Non-fictie jeugd

Dag drol
de grote reis van eten: van je mond tot in de wc en verder
Illustraties: Emanuel Wiemans
Tekst: Floor Bal


Hoe wordt eten poep? Floor Bal wil met dit boek deze vraag die door veel kleuters gesteld wordt, beantwoorden.

Natuurlijk begint het met het eten en drinken zelf, een appel, een boterham, die stop je in je mond en met je kiezen maal je alles fijn. Dat weten kinderen misschien nog wel. Maar daarna? Wat gebeurt er dan?

Op de grote afbeelding zien we de stukjes appel en de fijngekauwde boterham een lange buis in glijden, evenals het sap wat gedronken wordt, en daarna ploft het eten en drinken in een zakje met zuur, nat spul erin, ofwel de maag. Dat is allemaal lekker duidelijk, maar dan... wordt het allemaal wat vaag, wat juist niet de bedoeling is. Mogelijk werkt het feit dat de afbeeldingen niet echt bijdragen aan de uitleg ook mee. Bijvoorbeeld:


"Beneden de maag ligt een opgerolde slang. Die is zacht en heel erg lang. Het is de dunne darm. Door groen, bitter sap valt alles hier uit elkaar. Dat is geen drek, slib of drab meer. Geen pap, geen pulp of sap meer. Wat klein was wordt fijner. Wat fijn was, nog kleiner. Tot alle stukjes stofjes zijn."


Hierbij zien we op de, overigens leuke, afbeelding kinderen spelen, ze glijden vanaf en door een glijbaan die een opgekrulde slang voorstelt. Dat werkt bevreemdend. Het heeft niets met de spijsvertering te maken. Bovendien vraag ik me af of kinderen van vier jaar deze tekst zullen begrijpen. Het is nogal cryptisch. Een goede bijpassende afbeelding erbij had veel aan het begrip bijgedragen.

De hele verdere verwerking van het eten in het lichaam is eveneens niet heel goed te begrijpen. Het is te wazig. Het lijkt me zelfs dat kinderen het een beetje vies en eng gaan vinden wat er allemaal in hun lijf gebeurt.
Pas als de poep en plas in de wc liggen en hun reis gaan afleggen door het riool naar de zuiveringsinstallatie wordt het weer wat beter te volgen. Maar hoe de boel gezuiverd wordt... door bacteriën die poep eten en schoonmaken, snappen kleuters dat?


Al met al is het niet echt een boek dat tot begrip bijdraagt. Het is teveel vanuit 'grote mensen' gemaakt, ondanks de kleurige, fleurige afbeeldingen. De tekst is niet speels genoeg en te weinig in de taal van kinderen gemaakt, ook al zijn enkele regels rijmend gemaakt, maar ook deze rijm is niet consequent doorgevoerd.
De afbeeldingen dragen, op een enkele keer na, eveneens niet bij aan het leren begrijpen van de weg van eten naar poep - en de rest - .
Jammer, een gemiste kans.

ISBN 9789025774141 | Hardcover | 40 pagina's | NUR 210 en 273 | Uitgeverij Gottmer | november 2020
Afmeting 28,4 x 24,8 | leeftijd 4+

© Dettie, 17 december 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Monkey Mind
illustraties Alexander Vidal
tekst: Carolyn Kanjuro


Kinderen hebben soms het gevoel dat er allemaal kwebbelende aapjes (monkey) in hun hoofd (mind) zitten. Die aapjes springen heel snel van de ene naar de andere gedachte. Bijvoorbeeld van gisteren, naar morgen en weer terug. Van fietsen naar zwemmen, van leren naar spelen en ze springen dan heel snel achter elkaar. Die aapjes zijn eigenlijk de baas over de gedachten van de kinderen en daar worden kinderen best moe van. Ze zouden willen dat die aapjes eens wat rustiger werden.  Maar hoe moet dat?

Dat kunnen ze leren door gebruik te maken van deze kaartenbox.
Op de voorkant van die kaarten staan afbeeldingen die een beetje aangeven waar de gedachtes naartoe gestuurd worden. Zoals een grote zon die mooi aan het stralen is. Die kaart kun je gebruiken als je even zo'n licht zonnetje nodig hebt om je bijvoorbeeld op te vrolijken.

Op de achterkant van de kaart staat een kernzin in dit geval is dat: Straal als de zon.
Daaronder lezen we "Achter de wolken schijnt de zon. Hoe je je ook voelt, weet dat je weer kunt stralen als een zonnetje".

En dan volgt de oefening
1 Ga rechtop staan. Zet je voeten stevig op de grond met je armen langs je lichaam.
2 Adem diep in en strek je armen de lucht in. Maak jezelf lang. Tover je grootste glimlach op je gezicht.
3. Draai je hoofd en armen van links naar rechts en kijk stralend om je heen. Laat je armen weer zakken en ontspan je mond.

Doe dit nog twee keer. Hoe voelde je je toen je begon? Is dat veranderd? Gek genoeg kun je soms alleen al door te glimlachen vrolijk worden.


Op elke kaart staat dus een kernzin, een korte omschrijving van het 'probleem' en vervolgens de oefening en enkele vragen over wat en hoe je dingen voelt of hoe je naar dingen kijkt na de oefening. Een vorm van zelfreflectie dus en hoe je met die inzichten om kunt gaan.


In een begeleidend boekje van een paar bladzijden staat aangegeven hoe en wanneer je de kaarten kunt gebruiken. je kunt ze schudden en er een uittrekken, je kunt ze allemaal op tafel leggen en een afbeelding kiezen die je aanspreekt of bewust een kaart uitzoeken die past bij het moment.


De ene oefening zal per kind makkelijker of moeilijker zijn om uit te voeren. Je hebt bijvoorbeeld ook De Kribbige Krab kaart, die leert een kind om niet gelijk te reageren als iemand iets zegt wat hij of zij niet zo leuk vindt. De kaart helpt je om na te denken over je (te) snelle reacties en hoe je dat anders aan kunt pakken zodat de aapjes daar niet zo lag over door blijven snateren in hun hoofd.


Zo leren kinderen hun lijf en/of gevoelens beter kennen én hoe ze het wat makkelijker voor zichzelf kunnen maken. Door de rust die de oefeningen geven, leren ze zich beter te concentreren, maken ze betere keuzes en krijgen ze meer inzicht in zichzelf en anderen.


De oefeningen kunnen allemaal alleen gedaan worden maar samen met ouders, vriendjes, vriendinnetjes, de juf of meester is misschien ook wel heel fijn om te doen.
Bovendien zullen zij er mogelijk zelf ook baat bij hebben. Ook volwassenen hebben namelijk vaak last van die opdringerige aapjes.


De afbeeldingen op de kaarten moeten even apart genoemd worden want die zijn werkelijk een feestje om naar te kijken. Je zou ze wel aan je muur willen hangen!


Zie ook het inkijkexemplaar


Opnieuw, net als My little yoga, is dit een fijne box om kinderen te leren steviger in hun schoenen te laten zodat ze beter voorbereid zijn op de -volwassen- maatschappij. Ook leuk om cadeau te geven.


ISBN 9789401304788 | Hardkartonnen box | instructieboekje 14 pagina's | NUR 770, 728 30 kaarten | Altamira | November 2020
Afmeting 18,5 x 13,6 x 3 cm | Vertaling Naomi Tieman | Leeftijd vanaf 4 jaar

© Dettie, 14 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De H van Humboldt
Barbara Rottiers


Ik heb een nieuwe vriend. Hij is al 150 jaar dood, maar je kunt je nog altijd goed met hem amuseren. Hij komt uit Duitsland en zijn volledige naam is Friedrich Wilhelm Alexander von Humboldt. Maar zeg maar Alexander.


Met deze originele openingszinnen is de toon gezet. Barbara Rottiers vertelt namelijk op deze, heel vlotte manier, over de bijzondere natuurwetenschapper en ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt. En als je het boek uit hebt zou je willen dat je hem echt gekend had.


Alexander was namelijk overal in geïnteresseerd en achteraf gezien zijn tijd ver vooruit.
In het boek lezen we dat hij als kind al was hij altijd buiten was. Jammer genoeg voor hem vond zijn moeder het minder geslaagd. Deze deftige dame wilde een zoontje die heel netjes was. Maar Alexander was altijd smerig omdat hij steeds aan het speuren en klimmen was in de natuur. 


Zijn oudere broer Wilhelm is wèl precies zoals moeder het zich gewenst had. Hij is slim, ijverig, beleefd, netjes en stipt.
Alexander daarentegen is brutaal, praat te veel, altijd te laat, kan niet stilzitten en is altijd smerig.


Maar eigenlijk is Alexander gewoon heel erg superenthousiast en wil hij aldoor over alles vertellen wat hij gezien, gehoord, gevoeld en geroken heeft. En dat enthousiasme houdt hij zijn hele leven! We lezen dat hij nergens bang voor is, ook al moet hij in wiebelige bootjes over een rivier vol krokodillen, terwijl hij niet zwemmen kan of zit hij bovenop de rand van een vulkaan, het kan hem niets schelen want hij wil steeds maar alles zien, alles ontdekken.


Hij vindt ook van alles uit, doet steeds proeven, zelfs op zichzelf, die af en toe best misgaan zoals die keer dat zijn haar bijna verbrand was. Het bijzondere is dat hij ook als een van de eerste mensen zag dat de natuur dingen met elkaar uitwisselt. Hij besefte bijvoorbeeld dat als bomen gekapt werden dat voor de planten en dieren daaronder een ramp kon zijn. Want zij hadden de boom heel hard nodig voor bijvoorbeeld de schaduw, of als schuilplek enz. Voor die tijd was die gedachte heel vreemd. Ook was hij fel tegen de slavenhandel. Zijn hele leven bleef hij daar tegen vechten! En dat terwijl slaven houden toentertijd nog heel gewoon was.
Hij ontmoet ook allemaal heel bijzondere mensen die hij dankzij zijn enthousiasme helemaal weet op te peppen.


Alexander is echt een heel aparte man, die leeft voor zijn experimenten en ontdekkingen. Hij heeft ook heel grappige karaktertrekken, dus je zit af en toe gewoon te grinniken als je het leest.  Iedereen is ook gek op Alexander, want door al zijn avonturen heeft hij altijd wel leuke verhalen te melden. De schrijfster heeft dat allemaal heel goed weten over te brengen. Het plezier om over het leven van Alexander van Humboldt te vertellen spat dan ook van de pagina's af. Ook de grappige afbeeldingen gemaakt door de schrijfster zelf zijn fantastisch.
Heerlijk boek! Gewoon lezen!


ISBN 9789463832274 | Hardcover | 96 pagina's | Uitgeverij Van Halewyck | oktober 2020
Afmeting 24,1 x 17,6 cm | leeftijd 9+

© Dettie, 27 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Hoogbegaafd, nou en?
ontdek-boek over hoogbegaafdheid
illustraties: Erica Ringelberg
tekst: Wendy Lammers van Toorenburg


Er zijn inmiddels al heel wat boeken verschenen over hoogbegaafde kinderen, maar dit boek is voor hoogbegaafde kinderen. Ze kunnen het namelijk zelf lezen én er zelf mee aan de slag gaan, er worden o.a. opdrachtjes gegeven en er kunnen lijsten aangekruist worden.


Dankzij een mooie wisselwerking tussen illustraties en tekst wordt heel duidelijk gemaakt wat het verschil tussen intelligentie en hoogbegaafd zijn is, hoeveel hoogbegaafde kinderen er zijn,  hoe een intelligentieonderzoek verloopt en wat hoogbegaafd zijn eigenlijk inhoudt. Het kind wordt direct actief betrokken bij de tekst doordat er vragen gesteld worden die je in het boek kunt invullen.


Op zich hoeft hoogbegaafd zijn geen problemen op te leveren maar dan moeten alle voorwaarden goed zijn, zoals bijvoorbeeld aangepaste lesstof krijgen, ouders die weten wat een hoogbegaafde nodig heeft, mensen die de manier van denken van het hoogbegaafde kind volledige accepteren etc.
Maar die voorwaarden zijn er niet altijd en dan ontstaan er wèl problemen.


Door middel van rechtstreekse vragen aan het kind zelf en teksten die het kind betrekken bij de situaties die zich voordoen, worden alle plussen en minnen van  hoogbegaafdheid besproken. Een kind kan zich bijvoorbeeld door het hoogbegaafd zijn anders voelen dan de rest. Andere kinderen snappen regelmatig hun (taal)grapjes niet of hebben heel andere interesses, ze snappen ook niet dat een hoogbegaafd kind de wereld en bijvoorbeeld afspraken maken of samen spelen heel anders benadert.


Heel duidelijk wordt uitgelegd - opnieuw samen met de afbeeldingen - hoe zo'n kind zich probeert aan te passen òf zich juist niet wil of kan aanpassen. Het kind kan gaan onderpresteren om erbij te horen, of helemaal niets meer doen omdat de lessen totaal niet boeiend zijn etc.. Veel hoogbegaafde kinderen blijken ook hooggevoelig te zijn. Ook hier kan het kind via vragen en lijstjes aangeven wat hij of zij wel of niet ervaart.


Na alle lastige zaken besproken te hebben, wordt verteld wat er allemaal gedaan kan worden aan de situatie zodat het kind zich prettiger in zijn omgeving voelt.
Ook nu wordt er rechtstreeks tegen het kind gesproken.
Mooi is bijvoorbeeld dat via een diagram, die zelf gemaakt wordt, het kind kan het zien welke mensen het meest dichtbij staan en welke mensen het kind het meest vertrouwt. Daardoor weet het kind tot wie hij of zij zich kan richten om problemen, die het ervaart dankzij de hoogbegaafdheid, te bespreken.


Eveneens wordt goed duidelijk gemaakt dat het heel belangrijk is, dat het kind gaat aangeven wat het nodig heeft, en ook wat moeilijk is en wat hij of zij wèl en niet wil, want 'weet de ander niets = dan doet ie niets.'


Er staat verder nog veel meer informatie over hoogbegaafd zijn, bijvoorbeeld allemaal goede tips om te kijken hoe het kind het te leren materiaal tot zich neemt. Vaak leren ze top down (eerst het geheel dan de details) en blijken veel hoogbegaafden beelddenkers. Het kan dan bijvoorbeeld makkelijk zijn om met pictogrammen te werken of de tekst van het te leren materiaal verschillende kleuren te geven. Het kan bovendien zo zijn dat ze nog niet weten hoe ze moeten leren omdat het nog nooit nodig is geweest. Ook daar staan tips over in het boek. Kortom, het is een heel compleet en verhelderend boek, wat hoogbegaafde kinderen zeker veel inzicht zal geven.


Maar het allerbelangrijkste dat het kind leert om zichzelf te zijn. Leert dat het anders màg zijn, want hoogbegaafd zijn heeft ook zijn enorm mooie kanten.


Het boek is voor kinderen gemaakt maar ook voor volwassenen is het een erg aangenaam en interessant boek om te lezen. Ook zij kunnen er nog veel van leren!


Wendy Lammers van Toorenburg is adviseur en therapeut van hoogbegaafde kinderen.


ISBN 9789492995759 | Hardcover | 252 pagina's | Uitgeverij Samsara | 9e druk mei 2020
Afmeting 21,8 x 21,8 cm | Leeftijd 5-99 jaar (en ouder)

© Dettie, 21 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ik ben yoga
illustraties Peter H. Reynolds
tekst: Susan Verde


Het woord yoga betekent verbinding. Yoga is de verbinding tussen geest en lichaam.
Het is altijd zo jammer dat veel mensen yoga nogal zweverig vinden. Als je het woord al noemt dan vertrekt hun gezicht en roepen ze 'Nee dat is écht niets voor mij!' Totdat ze het een keer proberen en ontdekken dat yoga zoveel meer is dan 'een paar rare houdingen aannemen'. Yoga vraagt concentratie, daagt je lichaam uit, geeft rust en dankzij Yogaoefeningen krijgen zowel je lijf als geest een fijne oppepper. In dit mooie boekje kunnen kinderen op een heel speelse manier ook leren wat Yoga is en waar het voor dient.

Op de eerste pagina's zien we een meisje die de wereld nogal overweldigend vindt, ze moet zoveel doen, weet niet zo goed wat haar plek op de wereld is en kan haar lijf nauwelijks stil houden. Het is tijd voor wat rust. Gelukkig weet het meisje wat ze daarvoor moet doen:


Ik vertel mijn wiebelende lichaam: wees stil
Ik zeg tegen mijn denkende geest: wees rustig
Ik vertel mijn razende adem: wees langzaam

Ik doe mijn ogen dicht
en maak ruimte
in mijn geest,
in mijn hart,
om te scheppen en
te verbeelden

Ik ben yoga.


En dan begint het meisje aan haar heerlijke yogareis. We zien haar allerlei yogahoudingen aannemen, die houdingen hebben prachtige namen. Daardoor kan zij 'zweven' als een lichtgevende ster, of in gedachte rondvliegen dankzij de vliegtuighouding, ze kan zo scherp kijken als een adelaar, spelen als een hondje, zich een krijger voelen die voor zichzelf of anderen opkomt, ze kan zich openen als een bloem en schoonheid meedragen etc.
Al deze houdingen maken haar weer rustig, ze kan de drukke wereld weer aan. Ze weet weer dat er ook voor haar een plek is.


Het is goed dat prachtige boekje er is, Yoga zal veel kinderen verder helpen om de hectiek van het dagelijkse leven terug te brengen tot behapbare porties. Het geeft rust. Het kind voelt zich letterlijk en figuurlijk veel meer in balans. Bovendien zijn de oefeningen heel leuk om te doen en je kunt dankzij de mooie namen van de houdingen er ook allerlei vrolijke, grappige of spannende verhalen bij verzinnen.


Het is een boekje waar het yogaplezier van af spat en de lichte, aanprekende illustraties benadrukken dat plezier. Je krijgt vanzelf zin om ook al die houdingen te gaan doen. En dat kan! Achterin het boek staat elke oefening die het meisje doet heel duidelijk beschreven.
Gewoon kopen dit boekje, het is ook niet duur dus voor het geld hoef je het niet te laten.


Zie ook het you-tube filmpje (Engels)


Susan Verde
doceert yoga en mindfulness aan kinderen en woont met haar drie kinderen in East-Hampton, New York.
Peter H. Reynolds is de illustrator van veel bestsellers en prijswinnende boeken waaronder Dot Ish. Hij woont in het historische Dedham, Massachusetts.


ISBN 9789492995797 | hardcover | 24 pagina's | NUR 280 | Uitgeverij Samsara | oktober 2020
Afmeting 20 x 20 cm | Uit het Engels vertaald door Stine Jensen| Leeftijd onbekend

© Dettie, 17 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Gek, Gaaf, Geweldig!
Illustraties van Sam Caldwell
Tekst: Tim Flannery


In zijn rol als zoogdierkundige en milieukundige heeft Tim Flannery al heel wat boeken geschreven, die niet vertaald zijn in het Nederlands. Gelukkig is Gek, Gaaf, Geweldig! wèl vertaald, want het is niet alleen precies wat de titel zegt, gek, gaaf en geweldig, het is ook een heel goede manier om ook de jeugd er op te wijzen wat er zoal leeft in de wereld, en welke dieren bedreigd worden. Hoewel hij wel aangeeft of een soort het einde nadert, heft hij nergens een waarschuwend vingertje. Daar zijn andere boeken voor.


Met dit fraai uitgevoerde boek kan je uren zoet zijn. Niet alleen kinderen, ook volwassenen kunnen er veel van leren. Het boek begint met een inleiding waarin Tim Flannery vertelt wie hij is en hoe hij er toe gekomen is deze dieren niet alleen in een boek te verzamelen. Toen hij jong was, zegt hij, had hij graag een boek als dit gehad. Maar ja, dat was er niet, vandaar dat hij het nu zelf schreef.
Dan legt hij begrippen uit, habitat, klimaatverandering, fossielen en meer. Je kan altijd terugbladeren, hij verwijst af en toe naar deze pagina’s.
En dan begint het avontuur; Je wordt rondgeleid door water, bos, graslanden, woestijnen en door de lucht waar je dieren ontmoet die je zelfs in je fantasie niet had kunnen bedenken.
Flannery is zelf bijna overal geweest waar die dieren zijn, hij komt dan ook vaak met ‘Flanneryfeitjes’, waarin hij zijn eigen verhaal vertelt.


Maar het zijn de dieren die de hoofdrol hebben. In korte rubrieken verdeeld over twee of meer pagina's vertelt hij allerlei wetenswaardigheden.
Een willekeurige keuze: Motten (en dat gaat niet over ons saaie huis-, tuin- en keukenmotje…)
Informatie over de mot, verdeeld over vier pagina’s in de volgende rubrieken: Is een mot een soort vlinder? Zo niet, wat is dan het verschil?  Waar kun  je een mot spotten? Welke soorten motten kun je allemaal tegenkomen? Hoe groot is een mot? Hoe gaat een mot naar de wc? Camouflage of knaller. Ananasparfum. Honingrover. Onderonsje met een Utetheisaornata. En een Flanneryfeitje.


Uit de titels boven de rubriekjes merk je al op dat humor bepaald niet ontbreekt in dit boek. Er is ook nog het zeepaardjesechtpaar, dat een mooie dans lijkt uit te voeren. Of de gier met een medaille om zijn nek (want hij eet juist datgene op waar een mens ziek van zou worden). Of de mier die een kudde luizen hoedt. Of de varaan die zijn oude jas aan de kapstok hangt (want hij krijgt regelmatig een nieuwe huid). Enzovoort, enzovoort.
Deze leuke plaatjes en duidelijke tekeningen in mooie kleuren vind je op iedere pagina. Bij het item over het ananasparfum zie je een verliefd mannetje, terwijl het vrouwtje op een verstuiver drukt…


Er zijn overigens geen foto’s in het boek. Wel kun je aan de kleurgerande pagina’s makkelijk de afdeling vinden waar je zou willen zoeken. Zo is de waterdierensectie blauw en de lucht roze. Maar achterin vind je ook nog een woordenlijst en een register. Het komt altijd goed!


Je leert dat er 4.500 krabbensoorten zijn, en dat die ook op het land en in bomen kunnen leven. Dat een ijsbeermannetje de ruimte nodig heeft: wel 300.000 vierkante kilometer! Dat een luiaard zelfs aan de tak blijft hangen als hij dood is. Dat een Solenodon (een wat? Ja, dat lees je dus ook in dit boek) niet goed ziet maar uitstekend hoort. Dat er ook dieren bestaan met blauw bloed, en ga zo maar door. Veel te veel om op te noemen. En daarom is dit een gek, gaaf en geweldig fantastisch boek, waar je heel veel plezier van kunt hebben.


Nog eentje dan: Mestkevers!
Wie – vooral in oktober - de natuur in trekt, stuit vaak op fraai glanzende zwarte kevers, die er lol in lijken te hebben om in paardenpoep te wroeten. De voorjaarsmestkever is dat. Je kan soms ook hele zwermen kevertjes zien vliegen.
In Flannery’s boek kun je lezen dat er duizenden soorten mestkevers zijn. Ook voor deze dieren zijn vier pagina’s ingeruimd, en de rubrieken hebben titels als: zijn mestkevers nuttig? Welke poep? Wie is wie? Waar kan ik een mestlever spotten? Hoe groot is een mestkever? Klimaatverandering (hier blijken ze erg nuttig te zijn: ze helpen de uitstoot van broeikasgassen te verminderen!). Wie at er dinopoep? (niet moeilijk). Koppige sterrenkijkers. Waarom poep? Een leven vol poep. Hoeveel poep kun je rollen? (Het is het sterkste dier op aarde: 1.100 keer zijn eigen gewicht rolt hij voort!)
Werkelijk heel verhelderend. Je kijkt met een andere blik naar deze kever als je hem weer eens ziet.
Maar dat geldt voor al deze dieren.


Zie ook het inkijkexemplaar


Tim Flannery (Melbourne, Victoria, 1956) is een Australische zoogdierkundige, paleontoloog, milieukundige en milieu-activist vooral op gebied van klimaatverandering.
Flannery was voorzitter van de in 2011 door de Australische regering ingestelde onafhankelijke klimaatcommissie die het grote publiek moet voorzien van deugdelijke informatie over klimaatverandering. Dat hij dat ook voor de jeugd wil, dat blijkt wel uit dit boek!
In 2007 werd hij gekozen tot de Australiër van het jaar. Tot juli 2013 was hij hoogleraar aan de Macquarie Universiteit in Sydney.


ISBN 9789047712244 | hardcover | 256 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | oktober 2020
Vertaald uit het Engels door Jesse Goossens | leeftijd 10+

© Marjo, 29 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Van Albatros tot Zebra
Dierenencyclopedie
illustraties: Jarom Vogel
tekst: Jules Howard


Jules Howard is zoöloog. In zijn voorwoord schrijft hij dat hij het altijd heel leuk heeft gevonden om de geheimen van dieren uit verschillende groepen te ontdekken.
Met deze geroepen bedoelt hij; zoogdieren, reptielen, spinachtigen, amfibieën, vissen en reptielen. Het prettige is dat elke groep een apart 'hoofdstuk' heeft gekregen dat te onderscheiden is dankzij de labels aan de zijkant (bladsnede) van de pagina's.


'Zes diergroepen met duizenden verbijsterende manieren van leven.' schrijft Jules Howard. Daar raak je inderdaad van


Elk 'hoofdstuk' begint met Wat is... (een vis, zoogdier, reptiel enz.) waarna de diverse vormen van de groep getoond worden dankzij de realistische, fraaie illustraties gemaakt door Jarom Vogel. Bij elke illustratie staat de Nederlandse en Latijnse naam van het dier. Daarna een korte toelichting over het doen en laten, of een bijzondere eigenschap van het betreffende dier.

Bij de monarchvlinder bijvoorbeeld lezen we bijvoorbeeld dat ze enorme afstanden afleggen, van Mexico naar Canada!
En het Filipijnse spookdier heeft zulke grote ogen dat ze vastzitten aan zijn schedel. Daarom kunnen ze moeilijk in het rond kijken, dus... hebben ze een uilennek waarmee ze hun kop 180 graden kunnen draaien.
De wimperspitsmuis weegt evenveel als een speelkaart en is niet veel langer dan een paperclip! Omdat kleinere dieren meer energie verbranden dan grotere moet hij de hele dag dooreten.
De matamata (schildpad) lijkt als hij op het water drijft op een stuk hout, zijn lange nek doet denken aan afgevallen bladeren.

Zeer bijzonder allemaal!
Bij elk dier staat ook in een kader vermeld hoe groot hij is, wat voor voedsel hij eet en waar hij leeft.


Hoe langer je alle dieren bekijkt en over hun leefwijze leest hoe groter het besef wordt dat de hele (dieren)wereld een groot wonder is. Je valt van de ene verbazing in de ander, alles is helemaal op elkaar afgestemd, alles is logisch. Heel apart om te lezen.


Uitgeverij Fontaine staat synoniem voor goed verzorgde boeken en dit boek voldoet daar ook aan. Het is een mooie hardcover met prachtig gekleurde afbeeldingen.
Een boek om cadeau te geven en/of in scholen te gebruiken.


ISBN 9789059562219 | Hardcover | 192 pagina's | NUR 222/223 |Fontaine uitgevers | 16 maart 2020
Vertaald door Mariëlle Steinpatz| Leeftijd tot 12 jaar

© Dettie, 1 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ik ben mens
Een boek vol empathie
illustraties Peter H. Reynolds
tekst: Susan Verde


Ik werd geboren. Een wonder!
Eén van de miljard
maar uniek!


Inderdaad elke keer als een mens op de wereld komt, is dat een wonder. En dan ook nog een mens met een eigen gezicht, een eigen geest, een eigen doen en laten waardoor hij of zij zich onderscheidt van de ander, dus met recht 'Een van de miljard maar uniek!'


Maar wat maakt een mens een mens?
Is een mens een mens dankzij de reis die hij maakt om zijn of haar weg te zoeken? Of is hij een mens door zijn dromen, wensen, nieuwsgierigheid, zijn leven vol verwondering?


In het boek zien we een jongetje allerlei dingen ondergaan. Hij leert bijvoorbeeld veel door te kijken, te lopen, te onderzoeken, te spelen maar ook door zijn omgang met vrienden. De tekst hierbij is kort gehouden, wel worden af en toe vrij 'zware' woorden gebruikt zoals lafhartig, versteld staan, een zwaar gemoed hebben, bedachtzaam zijn, compassie hebben. Allemaal woorden die een kind niet snel zal gebruiken. Maar de heerlijk sprankelende afbeeldingen ondersteunen wel uitstekend de teksten waardoor de 'zware' woorden waarschijnlijk evengoed begrepen zullen worden.


Het jongetje leert verder ook dat hij fouten kan maken, net als andere mensen, hij kan iemand kwetsen of gekwetst worden, of boos, bang of verdrietig zijn. Het is niet erg, het hoort allemaal bij het 'mens zijn'. Maar hij kan wel keuzes maken! Hij kan bijvoorbeeld kiezen om 'Het spijt me' te zeggen, anderen te helpen, hij kan kiezen om vriendelijk, en rechtvaardig te zijn. Ook dat hoort bij mens zijn.


We zien ook dat hij, met al zijn leuke en minder leuke kanten, evengoed altijd zijn unieke zelf blijft! Net als iedereen zijn of haar eigen unieke zelf is.
Kortom, hij is 'gewoon' een mens. Als dat geen mooie les om te leren is!


ISBN 9789492995803 | hardcover | 24 pagina's | NUR 280 | Uitgeverij Samsara | oktober 2020
Afmeting 20 x 20 cm | Uit het Engels vertaald door Stine Jensen| Leeftijd onbekend

© Dettie, 25 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Maak dat de kat wijs
Verbazingwekkende feitjes over wetenschap
Izzi Howell


‘Jupiter is net mijn kattenbak: in het midden ligt iets vasts en eromheen zweven luchtjes!’


Maak dat de kat wijs betekent eigenlijk: ik geloof er niets van! Maar wat er in dit boek staat kan je maar beter wél geloven, want het is zuivere wetenschap. En dat hebben knappe geleerden allemaal goed onderzocht en bewezen.
Wetenschap….bah, saai, zul je misschien zeggen.
Maar als het verteld wordt op een manier als deze, dan blijkt wetenschap eigenlijk heel leuk te zijn.


Je leert een heleboel over het zonnestelsel, over energie, over stoffen en materialen, over elektriciteit, over krachten en nog veel en veel meer.


Eigenlijk moet je het boek zien, er gewoon over vertellen maakt lang niet genoeg duidelijk hoe leuk dit is. Het is origineel, leerzaam, maar vooral grappig en schattig.  Het is kleurrijk, zit vol grappige kattenplaatjes, en er wordt gespeeld met lettertypes.
Een paar voorbeelden van hoe dat gedaan wordt (tja, zonder het letterspel)


‘Er is geen geluid in de ruimte omdat er niets is dat kan vibreren!’


Dit staat boven aan de pagina, en daaronder zie je een schattig slapend poesje liggen…op een vliegend tapijt, met in de woordballon de tekst ’Eindelijk rust’


Er wordt uitgelegd hoe magneten werken, je ziet hoe paperclips – die van staal zijn – allemaal vastgehecht zijn aan de magneet.
Eronder een katje met een grote magneet in haar poten, en in de woordballon staat  ‘ik voel me aangetrokken tot muizen’. Natuurlijk met een muis erbij.


Over planten wordt verteld dat ze vrijwel allemaal bloemen hebben, en dan zegt een kat: ‘En sommige planten hebben katjes’.


Dit is wel een beetje vreemd, maar de schrijver moest kiezen voor het een of het ander. Over ogen en oren wordt namelijk ook verteld, niet zoals je misschien zou verwachten over hoe speciaal kattenogen en –oren zijn, het wordt algemeen gehouden, dus gaat eigenlijk gewoon over de mens. En als het over dag en nacht gaat, zegt een poes dat het overdag tijd is om te spelen, en ’s nachts tijd voor een poezenslaapje. Terwijl een kat een nachtdier is.


Zoals gezegd: je moet het zien en lezen, en automatisch leer je een heleboel. Het is een boek om geregeld eens open te slaan, alleen al om te kijken, maar er staat ook een inhoudsopgave en nog een index in, zodat je ook de feiten op kunt zoeken die je op een bepaald moment wilt weten.


Izzi Howell schreef al heel wat informatieve kinderboeken.


ISBN 9789048858033 | hardcover | 112 pagina's | Uitgeverij Moon | oktober 2020
Afmetingen 21,7 x 15,5  | Vertaald uit het Engels door Willem Jan Kok | Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo, 18 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Van bij ons
Volksverhalen uit de 12 provincies
Samengesteld in geïllustreerd door Margot Senden


Twaalf wonderlijke verhalen die zich afspelen in één van de twaalf provincies van Nederland. Elke provincie wordt door een andere prenten-, kinder- en/of jeugdboekenschrijver verteld. Zij zijn in die provincie geboren of wonen er, zodat ze precies weten hoe de sfeer daar is. Vaak hebben ze wel over de volksverhalen die zich afspeelden in hun omgeving gehoord maar nu hebben ze dus één daarvan uitgekozen voor dit boek.
Margot Senden heeft al deze verhalen verzameld en er schitterende, warm gekleurde illustraties bij gemaakt. Het hele boek straalt geschiedenis uit, terwijl toch in veel verhalen heden en verleden vermengd zijn.


Zoals het verhaal Het wonder van Slot Duyveboode geschreven door Pimm van Hest dat zich afspeelt in Noord- Brabant en gebaseerd is op een oud Helmonds verhaal 'Een Wonderkiend'. Van Hest heeft het verhaal in aangenaam een nieuw jasje gestoken.


Het gaat over het meisje Sophie, dat gek op paarden is en veel uit rijden gaat op Valentino, haar leasepony. Op een dag schrikt haar pony en begint te rennen. Sophie klemt haar armen om zijn nek en praat tegen het lieve dier. Gelukkig wordt Valentino rustiger maar als Sophie opkijkt, ziet ze ineens een vervallen kasteel en dat is vreemd, want ze is al honderd keer langs die plek gereden en heeft daar nog nooit een kasteel gezien. Ze loopt de ruïne in en ruikt een brandlucht. Ineens ziet ze in een flits vlammen en paarden in paniek die vluchten voor het vuur. Sophie schrikt zo dat ze achterover valt. Als ze haar ogen opendoet ziet ze een jongeman die geknield naast haar zit en een geheimzinnige zin in haar oor fluistert. Hij geeft haar ook een prachtige rode steen.
Sophie zakt weer weg en als ze haar ogen open doet is ze weer in de huidige wereld maar wel met een steen in haar hand...
Ze zoekt thuis via google naar het kasteel, maar veel is er niet over bekend. En wat moet ze met die steen? Ineens weet ze het... en een prachtig verhaal volgt.


Femke Dekker vertelt dat in Zuid Holland Sura woonde, die een kerk liet bouwen. Ze betaalde elke dag elke werkman drie koperen penningen. Wat deze mannen niet wisten is dat elke keer als Sura de drie penningen gegeven had, haar beurs leeg was. Maar steeds als ze de beurs opende zaten er weer drie penningen in.  Natuurlijk wekte al dat geld dat afgunst op en de arme Sura werd overvallen en met een mes werd haar keel opengesneden. Christiaan en zijn vriend Ties zagen het en het ergste van al was dat Christiaans vader bij de groep mannen hoorde!
Sura overleed ter plekke, maar op die plek ontsprong een bron. Het water stroomde, drie druppels na drie druppels.
De misdadigers werden opgepakt en kregen de doodstraf, maar op de dag de straf uitgevoerd zou worden gebeurde er iets heel wonderlijks!


En zo bezoeken we via Suzanne Buis camping Bakkum in Noord-Holland en lezen we het bijzondere verhaal  wat zich in die omgeving ooit afspeelde. We gaan ook dankzij Marcel van Driel naar de Achterhoek in Gelderland en volgen het spannende verhaal rond de Witte wieven, en zo gaan we alle provincies af.


Na afloop van elk verhaal vertelt de schrijver/schrijfster iets over het volksverhaal zelf en wat ze eraan aangepast hebben. Ook lezen we waarom de schrijver juist dàt verhaal koos, daarnaast lezen we ook iets over het persoonlijke leven van de schrijvers en zien we een zwart-wit portrettekening van die schrijver gemaakt door Margot Senden.
Helemaal achterin staan bezoektips per provincie weergegeven.


In zijn totaal is het een uitstekend verzorgd boek, met een bijzondere inhoud. De gebruikte taal is erg toegankelijk.
Kortom, het boek is de moeite van het lezen meer dan waard!


De deelnemende schrijvers zijn Pimm van Hest, Li Lefébure, Christien Boomsma, Joke Reijnders, Marion van der Kleij, Marcel van Driel, Chris Vegter, Suzanne Buis, Gonneke Huizing, Femke Dekker, Joke Eikenaar en Anneriek Heugten


ISBN 9789044833904 | Hardcover | 112 pagina's | Uitgeverij Clavis | maart 2020
Afmeting 26,2 x 20,2 cm | Leeftijd 9+

© Dettie, 15 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER