Nieuwe jeugdboekrecensies 15+

De jongen met twee namen
Maggie Harcourt



"Verliefd op de auteur van je nieuwe lievelingsboek...
Samen met haar vader organiseert Lexi boekenconferenties. Vele weekenden brengt ze door in hotels en ze maakt vrienden voor het leven. Dan leest ze een boek dat haar wereld veranderd. "


Deze flaptekst sprak me wel aan, vooral omdat ik zelf ook een boekengek ben en weet dat sommige boeken diepe en blijvende indruk kunnen maken. De mogelijkheid om de schrijver te ontmoeten van zo'n boek is dan helemaal aantrekkelijk. Dat overkomt Lexi, de hoofdpersoon van dit boek.


Dankzij de boekenconferenties ontmoet ze Haydn Swift, het pseudoniem van Aidan Green. Aanvankelijk vindt ze hem een arrogante bal gehakt maar ze ontdekt dat de schrijver, Haydn, heel anders is dan Aidan. Op deze laatste wordt ze verliefd maar dat wil ze eigenlijk niet weten. Om deze verliefdheid draait het hele verhaal. De boekenconferenties zijn de omlijsting daarvan en eigenlijk weet je al vanaf het begin hoe het tussen die twee zal aflopen.


Het begint nog wel aardig. Lexi zit nog op school (VWO), haar ouders zijn gescheiden.  Moeder woont in Frankrijk met haar vriendin. Lexi woont bij haar vader en in de weekenden is ze de - uitstekende - assistente van hem. Vader is een chaoot maar wel goed in zijn vak. Lexi heeft aan het begin van het boek gehoord dat haar vader gaat hertrouwen met Bea en dat zint haar niet. Bea is wel aardig maar echte vriendinnen zullen ze nooit worden. Je verwacht dat dit gegeven dieper uitgewerkt zal worden maar het verdwijnt uiteindelijk in het niets.


De grote steun en toeverlaat op het werk is Samira ofwel Sam, die van Lexi's leeftijd is. Zij helpt mee om de boekenconferenties tot stand te brengen en voert de opdrachten van Lexi uit. Sam kleedt zich bijzonder, is excentriek en recht voor zijn raap. Soms is dat laatste confronterend maar Lexi weet daardoor wel precies wat ze aan Sam heeft. In feite is Sam een boeiender personage dan Lexi.


De hechte groep mensen die werken voor haar vader zijn als familie voor Lexi, ze voelt zich bij hen als een vis in het water, deze wereld kent ze en kan ze overzien.
Maar is dit ook wat ze haar hele verdere leven wil doen? Aanvankelijk dacht ze van wel maar Aidan zorgt ervoor dat ze toch gaat nadenken over haar toekomst, wordt het niet eens tijd stappen buiten de veilige wereld die ze kent te zetten? 


Het verhaal kabbelt nogal voort en doet erg Amerikaans aan, de schrijfster komt echter, tot mijn verrassing, uit Wales. De taal van Lexi is gemaakt grappig. Sam is veel authentieker. Lexi's verliefdheid is er wel maar de jongen waar ze verliefd op is, komt niet goed uit de verf. Je leert hem niet kennen.
Er gebeuren verder dingen die erg onwaarschijnlijk zijn en soms wel op een romantische soap lijken. En natuurlijk, zoals het in een liefdesroman altijd gebeurt, lijkt het alsof de twee elkaar niet zullen vinden door een 'derde' die de boel op zijn kop zet, maar dit wordt op een zeer geforceerde manier rechtgetrokken. 


Het kostte me veel moeite het boek uit te lezen en ik heb er dan ook lang over gedaan. Na afloop blijven er veel vraagtekens en open eindjes achter. Jammer want de ingrediënten voor het verhaal zijn prima, het idee is leuk maar de uitvoering is te rommelig en te gewild populair qua taal. Het geheel viel me uiteindelijk behoorlijk tegen.

ISBN 9789025876739 | Paperback | 349 pagina's | Uitgeverij Young & Awesome | februari 2019
Leeftijd 15+

© Dettie, 20 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Door jou ben ik mij
Hinke van Abbema


Tijdens een voetbalwedstrijd in de Kuip, die Jonathan (Jona) bijwoont met zijn broertje Lucas, ontmoet hij Marouan. Een vlotte Marokkaanse jongen met een stralend gezicht. Ze hebben een erg leuk gesprek, wonen alle twee in Rotterdam en blijken beiden gek op de film Casablanca met Humphrey Bogart in de hoofdrol. Na afloop van de wedstrijd spijt het Jonathan dat hij geen mailadres weet van Marouan. Maar tot zijn verrassing komt er een berichtje van Marouan op zijn telefoon binnen. Daarna vliegen de berichtjes - die wij ook kunnen lezen - over en weer en dat leidt uiteindelijk tot het maken van een afspraak. Ze kunnen het opnieuw goed vinden met elkaar, er is onmiddellijk een soort vertrouwdheid die goed voelt.
Hoewel Jona (18) het diep in zijn hart al wist, moet hij zichzelf na een tijdje van berichtjes en ontmoetingen bekennen dat hij smoorverliefd op Marouan (20) is... en die verliefdheid is wederzijds.


Maar Jona is christelijk en volgens zijn geloof is homoseksualiteit iets wat je af kunt leren, het is een soort ziekte.
Gelukkig is Eline er. Zij is een zeer goede vriendin van Jona. Het is ook Eline die tijdens een catechesatieavond in opstand komt tegen de dominee die homoseksualiteit als zondig betitelt. Hij zet zelfs homoseksualiteit en pedofilie op één lijn tot grote woede van Eline. Zij wijst de dominee terecht...


'Pedofilie is onschuldige kinderen beschadigen.' [...]
En homoseksualiteit? Dat is liefde. Homoseksualiteit gaat over twee mensen die van elkaar houden. Wat de seks overstijgt, want het gaat niet alleen om seks in een relatie. Het gaat om kameraadschap, om je leven met iemand kunnen delen, om liefde. En God, die liefde is, wil niks liever dan dat.'


Maar Jona's ouders zullen zijn geaardheid nooit accepteren.  Zeker zijn vader niet, die erg streng in zijn geloof is en het met de dominee eens is wat betreft homoseksualiteit. Toch is Marouan het beste wat Jona overkomen is, hij weet het zeker. 'Ik ben waar ik zijn moet' is zijn gedachte na de eerste omhelzing.


Het is bijna de omgekeerde wereld in dit boek want het frappante is dat de Marokkaanse Marouan thuis geen enkel probleem heeft ervaren toen hij vertelde dat hij op jongens viel, terwijl bekend is dat in veel Marokkaanse gezinnen homoseksualiteit absoluut niet geaccepteerd wordt. Nee, het is Jona die worstelt en problemen heeft met zijn geaardheid, niet omdat hij het voor zichzelf ontkent maar wel om het te vertellen. Uiteindelijk vertelt hij het aan Eline, en als die eerste stap eenmaal gezet is, is er geen weg terug.
Eline blijkt een échte vriendin en steunt en helpt hem waar ze maar kan.
Ook Marouan heeft geduld, hij laat Jona zijn tijd nemen en dringt niet aan op kenbaar maken dat zij een relatie hebben, hoe graag hij dat ook zou willen.


Jona worsteling wordt zo verstikkend dat hij het wel móet vertellen. Ook hij wil openlijk voor zijn liefde voor Marouan kunnen uitkomen. Maar als het hoge woord eruit is hebben Jona's ouders het er erg zwaar mee, vooral vader, hij accepteert het niet. En dan blijkt er in Marouans familie ook het een en ander aan heftige zaken te spelen wat Marouan nooit aan Jona verteld heeft. De twee komen voor zware, zwarte tijden te staan. De storm die woedt is hevig. Maar ze blijven gelukkig in elkaar geloven, hoewel de balans een tijd zeer ver te zoeken is.


Dit coming of age verhaal voor young adults is bijzonder in vele opzichten. Het is voor mij voor het eerst dat ik het thema geloof en homoseksualiteit in een jongerenboek aantref. Het raakt me dat er zo vrijuit gesproken wordt over de houding van de kerk en de - onbewezen -  uitspraken in de bijbel die homoseksualiteit zouden afwijzen. Bovendien laat het verhaal ook zien dat bij  Marokkaanse jongeren natuurlijk ook homoseksualiteit voorkomt en hoe daar mee omgegaan kán worden.


Wie mocht denken dat het verhaal een belerend of erg christelijke uitstraling heeft, zit er naast. Het is realistisch en laat vele facetten zien wat zich binnen zo'n context kan afspelen en waar het allemaal toe kan leiden. Maar het is vooral een prachtig en uiteindelijk erg ontroerend verhaal over twee jongen die erg veel vanelkaar houden en willen knokken voor hun relatie. Het verhaal maakte diepe indruk op me.
Kortom, het is een fantastisch koesterboek.


Hinke van Abbema (Rotterdam) is theoloog en houdt van schrijven.


ISBN 9789043531788 | Paperback | NUR 285 | 351 pagina's | KokBoekencentrum | juni 2019
Leeftijd 15+

© Dettie, 2 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Chaos
Deel 2 van de Weerlingtrilogie
Christopher Petersen


Onze vrienden, Moësz, Levi, Tobias, Alice en Sue kunnen voorlopig nog niet naar huis, hun avontuur is eigenlijk nog maar net begonnen.
Even opfrissen: In eerste deel van de Weerlingtrilogie werd de zestienjarige Levi ontvoerd. In een kamp ontmoette hij Tobias, een blinde jongen, die een gewiekst zakkenroller is. Maar dan eentje zoals Robin Hood: hij steelt alleen van mensen die het missen kunnen.
De jongens ontdekken een nieuwe wereld: die van de weerlingen. Ze zien er uit als gewone mensen, maar kunnen flitsen, dat betekent dat ze kunnen veranderen in een dier.
Levi en Tobias zijn ook weerlingen, al moeten ze nog even leren hoe dat allemaal in zijn werk gaat. Het is Levi’s oom Daniel die hen wegwijs maakt. Levi is ook nog steeds op zoek naar zijn vader die hij al jaren niet gezien heeft.
Esmyla, het land waar ze wonen is verdeeld in vijf provincies die ieder geleid door een van de vijf broers, die vanwege de praktijken van een vrouw een gevecht aangingen, waarbij sprake was van geheimzinnige lichtflitsen en andere magische verschijnselen. Sindsdien werken de provincies niet meer samen. Dat met die lichtflitsen, dat was dus het werk van weerlingen.

Levi ontdekt dat hij een slechtvalk is, en Tobias is een vleermuis.
De jongens leren Sue en Alice kennen, respectievelijk een vlinder en een jaguar. Alice en Sue zijn de dochters van Alexander en Xander, beide bestuurders van een van de bedreigde provincies. De vier jongeren worden opgeleid tot Elitisten, en alle vier zijn ze Bodes, mensen die een bepaald stuk van het land door en door kennen.
Dan komt Moësz, oftewel Mozes de Verhalenverteller, op hun pad. Hij is een oudere man, die als weerling een mus is, en door hem ontdekken de jongeren dat er voor hen een missie in het verschiet  ligt. Want helaas zijn er niet alleen in het goede kamp weerlingen. Ook de vijand kent dat kunstje, waarvan sommigen wel heel goed!
Ene Cortez heeft zich uitgeroepen tot keizer van Esmyla, en is op oorlogspad. Hij is vastbesloten alle provinciën van Esmyla in zijn rijk in te lijven.

Als Alexander en Xander eenmaal op de hoogte zijn gebracht van de vorderingen van Cortez en zijn leger, krijgen de jongeren een nieuwe opdracht.
Ze moeten op zoek naar De Eerste Pelsjager, die de oplossing voor de oorlog in handen heeft.
Gaandeweg ontdekken ze wat een pelsjager voor iemand is, en Moësz blijkt nogal wat geheimen voor hen verborgen te houden. Maar hij heeft Levi beloofd dat die zijn vader zal ontmoeten. Dus doet Levi maar wat hem gevraagd wordt.
Zoals dat vaak het geval is in een tweede deel van een trilogie: het gaat niet zo goed met de strijd. De vijand is sterk, en het land valt uit elkaar. Mensen vluchten weg. Waar ze heen moeten weten ze niet zo goed: chaos dus.
Wat ze precies moeten doen weten ook onze vrienden niet, maar ze staan hun mannetje. Al vragen ze zich af of ze het zullen redden tegen Cortez die nog lang niet al zijn kaarten heeft uitgespeeld.

Het boek begint met een korte terugblik, heel prettig! Een kaart was ook fijn geweest, maar die moet de lezer zelf maar tekenen.
Het is een magisch verhaal vol spanning en verrassende wendingen. Het idee van het flitsen is een bron voor veel actie in het boek.  Het thema is de strijd tussen goed en kwaad, en misschien is het derde deel dus wel voorspelbaar, maar de weg daar naar toe zal vast nog vele verrassingen opleveren. En misschien heeft de schrijver ook een romance in petto?

Christopher C. Petersen heeft een waardige opvolger van zijn debuut geschreven. Op naar deel drie!

En kijk eens: wat een mooie omslag weer!

ISBN 9789078437604  | paperback| 444 pagina's | Uitgeverij Macc | april 2019
Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 16 juni 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dwaalspoor
Caleb Roehrig

De zestienjarige Rufus Holt vindt dat zijn leven wel leuker had kunnen zijn. Zijn vriend Sebastian heeft hem verraden, Rufus heeft daar veel moeite mee.
Hij woont alleen met zijn moeder, die met moeite de eindjes aan elkaar knoopt, terwijl zijn vader – zijn ‘verwekker’ noemt hij hem – een welgestelde advocaat is, met een tweede gezin goede sier maakt. Zijn stiefbroer Hayden is zijn grootste pestkop op school en de relatie met zijn stiefzus April, tja, zij kan nogal eens berekenend en manipulatief zijn, verwend als ze is...

‘April is extravert en vrolijk en heeft tot nu toe nooit te maken gehad met een regel waar geen uitzondering in April Covington-vorm op bestond.’

En dan krijgt Rufus  een telefoontje van April. Ze heeft zijn hulp nodig en klinkt wanhopig.
Toevallig – of niet? – is Sebastian bij hem en samen gaan ze naar het huisje waar April zegt dat ze is.
Ze vinden haar onder het bloed en met een mes in haar hand – naast het dode lichaam van haar vriendje Fox Whitney.
Ze heeft hem niet vermoord, beweert ze. Maar hoewel Rufus haar wel wil geloven heeft hij zo z’n twijfels. Ze vertelt de waarheid niet, voelt hij. Wat is er precies gebeurd in het huisje?

De twee jongens gaan op onderzoek uit. Dat gebeurt op een nogal primitieve manier: gewoon binnenvallen bij de mensen die er bij betrokken zijn, zonder na te denken over het feit dat een van hen misschien een moordenaar is. Maar de politie waarschuwen, dat doen ze niet.

‘Ik ben op zich geen risicojongere, maar mijn geschiedenis met aan woede gerelateerde gedragsproblemen is goed gedocumenteerd, en de politie maalt weinig om je cijfergemiddelde als ze je nog herkennen van die keer dat je je zelfbeheersing verloor en met de rugleuning van een stoel een tand uit de mond van een bullebak hebt gemept.’

Zeker als er een brand gesticht wordt en er meer doden vallen, zouden ze toch moeten inzien dat het levensgevaarlijk is wat zij doen. Maar ze gaan stug door. En ja, het gevaar duikt inderdaad op, uit onverwachte hoek. Er wordt steeds een ander als verdachte naar voren geschoven, zodat je als lezer evenmin een idee hebt en net zo verrast bent als de jongens.
En het speelt zich allemaal af in één nacht…

Het verhaal wordt doorbroken door flashbacks waardoor er met kleine beetjes meer verteld wordt over de achtergrond, hetgeen wel nodig is om te begrijpen wat er precies speelt. Maar de schrijver gebruikt het ook om aan te geven wat er tussen Rufus en Sebastian gebeurd is. Deze tweede verhaallijn gaat over homoseksualiteit en hoe moeilijk het is om uit de kast te komen.
De schrijver put waarschijnlijk uit eigen ervaring. Dit deel van het verhaal komt dan ook geloofwaardiger over dan het detectivegedeelte. Maar Dwaalspoor is absoluut spannend omdat je tot op het einde in het duister tast.

Caleb Roehrig is een schrijver en televisieproducent uit Ann Arbor, Michigan.

ISBN 9789000365241  | hardcover | 304 pagina's | Uitgeverij van Goor | januari 2019
Leeftijd vanaf 15 jaar
Vertaald uit het Engels door Sandra Hessels

© Marjo, 8 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wat zou Martin doen?
Nic Stone


De politie doet aan ‘etnisch profileren’: ze gaan uit van uiterlijke kenmerken i.p.v. objectief verdacht gedrag. Dat speelt in Amerika misschien meer dan elders, ook doordat er dagelijks incidenten zijn.


Hoofdpersoon in ‘Wat zou Martin doen?’, Justyce McAllister, heeft zijn leven lang al last van vooroordelen en racisme, al heeft hij nog zo’n goede resultaten op school en is hij een uitblinker in debatteren, hij is en blijft zwart. Hij is toegelaten tot Yale, maar begint te twijfelen of hij daar wel heen wil, als hij steeds vaker te maken krijgt met racistische uitingen. Ook op school, waar zijn leraar zijn best doet om zijn leerlingen te leren te relativeren, en om te gaan met vooroordelen. In de klas zit Jared, een blanke jongen, die ontkent dat er vooroordelen bestaan. Want Manny’s ouders hebben ‘ondanks hun kleur’ de hoge maatschappelijke posities hebben bereikt die ze hebben.


“Ik ben het gewoon zat dat mensen suggereren dat Afro-Amerikanen het tegenwoordig nog steeds zo moeilijk hebben. Het interesseert me niet wat SJ zegt, Manny. Jouw ouders bewijzen absoluut dat er tegenwoordig gelijkheid is
(daar lacht Manny om, maar Justyce hoort dat het niet van harte is. De woorden doen Justyce denken aan die handboeien…deze stomkoppen ‘zien’ Manny misschien niet als ‘zwart’, maar Justyce weet maar al te goed dat de politie dat wel zou doen.)’


Want Justyce heeft een zeer confronterende ervaring gehad. Als hij wil voorkomen dat zijn vroegere (blanke) vriendin dronken achter het stuur kruipt, en hij haar op de stoel naast de bestuurder vastgespt, wordt hij uit de auto getrokken en gearresteerd door de politie die niet luistert naar zijn uitleg. Ze slaan hem handboeien om en nemen hem mee. Tenslotte wordt hij vrijgelaten zonder excuus.
Wat men ook zegt, hij is zwart in een overwegend door blanken geleid land. Een van de manier om om te gaan met deze heftige confrontatie is brieven schrijven aan de voorvechter van rassengelijkheid. Want hoe deed Martin Luther King dat dan? Hoe hield hij het vol?


Of het hem helpt is de vraag. De werkelijkheid blijft hard. Er volgt nog een confrontatie, wreder dan de eerste. Er wordt geschoten, en er volgt een rechtszaak.
En dan kan hij misschien wel gelijk hebben, hij is en blijft zwart.


Niet alleen hijzelf en zijn klasgenoten moeten er mee om gaan, ook hun ouders en andere naasten. Is het juist als zwarte ouders hun kinderen leren zich gedeisd te houden, eerder weg te kruipen dan de confrontatie aan te gaan? Waarom zou je je nog proberen te gedragen als mensen toch altijd van het verkeerde uitgaan als ze je zien?
Heeft het zin om je netjes te gedragen als je alleen op je huidskleur beoordeeld wordt? Moet je het accepteren als blanken tegen je zeggen dat je niet zo ‘verdomd overgevoelig’ moet zijn?

‘Die gekken willen niet horen wanneer ze mensen kwetsen. Het kan ze geen reet schelen hoe het is om in onze huid te leven.’

Het boek is duidelijk gericht op jongeren. Er zijn flitsende dialogen, er wordt straattaal gebruikt en soms staat de tekst in de vorm van een toneeltekst. Er zijn de brieven – cursief – aan Martin King, die het verhaal onderbreken.


Dit verhaal speelt duidelijk in Amerika, en is niet aangepast aan onze samenleving. Maar helaas:  Etnische profilering komt structureel voor en het bestaat ook in ónze samenleving. Het thema is de kracht van dit boek. Niet het verhaal, dat is niet bepaald origineel. Maar wel het feit dat de schrijver haar personages laat debatteren over het onderwerp en op die manier de lezer ook aanzet tot nadenken.


Nic Stone (Atlanta) werkte als jongerenbegeleider. Wat Zou Martin Doen? is haar debuut.


ISBN 9789000365449 | hardcover | 124 pagina's | Uitgeverij van Goor | februari 2019
Vertaald uit het Engels door Margot Reesink

© Marjo, 14 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Break a Leg
Truth or Dance 2
Chinouk Thijssen



De  vriendinnen India, Lisa, Nikki en Zoë hebben in het eerste deel van deze trilogie de dansopleiding van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag afgerond. Nikki is niet aangenomen op de vervolgopleiding, zij gaat een Hbo-opleiding doen om dansdocent te worden, de andere drie blijven op het conservatorium voor de vervolgopleiding. Ze hebben afgesproken dat ze vriendinnen blijven en hebben dan ook samen een appartement gehuurd. Vol goede moed beginnen ze na de zomervakantie aan een nieuw leven.


Helaas is het niet afgelopen met de ellende die ze eerder meemaakten. Wie er ook achter de chatgroep Truth or Dance zit, hij of zij blijft hen lastig vallen. Berichtjes blijven komen, soms naar een van hen, soms naar allemaal. De vriendinnen weten niet hoe het kan dat die persoon alles van hen lijkt te weten, en foto’s van hen maakt. En hij weet zelfs hun telefoons te manipuleren!
Er is geen ontkomen aan, ze moeten opdrachten vervullen, en dat betekent dat ze heel akelige dingen moeten doen, om te voorkomen dat het allemaal nog erger wordt.


Het eerste slachtoffer is Samantha, de ‘zus’ die in het eerste deel de oorzaak was van de verwijdering tussen India en haar ouders. Die kwestie is wel bijgelegd, maar Samantha voelt zich nog steeds erg schuldig. Maar gelukkig is India nog altijd welkom bij Madelief, Samantha’s moeder en het is dan ook daar dat India indien nodig troost zoekt. En Samantha wil nog steeds graag dat India een soort zus voor haar is. Als zij India verzekert dat zij niet meedoet met dat idiote ‘stikspel’ dat jongerejaars spelen, gelooft die haar.


‘Ze schudt haar hoofd. ‘Het was een spel.’
‘Wat voor spel?’ wil ik weten.
‘Het was heel stom,’ antwoordt ze. ‘Gevaarlijk.’ Wanneer ik haar afwachtend aan blijf kijken vervolgt ze: ‘Het stikspel’
Het wat?'


Als de politie op het conservatorium verschijnt voor onderzoek, kan India geen informatie geven. Vertellen over Truth or dance kan immers niet, dat heeft de onbekende duidelijk laten weten!
Er komen meer berichten, meer opdrachten en steeds wordt iemand die een vriend of vriendin is bedreigd als de meiden niet doen wat hen opgedragen wordt. Maar hoe weet die onbekende of ze voldoen aan de opdracht of niet?


Het is een groot raadsel. Een die gevaarlijke situaties oplevert, en die de verhoudingen tussen de leerlingen op de dansacademie op scherp stelt. India voelt zich er niet veilig meer. Constant is er de angst dat er een nieuw bericht is, met een nieuwe opdracht. En als dat het geval is, is dat geen goed nieuws!
Ook thuis in het appartement van de vriendinnen gaat het niet echt lekker. Er wordt ingebroken, die zwarte kat zit zomaar ineens binnen, en iemand maakt foto’s door het raam. De vriendinnen besluiten om na de kerstvakantie naar de politie te stappen. Maar…hoe kan dat nou, dat Truth or Dance ook dat te weten komt?


Chinouk Thijssen houdt het spannend. Je kan speculeren wat je wil over wie er achter die geheime chatgroep zit, je komt het niet te weten!
Naast deze intriges is er natuurlijk ook het balletwereldje, er moet gedanst worden! Deze keer komen de problemen aan bod die jongens ondervinden, vooral als zij anders geaard zijn.


Het niet los te lezen tweede deel van de trilogie volgt hetzelfde concept als het eerste deel: eerst worden ballettermen uitgelegd. Dan volgt er een proloog, waarna je twee jaar terug in de tijd gaat en het echte verhaal begint. Opnieuw is India de ik-verteller. En aan het einde verlang je meteen naar het vervolg, dat in dit geval de ontknoping moet opleveren. Al weet je nu iets meer dan aan het slot van deel een – dat denk je althans! – knappe lezer die weet wie Truth or Dance is!
Spannend!!


Chinouk Thijssen (Rotterdam, 1983) is een van de bekendste boekvloggers van Nederland. Ze is auteur en tekstredacteur voor verschillende uitgeverijen Ze schrijft columns en Young Adult thrillers. In 2017 stond ze op de vierde plaats op in de verkiezing Rotterdamse Zakenvrouw van het Jaar.


ISBN 9789044836219 | hardcover | 269 pagina's | Uitgeverij Clavis | juni 2019 | leeftijd 15+

© Marjo, 2 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Schone schijn
Sarah Dessen


Als één lid van een klein gezin daar opeens geen deel meer van uitmaakt, heeft dat een enorme impact op de achterblijvers. De bijna twintigjarige Peyton is veroordeeld na een aanrijding onder invloed en zit in de gevangenis.


Zijn ouders verwerken het ieder op hun eigen manier: de vader zwijgt, gaat vooral gewoon verder met zijn eigen leven. De moeder stort zich helemaal op ‘die arme jongen’ die helemaal alleen in zijn cel zit, waarbij ze zich niet lijkt te realiseren dat het zijn eigen schuld is, en dat een andere jongeman voor zijn leven gehandicapt is door die fout. Bovendien was dit niet de eerste overtreding van Peyton, hij was al bij de politie bekend vanwege inbraken en drank- en drugsgebruik.


Zijn jongere zus Sidney heeft altijd al het gevoel gehad dat ze in de schaduw van haar broer leefde. Hij was de knapste, de liefste, en werd in de watten gelegd. Nog steeds dus, door zijn moeder tenminste. Sidney heeft er nooit moeilijk over gedaan, zij is van nature een braaf en gehoorzaam kind, en ze houdt van haar broer, maar het begint haar flink te irriteren dat haar moeder niet inziet dat Peyton niet goed bezig was.


Als van Sidney verwacht wordt dat ze mee gaat op bezoek bij Peyton en net als haar moeder doet alsof hij in een soort vakantieverblijf zit, krijgt ze er schoon genoeg van.  Ze weigert dat, wil ook niet aan de telefoon komen als hij belt, en besluit zelfs van school te veranderen. Niet langer de zus van zijn.
En Ames, die vriend van Peyton, daar wil ze geen contact mee. Hoe kan haar moeder die engerd zo aardig vinden, alsof ze hem in plaats van haar zoon nu lijkt te willen verwennen?
Hoe kunnen haar ouders zijn klaploperij door de vingers zien?


Ook al staat haar moeder er niet achter – haar vader zegt zoals altijd niets - blijkt verandering van school de gouden greep te zijn, het verandert haar leven, ten goede! Het begint met de ontmoeting van het gezin Chatham, die zo totaal anders zijn dan wat Sidney kent.


De vader heeft een pizzeria – met de beste pizza’s die ze ooit gegeten heeft! – waar de kinderen, twee meisjes en een jongen, zo veel ze kunnen, helpen. De moeder is aan een rolstoel gebonden, en Sidney ziet hoe liefdevol zij door man en kinderen verzorgd wordt.
Thuis en op school voelde Sidney zich onzichtbaar, Peyton trok alle aandacht. Maar nu wordt ze opeens gezien, en voor ze het weet eveneens opgenomen in huize Chatham.
Hoewel ze nog steeds het brave meisje blijft - dat probeert ze althans – ziet haar leven er ineens heel anders uit.
Zoals te verwachten valt, kan dit niet blijven goed gaan. Zeker niet als de vonk tussen Sidney en Macauley Chatham overslaat.


Als lezer zie je dit allemaal aankomen, zoals ook al snel duidelijk is dat de inschatting door Sidney van die vriend van haar broer niet helemaal fout is. Het verhaal wordt verteld door Sidney: het perspectief is hoe zij de wereld bekijkt en er op reageert. Ze is in staat een vrij zuiver oordeel over de mensen om haar heen te geven en spaart zichzelf niet. Ze baalt van de houding van haar ouders, maar ziet in dat haar eigen oordeel over haar broer ook voor een deel gekleurd is doordat hij nooit iets fout kon doen.
Ze heeft last van een plaatsvervangend schuldgevoel ten aanzien van het slachtoffer van haar broers onbezonnen daad. En is daarnaast een gewoon een meisje dat naar school gaat, dromen heeft en voor de eerste keer verliefd wordt.
Dat zijn veel problemen, en het is een lijvig boek, maar de vertelstijl is vlot. Je leeft mee met Sidney en gunt haar het beste.


Wie ervaring heeft met Amerikaanse schrijvers kan wel zo’n beetje voorspellen hoe het verhaal af gaat lopen. Die ervaren lezer begrijpt trouwens ook de bijna spastische reactie op drank- en drugsgebruik, terwijl autorijden dan weer heel normaal is voor tieners.


Het boek heeft een mooie cover, maar de titel is minder geslaagd. ‘Saint anything’ heet het oorspronkelijk. Het slaat op een amulet die Mac op een bijzondere reden om zijn nek heeft hangen, soortgelijk aan die hij later cadeau zal geven aan Sidney. De hangers stellen een onbekende heilige voor: ‘Saint anything’. . .
Zeker is het lastig daar een goede Nederlandse titel van te maken, vooral omdat het gaat om een soort bijgeloof dat Nederlandse tieners niet erg aan zal spreken. Maar Schone Schijn? Hm… zou Sidney dat gekozen hebben?


Sarah Dessen (1970, North Carolina) studeerde Engels en Creative Writing. Na haar studie gaf ze een aantal jaren les, maar ze is inmiddels full time schrijfster. Ze heeft acht boeken gepubliceerd voor jongeren.


ISBN 9789044833270 | hardcover | 436 pagina's | Uitgeverij Clavis | maart 2019
Vertaald uit het Engels door Margot van Hummel | Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 27 juni 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Koorddansen
Wendy Stroobant


Het is een vreemde familie, de Woestenborgs. Ze wonen in een groot oud huis met een grote tuin. Behalve Edith, een van de hoofdpersonages, en haar tweelingbroer Edward zijn er haar oma en twee ooms.
Oom Tanguy studeert nog, al merkt Edith daar niet zo veel van. Hij is meer bezig met Gisèle, zijn nieuwste vriendin die ook in huis woont, een zeer mollige jongedame. Dat vindt Tanguy geweldig blijkbaar, want hij blijft haar overvoeren met de lekkerste dingen. Oom Fred zit het grootste deel van de dag in het tuinhuis. Hij is taxidermist en wil niet dat anderen hem komen storen als hij met zijn dode dieren bezig is.


Oma regeert met strakke teugels, maar zij is al oud en mankeert van alles. Hoewel ze daar niet over praat. Ze moppert veel op Edith, die graag op de bovenverdieping zit in ‘de kamer van Anna’ en de kleren die daar in de kast hangen aantrekt. Edward haalt hoge punten, op hem moppert oma niet.
Edward heeft het echter best moeilijk op school. Hij is een buitenbeentje. De enige die een beetje aandacht aan hem schenkt is Joren. Maar dat is dan ook niet zonder eigenbelang. Joren heeft een baantje als tuinjongen bij de Woestenborgs, en daar heeft hij een geheimzinnig meisje zien zitten, helemaal boven in het huis. Edward moet haar broer zijn, dus misschien kan hij zo meer vernemen over het meisje.


Intussen is Edith erg geïnteresseerd n de familiegeschiedenis. In Anna, maar ook in anderen. Oom Fred heeft een stamboom, en als ze stiekem op zijn kamer rondsnuffelt ziet ze ook foto’s, die nog meer vragen oproepen. Wat voor geheimen zijn er in de familie? En waarom komen al die oude familieleden van buiten om te ‘vergaderen’?
Omdat hij maar al te graag met Edith om wil gaan, maakt Joren uitstapjes met haar: naar het museum waar een tentoonstelling is over het verleden waar de familie ook bij hoort. Naar de oude oom Louis, die wel blind is, maar een  bron van informatie. Naar het kerkhof zelfs gaan ze.


Dit is een verhaal waar je van te voren niet al te veel van moet weten. Het draait om geheimen die vanuit het verleden zich vermengen met het heden, maar er is ook een geheim rondom Edith. Het leukste is als je er stukje bij beetje achter komt wat er allemaal aan de hand is waarbij de geheimzinnigheid eerst opgevoerd wordt voor ontrafeld wordt hoe het allemaal zit.


Koorddansen is balanceren op een dunne draad. Er is een figuurlijke betekenis in het verhaal, maar ook een letterlijke. Als Joren en Edith samen graffiti gaan spuiten, vraagt ze of ze een koorddanseres kunnen maken.


‘Waarom een koorddanseres?’ vraagt hij.
‘Omdat mijn oom Fred beweert dat ik gevaarlijk aan het koorddansen ben,‘ legt Edith uit.’


Terwijl de kern van het verhaal actueel is, is de achtergrond vrij bizar. Wendy Stroobant weet deze twee elementen heel geloofwaardig in elkaar te draaien tot een boeiend verhaal dat je in één ruk uit wil lezen. Het psychologische gegeven die drama veroorzaakt in heden en verleden, wordt benaderd vanuit verschillende oogpunten.


Wendy Stroobant (Brussel, 26 april 1961) is behalve leerkracht op een lagere school ook schrijfster van jeugdboeken. Het liefst kiest ze historische onderwerpen.
Naast historische romans heeft Stroobant ook een aantal toneelstukken geschreven.


ISBN 9789044835243 | hardcover | 276 pagina's | Uitgeverij Clavis | februari 2019
Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 10 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Twee kunnen een geheim bewaren als er een dood is
Karen M. McManus


Als hun moeder opgenomen moet worden in een ontwenningskliniek trekt de zeventienjarige tweeling noodgedwongen Ellery en Ezra in bij hun oma. Ze kennen haar nauwelijks, evenmin als het dorp waar zij woont: Echo Ridge.


Ellery vindt het toch wel een beetje spannend. In Echo Ridge ligt het park Murderland, waar vijf jaar eerder een meisje gevonden werd, net zo oud als zij. De tiener, Lacey, was vermoord, de dader is nog steeds onbekend. En dat is nu net waar Ellery zich graag mee bezig houdt: onopgeloste moordzaken! Dat komt vast – denkt ze – doordat ook haar tante Sarah verdwenen is, waarschijnlijk dood. Sarah was de tweelingzus van de moeder van de tweeling.


Als Ellery ontdekt dat het vermoorde meisje een homecomingqueen was, net als haar tante, slaat de schrik haar om het hart als zij op haar beurt een van de drie uitverkorenen blijkt te zijn voor die titel. Het jaarlijkse homecomingfeest is al vrij snel na hun aankomst, en is een belangrijk evenement te zijn op school. En er is iemand die het leuk vindt om dreigementen rond te strooien: er worden graffiti gespoten met teksten als deze:


IK BEN TERUG
KIES JE KONINGIN MAAR, ECHO RIDGE
FIJNE HOMECOMING


Het is een heel andere wereld voor de tweeling. Hun oma is nogal ouderwets in hun ogen, ze houdt van regels. Maar misschien vinden ze dat ook wel prettig na het losse ongeregelde leven dat ze met hun moeder leidden. Een vader was er niet. Dat was een losse flodder, zei hun moeder altijd. Het leven bij oma is een tegenwicht voor het gedoe op school, dat een afspiegeling blijkt te zijn van de sfeer in het dorp. Want de verdwenen meisjes en de nieuwe bedreigingen drukken hun stempel op het dorpsleven.


Niet alleen Ellery is een verteller. Er is ook Malcolm, een klasgenoot, die het zwaar heeft als jongere broer van de verdachte van de moord op Lacey, hetgeen nooit bewezen werd trouwens. Maar Declan, de broer, verhuisde, en dat was een teken van schuld in de ogen van de dorpelingen.
En valt de appel immers niet ver van de boom? Die Malcolm zal wel te maken hebben met de bedreigingen…


En dan verdwijnt er weer een meisje, net als Ellery een kanshebber op de titel van homecomingqueen. En het verhaal gaat dat Declan terug is in het dorp.
Een en een is twee. Dat vinden nogal wat mensen. Ellery twijfelt, zij vindt Malcolm stiekem heel leuk. En Ezra is ook bevriend geraakt met hem. Maar stel dat het niet de twee broers zijn, wie dan wel?


Deze Amerikaanse Young Adultthriller hapt lekker weg. De inbreng van een buitenstaander in de persoon van Ellery, een meisje dat nieuwsgieriger is dan goed voor haar is, is goed gevonden. Zij staat tegenover Malcolm de insider, die tegelijk ook de zondebok is. Twee tieners, ieder op een eigen manier slachtoffer, vinden elkaar aarzelend terwijl ze ieder eigen redenen hebben om de raadsels op te lossen. Het verhaal dat anders niet meer dan een romantische thriller zou zijn, krijgt zo iets meer body.

Karen McManus is marketing- en communicatieprofessional. Haar debuut, Een van ons liegt, stond meer dan een jaar op de New York Times-bestsellerlijst en is vertaald in 38 talen.

ISBN 9789000364381 | paperback | 280 pagina's | Uitgeverij van Goor | februari 2019
Vertaald uit het Engels door Willeke Lempens | Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 29 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vroeger is alles wat ik van je heb
Adam Silvera

‘In een parallel universum leef je nog, Theo, maar ik woon in de echte wereld, waar jij deze morgen in een open kist ligt opgebaard.’


Het is november 2016 als het verhaal begint. De zeventienjarige Griffin verliest de jongen waar hij tot voor kort een relatie mee had door een ongeluk. Toen zij ontdekten dat ze verliefd op elkaar waren, anderhalf jaar eerder, beloofden ze elkaar dat ze nooit dood zouden gaan. Een onmogelijk belofte, dat weet Grif wel, maar een andere belofte was dat ze altijd vrienden zouden blijven en ook dat kan nu niet meer. Die laatste belofte deden ze elkaar op de dag dat Griffin het uitmaakte. Dat deed hij om Theo zijn vrijheid te gunnen, nu die op het punt stond in Californië aan de universiteit te gaan studeren terwijl Grif achterbleef in New York.


Ook al is Theo er niet meer, Grif praat nog met hem, en haalt herinneringen op. Aan hun hobby’s: voor Theo was dat Star Wars, voor Griffin Harry Potter. Hij vertelt hoe dat hun vriendschap beïnvloedde en hoe de eerste kus er kwam. Aan de vriendschap met Wade ‘vijfde wiel aan de wagen’, en aan de pogingen om contact met elkaar te houden, nadat Theo vertrokken was. De schrik van de nieuwe relatie. Daar wist Griffin van, maar hij vertelde Theo niet dat hij zelf ook een ander had. En dat terwijl hij nog steeds de hoop had dat het ooit weer goed zou komen met Theo.
Nu zit hij behalve met enorm verdriet ook met een schuldgevoel. Hij was niet eerlijk.
Dan leert hij Jackson kennen, de nieuwe vriend, die ook met een schuldgevoel kampt.


Je zou kunnen zeggen dat de hoofdpersoon een puinzooi maakt van zijn leven – hoewel het niet alleen zijn schuld is, maar dat is het nooit – en hij nog moet zien hoe hij daar uit komt.


‘Er bestaat een parallel universum waarin we een clubje van drie zijn dat zo hecht en onverwoestbaar is dat we geen vierde lid nodig hebben om alles even te maken. Een clubje waarin een vierde lid alleen maar voor problemen zou zorgen. Jackson rijdt, jij zit naast hem, ik schreeuw dat jullie de radio harder moeten zetten als ons lijflied gedraaid wordt en we zingen alle drie zo hard mee dat de radio niet meer boven het lichtjes valse, ongedwongen koor van onze stemmen uit komt. Alleen jammer dat niemand van ons in dat universum leeft.’


In twee verhaallijnen, die van het heden en die van vroeger vertelt Griffin over zijn gevoelens. Over die Grote Eerste Liefde die zo belangrijk is in een mensenleven.


Een ontroerende roman over de liefde, en over schuldgevoelens die je nu eenmaal hebt als je geliefde op een dergelijke manier komt te overlijden. Is dit anders omdat het alleen maar over jongens gaat en dus over homoseksualiteit? Eigenlijk niet.
Het feit dat de hoofdpersoon last heeft van een lichte dwangneurose ‘dwangdingetjes’ - zoals het in het citaat voorkomende probleem van onevenheid - hetgeen verergert na het overlijden, lijkt ook niet veel uit te maken voor het verhaal. Maar het is een element dat de schrijver er in heeft gebracht om deel uit te maken van de relatie die de jongens hadden als ook van de rouw.


Adam Silvera werd geboren in de Bronx, was werkzaam bij een uitgeverij onder andere als recensent van jeugd- en jongerenboeken. Net als het eerder vertaalde boek is het thema rouw en vriendschap.


ISBN 9789044831733  | hardcover | 348 pagina's | Uitgeverij Clavis | augustus 2018
Vertaald uit het Engels door Lies Lavrijsen en Tine Poesen | Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 12 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER