Dik Verkuil

De gedrevene
Joop den Uyl 1919-1987
Dik Verkuil


Joop den Uyl woonde in Amsterdam-Buitenveldert. Ik kwam wel eens langs zijn huis, want mijn huis stond op loopafstand van de bungalow waar Den Uyl woonde. Het was geen buitenissig huis waar de socialistische voorman in woonde en zeker niet te groot voor een gezin met zeven kinderen.


Joop den Uyl was voor mijn generatie een begrip. Twintig jaar lang was hij dominant aanwezig in het nieuws. Den Uyl leek altijd onderweg te zijn, half hollend met wapperende jaspanden, een stapel papier onder de arm geklemd, een sigaar in de mondhoek. De titel van dit boek is dan ook trefzeker gekozen. Den Uyl was een gedrevene. Wat heeft deze man zich afgebeuld. Vergaderen, telefoneren, dossiers bestuderen. Het ging dag en nacht door, zeven dagen in de week.
Den Uyl had een ‘onbedwingbare begeerte om zichzelf te doen gelden’ (blz. 19). Maar het ging hem toch om meer dan alleen persoonlijke eerzucht. Den Uyl wilde toe naar een samenleving waarin macht, kennis en geld gespreid waren over de bevolking. Dat is hem niet meegevallen. Het leven van Den Uyl kwam erdoor in het teken van strijd te staan.


Het boek van Dik Verkuil geeft het beeld van een man die zijn hele leven heeft gevochten. Tegen de oppositie (vooral het CDA van Van Agt en de VVD onder Wiegel), tegen zijn politieke tegenstanders binnen de partij. En thuis zat zijn echtgenote Liesbeth, die hem bij tijd en wijle geducht de les kon lezen over politieke maar ook huiselijke zaken. Ik vroeg me af of Den Uyl wel gelukkig was met zijn leven. Maar als je Verkuil leest, denk je dat hij geen tijd had om over deze vraag na te denken.


Wat of wie inspireerde Den Uyl om zichzelf zo rusteloos op te jagen?
Den Uyl had een stevige Gereformeerde opvoeding gekregen. Tijdens zijn studententijd verloor hij het geloof van zijn jeugd, maar het Gereformeerde stempel is hij nooit kwijtgeraakt. Den Uyl werd een socialist in hart en nieren en droeg dat uit met het charisma van een dominee. Verkuil trekt de parallel met ds. Domela Nieuwenhuis (1846-1919).


Verkuil geeft een spannende beschrijving van de tumultueuze jaren tussen 1970 en 1990. Kwesties die de samenleving onder hoogspanning hebben gezet komen langs: het recht op abortus, de plaatsing van kruisraketten, de Molukse treinkapingen, de oliecrisis, bezuinigingen, de grondpolitiek, de vermogensaanwasdeling, het primaat van collectieve voorzieningen boven particuliere consumptie, de Lockheed-affaire. De belangen waren groot en de visies stonden haaks op elkaar.


Het lezen van dit boek is voor mensen die dit tijdvak bewust hebben meegemaakt een feest van herkenning. Verkuil dist ons het nieuws uit die tijd nog eens op, maar voegt er achtergronden aan toe en mixt het geheel met smakelijke anekdotes. Het is geen boek waarin Verkuil meedoet aan de trend om een ontluisterend beeld van zijn hoofdpersoon te schetsen. Dat idee kreeg ik wel even toen de auteur op blz. 20 zich verwonderd afvroeg: ‘hoe hebben zoveel mensen zolang in hem [Den Uyl] kunnen geloven?’ Het boek maakt duidelijk dat dit meer slaat op diens betweterigheid en drammerigheid, zijn onvermogen om met mensen een persoonlijke band te smeden, dan op een tweespalt tussen zijn socialisme enerzijds en zijn daden anderzijds.


Den Uyl ging voor de mensheid en niet voor de mens. Verkuil geeft daar een prachtig voorbeeld van. Twee keer vergat Den Uyl een afspraak die een journalist met hem had gemaakt. De derde keer ging het goed, maar gaf Den Uyl een monoloog ten beste van anderhalf uur zonder de man tegenover hem aan te kijken. Toen Liesbeth de koffie kwam brengen, zei hij: ‘Deze meneer hoeft geen koffie, want hij gaat zo weg.’ Daarna ratelde hij nog een uur door en schoof vervolgens zijn gast zonder groet naar buiten (blz. 13).


Een andere anekdote die Den Uyl typeert, las ik in een boek van Ben Bot (oud-minister van buitenlandse zaken). Hij wees Den Uyl er op dat zijn overhemd half uit zijn broek hing. Den Uyl zei dat dit goed was voor zijn imago. ‘Dan herkennen de mensen zich in mij en stemmen op de PvdA’ [Ben Bot, Achteraf Bekeken, blz. 116].


Militair historicus Christ Klep verhaalt dat Den Uyl de militaire dienstplicht ontliep, omdat hij niet wilde optrekken ‘met personen waarvan hij ten gevolge van opvoeding en onderwijs sterk verschilt’ [Van Wereldmacht tot ‘braafste jongetje’, blz. 65]. Dit wijst wat mij betreft niet op de hierboven genoemde tweespalt, maar op een ontwikkeling die Den Uyl in zijn denken heeft meegemaakt. Deze mededeling is gebaseerd op de biografie die Anet Bleich in 2008 over Den Uyl heeft geschreven. Volgens Verkuil heeft Bleich in haar biografie een te geflatteerd beeld van Den Uyl gegeven (blz. 14-15).


Het idee voor dit boek kwam van uitgever Henk ter Borg, die Verkuil aanzocht voor deze tweede biografie. Een prima idee en uitstekend is ook de keus voor Verkuil als biograaf. Als je het boek uit hebt, resteert een gevoel van medelijden. Wat heeft deze man, die zich zo uitgesloofd heeft voor zijn ideaal, bereikt? De maatschappij was niet zo maakbaar als deze vurige socialist had gehoopt. Hij heeft leiding kunnen geven aan één kabinet, ook alweer een ‘vechtkabinet’. Op aparte dossiers heeft Den Uyl echter wel successen geboekt. Het beste voorbeeld daarvan is de Lockheed-affaire, waarin prins Bernhard een treurige rol vervulde. De monarchie wankelde. Maar Den Uyl heeft de affaire snel en bekwaam behandeld. Op zijn slotpagina (blz. 414) geeft Verkuil zelf de betekenis van Den Uyl aan:


‘Hij was de laatste PvdA-leider die groot vertrouwen wekte bij de intellectuele bovenlaag én bij de arbeidersaanhang. Tot de dag van vandaag doet niemand hem dat na.’


Dik Verkuil is historicus, journalist bij de NOS en auteur van geschiedenisboeken voor het voortgezet onderwijs. Dit prima geschreven boek beveel ik van harte aan.


ISBN 9789046825648 | uitgeverij Nieuw Amsterdam | Hardcover | Omvang 462 blz. | augustus 2019

© Henk Hofman, 6 augustus 2019

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER.