Non-fictie

Daron Acemoglu en James Robinson

Wankel Evenwicht
De eeuwige strijd tussen staat en samenleving
Daron Acemoglu en James A. Robinson


Dit boek bespreekt de verhouding tussen staat en samenleving. Een staat die te veel macht krijgt, wordt despotisch. Een samenleving met veel macht en daartegenover een zwakke staat vervalt tot anarchie. Het is van essentieel belang dat er een machtsevenwicht is tussen staat en samenleving.


De twee auteurs hebben hun onderzoek breed opgezet. Ze richten zich niet alleen op West-Europa en Noord-Amerika. Ook Latijns-Amerika, Azië (China en India) en Oost-Europa (Rusland) maken deel uit van hun verhaal.  De auteurs beperken zich niet tot de contemporaine geschiedenis, maar nemen de historie vanaf de Oudheid onder de loep.  Dit grondige onderzoek, zowel in de breedte als in de diepte, stelt hoge eisen aan een auteur wat betreft vakkennis en schrijverschap. De meest uiteenlopende onderwerpen uit verschillende perioden moeten in een goede compositie ondergebracht worden. Wat mij betreft, zijn de auteurs daar uitstekend in geslaagd.


Centraal in hun verhaal stellen zij de schaar. Het ene blad is de staat, de andere de samenleving. Om een vrije en welvarende samenleving te krijgen is een sterke staat nodig, die wetten uitvaardigt, de orde handhaaft en publieke diensten levert, met daartegenover een mondige samenleving die de staat controleert en aan de ketting houdt. Als de bladen te ver uit elkaar staan, heeft een van de twee het overwicht. Komen de bladen te dicht bij elkaar dan functioneert noch de staat noch de samenleving goed. Staan de twee bladen in de goede verhouding tot elkaar dan is er een corridor waarbinnen een samenleving tot bloei kan komen. Elke generatie moet die balans zien te vinden en in stand houden. Met behulp van een figuur maken de auteurs de verschillende mogelijkheden heel inzichtelijk.


De rijkdom aan deelonderwerpen in dit boek is zo groot dat ik ervan afzie de lezer een selectie te presenteren. Ik zou de lezer op het verkeerde been kunnen zetten en het boek tekortdoen. Mensen die het nieuws goed volgen krijgen hier verhelderende achtergronden en de historische wortels van hedendaags nieuws gepresenteerd. Misschien kan ik het boek het beste typeren door een citaat van de Duitse theoloog Marin Niemöller (1892-1984; hij heeft zeven jaar gevangenschap in Sachsenhausen en Dachau overleefd) aan te halen (te vinden op blz. 569):


Toen de nazi’s de communisten arresteerden, heb ik gezwegen;

Ik was immers geen communist.

Toen ze de sociaal-democraten gevangenzetten, heb ik gezwegen;

Ik was immers geen sociaal-democraat.

Toen ze de vakbondsleden kwamen halen, heb ik niet geprotesteerd;

Ik was immers geen vakbondslid.

Toen ze de Joden opsloten, heb ik niet geprotesteerd;

Ik was immers geen Jood.

Toen ze mij kwamen halen

Was er niemand meer die nog protesteren kon.


De bibliografie telt maar liefst 23 bladzijden. Er is geen notenapparaat. In plaats daarvan geven de auteurs per hoofdstuk een toelichting en bronvermeldingen. Een originele oplossing, want een uitgebreid notenapparaat maakt een boek meestal minder leesbaar. Uiteraard is er weer wel een register.


Dit boek is een aanrader voor mensen die in een vrije democratie leven of daar naar snakken. Ik heb slechts één opmerking, en ik geef tegelijk toe dat het om een pietluttig detail gaat. Het is een aanvulling en geen correctie. Op blz. 510 staat dat de Nigeriaanse dictator Sani Abacha vermoedelijk aan een overdosis viagra is overleden. Wikipedia vermeldt dat Abacha al jarenlang ziek was en aan een ernstige leverkwaal leed als gevolg van buitensporig drankgebruik. Hij stierf aan een hartaanval. Viagra zou dus inderdaad het laatste zetje gegeven kunnen hebben, maar Wikipedia rept daar niet over.


Daron Acemoglu is hoogleraar economie aan het MIT. James A. Robinson is politiek wetenschapper en econoom. Hij is hoogleraar aan de University of Chicago. Beide auteurs schreven eerder Waarom sommige landen rijk zijn en andere arm. Dit boek is eveneens bij Nieuw Amsterdam verschenen.


ISBN 9789046824955 | Omvang 640 bladzijden | Paperback | Nieuw Amsterdam | juli 2020

© Henk Hofman, 24 juli 2020

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER

 

Waarom sommige landen rijk zijn en andere arm
Daron Acemoglu en James Robinson


De vraag die de schrijvers van dit boek zich stellen is simpel; Waarom zijn de verschillen in inkomen en levensstandaard tussen de rijke landen en de arme landen van de wereld zo enorm groot? Vaak wordt als antwoord op deze vraag een geografische of klimatologische oorzaak gegeven. De schrijvers van dit boek, die vijftien jaar onderzoek deden, vinden die antwoorden maar ten dele bevredigend. Om dit aan te tonen beginnen zij dit boek met het verhaal van de stad Nogales. Nogales ligt deels in de Verenigde Staten en deels in Mexico, en wordt in tweeën gedeeld door een hoog opgetrokken hekwerk. Aan de Noordkant van het hekwerk, in  de Verenigde Staten, hebben de meeste burgers een goede opleiding en voldoende gezondheidszorg. Er is een hoge levensverwachting, een goed wegennet, telefoon, riolering, en weinig corruptie. Een inwoner aan die kant van het hek is gemiddeld zeven keer zo rijk als een inwoner van Mexico, en meer dan tien keer zo rijk als  een inwoner van Peru of Midden Amerika. Aan de Zuidkant van het hek, in Mexico, is de kindersterfte enorm, de meeste volwassenen hebben geen voortgezet onderwijs genoten, de infrastructuur is slecht, er is veel criminaliteit, veel corruptie, en nog maar kort democratie. De geografische gesteldheid, het klimaat en de aanwezigheid van ziekteverspreiders, zijn aan beide kanten van het hek gelijk.


Het antwoord op de vraag waarom het ene deel rijk is, en het andere arm, ligt volgens de schrijvers dan ook niet zo zeer in de omstandigheden, maar in de politieke en economische instituties van een land. Het boek maakt hierbij onderscheid tussen twee soorten instituties. Aan de ene kant heb je landen met inclusieve economische instituties. Dit zijn de landen waar er sprake is van een onpartijdig rechtssysteem, van gelijke kansen op onderwijs, van basisregels om corruptie en fraude te voorkomen, van een goede mensenrechtensituatie, goed geregelde eigendomsrechten, goede toegang tot financiën en leningen, toegankelijke gezondheidszorg, stemrecht en democratie. Een ander kernmerk van een land met inclusieve instituties, is het aanwezig zijn van een gecentraliseerde staat die de orde bewaart, en die wetten en eigendomsrechten respecteert. Rijke landen zijn dus vooral rijk omdat ze in de afgelopen drie eeuwen er op een gegeven moment in slaagden inclusieve instituties te ontwikkelen
De tegenhanger van een land met  inclusieve economische en politieke  instituties, is een land met extractieve economische en politieke instituties. Hier heeft een kleine elite alle macht en rijkdom in handen en wil dit graag zo houden. Goed onderwijs voor de burgers is bedreigend voor die macht, dus er is geen enkele reden voor een extractie economie om daar in te investeren, zo ook niet eerlijke rechtsgang of een  goede financiële infrastructuur. De kleine meerderheid verrijkt zich ten koste van de grote massa, en heeft daardoor de middelen om  legers op te bouwen, rechters om te kopen en verkiezingen te manipuleren. Een ander belangrijk kenmerk van een  extractieve institutie is het ontbreken van gecentraliseerde macht, waardoor  deze landen vaak  ook  nog  eens  bakermatten zijn voor een burger- of stammen oorlog.

Of een land inclusieve of  extractieve instituties heeft ontwikkeld , heeft vaak een geschiedenis die al eeuwen terug gaat,en heeft te maken met allerlei keuzes en omstandigheden, die bij bepaalde landen wél en bij andere landen niet tegelijkertijd samen kwamen.   De éne ontwikkeling bracht vaak de ándere op gang, zodat er in de landen waar bv  de industriële revolutie  de kans kreeg, zoals in Noord Amerika  en Europa, instituties als  het bankwezen een enorme groei door maakte. Hierdoor konden burgers veel makkelijker dan in de landen waar dit niet gebeurde, geld lenen en een bedrijf beginnen, waardoor zich tegelijkertijd vaak ook een onafhankelijk rechtssysteem ontwikkelde om dat allemaal eerlijk te laten verlopen. Allemaal instituties die in déze werelddelen al eeuwen verankerd zijn, en in grote delen van Afrika, Azië en Zuid Amerika niet. Het is boeiend om te lezen hoe klein de samenloop van omstandigheden soms waren, waardoor het ene land of werelddeel de éne kant op ging, en het andere de ándere kant. Iedere regio heeft zijn geschiedenis, vaak ook bepaald door slavernij en kolonisatie waardoor allerlei instituties geen kans kregen, maar overlappend is dus dat de meeste arme landen extractieve instituties hebben.


De oplossing voor de armoede in de wereld ligt volgens de schrijvers van dit boek dan ook vooral  in het omvormen van extractieve instituties  tot inclusieve. Een moeilijke ambitie, want landen met extractieve  instituties kennen vaak  een neergaande spiraal, en een vicieuze cirkel. Welvaart, zo is de boodschap van dit boek, kun je dan ook helaas niet fabriceren. Wat wel kan, is de  Inclusieve elementen die in een  land al aanwezig zijn zo goed mogelijk ondersteunen. Investeer, zo is de oproep, je ontwikkelingsgeld dus vooral in het vormen van inclusieve politieke en economische instituties. In eerlijke rechtsgang, in toegang tot goede financiële systemen en leningen, in publieke diensten, in mensenrechtenorganisaties en burgerrechten, en in goede scholing. Probeer je hulp zó te structureren dat groepen en leiders die anders uitgesloten zijn van macht  bij de besluitvorming betrokken kunnen worden en dat een groter deel van de bevolking meer zeggenschap krijgt. De schrijvers van dit boek willen met hun visie op de oorzaken van armoede ook oproepen te stoppen met het geven van niet-effectieve hulp, waarbij uitgegaan wordt van de verkeerde oorzaken van armoede. Pas als je uit gaat van de echte oorzaken, kun je zo goed mogelijk helpen, is hun pleidooi.


Dit boek gaat uitgebreid  in op situaties  van heden en verleden in verschillende landen en werelddelen, tot de Maya cultuur aan toe...  Er worden veel sociaaleconomische termen gebruikt, maar die worden helder uitgelegd, wat het boek ook voor leken zeer goed leesbaar maakt. Ik vond het een boeiend, informatief en goed onderbouwd boek, wat mij aan het denken zette over de gangbare visie op oorzaken van rijkdom en armoede. Zéér aan te bevelen voor beleidsmakers, maar ook voor de geïnteresseerde krantenlezer, die iets meer van deze materie wil weten.


ISBN 978 90 468 13720 Paperback 496 pagina’s Uitgeverij Nieuw Amsterdam Oktober  2012
Vertaling Chiel van Soelen en Pieter van der Veen

© Willeke, 23 november 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER