Het papieren continent
Het harde ontwaken van een verlamd Europa
Johan van Overtveldt en Dieter van Esbroeck
Eens noemde Mao Zedong de Verenigde Staten “een papieren tijger”. Naar analogie daarvan noemen de auteurs Europa “een papieren continent”. Daarmee typeren ze de onmacht van Europa dat zijn vertrouwen had gesteld op papier: verdragen, wetten, regelgeving, procedures en protocollen.
Het was voor Europa een enorme ontnuchtering om te ontdekken dat drie wereldleiders lak hadden aan papieren afspraken. Dat betreft de chaotische regering van president Trump, de agressieve aanpak van president Poetin en het sluwe ondermijnende beleid van president Xi Jinping. Elk van deze drie presidenten krijgt een hoofdstuk, waarin hun aanpak wordt geanalyseerd en de vraag wordt onderzocht welke consequenties die aanpak heeft voor Europa.
De grilligheid van Trump maakt hem onberekenbaar en tot een bondgenoot waar niet langer op te rekenen valt. Europa moet leren om op eigen benen te staan.
De agressie van Poetin heeft oorlog teruggebracht in het hart van Europa en de ambities van Poetin beperken zich niet tot Oekraïne. Met cyberaanvallen en desinformatiecampagnes is hij al bezig om de Europese weerstand te ondermijnen. Europa moet snel de defensieve capaciteit verhogen en achterstanden wegwerken.
Xi Jinping is de listigste van de drie wereldleiders. Poetin heeft zich vastgewerkt in Oekraïne en is daardoor afhankelijk geworden van Chinese steun. Europa put zich uit om Oekraïne op de been te houden. En Trump vervreemdt zich in rap tempo van alle NAVO-bondgenoten. China is tot dusver de lachende derde en ontpopt zich steeds meer tot een meedogenloze concurrent van het Westen en is uit op dominantie.
In al deze gevallen schetsen de auteurs een Europa dat naïef was en zich toelegde op soft power en beleefde diplomatie. In de Inleiding stellen ze dat Europa op papier indrukwekkend oogde, maar dat achter die façade een fundamentele zwakte schuilging: een gebrek aan echte macht en aan realiteitszin. Door zijn eigen verkeerde keuzes is Europa in grote moeilijkheden terechtgekomen. Zo erg zelfs dat het voortbestaan van het vrije, welvarende en democratische Europa nu op het spel staat.
Dan ligt de vraag voor de hand of Europa nog te redden is? En inderdaad gaat het laatste hoofdstuk over die vraag. De auteurs zetten vooral in op hernieuwde economische groei. Dat zal niet meevallen (het is “titanenwerk”), want de lijst van schier onoplosbare problemen is lang: vergrijzing, klimaatverandering, begrotingstekorten, schuldenlasten, grootschalige immigratie en moeizame integratie. Maar “een structureel gezonde economische groei is het allerbelangrijkste” om uit het slop te komen. Daarvoor worden ook allerlei beleidsaanbevelingen gedaan.
Het boek is met vaart geschreven en de auteurs onderbouwen hun betoog helder en overtuigend. Ze weten hun citaten uit diverse bronnen goed en raak te kiezen. Bijvoorbeeld deze uit 2025 van de Europese commissaris voor Defensie: “450 miljoen Europeanen zouden niet moeten smeken aan 340 miljoen Amerikanen om Europa te beschermen tegen 140 miljoen Russen die het niet kunnen opnemen tegen 38 miljoen Oekraïners”. Dat blijft wel hangen! Of dit citaat, ontleend aan Otto von Bismarck: “Politiek is de kunst van het mogelijke, niet de kunst van het wenselijke”.
Een sterk punt is dat het boek heel goed duidelijk maak dat Europese beleidmakers zelf de problemen hebben veroorzaakt, die ze nu niet kunnen oplossen. De auteurs gewagen van een “collectieve naïviteit”, die alleen maar als “verbijsterend” kan worden omschreven. Het lage vertrouwen van burgers in hun leiders is dus terecht. Om te slagen in het traject dat de auteurs voorstellen, zal Europa over betere leiders moeten kunnen beschikken. Hoe komen we aan capabele leiders?
Een ander zwak punt in de plannen is de vergrijzing van Europa als gevolg van een verontrustend laag geboortecijfer. Het ontbreekt aan jeugd om de veelheid aan problemen met energie en passie te lijf te gaan. Bejaard Europa wil een rustige oude dag en berust erin dat het hun tijd wel zal duren. Het is dus niet alleen een kwestie van economie, maar ook van mentaliteit.
Toch zal Europa wel harde keuzes moeten gaan maken. En de tijd dringt. Het niet-aanpakken van de problemen zal anders de Europese verzorgingsstaat tot een utopie uit het verleden maken.
Daarom is het goed als dit doorwrochte boek met zijn verontrustende analyse, maar geschreven met de ambitie onze problemen te overwinnen, brede aandacht zal trekken. De wil om te overleven en eruit te komen moet wortel schieten in de geest en de mentaliteit van Europeanen wil er toekomst zijn voor aankomende generaties.
Zeer aanbevolen dus!
Johan van Overtveldt (1955), econoom, oud-hoofdredacteur van Trends en Knack en tussen 2014 en 2018 federaal minister van Financiën in België.
Dieter van Esbroeck (1996) econoom en werkzaam als economisch adviseur in het Europees Parlement. Ook verbonden aan de KU Leuven.
ISBN 9789022343227 | Paperback | 233 bladzijden | Uitgeverij Ertsberg Antwerpen | 21 april 2026
© Henk Hofman, 30 april 2026
Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.
Hotels in Parijs 1999
Leven in bezet Oekraïne
Ardy Beld
De auteur sprak ter plaatse of telefonisch met Oekraïners uit diverse lagen van de bevolking: voormalige krijgsgevangenen, vluchtelingen, collaborateurs, verzetsmensen, ontvoerde kinderen. Ze vertellen over hun gevangenschap, gedwongen russificatie, martelingen, vernederingen. In totaal controleert Rusland nu 20% van Oekraïne, 110.000 km², bijna twee keer zo groot als Nederland en België samen, waar ongeveer 6 miljoen mensen wonen.
Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken: deportatie, vlucht, gevangenschap, collaboratie, verzet.
Al in 2014 werden Oekraïense kinderen van de Krim gedeporteerd naar adoptiegezinnen in Rusland, in ruil voor geld. Na de invasie van 2022 sprak het Kremlin over “700.000 Oekraïense minderjarigen” die naar Rusland vertrokken zouden zijn. Dat getal is sterk overdreven: Oekraïne spreekt over 20.000. Sommige kinderen zijn wezen en zaten voorheen in internaten of klinieken, de meeste hebben een achterstand of handicap. Het einddoel is ze in te zetten aan het front tegen Oekraïne. Rusland heeft 200 kampen waar ze die kinderen ‘heropvoeden’ in de Russische taal, cultuur, geschiedenis, waar ook Russische kinderen uit probleemgezinnen zitten en waar ze opgeleid worden tot toekomstige soldaten (VRT, 25.09.2025). Oekraïens spreken is er verboden. Ze krijgen dagelijks te horen dat Oekraïne binnenkort niet meer zal bestaan.
Het Internationaal Strafhof in Den Haag vaardigde in maart 2023 een arrestatiebevel uit tegen Poetin en tegen Maria Lvova-Belova, ombudsvrouw voor de kinderrechten. Soms slagen familieleden of organisaties, zoals Save Ukraine, erin een kind uit Rusland weg te halen, met veel moeite en via lange omwegen. Maar dat is een klein deel: de meesten krijgen een Russische naam en worden definitief Rus.
In hoofdstuk 2 zijn Oekraïners aan het woord die op de vlucht zijn. Artjom en zijn gezin vluchtten uit het bezette Melitopol. Hij beschrijft hoe de Russen zijn stad veroverden. Hij kon niet naar het vrije deel van zijn land, wel met de bus naar de Krim en vandaar naar Krasnodar. Daar wonen ze illegaal tussen vijandige Russen. Een moeder en een dochter vertellen dat de Russen in hun stadje Dniproroedne burgers vermoord hebben en iedereen die kritiek uitte in folterkelders stopten, ook jongens van 14 jaar.
Sommige vluchtelingen zijn ondanks de gevaren al teruggekeerd naar Oekraïne omdat ze niet konden integreren in het Westen.
Het Centrum voor Burgerlijke Vrijheden, opgericht in 2007, kreeg de Nobelprijs voor de Vrede in 2022. Het spoort burgers op die door de FSB gevangen zijn en probeert hen weer vrij te krijgen, o.a. met de hulp van het Rode Kruis. Momenteel zitten 4.100 Oekraïense burgers vast in 150 Russische gevangenissen of kampen, meestal onterecht. Ze mogen geen contact hebben met Russische gevangenen. Ook zij worden gefolterd met elektrische kabels etc. Een aantal van hen kwam in Russische handen na verraad door jaloerse buren.
Collaborateurs waren er vooral in de ‘Volksrepublieken’ Donetsk en Loegansk en op de Krim. Drie van hen waren bereid te praten. Ze hebben veel lof voor de Russen en verkondigen dat heel Oekraïne bij Rusland moet horen. Ze vinden dat het Westen in verval is en dat het de omwentelingen in Oekraïne veroorzaakt heeft.
Er is ook ondergronds verzet tegen de bezetters, o.a. van vrouwelijke partizanen in de Volksrepublieken, in Melitopol, Marieoepol en op de Krim. Ze riskeren genadeloze folteringen, levenslange gevangenis en zelfs de dood als ze verklikt worden. Ze willen dat de wereld weet dat de Russen niet welkom zijn. Ze doen dat met een ondergronds krantje.
Op de Krim is het onderwijs sinds 2014 één en al militaire propaganda voor Rusland. Russische soldaten roven er huizen en bedrijven straffeloos leeg.
Islamitische inwoners uit Tsjetsjenië, Oezbekistan, Tadzjikistan worden naar het bezette Melitopol gebracht om de Oekraïners te vervangen. Er zijn veel moskeeën geopend en in het straatbeeld verschijnen steeds meer hidjabs (hoofddoeken). Zo russificeert men stapsgewijze de Oekraïense gebieden.
In Starobilsk nabij Loegansk eigenen de Russische militairen zich de Oekraïense vrouwen en meisjes toe, ze stelen van alles en beweren dat ze de bevolking bevrijd hebben. Alle Oekraïense schoolboeken zijn er vernietigd. Wie verzet pleegt, wordt gemarteld, verkracht of doodgeschoten. Ofwel worden hun kinderen verkracht. Verzetsmensen hopen nog altijd dat het Oekraïense leger hen zal komen bevrijden. Zij hebben het gevoel dat ze in de steek worden gelaten: de internationale aandacht gaat naar het front, velen berusten erin dat de bezette gebieden verloren zijn.
Het boek eindigt met een begrippenlijst.
Beoordeling
De auteur is erin geslaagd om getuigenissen te verzamelen van mensen die dagelijks de bezetting ondervinden of eraan meewerken en die anders de pers niet halen. Hij toont duidelijk aan dat lang niet alle bewoners van de Donbas en van de Krim Russisch-gezind zijn, ondanks alle propaganda die ze over zich krijgen. Samen met het boek van Stanislav Asejev, ‘Het Concentratiekamp in de Paradijsstraat’, toont hij aan hoeveel er gefolterd, verkracht en gemoord wordt door de bezetters en hoeveel ellende de oorlog al heeft aangericht.
Enkele opmerkingen: een kaart ontbreekt. Niet iedere lezer weet waar Krasnodar, Lipetsk, Melitopol, Taganrog, Berdjansk liggen. Bij de begrippen (p.155) staat dat ‘katsapy’ een scheldwoord is voor Russen, maar niet dat het ‘slachters’ betekent. Bij die begrippen zou ook mogen staan: filtratiekamp en HIMARS.
Bij een volgende druk mag de uitgever enkele zetfouten verbeteren: ’s nacht (p. 32) is ’s nachts; ‘begon’ (p. 46) moet begin zijn; ‘Smolenk’ (p. 62) moet Smolensk zijn; de tramrails ‘was’ kapot veranderen we in ‘waren’ kapot en een ‘Oekraïens’ dichteres in ‘Oekraïense’ dichteres.
ISBN 978-94-647-1119-4 | Paperback, 158 pagina’s, foto’s, begrippen | Uitgeverij Noordboek, Gorredijk | januari 2026
© Jef Abbeel, Turnhout, 30 april 2026 www.jefabbeel.be
Schaduwliefde
Christine Visser
Ze ziet hem op televisie, in een documentaire over mannenvriendschap.
'Hij is de mooiste man die ik ooit gezien heb, hij is acteur en muzikant. Hij zingt, soms fluisterend, soms hard, stem als een klok. Hij is kortom alles wat mijn dweepzieke meisjesideaal behelst.'
Ze belt haar vriendin. 'Ik zeg haar de televisie aan te zetten 'Dat is-ie! Mijn ideale man! Wieger heet hij.'
Het is 1995. Anderhalf jaar later. Ze studeert theater- film- en televisiewetenschap, haar specialisatie is televisie en ze moet een stage zoeken. Het is haar broertje die voorstelt om stage te gaan lopen bij 'de theatergroep die ze zo leuk vindt'. De theatergroep van Wieger... Dat doet ze en ze wordt aangenomen.
En dan wordt ze straalverliefd op hem.
Ze heet Christine Visser en Wieger waardeert haar werk maar ziet haar verder niet staan als vrouw. Hij is getrouwd maar een scharrelaar. Jarenlang aanbidt ze Wieger in stilte, totdat ze besluit hem te vertellen dat ze verliefd op hem is. Hij schrikt, ze is negentien jaar jonger! Hij heeft nooit zo aan haar gedacht.
Des te frappanter is het dat, tweeënhalf jaar later, Wieger toenadering zoekt en na een feest gebeurt het! Hij gaat mee naar haar huis en dat is het begin van een zeer langdurige, liefdevolle relatie, ze krijgen zelfs een zoon samen, maar Wieger is en blijft getrouwd. Hij houdt van Christine maar ook van zijn vrouw.
We lezen hoe hun relatie zich ontwikkeld maar ook af en toe door hevige stormen voert. Toch blijft de relatie bestaan, de liefde is te groot.
En dan wordt hij ziek en gaat dood... Zij voelt zich zijn weduwe, maar is het niet, zij is de schaduwliefde. Ze heeft enorm verdriet maar kan het niet openbaar maken. Er zijn weinig mensen die van de relatie wisten. Haar zoon is wel erkend voor de buitenwereld, maar hun liefde niet, die mocht feitelijk niet bestaan.
Waarom mag zij na zijn dood niet zeggen hoeveel hij voor haar betekent, heeft, hoe groot hun liefde was, hoe goed ze het hadden. Ze wilde ook helemaal niet dat hij ging scheiden, maar ze wilde hem wel in haar leven en dat was hij. Het leven met hem was intens en vol, mag dat niet bestaan? Waarom moet dat verzwegen worden, want het wàs er, hun relatie bestond.
Het verhaal is zonder wrok maar ook niet dwepend geschreven. De situatie was zoals het was. Een verhaal over twee mensen die veel van elkaar hielden maar elkaar niet verstikten. Ze aanvaardden elkaar én hun keuzes totaal. Een verhaal een onderwerp dat veel vaker voorkomt dan men weten wil. Dat taboe is door Christine Visser doorbroken op een zeer respectvolle manier.
ISBN 9789045051567 | Paperback | 175 pagina's | Atlas Contact | 19 augustus 2025
© Dettie, 28 april 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Arthur Schopenhauer.
Het leven en denken van de grootste pessimist in de filosofie.
David Bather Woods
Het leven is een bedenkelijke zaak. Dat schreef Arthur Schopenhauer (1788-1860) ooit aan de dichter Christoph Martin Wieland. En daarom nam de filosoof zich voor om zijn eigen leven te besteden met erover na te denken. Hij bleek geen fan. De Duitse denker ontwikkelde een pessimistische filosofie, waarin hij het bestaan een vergissing noemde, de wereld vergeleek met een boeteoord, en het leven zag als een ellenlange lijdensweg.
Dat zou allemaal best kunnen kloppen. Maar ongeacht wat Schopenhauer zelf van het leven vond, veel mensen zijn wel blij dat hij het heeft geleefd. In zijn roman De Schopenhauer-kuur uit 2004 liet psychiater en auteur Irvin D. Yaloom het eenzame personage Philip bijvoorbeeld verzuchten dat Schopenhauer de enige was die hem echt leek te begrijpen: ‘Niet alleen klonken zijn woorden mij als muziek in de oren, maar ik voelde ook een sterke verwantschap met hem als persoon. […] Alleen al het weet hebben van zijn bestaan verzachtte de pijn van mijn isolement.’
Ook echte mensen raakten gefascineerd door Schopenhauer. David Bather Woods, bijvoorbeeld. Hij is associate professor in de filosofie aan de University of Warwick en gespecialiseerd in het denken van Schopenhauer. Woods schreef daar al heel wat artikelen en hoofdstukken over, en publiceerde onlangs ook eindelijk een boek: Arthur Schopenhauer. Het leven en denken van de grootste pessimist in de filosofie. Kennelijk is het leven van Schopenhauer ook voor Woods een bedenkelijke zaak.
Schrijven over Schopenhauer
Schrijven over Schopenhauer is gevaarlijk. De goede man had immers een nog betere pen, waardoor de lat ook voor commentatoren hoog komt te liggen. Filosoof Dieter Birnbacher klaagde in zijn inleiding Schopenhauer: de macht van de wil (2009) bijvoorbeeld dat het moeilijk was om over iemand te praten die zelf bijna alles al beter heeft gezegd. De mooiste manier om over Schopenhauer te schrijven, is vaak gewoon om hem over te schrijven.
Daar komt bij dat Schopenhauer zelf geen liefhebber was van secundaire literatuur. Want wat blijft er nu echt over van de boeken van grote geesten, wanneer die worden naverteld in boeken van haast noodzakelijkerwijs minder grote geesten? Schopenhauer raadde daarom aan om boeken tweedehands te kopen, in plaats van hun inhoud. Punt: het is maar zeer de vraag wat deze grote geest had gevonden van een biografie.
Anekdotes
Een laatste probleem is dat er over Schopenhauer enkele smakelijke verhalen rondgaan. Als klein jochie mocht hij met zijn ouders mee op grand tour door Europa, op voorwaarde dat hij daarna braaf als koopman ging werken. Als filosofiedocent plande hij zijn colleges gelijktijdig met die van rivaal Georg Wilhelm Friedrich Hegel, waardoor zijn eigen klaslokaal nagenoeg leeg bleef. En als norse knorrepot mikte hij ooit de naaister Caroline Louise Marquet van de trap, waarna hij haar levenslang schadevergoeding moest betalen. Bijvoorbeeld.
Zulke anekdotes lijken een goudmijn voor een biograaf. Maar misschien is dat niet zo. De verhalen zijn immers de moeite van het vertellen waard. En juist daardoor zijn ze ook al vaak verteld. Heel vaak. Wellicht zelfs te vaak. Bij veel levensschetsen van Schopenhauer kan de lezer zomaar het gevoel krijgen dat de biografen niet alleen gretig hun lijdend voorwerp overschrijven, maar vooral ook elkaar.
Dwarsverbanden
Woods probeert deze valkuil te voorkomen door interessante dwarsverbanden te leggen. Zijn zelfverklaarde doel is dan ook om na te gaan ‘hoe de gebeurtenissen in [Schopenhauers] leven, filosofische of welke dan ook, kunnen worden gelezen in het licht van zijn denken, en omgekeerd.’ Zo leiden de anekdotes over Schopenhauers doodsaaie tijd op een Engelse kostschool tot een uiteenzetting over zijn filosofie rond verveling en straf. En zo worden Schopenhauers beschouwingen over eer en roem gekoppeld aan het biografische feit dat hij een van de eerste filosofen was van wie foto’s werden verspreid.
Gelukkig probeert Woods niet om het denken van Schopenhauer te verklaren uit zijn leven. Zijn boodschap is dus niet dat Schopenhauer mild was over zelfdoding omdat zijn vader vermoedelijk zelfdoding heeft gepleegd, maar eerder dat Schopenhauer mild was over zelfdoding en dat zijn vader vermoedelijk zelfdoding heeft gepleegd. De waarde en relevantie van de dwarsverbanden mag de lezer zelf inschatten. Woods lijkt vooral te willen wijzen op de diverse thema’s die Schopenhauer, in leven en in denken, zijn hele bedenkelijke leven hebben beziggehouden.
Een brede filosofie
Woods laat daardoor zien hoe breed het gedachtegoed van Schopenhauer soms uitwaaierde. De filosoof zelf schreef ooit dat zijn hele denken slechts één enkele gedachte bevatte, waarmee hij bedoelde dat al zijn gedachten één logische wereldbeschouwing vormden. Maar daarmee zwierde hij wel langs talloze onderwerpen: metafysica, ethiek, kunst, eten, sekseverschillen, waanzinnigheid, dromen, rechtspraak, dierenwelzijn. Woods lijkt die rijkdom bewust te willen aanstippen. Anders is het wel heel vreemd om een boek over de grootste pessimist in de filosofie te beginnen met diens gedachten over… het lachen.
Natuurlijk moet ook Woods de klassieke mythes over Schopenhauer herhalen. Maar zijn inkadering daarvan maakt de boel toch lezenswaardig. Bovendien maakt het nieuwsgierig hoeveel méér onderwerpen er nog in het werk van Schopenhauer te vinden zijn. De kans is niet nul dat menig lezer na het dichtslaan van dit boek overweegt om ook eens een – al dan niet tweedehands – boek van de grote geest zélf op te pakken. Een minder pessimistisch iemand zou er misschien vrolijk van worden.
ISBN 9789000389117 | Hardcover | 304 pagina's | Amsterdam: Uitgeverij Unieboek|Het Spectrum | 25 november 2025
Vertaald door: Fred Reurs
© Rik Peters, 25 april 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De Reformatie
Een geschiedenis 1490-1700
Diarmaid MacCulloch
De auteur van dit boek heeft het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. Uitgebreid beschrijft hij de aanloop naar de Reformatie, vervolgens het verloop van de Reformatie en tot slot de afloop van de Reformatie. Het gaat dus om een compleet overzicht van gebeurtenissen genomen over een periode van 200 jaar en in een geografisch omvangrijk gebied.
Alsof dat nog niet genoeg is, gaat hij na dit alles ook nog in op de invloed van de Reformatie op het dagelijks leven van gelovigen: het huwelijk, het gezinsleven, begrafenissen, het geloof in hekserij, het gebruik maken van tucht om het gedrag van gelovigen te disciplineren, opvattingen over liefde en seks. Hier wordt de chronologische benadering in de voorgaande delen vervangen door een thematische aanpak.
Het is dus een breed en diepgaand onderzoek geworden naar de Reformatie, een hervormingsbeweging die uitliep op een gedeeld huis voor Europeanen. De ene Katholieke kerk spleet uiteen in een rooms-katholiek en een protestants deel.
Eerst schoot het protestantisme overal in Europa wortel. In 1590 was ongeveer de helft van Europa onder controle van protestantse regeringen of had het een protestantse cultuur. In 1690 was dat nog maar een vijfde. De Contrareformatie had Midden-Europa en Zuidoost-Europa heroverd en teruggebracht in de moederkerk.
De overvloed aan gegevens is soms verwarrend, getuigt echter van een fenomenale kennis van zaken en wordt weer gecompenseerd door een pakkende stijl van schrijven, soms met een link naar de actualiteit.
De uitvinding van de boekdrukkunst, beschreven vanaf bladzijde 87, moge als voorbeeld dienen. De boekdrukkunst en daarmee de komst van boeken in de woningen van burgers maakte het de moeite waard om te leren lezen. Al spoedig konden veel meer mensen lezen dan voorheen, ook als ze de schrijfkunst nog niet machtig waren. Lezen is een passieve bezigheid, Het is bovendien een eenzame bezigheid. Daarmee geeft de Reformatie een aanzet tot individualisme. In geestelijk opzicht is lezen wèl een actieve bezigheid. En dat was de basis voor een intellectuele ontwikkeling waarmee Europa het analfabetisme achter zich liet en wetenschappelijke kennis met sprongen vooruitging.
Het staat in scherp contrast met de ontlezing in onze generatie. Als gevolg van de opkomst van digitale media lezen we minder boeken, kranten en tijdschriften. Onder de jeugd is leesvaardigheid zelfs zorgwekkend gedaald. Een derde van de leerlingen in het voortgezet onderwijs haalt het gevraagde leesniveau niet.
De boekdrukkunst, de komst van boeken en het lezen zijn positieve ontwikkelingen. Maar de strijd om de ideeën in die boeken bracht de godsdienstoorlogen teweeg met hun verwoestende en ontwrichtende uitwerking op de samenleving. Het verschil in denken over geloofszaken “was de belangrijkste reden voor moord en doodslag” schrijft de auteur. In een terugblik aan het eind van het boek merkt hij op dat de genadeloze strijd ging over zaken die we nu triviaal of irrelevant vinden. Dat is vaker (maar niet altijd) het geval met ruzies en oorlogen.
De schrijver voegt er wel aan toe dat we niet het recht hebben om ons intellectueel of moreel superieur te wanen aan mensen uit de 16de en 17de eeuw. In het licht van de gruwelen van de 20e eeuw, die zich voortzetten in onze eeuw, past ons die houding niet.
Handig zijn de talrijke verwijzingen in de tekst naar andere pagina’s om verbanden duidelijk te maken. Samen met het register maakt dit het boek tot een heel geschikt naslagwerk.
Wat verder opopvalt, ise zorgvuldigheid waarmee de auteur te werk is gegaan. Of het nu gaat om de strenge Calvijn in Genève of de als even streng bekendstaande Ignatius van Loyola, stichter van de omstreden Jezuïetenorde, ze krijgen allebei een eerlijke behandeling. Wat was hun achtergrond? Hoe pasten hun opvattingen binnen de context van hun geloof? Wat waren hun successen en op welke punten zaten hun kwetsbaarheden?
Om alle beweringen van de auteur op hun juistheid te toetsen moet je over een deskundigheid en kennis beschikken die de meeste ‘gewone’ lezers, waar ik me ook onder schaar, niet beschikken.
Toch is het nuttig om alert te zijn. Hier en daar heb ik een steekproef gedaan door iets te controleren aan de hand van boeken die ik in mijn bezit heb. Een enkel maal zit MacCulloch er toch naast.
Zo schrijft hij op blz. 381 over de staatsgreep die Maurits in 1618 pleegde en de ‘gerechtelijke moord’ op Oldenbarnevelt in 1620. Maar Oldenbarnevelt heeft in 1617 zelf het conflict op de spits gedreven door met zijn Scherpe Resolutie troepen aan het gezag van opperbevelhebber Maurits te onttrekken. Die resolutie noemt MacCulloch niet. A. Th. Van Deursen, van 1971 tot 1996 hoogleraar aan de Vrije Universiteit, noemt de resolutie “het keerpunt” in de twisten [bron: A. Th. Van Deursen: De last van veel geluk, blz. 202, Amsterdam, 2005]. J.C. Boogman, van 1958 tot 1982 hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Utrecht, onderzocht het proces tegen Oldenbarnevelt. Zijn conclusie: “van een gerechtelijke moord kan dus stellig niet gesproken worden” [bron: J.C. Boogman, Van Spel en Spelers, blz. 89, ’s-Gravenhage, 1982].
Er is meer te noemen, maar dit voorbeeld moge volstaan. Controle is altijd nuttig. Het valt overigens MacCulloch niet aan te rekenen. Men zegt dat Aristoteles de laatste wetenschapper was met een encyclopedische kennis. Na hem was het voor een mens niet meer mogelijk complete kennis over ‘alles’ te hebben. Dus zelfs niet voor MacCulloch, al komt hij ver.
Nog één opmerking. We lezen over ‘Moritz van Saksen’ op onder andere bladzijde 280 en 362.Het is òf Maurits van Saksen (in de Nederlandse literatuur de gebruikelijke naam) òf Moritz von Sachsen.
De Reformatie is een monumentaal en briljant boek. Twee fotokaternen met in totaal 24 afbeeldingen sieren het boek. In de tekst zijn ook nog afbeeldingen opgenomen. De tekening van koning Filips II, die de laatste twee jaar van zijn leven vanwege artritis niet meer rechtop kon staan, half liggend in een speciaal voor hem ontworpen stoel, gekleed in een pak opgevuld met zacht materiaal, had ik nog niet eerder in een historisch werk aangetroffen.
Notenapparaat, bronnen en literatuurverwijzingen plus het register bestrijken 130 bladzijden. Hieruit blijkt ook de zorgvuldige aanpak van auteur en uitgever.
Diarmaid MacCulloch (1951) is gespecialiseerd in kerkgeschiedenis en geschiedenis van het christendom. Van 1997 tot 2019 was hij hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Universiteit van Oxford. Het hier besproken boek is de vertaalde versie van het origineel dat in 2003 verscheen. In 2009 schreef MacCulloch A History of Christianity. De Nederlandse vertaling daarvan verscheen bij het Spectrum.
Beide boeken zijn vertaald door Huub Stegeman.
ISBN 9789401921305 | Paperback | Omvang 830 bladzijden | Uitgeverij Omniboek | 5 maart 2026
Vertaald door Huub Stegeman
© Henk Hofman, 23 april 2026
Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.
Het fortuin van Neptunus
Een hele kluif met veel namen en feiten, een waargebeurd verhaal, dat overigens nog niet uit is. De Don José ligt nog diep in de oceaan. En de strijd om de schatten is nog niet voorbij. Als je weet dat er misschien wel 70 miljoen dollar aan kostbaarheden ligt, begrijp je dat wel.
Julian Sancton is in de boeken gedoken en heeft uitvoerig gesproken met Dooley, die nog steeds hoopt op erkenning. -
Julian Sancton is hoofdredacteur van het tijdschrift Departures, waar hij schrijft over cultuur en reizen. Zijn artikelen verschenen onder meer in Vanity Fair, Esquire, The New Yorker, Wired en Playboy. Hij heeft verslag gedaan vanaf elk continent, waaronder Antarctica, dat hij voor het eerst bezocht toen hij onderzoek deed voor Waanzin aan het einde van de aarde.
ISBN 9789048867493| Paperback | 432 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep| januari 2026 | Vertaald uit het Engels door Frans Reusink
© Marjo, 22 april 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
London Falling
Een mysterieuze dood in een corrupte stad en een familie op zoek naar gerechtigheid
Patrick Radden Keefe
De titel geeft aan dat dit boek gaat over het verval van Londen tot een metropool waarin de onderwereld zich verweeft met de bovenwereld. De grens tussen legitieme zakenlieden en maffia-oligarchen is vaag geworden. Londen is een wereldwijd knooppunt voor het witwassen van illegaal vermogen. Russische criminelen hebben voor miljarden geïnvesteerd in luxueus vastgoed. Er zijn tal van politieke moorden gepleegd (Litvinenko in 2006 en Skripal in 2018 bijvoorbeeld).
De auteur stelt dat de stad voorheen floreerde dankzij koloniale plundering, maar nu beheerst wordt door zwart geld en door criminelen die bonafide willen lijken. Ze krijgen daarbij hulp van advocaten en bankiers, belastingconsulenten en beveiligingsfirma’s, vastgoedmakelaars en pr-adviseurs (blz. 221).
Het is een wereld van extreme rijkdom, waarin met geld gesmeten wordt. Oligarchen leven in landhuizen en kastelen, bezitten luxeauto’s en jachtboten, bezitten een privé-helikopter, bedelven hun vrouwen en vriendinnen onder de juwelen. Tegelijk is het ook een gevaarlijke en angstige wereld. Liquidatie ligt op de loer. Deze mensen zijn permanent omringd door bodyguards en in hun landhuizen is vaak een paniekruimte geïnstalleerd. Dan nòg komt het regelmatig voor dat iemand op onverklaarbare manier uit het raam van een hoge flat valt en op straat te pletter slaat.
Hoofdpersoon in het boek is Zac Brettler, die op de leeftijd van 19 jaar midden in de nacht van het balkon van een luxe appartement valt.
Zac komt uit een harmonieus gezin, ingebed in een fijne familie en heeft warme ouders met nog één oudere broer.
De politie in Londen (de MET) stelt een onderzoek in naar dit tragische ongeval. De tijd verstrijkt en resultaten worden niet bereikt. Zelfmoord is het meest waarschijnlijke scenario. De jongen was in de greep geraakt van snel verkregen geld en was terechtgekomen in de wereld van drugshandel en
-criminaliteit en zou zelf ook verslaafd zijn geraakt. Hij had veel contacten opgebouwd met schimmige maar gevaarlijke figuren. De jongen was een bluffer en een leugenaar. Hij beweerde dat hij van schatrijke afkomst was en hij probeerde de roofdieren die om hem heen cirkelden te paaien met beloftes over geld. Uiteindelijk, vastgelopen in het web van zijn leugens, zou hij geen andere uitweg hebben gezien dat zelfmoord te plegen.
De ouders nemen geen genoegen met deze conclusie en gaan zelf op onderzoek uit. Al spoedig ontdekken ze hoe de politie ook andere verdachte sterfgevallen simpelweg bestempelt als een ongeluk of zelfmoord en daarna afziet van nader onderzoek. Uit een rapport opgesteld door de inspectie bleek dat de Met niet eens in staat was om inbraken op te lossen, laat staan geraffineerde misdrijven of moorden gepleegd door buitenlandse inlichtingendiensten. Een andere zorgwekkende conclusie was dat de georganiseerde misdaad was doorgedrongen tot politiediensten, opsporingsinstanties, de douane, het Openbaar Ministerie, de juryrechtspraak en het gevangeniswezen.
Verdachten die wel voor de rechter werden gebracht, huurden topadvocaten in en kwamen ervan af met vrijspraak wegens onvoldoende bewijs of lichte straffen. Zelfs de gewelddadigste daders veroordeeld voor moord, schietpartijen, chantage en zwaar lichamelijk letsel zitten vaak maar de helft van hun straf uit.
Er is alle reden om vast te stellen dat er onthutsend veel mis is met het justitiële apparaat in Groot-Brittannië.
Het onderzoek van de familie Brettler haalde het landelijke nieuws. De tekortkomingen van de MET en “het prutswerk” van politie en justitie kwam terecht op de voorpagina’s van de Britse kranten.
Het uiteindelijke antwoord op de vraag waarom Zac van het balkon sprong, zal ik hier niet onthullen.
Dit boek leest als een thriller, maar het is geen fictie. De reconstructie van Keefe is gebaseerd op documenten en interviews. De auteur verantwoordt zijn uitspraken in een uitgebreid notenapparaat. De MET weigerde mee te werken aan dit boek. Herhaalde verzoeken om rechercheurs te spreken, werden afgewezen. Op een ingediende lijst met vragen over feiten werd niet gereageerd.
Het verhaal kent veel plotwendingen en verrassende invalshoeken. Er loopt een lijn naar Auschwitz en de Holocaust, maar ook naar Oeganda onder het wrede bewind van dictator Idi Amin.
Uiteindelijk blijf je wel met een vraag zitten: hoe is het gesteld in andere grote steden? Amsterdam, Parijs, Marseille, Milaan? Is Londen een uitzondering of lopen we het gevaar dat her en der in Europa de georganiseerde misdaad de bovenwereld binnendringt en hebben politie en justitie daar onvoldoende grip op?
Patrick Radden Keefe (1976) schreef een fascinerend en verontrustend boek. Hij schrijft voor The New Yorker en heeft meerdere prijzen gewonnen met zijn boeken. Zijn boek Zeg niets. Moord en Verraad in Noord-Ierland (ook uitgegeven door Nieuw-Amsterdam) is eveneens voor Leestafel besproken.
ISBN 9789046834220 | Paperback | Omvang 395 blz. | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | 7 april 2026
Vertaald door Hans E. Van Riemsdijk
© Henk Hofman, 17 april 2026
Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.
Thuis bij Jan Steen
Gerdien Verschoor en Lea van der Vinde
Het boek opent met een levendige beschrijving van het leven en het werk van Jan Steen geschreven door Gerdien Verschoor. Toen in 1672 de oorlog met onder meer Frankrijk uitbrak, stortte de kunstmarkt in. Jan Steen kwam in de schulden terecht, maar toch bleef het bij hem een gezellige boel en was zijn kroeg het sociale middelpunt van Leidse schilders. Ook maakte hij ondanks de zorgen nog een aantal indrukwekkende schilderijen.
Na deze inleiding bespreekt Lea van der Vinde 28 schilderijen. De veelzijdigheid en het vakmanschap van Jan Steen wordt van een deskundige toelichting voorzien. Het verstilde en sobere “Bijbellezend paar”, wordt gevolgd door het exotische “De waarzegster”, en daarop volgt weer het feestelijk-drukke “De Dorpsbruiloft”. Alle drie zijn ze kort na 1650 geschilderd, maar zijn ze heel verschillend van elkaar. Van der Vinde wijst erop dat Steen zich niet vastlegde op één genre, maar de “mogelijkheden van variatie omarmde”. Veel van zijn tijdgenoten specialiseerden zich, maar Steen was heel breed in zijn thematiek.
Qua vakmanschap zal Jan Steen (1626-1679) niet veel onderdoen voor de grote drie schilders uit de zeventiende eeuw: Rembrandt, Vermeer en Frans Hals. Deze drie genieten vermoedelijk bij het grote publiek het meeste aanzien. Maar qua populariteit deed Jan Steen niet voor hen onder. Enkele uitdrukkingen die spreekwoordelijk zijn geworden, geven zijn invloed treffend aan: “een huishouden van Jan Steen” of “leven in de brouwerij brengen”.
De samenstellers van dit boek maken duidelijk dat die populariteit samenhangt met de thema’s die de schilder koos voor zijn schilderijen. Naast portretten, landschappen en historiestukken zijn het vaak genrestukken: humoristische en rommelige taferelen met rake observaties van het dagelijks leven, met technisch meesterschap weergegeven. Steen was een verteller die zijn verhalen afsloot met een morele boodschap.
Met zijn schilderijen haakte hij zelfs in op de politieke omstandigheden. In de laatste jaren van zijn leven schilderde hij Prinsjesdag. Een gezelschap Oranjegezinden is bijeengekomen in een herberg en heft het glas op de gezondheid van de jarige prins Willem III. Omdat Steen niet al zijn schilderijen dateerde, weten we niet of dit schilderij voor of na de omwenteling van 1672 is vervaardigd. Er bestond in die tijd een scherpe tegenstelling tussen Oranjegezinden en Staatsgezinden en Jan Steen maakt duidelijk waar zijn sympathie ligt [zie ook Luc Panhuysen: De Ware Vrijheid, blz. 111 en 198, Amsterdam, 2025].
Jan Steen heeft niet alleen met schilderen de kost verdiend. Hij was een aantal jaren ook herbergier en dus kende hij als geen ander de sfeer van uitbundige vrolijkheid of nijdige ruzies die kon ontstaan als feestende gasten onder invloed van de alcohol verkeerden. Op het hiervoor vermelde Prinsjesdag beeldt hij zichzelf af als de vrolijke man die het glas heft op de gezondheid van “het Nassaus basie”.
Het boek is een lust voor het oog. Tal van sprankelende afbeeldingen zijn opgenomen. Vaak is nog ingezoomd op een detail, zoals bij De bestolen vioolspeler. Op de uitsnede is fraai te zien hoe de onnozele violist, beneveld door de drank, niet door heeft dat het mooie meisje naast hem haar hand in zijn geldbuidel laat glijden. Bij schilderijen waarop veel figuren zijn geschilderd en met een wat donkere achtergrond is het altijd aan te bevelen de afbeelding op internet te zoeken. Even inzoomen en de toelichtende tekst in het boek wordt nog beter te volgen bij de reproductie.
Deze catalogus behoort bij een tentoonstelling die tot 23 augustus 2026 te bezien is in de Leidse Museum De Lakenhal. De tentoonstelling is georganiseerd omdat het 400 jaar geleden is dat Jan Steen in deze stad werd geboren.
Dit boek en de tentoonstelling zijn een aanrader voor elke kunstliefhebber!
Gerdien Verschoor is kunsthistoricus. Lea van der Vinde is eveneens kunsthistoricus en conservator bij het Mauritshuis in Den Haag. Tanja Elstgeest, directeur van Museum De Lakenhal, schreef het voorwoord.
ISBN 97894626226942 | Paperback | Omvang 112 bladzijden | Waanders Uitgevers in samenwerking met Museum De Lakenhal | 1 april 2026
© Henk Hofman, 11 april 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Zelfhulp uit de Middeleeuwen
Wat de zeven hoofdzonden je kunnen leren over het leven
Peter Jones
Zelfhulpboeken zijn populair, maar niet onomstreden. De behoefte aan zelfhulpboeken mag groot zijn, in kwaliteit verschillen ze enorm. Volgens sommige wetenschappers zijn zelfhulpboeken zelfs “volkomen nutteloos”, omdat ze overdreven verwachtingen oproepen, hoewel de beweringen niet wetenschappelijk getest zijn.
In dit boek onderzoekt Peter Jones hoe de Middeleeuwers omgingen met wat zij als de zeven hoofdzonden beschouwden. Wat kunnen wij van hen leren?
Drie van deze zonden zijn in hun ernstigste vorm gericht tegen andere mensen: trots, afgunst en woede. Ze hebben te maken met de menselijke geest en worden daarom ‘spirituele zonden’ genoemd. Anderen ondergaan de schade die ze aanrichten.
Drie andere zonden berokkenen nadeel aan de mensen die zich eraan over geven: hebzucht, gulzigheid en lust. Vanwege hun effect op het eigen menselijke lichaam zijn het zogenaamde ‘lichaamszonden’. Je bent zelf de benadeelde.
Precies in het midden staat dan de zevende hoofdzonde: luiheid. De persoon die hieraan lijdt, wil niets. Niets van een ander en niets van zichzelf. Het is een totaal gebrek aan betrokkenheid op wat dan ook. Het Griekse grondwoord voor luiheid betekent ‘gebrek aan interesse’.
Trots werd beschouwd als de ergste zonde. Jij bent het middelpunt, een ander telt niet mee, zelfs niet als het om diens leven zou gaan. Lust viel in de lichtste categorie, omdat de aandrang tot lust voort kon komen uit liefde.
De auteur neemt de lezer mee in een boeiende ontdekkingstocht waarin hij heden en verleden knap met elkaar vervlecht. Een voorbeeld daarvan is ‘luiheid’. Luiheid heeft te maken met verveling en kan leiden tot een depressie. Hedendaagse psychologen brengen verveling in verband met aandachtproblemen en leggen uit dat eindeloos scrollen op je telefoon de kans op een depressie vergroot. Toptechbedrijven exploiteren hoofdzonden. Tinder gedijt op wellust, Yelp op onmatigheid, LinkedIn op hebzucht, Netflix op luiheid, Twitter op woede, Facebook op afgunst en Instagram op trots.
In zijn onderzoek betrekt Jones Middeleeuwse kunstwerken, manuscripten en boeken. De vraag die de Middeleeuwers wilden beantwoorden, was niet hoe de mens het kwaad uit de wereld kon krijgen, maar hoe de mens er mee om moest gaan. Dat contrasteert sterk met het latere utopisch ideaal om de wereld te zuiveren van het kwaad, onrecht en lijden.
De hamvraag is dus hoe de mens moet omgaan met zijn gebreken. De hoofdzonden uitbannen, is tot heden niet gelukt. De hoofdzonden negeren is geen oplossing. De hoofdzonden omarmen en eraan toegeven richt je te gronde. De optie die overblijft (en dat is de les die Jones uit zijn onderzoek trekt) is: leer te leven met jezelf en je gebreken. In de woorden van de auteur:
“Aanvaardt de kracht van je verlangens en probeer er iets beters van te maken door er de juiste deugden bij te zoeken”.
In plaats van trots te zijn, moet je op zoek gaan naar nederigheid. Wees niet afgunstig, maar zorgzaam. Doorbreek luiheid en passiviteit met moed en wilskracht.
Deze aanbeveling staat haaks op het moderne levensgevoel waarin maar al te vaak ondeugden worden omgezet in hun tegendeel. Van woede hebben wij assertiviteit gemaakt, luiheid is verdiende ontspanning, hebzucht is ondernemingszin, onmatigheid is veranderd in passie, en wellust noemen we libido.
Het boek van Jones reikt ons waardevolle inzichten aan. In onderwijs en opvoeding is ‘zelfontplooiing’ een sleutelbegrip geworden. Het fundament van zelfontplooiing is zelfaanvaarding en het daarbij behorende gevoel van eigenwaarde. Maar is het niet beter als opvoeding en onderwijs zich toeleggen op vorming en zo nodig correctie? De zeven hoofdzonden corresponderen met zeven deugden. Van oudsher is de opvoeder een coach die de pupil de weg aanwijst om zich te ontwikkelen tot een volwassene die een waardevolle bijdrage kan leveren aan de samenleving. Zelfhulp houdt in dat je op eigen kracht je doel bereikt. Jonge mensen hebben volwassenen nodig die de goede richting aanwijzen, je begeleiden in je zoektocht en je bijstaan waar het maar nodig is.
Kortom: een waardevol, nuttig en leerzaam boek dat ons Middeleeuwse levenswijsheid aanreikt, toepasbaar in het heden.
De afbeeldingen in het boek en het kleurenkatern worden in de tekst uitstekend toegelicht. In het hart van het boek treffen we twaalf prachtige reproducties in kleur aan. Het notenapparaat en de uitgebreide bibliografie wijzen de weg aan voor verder onderzoek.
Peter Jones is gepromoveerd in de Middeleeuwse geschiedenis. Zijn werk heeft van hem een globetrotter gemaakt. In dit boek komen we hem tegen in de VS, Ierland, Siberië, Canada, Spanje, Frankrijk, Italië. Op een universiteit in Siberië heeft hij aan dit boek gewerkt. Momenteel doceert hij aan de universiteit van Madrid.
ISBN 9789463824859 | Paperback | Omvang 384 bladzijden | Uitgeverij Balans | 2 april 2026
Vertaald door Annemie de Vries
© Henk Hofman, 13 april 2026.
Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.
Raspoetin en de ondergang van de Romanovs
Anthony Beevor
Op de aansprekende cover van dit boek staan drie personen afgebeeld. De monnik Raspoetin in het midden, met aan weerszijden tsaar Nicolaas II en diens vrouw tsarina Alexandra Fjodorovna. Daarmee wordt treffend aangegeven dat het in dit boek om drie hoofdrolspelers gaat. Het verhaal ontvouwt zich ook aan de hand van deze drie perspectieven. Een echte biografie is het dus niet (wat natuurlijk geen enkel bezwaar is).
Het is een merkwaardig drietal op deze foto. Wie waren ze en wat was hun relatie? Waarom staat die vreemde monnik tussen twee monarchen in? Hij is de meest intrigerende van dit drietal.
Raspoetin (1869-1916) heeft altijd tot de verbeelding van mensen gesproken.
Als je in de zoekbalk van je computer zijn naam intikt, merk je dat gelijk aan de resultaten. Raspoetin wordt ‘een bezeten monnik’ genoemd. In de hit daaronder heet hij ‘een gestoorde monnik, een alcoholist en een aseksuele deviant’. Die ‘aseksuele’ oriëntatie wordt weersproken door de volgende hit, waarin gewaagd wordt van duizenden minnaressen en partners die Raspoetin zou hebben gehad. Duidelijk is in ieder geval dat de monnik nog steeds bevreemding oproept. Op foto’s in het boek is het contrast tussen de monnik met het bleke gezicht, lange haar en morsige baard, omringd door Russische aristocraten, de mannen gekleed in indrukwekkende uniformen en de vrouwen in schitterende japonnen, bijzonder groot.
Tsaar Nicolaas II (1868-1918) en zijn vrouw tsarina Alexandra Fjodorovna (1872-1918) waren door afkomst en huwelijk op de troon terechtgekomen. Zelden zijn twee mensen zo ongeschikt geweest voor hun rol als monarch dan deze twee.
Beevor vertelt met verve hoe de onzekere, weifelende tsaar en zijn labiele, emotionele vrouw helemaal in de ban van Raspoetin kwamen. Dat had er vooral mee te maken dat de kroonprins aan hemofilie leed, als gevolg daarvan een enkele keer op de rand van de dood zweefde, maar door de wonderlijke krachten van Raspoetin toch nog genas.
Vanaf dat moment genoot Raspoetin de onvoorwaardelijke toewijding en het vertrouwen van de Romanovs. De keizerin had een kammetje van Raspoetin in bezit gekregen. Ze gaf het aan haar man met de opmerking: “Vergeet niet je haar te kammen voordat je moeilijke gesprekken voert en belangrijke beslissingen moet nemen. Dat kammetje zal je zeker helpen”.
De tsarina gaat zich steeds meer met die belangrijke beslissingen bemoeien en geeft op aangeven van Raspoetin door aan haar man welk beleid hij moet voeren en wie hij als minister moet aanstellen.
Het verhaal neemt daarmee de proporties aan van een drama. Het is een tragedie voor alle betrokkenen en het hele land. Tegelijk is het een klucht en een ridicuul verhaal. De Russische aristocratie was in de ban van mystiek geraakt. De Eerste Wereldoorlog was uitgebroken en eiste enorme aantallen slachtoffers, maar in Moskou bekommerde men zich daar niet om en dompelden mensen zich onder in “een orgie van dansen, sport, diners en drank.”
Raspoetin had intussen ook machtige vijanden. Mannen die met afschuw vervuld waren over de invloed die Raspoetin op het hof had, de corruptie in regeringskringen, en de nederlagen van het Russische leger aan het front. Het dramatisch hoogtepunt van dit boek is dan ook zonder meer de moord op Raspoetin. Toen bekend werd dat de monnik onschadelijk was gemaakt, leidde dit tot uitbarstingen van vreugde onder het volk en werd er in restaurants getoost op de moordenaars.
Raspoetin werd in december 1916 vermoord. Een paar maanden later brak de Revolutie uit. De monarchie werd afgeschaft en nog weer een jaar later werd de tsaar met zijn gezin vermoord door de communisten. Precies zoals Raspoetin dit alles had ‘voorzegd’.
Volgens de auteur maakt zijn boek duidelijk dat geschiedenis niet altijd door ‘grote mannen’ wordt bepaald. Dat is zo en Raspoetin is er een duidelijk voorbeeld van. Meer dan wie ook heeft de ‘bezeten monnik’ bijgedragen aan de ondergang van een dynastie die 300 jaar over Rusland had geheerst. Overigens zonder dat dit zijn opzet is geweest.
Ook maakt het boek duidelijk dat geruchten, complottheorieën en verdachtmakingen een enorme impact hadden op het politieke en militaire vlak. Feit en fictie liepen door elkaar heen en Beevor heeft er een kluif aan om die twee van elkaar te onderscheiden. Hetzelfde probleem waar onze generatie mee te maken heeft.
Met dit boek heeft Beevor een meeslepend thema te pakken en hij vertelt zijn verhaal met passie.
Een psychologisch portret van Raspoetin ontbreekt. Als historicus zal Beevor dit niet tot zijn taak hebben gerekend. Hij levert wel de bouwstenen om al lezend inzicht te krijgen in het karakter van deze merkwaardige man.
Een verklarende woordenlijst zou nuttig zijn geweest. Een enkele maal had iets meer uitgelegd kunnen worden. Als voorbeeld noem ik bladzijde 13 waar de naam van Nikolaj Sokolov wordt genoemd. Hij moest in 1919 een onderzoek instellen naar de moord op de Romanovs. Dit wordt begrijpelijk als je weet dat de moordenaars de communisten waren (de Roden onder leiding van Lenin) en dat hun tegenstanders (de Witten onder leiding van monarchist admiraal Koltsjak) de opdracht tot dit onderzoek gaven.
Deze opmerkingen nemen natuurlijk niet weg dat lezers zullen genieten van dit boek. Dit is geen droge historie, maar een boeiend gepresenteerd verhaal dat bol staat van spanning en dramatiek. Je kunt je alleen maar verbazen over de manier waarop dynastie en samenleving hun eigen graf hebben gegraven. Raspoetin was niet het echte probleem. Dat waren de tsaar en zijn vrouw die hem verafgoodden en hem de ruimte gaven om macht uit te oefenen.
Het boek is geïllustreerd, voorzien van een notenapparaat en een literatuurlijst. Het zal zeker een gretig lezerspubliek trekken en dat is helemaal verdiend.
Anthony Beevor (1946), is een militair historicus die meerdere boeken schreef over de Tweede Wereldoorlog, de Russische Revolutie en de Spaanse Burgeroorlog (1936). Hij ontving veel prijzen en onderscheidingen. In 2017 werd hij in de Britse adelstand opgenomen. Dit boek is vaardig vertaald door Ruud van de Plasche.
ISBN 8789026372032 | Paperback | Omvang 382 blz. | Uitgeverij AmboAnthos | 12 maart 2026
© Henk Hofman, 8 april 2026
Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.
Nog is Oekraïne niet verloren
Diplomaat aan het front
Robert Serry
Dit boek omvat drie delen. Deel 1 beschrijft de aanloop naar de oorlog. Deel 2 het verloop van de oorlog. Deel 3 de onderhandelingen om een eind aan de oorlog te maken.
In deel 1 is een belangrijk thema de uitbreiding van de NAVO met voormalige Oostbloklanden, zoals Polen, Hongarije en de Baltische staten. Poetin beweert dat die uitbreiding de oorlog heeft uitgelokt. Deze bewering wordt door velen in Europa en ook in Nederland onderschreven. Serry weerlegt deze mythe. Nooit heeft de NAVO formeel toegezegd dat landen uit het voormalige Warschaupact geen lid zouden kunnen worden. Deze landen hebben daar zelf om gevraagd. Ze zochten zo snel mogelijk veiligheid onder de paraplu van de NAVO. In ruil voor de ontmanteling van Oekraïense kernwapens had Rusland bovendien de onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Oekraïne gegarandeerd.
Deel 2 opent met de Russische aanval op Oekraïne. Op 24 april 2022 viel Rusland met grote overmacht het Noorden, Oosten en Zuiden van het land binnen. Tot dat moment had president Zelensky om de Russen niet te provoceren alle voorbereidingen op een oorlog verboden. Dit doet denken aan de houding van de Nederlandse regering die aan de vooravond van mei 1940 eveneens alle signalen en waarschuwingen die een Duitse aanval aankondigden, negeerde.
Robert Serry noemt drie oorzaken waardoor de massale Russische aanval toch mislukte.
1. Zelensky herpakte zich vandaag dag 1 van de oorlog. Hij vluchtte niet naar het buitenland, ondanks aanbiedingen van de VS en Polen om naar hun land uit te wijken, maar wierp zich vastberaden op tot het middelpunt van het Oekraïense volk om het land te verdedigen.
2. De Oekraïense opperbevelhebber had Amerikaanse waarschuwingen wel serieus genomen en ondanks het verbod essentiële voorzorgsmaatregelen genomen. Als dit niet was gebeurd, had de oorlog “waarschijnlijk een ander verloop gehad.”
3. De Russische bevelhebbers dachten dat een overwinning binnen een paar dagen bereikt zou zijn. Daarom hadden hun pantsercolonnes maar voor een paar dagen voedsel en brandstof bij zich. Hun lange aanvoerlijnen waren kwetsbaar voor aanvallen van het Oekraïense leger.
Oekraïne hield stand, tot verrassing van velen. Jammer genoeg beperkte de hulp uit het Westen zich lange tijd tot niet-dodelijke, defensieve hulp (nachtkijkers, helmen, scherfvesten) en raketten met een beperkt bereikt. Dit opnieuw om Moskou niet te provoceren. Daardoor kregen de Russische strijdkrachten de tijd om zich te herpakken.
In deel 3 worden de onderhandelingen om tot vrede of op z’n minst een staakt-het-vuren te komen, besproken. Opvallend is de rol van de Amerikaanse president Trump. Poetin kon de oorlog niet winnen, maar dankzij Trump kan hij toch via de onderhandelingstafel aan een overwinning worden geholpen. Serry noemt dat “vilein en onbegrijpelijk”. Daar valt niets op af te dingen, denk ik. De Russische economie heeft een omvang die vergelijkbaar is met die van de Benelux. De vastberaden inzet van het Oekraïense leger en effectieve Westerse sancties hadden Poetin kunnen dwingen om de oorlog te stoppen. Het is dan pijnlijk dat Oekraïne moet onderhandelen met “het Amerikaanse mes op de keel.”
Serry pleit met passie voor stevige permanente steun aan Oekraïne. Dat is ook zonder twijfel een Europees belang. “Hoeveel Oekraïners moeten nog sterven om ook onze veiligheid te verdedigen?”
Het boek beperkt zich niet tot de oorlogvoering in Oekraïne. Regelmatig wordt de strijd tussen Israël en Hamas betrokken in de beschouwingen. Volgens Serry was deze oorlog een perfecte bliksemafleider voor Poetin. Zijn dagelijkse luchtbombardementen op Oekraïense steden, waarbij veel burgerslachtoffers vielen, werden overschaduwd in het nieuws door de berichten over de slachtoffers in Gaza.
De ontwikkelingen gaan snel. Kort nadat dit boek verscheen, heeft de aanval door de VS en Israël op Iran de zaken weer in een ander perspectief gezet. De consequenties daarvan zijn nog niet te overzien, al is wel duidelijk dat de impact op de mondiale economie ernstig en langdurig zal zijn.
Het is een groot voordeel dat dit boek is geschreven door een voormalige top-diplomaat die nauw betrokken was bij de verschillende strijdtonelen die beschreven worden. De auteur brengt de nieuwsberichten onder in een overzichtelijk kader. Ook al kan hij – vermoedelijk – nog steeds niet het achterste van zijn tong laten zien, in zorgvuldige gekozen bewoordingen maakt hij ook in gevoelige kwesties duidelijk waar hij staat. Als je je wilt laten informeren over een kwestie die rechtstreeks te maken heeft met onze veiligheid is dit boek van groot belang. Ik heb het met stijgende waardering gelezen.
Robert Serry (1950) was jarenlang ambassadeur in Ierland en Oekraïne. Hij is getrouwd met een Oekraïense vrouw. Serry heeft gewerkt voor de NAVO en de Verenigde Naties. In 1999 was hij plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger voor Nederland bij de NAVO. In 2001 was hij directeur crisismanagement bij de NAVO-staf. Eerder schreef hij Standplaats Kiev.
ISBN 9789463824903 | Paperback | Omvang 336 blz. | Uitgeverij Balans | 24 maart 2026
© Henk Hofman, 7 april 2026.
Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER
Hoe houd je je hart zacht
Een pleidooi voor het radicale midden in tijden van oorlog
Natascha van Weezel
Het wordt Natascha zeer kwalijk genomen dat ze steeds nuances probeert aan te brengen in de gebeurtenissen rond Israël en Palestina, want er is momenteel een situatie ontstaat dat je bijna gedwongen wordt óf voor Israël, óf voor Palestina te kiezen, maar dat is haast onmogelijk volgens Van Weezel.
"In Hoe houd je je hart zacht stelt ze de vraag: kan een middenpositie ook radicaal zijn, een constructieve kracht die bijdraagt aan verbetering? Want er is voor haar geen andere weg: ze blijft hoopvol en vastberaden streven naar wederzijds begrip.naar het erkennen van elkaars menselijkheid en ze benadrukt het belang van zachte krachten in een harde oorlog."
Maar hoe moeilijk is het om niet weggeblazen te worden als je probeert in gesprek te komen, als je probeert beide kanten van de situatie te laten zien. Als joodse vrouw krijgt Natascha van Weezel de verwijten dat ze bijna verraad pleegt als ze de verschrikkelijke onmenselijkheid in Gaza benoemt. In Amsterdam wordt ze uitgescholden omdat ze joods is. En in Israël is het zwaar om kritiek te hebben op de daden van Netanyahu.
In haar boek beschrijft ze hoe zeer ze de aanval van Hamas op 7 oktober 2023 verafschuwt, maar ook de onmenselijke reactie daarop van de ultrarechtse Netanyahu vindt ze verschrikkelijk. Israël werd in Van Weezels familie gezien als verzekeringspolis, een veilige uitwijkmogelijkheid voor áls het in Europa weer mis mocht gaan. Maar is dat nu nog zo? Hoe kun je in zo'n gewelddadige wereld je hart zacht houden? Het is bijna een onmogelijke opgave. Bijna een utopie.
Toch probeert Natascha van Weezel de nuances weer te geven. Hoe de spanningen ontstaan zijn, hoe lang de toestand al gaande is, er is niet één oorzaak en gevolg maar een samensmelting van daden in de geschiedenis van Israël en Palestina.
Van Weezel meldt dat er enkele mensen zijn die de dialoog proberen aan te gaan tussen de strijdende kampen. Maar omdat alles zo op het spits is gedreven is het wederzijdse begrip vaak ver te zoeken. Het kost volharding en moed om de hoop op een positieve ontwikkeling te blijven uitdragen. Soms wil ze bijna opgeven, maar toch blijft ze geloven in betere tijden. Al schrijvende geeft ze hoop.
Natascha van Weezel (1986) is auteur en documentairemaker. Ze schreef onder meer De derde generatie en Thuis bij de vijand. Moslims en joden in Nederland. Ook maakte ze onder meer de documentaires Elke dag 4 mei, Natascha’s beloofde land, Broertje en samen met Sinan Can Brug over de breuklijn. Ze heeft een veelgelezen column in Het Parool.
ISBN 9789045051192 | Hardcover | 145 pagina's | Atlas Contact | 3 oktober 2024
© Dettie, 7 april 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
de Ongenaakbare Bolkestein (1933-2025)
Dik Verkuil
Typering van Bolkestein
Deze biografie over Bolkestein krijgt de typering: de Ongenaakbare. Ongenaakbaar heeft een meer negatieve gevoelswaarde. Uit de biografie blijkt duidelijk dat Bolkestein afstandelijk en gereserveerd kon overkomen. Soms werden mensen ronduit bot bejegend door hem. Misschien heeft hij dat zelf ook wel beseft. Jeugdvriendinnen had hij niet altijd “chic” behandeld, bekende Bolkestein aan zijn biograaf. De typering is dus juist, al waren er alternatieven denkbaar geweest. Veel van zijn medewerkers vonden hem immers een warme man en waren op hem gesteld. Dat haalt het scherpe randje er weer wat van af.
Karakter en tegenstrijdigheden
Het boek lezend stuit je op een vreemde mix van karaktertrekken.
Zo was Bolkestein een verklaard tegenstander van marxisme en communisme, maar sloot hij zijn tweede huwelijk met Femke Boersma die uit een links-revolutionair milieu kwam. De twee tegenpolen hadden desondanks een stabiel huwelijk. Volgens eigen zeggen trouwde hij met haar omdat koningin Beatrix dit had gevraagd. Maar biograaf Verkuil vermoedt dat ook een zeker conservatisme heeft meegespeeld. Bolkestein was voorstander van emancipatie van de vrouw, maar bood een journalist die hem thuis bezocht geen drankje aan “want mijn vrouw is niet thuis.” Aan het eind van zijn leven knoopte hij warme banden aan met Soumaya Sahla, die was veroordeeld voor terrorisme en twee gevangenisstraffen had uitgezeten. Bolkestein kon dus tegenstrijdig, maar ook verrassend flexibel zijn.
Vooruitziende blik en politieke stellingnames
In een aantal opzichten had Bolkestein een vooruitziende blik.
In 1991 stelde hij de multiculturele samenleving ter discussie. Integratie met behoud van de identiteit van nieuwkomers deugde volgens hem niet, omdat dit in strijd was met fundamentele Nederlandse beginselen die niet onderhandelbaar waren: scheiding van kerk en staat, vrijheid van meningsuiting, verdraagzaamheid en non-discriminatie.
Een dalend geboortecijfer en de vergrijzing van Europa afgezet tegen massa-emigratie schatte hij in als een gevaar. De demografische trend wettigde zijns inziens maar één conclusie: “Europa islamiseert”.
In de jaren negentig kantte hij zich tegen het NAVO-lidmaatschap van voormalige Oostbloklanden. Dit zou Rusland nodeloos provoceren. Inderdaad werkte de uitbreiding van de NAVO op Poetin als een rode lap bij een stier. Bolkestein doorzag ook dat Europa zich afhankelijk maakte van Russische gas. “Dan vraag je er om gechanteerd te worden”.
Evengoed kon hij de plank behoorlijk misslaan. Het lage opkomstcijfer bij verkiezingen zag hij niet als een probleem. De mensen waren tevreden en daarom stemden ze niet. Hij miste dus de diepe onvrede in de samenleving die kort daarop een bedding vond in het optreden van Pim Fortuyn. Die eruptie overviel Bolkestein, maar omdat confrontatie niet in de Nederlandse volksaard zat, zou het onbehagen volgens hem weer snel verdwijnen. Dat was opnieuw een verkeerde inschatting.
Onafhankelijkheid en confrontatie
Zijn onafhankelijkheid van geest is opvallend, taboes schuwde hij niet en ook vrienden zegde hij onbeschroomd de wacht aan. In 1991 confronteerde hij de toenmalige Israëlische premier met berichten over onevenredig geweld van het Israëlische leger en over mishandeling van Palestijnen in Israëlische gevangenissen.
Invloed op het politieke debat
Met zijn brede visie en geprononceerde opvattingen bereikte Bolkestein dat de VVD na jaren van teruggang weer aan de macht kwam en dat er een publiek debat op gang kwam over tal van thema’s: immigratie, integratie, islamisering, kernenergie, Europese samenwerking, ontwikkelingshulp. Dik Verkuil concludeert dat Bolkestein op een fatsoenlijke wijze reële problemen aan de orde stelde en dat de radicalisering van Fortuyn en Wilders hem niet valt aan te rekenen.
Stijl, leesbaarheid en bronnen
Verkuil heeft het boek opgebouwd uit acht delen, die - gelukkig - chronologisch geordend zijn. Zo krijgen we een beeld van zijn jeugd, zijn werkzame jaren bij Shell, zijn optreden in de Nederlandse politiek, zijn rol als minister van Defensie (hoewel hijzelf de militaire dienstplicht had ontlopen), de periode in Brussel als Eurocommissaris en zijn laatste levensjaren. Aan het begin van elk deel staat een prachtige portretfoto van Bolkestein passend bij die periode. Verder zijn er twee katernen met foto’s opgenomen, het merendeel in kleur.
Het is een dik boek geworden. Misschien had het bondiger gekund. Maar Verkuil schrijft goed, de smeuïge details maken het boek nog meer leesbaar en zeker voor mensen die de beschreven periode bewust hebben meegemaakt is deze terugblik op die turbulente jaren zeer de moeite waarde. Verkuil heeft zich buitengewoon goed ingelezen. De lijst met bronnen met daarbovenop de tientallen interviews met betrokkene en tijdgenoten is indrukwekkend. Ook kreeg hij inzage in het privé-archief van Bolkestein.
Conclusie: Dik Verkuil schreef een monumentale biografie.
Uitgever Prometheus heeft van het boek een zeer verzorgde uitgave gemaakt.
Over de auteur
Dik Verkuil (1960) is eindredacteur nieuws bij de NOS en auteur van geschiedenisboeken voor het voortgezet onderwijs. In 2019 schreef hij een biografie over “De gedrevene. Joop den Uyl 1919-1987”.
ISBN 9789044653588 | Hardcover | Omvang 775 blz. | Uitgeverij Prometheus | 12 maart 2026
© Henk Hofman, 31 maart 2026
Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER
Een school voor olifanten
Zelfdenkboek
Zelf filosoferen en schrijven over liefde en vriendschap
Manon Duintjer & Marlies Visser
Flaptekst: Dit eerste Zelfdenkboek daagt je uit om op een filosofische manier na te denken over liefde en vriendschap. Je kunt je eigen antwoorden spiegelen aan de ideeën van bekende filosofen, [...] om zo dieper inzicht in jezelf en anderen te krijgen. [...]
Deze beschrijving sprak me wel aan, het maakte me nieuwsgierig, dus dat wilde ik wel lezen.
Ook over de uitvoering van het boek is niets op te merken. Keurig verzorgd, met elastiek om de band zodat je makkelijk kunt aangeven waar je gebleven bent.
En dan de inhoud. Vol goede moed dacht ik te beginnen aan een filosofisch avontuur. Hoe zou ik over bepaalde zaken denken na het lezen van dit boek? Zou ik nieuwe inzichten hebben gekregen? Zou ik een andere kant van voor mij vaststaande gedachten vinden?
Het blijkt dat in het boek 12 vragen worden gesteld. Elke vraag heeft zijn eigen hoofdstuk. De eerste vraag in het eerste hoofdstuk is: Is eigenliefde positief?
Dan volgen er 6 stappen. De eerste 3 stappen zijn vragen die je in het boek kunt beantwoorden, daar is steeds een gelinieerde pagina voor vrijgehouden.
Stap 1 is de vraag Wat komt er als eerste bij je op?
Stap 2 Wat zou je zeggen als je 'Ja' moest verdedigen?
Stap 3 Wat zou je zeggen als je 'Nee' moest verdedigen?
Stap 4 Wat zeggen de filosofen? De lezer ziet korte citaten van Bertrand Russel (Brits filosoof en wiskundige), Thich Nhat Nanh (Boeddhistische Monnik) en Frank Meester (Filosoof en publicist).
Maar... De citaten zijn zo uit hun verband gerukt dat je deze eerst een paar keer moet lezen en dan nog vraag je je af of het een antwoord is op de vraag 'Is eigenliefde positief?''
Stap 5 Wat denk je nu? Met andere woorden denk je na het lezen van de citaten anders of hetzelfde over de vraag.
Stap 6 Welk beeld roept de vraag bij je op? Kun je je gedachtegang weergeven in een tekening, foto of collage?
Alle 12 vragen in dit boek worden op deze manier behandeld, sommige vragen worden in minder stappen behandeld. Gelukkig zien we bij enkele vragen wél passende korte citaten, maar deze zijn niet zo inzichtgevend als je zou verwachten. Dit ondanks het feit dat je eerst jouw eigen gedachten moet opschrijven over de vragen en jouw 'ja' en 'nee' moet verdedigen.
De citaten van de filosofen zijn regelmatig niet relevant aan de vraag. Soms zijn deze ook in zo'n filosofische taal geschreven dat alleen insiders, ofwel andere filosofen, zullen begrijpen wat bedoeld wordt.
Als je puur naar de inhoud van het boek kijkt dan staan er 12 vragen in, per vraag enkele korte citaten van filosofen en een verwijzing naar literatuur. Het had een heel dun boekje kunnen worden. De vragen zijn mogelijk wel leuk om in gezelschap aan elkaar te stellen. Dat zou zomaar een levendige discussie kunnen opleveren. Maar dan kun je mogelijk beter het (voor mij nog onbekende) filosofiespel Nomizo dat beide dames hebben bedacht, aanschaffen.
ISBN 9789025909970 | Stevige paperback | 138 pagina's | Uitg. Ten Have | januari 2022
© Dettie, 14 maart 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Sterke botten en soepele gewrichten
Dr. Thierry De Baets
De auteur (°1974) is orthopedisch chirurg in Turnhout. Hij constateert dagelijks dat patiënten weinig weten over hun lichaam en over de kwalen die ze hebben. Met dit boek wil hij voor meer inzicht zorgen, uitleggen welke voedingsmiddelen en sporten het nuttigst zijn en aantonen dat je met kleine aanpassingen in je levensstijl veel kan doen om artrose of osteoporose te vermijden of te verzachten.
Hij begint met de geschiedenis van het skelet en geeft daarbij duidelijke definities van botten en gewrichten. Dan volgt theoretische uitleg over de samenstelling van onze (206!) botten en van onze gewrichten en ook over de vijf functies van het bot. Hij legt ook het verschil uit tussen de kwalen die eindigen op -itis (ontsteking) en die op -ose (verandering, aantasting of oorzaak van de aandoening).
Bij peesontstekingen merkt hij terecht op dat een spuit gevaarlijk is wanneer de training of belasting niet verminderd wordt. We leren ook wat bacteriën, virussen, immuniteit en auto-immuunziektes zijn. Hierbij hoort o.a. reumatoïde artritis. Breuken of fracturen zijn er in vele varianten. De belangrijkste factor die de genezing van een breuk vertraagt is roken of vapen (p. 111). Het verkort het leven met 5 à 13 jaar (p. 116). Hij waarschuwt ook voor de gevaren van alcohol (p. 181-182) en meermaals voor de aankoop van supplementen of medicijnen via het internet: wat je dan slikt en in welke dosis kan dan onbekend en ongecontroleerd zijn (p. 113, 146, 196). Hij wijst op de risico’s van veganisme voor het bot: men krijgt dan minder calcium binnen (p. 171-173).
We leren ook wat artrose (slijtage van de gewrichten) en osteoporose (botontkalking) zijn, met welke symptomen ze gepaard gaan, welke oorzaken ervoor in aanmerking komen en wat je zelf kan ondernemen om de schade te beperken. Dit doet hij o.m. met een tabel die aantoont welke sporten zéér en welke minder nuttig zijn voor onze botten (p. 180). Herhaaldelijk benadrukt hij het belang van gezonde voeding, vitamine D en beweging (o.a. p. 185-191).
En wie teveel weegt, krijgt de raad om tien kilo te vermageren: tien kilo vermageren betekent 60 kilo minder kracht op je knieën.
Het boek eindigt met een indrukwekkende bibliografie (p. 205-221). Die is grotendeels in het Engels en minder toegankelijk dan het boek zelf, maar ze toont aan dat de inhoud gebaseerd is op wetenschappelijk onderzoek.
Beoordeling
De structuur van het boek is zeer logisch, het taalgebruik eenvoudig, o.a. door de vergelijkingen met zaken uit het dagelijks leven. De Baets toont aan hoe je zelf de kwaliteit van je botten en gewrichten kunt verbeteren en zo verdere aftakeling beperken.
Zijn kennis van Latijn en Grieks is voortreffelijk: hij had ook leraar Latijnen Grieks kunnen worden. Enkel bij fractuur (p. 98-113) mis ik de Latijnse herkomst: frangere, breken. Bij carpal tunnel (p. 58-59) noemt hij drie mogelijke behandelingen, maar enkel de derde, nl. de operatie, was bij mij en bij mijn kennissen blijvend succesvol.
Het boek is zijn prijs meer dan waard en verdient een plek in elk huisgezin en zeker bij atleten.
ISBN 978-90-223-4189-6 | Paperback | 224 pagina's foto’s, tekeningen, tabellen, bibliografie | Uitgeverij Manteau, Antwerpen | 2 september 2025
© Jef Abbeel www.jefabbeel.be 22 februari 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Een nieuwe tijd
Corine Nijenhuis
Net als vele anderen heeft ondergetekende al heel wat gelezen over de Watersnoodramp, die intussen meer dan zeventig jaar geleden geschiedde. Je kan wel stellen dat degenen die de ramp overleefden intussen ook gestorven zijn. Gelukkig hebben zij vele verhalen achtergelaten, verhalen die ons eraan herinneren dat Nederland niet echt veilig is. In de jaren na de ramp zijn de Deltawerken uitgevoerd, die wel bescherming bieden, maar niet genoeg. De zeespiegel stijgt door de opwarming van de aarde. Intussen ligt 26 % van Nederland onder NAP; 59 % kan bij dijkdoorbraken overstromen.
In dat kader is het extra interessant om te lezen wat er na de Watersnood gedaan werd om het land te beschermen.
Hoe ging het verder, in met name Zeeland, maar ook elders, verder nadat men de grootste schok verwerkt had?
Voor in het boek zien we twee kaarten: hoe Zeeland er uit zag in 1953 en hoe in 2023. Vervolgens vertelt Corine Nijenhuis de eigen familiegeschiedenis. Haar moeder komt uit een dorp bij Middelburg, dat niet echt getroffen werd. Zij hoorden pas na enkele dagen wat er gebeurd was in andere delen van Zeeland.
We lezen over ingenieur Johan van Veen, die 1958 profetische woorden sprak:
‘Tot slot, we zullen nooit moeten vergeten dat er een dag komt dat we met een zucht van verlichting Nederland prijs zullen moeten geven aan de zee. Wat we ook doen.’
Weet dan dat al vanaf 1937 Van Veen in diverse publicaties waarschuwde voor de te lage dijken in Zuidwest-Nederland!
Zijn rapport De afsluitingsplannen der Tussenwateren verscheen 29 januari 1953. Drie dagen later, op 1 februari 1953, kwam de watersnood, die gedeelten van Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant onder water zette.
In zes hoofdstukken lezen we hoe het Zeeland daarna verging, waarbij noodzakelijkerwijs ook geregeld teruggegrepen wordt naar het verleden. De stijl is boeiend, geen taaie kost, zodat jet makkelijk leest.
‘Meer water. Want dat is waar de mannen van de dijkbewaking op wachten nu de eb het peil nauwelijks omlaag heeft gebracht en de vloed nog komen moet. Ze kijken naar het water en naar de lage dijk waarachter de daken puntig naar de donkergekleurde hemel wijzen, en kunnen niets anders doen dan machteloos toezien en bidden en smeken om een wonder of tenminste om een andere windrichting. Want het is maar de vraag of de lage dijk die hun dorp en het achterliggende land beschermen moet een tweede vloed overleven zal, wanneer die nog hoger reikt dan die van vanmiddag, en daar heeft het alle schijn van.’
Nijenhuis vertelt over de Deltawerken en de uitwerking die dat heeft gehad - nog steeds – op de eilanden. De reacties zijn niet onverdeeld. Mensen zagen hun middel van bestaan verdwijnen en waren niet altijd veerkrachtig genoeg om opnieuw te beginnen, elders of met iets anders.
In dit boek staan de succesverhalen, over mensen die dat wèl gelukt is.
Het gaat over de bouw van de Volkeraksluizen. Over verdwenen dorpen, zoals Capelle op Schouwen-Duiveland, waar alleen een kerkhof de doden herdenkt. Over het verdwenen Viane, waar een hele familie werkte in de scheepssloperij, totdat de Oosterscheldekering een feit werd, en zij hun bedrijf moesten opgeven.
Het gaat over mensen die vertellen over hun overtuiging dat de hand van God het water bestuurde. De kracht van het geloof hielp hen alle ellende te verwerken.
Voor wie vergeten is - of nooit geweten heeft – hoe Zeeland er uit zag, hoe de mensen omgingen met de ramp die hen trof: lees dit boek. Het is niet volledig. Dat is onmogelijk, maar zoals Nijenhuis achterin aangeeft: ga zelf op zoek, overal in Zeeland zijn verhalen te vinden voor wie er naar zoekt.
Corine Nijenhuis (Amsterdam, 1965) schrijft literaire non-fictie boeken, historische romans en essays. Haar werk gaat vaak over de strijd tussen mens- en natuurkracht.
ISBN 9789041716873 | Paperback |288 pagina's | Uitgeverij Rainbow | januari 2026
© Marjo, 17 februari 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Europa
De zestiende eeuw
Hans Mulder
Dit boek is het eerste deel van een vierdelige serie over Europa. In de vervolgdelen komen achtereenvolgens de 17de, 18de en 19de eeuw aan de orde. Zo wordt zichtbaar welke ontwikkeling het continent tussen 1500 en 1900 doormaakte. Helaas, zo constateert de schrijver, drukten oorlogen hun stempel op deze eeuwen en ontbrak het Europa aan een gemeenschappelijk doel. Desondanks is het volgens hem de moeite waard om deze beschaving te behouden. Moedgevend is dat Europa uiteindelijk in staat is gebleken tot een vruchtbare samenwerking te komen.
Hans Mulder typeert de 16de eeuw aan de hand van een aantal onderwerpen: oorlog, religie, beeldende kunst, architectuur, wetenschap en reizen (blz. 17). Dat laatste thema is beslist origineel te noemen. Europa is wandelend tot stand gekomen, schrijft Mulder. “Wie wat geld had, zette paarden of ezels in, soms met karren om ook goederen mee te nemen. En als het even kon, werd met allerlei soorten schepen gereisd” (blz. 8). Het gebruik van paard of schip voorkwam niet dat er in Europa heel wat afgewandeld werd. Dit thema wordt toegespitst in een boeiend hoofdstuk over de vele reizen van Desiderius Erasmus.
Mulder biedt informatie die je niet in andere overzichtswerken aantreft. We lezen een interessante beschouwing over de boekdrukkunst, waarbij Christoffel Plantijn in Antwerpen model staat voor de moderne boekdrukker. De cartografie komt in deze eeuw tot bloei en onder meer Gerard Mercator maakt de prachtigste kaarten. Het boek behandelt verder de zoektocht naar de anatomie van het menselijk lichaam, het kweken van medicinale planten, het speuren naar planeten met telescopen. Kunsten en wetenschap ballen zich samen aan het hof van keizer Rudolf II (1552-1612), die Wenen als hoofdstad inruilde voor Praag. Hetzelfde deed koning Filips II (1527-1598) die wisselende hoofdsteden opgaf en voor Madrid koos als het zenuwcentrum van zijn rijk. De pausen lieten met de bouw van de Sint-Pieter in Rome zien dat ze ook meetelden in Europa. De roerige 16de eeuw is dus ook een tijd van bloei geweest, ondanks de vele oorlogen die zijn gevoerd. Tegelijk verwijst deze veelheid aan onderwerpen naar de diepgang en veelkleurigheid van dit eerste deel over Europa.
Mulder schrijft goed, begrijpelijk en nauwkeurig. Soms kan hij met een kort zinnetje een ander licht laten vallen op de geschiedschrijving. Volgens de definitie van ‘kolonialisme’ waren de Nederlandse gewesten in feite een kolonie van Spanje (blz. 41). Daarmee maakt de auteur duidelijk dat de Nederlanden wingewesten waren voor Spanje, en dus niet op voet van gelijkheid met Spanje stonden. De Nederlandse adel legde zich hier niet bij neer en dat wordt het begin van de Tachtigjarige Oorlog.
Op blz. 69 kritiseert Mulder de rol van Calvijn in het proces tegen Michaël Servet (1511-1553), een Spaanse arts en theoloog. De feiten liggen wat genuanceerder. Servet ontkende het leerstuk van de Drie-eenheid. In de toenmalige Europese samenleving en wetgeving werd zo’n standpunt door zowel rooms-katholieken als protestanten gezien als een bedreiging voor de stabiliteit van de openbare orde. Het geweld van de doperse radicalen in Münster (1534) lag nog vers in het geheugen. Het was dan ook de overheid die Servet in 1553 oppakte en berechtte.
Het Geneefse stadsbestuur had in die jaren weinig op met Calvijn, verbande hem zelfs in 1538, maar kon niet om hem heen als meest vooraanstaande theoloog in de stad. Calvijn werd aangetrokken als getuige-deskundige. Hij was dus geen rechter en geen aanklager. Genève vroeg Bern, Zürich, Schaffhausen en Bazel om advies. Deze steden waren unaniem van mening dat Servet een ketter was waarna Genève de doodstraf uitsprak. Calvijn was dus niet de belangrijkste actor in dit proces en zijn rol is niet van doorslaggevende betekenis geweest. De Franse historicus Pierre Chaunu (1923-2009) schrijft terecht dat Servet veroordeeld is door een magistraat, die ook tegenstander van Calvijn was, maar die verplicht was geweest de wet toe te passen (Pierre Chaunu, De Reformatie. De 16de eeuwse revolutie in de kerk, blz. 152, Abcoude, 1990).
Doorgaans is Mulder echter prima thuis in de onderwerpen die hij beschrijft. Gezien de diversiteit aan onderwerpen is dat een hele prestatie.
Dit eerste deel over Europa is een prachtig boek geworden. Het is in een kloek formaat uitgegeven. De tekst is per bladzijde verdeeld over twee kolommen. Er is een ruime kantlijn, wat prettig is als de lezer aantekeningen wil maken. De tekst wordt ondersteund door prachtige (kleuren)afbeeldingen, vaak paginagroot. Ze zijn een lust voor het oog en nodigen uit om ze grondig te bekijken. Een leeslint is de finishing touch van dit met zorg uitgegeven boek. Van harte aanbevolen!
Hans Mulder (1961) is historicus. Hij was conservator bij de universiteiten van Utrecht en Amsterdam. Hij schreef in 2021 het bekroonde “De ontdekking van de natuur”. In 2025 beëindigde hij zijn dienstverband bij de Universiteit van Amsterdam om zich volledig te richten op het realiseren van deze vierdelige serie.
Mijke Wondergem was vormgever omslag en binnenwerk. Bas Reijnen vormgever binnenwerk.
ISBN 9789021344324 | Hardcover | Omvang 302 blz. | Uitgeverij Alfabet | 11 december 2025
© Henk Hofman, 16 februari 2026
Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.
Reformatie, Revolutie, Restauratie
Geloof verbeeld in de 16de-19de eeuw
Peter van Dael
De Amerikaanse atoomgeleerde Richard Oppenheimer heeft eens gezegd dat kunst laat zien tot welk kwaad de mens in staat is, maar ook welke ‘adel van geest’ hij kan scheppen. Een mooie uitspraak, die het vitale belang van de kunsten benadrukt.
Het boek van Peter van Dael is daar een prima voorbeeld van. Goya (1746-1828) laat de gruwelen van de oorlog zien (blz. 183). Rembrandt (1606-1669) de kracht van vergeving als de vader de verloren zoon met open armen ontvangt (blz. 30).
Het boek draait om drie tijdvakken. De Reformatie die de tot dan ongedeelde christenheid spleet in een rooms-katholiek en protestants deel. De Franse Revolutie die scheiding bracht tussen kerk en staat, waarmee een aanzet tot secularisering werd gegeven. En het tijdvak van Restauratie in de 19de eeuw, die weer aansluiting zocht bij tradities uit het verleden.
Voor de Franse Revolutie waren het hof en de kerk de belangrijkste opdrachtgevers. Die rol werd daarna overgenomen door de staat en individuele burgers. Bovendien werkten veel kunstenaars niet langer in opdracht, maar waren ze vrij om voor de markt te werken.
De rode lijn die de drie tijdvakken met elkaar verbindt, is de Bijbel als bron van inspiratie voor de kunstenaar. Kunst en geloof bleven dus nauw aan elkaar verbonden. In de eerste twee tijdvakken was persoonlijk geloof een voorwaarde voor christelijke kunst. In het laatste tijdvak hoefde een kunstenaar die christelijke kunst maakte zelf geen christen te zijn.
Dit boek, zo lezen we in de Inleiding, is geschreven voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van de kunst. De auteur geeft het advies om werken die worden besproken maar niet afgebeeld, op te zoeken op internet. Een goed advies! Ik heb het ook toegepast op werken die wèl zijn afgebeeld, omdat je dan kunt inzomen op details en aanvullende informatie krijgt. Lees je dan vervolgens de tekst van de auteur dan heeft dat een toegevoegde waarde.
De veelheid aan besproken kunstenaars en hun kunstwerken is indrukwekkend. Tekst en afbeelding sluiten goed op elkaar aan. De kwaliteit van de afbeeldingen, meestal in kleur, is prima. De tekst is zorgvuldig, helder en nauwkeurig geschreven, en aan het eind van een hoofdstuk vat de schrijver zijn verhaal samen in een synthese. Zo geeft hij aan het eind van het hoofdstuk over de Reformatie aan dat kunst in die periode nog in een eeuwenoude traditie stond, waarin het beeld een pedagogische en herinnerende functie had, en waarin protestanten en katholieken kunst gebruikten om hun eigen geloofsopvattingen uit te dragen. Kunst had dus een polemisch karakter.
Interessant is de kwestie die op blz. 50 wordt behandeld. In Genesis 3: 15 staat dat de kop van de slang, die Maria in het paradijs heeft verleid om van de verboden vrucht te eten, verpletterd zal worden. Maar door wie? Katholieken lazen in de Latijnse tekst het woord ‘ipsa’. Protestanten het woord ‘ipse’. De toevoeging dat ‘ipsa’ de mannelijke vorm is en ‘ipse’ de vrouwelijke vorm had de betekenis van dit verschil duidelijk gemaakt voor degene die het Latijn niet machtig is. In het ene geval (‘ipse’) is het Jezus die de kop van de slang zal vermorzelen, in het andere geval (‘ipsa’) is het Maria. Eén letter verschil waarachter een wezenlijk verschil van inzicht schuilgaat!
Op blz. 82 gaat het over een ‘Kolveniersgilde’. In tegenstelling tot België is in Nederland ‘Kloveniersgilde’ gebruikelijk.
Maar verder niets dan lof voor dit goed geschreven en heel mooi uitgegeven boek. Voor leken, maar ook lezers die vertrouwd zijn met kunst en kunstgeschiedenis, is dit een prima gids! Op de achterflap lezen we dat in de zoektocht naar een eigentijdse identiteit het christelijk verleden niet verloochend kan worden. Dit boek is daar een prachtig bewijs van.
Peter van Dael studeerde kunstgeschiedenis, filosofie en theologie. Hij doceerde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en de Pontificia Università te Rome. Eerder besprak ik voor Leestafel zijn in 2024 bij dezelfde uitgever verschenen “Van Catacombe tot Sixtijnse Kapel. Geloof verbeeld in de Vroegchristelijke tijd, Middeleeuwen en Renaissance”.
Het ontwerp van de omslag is verzorgd door Bart van den Tooren, het binnenwerk door Rob Westendorp.
ISBN 9789464566420 | Paperback | Omvang 242 blz. | Uitgeverij Walburgpers, Zutphen | 6 november 2025
© Henk Hofman, 11 februari 2026
Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.
Samenzwering tegen Hitler
1938
Officieren tussen moed en wanhoop
Bert Tigchelaar
De aanloop
In 1933 kwam Hitler in Duitsland aan de macht. Doordat Duitsland zich in snel tempo herbewapende, smolt de werkeloosheid weg als sneeuw voor de zon. Het zorgde voor een ongekende populariteit van Hitler onder de bevolking. Toch waren er nog mensen die doorgrondden dat het nazibewind in de kern misdadig van aard was. Er bleven dan ook haarden van verzet bestaan tegen de bijna almachtige nazi’s. Meubelmaker Georg Elser was er in 1939 bijna in geslaagd om Hitler om het leven te brengen. Een bom, verborgen in een spreekgestoelte ontplofte. Dertien minuten daarvoor had Hitler vroeger dan gepland zijn rede afgerond en was hij vertrokken. Een jaar daarvoor was een coup van hoge officieren van de Wehrmacht op het laatste moment afgeblazen. Drijvende kracht achter die coup was kolonel Hans Oster die bij de Duitse inlichtingendienst werkte. In april 1944 ontsnapte Hitler opnieuw aan de dood bij de aanslag van Claus von Stauffenberg.
De vrienden
Hans Oster was vanaf het begin een verklaard tegenstander van de nazi’s. Hitler noemde hij nooit bij naam, maar hij sprak over hem als “das Schwein”. Als zoon van een protestantse dominee voelde hij zich omwille van zijn geweten verplicht om Hitler ten val te brengen. Oster was zeer bevriend met de Nederlandse militaire attaché in Berlijn, majoor Sas. Hun vrouwen konden het ook goed met elkaar vinden en regelmatig brachten ze in gezinsverband tijd met elkaar door. Een complicerende factor daarbij was wel dat mevrouw Sas een overtuigd aanhanger van Hitler was, waar ze overigens later van teruggekomen is.
Nederland op de hoogte, maar toch onvoorbereid
Oster informeert majoor Sas tot in detail over de plannen die Hitler heeft om Polen te veroveren (1939), daarna over de aanval op Denemarken en Noorwegen (april 1940) en vervolgens over de Blitzkrieg tegen Nederland, België en Frankrijk (mei 1940).
Zelden is een regering vooraf zo goed geïnformeerd geweest over buitenlandse agressie dan de Nederlandse. De opstelling van troepen, de aanvalsassen, de doelstelling, de aanvalsdatum, alles speelde majoor Sas door naar Den Haag. Beide mannen waagden daarvoor hun leven. Het is dan wel schrijnend dat met hun informatie vrijwel niets is gedaan. In Den Haag kon men niet geloven dat een Duitse officier zijn land zou verraden. En Sas kon Oster niet bij name noemen, maar moest koste wat kost zijn bron beschermen. Daarnaast werden aanvalsdata keer op keer verschoven vanwege slechte weersomstandigheden. Daardoor verloor majoor Sas zijn geloofwaardigheid.
Hoongelach en hooivorken
Op den duur reageerden de beleidsmakers in Den Haag met hoongelach op de alarmerende berichten van Sas. Parachutisten die bij Den Haag landen? Die vangen we wel op met hooivorken. Minister-president De Geer heeft geen flauw benul van militaire zaken. Eelco Kleffens, minister van buitenlandse Zaken, wil uitstralen dat Nederland echt neutraal is en staat er daarom op dat een deel van het leger in de kuststrook wordt gepositioneerd om een Engelse dreiging het hoofd te bieden. Oud-minister-president Colijn hecht evenmin geloof aan de alarmerende boodschap van Sas. Generaal Reijnders verbiedt het Sas om contact op te nemen met koningin Wilhelmina. Zij en prins Bernhard vertrouwen de rapporten van Sas wel en maken zich grote zorgen. Opperbevelhebber Winkelman zegt zelfs begin 1940 nog tegen Sas dat hij diens zegsman maar “een misselijke vent vindt”. In zijn ogen is Oster niet meer dan een landverrader. Een paar maanden later haalt Sas zijn gelijk.
De afloop
ppp; -Als de oorlog in het Westen op 10 mei 1940 losbreekt is Nederland totaal onvoorbereid ondanks de precieze informatie van majoor Sas. Ook heeft de Nederlandse regering verzuimd om de informatie van Sas door te sluizen naar Londen, Parijs en Brussel. Dat strookte namelijk niet met de Nederlandse neutraliteitspolitiek.
Sas overleeft de Tweede Wereldoorlog. Hij is in de loop der jaren zelfs bevorderd tot generaal-majoor. Wrang is dat hij in oktober 1948 bij een vliegtuigongeluk om het leven komt, nog wel op de dag dat zijn echtscheiding wordt uitgesproken. Hans Oster wordt in de nasleep van de mislukte aanslag op Hitler in april 1944, opgepakt en gevangenzet. In april 1945, een paar dagen voor de bevrijding wordt hij geëxecuteerd.
Het boek
Dit boek leest als een thriller. Maar met het verschil dat het hier echt om leven en dood gaat. De Nederlandse regering kreeg de plannen van Hitler op een presenteerblaadje aangereikt. De toenmalige politieke en militaire beleidmakers konden zich niet voorstellen dat Duitsland in handen van misdadigers was gevallen. Men ging uit van fatsoen, integriteit en vertrouwen, niet van leugen, bedrog en agressiviteit. In die wereld loste je problemen op via onderhandelingen en het sluiten van een redelijk compromis. Het was ook de houding van Chamberlain die via de route van appeasement een oorlog probeerde te voorkomen. Zelden hebben politici en ook hoge militairen zo gefaald als in de jaren rond 1938.
Auteur en uitgever
Bert Tigchelaar (1946-2004) was onderzoeksjournalist. Hij was jarenlang correspondent in Duitsland voor krant, radio en ook het NOS-journaal. Vlak voor zijn overlijden verscheen dit boek. Gelet op onze tijdsomstandigheden is het heel goed dat Just Publishers dit boek onder een iets gewijzigde titel opnieuw uitgeeft. Het boek is geïllustreerd en de bronnen worden verantwoord in het notenapparaat. Tigchelaar heeft het resultaat van zijn grondig en degelijk onderzoek omgezet in heel leesbaar, maar tegelijk ook onthutsend boek. Incompetente mensen die op beleidsniveau terechtkomen, maken catastrofale fouten en dat heeft mensen het leven gekost.
9789089750334 | Paperback | Omvang 262 blz. | Uitgever Just Publishers | 20 juni 2025
© Henk Hofman, 5 februari 2026
Lees de reacties op het Forum en reageer, óf klik HIER.
De kronieken van de dood
Opstand en executies in de Nederlanden
Isabel Casteels
De titel “De kronieken van de dood” doelt op duizenden 16e-eeuwse verslagen van terechtstellingen in de Nederlanden, opgetekend door tijdgenoten.
Isabel Casteels heeft ze doorgenomen en dat moet een “monnikenwerk” zijn geweest. Het is goed om te zien dat de uitkomsten van haar onderzoek alle inspanningen de moeite waard waren. De kronieken leveren een schat aan informatie op over de procesgang, gewoonten en rituelen, de doelstellingen van overheid en rechters en de verwachtingen van burgers en publiek. Het beeld dat wij hebben van deze executies spoort lang niet altijd met de historische werkelijkheid.
De auteur heeft terecht voor een thematische aanpak gekozen. Zo volgen we de route die een terdoodveroordeelde aflegt van aanklacht tot het galgenveld. In afzonderlijke hoofdstukken komt eerst de rol van de rechtbank aan de orde, daarna de beul die het vonnis uitvoert, vervolgens de veroordeelde die het lijdend voorwerp in het geheel is, om dan in te zoomen op het publiek dat komt kijken en tot slot komen we aan de weet wat er met het geëxecuteerde lichaam werd gedaan. In het laatste hoofdstuk vraagt de auteur zich af of rechtspraak in de 16e eeuw barbaars en onmenselijk was, en/of executies dienden als volksvermaak.
In de 16e eeuw stonden niet alleen criminelen op het schavot. Het is de tijd van geloofsvervolgingen. Aanhangers van de Reformatie waren ‘ketters’ en ketters werden door politieke en kerkelijke autoriteiten op één lijn gezet met criminelen. Het effect van hun dood was echter niet wat de overheid had verwacht. Het publiek zag geen moordenaars en rovers op het schavot staan, maar gegoede burgers met een respectabele reputatie. Mannen en vrouwen die bovendien geen berouw toonden, maar moedig als martelaar voor hun geloof stierven. Het kwam voor dat sympathisanten het schavot bestormden om de veroordeelde op het laatste moment te redden van een wisse dood. Daarom gingen de autoriteiten ertoe over ketters in het geheim terecht te stellen en sloten ze de plek van de terechtstelling af voor publiek.
Het bijwonen van executies was sowieso geen plezierig tijdverdrijf. Ook als het criminelen betrof toonde het publiek vaak compassie en medelijden met de veroordeelde persoon. Als de beul onhandig was en onnodig vreselijk lijden veroorzaakte, reageerde het publiek verontwaardigd en boos. Soms werd om die reden een executie afgebroken en bleef de veroordeelde in leven.
Er gold een ongeschreven regel dat als een vrouw bereid was met de man op het schavot te trouwen deze vrijgelaten moest worden. Dit kwam overigens niet veel voor, want het was toch wel een schande om met een veroordeelde man te trouwen.
Met het verstrijken van de tijd veranderden ook de opvattingen over het handhaven van recht en gezag. Met het aanbreken van de Franse Tijd in 1795 kregen Verlichtingsbeginselen de overhand in de wetgeving. De tortuur (foltering) verdween, de pijnbank en het galgenveld werden afgeschaft. De doodstraf bleef nog een eeuw lang in het Wetboek van Strafrecht staan en daarmee was er ook nog steeds een beul nodig, al werd die nu scherprechter genoemd.
Dat alles is zonder meer een vooruitgang. Toch is de vraag terecht of de mensheid vandaag de dag zoveel geciviliseerder is dan in de 16e eeuw. Casteels schrijft over het risico dat wij lopen op een misplaatst superioriteitsgevoel. Dan sluiten we de ogen voor het systematisch geweld dat ook nu nog in onze maatschappij plaatsvindt. Barbaarsheid is van alle tijden.
Daar heeft ze zeker gelijk in. Het is opvallend dat juist in onze tijd geweld een bron van vermaak is. Ter ontspanning kijkt de moderne mens naar gewelddadige films, speelt gewelddadige games of bezoekt een ‘torture museum’ in de hoofdstad. Onze wetgeving kunnen we aanpassen, de menselijke aard laat zich moeilijker kanaliseren.
Naar mijn mening is dit een prima boek. Het is een heel leesbaar en boeiend boek, zorgvuldig geschreven, met een actuele spits. Er zijn veel afbeeldingen opgenomen en daarbovenop is er een kleurenkatern met 49 illustraties. Achter in het boek lezen we meer over het leven van de kroniekschrijvers, er is een tijdlijn opgenomen en we treffen daar de bibliografie en de eindnoten aan.
Isabel Casteels (1994) studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Dit boek is gebaseerd op haar promotieonderzoek aan de universiteiten te Leuven en Leiden (2020-2024). Momenteel is ze doctoraatsonderzoeker aan de KU Leuven en aan de Universiteit Leiden.
ISBN 9789020987478 | Hardcover | 253 bladzijden | Uitgeverij Lannoo | 6 oktober 2025
© Henk Hofman, 2 februari 2026
Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER
Het koolhydratenmonster
Matty Barnhoorn
"Eindelijk mijn eigen boek. Mijn eigen podium. Nu zal de hele wereld zien hoe briljant ik ben. Ik ben de kracht achter elke koolhydratenverslaving. Sterker nog: zonder mij bestond die verslaving helemaal niet."
Aan het woord is het koolhydratenmonster, dat akelige 'beest' dat steeds op je in praat als je vol goede moed de stap zet om minder koolhydraten te gaan eten omdat je eindelijk van die opgezette buik, die vermoeidheid, dat slome gevoel, je kilo's of je hoge bloedsuiker af wilt.
Hij vindt het heerlijk om in je oor te fluisteren dat dat kleine beetje chips geen kwaad kan en toch ook wel heel erg lekker is. En dat broodje met kruidenboter in een restaurant voor het eten? Ach wat kan het schelen, zo'n klein stukje is toch niet erg?
Dag in dag uit brengt het koolhydratenmonster je in verleiding om toch dat glaasje wijn, het gebakje, het ijsje etc. te nemen. 'Toe nou' zegt hij. 'Morgen is er weer een dag' maar nu is het lekker genieten. Neem die gevulde koek nou maar.
En heel vaak wint het monster en juichend verheugt hij zich op de volgende dag, dan kan hij weer lekker jou verleiden om toch nog dat frietje of die pizza te nemen. Lekker makkelijk toch? Hoef je niet te koken!
Iedereen die ooit op dieet is geweest, of anders wilde gaan eten, herkent dit monster. Door dat monster nu zelf aan het woord te laten, zie je wat hij eigenlijk doet. Hij haat het als jij sterker dan hij bent. Hij vindt het écht niet leuk als jij niet meedoet aan de pasta maaltijden in het Italiaanse restaurant maar iets anders bestelt wat geen kwaad kan. Ook zie je hoe moeilijk het is als ook je vrienden ook altijd luisteren naar dat akelige monster luisteren en jou proberen mee te trekken. Geen wijntje? Doe niet zo ongezellig! En met Kerstmis koolhydraatarm eten? Nee hè. En nee zeggen tegen al dat kant-en-klaar bereide voedsel maar pure voeding eten? Je lijkt wel gek!
Tegelijkertijd moet het monster regelmatig het onderspit delven als er niet naar hem geluisterd wordt, en hij wordt superchagrijnig als blijkt dat het eten zonder of met heel weinig koolhydraten ook heel erg lekker blijkt te zijn. Zelfs een koolhydraatarme high-tea krijgt heel veel complimenten. Ons monster kan dat niet uitstaan! Ook dat die niet naar hem luisterende mensen geen kater hebben na een feestje, minder pijn in hun gewrichten hebben, flink afvallen... en nog veel meer. Dit alles kan het monster niet uitstaan. Mensen moeten snoepen, snaaien, lekker veel suiker gebruiken en aan het brood en aardappelen, Dát is pas lekker.
Het soms hilarische boek is uitgegeven door The New Food, (TNF) een organisatie die enorm haar best doet voor mensen met diabetes, fibromyalgie etc. The New Food wordt door veel cardiologen, huisartsen, internisten etc. aangeprezen. Ook dr. Hanno Pijl, hoogleraar diabetologie van het LUMC staat achter koolhydraatarm eten. De TNF-begeleiding voor mensen die deze leefwijze volgen is snel en goed.
De verhalen, verteld door het koolhydratenmonster, zijn gebaseerd op échte ervaringen en verhalen uit de praktijk en ze geven je moed om de verleidelijke taal van het monster te weerstaan! Fantastisch toch?
Matty Barnhoorn is de bevlogen oprichtster van The New Food en eet al vanaf 2001 strikt koolhydraatarm/keto. Ze had ineens bergen energie, sliep beter, had geen zeurende maagklachten etc. meer en ze viel in korte tijd 30 kilo af. Het verbaasde haar dat niet algemeen bekend was dat koolhydraatarm/LCHF/ketogeen eten zo’n gunstige invloed op je gewicht en gezondheid heeft, en ze besloot zoveel mogelijk mensen hierover te informeren. Want ook zij dacht altijd dat het aan haarzelf lag dat het niet lukte om af te vallen. Maar het lag niet aan haar, het lag aan wat ze at! Vanaf die tijd helpt zij mensen met deze nieuwe leefstijl en met name mensen met diabetes hebben hier veel baat bij. Velen zijn van hun medicijnen af gekomen of kunnen met veel minder medicatie toe.
ISBN 9789083023571 Paperback | 140 pagina's | The New Food | 9 december 2025
Afmeting 21 x 29,7 cm met tekeningen van Rinie van Driel
Dettie, 18 januari 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Uitzaaien
Robert Haasnoot
Toen ik het boek ter recensie opgestuurd kreeg, sloeg de schrik me een beetje om mijn hart. Een boek over iemand waarbij vierde stadium longkanker was vastgesteld. Geen prettig onderwerp. Ook de levensverwachting, de vooruitzichten, waren niet goed. Wilde ik dat wel lezen?
Maar wat ben ik blij dat ik het wèl gedaan heb. Robert Haasnoot bezit namelijk de kracht én de humor om er een zeer aangenaam, als je het tenminste zo mag noemen, leesbaar boek van te maken. Misschien kon hij dat ook omdat de medicijnen aansloegen, maar toch, het overkwam hem wel allemaal.
Robert Haasnoot wist diep in zijn hart wel dat hem iets mankeerde, maar, zoals zo velen van ons, wuifde hij het weg. Ach, het zou wel loslopen. Maar op gegeven moment kon hij er niet meer omheen. Werd het eerst afgedaan als een ontsteking in zijn lijf, een pittige antibioticakuur volgde, daarna bleek echter al snel er meer aan de hand en kwam de mededeling... Stadium vier longkanker. Verpletterend nieuws natuurlijk, ook voor zijn zoon en dochter.
Je zou denken dat het proces, de verwerking van het nieuws en het verloop van de ziekte met veel drama verteld wordt, maar Robert Haasnoot heeft een prettige laconieke manier van benaderen die je soms bijna laat lachen. Na allerlei onderzoeken die ook nuchter beschreven worden, krijgt Haasnoot de voor hem meest geschikte behandeling. Inmiddels heeft hij zijn lot al geaccepteerd, het is niet anders, hij heeft niet lang meer te leven. Helaas maar de waarheid.
Hij hecht waarde aan zijn dromen, hij heeft gelezen dat mensen die binnenkort overlijden, bijzondere dromen hebben. Ook dit wordt met de nodige humor verteld. Toch is er ook een serieuze ondertoon. Maar nergens wordt het theatrale zelfmedelijden, wat best gekund had, maar het is zoals het is.
Maar dan... blijkt de behandeling aan te slaan! De tumor slinkt! Dat vraagt om een omschakeling in zijn geest. Dat is ook weer wennen...
Het is lastig om de toon van het boek te beschrijven. Robert Haasnoot heeft het in één vloeiende stroom, in drie weken tijd, geschreven. Dat merk je, dat voel je. Het is daardoor een zuiver, puur verhaal geworden. Er staat geen woord te veel of te weinig in. Bijzonder en memorabel boek.
ISBN 9789492241887 | Paperback met flappen | 164 pagina's | Magonia | 18 september 2025
© Dettie, 6 januari 2025
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Groei zonder grenzen
Het geheim van de tijdloze ondernemer
Vic Swerts / Hans Housen (red).
Dit stevig verpakt en luxueus uitgegeven boek beschrijft het Turnhouts bedrijf Soudal, nu wereldspeler in voegmastieken, siliconen, lijmen en polyurethaanschuim.
Het begint met de vijf D’s van de stichter-eigenaar: Dromen, Denken, Durven, Doen, Doorzetten. Hard werken is de boodschap en ook de spreuk van de baron: ‘Per laborem ad salutem’ (p. 73): door arbeid naar welvaart en welzijn. Het resultaat is er naar: 4650 medewerkers, actief in 140 landen en een omzet van 1,5 miljard euro.
Na een paar kleine jobs kocht Swerts in 1966 een lasatelier in Antwerpen. In 1968, op zijn 28ste, schakelde hij over op siliconen, in samenwerking met Bayer. Siliconen waren 100 keer zo duur als stopverf, maar veel degelijker. Het familiebedrijfje groeide snel, de plek in Antwerpen werd te klein. Gevolg: het verhuisde naar Turnhout, eerst naar een schuur, in 1976 naar het huidig adres, waar het een internationale groep werd, bestaande uit 82 kmo’s van 5 à 1200 mensen.
Het familiegevoel blijft belangrijk. Als een werknemer niet voldoet, geven ze die een andere plek in het bedrijf waar hij wel slaagt.
Trouw blijven aan de waarden van het bedrijf, meteen kansen grijpen en directheid zijn eigenschappen van de stichter en van het bedrijf: beslissingen vallen snel, er is ook maar één stem die beslist. De jaarlijkse groei bedraagt al jaren meer dan 10%. In 2021 zat men aan 1 miljard omzet, in 2024 aan 1,5 miljard en in 2030 hopelijk aan 2 miljard (p. 113). Er is nog ruimte: in vele landen zit Soudal nog niet of is het te klein. En bedrijven zoals Henkel, Sika, H.B.Fuller, Arkema Bostik en Saint-Gobain zijn veel groter, veel ouder en bieden ook een ruimer gamma aan (p. 119).
Als Soudal een bedrijf overneemt, wordt dat meteen geactiveerd om te groeien. In China wordt in 2026 een nieuwe site geopend. Sinds 1985 is Soudal er actief, tot nu toe zonder veel succes. Het is een moeilijke markt, maar Soudal houdt vol. Belangrijk is altijd om medewerkers te vinden met emotionele intelligentie, betrokkenheid en voeling met het personeel. Die medewerkers moeten ook kunnen omgaan met nieuwe klanten, zeker als die in verre landen wonen of andere culturen hebben.
R&D speelt een belangrijke rol. Soudal heeft er tientallen chemische specialisten voor.
De sponsoring van een wielerploeg zorgt voor bekendheid tot in Portugal en Colombia (p. 283), die van golf tot in de VS (p. 288). Daarnaast worden vele culturele, muzikale en sociale initiatieven gesponsord. Na de (enige) brand van 1993 hanteert men strenge veiligheidsnormen (p. 323). Duurzaamheid, milieu- en klimaatbewustzijn krijgen steeds meer aandacht.
Toen Rusland in Oekraïne binnenviel, heeft Soudal meteen in Polen een gebouw gehuurd om de families van een bevriend bedrijf onder te brengen, gratis. Na vier jaar wonen ze er nog.
Beoordeling
In 60 korte hoofdstukjes wordt dus de geschiedenis en de filosofie van Soudal beschreven, in een voor iedereen begrijpelijke taal. Veel wordt verteld in de vorm van dialoogjes. Het boek is voorzien van foto’s met toelichtingen. Het is één lange lofrede op het succesverhaal van Vic Swerts, een ode aan het ondernemerschap-met-gezond-verstand. Taal- en zetfouten staan er niet in, wel herhalingen van dezelfde zinnen, anekdotes en cijfers.
Een enkele keer mag de zinsbouw vlotter: “dat Swerts zijn succes te danken heeft omdat die enorme risico’s heeft durven nemen” (p. 153) zou ik vereenvoudigen tot : “dat Swerts zijn succes te danken heeft aan de berekende risico’s die hij nam”. Of: “dat onze groei te maken heeft met dat ik enorme risico’s heb genomen” (p. 153) zou ik omschrijven als: “dat onze groei te danken is aan de risico’s die zijn genomen”.
Het boek is geschikt voor ondernemers van klein tot groot. En ook anderen kunnen wel wat leren uit de levenslessen die erin staan.
ISBN 978 94 6383 952 5 | Hardcover | 380 pagina's | Uitgeverij Pelckmans, Kalmthout | 10 december 2025.
© Jef Abbeel, 15 januari 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Hebba Nolla
Frank van Pamelen
De oplettende lezer ziet dat de titel niet is: Hebban Nolla. Er ontbreekt een ‘ennetje’.
Natuurlijk zal Van Pamelen daar over nagedacht hebben, hij is een taalkunstenaar, iemand die speelt met de taal.
Dat spelen begint met de titel en gaat het hele boek door: met heel veel humor!
De vorm is dan wel volgens het alfabet, en dat kun je strak noemen, maar de manier waarop is heel speels.
Iedere hoofdstuk begint met een prachtige tekening waarin de letter de hoofdrol heeft, maar de bijrolletjes absoluut eveneens een betekenis hebben.
De Y bijvoorbeeld: de Y is allereerst van yoga, en wat zien we? Een Y die uitgewerkt is tot een persoon die yoga beoefent. Eromheen nog wat ijskristallen, want de ij, van ijs, die hoort erbij.
In een van de tekstjes die ook in dit hoofdstuk staan gaat het over de ijskast.
De nieuwe buren hebben een ijskast en als kind was Frank van Pamelen daar erg van onder de indruk.
‘Tot ik doorkreeg dat hun ijskast gewoon hetzelfde was als onze koelkast. Maar dan chiquer kennelijk. Later begreep ik pas waarom. Vroeger had alleen de absolute elite een ijskast: een afgesloten ruimte in de kelder waar ijsblokken in lagen om levensmiddelen langer te bewaren. Later kwam de elektrische variant, zonder ijsblokken dus, en die werd al heel snel en heel breed koelkast genoemd. Maar niet door de sociale bovenlaag, of door iedereen die daar graag bij wilde horen, want daar hebben ze tot op de dag van vandaag een ijskast. Om taartjes in te bewaren - gebakjes lusten ze daar niet. Net zoals ze geen fruit eten, maar vruchtjes. Geen trek hebben, maar zin. Geen welterusten zeggen, maar slap wel. Ach, het is weer eens wat anders dan friet versus patat
Da’s een streekstrijd. IJskast versus koelkast is meer een klassenclash, Bovenmodaal kiest ijskast, gewone mensen vinden koelkast cool.’
Humor en informatie over taalgebruik, met een leuke twist aan het einde. Zo vind je bij iedere letter leuke stukjes. Misschien soms wel wat aan de flauwe kant, maar vaak heel spitsvondig. Over modewoorden, die in de loop van de tijd veranderen, soms zodanig dat mensen die wat ouder zijn – en echt geen veertig of vijftig jaar! - geen idee hebben waar jongeren het over hebben.
De stukjes waarin Van Pamelen collega Kees Torn aanhaalt zijn ook erg leuk.
Zij vinden het een sport om zogenaamde basaltwoorden uit te wisselen.
Basaltwoorden? Lees: bas-alt, je ziet twee woorden die het tegendeel uitdrukken in één woord dat weer iets anders betekent.
‘Morgenmiddag ga ik op pad.
Naar Zeeland neem ik aan?
Ja, op werkvakantie.
Hebben jullie nog steeds die stacaravan?
Nee, problemen met het grondwater,
enzovoort enzovoort...’
Zo’n beetje alles wat met taal te maken heeft komt voor in deze bundel.
Nu eens serieus, dan weer grappend en grollend, maar altijd vermakelijk. En nooit met een opgeheven vingertje. Frank van Pamelen is van mening dat taal beweegt, zich ontwikkelt, en daar horen straattaal en apptaal bij. Dus ook ‘fouten’ als ‘hun hebben’...
Het staat je vrij om het daar wel of niet mee eens te zijn.
Geen lopend verhaal dus, maar desondanks heb je de neiging om steeds te denken: ’ Vooruit, nog eentje!’ en voor je het weet is het boek uit.
Frank van Pamelen is kleinkunstenaar, tekstschrijver, columnist en dichter. Hij maakt theaterprogramma’s, schrijft kinderboeken en is journalist bij kranten, radio en televisie.
ISBN 9789038816722 | 256 pagina's | Uitgeverij Nijgh & van Ditmar| oktober 2025
© Marjo, 5 januari 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De Tachtigjarige Oorlog in Europese ogen
De internationale geschiedenis van een nationaal verhaal
Raymond Fagel en Yolanda Rodríguez Pérez
De insteek van dit boek is heel origineel: hoe keek men in het buitenland aan tegen de Tachtigjarige Oorlog? Het blijkt dat in heel Europa het verloop van de oorlog op de voet gevolgd werd. Hun visie op deze langdurige strijd is van een verrassende toegevoegde waarde op het traditionele beeld dat wij ervan hebben.
Zo is het opmerkelijk dat de Republiek als eerste officieel is erkend door Marokko en het Turks-Osmaanse Rijk. Marokko zag dat in Spanje de moslims vervolgd werden en òf gedwongen waren zich tot de Rooms-Katholieke Kerk te bekeren òf moesten vluchten. Het Osmaanse Rijk was met Spanje verwikkeld in een strijd om de maritieme heerschappij over de Middellandse Zee. En zo kwam het dat calvinisten en moslims elkaar vonden in de strijd tegen een gemeenschappelijke vijand en twee moslimstaten als eersten de onafhankelijkheid van de Republiek erkenden.
In deelhoofdstukken wordt als het ware een geografische cirkel om de Republiek heen getrokken. Het perspectief van de Engelsen en de Schotten in het Westen wordt beschreven. Daarna kom met Scandinavië het Noorden aan de beurt. Vervolgens dat van Brandenburg en het Habsburgse Huis in het Oosten. De cirkel wordt in het Zuiden voortgezet met een beschrijving van de perceptie in Italië, Spanje en Portugal. Het boek sluit af met twee hoofdstukken over de opstelling van Marokko en het Osmaanse Rijk.
Al vanaf het begin van de troebelen in de Nederlanden was er belangstelling voor wat er gebeurde. De Beeldenstorm van 1566 was opzienbarend. Het bericht over de terechtstelling van Egmont en Horn in 1568 werd over het algemeen met ontzetting ontvangen. Twee edellieden die zich nooit hadden verzet tegen koning Filips II en altijd katholiek waren gebleven werden op last van Alva onthoofd.
Vaak was het lastig om een betrouwbaar beeld te krijgen van wat er gebeurde. Ook toen al was de nieuwsgaring nogal eens chaotisch. In een warreling van pamfletten werden geruchten en complottheorieën vermengd met juiste informatie.
Vanzelfsprekend is de perceptie van de Tachtigjarige Oorlog vaak afhankelijk van het eigen geloofsstandpunt. Veel katholieken zagen de Nederlanders als rebellen die het wettige gezag van Filips II niet wilden erkennen. De calvinistische Schotten daarentegen steunden de Nederlanders van harte omdat de Spaanse koning hun privileges schond en de protestanten heftig vervolgde. Daarmee was in Schotse ogen een recht van verzet ontstaan.
Algemeen was de bewondering voor de militaire prestaties van de Nederlanders. De grondslag daarvoor was gelegd door prins Maurits. Vanuit heel Europa stroomden adellijke jongemannen naar het strijdtoneel om te leren hoe gedisciplineerde formaties als eenheid opereerden en hoe belegeringen met een netwerk aan loopgraven georganiseerd moesten worden.
Er is veel zorg aan deze uitgave besteed. Mooi papier met een duidelijke drukletter. Er zijn veel afbeeldingen opgenomen waaronder prachtige kleurenreproducties. Bij die kleurenreproducties is heel attent het paginanummer genoemd waar de afbeelding mee samenhangt.
Het boek opent met een interessant lijstje van “Wist je dat…” en sluit af met een lijst van Belangrijke gebeurtenissen, Belangrijke personen, noten en een Namenregister.
De tip om een verklarende woordenlijst toe te voegen, komt als mosterd na de maaltijd. Maar menig lezer zal zich afvragen wat hij moet verstaan onder orthodoxe gnesio-lutheranen, ruimhartige philippisten, socinianen, arianen en arminianen. Op internet zijn de antwoorden natuurlijk snel te vinden.
Overigens verder niets dan lof voor dit fraaie en interessante boek.
Raymond Fagel is verbonden aan het Instituut voor geschiedenis van de Universiteit Leiden. Yolanda Rodríguez Pérez is verbonden aan de opleiding Europese Studies van de Universiteit van Amsterdam. Met bijdragen van twaalf andere historici. Het ontwerp van omslag en binnenwerk is van Mijke Wondergem en de verzorging van het binnenwerk van Peter Tychon.
ISBN 9789024470013 | Paperback | Omvang 336 bladzijden | Uitgeverij Boom Amsterdam | 2e druk november 2025
© Henk Hofman, 9 december 2025
Lees de reacties op het Forum en of reageer, klik HIER
In de ban van Vietnam
De Vietnamese onafhankelijkheidsstrijd en het Westen
Rimko van der Maar
In mijn jeugd werd het nieuws gedomineerd door de oorlog in Vietnam. Tot 1973 probeerden eerst de Fransen en daarna de Amerikanen het communistische Noord-Vietnam en de Vietcong te verslaan. In toenemende mate keerde de publieke opinie zich tegen vooral de Amerikaanse inmenging in wat gezien werd als een strijd voor Vietnamese onafhankelijkheid en vrijheid. Uiteindelijk trokken de Amerikanen hun strijdkrachten terug uit Vietnam, waarna vrij snel het zuiden onder de voet werd gelopen door Noord-Vietnam.
In dit boek onderzoekt Rimko van der Maar de invloed van de Noord-Vietnamese propaganda en informatieverstrekking op de Westerse publieke opinie. Die is zo ontzaglijk groot geweest, dat de uitkomst van de oorlog niet alleen op het slagveld werd bepaald, maar net zo goed door de strijd om de publieke opinie. De militaire campagne bleef onbeslist, maar de campagne om de gunst van het publiek werd overtuigend door Noord-Vietnam gewonnen.
Toen in 1975 Noord-Vietnamese troepen Saigon binnentrokken, omhelsde Jan Wolkers zijn vrouw Katrina: “Het Zuiden is bevrijd”. Die reactie paste binnen een zekere romantisering van het Noorden. Feministen zagen de Noord-Vietnamese vrouw als “sterk en veelzijdig” en beweerden dat Noord-Vietnam geëmancipeerder was dan “het starre, patriarchale Westen”. Volgens academici en studenten streed Noord-Vietnam tegen kolonialisme en imperialisme.
De werkelijkheid was totaal anders, blijkt wel uit dit boek. Persvrijheid en politieke oppositie waren in Noord-Vietnam niet toegestaan. De onderdrukking en mensenrechtenschendingen gingen er zelfs verder dan in Zuid-Vietnam. Deze thema’s bleven wereldwijd onderbelicht in de media. Westerse activisten en critici waren verblind door verontwaardiging en woede over het Amerikaanse militaire optreden en idealiseerden Noord-Vietnam met zijn charismatische leider Ho Chi Minh.
Kritiek op het Amerikaanse Vietnambeleid was heel begrijpelijk, erkent de auteur, maar kritiek op Noord-Vietnam was op grond van hun repressie net zo goed valide geweest.
Nadat het Zuiden veroverd was door het Noorden volgde een golf van arrestaties en verdwenen honderdduizenden mensen in heropvoedingskampen. Als gevolg daarvan namen veel Westerse regeringen weer wat meer afstand van het regime in Hanoi.
Volgens Van der Maat was Zuid-Vietnam op zich een levensvatbaar land geweest. Demonstreren was er doorgaans - anders dan in Noord-Vietnam - toegestaan, de pers was redelijk vrij, kritische intellectuelen belandden niet in de gevangenis en het culturele leven bloeide. Maar de Zuid-Vietnamese regering was net als de Verenigde Staten de morele verliezer van de propagandaoorlog. Het beeld van Noord-Vietnam was dat van een stabiel land met redelijke en verstandige leiders, terwijl Zuid-Vietnam ergernis opriep vanwege corruptie en militaire dominantie in de regering.
De beschrijving van de militaire operaties, de diplomatieke onderhandelingen die Nixon en Kissinger met Hanoi aanknoopten en het onvoorstelbare lijden van de bevolking in Noord en Zuid zijn zeer indringend.
En wat heeft al het geweld uiteindelijk opgeleverd? Een enorme ecologische, materiële en psychologische schade. Honderdduizenden doden en meer dan 58.000 gesneuvelde Amerikaanse soldaten. Het antwoord op de gestelde vraag moet echter in de eerste plaats door de naoorlogse Vietnamese generaties worden gegeven, meent Van der Maar.
Rimko van der Maar schreef een knap boek. Aan de grote lijnen die hij trekt, ligt een enorme hoeveelheid aan data ten grondslag. Hij zet een standaard neer in de wijze waarop hij eerst feiten en opinies weergeeft voor hij daar zijn eigen commentaar op baseert. Zijn terugblik maakt duidelijk hoe voorzichtig wij moeten zijn met snel oordelen en het innemen van standpunten, want de nieuwsgaring is altijd fragmentarisch en vatbaar voor manipulatie. Veel mensen die meeliepen in Vietnamdemonstraties hebben er nooit een idee van gehad dat achter de schermen Hanoi aan de touwtjes trok.
Met toenemende bewondering en waardering heb ik “In de ban van Vietnam” gelezen. Het boek is een waarschuwing om niet te snel te oordelen, want informatieverstrekking is nog al eens gekleurd en vermengd met deinformatie.
Naast een duidelijke overzichtskaart bevat het boek een literatuurlijst, een bronverwijzing voor de vele citaten, een register en twee fotokaternen. De uitgever heeft er dus ook veel zorg aan besteed.
Rimko van der Maar is universitair docent geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde in 2007 op een proefschrift waarin hij de Nederlandse reacties op de Vietnamoorlog onderzocht.
ISBN 9789000393381 | Paperback | Omvang: 477 bladzijden | Uitgeverij Spectrum | 10 april 2025
© Henk Hofman, 5 december 2025
Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.
De zwevende wereld
De verbonden levens van Franz von Siebold en Kusumoto Oine
Annejet van Zijl
De Duitser Philipp Franz von Siebold (1796-1866) was gedoodverfd om geneeskunde te studeren, zoals zijn grootvader, vader en beide ooms dat gedaan hadden. Zijn vader overleed toen Franz vier jaar oud was, hetgeen de oorzaak was dat zijn moeder nog meer druk op hem legde.
Aan de universiteit kreeg hij belangstelling voor botanie en zoölogie. In zijn vrije tijd was hij dan ook buiten in de natuur te vinden, op zoek naar bijzondere planten en insecten. Was aanvankelijk het plan om naar Zuid-Amerika te gaan, toen hem gevraagd werd als arts in Oost-Indië te gaan werken, stapte hij op de boot. In 1823 arriveerde hij in Batavia.
Het lijkt een kleine stap naar Japan, maar in die tijd - en nog lang daarna – hield Japan de deuren van de buitenwereld gesloten. Alleen de Republiek der Verenigde Nederlanden was het toegestaan om een handelspost te vestigen in Japan, en dan nog alleen op het kunstmatige eilandje Deshima, in de haven van Nagasaki.
‘Alles in Japan was radicaal anders dan het leven zoals Franz tot dan toe had leren kennen en wat hem gemaakt had tot de onrustige, wat getormenteerde jongeman die hij was. Voor Franz was Japan, inderdaad, een Wonderland.’
Hij verzamelde er planten en dieren, maar ook kunstvoorwerpen en stuurde alles naar Europa.
Zijn liefde voor Japan groeide tot grote hoogte. Des te dieper kon hij vallen...
Want toen het nog steeds hermetisch afgesloten Japan ontdekte dat hij stiekem landkaarten van de eilanden overzee stuurde, zetten ze hem het land uit in 1829.
Hij liet er een grote reputatie achter, en een vrouw: Sonogi, zijn (tweede) grote liefde.
Zij besloot niet op hem te wachten en huwde een Japanner, met wie zij de dochter van Franz, Oine, grootbracht.
Ook Franz trouwde, met Helene von Gagern en kreeg met haar nog vijf kinderen.
Zijn wens om naar Japan terug te keren bleef onverminderd groot, hij vond zichzelf de enige echte Japanoloog. In 1859 kwam zijn wens uit, maar hij bleef slechts twee jaar. Japan was niet meer zijn Japan. Ook had hij nauwelijks belangstelling voor zijn dochter.
Maar over haar gaat grotendeels deel twee van dit boek. Ook zij werd arts, vrouwenarts, verbonden aan de vrouwenafdeling van een ziekenhuis in Nagasaki, hetgeen in die tijd overal en zeker ook in Japan heel bijzonder was. Ook zij kreeg een dochter. In Japan is zij beroemder dan haar Duitse vader.
Zij overleed in 1903.
Behalve dat je in deze dubbelbiografie leest over von Siebold en Oine neem je ook kennis van de geschiedenis en de cultuur van Japan. Door de isolatie ontwikkelde het land een heel eigen cultuur, met eigen kunstvormen, die later in Europa omhelsd zouden worden. Tot op de dag van vandaag is dat het geval.
In het boek staan vele afbeeldingen (bronnen achterin vermeld). Fotootjes maar vooral ook kleurrijke tekeningen, onder andere van de hand van Kawahara Keiga. Je vindt er kaarten van Japan en Deshima, een bronnenlijst en een woordenlijst, en een nawoord.
Een zeer volledig en prettig leesbaar boek, dat de belangstelling voor Japan nog aan wakkert.
Annejet van der Zijl werkte als journaliste bij het opinieblad HP/De Tijd, waar ze zich specialiseerde in literaire geschiedschrijving en portretten. In 1998 debuteerde ze met Jagtlust, over het meest roemruchte artistieke broeinest van Nederland. Daarna verschenen Sonny Boy (2004), Bernhard (2010), Gerard Heineken (2014), Anna (2020), Fortuna’s kinderen (2023) en De Amerikaanse prinses (2024).
In 2012 kreeg ze de Gouden Ganzenveer.
ISBN 9789048874927 | Hardcover | 352 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep | augustus 2025
© Marjo, 3 december 2025
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Het Ministerie van Middeleeuwse Zaken
Inspirerende oplossingen voor de grote vraagstukken van nu
Cécile de Morrée (red.)
Het ministerie van Middeleeuwse Zaken is een samenwerkingsverband van wetenschappers die verbonden zijn aan universiteiten in Nederland en Vlaanderen. Zij hebben gemeen dat zij de Middeleeuwen zien als een inspiratiebron voor actuele kwesties.
Dit boek heeft dus een originele vraagstelling: wat is de relevantie van de Middeleeuwen voor de tijd waarin wij nu leven? De doorsnee reactie zou kunnen zijn: niets. Want wij leven in een tijd van computers en kernenergie; de Middeleeuwers in een tijd van handkracht, paard-en-wagen. Toch is dat te snel gezegd. De Middeleeuwers waren niet “achterlijk”. Kunst en cultuur waren belangrijk; de sociale structuur was hecht met aandacht voor het vergaren van kennis en zorg voor anderen; vrouwen genoten volgens het boek een relatief ruim scala aan rechten en economische samenwerking op grote schaal was gangbaar.
We moeten onze mening over de Middeleeuwen niet toespitsen op de stand van zaken van wetenschap en technologie toen en dat niveau vergelijken met de moderne tijd. Het gaat ook over denkprocessen en denkkracht. Daarin deden Middeleeuwse mensen niet onder voor moderne mensen.
Juist de moderne mens is vastgelopen in bijna onoplosbare problemen (natuurextremen, klimaatverandering, oorlog en geweld, uitputting planeet, polarisatie) en de manier om deze problemen aan te pakken is nog niet zo effectief. Zo bekeken slaagden Middeleeuwers er volgens dit boek beter in dan wij om “een veerkrachtige en duurzame samenleving vorm te geven”.
De auteurs gaan na welke aanpak in de Middeleeuwen gevolgd werd op onder meer het gebied van natuurbeleid, afval en recycling, eendracht en bestuur, conflictbeheersing, het strafsysteem, vrijheid van meningsuiting, gender, vrouwelijk leiderschap, consent en romantische relaties, kansengelijkheid en onderwijs. Het zijn stuk voor stuk interessante hoofdstukken met een onverwacht actuele toespitsing op de eigentijdse problematiek. Het is moeilijk om een keus te maken, maar laten we aan de hand van het hoofdstuk over straf en het opleggen van boetes toelichten hoe dat in zijn werk gaat.
Voor de Middeleeuwer was het van belang dat er een directe relatie bestond tussen overtreding en strafmaat. Gerechtelijke uitspraken moesten een maatschappelijk draagvlak hebben. Als er bijvoorbeeld een boete werd opgelegd, had het geld een concrete bestemming: het versterken van de stadsmuren of het bouwen van een nieuwe school. Dat waren herkenbare doelen voor de gemeenschap. Veel aandacht werd geschonken aan de uitleg en het bekendmaken van een vonnis. Uitspraken werden omgeroepen en de schriftelijke vorm ervan werd vastgemaakt op deuren van het stadhuis, kerken en poorten.
In onze tijd legt de overheid (hoge) boetes op en het geld verdwijnt in de schatkist. Steeds vaker worden boetes gebruikt en verhoogd om het gat in de nationale begroting te dichten. We weten niet waar het geld uiteindelijk aan besteed wordt. Omdat boetes voor iedereen gelijk zijn bij dezelfde overtreding worden mensen met minder financiële middelen buitenproportioneel geraakt. Het hele systeem veroorzaakt maatschappelijke onvrede.
De aanbeveling ligt dan voor de hand: gebruik het geld voor het bevorderen van bijv. de verkeersveiligheid. In het kader van het draagvlak het liefste op lokaal niveau. Zo is het heel aangenaam om per hoofdstuk na te gaan welke lessen we kunnen trekken uit de Middeleeuwse aanpak van problemen. Het is ook een sympathieke opstelling. De Duitse filosoof Hegel heeft eens gezegd: “De geschiedenis leert, dat de mens niets leert van de geschiedenis”. Daar zit wel wat in. Maar in dit boekje willen de auteurs wel degelijk leren van en luisteren naar een generatie uit een ver verleden.
In de slotbeschouwing heeft Lieke Smits (postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Leiden) het terecht over “waardevolle adviezen en concrete aanknopingspunten” die we in de praktijk kunnen toepassen. Cécile de Morrée (universitair docent aan de Radboud Universiteit) doet in het inleidende hoofdstuk de zinvolle aanbeveling om bij besluitvormingsprocessen tijd in te ruimen voor historische reflectie.
Elk essay wordt voorafgegaan door een prachtige reproductie van een Middeleeuws kunstwerk. En elk essay wordt afgesloten met aanbevolen literatuur voor wie zich verder in een onderwerp wil verdiepen. Het boekje heeft een prettig handzaam formaat. Bij het boek past een podcastserie waarin door middel van interviews de auteurs reflecteren op hun werk en de waarde van Middeleeuwse ideeën voor de moderne tijd.
Kortom: dit is een mooi, zinvol en verrijkend boek.
ISBN 9789464566390 | Paperback | 206 bladzijden | Uitgeverij Walburg Pers | 7 november 2025
© Henk Hofman, 27 november 2025
Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.
Atlas van Mokum
Maarten Hell en Mirjam Knotter (red.)
Deze atlas geeft een overzicht van groei en ontwikkeling van Joods leven in Amsterdam vanaf de 16e eeuw tot heden. Er zijn vijf hoofdstukken. Voor vier eeuwen is steeds een hoofdstuk uitgetrokken. Het vijfde hoofdstuk beslaat de periode tussen 2000 en 2025.
Elk hoofdstuk heeft dezelfde opzet. Eerst is er een fraaie plattegrond. Daarop staan de adressen van de personen die aan de orde komen en het adres van Joodse instellingen, zoals synagogen, ziekenhuizen en weeshuizen. Vervolgens een inleiding waarin kenmerkende ontwikkelingen uit de besproken eeuw aan de orde komen. Vervolgens worden in tien tot zestien portretten personen belicht die typerend zijn voor Joods leven in Amsterdam. Op elke bladzijde staan fraaie illustraties in kleur met een toelichting.
Twee dingen vallen op bij het doornemen van deze vijf hoofdstukken. Aan de ene kant is “Mokum” de stad waar Joden in ongekende vrijheid leven, maar aan de andere kant is er permanent een sterke onderstroom van virulent antisemitisme. Acceptatie en vervolging lagen dicht bij elkaar. Dat antisemitisme culmineerde helaas in de Tweede Wereldoorlog in de ondergang van een authentieke gemeenschap die een grote bijdrage had geleverd aan de bloei van Amsterdam. Van de 80.000 Joodse Amsterdammers kwam maar liefst 75% om in Duitse kampen.
Het laatste hoofdstuk getuigt van de veerkracht van overlevenden van de Holocaust en hun nazaten. Oud-rabbijn Lody van de Kamp gaat samen met een moslim polarisatie onder jongeren tegen. Jacques Grishaver zette zich met enorme wilskracht in voor het Nationaal Holocaust Namenmonument. Natascha van Weezel zoekt naar nuance en verbinding tussen joden en moslims. Erwin Olaf legde de Joodse identiteit vast in foto’s. Het zwaartepunt van het naoorlogse Joodse leven heeft zich echter verplaatst van het centrum van de stad naar Buitenveldert en Amstelveen.
In het centrum van de stad vinden we nog wel het Joods Cultureel Kwartet. Vier musea bewaren Joods erfgoed en presenteren de betekenis ervan aan de bezoeker: het Joods Museum, de Portugese synagoge, de Hollandse Schouwburg en het Holocaustmuseum. Ze liggen op loopafstand van elkaar.
Naar aanleiding van het 750-jarig bestaan van de stad Amsterdam organiseerde het Joods Cultureel Kwartet in samenwerking met De Nieuwe Kerk een tentoonstelling Mokum, de biografie van Joods Amsterdam. Dit boek hoort bij de tentoonstelling.
De tentoonstelling loopt tot 6 april 2026. Daarna blijft dit boek een prachtig naslagwerk over bekende en onbekende Joodse Amsterdammers en beeldbepalende plekken als De Bijenkorf, Tuschinski en het Amstel Hotel, gebouwd op initiatief van Joden.
Vanzelfsprekend moeten er keuzes worden gemaakt. Francesco Lopes Suasso (1657-1710) krijgt geen portret in het hoofdstuk over de 17de eeuw. Hij wordt wel in de Inleiding genoemd, maar is wat karig bedeeld met een zevental regels. Deze bankier financierde in 1688 de gewaagde oversteek van stadhouder Willem III naar Engeland, die uitliep op de Glorious Revolution en het Engelse koningschap van Willem III. Toen de stadhouder aan Suasso vroeg wat hij aan onderpand wilde voor de twee miljoen gulden, antwoordde deze: “Hoogheid, als u slaagt, weet ik dat ik het geld terug zal krijgen. Als u niet slaagt, ga ik ermee akkoord dat ik het geld heb verloren.” De onderneming slaagde, en Suasso kreeg het geld terug. De kist waarin het geld vervoerd werd, is vandaag de dag te zien in het Willet-Holthuysen Museum te Amsterdam. De transactie legde de grondslag voor een nauwe band tussen het Oranjehuis en Portugese Joden.
Maarten Hell (historicus) en Mirjam Knotter (hoofdconservator van het Joods Museum) vormen de redactie. Hun bijdragen samen met die van negen medewerkers zijn van hoge kwaliteit. Het boekontwerp is van LevievanderMeer (Amsterdam), de tekstredactie van Marleen Blokhuis. Samen met uitgever WBooks maakten zij van Atlas van Mokum een imponerende uitgave.
ISBN 9789462587267 | Hardcover | Omvang 191 bladzijden | Uitgeverij WBooks | 23 oktober 2025
© Henk Hofman, 18 november 2025
Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.
De man die uit de lucht viel
Verzinnen doen wij niets
Marga Coesèl
‘Verzinnen doen wij niets, dat is immers ook heelemaal overbodig; soms is de natuur zo ongelooflijk wonderlijk dat wij, populariseerders, niet eens de volle waarheid durven schrijven, uit vrees dat onkundigen het voor fantasie zullen houden.’
Dit schreef Elli Heimans in 1903 in een van zijn eerste stukjes in de Groene Amsterdammer.
Behalve Heimans schreef in die tijd ook de beter bekende Jac. P. Thijsse in de weekbladen. Ze hadden minder bekende voorgangers (o.a. Frederik Willem van Eede, Geertruida Carelsen) en vele navolgers (Foppe Brouwer, Koos van Zomeren. Maria Barendrecht-Hoen e.a.).
Daarover schrijft Marga Coesel in dit boekje. Wie waren zij? Hoe kwamen ze aan hun onderwerpen?
Er zijn vele citaten, fotootjes, klein en wat groter, naast prachtige afbeeldingen van boeken die deze mannen ook maakten. Plus enkele volledige feuilletons zoals die stukjes in die tijd genoemd werden.
Het woord column kwam pas ergens in de jaren negentig van de vorige eeuw in opkomst.
Heimans en Thijsse waren beiden werkzaam in het onderwijs. Ze begonnen dan ook samen boekjes te maken die een hele serie werden.
Iemand zei daarover:
Maar de serie ‘Langs dijken en wegen’ werd een succes!
Ze schreven voor tijdschriften, ook voor eentje dat ze samen opgericht hadden; ze maakten albums. Het sloeg aan!
Voor een deel zijn de teksten van wetenschappelijk belang, omdat zij een beeld geven van hoe de natuur toen was en wat ze wel of niet al wisten. Maar over het algemeen zijn het meer persoonlijke teksten, die aangeven wat de aandacht trok van de schrijvers ervan. Vaak dus ook in de ik-vorm geschreven.
Het milieu, nu zo vaak besproken, kwam in hun stukjes niet voor. Pas in de jaren zestig immers kwam daar aandacht voor. Jac. P. Thijsse overleed in 1945, Heimans in 1914.
Waar de natuur volgens de oudere generatie schrijvers nog een product van God en de schepping was, wordt daar nu niet meer over gesproken. Nu gaat het over het milieu, over biodiversiteit, over de bestrijding van exoten.
En zoals van Jean-Pierre van Geelen zegt in zijn column in de Volkskrant d.d. 7 september 2024, hetgeen Heimans en Thijsse absoluut zouden onderschrijven:
'Sommige politici moeten eens een dagje naar buiten. Het is er mooi. En helemaal niet eng.’
Marga Coesèl (1942) is ‘la grande dame’ van de geschiedschrijving van de natuurbescherming in Nederland en de wereld van Heimans en Thijsse. Met verschillende titels haalde ze de shortlist van de Jan Wolkers Prijs.
ISBN 9789464713695 | Hardcover | 96 pagina's | Uitgeverij Noordboek | juni 2025
© Marjo, 18 november 2025
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De wereld volgens Noord-Korea
Remco Breuker
Op de dag van het schrijven van de bespreking van dit boek kondigden de Verenigde Staten nieuwe sancties aan tegen Noord-Korea vanwege het witwassen van fondsen verkregen uit illegale cyberactiviteiten van Noord-Korea. Het regime reageerde woedend en verklaarde nooit voor druk en chantage te zullen bezwijken.
In de publieke opinie bestaat het beeld dat Noord-Korea het meest geïsoleerde land ter wereld is dat bovendien gebukt gaat onder zware sancties. Remco Breuker maakt in zijn boek duidelijk dat deze beeldvorming niet overeenkomt met de werkelijkheid: “De meest geslaagde propagandatruc die Noord-Korea succesvol heeft weten uit te voeren is de wereld ervan te overtuigen dat het een eenzaam en geïsoleerd land is” (blz. 196).
De realiteit is dat het land overal bondgenoten en sympathisanten heeft. Breuker legt na grondig onderzoek een netwerk van internationale relaties en samenwerking bloot. Hij verbindt daaraan de “centrale boodschap” dat het voor Nederland en de EU van levensbelang is om zich structureel met Zuid-Korea te alliëren (blz. 7).
In het Voorwoord gaat de schrijver kort in op de interne repressie. Hij schrijft dan over de “stille holocaust” die zich al decennia voltrekt in vernietigingskampen. Hij typeert die repressie met de term “democide”. Met dit woord heb je het over een overheid die haar eigen burgers vermoordt. De focus ligt echter op de internationale positie van Noord-Korea.
In zuidelijk Afrika heeft Noord-Korea krediet opgebouwd door in Angola, Mozambique, Botswana, Namibië en Zimbabwe onafhankelijkheidsbewegingen te steunen in hun strijd tegen de koloniale bezetter. De vrijheidsstrijders van toen zijn de regeerders van nu. De hulp die Noord-Korea gaf, zijn ze niet vergeten. Daar komt bij dat ze het land zien als een postkoloniale staat die niet is bezweken onder de druk van het imperialistische Amerika. Om diezelfde reden sympathiseert in Zuid-Amerika Venezuela met Noord-Korea.
Precies hetzelfde speelt zich nu af in de oorlog tussen Oekraïne en Rusland. Noord-Korea schiet Rusland te hulp met wapens en soldaten. Sindsdien zijn de betrekkingen tussen de twee staten aangehaald.
China is van levensbelang voor het voortbestaan van Noord-Korea. Bijna alles wat het land in- of uitkomt, gaat via China.
Noord-Korea heeft voor Hamas en Hezbollah-tunnels aangelegd uitgerust met ventilatie, waterleidingen, voedselvoorraden en generatoren. Voor het Syrische regime bouwde Noord-Korea een kernreactor en in de oorlogen van 1967 en 1973 vocht het land mee aan de kant van Syrië en Egypte.
Het land heeft dus vele vrienden gemaakt waar het van op aan kan. Met hun medewerking kunnen sancties ontdoken worden.
Uitgebreid gaat Breuker in op het verdienmodel van Noord-Korea. Het land verdient grof geld aan het sturen van arbeiders naar het buitenland, de verkoop van wapens en wapentechnologie, het hacken van telecommunicatiebedrijven, universiteiten, onderzoeksinstituten, defensiebedrijven en banken. Zo komt het aan geld en informatie. Eigenlijk is Noord-Korea een roversstaat.
Het is Noord-Korea, een klein, arm land, zonder internettoegang voor de bevolking, gelukt om zich te ontwikkelen tot een cybermacht, kernwapens te maken en raketten over de hele wereld te verkopen. Noord-Korea is een groot gevaar geworden voor de mondiale stabiliteit en vanwege het bezit van kernwapens is het land bijna niet aan te pakken. Toch moet er een rode lijn worden getrokken. Breuker noemt het een strategische blunder dat de NAVO de komst van Koreaanse troepen in Oekraïne over zijn kant liet gaan (blz. 168, 180 en 192). Het aan zichzelf twijfelende en hypocriete Westen waarschuwde wel, maar liet daden achterwege.
Het is allemaal verbijsterend en zorgwekkend. Noord-Korea staat er veel beter voor dan wij denken! Wie zit nu in het nauw, vraag je je af. Noord-Korea of het Westen? De NAVO en de EU moeten zich veel assertiever opstellen. De koude machthebbers in Noord-Korea, China en Rusland rekenen niet met moraal en mensenrechten. Het vrije Westen moet natuurlijk blijven hameren op democratische waarden, maar daarnaast bereid zijn om geharnast te reageren op provocaties.
Een behartigenswaardig boek over een actueel thema van groot belang.
Remco Breuker (1972) is historicus, vertaler en hoogleraar Koreastudies aan de Universiteit Leiden. Hij is auteur van meerdere boeken over Noord-Korea.
ISBN 9789026371509 | Paperback | Omvang 220 blz. | Uitgever Ambo|Anthos | 26 september 2025
© Henk Hofman, 8 november 2025
Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.
De honden die we zijn
Alex Boogers en Leon Verdonschot
Op de omslag: ‘Waar hebben we het over als we het over onze trouwe vriend hebben.’
Alex Boogers en Leon Verdonschot zijn bevriend met elkaar en delen bovendien een diepe liefde voor honden. Voor honden in het algemeen, maar natuurlijk speciaal voor die honden die hun leven delen/deelden.
Het begon ooit met appjes en sms’jes, met gesprekken en mails, en met het delen van filmpjes, alles over honden. Het werd uiteindelijk dit boek, waarin ze lief en leed delen, met betrekking tot hun honden.
Er zijn vele citaten, en verwijzingen, naar populaire cultuur, naar films en literatuur.
Over verschillende rassen – al hebben ze allebei specifiek iets met de boxer en de Amerikaanse stafford (door velen gezien als een pitbull, wat hij echt niet is).
Hoe gaan ze met hun dieren om? Wat betekenen de honden voor hen?
‘De honden die we zijn’. De schrijvers stellen: een hond is betrouwbaar, is gewoon wie hij (of zij) is: Hond. Het wezen van de hond blijft hetzelfde.
‘Het enige gebrek is zijn beperkte levensduur, en daar kan hij zelf weinig aan doen. We overleven in nagenoeg alle gevallen onze hond. Hij is een metgezel die ons ook weer in de steek laat.’
Maar een mens daarentegen, als hond kan je eigenlijk niet van die mens op aan.
Misschien zouden ze zeggen:
‘Wij zijn altijd de honden die we zijn.’
Een boek vol anekdotes, over: de hond. Overdenkingen, soms zelfs filosofisch, soms grappig of ontroerend ook, maar het kan best zijn dat iemand die niet veel met honden heeft, dat niet zo ervaart. Met andere woorden: het is echt een boek voor hondenliefhebbers.
De opzet: om en om door Leon of Alex geschreven, heeft als gevolg dat je het boek mondjesmaat kunt lezen en dat is best prettig. Niet iedereen houdt van een overdosis hond, al zijn de teksten op zich zeer leesbaar.
Alex Boogers (1970, Vlaardingen) debuteerde in 1999 onder het pseudoniem M.L. Lee met 'Het boek Estee'. Vervolgens schreef hij de veelgeprezen romans 'Het waanzinnige van sneeuw', 'Lijn 56', 'Het sterkste meisje van de wereld' en 'De tijger en de kolibrie'.
Leon Verdonschot (1953, Geleen) is journalist, presentator, schrijver, radiomaker, regisseur en columnist. Hij schrijft onder meer voor de bladen Nieuwe Revu en De Groene Amsterdammer.
ISBN 9789048875856 | Paperback | 256 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep | oktober 2024
© Marjo, 7 november 2025
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Groentebijbel 2