Non-fictie jeugd

Hoogbegaafd, nou en?
ontdek-boek over hoogbegaafdheid
illustraties: Erica Ringelberg
tekst: Wendy Lammers van Toorenburg


Er zijn inmiddels al heel wat boeken verschenen over hoogbegaafde kinderen, maar dit boek is voor hoogbegaafde kinderen. Ze kunnen het namelijk zelf lezen én er zelf mee aan de slag gaan, er worden o.a. opdrachtjes gegeven en er kunnen lijsten aangekruist worden.


Dankzij een mooie wisselwerking tussen illustraties en tekst wordt heel duidelijk gemaakt wat het verschil tussen intelligentie en hoogbegaafd zijn is, hoeveel hoogbegaafde kinderen er zijn,  hoe een intelligentieonderzoek verloopt en wat hoogbegaafd zijn eigenlijk inhoudt. Het kind wordt direct actief betrokken bij de tekst doordat er vragen gesteld worden die je in het boek kunt invullen.


Op zich hoeft hoogbegaafd zijn geen problemen op te leveren maar dan moeten alle voorwaarden goed zijn, zoals bijvoorbeeld aangepaste lesstof krijgen, ouders die weten wat een hoogbegaafde nodig heeft, mensen die de manier van denken van het hoogbegaafde kind volledige accepteren etc.
Maar die voorwaarden zijn er niet altijd en dan ontstaan er wèl problemen.


Door middel van rechtstreekse vragen aan het kind zelf en teksten die het kind betrekken bij de situaties die zich voordoen, worden alle plussen en minnen van  hoogbegaafdheid besproken. Een kind kan zich bijvoorbeeld door het hoogbegaafd zijn anders voelen dan de rest. Andere kinderen snappen regelmatig hun (taal)grapjes niet of hebben heel andere interesses, ze snappen ook niet dat een hoogbegaafd kind de wereld en bijvoorbeeld afspraken maken of samen spelen heel anders benadert.


Heel duidelijk wordt uitgelegd - opnieuw samen met de afbeeldingen - hoe zo'n kind zich probeert aan te passen òf zich juist niet wil of kan aanpassen. Het kind kan gaan onderpresteren om erbij te horen, of helemaal niets meer doen omdat de lessen totaal niet boeiend zijn etc.. Veel hoogbegaafde kinderen blijken ook hooggevoelig te zijn. Ook hier kan het kind via vragen en lijstjes aangeven wat hij of zij wel of niet ervaart.


Na alle lastige zaken besproken te hebben, wordt verteld wat er allemaal gedaan kan worden aan de situatie zodat het kind zich prettiger in zijn omgeving voelt.
Ook nu wordt er rechtstreeks tegen het kind gesproken.
Mooi is bijvoorbeeld dat via een diagram, die zelf gemaakt wordt, het kind kan het zien welke mensen het meest dichtbij staan en welke mensen het kind het meest vertrouwt. Daardoor weet het kind tot wie hij of zij zich kan richten om problemen, die het ervaart dankzij de hoogbegaafdheid, te bespreken.


Eveneens wordt goed duidelijk gemaakt dat het heel belangrijk is, dat het kind gaat aangeven wat het nodig heeft, en ook wat moeilijk is en wat hij of zij wèl en niet wil, want 'weet de ander niets = dan doet ie niets.'


Er staat verder nog veel meer informatie over hoogbegaafd zijn, bijvoorbeeld allemaal goede tips om te kijken hoe het kind het te leren materiaal tot zich neemt. Vaak leren ze top down (eerst het geheel dan de details) en blijken veel hoogbegaafden beelddenkers. Het kan dan bijvoorbeeld makkelijk zijn om met pictogrammen te werken of de tekst van het te leren materiaal verschillende kleuren te geven. Het kan bovendien zo zijn dat ze nog niet weten hoe ze moeten leren omdat het nog nooit nodig is geweest. Ook daar staan tips over in het boek. Kortom, het is een heel compleet en verhelderend boek, wat hoogbegaafde kinderen zeker veel inzicht zal geven.


Maar het allerbelangrijkste dat het kind leert om zichzelf te zijn. Leert dat het anders màg zijn, want hoogbegaafd zijn heeft ook zijn enorm mooie kanten.


Het boek is voor kinderen gemaakt maar ook voor volwassenen is het een erg aangenaam en interessant boek om te lezen. Ook zij kunnen er nog veel van leren!


Wendy Lammers van Toorenburg is adviseur en therapeut van hoogbegaafde kinderen.


ISBN 9789492995759 | Hardcover | 252 pagina's | Uitgeverij Samsara | 9e druk mei 2020
Afmeting 21,8 x 21,8 cm | Leeftijd 5-99 jaar (en ouder)

© Dettie, 21 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ik ben yoga
illustraties Peter H. Reynolds
tekst: Susan Verde


Het woord yoga betekent verbinding. Yoga is de verbinding tussen geest en lichaam.
Het is altijd zo jammer dat veel mensen yoga nogal zweverig vinden. Als je het woord al noemt dan vertrekt hun gezicht en roepen ze 'Nee dat is écht niets voor mij!' Totdat ze het een keer proberen en ontdekken dat yoga zoveel meer is dan 'een paar rare houdingen aannemen'. Yoga vraagt concentratie, daagt je lichaam uit, geeft rust en dankzij Yogaoefeningen krijgen zowel je lijf als geest een fijne oppepper. In dit mooie boekje kunnen kinderen op een heel speelse manier ook leren wat Yoga is en waar het voor dient.

Op de eerste pagina's zien we een meisje die de wereld nogal overweldigend vindt, ze moet zoveel doen, weet niet zo goed wat haar plek op de wereld is en kan haar lijf nauwelijks stil houden. Het is tijd voor wat rust. Gelukkig weet het meisje wat ze daarvoor moet doen:


Ik vertel mijn wiebelende lichaam: wees stil
Ik zeg tegen mijn denkende geest: wees rustig
Ik vertel mijn razende adem: wees langzaam

Ik doe mijn ogen dicht
en maak ruimte
in mijn geest,
in mijn hart,
om te scheppen en
te verbeelden

Ik ben yoga.


En dan begint het meisje aan haar heerlijke yogareis. We zien haar allerlei yogahoudingen aannemen, die houdingen hebben prachtige namen. Daardoor kan zij 'zweven' als een lichtgevende ster, of in gedachte rondvliegen dankzij de vliegtuighouding, ze kan zo scherp kijken als een adelaar, spelen als een hondje, zich een krijger voelen die voor zichzelf of anderen opkomt, ze kan zich openen als een bloem en schoonheid meedragen etc.
Al deze houdingen maken haar weer rustig, ze kan de drukke wereld weer aan. Ze weet weer dat er ook voor haar een plek is.


Het is goed dat prachtige boekje er is, Yoga zal veel kinderen verder helpen om de hectiek van het dagelijkse leven terug te brengen tot behapbare porties. Het geeft rust. Het kind voelt zich letterlijk en figuurlijk veel meer in balans. Bovendien zijn de oefeningen heel leuk om te doen en je kunt dankzij de mooie namen van de houdingen er ook allerlei vrolijke, grappige of spannende verhalen bij verzinnen.


Het is een boekje waar het yogaplezier van af spat en de lichte, aanprekende illustraties benadrukken dat plezier. Je krijgt vanzelf zin om ook al die houdingen te gaan doen. En dat kan! Achterin het boek staat elke oefening die het meisje doet heel duidelijk beschreven.
Gewoon kopen dit boekje, het is ook niet duur dus voor het geld hoef je het niet te laten.


Zie ook het you-tube filmpje (Engels)


Susan Verde
doceert yoga en mindfulness aan kinderen en woont met haar drie kinderen in East-Hampton, New York.
Peter H. Reynolds is de illustrator van veel bestsellers en prijswinnende boeken waaronder Dot Ish. Hij woont in het historische Dedham, Massachusetts.


ISBN 9789492995797 | hardcover | 24 pagina's | NUR 280 | Uitgeverij Samsara | oktober 2020
Afmeting 20 x 20 cm | Uit het Engels vertaald door Stine Jensen| Leeftijd onbekend

© Dettie, 17 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het Heksenhandboek
Vol toverspreuken, drankjes en magie
Illustraties: Uta Krogman
Tekst: Nikki van de Car


Nikki van de Car heeft twee boeken voor volwassenen op haar naam staan, te weten Practical Magic (dit is ook de Nederlandstalige titel) en Waar magie te vinden is, dit laatste gaat over de meest magische plaatsen ter wereld. Je kan dus wel stellen dat ze erg geïnteresseerd is in de wereld van de -witte- magie. En nu heeft ze een heksenhandboek voor jongeren van 8-12 jaar geschreven. Spannend! Wat zullen ze leren?


In het voorwoord maakt Nikki van de Car heel goed duidelijk dat witte heksen geen enge vrouwen met punthoeden zijn die akelige vloeken uitspreken. Die enge heksen worden zwarte heksen genoemd die zwarte magie toepassen. Witte heksen zorgen goed voor de aarde en degenen die er wonen. De vrouwen die vroeger vaak heksen werden genoemd waren meestal wijze vrouwen die gewoon heel veel van kruiden en hun genezende werking wisten.
Witte magie maakt dus iedereen zich beter voelt. Maar hoe pas je witte magie toe? Dat leren we gelukkig dankzij dit handboek!


Het is alvast prettig dat het boek begint met uitgebreide inhoudsopgave zodat je al gelijk ziet op wat voor onderwerpen de witte magie toegepast kan worden. Maar eerst moet je natuurlijk weten wat je nodig hebt aan spullen en materialen om de toverspreuken en de magie uit te voeren. En je hebt best wel veel nodig. o.a. stenen, edelstenen en mineralen, een toverstaf, kruiden, etherische oliën, een kaars, doekjes, potten etc. En aangeraden wordt een altaartje te maken, zodat je een vaste magische plek hebt. (Na even googelen blijkt dat je ook starterspakketten voor heksen kunt kopen) Als je bepaalde dingen niet in huis hebt zie je in het boek een lijst met vervangende kruiden, stenen of oliën.


Het boek is verder in drie hoofdthema's verdeeld; Vriendschap, Vervulling en Familie. Deze thema's zijn elk weer onderverdeeld in drie subcategorieën Creëren, Genezing en Krachten. Dat is wel handig want zo leren we dat we eerst moeten kijken wat er aan de hand is, bijvoorbeeld als een vriendschap niet zo lekker loopt, dan leer je kijken hoe je dat 'genezen' kunt en creëer je daarna een nieuwe, betere situatie dankzij de magie.


Dat is natuurlijk altijd handig, met of zonder magie, je leert sowieso dankzij dit boek al goed dingen op een rustige manier te bekijken. Maar de magie geeft wel dat extra duwtje waardoor alles makkelijker en sneller kan gaan. Je kunt bijvoorbeeld bepaalde rituelen uitvoeren of een talismanzakje maken die je in huis kunt leggen, je kunt orakelkaarten maken en kijken wat zij te zeggen hebben over een situatie, een balsem maken of een theedrankje met kruiden maken, etc..


Al met al zit er regelmatig veel wijsheid in de tekst, en de magie is leuk en helend. Het is alleen jammer dat er wel vrij veel verschillende stenen, kruiden en oliën gebruikt worden bij diverse rituelen. Die moet je wel in huis hebben. Het zou leuk geweest zijn als er een klein pakketje met stenen en andere materialen bij het boek geleverd zou kunnen worden, dan kan de jonge witte heks gelijk aan de slag. Ook vragen sommige dingen best veel tijd, zoals bijvoorbeeld de balsem tegen teleurstellingen dat je kunt maken, maar dat moet daarna nog zes weken in de zon staan. Iets wat overigens in Nederland al gauw lastig wordt, zo vaak gebeurt het niet dat zes weken achter elkaar de zon schijnt.


De handelingen worden helder en beknopt beschreven, soms wel heel kort maar het is nooit onduidelijk. Het is al met al een leuk en interessant boek maar het jonge heksje moet nog wel even alle materialen bij elkaar sparen om er écht mee aan de slag te kunnen. Dat is het enige minpunt van dit boek.
Als je het boek helemaal uit hebt, dan heb je het heksendiploma verdiend dat achterin het boek zit.


Nikki van de Car woont met haar gezin op Hawaï. Ze heeft een populaire, creatieve blog op haar website www.nikkivandecar.com.


ISBN 9789492901675 | Hardcover | 98 pagina's met afbeeldingen | Witte Leeuw | september 2020
Vertaald door Studio Bos | Leeftijd 8-12 jaar

© Dettie, 2 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Nu is later vroeger
Joke van Leeuwen


‘De toekomst is er niet. Zodra die er is, is het geen toekomst meer, maar heden’


Een hele moeilijke vraag: wat is tijd nu precies? Iedere seconde, zelfs iedere yoctoseconde - wat dat nu weer is... straks meer - gebeurt er wat hier boven staat: de toekomst wordt heden en vrijwel onmiddellijk al verleden. Het is niet te vatten.
Joke van Leeuwen doet dan ook geen moeite dit uit te leggen. Ze vertelt over Augustinus, een bisschop die zeventien eeuwen geleden leefde. Hij zei: ‘Als iemand me vraagt wat tijd is, weet ik het, maar als ik het wil uitleggen weet ik het niet.’


Ze vertelt hoe er in de loop van de eeuwen met het idee tijd is omgegaan, over de verschillende manieren om tijd te meten en over de afspraken die tenslotte gemaakt werden om eenheid te verkrijgen over de hele wereld.
Want tijd is belangrijk. Denk maar aan een theatershow: Erg storend als je te laat binnenkomt! En een bus of trein wacht niet op jou. Of als je te laat op school komt, oeps, dat wordt nablijven!


Maar als je wilt weten wat tijd nu eigenlijk is, dan kun je zoveel boeken lezen als je wil, je zult het nooit helemaal precies weten. Net zo min als al die geleerden, die zich het hoofd er over braken en boeken vol schreven. Maar dat betekent niet dat je het dan maar moet laten zitten. Er valt heel wat over te vertellen. Joke van Leeuwen doet dat, op een prettige en duidelijke manier. Met grappige tekeningetjes en strips.
Zo kom je te weten wat tijdzones zijn. En, o ja, die yoctoseconden.


‘De seconden kunnen verdeeld worden in milliseconden, en milliseconden in microseconden, en microseconden in nanoseconden, en nanoseconden in picoseconden, en picoseconden in femtoseconden, en femtoseconden in attoseconden, en attoseconden in zeptoseconden, en zeptoseconden in (hè,hè!) yoctoseconden.’


Van Leeuwen besteedt een heel kort hoofdstukje aan belangrijke vrouwen, maar over het algemeen zijn het geleerde mannen die aan bod komen. Gaileo Galilei, Eise Eisinga, Einstein onder andere. Je leest over zomer- en wintertijd, over de manier waarop tijd gemeten werd – via zonnewijzers naar de modernste kwartshorloges. Over hoe we tellen in tientallen, maar de tijd meten in graden, over hoe je zelfs een kaarsklok kunt maken. Over tijdcapsules en de verschillende vormen van geheugen.


‘Dat een voetbal nodig is om te voetballen, onthoud je in een semantisch geheugen. Dat je een week geleden een doelpunt maakte, onthoud je in een episodisch geheugen.’


En dan heb je nog het procedurele geheugen, waarmee je de meeste automatische dingen onthoudt. Bijvoorbeeld hoe je loopt.

Heel veel  informatie waar je iets aan hebt, en heel veel dingen die gewoon leuk zijn om te weten. Het boek leest als een trein. Of die op tijd rijdt? Eh...


Joke van Leeuwen (Den Haag (1952) schrijft romans, poëzie en kinderboeken, ze tekent en treedt op. Haar werk is veelvuldig vertaald en bekroond.

ISBN 9789021414300 | Hardcover | 128 pagina's | Uitgeverij Querido | juni 2018
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 19 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kasteel in zicht!
Op avontuur in kastelen van Nederland en Vlaanderen
Illustraties: Irene Goede
Tekst: Ida Schuurman


Door de jaren heen blijft het thema ridders en kastelen kinderen – niet alleen kinderen trouwens – aanspreken. Maar hoe komt dat dan?


Ida Schuurman laat in dit prachtig vormgegeven boek zien hoe leuk het is om kastelen te bekijken en er alles over te lezen. We hebben een flink aantal kastelen in Nederland, - en in België - die je nog kan gaan bekijken. Ze zijn niet allemaal in de staat waarin ze vroeger verkeerden, maar als je dit boek leest, blijkt wel dat het ook een onmogelijk opgave zou zijn om dat te laten zien.


Schuurmans vertelt bij ieder kasteel een verhaal over hoe het tot stand gekomen is, en dan lezen we hoe het begonnen is: met een eenvoudige motte op een heuvel. Dat gebeurde al duizend jaar geleden, aan het begin van de Middeleeuwen. In Leiden staat er nog een, midden in de stad., 850 jaar oud. En in de jaren die daarna kwamen werd het kasteel vaak uitgebreid, verbouwd, soms vernietigd en weer opgebouwd.


Er veranderde dus nogal wat aan het oorspronkelijke gebouw Ook bij kastelen van recenter datum gebeurde dat. Welke tijd zou je nu aan de geïnteresseerde bezoeker willen laten zien? Een lastige keuze. En zo is ieder kasteel dat we vandaag de dag nog kunnen bezoeken anders. Er zijn er die alleen nog ruïnes zijn, en ook daar zijn soms al weer dingen aan veranderd. Sommige kastelen zijn hotels geworden, of worden als museum gebruikt. Dan zie je het gebouw wel, maar is het niet ingericht als kasteel.


Van een aantal kastelen heeft Ida Verschuren de geschiedenis achterhaald, die ze in dit boek verteld. Het speciale van zo’n kasteel bepaalt het thema van het hoofdstuk: hoe wordt een kasteel gebouwd? Waarom werd die specifieke plek gekozen? Waarom zat er vaak water om een kasteel? En die kerkers, zijn die echt gebruikt? Of die martelwerktuigen? Wie waren de bewoners door de jaren heen? Hoe ziet dat met de adel? En ook: het spookt in die kastelen! Hoe komt dat? Wie is het spook dan?


Rare snuiters zijn die kasteeleigenaren er is er een die zijn eigen kasteel belegerde! En er was die barones die soms wel honderd jurken bij zich had als ze naar het kasteel kwam (ze woonden er niet altijd alle maanden van het jaar, maar trokken van het ene naar het andere kasteel) Op zich niet zo erg, die honderd jurken, maar omdat ze niet kon kiezen welke ze aan zou trekken naar een bal, moesten ze allemaal kant en klaar hangen, en dat betekende dat ze allemaal gestreken moesten zijn!


Heel veel informatie, maar alles leuk en interessant, en op een aansprekende manier verteld. Een boek om vaker in te kijken en dan natuurlijk zo’n kasteel te bezoeken. Adressen en andere info staan achter in het boek.


Ida Schuurman werkt op het Muiderslot en kent daar elk verborgen hoekje. Ook heeft ze jarenlange ervaring als redacteur van kinder- en jeugdboeken.
Irene Goede illustreerde al meer dan tweehonderd kinderboeken.


ISBN 9789059567214 | Hardcover | 96 pagina's | Uitgeverij Fontaine | juni 2017
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 18 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Virusjager
Ton Koene

Knappe wetenschappers doen hun best om een middel te vinden waarmee we virussen kunnen bestrijden. Soms is zo’n virus namelijk zo gemeen, worden mensen er zo ziek van dat de hele maatschappij ontwricht raakt: winkels en fabrieken dicht. Scholen gesloten. Heel veel mensen worden er ernstig ziek van of gaan zelfs dood. Geleerden zijn heel hard aan het werk om dat akelige virus te bestrijden.
In dit boek wordt heel inzichtelijk verteld hoe een virus te werk gaat, en wat er moet gebeuren om het te vernietigen.


Een meisje, de elfjarige Zoë, gaat met een onderzeeboot het menselijk lichaam in. Natuurlijk kan dat niet zomaar: ze wordt met een nanoverkleiner zo klein gemaakt dat ze zich kan voortbewegen door aderen. Ze staat in contact met de professor door middel van een radio-ontvanger en een webcam.


Daar gaat ze, De ader in… Meteen krijgt ze te maken met het afweersysteem van het menselijk lichaam: er komen bacteriofagen op haar af, vreetcellen en macrofagen. Een enkele keer zit Zoë verkeerd, maar gelukkig kan de professor dan aangeven wat ze moet doen om weer op de goede weg te komen. Ze moet namelijk naar de longen, want daar is het virus druk bezig om de longblaasjes te infecteren. Misschien is ze al te laat! De longen van de patiënt kunnen al bijna geen zuurstof meer opnemen. Maar Zoë is dapper, en volgt de aanwijzingen van de professor: in het beenmerg bevinden zich de witte bloedcellen en de T-cellen. De T-cellen maken op hun beurt killercellen. En die moeten naar de longen!


Niet alleen is dit een spannend avontuur, er wordt heel duidelijk uitgelegd - ook prettig voor een volwassene - hoe een virus in zijn werk gaat en hoe het lichaam het normaliter zelf verwijdert. En wat je moet doen als dat niet lukt.
De illustraties zijn uitgespreid over de pagina’s waar de tekst op staat. Je ziet enorme uitvergrotingen van het innerlijk van de mens, vooral ook van cellen en van het virus natuurlijk. Voor een korte, meer wetenschappelijke uitleg staat achter in het boek nog het een en ander uitgelegd.


Zie ook het inkijkexemplaar


Ton Koene (1963) volgde humanitaire ontwikkelingsstudies in Oxford en leerde zichzelf fotograferen. Hij werkte zestien jaar lang bij Artsen zonder Grenzen als landencoördinator in crisisgebieden, waaronder Rwanda, Sudan en Afghanistan. Zijn reportages variëren van indringende humanitaire onderwerpen tot spannende reportages voor kinderen. Hij publiceerde in tijdschriften en kranten in binnen- en buitenland.


ISBN 9789044840438 | hardcover | 392 pagina's | Uitgeverij Clavis | augustus 2020
Afmeting: 26,9 x 25,7 x 1,2 cm | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 4 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Maak dat de kat wijs
Verbazingwekkende feitjes over wetenschap
Izzi Howell


‘Jupiter is net mijn kattenbak: in het midden ligt iets vasts en eromheen zweven luchtjes!’


Maak dat de kat wijs betekent eigenlijk: ik geloof er niets van! Maar wat er in dit boek staat kan je maar beter wél geloven, want het is zuivere wetenschap. En dat hebben knappe geleerden allemaal goed onderzocht en bewezen.
Wetenschap….bah, saai, zul je misschien zeggen.
Maar als het verteld wordt op een manier als deze, dan blijkt wetenschap eigenlijk heel leuk te zijn.


Je leert een heleboel over het zonnestelsel, over energie, over stoffen en materialen, over elektriciteit, over krachten en nog veel en veel meer.


Eigenlijk moet je het boek zien, er gewoon over vertellen maakt lang niet genoeg duidelijk hoe leuk dit is. Het is origineel, leerzaam, maar vooral grappig en schattig.  Het is kleurrijk, zit vol grappige kattenplaatjes, en er wordt gespeeld met lettertypes.
Een paar voorbeelden van hoe dat gedaan wordt (tja, zonder het letterspel)


‘Er is geen geluid in de ruimte omdat er niets is dat kan vibreren!’


Dit staat boven aan de pagina, en daaronder zie je een schattig slapend poesje liggen…op een vliegend tapijt, met in de woordballon de tekst ’Eindelijk rust’


Er wordt uitgelegd hoe magneten werken, je ziet hoe paperclips – die van staal zijn – allemaal vastgehecht zijn aan de magneet.
Eronder een katje met een grote magneet in haar poten, en in de woordballon staat  ‘ik voel me aangetrokken tot muizen’. Natuurlijk met een muis erbij.


Over planten wordt verteld dat ze vrijwel allemaal bloemen hebben, en dan zegt een kat: ‘En sommige planten hebben katjes’.


Dit is wel een beetje vreemd, maar de schrijver moest kiezen voor het een of het ander. Over ogen en oren wordt namelijk ook verteld, niet zoals je misschien zou verwachten over hoe speciaal kattenogen en –oren zijn, het wordt algemeen gehouden, dus gaat eigenlijk gewoon over de mens. En als het over dag en nacht gaat, zegt een poes dat het overdag tijd is om te spelen, en ’s nachts tijd voor een poezenslaapje. Terwijl een kat een nachtdier is.


Zoals gezegd: je moet het zien en lezen, en automatisch leer je een heleboel. Het is een boek om geregeld eens open te slaan, alleen al om te kijken, maar er staat ook een inhoudsopgave en nog een index in, zodat je ook de feiten op kunt zoeken die je op een bepaald moment wilt weten.


Izzi Howell schreef al heel wat informatieve kinderboeken.


ISBN 9789048858033 | hardcover | 112 pagina's | Uitgeverij Moon | oktober 2020
Afmetingen 21,7 x 15,5  | Vertaald uit het Engels door Willem Jan Kok | Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo, 18 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Van bij ons
Volksverhalen uit de 12 provincies
Samengesteld in geïllustreerd door Margot Senden


Twaalf wonderlijke verhalen die zich afspelen in één van de twaalf provincies van Nederland. Elke provincie wordt door een andere prenten-, kinder- en/of jeugdboekenschrijver verteld. Zij zijn in die provincie geboren of wonen er, zodat ze precies weten hoe de sfeer daar is. Vaak hebben ze wel over de volksverhalen die zich afspeelden in hun omgeving gehoord maar nu hebben ze dus één daarvan uitgekozen voor dit boek.
Margot Senden heeft al deze verhalen verzameld en er schitterende, warm gekleurde illustraties bij gemaakt. Het hele boek straalt geschiedenis uit, terwijl toch in veel verhalen heden en verleden vermengd zijn.


Zoals het verhaal Het wonder van Slot Duyveboode geschreven door Pimm van Hest dat zich afspeelt in Noord- Brabant en gebaseerd is op een oud Helmonds verhaal 'Een Wonderkiend'. Van Hest heeft het verhaal in aangenaam een nieuw jasje gestoken.


Het gaat over het meisje Sophie, dat gek op paarden is en veel uit rijden gaat op Valentino, haar leasepony. Op een dag schrikt haar pony en begint te rennen. Sophie klemt haar armen om zijn nek en praat tegen het lieve dier. Gelukkig wordt Valentino rustiger maar als Sophie opkijkt, ziet ze ineens een vervallen kasteel en dat is vreemd, want ze is al honderd keer langs die plek gereden en heeft daar nog nooit een kasteel gezien. Ze loopt de ruïne in en ruikt een brandlucht. Ineens ziet ze in een flits vlammen en paarden in paniek die vluchten voor het vuur. Sophie schrikt zo dat ze achterover valt. Als ze haar ogen opendoet ziet ze een jongeman die geknield naast haar zit en een geheimzinnige zin in haar oor fluistert. Hij geeft haar ook een prachtige rode steen.
Sophie zakt weer weg en als ze haar ogen open doet is ze weer in de huidige wereld maar wel met een steen in haar hand...
Ze zoekt thuis via google naar het kasteel, maar veel is er niet over bekend. En wat moet ze met die steen? Ineens weet ze het... en een prachtig verhaal volgt.


Femke Dekker vertelt dat in Zuid Holland Sura woonde, die een kerk liet bouwen. Ze betaalde elke dag elke werkman drie koperen penningen. Wat deze mannen niet wisten is dat elke keer als Sura de drie penningen gegeven had, haar beurs leeg was. Maar steeds als ze de beurs opende zaten er weer drie penningen in.  Natuurlijk wekte al dat geld dat afgunst op en de arme Sura werd overvallen en met een mes werd haar keel opengesneden. Christiaan en zijn vriend Ties zagen het en het ergste van al was dat Christiaans vader bij de groep mannen hoorde!
Sura overleed ter plekke, maar op die plek ontsprong een bron. Het water stroomde, drie druppels na drie druppels.
De misdadigers werden opgepakt en kregen de doodstraf, maar op de dag de straf uitgevoerd zou worden gebeurde er iets heel wonderlijks!


En zo bezoeken we via Suzanne Buis camping Bakkum in Noord-Holland en lezen we het bijzondere verhaal  wat zich in die omgeving ooit afspeelde. We gaan ook dankzij Marcel van Driel naar de Achterhoek in Gelderland en volgen het spannende verhaal rond de Witte wieven, en zo gaan we alle provincies af.


Na afloop van elk verhaal vertelt de schrijver/schrijfster iets over het volksverhaal zelf en wat ze eraan aangepast hebben. Ook lezen we waarom de schrijver juist dàt verhaal koos, daarnaast lezen we ook iets over het persoonlijke leven van de schrijvers en zien we een zwart-wit portrettekening van die schrijver gemaakt door Margot Senden.
Helemaal achterin staan bezoektips per provincie weergegeven.


In zijn totaal is het een uitstekend verzorgd boek, met een bijzondere inhoud. De gebruikte taal is erg toegankelijk.
Kortom, het boek is de moeite van het lezen meer dan waard!


De deelnemende schrijvers zijn Pimm van Hest, Li Lefébure, Christien Boomsma, Joke Reijnders, Marion van der Kleij, Marcel van Driel, Chris Vegter, Suzanne Buis, Gonneke Huizing, Femke Dekker, Joke Eikenaar en Anneriek Heugten


ISBN 9789044833904 | Hardcover | 112 pagina's | Uitgeverij Clavis | maart 2020
Afmeting 26,2 x 20,2 cm | Leeftijd 9+

© Dettie, 15 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

En de wereld zei ja
Kaia Dahle Nyhus


Kaia Dahle Nyhus neemt de jonge lezer namelijk mee op een prachtige ontdekkingsreis door de evolutie van het leven op aarde, lezen we op de achterkant van het boek. Zij begint met de volgende tekst:


De wereld kwam eerst,
en de wereld zei ja


En doorheen het boek blijft de wereld ja zeggen. Ja tegen de tijd, de zon, de maan. Overal was water.


Wij zaten in het water.
Daar kwamen wij lang geleden tot leven.


Nyhus vertelt dat wij eerst vissen waren die later aan land gingen en poten kregen en soms veren. Dat sommige dieren bleven en andere dieren pech hadden en dood gingen omdat ze zich niet zo goed konden verstoppen of vechten, of rennen, of... of... of...
Dieren kregen handen en konden vruchten plukken en elkaar vlooien.


Uiteindelijk evolueerde de aap tot mens, en weer zei de wereld ja, zoals al de voorgaande keren. Elke keer dachten we nu is de wereld klaar. Maar nee de wereld was niet klaar en wij ook niet.
We gingen voedsel verzamelen en deelden dat niet met elkaar. Er kwam ruzie, we begonnen elkaar te bijten en te meppen. We begonnen te praten en gingen in grotten wonen en we leerden steeds nieuwe dingen te maken, we werden steeds handiger. We leerden vuur te maken en hele tijd later kwam het wiel. Dat waren heel grote ontdekkingen. En elke keer dachten we, nu is de wereld wel klaar maar nee. En de wereld ging door en zei ja.


We spraken af dat sommige dingen
mooier waren dan andere.
Goud was het mooiste dat er bestond.
Daar maakten we sieraden van
Sommige hadden meer mooie dingen dan anderen


De wolven werden onze beste vrienden
we noemden ze honden.


De varkens en de schapen
werden ons eten.
Dat vonden ze niet leuk.


Nu is de wereld wel klaar werd steeds gedacht. Maar er kwam nog veel meer...  kleding en huizen en bakkerijen, slagerijen en mijnen werd ontgonnen. Er kwamen ziektes, er kwamen artsen, ziekenhuizen...Er kwamen fabrieken, en auto's en vliegtuigen en raketten... De wereld werd steeds warmer.
Maar de wereld zegt nog steeds ja...


Dit boek is in feite een waarschuwing tegen de hebzucht en het egoïsme van ons als mens. Maar die boodschap is verpakt in een prachtig jasje. Naast de klip en klare tekst, die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat, zijn er de beeldschone afbeeldingen van de schrijfster/illustratrice. Deze zijn aanvankelijk heel rustig en doen denken aan grottekeningen, maar hoe meer en bedacht wordt door de mens, hoe voller en drukker de afbeeldingen worden. De natuur is uiteindelijk héél ver te zoeken, behalve in de vakanties...


Kortom, het is een heel bijzonder boek, met aparte afbeeldingen. Een boek om uit voor te lezen. De tekst is sprankelend en helder. De afbeeldingen zijn fris en kleurrijk, ondanks de zwarte achtergrond. Er zal dankzij dit evolutieverhaal veel duidelijk worden voor kinderen maar ook zullen er vragen ontstaan, over het antwoord zullen we mogelijk zelfs flink over na moeten denken. Het geheel - tekst en afbeeldingen -  is perfect. Het boek krijgt een dikke tien.


Kaia Dahle Nyhus (1990) studeerde visuele communicatie aan de Nationale Academie van Kunst in Oslo, en illustratieve technieken op het Luzern College in Zwitserland.


ISBN 9789492995438 | Hardcover | 48 pagina's | Uitgeverij Samsara | juni 2020
Vertaald door Bette Westera | Afmeting 22 x 245 cm | Leeftijd ca. 6+

© Dettie, 26 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het hele soepzootje
Het ontstaan van het heelal, de aarde, de mensen en de rest
Illustraties: Sebastiaan van Doninck
Tekst: Floor Bal


Hoe is de aarde ontstaan, en al het leven dat we nu kennen?
Er wordt verteld hoe er eerst niets was – een zwarte pagina. Dan zegt de schrijfster: ‘er bestond al iets: een klein zaadje waaruit alles zal ontstaan. Een heet stipje met alles erin’. Verder gaat het verhaal: hoe dat hete puntje ontploft, en het heelal ontstaat, waar zich planeten, manen en zonnen vormen. En ook de aarde, en onze maan.
Een aardbol met water en vulkanen.
En dan:


‘Tot er wel iets leeft. OPEENS.
Iets wat juist van dat ruige water houdt. Het is bijna niet te zien. Het heeft geen hoofd, geen ogen, geen benen. Maar het bestaat.
Eén wordt twee. En twee worden meer.’


Zo wordt heel simpel verteld hoe er dieren en planten groeiden en tenslotte de mens op aarde rond liep.
De afbeeldingen zijn als foto’s, maar dat kan natuurlijk niet. Toch zijn ze heel mooi, kleurrijk en vullen de pagina’s, waarop dan de korte tekstjes staan.


Het is het hele verhaal. Maar, het is wel een verhaal dat vragen oproept. Een slimmerik zal ongetwijfeld steeds vragen: maar hoe dan? Want het verklaart niets. Dat is al lastig te begrijpen voor volwassenen, laat staan dat je het uit kunt leggen aan een nieuwsgierig kind.
Het boek beperkt zich tot feiten. Geen verdere uitleg. De manier waarop het verteld wordt is grappig. De term soepzootje bewijst dat al, maar dit stukje is humoristisch:


‘Deze naakte apen kunnen goed denken. En zelfs praten.
Het zijn geen gewone dieren meer. maar mensen.
Wie had dat nou gedacht? Het is tijd voor heel iets anders.’


Floor Bal is journalist en legt zich erop toe om ingewikkelde onderwerpen luchtig en begrijpelijk uit te leggen.
En Sebastiaan van Donick maakt prachtige tekeningen: http://www.sebastiaanvandoninck.com


ISBN 9789025768003 | hardcover | 40 pagina's | Uitgeverij Gottmer | februari 2018
Afmetingen: 27,5 x 23,6 x 1 | Leeftijd vanaf 3 jaar

© Marjo, 18 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet
Wie maakt die vieze trein schoon?
Illustraties: Hilky Helmantel
Tekst: Marja Baeten


Inderdaad is dat een vraag waar kinderen mee komen:  Wie maakt eigenlijk die vieze trein schoon? En dan heb je als volwassene ook niet één-twee-drie een antwoord. Behalve deze prangende vraag zijn er nog meer van die kwesties, waar je niet dagelijks bij stil staat: Hoe tankt een vliegtuig? Hoe komt melk in de melktankauto? Hoe komt een auto op een boot? Waar gaat de laatste bus naar toe? Hoe komt zo’n kraan zo hoog op een gebouw?


Een paar kinderen denken er over na en zeggen dan wat zij denken dat er gebeurt.
Bij de laatste bus bijvoorbeeld: Joeri denkt dat de bus naar een parkeerplaats rijdt die vlak bij de bushalte is. Ja, zegt Anwar: daar staat zijn eigen auto of fiets om mee naar huis te gaan. Nou, zegt Jaap: Hij kan beter de bus mee naar huis nemen. Dan parkeert hij voor de deur! Heel logisch allemaal, maar dat is dus niet het juiste antwoord.


Na het brainstormen door een paar kinderen volgt dan een uitgebreid antwoord, met nog extra informatie, voorzien van tekeningen van Hiky Helmantel. Iedere vraag begint met een foto. De informatie is heel duidelijk, geschikt om voor te lezen aan de jongsten, terwijl zij op de afbeeldingen ook kunnen zien wat de tekst vertelt. Later kunnen ze het zelf lezen.
Bij de vraag over de melktankauto staat uitgelegd waar melk vandaan komt. Dat is in deze moderne tijden hard nodig, want veel kinderen denken net als Jesse denkt: in de fabriek!!! Gelukkig weten Tirza en Berend wel beter!

Elke dag gebeuren er dingen om je heen waar je meer van wilt weten.
'In deze serie zié je de antwoorden die normaal verborgen blijven. Voor nieuwsgierige kinderen vanaf 5 jaar.’ staat op de achterflap.
Een nieuwe serie dus? Wat zou er nog volgen?


ISBN 9789044839081  | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Clavis | augustus 2020
Afmetingen 26,9 x 25,7 x 0,9 cm | Leeftijd 5+

© Marjo, 15 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER