Non-fictie jeugd

Pop-up dinosaurussen
15 ongelooflijke pop-ups
pop-ups: David Hawcock
afbeeldingen: Owen Davey


Je kan nooit te vroeg beginnen met je liefde voor dinosaurussen en dit boek vormt een mooie start. Je maakt kennis met 15 dino's die er heel bijzonder uitzien. Je kunt ze zelfs in '3 D' bekijken want van elke Dino is een pop-up gemaakt.


Al gelijk als je het boek openslaat zie je een prachtige Ankylosaurus, wat je uitspreekt als an-KIE-loo-sau-rus, lezen we. Het dier heeft prachtige schubben en een lange staart met aan het uiteinde een plat gedeelte, als een tafeltennisbatje. Zijn kop is wel een beetje klein maar dat is bij bijna alle dino's het geval.


Op de volgende twee bladzijdes zien we de Brachiosaurus (BRAgie-oo-sau-rus) die zo'n lange nek heeft dat hij ver boven het boek uitsteekt, wat zou hij zien in de verte?
De Coelophysis (See-LOO-fie-sis) zijn prachtig! Het zijn heel mooie, slanke dieren met een lange nek, die ze voor zich uit houden, ze steken hun nek dus niet als een giraf naar boven. Ze hebben ook een lange gestreepte staart. Op de afbeelding zijn ze lekker met een stelletje aan de wandel. Ze zien er bijna lief uit.
Als we dan de bladzijden omslaan is het gedaan met de liefheid, we kijken regelrecht in de bek met scherpe tanden van de Tyrannosaurus (tie-RANN-oo-sau-rus) Gauw door naar de volgende pagina...


Daar zien we de Ornithomimus (or-NIEto-MIE-mus) en die is heel leuk! Hij heeft vleugels en een staart van veren, zijn poten lijken op die van een struisvogel en zijn kop en nek lijken op die van een slang! Wel te begrijpen dat de deze Ornithomimus heet wat Ornitho betekent vogel.


En dan komen we een stukje verder bij het gekste dier van het boek, de Oviraptor (OO-vie-RAP-tor) Hij heeft de kop van een papegaai, de poten van een grote kip, de vleugels van een pauw en een lijf als een kalkoen! Hoe gek is dát!


Er zijn dino's die eruit zien als een zwaan, er zijn dino's die lijken op een vis of, met een beetje fantasie, op een buffel, en er is er zelfs een die lijkt op een grote waterschildpad met een heel lange nek!


Alle dino's zijn getekend in een mooie retro-achtige stijl. Op elke twee bladzijden zien we de dino's afgebeeld in pop-up en dat maakt dat je je veel meer voor kunt stellen hoe ze er in het echt uit hebben gezien. Echt super! Bij elke dino staat zijn naam en daaronder zie je hoe je die naam uit moet spreken. Ze zijn weergegeven op hardkartonnen pagina's, wat wel fijn is, zo gaan de dino's niet gauw kapot.


Het boekje is echt superleuk om cadeau te geven, iedereen zal er blij mee zijn als je dit geeft!
(Maar je kunt het natuurlijk ook voor jezelf vragen aan Sinterklaas of de Kerstman)


ISBN 9789059569676 | Hardcover | 29 pagina's | Uitgeverij Fontaine | augustus 2019
Afmeting 18,5 x 18,3 cm | Vertaald door Trijnie Duut | Leeftijd vanaf 5 jaar

© Dettie, 8 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

50 helden
die de wereld mooier gemaakt hebben
illustraties: Anna Albero
tekst: Lily Murray


In dit boek wordt iedereen geëerd, allemaal krijgen ze een beker voor hun fantastische prestaties. En niet omdat ze hard hebben gelopen of ver kunnen zwemmen of uren lang paal hebben gezeten. Nee het gaat om mensen die anders dan andere mensen konden of durfden te zijn.


Het is een enorm gevarieerd gezelschap dat we aantreffen. Van Confucius tot J.K Rowling, van Einstein tot David Bowie. Iedereen krijgt een prijs.
Einstein krijgt een prijs omdat hij zo nieuwsgierig was. Hij bleef altijd maar vragen: 'Waarom gebeurt dit?' of 'Hoe werkt dat?'
David Bowie krijgt niet de prijs voor de beste muziek maar voor Jezelf uiten!


'David was niet alleen geliefd om zijn muziek maar ook om zijn creativiteit. Hij creëerde personages en droeg aparte kostuums en make-up. Hij hield nooit lang vast aan één bepaalde muziekstijl of kledingstijl en inspireerde zijn fans om zichzelf te uiten en trots te zijn dat ze anders waren.'


Erg leuk is het verhaal over Mary Anning (1799-1847) die de prijs voor fossielenjager krijgt.
Ze kwam uit een arm gezin met negen kinderen maar alleen haar broer en zij bleven in leven. Ze leerde zichzelf lezen en schrijven en hielp haar vader bij het zoeken naar fossielen. Toen ze elf was overleed haar vader en een jaar later ontdekt haar broer een schedel in een rots. Mary hakt het voorzichtig uit en er komt een heel skelet tevoorschijn van een ichthyosaurus, een zeereptiel dat in de tijd van de dinosaurussen leefde. Ze vond nog veel meer fossielen.


Wetenschappers uit heel Europa en Amerika kwamen kijken en met Mary praten over haar ontdekkingen. Door haar veranderde de kijk op de prehistorie. Maar Mary was wel een vrouw, en vrouwen mochten niet studeren... Haar werk werd daarom vaak beschreven door mannen... haar naam werd vaak niet eens genoemd.
Maar in 2010 kwam er eerherstel en werd ze opgenomen op een lijst van tien Britse vrouwen die de wetenschap het meest hebben beïnvloed.


Bij de verhalen, die per persoon twee bladzijden beslaan, staan mooie illustraties die gemaakt zijn door Anna Albero. Ze heeft een ingetogen maar wel duidelijke stijl.
Ook lezen we allemaal leuke weetjes over de besproken held.


Natuurlijk is er ook een prijs voor... prijsuitreiken! Drie keer raden wie de prijs krijgt... Jawel... Alfred Nobel!
Hij wilde niet bekend staan als de man die dynamiet uitvond dus schreef hij in zijn testament dat zijn geld besteed moest worden aan de (zeer bekende) Nobelprijzen!  Hoe bijzonder is dat!


De verhalen worden niet op chronologische volgorde weergegeven, Anne Frank wordt bijvoorbeeld voor Cleopatra genoemd. Achterin het boek staat wel een fraai getekende tijdlijn, te beginnen bij Sappho (630 voor Christus) en te eindigen met Malala (1997) waarbij ook in het kort hun prestatie wordt gemeld.


Op deze manier zoals de mensen gepresenteerd worden, is geschiedenis ineens helemaal niet zo saai, integendeel, je blijft lezen en je verwonderen wat mensen allemaal durfden en bedachten om de wereld vooruit te helpen!
Prima boek!


ISBN 9789059560345 | Hardcover | 77 pagina's | Uitgeverij Fontaine | september 2019
Afmeting 24 x 28 cm | Leeftijd tot ca. 12 jaar

© Dettie, 7 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het grote mysterieboek
Verdwenen goudschatten, onkraakbare codes en andere rare raadsels
Illustraties: Marijke Klompmaker
Tekst: Arwen Kleyngeld



Zomaar willekeurig een paar dingen die in dit boek aan de orde komen: een moordmysterie, geheimzinnige beelden, een spookachtig mysterie, een verdwenen vliegtuig, de zoektocht naar een verdwenen schat. Wie zijn oren en ogen open houdt weet wel dat er heel veel onverklaarbare dingen zijn, maar toch staan er in dit boek nog veel meer.


Heb je ooit gehoord van de Zodiacmoordenaar? In Noord-Californië  was je tussen 1968 en 1969 niet veilig als je met z’n tweeën een romantische wandeling maakte en dan even uitrustte op een bankje. Drie stelletjes werden aangevallen, neergeschoten of neergestoken. Ook een taxichauffeur werd vermoord.
Twee van de mannen overleefden het, maar konden niets vertellen over de dader. Die wilde evenwel best gevonden worden lijkt het: hij stuurde brieven naar de krant, waarin codes stonden. Volgens de politie was het de moordenaar, omdat hij bepaalde dingen wist die niet bekend gemaakt waren, maar de codes kregen ze niet gekraakt. Tenminste niet voldoende om de dader te pakken. Nog steeds niet dus.


Veel mensen kennen de geheimzinnige Bermudadriehoek wel. Een gebied in de Atlantische oceaan, tussen Miami in Florida, Puerto Rico en de Bermuda-eilanden. Al vanaf de tijd dat Columbus de oceanen onveilig maakte doen verhalen de rondte over schepen die spoorloos verdwenen in dat gebied. Over vliegtuigen die van de radar verdwenen en nooit meer teruggevonden werden. Verklaringen genoeg, maar niet eentje lijkt te kloppen.


Op een heel andere plek verdween ook een vliegtuig, nog niet eens zo lang geleden. In 2014 vertrok Vlucht MH 370 uit Kuala Lumpur in Maleisië, op weg naar Peking. Maar het kwam daar nooit aan. De 239 mensen aan boord verdwenen spoorloos.
Bestaat het monster van Loch Ness nu wel of is het niet meer dan een legende?
Hoe hebben mensen op dat Paaseiland het voor elkaar gekregen om al die reuzenbeelden, meters hoog en tientallen tonnen zwaar, te maken en dan ook nog rechtop te zetten op het strand?
En Atlantis, heeft dat fabelachtige land ooit echt bestaan?


Het gekste is nog wel die brug in Schotland. Daar moet je echt je hond niet los over laten lopen, want de kans is groot dat het dier er zomaar vanaf springt! Er zijn op deze manier al vijftig honden omgekomen en een honderd of zes zijn wel gesprongen maar er levend van af gekomen.


Deze en nog andere mysteries worden in dit boek behandeld. 
Of aan al die verhalen geloof gehecht moet worden is ook nog een vraag. Is er in dat dorpje Roswell in Mexico echt een ufo geland, of is het een verhaaltje dat andere geheimzinnige zaken moet verbergen? En die goudschat die in opdracht van Hitler verstopt zou zijn in onderaardse gang  - een complete trein! - dat lijkt ook nogal ongeloofwaardig. Toch?


Maar ieder mysterie is wel degelijk onderzocht door mensen die er in geloofden - of juist niet natuurlijk – en al die knappe koppen en doorgewinterde spoorzoekers hebben tot op heden nog geen eenduidige oplossing gevonden.
Bij ieder onderwerp stelt de schrijfster dan ook de hamvraag aan de lezer: geloof jij dat het echt is? Wat denk jij dat er gebeurd is?


De teksten zijn duidelijk. Eerst een summier stukje over het onderwerp, waarna de uitwerking volgt: wat er nu eigenlijk aan de hand is, en wat mensen al gedaan hebben om het uit te zoeken. In aparte paarsgekleurde kadertjes staat nog wat extra achtergrondinformatie, en achterin vind je een verklarende woordenlijst.
De tekeningen bij de tekst zijn veelal illustratief, de codes worden bijvoorbeeld getekend, of een plattegrondje, maar er zijn ook alleen maar grappige tekeningen, en enkele paginagrote afbeeldingen, zoals het geval is bij de beelden van Paaseiland.
Het boek  begint met een inleiding en een inhoudsopgave.


Arwen Kleyngeld is journaliste, en erg geïnteresseerd in geheimzinnige zaken.
Marijke Klompmaker heeft al heel wat boeken geïllustreerd, kijk maar op haar site: https://marijkeklompmaker.com


ISBN 9789059569492 | Hardcover | 112 pagina's | NUR code 212 | Uitgeverij Fontaine | september 2019
Vanaf 9 jaar

© Marjo, 20 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het complete drakenboek
Federica Magrin


Een prachtig boek voor kinderen met een passie voor draken. Maar: heb je die passie nog niet, laat dan dit boek niet liggen, want ongetwijfeld raak je helemaal in de ban van de drakenwereld!


Na een korte inleiding over waarom het boek gemaakt is, ga je je verdiepen in de verschillende soorten. Je hebt de Westerse draken, de Oosterse draken en dan nog de bijzondere draken.
Want de ene draak is de andere niet. De Westerse draak heeft veelal vleugels, ze hebben vier poten en ze spuwen vuur, terwijl de Oosterse draak geen vleugels heeft – soms wel veren – en vaak voorzien is van een lang en slangachtig lijf. Hun karakters zijn ook verschillend: de Westerse draak is sterk en sluw, terwijl Oosterse draken meestal slim en wijs zijn.
Dat is bepalend bij de keuze die je als lezer gaat maken: word je een drakenmeester? Of oefen je liever voor drakenjager?


Om een enkel voorbeeld te noemen: een fantastisch mooie Westerse draak is de ijsdraak. Die is zo ontzettend mooi - en hij weet het, hij staat heel trots te pronken op twee pagina’s! Je zal hem niet snel zien, hij blijft uit de buurt van mensen, en is zeldzaam. De naam zegt het al: hij houdt niet van warmte, maar kan er wel tegen. Hij gaat nog wel eens van de ene pool naar de andere, en dan komt hij ook door warme wateren. Maar het liefst is hij in de IJszee, en al is het nog zo koud, bevriezen doet hij niet. Een ijsdraak spuwt geen vuur natuurlijk, maar let op, hij kan ijsstralen spuwen!


Bij de Oosterse draken kies ik voor de Lung, met een lang slangachtig lichaam zonder vleugels, de kop van een grote krokodil en de lange baardharen van een meerval. Hij is goedaardig, bevriend zijn met een Lung brengt geluk! Het is voor deze draak dat de Chinezen een speciaal feest vieren!
Bij de bijzondere draken, die allemaal even mooi zijn, is de regenboogslang echt bijzonder: het is een mythologisch wezen met bovennatuurlijke krachten. Hij beschermt het landschap en zal iedereen die daar schade berokkent genadeloos straffen. Hij heeft werk genoeg dus.


Als je al die verschillende draken bestudeerd hebt, komt het hoofdstuk drakenkunde. Daar staat veel informatie over hoe draken zich ontwikkelen. Wat ze zoal eten en waar je op moet letten als je drakenmeester wordt. Waar vind je ze en hoe zit zo’n drakenlijf in elkaar?
Er wordt in het algemeen over verteld, met in een ander lettertype nog extra opmerkingen. En natuurlijk fraaie illustraties! En, heel belangrijk als je tenminste niet verslonden wilt worden of door vernietigend vuur geraakt: hoe ga je met een draak om! Zeker als je drakenmeester wilt worden is dat ook van belang, en hoewel het boek ook ingaat op de dingen die je als drakendoder moet weten, is de insteek toch dat je hem als gelijke benadert. Een draak is namelijk vrijwel altijd sterker en slimmer dan jij bent.


Als laatste volgt er nog een hoofdstuk over beroemde drakentemmers, zoals Joris en Siegfried.


Alle draken in dit boek zien er gevaarlijk uit met hun scherpe klauwen en tanden, hun akelige stekels en lange zwiepstaart, maar ik heb het vermoeden dat ze allemaal ijdel zijn: op de afbeeldingen nemen ze vrijwel allemaal een bevallige pose aan en ze glimlachen zelfs! De enkele draak die wel grimmig kijkt, blijft er heel aardig uitzien. Dat komt natuurlijk door Anna Lang, die deze dieren getekend heeft en ze de mooiste kleuren heeft gegeven.
Het is dan ook een fantastisch mooi naslagwerk geworden, om veel in te bladeren en te lezen.


ISBN 9789059560413 | hardcover | 64 pagina's | Uitgeverij Fontaine | oktober  2019
Met prachtige illustraties van Anna Lang | Vertaald uit het Italiaans door Ellen Hosmar | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 16 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Fantastisch vervoer
Een reis door de geschiedenis van voertuigen
illustraties Chris Mould
tekst: Tom Jackson


Van 2 tot en met 13 oktober staat de kinderboekenweek in het teken van voertuigen en dit boek haakt daar fantastisch op in. Op de cover alleen al zien we een enorme hoeveelheid rijdende en vliegende voertuigen en in het boek worden al deze voertuigen ook nog eens nader toegelicht.


De reis door de geschiedenis van de voertuigen is niet in chronologische volgorde, het begint namelijk met de trein, maar dat maakt niets uit, we leren evengoed wel welke voertuigen het oudste zijn. De verhalen over de voertuigen worden ook niet als in een geschiedenisboek verteld. Maar toch is er wel een tijdlijn, deze staat echter onder een fantastische, zeer gedetailleerde tekening waarop de geschiedenis van het betreffende vervoermiddel is afgebeeld.


Bij de trein zien we bijvoorbeeld als eerste een spoorlijn met karretjes erop die door paarden vooruit getrokken worden. De eerste spoorbaan met 'trein' was namelijk gemaakt om mijnwerkers te helpen zware metalen en materialen te verplaatsen. De eerste trein was dus een karretje!
Op de grote zwart-wit tekening zien we o.a. ook de eerste stoomlocomotief, de eerste personentrein, de langste 'railroad' de eerste elektrische trein , de snelste trein en nog veel meer. Je komt ogen tekort.


Op de volgende twee pagina's worden de tekeningen van de vorige pagina in aparte stukken gepresenteerd en daarbij wordt uitleg gegeven over de voertuigen die we zien, zoals de Shangai-maglev, de snelste trein die o.a. gebruikt wordt in China. Deze treinen hebben geen motoren en riijden niet over een gewoon spoor. Ze zweven door middel van sterke magneten!


En dit is pas het begin van het boek, als we verder gaan zien we dat de geschieden van echt alles wat je je maar bedenken kunt rond voertuigen wordt besproken. En deze zijn verdeeld in de hoofdstukken: schepen, auto's, ballonnen, fietsen, vliegtuigen, tanks, helikopters, werkvoertuigen, onderzeeërs, raketten, ruimteschepen. Bij al deze voertuigen is ook nog een onderverdeling gemaakt zodat het een helemaal compleet beeld geeft.


In het boek wordt elk te bespreken voertuig vooraf gegaan door de al eerder genoemd tijdlijn met een twee pagina's beslaande tekening waarna deze op de volgende bladzijde in aparte delen onder de loep gehouden wordt met toelichting erbij.


De overzichtsafbeeldingen boven de tijdlijn zijn druk maar dat geeft niet, dat maakt het geheel wel speels en later volgt toch de uitleg. De pagina's van het vrij grote boek (31,3 x 24,6 cm) hebben per vervoermiddel een eigen achtergrondkleur. De tekeningen op de tijdlijn hebben een witte achtergrond.

Al met al is het een heel uitgebreid, mooi verzorgd en zeer informatief boek, dat ook goed gebruikt kan worden voor bijvoorbeeld een spreekbeurt.
Van harte aanbevolen!


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789057125355 | Hardcover | 64 pagina's | Uitgeverij Nieuwezijds | augustus 2019
Vertaald door Textcase | Leeftijd 9-12 jaar

© Dettie, 27 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Doe-Boek Vogels
Kleuren, puzzelen, raden, ontdekken
Fanny Glazenburg (Hoofdred.)


Het boek begint al goed met een mooie stempelafdruk waar je je naam in kunt schrijven 'voor je het weet ben je je boek kwijt' staat erbij en dat is goed mogelijk want het boek heeft alles in zich wat het heel aantrekkelijk maakt voor iedereen.

Na de inhoudspagina treffen we links een paginagrote foto aan van de papegaaiduiker met zijn grappige kop. Op de rechterpagina zien we een mooie kleurplaat van dezelfde vogel en, hoewel de papegaaivogel in het echt zwarte en witte veren heeft, 'mag je deze papegaaiduiker zo vrolijk kleuren als je wilt.' Er staan overigens veel meer van deze apart kleurplaten in het boek.
wat voor geluid
Op de vogelde twee pagina's zien we prachtige afbeeldingen van de kokmeeuw en de stormmeeuw, ze lijken een beetje op de oude schoolplaten van M.A. Koekoek.
Op deze afbeeldingen kunnen we de tien verschillen zoeken. Dat is wel slim want zo bekijk je de vogels heel goed en let je veel beter op hoe ze eruitzien. Doorheen het boek staan meer van die mooie zoek-de-verschillen platen.
Vervolgens belanden we bij een kruiswoordpuzzel maar die is ook niet zoals je gewend bent want bij de puzzel staan allerlei getekende vogels en ook de beschrijvingen en de in te vullen woord gaan over vogels. De puzzel is nog best pittig om te maken maar wel érg leuk om te doen.


En zo gaat het boek door, je kunt bijvoorbeeld de vrouwtjeseenden bij de mannetjeseenden (woerden) zoeken, dat lijkt makkelijk maar de vrouwtjes zien er heel anders uit dan de woerden. Gelukkig is er wel een beetje hulp bij gegeven. Er staat een vogelpotenquiz in, je kunt het mooie ijsvogeltje door het doolhof begeleiden naar zijn visje, er staan woordzoekers in - in de vorm van een ei natuurlijk  - er staan spelletjes in die je alleen of met zijn tweeën kunt spelen.
Je kunt uitzoeken welke vogel jij zelf bent of een vogelschilderijtje maken door de genummerde vakjes in te kleuren.
Kortom, het is inderdaad een doe-boek.


Daarnaast kun je ook lezen wat verschillende soorten vogels eten, waar ze leven, hoe knap sommige vogels hun nesten maken, wat voor geluiden ze maken, hoe je vogels kunt spotten (zo heet het in de buitenlucht kijken naar vogels)  enz.
Het is echt een geweldig boek met prachtige illustraties.
Opnieuw een fantastische, mooi verzorgde, uitgave zoals we inmiddels van deze uitgever gewend zijn. Chapeau!


ISBN 9789059568556 | Hardcover | 64 pagina's | Uitgeverij Fontaine/Roots New Skool Media | december 2018
Afmeting 29,3 x 23,0 x 1,5 cm | Leeftijd vanaf ca. 6 jaar

Dettie, 2 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Pop-up dinosaurussen
15 ongelooflijke pop-ups
pop-ups: David Hawcock
afbeeldingen: Owen Davey


Er springt een dinosauriër in je gezicht! Dat gebeurt niet vaak dat je direct als het boek opengaat geconfronteerd wordt met de inhoud. En dan een inhoud als deze! Dit boek wordt terecht een pop-upboek genoemd! Het is ook eigenlijk niet veel meer. Er wordt geen informatie gegeven over de dieren. Waar ze van leefden of waar ze gevonden zijn, dat moet je in andere boeken opzoeken. Maar natuurlijk is een pop-up alleen toch ook een bron van informatie. Je ziet immers wel hoe men denkt dat dinosauriërs er uit hebben gezien.


Laten we met de eerste beginnen: de ankylosaurus.  Het dier heeft stekels, en een lange staart waar je aan het einde een verdikking ziet. Daar zal hij wel flinke klappen mee uitgedeeld hebben! Hij lijkt niet zo groot, maar dat weet je dus niet. De makers van het boek hebben het dier een bruingele kleur gegeven, en dat zou maar zijn kleur geweest kunnen zijn. Waarom niet?
Wat wel opvalt is de naam. Die staat in grote letters op de pagina, met daaronder in lettergrepen hoe je het uit moet spreken. ‘An-kie-loo-sau-rus’ staat er.


Dat is wel handig, want iedereen zou de naam van bijvoorbeeld de Coelophysis anders uit kunnen spreken. Nu weet je dat het ‘see-loo-fie-sis’ is. Dat is overigens een heel andere soort dino. Hij heeft flinke achterpoten, maar daarentegen korte voorpootjes. Een lange staart en een lange nek. Het dier ziet er erg snel uit. En die bek, nou, ik denk dat je er maar beter bij uit de buurt kunt blijven, ziet er vervaarlijk uit!


Net als bij de tyrannosaurus! De meeste fans van dino’s kennen deze soort wel, en weten hoe  gevaarlijk die er uit ziet. Enorme grote scherpe tanden! Zoals alle andere dinosauriërs die in dit boek staan springt hij je zo in het gezicht!


De pop-ups zijn prachtig gemaakt! Mijn favoriet is de oviraptor (‘OO-vie-rap-tor’). Eigenlijk zie je niet zo goed hoe die er uit zag. Alleen de grote voorpoten en de vleugels vallen op. Het zal een voorouder van de vogels geweest zijn?
Er is er ook een die misschien de voorvader van de vis was: de Ichtyosaurus (Íg-tie-oo-sau-rus’), die ziet er uit als een heel gevaarlijke haai.


Vijftien dinosauriërs staan in dit boek, dat is maar een fractie van de 1100 die archeologen in de loop der jaren gevonden hebben. Het zijn wel de meest aansprekende, de meest bekende dieren.


De Brit David Hawcock heeft al vele pop-upboeken op zijn naam. Kijk hier maar eens:  https://hawcockbooks.co.uk/
Owen Davey is illustrator voor The New York Times. (https://owendavey.bigcartel.com)

ISBN 9789059569676 | Hardcover | 29 pagina's | Uitgeverij Fontaine | augustus 2019
Vertaald door Trijnie Duut | Leeftijd vanaf 5 jaar

© Marjo, 7 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het boek van wonderlijke wezens die werkelijk bestaan
Tjerk Noordraven


Het is erg lastig om een boek als dit te beschrijven. Het is een verzameling van zo’n 150 wonderlijke wezens: mythische wezens die je als lezer kunt tegenkomen in boeken als bijvoorbeeld Harry Potter, maar er zijn door de eeuwen heen zoveel voorbeelden van verhalen waar wonderlijke wezens in voorkomen. Neem de oude legenden over de Witte Wieven, overigens het enige ‘wonderlijke wezen’ dat in Nederland gezien kan worden.


Als je in het voorwoord leest dat Tjerk Noordraven dit boek gevonden heeft in een stoffige kelder, en dat de oorspronkelijke tekst een middeleeuwse versie van het Roemeens is, dan weet je hoe oud de beschreven wezens zijn.
Natuurlijk is dit voorwoord een deel van de mythe die Noordraven zelf met dit boek schept, want hij zegt dat hij toen hij het boek zag gefascineerd was door de plaatjes. Maar het is wel zeker dat Madeleine Kuijper die de credits krijgt voor de illustraties in het boek, zo lang geleden niet in levende lijve in Roemenië was. (http://www.madeleinekuijper.nl)

Maar omdat de wezens vaak al vermeld worden in oude verhalen, kan daar best in staan dat er spoken rondzwerven in een arena, en dat je een weerwolf kunt doden met een zilveren zwaard of speer. Tjerk Noordraven maakt daar dan respectievelijk een pretpark van en een zilveren kogel, en dat is gezien de doelgroep helemaal prima. Het verandert niets aan ‘het wezen van het wezen’.


Er zijn er veel, het boek is 320 pagina’s dik, inclusief voorwoord en inhoudsopgave. Per twee pagina’s een bijzonder wezen, tel maar uit. Het wezen is getekend op de rechter pagina, levensecht, dus dat is nogal eens griezelen geblazen! Ernaast op de linker pagina staat de informatie over het dier.


Waar kun je ze tegenkomen, handig om te weten is dan of ze zich ook laten zien aan de mens, en of ze gevaarlijk zijn.
Gaat het om draken, dan kun je maar beter weg blijven uit Oost-Europa en Centraal-Azië, en met name moet je dan niet gaan wandelen in moerasgebieden en bergen, want daar leven ze. Een draak is 18 meter lang, die zie je wel op tijd, maar helaas: als ze het op jou gemunt hebben: ze kunnen vliegen, en vuur spuwen! Hun klauwen en tanden zijn vlijmscherp. Een draak moet je niet verwarren met een wyvern, long of peluda. Een wyvern heeft twee poten, een draak vier. En de andere twee hebben geen vleugels en leven in het water.


Een draak kennen we allemaal wel, net als een griffioen, een feniks  of een cycloop. Maar er zijn er nog veel meer die nauwelijks bekend zijn. En dat komt niet altijd doordat ze zich niet laten zien. Een gashadokuro? Een mngwa? Een mantabungal?  Blijf er maar uit de buurt!
Een kraken, ook al eentje die sterk op de verbeelding van schrijvers heeft gewerkt. Het is een gigantische octopus, die gelukkig ver weg leeft in de Noordelijke IJszee. Het beest komt voor in de verhalen over de Pirates of the Caribean. En misschien was het dier dat Homerus beschreef in zijn Odysseus ook wel een kraken.


Er zijn mensen die hun best doen om een eenhoorn te spotten. Dat is een sneeuwwit paard met blauwe ogen en op zijn voorhoofd een spiraalvormige hoorn. Ze leven in India. Nu leven er in Griekenland ook witte paarden, met blauwe ogen en een spiraalvormige hoorn…ook eenhoorns dus?  Nee, dat zijn dus alicorns. Hoe zie je dat? Nou, die hebben vleugels, en een eenhoorn kan niet vliegen.


Als je dus in een of ander boek een mythisch wezen tegenkomt, is er dit prachtige naslagwerk waar je meer over zo’n wezen te weten kan komen. Laat ik nu toevallig ergens de chupacabra tegenkomen! Nooit van gehoord…Maar in het boek van Tjerk Noordraven staat precies beschreven wat dat voor beest is.


De wezens worden in alfabetische volgorde vermeld. Er zijn dieren, maar ook spoken en geesten. Mummies en dieren, waarvan je dacht dat het fantasiedieren waren. Als je dit boek er bij pakt weet je wel beter…


Esther Malaparte heeft de mooie omslag met reliëf gemaakt, Madeleine Kuijper heeft, zoals vermeld, de wonderlijke wezens getekend. En met het speurwerk en de tekst van Tjerk Noordraven is dit boek een aanwinst in je boekenkast.


ISBN 9789048845866 | hardcover | 320 pagina’s | Uitgeverij Moon | september 2019
De prachtige illustraties zijn van Madeleine Kuijper | Leeftijd vanaf 11 jaar.

© Marjo, 28 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Onne DIY
Dionne Slagter


Als je dit boek doorbladert begrijp je wel hoe het komt dat iemand als Dionne zo populair is geworden. In deze moderne tijd waarin jongeren iedere dag op YouTube filmpjes bekijken, kun je als volwassene alleen maar toejuichen dat er dit soort filmpjes bestaan, waarmee kinderen aangezet worden tot knutselen, tot zelf dingen maken. Heb je een hekel aan de commercie die er op internet nu eenmaal is, dan geef je je kind toch lekker dit boek, want hierin kan je net zo goed zien hoe je al die leuke dingen maakt die Dionne in de filmpjes voordoet.


‘Heel veel toffe ideeën voor Halloween en Kerst’ staat er op de voorkant. Hm, en Sinterklaas dan? Helaas komt die goede man er maar bekaaid van af in dit boek - slechts één surprise! -, maar je kan met een beetje fantasie ook leuke surprises maken als je de technieken van de Halloween- en Kerstideetjes goed bekijkt.
Bij ieder idee staat aangegeven hoe de moeilijkheidsgraad is, en natuurlijk ook een lijstje met wat je nodig hebt. En dan volgt de uitleg hoe het gaat. Gewoon precies doen wat er staat, dat moet goed gaan!


Ok, Halloween. Je kan het je makkelijk maken door een kaart te maken met een stempel van een appel, maar het idee om je oude Barbie om te toveren tot een zombieBarbie is wel heel leuk (ja ja, ook moeilijker) Grappig: bij stap 1 staat: ‘neem afscheid van je Barbie zoals hij nu is.’ En dan volgt stapsgewijs hoe je de metamorfose laat plaatsvinden. Als je een Halloweenfan bent, is dit een must. En als je ook nog eens naar een Halloweenfeestje gaat, is een choker zoals Dionne ze maakt ook zeker een succes!


Voor de Kerst zijn er natuurlijk ook leuke ideeën. Wijnglazen met nepsneeuw die erg lijken op van die glazen bollen die je moet schudden om het te laten sneeuwen! Kerstbomen, kerststerren, allemaal net iets anders dan iedereen ze heeft, en best makkelijk te maken. En wat heel praktisch is: er wordt beschreven hoe je makkelijk en goedkoop een foute kersttrui maakt!


Er staan ook nog knutselideeën in die wat algemener met de winter te maken hebben of dingen die je het hele jaar door kunt maken. Maar in de winter heb je misschien wel net even meer zin en tijd om te gaan knutselen! Echt, ze zijn allemaal erg grappig om te maken. Bij sommige wordt aangegeven dat je er beter een volwassene bij in de buurt kan hebben, zoals wanneer je iets met brandende waxinekaarsjes gaat doen. Er staan ook een aantal dingen in die leuk zijn om samen met anderen te doen. Op een clubje of op school bijvoorbeeld.


Tussen de verschillende categorieën door vind je een interview met Dionne, en gesprekken met haar vrienden. En wie Dionne al kent van de filmpjes ziet ook het hondje Dolly terug!


Erg leuk boek, en fraai vormgegeven ook! Wel ziet het er erg meisjesachtig uit, terwijl er heus wel dingen in staan die jongens ook kunnen doen. Een oud jack of oude schoenen pimpen, waarom niet? Of kaarsen in blik, of een vogelvoerhuisje? Dat kunnen jongens net zo goed.


Dionne Slagter (1990), beter bekend als OnneDI, is YouTuber, actrice en zangeres. Ze heeft ruim 830.000 abonnees op haar YouTube-kanaal.


ISBN 9789048853830 | Hardcover | 128 pagina's | Uitgeverij Moon | oktober 2019
Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 17 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het grote goede-
manierenboek

illustraties: Marianne van der Walle
tekst: Nathalie Depoorter


Van oktober 2011 tot en met december 2016 liet Jort Kelder zien hoe volwassen - veelal rijke - mensen zich gedroegen. Hierbij keek hij hoe het gesteld was met de etiquette. Eti wat? Etiquette ofwel hoe je je in gezelschap hoort te gedragen, dus hoe het heurt.
Daar heeft Amy Groskamp-ten Have zelfs een boek over geschreven, met de titel Hoe hoort het eigenlijk?

Nu heeft Nathalie Depoorter net zo'n boek geschreven maar dan voor kinderen.
In dit boek staat te lezen dat 'etiquette ook iets zegt over jou. Het zegt dat jij:

Goed opgevoed wordt
door een goed stel ouders
die goed weten wat goed
gedrag is en dat er bij jou
ook goed willen inlepelen.
Of dat je dit boek hebt gelezen.
Dat kan ook.
En dat is ook goed.


Persoonlijk krijg ik het onmiddellijk benauwd bij het lezen van als dit goeds. Maar het is ook wel handig als je weet wat je moet doen in bepaalde situaties. Eigenlijk lees je vooral wat je als kind niet moet doen. En dat is soms best vreemd omdat het vaak tegenstrijdig is met wat volwassen mensen wél doen.
Kinderen mogen bijvoorbeeld niet met volle mond praten, opstaan van tafel maar ook niet met hun handen eten - uitgezonderd kip en broodje hamburger en dergelijke - maar met mes en vork eten. Je mag ook niet met je ellebogen op tafel leunen...


Je moet altijd met twee worden spreken, wat er vooral op neerkomt dat je vooral dank u wel en bij een vraag alstublieft zegt. En wat je zeker niet mag doen is een gesprek tussen twee volwassen mensen onderbreken, hoe saai dat gesprek ook is, alleen in een noodgeval mag dat wel. (Maar wat is een noodgeval?)
Het is ook wel slim om niet te zeggen wat je denkt, dus als je iets heel lelijk vindt zeg je niet 'Bah, wat lelijk' maar 'Dat is heel speciaal'. En daar moet je dan ook nog het goede gezicht bij trekken. Dus niet met een afkerig gezicht zeggen 'jee wat leuk!'


En wat te doen als je moet gapen, een boertje of scheetje moet laten, moet hoesten of niezen, jeuk hebt of een snotje in je neus hebt? Ook dat staat allemaal in dit boek beschreven. Verder lees je wat je wel of niet in de bus, trein of in een ander land kunt doen.


Dit alles wordt, begeleid door humoristische tekeningen, in populaire taal verteld. Voor mij was de taal te gewild populair. Dat woordgebruik leidde soms teveel af van het onderwerp wat besproken werd. Maar verder legt de schrijfster wel duidelijk uit wat de verwachtingen van volwassenen zijn over hoe een kind zich hoort te gedragen. Het komt er in feite op neer dat je als kind heel veel moet leren over het wonderbaarlijke volwassen - soms ombenoembare - regeltjesland.


Toch is het ook wel handig om dit allemaal te weten, want als je de lessen eenmaal weet heeft het ook zijn voordelen. Als je je heel netjes en keurig gedraagt mag je namelijk ook vaak meer! En het is ook wel fijn om te weten - ook voor later - wat volwassen mensen wel of niet prettig vinden om te horen of te zien. Dan zijn ze ook aardiger voor jou!


ISBN 9789044836158 | hardcover | 114 pagina's | Uitgeverij Clavis | juli 2019
Leeftijd 8+

© Dettie, 12 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Brons
Over glimmende schatten in mistige moerassen
Linda Dielemans


Dit boek gaat echt over het metaal brons. Het is een hele opgave om zo’n saai onderwerp boeiend te maken voor kinderen vanaf een jaar of tien, maar Linda Dielemans slaagt daar volledig in.


Ze begint bij het begin: de bronstijd. Een periode waarin mensen leefden die niet konden lezen en schrijven, en van wie wij vandaag de dag alleen denken te weten hoe zij geleefd hebben doordat er opgravingen zijn gedaan. Linda Dielemans is archeoloog, een van de leukste beroepen ter wereld, zegt ze.

In de bronstijd, vierduizend jaar geleden, bestonden Nederland en België nog niet zoals wij het nu kennen. Het land was vlak met grote en kleinere rivieren die er vrijelijk doorheen stroomden. Er waren moerassen en heidevelden. Mensen woonden niet in steden maar in een boerderij, met koeien, schapen, varkens en geiten. Ze bebouwden het land, en gebruikten stenen werktuigen zoals ze dat al honderdduizenden jaren deden.


Tot ooit iemand in de streek die nu Servië of Turkije is een bijzondere steen ontdekte, een steen die koper bevatte. Dat moet al heel bijzonder geweest zijn: glimmende stenen. Leuk als sier, natuurlijk, maar het was veel belangrijker om goede werktuigen te hebben en koper bleek een zacht metaal, daar kon je geen werktuigen van maken. De mensen van toen hebben gezocht en gevonden: als je koper vermengde met tin kreeg je brons. En brons was wel degelijk een stevig metaal dat bewerkt kon worden worden. Een bijl is waarschijnlijk het eerste werktuig geweest, die zijn er heel veel teruggevonden. In moerassen, vennen en rivieren.
Dat is eigenlijk heel vreemd: je kan brons namelijk omsmelten, dus als je een voorwerp niet meer mooi vindt, of het is kapot, kon je er iets anders van maken.
Waarom lieten de mensen van toen toch waardevolle voorwerpen achter op natte plaatsen, hetgeen archeologen ‘deposities’ noemen?
Wat maakten mensen zoal? En hoe kwam het brons overal in de wereld terecht, terwijl koper en tin slechts op enkele plaatsen gevonden werd?


‘Zelf maakte je liever geen verre reizen. Je ging niet verder dan een paar kilometer rond je boerderij. Want waarom zou je? Alles wat je nodig had, was in de buurt. Nee hoor, laat anderen maar lekker door de bergen trekken, met een boot op zee gaan en vreemde mensen met rare kleren en kapsels ontmoeten.’
Maar wacht eens. Hoe wist je dan toch dat die zee, die bergen en mensen er waren? Er waren toch geen landkaarten of schilderijen? Hoe kon je dan weten hoe het ergens anders was?’


In die tijd moeten er ook mensen geweest zijn die er op uit trokken, een voorbeeld is het meisje van Egtved. Zij werd in 1921 gevonden bij het gelijknamige dorpje in Denemarken. Ze was een meisje van ongeveer achttien jaar. Ze zal rond 1370 voor Christus geleefd hebben. Uit onderzoek bleek dat ze niet in Denemarken geboren is, maar heen en weer gereisd moet hebben, waarschijnlijk tussen de vindplek en een plaats in Zuid-Duitsland.
Als mensen rondtrokken, maakten zij kennis met andere mensen. Die misschien anders leefden. Ze leerden van elkaar. En zo ontstond ook de handel. Want als ergens anders mensen iets hadden dat de reiziger wilde hebben, dan zorgde hij (of zij) er wel voor dat hij iets had om te ruilen.


Dit en nog veel meer wordt uit de doeken gedaan in dit fraai vormgegeven boek. De illustraties zijn van de hand van Sanne te Loo, garantie voor een fraai geheel, maar het is natuurlijk vooral de tekst die het verhaal al of niet boeiend maakt. Linda Dielemans laat zien dat een informatieve tekst over brons hoeft dus helemaal niet saai hoeft te zijn. Integendeel zelfs, het leest als een trein. Het is af en toe zelfs spannend!
Uit het citaat is duidelijk hoe de lezer aangesproken wordt. Maar: als er sprake is van het gebruiken van de derde persoon, dan geeft Dielemans de voorkeur aan ‘zij’  boven ‘hij’!


Het boek is onderverdeeld in zeven hoofdstukken, met daar tussen in een aantal verhalen, verzonnen dus, over mensen die in de bronstijd geleefd zouden kunnen hebben. Deze verhalen – op gekleurde pagina’s - maken op een andere manier inzichtelijk wat al als informatie is verteld. De verteller is dan het brons zelf, denk aan een pratende bijl!
Dat klinkt raar, maar werkt heel goed. Net zoals de prachtige kleurrijke prenten die bij zo’n verhaal staan. Het is een fantastisch boek geworden waarbij na het lezen begrippen als handel en economie helemaal niet moeilijk meer te begrijpen zijn.
Achterin vind je ook nog een woordenlijst en een kaart met vindplaatsen in Europa.


Archeoloog en schrijver Linda Dielemans (1981) heeft heel veel gehad aan het onderzoek van archeologieprofessor David Fontijn uit Leiden met wie zij vele gesprekken voerde. In 2019 won de schrijfster de Senaatsprijs van de Kinderjury met 'Schaduw van de leeuw'.


Zie ook de lesbrief over dit boek.


ISBN 9789059568945 | Hardcover| 192 pagina's | Uitgeverij Fontaine | mei 2019
Met illustraties van Sanne te Loo | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 21 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER