Debuten

Op deze pagina worden recensies geplaatst over boeken van debuterende schrijvers/schrijfsters.


Ook dit jaar lezen Marjo, Annemarie en Dettie de debuten, die op de inzendingenlijst van de ANV Debutantenprijs staan, weer mee.
Zij proberen zoveel mogelijk de boeken die op de lijst van inzendingen staan te lezen en recenseren maar ook andere debuten die (nog) niet op de lijst staan hebben hun belangstelling.
Boeken die ze hebben gelezen staan op deze pagina en in het archief


Zie ook: 
DordtLiterair

en de interessante nieuwe site Van debutant tot bestseller

 

altDe terugkeerling
Patrick Pouw


Twee mannen, die in Utrecht elkaars pad kruisen. Zo verschillend, en toch ook zo hetzelfde: Pjotr van Wijk en Mohammed el Amrani.

Mohammed, roepnaam Mo, groeide op als zoon van Marokkaanse ouders, in de wijk kanaleneiland. Pjotr van Wijk groeide op in Nieuwegein, met een atheïstische vader, die tot Pjotrs grote ergernis les gaf op de middelbare school waar hij zijn diploma haalde. Op zijn veertiende kwam Pjotr in aanraking met de islam, drie jaar later woonde hij anti-kraak in Utrecht, veranderde van school en trok hij op met Marokkaanse jongeren. Hij bezocht de moskee, en droeg een djellaba. De grootste verandering was zijn naam: geen Pjotr meer, maar Bilal. Zoals Mo terecht observeerde, toen hij op een dag toevallig zijn pad kruiste: ‘Bekeerlingen... Waarom moeten ze altijd roomser zijn dan de paus?’


Ook Mo had het thuis niet naar zijn zin. Zijn vader leefde alleen om zijn droom te verwezenlijken: een moskee in de wijk. Toen hij plotseling overleed verwachtte zijn moeder dat Mohammed zijn school zou afmaken, maar daarna moest hij geld binnenbrengen. De jongere broer was zijn moeders oogappel, die werd verwend. Waarom Mo niet in de smaak viel, heeft hij nooit begrepen, en hij greep zijn kans toen na zijn eindexamen Melissa op zijn pad kwam. Met haar beleefde hij enkele idyllische maanden, en door haar toedoen kon hij ook een droom verwezenlijken: studeren in Engeland, waar hij ook ging werken.


Dan wordt het 6 november 2001: de moord op Theo van Gogh. Zonder dat ze het van elkaar weten drukt de moord zijn stempel op de levens van de twee jongemannen. Zij komen elkaar in het begin van het verhaal, tien jaar na de moord,  op straat tegen: een roodharige, vadsige bleke man in een djellaba en een donkere man, die met alcohol over straat loopt. Ze vinden elkaar meteen verfoeilijk, zonder te weten dat hun beider lot aan elkaar verbonden is.


Om en om volgt de lezer de mannen, in het heden en het verleden. Dat maakt het verhaal wel interessanter, maar niet zo makkelijk te volgen. Herhaaldelijk teruglezen is nodig. Het is een verhaal vol verrassingen, de dingen zijn anders dan je zou verwachten. De stijl is heel modern, met ook niet vertaalde Arabische woorden, waarvan de betekenis soms wel, maar niet altijd uit de context valt op te maken.
Het geheel is vooral een aanrader als je een inkijkje wil in het gedachtegoed van een radicale moslim. Maar ter verstrooiing zijn er ook algemene verhaallijnen over jongeren die in deze tijd opgroeien.


Patrick Pouw (1972) is journalist en gespecialiseerd in berichtgeving over moslims in Nederland en schreef o.a.’ Salaam! : een jaar onder orthodoxe moslims’. De terugkeerling is zijn romandebuut. Het wachten is op de verfilming.


ISBN  9789048829620 | Paperback | 320 pagina's | Uitgeverij Lebowski | januari 2016

© Marjo, 26 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altZwarte ogen
Thijs Feuth


‘Had men Karel enkele maanden voor zijn vertrek gevraagd wie hij was, dan had hij zijn curriculum vitae opgesomd. Thans zou hij zichzelf definiëren als een wezen dat voedsel en warmte nodig had om te overleven. De wildernis was zijn habitat geworden, de fiets zijn levensverzekering. Overlevingsdrang had zijn plichtsbesef verdrongen – zijn trotse moraal erodeerde als een zandkasteel in de wind.’


Waarom laat Karel Marsman - in de ogen van zijn omgeving plotseling - zijn baan voor wat het is en neemt hij zelfs die nieuwe uitdaging die hem geboden wordt niet aan?  Wat ligt er achter zijn besluit om te vertrekken naar het Hoge Noorden? Hij fietst door de wouden en moerassen van Finland, waar hij alleen rendieren tegenkomt. En een eekhoorn.
De directe aanleiding voor zijn vertrek was ook een eekhoorn, die hem met zijn zwarte ogen aankeek. De oorzaak evenwel is een voorval in het verleden, die hij niet verwerkt heeft.


Terwijl hij reist, per trein en fietsend (!) ontmoet hij af en toe een medemens, met wie hij de discussie aangaat. Ook in zichzelf overdenkt hij allerlei onderwerpen: wat houdt het noodlot in en bestaat er toeval. Hoop, schuld, vergelding, leven en dood.


‘Godsdienst was een interessant speelveld van het lot, dacht Karel, want hij wordt slechts zelden in vrijheid gekozen, maar doorgaans met de paplepel ingegoten.’


‘Als je de levensloop van een moordenaar onder de loep neemt, zul je zien dat, in de meeste gevallen, de misdaad voorkomt uit psychologische verstoringen: trauma’s, psychoses of simpelweg een ongelukkige jeugd. (-) Criminelen zijn slachtoffers zonder uitzondering. Op het eerste gezicht misschien onvoorstelbaar, maar dat komt omdat we het kwaad het liefst personificeren. We willen een duivel kunnen aanwijzen en bestraffen. Wie leent zich daar meer voor dan schurken en bandieten?’


De hoofdpersoon raakt steeds meer in de war, waardoor de lezer ook niet altijd zeker is van de realiteit. Noch van het verleden. Al moet er iets ernstigs gebeurd zijn. De afloop lijkt wel degelijk onontkoombaar.


Thijs Feuth (Nijmegen, 1981) is een bekende marathonloper en behoort tot de  Nederlandse top. Hij heeft geneeskunde gestudeerd in Amsterdam en werkt als arts in Fins Lapland.
Dit boek is zijn debuut, een verhaal voor een geïnteresseerde lezer die moeite wil doen om zijn denkbeelden te volgen. In de stijl vind je een geletterde intellectueel terug die naarmate het trauma duidelijk wordt, zichzelf verliest.
Zeker de moeite waard!


ISBN  9789029502696 | Paperback| 208 pagina's | Uitgeverij De Arbeiderspers| oktober 2015

© Marjo, 21 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

height="167"De kamers
Lucas de Waard


Met een welgemikte trap tegen een voetbal heeft Aram de Smet zijn carrière bij de televisie om zeep geholpen. De plagerige insteek van het programma leek aanvankelijk een succes. Ook met het achtjarige knulletje dat bijzonder goed kon keepen, zou de draak gestoken worden. Aram zou hem op een snoeiharde bal trakteren. Het talentvolle keepertje zou dan op televisie allesbehalve vaardig overkomen. Deze vreemde vorm van humor deed het goed bij het publiek.


Het liep allemaal iets anders dan gepland. De bal werd inderdaad niet gestopt. Per ongeluk trapte Aram de bal keihard tegen het hoofd van het jonge talent waardoor het kind een nekwervel brak. Het was meteen gedaan met de ontluikende voetbalcarrière van het jochie en ook Arams carrière bij de televisie was voorbij. Uiteraard werd het filmpje een ware hit op de sociale media. Aram werd het mikpunt van spot. Zijn nieuwe publiek was meedogenloos.


Gelukkig lijkt zijn vrouw Liz het geen probleem te vinden dat hij lusteloos op de bank hangt en zakken chips verslindt. Aram weet dat hij zijn leven weer op moet pakken maar het valt hem zwaar. Een groot gevoel van moedeloosheid is als een nevel op hem neergedaald. Op straat kijkt iedereen naar hem. Eindelijk is hij beroemd, alleen niet op de manier die hij voor ogen had. Zijn fanmail bestaat uit enveloppen met muizenvallen, dode ratten of hondenpoep. Niet iedereen heeft het slecht met hem voor, maar met vriendelijke mensen weet Aram zich al helemaal geen raad.


Terwijl Aram moed verzamelt om de voordeur van een nieuwe laag verf te voorzien, wordt Liz volledig door haar werk opgeslokt. Er is een meisje verdwenen. De veertienjarige Pandora de Jager is zoek. Wanneer Aram stiekem een kijkje in het dossier van de vermissingszaak neemt, schrik hij. In het dossier staat een naam die hij maar al te goed kent. Is zijn oude vriend Bo een verdachte? Aram heeft de afgelopen jaren zo min mogelijk aan Bo proberen te denken. Vroeger waren ze onafscheidelijk, tot Aram zijn beste vriendje in de steek liet.


Bo op zijn beurt heeft vaak aan Aram gedacht. Aram is de enige die zijn geheim weet. Bo kan de gedachtes van andere mensen horen. Hij was nog maar een kind toen het voor het eerst gebeurde. Ineens dook er een stem in zijn hoofd op. Sindsdien klinkt er een kakafonie van stemmen. Bo hoort de meest schaamteloze gedachten van nietsvermoedende mensen in zijn omgeving. Hij weet alles over iedereen. Alleen de gedachten van Aram hebben zich nooit aan hem geopenbaard. Bo weet ook niet waarom. Hij weet ook niet waarom juist hij deze gave heeft.


De naam in het dossier laat Aram niet meer los. Hij heeft nooit geloofd dat Bo de gedachtes van andere mensen kan horen. Aram is van mening dat de stemmen door de geest van Bo worden gecreëerd. Hij hoopt dat Bo hulp voor zijn probleem heeft gezocht. Is het toeval dat de labiele Bo in de buurt van Pandora is gezien? Aram deelt zijn zorgen met Liz maar die neemt hem niet serieus. Er zit niets anders op dan Bo zelf te gaan zoeken. Aram heeft immers heel wat goed te maken.


De kamers is het romandebuut van Lucas de Waard. Hij sleepte er een nominatie voor De Schaduwprijs mee in de wacht en dat is niet verwonderlijk. Deze auteur hanteert een scherpe maar tegelijkertijd invoelende pen. Zijn schrijverstalent komt niet alleen uit zijn schrijfstijl naar voren maar ook de manier waarop hij het onderwerp heeft aangepakt, trekt de aandacht. Het verhaal is spannend en diepgaand. Wat is er met Pandora gebeurd? Heeft Bo werkelijk iets met haar verdwijning te maken?


Lucas de Waard tekent in dit verhaal een uitgebreid psychologisch profiel van zowel Bo als Aram op. Bo heeft dringend hulp nodig maar hoe zit het eigenlijk met Aram? Redt hij het nog wel in het leven? De kamers intrigeert van begin tot eind. Ik kon dit boek niet meer wegleggen. Het moest in één ruk uit.


ISBN 9789044534733 | paperback | 285 pagina's| De Geus | maart 2015

© Annemarie, 11 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe luchtvegers
Coco Schrijber


Gientje Schaaf woont in Doesburg, met haar ouders. Het is 1936.
De oorlog komt: op de eerste dag wordt haar vader doodgeschoten. Haar moeder besluit niet in de Achterhoek te blijven, ze verhuizen naar Roermond. Vlak voor de verhuizing ziet Gientje iemand naderbij strompelen:


‘Zijn broek is te kort, zijn voeten steken in klompen en hij heeft een damesbontjasje aan. De man ziet er komisch uit, zijn armen priemen als staken uit de veel te korte bontmouwen. Hij komt dichterbij, het is geen man, het is een jongen. Als hij niet zo graatmager was zou hij best knap zijn.’


Deze figuur zal later opnieuw opduiken in haar leven. Gientje past zich goed aan in de nieuwe stad, maar wordt tot haar verbazing uit huis geplaatst. Voor even denkt ze, ze wordt vast snel opgehaald. Maar wie er komt, geen moeder. En Gientje blijft in het nonnenklooster, waar ook andere meisjes - maar dat zijn wezen! - opgevangen worden.


Het verhaal van De jonge Gientje wordt afwisselend verteld met dat van Minnie, die ook op jonge leeftijd haar vader verliest. Haar leven speelt zich af in de jaren zestig-zeventig. Zij heeft twee broers, maar haar moeder is een kille mevrouw, niet in staat haar kinderen lief te hebben. Later wordt duidelijk wie de moeder van Minnie is, in het begin is het gissen naar wat er precies verteld wordt in het boek.
Als de verhaallijnen van Gientje en Minnie bij elkaar komen, wordt ook pas het thema duidelijk. Natuurlijk is dat de moeder-dochterrelatie, maar daarnaast ook het verwerken van oorlogstrauma’s, het tweedegeneratieprobleem, en wat voor vreselijks er in dat nonnenklooster gebeurde.


Coco Schrijber is filmregisseur (1961) en won met haar films en essays al diverse prijzen. Dat talent voor filmmaken komt duidelijk naar voren in deze roman. Het is erg verfilmbaar, en waarschijnlijk is een film makkelijker te volgen als nu het boek. Bovendien is het teveel: teveel thema’s, teveel personages. Maar er staan mooie zinnen in.


‘Hun samenzijn was een zwerm spreeuwen geweest die uit het niets opdook, samenklonterde en weer uiteenspatte.’


‘Minnies antwoordapparaat heeft niets te doen.‘


ISBN  9789021458854 | paperback | 368 pagina's | Uitgeverij Querido | september 2015

© Marjo, 9 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet scheve meisje
Yvon Né


‘Ik sta een hele tijd achter het zwarte doek. Vanaf het moment dat ze met elkaar kennismaken is daar mijn plaats. Moeder is dan pas zeventien. Vader negenentwintig. Ik heb lange tijd gedacht dat zowel hun ontmoeting als mijn geboorte een toevalligheid is, een onbeduidende speling van het lot. Inmiddels weet ik dat een dergelijk lichtzinnig toeval niet kan bestaan. Niets is zonder reden. Wat me overkwam heeft direct een richting.’


Een naamloos blijvend meisje wordt geboren als oudste dochter bij een echtpaar dat niet anders had verwacht dan dat ze een ‘normale’ dochter zouden hebben. Maar het kind is anders en ze weten niet hoe ze met haar moeten omgaan. Haar ontwikkeling is aan de trage kant, zodat ze denken dat er iets mis is. Maar het is vooral haar bedachtzame manier van doen, het anders bezien van de dingen om haar heen waar de ouders moeite mee hebben. Die denken pas te ontdekken dat ouderschap leuk kan zijn als het broertje – eveneens naamloos – geboren wordt. Want hij ontwikkelt zich zoals ze dat van een kind verwachten.


Mede aan de hand van foto’s die genomen zijn door de vader reconstrueert de schrijfster haar leven. In de tijd dat een kind gezien werd als de vervulling van een gezin, als iets wat God geboden had, groeide zij op. Een kind werd niet gezien als een gelijke, maar werd ook niet gepamperd. Je kon eigenlijk niets met een kind behalve het ‘tentoonstellen’ aan de buitenwereld. Een kind hoort te doen wat de ouders willen. Zelf nadenken is nergens voor nodig.


De ouders van het meisje laten zich weinig gelegen liggen aan hun kind. Het is er, maar daar rekening mee houden? Als het kind bij andere mensen ziet dat het wel degelijk anders kan, zegt ze tegen haar ouders dat ze het niet goed doen. Het geeft de tweeledigheid aan: het kind voelt zich anders, en beseft dat het niet helemaal aan haarzelf ligt. Met een andere benadering zou ze ‘beter’ kunnen zijn.


‘Mijn ouders hebben een praktische benadering. Ik ben hun niet tot last en zij zijn mij niet tot last. Ik ben pas twee, ze vinden me te jong voor onderwijs of gedachten. Dit betekent niet dat ze weekhartige ideeën hebben over de kinderziel. Hun betrokkenheid op mij is verstandelijk. Toch praten ze niet met me en ik praat niet met hen. Dat beperkt de onderlinge uitwisseling tot een minimum. Zo ontgaat het me volledig dat er plannen voor de zomer gemaakt worden.’


Yvon Né vertelt over de eerste elf jaren van een kinderleven in een taal die daarbij past. Als volwassene weet de schrijfster natuurlijk wat er niet goed was. Haar vader is een egoïstische man, die zelf de maat van alle dingen is. Hij boort het meisje steeds opnieuw de grond in. Ze is maar een meisje, en een meisje is per definitie niets waard. Het kind is verontwaardigd maar kan er niets mee. Haar moeder zou het wel anders willen, maar ook zij is slachtoffer van haar tijd waarin velen ook zo dachten.
De wereld ziet er bezien door kinderogen anders uit. Interpretatie van wat er gebeurt is moeilijk, het begripskader groeit slechts langzaam mee. In dit geval is het extra lastig, omdat het meisje het helemaal zelf moet doen. De enkele mensen die haar begrijpen - o.a. een juf op school - verdwijnen snel weer uit haar leven.


Het is een boek dat uitnodigt om af en toe op een willekeurige pagina een stukje tekst te lezen, prachtig geschreven als het is in een haast poëtische stijl. Je ziet het kind door de tekst heen, je voelt haar worsteling met de wereld die zij niet begrijpt en die op haar beurt het kind niet begrijpt.


Yvon Né  schreef eerder dichtbundels Hier mag niets af zijn (2009) en De werkelijkheid houdt het lang vol. (2014). Het Scheve Meisje is haar prozadebuut.


ISBN  9789044536713 | Paperback| 280 pagina's | Uitgeverij de Geus | april 2016

© Marjo, 16 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Witte Spiegel
Willy van Oost

Ik ben degene die je de schaduwkanten laat zien.
Ik breng je helderheid en zelfherkenning.

(De Witte Spiegel uit de Tzolkin)


Het bovenstaande is het hoofdmotto van dit bijzondere boek. In het verhaal worden de personages namelijk geconfronteerd met zichzelf. Zij krijgen door de ander - zoals hun partner, vriend, vriendin, familie - een spiegel voorgehouden die hen veel leert en verder brengt.

Het verhaal begint met de aankomst van de oud-studievrienden, inmiddels veertigers, in een vakantiehuis in de Ardennen. Zij zijn nu bijna allemaal collega's van elkaar. Daar is Luc die het weekend georganiseerd heeft. Hij is ex-leraar en nu eigenaar van hovenierscentrum met veel Brocante. Hij verwelkomt Magda (lerares Nederlands) en Tracy (lerares Engels) die als eerste arriveren, vervolgens komt Boy (leraar wiskunde) en als laatste komt Pip binnenstappen. Pip is de enige van het gezelschap die jonger is. Deze dertigjarige woont in Parijs en is kunstenares. Het gezelschap kent elkaar in feite al jaren maar kennen ze elkaar werkelijk?

Die vraag is de kern van dit verhaal. Vervolgens maken we in elk hoofdstuk kennis met twee mensen en lezen we hun gedachten of levensloop. Het begint met Pip en Luc die járen geleden, een relatie hadden. Pip is razend op haar beste vriendin Sita die haar bedonderd heeft met Luc. Denkt ze... maar het zit heel anders. Luc valt op mannen en Pip is verbijsterd, waarom heeft ze dat niet gemerkt?

Vervolgens ontmoeten we in het volgende hoofdstuk Lodewijk en Magda, hij bedonderde haar, maar deze keer is het wél waar. Magda is in shock maar weet ook hoe het komt, het komt door toen, heel lang geleden, toen dat vreselijke gebeurde.

Langzamerhand leren we het hele gezelschap en hun geheimen kennen. Het frappante is dat zij al die jaren die geheimen, die schaduwkanten die hun leven zo beïnvloeden, niet weten van elkaar. Er wordt wel eens wat gezegd, er wordt wel eens een opmerking gemaakt. Men vermoedt wel dingen maar uitgesproken worden ze niet.

We leren Boy kennen en zijn nieuwe vriendin Barbara, een huisarts, die haar zus Roos op jonge leeftijd verloren heeft. Erover spreken wil ze niet.
We lezen dat Tracy, die goed bevriend met Magda is, een dochter Lotte heeft, maar niemand mag weten wie de vader is, zelfs de vader zelf niet. Dat houdt ze strikt geheim. Maar nu is Tracy ongeneeslijk ziek. Nu is alles anders en de bal begint te rollen. Maar niet alleen bij Tracy.

Wat zo knap is aan dit verhaal is dat alles en iedereen, ook de partners en de ouders van de personages, in elkaars leven verweven raken. Alles haakt in elkaar. Alles heeft een oorzaak en een gevolg. Elk personage heeft een functie. Het gebeuren bij de een heeft verstrekkende gevolgen bij de ander. We zien dat mensen hun ware zelf verbergen achter een houding of bijvoorbeeld een mooi uiterlijk. De een blijkt gruwelijk jaloers, anderen zijn innerlijk kapot gemaakt of nooit over die ene grote liefde heen gekomen en sindsdien eeuwig zoekende. We zien dat mensen geen rust in hun lijf en leven hebben. Spreken daarover doen ze echter niet, ze houden zich groot, maar achter hun façade schuilt een ander mens.


Toch... de bal is gaan rollen, alles komt langzamerhand naar boven. De vrienden worden opener naar elkaar toe, vertellen elkaar hun 'spook' waar ze mee worstelen, besluiten iets te doen om vooruit, om verder te komen. Maar bij één personage speelt er iets waarvan zij absoluut niet wil dat mensen dat ontdekken en ze gaat heel ver om dat te voorkomen en dan wordt de hele situatie nog behoorlijk op het spits gedreven en flink spannend.


Willy van Oost heeft voor elk hoofdstuk een submotto geplaatst van een dichter, schrijver, filosoof zanger en dergelijke, die ze letterlijk verwerkt in dat hoofdstuk. De schrijfster laat op overtuigende wijze zien dat mensen veelal in twee werelden leven. De uiterlijke en de innerlijke wereld en hoe enorm deze van elkaar kunnen verschillen. Een enkele keer past ze deze twee werelden letterlijk toe en lezen we in de schuingedrukte letters over de andere wereld die er ook is of kan zijn.


Een heel bijzonder, knap geschreven, intelligent debuut dat meer aandacht verdient dan het nu krijgt. Een debuut dat vraagt om meer boeken van deze schrijfster.


ISBN 9789402224016 | Paperback | 189 pagina's | Uitgeverij Boekscout | 12 februari 2016

© Dettie, 20 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altTerug naar vandaag
Marko Poucki


Zeventien verhaaltjes, de kortste anderhalve pagina lang, de overige het dubbele.
Zeker weten doen we het niet, want het staat nergens vermeld, maar het lijkt er op dat het allemaal persoonlijke stukjes zijn: overdenkingen over nu, herinneringen aan het verleden, steeds geschreven in de ik-persoon, daarbij soms een jij aansprekend, waarschijnlijk een partner, soms een kind.


Er is het mooie verhaal over een droom over huisje, boompje, beestje. Maar natuurlijk moet daar overleg over gepleegd worden, je moet er samen uitkomen. Het slot is dan ook heel mooi.
Er is de verbazing over de wereld, over de omgeving die veelal Gronings is: een haven, een dorp.
Er is een verstilde beschrijving van die haven, een oude scheepswerf, waar de verteller ook in zijn jeugd al tijd doorbracht en waar hij nu zit te mijmeren over vroeger, over dromen. Totdat de realiteit hem tot de orde roept.
Er zijn meer verhalen over dromen: de man die ooit faalde voor de conditietest die hem zou toelaten tot de politieopleiding. Hij droomt er nog steeds over. Dan is er dus maar één oplossing.
Mooi zijn de verhaaltjes waarin kleine kinderen een rol hebben: een kind dat papegaait hetgeen tot verrassingen leidt. Natuurlijk is het een prietpraatverhaal, maar het blijft leuk. En het is goed verteld.


Marko Poucki heeft een duidelijke verteltrant. Geen poespas, weinig samengestelde zinnen. Dat past goed bij dit soort kleine verhaaltjes. Klein niet alleen qua lengte, maar ook qua onderwerp. Een enkel facet van het ouder zijn of van het vader zijn wordt uitvergroot tot een verhaal waarin humor zeker niet ontbreekt.
Vermelding verdient nog het verhaal over de verjaardag. Een verjaardag vieren, waarom zou je het doen? Opzitten en pootjes geven, niks voor de ik-figuur. Dus wordt er al jaren niets gevierd. Maar dan komen er kinderen...

Marko Poucki (Delfzijl, 1977) studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit in Groningen. Naast zijn loopbaan als jurist, is hij actief bij de vrijwillige politie, maar bovenal is hij romanticus, een troubadour. Niet voor niets is schrijven zijn grote passie. Terug naar vandaag is Poucki’s debuutbundel.


ISBN  9789491773433 | paperback | 61 pagina's | Uitgeverij Palmslag| mei 2016

© Marjo, 24 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Braziliaans Goud
Een roman over adoptie en down/liefde
Nelleke Posthumus Meyjes


In deze debuutroman vertelt Nelleke over Serafina, haar oudste dochter, een kind met het syndroom van Down. Serafina werd geboren in de sloppenwijken van Sáo Paulo en was vier maanden oud toen Nelleke haar in haar armen gelegd kreeg. - Nelleke woonde toentertijd met haar inmiddels ex-man Steven in Brazilië. - Serafina heeft een tweelingzusje dat het syndroom niet heeft. Nelleke en Steven wilden ook het zusje adopteren maar dat was al 'weg'. Later is door Nelleke nog geprobeerd contact te leggen tussen de twee zusjes maar uiteindelijk ketste de ontmoeting af dankzij de adoptieouders van Serafina's zusje. Later kreeg Serafina nog twee broertjes Teodor en Yamandu. Zij zijn niet geadopteerd maar geboren dankzij donorvaders omdat Nelleke en haar man samen geen kinderen konden krijgen.


Je zou, gezien dit bovenstaande, denken dat het een non-fictie boek is en deels is het inderdaad een autobiografisch boek. Maar Nelleke heeft haar verhaal in een bijzondere vorm gegoten. Zij laat namelijk, buiten zichzelf, diverse personen aan het woord, inclusief Serafina en zelfs de -onbekende-  biologische moeder van Serafina. Dit maakt dat je de diverse kanten van Serafina leert kennen, wat een bijzonder beeld oplevert.


Nelleke vertelt dat Serafina, inmiddels twaalf jaar oud, net als elk kind in de loop der jaren een heel eigen karakter ontwikkeld heeft. Soms laat ze zich van een oervervelende kant zien en zet ze haar gezicht op 'malle eppie' zoals Nelleke het noemt. Er zijn ook gênante ogenblikken - waar ik stiekem wel om moet lachen - want Serafina heeft soms de gewoonte iemand keihard in zijn/haar kruis te grijpen.
Maar Serafina kan ook ineens een heel andere kant van zichzelf laten zien en dan komen er bijzondere, wijze uitspraken en inzichten uit haar mond, die maken dat Nelleke de wereld ineens met andere ogen bekijkt. Serafina weet namelijk bepaalde vervelende situaties haarfijn aan te voelen en te duiden. Niemand kan er omheen wat zij dan hardop opmerkt. 

Nelleke laat ook Serafina haar verhaal doen in haar eigen taal. Dat weet ze te bewerkstelligen door de tekst in een soort 'dichtvorm' te gieten. Bijvoorbeeld:


Ik vraag haar (=mama) altijd of ze boos is of gewoon of blij.
Ik kijk altijd naar
Haar. Als ze blij is is het fijn. Grapjes. Verkleedkleren. [...]
Als ze lacht, lacht het in mij. Ik maak tekeningen
Als ze huilt ben ik kwijt. Ik moet haar helpen om
Weer gevonden te worden. Het is niet veilig zonder mama. Ze
Mag niet huilen of dor kijken. [...]


Tussen de verhalen van Nelleke door lezen we observaties van artsen, hulpverleners, de juf etc. Soms zijn die zwaar ontmoedigend, bijna beledigend, soms vol liefde en begrip.


'Wat heeft Serafina ons te zeggen? wat wil ze ons zeggen? Daar gaat het om, dat we dat leren verstaan.'
Juf Marian


Nelleke laat ook Serafina's broertjes vertellen over hun grote zus waar ze gek op zij, maar zij vonden het ook moeilijk dat ze naar Nederland moesten verhuizen omdat daar de voorzieningen beter zijn voor hun zus. De verhuizing had overigens op Serafina een grote impact en het duurde lang voor ze haar draai weer gevonden had.


Bijzonder is ook dat Nelleke het denkbeeldige verhaal van de biologische moeder in het boek verwerkt heeft. Vanaf het moment dat ze weet dat ze in verwachting is en hulp zoekt tot het uiteindelijke afstaan van haar tweeling wordt alles heel invoelend en vol mededogen weergegeven.


Voor de duidelijkheid, het is Nelleke zelf die al die monden laat praten en dat is ook de kracht van het verhaal. Door de afwisseling van 'stemmen' en inzichten krijg je een heel mooi beeld van het leven van Serafina en haar omgeving.
Heb het boek met enorm veel plezier gelezen.


ISBN 9789461539052 | Paperback | 272 pagina's | Uitgeverij Aspekt | maart 2016

© Dettie, 12 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Verre vader
Jos van Kan


Indrukwekkend, bijzonder, overdonderend, ontroerend, imponerend, zijn de woorden die bij  je opkomen als je dit boek dichtslaat.


Indrukwekkend vanwege de prachtige, verstilde sfeer die de, debuterende, schrijver weet op te roepen.
Indrukwekkend omdat de waarde van vriendschappen zelden in een boek zo subtiel en zuiver zijn weergegeven.


Bijzonder omdat het hele verhaal zich afspeelt op één dag maar wel een heel leven weergeeft.
Bijzonder omdat de titel Verre vader zoveel betekenissen blijkt te hebben die allemaal even belangrijk zijn.


Overdonderend omdat de Cambodjaanse personages ondanks de doorstane - beschreven - gruwelijkheden tijdens Pol Pot zo'n veerkracht en warme menselijkheid tonen.


Ontroerend omdat blijkt dat kleine gebaren, heel groot kunnen zijn voor een ander.
Ontroerend omdat getoond wordt dat simpelweg iemand bij de naam noemen een grote ommekeer teweeg kan brengen.
Ontroerend omdat getoond wordt wat een liefdevol woord kan doen.
Ontroerend omdat de schrijver de Nederlandse hoofdpersoon, Sep, toont in al zijn zwakte en kracht.
Ontroerend omdat Sep, op zijn eigen onbeholpen manier, twee weeskinderen verder probeert te helpen.
Ontroerend omdat Jos van Kan geen oordeel velt maar mensen mens laat zijn.


Imponerend omdat de schrijfstijl en de taal in dit boek zo prachtig zijn.
Imponerend omdat het verhaal zo subtiel en invoelend verteld wordt.
Imponerend omdat dit eerste boek van deze schrijver in alle opzichten zo perfect is.


ISBN 9789046820520 | Paperback | 237 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | 4 februari 2016

© Dettie, 10 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altTot waar we kijken kunnen
Inge van der Krabben


Janne loopt – weer! – een promotie mis. Ze baalt ontzettend, meer eigenlijk over haar eigen lafhartige houding ten opzichte van haar baas dan over de gemiste baan. Ze weet dat haar moeder teleurgesteld zal zijn over haar. Dina, de moeder, zit haar dochter erg op de nek. Ze spoort haar aan meer voor zichzelf op te komen.


Omdat het verhaal om en om de moeder en de dochter belicht, weten we al snel dat Dina ook haar eigen problemen heeft. Ze heeft kanker, hetgeen ze een tijd verzwijgt voor haar dochter. Eerst wil ze dat Janne haar leven op de rol krijgt. Maar Janne is ziek, een burn-out houdt haar thuis. Janne daarentegen wil niet dat haar moeder zich zo met haar leven bemoeit. Ze moet het zelf doen! De schok is groot als ze er achter komt wat haar moeder voor het gezin in petto heeft op die 18e mei, waarvoor ze iedereen dringend verzocht heeft de avond vrij te houden en te komen.

Een roman over een moeder en een dochter, die moeten leren elkaar los te laten. Het is luchtig geschreven, gelukkig maar, het is een zwaar onderwerp. Ook Konijn Karel zorgt voor een vrolijke noot. Soms vind ik het wat langdradig, wil Van der Krabben te veel uitleggen.
De bucketlist van Dina is een leuke vondst, niet zozeer het feit op zich, maar wat er op staat.


Inge van der Krabben (1972, ’s Hertogenbosch) groeide op in de Bommelerwaard en verhuisde naar Utrecht waar zij Algemene Letteren studeerde. Daar woont zij nog met haar twee kinderen.

ISBN 9789026331411 | paperback| 239 pagina's | Uitgeverij Ambo-Anthos| augustus 2015

© Marjo, 3 juni 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER