Nieuwe boekrecensies

Opwindende tijden
Naoise Dolan


‘Iedereen in Dublin had een hekel aan me, zelfs zozeer dat ik ook een hekel aan mezelf kreeg, en ik kwam hierheen in een poging dat te veranderen en dat heeft wel gewerkt maar niet helemaal.’


De tweeëntwintigjarige Ava is vanuit Dublin naar Hongkong verhuisd. Ze geeft er Engelse les aan kinderen van rijke ouders. Ze heeft er een man ontmoet wie bij ze na een tijdje intrekt zonder dat er sprake is van een relatie. De reden daarachter is dat hij het allemaal best vindt en graag zijn geld uitgeeft met haar terwijl zij nauwelijks een cent te makken heeft, en zich alleen voelt. Als hij meer zou willen van haar, vindt ze dat best.
Julian is bankier, heeft geschiedenis gestudeerd in Oxford en laat zich daarop voorstaan. Ze is nog nooit in Londen geweest zegt ze.


‘Echt nooit?‘
’Nooit,’ zei ik, na een moment stilte om hem ervan te verzekeren dat ik na zijn tweede vraag wel degelijk had geprobeerd dit feit uit mijn levensgeschiedenis te wissen, maar daarin helaas niet was geslaagd.
‘Ava,’ zei hij, ‘dat is onvoorstelbaar.’
‘Waarom?’
‘Het is maar heel kort vliegen vanaf Dublin.’
Ook ik was teleurgesteld in mezelf. Hij was nooit in Ierland geweest, maar het zou overbodig geweest zijn om hem te melden dat het die kant op ook maar kort vliegen was.’


Dit stukje dat we al in het eerste hoofdstuk lezen, zegt veel. Ava accepteert gelaten dat Julian haar meerdere is. Ze voelt zich minderwaardig, en verzet zich niet als hij het haar inpepert. In hun verdere omgang met elkaar blijft ze de mindere, tot ze de derde speler in het spel ontmoet: Edith, een jonge vrouw uit Hongkong. Zij is advocate, en meer wereldwijs dan Ava. Die laat zich opnieuw meeslepen in een andere wereld.
Slot van het liedje is dat ze moet kiezen voor een van de twee.


Voordat ze Edith ontmoet, lijkt Ava niet echt veel zin te hebben in het leven. Ze staat op, ze geeft les, en kan ’s avonds niet echt zeggen dat ze iets bijzonders gedaan heeft. Ook als het met Julian meer op een echte relatie begint te lijken, blijft er die afstandelijkheid ten aanzien van Julian, ten aanzien van zichzelf, van het leven. Dat zich overigens overal had kunnen afspelen, behalve in Ierland misschien. Met haar ouders en broer heeft ze af en toe contact, meer omdat het moet dan omdat ze het graag wil.
Maar dat geldt voor haar hele leven. Bij veel dingen die ze doet, analyseert ze de situatie, op een vlakke manier. Waarbij ze zichzelf niet spaart overigens.


Het is een verhaal zonder echte spanningsboog. Het komt cynisch over, maar is dat misschien omdat de schrijfster het leven van haar hoofdpersonen veroordeelt?
Met dat gevoel blijf je als lezer wel achter, al wordt er ook nergens gehint naar de hoognodige schop onder het achterste, dat je de personages zou willen geven. De titel slaat dus nergens op. (Exciting times is de oorspronkelijke titel) of is die ook cynisch bedoeld?
Geen opwinding dus, maar Naoise Dolan weet Ava intrigerend genoeg te maken om door te willen lezen. En daarnaast zijn er de stukjes over de Engelse taal, die wel interessant zijn, omdat je enigszins inzicht krijgt in het verschil tussen Engels en Iers.
Het gegeven dat het verhaal zich afspeelt in Hongkong heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de schrijfster daar zelf gewoond heeft. Ze is ook van dezelfde leeftijd als haar personages.


Naoise Dolan (Dublin) debuteert met haar roman Exciting Times.


ISBN 9789025458263 | paperback |304 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact| oktober 2020
Vertaald uit het Engels door Lisette Graswinckel

© Marjo, 13 januari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ruimte
Walter van den Berg


Als Dimphy voor de tweede keer haar handtastelijke echtgenoot Erik verlaat, weet ze niet waar ze naar toe kan. De eerste keer was ze naar haar zus gegaan, maar dat is nu geen optie, hij zou haar onmiddellijk vinden. Met haar twaalfjarige zoon Wesley stapt ze op de bus. Naar Amsterdam.


Het is 25 jaar later als diezelfde Wesley zich in een hotelkamer bevindt, ook in Amsterdam, om te praten over zijn boek Ruimte, dat zo’n onverwacht laaiend succes is geworden. Ook heeft hij afgesproken dat hij zijn moeder een bezoek zal brengen ‘om te vieren dat ze 25 jaar eerder de bus namen’.


Wesley begrijpt de gekte rond zijn boek niet zo goed: behalve dat ze hem vragen voor een interview op de televisie, zijn er nu zoveel mensen, vreemden, die druk schrijven op allerlei fora. Iemand noemde het de ‘Wesepidemie’. Het boek is een soort zelfhulpboek, min of meer gebaseerd op zijn eigen ervaringen. Als kind was hij verlegen en teruggetrokken, liefst op zijn kamer. Daar ontdekte hij dat hij goed was met de moderne technologie: de computer. Hij leerde zichzelf programmeren, en games bouwen. Op deze manier probeerde hij zijn verleden te verwerken. Maar het bleek niet genoeg.


‘Erik wachtte altijd tot de jonge Wesley naar bed was en het maakte niet uit hoe laat het werd, Erik wachtte en als hij dan naar zijn kamer was, hoorde hij hoe het begon, hoe Eriks demmits luider werden en zijn vlakke hand soms op tafel sloeg en hij was erbij in zijn kamer, hij hoorde het door de deur heen en hij hoorde zijn moeder zich inhouden, maar het mislukte altijd. Daar is het misgegaan, mama. Jij kreeg misschien de klappen, maar daar is het misgegaan met mij, want daar heb ik de muur gebouwd en die muur staat er nu voor altijd en ik krijg ‘m nooit meer neer.’


Toen hij een psychotherapeut bezocht, zei ze: schrijf een boek. En dat werd ‘Ruimte’.
Dat gaat over het belang van het innemen van ruimte. Als je zelf geen ruimte inneemt, dwing je als het ware de mensen in je omgeving om dat wel te doen. Anderen moeten reageren op jou als je jezelf wegcijfert, en dat kan helemaal fout gaan. Geconfronteerd met de gekte rond zijn boek, maakt hij de verkeerde grappen, met catastrofale gevolgen die hij absoluut niet onderkend had. Erg dom, beseft hij, maar intussen heeft hij het wel gezegd.


Erger is dat het niet eens zijn eigen ideeën zijn, in het boek, maar de woorden van de therapeute. Is dat wel zo? Dat maakt voor zijn lezers niets uit natuurlijk.
Als Wesley op straat in conflict komt met een stel zwervers lijkt hij zijn eigen theorie te vergeten: hij reageert niet en wordt flink in elkaar geslagen. Hij heeft geen ruimte ingenomen, maar is juist in de slachtofferrol gekropen. Laat hij de zwervers de straf uitvoeren, waarvan hij vindt dat hij dat verdient?
Het lijkt of iedereen hem verkeerd wìl begrijpen. Hij begreep al niet veel van de wereld, nu nog minder.


Nu alles zo uit de hand loopt - in deze moderne tijden, waarin alles viraal gaat, valt er niets te ontkennen of uit te leggen -  vlucht hij opnieuw. Hij stapt in een taxi, en laat zich terugbrengen naar de plekken die speciaal waren in zijn leven. En naar zijn moeder, want die afspraak stond nog steeds. De taxichauffeur kan niet alleen goed luisteren, hij blijkt ook een goed inzicht te hebben in een getroebleerd mens.
Want zijn passagier is boos, en ziet dat zelf niet in. Laat staan wat de reden daarvan is.


Het thema is schuld. Zowel van een dader als van een slachtoffer. Een lastige kwestie, die nooit uit-en-te-na uitgewerkt kan worden. Zo blijft er nog wat over voor de lezer om zelf over de kwestie te gaan nadenken. Oftewel: ruimte in te nemen.
Van den Berg vertelt de beide verhalen: van Dymphy en van Wesley. Zijn stijl is vlot en afwisselend met goede dialogen. Mooie psychologische roman.


Walter van den Berg (1970, Amstelveen) had allerlei baantjes als onder meer fietskoerier, graveur, vakkenvuller, schoonmaker, automatiseerder en conciërge voor hij in 2004 zijn debuutroman, getiteld De hondenkoning publiceerde. Daarna verschenen West (2007), Van dode mannen win je niet (2013) en Schuld (2016).


ISBN 9789048853335 | paperback | 272 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep| september 2020

© Marjo, 30 december 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Scenario
Thomas Acda


‘Het verhaal begint en eindigt bij mij, maar alles komt door Sam. Sam is de motor, de initiator. Ik ben Sam niet.’


Als Oscar in New York besluit een cursus scenarioschrijven te gaan volgen bij Seth Michael Donsky ontmoet hij Sam Bezemer, de man die zijn leven op zijn kop zal zetten. Waar Oscar een rustig leven wil leiden, zonder sensatie – hij is immers de gekte die hem in Nederland ten deel viel doordat hij een zeer succesvol lied had geschreven ontvlucht – is Sam juist de man van de uitdagingen.


Zijn entree bij de cursus is veelzeggend, overrompelend brutaal stapt hij binnen. Sam is Nederland eveneens ontvlucht, zijn verhaal inspireert Oscar voor het scenario dat hij gaat schrijven. Zijn tweede idee overigens, het eerste ging over zijn eigen geschiedenis, maar dat, ontdekte hij al snel, zou direct afgeserveerd worden. ‘Privé’ viel in de categorie ‘prullenbak’. 


Ook Sam heeft een soort vlucht gemaakt uit Nederland, zij het om heel andere redenen. Hij is een bekend acteur in een lang lopende serie, waaruit hij plotseling wegloopt omdat hij zich herinnert dat hij iets helemaal verkeerd heeft gedaan in zijn jongere jaren. Toen woonde hij eveneens in New York en had een vriendinnetje: Lucy Schumacher. Hij wil haar gaan zoeken.
Als Sam uit zijn hotel wordt gezet, belt hij aan bij Oscar, die zo vriendelijk is met hem zijn appartement te delen, scheelt tenslotte ook in de huur.


Terwijl we lezen over hoe Oscar steeds meer betrokken raakt bij Sams leven, lezen we ook over de lessen van SM (zo moeten we Seth Michael Donsky noemen, als we de hele naam te lang vinden) heel leerzaam. De avonturen waarin zij verwikkeld raken, is prima stof voor een scenario, beslissen ze samen, en waarom niet meteen de situatie naar hun hand zetten?
Alleen is dat best lastig aangezien er andere spelers al of niet met voorkennis bij betrokken zijn, en zij veranderen het ‘script’ nogal eens.


Alles draait om een verkeerd bezorgde envelop. In het appartement van Oscar en Sam belandt een brief die bedoeld is voor de buurman. Er zit een compromitterende foto van hem in. Met een afpersingsbrief.


‘Ik zei dat ik een script ging schrijven met een voice-over als een off-screen-personage, waarmee ik hoopte in gunstige zin op te vallen bij SM.
Maar ik had beter off screen kunnen blijven. Omdat het helemaal misging.’


(Bij een voice-over is degene die buiten beeld aan het woord is fysiek niet in de scene; bij off screen is het personage dat praat wel in de scene, en op die specifieke locatie, maar niet in beeld)


Vervolgens gaan we door het verhaal alsof we ons bevinden in een kermisattractie,  een Breakdance waarin de voorvallen elkaar in vliegende vaart afwisselen en kruisen, nu eens deze richting in, dan weer een andere. En net als bij een Roller Coaster is het een duizelingwekkende ervaring, omdat je op dat moment niet weet waar het eindigen zal.
En dat is een heerlijke ervaring, zeker voor wie Thomas Acda uit het theater kent. Terwijl je leest hoor je als het ware zijn stem in je oren. Genieten is dit!


Thomas Acda (Amsterdam, 1967) is zanger en acteur. Samen met Paul de Munnik verkocht hij 2 miljoen platen. Hij speelde in talloze tv-series en films, waaronder All Stars en Alles is liefde, waarvoor hij een Rembrandt Award in ontvangst mocht nemen.


ISBN  9789048835829 | Paperback | 304 pagina's | Uitgeverij Lebowski | oktober 2020

© Marjo, 27 december 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Boeddha’s uitsmijter
Jasper van Buren

Het verhaal begint in de jaren tachtig in Rotterdam. Twee ongeveer vijftienjarige jongens, voor wie drugs, seks en alcohol natuurlijk belangrijk zijn. En de vechtsport.


‘Terwijl we langs de verpauperde wijk 110-Morgen liepen, verscheen er een gast met een beige regenjas en een bruine gleufhoed. Hij was een kop kleiner dan ik, en een kop breder. Hij leek op Marlon Brando: platte neus, volle mond, in zijn blik iets tussen nostalgie en hilariteit, Zonder te stoppen stelde Mike ons aan elkaar voor. Omar Benmoussa heette dit figuur dat tussen ons in meeging, deze parodie op een detective. Door zijn uitdossing belachelijk te vinden, hoefde ik niet vast te stellen dat ik me niet zo in de publieke ruimte zou durven te begeven.
Mike zei tegen mij: ‘Omar is van school gestuurd.’


Jasper, de ik-verteller, is onmiddellijk geïnteresseerd in deze vreemde jongen. ‘een nieuw type mens’, noemt hij hem.
Toch: veel raakvlakken hebben ze niet. Dezelfde school, waar de één jaar oudere Omar vandaan gestuurd werd in de brugklas omdat hij een onvoldoende te veel had. Woonplaats dezelfde stad, Jasper woont in Hilligersberg, Omar komt uit Ommoord.
Jasper doet VWO, waarna hij rechten gaat studeren. Omar richt zich op de vechtsport, later het Boeddhisme.
Wat meisjes, later vrouwen betreft is Jasper verlegen, dus terughoudend, Omar gedraagt zich als man van de wereld en snoeft daarover.
Meer verschillend kunnen deze jongens niet zijn, toch blijven ze contact houden, ook als ze eenmaal volwassen zijn en hun eigen weg gevonden lijken te hebben. Op dit punt: het levensdoel bereiken, is Omar  zelfverzekerd en doortastend, terwijl Jasper de eeuwige twijfelaar is.
Het is door Omar dat Jasper kung-fu gaat bedrijven, maar hun wegen lopen ook daar niet gelijk.
Omar raakt namelijk verlicht. Hij is helderziend. Jasper raakt er van overtuigd dat zijn vriend inderdaad zijn gedachten leest. Hij kan nauwelijks weerstand bieden aan de invloed van Omar, en dat blijft niet goed gaan.


‘Ik wil mijn privacy terug. Ik wilde weer alleen kunnen zijn in mijn hoofd, tot voor kort de enige plek waar ik me min of meer op mijn gemak voelde.’


Of hij dat voor elkaar krijgt? Omar zit onder zijn huid, in zijn hoofd en in zijn (zwarte) hart.


Boeddha’s uitsmijter is het verhaal van een vriendschap die geen ware vriendschap is. We volgen Jasper tot hij als een mak en weerloos insect in het web van Omar verstrikt is geraakt, en daarna volgen we hem bij het tergend langzame en moeizame losmaken van de plakkerige draden.
Het verhaal wordt geschreven vanuit Jasper. De lezer heeft geen idee hoe Omar in dit verhaal staat.


Het boek schetst het leven van jongeren in de jaren tachtig. Er is af en toe een opmerking als deze: ‘nu ik dit opschrijf…’ hetgeen het verhaal een authentiek autobiografisch tintje geeft.
Voor een groot deel zal het ook wel over de schrijver zelf gaan, maar wat wel en wat niet?
Maakt ook niet uit, het is een boeiend verhaal, geschreven in een prettige stijl, nergens hoogdravend (dat zou ook niet bij het verhaal passen) en herkenbaar. Met als extraatje tips om een goede nasi te maken…


Jasper van Buren (Schiedam, 1959) studeerde rechten. In 2017 verscheen Ravijn, zijn debuutroman.


ISBN 9789492241344 | Paperback | 232 pagina's | Uitgeverij Magonia | september 2020

© Marjo, 15 december 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De wijde Sargassozee
met voorwoord van Jan Brokken
Jean Rhys


Volgens de vele recensies over dit boek, is De wijde Sargassozee hèt meesterwerk van Jean Rhys. Het boek is deels autobiografisch en als je de informatie over deze schrijfster leest, lijkt dat ook te kloppen. Jean Rhys heeft negen jaar over het boek gedaan. Zij wilde namelijk de krankzinnige echtgenote uit het boek Jane Eyre van Charlotte Brönte een gezicht geven. Maar wil je een geschiedenis voorafgaande aan zo'n wereldwijd literair en beroemd boek schrijven, dan moet je van goede huize komen. Na negen jaar was ze pas tevreden en verscheen het verhaal onder de titel Wide Sargasso Sea.


In het boek vertelt de blanke, creoolse Antoinette Cosway haar verhaal. Ze woont als kind, samen met haar beeldschone moeder, die weduwe is, en broertje Pierre in Calibri, het huis op een vervallen plantage nabij Spanish Town op Jamaica. Moeder Annette heeft niet veel op met haar dochter, ze wil met rust gelaten worden. Het is vooral de zwarte Christophine uit Martinique, die het meisje opvoedt en verzorgd. Deze Christophine, die ook obeah bedrijft, blijft ook later belangrijk voor Antoinette. Moeder hertrouwt met de rijke Engelsman meneer Mason.


De sfeer rond de plantage is grimmig en sinister. De lokale bevolking heeft niet veel op met de 'blanke kakkerlakken' van Calibri. De spanning is te snijden. Moeder wil weg, maar meneer Mason denkt dat het zo'n vaart niet zal lopen. Hij begrijpt niets van de bevolking op het exotische eiland, moeder wel  evenals Christophine...
De boel escaleert op een gruwelijke manier en heeft gevolgen voor de rest van Antoinette's leven.


In dit eerste deel van het boek, vertelt Antoinette haar verhaal, in het tweede gedeelte is Mr. Rochester de verteller, waarna in het derde en laatste deel Antoinette het verhaal weer overneemt.


De zeer Engelse Mr. Rochester is voor het geld uitgehuwelijkt aan de bloedmooie Antoinette. Ze wonen op een bovenwinds eiland in Grandbois het huis dan Antoinette naast het geld ook van meneer Mason geërfd heeft.  Mr. Rochester is aanvankelijk wel geïnteresseerd in zijn vrouw maar zij blijft voor hem de mysterieuze, exotische vrouw. Hij kan haar niet peilen. Als de praatjes over de moeder van Antoinette hem bereiken, neemt hij steeds meer afstand, er groeit zelfs afkeer. De altijd in eenzaamheid opgegroeide Antoinette voelt zijn desinteresse in haar als mens afnemen en trekt haar conclusies. Christophine kijkt dwars door Mr. Rochester heen. De verhouding tussen Mr. Rochester en Christophine is dan ook verre van vriendelijk.


En dan volgt Antoinette's verhaal weer, ze woont samen met mr. Rochester in Engeland. Maar zij woont als de krankzinnige 'Berthe' op zolder...


Antoinette blijft in dit boek mysterieus en ongrijpbaar maar toch is Jean Rhys is er wonderwel in geslaagd om de 1e Mrs. Rochester een gezicht en bestaansrecht te geven. Was zij echt krankzinnig? Dat is de vraag. Zij was wel een vrouw, die destijds (begin negentiende eeuw) weinig in te brengen hadden, ze was een product van de tijd, van haar opvoeding en de omstandigheden die haar niet gunstig gezind waren. En dat wordt prachtig verwoord in dit verhaal.
Het is moeilijk onder woorden te brengen waarom dit boek zo speciaal is, wat dit boek teweeg brengt. Maar dat is bij elk goed geschreven werk het probleem, dat moet je zelf ervaren, dat is niet in woorden uit te drukken.


Het is een boek dat je feitelijk vele keren moet lezen om de wezenlijke essentie tot je door te laten dringen en alle lagen in het verhaal te ontdekken en te proeven. Jan Brokken is zelfs zo geïntrigeerd geraakt door dit boek dat hij een zoektocht ondernam naar de wortels van deze roman, dat resulteerde in het boek Het eiland van Jean Rhys.


ISBN 9789493081451 | Hardcover | 188 pagina's | Uitgeverij Orlando | september 2020
Vertaald door W.A. Dorsman-Vos

© Dettie, 30 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Solovlucht
Aloka Liefrink

Savarana Termeer begint haar verhaal met een proloog, waarin we kunnen lezen dat het goed met haar gaat.
Gelukkig maar. Haar leven voordat ze Laurens ontmoette, met wie ze nu gelukkig is, was een vreselijke puinhoop. Haar jeugd was al niet ideaal. Ze werd geadopteerd op eenjarige leeftijd, na een verblijf in een weeshuis en groeide op bij een Vlaams gezin. Later kwam er een broertje bij, Jafar, eveneens geadopteerd. Als ze opgroeit zal ze zich steeds meer afvragen waarom haar moeder eigenlijk kinderen wilde adopteren.  Er werd nauwelijks voor hen gezorgd, het was Savarana die al heel jong kookte en de was deed, de boel draaiende hield.


Dat was geen normaal huishouden maar het kon nog erger: na de scheiding van haar ouders, werden de kinderen van hot naar her gesjouwd, hun moeder verbood de kinderen contact te hebben met hun vader. Er kwam een rechtszaak, waarbij de kinderen moesten kiezen. Ze bleven tenslotte bij hun vader, maar ook hij kon geen stabiel tehuis bieden. Als hij ook nog kiest voor een nieuwe vrouw, Isabella, en na een tijdje zelf komt te overlijden, is Savarana overgeleverd aan de grillen van haar stiefmoeder. Jafar besluit weg te gaan, hij maakt de juiste keuze!


Voor het al beschadigde meisje is Isabella’s invloed funest. Ze wordt nog verder de put in geduwd, het is niet zo gek dat ze denkt dat die man die aandacht voor haar heeft haar redding zal zijn. Helaas is ook Roel iemand die haar niet een eigen leven laat leiden. Hij profiteert van haar psychische zwakheid en weet haar afhankelijk van hem te maken.
Een vriendin, met wie ze eigenlijk geen contact mag hebben, opent haar de ogen en zij helpt Savarana ook te ontsnappen aan de greep van Roel. Ze zoekt hulp en wil een boek gaan schrijven. Maar dan, helaas, ontmoet ze opnieuw een man die haar in weet te palmen tot zijn ware aard haar duidelijk wordt. En het bijna te laat is.


‘De agressor kneedt je zoals hij wil dat jij in het leven staat, kwetsbaar en bang. Dan heeft hij de macht.’


Solovlucht is een psychologische roman, geen thriller zoals op de voorflap staat. Jammer dat je insteek dus verkeerd is als je begint te lezen. Maar de manier waarop Liefrink het verhaal vertelt is waarschijnlijk overtuigend genoeg om de lezer toch door te laten lezen. Zeker als je deze omstandigheden kent, hetzij van horen zeggen hetzij dat je er zelf mee te maken hebt.


De spanningsboog is vrij klein, maar het is heel duidelijk hoe het slachtoffer keer op keer ingepalmd wordt. En vooral ook hoe het komt dat zij iedere keer weer in die valkuil stapt. Haar achtergrond wordt duidelijk beschreven: met haar psychologische gesteldheid is het nog vreemd dat ze haar lukt om uit die relaties te stappen.
Door in de proloog te vertellen hoe het nu gaat, kan het verhaal in een analytische vorm gegoten worden, het is immers achteraf geschreven. Tot in details beschrijft Liefrink hoe die vrouwen – de moeder en de stiefmoeder – en later de mannen te werk gaan, en hoe het meisje geen verweer heeft tegen deze indoctrinatie.


Liefrink (1979, Kerala Zuid-India) werd na negen maanden in een weeshuis geadopteerd door een Vlaams-Nederlands echtpaar en groeide vervolgens op in het Vlaamse Kempenland. Ze studeerde public relations en werkte onder andere als team- en lifecoach.
In 2011 maakte ze haar thrillerdebuut met Fotomodel gezocht, in snel tempo gevolgd door De passiecoach (2012) en Avondmasker (2013). In 2014 schreef ze samen met Luc Deflo de thriller Onderhuids.


ISBN 9789463967297 | Paperback | 320 pagina's | Uitgeverij Hamley | oktober 2020

© Marjo, 9 januari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Voordat de koffie koud wordt
Toshikazu Kawaguchi


Deze debuutroman van regisseur en toneelschrijver Toshikazo Kawaguchi (1971) is zeer bijzonder te noemen.

Het hele verhaal speelt zich namelijk af in Funiculì Funinculà, een piepklein meer dan honderd jaar oud koffiezaakje, waar tegenwoordig Kei en haar man Nagare de scepter zwaaien. Maar het is  Kazu, de hulp en nicht van Nagare, die steeds het bijzondere ritueel volbrengt waardoor mensen voor korte tijd in de tijd kunnen reizen. Kazu schenkt de warme koffie in serveert die aan degene die terug in de tijd wil. Er is zelfs een speciale stoel voor het tijdreizen.


De regel is dat de reiziger de laatste slok koffie moet opdrinken voor hij koud wordt, anders verandert diegene in een geest, zoals de vrouw in het wit die dag in dag uit op de speciale stoel zit. Slechts eenmaal per dag verlaat ze haar plek en alleen op dat moment kan iemand haar plaats innemen om naar het verleden terug te keren.
Tijdens het tijdreizen mag men niet van de stoel af gaan.


Het meest moeilijke is echter misschien wel, dat je degene die je wilt ontmoeten zelf ooit in het koffiehuisje moet zijn geweest.Verder wordt de mensen zeer duidelijk gemaakt dat de terugkeer naar de tijd niets zal veranderen aan de werkelijkheid.  Dit weerhoud mensen niet om toch te gaan en wij mogen vier stamgasten van het koffiezaakje vergezellen op hun reis.


In het eerste verhaal reist Fumiko een week terug in de tijd om haar grote liefde Goro nog een keer te spreken voor hij vertrekt. Hun afscheid was akelig verlopen en dat wil Fumiko anders doen.


'Luistert u?' zegt Kazu. 'Als u eenmaal in het verleden bent, drinkt u de koffie dan alstublieft op voordat hij volledig is afgekoeld.'
'Hè? Maar ik houd helemaal niet van koffie.'
Kazu brengt haar gezicht tot enkele centimeters voor het puntje van Fumiko's neus.
'Houdt u zich hier alstublieft absoluut aan,' zeg ze met gedempte stem en haar ogen wijd open. 'Als u dat niet doet, dan overkomt u iets vreselijks'


De reis lukt en Goro is er tot haar grote opluchting maar hoe moet ze nu datgene doen en zeggen wat ze zo graag wilde? Het zweet breekt haar uit, paniek slaat toe, ze heeft zo weinig tijd. Toch lukt het zowel Goro als Fumiko zichzelf uit te spreken waardoor, ook al verandert er niets aan de werkelijkheid, toch alles is veranderd.


Alle vier de verhalen zijn wonderlijk en bijna ongrijpbaar. Er hangt een typisch Japanse sfeer in de verhalen, met andere woorden er wordt weinig gezegd, iedereen is beleefd tegen elkaar, er is een mystieke afstand, maar evengoed heerst er een bepaalde prettige sfeervolle spanning. Het is ook frappant hoe - door een heel kleine toevoeging in woorden die toentertijd niet gezegd werden of door een schuldgevoel om te kunnen buigen naar een mooie erkenning etc. - het moeilijk te hanteren verleden omgezet kan worden in een beter te hanteren heden, en... de toekomst ligt in tegenstelling tot het verleden nooit vast...


Alle personages komen in de vier verhalen voor waardoor er toch een eenheid ontstaat wat erg prettig is, je leert ze als het ware kennen. Ondanks de afstandelijke manier van handelen van deze mensen zijn ze toch unieke persoonlijkheden waarvoor je respect en warmte voelt. Hun beweegredenen en liefdevolle benadering ontroert.
Kortom, een boek dat behoorlijk indruk maakt.


ISBN 9789029093668 | Hardcover | 255 pagina's | Uitgeverij Meulenhoff | augustus 2020
Vertaald uit het Japans door Maarten Liebregts

© Dettie, 30 december 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Oogst
Sien Volders


In 2007 sloot Roemenië zich aan bij de Europese Unie, waardoor de economische toestand langzaam maar zeker veranderde. Verslechterde voor velen. Ook de kruidenierswinkel van Alina’s vader redde het niet toen de (grote) supermarkten kwamen. En Alina verliest haar baan als haar werkgever besluit zijn textielfabriek over te plaatsen naar Maleisië. Zij is alleen met haar zoon, moet haar appartement opzeggen om bij haar ouders in te trekken, in een dorp op het platteland van Roemenië. Het kan nog erger: haar vader krijgt een hersenbloeding en en is niet half meer de man die hij tevoren was.


Toen haar achterneef Dumitriu haar vroeg of ze misschien mee wilde naar Sicilië om daar te gaan werken op een tomatenplantage waar hij en zijn vrouw Iona al geruime tijd werken, is het met pijn in het hart dat Alina accepteert.
Eenmaal aangekomen op de plantage blijken de verhalen van Dumitriu nogal overdreven. Of heeft ze niet goed geluisterd? Ja, ze hebben een eigen plek om te slapen: het is de helft van een gammele, vieze schuur. Aan de andere kant van de dunne wand slapen de achterneef en zijn vrouw. Alina en Lucian delen een matras op de grond; fatsoenlijk sanitair is er niet, laat staan meubels.


Haar baas, Giuseppe, spreekt bijna onverstaanbaar Siciliaans, en hoewel hij geen slavendrijver is, eist hij wel dat zijn werknemers net zo hard werken als hijzelf doet. Ze leert snel: als ze dringend behoefte heeft aan vers drinkwater, dat in de kassen niet aanwezig is, en dat buiten wil gaan halen, snauwt haar baas: ‘Si esci da qui non entrerai piu!’ Als ze weg durft te gaan hoeft ze niet meer terug te komen…


'Traag loopt ze terug naar haar rij, zet de lege flessen naast zich en knielt weer, de handen licht trillend, om verder te gaan waar ze gebleven was. Nog acht plantjes uit deze bak, dan weer opstaan en de volgende. Na nog twee bakken loopt ze naar het kraantje, laat een fijne straal lopen en spoelt haar handen, haar polsen haar onderarmen. Kletst water in haar hals en voelt hoe de vuilwarme straal langzaam koeler wordt, hoe de slang boven de grond leegloopt en het koelere water uit de put gezogen wordt.  Het tempert de hitte in haar wangen, doet haar temperatuur langzaam dalen. Met een nat hoofd en natte armen gaat ze verder, loopt langs Giuseppe, die naar haar hals kijkt, de overgang van haar keel naar haar T-shirt. Hij knikt. Ze had zich gedragen zoals het hoorde, gedaan wat moest en nodig was.’


Alina is wel wat gewend, maar dit is zeer zwaar. Tegen een karig loon. Er blijft te weinig over om met de kerst naar huis te kunnen.
Heeft ze evenwel een keus? Er moet geld naar haar ouders, met wie ze iedere week belt. Dan vertelt ze niet hoe het in werkelijkheid is op de plantage, maar ze verwijt haar neef wel dat hij haar in deze situatie heeft gebracht. Moet haar zoon zo opgroeien? In deze hopeloze situatie?


Lucian gaat intussen zijn gang. Natuurlijk ziet hij dat zijn moeder iedere dag oververmoeid op de matras neervalt, maar hij is jong en veerkrachtig en accepteert de situatie: hij kookt als er iets is om te koken, en helpt zijn moeder vooral door niet lastig te zijn en geen eisen te stellen.
Hij heeft al snel vriendschap gesloten met twee leeftijdgenoten: Anwar, zoon van een Tunesische gastarbeider, en Paolo, de zoon van een rijke landgoedeigenaar. Drie jongens die dromen van een onmogelijke toekomst, hun achtergrond verschilt daarvoor te veel. Als ze na de vakantie naar school gaan, bekijken de anderen in de bus hen met verbazing. Maar ze laten al snel blijken dat ze hun mannetje staan.


In elkaars gezelschap is er de eerste kennismaking met de hardheid van de volwassen wereld, die hen met afschuw vervult maar tegelijk ook fascineert: zij zien hoe arme Roemeense vrouwen hun lijf verkopen.
En het is indirect door Lucian dat Giuseppe bezoek krijgt van de controledienst, die strijdt tegen uitbuiting van de buitenlanders.


De manier waarop Sien Volders de situatie in korte krachtige zinnen uiteenzet, is mooi. Zonder harde woorden, zonder overbodige dramatiek beschrijft ze in zintuiglijke stijl hoe vreselijk de situatie is voor Alina en de andere Roemeense vrouwen. Er zijn geen uitgebreide beschrijvingen van het eiland, maar door af en toe wat te vertellen over de natuur in hun omgeving, door de weersomstandigheden te gebruiken is en natuurlijk de Siciliaanse woorden – onder andere van zangeres Rosa Balistreri - is de sfeer voelbaar. De situatie van de migranten en seizoenarbeiders wordt onmiskenbaar dramatischer, Volders laat de spanning toenemen tot het breekpunt.


Racisme, uitbuiting en tegelijk het in deze omstandigheden snelle volwassen worden van de jongens: dat is de thematiek in deze prachtige haast filmische roman.
En helaas ook actueel: niet alleen op Sicilië bestaat deze uitbuiting: denk maar aan de slachthuizen in ons eigen land.


De Vlaamse Sien Volders (1983) studeerde kunstgeschiedenis en antropologie. Haar debuutroman Noord (2017) werd genomineerd voor de Bronzen Uil en de ANV Debutantenprijs.


ISBN  9789048848249 | Paperback | 224 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep | oktober 2020

© Marjo, 26 december 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De bagage
Monika Helfer


Het meisje, drie jaar oud, staat aan hun bed, midden in de nacht. Het is Margarethe. Grete. Ze beeft.
'Mama,' fluistert ze.
Haar moeder fluistert ook: 'Kom!'
Het kleintje kruipt bij haar onder de deken. Vader mag het niet merken. [...]
Dat meisje was mijn moeder, Margrethe, een schuw kind, dat iedere keer dat ze haar vader zag wegdook en naar de rok van haar moeder keek. Hara vader was zachtmoedig tegen de andere vier kinderen, over het algemeen was hij een zachtmoedige vader en zou dat ook voor de twee jongsten zijn. Alleen dit meisje verafschuwde hij, Margrethe, die mijn moeder zou worden, omdat hij dacht dat ze niet van hem was.


Dit bovenstaande is de kern waar het verhaal om draait. De vertelster, de dochter van Margrethe, laat ons teruggaan in de tijd, naar de periode vóór de geboorte van haar moeder.


Grootmoeder Maria is getrouwd met Josef Moosburger, een knappe man, die brandschoon op zijn lijf en kleding is. Hij is zwijgzaam, de enige man waarmee hij praat is de burgemeester. Daar doet hij handeltjes mee die het daglicht niet verdragen. Maria is eveneens erg knap, de schoonheid van het dorp. Alle mannen dromen ervan dat zij hun vrouw was, ze adoreren haar. Josef en Maria wonen met hun kinderen aan de rand van een Oosterijks bergdal. Het is een eind lopen naar hun huis. Zij zijn de buitenstaanders, de armen, de bagage.


Op een dag komt de adjunct-postbode, een goedige man, het hele eind naar boven gelopen met een oproepingsbevel. Josef moest naar het front. En daarmee begint het verhaal waar de dochter van Margrethe naar verwijst.


Josef vraagt de enige man die hij vertrouwt, de burgemeester, op zijn vrouw te passen. Hij weet maar al te goed hoe begerig de blikken van de mannen in het dorp naar zijn vrouw zijn. De burgemeester kwijt zich goed van zijn taak. Hij bezoekt het gezin regelmatig en het ontbreekt Maria en haar kinderen aan niets. Hij neemt Maria zelfs mee naar de markt, waar ze in gesprek raakt met een vreemdeling. Haar schoonheid beroert deze vriendelijke, vrolijke Duitse man.
'Zijn blik drong door tot in het binnenste van haar ogen.' zou Maria kunnen zeggen. Zoals ze wel vaker markante uitspraken had.


En zo belanden we in een verhaal dat laat zien hoe achterdocht, afgunst, liefde en realiteit hun invloed uit kunnen oefenen op een mensenleven. Niets is wat het lijkt, alles en niets gebeurt. De oorlog heeft grote impact op Josef, evenals op het gezin van hem, maar op een heel andere manier dan je zou verwachten. Dankzij  deze situatie blijkt ook dat kinderen snel volwassen kunnen worden als het moet. Hun levens kunnen daardoor heel anders lopen dan aanvankelijk aangenomen werd.


De vertelster houdt afstand, zij doet haar relaas naar aanleiding van dingen die ze gehoord heeft van tantes en ooms én haar eigen bevindingen. Maar dat doet zij met een helder en gevoelig gemoed. Haar verhalen over de broers en zus van haar moeder zijn bijzonder en soms humoristisch maar ook serieus.
Je bent even onderdeel geweest van deze buitenissige familie met personages die elk hun eigen gezicht hebben. Het is spijtig dat je ze weer los moet laten.
Kortom, het boek is een klein juweeltje .


ISBN 9789046827550 | Hardcover | 159 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | 6 oktober 2020
Mooi vertaald door Ralp Aarnout

© Dettie, 11 december 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De kleine prins
Antoine de Saint-Exupéry
vertaald door Erik van Muiswinkel


Kun je dit boek ooit vaak genoeg lezen? Elke keer opnieuw grijpt dit ontroerende verhaal je beet en sleept je mee naar de bijzondere ontmoeting die de gestrande piloot en de kleine goudblonde prins met elkaar hadden. Het verhaal is inmiddels in 400 talen vertaald. Ook in het Nederlands zijn diverse vertalingen verschenen te weten van Catalina Steenkoop, Ernst van Altena, Laetitia de Beaufort-van Hamel, Martine France Delfos en Tiny Fisscher waarvan ik er twee gelezen heb. Het eerste boek bestond uit korte, zeer poëtische zinnetjes en het boek van Tiny Fischer is 'vertaald' naar een boek geschikt voor kinderen vanaf 7 jaar. 
En nu is er de vertaling van Erik van Muiswinkel en opnieuw is het weer heel anders dan de eerdere versies. Deze keer is het menselijker, warmer, inlevender, gevoelvoller dan de vorige versies. Waar je eerder je bewust was van het gegeven dat het een wijs sprookje is, geloof je nu onmiddellijk dat de piloot het kleine jongetje écht gezien en gesproken heeft. Het is net de andere toonzetting van de vertaling die daarvoor zorgt.


Het verhaal is vermoedelijk bekend. Het verhaalt over de goudblonde kleine prins die op een piepkleine planeet met drie vulkanen woont. Daar zorgt hij met veel liefde voor zijn enige, unieke bloem. Op een dag trekt hij weg en bezoekt vele planeten.

Daar ontmoet hij allerlei volwassenen die zich met onzinnige zaken bezighouden, zoals de koning die wil heersen maar niemand heeft om over te heersen, hij woont namelijk alleen op zijn planeet. Of de dronkenlap die drink omdat hij zich zo schaamt dat hij zoveel drinkt. Of de aardrijkskundige die niet weet of er oceanen zijn of steden, rivieren of woestijnen, want hij is aardrijkskundige, geen ontdekkingsreiziger. De ontdekkingsreiziger vertelt over de wereld die hij ziet en de aardrijkskundige noteert dat.


Ik heb ook een bloem
Bloemen noteren wij niet, zei de aardrijkskundige.
Waarom niet? Die zijn juist het leukst!


De aardrijkskundige adviseert de kleine prins naar de aarde te gaan en zo belandt deze op de zevende dag (!) in Afrika, in de woestijn, op onze planeet. Als eerste ontmoet hij de slang, die vertelt dat hij degene die hij aanraakt teruggeeft aan de aarde waaruit hij geboren is. Hij kan de kleine prins wel een keer helpen als hij erg naar zijn planeet verlangt...
De prins onderzoekt zijn omgeving, ziet het landschap in al zijn variëteiten en ontmoet de vos, die tam wil worden want dan wordt hij voor de prins uniek en andersom. Dan hebben ze elkaar nodig.
Ook ontmoet hij mensen die de waanzin laten zien van al het gehaast van en naar dingen, zonder iets te zien of uitvindingen doen die nergens voor nodig zijn.
En dan is het voor de kleine prins tijd om terug te gaan, de geliefde bloem is alleen, de bloem heeft hem nodig.

Voor het eerst bij het lezen van de kleine prins zat ik met een brok in mijn keel het eind te lezen. De symboliek van het verhaal kwam deze keer veel meer en begrijpelijker naar voren dan in de andere versies.  De ontmoetingen die de kleine prins had voordat hij op aarde belandde zijn veelzeggend en tonen de gedragingen van de mensheid in al zijn gedaantes. Het zijn gedragingen zonder hart. Zowel de kleine prins als Eric van Muiswinkel tonen wél een hart, en dát maakt deze vertaling van het boek zo mooi en zo ontroerend.


Voor De kleine prins liefhebbers, zie de website https://petit-prince-collection.com/


ISBN 9789061007470 | paperback | 119 pagina's | NUR 302 | Uitgeverij Donker | november 2020
Met tekeningen van Antoine de Saint-Exupéry

Dettie, 27 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER