Europa klEuropa
De zestiende eeuw
Hans Mulder

Dit boek is het eerste deel van een vierdelige serie over Europa. In de vervolgdelen komen achtereenvolgens de 17de, 18de en 19de eeuw aan de orde. Zo wordt zichtbaar welke ontwikkeling het continent tussen 1500 en 1900 doormaakte. Helaas, zo constateert de schrijver, drukten oorlogen hun stempel op deze eeuwen en ontbrak het Europa aan een gemeenschappelijk doel. Desondanks is het volgens hem de moeite waard om deze beschaving te behouden. Moedgevend is dat Europa uiteindelijk in staat is gebleken tot een vruchtbare samenwerking te komen.

Hans Mulder typeert de 16de eeuw aan de hand van een aantal onderwerpen: oorlog, religie, beeldende kunst, architectuur, wetenschap en reizen (blz. 17). Dat laatste thema is beslist origineel te noemen. Europa is wandelend tot stand gekomen, schrijft Mulder. “Wie wat geld had, zette paarden of ezels in, soms met karren om ook goederen mee te nemen. En als het even kon, werd met allerlei soorten schepen gereisd” (blz. 8). Het gebruik van paard of schip voorkwam niet dat er in Europa heel wat afgewandeld werd. Dit thema wordt toegespitst in een boeiend hoofdstuk over de vele reizen van Desiderius Erasmus.

Mulder biedt informatie die je niet in andere overzichtswerken aantreft. We lezen een interessante beschouwing over de boekdrukkunst, waarbij Christoffel Plantijn in Antwerpen model staat voor de moderne boekdrukker. De cartografie komt in deze eeuw tot bloei en onder meer Gerard Mercator maakt de prachtigste kaarten. Het boek behandelt verder de zoektocht naar de anatomie van het menselijk lichaam, het kweken van medicinale planten, het speuren naar planeten met telescopen.  Kunsten en wetenschap ballen zich samen aan het hof van keizer Rudolf II (1552-1612), die Wenen als hoofdstad inruilde voor Praag. Hetzelfde deed koning Filips II (1527-1598) die wisselende hoofdsteden opgaf en voor Madrid koos als het zenuwcentrum van zijn rijk. De pausen lieten met de bouw van de Sint-Pieter in Rome zien dat ze ook meetelden in Europa. De roerige 16de eeuw is dus ook een tijd van bloei geweest, ondanks de vele oorlogen die zijn gevoerd. Tegelijk verwijst deze veelheid aan onderwerpen naar de diepgang en veelkleurigheid van dit eerste deel over Europa.

Mulder schrijft goed, begrijpelijk en nauwkeurig. Soms kan hij met een kort zinnetje een ander licht laten vallen op de geschiedschrijving. Volgens de definitie van ‘kolonialisme’ waren de Nederlandse gewesten in feite een kolonie van Spanje (blz. 41). Daarmee maakt de auteur duidelijk dat de Nederlanden wingewesten waren voor Spanje, en dus niet op voet van gelijkheid met Spanje stonden. De Nederlandse adel legde zich hier niet bij neer en dat wordt het begin van de Tachtigjarige Oorlog.

Op blz. 69 kritiseert Mulder de rol van Calvijn in het proces tegen Michaël Servet (1511-1553), een Spaanse arts en theoloog. De feiten liggen wat genuanceerder. Servet ontkende het leerstuk van de Drie-eenheid. In de toenmalige Europese samenleving en wetgeving werd zo’n standpunt door zowel rooms-katholieken als protestanten gezien als een bedreiging voor de stabiliteit van de openbare orde. Het geweld van de doperse radicalen in Münster (1534) lag nog vers in het geheugen. Het was dan ook de overheid die Servet in 1553 oppakte en berechtte.

Het Geneefse stadsbestuur had in die jaren weinig op met Calvijn, verbande hem zelfs in 1538, maar kon niet om hem heen als meest vooraanstaande theoloog in de stad. Calvijn werd aangetrokken als getuige-deskundige. Hij was dus geen rechter en geen aanklager. Genève vroeg Bern, Zürich, Schaffhausen en Bazel om advies. Deze steden waren unaniem van mening dat Servet een ketter was waarna Genève de doodstraf uitsprak. Calvijn was dus niet de belangrijkste actor in dit proces en zijn rol is niet van doorslaggevende betekenis geweest. De Franse historicus Pierre Chaunu (1923-2009) schrijft terecht dat Servet veroordeeld is door een magistraat, die ook tegenstander van Calvijn was, maar die verplicht was geweest de wet toe te passen (Pierre Chaunu, De Reformatie. De 16de eeuwse revolutie in de kerk, blz. 152, Abcoude, 1990).

Doorgaans is Mulder echter prima thuis in de onderwerpen die hij beschrijft. Gezien de diversiteit aan onderwerpen is dat een hele prestatie.

Dit eerste deel over Europa is een prachtig boek geworden. Het is in een kloek formaat uitgegeven. De tekst is per bladzijde verdeeld over twee kolommen. Er is een ruime kantlijn, wat prettig is als de lezer aantekeningen wil maken. De tekst wordt ondersteund door prachtige (kleuren)afbeeldingen, vaak paginagroot. Ze zijn een lust voor het oog en nodigen uit om ze grondig te bekijken. Een leeslint is de finishing touch van dit met zorg uitgegeven boek. Van harte aanbevolen!

Hans Mulder (1961) is historicus. Hij was conservator bij de universiteiten van Utrecht en Amsterdam. Hij schreef in 2021 het bekroonde “De ontdekking van de natuur”. In 2025 beëindigde hij zijn dienstverband bij de Universiteit van Amsterdam om zich volledig te richten op het realiseren van deze vierdelige serie.

Mijke Wondergem was vormgever omslag en binnenwerk. Bas Reijnen vormgever binnenwerk.

ISBN 9789021344324 | Hardcover | Omvang 302 blz. | Uitgeverij Alfabet | 11 december 2025

© Henk Hofman, 16 februari 2026

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.