Nieuwe boekrecensies

Aurora schrijft
H.M. van den Brink


H. M. van den Brink heeft een verpletterende indruk achtergelaten met zijn debuut Over het water. - In Amsterdam Noord, net over het IJ, is zelfs een aantal jaren geleden een boekwinkel geopend met deze titel als naam. -  Om zo'n prachtig stil en gestileerd boek te evenaren leek een hele opgave. Maar dat Over het water geen toevalstreffer was, bewees Van den Brink met zijn volgende boeken. En nu is er deze prachtige roman, Aurora schrijft.


Zoals op Van den Brinks website te lezen is, was het het uitgangspunt van deze roman het verhaal rond de Catalaanse schrijver Joseph Pla (1897-1981) die meer dan duizend pornografische brieven ontving van Aurora. Hij betaalde voor deze brieven. Van den Brink meldt dat Pla in zijn dagboeken de ontvangst en zijn gevoelens erbij noteerde, zoals: "brief van A. – bevredigend’ of ook wel: ‘teleurstellend’ maar als er geen brief was dan schreef hij alleen maar moedeloos, of misschien wel wanhopig: ‘geen brief van A.’ Dat kleurde kennelijk de dag."
Dit gegeven prikkelde Van den Brinks fantasie en uiteindelijk, na een aantal jaren van uitstel omdat hij niet wist in welke vorm hij het verhaal zou gieten, ontstond dit boek Aurora schrijft.


We lezen hoe Pla aan boord van een olietanker gaat om voor het laatst Aurora, de liefde van zijn leven, te bezoeken in Buenos Aires waar zij inmiddels woont met haar man. Maar heden en verleden wisselen elkaar af en zo komen we te weten hoe en waar Pla en Aurora elkaar ontmoet hebben en hoe de paar jaar dat zij bij hem woonde verliepen.
Het bijzondere is dat Aurora degene was die alles bepaalde. Zij besloot, aanvankelijk tot Pla's schrik, dat zij bij hem ging wonen - ze reisde gewoon mee naar zijn huis -  en zij vertrok weer toen zij vond dat hun tijd er op zat. Er is geen sprake van onderdanigheid of onderdrukking. Ze blijft een vrije, ongrijpbare vrouw die precies weet wat ze wel en niet wil. Dát is ook wat het boek zo interessant maakt. Aurora blijft in feite toch een mysterie ondanks dat er veel over haar verteld wordt.


In het eerste deel, lezen we alleen het verhaal van Pla, hij blijkt ondanks dat hij als een groot schrijver en verhalenverteller gezien wordt, toch ondergeschikt aan Aurora, hij is in haar ban, geobsedeerd door haar. Hij raakt die obsessie ook nooit meer kwijt.


In het tweede deel vertelt Aurora haar verhaal, en waarom en hoe ze de brieven schrijft, wat overigens een grote verrassing is. Ook lezen we hoe de ontmoeting na al die jaren verloopt, en wordt de vraag of de grote liefde de tand des tijds doorstaan heeft, beantwoord.


H.M. van den Brink registreert, hij houdt afstand, maar daardoor kan het verhaal ook verteld worden zonder af te glijden naar banaliteiten.
Kortom, een prachtig, fascinerend verhaal dat je van het begin tot het eind in zijn greep houdt.


ISBN 9789025458096 | Paperback met flappen | 239 pagina's | uitgeverij Atlas Contact | januari 2020

© Dettie, 1 april 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De blauwe pen
Samar Yazbek


Syrië is een land met een grote diversiteit aan religies en nationaliteiten. Zonder op de ingewikkelde voorgeschiedenis in te gaan, zal het duidelijk zijn dat het land nauwelijks stabiel te noemen was sedert het land gevormd werd na de Eerste Wereldoorlog. In naam democratisch heeft het land veel onderdrukking gekend. Zo ook onder het bewind van Hafez-al-Assad, die in 1963 de macht grijpt. Zijn regeerperioden hield vervolging in van de soennieten en alle seculiere politieke formaties die hem tegenstaan: communisten, Syrische nationalisten, zelfs criticasters vanuit zijn eigen partij.


In 1979 begint de gewapende opstand van de Moslimbroederschap tegen Assad en zijn bewind. De opstand eindigt in 1982 met de overwinning van Assad na het wreed neerslaan van de opstand in Hama. Bij deze belegering en bijna totale vernietiging zijn minstens 30.000 mensen gedood – wat nog altijd gezien wordt als een van de ergste bloedbaden uit de geschiedenis van Syrië.


Na zijn dood in 2000 nam zijn zoon Bashar Al-Assad de macht over. De hoop op rust vervliegt al snel. Onder het regime van Bashar worden de rijken rijker, de armen en de middenklasse steeds armer. Als in 2011 in buurlanden de Arabische lente begint, wordt het ook in Syrië onrustig. Zoals we weten wordt Syrië het terrein van bombardementen en slachtpartijen, waarbij al 370.000 slachtoffers vielen.


Te midden van de strijd proberen mensen te overleven. Zo ook de hoofdpersoon van De Blauwe Pen, een meisje dat vertelt over haar belevenissen. Rima is een bijzonder kind. Ze kan wel praten, maar doet dat al vanaf haar vijfde jaar niet meer nadat ze een keer ontsnapt was aan haar moeder en verloren gelopen was in de grote drukke stad.
Ze vertelt hoe ze haar leven lang vastgebonden zit ‘omdat haar voeten altijd willen lopen.’ De doctoren hebben vastgesteld dat haar hersenen normaal werken, hetgeen de lezer zeker kan beamen bij het lezen van haar verhaal. Ze schrijft vanuit een souterrain, waar ze vastgebonden zit zonder gezelschap. Ze is in Ghouta, maar komt oorspronkelijk uit Damascus.


Met de pen die ze in haar verblijf gevonden heeft vertelt ze - de lezer rechtstreeks aansprekend - over haar leven tot dan toe en over wat er om haar heen gebeurt. Ze heeft een heel eigen alfabet gemaakt, waarin de letters tekeningen zijn. Ze schreef, las en tekende, sinds ze dat geleerd had van de bibliothecaresse van de school waar haar moeder werkte. Deze Sett Souad heeft er voor gezorgd dat haar leven geen hel werd.


‘Ons onderkomen bestond uit een kamer, waarin zich ook de keuken en de wc bevonden. We wasten ons in de keuken. Mijn moeder gedroeg zich de hele tijd alsof ze in de gaten werd gehouden. (-) Wat mijn broer betrof, die had me altijd al kwaad geleken, maar zijn irritatie leek de afgelopen maanden een graadje erger te zijn geworden.'


In dit kleine stukje tekst wordt een heel leven geschetst. Het is oorlog, de zogenaamde veiligheidsbrigades maken het leven onzeker. De stad Damascus raakt verdeeld in zones, gescheiden door checkpoints. Als haar moeder haar dochter mee wil nemen voor een bezoek aan Sett Souad loopt het fout. Sima raakt haar moeder kwijt, belandt in een ziekenhuis waar ze vreselijke dingen ziet. Haar moeder hield haar weg van het nieuws, en Sima is nog jong, ze begrijpt nauwelijks de implicaties van wat ze ziet, maar beschrijft het wel. Haar broer haalt haar op, neemt haar mee naar de belegerde zone, Oost-Damascus. Na een belegering is ze haar broer kwijt, en wordt ze door diens vriend Hassan, naar het souterrain gebracht in Ghouta waar ze zich nu bevindt. Tegen die tijd is zij een tiener, een meisje dat verliefd wordt op haar redder.


‘Misschien begrijp je mijn woorden niet goed, omdat ik schrijf zoals het in me opkomt, zonder logische volgorde – hopelijk neem je me dat niet kwalijk? Ik ben nooit een schrijfster geweest, ook al heb ik in mijn kist tientallen verhalen bewaard die ik in de loop der jaren heb geproduceerd, met teksten die ik schreef en tekeningen die ik maakte en kleurde – dat had ik je al verteld.’


‘Eenmaal uit de licht gevallen lijken de voorwerpen anders dan wat ze in werkelijkheid zijn. Ik heb de scherven van een granaat gezien, dat zijn gewoon stukken ijzer die niets waard zijn.. Dat ijzer heeft een verbazingwekkende eigenschap: zodra het door een vliegtuig is afgeworpen, verandert het in een monster.’


Het verhaal dat de journaliste Samar Yazbek vertelt, berust op feiten, heeft de vorm gekregen van fictie. Ze beschrijft tussen alle ellende door ook de Syrische samenleving, waar we uit kunnen opmaken dat de rol van de vrouw zeer klein is, en lezen we hoe een vrouw altijd bang moet zijn voor verkrachting.
Vastgebonden is het haar onmogelijk uit de ruimte te ontsnappen. Maar dat is goed, zegt ze, ze zou maar gaan lopen en dan kan Hassan haar niet meer vinden. Maar hij blijft lang weg…


Dit ongelooflijk indringende en hartverscheurende verhaal laat je niet los. We kennen de beelden die je overigens ook zonder de journaals op de televisie voor je ziet, bij het lezen. Terwijl het tot het meisje niet lijkt door te dringen wat er aan de hand is, weet de lezer dat wel. Wil je bij de meeste boeken weten hoe het afloopt en lees je snel door, bij dit boek wil je dat niet.


Samar Yazbek is een Syrische schrijver en journalist. Ze werd geboren in Jableh, Syrië, in de buurt van Latakia, in 1970, en studeerde Arabische literatuur aan de universiteit van Latakia.


ISBN 9789493081185 | Hardcover | 356 pagina's | Uitgeverij Orlando/ Oxfam Novib | december 2019
Vertaald uit het Frans door Martine Woudt

© Marjo, 25 maart 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kom hier dat ik u kus
Griet op de Beeck


'Kom hier dat ik u kus'. Het is Louis die deze woorden tegen Mona zegt. En juist deze woorden zorgen voor de grote ommekeer. Mona  is het beu.
Het is die commanderende toon dat die omslag veroorzaakt. Hij had immers net zo goed even naar Mona kunnen lopen om  haar een kus geven. Louis is  immers gewend dat zijn eisen normaal zijn en ingewilligd worden. Maar er is iets geknapt in Mona, zij wil niet meer opdraven als een ander iets wil. Dat gebeurt haar hele leven al. Het is genoeg geweest.
Ze wil vrij zijn, doen en laten wat ze zélf wil en niet meer geïnstrueerd worden door een ander, niet meer woorden inslikken en zich schikken.


Het begint al in haar jeugd. Moeder Agnes overlijdt jong en vader hertrouwt snel met Marie, een labiele vrouw die overal bevestiging in zoekt. Mona zegt bepaalde dingen maar niet, probeert altijd te schipperen tussen iedereen om vooral de lieve vrede te bewaren. Ze noemt Marie af en toe maar mama, omdat Marie dat zo graag wil.


Marie is ongelukkig in haar huwelijk en Mona, gevoelig als ze is, krijgt daar alles van mee. Vader verschuilt zich in zijn tandartsenpraktijk en de naar liefde en waardering hunkerende Marie zoekt dat dan maar bij de kinderen van vader. Als ze een eigen kind krijgt, gaat het van kwaad tot erger. Opnieuw is het de jonge Mona die de postnatale depressie van Marie opvangt.
Griet op de Beeck weet dit invoelend en in mooie taal weer te geven. Je voelt de spanning in dit gezin als het ware. Die eisende moeder Marie en het meisje dat maar probeert om alles op de rails te houden. Mooi, ontroerend en fascinerend om te lezen.


Als Mona in de twintig is, heeft ze het redelijk naar haar zin in haar werk. Toch is het opnieuw schipperen en zoeken naar balans. Ze heeft een erg creatieve baan, maar moet daarin alle neuzen één kant op zien te krijgen, het is een soort herhaling van zetten waarmee ze al sinds haar  jeugd mee bekend is. Als ze dan de schrijver Louis ontmoet, die een stuk ouder is, voelt ze zich gevleid en ze past zich opnieuw aan.


In het laatste deel van het boek is Mona vijfendertig. Haar vader is ernstig ziek, stervende, en daardoor komt veel op scherp te staan. Marie voelt zich min of meer onmisbaar en zit dag in dag uit aan het ziekenhuisbed, maar elke opmerking, elk gebaar, elk woord van een ander veroorzaakt een kleine 'crisis' waarbij Marie zich weer de mindere voelt. Vader ondergaat het oeverloze, inhoudsloze gebabbel van Marie gelaten. Mona en haar vader komen echter wel veel meer nader tot elkaar, meer dan ooit te voren. Louis laat Mona alles alleen ervaren, hij heeft altijd wel smoezen waardoor hij niet mee kan, haar verhalen niet kan aanhoren etc.. Hij is sowieso erg onachtzaam naar haar toe en vertrouwt er op dat zij elke keer opnieuw zijn gefleem, als hij haar nodig heeft, voor zoete koek zal slikken.


Het stervensproces en de gesprekken die Mona met vader voert zijn ontroerend en diepgaand. Mona ontmoet mensen die belangrijk voor vader waren en ziet hem nadien met andere ogen. En juist dit hele proces maakt dat Mona de wereld ook op een nieuwe manier gaat zien. Haar normen en waarden veranderen. Het worden langzamerhand haar éigen maatstaven en regels die ze gaat hanteren. De commanderende toon van Louis die zegt 'Kom hier dat ik u kus' vormt hét omschakelpunt. Vanaf die tijd zal alles anders worden... Van háár worden...


Een boek dat de kwetsbaarheid en vechtlust van mensen laat zien. Een verhaal dat toont hoe één beslissing vele mensenlevens laat veranderen. Hoe mensen in hun wil om goed te doen, anderen kunnen verstikken. Hoe eenzaam mensen in een gezin kunnen zijn en hoe verschillend daar mee omgegaan wordt. De rode draad is de familiebanden en hoe bepaalde zaken flink kunnen doorwerken tot de latere generatie aan toe.
Kortom, een boek als het leven zelf. Prachtig neergezet door Griet op de Beeck.


ISBN 97890-44623109 | Paperback | 384 pagina's | Uitgeverij Prometheus | maart 2018 (druk 35)

© Dettie, 13 maart 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De herinnerde soldaat
Anjet Daanje


In december 1917 wordt bij Merckem, een dorp dat tussen Diksmuide en Ieper ligt, een man aangetroffen, die niet kan vertellen wie hij is of waar hij vandaan komt. Hij spreekt Vlaams, en wordt tenslotte naar het Guislaingesticht in Gent gebracht.


Als vier jaar na de oorlog een advertentie wordt geplaatst om familie of bekenden te vinden, is Julienne een van de vrouwen die hoopvol bij hem op bezoek komt. Zij kan hem identificeren aan de hand van een litteken. Hij is Amand Coppens, ze weet het zeker. En hoewel het hen afgeraden wordt, neemt Julienne hem de volgende dag mee naar huis. Dat is in Kortrijk, waar ze de kost verdient als fotograaf, maar ook andere spulletjes verkoopt. Ze hebben een zoon, de nu tienjarige Gust, en een dochter, de zevenjarige Roos, vertelt Julie hem. In de dagen die volgen vertelt ze hem nog veel meer, maar er is geen enkele herinnering die bij hem terugkomt.
Zo begint het moeizame ontdekken. Hij weet niets van haar, zijn kinderen en de plaats waar hij woont; zij weet niet meer wie hij nu is.


Amand lijdt aan PTSS, toen nog niet als ziekte erkend. Julie doet haar uiterste best om de man terug te krijgen die zij kent als haar echtgenoot, de man op wie ze verliefd werd, de vader van haar kinderen. En hij luistert naar haar verhalen over hun gezamenlijke verleden. Maar ze vertelt hem niet alles. Dat voelt Armand, hetgeen de twijfel bij hem nog groter maakt.
Ze worden opnieuw verliefd, maar hun romance wordt verstoord doordat Amand steeds meer last krijgt van nachtmerries. Hij moet gruwelijke dingen gezien en gedaan hebben, al herinnert hij het zich niet bewust. Overdag krijgt hij black-outs, waarin hij soms zelfs gewelddadig wordt. Die blackouts worden langer, duidelijker. Een andere wereld. Het verwart hem.
Hij heeft veel last van schuldgevoelens, maar vooral van twijfels: is hij wel de man die Julienne zo graag terug wilde hebben?

Kan hij er voetstoots van uit gaan dat hij die man is, die zich nu vormt conform wat anderen zeggen? Wie is hij? Misschien is hetgeen hij droomt wel eerder de waarheid dan wat hem verteld wordt? Maar hoe komt hij daar achter?


Wat hij wel weet is dat degenen die hem vertellen dat hij blij moet zijn dat hij opnieuw kan beginnen, het niet bij het rechte eind hebben. Je niet herinneren wie je bent is vreselijk. Dus probeert hij het, en is bereid samen met Julienne een verleden in elkaar te flansen, dat hem tot steun moet dienen als hij weer eens een black-out gehad heeft. En zo is Amand een dubbel herinnerde man: hij is door Julienne herkend als zijnde haar verloren gewaande echtgenoot, en het ‘verzonnen’ gedeelde verleden helpt hem zich weer te herinneren wie hij was. Wie hij moest zijn.


De roman is geschreven in de derde persoon, maar het is duidelijk dat het vertelperspectief Amand is.
Alinea’s beginnen steeds met het woordje ‘En’, en ook in de tekst gebeurt dat veelvuldig. Er zijn geen dialogen, de lezer volgt als het ware de gedachten van Amand, zodat het dagelijkse leven afgewisseld wordt met herinneringen, aan de tijd in het gesticht, en de periode met Julienne, en aan de nachtmerries die hij heeft. Alles vanuit zijn gezichtspunt.
Door deze manier van schrijven is het een trage roman geworden, die soms moeizaam leest. En dat is precies wat ook de hoofdpersoon doormaakt: een langzame maar vooral moeizame terugkeer in de wereld, met vallen en opstaan. Vaak zijn er onenigheden en misverstanden. Man en vrouw botsen met elkaar, terwijl ze zich ook enorm tot elkaar aangetrokken voelen. Ook Julienne is een slachtoffer van de oorlog, zij heeft net als hij nare ervaringen gehad, waarvan zij akelig droomt.


De Herinnerde Soldaat is een verhaal over slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog en een verhaal over een liefde in bijzondere omstandigheden. Er is de problematiek van de PTSS na de vreselijke Eerste Wereldoorlog. De vraag wat identiteit precies is: is dat een vaststaand gegeven of is het maakbaar?
Maar er zijn ook de wendingen die bij een roman horen, een man en een vrouw die elkaar niet begrijpen, waardoor dingen fout gaan.
Een boeiende roman, voor doorzetters misschien, maar zeker de moeite waard.


Anjet Daanje (1965) is het pseudoniem van Anjet den Boer. Zij studeerde wiskunde aan de Universiteit Utrecht, maar schreef ook in die tijd. De Herinnerde Soldaat is haar negende roman.


ISBN 9789054523673 | paperback | 550 pagina’s | Uitgeverij Passage | november 2019

© Marjo, 25 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Welkom bij de club
Thomas van der Meer


Ik was jaloers op een jongen in de straat omdat hij Thomas heette. Thomas was mijn favoriete naam.


Aan het woord is de schrijver van deze deels autobiografische roman. Het lijkt een onschuldige opmerking maar het bijzondere is dat Thomas op dat moment nog een meisje is. Hij beseft wel dat er iets aan de hand is, maar wat? Dat weet hij niet.


'Toen ik vijf was wist ik zeker dat de schooldokter erachter zou komen dat ik een ziekte had. Vooral voor mijn moeder vond ik het erg. [...]
'Nu even je broekje uit,' zei de schooldokter.
Hij keek.
Hij ging achter zijn bureau zitten en zette een vinkje op het formulier. 'Prima,' zei hij. [...]
'Ik dacht dat de dokter zou zeggen dat ik een erge ziekte had,' zei ik toen we naar huis fietsten.
'Waarom dacht je dat?'
Maar ik kon niet uitleggen wat ik zelf niet begreep.


In zijn puberteit ziet hij tv programma's over transseksuelen en transgenders maar dat wordt op zo'n manier gebracht dat hij zich daar niet in herkent. Thomas studeert af, leidt zijn leventje, bezoekt datingssites en spreekt af met jongens, maar ook dat is het niet. Hij voelde zich gewoon een jongen terwijl hij als meisje geboren was. Uiteindelijk besluit hij dat hij maar aan zijn ouders moet vertellen dat hij zich in en jongen voelde en dat het altijd zo was geweest.


Het verhaal ontwikkelt zich verder. Thomas ouders reageren goed, en Thomas gaat het proces aan. Na allerlei testen en gesprekken gaat het licht op groen. De huisarts die hem zijn hormonen steeds inspuit reageert enthousiast.  Maar de eerste keer dat hij meneer wordt genoemd ervaart hij als een feestje. Hij vertelt uiteindelijk wel op zijn werk dat hij met het proces bezig is en de reacties zijn zeer uiteenlopend. De een reageert fantastisch, de ander maakt er een heel theater van. Bij diegene wordt hij bijna een bezienswaardigheid.
Na zijn operatie zoekt hij ander werk, zodat hij écht opnieuw kan beginnen. Maar ook daar loopt hij tegen vooroordelen aan. Een mens zal en moet nu eenmaal in een hokje gestopt worden...


De schrijver maakt geen drama van het gegeven dat hij zich een jongen voelt en daar later ook naar getransformeerd is. Hij geeft het hele verloop, van kind en meisje naar de volwassen jongen die hij nu is, op in een lichte, plezierige maar realistische manier weer. Op een subtiele humoristische manier geeft hij o.a. summier de bevindingen weer in het ziekenhuis met mede'patiënten'. Waar evengoed veel gelachen wordt. Ook na afloop van de operaties als hij daadwerkelijk als jongen door het leven gaat vertelt Thomas over de dingen zoals ze zijn zoals ze zijn. Hij vindt zichzelf eigenlijk doodnormaal. Hij is gewoon in het verkeerde lichaam geboren. Het is meer zijn omgeving die er wél een punt van maakt.


Dit boek staat op de Longlist van de Libris Literatuurprijs en eigenlijk vraag ik me af waarom. Het is een onderhoudend boek, het leest lekker weg, maar dat is het dan ook. Het onderwerp is natuurlijk wel iets waar niet veel over geschreven wordt, maar of het daarom op de longlist moet komen? Dat gaat me wat te ver.
Thomas van der Meer heeft een prettige hand van schrijven maar in mijn ogen moet er wat meer geboden worden om voor dit boek een literatuurprijs te ontvangen.

ISBN 9789492928733 | Paperback | 160 pagina's | Uitgeverij Pluim | oktober 2019

© Dettie, 9 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De zwarte kersen van Maria
Peter van Vlerken


Deze roman is gebaseerd op het leven van Maria van der Pas, de verteller van dit verhaal. Zij is geboren op 29 november 1923, ze komt uit Stiphout, ofwel Stippent op zijn Brabants, en woont samen met haar twee broers op de boerderij van haar ouders. Op haar vijftiende gaat ze werken tegen kost en inwoning bij de pastoor en de baan bevalt haar goed. Ze weet dat ze niet moeders mooiste is, maar als er uiteindelijk toch een vrijer op de stoep staat bij de pastorie en de pastoor opmerkt 'De wonderen zijn de wereld nog niet uit,' krijgt Maria de pest erin en vindt ze het werk bij de pastorie ineens een stuk minder leuk.


'Ik geloof dat ik op datzelfde moment besloot dat hij niet lang meer mijn pastoor zou zijn, en misschien besloot ik op dat moment ook dat ik voor onze Piet zou kiezen, al kon hij ook soms lompe opmerkingen maken over hoe ik eruit zag.
'Een bietje plagen,' noemde hij dat. [...]


Als hij stond te kletsen met Toontje van Nierop, of met Bertje Ander, de boeren op de boerderijen die links en rechts van ons land stonden, kon hij dingen zeggen als 'ons vrouw heeft 'ne flinke bos hout voor de deur,' of 'bij ons Maria staan er stevige weipalen onder de voerbak.'


Het stel gaat wonen op 't Broek, de boerderij van onze Piets ouders. Maria wordt niet geaccepteerd door haar schoonmoeder, ze is niet uit Mierle (Mierlo) maar uit Stippent, en dat zal schoonmoeder Maria haar leven lang onder de neus wrijven. De omgang tussen beiden zal nooit echt goed worden. Als het Maria allemaal even teveel wordt, trekt zij zich terug op het kleinste kamertje (het heuske)
Vader Thijs is een man van weinig woorden, veel meer dan ja..., ja..., komt er niet uit, maar àls hij eenmaal iets zegt dan neemt iedereen het gelijk aan. Maria is erg gesteld op deze stille man.


Onze Piet is in zijn hart geen boer, zijn kersenbongerd en zijn vuggelkes zijn zijn grote passies én geld... Onze Piet beknibbelt waar het maar kan. Aanvankelijk vindt Maria alles best. Ondanks dat onze Piet niet haar grote liefde is, is ze wel redelijk tevreden met haar bestaan. Tot haar grote verdriet blijft het huwelijk echter kinderloos, iets waar ze zich haar leven lang schuldig over voelt, want zou het daardoor komen dat onze Piet niet met hart en ziel op de boerderij werkte?


Maar toch, zo langzamerhand begint Maria meer een eigen stem te krijgen, ook omdat de tijden en de omgeving veranderen. Maria heeft goede ideeën die, als ze geld opbrengen, goedgekeurd worden door onze Piet. Zij is o.a. een van de eersten die een kersenkraampje aan de kant van de weg plaatst waar mensen kersen kunnen kopen. Dat brengt veel meer op dan op de veiling! Ook de verhouding tussen Maria en onze Piet verandert, soms worden er pittige woorden tegen elkaar gezegd, maar toch blijft het stel op hun manier elkaar waarderen. Ze zijn evengoed erg gek op elkaar.


Maria's leven is weinig enerverend, het loopt zoals het loopt. Zowel onze Piet als Maria doen wat ze moeten doen en ze proberen met hun tijd mee te gaan, met name Maria, hoewel de tractor nimmer de plaats van het paard zal innemen. Onze Piet is daar fel tegen. Maar juist die dagelijks belevenissen en kleine voorvalletjes maken het boek zo levensecht. Het is ook vreemd dat je, als je boek dichtslaat, een foto van een manlijke schrijver ziet, Maria had namelijk een heel eigen, vrouwelijke, stem.


De Brabantse woorden staan schuingedrukt, waardoor ik verwachtte dat zij achterin het boek verklaard werden, maar dat is niet het geval. Een heel enkele keer neigt de schrijver er ook naar om een beetje te uitgebreid enkele zaken of mensen te beschrijven, zoals de gasten op de bruiloft van onze Piet en Maria, maar je leert daardoor wel alle - voor Maria en Piet belangrijke - mensen kennen.


Al met al is het een heel prettig leesbare roman geworden met de nodige humor erin. Een boek dat je even meevoert naar voorbije tijden, zonder wifi, internet en social media en je langzaam naar een moderner leven leidt. Dingen komen en gaan.
Kortom, een mooi tijdsmonument.


Lees ook het artikel in het Eindhovens dagblad en bij Brabant Cultureel


ISBN 9789090327440 | Paperback | 178 pagina's | Uitgegeven in eigen beheer (maar het verdient wel een uitgever) | januari 2020
Het boek bestellen kan per e-mail: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. . en is te koop bij Bruna in Mierlo, De Ganzenveer in Helmond en Van Piere in Eindhoven.

© Dettie, 29 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De zonen van Bruce Lee
Alex Boogers


‘Jongen’, zo begint het boek.
Het is een brief die Alex Boogers schrijft aan zijn zoon, die zeventien is als ze met z’n tweeën een reis maken in de voetsporen van de jong gestorven Bruce Lee (1940-1973). Hij schrijft al tijdens de reis, al denkt zijn zoon dat hij aantekeningen maakt voor een boek over Bruce Lee. Maar het is veel meer geworden dan dat. Het is al snel duidelijk dat deze sportman een voorbeeld is voor Boogers. Hij herkent zichzelf, niet zozeer in wat Lee doet, maar in wie Lee is.


In eerste instantie zag Boogers hem alleen als de vechtkunstenaar, de man die van het televisiescherm waarop Boogers voor het eerst de films zag, de huiskamer in spatte. Later las hij alles wat maar los en vast zat en dat over Lee ging, en leerde zo een man kennen die er een levensfilosofie op na hield, die hem zeer aansprak. 
Als je als vader een bepaalde overtuiging koestert, dan wil je dat overbrengen, op je kinderen. Dat deed Bruce, en dat doet Boogers. Hij heeft het geluk dat Lee zijn zoon ook aanspreekt, zodat hun gezamenlijke reis als een bedevaart wordt. Op zoek naar Lee.


Terwijl hij schrijft over de reis, vertelt hij over zijn eigen leven. Over de overeenkomsten: opgegroeid in een arm milieu, in een gezin met problemen; jongens die de vechtsport gaan beoefenen omdat ze dan misschien weerbaarder zijn; over de discriminatie waar ze mee om moesten leren gaan. De een werd acteur, de ander schrijver, maar beiden groeiden ze op die manier uit boven hun achtergrond, en maakten ze van dat dubbeltje een kwartje.


De reis voert hen langs de westkust van de Verenigde Staten: Seattle, San Francisco en Los Angeles. Een paar jaar eerder waren ze ook al in Hongkong geweest, waar Boogers nu ook over vertelt, zodat je een volledig beeld krijgt van het leven van Bruce Lee. Het wordt geen volledige biografie, maar dat hoeft ook niet. Die zijn er al genoeg. Dit boek is een brief van een vader.


‘Het is goed dat we hier (opm: ze staan bij Lee’s graf) samen zijn, jongen. Dat ik je kan laten zien dat ik nooit dichter bij een vader zal komen. Je zult het misschien nooit helemaal begrijpen, maar onthoud alsjeblieft dat hier ook iets van jouw oorsprong ligt. Ik was een koekoekskuiken. Ik wilde hier met je staan, zodat je ziet dat ik het heb gered omdat hij er is geweest. Ik wilde een zoon kunnen zijn, om misschien uiteindelijk een vader te kunnen worden. Een vader, om het heel basaal te zeggen, die er is.
Dat wilde ik zijn.’


Eerder legde hij uit wat de levensfilosofie van Lee was: ‘the living creating individual, is always more important than any established style or system.’


Zoals Boogers dat vertaalt voor zijn zoon:


‘Hij legde mij geen beperkingen op. Hij ging uit van mijn specifieke talenten, mijn vaardigheden, mijn tekortkomingen, en probeerde uit te leggen hoe ik mij daarmee het beste kon redden in de strijd. En dan moest ik er, volgens zijn filosofie, op uit om mezelf volledig te ontwikkelen.’


Het is een diepgaand en zeer persoonlijke brief, die hij niet alleen met zijn zoon, maar met iedere lezer deelt. Dit getuigt van durf. Het is de les die Lee hem geleerd heeft: durven schrijven zoals hij het zelf wilde, zoals hij het zelf zag. ‘Niet om te plezieren of te behagen, maar omdat het moet, omdat ik het op geen andere manier kon.’


Deze openhartigheid imponeert veel meer dan het biografische gedeelte, dat als uitgangspunt dient. Het is ook voor een niet-sportliefhebber absoluut de moeite waard dit boek te lezen.
Met foto's en bibliografie.


Alex Boogers (1970) woont en werkt in Vlaardingen. Hij debuteerde in 1999 onder het pseudoniem M.L. Lee (!) met 'Het boek Estee'. Vervolgens schreef hij de veelgeprezen romans 'Het waanzinnige van sneeuw', 'Lijn 56', 'Het sterkste meisje van de wereld' en 'De tijger en de kolibrie'. Boogers publiceerde in onder andere Vrij Nederland, Passionate, Esquire, SQ, Nieuwe Revu en Playboy.


ISBN 9789048846313 | Paperback | 328 pagina's | Uitgeverij Inside | januari 2020

© Marjo, 27 maart 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

In de tunnel
Arjaan van Nimwegen


Af en toe zoekt de ik-verteller op internet haar naam op: Ingeborg Hannah Wijdenes: ‘zoals ik wel vaker deed in momenten van zwakte, woede en onbegrip – en vooral uit angst om haar te vergeten.’ Als hij haar naam terugvindt in een artikel in een streekkrantje besluit hij terug te gaan naar de plek waar alles zich afspeelde, in en rond enkele buurtschappen van de gemeente Horstelo.


Het artikel was een interview dat hoofdredacteur Juliana Nijboer voerde met oudbrigadier Mart Bakker. Bakker was de agent die onderzoek deed naar enkele moordzaken die zich daar afspeelden. Twee broers werden als dader aangewezen, Gert en Aad Theunissen. Maar hebben zij, of een van hen, de moord(en) ook op hun geweten? Aad leeft niet meer, Gert, de jongere broer, was niet 100%. Hij leeft nog wel.
Het is al veertig jaar gelden, de betrokkenen zijn al veel vergeten. De slachtoffers waren een twaalfjarig meisje, Barbara Oude Eling; de weduwe Horstink en een jonge vrouw, Hanne, die eveneens verkracht en dood gevonden werd in een verlaten tunnel. Maar zij was ‘niet van hier’, minder belangrijk voor de allochtonen.


De ik-verteller gaat langs bij de brigadier, die niet alles meer zo goed weet, is hij aan het dementeren?
Hij bezoekt Oude Eling, die vrede heeft gevonden met de dood van zijn dochter. Zijn zoon Nico heeft dat echter niet. Die zit nog vol woede.
Hij gaat langs bij de beheerder van het Streekmuseum, drs. Jurgen Mastenbroek, die uit is op informatie om eventueel een tentoonstelling te maken over de gebeurtenissen uit het verleden. Mastenbroek wijst hem op het feit dat Hanne een zus had, zij leeft nog.
Ook spreekt hij met Juliana en met Herman van den Akker, de hoofdredacteur van het streekkrantje, waar de verteller zelf nog ooit voor geschreven heeft.


Waarom  is de verteller op zoek naar al deze informatie? Wat was zijn eigen betrokkenheid?  Is er meer aan de hand dan dat hij uit deze buurt afkomstig is en meerdere betrokkenen persoonlijk heeft gekend?  Dat wil Juliana ook weten:


‘Maar nu uw rol in dit alles.’ zei ze.
Mijn hart kromp weer eens samen. Ik had dit goed voorbereid, mezelf terughoudendheid voorgenomen zonder te verhullen dat het voor mij een ingrijpende gebeurtenis was geweest – al moest ik beslist niet overdrijven. Mijn rol moest betrokken maar bescheiden zijn. Mijn rol…’


Ook  voor de lezer blijft het lang onzeker, vooral ook omdat we plompverloren in het verhaal belanden, er is geen uitleg of inleiding. Na een tijdje beginnen er wel bepaalde vermoedens op te komen.
Weet die verteller zelf nog wel wat er gebeurd is? Hij komt er niet openlijk voor uit. Ook niet tegenover zichzelf.
En de betrokkenen? Het is al veertig jaar geleden, weten zij nog wat er speelde? Er was in die tijd ook geen mogelijkheid om de moorden grondig te onderzoeken – althans, dat gebeurde niet.
Wat doet de tijd met je geheugen? Wat is de waarheid?
Naarmate de verteller meer te weten komt, weet hij ook niet zeker meer of hij het allemaal wel wil weten. Maar intussen hebben zijn vragen wel het een en ander opgerakeld.


‘Het schoot niet op. Ieder feit vertakte zich in nieuwe feiten, de werkelijkheid die ik zocht was een zevenkoppig monster, en telkens als ik een kop afhakte ontsproten er uit het bloed zeven nieuwe koppen.’


De manier waarop van Nimwegen het verhaal vertelt laat je niet los. Hij zit in het hoofd van zijn hoofdpersonage, laat hem in gedachten reageren op zijn tegenspelers terwijl hij met hen praat. Het onzekere, in de vraagstelling en het doel, maar ook in de antwoorden, maken het verhaal nogal vaag. Het gaat schuil onder een wolk van wazige geheimzinnigheid. Wat wil die man eigenlijk? Dat zal de bedoeling zijn van de schrijver, het gaat immers om het menselijk – feilbare - geheugen. De lezer wil het ook graag weten: waar leidt dit toe?

In een nawoord lezen we hoe Van Nimwegen zijn verhaal gebaseerd heeft op bepaalde feiten.
De auteur maakte in het verleden namelijk een soortgelijk geval mee: “Ik had ooit een Noorse vakantieliefde, die kort daarna op brute wijze om het leven is gebracht. Dat hoorde ik pas veertig jaar later, maar de schok was er niet minder om. Het was opeens heel dichtbij, en al heb ik zelf in het drama geen rol gespeeld, ik had toch het gevoel dat het met mij te maken had. Ik besloot het verhaal van vervagende herinneringen en twijfels aan je betrokkenheid bij oude gebeurtenissen in een roman te gieten, ook als een soort hommage aan die vermoorde geliefde. Ik heb niet mijn eigen situatie geschetst, maar het verhaal in het boek kent wel heel veel parallellen.”


Arjaan van Nimwegen (1947) is onder andere schrijver, dichter, vertaler en drukker. Sinds het verschijnen van zijn eerste roman Van Tol kijkt om in 2002, werkt hij aan zijn oeuvre als romanschrijver. In totaal heeft hij acht romans geschreven.


ISBN 9789028450110 | paperback | 256 pagina's | Uitgeverij Wereldbibliotheek | januari 2020

© Marjo, 15 maart 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Als je de stilte ziet
Thomas Verbogt


De ik-verteller en zijn zus zijn er mee opgegroeid dat er vaak zomaar vreemden over de vloer komen, soms ook blijven voor een tijdje. Wie of waarom weten ze niet. Dat neemt niet weg dat het onwennig is als Alexander Hempel bij hen komt wonen, voor onbepaalde tijd. Hij is een buurjongen, wiens vader opgenomen is in een inrichting. Zijn moeder is vertrokken naar haar zus.
Zijn komst volgt op een akelig voorval. De vader van de verteller greep in toen de buurman zijn vrouw mishandelde. De verteller stoof er op zijn beurt op af af toen hij zag hoe ook zijn vader neergeslagen werd. Wat er precies gebeurd is, dat herinnert de ik-figuur zich niet en daar wordt niet meer over gepraat. Ook Sander heeft het nergens over.
Maar er is iets. En hij beseft pas veel later dat zijn moeder wèl wist wat er gebeurd was.


Ik hoef er niet over te praten,’ zeg ik.
Mijn moeder schudt langzaam haar hoofd, pakt mijn hand en zegt: ‘Misschien wil je dat later wel. Als we er niet meer zijn.’


Sander is even oud als de verteller, zit in de parallelklas. Maar er was geen contact tussen hen. Hij wil dat nu wel, ze wonen immers bij elkaar in hetzelfde huis, maar vrienden schijnen ze maar niet te kunnen worden. Zijn pleegbroer gaat zijn eigen gang, net als de verteller.
Terwijl die zijn schooljaren doorloopt en gaat studeren, uitgaat met meisjes, en af en toe verkering heeft, is Sander altijd op de achtergrond aanwezig. Een schim op de achtergrond, ondoorgrondelijk, terwijl hij zo graag bevriend was geweest. Waarom hield Sander hem op afstand?


‘Had ik hem dat jaar gezegd dat je de stilte kon zien? Nee, dat was eerder. Hij had een andere stilte in zijn hoofd, hij hoorde daar zijn woede in, maar toch was het stil, dat moest.
Ik zeg dat ik me dat kerstdiner herinner, maar niet dat zij (=de zus) en ik het zo leuk hadden, dat we zo vrolijk met elkaar waren.
‘Maar het was niet altijd heel erg, zegt Marleen. ‘Tussen ons, bedoel ik. Soms waren we het leukste broertje en zusje die er maar te bedenken waren. Misschien wel vaker dan soms.’


Op het moment dat hij dit verhaal aan ons verteld is hij schrijver. Toneelstukken veelal. De zestig gepasseerd kijkt hij terug op zijn leven, en omdat Sander daar een belangrijke rol in had, draait het om deze jongen, die een wazige figuur blijft. Er was iets, maar wat? Door introspectie, door dingen op een rijtje te zetten probeert hij er achter te komen wat er dan wel was, maar het zal dus jaren duren voor dat duidelijk wordt.


Zoeken naar antwoorden op deze manier, dat is de stijl van Verbogt. Langzaam en om de kern heen draaiend komen we bij de apotheose. Ook voor de lezer geldt: je voelt dat er iets is, maar wat? 
Een lichte spanning is er zeker, maar het zijn vooral de vaak weemoedige beschouwingen over het leven die boeien, en de zoektocht van de hoofdpersoon naar zijn plaats daarin.


In iedere roman van Verbogt draait het om iets wat onbelangrijk lijkt maar dat toch wezenlijk is. Iets wat geheimzinnig lijkt, maar dat eigenlijk alleen is voor de hoofdpersoon. Een hoofdpersoon die bescheiden en vaak onzeker in het leven staat, en die de wereld om hem heen met bijziende ogen gadeslaat: hij is zich niet echt bewust van de feiten, en mist daardoor het wezenlijke dat voor anderen duidelijk is. Menselijke verhalen, personages die het leven observeren en proberen te doorgronden. En altijd die heimwee naar wat ooit was, en de vaststelling dat je er- helaas - niets meer aan kunt veranderen.


Thomas Verbogt (1952) debuteerde in 1981 met de verhalenbundel De feestavond. Sindsdien schreef hij vele romans, verhalenbundels en toneelstukken.


ISBN 9789046826621 | Hardcover | 256 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | januari 2020

© Marjo, 8 maart 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De schoonmoeder
Sally Hepworth


Als twee politieagenten aanbellen bij het jonge gezin Goodwin, is dat het begin van een verwarrende periode voor de familie. Ze komen vertellen dat Diana dood is.


Diana is al tien jaar de schoonmoeder van Lucy. Toen ze elkaar ontmoetten had Lucy nog het idee dat ze een soort moederfiguur zou worden – haar eigen moeder is al lang geleden overleden - maar het tegendeel is waar. Diana is een koele afstandelijke vrouw, met heel specifieke ideeën over hoe je leven moet. Ze ziet er altijd goedverzorgd uit, lijkt de perfecte vrouw. Maar voor Lucy is ze een teleurstelling, al geeft zij onmiddellijk toe dat oma heel goed overweg kan met haar drie kleinkinderen.
Al was de verstandhouding dus niet al te best, het is toch een schok. Diana dood! Hoe kan dat nu? Ze had dan wel borstkanker, maar daar ga je niet zomaar aan dood.


Dan blijkt dat ook binnen het politiekorps twijfel heerst over de doodsoorzaak. Ze denken eerst nog aan zelfmoord, omdat ze bepaalde spulletjes bij het stoffelijk overschot vinden, maar later wordt dat terzijde geschoven. Betekent dat dat iemand haar vermoord heeft? Dat is helemaal ongelofelijk.
Het is inderdaad zo dat Diana stinkend rijk is, en dat ze weigert haar kinderen daarmee te helpen, al heeft de een geen geld voor de behandelingen die ze nodig heeft om die fel begeerde baby te krijgen en gaan de zaken bij de ander niet zo best. Maar moord? Nee…


‘Het is zoals het is. Ik heb de draad opgepakt en ben een eigen gezin begonnen. Nu heb ik Tom en de kinderen.’
’Maar uw kinderen zijn niet tevreden over u?’
Ik zucht. ‘Geld. Het draait altijd om geld.’
‘Uw kinderen willen uw geld?’
“Uiteraard.’
‘En u wilt het niet geven?’


Het verhaal wordt verteld door de twee vrouwen. Lucy en Diana geven ieder hun kijk op het leven en op elkaar. Zo lezen we dat Lucy in de ogen van Diana ook niet de ideale schoondochter was. Diana is van mening dat ze haar kinderen alle kansen heeft gegeven die ze maar kon geven, en omdat ze vindt dat iedereen die kansen moet krijgen is ze als vrijwilliger betrokken bij zwangere vrouwen die uit een vreemd land gekomen zijn en niets hebben. Haar kinderen kunnen het allemaal heus wel zelf. Er is niets mee om zelf je problemen op te lossen. 
In flashbacks lezen we over haar leven, voor en tijdens het huwelijk van Lucy met haar zoon Ollie.


Ook in de vertellijn van Lucy zijn er flashbacks, en zo kan de lezer steeds meer begrijpen van de twee vrouwen. Schoonzus Nettie en zwager Patrick, de vriendin van Diana zijn overtuigende bijfiguren.


Er zijn familiegeheimen en misverstanden. Maar vooral gaat het over mensen met al hun gebreken en gelukkig ook betere eigenschappen, en dat is wat Sally Hepworth uitstekend neerzet in dit meeslepende verhaal. Ze heeft een hele goede psychologische roman geschreven, die nergens langdradig wordt doordat ze af en toe het verhaal een andere wending geeft en een lichte spanningsboog handhaaft.


Sally Hepworth (1980) woont in Melbourne, Australië. De Schoonmoeder is haar vijfde boek.


ISBN 9789022588093| Hardcover | 336 pagina's | Uitgeverij de Boekerij | oktober 2019

© Marjo, 24 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Antoinette
Robbert Welagen


Daar zit hij dan, 42 jaar, op het terras van een thermaalbad in Boedapest, te wachten op Antoinette. Ze is er nog niet. Hij observeert de mensen die in en uit het gebouw van het badhuis lopen. Ziet kinderen, een jongen en een meisje met nat haar, die wachten op hun vader. Hij ziet ze instappen in de rode auto van hem en fantaseert over zijn eigen kinderen. Zou hij meegegaan zijn het badhuis in? Zou hij ze ook alleen maar afzetten?


Om drie uur hadden hij en Antoinette afgesproken, maar ze komt niet. Hij wacht en wacht, een uur, twee uur, bestelt nog wat en wacht weer. Het terras wordt schoongemaakt, hij moet weg maar wil niet. Hij wil deze plek niet verlaten. Ze kan nog komen, toch belt hij haar niet.
Hij besluit maar het thermaalbad in te gaan dat tot tien uur 's avonds open is, de stille warmte daar biedt troost. Hij kiest voor full service, dat inclusief massage en diner is, waardoor kan hij het weggaan zo lang mogelijk kan uitstellen. Dan heeft hij toch nog het gevoel dat hij er toch nog is, mocht ze alsnog komen.


Hij bezoekt het binnen- en buitenbad. Kijkt naar de mensen die het water ingaan, ziet in allerlei vrouwen Antoinette maar weet wel dat ze het niet is. Hij overdenkt hun eerste ontmoeting, hun verrassing en onmiddellijke liefde voor elkaar. Hun heerlijke leven samen. Hij ziet haar lach, haar mooie blik, haar prachtige haar... Op gegeven moment denkt hij; 'Deze stad. Bij het eerste bezoek was ik vrijgezel. De tweede keer ben ik een man zonder vrouw.' Samen met Antoinette, toen ze nog niet getrouwd waren, bezocht hij namelijk Budapest. De herinneringen zijn intens. In dit bad hadden ze hun eerste afspraak.


Wie mocht denken dat Antoinette overleden is, heeft het mis. De relatie is wel over, maar  evengoed nog steeds enorm aanwezig in het leven van de man.


Het hele verhaal speelt zich af op die dag, bij en in het badhuis, maar de herinneringen nemen ons mee naar het leven van de man en de vrouw en hun intense relatie en de latere invloeden daarop, die ervoor zorgden dat het mis ging. Invloeden buiten hun om, waar ze helemaal niets aan konden doen, en waar ze machteloos toekijkend mee moesten leren omgaan. Het lukte niet...


Robbert Welagen heeft met deze roman een prachtige, verstild verhaal geschreven die qua stijl doet denken aan de grote schrijvers zoals Dostojevski. De prachtige zinsopbouw, de details die niet belangrijk lijken maar het wel zijn. Zelfs het gebouw is een personage die in feite ook toevoegt aan het verhaal.
De melancholie is bijna voelbaar maar ook de berusting die uiteindelijk optreedt.
Vooral lezen dit juweeltje, het is een regelrecht koesterboek.


ISBN 9789038807430 | Hardcover | 112 pagina's | Nijgh & van Ditmar | juni 2019

© Dettie, 3 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Geestgrond
Sarah Moss


Zoals ieder jaar gaat de zeventienjarige Silvie met haar ouders kamperen. Net zo min als haar moeder vindt ze dat leuk, maar haar vader is een dominante man, die zijn vrouw en dochter flink onder de duim houdt. Hij mishandelt ze ook, ze zijn bang van hem. Als hij wil kamperen, dan gebeurt dat.

Deze zomer is het anders dan andere jaren. Ze gaan met een groep studenten mee, die voor studiepunten onder leiding van hun professor de ijzertijd willen naspelen, in Northumberland.Hei, veen, moeras, niet bepaald een luxe vakantieoord.

Silvies vader is buschauffeur, haar moeder caissière, het zijn eenvoudige mensen die niet gestudeerd hebben. Haar vader is door zijn fascinatie met het leven van de Oerbritten in contact gekomen met professor Slade, ze zijn als twee handen op een buik.

Er zijn strikte regels en vooral de vader eist dat zijn gezin zich daar aan houdt. Met lede ogen ziet hij hoe de studenten Molly, Pete en Dan wel eens smokkelen. Zij slapen bijvoorbeeld in een nylon tent! Dat kan natuurlijk niet. Het gezin woont daar in een rondhuis dat eerder door studenten gebouwd is als onderdeel van het vak experimentele archeologie. Ze slapen op primitieve britsen. In de tent, ook die van de professor, zijn natuurlijk luchtbedden…
Vader reageert zijn frustratie af op zijn vrouw, die nergens aan mee doet. Zij blijft de hele dag op de kampeerplek en probeert voldoende eten te bereiden op een zeer primitieve manier.

‘We eten pap, zei ze, nou ja, ik geloof dat het haverbrij is, alleen dan zonder melk en het is ook geen haver, eerder rogge, geloof ik, laten we hopen dat het geen gerst is, anders is het pas met sint-juttemis gaar.’

Ze moet het doen met wat de anderen – de jagers-verzamelaars – aanleveren en de natuur is dan wel gul, het is ook een smoorhete zomer. Silvie en de studenten zoeken naar eetbare planten, bessen en mosselen, terwijl Silvie’s vader en de professor konijnen vangen of vissen.

Dat is helemaal naar haar vaders zin: de vrouw is volledig ondergeschikt, en moet doen wat de man wil. Zo leefden de Oerbritten ook, beweert hij. De professor protesteert wel een beetje maar laat ondertussen gebeuren wat Molly als enige opmerkt: dat Sylvie en haar moeder wonden hebben als gevolg van slaag met een riem, en onder de blauwe plekken zitten. Niet normaal, zegt ze, maar Sylvie weet niet beter, en verdedigt haar vader zelfs. Hij is een lastige man, dat weet ze wel, en ze wil ook wel het huis uit, maar haar moeder dan?

Zij weet heel veel over de natuur, en als haar vader vraagt om hazelnoten, weet zij waar ze heen moet. Ook weet ze dat ze het niet moet wagen zonder die noten terug te komen. Maar de anderen kennen haar vader niet. Zij zien de noodzaak helemaal niet in om nog verder te gaan. Het is smoorheet.

‘Er vielen flarden zonlicht door de bomen. Ik probeerde de zon links te houden terwijl ik de heuvel opging, maar de plek waar ik Molly voor het laatst had gehoord, maar ik hoorde haar niet meer en de zon was ineens aan mijn rechterkant en ik had zo’n dorst dat ik aan niets anders kon denken dan aan water, wat ik niet bij me had en de anderen wel. En de hut, de beek en mama met iets te eten voor me konden echt niet veel verder dan een kwartier lopen zijn. Achter me zong doordringend een vogel, een schel herhalend wijsje als het belsignaal van een telefoon. De tuniek schuurde langs mijn bezwete huid, kleefde aan de pijnlijke plekken op mijn rug, en tussen mijn tenen zaten kruimeltjes en boomschors. Water. Ik snakte naar water. De vogel begon weer te fluiten en het schelle deuntje snerpte door mijn schedel, verergerde mijn opkomende hoofdpijn.’

Sylvie kent de verhalen over de dierenoffers, en over de veenlijken. Maar nooit had zij durven denken aan wat er zou gebeuren. Ze is dan ook meer bezig met haar vader, die zich gruwelijk ergert aan vooral Molly, die bepaald niet bang is van mannen, en doet wat ze zelf wil. ‘Daag hem alsjeblieft niet uit’, denkt ze, als Molly weer eens de spot drijft met zijn denkbeelden. Maar ze kan niets uitleggen zonder zelf risico te lopen.

De ik-verteller is Sylvie. Door haar ogen lezen we hoe zij en haar moeder geterroriseerd worden door de vader. Angst overheerst hun leven. ‘Voor ons is dit normaal.’

Terwijl Sarah Moss vertelt over de mensen in de ijzertijd, en vooral ook de nodige kanttekeningen plaatst - want we weten het allemaal niet zeker – zet ze de karakters van de gezinsleden duidelijk neer. De sfeer tekent ze voortreffelijk, al had het zelfs nog dreigender mogen zijn.
En toch, zelfs ondanks de proloog waarin het verhaal van een veenmeisje verteld wordt, is het einde een verrassing.

Sarah Moss is docent Engelse en Amerikaanse literatuur aan de universiteit van Kent. Ze schreef eerder over de geschiedenis van poolexpedities. Sarah Moss werkt momenteel aan een boek over chocolade!

ISBN 9789493081161 | hardcover | 176 pagina’s | Uitgeverij Orlando | september 2019
Vertaald uit het Engels door Tjadine Stheeman

© Marjo, 26 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER