Koos van Zomeren

Het verlangen naar klapekster
Koos van Zomeren


Een van de mooiste dingen om mee te maken tijdens een wandeling is het bekijken van vogels die je onderweg tegenkomt. Met de verrekijker op scherp zie je vaak vogels in de meest adembenemende kleuren, met ragfijne of klauwachtige pootjes, met puntige of dikke snavel etc. Na verloop van tijd begin je enkele vogels te herkennen. 'Ah, de blauwborst tapuit' roep je dan blij en stiekem ben je een beetje trots dat je de naam weet, terwijl het vogeltje feitelijk makkelijk te herkennen is dankzij zijn... jawel blauwe borstje.


Maar hoe meer je je in vogels verdiept hoe meer je beseft wat je niet weet. Er zijn zoveel vogels in alle soorten en maten en soms zijn er maar kleine verschillen waaraan je ze kunt herkennen.
Eén ding staat vast, vogels spotten is verslavend. Het is echter wel iets voor geduldige mensen, er kunnen namelijk tijden verstrijken zonder een 'nieuwe' vogel te ontdekken en dan is het ineens feest en zie je er drie in één week. Dat gevoel als je eindelijk een nieuwe vogel spot, is geweldig.
Koos van Zomeren, brengt dit zoeken en die blijdschap prachtig onder woorden in dit boekje.


Nadat hij zich in het voorjaar van 2010 had beziggehouden met de hazelworm, wat uitmondde in het boek Het verlangen naar hazelworm
besloot hij zich in de winter van datzelfde jaar te richten op de klapekster, een van de meest favoriete vogels onder de vogelaars.
Maar de vraag is of ze überhaupt nog wel voorkomen en overwinteren in zijn woongebied, de Veluwezoom.
Koos van Zomeren begint daarom datzelfde jaar met een proefwinter om te zien of het wel zin heeft om naar klapeksters uit te kijken.

Zo gebeurt het dat hij in december 2010 voor het eerst daadwerkelijk met de blik gericht op klapeksters zijn ronde loopt met vaste begeleider Stanley, de hond. Het is een erg koude winter met veel sneeuw. Er is geen klapekster te bekennen. In januari 2011 is nog steeds geen klapekster waargenomen.  Op 15 februari zou het kunnen zijn dat Van Zomeren een klapekster zag, maar de twijfel is te groot om het met zekerheid vast te kunnen stellen. En dan wordt het 3 maart 2011. Eindelijk! Een klapekster! Koos van Zomeren schrijft:


"Vogel. Strijkt af, vliegt over de hei weg. Te donker lijkt me. Hij gaat op het uitsteeksel van een dooie berk zitten. Houding en gedrag kloppen - maar nog steeds zo donker. Omtrekkende beweging over de hei tot ik de zon in mijn rug heb. Maskertje? Jawel, maskertje! Nu doorstroomt me een moeilijk te beschrijven geluksgevoel. Ik denk: deze winter is dus niets voor niets geweest. Pathetische gedachte maar niets meer aan te doen, ik héb haar gedacht. In de tussentijd is de vogel gevlogen.


Even later, op dezelfde dag ziet Koos nóg een klapekster!
Het geeft Van Zomeren de moed om door te gaan en wij mogen het meebeleven.

In korte, dagboekachtige notities worden zijn sfeervolle waarnemingen weergegeven. Het is niet alleen een uitkijken naar de klapekster die hij beschrijft maar ook de omgeving en de sfeer worden in zijn belevingen meegenomen. Het mooie berkenbosje, een zingend veldleeuwerikje, een warm winterzonnetje etc. Lichte bron van vermaak is hond Stanley die weinig moet hebben van dat steeds maar stilstaan en dat eindeloze staren met de verrekijker naar die prachtige klapekster.
Koos van Zomeren zoekt informatie in boeken over de klapekster en deelt die met ons. Hij trekt erop uit met Rob Bijlsma zodat hij goed geïnformeerd raakt over de klapekster en zijn gewoontes. Aan het eind van de proefwinter staat vast dat het de moeite loont om de klapekster de eerstkomende winters te volgen.

We mogen gelukkig ook de winters van 2011/2012 en 2012/2013 meebeleven met Van Zomeren en hond Stanley. Op zijn eigen laconieke, rustige wijze vertelt hij over zijn wandelingen, waarnemingen en de blijdschap als hij weer een nieuwe klapekster gespot heeft. We leren op welke plekken ze voorkomen, wat hun habitat is, hoe intelligent ze blijken te zijn. Van Zomeren verwondert zich ook over de inhoud van de braakballen, daarin zitten gave botjes van een muis, zelfs een gaaf schedeltje.
Maar het zijn niet alleen de klapeksters die zijn geest bezig houden. Hij maakt zich zorgen om de hond die oud begint te worden en we lezen over andere mijmeringen en zorgjes die onderweg door zijn hoofd spoken. De ene keer zijn dat zinnen uit een boek van John Steinbeck, de andere keer loopt hij te piekeren of de kleur van de rug van de klapekster nu blauwgrijs of grijsblauw is. - Het woordenboek zorgt voor uitsluitsel.  -
Van Zomeren vertelt over de invloed van het weer op zijn gemoed, over de routes die hij loopt om ineens af te wijken van het gebruikelijke pad.  Kortom, we worden op een plezierige wijze op de hoogte gehouden van allerlei zaken die zich tijdens het zoeken naar klapekster in het hoofd van Koos van Zomeren afspelen. Dit alles in de mooie taal die Koos van Zomeren eigen is.
Maar natuurlijk is het voornaamste onderwerp van het boek de klapekster.


Ik merkte dat ik naar het eind toe langzamer ging lezen, ik wilde niet dat er een einde kwam aan de wandelingen, ik wilde het prettige gezelschap van Van Zomeren nog niet kwijt. Maar helaas aan alle dingen komt een eind, ook aan de goede. Met een spijtige zucht heb ik het boek dichtgeslagen. Ik ga Koos missen.


ISBN 9789029589758 Hardcover 195 pagina's Uitgeverij Arbeiderspers oktober 2014

© Dettie, 18 december 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER