Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

Amari en de Nachtwachters
B.B. Alston


De dertienjarige Amari Peters is een zwart meisje, dat opgroeit in een wijk vol sociale huurwoningen. Als ze ook nog slim genoeg blijkt om een beurs te krijgen voor een school die een opstapje kan zijn voor de universiteit, zijn die feiten al genoeg om het zwaar te hebben. Blanke kinderen met rijkere ouders noemen haar Aalmoesje of Afdankertje.

Amari is een pittige meid die van zich af bijt, maar als de kinderen beweren dat haar broer Quinten weggelopen is omdat hij met iets illegaals bezig is, barst de bom. Het wordt twijfelachtig of ze op die school mag blijven.


Maar eerst is er de kwestie Quinten. Haar zes jaar oudere broer is vermist, al een half jaar. Amari is vastbesloten hem te vinden nu ook de politie schijnt te denken dat hij niet gevonden wil worden.


Als het niet meer erger lijkt te kunnen worden, krijgt Amari een vage e-mail. Er is een pakketje voor haar. Van Q. Peters.
Vanaf dat moment verandert haar leven totaal. Onder het mom van een zomerkamp komt Amari terecht op het Bureau voor Bovennatuurlijke Zaken, een wonderlijke wereld met fantasiewezens in alle soorten en vormen. En met allerlei soorten bedoelingen. Ze zijn onder ons, maar de gewone mens ziet ze niet, niet zonder speciale oogdruppels…


Pratende liften, hypnoseradio’s, druipende groene dingen, sluimerkaarsen, en bijzondere schoenen die luchtsprinters genoemd worden. Dat zijn maar een paar magische dingen die in deze nieuwe wereld voorkomen. Er is een afdeling Halve Waarheden en Hele Dekmantels, waar ze er voor zorgen dat de gewone sterveling niet ziet wat er echt gebeurt in de wereld:


‘In plaats van die beroemde cover van Life met een foto van een astronaut op de maan, staat hier: ‘Vriendelijk ruimtewezen neemt Apollo 11 op sleeptouw na brandstoftekort.’ Van de foto van Neil Armstrong waarop hij zijn hand en duim uitsteekt in de hoop op een ruimtelift schiet ik elke keer weer in de lach. De invasie van betonvretende termieten die verantwoordelijk was voor de Val van de Muur is mijn tweede favoriet.’


Maar Amari raakt er snel aan gewend. Nu ze weet dat ze Quinten misschien hier kan vinden is dat haar enige doel. Hij was Junior Agent op de afdeling Bovennatuurlijk onderzoek. Daar moet ze zijn.


Maar al snel blijkt dat ze ook hier een buitenbeentje is, als zwart meisje, niet afkomstig uit een familie met bovennatuurlijke krachten, zoals veel anderen. En ook nog voorzien van veel sterkere krachten dan de anderen. Want zij blijkt een geboren magiër. Iemand die per definitie slecht is, vindt het Bureau. Maar zij is niet slecht! En dat zal ze bewijzen!


Haar krachten moet ze nog wel ontwikkelen, maar dat gaat lukken. Er zijn lessen, boeken, en ze krijgt hulp van haar begeleider Agent Magnus, haar kamergenoot Elsie en haar partner bij de proeven, Dylan Helsing. Het lijkt wel een echte school, met testen, leren en jaloerse medeleerlingen.
Omdat Maria, de oudere zus van Dylan en de partner van Quinten eveneens verdwenen is, helpt Dylan, die ook grote krachten heeft, haar bij haar zoektocht.
Als het alleen maar dit was…


De ‘normale’ wereld wordt bedreigd door slechte magiërs, Moreau en zijn trawanten, die hybrideaanvallen uitvoeren. Er is sprake van een zwart boek, veilig in de kluis, en een Zwarte Sleutel, die bewaard wordt door de sleutelbewaarder. Om meer informatie te krijgen mag Amari gaan praten met Moreau die in de kelders gevangen zit. Of ze daar wijzer van wordt?


Dit verhaal vertoont raakpunten met andere verhalen die spelen in bovennatuurlijke werelden. Toch is het niet ‘meer van hetzelfde’. Amari mag er zijn!
Het is vaak zo dat kinderen die gepest worden die ene speciale hoofdfiguur mogen worden, maar Amari’s achtergrond is anders, en dat wordt duidelijk vermeld. Omdat de schrijver ook uit dat milieu komt waarschijnlijk. Die schrijver is B.B. Alston. Dit fantastische debuut is het eerste deel van een trilogie, en heeft al een verfilming op stapel staan.


Het meisje dat je onder het lezen als vanzelf wil aanmoedigen, steelt je hart. Het verhaal is niet alleen magisch in de zin dat het over bovennatuurlijke wezens en gebeurtenissen gaat, het is vooral magisch omdat je het niet weg wilt leggen, omdat je helemaal in Amari’s wereld zit, en met haar meeleeft. En dat dus hopelijk ook zult kunnen doen in de vervolgdelen!
Voor tien en ouder, maar net als bij de beroemde serie van J K Rowling zullen ook volwassenen hier van smullen.

ISBN 9789402707397 | hardcover | 368 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | april 2021
Vertaald uit het Engels door Sandra Hessels | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 13 juni 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Krokodillenfabriek
Dries Deschepper


In een klein dorp staat een ketchupfabriek.
Eh, stond een ketchupfabriek, er is een nieuwe eigenaar en die heeft de fabriek verplaatst, en nu moeten de werknemers – vrijwel alle dorpelingen! -  verder reizen. Ook moeten ze langer werken, en zelfs extra dagen werken, wat als gevolg heeft dat de kinderen aan hun lot zijn overgelaten. Ze zien hun ouders maar zelden.


Nu vinden onze hoofdpersonen dat niet zo heel vervelend. Ze amuseren zich wel, en ze hebben een lopende rekening bij het pizzarestaurant van Signore Patatinecaldo, dus honger hoeven ze ook niet te hebben.
Als ze vrij zijn spelen de drie vrienden graag in de verlaten fabriek. O wacht, nog even een voorstelrondje: die kinderen dat zijn Mila wiens nieuwsgierigheid soms neigt naar roekeloosheid. Er is haar vriendin Cherry, die tevergeefs probeert Mila af te remmen, maar zelf ook best een durfal is. En de derde is Timo, het neefje van de pizzeria-eigenaar. Een beetje een watje eigenlijk, maar hij laat zich graag meeslepen door de ondernemende meiden.

Als het verhaal begint, én de vakantie, hebben onze vrienden er zin in! Maar dan komt er een dikke mist opzetten, je ziet geen hand voor ogen. Bah, nu kunnen ze hun plannetjes niet uitvoeren!
De mist is het begin van een aantal zeer eigenaardige gebeurtenissen. Eerst wordt de pizzeria gestolen. Echt hoor: er is alleen nog maar een groot gat te zien waar het restaurant eerst stond. En niet lang daarna verdwijnt ook Timo’s oom.
Cherry en Mila gaan niet thuis zitten afwachten: ze willen weten wat dat voor mist is. Van de fabriek? Huh? Natuurlijk gaan ze met z’n drieën kijken wat daar dan gebeurt. Maar wat staat er voor de deur?


‘Kom nu, het is heus niets engs,’ zei ze (=Mila)en ze versnelde haar pas.
Na nauwelijks vier stappen begreep ze dat ze het mis had. De hoop voor de poort was geen glasbak. Ook geen opgerolde reuzenslang of een verdwaalde walvis. Het was iets anders.
Dit ding had een soort ledematen, maar wel kort. En dik. Eigenlijk heel dik. Mila tuurde om uit te maken waar ze naar keek.’


Die dag ontmoeten ze behalve dit ‘ding’ ook Ronaldo, die vertelt dat hij de zoon is van de nieuwe fabriekseigenaar. De kinderen zien en horen de vader ook, en constateren dat het geen aardige man is. Wat Ronaldo vertelt komt daar wel mee overeen: ‘Hij kweekt handtassen.’
En, vertelt hij: er staat een pizzeria op het fabrieksterrein!


Natuurlijk willen de vrienden hier meer van weten, ze spreken af voor de volgende dag. Mila en Cherry kunnen echter niet wachten en vertrekken al als Milo nog slaapt.
Wat ze dan zien is verbijsterend. Mila kan haar ogen niet geloven. Wat is hier gaande?
Wat voor man is de vader van Ronaldo?
En zijn dat zombies? Die bestaan toch niet? En als ze hu vriend ontdekken: wat is er met Timo gebeurd? Als ze denken dat het niet erger kan, ontdekken de kinderen dat ze zich vergissen.


‘Het lukt ons, zei Mila. ‘Vertrouw me maar. Het lukt ons wel.’


Maar of dat waar is? De vader van Ronaldo deinst echt voor niets terug. Ook niet voor kindermoord.

Een lekker verhaal vol avontuur, met een flinke dosis humor volgt. Er wordt geen overbodige uitleg gegeven, want wat doet het er in een avontuur als dit toe of – noem maar een dwarsstraat - het gras groen is, en er bomen staan. En de ouders zijn dus afwezig, dat scheelt ook.
Er zijn vaak fraaie zinnen:


‘Hij laat putten achter zo groot dat een bever er een buitenverblijf voor zijn hele familie van zou kunnen maken’
’Hij luistert als een oude hond. Traag, met tegenzin, maar hij doet het wel.’(over wie zou dit gaan?)


Natuurlijk: het gaat over hebzucht: de vader van Ronaldo kent geen enkel mededogen, alleen met zichzelf. Milieuvervuiling, waar die man zich ook al niets van aantrekt, is een groot thema. Maar het gaat vooral over vriendschap: samen ben je sterk!
En maakt dat je allemaal niets uit, nou dan lees je een heerlijk spannend avontuur.


Er staan ook zwart-wittekeningen in het boek, zodat je bijvoorbeeld kunt zien hoe ‘dat ding’ er uit ziet.
Het is het debuut van Dries Deschepper. Zeer geslaagd: moge er meer boeken volgen!


ISBN 9789044839609 | Hardcover | 143 pagina's | Uitgeverij Clavis | maart 2021
Met illustraties van Isabel Bouttens | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 25 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De olifantendief
Jane Kerr


‘Hij gaat lopen. Hij gaat naar de Belle Vue lopen.’
’Gaat die olifant meer dan driehonderd kilometer lopen door Schotland en Engeland?’ sneerde Albright.
Dat verbaasde Boy niet. Het klonk belachelijk. ‘Je ben niet goed bij je hoofd, Jameson.’

In werkelijkheid was de reis die beschreven wordt in dit boek heel saai, zegt de schrijver in een nawoord.
Maar natuurlijk was het wel heel bijzonder, een olifant die deze afstand van driehonderd kilometer - van Edinburgh naar Manchester - lopend aflegde. Zeker in het jaar 1872, een tijd waarin de meeste mensen nog nooit een olifant hadden gezien!


Dit bewuste dier werd op een veiling aangeboden toen de eigenaar van de menagerie waarin hij verbleef gestorven was. Hij werd gekocht voor diergaarde Belle Vue in Manchester. Maar de olifant schopte de treinwagon waarmee ze hem wilden vervoeren kapot en de man die in het verhaal Jameson genoemd wordt, besloot de reis dan maar lopend af te leggen.
Tot dusver kloppen de feiten, waaromheen Jane Kerr een mooi verhaal heeft geschreven.


Als Jameson de olifant koopt op die veiling betrapt hij een straatjongen, die in opdracht van zijn baas tussen de spullen die geveild worden op zoek is naar een grote som geld dat daar verstopt moet zijn.
Dat geld vindt hij niet, maar zijn leven verandert volledig als Jameson een lumineus idee krijgt. Hij ziet namelijk dat er een klik is tussen de jongen en het grote dier.


En de jongen, die tot dan toe Boy genoemd werd, wordt omgetoverd tot een Indiase prins, Danjat genaamd. Danny, zoals hij in de dagelijkse omgang wordt genoemd, kent zijn echte naam niet, ook niet waar hij eigenlijk vandaan komt. Zijn gehoor is perfect, maar om de een of andere reden lukt het hem niet om te praten. Dat is ook helemaal niet nodig om met de olifant om te kunnen gaan, want daar blijkt hij heel goed in. De vorige oppasser, een Indiër, gaat hem alles leren wat er te weten valt over de olifant, maar Danny zal de hoofdrol krijgen. Het is natuurlijk veel spectaculairder om zo’n jongen op de olifant te zetten!


De olifant en de jongen herkennen iets in elkaar. Ze zijn allebei buitenbeentjes, onbegrepen, gebruikt door mensen die menen die macht te hebben. Tijdens de reis waarin ze veel tegenslagen ondervinden is het door deze band dat ze overwinnen.
Die tegenstand is in het voordeel van de heer Albright, die de olifant had willen hebben voor de dierentuin in Yorkshire. Maar is hij ook degene die de problemen veroorzaakt? 
Hij heeft Jameson er toe verleid een weddenschap aan te gaan. Als de olifant niet binnen een vooraf bepaalde tijd in Manchester is, is niet alleen de olifant maar zijn alle dieren van Belle Vue van Albright! Er staat dus nogal wat op het spel!


De reis door Schotland en Engeland aan het einde van de negentiende eeuw vormt een echt spannend avonturenverhaal! Alleen het stuk van de rechtszaak is wat langdradig, maar de nieuwsgierige lezer zal toch wel verder lezen. Want: hoe zal het Danny en zijn vriend verder vergaan? Klopt dit gezegde: eens een dief, altijd een dief?

In het museum staat nog altijd het skelet van de olifant:

http://bellevue.manchesterhistories.co.uk/maharajah-elephant


ISBN 9789021680996 | Hardcover | 360 pagina's | Uitgeverij Ploegsma | januari 2021
Vertaald uit het Engels door Ingrid Buthod-Girard | Vanaf 10 jaar

© Marjo, 10 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het verloren meisje
S.E. Durrant


Iris woont tijdelijk bij oma en ze vindt het heerlijk. Oma Mimi is altijd vrolijk en geen enkele dag bij haar is saai. Oma maakt poezenboterhammen, ze zwemt in zee ook al is het koud. Ook kijken ze 's avonds samen naar de mooie figuren die spreeuwen maken in de lucht. Kortom, Mimi, zoals iedereen haar noemt, is geweldig en de grote vriendin van Iris.


'Pap noemt Mimi een wildebras. Mam rolt met haar ogen als hij dat woord gebruikt omdat Mimi haar moeder is, en misschien was het niet leuk voor haar om door een wildebras te worden opgevoed. Want een wildebras zit vol energie en springt alle kanten op en zorgt soms voor rare verrassingen.'


Iris vertelt ons dat Mimi rommelig is, daar houdt Iris wel van. Verder knoopt oma overal lintjes aan, beweegt ze als een vogel, maakt ze nu en dan een paar danspasjes, is ze een beetje vergeetachtig, houdt ze van lachen, heeft ze een armband wat ze haar dierbaarste bezit noemt én wil ze alle foto's sorteren voor ze doodgaat. Mimi was namelijk vroeger beroepsfotograaf.


Iris vindt het fijn om die foto's samen met Mimi te bekijken want oma had altijd van die leuke verhalen erbij. Eén oude foto is bijzonder, dat is volgens oma de foto van 'het verloren meisje' Coral genaamd. Iris is geïntrigeerd door Coral.  'Het verloren meisje lijkt op mij, ook al is ze pas twee en ben ik bijna elf.'
Dat meisje gaat onverwacht nog een grote rol spelen in het verhaal.


Maar hoe leuk het ook bij Mimi is, toch is er wat vreemds gaande. Waarom doet oma chocoladecake in het voedselbakje van Thomas de kat? Waarom noemt ze Iris soms Binja? En dacht ze nu écht dat Iris jam op haar gebakken ei lekker vindt? Volgens Mason, de bijna vriend en buurjongen van Mimi, had zijn opa dat ook. Maar daar wil Iris niets van horen. Ze helpt Mimi door briefjes te schrijven, zoals:

Het meisje bij jou in huis heet Iris, niet Binja, ze gaat elke dag naar school
Je moet eieren in het cakebeslag doen
Geen chocoladecake aan de kat geven
De zwart-witte kat in je huis is jouw kat, hij heet Thomas
etc.


Maar oma wil ze niet hebben. Toch gaat Iris door met de briefjes, misschien wil Mimi ze later wel.

Naast dat hij oma's buurjongen is, is Mason ook haar klasgenoot. Hij is erg irritant volgens haar. Toch helpt Mason - Mimi noemt hem consequent Malcolm - haar wel als er nog veel meer vreemde dingen gebeuren. Niet alleen bij Mimi thuis maar ook bij de tante van Mason ontdekken ze vreemde zaken... Ondanks haar ergernis over Mason, blijft hij wel de motor die Iris aanmoedigt om allerlei zaken uit te zoeken. Uiteindelijk leidt het tot een enorme ontdekking wat ook voor Mimi een goede wending in haar leven blijkt te zijn.


Het is echt zo'n verhaal dat in je hoofd blijft zitten. De enorme trouw van Iris is aan Mimi is aandoenlijk, Iris voelt haar haarfijn aan. De meer nuchtere en realistische Mason vormt een prima tegenhanger. Samen zijn ze een geweldig team.
De notities van Iris voor Mimi laten zien hoe oma steeds meer achteruit gaat, maar ook dat is alleen maar hartverwarmend en vol liefde voor Mimi beschreven. Daarnaast is er nog een spannend verhaal rond 'Het verloren meisje' wat overigens prachtig verweven is in de levens van Iris, Mimi en Mason.
Mooi en ontroerend verhaal.

ISBN 9789047712527 | Hardcover | 235 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | maart 2021
Vertaald door Margaretha van Andel | Leeftijd 10+

© Dettie, 20 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Max Einstein redt de toekomst
James Patterson en Chris Grabenstein


In een vooraf wordt verteld hoe Max Einstein, een twaalfjarig meisje in eerdere avonturen het computersysteem van de universiteit van New York hackte, en met haar genialiteit daklozen hielp. Wat dat is ze dus: een genie! En daarom wilde de IDVM haar graag inlijven. IDVM staat voor Instituut van Degenen die het Verschil Maken. De leden zijn jonge genieën, en hun doel is om problemen in de wereld op te lossen. Max werd al snel tot leider gekozen.


Maar zoals dat gaat: ze hebben een tegenstander: het Corp. Die willen de wereld niet verbeteren, ze willen rijk en machtig worden. En daarvoor willen ze graag Max in handen krijgen, zodat ze voor hen een quantumcomputer kan bouwen.


Max wil ook graag weten wie haar ouders zijn. En ze praat – in haar hoofd natuurlijk – met Albert Einstein, haar grote voorbeeld. Ze draagt immers zijn naam ook al weet ze wel dat het niet haar echte naam is.


Het Corp staat onder leiding van Dr Zimm, een man die meer weet van Max’ verleden. Hij heeft die kennis ingebouwd in een robot, Leo genaamd. Maar de robot is nu in handen van IDVM, en wordt geherprogrammeerd door Klaus, zodat hij de kinderen helpt. Max weet niet dat Leo informatie heeft over haar verleden!
Het geld voor hun missies wordt geschonken door Ben, slechts twee jaar ouder dan Max, maar multimiljonair. Stiekem is Max verliefd op hem, maar dat zal ze nooit toegeven natuurlijk. Ze heeft andere dingen aan haar hoofd: de honger moet de wereld uit!
Daar hebben ze wel ideeën voor, maar of ze ook uitvoerbaar zijn?
Want ook hier wil het Corp niets van weten: het is niet in hun voordeel als er nergens meer honger geleden wordt!


Maar eerst willen ze Max. En daarvoor sturen ze Professor Van Hinkel achter haar aan. Dat is een man waar ze echt wel voor op moeten letten, ook al omdat hij veel geld, en dus middelen tot zijn beschikking heeft om er achter te komen waar Max is. En… heel gemeen: hij weet voor elkaar te krijgen dat een van de jongeren rond Max voor hèm spioneert!
Zal het Max lukken om uit zijn handen te blijven? En misschien ook nog ontdekken wie haar ouders waren?


Terwijl het hele boek doorspekt is met feiten over Einstein, en er een aantal natuurkundige proefjes gebruikt worden in de strijd met het Corp, is dit verhaal vooral een spannend avontuur!
En natuurlijk is het de vraag of ze iets kunnen bedenken om inderdaad het voedselprobleem op te lossen.
Het draait om tijdreizen en wat de consequenties daarvan zijn als het zou kunnen, reizen naar het verleden of naar de toekomst.
Het is dus een derde deel, maar voor wie de eerdere boeken niet gelezen heeft: dat is geen probleem, je kan het verhaal goed volgen. Aan het einde staan er nog wat opdrachtjes die je kan doen.


James Patterson (Newburgh, Orange County, 1947) had een succesvolle carrière in de reclamewereld. Hij bedacht succesvolle campagnes voor onder andere Kodak en Burger King. Daarnaast schreef hij al heel wat boeken, waaronder ook een aantal voor kinderen. En die zijn stuk voor stuk spannend!
Christopher Grabenstein (1955, Buffalo, Verenigde Staten) doet qua productie nauwelijks onder voor Patterson, maar richt zich wat meer op kinderen.

ISBN 9789044835113 | Hardcover |286 pagina's | Uitgeverij Clavis | september 2020
Zwart-witillustraties van Beverly Johnson | Vertaald uit het Engels door Margot van Hummel | Leeftijd vanaf  11 jaar

© Marjo, 28 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Voetstappen in de donkere nacht - KromhoutVoetstappen in de donkere nacht
Rindert Kromhout


Het boek begint al spannend...
Renzo (9) loopt door de donkere straten van Rome, met een voetbal onder zijn arm. Wie goed oplet, ziet dat Renzo steeds goed om zich heen kijkt. Even later zei hij een meisje, het is Lucia, hij schopt zijn voetbal naar haar toe. Het meisje reageert niet.
Renzo loopt richting het meisje om zijn bal op te halen en fluistert dan een paar woorden en zij geeft antwoord. Niemand ziet dat ze met elkaar praten.
Even later lijmt Renzo een brief op het standbeeld van Pater Luigi en verdwijnt weer.


"Zodra Renzo weg was, kwamen er op het plein mensen uit de schaduwen tevoorschijn, vijf, zeven, twaalf mannen en vrouwen in donkere jassen. Ze liepen zwijgend naar het standbeeld en lazen haastig wat er op het briefje stond. Zo snel als ze waren gekomen, verdwenen ze weer in de duisternis."


Wat is er aan de hand? Wat staat er op die brief? En waarom worden er steeds brieven opgeplakt op vier beelden in Rome? Van wie komen die brieven?
Niet van Renzo, de zoon van de kleermaker! Ook niet van Lucia, de negenjarige dochter van het knusse eethuisje in een van de smalle steegjes met kleine armoedige huizen, winkeltjes en werkplaatsen midden in de stad. Deze twee hangen de brieven alleen maar op, omdat niemand kinderen verdenkt...

De ouders van Lucia zijn lieve mensen, zij geven de zwervers elke maandag, als de zaak dicht is, een gratis maaltijd. Zij krijgen ook elke dag alles wat over is gebleven toegestopt. Dus er staan altijd veel zwervers bij het eethuisje in het steegje. Maar de belangrijke gasten, die gek waren op de kookkunst van Lucia's vader, vonden het vies, al die zwervers, zo direct kregen ze een enge ziekte van die smerige mensen! Vooral gravin Maria Luisa Benedetti had veel commentaar en o.a. dankzij haar toedoen mochten de zwervers niet meer rondhangen in de steeg. Eigenlijk wilde de gravin dat Lucia's vader het eethuisje verplaatst naar een schonere buurt.
Maar deze zegt alleen maar:


"Ons steegje is niet vies, maar verwaarloosd. [...] De burgemeester weigert het op te knappen. Als hij het riool zou repareren, zouden er geen plassen water blijven liggen na een regenbui. En als de luiken voor de ramen eindelijk geverfd zouden worden, zou ons steegje het mooiste van Rome zijn. Ik heb hem er al vaak een brief over geschreven. Misschien kunt u het eens tegen hem zeggen. [...]"


Natuurlijk, zoals te verwachten was, weigeren de graaf en gravin dit te doen. De rijke mensen willen sowieso niets doen om dingen te verbeteren in de arme wijken van Rome.


Renzo en Lucia vinden het vreselijk voor de zwervers en bedenken een plan, maar dan moeten ze eerst de zwervers zoeken, zodat ze hun plan kunnen vertellen. Helaas de zwervers zijn niet te vinden... er hangt wel een briefje aan het beeld van Pater Luigi, daarop staat "De zwervers hebben honger! Waarom krijgen ze niets meer?"
Het antwoord is: Vraag dat maar aan de man zonder armen. Zo wordt een ander beeld in Rome genoemd.
Daar hangt een briefje met de tekst: Het komt door die rijkelui.
En zo begint - dankzij de briefjes - de opstand tegen de graaf en de gravin, maar ook tegen de burgemeester die niets doet, én de paus die voor de rijke mensen is en met hen samenwerkt.

Langzamerhand ontstaat er een heel netwerk waarbij vier beelden een belangrijke rol spelen. Alle misstanden in de arme wijk worden benoemd op de - verboden - briefjes aan de beelden. Al gauw worden ze 'de pratende beelden' genoemd. Langzamerhand lijken de arme mensen terrein te winnen... of toch niet? Het wordt in elk geval nog flink spannend! 

Het bijzondere is dat de 'pratende beelden' echt bestaan hebben. De bewoners van Rome mochten geen kritiek hebben maar via de beelden die 'met elkaar spraken' werden toch hun bedenkingen en commentaar op de gezaghebbers kenbaar gemaakt.  Achter in het boek staat een plattegrondje waar je de beelden kunt vinden en is er van elk beeld een foto geplaatst met een klein verhaaltje over dat beeld erbij. Bij één beeld - Pasquino  - worden nog briefjes geplakt met kritiek op de huidige machthebbers.

ISBN 9789025881078 | Hardcover | NUR 283 | 96 pagina's | Leopold | 12 mei 2021
Leeftijd 10+

© Dettie, 26 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De held van Fabel
Verhalenwevers deel 1
Scott Reintgen


Het verhaal speelt in de wereld van Verbeelding.
Indira Novelle heeft maar één droom: ze wil een personage zijn in een boek. Niet zomaar natuurlijk, ze wil de held zijn. En daarbij zou ze graag haar broer David naast zich hebben, maar dat is misschien een klein probleempje.


Zij woont in Oorsprong, een dorp waar meer personages net als zij wachten op hun toekomst. Zolang zij daar mogen wonen zijn ze ‘Beloftes’. Maar als de hoop op deelname in een verhaal verdwijnt moeten deze beloftes verkassen. Zoals David. Hij woont in een nabij gelegen dorp dat Huiver heet. Hij moet werken, in de mijn, waar klompjes opgegraven worden in verhaaladers.
Het wordt voor Indira de laatste kans, ook voor haar ligt de waarschuwing klaar dat ze Oorsprong moet verlaten. Ga trainen, zegt David. Jij bent geknipt voor een heldenrol.


Dus doet Indira nog meer haar best, maar mist dan bijna haar kans als het Opspoorlicht komt! Haar valse buurvrouw, Chagrina, lijkt in haar plaats mee te gaan, maar gelukkig besluit de gezant uit Fabel dat ook zij mee mag. Onderweg ontmoet Indira haar toekomstige vrienden, Maxi en Fenix, en ze hoort de zin die de openingszin in haar verhaal zou moeten worden. ‘Voor elke kooi is een sleutel.’


Ook ontmoet ze haar mentor: Deus wijst haar hoe ze in Fabel moet komen en vertelt dat ze auditie moet doen voor de Praktijkschool voor Protagonisten. Er zijn drie testen die bepalen of ze hoofdpersonage dan wel bijfiguur zal worden. Haar tegenstander is Chagrina en die is van plan haar flink dwars te zitten!
Dat lukt: Chagrina wint drie keer, Indira wordt gedoemd bijfiguur te zijn. Ze baalt er stevig van, maar herinnert zich haar zin. En ze gaat er voor: zij zal laten zien dat ze wel degelijk een echte held is!
Gelukkig reist Chagrina al snel door naar Etter, waar de schurken wonen.


In het verhaal dat wij lezen is iedereen natuurlijk al een boekpersonage, maar de plot is nu juist dat ze dat niet – nog niet – zijn. Een best wel rare gedachtekronkel, en ware het niet dat de schrijver af en toe inbreekt in zijn verhaal, dan kon je dat wel vergeten. Maar het juist wel leuk dat je het niet vergeet! Er is ook af en toe een sprongetje naar de Echte Wereld.


Het verhaal over Indira is een verhaal vol avontuur, met intriges van een figuur die door Indira ontmaskerd zal moeten worden wil ze niet zelf ten prooi vallen aan die figuur. Terwijl ze met haar vrienden de slechterik probeert te vinden en uit te schakelen volgt ze op de school lessen van professor F. Darcy, Romeo van Julia, Alice en Odysseus. Het kan niet moeilijk zijn te raden wat voor soort lessen deze leermeesters geven!
Ze ontmoet Wijzers en ezelsoren die ook in het stadje wonen, en ontdekt haar eigen krachten als ook die van haar vrienden. En vijanden. Er zijn brainstormers die de leerlingen begeleiden. Er is taalpolitie, en Maxi, een van Indira’s vrienden, wil graag op de school voor redacteuren gaan studeren. Dat zijn een soort geheim agenten zegt ze.


Een van de leuke vondsten van de schrijver is dat zij als leerling een gezin moet zoeken om bij te wonen. Niet de leerlingen worden geadopteerd, nee, dat zijn de gezinnen zelf! En ook die blijken auditie te doen, ook zij willen een rol in een verhaal. Indira kiest voor een alleenstaande moeder met een zoontje, een uitstekende keuze blijkt dat.
Ook goed gevonden is het gegeven van de catacomben waar de niet-voltooide boeken zich bevinden!


Zo zijn er veel leuke dingetjes, terwijl het verhaal zelf vol spanning zit, met veel humor en een beetje romantiek. De karakters worden goed uitgediept, terwijl zij eigenlijk geen achtergrond hebben. Als personage lijken ze zomaar uit de lucht te vallen, verzonnen immers in de Echte Wereld.
Allemaal elementen waardoor iedereen die dit leest nieuwsgierig zijn naar een vervolg!
Petje af voor de vertaler, die al deze aparte woorden en vondsten omgezet heeft naar een goed Nederlands magieverhaal!


Scott Reintgen ( North Carolina) is een Amerikaanse schrijver, na een carrière als docent Engels en creatief schrijven. Zijn eerste roman werd Nyxia, dat uitgroeide tot een trilogie. De held van Fabel volgde en is het eerste in het Nederlands vertaalde boek.


ISBN 9789048858644 | Hardcover | 325 pagina's | Uitgeverij Moon | maart 2021
Vertaald uit het Engels door Merel Leene | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 23 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Elektrische vissen
Susan Kreller


Daar gaan ze dan, Emma, haar zusje Aoife, haar broer Dara en mama. De boot zal het stel naar hun nieuwe vaderland brengen. Het land waar hun moeder is geboren, het land waar veel mensen uit zijn weggetrokken op zoek naar een beter leven. Maar zij gaan er juist naartoe, vanuit Dublin naar het dorpje Velgow gelegen in de voormalige DDR ofwel Oost Duitsland.


Emma, de verteller, vindt het verschrikkelijk, haar zusje mogelijk nog erger, Aoife stopt op gegeven moment zelfs gewoon met praten, ze communiceert via gele post-its. Maar het kon niet anders, er was na de scheiding geen geld meer, en moeder had heimwee. In Velgow kunnen ze voorlopig bij grootvader Hinnekerk en Grootmoeder Anita wonen. Moeder zal een baan zoeken en dan kunnen ze een eigen woning zoeken. Maar het enige waar Emma aan kan denken is aan Ierland, aan hun straat, haar school, haar Ierse opa en oma. Ze zal en moet terug en wel zo snel mogelijk.


"Soms sluipen de herinneringen recht door je neus naar binnen. [...] En die herinneringen zijn dan net zo warm als het gekruide eten en net zo triest als een klein meisje met Ierse gymkleren aan, allebei tegelijk."


Door haar voornemen sluit Emma zich ook bij niemand aan. Ze gaat immers toch weer weg. Zelfs haar grootouders blijft ze consequent de grootvader en grootmoeder noemen.


Toch, dankzij een voorval op school, leert ze Levin kennen. Een stille, magere jongen die op een of andere manier steeds in de buurt is, op goede en heel ongelukkige momenten. Op zijn eigen, bijna teruggetrokken manier, helpt hij haar met haar plan om terug naar Dublin te gaan. Maar hoe meer Emma Levin leert kennen, hoe meer ze ontdekt dat hij het ook heel zwaar heeft. Er is daardoor een stilzwijgend wederzijds begrip tussen de twee. En juist dat gegeven maakt heet verhaal zo aantrekkelijk en indrukwekkend.


Beide worstelen ze met hun problemen hoewel deze van heel verschillende aard zijn. Op hun eigen onbeholpen manier steunen ze elkaar, er is ook onbegrip, er worden verkeerde opmerkingen gemaakt waardoor de een de ander kwetst, maar toch is er dat onderhuidse weten dat ze elkaar ondanks alles goed aanvoelen. Er is wederzijdse sympathie en empathie.
En dan heeft Levin het plan klaar, de datum van Emma's vertrek wordt  bekend, maar is het nog wel zo'n goed idee? Een heftige gebeurtenis zet namelijk alles op losse schroeven.


Het boek is bekroond met de Katholischer Kinder- und Jugendbuchpreis 2020 en genomineerd voor de Deutscher Jugendliteratuurpreis 2020 en dat is goed voor te stellen. Hoewel het verhaal niet echt een vrolijke toon heeft, eerder weemoedig, bijt het zich wel in je vast. Je ziet bijna de leegte van de verlaten dorpen en de landerigheid van het kleine Duitse dorpje vlakbij de Oostzee. Je voelt de heimwee van Emma én de onmacht van Levin om zijn eigen situatie te veranderen. Heel langzaam gaat de omgeving echter meer leven, alsof Emma toch meer toelaat dan ze aanvankelijk wilde, de grootvader en grootmoeder komen steeds meer in beeld. Ook Levin maakt zijn eigen ontwikkeling door die hij knap weet te hanteren. En uiteindelijk worden we via allerlei kleine voorvalletjes en bijna summier genoemde aandachtspuntjes naar een prachtige climax geleid, die alles anders maakt.


Al met al een heel indrukwekkend verhaal dat nog een tijdje bij je blijft wonen.


ISBN 9789044840253 | Hardcover | 187 pagina's | Uitgeverij Clavis | januari 2021
Vertaald door Joëlle Feijen | Leeftijd 12+

© Dettie, 20 april 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een schoolvakantie
Sakoentela Hoebba


Het is zomervakantie. Twee dertienjarige jongens zien een zee van tijd voor zich opdoemen, waarmee ze heel wat plannen hebben. Ondanks hun zo verschillende achtergrond zijn het dikke vrienden. Akash is een boerenzoon. Ze hebben het thuis goed, maar luxe is er niet. Akash moet ook meehelpen op de boerderij. Toch hoopt hij ook wat geld bij te kunnen verdienen, want hij wil graag een nieuwe fiets. Na de vakantie gaat hij naar de volgende klas, en zijn ouders zijn trots:  hij is met een uitmuntend rapport over.


Ali daarentegen is niet zo ijverig, en misschien ook wat minder intelligent. Hij is blijven zitten. Niet dat hij daar mee zit, en wonderlijk genoeg zijn ouders ook niet. Hij heeft immers toch een cadeau gekregen! Maar hij komt dan ook uit een rijk gezin, zijn vader zit in de goudwinning. Ze wonen in een veel mooier huis dan Akash, en hebben een grote kleurentelevisie, terwijl Ali vaak door zijn moeder in een dure sportwagen naar school gebracht wordt.


Als buurman Armand hulp vraagt bij de meloenenoogst is Awash natuurlijk meteen van de partij. Ali gaat ook mee, al is hij wat minder enthousiast als hij merkt dat het zwaar werk is. En de buurman krijgt te maken met pech: er breekt brand uit, een deel van de oogst gaat verloren.
De jongens ontkennen er iets mee te maken te hebben. Maar is dat wel zo?


Een ander avontuur maken ze mee als er een nieuwe buurman in de straat komt wonen. Hij vraagt de jongens om tien zwarte kaarsen te kopen voor hem. Ze doen hun best, maar zwarte kaarsen vinden ze niet. En waarom moeten ze perse zwart zijn? Wat voor man is die buurman eigenlijk?
En dan is er nog de vliegerwedstrijd aan het eind van de vakantie. Ze doen hun best om die te winnen, en maken vast de mooiste en snelste vlieger. Vinden ze zelf.


Een schoolvakantie is het verhaal van twee jongens die – nog - goed kunnen leven met hun zo verschillende achtergronden. Maar er komen barstjes in hun vriendschap. Het verhaal speelt in Suriname, en Hoebba laat ook niet na om Surinaamse woorden in het verhaal te gebruiken (er is geen woordenlijst).


‘Buur Armand heeft naar jou gevraagd. Ik ben als ’t ware baksjisj.’ Ali keek teleurgesteld. ‘No spang, ik vraag ’t straks aan m’n ouders. Dan meld ik je. Ik kom wel bij jou. Dan wil ik je nieuwe computer zien. Kom, we gaan bacove oogsten.’ Akash nam een houwer en gaf Ali een oude voerzak.’


De achtergrond is natuurlijk herkenbaar voor mensen die in Suriname opgegroeid zijn, maar eenzelfde soort nostalgie is ook Nederlanders niet vreemd. Samen opgroeien, ook al kom je uit een heel ander milieu is tot een bepaalde leeftijd helemaal geen punt.


Het is humoristisch geschreven, en geeft voor Nederlandse lezers een beeld van hoe het in Suriname er aan toe gaat.
Sakoentela Hoebba (Suriname, Wanica 1958) studeerde in 2014 af aan de Schrijversvakschool Paramaribo en het directe resultaat daarvan is haar debuut De lottowinnaar.


ISBN 9789493214057| Paperback | 63 pagina's | Uitgeverij in de Knipscheer | oktober 2020
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 6 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een mooie dag om in een boom te klimmen
Jaco Jacobs


De dertienjarige Marnus is de middelste van drie broers, en helaas een beetje een minkukel. Hij laat zich op zijn kop zitten door zowel de oudere Donovan als de jongere Adrian. Donovan is een geoefend zwemmer, sterk en stoer. Adrian is gehaaid, drijft zo jong als hij is al volop handel met van alles en nog wat.
Doe dit, die dat, en zo niet dan geven we je een ‘wedgie’. (weer wat geleerd…)


Op een dag wordt hem opgedragen de deur open te doen. In de veronderstelling dat het meisje dat voor zijn neus staat net als alle andere meisjes komt voor een zoenles met Donovan, georganiseerd door Adrian, ontwikkelt zich een eigenaardig gesprek. Want het meisje weet niets van een zoenles af. Ze wil een handtekening. Als Marnus, in de war, wazig reageert, zegt ze dat hij maar mee moet komen. Dan kan hij zien waarvoor die krabbel is.
Ze neemt hem mee naar een boom, een speciale boom, zegt ze. Waarom dat zo is, vertelt ze er niet bij. Wel vertelt ze wat voor boom het is, en waarom hij moet tekenen. De gemeente wil hem omzagen, er moet een waterleiding worden aangelegd. Maar het is zo’n prachtige oude boom, een ideale klimboom ook. En Leila, zo heet het meisje, klimt er in.


Als de mannen van de gemeente inderdaad opdagen en Leila uit de boom willen halen, doet Marnus wat hij zelf niet verwacht zou hebben: hij klimt er ook in!
De mannen druipen af, al zullen ze zeker terugkomen.
En dan begint het: de een na de ander ziet de kinderen in de boom en reageert. Een mevrouw die hondjes uitlaat komt af en toe drinken brengen, een man van de dichtbijgelegen rolbalbaan geeft hen toestemming om de wc te gebruiken van de rolbalvereniging. Een journalist duikt op, een groep studenten willen hun steun betuigen… het wordt een hele happening.


Ook de familie komt kijken. Eerst de broers, die Marnus voor gek verklaren. Dan Leila’s moeder, en de moeder van Marnus.
Marnus is verbaasd over zichzelf. Waarom doet hij dit eigenlijk?
Hij krijgt geen hoogte van Leila. Haar moeder slaapt zelfs onder de boom, maar waarom zeggen ze niets tegen elkaar? Ze is toch niet op haar mondje gevallen, dat heeft ze al wel laten zien.


Wat er dan precies gebeurt waardoor alles verandert, is de jongen niet duidelijk. Maar dit voorval heeft hem zeker ook veranderd. Hij die nooit gezien werd stond ineens in het middelpunt van de belangstelling! En terwijl hij groeit lijkt Leila te krimpen…


“Het is goed om ergens voor te vechten, maar je moet ook weten wanneer je moet ophouden. Anders kan het gevecht groter worden dan datgene waar je tegen vecht.”


Prachtig verhaal dat je bijna een coming of ageverhaal kunt noemen, alleen gaat het dan wel erg snel. In amper drie dagen tijd leert de jongen heel veel over zichzelf en de wereld, maar om het dan meteen een coming of age te noemen?


Het verhaal speelt zich af in Zuid-Afrika, het is kersttijd. Maar dat is daar dus in de zomer! Er zijn meer Afrikaanse dingetjes: rolbal bijvoorbeeld. En de bomen die in het verhaal voorkomen, kennen wij ook niet.
Het spelletje dat ze spelen om de tijd door te komen evenmin, maar is leuk om te onthouden: een persoon noemt drie willekeurige dingen op die hij me zou nemen naar een onbewoond eiland, en dan wordt er over gespeculeerd wat je daar dan mee kan doen. Dat geeft verrassende resultaten!


Jaco Jacobs (1980, Carnarvon, Zuid-Afrika) is een productief kinderboekenschrijver die in het Afrikaans schrijft.
Dit boek is het eerste dat in het Nederlands vertaald is.


ISBN 9789021680644 | Hardcover |232 pagina's | Uitgeverij Ploegsma | december 2020
Vertaald uit het Afrikaans door Tjalling Bos | Leeftijd vanaf 11 jaar

© Marjo, 17 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER