Dimitri Verhulst

Onze verslaggever in de leegte
ongedateerde dagboeken
Dimitri Verhulst
 

‘Ik loop rond als een spons. Die wring ik uit aan de schrijftafel. Als op straat iemand doodgeschoten wordt, is mijn eerste gedachte: hoe zou ik dit beschrijven?’

De ene keer is ‘een Verhulst’ een scheldtirade op iets of zelfs op alles op de wereld, de andere keer een mooie roman. Deze keer is het een soort dagboek. De aanleiding is een valse beschuldiging aan zijn adres die hem zodanig schokte dat hij zich even terugtrok van de wereld en zich verloor in drank, drugs en vrouwen. Maar een schrijver moet schrijven, en zo kwam er dit boek.


Wat wij lezen is hetgeen hij ten tijde van zijn moeilijke periode op schrift stelde. Fragmentarisch zonder dat de tijd netjes doorloopt. Om zijn ellende te vergeten rookt hij als een ketter en zuipt hij - het is geen drinken meer. Ook gebruikt hij drugs. Pas als hij Tutut ontmoet, en opnieuw de liefde vindt, -  al durft hij daar nauwelijks in te geloven - is hij in staat zijn leven weer op te pakken.
Maar dan lopen we op de zaak voor uit.


’Ik heb gezopen als een kabeljauw, gesnoven als een stofzuiger (…) en toen de zak met cocaïne leeg was, ben ik tabletten ritalin gaan pletten met een vijzel en heb die door mijn neus gejaagd.’


Steeds weer, terwijl het leven als schrijver doorgaat en hij boekenbeurzen afreist. Alleen, eenzaam en depressief.


’Te moeten leven op het ritme dat een ander je voorschrijft, opgezadeld te zitten met mensen waarvan je je niet meteen kan ontdoen. Bloedhekel aan.’


Dagboekfragmenten in de eigen stijl van Verhulst: niet altijd prettig om te lezen en toch helemaal de Verhulst die we kennen en waar we van genieten.


‘Ik dacht deze week weer mijn vader te ruiken, maar het waren mijn voeten.’


Op deze zin volgt een passage die gewijd is aan zijn vader. Het misprijzen delft het onderspit tegen de liefde die uit zijn woorden duidelijk naar voren komt.
Het is een van de mooiere stukjes uit het boek.
En er is de tirade tegen de overspannen winkelperiode voor Kerst:


‘Winterfeesten, olé. Een eenzame tegenklokwaartse schaatser probeert de cherryflip te springen, op karamellenmuziek. De bediener van de ijsdweilmachine is te treurig om bewondering op te brengen. Het is veertien graden boven nul. Maar we hebben elektriciteit om te verkwanselen. Indien hij vandaag geleefd zou hebben dan had Breughel ook wintertafereeltjes met schaatsende vrolijkerds te schilderen. Het is december dus er moet ijs zijn, desnoods houden we er speciaal een kerncentrale voor open. De feeërie van het reuzenrad dat de plaatselijk economie laat draaien: ik voel ze niet. De pluchen rendieren, de lampionnen, de geur van worsten voor en nadat ze weer zijn uitgekotst, de suikerspin, de lange kitscherige aanloop naar de solden van januari, wanneer de straten andermaal dichtslibben en de prijzen beweren te knallen, alsof het champagnekurken zijn, of pistolen. Stop met zingen, Nat King Cole, de kalkoenen in death in row kunnen je lieflijk gekweel niet meer aanhoren. Er is geen winterpret. De leugen van december, ik moet ze niet.’


Laten we hopen dat zijn nieuwe geliefde met haar hond Verhulst weer in het gareel krijgt, zodat er weer mooie romans komen, want zijn taal is prachtig, een genot om te lezen.


Dimitri Verhulst (1972. Aalst) is een van de grote schrijvers van de Lage Landen. Zijn werk verschijnt in meer dan twintig talen en werd bekroond met verschillende literaire prijzen. Van de klassieker De helaasheid der dingen werden meer dan 200.000 exemplaren verkocht en het boek werd verfilmd en bekroond met de Gouden Uil Publieksprijs. Met Godverdomse dagen op een godverdomse bol won hij de Libris Literatuurprijs. Van De laatkomer werden binnen een paar maanden meer dan 75.000 exemplaren verkocht. Ook dit boek wordt verfilmd, voor toneel bewerkt en over de hele wereld vertaald.


ISBN 9789083045917| paperback | 160 pagina's | Uitgeverij Pluim | februari 2020

© Marjo, 23 maart 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER