Nieuwe recensies Non-fictie

Ketokuur 2
Dr. William Cortvriendt
Prof. dr. Hanno Pijl

Pascale Naessens


Na het succes van het boek Ketokuur 1, dat ik helaas niet in mijn bezit heb, is er nu Ketokuur 2 waarin Pascale Naessens dieper ingaat op vragen waar mensen mee zitten wanneer ze eenmaal ketogeen zijn gaan eten.
Dr. William Cortvriend is arts en vertelt over de misvatting over cholesterol als mensen ketogeen eten.
Prof. dr. Hanno Pijl ligt het intermittend vasten en time-restricted eating toe. Beide komen neer op een vorm van periodiek vasten, bijvoorbeeld; per etmaal eet je al je voeding binnen een bepaalde tijdsduur en daarbuiten eet je niets. Of je eet één dag niets, de andere dag wel.

Keto-eten is koolhydraat'vrij' eten. Je mag maximaal 30 koolhydraten per dag, 'waardoor je lichaam niets anders kan dan overschakelen van suikerverbranding op vetverbranding'. 'Door op die manier te eten leer je je lichaam optimaal vet te verbranden als energie. Na een tijdje zal je lichaam vet verkiezen boven glucose als brandstof.  De koolhydraten worden vervangen door gezonde vetten en eiwitten. De schrijfster adviseert om ketogeen eten regelmatig af te wisselen met koolhydraatarm te eten (maximaal 50 koolhydraten per dag)


Veel mensen vallen door ketogeen eten enorm af en ook mensen met diabetes 2 zien hun bloedsuiker spectaculair dalen. Vaak kunnen ze zelfs stoppen met insuline spuiten. Ook hebben zij geen bloedsuikerpieken of - dalen meer. Ook op epilepsie heeft het ketogeen eten een bewezen gunstige werking.
'Bij het ketogeen eten draait het niet zozeer om minder eten maar om anders eten.'


Het grote voordeel voor degene die ketogeen gaat eten is dat het eten volgens de ketogene richtlijnen erg smakelijk is en een verzadigd gevoel geeft, wat veelal ontbreekt bij bijvoorbeeld afvallen door minder calorieën waardoor dit laatste veel moeilijker is vol te houden. Je mag zelfs volle producten eten zoals volle yoghurt, olijfolie, spek etc.
Nadeel is, vooral voor fruit- en groenteliefhebbers, dat veel fruit- en groentesoorten teveel koolhydraten bevatten, waardoor ze niet of in hele kleine hoeveelheden gegeten kunnen worden.


Pascale Naessens haakt hier op in en geeft 75 recepten waarin veel groente gebruikt wordt. 'Het is niet gemakkelijk om lekkere, eenvoudige en aantrekkelijke ketorecepten te maken waarin groenten de hoofdrol spelen,' zegt ze daarover. 'Maar bij een ketogeen dieet zijn groenten misschien nog wel belangrijker; ze zijn je beste bron van vezels op dat moment.'
De heldere introductie en toelichtingen beslaan 59 pagina's en dan volgt een 14-daags schema waarin we dus 14 ketogene ontbijt- lunch- en diner recepten voor 2 personen aantreffen. Bij elk recept lezen we hoeveel eiwitten, koolhydraten en vetten er per persoon in het gerecht zitten, wat erg handig is.

Na het schema volgen nog een aantal extra recepten - inclusief desserts! - en tips voor het geval je uit eten gaat.

Per recept zijn maar een paar ingrediënten nodig, zodat het eten goed betaalbaar blijft. Zelf heb ik al twee gerechten gemaakt, en ze waren prima, er zullen vermoedelijk nog vele volgen. De uitleg is helder, de presentatie is aantrekkelijk, de vorm is duidelijk.
Kortom, een prima boek voor de mensen die inspiratie willen opdoen bij ketogeen eten maar dankzij dit boek vooral leren hoe ze zeer smakelijke ketogene groente - en andere - gerechten kunnen maken.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789401476713 | Hardcover | 223 pagina's met fraaie foto's | Lannoo | mei 2021

© Dettie 10 juni 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kroongetuige
Een ooggetuigenverslag uit de hel van de Chinese concentratiekampen
Sayragul Sauytbay en Alexandra Cavelius


Sauytbay (°1976) is een Kazachse arts, die directrice was van vijf kleuterscholen. Ze groeide op in Xinjiang, een gebied dat groter is dan Duitsland, Frankrijk en Spanje samen en 3.000 km van Beijing ligt. Tot 1949 heette het Oost-Turkestan. Het was slechts heel korte tijd onafhankelijk: van november 1933 tot juni 1934 en van 1944 tot 1949. Toen werd het door Mao ingelijfd bij China, waarvan het 1/6de beslaat. Er wonen vooral Oeigoeren. Al sinds de 18de eeuw maar vooral vanaf 1980 wonen er ook vele Han-Chinezen. Verder ook Kazachen en een tiental andere minderheden. China wint er – ten koste van de natuur – olie, uranium, goud, ijzererts en steenkool.


Vanaf het begin spreekt Sauytbay klare taal over de wrede kampen: de Oeigoeren, Kazachen e.a. minderheden hebben geen enkele misdaad begaan, maar worden wel gefolterd tot ze iets bekennen. Volgens haar zitten ze met 3 miljoen vast in 1.200 bovengrondse en een aantal ondergrondse kampen, waar ze systematisch vernederd, gefolterd en verkracht worden. Human Rights Watch houdt het bij 1 miljoen, in 300 à 400 kampen. China spreekt over ‘centra voor beroepsopleiding’, maar die liggen dan wel achter prikkeldraad en er zitten ook hoogopgeleide professoren bij.


Ze vertelt over haar leven in een arme Kazachse familie met 9 kinderen. Tijdens de Culturele Revolutie pakten de Rode Gardes al hun schapen, runderen en paarden af en voerden ze er een moorddadig schrikbewind. In de jaren 80 werden opnieuw schapen afgepakt door Chinese soldaten en in de kazerne geslacht.
In 1993 mocht ze gaan studeren aan de universiteit van Ili. Ze moest er de kamer delen met 8 Chinese meisjes. Bij anatomie kregen ze gezonde organen van vermoorde Falun Gongers en andere geëxecuteerden als studieobject (p. 59).
Na haar studie vond ze meteen een baan in een ziekenhuis. Na twee jaar ging ze terug naar haar dorp om haar zieke moeder te verzorgen. Ze schoolde zich om tot lerares en leerde in 2002 haar man kennen. In 2004 trouwden ze. De beschrijving van zo’n Kazachse bruiloft neemt enkele pagina’s in beslag.


Vanaf 2006 drong China het Chinees steeds meer op: het onderwijs mocht enkel nog in het Chinees. Het aantal Oeigoeren daalde van 17 naar 11 miljoen en het aantal Kazachen van 3 naar 1,2 miljoen. De anderen zijn spoorloos verdwenen (p. 108). Inheemse leraren moesten geregeld zelfkritiek geven in het publiek, fouten opsommen tegenover de CCP, ook als ze niets verkeerd gedaan hadden. Ze werden dan vervangen door Chinese. In alle tv’s, huishoudapparaten, gsm’s en pc’s  zit afluisterapparatuur (p. 134).


In 2009 werd in Guangzhou een Oeigoers meisje verkracht door meerdere Chinezen. Er kwam een opstand in Urümqi. Deze werd met tanks onderdrukt. In de crematoria werden ook gewonde, nog levende Oeigoeren en Kazachen verast (p. 125-128). In 2014 vonden dodelijke zelfmoordaanslagen plaats in Kunming en Urümqi. De overheid beschouwde alle Oeigoeren als terroristen en bouwde de grootste controlestaat ter wereld uit. Iedereen moest zijn ogen laten scannen en zijn stem laten opnemen (p. 146 - 156).


In 2016 vluchtten haar man en twee kinderen naar Kazachstan. Zij wou volgen, maar haar reispas was ingetrokken. Ze kreeg officieel te horen dat er grote heropvoedingskampen zouden komen om moslims te deradicaliseren. Overal kwamen wachttorens en camera’s, zelfs aan kleuterscholen. Er kwamen ook ondergrondse en onderwater-gevangenissen, waar de slachtoffers de hele dag in het water hangen, tussen hun urine en uitwerpselen (p. 315-317).


In januari 2017 werd Sauytbay thuis opgepakt en met een zwarte zak over haar hoofd ontvoerd. Vier uur werd ze verhoord over de vlucht van haar man en kinderen. Dat herhaalde zich nog 7 à 8 keer in 2017, telkens ’s nachts.


In 2017 werd beslist dat Kazachen 8 dagen per maand in een Chinees gezin moesten gaan wonen en werken. De Chinese man mocht dan beschikken over het lichaam van de Kazachse meisjes en vrouwen. Foto’s van die seksscènes werden op het internet gezet, wat de Kazachen zeer vernederend vonden (p. 185-195).


In november 2017 werd Sauytbay dan zelf in een kamp gestopt. Daar werd ze dus kroongetuige. Ze moest er Chinese les geven aan 56 tot 112 kale gevangenen, van 13 tot 84 jaar oud, van analfabeten tot academici, allemaal levende lijken. Wie weigerde ‘Chinees’ te worden, werd zwaar gefolterd of verdween spoorloos. Ze mochten zich maar één keer per maand wassen, gedurende twee minuten, onder cameratoezicht. De Kazachse en Oeigoerse vrouwen moesten ook pillen slikken om onvruchtbaar te worden. Soms werd een Kazachs meisje verkracht in volle publiek, door meerdere Chinese bewakers na elkaar (p. 227-256).


In 2018 slaagde ze erin te ontsnappen uit China naar Kazachstan, waar ze haar man en kinderen na twee jaar terugzag (p. 266-274). Maar ook daar werd ze opgepakt, ondervraagd, geslagen en opgesloten. Er kwam een proces, waar ze vertelde hoe het eraan toegaat in de Chinese strafkampen. Onder nationale en internationale druk kwam ze vrij. Als wraak werden dan haar jongste zus en haar zieke moeder van 70 jaar in China gearresteerd.
In Kazachstan kreeg ze geen asiel, maar ze mocht in juni 2019, na de machtsoverdracht van Nazarbajev aan Tokajev, naar Zweden vertrekken.


In 2020 kreeg ze uit de handen van Mike Pompeo een internationale prijs voor haar dapperheid.


Ze betreurt dat geen enkel moslimland de strafkampen en de vervolging van moslims (en andere gelovigen) in China bekritiseert. 23 westerse landen doen dat wel. Sommige landen noemen het een genocide, wat overdreven is. 
En ze zegt: “Na dit boek kan niemand nog beweren dat hij of zij niet wist wat er in Oost-Turkestan gebeurt.” (p. 338).


Alexandra Cavelius citeert in het nawoord de Chinese minister van Onderwijs, Chen Baosheng (2020): “In 2049 zal in heel de wereld het onderwijssysteem bepaald worden door de CCP. China zal voorschrijven wat er onderwezen moet worden. Alle scholieren zullen Chinees spreken.” (p. 346-347). Dat weten we nu dus ook.


Beoordeling

Dit verslag van een kroongetuige werpt een heel ander licht op China dan de boeken over het economische succesverhaal. Het kan niemand onberoerd laten. En sommige getuigenissen zoals dat van de Oezbeekse lerares Qelbinur Sidiq, getrouwd met een Oeigoer (De Tijd, 8 mei 2021 / La Libre Belgique, 29/05/2021), vertellen nog ergere zaken over de dwangarbeid, de martelingen, sterilisaties en verkrachtingen. China ontkent dit en zegt dat er enkel terroristen en religieuze extremisten gederadicaliseerd en heropgevoed worden. Zie hiervoor “Chinasquare.be” van 10 mei 2021.


Een kaart met de plaatsnamen ontbreekt: mijn ‘Atlas of China’ had ik dus geregeld nodig.


ISBN 978-94-638-2142-1  | Paperback | 351 pagina's met foto's | Uitgeverij Balans, A’dam/Pelckmans, Kalmthout, april 2021
Vertaald uit het Duits door Inge Pieters

© Jef Abbeel, mei 2021 www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De moord in de Zondagstraat
Het verhaal van een van de grootste moordzaken in Zweden

Peter Englund


Dit boek gaat over een moordzaak die plaatsvond in de Zondagstraat (Söndagsvägen) in Stockholm in juli 1965.


Het boek ademt een beetje de sfeer van de boeken van Sjöwall en Wahlöö. Dat is niet zo vreemd, want het eerste boek van deze auteurs verscheen in hetzelfde jaar. Bovendien heeft de leider van het onderzoek G.W. Larsson als inspiratie gediend voor Martin Beck, de hoofdpersoon in de boeken van Sjöwall en Wahlöö. Deze auteurs worden in dit boek ook een paar keer genoemd. Zo wordt er ook gerefereerd aan een zaak waarin een paar kinderen vermoord zijn. Deze zaak heeft later weer gediend als inspiratie voor het boek ‘De man op het balkon’ eveneens van Sjöwall en Wahlöo. Later komen de auteurs nog ter sprake, omdat ze hun eerste boek ‘De vrouw in het Götakanaal’, dat overigens ook op een waargebeurde zaak is gebaseerd, presenteren.


In dit boek is overigens geen sprake van een gedramatiseerd verhaal, maar het is een puur historisch verslag van de gebeurtenissen. De auteur is ook vrij duidelijk aanwezig in het boek. Hij interviewt wat mensen en in het boek staan ook aantekeningen van de dader, die aangeven dat we hier te maken hebben met een tamelijk verknipt figuur. Deze aantekeningen doen misschien nog het meest aan een hedendaagse thriller denken, waarin een seriemoordenaar rondloopt. Nu zou je de dader waarschijnlijk als incel betitelen. Deze term gebruikt de auteur op een gegeven moment ook.


Als men uiteindelijk een verdachte heeft gevonden, beginnen de verhoren. De verdachte blijft echter ontkennen. Het bewijs dat men heeft, bestaat eigenlijk vooral uit de aantekeningen van de dader, waarover hij zelf zegt dat het alleen maar fantasieën zijn. Er is ook geen direct verband tussen de fantasieën en de moord. De fantasieën zijn deels veel gruwelijker. Een ander stukje bewijs is de verklaring van een vrouw, die hij geprobeerd heeft te verdoven. Verder wordt het indirecte bewijs gevormd door boeken over verdovingsmiddelen en aardappelmeel, dat zowel op de plaats delict, als op de kleren van de verdachte en in zijn woonruimte is gevonden. De geruchtmakende rechtszaak eindigt in een vrijspraak, waarna in hoger beroep alsnog een veroordeling volgt. De dader belandt in een psychiatrische kliniek, waaruit hij weet te ontsnappen.


Wat in het boek opvalt is dat het slachtoffer in het grootste deel van het boek Kickan Granell genoemd wordt. Tegen het einde van het boek is er ineens sprake van Marianne Granell en later van Eva-Marianne Granell. Dat laatste is haar officiële naam, maar ze werd altijd Kickan genoemd.


Het boek is verdeeld in 6 hoofdstukken met een proloog, een epiloog en een nawoord. De hoofdstukken gaan over het misdrijf, de jacht op de dader, de arrestatie, het onderzoek, dat onder andere over de ondervraging van de verdachte en het onderzoek naar hem gaat, de rechtszaak en de ontsnapping. Het laat ook wel zien dat het toeval nog wel eens een belangrijke rol kan spelen.


Het nawoord besluit met de zinnen: “Er zijn overigens weinig literaire genres waar zo’n diepe kloof tussen schijn en werkelijkheid gaapt als in amusementsthrillers. In Zweden beroepen veel schrijvers zich er op dat zij de erfenis van Sjöwall en Wahlöö in stand houden, maar weinigen doen dat ook werkelijk.” Deze opmerking illustreert misschien wel het beste waarom dit boek mij aan de boeken van Sjöwall en Wahlöö doet denken.


ISBN 978 90 00 35719 2 | NUR 320 | Paperback | 287 pagina’s | Spectrum Uitgeverij Unieboek |mei 2021

© Renate, 31 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Samen
Een nieuw sociaal contract voor de 21e eeuw
Minouche Shafik


Een sociaal contract bevat regelingen die een samenleving treft op het gebied van opvoeding en opvang van kinderen, onderwijs, de gezondheidszorg, de zorg voor en aan ouderen, de verdeling van lusten en lasten binnen de generaties en werkomstandigheden (zoals flexwerk, minimumloon, scholing, automatisering).
Wereldwijd staat het huidige sociaal contract onder grote druk. Dat heeft te maken met vergrijzing, de uitputting van het milieu, klimaatverandering, voortschrijdende innovatie en technologische ontwikkeling. Voor de 21e eeuw is daarom een nieuw sociaal contract nodig.


De auteur, Minouche Shafik, geeft in dit boek een voorzet. Ze is bij uitstek geschikt voor die taak. Ze was vicepresident van de Wereldbank, ze heeft gewerkt bij het IMF en de Bank of England. Op dit moment is ze directeur van de London School of Economics and Political Science. Uit dit boek blijkt dat ze een enorme kennis van zaken heeft. Shafik presenteert geen droge stof, maar schrijft helder en boeiend en komt met praktische voorstellen voor een nieuw sociaal contract.


In het Voorwoord maakt Shafik duidelijk dat ‘mensen het nog nooit zo goed hebben gehad’. En toch zijn in grote delen van de wereld de burgers teleurgesteld. Mensen zijn onzeker gestemd over de toekomst en dat uit zich in toenemende woede en bezorgdheid in de politiek, de media en het publieke debat.


De coronapandemie van 2020 heeft volgens de auteur de tegenstellingen verscherpt. Ineens spraken we over ‘vitale beroepen’ zonder wie onze samenleving niet zou kunnen functioneren. Zonder bankiers en advocaten konden we wel overleven, schrijft Shafik, maar winkeliers, verpleegkundigen en ordehandhavers bleken onmisbaar. En toch behoren degenen die in deze sectoren werken tot de laagst betaalden. Het onderling vertrouwen waarop burgerschap en samenleving zijn gebaseerd, brokkelt als gevolg van alle onzekerheid af.


Vandaag de dag vormt de notie van kansengelijkheid de kern van wat veel burgers over de hele wereld verwachten. Het idee dat het hieraan ontbreekt, is een belangrijke oorzaak van bezorgdheid en onvrede. We moeten dus opnieuw nadenken over de vraag wat een samenleving verschuldigd is aan een individu en wat een individu omgekeerd verschuldigd is aan de samenleving.
Binnen het sociaal contract leveren de meeste mensen een bijdrage aan de samenleving in het middelste deel van hun leven, als ze werken, en ze profiteren van regelingen als ze jong zijn (onderwijs) en op hun oude dag (pensioen en gezondheidszorg).


De auteur pleit ervoor om de arbeidsparticipatie van vrouwen te verhogen. Dat is zeer noodzakelijk om de overheidsbudgetten in balans te houden, vooral waar het gaat om de bekostiging van de pensioenen. De beroepsbevolking krimpt immers en daarmee wordt het steeds lastiger om een ouder wordende bevolking te onderhouden.
Op de korte termijn kan een hogere graad van arbeidsparticipatie van vrouwen (en ook migranten) inderdaad een oplossing zijn. Maar, vraag ik me af, is het op wat langere termijn geen uitstel van de problemen? Is het niet noodzakelijk dat het geboortecijfer omhooggaat, zodat er voldoende aanwas van jongeren is?


Shafik noemt drie richtlijnen voor het ontwerp van een nieuw sociaal akkoord. In de eerste plaats moet iedereen beschikken over een zeker minimum aan middelen om een fatsoenlijk leven te hebben. Denk aan gezondheidszorg, een uitkering bij werkloosheid, onderwijs en pensioen. In de tweede plaats moet iedereen naar vermogen een bijdrage leveren aan de samenleving en publiek gefinancierde kinderopvang moet het vrouwen mogelijk maken om te werken. In de derde plaats kunnen grote risico’s beter door de samenleving opgevangen worden dan door individuele verzekeringen of de steun van de familie.


Het doel is: zekerheid voor iedereen; maximaal investeren in capaciteiten; een eerlijke spreiding van risico’s.
Het klinkt idealistisch, maar afgezet tegen hetgeen de laatste honderd jaar is bereikt, zijn dit zeker geen onrealistische doelen. Het voert te ver om hier de uitwerking per thema na te gaan. Maar de materie is dermate belangwekkend en wordt zo goed besproken dat ik het boek graag aanbeveel voor alle belangstellenden, in het bijzonder voor politici, docenten en journalisten.


ISBN 9789046826799 | Paperback | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | Omvang 272 blz. | mei 2021

© Henk Hofman, 26 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Hoe een open wereld ons verder brengt
(en waarom we dat soms vergeten)
Johan Norberg


De manier waarop Johan Norberg dit boek heeft geschreven kun je met drie woorden typeren: gedreven, zelfverzekerd en overtuigend.


De kern van het boek is de overtuiging dat het niet mogelijk is ‘een systeem te creëren met minder interne tegenstrijdigheden dan het liberale democratische kapitalisme’ (blz. 326).


Voor het eerst in de geschiedenis hoeven de meeste mensen zich geen zorgen te maken over hun fysieke en materiële bestaan. Dat is een gevolg van de industriële revolutie, moderne technologie, massa-educatie en verstedelijking. De sleutel tot dit succes is het vermogen van de mensheid om samen te werken. En voor die samenwerking is het noodzakelijk dat wij in een open en vrije wereld leven waarin ideeën worden uitgewisseld zodat wij op elkaars werk kunnen voortbouwen.


Ook de niet-westerse landen delen in die vooruitgang. Vergeleken met honderd jaar geleden is het bbp per hoofd van de bevolking in Azië acht keer zo groot. In Latijns-Amerika is dat zes keer zo groot en in Afrika is dat vier keer zo groot. Voor Europa en de VS is het ongeveer zeven keer zo groot.


De kloof tussen rijke en arme landen is dus minder diep geworden. Dat hebben we volgens Norberg vooral te danken aan investeringen en innovaties waardoor we meer zijn gaan produceren. In een herverdeling van de bestaande rijkdom ziet de auteur niet zoveel. ‘Als we honderd jaar geleden alle rijkdom die de wereld toen had gelijkelijk verdeeld hadden, zouden we nu allemaal armer zijn dan de gemiddelde Tanzaniaan’ (blz. 232).


Bijna zolang de mensheid heeft bestaan, was voedsel sterk onderhevig aan bederf. Dus moest het diezelfde dag worden geconsumeerd. Deze permanente zorg in het dagelijkse bestaan is er niet meer. Daardoor komt tijd en energie vrij die we kunnen richten op innovatie en productie.


Norberg onderzoekt oude en nieuwere beschavingen. Steeds komt hij tot de conclusie dat het afgelopen is met een beschaving zodra deze zich isoleert, in zichzelf terugtrekt en zich afsluit van invloeden van buitenaf.
Daarom moet de vrije wereld zich niet afsluiten voor immigranten. De toestroom van immigranten naar de Verenigde Staten vanaf 1790 droeg bij aan een bevolkingsexplosie en dat veroorzaakte weer een enorme positieve dynamiek. Maar toen Hitler de Duitse universiteiten zuiverde van Joden was het alsof hij zijn eigen kennis- en wetenschapsarsenaal opblies. Hij joeg wetenschappers weg die daarna de VS hielpen aan de nieuwste technologieën. Historisch bezien ondermijnen immigranten een maatschappij niet, maar versterken ze die (blz. 97).


De belangrijkste verschillen tussen moslimsimmigranten en autochtonen in Westerse landen betreffen kwesties als de man-vrouwverhoudingen, het homohuwelijk, seks buiten het huwelijk, abortus en pornografie (blz. 105). Maar volgens Norberg veranderen die opvattingen naarmate moslims langer in een liberalere samenleving leven. Kortom, universele liberale waarden als openheid, diversiteit, pluriformiteit en tolerantie werken op termijn heel positief uit. Toen Spanje rond 1600 Joden en Moren verjoeg, raakte het land achterop. Toen Lodewijk XIV vanaf 1684 de Hugenoten vervolgde, hielp hij de Nederlanden.


Norberg vergelijkt de Spaanse monarchie met de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (blz. 166). De oude opvatting was dat land en natuurlijke hulpbronnen welvaart creëerden. Spanje had dat, maar stond toch aan de rand van de afgrond na 1600. De Republiek had geen van beide maar werd in de 17de eeuw het rijkste land ter wereld. Een Engelse econoom schreef: ‘Als we hetzelfde willen bereiken, moeten we de Nederlanders navolgen.’


Populisten zien vooruitgang als een bedreiging. Voor Norberg is vooruitgang een belofte voor de toekomst. Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk. Bovendien is zijn boek deskundig geschreven en valt er weinig op de feiten die hij noemt af te dingen.


De kanttekening die je bij dit boek kunt maken is de vraag of Norberg niet te veel de zonzijde ziet van liberale deugden en te weinig de schaduwkant van permanente groei. Maar volgens hem heeft een open samenleving nog steeds alle problemen het hoofd kunnen bieden. En dat kan dus weer het geval zijn nu we opnieuw voor grote uitdagingen staan.


Hij sluit af met de waarschuwing dat aan elke bloeiperiode in de geschiedenis een einde kwam doordat er een einde kwam aan openheid. Hij sluit zich aan bij de grote Britse historicus Arnold Toynbee die concludeerde dat beschavingen sterven aan zelfmoord of moord. Bijna altijd is het zelfmoord.


Een boeiend boek!


ISBN 9789046828311 | Paperback | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | Omvang 400 blz. | april 2021

© 19 mei 2021, Henk Hofman

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

Menzo
Het gevecht onder de lat
Mike van Damme

 
Stanley Menzo, geboren in 1963 in Paramaribo, was een succesvolle topsporter. Als keeper in het Ajaxteam behaalde hij in de jaren 1983-1994 drie landstitels, en daarnaast nog de Europacup II met de UEFA Cup. Daarna werd hij met Lierse SK landskampioen in de Belgische competitie en won hij de nationale beker. Toen zijn voetbalcarrière voorbij was, werd hij trainer van clubs in Nederland, België, Zuid-Afrika en China. In maart 2021 werd bekend dat hij is aangesteld als technisch manager en interim-bondscoach van het nationale elftal van Aruba.


Menzo was een zogenaamde meevoetballende keeper. Daarmee was hij zijn tijd vooruit. Lijnkeepers waren begin jaren negentig nog altijd de standaard. Johan Cruyff, trainer van Ajax, zag de waarde in van een meevoetballende keeper. Want in zijn systeem begon de opbouw van een aanval bij de keeper.


Het leuke van dit boek is dat de namen van veel bekende topsporters de revue passeren: Johan Cruijff, Rinus Michels, Louis van Gaal, Dick Advocaat.
Johan Cruijff was totaal niet gevoelig voor kritiek van buitenstaanders. Hij had zijn eigen mening. Over alles.
Rinus Michels was streng met gevoel voor humor.
Louis van Gaal was dominant en geen allemansvriend. Maar hij betrok de spelers wel actief bij de voor- en nabespreking van een wedstrijd en dat vergrootte hun spelinzicht.


Het voetbal bracht Menzo over de hele wereld.
In Zuid-Afrika zag hij de armoede en het geweld in de townships. Menzo zorgde ervoor dat de jongens voor en na een wedstrijd fruit kregen in de kleedkamer. Dit werd op een gegeven moment overgenomen door de Ajax Foundation, die elk jaar duizenden euro’s doneerde voor het maaltijdenproject dat Menzo had opgezet (blz. 234).


In China zag hij de gevolgen van de eenkindpolitiek. De jongens werden opgevoed als keizertjes, vaak door hun opa en oma. Ze mochten alles en hoefden niets. Die verwendheid namen ze mee naar de voetbalclub (blz. 244). Het was een mentaliteit die niet paste bij topsport.


Twee dingen springen er voor mij uit in dit boek.
Dat is in de eerste plaats de persoonlijkheid van Stanley Menzo. Hij komt over als een bescheiden man, die vaak aan zijn eigen capaciteiten twijfelde. Daarbij kwam dat hij een paar keer een keepersfout maakte, waardoor het team een wedstrijd verloor. Dat knaagde aan zijn zelfvertrouwen. Menzo heeft daardoor minder van zijn loopbaan genoten dan het geval had kunnen zijn.  Elke keeper maakt vroeg of laat wel eens een fout. En als dat een fout is die de wedstrijd beslist, is dat ontzettend vervelend. Maar de carrière van Menzo als geheel genomen is die van een topsporter.


Het tweede dat eruit springt, betreft het racisme waar Menzo mee te maken kreeg. Oerwoudgeluiden, scheldwoorden, het gooien van bananen en nog meer werd in de loop der jaren gebruikelijk bij de supporters. De maatschappij verruwde en dat werd zichtbaar en hoorbaar in het gedrag op de tribunes. Menzo trok het zich erg aan en heeft er veel last van gehad.
In 1989 was Menzo een van de voetballers die met het Kleurrijk Elftal een toernooi in Suriname zou spelen. Het toestel van maatschappij SLM crashte vlak voor de landing op vliegveld Zanderij. 167 van de 178 passagiers kwamen om. Menzo was met een eerdere vlucht naar Suriname gegaan en ontsnapte dus aan deze vreselijke ramp. Toen hij weer onder de lat stond, hoorde hij achter zich supporters scanderen: ‘Menzo heeft het vliegtuig gemist. SLM, SLM. SLM.’ Dit is van een zo laag niveau, daar heb je gewoon geen woorden voor.


Sindsdien is op dit vlak de situatie helaas nog niet verbeterd. In dit boek zegt Menzo echter een paar mooie dingen over racisme en discriminatie. ‘Het is niet zo dat zwarte mensen alleen het slachtoffer zijn. Kijk, in Suriname, daar is ook racisme, maar van alle kanten. Hoe de Creolen, de Hindoestanen en Javanen over elkaar praten, kan soms ook niet.’ Ware woorden die aangeven hoe diep het kwaad in mensen wortelt om een ander te verachten.


Mike van Damme schreef een mooi boek over een sympathiek mens.


Mike van Damme
is sportjournalist en eindredacteur bij Ajax Life. Eerdere boeken van hem gingen over ‘Lefgozer. Voetbalverhalen van Richard Witschge’ en ‘Het onverslaanbare Ajax van Louis van Gaal’.


ISBN 9789046826928 | Paperback | uitgeverij Nieuw Amsterdam | Omvang 271 blz. | april 2021

© Henk Hofman, 8 mei 2021

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER

 

Vrijheid in zicht
& de kracht van overgave
Samira Ahale


Van deze schrijfster heb ik al eerder haar mooie boek Het kusjeshuis gelezen dat ging over haar strijd om als Marokkaanse vrouw een eigen leven te kunnen leiden. Daarbij schuwde ze ook het spirituele pad niet maar dat vormde niet de overhand. Het was alleen een onderdeel van haar strijd om overeind te blijven.


Nu is ze volgens de flaptekst "Self Boundary Awareness coach & trainer (wat heb ik toch een hekel aan zulke Engelse termen want wat houdt het in?) en begeleidt ze onder andere professionals in het erkennen, herkennen en bewaken van hun ik-grens."

In dit boek gaat Samira Ahale wel verder in op het spirituele dat in haar leven is gekomen. Ze wilde van haar inwendige onrust af.
Ze beschrijft het waarom van dit boek over haar zoektocht naar innerlijke vrede als volgt:


Als je niet in een veilige omgeving opgoeit of op fysiek, mentaal of geestelijk niveau tekortkomt, dan is het essentieel om jezelf te leren kennen op een wezenlijk niveau. Een ieder heeft een anker nodig, een rots om op te vertrouwen. Het leerplan van Een cursus in wonderen en het chakra-bewustzijn leiden mij op mijn spirituele weg naar vrijheid. Deze weg brengt mij vrede, vrijheid en vertrouwen. Vertrouwen dat ik het Zelf kan.


Ze wilde echter vooral een praktisch boek schrijven met o.a. oefeningen zodat mensen niet een overdosis aan informatie krijgen als ze zelf op zoek (moeten) gaan naar een weg om verder te komen.


Samira Ahale bespreekt in het kort De cursus in wonderen, haalt teksten aan uit deze cursus en vertelt wat deze cursus haar gebracht heeft. Persoonlijk vind ik dit gedeelte van het boek erg lastig om te begrijpen. Zelfs na dit gedeelte meerdere keren gelezen te hebben, lukt het mij niet de volle essentie van de tekst tot me te nemen. Ik vermoed, zoals zo vaak gebeurt, dat de schrijfster teveel meegesleept wordt door haar eigen ervaringen en kunde. Mensen die materie heel goed beheersen spreken echter vaak een taal die veel verder gaat dan de leek kan bevatten. De leek mist de vaardigheid en begrip die de deskundigen inmiddels al vanzelfsprekend vinden. Ondanks dat Samira Ahale aangeeft dat zij ook nog elke dag leert van de cursus in wonderen is zij natuurlijk sowieso altijd veel verder dan iemand die de cursus niet kent. Dit gedeelte is voor mij in een soort mist blijven hangen.


Maar dan volgt het chakra gedeelte. - Chakra’s zijn de energiecentra van het lichaam. Ze bevinden op verschillende hoogtes langs de wervelkolom en zijn met elkaar verbonden via energiekanalen.
Er zijn zeven hoofdchakra's, bij het staartbeen ligt het wortelchakra. Dan volgt het heiligbeenchakra, de navelchakra, hartchakra, keelchakra, voorhoofdchakra. Op de kruin bevindt zich het hoogste chakra, dat staat voor wijsheid.
Chakra's kunnen overbelast, geblokkeerd of verstoord zijn. Evenwichtige chakra's brengen rust en harmonie in je leven.


Samira Ahale beschrijft op een heel prettige manier de functie van elke chakra, wat voor invloed ze op je hebben, hoe je ze kunt ontwikkelen en geeft per chakra een aantal oefeningen om ze in balans te brengen. Dit gedeelte van het boek is heel informatief en duidelijk.


Vervolgens is er wederom een kort hoofdstuk over hoe je de Cursus in wonderen toe kunt passen waarbij ik weer een beetje de weg kwijtraakte omdat de schrijfster opnieuw enkele delen uit de Cursus in wonderen uitlicht. Hoewel je begrijpt waarom ze deze informatie toevoegt, is het te summier om het in een goede context te kunnen plaatsen.


Op zich is het een bijzonder en interessant boek, het gedeelte over de chakra's is zelfs uitstekend en de oefeningen zal ik zeker gaan uitwerken, maar Samira Ahale heeft in haar enthousiasme teveel in het boek willen stoppen. Het was beter geweest een apart boek over de Cursus in wonderen te schrijven zodat zij veel uitgebreider alles zou kunnen toelichten dan nu gebeurd is. Dàt maakt dat ik het waardeer op een mager zeventje, maar het chakragedeelte krijgt wèl een dikke negen.


ISBN 978943059979 | Paperback | 186 pagina's | Uitgeverij Palmslag | april 2021

© Dettie, 7 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Oorlogsdagboek
met brieven van Jack Hamesh
Ingeborg Bachmannn


In dit boek wordt een fragment uit het leven van Ingeborg Bachmann (1926-1973) uitgelicht. Het klinkt bizar om het een fragment te noemen, maar gezien haar rijke leven en bijzondere geest is dat het wel. Een belangrijk fragment weliswaar maar toch.


Het boekje handelt over een deel van het dagboek van Ingeborg Bachmann dat geschreven is aan het eind van de Tweede Wereldoorlog.
De zeer intelligente Oostenrijkse Bachmann was de dochter van een overtuigd naziofficier. Zij stond ingeschreven bij de kweekschool, zodat zij niet de 'Reichsarbeitsdienst' hoefde te vervullen. -  Iemand die dat niet wilde moest een vervangende studiedienst doen.  -

Ze is de oorlog zat, de Russen zijn in Wenen, ze wil niet meer schuilen.


"Ik ga niet meer boven de bunker in. [...] Ik een luie stoel in de tuin gezet en ik lees. Ik heb me vast voorgenomen om door te lezen als de bommen komen."


Haar eindconclusie is namelijk: "Met de volwassenen valt niet meer te praten."


Bij het halen van een persoonsbewijs ontmoet ze de Engelsman Jack Hamesh, hij zit achter het loket. Hij spreekt vloeiend Duits met een Weens accent. Hij blijkt in Oostenrijk geboren te zijn maar is via allerlei adressen en instanties op achttienjarige leeftijd in Engeland beland. Nu functioneerde hij, in opdracht van het Britse leger een jaar als tolk, in de buurt van Bachmannns woonplaats.
Ze zien elkaar vaker maar hun innige vriendschap bloeit pas op als ze een gesprek over boeken beginnen. Daarin vinden ze elkaar aanvankelijk.


"Ik weet ook niet meer waar wij in het begin over spraken, maar toen opeens over boeken, over Thomas - Mann - en Stefan Zweig en Schnitzler en Hofmannsthal. Ik was zo gelukkig, hij kent alles [...]"


Het is de mooiste zomer van haar leven, schrijft Ingeborg. Ze blijven praten en elkaar aanvullen. In feite hebben ze de eenzaamheid in elkaar ontdekt.
Voor haar familie is Jack 'die Jood'. Toch geniet hij van de warme onderlinge familieband die Bachmanns hebben, het is iets wat hij niet kent.


De bevrijding volgt en Jack vertrekt naar Palestina. Wij kunnen zijn 11 brieven die hij van april 1946 tot juli 1947 aan haar schreef. Haar antwoorden zijn verdwenen.
De brieven van Jack zijn vol verdriet, hij mist Ingeborg en vooral hun zielsverwantschap zeer. Opnieuw is hij alleen, zoals zo vaak in zijn leven gebeurde. Hij gaat door een diepe crisis en de wanhoop spat tussen de regels door uit zijn brieven. Hij wil contact houden, haar weer zien, maar het is duidelijk dat de leergierige Ingeborg andere plannen heeft, ze wil zich ontwikkelen, ze wil verder komen en gaat studeren.


In grote lijnen is dit het verhaal, maar het bijzondere aan het boekje is dat het helemaal in de tijd wordt geplaatst. We lezen over de totaal verschillende achtergronden van Ingeborg Bachmann en Jack Hamesh. De brieven van Jack worden toegelicht en verwijzen ook naar de fase waar Ingeborg verkeert in het naoorlogse Oostenrijk. We lezen korte biografieën over beide mensen maar ook over de impact die de oorlog op hen heeft gehad. Het beïnvloedde hun latere leven in hevige mate.


Het feitelijke oorlogsdagboek beslaat maar vijftien pagina's maar het geheel mét de brieven en toelichtingen vormt een mooi document uit Bachmanns leven. Maar ook Hamesh weet met zijn indringende brieven zijn plek op te eisen.


Ingeborg Bachmann groeide uit tot een van de grootste naoorlogse dichteressen en schrijfsters van Oostenrijk. Ze onderhield bijna twintig jaar een levendige correspondentie met de Roemeens-Joodse dichter Paul Celan (1920-1970).
Achterin het boek staat kort vermeld hoe het leven van Jack Hamesh verliep.


Ondanks het kleine formaat is het een zeer doeltreffend, goed uitgewerkt en interessant geheel geworden, waarvoor veel gedegen research is gepleegd.
Het boekje maakt ook nieuwsgierig naar het overige werk van Bachmann.


ISBN 9789492313942 | Hardcover met omslag | 127 pagina's met illustraties, noten en literatuurlijst | Koppernik | maart 2020
Met een nawoord van Hans Höller (redacteur) | Vertaald en van woord vooraf en slotwoord voorzien door Machteld Bokhove.

© Dettie, 4 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wat is echte democratie?
Jan-Werner Múller

 
Onlangs besprak ik voor Leestafel een boek van Minouche Shafik: “Samen. Een nieuw sociaal contract voor de 21 eeuw”. Jan-Werner Müller heeft een vergelijkbaar startpunt als Shafik: In heel veel landen zijn burgers bezorgd over hun toekomst en hebben zij het gevoel dat er niet naar hen geluisterd wordt. ‘De redenen dat alom het gevoel heerst dat er een crisis gaande is, lijken voor de hand te liggen: het aantal autoritaire regimes groeit en binnen democratieën neemt onvrede met het politieke bedrijf toe’ (blz. 7).


Daar waar Shafik met voorstellen komt voor een nieuw sociaal contract op het gebied van onderwijs, kinderopvang, gezondheid, zorg voor ouderen e.d. richt Müller zich vooral op democratische instituties die onder grote druk staan.
Hoe begrijpelijk de onvrede over het democratisch functioneren ook kan zijn, zorgelijk is het wel. Churchill zei het al dat een democratie de minst slechte optie is. Een perfecte regeringsvorm bestaat niet, maar met het alternatief op een democratie is de burger altijd slechter af. Kijk maar naar de landen die door populisten en autocraten bestuurd worden.


In een scherpzinnig betoog gaat Müller de kwetsbare plekken van de moderne democratie langs en bespreekt hij aanpassingen om het systeem weer wendbaar en werkbaar te krijgen. Volgens Müller is een democratie het beste in staat om overheersing te voorkomen en mensen kansen te bieden gezamenlijk een behoorlijk leven te leiden. Daar heeft hij, denk ik, helemaal gelijk in. Al sluit dit niet uit dat ook een democratie een politiek van agressie, kolonialisme en imperialisme kan voeren. We zien dat al bij de oudste democratische samenleving van onze geschiedenis, namelijk de Atheense. En in het 19de eeuwse Engeland dat zonder al te veel scrupules een wereldrijk opbouwde. Of het 20e eeuwse symbool van de vrije wereld, de Verenigde Staten, dat Europa bevrijdde van Jodenhater Hitler, terwijl thuis negers gelyncht werden.


Maar het immense verschil met een autocratie is het zelfreinigend vermogen van een democratie. Langs de weg van het vrije debat en vrije verkiezingen kan een democratie zichzelf hervormen. Een autocraat moet aan de macht zien te blijven tot aan zijn dood en altijd bang zijn voor een complot of een moordaanslag. Stalin was de architect van een permanente terreur, maar dat sloeg als een boemerang op hem terug. Hij werd een paranoïde figuur die niemand kon vertrouwen.


Müller bespreekt een veelheid aan thema’s: loten (zoals in het Oude Athene) in plaats van kiezen, referenda, de wereldwijde demografische terugval als gevolg van de scherpe daling van het geboortecijfer, de verschuivende etnische samenstelling van samenlevingen als gevolg van immigratie, de invloed van sociale media op het democratische proces, de noodzaak van professionele nieuwsgaring.


Het is heel interessant om de beschouwingen van Müller te volgen. Tegelijk blijft de materie ook iets ongrijpbaars houden. Moet je populisme verbinden aan rechts? In Nederland beschouwde D66 het referendum als een kroonjuweel. Maar het was D66 dat het referendum afschafte, nadat twee keer was gebleken dat het volk anders stemde dan was verwacht. Rechts-populisten willen doen geloven dat niet alle burgers deel uitmaken van het volk, schrijft Müller op blz. 63. Dat is zo. Je kunt bijvoorbeeld aan immigranten denken. Maar in Finland staat een kamerlid voor de rechter omdat ze verklaard heeft op grond van de Bijbel tegen het homohuwelijk te zijn. Dat is een opvatting waarvoor ze zes jaar cel kan krijgen. Sluiten hier ‘links-populisten’ een mening uit? Dwang en onverdraagzaamheid komen volgens mij voor zowel bij rechts als bij links.


'Een democratie is niet voor bange mensen'. Alweer een opmerking van Churchill. Alle burgers horen in een democratie fundamentele politieke gelijkheid te hebben. Dat wil zeggen dat minderheden gerespecteerd moeten worden en meningen vrij verkondigd moeten kunnen worden. Ook in een democratie bestaat het gevaar dat een meerderheid via wetgeving zijn ideologie aan de hele samenleving oplegt. Terecht merkt Müller op dat een democratie ruimte moet creëren en zo min mogelijk moet beperken. De harde ondergrens is het gebruik van geweld en het beramen van plannen om het democratische bestel met geweld omver te werpen. Verschil van inzicht mag er zijn, schrijft Müller, maar dat mag niet leiden tot respectloosheid (blz. 66).


Een wezenskenmerk van een democratie is de mogelijkheid voor burgers om bij verkiezingen andere leiders te kiezen en daarmee voor een ander beleid. Daarover zal geen verschil van mening bestaan. Maar, zo kan men zich afvragen: in hoeverre passen daarbij de vele demonstraties van onze tijd die vaak op een confrontatie met de politie uitlopen? En de veelheid aan actiegroepen die via de rechter ander beleid weten af te dwingen? Wordt beleid nu via de stembus bepaald of afgedwongen via demonstraties en actiegroepen?


Weer gaf Nieuw Amsterdam een spraakmakend boek uit. Müller maakt duidelijk dat een democratie nauw verbonden is aan het relativisme: mensen zien de wereld op verschillende manieren en streven verschillende doelen na. Die pluriformiteit moet binnen een democratie blijven bestaan. Het gaat er bij vrije verkiezingen niet om de waarheid te vinden, maar om de vraag welke groep de kans krijgt om een stempel op het beleid te zetten. Bij de volgende verkiezingen is er opnieuw de kans om een ander beleid met andere leiders op te tuigen. Daarin komt het democratisch besef tot uitdrukking dat anderen ook wel eens gelijk kunnen hebben en de stembus geeft ze de kans om ook aan de beurt te komen. Het geeft aan het democratische bestel een ‘onzekerheid’, die een autocratie niet kent, want daar is men overtuigd van het eigen gelijk. Onzekerheid over de stembusuitslag is in een democratie een waardevol goed!


Jan-Werner Müller is hoogleraar aan Princeton University, en schrijft regelmatig over actuele vraagstukken in onder meer The New York Times, The Guardian en Foreign Affairs.


ISBN 9789046828410 | Paperback | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | Omvang: 272 blz. | mei 2021
Vertaald door Hans E. Van Riemsdijk

© Henk Hofman, 2 juni 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER.

 

God gebruikt geweld
Uitleg bij donkere bijbelteksten
Ds. M.P.D. Barth


Onlangs las en besprak ik het boek van Hans Achterhuis over ‘Geloof in geweld’ voor Leestafel.info. Volgens Achterhuis keurde Jezus gaandeweg het gebruik van geweld goed. Hij plaatst het optreden van Jezus in de context van het Joodse verzet tegen de Romeinse overheersers. Mijn bezwaar was dat Achterhuis die conclusie niet baseerde op Bijbelse gegevens, maar dat hij zijn eigen opvatting als een raster schoof tussen Bijbeltekst en lezer.


Ds. Barth behandelt dezelfde vraag: hoe spreekt de Bijbel over geweld. De titel van zijn boek maakt al duidelijk wat de conclusie is. Er staat immers geen vraagteken achter de titel. Volgens Barth maakt God gebruik van geweld. De vanzelfsprekende vraag is dan: waarom doet God dat?
Barth somt een aantal Bijbelteksten op uit het Oude en Nieuwe Testament die de moderne Westerse lezer zwaar op de maag liggen. Anders dan Achterhuis komt hij niet met zijn eigen veronderstellingen, maar weegt de vraag wat de Bijbel zegt veel zwaarder.

De aanpak van Barth is heel helder en consistent.
Eerst citeert hij de moeilijke Bijbelpassage.
Daarna gaat hij na wat verschillende theologen in hun Bijbelcommentaar zeggen over de besproken tekst.
De volgende stap is dat hij die commentaren met elkaar vergelijkt. Wat zijn de overeenkomsten, waarin verschillen ze van elkaar.
Tot slot trekt Barth een conclusie.
Op deze wijze bespreekt Barth zes teksten uit het Oude Testament en vijf teksten uit het Nieuwe Testament.


Je zou kunnen zeggen dat de methode van Achterhuis en van Barth precies tegengesteld zijn aan elkaar. Barth gaat eerst na wat de tekst zegt en formuleert dan een conclusie. Achterhuis denkt veel te veel vanuit zijn vooronderstelling en dat zit hem in de weg om de Bijbeltekst te begrijpen.


De aanpak van Barth levert een prima boek op, heel bevattelijk en duidelijk geschreven en daarmee uitstekend geschikt voor jong en oud. De auteur is legerpredikant en dat is bij deze materie beslist een voordeel. Als legerpredikant heeft Barth gezien dat geweld zinvol kan zijn om een groot kwaad te keren.


Laat ik als voorbeeld van een gewelddadige tekst die behandeld wordt Psalm 137: 9 noemen. In dat vers wordt degene ‘die uw kleine kinderen grijpen en tegen de rotsen verpletteren zal’ geprezen.
Uit het verloop van de bespreking wordt duidelijk dat dit vers ziet op een Joodse balling, weggevoerd uit Jeruzalem nadat Babyloniërs de stad hadden ingenomen. Ze bedreven daarbij afschuwelijke misdaden. Mannen werden afgeslacht, vrouwen werden verkracht, zwangere vrouwen werd de buik opengesneden, kleine kinderen werden gedood door ze met hun hoofd tegen de muur te slaan. Het was een orgie van geweld.
De dichter van Psalm 137 roept God op om recht te doen. Laat de Babyloniërs hetzelfde ondervinden wat zij al hun vijanden hebben aangedaan.


Om dat beter te kunnen begrijpen, moeten we ons even verplaatsen naar de jaren van de Tweede Wereldoorlog. De geallieerden voerden terreurbombardementen uit op Duitse steden. Hamburg bijvoorbeeld is met opzet zodanig met brandbommen bestookt dat vrouwen en kinderen geen kant op konden en in de vuurzee omkwamen. Ook in bezet Nederland was de algemene opinie dat de Duitsers een koekje van eigen deeg kregen. En toen de Russen in 1945 in Berlijn duizenden vrouwen keer op keer verkrachtten, verwezen de Russen naar de gruwelen die de Duitsers op Russische bodem hadden bedreven.
De oproep van de psalmist is zo bezien een vraag om genoegdoening. Laat de vijanden op hun beurt ondervinden wat zij anderen hebben aangedaan. Het is ook een waarschuwing: wat jij anderen aandoet, kan als een boemerang op je hoofd weerkeren.


De algemene conclusie in dit boek is dat God geweld gebruikt. Maar dat is nooit onrechtvaardig geweld. Degenen die Zijn geweld ondergaan hebben dit ‘verdiend’ door de ongekende gruwelen die zij bedreven. Soms is het nodig om het kwaad met geweld te bestrijden. God maakt gebruik van geweld om uiteindelijk de wereld te verlossen van de duivel en het kwaad. Het past de mens niet om vragen te stellen bij het handelen van God. God vindt dat die straf terecht is en dan is dat ook zo.

Naar mijn mening is dit een uitstekend boek. De auteur slaagt er inderdaad in duidelijk te maken in welk verband lastige Bijbelteksten, waarin tot geweld wordt opgeroepen, gelezen moeten worden. Dit boek neemt een blokkade weg die veel lezers in de weg heeft gestaan om zich open te stellen voor de boodschap van de Bijbel.


Ds. M.P.D. Barth (1978) is predikant bij de Koninklijke Luchtmacht op de vliegbasis Woensdrecht. Eerder diende hij de gemeenten Werkhoven, Schalkwijk en Barneveld.


ISBN 97890889727799 | Paperback | Uitgeverij Groen Heerenveen | Omvang: 165 blz. | april 2021

© Henk Hofman, 29 mei 2021

Lees de Reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

Het verborgen leven van bomen
wat ze voelen, hoe ze communiceren - ontdekkingen uit een onbekende wereld
Peter Wohlleben

Wat veel mensen niet zullen geloven: bomen communiceren niet alleen met elkaar, ze zorgen zelfs voor elkaar. Ze voeden ook hun kinderen op. Die communicatie gaat met behulp van geuren, maar ook door chemische of elektrische processen.
Bomen onthouden dingen, en weten op een heel eigen manier wanneer er een einde aan de zomer komt, of wanneer de lente begint. Dit weten we eigenlijk al wel, maar we staan er niet bij stil. Maar ieder najaar verkleuren de bladeren en vallen ze op de grond. Dus weet een boom dat het tijd is om dat te gaan doen! Maar hoe dan?
Nadert de koude periode dan slaan bomen het chlorofyl uit het blad op in de boom, en in de lente kunnen ze dat weer loslaten. Zo overleven ze de droge, koude winter.


En heb je je ooit niet al afgevraagd waarom er het ene jaar zoveel eikels en beukennootjes zijn en het jaar daarop nauwelijks? Daar zit geen regelmaat in, want bomen weten wanneer ze vruchten moeten dragen. De bomen stemmen dat zelfs op elkaar af! Het heeft immers geen zin als er bomen niet meedoen. Want wat is de bedoeling?
De noten worden gegeten door zwijnen en herten. Het is heel slim van die bomen, want als ze niet ieder jaar eenzelfde hoeveelheid laten vallen, kunnen de dieren er zich niet op in stellen. Zijn het er veel dan gedijen herten en zwijnen en komen er veel meer. Dat moet je als boom een beetje regelen, want er horen wel noten achter te blijven. Dus als je er voor zorgt dat er ook jaren zijn waarin er veel minder dieren zijn, doordat je veel minder noten produceert, dan is de kans groter dat er het jaar daarop noten blijven liggen, zodat die kunnen ontkiemen!


Verbazingwekkend is ook de ontdekking dat bomen elkaar ondersteunen. Mocht je als boom de pech hebben dat de grond waar je staat niet zo geschikt is, of je hebt te maken met een vijand, dan krijg je via een ondergronds stelsel toch de nodige voeding! Dat gaat met behulp van het wortelstelsel en de schimmels die daar ook leven. Er is een nauwe samenwerking tussen bomen en schimmels in allerlei vormen. Ze wisselen voedingsstoffen uit de bodem waar een boom niet bij kan voor suikers die de schimmels zelf niet kunnen maken.
Eigenlijk hebben al die solitaire bomen in parken en in tuinen het maar slecht getroffen. Niemand kan hen helpen. Is er de onderlinge band wel, dan kunnen gezonde bomen zelfs dode soortgenoten nog jaren in leven houden!


De beste ontdekking is dat wij mensen er baat bij hebben als we door bossen wandelen. Echte bossen, geen park. Onze bloeddruk en longinhoud verbetert zienderogen! Bepaalde chemische stofjes die door de bomen uitgescheiden worden hebben een gunstige invloed op ons lichaam, waarschijnlijk ook op ons immuunsysteem. Hoe dat komt vereist verder onderzoek, maar dat het gebeurt is een feit.
Nog een ding waarom wij er voor moeten zorgen dat onze bossen behouden blijven: in een bos wonen zo‘n 6000 soorten dieren, insecten, kleine zoogdieren, vogels. En ieder levend wezen, dus absoluut ook een boom, is belangrijk voor het overleven van de mens!


Het boek leest als een trein, moeilijke woorden worden duidelijk uitgelegd en er zijn zeer veel fraaie natuurfoto’s. Een boek dat iedereen zou moeten lezen!


Peter Wohlleben (1964) studeerde bosbouw en werkte meer dan 20 jaar bij bosbeheer in het Rijnland. In 2006 nam hij ontslag om zijn ideeën over ecologie in de praktijk te kunnen brengen, en werd boswachter van een gebied van 1200 hectare in de Eifel. Hij schreef inmiddels meerdere boeken over het bos, dieren en natuurbehoud.
Zijn boek Das geheime Leben der Bäume werd in allerlei talen vertaald en is in veel landen een bestseller. Begin 2018 is er zelfs een ‘Het verborgen leven van bomen voor kinderen’ verschenen.

ISBN 9789400507326  | hardcover | 222 pagina's | Uitgeverij Lev. | maart 2016
Vertaald uit het Duits door Bonella van Beusekom

© Marjo, 31 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wat is CBD?
Helen zonder high te worden
Alles wat je moet weten om goed geïnformeerd te zijn

Leonard Leinow & Juliana Birnbaum


Een tijd geleden zag ik op you-tube dit filmpje van een man die Parkinson had, zijn handen en benen trilden heel erg, zijn beweingen leken op spasmen. Toen kreeg hij medicinale marihuana, en je zag zijn lijf ontspannen, hij kon weer praten, zijn handen trilden nauwelijks meer en de man kon weer léven. Maar helaas, cannabis of marihuana is volgens de Amerikaanse wet een drug en mag niet gebruikt worden. Als je de beelden gezien hebt kun je je dat nauwelijks voorstellen.
Vanaf 1 september 2003 is in Nederland medicinaal gebruik wèl toegestaan en is marihuana verkrijgbaar op doktersrecept bij een apotheek.


Nu is er echter CBD dat tegenwoordig overal verkrijgbaar is, o.a. als olie, zalf, crème in pillen en capsules en in voedingsmiddelen. Achterop het boekje staat:


"CBD is het bestanddeel van cannabis dat weinig of geen psychoactiviteit of negatieve bijwerking heeft en kan dus een veilig alternatief zijn voor gangbare (pijn)medicatie."


Maar wat is CBD eigenlijk? Hoe werkt het? Waarvoor wordt het gebruikt?
Dit boekje kwam dan ook als geroepen. Nu zou ik antwoord krijgen op mijn vragen. Vol verwachting begon ik te lezen...

Helaas zakte al gauw de moed me in de schoenen. De eerste hoofdstukken zijn nauwelijks te volgen. Je leest een beknopte geschiedenis van cannabis waaruit blijkt dat het al eeuwenlang voor medicinale doeleinden gebruikt wordt, pas in 1937 kwam er een -racistische- hallucinante smet op te liggen en werd het in Amerika verboden.

Verder krijgen we een onduidelijke uitleg over de 'stammen' en de drie soorten en ondersoorten van cannabis. De cannabis met het minste THC (delta-9-TetraHydroCannabinol, de belangrijkste hallucinante stof in hasj en wiet) wordt gebruik voor vezels.  Ook in CBD is THC niet of in mindere mate aanwezig. Je kunt er dus niet high van worden. (zie ook de pagina van jellinek.nl over CBD)


We lezen over manieren van innemen, zoals de pilvorm, waterpijp, olie, druppels etc en de voor- en nadelen ervan. Ook de dosering wordt besproken maar daar wordt je eveneens niet echt veel wijzer van. Het is vooral de té uitgebreide uitleg die stoort. Leinow & Brinbaum betreden teveel zijweggetjes, waardoor het geheel onoverzichtelijk en onduidelijk wordt. Waar het op neer komt is dat volgens de schrijvers de dosering te afhankelijk van de aandoening en de persoon zelf is. Wel wordt constant benadrukt dat de behandelend arts geïnformeerd moet worden dat je CBD gebruikt en dat je samen met die arts moet overleggen over de hoeveelheid en vorm van toediening van CBD.


Vervolgens lezen we over het gebruik van CBD per aandoening zoals Alzheimer, diabetes 2, Astma, migraine, ziekte van Parkinson etc. en wat in deze gevallen de werking van CBD is. Maar ook dat wordt in sommige gevallen heel vaag gehouden.


Al met al heb ik wel iets geleerd van dit boekje maar ik had er veel meer van verwacht. Het boekje is behoorlijk Amerikaans en vooral de vrij statische, ingewikkelde en medicinale uitleg maken het boekje onduidelijk en soms onbegrijpelijk. De schrijvers hebben zich niet ingeleefd in de leek die niets weet van CBD. Alles had in veel eenvoudiger bewoordingen uitgelegd en toegelicht kunnen worden.
Het is jammer want de bedoeling is goed alleen de uitvoering niet.


Ook jammer is dat er geen adressen genoemd worden waar je goede, betrouwbare CBD kunt kopen - vooral omdat de schrijvers zelf hierop zo de nadruk leggen  - of waar je meer informatie kunt vinden over CBD.
Kortom, het geheel viel erg tegen.


Leonard Leinow is expert op het gebied van kweken en bestuderen van medicinale cannabis. In 2009 zette hij Synergy Wellness op, een non-profit bedrijf gespecialiseerd in producten op basis van CBD.


ISBN 9789020215755 | Paperback | 127 pagina's | Ank Hermes | maart 2019
Vertaling: Chris Mouwen

Dettie, 21 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De ene die alles ziet
De Aarsman Collectie 2014-2021
Hans Aarsman


"Een wekelijks rubriek in de Volkskrant waarin ik persfoto’s analyseer als een detective."
Dit schrijft Hans Aarsman op zijn website over de door hem geschreven rubrieken waarvan dit boek een verzameling is.

"Inspiratiebron zijn de verhalen van Sherlock Holmes.
Zijn manier van omgang met data, het zolang mogelijk uitstellen van het formuleren van een theorie. Denk bij je onderzoek niet aan de dader, probeer een scenario te bedenken van wat is er voorgevallen. Een theorie vorm je als je aan een ander vertelt wat je denkt dat er is gebeurd
.
"

Dat is precies wat er gebeurt in dit boek.
Hans Aarsman laat ons eerst kennismaken met een totaalbeeld van de foto die hij analyseert. Vervolgens licht hij daar enkele delen uit die uitvergroot worden weergegeven en geeft zijn zoekende gedachten weer bij de foto's.
De manier van werken doet denken aan de boeken van Wieteke van Zeil die kunstwerken op deze manier - met overzichtsfoto's en detailfoto's - bespreekt.

Het verschil tussen Wieteke van Zeil en Hans Aarsman is dat Wieteke haar kennis over het onderwerp weergeeft met bijzondere bijkomstigheden terwijl Aarsman inderdaad veel meer te werk gaat als een detective.  Hij bekijkt elke foto nauwkeurig en vertelt vervolgens wat er in zijn hoofd omgaat. Hij stelt zichzelf vragen, trekt conclusies, zoekt achtergronden of informatie over degene die op de de foto te zien is, hij geeft de lezer die of andere informatie door en zo creëert hij kleine monumentjes bij elke foto.

De onderwerpen op de foto's variëren enorm van onderwerp. Zoals de bijna opgewekte foto's van vluchtelingen op de grens van Griekenland en Macedonië, waarop we een lachende vader zien die zijn zoontje aan de hand heeft. Het kind draagt een mooie splinternieuwe kiepwagen.
Hans Aarsman gaat in op die kiepwagen, waar en hoe het kind die wagen gekregen kan hebben, en wat het kind er op zijn verdere route mee kan doen...


"Als ze straks op vlakker terrein komen, maakt vader een touwtje aan de kiepauto. Dan zet hij het gele plastic zakje (dat hij op de foto aan zijn rugzak heeft geknoopt) in de laadbak. Trekken maar. Heb je geen kind meer aan die jongen, voelt hij zich een hele vent: zijn wagen wordt ingezet voor het grote werk."


Maar op een andere foto zien we mensen door de lucht vliegen nadat een auto ingereden is op demonstranten in Chalottesville. De foto op zich is al afschrikwekkend, mensen lijken als het ware door een katapult te zijn afgeschoten. Je ziet een wir war van lichamen, benen armen, schoenen, blikjes etc. In een hoekje zie je nog net het hoofd van iemand die op de grond ligt. Een foto die je bijna hypnotiseert ondanks het afschuwelijke wat er gebeurt. Hans Aarsman weet daar een prachtige observatie bij te plaatsen verweven met de achtergrond van de foto.


En zo neemt Aarsman ons via de foto's mee door de tijd, waarin belangrijke, trieste, hartverwarmende, ontroerende, gewelddadige en afschrikwekkende gebeurtenissen de revue passeren waar hij zijn bijzondere blik op laat schijnen. Hans Aarsman is daardoor echt 'Die ene die alles ziet'.

Zie ook de website van Hans Aarsman waar enkele foto's met bespreking te zien en te lezen zijn.


ISBN 789463810784 | Paperback | 224 pagina's | Podium | 30 maart 2021

© Dettie, 18 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De mooiste netwerkwandelingen
Sallandse heuvelrug & IJsselvallei
Menno Faber, Ad Snelderwaard, Noes Lautier


 
In dit kleine handzame boekje zijn 15 wandelingen door bovengenoemde gebieden opgenomen die ca. 9 tot 16 kilometer beslaan.
De wandelingen zijn zoveel mogelijk geselecteerd over onverharde paden, 'omdat de ware wandelaar immers liever over zand- en graspaden loopt dan op asfalt en klinkers. Alle routes gaan dus voor meer dan de helft over onverharde paden.


Natuurlijk wordt eerst uitgelegd hoe het gidsje werkt en dat is vrij simpel.
Er is een start/eindpunt aangegeven met straatnaam, huisnummer en dorps/stadsnaam. Dat start/eindpunt is meestal een parkeerterrein of plek waar je de auto kwijt kunt. Ook kun je lezen van welke bus je gebruik kunt maken en welke halte je moet uitstappen, of bij welk station je de trein kunt verlaten om bij het startpunt te komen.


Vervolgens wordt aangegeven hoe de route verloopt, zowel via het topografische kaartje als via beschrijving. Voor de wandelroute wordt o.a. deels gebruik gemaakt van knooppunten van bestaande wandelroutes aangegeven met gekleurde pijlen, en deze kunnen in elkaar overlopen, bijvoorbeeld van de rode naar grijze route switchen, maar dat staat duidelijk aangegeven in de routebeschrijving die heel eenvoudig maar doeltreffend is. Je kunt ook GPS-tracks downloaden.


Bij elke route staan enkele foto's en beschrijvingen van speciale gebouwen, kastelen, landgoederen, kerken, kunstwerken en/of bijzonderheden over het landschap, al naar gelang ze zich voordoen.
Bij wandeling 12, getiteld Sallandse jeneverbessenbergen, staat bijvoorbeeld dat er sporen uit de ijstijd te zien zijn, een korte historie over de Lemelerberg, een verhaal over de leeuwenbeeld op het hoogste punt van de Lemelenberg  én natuurlijk een toelichting over de 78 meter hoge Archemerberg ofwel de  jeneverbessenberg waar een van de weinige in Nederland van nature voorkomende soorten jeneverbesstruiken voorkomen.


Erg leuk lijkt mij ook wandeling 7, De overkant van Deventer genaamd, waarin je als extraatje een 'heen en weer' route kunt lopen naar Hof van Twello. Je komt ook langs landgoed 't Schol en er is een prachtig landschapspanorama te zien dankzij de voormalige stadsweiden.  Je zou voor minder je wandelschoenen al aantrekken.


De wandelingen - gesitueerd tussen Zwolle, Ommen, Holten en Deventer - voeren door bos en weilanden, langs de IJssel en over enkele bergen zoals de genoemde Lemelerberg. Het landschap is dus heel divers.


Wat verder heel prettig is, is dat ook vermeld wordt waar je wat te drinken of te eten kunt kopen onderweg. De ene keer is er een brasserie, de andere keer een hotel of café al dan niet met restaurant.

Kortom, dankzij dit lichtgewicht boekje kun je erg fijne en mooie routes lopen door de IJsselvallei en over de Sallandse heuvelrug.
Het boekje is onderdeel van de serie netwerkwandelingen waarin inmiddels al acht andere boekjes van verschenen zijn die allen het aanschaffen waard zijn.


ISBN 9789038927879 | Verstevigde paperback met kaartjes en foto's | 136 pagina's | Uitgeverij Elmar | 9 april 2021
Afmeting 16,5 x 11,5 cm

© Dettie, 8 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Geloof in geweld
Hans Achterhuis

 

Het thema van het boek wordt treffend verbeeld in de vormgeving: een bloedrode omslag; twee witte schichten die als messen door het woord ‘geweld’ heen breken en een neervallende druppel bloed.


Als je de tekst op de achterflap leest, kennisneemt van de inhoudsopgave en van het voorwoord besef je dat de auteur een formidabele taak op zich heeft genomen. Het is een onderzoek naar de relatie tussen religie en geweld. En dan niet bij één religie, maar bij de drie grote monotheïstische godsdiensten (Jodendom, Christendom, Islam) plus het Boeddhisme en Hindoeïsme. Plus het fascisme en communisme, want dat zijn pseudoreligies. En dan ook nog een onderzoek dat de prehistorie tot moderne tijd omvat. Een Herculestaak. De auteur maakt zich linksom dan wel rechtsom kwetsbaar voor kritiek van specialisten. Maar Achterhuis is niet bang uitgevallen, maak ik uit zijn boek op.
Dit thema vraagt niet alleen om kennis van zaken, maar ook om inlevingsvermogen: aanvoelen hoe een religie in elkaar steekt.


In deze recensie kan ik onmogelijk al de aspecten die Achterhuis uitdiept bespreken. Mijn opmerkingen hebben een algemene strekking, maar ik licht ze toe aan de hand van het christelijk geloof.


Het uitgangspunt van Hans Achterhuis zullen de meeste Nederlanders vermoedelijk delen: ‘Er is niets tegen radicaal zijn, maar dit zou zich niet moeten uiten in het absolute geweld van de religie, maar in ‘vreedzaam vechten’. Helaas, de praktijk is anders. Als een gelovige de eigen waarheid absoluut gaat stellen, is de andersdenkende al gauw een vijand van het ‘ware geloof’ (blz. 9). Achterhuis zoekt uit ‘hoe elke religie die ik besprak het geweld kan oproepen’ (blz. 246).


Hoe benader je als onderzoeker literaire teksten? De auteur vertelt dat hij verschilt van opvatting met hoogleraar P. Cliteur. Laatstgenoemde is van mening dat een conclusie direct uit de tekst af te leiden moet zijn. Volgens Achterhuis is Cliteur dan niet geïnteresseerd in historische interpretaties (blz. 416).


Persoonlijk sta ik op het standpunt van Cliteur. De vraag moet in eerste instantie zijn: wat staat er in de tekst, in welke context staat het en wat is het verband met het gehele verhaal. We moeten de bedoeling uit de tekst halen, niet onze veronderstellingen inlezen en zoeken naar bevestiging daarvan.


Een tweede punt van groot gewicht voor de benadering van teksten in de Bijbel (en naar ik veronderstel ook die van andere heilige boeken) is het besef dat de Bijbel geen begripsleer bevat, maar een geloofsleer is. De Bijbel bevat tal van zaken die niet vragen om een verklaring, maar om aanvaarding. De wetenschap zegt: geloof alleen wat je begrijpt. Religie zegt: geloven overstijgt begrijpen.


Ik moet zeggen dat het op dit punt toch wel structureel misgaat in ‘Geloof in geweld’. Achterhuis gaat veel verder in zijn conclusies dan de tekst toelaat, wil alles verklaarbaar maken en vervalt daarmee in speculeren. Soms lijkt het bijna op tunnelvisie: het verhaal wordt net zo lang herlezen tot het valt binnen het theoretisch kader van Achterhuis.


Een voorbeeld is het verhaal van Abraham die de opdracht van God krijgt om zijn enige zoon te offeren. Hoe moeten we naar dit verhaal kijken? vraagt Achterhuis zich af (blz. 417). Om een antwoord te vinden onderzoekt hij een aantal mythes waarin het gaat over mensenoffers, kinderoffers en dieroffers. Gaat het in het verhaal van Abraham net als in allerlei mythes om de overgang van mensenoffer naar dieroffer aan te geven?


Kijk naar het Bijbelverhaal zelf voor de uitleg die de Bijbel geeft. God had aan Abraham een nageslacht belooft, talrijk als de sterren aan de hemel en het zand aan de kust. Pas op gevorderde leeftijd krijgt Abraham een zoon en nu moet hij die ene zoon offeren aan God. Wat komt er dan nog terecht van de belofte die God heeft gedaan? Abraham moet onvoorwaardelijk vertrouwen op het woord van God. De vastheid van zijn geloof wordt hier op de proef gesteld. Hij moet leren dat God hoe dan ook Zijn belofte zal nakomen. Abraham hoeft het niet te begrijpen. Hij moet het geloven. En dat is precies het punt waar de apostel Paulus op wijst. Het geloof van Abraham was zo groot dat hij erop vertrouwde dat God hem zijn zoon uit de dood terug zou kunnen geven (Hebreeën11: 18).


Een ander voorbeeld. Achterhuis ziet het optreden van Jezus ‘in de context van het apocalytisch geladen verzet van de Joden tegen de Syrische en later de Romeinse overheersers’ (blz. 299).


Achterhuis verwijst op blz. 142 naar de gevangenneming van Jezus. Zijn discipelen blijken over twee zwaarden te beschikken. Jezus zegt dan: ‘Het is genoeg’. De vraag is of Jezus met deze woorden geweld accepteert. Volgens Achterhuis staat Jezus met deze woorden een gewapende begeleiding toe. In de laatste dagen van zijn leven spoort hij zijn discipelen aan om zich te bewapenen (blz. 143).


Dit is een hele smalle basis om je stelling op te funderen. Want wat zegt de tekst geplaatst binnen de context en binnen het bredere verhaal? Jezus verkondigt vanaf het begin van Zijn loopbaan dat Zijn koninkrijk niet van deze wereld is. Daarmee slaat hij de hoop weg onder Joden dat Hij het Romeinse gezag weg zal vagen. Als Petrus bij de arrestatie zijn zwaard pakt en inhouwt op een van de soldaten wordt hij door Jezus bestraft.  Petrus moet zijn zwaard weer in zijn schede plaatsen, want wie het zwaard hanteert zal door het zwaard vergaan. De woorden van Jezus ‘Het is genoeg’ kunnen onmogelijk betekenen dat Jezus overwoog zich gewapenderhand te verzetten tegen zijn gevangenneming. Wat stellen twee zwaarden nu voor als er een gewapende bende onderweg is? Jezus zegt niet: ‘Dat is genoeg’. Met andere woorden: twee zwaarden zijn voldoende om mij te verdedigen. Hij zegt: ‘Het is genoeg’. Hij kapt met deze woorden het verdere gesprek op dat moment af om kort daarna bij Zijn arrestatie geweld te verbieden, want Zijn Koninkrijk wordt niet gewapenderhand gevestigd. Deze uitleg beweegt zich binnen de kaders van de tekst en spoort met het grotere geheel van het optreden van Jezus.


De enorme omvang van zijn boek dwingt Achterhuis tot een schematische voorstelling van zaken. Op blz. 112 en 123 noemt hij de aansporing van Augustinus om de ketterse Donatisten met geweld te vervolgen: ‘via vervolging door de staat wilde hij de Donatisten tot het ware geloof brengen.’ Er was echter een ontwikkeling in het denken van Augustinus. Eerst zocht hij het gesprek met de Donatisten. Toen dat niet opschoot, bestreed hij hun standpunten in zijn geschriften. Pas toen aanhangers van de Donatisten rovend en plunderend het platteland van Noord-Afrika teisterden (de zg. Circumcelliones), katholieke priesters gruwelijk verminkten en vermoordden, spoorde hij de overheid aan om hier met geweld tegenop te treden. Maar als de daders gepakt worden en de doodstraf krijgen, verzet Augustinus zich tegen deze straf. Daders moeten de kans krijgen om hun leven te beteren (Augustinus, Acht brieven, uitgeverij Damon). Dit soort nuances vallen weg in het boek.


Zo slaat Achterhuis toch regelmatig de plank mis. Ik vraag me af of hij niet te veel hooi op de vork heeft genomen. De Maya’s komen ook nog voorbij, met de Azteken, de Inca’s, evenmin blijven de heksenvervolgingen onopgemerkt, de Kruistochten, de Dopersen in München, en de slavernij. De stortvloed aan informatie schaadt de heldere compositie van het boek.


Op een gegeven moment constateer je als lezer dat er overal (onder alle volken, in elke streek, waar dan ook) en altijd (vanaf prehistorische tijden) geweld is geweest. De vraag is of religie daar verantwoordelijk voor kan worden gehouden. Is dat wel logisch gedacht als geweld altijd en overal aanwezig is bij gelovigen en niet-gelovigen? Ligt het niet veeleer aan de mens en wat die ervan terechtbrengt? Het geweld zit primair in de mens. Dat spoort weer met de Bijbelse visie op de mens: Het geweld zit in de mens zelf. De oproep in de Bijbel is om daartegen te strijden en het welzijn te zoeken van je medemens. Het bracht Voltaire tot de uitroep: Als God niet bestond, zou je Hem moeten uitvinden. De grondlegger van de Verlichting bedoelde daarmee dat religie een rem was op de gewelddadige natuur van mensen.
Kortom: een boek dat uitdaagt tot meedenken!


Ik vond twee verschrijvingen in dit boek:
Thomas Scruton moet zijn: Roger Scruton (blz. 125)
Docisme moet zijn: docetisme (blz. 332).


Hans Achterhuis
(1942) is filosoof en theoloog. Van 2011 tot 2013 was hij de eerste Denker des Vaderlands. Hij is een zeer productief schrijver van boeken en artikelen. Twee van zijn boeken zijn bekroond met de Socratesbeker.


ISBN 9789047713401 | Hardcover | Uitgeverij Lemniscaat | Omvang: 472 blz. | maart 2021

© Henk Hofman, 4 mei 2021

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER.