Miek Smilde

altRaarhoek
Miek Smilde


In 1952 werd in Raalte het plan opgevat om op het terrein van de paters van het heilig Hart een psychiatrisch ziekenhuis te bouwen. Eigenlijk zou er een seminarie komen, maar mede door de oorlog waren er de eerste tekenen van verzuiling: een seminarie had geen kans van slagen.
Jammer, vond Raalte, en moesten ze zo’n inrichting wel toestaan? Raalte zou immers synoniem worden met gekte, zeker met die spoorlijn in nabije omgeving.
Maar er was geen andere voorziening in het noorden, het terrein was niet direct in het dorp, en de arbeidsplaatsen waren zeer welkom.
De bouw duurde jaren, en de plannen werden tussendoor regelmatig gewijzigd, maar eindelijk, in 1967, werd een gebouw opgeleverd, dat niet alleen geschikt was voor opname en opsluiten, maar vooral ook een therapeutische functie had. In het licht daarvan was bijvoorbeeld het kerkgebouw niet alleen voor liturgische diensten geschikt, maar konden er ook theatervoorstellingen plaatsvinden, was er een bibliotheek, een winkeltje een kapper, alles ook open voor de Raaltenaren.
Franciscushof was een feit.


In de zomer van 2008 wordt begonnen met de sloop. Als Miek Smilde, freelance journalist en schrijfster, hiervan hoort, besluit ze dit boek te schrijven. Haar vader was in de jaren 1974 tot 1986 directeur-geneesheer, vandaar haar affiniteit met Franciscushof.
Het is de geschiedenis van het ontstaan en van de sloop, dat is duidelijk, maar ook van alles er tussen in. Hoe de psychiatrie veranderde in de loop van de jaren, hoe de ene patiënt daar wel bij voer, maar de ander er juist onderdoor ging (- soms is vrijheid ondraaglijk -). Het verraste mij te lezen dat de elektroshock nog steeds af en toe toegepast wordt!
We lezen over Foudraine, en over nieuwerwetse ideeën die in Italië zo goed aansloegen dat men ze in Raalte ook uitprobeerde. Over welke mensen in de inrichting terecht kwamen: aanvankelijk psychisch gehandicapten, later vooral mensen met depressies. Over taboes en een medicijn als aandachtverstrekker.


‘De stress was zo groot en de problematiek zo complex dat we soms heel onorthodox moesten zijn.
We hadden hoe dan ook veel te veel zorgen voor veel te veel mensen, we wisten nog zo weinig en wilden zo graag meer weten, maar we moesten in de praktijk heel veel doen met weinig weten.’


Hoe het dorp omging met de patiënten, over de onvermijdelijke zelfmoorden. Over hoe men leerde ‘gestoorde’ personen niet alleen maar plat te spuiten en in een isoleerruimte te plaatsen, maar hoe praten en knuffelen zoveel belangrijker kon zijn. De psychiatrie is nogal eens onderhevig geweest aan veranderingen, met de steeds nieuwe inzichten. Toch zegt een geneesheer:


‘Het maakt geen flikker uit wat je doet, als je maar contact maakt.’


Afgewisseld met stukken feitelijke informatie, lezen we interviews met patiënten, met personeel en natuurlijk ook over de gesprekken met haar vader. Dat maakt het boek zeer leesbaar.
Wat ik erg prettig vind is ook hoe Miek Smilde nagaat waar de patiënten gebleven zijn en hoe het met hen gaat. Het is een indrukwekkend verslag over een verdwenen instelling, waarbij je je toch de vraag stelt of dat wel een goede beslissing was: psychiatrische zorg overhevelen naar normale ziekenhuizen.


ISBN  9789029573764 | paperback |331 pagina's | Arbeiderspers | januari 2011

© Marjo, 10 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER