Hebba nollaHebba Nolla
Frank van Pamelen

De oplettende lezer ziet dat de titel niet is: Hebban Nolla. Er ontbreekt een ‘ennetje’.
Natuurlijk zal Van Pamelen daar over nagedacht hebben, hij is een taalkunstenaar, iemand die speelt met de taal.
Dat spelen begint met de titel en gaat het hele boek door: met heel veel humor!
De vorm is dan wel volgens het alfabet, en dat kun je strak noemen, maar de manier waarop is heel speels.
Iedere hoofdstuk begint met een prachtige tekening waarin de letter de hoofdrol heeft, maar de bijrolletjes absoluut eveneens een betekenis hebben.

De Y bijvoorbeeld: de Y is allereerst van yoga, en wat zien we? Een Y die uitgewerkt is tot een persoon die yoga beoefent. Eromheen nog wat ijskristallen, want de ij, van ijs, die hoort erbij.
In een van de tekstjes die ook in dit hoofdstuk staan gaat het over de ijskast.
De nieuwe buren hebben een ijskast en als kind was Frank van Pamelen daar erg van onder de indruk.

‘Tot ik doorkreeg dat hun ijskast gewoon hetzelfde was als onze koelkast. Maar dan chiquer kennelijk. Later begreep ik pas waarom. Vroeger had alleen de absolute elite een ijskast: een afgesloten ruimte in de kelder waar ijsblokken in lagen om levensmiddelen langer te bewaren. Later kwam de elektrische variant, zonder ijsblokken dus, en die werd al heel snel en heel breed koelkast genoemd. Maar niet door de sociale bovenlaag, of door iedereen die daar graag bij wilde horen, want daar hebben ze tot op de dag van vandaag een ijskast. Om taartjes in te bewaren - gebakjes lusten ze daar niet. Net zoals ze geen fruit eten, maar vruchtjes. Geen trek hebben, maar zin. Geen welterusten zeggen, maar slap wel. Ach, het is weer eens wat anders dan friet versus patat
Da’s een streekstrijd. IJskast versus koelkast is meer een klassenclash, Bovenmodaal kiest ijskast, gewone mensen vinden koelkast cool.’

Humor en informatie over taalgebruik, met een leuke twist aan het einde. Zo vind je bij iedere letter leuke stukjes. Misschien soms wel wat aan de flauwe kant, maar vaak heel spitsvondig. Over modewoorden, die in de loop van de tijd veranderen, soms zodanig dat mensen die wat ouder zijn – en echt geen veertig of vijftig jaar! - geen idee hebben waar jongeren het over hebben.

De stukjes waarin Van Pamelen collega Kees Torn aanhaalt zijn ook erg leuk.
Zij vinden het een sport om zogenaamde basaltwoorden uit te wisselen.
Basaltwoorden? Lees: bas-alt, je ziet twee woorden die het tegendeel uitdrukken in één woord dat weer iets anders betekent.

‘Morgenmiddag ga ik op pad.
Naar Zeeland neem ik aan?
Ja, op werkvakantie.
Hebben jullie nog steeds die stacaravan?
Nee, problemen met het grondwater,
enzovoort enzovoort...’

Zo’n beetje alles wat met taal te maken heeft komt voor in deze bundel.
Nu eens serieus, dan weer grappend en grollend, maar altijd vermakelijk. En nooit met een opgeheven vingertje. Frank van Pamelen is van mening dat taal beweegt, zich ontwikkelt, en daar horen straattaal en apptaal bij. Dus ook ‘fouten’ als ‘hun hebben’...
Het staat je vrij om het daar wel of niet mee eens te zijn.
Geen lopend verhaal dus, maar desondanks heb je de neiging om steeds te denken: ’ Vooruit, nog eentje!’ en voor je het weet is het boek uit.

Frank van Pamelen is kleinkunstenaar, tekstschrijver, columnist en dichter. Hij maakt theaterprogramma’s, schrijft kinderboeken en is journalist bij kranten, radio en televisie.

ISBN 9789038816722 | 256 pagina's | Uitgeverij Nijgh & van Ditmar| oktober 2025

© Marjo, 5 januari 2026

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER