Nieuwe boekrecensies

Het geluid van naderend onweer
Eric de Brabander


Hoor je het al rommelen in de verte?
Zorg dat je veilig in je luie stoel zit en lees de verhalen van Eric de Brabander, die passen bij een enigszins unheimisch sfeertje. Ha, alleen al omdat in een paar van de 27 verhalen een tandarts voorkomt, voor veel mensen toch niet een persoon waar je graag mee te maken krijgt. En of je na het lezen van de verhalen van tandarts-schrijver de Brabander daar wat genuanceerder over gaat denken, dat is zeer de vraag!


De ene tandarts, hoofdpersoon in het titelverhaal, is de sleur van alledag beu en kiest een nieuwe bezigheid uit. Hopelijk draaft hij als tandarts niet zo ver door als hij met deze nieuwe hobby doet! Zijn vrouw is in ieder geval woest!
De andere tandarts lijkt juist zeer koelbloedig, als de moordenaar die hij moet behandelen uit de stoel ontsnapt.


De verhalen zijn zeer divers en intrigerend, soms subtiel, soms expliciet. Ze spelen veelal ergens in het Caribisch gebied. Dat heeft waarschijnlijk met de achtergrond van de schrijver te maken, in vrijwel alle verhalen zit wel iets verwerkt dat daarnaar verwijst. De omgeving - water! - en de dieren, of letterlijk als plaatsbepaling genoemd terwijl de verhalen die met de Tweede Wereldoorlog te maken hebben zich niet in West-Europa zouden kunnen afspelen.


Sommige verhalen laten niets aan de verbeelding over, bijvoorbeeld dat verhaal over een vampier, of het verhaal van de onweerstaanbare modeverkoper. Het verhaal over het Milgramexperiment (hoever gaat iemand met het pijnigen van een ander als hij daar opdracht toe krijgt) heeft hier een andere bijzondere invulling gekregen.


De vertelling over de postduiven die na zoveel jaar terugkeren naar hun honk zal lezers met een gevoel voor het magisch-realistisch zeker bevallen. Het is een bijzonder verhaal! Ook het verhaal over de mishandelde hond is magisch, en dat komt niet doordat hij praat. Niet alleen toch.
En magisch zo kun je het verhaal over de bankbediende ook noemen, al ligt dat weer in heel andere sferen. Als deze bankmedewerker de pastoor lastig valt met zijn ideeën over het godsbegrip, besluit de pastoor dat hij eens even flink uit de band moet springen met het collectegeld.
Er is een beetje sciencefiction, en een bizar verhaal waarin het verleden het heden inhaalt…


Het zal intussen duidelijk zijn: het is een bundel verhalen met voor elk wat wils. En zoals dat gaat met verhalen: als eentje je wat minder aanspreekt, komt al snel het volgende!


Eric de Brabander (Curaçao, 1953) studeerde tandheelkunde in Nederland, werkte enige tijd aan een universiteit in New York en keerde daarna definitief terug naar Curaçao.


ISBN 9789493214040 | paperback | 244 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | maart 2021

© Marjo, 21 april 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het licht is hier veel feller
Mareike Fallwickl


Aanvankelijk dacht ik, bij het lezen van de eerste pagina's, daar heb je weer zo'n auteur die een verlengstuk van zijn geslachtsdeel is. Het boek begint namelijk met Wenger, een voormalig gevierd schrijver, die 'zijn geslachtsdeel beroert' zoals Gerard Reve het altijd zo mooi wist te zeggen. Zijn opvattingen over vrouwen komen ook niet veel verder dan oppervlakkige opmerkingen over uiterlijk en mate van 'bruikbaarheid'.


Deze opening van het boek stond me tegen. De neiging om het boek dicht te slaan was groot. Maar ineens drong tot me door dat dit boek geschreven is door een vrouw. Haar vorige boek bleek genomineerd voor de Oostenrijkse Buchpreis. Ze was dus niet een schrijfster die zomaar snelscorende prikkelende literatuur wilde schrijven. Ook de uitgever van dit boek geeft nooit pulp uit.
Daardoor werd mijn nieuwsgierigheid gewekt. Waarom beschreef Mareike Fallwickl zo'n type man?


Het verhaal blijkt over een uiteengevallen gezin te gaan. De ouders zijn namelijk net gescheiden. De moeder, Patrizia, woont nu samen met Reto, een 'spierbundel' van vijfentwintig. Dochter Zoey en zoon Spin wonen ook bij haar. 
Wenger heeft voor zichzelf een appartement gekocht, de dozen staan nog ingepakt, het een enorme puinhoop in huis, zijn zus Elizabeth komt elke week eten brengen en de troep opruimen. Zoey en Spin komen met forse tegenzin een maal in de twee weken een weekend bij hem. Helaas voor zijn kinderen zijn voor Wenger zijn seksuele avonturen en het schrijven belangrijker. De scheiding vindt hij vervelend evenals het bezoek van zijn kinderen maar hij is dus meer met zichzelf bezig, vooral met zijn schrijfcarrière die al een aantal jaren niet goed loopt. Hij komt over als een vervelend, verwend, egocentrisch figuur.


Patrizia, de ex vrouw van Wenger, is in feite hetzelfde. Haar blik is alleen maar gericht op haar blog, waar ze veel succes mee heeft, ze verdient geld als water. Daardoor ziet ze haar kinderen nauwelijks staan, haar werk is alles. Zoey wordt voornamelijk gebruikt als voorwerp, als een reclameobject, ze pronkt met haar jeugdige uiterlijk, zo moeder zo dochter, even mooi en slank. Zoey walgt ervan. Spin hangt er een beetje bij. Daardoor weten zowel vader als moeder niet wat er met hun kinderen gebeurt, wat zij willen en wat er in hun omgaat.


De tergende houding van de beide ouders, doen je tenen krommen. In feite gedragen de kinderen zich veel volwassener dan hun ouders. Broer en zus hebben een onverbrekelijke band, wat uiteindelijk hun redding ook is. Zij vangen elkaar op en steunen elkaar door dik en dun. Gelukkig is Barbara er ook nog.
Toch lijken alle vier de personages op hun manier te zoeken naar verbinding. Alleen vinden jong en oud elkaar daar niet in.

We lezen ook over de ontwikkeling die Zoey doormaakt. Ook zij zoekt verbinding bij een oude jeugdvriend maar die wordt niet opgepakt, wel uitgebuit.Spin ondergaat de weg naar volwassenheid op zijn eigen, unieke manier en komt daar flinke hobbels tegen. Beide kinderen zijn door de houding van hun ouders op zoek naar een plek waar ze zich goed bij voelen. Thuis is dat er niet. Moeder zegt dat Zoey moet leren als een oester te zijn, gesloten voor alle invloeden, maar Zoey bedenkt zich later dat ook niemand dan de parel zal zien.


Als Zoey iets erg overkomt wordt haar hulproep door de egocentrische Wenger en Patrizia niet gehoord of opgemerkt, te druk als ze zijn met hun eigen lege leven.


We lezen over Wenger en zijn zoektocht naar inspiratie, die hij uiteindelijk vindt in brieven van een vrouw geschreven naar de vorige bewoner die haar minnaar bleek te zijn. Helaas liet de minnaar haar vallen toen zij op een vreselijke werd bedreigd en gebruikt. Het verhaal windt Wenger op...
Hij weet niet dat zijn dochter de brieven ook leest en daar kracht uit haalt.


Alle vier de hoofdpersonages in dit boek ondergaan uiteindelijk een ontwikkeling ten goede en uiteindelijk blijkt het verhaal het tegendeel van de openingszinnen te zijn. De positie van de vrouw en de houding en macht van mannen, blijkt het hoofdthema te zijn. De #MeToo beweging loopt als een rode draad door het verhaal.
Achteraf gezien is het een indrukwekkend en knap geschreven boek.


ISBN 9789046826362 | Paperback | 352 pagina's | Nieuw Amsterdam | oktober 2020
Vertaald door Irene Dirkes

© Dettie, 10 april 2021

Lees de reacties en/of reageer, klik HIER

 

Nooit meer wachten
Sarah van der Maas


In dit indrukwekkende boek draait het vooral om eigenheid. De vraag is: Blijf je jezelf in moeilijke omstandigheden? Of ga je mee met de ander om je eigen hachje te redden? Ook draait het om kinderen en hun ouders en de invloed die ze kunnen hebben op elkaar.


In dit boek maken we kennis met de negenjarige Gabriel en de Engelse soldaat Ralph Lawrence en de Duitse majoor August Klosterman. Deze combinatie is al fascinerend. Het verhaal speelt zich namelijk af in de Eerste Wereldoorlog en je verwacht dat het verhaal in deze roman zich voornamelijk rond de soldaat Ralph en majoor August zal afspelen. Dat is deels ook zo maar de kleine Gabriel speelt toch echt de hoofdrol.


Gabriel is onverwacht achtergebleven in zijn dorp, nadat zijn moeder met zijn broertje en zusje vertrokken is. Hij woont in een bijna platgebombardeerde basiliek en zoekt op het slagveld naar voedsel en waardevolle spullen waardoor hij zich in leven kan houden. De basiliek en de slagvelden zijn Gabriels koninkrijk waarvan hij de koning is.
De majoor heeft een zwak voor de jongen. Gabriel doet hem denken aan zijn lang geleden overleden zoon.


Maar op een dag vindt Gabriel een gewonde Engelsman en omdat hij ook alle dieren verzorgd, die gewond zijn, is het voor hem vanzelfsprekend dat hij de Engelsman eveneens verzorgd. En vanaf die dag moet Gabriel laveren tussen zorg en loyaliteit. De Duitse majoor mag natuurlijk niets over de Engelsman weten maar Gabriel is de majoor langzamerhand als een vaderfiguur gaan zien. De jongen voelt zich verscheurd maar ook verantwoordelijk.


Het wrange is, dat Gabriel zijn eigen ouders ontzettend mist, gelukkig ontvangt hij brieven van zijn moeder, die steeds uitlegt waarom zij niet naar hem toe kan komen. Die brieven zijn Gabriels houvast. De Engelsman is ook op zoek naar zijn vader, die voor de oorlog verdween naar Frankrijk. Hij zal en moet hem vinden. Maar heel langzamerhand komen we er achter hoe alles werkelijk in elkaar steekt. Zowel aan Gabriel als Ralf en August worden zaken onthuld over hun ouders, omstandigheden, achtergronden en acties, die de harde waarheid blijken te zijn. En hoe ga je daar in hemelsnaam mee om.


Al met al is het een indringend verhaal dat zich in twaalf dagen afspeelt en steeds vanuit het perspectief van de drie verschillende personages verteld wordt. Dat maakt het verhaal des te aangrijpender. Elk personage heeft zijn eigen reden om in deze waanzinnige oorlog te fungeren, en die reden is wrang, onthutsend en aandoenlijk.
Een prachtig debuut, dat staat als een huis.


ISBN 9789023960065 | Paperback | 352 pagina's | Mozaïek | oktober 2020

© Dettie, 2 april 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Nooit meer wachten
Sarah van der Maas


In de laatste dagen van de Eerste Wereldoorlog is een negenjarige jongen achtergebleven in de puinhopen van het front. In het dorp Albert (niet genoemd in het boek, maar wel duidelijk dat het om dit stadje gaat) zitten de Duitsers, terwijl de geallieerden naderen. De burgerbevolking is op de vlucht geslagen, als ze al niet omgekomen zijn bij de bombardementen.


In de zwaar gehavende basiliek schuilt de jongen, Gabriel, die het weet te redden door wat hij vindt in het niemandsland, in de al dan niet verlaten loopgraven. Een jonge vrouw, Berthe, uitbaatster van de kroeg houdt hem in de gaten en een Duitse majoor zorgt een beetje voor hem. De majoor is een veteraan van de Frans-Duitse oorlog in 1870. Hij ziet in de jongen steeds meer de zoon die hij zelf nooit had.


Dan stuit Gabriel op een gewonde Engelse soldaat, de commandant van een tank. Hij die immers altijd al zorgde voor gewonde dieren, kan niet anders dan ook de soldaat meenemen. De man is daar niet onverdeeld gelukkig mee. Hij heeft om persoonlijke reden dienst genomen: hij heeft namelijk een Franse vader, die hij nooit gekend heeft. Hij heeft een eigen – nogal gecompliceerd - verhaal, maar voorlopig is hij overgeleverd aan een joch dat hij nauwelijks verstaat. Een joch dat bovendien op goede voet blijkt te staan met de vijand!
Als de bevrijding dichterbij komt zitten de drie hoofdpersonen midden in de strijd, met ieder hun eigen sores.


‘Was papa maar gebleven.
Waarom moest hij zo nodig naar de oorlog? Als hij op de boerderij was gebleven, was de oorlog vanzelf naar hem toegekomen. Dan had mama niet op reis hoeven gaan en was hij haar niet kwijtgeraakt. Als papa op het land had gepast, waren er vast geen bommen gevallen. Dan waren er nu geen loopgraven geweest, maar roggevelden vol muizen die hij uit de stengels kon jagen zonder voor ze te hoeven zorgen. Dan hoefde hij niet meer iedere avond in de klokkentoren te klimmen met zijn hart in de keel omdat de Maagd verzakt kon zijn, en uren later, als hij nog niemand in zijn veldkijker had gevangen, zichzelf weer naar bed te brengen. Nooit meer wachten – is dat niet het heerlijkste dat er is?’


Onvoorstelbaar zo goed als dit boek is. Het tekent de juiste sfeer, de feiten kloppen. Het verhaal van de basiliek: In 1915 trof een Duitse obus de koepel waardoor het beeld van zijn sokkel loskwam en gevaarlijk voorover ging hangen. Er ontstond daardoor een legende: "Als de maagd valt, zal de oorlog voorbij zijn". Het beeld viel naar beneden op 16 april 1918, de oorlog eindigde in november...


De manier waarop het kind neergezet wordt: het is zeker niet een jongen van negen zoals we die in eigentijdse verhalen aantreffen, kinderen die doordat ze opgegroeid zijn in een andere tijd alleen al daardoor  (eigen)wijzer zijn. Zeker: Gabriel is ook een wijs kind, maar helemaal een kind van zijn eigen tijd. Dat is knap gedaan! De naamkeuze is niet zomaar: hij is als de engel Gabriel…


De vorm van het verhaal is prettig. Er is een afwisseling tussen de periode van twaalf dagen aan het front van De Somme en er zijn flashbacks, waardoor we de personages beter begrijpen. Het kan niet zonder de oorlog, maar het is vooral het verhaal van een mens. Van drie mensen die alle drie een eigen verhaal hebben.
En dat in een prachtige stijl, mooie zinnen, mooie vergelijkingen.
De eerste zin al: 'De ochtend ruikt naar smeulend graan.'
Van deze schrijfster kunnen we nog heel wat verwachten!


Sarah van der Maas (1995, Grijpskerke) studeerde geschiedenis in Leiden en Groningen. Nooit meer wachten is haar romandebuut, maar ze schrijft al verhalen sinds haar dertiende.


ISBN  9789023960065 |hardcover | 352 pagina's | Uitgeverij Mozaïek | oktober 2020

© Marjo, 14 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

En altijd maar verlangen
De liefdesoorlog van mijn ouders
Frénk van der Linden


Dankzij een prachtig interview bij het programma M met de schrijver Frénk van der Linden over En altijd maar verlangen maakte ik kennis met dit boek en ik wist gelijk dit móet ik lezen. Een paar weken later kwam het, via de plaatselijke boekhandel, in mijn bezit en het is inderdaad meer dan de moeite waard.


M zegt het al in haar programma: 'Iedereen zou dit moeten lezen, het is een boek zonder sentiment en gaat over de zoektocht naar het waarom.' Het boek handelt namelijk over de scheiding van Frènks ouders, moeder was op een dag gewoon weg. De wrok bij vader is enorm en de kinderen 'wrokken' met hem mee. Ze willen niets meer met moeder te maken hebben. Ze schrijven zelfs een brief naar de rechter daarover en daardoor wordt besloten dat ze bij vader mogen blijven.


Van der Linden heeft achteraf spijt dat hij zo gehandeld heeft maar op dat moment leek het goed om te doen. Moeder stuurde zeer liefdevolle brieven naar haar kinderen, die aanvankelijk voor de ogen vader werden verscheurd. Maar later, als de eerste pijn wat gezakt is, wil hij de brieven toch wel lezen en stoomt ze stiekem open. Toch zal de schrijver zijn moeder tien jaar niet zien.


Het is Van der Lindens eerste vrouw, Lieneke, die opmerkt dat Frénk het volste recht heeft om zijn moeder te haten, maar zij gaat toch écht zijn moeder opzoeken. Moeder blijkt een leuke, mooie, zeer liefdevolle vrouw te zijn.
Dankzij Lienekes verhalen komt het uiteindelijk tot een ontmoeting tussen Frénk, zijn zus Desiree en hun moeder. Vanaf het eerste moment als ze elkaar zien is het goed. Het is bij die eerste ontmoeting vooral de eigen geur die zo bij moeder hoort, die Van der Linden zo gemist heeft.


Dit alles wordt in briefvorm aan zijn moeder verteld (in het interview vertelt de schrijver dat hij na haar dood begonnen is met brieven schrijven). Het is bijna een persoonlijk document geworden. Van der Linden is heel openhartig en vertelt ook dat hij pas later zag dat het niet alleen moeders schuld was. Na zelf twee maal gescheiden te zijn en de vele diepte-interviews die hij heeft gehouden met mensen van over de hele wereld beseft hij dat hij ook naar zichzelf moet kijken en zijn visie moet veranderen. Hij voelt dat een conflict 'een dans is van twee partijen'.


Na het overlijden van vader, die veertig jaar lang blijft schelden op moeder, schrijft Frénk ook hem brieven en we leren vader Van der Linden als een dominante man kennen, die voornamelijk alleen over zichzelf praat. De verhalen zijn mooi en avontuurlijk, maar enige empathie is de man vreemd. Op gegeven moment beseft Frénk dat hij het, net als zijn moeder, ook koud bij zijn vader had.
Toch durfde hij dat niet te zeggen, hij was bang voor vaders nadrukkelijke aanwezigheid.


Frénk besluit een documentaire te maken over zijn ouders en het bijzondere is dat ze daardoor na veertig jaar elkaar toch weer ontmoeten. Dat wordt zo enorm liefdevol beschreven dat het menigeen voor altijd bij zal blijven. Want bij de twee was in feite altijd maar dat verlangen naar elkaar onderhuids aanwezig.


Maar wat maakt het boek zo bijzonder? Dat is onder andere de stijl, de briefvorm, de ene keer is de brief gericht aan ma, na haar dood mam genoemd, en de andere keer gericht aan pa. Daardoor kon Van der Linden het ook persoonlijk maken zonder te vervallen in een dramatische geschiedenis.  De brieven vertellen het verhaal van vader en moeder, maar ook de persoonlijke gevoelens van de schrijver en hoe hij in de loop der jaren, ouder en wijzer geworden, de gebeurtenissen anders gaat zien. Hij spaart zichzelf daarbij niet. Hij stelt zich kwetsbaar op. Het geheel is daardoor waarachtig, ontroerend en indrukwekkend geworden.
Echt een prachtig koesterboek.


ISBN 9789024588565 | Hardcover | 209 pagina's | Luijting Sijthof | januari 2021

© Dettie, 12 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De smaak van wilde peren
Ewald Arenz


Liss herkent in Sally onmiddellijk de eenzaamheid en chaos die in haar hoofd woedt, ook al hebben ze nog geen woord met elkaar gesproken. De band tussen de twee is er gelijk ook al willen ze dat niet aan zichzelf toegeven.


De zeventienjarige Sally heeft al veel heftige dingen moeten doorstaan. Op het moment dat ze Liss ontmoet is ze op de vlucht, ze is het zat dat er niet naar haar geluisterd wordt, dat zij precies moet doen wat haar ouders en instanties willen. Ze is woedend en het enige wat ze wil is rust, met hoofdletters.


Liss, die circa veertig jaar moet zijn, leeft alleen op een boerderij met veel stukken land die zij ook in haar eentje onderhoud en bewerkt. Ook Liss heeft de nodige toestanden achter de rug. Zij voelt onmiddellijk aan dat Sally, net als zij, behoefte heeft aan anonimiteit. Ze herkent het gedrag van Sally en accepteert het.
Sally mag voorlopig bij haar blijven wonen. Ze geeft haar te eten en een bed en laat haar verder haar gang gaan. Het enige wat Sally van haar moet doen is melden dat ze veilig is.


Sally zit nog vol onrust, ze provoceert, ze scheldt, ze huilt, ze loopt weg en komt weer terug. Liss blijft stoïcijns, ze hoort alles aan en accepteert Sally's gedrag, vooral omdat ze weet hoe het is. Ze weet hoe Sally zich voelt.
Liss pakt het voorzichtig aan, ze vraagt Sally soms om hulp bij het werk, ze laat af en toe merken dat Sally goed is zoals ze is. Dat Sally's hulp en aanwezigheid gewaardeerd wordt. Ze werken samen op de akkers, in de bijzondere perenboomgaard en verzorgen de bijen.


En langzamerhand kalmeert Sally, het even niets moeten, even geen getrek of gezeur aan haar hoofd doet haar meer dan goed. Er ontwikkelt zich een wederzijdse genegenheid, ze voelen zich geborgen bij elkaar, ook al wisselen ze weinig woorden uit.
Heel langzaam, in summiere bewoordingen, durven de twee vrouwen elkaar hun verhaal toe te vertrouwen.


De aanwezigheid van Sally triggert namelijk iets bij Liss en Sally heeft dat door. Er is iets met Liss wat haar blokkeert en de jonge, open en eerlijke Sally maakt iets los. Iets waar Liss eigenlijk niet meer aan wil denken. Het doet teveel pijn. Sally laat het daar echter niet bij zitten. Ze trekt behoedzaam het verhaal uit Liss maar Liss geeft zichzelf niet zo makkelijk bloot. Liss ageert, probeert het af te houden maar Sally gaat door, totdat de bom barst. En zo ontvouwt zich ook het schrijnende verhaal van Liss.


Dit alles maakt het tot een onvergetelijk boek, dat je ademloos en met compassie leest. De mooie stijl die Ewald Arenz hanteert, maakt het verhaal nog intenser.
Hij weet de sfeer en de omgeving perfect neer te zetten, waardoor je het gevoel hebt dat je naar een indrukwekkende film kijkt met prachtige beelden.
Veel van mijn boeken geef ik weg, maar dit boek mag nog een tijdje hier blijven om het te herlezen en te koesteren.


Ewald Arenz (1965) werkt als docent op een gymnasium in Nürnberg. Zijn romans en theaterstukken zijn met talrijke prijzen bekroond. De smaak van wilde peren is zijn eerste boek in Nederlandse vertaling.


ISBN 9789046826522 | Hardcover | 272 pagina's | Nieuw Amsterdam | 12 mei 2020
Uitstekend vertaald door Marcel Misset

© Dettie, 21 april 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Genoeg geweest
De zelfmoordbestanden
Peter Lenssen


‘Het eerste wat Karl dacht toen hij vanuit de metrobuis de trappen opliep naar de straat waar zijn zoon woonde, was: ik ben erin gestonken, dit is een wrede grap, ze doen het vanwege de scheiding en wellicht vanwege Jacquelines dood. Hij achtte ze tot alles in staat. Zijn zoon. Hoezo? Werd hij dan toch door collega’s met een van hun misselijkmakende geintjes te grazen genomen?’


Het verhaal gaat over een man, Karl, die na een telefoontje van zijn baas dat hij niet eens helemaal kan volgen, naar het huis van zijn zoon Merlijn gaat. Hij is werkzaam bij de Geheime Dienst, en gewend aan verregaande voorzorgsmaatregelen. Altijd om je heen kijken, altijd voorzichtig zijn, niemand vertrouwen. Zo gaat hij ook het huis binnen: handschoenen aan, speurend naar camera’s, bedacht op een smakeloze grap. Waar hij niet verdacht op is, is het vinden van een lijk. Het duurt een tijdje voor het tot hem door dringt dat de dode Merlijn is.
Dit voorval schokt hem tot in het diepst van zijn ziel, ondanks dat hij helemaal geen contact had met zijn zoon. Toen na de scheiding van Jacqueline Merlijn voor zijn deur stond, deed hij niet open, weigerde contact. Hoe slecht het ging met zijn ex wist hij dus niet. Zij is een paar maanden eerder overleden.


‘Ik ben niet bang voor de waarheid, wat die waarheid ook is.’


Is dat zo? Hij hield geen rekening met Merlijn. Wist ook niet dat die het in hem had, maar na zijn dood weet de jongen zijn vader alsnog zover te krijgen dat hij aan zelfonderzoek doet. Hij moet toegeven dat hij een bar slechte vader was, en een slechte echtgenoot. Hield hij van hen, had hij het in zich, de mogelijkheid om lief te hebben?


Het werk bij de Geheime Dienst kwam hem wel goed uit: hij mocht immers niets vertellen, nergens over praten, had onregelmatige diensten. En terwijl hij van onbekenden de meest intieme details te weten kwam door het spionagewerk, had hij geen flauw idee wie zijn vrouw en kind waren. Nu beseft hij dat hij hun leven verziekt heeft. Zijn eigen leven ook, maar als we later in het boek kennis maken met zijn broer Jochem, begrijpen we dat beter.
Er is geen excuus, hoogstens kan er begrip zijn. 


Dat is er in ieder geval voor wat er gebeurt als Karl het werk weer hervat en tijdens een observatieklus het besef doordringt: wat is hij eigenlijk aan het doen?
Maar hoe moest het nu verder? Had hij nog een leven dat de moeite waard was?


En dan heeft Merlijn postuum nog een verrassing voor hem. Hij heeft filmpjes gemaakt, en die op ingenieuze wijze klaargezet voor zijn vader, die niet in staat is het te negeren. Er is het meisje waar de vader niets van wist, die al jaren een rol speelde in Merlijns leven.
En dan is er ook nog de broer, en een overweldigende waarheid.


En wat de waarheid is voor Karl, is een waarschuwing voor de lezer. Willen we echt deze tijd waarin privacy vaak niet meer te vinden is, waarin het Big Brother is watching you steeds meer opgeld doet? Een tijd waarin iedereen meer en meer alleen maar bezig is met zichzelf?


Wat de Grote Schrijvers eerder nauwelijks voor elkaar kregen, is Peter Lenssen gelukt: het lezen van dit boek dringt tot in je diepste poriën, het overweldigt, schokt en laat een enorme treurnis achter. Treurnis over een wereld die voor velen niet een roman, maar een werkelijkheid is.
Daarmee is het niet het makkelijkste boek om te lezen. Het maakt de lezer somber en dat ligt niet alleen aan het verhaal zelf. De stijl roept een akelige naargeestige sfeer op, en toch: je leest door, omdat het ook mooi is. Alsof er een hemel beschreven wordt met dreigende donkere wolken waar toch hoopvolle lichtstraaltjes doorheen schijnen. Of de schrijver zijn lezer die hoop gunt?


Peter Lenssen (Kunrade, 1957) schrijft romans, gedichten, verhalen en columns. Zijn roman ‘Toplöss’ handelt over Limburgse mijnwerkers, anarchisme en de Spaanse burgeroorlog, de roman ‘In dit land wil niemand wonen’ heeft als achtergrond de vluchtelingenproblematiek. ‘Pleisterplaats Belleville’ was een ode aan Charlie Hebdo en de vrijheid van het woord. Deze roman werd genomineerd voor Halewijnprijs 2018 en Peter Lenssen won er de Reinaerttrofee 2018 mee.
De omslag van Genoeg geweest is getekend door Theo Lenssen, broer van.


ISBN 9789062657971 |paperback | 318 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | februari 2021

© Marjo, 8 april 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het meer
Harman Nielsen


Diyan fotografeert. Niet zomaar wat kiekjes schieten, hij doet er echt moeite voor. Zijn brood kan hij er niet mee verdienen, daarvoor werkt hij in de supermarkt.


Die nacht is hij een bouwval binnengeslopen. Het zal ooit een fabriek geweest zijn, er zijn rijen boogramen, een ketelhuis en een hoge schoorsteen. Er zit bijna nergens meer glas in, en overal woekeren braamstruiken.
Diyan moet voorzichtig zijn, hij heeft al bewakers gezien. Als die hem betrappen zal hij er niet zo makkelijk van af komen, denkt hij. Zijn bedeesdheid en zijn donkere uiterlijk nodigen er blijkbaar toe uit om hem er flink van langs te geven.Zo was het op school altijd al: hij verweerde zich nooit, ze noemden hem ‘die tere Indiër’ of ’die slappe Hindoe’.


Er vliegt een klein steenuiltje rond, dat zich niets van hem aantrekt. Verder is er niemand, zoals hij hoopte en verwachtte. Eigenlijk wil hij foto’s maken met het licht van het ‘blauwe uur’, dat net na zonsondergang te zien kan zijn. Maar het is bewolkt, dat lukt dus niet. Dan maar wat foto’s maken, en een andere keer terugkomen. Eerst verkent hij de ruïne, maar het is al te donker.


‘Evengoed richt hij zijn toestel op de lege boogramen, op zo’n bekorste kolom, op een andere, op de geroeste spiraal van de trap. Telkens als hij afdrukt, galmt de klik van de in zijn camera opklappende spiegel door de verlaten ruimte, wat hier nog luider klikt dan buiten. Komt het daardoor dat hij de gewaarwording krijgt zo meteen te zullen worden betrapt? Feitelijk is het meer het gevoel dat hij niet langer alleen is.’


Maar er is alleen het steenuiltje dat hem in de gaten houdt.
Hij verlaat de fabriek, en zet thuis de foto’s over op de computer. Hij schrikt. Hij was immers alleen? Maar hij ziet toch echt een gezicht op die ene foto! Tenminste, hij ziet een hartvormige vlek, een breed voorhoofd, ongewoon hoge wenkbrauwbogen, bleke bolle wangen, wijd open ogen….


De volgende avond is hij terug. Niet eens vanwege dat gezicht. Maar toen hij die foto maakte had hij een vreemd gevoel: de ruimte dijde uit, De muren verschoven. Er was ‘méér’ en dat wilde hij onderzoeken. Het gebeurt hem vaker: er is ‘iets’ op een bepaalde plek. Iets meer dan het oog ziet. En dat iets dat is wat hij wil vastleggen. Het magische van een plek, van een bepaald tijdstip.
Terwijl hij wacht op het juiste licht, doezelt hij weg.
Als hij zijn ogen weer open doet, staat er iemand… een meisje. Het meisje van de foto.


Als hij haar volgt – ze is vast een zwervertje – neemt ze hem mee, naar een plek in de kelders.
Maar wat hij daar ziet, dat kan toch niet?
Het avontuur dat hij vervolgens beleeft, bevreemdt hem. Is dit allemaal wel echt wat hij aantreft? Maar als dat zo is, dan mogen de bewakers hem helemaal niet vinden! Hoe moet hij dat verhinderen?


Het verhaal bevreemdt niet alleen de hoofdfiguur, ook de lezer blijft achter met een gevoel van twijfel: wat was dit nu? Er zit meer achter dan je op het eerste gezicht denkt, maar wat dan?


Het is niet alleen het verhaal waardoor je die indruk krijgt, het is vooral de poëtische schrijfstijl waarmee Harman Nielsen een magische sfeer neerzet. Magisch maar tegelijk heel filmisch: het is alsof je het allemaal kunt zien. In de details zit een verklaring verscholen. De naam van het meisje, en de benaming die ze krijgt.
Toch blijft het magisch: je kan het ook anders duiden. Als je het al wil duiden, want eigenlijk is dit een verhaal dat je proeft, een sfeer die nog lang blijft hangen.


Harman Nielsen is de auteur van diverse romans en van de 7-delige fantasyromancyclus Het verscholen volk (afgesloten in 2017). In 2018 verscheen Mal, een psychologische roman.


ISBN 9789062657728 |paperback | 112 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | januari 2021

© Marjo, 31 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Onder de sneeuw een Indisch graf
Frans Lopulalan
 

‘Jongen, als ze je vragen waar je vandaan komt, zeg dan nooit dat je uit Woerden komt, maar uit Porto op Saparua.’

Maar hij is geboren in Nederland, in het kamp, waar hij gelukkig was.
Tussen de regels door proef je het onvermogen van de zoon, geboren en getogen in Nederland, die zijn weg heeft gevonden en zich niet helemaal kan inleven in de vader die tot op het laatst verteerd wordt door heimwee naar Zijn land.


De schrijver herinnert zich hoe zijn leven drastisch veranderde toen hij in de eerste klas zat. Als jong kind had hij niet echt in de gaten dat de omstandigheden waarin het gezin Lopulalan leefde en woonde in het Ambonezenkamp te Woerden, niet normaal waren.
Hij kende geen andere wereld dan deze. Hij had geen problemen met het feit dat ze alles hoorden wat de buren deden, en zij ook van hen ieder geluid konden horen. Dat ze in de keuken geen heet water hadden en dat ze elders in het kamp de afwas gingen doen, dat was toch gezellig?


‘Mijn ouders hebben de houten vloer niet geruststellend voelen golven als mijn vader tijdens zijn betogen met verende stappen heen en weer door de kamer liep. Ook wisten ze niet dat ik rustig insliep als mijn vader ’s avonds laat thuiskwam en ik zijn voetstappen in de lange gang tussen de wooncompartimenten herkende.’


Het waren de jaren vijftig van de vorige eeuw. Met andere KNIL-militairen kwamen ook groepen Molukkers naar Nederland. In Indonesië zijn ze niet meer veilig als Nederland de strijd heeft verloren. Noch de Nederlanders noch de Indonesiërs willen iets horen over een Onafhankelijke Molukse Staat.


Een groep Molukkers, waaronder het gezin Lopulalan wordt in Woerden gehuisvest. De vader van Frans is beter geschoold dan menige andere kampbewoner, en wordt vaak om hulp gevraagd. Thuis voedt hij zijn kinderen op volgens de tradities, waarin ook de overledenen deel uit maken van het leven. Ze worden tweetalig opgevoed: ze leren zowel Nederlands als Maleis.


In het kamp lieten Hollanders zich niet zien, mikpunt van plagerijen als ze dan waren. Alleen de man die de officiële leiding had over het kamp, de man van de wasserij, de visboer, de bakker en de knecht van de groenteboer waren graag geziene gasten. Natuurlijk werden de dokter, de dominee en de agent ook vriendelijk behandeld.
Schokkend - en lachwekkend - is het verhaal over de barones, die zo graag door de krullen van de kleine Ambonezen wroette en zelfs durfde te vragen of de heer en mevrouw Lopulalan er eens over wilden denken om Frans bij haar achter te laten!


Gaandeweg kwam er een inburgering tot stand: de kinderen gingen naar scholen buiten het kamp en de wekelijkse kerkgang was naar de katholieke kerk te Woerden. Maar de verhuizing was voor de jonge Frans een schok. Hij wilde niet weg, hij had het nu hij in de eerste klas zat eindelijk naar zijn zin op school.
Natuurlijk vertrokken ze: naar Leerdam.


Dit het eerste verhaal, De barak geheten. Het tweede verhaal, De Veertigste dag, gaat over een periode lange tijd erna. De ouders wonen nog in Leerdam, de zonen zijn uitgevlogen. Er is niets terecht gekomen van een onafhankelijke staat, en ook een reis naar Saparua is er nooit van gekomen. Vooral de vader leeft zijn leven gelaten, teleurgesteld in de politiek en in zijn zonen.
Als Frans hem komt vertellen dat hij gaat scheiden, zucht hij eens diep. Hij wist het al, zegt hij. Hij had immers gezien hoe zijn (overleden) ouders altijd met de rug naar Frans’ partner bleven staan.


Bij de te weinig frequente bezoekjes waren er de filosofische lessen, die Frans nooit vergat.


‘Onthoud dit goed, jongen: laat de woede in je razen, maar zoek geen object. De oorlog van onze geesten is alleen te winnen als je niet naar een tegenstander zoekt om op neer te kijken. Probeer daarnaar te leven, beloof me dat.’


Meer wijze lessen krijgt de zoon van zijn vader, de man die het leven dat hem gegeven werd aanvaardt. Omdat hij geen andere keus heeft.
Deze twee verhalen tonen de liefde die de schrijver had voor zijn vader, misschien bij leven te weinig onderkend, maar nu in dit boek dubbel en dwars goedgemaakt. En vader Lopulalan heeft vast en zeker achter hem gestaan en goedkeurend meegelezen.


Onder de sneeuw een Indisch graf is de debuutroman uit 1985 van Frans Lopulalan (1953–2020). Van zijn hand verscheen in 1994 nog Dakloze herinneringen. De uitgave van 2021 heeft een voorwoord van Ernst Jansz.


ISBN 9789062651849 | Paperback | 165 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer| februari 2021

© Marjo, 13 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De crèche
Elle van Rijn

De Joodse crèche In Amsterdam bevond zich sinds 1906 tegenover de Hollandsche Schouwburg. In 1941 werd het gebouw door de Duitsers bestempeld als Joodse Schouwburg: er mochten alleen Joden optreden en ook de toeschouwers moesten Joods zijn. Een jaar later werd het toneel ontmanteld, en werd de ruimte gebruikt voor Joden die zouden worden gedeporteerd. Het werd er al snel veel te vol, zodat Hauptsturmführer Ferdinand Aus der Fünten in oktober 1942 besloot dat de crèche, immers handig er tegenover gelegen, als opvang voor opgepakte kinderen moest gaan dienen. Kinderen tot twaalf jaar, die zonder pardon werden gescheiden van hun ouders.
In de crèche werkt de dan zeventienjarige Betty Oudkerk op wie schrijfster Elle van Rijn haar verhaal baseert.


Het verhaal beperkt zich tot de jaren 1942 en 1943. In die tijd werden zo’n 70.000 Joden daar verzameld en op transport gezet naar Westerbork of Vught. 
Onder leiding van crècheleidster Henriëtte Pimentel en met de hulp van andere collega’s weet Betty 600 kinderen weg te smokkelen. Zij werden ondergebracht op onderduikadressen en zo gered van deportatie.


Het verhaal over hoe dat in zijn werk ging, hoe Pimentel en Walter Süskind het plan uitvoerden dat zij bedacht hadden, lees je in deze roman. Gebaseerd op de feiten, maar gefictionaliseerd. Namen zijn soms veranderd, en gebeurtenissen aangepast om het verhaal goed te laten lopen.
Dat is gelukt. Het is aan aangrijpend verhaal geworden, al blijf je je er over verbazen hoe het mogelijk was dat dit gebeurde. Waarom was er niet meer verzet?


In chronologische volgorde wordt het verhaal verteld, waarbij boven ieder hoofdstuk een tijdsaanduiding staat en een korte historische schets over ter zake doende oorlogsfeiten. Bijvoorbeeld welke nieuwe maatregelen er afgekondigd waren om de Joden het leven moeilijk te maken.
Het persoonlijke verhaal van Betty wordt verteld: over haar familie, immers ook Joods, en dus doelwit van de Duitsers. Over haar vriendschappen en romantische relaties. En over haar reacties over alles gebeurtenissen. Hoe moeilijk zij – net als de anderen – het had met de keuzes die moesten maken: welk kind red je, en welk kind laat je deporteren. Ze wisten wat er met al de gedeporteerden ging gebeuren.
Hoe kun je als jong volwassene een keuze maken over leven en dood?
Zelf wist Betty tenslotte te ontkomen, wat niet iedere medewerkster van de crèche lukte.
Als het verhaal afgelopen is volgt er nog een nawoord: hoe het boek tot stand kwam; wat er met de betrokkenen gebeurde nog tijdens de oorlogsjaren of erna. En een bibliografie.


Elle van Rijn (1967) studeerde aan de Toneelacademie in Maastricht en speelde in verschillende theaterstukken en musicals. Het grote publiek kent haar als de comédienne uit Sam Sam, de film Liever verliefd en als drama-actrice in GTST. Elle van Rijn schreef eerder twee succesvolle romans: De tragische geschiedenis van mijn succes (2006) en De hartbewaakster (2008).


ISBN 9789048854974 | Paperback | 336 pagina's | Hollands Diep | december 2020

© Marjo, 7 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER