Annejet van der Zijl

http://www.annejetvanderzijl.com

 

Fortuna’s kinderen
Een trans-Atlantische familiekroniek
Annejet van der Zijl


In 2020 schreef Annejet het Boekenweekgeschenk Leon & Juliette. Dat - gedwongen - kleine boekje verhaalde over Leon Herckenrath, afkomstig uit Monster in het Westland, die fortuin wilde gaan maken in de Nieuwe Wereld. Eind oktober 1818 vertrok hij om op vrijdag 25 december in Charleston, in de Zuidelijke Staten, te arriveren. Een rijke stad waar het dagelijkse leven nog nooit zonder slaven had gefunctioneerd. ‘A peculiar institution’ werd het genoemd. Slaven houden was voor de Charlestonianen een grondrecht.


Als Leon intrekt bij James Magnan, maakt hij kennis met deze in zijn Hollandse ogen onmenselijke gang van zaken. In het huis van Magnan woont Josephine, een jonge slavin, wiens ouders oorspronkelijk uit Kameroen en Ghana kwamen. Zij was 15 jaar oud toen zij zwanger raakte van een blanke man. Haar dochter verzorgde Leon toen hij ernstig ziek werd. Juliette was toen 9 jaar oud, Leon bijna 19. Niemand zag aankomen dat hier een bijzondere relatie zou ontstaan.
Een jaar later kocht Leon haar en liet haar vrij, trouwde zelfs met haar in 1823.
Dat was een hachelijke zaak in Charleston, zeker als je van plan was zoals Leon om fortuin te gaan maken in de handel.
Hun huwelijk en het gezin dat zij vormden bleef dan ook geheim.


Toen de slavernijwetten steeds strenger werden besloot Leon hun kinderen en later ook Juliette naar Nederland te smokkelen. Een voor een ondernamen zij de reis en werden in Monster liefdevol opgevangen door de moeder van Leon op het landgoed Geerbron.
Hun oudste dochter was Virginie. Net als haar later gearriveerde broers en zussen kreeg zij een goede opleiding.
Intussen had Leon nog de droom om ooit met zijn Juliette terug te keren naar Amerika om daar openlijk samen te kunnen leven. Voor het zover was verdeelde hij zijn tijd tussen Charleston en het Westland, steeds heen en weer varend.


Dit werd al beschreven in het boekenweekgeschenk. En toen ontdekte Annejet van der Zijl dat er nog nazaten van de familie Herkenrath in leven waren. Een achterachterkleindochter van Juliette en Leon Herkenrath, woonachtig in San Francisco, meldde zich!
En zo kwam er het vervolg, nu verenigd in één boek.


Het vervolg werd de geschiedenis van Virginie die trouwde met Ko de Fremery en net als haar ouders een veelbewogen leven leidde. Ko trok naar Amerika, en noemde zich vanaf dat moment James. Ook hij was een goede zakenman, hij bouwde niet eenmaal, maar meerdere keren – na verschillende rampen - een imperium op. James en Virginie woonden in San Francisco.


Het lijkt wel een avonturenverhaal. Dat is het eigenlijk ook. Amerika ontstond in die tijd, en trok vele gelukszoekers, zoals Van der Zijl hen noemt. Helaas zijn veel persoonlijke documenten verloren gegaan, zodat we vooral de achterliggende geschiedenis van de slavernij, van de onmin tussen de Noordelijke en Zuidelijke Staten als ook de geschiedenis van San Francisco in dit boek terugvinden.


Je zou hebben willen weten hoe de vrouwen in dit verhaal hun leven ervaren hebben, maar dat is iets waar je nooit achter zal komen. Waren zij niet immers ook min of meer slachtoffers van hun tijd? Juliette als slavin, gehuwd op haar veertiende, met als gevolg vijftien zwangerschappen! Het leven kan niet alleen rozengeur en maneschijn geweest zijn. Maar ze ontsnapte aan het lot zoals dat van vele slaven toen ze eenmaal vrijgekocht was.
Virginie had het een generatie later al beter, maar was net zo goed gevangen in haar tijd.


We zien hun leven alleen bezien door een buitenstaander uit onze tijd, al doet Van der Zijl zeker haar best om inzichtelijk te maken hoe het geweest moet zijn. Bovendien is het niet haar opzet om een roman te schrijven.


Fortuna’s kinderen is een boeiend inkijkje in levens van een paar vrouwen – en mannen – waar wij in onze tijd geen idee van hebben. Er staan foto’s in, een stamboom, een nawoord en een bibliografie.


Bij het lezen van een boek als dit bekruipt de lezer de wens om te zien waar deze mensen hun leven doorgebracht hebben. Annejet van der Zijl laat dan ook weten wat er nu nog over is. Niet veel helaas. 
In Nederland is er alleen nog de grafkelder van de familie Herckenrath. Dit graf is als kelder aangelegd in de duinen, maar inmiddels ligt het hoger dan zijn omgeving. In de grafkelder liggen familieleden van oud-burgemeester Léon Herckenrath. In 1847 is deze particuliere kelder gesticht na enkele tragische familiegebeurtenissen. De laatste bijzetting heeft plaatsgevonden in 1906. De familie Herckenrath was in de negentiende eeuw bewoner van  de buitenplaats Geerbron aan de Herenstraat in Monster. Van deze buitenplaats is niet veel meer te zien.


Annejet van der Zijl studeerde in Amsterdam en Londen. Ze werkte als journaliste tien jaar bij het opinieblad HP/De Tijd, waar ze zich specialiseerde in literaire geschiedschrijving en portretten. In 1998 debuteerde ze met Jagtlust, over het meest roemruchte artistieke broeinest van Nederland.
Annejet van der Zijl ontving in 2012 de Gouden Ganzenveer voor haar grote betekenis voor het geschreven en gedrukte woord in Nederland.


ISBN 9789048862412 | Hardcover | 288 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep | september 2021

© Marjo, 2 december 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Amerikaanse prinses
Annejet van der Zijl


Annejet van der Zijl is inmiddels een bekende schrijfster die enkele fraaie biografieën op haar naam heeft staan. Zoals haar boek over Annie M.G. Schmidt waarin we een heel andere kant van Annie leerden kennen. Ook haar boek over prins Bernhard deed het nodige stof opwaaien, er was weinig positiefs over de man te melden, zo bleek.
En nu is er dit boek over de 'Amerikaanse prinses' Allene Tew, die goed bevriend was met Bernhard. Hij heeft zelfs een tijdje bij haar ingewoond waarbij Allene hem behandelde als haar zoon. Allene was ook  een van de vijf peetouders van prinses Beatrix. Toch is dit gegeven een heel klein onderdeel van het boek want het leven van Allene Tew was op zijn zachts gezegd nogal turbulent.


Op de voor haar zo kenmerkende stijl vertelt Annejet over het jonge meisje wiens voorouders, een smid en schoenlappers zich vestigden in Jamestown, toentertijd een nederzetting aan de Chadakoinrivier. De smid George Tew kon als een van de weinigen lezen en schrijven en werd de dorpsklerk, zijn broer William werd tweede man bij de brandweer. Later nam William de smederij over en deed zeer goede zaken. Broer George schopte het tot directeur van de Silver Creek Bank en was een zeer invloedrijk zakenman. Een van de zonen van William, de eigenzinnige Charles Tew die niets van het werk van zijn vader of oom wilde weten, huwde een dochter van de plaatselijke stalhouder en zij werden samen de ouders van Allene.


Rijk waren ze niet maar Allene had wel iets anders meegekregen van hen, ze was namelijk van ongekende schoonheid. Helaas zagen de mannen dat ook en Allene bezweek voor de charmes van Tod Hostetter, de charmante, ondeugende, vrolijke, knappe, rijke, roekeloze verleider. Ze moesten trouwen maar volgens de officiële berichten werd het kind 10 maanden na hun huwelijk geboren... Tja in een rijke familie kan dat gewoon. Wat Allene toen nog niet wist, is dat ze hierna nog vier maal in het huwelijksbootje zou stappen - met onder andere prins Heinrich XXXIII Reuss-Köstritz en graaf Kotzebue - en al haar kinderen zou verliezen.


Annejet voert ons mee langs de luxe huizen van Allene, gesitueerd in Amerika en Parijs. Ze vertelt over het huwelijksleven van deze bijzonder vrouw die uiteindelijk in de hoogste adellijke kringen verkeert. Het leven van Allene kent vele diepe dalen maar ze klimt daar keer op keer weer uit.


Opvallend is dat Annejet van der Zeil zo weinig kritiek heeft op deze vrouw. In haar andere boeken wordt toch vaak een flinke kritische noot over haar hoofdpersonen gekraakt. Misschien is het daarom dat het verhaal een beetje voortkabbelt.
Allene is gewoon een erg lieve, zorgzame, beeldschone, intelligente, warme vrouw met een goede smaak qua kunst, kleding en inrichting van huizen. Ze behandelt veel vrienden als haar kinderen en laat niemand vallen. Alleen haar keus voor de verkeerde mannen is vrij bizar, hoewel ze niet allemaal gokkers of alcoholisten waren. Er is er echter maar één geweest waarmee ze een zeer gelukkig huwelijk had. De andere mannen leverden problemen op of waren prettig in de omgang maar meer ook niet.


Annejet van der Zijl heeft een gedegen reconstructie geschreven over het leven van Allene Tew, het plattelandsmeisje dat uiteindelijk prinses werd. Natuurlijk is het evengoed wederom een knap en degelijk staaltje werk maar dit boek spreekt me toch minder aan dan haar voorgaande boeken.


ISBN 9789021400730 | Hardcover met stofomslag | 278 pagina's | Uitgeverij Querido| november 2015

© Dettie, 27 november 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Bernhard. Een verborgen geschiedenis
Annejet van der Zijl


Annejet van der Zijl houdt van schrijven, puzzelen en mensen. Dat doen er meer, maar in de handen van Annejet van der Zijl groeit die liefde uit tot prachtige verhalen over mensen en hun verwevenheid met de wereldgeschiedenis. Of ze nu Annie M.G. Schmidt, Prins Bernhard of Sonny Boy heten. 


Zo begint een artikel in het blad  Boek over het boek Bernhard. Een verborgen geschiedenis van Annejet van der Zijl. Zij is op dit boek gepromoveerd.
En inderdaad haar boeken over Sonny Boy en Annie M.G. Schmidt heb ik met zeer veel plezier gelezen, mooie verhalen, niet sentimenteel, goed gedocumenteerd en vooral prettig geschreven. Ook dit boek is geschreven in haar zeer toegankelijke schrijfstijl maar het liet me lichtelijk verbijsterd achter.


Van der Zijl heeft vooral de levensjaren van Bernhard voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog besproken. Wat naar voren komt is een man die leeft voor de lol, van het ene feestje en jachtpartij naar het andere rent, een vrij slap karakter heeft maar vooral een moederskind is. Als het met zijn moeder maar goed gaat dan gaat het met Bernhard ook goed.


In feite weerlegt of bewijst Annejet alle verhalen en mythes rond prins Bernhard. Hij groeide aanvankelijk op als enig kind en werd aanbeden door zijn moeder. Zij vond haar zoon een zegen. Die liefde was wederzijds. Mama was alles. Nu was moeder Armgard geen doorsnee vrouw. Ze was een vrijgevochten vrouw en had zeer eigen opvattingen over het leven. De drie jaar jongere broer van Bernhard, Aschwin,  telt nooit echt mee bij haar en Bernhard maar hij blijft er altijd een beetje bij bungelen. Soms wordt Aschwin opgenomen in Bernhards leven als het nodig is maar net zo snel weer verworpen. Het is moeder Armgard die telt en blijft tellen. Zij was de grote liefde in Bernhards leven.


In de kranten is al gemeld dat Van der Zijl ontdekte dat  Bernhard lid was van de NSDAP. In feite vond zij een lidmaatschapskaart van de Studentenschaft waarop stond dat hij lid is van de NSDAP, de SA en corpsvereniging Borussia die onder nazi-invloed stond. Bernhard zelf heeft zijn lidmaatschap altijd ontkent evenals de 'band' met Hitler. Maar Bernhard heeft veel dingen verdraait en naar eigen hand gezet zo blijkt uit het boek. Bernhards geschiedenis werd altijd net even anders weergegeven en anders wel verzonnen door Bernhard. Ook de regering deed er veel aan om een positief beeld van Bernhard te creeëren en veel werd in de beroemde doofpot gestopt.
Ronduit beschamend is Bernhards houding vóór zijn verloving met Juliana. De geruchten deden al de ronde over een op hande zijnde verloving en toentertijd werd al melding gemaakt van de reden van Bernhards toenaderingen. Die reden was geld, waar zijn familie veel te weinig van had. Voor zijn aanzoek aan Juliana vroeg hij nog even snel twee andere vrouwen ten huwelijk. Toen deze beiden weigerden vroeg hij Juliana.
De charmante Bernhard maakte van Juliana een stralende vrouw maar helaas niet voor lang.


Zoals bekend had Bernhard diverse relalties, die had hij al tijdens de oorlogsjaren en één vrouw ging daarna zelfs mee op vakantie met het vorstelijk paar. Maar eigenlijk was Bernhard een mannenman, hij trok het liefst op met zijn vrienden en toonde zich daarin ook soms een vrij verwende man. Het huwelijksleven van zijn vrienden deed er niet toe, als zij maar op pad konden, lol konden maken. Je krijgt de indruk dat er voornamelijk erg oppervlakkig vermaak werd gezocht en dat bleef Bernhards hele leven zo.
Ook de mythe dat Bernhard een oorlogsheld was wordt onderuit gehaald door Van der Zijl. Sterker nog, men had liever niet dat Bernhard iets ondernam, hij werd niet gezien als zijnde een intelligent en integer mens. Ook de Prinses Irene brigade wordt in het boek neergezet als een elitair groepje dat niet veel voorstelt.


Kortom, Prins Bernhard wordt tot op het bot uitgekleed en er blijft niet veel meer van de ons gepresenteerde charmante prins over. Je houdt er eerder een enorm vieze smaak aan over. Zeker als je leest hoe Bernhard na de oorlog overal geld weet los te peuteren voor zijn moeder. Hij ontving in het kader van de Wiedergutmachung één miljoen mark en later nog eens van Polen een bedrag van 134.000 euro. Voor de schade toegebracht aan zijn geboortehuis... Je begint je zelfs af te vragen, was er eigenlijk wél wat goed aan die man? In dit boek kun je hooguit 'goed' vinden dat hij goed voor zijn vrienden zorgde. Hen gunde en gaf hij alles maar voor de rest heb ik weinig plezierigs over deze man gelezen.
Verbijsterend hoe mensen en de pers dingen naar buiten weten te brengen en weten te verdraaien zodat je een totaal ander beeld krijgt voorgeschoteld. Natuurlijk weet je dat niet alles verteld wordt maar dat  de waarheid zo erg verdraaid wordt is wel schokkend.


Bernhard zei over zichzelf. Ik ben altijd een jongen van tien gebleven...
Zijn leven lijkt ook op een jongensboek. Bernhard komt ook over als verwend  jongetje dat van plezier, vrouwen, reizen, snelle auto's en vooral zijn moeder houdt.


Zie ook de uitzending van de NOS

ISBN 9789021437644 Hardcover 458 pagina's | Em. Querido's Uitgeverij | maart 2010

© Dettie, mei 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Sonny Boy


Op verzoek van Marjo heb ik ook een verslag van dit boek gemaakt.


Tien jaar geleden hoorde Annejet van der Zijl - auteur van een biografie van Annie M.G. Schmidt - het wonderlijke levensverhaal van Waldemar Nods. Het was een verhaal dat rondzwierf en verteld wilde worden, zo schrijft ze in Sonny Boy.


Inderdaad, zoals Marjo al zei, gaat het waargebeurde verhaal niet over Sonny Boy maar over zijn ouders.
Dat doet echter niets af aan het verhaal. Dat staat als een huis en heeft diverse thema’s in zich: liefde, ouderschap, gemend huwelijk, oorlog enz. Ik had een boek verwacht dat voornamelijk over de problemen rond de liefde tussen Rika en Waldemar zou gaan en hoe Sonny Boy in dit geheel stond. Niet dat die problemen er niet in voorkomen maar het gaat over veel meer dan dat...


1911. Rika is zeer tegen de zin van haar familie, getrouwd met Willem Hagenaar. Aanvankelijk is het huwelijk goed. Zij leiden een prettig leven en vooral als Willem overgeplaatst wordt naar Den-Bosch breekt er een goede tijd aan. Zij voelden zich in het rijke roomse leven in de Brabantse hoofdstad als een vis in het water. Inmiddels hebben zij vier kinderen: Willem, Lamertina, Jan en Henk. Maar dan wordt Willem overgeplaatst naar Goedereede, een plaatsje op een eiland in Zuid-Holland met zeer vrome en conservatie bewoners. De overgang is té groot, Rika kan maar niet wennen en probeert van alles om het leven aangenamer te maken tot ontzetting van de Goedereeders. Willem wilt dat Rika zich aanpast maar dat gaat te zeer tegen haar natuur in. Het huwelijk klapt in elkaar en als Willem zijn handen niet meer thuis kan houden vlucht Rika met Henk naar haar familie in Den Haag. Ze trekt in bij haar zus Jo en later komen de rest van de kinderen ook bij haar wonen. Het is dan februari 1928.


Rika is dan bijna 40. Zij begint een pension en onmiddellijk meldt zich een kostganger, de 20-jarige uit Suriname afkomstige Waldemar, een neef van de man van haar nicht. Waldemar koestert zich in de warmte en hartelijkheid van Rika, zijn komst naar Nederland was hem bitter tegengevallen.
Ook de kinderen kunnen goed met Waldemar opschieten maar als blijkt dat er meer is tussen hun moeder en Waldemar vindt vooral Willem dit een walgelijke gedachte en voelt zich verraden door die vriendelijke mijnheer. Samen met zijn broertje Jan vlucht hij naar zijn vader. Deze wordt razend en stelt alles in het werk om zijn andere twee kinderen onder de invloed van deze verderfelijke vrouw vandaan te halen, wat hem ook zal lukken.


Op 17 november 1929 bevalt Rika van een zoon, Waldy maar door zijn ouders Sonny Boy genoemd naar het liedje van Al Jolson. Zo blij als Rika en Waldemar zijn met Sonny Boy zo vreselijk vindt de familie het. Rika, officieel nog getrouwd en nu nog een bruin bastaard kind ook! Die schande is te groot. Familie en vrienden willen niets meer met haar te maken hebben.
Rika gewend als ze is aan een luxe leventje moet nu elke stuiver zes keer omdraaien. Ze doet wat ze kan om aan geld te komen, van waarzeggerij tot kamers verhuren. De twee andere kinderen worden haar enige tijd later door de rechter ontnomen. Willem verbiedt zijn kinderen contact te hebben met hun moeder, zelfs om haar naam nog ooit te noemen. Ontroerend zijn de nooit aflatende pogingen van Rika om haar kinderen meer dan een paar uur per jaar te mogen zien. Zij blijft haar kinderen elke week brieven en pakketjes sturen en blijft vertellen dat ze ontzettend veel van hen houdt.


Waldemar en Rika leven in grote armoede. Waldemar probeert in zo kort mogelijke tijd zijn diploma handelscorrespondentie en praktijkexamens handelswetenschappen te halen. In 1931 slaagt hij en vindt een baan. Na vele omzwervingen van het ene naar het andere huis belanden ze in Scheveningen. Daar start Rika een pension en met succes. Vooral haar enorme hartelijkheid wordt geroemd. Inmiddels is het erg roerig in Duitsland en het is de tijd van de grote recessie. Maar in Scheveningen is daar weinig van te merken. Pension Walda loopt als een trein vooral door de losse sfeer en uitstekende keuken. Dit blijft zo tot en met de zomer van 1939 ook al beginnen zich donkere wolken boven Europa samen te pakken...


Als de oorlog uitbreekt verandert Scheveningen in een vesting. De joden worden steeds meer openlijk vervolgt. Rika neemt onderduikers in huis en nadat ze verraden zijn volgen we de lange, zware en trieste weg van Waldemar en Rika door de oorlog heen. Maar dat verhaal vertel ik niet, zo mooi als Annejet van der Zijl kan ik het niet schrijven, dat is echt iets wat je zelf moet lezen.


Mijn mening:
Ontroerend, aangrijpend boek. Het is ongelooflijk hoe Rika overeind weet te blijven, door iedereen verguisd, voor hoer aangezien, haar kinderen kwijt en in grote armoede levend. Ze blijft optimistisch en vol vertrouwen. Je kan niets anders dan enorm respect voelen voor deze vrouw, die enorm vecht voor haar man en kinderen. Waldemar is degene die zich maar constant aan moet passen, aan het klimaat, de “kille” mensen, het rascisme . Hij doet dit door zich uitermate correct te gedragen. Hij komt over als een zachtaardige, lieve, vriendelijke man. Je voelt zijn eenzaamheid maar je voelt ook de liefde die deze twee mensen voor elkaar hebben. Schrijnend is het feit dat de door Waldemar zo geliefde zee ook zijn vijand blijkt te zijn.
Annejet van der Zijl weet door het verhaal van deze twee mensen heen ook een duidelijk beeld te schetsen van de jaren twintig, het langzaam opkomend nazisme en de oorlogstijd.
Persoonlijk vind ik het gedeelte over de oorlogsjaren het meest indrukwekkend.
Kortom een prachtig boek! Lezen!

ISBN 9038887353 Ingenaaid, 235 pagina's Met illustraties Verschenen: februari 2005 Gewicht: 368 gram Formaat: 215 x 135 x 23 mm Nijgh & Van Ditmar

© Dettie


 

Sonny Boy


Leuke titel, maar het boek gaat nauwelijks over Sonny Boy. Wel over zijn ouders. Het is een geschiedschrijving in romanvorm. Waargebeurd dus.


Waldemar is een rustige terughoudende jongen, zoon van een blanke moeder en zwarte vader. Hij is geboren en getogen in Suriname, maar omdat het 'het grootste goed' is om opgeleid te worden in Holland, ("alle goeds komt uit Holland") vertrekt hij in 1927 naar Holland.


"En Waldemar dook het zilte water in en zwom naar huis. Slag na slag, meter na meter, tot hij in zijn ritme kwam en als vanzelf door het water kliefde. Alles spoelde van hem af en uiteindelijk was het enige wat nog overbleef hijzelf, zoon van Suriname, groot geworden met de rivier. Zij droeg hem, want water was zijn vriend."


In Holland treft hij na enkele minder prettige omzwervingen (Holland blijkt helemaal niet zo gastvrij) een goede hospita: Rika van der Lans. Zij is ouder, en moeder van vier kinderen. Maar zij is weggegaan bij haar man Willem, en moet het alleen zien te redden. (in die tijd was een vrouw alleen natuurlijk niet zo normaal als nu) Zij en Waldemar vallen voor elkaar, waardoor Rika tenslotte haar kinderen verliest. Een zoon wordt geboren: Waldy, bijnaam Sonny Boy..
Dan volgen we Waldemar en Rika, door de crisisjaren, en door de oorlog, die ze in Scheveningen in het ene na het andere huis doorbrengen. Rika heeft daar steeds een pension, Waldemar werkt op kantoor, en ziet zijn carrière belemmerd, omdat de diploma's uit Suriname hier niet veel waard zijn. In de oorlog nemen ze onderduikers, en dat betekent het einde. Waldemar ontdekt dat het water ook zijn vijand is...


Slavenhandel, en het meewerken aan de deportatie van de joden, twee foute dingen waar de Nederlanders bij betrokken waren. En daar door heen de liefde van twee heel verschillende mensen.
Hapt lekker weg, maar dat Van der Zijl schrijven kan wist ik al.


ISBN 9038887353 Ingenaaid, 235 pagina's Met illustraties Verschenen: februari 2005 Gewicht: 368 gram Formaat: 215 x 135 x 23 mm Nijgh & Van Ditmar

© Marjo

Meer over Annejet van der Zijl, klik op de afbeelding

Reageren? Klik hier!