Non-fictie

Angela Crott

Jongens zijn 't
Van Pietje Bell tot probleemgeval
Angela Crott


Angela Crott pleit er in haar boek voor dat jongens weer gewoon jongens moeten kunnen zijn, met hun eigen specifieke gedrag. Ze neemt ons mee naar de tijden van weleer waar het juist werd gewaardeerd dat kwajongensstreken werden uitgehaald. Boompje klimmen, appeltje pikken, belletje trekken, meisjes plagen, schreeuwen, joelen. Er werd met een glimlach naar gekeken, het hoorde erbij, het was typisch jongensgedrag.


Maar langzamerhand kwam daar een kentering in, met de opkomst van de vrouwenemancipatie werd het onderwijs steeds vrouwelijker. Jongens moesten vriendelijk en rustig zijn, ze moesten stil zijn en luisteren, kortom, meer vrouwelijk gedrag vertonen.
Ook de afschaffing van de ambachtsscholen ziet de schrijfster als een groot gemis voor de ontwikkeling van de jongen. Een jongen is nu eenmaal anders dan een meisje, hij maakt lawaai, hij wil actie, hij wil dingen doen!
Als voorbeeld geeft de schrijfster een taak die zowel meisjes als jongens moesten uitvoeren. Bijv. een katapult maken. De meisjes gingen plannen, overleggen, tekenen. De jongens gingen gelijk aan de slag, het ding maken, werkte het niet dan paste ze het aan totdat het wél werkte. Ziehier het verschil in denken, doen en handelen in een notendop.
De schrijfster pleit voor het opnieuw invoeren van jongens- en meisjesklassen en dan het liefst de jongens bij een meester plaatsen in plaats van een juf. Zonder meisjes of juf zijn de jongens rustiger en presteren ze beduidend beter dan mét meisjes in de klas. De competitie verdwijnt en samenwerking verschijnt. Het lijkt soms zelfs wel of de schrijfster wil zeggen 'vroeger was alles beter'.


Volgens Angela Crott worden jongens in deze tijd veel te veel onderdrukt in hun essentie. Vroeger was een knokpartijtje tussen jongens op een schoolplein iets wat regelmatig voorkwam. In het ergste geval kregen de boosdoeners straf en klaar was het. Nu krijgen ze het stempel agressief of worden ze als ADHD'er gediagnosticeerd en wordt ritalin voorgeschreven zodat de jongen rustiger is en zich beter kan concentreren.
Opvallend is hierbij de opmerking van een docente die veertig jaar op vbo/vmbo/scholen heeft gewerkt. Toen zij in 1965 begon had ze niet meer dan één of twee leerlingen waar 'iets' mee was. Dan ging het meestal om een sterfgeval in het gezin of een scheiding. Toen ze ophield in 2003 waren er twee of drie leerlingen waar 'niets' mee was, dat wil zeggen die geen leer- of gedragsproblemen hadden, zoals ADHD, PDD-NOS of dyslexie.
Drukke jongens krijgen sinds 1987 het label ADHD -dromerige meisjes 'lijden' aan ADD -.


Angela Crott stelt dat jongens gewoon een goede leraar/meester nodig hebben die het manlijke voorbeeld geeft. Die leraar moet open en eerlijk tegen de jongens zijn, man onder de mannen. De jongen heeft veel kwantitatieve en mannelijke, aandacht nodig. Jongens willen weten hoe een man zich gedraagt. Initiatierituelen zoals bij sommige stammen in gebruik zijn, zijn zo slecht nog niet. Jongens die samen met hun vader zo'n ritueel doormaakten waarbij ze hun voorbije leven en toekomstverwachtingen evenals de goede kanten van zichzelf met elkaar bespraken, maakten dat zij zich zijn daarna gesteund voelden. De vader liet daarna ook merken dat hij de gesprekken niet vergeten was. De jongen was daarna een echte man, een soort held. Dát hebben ze nodig volgens de schrijfster.
Vroeger was de man degene die kon studeren, hij was de kostwinner, hij had een taak en er werd tegen hem opgekeken. Doordat vrouwen nu zelf hoge opleidingen hebben gevolgd en geld verdienen valt die rol weg waardoor de jongens gaan zoeken naar een andere invulling wat kan uitmonden in 'stoer' drugs- of drankgebruik.


Het onderwerp in dit boek van Angela Crott is op zich boeiend, ze heeft alleen heel veel woorden nodig om haar beweringen en bevindingen te staven en valt daarbij nog wel eens in herhalingen. Het is goed te merken dat ze historica is en veel voorwerk heeft gedaan voordat ze aan dit boek begon. De geschiedenis over het onderwijs is terdege onderzocht en toegelicht en dat is in feite ook het sterkte gedeelte van het boek. Haar betoog over hoe anders jongens zijn en hoe zij benaderd of aangepakt moeten worden, is minder sterk. Ze verdwijnt te vaak in algemeenheden die zowel voor jongens als meisjes gelden. De schrijfster benadrukt o.a. bijvoorbeeld meerdere malen dat jongens een goede begeleiding en duidelijkheid nodig hebben, maar dat geldt toch ook voor meisjes?
Door de uitweidingen en extra toelichtingen hierover leest het boek niet altijd even plezierig, het is soms een flinke klus om toch door de woordenbrij heen te ploegen om bij nieuwe, interessante gedeeltes te belanden. Die interessante stukken zijn er zeker maar de visies van de schrijfster overtuigen niet. In feite verweeft ze honderd jaar onderwijsgeschiedenis met specifiek jongensgedrag en weet daar geen mooi in elkaar vloeiend  geheel van te vormen. Beide onderwerpen komen daardoor niet optimaal uit de verf en dat is jammer.

Het grappige is dat ik tijdens het lezen steeds moest denken aan het boek De gelukkige klas van Theo Thijssen. Daarin wordt élk kind als een unieke persoonlijkheid gezien met haar of zijn kenmerkende gedrag en gewaardeerd om wat zij zijn. Zowel het ondeugende meisje als de onbeholpen maar inzichtelijke jongen, waar Thijssen een vakbondsman uit zag groeien... De leraar zelf is een bevlogen man die zich het lot van de kinderen aantrekt en hen probeert te stimuleren in de zaken waar zij het beste in zijn en te helpen met hun zwakkere plekken.
Als dat nu eens ingevoerd kon worden. Als nu eens weer wat meer naar gekeken werd naar de aanleg en het talent van elk kind persoonlijk i.p.v. de prestatiedwang (vooral door de ouders) die er nu is dan zou er al veel minder 'slechte' leerlingen zijn en mogelijk zelfs het jongensprobleem vanzelf verdwijnen. Misschien is dat ook een onderzoek waard?


Angela Crott (1955) is oud-onderwijzeres, historica en moeder van twee zoons. In 2011 promoveerde ze aan de Radboud Universiteit Nijmegen op het proefschrift Van hoop des vaderlands naar ADHD'er. Het beeld van de jongen in opvoedingsliteratuur (1882-2005). Eerder publiceerde ze Is mijn zoon macho? Over het opvoeden van jongens.


ISBN 9789025439613 Paperback 384 pagina's Uitgeverij Atlascontact mei 2013

© Dettie, 28 juli 2013

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER