Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

Haaientanden
Anna Woltz


Dit kinderboekenweekgeschenk 2019 is mijn eerste Anna Woltz en het smaakt naar meer, véél meer. Het verhaal raakte me en is mooi klein en optimistisch gehouden ondanks het best zware onderwerp.

Het gaat namelijk over een meisje, Atlanta, dat een bizar plan heeft, maar ze móet het doen, ze moet iets afzweren, ze moet iets in beweging zetten, ze is het lange, lange wachten zo zat. Ze wil en zal en moet in één dag het IJsselmeer rondfietsen. Met 12 boterhammen met kaas, vier bananen, een aantal flessen water én haar nachtbeugel in haar fietskratje gaat ze vastbesloten op weg.


‘Mijn vader en moeder wachten. Ik fiets. [...] Als ik iets op de wereld kan veranderen, als ik ook maar iemand kan laten zien dat ik er álles voor overheb — nou ja, dan is dit mijn manier. Deze tocht.’


Ze heeft een strak tijdschema in haar hoofd en als ze zich daaraan houdt dan moet het lukken... Maar al na 4,9 kilometer botst ze tegen een jongen, Finley, op.Na 40 kilometer duikt hij opeens weer op, aanvankelijk tot Atlanta's ergernis. Maar er is iets aan Finley dat ze toch ook wel prettig, bijna vertrouwd vindt. Hij vertelt dat hij weggelopen is en nooit meer teruggaat. Het enige wat hij meegenomen heeft zijn twee haaientanden, die brengen geluk volgens zijn moeder. Langzamerhand komen we er achter waarom hij weggelopen is en wat de reden achter Atlanta's fietstocht is.


Het is een ontroerend verhaal dat juist door zijn eenvoud zo krachtig is. De kinderen voelen elkaar aan en helpen elkaar verder op een manier die volwassenen niet zouden kunnen. Jammer dat het een bibliotheekboek is, want ik zou het graag op mijn koesterboeken-plank willen zetten.


Zie ook het interview met Anna Woltz over dit boek - inclusief foto's over dezelfde fietstocht als in het boek, die Anna zelf ook fietste. -


ISBN 9789059654983 | Hardcover | 96 pagina's | NUR 280 | Querido/CPNB | oktober 2019
Met sprekende zwart-wit illustraties van Maartje Kuiper | Leeftijd ca. 8 jaar

© Dettie, 15 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het wonderbaarlijke verhaal van de kleine prins
Naar Le Petit Prince van Antoine de Saint-Exupéry
illustraties: Mark Janssen
tekst Tiny Fisscher


"Als jij een vriend wilt, maak mij dan tam.'
"Hoe doe ik dat?' vroeg de kleine prins.
"Vooral door veel geduld te hebben,' antwoordde de vos.


Het is altijd een risico om een klassieker, zoals het boek 'De kleine prins' is, te gaan bewerken. Het is niet voor niets een klassieker, dat betekent vaak dat alles qua stijl en tekst klopt in een boek en dat de taal tijdloos en universeel is. Toch waagde Tiny Fisscher de stap te nemen en 'hertaalde' het mooie, wijze verhaal naar een vertelling dat ook voor kinderen goed te begrijpen is.


Aanvankelijk aarzelde ik om het te gaan lezen, juist omdat ik het origineel zo mooi vindt. Antoine de Saint-Exupéry namelijk gebruikt precies de goede woorden waardoor het verhaal je zo raakt. Het is een sprookjesachtig verhaal rond een kleine prins en een gestrande piloot. Een verhaal over de diverse karaktereigenschappen van mensen en het grote belang van verbondenheid en liefde voor alles en iedereen. De tekeningen van Antoine versterken het geheel.
Zijn boek is niet echt moeilijk maar inderdaad voor kinderen zal de gelaagdheid van het verhaal en de dieper betekenis waarschijnlijk niet gezien worden. Voor hen is het een sprookje dat ze toch niet helemaal snappen.


Wat Tiny Fisscher nu gedaan heeft is het verhaal in eenvoudige bewoordingen weergeven, zonder de mooie sfeer van het origineel aan te tasten en dat is knap.
Het blijft een sprookje, het verhaal blijft wonderlijk en apart, gelardeerd met een vleugje mysterie maar toch is het eigentijdser en duidelijker. Het is een prachtig vloeiend geheel geworden zonder het lichte en sprookjesachtige te verliezen. Maar evengoed komt de diepere essentie van het verhaal ook uitstekend naar voren.


De afbeeldingen van Mark Janssen zijn perfect hierbij. Ook hij heeft de sfeer van het origineel weten te behouden, hoewel de prenten toch in zijn heel eigen stijl gemaakt zijn. Petje af.


Eigenlijk moeten we deze twee mensen bedanken voor dit prachtige boek (én Antoine de Saint Exupéry natuurlijk). Het is echt zo'n boek dat je nooit meer kwijt wilt!

ISBN 9789021418452 | Hardcover | 88 pagina's | Uitgeverij Volt | september 2019
Afmeting 18,5 x 26 cm | leeftijd 7+

© Dettie, 10 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

James Hond en de elfenbank
illustraties: Arnold Hovart
tekst: Noëlla Elpers



"Mijn naam is Hond, James Hond. Ik zie eruit als een heel gewone hond, meer bepaald een jack russel.  Mijn speurneus is mijn voornaamste wapen." Deze woorden van James blijken te kloppen als een bus want we gaan een spannend avontuur met hem beleven en zijn speurneus heeft daar alles mee te maken.


James woont bij Andreetje van het Zeetje. Het Zeetje is een vlees en visrestaurant dat gespecialiseerd is in zeetong. Maar Martinus, de leverancier, komt de laatste tijd met ondermaatse zeetong aan. Het blijkt dat scheepseigenaar Haaisema met zijn mooie, nieuwe, geavanceerde boten alle grote zeetongen voor iedereen wegkaapt. De kleine visjes blijven over voor de vissers met een gewone vissersboot.


Maar op een dag komt Martinus bij Andreetje en vraagt of hij James een keertje met hem zijn vrouw Lieke mee mag nemen naar zee. Hij heeft namelijk gedroomd dat James precies kon aanwijzen waar de elfenbank lag. Dat is een zandbank waar veel vis te vinden is maar de elfenbank verandert steeds van plaats.
Andreetje - die ene beetje hondentaal verstaat - zegt dat het alleen mag als James het wil, want James is vrij om te gaan en te staan waar hij wilt. Maar James vindt het geweldig, hij ruikt het avontuur al!


En zo gebeurt het dat James als een boegbeeld op het schip staat en de droom uit laat komen. Hij vindt inderdaad de elfenbank! Martinus en Lieke zijn dolblij net als Andreetje, want die kleine visjes kostte hem zijn klanten. James mag nog wel een keer mee...
Minder blij is Haaisema, hij is woedend dat de vangst van Martinus zo goed is en wil zijn geheim weten.


Ondertussen zijn de honden van Haaisema hun eigen spel aan het spelen tegen James. De grote doberman pinscher, Dog X genaamd, slaat erg dreigende taal uit, maar daar kan James wel tegen. Moeilijker heeft hij het met de verleidelijke Honey, de vrouwlijke hazewindhond. James is namelijk helemaal gek van hazewindhonden. Zij probeert door middel van haar verleidelijke gedrag van James te weten te komen waar de elfenbank is. Het is heel moeilijk om haar blikken te weerstaan...


James ondergaat allerlei heftige avonturen dankzij die akelige Dog X, Honey en Haaisema maar weet uiteindelijk dankzij zijn slimheid en geweldige speurneus overal onderuit te komen.


Heerlijk spannend avontuur op EVI-E4 niveau. Bij het verhaal staan heel sprekende, in aparte stijl weergeven, zwart wit afbeeldingen die spanning en de sfeer van het verhaal nog meer verhogen.
Hoewel de taal is soms best pittig voor jonge lezers, vooral het gedeelte over de uitleg rond verschillende boten en de visvangst, leest het toch heerlijk weg.
Verder wordt ook een béétje de problematiek rond visvangst besproken, met name de visvangst naar schol en tong, waarbij de netten teveel over de grond slepen en er zodoende veel bijvangst is waardoor de natuurlijke levensvorm op de bodem verdwijnt..


Zie ook het inkijkexemplaar


Dit is het eerste deel uit de serie James Hond, het tweede deel James Hond en de zwarte vorst is inmiddels ook verschenen.


ISBN 9789461318459 | Hardcover | 124 pagina's | Uitgeverij Van Halewyck | april 2018
Leeftijd 8+

© Dettie, 16 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De zaak Kikker
Rory de Raaf detective dl 4
Illustraties: Ralph Lazar
Tekst: Andrew Clover


In Amerika gaan basisschoolkinderen eten in de kantine van de school. Daar wil Rory, de ik-verteller, meer over vertellen. Er gebeurt namelijk iets vreselijks in die kantine! En het is al zo’n akelige plek, bloedheet en lawaaierig. En de drie dames die daar de baas zijn, die maken het niet veel aangenamer.


Er is het hoofd, mevrouw Rogiers, door de leerlingen De Kikker genoemd (ziehier de titel verklaard!), er is mevrouw Wenskams, die geen woord zegt en er is mevrouw Eetveldt. Op die laatste is Rory wel gesteld, ze maakt namelijk heerlijke perzikcrumble.


Nadat Rory nog wat meer achtergrondinformatie heeft gegeven begint zijn verhaal, een avontuur waarin hij zijn talenten als detective namelijk weer kan laten zien.
Gelukkig laat hij zich terzijde staan door Kato, zonder haar zou hij zich flink in de nesten werken!


Het is de jaarlijkse talentenjacht. Meneer Bommers, de onderdirecteur, kondigt aan dat hij zelf een rap zal doen. Dat vinden de leerlingen heel grappig, een volwassene die gaat rappen? Ze moeten nog even wachten, er zijn eerst anderen die laten zien wat ze kunnen. Als je Rory moet geloven is het niet veel soeps.
En dan mag meester Bommers. De kinderen kijken eerst wat lacherig toe als hij een tekst rapt over de dt-regel, maar al snel zijn ze helemaal vol bewondering. Wat doet de meester dat leuk! Hij zwaait ook met borden, en het werkt aanstekelijk. Al gauw doen ze allemaal mee!


Voor het verhaal begint staat er een tekstje:


‘Wij dragen dit verhaal op aan alle leraren die extra hun best doen om hun lessen interessant te maken – en aan de kinderen die naar hen luisteren.’


Dat heeft waarschijnlijk vooral te maken met deze rap, die een belangrijke taalregel uitgebreid naar voren brengt. Wat zou het in het originele Engelstalige versie geweest zijn?


Maar eigenlijk gaat het boek dus over mevrouw Kikker. Ook zij doet een optreden, maar niet lang daarna hoort Rory een ijselijke schreeuw. En als hij op onderzoek uit gaat zien ze mevrouw Rogiers op de vloer liggen, met een enorme blauwe plek op haar hoofd.  Ze is dood! En dan gaat Rory op onderzoek uit, op zijn eigen onovertroffen wijze, met Kato dus. Doldwaze capriolen halen ze uit om er achter te komen.
Maar hoe graag hij ook een held wil zijn, Rory is toch een heel gewone jongen.


“Wanner ik naar mijn kamer boven ga, voel ik me gespannen. Ik denk voor het eerst: Er was een echtbestaande moordenaar op school vandaag, en ik ben doodsbang. Maar op dit moment ben ik nog veel banger van mijn mama.
Want dit is een van die momenten waarop je niet weet hoe geïrriteerd je mama zal zijn, omdat je niet weet wat zij weet.’’


Dit boek zit vol humor, die door Clover en Lazar zowel in de tekst als in de tekeningen is verwerkt. Véél tekeningen, dus het boek is zeker geschikt voor die kinderen die niet zo graag lezen. Op de binnenkanten van de omslag worden alle personages getekend voorgesteld.


ISBN 9789403214139 | hardcover | 360 pagina's | Uitgeverij Ballon| september 2019
Vertaald uit het Engels door Saskia Martens | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 6 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mijn (bijna) perfecte) puppy
Olivia- Mijn geheimen, deel 2
illustraties: Danielle McDonald
tekst: Meredith Costain


In deel een hebben we kennis gemaakt met Olivia, die een dagboek bijhoudt dat niemand mag lezen, vooral haar oudere zus niet. Op de eerste pagina staat dan ook: ‘NIET OPENEN GA WEG’.
Grappig: was het eerst boek vooral roze, dit tweede is vooral blauw! Maar de grappige tekeningetjes, en de woorden met nadruk zijn hier ook aanwezig.


In het eerste deel heeft Olivia een nieuwe vriendin gekregen, Matilda. Zij is wederom van de partij. Makkelijk is het natuurlijk dat ze via een gat in het hek tussen hun huizen heel snel bij elkaar kunnen komen. Maar: dat weet haar puppy ook. Bob is de liefste hond ter wereld, zegt ze, maar ondeugend dat hij is! Zoals honden dat doen begraaft hij vaak spulletjes in de tuin. En hij is dol op vuilnisemmers, daar zitten altijd wel lekkere dingen in.
Aan Olivia de taak om daar iets aan te doen. Ze vraagt de dierenarts om raad. Die zegt dat de hond te veel energie heeft!


Olivia en Matilda weten daar wel iets op: ze bouwen een super ninja-ridder-hondenparcours, speciaal voor Bob. Bob vindt het prachtig, hij legt het parcours steeds opnieuw af, door de hoepel, onder de tafel door, slalommen, springt over hekken, en nog meer. (Alles staat getekend in het boek, je kan precies zien wat de dames gebouwd hebben)
Wie ook dol is op puppy Bob is overgrootmoeder Paula (OGP) dus Olivia neemt de hond mee als ze op bezoek gaat. Maar als ze even niet opletten is de hond verdwenen. Het gevolg van zijn avonturen in het bejaardenhuis is dat hij niet meer mee mag. Maar hoe moet dat nu? Overgrootmoeder Paula is dol op hem!


Het is een echt dagboek, Olivia is er heel eerlijk in. Ze vertel ook wanneer ze moet stoppen  met schrijven, bijvoorbeeld als ze moet gaan eten. En ze vertelt over de ruzie die ze met Matilda had, compleet met tekeningen van twee boze meisjes.
En gelukkig is Olivia een slimme meid: ze vindt er wel wat op! Hoewel…


Meredith Costain is een Australische schrijfster met nog meer boeken voor meiden op haar naam. Ze schreef ook een dagboekserie vanuit Ella, de zus van Olivia, waarvan zes boeken vertaald zijn. Die zijn voor net iets oudere kinderen.

ISBN 9789048846870  | Hardcover | 100 pagina's | Uitgeverij Ballon| september 2019
Vertaald uit het Engels door Saskia Martens | Leeftijd vanaf 7 jaar

© Marjo, 20 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het wonderlijke winterboek
Heel veel hartverwarmende voorleesverhalen over de winter
Diverse auteurs

Meer dan dertig verhalen en gedichten in een mooi gebonden boek, dat Winterboek heet. Inderdaad zijn er een aantal verhalen die te maken hebben met sneeuw en ijs, maar het merendeel gaat over Sinterklaas en Kerstmis. Het zijn verhalen die evenwel altijd leuk zijn, ook als het niet in de maand december wordt voorgelezen!

We beginnen met het verhaal over een kbv-tje (klein-bruin-vogeltje) die in de wedstrijd waarin bepaald wordt wie de winterkoning zal worden, als beste uit de bus komt. Je mag maar één keer raden hoe we dat kbv-tje nu noemen!

 

Dan volgen een aantal verhalen die met 5 december te maken hebben. Daar heb ik een voorkeur voor het verhaal dat geschreven is door Jette Schröder en geïllustreerd door ivan en ilia. Het heet ‘de beste pakjesavond ooit’. En dat is precies de juiste titel. Het gaat over een Piet die de lijst kwijt is waarop stond welke pakjes hij bij welk huis moest afleveren. Bas en Thijs zullen wel eens helpen, zij kennen iedereen in de straat. Het gaat dan ook helemaal goed, tot ze een pakje overhouden: een spelcomputer. Ze hebben er wel zelf om gevraagd maar zijn er van overtuigd dat ze zo’n duur cadeau niet krijgen. Dan is er nog maar één mogelijkheid over: die nieuwe buurjongen, over wie ze gehoord hebben dat hij nooit buiten kan spelen omdat hij ziek is.

Er is een verrassend einde, maar het is vooral een mooi verhaal omdat het gaat om elkaar helpen, over aardig zijn voor de ander.

Maar het verhaal over die enorme hoeveelheid pepernoten is ook leuk, en het verhaal waarin de sint en de kerstman allebei problemen krijgen onderweg naar de kinderen die zitten te wachten is heel goed gevonden. En dan Zina die de Sint wil opvolgen! Een goed plan natuurlijk, want de goedheiligman is al hartstikke oud…

 

Het verhaal over het vieze kerstdiner is erg goed gevonden! Er zijn vast wel (voor)lezers die ook zo’n potje zout willen!

Of Luna die zo graag mee wil doen met de taartenbakwedstrijd, en de prijs helemaal aan haar neus voorbij ziet gaan als mama plotseling weg moet, en oma – die eigenwijze oma! – haar gaat helpen.

Een beetje sentiment hoort er bij: er is een verhaal over de kerstman die zijn muts kwijt is, en een ontroerend verhaal over het kerstspel, dat op school opgevoerd wordt als verrassing voor de ouders.

Nou ja, ze zijn allemaal leuk! Ook de kortere verhalen in rijmvorm zijn fijn om voor te lezen!

Als extraatje is er ook nog een recept om oliebollen te maken. Maar als je dat recept gaat gebruiken, kun je dat beter niet op de manier doen waarop Pip en Papa het doen!

 

Bij ieder verhaal horen tekeningen, steeds door andere illustratoren. En dat zijn allemaal heel vrolijke tekeningen die mooi bij het verhaal passen!

 

Omdat smaken verschillen zijn er verhalen die ik minder leuk vind, en verhalen die ik fantastisch vind.

Toch zijn ze allemaal prima geschikt om voor te lezen! Je kan voor in het boek zien hoeveel pagina’s ze beslaan, handig, want niet ieder kind kan een lang verhaal aan, hoe spannend het ook is.

 

Een aantal verhalen zijn al eerder verschenen, die herken je meestal doordat de personages bekend zijn. Zo hoort Kolletje bij Pieter Feller, en koning Bobbel bij het echtpaar Busser & Schröder.

Andere schrijvers zijn Kees de Boer, Annemarie Bon, Iris Boter, Chariva, Lysette van Geel, Yvon Jaspers, Karine Jekel, Marloes Kemming, Kelly van Kempen, Sjoerd Kuyper, Lisa Manuels, Elisabeth Mollema, Erik van Os & Elle van Lieshout, Isabelle de Ridder, Coco van Rijn, Jette Schröder, Pamela Sharon en Carry Slee.

 

De verhalen zijn geïllustreerd door Myriam Berenschot, Nynke Boelens, Kees de Boer, Tjarda Borsboom, Iris Boter, Charlotte Bruijn, Marijke Buurlage, Job van Gelder, Saskia Halfmouw, Philip Hopman, ivan & ilia, Gertie Jacquet, Aimée de Jongh, Sandra Klaassen, Eefje Kuijl, Merel van Lamoen, Lisa Manuels, Daniëlle Schothorst, Dagmar Stam, Natascha Stenvert, Marije Tolman en Lisa van Winsen.

Oude bekenden en nieuwelingen door elkaar! Een heel erg geslaagd boek. En dus echt niet alleen voor in de winter.


ISBN 9789048849314 | Hardcover | 272 pagina's | Uitgeverij Moon | november 2019

© Marjo, 10 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kapper Tom
illustraties: Arnold Hovart
tekst: Danny De Vos


Eigenlijk is dit zo'n boek waar je niets over moet vertellen maar wat je gewoon moet zien en lezen! Maar ja kinderen (en hun ouders) moeten ook weten dat het boek bestaat dus schrijf je er toch maar een verslag over.


Het boek gaat dus over kapper Tom die het welbekende bloempotmodel aanhoudt. Iedereen die bij hem in de stoel komt te zitten, krijgt een flinke soepkom op zijn hoofd en alles wat daar aan haar onderuit komt, wordt weggeknipt. Het resultaat is prima. Hij noemt het 'de coupe à la kom'. Zijn coupe wordt een ware trend. Maar dan gebeurt er een ramp. De soepkom valt en spat uiteen...


Kapper Tom raakt zijn klandizie kwijt, want zonder kom kan hij niet knippen. Uit verveling wipt hij maar eens binnen bij buurvrouw Kaat van het antiquariaat. En daar gebeurt het! Hij vindt een mooie vaas... en knipt zijn eerste klant een vaasmodel en de militair krijgt een prachtig blokhead dankzij een mooie stevige heel grote mok en wat te denken van een sauskom of een trechter? Dankzij Kaats antiquariaat worden er steeds meer nieuwe modellen geknipt.
De kapsels van Kapper Tom worden een rage!


Men zag langs de drie eikenbomen
steeds meer nieuwe klanten toestromen.
Tom knipte non-stop
en het viel hem op
dat hij vaak van Kaat stond te dromen.


Het boek loopt helemaal goed af, voor Tom en Kaat maar de kleine Andreas is later niet zo blij met de 'kom' die door zijn papa gebruikt wordt. Wat voor kom dat is, moet je zelf maar kijken.


Zo zie je maar dat aanvankelijke pech uiteindelijk heel goed uit kan pakken!

Nu is dit verhaal op zichzelf al heel leuk maar de afbeeldingen zijn nóg leuker. Op grote uitklapbladen zien we de geweldige modellen die kapper Tom met zijn 'kommen' weet te knippen. Er wordt zelfs een koptelefoon gebruikt voor de kalende man... Alles is enorm vindingrijk en vol humor afgebeeld. Zelfs degene die het boek eventueel voorleest zal er veel plezier aan beleven.


ISBN 9789461319173 | Hardcover | 64 pagina's | Uitgeverij Van Halewyck | oktober 2019
Afmeting 21,5 x 25,5  | Leeftijd 6+

© Dettie, 24 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De jongen achterin de klas
Onjali Q. Raúf


Achter in mijn klaslokaal stond vroeger een lege stoel. Nu zit er een nieuwe jongen, hij heet Ahmet. De ik figuur is gefascineerd door deze Ahmet, en probeert samen met Josie, Tom, en Michael contact met hem te krijgen. Maar dat gaat nog niet zo makkelijk. Aanvankelijk blijft Ahmet in de pauze hij binnen en ook na schooltijd is het moeilijk om hem te benaderen omdat hij steeds opgehaald wordt door een mevrouw met een rode das.
De ik-figuur is enorm begaan met Ahmet en neemt steeds iets voor hem mee, een zuurtje, een appel, een sinaasappel. De jongen is verlegen maar ook blij met het lieve giften. Ook blijkt Ahmet heel goed te kunnen voetballen, dat is fijn!

Thuis praat de ik-figuur over Ahmet en mama wijst aan waar Syrië ligt. Mama weet ook dat mensen uit Syrië vast graag granaatappels eten.


"Mama kunnen we er een kopen?"
"wat, lieverd?"
"Een granaat-appel," zei ik zorgvuldig.
"Hmmm... Ze zijn nogal duur... en je kunt ze lang niet overal vinden..." [...]
"Ze keek me aan en glimlachte. "Zullen we proberen of we er een kunnen vinden? Als avontuur voor vandaag?"
Ik sprong blij overeind.  "Mogen het er twee zijn?" vroeg ik.[...]
"Waarvoor heb je er twee nodig? [...]

"Ik wil er twee kopen om er één aan de nieuwe jongen te geven," zei ik.
"Ik dacht dat hij het misschien fijn zou vinden om fruit te krijgen dat hij thuis ook altijd at, voordat de bommen vielen en hij moest vluchten."


Ze moeten een flink eind reizen en zoeken in allerlei winkels, maar uiteindelijk vinden ze de granaatappels.  Ahmet is er verschrikkelijk blij mee. "Thuis" zegt hij. Maar de vervelende klasgenoot Brendan pakt de granaatappel af en gooit het ding over naar andere klasgenoten. En dan gebeurt er iets wat niemand van de andere kinderen durfde te doen. Ahmet valt Brendan aan, hij is niet meer te stoppen! Daarmee is Ahmet in één klap de held en iedereen vond hem gelijk cool! In tegenstelling tot daarvoor... Er werden namelijk allerlei verhalen over vluchtelingen verteld. Vluchtelingen liegen en stelen en pikken de banen in, werd gezegd.


Even is de ik-figuur bang dat Ahmet nu niet meer bevriend wil zijn met hen. Coole kinderen gaan namelijk alleen met elkaar om en de ik-figuur, Josie, Tom en Michael zijn niet cool. Maar Ahmet blijft hun vriend.


De 4 kinderen komen steeds meer over Ahmet te weten, maar op een dag hoort de ik-figuur in de bus twee mensen zeggen dat de Britse overheid over negen dagen de grenzen zal sluiten voor de vluchtelingen. Wat nu? Want hoe kan Ahmet dan ooit herenigd worden met zijn ouders? Er volgt een spoedberaad en uiteindelijk bedenken de vier een wereldplan... Ze halen zelfs de krant!

 

Toen gebeurde het opeens.
Ik kreeg een idee!
Het was het Beste Idee van de Wereld. Het sprong zomaar ineens in mijn hoofd, als een grote kikker, en bleef rondspringen tot ik zeker wist dat het zou werken. Het moest gewoon.
Ik sprong op en pakte mijn schrift om mijn plan te tekenen.
Toen ik klaar was, keek ik ernaar en dacht er nog eens goed over na. Ik wist meteen dat het zou werken, maar alleen als Tom, Josie en Michael hielpen en het geheimhielden.
Ik kroop weer in bed en lag te wachten tot het ochtend werd zodat ik aan de slag kon met het Beste Idee van de Wereld om Ahmet te helpen zijn familie te vinden.
Ik wist dat we allemaal nog nooit zoiets spannends hadden gedaan.[...]


Het is een prachtig, integer verhaal. Juist door het via een kind te vertellen, wordt het veel directer en levendiger. In dit boek wordt op een liefdevolle manier duidelijk gemaakt hoe het leven van een vluchteling in een ander land is. Wat er aan vooraf gaat voordat iemand vertrekt, en wat voor leed het allemaal veroorzaakt zowel voor de thuisblijvers als degene die vertrekken. Natuurlijk is het een heftig onderwerp maar Onjal Q. Rauf brengt het in behapbare taal zonder dat het zijn  indrukwekkendheid verliest.
Eigenlijk een boek dat op alle scholen gelezen zou moeten worden.


ISBN 9789047711773 | Hardcover | 312 pagina's | Lemniscaat | september 2019
Met illustraties van Pippa Gurnick | Vertaald door Tjalling Bos | Leeftijd 9+

© Dettie, 9 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Arachne
Willy de Vries-Kuijken


Een boek over een spin, dat is wel vaker geschreven. Vooral de spin Anansi is heel bekend. Vaak blijkt in de verhaaltjes over spinnen dat mensen ze eng of vies vinden. Of het zijn non-fictieboeken die vertellen over hoe een spin leeft, woont en werkt.

In dit boek vertelt de spin Arachne haar verhaal zelf, helemaal vanaf het moment dat ze geboren wordt...


'Pfff!' zucht een stemmetje. 'Wat een verpakking. Is dat even werken!' Vermoeid hangt een spinnetje half uit de cocon.
 'Zeg dat wel!'
Verbaasd kijkt ze op. Ze ziiet dat een broertje zich ook naar buiten heeft weten te werken.
'Hoi', groet ze, terwijl ze zich uit de cocon hijst. 'Ik dacht dat ik er nooit uit zou komen!'


Haar broer vertelt dat hij bij het uit de cocon kruipen zijn uitsteeksels bij zijn kaken is kwijtgeraakt en daardoor weten we gelijk dat die nodig waren om die cocon kapot te maken. En dat is het knappe van dit boekje. Doorheen het hele verhaal vertelt Arachne wat er allemaal gebeurt in haar leventje, inclusief het verwisselen van 'jurk' ofwel het wisselen van velletjes omdat ze eruit gegroeid is.


We lezen over de eerste keer dat ze een draad spint om zich daarna door de wind te laten meevoeren, lekker zwengelend aan die draad. We maken kennis met Araneus Diadematus, kortweg Arie, die Arachne haar naam geeft en vertelt dat zij kruisspinnen zijn.
Ze leert Theridium Ovatum, ofwel Terry de kogelspin, hoe hij een web moet maken, want dat kan hij niet zo goed. Maar bij dat gedeelte wordt het wel een beetje moeilijk. Arachne heeft het over de hoofdkabel en raamdraden en een vangspiraal en nog meer webtechnieken. Het is jammer dat Arachne er geen tekening bij gemaakt heeft zodat ook mensenkinderen snappen wat Arachne bedoelt.


Bij een aanval van een sluipwesp die het feeënlampje van Arie's nichtje probeert de doorboren, leert Arachne nog andere spinnensoorten kennen die ieder hun eigen vaardigheden hebben zodat uiteindelijk de enge sluipwesp verjaagd kan worden.
En uiteindelijk merkt Arachne, dat ze Arie wel héél erg leuk vindt...


Op zich is het dus een erg leuk verhaaltje dat op een heel speelse manier veel informatie over spinnen geeft maar wat ontbreekt zijn toevoegende afbeeldingen. Zonder die afbeeldingen is namelijk niet alles even goed te volgen. Vooral het verhaal over het weven van een web is veel te technisch voor kinderen, één afbeelding erbij met de namen van de draden bijvoorbeeld zou genoeg zijn geweest. Ook het feeënlampje komt niet goed uit de verf, ondanks dat daar - op de volgende pagina - wel een getekende afbeelding bij gemaakt is. De sluipwesp en zijn boor én het 'lampje' zijn wel te zien maar het is niet duidelijk. Dat is jammer. De gekleurde potloodtekeningen zijn sowieso niet erg goed. Ze komen een beetje knullig over. De zwart-wit afbeeldingen zijn beter gelukt.


Kortom, de informatie is goed, het verhaal apart, maar de uitvoering, zeker wat de afbeeldingen betreft, kan een stuk beter.


ISBN 9789491777950 | paperback | 40 pagina's | Uitgeverij Eigenzinnig | november 2019
Leeftijd ca. 7+

© Dettie, 29 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De vuurtoren
illustraties: Annette Fienieg
tekst: Koos Meinderts


Oma droomde er als meisje al van, later zou ze in de ronde kamer in de vuurtoren gaan wonen.


En haar droom kwam uit, want in de ronde kamer woonde Jonas, de zoon van de vuurtorenwachter, en Jonas droomde van oma, die toen nog geen oma was, maar een vrolijk meisje met appelrode wangen.
O, dacht Jonas, als ik ooit nog eens die wangen mocht kussen.


En dat mocht hij. Alleen was dat jaren later. 
Jonas trouwde met oma, die nog steeds geen oma was, en droeg haar helemaal de trap op. Eenmaal boven droomde ze een nieuwe droom. Ze droomde over een kleine Jonas en ook hij kwam er.
En ook deze Jonas trouwde en er kwam weer een kleine Jonas bij en oma, die nu wel een oma was, mocht voor hem zorgen.


Oma was heel lief voor haar kleine Jonas. Oma leerde Jonas alles wat hij moest weten en ze vertelde hem eindeloos verhalen over de twee ander Jonassen, over opa Jonas hoe lief hij was geweest en over haar zoon Jonas, die de weide wereld in getrokken was. Oma vertelde en vertelde en Jonas luisterde.


En toen kwam de dag dat Jonas, oma naar boven droeg, net als opa heel vroeger gedaan had. En later vertelde Jonas aan oma de verhalen, want zij wist ze niet meer zo goed. Samen keken ze naar buiten, naar de eindeloze zee, waar opa zwaaide...

Een prachtig, liefdevol kippenvelverhaal over de cyclus van het leven met even zo mooie illustraties die bol staan van de levenslust. Meer moet er niet over gezegd worden. Dit is een boek dat je moet lezen en herlezen en herlezen en daarna doorgeven aan kinderen en later de kleinkinderen en weer later aan...


ISBN 9789056379094 | Hardcover | 40 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | februari 2007
Leeftijd 7+

Dettie, 18 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER