Emerson Vermaat

'De haat mag niet overslaan naar onze straten'
De terreurdreiging door Islamitische Staat
Emerson Vermaat


Voor de titel van dit boek heeft Emerson Vermaat een citaat gebruikt uit de Troonrede van 16 september 2014, uitgesproken door koning Willem-Alexander, We lezen op de achterkant van het boek dit citaat:


De situatie in Noord-Irak, Syrië en Gaza leidt in ons land tot spanningen en tot gevoelens van onmacht en onveiligheid. De haat die elders in de wereld mensen in het verderf stort, mag niet overslaan naar onze straten.

 
Mijn motivatie om dit boek te willen lezen was meer inzicht te verkrijgen in de situatie rondom de terreurdreiging door Islamitische Staat (IS). Nu ik het hele citaat van de koning lees, vraag ik me af of hij bij de troonrede bedoelde dat door deze dreiging dezelfde haat hier zal ontstaan tegenover burgers die met deze dreiging worden geassocieerd, zoals moslims en vluchtelingen. 


Vermaat begint het boek met een kort overzicht van de historische ontwikkeling ISIS/IS. Dat is zeker kort want het beslaat slechts vijf bladzijden. Achter ieder hoofdstuk is direct de bronverwijzing toegevoegd. Lastig is, dat in de tekst geen verwijzing staat naar de vermeldde bronnen, zodat de lezer zelf moet uitzoeken welke bron verantwoordelijk is voor welke delen van de tekst in een hoofdstuk. Nalezen van de vermelde bronnen uit interesse of om zelf de bronnen te kunnen interpreteren is dus lastig.


In hoofdstuk 2, behandelt Vermaat direct een heel gevoelige daad van IS. De titel luidt Onthoofdingen en de drift om te vernietigen. Eigenlijk had dit hoofdstuk ook onder de historische ontwikkeling kunnen vallen, want Vermaat gaat in dit hoofdstuk in op, zoals hij het zelf noemt, de traditie van het onthoofden in de moslimwereld uit de zevende en achtste eeuw. De vraag rijst of het bij IS wel gaat om een voortgezette traditie. Het zou interessant zijn geweest als Vermaat de vraag zou beantwoorden waarom IS nog steeds dit 'primitieve' middel hanteert. Is dat niet meer omdat deze gruwelijke daad van de terroristen de wereld zal choqueren en angst aanjagen aan al hun potentiële slachtoffers?


De terroristische aanslagen in de westerse wereld die zijn opgeëist door IS, zijn over het algemeen met moderne wapens uitgevoerd en niet met zwaarden. Zoals Vermaat zelf beschrijft op bladzijde 115 waren de daders van de aanslagen in Parijs voorzien van pistool, automatische wapens, ontstekingen en wapenvesten. Uitzondering is een terroristische aanslag in Londen op 22 mei 2013, waarbij een 25-jarige militair werd aangevallen met een kapmes en werd gedood. 


Vanaf hoofdstuk 4 is het boek van Vermaat vooral een opsomming van gebeurtenissen en feiten die betrekking hebben op of in relatie staan tot extremisme en terrorisme van IS. 


Vermaat trekt op diverse plekken in het boek een vergelijking tussen de daden van IS en die van de nazi's en met name die van de schutzstaffel (SS). De symbolen van IS zouden in hoge mate overeenkomen met die van de SS. Hij spreekt op pagina 34 zelfs van het 'necrofiele' (aanhalingstekens zijn van Vermaat zelf) karakter van de daden van beide groepen, waarbij hij put uit het werk van de Amerikaanse psycholoog, sociaal psycholoog en filosoof Erich Pinchas Fromm, die zegt: 'Degenen die necrofiel zijn, hebben als doel om alles wat leeft in dode materie te veranderen; zij willen alles en iedereen vernietigen, vaak ook henzelf; hun vijand is het leven zelf.'
Uiteraard zijn de daden van beide groeperingen vergelijkbaar in de zin dat zij zeer gruwelijk zijn in uitvoering, maar dat geldt wel voor meer conflicten, zoals Rwanda, voormalig Joegoslavië, Congo, Centraal Afrikaanse Republiek enzovoort. De door Vermaat gegeven 'definitie' van het necrofiele karakter is ook op de daden in deze gebieden van toepassing. Wat ik miste in het boek is de uitleg waarom hij juist de vergelijking tussen IS en SS zo duidelijk ziet of belangrijk vindt. Opnieuw leverde dit bij mij de vraag op en wel of hij niet meer doelde op meer ideologische achtergronden van de daden van beide groeperingen en om welke typeringen uit die ideologie dat dan precies gaat.


Niet alleen de gruwelijke daad van het onthoofden door IS wordt door Vermaat in het boek beschreven, maar alle bij een gewelddadig conflict behorende misdaden. Hoe vrouwen worden verkracht, misbruikt en ingezet als (seks)slaaf. Hoe kinderen worden ingezet en opgejut om de daden van de daders te legitimeren en soms te imiteren. Hij doet dit door zeer gedetailleerd te beschrijven hoe deze praktijken worden uitgevoerd. Wellicht wil hij de lezer doordringen van de waanzin van de daden die door IS worden begaan, maar voor mij als lezer wekte dit meer weerstand op bij het lezen dan walging. De lezer heeft genoeg aan de eigen verbeelding als deze zaken worden benoemd. Als je het een en ander expliciet krijgt voorgeschoteld, zoals Vermaat doet, zonder dat de auteur daarbij zijn motivatie hiervoor verwoordt, slaat het wat mij betreft volledig de plank mis.


De auteur voegt op veel plaatsen in het boek zijn eigen mening toe. Daar heb ik over het algemeen geen probleem mee en zelfs bewondering voor als die mening dan met feiten wordt onderbouwd. Dat laat de auteur echter op meerdere plaatsen achterwege, waardoor er in het gehele boek een oordeel doorklinkt dat in één bepaalde richting gaat. Het meest uitgesproken voorbeeld hiervan vond ik op bladzijde 43 onder het kopje Moedige vrouwen in Algerije:


Wat me in Algerije opviel was dat veel vrouwen zich bewust westers kleedden en weigerden de kledingvoorschriften van de moslimextremisten op te volgen. Geen sluiers en geen hijaabs of zwarte niquaabs (die alleen een spleet voor de ogen vrijlaten). Sommige Algerijnse vrouwen droegen zelfs een spijkerbroek óók al woonden ze in een wijk waar de 'fundamentalisten' het voor het zeggen hadden. Ik heb in Algerije méér westers geklede vrouwen gezien dan in die wijken van West-Europese steden waar veel moslims wonen. Voor die moedige Algerijnse vrouwen had ik oneindig veel meer bewondering dan voor moslimvrouwen in Amsterdam, Rotterdam, Parijs, Brussel, Berlijn, Hamburg of Londen die zich slaafs aan hun dominante mannen onderwerpen – mannen die vaak prostitués bezoeken of hun vrouwen na kortere of langere tijd inruilen voor een ander 'exemplaar', liefst van het land van herkomst.


Gaat Vermaat hier niet voorbij aan de (met name door mannen uitgevoerde) koloniale overheersing van Algerije door Frankrijk van 1830 tot 1962? Kleden die vrouwen zich bewust westers of was dat in de steden door die lange westerse overheersing gewoon gebruik geworden? Zijn die vrouwen door die westerse overheersing misschien beter in staat vast te houden aan wat zij zelf vinden, maar is daarmee dan ook die westerse overheersing goed te praten?
Vooral de tweede helft van zijn constatering vind ik ronduit denigrerend en ongefundeerd naar moslimvrouwen en -mannen. Dit heeft geen enkele functie met betrekking tot het onderwerp van zijn boek. De laatste zin over de mannen is ronduit stuitend. Hier bekroop mij het gevoel dat de motivatie van Vermaat een andere is, dan ons feitelijk informeren over de terreurdreiging van IS.


Hoofdstuk 5 heeft de titel Gevaarlijke terroristen vermomd als asielzoeker en daar lees ik:


Het is bij het grote publiek minder bekend en vluchtelingenorganisaties zwijgen er doorgaans over: terroristen en radicale moslims maken op relatief grote schaal misbruik van de asielprocedures van westerse landen.


Het woord relatief gebruikt Vermaat te pas en te onpas. Het woord betekent dat iets moet worden bezien in relatie tot iets anders. Op grote schaal zegt in dit citaat dus niets. Als je zoiets beweert, zeker als je wilt dat de informatie in je boek serieus genomen wordt, dan moet je met concrete cijfers komen, zodat iedereen duidelijk kan lezen om hoeveel het gaat. Opnieuw bekroop me hierbij het gevoel of dit boek mij de feiten wel presenteert of dat hier sprake is van tendentieus schrijven.


Ik heb in het boek van Vermaat niet de antwoorden gevonden die ik hoopte te vinden. Zoals ik al eerder schrijf, zitten in de toevoegingen van Vermaat wat mij betreft te veel oordelen, die neigen naar vooroordelen en daarmee is voor mij de informatie in het boek te weinig objectief. Dat mag, want hij is onderzoeksjournalist en de auteur pretendeert niet dat het boek een wetenschappelijk werk is. Ik onderschat niet het gevaar van een groepering als IS en verafschuw hun daden, maar waar ik zelf naar zoek is hoe we de terroristische daden van IS kunnen loskoppelen van hun legitimering vanuit het moslimgeloof, de islam. Het loskoppelen van daders van terrorisme enerzijds en moslims met een oprecht en vredelievend geloof anderzijds is volgens mij absoluut noodzakelijk hoe hard terroristen ook roepen dat zij handelen vanuit dit geloof. Ik geloof er namelijk niet in dat oprechte moslims deze daden toejuichen of goedkeuren en ook niet dat zij in hun koran lezen dat dit de weg is. Onder hun geloofsgenoten vallen nota bene de meeste slachtoffers van deze extremistische daden. Voor mij worden in het boek van Vermaat de daden van IS teveel met de islam en moslims verweven.


Over de auteur: Emerson Vermaat is een ervaren onderzoeksjournalist. Hij studeerde rechten en politieke theorieën in Leiden en houdt zich al jaren bezig met de bestudering van criminaliteit en terrorisme. Tussen 1973 en 2005 was hij werkzaam bij de Evangelische Omroep. Jarenlang maakte hij voor de publieke omroep reportages in oorlogs- en crisisgebieden. Enkele van Vermaats tv-reportages werden in een groot aantal landen uitgezonden, onder meer een interview met Boutros-Boutros Ghali (kort voordat deze in 1991 tot secretaris-generaal van de Verenigde Naties werd benoemd) alsmede een reportage getiteld 'The making of a suicide bomber' (1996).


ISBN 9789461536778 | Paperback met illustraties |178 pagina's  Uitgeverij Aspekt | mei 2015
met chronologisch overzicht van data en feiten achterin het boek

© Ria, 30 december 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER