Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

Voedertijd
Monster Zoo Deel 1
Tjerk Noordraven


De vader van de achtjarige Jindra Heuvelmans werkt als hoofdoppasser in een dierentuin.
Vijf jaar later ontdekt hij waarom zijn vader hem zulke vreemde dingen liet doen. Ooit legde hij een gevaarlijke slang op zijn bed, Jindra heeft er nog nachtmerries van! Hij moest die slang onschadelijk maken. Gelukkig lukte dat in het echt wel, maar zijn moeder was woest toen ze dit ontdekte. Dan wist ze nog niet eens dat zijn vader hem aan het strand enorme kuilen liet graven in plaats van dat ze gingen zwemmen. Of dat hij zijn hand in een bak met piranha’s moest steken.
Maar de slang betekende wel dat zijn ouders gingen scheiden.


Dat is nu dus vijf jaar geleden, en hij ziet zijn vader niet zo vaak meer. Maar op een dag komt een bekende hem op school halen. Het is Liss, een oppasser in dezelfde dierentuin. Ze heeft slecht nieuws. Zijn vader ligt in het ziekenhuis. Hij is gebeten door een slang of zo, er zit een enorme tand in zijn arm.
Die kunnen ze er niet uithalen, zijn vader is te veel verzwakt. En het gaat slecht met hem. Hij lijkt volledig van de wereld.
Als Jindra hem aanspreekt, doet hij echter zijn ogen open en zegt:


‘Jindra, luister goed. Dit is heel belangrijk. Er is een antiserum. Maar alleen jij kan dat halen.’


Wat zijn vader hem vervolgens vertelt kan Jindra nauwelijks geloven. Onder de dierentuin zit een geheime ruimte, waar draken en monsters gehuisvest zijn. Zijn vader is er Monsterwaker. In die ruimte kan Jindra ook het antiserum vinden dat nodig is voor zijn vader.
En tot zijn verbijstering is Jindra dan al heel snel de opvolger van zijn vader, Monsterwaker no 84. Want er moet wel voor de monsters gezorgd worden! Hongerige dieren zijn immers nog gevaarlijker!
Maar moet Jindra dat helemaal alleen doen? En als er indringers komen, staat hij er dan ook alleen voor?


Gezien het verhaal is het feit dat het hoofdpersonage 12 jaar is wel logisch maar het verhaal is geschreven voor jongere kinderen. Als die maar tegen het griezelgehalte kunnen! De monsters worden beschreven en getekend, als Jindra in het verhaal voor de eerste keer door het verblijf loopt. Daar valt het allemaal nog wel mee, maar het avontuur dat Jindra beleeft als hij ze moet voeren, en later, als er indringers zijn, is heel gevaarlijk, en ook eng. Monsters hebben nu eenmaal grote scherpe tanden en… ze lusten wel een jongetje.
Brrr, als de hoofdpersoon zelf al nachtmerries heeft?


Hopelijk valt dat allemaal mee. De vormgeving van het verhaal is  aangepast aan een jongere doelgroep: er wordt gewerkt met lijstjes, grotere letters en ruimte tussen de regels. Jacqueline Rhijn heeft er leuke tekeningen bij gemaakt (maar ook hele enge).


Tjerk Noordraven (Nijmegen, 1987) is een Nederlandse kinderboekenschrijver. In 2017 debuteerde hij met Het nieuwe spookhuis voor kinderen van 9 jaar en ouder. Het is het eerste boek uit de serie De engste serie ooit. In totaal krijgt de serie acht delen.
Leuk: in het openbaar draagt hij altijd een opgezette vleerhond op zijn schouder!


ISBN 9789048857050 | hardcover | 208 pagina's | Uitgeverij Moon | november 2020
Illustraties van Jacqueline Rhijn | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 21 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vrienden op De Roskam
(Drie in een)
Vivian den Hollander

In deze omnibus zijn 3 boeken opgenomen: De zadeldief, Rijden voor een rozet en De mooiste pony's van stal. Verhalen over de manege die De Roskam heet, met veelal dezelfde personages.
Dat zijn Paulien, Eva en Wout. De instructeur is Kees, en natuurlijk zijn er de paarden die je leert kennen: Paulien rijdt graag op Blem en Wout op Frenkie.


In het eerste verhaal ontdekt Wout dat de zadels zijn verdwenen. Alles is weg! Wie kan dat nou gedaan hebben? En hoe moet het nu met hun les? Geen punt, zegt Kees: ’ook zonder zadel kun je rijden!’
Het is wel een heel avontuur, merken ze, want als er geen zadel is, is er ook geen stijgbeugel. Alleen al op de rug van het paard komen is een hele klus! Het is wel leuk zo, maar ze willen toch de zadels terug.


Rijden voor een rozet, dat gaat over een wedstrijd. Pauline wil graag meedoen maar ze heeft geen wedstrijdkleding: ze moet een zwart jasje hebben. En een witte broek, en bloes. Gelukkig blijkt daar een oplossing voor te zijn, nu nog proberen ook een rozet te winnen.


In De mooiste pony's van stal, het derde verhaal, een niveautje hoger, verwoest een storm de binnenbak. Dat is heel slecht nieuws, want er is zomaar geen geld om alles te vernieuwen! Gelukkig weten de kinderen daar wel wat op. Ze organiseren een feestdag om geld op te halen.


De verhalen gaan over over vriendschap, maar vooral over paarden en de manege, zodat deze  boeken vooral in de smaak zullen vallen bij paardenmeisjes en –jongens. Ook al gaan ze over de gewone dingen die je op een manege mee kan maken, er zit vaart in de verhalen, spanning en vooral herkenning voor de jonge lezer. De leuke tekeningen maken het helemaal af.


Deze bundel is op AVI-M4 niveau, dat is voor kinderen die bij lezen een niveau hebben dat de meeste kinderen halverwege groep vier bereiken.
Er zijn ook boeken in deze serie die op E4-niveau zijn geschreven, dat is net iets moeilijker. Dat is overigens wel leuk, dan kunnen kinderen binnen dezelfde serie ‘verder’ lezen.

De serie bevat:

AVI M4 De zadeldief; Een cap en laarzen; In het zadel; Rijden voor een rozet; Op pad met de huifkar
AVI E4 De mooiste pony's van stal; Naar buiten; Slapen in een stal; Een pony met streken; Pony in nood
AVI M5 (nog een tikje moeilijker) Een veulen bij De Roskam; Stapvoets door de sneeuw


Vivian den Hollander (1953) was voordat ze fulltime schrijfster werd leerkracht. Ze is onder meer bekend door haar voorleesboeken voor kleuters, en schreef boeken op AVI niveau over hockey, ballet, voetbal en dus paardrijden. Haar werk is veelvuldig getipt door De Nederlandse Kinderjury.


ISBN 9789000371327 | Hardcover | 96 pagina's | Van Holkema & Warendorf | oktober 2020
Illustraties van Saskia Halfmouw | Leeftijd vanaf 7 jaar.

© Marjo, 15 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Winter & Wonder
Deel 3 Oma Knetter
Sophy Henn


De oma van Jet is absoluut niet zo'n oude rustige dame met al grijzend haar zoals oma’s vaak voorgesteld worden. Nee, oma Knetter is heel bijzonder, ze gedraagt zich heel jong, bijna alsof ze zelf nog een kind is. Ze is grappig en haalt kattenkwaad uit! Want ze doet precies wat ze zelf wil! Toch is dat niet altijd leuk, dat zal Jet gaan ontdekken.


Maar, als de Winter Wonder talentenjacht er aan komt, is het wel fijn dat oma er is. Die talentenjacht is iets nieuws, Jet heeft nog nooit meegemaakt dat zoiets in hun dorp kwam. En iedereen mag meedoen! Nou, Jet dus ook! En oma Knetter heeft theaterervaring, dus zij kan vertellen wat het allemaal inhoudt.
Jet vertelt haar vrienden Maartje en Ward over de auditie.


‘We waren het erover eens dat we ABSOLUUT AUDITIE MOESTEN doen, want zij mochten ook nooit op het podium met de zwierige rode gordijnen komen. Om de een of andere reden mochten we niet meedoen met het kerststuk op school, zelfs niet in de rol van een ster. En Bas Blomme mocht wel een ster zijn, terwijl hij SCHREEUWZINGT. Dus we bedachten dat de winterwondertalentenjacht onze kans was om te SCHITTEREN. Als sterren. Alleen NIET als kerststerren.’


Oma helpt natuurlijk. Ze bedenken een superglitterig, gezellig zang-en-dans optreden. Mama zegt dat broer Jonas ook mee moet doen. Vooruit dan maar.
Ze hoeven niet naar school, ze hebben sneeuwvrij, dus er is tijd genoeg. Ze oefenen. En oefenen, En oefenen nog meer. En dan gaan ze naar het dorpshuis. Eerst moeten ze oma nog ophalen.
Als ze voor de deur staan te wachten gebeurt iets vreemds, er is ineens een heel helder en verblindend licht! Maar dan staat oma voor hen, ze heeft haar jas al aan.
In het dorpshuis duikt een beroemdheid op – nou ja, in hun dorp is hij heel beroemd! Het is Bobby Warelief, een vriend van oma. Ze hebben altijd veel lol samen en treden nog wel eens op.


‘Maar goed, het was ALTIJD LACHEN als Bobby langskwam, want dan verkleedden OMA KNETTER en hij zich en gingen ze ZINGEN en OUDE-MENSENDANSJES doen.’


Vrienden dus? Dan wordt het vast nog heel gezellig in het dorpshuis.
Dat het heel anders zal lopen, dat verwacht je al wel. Het wordt in ieder geval een superleuk groots feest!!


Het is niet zomaar een blij verhaal. Er gebeuren dingen waardoor alles fout lijkt te gaan, en dat komt doordat oma dus toch niet altijd even aardig is. Ze is ook maar een mens.


Ook in dit derde deel wordt veel gebruik gemaakt van allerlei lettertypes en groottes. Hoe dat bij de jonge lezer werkt? Je hebt de neiging om het woord te schreeuwen als het  in hoofdletters staat. Het is natuurlijk wel bedoeld om te benadrukken wat er gezegd wordt.
Ook de normale tekst is in groot lettertype en er is veel witruimte.
De tekeningen zijn zwart en roze. Oma Knetter is overwegend zwart met roze accenten en Bobby is roze.
Voor de jongens onder ons: laat je niet tegenhouden door al dat roze, want ook voor jullie is het een leuk verhaal!


De Engelse Sophy Henn is schrijver van prentenboeken.
https://www.sophyhenn.com


ISBN 9789463850476 | Hardcover | 142 pagina's | Billy Bones | oktober 2020
Vertaald uit het Engels door Mariella Manfre | Leeftijd vanaf 7 jaar

© Marjo, 12 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mo en Tijger vieren feest
Tekeningen: Gertie Jacquet
tekst: Elisabeth Mollema


In het verhaal over het feest zijn Mo en zijn nichtje Toos de hoofdpersonen. Al zal Sem vinden dat hij er ook bij hoort! Inderdaad speelt Sem, het jongere broertje van Mo best een belangrijke rol. Maar Mo en Toos vinden hem nog te jong, en eigenlijk willen ze liever niet dat hij met hen mee doet. Wat ze van plan zijn?


Binnenkort is het groot feest. De vader van Mo is jarig, maar ook zijn oma. En dat is ook de oma van Toos. Natuurlijk ook van Sem, maar die kan zijn mond niet houden, en wat Mo en Toos van plan zijn, dat moet geheim blijven.
Ze zijn bezig een lied te verzinnen als Sem toch in de hut verschijnt waar ze hun plan ten uitvoer willen brengen. En verdorie, hij wil niet weg gaan. Misschien maar goed ook, want waar Mo en Toos niet meer weten hoe het lied verder moet bedenkt Sem iets.
Dus Sem blijft.


Tijger is er trouwens ook. Dat is Mo’s speurhond. Als je die aan iets laat ruiken, kan hij uitstekend spoorzoeken! Natuurlijk mag hij in het verhaal ook weer zijn best doen. Maar het gaat vooral over het feest, het lied en over het geheim. Want lukt het Sem wel om zijn mond te houden?


Het verhaal is verdeeld in vijf stukken, die steeds op een ander AVI-niveau geschreven zijn. Het eerste is op E3-niveau. Dat kunnen kinderen lezen die het hele jaar in groep 3 hebben leren lezen. De woorden en de zinnen zijn aangepast, maar ook de witregels en de lettergrootte.


‘Waar waren we?’ zegt Mo tegen Toos.
’Dat jouw papa veertig wordt.
En oma zestig.’
’Zestig?’ roept Sem uit.
‘Dat is oud zeg!
Dat is bijna net zo oud als de Sint.
Die is zo oud!‘
Hij doet zijn armen ver uit elkaar.
Mo kijkt Sem boos aan.
‘Ssst! Mond dicht zei ik toch!’


In de volgende delen gaat het van M4 (een half jaar later) naar E4 (aan het eind van groep 4) en dan via M5 tot E5. De lettergrootte verandert, de zinnen worden langer, en er worden moeilijker woorden gebruikt.


‘Opeens klinkt er muziek uit een ruimte ernaast.
Het is keihard en klinkt vreselijk vals.
Ze horen een man die keihard aan het schreeuwen is.
Hij zingt iets als: ‘Voor jou…! Voor jou…! Wau…wau…wau…!
‘Je kunt het bijna geen zingen noemen.
Het klinkt eerder alsof er iets in brand staat.’


Het verschil tussen wat kinderen kunnen lezen aan het eind van groep 3 en aan het eind van groep 5 is overduidelijk. Leuk natuurlijk om zo een kind te volgen met het leerproces, maar waarschijnlijk wil een beginnende lezer ook wel weten hoe het verhaal verder gaat, en mag je als volwassene een deel voorlezen. Tot ze zover zijn dat ze het zelf kunnen lezen.


Het is heel knap hoe de schrijfster een leuke en spannend verhaal weet te maken terwijl ze zich aan de AVI-regels moet houden. Behalve de verjaardagen komen er nog andere dingen in het verhaal voor: over Sem die zo graag leeuw wil zijn, over de speurkunst van Tijger, over konijnen, en natuurlijk die man die zo vreselijk vals zingt…


Elisabeth Mollema (1949) heeft al meer dan 70 kinderboeken geschreven. Over Mo en Tijger zijn meerdere boeken verschenen, steeds in dezelfde vorm, op AVI-niveau. Ze vallen onder de NUR-code 287 – Leren lezen.
De tekeningen van Gertie Jacquet passen prima bij de verhalen. Het zijn vrolijke en grappige illustraties, die zich ook lijken aan te passen aan de niveaus: bij E3 zijn de afbeeldingen groter dan bij E5!


ISBN  9789048856275| Hardcover | 160 pagina's | Uitgeverij Moon | oktober 2020
Leeftijd vanaf 5 jaar 

© Marjo, 8 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Cleo & Bast - De krankzinnige kunstroof
Illustraties: Sonia Menti
Tekst: May-Britt Mobach

In Parijs bevindt zich een bijzonder vijfsterrenhotel. De eigenaresse is de steenrijke weduwe Madame, zij heeft nog meer luxe hotels, maar ze is het liefst in Parijs. Dat komt doordat hier de poezen Bast en Cleo wonen.


Bast is een raskat, met stamboom en laat zich graag verwennen. Eigenlijk vond ze het niet zo leuk dat Cleo (kort voor Cleopatra) ook in het hotel komt wonen. Ze komt van een boerderij, is dus een heel ander leven gewend. Niet dat ze een plattelandskat is, want op die boerderij maakte haar baasje kleding voor de beroemdste modemerken van Parijs. Toen zij overleed kwam Cleo naar het hotel.


Als het verhaal begint, heeft een wereldberoemd model haar intrede gedaan in het hotel. Ze is niet tevreden en dat laat ze horen. De lampen hadden vervangen moeten worden, niet gebeurd. Er hadden gisteren al witte rozen moeten zijn, zodat ze vandaag op hun mooist zouden zijn: niet gebeurd. En ze mist haar speciale geurkaarsen en haar eigen beddengoed.
Al het personeel in het hotel is er stil van. Cleo schrikt zo van het getier dat ze per ongeluk een heel duur vaasje omstoot.
Hoe erg ook, dit voorval breekt de akelige sfeer, want het model is erg gecharmeerd van Cleo en neemt haar mee in haar tas, naar buiten.
En later moet Cleo mee naar haar suite, waar een extravagant feestje gevierd gaat worden. Ze maken er een enorme puinhoop van! En als ze weg zijn ontstaat er brand! Hoe dat nu komt?
Maar: Cleo is nog in de suite! Wat nu?
Gelukkig ontkomt ze, en wat is ze blij als Bast haar opvangt. Zo onaardig is die dan toch niet.


Als Madame op bezoek komt in haar eigen hotel, gebeurt er in Parijs iets vreselijks: er wordt een schilderij gestolen uit het Louvre! Als Madame dat hoort wil ze meteen op onderzoek uit. Het lijkt haar een goed idee als de poezen haar daarbij helpen. Hoe dat in zijn werk gaat, dat wordt een heel verhaal!
En dat staat allemaal beschreven in dit prachtige boek van May-Britt Mobach. Het verhaal is erg leuk, met de nodige humor en lekker veel actie en spanning.


Maar dan: de tekeningen, wow! Je waant je echt in Parijs: de illustraties in sierlijke lijnen stralen een Franse elegantie uit. Je ziet dames op hoge hakken, mannen met flinke hangsnorren en om hen heen luxe en lekkers. Cleo en Bast staan er bij en kijken er naar, als nuchtere katten, die je niet zomaar van hun stuk brengt.
Hoe mooi ook, er is wel een minpuntje: niet alle gebruikte Franse woorden en zinnen zijn correct gespeld. Heel jammer.


May-Britt Mobach (1972) is een Nederlands presentatrice. Zij studeerde aan de Universiteit van Amsterdam, heeft als (hoofd)redacteur gewerkt voor verschillende modetijdschriften.
Het prachtige werk van Sonia Menti kun je HIER bekijken


ISBN  9789048851072 | Hardcover | 112 pagina's | Uitgeverij Moon | oktober 2020
Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 29 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mijn superslimme ik
Jo Simmons


Min, kort voor Minerva, is haar gelukssokken kwijt en is helemaal in paniek. Cornelis vindt dat zijn zus zo overdrijft. Of is hij misschien toch een beetje jaloers? Zij krijgt namelijk wel veel aandacht van hun ouders en Cornelis wil ook wel eens wat. Er is namelijk een uitvindersbeurs in Parijs en daar wil hij heen. Kost maar vijfhonderd euro, zegt hij. Ze kunnen er ook samen heen misschien? Weekendje voor het hele gezin?
Helaas, zijn ouders willen er niets over horen, ze houden zich alleen maar bezig met Min.
Min is superintelligent en doet vaak mee aan wedstrijden en quizzen voor geniale kinderen. En wint.


Maar wat zij kan, dat kan hij toch ook? Zeker als Cornelis hoort dat er een geldprijs aan verbonden is, vindt hij dat hij mee moet doen aan Junior Mega Brein, een populaire kennisquiz. Misschien is hij niet zo geniaal wat het onthouden van feiten betreft, maar hij is een superslimme uitvinder toch? Dan kan hij vast wel iets bedenken om Mins hersens te kraken, zodat hij ook slim wordt.


Natuurlijk gaat dat plan niet slagen, en Min wordt gek van haar broer. ‘Wat doe je toch’?
Maar in bezit van Mins hersens of niet, Cornelis slaagt er wèl in om door te dringen naar de quiz, en dat gaat de meest hilarische scenes opleveren! Of hij er ook in slaagt te winnen en dus naar Parijs te kunnen? Tja… dat wordt heel erg lastig, als je niet weet waar pasta van gemaakt wordt. En ook niet kunt vertellen welk dier er op de vlag van Schotland staat.


Het mooie aan dit verhaal is dat broer en zus eigenlijk heel goed met elkaar overweg kunnen, er is niet echt rivaliteit tussen hen. Min erkent ook dat ze het niet altijd even prettig vindt dat ze steeds maar naar sportclubs en zo moet.


‘Ik heb niet veel vrienden,’ antwoordde Min.
‘De kinderen die ik ontmoet bij alle wedstrijden zijn zo competitief dat het lastig is om bevriend met ze te raken. Het is altijd: ‘Ik ga winnen, ik moet winnen, ga aan de kant want ik moet nog meer winnen!’


En ze wil haar broer graag helpen, maar ziet niet in hoe ze hem alles moet leren wat zij weet.
Dan moet het maar andersom: zij moet meer Cornelis zijn!
En dat wordt een grappige draai aan het verhaal, dat leert dat het belangrijkste is dat je jezelf moet zijn. En dat je de ander ook de ruimte moet laten. Ook ouders versus kinderen…


De tekeningen zijn net als het verhaal erg speels en humoristisch. Er is veel witruimte, waardoor het boek ook voor de minder goede lezers prettig leest. Al is het verhaal waarschijnlijk al genoeg om een kind te boeien! Jongens èn meisjes.


Jo Simmons (Brighton) is journalist. Ze begon boeken te schrijven voor haar eigen kinderen, en deed dat zo succesvol dat er meer kwamen.


ISBN 9789463850346 | hardcover | 216 pagina's | Uitgeverij Billy Bones | september 2020
Vertaald uit het Engels door Pim Lammers | Illustraties van Nathan Reed | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 20 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dylan Haegens stripboek 2


Dit stripboek is geen stripverhaal, het is een bundel korte strips, van een tot drie pagina’s, die steeds met een clou eindigen.

Grappige strips voor alle fans van Dylan, Marit, Teun en Rick, staat er. En dat klopt wel: het is humor voor de liefhebbers. Dat zullen veelal jonge kinderen zijn.
De eerste strip bijvoorbeeld laat de vrienden zien in een raket die op weg is naar… ja, waarheen? Mars, Uranus, Jupiter? Maar voor de beslissing valt laat Rick een scheet. Dus ze keren maar op, want om in die stank verder te reizen?


Verderop: Dylan zit treurig bij een kampvuur en Marit vraagt wat er aan de hand is.
‘Teun heeft mijn tosti in het vuur gegooid.’
‘Met opzet?’
‘Nee, met ham en kaas.’


Zijn er ook strips met ֖échte humor?
Toch wel: die waarin Dylan een trouwpak uit gaat zoeken, die is grappig. En over de taart voor het trouwfeest ook.


Maar over het algemeen zijn het flauwe moppen, ook niet eens allemaal origineel.
De tekeningen zijn eenvoudig van opzet, in primaire kleuren.
Zoals gezegd: voor de liefhebber.


Nadat hij in 2010 begon met een eigen YouTubekanaal, behaalde hij in 2017 daarmee de mijlpaal van 1 miljoen abonnees.
Hij maakt sketches met een team: Teun Peters (camera), Rick Vermeulen (ontwerp/animaties) en zijn vriendin Marit Brugman (scripts en productie).
Sinds 2015 heeft Haegens een videoproductiebedrijf, Haegens Media, officieel "Liever Sociaal" geheten, dat entertainment-content produceert voor zijn eigen YouTube-kanalen en voor klanten van het bedrijf.


YouTube kanaal Dylan Haegens


ISBN 9789048845095 | paperback | 60 pagina's | Moon | november 2020
Afmetingen 29,8 x 21,1 x 0,6 cm | Leeftijd vanaf 7 jaar.

© Marjo, 15 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Erwaseens
Verhalentijdschrift voor kinderen
Erwaseens Nr 1


Lezen is gewoon hartstikke leuk. Maar veel kinderen lezen niet graag (denken ze!). En dat is balen, want lezen is niet alleen leuk, maar ook belangrijk. Kinderen die met plezier lezen, gaan vanzelf beter lezen, schrijven en spellen. Ze leren ook nog eens een berg nieuwe woorden. Allemaal voordelen van lezen!


Dit bovenstaande staat op de site te lezen van het nieuwe verhalentijdschrift Erwaseens voor kinderen van 4 tot 9 jaar. Het blad is gestart in Groot Britannië en daar bleek het een succes. Mogelijk is voor kinderen een tijdschrift ook minder 'beladen' dan een heel boek. Het houdt makkelijker vast, is niet zo zwaar en in een tijdschrift staan veel meer illustraties. De verhalen zijn lekker kort en makkelijk voor te lezen en voor de oudere kinderen prima zelf te lezen.


Het blad is opgezet door Jacqueline Harris, zij is onderwijsadviseur met meer dan 25 jaar ervaring in lesgeven en leesbevordering. Ze heeft altijd bepleit om goede verhalen in te zetten als lesmateriaal.
En ook Rikky Schrever levert haar deel voor het tijdschrift. Zij is kinderboekenredacteur van beroep. Zij is ook gecertificeerd leesbevorderaar bij Leestijd, een samenwerkingsverband van websites die lezen belangrijk vinden. Rikky probeert kinderen op allerlei manieren aan het lezen te krijgen, bijvoorbeeld via leesprojecten op scholen. Ze is van mening dat als je plezier in lezen hebt, het vanzelf goed komt met (technische) zaken als AVI-niveau en leessnelheid. Zo werkte het bij haar eigen kinderen in elk geval wel!
Al met al ontbreekt het bij beide vrouwen niet aan enthousiasme en goed wil. Dat is een ding wat zeker is!


En nu het blad zelf...
Het is gedrukt voor Haloween, dus daar begint het openingsverhaal in rijmvorm mee. Via het verhaal kun je de afgebeelde figuurtjes ook herkennen en daardoor heb je gelijk een soort zoekspelletje te pakken. Altijd leuk!


En dan belanden we bij Assepoester. Nee hè, denk je misschien, dat verhaal heb ik nu al zo vaak gehoord. Maar deze keer gebeuren er heel andere dingen met Assepoester. Ze geeft namelijk samen met haar prins een prachtig pompoenfeest, het is tenslotte herfst. Maar met al die feeën in de buurt loopt het niet helemaal goed, en zo wordt het toch nog een grappig verhaal. Op de bijbehorende afbeeldingen kun je allerlei andere sprookjesfiguren herkennen.


En zo staan er allemaal verschillende verhalen in, sprookjes, wereldverhalen, gedichten, nieuwe verhalen, fabels, mythen en legenden etc.
De verhalen gaan over een tovenaarsleerling, over sterren die huilen, over een broer en zus waarvan de een heel groot is en de ander heel klein wat soms best handig kan zijn... Er is een spannend verhaal over prins Rama en prinses Sita die aangevallen worden. Sita wordt zelfs ontvoerd! En we kunnen een heel leuke versie van de rattenvanger van Hamelen lezen!


Bij al die verhalen staan grote gekleurde afbeeldingen die door verschillende illustratoren gemaakt zijn.
De ene afbeelding is een beetje Disney-achtig, de andere lekker stoer en/of heel vrolijk of een beetje griezelspannend.
Zie ook https://erwaseens.nl/tijdschrift

Bij deze vertellingen staan ook allerlei opdrachtjes die je uit kunt voeren. Aan het eind van het blad zijn verder nog puzzels, woordzoekers, speurtochtjes etc te vinden én er is een prijsvraag. Kinderen zullen het denkelijk allemaal helemaal fantastisch vinden!


ISBN 9789083082202 | Tijdschrift | 50 pagina's | Redactiepakhuis/erwaseens Assendelft | oktober 2020
Vertaald door Marcella Rijntjes en Rikky Schrever | Afmeting: 28,5 x 22 cm | Leeftijd 4-9 jaar

Dettie, 10 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Snelle Bliksem en de bizon
Gerard van Gemert

In de serie ‘Kleine helden van toen’ verscheen een verhaal over een indianenmeisje: Snelle Bliksem heet ze! Als zij op een dag toekijkt hoe haar vader, het opperhoofd van de stam, zich met een aantal krijgers voorbereidt op de jacht, staat ze te trappelen: zij wil ook op jacht!
Maar ze is een meisje, en meisjes, ook indianenmeisjes, jagen niet. Zij leren koken en kleding maken, of ze gaan met andere vrouwen bessen zoeken. Maar dat wil Snelle Bliksem niet, zij kan ook best op jacht vindt ze. En dus tuigt ze - tegen de wens van haar ouders in – haar pony op en gaat stiekem achter de mannen aan. Ze draagt haar kleine broertje op om in de tipi te blijven.
Ja, dat had ze gedacht! Natuurlijk blijft Jong Hert niet alleen achter!
Aan de ene kant is het een probleem dat ze nu opgezadeld is met haar broertje, maar aan de andere kant blijkt het haar redding.
Ze komen in een zeer gevaarlijke situatie terecht, als er ineens een grizzlybeer opduikt. En wat is dat nu, daar is ook een bizon!
En bizons zijn het doelwit van de jagers!


‘In de verte bewoog iets. Vanachter een grote struik kwam de kleine bizon tevoorschijn die ze eerder in het bos had gezien. Het jong werd gevolgd door zijn moeder. Snelle Bliksem herkende haar aan haar kreupele pasjes. Op hetzelfde moment kwam tussen de rotsen een kleine jongen tevoorschijn. Jong Hert! Hij liep in de richting van de kleine bizon en had zo te zien niet door dat hij gevaar liep.’Snelle Bliksem sloeg haar hand voor haar mond. Jaar hartslag versnelde en haar hersenen draaiden op volle toeren.’


Net zoals Selma Lagerlöf dat al deed in 1906 toen ze door door middel van de avonturen van Nils Holgersson kinderen wilde leren hoe Zweden er uit zag – een aardrijkskundelesje dus – zo vertelt Gerard van Gemert met de verhalen over kleine helden over het verleden: was Ragnar en de walrus een verhaal over hoe Vikingen leefden, in Snelle Bliksem gaat het over de manier waarop indianen leefden.


Het verhaal is herkenbaar, ook in deze tijd zijn er meisjes die niet het geijkte stramien willen volgen! Het is spannend, want het is me nogal een avontuur waarin de kinderen terecht komen! De tekst is prima geschikt voor jonge kinderen en als ze niet helemaal voor zich zien hoe het geweest kan zijn, dan zijn er de tekeningen van Rudi Jonkers, die net als in het eerste deel zeer inzichtelijk maakt hoe de omgeving er uit ziet, hoe de indianen gekleed gaan – stoere krijgers met beschilderde gezichten en speren op snelle paarden. Ook hier in mooie kleuren over dubbele pagina’s.


‘Kleine helden van toen
’ is een nieuwe serie van Gerard van Gemert, (1964, Weesp) die vooral bekend is om zijn boeken over voetbal, maar zoveel meer heeft geschreven.
Dit is weer een heel geslaagde serie!


ISBN  9789044838763  | Hardcover | 64 pagina's | Uitgeverij Clavis | oktober 2020
Illustraties van Rudi Jonker | Leeftijd vanaf 7 jaar

© Marjo, 7 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER