Non-fictie jeugd

Dribbels grote doeboek
Eric Hill


Over Dribbel het grappige hondje zijn al heel wat boeken verschenen. In 1980 kwam het eerste: Waar is Dribbel? Daarna kwamen er meer dan 75, allemaal avonturen met Dribbel.
Zijn verhalen zijn vertaald in meer dan 65 talen – waaronder het Bretons, het Welsh en het Fries – zelfs naar braille. Dribbel heeft ook een tekenfilmserie, dat je kon zien bij Villa Achterwerk...


En nu heeft hij een doeboek, een groot doeboek zelfs. Het staat vol met kleurplaten, en heel veel puzzels in de vorm van een doolhof, of zoek- en telplaten. De tekeningen zijn eenvoudig, maar  het zal vrij moeilijk voor kinderen vanaf twee jaar om binnen de lijntjes te blijven. Het is eigenlijk meer geschikt voor kleuters dan voor peuters. Begeleiding van een volwassene lijkt toch wel prettig bij een aantal opdrachten.


De puzzels en kleurplaten passen bij de leefwereld van een kind: huis-, tuin en keukendingetjes, maar het thema is vooral vakantie: dagjes uit, naar strand, boerderij of logeren bij oma. Uitstekend geschikt voor deze tijd van het jaar.
Midden in het boek zitten ook nog vellen met stickers!
Die zijn om te gebruiken bij bepaalde puzzels, maar ook om het kind te belonen als het iets goed gedaan heeft. Gaandeweg worden de opdrachten iets moeilijker.

Eric Hill (Londen, 1927-2014) wilde laten zien dat jonge kinderen intelligenter zijn dan volwassenen vaak denken.


ISBN 9789000374540  | Paperback | 64 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | juli 2020
Afmeting: 29,7 x 21 x 0,8 cm | Leeftijd vanaf 2 jaar

© Marjo, 7 augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Young Scientist
Vakantieboek Zomer 2020
Bomvol bijzondere beesten


Wat wordt de hedendaagse jeugd weer verwend!
Het vakantieboek voor deze zomer kun je als ouder maar beter even verstoppen, want gegarandeerd dat een kind zo gauw hij of zij dit ziet aan de gang gaat. Waarmee? Het is namelijk niet alleen om te lezen dit boek, het is ook een doe-boek.


Het begint al met een aantal vragen waarbij je de antwoorden in kunt vullen. Zomaar in het boek, want in een vakantieboek mag je schrijven. Er zijn taalpuzzels en getallenpuzzels. Codekrakers, doolhoven, een zoek-de-verschillen-opdracht en je kan testjes doen.
Een leuke test is bijvoorbeeld vragen beantwoorden die je steeds naar een volgende vraag leiden, zodat je aan het einde weet wat voor dier je zou zijn. Dat is meteen een voorbereiding op de dieren waarover je in dit boek van alles te weten komt. Het heet tenslotte: bomvol bijzondere beesten.

Het eerste dier is een mug. Wat? Een mug? Zo bijzonder is dat beestje toch niet? Maar als je alle weetjes over een mug eenmaal gelezen hebt besef je dat ook dit vaak vervelende insect heel bijzonder is. Er waren al muggen in de tijd van de dinosauriërs! 100 miljoen jaar geleden! En het is het dodelijkste dier ter wereld… En waarom zoemen die rotbeesten eigenlijk? Hoe oud worden ze? Waar leven ze van? Hoe groot kunnen ze worden? Dat en nog meer lees je in dit boek.


Op dezelfde manier komen ook de monarchvlinder, de gnoe, de kousenbandslang, de regenworm en het stokstaartje aan de beurt.
Het stokstaartje vind je vast een grappig dier, zoals die parmantig rond staat te kijken de hele dag. Maar waarom doet hij dat eigenlijk? En waarom is een stokstaartje blij met de aanwezigheid van mestkevers?
De toekan, die vogel met die enorme snavel. Hoe eet dat beest? En wat kan een mens doen als de snavel van de toekan kapot is?
Dan hebben we nog het nijlpaard, dat niets te maken heeft met een paard en ook niet in de Nijl woont. En de blauwe vinvis, het grootste dier op aarde.


Over al deze dieren is heel veel interessants te vertellen, maar wat het extra leuk maakt is dat er na de informatie een klein quizje staat en dat de puzzels en opdrachtjes die dan komen veelal te maken hebben met het zojuist besproken dier.
En achterin staan natuurlijk de oplossingen van de puzzels. Niet spieken hoor!


Een zeer gevarieerd boek, dat ook nadat je alles hebt ingevuld de moeite waard blijft. Bij de dieren staan ook nog leuke tekeningen en foto’s.


ISBN 9789085717034 | Paperback | 100 pagina’s | Uitgeverij New Scientist | juni 2020
afmeting 21 x 26,5 cm | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 16 juni 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Geluk voor kinderen Feest
Warme verhalen om van het leven een feest te maken
illustraties: Sebastiaan van Doninck
tekst: Leo Bormans


Leo Bormans reist de wereld rond als “Ambassador of Happiness & Quality of Life”. Hij is schrijver en inspirator. Hij heeft een Master in Talen & Wijsbegeerte en is auteur van de internationale bestseller “The World Book of Happiness”. Hij besteedt bijzondere aandacht aan geluk en welbevinden voor iedereen. Daarom is hij betrokken bij gespecialiseerde workshops voor specifieke groepen (drugverslaafden, studenten, lerarenopleiding, actieve burgers, probleemjongeren, oudere mensen, mensen met mentale problemen, begeleiders in de palliatieve zorg enz.)


Met zijn bijzondere kinderboeken spreekt hij ook kinderen en jongeren aan. Circa 40.000 gezinnen en scholen in Vlaanderen en Nederland gebruiken deze boeken. Meer dan 1600 leraren maken deel uit van een door hen zelf opgerichte facebookgroep waarin ze elke dag ervaringen rond het werken met deze boeken delen. Rond deze boeken lopen vele projecten in scholen, steden en gemeenten o.a. in Museum M (Leuven) en Fort Napoleon (Oostende).
(Bron: http://www.leobormans.be/biografie-cv )


Dit boek Geluk voor kinderen Feest gaat over geluk, hoop, toekomst en dromen. Daarom heet het Feest', schrijft Leo Bormans in het voorwoord van zijn derde en laatste boek in de serie Geluk voor kinderen.


'We kijken naar de toekomst als een feest. Dat feest organiseren we een beetje zelf en samen met anderen. De tien vogels in dit boek doen dat ook. Ze hebben tien tips voor ons.


* ontdek waar je goed in bent;
* wees niet bang;
* kies een goede bril;
* maak plannen;
* werk samen;
* moedig anderen aan;
* houd vol;
* maak je dromen waar, en;
* maak anderen gelukkig.'


Deze tien tips worden uitgewerkt in verhalen waarin specifieke eigenschappen van de besproken vogel centraal staat en waar kinderen een les uit kunnen leren. Zo leren we bijvoorbeeld in het eerste verhaal - met het thema ontdek waar je goed in bent - over Trochi de kolibrie (Trochilidae in het Latijn) dat hij heel goed achteruit kan vliegen. Dat komt goed uit want het regent zo hard dat Trochi niet meer vooruit naar de zon kan vliegen en dat is wel heel erg nodig. Als het regent gaan de bloemen namelijk niet open en dan kunnen de kolibrie's geen nectar uit de bloemen halen.


Daardoor zitten nu heel veel kolibrie's samen met de jongen kolibrietjes verkleumd en hongerig in hun nest. Er moet wat gebeuren! En wat doe je dan als je niet vooruit kunt vliegen...? Dan vlieg je gewoon achteruit!
Trochi vliegt samen met zijn vriendjes achteruit naar de zon en ze laden hun rugzakjes vol met nectar en zo vliegen ze weer naar huis waar iedereen door hen te eten krijgt. 'Straks komt de zon,' zegt Trochi. 'Straks! We hebben haar al gezien! Ze komt. Na regen komt zonneschijn. Altijd.'


In het verhaal, zo staat te lezen in een apart kader, zijn o.a. de eigenschappen van de kolibrie zelf verwerkt, ze kan namelijk écht in alle richtingen vliegen, vooruit, achteruit, recht omhoog. Ook lezen we dat elke kolibrie een klein zakje nectar in zijn nek heeft zodat hij bij regen voorlopig toch te eten heeft. Wel bijzonder om te weten!

Onderaan het verhaal staan vragen die peilen of het verhaal begrepen is en wat er gebeurde. Daarnaast staan ook nog erg leuke vragen voor het kind om dingen over zichzelf te ontdekken zoals:
- Trochi wilde in de bloemen, maar hij kan dat niet (door de regen). Wat wil jij soms dat je nog niet kunt?
- Wat betekent 'Na regen komt zonneschijn?' Welk voorbeeld uit jouw leven kun je daaraan geven?
En zo staan er nog meer leuke vragen en opdrachtjes in diverse kaders waardoor kinderen leren over dingen na te denken.


Alle tien de verhalen vertellen dus steeds over een andere vogel met al zijn bijzondere eigenschappen. De jonge merel Turdus (Turdus merula) is bijvoorbeeld helemaal niet bang voor mensen terwijl zijn moeder naar hem schreeuwt en piept dat hij daar niet moet komen. Maar Turdus geniet van de zaadjes die ze neerleggen én van de bessen aan de struiken en de heerlijke wormen, terwijl zijn moeder wil dat hij alleen de blauwe bessen eet... Turdus wereld wordt, omdat hij niet zo bang als zijn moeder is, veel groter.


Na dit verhaal volgen weer de vragen over het verhaal, de vragen over of je zelf wel eens bang bent en wat doe je dan? En wat doe je als je niet bang maar vrolijk bent? Maak jij ook wel eens ruzie met papa of mama? enz.
Vervolgens volgt een wijs lesje over niet bang zijn en wat voor voordelen dat allemaal heeft én natuurlijk lezen we over de eigenschappen van de merel zelf, o.a. wat voor 'taal' ze hebben en hoe ze zich hebben weten aan te passen aan de mensen.

In de volgende verhalen lezen we over de uil, de boomklever, de gaai, de pelikaan, de nachtegaal, de wespendief, het winterkoninkje en de ooievaar, die dus elk een thema vertegenwoordigen.


Het boek zelf is vrij groot, 27,5 x 33,5 cm en is naast de verhalen voorzien van grote kleurige, levensechte afbeeldingen van de vogels die wel  een 'gezichtuitdrukking' hebben. Het geheel vormt een prachtig (voor)lees, luister- en doeboek. En zoals Leo Bormans zegt:


"Voorlezen maakt ons gelukkig. We bouwen dan samen een warm nest en duiken in het verhaal. Daarna voelen we ons sterker om het nest te verlaten. De vragen en opdrachten na elk verhaal geven volwassenen en kinderen de kans meer te doen voor een gelukkig en hoopvol leven.'


Zie ook het Inkijkexemplaar


ISBN 97890401455336 | Hardcover | 61 pagina's | NUR 273 - 274 | Uitgeverij Lannoo | september 2018
Afmeting 27,5 x 33,5 cm | Leeftijd 6+
Eerder verschenen in deze serie, Geluk voor kinderen en Geluk voor kinderen Vriendschap.

© Dettie, 24 mei 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

     

    Death Valley De Peel
    Dramatische oorlogsverhalen rond de 75e herdenking van de bevrijding
    Piet Snijders


    De verhalenbundel Death Valley De Peel vormt de inhoudelijke onderbouwing van een programma dat onder dezelfde titel dat was opgesteld ter herdenking van 75 jaar bevrijding. Piet Snijders - oud journalist - is de aanjager van het Death Valley-programma.


    Death Valley De Peel omvat vijftig verhalen die samen het complete verhaal vertellen van de Peel in de Tweede Wereldoorlog. Te beginnen met de verhalen rond Mobilisatie vervolgens De Duitse inval, Bezettingstijd, Bevrijding en als laatste de tijd Na de oorlog. Piet Snijders beschrijft in toegankelijke taal de geschiedenis rond het begin van de oorlog. We krijgen veel informatie over het hoe en waarom van bepaalde acties en helaas ook wie er sneuvelden. Al in 1939 viel het allereerste slachtoffer in de Peel, soldaat J.L. Simons uit het Limburgse Swalmen. Hij kreeg een oproep in april 1939 om ons land alvast te beveiligen tegen een eventuele 'onverhoedse overval' door Duitsland. Hij moet 3 oktober 1939 te diep weggezakte landmijnen opgraven en verleggen en dat wordt de in 1917 geboren soldaat fataal.


    We zien op foto's ook lange rijen mensen die geëvacueerd worden omdat hun huizen of dorpen in de gevechtslinies liggen. (Peel-Raamstelling en de Maaslinie) Mensen met kruiwagens vol kleding en matrassen moeten er maar wat van zien te maken bij familie of in de schuren die beschikbaar zijn. De waanzin van een oorlog is begonnen... Huizen worden gebombardeerd, soldaten doen wat ze moeten doen en velen overleven het niet. Met foto's, naam en toenaam worden de gesneuvelden getoond, evenals de bidprentjes en foto's van hun graf. De een sterft na enkele heldendaden, de ander door domme pech.


    Het is te begrijpen dat de verhalen over de bezetting ook veel indruk maken. We lezen over overvallen op distibutiekantoren, executies (met foto) van landverraders, mensen in het verzet, onderduikers die een heel kamp bouwden in de bossen. We lezen over het te werk stellen in Duitsland, hoe ellendig dat was, en dit allemaal geplaatst in het perspectief van de gebeurtenissen in die tijd.
    We lezen helaas ook over verraders en mensen die je in feite geen mens meer kunt noemen gezien hun afschrikwekkende acties, vooral sommige acties rond Joodse mensen zijn echt weerzinwekkend. Die staan nu in mijn geheugen gegrift. Daarbij komt dat je nu weet dat deze mensen nog heel wat te wachten staat en zoveel familie en vrienden verloren hebben in de gaskamers.
    Ook bij deze verhalen zijn veel foto's te zien van o.a. de onderduikers, de plekken waar ze ondergedoken zaten, foto's van verzetsmensen én van de verraders.


    We lezen daarna gelukkig ook over de bevrijding, die in De Peel eerder kwam dan in de rest van het land. De komst van de Canadezen en Amerikanen, de militaire gebeurtenissen hebben hun impact, maar ook hier zijn de persoonlijke verhalen het meest indrukwekkend. Ook hiervan zijn vele foto's geplaatst.


    Zelf ben ik niet goed in het lezen van verhalen over de oorlog omdat ik de krankzinnigheid van elkaar neerschieten om een stuk land, religie e.d. niet kan begrijpen. En ook de gruwelijkheden die gebeuren, de afschuwelijke dingen die mensen onderling elkaar aandoen vind ik verschrikkelijk om over te lezen. Het is zo huiveringwekkend en onvoorstelbaar dat mensen die dingen kunnen doen.
    Het was ook met een beetje angstig hart dat ik aan dit boek begon, maar het belang ervan woog zwaarder, want dit zijn de verhalen die er toe doen. Achteraf ben ik ook blij dat ik het gelezen heb, hoewel blij een vreemd woord is over een boek over een oorlog. Maar Piet Snijders schrijft de waarheid, wat werkelijk gebeurde, en heeft met dit boek over een klein deel van Nederland, laten zien wat voor impact een oorlog heeft op mensen en hun omgeving. Het is een mengelingen van oorlogs- en persoonlijke verhalen geworden waardoor alles in een goed perspectief komt te staan. Dit indrukwekkende boek gaat over De Peel en haar bewoners maar de verhalen zijn natuurlijk wel universeel. Het enige wat je kunt denken is: nooit meer....


    Om een goede indruk en informatie over het boek en de verhalen te krijgen zie de Mini docu Death Valley De Peel


    Het project Death Valley De Peel is de kapstok waaraan meer dan 150 herdenkings- en bevrijdingsactiviteiten in De Peel zijn opgehangen. Speciaal voor de herdenkingsjaren zijn er bijzondere (fiets)routes gerealiseerd, is er een Peelbreed educatieprogramma opgetuigd en is er dit verhalenboek uitgegeven. De routes, het educatieprogramma en het boek zijn ook na 2020 beschikbaar.


    ISBN 9789082803723 | Hardcover | 144 pagina's | Nurcode 212 | Museum Klok en Peel | maart 2020

    © Dettie, 4 mei 2020

    Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

     

    Een creatieve reis door de wereld van Magritte
    Vogel, bolhoed, wolk
    Concept en Nederlandse tekst: Liesbeth Elseviers


    De manier waarop ik schilder is heel gewoon. Wat interessant is, is wat ik laat zien

    De titel van een schilderij moet ons niks leren, maar moet ons verrassen en betoveren.


    Deze uitspraken van de Belgische schilder René Magritte zijn typerend voor zijn werk. Want inderdaad lijken zijn schilderijen 'heel gewoon' maar dankzij de titels die hij ze heeft gegeven worden ze bijzonder en laat hij ons nadenken. Magritte speelt met beeld en taal. Neem bijvoorbeeld een van zijn beroemdste schilderijen waar een pijp op staat weergegeven, toch heeft het schilderij de titel Ceci nést pas une pipe (Dit is geen pijp). Het maakt dat je wakker geschud wordt en extra gaat opletten. Een gewone geschilderde pijp is saai zei  Magritte daarover maar door de titel wordt het toch weer interessant. Zo schilderde hij bijvoorbeeld ook een omgekeerde zeemeermin met een vissenkop en mensenbenen.


    Bij voorkeur schilderde deze kunstenaar een bolhoed, een vogel en een wolk/wolken maar zijn vogels vliegen niet in de wolken maar de wolken staan op de vogels. En in zijn schilderij La clef des songes (De sleutel der dromen) schildert hij een bolhoed die hij de titel sneeuw geeft. Het werkt vervreemdend en het maakt dat je je gaat afvragen waarom Magritte dat gedaan heeft, waarom hij het die titel gaf. En o.a. dát staat in dit kinderboek te lezen.


    Wat extra leuk is aan dit drietalige 'activity book', is dat het op een wel heel speelse manier kinderen laat kennismaken met deze bijzondere kunstenaar.
    Als eerste maken we in een biografietje kennis met hem, lezen we over de stijl die hij gebruikte en wordt verteld waarom hij alles zo omkeerde en vreemde namen aan zijn werk gaf.  En dan begint het!

    Kinderen worden namelijk aan het werk gezet, ze kunnen van papier-maché zelf de 'appel met masker' namaken die op een kunstwerk van Magritte te zien is. Er wordt ook verteld hoe ze een eigen schilderij kunnen maken naar aanleiding van dromen die ze gehad hebben. In het boek is daarvoor ruimte vrijgemaakt.
    Eveneens krijgen ze de kans om de ontbrekende delen van een schilderij aan te vullen en collages en een mobile te maken dankzij de erg mooie bijgeleverde stickers en sjablonen.
    Dankzij ze de tien verschillen moet opzoeken in een schilderij van Magritte leren ze dàt schilderij heel goed te bekijken én door het prachtige memoryspel met schilderijafbeeldingen zien ze wat voor werk Magritte allemaal gemaakt heeft.
    Kortom, na het lezen, bekijken en werken met dit boek weten vragen kinderen nooit meer wie was Magritte? (Je kunt hem misschien ook wel de naam Parkiet geven, dat had hij vast leuk gevonden.)


    ISBN 9789002264474 | Paperback | 36 pagina's | WPG Media BV | juni 2017
    Afmeting 28 x 21 cm | Leeftijd 8+

    © Dettie, 27 april 2020

    Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

     

    Spionage
    Van geheime codetaal tot vergiftigde tandpasta
    Tekst: Lars Bové
    Illustraties: Yannick Pelegrin


    Vanaf hun eerste bestaan heeft de mens al willen weten wat er bij de buren gebeurt. Als zij het beter hebben dan wij, dan willen wij dat ook. Het is de basis van spionage, het is zelfs een beroep geworden. Met dit boek kun je er achter komen of dat misschien iets voor jou is.


    Allereerst moet je heel goed zijn in geheimen bewaren. Niemand mag weten dat je een spion bent!
    Het is handig als je onopvallend bent. Paul Dukes kreeg de bijnaam ‘spion met honderd gezichten.’ Geboren in 1889, werd hij spion voor MI6 in Rusland. Hij was heel goed in zijn werk.
    Toch kan je ook als je er niet uit ziet als iedereen een goede spion zijn: Virginia Hall, geboren in 1906, verloor een van haar benen toen ze 27 jaar oud was, en dat verhinderde haar niet om toch heel goed werk te verrichten als spion in de Tweede Wereldoorlog.


    Je uiterlijk kan dus helpen, maar het gaat er om dat je weet hoe je informatie - inlichtingen heet dat - kan verzamelen. Inlichtingen waar je eigen land om vraagt: om bijvoorbeeld aanslagen te voorkomen worden mensen die ook maar een beetje verdacht zijn in de gaten gehouden zodat de politie op tijd kan ingrijpen. Weten wat de vijand van plan is als je in oorlog bent met een ander land is vanzelf handig. En dan wordt er ook gespioneerd in de wetenschap. Als het gaat om wapens of andere uitvindingen, dan wil ieder land de eerste zijn!


    Als voorbereiding kan je je verdiepen in spionnen uit boeken en films. In dit boek wordt alvast verteld over James Bond, en over echte spionnen uit de geschiedenis, die al ten tijde van de Romeinen actief waren, maar vooral over spionagediensten die tot voor kort, of zelfs nu nog actief zijn: de MI6, de CIA, de Mossad. Je leest over beroemde spionnen en hun manier van werken. Over hun successen, maar ook over wat er fout ging.


    Wist je dat de president van Rusland, Vladimir Poetin, ooit spion was? En dat zelfs het kantoor waar de CIA gevestigd was aanvankelijk geheim was? Dat de CIA zich bezighield met ufo’s? En dat Mata Hari een beroemde Nederlandse spionne was?


    Ook dieren werden getraind als spion. Met duiven lukte dat aardig, maar andere vogels bleken niet zo goed te zijn in spioneren. Honden worden getraind om explosieven te ruiken.


    Dat Hitler Nederland binnenviel in mei 1940 blijkt te maken te hebben met een voorval in Venlo. Het heeft de (Nederlandse) geschiedenisboeken niet gehaald, maar in de herfst van 1939 kwamen agenten van MI6 in contact met enkele Duitse soldaten. Die vertelden de Engelsen dat ze Hitler wilden vermoorden. Toen de Engelsen daarop ingingen, bleken de soldaten Duitse spionnen te zijn, die hun ‘collega’s’ meenamen naar Duitsland. Helaas hadden de Engelsen lijsten bij zich met namen. Omdat bij dit voorval ook een Nederlandse officier betrokken was, zou dit voor Hitler de aanleiding zijn geweest om geen rekening te houden met onze gewenste neutraliteit. Het zit er dik in dat hij eigenlijk niet eens een aanleiding nodig had.


    Dit soort verhalen staan er nog meer in het boek, dat lekker vlot leest en voorzien is van veel leuke tekeningen en zelfs een korte strip. Je krijgt volop informatie over de geheime diensten en wat ze doen, zodat je zelf een beslissing kunt nemen: zou je spion willen worden?


    In het boek staan ook alvast wat tips om gadgets te maken zodat je kan oefenen. Bijvoorbeeld hoe je een code kan maken, of ontcijferen.
    Ook wordt verteld hoe het vandaag de dag gaat: De Amerikanen en de Britten sloten een geheim akkoord, al in 1946. Later kwamen daar Canada, Nieuw-Zeeland en Australië bij. Ze noemen zich de Vijf Ogen en houden met steeds de nieuwste technieken de communicatie in de gaten over de hele wereld. We worden allemaal in de gaten gehouden…


    Lars Bové (1980) is een Belgisch journalist. Hij is redacteur politiek en economie en onderzoeksjournalist bij de krant De Tijd.
    Yannick Pelegrin is stripmaker en illustrator. Zijn gedetailleerde beelden zijn humoristisch en sfeervol.


    ISBN 9789401460101  | paperback | 152 pagina's | Prometheus | mei 2020

    © Marjo, 6 augustus 2020

    Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

     

    Rebelse honden
    Heldenverhalen van trouwe viervoeters serie Rebelse dieren
    Kimberlie Hamilton


    ‘Zit! Blijf! Lees!’

    Na de gebruikelijke paginavulling in een boek en een inhoudsopgave is er een voorwoord, dat eindigt met bovenstaande woorden. Echt op zijn honds!
    Maar als je dat voorwoord gelezen hebt, wil je best luisteren naar die bevelen, want je bent al nieuwsgierig naar al die bijzondere honden die zullen verschijnen op de komende pagina’s.


    Het is te veel om al die honden op te noemen – daar is het boek ook voor! – maar die honden die je ziet zijn om diverse redenen beroemd geworden. Er zijn bijzondere hulphonden, zoals honden die speciaal getraind zijn om explosieven of drugs op te sporen, en reddingshonden die met hun ontzettend gevoelige neus kunnen ruiken of er nog overlevenden onder het puin, of onder sneeuw zijn. Honden die mensen uit het water redden, of waarschuwen als er gevaar dreigt. Maar ook honden die beroemd zijn omdat ze in en film hebben meegespeeld of omdat hun baas een beroemd iemand was.


    Laten we even met die laatste beginnen: wij zijn Nederlanders hè, en dus bijzonder trots dat prinses Beatrix en Koning Willem-Alexander genoemd worden. Natuurlijk gaat het om hun honden, die hen erg dierbaar waren. En er is het - langere – verhaal over Pompey, de hond van Willem van Oranje, die halverwege de zestiende eeuw leefde en zijn baas een keer het leven redde. Agave Kruijssen schreef er een boekje over.


    In Groot-Brittannië bestaat er een speciale onderscheiding voor honden, die vooral gegeven werd aan honden die mensenlevens gered hebben, voor het merendeel in tijden van oorlog. Recenter was er de Tsjechische hond Trakr, die in 2001 ingezet werd op wat later Ground Zero zou heten. Hij vond nog een aantal overlevenden. Trakr was niet de enige hond die ingezet werd, er waren er maar liefst driehonderd!
    Wist je dat de tekeningen in de grotten van Lascaux eigenlijk door een hond ontdekt zijn? En dat er een Woofstockfestival bestaat?  En dat honden zo trouw zijn dat ze soms jaren op het graf van hun overleden baas blijven zitten?


    Een triest verhaal is dat van de Russische hond Laika, in Nederland is haar verhaal bekend door het boek van Bibi Dumon-Tak, Of misschien ken je het boek van André Kuipers en Natascha Stenvert: ‘Op zoek naar Laika’. Deze hond was de eerste hond die een ruimtereis maakte. Helaas wisten ze toen nog niet hoe ze een retourvlucht moesten regelen…


    Heel veel honden zijn om de een of andere reden beroemd geworden, ze hebben monumenten, men heeft over hen geschreven of er zijn films gemaakt. Over de honden, maar ook door de honden. Ouderen onder ons kennen RinTinTin wel, maar er zijn er veel meer. Sommigen hebben zelfs een ster op de Walk of Fame in Hollywood. En sommige baasjes zijn er rijk van geworden, zoveel verdienden deze honden! Behalve langere verhalen over deze honden, staan er in het boek nog meer weetjes. Over welke honden het meest geschikt zijn voor bepaalde taken, hoe lang ze leefden – en wanneer.  


    Dit en nog veel meer lees je in dit boek dat ook nog mooi geïllustreerd is, door verschillende illustratoren, die achterin allemaal voorgesteld worden. Ook achterin staat informatie over hoe je honden kunt helpen, is er een verklarende woordenlijst en staan er sites genoemd. En nog meer titels van boeken over bijzondere honden.


    Behalve mooi om te zien, fijn en interessant om te lezen is dit boek dus helemaal compleet. Foto’s van de betreffende honden was leuk geweest, maar kon niet in alle gevallen, dus waarschijnlijk is er daarom gekozen voor illustratoren. (van o.a. Allie Runnion en Andrew Gardner) Zij hebben paginagrote afbeeldingen bij de verhalen gemaakt en kleinere versieringen bij de pagina’s waar kortere tekstjes staan of weetjes.


    Kimberlie Hamilton verruilde Californië voor Schotland. Ze schreef reisbrochures, filmscenario’s en lesmateriaal. Eerder verscheen in de serie Rebelse dieren een boek over katten: Rebelse katten geheten.


    ISBN 9789048853526 | hardcover | 160 pagina's | Uitgeverij van Goor | mei 2020
    Afmeting 25,5 x 19,8 x 1,7 cm | Vertaald uit het Engels door Jet Zegers en Mylène Delfos | Leeftijd van 8 tot 99

    © Marjo, 11 juni 2020

    Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

     

    1939-1945 Toen het oorlog was
    illustraties: Irene Goede
    tekst: Annemiek Groot, Roos Jans, Juul Lelieveld en Liesbeth Rosendaal


    Voordat je aan dit boek begint, moet je dit eerst lezen.
    Moet dat?
    ja.

    Je kunt me toch niet dwingen?
    Nee gelukkig niet. Maar als je het niet doet, kom je misschien woorden of namen tegen die je niet kent. Dat zou jammer zijn.

    Je leest dus eerst dit hoofdstuk. Daarna mag je helemaal zelf weten in welke volgorde je het boek leest. Begin lekker achteraan! Of gewoon bij het eerst hoofdstuk, of ergens in het midden.


    Met dit begin is de toon gezet, het is duidelijk gericht op de jongeren die dit boek onder ogen krijgen.


    In dat eerste hoofdstuk wordt summier (met veel foto's) iets over de tien hoofdstukken verteld en krijgen de jongeren in het kort antwoord op de belangrijkste vragen over de Tweede Wereldoorlog (WOII), zodat de grote lijnen alvast bekend zijn. Als laatste zien we een tijdlijn waarop alle belangrijke gebeurtenissen over WOII vermeld staan.

    Het prettige is dat in de volgende hoofdstukken alles klip en klaar verteld wordt, zonder oordeel of emoties. In het hoofdstuk hoofdrolspelers bijvoorbeeld leren we zowel De Duitse, Nederlandse als Engelse en Amerikaanse kopstukken kennen. In korte teksten van ca. een halve pagina - inclusief foto's -  lezen we waarom zij deelnamen aan de oorlog, wat hun functie was en hoe het hen na de oorlog verging.

    En zo gaat het verder. Hoofdstuk 2 doet verslag van de gevechten die zowel ter land, ter zee als in de lucht gevoerd werden. Bepaalde slagen worden specifiek uitgelicht. Zoals het bombardement op Rotterdam. - De foto op de cover toont een jongetje dat kijkt naar de platgegooide stad. -


    Toen het Duitse leger Nederland binnenviel op 10 mei, dachten de Duitse legerleiders dat het wel snel geregeld zou zijn. Maar de Nederlanders vochten terug. Op 14 mei vond nazi-Duitsland het genoeg. Ze stuurden een bericht naar de burgemeester van Rotterdam: 'Als jullie je niet overgeven, dan gooien we bommen op Rotterdam.' Maar er was geen tijd meer om antwoord terug te sturen. De Duitse bommenwerpers kwamen er al aan. Op 14 mei om halftwee 's middags vielen de eerste bommen op het centrum van de stad. Gebouwen stortten in en er was op ontelbaar veel plekken brand. Ongeveer 900 Rotterdammers overleefden het bombardement niet. Tienduizenden mensen hadden geen huis meer.[...]


    In de andere hoofdstukken kunnen we lezen en zien welke wapens en voertuigen gebruikt werden met helaas ook de atoombom die zijn verwoestende werking op Nagasaki en Hiroshima had.

    Ook erg interessant en soms aangrijpend om te lezen is het hoofdstuk over symbolen. We krijgen o.a. een uitleg over het waarom van het Hakenkruis en wat het vertegenwoordigd evenals de adelaar die in het Duitse wapen stond. Maar ook zien en lezen we ook over de propaganda (in de tekst wordt ook uitgelegd wat propaganda is) zoals de posters die door zowel de Duitsers als Engelsen gebruikt werd om voor hun zaak te pleiten. Erger is dat de joden, Roma en Sinti evenals homoseksuelen in de concentratiekampen hun eigen symbool kregen van de Duitsers:


    De Joden hadden een Davidster. Verzetsstrijders en politieke gevangen droegen een rode driehoek, Roma en Sinti kregen eerst een zwarte ster, later een bruine, En homo's en lesbiennes moesten een roze driehoek dragen. Er waren nog  meer gekleurde tekens in de kampen.


    Bij deze tekst zien we een foto van gevangenen en een kaart met merktekens die door de Duitsers gebruikt werden.

    Het verzet, de verzetsmensen én het verraad wordt natuurlijk ook besproken evenals het zien te overleven van de oorlog. Vooral voedsel werd in de laatste oorlogswinter een enorm probleem. Ook hier spreken de foto's boekdelen.

    En dan komen we bij het hoofdstuk Moord aan, dat als volgt begint:

    Het hoofdstuk dat je nu gaat lezen, is het moeilijkste uit dit boek. Het was moeilijk om te schrijven. Het is moeilijk om sommige stukken te lezen. Het is moeilijk om te begrijpen [...]  Verderop staat: Maar sommige dingen zijn té erg. Daar kun je beter over lezen als je wat ouder bent.


    Dit hoofdstuk gaat natuurlijk over de Jodenvervolging en de genocide. Op een integere maar realistische manier wordt over dit afschuwelijke deel van WOII verteld.
    De waarheid wordt niet gemeden, ook de kampen en de gaskamers worden genoemd alleen op zo'n manier dat jongeren er kennis van nemen, meer niet, de gruwelijke details worden ze bespaard.


    Gelukkig wordt het daarna weer wat minder zwaar, we lezen namelijk over de dieren, honden, duiven, paarden, een beer enz. die ook een belangrijke rol in de Tweede Wereldoorlog hebben gespeeld.

    En dan... De bevrijding! Eindelijk! Voor velen een enorme opluchting, voor anderen het begin van een levenslange trauma. De zoektochten naar vermiste familieleden beginnen, velen vinden elkaar terug maar velen ook niet. Met de wederopbouw wordt gestart. Landen maken internationale afspraken. In Nederlands Indië woedt de strijd echter nog voort...

    Het boek is in feite een naslagwerk voor jongeren vanaf ca. 11-12 jaar maar volwassenen zullen het ook zeer zeker waarderen. Aan het eind van elk hoofdstuk wordt een serieuze vraag gesteld om over na te denken, een vraag om op te kauwen. De verstrekte informatie is gedegen en voorzien van vele foto's die samen met de tekst een goed geheel vormen.


    "Toen het oorlog was is een boek waar je in kunt bladeren en verdwalen. Samen of alleen. Om nog eens over na te denken of met anderen over te praten. Want al is de oorlog lang geleden, het blijft belangrijk om de verhalen door te geven. Als je dit boek gelezen hebt, kun jij daarbij helpen."


    Zie ook het inkijkexemplaar


    "Toen het oorlog was is een verzorgd overzichtswerk dat uniek is in het huidige aanbod. Er is niet alleen oog voor het internationale verloop van de oorlog, maar juist ook voor de situatie in Nederland. De tekst van het boek is afgestemd op de bovenbouw van de basisschool - precies de doelgroep waarvoor nu behoefte is aan een goede informatieve uitgave."


    Kijk hier voor gratis lesmateriaal bij dit boek.


    ISBN 9789025771447 | Hardcover | 192 pagina's | NURCode 212 | Uitgeverij Gottmer | oktober 2019
    Met register, geraadpleegde bronnen en fotoverantwoording | Afmeting 28,5 x 22,3 cm |  Leeftijd 11-12+

    © Dettie, 5 mei 2020

    Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

     

    Hoe fel de zon ook scheen
    Verhalen over de tweede wereldoorlog
    illustraties: Alex de Wolf
    tekst: Arend van Dam


    In het voorwoord vertelt Arend van Dam, geboren in 1953,  dat hij het heel vreemd vond dat zijn meester vertelde dat 10 mei 1940 - de dag dat de Duitsers Nederland binnenvielen - de zon lekker scheen. Als hij aan de oorlog dacht dan was er geen kleur bij, dan was het zwart-wit, net als de plaatjes in zijn schoolboeken. Maar het was dus heerlijk weer die 10e mei en het leven ging 'gewoon' door nadat Nederland bezet was door de Duitsers.


    Een paar jaar daarvoor waren nog de Olympische Spelen gehouden in Berlijn en Rie Mastenbroek had drie gouden medailles gewonnen, zo lezen we in het eerste verhaal. Arend van Dam laat ons meereizen met de drie atleten, te weten; de zwemsters Rie en Willy (den Ouden) en de sprinter Tinus Osendarp. Het knappe is dat hij dankzij de gesprekken die zij onderling voeren, aangeeft wie Hitler was en hoe verwarrend en vreemd het gedrag van hem overkwam. De sporters twijfelen ook of ze er wel goed aan doen naar Duitsland te gaan omdat Hitler beweert dat alleen blanke mensen deugen en de Joden van alles de schuld geeft. Maar Rie zegt tegen Willy: 'Jij en ik gaan er toch alleen maar heen om zo hard mogelijk te zwemmen?' En zo sussen ze hun geweten, want ze weten eigenlijk niet wat ze ervan denken moeten, maar achteraf hebben de medailles toch wel hun glans verloren.


    Alle andere verhalen - in totaal zijn het er twintig - hebben ook centrale personages zoals Hannie Schaft, Miep Gies, het beroemde meisje op de foto tussen de deuren van de treinwagon, George Maduro, het beeld de dokwerker, Willem Mengelberg, Anton Mussert, Walter Süskind en Henriëtte Pimentel enz.. Maar deze personages zijn vooral de aanleiding om gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog een gezicht te geven. We lezen namelijk in elk verhaal vooral ook hoe het Nederland én Nederlands Indië verging tijdens de oorlog. Het (titel)verhaal over meneer Ouwehand is daar een goed voorbeeld van...


    Meneer Ouwehand werd gebeld door generaal Winkelman. De dierentuin van meneer Ouwehand lag namelijk op een zeer strategisch punt, de Grebbeberg. Nu de Duitsers waarschijnlijk van plan waren Nederland binnen te vallen moesten daar wel soldaten gelegerd worden om de vijand regen te houden. En zo gebeurde het dat honderden soldaten tussen de leeuwen, tijgers, apen en giraffen woonden. Er gebeurde weinig, het leek wel een beetje vakantie, die oorlog zou er vast niet komen. Niet met dat mooie weer.


    Helaas kwam die oorlog wel. Duizenden Duitse  parachutisten kwamen naar beneden, rijen legervoertuigen reden Nederland binnen en al snel werden wegen, bruggen en vliegvelden door de Duitsers bezet. En... ze trokken ook naar de Grebbeberg! Generaal Winkelman belde weer naar meneer Ouwehand, de dierentuin werd te gevaarlijk voor zijn soldaten meldde hij, stel dat tijdens gevechten de dieren konden ontsnappen, de generaal zou iemand sturen om de wilde dieren af te schieten. Natuurlijk wilde meneer Ouwehand dat niet, maar het kon niet anders. Hij besloot het dan maar zelf te doen, hoe erg hij het ook vond. Maar Maxie de ijsbeermoeder en haar twee jongen neerschieten kon hij niet en hij verstopte deze 3 dieren in het nachthok.


    Het verhaal gaat verder en we lezen hoe zwaar er op de Grebbeberg werd gevochten en hoe de uiteindelijke capitulatie van Nederland plaatsvindt. Maar het leven gaat door, de 'rust' keert wat terug. We lezen dat meneer Ouwehand weer een nieuw dierenpark probeert op te zetten en we volgen gesprekken van mensen die met elkaar praten over de oorlog, bijvoorbeeld dat er schilderijen zijn weggehaald in de musea, dat die distirbutiebonnen zo vervelend zijn en dat er evengoed weinig eten te krijgen is, maar dat rijke mensen wèl van alles kunnen kopen op de zwarte markt. Ook hebben ze het erover dat de straatnamen zijn veranderd, Oranjeplein, Wilhelminastraat, het mag allemaal niet meer van de Duitsers.


    Meneer Ouwehand heeft ondertussen weer dankzij sponsoren en giften het dierenpark weer een beetje op de rit gekregen. En dan is het september 1944... De Engelsen komen eraan, en de Duitsers zijn bang dat de wilde dieren zullen ontsnappen bij een aanval...


    In dit verhaal is duidelijk te zien hoe Arend van Dam er een mengeling van een persoonlijke gebeurtenis en historische achtergrondinformatie van gemaakt heeft. Dit doet hij in al zijn - indrukwekkende - verhalen. Op deze manier komen we echt heel veel over de Tweede Wereldoorlog te weten. Hoe die begon, hoe hij verliep, wat voor invloed hij had op de bewoners en hoe de oorlog uiteindelijk eindigde. Dit alles is in zo'n toegankelijke en vlotte schrijfstijl geschreven dat het jongeren zeker zal bevallen. Het zijn gewoon heel aansprekende verhalen geworden.


    Kortom, Arend van Dam en niet te vergeten illustrator Alex de Wolf hebben met dit boek een knap staaltje werk geleverd. Elke jongere zal de verhalen geboeid lezen en ondertussen heel veel over WOII opsteken. Het boek zou op alle scholen aanwezig moeten zijn!


    Bij dit boek is ook een lesbrief gemaakt voor leerlingen van groep 4, 5 en 6 en deze is aan te vragen via de ' ); // -->Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. " target="_blank">uitgeverij
    Zie ook het Inkijkexemplaar



    ISBN 9789000371136 | Hardcover | 88 pagina's | NUR 282/212 | Van Holkema & Warendorf | maart 2020
    Leeftijd ca. 8 jaar

    Dettie, 28 april 2020

    Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

     

    De mollen van Petit Bois
    Wouter Polspoel en Herman van Campenhout


    Amper 8 kilometer ten zuiden van Ieper ligt een klein dorp, Wijtschate geheten. Een klein dorp waar niemand zich ooit om zou hebben bekommerd, ware het niet dat het deel uitmaakte van het slagveld ten tijde van de Eerste Wereldoorlog. Het was een stuk land waar strijd geleverd werd om enkele meters, die soms dezelfde dag al weer werden terug veroverd door de vijand, de loopgravenoorlog. Je kan er nog steeds overblijfselen zien, omdat zij gekoesterd worden: de herinnering moet blijven.


    Een van de gebeurtenissen die zich daar afspeelden is door Polspoel en Van Campenhout verteld in dit boek. Het gaat om een voorval dat te maken heeft het graven van tunnels onder de vijandelijke linies. Door middel van explosieven wilde men de vijand een gevoelige slag toebrengen. Het was een techniek die door zowel de geallieerden als de Duitsers werd toegepast, waarbij ze elkaar soms letterlijk in het vaarwater zaten. De mannen die dit werk deden waren vaak mijnwerkers, gewend aan het leven onder de grond, maar ook zij hadden moeite met het graven in de plakkerige - ‘blauwe’ - klei van het heuvelland.


    In juni 1916 zijn de Duitsers aan de winnende hand in de streek rondom Ieper. Generaal Haig komt met een plan om daar een eind aan te maken. Kolonel Watson geeft zijn officieren de opdracht:  De Duitse stellingen moeten ondermijnd worden, waarna de kanonnen hun werk kunnen doen. Als de Duitsers dan verliezen geleden hebben, kan de infanterie hen terugdringen tot in Berlijn. Dat offensief is gepland voor juli, zodat de 250ste tunnelling company die al aan het graven is, haast moet gaan maken.


    ‘De Duitsers proberen ons ook te dwarsbomen’, probeerde de kapitein verder te gaan.
    ‘In welke zin?’
    ‘We hebben met de geofoons opgevangen dat ze ook aan het graven zijn in onze richting. Ze proberen onze tunnels te doen instorten. Ze kunnen zo voor oponthoud zorgen.’
    De drie kolonels knikten.
    ‘Zorg er voor dat het in orde komt,’ zei Watson.


    Onder de grond bij Petit Bois bevinden zich de twaalf manschappen van de tunnelling company die op dat moment dienst hebben. Ze zitten in een gang van 90 centimeter breed en 1,2 meter hoog. Er is een buis die zorgt voor verse lucht, maar ze komen er pas uit als hun dienst er op zit. Dat is bijna het geval als de grond begint te trillen. Ze ontdekken dat de tunnel ingestort is. De blauwe klei is ondoordringbaar. Hun enige hoop is dat ze door mensen van buiten gered zullen worden. Die doen hun best, zij weten dat er Duitse bomen zijn ontploft, en dat er een lengte van bijna 100 meter ingestort is. Ze graven een tunnel parallel aan de ingestorte tunnel in de hoop de twaalf mannen nog levens aan te treffen. Slechts één overleeft het.


    De gesneuvelden zijn begraven op Kemmel Chateau Military Cemetery. Dat zijn:  Sergeant Herbert Lambert (40 jr), George Grant (43 jr) en Adam Graham (41 jr) zijn beroepsmilitairen. George Quayle (32 jr), William Bedson en Adam Wright (leeftijd onbekend), de dertigers, zijn mijnwerkers - ‘mollen’. En dan zijn er Joseph Wood (leeftijd onbekend), William Vowles (leeftijd onbekend), James Smith (25 jr), William Culshaw  (38 jr), William Thomas (25 jr), Roger Kelly (leeftijd onbekend)

    http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Petit_Bois


    Wat deze mannen overkomen is, is echt gebeurd. Polspoel en Van Campenhout maken er een goed lopend verhaal van, en vertellen ook hoe het na de oorlog met de enige overlevende verder ging. Het is een heel goed ding dat dit soort gebeurtenissen, kleine geschiedenis die verdwijnt in de grote geschiedenis, zo tot leven gewekt wordt!


    Twee Mechelaren vonden elkaar bij hun droom om boeken te schrijven voor de jeugd over voorvallen die het herinneren waard zijn. Herman (76) komt uit Meise. Wouter (32) komt uit Vilvoorde.


    ISBN 9789462421165 | Paperback | 112 pagina's | Uitgeverij Kramat | januari 2020
    Leeftijd 12+

    © Marjo, 22 april 2020

    Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER