Non-fictie

Graa Boomsma

Uit de school
Barre ervaringen van een bevlogen docent
Graa Boomsma


Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.
Als je een bedrijf goed wilt doorlichten moet de zachte heelmeester wegblijven stelt Graa Boomsma, schrijver en docent Nederlands.
Klip en klaar schrijft hij over het middelbaar onderwijs in Nederland en daar word je niet vrolijk van.
Graa Boomsma is eerstegraads bevoegd, een ouderwetse doctorandus, taal- en letterkundig gevormd aan de Vrije Universiteit in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Hij lijkt een uitgestorven diersoort als hij dit meldt aan de rectrix van een school. Ze is laaiend enthousiast en hij wordt onmiddellijk aangenomen. Hij, een man van vijftig, een zogenaamde zij-instromer die in geen jaren een middelbare school van binnen gezien had.


"Dat er een schrikbarend landelijk tekort aan docenten met vakkennis bestond, besefte ik pas later in mijn eerste schooljaar als docent Nederlands.
Dat tekort bestaat nog steeds. Scherper geformuleerd: aan het eind van elk schooljaar nemen vele ervaren docenten afscheid  van hun school. En ze nemen hun ervaring mee. Die delen ze niet met nieuwkomers. Daar bestaat geen enkele regeling voor. Senior teachers koestert men nauwelijks. Zo lekken langzaam maar zeker vakkennis en expertise weg."


Graa Boomsma stelt dat de huidige lerarenopleidingen ernstig tekort schieten. De competentiegerichtheid van deze opleidingen maakt dat de nieuwe leraren en leraressen wel over heel veel 'algemene vaardigheden' beschikken maar echte vakkennis is ver te zoeken. 
Ook worden vaak tweedegraadsleerkrachten voor bovenbouwklassen gezet. Dat mag en kan niet maar nood breekt wet.  Literatuurgeschiedenis doceren? Hoe kan dat als diegene een blanco blad is wat deze geschiedenis betreft. Boomsma meldt dat een school tegenwoordig al tevreden is als er geen vacatures meer openstaan. Kwantitatief is het tekort dan wel weggewerkt maar kwalitatief?
Bij het vak Nederlands is de belezenheid van het grootste aantal eerstegraders miniem. Veel verder dan thrillers van Saskia Noort of het leed van Kluun gaat het niet. Tweedegraders die wel lesgeven in de bovenbouw moeten gestimuleerd worden om bijspijkercursussen te volgen stelt Boomsma.
Maar ook moet de leerkracht bestand zijn tegen de leerlingen die de thrillers van Verhoef, Noort of Van der Vlugt willen lezen. Je moet sterk in je schoenen staan om niet te buigen voor de druk van de 'literaire' thriller.


"De terreur van de leestoptien, van de literaire markt die alleen kijkt naar verkoopcijfers en het Hollandse leesgedrag gelijkschakelt en nivelleert (iedereen lijkt te klunen en te thrillen), is alomtegenwoordig."


Een veelgehoorde kreet is "als ze maar lezen".  Boomsma vindt ook dat wát er gelezen wordt erg belangrijk is. Op blz 18 geeft hij uitstekend weer waarom hij de boeken van bovengenoemde schrijvers niet accepteert als boek voor het eindexamen letterkunde.  "Ach meneer, dan leest u daar toch overheen? Het gaat om de inhoud, de plot. Het is een hartstikke spannend boek!" zeggen zijn leerlingen dan.
Zonder de mode van deze thrillers is het vak al moeilijk genoeg volgens de onbescheiden Boomsma. Maar de docenten werken er aan mee, zij moeten deze 'literaire' thrillers verbieden, en zij doen dat lang niet allemaal. Een leraar heeft als taak de literatuurvonk aan te wakkeren, dát moet de motivatie en uitdaging zijn. Nu is de tendens onder de jongeren dat wie een boek koopt gek is, knettergek. Het geld gaat op aan kleding, drank, nieuw mobieltje maar niet aan een boek. Een leraar moet laten zien waarom het lesvak wél belangrijk is.


Boomsma maakt zich boos, hij windt zich op, gaat tekeer. Hoe minder les je geeft en hoe meer je buiten het klaslokaal verricht, hoe verder je het geschopt hebt is de tendens. Ouders zijn niet meer geïnteresseerd in de vorderingen van hun kind óf zij willen hem of haar op een hoger niveau geplaatst hebben dan wenselijk is. Leerlingen interesseren zich niet meer voor een vak, als ze het maar halen. Een 5,6 is genoeg, dat is voldoende. Een lang artikel schrijven is een probleem voor leerlingen.  Dat zijn ze niet meer gewend in deze tijd van mobieltjes en computers. De woordenschat holt achteruit wat Graa Boomsma nog steeds kan verbazen. Antisemitisch, het woord kennen ze niet. Harmonie, wat is dat? Hilarisch, permanent, accuraat, nauwgezet, miniem... allemaal woorden die onbekend zijn bij de meeste vijftienjarige leerlingen van nu.


Terug naar vakkennis, terug naar belezenheid van de docent, terug naar duidelijkheid en eenduidgheid in de klassen. Geen vormeloosheid en willekeur meer, dát is wat Boomsma bepleit. Dit boek maakt onmiskenbaar duidelijk dat er veel schort aan het huidige onderwijs. Het siert Boomsma dat hij zijn nek  durft uit te steken en bevlogen en met passie over zijn vak schrijft.
Nu maar hopen dat dit boek ook door de juiste personen gelezen wordt en er eindelijk geluisterd wordt naar wat leerlingen en leerkrachten te melden hebben over het onderwijs. Zodat er daadwerkelijk wat gaat veranderen... Zodat de opleidingen voor zowel jongeren als leerkrachten weer van een kwalitatief hoog niveau worden.


ISBN 9789046809860 Paperback 111 pagina's Nieuw Amsterdam maart 2011
Afmetingen: 12,5 x 20 cm

© Dettie, 16 maart 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER