Debuten

Op deze pagina worden recensies geplaatst over boeken van debuterende schrijvers/schrijfsters.


Ook dit jaar lezen Marjo, Annemarie en Dettie de debuten, die op de inzendingenlijst van de ANV Debutantenprijs staan, weer mee.
Zij proberen zoveel mogelijk de boeken die op de lijst van inzendingen staan te lezen en recenseren maar ook andere debuten die (nog) niet op de lijst staan hebben hun belangstelling.
Boeken die ze hebben gelezen staan op deze pagina en in het archief


Zie ook: 
DordtLiterair

en de interessante nieuwe site Van debutant tot bestseller

 

altGeen weg terug
Iraida van Dijk-Ooft

‘Een schuld aan mma Aysa moet je altijd voldoen. Ongeacht hoe. Beetjes bij beetjes, of alles in één keer. Geef je niet vrijwillig, dan neemt ze naar eigen inzicht terug. Ook als je niet meer blijkt te kunnen. Volgende generaties zullen er voor opdraaien.’


Zo komt het dat Alex Adjako met een boot het meer op gaat. Chally is de eigenaar en bestuurder van de boot, hij houdt zijn passagier in de gaten, terwijl die een verhaal vertelt. Het is 50 jaar geleden dat de Afobakadam gesloten werd, en er een meer ontstond. Gaandeweg blijkt dat dit feit een grote rol heeft gespeeld in het leven van de ouders van Alex, en dat terwijl hij daar helemaal niets van af wist. Het waren dromen, onheilspellende dromen, die er voor zorgden dat hij op onderzoek uit ging. Hij herinnerde zich nog wel de wens van zijn moeder, maar hij was zeven jaar oud, en begreep niet wat ze bedoelde. De dromen worden dwingender, hij moet er iets mee doen. Als de oproep komt voor zwemmers die het meer in willen duiken om er een (vermeende) schat te zoeken, begint hij zijn speurtocht.


In een fragmentarische vertelling ontsluiert Iraida van Dijk- Ooft het verhaal van de oorspronkelijke bevolking, de marrons (gevluchte West-Afrikaanse slaven die in stamverband in de oerwouden van Zuid-Amerika zijn gaan leven, en hun afstammelingen) terwijl zij schetst hoe hun gedachtewereld was. Hoe zij omgingen met de gestorvenen, hoe zij niets begrepen van het feit dat hun land, hun dorp, zomaar verdwijnen zou.
Alex’ouders woonden in Dembeston, dat dus ook onder water verdween. Met de heilige plekken en de begraafplaatsen, tot grote verbijstering van de bewoners. Hoe konden de geesten nu ooit nog de plek vinden waar zij begraven waren? God bleek niet in staat te helpen. Evenmin als de Winti of de geesten van hun voorouders.


Toen ik eenmaal begreep waar het verhaal precies over gaat, wilde ik eerst meer weten over de achtergrond, die ik totaal niet kende:


Wikipedia: ‘Het Brokopondostuwmeer (voorheen Prof. dr. ir. W.J. van Blommesteinmeer genoemd) is een stuwmeer in Suriname gelegen in het Brokopondo-district met een oppervlakte van 135 duizend hectare, ongeveer zo groot als de provincie Utrecht. Het meer is ontstaan door de bouw van de Afobakadam, een stuwdam in de Surinamerivier.
Het meer is groot maar ondiep. Het is nergens dieper dan veertig meter. Toen de dam aangelegd werd, is het gebied dat onder water zou lopen niet kaalgekapt. Daardoor steken er kruinen van bomen boven het water uit.’


Het verhaal van hoe dat meer ontstond toont aan hoe er nietsontziend met mensen werd omgegaan. Er was elektriciteit nodig voor de verwerking van bauxiet, daar ging het om. De bewoners moesten maar vertrekken.


‘Vijfduizend marrons, waaronder ongeveer 2000 uit Ganzee, moesten verhuizen. Voor hen werden transmigratiedorpen ingericht, maar de huizen waren erg klein en de toegezegde schadevergoeding was ca. 6 gulden per persoon. De uitbetaling werd ter plekke in de nieuwe dorpen gedaan.’


Het is het verhaal over de stuwdam, over de macht van het geld, maar ook over de cultuur, de manier van leven van de marrons. Over de invloed van het verleden een mens in kan halen.
Het verhaal wordt niet chronologisch verteld, waardoor het aan de ene kant lastig lezen is, maar aan de andere kant je interesse opwekt. Het is een deel van de geschiedenis van Suriname, mij tot op heden onbekend, waarbij ook de minder fraaie kanten van het leven daar verteld worden.
Geen weg terug is er voor de bewoners van dorpjes als Dembeston, maar ook geen weg terug is er voor iemand als Alex, product van een cultuur met foute kanten.
Een mooie roman, met een juiste mix van een historische achtergrond en een persoonlijk leven.


Iraida van Dijk-Ooft (1974) studeerde in 2014 af aan de Schrijversvakschool te Paramaribo.


ISBN 9789062658787 | Paperback | 224 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | oktober 2015

© Marjo, 24 augustus 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe mannen van Raan
Martine de Jong


Per Pennings is programmeur, woont op zichzelf. Hij noemt zichzelf ‘sociaal onhandig’, en mijdt contacten zoveel mogelijk. Maar vrouwen vindt hij wel leuk, dus hij heeft wel af en toe een leuk meisje over de vloer. In zijn bed eigenlijk. En als ze dan weg zijn ’s morgens vindt hij dat prima.


‘Ik heb me vaak afgevraagd of ik me ooit genoeg zou vervelen om een kind te krijgen. In alle jaren die volgden op mijn geboorte heb ik me nooit verveeld. Ik had geen idee hoe dat moest. Mijn moeder heeft zich ook niet meer verveeld, denk ik. Eerst kwam ik en een paar jaar later kwam Selma en mijn vader bleef als een jonge hond tussen die drie heen en weer springen.’


Als hij Raan ontmoet, verandert dat. Raan is een meisje dat nog vreemder is dan hij, net als haar familie. Haar moeder bij wie de zesentwintigjarige Raan nog steeds woont, haalt hem enthousiast binnen, in haar huishouden dat keurig volgens regeltjes verloopt. Haar broer moet evenwel niet veel van hem hebben, maar daar moet hij zich niets van aan trekken zegt Raan.


‘Wat zullen we vandaag gaan doen?’ vroeg ik.
Ze haalde haar schouders op.
'Laten we in ieder geval naar buiten gaan,‘ zei ik, en ze stond op.
'Oké’, zei Raan, ‘Je kunt ook alleen naar buiten gaan’.
‘Wat bedoel je?’
‘Ik hoef toch niet mee?’
‘Wil je niet mee?'
’Nee, ik geloof dat ik even alleen wil zijn.’
Ik wist hoe dat voelde. Ik wilde elke dag alleen zijn, en ook elke nacht. Maar dat was voordat ik Raan kende.
Ze keek me kil aan. Haar blik trapte me hard in mijn maag.
‘Ik denk dat je maar even moet gaan.’


Per vindt het heel lastig om met Raan om te gaan, want het gebeurt regelmatig dat ze zomaar verdwijnt, en onbereikbaar is. En dan duikt ze weer op. Per is smoorverliefd en geeft niet op. Maar wat is dit ingewikkeld!.
Als ze verhalen gaat vertellen over de mannen die in haar leven waren - of misschien wel zijn, daar is ze niet zo duidelijk over - gaat hij schema’s maken om duidelijkheid te krijgen. (hij houdt al vanaf zijn zesde een dagboek bij, dit is zijn manier van omgaan met het leven)
Hij is nu de controle kwijt, en dat bevalt hem niets. Maar het wordt alleen maar erger...


‘Ik houd ook van jou,’ zei ik.
‘Oké,’ zei ze, en begon te bladeren. Ze deed het weer. Ze zat me te platoniseren. Ik wist niet hoe ik het anders moest noemen.’


De mannen van Raan is debuut van Martine de Jong (1975). Echt diepgaand is deze roman niet, maar het leest als een trein, en is vaak grappig. Vooral de dialogen, al zal Per daar niet zo over denken.


ISBN  9789057597145 | Paperback | 272 pagina's | Uitgeverij Podium | mei 2015

© Marjo, 26 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe terugkeerling
Patrick Pouw


Twee mannen, die in Utrecht elkaars pad kruisen. Zo verschillend, en toch ook zo hetzelfde: Pjotr van Wijk en Mohammed el Amrani.

Mohammed, roepnaam Mo, groeide op als zoon van Marokkaanse ouders, in de wijk kanaleneiland. Pjotr van Wijk groeide op in Nieuwegein, met een atheïstische vader, die tot Pjotrs grote ergernis les gaf op de middelbare school waar hij zijn diploma haalde. Op zijn veertiende kwam Pjotr in aanraking met de islam, drie jaar later woonde hij anti-kraak in Utrecht, veranderde van school en trok hij op met Marokkaanse jongeren. Hij bezocht de moskee, en droeg een djellaba. De grootste verandering was zijn naam: geen Pjotr meer, maar Bilal. Zoals Mo terecht observeerde, toen hij op een dag toevallig zijn pad kruiste: ‘Bekeerlingen... Waarom moeten ze altijd roomser zijn dan de paus?’


