Het verloren meesterwerk
Vier eeuwen, drie liefdesverhalen en een verdwenen schilderij…
Sarah Freethy
In Het verloren meesterwerk wil Beatrice de kunstcollectie van haar ouders laten taxeren. Haar vader is zo’n twintig jaar geleden overleden en haar moeder is nu ernstig ziek. Om alle kosten rondom haar ziekte te kunnen betalen en hun huis in de familie te houden, moeten er wel een aantal stukken verkocht gaan worden om het hoofd financieel boven water te kunnen houden. Beatrice schakelt Jude, een kunsthandelaar, in. Jude raakt gelijk geïnteresseerd in één schilderij. Juist het schilderij dat de moeder van Beatrice niet wil verkopen, omdat er een vloek op zou rusten.
Toch weet Jude Beatrice zover te krijgen om het schilderij te laten onderzoeken door twee experts in de Italiaanse renaissance en barok, Kit en Anita:
Kit werd steeds enthousiaster en stond weer te wippen op zijn voeten; Het is eigenlijk wonderbaarlijk dat iets wat zo teer is zo lang intact is gebleven. Het heeft niet dezelfde aandacht gekregen als de meeste andere doeken.’
‘Hoe bedoel je?’ vroeg Jude.
Beatrice realiseerde zich dat dit voor hem net zo’n verrassing was.
‘Om te beginnen is er geen voering,’ antwoordde Kit. ‘Meestal heeft een werk zoals dit aan de achterkant een tweede doek. Dat was de normale gang van zaken in de negentiende eeuw, een manier om het te verstevigen en conserveren. Iets wat zo oud is en toch geen voering heeft, is zo zeldzaam dat het opvalt. Ik ben het maar een paar keer tegengekomen.’
Anita knikte. ‘Het is zeker ongewoon. Uit de corrosie op de spijkertjes maak ik op dat het zo’n veertig, vijftig jaar geleden op deze plaat is bevestigd. Waarom het toen geen voering had, is een raadsel.’
‘Hoe oud denken jullie dat het is?’ vroeg Beatrice, in een poging iets van het schilderij dat volledig getransformeerd voor haar lag te begrijpen.
‘Ik denk vroegzeventiende-eeuws Italiaans.’
En met die bevindingen begint de ontdekkingstocht van Beatrice en Jude. Hoe zijn haar ouders aan dit schilderij gekomen? En waarom dacht haar moeder dat het schilderij vervloekt was?
Wat volgt is een boeiend verhaal waarin Sarah Feethy heel beeldend schrijft en veel gebruik maakt van bijvoeglijke naamwoorden om dingen en situaties te omschrijven, Het verhaal wordt de ene keer vanuit het perspectief van Jude omschreven en de andere keer vanuit die van Beatrice. Tot de laatste pagina weet de auteur je te boeien en het verhaal heeft een verrassend einde. Sarah Freethy, een schrijfster om te onthouden!
ISBN 978 94 027 1971 0 | NUR 302 | Paperback | 338 pagina’s | Uitgeverij HarperCollins | mei 2026
Vertaald door Saskia Peeters
© Els ten Voorde, 26 mei 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Moord in Kasteel de Haar
Liz Luyben
Joop, jawel niemand minder dan Joop ter Heul, inmiddels mevrouw van Dil, is blij dat ze even haar schaatsen onder kan binden om lekker over de slotgracht van Kasteel de Haar te zwieren. Toch geniet ze niet als andere keren, want er is iets vreemds aan de hand. Marie-Celeste, de kamenier van een van de gasten, is verdwenen. Als schaatsend piekert Joop daarover, maar dan ziet ze iets vreemds; onder het ijs ziet ze een blauw hoedje... en als ze speurend verder kijkt, ziet ze onder zich ineens het gezicht van Marie-Celeste!
Natuurlijk wordt de politie ingeschakeld en de geruchtenmachine is in volle gang. Marie-Celeste is vast in het donker in een van de uitgehakte gaten in het ijs gelopen. Deze waren gemaakt om ijsblokken naar de kelder te brengen. Maar volgens de kokkin was Marie-Celeste bang in het donker, ze ging 's avonds nooit naar buiten.
Hélène van Zylen van Nyevelt, de vriendin van Joop, pakt alles beheerst aan. Ook Joop probeert haar steentje bij te dragen. Het is ook dankzij Joop dat hartsvriendin Nettie uitgenodigd wordt op het kasteel, want zij is immers de speurneus die al eerder een onmogelijke zaak heeft opgelost. Dat komt mooi uit, want Nettie is net uit haar huis gezet, ze is blut.
Natuurlijk gaan de dames op hun eigen manier aan de slag. Zeer tegen de zin van Lord Cobham, moordzaken moet je aan mannen overlaten... Heeft hij het even mis!
Al lezend rollen we van de ene intrige in de andere; er spelen zelfs hartszaken mee! Het wordt helemaal spannend als blijkt dat de moordenaar een Napoleonkostuum droeg op het grote bal. Maar er is één probleem... alle mannen en enkele vrouwen droegen een Napoleonkostuum, dat was vereist...
Het hele verhaal leest lekker weg, ook al ben ik niet goed in detectives omdat je vaak veel namen moet onthouden. Ook in dit boek komen veel namen voor. Het is verder geen verhaal dat je nagelbijtend van de spanning verder leest; dat had ik ook niet verwacht bij een Joop-ter-Heul-verhaal. Dat is vaak luchtig, persoonlijk zou ik het ook geen thriller noemen meer een detective. Wat ik wel erg miste, is de specifieke Joop-humor die Cissy van Marxveld in de boeken wist te leggen. Ook al waren de latere boeken met Joop in de hoofdrol al een stuk serieuzer, er had best wel wat meer Joopgein in gemogen, zoals in bijv. De HBS-tijd van Joop ter Heul.
Maar zoals gezegd, het is een vlot verhaal dat je met plezier uitleesten er komen zeer markante personages voor in het boek.
Hopelijk komt er wel een volgend deel, vooral omdat het boek eindigt met een cliffhanger. Ik ben zo benieuwd hoe dàt afloopt.
Liz Luyben (Haarzuilens, 1975) groeide om d ehoek van Kasteel de Haar op. Als kind speelde ze in het park, later werkte ze als gids in het kasteel. Liz wilde altijd nog eens een roman schrijven waarin de flomboyante barones Hélène allerlei avonturen zou beleven.Dit is dat boek.
ISBN 9789697592241 | Paperback | 302 pagina's | Uitgeverij Doffeltje | 20 oktober 2025
© Dettie, 30 mei 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De zoon
Onze lichte jaren
Sarah Damoff
Grootmoeder, moeder, dochter... Een verhaal over familiebanden, wisselwerking én het doorgeven van gewoontes, frustraties en trauma's binnen één familie. Het boek is opgedeeld in drie delen waarin moeder Lillian, dochter Jet en vader Ryan elk hun verhaal vertellen. Daar doorheen speelt als een verbindende rode draad de grootmoeder van Jet een heel belangrijke rol.
Het begint in 1958 met de kleine Rayn en zijn moeder, die stiekem wegvluchten voor man en vader. Eenentwintig jaar later ontmoet deze Ryan Lillian in de bibliotheek en ze weten beiden gelijk dat dit het is. Alles is goed, de liefde voor elkaar is groot. Maar dan raakt Lilian zwanger en verandert alles, de zwangerschap roept namelijk oude trauma's op, zowel bij Lillian als Ryan. Dochter Georgette, kortweg Jet genoemd, is in feite de onmisbare schakel tussen alle personages in het boek.
Wat Sarah Damoff heel knap gedaan heeft, is laten zien wat een impact gebeurtenissen kunnen hebben op iemands leven en vooral het zwijgen over zeer essentiële zaken. De gebeurtenissen werken zelfs zo ver door dat een latere generatie nog steeds de gevolgen daarvan voelt.
Toch is het geen zwaar verhaal. Vooral het verhaal, verteld door Jet, is bijna licht te noemen. Zij weet ook alles om te buigen naar openheid, eerlijkheid en rechtvaardigheid. Door alles onder ogen te zien, ontstaat er ruimte, waardoor zelfs Ryan die weggevlucht was in zaken die niet goed voor hem waren, toch weer het leven kan aanvaarden.
Het debuut van Sarah Damoff is erg indrukwekkend, het laat onder andere de kracht van vrouwen zien én hun saamhorigheid. Het is een verhaal over leven en dood, over liefde en haat, verdriet en vreugde. Een verhaal als het leven zelf en dat ook nog eens prachtig, inlevend verwoord.
Lezen dit boek!
ISBN 9789021963966 | Paperback | 304 pagina's | Luiting Sijthoff | 23 juni 2026
Dettie, 24 mei 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER.
De buurtwinkel aan zee
Sonoko Machida
Zo’n klein winkeltje in je eigen buurt waar je van alles kan kopen, dat vinden we wel makkelijk. Zeker als het een winkeltje is zoals Tenderness, de plek waar dit verhaal zich afspeelt.
Het bevindt zich in een kleine stad aan de Japanse kust.
Het verhaal dat grotendeels gaat over wat er in de winkel gebeurt, wordt voor het grootste deel verteld door een van de medewerkers, Mitsuri Nakao. Ze werkt er graag en ziet alles wat er om haar heen gebeurt.
Haar baas, de bedrijfsleider Mitsuhiko Shiba, is blijkbaar een bijzondere man. Mitsuri heeft er zelf niet zo’n last van, maar de man heeft een enorme aantrekkingskracht en wordt meestal omringd door vrouwen. Hij heeft een heuse fanclub!
'De vrouwen waren allemaal minstens zeventig jaar of misschien zelfs ouder, maar de manier waarop ze naar de man keken verschilde niet van wat Yoshiro had gezien bij de tienermeisjes die hij les gaf op de juku.
'Hebt u een nieuwe lipstick op, mevrouw Yoshiko? Die kleur staat u geweldig!'.
De man sprak met een innemende glimlach, die je vreemd genoeg deed denen aan een ontluikende roos.
'Ja!' De vrouw die blijkbaar Yohiko heette, zei het op een harde fluistertoon, alsof ze een gilletje probeerde te onderdrukken. Alle dames begonnen nu door elkaar heen te praten met luide, giebelende stemmen, die absoluut niet bij hun leeftijd pasten.'
Maar het komt vast niet alleen door hem dat de winkel zo goed loopt. En het is ook meer dan zomaar een stelletje dwaze vrouwen!
Alle medewerkers zijn vriendelijk en weten wat hun klanten graag hebben. De mensen komen vooral voor de eetgelegenheid: je koopt er heerlijke dingen – die uitvoerig beschreven worden! - en die nuttig je ter plaatse, al mag je het ook meenemen natuurlijk.
Er zijn een paar geheimzinnige personages die de lezer in de loop van het verhaal toch leert kennen.
En je komt meer aan de weet over de klanten, wat hen bezighoudt, en vooral wat hun problemen zijn: Mitsuri en Shiba ontdekken het wel. Waar ze kunnen, helpen ze. En niet alleen om lekkere hapjes en drankjes te verkopen!
Naast verhalen over de dagelijkse dingen van het leven - hoe ga je om met eenzaamheid, hoe word je op een prettige manier oud, wat doe je als je verliefdheid hopeloos lijkt - zijn er ook vreemde, zelfs wat absurde situaties, maar omdat de toon licht en sprankelend is, valt het niet moeilijk het te accepteren. En zo geniet je!
Het is een boek om blij van te worden, een heerlijke feelgoodroman.
Sonoko Machida (1980, Fukuoka) besloot haar grote wens te vervullen: schrijven. De buurtwinkel aan zee is haar eerste in het Nederlands vertaalde roman.
ISBN 9789044370898 | Paperback | 288 pagina's | Uitgeverij the House of Books | april 2026 |
Vertaald uit het Engels door Els Franci-Ekele
© Marjo, 19 mei 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Is jouw vader een Marokkaan?
Samira Elmahi
Janna is zeventien als ze met haar zus, Sara, naar de orgelfabriek gaat. Het is haar eerste werkdag. Als assemblagemedewerker. Spannend, maar ze heeft er zin in.
‘Er werken heel veel knappe, donkere mannen,’ zegt ze. Sara kijkt opzij en trekt haar wenkbrauwen omhoog om haar woorden kracht bij te zetten: ‘Buitenlanders’.
Toch had niemand verwacht dat het op die eerste dag al raak zou zijn. Als de blikken van Janna en Ollie elkaar kruisen, is zij helemaal hoteldebotel. Ollie is dan 22 en ook hij is op slag verliefd.
Liefde leidt tot interesse, en zo leren ze allebei over de andere cultuur. Ollie beseft wel dat zijn ouders hier niet blij mee zullen zijn, maar Janna is degene met wie hij zijn verdere leven wil doorbrengen, hij wil niet het meisje dat dat zijn ouders in Marokko gekozen hebben voor hem.
Als Ahmed, die zich Ollie noemt, naar Nederland komt als gastarbeider, vindt hij het heel belangrijk om zich aan te passen en de taal te leren. Des te meer als hij in het gezin van Janna terecht komt. Alles is zo anders.
Maar het gaat goed, ze zullen hun verdere leven samen doorbrengen en twee dochters grootbrengen, Samira en Laila.
Het is Samira die het verhaal opschrijft, een eerbetoon aan haar ouders, maar ook een verslag van hoe twee culturen samen komen. Als je dat echt wilt dan lukt het ook. De buitenwereld reageert vaak wel verrast, bijvoorbeeld als in de wachtkamer van het ziekenhuis drie Hollands uitziende vrouwen reageren op de naam Elmahi.
‘We zien eruit als de familie Janssen, maar we zijn echt de familie Elmahi’.
Het verhaal volgt Janna en Ollie tot de dood. Zij lieten hun familie, vrienden en bekenden zien hoe twee culturen samen kunnen leven.
Het is een goed geschreven verhaal. De hoofdstukken, variërend in lengte, zijn steeds voorzien van de naam van de vertelpersoon, en met een jaartal. Herinneringen en verhalen over het verleden wisselen af met in het heden waarin de laatste maanden van Janna beschreven worden.
Een spanningsboog ontbreekt niet. Er zijn vragen: waarom spreken ze alleen Nederlands en geen Arabisch? Waarom wilde Ollie niet terug naar Marokko en zijn de meisjes er dus nog nooit geweest?
Het boek is opgedragen aan de ouders van de schrijfster; Ahmed Kadour Elmahi en Pieternella Janna Elmahi-Brouwer, de mensen die de kern van het verhaal vormen.
ISBN 9789493244603 | Paperback | 198 pagina's | Uitgeverij September | februari 2026 |
© Marjo, 13 mei 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Het Ierse kind
Daisy O’Shea
Het Ierse kind neemt je mee naar de ruige zuidkust van Ierland, waar verleden en heden langzaam in elkaar overvloeien. Centraal staat de indringende familievraag: wat is er ooit gebeurd met Nellie en haar dochter Annie?
Het verhaal volgt Erin, die na het tragische verlies van haar man Kenny, haar leven in Amerika achter zich laat en naar Ierland vertrekt. Die keuze is allesbehalve willekeurig. Haar familiegeschiedenis voert terug naar Roone Bay, waar haar voorouders vandaan komen. Van haar opa heeft ze het verhaal van zijn overgrootmoeder Nellie gehoord die tijdens de Hongersnood met haar twee kinderen naar Boston emigreerde, op zoek naar een beter bestaan. Maar nog voordat ze voet aan wal zette, raakte ze haar dochter kwijt in de chaos van de haven:
Opeens gleed Annie van de kratten af en riep met meer levendigheid dan ze op de hele reis had laten zien: ‘Papa!’ Met haar armen uitgespreid rende ze ervandoor.
Inmiddels was de zon onder. Nellie zag William niet, maar Annie had haar vader toch zeker wel herkend? Met Luke in haar armen liet ze zich van de kratten af zakken, en ze drong zich door een groep werklui heen die haar de weg versperde.
Eentje greep haar bij de arm. Hij hield haar staande en draaide haar naar zich toe. ‘Heb je honger, schatje?’ vroeg hij met een wulpse blik. ‘Ik weet wel hoe je een beetje geld kunt verdienen. En ik kan ook wel aan een slaapplek helpen.’
Verontwaardigd slaakte ze een kreetje. ‘Laat me los!’
‘Zelf weten, hoor,’ zei hij.
Ze rukte haar arm los, rende een paar passen weg, maar bleef toe abrupt staan. Zenuwachtig draaide ze in het rond, maar ze zag Annie nergens. Net zomin als William. ‘Annie!’ schreeuwde ze.
Mensen draaiden zich naar haar om, maar keken toen weer weg.
Nellie was buiten zichzelf.
Wat er daarna met het meisje is gebeurd, is altijd een pijnlijk mysterie gebleven. Een gemis dat generaties later nog voelbaar is.
Wat voor Erin begint als een zoektocht naar het verleden, groeit uit tot een emotionele reis waarin zij niet alleen familiegeheimen ontrafelt, maar ook zichzelf beter leert kennen. Langzaam wordt duidelijk dat keuzes, hoe klein ook, altijd hun sporen nalaten.
Daisy O’Shea vertelt dit verhaal vanuit twee perspectieven. Erin spreekt de lezer direct aan in de ik-vorm, terwijl Nellies verhaal in een meer beschouwende stijl wordt verteld. Deze afwisseling geeft het boek diepgang en zorgt ervoor dat verleden en heden op een natuurlijke manier met elkaar verweven raken.
De sfeer van Ierland is prachtig neergezet: de ruige kustlijnen, de beladen geschiedenis en de charme van oude huizen vormen een overtuigend decor. Tegelijkertijd heeft het verhaal een toegankelijke, bijna feelgoodachtige toon, met een vleugje romantiek. Dat maakt het boek prettig leesbaar voor liefhebbers van familieverhalen vol emotie en geheimen.
De personages geven het verhaal extra warmte. Erin is een hoofdpersoon met wie je gemakkelijk meeleeft, omdat haar zoektocht niet alleen draait om het verleden, maar ook om haar verlangen naar rust en richting. De lokale historicus Finn brengt een subtiele romantische spanning in het verhaal, terwijl Nellie met haar veerkracht en verdriet een blijvende indruk achterlaat.
Het Ierse kind is daarmee een meeslepende roman die je even losmaakt van het hier en nu en je onderdompelt in een wereld van geschiedenis, verlies en hoop. Een aanrader voor iedereen die houdt van ontroerende verhalen met een vleugje romantiek. Het is het tweede deel in de serie De Smaragdeilanden en is zelfstandig te lezen.
ISBN 978 94 027 1974 1| NUR 302| paperback | 337 pagina’s | Uitgeverij HarperCollins | april 2026
Vertaald door Maaike van der Rijst
© Els ten Voorde, 8 mei 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Moeder is een ding
Henry Sepers
‘Ze hebben moeder moeten afvoeren, want ze was gestruikeld over een kamerplant. Nu is ze eindelijk weer thuis.’
Een cryptische opening, want al snel blijkt dat ze overleden is.
Moeder is een ding geworden.
Haar drie kinderen waren erbij toen ze de laatste adem uitblies. Op dat moment was ze in het hospice, en de kinderen besloten haar mee naar huis te nemen.
De kinderen, dat zijn Magda, Lieke en hun broer Helmer. Deze laatste is degene die het vaakst als vertelstem optreedt. Op de momenten dat zijn zussen vertellen, is het eigenlijk ook Helmer.
Af en toe benoemt hij dat:
‘Het is niet eenvoudig, Magda, om je in iemand als jou te verplaatsen. Zie dit als een poging daartoe. Ik kan je niet in mijn armen nemen, want dan verstijf je, ‘je geen vragen stellen want dan word je boos en zeg je dat ik met mezelf moet bemoeien.’
‘Voelde je je werkelijk zo gewoon, Lieke, zo weinig bijzonder vergeleken bij Magda en mij, of is het een etiket dat ik op je plak, was je alleen in mijn ogen de zachte kopie van moeder, altijd bezig met ‘de lieve vrede’.
Magda is het gevoelige kind. De anderen hebben heel vaak rekening met haar gehouden, haar ontzien, beschermd. Ze sloot zich op, kon geen geluiden verdragen. Tekenen, dat was wat ze deed: de hele dag tekenen.
Lieke is de inschikkelijke, die het iedereen naar de zin wilde maken.
Hun vader kreeg Parkinson, hetgeen hij beschouwde als een straf van god: hij was erg gelovig. Al lijkt hij dat op het einde even vergeten.
‘In vader streden vroomheid, een neiging tot slachtofferschap, schuldgevoel en onderkoelde humor voortdurend om voorrang. Ik zie ze voor me, die gezichten: het gekwetste gezicht, het devote, het zondige, het droogkloterige.’
Helmer, de halfbroer, is een succesvolle schrijver-dichter. Zijn biologische moeder ‘de Vrouw’ is weggecijferd. Hij weet niets van zijn eerste levensjaren en kreeg geen antwoord op zijn vragen.
Nu hij optreedt als verteller en dat ook in de naam van andere gezinsleden doet, gebruikt hij deze macht en geeft hij, voor zover mogelijk, zelf de antwoorden.
Wat we lezen is het verhaal van een gezin, hoe ze met elkaar omgingen, wat de rol van ieder gezinslid was en hoe ze nu de dood van de moeder verwerken. Rouw dus. Acceptatie van wat er misschien niet zo leuk was binnen het gezin. Het leven is wat het is en het zal ook verder gaan.
Het perspectief in deze roman is verrassend. Speels vooral, want al lijkt het of de zussen een stem hebben, in feite is dat niet zo. Maar eigenlijk doet het er niet toe, dat het beeld vertekend is, ook het verhaal is zoals het is.
Iedere zin in dit boek heeft betekenis, het herlezen waard. Mooie taal, scherpe observeringen, en een onderhuidse spanning.
Henry Sepers (Den Haag, 1955) is schrijver en dichter. Hij debuteerde in 1993 met de roman Het feest van de mollen. Zijn eerste dichtbundel was Baaierd en verscheen in 2009. Sepers schrijft interviews met dichters voor Schrijven Magazine en werkte eerder als leraar Nederlands, het laatst op het Vossius Gymnasium in Amsterdam. Hij publiceerde in o.a. De Gids, Maatstaf, Hollands Maandblad en de Poëziekrant. Zijn dichtbundel Spreekt de troubadour werd genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs 2013. Sepers fotografeert ook en maakt poëziefilms. Enkele films zijn vertoond op het Nederlands Poëziefilm Festival.
ISBN 9789492241931| Paperback | 224 pagina's | Uitgeverij Magonia | februari 2026
© Marjo, 6 mei 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Wreetmod de pestkop en Soedirs amandelen
Marius Atmoredjo
De ik-figuur die het verhaal vertelt, is de oudere broer van Soedir. Met hun ouders en nog acht broers en zussen wonen zij in het dorp Kebonredjo. Soedir is tien jaar, en erg kwetsbaar omdat hij niet gezond is. De leefomstandigheden doen hem ook geen goed, het gezin is erg arm, hun vader heeft zwaar en onderbetaald werk. Ze hebben niets, alleen honger.
Hun huisje heeft de vader eigenhandig gebouwd, en zoals alle hutten in het dorp is het niet meer dan een bouwsel van ruwe planken, met er bovenop verroeste zinkplaten en palmbladeren. De vloer bestaat uit rode aarde, die aangestampt is en zo hard als steen.
De jongens gaan naar school, die wèl gebouwd is met baksteen en hout, en een fatsoenlijk dak erop heeft. Zo zal het huis van de verteller er later ook uitzien, denkt hij. En amandelbomen, zoals die bij school staan, wil hij ook. Die geven een fijne schaduw en ze dragen lekkere vruchten.
Het lijkt een idyllische plek, maar dat is het niet: de juf van Soedir is wel heel aardig, maar de juf van de hogere klassen is wreed.
Op straat hebben de jongens last van twee pestkoppen, die het vooral gemunt hebben op Soedir, immers een makkelijk slachtoffer!
De jongen vertelt dat de lessen op school in het Nederlands gegeven worden, niet hun eerste taal: hun grootouders zijn als contractarbeiders uit Java naar Suriname gehaald.
Hun cultuur speelt nog een grote rol. Als je verder niets hebt, biedt de natuur nog uitkomst – er komen heel veel exotische namen van fruit en dieren voorbij, met gelukkig een woordenlijst achterin. Helaas zitten er in een oerwoud ook vele parasieten, die het niet alleen op de gewassen, maar ook op de mensen gemunt hebben.
Maar: hoe moeilijk de jongens het ook hebben, het verhaal is optimistisch: ze hebben elkaar immers!
En hun dromen.
Een novelle, niet meer dan zeventig pagina’s, maar zeker voor de kaaskoppen onder ons een bron van veel informatie. Het verhaal speelt zich af in 1960 en benoemt het klassenverschil in Suriname.
Atmoredjo heeft niet veel woorden nodig om een volledige wereld te scheppen, een wereld van armoede, cultuurverschil en ondanks alles: hoop.
Marius Atmoredjo (1959, Lelydorp in Suriname) debuteerde in 2022 met de dichtbundel Loslaten zullen ze nooit meer. Zijn inspiratie om te schrijven put hij uit de verhalen van zijn ouders Legijar en Marie Atmoredjo. Zo ook het verhaal Wreetmod de pestkop en Soedirs amandelen.
Dit boek heeft NUR 301, maar ook 280, is dus eveneens geschikt voor jongeren.
ISBN 9789493368330 | Paperback | 70 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | maart 2026
© Marjo, 5 mei 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Botjesstraat deel 1
De dochter van de herbergier
Marja Visscher
Een onvervalste historische roman waarvan het verhaal zich afspeelt in de Zeeuwse gemeente Hoeksche Waard en wel aan het begin van de negentiende eeuw.
We maken kennis met de familie Saarloos. Vader en moeder runnen een gewaardeerde herberg. Hun veertienjarige dochter Willempje (Wilhelmina) Saarloos houdt van de herberg en is vast van plan om veel geld te sparen, zodat ze ooit eens haar eigen herberg kan beginnen. Maar daar heb je wel geld voor nodig. Willempjes grote droom is ergens als dienstmeisje te gaan werken, het liefst in een mooi huis bij een rijke familie, zodat ze haar eigen inkomen heeft. Ze wil niet in Zwartsluisje blijven, dat is haar te benauwd.
Haar ouders zijn niet blij met de 'wilde' plannen van hun dochter maar wat Willempje in haar hoofd heeft, zal gebeuren. En zo komt het dat ze op een dag haar kleren bij elkaar pakt en zich door haar vader naar de grote boerderij van echtpaar 't Hart. Mevrouw 't Hart is zwaar reumatisch en erg blij met de komst van Willempje.
De verhouding tussen haar mevrouw en Willempje is uitstekend, maar in de boerderij zelf hangt een verstikkende sfeer. Vader en zoon kunnen elkaar niet luchten of zien. Willempje meent uiteindelijk te begrijpen waarom de onderlinge situatie zo enorm gespannen is. Maar heeft ze het bij het rechte eind?
Het boek leest als een trein. Je duikt in het verhaal en het is moeilijk om te stoppen. Maar dat komt vooral door het geweldige inlevingsvermogen van Marja Visscher. Ze weet zich uitstekend te verplaatsen in de tijd. Ze tovert de negentiende-eeuwse gewoonten en gedragingen heel levendig tevoorschijn inclusief al zijn ups en downs die destijds veelvuldig voorkwamen. Je bevindt je bij het gezin in de herberg, voelt de drukte die de gasten met zich meebrengen en ook de onderlinge omgang in het buurtschap is krachtig beschreven.
Maar het verhaal zelf rammelt op gegeven moment. Aanvankelijk voelt het goed, de gebeurtenissen die Willempje meemaakt zijn geloofwaardig en soms aangrijpend. Je leeft enorm mee met Willempje en voelt als het ware wat zij allemaal doormaakt. Maar dan krijgt het verhaal een twist waardoor de geloofwaardigheid bijna wegvalt. De omwenteling gaat erg snel en de verklaring voor bepaalde zaken zijn onwaarschijnlijk. Afgezien van het feit dat het wel de nodige beroering en spanning teweeg brengt, voelt het toch lichtelijk ongeloofwaardig. Maar verder is het een wel een fijn boek om te lezen.
Dit boek is het eerste deel van een trilogie en ik wil toch zeker de volgende delen lezen, daarvoor heeft de schrijfster me wel te nieuwsgierig gemaakt naar het verdere wel en wee van de hoofdrolspelers in dit boek.
Marja Visscher (Rotterdam 1951) is schrijver en journalist. Haar brede historische interesse brengt haar geregeld op het spoor van interessante personen met een bijzonder verhaal.
ISBN 9789465410241 | Paperback | 273 pagina's | Davey Jones Publishing | 5 februari 2026
© Dettie, 3 mei 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER