Non-fictie jeugd

Natuurorigami
Met 50 velletjes origamipapier
Clover Robin


Origami is de uit Japan afkomstige kunst van het vouwen van papier (折り紙, Japans: 'ori', vouwen, en 'kami', papier).
(Bron: Wikipedia)


Deze bijzondere vouwkunst gaan we leren dankzij dit boek dat gelijk praktisch begint met enkele aanwijzingen en tips voor als je aan de slag gaat. Op dezelfde pagina wordt het vouwen van het papier uitgelegd dat met symbolen en lijnen wordt uitgebeeld.


Ook blijkt dat de te vouwen dieren of andere natuurfiguren ingedeeld zijn in moeilijkheidsniveau's, namelijk; makkelijk, gemiddeld en lastig. Dit wordt aangegeven met respectievelijk één, twee of drie stippen. En dan... kunnen we gelijk aan de slag! In het boek zitten namelijk 50 velletjes prachtig bedrukt origamipapier in verschillende mooie kleuren en patronen. Het papier is aan een kant vastgelijmd maar je kunt het makkelijk lostrekken zonder dat het kapot scheurt.

We beginnen met een schelp, moeilijkheidsniveau 1.
Op de ene pagina zien we, zoals bij elk te maken figuur, een erg mooie bladvullende illustratie en op de tegenoverliggende bladzijde staat een fragment van een gedichtje, zoals bij de schelp:


Zeeschelp, Zeeschelp.
Laat je lied tot mij komen!
Een lied van zeelui en van schepen
en papegaaien en tropische bomen.
- Amy Lowell

En daaronder volgen de vouwinstructies voor de schelp. Die heb ik gelijk uitgeprobeerd natuurlijk.
Het is even wennen maar als je aandachtig de korte maar heldere aanwijzingen leest en de stap voor stap tekeningen goed bekijkt dan is het prima te doen. Mijn schelp is tenminste een fraai exemplaar geworden. Op hetzelfde moeilijkheidsniveau kunnen we ook een uilenkopje en een boomblad maken. Bij allebei staat eveneens een fragment uit een gedichtje.

Vervolgens schakelen we over naar niveau twee, waar we kunnen kiezen uit het maken van een mooie voorn (vis), een oranjerode vos, een zachtpaarse bloem, een mot en tenslotte een muis. - Bij al deze figuren staan overigens steeds prachtige illustraties. -
Het was nog moeilijk kiezen welke ik zou gaan maken, want allemaal zijn ze erg leuk, het werd toch de mot, die zag  er zo lekker vrolijk uit en het gedichtje erbij was ook prima. 


Doe nooit iets pijn wat leeft:
geen lieveheersbeestje of vlinder
of mot die op stoffige vleugels zweeft.
- Christina Rossetti


Ook deze mot was goed te maken. Hooguit leverde de laatste stap even een paar vraagtekens op, maar na even puzzelen kwam ik er toch uit.

Op naar moeilijkheidsgraad drie en dan wordt het helemáál lastig om te kiezen want hoe moeilijker het vouwwerk is hoe leuker de figuurtjes worden... Zal ik die leuke eekhoorn, de mooie zwaluw, de haas met zijn grote oren, die vrolijke eend of die gele slak maken? Het wordt uiteindelijk toch de zwaluw, en daarvoor kies ik het  het bijgevoegde papier dat bedrukt is met... kleine zwaluwtjes! En ook deze figuur lukt redelijk snel. Als je eenmaal goed door hebt wat de verschillende aangegeven lijnen en symbooltjes betekenen dan gaat het vrij vlot.

En nu... ben ik een mooie mot/vlinder, schelp en zwaluw rijker maar ook een aantal erg mooie prenten. Zij vragen er bijna om om uit het boek te mogen en aan de muur te hangen.  De kleuren, de sfeer, de afbeelding zelf, ze zijn allemaal erg, erg, erg mooi.
Kortom, dit boek is gewoon een groot succes.


Rest mij nog wel een waarschuwing! Zorg dat je veel tijd hebt als je aan dit boek begint want als je eenmaal begint te vouwen  is het moeilijk om weer te stoppen.  Dus... deur op slot, telefoon en computer uit en origamiën maar!


ISBN 9789047710158 | Paperback | 32 pagina's met 50 vel origamipapier | Lemniscaat | mei 2018
Afmeting 25 x 24,9 x 1,1 cm | Leeftijd tot 12 jaar

© Dettie, 10 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De diabetes van Daan
Als je elke dag moet opletten
illustraties: Helen van Vliet
tekst: Christine Kliphuis


'De ziekenboeg' boekjes van Christine Kliphuis zijn een begrip aan het worden in kinderboekenland. Op een heldere en vlotte manier vertelt zij wat er gebeurt als een kind een bepaalde ziekte krijgt.


"Christine Kliphuis praat voor alle boeken in de serie uitgebreid met artsen en verpleegkundigen. Ook spreekt ze met jonge patiëntjes, die haar precies  vertellen hoe ze zich voelen. Christine vertelt alle nuttige informatie die ze heeft verzameld op een speelse manier en vanuit de belevingswereld van een kind. De vele illustraties van Helen van Vliet ondersteunen en verluchtigen de situaties en verduidelijken de gebruikte medische voorwerpen."


Deze keer gaat het over Daan, die steeds maar zo moe is en heel veel dorst heeft. Mama denkt eerst dat hij het te druk heeft gehad maar als ook de juf haar zorgen uitspreekt, gaat mama toch maar met hem naar de dokter. De dokter heeft wel een vermoeden als Daans moeder vertelt wat er aan de hand is.  Het blijkt dat de bloedsuiker van Daan te hoog is. Dat is niet zo goed, want dat kan betekenen dat Daan diabetes heeft. 'Het wordt ook wel suikerziekte genoemd, maar wij praten liever over diabetes.' Daan kan gelijk naar het ziekenhuis voor verder onderzoek.


De dokter in het ziekenhuis zegt dat Daan inderdaad diabetes 1 heeft en probeert hem zo precies mogelijk te vertellen wat dat inhoudt. Dat doet ze in heel duidelijke woorden. Papa en mama luisteren ook goed naar wat de dokter te vertellen heeft, zodat ze straks Daan goed kunnen helpen.
Mirjam, een diabetesverpleegkundige, vertelt aan mama en Daan wat hij thuis moet doen om zo fit mogelijk te blijven. Hij zal insuline moeten spuiten. Daan krijgt daarom een mooie rode en een blauwe insulinepen. Hij krijgt ook een diabetesdagboekje mee dat zijn zijn papa en mama moeten bijhouden. Daarin schrijven ze hoe hoog Daans glucose was en hoeveel insuline hij heeft gehad, en nog veel meer dingen. Als Daan voor controle moet komen, gaan ze samen met de dokter en Mirjam dat dagboekje bekijken.


Gelukkig voelt Daan zich al snel veel beter dankzij de juiste behandeling en mag hij al snel naar huis. Ook op school gaat het beter, Daan is veel minder moe.
In Daans klas weten ze ondertussen ook wat diabetes is dankzij de spreekbeurt die Daan erover gehouden heeft. - Elk kind kan overigens dit boekje ook heel goed voor een spreekbeurt gebruiken. -
En zo leert Daan langzaam te wennen aan het feit dat hij Diabetes heeft.


Opnieuw een uitstekend boekje waarin in klip en klare taal alles rond diabetes 1 (insulineafhankelijke diabetes) uit de doeken gedaan wordt.
Om het helemaal compleet te maken staat achterin het boek nog allerlei informatie voor ouders en/of verzorgers. Ook staan er webadressen in voor kinderen, ouders en leerkrachten.

- De afgelopen 25 jaar schreef Christine Kliphuis naast haar werk 22 boeken, waarvan 21 voor kinderen. Het begon allemaal met de medische kinderserie De ziekenboeg. Christine startte daarmee omdat ze vond dat er meer boeken voor kinderen moesten komen over medische onderwerpen. De serie telt nu 16 titels over verschillende onderwerpen. Van buisjes in je oren tot epilepsie, van amandelen knippen tot astma. -

Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789051162653 | Hardcover | 64 pagina's | Uitgeverij De Vier Windstreken | juni 2018
Herziene druk. Eerder uitgegeven in 2003 | Afmeting 13,0 x 20,7 cm | Leeftijd 4-10 jaar

© Dettie, 26 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Waarom de koning geen kroon draagt
en andere weetjes over het koningshuis
illustraties: Rianne Brugmans

tekst: Gaby Kuijpers, Natalie van der Horst en Ellen de Roos

Naar aanleiding van dat feit dat Willem Alexander en Maxima alweer vijf jaar koning en koningin zijn, verscheen dit leuke boek vol feiten en weetjes over het koningshuis.


Zelf weet ik nog goed dat Willem-Alexander geboren werd. Mijn vader had mijn zusje en mij beloofd ons wakker te maken als er een prinses of prinsesje geboren werd, want het was reuze spannend, na al die vrouwelijke koninklijke nazaten zou het zo leuk zijn als er een prinsje geboren zou worden, dan kreeg Nederland een koning! En ja, op een avond kwam mijn vader ons kamertje binnen stormen al roepend het is een prinsje!  En nu is datzelfde prinsje alweer vijf jaar koning!


We lezen over zijn leven met zijn ouders en broers op Kasteel Drakensteyn in Baarn. De prinsjes hebben een fijne jeugd. Pas op school horen ze dat ze prinsen zijn en dat Willem-Alexander later koning wordt. Een tv hadden ze niet. Door de latere ziekte van prins Claus brengt Willem Alexander veel tijd door bij zijn tante Margriet en oom Pieter. Zij zijn als tweede ouders voor hem. Later vertrekt Willem-Alexander naar een kostschool in Wales. Hij vindt het daar heerlijk net als bij de Marine, waar hij zijn dienstplicht vervulde. 'Het is ene tijd die ik nooit had willen missen.' zegt hij daarover.
Ook de jeugd en opleidingen van koningin Máxima worden besproken. Ze lachte teveel volgens de mensen die haar les gaven!


In het boek wordt heel veel verteld over het privé-leven maar ook over het publieke leven van de koning en koningin. Natuurlijk wordt ook geschreven over 'koningsdag' die al vanaf 1885 jaarlijks gevierd wordt! Alleen toen heette het nog Prinsessedag.

Erg leuk zijn de hoofdstukken over de verlovingstijd en trouwerij van Willem-Alexander en Máxima. Vooral het hoofdstuk 'Van burgermeisje tot prinses' waarin we kunnen lezen hoe het Máxima verging toen ze alles over de geschiedenis van Nederland en de taal moest leren. Vooral 'ui', 'ei' en 'ij' vindt ze moeilijk om uit te spreken.

En dan is het zover: de inhuldiging. Heel Nederland zat aan de buis gekluisterd toen het stel koning en koningin werden. Het was natuurlijk een stukje geschiedenis wat je meemaakte. Maar wat doen een koning en koningin nu precies?
Dat kunnen we ook lezen in dit boek, ze hebben het heel druk, maar vinden alle twee wel dat ze een heel bijzonder en mooi leven hebben.

Er wordt verteld over het huis waar de koning en koningin wonen en over de koninklijke paleizen, over Prinsjesdag, waarom die gehouden wordt en hoe alles daarop voorbereid wordt. We lezen ook over hun vrienden, hun kleding, de huiselijke gewoontes, de kinderen, de sportieve prestaties van beiden enz. enz.

Al deze informatie wordt afgewisseld met fictieve verhalen over kinderen die iets speciaals met Willem-Alexander of Máxima beleefd hebben. Ook staan er verspreid door het boek in aparte kadertjes, allerlei Wist je dat... verhaaltjes. De ene keer over het nooit dragen van een kroon, de andere keer over de kersttoespraak of het fotograferen van de prinsesjes. Op aparte pagina's staan de weetjes over het leven van de koning en koningin.

Kortom, het is een heel fijn boek als je meer wilt weten over de koning en koningin van Nederland maar ook als je bijvoorbeeld een spreekbeurt wil houden over het stel. Ook een prima boek voor een schoolbibliotheek.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789000358144 | Hardcover | 96 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | april 2018
om zelf te lezen vanaf 9 jaar, voorlezen vanaf 7 jaar

© Dettie, 20 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het ei
Britta Teckentrup


"Met zijn perfecte vorm, gelijkmatige oppervlak en prachtige kleuren is het ei misschien wel het meest volmaakte voorwerp dat er bestaat."


En als je over bovenstaand citaat aan het nadenken komt, moet je de schrijfster gelijk geven. Een ei is een klein wonder op zich. Het ei is o.a. ook heel sterk en breekbaar tegelijk. - Je kunt er zelfs een dik boek op leggen zonder dat het breekt. - De schaal moet beschermen maar dun genoeg zijn voor een kuiken om open te breken. Bovendien is het een 'volmaakt broedsysteem'.


In dit boek met ongekend mooie afbeeldingen lezen we dus alles over het ei. Te beginnen met de eierverzamelingen, die nu verboden zijn omdat vogels uitstierven vanwege het aanleggen van eiercollecties. Ze worden overigens nog wel verzameld boor wetenschappelijk onderzoek. De studie naar vogeleieren heet Oölogie, leer ik uit dit boek.


Erg mooi zijn de verschillende vormen en kleuren van vogeleieren weergeven maar ook de tekst erbij is hele interessant, nooit geweten bijvoorbeeld dat de vorm van de eieren afhankelijk is van het leefgebied van de vogel! Ook de prachtige camouflagekleuren zijn bijzonder om te zien.

Verder worden ons het kleinste en grootste ei ooit op ware grootte getoond.

Maar zo'n ei wordt ook ergens gelegd, dus zijn de nesten ofwel de legplekken ook belangrijk. De ene vogel bouwt prachtige 'huisjes' van grashalmen (wevervogeltje) en de andere vogel legt het ei op een hoop modder (flamingo) of in een holte in een boom (specht). Er zijn heel veel verschillende soorten nesten, die allemaal getekend zijn door Britta Teckentrup zodat ook wij kunnen leren hoe ze eruit zien.


Maar niet alleen vogels leggen eieren, ook reptielen, bijvoorbeeld de krokodil, amfibieën zoals kikkers, schildpadden, vissen (de eitjes worden kuit genoemd) en insecten leggen ze. Van al deze diereneieren worden ook voorbeelden getoond.


En natuurlijk wordt ook de betekenis van het ei, de symboliek, besproken evenals de mythische verhalen en de sprookjes die rond het ei verteld worden, maar ook de paaseieren en zelfs de prachtige, kunstig gemaakte Fabergé-eieren worden toegelicht.


Kortom, het is een fantastisch boek, vol informatie en, hoewel de taal soms moeilijk en vrij volwassen is, kan dit boek ook goed gebruikt worden voor een werkstuk.


Maar het is bovenal ook een koesterboek, een boek om vaak open te slaan om o.a. de prachtige kunstwerken die Britta Teckentrup rond het thema ei gemaakt heeft, te bekijken, je zou ze zo aan je muur hangen!  
Grote, grote, grote aanrader!


Britta Teckentrup is een bekroond illustrator, kinderboekenauteur en beeldend kunstenaar. Ze is geboren in Duitsland, studeerde aan het St. Martin's College of Art en het Royal College of Art in Londen en woont tegenwoordig in Berlijn. Ze maakte al meer dan negentig prentenboeken, die in twintig verschillende landen zijn verschenen.


ISBN 9789059568198 | Hardcover | 96 pagina's | Fontaine uitgevers | maart 2018
Vertaling Nannie Nuland-Weits | leeftijd  9+

Dettie, 30 mei 2018

Lees de reactie op het forum en/of reageer, klik HIER

 

In je eigen tuintje
plantjes kweken en knutselen
illustraties: Katy Kimbell & Li Söderberg
tekst: Clara Lidström & Annakarin Nijberg


"Het boek staat vol met grappige tips over hoe je zelf kunt gaan tuinieren! Met dit boek ga je helemaal alleen aan de slag zonder volwassenen. [...] Haal ze er pas bij als je scherp gereedschap nodig hebt, of als je hun hulp goed kunt gebruiken.

In dit boek geven we je ideeën over hoe je plantjes kunt kweken, maar het heeft ook leuke knutseltips om je tuintje op te vrolijken [...]"



Dit bovenstaande én de titel zette me even op het verkeerde been. Ik had de indruk dat kinderen in de tuin zélf bezig zouden gaan maar in de tuin werken is er niet bij. Wél staan er heel grappige en leuke ideeën in dit boek om op allerlei manieren met planten bezig te zijn. Te beginnen met de "koppotten". Daarmee wordt bedoeld - zelfgeverfde - bloempotten waarop ook een gezichtje wordt geschilderd. In de inmiddels met aarde gevulde pot wordt tuinkers- of graszaad gezaaid zodat je even later een leuk 'kapsel' bij het gezichtje hebt. Je kunt het "haar" zelfs in model knippen! bovendien is tuinkers ook nog eens heel lekker!
Hoe je dat allemaal kunt doen, wordt stap voor stap met tekst en tekeningen weergegeven. Het kan bijna niet mis gaan.


En zo staat het boek vol ideeën wat je met planten, zaden en zelfs hazenkeutels kunt doen! Ja écht hazenkeutels.  Stop ze eens in de grond en je weet niet wat je ziet!
Je leest en ziet verder ook hoe je vetbollen en appelkettingen kunt maken voor de vogels. Je leert hoe je bonen, knoflook, tomaten en aardappels kunt kweken én oogsten maar dan niet in de tuin. Je ziet hoe je een leuk bonenspel kunt maken, hoe je geraniums kunt stekken, hoe je van de groene knoflooksprieten lekkere smeerkaas kunt maken en, hoe je mooie naamstenen kunt maken waarop de naam van de plant staat.

Ook wordt verteld welke bladeren en bloemen eetbaar zijn (maar dat moet je nooit in je eentje uitproberen, anders kan je er wel eens heel ziek van worden!) en hoe je van die blaadjes thee van kunt maken of welke bloempjes lekker in de sla zijn.


Dit alles wordt net als bij de koppotten heel duidelijk getoond en uitgelegd dankzij de zachtgekleurde illustraties en foto's.
Kortom, het is echt een leuk boek om bijvoorbeeld mee te nemen als je op vakantie gaat. Je zal je dan geen dag vervelen!


Zie ook het inkijkexemplaar

ISBN 9789000359370 | 56 pagina's | Uitgeverij Holkema & Warendorf | maart 2018
Vertaald door Neeltje Wiersma |Samenlezen vanaf ca. 6 jaar, zelf lezen vanaf ca. 8 t/m 10 jaar.

© Dettie, 10 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

A is van Os
Waar komen onze letters vandaan?
Autobahn & Bette Westera


Autobahn is een ontwerpstudio waarvan Maarten Dullemeijer en Rob Scholte de eigenaren zijn. Het vierjarige zoontje van Stolte begon op gegeven moment letters te tekenen en dat werd de uiteindelijke aanleiding voor dit boek. Want waar komen letters eigenlijk vandaan?
Daarop werd de ons welbekende Bette Westera gevraagd zich daar eens te verdiepen. Zij wist het antwoord eigenlijk zelf ook niet maar dat mocht de pret niet drukken. Sterker nog ze vond het een erg leuke opdracht en ontdekte de leukste dingen, zoals de a komt niet van aap, maar van... os!


Maar voordat we zover zijn gaan we eerst terug in de tijd en wel van nu, de tijd van de smartphones waarmee we elkaar berichtjes sturen, tot zo'n drieduizend jaar vóór Christus.

"Daar ontstonden de hiërogliefen: tekeningen van mensen, dieren, planten en dingen. Deze tekens gebruikten de Egyptenaren om te schrijven. Je zou die manier van schrijven kunnen vergelijken met wat wij doen als we een berichtje appen:

ik ♥ van jou.
hey, Afbeeldingsresultaat voor slaap emoji je al?"


Nóg verder terug waren er geen letters of tekens. Alleen tekeningen die woorden voorstelden.


Vervolgens lezen we een erg leuk verhaal van een jongen die een tijdreis maakt en ziet hoe tekens in de wand gekrast worden, om vervolgens te zien wat mensen die later leven erover te zeggen hebben.


En dan... komen we bij het feitelijke werk. We zien het hele alfabet passeren met daarbij de uitleg hoe de letters ontstaan zijn. En wat blijkt? De A is een omgekeerde ossenkop! En de C was oorspronkelijk een soort werpstok! En de S was aanvankelijk het teken voor boog!
je kunt uren in dit boek kijken om uit te vinden hoe we tot onze huidige (latijnse) letterschrift zijn gekomen. Niet alle herkomst is even begrijpelijk maar het blijft evengoed interessant om het te zien en te weten. Het grappige is dat we in onze tijd met de app-berichtjes weer terug gaan naar de taal met tekeningetjes in plaats van letters!


Het boek sluit af met allerlei toevoegingen over bijvoorbeeld Chinese tekens of het Arabische schrift. Ook kun je zelf spelletjes doen zoals o.a. pictionary (uitbeelden van woorden) of zelf nieuwe emoji's verzinnen.


En als je daarna nog geen genoeg hebt van alle informatie kun je nog luisteren naar het interview dat Frits Spits hield met Bette Westera over dit boek. Zij benadrukt daarin dat het boek niet over taal gaat maar puur over het ontstaan van letters.
Verder is er nog veel informatie te vinden op de website behorend bij dit boek; aisvanos.nl


Erg leuk is verder dat de steen op de cover van het boek ook daadwerkelijk aanvoelt als een steen.


Al met al een bijzonder, mooi verzorgd boek voor leergierige, nieuwsgierige kinderen (en hun ouders)!


ISBN 9789025768041 | Hardcover | 79 pagina's | Uitgeverij Gottmer | juni 2018
Leeftijd 10+

© Dettie, 2 augustus 2018

Lees de reactie op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het complete vogelboek
illustraties: Judith Gueyfier & Julien Norwood
tekst: Nathalie Tordjman


Dit mooie boek is opgedeeld in 5 hoofdstukken, te weten:
- Wat is een vogel?
- Hoe bewegen vogels zich voort?
- Wat eten vogels?
- Hoe worden kuikens geboren?
- Waar leven de vogels.


Tja, wat is eigenlijk een vogel? Iedereen zal zeggen, een dier dat kan vliegen, maar niet alle vogels kunnen vliegen wordt ons verteld in dit boek. Ze hebben eigenlijk heel veel gelijkenis met andere dieren, ze hebben poten, een bek, leggen eieren net als vissen, bouwen nesten net als de eekhoorn...
Maar vogels hebben als enige diersoort veren! Daarom worden ze vogels genoemd!


Hoe je de verschillende vogels leert kennen wordt ons ook duidelijk gemaakt. Maar in het boek kun je ook zien dat je aan een pootafdruk of veren die op de grond liggen kunt zien welke vogels op die plek geweest zijn. Sommige mensen herkennen vogels zelfs aan het geluid dat ze maken. Maar sommige vogels die in het wild leven kunnen ook geluiden maken uit de mensenwereld, zoals de spreeuw die toeter van een auto kan nadoen!


En wist je dat je aan hun snavels kunt zien wat ze eten? Een zaadeter heeft bijvoorbeeld een dikke, kegelvormige snavel, maar een insecteneten heeft een fijne puntige snavel. Er zijn ook vogels die een wintervoorraad aanleggen zoals de Vlaamse gaai, die verstopt nootjes in de grond.


Elk hoofdstuk gaat uitgebreid in op het hoofdthema. Zo zie je dat in het hoofdstuk 'Hoe bewegen vogels zich voort?' dat elke vogelsoort anders vliegt. De ene soort vliegt in een rechte lijn, andere maken een golfbeweging tijden hun vlucht, en weer andere zweven bijna door de lucht.
Ook de manier van lopen verschilt per soort, de ene vogel hupt, de andere neemt grote stappen! Natuurlijk zijn er ook zwemvogels en veel vogels kunnen ook goed duiken. We zien dat allemaal hele mooi uitgebeeld in de natuurgetrouwe tekeningen die bij alle informatie staan.


Net als bij mensen heb je bij de vogels ook vegetariërs en vleeseters. Het enige verschil is dat mensen er voor kiezen om vegetarisch te eten, een vogel kan niet anders. Heel apart is de afbeelding van de groene specht, die met zijn kleverige tong van wel 10 cm. lang insecten vangt.
Ook de manier van vangen is verschillend, sommige vogels pikken hun eten op, de andere vangen het met hun klauwen en de waadvogels roeren met hun snavels door de modder op zoek naar kleine diertjes die daar leven. Het mooie is dat verschillende vogels precies de goede bekken hebben voor hun prooi, zoals de grote zaagbek die kleine puntige randen aan zijn snavel heeft om de glibberige vissen goed vast te kunnen houden.


We weten wel dat vogels uit een ei komen, maar hoe ze 'wonen' weet niet iedereen. De nesten kunnen onderling erg verschillen en dat zien we ook afgebeeld.  De specht woont binnenin de boom, de futen bouwen hun nest op het water en de huiszwaluw bouwt een prachtig nest van modder die aan bijvoorbeeld een balk in een schuur hangt. We leren eveneens hoe de jongen gevoerd worden én wanneer het tijd is om het nest te verlaten.


Het laatste hoofdstuk vertelt ons in welk gebied de vogels wonen. Dat kan op het platteland, in de stad, in bossen, aan de kust enz. zijn. Welke vogels waar wonen wordt ons opnieuw dankzij de duidelijke illustraties getoond.


Dit en nog véél meer kun je allemaal lezen in dit boek.  Verder staan er nog leuke tips, doe-het-zelf-opdrachten, quizjes in en achterin het boek vinden we naast het register ook nog een pagina met QR-codes waardoor we de geluiden van de vogels kunnen horen!


Kortom, een prachtig en heel informatief boek waardoor je heel veel te weten komt over vogels. Een prima boek om een spreekbeurt mee voor te bereiden maar het is ook een geweldig boek om het mee nemen op vakantie.
Ik geef Het complete vogelboek een dikke 10.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789000361168 | Hardcover | 77 pagina's | Uitgeverij Van Goor | maart 2018
Uitstekend vertaald door Jevgenia Lodewijks | Leeftijd: vanaf 8 jaar

Dettie, 30 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Migratie
Wonderbaarlijke dierenreizen
illustraties: Jenni Desmond
tekst: Mike Unwin



Bijna iedereen weet wel dat vogels tegen de winter naar warmere oorden vliegen. Dit wordt migratie genoemd. In dit boek wordt migratie als volgt omschreven:


"Dieren migreren omdat hun omgeving met de seizoenen verandert. Ze reizen naar nieuwe plaatsen om voedsel te vinden en veilig jongen te kunnen krijgen. Onderweg moeten ze barre weersomstandigheden en hongerige roofdieren trotseren. Dat is vermoeiend, maar als deze reizigers op één plek zouden blijven, zouden ze het niet overleven."


We kunnen dankzij dit boek twintig migrerende dieren volgen. Nu had ik al veel verbazingwekkend in documentaires op tv gezien rond dit onderwerp en vol bewondering gekeken naar al die volhardende dieren. Maar toch werd ik evengoed regelmatig verrast bij het lezen van dit boek. Het blijft ongelofelijk welke enorme afstanden dieren kunnen afleggen en welke bizarre situaties ze moeten trotseren om hun soort te laten voortbestaan.

Het begint al met de Bultrugwalvissen, sowieso al wonderbaarlijke bijna prehistorische dieren, die bijna vijfentwintigduizend kilometer per jaar zwemmen. De tekst bij de getekende afbeelding is in verhalende, informatieve vorm geschreven.


"[...] Ze beviel afgelopen winter in de warme Stille Oceaan in de buurt van Australië. Er waren daar veel bultrugwalvissen samengekomen om hun kalveren te beschermen. Ze aten niet. In plaats daarvan teerden ze op het vet dat hun lijf tijdens de vorige zomer had opgeslagen.
Nu hebben de walvissen honger. Ze reizen zuidwaarts naar Antartica, waar ze hun voedsel zullen vinden. [...]"


De keizerspinguïn heeft weer heel andere zorgen. Op tv had ik al eens gezien hoe op Antartica de mannetjes, dicht tegen elkaar aan, staande in ijzige storm en wind hun eieren beschermen door ze op hun voeten te houden (die warm zijn). In dit boek wordt daar o.a. ook over verteld bij ene mooie afbeelding van in een lange rij marcherende pinguïns.


Maar als je leest welke enorme afstand de noordse stern vliegt - van Noordpool naar Zuidpool - valt het hele verhaal rond de pinguïns daar bij in het niet. Het kleine vogeltje vliegt maar liefst 77.000 kilometer per jaar!

Ook stond ik perplex over het verhaal van de monarchvlinder, dat frèle fladderende beestje kan 100 km per dag reizen en zij migreren van o.a. Canada naar de Mexicaanse bossen!


"Wetenschappers begrijpen nog steeds niet helemaal hoe de vlinders hun weg kunnen vinden naar een verborgen bos, duizenden kilometers ver weg, dat ze nog nooit eerder gezien hebben."

En zo lezen we de meest wonderlijke verhalen over dansende trompetkraanvogels, insecten zoekende zwaluwen, kruispuntkrossende kariboes, wereldzwervende libelles, samenscholende sardines, dwalende reuzenalbatrossen, massaal rondkrabbelende krabben, over zee zoemende kolibri's, over bergen gakkende ganzen, oceaanmigrerende hongerige haaien, Kalahari overlevende olifanten, zwoegende zalmen, met de vissers vissende visarenden, met de regen reizende gnoes, fruitvlerkende vleermuizen en vermoeide groene zeeschildpadden...
En allen maken, op een heel eigen manier, hun bijzondere tocht om te kunnen overleven. Het blijft fascinerend om te lezen over het hoe en waarom dit gebeurt.


Bij elk verhaal staat een grote afbeeldingen verspreid over twee pagina's die een indruk geven over de reis van de dieren. De ene keer zien we een stoet olifanten die keurig achter elkaar lopen, voorafgegaan door het oudste vrouwtje die precies de weg weet. De andere keer zien we een enorme school sardines die door zo dicht bij elkaar te zwemmen een enorm zeedier lijken. Om hen heen dolfijnen en andere zeedieren die wel een lekker sardientje lusten.


De tekst is wat stijfjes en had van mij iets vlotter gemogen, maar dat kan ook aan de vertaling liggen. De delen van de Engelse tekst die ik kon vinden zijn vloeiender en meer jongerengericht. Zoals bijvoorbeeld bij de Kariboes: They spend summer on the open Artic plains wordt vertaald als zij vertoeven tijdens de zomer op de Noordpoolvlakten. Vertoeven is geen woord voor kinderen.

Achterin het boek is een wereldkaart te zien waarop de trajecten van alle genoemde dieren weergegeven is.
Alles bij elkaar vormt het een interessant en informatief boek.


ISBN 9789047710417 | Hardcover | 47 pagina's | Lemniscaat | april 2018
Afmeting 31,3 x 24,3 cm | Vertaald door Jesse Goossens | 9-12 jaar

© Dettie, 30 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altInsecten onder de loep
Illustraties: Anne de Angelis
Tekst: François Lasserre


François Lasserre, een Frans entomoloog, nodigt kinderen uit om insecten te komen kijken in dit papieren insectenmuseum. Daar heeft hij een aantal kriebelbeestjes geselecteerd die hij bijzonder vindt om wat voor reden dan ook.


Eerst legt hij uit wat een entomoloog is, en dan begint het feest. Je ziet insecten die zich vermommen, insecten die kunnen zingen, of andere die kunnen zwemmen. Hij beschrijft grote insecten of diertjes die andere beestjes na-apen. En ja, hij laat ook spinnen zien. Sorry, zegt hij daarbij, want we weten natuurlijk dat spinnen niet zoals insecten zes poten hebben, maar acht, en dus helemaal geen insecten zijn!


Het gaat Lasserre vooral over het uiterlijk van de insecten, waarom ze hem zo fascineren. Je zal er geen informatie vinden in welke categorie ze vallen, of in welke omgeving je ze precies kan vinden. Nee, de vraag is: hoe zien ze er uit? Anne de Angelis laat met haar fantastische gekleurde tekeningen zien wat hij vertelt. Je ziet de dieren als geheel, met daarnaast als pentekeningen de besproken onderdelen die Lasserre juist zo bijzonder vindt bij dat bepaalde insect.

Voorbeelden, tjee, wat moet je kiezen? Minder bekende insecten zoals de geelgerande wateror? De kraakcicade? De platbuik dan? Nee, leuker is het een paar bekende insecten te noemen, met hun bijzonderheden. Mieren bijvoorbeeld. Dat is even zoeken achterin in de inhoudsopgave, want dat insect is te vinden onder de naam werkmier. Bij de ongevleugelde insecten. Dat klopt, denk je. Ze hebben geen vleugels toch? Maar wist je al dat ze een korte tijd in het jaar echt wel kunnen vliegen? Dan kun je hele zwermen tegenkomen: de vliegende mieren, die dus echt dezelfde soort zijn als de werkmieren zonder vleugels.  En... wist je dat je mierenlarven kunt eten? Je kan ze zo uit het nest in je mond steken. Jakkes? Nou ja, er staan nog meer eetbare insecten in dit boek. Wist je dat de meelworm met een beetje zout naar zoute pinda’s smaakt?


Lasserre waarschuwt ook voor insecten waar je voor uit moet kijken: de dennenprocessierups bijvoorbeeld. Blijf daar maar vanaf! En het zevenstippelige lieveheersbeestje (ja, zo heet dat diertje!) is erg vies. Maar dan wordt de blauwe bromvlieg besproken, een insect dat iedereen liever ziet gaan dan komen. Maar kijk eens, zegt Lasserre dan - en ik kan het er alleen maar mee eens zijn: hoe mooi is deze vlieg!


In de ik-vorm spreekt Lasserre de kinderen rechtstreeks aan, met een prettige behapbare indeling. Over twee grote pagina’s staan nooit meer dan vier dieren afgebeeld, vaak minder. Een boek om in te bladeren, om te griezelen en vooral om je te verbazen. Nog eentje dan: wist je dat het groene zandloopkevertje dezelfde snelheid kan bereiken als een jachtluipaard?


Met achterin een handige alfabetische inhoudsopgave. Een prachtig boek!
Geen kind zal dit boek voorbij lopen zonder het open te slaan! (een volwassenen ook niet…)


ISBN 9789044832068 | Hardcover | 288 pagina's | Clavis | maart 2018
Door Clavis vertaald uit het Frans | Leeftijd 8 +

© Marjo, 11 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Stil zitten als een kikker
jouw aandacht werk(t)boek
Eline Snel


De kikker uit de titel begeleidt de kinderen bij dit boek vol opdrachten, (meditatie)oefeningen, spelletjes en nog veel meer. De schrijfster, Eline Snel, vertelt aan de kinderen die dit boek lezen dat het doel van dit werkboek is om meer aandacht voor jezelf en anderen bij te brengen. Ze schrijft: "Dit is niet alleen een doe-boek. Het gaat ook over hoe je tot rust komt als je druk bent, over meditatie, nieuwsgierig blijven, omgaan met frustratie en het oefenen van je geheugenspier. En... over het geheim van geluk."


Het boek is opgedeeld in 6 hoofdstukken die elke een onderwerp behandelen.


In hoofdstuk 1 Hoe train je je aandachtspier? lezen we hoe je rustig kunt ademhalen en leer je dankzij een mooi verhaaltje over een bange leeuw - geschreven door  Marie-Agnès Boutavant - hoe rustig ademen kan helpen om kalm te worden zodat je beter kunt nadenken.
De leeuw was namelijk gevangen in een net en omdat hij in zijn paniek heel erg tegenstribbelde raakte hij steeds vaster verstrikt in het net. Maar onze kikker kwam hem helpen en leerde hem eerst rustig te ademen en daar werd de leeuw zo kalm dat hij wist wat hij moest doen om zich te bevrijden!
Verder zijn er leuke spelletjes en raadseltjes te doen waarbij je goed moet opletten wat de juiste oplossing is. Er zit zelfs een memoryspel bij, die je zelf kunt uitknippen en daarna natuurlijk er lekker mee spelen.


Hoofdstuk 2 is getiteld Je lijf is je beste vriend en begint met vier yogaoefeningen die je kunt downloaden dankzij een speciale code die achterin het boek staat. Bij elke oefening staat waarom het goed is om deze oefeningen te doen.
Verderop in het hoofdstuk  leert ook wanneer je moet stoppen met iets, omdat het anders niet goed voor jezelf is. Je kunt dankzij een stickerstopknop zelf aangeven waar jouw stopknop zit. Maar er horen ook heel leuke gedachtekaartjes bij dit hoofdstuk die je kunt uitknippen. Die kaartjes kun je gebruiken om aan de muur te hangen omdat je de tekst mooi vindt. Op een kaartje staat bijvoorbeeld: Vandaag ga ik goed letten op dingen die me blij maken. Op een ander kaartje staat: Ik ben als een jonge boom, soepel en sterk. Er kan van alles met me gebeuren, maar ik val niet om.  Je kunt de kaarten natuurlijk ook weggeven aan iemand.


En zo zijn er nog vier hoofdstukken waarin steeds een punt van aandacht besproken wordt. Dit kan bijvoorbeeld het heel bewust gebruiken van je zintuigen zijn. Bij het zintuig proeven staan zelfs lekkere recepten. En bij het zintuig luisteren kun je via een download allerlei verschillende geluiden beluisteren.


In een ander hoofdstuk leer je weer wat je binnenwereld is, dat is wat je van binnen voelt zoals blij zijn of verdrietig of boos. Je leert dat je gedachten soms net op  dwarrelsneeuw lijkt, wat je wel eens ziet in een glazen stolp. Als je die schudt dan dwarrelt de sneeuw in het rond en later ligt die sneeuw weer rustig op de bodem. Dat dwarrelen gebeurt in je hoofd soms ook als er veel is om over na te denken. Door die sneeuw kun je dan alles niet meer helder zien. Maar zijn je gedachtes weer rustig dan lukt dat denken ook weer veel beter. In het boek staat hoe je zelf een dwarrelpot kunt maken en die kun je dan gebruiken als het even druk in je hoofd is. Als je kijkt hoe de dwarrels naar de bodem zakken, voel jij je ook weer rustiger worden! Bijzonder hè.


Ook jouw creatieve kant wordt besproken en vooral dat je niet in alles perfect hoeft te zijn. Het gaat erom wat jij belangrijk en leuk en goed vindt en wat dat voor dingen zijn, kun je dankzij dit boek ook prima ontdekken.


Het laatste hoofdstuk Het is fijn om aardig te zijn  is natuurlijk ook heel belangrijk...  je kunt daarin o.a. mooie, kaarten vinden die je kunt uitknippen om er daarna een lieve tekst op schrijven en weggeven zodat je iemand met jouw speciale kaart blij kunt maken!


En als je helemaal aan het eind bent van het boek en alles opdrachten en spelletjes hebt gedaan dan ben je lid van de kikkerclub en verdien je de deurhanger waarop staat.... Sssst! ik mediteer! Ook vind je achterin nog een aantal stickers die je voor de opdrachten kunt gebruiken, een poster met een mooie tekst en het enige echte grote familie kikkerspel!

Het boek heeft in totaal 80 grappige en nuttige activiteiten om rust en stilte te vinden. je kunt die alleen of met een ouder doen. Bij elk hoofdstuk wordt ook een verhaaltje verteld waardoor je leert hoe je anders naar dingen kunt kijken of hoe je op verschillende manieren met iets om kunt gaan. Kortom, er valt heel veel te doen, te kijken, te spelen en te leren met dit boek en de leuke illustraties van Marc Boutavant verhogen alleen maar de pret! Ook een fijn boek om cadeau te geven of cadeau te krijgen!


ISBN 9789021566900 | Paperback met flappen | 96 pagina's | Uitgeverij Kosmos | maart 2018

Dettie, 24 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER