Leestafel Leestafel
  • Leestafel
  • Nieuwste recensies
    • Romans volwassenen
    • Jeugd
      • Recensies 0-5 jaar
      • Recensies 6-9 jaar
      • Recensies 10-12 jaar
      • Recensies 13-15 jaar
      • Recensies 15+
    • Non-fictie Volwassenen
    • Non-fictie Jeugd
  • Archief
    • Romans volwassenen
    • Non-fictie volwassenen
    • Jeugd
    • Jeugdseries
    • Non-fictie jeugd
    • Hobby en vrije tijd
  • Thema's
    • Pasen
    • Sinterklaas
    • Kerst
    • Hobby en vrije tijd
  • Linken
    • Diverse websites
    • Websites schrijvers
    • Poëzie
    • Thrillers
  • Forum
  • Zoeken
  1. Nieuwste recensies
  2. Non-fictie Volwassenen

Non-fictie Volwassenen

Katinka Jesse - Mijn vader, een verrader?

Mijn vader een verraderkMijn vader, een verrader?
Hoe een verzetsman de regie over zijn leven verloor
Katinka Jesse

‘Als kind sta je voor de onverwerkte problemen van je ouders. Er loopt een lijn tussen generaties waarbij evidente problemen die nooit werden opgelost doorwerken.’

Na een schokkende confrontatie in nota bene een collegezaal in Utrecht, waar ze eerstejaars rechtenstudent is, wil Katinka Jesse weten wat er nu eigenlijk gebeurd is. De professor haalde de zaak van haar vader aan tijdens een college over strafuitsluitingsgronden.

Haar vader heeft zijn kinderen wel verteld hoe hij in de oorlog in het verzet heeft gezeten, dat hij door de nazi's is opgepakt en tijdens hun verhoor is doorgeslagen. De informatie die hij toen heeft prijsgegeven, leidt tot de arrestatie en uiteindelijke dood van een aantal verzetsstrijders. Hij vraagt zijn dochters nu ze dit weten, het aan niemand te vertellen.

Katinka doet wat hij vroeg: ze zwijgt. Thuis ziet ze aan hoe de gezondheid van haar vader steeds meer verslechtert. Ze is vijftien als hij overlijdt.
Hiermee zou het voorbij geweest kunnen zijn, maar dat was het niet.
Ze kan het niet loslaten, haar vader een verrader?
Die lieve zorgzame man zou de dood van velen op zijn geweten hebben?

En als ze totaal onverwacht in die collegezaal met haar vaders oorlogsverleden geconfronteerd wordt, besluit ze het verleden te gaan onderzoeken.
In het eerste deel van het boek beschrijft ze over een ogenschijnlijk normaal gezinsleven, waarbij de problemen naar de achtergrond verdwenen, maar er duidelijk wel waren.


‘Ik snapte voorheen mijn verdriet niet, omdat het voor mij voelde alsof ik koketteerde met het verdriet van papa; en nu snapte ik dat ik verdriet heb omdat papa zijn verdriet en verleden bij mij heeft neergelegd, ook al heeft hij zelf nooit de geschiedenis volledig verteld.’


Ze moet op zoek naar het verhaal. Wat is er precies gebeurd? Wat haar vader zelf vertelde was niet alles natuurlijk. Ze duikt de archieven in, praat met mensen die hem gekend hebben. 

Dan vertelt ze het verhaal van Bob Jesse. Over zijn ondergrondse praktijken, maar ook over zijn priveleven. En over zijn verraad en hoe hij aangehouden werd door de LO (=Limburgse Onderduikorganisatie) en aan de schandpaal werd genageld.
Waarom was er geen oor voor al het goede dat haar vader gedaan had?
Hij was ‘De verrader van Weert’. Hij wist het zelf ook maar al te goed, maar doordat hij aan de schandpaal werd genageld nam zijn schuldgevoel toe, zozeer zelfs dat hij – zo vertelt hij zijn dochters - ‘zich in juni 1944 vanhet leven had moeten beroven, of laten benemen.’
Een schuldgevoel dat doorwoekerde in een slechte gezondheid en binnen zijn gezin.
Een schuldgevoel dat zijn dochter nog jaren met zich mee zou dragen.
Katinka Jesse laat ook de drie nazi’s aan het woord die tijdens hun strafzaken vertelden hoe het in elkaar stak. Volgens hen.

Een groot deel van dit boek is een feitelijk relaas, een reconstructie van geschiedenis, waarin de mens centraal staat. Over motieven en al of niet foute beslissingen. Daarnaast is het een persoonlijk verhaal, dat van de schrijfster zelf, over de tweedegeneratieproblematiek. Het boek geeft de lezer inzicht. Misschien een beter begrip van hoe de problemen van ouders doorgegeven (kunnen) worden in de volgende generaties.
Boeiend en aangrijpend tegelijk.

ISBN 9789048876297 | Paperback | 160 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep | april 2026

© Marjo, 27 juni 2026

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Lidie Austin - Eigenzinnige vrouwen in de kunsten

Eigenzinnige vrouwen in de kunsten klEigenzinnige vrouwen in de kunsten
Inspirerende vrouwenlevens
Liddie Austin

Lidde Austin schrijft in haar voorwoord dat alle vrouwen die zij bespreekt in haar boek al heer vroeg in hun leven wisten dat zij iets wilden maken. Het was een innerlijke drang die er voor zorgde dat ze ondanks de toen heersende tijdgeest of bijvoorbeeld dreigende onterving, toch hun eigen weg bleven gaan. De drang om kunst te maken overheerste altijd!

Alle vrouwen in dit boek zijn interessant, eigenzinnig en veelal vrijgevochten. Ook stammen veel van de vrouwen uit gegoede of rijke families. In die tijd, rond 1900, mochten vrouwen zich wel bekwamen in de schilderkunst maar als ze trouwden moest het wel afgelopen zijn. Een enkele vrouw mocht wél doorgaan maar dat kwam dan meestal omdat zij met een kunstenaar trouwden. 

Een enkeling zoals de Amerikaanse Augusta Savage (1892-1962) heeft dat allemaal zelf moeten doen. Daarnaast was zij een een vrouw van kleur waardoor ze het extra handicap heeft. Ze wordt daardoor geweigerd voor een prestigieus kunstprogramma in Frankrijk en heeft ook in haar latere leven hard moeten vechten voor erkenning. Toch was het boetseren haar passie en ze kon en wilde dat niet opgeven. Ze is van grote invloed geweest voor latere gekeurde kunstenaars o.a. door het oprichten van de Savage Studio for Arts en Crafts waar leerlingen gratis les krijgen in schilderen, beeldhouwen en zeefdrukken. 

In totaal bespreekt Liddie Austin 23 vrouwelijke kunstenaars of kunstverzamelaars zoals Helene Kroller-Müller en Peggy Guggenheim die ondanks alle tegenwerking toch doorgingen en hun behoefte aan het maken van kunst lieten prevaleren boven bijvoorbeeld relaties of kinderen. 

Alle vrouwen zijn intrigerend en wekken je nieuwsgierigheid op. Zelf heb ik lang over dit boek gedaan omdat ik veel gegoogled heb naar het werk en de portretten van de vrouwen. Dat leverde ook weer grote verrassingen op. 
Het enige minpuntje is dat er geen afbeeldingen bij de verhalen geplaatst zijn zodat je een indruk kon krijgen van het werk van de kunstenaar.

Persoonlijk maakten de verhalen over de genoemde Augusta Savage, Sonia Delaunay, Marina Abramović, Yayoi Kusama en Eileen Gray het meeste indruk op mij. Maar alle vrouwen in dit boek verdienen uiteraard ook de aandacht omdat zij ondanks hun tegenwerkende omgeving of geestelijke of lichamelijk klachten toch doorgingen. Hun passie voor de kunst staat boven alles! 

Het boek heeft me heerlijke dagen bezorgd en weer veel namen opgeleverd van kunstenaars die ik niet kende. Mede doordat ze zo onderdrukt werden... 

Liddie Austin is geboren in Amerika en woont vanaf haar zesde in Nederland. Na haar studie Slavische Talen en Algemene Literatuurwetenschap ging zij aan de slag als journalist voor diverse magazines.

ISBN 9789083563855 | Paperback | 160 Pagina's | Uitgeverij Orlando | 18 februari 2026

Dettie, 25 juni 2026

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Anne Vroegindeweij - De achterblijvers

De achterblijvers klDe achterblijvers
Over de vergeten pandemie van Long Covid
Anne Vroegindeweij

Voor de anderen' staat als opdracht op een bladzijde na de titelpagina vermeld. Dat is tekenend voor de inhoud van dit boek.

Anne schrijft:
"Ik denk aan Twitter, waar de anderen zijn. Ik zie ze voor me, liggend in hun verduisterende kamertjes, tweetend en hopend dat de wereld ze hoort: hallo, wij zijn hier, komt iemand ons nog helpen?

Anne is boos. Waarom doet iedereen alsof die covid pandemie voorbij is? Bij haar en vele anderen woekert het coronavirus nog voort. Van al die voorheen actieve, ondernemende, levenslustige mensen is niets meer over. Zij verplaatsen zich met moeite van bed naar toilet en weer terug en het voelt alsof ze de Himalaya beklommen hebben. Ze moeten daarna lang uitrusten van die 'reis'.

Anne begrijpt het niet, hoe kon dit gebeuren? Beter gezegd, WAT is er gebeurd? Zo ziek was ze niet geweest van haar Covidinfectie. Waarom was ze nu dan zo beroerd en kon ze niets? Haar hele sociale en werkzame leven lag ineens plat. Wat was er aan de hand met haar? Ze liep halve marathons en nu was ze blij als ze van bed naar bank kon lopen en zelf dat lukte niet altijd.

Ze ging op onderzoek uit, voornamelijk via internet en ontdekte steeds meer. Veel meer mensen hadden dezelfde klachten als zij! Het werd Long Covid genoemd.

Anne had nog het geluk dat de plaatsvervangende huisarts wist dat Long Covid bestond, die stuurde haar gelijk door naar een fysiotherapeut die een cursus in Long Covid had gevolgd. De meeste Long Covid patiënten kregen en krijgen echter de sticker dat het 'tussen de oren' zit en ‘gewoon’ aan hun conditie moeten gaan werken, zoals naar de sportschool gaan… wat het meest kwalijke advies is wat ze kunnen krijgen. Bewegen verergert de klachten namelijk! De mensen krijgen PEM (Post-Exertionele Malaise), ofwel een flinke terugslag in hun klachten na inspanning. Die terugslag kan blijvend zijn.

Hoe meer Anne ontdekt, hoe meer ze zich verbaast/boos maakt over de houding van de artsen. Het blijkt dat het merendeel van de artsen geen kennis hebben van Long Covid. Sterker nog het wordt gezien als een imaginaire ziekte. Het meest vervelende voor de patiënten is dat ze tegen deze houding nauwelijks kunnen protesteren omdat ze daar de energie niet voor hebben. Long Covid patiënten maar ook ME/CVS, Lyme en Q koorts worden daarom ook wel de stille zieken genoemd.

De ziekte heeft grote invloed op Annes leven. Alles kost energie, dus met vrienden wat afspreken lukt niet meer, en als er toch wat afgesproken wordt, moet ze vaak evengoed afzeggen omdat het gewoon niet gaat. Haar werk waar ze veel van houdt, moet ze opgeven. Naar de bioscoop, uit eten gaan, hardlopen, terrasje pakken, achterelkaar lezen etc, dit alles is verleden tijd. En de enkele keer dat een afspraak wèl lukt, moet ze maanden bijkomen van de inspanning. Haar vriendenkring wordt daardoor steeds kleiner.

Anne ontdekt dat Long Covid, ME/CVS, Q koorts en de ziekte van Lyme veel overeenkomsten hebben. Waarom wordt geen gebruik gemaakt van de kennis die daarover vergaard is. En zo zijn er vele, vele, vele, vragen over de nalatigheid en niet onderkennen van de ziekte.

Zelf heb ik al dertig jaar ME/CVS en het is fijn om het verhaal van iemand te lezen die hetzelfde ondergaat als jij. De meeste artsen laten het afweten en het is in feite jammer dat Anne dit boek moet schrijven maar voor Long Covid patiënten is het heerlijk dat zij schrijft over wat jij ook dagelijks ondergaat. Het geeft steun en erkenning.

Het boek is geschreven in 2023. Inmiddels is er wel een onderzoek gestart naar Long Covid (de andere identieke ziektes worden daarin niet meegenomen) maar het is nog de vraag hoe lang dit onderzoek gesteund wordt.

Om aan te geven wat de kern van het leven met Long Covid is: Anne VroegindewIj heeft het boek in héél veel etappes geschreven. Een kwartiertje schrijven en dan moest ze weer stoppen. Het is dus al een klein wonder dat dit boek er is!

Een boek voor met Long Covid maar zeker ook voor de partners, werkgevers, vrienden etc. van een Long Covid patiënt.

ISBN 9789044548952 | Paperback | 190 pagina’s | De Geus | 26 september 2023

© Dettie, 28 juni 2026

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Leonard Diepeveen - Wanneer ik terug ben praten we erover

Wanneer ik terug ben praten we eroverkWanneer ik terug ben praten we erover
Mijn vader, de oorlog en ik
Leonard Diepeveen

In dit boek vertelt Diepeveen over zijn vader, die in 2023 op 95-jarige leeftijd overleed, over diens ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog en over de impact die dat vervolgens had op het gezin.

Dirk Diepeveen was zestien jaar oud toen hij door de Duitsers opgepakt werd en naar kamp Amersfoort werd gebracht.
Het was begin januari 1945, en hij was op dat moment onderweg naar een onderduikadres.
Toen hij half februari weer thuis voor de deur stond, herkende zijn moeder hem niet: hij was uitgemergeld en smerig. Die vijf weken hebben hem kapotgemaakt.

Daarna leefde hij een ogenschijnlijk normaal leven: hij trouwde, emigreerde naar Canada, kreeg kinderen. Daar werd schrijver dezes geboren.
Het is vreselijk voor een kind om te zien hoe je vader angst- en huilaanvallen krijgt en je weet eigenlijk niet waarom. Zijn vader praatte er niet over. Zijn moeder evenmin, zij kon er eigenlijk ook niet mee omgaan. Zwijgen en doorgaan was het motto.
Pas op latere leeftijd kwam het verhaal mondjesmaat naar buiten, en kon de zoon een beetje begrijpen wat er aan de hand was.


‘Ik kreeg behoefte om te vertellen, in een poging de druk van de tweedehands loden last die om mijn hals hing te verminderen. Opnieuw raakte ik in paniek als ik vertelde over mijn vaders afschuwelijke leed tijdens de oorlog. Het was allemaal warrig en ging een vreemde kant op. Ja, ik hield van hem, hield echt veel van hem, en hij had meer geleden dan een mens zou moeten verdragen. Maar zijn lijden was niet alleen een blijk van wie hij was en een reden voor mijn medeleven en de empathie van anderen. Op de een of andere manier ervoer ik zelf gevaar en mijn eigen lelijke versies van de klassieke vechten- of vluchtreactie.’


De omstandigheden in kamp Amersfoort waren gruwelijk wreed. Leonard Diepeveen deed er onderzoek naar om zelf te kunnen begrijpen en om dit boek te schrijven.
Hij gaf 13 april 2026 een lezing in voormalig concentratiekamp Amersfoort en maakte 14 april 2026 met zijn broers en zussen en andere familie de laatste wandeling van zijn vader Dirk van het kamp naar het huis van zijn ouders in Koekange.

Een verhaal als dit is niet mooi, wel interessant. Diepeveen schijft op een duidelijke en afstandelijke manier een verhaal waarbij soms de rillingen over je rug lopen, maar ook aangrijpende momenten zijn.

Leonard Diepeveen (1959) is emeritus George Munro-hoogleraar literatuur en retorica aan Dalhousie University, Canada. Hij publiceerde diverse boeken over literatuur en werd in 2020 verkozen tot Fellow van de Royal Society of Canada.

ISBN 9789025320850| Paperback | 248 pagina's | Uitgeverij Querido | april 2026
Vertaald uit het Engels door Jan Willem Reitsma

© Marjo, 13 juni 2026

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

David Summers - Atlas van de Wereldgeschiedenis

Atlas van de wereldgeschiedenis klAtlas van de Wereldgeschiedenis
Kaart voor kaart door de tijd

David Summers e.a.

De auteurs van deze luxueuze atlas tonen in 140 kaarten, vele foto’s en tijdlijnen hoe de mens zich ontwikkelde en verspreidde over de aarde en welke wereldrijken er ontstonden. Doordat de kaarten vergezeld zijn van verklarende teksten, kun je deze atlas ook gebruiken als historisch leesboek.

Het begint met de eerste mensen in Afrika en het toont vervolgens hun migratie naar Azië, Europa, Australië en Amerika.

Rond 12.000 v.C. ontstond de landbouw op meerdere continenten en onafhankelijk van elkaar. Mesopotamië/Irak was de eerste landbouwbeschaving. Daar werden ook de eerste tempels gebouwd (rond 9.000 v.C.) en de eerste irrigatie toegepast (rond 6.000 v.C.). De eerste steden ontstonden ook daar, rond 4.000 v.C., daarna in Egypte, telkens in valleien van rivieren, waar de landbouw het meest rendeerde. Die eerste steden staan allemaal op de kaarten p. 32-33 en p. 37.

Het oudste bekende schrift, het spijkerschrift,  ontstond ook in Mesopotamië, rond 3.400 v.C. Men drukte rieten schrijfstiften in natte klei. Egypte had hiërogliefen vanaf 2.050 v.C., China had zijn karakters vanaf 1.200 v.C.

De Perzen/Iraniërs kunnen trots zijn op het eerste groot rijk, in de 6- 5de eeuw v.C. Maar ze werden verslagen door Alexander de Grote uit het kleine Macedonië. De Griekse stadstaten van de 5-4de eeuw v.C. hadden zeer veel invloed op onze westerse beschaving. De Romeinen (200 v.C.-476 n.C.) namen veel over van de Grieken en verspreidden de Grieks-Romeinse cultuur in hun uitgestrekte rijk.

De auteurs besteden veel aandacht aan andere culturen, zoals die van India, China, Japan, Amerika, Afrika en Oceanië. Ze tonen ook de verspreiding van boeddhisme, christendom, islam. Ze zeggen er niet bij of dit met of zonder geweld gebeurde.

Tijdens de Honderdjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk (1337-1453) werden Europa en de wereld ook zwaar getroffen door de uit China afkomstige builenpest (1347-1352): 150 miljoen mensen of eenderde van de wereldbevolking ging eraan ten onder.

In de 13de eeuw veroverden de Mongolen voor korte tijd China en grote delen van Azië en van Oost-Europa. Marco Polo reisde er vermoedelijk naartoe (1271-1295). Zijn reis staat er vier keer in: p. 106, 107, 137 en 180. De reis (1253-1255) en het reisverslag van zijn meer betrouwbare voorganger, Willem van Rubroeck, helaas niet.

De volgende grote veroveraars waren de Ottomanen, die in de 14-15de eeuw ook grote delen van Oost-Europa inpalmden, maar dan voor enkele eeuwen, met de inname van Constantinopel in 1453 als orgelpunt.

In de Middeleeuwen hadden een aantal Afrikaanse koninkrijken een bloeiende goudhandel. In de noordelijke helft was de islam zeer succesvol. De ontdekkingsreizen en de kolonisatie zorgden dan weer voor de verspreiding van het christendom in de zuidelijke helft. In de 17de eeuw veroorzaakten de Dertigjarige Oorlog, de Ottomaanse veroveringen en de Pools-Russische oorlog  veel miserie. In de 18de eeuw was Noord-Amerika het toneel van oorlogen tussen Frankrijk, Engeland en Spanje. Deze leidden tot de onafhankelijkheid van de VS.

Bij de slavenhandel (p. 202-203 en 228-229) ontbreekt traditioneel de islamitische, die langer duurde (650-1900 i.p.v. 1525-1870) en die nog meer slaven transporteerde dan de Atlantische: 10 à 18 miljoen Afrikaanse en 1 à 1,25 miljoen Europese naar het Midden-Oosten en Azië tegenover 12,5 miljoen naar Amerika.

De Industriële Revolutie, de Franse en de liberale revoluties van 1830 en 1848 komen goed in beeld. We krijgen ook een zeer gedetailleerde kaart van de Opiumoorlogen (1839-1860, p. 232-233), van de massale migratiestromen in de 19de eeuw en van de uitbreiding van het Russische rijk.

Bij de kolonisatie van Afrika staat nog het al lang achterhaalde dodencijfer van ‘10 miljoen’ in Congo (p. 255): dat was 1,5 à 5 miljoen op een bevolking van 11 à 15 miljoen, waarvan 5% door koloniaal geweld en 95%  door allerlei ziektes.

Wetenschap en innovatie komen op diverse kaarten aan bod: p. 218-221, 236-239, 242-243, 264-265, 278-279, de twee wereldoorlogen uiteraard eveneens: p. 274-275, 280-285, 290-291,300-313.

Lenin, Hitler, Stalin en Mao mochten niet ontbreken, de val van het communisme ook niet. Idem voor de vele Amerikaanse interventies in andere landen (p. 334-337, 348-349). De Russische en de Amerikaanse interventie in Afghanistan ontbreken hierbij en uiteraard ook de huidige oorlog van Trump tegen Iran.

Bij de oorlogen in het Midden-Oosten mis ik de Suez-oorlog (of Suez-crisis) van 1956 (p. 338-339, 348-349).

Origineel is wel de kaart van de Covid-pandemie uit 2020-2023 met de verspreiding vanuit Wuhan over de wereld.
Het register bevat zowel plaatsnamen als personen en gebeurtenissen (p. 356-367).

De doelgroep: al wie interesse heeft in de geschiedenis van heel de wereld, ook de niet-Europese, en ook voor kunst, cultuur en wetenschap. Voor scholieren is deze atlas te omvangrijk en te kostbaar. Zij kunnen terecht bij de ‘Atlas van de algemene en Belgische geschiedenis’ van Jos Grommen e.a.

Twee kleine details: de auteur heet op p. 4 één keer Summer en één keer Summers. En op p. 250 mag men ‘de soldaten probeerde’ veranderen in ‘probeerden’.

ISBN 978-94-647-1439-5 | Hardcover | 368 pagina's kaarten, foto’s, teksten, tijdbanden, register | Uitgeverij Noordboek, Gorredijk (Nederland), mei 2026
Vertaling van ‘History of the World – Map by map’ (2025) door Jaro Schneider, Sander Buesink en Jan Bos

© Jef Abbeel, Turnhout,  6  juni 2026    www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Astrid Jongbloed - Kruiden geneeskracht & Boodschap

Kruidenboek gdKruiden
Geneeskracht & Boodschap
Astrid Jongbloed

"In dit boek vind je de boodschap, het symbool en een beknopte omschrijving van de geneeskracht van alle 83 kruiden die in de opleiding Jaaropleiding Kruidenvrouw behandeld worden. In de opleiding leer je kruiden inzetten bij klachten en kwalen & verbind je je met de kracht van Moeder Aarde."

Nu volg ik die opleiding niet, maar ik was wel nieuwsgierig naar het boek.
Het is een mooi compact boekje van 103 pagina's dat op alfabetische volgorde de kruiden via duidelijke foto's weergeeft. Daarbij staat in enkele zinnen de geneeskrachtige werking en de mentale werking van het genoemde kruid.

Ik was verbaasd dat het boekje begint met de aardbei als - kruid -, maar dat is meer aan mijn onkunde te danken. 
Onder de foto van de aardbei staat een teken/symbool, zoals bij elk kruid een eigen teken staat en de tekst:

Aardbei
Ik tover een glimlach op je gezicht
Vergeet niet om elke dag tijd te maken om zorgeloos te genieten, al is het maar voor vijf minuten

Geneeskracht
Bloedstelpend en bloedzuiverend. Zit vol antioxidanten, vitamines, mineralen en werkt versterkend en opbouwend.

En zo staat bij elk kruid een korte tekst. Het boekje eindigt met de Zwarte Bes die je helpt om voor jezelf op te komen, bloedzuiverend is, en helpt bij pijnlijke gewrichten en vermoeidheid én de zwarte bes stimuleert de bijnier.

Op zich is het een leuk boekje, waarbij ik wel een index mis waarin je op alfabet de klachten kunt opzoeken met daarbij verwijzingen naar het kruid of de kruiden. Ik heb het natuurlijkwel  uit zijn context bekeken, want het behoort immers bij een cursus. Daarom kan ik niet echt een oordeel geven.

Nu is het voor mij een goed verzorgd cadeauboekje voor iemand die geïnteresseerd is in kruiden. Met dit boekje kan ook een start gemaakt worden naar meer kruidenkennis.

Zie ook het Inkijkexemplaar

ISBN geen | 103 pagina's | Het Kruidenhuisje.nl | copyright 2023

© Dettie, 2 juni 2026

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Eric J Coolen - Geen dag zonder lijn

Geen dag zonder lijnkGeen dag zonder lijn
Eric J Coolen

Ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van Eric J. Coolen verscheen dit lijvige overzichtswerk.
Het zijn kunststukken die hij in de loop van 45 jaar gemaakt heeft. Eigenlijk begon hij al eerder met tekenen, maar ‘daar valt geen droog brood mee te verdienen’, zei zijn vader.
Hij studeerde voor tandtechnicus maar omdat tekenen nu eenmaal in zijn bloed zit bleef hij tekenen. Altijd en overal.
Inwoners van Haarlem konden er al niet omheen, er verschenen tekeningen in de krant, op de muur bij mensen thuis en op straat, op bierviltjes, op kluisjes van scholen, noem maar op.
En nu, met dit boek kan iedereen, die dat nog niet eerder deed, genieten van zijn werk.

Behalve dat hij ‘geen dag zonder lijn’ kan is Coolen ook nog eens ontzettend veelzijdig. Potloodtekeningen natuurlijk, zwart-wit, of uitgewerkt in prachtige kleuren, waarbij met name de tekeningen die hij in blauwgroene, of in rood-oranjetinten maakt prachtig zijn. Soms is het louter schematisch, waarbij dan vaak een vogel het strakke doorbreekt.
Er zijn fraaie portrettekeningen, strips, panoramatekeningen, en nog veel meer.
Coolen is niet gespeend van humor: in die ene tekening van Sun Studio Memphis waar op een gevel ‘Nighthawk’ staat, loopt een fraaie haan op straat...

En ja: heel veel tekeningen van Haarlem en omstreken passeren de revue, met op de tweede plaats onderwerpen ergens in Nederland, maar daarnaast dus ook buitenlandse onderwerpen.
Zangers en musici, architecten, schrijvers worden afgebeeld, en wat dan bijzonder is: de afbeelding komt overeen met de stijl van de muziek, gebouwen enz. Dieren, natuur, noem het maar op.
Coolen kan alles tekenen!

Voor in het boek vinden we een biografie van de hand van Joost Mulder. Het boek is opgedragen aan
Madelon Coolen-Griekspoor, echtgenote en organisatorische kracht achter Coolens kunstenaarschap.

De vormgeving was in handen van Henk Tijbosch. Hij is er uitstekend in geslaagd recht te doen aan al het werk van Coolen. Het is een prachtig boek geworden, en wie het werk van Coolen niet kende, of nog niet helemaal, die kijkt zijn ogen uit. Niet alleen gaat de lezer/kijker genieten van al deze afbeeldingen, je krijgt ook zin om bijvoorbeeld naar Haarlem af te reizen.

Eric J. Coolen (Haarlem, 1965) illustreert voor diverse uitgeverijen en dagbladen en werkte samen met onder anderen Arthur Japin, Wim Daniëls, Boudewijn de Groot, Stef Bos, Harry Sacksioni, Lex Paleaux. Hij is medeoprichter van het Ampzing Genootschap, Literair Haarlem, Nieuwe Gracht Producties en Dingetje Erbij. Voor zijn werk ontving hij onder meer de Kunst- en Cultuurprijs (publieksprijs) De Olifant, de Penning van Verdienste en de Antithese-prijs. In 2024 werd hij onderscheiden met een levenslang erelidmaatschap van Bibliotheek Zuid-Kennemerland.

ISBN 9789021344218 | Paperback 26 x 15 cm | 280 pagina's | Uitgeverij in de Knipscheer | april 2026

© Marjo, 24 mei 2026

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Johan van Overtveldt en Dieter van Esbroeck - Het papieren continent

Het papieren continent klHet papieren continent
Het harde ontwaken van een verlamd Europa
Johan van Overtveldt en Dieter van Esbroeck

Eens noemde Mao Zedong de Verenigde Staten “een papieren tijger”. Naar analogie daarvan noemen de auteurs Europa “een papieren continent”. Daarmee typeren ze de onmacht van Europa dat zijn vertrouwen had gesteld op papier: verdragen, wetten, regelgeving, procedures en protocollen.

Het was voor Europa een enorme ontnuchtering om te ontdekken dat drie wereldleiders lak hadden aan papieren afspraken. Dat betreft de chaotische regering van president Trump, de agressieve aanpak van president Poetin en het sluwe ondermijnende beleid van president Xi Jinping.  Elk van deze drie presidenten krijgt een hoofdstuk, waarin hun aanpak wordt geanalyseerd en de vraag wordt onderzocht welke consequenties die aanpak heeft voor Europa.

De grilligheid van Trump maakt hem onberekenbaar en tot een bondgenoot waar niet langer op te rekenen valt. Europa moet leren om op eigen benen te staan.

De agressie van Poetin heeft oorlog teruggebracht in het hart van Europa en de ambities van Poetin beperken zich niet tot Oekraïne. Met cyberaanvallen en desinformatiecampagnes is hij al bezig om de Europese weerstand te ondermijnen. Europa moet snel de defensieve capaciteit verhogen en achterstanden wegwerken.

Xi Jinping is de listigste van de drie wereldleiders. Poetin heeft zich vastgewerkt in Oekraïne en is daardoor afhankelijk geworden van Chinese steun. Europa put zich uit om Oekraïne op de been te houden. En Trump vervreemdt zich in rap tempo van alle NAVO-bondgenoten. China is tot dusver de lachende derde en ontpopt zich steeds meer tot een meedogenloze concurrent van het Westen en is uit op dominantie.

In al deze gevallen schetsen de auteurs een Europa dat naïef was en zich toelegde op soft power en beleefde diplomatie. In de Inleiding stellen ze dat Europa op papier indrukwekkend oogde, maar dat achter die façade een fundamentele zwakte schuilging: een gebrek aan echte macht en aan realiteitszin. Door zijn eigen verkeerde keuzes is Europa in grote moeilijkheden terechtgekomen.  Zo erg zelfs dat het voortbestaan van het vrije, welvarende en democratische Europa nu op het spel staat.

Dan ligt de vraag voor de hand of Europa nog te redden is? En inderdaad gaat het laatste hoofdstuk over die vraag. De auteurs zetten vooral in op hernieuwde economische groei. Dat zal niet meevallen (het is “titanenwerk”), want de lijst van schier onoplosbare problemen is lang: vergrijzing, klimaatverandering, begrotingstekorten, schuldenlasten, grootschalige immigratie en moeizame integratie. Maar “een structureel gezonde economische groei is het allerbelangrijkste” om uit het slop te komen. Daarvoor worden ook allerlei beleidsaanbevelingen gedaan.

Het boek is met vaart geschreven en de auteurs onderbouwen hun betoog helder en overtuigend. Ze weten hun citaten uit diverse bronnen goed en raak te kiezen. Bijvoorbeeld deze uit 2025 van de Europese commissaris voor Defensie: “450 miljoen Europeanen zouden niet moeten smeken aan 340 miljoen Amerikanen om Europa te beschermen tegen 140 miljoen Russen die het niet kunnen opnemen tegen 38 miljoen Oekraïners”.  Dat blijft wel hangen! Of dit citaat, ontleend aan Otto von Bismarck: “Politiek is de kunst van het mogelijke, niet de kunst van het wenselijke”.

Een sterk punt is dat het boek heel goed duidelijk maak dat Europese beleidmakers zelf de problemen hebben veroorzaakt, die ze nu niet kunnen oplossen. De auteurs gewagen van een “collectieve naïviteit”, die alleen maar als “verbijsterend” kan worden omschreven. Het lage vertrouwen van burgers in hun leiders is dus terecht. Om te slagen in het traject dat de auteurs voorstellen, zal Europa over betere leiders moeten kunnen beschikken. Hoe komen we aan capabele leiders?

Een ander zwak punt in de plannen is de vergrijzing van Europa als gevolg van een verontrustend laag geboortecijfer. Het ontbreekt aan jeugd om de veelheid aan problemen met energie en passie te lijf te gaan. Bejaard Europa wil een rustige oude dag en berust erin dat het hun tijd wel zal duren. Het is dus niet alleen een kwestie van economie, maar ook van mentaliteit.

Toch zal Europa wel harde keuzes moeten gaan maken. En de tijd dringt. Het niet-aanpakken van de problemen zal anders de Europese verzorgingsstaat tot een utopie uit het verleden maken.

Daarom is het goed als dit doorwrochte boek met zijn verontrustende analyse, maar geschreven met de ambitie onze problemen te overwinnen, brede aandacht zal trekken. De wil om te overleven en eruit te komen moet wortel schieten in de geest en de mentaliteit van Europeanen wil er toekomst zijn voor aankomende generaties.

Zeer aanbevolen dus!

Johan van Overtveldt (1955), econoom, oud-hoofdredacteur van Trends en Knack en tussen 2014 en 2018 federaal minister van Financiën in België.

Dieter van Esbroeck (1996) econoom en werkzaam als economisch adviseur in het Europees Parlement. Ook verbonden aan de KU Leuven.

ISBN 9789022343227 | Paperback | 233 bladzijden | Uitgeverij Ertsberg Antwerpen | 21 april 2026

© Henk Hofman, 30 april 2026

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

Pieter van der Wielen - Hotels in Parijs 1999

Hotels in Parijs 1999kjpgHotels in Parijs 1999
Pieter van der Wielen

‘Waarom zou je overnachten in alle hotels van een gids? Geen idee. Because it’s there.’

Zo leidt de schrijver zijn boek in. De lezer volgt: waarom zou je zo’n boek lezen?
Het is gebaseerd op een hotelgids uit 1999, een opsomming van hotels, die er deels niet eens meer zijn. Of intussen van eigenaar veranderd, of verbouwd.

Des te knapper is het dat Pieter van der Wielen je vanaf het eerste tot het laatste hotel weet te boeien. Het is dan ook geen gewone hotelgids – die bestaan tegenwoordig niet eens meer - maar meer een reisverslag in etappes.
Twee dingen liggen ten grondslag aan het ontstaan van dit boek: de vondst van de hotelgids uit 1999, en het feit dat Van der Wielen graag in Parijs is.

Het werd een missie om in alle hotels die in de gids staan een (of meer) keer te overnachten.
Dat duurde even, begrijpelijk, maar nu is er dan een volledig ‘herziene’ gids met hotels in bijna alle twintig arrondissementen van Parijs. (het twintigste doet niet mee, er wordt geen hotel vermeld in de oorspronkelijke gids)

Soms gaat het om een enkel hotel per arrondissement, vaak veel meer.
Het is overigens niet zo dat alle hotels die je in Parijs kan vinden erin staan! Het gaat om alleen die in de oorspronkelijke gids staan, en die  hebben vrijwel allemaal een geschiedenis. Dat kan een lang verhaal opleveren, waarbij namen van beroemdheden je om de oren vliegen. Of slechts een kort stukje dat niettemin lovend is.

Je zou kunnen concluderen dat het stuk voor stuk prima plekken zijn om te overnachten, naar de prijs/kwaliteit verhouding wordt slechts gehint. Het is dan ook niet zo’n hotelgids waarmee je een slaapplaats zoekt als je een paar dagen in de stad wil doorbrengen.
Het is een soort toeristische gids aan de hand van hotels: over de geschiedenis, over het ontstaan en vooral over wie er allemaal al ooit was: al die namen van schrijvers, schilders en andere beroemdheden, het duizelt je. Ze waren er allemaal om hun bijdrage te leveren aan de geschiedenis.

Waarom zou je dit boek lezen?
Omdat het vermakelijk is, en stiekem toch veel informatie bevat.

Met een plattegrond van Prijs voorin, waar de hotels op aangegeven staan. (Toch handig, als je onverhoopt toch een van deze hotels wil bezoeken).

Pieter van der Wielen (1974, Oegstgeest) heeft geschiedenis gestudeerd en is werkzaam als journalist en presentator voor radio en televisie. Hij presenteerde op de radio Nieuwsweekend, Nooit meer slapen en Met het oog op morgen en maakt een wekelijkse podcast voor NRC.

ISBN 9789048865512 | Paperback | 240 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep | 19 februari 2026

© Marjo, 4 mei 2026

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Ardy Beld - Leven in bezet Oekraïne

Leven in bezet oekraine klLeven in bezet Oekraïne
Ardy Beld


De auteur sprak ter plaatse of telefonisch met Oekraïners uit diverse lagen van de bevolking: voormalige krijgsgevangenen, vluchtelingen, collaborateurs, verzetsmensen, ontvoerde kinderen. Ze vertellen over hun gevangenschap, gedwongen russificatie, martelingen, vernederingen. In totaal controleert Rusland nu 20% van Oekraïne, 110.000 km², bijna twee keer zo groot als  Nederland en België samen, waar ongeveer 6 miljoen mensen wonen.

Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken: deportatie, vlucht, gevangenschap, collaboratie, verzet.

Al in 2014 werden Oekraïense kinderen van de Krim gedeporteerd naar adoptiegezinnen in Rusland, in ruil voor geld. Na de invasie van 2022 sprak het Kremlin over “700.000 Oekraïense minderjarigen” die naar Rusland vertrokken zouden zijn. Dat getal is sterk overdreven: Oekraïne spreekt over 20.000. Sommige kinderen zijn wezen en zaten voorheen in internaten of klinieken, de meeste hebben een achterstand of handicap. Het einddoel is ze in te zetten aan het front tegen Oekraïne. Rusland heeft 200 kampen waar ze die kinderen ‘heropvoeden’ in de Russische taal, cultuur, geschiedenis, waar ook Russische kinderen uit probleemgezinnen zitten en waar ze opgeleid worden tot toekomstige soldaten (VRT, 25.09.2025). Oekraïens spreken is er verboden. Ze krijgen dagelijks te horen dat Oekraïne binnenkort niet meer zal bestaan.

Het Internationaal Strafhof in Den Haag vaardigde in maart 2023 een arrestatiebevel uit tegen Poetin en tegen Maria Lvova-Belova, ombudsvrouw voor de kinderrechten. Soms slagen familieleden of organisaties, zoals Save Ukraine, erin een kind uit Rusland weg te halen, met veel moeite en via lange omwegen. Maar dat is een klein deel: de meesten krijgen een Russische naam en worden definitief Rus.

In hoofdstuk 2 zijn Oekraïners aan het woord die op de vlucht zijn. Artjom en zijn gezin vluchtten uit het bezette Melitopol. Hij beschrijft hoe de Russen zijn stad veroverden. Hij kon niet naar het vrije deel van zijn land, wel met de bus naar de Krim en vandaar naar Krasnodar. Daar wonen ze illegaal tussen vijandige Russen. Een moeder en een dochter vertellen dat de Russen in hun stadje Dniproroedne  burgers vermoord hebben en iedereen die kritiek uitte in folterkelders stopten, ook jongens van 14 jaar.
Sommige vluchtelingen zijn ondanks de gevaren al teruggekeerd naar Oekraïne omdat ze niet konden integreren in het Westen.

Het Centrum voor Burgerlijke Vrijheden, opgericht in 2007, kreeg de Nobelprijs voor de Vrede in 2022. Het spoort burgers op die door de FSB gevangen zijn en probeert hen weer vrij te krijgen, o.a. met de hulp van het Rode Kruis. Momenteel zitten 4.100 Oekraïense burgers vast in 150 Russische gevangenissen of kampen, meestal onterecht. Ze mogen geen contact hebben met Russische gevangenen. Ook zij worden gefolterd met elektrische kabels etc. Een aantal van hen kwam in Russische handen na verraad door jaloerse buren.

Collaborateurs waren er vooral in de ‘Volksrepublieken’ Donetsk en Loegansk en op de Krim. Drie van hen waren bereid te praten. Ze hebben veel lof voor de Russen en verkondigen dat heel Oekraïne bij Rusland moet horen. Ze vinden dat het Westen in verval is en dat het de omwentelingen in Oekraïne veroorzaakt heeft.

Er is ook ondergronds verzet tegen de bezetters, o.a. van vrouwelijke partizanen in de Volksrepublieken, in Melitopol, Marieoepol en op de Krim. Ze riskeren genadeloze folteringen, levenslange gevangenis en zelfs de dood als ze verklikt worden. Ze willen dat de wereld weet dat de Russen niet welkom zijn. Ze doen dat met een ondergronds krantje.

Op de Krim is het onderwijs sinds 2014 één en al militaire propaganda voor Rusland. Russische soldaten roven er huizen en bedrijven straffeloos leeg.

Islamitische inwoners uit Tsjetsjenië, Oezbekistan, Tadzjikistan worden naar het bezette Melitopol gebracht om de Oekraïners te vervangen. Er zijn veel moskeeën geopend en in het straatbeeld verschijnen steeds meer hidjabs (hoofddoeken). Zo russificeert men stapsgewijze de Oekraïense gebieden.

In Starobilsk nabij Loegansk eigenen de Russische militairen zich de Oekraïense vrouwen en meisjes toe, ze stelen van alles en beweren dat ze de bevolking bevrijd hebben. Alle Oekraïense schoolboeken zijn er vernietigd. Wie verzet pleegt, wordt gemarteld, verkracht of doodgeschoten. Ofwel worden hun kinderen verkracht. Verzetsmensen hopen nog altijd dat het Oekraïense leger hen zal komen bevrijden. Zij hebben het gevoel dat ze in de steek worden gelaten: de internationale aandacht gaat naar het front, velen berusten erin dat de bezette gebieden verloren zijn.

Het boek eindigt met een begrippenlijst.

Beoordeling

De auteur is erin geslaagd om getuigenissen te verzamelen van mensen die dagelijks de bezetting ondervinden of eraan meewerken en die anders de pers niet halen. Hij toont duidelijk aan dat lang niet alle bewoners van de Donbas en van de Krim Russisch-gezind zijn, ondanks alle propaganda die ze over zich krijgen. Samen met het boek van Stanislav Asejev, ‘Het Concentratiekamp in de Paradijsstraat’,  toont hij aan hoeveel er gefolterd, verkracht en gemoord wordt door de bezetters en hoeveel ellende de oorlog al heeft aangericht.

Enkele opmerkingen: een kaart ontbreekt. Niet iedere lezer weet waar Krasnodar, Lipetsk, Melitopol, Taganrog, Berdjansk  liggen. Bij de begrippen (p.155) staat dat ‘katsapy’ een scheldwoord is voor Russen, maar niet dat het ‘slachters’ betekent. Bij die begrippen zou ook mogen staan: filtratiekamp en HIMARS.

Bij een volgende druk mag de uitgever enkele zetfouten verbeteren: ’s nacht (p. 32) is ’s nachts; ‘begon’ (p. 46) moet begin zijn; ‘Smolenk’ (p. 62) moet Smolensk zijn; de tramrails ‘was’ kapot veranderen we in ‘waren’ kapot en een ‘Oekraïens’ dichteres in ‘Oekraïense’ dichteres.

ISBN 978-94-647-1119-4 | Paperback, 158 pagina’s, foto’s, begrippen | Uitgeverij Noordboek, Gorredijk | januari 2026

© Jef Abbeel, Turnhout, 30  april 2026 www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Christine Visser - Schaduwliefde

schaduwliefde klSchaduwliefde
Christine Visser

Ze ziet hem op televisie, in een documentaire over mannenvriendschap. 
'Hij is de mooiste man die ik ooit gezien heb, hij is acteur en muzikant. Hij zingt, soms fluisterend, soms hard, stem als een klok. Hij is kortom alles wat mijn dweepzieke meisjesideaal behelst.'
Ze belt haar vriendin. 'Ik zeg haar de televisie aan te zetten 'Dat is-ie! Mijn ideale man! Wieger heet hij.'

Het is 1995. Anderhalf jaar later. Ze studeert theater- film- en televisiewetenschap, haar specialisatie is televisie en ze moet een stage zoeken. Het is haar broertje die voorstelt om stage te gaan lopen bij 'de theatergroep die ze zo leuk vindt'. De theatergroep van Wieger... Dat doet ze en ze wordt aangenomen. 
En dan wordt ze straalverliefd op hem.

Ze heet Christine Visser en Wieger waardeert haar werk maar ziet haar verder niet staan als vrouw. Hij is getrouwd maar een scharrelaar. Jarenlang aanbidt ze Wieger in stilte, totdat ze besluit hem te vertellen dat ze verliefd op hem is. Hij schrikt, ze is negentien jaar jonger! Hij heeft nooit zo aan haar gedacht.

Des te frappanter is het dat, tweeënhalf jaar later, Wieger toenadering zoekt en na een feest gebeurt het! Hij gaat mee naar haar huis en dat is het begin van een zeer langdurige, liefdevolle relatie, ze krijgen zelfs een zoon samen, maar Wieger is en blijft getrouwd. Hij houdt van Christine maar ook van zijn vrouw.

We lezen hoe hun relatie zich ontwikkeld maar ook af en toe door hevige stormen voert. Toch blijft de relatie bestaan, de liefde is te groot.
En dan wordt hij ziek en gaat dood... Zij voelt zich zijn weduwe, maar is het niet, zij is de schaduwliefde. Ze heeft enorm verdriet maar kan het niet openbaar maken. Er zijn weinig mensen die van de relatie wisten. Haar zoon is wel erkend voor de buitenwereld, maar hun liefde niet, die mocht feitelijk niet bestaan.

Waarom mag zij na zijn dood niet zeggen hoeveel hij voor haar betekent, heeft, hoe groot hun liefde was, hoe goed ze het hadden. Ze wilde ook helemaal niet dat hij ging scheiden, maar ze wilde hem wel in haar leven en dat was hij. Het leven met hem was intens en vol, mag dat niet bestaan? Waarom moet dat verzwegen worden, want het wàs er, hun relatie bestond. 

Het verhaal is zonder wrok maar ook niet dwepend geschreven. De situatie was zoals het was. Een verhaal over twee mensen die veel van elkaar hielden maar elkaar niet verstikten. Ze aanvaardden elkaar én hun keuzes totaal. Een verhaal een onderwerp dat veel vaker voorkomt dan men weten wil. Dat taboe is door Christine Visser doorbroken op een zeer respectvolle manier.

ISBN 9789045051567 | Paperback | 175 pagina's | Atlas Contact | 19 augustus 2025

© Dettie, 28 april 2026

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

David Bather Woods - Arthur Shopenhauer

Arthur Shopenhauer klArthur Schopenhauer.
Het leven en denken van de grootste pessimist in de filosofie.
David Bather Woods 

Het leven is een bedenkelijke zaak. Dat schreef Arthur Schopenhauer (1788-1860) ooit aan de dichter Christoph Martin Wieland. En daarom nam de filosoof zich voor om zijn eigen leven te besteden met erover na te denken. Hij bleek geen fan. De Duitse denker ontwikkelde een pessimistische filosofie, waarin hij het bestaan een vergissing noemde, de wereld vergeleek met een boeteoord, en het leven zag als een ellenlange lijdensweg.

      Dat zou allemaal best kunnen kloppen. Maar ongeacht wat Schopenhauer zelf van het leven vond, veel mensen zijn wel blij dat hij het heeft geleefd. In zijn roman De Schopenhauer-kuur uit 2004 liet psychiater en auteur Irvin D. Yaloom het eenzame personage Philip bijvoorbeeld verzuchten dat Schopenhauer de enige was die hem echt leek te begrijpen: ‘Niet alleen klonken zijn woorden mij als muziek in de oren, maar ik voelde ook een sterke verwantschap met hem als persoon. […] Alleen al het weet hebben van zijn bestaan verzachtte de pijn van mijn isolement.’

      Ook echte mensen raakten gefascineerd door Schopenhauer. David Bather Woods, bijvoorbeeld. Hij is associate professor in de filosofie aan de University of Warwick en gespecialiseerd in het denken van Schopenhauer. Woods schreef daar al heel wat artikelen en hoofdstukken over, en publiceerde onlangs ook eindelijk een boek: Arthur Schopenhauer. Het leven en denken van de grootste pessimist in de filosofie. Kennelijk is het leven van Schopenhauer ook voor Woods een bedenkelijke zaak.

Schrijven over Schopenhauer

Schrijven over Schopenhauer is gevaarlijk. De goede man had immers een nog betere pen, waardoor de lat ook voor commentatoren hoog komt te liggen. Filosoof Dieter Birnbacher klaagde in zijn inleiding Schopenhauer: de macht van de wil (2009) bijvoorbeeld dat het moeilijk was om over iemand te praten die zelf bijna alles al beter heeft gezegd. De mooiste manier om over Schopenhauer te schrijven, is vaak gewoon om hem over te schrijven.

      Daar komt bij dat Schopenhauer zelf geen liefhebber was van secundaire literatuur. Want wat blijft er nu echt over van de boeken van grote geesten, wanneer die worden naverteld in boeken van haast noodzakelijkerwijs minder grote geesten? Schopenhauer raadde daarom aan om boeken tweedehands te kopen, in plaats van hun inhoud. Punt: het is maar zeer de vraag wat deze grote geest had gevonden van een biografie.

Anekdotes

Een laatste probleem is dat er over Schopenhauer enkele smakelijke verhalen rondgaan. Als klein jochie mocht hij met zijn ouders mee op grand tour door Europa, op voorwaarde dat hij daarna braaf als koopman ging werken. Als filosofiedocent plande hij zijn colleges gelijktijdig met die van rivaal Georg Wilhelm Friedrich Hegel, waardoor zijn eigen klaslokaal nagenoeg leeg bleef. En als norse knorrepot mikte hij ooit de naaister Caroline Louise Marquet van de trap, waarna hij haar levenslang schadevergoeding moest betalen. Bijvoorbeeld.

      Zulke anekdotes lijken een goudmijn voor een biograaf. Maar misschien is dat niet zo. De verhalen zijn immers de moeite van het vertellen waard. En juist daardoor zijn ze ook al vaak verteld. Heel vaak. Wellicht zelfs te vaak. Bij veel levensschetsen van Schopenhauer kan de lezer zomaar het gevoel krijgen dat de biografen niet alleen gretig hun lijdend voorwerp overschrijven, maar vooral ook elkaar.

Dwarsverbanden

Woods probeert deze valkuil te voorkomen door interessante dwarsverbanden te leggen. Zijn zelfverklaarde doel is dan ook om na te gaan ‘hoe de gebeurtenissen in [Schopenhauers] leven, filosofische of welke dan ook, kunnen worden gelezen in het licht van zijn denken, en omgekeerd.’ Zo leiden de anekdotes over Schopenhauers doodsaaie tijd op een Engelse kostschool tot een uiteenzetting over zijn filosofie rond verveling en straf. En zo worden Schopenhauers beschouwingen over eer en roem gekoppeld aan het biografische feit dat hij een van de eerste filosofen was van wie foto’s werden verspreid.

      Gelukkig probeert Woods niet om het denken van Schopenhauer te verklaren uit zijn leven. Zijn boodschap is dus niet dat Schopenhauer mild was over zelfdoding omdat zijn vader vermoedelijk zelfdoding heeft gepleegd, maar eerder dat Schopenhauer mild was over zelfdoding en dat zijn vader vermoedelijk zelfdoding heeft gepleegd. De waarde en relevantie van de dwarsverbanden mag de lezer zelf inschatten. Woods lijkt vooral te willen wijzen op de diverse thema’s die Schopenhauer, in leven en in denken, zijn hele bedenkelijke leven hebben beziggehouden.

Een brede filosofie

Woods laat daardoor zien hoe breed het gedachtegoed van Schopenhauer soms uitwaaierde. De filosoof zelf schreef ooit dat zijn hele denken slechts één enkele gedachte bevatte, waarmee hij bedoelde dat al zijn gedachten één logische wereldbeschouwing vormden. Maar daarmee zwierde hij wel langs talloze onderwerpen: metafysica, ethiek, kunst, eten, sekseverschillen, waanzinnigheid, dromen, rechtspraak, dierenwelzijn. Woods lijkt die rijkdom bewust te willen aanstippen. Anders is het wel heel vreemd om een boek over de grootste pessimist in de filosofie te beginnen met diens gedachten over… het lachen.

      Natuurlijk moet ook Woods de klassieke mythes over Schopenhauer herhalen. Maar zijn inkadering daarvan maakt de boel toch lezenswaardig. Bovendien maakt het nieuwsgierig hoeveel méér onderwerpen er nog in het werk van Schopenhauer te vinden zijn. De kans is niet nul dat menig lezer na het dichtslaan van dit boek overweegt om ook eens een – al dan niet tweedehands – boek van de grote geest zélf op te pakken. Een minder pessimistisch iemand zou er misschien vrolijk van worden.

ISBN 9789000389117 | Hardcover | 304 pagina's | Amsterdam: Uitgeverij Unieboek|Het Spectrum | 25 november 2025
Vertaald door: Fred Reurs

© Rik Peters, 25 april 2026

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Diarmaid MacCulloch - De Reformatie

De reformatie klDe Reformatie
Een geschiedenis 1490-1700
Diarmaid MacCulloch

De auteur van dit boek heeft het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. Uitgebreid beschrijft hij de aanloop naar de Reformatie, vervolgens het verloop van de Reformatie en tot slot de afloop van de Reformatie. Het gaat dus om een compleet overzicht van gebeurtenissen genomen over een periode van 200 jaar en in een geografisch omvangrijk gebied.

Alsof dat nog niet genoeg is, gaat hij na dit alles ook nog in op de invloed van de Reformatie op het dagelijks leven van gelovigen: het huwelijk, het gezinsleven, begrafenissen, het geloof in hekserij, het gebruik maken van tucht om het gedrag van gelovigen te disciplineren, opvattingen over liefde en seks. Hier wordt de chronologische benadering in de voorgaande delen vervangen door een thematische aanpak.

Het is dus een breed en diepgaand onderzoek geworden naar de Reformatie, een hervormingsbeweging die uitliep op een gedeeld huis voor Europeanen. De ene Katholieke kerk spleet uiteen in een rooms-katholiek en een protestants deel.

Eerst schoot het protestantisme overal in Europa wortel. In 1590 was ongeveer de helft van Europa onder controle van protestantse regeringen of had het een protestantse cultuur. In 1690 was dat nog maar een vijfde. De Contrareformatie had Midden-Europa en Zuidoost-Europa heroverd en teruggebracht in de moederkerk.

De overvloed aan gegevens is soms verwarrend, getuigt echter van een fenomenale kennis van zaken en wordt weer gecompenseerd door een pakkende stijl van schrijven, soms met een link naar de actualiteit.

De uitvinding van de boekdrukkunst, beschreven vanaf bladzijde 87, moge als voorbeeld dienen. De boekdrukkunst en daarmee de komst van boeken in de woningen van burgers maakte het de moeite waard om te leren lezen. Al spoedig konden veel meer mensen lezen dan voorheen, ook als ze de schrijfkunst nog niet machtig waren. Lezen is een passieve bezigheid, Het is bovendien een eenzame bezigheid. Daarmee geeft de Reformatie een aanzet tot individualisme. In geestelijk opzicht is lezen wèl een actieve bezigheid. En dat was de basis voor een intellectuele ontwikkeling waarmee Europa het analfabetisme achter zich liet en wetenschappelijke kennis met sprongen vooruitging.

Het staat in scherp contrast met de ontlezing in onze generatie. Als gevolg van de opkomst van digitale media lezen we minder boeken, kranten en tijdschriften. Onder de jeugd is leesvaardigheid zelfs zorgwekkend gedaald. Een derde van de leerlingen in het voortgezet onderwijs haalt het gevraagde leesniveau niet.

De boekdrukkunst, de komst van boeken en het lezen zijn positieve ontwikkelingen. Maar de strijd om de ideeën in die boeken bracht de godsdienstoorlogen teweeg met hun verwoestende en ontwrichtende uitwerking op de samenleving. Het verschil in denken over geloofszaken “was de belangrijkste reden voor moord en doodslag” schrijft de auteur. In een terugblik aan het eind van het boek merkt hij op dat de genadeloze strijd ging over zaken die we nu triviaal of irrelevant vinden. Dat is vaker (maar niet altijd) het geval met ruzies en oorlogen.

De schrijver voegt er wel aan toe dat we niet het recht hebben om ons intellectueel of moreel superieur te wanen aan mensen uit de 16de en 17de eeuw. In het licht van de gruwelen van de 20e eeuw, die zich voortzetten in onze eeuw, past ons die houding niet.

Handig zijn de talrijke verwijzingen in de tekst naar andere pagina’s om verbanden duidelijk te maken. Samen met het register maakt dit het boek tot een heel geschikt naslagwerk.

Wat verder opopvalt, ise zorgvuldigheid waarmee de auteur te werk is gegaan. Of het nu gaat om de strenge Calvijn in Genève of de als even streng bekendstaande Ignatius van Loyola, stichter van de omstreden Jezuïetenorde, ze krijgen allebei een eerlijke behandeling. Wat was hun achtergrond? Hoe pasten hun opvattingen binnen de context van hun geloof? Wat waren hun successen en op welke punten zaten hun kwetsbaarheden?

Om alle beweringen van de auteur op hun juistheid te toetsen moet je over een deskundigheid en kennis beschikken die de meeste ‘gewone’ lezers, waar ik me ook onder schaar, niet beschikken.

Toch is het nuttig om alert te zijn. Hier en daar heb ik een steekproef gedaan door iets te controleren aan de hand van boeken die ik in mijn bezit heb. Een enkel maal zit MacCulloch er toch naast.

Zo schrijft hij op blz. 381 over de staatsgreep die Maurits in 1618 pleegde en de ‘gerechtelijke moord’ op Oldenbarnevelt in 1620. Maar Oldenbarnevelt heeft in 1617 zelf het conflict op de spits gedreven door met zijn Scherpe Resolutie troepen aan het gezag van opperbevelhebber Maurits te onttrekken. Die resolutie noemt MacCulloch niet. A. Th. Van Deursen, van 1971 tot 1996 hoogleraar aan de Vrije Universiteit, noemt de resolutie “het keerpunt” in de twisten [bron: A. Th. Van Deursen: De last van veel geluk, blz. 202, Amsterdam, 2005]. J.C. Boogman, van 1958 tot 1982 hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Utrecht, onderzocht het proces tegen Oldenbarnevelt. Zijn conclusie: “van een gerechtelijke moord kan dus stellig niet gesproken worden” [bron: J.C. Boogman, Van Spel en Spelers, blz. 89, ’s-Gravenhage, 1982].

Er is meer te noemen, maar dit voorbeeld moge volstaan. Controle is altijd nuttig. Het valt overigens MacCulloch niet aan te rekenen. Men zegt dat Aristoteles de laatste wetenschapper was met een encyclopedische kennis. Na hem was het voor een mens niet meer mogelijk complete kennis over ‘alles’ te hebben. Dus zelfs niet voor MacCulloch, al komt hij ver.

Nog één opmerking. We lezen over ‘Moritz van Saksen’ op onder andere bladzijde 280 en 362.Het is òf Maurits van Saksen (in de Nederlandse literatuur de gebruikelijke naam) òf Moritz von Sachsen.

De Reformatie is een monumentaal en briljant boek. Twee fotokaternen met in totaal 24 afbeeldingen sieren het boek. In de tekst zijn ook nog afbeeldingen opgenomen. De tekening van koning Filips II, die de laatste twee jaar van zijn leven vanwege artritis niet meer rechtop kon staan, half liggend in een speciaal voor hem ontworpen stoel, gekleed in een pak opgevuld met zacht materiaal, had ik nog niet eerder in een historisch werk aangetroffen.

Notenapparaat, bronnen en literatuurverwijzingen plus het register bestrijken 130 bladzijden. Hieruit blijkt ook de zorgvuldige aanpak van auteur en uitgever.

Diarmaid MacCulloch (1951) is gespecialiseerd in kerkgeschiedenis en geschiedenis van het christendom. Van 1997 tot 2019 was hij hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Universiteit van Oxford. Het hier besproken boek is de vertaalde versie van het origineel dat in 2003 verscheen. In 2009 schreef MacCulloch A History of Christianity. De Nederlandse vertaling daarvan verscheen bij het Spectrum.
Beide boeken zijn vertaald door Huub Stegeman.

ISBN 9789401921305 | Paperback | Omvang 830 bladzijden | Uitgeverij Omniboek | 5 maart 2026
Vertaald door Huub Stegeman

© Henk Hofman, 23 april 2026

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

Julian Sancton - Het fortuin van Neptunus

HET FORTUIN VAN NEPTUNUSkHet fortuin van Neptunus
Julian Sancton

In de 16e en 17e eeuw voer ieder jaar een konvooi van schepen, de zilvervloot genoemd, met goud, zilver en andere kostbaarheden uit de Spaanse koloniën naar Spanje. Een van de routes die gevolgd werd leidde naar Panama, waar de schepen volgeladen werden. Dan ging de reis naar Cartagena (Bolivia) om vandaar uit naar Spanje terug te varen.
Schepen vol kostbaarheden, natuurlijk trok dat piraten aan. Het was een gevaarlijke reis.

Tijdens de Spaanse Successieoorlog (1701–1713) kwam het gevaar van Engeland. Admiraal Charles Wager viel de Zilvervloot aan ter hoogte van Cartagena. Het galjoenschip Don José, in de vaart genomen in 1696, was een van de schepen, die meevoeren als bescherming van de vloot.
Nadat er brand was uitgebroken ging zij ten onder met vrijwel alle bemanningsleden en de zeer kostbare lading.
Naar andere schepen werd in de eeuwen erna al of niet succesvol gedoken, maar de San José lag te diep. Haar verhaal groeide uit tot een legende.
In het eerste deel lezen we over deze gebeurtenissen waarbij de zeeslag die gewoed moet hebben zeer spannend wordt verteld en leest als een trein.

Het tweede deel is een biografie - iets minder spannend qua stijl - van Roger Dooley, de man die de locatie van het schip wist te vinden, maar die zoveel tegenwerkingen ondervond dat het schip tot op heden niet geborgen is. Wel gevonden dus, in 2015.
Dooley, geboren in New Yersey, bracht zijn jonge jaren door op Cuba, waar hij een fervent diepzeeduiker werd. Zijn hobby werd zijn beroep: maritiem archeoloog. Als hij bij toeval in de archieven stuit op het verhaal van de Don José is hij verkocht. De zoektocht zal hem zijn verdere leven bezighouden.

In het derde deel geeft Sancton een beknopt overzicht van schattenjagers, om dan in het vierde deel dieper in te gaan op de zoektocht van Dooley. Over de tegenwerking die hij ondervond, over de belangrijke mensen die hem wél steunden, over de vele anderen die te weten kwamen waar hij mee bezig was, en wél schatjagers waren. Natuurlijk kostte zijn eigen zoektocht ook veel geld, hij kon het niet alleen.
Duidelijk wordt in dit verhaal dat het Dooley niet om de schat te doen was. Hij wilde erkenning als degene die het wrak gevonden had, als historicus.


‘Hij instrueerde de technici om de camera naar links, naar rechts, naar beneden, naar voren of naar achteren te richten. De lens gleed tussen de vissen en schaaldieren door en kwam soms verleidelijk dicht bij voorwerpen die tijdens de zonsondergang van 8 juni 1708 voor het laatst het daglicht hadden gezien. De camera volgde het schip in de lengte en de breedte, zoals Casa Alegre ooit ook over het dek had gelopen (-). De contouren van het schip waren duidelijk te onderscheiden op de zeebodem, wat erop wees dat het hout niet volledig was vergaan. En eindelijk zag Dooley van dichtbij en in kleur.’


Een hele kluif met veel namen en feiten, een waargebeurd verhaal, dat overigens nog niet uit is. De Don José ligt nog diep in de oceaan. En de strijd om de schatten is nog niet voorbij. Als je weet dat er misschien wel 70 miljoen dollar aan kostbaarheden ligt, begrijp je dat wel.
Julian Sancton is in de boeken gedoken en heeft uitvoerig gesproken met Dooley, die nog steeds hoopt op erkenning. -

Julian Sancton is hoofdredacteur van het tijdschrift Departures, waar hij schrijft over cultuur en reizen. Zijn artikelen verschenen onder meer in Vanity Fair, Esquire, The New Yorker, Wired en Playboy. Hij heeft verslag gedaan vanaf elk continent, waaronder Antarctica, dat hij voor het eerst bezocht toen hij onderzoek deed voor Waanzin aan het einde van de aarde.

ISBN 9789048867493 | Paperback | 432 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep | januari 2026
Vertaald uit het Engels door Frans Reusink

© Marjo, 22 april 2026

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Patrick Radden Keefe - London Falling

London Falling klLondon Falling
Een mysterieuze dood in een corrupte stad en een familie op zoek naar gerechtigheid

Patrick Radden Keefe


De titel geeft aan dat dit boek gaat over het verval van Londen tot een metropool waarin de onderwereld zich verweeft met de bovenwereld. De grens tussen legitieme zakenlieden en maffia-oligarchen is vaag geworden. Londen is een wereldwijd knooppunt voor het witwassen van illegaal vermogen. Russische criminelen hebben voor miljarden geïnvesteerd in luxueus vastgoed. Er zijn tal van politieke moorden gepleegd (Litvinenko in 2006 en Skripal in 2018 bijvoorbeeld).

De auteur stelt dat de stad voorheen floreerde dankzij koloniale plundering, maar nu beheerst wordt door zwart geld en door criminelen die bonafide willen lijken. Ze krijgen daarbij hulp van advocaten en bankiers, belastingconsulenten en beveiligingsfirma’s, vastgoedmakelaars en pr-adviseurs (blz. 221).

Het is een wereld van extreme rijkdom, waarin met geld gesmeten wordt. Oligarchen leven in landhuizen en kastelen, bezitten luxeauto’s en jachtboten, bezitten een privé-helikopter, bedelven hun vrouwen en vriendinnen onder de juwelen. Tegelijk is het ook een gevaarlijke en angstige wereld. Liquidatie ligt op de loer. Deze mensen zijn permanent omringd door bodyguards en in hun landhuizen is vaak een paniekruimte geïnstalleerd. Dan nòg komt het regelmatig voor dat iemand op onverklaarbare manier uit het raam van een hoge flat valt en op straat te pletter slaat.

Hoofdpersoon in het boek is Zac Brettler, die op de leeftijd van 19 jaar midden in de nacht van het balkon van een luxe appartement valt.
Zac komt uit een harmonieus gezin, ingebed in een fijne familie en heeft warme ouders met nog één oudere broer.

De politie in Londen (de MET) stelt een onderzoek in naar dit tragische ongeval. De tijd verstrijkt en resultaten worden niet bereikt. Zelfmoord is het meest waarschijnlijke scenario. De jongen was in de greep geraakt van snel verkregen geld en was terechtgekomen in de wereld van drugshandel en
-criminaliteit en zou zelf ook verslaafd zijn geraakt. Hij had veel contacten opgebouwd met schimmige maar gevaarlijke figuren. De jongen was een bluffer en een leugenaar. Hij beweerde dat hij van schatrijke afkomst was en hij probeerde de roofdieren die om hem heen cirkelden te paaien met beloftes over geld. Uiteindelijk, vastgelopen in het web van zijn leugens, zou hij geen andere uitweg hebben gezien dat zelfmoord te plegen.

De ouders nemen geen genoegen met deze conclusie en gaan zelf op onderzoek uit. Al spoedig ontdekken ze hoe de politie ook andere verdachte sterfgevallen simpelweg bestempelt als een ongeluk of zelfmoord en daarna afziet van nader onderzoek. Uit een rapport opgesteld door de inspectie bleek dat de Met niet eens in staat was om inbraken op te lossen, laat staan geraffineerde misdrijven of moorden gepleegd door buitenlandse inlichtingendiensten. Een andere zorgwekkende conclusie was dat de georganiseerde misdaad was doorgedrongen tot politiediensten, opsporingsinstanties, de douane, het Openbaar Ministerie, de juryrechtspraak en het gevangeniswezen.

Verdachten die wel voor de rechter werden gebracht, huurden topadvocaten in en kwamen ervan af met vrijspraak wegens onvoldoende bewijs of lichte straffen. Zelfs de gewelddadigste daders veroordeeld voor moord, schietpartijen, chantage en zwaar lichamelijk letsel zitten vaak maar de helft van hun straf uit.

Er is alle reden om vast te stellen dat er onthutsend veel mis is met het justitiële apparaat in Groot-Brittannië.

Het onderzoek van de familie Brettler haalde het landelijke nieuws. De tekortkomingen van de MET en “het prutswerk” van politie en justitie kwam terecht op de voorpagina’s van de Britse kranten. 
Het uiteindelijke antwoord op de vraag waarom Zac van het balkon sprong, zal ik hier niet onthullen.

Dit boek leest als een thriller, maar het is geen fictie. De reconstructie van Keefe is gebaseerd op documenten en interviews. De auteur verantwoordt zijn uitspraken in een uitgebreid notenapparaat. De MET weigerde mee te werken aan dit boek. Herhaalde verzoeken om rechercheurs te spreken, werden afgewezen. Op een ingediende lijst met vragen over feiten werd niet gereageerd.

Het verhaal kent veel plotwendingen en verrassende invalshoeken. Er loopt een lijn naar Auschwitz en de Holocaust, maar ook naar Oeganda onder het wrede bewind van dictator Idi Amin.

Uiteindelijk blijf je wel met een vraag zitten: hoe is het gesteld in andere grote steden? Amsterdam, Parijs, Marseille, Milaan? Is Londen een uitzondering of lopen we het gevaar dat her en der in Europa de georganiseerde misdaad de bovenwereld binnendringt en hebben politie en justitie daar onvoldoende grip op?

Patrick Radden Keefe (1976) schreef een fascinerend en verontrustend boek. Hij schrijft voor The New Yorker en heeft meerdere prijzen gewonnen met zijn boeken. Zijn boek Zeg niets. Moord en Verraad in Noord-Ierland (ook uitgegeven door Nieuw-Amsterdam) is eveneens voor Leestafel besproken.

ISBN 9789046834220 | Paperback | Omvang 395 blz. | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | 7 april 2026
Vertaald door Hans E. Van Riemsdijk

© Henk Hofman, 17 april 2026

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

Gerdien Verschoor en Lea van der Vinde - Thuis bij Jan Steen

Thuis bij Jan Steen klThuis bij Jan Steen
Gerdien Verschoor en Lea van der Vinde


Het boek opent met een levendige beschrijving van het leven en het werk van Jan Steen geschreven door Gerdien Verschoor. Toen in 1672 de oorlog met onder meer Frankrijk uitbrak, stortte de kunstmarkt in. Jan Steen kwam in de schulden terecht, maar toch bleef het bij hem een gezellige boel en was zijn kroeg het sociale middelpunt van Leidse schilders. Ook maakte hij ondanks de zorgen nog een aantal indrukwekkende schilderijen.

Na deze inleiding bespreekt Lea van der Vinde 28 schilderijen. De veelzijdigheid en het vakmanschap van Jan Steen wordt van een deskundige toelichting voorzien. Het verstilde en sobere “Bijbellezend paar”, wordt gevolgd door het exotische “De waarzegster”, en daarop volgt weer het feestelijk-drukke “De Dorpsbruiloft”. Alle drie zijn ze kort na 1650 geschilderd, maar zijn ze heel verschillend van elkaar. Van der Vinde wijst erop dat Steen zich niet vastlegde op één genre, maar de “mogelijkheden van variatie omarmde”. Veel van zijn tijdgenoten specialiseerden zich, maar Steen was heel breed in zijn thematiek.

Qua vakmanschap zal Jan Steen (1626-1679) niet veel onderdoen voor de grote drie schilders uit de zeventiende eeuw: Rembrandt, Vermeer en Frans Hals. Deze drie genieten vermoedelijk bij het grote publiek het meeste aanzien. Maar qua populariteit deed Jan Steen niet voor hen onder. Enkele uitdrukkingen die spreekwoordelijk zijn geworden, geven zijn invloed treffend aan: “een huishouden van Jan Steen” of “leven in de brouwerij brengen”.

De samenstellers van dit boek maken duidelijk dat die populariteit samenhangt met de thema’s die de schilder koos voor zijn schilderijen. Naast portretten, landschappen en historiestukken zijn het vaak genrestukken: humoristische en rommelige taferelen met rake observaties van het dagelijks leven, met technisch meesterschap weergegeven. Steen was een verteller die zijn verhalen afsloot met een morele boodschap.

Met zijn schilderijen haakte hij zelfs in op de politieke omstandigheden. In de laatste jaren van zijn leven schilderde hij Prinsjesdag. Een gezelschap Oranjegezinden is bijeengekomen in een herberg en heft het glas op de gezondheid van de jarige prins Willem III. Omdat Steen niet al zijn schilderijen dateerde, weten we niet of dit schilderij voor of na de omwenteling van 1672 is vervaardigd. Er bestond in die tijd een scherpe tegenstelling tussen Oranjegezinden en Staatsgezinden en Jan Steen maakt duidelijk waar zijn sympathie ligt [zie ook Luc Panhuysen: De Ware Vrijheid, blz. 111 en 198, Amsterdam, 2025].

Jan Steen heeft niet alleen met schilderen de kost verdiend. Hij was een aantal jaren ook herbergier en dus kende hij als geen ander de sfeer van uitbundige vrolijkheid of nijdige ruzies die kon ontstaan als feestende gasten onder invloed van de alcohol verkeerden. Op het hiervoor vermelde Prinsjesdag beeldt hij zichzelf af als de vrolijke man die het glas heft op de gezondheid van “het Nassaus basie”.

Het boek is een lust voor het oog. Tal van sprankelende afbeeldingen zijn opgenomen. Vaak is nog ingezoomd op een detail, zoals bij De bestolen vioolspeler. Op de uitsnede is fraai te zien hoe de onnozele violist, beneveld door de drank, niet door heeft dat het mooie meisje naast hem haar hand in zijn geldbuidel laat glijden. Bij schilderijen waarop veel figuren zijn geschilderd en met een wat donkere achtergrond is het altijd aan te bevelen de afbeelding op internet te zoeken. Even inzoomen en de toelichtende tekst in het boek wordt nog beter te volgen bij de reproductie.

Deze catalogus behoort bij een tentoonstelling die tot 23 augustus 2026 te bezien is in de Leidse Museum De Lakenhal. De tentoonstelling is georganiseerd omdat het 400 jaar geleden is dat Jan Steen in deze stad werd geboren.

Dit boek en de tentoonstelling zijn een aanrader voor elke kunstliefhebber!

Gerdien Verschoor is kunsthistoricus. Lea van der Vinde is eveneens kunsthistoricus en conservator bij het Mauritshuis in Den Haag. Tanja Elstgeest, directeur van Museum De Lakenhal, schreef het voorwoord.

ISBN 97894626226942 | Paperback | Omvang 112 bladzijden | Waanders Uitgevers in samenwerking met Museum De Lakenhal | 1 april 2026

© Henk Hofman, 11 april 2026

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Volg ons ook op Facebook

facebook

Copyright © 2026  leestafel.info
Niets van deze site mag ter publicatie worden overgenomen.
Indien nodig kunt u contact opnemen met de beheerder van Leestafel, e-mail: Dettie@leestafel.info
Inloggen