Nieuwe boekrecensies

Het verbond tegen meedogenloos mooie jongens
En andere zwartgallige verhalen
Carl Stellweg


Nadat ik Het verbond tegen meedogenloos mooie jongens heb dichtgeslagen hoor ik op de radio de twee minuten durende pianosolo van Jools Holland dat het lied Uncertain smile van de groep The The afsluit. Die pianomuziek sluit precies aan op hoe ik me voel na het lezen van de verhalen van Carl Stellweg. De muziek is hard en zacht, snel en langzaam, indringend en vlinderachtig, net als het boek.


Twee zinnen uit het lied zijn: A broken soul, Stares from a pair of watering eyes. Uncertain emotions force an uncertain smile. Deze geven voor mijn gevoel de kern van  aangrijpende verhaal rond Aden weer. In dat verhaal worden twee mannen en twee gebeurtenissen met elkaar vergeleken.


De ene man is blank, behoorlijk dronken en daardoor agressief. Hij weigert te betalen voor de tram. De politie komt en haalt de man zeer hardhandig uit de tram. "De koddebeiers leken te zijn samengesmolten tot een of ander wild beest, een kwaadaardig Hulk-achtig wezen dat allen nog uit was op mijn vernietiging maar daarvoor leefde."
Uiteindelijk loopt alles met een sisser af, mede doordat de man roept dat hij werkt voor een krant.
De andere man is zwart, nuchter, kan slecht slapen vanwege nachtmerries en heeft nauwelijks geld. Hij moet altijd maar vriendelijk zijn, altijd maar glimlachen, mag geen commentaar hebben. Er knapt iets in hem als de trambestuurder hem vraagt om zijn kaartje. Hij zegt nee.
De politie komt en haalt de man hardhandig uit de tram... Hij roept dat hij Carl kent, een journalist. Het helpt niet.


Natuurlijk gebeurt er meer in dit verhaal, er zijn verwijzingen naar George Floyd, naar het leven Aden etc. Maar vooral het verschil in leven tussen de zwarte en blanke man. De een is dronken, puur uit verveling, uit rebellie omdat hij niet mee wil doen met de grote stroom. 
De ander is ook een buitenstaander maar wil graag meedoen, ondanks alle moeite lukt dat niet, totdat het ineens genoeg is geweest. Hij pleegt plotseling een kleine daad van verzet met grote gevolgen.


De negen verhalen van Carl Stellweg zijn allemaal blijvertjes, met andere woorden, je vergeet ze niet snel. Ze maken indruk, hebben impact.
Het centrale thema is vrijheid. Of het nu vrijheid in een land is, of gekochte vrijheid, vrijheid in je gevoel, vrijheid in je doen en laten, alles komt voorbij in verschillende vertelvormen.


Op het verhaal over de student 'zonder sociale vaardigheid' die moedig en indringend tegen zijn belager in het café durft te zeggen dat het genoeg is geweest en de daaropvolgende euforie en het intens bevrijdende gevoel zou Simon Carmiggelt trots zijn geweest.
Evenals op het verhaal van Ron, de man in de lege kroeg, die voorgoed vastzit in de gebeurtenis rond zijn vriendin Sylvia.
Ze roepen melancholieke beelden op net als Carmiggelt dat kon. Stellweg schrijft met dezelfde stem maar is iets minder mild.


Het 'nostalgische' verhaal rond het bezoek aan een oud kantoor waar iemand gewerkt heeft, is vermakelijk én verrassend. De bevrijding is totaal!
Het titelverhaal is vermakelijk en met een vette knipoog naar uitlatingen van Gerard Reve geschreven.
Maar het allermooiste verhaal is voor mij dat over gekochte vrijheid. De journalist voelt zich rustig, veilig en vrij maar wel dankzij de bescherming van een gangsterleider. Het doet bijna bizar aan dat je je ook in deze vorm vrij kunt voelen.


Net als het boek Mijn beeldschone aandoening is eigenlijk niet te verwoorden hoe Het verbond tegen meedogenloos mooie jongens is. Het boek pakt je op en laat je van verschillende werelden proeven, dit alles met een ondertoon van onmacht en eenzaamheid maar zeker geen zwartgalligheid.


ISBN 97889464501247 | Paperback | 150 pagina's | Boek.scout | december 2021

© Dettie, 19 januari 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alles wat ik wens
Lynn Austin


Na in Engeland heftige dingen meegemaakt te hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn de vriendinnen Eve Dawson en Audrey Barrett na de oorlog naar Amerika geëmigreerd. De auteur Lynn Austin heeft hierover het boek Als ik jou was geschreven.
In de zelfstandig te lezen novelle Alles wat ik wens gaat Lynn Austin verder met het verhaal van Eve en Audrey. Zij wonen als alleenstaande moeder samen in een huis en doen hun uiterste best om hun zoontjes Harry en Bobby een goede opvoeding te geven. Maar hoe doe je dat? Wat is het beste voor hen? En hoe ga je om met het gemis van een vader? 


Het is 20 dagen voor Kerst als in de brievenbus van Eve en Audrey een speelgoedcatalogus bezorgd wordt. De 5-jarige Harry en Bobby krijgen er geen genoeg van om de catalogus door te spitten en eigenlijk willen ze wel alles wat in de catalogus staat aan de kerstman vragen, op de meisjesspullen na dan. De kans dat ze alles krijgen, is ook nog eens heel groot dankzij welvarende grootouders. Eve en Audrey willen echter aan hun zoontjes meegeven dat Kerst niet draait om het krijgen van cadeaus. Samen bedenken ze hoe zij aan Bobby en Harry duidelijk kunnen maken wat Kerst echt inhoudt.


Van het begin tot het einde weet Lynn Austin in deze novelle de aandacht van de lezer vast te houden door op een zeer natuurgetrouwe manier de uitdagingen die je als ouder hebt in de afweging wat wel en niet goed is voor je kind, weer te geven. De worstelingen van Eve, Audrey, Harry en Bobby, maar ook hun groeiproces komen in Alles wat ik wens heel goed aan bod.
Kortom, Lynn Austin heeft met Alles wat ik wens een heerlijk, nostalgisch kerstverhaal geschreven waarin duidelijk naar voren komt dat we het gelukkigst worden van de geschenken die we niet verwachten èn niet verdienen!


ISBN 978 90 297 3165 2| NUR 302 | Paperback | 189 pagina’s | Uitgeverij KokBoekencentrum | november 2021
Alles wat ik wens is vertaald door Connie van de Velde.

© Els ten Voorde, 14 januari 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Onder jouw huid
Margareth Hillebrandt


Natuurlijk heeft iedereen dat wel, dat je je de ene dag gelukkig voelt en van alles wil doen, terwijl je een andere keer niet eens zin hebt om je bed uit te komen. Dat is normaal.
Niet normaal is het als het om lange periodes gaat dat je ofwel manisch bent: opgewekter, actiever en zelfverzekerder dan normaal. Opgejaagd misschien ook,  je handelt zonder er goed over na te denken en je wordt sneller boos dan normaal. Ofwel depressief: somber en passief, met een gevoel dat je waardeloos bent en futloos.


In dit boek staat de dertigjarige Lena centraal. Zij heeft een bipolaire stoornis, en weet maar al te goed hoeveel kwaad dat kan aanrichten. Haar moeder had het namelijk ook, waardoor Lena nooit echt kind heeft kunnen zijn. Ze moest ervoor zorgen dat haar moeder en zijzelf konden (over)leven.
Enkele dramatische sterfgevallen zorgen ervoor dat het labiele evenwicht verstoord raakt.
Net als haar moeder verwaarloost Lena zichzelf, en voelt zich minderwaardig. Ze heeft eerder hulp gezocht op aandrang van haar tante Lydia, en ook medicatie gekregen, maar die slikt ze niet regelmatig.


Als Veerle, haar buurvrouw, aan haar vraagt om voor de kat te zorgen terwijl zij voor drie maanden naar Buenos Aires gaat, zit Lena net in een depressieve periode.
Veerle registreert de chaos bij Lena, ze ruimt het zelfs op, maar toch geeft ze Lena de sleutel. Later zal ze twijfelen over deze beslissing, zeker als Lena bij contact vanuit Buenos Aires wat vreemd doet.
Helaas is haar voorgevoel juist: Lena was sowieso al jaloers op de mooie Veerle, die een fantastisch leven lijkt te hebben. Nu is er de kans om er achter te komen wat Veerles geheim is. Ze weet best dat het verkeerd is, maar ach, maakt ze zichzelf wijs: als Veerle terug komt is alles weer zoals het moet zijn. Dus rommelt ze in kasten en lades, past Veerles kleren - en draagt ze ook. Als ze ontdekt dat deze nieuwe Lena ineens aandacht krijgt waar ze vroeger genegeerd werd, gaat ze steeds verder. Haar depressiviteit slaat om naar manisch gedrag.


‘Langzaam maar zeker zal ik Veerle worden, in ieder geval voor het restant van de drie maanden die zij nog wegblijft. ’


Natuurlijk gaat het fout. Op een dag verschijnen er steigers aan de achterkant van het huis zonder dat Lena daar iets van wist. Als onverwacht voor het raam van de slaapkamer een gezicht verschijnt en ze in de ogen van een man kijkt, schrikt ze zich wezenloos, voelt zich betrapt, en gaat nog vreemder reageren.
Het verhaal wordt vooral vanuit het perspectief van Lena geschreven, al krijg je ook stukken vanuit Veerle, die zich begint te verbijten in Argentinië.


Het is een eigentijdse roman, je ziet de tijdsaanduiding boven de hoofdstukken en, zoals verwacht, covid gaat een rol spelen. Dat is het spannende gedeelte van het verhaal. Over het algemeen is het toch vooral psychologisch, over een vrouw die psychisch ziek is.
Dat wordt zeer invoelend verteld en mooi verwoord waardoor het verhaal over een akelig probleem toch prettig leest. Mooie omslag ook.


Margareth Hillebrandt (Lisse) heeft allerlei banen gehad, veel ervaring opgedaan op vele terreinen. Tot ze het schrijven ontdekte.


ISBN 9789493192164 | Hardcover| 244 pagina's | Uitgeverij LetterRijn | november 2021

Marjo, 8 januari 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Samen
Luke Adam Hawker


Normale dingen begonnen vreemd aan te voelen
Vreemde dingen begonnen normaal te voelen.[...]

We waren verenigd in onze afzondering
We waren samen van elkaar gescheiden


Deze zinnen staan in dit hoopvolle boek dat op een prachtige manier de voor velen verlammende, moeilijke coronaperiode weergeeft.
Het boek bestaat voornamelijk uit indrukwekkende, liefdevol gemaakte zwart-wit afbeeldingen met een oudere man en zijn hond als centrale personages.
Het geheel vormt een indrukwekkend beeldverhaal.

We zien de oude man en zijn hond wandelen in de drukke stad, beiden zijn scherp afgebeeld, de mensenmassa waarin hij zich bevindt, is vaag weergeven. Die zijn druk met hun eigen besognes, allen zijn haastig onderweg en blind voor hun omgeving. En dan steekt er een storm op, donkere wolken pakken zich in de verte samen, wanneer zal die storm hen bereiken? De dreiging is voelbaar.
De menigten begint te slinken, mensen worden onrustig.
De dreiging neemt toe. Tot de dag aanbreekt dat alles stilvalt...
Buiten woedt de inktzwarte storm.


We zien de oude man alleen in zijn huisje, de hond aan zijn voeten.  Hij voelt zich niet eenzaam.
Mensen gaan beseffen dat zij al afgezonderd waren voor de storm en langzaam dringt het tot hen door dat ze samen van elkaar gescheiden zijn.
Er ontstaan mooie initiatieven. Op balkons wordt muziek en eten gedeeld. Mensen maken er wat van.  'Huizen werden dansscholen, klaslokalen, bakkerijen.'
De natuur wordt herontdekt, mensen vinden weer troost in die natuur, de natuur is er immers altijd. Mensen zien elkaar weer écht. Ze kijken om naar elkaar.
Dankzij de storm beseffen ze hoe dankbaar ze voor het hun gegeven leven mogen zijn.
Ondanks de donkere periode, beseffen ze nu weer hoe je iets lichter kunt maken, als je het maar samen doet...


Het is een koesterboek. Een boek dat warmte, hoop en liefde uitstraalt. Een boek dat troost biedt, een boek dat de zon laat schijnen.
Een boek dat  je niet alleen verwarmt in deze covid-tijden maar je ten alle tijden, welke stormen je ook ondergaat, een hart onder de riem steekt.
Prachtig!


Zie ook het inkijkexemplaar én het hartverwarmende interview op YouTube met Luke Adam Hawker over het ontstaan van dit boek.


ISBN 9789401305112 | Hardcover | 64 pagina's | Altamira | 25 juni 2021
Uitstekend vertaald door Susan Smit

© Dettie, 4 januari 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Leven en werk van de componist Foltýn
Karel Čapek


Ik kan me Foltýn de zesdeklasser herinneren alsof ik hem gisteren nog heb gezien: een lange jongen met een weke huid en een volle bos fijn krullend goudbruin haar, waar hij duidelijk bijzonder prat op ging; hij had lichtblauwe, uitpuilende bijziende ogen, een lange neus en een sterk terugwijkende kin […]
Hij zag er voortdurend uit alsof iets hem beledigd had, waarop zijn antwoord een stilzwijgende, geïrriteerde minachting was. Op het eerste gezicht stond hij mij niet erg aan...

Aan het woord is een oude jeugdvriend van Bedrich Foltýn ofwel Beda Folten zoals hij zich later liet noemen. De beschrijving over Foltýn is meer dan raak, want Bedrich ontpopt zich als een dandy met een enorme minachting voor iedereen die niet gecharmeerd is van zijn werk. Bedrich is er namelijk van overtuigd dat hij een belangrijke geniale en unieke componist is, met een fantastisch inzicht in muziek. - In werkelijkheid is zijn talent voor muziek zeer middelmatig. -
Ook pocht hij over zijn vele veroveringen en doet zich altijd voor als een man van de wereld.
Zijn weke, hautaine voorkomen en overdreven hoffelijke manier van doen stoot echter veel mensen af.

Toch palmt hij iedereen in die hij ontmoet en kan gebruiken voor zijn te maken ultieme levenswerk; een opera over de Bijbelse Judith. Hij is geobsedeerd door dit verhaal.
Dit inpalmen gebeurt voornamelijk dankzij zijn gulheid, hij geeft geschenken, uitgelezen diners en verzorgd de alcoholische versnaperingen.
Foltýn neemt bijna bezit van mensen - voornamelijk muzikanten en componisten - totdat ze, terecht, kritiek hebben op zijn composities, dan is Foltýn onverbiddelijk, diegene bestaat niet meer voor hem. Het komt ook nooit meer goed.
In feite plagieert Foltýn het werk van zijn ‘vrienden’.


We lezen het verhaal over Bedrich Foltýn door de ogen van mensen die hem gekend hebben zoals de jeugdvriend, de vrouw van Foltýn, de geplagieerde componist etc. In elk hoofdstuk is iemand aan het woord en diegene geeft zijn of haar visie over het karakter en de persoon Foltýn. Door deze verschillende gezichtspunten vallen zijn diverse karaktereigenschappen als een puzzel in elkaar.
Het beeld dat deze mensen over Foltýn schetsen is weinig vleiend. Hun oordeel is soms bijna met gelaten stem weergegeven. Alsof er een vorm van medelijden is voor die man die zichzelf tot ‘grote hoogte’ opblies met valse lucht. Toch is het verloop van deze roman zeer verrassend te noemen.


De taal die Čapek gebruikt, is als zachte, helende zalf. Zijn woordgebruik is uitgekiend en passend bij de personages. Zulke goed gestileerde taal tref je nog maar zelden aan in boeken en het maakt dat het boekje een genot is om te lezen.


Karel Čapek (1890-1938) is een van de belangrijkste Tsjechische schrijvers van de twintigste eeuw. Leven en werk van de componist Foltýn, zijn onvoltooide laatste roman, verscheen postuum in 1939.


ISBN 9789028351667 | Paperback met flappen | 126 pagina’s | Uitgeverij Wereldbibliotheek | december 2021
Uit het Tsjechisch vertaald door Irma Pieper

© Dettie, 1 januari 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Van zo ver gekomen
Bernadette Heiligers


Als haar moeder door verdrinking omkomt is haar tienjarige dochter Dini alleen.
Het meisje geeft zichzelf de schuld van de dood van haar moeder, van wat er daar aan zee gebeurde, maar eigenlijk zelfs van het feit dat ze bestaat. Haar moeder was pas dertien toen ze zwanger werd. Waarom heeft ze haar kind niet in de rivier gegooid? Waarom heeft ze haar in leven gelaten?
Zo leuk was het allemaal niet…


Dat ze überhaupt in leven bleven, het jonge meisje en haar kind hadden ze te danken aan Dionicio, een man die werkelijk niets bezat, maar die het meisje onderdak had geboden. Ze woonden in een bouwsel van pallets en zeildoek, aan de rand van Rosario, een stad in de Dominicaanse Republiek. Ariana moet vluchten, als Dini tien jaar oud is. Ze gaan naar Curaçao waar Ariana werk vindt als verzorgster van Rutger Helbier, de bedlegerige echtgenoot van Lillian Helbier.
Later zal iemand tegen Dini zeggen dat het niet uitmaakt van welk ras je bent: het hebben van geld, dat maakt je belangrijk. De Helbiers hebben geld, en huizen. En Lillian gaat er prat op dat ze een huishoudster heeft en een meisje dat haar man verzorgt. Dat dat meisje een kind bij zich zou hebben, dat had ze niet voorzien. Ook niet dat haar jongste zoon Simon voor dat meisje zou vallen en met haar wilde trouwen.


‘Mama wist zeker dat het allemaal zou meevallen. ’s Avonds lagen we in ons kamertje en vertelde ik haar wat ik die dag op school geleerd had. Een echt slaapkamertje was het niet; eerder een smalle inloop-pantry met een verroeste waterpomp die op de regenbak was aangesloten. We gebruikten dat water voor het bad- en toiletschuurtje dat we met de werkster van de familie mochten delen. Ena heette zij en ze had drie gezichten. Voor mij was ze lief, tegen mama deed ze boos, en als er iemand van de familie bij was, zag ze ons geen van beiden staan. Ik wilde dolgraag bij Ena in de gratie blijven en hielp haar waar ik kon. Iedere avond bewoog ik de onwillige slinger van de pomp totdat ik drie grote emmers had gevuld. Bij het gehuil van het ijzer stelde ik me voor dat ik mijn heimwee aan stukken sneed en ze een voor een in de regenbak gooide.’


Ook Dini wordt dus aan het werk gezet. Omdat ze haar nut bewezen heeft mag ze blijven na de dood van haar moeder. Rudy Helbier, de man des huizes is gecharmeerd van het kind, en leert haar veel, vooral over literatuur. Ook door de familie te observeren leert het meisje van alles.
En ze is een doorzetter. Ze rondt haar opleiding af, en wordt juriste.
In het deel van het verhaal dat in het heden speelt, werkt ze als mediator. De baan als juriste bleek te ongemakkelijk. Ze had een afkeer van gekonkel en gerommel achter de schermen.


En dan ontdekt ze dat haar achtergrond eveneens op rotte pijlers gebouwd is. Een dramatisch voorval zet haar leven op zijn kop, maar ze ontpopt zich als een sterke vrouw.
Ook de andere vrouwen die Heiligers beschrijft zijn sterk, maar ze kunnen nauwelijks op tegen de machocultuur die heerst op het eiland.
De thematiek is waarschijnlijk dat: de weerstand van de vrouwen tegen de mannen. Ook de invloed van de verzelfstandiging, het losmaken van Nederland, hetgeen niet altijd ten voordele van de Antillen ging, speelt een rol, waarbij zelfs de pietenkwestie even behandeld wordt.


Het is eigenlijk veel te veel voor een dun boek als dit, het zou namelijk erg prettig geweest zijn als ze uitgebreider in was gegaan op ieder thema. Het ware ook fijn geweest als er de schrijfster meer uitgelegd had over de achtergrond. Als je de situatie niet kent – en dat geldt voor de meeste Nederlandse lezers – heb je geen idee hoe de onderlinge verhoudingen zijn tussen verschillende nationaliteiten. Dat er veel personages zijn en dat het verhaal van de hak op de tak springt maakt het er niet makkelijker op.


ISBN 9789493214491 | paperback | 138 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | oktober 2021

© Marjo, 23 december 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Irma
Een mikado van boze geesten
Kees Broere


Irma was gewaarschuwd: toen zij naar Sint-Maarten vloog, wist ze dat er een orkaan op komst was. Hoe hard die het eiland zou treffen, wist ze natuurlijk niet, maar zich daar bevinden was niet verstandig. Waarom gaat ze dan toch?


Irma Weever is een rationele, slimme vrouw. Ze is van Surinaams-Curaçaose afkomst, toen ze drie jaar was verhuisden haar ouders naar Curaçao. Haar vader was werkzaam bij de Shell, haar moeder beheerde een eigen restaurantje, dat goed draaide.
Zij wilden graag dat hun dochter het Lyceum zou doen op het eiland, om dan in Nederland te gaan studeren.


‘In een wereld waarin anderen meenden te bepalen wat zij wel en wat zij niet moest weten, waarin anderen de bovenmeesters van haar samenleving dachten te zijn, wilde zij haar eigen lessen leren.’


Haar ouders vertellen haar dat misschien de boeken die op de Antillen gebruikt worden dezelfde zijn als die in Nederland, maar in Nederland leerde je zelf nadenken.
Als Paul, een Bonaireaan met Libanese wortels, haar maatje, vertelt ook naar Nederland te gaan, besluiten ze samen te gaan.
Maar dan is er het laatste uitstapje dat Irma maakt met haar schoolvriendinnen. Maria had een paar Nederlandse jongens aangesproken om wat lekkers bij hen te bietsen. Wat er precies gebeurd is, dat weet niemand, maar die avond overleed zij in het ziekenhuis. Vergiftiging, zeiden de doktoren. Irma zweert op dat moment dat ze wraak zal nemen.
Hadden die blanke jongens een rol bij het overlijden van de donkere Maria? Precies hoe en wat weet ze niet, maar de gedachte dat ze wraak moet nemen voor Maria zal haar verdere leven in het achterhoofd blijven. Als huidskleur bepalend is voor de plaats die je in de wereld inneemt, dan deugt de wereld niet.


Als Paul haar zijn plannen uiteenzet (waarvan de lezers nog lang niet weten wat die inhouden) belooft ze hem haar hulp. Zij gaat rechten studeren in Amsterdam, hij doet biochemie in Nijmegen.
Zij wordt via verschillende omwegen een advocaat strijdend voor het onrecht dat mensen aangedaan wordt, hij een wetenschapper in de biochemie.
Zij weet dat het in de wereld niet zozeer gaat om de echte waarheid, maar om wie zijn argumenten het beste kan brengen. Hij beweert dat je de wereld niet aan anderen moet overlaten als je het ook zelf in de hand kan nemen.
Het is Irma die vertelt: hoe Paul, ook als hij er niet is, toch altijd een bepalende factor is in haar leven.


Ieder hoofdstuk begint met een stukje verhaal over Irma en haar naamgenoot de orkaan die flink huis zal houden op Sint Maarten. Dat staat in de tegenwoordige tijd, het enige onderscheid met de rest van het hoofdstuk, dat het verhaal van haar leven vertelt.
Over hoe allerlei invloeden haar maken tot wie zij is. Met welke mensen zij te maken krijgt, en wie er meer of minder invloed zal hebben op de gebeurtenissen.


Maar er is meer. Veel meer.
Kees Broere kan zich soms verliezen in ellenlange zinnen, waarin hij de lezer probeert mee te sleuren in een bepaald idee. Filosofisch, sociaal, of zelfs economisch. Er valt ook niet een specifieke genreaanduiding op dit boek te plakken, hoewel de term ideeënroman misschien het meest op zijn plaats is.
Een groot deel van de thematiek raakt aan het onderscheid tussen huidskleur en afkomst, maar er zijn ook ‘normalere’ zaken, die meer met de tijdsgeest te maken hebben: drugs, over de uitbuiting door Shell, over het leven op kamers in Amsterdam. En over de zelfstandigheid die Curaçao en Sint Maarten kregen binnen het Koninkrijk der Nederlanden.
Bepaalde gebeurtenissen worden niet uitgewerkt, omdat slechts een klein onderdeel van wat er gebeurt ook onderdeel uitmaakt van Irma’s leven. Het gaat om haar, niet om de bijfiguren.


Je zou dit boek vaker moeten lezen om alles te kunnen doorgronden, want ook al valt op het einde veel op zijn plaats, vragen blijven er. 
De titel is een vergelijking met ‘de orkaan die alle voorwerpen over het wegdek heeft geworden als een mikado van boze goden’.
Zo heeft ook Broere van alles door elkaar geworpen, bij monde van Irma.


https://www.oneworld.nl/personen/kees-broere


Kees Broere is sinds 2017 correspondent Caribische regio van de Volkskrant met als standplaats Curaçao. In 2018 verscheen de roman Pom, die zich afspeelt in Nairobi in Kenia, zijn vorige thuisbasis als Afrika-correspondent. Irma, een mikado van boze goden is zijn eerste ‘Caribische’ roman.


ISBN 9789493214361 | paperback| 276 pagina's | Uitgeverij in de Knipscheer | oktober 2021

© Marjo, 17 december 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Er was eens een kleerkast
Een roman over de wereld achter Narnia

Patti Callahan


De 17-jarige Megs studeert doordeweeks aan de universiteit van Oxford wiskunde en natuurkunde, maar gaat elk weekend terug naar huis om bij haar zieke, 7-jarige broertje George te zijn. George heeft een hartkwaal en de doctoren hebben aangegeven dat hij zijn volgende verjaardag niet zal halen. Megs is daar intens verdrietig over en probeert de tijd die hen nog rest bijzonder te maken.


Als George van zijn tante het boek Het betoverde land achter de kleerkast krijgt, raakt hij zo geïntrigeerd door het verhaal dat hij graag wil dat Megs gaat praten met de schrijver van dat boek. C.S. Lewis is namelijk ook professor op de universiteit van Oxford. Megs heeft zo haar twijfels, maar voor haar broertje heeft ze heel veel over. Op een bijzondere manier lukt het haar om in contact te komen met deze C.S. Lewis en zijn broer. Er ontstaat een vriendschap met hen, waardoor Megs wekelijks bij hen te vinden is. Op de vraag waar Narnia vandaan komt, geeft Jack, zoals ze hem ondertussen mag noemen, geen rechtstreeks antwoord. In plaats daarvan vertelt hij haar allerlei verhalen.
En terwijl Megs de verhalen aanhoort, gebeurt er iets met haar. Megs probeert dit aan haar moeder uit te leggen:


‘Meneer Lewis vertelt me verhalen om op te schrijven voor mijn broertje, maar misschien, nu ik erover nadenk, zijn het ook verhalen voor mij. Hij legt niet uit wat hij ermee bedoelt. Het enige wat hij doet, is korte verhalen vertellen over het leven, en wanneer ik vertrek weet ik op de een of andere manier meer over de wereld en mijn eigen leven.’


Jack geeft haar de opdracht om die verhalen aan haar broertje te vertellen. En zo komt Megs elk weekend thuis met nieuwe verhalen. Elk verhaal begint met: ‘Er was eens een kleerkast. Niet zo lang geleden en niet zo ver hiervandaan…’


Van Jack leert Megs dat het werkelijke kenmerk van intelligentie niet kennis, maar verbeeldingskracht is. Hij leert haar dat fantasie en verbeelding geen escapisme zijn, zoals ze eerst dacht, maar dat goede verhalen juist het plezier in het leven versterken en het bewustzijn van de wereld vergroten.
De wereld van Megs die eerst om cijfers en formules draaide, verandert:


‘En dan gebeurt het, iets wat me nog nooit eerder is overkomen tijdens het lezen van een verhaal: de tijd valt weg alsof hij niet bestaat, alsof de kosmos bevriest terwijl ik lees. Alsof hij wacht tot ik dit verhaal gelezen heb.’


Schrijfster Patti Callahan weet de emoties van alle betrokken personen in het boek heel raak te omschrijven. Ook het groeiproces dat elk van deze karakters meemaakt, is haarfijn weergegeven.
Er was eens een kleerkast is een echte aanrader en onderstreept de spreuk van C.S. Lewis waarmee het boek begint: Soms zegt een sprookje het best wat je te zeggen hebt.


ISBN 978 90 297 3184 3| NUR 302 | Paperback | 271 pagina’s | Uitgeverij KokBoekencentrum | november 2021
Er was eens een kleerkast is vertaald door Marije Kok

© Els ten Voorde, 17 januari 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Schijn door mij
Cynthia Ruchti


De Amerikaanse auteur Cynthia Ruchti, die in de afgelopen jaren al veel boeken geschreven heeft, debuteert in Nederland met Schijn door mij waarin zij op een ludieke wijze weet weer te geven dat de verslavende aard van een verzamelaar niets anders dan frustratie kan opleveren. Zo wordt in Schijn door mij het verhaal van Allison beschreven.


Allison is een hoogopgeleide vrouw die zich niet kan bedwingen om in de vuilnisbakken van haar buren te graven, uit angst dat ergens in de diepten iets zal zitten waar ze niet zonder kan. Iets wat haar nodig heeft om het te ‘redden’. Iets wat op een dag nuttig kan zijn. In de praktijk vindt ze dat iets nooit. Maar het vermoeden dat het zou kunnen, is onweerstaanbaar voor iemand die te maken heeft met een verzamelstoornis. Logica verdwijnt naar de achterhoede bij die kans, die mogelijkheid, hoe vergezocht of onlogisch ook. Maar hoe is Allison zo geworden?


Het is de taak èn roeping van klinisch psychologe Camille, die naam heeft gemaakt als verzamelwoede-expert, om dit te ontdekken. Pas als zij dit weet, kan zij extreme verzamelaars, zoals Allison, helpen om hun leven weer op de rit te krijgen.

Haar cliënten komen hun huis niet meer uit en daarom zoekt Camille hen thuis op. Stapje voor stapje, met heel veel geduld, krijgt ze haar cliënten uiteindelijk zo ver om afstand te nemen van de verzamelde spullen. Die verzamelde spullen moeten verwijderd worden uit het huis. Daarvoor werkt Camille nauw samen met Eli Rand die een afvalbedrijf heeft. Eli heeft een bijzondere gave om in heel korte tijd een band op te bouwen met haar cliënten.
In de loop van het verhaal wordt duidelijk waarom Camille zich gespecialiseerd heeft in het begeleiden van mensen met een verzamelstoornis en waarom Eli zo snel contact kan krijgen met Camilles cliënten.


Voor mij als lezer duurde het even om in het verhaal te komen, omdat er in het begin zoveel informatie op je af komt. Na een paar hoofdstukken wordt het boek echter zo boeiend dat je het echt uit wilt lezen.
De verhalen van de cliënten van Camille en de gebeurtenissen uit haar eigen leven worden in Schijn door mij afgewisseld met de podcasts die Camille uitzendt om de verzamelaars en hun familie of vrienden te bereiken. De podcasts geven een hartverscheurende inkijk in het leven van verzamelaars en hun geliefden.
Cynthia Ruchti heeft met Schijn door mij een sterk verhaal neergezet waarin de karakters van de hoofdpersonen heel natuurlijk weergegeven zijn en het thema hoop door het hele verhaal heen schijnt.


ISBN 978 90 297 3103 4| NUR 302 | Paperback | 331 pagina’s | Uitgeverij KokBoekencentrum | oktober 2021
Schijn door mij is vertaald door Anja Keesmaat.

© Els ten Voorde, 11 januari 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het Wolvennest
Elodie Harper

‘Hé!’ roept ze. ‘Laat los! Laat haar los!’
Ze waadt door het water naar een oude vrouw die Cressa aan haar arm uit het bassin probeert te trekken. Victoria kijkt de vrouw woedend aan als ze erin slaagt een druipende Cressa op de kant te hijsen.
De oude vrouw buigt voorover en houdt een kromme vinger voor Victoria’s gezicht. ‘Felix? Jij Felix?’ Ze staan tegen elkaar aan gedrukt en geven geen antwoord. De onbekende vrouw kijkt hen beurtelings aan. Beronice is ook hun kant op komen waden. Haar lippen zijn licht geweken van verbazing. ‘Felix hoeren weg!’ snauwt de oude vrouw ongeduldig. Ze wuift met haar hand in de richting van de uitgang en gebaart dat ze uit het bassin moeten stappen.’


We bevinden ons in een badhuis. Het is het jaar 74, en we ontdekken al snel dat we in Pompeï zijn.
Een Romeins badhuis. De vrouwen over wie het verhaal gaat zijn slavinnen, die als hoer moeten werken voor hun eigenaar Felix.  Hij is een man die zijn vrouwen met strenge hand in het gareel houdt. Ze wonen in een armzalig onderkomen, het Wolvennest genaamd, dat in Pompeï geen goede naam heeft. In hun huis wonen ook nog een vrouw die ooit eveneens hoer was, maar nu de boel schoon moet houden, en haar zoon, Paris die als schandknaap moet dienen. En de bewakers Gallus en Thraso, ook geen mannen die zachtzinnig met de vrouwen omgaan.
Behalve  bovengenoemde Victoria, Cressa en Beronice is er nog Dido, vriendin van Amara die het hoofdpersonage is. Zij is de dochter van een arts, afkomstig uit Griekenland, en na de dood van haar ouders verkocht.


Felix ontdekt al snel dat hij meer aan haar heeft dan alleen een lichaam dat ze verhuurt. Ze is belezen, kan zingen en musiceren. En ze is slim, zodat ze al snel Felix’ boekhouding bij gaat houden. Maar ze is ook vastbesloten te ontsnappen uit deze hoerenkast, al zal dat niet meevallen.
Felix houdt haar met argusogen in de gaten, en als hoer is ze niet bepaald iemand die een kans maakt om een respectabel leven te gaan leiden. Tenzij ze een man om haar vinger weet te winden. Dat is een probleem, want ze is verliefd op een slaaf…
Welke keuze zal ze maken?


Dit verhaal geeft een inkijkje in hoe het leven geweest kan zijn in de eerste eeuw na Christus, in een Romeinse stad. Pompeï lijkt niet echt een fijne stad om in te wonen, het is er vies, en gevaarlijk. Voor de vrouwen uit het Wolvennest is er extra gevaar omdat hun baas verwikkeld is in een vete met een andere pooier. Voor vrouwen is het sowieso niet prettig, of je moet een van de weinigen zijn die een rijke man gestrikt hebben. Maar dan moet je die man delen met concubines. Of hoeren.
Slavernij is er normaal, mensen van overal vandaan worden uitgebuit. Ze zijn niets waard, en worden zo ook behandeld. Zij leren veinzen en huichelen als de beste, want wie het meeste stroop smeert, heeft de meeste kans te overleven.


Het verhaal wordt vlot verteld, het heeft dus een historische insteek, maar er wordt nergens uitgeweid. Show, don’t tell, die stijlvorm beheerst Elodie Harper uitstekend. Terwijl ons het dagelijkse leven wordt voorgeschoteld is er ook een spannend verhaal gaande, dat een dramatisch einde kent.
Het is het eerste deel van een trilogie, waarbij de schrijfster zeer waarschijnlijk toewerkt naar het jaar 79…


Elodie Harper studeerde Latijnse poëzie als onderdeel van haar studie Engelse literatuur aan Oxford. Zij is een journalist en televisieverslaggever.
Ze heeft zich laten inspireren door wat we nu nog kennen van de verwoeste stad, (https://www.droomplekken.nl/italie/pompei/) met name het Lupanare-bordeel:


‘Het wereldberoemde Lupanare-bordeel was volgens de geleerden een van de eerste bordelen uit de Romeinse tijd. De ingang, peeskamertjes en toiletten zijn bijna geheel gerestaureerd. Het is tevens een van de weinige huizen in Pompeï met twee verdiepingen. Beroemd zijn de erotische fresco’s aan de muur en de graffiti van gasten.’

ISBN  9789044362077 | Paperback| 416 pagina's | Uitgeverij the House of the Books | oktober 2021
Vertaald uit het Engels door Anne Jongeling

© Marjo, 4 januari 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

De val van Mehmet
Hülya Cigdem

Het boek begint met de ter aarde bestelling van de hoofdpersoon in zijn geboorteplaats in Turkije. Hij vond de dood toen hij in Tilburg waar hij het grootste deel van zijn leven heeft doorgebracht met vrij hoge snelheid tegen een boom aan reed, onder de ogen van zijn kleinzoon. Die zat namelijk op dat moment op een bakje in de straat waar Mehmet woonde.
Is hier sprake van zelfdoding? Kreeg hij misschien een hartaanval?


Het verhaal vertelt over een godvrezende Turk, die omwille van de liefde naar Nederland kwam en daar een gezin stichtte. Omwille van de liefde, dat betekent iets anders dan je zou denken: zijn vrouw Hatice is namelijk ook Turks. Maar zij was in de ogen van de Turkse gemeenschap bezoedeld, ze was immers weggestuurd door de man met wie ze eerder getrouwd was. Dat die man homoseksueel bleek te zijn, dat deed er niet toe. Hatice zou hoogstens nog als tweede vrouw gevraagd worden, of haar leven uitzitten bij haar ouders. Maar haar dorpsgenoot Mehmet was al verliefd op haar sinds zijn vroege jeugd.


In Turkije zijn het meestal niet de kinderen die beslissen over hun toekomst, maar doen de ouders dat. En de ouders van Mehmet vonden Hatice niet goed genoeg. Toen ze gescheiden was natuurlijk helemaal niet meer. En daarom nam hij haar mee naar Nederland, waar hij werkte in een leerfabriek.
Na een tijdje vond hij een woning in Tilburg, en kwam het gezin waar hij zo naar verlangde. Muhammed, Ayse en Mustafa groeien op in Tilburg, en raken meer verwesterd dan hun ouders zouden willen. Zij vinden hun vader te star en streng in de leer, niet alleen wat betreft de gang naar de moskee en het dagelijks bidden, maar hun hele manier van leven bekritiseerde hij, het was niet naar zijn zin.
Het loopt danig uit de hand als de oudste zoon, teleurgesteld in een carrière als politieman, de hennepteelt omarmt.


‘Al waren er mensen die er anders over dachten, Muhammed was niet als slecht mens geboren. Integendeel, tot ongeveer tien jaar terug was hij een voorbeeldige jongeman die zich uitstekend had aangepast aan het land waar zijn moeder hem ter wereld bracht. Hij was in zijn doen en laten niet te onderscheiden van de andere burgers in de stad. In zijn ogen was dat het hoogst haalbare voor een migrantenzoon. Hij had lang geloofd dat Hollanders hem als hun gelijke zouden zien en hem niet zouden behandelen als een uitheems wezen. Als hij maar zijn best deed.’


Als dat niet zo blijkt te zijn, en als hij dan zijn vader teleurstelt, die onvermurwbaar is, gaat hij tenslotte voor het geld. Als hij dan toch niets goed kan doen, dan heeft hij liever een luxe leven. En zo drijven vader en zoon nog verder uit elkaar.


Het verhaal, verteld vanuit een alwetende verteller die nu eens het perspectief van Mehmet, dan weer van Muhammed of Hatice gebruikt, speelt vanaf de jaren 70 tot na de eeuwwisseling, en geeft een beeld van hoe de Nederlander omgaat met de buitenlandse arbeiders die zo nodig waren. Het geeft weer hoe twee werelden  - het platteland van Turkije en het stadsleven in Nederland - botsen, en hoe een trotse man geen concessies wil doen en daardoor zijn eigen onvermijdelijke val veroorzaakt.


Het verhaal is het waargebeurde verhaal van Mehmet Cantürc dat door de schrijfster Cigdem is geromantiseerd. Een korte stamboom voorin en een woordenlijst achterin maken het boek compleet.
Hülya Cigdem debuteerde met de Importbruid.


ISBN 9789029589574 | Paperback| 424 pagina's | Uitgeverij Arbeiderspers | mei 2014

© Marjo, 3 januari 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Het landhuis aan het front
Steven Conte


Na vijf maanden Operatie Barbarossa, codenaam voor de aanval van Duitsland op de Sovjet-Unie in 1941, is kapitein Bauer, legerarts aan het front, het behoorlijk beu. Hij mag er natuurlijk niet voor uitkomen, maar hij staat niet achter de oorlog, niet eens achter het sociaal-nationalistische gedachtengoed. Maar plicht is plicht, dus hij doet zijn werk als arts zo goed mogelijk.


Als ze in oktober onderdak vinden in een landhuis in de omgeving van Toela begint de winter al in te vallen.
Bauer heeft te doen met de soldaten die tegen de vijand moeten vechten onder erbarmelijke omstandigheden – die alleen maar erger worden – maar ook blij dat hij en zijn team onderdak hebben gevonden in een echt huis. In een van de bijgebouwen richt hij een veldhospitaal in.
Dan ontdekt hij dat het Jasnaja Poljana is, de woning van Leo Tolstoj, een schrijver die hij als jongen las! Bijzonder!


Nog meer is hij gecharmeerd van de beheerder van het huis, dat als museum ingericht is (en daarom niet afgebrand of kapotgebombardeerd, maar wel ontruimd). De beheerder is een vrouw, ongeveer van zijn eigen leeftijd, met wie hij pittige gesprekken voert. Katerina Troebetzkaja is niet van plan het landhuis te verlaten, zij verdedigt het erfgoed met hand en tand, zoals ook haar personeel, dat mag blijven om te doen wat ze altijd al doen.


‘Jullie Russen noemen elkaar kameraad, maar jullie systeem is een schijnvertoning, een tirannie vermomd als utopie. Voor ware kameraadschap hoe je alleen maar naar het Duitse leger te kijken, waar het gezag absoluut is, maar ontberingen worden gedeeld.
‘Gelukkig maar, er zullen er nog genoeg komen.’


De laatste zin is van de absoluut niet bang uitgevallen Katerina. Zij weet natuurlijk hoe een Russische winter is, en ze ziet hoe de Duitsers toegerust zijn – niet dus – zodat het voor haar een kwestie is van wachten. De bevelvoerder, Metz, vindt haar een lastig mens, maar Bauer ontdekt dat hij het prettig vindt met haar te discussiëren. Over literatuur in eerste instantie, maar ook over politiek en de toekomst. Die er al gauw niet best uit ziet voor het Duitse leger.
Bauer ontdekt dat hij verliefd aan het worden is. Maar dat is een onmogelijke liefde. Niet omdat hij thuis een vrouw heeft, want dat is niet het geval, maar omdat ze vijanden zijn.


Hij heeft overigens wel andere dingen aan zijn hoofd. Al die slachtoffers die binnen gebracht worden, meer of minder zwaar gewond. Al die doden. En dan zijn er nog de ‘kleinere’ problemen, die van invloed zijn op hun werk: het gebruik van amfetaminen door een collega-chirurg en nog anderen, al of niet vermeende homoseksualiteit (verboden natuurlijk), het opduiken van een spook, en de kou, die vreselijke, ijzige kou…


Het verhaal is geschreven vanuit de legerarts, tot ineens na zo‘n 200 pagina’s er een sprong gemaakt wordt in de tijd. Dat zal vaker gebeuren, we lezen dan een briefwisseling tussen Paul Bauer en Katarina. Dan pas weet je dat je toch echt een romantisch verhaal leest. Over het algemeen is het meer het verslag van een legerarts. Er wordt heel veel verteld over de operaties - niet de prettigste stukken om te lezen – over de gang van zaken in het leger, en over de ontberingen van zowel de soldaten als de achtergebleven Russische bevolking.
Leo Tolstoj wordt vaak aangehaald, met citaten uit Oorlog en Vrede, het boek dat Bauer steeds bij zich zal hebben.


Boeiend verhaal, dat toch weer anders is dan de meeste romans die spelen in de Tweede Wereldoorlog. Het is zelfs jammer dat er op de omslag staat: ‘over een onmogelijke liefde.’ Het is natuurlijk wel zo, maar het vormt niet de hoofdmoot.
Een oorlogsroman over de geneeskundige afdeling tijdens de ijzig koude winter aan het Russische front, dat is het meer.


Steven Conte (1966, New South Wales) won in 2008 de inaugurele Prime Minister's Literary Award for Fiction voor zijn roman The Zookeeper’s War (nog niet vertaald?).


ISBN 9789402708882 | Paperback | 400 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | oktober 2021

© Marjo, 30 december 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Sarah’s vertrouwen
Koffietrilogie deel 2
Paula Stern


Corinne Ahrensberg heeft zich losgeweekt van het familiebedrijf van haar vader, Gunther Ahrensberg. Hij is de Koffiebaron, de man die de touwtjes strak in handen heeft.
Maar net in de periode dat Corinne zich in Brazilië verdiept in de achtergrond van de koffieboon, krijgt haar vader een hersenbloeding. Ze keert terug naar Duitsland, naar Aken, en probeert samen met haar broer Alexander de zaak te runnen. Helaas blijkt dat niet te werken, zij hebben heel andere ideeën over hoe ze dat willen aanpakken!
Gelukkig weten ze een ruzie te voorkomen, en kunnen zij ieder huns weegs gaan.


Hun vader is zich hier intussen niet van bewust, hij vecht voor zijn herstel. Op het moment dat hij weer gezond zou zijn, zouden hem nog meer verrassingen te wachten staan: zowel zijn zoon als zijn dochter volgden niet het pad dat hij voor hen in gedachten had.
Maar hij is even buiten beeld, en het leven gaat door.
Corinne ontmoet Noah, met wie ze het zeer goed kan vinden, en haar eigen zaakje loopt prima.
In het begin van dit tweede deel wordt in het kort alles nog eens op een rijtje gezet en alles ziet er rooskleurig uit.


‘Corinne was vastbesloten haar geluk vast te houden.
De lente deed zijn naam eer aan, alles leek te groeien en zich prima te ontwikkelen. Zo veel geluk en levenslust, waar ze maar keek, wat kon er nog misgaan?’


Maar natuurlijk: als alles goed zou gaan, hoefde dit boek niet geschreven te worden: er zijn wel degelijk grote problemen op komst. Die hebben betrekking op haar geliefde Noah en op haar geliefde zaak. Het ziet er slecht uit. Ook met haar vader wil het nog niet zo goed gaan.
Terwijl Corinne door zware tijden gaat, heeft ze gelukkig op de achtergrond de vriendschap van Sarah Rosenbaum. Dat is helaas alleen telefonisch contact en een briefwisseling, Sarah woont in Zwitserland.


In dit tweede deel lezen we hoe dat zo gekomen is, waarom de Rosenbaums hun draai niet meer konden vinden in Duitsland. Corinne leest nog steeds in het dagboek van haar grootvader, haar grote voorbeeld. Dat verhaal gaat verder vanaf 1946, als Eberhard, terug uit gevangenschap, weer een nieuw bestaan probeert op te bouwen. Met Magdalena aan zijn zij doet hij wat zijn kleindochter jaren later ook doet: een eigen koffiebranderij beginnen. Maar zo net na de oorlog hebben mensen geen geld voor goede koffie, en de bonen die hij nodig heeft zijn schreeuwend duur. Maar Magdalena wil niet dat weer gaat smokkelen!
Het is een dilemma: hoe moet hij voor zijn gezin zorgen, nu er een vreselijk strenge winter heerst?


Drie verhaallijnen dus, waarbij dat van Corinne in het heden het belangrijkste is. Ook al wordt er gerecapituleerd, om alles echt goed te kunnen volgen, wordt toch wel aangeraden deel een eerst te lezen. Het verhaal over Sarah is anders niet echt duidelijk.
Het lezen over de problemen van Corinne, en hoe mensen haar tegenwerken, maar ook hoeveel goede vrienden ze heeft, is net zo lekker als zij zelf haar vers gebrande koffie vindt. Heerlijk dus!
Romantiek in Aken, met een lekker kopje koffie en een stuk taart van de Engelse vriendin, smullen!


Paula Stern is het pseudoniem van Susanne Oswald. Zij heeft onder haar eigen naam al meerdere boeken geschreven. Nog een ander pseudoniem gebruikt ze om krimi’s te schrijven. In De koffietrilogie combineert ze haar passie voor schrijven met haar interesse in historische gebeurtenissen.


ISBN 9789402708875 | paperback| 320 pagina's | Uitgeverij Harper Collins| november 2021
Vertaald uit het Duits door Bonella van Beusekom en Ed van Eeden

© Marjo, 22 december 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER