Non-fictie jeugd

Mijn eerste zeedierenboek
Zoë Ingram


Het boek met zo’n twintig zeedieren begint met het voor kinderen niet onbekende anemoonvisje.
Oranje-wit gestreept is-ie en bekend als Nemo uit de bekende Disney film. Maar nu kun je meer te weten komen over deze vis: zijn officiële naam (wel lastig voor jonge kinderen dat Latijn!), wat hij eet, hoe zwaar hij gemiddeld is en hoe lang hij leeft.


Dit staat in een apart kadertje op de twee pagina’s waarover de volledige afbeelding van de vis in zijn geheel uitgesmeerd is. Verder wordt er verteld  dat er 30 verschillende soorten anemoonvissen zijn, en dat ze tussen zeeanemonen wonen om veilig te zijn voor roofdieren. Dus dan begrijp je meteen waarom ze zo heten!


Op de volgende pagina’s, steeds per twee, zie je andere zeedieren, met telkens een gelijksoortige lay-out. De gewone zeehond, de narwal, de tuimelaar, maar ook koraal, een zeeotter en zeepaardje komen voorbij. En nog meer. Achterin kun je zien welke dieren in het boek besproken worden.
Elke keer een korte beschrijving, een kader met feiten, en ook nog een ‘wist je dat’ kadertje. Zo leer je dat de blauwe vinvis het hardst roept en dat de zeehond wel een half uur onder water kan blijven.
Lekker als je staat te wachten tot hij weer boven komt!


De vormgeving is uitstekend: duidelijke lay-out met een grote en duidelijke belettering. De tekeningen van Zoë Ingram geven precies weer hoe de dieren er uit zien, hetgeen het boek mooi maakt om naar te kijken voor de kleinsten die nog niet zelf kunnen lezen.


Zoë Ingram studeerde textielontwerp, maar ze tekent ook graag op papier of gebruikt verschillende technieken tegelijkertijd. Zoë woont in Edinburgh, Schotland. Eerder verscheen bij dezelfde uitgever Mijn eerste vogelboek.
https://lillarogers.com/artists/zoe-ingram


ISBN 9789047712800 | hardcover | 34 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | juli 2021
Afmeting: 23,8 x 23,7 x 1 cm | leeftijd 4+

© Marjo, 19 augustus  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het viruslab
De gruwelijke geschiedenis van dodelijke ziektes
Richard Platt


Zo’n mooi boek over zo’n akelig onderwerp!
Eerst maar even dat onderwerp: zoals hierboven al staat gaat het over ziektes.
Degenen die het verhaal vertellen zijn de veroorzakers zelf: Dr. Kriebel de vlo, Professor Ratticus, de rat dus, en de twee labassistenten Gonzo de mug en Tik-Tik de tseetseevlieg. Hen zie je op vrijwel alle pagina’s terug, terwijl ze uitleg geven over hoe plagen en pandemieën ontstaan, hoe het in de loop der jaren gegaan is met die ziektes, en wat er misschien tegen te doen valt.


De ziektes zijn eigenlijk kiemen, die piepklein zijn! Of diertjes die we schimmels noemen.
Je hebt protisten, bacteriën en virussen, die je alleen kunt zien met de hulp van een microscoop. En die werd pas uitgevonden aan het einde van de zeventiende eeuw, door de Nederlander Antoni van Leeuwenhoek. Voor die tijd had men geen idee hoe het kwam dat mensen ziek werden.
En pas als je je vijand kent, kun je er iets tegen doen! Want dan weet je misschien dat het bacteriën zijn die de schuld zijn, maar hoe komt een mens daaraan? Hoe gaat besmetting in zijn werk? Hoe zien ze er uit, en vooral natuurlijk: wat kun je er tegen doen?


Al die akelige en vaak dodelijke ziektes komen voorbij. Dr. Ratticus wijst op een kaart aan waar ze ontstonden, en hoe ze zich verspreiden. Met de jaartallen erbij. Hij bekijkt op zijn gemak samen met ons lezers de schurkengalerij, waar de kiemen en wat ze veroorzaken afgebeeld zijn.  Daar zien we een bekende: corona!
Vervolgens wordt er veel aandacht besteed aan De Zwarte Dood: de pest, die voor zover bekend vanaf de veertiende eeuw rondwaarde en vele slachtoffers eiste.
Toen eenmaal ontdekt werd hoe ziektes zich verspreidden, werd er ook meteen gewerkt aan het voorkomen ervan. Er was een tijd dat er geen riolering bestond en men vervuild water dronk!


En dat je door hoesten en proesten anderen kunt besmetten? Dat wisten ze niet. Dan moeten er medicijnen ontwikkeld worden natuurlijk. Er wordt verteld wat resistentie is, of immuniteit en vaccinatie. En wist je dat het woord quarantaine ontstaan is in Dubrovnik (Kroatië)?
Als er bezoekers kwamen moesten die eerst een tijd – eerst dertig, later veertig dagen - op een eiland blijven voor ze de stad in mochten. Dat was al in 1397!


Naar aanleiding van dit soort besmettelijke ziektes wordt duidelijk verteld wat wij zelf kunnen doen om te voorkomen dat we iemand besmetten of besmet worden: handen wassen, niet (zoveel) reizen, het fruit en de groenten die je eet goed wassen en op de juiste plek bewaren, en nog meer van dit soort raadgevingen.
En helaas, dan nog: deze ziektekiemen zijn slim, zodat ook wij alert moeten blijven. Ze veranderen steeds van vorm. Ook zorgen ze ervoor dat bij een pandemie niet iederéén komt te overlijden. Want als er niemand over is om te kunnen besmetten, sterven ze zelf ook uit. En zij willen blijven leven!


Dit alles en nog meer legt Professor Ratticus met de hulp van zijn assistenten heel goed uit met duidelijke tekst in kaders – soms moet je het boek draaien – en met enkele fotootjes en heel veel tekeningen. Grappige tekeningen, het is niet alleen maar kommer en kwel!
Je vindt in dit boek ook een lijst met begrippen en een inhoudsopgave plus register.
Kinderen leren op een speelse manier over akelige ziektes, en zijn dus gewaarschuwd!


Richard Platt  (1953, Northumberland) is een Britse schrijver van non-fictie- en informatieboeken en multimediawerken, voornamelijk voor kinderen.
John Kelly (die van de griezelige serie De Monsterdokter) is illustrator, schrijver en vormgever. Hij werkt voor allerlei uitgevers en filmmaatschappijen en werd al twee keer genomineerd voor de prestigieuze Kate Greenaway Medal.


ISBN 9789047713562 | Hardcover | 48 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | juli 2021 (de eerste druk was in 2011)
Illustraties door John Kelly | Leeftijd: 9+

© Marjo, 2 augustus  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De eik was hier
Bibi Dumon Tak


In de middenberm van de A58 bij Ulvenhout staat een bijzondere eik. Een zomereik, die er al 180 jaar staat, en dus al heel wat heeft meegemaakt. In 2018 werd hij zelfs verkozen tot boom van het jaar!
Maar nu wordt zijn bestaan bedreigd. De mens die niet zoals de eik kan stilstaan, maar altijd maar sneller en harder wil, zou meer asfalt nodig hebben. De snelweg wordt verbreed. En ja, dan staat de eik hinderlijk in de weg.
Zou het nu echt zover komen dat de onnadenkende mens deze prachtige bijzondere boom gaat vellen?


Hij – of zij, want de boom is geen mannelijk dan wel vrouwelijk wezen – vertelt aan de gaai die steeds in de takken gaat zitten, en helpt om de schadelijke rupsen en kevers weg te eten.


Toen de eikel ontkiemde en langzaam begon te groeien bevond de eik zich in een bos waar herten, eekhoorntjes en zwijnen op bezoek kwamen. Later werd er een landhuis gebouwd, op het landgoed Anneville. De boom zag fraai uitgedoste dames en koetsen met paarden die over de oprijlaan naar fraaie stallen in een groot park gereden werden.
In de eerste wereldoorlog was er een vluchteling: een uil kwam nestelen in de boom, het was hem te druk in België! Zo hoorde de boom de verhalen over de dodendraad. Gelukkig ging de oorlog voorbij. De uil verdween en eventjes waren er goede tijden. Tot er opnieuw een oorlog uitbrak, en er heel ander volk in het park en in het landhuis bivakkeerde: de Duitsers, de vijand!
Er kwamen ronkende auto’s, en de boom dreigde zelfs te verbranden toen er brand uitbrak. Gelukkig gebeurde dat niet, en werd de vijand weer verdreven.
Een korte periode woonde prins Bernard in het landhuis, en later Koningin Wilhelmina. Tot heel Nederland bevrijd was, toen vertrokken ze weer.


We weten het: het aantal auto’s groeide, groeit nog steeds, en er kwamen snelwegen. Door een toeval bleef de Troeteleik staan terwijl er om heen alle bomen gekapt werden.
De A58 loopt aan weerskanten van de boom. Ter bescherming is er een hek omheen gezet, maar
Nu dreigt er alsnog een kapvergunning afgegeven te worden. De regels rondom de stikstofuitstoot houden het voor nu nog tegen.
Hoe lang nog?


Het is de eik die vertelt. Over zijn verleden, over nu, in korte hoofdstukken.
De boom staat stil en heeft alle tijd om overal over na te denken. Dat geduld wordt afgezet tegen de haast die de gaai heeft. Die leeft immers niet zo lang als de boom. hij moet een nest bouwen zorgen voor nageslacht. Hij heeft geen tijd om te gaan zitten filosoferen. Want dat doet de eik: over tijd, over de bedreigingen. Over de hulp die hij kreeg, bijvoorbeeld toen geconstateerd werd dat het niet goed ging. Er werd nieuwe grond aangevoerd, een watersysteem aangelegd.
De eik accepteert: het is zoals het is. Waarom zou hij sombermans spelen?


Bibi Dumon Tak (Rotterdam, 1964) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Ze schreef voor de Boekieboekiekrant, maar was meteen enthousiast toen haar werd gevraagd een boek te schrijven: Het koeienboek waarvoor ze meteen een Zilveren Griffel kreeg!

ISBN 9789045125329 | paperback | 128 pagina's | Uitgeverij Querido| maart 2021
Afmeting: 20 x 12,5 x 1,3 cm | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 19 juni 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Seks is niks geks
illustraties: Sylvia Weve
tekst: Bette Westera


"Als je wilt praten over geslachtsdelen kun je het beestje maar het beste gewoon bij de naam noemen. Maar bij welke naam? Er is zoveel keuze!
Artsen en wetenschappers hebben het over vagina's en penissen. Dat klinkt keurig, maar wel een beetje saai."


Een paar weken terug, las ik het boek Hoe maak je een baby? waarover ik opmerkte "Het enige mogelijke minpuntje is dat voor de geslachtsdelen 'moeilijke' woorden gebruikt worden. Bijvoorbeeld vulva, testikels etc."


In dit boek wordt juist aan de namen voor de manlijke en vrouwelijke geslachtsorganen veel aandacht besteed. Voor de man is het vrij normaal om over piemel te spreken. Dat woord klopt ook, niets anders dan een penis kan een piemel zijn.
Maar dan de vrouwen. Wat is een goed woord voor een vagina?  Kut wordt bijvoorbeeld te vaak als scheldwoord gebruikt. En spleetje klopt niet, want een vagina is meer dan dat. Een voorbips dan? Dat klinkt ook raar. Poes, mossel, oester is het ook niet helemaal. Maar wat kun je dan wel zeggen? "Het zou handig zijn als er voor vagina een woord bestond dat net zo lekker klinkt als piemel en dat door iedereen - jong en oud - gebruikt wordt." zeggen de samenstellers van dit boek.

In Zweden was er een vrouw die het ook moeilijk vond om een goed woord voor vagina te vinden. Kinderen noemen daar de penis, snopp. De vrouw vond de naam snippa er wel mooi bij passen. Zij introduceerde het woord op een paar scholen en de rest is geschiedenis. Het woord is in Zweden nu heel gewoon geworden. In Nederland kwam ook 'het-goede-woord-probleem' naar voren werd dit verhaal als voorbeeld gebruikt. Er volgde een prijsvraag. En de winnaar is... poenie! Piemel en poenie dus. In dit boek wordt het woord poenie dan ook consequent gebruikt.

Vervolgens worden er allerlei wetenswaardigheden over de piemel en de poenie verteld. Hoe die eruit zien - niet standaard, ieder heeft zijn eigen unieke piemel en poenie -, wat je er zelf of samen mee kunt doen. Wat er gebeurt als een manlijke zaadcel een eitje bevrucht etc.
Wat je wel of niet kunt accepteren van het gedrag van iemand anders. Ook homoseksualiteit en in het verkeerde lichaam geboren zijn wordt besproken.
Leuk is dat het seksleven van dieren in al zijn variëteiten eveneens besproken wordt. Nooit geweten bijvoorbeeld dat een slangen en salamander een piemel hebben met twee uiteinden. Als de staart van deze dieren bij de paring teveel in de weg zit voor het ene uiteinde, gebruiken ze gewoon de andere!

Het is al met al een fantastisch boek. Je kunt het wel aan taalkundig virtuoos Bette Westera overlaten om al de informatie in een speelse maar ook zeer heldere taal weer te geven. Daarnaast zijn er een flink aantal kleine kwisjes in het boek te vinden - waar je ook veel van opsteekt -  én ontzettend leuke gedichten die vrolijk, grappig en leerzaam zijn.

Sylvia Weve heeft bij de teksten heel humoristische tekeningen gemaakt. De combinatie van tekst en tekeningen is zoals altijd bij deze twee mensen perfect in harmonie. Het is weer klasse!


ISBN 9789493228054 | Hardcover met stofomslag | 96 pagina's | Samsara | Mei 2021
Leeftijd 11+

Dettie, 24 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Britt bij de bijen
Vlieg mee door de bijzondere wereld van de honingbij
Brit van Marsenille


Wie denkt dat hij alles al weet over het leven van een honingbij zou nog wel eens verrast kunnen worden door dit boek. Britt, de schrijfster, is zelf imker en weet er echt alles van. En ze wil haar kennis graag delen.
Daarom heeft ze dit prachtige boek gemaakt, en het is echt zo: je gaat die beestjes heel anders bekijken!


Bijen blijken namelijk hele mooie dieren te zijn, met een donzig - aaibaar! – lijf, en sprekende ogen. Facetogen, en omdat het een boek is dat bedoeld is voor kinderen wordt hier meteen uitgelegd wat dat zijn: 6000 kleine mini-oogjes bij elkaar.
Een honingbij heeft vier vleugels, zes poten, antennes om te ruiken en proeven en een slurfje om nectar mee op te zuigen. Waarom ze dat doen wordt natuurlijk uitgebreid uitgelegd.
Minder bekend is dat het hart van een bij in het kontje zit! En dat ze een honingmaag hebben.
En ja, ze hebben ook een angel. En ja, ze steken daarmee. Maar ze gaan dood als ze steken in tegenstelling tot wespen niet, die kunnen blijven steken. En die zoeken de nabijheid van de mens op omdat zij van zoetigheid houden en vleeseters (vlees op je boterham)!
Een bij zal alleen steken als ze zich bedreigd voelt. Die wil alleen maar nectar en stuifmeel.

Uitgebreid wordt er op ingegaan wat nectar is, wat een bij precies doet als ze van bloem tot bloem vliegt, en hoe nuttig ze daarom is. En dan komen we bij het knelpunt: het gaat helemaal niet goed met de bij. Haar leefgebied wordt bedreigd: er is steeds minder natuur en meer bebouwing. Insecten- en onkruidverdelgers, pesticiden, vergiftigen het weinig dat er nog is.

En als je dan weet dat er zonder de bijen niet alleen minder honing is, maar dat ook onze mooie bloemen en planten, fruitbomen en groentes op de akkers niet meer bestoven worden, en dus geen vrucht dragen, dan schrik je hopelijk zo erg dat je gaat doen wat Britt vraagt:
Zorg er voor dat bijen genoeg lekkers vinden in de natuur!

Dit is het belangrijkste uit dit boek, maar er is nog meer: Britt van Marsenille vertelt over de geschiedenis van de bij. Leuke feitjes: de oude Grieken maakten energiedrankjes. Juist, van honing!
En ze zegt: overal komen bijen voor, als er maar planten leven. Op Antarctica ook?
Hier valt de humor op die overal in het boek gebruikt wordt: je ziet een bij met een winterjas aan…

Er valt nog zoveel meer te vertellen over het leven van een bij, over de koningin en haar werksters, over hoe ze duidelijk maken aan elkaar waar lekkere nectar te vinden is.
Lees zelf maar in dit hele mooie boek, waarin Katrien Vanderlinden zich ook uitgeleefd heeft in haar fraaie illustraties.
Een boek om naar te kijken, met een uitklappagina, en natuurlijk om de nuttige, maar ook leuke informatie te lezen. Moeilijke woorden worden duidelijk uitgelegd, en de tekeningen verduidelijken ook prima wat verteld wordt.

Britt Van Marsenille (1980) is een Belgische radio- en televisiepresentatrice en imker.
Katrien Vanderlinden is regisseur en art director bij onder andere Studio Brussel en Canvas.

ISBN 9789463962421| hardcover | 72 pagina's | Uitgeverij Horizon | april 2021
Afmeting: 22,8 x 22,7 x 1,4 cm
Leeftijd vanaf 6 jaar.

© Marjo, 28 april 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Te gekke beroepen die echt bestaan
Natalie Labarre

De Kinderboekenweek 2021 staat in het teken van Worden wat je wil en dit boek sluit daar prachtig op aan.

De meeste kinderen weten vaak wel wat ze willen worden en fantaseren vaak over 'later als ze groot zijn'. Dan worden ze piloot of dokter, tandarts, boer of boerin, juf of meester, rijk, beroemd, astronaut of misschien 'gewoon' vader of moeder. Dat zijn beroepen die iedereen wel kent.
Maar wat moet je doen als je helemaal geen brandweerman of schilder of zoiets worden wilt? Wat moet je dan? Welke beroepen zijn er nog meer? Is badmeester, skileraar, voetballer, kunstenaar misschien wat? Helaas ook dat moet je maar net leuk vinden.

Als je nou iets wilt worden maar je weet nog niet wat dan kan dit boek je daar heel goed bij helpen. Hier staan fantastische beroepen in waar een heleboel mensen, net als ik, nog nooit van gehoord hebben! De meeste beroepen die genoemd worden zijn heel leuk en apart, sommige zijn heel interessant en andere een beetje griezelig.


Op de eerste twee pagina's begint het al goed.
We zien allerlei - vrij drukke -  tekeningen met afbeeldingen van mensen die hun beroep uitoefenen, zoals... een dinostoffer! Die houdt de dinosaurusbotten in het Natuurhistorisch Museum brandschoon. En wat denk je van een beroep wals Zwanenbewaker? Elk jaar vangt zo'n bewaker alle zwanen in de rivier de Theems in het Verenigd Koninkrijk voor een gezondheidscheck en om ze te merken. Daarna laat hij ze weer vrij.


Op de bladzijden die volgen komen we ook heel bijzondere beroepen tegen.
Zelf zou ik wel geluidsmaker willen worden. Je maakt dan geluidseffecten bij bijvoorbeeld Hollywoodfilms...
Wel een mooi beroep maar best wel eng om te doen is het werk van een explosievenopruimer. Die maakt explosieven onschadelijk.
Cowboy of cowgirl worden is voor veel kinderen ook een droom, maar wist je dat je ook watercowboy kunt worden? in het boek kun je lezen wat dat precies is.


Voor de fanatieke zwembadbezoekers is misschien een waterglijbaantester worden fantastisch. Je bent dan altijd in het water en wordt er nog voor betaald ook!
Speelgoedtester of speelgoedontwerper is natuurlijk ook een superberoep.


Heel grappig is dat er ook mensen zijn die betaald wordt om op bed te springen. Matrasspringer testen namelijk zo of er klonten in de vulling zitten!
En in Duitsland zijn ze heel streng over het scheiden van afval. Jij kunt daar als vuilnisdetective opzoeken wie degene is zijn afval niet apart aanbiedt. Dat beroep bestaat dus écht.

In totaal staan er meer dan zeventig beroepen in dit boek, ze zijn een beetje ingedeeld in categorieën, zoals wetenschappelijke beroepen of beroepen die met de ruimte te maken hebben, creatieve beroepen, beroepen waarmee je met dieren werkt - er bestaan zelfs olifantenkleermakers - en ga zo maar door.
Wie weet wordt je op idee gebracht!
En weet je daarna nòg niet wat je wilt worden, dan bedenk je gewoon zelf een beroep!


Zie ook het inkijkexemplaar

Natalie Labarre, de maker van dit boek, is illustrator en animator. Ze tekent en vertelt de hele dag verhalen voor reclames, films en haar eigen,vrije werk.  Natalie was ontzettend opgelucht toen ze erachter kwam dat je van tekenen een beroep kunt maken - daarom weet ze nu over zoveel ongewone banen.

ISBN 9789025773458 | NUR 218| Hardcover | 48 pagina's | Gottmer | 4 augustus 2021
Vertaald door Leonie Hardeman | Afmeting 21,7 x 29 cm | leeftijd 7+

© Dettie, 13 augustus 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het hemelboek
Over weer, wolken en regenbogen

Sarah Devos


Maak je borst maar nat: dit is best pittige kost, al die natuurfenomenen in de lucht. Oftewel in al die verschillende lagen rondom de aardbol. We noemen dat de atmosfeer. Die bestaat uit verschillende lagen, met helemaal onderaan de troposfeer. Die is zo’n tien kilometer dik, en in die laag gebeurt alles wat wij ‘het weer’ noemen.


Zoals dat hoort begint Sarah Devos met het allereerste begin (voor zover we dat weten): er was niets.
Onze aarde zal zo’n 4,6 miljard jaar geleden ontstaan zijn, maar het duurde miljoenen jaren voor er een atmosfeer was en er leven mogelijk was. Hoe dat allemaal verliep en wat de gevolgen zijn, dat legt Devos uit, met tekeningen en vergelijkingen, die het allemaal inderdaad helderder maken. In kleinere kadertjes wordt de toch wel moeilijke tekst af en toe onderbroken voor wat lichtere kost. En er worden luchtige vragen gesteld zoals: kun je echt een gat in de lucht springen? En of de zevende hemel echt bestaat…


Zoals gezegd, gebeurt alles waar onze weermannen zich mee bezig houden in de troposfeer. Wind, luchtdruk, koufront, warmtefront, wolken, alles komt aan de orde. Alles om zelf het weer te kunnen voorspellen, al heeft Devos ook een tip voor Dummies:  wat wordt het weer morgen? Nou, net zoiets als vandaag! Want zo snel verandert het meestal niet.
Je kan ook letten op uit welke richting de wind komt: als je wolken op grote hoogte bekijkt en de wolken bewegen zich meer naar links in vergelijking met de wind die je aan de grond waarneemt: neem dan een paraplu mee als je naar buiten gaat!
Bewegen die hoge wolken zich juist meer naar rechts, dan gaat het beter weer worden.
Als je het nauwkeuriger wil voorspellen, dan kun je je het best verdiepen in de verschillende soorten wolken. Eerst dit boek lezen en dan naar buiten kijken!


Een boek over de hemel: natuurlijk is dat blauw! Maar eigenlijk is de lucht helemaal pikzwart! Dat wij het zien als blauw, dat is best ingewikkeld. Het heeft te maken met het witte licht van de zon, waar alle kleuren van de regenboog in zitten met ieder hun eigen golflengte. Hoe korter het licht van een bepaalde golflengte (of kleur dus) hoe makkelijker het kan worden verspreid door de lucht. Die kleur wordt dan aan alle kanten opgestuurd door die luchtdeeltjes. En de kleur met de kortste golflengte is blauw. Dus: als de zon schijnt, zien we al die lichtdeeltjes, en noemen we dat een blauwe hemel.


Dit en nog veel meer staat in dit boek: over stormen en orkanen, over wetenschappers die bekend zijn geworden met wat zij ontdekten, over donder en bliksem; sneeuw natuurlijk, en over weercomputers. En over vogels! Niet over de dieren zelf, maar hoe het kan dat zij zweven in de lucht! En waarom trekvogels zo hoog gaan vliegen.


Gelukkig is er ook een waarschuwend hoofdstuk: ‘Klimaatalarm’. Over het gat in de ozonlaag en de gevolgen; over luchtvervuiling (ieder jaar sterven zeven miljoen mensen aan luchtvervuiling!), over broeikasgassen en tips over hoe iedereen er aan kan meewerken om te voorkomen dat onze klein- en achterkleinkinderen geen licht meer krijgen.


Met een inhoudsopgave voorin en een register achterin, plus een literatuurlijst, en een selectie websites en podcasts.


Sarah Devos schreef eerder de Professor Kleinbrein boeken. Ze werkt als freelance schrijver en in 2019 werd ze Chief Adventure Officer van AS Adventure. Ze volgde de cursus weerkunde bij Volkssterrenwacht Urania waar ze veel van haar kennis over wind, weer en wolken vandaan haalt.


ISBN 9789022337837 | Hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Manteau | mei 2021
Illustraties van Sarah Devos | Leeftijd van 10 tot 100

© Marjo, 12 juli  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kalm aan
Rust in een drukke wereld
50 natuurverwonder-
verhalen
tekeningen: Freya Hartas
tekst: Rachel Williams


Toen uitgever en schrijver Rachel Williams haar dochter weer eens haastig naar de opvang bracht, bleef het meisje staat bij een bloem. 'Mama,'vroeg ze. 'Wat doet die bij daar nou?'

Dat was voor Williams het moment dat ze besefte dat er meer rust moest komen om te genieten van alle kleine wonderen die om haar heen plaatsvinden.
Ze zag de bij in de bloem niet meer, ze zag de vogels die een bad neemen niet meer, de geopende waterlelies, de spin die een web maakt, de wolken... ze zag ze niet meer, ze had teveel haast.  Het werd tijd om het eens wat kalmer aan te doen en weer om zich heen te kijken. En dat deed ze.


Ze zág en hoorde de natuur weer en alles wat zich daarin afspeelt. Ze noteerde wat ze allemaal ontdekte en waarnam. En dat is veel en heel gevarieerd.
De ene keer vertelt ze waarom de vogels in de vroege ochtend zingen (omdat het in de ochtendschemering moeilijk is om naar voedsel te zoeken, dus gaan ze maar zingen) De roodborstjes en merels beginnen omdat zij meer ochtendlicht zien dan de andere vogels, de winterkoninkjes, musjes, meesjes volgen later.


Het zijn allemaal kleine dingen die Rachel Williams opmerkt maar vaak zijn zij juist het grootst in aanzien. Een mooie zonsondergang, een bos dat bijna blauw ziet van de boshyacinten, het 'zilver'spoor van een slak, een muisje dat eten zoekt, een galopperend paard in de wei, een uil op zoek naar prooi, uitlopende varens die hun krullen strekken, het aparte opstijgen van een lieveheersbeestje, een libelle die een vlieg vangt, een specht die tegen een boom tikt, bloesem dat op de grond dwarrelt...

Maar ook een vallende ster, het breken van een golf, de opkomende en afnemende maan, sneeuwvlokken die naar beneden dwarrelen, knetterend onweer krijgen haar aandacht.

Over alles wat ze ziet, vertelt ze iets. Dat kan bijvoorbeeld zijn; hoe onweer ontstaat of de functie van het slijmspoor van een slak, wat een vallende ster eigenlijk is, hoe een vleermuis op jacht gaat, hoe een vlinder van rups tot vlinder ontwikkelt, waarom een zonnebloem met haar bloem de zon volgt.
Heel interessant allemaal, je steekt er enorm veel van op.


Het is alleen jammer dat de tekst gedeeltelijk in een vrij onduidelijk lettertype is afgedrukt. Er zijn ook verschillende lettertypes gebruikt wat een erg onrustig bladbeeld geeft, zeker met de vele tekeningen van Freya Hartas erbij.

De tekeningen zelf zijn aanvullend bij de tekst maar ook deze zijn erg druk en het zijn er bijna teveel in aantal. De kleine schuingedrukte tekst bij de afbeeldingen valt daardoor soms niet op. Ze geven wel goed weer wat Rachel Williams vertelt, maar persoonlijk vind ik het teveel van het goede. De vele kleine tekeningen bij één onderwerp maken dat elke pagina bijna overweldigend is, je weet nauwelijks waar je kijken moet. Een eenvoudiger tekenstijl zou alles veel beter uit laten komen.
Het geheel komt juist niet kalm over.

Al met al geef ik het boek een zesje, ondanks de prachtige hardcover uitvoering, het grote formaat en de vele kleuren die gebruikt zijn.


Zie ook het inkijkexemplaar https://www.lemniscaat.nl/files/fm9789047712695.pdf


ISBN 9789047712695 | Hardcover | 128 pagina's | Lemniscaat | februari 2021
Afmeting 29,8 x 24,3 x 1,9 cm | Vertaald door Jesse Goossens | Leeftijd 8+

© Dettie, 26 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Hoe maak je een baby?
Een inclusieve gids over het begin van elke familie
Illustraties: Clare Owen
Tekst: Rachel Greener


Voorlichting: Het woord dat voor veel gegniffel zorgt én voor ongemak bij de ouders, want hoe vertel je kinderen op een heldere manier waar hij of zij vandaan komt en vooral hoe ze 'gemaakt' worden. Zelf weet ik dat een juf op school mij dat vertelde en ik snapte er eigenlijk helemaal niets van. Ook mijn moeder hield het vrij vaag. Gelukkig zijn mensen nu opener over dit onderwerp én is er nu dit boek dat je alles vertelt over het maken van kinderen.


Het boek begint met enkele verhalen die verteld worden als door jonge kinderen gevraagd wordt waar kinderen vandaan komen. De bekende ooievaar die een baby'tje komt brengen en het verhaal de baby'tjes uit de boerenkool komen etc komt voorbij. Wij als volwassenen weten dat het natuurlijk allemaal niet waar is, maar waar komen ze dan wèl vandaan en hoe wordt een baby eigenlijk gemaakt?


Wat volgt is de uitleg over het verschil tussen jongens en meisjes en later mannen en vrouwen met daarbij heldere, eenvoudig gehouden afbeeldingen. We zien ook tekeningen van de omgeving van de uiterlijke en inwendige geslachtsorganen met uitleg daarbij.
De geslachtsdaad wordt ook via een tekening duidelijk gemaakt met daarbij tekst waarin precies verteld wordt wat er precies aan vooraf gaat en hoe de daad op gegeven moment plaatsvindt. Vanzelfsprekend worden de zaad- en eicellen eveneens besproken en getekend, evenals de samensmelting van deze cellen.


Wat het goede van dit boek is, is dat ook de andere manieren van kinderen krijgen besproken worden zoals de draagmoeder, kunstmatige inseminatie, adoptie etc.
We zien ook afbeeldingen van het kind in moeders buik, echo's, de bevalling zelf, vroeggeboorte en de couveuse, de keizersnee, één- en tweeeiige tweelingen etc.


Dit alles wordt op een integere, smaakvolle manier onder woorden gebracht en weergegeven. Bovendien is het knap om zoveel heldere informatie op 32 pagina's weer te geven. Het enige mogelijke minpuntje is dat voor de geslachtsdelen 'moeilijke' woorden gebruikt worden. Bijvoorbeeld vulva, testikels etc. De woorden zijn wel correct maar het is geen taal voor jonge kinderen van ca. zes jaar. (Maar misschien is het juist goed dat alles gelijk de juiste benaming krijgt.)


Al met al, is het een knap samengesteld boek, dat ouders of leerkrachten prima samen met de kinderen kunnen bekijken en bespreken.


Zie ook de lesbrief inclusief enkele afbeeldingen uit het boek


ISBN 9789059247970 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Baeckens | maart 2021
Vertaald door Pippa Billiet| Afmeting 27,9 x 24 cm| Leeftijd 6+

© Dettie, 8 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER