Het Ierse kind
Daisy O’Shea
Het Ierse kind neemt je mee naar de ruige zuidkust van Ierland, waar verleden en heden langzaam in elkaar overvloeien. Centraal staat de indringende familievraag: wat is er ooit gebeurd met Nellie en haar dochter Annie?
Het verhaal volgt Erin, die na het tragische verlies van haar man Kenny, haar leven in Amerika achter zich laat en naar Ierland vertrekt. Die keuze is allesbehalve willekeurig. Haar familiegeschiedenis voert terug naar Roone Bay, waar haar voorouders vandaan komen. Van haar opa heeft ze het verhaal van zijn overgrootmoeder Nellie gehoord die tijdens de Hongersnood met haar twee kinderen naar Boston emigreerde, op zoek naar een beter bestaan. Maar nog voordat ze voet aan wal zette, raakte ze haar dochter kwijt in de chaos van de haven:
Opeens gleed Annie van de kratten af en riep met meer levendigheid dan ze op de hele reis had laten zien: ‘Papa!’ Met haar armen uitgespreid rende ze ervandoor.
Inmiddels was de zon onder. Nellie zag William niet, maar Annie had haar vader toch zeker wel herkend? Met Luke in haar armen liet ze zich van de kratten af zakken, en ze drong zich door een groep werklui heen die haar de weg versperde.
Eentje greep haar bij de arm. Hij hield haar staande en draaide haar naar zich toe. ‘Heb je honger, schatje?’ vroeg hij met een wulpse blik. ‘Ik weet wel hoe je een beetje geld kunt verdienen. En ik kan ook wel aan een slaapplek helpen.’
Verontwaardigd slaakte ze een kreetje. ‘Laat me los!’
‘Zelf weten, hoor,’ zei hij.
Ze rukte haar arm los, rende een paar passen weg, maar bleef toe abrupt staan. Zenuwachtig draaide ze in het rond, maar ze zag Annie nergens. Net zomin als William. ‘Annie!’ schreeuwde ze.
Mensen draaiden zich naar haar om, maar keken toen weer weg.
Nellie was buiten zichzelf.
Wat er daarna met het meisje is gebeurd, is altijd een pijnlijk mysterie gebleven. Een gemis dat generaties later nog voelbaar is.
Wat voor Erin begint als een zoektocht naar het verleden, groeit uit tot een emotionele reis waarin zij niet alleen familiegeheimen ontrafelt, maar ook zichzelf beter leert kennen. Langzaam wordt duidelijk dat keuzes, hoe klein ook, altijd hun sporen nalaten.
Daisy O’Shea vertelt dit verhaal vanuit twee perspectieven. Erin spreekt de lezer direct aan in de ik-vorm, terwijl Nellies verhaal in een meer beschouwende stijl wordt verteld. Deze afwisseling geeft het boek diepgang en zorgt ervoor dat verleden en heden op een natuurlijke manier met elkaar verweven raken.
De sfeer van Ierland is prachtig neergezet: de ruige kustlijnen, de beladen geschiedenis en de charme van oude huizen vormen een overtuigend decor. Tegelijkertijd heeft het verhaal een toegankelijke, bijna feelgoodachtige toon, met een vleugje romantiek. Dat maakt het boek prettig leesbaar voor liefhebbers van familieverhalen vol emotie en geheimen.
De personages geven het verhaal extra warmte. Erin is een hoofdpersoon met wie je gemakkelijk meeleeft, omdat haar zoektocht niet alleen draait om het verleden, maar ook om haar verlangen naar rust en richting. De lokale historicus Finn brengt een subtiele romantische spanning in het verhaal, terwijl Nellie met haar veerkracht en verdriet een blijvende indruk achterlaat.
Het Ierse kind is daarmee een meeslepende roman die je even losmaakt van het hier en nu en je onderdompelt in een wereld van geschiedenis, verlies en hoop. Een aanrader voor iedereen die houdt van ontroerende verhalen met een vleugje romantiek. Het is het tweede deel in de serie De Smaragdeilanden en is zelfstandig te lezen.
ISBN 978 94 027 1974 1| NUR 302| paperback | 337 pagina’s | Uitgeverij HarperCollins | april 2026
Vertaald door Maaike van der Rijst
© Els ten Voorde, 8 mei 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Moeder is een ding
Henry Sepers
‘Ze hebben moeder moeten afvoeren, want ze was gestruikeld over een kamerplant. Nu is ze eindelijk weer thuis.’
Een cryptische opening, want al snel blijkt dat ze overleden is.
Moeder is een ding geworden.
Haar drie kinderen waren erbij toen ze de laatste adem uitblies. Op dat moment was ze in het hospice, en de kinderen besloten haar mee naar huis te nemen.
De kinderen, dat zijn Magda, Lieke en hun broer Helmer. Deze laatste is degene die het vaakst als vertelstem optreedt. Op de momenten dat zijn zussen vertellen, is het eigenlijk ook Helmer.
Af en toe benoemt hij dat:
‘Het is niet eenvoudig, Magda, om je in iemand als jou te verplaatsen. Zie dit als een poging daartoe. Ik kan je niet in mijn armen nemen, want dan verstijf je, ‘je geen vragen stellen want dan word je boos en zeg je dat ik met mezelf moet bemoeien.’
‘Voelde je je werkelijk zo gewoon, Lieke, zo weinig bijzonder vergeleken bij Magda en mij, of is het een etiket dat ik op je plak, was je alleen in mijn ogen de zachte kopie van moeder, altijd bezig met ‘de lieve vrede’.
Magda is het gevoelige kind. De anderen hebben heel vaak rekening met haar gehouden, haar ontzien, beschermd. Ze sloot zich op, kon geen geluiden verdragen. Tekenen, dat was wat ze deed: de hele dag tekenen.
Lieke is de inschikkelijke, die het iedereen naar de zin wilde maken.
Hun vader kreeg Parkinson, hetgeen hij beschouwde als een straf van god: hij was erg gelovig. Al lijkt hij dat op het einde even vergeten.
‘In vader streden vroomheid, een neiging tot slachtofferschap, schuldgevoel en onderkoelde humor voortdurend om voorrang. Ik zie ze voor me, die gezichten: het gekwetste gezicht, het devote, het zondige, het droogkloterige.’
Helmer, de halfbroer, is een succesvolle schrijver-dichter. Zijn biologische moeder ‘de Vrouw’ is weggecijferd. Hij weet niets van zijn eerste levensjaren en kreeg geen antwoord op zijn vragen.
Nu hij optreedt als verteller en dat ook in de naam van andere gezinsleden doet, gebruikt hij deze macht en geeft hij, voor zover mogelijk, zelf de antwoorden.
Wat we lezen is het verhaal van een gezin, hoe ze met elkaar omgingen, wat de rol van ieder gezinslid was en hoe ze nu de dood van de moeder verwerken. Rouw dus. Acceptatie van wat er misschien niet zo leuk was binnen het gezin. Het leven is wat het is en het zal ook verder gaan.
Het perspectief in deze roman is verrassend. Speels vooral, want al lijkt het of de zussen een stem hebben, in feite is dat niet zo. Maar eigenlijk doet het er niet toe, dat het beeld vertekend is, ook het verhaal is zoals het is.
Iedere zin in dit boek heeft betekenis, het herlezen waard. Mooie taal, scherpe observeringen, en een onderhuidse spanning.
Henry Sepers (Den Haag, 1955) is schrijver en dichter. Hij debuteerde in 1993 met de roman Het feest van de mollen. Zijn eerste dichtbundel was Baaierd en verscheen in 2009. Sepers schrijft interviews met dichters voor Schrijven Magazine en werkte eerder als leraar Nederlands, het laatst op het Vossius Gymnasium in Amsterdam. Hij publiceerde in o.a. De Gids, Maatstaf, Hollands Maandblad en de Poëziekrant. Zijn dichtbundel Spreekt de troubadour werd genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs 2013. Sepers fotografeert ook en maakt poëziefilms. Enkele films zijn vertoond op het Nederlands Poëziefilm Festival.
ISBN 9789492241931| Paperback | 224 pagina's | Uitgeverij Magonia | februari 2026
© Marjo, 6 mei 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Wreetmod de pestkop en Soedirs amandelen
Marius Atmoredjo
De ik-figuur die het verhaal vertelt is de oudere broer van Soedir. Met hun ouders en nog acht broers en zussen wonen zij in het dorp Kebonredjo. Soedir is tien jaar, en erg kwetsbaar omdat hij niet gezond is. De leefomstandigheden doen hem ook geen goed, het gezin is erg arm, hun vader heeft zwaar en onderbetaald werk. Ze hebben niets, alleen honger.
Hun huisje heeft de vader eigenhandig gebouwd, en zoals alle hutten in het dorp is het niet meer dan een bouwsel van ruwe planken, met er bovenop verroeste zinkplaten en palmbladeren. De vloer bestaat uit rode aarde, die aangestampt is en zo hard als steen.
De jongens gaan naar school, die wèl gebouwd is met baksteen en hout, en een fatsoenlijk dak erop heeft. Zo zal het huis van de verteller er later ook uitzien, denkt hij. En amandelbomen, zoals die bij school staan, wil hij ook. Die geven een fijne schaduw en ze dragen lekkere vruchten.
Het lijkt een idyllische plek, maar dat is het niet: de juf van Soedir is wel heel aardig, maar de juf van de hogere klassen is wreed.
Op straat hebben de jongens last van twee pestkoppen, die het vooral gemunt hebben op Soedir, immers een makkelijk slachtoffer!
De jongen vertelt dat de lessen op school in het Nederlands gegeven worden, niet hun eerste taal: hun grootouders zijn als contractarbeiders uit Java naar Suriname gehaald.
Hun cultuur speelt nog een grote rol. Als je verder niets hebt, biedt de natuur nog uitkomst – er komen heel veel exotische namen van fruit en dieren voorbij, met gelukkig een woordenlijst achterin. Helaas zitten er in een oerwoud ook vele parasieten, die het niet alleen op de gewassen maar ook op de mensen gemunt hebben.
Maar: hoe moeilijk de jongens het ook hebben, het verhaal is optimistisch: ze hebben elkaar immers!
En hun dromen.
Een novelle, niet meer dan zeventig pagina’s, maar zeker voor de kaaskoppen onder ons een bron van veel informatie. Het verhaal speelt zich af in 1960 en benoemt het klassenverschil in Suriname.
Atmoredjo heeft niet veel woorden nodig om een volledige wereld te scheppen, een wereld van armoede, cultuurverschil en ondanks alles: hoop.
Marius Atmoredjo (1959, Lelydorp in Suriname) debuteerde in 2022 met de dichtbundel Loslaten zullen ze nooit meer. Zijn inspiratie om te schrijven put hij uit de verhalen van zijn ouders Legijar en Marie Atmoredjo. Zo ook het verhaal Wreetmod de pestkop en Soedirs amandelen.
Dit boek heeft NUR 301, maar ook 280, is dus eveneens geschikt voor jongeren.
ISBN 9789493368330 | Paperback | 70 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | maart 2026
© Marjo, 5 mei 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Botjesstraat deel 1
De dochter van de herbergier
Marja Visscher
Een onvervalste historische roman waarvan het verhaal zich afspeelt in de Zeeuwse gemeente Hoeksche Waard en wel aan het begin van de negentiende eeuw.
We maken kennis met de familie Saarloos. Vader en moeder runnen een gewaardeerde herberg. Hun veertienjarige dochter Willempje (Wilhelmina) Saarloos houdt van de herberg en is vast van plan om veel geld te sparen, zodat ze ooit eens haar eigen herberg kan beginnen. Maar daar heb je wel geld voor nodig. Willempjes grote droom is ergens als dienstmeisje te gaan werken, het liefst in een mooi huis bij een rijke familie, zodat ze haar eigen inkomen heeft. Ze wil niet in Zwartsluisje blijven, dat is haar te benauwd.
Haar ouders zijn niet blij met de 'wilde' plannen van hun dochter maar wat Willempje in haar hoofd heeft, zal gebeuren. En zo komt het dat ze op een dag haar kleren bij elkaar pakt en zich door haar vader naar de grote boerderij van echtpaar 't Hart. Mevrouw 't Hart is zwaar reumatisch en erg blij met de komst van Willempje.
De verhouding tussen haar mevrouw en Willempje is uitstekend, maar in de boerderij zelf hangt een verstikkende sfeer. Vader en zoon kunnen elkaar niet luchten of zien. Willempje meent uiteindelijk te begrijpen waarom de onderlinge situatie zo enorm gespannen is. Maar heeft ze het bij het rechte eind?
Het boek leest als een trein. Je duikt in het verhaal en het is moeilijk om te stoppen. Maar dat komt vooral door het geweldige inlevingsvermogen van Marja Visscher. Ze weet zich uitstekend te verplaatsen in de tijd. Ze tovert de negentiende-eeuwse gewoonten en gedragingen heel levendig tevoorschijn inclusief al zijn ups en downs die destijds veelvuldig voorkwamen. Je bevindt je bij het gezin in de herberg, voelt de drukte die de gasten met zich meebrengen en ook de onderlinge omgang in het buurtschap is krachtig beschreven.
Maar het verhaal zelf rammelt op gegeven moment. Aanvankelijk voelt het goed, de gebeurtenissen die Willempje meemaakt zijn geloofwaardig en soms aangrijpend. Je leeft enorm mee met Willempje en voelt als het ware wat zij allemaal doormaakt. Maar dan krijgt het verhaal een twist waardoor de geloofwaardigheid bijna wegvalt. De omwenteling gaat erg snel en de verklaring voor bepaalde zaken zijn onwaarschijnlijk. Afgezien van het feit dat het wel de nodige beroering en spanning teweeg brengt, voelt het toch lichtelijk ongeloofwaardig. Maar verder is het een wel een fijn boek om te lezen.
Dit boek is het eerste deel van een trilogie en ik wil toch zeker de volgende delen lezen, daarvoor heeft de schrijfster me wel te nieuwsgierig gemaakt naar het verdere wel en wee van de hoofdrolspelers in dit boek.
Marja Visscher (Rotterdam 1951) is schrijver en journalist. Haar brede historische interesse brengt haar geregeld op het spoor van interessante personen met een bijzonder verhaal.
ISBN 9789465410241 | Paperback | 273 pagina's | Davey Jones Publishing | 5 februari 2026
© Dettie, 3 mei 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Het licht tussen onze vingers
De magnoliadochter
Tessa Collins
Met De magnoliadochter heeft Tessa Collins haar vierde boek in de populaire familiesaga De Bloemendochters op overtuigende wijze neergezet. Het verhaal draait deze keer om Magnolia, de dochter van Maia, die denkt haar leven goed op orde te hebben. Door een oude aanwijzing uit haar familieverleden wordt ze echter meegezogen in een zoektocht naar de waarheid over haar moeder en grootmoeder.
‘Hier,' zei Nara. Ze gaf Magnolia twee documenten aan.
‘Wat is dit?’ Magnolia pakte de papieren aan en bekeek ze. ‘Een vliegticket naar Nieuw-Zeeland?’
Nara knikte.
Soley ging naast Magnolia staan om alles beter te kunnen zien. ‘De naam is niet meer te lezen.’
‘En een … factuur?’ Magnolia begreep er niet veel van.
‘Ja, voor een bedrag van meer dan twintigduizend pond, met een adres in Queenstown in Nieuw-Zeeland,’ legde Nara uit. Ze wees op de hoek linksboven. ‘Lawrence Turner.’
‘Wie is dat?’ Magnolia streek met haar hand over het vel papier.
‘Geen idee, die naam zegt me niets.’ Nara draaide zich weer om naar het bureau en drukte Magnolia ook nog een foto in haar hand. ‘Deze lag erbij.’
‘Een ketting met een groene hanger,’ mompelde Magnolia verbaasd met een blik op de foto.
‘Is die misschien van Maia?‘ opperde Soley. ‘Vanwege dat ticket naar Nieuw-Zeeland, bedoel ik. Dat kan toch alleen maar met haar te maken hebben.’
Magnolia schudde haar hoofd. ‘Ik weet niet precies wat ze allemaal aan sieraden heeft, maar ik geloof niet dat deze van mum is. Ze draagt vooral goud. Deze is … anders. Niet haar stijl, zou ik willen zeggen.’ Ze keek naar de spiraalvormige hanger. ‘Ik vind hem trouwens erg mooi.’
‘Wanneer is Maia voor het laatst in Nieuw-Zeeland geweest?’ vroeg Nara aan Magnolia.
‘Ik zou het niet weten. Dat moet al een hele tijd gelden zijn. Ik was toen nog klein, geloof ik.’
‘Waarom zijn jullie er nooit met het hele gezin naartoe gegaan?’ Soley keek Magnolia afwachtend aan.
‘Ze… kan niet zo heel goed met haar ouders opschieten,’ antwoordde Magnolia langzaam. ‘Ze werd als baby door hen geadopteerd en weet niet wie haar biologische ouders waren. Maar ze praat er eigenlijk nooit over.’
‘Zou ze daarom misschien zo…’ begon Nara, maar toen viel ze stil.
Magnolia keek haar aan. ‘Of ze daarom last van depressies heeft, bedoel je?’
De poging tot zelfmoord van Magnolia’s moeder, de vondst van de ticket, de geheimzinnige factuur en de foto brengen Magnolia tot de beslissing om naar het verre Nieuw-Zeeland te gaan. Die reis brengt haar heel veel.
De magnoliadochter is echt een warme, toegankelijke en sfeervolle roman die je meeneemt naar een andere wereld, terwijl het familiegeheim de spanning erin houdt. Voor liefhebbers van emotionele familieromans met een mooie setting is dit een aanrader. Het persoonlijke dilemma van Magnolia geeft het verhaal een meer gelaagde ondertoon waardoor het niet alleen vlot leest, maar het ook blijft boeien.
Wel is het handig om te weten dat dit deel onderdeel is van een serie, wat je vooral merkt aan een aantal personen die in het verhaal voorkomen zonder dat er een verder toelichting op hen gegeven wordt. Ondanks dit kan het boek los worden gelezen, maar het maakt je wel nieuwsgierig naar de voorgaande delen!
ISBN 978 94 027 1887 4 | NUR 302 | Paperback | 388 pagina’s | Uitgeverij HarperCollins | maart 2026
Vertaald door Jeannet Dekker
© Els ten Voorde, 27 april 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Woestijnbergen
Lydia Milliet
Gil, nu een veertiger, groeide na het auto-ongeluk dat zijn ouders niet overleefden, op bij zijn oma. Het leven met haar was sober. Het is dan ook verbazingwekkend dat Gil op zijn achttiende te horen krijgt dat hij heel veel geld heeft, afkomstig uit het nalatenschap van zijn ouders.
Hij hoeft niet te werken, maar prettig vindt hij dat niet. Hij hoeft nergens zijn best voor te doen. Na verloop van tijd besluit hij alles weg te geven, maar zijn toenmalige vriendin Luna houdt hem tegen. Hij kan toch vrijwilligerswerk gaan doen? Zijn geld investeren in goede doelen? En dat gebeurt, zoals zoveel gebeurt zonder dat Gil protesteert. Hij is nogal laconiek en vindt veel dingen gewoon prima.
Maar dan vertrekt Luna en gooit Gil radicaal het roer om. Hij verkoopt zijn huis in New York en verhuist naar Arizona, vierduizend kilometer verderop. Het unike is... Hij verhuist lopend!
Alleen de wandeling zou al een mooi verhaal kunnen opleveren maar daar draait het in dit boek niet om. Het draait om interacties, om handelingen tussen mensen. Want als Gil eenmaal in zijn nieuwe huis woont, bouwt zich een vriendschap op tussen zijn buren die wonen in het huis met glazen wanden. Het huis naast het zijne. Vooral tussen de zoon Tom en Gil ontstaat een prachtige band. Vader Ted is immers vaak weg en Gil voelt zich gelukkig dat hij er voor de jongen kan zijn. En zo kabbelt het verhaal voort, lijkt het.
Toch zijn het juist de dagdagelijkse ervaringen die Gil doen groeien. Zijn nieuwe omgeving én het gezin naast hem doen laten hem nadenken over zijn verloren liefde én de toekomst. De jonge Tom schudt hem wakker, houdt hem bij de les. Gil blijkt iemand te zijn die wel degelijk een mening heeft en leert voor mensen op te komen. En dan komt er een bericht, zijn goede vriend is heel ziek én de man die zijn ouders aanreed zoekt contact...
Het is zo'n boek dat je gewoon moet lezen en waarvan je de sfeer moet ondergaan. Het verhaal is namelijk niet in woorden te vatten. Het bezit de fijngevoeligheid die het mysterie en de voortgang van het leven subtiel weergeeft met al zijn ups en downs. Daarnaast is er ook een vleug humor te ervaren wat alles net iets verheft, iets verlicht, zodat het geen gezapig verhaal wordt. Prima boek.
Lydia Millet schreef verschillende romans en verhalenbundels, en was finalist voor zowel de Pulitzer Prize als de National Book Award. Ze schrijft ook essays en opiniestukken, en werkt sinds 1999 als redacteur en schrijver bij het Center for Biological Diversity. Ze woont in de woestijn net buiten Tucson, Arizona.
ISBN 9789029098090 | Hardcover | 224 pagina's | Meulenhoff | 20 juni 2024
Vertaald door Inge Kok
© Dettie, 26 april 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De laatste eilanders
Stefan Popa
Zoals beschreven staat op de achterkant van het boek is De laatste eilanders een hartverscheurend verhaal over liefde, verlies en de meedogenloze kracht van vooruitgang. De roman is gebaseerd op de waargebeurde tragedie van Ada Kaleh, een klein eiland in de Donau, gelegen in Roemenië, waar de vrienden Deniz, Ibrahim en Azra wonen. Het voortbestaan van het eiland wordt bedreigd door de komst van een waterkrachtcentrale en de drie vrienden voelen dat hun toekomst er heel anders uit gaat zien dan die van hun ouders:
Azra voelde de vragen branden in haar keel. Ze keek naar haar vader zoals ze naar de bomen had gekeken: was hij ook aan het verschrompelen? Werd hij kleiner omdat zij groter werd?
Als wees had hij jarenlang in de kazematten geslapen, wist ze, maar hij paste allang niet meer in de nissen. Het verleden had hem fysiek afgeweerd. Dat was heel normaal. Iedereen groeide noodgedwongen uit tot een ongewenste vreemdeling in het eigen verleden. Het was een ruil: het verleden kromp en de toekomst dijde eindeloos uit.
Toch gebeurde het tegenovergestelde bij de laatste kinderen van Ada Kaleh. Azra’s wereld groeide niet, niet zoals het hoorde; ze werd stilletjes ingesnoerd. Het eiland vernauwde zich, zelfs de lucht leek zwaarder. De landsgrenzen sloten en de hele regio werd verduisterd door een zwaar gordijn. De helft van Europa werd een fort. De muren trokken zich steeds hoger en dichter op en Azra wist, net als de inwoners van Ada Kaleh, dat een fort slechts twee toekomsten kent: het vervalt tot een vergeten ruïne of het wordt een zielloze bestemming voor toeristen, een getuige van wat ooit was.
‘Maar de communisten zeggen dat iedereen gelijk is', zei Azra. ‘Jongens en meisjes.’
‘Wie zegt dat?’
‘De communisten, zei ik toch al.’
‘Ik bedoel: wie zegt dat de communisten dat zeggen?’
‘Onze leraar', antwoordde Azra.
‘Ze hebben allemaal ongelijk.’ Haar vader nam opnieuw een hijs. Hij ging rechtop zitten op zijn stoel. Voordat hij uitblies, kuste hij haar op haar voorhoofd. Ze rook zijn vette huid door de tabakswalm heen. Zijn stoppels schuurden haar neus rood. ‘Jij bent veel belangrijker dan alle jongens en meisjes.’
Ze wilde iets vragen over haar moeder, maar vroeg: ‘Waarom ben je nooit weggegaan?’
‘Vertrekken is zinloos,’ antwoordde haar vader. Hij rolde het mondstuk van de nargileh tussen zijn vingers. ‘wij moeten toch altijd terugkeren naar Ada Kaleh, om te sterven. Dan blijf ik liever op het eiland, dicht bij je moeder, wachtend tot het lot ons eindelijk herenigt.’
Maar zou haar vader wel kunnen blijven op het eiland? En hoe zit het met de toekomst van haarzelf en haar vrienden? De opkomst van het communisme, de soldaten die op het eiland gestationeerd worden, de doden die er vallen als mensen proberen te vluchten, maar ook de voortdurende keuzestress die de drie vrienden ervaren, zijn allemaal elementen in het boek die Stefan Popa op een gedetailleerde manier weet te beschrijven.
Stefan Popa is een Nederlands-Roemeense auteur en journalist. Hij wordt gezien als een van de veelbelovendste schrijvers van de Europese literatuur. Het lukt hem om de beklemmende stemming op het eiland Ada Kaleh aan jou als lezer over te brengen. De rauwe emoties van Deniz, Ibrahim en Azra fungeren als rode draad door het verhaal heen.
Wat deze roman bijzonder maakt, is de manier waarop het grote verhaal van vooruitgang en modernisering kritisch wordt belicht. De komst van de waterkrachtcentrale symboliseert vooruitgang, maar gaat gepaard met vernietiging van gemeenschap en cultuur. Daarmee stelt Popa impliciet de vraag wat vooruitgang werkelijk betekent en tegen welke prijs deze wordt bereikt.
De laatste eilanders is daarmee niet alleen een historisch verhaal, maar ook een actuele en relevante roman. In een tijd waarin grenzen, migratie en identiteit opnieuw onder druk staan, biedt dit boek een indringende spiegel. Het is een verhaal dat blijft hangen, juist omdat het de lezer confronteert met de kwetsbaarheid van thuis en de onvermijdelijkheid van verandering.
ISBN 978 94 027 1975 8 | NUR 301| Paperback | 307 pagina’s | Uitgeverij HarperCollins | 4 maart 2026
© Els ten Voorde, 28 maart 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Het huis van de tijd
Laura Mancinelli
Waarom had hij het gekocht? Wat moest hij eigenlijk met dat grote huis [...] Dit vraagt niet alleen Orlando, de koper van dit huis, zich af, maar na verloop van tijd denkt de lezer dit ook.
Orlando was toevallig in 'zijn' dorp om een document bij de gemeente af te halen. En uitgerekend voor dàt huis begaf zijn auto het. Was het de voorzienigheid? "Waarom had zijn auto het precies daar begeven, op dàt punt, in de hoofdstraat van zijn dorp? Het dorp waar hij al jaren niet meer woonde, waar hij helemaal niet graag naartoe ging! En nu had hij ineens dat roze huis gekocht. Het huis van zijn schooljuf! Het huis waarin hij vele uren heeft doorgebracht.
Orlando heeft een soort innerlijk afwerend gevoel als hij in het huis is. Alles wat het huis voor hem betekende, is weg. Vooral de boeken waar hij als kind zo van genoot, mist hij. Waarom zijn de planken leeg. Waarom woont haar zus in de andere helft van het huis? De zus die zo totaal anders is dan zijn juf. Hij voelt zich totaal ontheemd in dat huis, wil weg én blijven, toch wil hij van het torentje zijn schildersatelier maken, in de hoop dat hij weer inspiratie krijgt.
De enige mens waar hij mee omgaat, is Placido die hij nog kent van vroeger. Placido is ongrijpbaar, hij kookt heerlijk, maar heeft ook opmerkingen die mysterieus te noemen zijn. Hij adviseert Orlando, maar als deze Placido's adviezen opvolgt, loopt alles heel anders dan verwacht. Het veroorzaakt onnavolgbare, raadselachtige, bijna bovenaardse gebeurtenissen die op een of andere manier toch Orlando de weg wijzen.
Het hele boek heeft een nostalgische en mysterieuze sfeer. De taal is mooi, bijna poëtisch. Het geeft in feite de raadsels van het leven weer, die niet te verklaren lijken, of toch wel? Het geheel is een uitzonderlijk boek, dat je bijblijft.
ISBN 9789490042271 | Paperback met flappen | 141 pagina's | Zirimiripress | 14 november 2025
Mooi vertaald door Linda Pennings
© Dettie, 31 maart 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De schoonheid van een kruispunt
Meine Fernhout
Hugo Mallegrom heeft last van een schrijversblokkade. Hij was enthousiast begonnen aan een boek, maar nu komt hij niet verder. Was het verkeerd om het boek alvast een titel mee te geven? Dat dwingt hem immers in een bepaalde richting. En daar lijkt de weg dood te lopen.
‘Het hinkelmeisje’ wil niet van de grond komen.
Hij heeft ook een gewone baan, tenminste, tot voor kort was hij leraar geschiedenis op een middelbare school, maar er was een akkefietje met een leerlinge, waardoor hij niet zeker meer is van deze baan. Nu heeft hij al langer twijfels of hij nog wil onderwijzen, maar toch...
Vanuit het raam van zijn werkkamer kijkt hij uit op een benzinestation waar het niet bepaald een levendige boel is. Hij kan zien dat er een jongen achter de kassa zat. Die lijkt altijd te zitten lezen.
Maar de jongen, Jesse, ziet hem ook. Voor hem is hij de man op de motor, die af en toe een praatje maakt met een vrouw in een oude Chrevolet, net als Hugo een vaste klant.
Een andere bezoeker van het tankstation is een jongedame. Ze vraagt Jesse of ze foto’s mag maken, maar het eerste wat Hugo ziet is een persoon die zich vreemd gedraagt:
‘Er staat geen auto voor de pompen geparkeerd. Al lopend wordt er gebukt, gedraaid en weer omgekeerd. De persoon gaat naar binnen en komt dan terug. Hugo kan zien hoe Jesse mee loopt naar buiten, hoe hij een wegwerpend gebaar gebaar maakt en weer naar binnen gaat.‘
Zit in dit alles misschien een verhaal?
Het zou zo maar een thriller kunnen worden: Jesse verdwijnt. Zijn werkgever weet niet waar hij is, zijn huisbaas niet, maar ook zijn moeder niet. Deze laatste neemt contact op met Hugo, omdat haar zoon over hem verteld heeft. Jesse stuurt haar e-mails, maar zegt niet waar hij is.
Hugo hoort dat er een vriendin is, het is de jongedame die rond het benzinestation doolde en foto’s maakt. Maar waar woont zij dan?
Hugo vindt haar via de foto’s en zoekt haar op. De reis leidt tenslotte naar Frankrijk.
Is Jesse daar dan ook?
Een bevreemdend verhaal over een benzinestation waar mensen gaan en komen, zonder contact te maken. Wat is daar de schoonheid van? Welke rol spelen de dames, met name Pien en haar foto’s?
Door de wisseling van vertelperspectief, ga je twijfelen of het verhaal bedoeld is als werkelijkheid of fantasie. Je hebt steeds de schrijver dezes in je achterhoofd, hij is tenslotte degene die de woorden schreef die je leest. Fernhout schrijft:
‘Hugo weet als geen ander dat literatuur eigenlijk altijd een nader verklaren is van iets dat verborgen ligt en er om vraagt om ontvouwd te worden.’
Dan, als Jesse aan het woord komt, komt er snelheid in het verhaal, het eerder toch wat gezapige verdwijnt, en het verhaal gaat meer boeien.
Bekijk zeker ook de binnenkant van de flappen, het geeft weer waar het allemaal om draait, dat benzinestation, leeg en verlaten.
Meine Fernhout (1946, Velsen) speelde in de Bintangs, studeerde sociale wetenschappen, werkte in de culturele sector. De schoonheid van een kruispunt is zijn vierde roman.
ISBN 9789493368385 | Paperback| 360 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | februari 2026
© Marjo, 24 maart 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De buurtwinkel van tweede kansen
Kim Ho-Yeon
De titel zegt het al, de personages in dit boek krijgen een tweede kans. Toch draait het verhaal voornamelijk om Dokgo, de man die een tweede kans krijgt van Yeonsook Yeom, eigenaresse van de buurtwinkel in de wijk Cheongpa, Seoul. De dakloze Dokgo heeft er namelijk voor gezorgd dat mevrouw Yeom haar gestolen tas terugkrijgt. Vanaf die dag houden ze contact en de goedhartige mevrouw Yeom zorgt ervoor dat Dokgo altijd te eten heeft. Dokgo is zijn geheugen kwijt en omdat hij zo weinig praat is hij gaan stotteren.
Op gegeven moment stopt een werknemer met het verzorgen van de nachtelijke openingstijden. Dokgo mag die plaats innemen onder de voorwaarde dat hij de drank opgeeft. Zo heeft hij 's nachts onderdak. Dokgo blijkt langzaam zijn draai te vinden, maar blijft een mysterieus figuur voor iedereen. En dat maakt het verhaal ook intrigerend. Je voelt dat er meer achter het gedrag van de man zit, maar wat? Hij weet het zelf ook niet...
Dokgo spreekt nog steeds niet veel, maar ziet des te meer. Ook wanneer iemand ongelukkig is, ondanks een uiterlijk monter gedrag.
Door kleine vriendelijke gebaren weet hij vaak de harten van de winkelbezoekers te winnen. Langzamerhand beginnen ze hun hart bij hem uit te storten.
De getormenteerde Dokgo heeft al veel van het leven gezien en doorgemaakt. Daardoor weet hij steeds de kern te raken van de problemen en met kleine aanwijzingen geeft hij richting aan de mensen die hem in vertrouwen namen. Maar bij Donkgo zelf begint ook het een en ander te roeren. Door geen alcohol meer te drinken wordt zijn hoofd helderder en beginnen er beelden op te doemen in zijn wazige, lege geheugen.
Aanvankelijk trekken de gebeurtenissen rond Dokgo je het verhaal in, maar uiteindelijk gaat de vaart eruit. De personages die in de winkel werken en bezoeken, zijn bijzonder maar niet goed uitgewerkt. Je maakt kennis met ze, maar ze zijn alweer verdwenen voordat ze volledig tot ontwikkeling komen. Zelfs Dokgo wordt minder intrigerend. Het verhaal gaat uit als een nachtkaars. Jammer, want het idee is goed.
Het is een boek dat lekker wegleest maar je niet bij zal blijven.
ISBN 9789046832103 | Paperback | 240 pagina's | Wereldbibliotheek | 23 april 2024
Vertaald doorMatto Mandersloot en Thyrze van Onna
© Dettie, 23 maart 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Classics 2
Eva
Carry van Bruggen
Als de nieuwe eeuw (1900) begint, is Eva een ongeveer achttienjarige scholier. Reeds in haar schoolgaande jaren wil ze alles begrijpen. Tegelijk vraagt ze zich af: waarom eigenlijk? Maakt het ‘willen begrijpen’ haar leven niet moeilijker dan het is?
Maar ze is nu eenmaal wie ze is, een enigszins zwaarmoedig meisje, later een ernstige jonge vrouw, die lerares wordt. Haar collega Andy heeft het over dingen die ze niet goed begrijpt, dingen die een vrouw kunnen overkomen. Eva schrikt er erg van. Ze is ook niet echt een meisje-meisje, haar uiterlijk is jongensachtig, en ze wil niets weten van ‘die onzedelijke dingen’.
Ze vertelt over wat ze waarneemt, over de zeden en gewoonten die heersen aan het begin van de twintigste eeuw. Ondanks haar eerdere voornemens wordt ze verliefd. Ze trouwt en krijgt kinderen.
Het huwelijk draait uit op een scheiding. Ben is de ware niet. Er komt een andere man in haar leven.
Dan is ze veertig en eindigt het verhaal.
Maar dat verhaal doet er niet zo heel veel toe, de reden waarom ‘Eva’ opgenomen is in de canon van de literatuur is het feit dat Carry van Bruggen een uitstekend tijdsbeeld neergezet heeft, ze schrijft over een wereld vol taboes en schijnheiligheid. Haar hoofdpersoon (autobiografisch?) Eva beziet de wereld, haar leven moet anders worden. Zo gaat ze in tegen de norm, wat het allemaal niet makkelijker maakt.
'Voor een man lijkt alles met elkaar verbonden, alsof het één vloeiend gehaal vormt. Maar niet voor mij. Er is een kloof, een afgrond, een duisternis, een noodzaak. Ik zie de samenhang niet, het dwingende verband.'
Ook de manier van schrijven maakt haar werk bijzonder: mooie beschouwende observaties, die tegelijk filosofisch en psychologisch zijn.
De zielenroerselen van Eva zullen menige puber ook in onze huidige tijd niet vreemd voorkomen. Ze zijn tijdloos.
Dat is de stijl van het boek niet, dat zal enig doorzettingsvermogen vragen. Maar het is absoluut – nog steeds – de moeite waard!
‘Uit de rumoerige ochtend is de middag vredig omhoog gerezen. Onder de mist schittert het dieper liggende water. De geur van chrysanten dwaalt door de vochtige lucht, net als de geur van door vocht verterende bladeren. Oh, stad, overweldigende, verstikkende stad. Ik zou me even willen afsluiten voor je intensiteit. Waartegen ik machteloos ben. Voor je golven tegen me slaan, die me doen wankelen. Maar ik kàn het niet. Want ik kan niet ophouden met ademen. En elke ademteug vult me met jouw adem, tot diep in mijn hart. En jouw adem is die van alles wat eeuwig komt en eeuwig terugkeert... bladeren, bloemen, mist, geruis.
Stad in oktober, met alles wat erbij hoort. Je ziel is de ziel van alles, wat eeuwig blijft: de grijze huizen, de grijze bruggen, het grijze water... en alles dringt zich tegelijk aan me op. En het wil... en het wil... Het wil altijd hetzelfde. Het wil begrepen worden.’
Carry van Bruggen (1881-1932) was journaliste, schrijfster en filosofe. Haar mislukte huwelijk fileerde ze in het boek 'Een coquette vrouw'. Haar belangrijkste filosofische werk is 'Prometheus'. In 1927 verscheen ‘Eva’, dat beschouwd wordt als haar meesterwerk. Het boek is bewerkt en hertaald door Ilona van Hilst. Zij schrijft ook het voorwoord.
ISBN 9789493244511 | Paperback | 222 pagina's | Uitgeverij September | 27 januari 2026
© Marjo, 20 maart 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Zolang de zon nog schijnt
Hans Münstermann
Geconfronteerd worden met een veranderend uiterlijk, en vooral met de mankementen die zich aandienen, als je ’op leeftijd’ begint te komen, niemand vindt dat prettig. Maar er valt natuurlijk niet onderuit te komen, tenminste als je blijft leven. En dàt willen we dan weer wèl!
Zo ook Andreas Klein. Zevenenzeventig is hij, en het wordt tijd om zijn leven eens te overzien. Zijn huidige leven, maar die zijn automatisch vermengd met herinneringen.
Hij beschrijft de dagen zoals hij die zich herinnert op de dag erna: de actualiteit van die dag in de wereld, maar vooral ook die van hemzelf: het minder goed kunnen horen en zien, het vergeten, het trager worden en het ouder wordende uiterlijk. Wat is er veranderd ten opzichte van toen hij nog jong was? Kan hij daarmee omgaan?
Het is niet verbazingwekkend, maar dat kan hij.
Ook anderen laat hij vertellen wat ze vinden van ouder worden. Het is meer een verzameling anekdotes, herinneringen en mijmeringen geworden, dan een verhaal met een plot.
'Eerlijk gezegd zou ik zelf geen interesse hebben om een boek te lezen over ouder worden.’
Gelukkig hebben zijn lezers dat wel! Want wie genoten heeft van de andere verhalen over Andreas Klein, wil dit boek niet missen. Zoals we van Andreas gewend zijn wordt er ook aandacht besteed aan literatuur, muziek en kunst, de belangstelling daarvoor vermindert niet bij het ouder worden.
En, fijn voor de lezer: de animo om te schrijven ook niet, want ‘zolang de zon nog schijnt...’
Hans Münstermann (1947, Arnhem) schreef een romancyclus met zijn alter ego Andreas Klein in de hoofdrol.
Deel 5 daaruit, De bekoring, werd in 2006 bekroond met de AKO Literatuurprijs. In 2019 verscheen de roman De populist, in 2021 Ik zoek mijn man. Zijn voorlaatste roman Later verscheen in 2023.
ISBN 9789047717942 | Paperback| 222 pagina's | Uitgeverij De Kring | januari 2026
© Marjo, 19 maart 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER