Witold Szablowski

Aan tafel bij dictators
Door de ogen van hun koks
Witold Szablowski

 

De auteur heeft de koks opgespoord van vijf dictators die in de laatste halve eeuw aan de macht zijn geweest. Het gaat om Saddam Hoessein uit Irak, Idi Amin die in Oeganda heerste, Enver Hoxha die tot zijn dood Albanië in een ijzeren greep hield, Pol Pot, die in Cambodja een compleet nieuwe samenleving wilde opbouwen en tot slot Fidel Castro, die Cuba wilde bevrijden van Westers kolonialisme en kapitalisme.
Zijn zoektocht duurde drie jaar en bracht hem in vier continenten. Niet elke kok was direct bereid om te vertellen over hun leven met een dictator. Toch lukte het Szablowski om met iedereen een vertrouwensrelatie op te bouwen en een verhaal op te bouwen rond de informatie die hij verkreeg.


Leven in de onmiddellijke nabijheid van een dictator was als een act waarbij je meerdere ballen tegelijk in de lucht moest houden. Een goede kok was veel meer dan een specialist in het bereiden van een maaltijd. Hij moest ook aanvoelen in welk humeur de dictator was en welk eten daar het beste bij paste. Enver Hoxha zei tegen zijn kok: Het is niet voldoende om een goede kok te zijn, want goede koks zijn er veel. Een echt goede kok moet vindingrijk zijn en over fantasie beschikken. Begrijp je wat ik bedoel?”


Wie van de vijf dictators springt er in dit boek als de meest onaangename uit? Mijn keus viel op Enver Hoxha. Deze man liet zelfs zijn klasgenoten vermoorden die nog wisten hoe slecht hij op school was geweest en meisjes die ooit zijn avances hadden afgewezen. Hoxha vermoordde alle mensen die hem in de weg stonden, ook zijn kameraden, ook mensen die hem hadden geholpen, en zelfs zijn eigen zwager die hem vele malen had beschermd en onderdak in zijn huis had verleend. Deze man was volstrekt meedogenloos en gespeend van elk normaal menselijk gevoel.


Idi Amin was grillig. Hij kon royaal zijn en je een dag later aan de krokodillen voeren.


Saddam Hoessein kreeg een vertrouwensband met zijn kok, een diepgelovige christen.


Fidel Castro was een levensgenieter, afkomstig uit een welvarende familie. Hij hield van goede dranken en van sigaren en zijn favoriete gerecht was speenvarken. Toen hij aan de macht kwam, voerde hij een landhervorming in. Het eerste landgoed dat hij afpakte en aan de staat gaf, was het landgoed van zijn vader. Aan zijn moeder wees hij alleen een klein huisje toe. Zijn vader was zonder een cent op zak naar Cuba gekomen en had alles verdiend met hard werken.  Maar Castro vond dat zijn familie het goede voorbeeld moest geven.


Pol Pot, de leider van de Rode Khmer, blijft de meest mysterieuze leider van deze vijf. Hij voerde een communesysteem in waarin alle oude banden waren verbroken. Man en vrouw, broer en zus, verdere familieleden en buren werden gescheiden van elkaar verdeeld over communes waarin niemand elkaar kende. Misschien dat onder deze dictator de bevolking het meeste geleden heeft. Mensen leden zo’n verschrikkelijke honger dat ze ratten aten, sprinkhanen, krekels, wormen, rode mieren en de eitjes daarvan.


Het mooie van dit boek is dat de koks vertellen hoe ze hun gerechten bereidden. Lezers van dit boek die van koken houden, kunnen de recepten van exotische gerechten zelf in hun keuken uitproberen.


Szablowski heeft met dit boek een heel origineel onderwerp te pakken. Je leert de dictator kennen via de ogen van hun kok en via hun eetgewoonten. Het is niet de eerste keer dat Szablowski erin slaagt een bijzonder boek te schrijven. In 2018 verscheen van hem bij dezelfde uitgever Dansende Beren. Een bespreking van dit boek is ook op Leestafel.info te vinden. Het thema van dit boek zijn beren waarmee zigeuners in Balkanlanden festiviteiten opluisterden. De EU verbood dat nadat deze landen lid waren geworden van de EU. De beren herkregen hun vrijheid in een reservoir, maar ze waren niet meer gewend om in vrijheid te leven. Szablowski zag hierin een parallel in de moeizame omgang die voormalige communistische samenlevingen hadden in het wennen aan een democratie met een vrije markt.


Dit boek haalt hetzelfde niveau en dat is knap. Het is opnieuw boeiend, onderhoudend en in een vlot leesbare stijl geschreven. Het moorddadig regime van de dictator bezien vanuit de keuken voegt onvermoede aspecten toe aan boeken die ingaan op de politieke kant van de zaak. Je moet maar op het idee komen.


Kortom: een mooie uitgave, voorzien van foto’s uit de collectie van de koks, en prima vertaald uit het Pools door Goverdien Hauth-Grubben. De uitgever heeft er de gebruikelijke zorg aan besteed. Een mooi boek om te hebben, maar ook om cadeau te geven aan iemand die interesse heeft voor geschiedenis of aan iemand die van koken houdt. Het boek deed mij denken aan Johannes Mario Simmel. Hij schreef Het kan niet altijd kaviaar zijn. Simmel schrijft over een bankier die voor geheime diensten werkt en die steeds aan moeilijke situaties ontkomt door zelf bereide maaltijden op te dienen. De recepten staan eveneens in dat boek.


Witold Szablowski is een Poolse journalist. Hij studeerde politicologie in Warschau en in Istanbul. Hij werkt voor een Poolse krant en is auteur van meerdere boeken.


ISBN 9789046826553 | Paperback | uitgeverij Nieuw Amsterdam | 240 blz. | april 2020

© Henk Hofman, 17 april 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer. Klik HIER

 

Dansende Beren
Heimwee naar het communisme
Witold Szablowski


Het is een genoegen om dit boek te lezen. Szablowski schrijft zo plezierig en onderhoudend dat de lezer met een gevoel van spijt het boek dicht slaat als het uit is.


De ondertitel geeft het thema van dit boek aan. Elke reiziger in voormalige Oostbloklanden die in gesprek raakt met ingezetenen kan constateren dat niet iedereen enthousiast is over de val van het communistische rijk. Waarom niet? Wel: vroeger had iedereen werk en waren onderwijs en gezondheidszorg gratis. Nu is er criminaliteit en de jeugd trekt weg, want er is geen werk. Opvattingen die de Westerling kunnen verbazen. Immers, economisch bezien was het systeem van volledige werkgelegenheid onhoudbaar. En, nog belangrijker voor ons, mensen waren toch niet vrij achter het IJzeren Gordijn? ‘Ach’, zei iemand eens tegen mij, ‘als je geen kritiek had op de politiek, lieten ze je met rust en kon je je eigen gang gaan.’


Het boek ‘Dansende Beren’ bestaat uit twee delen.

Het eerste deel gaat over echte beren. Bulgaarse zigeuners temden de dieren en leerden ze dansen. Begeleider en beer bezochten kermissen en badplaatsen. Daar vertoonde de beer zijn kunsten en de begeleider verdiende er de kost mee voor zijn gezin. Sommige berentemmers waren goed voor hun dieren. De beer maakte deel uit van het gezin en at zelfs mee met het gezin. Anderen echter regeerden met harde hand over de dieren en sloegen ze de tanden uit de bek, zodat ze zeker wisten nooit gebeten te kunnen worden. De wil van de beren werd gebroken door ze te wennen aan alcohol. Alle beren kregen een metalen ring door de neus geslagen. Met de ketting die daaraan was verbonden kon de temmer de beer leiden.


Na het uiteenvallen van het Sovjetrijk treden Oost-Europese landen toe tot de EU. Bulgarije ging vanaf 2007 deel uitmaken van de EU. Bulgarije moest echter wel werk maken van het bestrijden van corruptie en mensenhandel. Het was ook gedaan met de zigeuners en het houden van beren voor entertainment. De beren moesten hun vrijheid herkrijgen. Het houden van beren werd illegaal.


Er werd een natuurpark aangekocht, vlak bij een gebied waar beren nog in het wild voorkwamen. Ongeveer 30 beren werden opgekocht en vrijgelaten in het park. De vrijheid kwam voor de dieren als een schok. Vrijheid moest gedoseerd worden. Vrijheid moest je aan wennen. Volledige vrijheid zou de dood van de dieren betekenen. Ze wisten niet hoe ze zichzelf in het leven moesten houden. Verzorgers leerden de beren stap voor stap hoe ze in het reservaat moesten leven. Maar terug naar de vrije natuur, dat ging niet meer.


Dit beeld en deze geschiedenis past Szablowski in het tweede deel toe op de bevrijde staten in Oost-Europa. De vrijheid kwam abrupt. Ineens, in een paar maanden tijd, werden dictatuur en geleide economie vervangen door democratie, vrije markt en kapitalisme.


De schrijver, een Poolse journalist, reisde rond in Polen, Oekraïne, Albanië en Estland. Een uitstapje naar Cuba en naar Griekenland valt ook binnen het bestek van dit boek. Overal knoopte Szablowski betrekkingen aan met inwoners en tekende hij hun verhalen op.
- Vrouwen die suppoost zijn in een museum in Gori, voorheen het geboortehuis van Stalin.
- Boeren die in een Pools dorpje een vroegere collectieve staatsboerderij ombouwen tot een nederzetting, bewoond door hobbits (gespeeld door dorpelingen), gebaseerd op de boeken van Tolkien. Het dorp leeft nu van het toerisme.
- Albanië waar dictator Enver Hoxha het land overdekte met 750.000 bunkers, want de heilsstaat had vele vijanden. Voor al die bunkers moet nu een herbestemming komen.
- Estland met een grote minderheid aan Russen, die niet integreren, maar ook niet terug kunnen naar Rusland.
- Een prachtig hoofdstuk over Servië en Radovan Karadzic.


Het boek is een juweeltje. Bijna als terloops krijgt de lezer diepgaande vragen aangereikt over het begrip ‘vrijheid’. Wat is vrijheid eigenlijk? Is de vrijheid van de een onvrijheid van de ander? Hoeveel vrijheid kan een mens, een samenleving, aan? Hoe leer je met vrijheid om te gaan?
Van beer naar vrijheid. Je moet er maar opkomen.


In het boek staan twee kaartjes die inzichtelijk maken welke plaatsen Szablowski aandeed op zijn reizen. Mooi zijn ook de foto’s van zigeuners en hun beren.


ISBN: 9789046823415 | paperback | 236 blz. Uitgeverij Nieuw Amsterdam | oktober 2018

© Henk Hofman, 8 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER