Debuten

Op deze pagina worden recensies geplaatst over boeken van debuterende schrijvers/schrijfsters.


Ook dit jaar lezen Marjo, Annemarie en Dettie de debuten, die op de inzendingenlijst van de ANV Debutantenprijs staan, weer mee.
Zij proberen zoveel mogelijk de boeken die op de lijst van inzendingen staan te lezen en recenseren maar ook andere debuten die (nog) niet op de lijst staan hebben hun belangstelling.
Boeken die ze hebben gelezen staan op deze pagina en in het archief


Zie ook: 
DordtLiterair

en de interessante nieuwe site Van debutant tot bestseller

 

altHet smelt
Lize Spit


De ouders van Eva hebben besloten naar een dorp onder de rook van Antwerpen te verhuizen, het is een gemeenschap waar iedereen iedereen kent. Eva is in 1988 geboren, en in datzelfde jaar zijn er slechts twee andere borelingen, twee jongens. Pim is een boerenzoon, Laurens de zoon van de slager. Met z’n drieën vormen ze een soort bijklasje, ze hebben een uitzonderingspositie. Dit feit zorgt er voor dat de drie, huns ondanks, een hechte groep zijn, de drie musketiers.


De ouders van Eva blijven buitenstaanders, zij zijn nauwelijks op de hoogte van de dorpsroddels, en ook niet van de wereld van hun kinderen. Eva’s vader werkt in Antwerpen, haar moeder is alcoholist. Er zijn nog twee andere kinderen: Jolan, een oudere broer, en Tesje, het jongere zusje, dat vernoemd is naar de bij de geboorte overleden tweelingzus van Jolan.


Het verhaal begint met een uitnodiging: Pim viert de opening van een geautomatiseerde melkstal, en doet dat op de dag dat zijn overleden oudere broer 30 geworden zou zijn. Eva woont dan al jaren in Brussel, en heeft met niemand uit het dorp nog contact. Jolan en Tesje hebben het dorp ook verlaten, al is het onderlinge contact niet intensief, contact is er wel. Eva twijfelt: moet ze op de uitnodiging ingaan?


Er zijn blijkbaar heel veel redenen om dat niet te doen, maar die kent de lezer nog niet.  Terwijl verteld wordt over de reis die ze dan toch onderneemt – met een blok ijs in de achterbak – gaan we terug in het verleden.
Niet alleen door bovengenoemde omstandigheden was ze overgeleverd aan de twee jongens, ze was ook een halve jongen, en werd door de meisjes uit het dorp niet geaccepteerd.


“Ik keek naar de lange paardenstaarten die afwisselend de ene en de andere schouder aantikten, de nagels zonder modder, de smalle dijen onder de rokjes en wist: deze meisjes hebben hun hele leven met meisjes opgetrokken. Zij zijn fijn geslepen. Ik niet, ik heb een botte punt.’


Bij haar ouders vond ze geen weerklank, maar ze hielden haar ook nauwelijks in de gaten, zo druk hadden ze het met zichzelf en hun slechte huwelijk. Eva’s vader had in de schuur een strop hangen, en op een dag liet hij Eva zien hoe hij die eventueel zou kunnen gebruiken. Eva’s moeder had overal verstopplekjes voor flessen wijn in de veronderstelling dat niemand het wist. Ze zagen niet hoe ernstig de dwangstoornis en anorexia Tesjes leven bedreigde. Als het niet goed gaat met Tesje zijn het haar broer en zus die actie ondernemen!  Als niemand op de kinderen let, dan moeten zij het zelf wel doen...


‘Vertellen wat ik voelde, wat ze wilde horen, kon ik niet. Indien de dingen die ik kwijt wilde elders heen konden, dan had ik ze in eerste instantie ook niet moeten ondergaan.’


Ook Pim en Laurens hadden drukke ouders, en zo kwam het dat de enige die een klein beetje wist waar de drie mee bezig waren, Laurens moeder was. Als slagersvrouw is zij de spil, zij zorgt er voor dat iedereen overal van op de hoogte is, zij is een bron van roddel. Heeft zij beseft dat er iets fout liep? Waarom greep ze dan niet in?
Want als de drie jongeren in de puberteit komen, gebeuren er dingen die het daglicht niet kunnen verdragen. De zomer van 2002 begint met de geheimzinnige dood van Jan, de oudere broer van Pim, om te vervolgen met wrede puberspelletjes die flink uit de hand lopen.


Er hangt een verstikkend sfeertje in het dorp. En in het boek. De scherpe blik van Eva zorgt er voor dat de lezer begrijpt wat er gebeurt, en tegelijk ook accepteert dat zij er niets mee aan kan vangen. Hoewel de gebeurtenissen in mijn ogen ongeloofwaardig zijn, en ik hoop dat het dichterlijke overdrijving is,  is het drama er niet minder om. Wat gaat Eva doen, nu ze terugkeert naar het dorp? Waarom heeft ze dat blok ijs meegenomen? Als we de link leggen, is er meteen de gedachte: ja, natuurlijk. Maar de spanning blijft er lang in. Verbijsterd blijft de lezer achter als de idylle van het dorpsleven uit elkaar spat.


Lize Spit (1988) is overduidelijk Vlaams, hetgeen niet hindert. Ze schrijft met vaak mooie zinnen, treffende opmerkingen, in een tempo dat je noopt door te lezen, terwijl de karakters duidelijk getekend worden.
Een coming-of-ageroman met autobiografische elementen. Een debuut dat de verschijning van een tweede boek  spannend maakt.


ISBN 9789082410662  | Hardcover |407 pagina's | Uitgeverij Das Mag| januari 2016

© Marjo, 17 oktober 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe kale kaketoe
Anouk Brusse


Aimée de Lange is kunstenares. Alleen verkopen haar schilderijen niet echt, dus moet ze haar brood op een andere manier verdienen. Bij een telemarketingbedrijf leert ze Alba leren kennen.
Aimée was er webdesigner, Alba de vriendin van de baas. Die baas Jack, is een knurft van een vent:


’Jack Veldman, sjacheraar, Hagenees in hart en nieren, ex-miljonair en oud-casinobaas, die na het zoveelste faillissement op zijn 61ste weer opnieuw was begonnen, dit maal in de wereld van telemarketing. Hij had de sociale vaardigheden van een neanderthaler met een slecht functionerende frontale hersenkwab, maar zijn zwartgallige, grove humor maakte voor mij veel goed.’


‘Alba Bonell de Morene was een beetje de Spaanse Patricia Paay. Ze was achter in de vijftig, maar dat zou je haar niet geven, blond, goed gekleed, charmant, petite met een vet Spaans accent dat haar gebrekkige Engels uiterst komisch maakte.‘


Als Alba haar uitnodigt om op haar zestigste verjaardag te komen, in Barcelona, besluit Aimée, nu ze weer alleen is na een relatie van veertien jaar, in een opwelling naar Spanje te gaan.  
Alba vraagt diverse malen om hulp als haar geliefde, Jack dus, het weer eens te bont maakt. Aimée twijfelt of ze wel iedere keer te hulp moet komen, ze waarschuwt Alba steeds weer, zonder dat die luistert. Maar Alba is haar opening naar Sophie, een vrouw die Aimée in Barcelona heeft leren kennen en op wie ze stapelverliefd is geworden. Ze probeert het uit te leggen aan haar vader, die zwaar ziek in Nederland is achtergebleven.


‘Denk je veel aan haar?’ vroeg hij voorzichtig.
‘Weet ik veel. Ja. Wil ik wel niet, maar ik zit ondertussen wel elke dag als een achterlijke stalker op haar Facebookpagina te kijken.'
‘Wat is een Facebookpagina?'
‘Een pagina op een sociaalnetwerksite.’ Hij keek me niet begrijpend aan. ‘Doet er ook niet toe, het is belachelijk,’ riep ik verontwaardigd. ‘Ik kan me haar gezicht niet eens herinneren, ik weet niet eens meer of ze in het echt op haar foto lijkt! Alleen maar omdat er één stom momentje was waarop ik naar haar keek en...
’Ik maakte de zin niet af.
‘En wat?’
Ik zuchtte.
‘Het was alsof ik dwars door haar heen keek. Zonder muren. Ik zag...’
‘Haar ziel?’

De bladspiegel van deze roman is wat vreemd. Blokken zinnen springen soms raar in, en er staan helaas ook spel- en tikfouten in de tekst. Het verhaal had hier en daar wel wat beknopter gekund, er zijn ook hele mooie stukken tekst, leuke typeringen en spitse dialogen. De mensen in de omgeving van Aimée zijn opportunisten, ze liegen en bedriegen er op los als hen dat uitkomt. Het valt niet mee voor onze hoofdpersoon om daar mee om te gaan. En als je dan weet dat ze zich net uit een depressie heeft geworsteld, is het de vraag welke wending ze aan haar leven zal geven. Klautert ze - net als de kale kaketoe van haar vader - steeds weer omhoog als ze weer eens teleurgesteld is? Dat is de vraag waar het om draait, en het antwoord is de reden waarom je doorleest, dat wil je weten!


‘Wij mensen hebben verwachtingen. Van het leven, van andere mensen. Van papegaaien. Maar soms zijn dingen gewoon wat ze zijn. Je kunt niet meer doen dan je best.  De rest moet je loslaten.’
‘Dus volgens jou is het leven eigenlijk een kale kaketoe.’


Anouk Brusse (1972) studeerde Engels en Publicistiek, zij was onder andere regisseur, vertaler/bewerker, dramaturg maar is nu vooral bezig als kunstenares. Zij baseert het verhaal van haar eerste roman op haar eigen leven.


ISBN 9789402152111| paperback |193 pagina's | Uitgeverij Brave New Books | juli 2016

© Marjo, 30 september 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe mooie mond van Bobby Cespedes
en andere verhalen
Ulises Segura


In dit boek vind je zes verhalen, met allemaal een ik-verteller.


Het titelverhaal heeft - net als enkele andere verhalen - een omlijsting, een kader, waar binnen zich het echte verhaal bevindt. De ik-figuur is een filmmaker. Hij heeft een film gemaakt over Bobby Cespedes:  ‘Vervloekte eeuwige vriend van me, grootmeester, ouwe dooie poot.’  Bobby was een kunstenaar, een striptekenaar, de maker van een grote muurschildering aan Coldharbour Lane. Hij was ostentatief homoseksueel en stierf aan de door hen gevreesde ziekte. De film was een hommage aan een kleurrijk persoon.


Bij dit verhaal is het duidelijk dat het zich grotendeels in Engeland afspeelt, hetgeen bij  de andere verhalen niet zo naar voren komt. Dat ligt aan het feit dat het kaderverhalen zijn. Dan is het vrij logisch dat het om verschillende locaties gaat. Bijvoorbeeld: iemand ligt eenzaam te wezen in een ziekenhuis en kijkt vanuit zijn bed naar drie dames die in de ruimte zweven en daar eveneens alleen zijn.


In het verhaal  Eindeloze Zomer gaat over twee mensen op de vlucht in een gestolen auto. Ze laten een aantal overleden familieleden en vrienden achter zich en hopen via Spanje Marokko te bereiken en zo al die ziekten en de dood achter zich te laten.  Een verstikkende hitte en opgehoopte vuilnis laten ze achter zich. Kunnen zij ontsnappen? En terwijl de ik-figuur de eerste verschijnselen van ziekte ziet bij zijn vriendin, daalt de volgende plaag op hen neer. Aan Bijbelse plagen valt helaas niet te ontkomen.
Dit verhaal krijgt van mij een tien. Tussen de regels voel je de beklemming, en dan is de ontknoping toch verrassend.


Het verhaal over die winter van 1979, waarin een aantal vrienden op weg is naar een dode hond doet denken aan Stand By Me van Stephen King. Ook hier de beklemming, het onontkoombare. Maar niet zo origineel, dus een acht.


De Mooie Mond van Bobby Cespedes en andere verhalen van Ulises Segura is het eerste boek in de Extazereeks, een serie debuten van talentvolle auteurs die eerder in het literaire tijdschrift ‘Extaze’ publiceerden. De Extazereeks is een samenwerking tussen de redactie van het tijdschrift Extaze en Uitgeverij In de Knipscheer. Dat eerste boek is meteen een schot in de roos. Dat kan ook bijna niet anders. Het Vlaamse Aalst waar ook deze schrijver geboren en getogen is, heeft al diverse goede schrijvers voortgebracht!


Ulises Segura (pseudoniem) is jurist, maar dat belemmert hem niet ook een  - goede - verhalenverteller te zijn. De kracht van de verhalen zit 'm in de uitdaging naar de lezer, die zelf moet invullen wat er gebeurt, en dan besef je dat je eigenlijk een volledige roman hebt gelezen.


ISBN 9789062659180 | Paperback | 131 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | mei 2016

© Marjo, 27 september 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Bewaren

 

altGeen weg terug
Iraida van Dijk-Ooft

‘Een schuld aan mma Aysa moet je altijd voldoen. Ongeacht hoe. Beetjes bij beetjes, of alles in één keer. Geef je niet vrijwillig, dan neemt ze naar eigen inzicht terug. Ook als je niet meer blijkt te kunnen. Volgende generaties zullen er voor opdraaien.’


Zo komt het dat Alex Adjako met een boot het meer op gaat. Chally is de eigenaar en bestuurder van de boot, hij houdt zijn passagier in de gaten, terwijl die een verhaal vertelt. Het is 50 jaar geleden dat de Afobakadam gesloten werd, en er een meer ontstond. Gaandeweg blijkt dat dit feit een grote rol heeft gespeeld in het leven van de ouders van Alex, en dat terwijl hij daar helemaal niets van af wist. Het waren dromen, onheilspellende dromen, die er voor zorgden dat hij op onderzoek uit ging. Hij herinnerde zich nog wel de wens van zijn moeder, maar hij was zeven jaar oud, en begreep niet wat ze bedoelde. De dromen worden dwingender, hij moet er iets mee doen. Als de oproep komt voor zwemmers die het meer in willen duiken om er een (vermeende) schat te zoeken, begint hij zijn speurtocht.


In een fragmentarische vertelling ontsluiert Iraida van Dijk- Ooft het verhaal van de oorspronkelijke bevolking, de marrons (gevluchte West-Afrikaanse slaven die in stamverband in de oerwouden van Zuid-Amerika zijn gaan leven, en hun afstammelingen) terwijl zij schetst hoe hun gedachtewereld was. Hoe zij omgingen met de gestorvenen, hoe zij niets begrepen van het feit dat hun land, hun dorp, zomaar verdwijnen zou.
Alex’ouders woonden in Dembeston, dat dus ook onder water verdween. Met de heilige plekken en de begraafplaatsen, tot grote verbijstering van de bewoners. Hoe konden de geesten nu ooit nog de plek vinden waar zij begraven waren? God bleek niet in staat te helpen. Evenmin als de Winti of de geesten van hun voorouders.


Toen ik eenmaal begreep waar het verhaal precies over gaat, wilde ik eerst meer weten over de achtergrond, die ik totaal niet kende:


Wikipedia: ‘Het Brokopondostuwmeer (voorheen Prof. dr. ir. W.J. van Blommesteinmeer genoemd) is een stuwmeer in Suriname gelegen in het Brokopondo-district met een oppervlakte van 135 duizend hectare, ongeveer zo groot als de provincie Utrecht. Het meer is ontstaan door de bouw van de Afobakadam, een stuwdam in de Surinamerivier.
Het meer is groot maar ondiep. Het is nergens dieper dan veertig meter. Toen de dam aangelegd werd, is het gebied dat onder water zou lopen niet kaalgekapt. Daardoor steken er kruinen van bomen boven het water uit.’


Het verhaal van hoe dat meer ontstond toont aan hoe er nietsontziend met mensen werd omgegaan. Er was elektriciteit nodig voor de verwerking van bauxiet, daar ging het om. De bewoners moesten maar vertrekken.


‘Vijfduizend marrons, waaronder ongeveer 2000 uit Ganzee, moesten verhuizen. Voor hen werden transmigratiedorpen ingericht, maar de huizen waren erg klein en de toegezegde schadevergoeding was ca. 6 gulden per persoon. De uitbetaling werd ter plekke in de nieuwe dorpen gedaan.’


Het is het verhaal over de stuwdam, over de macht van het geld, maar ook over de cultuur, de manier van leven van de marrons. Over de invloed van het verleden een mens in kan halen.
Het verhaal wordt niet chronologisch verteld, waardoor het aan de ene kant lastig lezen is, maar aan de andere kant je interesse opwekt. Het is een deel van de geschiedenis van Suriname, mij tot op heden onbekend, waarbij ook de minder fraaie kanten van het leven daar verteld worden.
Geen weg terug is er voor de bewoners van dorpjes als Dembeston, maar ook geen weg terug is er voor iemand als Alex, product van een cultuur met foute kanten.
Een mooie roman, met een juiste mix van een historische achtergrond en een persoonlijk leven.


Iraida van Dijk-Ooft (1974) studeerde in 2014 af aan de Schrijversvakschool te Paramaribo.


ISBN 9789062658787 | Paperback | 224 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | oktober 2015

© Marjo, 24 augustus 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe mannen van Raan
Martine de Jong


Per Pennings is programmeur, woont op zichzelf. Hij noemt zichzelf ‘sociaal onhandig’, en mijdt contacten zoveel mogelijk. Maar vrouwen vindt hij wel leuk, dus hij heeft wel af en toe een leuk meisje over de vloer. In zijn bed eigenlijk. En als ze dan weg zijn ’s morgens vindt hij dat prima.


‘Ik heb me vaak afgevraagd of ik me ooit genoeg zou vervelen om een kind te krijgen. In alle jaren die volgden op mijn geboorte heb ik me nooit verveeld. Ik had geen idee hoe dat moest. Mijn moeder heeft zich ook niet meer verveeld, denk ik. Eerst kwam ik en een paar jaar later kwam Selma en mijn vader bleef als een jonge hond tussen die drie heen en weer springen.’


Als hij Raan ontmoet, verandert dat. Raan is een meisje dat nog vreemder is dan hij, net als haar familie. Haar moeder bij wie de zesentwintigjarige Raan nog steeds woont, haalt hem enthousiast binnen, in haar huishouden dat keurig volgens regeltjes verloopt. Haar broer moet evenwel niet veel van hem hebben, maar daar moet hij zich niets van aan trekken zegt Raan.


‘Wat zullen we vandaag gaan doen?’ vroeg ik.
Ze haalde haar schouders op.
'Laten we in ieder geval naar buiten gaan,‘ zei ik, en ze stond op.
'Oké’, zei Raan, ‘Je kunt ook alleen naar buiten gaan’.
‘Wat bedoel je?’
‘Ik hoef toch niet mee?’
‘Wil je niet mee?'
’Nee, ik geloof dat ik even alleen wil zijn.’
Ik wist hoe dat voelde. Ik wilde elke dag alleen zijn, en ook elke nacht. Maar dat was voordat ik Raan kende.
Ze keek me kil aan. Haar blik trapte me hard in mijn maag.
‘Ik denk dat je maar even moet gaan.’


Per vindt het heel lastig om met Raan om te gaan, want het gebeurt regelmatig dat ze zomaar verdwijnt, en onbereikbaar is. En dan duikt ze weer op. Per is smoorverliefd en geeft niet op. Maar wat is dit ingewikkeld!.
Als ze verhalen gaat vertellen over de mannen die in haar leven waren - of misschien wel zijn, daar is ze niet zo duidelijk over - gaat hij schema’s maken om duidelijkheid te krijgen. (hij houdt al vanaf zijn zesde een dagboek bij, dit is zijn manier van omgaan met het leven)
Hij is nu de controle kwijt, en dat bevalt hem niets. Maar het wordt alleen maar erger...


‘Ik houd ook van jou,’ zei ik.
‘Oké,’ zei ze, en begon te bladeren. Ze deed het weer. Ze zat me te platoniseren. Ik wist niet hoe ik het anders moest noemen.’


De mannen van Raan is debuut van Martine de Jong (1975). Echt diepgaand is deze roman niet, maar het leest als een trein, en is vaak grappig. Vooral de dialogen, al zal Per daar niet zo over denken.


ISBN  9789057597145 | Paperback | 272 pagina's | Uitgeverij Podium | mei 2015

© Marjo, 26 juli 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altZoutberg
Anne Neijzen


De tachtigjarige Paul van Deelden, gepensioneerde advocaat, zit in een Spaanse politiecel. Hij weet heel goed wat hij gedaan heeft, en heeft er eigenlijk niet zo veel moeite mee dat hij daar zit. Hij wil alleen graag zijn zoon Rebus in Nederland bellen. En hoewel het vanwege zijn zoon is dat hij in Spanje zit, had hij toch niet verwacht dat Rebus meteen zou komen aansnellen. Nog minder had hij verwacht wat het gevolg van zijn daden zou zijn…


In flashbacks lezen we dat zijn komst naar Spanje in tweede instantie het gevolg is van iets wat in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog gebeurd is. Iets wat het leven van zijn vader kostte, en het leven van zijn moeder, zussen en broer ontwrichtte. Paul heeft een enorm schuldgevoel. Maar is hij wel schuldig?
En wat is de rol van Oscar Van Zalingen, ooit zijn bloedbroeder? In de oorlog mocht Paul niet met zijn vriend omgaan, en dat is nooit meer goed gekomen. Toch is Paul nu in Spanje, waar Oscar is gaan wonen. Met een mogelijk nog groter schuldgevoel dan Paul.


‘Bijna zeventig jaar heb ik op hem gewacht. Elke dag. Nu is hij gekomen.’


Hoezo wachtte Oscar op Paul?


Het is een verhaal vol geheimen, die in een verhaal met wisselingen in tijd, plaats en persoon, pas op het einde duidelijk worden. Dat is heel mooi gedaan, Anne Neijzen weet de spanning er goed in te houden. Niet alles wordt opgelost en/of uitgepraat. Er blijft een open einde.


In 2016 stond Anne Neijzen (1963) op de uitgebreide lijst met debuten, maar zij haalde de selectie niet. Toch is haar boek waardevol, omdat zij laat zien hoe mensen zich gedragen en hoe door misverstanden hele levens verpest kunnen worden. Meer specifiek geeft zij aan dat de mensen in de oorlog niet of 100% voor of tegen waren. Zwart-witdenken is niet goed, je kan een ander, maar ook jezelf zo makkelijk benadelen.


ISBN 9789046819357  | Hardcover | 208 pagina's | Uitgeverij Nieuw-Amsterdam | augustus 2015

© Marjo, 14 november 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe koning komt
Mohammed Benzakour


‘Ik wil de zoon zijn  die mijn moeder en vader kunnen liefhebben. Een zoon die geslaagd is in het leven. Een zoon om trots op te zijn. Dit moet ik mezelf keer op keer inpeperen.’


En met deze opdracht die hij zichzelf heeft gegeven trekt de bijna dertigjarige Moebdi naar Marokko, het land van zijn voorvaderen, naar het dorp waar hij geboren is: Ouled Ali. Via Ségangan rijdt de taxi hem ‘in een slingerbeweging langs heuvels vol zwerftasjes’. Die tasjes gaan gaan nog een rol spelen in het verhaal.
Het ouderlijk huis - de piso - staat er nog, en hij neemt er zijn intrek. Het kan niet anders, denkt hij, dan dat hij binnen de kortste keren een bruid heeft gevonden.


Maar dat valt vies tegen. De ene na de andere poging mislukt. Hij begrijpt het niet. Zo lelijk is hij toch niet, en hij woont in Nederland, het land waar de welvaart veel te bieden heeft voor een toekomstige bruid. Nu heeft Moebdi ook wel enkele eisen:


‘Bruidjelief moet lief zijn, ietwat verknipt, dat mag; dat houdt de voorspelbaarheid, het dodelijkste in een huwelijk buiten de tent, tenminste, voor een poos. Bruidjelief geniet enige scholing, ze moet, als ik een ondeugende opmerking maak, het vermogen bezitten tot blozen, ik moet met haar kunnen grollen en dollen, alles uiteraard in het Berbers, ik bedoel, in mijn huis geen Arabisch geleuter! Daar krijg ik hoofdpijn van. Verder is ze van eenvoudige komaf, fris, fruitig, een lichaam zo hard als een bloemknop; ze hecht niet niet veel aan dure kleertjes en sieraden, dat verpest de geest en kost mij uitsluitend bakken vol geld en, niet als laatste, ze is gezegend met een smoel- en achterwerk die uitnodigen tot geslachtelijk verkeer. Tenminste, voor de eerste paar jaar. Verder, een klein gebrek geen bezwaar.’


De enige vrouw evenwel die hij leert kennen is Gadoezj, de ezel van de buurvrouw. Een pratende ezel, die eigenlijk volledig voldoet aan de gestelde eisen. Behalve dan dat lichaam...
Gadoezj waarschuwt hem al: het gaat hem niet lukken aan zijn opdracht te voldoen. En terwijl hij - eigenwijs - toch verder zoekt, leert de lezer Marokko kennen. Niet altijd de mooiste kant in feite, want het landschap, de gewoontes, de corruptie en de schijnheiligheid komt heel duidelijk naar voren. Moebdi is teleurgesteld, en richt dan maar zijn aandacht op de komst van de koning. Hij kan er op zijn minst voor zorgen dat als - if ever - de koning langs stad en dorp trekt, de bermen schoon zijn...


Na Yemma viel dit boek wat tegen. En toch: ik heb het nu een tweede keer gelezen, en dat was helemaal niet erg. Ik houd wel van zijn taal, het bloemige, met dan weer een omtrekkende van de woorden, terwijl hij op andere momenten erg direct is.  Gaandeweg verandert de speurtocht in een zwart sprookje, met een uitkomst die te verwachten was.


Naïef, een dromer, een fantast, een jonge man die niet echt durft, te lafhartig is om er echt voor te gaan. Al die pogingen die hij doet: hij kan op zijn klompen (tenslotte heeft hij dertig jaar in Nederland gewoond!) aanvoelen dat deze manier om aan een vrouw te komen niet zal werken. Ik denk dat hij het ook wel weet. Voor zichzelf lijkt hij het niet belangrijk te vinden, maar hij wil liever niet zijn moeder teleurstellen. Want ja, die moeder hè, in de Marokkaanse cultuur!


Of de koning komt? Dat is dezelfde vraag als: Vindt hij een vrouw?


ISBN 9789044531404  | Hardcover | 381 pagina's | Uitgeverij De Geus | september 2015

© Marjo, 6 oktober 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Slembroucks
Peter Theunynck

In deze debuutroman van de dichter en schrijver (non-fictie) Peter Theunynck maken we kennis met de hoogmoedige Solange en haar man, de goedige rijwielhersteller Arthur.


'Arthur moet vele uren kloppen, want Solange laat het geld graag rollen en ze jerimieert voortdurend over zijn karige inkomsten. Gelukkig doet Arthur zijn job nog altijd met volle goesting. Zijn zoon Gust komt hem regelmatig een handje helpen en dan is hij de gelukkigste mens ter wereld.'


Gust, de oudste zoon, is de dromer, de lezer, de rechterhand van zijn vader, verzot op koersen. De jongere Arthur daarentegen maakt niet graag zijn handen vuil. 'Hij moet zijn vingers soigneren, want hij bespeelt het orgel' is de stelling van Antoinette de inwonende zus van Arthur.  'Ze verdedigt haar petekind als een vossemoer en ze zingt overal en altijd vurig zijn lof.'


"Arthur heeft meer op met Gust. Hij vindt het fijn dat zijn oudste zoon belangstelling heeft voor de fiets en hij bewondert diens taalvaardigheid. [...] Volgens Arthur spreekt en schrijft zijn zoon Latijn als een pastoor en leest hij Grieks alsof het West-Vlaams is."


Antoinette is een oude vrijster en afkering van mannen en de daad. In sappig Vlaams verkondigt ze:


"Gemeenschap hebben. Een schoon woord voor op mekaar kruipen. [...] Let op, niet voor de vrouw haar plezier hè. Integendeel. Een vrouw moet dat ondergaan. Ze moet toelaten dat een ze door een vent, die achter zijn saucisson aanloopt als een ezel achter een wortel, mee de verdierlijking en het verderf wordt ingesleurd. Je verliest als vrouw je eigenwaarde door die smerigheid. [...] Allez zeg nou zelf, wat stelt dat nu voor, het is toch een vies en onhandig gedoe. Onze-Lieve-Heer had daar toch iets beters voor moeten bedenken, zoals bij de bloemen en de planten." 


Volgens Antoinette heeft haar schoonzus Solange nog geluk. Maar Solange denkt daar anders over. Zij droomt van een zoon die naar de universiteit gaat, ze wil dat zij advocaat of arts worden, zeker geen wielrenner of rijwielhersteller. Een opvolger voor de zaak waar Arthur zo hard voor gewerkt heeft interesseert haar niet. Solange wil omgang met de elite van het dorp, ze is teleurgesteld in het leven, had zich dat glorieuzer en financieel aangenamer voorgesteld. Ze weet op dat moment niet dat ze later mogelijk met andere ogen terug zal kijken naar haar huidige leven want alles verandert met de komst van hun nichtje Florence, de dochter van oom André.


Florence is beeldschoon, de twee broers zijn compleet in haar ban. Arthur gluurt naar haar als ze zich omkleedt, Gust schrijft delen van het Hooglied voor haar over. Toch trekt het meisje meer naar de zachtaardige Gust. De twee kunnen het uitstekend met elkaar vinden en Gust droomt zich een toekomst met haar. Helaas spat de roze zeepbel waar Gust zich in bevindt plotsklaps uit elkaar. Door een uitspraak van Florence staat de hele familie te schudden op zijn grondvesten en is niets meer hetzelfde. Ze heeft een bal aan het rollen gebracht die niet meer te stoppen is.


In prachtige taal, vertelt Peter Theunynck over het verloop van de levens van deze eenvoudige Vlaamse familie, woonachtig in het stadje Duivenkerke, die, zoals elke familie, zijn geheimen heeft. En als die geheimen geopenbaard worden, begint het te gisten en te draaien in ieders leven. We ontmoeten daardoor nokel Maurice, de priester, die in Irene een beeldschone 'huishoudster' heeft gevonden. Maar nonkel Maurice heeft zelf ook het een en ander te biechten heeft. We ontmoeten de vader van Florence, nonkel André en zijn kille vrouw Rachel, die haar man regelmatig tot wanhoop drijft. 
We maken kennis met Sabbe, professor aan het college van Duivenkerke, studiegenoot van nonkel Maurice, die ook nog eens het een en ander uit de doeken doet, waardoor de toch al flink rollende bal in een nog grotere versnelling voortraast.
We volgen de kronkelige levenspaden die Gust en Anton nemen na de grote opschudding, we voelen de onderliggende strijd die de twee broers voeren en leven mee met de bescheiden maar liefdevolle vader Arthur die overal het beste van probeert te maken.

Maar het zijn vooral de goed gekozen woorden, de eenvoud, de zorgvuldig opgebouwde spanningsboog en het mooie taalgebruik die dit debuut verheffen tot een boek van grote klasse.
Peter Theunynck is  voor mij nu al een grote kanshebber voor de debutantenprijs. Chapeau!


ISBN 9789028426665 | Paperback met flappen | 159 pagina's | uitgeverij Wereldbibliotheek | 25 augustus 2016

© Dettie, 29 september 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

alt30 is een schoon getal
Frauke Joossen

‘Ik moet maar eens opstaan en beslissen wat ik ga doen met de rest van mijn leven.’


Aan het woord is Charlie Peeters, 29 jaar oud, alleenstaand en zonder werk. Ook zijn er geen vrienden of vriendinnen, geen auto en binnenkort ook geen appartement, want ze zit ook zonder geld. Er moet iets gebeuren, weet ze, maar eigenlijk komt ze nergens toe. Of toch: ze maakt een lijstje met de punten waaraan ze zal gaan werken: Afvallen; werk vinden; een ander appartement zoeken; promotie maken en o ja, verliefd worden!
Ze zit vol dromen, fantaseert er op los, maar ze komt nauwelijks tot daden. En nu wordt ze binnenkort dertig. Ze bedenkt dat ze zichzelf 100 dagen gaat geven. Of beter: negentig dagen.


“Zie je, dat is het verschil tussen succes en mislukking. Nadenken over de dingen. Zorgen dat het cijfermatig een beetje klopt. Er is zo’n ding, zo’n wetenschap rond cijfers. Kan je je geboortedag bijvoorbeeld tot één cijfer herleiden en dat zegt dan veel over je. 7 brengt dan geluk, denk ik. En 6 ongeluk. Da’s dan het teken van de duivel. Nu ja, drie zessen zijn dat, maar dat zijn details, denk ik. Zo precies moet het allemaal niet zijn.
In elk geval, negentig dus. Deelbaar door drie. Honderd is als moeilijker deelbaar door drie. Anderzijds is ‘De laatste honderd dagen’ natuurlijk wel een beter klinkende titel voor mijn succesverhaal dan 'De laatste negentig dagen’.


En zo babbelt Charlie maar door. De negentig dagen worden er dertig, iedere dag besluit ze van alles, neemt zich steeds opnieuw voor over dit of dat onderwerp een boek te gaan schrijven, maar in feite  doet ze niets. Nou ja, ze vraagt een uitkering aan. En ze zet de eerste stap om als de tijd daar is in de voetsporen van haar vader te stappen.  Ligt daar het probleem? Haar vader is er een jaar eerder na diverse mislukte pogingen eindelijk in geslaagd zelfmoord te plegen. Het is een onderwerp dat haar gedachten steeds meer beheerst. Dertig dagen geeft ze zichzelf. Als het dan nog niets geworden is met haar puntenplan, dan stapt ze er uit.


Een roman over een moderne jonge vrouw die leeft in een wereld waarin alles bereikbaar zou moeten zijn, een wereld waarin alles tot de mogelijkheden behoort, maar er achter komt dat het in de realiteit niet zo uitpakt. Een roman zoals er zo veel zijn.
Zo'n romannetje is het denk je…


Tot Frauke Joossen je keihard om de oren slaat, met een totaal onverwachte verpletterende wending.
Keihard, maar ook zoet; confronterend en  herkenbaar, met een ontknoping die je tot in het diepst van je ziel schokt en toch positief is.


De Vlaamse Frauke Joossen (1972) weet wel waar ze over schrijft. Zij verliet de school zonder diploma op haar achttiende en kreeg op haar tweeëntwintigste een kind. 'Daar komt niet veel goeds van', hoorde ze toen. Intussen is ze al twintig jaar journaliste voor o.a. Flair (waar ze een tijdlang Hoofd Human Interest was), Libelle en Marie Claire. Eerder schreef ze als co-auteur nonfictie. 
Dit is haar debuutroman en wat voor een!


ISBN 9789401435598| Paperback |152 pagina's | Uitgeverij Lannoo | mei 2016

© Marjo, 25 augustus 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altVan Scylla in Charybdis
Tim Boon


2022, Frankrijk, Avignon. De student Yann wordt door zijn vriend Simon meegesleurd naar een bijeenkomst van het rechtse front. Yann wil niet, hij is totaal wars van dat gedachtegoed. Maar Simon wil van geen nee horen, en zo hoort Yann tot zijn grote verbijstering hoe een katholiek, een kardinaal nog wel, oproept tot  afschaffing van de scheiding tussen Kerk en Staat. Samen moeten ze optreden tegen de islam, roept hij. ‘In naam van de Kerk, in naam van de democratie, in naam van de vrijheid van meningsuiting, in naam van alle waarden die hier iets te betekenen hebben, vraag ik jullie, mijn broeders, om op te staan en een front te vormen.’
Een front tegen moslims, tegen de islam. Frankrijk moet volledig gezuiverd worden van andere geloofsovertuigingen.


Yanns verbijstering neemt nog toe: steeds meer mensen in zijn omgeving, ook Simon, worden lid van de extreemrechtse frontpartij. Wat is er gebeurd met verdraagzaamheid, naastenliefde, respect?
Als Marine, het meisje dat hij uit de verte bewonderde, hem aanspreekt en uitnodigt mee te doen met een tegenactie, is Yann dan ook ten volle overtuigd van het gelijk van de groep waar zij de leiding van heeft. Er moet actie ondernomen worden. De wereld moet weten dat niet iedereen het eens is met de nieuwe gang van zaken. Vanaf dat moment wordt Yann meegesleurd in een spannend avontuur, dat evenwel uiterst serieus is. De gevolgen zijn niet te overzien.

Een spannend avontuur, dat is het inderdaad. Maar veel belangrijker is dat het boek een waarschuwing bevat. Terwijl het gedachtegoed tot je doordringt, zijn kleinigheden als tik- of spelfouten niet belangrijk meer. De vorm en de stijl van het verhaal zijn heel toegankelijk voor velen.
Met enige variatie – proloog, epiloog, andere vertellers – wordt deze belangrijke boodschap verpakt in een roman, met zelfs erotiek. Maar waar het leven van een mens draait om liefde geldt dat helaas ook voor geweld. Zo ook in dit boek.
De betekenis van de titel - een uitdrukking - is: van moeilijke omstandigheden in nog moeilijkere omstandigheden terechtkomen. Dat geldt voor de hoofdpersonen in dit boek – de arme Yann is gedoemd vanaf de eerste pagina - maar vooral ook voor de hele wereld, en niet alleen de westerse wereld.


Ik wens van ganser harte dat het verhaal dat Tim Boon ons schetst pure fictie is, maar helaas zijn bepaalde onderdelen al aan de orde. Vreemdelingenhaat, islamofobie, radicalisering, we hebben er al mee te maken. Wat de schrijver doet is ons een toekomst voorspiegelen waarin dit danig uit de hand loopt. Maar is het wel fictie? Als we niet uitkijken gaan we wel die kant op.  Een waarschuwing dus: laten we alsjeblief verstandig blijven!
Wat hier gebeurt, dat willen we niet!

ISBN 978940222791 | paperback | 212 pagina's | Uitgeverij Boekscout | februari 2016

© Marjo, 18 augustus 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER