Non-fictie jeugd

Het dikke boek van alle bijzondere dieren
Ben Hoare

Het moet haast wel zo zijn dat het kinderen die dit boek zien meteen gaan bladeren en onmiddellijk vergeten de wereld om hen heen vergeten! Zo’n prachtig boek is het!

Meer dan honderd dieren komen aan bod, waarvan de meeste alleen maar bekend zijn doordat je ze op de televisie ziet of in andere boeken. Een aantal kan je wel in levende lijve in de dierentuin gaan zien.
Ieder dier krijgt twee pagina’s, waarvan eentje met informatie en een leuk weetje, waar het dier als geheel  bij getekend staat, terwijl de andere pagina wordt gevuld met een foto, soms uitlopend over de andere pagina en heel vaak in de vorm van een close-up.
Een enkele keer zie je dan alleen een staart: het gestreepte stinkdier heeft een hele mooie namelijk, en de tekst vermeldt dat je het dier - dat je in zijn geheel kan zien op de kleinere afbeelding - misschien wel zou willen aaien, maar dat je dat beter niet kan doen. Want – en daarom dus die staart – het is een STINKdier, en van onder die staart kan het dier een vieze gele vloeistof spuiten, een geur die je wekenlang blijft ruiken!
Ook bij de kameleon zie je een close-up van de staart, dat is omdat hij zich daarmee aan de takken vasthoudt. Een wonder van de natuur.

Dat is ieder dier eigenlijk, een wonder van de natuur!
Sommige hebben prachtige kleuren zoals de ara, de fazant en de papegaaivis. Of ze hebben een schattig - maar bedrieglijk! - uiterlijk zoals het jonge zeehondje, de viscacha en de sneeuwpoema.
En ook die dieren die er op het eerste gezicht weerzinwekkend uitzien, zijn een wonder van de natuur: de krokodil met zijn bek vol tanden, de luiaard met zijn lange klauwen, of de zeeleguaan. Bij dat laatste dier staat in de tekst dan ook dat ze doen denken aan dinosauriërs, met hun puntige schubben en scherpe klauwen.

Al die foto’s worden vergezeld door informatie, dingen die je misschien wel wist, maar toch niet helemaal: dat de kangoeroe met z’n schattige koppie een buideldier is en dat de babykangoeroe in die buidel geboren wordt, dat weet je wel. Maar dat het baby’tje slechts één gram weegt?
Of dat een landschildpad de tank van de dierenwereld is? Zo worden ze genoemd omdat ze een dik en waar schild hebben waar ze in weg kunnen kruipen als er gevaar dreigt. Het zijn oeroude dieren, die al tweehonderd miljoen jaar op aarde leven!

En schrik vooral niet van de addervis, wat een gruwelijk eng dier is dat!! Gelukkig woont hij heel diep in de oceaan, die komen we niet snel tegen!
Een neushoorn komen we evenmin snel tegen, en dat is dan misschien wel jammer: ze worden namelijk met uitsterven bedreigd, vanwege hun hoorns.

Bij sommige dieren staat iets vermeld over de rol die ze spelen in een legende. De walrus zou geschapen zijn uit de vingers van een mooi meisje dat uit een kajak viel en een zeegodin werd,
Dat de uil het symbool werd van de godin van wijsheid is misschien bekend, maar dat de mestkever gezien werd als een god die de zon langs de hemel rolt? Dat dachten de oude Egyptenaren.

Dit alles en nog heel veel meer staat allemaal in dit prachtig vormgegeven boek, dat ook aan de buitenkant een lust voor het oog is: goud op snee en een omslag in reliëf.
Voor in het boek is een inhoudsopgave met alle dieren die in het boek staan, de volgorde van groot naar klein zoals ze in het boek te vinden zijn. Achterin een ‘levensboom’ waarin de diersoorten  in families verdeeld zijn. Met nog meer informatie. Daarna kom je een woordenlijst tegen en lijkt het boek helemaal af. Maar dan volgt ook nog een lijst met de getekende afbeeldingen van alle dieren waar bij vermeld staat in welke familie ze thuishoren, op welke plaats op aarde ze leven en hoe groot ze zijn.

Ben Hoare is hoofdredacteur van Wildlife Magazine en heeft al vele mooie boeken over dieren gemaakt.

ISBN 9789401456807 | hardcover | 224 pagina's | Uitgeverij Lannoo | februari 2019 |Leeftijd vanaf 9 jaar

Geïllustreerd door Daniel Long, Angela Rizza en Daniela Terrazzini
Vertaald uit het Engels door Aleid van Eekelen-Benders

© Marjo, 23 februari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

321 superslimme dingen die je moet weten over dieren
Mathilda Masters


Er ligt een boek voor je klaar met 321 verrassende weetjes over zoogdieren, vogels, vissen, insecten, amfibieën en reptielen. 321!! Dat is veel! Er is dan ook geen inhoudsopgave met alle dieren die er in behandeld worden. Wel worden 16 hoofdstukken aangegeven met titels als ‘(on)gewone dieren’, ‘De dierenfamilie’ of ‘van extra small tot extra large’.
Het is dan meteen duidelijk dat dit boek bedoeld is om lekker in te lezen, te snuffelen en te genieten. Als je echt gericht informatie zoekt over bepaalde dieren, is dit niet het boek voor jou.
Maar: als je nieuwsgierig van aanleg bent dan ben je verkocht! Ieder weetje begint namelijk met een intrigerende aankondiging: ‘Je moet goed gek zijn om je te laten doorslikken door een anaconda’ of ‘Een piepkleine onderwatercycloop’
En wat zou er staan onder de tekst: ‘Een vriendelijke reus op de bodem van de oceaan’?


In de categorie Verrassend Slimme Dieren lees je boven een stukje tekst dat hommels uitstekende voetballers zijn. O ja? Hoe zit dat dan? Dan lees je over wetenschappers die een experiment deden met hommels. Ze gaven hommels een minivoetbal en leerden hen om het balletje naar een bepaald punt te rollen. Tot hun verbazing ontdekten ze dat hommels bij elkaar afkeken hoe het moest!


Bij (on)gewone dieren kun je lezen hoe het gedrag van bromvliegen kan aangeven hoelang iemand overleden is. Dat is handig voor de recherche! En heb je je altijd al afgevraagd hoe het kan dat die hond bij jou thuis precies schijnt te weten wanneer je thuis komt? Ha ha, die hond kijkt gewoon op klok toch?


In de categorie ‘Superslimme dingen die je moet weten over dieren’ staat een stukje over Blauwe Draken. Wist je dat die echt bestaan? Ze komen in alle oceanen voor, maar het is best een gevaarlijk beest. Niet aanraken dus!


En dat lieveheersbeestje (Categorie Gevaarlijke dieren) is eigenlijk helemaal niet zo lief. Ze schijnen vies te ruiken en ook niet bepaald lekker te zijn!
Bij olifanten (Categorie superslimme dingen die je moet weten over dieren) is oma de baas, maar dacht je dat de haan de baas is in het kippenhok? Nou niet dus…


In ‘Hoe dieren wonen’ lees je over de gorilla die iedere dag weer een nieuw bed maakt. Je zou er moe van worden! Misschien kun je dan beter een wrattenzwijn zijn: Die wachten gewoon tot een hol van een aardvarken leeg is en gaan daar dan wonen!


Een prachtig vormgegeven boek is dit: Louize Perdieus heeft bij ieder dier een hele grappige tekening gemaakt. Dat ziet er misschien niet hetzelfde uit als een foto, maar toch zijn de dieren herkenbaar. Dat die hommel een voetbalshirt aan heeft is toch alleen maar leuk!


Mathilda Masters schrijft kinder- en jeugdboeken in verschillende genres. Grappige verhalen over de Keukenprins van Mocano. Louize Perdieus studeerde grafisch ontwerp/illustratie aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Als freelance illustrator maakt ze zowel kinderboeken als tekeningen in opdracht.


ISBN 9789401451246 | Paperback | 311 pagina's | Uitgeverij Lannoo | oktober 2018
Met ingekleurde pentekeningen van Louize Perdieus | Leeftijd vanaf 11 jaar

© Marjo, 10 februari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zinglish
Jeroen Schipper & Marlijn van Kempen


Een andere taal leren door middel van liedjes, dat werkt zeker voor kleuters prima!
Jeroen Schipper schrijft en zingt liedjes, onder andere voor Sesamstraat. Marlijn van Kempen is doctorandus in de Engelse taal. En als ik dan toch bezig ben met voorstellen: Margot Senden, illustrator en grafisch vormgever, maakte er prachtige tekeningen bij. Sanne Ramakers heeft bij de liedjes lesactiviteiten ontwikkeld en zo ontstond dit boek vol met liedjes en lesjes.


Er is een onderverdeling gemaakt: Dagelijkse deuntjes: in de meeste kleutergroepen worden iedere dag dezelfde liedjes gebruikt, om een dagelijks ritueel te beginnen of af te sluiten. Leerliedjes dienen om kinderen te leren tellen, of kleuren te laten benoemen. De liedjes in dit boek die met dieren te maken hebben zijn dan ook erg leuk!
En dan zijn er de liedjes die bij bepaalde thema’s horen, kerstmis of de zomer bijvoorbeeld.

Voor al deze gebeurtenissen heeft Schipper liedjes geschreven. De liedjes zijn niet eerst in het Nederlands geschreven en later omgezet naar Engels, nee, beide tekstversies zijn tegelijk geschreven, juist zodat er een zo groot mogelijke symmetrie kon zijn. Bijvoorbeeld door rijmparen te zoeken die in beide talen gelijk zijn. (rond-grond/round/ground bijvoorbeeld). Dat is voor de Zinglish-boodschap wel essentieel. Marlijn van Kempen heeft zowel de teksten gecontroleerd als samen met Sanne Ramakers de lessuggesties bedacht.


De tekst is verder niet woord voor woord hetzelfde maar de betekenis wel.


Maar jij mag het horen dus luister maar’ is in het Engels
’But listen to her/him, she/he is telling you


Mijnheertje Winter, stop met die kou…’ wordt
Mister Winter, stop being cold.’


Na een liedje over lichaamsdelen is er de mogelijkheid om er een les aan te besteden. Je laat de kinderen dan lichaamsdelen aanwijzen, bij zichzelf of bij elkaar, met natuurlijk de woorden in twee talen erbij. Er zijn ook leuke lesjes die met kleuren en kleding te maken hebben.


Eigenlijk zijn al die lesjes leuk, want je kan er bij zingen! Of de cd opzetten die achter in het boek zit. Er staat een waarschuwing in het boek dat deze cd het misschien niet goed doet op oudere spelers en dat blijkt te kloppen. Dat komt doordat het mp3-bestanden zijn, waardoor het dan weer wel prima af te spelen is op een computer. Lukt het dan nog niet dan is de muziek ook via de website te vinden. http://www.zinglish.nl


Zinglish is dus zingend Engels leren, op een speelse manier die vooral toegespitst is op kleuters. Het boek is vooral gericht op scholen – al kan het in een kinderopvang ook natuurlijk. Daarom zijn er de lessuggesties en de spelletjes. De liedjes staan in het boek met Engelse en Nederlandse tekst maar ze worden ook aangeboden als bladmuziek. En ook op de cd staat een lied in drieën: in twee talen en een keer zonder tekst.


Voorin vind je in de inleiding hoe het boek tot stand is gekomen en hoe je het kunt gebruiken. Achterin staat nog een woordenlijst en er zit nog een bijlage bij waarop je themakaarten vindt. Alles kun je ook terug vinden op de site.


Een zeer volledig boek dus, waar duidelijk veel zorg aan is besteed. Het ziet er goed uit en nodigt uit om meteen te gaan beginnen.
Misschien is het een idee om een soortgelijk boek voor wat oudere kinderen te maken? Zij vinden het vast ook een heel leuke manier om Engels te leren!


ISBN 9789044834031 | Hardcover | 128 pagina's | Uitgeverij Clavis | januari 2019
Leeftijd 4+

© Marjo, 31 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dinosauriërs
illustraties: Chris Wormell
tekst: Lily Murray


In dit enorm grote boek lezen we over de gigantische dieren die in vroeger tijden leefden, de dinosauriërs.
Veel kinderen en volwassenen zijn er door gefascineerd en het is natuurlijk ook bijzonder om te bedenken dat deze dieren ooit over onze aardbol rondliepen. Toch werd de dinosauriër pas in 1824 ontdekt en dankzij steeds verdergaande onderzoekstechnieken komen we steeds meer te weten over deze bijzondere dieren. Deze kennis is in gewone, begrijpelijke taal samengevat in dit boek, met daarbij paginagrote (37 x 27 cm) prenten.  Het boek wordt ons overigens gepresenteerd als zijnde een museum.


"Elk hoofdstuk behandelt een andere afdeling. [...] Bestudeer elk collectiestuk grondig. In enkele zalen zie je hoe de wereld eruit zag toen de dinosauriërs leefden, toen vreemde planten de aarde bedekten en het grootste zoogdier amper zo groot was als een muis.[...] Treed binnen in het dinosauriërmuseum en ontdek de ongelooflijke, angstaanjagende maar ook hele vernuftige dieren die hier opnieuw tot leven komen."


Het boek begint met een stamboom (cladogram) van dinosauriërs waarop we kunnen zien 'hoe groepen dinosauriërs aan elkaar verwant waren en hoe ze evolueerden van dinosauriërs met twee poten en schubben tot reuzen met vier poten en vliegende soorten'. We lezen wanneer ze leefden en dat was in de tijd dat de aarde nog één groot continent was.


© Chris Wormell & Lily MurrayDe eerste dinosauriër die ons getoond wordt, is een Sauropodasoort een planteneter met een enorm lange nek als een giraf en met een klein kopje, het lijf is groot en zwaar met daaronder olifantspoten, de staart dient om het dier in evenwicht te houden. Dit soort dinosauriërs, waren meer dan 100 miljoen jaar op aarde! We zien het dier evolueren naar Titanosaria, een zwaarlijvigere variant van de Sauropoda.


De Theropoda is een andere soort dinosauriër. Deze heeft voeten als een vogel, met tenen en 'nagels'. Hun nek en het lijf is veel korter, de staart langer en slanker. En zo verschijnen er allerlei soorten dino's in dit boek.


We zien dinosariërs met een rugkam, met korte voorpoten, met voorpoten die een vleugelvorm krijgen - met veren -  tot de dinosauriër die geheel bedekt is met veren (de Oviraptorosauria) - De dinosauriërs legden ook eieren. -  We zien de meest vreemdsoortige dino's voorbij komen. Half vogel, half reptiel met verenstaart en/of opgekrulde teennagels die als haken vooruit steken. De gevederde dino's klommen ook in bomen...

Van belang voor het onderzoek naar dinosauriërs zijn natuurlijk de vondsten zoals in de provincie Lianoning waar dankzij een dikke laag as en lava de huid, veren en de inhoud van de maag van dino's goed geconserveerd bleken waardoor bekend werd waarmee de dieren zich in leven hielden.

© Chris WormellAndere dino's hadden meer weg van de schildpad maar dan zonder schild. Maar er waren ook soorten die 'eendensnaveldinosauriërs' worden genoemd, dankzij hun bijzondere koppen met 'eendensnavels' hoewel sommige meer op de kop van een bok, of gnoe lijken. (zie afbeelding)

Verder zijn er dinosauriërs met een pantser en/of beenplaten of stekels.


Sommige Stegosauria hadden stekels aan de zijkant. Zij schrikten vijanden vast af. Uit fossielen konden wetenschappers afleiden dat de stekels op hun staart werden gebruikt als wapen.
De Ankylosauria, die meer weg heeft van de krokodil maar dan met korte puntige beenplaten, had zelfs een knots aan het eind van zijn staart!


De Marginocephalia is zeer indrukwekkend op de afbeelding. Hij heeft in de verte iets weg van de neushoorn maar zijn bek is van snavelvormig been en de vier hoorns zijn enorm. Het is nauwelijks voor te stellen dat het een planteneter was, zo vervaarlijk ziet het dier er uit. 
Een andere dinosaurus heeft een schapenkopje, de 'krullen' bestaan uit korte beenstompjes.
Maar er zijn ook dino's die indrukwekkende beenplaten op hun kop hebben, het lijkt een mengeling van een schild zoals die door soldaten werden gebruikt en het latere hertengewei.


Achterin het boek treffen we nazaten van de dino's aan zoals de schildpad en krokodil. Ons wordt uitgelegd hoe het kan dat zij het wél overleefden en zoveel andere dinosoorten niet.


Bij elke dino wordt verteld wat zij aten, hoe hun gebit samengesteld was (belangrijk voor het soort voedsel dat zij tot zich namen) in welk tijdperk zij leefden, waar hun huid uit bestond, de vorm van hun poten en de latere vleugels van enkele soorten. Kortom, het boek geeft een vrij volledig beeld van de fascinerende dieren die dinosauriërs zijn.


Het boek is volgens de uitgever geschikt voor kinderen vanaf ca. 12 jaar maar het is zeker ook geschikt voor volwassenen.
De prenten - houtgravures en linosnedes - zijn sober maar duidelijk en indrukwekkend.
Voor de dinoliefhebber is dit boek echt een must!


ISBN 9789401452533 | Hardcover | 95 pagina's | Uitgeverij Lannoo | 12  juni 2018
Vertaald door Anja De Lombaert | Afmeting 38 x 28 cm | Leeftijd ca 12+ (maar ook voor volwassenen)

© Dettie, 27 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Als het winter wordt
Thomas Müller

Het is winter, er is een dikke laag sneeuw gevallen. De dieren kunnen nu veel moeilijker voedsel vinden. Vogels vinden nauwelijks insecten en vijvers zijn dichtgevroren. Gelukkig houden sommige dieren een winterslaap, die overleven de winter wel. Maar andere dieren moeten toch op pad om voedsel te vinden. In dit boek zien we welke dieren dat onder andere zijn. We kunnen namelijk hun sporen volgen.


Op de eerste afbeelding zien we in de sneeuw pootafdrukken van diverse dieren en die leiden naar een luikje. Pas als je het luikje open doet zie je van welk dier de afdrukken zijn. Op de achterkant van de flapjes staat informatie over het betreffende dier.


Op de tweede afbeelding, die eveneens twee pagina's beslaat, zien we achter de flapjes de gezellige holletjes van de hamster en de das die onder de grond overwinteren. Maar ook in de bomen houden dieren hun winterslaap en we mogen even gluren in het nest van de eekhoorn en zien we een groepje vleermuizen, ondersteboven hangend, in een ruimte in een boom lekker dicht tegen elkaar aan slapen!


We zien en lezen op de overige pagina's hoe de vissen in het water de winter overleven, maar ook hoe de kleinere dieren zoals de mol, de muis, het leuke lieveheersbeestje en hagedisjes de winter doorkomen. Achter de flapjes zen we hoe al deze dieren in hun holletjes of in kieren van bomen de winter door komen.


Als het héél koud is komen de dieren graag naar vogelhuisjes en andere plekken waar mensen voedsel hebben neergelegd of ze gaan naar plekken waar veel voedsel afval te vinden is. We zien al de mooi gekleurde vogels en roofvogels afgebeeld maar ook, achter een flapje, de hermelijn, die zoals we via de flaptekst kunnen lezen, 's winters wit is en 's zomers bruin.


En dan... breekt de lente weer aan, alles wordt weer groen, de dieren laten zich weer zien, de citroenvlinders dartelen alweer in het rond, de vogels keren terug uit warmere streken en beginnen nesten te bouwen, de hertjes en hun jongen grazen en de zwijntjes lopen gezellig achter hun moeder aan.  De winter is voorbij...


Prettig, informatief boek met rustige, realistische getekende gekleurde afbeeldingen die de winterstilte mooi weergeven. De flapjes maken het boek extra aantrekkelijk. Een mooi verzorgd boek met stevige kartonnen pagina's zodat de flapjes niet snel kapot gaan. Bovendien zijn de bladzijden makkelijk met een vochtig doekje schoon te maken als kinderen bijvoorbeeld met plakhandjes de flapjes hebben opengemaakt. Er is dus duidelijk over de uitvoering nagedacht.
Prima boekje, een aanrader voor jong en oud.


ISBN 9786051166651| Hardcover met ronde hoeken | 16 pagina's | Uitgeverij De Vier Windstreken | september 2018
Formaat: 21,2 x 28,2 cm | leeftijd 3 - 100 jaar

© Dettie, 26 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een wereldreis door de kunst
Illustraties: Lucy Dalzell
Tekst: Aaron Rosen



Opstappunt

Kom mee op avontuur. Dit boek is een tijdmachine die je de hele wereld over voert.


In dit boek maken we dus een chronologische reis met een tijdmachine, op zoek naar de kunst die door de eeuwen heen gemaakt werd en waar we veel van de gebruiken en gewoontes van die tijd af kunnen lezen. In totaal bezoeken we dertig verschillende plaatsen. Stap in en reis mee...

De tijdmachine brengt ons om te beginnen terug naar Prehistorie en de oudheid. Op een wereldkaart kunnen we zien waar we ons bevinden. We bezoeken als eerste de zandsteengrotten (35000 voor Christus) van Narwarla Gabarnmung in Arnhemland, Noord Australië. Daar kunnen we de overblijfselen van de oorspronkelijke bewoners, de Aboriginals, vinden. De grotwanden zijn voorzien van afbeeldingen waarop de hele geschiedenis van de stam tot aan de komst van de Europeanen is weergegeven. De afbeeldingen mochten niet door iedereen gemaakt worden. En ook de manier van tekenen was aan strenge regels gebonden. Kunst was voor hen een communicatiemiddel. Bij de bovenstaande informatie zijn al dan niet getekende afbeeldingen en foto's te zien evenals aandachtspunten die in aparte, soms heldergekleude, blokjes worden weergeven.


En zo reizen we van Australië, via Thebe (1250 v. Chr.) in Egypte, Ninivé (700 v. Chr) in het Assyrische Rijk, Athene, Rome, Teotihuacán (300 na Chr.) in midden Amerika, het klooster van Ajanta  (Centraal India), Jeruzalem, naar het bolwerk van de Vinkingen (900 na Chr.). Frappant is dat de stoere, als vrij gewelddagige lieden te boek staande mensen, zulke verfijnde sieraden wisten te maken. We zien een schitterende speld met een drakenkop afgebeeld evenals een prachtig uitgewerkt gevest (handvat) van een zwaard.


We zien op de nieuwe kaart dat we verder reizen door de Middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. Na het bezoek aan de Cahokia, de oude, grote handelsstad van de indianen. - Niemand weet waarom Cahokia in de jaren 1400 werd verlaten - reizen we naar de enorme tempelcomplexen van Angkor (Cambodja). We lezen over de zorgzame koning aldaar, Jayavarman VII, die het boeddhisme verspreidde over zijn rijk. De tempelgebouwen zijn een wonder van techniek en wetenschap, de zuilen en vensters waren afgestemd op de positie van de zon, maan en sterren.


En verder gaat de reis, kris-kros over de wereld. Via Groot-Zimbabwe met hun wonderlijke stenen vogels naar de Verboden Stad in Beijing (1400) naar 'De Hemel op aarde' het Alhambra  in Granada, waarvan we foto's van zijn prachtige koepels, zalen en kunstschatten zien, en door naar het Florence van 1500 na Christus waar we o.a. de beroemde David van Michelangelo kunnen bewonderen. Verder maar weer, naar het mysterieuze Timboektoe met zijn bibliotheken vol schitterende boeken en vandaar uit naar het bloeiende handelscentrum, Amsterdam (1650) waar o.a. Rembrandt zijn glorietijd beleefde. In het jaar 1700 doen we de nieuwe stad Isfahan aan met in zijn centrum het indrukwekkende Meidan (plein)


We houden even pauze en gaan door naar de Moderne tijd en heden. De bijbehorende kaart belooft opnieuw een bijzondere reis. We beginnen in 1800, in Japan, waar de Shoguns het voor het zeggen hadden en de buitenwereld gesloten hield.  Maar langzamerhand werden handelaren toegelaten en dit ha dook zijn effect op de kunst. Het theater, maar vooral de houtsnedeblokken en prenten waren in trek. En dan is de Stille Oceaankunst aan de beurt voor een bezoek. Ons wordt verteld over de Haida indianen die voor de kust van Canada hun bijzondere leven hebben geleid, vol ceremonies die met maskers en kostuums werden uitgevoerd. De komst van de Westerlingen met hun ziekten roeide de gemeenschap bijna uit. Gelukkig is de kunstvorm en het uitvoeren van de ceremonies bewaard gebleven.


En zo langzamerhand komen we weer terug in Onze tijd en verder.
We bezoeken Londen in de tijd van Dickens en kunnen daar de allereerste Wereldtentoonstelling bijwonen. Op de afbeeldingen zien we hoe het er toentertijd aan toe ging. Ook de Engelse schilderkunst (Turner)  (Milliais) uit die tijd wordt getoond en besproken. Natuurlijk kan dan het helemaal verbouwde, elegante Parijs met zijn nieuwe Avenue del l'Ópéra niet achterblijven. Het is de tijd van Rodin, het Impressionisme, de tijd van de bouw van de Eiffeltoren...
Moskou ondergaat ook grote veranderingen. In 1917 werd de communistische Lenin de machthebber. Toch bloeide de kunst ook op, maar later onder Stalin werd deze kunst gezien als een bedreiging.


We steken de oceaan over, richting Mexico en wel naar Mexico stad (1930) waar na de Revolutie ook weer aandacht voor kunst kwam. Vooral muurschilderingen waren zeer geliefd. Kunstenaars als Frida Kahlo, Diego Riviera etc, brachten via deze schilderingen hun -politieke- boodschappen over.
Verder gaat de reis met bezoeken aan de grote steden. Van Mexico naar New York City (1950) waar in die tijd de jazz grootheden, schrijvers en kunstenaar experimenteerden en elkaar flink beïnvloed hebben. Namen als Miles Davis, Dizzy Gillespie, Allen Ginsberg, Jack Kerouac, Jackson Pollock worden genoemd. Ook het beroemde Guggenheim Museum ontworpen door Frank Lloyd Wright wordt in die tijd (1959) geschapen.
Verder maar weer naar San Francisco, waar de hippietijd is aangebroken waar de Summer of Love (1967) in al zijn hevigheid werd gevierd.
Dan op naar Europa, naar Berlijn (1990), waar de gehate muur valt, en Dimitri Vrubel zijn beroemde 'Bruderkuss' op de restanten van de muur schildert.


We verlaten Berlijn en reizen door naar Seoel, de tijgerstad, (2000). We lezen over de enorme groei van deze stad met zijn bijzondere gebouwen en nieuwe kunst geïnspireerd op (video) games.
En dan zit de reis er helaas bijna op. Als laatste gaan we naar Rio de Janereiro in 2020! Naar het museum van morgen...


Bij elke plaats die we bezoeken lezen we, verspreid over vier pagina's, over de bijzonderheden van die plek of stad. Ook gebeurtenissen die van invloed waren, zoals de wereldtentoonstellingen in Engeland en Parijs krijgen aandacht. Maar het hoofdthema blijft kunst in al zijn prachtige facetten en verschijningsvormen.


Het boek is speels van opzet, er zijn veel tekeningen en foto's in te vinden evenals korte feiten- of nieuwsberichtjes die op 'afgescheurde' papiertjes met 'plakband' toegevoegd lijken te zijn.


In zijn totaal is het een fraai verzorgd boek, vol mooie, leuke en interessante informatie over kunst door de eeuwen heen. Fantastisch boek voor elk kind dat meer wil weten over de wereld en met name de kunst.


ISBN 9789047710066 | Hardcover met woordenlijst en register | 144 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | februari 2018
Afmeting 26,7 x 21 x 2,1 cm | Vanaf ca. 11 t/m 14 jaar

© Dettie, 7 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De zijderoutes
Een nieuwe wereldgeschiedenis
Illustraties: Neil Packer
Tekst:
Peter Frankopan


Historische kennis kan bereiken dat we de moderne wereld begrijpen, zegt Frankopan. Daarin wil hij verder gaan dan de meeste geschiedenisboeken. Europa was niet altijd het centrum van de wereldgeschiedenis zoals we uit die boeken leren. Er zijn beschavingen geweest waar menigeen nog nooit van gehoord heeft, maar die in hun tijd allesbepalend waren. Het is niet juist, zegt hij, dat wij niets leren over de Mongolen en van Djengis Khan alleen maar denken dat hij een wreed heerser was, terwijl hij zijn rijk juist handhaafde met tolerantie en samenwerking.


Hij begint te vertellen over het ontstaan van beschavingen in Azië. Als het mensen goed gaat, begint de gedachte te groeien aan uitbreiding. Alexander de Grote begreep heel goed: hoe meer land hij kon veroveren, en hoe meer onderdanen hij kon onderwerpen, hoe stabieler zijn rijk zou worden. Daarvoor moest oorlog gevoerd worden maar hij besefte dat hij de nieuwe bevolking goed moest behandelen. Alexanders rijk verbond Oost en West, met als centrum Perzië, het gebied tussen de Middellandse Zee en de Himalaya.
Zijn veroveringen ontsloten nieuwe routes, waarlangs handel gedreven werd.


Producten kopen en verkopen gebeurt al sinds er mensen zijn, hetgeen begon met ruilen en later uitgroeide tot een levendige handel tussen landen en continenten. Dat wat de Zijderoutes genoemd wordt is niet een vaste weg, zelfs geen wegennet, het is een ruime aanduiding van de vele wegen waarlangs de handelaren heen en weer trokken, van Oost naar West, van West naar Oost. Die naam is in 1877 bedacht door de Duitse geograaf en ontdekkingsreiziger Ferdinand von Richthofen, voor de verbindingen tussen Azië, Europa en Afrika, de route waarlangs handel gedreven werd.


Met de handelaren kwamen de ontdekkingsreizigers, over en weer worden ideeën en inzichten uitgewisseld, over techniek, kunst en godsdienst. En zo ontstonden er verbanden, en raakten Oost en West meer en meer verweven.
Was Alexander de Grote een van de eerste, vele andere veroveraars volgden hem:  de Romeinen, de Hunnen, De Mongolen, de Spanjaarden, en de Duitsers; kleine wereldveroveraars, maar ook langdurige overheersingen, het veranderde de wereld steeds opnieuw.
En terwijl de wetenschap en de techniek zich ontwikkelde, bleef handelsbelang de basis van veel goeds maar ook ellende. Oorlog kostte mensenlevens, maar vergeet ook de ziektes niet die meereisden langs de routes.

Als je dit boek leest, en vooral ook de kaarten bestudeert vallen er een paar dingen op: Amerika wordt niet of nauwelijks genoemd!  Het rijk dat heden ten dage gezien wordt als toonaangevend in de wereld was het ooit nièt. China daarentegen was in de oudheid ook al een waardevolle handelspartner, zoals het dat opnieuw is.
En daar waar de oude Zijderoutes liepen, daar spelen zich nu oorlogen af waar maar geen eind aan lijkt te komen.


Het boek is ingedeeld in hoofdstukken die ook wegen bewandelen: de weg naar het geloof; de weg naar nieuwe werelden; de weg naar ontgoocheling enz. Daarmee wordt toch een bepaalde indeling gemaakt, omdat uit de enorme hoeveelheid feiten en gebeurtenissen nu eenmaal een keuze gemaakt moet worden. De schrijver is een Engelsman, hij gaat natuurlijk uit van wat de Engelse geschiedenisboeken leren. In Nederland leren we behalve over de Romeinse beschaving ook over de Griekse en de Egyptische beschaving, die in dit boek niet echt aan bod komen. Het hoofdstuk over de kruistochten is daarentegen uitgebreid.
Uit dit boek valt veel te leren. Ik betwijfel of de volkeren die Frankopan de Sassaniden en de Sogdiërs noemt, ergens in een Nederlands geschiedenisboek staan. Wie de Vikingen eigenlijk waren, wordt dat ooit verteld? Dit zijn maar een paar voorbeelden. Nieuwe feiten, maar vooral nieuwe verbanden. De zijderoutes zijn actueel, bloeit immers de handel met China en omliggende landen niet opnieuw?


Het boek is bedoeld voor nieuwsgierige lezers vanaf een jaar of tien. Kinderen die bereid zijn elders informatie te zoeken (naar bijvoorbeeld die Sassaniden) zullen hier veel plezier aan beleven. Er staan wel moeilijke woorden in en helaas ontbreekt er een inhoudsopgave, maar de vormgeving is prachtig. Mooie illustraties, mooie gedetailleerde landkaarten. Voor een algemeen inzicht een fantastisch boek!


Peter Frankopan is historicus aan de universiteit van Oxford en gespecialiseerd in de geschiedenis van het Middellandse Zeegebied, Rusland, het Midden-Oosten, Perzië, Centraal-Azië en verder gelegen gebieden, in de betrekkingen tussen het christendom en de islam, en in middeleeuwse Griekse literatuur.


ISBN 9789000362530 | Hardcover | 365 pagina's | Van Goor | september 2018 | Vanaf 10 jaar

© Marjo, 14 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

10 redenen waarom schildpadden geweldig zijn
illustraties: Hanako Clulow
tekst: Catherine Barr


Eigenlijk zou de titel moeten zijn: 10 redenen waarom zeeschildpadden geweldig zijn, want in dit boek komen alleen de zeeschildpadden voor. Maar ze zijn er natuurlijk niet minder geweldig om!


Na de opengewerkte cover te hebben bewonderd, kunnen we op de eerste twee pagina's gelijk zeven schildpadden in al hun variaties bekijken. We zien o.a. een zwart gestippelde lederschildpad, de groene zeeschildpad, de platrugschildpad etc.. Het zijn vooral de kleuren van de schilden en vlekken op de poten en kop die variëren, van groen tot zwart.


Reden 1 waarom deze dieren zo bijzonder zijn is dat ze wonderbaarlijke reizen maken. "Ze zwemmen wel duizenden kilometers, van de plek waar ze hun voedsel zoeken naar de plek waar ze hun nest maken."  Verder lezen we dat ze bijna altijd terugkeren naar het strand waar ze zelf geboren zijn om hun eieren te leggen. Op de afbeelding zien we de groene zeeschildpad sierlijk zwemmen tussen een grote groep sardines, maar we zien ook een tuimelaar en de grijze rifhaai rondzwemmen.


En wist je dat schildpadden ook kunnen huilen? Hoe dat kan, wordt natuurlijk ook verteld. We zien ook waar en hoe ze hun nest maken en hun eieren leggen én wat de kleine schildpadjes gelijk doen als ze uit hun ei gekropen zijn! Dat is heel leuk om te zien op de afbeelding gemaakt door Hanako Clulow.
Heel bijzonder is ook het verhaal over de kaken van de schildpad. We lezen wat voor verschillen er in de kaken zitten en hoe het kan dat schildpadden - helaas - plastic tassen ook als voedsel zien... Er wordt dan ook op diverse pagina verteld wat je beter niet kunt doen, omdat dat veel beter voor de schildpadden is.


Heel grappig is ook om te zien hoe ze eten! Ze grazen namelijk, net als koeien!  En we zien dat ze - net als wij - af en toe even frisse lucht moeten inademen en dat het best gevaarlijk is, want zo lopen ze ook kans in een visnet te belanden.


En zo lezen we nog veel meer dingen die maken dat we beseffen hoe geweldig schildpadden zijn.


Het boek is mooi uitgevoerd en de opengewerkte kaft maakt het boek extra aantrekkelijk. De tekst is in flinke en duidelijke letters afgedrukt. Bij elke afbeelding staan details vermeld zodat we ook te weten komen wat we precies zien, zoals bijvoorbeeld een parelkwal of koraal of een sponsdiertje. In een apart kadertje getiteld Help de schildpad! wordt in enkele regels verteld wat je kunt doen om de zeeschildpad een goed leven zonder teveel vervuiling te geven.
(Het boekje is ook afgedrukt op FSC papier)

Prima, leerzaam boekje.


ISBN 9789025770211 | Hardcover | 24 pagina's | NUR 223 | Uitgeverij Gottmer | februari 2019
Afmeting 19,5 x 25 cm. Leeftijd 5+

© Dettie, 14 februari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het dwaallichtje
Een verborgen geschiedenis van de Limburgse mijnen
Pieter-Jan Rijken


In het voorwoord betuigt de schrijver van dit bijzondere boek ‘respect en bewondering voor de mijnwerkers en hun gezinnen die onder de zwaarste omstandigheden hun werk immer onverzettelijk verricht hebben ten behoeve van heel het land.’


Grote woorden maar het is natuurlijk wel zo dat zonder hun werk huizen niet verwarmd zouden kunnen worden, er geen eten gekookt kon worden en de industrie niet had kunnen draaien. Om maar een paar gebruiksmogelijkheden te noemen.
In het boek wordt ook wat verteld over de geschiedenis van steenkolenmijnen in Nederland.


Het begon in de 12e eeuw in de omgeving van Kerkrade. In de achttiende eeuw werd er pas echt werk gemaakt van het delven van steenkool door  de abdij van Rolduc die het het recht van ontginning kreeg. Omstreeks 1900 kwamen in Zuid-Limburg de eerste steenkoolmijnen. Vanaf 1965 werden alle mijnen gesloten, de Oranje-Nassau I te Heerlen was de laatste in 1974.


Aan de hand van twee verhalen wordt in het boek het een en ander verteld over de mijnbouw. In alle twee is een jongen met de naam Willy het belangrijkste personage.


Het eerste ‘Het dwaallichtje’ speelt aan het begin van de twintigste eeuw, er werd nog gebruik gemaakt van paarden. Dat werd in 1938 afgeschaft. Het gezin waar Willy de jongste is van vier broers woont in de mijnkolonie, waar alles van de mijn is – de mijnwinkel, de mijnpolitie en de arbeiders. Willy is tot zijn 12e naar school geweest, dat moest volgens de leerplichtwet, maar doorleren was er niet bij. Hij ging de mijn in, meneer pastoor kwam het persoonlijk zeggen. Ook al protesteert vader, die zo ziek is dat hij niet meer kan werken.


Willy ziet iedere dag zijn broers en al die andere mannen vertrekken: hij wil ook koempel zijn, en in de koel werken (woordenlijst achterin het boek). Als de dag komt kijkt hij zijn ogen uit: er rijden treintjes in de mijn, en er werken paarden! Een tijdje mag hij de paarden verzorgen, maar dan komt de dag dat hij toch echt de mijngang in moet. De opzichter is een wrede man, die geen oog heeft voor de jeugd en onervarenheid van Willy. Als er niet genoeg kolen is geproduceerd krijgt hij straf. Willy probeert het op te lossen, met gevaar voor zijn leven.
Een kort verhaal waarin een deel van de mijngeschiedenis verteld wordt. Er is een sprookjesachtig tintje aan gegeven: dat dwaallichtje.


Dan volgt een intermezzo, een aantal foto’s van de mijn, beschikbaar gesteld door het regionaal historisch centrum Limburg.


Het tweede verhaal ‘Het aandenken’ speelt jaren later, de mijnen worden gesloten, er moet gezorgd worden dat de archieven niet verloren gaan. Dat is nog een heel karwei, en Willy gaat daar helpen in de vakantie. Veel zin heeft hij er niet in, hij gaat liever zwemmen, maar gaandeweg raakt hij gefascineerd door de foto’s en de verhalen die hij onder ogen krijgt. Maar de archieven geven hem net niet genoeg informatie om het verhaal van zijn naamgenoot volledig te krijgen. Hij moet zelf de mijn in…


Na de verhalen volgt de korte geschiedenis en de woordenlijst, en een advies om een van de musea (het Mijnmuseum te Heerlen of de mijn van Valkenburg) te gaan bezoeken. Ook worden er diverse sites vermeld waar veel informatie te vinden is.


Op een vriendelijke en toegankelijke manier wordt in dit boek de geschiedenis van de steenkolenmijnen verteld, en vooral uitgenodigd om verder te zoeken. Doen dus!


ISBN 9789079226474 | paperback | 204 pagina's | Uitgeverij Leon van Dorp | november 2018
Leeftijd: vanaf 10 jaar

© Marjo, 3 februari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kleine beestjes worden groot
hoe dieren voor hun baby’s zorgen
Pavla Hanackova


Wie de omslag bekijkt, zou de vergelijking kunnen trekken met een geboortekaartje. Natuurlijk is een jong dier niet hetzelfde als een mensenbaby en als je het boek gelezen hebt weet je dat het er bij iedere diersoort weer anders aan toe gaat. Vijftien dieren worden ten tonele gevoerd, waaronder alligators, olifanten en zeehonden, maar ook koekoeken, bijen en zeepaardjes. Ieder dier krijgt twee pagina’s toebedeeld.


Eerst is er een inleiding, waar een beetje uitgelegd wordt waarom het bij dieren heel anders is dan bij mensen. En dat er onderling ook nog heel veel verschil is, afhankelijk van waar een dier leeft en of ze in een groep of alleen leven.
De informatie wordt in stukjes opgedeeld met een min of meer humoristische titel er boven. Humor is er trouwens veel; de tekeningen zijn erg grappig, en er zijn tekstballonnetjes met een leuk pakkend tekstje.
Bij de keizerpinguïn staat een stukje tekst met daarboven de titel ‘De oppas’.
Intrigerend! Hebben pinguïns een oppas? Wat wordt hier bedoeld?
Zo is er bij de giraffen een aanhef: ‘de crèche’ en bij zeehonden: ‘een flipper hier en daar.’


Dat soort titels nodigen uit om verder te lezen, en dan krijg je nuttige informatie, eveneens op een speelse manier gebracht. Hoeveel nazaten komen er tegelijk, en gebeurt dat op een bijzondere manier? Wat moeten de ouders allemaal doen om hun kroost groot te krijgen, en is er een aparte rol voor de vader of de moeder? En nog veel meer!
Op deze speelse manier leert een kind (en een volwassene!) heel veel over jonge dieren. Het is natuurlijk niet altijd even makkelijk om voor je kinderen te zorgen. Het verhaal van de koekoek, tja, vanuit de koekoek gezien is het prima, maar je zal maar de rol van pleegouders toebedeeld krijgen! ‘Mam, ik heb zo’n honger!’ staat er dan… Wanneer de kleine het huis verlaat, dat is ook bij iedere diersoort anders én hoe ze opgevoed worden.


Heel veel informatie, op een grappige manier verteld, met leuke tekeningen, dit is een fantastisch boek! Voor jongere kinderen is het prettig als er voorgelezen wordt - er staan wel eens lange en moeilijke woorden in de tekst – en later als je ouder bent kan je het zelf lezen, een boek als dit kan jaren mee!


Pavla Hanackova is een Tsjechische schrijfster, die al enkele boeken voor kinderen op haar naam heeft staan. Die zijn in meerdere talen vertaald.


ISBN 9789025114190 | Hardcover | 64 pagina's | Uitgeverij Holland | december 2018 | Vanaf 6 jaar.
Mooie illustraties van Linh Dao (https://www.advocate-art.com/linh-dao)
Vertaald door Marieke Hoogland

© Marjo, 3 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wilde dieren van het zuiden
Dieter Braun


Vanaf de cover kijkt een tijger ons indringend aan. En indringend blijft het! In dit prachtige boek maken we namelijk kennis met dieren die leven in de zuidelijke continenten van onze wereldbol. Deze worden ons niet op een gewone manier getoond maar door middel van schitterende stilistische prenten. Elke prent -  allen met het flinke formaat van 30 x 24 cm -  is een kunstwerkje op zich.
Ieder dier wordt ons in zijn eigenheid getoond, de loomheid van de luiaard, de snelheid van de luipaard, de elegantie van de pauw, de dominante aanwezigheid van de olifant en de robuuste onverschilligheid van het nijlpaard. Het is er allemaal en dat dankzij de enorme kunstzinnige trefzekere hand van Dieter Braun.


We beginnen in Afrika, waar we op de eerste pagina een mooi gestileerde prent getoond wordt van struisvogels (Struthio carmelus) met daarnaast, op de verder blanco pagin,a een korte tekst in duidelijke letters met informatie over dit deze vogel. Daarna volgen vele bladzijden met de meest mooie afbeeldingen van o.a. de witte neushoorn, flamingo's, nijlpaarden, witruggieren, giraffen enz. enz. Imponerend is de prent van de groep olifanten die recht op ons af lopen.
De ene keer wordt alleen de naam van het dier bij de prent vermeld, de andere keer is er een korte beschrijving of zijn er andere dieren naast de grote prent te zien. Luipaarden, zebra's, gnoe's etc. etc. tot de bidsprinkhaan aan toe krijgen we op een zeer bijzondere manier te zien. En dit alles ook nog eens in prachtige kleuren. De kleurige kop van de mandril spat bijvoorbeeld van de pagina af. Maar ook de prent van de kafferbuffel met ossenpikkers op zijn kop is om even stil van te worden.
En dan heb ik nog alleen de dieren van één continent gezien.

© Dieter Braun

De dieren van Zuid-Amerika zijn duidelijk anders, kleiner, fijner. De snuit van de lama kijkt ons bijvoorbeeld recht aan, zijn mooie smalle kop met grote ogen zijn bijna menselijk. We zien o.a. papegaaien, kolibri's, luiaards, capibara's, het gordeldier en de kleurige pijlgifkikkers weergegeven.


Dan arriveren we via de prenten in Azië, en zie, daar komen we de Bengaalse tijger van de cover tegen. We lezen dat ze van kop tot staart zo'n 3 meter groot zijn en dat mannetjes zo'n 300 kilo wegen. Volwassen dieren eten zo'n 8 kilo vlees per dag...
We maken kennis met de Indische tapir en haar jong, we zien de prachtige, trotse kleine zilverreiger etc. De enige minder mooie prent vind ik die van de ijsvogel.  Maar in een boek van 140 pagina's vol prenten is dat een kleinigheid.


Na Azië hoppen we naar Australië waar we natuurlijk de koala en de kangoeroe ontmoeten en van deze dieren zien we speciale soorten, de rode reuzenkangoeroe en de boomkangoeroe, de gevlekte koeskoes is nieuw voor mij, het diertje heeft een grappig rond kopje en grote, eveneens ronde, ogen.


En dan belanden we alweer in het laatste hoofdstuk en dat speelt zich af op Antarctica waar we diverse soorten pinguïns voorbij zien komen maar ook de enorme Bultrug verheft zich met zijn enorme lijf uit het water, je hoort hem bijna terug in het water plonzen, zo sprekend is het beeld.
Helaas ... hierna is de pret over en sla je met een zucht dit boek dicht. Je blijft daarna even stil zitten om de indrukken te verwerken, zoals je bij mooie kunst ook vaak doet. Het is bijna overweldigend dat iemand dit kán! Gewoonweg prachtig!



Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789059568648 | Hardcover | 140 pagina's | Uitgeverij Fontaine | november 2018
Afmeting 30,8 x 24,6 x 2,1 cm | vertaald door Silke Bouman | Leeftijd 10-100 jaar

© Dettie, 26 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Bedreigde dieren
Tekst: Martin Jenkins
Illustraties: Tom Frost


Er worden waarschijnlijk meer dieren bedreigd, maar Martin Jenkins beperkt zich hier tot dertig diersoorten.


Dieren van over de hele wereld krijgen ieder twee pagina’s aandacht. Er wordt verteld over de voornaamste kenmerken, waar ze leven – met een kaartje erbij – en bij ieder dier staat ook vermeld hoe het komt dat er nog maar zo weinig exemplaren van zijn.
Dat komt er - weinig verrassend - op neer dat de mens de schuldige is. Dat kan direct zijn: door dieren te veel te bejagen, hetzij om op te eten, hetzij omdat ze iets hebben wat mensen willen bezitten – denk aan ivoor of een mooie vacht – maar ook indirect: de mens eist meer leefruimte waardoor het gebied voor de dieren kleiner wordt of de dieren leggen het loodje vanwege milieuvervuiling, waar de mens ook verantwoordelijk voor is. En ook de klimaatverandering wordt in feite grotendeels veroorzaakt door de mens.


Als je de redenen opsomt waardoor dieren bedreigd worden, lees je daar meteen ook wat de mens er aan kan doen om de populaties weer groter te maken. Niet meer bejagen. De ruimte geven, hetgeen ook kan door ze een nieuw leefgebied te bieden. Een fokprogramma opzetten in dierentuinen, en zelfs bijvoeren kan helpen.


Bij ieder dier worden in een apart staatje gegevens vermeld: hun officiële naam, tot welke familie ze behoren, de IUCN-status, indien bekend het aantal dat nog op de aardbol rondloopt, -zwemt of -vliegt. En waar ze nog voorkomen.
Achter in het boek wordt uitgelegd wat de IUCN-status is. Deze letters staan voor een dierenbeschermingsorganisatie, die regelmatig onderzoekt hoe het gesteld is met de dieren: kritiek, bedreigd, of kwetsbaar is de aanduiding die ze dan toekennen. Er staat overigens ook bij wanneer er het laatst geteld is, en dat betekent soms dat het zomaar zou kunnen zijn dat er vandaag al geen redden meer aan is.

We lezen over dieren waarvan we allemaal wel weten dat er niet veel meer van over zijn: de blauwe vinvis, de ijsbeer, de zwarte neushoorn, het gouden leeuwaapje (alleen in dierentuinen!) en over de minder bekende indri of de fijileguaan, de pardellynx en de numbat. En de kakapo, een soort papegaai.
Wist je dat de paling, onze eigen populaire vis, zich in een kritieke fase bevindt? De anguilla anguilla zwemt helemaal naar de Sargassozee bij de Verenigde Staten om kuit te schieten, om dan weer als jong visje terug te zwemmen naar Europa. Maar zeeën, oceanen en rivieren zijn sterk vervuild, er worden dammen gebouwd en er worden er te veel gevangen. De steur is ook een bedreigde vissoort, maar omdat die gekweekt kan worden, blijft de soort wel bestaan, al is het dan misschien niet in het wild. Dat geldt helaas niet voor de paling.


Het verhaal over de Oostelijke Gorilla ‘Gorilla Beringei’ is ook triest. Deze gorillasoort kan alleen gered worden door hem in contact te brengen met de mens via toerisme. In natuurreservaten raken de dieren gewend aan de mens, en dat brengt geld in het laatje, zodat de leefomgeving in stand kan worden gehouden. Nogal krom...

De okapi is aan het uitsterven ondanks het feit dat ze in reservaten wonen, en in andere beschermde natuurgebieden is de bescherming van olifanten en neushoorns ook niet genoeg. 
Dan zijn er nog de soorten waarvan je misschien denkt ‘die kunnen we wel missen’. Maar ook die zijn onderdeel van de biodiversiteit: het Javaans schubdier, de Koreaanse rombout (een soort libelle) of de alpenboktor.


Martin Jenkins studeerde biologie aan Cambridge University en werkte voor onder meer de Verenigde Naties en het Wereld Natuur Fonds. Hij schrijft veel prijswinnende non-fictietitels voor kinderen, maar heeft bijvoorbeeld ook Don Quichot en Gullivers reizen herschreven.
Voor dit boek heeft Jenkins samengewerkt met Tom Frost en het resultaat is prachtig! Frost heeft van ieder dier een postzegel gemaakt, in een licht vintage-effect, paginagroot op een van de twee pagina’s afgebeeld. De inhoudsopgave bestaat eveneens uit deze ‘postzegels’.


Een deel van de opbrengst gaat naar het Wereldnatuurfonds om te voorkomen dat we deze dieren straks alleen nog maar op een postzegel zien.


ISBN 9789047710455 | Hardcover |160 pagina's | Cactus | oktober 2018| Vanaf 13 jaar
Vertaald uit het Engels door Jesse Goossens

© Marjo, 18 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Klaas kan alles
Jij ook?
Yannick Fritschy


Het begint al met sportieve prestaties: Klaas gaat zich meten met een bokskampioen en een veldrijdster. Of het hem lukt, vertel ik niet. Bij de dingen die hij niet voor elkaar krijgt, staat 'Failed'. Lukt het hem wel, dan zie je 'Check' staan.


Wat Klaas allemaal niet uitprobeert! Er staat vast niet eens alles in het boek, en dat is al heel divers. De sporten werden al genoemd, maar er zijn technische uitdagingen, zoals blijven staan in het midden van een tornado, of het winnen van de Paper Airplane Guy. Klaas probeert een tolk te verslaan of toch minstens te evenaren, hij probeert te vliegen op een vliegend tapijt en ramen schoner te lappen dan een professionele glazenwasser.


Deze ondernemingen worden verdeeld in categorieën: een duel, een bijna onmogelijke missie en bijzondere beroepen. Bij iedere categorie staat ook een uitdaging voor de lezer: kun jij mensen afluisteren zonder dat zij het door hebben? Kun je een plastic ring laten zweven? Daar wordt wel bij uitgelegd hoe je dat moet doen, maar of het dan ook automatisch lukt?


Klaas vertelt hoe hij er toe kwam om al die toch soms wel bizarre dingen uit te proberen. En dat is heel eenvoudig: Hij is nieuwsgierig, altijd al geweest.


Het boek heeft een heel aansprekende vormgeving. Duidelijke teksten en vooral mooie illustraties, met wist-je-dat-jes, waar je humoristische maar ook wel degelijk serieuze informatie vindt.
Het is een boek waar je veel van kan leren, al is het wel heel divers. Eerst probeert Klaas een ninja te zijn om een paar pagina’s later een poging te doen op een paard te blijven als voltigeur. - Dat is iemand die turnt op een galopperend paard. -  Zelfs kettingzaagartiest zijn lijkt hem wel wat!
Achterin het boek wordt verteld hoe de filmpjes opgenomen worden die op YouTube staan.


Klaas van Kruistum (1976) begon bij de Stichting Lokale Omroep Kerken (STILOK), eerst als technicus en later ook presentator van jongerenprogramma's. Niet lang daarna werd hij aangenomen als programmamaker, geluidstechnicus en producer van commercials. Bij 3FM begon hij met een eigen programma. En zo werd hij een populaire televisiepresentator van onder andere kinderprogramma's als Zapplive, Zapplive op Zondag en Klaas Kan Alles.
Op zijn site http://www.klaaskanalles.nl kun je al die filmpjes bekijken.


ISBN 9789030504030 | Hardcover | 108 pagina's | Billy Bones | oktober 2018 | Leeftijd vanaf 10 jaar
Illustraties verzorgd door Debby Peeters

© Marjo, 25 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dromen van succes
Van kind tot sportheld
Barbara Barend & Marlies van Cleef


Dromen van succes, dat deden al de sporters van wie je in dit boek een korte biografie vindt. Hoewel: ze droomden niet altijd van de sport waar ze uiteindelijk mee bekend zijn geworden. Tom Dumoulin bijvoorbeeld is eigenlijk pas echt gaan fietsen toen zijn droom om geneeskunde te gaan studeren niet uitkwam. Een soort afreageren van frustratie misschien? Anderen reageerden zich af door zich nog meer af te beulen, zich nog meer dingen te ontzeggen.
Want nee, de opmars tot topsporter, iemand die de ene medaille na de andere wint, dat is niet zo gemakkelijk.


Over vijfentwintig sporters, die meer of minder bekend zijn - al heeft die bekendheid ook te maken met waar de interesses van de lezer liggen -  wordt verteld hoe zij opgroeiden en hoe zij er toe kwamen om zich toe te leggen op die ene sport. Sommige sporters zijn namelijk goed in meer sporten, maar hebben uiteindelijk toch moeten kiezen. Johan Cruijff en Ranomi Kromowidjojo wisten al als klein kind, dat zij respectievelijk wilden voetballen en zwemmen, maar Esther Vergeer kon zowel goed basketballen als tennissen, wat moest ze kiezen? Esther Vergeer zit in een rolstoel, wat het natuurlijk allemaal heel anders maakt, en zij besloot dat tennissen, een individuele sport, voor haar het beste zou zijn.
Bibian Mentel kon ook van alles, maar omdat ze dol was op de bergen en op sneeuw werd ze snowboardster. Ook Bibian sportte haar frustraties weg, want er werd geconstateerd dat ze kanker had, en er moest zelfs een been af worden gezet. Het hield haar niet tegen, ze behaalde meerdere successen op de Paralympische Winterspelen in Rusland.
Sifan Hassan, die enorm hard kan rennen, zet ook al haar problemen om is snelheid. Sifan is op vijftienjarige leeftijd gevlucht uit Ethiopië, hetgeen nogal een overgang was.
Natuurlijk zijn voetballers goed vertegenwoordigd in dit boek - Cruijff werd al genoemd – en zijn collega’s Dirk Kuijt, Ruud Gullit en Arjen Robben staan er eveneens in. En Lieke Martens, die ook al heel jong wist dat ze wilde voetballen, en tenslotte uitgeroepen werd tot de beste voetbalster van de wereld!


Wat duidelijk naar voren komt, vooral in het verhaal van judoka Edith Bosch, is dat het echt niet makkelijk is om alles opzij te zetten voor een carrière in de sport. En dan worden hier alleen degenen genoemd die de top bereikt hebben! Wat je absoluut moet hebben is doorzettingsvermogen en zelfvertrouwen. Een topsporter is een fanaticus, drijft zichzelf tot het uiterste. Die gaan door, ook als de coach zegt dat ze niet goed genoeg zijn. Iedere dag trainen, trainen en nog meer trainen. Pijn negeren. Letten op wat je eet, niet naar feestjes gaan. Of dat erg is, is de vraag, want topsporters zijn niet altijd zo gezellig thuis…


Bij alle verhalen vind je twee afbeeldingen, eentje van de sporter als kind en een ietwat karikaturale tekening van hoe ze er uitzien als ze hun sport uitoefenen. Ook staat er steeds een kader met de persoonsgegevens.
Bij iedere sporter kan je vinden welke titels ze behaald hebben, maar dan moet je de tekst wel lezen (!).


Sportjournalisten Barbara Barend en Marlies van Cleeff verzamelden de biografieën. De toon is duidelijk gericht op kinderen, maar dan wel op diegenen die al iets van de sport af weten of er meer van willen weten.
Voorin staat in alfabetische volgorde de inhoud vermeld.

ISBN 9789492899033 | Paperback | 160 pagina's | uitgeverij Condor| augustus 2018
Met tekeningen van Kees de Boer | Leeftijd: vanaf 10 jaar

© Marjo, 8 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER