Het huis Chouette
Vertel me over jou
Chiara Gamberale
De dertiger Chiara, schrijfster, baseert haar boeken op haar leefwijze. Ze woont op een zolderkamer en voert daar eindeloze gesprekken met vrienden en vriendinnen. Iedereen is welkom, het leven is zorgeloos en vrij. Maar dan is ze onverwacht zwanger en bevalt van Meisje, met wie ze onmiddellijk een heel speciale band heeft. Chaira is Meisje en andersom. De vader is op de zijlijn aanwezig.
Leven met een kind vraagt om andere regels, een andere manier van leven. Ineens zijn er voorwaarden en vaste tijden. Chiara verhuist zelfs naar de Trieste Wijk ofwel de keurige wijk met tuinen, de wijk waar ze opgroeide. Haar moeder komt maaltijden brengen.
Dit nieuwe leven verwart Chiara, ze wil trouw blijven aan zichzelf, maar hoe doe je dat als er een mensje afhankelijk is van jou? Het volwassen leven benauwt haar. Ze kan ook niet meer schrijven, want haar inspiratie is met het vertrek van de zolderkamer verdwenen.
Uiteindelijk besluit ze zes personen uit haar jeugd op te sporen en hen te vragen hoe zij het hebben gedaan. Hoe zijn zij met hun dromen omgegaan? Vertel me over jou, is haar vraag. Van zichzelf geeft ze overigens aanvankelijk weinig prijs.
Het is fascinerend om te lezen hoe de levens van deze personen verlopen is. Hoe hun dromen verdwenen, maar misschien blijkt de werkelijkheid wel beter...
Wat is er gebeurd met het meisje waar een vriend zo verliefd op was? Op haar beurt was Chiara verliefd op die vriend. Het meisje is nog steeds onweerstaanbaar mooi, maar blijkt ook een bijzonder mens te zijn, vele gesprekken volgen. Het leven van de vriend is een heel andere kant op gegaan, maar wel naar zijn tevredenheid. De gesprekken zijn intens en maken indruk.
Het bijzondere is dat Chiara een scherpe blik op deze zes mensen heeft, ze doorziet ze als het ware. Ze heeft het door wanneer het verhaal van de ander niet helemaal klopt, maar leert ook veel van de aanpassingen die zij hebben gedaan. Langzamerhand leert Chiara hoe een volwassen leven kàn zijn. Dat je niet per se ongelukkig hoeft te zijn als het leven anders loopt dan waaraan je dacht te moeten voldoen. Je kunt evengoed jezelf trouw blijven, maar dan anders dan je voor ogen had.
Het boek heeft een bijna filosofische inslag en vele dieper lagen. Een indrukwekkend boek om meerdere keren te lezen.
Chiara Gamberale (1977) is populaire schrijfster en presentator voor radio en tv. Vertel me over jou is Gamberales eerste vertaling in het Nederlands.
ISBN 9789025477516 | Paperback met flappen | 240 pagina's | Atlas Contact | 19 september 2025
Vertaald door Manon Smits
© Dettie, 7 februari 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De onderwijzer van Auschwitz
Gebaseerd op een waargebeurd levensverhaal
Wendy Holden
Wendy Holden, die al meerdere historische romans op haar naam heeft staan, weet met de proloog in De onderwijzer van Auschwitz je als lezer in het verhaal van Fredy Hirsch te trekken en vast te houden:
Mijn naam is Alfred Hirsch, maar mijn vrienden noemen me Fredy. Wees alsjeblieft zo goed om mijn naam te onthouden. Het woord ‘Hirsch’ betekent hertenbok in het Duits, en net als een hert ben ik een groot deel van mijn leven op de vlucht geweest.
Vandaag zal de jacht op Fredy Hirsch eindigen met een moord. Ik ben niet bang voor mezelf, maar voor de kinderen die ik onder mijn hoede heb. Sinds de wereld in brand kwam te staan, gaat al mijn aandacht naar hen uit, en ik durf niet te denken aan wat er met hen zal gebeuren.
Mijn naam is Fredy Hirsch. Ik ben achtentwintig jaar oud. Ik ben een leraar. Ik ben een dromer. Ik ben niet zomaar een getal. En de gele driehoek die ik gedwongen ben te dragen, bepaalt niet wie ik ben.
Mijn naam is Fredy Hirsch, en ik heb gestreden om iets van normaliteit en fatsoen te bewaren in deze helse wereld. Ik heb liefgehad, gelachen en gehuild, en ben al duizend keer bijna gestorven.
Mijn naam is Fredy Hirsch. Ik ben een fatsoenlijk mens. Wees alsjeblieft zo goed om mijn naam te onthouden …
En waarom zouden wij de naam van Fredy Hirsch moeten onthouden? Die vraag neem je door het hele boek mee en kan je na elk hoofdstuk een stukje verder beantwoorden.
Holden laat in De onderwijzer van Auschwitz zien dat mensen, midden in het absolute kwaad, kracht kunnen hebben om vast te houden aan menselijkheid, aan waardigheid en aan zorg voor kinderen. Zij doet dit aan de hand van het waargebeurde verhaal van de jonge Fredy Hirsch, een homoseksuele, Joodse man die in Auschwitz een kinderbarak weet te creëren: een kleine, bijna onvoorstelbare oase van spel, zang, toneel en onderwijs in de schaduw van de gaskamers. De kinderen zingen, leren, maken toneelstukjes en krijgen zo, voor even, hoop èn een glimp van het normale leven in een omgeving die volledig gericht is op vernietiging. Fredy heeft heel duidelijk voor ogen welke volwassenen uit het kamp hem kunnen helpen en weet zo de juiste mensen om zich heen te krijgen:
‘Over wat voor onderwerpen moeten de lessen gaan?’
‘Alles waarmee we ze kunnen afleiden of een beetje hoop kunnen geven', antwoordde ik. ‘Liefst vullen we ook de hiaten in hun scholing zoveel mogelijk op, dus wiskunde, literatuur, natuur- en scheikunde, kunst – het standaard lesprogramma. En geen onderwerpen die mogelijk als controversieel worden gezien.’
‘En wat houden wij eraan over?’ bromde een man. Ik sloeg zijn gezicht in mijn geheugen op en besloot om geen gebruik te maken van zijn diensten.
‘Niets, behalve de dankbaarheid van de kinderen.’
‘Geen extra voedsel?’
‘Zeker niet. Het voedsel is alleen voor de kinderen. Geen van de helpers of de leraren zal ook maar iets krijgen, en iedereen die betrapt wordt op stelen, kan vertrekken. Dat is mijn strengste regel.’
In het boek maakt Holden gebruik van verschillende tijdslijnen, die elkaar afwisselen. Zo lezen we over Fredy’s jeugd tot aan zijn tijd in Auschwitz. Door de afwisselingen begrijp je zijn ontwikkeling en zijn keuzes in het kamp veel beter. De verteltrant is sterk persoonsgericht: je ziet de gebeurtenissen vooral door Fredy’s ogen.
Het is heel mooi dat Holden aan het eind van het boek getuigenissen van overlevenden, een tijdlijn, een lijst van personages en een bibliografie toevoegt. Dat benadrukt dat er uitgebreid onderzoek is gedaan in historische bronnen.
De onderwijzer van Auschwitz is een belangrijk en ontroerend eerbetoon aan Fredy Hirsch en de kinderen die hij probeerde te beschermen. Een boek dat echt gelezen moet worden.
Mijn naam is Fredy Hirsch. Ik ben een fatsoenlijk mens. Wees alsjeblieft zo goed om mijn naam te onthouden …
ISBN 978 94 027 1883 6 | NUR 302| Paperback | 329 pagina’s | Uitgeverij HarperCollins | januari 2026 |
Vertaald door Karin de Haas
© Els ten Voorde, 5 februari 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De DallerGut Dromenwinkel
Kind van duizend meren
De meisjes van Wijnberg en Montalcini
Heleen Wagemans
1931 Twee meisjes, beiden groeien op in een gezin waar heel weinig geld te besteden is.
Dirkje Buter woont in Urk samen met vijf broertjes en zusjes. Haar vader is visser, haar moeder garnalenpelster. Als Dirkje bij de familie Wijnberg als dienstmeisje kan gaan werken scheelt dat weer een mond om te voeden. Wijnberg is een kunsthandelaar.
Jopie woonde in Asterdorp in Amsterdam Noord. Asterdorp is in 1927 is opgericht voor 'ontoelaatbaren' ofwel straatarme of asociale Amsterdamse gezinnen die in Asterdorp de kans kregen heropgevoed te worden. De controle was streng. - Het heeft iets weg van de kolonie van Weldadigheid dat een eeuw eerder om dezelfde reden was opgericht. -
Flora de Miranda, maatschappelijk werkster en opzichter van Asterdorp, bezorgt Jopie een baan als dienstmeisje, bij de familie Montalcini. Montalcini was een Joods-Italiaanse instrumentenmaker. Maar Jopie moest eerst het vak leren bij de 'uitstekende' Dirkje. Zo leren de meisjes elkaar kennen en ontstaat een hechte, levenslange vriendschap.
Voor beide meisjes is het leven bij de rijke werkgevers totaal anders dan thuis. Dankzij deze twee meisjes leren wij over de toestand in het Amsterdam van voor de Tweede Wereldoorlog. De bescheiden Dirkje maakt de opkomst van de vrouwenbeweging mee dankzij Zelda Wijnberg. Ook assisteert zij Johannes Koetsveld de rode dominee in Buiksloot.
Dirkje merkt dat de kunsthandelaar steeds vaker geheimzinnige 'zaken' doet. Sal, de 'Eierenjood’, bokser bij Olympia, later actief in het verzet en knokploegleider, heeft daar ook mee te maken. En zo leren we langzamerhand dat in Duitsland de situatie voor Joodse mensen steeds ondraaglijker wordt. Dat hun kunstwerken in beslag genomen worden. Wijnberg helpt dit te voorkomen. Later gaat hij in het verzet, net als Sal, inmiddels de aanstaande van Jopie. Ook verzorgt hij onderduikadressen en vluchtwegen voor de joodse mensen die steeds verder in het nauw worden gedreven.
Dirkje maakt kennis met de vrouwenbeweging, dankzij Zelda Wijnberg. Zelda is ook degene die erop staat dat elk kind verplicht leert zwemmen. Met haar inmiddels echtgenoot Johannes zorgt ook Dirkje voor opvang van Joodse mensen. Inmiddels is ook De Miranda flink bezig als wethouder voor de SDAP. Hij is ook degene die achter het tot stand komen zat van het Amstelparkbad, het latere Mirandabad. We leren ook hoe het na de oorlog de wereld in Amsterdam veranderd is.
Het is enorm interessant om te lezen hoe de gevestigde orde losser werd en de sociale voorzieningen voor de minderbedeelden vooruit ging. Het is een verhaal dat indruk maakt en gelezen moet worden. Daarnaast is het een soms vermakelijk, maar ook indrukwekkend verhaal over een vriendschap die door dik en dun gaat.
Ik ben zelf opgegroeid in Amsterdam-Noord en dat maakt voor mij het boek des te leuker om te lezen vanwege de vele herkenbare plekken die genoemd worden. Het kerkje in Buiksloot, de markt op het Mosveld etc. De buurt waar Asterdorp was werd nog heel lang het A-dorp genoemd ofwel het asociale dorp.
Erg prettig is ook de introductie van de belangrijkste personages voorin het boek.
Kortom, een zeer aangenaam én leerzaam boek.
ISBN 9789463658348 | Paperback | 379 pagina's | Elikser | 15 december 2025
© Dettie, 13 januari 2025
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De stiltefabriek
Bridget Collins
De hoofdpersoon van dit verbijsterende verhaal is audioloog Henry Latimer.
Hij woont en werkt bij zijn schoonvader, bij gebrek aan beter, hij heeft namelijk geen opgeleiding genoten. Onlangs heeft hij een groot verlies geleden, zijn vrouw overleed bij de geboorte van hun eerste kind.
Het kind werd meteen weggebracht, zodat hij met zijn schoonvader achterbleef.
Het verhaal speelt in een tijd waarin de koetsen ratelden over de straatkeien. Londen is een vieze, lawaaierige stad en het is niet vreemd dat hij met graagte ingaat op het aanbod van een vreemde heer, die hulp zoekt voor zijn dove dochter.
De man, sir Edward, heeft in het noorden van het land een zijdefabriek. Dat textiel wordt niet door rupsen geweven, maar door spinnen, en het heeft bijzondere eigenschappen: het neemt geluid weg!
Henry is niet alleen onder de indruk van de zijde, maar ook van de heer Edward zelf.
Maar is die meneer wel helemaal zuiver op de graat?
Henry ziet wel dat het in het dorp niet goed gaat: veel mensen zijn doof, soms worden ze zelfs krankzinnig en plegen zelfmoord. En in de fabriek werken hele jonge kinderen. Maar ja, dat hoort er nu eenmaal bij als je een goed product maakt waar anderen hun voordeel mee kunnen doen.
‘Ik ben niet zo naïef dat ik niet begrijp dat er aan elke vooruitgang een prijskaartje hangt.’
Maar Henry is niet alleen naïef, hij is ook in de ban van sir Edward en dus goedgelovig. Ook al waarschuwen mensen hem, bijvoorbeeld de gouvernante van sir Edwards dochtertje.
‘U moet naar huis teruggaan’. Maar natuurlijk doet Henry dat niet.
Het verhaal over de spinnen, hoe ze ontdekt zijn en in Engeland terecht zijn gekomen, staat in hoofdstukken tussen het verhaal van Henry en de stiltefabriek.
In beide verhalen wordt de sfeer in toenemende mate beklemmend en dreigend, en als lezer kun je het boek niet meer wegleggen. Hoe kan het dat die zijde magisch is, en wat kun je er mee?
Wat gebeurt er in de fabriek? Hoe loopt dit af?
In een prachtige taal vertelt Bridget Collins een magisch verhaal, dat evenwel wel degelijk raakvlakken heeft met de realiteit van de geschiedenis: kinderarbeid en de kloof tussen arm en rijk, clandestiene homoseksualiteit. Over uitvindingen die op de juiste manier gebruikt kunnen worden, maar die in de handen van de verkeerde persoon veel kwaad veroorzaken.
Daarnaast is er de uitwerking van een karakter, van een slapjanus tot een krachtig persoon.
De omslag van ‘de stiltefabriek' is genomineerd voor Mooiste Boekomslag 2025.
Bridget Collins (1981 Kent, Engeland) studeerde Engelse letterkunde in Cambridge en volgde een acteursopleiding aan de kunstacademie van Londen. Ze woont in Tunbridge Wells, Kent. Haar spectaculaire debuutroman De boekbinder was een internationale bestseller en stond op de shortlist voor het Waterstones Book of the Year in 2019. De stiltefabriek is haar derde roman.
ISBN 9789044369991 | Paperback |384 pagina's | Uitgeverij House of the Books | oktober 2025
Vertaald uit het Engels door: Marga Blankestijn
© Marjo, 9 januari 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Nausikaä en de grote goden
Pim Wiersinga
Wie ooit Homerus heeft gelezen, herkent het een en ander: de versvorm, de dactylische hexameter (hoewel niet altijd precies kloppend) en de uitroepen als ‘O, muze’. Ook de naam Nausikäa klinkt dan waarschijnlijk bekend in de oren, zij is een personage uit de Odyssee, de koningsdochter die Odysseus op het strand aantreft en hem helpt terug te keren naar Ithaka.
De Nausikaä uit het boek is louter een naamgenoot. Ze staat voor de moderne vrouw, die haar weg zoekt in het leven. Zij wil weten wat de waarheid is en dan zelf keuzes maken.
Zij reist met haar tante Hypsikratea, de verteller van het verhaal, vluchtend voor de Romeinen, via Sinope naar Herakleia. Haar tante heeft haar weggehaald uit Amisos, een lusthof, zij hoort daar niet thuis.
Hypsikratea is de opperstalmeesteres, de jongste zus en misschien ook de vrouw van Mithradates, die ook de lang geheim gebleven vader van Nausikaä is.
Koning Mithradates VI van Pontos (134 – 63 BC) is een twijfelachtig figuur. Het is onduidelijk of hij gezien moet worden als een democratische vorst ofwel een massamoordenaar. Rome was zijn grote vijand. In 88BC gaf de koning opdracht tot de moord op tienduizenden Romeinen in Klein-Azië.
Zijn motief: een eind maken aan de uitbuiting waaraan Romeinse bankiers en andere oligarchen zich bezondigden.
Moord – en oorlog - was blijkbaar gerechtvaardigd, terwijl hij weigerde om waterputten te vergiftigen, een nog doeltreffender methode.
In Nausikaä en de grote goden voert het meisje onderweg gesprekken met haar tante, over wie ze is, en wie of wat ze zou moeten zijn.
Ook is er een rol weggelegd voor de meer frivole Luna, een vriendin uit Amisos. Nausikaä bevraagt zichzelf over deze vriendschap, die duidelijk een lesbisch tintje heeft.
Op de achtergrond lezen we over historische feiten: de verwoesting van Kabeira door de Romeinse generaal Lucullus, en de machtsstrijd tussen de Galaten en de Romeinen in Pergamon.
En ja, het is pittig. Heb je geen voorkennis over de boeken van Homerus, of überhaupt over de mythologie, dan is het zelfs een flinke kluif. Dat ligt aan de vorm – hoewel de verzen niet storen, eerder het lezen vergemakkelijken - en aan de namen van personen en plaatsen – helaas ontbreekt een overzichtskaart. Toch is de thematiek actueel: een jongedame die op zoek is naar zichzelf
Pim Wiersinga (1954 - 2024) debuteerde in 1992 met de roman Honingvogels, genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. Hij werd bekend door zijn epische roman Gracchanten (1995).
Bij uitgeverij In de Knipscheer verschenen de romans Het paviljoen van de vergeten concubines (2014), Eleonora en de liefde (2016) en Zena’s Arena (2022).
ISBN 9789493368347 | Paperback | 140 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | november 2025
© Marjo, 2 januari 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Jij blijft
Vriendinnen
Kleurhonger
Rachel de Meijer
Eva is veertien als ze voor het eerst alleen naar de tandarts gaat. Ze was altijd al bang voor een tandartsbezoek, maar het viel mee deze keer. Geen gaatjes. Maar wel een fluorbehandeling waarvoor ze een soort mal op haar gebit kreeg en niets kon zeggen.
Maar dat kan de tandarts wel:
‘Jouw vader en moeder waren fout in de oorlog. Dát is pas erg’
(--)
‘Ze hebben je natuurlijk niets gezegd hè, mooi weer spelen tegen hun dochter, maar bij jouw ouders liepen de Duitsers de deur plat in de oorlog hoor. Je moeder had zelfs verkering met een Duitser. Ze waren zo fout als wat en ze hebben er nauwelijks voor geboet!’
Eva had wel door dat dit erg was, maar inderdaad wist ze van niets. Haar ouders geven het toe: ze waren beiden lid van de NSB. Alleen al dat lidmaatschap werd zwaar bestraft na de oorlog, en in het kamp waar ze naar toe gestuurd werden hebben ze elkaar leren kennen.
Nu het verleden zomaar op tafel ligt, verandert Eva’s leven: haar moeder is zodanig van slag dat ze in een kliniek belandt.
Later zal Eva uitzoeken wat er allemaal gebeurd is. Ze leest over het kamp, en over andere dingen die met de oorlog te maken hebben.
Toen Eva jonger was ging het gezin ieder jaar naar de Veluwe. Haar vader maakte foto’s, maar omdat hij het niet leuk leek te vinden nam Eva die taak over. En sindsdien is ze niet gestopt met foto’s maken: van haar moeder vooral, maar later ook van haar vader. En van zichzelf, via de spiegel.
Ze probeert van fotografie als kunstvorm haar leven te maken, maar loopt vast.
Is het doordat ze in de foto’s toch haar ei niet helemaal kwijt kan? Moet ze eerst uitzoeken wat haar achtergrond is voor dat gaat lukken?
Dan zal haar moeder kleur moeten bekennen...
De moeder is Josephine. Fien. Zij heeft nog meer geheimen. De beerput wordt opengetrokken. Maar is het eigenlijk allemaal wel zo erg?
Er zijn drie vrouwen die hun verhaal vertellen. Vooral Eva, maar ook Fien en Sterre. Rachel de Meijer heeft informatie gezocht – en gevonden – in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging. De roman is gebaseerd op wat zij daar tegenkwam maar dit verhaal is niet echt gebeurd (al had dat zomaar gekund).
De thematiek: wat een verzwegen oorlogsverleden doet met generaties die daarna komen.
Het had een loodzwaar verhaal kunnen zijn, maar dat is het gelukkig niet. Tenminste niet als je als lezer dit soort ervaringen niet hebt.
Rachel de Meijer (1964) is redacteur bij de NOS. Eerder schreef zij Tussenland, Een Reis Door Zeeuws-Vlaanderen, een non-fictieboek met verhalen over de streek waar zij vandaan komt. Een gebeurtenis die ze in dit boek beschrijft vormde het beginpunt van deze debuutroman.
ISBN 9789492241894 | Paperback | 256 pagina's | Uitgeverij Magonia | september 2025
© Marjo, 10 december 2025
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Een herfst om je te vergeven
Morgane Moncomble
De dag dat Edinburgh Academy een nieuwe leerling verwelkomt, is het begin van een golf van pesterijen. Het staat Rory Cavendish namelijk helemaal niet aan als hij ziet wat voor indruk de nieuwe leerling maakt op Lou McAllister.
Rory beschouwt hèm namelijk als zijn speeltje, hij weet dat Lou verliefd is op hem. Dus wat moet hij met dat meisje?
‘Dan zie ik zijn ogen... en meteen weet ik dat ik een fout heb gemaakt. Ik weet het zodra ik zie hoe Rory naar Camelia kijkt. Koud. Leeg. Kaken op elkaar geklemd.’
Vijf jaar later wordt Camelia benaderd door een vrouw die haar vertelt dat Rory dood is, en dat Camelia in zijn testament vermeld wordt.
Ze is verbijsterd. Het kan niet zo zijn. Rory haatte haar.
Maar hij wist ook dat ze bijna ziekelijke nieuwsgierig is. En ja, ze verschijnt dus bij de notaris.
Zoals ze verwacht had, ziet ze daar naast zijn ouders Rory’s tweelingbroer Alastair, en de andere leden van de vriendenclub rond Rory: Gideon en Skye. Maar Lou, die daar ook bij hoort, die is er niet...
‘Als dit testament wordt voorgelezen, is een van jullie erin geslaagd me te vermoorden. Gefeliciteerd!
Ik sterf gelukkig, omdat ik weet dat ik geliefd was en jaloezie opwekte – zoals alle groten der aarde.’
De laatste zin is gericht aan Camelia: ‘Doe je best, Sherlock.’
In de persoonlijke brief, die zij net als de anderen krijgt, staat niet uitdrukkelijk dat hij haar aanwijst als degene die zijn dood moet onderzoeken, maar de kriebels zijn er al. En dat neemt toe als Skye tegen haar zegt dat Lou in de gevangenis zit, als vermeende dader.
Als aankomend advocaat meldt ze zich bij de gevangenis, ze wil Lou verdedigen. Hij accepteert haar, en vervolgens grijpt hij de kans aan om te ontsnappen.
Samen gaan ze het onderzoek aan, aan de hand van een aantal raadsels die Rory heeft nagelaten. Eén van de clubleden moet de dader zijn, een van de clubleden Gideon, Alastair, Skye of Lou. Of Camelia, die zo graag erbij wilde horen.
Camelia wil de waarheid boven tafel krijgen, maar vooral ook wraak nemen, op Lou, die haar grootste kwelgeest was.
Een detectiveroman, met nadruk op dat laatste. Er ontstaat een haat-liefdeverhouding tussen Camelia en Lou die niet goed weten wat ze aan de ander hebben. De een zoekt wraak, de ander vergiffenis.
Een verhaal over botsende polen, met veel verhitte scenes, en intussen de langzame ontrafeling van het moordmysterie.
Voor in het boek - dat wel wat doet denken aan de Verborgen Geschiedenis - vind je een playlist, die te maken heeft met de voorkeur van Lou voor muziek. Daartegenover staat de leeswoede van Rory, die volop strooit met citaten. Het is meeslepend geschreven, en natuurlijk wil je weten hoe het met de twee thema’s afloopt, dus voor je het weet is het boek uit. Gelukkig heeft de schrijfster al meer delen geschreven, wachten is het op de vertaling.
Extra puntje: De omslag is echt herfstig, in mooie kleuren, ook op de zijkanten van het boekblok die bewerkt zijn met verf, door middel van een spuitprocedé.
Morgane Moncomble (1996) is een Franse auteur van new romance. Ze studeerde literatuurwetenschappen aan de Sorbonne. In 2016 maakte ze veel naam op het schrijfplatform Wattpad met haar debuutroman Viens, on s'aime. Sindsdien veroverde ze met haar boeken de harten van 1,8 miljoen Franse lezers.
ISBN 9789464106022 | Paperback | 400 pagina's | Uitgeverij Horizon | september 2025
Vertaald uit het Frans door Henriette Gorthuis
© Marjo, 23 november 2025
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Thuisreis
Ton van Reen
Thomas Waagmeester was in zijn werkzame leven musicoloog en schrijver van boeken over componisten. Nu slijt hij rustig zijn gepensioneerde leven. Alleen, zijn vrouw leeft niet meer.
Op het moment dat hij een rouwbrief ontvangt wordt hij teruggeworpen in de tijd.
Leo, zijn jeugdvriend, is overleden. Maar waarom hij nu die kaart krijgt?
‘Waarom trilde hij zo? Waarom zoveel emotie? Waarom herinnerde hij zich nu alles? Het was alsof hij een doos met bijna vergeten of bewust vergeten foto’s had gevonden.
Zelfs de geuren die om Leo hingen, rook hij nu weer. De geuren die in de potjes van de fabriek zaten. Vanille, framboos, sinaasappel. Leo rook altijd naar de geur die er op dat moment in de fabriek werd gemaakt.
Thomas herinnerde zich alles waarvan hij dacht dat hij het vergeten was. Het kwam aan als een klap op zijn hoofd.’
Hij is al 50 jaar niet meer in dat dorp geweest, had ook geen contact meer met Leo, die afkomstig was uit een gezin van hogere stand. Zijn vader was directeur van een aromafabriek, terwijl Thomas 'maar' een arbeiderszoon was.
Groot is zijn verbazing dat hij ook nog uitgenodigd is voor de koffietafel. Maar hij kent Leo’s familie toch niet? En zij hem niet.
Toch gaat hij naar zijn geboortedorp, waar de uitvaart zal plaatsvinden.
Zo begint de reis. Naar het verleden. Is het ook een thuisreis?
Zullen de vragen die hem nu - opnieuw - dwars zitten beantwoord worden?
Onderweg en later in het dorp zijn er toevallige ontmoetingen. De gesprekken die hij voert helpen hem de dingen op een rijtje te zetten. Naast deze mensen van vlees en bloed heeft hij ook gezelschap van zijn dierbare overledenen, zijn echtgenote Agnes, hun zoon Theo, en nu duikt ook jeugdvriend Leo op. Thomas vindt het niet vreemd dat hij hele gesprekken met hen voert, maar zijn dochter Anne twijfelt: is haar vader aan het dementeren? Zij komt met haar zoon ook naar het dorp...
De veertienjarige Tom en zijn opa kunnen het goed vinden met elkaar. Als zijn kleinzoon wil weten of oma Agnes - inmiddels overleden - de eerste vriendin was van opa Thomas, bekent deze dat hij eerder verliefd was. Op Irene. Maar Thomas kwam uit een arbeidersgezin, en Irene was van een rijke familie. Zij werd naar kostschool gestuurd. In die tijd, vertelt Thomas, trouwde geld met geld:
‘Als kind van een arbeider had je vroeger geen kans om met een meisje van een hogere stand verkering te krijgen.’
Dat is nu nog zo, zegt Tom. Zijn vriendinnetje zit op atheneum, en haar moeder wil niet dat ze met Tom gaat die teruggezet is naar het VMBO.
Ton van Reen snijdt diverse thema's aan in De thuisreis. Naast sociale omstandigheden vooral het ouder worden.
Naarmate Thomas dieper in zijn herinneringen duikt, wordt het verhaal zelfs bizar. Prettig bizar, het zijn hallucinaties van een oudere man, die weet dat hij vergeetachtig wordt en begint te twijfelen aan zijn denkvermogen.
Het verhaal wordt voornamelijk verteld vanuit het gezichtspunt van Thomas, maar als alwetende verteller zorgt de schrijver er voor, met af en toe korte opmerkingen, dat de lezer niet vergeet dat hij er ook nog is. Dat geeft een extra dimensie aan het verhaal.
Ton van Reen (Waalwijk, 1941) schreef romans, kinder- en jeugdboeken en deed journalistiek werk voor o.a. de Volkskrant en de GPD-kranten. Bekende boeken van Ton van Reen zijn Het winterjaar, Roomse meisjes, In het donkere zuiden, Landverbeuren, In het spoor van de camisards, Katapult – Oproer in Amsterdam, Concert voor de Führer, Gestolen jeugd, De lichtverkoper, Dochters, Vlucht uit Montaillou, De verdwenen stad en Het nooit geschreven verhaal. De bende van de bokkenrijders werd verfilmd tot een veelbekroonde tv-serie.
Met Thuisreis viert Ton van Reen zijn 60-jarig schrijverschap en nadert hij zijn 100ste boektitel.
ISBN 9789493368361 | Paperback | 296 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | oktober 2025
© Marjo, 17 november 2025
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER