Auguste Viktoria.
De laatste keizerin van Duitsland
Haar leven en werk in Duitsland, haar ballingschap in Nederland
Alexandra von Ilsemann
Op 11 november 1918 werd Wilhelm II door graaf Bentinck ontvangen op kasteel Amerongen. In Duitsland was na de verloren Eerste Wereldoorlog een revolutie uitgebroken, de keizer was afgezet en de triomferende geallieerden wilden hem berechten als oorlogsmisdadiger. De keizer en zijn entourage vroegen en kregen asiel in Nederland. Een paar weken later volgde zijn vrouw, Auguste Viktoria (1858-1921), hem in ballingschap.
In het gevolg van Wilhelm II bevond zich ook zijn adjudant Sigurd von Ilsemann. Hij trouwde in 1920 met de dochter van graaf Bentinck, gravin Elisabeth Bentinck. Het is hun kleindochter, Alexandra von Ilsemann, die de auteur is van deze biografie over de laatste keizerin van Duitsland.
Over Wilhelm II is ontzettend veel geschreven. Over Auguste Viktoria veel minder. Dat ligt ook wel voor de hand, want Wilhelm II was de regerende keizer en het draaide in politieke en militaire kringen nu eenmaal om de keizer. Het is echter goed dat Auguste Viktoria nu uit zijn schaduw treedt, al speelt Wilhelm II ook in dit boek een prominente rol.
De keizerin was in Duitsland meer geliefd dan haar man. Dat had alles te maken met haar inzet voor de samenleving. Onder haar regie bouwde men in enkele jaren tijd tal van nieuwe kerken en rond die kerkgebouwen sociale centra: scholen, kleuterscholen, crèches, ziekenhuizen, opvanghuizen, bejaardenhuizen. Ze zorgde voor vakbekwaam personeel: maatschappelijk werksters, verpleegsters, diaconessen, onderwijzeressen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog zette de keizerin zich in voor zorg aan oorlogsgewonden. Ze bezocht de hospitalen, was zichtbaar bewogen met het lot van de gewonden en schakelde prinsessen en hofdames in voor de verzorging van gewonden.
De inzet van de keizerin was veelomvattend. Ze benadrukte het belang van borstvoeding, en gaf hierin zelf het goede voorbeeld. De hoge kindersterfte bestreed ze door kinder- en kraamklinieken te bouwen gecombineerd met opleidingscentra voor kraamverzorgsters en wetenschappelijk onderzoek naar goede zuigelingenvoeding.
Haar enorme inzet voor zieken, armen en oorlogsgewonden kwam voort uit haar diepgewortelde christelijke overtuiging, in de behoudend Lutherse variant. Het geloof betekende voor haar de opdracht om goed te doen en woorden om te zetten in daden.
Het geloof inspireerde haar ook om een toegewijde echtgenote en een zorgzame moeder voor de zeven kinderen te zijn.
Ze deed haar best om er als een verzorgde en aantrekkelijke vrouw uit te blijven zien, ondanks de bevallingen. Zo schreef ze aan haar man:
“Ja, schat, als ik anderen tevreden heb gesteld [met mijn verschijning], ben ik vooral blij voor jou liefje, want natuurlijk wil ik dat mijn liefje een goed uitziende vrouw heeft die met anderen kan wedijveren, ook al verbeeld ik me niet dat ik de jonge vrouwen versla”.
Wilhelm was die toewijding niet altijd waard. Hij was meer op zichzelf gericht en hield er zelfs minnaressen op na, die hem naderhand chanteerden met zijn liefdesbrieven. Met die gewoonte brak hij toen hij in 1888 tot keizer werd gekroond.
Volgens de auteur was het huwelijk van het keizerspaar redelijk harmonieus, maar was het niet vrij van spanningen, en leden beide ook onder de toenemende politieke, militaire en sociale druk. De keizerin kreeg “de ene zenuwcrisis na de andere” en de keizer leed aan “steeds terugkerende burn-outs.” De keizerin hield echter veel van haar man. De keizer steunde op zijn beurt zijn vrouw in de projecten die ze opzette.
De keizerin was heel sportief (paardrijden, tennis spelen en zeilen). De keizer was dat niet en dat had te maken met zijn verlamde linkerarm. Hij kon amper paardrijden, maar van een monarch werd wel verwacht dat hij een goede ruiter was.
De auteur heeft zich grondig verdiept in het leven van Auguste Viktoria. Zij brengt op basis van dat onderzoek correcties aan in het traditionele beeld dat van de keizerin bestaat. Haar geloof was geen bigotte vroomheid, maar oprecht en was haar tot steun in de moeilijke momenten van haar leven. Voorts had de keizerin veel meer invloed op haar man dan werd aangenomen. En tenslotte was de keizerin haar tijd vooruit in haar opkomen voor vrouwenrechten. Het was aan haar te danken dat vrouwen vanaf 1908 eindexamen mochten doen om daarna aan universiteit en hogeschool door te studeren.
Al lezend kom je onder de indruk van Auguste Viktoria. Een warme vrouw, die haar positie gebruikte om verbetering te krijgen in het lot van armen, zieken, oorlogsgewonden en achtergestelde vrouwen. Ze heeft geen gemakkelijk leven gehad: een wispelturige man, een verloren troon, een zoon die zelfmoord pleegde, een andere zoon die zich tot haar afgrijzen aansloot bij de nazi’s, een hartkwaal.
Alexandra von Ilsemann schreef het allemaal boeiend op. Ze ontdekte nieuwe gegevens, heeft oog voor anekdotes en is genuanceerd in haar beoordelingen. Wel komen er heel wat herhalingen voor in het boek.
De uitgever verdient naast de auteur ook een grote pluim! De hardcover heeft een robuust formaat, een prettige drukletter en is prachtig geïllustreerd.
Stichting Huis Doorn heeft de opdracht gegeven dit werk te vertalen in het Nederlands en verstrekte een bijdrage in de kosten. Het museum verzorgt dagelijks om 12.00 uur een special tour over het leven van de laatste Duitse keizerin. De gidsen kunnen zich met deze biografie vooraf grondig inlezen! En het zal voor de bezoekers vast te koop zijn in de museumshop.
Alexandra von Ilsemann studeerde geschiedenis, politieke wetenschappen en sociologie. Ze promoveerde op de Franse buitenlandse politiek tijdens het Congres van Wenen (1815). Na haar studie gaf zij enkele jaren les aan universiteiten in Azië.
ISBN 9780464566598 | Hardcover | Omvang 328 bladzijden | Uitgeverij Walburg Pers Zutphen | 16 oktober 2026
© Henk Hofman, 19 oktober 2026
Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.
Blaise Pascal
De grondlegger van onze moderne wereld
Graham Tomlin
Blaise Pascal is in 1623 geboren en overleed in 1662. Hij is nog geen 40 jaar oud geworden, maar in dat korte tijdsbestek blonk hij uit als een veelzijdige en briljante denker van formaat. Zijn interesses lagen op het gebied van de literatuur, de natuurkunde en de theologie. De auteur noemt hem “een van de opmerkelijkste mensen” die sinds de Middeleeuwen heeft geleefd. Het is bijna onbegrijpelijk dat Pascal in zo korte tijd, bovendien tobbend met een slechte gezondheid, zoveel werk heeft kunnen verrichten.
Elk hoofdstuk richt zich op een bepaald thema in het leven en denken van Pascal. Zo gaat het over zijn wetenschappelijke en literaire werk, zijn contacten met het Jansenisme (een hervormingsgerichte stroming binnen de Rooms-Katholieke Kerk), zijn kritiek op de Jezuïeten in zijn “Lettres Provinciales”, zijn verwijzen naar de grootsheid en gelijktijdige misère van de mens, en zijn verdediging van het christelijk geloof in de “Pensées”.
Regelmatig trekt de auteur lijnen naar de eigen tijd, waaruit blijkt hoe actueel Pascal in veel opzichten nog steeds is.
Pascal keert zich bijvoorbeeld tegen de sociale ongelijkheid van zijn dagen. Waarom krijg je privileges als je van adel bent, terwijl een ander daar zijn hele leven hard voor moet werken? Een hoge afkomst is ook geen garantie voor morele deugdzaamheid. “Wat is onverstandiger dan de oudste zoon van een koningin te kiezen om een staat te besturen? Om als kapitein van een schip op te treden, kiezen we toch ook niet degene van de passagiers die van de beste familie is?” Maar hij is fel tegenstander van oproer en revolutie. Het is beter om een idioot als koning te hebben, dan met een burgeroorlog te maken te krijgen.
Volgens Pascal veroorzaakt opstandigheid meestal meer problemen dan dat er problemen worden opgelost. Ongelijkheid en onrecht zijn moeilijk te verdragen, maar het streven om die uit te bannen, zet de deur open voor de ergste dictatuur. Totalitaire ideologieën uit de 20e eeuw en onze eigen tijd tonen de juistheid aan van deze observatie.
Eén van Pascals beroemdste uitspraken is dat alle ellende van de mensen maar één oorzaak heeft: ze zijn niet in staat om rustig in een kamer te blijven. Mensen zijn rusteloos op zoek naar verstrooiing en geluk, naar nieuwe ervaringen en uitdagingen. Het is voor Pascal een aanwijzing dat de mens voor iets groters is gemaakt, en op zoek is naar een harmonie die hij is kwijtgeraakt.
Daarmee raken we aan de vraag of de mens op zoek is naar God om rust te vinden in zijn leven. Volgens Pascal moeten mensen een belangenafweging maken. Het is verstandig om uit te gaan van de gedachte dat God bestaat. Je verliest er niets mee en kunt er het eeuwige leven mee winnen. In het tegenovergestelde geval win je niets, maar verlies je alles. Spelen je lusten je parten, doe dan alsof je nog maar acht dagen te leven hebt. De auteur werkt deze befaamde “gok van Pascal” boeiend en grondig uit.
Pascal heeft zelf op een nacht in 1654 een ingrijpende Godservaring gehad. Hij schreef het naderhand op en dit verslag is na zijn dood gevonden in de voering van zijn jas. Tomlin wijdt een heel hoofdstuk aan een grondige analyse van dit zogeheten “Mémorial”.
Deze “Nacht van Vuur” veranderde het leven van Pascal radicaal. De rede is niet het centrum van de menselijke identiteit, maar het hart. Want het hart heeft zijn redenen, die de rede niet kent. Hij legde zich zijn verdere leven toe op een sober, ascetisch leven en gaf aalmoezen aan daklozen en bedelaren. Volgens hem kon de mens veel van de dingen die hij dacht nodig te hebben, prima missen.
Zijn sterfbed was pijnlijk. Vandaag de dag, schrijft Tomlin, vinden we euthanasie dan een logische keuze. Volgens Pascal was het de vraag hoe je het beste met pijn kon omgaan. Hij vroeg niet aan God om de pijn van hem weg te nemen, maar dat hij die zou dragen als een christen.
Na zijn overlijden werd Pascal zowel vereerd als verguisd. Voltaire erkende zijn capaciteiten, maar had niets met zijn geloof in God. Nietzsche kritiseerde de zelfverloochening van Pascal en propageerde de Übermensch, die de beperkingen van de christelijke moraal moest overstijgen. Paus Franciscus schreef in 2023 een warm eerbetoon aan Pascal.
Graham Tomlin heeft een prachtig en boeiend boek geschreven. Hij is voor deze biografie ook de juiste auteur. Hij heeft het werk van Pascal grondig bestudeerd, hij begrijpt diens manier van redeneren en hij kan ook nog eens goed schrijven. Ik heb zijn boek met stijgende waardering gelezen.
Op bladzijde 71 staan verkeerde jaartallen: 1930 en 1940 moet 1630 en 1640 zijn. Op bladzijde 148 moet 1947 gelezen worden als 1647.
Pascal heeft ook veel aandacht gegeven aan de functie van het geweten. Volgens hem is het geweten het meest betrouwbare morele kompas dat de mens heeft. Tomlin besteedt aan dit aspect in het denken van Pascal weinig aandacht.
Tot slot de vraag of Pascal inderdaad de grondlegger van onze moderne wereld is. Zijn baanbrekend werk in de wiskunde, zijn natuurkundige experimenten, zijn ontwerp van een rekenmachine als aanzet voor de computer, zijn formule voor kansberekening die hun praktische vertaling kregen in het verzekeringswezen, geven aan dat hij inderdaad gezien mag worden als een (dus niet: de) grondlegger van de onze moderne wereld.
Graham Tomlin (1958) is een Britse theoloog en voormalig Anglicaans bisschop. Hij leidt een instituut dat zich richt op de relatie tussen geloof en hedendaagse cultuur. Zijn proefschrift ging over de visie van Paulus, Luther en Pascal op de theologie van het kruis.
ISBN 9789043544238 | Paperback | Omvang: 410 bladzijden | Uitgeverij Kok/Boekencentrum | 17 september 2026
Het boek is prima vertaald door Th. Van Eijzeren.
© Henk Hofman, 15 oktober 2026
Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.
Bankiers van God en Keizer
Het geld van de Fuggers 1475-1625
Peter F. Anthonissen
Dit boek is een stoere, stevige hardcover met het portret van drie Fuggers op de voorkaft.
De eerste van de drie afgebeelde personen is Hans Fugger, een eenvoudige boerenzoon die in 1367 het platteland verliet en zich in Augsburg vestigde. Hij werd er meester-wever en bouwde een bloeiend bedrijf op.
De tweede afgebeelde persoon is Jakob Fugger. Hij verwierf rechten op de inkomsten uit zilver- en kopermijnen in Hongarije, Bohemen en Silezië. In de textiel-en specerijenhandel nam hij een centrale positie in. Jakob had bovendien een goed oog voor nieuwe boekhoudkundige methoden en legde zich toe op een goed georganiseerd informatienetwerk binnen zijn sterk groeiende bedrijf. Jakob werd zelfs huisbankier van de Habsburgse dynastie. Zijn financiële ondersteuning was in 1519 onontbeerlijk om Karel V tot keizer gekozen te krijgen.
De derde persoon op de voorkaft is Anton Fugger. Hij breidde de onderneming uit met mijnondernemingen in Zweden en Noorwegen en knoopte handelsbetrekkingen aan met Peru en Chili. De Fuggers bereikten onder zijn leiding het toppunt van hun macht en rijkdom. Niet alleen de keizer, maar ook de paus werd afhankelijk van zijn geld.
De paus betaalde leningen terug uit de opbrengst van de aflatenverkoop. Dat inspireerde Maarten Luther om van leer te trekken tegen de paus, de kerk en hun financiers. In enkele pamfletten keerde Luther zich fel tegen de Fuggers en beschuldigde ze van uitbuiting, prijsopdrijving, woekerrentes en monopolievorming.
Deze drie personen staan centraal in het boek van Peter Anthonissen over de Fuggers. Zijn boek bevat echter veel meer dan een biografisch overzicht van drie bankiers. Anthonissen bespreekt de politieke, militaire, sociaaleconomische en culturele wereld waarin de Fuggers opereerden. En dat doet de schrijver op een meeslepende wijze, waarbij hij oog heeft voor kleurrijke details en anekdotes. Vaak zijn die aanvullende gegevens ondergebracht in kaders die zich typografisch onderscheiden van de doorlopende tekst.
Zo lezen we over de machtige keizer Karel V. In zijn rijk “ging de zon niet onder”. Op portretten is te zien dat de keizer een geprononceerde onderkaak had. De befaamde “Habsburgse kin”, wellicht het gevolg van inteelt. De keizer had moeite om zijn mond te sluiten, morste voortdurend zijn eten en at daarom zo veel mogelijk alleen. Een baard moest de kin camoufleren, maar verhielp niet dat de keizer slecht verstaanbaar was.
Regelmatig trekt de auteur lijnen door naar het heden. Zo stelt hij de vraag of Anton Fugger de rijkste man is die ooit geleefd heeft. Zijn conclusie is dat de oliemagnaat John D. Rockefeller (1839-1937) hoge ogen gooit en Elon Musk ook in de buurt van “rijkste man ooit “ komt. Maar Anton is vermoedelijk toch de rijkste man aller tijden geweest.
Frappant is dat een nazaat van de Fuggers in 1944 betrokken was bij een aanslag op Hitler. Hij werd gearresteerd en gevangengezet. Na de oorlog was hij medeoprichter van de CSU in Beieren.
De Fuggers kunnen beschouwd worden als vroegmoderne kapitalisten die permanent werkten aan vermeerdering van hun winsten en het uitschakelen van concurrenten. Anthonissen laat zien dat de Fuggers ook weldoeners waren. Als voorbeeld kan de “Fuggerei” gelden, een sociale woonwijk die de magnaat in Augsburg liet bouwen. Armoede was in de 16de eeuw alomtegenwoordig en bedelaars maakten deel uit van het dagelijkse leven in dorp en stad. De Fuggerei was een strak georganiseerde woonwijk waar alle huizen identieke afmetingen hadden, die bestemd waren voor arme katholieke burgers van onbesproken gedrag. Tot op vandaag wordt de Fuggerei beheerd en gefinancierd door nazaten van de Fuggers. De huur is nooit gewijzigd en bedraagt nu nog geen euro per jaar.
De tijd waarin de Fuggers leefden lijkt op onze tijd. De schrijver wijst op overeenkomsten in de politieke instabiliteit, religieuze conflicten, financiële spanningen, oorlogen en de grote maatschappelijke onrust. De Fuggers hielden het hoofd koel en bouwden hun bedrijf uit tot een stabiele en invloedrijke economische kracht in heel Europa.
Vandaag de dag zijn de Fuggers niet meer zo bekend. Dit in tegenstelling tot hun tijdgenoten als de Medici uit Florence en de Rothschilds uit Wenen, Londen en Parijs. Anthonissen legt boeiend uit hoe dit verklaard moet worden.
De firma beëindigde zijn activiteiten in 1653. Dat had met drie zaken te maken. De zilver- en kopermijnen waren uitgeput geraakt. De Dertigjarige en Tachtigjarige Oorlog hadden grote schade toegebracht aan de internationale handel. En familietwisten brachten het bedrijf van binnenuit grote schade toe.
Anthonissen schreef een indrukwekkend boek dat prachtig is uitgegeven. Fraaie illustraties, mooie kaarten, overzichtelijke stambomen van de Fuggers en het Huis Habsburg, een lijst van regerende pausen, het register en de bibliografie geven het boek de allure van een standaardwerk. Het is een slimme opzet om verklarende aantekeningen per pagina te vermelden en de bronverwijzingen apart genummerd achterin op te nemen.
Een kleine fout is te vinden op bladzijde 298: “Psalm 1 vermeldt als kenmerk van de rechtvaardige dat hij geld niet uitleent tegen rente.” Dit staat niet in Psalm1 maar in Psalm 15. Het woord “kerkfabriek “ (blz. 442 en 647) is in Nederland niet bekend, maar in België verstaat men er de instelling onder die een parochie onderhoudt en financiert.
Dit omvangrijke boek is niet alleen grondig, maar ook fascinerend en toegankelijk. De research die voor dit boek nodig is geweest, dwingt respect af. Terecht schreef Bart de Wever, eerste minister van België, in een woord vooraf dat deze “turf” elementen van een thriller bevat.
Peter F. Anthonissen (1955) studeerde rechten in Antwerpen en Cambridge. Hij is communicatie-expert en publiceerde veelgelezen boeken over crisismanagement.
ISBN 9789022343074 | Hardcover | Omvang 815 blz. | Uitgeverij Ertsberg, België | 25 augustus 2026
© Henk Hofman, 8 oktober 2026
Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.
Het einde van de wereld is een trein
Daniela Ratiu
Dit boek bespreekt de Russische bezetting van Roemenië kort na de Tweede Wereldoorlog en de vergeten hongersnood die de bevolking in Moldavië en Bessarabië in die jaren decimeerde. De hongersnood was een gevolg van extreme droogte. Twee jaar lang was er geen druppel regen gevallen. Daarnaast plunderden de Russische bezetters het gebied leeg. Naar schatting kwamen honderdduizenden mensen om van de honger.
Het boek opent met een beschrijving van het leven in een niet bij name genoemd dorp. Dit ene dorp staat symbool voor de hele regio: de hitte is moordend, de stilte onnatuurlijk en beklemmend, de honger een gesel.
De Russen maken het leven nog zwaarder dan het al is. Mensen komen om van de honger, terwijl treinen vol voedsel en goederen het land verlaten als herstelbetaling aan de USSR. Alles wat eetbaar is, wordt opgegeten. Grassen, eikels, boomschors, druivenpitjes, kikkers, slakken. In pakhuizen ligt voedsel te verrotten, maar dat is bestemd voor Rusland en wacht op transport. Tenslotte is er helemaal niets meer: geen hout, geen eten, geen kleren, geen warmte.
De hele regio komt als gevolg van de Russische terreur en de vreselijke honger in de greep van wetteloosheid. Zelfs kannibalisme komt voor; mensen zijn op zoek naar lijken om ze op te eten, behalve als ze aan tyfus gestorven zijn. Vrouwen worden verkracht door Russische soldaten in bijzijn van man en kinderen. Mensen worden doodgeschoten alsof het om een lastige vlieg gaat.
Stefan, zijn vrouw Saveta en hun vijf kinderen ontvluchten het dorp. Ze hebben treinkaartjes bemachtigd en reizen met een zogenaamde hongertrein naar het westen van Roemenië waar de toestand minder dramatisch is.
Het tweede deel van dit boek beschrijft deze treinreis. De overvolle wagons, de uitgemergelde vluchtelingen, de erbarmelijke hygiënische omstandigheden, de angst voor verraad. Plunderaars bestormen de trein. Rebellerende boeren haken de locomotief af en gaan ermee vandoor. Op stations staat de hongertrein naast treinen tot de nok toe gevuld met koeien, graan, aardolie, hout, maar ook piano’s, naaimachines, onderwijsmateriaal, huishoudelijke artikelen en noem maar op. Deze treinen gaan in de tegenovergestelde richting. De bestemming is met grote letters op elke wagon gekalkt: USSR.
Op de stations de portretten van Stalin. “Stalin lacht de vaders en moeders en kinderen vanonder zijn enorme snor toe…. Het Kinderkoor zingt: Wij danken jou, kameraad Stalin, onze Vader, voor onze gelukkige kindertijd.” Uit een luidspreker schalt de propaganda: “Grote Stalin. Jij, die de lente doet bloeien. Jij, die de aarde vrucht doet dragen. Jij, die de kinderen met jouw sterke hart liefhebt.” In de hal de huilende kinderen, de vluchtelingen in lompen gehuld, de doden die uit de hongertrein worden getild.
Na een dagenlange reis bereikt het gezin de eindbestemming, de stad Arad. Daarmee verschijnt er een glimp van hoop en redding, van de kans om een nieuw bestaan op te bouwen.
Dit boek laat zien hoe propaganda en ideologie gewoonlijk haaks staan op de rauwe werkelijkheid. In de woorden van de auteur: “De nieuwe orde werd opgebouwd met de tank, de kalasjnikov, de laarzen, de kogels, de messen, door te verscheuren. Door te verkrachten, te verpletteren en te moorden.”
In de tweede plaats is dit een indringend verslag van menselijke ontaarding als gevolg van oorlog, repressie en honger. Het slechtste kwam in mensen naar boven. Wreedheid, verraad, verkrachtingen, moordlust en zelfs kannibalisme.
Het boek is in een heel bijzondere stijl geschreven. De twee delen zijn niet onderverdeeld in hoofdstukken. Het verhaal wordt in één lange doorlopende tekst opgeschreven. Uitroeptekens en vraagtekens ontbreken. Soms wordt een zin afgebroken alsof het vervolg te gruwelijk is om op te schrijven. Maar de lezer is in staat om uit de context het vervolg van de zin af te leiden. Het gevolg van deze stijl is dat de zinnen als messen binnenkomen, als hamerslagen inbeuken op het gemoed van de lezer.
Zo kan alleen maar iemand schrijven die heel dicht bij de vreselijke gebeurtenissen uit die periode staat. En inderdaad is dit boek gebaseerd op de familiegeschiedenis van de auteur. De grootouders van de auteur zijn de ellende in Moldavië ontvlucht dankzij een reis met de hongertrein.
Het is een gruwelijk boek. Moet je zo’n boek wel willen lezen? Ik denk het wel. Er zijn mensen die er geen idee van hebben wat er kan gebeuren als de crisis van oorlog en honger uitbreekt. Een weerbare samenleving heeft burgers nodig die beseffen wat er op het spel staat in crisistijd. Lees daarom dit aangrijpende boek.
Daniela Ratiu is een Roemeense schrijver en journalist. Ze publiceerde, romans, gedichten en toneelstukken.
Charlotte van Rooden heeft het boek prima vertaald. Achterin het boek staan enkele verklarende aantekeningen van haar haar hand.
ISBN 9789083685038 | Paperback | Omvang 312 blz. | Uitgeverij Koppernik | 17 september 2026
© Henk Hofman, 28 september 2026.
Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.
Project RUST
Rusthuizen voor overspannen moeders
Suzanna Jansen
In dit essay, geschreven voor de maand van de geschiedenis, worden de bijna merkwaardige 'vakanties' besproken die huisvrouwen in de jaren '50 en '60 kregen als zij 'overspannen' waren of uitgeput. Die vakanties in een rusthuis dienden om aan te sterken zodat zij na terugkeer weer tegen hun huishoudelijke taak opgwassen waren.
De vrouwen in het rusthuis waren verplicht om te wandelen en te slapen en kregen goed eten. Vol trots werd dan ook regelmatig in de brieven gemeld dat zij in gewicht aangekomen waren. De meeste vakanties duurden een paar weken, de langste was zes weken. Ook de moeder van Suzanna Jansen moest in 1963 naar een rusthuis om aan te sterken.
Maar de aanleiding van dit essay was voornamelijk de reactie van mensen die Jansens boek De omwenteling of de eeuw van de vrouw hadden gelezen. Daarin beschreef zij o.a. over haar moeder 'die moest gaan rusten'. Daar kwam een storm aan reacties op, vooral de thuissituatie die aanleiding gaf tot opname in het rusthuis werd meermaals genoemd.
Dit gegeven intrigeerde Jansen zo dat ze samen met haar 15 jaar oudere zus Petra op onderzoek uitging over het hoe en waarom van de opname van haar moeder en al die andere vrouwen. Zelf was Suzanna nog te jong om zich iets van moeders afwezigheid te herinneren.
Het resultaat is iets om over na te denken en te beseffen hoe zwaar die vrouwen het in die tijd hadden.
Nederland zat nog met de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog, de wederopbouw. De (katholieke) gezinnen waren groot, er was weinig voedsel en vooral weinig geld. Getrouwde vrouwen mochten niet werken. En pastoors wil was wet, dus de kinderen bleven komen, daar was de vrouw voor geschapen, voorbehoedsmiddelen waren uit den boze. Dat een vrouw ook een mens was met eigen gedachtes en mogelijk eigen dromen had, daar werd nauwelijks aan gedacht. Zij was de spil van het gezin en moest het financieel, geestelijk en lichamelijk allemaal maar zien te rooien. Niet zo verwonderlijk dat niet iedere vrouw dat volhield.
De rode draad in dit essay zijn de brieven die de vrouwen in het rusthuis en kinderen naar elkaar schreven. De kinderen hielden zich groot, alles ging prima thuis. Dat jonge kinderen, met name meisjes, hun moeders vervingen en het huishouden draaiende hielden was een gegeven,
In toegankelijke taal laat Suzanna Jansen laat met dit essay zien hoe destijds de positie van de vrouw was en hoeveel er van hen verwacht werd. Erg indrukwekkend.
ISBN 9789026372865 | Paperback met flappen | 64 pagina's | AmboAnthos | 24 september 2026
© Dettie, 28 september 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
In de greep van Erdogan
De strijd om de democratie in Turkije
Mitra Nazar
De titel van dit boek is goed gekozen. Erdogan kwam in 2003 via verkiezingen aan de macht en heeft daarna stap voor stap Turkije in een ijzeren greep gekregen.
De EU heeft daar onbedoeld aan bijgedragen. Turkije knoopte onderhandelingen aan voor toetreding tot de EU. Om lid te kunnen worden van de EU moeten democratie en rechtsstaat goed functioneren en de mensenrechten worden gerespecteerd.
In Turkije greep echter het leger regelmatig in om de seculiere staat, gesticht door Kemal Atatürk, te beschermen tegen Islamitisch fundamentalisme. Onder goedkeurend oog van EU rekende Erdogan af met de dominantie van het leger en verschoof hij de macht naar de politie. Toen het leger eenmaal buitenspel was gezet, brak Erdogan de onderhandelingen met de EU af.
Dit is een schrijnend voorbeeld van een politiek-met-goede-bedoelingen maar met averechtse effecten. Veel kritische Turken hadden de EU al gewaarschuwd dat Erdogan een “autoritaire islamist in schaapskleren” was.
Inmiddels zijn de bordjes totaal verhangen. Europa is afhankelijk geworden van Turkije. In ruil voor veel geld houdt Turkije de grenzen gesloten voor migranten. Bovendien is het land als NAVO-bondgenoot van cruciale betekenis. Dus zwijgt Europa over de grove schending van mensenrechten in Turkije en kijkt het hiervan weg. Het is gemakkelijker om een ander land met sancties te treffen zonder dat daar een hoge prijs voor hoeft te worden betaald.
Maar het kan nog erger worden. Eén van de volgens Nazar beste Turkse journalisten waarschuwt het Westen: “Geloof het of niet: wat er met Turkije gebeurt, komt jullie kant op.” Gezien de spanningen in landen als Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië als gevolg van verkiezingswinst van populistische partijen is dit een waarschuwing die maar beter serieus kan worden genomen. Autocratische regimes komen tot stand zonder dat de bevolking echt door heeft wat er aan de hand is tot het te laat is. Het begint bij de stembus. Politici worden democratisch gekozen, maar eenmaal aan de macht veranderen ze de spelregels. Ze plaatsen de media onder hun controle en zetten de rechterlijke macht naar hun hand. Toen in Turkije uiteindelijk toch protesten losbraken, kwam dat te laat. “Ze hadden al te veel macht”, citeert Nazar een demonstrant.
Erdogan werd ooit gezien als man van het volk. Geleidelijk aan is Erdogan een geïsoleerd leven gaan leiden. Het contact met de werkelijkheid is hij daardoor kwijtgeraakt. Hij heeft nauwelijks nog zicht op de problemen waar mensen mee worstelen. In Ankara bewoont hij een paleis met meer dan 1000 kamers. Hij verplaatst zich in gepantserde voertuigen vergezeld door tientallen lijfwachten. Zijn ministers, adviseurs en medewerkers zijn jaknikkers, die hem niet durven tegen te spreken en voor geen goud de boodschappers van slecht nieuws willen zijn.
Mitra Nazar heeft haar boek thematisch ingedeeld. Het gaat over de ontmanteling van de Turkse democratie, over Kemal Atatürk de grondlegger van het seculiere Turkije in 1923, over het beklagenswaardige lot van de Koerden, over de marginale rol van vrouwen in de samenleving en het schokkende geweld tegen vrouwen, over de strijd om de hoofddoek, over de aardbevingen in het land, de corruptie, het gevangeniswezen, de persvrijheid en de dominante aanwezigheid van de Islam.
Nazar is een vakbekwame journaliste. Haar observaties zijn nauwkeurig, haar analyses scherpzinnig en ze heef zich goed ingelezen. Regelmatig zet ze ontwikkelingen in hun historisch perspectief. Ze heeft bovendien een levendige stijl van schrijven.
Haar werk als correspondent was niet gemakkelijk. Haar woorden moest ze wikken en wegen. Een perskaart is voor één jaar geldig. Elk jaar moet je in oktober al beginnen met de aanvraag voor het volgende jaar. En de perskaart is weer nodig voor de aanvraag en verlenging van de verblijfsvergunning. In 2020 stond Turkije op plek 154 van de persvrijheidsindex, die 180 landen omvatte. Veel Turkse journalisten zitten in de gevangenis of zijn ontslagen.
Een enkele maal schrijft Nazar over haar persoonlijke omstandigheden. Als ze verslag uitbrengt van de vreselijke aardbeving in 2023 beseft ze dat een aardbeving in haar woonplaats Istanbul een reële mogelijkheid is. Ze vraagt informatie op bij de gemeente en ontdekt dat haar wijk in het rood op de aardbevingsrisicokaart staat. Dan schrijft ze: Mijn eigen sterfelijkheid accepteren lukt nog wel, maar als ouder kan ik niet verdragen dat mijn kind iets kan overkomen.”
In 2025 besluit ze om te stoppen als correspondent in Turkije. “Het voelde alsof we op een tikkende tijdbom woonden. Ik wilde mijn dochter niet langer blootstellen aan de dreiging van meer aardbevingen.” Het was geen gemakkelijk besluit, want Erdogan ten spijt was ze gesteld geraakt op de warmte van de Turken, hun veerkracht en hun solidariteit.
Ik heb dit boek met veel waardering gelezen. Regelmatig zag ik de reportages van Nazar in het NOS-Journaal. Haar boek is onontbeerlijk om een samenhangend beeld te krijgen van de transitie die Turkije doormaakte: van democratie naar autocratie. De les voor ons is dat een democratie snel in een autocratie kan veranderen als de verkeerde personen aan de macht komen.
Voor in het boek is een kaart opgenomen van Turkije en van Istanbul. Ik heb er vaak gebruik van gemaakt bij het lezen van het boek.
Mitra Nazar (1980) is een Nederlandse journalist. Haar moeder komt uit Friesland, haar vader uit Iran. Ze studeerde Pedagogische Wetenschappen in Utrecht met als minor Journalistiek. Voor de NOS was ze correspondent in Turkije van 2020-2025. Nu werkt ze als verslaggever voor Nieuwsuur.
ISBN 9789046835944 | Paperback | Omvang 300 bladzijden | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | 10 september 2026
© Henk Hofman, 23 september 2026
Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

Het verhaal van Nederland
De Tweede Wereldoorlog
Een nieuwe kijk op de oorlog in Nederland en de overzeese gebiedsdelen
Marchien den Hertog, Alex Bakker, Ricci Scheldwacht
Dit boek, gebaseerd op de bekende televisieserie, maakt de ondertitel helemaal waar. Het biedt een nieuwe kijk op de oorlogsjaren vanwege de nadruk die wordt gelegd op de voorheen onderbelichte maar grote rol van vrouwen in het verzet en omdat bekende gebeurtenissen belicht worden vanuit nieuwe invalshoeken en ons beeld van de oorlog met nieuwe verhalen wordt verrijkt. Zo is het verrassend te vernemen dat bovengemiddeld veel mensen uit de koloniën, die in Nederland zijn tijdens de bezetting, actief werden in het verzet.
Het boek is goed geschreven en leest bijzonder gemakkelijk. De vaste structuur is een prettige ondersteuning bij het lezen.
Elk hoofdstuk opent met een tijdlijn. De daaropvolgende tekst is royaal voorzien van foto’s en van tekstblokken die een bepaald onderwerp verder uitdiepen. Aan het slot van elk hoofdstuk zijn verwijzingen te vinden naar verdere informatie, hetzij op papier, hetzij op het scherm. Tevens vinden we er qr-codes met informatie over locaties die het bezoeken waard zijn.
Nadat de aanloop naar de tweede Wereldoorlog is beschreven, treffen we een hoofdstuk aan over de vijf oorlogsdagen. Met een slecht uitgerust leger wordt er toch op meerdere plaatsen felle tegenstand geboden. In drie daaropvolgende hoofdstukken worden de bezettingsjaren treffend beschreven. Halverwege het boek is een hoofdstuk opgenomen over de oorlogsjaren in Nederlands-Indië. Dit hoofdstuk loopt door tot 1949. Het is verbazingwekkend dat het pas bevrijde Nederland oorlog ging voeren om Indië bezet te houden. De lange weg naar de bevrijding van het vaderland (hoofdstuk 7 in dit boek) lag nog vers in het geheugen, maar de les ervan werd niet toegepast op het land dat men zelf bezet hield. Het laatste hoofdstuk is een nabeschouwing op de oorlogsjaren.
Het boek maakt duidelijk hoe kwetsbaar democratische structuren zijn en hoe ernstig de gevolgen zijn als elke controle op de macht is verdwenen. Daarmee is dit boek ook een heel actueel boek geworden. Opnieuw wordt immers het democratisch bestel bedreigd. Van buitenaf, maar ook van binnenuit door extremisten. Hoewel ook een democratie niet perfect is, is de burger met elk alternatief slechter af. Dat hebben de bezettingsjaren wel duidelijk gemaakt.
Valt er nog wat aan te merken op dit boek? Niet veel eigenlijk. En het is fijn om dat te constateren. Toch een kleinigheid. Bij de foto op bladzijde 145 staat geen onderschrift. De begeleidende tekst gaat over de Hollandsche Schouwburg. De foto geeft echter het Namenmonument aan de Weesperstraat weer.
Onvermijdelijk is dat er altijd valt te discussiëren over gemaakte keuzes. Corrie ten Boom bijvoorbeeld had ook genoemd kunnen worden als opmerkelijke en dappere vrouw. Haar leven leest als een thriller. Zij woonde in een horlogezaak in Haarlem. Tijdens de oorlog was er in huis een geheime kamer gemaakt voor Joodse onderduikers. Het gezin werd verraden en opgepakt. Maar de Duitsers konden de geheime kamer niet vinden. De onderduikers hebben het overleefd. Corrie zelf overleefde het vrouwenkamp Ravensbrück. Haar zus Betsy stierf er in december 1944.
Bij de bespreking van de lotgevallen van gedropte geheim agenten in bezet Nederland miste ik aandacht voor het zogeheten Englandspiel. De Duitsers vingen de meeste agenten op, die ze dwongen om via de radio verkeerde informatie door te geven aan Londen. Hoewel deze agenten de afgesproken veiligheidscode weglieten, bleef Londen doorgaan met het droppen van agenten. Zodoende zijn 54 agenten om het leven gekomen als gevolg van blunders.
Verhalen in overvloed dus. Het is aan de auteurs om hun afwegingen te maken en daar zijn ze prima in geslaagd. In een betrekkelijk kort bestek van nog geen 300 bladzijden krijgt de lezer een heel compleet beeld van de oorlogsjaren.
Het boek getuigt ervan hoe oorlog het beste in de mens kan oproepen door eigen leven op het spel te zetten en een mens in nood te redden, maar ook het slechtste (verraders, collaborateurs en zwarthandelaren). Het ging hard tegen hard. Geen wonder dat de invloed van de oorlog nog generaties lang te merken was.
Dit is kortom een bijzonder moei boek dat prachtig is uitgegeven.
Daan Schuurmans, de verteller in de televisieserie, schreef het Voorwoord.
Marchien den Hertog is historicus, journalist en eindredacteur van maandblad “Ons Amsterdam).
Alex Bakker (schrijver van hoofdstuk 4) is historicus en onderzoeker voor televisiedrama, documentaires en tentoonstellingen.
Ricci Scheldwacht (schrijver van hoofdstuk 5) is journalist en actief als presentator in het Indische circuit.
ISBN 9789046836590 | Hardcover | Omvang 288 blz. | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | 17 september 2026
© Henk Hofman, 14 september 2026
Lees de reacties op het Forum en/of klik HIER.
De gestolen zegel
Bram Klein
Een miezerige stukje papier dat zoveel waard is dat mensen ervoor gaan liegen en bedriegen, je gelooft het niet!
Maar dat is wel het geval.
Als Bram Klein, schrijver van beroep, een mail krijgt van een onbekende, wil hij dat eigenlijk negeren, naar de prullenbak ermee. Maar hij ziet wat er in de onderwerpregel staat:
‘Gestolen postzegel Tsjecho-Slowakije 4 kronen van J.L. Klein’
Dat kan hij niet negeren en hij laat zijn werk voor wat het is.
Het is het begin van een zoektocht naar een postzegel die in 1991 gestolen is op de postzegeltentoonstelling in Japan. De zegel van Brams vader.
Klein is natuurlijk op de hoogte van de passie die zijn nu overleden vader had voor postzegels. Hij deelt die zelf niet, maar raakt toch diep betrokken bij de handel en wandel van de postzegelwereld. Want die zegel van 4 kronen, die dus jaren uit het zicht was, is nu aangeboden op een veiling.
Toen zijn vader in 1991 zijn verzameling instuurde voor de internationale tentoonstelling is er iets helemaal fout gegaan. Er verdwenen twee postzegels.
Dat was eigenlijk onmogelijk, er werd heel zorgvuldig mee omgegaan. Veiligheidsmaatregelen, certificaten, de hele mikmak. Hans Klein, de vader, had wel een vermoeden wie de dader was, maar kon het nooit hard maken, en de zegels werden nooit meer gezien.
En nu zou er een opgedoken zijn?
De verzekering had destijds een fors bedrag uitgekeerd, dus eigenlijk is de zegel nu van die maatschappij. Niet van Bram Klein.
Maar het laat hem niet los.
Als hij contact opneemt met de afzender van de mail, is dat een sprong in de maalstroom van de filatelie.
Het verhaal is tweeledig: in het heden voert de kwestie Klein naar Praag, waar hij te maken krijgt met leugenaars en bedriegers. Wie is er te vertrouwen als het om zoveel geld gaat?
Er komen zelfs rechtszaken aan te pas, en dat in het Tsjechisch, dat hij natuurlijk niet spreekt.
Daarnaast heeft Klein ook onderzoek gedaan naar de zegel zelf: waarom is die zo bijzonder? Zo kostbaar?
Je verwacht het niet, dat een verhaal over een postzegel zo boeiend kan zijn...
Maar dat is het dus wel!
Deels vanwege het verhaal op zich, maar ook omdat Bram Klein een fijne schrijfstijl heeft. Hij weet de spanning er goed in te houden! Hij vertelt hoe bezeten iemand kan zijn, hoever iemand kan gaan om te krijgen – stelen in dit geval – wat hij hebben wil.
Dit verhaal heeft toendertijd de kranten gehaald, het is allemaal echt gebeurd! Onvoorstelbaar!
ISBN 9789462973701 | Hardcover | 320 pagina's | Uitgeverij de Kring | juni 2026
Het boek werd eerder uitgegeven in 2018, maar dan wel in Tsjechië.
© Marjo, 15 augustus 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Gewoon jezelf zijn
Mariëlle Poland
Mariëlle Poland ontdekte dat ze anders is, ze voelt meer en neemt op intenser en complexer niveau waar dan andere mensen.
Ze had moeite met de manier hoe er met zaken omgegaan werd. Natuurlijk probeerde ze zich aanvankelijk aan te passen naar 'wenselijk' gedrag. Naar gedrag zoals iedereen zich volgens ongeschreven wetten zich gedraagt. Maar het paste niet bij haar.
Naarmate ze zich meer bewust werd van haar aanpassingen, waardoor ze steeds meer moeite kreeg met zichzelf én haar omgeving, besloot ze meer naar haar lichaam te luisteren. Dat lichaam protesteerde namelijk steeds meer.
Ze neemt met moeite maar wel bewust afscheid van mensen die niet meer bij haar passen. Haar ontwikkeling is een andere kant op gegaan.
Het is noodzakelijk. Ook geeft ze haar baan op om start haar eigen praktijk om mensen te helpen die ook kampen met hoogegvoeligheid en het ánders' zijn. Ze leert hen om te gaan met hun onzekerheid en weinige zelfvertrouwen verkregen door mensen die niet hooggevoelig zijn. 'Het zal wel aan hun liggen' denken hooggevoelige mensen en kinderen. Wat moeten ze doen?
Toch zijn het wel vooral haar kinderen die een grote leerschool blijken. Treffend is de uitspraak van haar zoon die op een voor hem ongeschikte school zit. "Zo kan ik niet leren mama" zegt de vierjarige Senne, na twee weken. Omdat Mariëlle Poland zelf maar al te goed weet hoe het voelt als je voldoen moet aan een stramien die niet bij je past, rinkelen gelijk alle alarmbellen. Er wordt gezocht naar een andere school zowel voor dochter Marit als Senne. Opmerkelijk is hoe veel beter ze zich daar voelen. Beide kinderen zijn hooggevoelig.
In het boek lezen we over de persoonlijke ervaring van Mariëlle en de weg die ze heeft afgelegd om te leren hoe ze met haar hooggevoeligheid moet omgaan en welke aanpassingen daarvoor nodig waren. Maar ook is het boek inzichtgevend en een pleidooi voor kinderen en volwassenen die meer voelen dan doorsnee mensen. Iedereen moet vanaf de geboorte al voldoen aan regels en ongeschreven gewenst gedrag. Een handje geven, stilzitten in de klas etc. Dat lukt bij veel mensen maar de groep gevoelige mensen hebben moeite met deze zaken als het niet bij hun past.
Mariëlle wil dat er meer gekeken wordt naar het kind, de méns en hun potentie en minder naar het gewenste protocol. Zodat elk mens tot zijn recht komt en doet wat er bij hem of haar past. Haar verhaal vormt een houvast voor mensen die nog zoekende zijn.
Gewoon jezelf zijn’ is een vervolg op ‘De ontdekking van mijn ware ik’
Zie ook de website van Mariëlle Poland
ISBN 9789048438945 | Paperback | 141 pagina's | Free Musketeers | 2016
© Dettie, 9 augustus 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De Drijver
Het spraakmakende leven van Wim Thomassen, de rode burgemeester
Klaas Tammes
Wim Thomassen (1909-2001) is burgemeester geweest van Zaandam (1948-1958), Enschede (1958-1965) en Rotterdam (1965-1974). Hij was lid van de Partij van de Arbeid, vandaar dat er in de ondertitel staat ‘de rode burgemeester’. De titel zelf is de bijnaam die hij zich verwierf. Thomassen ging door roeien en ruiten om zijn doelen te bereiken.
Thomassen moet van beton zijn geweest. In alle drie de steden, maar vooral in Zaandam en Rotterdam moest hij bijna permanent het politieke gevecht aangaan. Thuis moest hij het politieke debat soms nog eens dunnetjes overdoen met zijn vrouw, die veel linkser en activistischer was dan hijzelf.
De rode draad in het beleid van Thomassen was dat geld eerst verdiend moest worden voor het uitgegeven kon worden. Werkgelegenheid was een topprioriteit voor hem.
Dat leverde hem in Zaandam felle gevechten op met de communistische fractie in de gemeenteraad. De belangen van de arbeidende klasse werden in de ogen van de communisten ondergeschikt gemaakt aan het grootkapitaal. In Rotterdam moest de rode burgemeester de confrontatie aangaan met zijn eigen partij. Het verwijt van de PvdA was dat Thomassen onvoldoende oog had voor problemen in achterstandswijken. Welvaart zou voor hem belangrijker zijn dan welzijn.
In Zaandam legde Thomassen zich toe op de komst van een regionaal gasbedrijf en de aanleg van de Coentunnel. In Enschede zette hij zich in voor de stichting van de Technische Hogeschool en het doortrekken van de E8 waardoor Twente aansluiting kreeg op het Westen van het land. In Rotterdam lag de focus op de uitbreiding en de bereikbaarheid van de haven.
In de debatten was Thomassen ijzersterk. Hij kende zijn dossiers, was een begaafd spreker en zijn tegenstanders waren vaak niet opgewassen tegen zijn cijfermateriaal en argumenten. Eigenlijk ontbrak het aan politici die in staat waren op hetzelfde niveau tegenspel te bieden aan de rode burgemeester.
Thomassen stond kritisch tegenover de media. De berichtgeving was in zijn ogen vaak eenzijdig en bevooroordeeld. Artikelen over bijvoorbeeld demonstraties waren volgens hem nogal eens gebrekkig en soms gekleurd door persoonlijke voorkeuren van de journalist.
De burgemeester stond sowieso al ambivalent tegenover demonstreren. Toen er in de gemeenteraad een voorstel kwam om het vergunningstelsel los te laten en te volstaan met een melding dat er een demonstratie zou worden gehouden was hij daar mordicus op tegen. “Demonstraties op de openbare weg betekenen een beperking van de vrijheid van andere burgers en het is de taak van het bevoegd gezag normen te stellen waarbij die vrijheidsbeperking van anderen bij demonstraties tot een minimum wordt teruggebracht.” Een vergunning was dus onmisbaar om de openbare orde te handhaven. Ook was Thomassen niet blij met de enorme kosten die demonstraties met zich meebrachten vanwege de noodzakelijk politie-inzet.
Thomassen was niet content met het systeem van evenredige vertegenwoordiging in de Nederlandse democratie. De deelname van veel kleine partijen in het politieke bedrijf zag hij als schadelijk voor het slagvaardig functioneren van het bestel. Daar valt mijns inziens wel wat op af te dingen. In de Verenigde Staten is een verlammende patstelling ontstaan tussen Democraten en Republikeinen in Senaat en Congres. In Groot-Brittannië is de zevende premier in tien jaar tijd aangetreden. En Duitsland blinkt ook niet uit in bestuurbaarheid met een regering gevormd door CDU en SPD. Het bestaan van slechts enkele grote partijen zegt niets over politieke stabiliteit, temeer daar binnen die partijen meestal ook weer sprake is van een linker- en rechtervleugel.
Heel wat opvattingen en standpunten van Thomassen vallen vandaag de dag buiten het politieke referentiekader. Toch zijn veel van zijn standpunten het naar mijn mening nog steeds waard om mee te wegen in de besluitvorming. Zie bijvoorbeeld wat hierboven is gesteld over het recht op demonstreren en zijn nadruk op werkgelegenheid.
Zijn laatste dagen sleet Thomassen in een verpleeghuis. Bezoekers vonden het ontluisterend om te zien hoe hij in een rolstoel zat, omringd door demente mensen en hijzelf depressief. De stoere, charismatische burgemeester was een schaduw van zichzelf geworden. ‘Vreselijk om te zien”.
Zijn vrouw heeft hem niet lang overleefd. Ze waren bijna zeventig jaar getrouwd geweest.
Klaas Tammes verstaat de kunst om met zijn boeken kleurrijke en markante personen voor het voetlicht te halen. Hij schreef eerder biografieën over onder meer Hans Gruijters, burgemeester van Lelystad, de eerste 20 vrouwelijke burgemeesters in Nederland, Ridder van Rappard, burgemeester van Gorinchem en Molly Geertsema, Commissaris van de Koningin in Gelderland.
In al deze boeken valt dezelfde aanpak op. Tammes werkt snel, leest zich goed in, heeft een vaardige pen en gevoel voor het anekdotische materiaal. Hij baseert zich op archiefmateriaal, krantenartikelen, vergadernotulen en heeft soms tientallen interviews gehouden met bekenden van de hoofdpersoon. Daarnaast is in elk boek een fotokatern opgenomen.
Tammes (1948) heeft sociale geografie gestudeerd en is oud-burgemeester van Lienden, Heteren (wnd.) en Buren. Misschien is het een idee dat het volgende boek van de oud-burgemeester een autobiografie is?
Een mooi boek!
ISBN 9789044661583 | Paperback | Omvang 325 blz. | Uitgeverij Prometheus | 30 juni 2026
© Henk Hofman, 4 augustus 2026
Lees de reacties op het Forum en/of reageer klik HIER.