Nieuwe boekrecensies

De terugkeer van de wespendief
Aimée de Jongh


Een graphic novel.
Op de eerste pagina’s zien we een paar mooie natuurtekeningen, en gezien de titel: gaat het over de vogel?
Niet dus. Natuurlijk heeft die er wel mee te maken, maar dat is meer symbolisch.


De hoofdpersoon is Simon Antonisse. Een boekhandelaar wiens winkel niet goed loopt. Zijn vrouw wil dat hij ergens ja tegen zegt, maar hij weigert.


‘Verdomme Laura, waarom luister je niet naar me?’


Gaandeweg ontdekken we dat Simon de boekhandel heeft overgenomen van zijn vader. Een familiebedrijf. En dat terwijl hij eigenlijk ornitholoog wilde worden. Maar hij vond dat hij het zijn vader moest beloven. Nu heeft hij zelfs al heel lang niet meer aan vogelspotten gedaan.
De voorraad boeken staat in een huisje in het bos. Simon gaat er regelmatig dozen boeken halen. En dan ziet hij onderweg een vreselijk ongeluk gebeuren. Niet alleen is hij er ondersteboven van omdat hij er getuige van was, het herinnert hem ook aan een voorval uit zijn jeugd.
Dit allemaal samen, het breekt hem op.


Op een dag staat er een jongedame voor zijn neus, die hem hulp vraagt: ze wil graag magisch-realistische boeken voor een werkstuk. Hij als boekhandelaar kan haar vast wel helpen? De gesprekken met het meisje werken helend, maar er moeten nog steeds beslissingen genomen worden. Als het meisje net zo onverwacht verdwenen is als ze gekomen is, gaat Simon zich het een en ander afvragen.


Het is een prachtig verhaal, ook als er geen tekeningen in het boek hadden gestaan. Maar die tekeningen vertellen wel een deel van het verhaal: de emoties zijn getekend, dat hoeft niet verteld te worden.


De terugkeer van de wespendief werd in vijf talen uitgegeven en won de prestigieuze Prix Saint-Michel voor de beste Nederlandstalige strip van 2014. The Guardian noemde het boek een van de beste beeldromans van 2016. In 2017 verscheen tevens een verfilming in opdracht van de AVROTROS, geregisseerd door Stanley Kolk.  Aimée de Jongh maakt ook de strip "Snippers" in de Metro.


ISBN 9789492117656 | hardcover | 168 pagina's | Uitgeverij MMIT Publishing | april 2017

© Marjo, 9 juni 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Middernacht-
bibliotheek

Matt Haig


De vijfendertigjarige Nora was haar leven al beu, maar als die jongen - die ze nauwelijks kent maar wel aardig vindt – aan de deur komt om te vertellen dat hij haar kat heeft gevonden, op straat, waarschijnlijk overleden, en ze Volts inderdaad dood aantreft, valt de toch al zwakke bodem onder haar vandaan. Volts was de enige die ze nog had.


Ze heeft filosofie gestudeerd maar werkt in een muziekwinkel. Heeft geen relatie sinds ze Dan kort voor ze zouden trouwen de bons heeft gegeven. Haar ouders leven niet meer en haar broer Joe is nog steeds boos omdat ze uit hun toch succesvolle band is gestapt.
Op de dag dat ze Volts verliest wordt ze ook nog ontslagen, het gaat niet goed met de winkel.


Van de weeromstuit vergeet ze haar enige houvast: de wekelijkse pianoles aan Leo. Het levert niet meer op dan een goed gevoel.
Leo’s moeder belt en zegt meteen dat haar zoon geen lessen meer hoeft... De beruchte laatste druppel: Nora besluit dat het goed geweest is, ze schrijft nog wat briefjes en stapt uit het leven. Om terecht te komen in de middernachtbibliotheek, een plaats waar ontzettend veel boeken staan, en waar Mevrouw Elm, de bibliothecaresse haar vertelt:


‘Tussen leven en dood bevindt zich een bibliotheek. Een bibliotheek met eindeloze planken. Elk boek biedt de kans om een leven uit te proberen dat je geleefd zou kunnen hebben. Om te zien hoe het gelopen zou zijn als je andere keuzes had gemaakt.’


Er is het Boek van Spijt, waarin alle beslissingen staan waar Nora later spijt van kreeg. Stoppen met zwemmen, iets waar haar vader erg teleurgesteld over was. Stoppen met muziek, wat haar broer haar zeer kwalijk nam. Niet in het huwelijksbootje stappen met Dan. Nooit gestudeerd voor poolonderzoeker, een van haar dromen als kind. En zo was er nog wel meer.


‘Je kan kiezen voor wat je wil’, zegt mevrouw Elm, ‘maar niet voor wat het wordt.’


Het duurt even voor Nora het idee begrepen heeft. Lastig ook: het is middernacht, de klok staat op 00.00.00 en zolang dat het geval is, kan ze alle levens uit al die boeken proberen. Misschien zit daar een leven tussen dat ze graag wil leiden.


Eerst kiest ze zodanig dat ze de beslissingen waar ze spijt van heeft niet gemaakt heeft: ze is Olympisch zwemster; ze is de zanger van een populaire band; Volts is er nog. Ze heeft met Dan hun droom waargemaakt, althans: ze zijn uitbaters van die pub waar ze het altijd over hadden.
En nog veel meer.


Als ze zo’n leven instapt is ze zich ervan bewust dat ze dat doet, ze weet niets van wat haar andere ik in dat leven heeft meegemaakt en moet vaak improviseren om althans een poging te wagen dat anderen het opmerken. Zo staat ze plotsklaps voor de taak een zaal vol mensen toe te spreken. Of bevindt ze zich op de Noordpool om klimaatonderzoek te doen en ontmoet ze een ijsbeer.
En steeds is er een reden waardoor dit leven niet is wat ze wil, en keert ze weer terug naar de bibliotheek. Maar wat moet ze dan kiezen? Welk leven is de moeite waard?


Het grappige is dat ze niet de enige is die steeds weer andere levens leeft! Dat geeft het verhaal een extra snufje magie. Als je een donkerbruin vermoeden had, wat de afloop zal zijn, dan wordt dat nu onzekerder.


‘Misschien waren alle levens wel zo. Misschien voelden zelfs de op het oog meest volmaakte of waardevolle levens uiteindelijk hetzelfde. Een zwik teleurstellingen, eentonigheid, kwetsuren en geruzie, maar met flitsen van verwondering en schoonheid.’


Haig speelt vaker met tijd in zijn boeken, zijn verhalen zijn op het eerste oog realistisch maar kunnen dat niet zijn. Zo ook hier: alle beslissingen die een mens neemt hebben gevolgen. En eenmaal gedaan kun je vaak niet terug. Want dat is weer een nieuwe beslissing, dan heeft de eerdere beslissing al dingen in gang gezet. Je kan je wel voorstellen hoe het geweest zou zijn, je kan spijt hebben, maar heeft dat zin?
Leuk deze gedachtegang, met vaak filosofische inslag!
Een  boeiend, intrigerend gegeven dat door Matt Haig in een fijne schrijfstijl met humor is uitgewerkt.


Matt Haig (1975) schreef  diverse romans, en kinderboeken. Zijn werk wordt gepubliceerd in meer dan dertig landen en de filmrechten van zijn debuut The Last Family in England (2004) zijn gekocht door de productiemaatschappij van Brad Pitt.

ISBN9789048860067 | Paperback | 320 pagina's | Uitgeverij Lebowski | juni 2021
Uit het Engels vertaald door Monique ter Berg

© Marjo, 6 juni 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Regensoldaten
Kristien de Wolf

Magda, neuroloog van beroep, met een eigen praktijk. Ze wordt veelal dokter Mus genoemd, een bijnaam die uit haar jonge jaren aan haar is blijven kleven.


‘Een mooie academische titel heeft dat nooit kunnen veranderen en een ernstig genomen Magda van mij kunnen maken. Misschien denken de mensen er nu anders over. Wie weet in welke vorm een verhaal uiteindelijk uithardt na de ontelbare hertalingen door mensen die het weten kunnen, uitgewisseld bij het elkaar kruisen op het dorpsplein. Wie weet luidt de ultieme samenvatting wel dat ik al bij al een succesvolle dokter was, wier relatief jonge leven een dramatisch afloop kende, omdat het faliekant en onvoorzien werd afgebroken, en dat het niet te geloven is hoe de dingen lopen kunnen. Of misschien vertellen zij over mij als die eeuwig treurende eenzame, ocharme!, die het ook niet helpen kon en besluiten ze dat ik beter af ben nu. ‘


Met deze zin, vrij snel na de opening van het verhaal, ben je als lezer meteen binnen. Wie is deze vrouw? Waarom doet ze deze vaststellingen?


Het begon allemaal zo goed, vertelt ze. Ze werd geadoreerd door haar moeder, die maar al te graag iedereen die maar wilde luisteren trots en opschepperig vertelde over de prestaties en streken van haar mooie meisje.


‘Zolang alles wat ik deed een verhaal waard was, kon ik moeilijk iets anders geloven dan dat ik een prima persoontje was en de wereld een prima plek.’


Als haar vader er genoeg van heeft, besluit hij op een dag dat zijn vrouw bij hem op het notariaat moet komen werken, op de benedenverdieping. Dat betekent dat het kind aan haar lot overgelaten wordt en dat is niet veel beter dan de verafgoding die haar eerder ten deel viel.


‘Het was muisstil. Regen viel tegen het raam van de keuken, ik zag alleen de druppels, er was geen geluid. Ik vroeg me af of er buiten soldaatjes op de straat dansten, of het dat soort regen was.’


De gouden jaren zijn voorbij. Geen verhalen meer, zelfs de sfeer in huis wordt ijzig. Maar als Magda dacht dat het zo zou blijven vergist ze zich: Een broertje wordt geboren. Magda is al jaloers voor het kind er is. Terecht vreest ze dat zij voortaan op het tweede plan zal staan.
Tekenend is dat de foto’s van Mus die overal – echt overal! - in huis hangen, een voor een vervangen worden. Alsof zij geen recht meer heeft om te bestaan. Zij mag voor haar broertje zorgen. Een deel van het huishouden overnemen. Maar voor een kind is deze verantwoordelijkheid te groot. Al kwijt ze zich lijdzaam van deze taak.


Het enige goede in haar leven is Andy. De buurjongen bij wie ze een toevlucht vindt. Andy gaat mee als ze gaat studeren, en blijft jarenlang een vast onderdeel van haar leven. Ook als ze zich te buiten gaat aan het studentenbestaan, aan drank en vriendjes, veel vriendjes. Hij is haar veilige haven. Andy is er altijd immers. Een vanzelfsprekendheid. Tot het te laat is.
Of… krijgt ze nog een herkansing?

Terwijl Mus ons haar verhaal vertelt neemt ze slokken uit de fles. Eerst af en toe een glaasje in de keuken, later ligt de fles al in haar bureaublad en drinkt ze tussen het ontvangen van haar patiënten door.
Het vertellen van haar verhaal is niet zoals haar moeder de verhalen vertelde. Er is geen sprake van trots of opschepperij, het is een wanhopige spijtbetuiging tot op de laatste pagina’s de hoop weer opflakkert.


Kristien de Wolf vertelt in fraaie volzinnen over een tragisch verlopen leven, en dat doet ze niettemin met humor, zodat het opnieuw een prachtige roman is geworden. Een tragisch verhaal zo mooi vertellen, dat kan alleen een Vlaming. De Wolf is een schrijfster die nogmaals bewijst dat we niet om haar heen kunnen!


Kristien De Wolf (Sint- Niklaas, 1969) debuteerde in 2017 in de Extazereeks met Rotgeluk, dat zij deed opvolgen met Ava Miller en ik.


ISBN 9789493214255 | Paperback | 152 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | april 2021

© Marjo, 2 juni 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het oog van de kraanvogel
Peter W.J. Brouwer


‘De nacht had hij met een vrouw doorgebracht. Ze reikte tot aan zijn schouder en had een litteken dat haar hele wang bedekte. Hij had gedacht dat ze alleen waren. En dat waren ze ook, maar de werkelijkheid had bewogen. Iets was verschoven en misschien was dat al eerder gebeurd.’


Het is 2013, en hij, dat is Marcus, een man die niet weet wie hij is, al denkt hij te weten van wel. Hij moet vaststellen dat hij nooit echt keuzes heeft gemaakt, zich heeft laten meenemen door wat het leven bood zonder daarin actief te zijn.
Hij is 43 en voor zaken in Tokio. Hij moet daar zijn als jurist voor een zaak die met een fluitiste te maken heeft.


Muziek, ooit was het ook zijn doel. Vijfentwintig jaar eerder studeerde hij op het conservatorium in Amsterdam. Het leven verliep normaal: hij studeerde en had een relatie met Carlijn. Tot hij Arthur ontmoette.
Hij was een vriend, maar vanaf het begin was het wat ongemakkelijk: later zal Marcus het wurgzorg noemen, maar toen in Amsterdam (h)erkende hij niet wie of wat Arthur was. Dat zijn vriend hem iedere dag kwam halen, met iets lekkers. Een ontbijtje maakte, muziek opzette en ongevraagd hielp met zijn studie: Marcus bleef op afstand. Met opzet? Of was het naïviteit? Maar er was dan ook Carlijn, en zij wist wél wat ze wilde.


En die avond als Arthur hem vertelt wat hem drijft, is er Carlijn. In de ogen van Marcus ‘redt’ zij hem, zijn ongemak leidt niet tot daadkracht. En zonder Arthur gaat het leven verder; Marcus stopt met het conservatorium, gaat rechten studeren. Trouwt met Carlijn, krijgt een dochter. Een scheiding en een nieuwe vlam.
Huisje, boompje, beestje, een normaal leven.


Nu is hij in Tokio, waar hij Arthur opnieuw ontmoet. Dat is overigens geen toeval. Maar waarom Arthur juist hem gevraagd heeft toen er bemiddeld moest worden in de zaak van de fluitiste?
Er ligt een waas over het verblijf in de Japanse stad. Marcus voelt zich niet lekker, hij is koortsig, heeft pijn op de borst. Is zijn fysieke toestand mede debet aan het feit dat er in het hernieuwde contact met Arthur eindelijk openheid komt? De muur die hij in het verleden nog had weten in stand te houden, brokkelt af. Het is het uur van de waarheid.


Hoe blind kun je zijn voor jezelf en je behoeften? Is het de tijdsgeest die Marcus er van weerhoudt eerlijk te zijn voor zichzelf?
In een prachtige stijl schrijft Brouwer over een coming-out - hoewel, erkent Marcus eigenlijk wel wie hij is? In ieder geval is het een zoektocht naar een eigenheid. Verdeeld in drie hoofdstukken, Tokio – Amsterdam - Tokio, wordt een man geconfronteerd met zijn leven en alles wat hij meegemaakt heeft. En wordt een vriendschap ontleed.
Dit levert een mooie psychologische roman op vol introspectie, die je als lezer aan het denken zet. Zijn we eigenlijk wel eerlijk in onze relaties  met een ander? En ten opzichte van onszelf?


Peter WJ Brouwer (1965) is schrijver, vertaler en theatermaker. Hij publiceerde drie dichtbundels. ‘Het oog van de kraanvogel’ is zijn tweede roman na ‘Het Siamees moment’ uit 2017.


ISBN 9789493214224  | Paperback | 304 pagina's | Uitgeverij in de Knipscheer | februari 2021

© Marjo, 19 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De smaak van wilde peren
Ewald Arenz


Liss herkent in Sally onmiddellijk de eenzaamheid en chaos die in haar hoofd woedt, ook al hebben ze nog geen woord met elkaar gesproken. De band tussen de twee is er gelijk ook al willen ze dat niet aan zichzelf toegeven.


De zeventienjarige Sally heeft al veel heftige dingen moeten doorstaan. Op het moment dat ze Liss ontmoet is ze op de vlucht, ze is het zat dat er niet naar haar geluisterd wordt, dat zij precies moet doen wat haar ouders en instanties willen. Ze is woedend en het enige wat ze wil is rust, met hoofdletters.


Liss, die circa veertig jaar moet zijn, leeft alleen op een boerderij met veel stukken land die zij ook in haar eentje onderhoud en bewerkt. Ook Liss heeft de nodige toestanden achter de rug. Zij voelt onmiddellijk aan dat Sally, net als zij, behoefte heeft aan anonimiteit. Ze herkent het gedrag van Sally en accepteert het.
Sally mag voorlopig bij haar blijven wonen. Ze geeft haar te eten en een bed en laat haar verder haar gang gaan. Het enige wat Sally van haar moet doen is melden dat ze veilig is.


Sally zit nog vol onrust, ze provoceert, ze scheldt, ze huilt, ze loopt weg en komt weer terug. Liss blijft stoïcijns, ze hoort alles aan en accepteert Sally's gedrag, vooral omdat ze weet hoe het is. Ze weet hoe Sally zich voelt.
Liss pakt het voorzichtig aan, ze vraagt Sally soms om hulp bij het werk, ze laat af en toe merken dat Sally goed is zoals ze is. Dat Sally's hulp en aanwezigheid gewaardeerd wordt. Ze werken samen op de akkers, in de bijzondere perenboomgaard en verzorgen de bijen.


En langzamerhand kalmeert Sally, het even niets moeten, even geen getrek of gezeur aan haar hoofd doet haar meer dan goed. Er ontwikkelt zich een wederzijdse genegenheid, ze voelen zich geborgen bij elkaar, ook al wisselen ze weinig woorden uit.
Heel langzaam, in summiere bewoordingen, durven de twee vrouwen elkaar hun verhaal toe te vertrouwen.


De aanwezigheid van Sally triggert namelijk iets bij Liss en Sally heeft dat door. Er is iets met Liss wat haar blokkeert en de jonge, open en eerlijke Sally maakt iets los. Iets waar Liss eigenlijk niet meer aan wil denken. Het doet teveel pijn. Sally laat het daar echter niet bij zitten. Ze trekt behoedzaam het verhaal uit Liss maar Liss geeft zichzelf niet zo makkelijk bloot. Liss ageert, probeert het af te houden maar Sally gaat door, totdat de bom barst. En zo ontvouwt zich ook het schrijnende verhaal van Liss.


Dit alles maakt het tot een onvergetelijk boek, dat je ademloos en met compassie leest. De mooie stijl die Ewald Arenz hanteert, maakt het verhaal nog intenser.
Hij weet de sfeer en de omgeving perfect neer te zetten, waardoor je het gevoel hebt dat je naar een indrukwekkende film kijkt met prachtige beelden.
Veel van mijn boeken geef ik weg, maar dit boek mag nog een tijdje hier blijven om het te herlezen en te koesteren.


Ewald Arenz (1965) werkt als docent op een gymnasium in Nürnberg. Zijn romans en theaterstukken zijn met talrijke prijzen bekroond. De smaak van wilde peren is zijn eerste boek in Nederlandse vertaling.


ISBN 9789046826522 | Hardcover | 272 pagina's | Nieuw Amsterdam | 12 mei 2020
Uitstekend vertaald door Marcel Misset

© Dettie, 21 april 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De koningsmol
Gerrit Jan Zwier


Gerrit Jan Zwier is geograaf en antropoloog. Naast reisboeken schrijft hij natuurboeken en kinderboeken. Dit alles komt bijeen in dit boek De koningsmol.

Het is een verhaal over een gezin bestaande uit de eenzelvige bioloog en reisverhalen schrijvende Wiert Rozema, de ondernemende lerares Nederlands Luts en hun jonge, hevig in natuur en milieu geïnteresseerde dochter Annewiene.
Luts hangt er een beetje bij. Zij is de meest realistische van het stel. Waar Wiert en Annewiene wegdromen van een verlaten huisje in de natuur, ziet zij vooral de praktische zaken. Ze wordt in het boek vooral neergezet als de spelbreker van veel geromantiseerde plannen. Het huwelijk verloopt niet helemaal soepel, de vroegere harmonie is verdwenen.


Wiert en Annewiene vormen bijna een symbiose. Samen bestuderen zij met veel liefde planten en dieren en is met name Annewiene erg fel over al het eventuele dierenleed dat mensen een dier aandoen. Sinds zij een mol gered heeft van de verdrinkingsdood gaat Annewienes voorliefde vooral uit naar die zachte, bijna blinde diertjes. Groot is dan ook haar schrik als ze hoort dat de plaatselijke boer de enorme mollenheuvel plat wil gooien voor uitbreiding van zijn boomgaard. Samen met haar vader bedenkt ze een plan om de mollen te verplaatsen naar een nieuwe plek aan de andere kant van het kleine waterstroompje.

 
De bijna verdronken mol heet Lode Buys Ballot, hij is al snel weer teruggeplaatst is in de mollenheuvel. Hij verkeert in tweestrijd, hij heeft van die rare dromen waarin hij koning van het molenvolk is. Maar de mollen leven erg solitair, ze spreken elkaar zelden, laat staan dat ze een groep zullen vormen waarvan hij de koning zal zijn. Toch weet Lode dat er iets staat te gebeuren. Hij zal een belangrijke taak krijgen, hij voelt dat hij écht de koning zal worden. Maar wil hij dat wel? Hij is ook erg gesteld op zijn rust.


Lode's bizarre dromen blijken uit te komen als ze vernemen dat de mollenheuvel van de gruwelijke oppermol Rode Hamer onder water dreigt te lopen. Rode Hamer is verschrikkelijk. Iedereen is bang voor hem. Maar of het toeval is of niet, Lode verricht een ware heldendaad als de mollenheuvel door een roofdier aangevallen wordt. Later doet hij opnieuw iets wat grote bewondering oproept bij de overige mollen. Als vanzelf lijkt zijn leidende koningsdroom uit te komen...
Ondertussen werken Annewiene en Wiert ook hard aan hun eigen mollenplan...


Op zich is het idee voor dit boek bijzonder, je leert veel over het leven van de mol en ook diverse milieuzaken komen aan de orde. Toch voldoet het niet aan mijn verwachtingen. De oorzaak is de enorme hoeveelheid thema's in dit boek.
Naast het vluchtverhaal over de mol Lode Buys Ballot en de vader en dochter die eigenlijk hetzelfde willen bereiken door de mollen te willen redden, spelen nog allerlei andere factoren een rol in het verhaal die eigenlijk helemaal niet relevant zijn. Ze storen zelfs. De huwelijksproblemen, de flashbacks naar vakanties, het verhaal over Portugal en de daar woonachtige schrijvende kasteelheer. Ze doen niet ter zake. Als deze niet waren meegenomen in het geheel had het naar alle waarschijnlijkheid een erg origineel (kinder)boek opgeleverd. Nu is het vlees noch vis.


Echt jammer, helemaal omdat het uitgegeven is door KNNV, een uitgeverij waarvan ik de kernwaarden hoog draag.


ISBN 9789050118170 | Paperback | 222 pagina's | Uitgeverij KNNV | mei 2021

© Dettie, 7 juni 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het lichtschip
Mathijs Deen


‘Een lichtschip komt nooit aan en vaart nooit uit. Het heeft geen schroef, geen motor, op de brug is geen roer, het ligt daar maar wat mistroostig te deinen, een beest dat vergeefs aan een ketting trekt.’


Een lichtschip is een lichtbaken op volle zee, op de plaats waar een vuurtoren zou moeten zijn, maar waar de bouw hiervan niet mogelijk is. Vaak liggen lichtschepen in de omgeving van zandbanken of andere voor de scheepvaart gevaarlijke gebieden.


Op zo’n schip speelt het verhaal. De mannen doen hun alledaagse dingen: wachtlopen, het weer meten en vooral het licht brandende houden. Ze passen zich aan aan de zee, de enige wisselende factor. Verder is het leven saai. Vier weken lang met elkaar gedwongen in een beperkte ruimte, je zou er meer heisa verwachten. Een hoogtepunt zijn de maaltijden, gelukkig hadden ze een goede kok, Lammert.


Hij is evenwel een tikkende tijdbom. Zijn verleden - waar niet diep op in wordt gegaan, maar dat te maken heeft met gruwelijke gebeurtenissen in een Jappenkamp, veroorzaakt sowieso een terugkerende aanvallen van malaria, maar dit keer heeft het grotere gevolgen.
Bij een Groot Vervang (de wissel van de macht die om de vier weken plaatsvond) neemt Lammert een bokje mee aan boord. Een dier aan boord: dat is tegen de regels. Kan best, zegt hij: het wordt jullie eten. Een lekker Indisch stoofpotje.
Je kan op je vingers natellen dat het een probleem zal worden. Mensen hechten zich aan dieren, zeker in zulke omstandigheden. Nog meer als je zo’n jong dier met de fles moet voeden.


Saai is het niet meer, nu het beest er is. En als de kok een aanval van malaria krijgt en geen maaltijden kan verzorgen – maar ook niet het bokje kan slachten – ontstaat er een vreemde situatie. De sfeer is anders. En ja, er is ook die dikke mist, maar dat is er wel vaker. Nu evenwel lijkt het de zaak op de spits te drijven.
Een drama kan niet uitblijven.


Terwijl aan de ene kant er eigenlijk niets gebeurt op dat schip, is aan de andere kant het verhaal juist dramatisch. Deen vertelt gedetailleerd en met psychologische fijngevoeligheid over ruwe zeebonken.


Feit: het Nederlandse lichtschip Texel (Lichtschip Nr. 10) heeft dienst gedaan van 30 september 1952 tot begin 1992. Sinds 1996 ligt het lichtschip als museumschip afgemeerd in de museumhaven van Willemsoord. Het wordt beheerd door de Stichting Historie der Kustverlichting onder de naam Museum Lichtschip Texel. Tot 1976 was er een bemanning, maar daarna werden lichtschepen geautomatiseerd, en dus onbemand.


Mathijs Deen (1962) is schrijver en radiomaker. Zijn verhalenbundel Brutus heeft honger werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. In 2013 publiceerde hij het alom geprezen De Wadden, waarvan ruim 30.000 exemplaren zijn verkocht. In 2018 verscheen Over oude wegen dat zeer lovend werd ontvangen en dat, net als zijn roman Onder de mensen, ook in Duitse vertaling werd uitgebracht. Deens laatste boek, Het lichtschip, is genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs 2021.


ISBN 9789400406605  | Hardcover | 128 pagina's | Uitgeverij Thomas Rap | september 2020

© Marjo, 6 juni 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De lichtverkoper
Ton van Reen


‘Ik heb nog nooit gehoord dat iemand een schat in de schoot geworpen krijgt. Dat zal ook nooit gebeuren. Wie niets heeft, krijgt nooit wat. Zelfs al bidden de mensen de sterren uit de kroon van Onze-Lieve-Vrouwe-Sterre der Zee. Zelfs al werken ze zich het eelt op hun handen voor hun bazen. Voor rijkdom moet je geboren zijn in een rijk nest, en geslapen hebben in een wiegje met kant en als kind elke dag sinaasappels hebben gegeten. Wie geboren is in de sloppen, blijft zijn  hele leven een arme luis.’


Dit is zo’n beetje de korte inhoud van dit verhaal, dat speelt aan het einde van de negentiende eeuw. Maastricht heeft in die tijd enkele grote fabrieken onder andere die van grootindustrieel Petrus Regout die een glasfabriek had en een aardewerkfabriek.


Omstreeks 1850 had Regout al ruim 600 arbeiders in dienst; in 1865 al meer dan 2000.
De sociale omstandigheden waren slecht, de kindersterfte hoog en de gemiddelde leeftijd laag. Veel arbeidersgezinnen leefden onder erbarmelijke hygiënische omstandigheden in eenkamerwoningen in arbeidersbuurten zoals het Boschstraatkwartier en het Stokstraatkwartier.
Een vroege poging om verbetering te brengen in de woonomstandigheden van de arbeiders, was de bouw van de zgn. Cité Ouvrière door Petrus Regout in 1864. Pas na 1900 werden door woningbouwverenigingen ruimere arbeiderswoningen in nieuwe wijken buiten het centrum gebouwd (onder andere Blauw Dorp, Wittevrouwenveld).


De twaalfjarige Caspar Marres is een van de kinderen die met zijn familie in de Cité woont. Hij wil en kan bovenstaand citaat niet accepteren.
Toch zit het hem helemaal niet mee. Hij probeert zo lang mogelijk op school te blijven, maar de armoe is groot, en de roep van de fabriek enorm. De bazen in de fabriek zien hun arbeiders niet als mensen zoals zij zelf zijn. Ze vinden dat ze het recht hebben hen te gebruiken. Misbruiken dus. Voor hongerloon erg hard laten werken. Zo jong mogelijk, want die kun je nog minder betalen.
De rijken werden veelal ter zijde gestaan door de geestelijkheid.


De macht wordt geschonken door God en dat de armen de rijken moeten accepteren. Caspar gaat nog wel naar school, maar verdient daarnaast bij door te venten met kaarsen en gaskousjes, petroleum en lampolie. Zo zien wij door zijn ogen hoe veel mensen er nog slechter aan toe zijn. Als je vrouw bent ben je ook niets waard.
Gelukkig komt het met Caspar allemaal wel goed, maar dit boek vertelt het verhaal van die vele mensen die nooit in staat waren zich te ontworstelen aan de vreselijke armoe.


Door toeval vond Ton van Reen op een rommelzolder in Maastricht boven een voormalige boekenhandel vijf sigarenkistjes van het in de negentiende eeuw bekende merk Genie. Er zaten boeken in: van Jules Verne, van Darwin en Max Havelaar. En: negen volgeschreven schriftjes geschreven door Joes Marres, waarin hij het verhaal vertelde dat door Ton van Reen bewerkt werd tot deze roman. Het is een waargebeurd verhaal.


Ton van Reen (Waalwijk, 1941) is een Nederlands schrijver, dichter en journalist. Hij heeft inmiddels een groot oeuvre van romans, verhalen en kinderboeken geschreven. Uit veel zijn boeken spreekt een vrij hoge mate van sociale betrokkenheid en liefde voor het Limburgse land en haar bewoners.


ISBN 9789062657537 | paperback | 320 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | februari 2019

© Marjo, 26 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het geluid van naderend onweer
Eric de Brabander


Hoor je het al rommelen in de verte?
Zorg dat je veilig in je luie stoel zit en lees de verhalen van Eric de Brabander, die passen bij een enigszins unheimisch sfeertje. Ha, alleen al omdat in een paar van de 27 verhalen een tandarts voorkomt, voor veel mensen toch niet een persoon waar je graag mee te maken krijgt. En of je na het lezen van de verhalen van tandarts-schrijver de Brabander daar wat genuanceerder over gaat denken, dat is zeer de vraag!


De ene tandarts, hoofdpersoon in het titelverhaal, is de sleur van alledag beu en kiest een nieuwe bezigheid uit. Hopelijk draaft hij als tandarts niet zo ver door als hij met deze nieuwe hobby doet! Zijn vrouw is in ieder geval woest!
De andere tandarts lijkt juist zeer koelbloedig, als de moordenaar die hij moet behandelen uit de stoel ontsnapt.


De verhalen zijn zeer divers en intrigerend, soms subtiel, soms expliciet. Ze spelen veelal ergens in het Caribisch gebied. Dat heeft waarschijnlijk met de achtergrond van de schrijver te maken, in vrijwel alle verhalen zit wel iets verwerkt dat daarnaar verwijst. De omgeving - water! - en de dieren, of letterlijk als plaatsbepaling genoemd terwijl de verhalen die met de Tweede Wereldoorlog te maken hebben zich niet in West-Europa zouden kunnen afspelen.


Sommige verhalen laten niets aan de verbeelding over, bijvoorbeeld dat verhaal over een vampier, of het verhaal van de onweerstaanbare modeverkoper. Het verhaal over het Milgramexperiment (hoever gaat iemand met het pijnigen van een ander als hij daar opdracht toe krijgt) heeft hier een andere bijzondere invulling gekregen.


De vertelling over de postduiven die na zoveel jaar terugkeren naar hun honk zal lezers met een gevoel voor het magisch-realistisch zeker bevallen. Het is een bijzonder verhaal! Ook het verhaal over de mishandelde hond is magisch, en dat komt niet doordat hij praat. Niet alleen toch.
En magisch zo kun je het verhaal over de bankbediende ook noemen, al ligt dat weer in heel andere sferen. Als deze bankmedewerker de pastoor lastig valt met zijn ideeën over het godsbegrip, besluit de pastoor dat hij eens even flink uit de band moet springen met het collectegeld.
Er is een beetje sciencefiction, en een bizar verhaal waarin het verleden het heden inhaalt…


Het zal intussen duidelijk zijn: het is een bundel verhalen met voor elk wat wils. En zoals dat gaat met verhalen: als eentje je wat minder aanspreekt, komt al snel het volgende!


Eric de Brabander (Curaçao, 1953) studeerde tandheelkunde in Nederland, werkte enige tijd aan een universiteit in New York en keerde daarna definitief terug naar Curaçao.


ISBN 9789493214040 | paperback | 244 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | maart 2021

© Marjo, 21 april 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het licht is hier veel feller
Mareike Fallwickl


Aanvankelijk dacht ik, bij het lezen van de eerste pagina's, daar heb je weer zo'n auteur die een verlengstuk van zijn geslachtsdeel is. Het boek begint namelijk met Wenger, een voormalig gevierd schrijver, die 'zijn geslachtsdeel beroert' zoals Gerard Reve het altijd zo mooi wist te zeggen. Zijn opvattingen over vrouwen komen ook niet veel verder dan oppervlakkige opmerkingen over uiterlijk en mate van 'bruikbaarheid'.


Deze opening van het boek stond me tegen. De neiging om het boek dicht te slaan was groot. Maar ineens drong tot me door dat dit boek geschreven is door een vrouw. Haar vorige boek bleek genomineerd voor de Oostenrijkse Buchpreis. Ze was dus niet een schrijfster die zomaar snelscorende prikkelende literatuur wilde schrijven. Ook de uitgever van dit boek geeft nooit pulp uit.
Daardoor werd mijn nieuwsgierigheid gewekt. Waarom beschreef Mareike Fallwickl zo'n type man?


Het verhaal blijkt over een uiteengevallen gezin te gaan. De ouders zijn namelijk net gescheiden. De moeder, Patrizia, woont nu samen met Reto, een 'spierbundel' van vijfentwintig. Dochter Zoey en zoon Spin wonen ook bij haar. 
Wenger heeft voor zichzelf een appartement gekocht, de dozen staan nog ingepakt, het een enorme puinhoop in huis, zijn zus Elizabeth komt elke week eten brengen en de troep opruimen. Zoey en Spin komen met forse tegenzin een maal in de twee weken een weekend bij hem. Helaas voor zijn kinderen zijn voor Wenger zijn seksuele avonturen en het schrijven belangrijker. De scheiding vindt hij vervelend evenals het bezoek van zijn kinderen maar hij is dus meer met zichzelf bezig, vooral met zijn schrijfcarrière die al een aantal jaren niet goed loopt. Hij komt over als een vervelend, verwend, egocentrisch figuur.


Patrizia, de ex vrouw van Wenger, is in feite hetzelfde. Haar blik is alleen maar gericht op haar blog, waar ze veel succes mee heeft, ze verdient geld als water. Daardoor ziet ze haar kinderen nauwelijks staan, haar werk is alles. Zoey wordt voornamelijk gebruikt als voorwerp, als een reclameobject, ze pronkt met haar jeugdige uiterlijk, zo moeder zo dochter, even mooi en slank. Zoey walgt ervan. Spin hangt er een beetje bij. Daardoor weten zowel vader als moeder niet wat er met hun kinderen gebeurt, wat zij willen en wat er in hun omgaat.


De tergende houding van de beide ouders, doen je tenen krommen. In feite gedragen de kinderen zich veel volwassener dan hun ouders. Broer en zus hebben een onverbrekelijke band, wat uiteindelijk hun redding ook is. Zij vangen elkaar op en steunen elkaar door dik en dun. Gelukkig is Barbara er ook nog.
Toch lijken alle vier de personages op hun manier te zoeken naar verbinding. Alleen vinden jong en oud elkaar daar niet in.

We lezen ook over de ontwikkeling die Zoey doormaakt. Ook zij zoekt verbinding bij een oude jeugdvriend maar die wordt niet opgepakt, wel uitgebuit.Spin ondergaat de weg naar volwassenheid op zijn eigen, unieke manier en komt daar flinke hobbels tegen. Beide kinderen zijn door de houding van hun ouders op zoek naar een plek waar ze zich goed bij voelen. Thuis is dat er niet. Moeder zegt dat Zoey moet leren als een oester te zijn, gesloten voor alle invloeden, maar Zoey bedenkt zich later dat ook niemand dan de parel zal zien.


Als Zoey iets erg overkomt wordt haar hulproep door de egocentrische Wenger en Patrizia niet gehoord of opgemerkt, te druk als ze zijn met hun eigen lege leven.


We lezen over Wenger en zijn zoektocht naar inspiratie, die hij uiteindelijk vindt in brieven van een vrouw geschreven naar de vorige bewoner die haar minnaar bleek te zijn. Helaas liet de minnaar haar vallen toen zij op een vreselijke werd bedreigd en gebruikt. Het verhaal windt Wenger op...
Hij weet niet dat zijn dochter de brieven ook leest en daar kracht uit haalt.


Alle vier de hoofdpersonages in dit boek ondergaan uiteindelijk een ontwikkeling ten goede en uiteindelijk blijkt het verhaal het tegendeel van de openingszinnen te zijn. De positie van de vrouw en de houding en macht van mannen, blijkt het hoofdthema te zijn. De #MeToo beweging loopt als een rode draad door het verhaal.
Achteraf gezien is het een indrukwekkend en knap geschreven boek.


ISBN 9789046826362 | Paperback | 352 pagina's | Nieuw Amsterdam | oktober 2020
Vertaald door Irene Dirkes

© Dettie, 10 april 2021

Lees de reacties en/of reageer, klik HIER