Carla Zijlstra

Tussen hemel, ijs en aarde
Carla Zijlstra

De schaatsliefhebbers onder ons kennen haar naam ongetwijfeld nog; Carla Zijlstra. Tienmalig Nederlands kampioen, twee keer tweede bij de wereldkampioenschappen en deelneemster van drie Olympische Spelen, waarbij ze twee keer vierde werd. Een stayer pur sang. In dit boek beschrijft ze haar memoires. Het levert een boeiend en openhartig inkijkje in haar leven als topsporter én in de schaatswereld op.


Het boek begint bijna aan het einde van haar loopbaan, in 1997, in een hotelkamer in Warschau die verdacht veel op een hoerenkamer lijkt. Liggend in bad geniet Zijlstra van de twee medailles die ze dat kampioenschap op de 3 en 5 kilometer gewonnen heeft. Het is het eind van een lange weg met veel pieken en dalen en het resultaat van keuzes die soms dwars tegen de stroom in gingen. Geen makkelijke weg, eentje ook die de nodige offers vroeg en de nodige eenzaamheid en confrontaties met zichzelf en anderen met zich mee bracht, maar wel een weg die altijd weer voldoening gaf. Omdat er uiteindelijk niets fijner is dan het allerbeste uit je zelf halen.


Als kind lag een topsportcarrière niet meteen voor de hand, eerst heeft ze O-benen, later X-benen, waardoor haar benen langere tijd gespalkt moeten worden. Desalniettemin begint ze met turnen, maar via een vriendin komt met schaatsen in beeld, waar ze buitengewoon talentvol in blijkt. Via de gewesten schaats ze zich al snel bij de kernploeg van De KNSB waar ze zich plaats voor de Olympische Spelen in Albertville, waar ze twee keer vierde wordt.


Na Albertville wordt de damesploeg zonder enige noemenswaardige communicatie opgeheven. Alle zekerheden komen op losse schroeven te staan. Na twee onzekere maanden besluit de KNSB toch verder te gaan met de dameskernploeg onder leiding van Henk Gemser. Er wordt vanaf dan eindeloos gesleuteld aan de schaatstechniek, maar in plaats van dat het beter gaat heeft Zijlstra het gevoel dat ze alle grip op wat ze kan verliest;


Ik sla een weg in waarvan ik later niet meer weet hoe ik er gekomen ben. Ik verlies de kunst om gedachteloos te schaatsen en te genieten van het bewegen op ijs, de wind, een rake afzet. Ik heb het gevoel dat ik met mijn techniek een reis maak door Europa; de wegen van Frankrijk en Duitsland herken ik. Ik ben niet te ver van huis en kan zo weer terug. Tegen de tijd dat ik bij Turkije de grens over ben en op mulle zandpaden terecht kom, ben ik mijn vertrouwde omgeving en richtingsgevoel kwijt en heb geen idee hoe ik terug moet. Ik tast volledig in het duister, maar ben te ver weg om grip te krijgen op de situatie. Met een blik op oneindig heb ik nauwelijks gevoel. Ik ben moe van het denken aan techniek, moe van het schaven en polijsten en moe van trainen. Ik ben elke referentie kwijt en heb geen idee wanneer ik uitgerust ben. Mijn heerlijke schaatsgevoel komt zelden langs. Dit zal terugkomen als de techniek is ingeslepen. Ik werk en wacht.


Maar het resultaat blijft uit. Op alle afstanden schaats ze ondanks al het harde werken, langzamer dan het jaar ervoor. En, rode draad in het boek, er is geen enkele ruimte voor communicatie, feedback en zelfs maar de sfeer van veiligheid om te gevoelens onder woorden te brengen, laat staan kritiek te hebben. Ook het teamgevoel ontbreekt volledig, het is ieder voor zich, alle solidariteit ontbreekt.


Zijlstra beseft dat ze het zo niet langer volhoudt, alle bezieling en alle plezier in het schaatsen is weg, ze voelt zich kapot en gevoelloos en op. Ze wil nog wel verder, maar niet meer op de oude voet. Ze besluit meer op haar eigen gevoel en intuïtie te vertrouwen, meer afgewogen en gedoceerd te trainen en niet íedere training voluit te gaan, maar zichzelf ook eens wat reserves te gunnen. Er komt weer balans. Ze presteert ook beter dan de jaren ervoor, ze wordt tweede en derde op de wereldkampioenschappen in Warschau, de scene waar het boek mee begint. Het geeft haar de energie om verder te gaan, en met de Olympische Spelen in zicht is er alle bezieling om nog één keer te vlammen.


Maar weer komt er een kink in de kabel, als net voor de spelen er van coach wordt gewisseld en Sijtje van der Lende in beeld komt, een coach waar ze geen enkele klik mee heeft. Ze besluit dat ze zo niet het Olympische seizoen in wil en zoekt hulp voor het schrijven van trainingsschema’s bij haar oude coach Arie Koops, maar de sfeer in het team is ver te zoeken en ook deze Olympische Spelen worden niet wat ze er van gedroomd heeft. Na de Spelen hoort ze via via dat ze niet meer in de kernploeg zit. Ze vecht deze beslissing aan en krijgt gelijk.


Achteraf gezien vind ze dat ze niet in die ploeg had moeten starten, dat ze de Olympische Spelen desnoods maar had moeten laten lopen, maar dat ze er voor had moeten kiezen om in een team te werken met mensen die ze vertrouwde. Ze besluit te stoppen. Na haar carrière emigreert Zijlstra naar Australië, daar woont ze nu met haar gezin en werkt in de Snowy Mountains als fysiotherapeut.


Dit boek neemt je als buitenstaander mee in een wereld die je alleen van de buitenkant kent. Het is niet altijd een plezierig inkijkje, het gebrek aan communicatie én de beslissingen die soms dwars tegen de belangen van de sporters in, op de vreemdste momenten worden genomen, laten je als lezer vaak met open mond achter. Voor het uiten van gevoelens, twijfels of kritiek is geen enkele ruimte. Het boek schets het beeld van een sporter die in die wereld met vallen en opstaan haar weg probeert te vinden. Ze maakt daardoor keuzes die haar niet altijd in dank af worden genomen, maar blijft wel zo dicht mogelijk bij zichzelf. Het is dan ook een openhartig boek geworden, wat vlot weg leest. Want het moet gezegd, Zijlstra kan écht schrijven.


ISBN 9789089549099 |  Paperback | 322 pagina's | Uitgeverij Elikser | december 2016

© Willeke, januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER