Non-fictie jeugd

En de wereld zei ja
Kaia Dahle Nyhus


Kaia Dahle Nyhus neemt de jonge lezer namelijk mee op een prachtige ontdekkingsreis door de evolutie van het leven op aarde, lezen we op de achterkant van het boek. Zij begint met de volgende tekst:


De wereld kwam eerst,
en de wereld zei ja


En doorheen het boek blijft de wereld ja zeggen. Ja tegen de tijd, de zon, de maan. Overal was water.


Wij zaten in het water.
Daar kwamen wij lang geleden tot leven.


Nyhus vertelt dat wij eerst vissen waren die later aan land gingen en poten kregen en soms veren. Dat sommige dieren bleven en andere dieren pech hadden en dood gingen omdat ze zich niet zo goed konden verstoppen of vechten, of rennen, of... of... of...
Dieren kregen handen en konden vruchten plukken en elkaar vlooien.


Uiteindelijk evolueerde de aap tot mens, en weer zei de wereld ja, zoals al de voorgaande keren. Elke keer dachten we nu is de wereld klaar. Maar nee de wereld was niet klaar en wij ook niet.
We gingen voedsel verzamelen en deelden dat niet met elkaar. Er kwam ruzie, we begonnen elkaar te bijten en te meppen. We begonnen te praten en gingen in grotten wonen en we leerden steeds nieuwe dingen te maken, we werden steeds handiger. We leerden vuur te maken en hele tijd later kwam het wiel. Dat waren heel grote ontdekkingen. En elke keer dachten we, nu is de wereld wel klaar maar nee. En de wereld ging door en zei ja.


We spraken af dat sommige dingen
mooier waren dan andere.
Goud was het mooiste dat er bestond.
Daar maakten we sieraden van
Sommige hadden meer mooie dingen dan anderen


De wolven werden onze beste vrienden
we noemden ze honden.


De varkens en de schapen
werden ons eten.
Dat vonden ze niet leuk.


Nu is de wereld wel klaar werd steeds gedacht. Maar er kwam nog veel meer...  kleding en huizen en bakkerijen, slagerijen en mijnen werd ontgonnen. Er kwamen ziektes, er kwamen artsen, ziekenhuizen...Er kwamen fabrieken, en auto's en vliegtuigen en raketten... De wereld werd steeds warmer.
Maar de wereld zegt nog steeds ja...


Dit boek is in feite een waarschuwing tegen de hebzucht en het egoïsme van ons als mens. Maar die boodschap is verpakt in een prachtig jasje. Naast de klip en klare tekst, die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat, zijn er de beeldschone afbeeldingen van de schrijfster/illustratrice. Deze zijn aanvankelijk heel rustig en doen denken aan grottekeningen, maar hoe meer en bedacht wordt door de mens, hoe voller en drukker de afbeeldingen worden. De natuur is uiteindelijk héél ver te zoeken, behalve in de vakanties...


Kortom, het is een heel bijzonder boek, met aparte afbeeldingen. Een boek om uit voor te lezen. De tekst is sprankelend en helder. De afbeeldingen zijn fris en kleurrijk, ondanks de zwarte achtergrond. Er zal dankzij dit evolutieverhaal veel duidelijk worden voor kinderen maar ook zullen er vragen ontstaan, over het antwoord zullen we mogelijk zelfs flink over na moeten denken. Het geheel - tekst en afbeeldingen -  is perfect. Het boek krijgt een dikke tien.


Kaia Dahle Nyhus (1990) studeerde visuele communicatie aan de Nationale Academie van Kunst in Oslo, en illustratieve technieken op het Luzern College in Zwitserland.


ISBN 9789492995438 | Hardcover | 48 pagina's | Uitgeverij Samsara | juni 2020
Vertaald door Bette Westera | Afmeting 22 x 245 cm | Leeftijd ca. 6+

© Dettie, 26 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het hele soepzootje
Het ontstaan van het heelal, de aarde, de mensen en de rest
Illustraties: Sebastiaan van Doninck
Tekst: Floor Bal


Hoe is de aarde ontstaan, en al het leven dat we nu kennen?
Er wordt verteld hoe er eerst niets was – een zwarte pagina. Dan zegt de schrijfster: ‘er bestond al iets: een klein zaadje waaruit alles zal ontstaan. Een heet stipje met alles erin’. Verder gaat het verhaal: hoe dat hete puntje ontploft, en het heelal ontstaat, waar zich planeten, manen en zonnen vormen. En ook de aarde, en onze maan.
Een aardbol met water en vulkanen.
En dan:


‘Tot er wel iets leeft. OPEENS.
Iets wat juist van dat ruige water houdt. Het is bijna niet te zien. Het heeft geen hoofd, geen ogen, geen benen. Maar het bestaat.
Eén wordt twee. En twee worden meer.’


Zo wordt heel simpel verteld hoe er dieren en planten groeiden en tenslotte de mens op aarde rond liep.
De afbeeldingen zijn als foto’s, maar dat kan natuurlijk niet. Toch zijn ze heel mooi, kleurrijk en vullen de pagina’s, waarop dan de korte tekstjes staan.


Het is het hele verhaal. Maar, het is wel een verhaal dat vragen oproept. Een slimmerik zal ongetwijfeld steeds vragen: maar hoe dan? Want het verklaart niets. Dat is al lastig te begrijpen voor volwassenen, laat staan dat je het uit kunt leggen aan een nieuwsgierig kind.
Het boek beperkt zich tot feiten. Geen verdere uitleg. De manier waarop het verteld wordt is grappig. De term soepzootje bewijst dat al, maar dit stukje is humoristisch:


‘Deze naakte apen kunnen goed denken. En zelfs praten.
Het zijn geen gewone dieren meer. maar mensen.
Wie had dat nou gedacht? Het is tijd voor heel iets anders.’


Floor Bal is journalist en legt zich erop toe om ingewikkelde onderwerpen luchtig en begrijpelijk uit te leggen.
En Sebastiaan van Donick maakt prachtige tekeningen: http://www.sebastiaanvandoninck.com


ISBN 9789025768003 | hardcover | 40 pagina's | Uitgeverij Gottmer | februari 2018
Afmetingen: 27,5 x 23,6 x 1 | Leeftijd vanaf 3 jaar

© Marjo, 18 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet
Wie maakt die vieze trein schoon?
Illustraties: Hilky Helmantel
Tekst: Marja Baeten


Inderdaad is dat een vraag waar kinderen mee komen:  Wie maakt eigenlijk die vieze trein schoon? En dan heb je als volwassene ook niet één-twee-drie een antwoord. Behalve deze prangende vraag zijn er nog meer van die kwesties, waar je niet dagelijks bij stil staat: Hoe tankt een vliegtuig? Hoe komt melk in de melktankauto? Hoe komt een auto op een boot? Waar gaat de laatste bus naar toe? Hoe komt zo’n kraan zo hoog op een gebouw?


Een paar kinderen denken er over na en zeggen dan wat zij denken dat er gebeurt.
Bij de laatste bus bijvoorbeeld: Joeri denkt dat de bus naar een parkeerplaats rijdt die vlak bij de bushalte is. Ja, zegt Anwar: daar staat zijn eigen auto of fiets om mee naar huis te gaan. Nou, zegt Jaap: Hij kan beter de bus mee naar huis nemen. Dan parkeert hij voor de deur! Heel logisch allemaal, maar dat is dus niet het juiste antwoord.


Na het brainstormen door een paar kinderen volgt dan een uitgebreid antwoord, met nog extra informatie, voorzien van tekeningen van Hiky Helmantel. Iedere vraag begint met een foto. De informatie is heel duidelijk, geschikt om voor te lezen aan de jongsten, terwijl zij op de afbeeldingen ook kunnen zien wat de tekst vertelt. Later kunnen ze het zelf lezen.
Bij de vraag over de melktankauto staat uitgelegd waar melk vandaan komt. Dat is in deze moderne tijden hard nodig, want veel kinderen denken net als Jesse denkt: in de fabriek!!! Gelukkig weten Tirza en Berend wel beter!

Elke dag gebeuren er dingen om je heen waar je meer van wilt weten.
'In deze serie zié je de antwoorden die normaal verborgen blijven. Voor nieuwsgierige kinderen vanaf 5 jaar.’ staat op de achterflap.
Een nieuwe serie dus? Wat zou er nog volgen?


ISBN 9789044839081  | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Clavis | augustus 2020
Afmetingen 26,9 x 25,7 x 0,9 cm | Leeftijd 5+

© Marjo, 15 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De kracht van groeitaal
Er zit meer in je dan je denkt
Sara Meulenbroeks


"Groeitaal helpt een kind bij het aannemen van een groeimindset. Het kan worden ingezet om een kind na te laten denken over de aanpak, het resultaat en de oplossing. Als kinderen dit zelf doen worden ze eigenaar van hun leerproces. Het stimuleert het lerend vermogen en dat geeft zelfvertrouwen en plezier. Een kind kan zich hierdoor sociaal, emotioneel en cognitief ontwikkelen."


Met deze groeitaal maken we kennis via de avonturen van de hond Mind en de koe Set en het daarop volgende groeitaalgesprek met Saartje Sop helpt de dieren om anders te kijken naar verschillende situaties.
Helaas schuurt de uitvoering nogal. Er worden korte situaties geschetst die daarna besproken worden, maar deze sluiten niet goed op elkaar aan. En ook de situatie zelf is soms nogal vaag.


Bijvoorbeeld in een verhaal luistert Set niet naar de voetbaltrainer daardoor doet zij een oefening verkeerd en zij valt op de grond. Op de volgende pagina mist Mind het doel en is verdrietig. Waarop Set zegt dat Mind maar goed moet luisteren naar de trainer! Dat voelt krom. Set deed het namelijk zelf ook niet.
Vervolgens heeft Saartje een groeigesprek dat gaat over fouten maken, leren van fouten en om hulp durven vragen. Je zou denken dat het aansluit op het voetbalverhaaltje rond Set en Mind. Maar in dat verhaaltje heeft Set gewoon niet geluisterd naar de trainer, en als Mind het doel mist gaat het ook vooral om het luisteren naar de trainer.
Kortom, je snapt de bedoeling achter het groeigesprek wel maar het wringt. Het gesprek vloeit niet voort uit de situatie, waardoor het zijn doel mist.


Ook een aparte benadering qua inhoud als groeigesprek was het verhaal over een muis die moeilijk kon lopen. Set scheldt hem uit en de muis mag van haar ook niet meespelen. Set loopt boos weg. Mind vindt het zielig voor muis en gaat met hem spelen in de zandbak. Set schaamt zich eigenlijk en komt terug, maar biedt zijn excuses niet aan.  De muis doet echter heel aardig tegen Set waarna ze fijn verder spelen met zijn drieën.
Saartje Sop vertelt vervolgens dat je ook best aardig kunt doen tegen mensen die niet leuk tegen je doen...
Je zou toch eerder denken dat Set even flink moest nadenken wat hij deed.


Een beetje verwarrend is ook dat de hond Mind en de Koe Set kennelijk broer en zus zijn want ze gaan op stap met hun mama de Kat en papa de Beer. Ook wordt Set als 'hij' aangegeven maar op de voorplaat heeft ze wel uiers.


Kortom het boek rammelt nogal. Het idee is uitstekend maar de uitvoering zit er steeds net naast.


ISBN 9789493059511 | Hardcover | 82 pagina's met aardige tekeningen| Uitgeverij Palmslag | juni 2020
Afmeting 25,7 x 20,8 cm | Leeftijd vanaf ca. 6 jaar

© Dettie, 19 augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wereld-
kinderen

50 jonge mensen die het verschil maakten
Illustraties: Sarah Wals
tekst: Tom Adams


In het boek Wereldvrouwen van dezelfde uitgeverij, waarin aan jongeren verteld wordt over vrouwen die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de wereld, worden in Wereldkinderen allerlei heel bijzondere kinderen in de schijnwerper gezet, van Greta Thunberg tot Emma Gonzáles...


Emma wie? denk je misschien. Emma was op 14 februari 2018 getuige van een schietpartij op haar school in Amerika waarbij 17 leraren en medeleerlingen werden neergeschoten. Dat dit mogelijk was, komt onder andere doordat in Amerika mensen vuurwapens mogen kopen. Al 3 dagen na de schietpartij hield Emma een toespraak op een demonstratie tegen wapengeweld. Een maand later sprak ze opnieuw dit keer tijdens de protestmars Mars voor ons leven, haar toespraak maakte een enorme indruk op iedereen. Ze richtte ook een beweging op genaamd Never Again MSD (MSD is de naam van de school) Dankzij Emma is nu de wet gekomen om de scholen in Amerika veiliger te maken en heeft men een begin gemaakt met het veranderen van wapenwetten.

En zo staan er verhalen over 50 kinderen in het boek die allemaal een heel bijzondere bijdrage leverden aan de wereld. Deze verhalen zijn ingedeeld in 5 categorieën; knappe koplopers, creatieve geesten, hoopvolle helden, sterke overwinnaars, dappere strijders. Je snapt wel dat Emma bij de laatste categorie hoort.


Heel bijzonder is ook het verhaal van Richard Turere uit Kenia. 's Nachts kwamen heel vaak leeuwen bij de boerderij waar hij woonde en elke keer vielen zij de koeien aan. Soms wel 9 koeien in één week. Omdat de leeuwen een beschermde diersoort zijn, mocht er niet op gejaagd worden, daarom verzon Richard van alles om de leeuwen af te schrikken maar niets hielp. Totdat... hij ontdekte dat een flikkerende zaklamp de leeuwen op afstand hield. Hij knutselde iets in elkaar, mer ene accu op zonne-energie -  waardoor lampjes steeds afwisselend aan en uit gingen, zo leek het net of er iemand rondliep. En het hielp! De leeuwen bleven weg! En nu gebruiken al 750 boerderijen de lampjes!


Ook 'onze' Laura Dekker wordt genoemd. Het meisje dat op haar 13e het kanaal in een zeilboot overstak én op haar 15e in haar eentje de wereld rond zeilde.
Natuurlijk wordt ook Anne Frank besproken. Het moedige optimistische meisje dat tijdens de oorlog ondergedoken zat en daarover schreef in haar dagboek.

We lezen over Pocahontas, Mozart, Bjork, Stevie Wonder, Malala en minder bekende maar heel belangrijke en interessante kinderen zoals Billy Monger (gehandicapte autocoureur), Calvin Graham (oorlogsheld), Kimmie Weeks (o.a. bestrijding kindsoldaten), Iqbal  Masih (strijder tegen kinderarbeid), Claudette Colvin (anti discriminatie; voorloper van Rosa Parks), Gulwali Passarlay (vluchtelingenopvang) enz. enz.  Elk verhaal beslaat twee pagina's met tekst, tekeningen en foto's.


Er staan zoveel verhalen in over moedige, talentvolle, hele intelligente en strijdbare kinderen dat je nadat je het allemaal gelezen hebt even stil bent. Wat een lef hadden ze allemaal! Zij durfden in te grijpen en dingen te veranderen, zodat ze écht het verschil maakten.
Een boek om te koesteren, een boek dat er toe doet!


ISBN 9789025773274 | Hardcover | 112 pagina's | NUR 281 | Gottmer | juli 2020
Afmeting 29,5 x 25,8 cm | Vertaald door Leonie Hardeman | Leeftijd ca 10+

© Dettie, 12 augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Spionage
Van geheime codetaal tot vergiftigde tandpasta
Tekst: Lars Bové
Illustraties: Yannick Pelegrin


Vanaf hun eerste bestaan heeft de mens al willen weten wat er bij de buren gebeurt. Als zij het beter hebben dan wij, dan willen wij dat ook. Het is de basis van spionage, het is zelfs een beroep geworden. Met dit boek kun je er achter komen of dat misschien iets voor jou is.


Allereerst moet je heel goed zijn in geheimen bewaren. Niemand mag weten dat je een spion bent!
Het is handig als je onopvallend bent. Paul Dukes kreeg de bijnaam ‘spion met honderd gezichten.’ Geboren in 1889, werd hij spion voor MI6 in Rusland. Hij was heel goed in zijn werk.
Toch kan je ook als je er niet uit ziet als iedereen een goede spion zijn: Virginia Hall, geboren in 1906, verloor een van haar benen toen ze 27 jaar oud was, en dat verhinderde haar niet om toch heel goed werk te verrichten als spion in de Tweede Wereldoorlog.


Je uiterlijk kan dus helpen, maar het gaat er om dat je weet hoe je informatie - inlichtingen heet dat - kan verzamelen. Inlichtingen waar je eigen land om vraagt: om bijvoorbeeld aanslagen te voorkomen worden mensen die ook maar een beetje verdacht zijn in de gaten gehouden zodat de politie op tijd kan ingrijpen. Weten wat de vijand van plan is als je in oorlog bent met een ander land is vanzelf handig. En dan wordt er ook gespioneerd in de wetenschap. Als het gaat om wapens of andere uitvindingen, dan wil ieder land de eerste zijn!


Als voorbereiding kan je je verdiepen in spionnen uit boeken en films. In dit boek wordt alvast verteld over James Bond, en over echte spionnen uit de geschiedenis, die al ten tijde van de Romeinen actief waren, maar vooral over spionagediensten die tot voor kort, of zelfs nu nog actief zijn: de MI6, de CIA, de Mossad. Je leest over beroemde spionnen en hun manier van werken. Over hun successen, maar ook over wat er fout ging.


Wist je dat de president van Rusland, Vladimir Poetin, ooit spion was? En dat zelfs het kantoor waar de CIA gevestigd was aanvankelijk geheim was? Dat de CIA zich bezighield met ufo’s? En dat Mata Hari een beroemde Nederlandse spionne was?


Ook dieren werden getraind als spion. Met duiven lukte dat aardig, maar andere vogels bleken niet zo goed te zijn in spioneren. Honden worden getraind om explosieven te ruiken.


Dat Hitler Nederland binnenviel in mei 1940 blijkt te maken te hebben met een voorval in Venlo. Het heeft de (Nederlandse) geschiedenisboeken niet gehaald, maar in de herfst van 1939 kwamen agenten van MI6 in contact met enkele Duitse soldaten. Die vertelden de Engelsen dat ze Hitler wilden vermoorden. Toen de Engelsen daarop ingingen, bleken de soldaten Duitse spionnen te zijn, die hun ‘collega’s’ meenamen naar Duitsland. Helaas hadden de Engelsen lijsten bij zich met namen. Omdat bij dit voorval ook een Nederlandse officier betrokken was, zou dit voor Hitler de aanleiding zijn geweest om geen rekening te houden met onze gewenste neutraliteit. Het zit er dik in dat hij eigenlijk niet eens een aanleiding nodig had.


Dit soort verhalen staan er nog meer in het boek, dat lekker vlot leest en voorzien is van veel leuke tekeningen en zelfs een korte strip. Je krijgt volop informatie over de geheime diensten en wat ze doen, zodat je zelf een beslissing kunt nemen: zou je spion willen worden?


In het boek staan ook alvast wat tips om gadgets te maken zodat je kan oefenen. Bijvoorbeeld hoe je een code kan maken, of ontcijferen.
Ook wordt verteld hoe het vandaag de dag gaat: De Amerikanen en de Britten sloten een geheim akkoord, al in 1946. Later kwamen daar Canada, Nieuw-Zeeland en Australië bij. Ze noemen zich de Vijf Ogen en houden met steeds de nieuwste technieken de communicatie in de gaten over de hele wereld. We worden allemaal in de gaten gehouden…


Lars Bové (1980) is een Belgisch journalist. Hij is redacteur politiek en economie en onderzoeksjournalist bij de krant De Tijd.
Yannick Pelegrin is stripmaker en illustrator. Zijn gedetailleerde beelden zijn humoristisch en sfeervol.


ISBN 9789401460101  | paperback | 152 pagina's | Prometheus | mei 2020

© Marjo, 6 augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Nu is later vroeger
Joke van Leeuwen


‘De toekomst is er niet. Zodra die er is, is het geen toekomst meer, maar heden’


Een hele moeilijke vraag: wat is tijd nu precies? Iedere seconde, zelfs iedere yoctoseconde - wat dat nu weer is... straks meer - gebeurt er wat hier boven staat: de toekomst wordt heden en vrijwel onmiddellijk al verleden. Het is niet te vatten.
Joke van Leeuwen doet dan ook geen moeite dit uit te leggen. Ze vertelt over Augustinus, een bisschop die zeventien eeuwen geleden leefde. Hij zei: ‘Als iemand me vraagt wat tijd is, weet ik het, maar als ik het wil uitleggen weet ik het niet.’


Ze vertelt hoe er in de loop van de eeuwen met het idee tijd is omgegaan, over de verschillende manieren om tijd te meten en over de afspraken die tenslotte gemaakt werden om eenheid te verkrijgen over de hele wereld.
Want tijd is belangrijk. Denk maar aan een theatershow: Erg storend als je te laat binnenkomt! En een bus of trein wacht niet op jou. Of als je te laat op school komt, oeps, dat wordt nablijven!


Maar als je wilt weten wat tijd nu eigenlijk is, dan kun je zoveel boeken lezen als je wil, je zult het nooit helemaal precies weten. Net zo min als al die geleerden, die zich het hoofd er over braken en boeken vol schreven. Maar dat betekent niet dat je het dan maar moet laten zitten. Er valt heel wat over te vertellen. Joke van Leeuwen doet dat, op een prettige en duidelijke manier. Met grappige tekeningetjes en strips.
Zo kom je te weten wat tijdzones zijn. En, o ja, die yoctoseconden.


‘De seconden kunnen verdeeld worden in milliseconden, en milliseconden in microseconden, en microseconden in nanoseconden, en nanoseconden in picoseconden, en picoseconden in femtoseconden, en femtoseconden in attoseconden, en attoseconden in zeptoseconden, en zeptoseconden in (hè,hè!) yoctoseconden.’


Van Leeuwen besteedt een heel kort hoofdstukje aan belangrijke vrouwen, maar over het algemeen zijn het geleerde mannen die aan bod komen. Gaileo Galilei, Eise Eisinga, Einstein onder andere. Je leest over zomer- en wintertijd, over de manier waarop tijd gemeten werd – via zonnewijzers naar de modernste kwartshorloges. Over hoe we tellen in tientallen, maar de tijd meten in graden, over hoe je zelfs een kaarsklok kunt maken. Over tijdcapsules en de verschillende vormen van geheugen.


‘Dat een voetbal nodig is om te voetballen, onthoud je in een semantisch geheugen. Dat je een week geleden een doelpunt maakte, onthoud je in een episodisch geheugen.’


En dan heb je nog het procedurele geheugen, waarmee je de meeste automatische dingen onthoudt. Bijvoorbeeld hoe je loopt.

Heel veel  informatie waar je iets aan hebt, en heel veel dingen die gewoon leuk zijn om te weten. Het boek leest als een trein. Of die op tijd rijdt? Eh...


Joke van Leeuwen (Den Haag (1952) schrijft romans, poëzie en kinderboeken, ze tekent en treedt op. Haar werk is veelvuldig vertaald en bekroond.

ISBN 9789021414300 | Hardcover | 128 pagina's | Uitgeverij Querido | juni 2018
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 19 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kasteel in zicht!
Op avontuur in kastelen van Nederland en Vlaanderen
Illustraties: Irene Goede
Tekst: Ida Schuurman


Door de jaren heen blijft het thema ridders en kastelen kinderen – niet alleen kinderen trouwens – aanspreken. Maar hoe komt dat dan?


Ida Schuurman laat in dit prachtig vormgegeven boek zien hoe leuk het is om kastelen te bekijken en er alles over te lezen. We hebben een flink aantal kastelen in Nederland, - en in België - die je nog kan gaan bekijken. Ze zijn niet allemaal in de staat waarin ze vroeger verkeerden, maar als je dit boek leest, blijkt wel dat het ook een onmogelijk opgave zou zijn om dat te laten zien.


Schuurmans vertelt bij ieder kasteel een verhaal over hoe het tot stand gekomen is, en dan lezen we hoe het begonnen is: met een eenvoudige motte op een heuvel. Dat gebeurde al duizend jaar geleden, aan het begin van de Middeleeuwen. In Leiden staat er nog een, midden in de stad., 850 jaar oud. En in de jaren die daarna kwamen werd het kasteel vaak uitgebreid, verbouwd, soms vernietigd en weer opgebouwd.


Er veranderde dus nogal wat aan het oorspronkelijke gebouw Ook bij kastelen van recenter datum gebeurde dat. Welke tijd zou je nu aan de geïnteresseerde bezoeker willen laten zien? Een lastige keuze. En zo is ieder kasteel dat we vandaag de dag nog kunnen bezoeken anders. Er zijn er die alleen nog ruïnes zijn, en ook daar zijn soms al weer dingen aan veranderd. Sommige kastelen zijn hotels geworden, of worden als museum gebruikt. Dan zie je het gebouw wel, maar is het niet ingericht als kasteel.


Van een aantal kastelen heeft Ida Verschuren de geschiedenis achterhaald, die ze in dit boek verteld. Het speciale van zo’n kasteel bepaalt het thema van het hoofdstuk: hoe wordt een kasteel gebouwd? Waarom werd die specifieke plek gekozen? Waarom zat er vaak water om een kasteel? En die kerkers, zijn die echt gebruikt? Of die martelwerktuigen? Wie waren de bewoners door de jaren heen? Hoe ziet dat met de adel? En ook: het spookt in die kastelen! Hoe komt dat? Wie is het spook dan?


Rare snuiters zijn die kasteeleigenaren er is er een die zijn eigen kasteel belegerde! En er was die barones die soms wel honderd jurken bij zich had als ze naar het kasteel kwam (ze woonden er niet altijd alle maanden van het jaar, maar trokken van het ene naar het andere kasteel) Op zich niet zo erg, die honderd jurken, maar omdat ze niet kon kiezen welke ze aan zou trekken naar een bal, moesten ze allemaal kant en klaar hangen, en dat betekende dat ze allemaal gestreken moesten zijn!


Heel veel informatie, maar alles leuk en interessant, en op een aansprekende manier verteld. Een boek om vaker in te kijken en dan natuurlijk zo’n kasteel te bezoeken. Adressen en andere info staan achter in het boek.


Ida Schuurman werkt op het Muiderslot en kent daar elk verborgen hoekje. Ook heeft ze jarenlange ervaring als redacteur van kinder- en jeugdboeken.
Irene Goede illustreerde al meer dan tweehonderd kinderboeken.


ISBN 9789059567214 | Hardcover | 96 pagina's | Uitgeverij Fontaine | juni 2017
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 18 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Virusjager
Ton Koene

Knappe wetenschappers doen hun best om een middel te vinden waarmee we virussen kunnen bestrijden. Soms is zo’n virus namelijk zo gemeen, worden mensen er zo ziek van dat de hele maatschappij ontwricht raakt: winkels en fabrieken dicht. Scholen gesloten. Heel veel mensen worden er ernstig ziek van of gaan zelfs dood. Geleerden zijn heel hard aan het werk om dat akelige virus te bestrijden.
In dit boek wordt heel inzichtelijk verteld hoe een virus te werk gaat, en wat er moet gebeuren om het te vernietigen.


Een meisje, de elfjarige Zoë, gaat met een onderzeeboot het menselijk lichaam in. Natuurlijk kan dat niet zomaar: ze wordt met een nanoverkleiner zo klein gemaakt dat ze zich kan voortbewegen door aderen. Ze staat in contact met de professor door middel van een radio-ontvanger en een webcam.


Daar gaat ze, De ader in… Meteen krijgt ze te maken met het afweersysteem van het menselijk lichaam: er komen bacteriofagen op haar af, vreetcellen en macrofagen. Een enkele keer zit Zoë verkeerd, maar gelukkig kan de professor dan aangeven wat ze moet doen om weer op de goede weg te komen. Ze moet namelijk naar de longen, want daar is het virus druk bezig om de longblaasjes te infecteren. Misschien is ze al te laat! De longen van de patiënt kunnen al bijna geen zuurstof meer opnemen. Maar Zoë is dapper, en volgt de aanwijzingen van de professor: in het beenmerg bevinden zich de witte bloedcellen en de T-cellen. De T-cellen maken op hun beurt killercellen. En die moeten naar de longen!


Niet alleen is dit een spannend avontuur, er wordt heel duidelijk uitgelegd - ook prettig voor een volwassene - hoe een virus in zijn werk gaat en hoe het lichaam het normaliter zelf verwijdert. En wat je moet doen als dat niet lukt.
De illustraties zijn uitgespreid over de pagina’s waar de tekst op staat. Je ziet enorme uitvergrotingen van het innerlijk van de mens, vooral ook van cellen en van het virus natuurlijk. Voor een korte, meer wetenschappelijke uitleg staat achter in het boek nog het een en ander uitgelegd.


Zie ook het inkijkexemplaar


Ton Koene (1963) volgde humanitaire ontwikkelingsstudies in Oxford en leerde zichzelf fotograferen. Hij werkte zestien jaar lang bij Artsen zonder Grenzen als landencoördinator in crisisgebieden, waaronder Rwanda, Sudan en Afghanistan. Zijn reportages variëren van indringende humanitaire onderwerpen tot spannende reportages voor kinderen. Hij publiceerde in tijdschriften en kranten in binnen- en buitenland.


ISBN 9789044840438 | hardcover | 392 pagina's | Uitgeverij Clavis | augustus 2020
Afmeting: 26,9 x 25,7 x 1,2 cm | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 4 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De ontdekking van dinosaurussen
Deel 4 uit de serie Wonderwaar
Tekst: Jan Leyssens
Illustraties: Joachim Sneyers

Mocht je denken dat het een boek is over dinosauriërs (dinosauriër of dinosaurus, het mag allebei) dan heb je gelijk, maar toch ook niet. Lees de titel nog maar eens: het gaat over de ontdekking van deze dieren die ooit onze aardbol bevolkten. Niemand heeft ze ooit in levende lijve gezien, zodat de vondst van het eerste enorme bot verbazing wekte: wat was dit?


Meer dan tweeduizend jaar geleden schreven de Chinezen over drakenbotten. Wisten zij veel. In Europa is de oudst bekende vondst in 1676: Robert Plot vond een enorm dijbeen. Een soort olifant? Een reus? Pas in de negentiende eeuw werd er enige duidelijkheid geschapen. Toen vond een vrouw, Mary Anning, meerdere skeletten, onder andere een bijna volledige ichthyosaurus. Als vrouw zijnde mocht ze niet mee doen met de geleerde professoren, maar toch wordt ze beschouwd als een van de belangrijkste paleontologen.


in 1841 werd de naam verzonnen door de Britse anatoom Richard Owen, één van de meest vooraanstaande wetenschappers van zijn tijd. Dinosaurus betekent: verschrikkelijke hagedis. Aanvankelijk dacht men dat een dier met zulke grote en zware botten wel erg log en traag moest zijn, maar paleontoloog Robert Bakker bedacht dat het wel eens heel anders kon zijn. Hij tekende juist beweeglijke en springende dieren, precies: zoals we die kennen van de film!


Benjamin Waterhouse Hawkins creerde de allereerste levensgrote modellen van uitgestorven dieren met advies van Sir Richard Owen. In 1853 dineerden een aantal wetenschappers in het beeld van een betonnen Iguanodon, zo groot is het beeld!  Je kan de beelden nog steeds bewonderen in Londen. Zie https://nl.qwe.wiki/wiki/Crystal_Palace_Dinosaurs


Een bijzondere serie is dit: https://www.wonderwaar.be


Jan Leyssens en Joachim Sneyers gaan op zoek naar de verwondering die aan wetenschap vooraf gaat. Wetenschap ontstaat als je je verwondert, en je gaat afvragen waarom de dingen zijn zoals ze zijn.


De ontdekking van de dinosaurussen is volgens de uitgever voor kinderen vanaf 6 jaar. Ik vind dat een beetje jong, maar het is wel een heel mooi boek, ook om te bekijken.


ISBN 9789044838916 | Hardcover | 28 pagina's | Uitgeverij Clavis | juli 2020
Afmetingen:  29,8 x 21,7 x 0,9 cm | Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo, 16 augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dribbels grote doeboek
Eric Hill


Over Dribbel het grappige hondje zijn al heel wat boeken verschenen. In 1980 kwam het eerste: Waar is Dribbel? Daarna kwamen er meer dan 75, allemaal avonturen met Dribbel.
Zijn verhalen zijn vertaald in meer dan 65 talen – waaronder het Bretons, het Welsh en het Fries – zelfs naar braille. Dribbel heeft ook een tekenfilmserie, dat je kon zien bij Villa Achterwerk...


En nu heeft hij een doeboek, een groot doeboek zelfs. Het staat vol met kleurplaten, en heel veel puzzels in de vorm van een doolhof, of zoek- en telplaten. De tekeningen zijn eenvoudig, maar  het zal vrij moeilijk voor kinderen vanaf twee jaar om binnen de lijntjes te blijven. Het is eigenlijk meer geschikt voor kleuters dan voor peuters. Begeleiding van een volwassene lijkt toch wel prettig bij een aantal opdrachten.


De puzzels en kleurplaten passen bij de leefwereld van een kind: huis-, tuin en keukendingetjes, maar het thema is vooral vakantie: dagjes uit, naar strand, boerderij of logeren bij oma. Uitstekend geschikt voor deze tijd van het jaar.
Midden in het boek zitten ook nog vellen met stickers!
Die zijn om te gebruiken bij bepaalde puzzels, maar ook om het kind te belonen als het iets goed gedaan heeft. Gaandeweg worden de opdrachten iets moeilijker.

Eric Hill (Londen, 1927-2014) wilde laten zien dat jonge kinderen intelligenter zijn dan volwassenen vaak denken.


ISBN 9789000374540  | Paperback | 64 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | juli 2020
Afmeting: 29,7 x 21 x 0,8 cm | Leeftijd vanaf 2 jaar

© Marjo, 7 augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Young Scientist
Vakantieboek Zomer 2020
Bomvol bijzondere beesten


Wat wordt de hedendaagse jeugd weer verwend!
Het vakantieboek voor deze zomer kun je als ouder maar beter even verstoppen, want gegarandeerd dat een kind zo gauw hij of zij dit ziet aan de gang gaat. Waarmee? Het is namelijk niet alleen om te lezen dit boek, het is ook een doe-boek.


Het begint al met een aantal vragen waarbij je de antwoorden in kunt vullen. Zomaar in het boek, want in een vakantieboek mag je schrijven. Er zijn taalpuzzels en getallenpuzzels. Codekrakers, doolhoven, een zoek-de-verschillen-opdracht en je kan testjes doen.
Een leuke test is bijvoorbeeld vragen beantwoorden die je steeds naar een volgende vraag leiden, zodat je aan het einde weet wat voor dier je zou zijn. Dat is meteen een voorbereiding op de dieren waarover je in dit boek van alles te weten komt. Het heet tenslotte: bomvol bijzondere beesten.

Het eerste dier is een mug. Wat? Een mug? Zo bijzonder is dat beestje toch niet? Maar als je alle weetjes over een mug eenmaal gelezen hebt besef je dat ook dit vaak vervelende insect heel bijzonder is. Er waren al muggen in de tijd van de dinosauriërs! 100 miljoen jaar geleden! En het is het dodelijkste dier ter wereld… En waarom zoemen die rotbeesten eigenlijk? Hoe oud worden ze? Waar leven ze van? Hoe groot kunnen ze worden? Dat en nog meer lees je in dit boek.


Op dezelfde manier komen ook de monarchvlinder, de gnoe, de kousenbandslang, de regenworm en het stokstaartje aan de beurt.
Het stokstaartje vind je vast een grappig dier, zoals die parmantig rond staat te kijken de hele dag. Maar waarom doet hij dat eigenlijk? En waarom is een stokstaartje blij met de aanwezigheid van mestkevers?
De toekan, die vogel met die enorme snavel. Hoe eet dat beest? En wat kan een mens doen als de snavel van de toekan kapot is?
Dan hebben we nog het nijlpaard, dat niets te maken heeft met een paard en ook niet in de Nijl woont. En de blauwe vinvis, het grootste dier op aarde.


Over al deze dieren is heel veel interessants te vertellen, maar wat het extra leuk maakt is dat er na de informatie een klein quizje staat en dat de puzzels en opdrachtjes die dan komen veelal te maken hebben met het zojuist besproken dier.
En achterin staan natuurlijk de oplossingen van de puzzels. Niet spieken hoor!


Een zeer gevarieerd boek, dat ook nadat je alles hebt ingevuld de moeite waard blijft. Bij de dieren staan ook nog leuke tekeningen en foto’s.


ISBN 9789085717034 | Paperback | 100 pagina’s | Uitgeverij New Scientist | juni 2020
afmeting 21 x 26,5 cm | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 16 juni 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER