je maar van weinig vrouwen op het dorp kan zeggen.'
Het huwelijk dat haar broer moet sluiten is in haar ogen dan ook zuiver romantiek, ze ziet het als haar grote taak om die dorsvloer vol te krijgen met confetti. Helaas gaat het boerenleven onverbiddelijk voor.
Franca Treur bewijst met dit prachtige debuut dat een plot niet noodzakelijk is om een onderhoudend boek te schrijven, dat tot denken aanzet.
ISBN 978 90 446 10239 Paperback 219 pagina's | Uitgeverij Prometheus | oktober 2009
Marjo, november 2009
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER