Non-fictie

Ben Beemster

De moeder van het Parelhoen
Over het volk van de Tikar van Bankim in Kameroen
Ben Beemster


Achterop het boek lezen we dat Ben Beemster dit boek schreef om een verloren volk een stem te geven op papier. Dit verloren volk is de Tikar in Kameroen. Beemster geeft die stem doordat hij een Afrikaanse traditie in dit boek letterlijk laat spreken, hij laat de leden van het Tikarr volk hun verhalen vertellen en hij tekent ze op. Daardoor is dit boek een traditioneel antropologisch werk geworden. De auteur observeert, luistert, interpreteert zo nu en dan en schrijft alles op wat hij ziet en hoort. Het boek is daardoor misschien niet een heel samenhangend geheel geworden en leest een beetje als los zand, maar het is zo grondig en zorgvuldig gedaan dat het toch heel prettig is om het te lezen.


Ben Beemster heeft veel bronmateriaal gebruikt om dit boek samen te stellen. Hij spreekt zelf van 'zijn onderzoek' en dat is het zeker. Alles wat hij beschrijft is voorzien van voetnoten, zodat de nieuwsgierige lezer zich nog verder kan inlezen in de Tikar. Het belangrijkste is misschien wel dat hij heel veel jaren bij de Tikar heeft gewoond als missionaris en onderdeel werd van die samenleving, iets dat in de antropologie onderzoek vanuit een emic perspectief wordt genoemd. Daarbij verliest hij het epic perspectief echter niet uit het oog, hij 'vertaalt' zaken uit de cultuur van de Tikar naar een groter universeel geheel. Dat is iets waar de Tikar overigens zelf ook heel goed toe in staat zijn. Regelmatig is dit ook onderdeel van de gesprekken tussen Tikar en Beemster.


Voorin het boek staat een kaart met de precieze locatie in Kameroen, namelijk Bankim. Hij sprak de taal, voor in het boek is een korte verklarende woordenlijst opgenomen, en hij werkte met de mensen samen. Zijn leven, zo lezen we achter op het boek, speelde zich meestal af in de rimboe. Hij werd timmerman, metselaar of propagandist voor goed sanitair. Verder stimuleerde hij sport, koorzang en theateruitvoeringen, maar ook toneel over zwarte thema's van Leopold Senghor en Aimé Césaire. Daardoor was er veel vertrouwen tussen de Tikar en de missionaris Beemster en zij spraken daardoor openhartig met hem. Sterker nog, je leest dat zij het heel fijn vonden om hem hun verhalen te vertellen.


Mooi daarbij is, is dat het letterlijk uit hun mond opgetekend. Je hoort de mensen hun verhalen vertellen. Het boek is ook voorzien van veel foto's, die de tekst nog van extra context voorzien. Onderdeel van veel verhalen zijn spreekwoorden en raadsels. Een mooi voorbeeld waarmee de Tikar hun vertrouwen in Beemster lieten blijken is het volgende raadsel dat Tikar Mouvain Jean aan de auteur voorlegt: Wat bedoelen wij met 'Iedereen heeft een banaan in zijn zak?'  Beemster komt er niet achter en Jean antwoordt uiteindelijk:


Dat bent u zelf. Van een vreemdeling weet je pas wat hij waard is als hij jou zijn tas van binnen heeft laten zien. Dat heeft u met uw tas gedaan, iedere keer als wij samen op pad gingen.


Door het hele boek heen worden verhalen verteld over de omgeving waarin de Tikar leven, het bos, hun middelen van bestaan en de feesten die daarmee verband houden, zoals het visfeest, de manier waarop zij hun samenleving hebben georganiseerd, de Chefferies, het gezinsleven, hun kunst en cultuur, het bewerken van hout en metaal, het vlechten met palmblad. Maar ook slavernij en kolonisatie worden in het boek beschreven, de onderdrukking door de Fulangi. Beemster heeft het allemaal opgenomen in zijn boek. 


Het laatste hoofdstuk draagt de titel De vaart van een volk en daarin beschrijft de auteur de laatste ontwikkelingen bij de Tikar. Ondanks veel tegenstand houdt dit volk vol en Beemster eindigt dan ook met De Tikar van Bankim zijn volwassen. Dit laatste is niet denigrerend bedoeld, want als je iets  leest in dit boek, is het dat Ben Beemster een eindeloos respect heeft voor de mensen waarover hij dit boek heeft geschreven. Hij schrijft vol trots dat er een  Gezelschap tot het behoud van het cultureel erfgoed van de Tikar is opgericht. Dit bewijst de veerkracht van de Tikarr en ze zouden de Tikarr niet zijn als ze daar niet een mooi spreekwoord voor zouden hebben: Wie termieten wil eten moet vroeg opstaan. Hierbij wordt de volgende verklaring gegeven: Jonge termieten vliegen op uit hun heuveltjes zodra ze de regen horen. Ze worden gevangen met behulp van conische mandjes. Thuis ga je ze snel roosteren; een ware lekkernij. Het spreekwoord wil zeggen: neem je kans waar!


Een mooi boek, over een mooi volk, van een zeer betrokken schrijver.


Over de auteur: Als missionaris van Mill Hill werkte Ben Beemster (geboren in Zwaag, 1935) van 1960 tot 1996 in Oeganda en in het geïslamiseerde noord-Kameroen. Vooral in dat laatste land werd hij naar eigen zeggen ‘opnieuw geboren’ - als een Tikar deze keer, een ‘mwumtumu’.
Ben Beemster is bovenal priester en polyglot. Redactiewerk ligt hem, ook het preken op bijbelthema’s. Voor de kerken van het Ginneken, Breda, vervult hij assistenties en neemt taken op zich als vrijwilliger, waaronder die van vervangend organist. Hij woont er met Paula van Thiel in haar karakteristieke huisje.


ISBN 9789461537126  | Paperback | 402 pagina's | Uitgeverij Aspekt | september2015

© Ria, 9 februari 2016

Lees de reactie op het forum en/of reageer, klik HIER