Ook Mo had het thuis niet naar zijn zin. Zijn vader leefde alleen om zijn droom te verwezenlijken: een moskee in de wijk. Toen hij plotseling overleed verwachtte zijn moeder dat Mohammed zijn school zou afmaken, maar daarna moest hij geld binnenbrengen. De jongere broer was zijn moeders oogappel, die werd verwend. Waarom Mo niet in de smaak viel, heeft hij nooit begrepen, en hij greep zijn kans toen na zijn eindexamen Melissa op zijn pad kwam. Met haar beleefde hij enkele idyllische maanden, en door haar toedoen kon hij ook een droom verwezenlijken: studeren in Engeland, waar hij ook ging werken.


Dan wordt het 6 november 2001: de moord op Theo van Gogh. Zonder dat ze het van elkaar weten drukt de moord zijn stempel op de levens van de twee jongemannen. Zij komen elkaar in het begin van het verhaal, tien jaar na de moord,  op straat tegen: een roodharige, vadsige bleke man in een djellaba en een donkere man, die met alcohol over straat loopt. Ze vinden elkaar meteen verfoeilijk, zonder te weten dat hun beider lot aan elkaar verbonden is.


Om en om volgt de lezer de mannen, in het heden en het verleden. Dat maakt het verhaal wel interessanter, maar niet zo makkelijk te volgen. Herhaaldelijk teruglezen is nodig. Het is een verhaal vol verrassingen, de dingen zijn anders dan je zou verwachten. De stijl is heel modern, met ook niet vertaalde Arabische woorden, waarvan de betekenis soms wel, maar niet altijd uit de context valt op te maken.
Het geheel is vooral een aanrader als je een inkijkje wil in het gedachtegoed van een radicale moslim. Maar ter verstrooiing zijn er ook algemene verhaallijnen over jongeren die in deze tijd opgroeien.


Patrick Pouw (1972) is journalist en gespecialiseerd in berichtgeving over moslims in Nederland en schreef o.a.’ Salaam! : een jaar onder orthodoxe moslims’. De terugkeerling is zijn romandebuut. Het wachten is op de verfilming.


ISBN  9789048829620 | Paperback | 320 pagina's | Uitgeverij Lebowski | januari 2016

© Marjo, 26 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altZwarte ogen
Thijs Feuth


‘Had men Karel enkele maanden voor zijn vertrek gevraagd wie hij was, dan had hij zijn curriculum vitae opgesomd. Thans zou hij zichzelf definiëren als een wezen dat voedsel en warmte nodig had om te overleven. De wildernis was zijn habitat geworden, de fiets zijn levensverzekering. Overlevingsdrang had zijn plichtsbesef verdrongen – zijn trotse moraal erodeerde als een zandkasteel in de wind.’


Waarom laat Karel Marsman - in de ogen van zijn omgeving plotseling - zijn baan voor wat het is en neemt hij zelfs die nieuwe uitdaging die hem geboden wordt niet aan?  Wat ligt er achter zijn besluit om te vertrekken naar het Hoge Noorden? Hij fietst door de wouden en moerassen van Finland, waar hij alleen rendieren tegenkomt. En een eekhoorn.
De directe aanleiding voor zijn vertrek was ook een eekhoorn, die hem met zijn zwarte ogen aankeek. De oorzaak evenwel is een voorval in het verleden, die hij niet verwerkt heeft.


Terwijl hij reist, per trein en fietsend (!) ontmoet hij af en toe een medemens, met wie hij de discussie aangaat. Ook in zichzelf overdenkt hij allerlei onderwerpen: wat houdt het noodlot in en bestaat er toeval. Hoop, schuld, vergelding, leven en dood.


‘Godsdienst was een interessant speelveld van het lot, dacht Karel, want hij wordt slechts zelden in vrijheid gekozen, maar doorgaans met de paplepel ingegoten.’


‘Als je de levensloop van een moordenaar onder de loep neemt, zul je zien dat, in de meeste gevallen, de misdaad voorkomt uit psychologische verstoringen: trauma’s, psychoses of simpelweg een ongelukkige jeugd. (-) Criminelen zijn slachtoffers zonder uitzondering. Op het eerste gezicht misschien onvoorstelbaar, maar dat komt omdat we het kwaad het liefst personificeren. We willen een duivel kunnen aanwijzen en bestraffen. Wie leent zich daar meer voor dan schurken en bandieten?’


De hoofdpersoon raakt steeds meer in de war, waardoor de lezer ook niet altijd zeker is van de realiteit. Noch van het verleden. Al moet er iets ernstigs gebeurd zijn. De afloop lijkt wel degelijk onontkoombaar.


Thijs Feuth (Nijmegen, 1981) is een bekende marathonloper en behoort tot de  Nederlandse top. Hij heeft geneeskunde gestudeerd in Amsterdam en werkt als arts in Fins Lapland.
Dit boek is zijn debuut, een verhaal voor een geïnteresseerde lezer die moeite wil doen om zijn denkbeelden te volgen. In de stijl vind je een geletterde intellectueel terug die naarmate het trauma duidelijk wordt, zichzelf verliest.
Zeker de moeite waard!


ISBN  9789029502696 | Paperback| 208 pagina's | Uitgeverij De Arbeiderspers| oktober 2015

© Marjo, 21 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height="167"De kamers
Lucas de Waard


Met een welgemikte trap tegen een voetbal heeft Aram de Smet zijn carrière bij de televisie om zeep geholpen. De plagerige insteek van het programma leek aanvankelijk een succes. Ook met het achtjarige knulletje dat bijzonder goed kon keepen, zou de draak gestoken worden. Aram zou hem op een snoeiharde bal trakteren. Het talentvolle keepertje zou dan op televisie allesbehalve vaardig overkomen. Deze vreemde vorm van humor deed het goed bij het publiek.


Het liep allemaal iets anders dan gepland. De bal werd inderdaad niet gestopt. Per ongeluk trapte Aram de bal keihard tegen het hoofd van het jonge talent waardoor het kind een nekwervel brak. Het was meteen gedaan met de ontluikende voetbalcarrière van het jochie en ook Arams carrière bij de televisie was voorbij. Uiteraard werd het filmpje een ware hit op de sociale media. Aram werd het mikpunt van spot. Zijn nieuwe publiek was meedogenloos.


Gelukkig lijkt zijn vrouw Liz het geen probleem te vinden dat hij lusteloos op de bank hangt en zakken chips verslindt. Aram weet dat hij zijn leven weer op moet pakken maar het valt hem zwaar. Een groot gevoel van moedeloosheid is als een nevel op hem neergedaald. Op straat kijkt iedereen naar hem. Eindelijk is hij beroemd, alleen niet op de manier die hij voor ogen had. Zijn fanmail bestaat uit enveloppen met muizenvallen, dode ratten of hondenpoep. Niet iedereen heeft het slecht met hem voor, maar met vriendelijke mensen weet Aram zich al helemaal geen raad.


Terwijl Aram moed verzamelt om de voordeur van een nieuwe laag verf te voorzien, wordt Liz volledig door haar werk opgeslokt. Er is een meisje verdwenen. De veertienjarige Pandora de Jager is zoek. Wanneer Aram stiekem een kijkje in het dossier van de vermissingszaak neemt, schrik hij. In het dossier staat een naam die hij maar al te goed kent. Is zijn oude vriend Bo een verdachte? Aram heeft de afgelopen jaren zo min mogelijk aan Bo proberen te denken. Vroeger waren ze onafscheidelijk, tot Aram zijn beste vriendje in de steek liet.


Bo op zijn beurt heeft vaak aan Aram gedacht. Aram is de enige die zijn geheim weet. Bo kan de gedachtes van andere mensen horen. Hij was nog maar een kind toen het voor het eerst gebeurde. Ineens dook er een stem in zijn hoofd op. Sindsdien klinkt er een kakafonie van stemmen. Bo hoort de meest schaamteloze gedachten van nietsvermoedende mensen in zijn omgeving. Hij weet alles over iedereen. Alleen de gedachten van Aram hebben zich nooit aan hem geopenbaard. Bo weet ook niet waarom. Hij weet ook niet waarom juist hij deze gave heeft.


De naam in het dossier laat Aram niet meer los. Hij heeft nooit geloofd dat Bo de gedachtes van andere mensen kan horen. Aram is van mening dat de stemmen door de geest van Bo worden gecreëerd. Hij hoopt dat Bo hulp voor zijn probleem heeft gezocht. Is het toeval dat de labiele Bo in de buurt van Pandora is gezien? Aram deelt zijn zorgen met Liz maar die neemt hem niet serieus. Er zit niets anders op dan Bo zelf te gaan zoeken. Aram heeft immers heel wat goed te maken.


De kamers is het romandebuut van Lucas de Waard. Hij sleepte er een nominatie voor De Schaduwprijs mee in de wacht en dat is niet verwonderlijk. Deze auteur hanteert een scherpe maar tegelijkertijd invoelende pen. Zijn schrijverstalent komt niet alleen uit zijn schrijfstijl naar voren maar ook de manier waarop hij het onderwerp heeft aangepakt, trekt de aandacht. Het verhaal is spannend en diepgaand. Wat is er met Pandora gebeurd? Heeft Bo werkelijk iets met haar verdwijning te maken?


Lucas de Waard tekent in dit verhaal een uitgebreid psychologisch profiel van zowel Bo als Aram op. Bo heeft dringend hulp nodig maar hoe zit het eigenlijk met Aram? Redt hij het nog wel in het leven? De kamers intrigeert van begin tot eind. Ik kon dit boek niet meer wegleggen. Het moest in één ruk uit.


ISBN 9789044534733 | paperback | 285 pagina's| De Geus | maart 2015

© Annemarie, 11 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

alt30 is een schoon getal
Frauke Joossen

‘Ik moet maar eens opstaan en beslissen wat ik ga doen met de rest van mijn leven.’


Aan het woord is Charlie Peeters, 29 jaar oud, alleenstaand en zonder werk. Ook zijn er geen vrienden of vriendinnen, geen auto en binnenkort ook geen appartement, want ze zit ook zonder geld. Er moet iets gebeuren, weet ze, maar eigenlijk komt ze nergens toe. Of toch: ze maakt een lijstje met de punten waaraan ze zal gaan werken: Afvallen; werk vinden; een ander appartement zoeken; promotie maken en o ja, verliefd worden!
Ze zit vol dromen, fantaseert er op los, maar ze komt nauwelijks tot daden. En nu wordt ze binnenkort dertig. Ze bedenkt dat ze zichzelf 100 dagen gaat geven. Of beter: negentig dagen.


“Zie je, dat is het verschil tussen succes en mislukking. Nadenken over de dingen. Zorgen dat het cijfermatig een beetje klopt. Er is zo’n ding, zo’n wetenschap rond cijfers. Kan je je geboortedag bijvoorbeeld tot één cijfer herleiden en dat zegt dan veel over je. 7 brengt dan geluk, denk ik. En 6 ongeluk. Da’s dan het teken van de duivel. Nu ja, drie zessen zijn dat, maar dat zijn details, denk ik. Zo precies moet het allemaal niet zijn.
In elk geval, negentig dus. Deelbaar door drie. Honderd is als moeilijker deelbaar door drie. Anderzijds is ‘De laatste honderd dagen’ natuurlijk wel een beter klinkende titel voor mijn succesverhaal dan 'De laatste negentig dagen’.


En zo babbelt Charlie maar door. De negentig dagen worden er dertig, iedere dag besluit ze van alles, neemt zich steeds opnieuw voor over dit of dat onderwerp een boek te gaan schrijven, maar in feite  doet ze niets. Nou ja, ze vraagt een uitkering aan. En ze zet de eerste stap om als de tijd daar is in de voetsporen van haar vader te stappen.  Ligt daar het probleem? Haar vader is er een jaar eerder na diverse mislukte pogingen eindelijk in geslaagd zelfmoord te plegen. Het is een onderwerp dat haar gedachten steeds meer beheerst. Dertig dagen geeft ze zichzelf. Als het dan nog niets geworden is met haar puntenplan, dan stapt ze er uit.


Een roman over een moderne jonge vrouw die leeft in een wereld waarin alles bereikbaar zou moeten zijn, een wereld waarin alles tot de mogelijkheden behoort, maar er achter komt dat het in de realiteit niet zo uitpakt. Een roman zoals er zo veel zijn.
Zo'n romannetje is het denk je…


Tot Frauke Joossen je keihard om de oren slaat, met een totaal onverwachte verpletterende wending.
Keihard, maar ook zoet; confronterend en  herkenbaar, met een ontknoping die je tot in het diepst van je ziel schokt en toch positief is.


De Vlaamse Frauke Joossen (1972) weet wel waar ze over schrijft. Zij verliet de school zonder diploma op haar achttiende en kreeg op haar tweeëntwintigste een kind. 'Daar komt niet veel goeds van', hoorde ze toen. Intussen is ze al twintig jaar journaliste voor o.a. Flair (waar ze een tijdlang Hoofd Human Interest was), Libelle en Marie Claire. Eerder schreef ze als co-auteur nonfictie. 
Dit is haar debuutroman en wat voor een!


ISBN 9789401435598| Paperback |152 pagina's | Uitgeverij Lannoo | mei 2016

© Marjo, 25 augustus 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altVan Scylla in Charybdis
Tim Boon


2022, Frankrijk, Avignon. De student Yann wordt door zijn vriend Simon meegesleurd naar een bijeenkomst van het rechtse front. Yann wil niet, hij is totaal wars van dat gedachtegoed. Maar Simon wil van geen nee horen, en zo hoort Yann tot zijn grote verbijstering hoe een katholiek, een kardinaal nog wel, oproept tot  afschaffing van de scheiding tussen Kerk en Staat. Samen moeten ze optreden tegen de islam, roept hij. ‘In naam van de Kerk, in naam van de democratie, in naam van de vrijheid van meningsuiting, in naam van alle waarden die hier iets te betekenen hebben, vraag ik jullie, mijn broeders, om op te staan en een front te vormen.’
Een front tegen moslims, tegen de islam. Frankrijk moet volledig gezuiverd worden van andere geloofsovertuigingen.


Yanns verbijstering neemt nog toe: steeds meer mensen in zijn omgeving, ook Simon, worden lid van de extreemrechtse frontpartij. Wat is er gebeurd met verdraagzaamheid, naastenliefde, respect?
Als Marine, het meisje dat hij uit de verte bewonderde, hem aanspreekt en uitnodigt mee te doen met een tegenactie, is Yann dan ook ten volle overtuigd van het gelijk van de groep waar zij de leiding van heeft. Er moet actie ondernomen worden. De wereld moet weten dat niet iedereen het eens is met de nieuwe gang van zaken. Vanaf dat moment wordt Yann meegesleurd in een spannend avontuur, dat evenwel uiterst serieus is. De gevolgen zijn niet te overzien.

Een spannend avontuur, dat is het inderdaad. Maar veel belangrijker is dat het boek een waarschuwing bevat. Terwijl het gedachtegoed tot je doordringt, zijn kleinigheden als tik- of spelfouten niet belangrijk meer. De vorm en de stijl van het verhaal zijn heel toegankelijk voor velen.
Met enige variatie – proloog, epiloog, andere vertellers – wordt deze belangrijke boodschap verpakt in een roman, met zelfs erotiek. Maar waar het leven van een mens draait om liefde geldt dat helaas ook voor geweld. Zo ook in dit boek.
De betekenis van de titel - een uitdrukking - is: van moeilijke omstandigheden in nog moeilijkere omstandigheden terechtkomen. Dat geldt voor de hoofdpersonen in dit boek – de arme Yann is gedoemd vanaf de eerste pagina - maar vooral ook voor de hele wereld, en niet alleen de westerse wereld.


Ik wens van ganser harte dat het verhaal dat Tim Boon ons schetst pure fictie is, maar helaas zijn bepaalde onderdelen al aan de orde. Vreemdelingenhaat, islamofobie, radicalisering, we hebben er al mee te maken. Wat de schrijver doet is ons een toekomst voorspiegelen waarin dit danig uit de hand loopt. Maar is het wel fictie? Als we niet uitkijken gaan we wel die kant op.  Een waarschuwing dus: laten we alsjeblief verstandig blijven!
Wat hier gebeurt, dat willen we niet!

ISBN 978940222791 | paperback | 212 pagina's | Uitgeverij Boekscout | februari 2016

© Marjo, 18 augustus 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Witte Spiegel
Willy van Oost

Ik ben degene die je de schaduwkanten laat zien.
Ik breng je helderheid en zelfherkenning.

(De Witte Spiegel uit de Tzolkin)


Het bovenstaande is het hoofdmotto van dit bijzondere boek. In het verhaal worden de personages namelijk geconfronteerd met zichzelf. Zij krijgen door de ander - zoals hun partner, vriend, vriendin, familie - een spiegel voorgehouden die hen veel leert en verder brengt.

Het verhaal begint met de aankomst van de oud-studievrienden, inmiddels veertigers, in een vakantiehuis in de Ardennen. Zij zijn nu bijna allemaal collega's van elkaar. Daar is Luc die het weekend georganiseerd heeft. Hij is ex-leraar en nu eigenaar van hovenierscentrum met veel Brocante. Hij verwelkomt Magda (lerares Nederlands) en Tracy (lerares Engels) die als eerste arriveren, vervolgens komt Boy (leraar wiskunde) en als laatste komt Pip binnenstappen. Pip is de enige van het gezelschap die jonger is. Deze dertigjarige woont in Parijs en is kunstenares. Het gezelschap kent elkaar in feite al jaren maar kennen ze elkaar werkelijk?

Die vraag is de kern van dit verhaal. Vervolgens maken we in elk hoofdstuk kennis met twee mensen en lezen we hun gedachten of levensloop. Het begint met Pip en Luc die járen geleden, een relatie hadden. Pip is razend op haar beste vriendin Sita die haar bedonderd heeft met Luc. Denkt ze... maar het zit heel anders. Luc valt op mannen en Pip is verbijsterd, waarom heeft ze dat niet gemerkt?

Vervolgens ontmoeten we in het volgende hoofdstuk Lodewijk en Magda, hij bedonderde haar, maar deze keer is het wél waar. Magda is in shock maar weet ook hoe het komt, het komt door toen, heel lang geleden, toen dat vreselijke gebeurde.

Langzamerhand leren we het hele gezelschap en hun geheimen kennen. Het frappante is dat zij al die jaren die geheimen, die schaduwkanten die hun leven zo beïnvloeden, niet weten van elkaar. Er wordt wel eens wat gezegd, er wordt wel eens een opmerking gemaakt. Men vermoedt wel dingen maar uitgesproken worden ze niet.

We leren Boy kennen en zijn nieuwe vriendin Barbara, een huisarts, die haar zus Roos op jonge leeftijd verloren heeft. Erover spreken wil ze niet.
We lezen dat Tracy, die goed bevriend met Magda is, een dochter Lotte heeft, maar niemand mag weten wie de vader is, zelfs de vader zelf niet. Dat houdt ze strikt geheim. Maar nu is Tracy ongeneeslijk ziek. Nu is alles anders en de bal begint te rollen. Maar niet alleen bij Tracy.

Wat zo knap is aan dit verhaal is dat alles en iedereen, ook de partners en de ouders van de personages, in elkaars leven verweven raken. Alles haakt in elkaar. Alles heeft een oorzaak en een gevolg. Elk personage heeft een functie. Het gebeuren bij de een heeft verstrekkende gevolgen bij de ander. We zien dat mensen hun ware zelf verbergen achter een houding of bijvoorbeeld een mooi uiterlijk. De een blijkt gruwelijk jaloers, anderen zijn innerlijk kapot gemaakt of nooit over die ene grote liefde heen gekomen en sindsdien eeuwig zoekende. We zien dat mensen geen rust in hun lijf en leven hebben. Spreken daarover doen ze echter niet, ze houden zich groot, maar achter hun façade schuilt een ander mens.


Toch... de bal is gaan rollen, alles komt langzamerhand naar boven. De vrienden worden opener naar elkaar toe, vertellen elkaar hun 'spook' waar ze mee worstelen, besluiten iets te doen om vooruit, om verder te komen. Maar bij één personage speelt er iets waarvan zij absoluut niet wil dat mensen dat ontdekken en ze gaat heel ver om dat te voorkomen en dan wordt de hele situatie nog behoorlijk op het spits gedreven en flink spannend.


Willy van Oost heeft voor elk hoofdstuk een submotto geplaatst van een dichter, schrijver, filosoof zanger en dergelijke, die ze letterlijk verwerkt in dat hoofdstuk. De schrijfster laat op overtuigende wijze zien dat mensen veelal in twee werelden leven. De uiterlijke en de innerlijke wereld en hoe enorm deze van elkaar kunnen verschillen. Een enkele keer past ze deze twee werelden letterlijk toe en lezen we in de schuingedrukte letters over de andere wereld die er ook is of kan zijn.


Een heel bijzonder, knap geschreven, intelligent debuut dat meer aandacht verdient dan het nu krijgt. Een debuut dat vraagt om meer boeken van deze schrijfster.


ISBN 9789402224016 | Paperback | 189 pagina's | Uitgeverij Boekscout | 12 februari 2016

© Dettie, 20 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altTerug naar vandaag
Marko Poucki


Zeventien verhaaltjes, de kortste anderhalve pagina lang, de overige het dubbele.
Zeker weten doen we het niet, want het staat nergens vermeld, maar het lijkt er op dat het allemaal persoonlijke stukjes zijn: overdenkingen over nu, herinneringen aan het verleden, steeds geschreven in de ik-persoon, daarbij soms een jij aansprekend, waarschijnlijk een partner, soms een kind.


Er is het mooie verhaal over een droom over huisje, boompje, beestje. Maar natuurlijk moet daar overleg over gepleegd worden, je moet er samen uitkomen. Het slot is dan ook heel mooi.
Er is de verbazing over de wereld, over de omgeving die veelal Gronings is: een haven, een dorp.
Er is een verstilde beschrijving van die haven, een oude scheepswerf, waar de verteller ook in zijn jeugd al tijd doorbracht en waar hij nu zit te mijmeren over vroeger, over dromen. Totdat de realiteit hem tot de orde roept.
Er zijn meer verhalen over dromen: de man die ooit faalde voor de conditietest die hem zou toelaten tot de politieopleiding. Hij droomt er nog steeds over. Dan is er dus maar één oplossing.
Mooi zijn de verhaaltjes waarin kleine kinderen een rol hebben: een kind dat papegaait hetgeen tot verrassingen leidt. Natuurlijk is het een prietpraatverhaal, maar het blijft leuk. En het is goed verteld.


Marko Poucki heeft een duidelijke verteltrant. Geen poespas, weinig samengestelde zinnen. Dat past goed bij dit soort kleine verhaaltjes. Klein niet alleen qua lengte, maar ook qua onderwerp. Een enkel facet van het ouder zijn of van het vader zijn wordt uitvergroot tot een verhaal waarin humor zeker niet ontbreekt.
Vermelding verdient nog het verhaal over de verjaardag. Een verjaardag vieren, waarom zou je het doen? Opzitten en pootjes geven, niks voor de ik-figuur. Dus wordt er al jaren niets gevierd. Maar dan komen er kinderen...

Marko Poucki (Delfzijl, 1977) studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit in Groningen. Naast zijn loopbaan als jurist, is hij actief bij de vrijwillige politie, maar bovenal is hij romanticus, een troubadour. Niet voor niets is schrijven zijn grote passie. Terug naar vandaag is Poucki’s debuutbundel.


ISBN  9789491773433 | paperback | 61 pagina's | Uitgeverij Palmslag| mei 2016

© Marjo, 24 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Braziliaans Goud
Een roman over adoptie en down/liefde
Nelleke Posthumus Meyjes


In deze debuutroman vertelt Nelleke over Serafina, haar oudste dochter, een kind met het syndroom van Down. Serafina werd geboren in de sloppenwijken van Sáo Paulo en was vier maanden oud toen Nelleke haar in haar armen gelegd kreeg. - Nelleke woonde toentertijd met haar inmiddels ex-man Steven in Brazilië. - Serafina heeft een tweelingzusje dat het syndroom niet heeft. Nelleke en Steven wilden ook het zusje adopteren maar dat was al 'weg'. Later is door Nelleke nog geprobeerd contact te leggen tussen de twee zusjes maar uiteindelijk ketste de ontmoeting af dankzij de adoptieouders van Serafina's zusje. Later kreeg Serafina nog twee broertjes Teodor en Yamandu. Zij zijn niet geadopteerd maar geboren dankzij donorvaders omdat Nelleke en haar man samen geen kinderen konden krijgen.


Je zou, gezien dit bovenstaande, denken dat het een non-fictie boek is en deels is het inderdaad een autobiografisch boek. Maar Nelleke heeft haar verhaal in een bijzondere vorm gegoten. Zij laat namelijk, buiten zichzelf, diverse personen aan het woord, inclusief Serafina en zelfs de -onbekende-  biologische moeder van Serafina. Dit maakt dat je de diverse kanten van Serafina leert kennen, wat een bijzonder beeld oplevert.


Nelleke vertelt dat Serafina, inmiddels twaalf jaar oud, net als elk kind in de loop der jaren een heel eigen karakter ontwikkeld heeft. Soms laat ze zich van een oervervelende kant zien en zet ze haar gezicht op 'malle eppie' zoals Nelleke het noemt. Er zijn ook gênante ogenblikken - waar ik stiekem wel om moet lachen - want Serafina heeft soms de gewoonte iemand keihard in zijn/haar kruis te grijpen.
Maar Serafina kan ook ineens een heel andere kant van zichzelf laten zien en dan komen er bijzondere, wijze uitspraken en inzichten uit haar mond, die maken dat Nelleke de wereld ineens met andere ogen bekijkt. Serafina weet namelijk bepaalde vervelende situaties haarfijn aan te voelen en te duiden. Niemand kan er omheen wat zij dan hardop opmerkt. 

Nelleke laat ook Serafina haar verhaal doen in haar eigen taal. Dat weet ze te bewerkstelligen door de tekst in een soort 'dichtvorm' te gieten. Bijvoorbeeld:


Ik vraag haar (=mama) altijd of ze boos is of gewoon of blij.
Ik kijk altijd naar
Haar. Als ze blij is is het fijn. Grapjes. Verkleedkleren. [...]
Als ze lacht, lacht het in mij. Ik maak tekeningen
Als ze huilt ben ik kwijt. Ik moet haar helpen om
Weer gevonden te worden. Het is niet veilig zonder mama. Ze
Mag niet huilen of dor kijken. [...]


Tussen de verhalen van Nelleke door lezen we observaties van artsen, hulpverleners, de juf etc. Soms zijn die zwaar ontmoedigend, bijna beledigend, soms vol liefde en begrip.


'Wat heeft Serafina ons te zeggen? wat wil ze ons zeggen? Daar gaat het om, dat we dat leren verstaan.'
Juf Marian


Nelleke laat ook Serafina's broertjes vertellen over hun grote zus waar ze gek op zij, maar zij vonden het ook moeilijk dat ze naar Nederland moesten verhuizen omdat daar de voorzieningen beter zijn voor hun zus. De verhuizing had overigens op Serafina een grote impact en het duurde lang voor ze haar draai weer gevonden had.


Bijzonder is ook dat Nelleke het denkbeeldige verhaal van de biologische moeder in het boek verwerkt heeft. Vanaf het moment dat ze weet dat ze in verwachting is en hulp zoekt tot het uiteindelijke afstaan van haar tweeling wordt alles heel invoelend en vol mededogen weergegeven.


Voor de duidelijkheid, het is Nelleke zelf die al die monden laat praten en dat is ook de kracht van het verhaal. Door de afwisseling van 'stemmen' en inzichten krijg je een heel mooi beeld van het leven van Serafina en haar omgeving.
Heb het boek met enorm veel plezier gelezen.


ISBN 9789461539052 | Paperback | 272 pagina's | Uitgeverij Aspekt | maart 2016

© Dettie, 12 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER