Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

Sara's Walkabout
Inez van Loon


"Als je kijkt naar de zon, zie je geen schaduwen." Met dit citaat opent Inez van Loon het verhaal over Saar alias Sara (13) . Voor Sara zijn er helaas wel schaduwen want haar hele leven staat op zijn kop. Haar vader heeft namelijk verteld dat ze gaan emigreren, naar down-under ofwel Australië. Geen land waar je eventueel in vakanties met vriendinnen kunt afspreken om te komen logeren, het is veel te ver weg. Bovendien speelt het verhaal zich af in 1959. Vliegreizen waar verschrikkelijk duur. Computers, apps, twitter, facebook etc. bestonden nog helemaal niet. Het meeste contact verliep via brieven, die pas na enkele weken arriveerden.


Na een aangrijpend en roerend afscheid van al haar vriendinnen én haar lieve vriendje Joris, begint de reis en later het leven in het nieuwe land. Was Sara in Nederland een populaire meid met veel vriendinnen, in Australië is ze die Dutchie en laat iedereen haar links liggen. De school is ook heel anders, alles is erg streng en gedisciplineerd,  leerlingen kunnen zelfs nog als straf op hun handen geslagen worden met een rietje. De overgang is dus erg groot voor Sara. Ze heeft het er erg moeilijk mee en ze wil maar één ding, terug naar Nederland!


Gelukkig is er een jongen op school, Otis, die ook gemeden wordt. Hij is een aboriginal ofwel oorspronkelijke bewoner van Australië. De spontane Sara stapt op hem af maar Otis is aanvankelijk heel terughoudend. Aboriginals en blanken sluiten geen vriendschap, vertelt hij. Maar Sara laat zich niet tegenhouden en langzamerhand beginnen ze elkaar steeds meer te waarderen.


De terughoudende Otis begint steeds wat vaker iets over zijn leven te vertellen en ook Sara deelt met Otis haar situatie thuis. Vooral tussen haar en haar vader botert het niet erg. Hij kan heel onverwacht erg tegen haar uitvallen en tot haar ergernis beschermt haar moeder hem altijd. Bovendien was het emigreren zijn idee en dat neemt ze hem erg kwalijk. En dan ontdekt Sara iets wat haar leven wéér helemaal op zijn kop zet. Alles wordt daardoor in een ander perspectief geplaatst, ze móet weg! Nu, onmiddellijk!


Deze 'walkabout' die Sara daarna onderneemt, heeft veel consequenties. Sara leert veel over Australië en de oorspronkelijk inwoners maar vooral veel over zichzelf...


Dit is zo'n boek dat je helemaal meesleurt het verhaal in. Elke keer als je genoodzaakt bent te stoppen met lezen moet je even beseffen dat je in je eigen huis bent en niet in Australië bij Sara. Dankzij Sara's verhaal leer je veel over het Australië van toen en achterin het boek worden de specifiek Australische woorden verklaard, wat erg prettig is.
Daarnaast is het een erg aansprekend verhaal van alle tijden over een meisje dat haar weg zoekt in haar leven. Met alle ups en downs die daarbij horen.


Kortom, opnieuw een fantastisch, inlevend, historisch boek van deze sympathieke schrijfster.

Voor achtergrondinformatie, zie https://www.inezvanloon.com/nl_walkabout.php


ISBN 9789044838695 | Hardcover | 222 pagina's | Clavis | mei 2020
Leeftijd: 11+

© Dettie, 22 juni 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dummie the mummy and the golden scarab
Tosca Menten


Maak kennis met Darwishi Ur-atum Msamaki Minkabh Ishaq Eboni.
Wie? Nou vrijwel alle kinderen kennen hem als Dummie de Mummie. En heb je enig idee hoe hij aan die naam komt nu je zijn volledige naam kent? Het is natuurlijk ook erg toepasselijk, want Dummie is nu eenmaal een mummie. Helemaal echt! Levend nog wel! En zoals het hoort bij een mummie is hij helemaal gewikkeld in verbanden, en hij stinkt omdat hij onder die verbanden geen gewoon lichaam heeft, maar een skelet en rottende overblijfselen die vreselijk meuren.
Wassen heeft geen zin, en Dummie weigert sowieso om in bad te gaan. Later ontdekken we waarom.


Het eerste wat Goos iedere dag doet: hij spuit de mummie helemaal onder met toiletspray. Dat houdt de stank het beste tegen.
Als hij bij Goos en zijn vader Nick komt wonen en zelfs mee naar school gaat, beleven ze de gekste avonturen.
Want natuurlijk zijn er mensen die zijn aanwezigheid helemaal niet zien zitten.


Hoe komt een mummie nou in Nederland?  En kan dat wel, naar school gaan? Hij spreekt toch geen Nederlands? Hoe leg je onze huidige wereld uit aan een jongen die uit een andere tijd en een ander land komt? En hoe moet hij eten?


‘Dummie took a big bite. Angus and his father watched Dummie’s face expectantly. A bit of sludge oozed from Dummie’s mouth and his skin stretched worringly tight over his bones. Next thing his teeth fall out, Angus thought.
‘That’s good, he likes it.’ Nick said happily.‘Blegh!’ said Mummie at that same instant. He gagged ans spat up a mouthful of brown sludge onto the tablecloth.’Strewth,’ Nick said in dismay. He pulled a face and cleared it up. Then he spread the other half of the slice with peanut butter. But that came backout again halfdigested too after  a few seconds. ‘Strewt!’ Nick cried again. Dummie gave up. When Nick offered him a dry slice of bread, he shook his head. Nothing more passed his lips.
‘He has to eat. If he doesn’t eat, he’ll die,’ said Nick anxiously.
‘He’s already dead,’ Angus said.’


Een citaat in het Engels?
Ja, want het gaat om de Engelse versie in dit geval. Die leest net zo lekker weg. Natuurlijk zijn er woorden die niet alle lezers kennen, maar eerlijk gezegd is dat ook het geval met het Nederlandstalige verhaal. ‘Strewt’ staat voor ‘getverdemme’. Zoiets begrijp je ook wel uit de tekst toch? En er staat ook een tekeningetje bij zodat je ziet wat er gebeurt. Nou, dat is echt getverdemme…


Vandaag de dag krijgen veel kinderen Engelse les op de basisschool, zodat die in de bovenbouw dit waarschijnlijk wel begrijpen. En vaak hebben ze al enige voorkennis over wie Dummie is. Michele Hutchison heeft het vertaald naar het Engels en vanzelfsprekend het niveau – kinderen vanaf 10 jaar – gehandhaafd. Een uitdaging voor hen misschien, maar best te doen. Want het verhaal zit boordevol humor, waardoor je vanzelf iets meer moeite doet.


Tosca Menten (Woerden, 1961) is een van de meest succesvolle Nederlandse kinderboekenschrijfsters. Ze schrijft voor meerdere leeftijdscategorieën en enkele boeken zijn al verfilmd. Waaronder Dummie de mummie.


ISBN 9789000357840 | paperback | 256 pagina's | Uitgeverij van Goor | maart 2018
Illustraties van Elly van Hees | Leeftijd vanaf 10 jaar.

© Marjo, 10 juni 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Pestkoppen en papperige broccoli
Rotschool - Deel 4
Tekeningen: Laura Park
Tekst: James Patterson en Chris Tebbetts


Rotschool is een serie in de stijl van Leven van een Loser, die om onduidelijke redenen meer aanslaat dan de boeken over Rafe Khatchadorian. Hoewel, als je stelt dat Leven van een Loser vooral populair is omdat er weinig tekst in staat, dan begrijp je het misschien wel. Want in Rotschool staat wel degelijk tekst, en moet je een verhaal lezen in plaats van plaatjes kijken. Maar hoewel het boek gaat over pesten, is het verhaal ontzettend grappig!


Wie de eerdere delen gelezen heeft kent Rafe intussen, de jongen die begonnen is op de middelbare school en het daar erg moeilijk heeft. Hij noemt het dan ook ‘de ergste jaren van mijn leven’.
Nou ja, overdrijven kan hij ook goed, Rafe is niet zo goed in relativeren. Maar welke puber is dat wel? Het is dus een heel herkenbaar verhaal, vooral als je zelf ook wel eens gepest bent.
Zelf zegt hij:


‘Misschien heb je Rotschool. De ergste jaren van mijn leven gelezen. Welnu, dit was de ergste zomer van mijn leven.
Maar het was ook, en dat klinkt misschien gek, de allerbeste.’


In dit vierde deel gaat Rafe op zomerkamp. Daar zijn dus niet de kinderen van school, maar dat schijnt weinig uit te maken. Niet alleen moet hij lessen volgen, er zijn ook pestkoppen in het kamp. Hij wordt er al meteen voor gewaarschuwd dat hij zich gedeisd moet houden als het gaat om de groep jongens die in de lynxenhut wonen. Zelf is hij ingedeeld bij de muskusrattenhut.
Natuurlijk lukt dat niet: als een pestkop een slachtoffer spot dan is die nergens veilig. En alle jongens uit de muskusrattenhut zijn slachtoffers. Het duurt even en bijna is een van de andere jongens echt vreselijk  de dupe, maar dan bedenkt Rafe dat hij niet alleen is deze keer. Samen kunnen ze sterk zijn!
En dat brengt de meest hilarische scenes teweeg. Soms ook wel goor, want een hele groep kotsende jongens, getver.


Nu zijn dit allemaal maar woorden, maar… het is een verhaal dat niet alleen uit tekst bestaat: er zijn heel veel tekeningen, zwart-wit, cartoonachtig en tja, nogal to the point. Dus als er gekotst wordt, nou ja, dat hoef ik niet uit te leggen. Gelukkig ruik je niet wat er allemaal gebeurt!
Ook die papperige broccoli hoef je niet te eten, wees maar blij!
Blijft over dat het een aansprekend verhaal met heel veel humor is voor kinderen vanaf 10 jaar, en door de tekeningen ook voor degenen die minder graag lezen, maar die gegarandeerd nieuwsgierig worden naar het verhaal en gaan lezen als ze eenmaal begonnen zijn aan dit boek. Net als Rafe zelf eigenlijk, die ineens ook de wereld van het boek heeft ontdekt.


Ook in dit verhaal heeft Rafe contact met Leo, zijn denkbeeldig vriendje, en blijkt zijn zus ook haar goede kanten te hebben. En Rafe wordt verliefd, oei…dat geeft weer een ander soort verwikkelingen.


James Patterson is vooral bekend vanwege de thrillers die hij schreef voor volwassenen. Maar hij heeft intussen ook alk de nodige jeugdboeken geschreven.


ISBN 9789044835137 | hardcover | 290 pagina's | Uitgeverij Clavis| mei 2020
Vertaald uit het Engels door Maria Roovers | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 29 mei 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

En toen kwam Timothy
Jacques Brooijmans


Op de website van Jacques Brooijmans staat te lezen: Het tweede boek over Jordi, En toen kwam Timothy, is begin september 2019 uitgekomen. Het maakt deel uit van een trilogie over Jordi en is los van de andere boeken te lezen. Dit laatste is wel zo prettig, want het eerste deel kwam al zes jaar geleden uit, dat is best wel een tijd terug, dan moet je wel een héél goed geheugen hebben...


Jordi is overigens nog net zo'n denker als in deel een, de dingen die hem raken blijven in zijn hoofd letterlijk en figuurlijk rondzingen en ze komen er vaak in de vorm van muziek weer uit. En nu heeft hij een prachtig liedje geschreven waarmee hij zijn bijdrage zal leveren op de talentenavond voor diverse scholen.
Zijn optreden wordt een ongekend succes. De prijs is een vijf daagse reis naar Londen. Ook daar heeft Jordi succes met zijn liedje en heeft hij een leuke ontmoeting met een jongen die zelf ook muziek maakt. Maar eenmaal thuis blijkt de reis een erg vervelend staartje te hebben...


Maar dit is niet het enige wat er speelt. In Jordi's privéleven gebeurt ook het een en ander. De weg naar volwassenheid is voor een veertienjarige jongen nog niet zo eenvoudig. En zeker niet voor een jongen die zo filosofisch ingesteld is als Jordi. Hij weet bijvoorbeeld niet hoe hij moet handelen als leeftijdsgenoot Timothy tijdelijk in hun huis komt wonen. Het klikt gelijk tussen de twee jongens maar Brent, de beste vriend van Jordi, is er ook nog. Hoe moet hij die twee met elkaar in contact brengen? En de vraag is, wil hij dat wel? Het gaat veel te leuk zo nu hij ze steeds apart spreekt. Maar ook in de vakantie in Tsjechië gebeurt er iets bijzonders en moois, waardoor Jordi nog meer naar binnen keert om te kijken wat en wie hij nu eigenlijk is. Al met al wordt het dus een veelbewogen jaar voor Jordi, zijn ontwikkeling en de druk van zijn omgeving worden hem soms zelfs behoorlijk teveel.


Op zich is het een apart verhaal, waarin seksueel ontwaken, vertrouwen, op zoek naar eigen identiteit en vriendschap de hoofdonderwerpen zijn.
Toch kriebelt er bij mij wel iets van onbehagen. Jordi is zo érg begripvol, aardig en filosofisch. Hij onderzoekt echt àlles; wat hij denkt, voelt en doet, gewoon elk ding wat in zijn hoofd opkomt of in zijn omgeving gebeurt pluist hij helemaal uit. Ook erkent hij onmiddellijk de dingen die hij beter had kunnen doen. Daardoor wordt het bijna een jongen die te goed is om echt te zijn. Al zijn denken maakt hem bijna minder menselijk. Je krijgt een beetje jeuk van hem. Hij is té lief, té bedachtzaam, te weinig kind, teveel volwassen.


Maar toch is het onderdeel rond zijn seksuele zoektocht wél weer iets wat aanspreekt. Jordi ondergaat allerlei gevoelens die voor hem verwarrend zijn, al die gemoedsbewegingen zijn begrijpelijk en goed beschreven waardoor Jordi wèl weer een beetje meer mens wordt. Het geheel is echter net niet overtuigend genoeg. Mogelijk worden er zelfs teveel thema's gebruikt zodat het uiteindelijke verhaal wat rommelig en onaf voelt.
Dat laatste kan natuurlijk ook zijn omdat het een trilogie is en het laatste deel nog moet verschijnen. Maar toch laat dit verhaal in zijn geheel, een onbevredigend gevoel achter. Hopelijk dat deel drie wat sneller verschijnt en er niet weer zes jaar voorbij gaan voordat we verder kunnen lezen, want ondanks de aanmerkingen wil je toch weten hoe het Jordi verder vergaat.


ISBN 9789044835304 | Hardcover | 307 pagina's | Uitgeverij Clavis | september 2019
Leeftijd 12+

© Dettie, 22 mei 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De finale
De voetbalgoden: deel 20
Gerard van Gemert


Na zoveel jaren Stijn en Storm, de voetbalgoden, met veel plezier gevolgd te hebben, doet het wel een beetje zeer dat dit het laatste deel rond deze twee jongens is.
Aan een kant ben ik ook wel nieuwsgierig hoe Gerard van Gemert het afscheid zal aanpakken.
Nou ik kan alvast verklappen dat het een echt Stijn en Storm verhaal is geworden, zoals we het gewend zijn, dus met een heel spannende wedstrijd en een probleem wat opgelost moet worden evenals een bijzonder avontuur. Maar dan wel met een onverwachte twist, want het is en blijft het laatste deel ...


Stijn en Storm zijn in de loop der jaren opgegroeid en inmiddels geen kleine jochies meer zoals in de eerste delen. Samen met o.a. profvoetballer Bert Pringel hun grote vriend Ze zijn inmiddels - weliswaar als jongste spelers ooit - opgesteld in de basisopstelling bij Oranje. En zoals dat gaat, er zijn mensen jaloers op hun succes, zodat de jongens ook vervelende opmerkingen van medespelers te horen krijgen, vooral Laurens is niet erg aardig. Maar tijdens een training gebeurt er iets waar Stijn niets aan kon doen, maar toch dreigt er de mogelijkheid dat hij niet mag meespelen in de o zo belangrijke wedstrijd.


Maar de altijd heel rechtvaardige Storm is er ook nog. Het zal niet gebeuren dat zijn maatje Stijn oneerlijk behandeld wordt, daar zal hij persoonlijk voro zorgen. Maar Stijn is ondertussen ook met iets anders voor in de toekomst bezig, iets wat hij tot ergernis voor Storm geheim gehouden heeft... Je bent boezemvrienden of niet, en die hebben geen geheimen voor elkaar.
En dan komt er in alle hectiek ook nog een jongetje naar hen toe die om hulp vraagt voor zijn doodzieke vader...


Het is weer een lekker verhaal met enkele terugblikken op de beleefde avonturen van de jongens die mooi in het verhaal passen. De totaal verschillende karakters van Stijn en Storm komen in dit laatste deel ook duidelijk naar voren. De accurate, behoudende, rasvoetballer Stijn versus de nonchalante, letterlijk en figuurlijk recht op zijn doel afgaande Storm geven dit laatste deel een extra glans.  En dan is het uit, over, klaar... Een beetje weemoedig sla ik het boek dicht. Het is net of je afscheid neemt van goede vrienden, je wilt weten hoe het verder met ze gaat, zullen Femke en Stijn het samen redden, zal Storm zijn onstuimigheid behouden, zullen de jongens samen met Bert Pringel nog prachtige wedstrijden en bijzondere avonturen beleven?
Wie het weet mag het zeggen, maar de enige die het écht weet is Gerard van Gemert, zo vertelt hij ons...

Bedankt Gerard van Gemert voor die 13 jaar leesplezier! Ik heb erg genoten van alle avonturen die de voetbalgoden beleefden!


ISBN 9789044838213 | Hardcover | 152 pagina's met nawoord | Clavis | april 2020
Met illustraties van Mark Janssen | Leeftijd 10+

© Dettie, 12 mei 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De museumroof
Team Leonardo 1
Erwin Claes


Het eerste deel in een nieuwe, snelle en spannende driedelige serie.


Degenen die de serie Zwarte adem kennen, hebben eerder gehoord van het stadje Vordersteen en van het goed bekend staande Historisch Museum, dat daar staat.


In dit eerste deel is dat museum opnieuw het doelwit van maffiabaas Dell’Anno. Hij probeert een kostbaar beeldje te stelen. Het is een eeuwenoud Vikingbeeldje van de Noorse god Odin, gemaakt van walrusivoor.
Hij krijgt dan te maken met broer en zus Verspecht (hé, die kennen we ook!). Zij zijn nog maar net in het stadje komen wonen, in het huis van hun opa. Hun ouders zijn overleden, en omdat Ellen 12 jaar ouder is, kan zij zorgen voor haar broertje en zo voorkomen dat hij in een pleeggezin terecht komt. Emil vindt het niet altijd leuk dat zijn zus zo over hem moedert, maar accepteert het dan maar.


Ellen heeft een baan bij de politie en Emil gaat naar de school in Vordersteen.
Voor het zover is staat er een jongen voor de deur. Jasper, zo stelt hij zich voor. Hij woont aan de overkant. Emil komt bij hem en zijn tweelingzus Mirthe in de klas. En bij Thom, de zoon van de burgemeester. Emil vindt Thom niet aardig, en dat blijkt wederzijds. Als er gesproken wordt over een zeepkistenrace en Emil hoort dat die altijd gewonnen wordt door Thom, neemt hij een besluit: hij gaat een zeepkist maken! Jasper wil vast wel helpen. Wie ook helpt is Pipa, ook uit hun klas, Emil vindt haar erg aardig…


Als Emil op zoek gaat naar spullen, in de knutselschuur van zijn opa, vindt hij een foto. Op de achterkant staat: Team Leonardo. Het intrigeert de jongen: wie zijn die mensen? Zijn opa is een van hen en Jasper herkent de baas van het museum, professor Plechelmus.
En meteen is daar het plan: deze professor gaat de tentoonstelling met het Odinbeeldje openen. Emil mag daar heen, omdat Jaspers moeder er gids is. De kinderen willen hem de foto laten zien.
Je snapt het al: de kinderen en de dieven komen elkaar op de een of andere manier tegen en dat wordt een hachelijke situatie. Slaagt Dell’Anno in zijn plan?
En Emil? Kan hij zijn rivaal verslaan in de zeepkistenrace?


Er wordt vrij gedetailleerd verteld over het maken van een zeepkist, de geïnteresseerde lezer zou er zomaar zelf eentje kunnen maken. Het deel waarin de race beschreven wordt is lekker spannend tot het laatst toe, maar het zijn vooral de bezigheden van Dell’Anno die je doen uitkijken naar het vervolg.
Deze serie is nu al spannend! Net als de mensen op de foto met z’n vijven waren, zo zijn er ook nu vijf kinderen die met elkaar optrekken en een nieuw team Leonardo vormen. Maar of ze behalve de naam nog meer overeenkomsten hebben, dat weten we nog niet. Op naar deel 2!


Erwin Claes (1977) studeerde archeologie en was dol op schrijven. De combinatie lag voor de hand!
Dat werd de thrillerreeks, De zwarte adem, voor jeugd vanaf 13 jaar. Team Leonardo  is zijn nieuwe project.


ISBN 9789044836394 | paperback | 188 pagina's | Uitgeverij Clavis | mei 2020
Tekeningen van Michaël Olbrechts | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 18 juni 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Rennen!
Cora Sakalli


'Rustig blijven, Loep, zeg ik in mijn hoofd. Mama houdt van rust, dus doe je best.
Mijn benen hebben minder geduld dan mijn hoofd. Dat is het grootste verschil tussen Juna en mij. Mijn lichaam luistert niet als mijn hoofd zegt dat ik rustig moet zijn. En Juna’s lichaam luistert niet als haar hoofd zegt dat ze moet bewegen. Nou ja, de linkerhelft luistert niet goed. De rechterkant doet wel wat ze wil.’


De elfjarige Loep is erg druk, zegt haar moeder. Daar is Loep het wel mee eens, maar ze kan niet anders. Al doet ze nog zo haar best, ze moet bewegen. Al zijn het alleen maar haar handen, die fladderen, er moet beweging zijn. En eigenlijk begrijpt ze niet zo goed wat er mis is met haar zusje Juna. Cerebrale parese, dat is zo’n moeilijk woord.


Juna kan niet goed lopen, en haar hand doet ook niet wat ze wil. Maar waarom begrijpt haar moeder nu niet dat het helemaal geen goed idee is om Juna naar de school te sturen waar Loep nu in groep 8 zit. Volgend jaar is Loep er immers niet meer om haar zusje te helpen, en ze zal zeker gepest worden! Dus moet Juna nu leren om op een gewone fiets te fietsen, zodat ze niet op die stomme driewieler naar school moet!


Juna wil best, maar haar lichaam dus niet. Ze valt, en breekt haar goede arm. De meisjes vertellen niet meteen wat er precies gebeurd is, maar dat maakt ook eigenlijk niet uit: mama stuurt Loep naar haar oom en tante. Loep voelt het als wegsturen, als een straf die ze niet verdient. Als een afwijzing door haar moeder. Ze vindt het heel erg en wil alleen maar terug naar huis.  Terwijl het eigenlijk best leuk is bij oom en tante, want die wonen buiten in een groot huis, met heel veel ruimte om te rennen en te fietsen. Maar het is ver weg van huis, ze kan niet eens naar Juna toe.


Er is maar één ding dat kan helpen: ze moet rustig zijn, zich netjes gedragen. Maar ja, Loep is wie ze is, dus dat kan ze niet.
En ook bij oom en tante moet ze naar school. Waar ze een paar pestkoppen ontmoet die het gemunt hebben op haar. Maar zij kan hen wel aan. De jongen die ook de dupe is, Walter, daarentegen, die verdedigt zich helemaal niet. Loep moet hem helpen… of hij wil of niet.
Loep heeft het hart op de goede plaats, ze is een sociaal kind dat geen onrecht kan zien. Maar ja, ook al bedoelt ze het allemaal goed het loopt wel eens faliekant verkeerd.


Nu is er vlakbij oom en tante een oud vervallen pretpark, Silvaland. Natuurlijk verboden gebied, en natuurlijk een plek waar Loep niet weg kan blijven. Ze weet het wel, en ze zegt het ook tegen zichzelf: daar moet ik niet heen gaan, ik moet niet in die boom klimmen. Maar ja, dat innerlijke stemmetje zegt tegen haar dat ze Walter moet helpen en dan zal ze toch over het hek moeten zien te komen…
Ze moet een gevecht voeren met zichzelf, en dat is moeilijk. Gelukkig is er een oude vrouw die haar een beetje helpt, want hulp kan ze wel gebruiken. Alles loopt in het honderd…

‘Ik wil het niet, maar het is al gebeurd: het is gaan waaien in mijn hoofd. Als dat gebeurt, dan lukt het me niet meer om rustig te worden. De woorden van mama en tante Anna zijn als veertjes die opgetild worden door de wind. Het worden er meer en meer. Loep. Levensgevaarlijk. Leugens. Geschrokken. Juna. De veertjes vliegen op en dwarrelen rond. Steeds sneller en sneller gaan ze.’


‘Mijn drukke, stomme kant zit aan me vastgeplakt als kauwgom aan een stoeptegel. En die spoel je ook niet weg met een beetje warm water.’


Een mooie stijl heeft Cora Sakalli! En een mooi verhaal schrijven kan ze ook. Kinderen kunnen vast heel goed begrijpen hoe Loep zich precies voelt.
Het is een tegelijk aangrijpend als hoopgevend verhaal.


Cora Sakalli (1982, Lekkerkerk) studeerde filosofie in Rotterdam. Na haar studie werkte ze jarenlang als adviseur voor de gemeente. Nu geeft ze filosofieles en schrijft ze kinderboeken en verhalen.


ISBN 9789048857173 | hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Moon | mei 2020
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 1 juni 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De strijd om de meteoor
De magische apotheek deel 3
Anna Ruhe

Het wil wel eens gebeuren dat een tweede of derde deel helemaal niet zo goed is als het eerste deel uit een serie. Maar Anna Ruhe groeit steeds meer in de wereld van de Magische Apotheek en de lezer groeit mee. Dus is De strijd om de Meteoor weer heerlijk spannend!

Toen Lucie met haar ouders en broertje Benno in Villa Evie kwam wonen, had ze geen idee wat voor wondere wereld ze daar aan zou treffen. Ze baalde juist dat ze haar vrienden en haar oude school moest missen! Maar al snel leerde ze buurjongen Mats kennen. Samen met hem gingen ze op onderzoek uit in de villa, want er hingen toch wel aparte geuren…
In het eerste deel ontdekt Lucie de geheime ruimte in de grote kas achter het huis die helemaal ingericht is als apotheek, en waar Hanne al die geheimzinnige geuren maakt. Hannes overgrootvader is Daan de Bruijn, van wie ze veel geleerd heeft. Maar een sentifleur, zoals hij, is ze niet!
(Een sentifleur is iemand die geuren niet alleen kan ruiken, maar ook kan voelen.)

En die gave blijkt Lucie te bezitten! Tot haar verbijstering is zij in staat magische geuren te maken!
De apotheek staat vol met flesjes bijzondere geuren. Als je er eentje open maakt en de geur komt vrij, dan kan het zijn dat er vreemde dingen gebeuren.
In dit nieuwe avontuur gaan Lucie en Mats stiekem op missie naar Parijs en dan nemen ze geuren mee als Tijdloze Noot, Het Kwartiertje Terug Aroma en de Stinkende Odeur.
Wat die precies veroorzaken? Dat verklappen we niet, maar waarom ze naar Parijs gaan, dat heeft te maken met het vorige avontuur. In Amsterdam hebben de kinderen kennis gemaakt met de Eeuwigen, een groep mensen die een geur heeft ontwikkeld waarmee ze eeuwig kunnen leven. In die geur zit meteoorsteen. Die stof is zeldzaam en ook Lucie heeft het vaak nodig om bepaalde geuren te kunnen maken. Maar de booswichten hebben het weggehaald uit de magische Apotheek. De kinderen hebben het terug gestolen, maar daarmee zijn ze nog niet van die groep mensen af…

Syrell de Richemont, de leider van de Eeuwigen, heeft nog meer plannen: hij wil nieuwe magische apotheken openen én ook geurtjes gaan verkopen, waardoor mensen doen wat hij wil.
Dat mag natuurlijk niet gebeuren!

Het wordt razend spannend in Parijs, een enorme stad waar ze gelukkig ook (oude) bekenden tegenkomen die hen goedgezind zijn. Maar de groep eeuwigen is groot en hun wens nog groter!
Bovendien kennen zij de weg, en hebben ze een heel vervelend geurtje in handen…

Zoals gezegd is dit deel ook zo spannend dat je het liefst in een ruk doorleest, en dan eigenlijk ook meteen door wil lezen in het volgende deel. Daar zullen we op moeten wachten helaas.

Het is wel aan te raden om de delen in volgorde te lezen. Al vertelt Anna Ruhe af en toe een beetje over wat er vooraf ging, als je dat verhaal niet kent, valt het niet mee dit nieuwe avontuur te volgen.
Bovendien weet je dan wat bepaalde moeilijke woorden betekenen, zelfs al worden ze opnieuw uitgelegd is dat handig. Hoewel, ‘protserig’, ‘politoer’?
We komen oude bekenden tegen, en ontmoeten nieuwe mensen, die vast in het volgende deel weer terugkomen. En natuurlijk weer nieuwe spannende geurtjes, met allemaal wonderlijke gevolgen.

De omslag is weer erg mooi, net als de tekeningen binnen in het boek. En vooral de poster achterin waarin in fraaie kleuren een aantal geuren afgebeeld staan.
De hoofdstukken zijn goed te behappen, en de typografie is vrij groot en duidelijk.
In de Magische Apotheek gaat het ook om de strijd tussen goed en kwaad, om vriendschap en samenwerken, een serie in de sfeer van Harry Potter, maar de magie van een heel andere categorie.
Voor de kinderen die van de tovenaarsleerling houden – of juist voor hen die er niet om geven - zijn de avonturen van Lucie vast heel fijn leesvoer!

ISBN 9789000368020 | hardcover | 296 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | april 2020
Illustraties van Claudia Carls
Vertaald uit het Duits door David Orthel
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 28 mei 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Flin of de verloren liefde van een eenhoorn
Henry Lloyd


Op een dag gebeurde het. Twee grote gele klauwen grijpen het kleine baby'tje dat tussen zijn slapende ouders ligt en daar gaat hij, de lucht in. Het kindje wordt meegenomen naar het nest om als voer te dienen voor de jongen van de arend. Maar de jongen zijn verdwenen en dan ziet de arend de opengesperde mond van de baby... Net een bekje zoals zijn eigen kinderen hadden. En zo komt het dat Flin opgroeit in het nest van de twee arenden. Hij spreekt hun taal en kan alles wat zij kunnen behalve... vliegen. Maar baby's worden groot en rond zijn vijfde jaar is Flin zijn nest uitgegroeid en belandt met een smak op de grond.


Daar hipt hij net als zijn arendouders door het bos en ontmoet op gegeven moment Momo de tweekoppige dwerg en daar mag hij heel blij mee zijn. Deze dwerg - die constant in conflict is met zijn andere ik - leert Flin alles wat de arenden hem niet kunnen leren.
De jaren verstrijken en dankzij Momo leert Flin lopen als een mens, ziet Flin in het meer zijn spiegelbeeld, proeft hij voor het eerst bessen, paddenstoelen en vruchten, leert hij vuur maken etc. Ook vertelt Momo hem dat hij een mens is maar dat zegt Flin natuurlijk niets. Momo vertelt dat mensen in huizen wonen en de taal van Momo spreken. Dankzij die verhalen begint het te kriebelen bij Flin, hij wil die mensen zien, sterker nog, hij móet ze zien... Momo weet waar ze wonen maar de weg daarnaartoe is lang en gevaarlijk.


Natuurlijk gaat Flin toch op pad en Momo gaat mee ook al heeft hij niet veel op met mensen, dat zijn 'Klapperdarmen en koppoters, blinde koeien en blaasbalgen, over het algemeen…’. Vader en moeder arend houden vanuit de lucht alles in de gaten en daarmee begint het betoverende avontuur van Flin. Hij ontmoet Juniper, een eenhoorn, die zwaar verliefd is op Solange, een mensenmeisje, en als Flin haar gezien heeft, snapt hij dat helemaal... Solange is prachtig! De zeer bijdehante Solange wordt de oorzaak van de vriendschap maar ook het gekibbel en de jaloezie tussen Juniper en Flin maar ook ondergaat iedereen dankzij Solange vele hachelijke ondernemingen inclusief een vuurspuwende draak en al!


Meer moet er niet verteld worden want dit boek moet je gewoon lezen. Het is een geweldig leuk, magisch, fantasievol sprookje met als fantastische hoofdrolspelers de lieve driftkikker Momo, de ijdele Juniper en de jonge ondernemende 'wilde' jongen Flin die in de loop der jaren ontdekt wie hij zelf is. Het verhaal sleept je zo mee dat je even weer op aarde moet belanden als je het boek uit hebt. Heerlijk!


- Leuk detail: Henry Lloyd en tekenaar Laurens Rawie blijkt een pseudoniem van een bekende Nederlandse schrijver/illustrator, wat later ook bevestigd is door de uitgever, maar wie dat is, dàt wilde uitgever niet melden, dus daar kunnen we met zijn allen fijn over speculeren. -


ISBN 9789045124100 | Hardcover | 336 pagina's | Querido | november 2019
Leeftijd 10+

© Dettie, 12 mei 2020

Lees de reactie op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Paniek in Sprookjesland
Isabelle Quinn


De elfjarige Twan staat vreemd te kijken als een wildvreemde man hem aanspreekt met zijn naam en hem een boek in de handen duwt. En vervolgens verdwijnt.
Wat moet Twan met dat boek, dat een sprookjesboek blijkt te zijn? Dat wordt duidelijk als hij diezelfde avond zijn jongere zusje voorleest. Ze heeft gekozen voor het sprookje van Hans en Grietje.


‘Eerst dacht ik dat er iets vreemds was met mijn ogen. De letters kronkelden. De woorden vielen uit elkaar. Ik knipperde en wreef in mijn ogen. Maar dat hielp niet.
‘Twan!’ piepte Nora naast me en ik wist dat zij het ook zag.
Het was ineens raar stil. De tv beneden, mams stem aan de telefoon, de auto’s buiten, de ventilatie in de badkamer…Alle geluiden waren weg.’


Als alles weer goed lijkt te zijn bevinden ze zich in een donkere hut. Jawel: het huisje van de houthakker! Niet veel later zien ze een wolf, die probeert hen gerust te stellen. Twan beseft dat dit de wolf van Roodkapje is en ze rennen weg zo hard als ze kunnen.
Twan weet al niet wat er gebeurt, dus moet het voor de vijfjarige Nora nog veel angstaanjagender zijn. Hij neuriet een liedje om haar te kalmeren, het Nijntjeliedje.
Dat helpt wel, wat Nora betreft, maar de wereld om hen heen verandert niet. Het wordt alleen maar erger: alles wat ze zien, iedereen die ze tegenkomen, alles hoort thuis in sprookjes. Maar het is dan weer niet zoals we het kennen van de sprookjes: de wolf blijkt niet eng, Sneeuwwitje is niet samen met de zeven dwergen en Doornroosje heeft met haar prins niet bepaald een lot uit de loterij getrokken.


Er blijkt van alles aan de hand te zijn in Sprookjesland, en Twan heeft het boek niet voor niets gekregen: hij is Boekmeester, en heeft een taak.
Maar als zijn zusje ontvoerd wordt heeft hij wel iets anders aan zijn hoofd dan de taak van Boekmeester.
En natuurlijk wil hij ook terug naar zijn eigen wereld!


Het boek opent met de mededeling:
Dit verhaal hoef je niet te lezen.
Je redt je prima zonder.
Denk ik.


Supervondst, want dan lees je toch door? En als het uit is, dan ga je als de wiedeweerga op zoek naar je eigen sprookjesboek. Zou dat misschien ook speciaal zijn, net als het boek van Twan en Nora?


‘Het wordt niet saai’, belooft de schrijfster. En als er één ding is wat als een paal boven water staat…
Het is een heerlijk fantasievol verhaal met veel spanning en humor, zoals we dat kennen van Isabelle Quinn. Zij heeft een ongeëvenaarde fantasie die ze ook nog om weet te zetten in een vlot leesbaar verhaal met korte hoofdstukken, hetgeen de lezer overigens niet zal verhinderen om door te blijven lezen.


En de omslag van het boek is prachtig!

ISBN 9789044838305 | hardcover | 189 pagina's | Uitgeverij Clavis | april 2020
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 1 mei 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER