Non-fictie

Frank Decat

altVreemde eenden in de strijd
Frank Decat


Als je denkt aan een leger denk je eigenlijk automatisch aan fitte jonge mannen. FrankDecat keek verder dan zijn neus lang is, en wil zijn bevindingen met ons delen. 
Altijd al, betoogt hij, zijn er ook oude mannen geweest die dienst namen - of hielden-  in het leger. Altijd al waren er jonge jongens, kinderen nog, die zich niet door regels lieten weerhouden of ook gedwongen werden. Altijd al waren er vrouwen die de strijd aangingen. Zelfs gehandicapten hebben zich door de eeuwen heen laten gelden. En Decat besteedt ook een deel aan de deelname van geestelijken in het leger. Je zou die niet verwachten! Zegt God immers niet ‘gij zult niet doden’?
Maar vanaf de middeleeuwen wisten de tempeliers, de johannieten en de jezuïten daar wel een antwoord op: zij bestreden het kwaad, en het kwaad doden, dat mocht wel. Ook in de beide wereldoorlogen waren geestelijken als ‘gewoon’ soldaat aanwezig. Het was een heilige roeping, zowel aan de kant van de aanvallers, als van de geallieerden. De geestelijkheid was er om geestelijke bijstand te verlenen, maar dat is niet hetgeen Decat aan wil kaarten.


Zo was het ook bij de vrouwen: eeuwenlang waren vrouwen betrokken bij de legers, als die ten strijde trokken, als marketentsters, of als hoer, maar waar het in dit boek om gaat is dat er altijd vrouwen in het gevecht waren. Ze waren niet zo interessant voor de schrijvers die wilden schrijven over heldhaftige wapenfeiten. Daar hoorden vrouwen niet thuis. Maar toch zijn er verslagen te vinden: in bijvoorbeeld de boeken van Herodotus en Tacitus, en in de Bijbel. We lezen over Deborah, die het volk van Israel leidde; over de koningin van de Massageten, die ten strijde trok uit wraak voor haar gesneuvelde zoon; over de Amazones, in Centraal-Azië; In de Middeleeuwen was er de Vlaamse Richilde, de Engelse Matilda en natuurlijk kennen we allemaal Jeanne d’Arc. Dit zijn veelal vrouwen uit de betere standen. Maar in vrijwel ieder leger waren er ook gewone vrouwen, die zich wisten te vermommen als man, slechts ontmaskerd als ze gewond raakten. In de Eerste Wereldoorlog waren er in Rusland meerdere vrouwen die dienst hadden genomen. Maria Bochkareva was er een van.  Mede door haar toedoen werd er een compagnie met vrouwen opgeleid. Zij dienden vooral als voorbeeld voor de minder moedige mannen! Bochkareva was een van de eerste feministen.


In de tweede wereldoorlog waren er opnieuw vrouwen aan het Russische front, er was er een speciale eenheid piloten: de heksen van Stalin.
Wat waren de motieven van die vrouwen? Eigenlijk was het niet anders dan bij de mannen: misschien om te ontkomen aan een slechte thuissituatie; misschien om de carrièrekansen die het leger bood; misschien uit wraakgevoelens, of zelfs nationalisme.
Gedeeltelijk was dat ook de reden waarom jonge mannen de leeftijdgrenzen wilden ontduiken. Heldhaftigheid en slechte thuisomstandigheden verklaren hun aanwezigheid, maar daarom is het niet minder kwalijk dat het systeem het toeliet, meer nog als de  mannen boven de achttien ‘op’ waren. En we kennen allemaal het fenomeen van de kindsoldaten, puur misbruik. Als het gaat over kinderen die vóór de negentiende eeuw dienst namen, dan moet je wel bedenken dat het woord kind in die tijd niet betekende wat het nu inhoudt. Een kind was een miniatuur volwassene, van ontwikkelingspsychologie had men nog niet gehoord. En in de Middeleeuwen werden jongens van betere komaf al jong getraind in de kunst van het vechten.


Pas nu oorlog moderniseert en technischer wordt lijkt het - althans in de westerse legers - niet meer waarschijnlijk dat jonge kinderen in het leger verzeild raken: ze hebben de opleiding immers niet.
Dan is er nog de categorie van de gehandicapten. Als het gaat om mensen die in de strijd gewond zijn geraakt, dan valt het nog wel te begrijpen, maar wie heeft er ooit aan gedacht dat je zonder benen nog best gevechtspiloot kan zijn? Een officier kan best een oog of een ledemaat missen, we kennen admiraal Nelson wel, maar er zijn ook wapenfeiten bekend uit vroeger tijden: de blinde koning, Jan van Bohemen, die in de veertiende eeuw zijn leger aanvoerde (en sneuvelde).  Verhalen over melaatse ridders, en in de Amerikaanse burgeroorlog was er een speciale eenheid met gehandicapte mannen.


Dit en nog heel veel meer wordt verteld door Frank Decat in dit zeer interessante boek. Er is een voorwoord, een nawoord met een soort van conclusie (als alle mensen, zonder uitzondering, zich altijd geroepen hebben gevoeld, zich nog geroepen voelen, is het dan misschien wel zo dat het ook altijd zo zal blijven, en dat oorlog dus een onuitwisbaar deel van de mensheid is) en de bronnen worden vermeld. Ook staan er foto’s in.
Het boek is als een naslagwerk, maar is ook zeer leesbaar. Dat komt vooral doordat Decat gebruik heeft gemaakt van ooggetuigenverslagen, geschiedschrijving, dagboeknotities en brieven.


ISBN 9789058269379  | paperback | 240 pagina's | Davidsfonds | juni 2013

© Marjo, 25 augustus  2013

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER