Nieuwe jeugdboekrecensies t/m 5 jaar

Kom mee Kees
Loes Riphagen


Loes Riphagen is inmiddels een begrip in kinderboekenland. Zowel haar afbeeldingen als de verhalen zijn altijd een voltreffer. Met dit boek is het niet anders.

Het begint al met de huiskamer van Kees de kikker op de eerste twee pagina's. Het midden van de kamer is een... ondiepe vijver. Een mug zit aan de kant te vissen, papa zit in een luie stoel waarvan de poten in het water staan. Ook papa heeft zijn poten lekker in het water. Kees hangt op zijn kop in de andere stoel, zijn achterpoten tegen de rugleuning en voorpoten bijna in het water. Het is duidelijk dat Kees zich verveelt.

Maar dan valt er een brief door de brievenbus en weg is de landerigheid. Ze maken de envelop gauw open, het blijkt een uitnodiging voor het concert van De Kwakers!! De lievelingsband van papa! Maar omdat de post er heel lang over gedaan heeft, moeten ze zich haasten, want de band speelt diezelfde dag nog!

Kees vindt de wandeling naar het concert een prachtig avontuur, hij ziet van alles onderweg, maar papa heeft nergens oog voor, hij heeft haast. En zo gebeurt het dat hij ook de grote snoek, die zo'n kikker wel lekker vindt, niet ziet. Hap! zegt de snoek! Gelukkig is Kees er ook nog!
Daarna heeft papa niet zo'n haast meer en kan hij ook genieten van alles wat ze onderweg tegenkomen.

En het concert? Dat is eigenlijk niet zo belangrijk meer, er is onderweg al zoveel te beleven...

Al met al is het een heerlijk verhaal én een mooi kijkboek vol grappig details.
Kortom, Loes Riphagen did it again!


ISBN 9789025774752 | Hardcover | 40 pagina's | Gottmer | februari 2021
Afmeting 27,9 x 22,7 cm | Leeftijd vanaf 3 jaar

© Dettie, 1 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Pannenkoeken-
taart

Sven Norqvist


"De Zweedse schrijver/illustrator Sven Nordqvist is geboren in Helsingborg op 30 april 1946. Hij studeerde architectuur, hoewel hij aanvankelijk naar de kunstacademie wilde, maar niet slaagde voor zijn toelatingsexamen. Dat heeft hem er niet van weerhouden het illustratievak in te gaan. Hij tekende illustraties voor schoolboeken en maakte wenskaarten.


Begin jaren tachtig won hij een wedstrijd voor prentenboekenmakers; kort daarna verscheen zijn eerste prentenboek Pannekoekentaart. Dit was het eerste deel van een reeks prentenboeken waarmee Nordqvist populair zou worden: de boeken over opa Pettson en zijn eigenwijze, humeurige kat Findus. [...]
Opa en Findus wonen op een boerderijtje op het Zweedse plattenland. Ze zijn erg aan elkaar gehecht, maar ruziën ook heel wat af."
Bron: Davidsfonds


Over opa Pettson zijn ondertussen al elf delen verschenen en nu is het eerste boek Pannenkoekentaart opnieuw uitgegeven door Davidsfonds. Zoals alle Pettson en Findus boeken zit het boek vol humor en staat het vol kleurrijke, grappige afbeeldingen.


In dit eerste verhaal, maken we dus kennis met opa en zijn kat en we lezen gelijk dat opa door de bewoners van het dorp waar Pettson in woont, gek is verklaard.
Want, zo gaat het verhaal, opa klom over het dak om naar de winkel te gaan om meel voor de pannenkoeken te kopen. Én hij had een gordijn aan de staart van de poes gebonden. Gustavsson had het zelf gezien, dus het was waar.


De bewoners oordelen wel maar weten helemaal niet waarom opa Pettson dat allemaal deed, gelukkig krijgen wij het bijzondere verhaal te lezen en dan zien we dat opa helemaal zo gek niet is. Een beetje verstrooid is hij wel, maar gek? Nee!

Het begint met het meel dat op is, net nu opa een pannenkoektaart wil bakken voor de jarige Findus. Als Pettson op de fiets naar de winkel wil om dat meel te halen dan blijkt er een gat in zijn fietsband te zitten, dus moet hij uit zijn timmerhok gereedschap halen, maar de sleutel van het hok is zoek... en zo gaat het maar door.
Aanvankelijk krijgt Findus overal de schuld van, maar gelukkig snapt opa ook wel dat Findus dat niet doet en 'het zelf wel gedaan zal hebben'.
Het wordt een heerlijk verhaal, waarbij opa uiteindelijk niets anders kan dan maar over het dak te klimmen om meel te kopen.


De afbeeldingen zitten vol grappige details, die alleen zijn al een verhaal op zich. Vooral de zoektochten naar dingen die zoek zijn, zijn geweldig weergegeven. We leren gelijk daardoor de hele huiselijke omgeving van opa kennen.


Het is goed te begrijpen dat de Pettson boeken zo'n succes zijn en Nordqvist in 2003 de Astrid Lindgrenprijs ontving. - Dat is een internationale kinderliteratuurprijs. die officieus ook wel de Nobelprijs voor Kinderliteratuur wordt genoemd. - Gewoon kopen en lezen dit boek!


ISBN 9789065657329 | Hardcover | 23 pagina's | Davidsfonds | 1e druk 1984 | februari 2021
Vertaald door Griet van Raemsdonk | Afmeting 21 x 30 cm | Leeftijd 4+

© Dettie, 20 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Pep en Pino naar de grote stad
Illustraties: Judi Abbot
Tekst: Bonnie Grubman


Pino is een stoere big. Bang ergens voor is hij niet. Wat is dat: bang zijn?
Pino is dat niet hoor, voor niks en niemand is hij bang!
Monsters of een enge film? Geen probleem. Een spuitje? Hij lacht er zelfs bij als de dokter hem prikt! Dat is fijn voor Pep, want dan kan Pino hem helpen als hij lastig gevallen wordt door Bart het zwijn. Want Pino stapt onverschrokken op Bart af en eist de bal terug.
Nee hoor, Pino is nergens bang voor.


Is Pep dan zo’n bangeschijter?
Nou ja, hij vindt inderdaad een enge film niet leuk, en Bart is een maatje te groot voor hem. Maar: Pep gaat wel met gerust hart de stad in. Hij neemt de bus alsof hij nooit anders doet, en vindt de grote stad geweldig. Hij voelt er zich helemaal thuis.
Maar daar denkt Pino dan weer anders over. Die vindt de grote stad maar niks. Die gebouwen zijn zo hoog! En dat lawaai!
Gelukkig weet Pep wel iets waardoor Pino het toch niet zo erg vervelend vindt om met Pep mee te gaan.


Uit dit verhaal blijkt maar weer dat niet iedereen hetzelfde is. De een vindt dit eng, de ander dat. De een voelt zich prima thuis in de grote stad, de ander blijft liever op eigen terrein. En het is alle twee prima! Je bent wie je bent, en je mag best ergens bang voor zijn.
De twee biggen accepteren elkaars gevoelens, Pino pest Pap niet als hij toegeeft dat hij bang is in het donker, en Pep plaagt Pino niet als die zich zorgen maakt dat ze de bus zullen missen.


De tekst, soms speels over de pagina’s verdeeld. is helemaal in orde. De illustraties zijn dat absoluut ook. Je ziet Pep en Pino reageren op de diverse situaties. Aan hun gezichten zie je of ze iets eng vinden of zich juist heel stoer voelen. De afbeeldingen zijn kleurrijk, en sluiten aan bij het verhaal.


Bonnie Grubman (Syosset, New York) maakt prentenboeken voor kinderen. Ze schreef al eerder over de twee biggen.
Judi Abbot studeerde in Milaan en woont in Londen. Haar boeken verschijnen in verschillende talen: Engels, Nederlands en Italiaans. https://www.judiabbot.com


ISBN9789044840025| Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Clavis | januari 2021
Afmetingen 26,9 x 25,7 x 1 cm | Leeftijd vanaf 5 jaar

© Marjo, 11 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Rode sok
Illustraties: Jiang Ziying
Tekst: Jin Xiaoyu


Dit is weer eens heel wat anders, een verhaal verteld door een sok, een enkele rode sok.
Als het verhaal begint is de sok vies en ze stinkt ook. Ze weet helemaal niet waar ze is en dwaalt maar wat rond. Ze is uiteindelijk zo moe dat ze maar ergens gaat liggen om te slapen. Als ze wakker wordt, heeft een lief jongetje haar in zijn handen. Naast hem staat de zuster van het opvanghuis waar het jongetje woont.
Ze zijn maar wat blij met de sok, ze is nog helemaal heel ook! Wat een geluk!


De zuster zorgt goed voor de sok en de kinderen dragen haar met plezier, ze is mooi en lekker warm, wat maakt het uit om een gele en een rode sok te dragen, alle sokken zijn even mooi.
Soms mag de sok zelfs als woonplaats dienen voor een nestje jonge poesjes en de andere keer is ze ineens de neus van de sneeuwpop.


De kinderen en de zuster zijn maar wat gek op de sok. Ze wordt gekoesterd en zorgvuldig hersteld als ze kapot is. Ze heeft een prachtig leven. Helaas de tijd breekt aan dat de zuster met pensioen gaat... De sok vindt het vreselijk. Maar dan bedenken de kinderen iets, waardoor de sok weer helemaal gelukkig wordt.


Echt een mooi verhaaltje en zo heerlijk origineel. Alles is lekker eenvoudig, de kinderen zijn eenvoudige, niet verwende, kinderen en blij met alles. De zuster is een oudere dame met een lief gezicht, zij is ook zonder opsmuk en heeft, net als de kinderen, ook steeds twee verschillende sokken aan!
Een gewoon verhaal, over een gewone sok maar dàt maakt het juist zo bijzonder!


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789044839258 | hardcover | 27 pagina's | Uitgeverij Clavis | januari 2021
Vertaald door Clavis | Afmeting 26,9 x 25,7 cm | Leeftijd 5+

© Dettie, 4 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Stipjesreeks 0
Boerderij - Dieren - Voertuigen - Woordjes



Vier kleine boekjes vormen de nieuwe Stipjesreeks van uitgeverij Ballon.
Of er meer komen in deze reeks is nog onbekend, maar dit zijn al wel precies die onderwerpen waar kinderen graag naar kijken, en wat ze misschien ook al herkennen. Ze zijn geschikt voor de kleintjes vanaf een jaar of een.


Het zijn kleine kleurrijke aansprekende boekjes, handzaam ook voor kleine handjes, en van fijn dik karton. Met een plastic laagje, afwasbaar dus. Geschikt voor al die kinderhandjes die nog geen idee hebben wat zuinigheid is.
Het kind bekijkt de afbeeldingen en een oudere meelezer zegt de woorden (kan ook een ander kind zijn trouwens, leuk voor een oudere broer of zus, die misschien zelf nog niet leest).
Het is simpel, maar het is heel erg belangrijk voor de woordenschat van een kind!


De afbeeldingen zijn eenvoudig. Als er sprake is van een banaan, dan staat er ook alleen een banaan afgebeeld. Er zijn geen details omheen getekend die afleiden. Als kan het voorwerp wel ‘aangekleed’ zijn, dan zit er bijvoorbeeld iemand in de voertuigen, of het varken staat in de modder. Dat nodigt dan weer uit om wat meer te vertellen over zo’n auto, of dat varken.
Daarom is het ook uitstekend dat in ieder boekje naast de gangbare dieren, voertuigen of woordjes ook wat minder bekende staan. Het gaat er natuurlijk om dat ze niet alleen de vertrouwde dingen die ze al kennen zien en benoemen, maar ook nieuwe woorden leren.


In Dieren staat naast de beer bijvoorbeeld een vos, en naast een vis is er het zeepaardje.
In het boekje over boerderijdieren zijn de koe, een schaap, en de boer en boerin wel bekend, maar niet alle kinderen zullen een pauw of een kalkoen herkennen.
Wat voertuigen betreft de duikboot. Hier is overigens het verschil tussen een bus en een bestelwagen minimaal. Dat zal nog lastig zijn!
Woordjes. Wat zou daar nou in staan? Het zijn huis-, tuin- en keukenwoordjes. Een banaan, een bed, een bal, stoel of kinderwagen. Maar een boekenkast waar nauwelijks boeken in staan, die lijkt me toch wel lastig! En de soep, hm. Maar: goed om iets van te leren!


Dieren  - ISBN  9789403220758
Boerderij  - ISBN  9789403220796
Voertuigen  - ISBN 9789403220772
Woordjes  - ISBN  9789403220734


Hardcover | 20 pagina's | Uitgeverij Ballon/Standaard | januari 2021
Afmetingen 9,8 x 9,8 x 1,2 cm | Leeftijd vanaf 1 jaar

© Marjo, 22 januari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kleine geit: spelen op de boerderij
Illustraties: Annemiek Borsboom
Tekst: Marja Baeten


Een interactief boek voor een peuter. Wat moet je je daarbij voorstellen?
Natuurlijk staan er verhaaltjes in, het is een boek tenslotte. Maar die verhaaltjes zijn heel bijzonder, niet zozeer wat er verteld wordt, maar de manier waarop ze verteld worden. Er zijn namelijk woorden die vervangen worden door kleine tekeningetjes.

‘Kom , kleine Geit’, roept Mama Geit. ‘Er is hooi, we gaan eten.’


De woorden Mama Geit staan er niet, daar in de plaats staat een leuk geitje getekend.
En in de rest van het verhaaltje worden allerlei woorden vervangen: Kleine Geit – ziet je kind het verschil tussen Mama Geit en Kleine Geit? - boom,  kar, gras en andere.
Leuk als een kind dat woord invult terwijl je voorleest!
De Kleine Poes beleeft een spannend avontuur en er komen nieuwe dieren in de stal.


De verhaaltjes zijn kort, dat is prettig, want dan heb je – gezien de korte aandachtspanne van een kind – ook de tijd om met het interactieve deel aan de gang te gaan. Soms zijn er extra vragen bij, soms is er een zoekplaat. En natuurlijk is er behalve de tekst ook een illustratie: paginagroot, in heldere kleuren staan boerderijsituaties afgebeeld. Met dieren die daar wonen, op die boerderij.


En zo komen we bij een andere interactieve pagina: met een soort memorykaartjes staan dieren afgebeeld, en dan wordt er gevraagd:
- zoek de dieren met een lange staart en kleine oren
- zoek de dieren met een korte staart en lange oren
En nog andere. En dan volgt de vraag: welk dier je niet op een boerderij tegen komt.


Er zijn zoekplaatjes, doolhoven, raadsels, allemaal met boerderijdieren – behalve die ene dan.
Herkenbare vrolijke tekeningen in heldere kleuren.
Dat levert zeker veel kijk- en leesplezier op. Spelenderwijs leert het kind allerlei woorden en andere taalvaardigheden.
En: de bladzijden zijn van dik karton met een afneembaar waslaagje, je kan het kind er ook zelf mee bezig laten zijn.


Een fijn interactief boek voor kinderen vanaf 30 maanden.

ISBN 9789044840285 | hardcover | 24 pagina's | Uitgeverij Clavis| februari 2021
Leeftijd vanaf 2 jaar

© Marjo, 20 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wolfje wil niet gaan slapen
Jo Lindley


De kleine Wolf mag nog eventjes spelen voor het licht uitgaat. Tien minuten, zegt mama. Maar Wolfje heeft nog geen zin om te gaan slapen, er valt nog zoveel te beleven!
Stiekem gaat hij naar buiten: schommelen is veel leuker dan slapen!
En het bos kan je zo lekker spelen: in bomen klimmen, over stenen springen en nog veel meer.


Tjee, is die kleine deugniet nu nog niet moe? Hoe krijgen we hem weer terug in bed? Want dat is de opdracht die de lezer heeft: zie maar dat je Wolfje binnen die tien minuten in zijn bed krijgt, om te voorkomen dat zijn moeder boos wordt.


Iedere keer dat je de pagina omslaat is er weer een minuut voorbij.
Als er een paar minuten voorbij zijn zien we hem geeuwen. Hè, hè, eindelijk, nu zal hij wel meegaan en gaan slapen. Toch?
Maar nee, hij wordt weer afgeleid…
Zal het ons lukken om dat ondeugende Wolfje op tijd in bed te krijgen?
Het einde is grappig.


Het is heel leuk dat je als lezer – dus het kind dat voorgelezen wordt – per minuut een opdracht meekrijgt: Een slaapliedje neuriën of je hand voor zijn mond houden (als hij geeuwt). Heel diverse opdrachten. Hoewel het de vraag is of je je eigen kind slaperig krijgt als hij of zij zo actief moet helpen, is dit toch wel een heel leuke manier om duidelijk te maken dat het toch echt bedtijd is.
De minuten worden afgeteld, van tien tot…dat is ook even een dingetje: hebben kleine kinderen genoeg begrip van de tijd?
Nog zes minuten, wat betekent dat? Maar het aftellen van tien tot nul, dat begrijpen ze wel.


De vormgeving is tiptop in orde. Korte tekstjes op paginagrote afbeeldingen in mooie kleuren. Met leuke details, herkenbaar voor kleintjes. Vooral de gezichtsuitdrukking van Wolfje is goed gedaan.
https://jolindley.com/about


Op haar site kun je een aantal tekeningen vinden uit het boek.


ISBN 9789002273056 | hardcover |32 pagina's | Uitgeverij Standaard| januari 2021
Afmetingen 27,8 x 23,7 x 1 cm | Leeftijd vanaf 2 jaar

© Marjo, 17 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dierentuin op stelten
Paula Bowles


Het boek dat je in handen krijgt, ongeopend nog, is een belofte!
Je kan al meteen beginnen met de peuter met wie je dit boek gaat bekijken, er staan veel dieren op, herkenbaar afgebeeld, al zal het kind ze nog niet allemaal kennen. Dat hindert ook niets, want als je het boek samen gaat lezen, komt dat wel in orde.


De tekeningen zijn grappig, kleurrijk, en intrigerend: want wat doet die pandabeer? Met een gitaar in zijn poten?
Laten we maar beginnen met die panda, al is het niet het eerste dier dat voorbij komt.
Op de dubbele pagina met de pandaberen zie je drie luie dieren liggen die niet zo vrolijk kijken. De meest bedrukte pandabeer is waarschijnlijk degene die de tekst ‘zegt’: hij is het taaie, saaie eten beu! Harde bamboe, bah!
En dan komt het leuke: deze pagina’s zijn opklapbaar! En achter de flap zijn de pandaberen heel actief, ze maken muziek, en nodigen de lezer uit om lekker mee te dansen en te zingen.


Zo komen er de meer bekende dieren voorbij: de olifant, de flamingo het nijlpaard en de aap. Maar een harpij? Die kennen ze vast niet! Het blijkt een grote vogel te zijn, die op een luiaard afstormt! O jee, kijk uit, luiaard!
Achter de flap zie je dan wat er gebeurt...
Zo blijkt ieder dier bijzonder. Gelukkig maar, want eigenlijk vinden de dieren het een beetje saai in de dierentuin. Ze moeten er zelf wat van maken. En dat doen ze dus.


Die kleurige opklapbare pagina’s zijn prachtig. er is veel te zien. De gelaatsuitdrukkingen van de dieren zijn duidelijk, daar kun je ook over praten. Is de olifant blij? Wat denk je dat de aap denkt? Dit gedeelte, het illustratieve, verdient een dikke tien.
Helaas zijn de tekstjes minder. Het zal oorspronkelijk in het Engels geweest zijn, maar nu lezen we eenvoudige rijmzinnen die niet lekker voorlezen.


‘Al de hele ochtend maakt die specht herrie
Het is een ware nachtmerrie
deze apen zijn het zat…’


Nou ja, het zal de kleintjes voor wie dit boek bedoeld is weinig uitmaken, zij zullen zeker genieten van de tekeningen en van het feit dat ze de pagina’s kunnen bewegen. Het is bovendien dik karton, met een stevige, zacht aanvoelende omslag.
Dus over het algemeen een boek dat zeker in de smaak zal vallen!


Paula Bowles (Hertfordshire) leeft in een wereld vol dieren, dus toen ze illustrator werd, moest er ook een eigen dierenboek komen. Ze illustreerde eerder boeken als Verlegen Vera, of Superkitty. Dit is haar eerste eigen boek.

https://www.youtube.com/watch?v=0eF_i1mAHIY


ISBN 9789002272981| Hardcover | 40 pagina's | Uitgeverij Standaard | januari 2021
Leeftijd vanaf 2 jaar

© Marjo, 5 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Casper!
Illustraties: Philip Bunting
Tekst: Zanni Louise


Het is iets wat vaak gebeurt waarschijnlijk. De volwassene gaat er van uit dat kinderen gewoon braaf in het gareel lopen en doen wat gevraagd wordt zonder te overleggen met die jongere. In veel gevallen is dat ook wel logisch, voor de volwassene tenminste, in onze ogen ‘moet’ er heel veel en staan we er niet eens bij stil dat een kind heel goed andere plannen kan hebben!
Dit boek laat dat heel duidelijk zien.


Mama Pinguïn sjouwt een boodschappenkarretje met zich mee en vindt het heel logisch dat haar zoon met haar mee loopt.
‘Kom mee, Casper’,  zegt ze.
Maar Casper is blijven staan. Hij hoort zijn moeder wel, zijn ogen draaien naar mama als ze roept, maar bewegen doet hij niet.
Hij heeft echt wel in de gaten wat de bedoeling is, dat zie je aan de ogen, die ook als ze begint te dreigen naar haar toe draaien.
‘Een! Twee! Drie…!’
Mama loopt door. Casper blijft staan. Tot:
‘Casper, ik ben het helemaal zat!’ 


Want ja, zo gaat dat ook. Een volwassene kan het kind niet alleen laten. Mama moet wel stoppen er kan immers van alles gebeuren!
En tja… er gebeurt dus inderdaad van alles, en moeder Pinguïn is radeloos…


Tekst is er niet veel en de tekeningen zijn meesterlijk in hun eenvoud maar het is heel duidelijk dat er goed nagedacht is over deze vorm. De jonge kijker kan er zijn fantasie op los laten:
Waarom zou Casper blijven staan? Wat gebeurt er eigenlijk? Kan dit nog goed komen?
En intussen wordt de volwassen voorlezer geconfronteerd met zichzelf. Misschien is dit boek wel meer een eyeopener voor die volwassene!


Natuurlijk kan het niet altijd, overleggen met het kind. En natuurlijk kan het zijn dat een kind gewoon ondeugend is en geen zin heeft om met de volwassene mee te gaan. Maar hoe vaak gebeurt het niet dat een volwassene geen oogcontact maakt, dat lijkt bij Casper ook niet het geval te zijn, en dat ze roepen en dreigen, dat wil je zelf toch ook niet dat iemand dat doet?
Caspers moeder heeft boodschappen bij zich. Misschien zit er iets in dat onmiddellijk de koelkast in moet (ha ha ze wonen op ijs!) of misschien heeft moeder haast omdat er visite komt. Dat zijn dingen die je kan uitleggen.


Nou ja, dat zou dus allemaal zomaar in je op kunnen komen bij het lezen van dit boek.
Humor is de makers niet vreemd. Behalve een komisch einde is er voorin deze opmerking":


'De illustrator gebruikte voor dit boek gouache- en acrylverf terwijl hij een rood mutsje droeg'.


Er is nog even een dingetje: er is sprake van de noordpool in dit boek. Dat kan verwarring scheppen. Pinguïns leven op de Zuidpool.
Nu is Zanni Louise een Australische schrijfster, dus zij zal dat wel weten? Zij heeft overigens al meer kinderboeken op haar naam. Casper! is het eerst vertaalde boek.
Ook Philip Bunting heeft al meer boeken gemaakt, Casper! is voor hem het tweede vertaalde boek. Hij is een Engelse schrijver en illustrator, maar hij woont en werkt in Australië.. Hij won de Honours-prijs van de Children's Book Council of Australia.


ISBN 9789493189164 | Hardcover | 40 pagina's | Uitgeverij Condor | januari 2021
Leeftijd vanaf 4 jaar

© Marjo, 27 januari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Op een koude winternacht
Illustraties: Isabelle Arsenault
Tekst: Jean E. Pendziwol


Een klein scheppingsverhaal over een nacht waarin het ging sneeuwen


Wat kan er zoal gebeuren op een koude winternacht, als jij ligt te slapen? Dat laten de
Canadese Pendziwol en Arsenault ons zien in het sfeervolle prentenboek Op een koude winternacht. Bart Moeyaert vertaalde de tekst.


“Op een koude winternacht…”, zo begint ook het verhaal van dit prentenboek: “Op een koude winternacht, toen jij onder je deken van dons lag te slapen, maakte ik een tekening voor je,” luidt de volledige tekst op de eerste pagina. Ernaast een tekening van een slapend jongetje, dat diep onder de dekens ligt. Zijn neus steekt er nog net bovenuit. Boven het bed zien we een pikzwart kader in een zwartgrijze muur. Het raam dat ons uitzicht biedt op de donkere nacht. Maar hé… daar valt een sneeuwvlok.


Al snel blijkt de nacht buiten niet zo donker te zijn. Witte vlokken sneeuw lichten op in de nacht en bedekken de wereld om het huis, waarin het jongetje zo vredig ligt te slapen. Een paar pagina’s verderop luidt het dan weer “Op een koude winternacht…” en er volgt een anekdote over de sparren in het bos. De titel blijkt zich telkens als een refrein te herhalen, bij aanvang van een nieuwe episode, waarna we een nieuwe beschrijving kunnen lezen van een dier in dat besneeuwde landschap, of van de omgeving; een ree met haar jong, een grote, grijze uil, twee sneeuwhazen en een vos, maar ook de sterren en het Noorderlicht, dat door Pendziwol poëtisch beschreven wordt als “muziek in de lucht.


De illustraties van Isabelle Arsenault volgen het verhaal en vullen het aan. We zien meer dan we lezen. Zo wordt bijvoorbeeld beschreven hoe de sneeuw de wereld bedekt met een deken van dons. Waar die wereld uit bestaat, wordt in de prent uitgebeeld; het huis van het jongetje, een stukje bos, een hek en een besneeuwde weide.


Arsenaults illustraties zijn uitgevoerd in voornamelijk zwart, grijs, bruin en wit, met hier en daar een opvallend kleuraccent, zoals bijvoorbeeld de rode appels op de voorkant van het boek, of de groene uiteinden van de verder met sneeuw bedekte takken van de spar. Deze stijl is kenmerkend voor het werk van Arsenault. Iedere kleur draagt haar eigen symbolische waarde, aldus Arsenault in een interview op haar website, en het is daarom dat ze haar kleurgebruik beperkt tot die kleuren die het meeste recht doen aan het onderwerp. Zo geeft kleur een andere dimensie aan de illustraties.
Wat verder opvalt aan de stijl van de illustraties is de decoratieve lijnvoering, bijvoorbeeld in de weergave van takken en kruinen van bomen. Het decoratieve effect wordt veroorzaakt door de regelmatige patronen van de lijnen. Over een eerder prentenboek dat ze illustreerde (Migrant,  Trottier en Arsenault) zegt ze in het hierboven aangehaalde interview, dat ze zich liet inspireren door de patronen van quilts. Op illustraties van dat boek zie je ook die decoratieve lijnvoering terug.


Terug naar het verhaal, waar op één van de laatste bladzijdes de volledige tekst van de eerste pagina van het boek wordt herhaald. Het verschil zit in de illustratie; in plaats van een raam als een zwart vlak, deze keer een raam als een wit vlak. In plaats van een jongetje met de ogen gesloten een jongetje met de ogen open en wat ijskristallen rondom het raam. Het is dag en op de bladzijde die volgt geeft een illustratie dat weer over een dubbele pagina in totaal andere kleuren dan in de rest van het boek.
In zachtblauwe en witte tinten met wat lichtgeel, het ijle licht van het begin van een winterse, koude dag, schetst Arsenault het landschap waar het raam op uitziet. Alle dieren die in het boek voorbij kwamen, komen hier in kleur terug. De roestbruine reeën en de oranjebruine vos vormen een warm contrast in het ijzige landschap.


‘Toen ik klaar was liet ik je wakker strelen door het eerste licht van de koude winterdag, mooi en volmaakt en bijzonder – net als jij.’, luidt de tekst. Wie de ik-verteller is, wordt niet duidelijk in het boek, maar dat stoort niet. Je kunt daar tijdens het voorlezen interessante gesprekken over voeren: ‘Wie zou toch de ‘ik’ in het verhaal zijn?’ Ook over de tekening, die aan het begin van het prentenboek genoemd wordt, kun je vragen stellen: Wie maakt de tekening? En wordt er eigenlijk wel echt een tekening gemaakt?
De tekening blijkt uiteindelijk een metafoor voor het besneeuwde, schilderachtige landschap.  Pendziwol en Arsenault hebben samen een prachtig prentenboek gemaakt, dat is geschreven als een klein scheppingsverhaal over een nacht waarin het ging sneeuwen.


(Gebruikte bron: https://www.isabellearsenault.com, geraadpleegd op 12-01-2021)


ISBN 9789045125022 | Hardcover | 32 pagina's | Querido | november 2020
Vertaald door Bart Moyaert | Leeftijd ca. 4+

© Mariska Venema, 12 januari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER