Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

Stinkhond aan het strand
Colas Gutman


Dit is het derde boek van een nieuwe serie, Stinkhond genaamd, bedoeld voor beginnende lezers.
Voor wie hem nog niet kent, hij wordt aldus voorgesteld:


Dit is Stinkhond.
Hij ruikt naar sardientjes en ziet eruit als een gerafeld tapijt.
Stinkhond is niet alleen lelijk en dom, maar hij heeft ook een hart van goud.


Of hij stinkt kunnen we niet beoordelen, gelukkig maar. Lelijk, ja, hij is niet bepaald de hond die je zou uitkiezen. Maar aan de binnenkant van de omslag staan nog veel meer honden die er niet zo aantrekkelijk uitzien. Ze kijken allemaal zo boos! En dat geldt niet voor Stinkhond: die ziet er heel vrolijk uit!  En of hij dom is? Slim kan je hem inderdaad niet noemen, maar hij is vooral naïef. En dat zijn beste vriend een kat is zegt inderdaad wel dat hij een hart van goud heeft. Want Plattekat is zo mogelijk nog lelijker…


‘Hoor je dat, Plattekat? Dat klinkt fantastisch. Wij gaan ook een kind adopteren van de Kotelet d’Azur.’
‘Verwacht er maar niet te veel van, Stinkhond. Wie wil er nu een dweil en een kat die op een frisbee lijkt?’


In dit derde deel hebben Stinkhond en Plattekat het niet best. Het is snikheet, zelfs de vliegen sterven als vliegen!
Ze hebben een reisfolder te pakken gekregen – niet zo gek, ze leven van wat ze in vuilnisbakken vinden – en zouden graag naar de Côte d’Azur willen. Dat ziet er zo mooi uit… (bedenk wel: dit is geschreven door een Franse schrijver, de Côte d’Azur is dus niet zo ver voor de vrienden)
En dan komt het zomaar op hun pad, een kansje om te gaan! Want er is een zomerkamp voor vergeten dieren!
Er staat een lange rij bij de aanmelding, maar de leider ziet Stinkhond en zegt: ‘Volgens de traditie is het laatste plekje voor de zieligste verschoppeling.’
Nou, en dat is Stinkhond. En Plattekat mag mee.


Daar gaan ze, met de bus vol vergeten dieren komen ze aan aan het strand waar ook de Beach Club is. Maar daar mogen ze niet in.
Als ze Bermuda Boy ontmoeten denken ze een kind te kunnen adopteren. Dat deze jongen andere plannen heeft, dat hebben ze niet door. Toch komt het indirect door deze Bermuda Boy dat ze een ticket winnen voor de Beach club!
Daar ontsnapt Stinkhond maar net op het nippertje aan de dood, en blijkt Bermuda Boy een onverwachte kant te hebben.


Stinkhond, de titel zal meteen aanspreken bij de doelgroep, kinderen van een jaar of 8. Het verhaal vast ook, Het verhaal is verdeeld in behapbare hoofdstukken, waarin het verhaal wel doorloopt maar toch afzonderlijk te lezen valt. De hond en de kat zijn dikke vrienden en moeten het samen opnemen tegen de andere verlaten dieren die niet allemaal even aardig zijn. Behalve de labrador dan, dat is een schat van een hond. Dat kunnen we van pitbull of buldog niet zeggen.


Colas Gutman won 2012 de Franse Prix sorcière – een Franse prijs voor kinderliteratuur - in de categorie 'Eerste lezers'.
Marc Boutavant is een succesvolle Franse illustrator van kinderboeken. Hij illustreerde o.a. voor Actes Sud junior, Nathan, Seuil jeunesse en Milan.


ISBN 9789401468138 | hardcover | 36 pagina’s | Uitgeverij Lannoo | juni 2020
Illustraties van Marc Boutavant | Vertaald uit het Frans door Sylvia Vanden Heede | Leeftijd vanaf 8 jaar.

© Marjo, 25 juni 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De jongen, de mol, de vos en het paard
Charlie Mackesy


'Het is een boek dat ontdekt moet worden', vertelt Charlie Mackesy ons in het YouTubefilmpje waarin we de schrijver/illustrator aan het werk zien en daarmee raakt hij inderdaad de kern van het boek. Dat maakt het ook zo moeilijk om te omschrijven, want het is niet te vertellen je moet het zien, lezen, voelen.

Het tot stand komen van deze uitgave is al bijzonder, Charlie Mackesy plaatste namelijk regelmatig een tekening met een tekst eronder, en kreeg daar zoveel reacties op dat er een dialoog ontstond tussen zijn lezers en Charlie. Het waren niet zomaar dialogen maar gesprekken die verder, meer de diepte in gingen en erg persoonlijk waren. Dat inspireerde hem om ermee door te gaan, want de dialogen, de interacties, waren de moeite waard. Uiteindelijk resulteerde het in dit boek dat een soort mix is geworden van de verhalen van Winnie de Pooh en De kleine prins, maar toch een heel eigen stijl heeft gekregen. 


Het is geen chronologisch verhaal maar meer mooie, ontroerende, gevoelige, diepzinnige tekstjes met eenvoudige maar rake tekeningen, die in zijn geheel ons toch het gevoel geven dat we een heel bijzonder verhaal gelezen hebben.


Zoals de titel al zegt zijn de hoofdpersonages de jongen, de mol, de vos en het paard.
De jongen is eenzaam als hij de mol tegenkomt en zij beginnen elkaar, en zichzelf, gelijk vragen te stellen in de vorm van korte opmerkingen en zinnetjes. Ze constateren en leren. De jongen merkt bijvoorbeeld op:


Raar eigenlijk, wij zien alleen onze buitenkant maar bijna alles gebeurt van binnen.


Later komt de vos erbij, die aanvankelijk aanvallend is maar de mol bevrijdt hem uit de strik, waarmee gelijk hun vriendschap voor eeuwig bezegeld is. En het paard is de kers op de taart. Hij is het zachtaardigste en wijste van allemaal. 
Met zijn vieren trekken ze verder en leren veel van en met elkaar.


De vos is vrij stil, het leven heeft hem pijn gedaan.


De vos zegt eigenlijk nooit iets,' fluisterde de jongen.
'Nee. En het is heerlijk om hem bij ons te hebben,' zei het paard.


Maar hoe langer de vos optrekt met het groepje hoe meer hij uit zijn schulp kruipt, hij gaat zich steeds beter voelen.
Op geven moment vraagt paard hem:


We hebben allemaal een reden nodig om door te gaan, wat is het jouwe?
'Jullie drieën', antwoordt de vos.

'Eerlijk gezegd,' zei de vos, 'heb ik vaak het gevoel dat ik niets interessants heb te vertellen.'
'Iets eerlijk zeggen is altijd interessant,' zei het paard.


Maar ook het paard heeft zijn moeilijke momenten gehad.


'Wat is het moedigste dat je ooit hebt gezegd?'  vroeg de jongen.
'Help,' antwoordde het paard.


De symboliek is groot in dit boek. Paard heeft bijvoorbeeld een grote gave, hij kan vliegen, maar hij is ermee gestopt omdat het andere paarden jaloers maakte. Bij de jongen, de mol en de vos mag hij zichzelf zijn. 'Wij houden van je, of je kan vliegen of niet, zegt de jongen. En we zien vervolgens een prachtig paard met vleugels verschijnen!


Met zijn vieren doorstaan ze een heftige storm, en de weg die ze te gaan hebben is lang...


We hebben nog zo ver te gaan zuchtte de jongen.
'Ja maar kijk eens hoe ver we zijn gekomen,' zei het paard.


En zo kun je blijven doorgaan met vertellen en citeren maar zoals gezegd 'het is een boek dat ontdekt moet worden'. Gewoon zelf kijken, lezen, proeven is mijn advies. Het is gewoon een heel mooi uitgevoerd, universeel boek met een vriendelijke, hoopvolle inhoud vol levenswijsheden. De afbeeldingen zijn eenvoudig maar raak. Je zou het boek wel aan iedereen cadeau willen geven.


'Ik hoop dat dit boek je aanmoedigt, misschien om onbevreesd te leven met meer liefde voor jezelf en voor anderen. En dat het je aanspoort om hulp te vragen als je het nodig hebt - wat altijd moedig is om te doen.' wenst Charlie Mackesy ons toe. Dat gaat vast lukken!


ISBN 9789026623844 | Hardcover | 128 pagina's | Kok Boekencentrum jeugd | maart 2020
Vertaald door Arthur Japin | leeftijd van ca 8 jaar tot ver in de 100...

© Dettie, 6 juni 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het schedelrijk
Deel 4 uit de serie De Engste Serie Ooit
Tjerk Noordraven


Wie de serie gevolgd heeft – wel aan te raden om alles goed te kunnen volgen – heeft wel een vermoeden wie die man is die op het laatste moment een kist meegeeft aan de kapitein van een schip. Zeker als hij zelf in die kist gaat liggen.
Het schip meert af langs de Seine in Parijs, waar alle bemanningsleden door die enge man de stad in worden gestuurd met een opdracht…

Volgens de wetten van Transsylvanië moet iedere oudste zoon in zijn dienst treden. Dragos was een oudste zoon en wist dat ook hij aan de beurt zou komen. Op zijn elfde werd hij inderdaad gebeten. Dragos was voortaan een vampier… Maar voor hij ingelijfd kon worden in de hofhouding van Graaf Dracula, werd de kist waarin hij lag meegenomen door een spookhuiseigenaar. Hij moest dienen als attractie, net als enkele lotgenoten: Eus, de faun; Prins Toet, de mummie en een hellehond met drie koppen, kortweg Hond genoemd. 


Vanaf de dag dat zij met z’n vieren uit het spookhuis gered werden door Nera, een gewoon meisje, zijn ze onafscheidelijk geweest. Dragos wilde naar Transsylvanië om te zien hoe zijn ouders het stelden. Dat was niet zo best: ze zaten in de gevangenis! Natuurlijk probeerde hij hen te redden, met de hulp van zijn vrienden. Het griezelige avontuur dat volgde leidde er toe dat hij zich de eeuwige woede van Graaf Dracula op zijn hals haalde.


Nu hij in Parijs is, houdt de graaf zich schuil in een onderaards gangenstelsel waar eeuwenoude schedels en botten liggen (NB: In Parijs bevinden zich inderdaad uitgestrekte catacomben. Een deel ervan is een toeristische attractie. Je kan er de beenderen van miljoenen Parijzenaren bekijken)
Heer Dracula is druk bezig een vampierleger te vormen.
De vijf vrienden weten hem te vinden – niet zonder slag of stoot overigens – om dan te ontdekken dat het  doodeng is daar onder de grond. Ze krijgen te maken met vampierratten, vampiersoldaten en ook hellehonden. Even was Hond blij: soortgenoten! Maar helaas gehoorzamen zij Graaf Dracula, en hebben ze helemaal geen behoefte aan een nieuwe vriend. Het is dus nog gevaarlijker dan levensgevaarlijk in die onderaardse gangen! En ze weten ook de weg niet.


‘Opeens verschuift er onder haar voet een steen.
Met een smak schiet ze onderuit. Haar zaklamp klettert uit haar handen.
In vliegende vaart schuift ze over de harde rotsbodem omlaag, suist een fractie van een seconde door de lucht en landt dan met een klap op iets hards.
Het is geen stenen bodem of rots waar ze op landt, het zijn een soort losse staven, die verschuiven zodra ze zich beweegt. Haar linkerhand vindt houvast op een rond, hard iets.
Kreunend drukt ze haar lichaam overeind.
De zaklamp ligt rechts van haar, met het schijnsel op de rotswand gericht. Zonder op te staan, strekt ze haar arm uit, grijpt de zaklamp en schijnt om zich heen.
Ze gilt van schrik.’


Waarom gilt Nera? Ziet ze Graaf Dracula, of iets wat nog enger is? Zal de graaf hen te pakken met zijn sterke leger?
Het lijkt schier onmogelijk om te ontsnappen…


Ook nu geldt: dit verhaal is niet voor watjes! Het is echt een doodeng en griezelig verhaal, de fantasie van Tjerk Noordraven gaat aan de haal met allerlei monsters en andere griezelige elementen.
Mocht je in Parijs komen, laat die catacomben maar even links liggen, en kijk uit in de duisternis. Overdag ben je wel veilig, vampiers houden absoluut niet van licht!


Zoals in de eerdere boeken is ook hier een zwarte rand aan de randen van de pagina, is er veel witruimte en zijn de dialogen to the point. Met de korte hoofdstukken die eindigen met cliffhangers, is het opnieuw een flitsend verhaal. En de omslag: echt heel mooi werk van Esther Malaparte!


Vergeet niet de website van Tjerk Noordraven te bezoeken: https://www.tjerknoordraven.com


ISBN 9789048845941| hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Moon | maart 2020
Illustraties en omslag van Esther Malaparte | Leeftijd 9+

© Marjo, 3 april 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Petrova en de wolf
illustraties: Myriam Berenschot
tekst: Bart Demyttenaere


Dit verhaal is gebaseerd op de muzikale vertelling van Sergej Prokofjev. Het gaat over Peter die bij zijn opa aan de rand van het bos woont. Hij heeft geen ouders meer. Peter leest graag en luistert veel naar muziek, iets wat zijn opa niet prettig vindt. 


'Stop met lezen' snauwt hij.
En zit niet zo te dromen, Peter.
Je lijkt wel een meisje.
Speel liever met een bal
of met autootjes.'


Maar Peter wil dat helemaal niet, hij haat autootjes, en als opa hem net een meisje vindt, dan wordt hij toch een meisje...
Hij pakt zijn moeders trouwjurk uit de grote kist en hij maakt zich op. Vanaf nu heet ik Petrova, besluit hij. Hij gaat stiekem de tuin uit, ook al wil opa dat niet hebben, en gaat naar het bos.


Het roodborstje is niet zoals opa, het vogeltje vindt Petrova in haar jurk prachtig, net als meneer Eend, die aangewaggeld komt. Maar de vogels zijn onderling niet zo aardig. Ze beginnen te kibbelen en daardoor zien ze de kater niet, gelukkig waarschuwt Petrova de vogels.


Ondertussen is opa wakker geworden en komt ook het bos in. Petrova moet terug komen, zegt hij, weer de tuin in, want er lopen wolven in het bos. En net als hij  dat gezegd heeft komt er inderdaad een wolf aan en die slokt meneer Eend in één hap naar binnen...


En dan laat Petrova zien dat hij met of zonder jurk, met of zonder muziek of boeken, een heel dapper en slim meisje is!


Het verhaal laat zien, dat je altijd jezelf moet blijven, ook al willen anderen, zoals opa in dit verhaal,  je veranderen. Het maakt niet uit wat je doet als je maar doet wat bij je past, zonder een ander daarmee kwaad te doen natuurlijk. Petrova wil dat iedereen eerlijk wordt behandeld, zonder boosaardigeheid. Daarnaast is Petrova ook nog eens heel dapper, iets wat opa niet verwacht had van dat 'meisje'.


De afbeeldingen zijn kleurrijk en levendig. Het zijn lieve, stoere illustraties, zoals Myriam Berenschot meldt op haar website.


Kortom, een goed verhaal dat naast dat het een mooie boodschap heeft, ook erg leuk om te zien en te lezen is.


ISBN 9789044837889 | Hardcover | 40 pagina's | Uitgeverij Clavis | februari 2020
Afmeting 29,8 x 21,8 cm | Leeftijd 6+

© Dettie, 25 maart 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vader en dochter
Michael Dudok de Wit


'Vader en Dochter is oorspronkelijk een animatiefilm (9.22 minuten) van Michael Dudok de Wit uit 2000. De film kreeg een groot aantal prijzen, waaronder de Oscar voor beste animatiefilm in 2001. In 2007 kreeg deze film een plek in de canon van de Nederlandse film. De film heeft bijzondere geluidseffecten. Het mooie aan dit filmpje is dat er niet ingesproken wordt, de beelden - en muziek-  spreken voor zich.'


In de animatiefilm zien we een vader die op een dijk afscheid neemt van zijn dochtertje. Hij stapt in een boot en vertrekt. Het meisje wacht de hele dag op zijn terugkeer, maar hij komt niet meer terug, nooit meer. Vervolgens zien we het meisje in de loop der jaren keer op keer over de dijk fietsen, haar vaders fiets staat er nog steeds en valt langzaam uit elkaar. Het leven gaat maar het filmpje laat het stille verdriet zien van het meisje. Het zijn kleine momenten van even denken aan haar vader, daar op die dijk.We volgen het meisje tot ze zelf een oude vrouw is. Het water aan de dijk is opgedroogd en op een dag stapt zij de dijk af en wandelt over de ontstane vlakte naar...

Het filmpje is erg ontroerend en aangrijpend. Het vertaalt heel mooi het blijvende gevoel van gemis.


En nu is er een boek gemaakt van beelden uit dat animatiefilmpje en deze keer wordt er wél 'gepraat' maar dan in de vorm van tekst. De tekeningen blijven schitterend en hebben opnieuw impact. De kracht van het beeld is opnieuw groot en vertelt eveneens de mooie geschiedenis van de vader en het meisje. Maar... het boek had ook zonder woorden gekund. Nu is het hele fijngevoelige, dat de kracht van het filmpje was, dankzij de toegevoegde tekst verdwenen of in ieder geval sterk verminderd. Het is nu een verhaal geworden wat ingevuld is met woorden. De eigen invulling, de eigen interpretatie, is daardoor weggehaald.


Een eventuele verklaring voor het toevoegen van tekst is dat het filmpje meer voor iedereen is, voor zowel kinderen als volwassenen. Dit boek is echter voor kinderen vanaf 7 jaar. Mogelijk dat daardoor de tekst toegevoegd is om toch het een en ander nader te verklaren.
Toch, voor wie het filmpje niet kende zal dit boek wél het nodige effect hebben, want het blijft gewoon een prachtig verhaal.


Michael Dudok de Wit is een Nederlandse animator, filmregisseur en illustrator. Hij is sinds vele jaren gevestigd in Londen, waar hij prijswinnende reclamefilms regisseert en animeert. Hij illustreert ook kinderboeken.


ISBN 9789025878894 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Leopold | februari 2020 (Vijfde druk)
Afmeting 30,2 x 23 cm|  Leeftijd 7-12 jaar

© Dettie, 13 maart 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ken je die mop…?
Illustraties van Sam Loman
Marianne Busser en Ron Schröder


Moppenboeken voor kinderen, dat zijn meestal boekjes vol erg flauwe grappen, met meerdere op een pagina, waardoor het het soort boek is dat je op het kleinste kamertje neerlegt. Daar heb je meestal maar even tijd om dan een paar moppen te lezen, en het niveau past bij de omgeving…


Nu is het niet zo dat in dit boek van Marianne Busser en Ron Schröder geen flauwe moppen staan. Die van dat kind die dropjes uitdeelt op school tot ze op zijn, dan weet iedereen wat er gebeurt, en er is die ene over twee vliegen die zitten te eten, waarbij de een zegt: ik ken een mop, en de ander reageert: ‘geen vieze hoor, ik zit te eten.’
Dat is ook best flauw, maar het is natuurlijk wel op rijm gezet, en er is een leuke tekening bij. Het is dan bladvullend, zoals de meeste moppen in dit boekje zijn. Het zijn er ruim twintig.


Maar er is ook een mop over een juf die aan de leerlingen vraagt om een opstel te schrijven over voetbal.


‘Denk aan de spelers of de trainer
de scheidstrechter en aan de bal
tribunes, spandoeken en bekers
en welke club er winnen zal

Maar je moet er wel voor zorgen
dat alles op één blaadje past
dus schrijft Liv dit korte opstel:

Ha ha, nee, ik ben die laatste regel niet vergeten, maar wat daar staat, dat verklap ik niet.


Die van dat meisje die in de dierenwinkel een konijntje komt uitzoeken, die vind ik persoonlijk niet echt grappig. Het antwoord op de vraag van de eigenaar ‘Wil je een hele zachte of één waar je mee kunt spelen?’. Ach, arm konijntje…
Maar of de mop je bevalt of niet, het zijn allemaal leuke rijmpjes, en allemaal met vrolijke illustraties van Sam Loman, die vooral hele leuke dieren tekent.


Marianne Busser (1958) en Ron Schröder (1958) hebben samen inmiddels ruim driehonderdvijftig boeken en meer dan duizend liedjes gemaakt, waaronder De Winkeltjes en De sproeipoeper.
En Sam Loman maakt ook zelf mooie boeken: http://www.sam-illustraties.nl

ISBN 9789000371778 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | juni 2020


Afmeting 22,8 x 16,2 x 0,9 cm| Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo, 26 juni 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Eefje en de dieren
Matt Haig


Als haar vader zegt dat ze bijzonder is, dan zal dat wel, denkt de elfjarige Eefje. Of zeggen alle vaders dat? Maar zelf vindt Eefje ook wel dat ze een talent heeft. Behalve dat ze eigenlijk alles weet over dieren, kan ze ook hen praten! Ze kan horen wat dieren denken, en soms ook kunnen dieren horen wat zij dan terugdacht. Van haar vader mag ze dit absoluut tegen niemand vertellen en nog liever heeft hij dat ze ook niet probeert om met dieren te praten. Maar zeg nou zelf: behalve dat het leuk is, is het ook prettig om bijvoorbeeld te praten met die mus – Hip heet hij – over hoe ze haar moeder zo erg mist.
En het brengt haar ook in de problemen. Op school zit in een te kleine kooi een konijn, Kahlo heet hij. Als Eefje hoort dat hij het verschrikkelijk vindt in die kleine ruimte en dat hij terug wil naar het bos, waar hij ook vandaan komt – hij is dus geen tam konijn! – besluit Eefje hem te helpen ontsnappen.


‘Als ik ooit iets voor je kan doen, moet je het gewoon vragen.’ zegt hij voor hij weg hopt.


De directeur is erg boos en roept haar vader op school. Ze dreigt zelfs om Eefje van school te sturen. Dat weten ze te voorkomen, maar Eefje moet haar vader nu echt beloven niet meer met dieren te praten.  Ze belooft het en probeert het ook echt, zeker als haar vader heeft uitgelegd wat er met haar moeder gebeurd is, die ook met dieren kon praten. Eefje begrijpt dat het gevaarlijk is voor haar.
Maar Eefjes oma denkt er toch anders over. Zij wil juist dat Eefje haar talent ontwikkelt, en oefent met haar. Stiekem. Eefje is namelijk niet voor niets gezegend met dat talent. Ze heeft een missie. Ze moet de wereld redden.


‘Alles is onmogelijk totdat je het doet. En jij zult het doen. Het is een vorm van zien waarvoor je geen ogen nodig hebt. Een vorm van proeven, maar dan met je geest. Elk dier is verbonden met elk ander dieren. We zijn allemaal met elkaar verbonden. Dat is de keten van het leven. Vier miljoen jaar geleden hadden we allemaal een gemeenschappelijke voorouder…’


Natuurlijk ontdekt haar vader het toch. Want er gebeurt iets waardoor ze niet anders kan dan met een dier praten. Met een leeuw zelfs.  Niet alleen haar vader, maar de hele wereld weet binnen de kortste keren wie zij is. Ook de man die zo gevaarlijk is.  

Het duurt even voor het verhaal op gang komt. Je kan natuurlijk niet zomaar ineens een meisje zijn dat de wereld moet redden. Er moet uitgelegd worden waarom het gevaarlijk is om dit talent te hebben. Er is een voorgeschiedenis nodig. Nu weet Haig dat interessant genoeg te brengen. Praten met dieren is iets wat iedere lezer wel wil kunnen, en dat doet Eefje vanaf het begin. Aanvankelijk is het alleen voor de lol, maar vanaf het moment dat ze er anderen mee kan helpen, en dat opvalt, komt ook de spanning in het verhaal. Want dan vertelt haar vader haar wat voor meisje ze is, en heeft haar oma die plannen met haar. Niet dat de volwassenen het verhaal maken, dat doet Eefje toch echt zelf.
Samen met de dieren. In het bijzonder konijnen!


Een goed verteld bijzonder verhaal, met een magisch tintje en een fijne spanningsboog. Leuke zwart-wit tekeningen maken het af. Vooral als er een aantal pagina’s gevuld worden met posters voor vermiste dieren. Het is niet grappig dat ze vermist worden, maar de tekst op die posters maakt toch wel dat je af en toe grinnikt.
De aangegeven leeftijd is 8+, dat vind ik toch wel wat aan de jonge kant. Voorlezen kan prima, maar voor zelf lezen zou ik zeggen: 10+


Matt Haig (1975) is de auteur van vijf romans, waaronder de bestseller The Humans. Zijn werk wordt gepubliceerd in meer dan dertig landen en de filmrechten van zijn debuut The Last Family in England (2004) zijn gekocht door de productiemaatschappij van Brad Pitt. Haigs eerste kinderboek, Shadow Forest, won vele prijzen, zoals The Smarties Book Prize.


ISBN 9789048850945 | Hardcover | 224 pagina's | Uitgeverij Moon| februari 2020
Illustraties van Emily Gravett | Vertaald uit het Engels door Merel Leene | Leeftijd vanaf 8 jaar.

© Marjo, 8  april 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Geloof
Ieder zijn eigen verhaal
Henk Linskens


Het meisje in dit boek onderzoekt het woord geloof, ze kijkt wat geloof nu eigenlijk is, want elk verhaal dat je verteld wordt of gelezen hebt dat geloof je of niet. Dat kan tot gevolg hebben dat je, als je angstig of verdrietig bent, door een verhaal kunt geloven dat het allemaal zo erg niet is.
Er zijn verhalen over oorlog en bommen maar ook over vrede en vriendschap. Er zijn verhalen over echtheid en schoonheid, over geloof, bijgeloof, ongeloof.
Verhalen die je laten dromen of wetenschappenlijke verhalen, die maken dat je erin kunt geloven.
Maar waar draait het nu eigenlijk om? Moet je álles geloven?  Of juist niet? Is er wel een verhaal dat helemaal waar is? Dara draait het in dit boek om.


Het filosofische verhaal is verder voorzien van bijzondere illustraties vaak vol bloemen en kleur. Maar de tekst vormt af en toe ook een tegenstelling met de afbeeldingen. Bijvoorbeeld bij de tekst: "Misschien geloof je in verhalen waarin vrede en vriendschap bergen verzetten, en oorlog en bommen niets uithalen.' Op de bijbehorende afbeelding zie je deels het meisje op een witte duif in een vrolijk landschap vol kleurige bloemen en grappige huisjes. Maar het andere deel van de tekening is donker/zwart, de wereld staat in brand, gezichtjes worden weggedragen op een brancard, donkere figuurtjes sjokken met hun huis op hun rug verder... In welke deel van deze illustratie geloof je? Welk deel is waar? Of zijn ze alle twee waar?


De teksten zijn overwegend positief, de afbeeldingen ook maar laten dus soms de andere kant zien. Het boek toont waarin je kunt of wilt geloven. In het positieve of het negatieve. In het kleurrijke of het zwart-witte. In de fantasiewereld of de realiteit. 
Het komt er op neer dat ieder heeft zijn eigen verhaal heeft waarin hij of zij wel of niet gelooft.
Maar waar je uiteindelijk in gelooft mag je helemaal zelf beslissen.


In deze tijd van Corona, is dit boek mogelijk wel een prettige aanleiding voor kinderen om deze ziekte te bespreken. Welk verhaal geloof je rond deze ziekte? Welke niet? Welk verhaal denk je dat waar is, welke niet. Wat wil je geloven? Kun je daar ook écht in geloven, enz. maar daarnaast is het gewoon een fijn kleurrijk verhaal, waarin ieder vrij wordt gelaten in hun geloof in iets.


ISBN 9789044838688 | Hardcover | 27 pagina's | Uitgeverij Clavis | maart 2020
Afmeting 29,8 x 21,9 cm | Leeftijd 6+

© Dettie, 25 maart 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Klein verhaal met een hart
verhaal, illustraties en vormgeving: Pieter Gaudesaboos 
tekst: Elvis Peeters


Pagina één: midden op de verder lege pagina staat een rood ‘ding’ getekend, in ei-vorm, met eronder de tekst:

‘Een hart, daar begon het mee.’

Op soortgelijke manier - een tekening en een korte tekst -  gaat het boek verder. Langzaam wordt duidelijk wat er eigenlijk verteld wordt. Er is een vrouw, die ontdekt dat ze een kindje zal krijgen. Terwijl ze het wonder daarvan tot zich laat doordringen is er tegelijk het besef dat er in haar wereld geen plaats is voor een extra hartje. Ze werkt dag en nacht om rond te komen, er is geen man in haar leven, hoe moet ze voor een kind zorgen?


‘Een tweede hart vergt kracht en tijd.’
Schrijnend is het als je op die pagina komt waar alleen dat ene woord staat: ‘Alleen.’


Intussen zie je in de tekeningen hoe het hartje blijft kloppen en het kind groeit. Haar zorgen nemen toe, ze beseft dat ze een beslissing moet nemen. 
Het doet pijn in haar eigen hart, maar het is het beste.


‘Jij bent er. Ergens. Op een afstand.
Ik weet niet waar.’


Ieder jaar denkt ze aan haar kind, en hoopt dat er ooit een dag komt dat ze hem of haar leert kennen.


De manier waarop dit verhaal verteld wordt, over een moeder die haar kind moet afstaan, omdat ze er zelf niet voor kan zorgen, is indringend en overtuigend. Als je een bladzijde omslaat en opnieuw zo’n op het oog eenvoudig tekeningetje ziet, midden op de pagina, met dat tekstje eronder, bekruipt je een gevoel van eenzaamheid, van verloren zijn. Het is onmiddellijk duidelijk dat een moeder haar kind niet zomaar weggeeft. Dat het een vreselijk moeilijke beslissing is.
Maar het verhaal biedt ook hoop, en troost. Want ooit...


Als een pleegouder met haar of zijn adoptiekind dit boek leest, kan het niet anders dan dat kind zijn eigen geschiedenis begrijpt. Ook al is het per geval anders natuurlijk.


Prachtig uitgevoerd boek, uitstekend geschikt om een kind te vertellen over zijn of haar adoptie. Al kan iedereen hier van genieten, zo mooi is het gedaan!


Dit is eigenlijk een boek dat je moet zien. Er over schrijven kan nooit duidelijk maken wat voor boek dit is. Kijk dus vooral naar het filmpje!


https://www.youtube.com/watch?v=BW6Y59QRBpE


Pieter Gaudesaboos (1979, Brugge) is schrijver en illustrator van kinderboeken. Zijn boek Linus won De Gouden Uil Jeugdliteratuur 2008 en Mannetje Koek schrijft een boek - Martha werd bekroond met een Boekenpluim.
Elvis Peeters (1957, Grimbergen) is auteur en muzikant. Deze naam is het pseudoniem van Jos Verlooy. Samen met Nicole Van Bael schreef hij romans. De ontelbaren, Dinsdag en Jacht werden genomineerd voor belangrijke literaire prijzen, en met hun kinderboek Meneer Papier en zijn meisje wonnen ze een zilveren griffel.


ISBN 9789401462716 | Hardcover | 160 pagina's | Uitgeverij Lannoo | februari 2020
Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo, 21 maart 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Verboden te vliegen
Martine Letterie


Voor de Tweede Wereldoorlog hielden veel mensen duiven. Ze werden gefokt om er wedstrijden mee te winnen, maar ze belandden ook wel in de pan als een duif niet goed kon vliegen of als er te veel waren. Ook in het gezin van Fietje, die net als haar oudere broer Marius en hun vader dol op de duiven is.
Het gezin is vrij groot, acht kinderen zijn er al en eentje onderweg, heel normaal in die tijd. Ze wonen in een dorpje vlak bij de Belgische grens.


‘Elke dag zorgt Fietje samen met haar broer voor de duiven in het duivenhok. 'Dan wennen de duiven aan jou, voor als ik er een keer niet ben,' heeft Marius gezegd toen hij haar de eerste keer liet helpen. Maar waarom zou hij er een keer niet zijn? Hij is er immers altijd?’


Fietje weet zeker dat ze de duiven kan verstaan, en zij haar. Dat maakt het allemaal wat makkelijker. Ze heeft een speciale band met de duif Charlie. En Charlie met haar. Dat lezen we in de stukken tekst die vanuit het perspectief van Charlie geschreven zijn. Dan hebben de duiven het over de Pet en de Kuif…
Onder aan de pagina staat dat aangeduid met een tekeningetje van een duiventil.

Maar dan breekt de oorlog uit. Hun vader – op zijn Brabants ‘onspap’ - wordt opgeroepen. Fietje bedenkt een plan om daar een stokje voor te steken, maar zij kan de oorlog natuurlijk niet tegenhouden, evenmin als de maatregelen die de Duitsers nemen.


Het begint kalm, maar wordt steeds erger. Spullen inleveren, fietsen en radio’s, heel vervelend, maar waar Fietje vooral kwaad om wordt is dat de Duitsers ook duiven meenemen. En omdat er boodschappen mee overgebracht kunnen worden, mag er natuurlijk niet meer mee gevlogen worden. Dat mag niet gebeuren, vindt Fietje. Ze zorgen voor een schuilplek, waar de meest dierbare duiven opgeborgen worden. Ze krijgen een bandje om hun keel – krop – om er voor te zorgen dat ze niet kunnen koeren.
Tot haar grote schrik ziet Fietje op een dag dat Marius door de Duitsers wordt opgepakt! Snel geeft ze hem Charlie mee, die kan dan terug komen vliegen met een boodschap.


Het verhaal is opgebouwd uit vier delen: voor de oorlog; oorlog; het begin van het einde; vrijheid. Het is jammer dat het lettertype zo klein is, dat maakt het zelf lezen wat lastiger. Maar Letterie vertelt in eenvoudige taal en om voor te lezen is het in ieder geval uitstekend.
De duiven hebben een zelfde positie in de oorlog als de joden hadden: registreren, allerlei verboden, en tenslotte ‘vervolging’. 
Op een heel leuke manier lezen kinderen hoe het leven in de oorlog was: een compleet andere tijd, dus best lastig dat duidelijk te maken. Maar Letterie slaagt daar wel in. En natuurlijk leren ze ook hoe het allemaal werkt in de duivensport.


De tekeningen van Rick de Haas zijn mooi om naar te kijken.

ISBN 9789025876777 | Hardcover | 140 pagina's | Uitgeverij Leopold | april 2019
Met illustraties van Rick de Haas. | Leeftijd vanaf 6  jaar

© Marjo, 12 maart 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER