Nieuwe boekrecensies

Poststempel Verdun
Het verhaal van twee frontsoldaten
Bob Latten

Erich Raedelein: ‘Ik weet niet of mijn ogen na al deze ellende ooit nog de schoonheid in dingen kunnen ontdekken.’

Student in de rechten Erich, 20 jaar oud, zoon van een smid, afkomstig uit het noordoosten van Duitsland, uit het stadje Cöslin geeft zijn leven tegen de zin van zijn ouders een drastische draai als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt.
Hij schrijft in een boekje: ‘ik ben er fier op soldaat te zijn in het Duitse leger. Samen met enkele vrienden van de universiteit van Rostock heb ik mij enkele weken geleden aangemeld. Ik hecht eraan om u, die dit leest duidelijk te maken dat mijn besluit niet lichtvaardig was, dat ik lang nagedacht heb over mijn drijfveren: jeugdige overmoed, vaderlandsliefde, kameraadschap, avontuur? Eerlijk gezegd, ik ken het antwoord zelf niet; noem het gevoel.’

Jean Perinet, een wat oudere onderwijzer uit een klein dorp in Midden-Frankrijk, laat zijn vrouw en jong dochtertje achter om de vijand tegen te houden. Hij wordt naar het slagveld van Verdun gestuurd, waar ook Erich zich bevindt. Het is dan begin 1916, het begin van de lange strijd om Verdun.

Douaumont, Beaumont, Vaux, Hardaumont, Fleury zijn maar enkele plekken waar zij elkaar regelmatig kruisen. Ze weten dat niet, ze kennen elkaar ook niet. Het front verschuift herhaaldelijk, het landschap wordt onherkenbaar, nu eens zijn de Fransen aan de winnende hand, dan weer veroveren de Duitsers een stukje terrein.
Tenslotte bevinden allebei de mannen zich in Souville, het fort dat totaal vernietigd werd.

Het verhaal is min of meer chronologisch, maar de verhaallijnen van de Fransman en de Duitser wisselen elkaar af. De verhalen bestaan gedeeltelijk uit brieffragmenten en dagboekaantekeningen.
Gebaseerd op de werkelijkheid van toen heeft Bob Latten een lopend verhaal geschreven over een van de wreedste veldsslagen die ooit plaats heeft gevonden. Beide mannen zijn dan misschien fictief, hun levens zijn in de persoon van andere jongemannen echt gebeurd. De verschrikkingen van de granaten, de loopgraven, van kanonnen, de gasaanvallen, het was echt. De afloop is bekend.

Deel 12 uit de Bibliotheek van de Eerste Wereldoorlog, (vertaalde) fictie over deze periode.
Bob Latten (1949) is zelfstandig adviseur, bestuurder en auteur. In 2009 schreef hij Help, een huis in Frankrijk! een vertelling over droom en daad van twee zeer goede vrienden die samen een boerderij in de Limousin kopen. Poststempel Verdun is zijn debuutroman. Latten liet zich inspireren door de omgeving van het Franse Verdun en deed veel research. Het boek bevat brieven en dagboekfragmenten van een Duitse en Franse soldaat.

ISBN 9789089600103 | [paperback |170 pagina's | Uitgeverij Dulce et Decorum | november 2011

© Marjo, 18 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Nest
Leen Huet


Toen men de driehonderdste verjaardag van mijn zoons geboorte herdacht, nu alweer ruim honderdvijftig jaar geleden, hoe vliegt de tijd wanneer men even met de ogen knippert, toen men dus de driehonderdste verjaardag van mijn zoons geboorte herdacht, weerklonk er muziek. [...]

Liefste der Zusteren,
die troont aan de Schelde,
Kunstkoninginne, wij allen zijn hier!
Neem onze kus, onze kronen en palmen;
laat onze hulde de
wereld doorgalmen:
Moeder van Rubens, op u zijn wij fier!

Ze hadden het niet over mij, besefte ik al gauw, ze hadden het over zichzelf. Maar toch, duizend stemmen wekten me en sindsdien ben ik wakker gebleven [...].


Aan het woord is Marie Rubens (1538-1608), moeder van de bekende kunstschilder Peter-Paul Rubens. Zij zit op het dak van een woning in de straat waar zij woonde en vertelt in haar eigen, mooie, taal over haar leven voor en na haar dood. Het is een turbulent leven wat ze geleid heeft.


Haar man - Jan Rubens (1531-1587) 'was knap, net als onze zoons'. [...] Zijn huid rook naar kruidnagel. Ik was trots op hem toen we trouwden, ik had een mooie man gekregen.' Haar man was echter niet alleen mooi, maar ook intelligent. Hij sprak Frans, Italiaans en Latijn. Hij werd schepen van de stad Antwerpen en verkeerde in koninklijke kringen. Het leven verliep voorspoedig.


En dan raakt haar man in de ban van het gedachtegoed van Calvijn, een jurist net als Jan. Ze worden een volgeling van deze theoloog en dat heeft verstrekkende gevolgen. Ze moeten vluchten, het land uit,  en ze trekken, als collaborateurs, naar Keulen. Maria zegt daarover: 'We hadden ons verbrand in de burgeroorlog, hele decennia uit ons leven moest ik na onze terugkeer verdonkeremanen.'


Ze hebben het geluk dat de prinses van Oranje bij Jan om raad komt vragen, dat is de ommekeer. Ze hebben daardoor weer een inkomen. Maar ook aan dit contact 'verbranden' ze zich, Jan wordt opgepakt. Marie krijgt een zware tijd waarin ze het alleen moet zien te redden, daarnaast vecht ze voor haar man om hem vrij te krijgen, wat haar lukt. Ze vertelt  'O mijn brieven waren zo nederig en toch dreigde ik er zo kwansuis mee om alles te onthullen, als een onnozel schaap. Dat hielp. Er kon gepingeld worden.'

Helaas krijgt haar man daarna wel huisarrest. 'Ons leed bepaalt ons meer dan ons geluk. En het bepaalt onze kinderen. Want in onze wanhoop waren we vruchtbaar [...] wat hadden we nog als troost, buiten omhelzingen in ons bed?'
Vierhonderdvijftig jaar later mogen wij blij zijn om haar wanhoop. Want het troost zoeken, leverde een aantal kinderen op met als hekkensluiter Peter-Paul Rubens.


Jan is na zijn gevangenschap nooit meer de oude geworden en het is Marie die aanpakt en zorgt dat de boel, ook financieel, draaiende blijft en haar kinderen een opleiding kunnen volgen.


Het is steeds deze markante Marie zelf die ons haar verhaar vertelt in haar eigen bewoordingen en met haar eigen visies. Tenminste zo lijkt het, maar natuurlijk is het Leen Huet die deze vrouw woorden, een stem, heeft gegeven en dat heeft ze heel knap en overtuigend gedaan. Zij heeft de meest belangrijke, invloedrijke, gebeurtenissen in het leven van Marie in dit boekje opgevoerd en het haar met milde, vergevingsgezinde en berustende stem laten vertellen. Het is bijzonder dat Leen Huet dat in relatief weinig pagina's zo beeldend en duidelijk heeft weten weer te geven.


Achterin het boek treffen we nog twee brieven, in het Oud-Nederlands, van Marie Rubens aan die zij toentertijd aan haar man geschreven heeft. De taal is prachtig en de wanhoop - Jan zat gevangen - spat van de brieven af, hoewel Marie evengoed goede moed houdt. Bijzonder om te lezen.  Het is wel jammer dat bij deze brieven geen vertaling geplaatst is in modern Nederlands want de oude taal is, hoe mooi ook, soms moeilijk te volgen. Maar het vormt wel een mooie afsluiting van het boekje omdat het het beeld van Marie, dat je door het verhaal krijgt, versterkt.

Kortom, deze novelle heeft een zeer verrassende en rijke inhoud en is bovendien in een mooie, inlevende stijl geschreven. Zeer de moeite van het lezen waard.


ISBN 9789075995107 | Paperback | 48 pagina's | Uitgeverij Amerika | juli 2018

© Dettie, 16 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De voorproefster van Hitler
Rosella Posterino


Als Berlijn in 1943 onder vuur ligt van de geallieerden, denkt Rosa er goed aan te doen naar haar schoonouders te gaan. Die wonen in Oost-Pruisen, in Gross-Partsch (nu gelegen in Polen). Hun enige zoon, Rosa’s echtgenoot sinds een jaar, bevindt zich aan het oostfront. Een aangekondigd verlof gaat niet door, omdat hij gewond is geraakt, daarna horen ze niets meer van hem.
Vlakbij het dorp waar haar schoonouders wonen ligt in de bossen het hoofdkwartier van Hitler, Wolfsschanze. Omdat Hitler al vaker doelwit was geweest van aanslagen op zijn leven, laat hij een tiental vrouwen ronselen: de voorproefsters.


Een van hen was Rosa. Aanvankelijk werden de vrouwen iedere dag gehaald en teruggebracht door de SS, maar na een onprettig voorval moesten ze er de hele week blijven en mochten ze alleen het weekend naar huis. Driemaal per dag moesten ze eten, goede maaltijden, maar wel met de mogelijkheid dat ze vergiftigd voedsel aten. De vrouwen voelden er zich toch al niet prettig bij: terwijl hun familie en vrienden steeds meer honger moesten lijden, kregen zij uitstekend te eten! En het was ook geen zwaar werk, zoals vele anderen dat moesten verrichten!


‘Aanvankelijk namen we afgemeten hapjes, alsof we niet verplicht waren alles op te eten. Alsof  we dit voedsel mochten weigeren, deze lunch niet voor ons bestemd was, die ons toevallig werd toebedeeld, want we waren het toevallig waard deel te nemen aan zijn maaltijd.’


De in 2014 overleden Margot Woelk vertelde in 2012 haar verhaal dat ze tot dan toe geheim had gehouden. Woelk heeft Hitler nooit gezien. Wel had ze weet van de aanslag door Claus van Stauffenberg, die helaas mislukte. Na de oorlog viel ze in handen van de Russen, een traumatische tijd die ze overleefde.


Rondom deze feiten heeft Rosella Posterino een geromantiseerd verhaal gemaakt, dat grotendeels echt gebeurd is. Een verhaal over de onderlinge verhoudingen van de proefsters, over jaloezie en afgunst, maar ook over voorzichtige vriendschap.
Het gaat over de relatie die Rosa, ik-verteller, had met haar schoonouders, en hoe zij terwijl ze onwetend was van de situatie waarin haar man verkeerde, verliefd werd op een Duitse officier. - ze kon per trein naar Berlijn toen de Russen in aantocht waren -  en zo de enige zijn van de proefsters die de oorlog overleefde. De anderen werden geëxecuteerd.


Hoewel niet alles helemaal waargebeurd is, krijgt de lezer wel een goed beeld van hoe het leven in die tijd geweest moet zijn, natuurlijk beïnvloed door de oorlog, maar ook de sociale omstandigheden in die tijd worden goed weergegeven. Daarvoor worden personages opgevoerd die in werkelijkheid aanwezig hadden kunnen zijn, maar dat misschien niet waren.


Rosella Postorino is geboren in Reggio Calabria, Italië. De voorproefster van Hitler is haar vierde roman, waarmee ze internationaal doorgebroken. Ze debuteerde in 2004, haar eerste roman schreef ze in 2007 en won direct de Rapallo award.


ISBN 9789401609173 | paperback | 344 pagina's | Xander | juni 2018
Vertaald uit het Italiaans door Saskia Peterzon-Kotte

© Marjo, 11 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De blikman
Sarah Winman


In dit prachtige boek vormt een reproductie van een schilderij van Van Gogh de rode draad door het verhaal.


1950. De zwangere Dora wint namelijk dit schilderij tijdens een kerstloterij. Ze is de eerste die uit alle prijzen mag kiezen. Haar man roept dat ze de fles whiskey moet nemen. Maar voor Dora vertegenwoordigt het schilderij alles waar ze naar verlangt. Vrijheid. Keuzemogelijkheden. Schoonheid. Dus kiest ze het schilderij. Haar eerste daad van verzet. Haar man is razend. Zij heeft hem voor zijn gevoel in het openbaar voor schut gezet. Maar diezelfde avond hangt Dora het schilderij op in hun troosteloze huiskamer en ze waarschuwt haar man: "Dit schilderij ben ik. Je raakt het niet aan, je respecteert het."


Zesenveertig jaar later treffen we, peinzend liggend in zijn bed, Ellis aan, de zoon van Dora. Op zijn slaapkamer staat een foto van drie mensen, twee mannen en een vrouw. Aanvankelijk vermoed je dat het Ellis met zijn vader en moeder zijn. Maar in de loop van het zeer ontroerende, aangrijpende verhaal kom je er achter wie daar op afgebeeld staan. Ellis overdenkt zijn leven, heeft heimwee naar vroeger, naar de tijd dat alles nog goed was. 


In flashbacks lezen we over de jeugd van Ellis. Vader werkt in de autofabriek, ze wonen in Oxford. Het huwelijk tussen Dora en Len is niet gelukkig. Het schilderij is nog steeds belangrijk voor Dora 'het bood haar uitzicht op een leven vol kleur en verbeeldingskracht, ver weg van de grijze fabrieksdageraad.' Ze bloeit dan ook helemaal op als de twaalfjarige Michael, de kleinzoon van Mabel - de eigenaresse van de groente- en fruitwinkel - in hun leven komt. Michael weet alles van Van Gogh! Hij is net zo gek als zij van het schilderij. Maar niet alleen Dora bloeit op, ook haar zoon is blij met Michaels komst. De jongens zijn binnen de kortste keren bevriend en raken onafscheidelijk. Ze beleven een gouden tijd. En als het noodlot toeslaat blijkt dat de vriendschap tussen de twee jongens uitgegroeid is tot meer dan vriendschap.


We lezen hoe de bijzondere, liefdevolle relatie tussen Ellis en Michael verloopt. Het is een tere, onzekere, prachtige vriendschap met een extra lading. Michael is de zon, de lichtbrenger en Ellis de bedachtzame volger. Maar helaas de vriendschap blijft door allerlei omstandigheden niet zoals hij is. Tien jaar later is Ellis getrouwd met Annie. Michael woont niet meer in Oxford. Het schilderij hangt niet meer in het huis van Dora, maar het zal later toch terugkeren in Ellis' leven en opnieuw zijn invloed laten gelden.


In haar eigen, mooie, zeer invoelende stijl, vertelt Sarah Winman het verhaal over de twee mannen. Hoe enorm hun prille en zuivere liefde van invloed was op hun latere leven en hoe apart en teder hun band was. Aanvankelijk lezen we alleen het verhaal vanuit Ellis maar later schakelen we over naar Michael en weten we hoe zijn - rauwe - leven verlopen is en hoe hij de tijd met Ellis ervaren heeft. Het verhaal eindigt weer bij Ellis. De afloop is licht verrassend.

Doorheen het verhaal over de twee mannen heeft de schrijfster ook de tijdsgeest van de jaren vijftig en zestig op een mooie manier verweven. Ze schildert met haar woorden fraaie beelden van de mensen, de straten, en de verdere omgeving. 


Het is een boek dat je vanaf de eerste bladzijde meesleept het verhaal in en pas loslaat tot de laatste punt op de laatste pagina. Een boek waar je niet teveel over moet vertellen maar gewoon tot je moet nemen. Kortom, een boek om te koesteren. In één woord: prachtig!


ISBN 9789492086785 | Hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Orlando | juli 2018
Uitstekend vertaald door Miebeth van Horn

Dettie, 8 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER



Deze recensie maakt deel uit van een blogtour, zie:

charlottesboeken.blogspot.nl
https://indeboekenkast.wordpress.com
www.boeklovers.wordpress.com
www.theonlymrsjo.nl
www.tessaheitmeijer.com
www.leestafel.info
www.graaggelezen.blogspot.com
www.metdeneusindeboeken.blogspot.com
www.valeriesboekenwereld.wordpress.com
www.newordorder.nl
www.deleesclubvanalles.nl
www.biancaschrijft.nl



 

Mallura
Clyde R Lo A Njoe


Edgar Allan Poe (Boston 1809 – Baltimore 7 oktober 1849) was een Amerikaans schrijver en dichter. Poe beoefende het genre ‘gothic novel’ en heeft een grote invloed gehad op horror- en fantasy-genres. Bij leven kreeg hij evenwel nauwelijks de erkenning die hem na zijn dood ruimschoots ten deel zou vallen.


Zijn leven was zwaar, mede daardoor gebruikte hij veel drank en drugs. Dit verergerde nadat zijn geliefde Virginia, met wie hij in 1836 trouwde, in 1847 overleed aan tuberculose, een gevreesde ziekte in die tijd die veel slachtoffers kostte.
Poe deed in 1848 een zelfmoordpoging. Het einde van zijn leven is een raadsel gebleven: hij verdween in Baltimore en werd na 3 dagen ziek in de goot teruggevonden in andermans kleding, waarna hij korte tijd later overleed zonder dat duidelijk werd wat er was gebeurd.
Allerlei speculaties deden de ronde: leed Poe aan een ziekte als tbc of malaria? Had hij een hersentumor? Was het een ongeluk, mede door zijn drank- en drugsgebruik? Een geslaagde zelfmoordpoging? Of is hij misschien vermoord?


Clyde Lo A Njoe heeft zijn eigen ideeën over de dood van Poe, die hij uiteenzet in een spannende detective met als hoofdpersonen een plantagehouder uit de Dominicaanse Republiek en een journalist uit New York.


De planter is Manos Mallura die de schrijver in Baltimore heeft leren kennen in 1849, toen hij voor zaken in de stad was. Net als toen is hij van plan door te reizen naar Europa, om handelscontacten te leggen, maar net als toen zal hij blijven steken in Baltimore. Tot zijn schrik heeft hij kort na diens dood vernomen dat Edgar Poe overleden is, en met deze tweede reis grijpt hij de kans om er achter te komen wat er gebeurd is. Deze keer laat hij de plantage te Santiago de los Caballeros achter onder leiding van zijn geliefde Coeur de Courage, en Mallura weet dat enkele planters op Santa Domingo het daar niet mee eens zijn. Zij is namelijk niet blank…
Daarom is hij vast van plan zijn onderzoek naar de dood van zijn vriend snel af te wikkelen.


Als hij zijn intrek neemt in het pension in de Fayette Street, staat diezelfde avond een jonge man voor zijn deur: hij stelt zich voor als Robert Q. Dempsey, journalist, en bezig met een onderzoek naar de dood van Poe. Dempsey weet dat Mallura de dichter heeft gekend.
Hun ontmoeting leidt er toe dat ze samen op onderzoek uitgaan: waar was Poe gedurende de laatste dagen van zijn leven? De data rond de dood van Poe kloppen namelijk niet.


De periode tussen 28 september en 3 oktober 1849 is een lacune gebleven. Toen hij werd gevonden op straat en medische hulp niet meer mocht baten, was Poe niet echt meer aanspreekbaar. De man die er altijd netjes gekleed uitzag, was nu haveloos gekleed. Was hij dronken? Onder invloed van laudanum dat hij gebruikte als pijnstiller? Hij zou een flinke hoeveelheid geld bij zich gehad hebben, die niet teruggevonden is. Toch een misdrijf?
Mallura en Dempsey hebben zo hun eigen gedachten hierover, en ze bezoeken degenen die Poe die laatste weken voor zijn dood hebben gesproken; de artsen; de pensionhouders, en wie er maar iets zou kunnen weten.


In een stijl die past bij de tijd waarin het verhaal speelt, beschrijft Clyde Lo A Njoe de speurtocht van de twee mannen. Geen mooischrijverij, maar meer een beschouwende stijl. Het begin waarin meer ingegaan wordt op het leven op Santo Domingo en de slavenproblematiek is zelfs wat houterig te noemen, hetgeen verbetert als het verhaal de vorm van een detective aanneemt.
Slavernij werd pas in 1860 officieel afgeschaft, maar onlusten waren er al eerder. Mede daarom is slavernij een thema dat aan de orde komt in dit boek. Zowel Poe als Dempsey en Mallura zijn tegenstanders.


Clyde R. Lo A Njoe (1948) debuteerde als romanschrijver in 2016 met de roman Parelmoerpoeder. Ook dit boek is een uitdaging, al is het aantal pagina’s dit keer binnen de perken gebleven.  Maar niet alleen voor Edgar Allen Poe-fans is dit een must, het boek geeft een prima beeld van de tijdgeest in die jaren in Noord-Amerika, met een uitstapje naar de Caraïben.
En de plot zit goed in elkaar, al zegt De journalist ergens:


' Misschien is het wel beter als Poe’s dood een mysterie blijft, want daarin kan de geschiedenis zich voor eens en altijd verbergen. Vaak is de schijn veel milder en vol begrip, terwijl de waarheid – net als ik nu – onverbiddelijk en onvergeeflijk kan zijn.’


ISBN 9789062659920 | Paperback | 392 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | april 2018

© Marjo, 20 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Euforie
Lily King


Schitterend boek!


Was het omdat mijn verwachtingen niet hoog waren, was het omdat "Lichte jaren" van Elizabeth Jane Howard niet vooruit komt... Ik weet zelfs niet hoe ik aan de titel van dit boek kwam of waarom ik het boek in huis gehaald heb. Gisteren had ik zin in lezen maar zoals al gezegd trekt Lichte jaren me momenteel niet. Ik heb dus maar dit boek van de stapel genomen en bijna in één ruk uitgelezen.


Het verhaal begint met Nell en Fen, een antropologenkoppel die weggaan bij de Mumbanyo, een primitieve agressieve stam in Nieuw Guinea, waar ze een dikke 5 maanden bij verbleven hebben. Door het verhaal heen voel je dat er daar iets gebeurd is waardoor Nell haar baby verloor maar er wordt niet verder vertelt wat precies. Je hebt wel een vermoeden maar het wordt niet expliciet uitgelegd.


In Angoram ontmoeten ze Bankson, ook een antropoloog die de Kiona bestudeerd. Het is kerst en ze zijn op een kerstfeest maar het is er hun te druk en Bankson stelt hen voor mee te gaan naar zijn huis bij de Kiona. Hij belooft hen te helpen om een stam te vinden aan de rivier Sepik. Hij brengt hen naar de stam "De Tam" op een 7 uur varen van "zijn" stam.


Bankson is in die korte tijd verliefd geworden op Nell en wil hen in de buurt houden omdat hijzelf heel eenzaam is. Na meer als een jaar voelt hij zich nog altijd een buitenstaander bij de Kiona. Hij voelt zich zo eenzaam dat hij een paar dagen daarvoor zelfs zelfmoord heeft willen plegen door met stenen in zijn zakken de rivier in te wandelen. Hij werd "gered" door 2 inboorlingen die niet snapten wat hij deed en hem er op wezen dat het gevaarlijk was om een rivier in te lopen, zeker met stenen in je zakken.


Het verhaal gaat over antropologie maar ook over relaties, jaloezie, bezitterigheid, opoffering, aanvaarding...
Het is gewoon heel mooi verteld. De personages zijn goed uitgetekend, de omgeving heeft vorm, alles is in evenwicht. Het verhaal zit goed ineen, het antropologisch gedeelte is in evenwicht met het relatieverhaal. Gewoon een heel goed boek.


ISBN 9789048825295 | Paperback | 304 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep | maart 2015

Inge, 18 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De blauwe maanvis
Verhalen
A.N. Ryst


A.N. Ryst is het pseudoniem van kinderboekenschrijver Daan Remmerts de Vries. Eerder schreef hij onder dit pseudoniem al De harpij.
Het boek bevat 15 korte verhalen, die zich bijna allemaal in dezelfde omgeving lijken af te spelen. Plaatsen en personen komen regelmatig terug in andere verhalen, soms als bijfiguur. De verhalen zijn allemaal wat sprookjesachtig, maar niet bedoeld voor kinderen.


Alleen het eerste verhaal valt hier een beetje buiten. Het gaat over een kat die in de hel terecht komt, niet doordat hij sterft, maar gewoon doordat hij een ingang heeft gevonden. Hij wordt gevonden door een duivel, die zich over het beestje ontfermt. Ook de andere duivels sluiten het beestje in hun hart en doen van alles om het de kat naar de zin te maken. Daarbij verzaken ze natuurlijk hun plichten, hetgeen de grote baas Lucifer natuurlijk helemaal niet bevalt.


Na het lezen van deze verhalen ben ik natuurlijk ook heel benieuwd geworden naar De harpij.


ISBN 9789021404080 | Hardcover | 236 pagina’s | Uitgeverij Querido | oktober 2016

© Renate, 17 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zomervacht
Jaap Robben


Ergens op een afgelegen terrein woont de dertienjarige Brian met zijn vader, Maurice. Dat is een egoïst, een man die zijn verantwoordelijkheid niet kent, een scharrelaar, en oplichter. Met de moeder is geen contact meer.
De reden daarvan ga je begrijpen naarmate het verhaal vordert, maar toch: hoe kan een moeder haar zoon achterlaten onder de hoede van deze man? Er blijkt ook een gehandicapte zoon te zijn, vier jaar ouder is dan Brian, verstandelijk en lichamelijk beperkt. Lucien slijt zijn dagen in een instelling 'Lucien is opgeborgen', waar hij goed verzorgd lijkt te worden.


De zomervakantie breekt aan, de instelling wordt gerenoveerd, maar de moeder is op vakantie. Aanvankelijk  maakt de vader zich er niet druk om, maar als hij iets hoort over een vergoeding die hij zou kunnen krijgen, neemt hij onmiddellijk zijn zoon mee.
Maar: hij woont in een aftandse caravan, hij heeft slechts af en toe werk, er is geen geld. Je kan van een dertienjarige niet verwachten dat hij voor zijn broer zorgt. Maar dat doet Maurice dus wel: hij laat de jongens alleen om zijn eigen gang te kunnen gaan. Brian houdt van zijn broer, en hij doet zijn best. Maar hoe verschoon je een grote sterke jongen, die niet meewerkt?


Het is per ongeluk, en ook omdat een dertienjarige deze verantwoordelijkheid helemaal niet aan kan, dat hij eigenlijk het goede doet voor Lucien; hij vergeet de medicijnen, laat ze vallen, en laat het dan maar helemaal achterwege. Juist daardoor knapt Lucien op: hij kan steeds beter lopen, en is ook meer aanspreekbaar. Daardoor echter ook moeilijker te verzorgen, en dat zorgt er voor dat de situatie helemaal uit de hand loopt.  Als Lucien met zijn voet in een stuk glas getrapt is, zoekt Brian hulp bij Emile, ‘de huurder’.


‘Het is mijn schuld’, zegt Brian, ‘ik heb niet goed opgelet.’ Emile, de man die bij Brian en zijn vader een caravan huurt, denkt daar anders over: ‘Je doet wat je kunt. Iemand als je broer bezeert zich snel. Je bent als een soort vacht voor hem. Zonder jou had hij vast nog meer schrammen en blauwe plekken opgelopen.’


Deze huurder is een leraar Engels, die bij zijn vrouw weg is en zijn toevlucht heeft gezocht op het terrein waar Brian woont. Tussen hem en de jongen ontstaat een voorzichtige vriendschap, maar natuurlijk zal de vader daar wel een stokje voor steken.
Maurice gedraagt zich abominabel. Hij jaagt iedereen tegen zich in het harnas, door zijn agressieve dronk en oplichterijtjes.


Brian heeft een oogje op een meisje in de instelling. De hormonen winnen het van het inzicht dat dit toch echt niet kan, al werkt het meisje gewillig mee, lijkt ze hem zelfs uit te lokken. Hij laat zijn broer alleen om naar Selma te gaan. Hij bindt Lucien vast, of denkt: Rico - de hond - past wel op…
Op die momenten is hij net als zijn vader onverantwoordelijk bezig. Maar hoe kan het anders met zo’n voorbeeld?
Toch is er in de grond wel moreel besef aanwezig bij de jongen, maar hij kan niet tegen zijn vader op. Emile lijkt te kunnen helpen maar dat staat de vader niet aan.

Net als Birk is dit een roman die heel goed door jongeren gelezen kan worden, het is een coming of ageroman in een bijzondere setting.
En net als Birk is dit een prachtig verhaal in mooie en duidelijke taal, die nieuwsgierig maakt naar het einde.


Jaap Robben (1984) won met zijn romandebuut Birk de Nederlandse Boekhandelsprijs 2015. Hij was al bekend als dichter en maakte samen met illustrator Benjamin Leroy de jeugdboeken De Zuurtjes.
Birk wordt vertaald in het Duits, Turks en het Engels. Marinus Groothof werkt met CTM Producties aan de verfilming van Birk.

ISBN 9789044525014 | hardcover | 365 pagina's | De Geus| september 2018

© Marjo, 15 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Pogingen iets van het leven te maken
het geheime dagboek van Hendrik Groen, 83 1/4 jaar
Hendrik Groen


Hendrik Groen is een 83 jaar oude man, die door middel van een dagboek het alledaagse leven in het bejaardentehuis beschrijft.  Hij vertelt ons, met een enorme dosis humor, alle details over dat soms harde leven op deze leeftijd. Zo beschrijft hij op een eerlijke en onomwonden manier over de gebreken, ziektes, ongemakken en sterfgevallen die de meeste mensen op zijn leeftijd hebben. Hij doet dit op een manier waardoor je als lezer meeleeft met de personen in het boek.


Hendrik is geen doorsnee bejaarde. Hij is wars van regels en dingen die 'zo horen'. Hij brengt de nodige reuring in het tehuis en weet dit op een uiterst vermakelijke manier over te brengen. Tussen de regels door lees je de berusting van mensen die al veel hebben meegemaakt in het leven.


Hendrik leeft een beetje roekeloos. In elk geval zo roekeloos als je als 83 jarige kunt zijn. Zo beschrijft hij hoe hij onder het jaarlijkse en uiterst saaie jaaruitstapje probeert te komen. Ook beschrijft hij op een humoristische manier de nukken en fratsen van zijn medebewoners, maar doet dit wel altijd op een respectvolle manier.

Zo vertelt hij hoe hij zich samen met zijn medegangbewoners van de niet te pruimen baksels van een buurvrouw ontdoet waardoor op onverklaarbare wijze de vissen in het aquarium het loodje leggen waardoor uiteindelijk een ware heksenjacht op de dader ontstaat.
Dit soort acties onderneemt hij, samen met zijn vrienden, regelmatig. Dit leidt uiteraard tot hilarische situaties waar je als lezer middenin lijkt te zitten.

Het boek is gebaseerd op waargebeurde situaties, en vertelt ons een jaar-samenvatting van de  gebeurtenissen en acties van de groep 'Omanido' wat de afkorting is voor 'Oud maar niet dood', die opgericht is door Hendrik en zijn vrienden.
Het stelt je voor bijzondere verrassingen, die je haast niet kan weerstaan.

Ik heb regelmatig hardop zitten lachen bij het lezen van dit boek. Toch hebben de verdrietige situaties me ook geraakt. Ik vond het bijzonder dat je als lezer echt meeleeft met de gebeurtenissen.

Het verhaal is geschreven in korte alinea's die makkelijk in te delen zijn in leesmomenten. Elke dag is een hoofdstuk, en duidt een nieuwe dag in Hendrik's leven aan. Dit maakt het overzichtelijk om te lezen.
Het leest makkelijk, hoewel het woordgebruik mogelijk een probleem kan zijn, voor jongere lezers.

ISBN 9789029089975 | Paperback | 328 pagina's | Uitgeverij Meulenhoff | juni 2014

© Arwen Mertens, 13 jaar, 10 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Juliette of het geluk van boeken
Christine Féret Fleury


Het leven van de jonge Parisienne Juliette verloopt dag in dag uit hetzelfde. Elke werkdag van de week stapt ze 's ochtends op de metro en ziet daar vaak dezelfde mensen, die net als zij een boek mee hebben. Ze observeert de lezers graag en vraagt zich af waarom de man met het groene hoedje altijd hetzelfde insectenboek mee heeft en die vrouw altijd op bladzijde 247 in huilen uitbarst en weeft daar soms hele verhalen omheen. Boeken zijn belangrijk voor Juliette, in feite zijn ze haar leven, haar grote liefde.


"Op zondag stroopt Juliette de rommelmarkten af omdat het haar pijn deed de dozen te zien met oude boeken die lukraak door elkaar waren gesmeten, zonder enige zorg, minachtend bijna, en door niemand werden gekocht. [...] Dus kocht zij ze, ze vulde haar boodschappenmand met incomplete series, met kook- of knutselboeken en met sexy detectiveromannetjes waarvan ze niet hield, maar die ze gewoon even in haar hand wilde houden om ze wat aandacht te geven."


Waarom ze op een dag ineens twee haltes eerder uit de metro stapt weet ze eigenlijk niet, het is een gevoel. Maar die daad zal haar leven veranderen. Onderweg ontmoet ze namelijk een meisje die een gebouw binnengaat waarvan de deur door een dik boek open wordt gehouden. Leesfanaat als Juliette is pakt ze het boek natuurlijk op, maar het meisje berispt haar, dat moet daar blijven liggen, haar vader heeft het boek speciaal daarvoor uitgezocht. Maar eigenlijk is het zo dat het boek zich voor die taak aangemeld heeft, vertelt Soliman, de vader van het meisje, haar even later.


Solimans leven bestaat uit boeken. Zijn hele huis staat er vol mee. Hij is een eenzame ziel die door middel van boeken mensen wil helpen. Hij volgt het principe van Ron Hornbaker op, de man die het fenomeen bookcrossing opzette. Ron wil van de hele wereld een bibliotheek maken door mensen te motiveren hun boeken niet te laten verstoffen in de boekenkast maar hun boeken overal achter te laten, zodat de vinders ze kunnen lezen. Alleen heeft Soliman er iets aan toegevoegd. Mensen mogen bij hem boeken komen halen maar moeten die boeken welbewust weggeven. Ze moeten de juiste lezer bij het boek zoeken, zodat die mensen daadwerkelijk geholpen worden door het verhaal. Hij is er van overtuigd dat boeken levens kunnen veranderen. De mensen moet aan Soliman vertellen aan wie en waar ze het boek hebben gegeven, hij noteert alles nauwkeurig.


Juliete is gefascineerd door deze vriendelijke, erudiete, beetje wereldvreemde man en zijn huis vol opeengestapelde boeken. Zo erg zelfs dat haar leven op zijn kop staat. Ze droomt 's nachts van boeken 'die van hun stapels opstegen om als vogels over een door hoge muren omgeven binnenplaats te zweven, [...] af en toe ontsnapten er baadjes, die door de lucht wervelden en zo hoog gingen dat ze met haar blik niet meer kon volgen...'
Het lijkt alsof er iets in haar is wakker geschud, alles is in het teken komt te staan van Solimans missie.
En dan, op een dag, meldt Soliman, dat hij een tijdje weg moet. Of zij op zijn dochter wil passen en zijn werk waar wil nemen...


Als je zelf een fanatiek lezer bent en ook jaren aan Bookcrossing hebt gedaan is dit boek natuurlijk een feest van herkenning. Alleen is de aanpak van Soliman die van een zeer liefdevolle boekenliefhebber. Hij wil dat elk boek bij de juiste persoon terecht komt. Hij wil van de wereld niet alleen een bibliotheek maken maar de wereld ook mooier maken door middel van de inhoud van de boeken. Juliette voelt dat haarfijn aan, want zij leeft zelf ook op de verhalen uit haar boeken. Zij leidt haar eigen dromerige leventje dankzij die boeken. Er ontstaan mooie discussies, vele titels worden genoemd - die allemaal achterin nogmaals op rij vermeld worden - . De taal is soms bijna poëtisch, er staan prachtige zinnen in die aangeven hoe verhalend en fantasierijk de gedachten van de personages zelf zijn geworden. Misschien vinden sommige lezers de gedachtes té veel wegzweven dankzij de verbeelding van Juliette of Soliman, maar persoonlijk vond ik het erg bijdragen aan de sfeer van het boek.

Het allermooiste van het verhaal is echter dat Juliette dankzij Soliman haar eentonige leventje durft om te gooien en een heel nieuwe weg inslaat, die anders is dan je als lezer verwachtte. '


'Ik zat zelf ook onder een dikke laag stof, zei ze. 'Die had zich opgehoopt zonder dat ik het had gemerkt, begrijpt u?


Christine Féret-Fleury (Frankrijk) studeerde literatuur en werkte enkele jaren als docent aan de universiteit. Ze was daarna uitgever bij een groot Frans uitgeefhuis voordat ze in 1996 debuteerde met een kinderboek. Sindsdien heeft ze zich toegelegd op schrijven.


ISBN 9789402701524 | Hardcover | 174 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | juli 2018

© Dettie, 1 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Jouw huid
Jeroen Theunissen


Man ontmoet meisje; hoe simpel wil je het hebben? Het is het populairste, maar ook het meest uitgekauwde thema in toneel, film, werkelijkheid en literatuur, dus om er als schrijver een originele draai aan te geven moet je wel iets in huis hebben. Een ongebruikelijke invalshoek; een nieuwe, doorleefde en betekenisvolle kijk op het onderwerp; een originele setting; en natuurlijk stijl, stijl vooral. Jeroen Theunissen heeft het allemaal.


De man in Jouw huid is Grif, een uit Wales afkomstige EU-lobbyist in Brussel, die zijn rol aanvankelijk speelt volgens het boekje. Cynisch. Bemiddeld. Gewetenloos. Buikje door alle recepties, borrels en diners. Vrouwenverslinder.


‘Ik had champagne gedronken, jonge vrouwen uit verschillende delen van het continent – telkens intelligente, hoogopgeleide, veeltalige, wereldwijze en hongerige kosmopolieten (…) meegenomen naar mijn appartement, had hun lichamen en hun gewoontes leren kennen, had met hen plezier gemaakt en uiteindelijk al snel gemerkt dat ze ondanks hun soms duizelingwekkende cv, doctoraat alhier en doctoraat aldaar, inwisselbaar waren.’


Maar dan ontmoet hij Ama, een uit Ghana afkomstige illegale vluchtelinge die zich, uiteraard, in leven houdt met slecht betaald schoonmaakwerk, en op wie hij al zijn onvervulde romantische wensen projecteert.


‘Ze had de argeloze, dodelijke schoonheid van wezens voor wie je een moord begaat, vrouwen die je met een verlangen opschepen dat nooit meer ingelost kan worden. In het schemerduister was ze de harteloze, dreigende en prachtige schaduw van een godin.’


Het zijn grote woorden maar in de context van dit boek beslist geloofwaardig.


En wat ziet zij in hem? Geld, natuurlijk, maar ook warmte, veiligheid en beschutting. Aanhankelijkheid. De toegang tot een ander, menswaardiger leven. Ama is slim, pragmatisch èn ironisch, en ze anticipeert met haar ironie op al Grifs angsten. Op alle Westerse, materialistische, blanke, rationalistische angsten:


“Grif, liefje, je moet opletten.” Haar ogen glommen van genot. “Je geeft die Afrikaanse vrouwen een vinger en ze nemen een arm.”


Grifs tegenwerping dat zij hem bij zo’n opmerking een racist zou noemen is niet aan haar besteed (‘Dat ben je ook’).


Toch ligt het niet aan haar dat de liefde na vier seizoenen, de vier delen van het boek, uiteindelijk strandt. Ama grijpt de kansen die zich voordoen, zo blijkt te beschikken over een aanzienlijk danstalent, terwijl voor Grif de weelde van, en de onzekerheid over een vrouw die hij nooit helemaal zal doorgronden, domweg teveel zijn. Zeker zo lang hij niet heeft afgerekend met de spoken uit zijn verleden.


En dan is er nog Brussel, de setting van het boek die we leren kennen in vier seizoenen, een stad die primair gebouwd lijkt voor ontheemden. Het groezelige busstation waar Ama midden in de nacht aankomt na een lange reis. De spookstad van lege, verlichte lanen en hoge gebouwen van glas en staal. De postmoderne stad zonder samenhang waar iedereen leeft in zijn eigen bubbel en waar Grif - buiten zijn schuld, dat wel – uiteindelijk het loodje legt.


Jouw huid
, de zesde roman van Jeroen Theunissen (1977) verdient wat mij betreft een plaats op de shortlist van de volgende Libris Literatuurprijs.


ISBN 9789403105000 | Paperback | 254 pagina’s | Uitgeverij De Bezige Bij |mei 2018

© Hein-Anton van der Heijden, 18 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER