Nieuwe recensies Non-fictie

Langs de afgrond
Het nut van foute denkers
Arnold Heumakers


De titel is in meervoudige zin op te vatten. Het kan betrekking hebben op foute denkers die met hun opvattingen langs de afgrond van radicalisme scheren. De auteur, Arnold Heumakers, kan aan zichzelf denken. Want hij durft het aan denkers te bespreken die vandaag de dag voor ‘fout’ worden aangezien. En de titel kan te maken met onze samenleving die langs de afgrond scheert, maar die zijn voordeel kan doen met het gedachtegoed van denkers die ook aan een afgrond hebben gestaan.
In elke interpretatie schuilt een kern van waarheid. Dat geeft aan dat deze titel heel goed gekozen is. De auteur zelf denkt overigens vooral aan de derde interpretatie.


Foute denkers zijn van rechtse signatuur. Zij hebben met hun opvattingen raakvlakken met het fascisme en nationaalsocialisme. Heumakers vindt het te kort door de bocht om deze denkers op grond daarvan af te schrijven. Niet elke ‘foute denker’ was een antisemiet of een aanhanger van Hitler en/of Mussolini. Wij leven net als de generatie voor ons in een fundamenteel verdeelde cultuur. Heumakers stelt de vraag wat we kunnen opsteken van de inzichten van ‘foute denkers’, zonder dat dit een rehabilitatie inhoudt. Het levert een aansprekend, gevarieerd en goed leesbaar boek op.


Een vijftiental foute denkers worden besproken. Sommige daarvan zijn ook vandaag de dag nog wel redelijk bekend bij het grote publiek: George Sorel (1847-1922), Oswald Spengler (1880-1936), Ernst Jünger (1895-1998), Jonathan Littel (1967), Michel Houellebecq (1956). Weer anderen zullen nauwelijks nog bekendheid genieten: Friedrich Reck-Malleczewen (in 1945 in Dachau overleden), Erich Wichman (1890-1929), Maurice Blanchot (1907-2003).


Heumakers concentreert zich op een aantal thema’s: het kwetsbare bestaan van de liberale democratie en haar streven naar gelijkheid en vrijheid, de Europese eenwording, massaemigratie, emancipatie.


Het waardevolle van dit boek is dat elk hoofdstuk leidt tot cultuurkritische opmerkingen over deze uitgangspunten, die in onze tijd tot speerpunten in het beleid zijn uitgeroepen.


Neem het begrip ‘gelijkheid’. Het begon met ‘gelijkheid voor de wet’, maar is na verloop van tijd uitgebreid tot “humane gelijkwaardigheid, gelijkheid van kansen en de laatste tijd steeds meer gelijke of liever proportionele vertegenwoordiging in bestuur, media, cultuur, bedrijfsleven, onderwijs en waar al niet meer. Zo wordt een onuitputtelijke bron van onrecht en dus van wrok en verontwaardiging aangeboord” (blz. 267).
Iets verderop constateert de auteur dat gelijkheid in de natuur niet bestaat. “Als er iets is wat alle foute denkers ons trachten bij te brengen dan is het wel dit.” Daarom kan het verlangen naar gelijkheid nooit volledig worden bevredigd.


Hetzelfde geldt voor dat andere kernbegrip uit de seculiere ideologie: het recht op vrijheid. “Als grondrecht zal het altijd een fictie blijven: nuttig om onrecht en machtsmisbruik tegen te gaan, schadelijk als het zo letterlijk wordt opgevat dat geen enkele vorm van ongelijkheid of onvrijheid meer wordt geaccepteerd. Want ook dat leren bijna alle fouten denkers ons: een gemeenschap kan niet zonder gezag en hiërarchie” (blz. 268). Uit de ongelijke verdeling van talent, intelligentie, handigheid, gezondheid, karakter en schoonheid vloeit voort dat het sociale leven altijd getekend zal zijn door ongelijke verhoudingen. “Wie denkt dat te kunnen veranderen, jaagt een hersenschim na.”


Eenzijdig hameren op gelijkheid is levensgevaarlijk voor vrijheid. ‘Emancipatie’ is in wezen een strijd om de macht. Minderheden, gegroeid in aantal en zelfbewustzijn, zetten de meerderheid onder druk om overstag te gaan. Onbedoeld kunnen we daardoor in een politiestaat terecht komen, waarin niet alleen daden, maar ook het anders denken strafbaar wordt (blz. 269).


De idealen van nu (vrijheid, gelijkheid, emancipatie, diversiteit, inclusiviteit) klinken goed, maar hebben een zwarte keerzijde als ze tot hun uiterste consequentie worden doorgevoerd. De Westerse beschaving dreigt aan haar eigen succes te gronde te gaan, schrijft Heumakers.


Een religie of ideologie die in de greep komt van fundamentalisten ontspoort inderdaad onherroepelijk. Dat wisten we al van het christendom en de islam. Het blijkt echter ook te gelden voor de seculiere ideologie die nu hoogtij viert. Een scheut minder bevlogenheid en wat meer realisme kan dus geen kwaad. Heumakers pleit voor nuchterheid en ‘methodisch pessimisme’. Dat is noodzakelijk, want het Europese universele humanisme dat niemand wil buitensluiten, verandert daardoor de eigen identiteit onherkenbaar (blz. 277).
Een waardevol en betekenisvol boek!


Arnold Heumakers (1950) is essayist, criticus bij NRC Handelsblad en was tot voor kort docent cultuurwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam.


ISBN 9789024430123 | Paperback | Omvang 350 blz. | Uitgeverij Boom | november 2020

© Henk Hofman, 13 januari 2021

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER

 

50 jaar Toppop
Het verhaal van het populairste popprogramma
Tom Steenbergen


De titel van het boek is misschien een beetje misleidend, want het programma Toppop is weliswaar 50 jaar geleden begonnen, maar het is maar 18 seizoenen op TV geweest. Daarna zijn er nog allerlei programma’s geweest, waarin terug werd geblikt op oude opnamen en dit jaar is er veel aandacht voor het feit dat het 50 jaar geleden is dat dit eerste wekelijkse popprogramma op de Nederlandse TV begon.


Het is een mooi bladerboek, met veel anekdotes en mooie verhalen. Ook bevat het boek veel foto’s. Wat ik misschien jammer vind is dat niet over alle artiesten op de foto’s een verhaal in het boek te vinden is. Een klein foutje heb ik nog wel gevonden in het stuk over Roxy Music. Daarin wordt namelijk het woord viola genoemd, in het Nederlands betekent viola altviool, die niet in Roxy Music werd bespeeld. Met Eddie Jobson had men wel iemand in de gelederen, die niet alleen toetsen speelde, maar ook op de viool goed uit de voeten kon. Altviool bespeelde hij echter niet, maar wèl viool.


En wat is het verschil tussen een viool en een altviool? Een altviool is groter en een kwint lager gestemd. Een bekend grapje is dat een altviool langer brandt. Eddie Jobson speelt overigens ook de vioolsolo in ‘Love is all’ van Roger Glover and Guests, waar dit boek ook een verhaal over heeft. Voorts is hij nog bekend van de groep UK, die in Nederland een behoorlijke hit had met ‘Rendezvous 6.02.
Eddie Jobson begon ooit als 17-jarige in de groep Curved Air en heeft ook nog met Frank Zappa gespeeld. Wie wil horen wat Eddie Jobson als 17-jarige deed, moet maar eens op YouTube zoeken naar het nummer Metamorphosis van Curved Air, van het album Air cut, een nummer dat hij ook geschreven heeft. Het woord ‘viola’ komt in het Nederlands eigenlijk alleen voor in de samenstellingen ‘viola da braccio’, ‘viola da gamba’ en ‘viola d’amore’.


Het boek vertelt het verhaal van het programma in chronologische volgorde en begint met de voorganger het programma Doebidoe. Helaas is niet alles van Toppop bewaard gebleven, omdat de Ampexbanden waarop het een en ander vaak werd opgenomen, zo duur waren, dat ze opnieuw gebruikt werden. (Een probleem waar de bekende serie ‘Ja zuster, nee zuster’ ook door geplaagd is.) Wat er wel is, kan op YouTube gevonden worden.


Leuk is het verhaal in het stuk over het eerste seizoen, over Family. De opname is op YouTube te vinden en op een gegeven moment zit er een solo voor tenorsax in, die door de opvolger van saxofonist Jim King, de multi-instrumentalist John ‘Poli’ Palmer op fluit wordt geplaybackt.


In het stuk over het derde seizoen is er aandacht voor de glamrock met groepen als The Sweet, Slade en Mud, hoewel de laatste groep pas een jaar later z’n opwachting maakt.
In het vierde seizoen komt er concurrentie in de vorm van de parodie ‘Sjef Van Oekel’s Discohoek’, een programma dat overigens na een jaar weer verdween.
In het vijfde seizoen wordt het programma steeds meer een dwarsdoorsnede van de hitparade, met schlagers, chansons, novelty-songs en carnavalskrakers, iets wat niet zo goed viel bij de popfans, die zagen dat het programma gekaapt werd door de muziek van hun ouders. In dit seizoen werd Ad Visser ook regelmatig vervangen door Krijn Torringa. Dit was ook het seizoen waarin de animatievideo voor het nummer ‘Love is all’ van Roger Glover and Guests uitkwam. Zanger Ronnie James Dio (o.a. Black Sabbath en Rainbow), die in dit nummer te horen is, was iets minder blij met de gouden plaat die voor dit nummer werd uitgereikt, omdat zijn naam nergens vermeld werd.
Ook in het zesde seizoen wisselden Ad Visser en Krijn Torringa elkaar af bij de presentatie en we zagen de opkomst van de disco en de Nederpop. Concurrentie kwam van Popzien, maar Toppop blijft nog altijd het populairst.
Het achtste seizoen kent een legendarisch optreden van Iggy Pop, die het decor afbrak. In het negende seizoen kwam er concurrentie van de Tros Top 50 en Countdown van Veronica.


Ook is er natuurlijk veel aandacht voor mister Toppop Ad Visser en danseres Penney de Jager, die te zien was als een artiest niet kon komen en soms ook bij een artiest die solo optrad. Penney de Jager stopte op een gegeven moment met haar werk voor Toppop en na 15 jaar stapte ook Ad Visser op. In het zestiende seizoen wordt hij vervangen door Kas van Iersel. In het zeventiende seizoen is hij weer vervangen door Bas Westerweel en Léonie Sazias. De laatste ruimt na een seizoen al weer het veld. Na het achttiende seizoen valt het doek voor Toppop, dat inmiddels is ingehaald door Countdown en Popformule.


Ook is er in het boek de nodige aandacht voor de mensen achter de schermen en de Toppop Drive-In Show.
Zo valt er nog veel meer over dit prachtige bladerboek te vertellen. Het is echt een trip naar het verleden en naar mijn jeugd, hoewel ik nu ook weer niet zo veel van het programma gezien heb. Waarschijnlijk heb ik meer gezien in de programma’s met herhalingen, dan in het programma zelf.


ISBN 9789024593767 | Paperback | 256 pagina’s | Universal Music Books | Luitingh Sijthoff | november 2020

© Renate, 3 januari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De juf die geen juf is
De leraren-risicolijst en 27 andere ontroerende en inspirerende verhalen over jongeren
Katrín Gudmundsson


Try to be a rainbow in someone's cloud

                                        Maya Angelou

Katrín Gudmundsson is regelmatig die regenboog voor kinderen die in de knoop zitten met zichzelf, hun ouders, de school en/of de maatschappij. Zij luistert naar en helpt jongeren verder die in een lastige situatie zitten maar niet weten hoe ze daar uit moeten komen. Gudmundsson voert gesprekken met die jongeren en soms ook met hun ouders of leerkrachten. Ze is erg direct en eerlijk tegen hen maar zal ook niets achter hun rug, zonder hun toestemming doen. Ook toont ze haar eigen emoties bij de gesprekken. Die aanpak lijkt te helpen.


In dit boek maken wij kennis met een aantal van deze jongeren waarmee ze in gesprek raakte dankzij haar werk.
Er zijn verhalen over jongeren die al op de zoveelste school zitten en dreigen wéér weggestuurd te worden. Veelal blijkt dat die jongere zelf nauwelijks gehoord is, dat hij zijn eigen verhaal niet kon vertellen, waardoor de situatie in stand bleef en het inderdaad steeds mis bleef gaan. De jongeren merken dat Katrín te vertrouwen is en zien en voelen dat Katrín ze écht wil helpen, écht naar ze luistert en écht met ze praat en oplossingen zoekt die bij hun passen in plaats van de opgelegde oplossingen en de standaard gesprekken vol vooroordelen die ze daarvoor altijd hadden. Het is bijzonder om te lezen hoe deze jongeren opbloeien dankzij de aanpak van 'De juf die geen juf is'.


Erg leuk is het verhaal over de leraren-risicolijst. De jongen die problemen heeft met het volgen van de lessen vult samen met Katrín die lijst in. De leerkrachten waarbij het altijd goed gaat, krijgen op de lijst een groene kleur, daar waar het mis mee gaat, worden rood gekleurd. Er blijkt best veel groen te zijn, dus de jongen weet dat hij daar weinig risico op problemen heeft en zich kan ontspannen. Maar waarom gaat het bij de roodgekleurde leerkrachten mis?
'Ik krijg gelijk een één bij hem als ik mijn boek vergeten ben, terwijl een groene leraar hem zijn boek leent,' geeft de jongen als voorbeeld. En zo meldt hij meer dingen waardoor het fout gaat. Het helpt al enorm dat alles zo uitgebreid bekeken wordt en de jongen in zijn waarde wordt gelaten.
Het leuke is dat het bestaan van de lijst al snel ook door de leerkrachten opgemerkt wordt. Eén leraar wil niet als rood gekenmerkt staan, en doet zelf ook zijn best om een groene te worden!

De verhalen zijn soms ook erg schrijnend, zoals het jonge meisje dat schoorvoetend toegeeft dat haar 'zusje' eigenlijk haar kindje is, ze is lange tijd misbruikt zo blijkt, en ze voelt zich schuldig dat het gebeurd is. Eigenlijk weet ze ook niet goed hoe ze met haar kindje om moet gaan. Katrín Gudmundsson vertelt met veel compassie en liefde over het meisje en de moeilijke weg die ze te lopen heeft. Het is erg ontroerend maar ook mooi om te lezen hoe dat meisje samen met Katrín knokt om zich weer een volwaardig mens te voelen.


Ook het verhaal over een meisje dat van het ene asielzoekerscentrum naar het andere moet. Ze vond het in het centrum op Texel zo fijn, ze had daar vrienden en iedereen was aardig, maar ook daar moest ze weer weg. Ze begrijpt niet waarom ze steeds maar geen toestemming krijgen om te blijven. Ze is gevlucht met haar moeder om geen besnijdenis te hoeven ondergaan. Haar vriendinnetje is daardoor doodgebloed.
Ze wil leren en later naar haar land gaan om te strijden tegen deze kwalijke praktijken. Ook dit wordt met zoveel begrip en liefde beschreven.


Alle achtentwintig verhalen zijn indrukwekkend. Ze laten zien dat er achter die ogenschijnlijke 'lastige-' en/of 'probleem'kinderen een prachtig kind/jongere zit, die zich door de omstandigheden haast niet anders kan gedragen dan zij doen. Na gelezen te hebben hoe zij geprobeerd hebben om overeind te blijven, kun je niets anders dan groot respect voor ze hebben. Katrín laat de méns achter al dat provocerende of moeilijke gedrag zien.


Achterin het boek schrijft Katrín onder het kopje 'Het geheim van de smid is...' hoe je kunt handelen om jongeren verder te helpen en dat zijn erg mooie en vooral heel menselijke tips. Daarnaast geeft zij webadressen, telefoonnummers etc. voor jongeren waar zij zich tot kunnen richten als ze hulp nodig hebben.


Samenvattend: een prachtig, aangrijpend en imponerend boek!


Katrín Gudmundsson (1972) is moeder van 2 kinderen. Zij heeft 28 jaar gewerkt in onderwijs- en jeugdzorgorganisaties.


ISBN 9789090339818 | Paperback | 219 pagina's | Droom durf doe | december 2020

© Dettie, 18 december 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Regel
Richtsnoer voor monastiek leven
Benedictus van Nursia
Vincent Hunnik, Thomas Quartier en Guerric Aerden ocso (red.)


Dit boek is zowel wat de inhoud aangaat als wat de vormgeving betreft een parel. Het boek is het tastbare eindproduct van liefde voor en toewijding aan een oude, maar rijke traditie. Dat is de traditie van het Middeleeuwse monastieke leven. Het contrast met onze tijd is immens. Hoewel Europa mede vorm heeft gekregen met het christelijke gedachtegoed als bron, is er vrijwel geen verbondenheid meer met dit verleden.


Monastiek leven betekende ontzag hebben voor God en leven volgens Zijn voorschriften. ‘De mens moet bedenken dat God te allen tijde op hem neerziet’ (blz. 72). Ontzag voor God, Die heilig is, moet niet alleen de kloosterling, maar alle mensen brengen tot een houding van nederigheid en de bereidheid Zijn wetten te gehoorzamen. In de prachtige Inleiding staat het zo: ‘De mens wil vrede, maar maakt oorlog. Het hart is een strijdtoneel, ten prooi aan zwakheid en allerlei tegenstrijdige krachten. Wie vrede wil, moet zich toeleggen op gehoorzaamheid, zwijgzaamheid en nederigheid’ (blz. 25).


Gehoorzaamheid in plaats van verzet. Zwijgzaamheid in plaats van protest. Nederigheid in plaats van opstandigheid. Hier staat niet de rationele mens centraal, die uitgaat van rede en wetenschap, zelfontplooiing en autonomie, kritisch denken en inspraak. Vanaf het tijdvak van de Verlichting is het ene wereldbeeld vervangen door het nieuwe.


De Regel van Benedictus van Nursia (ca. 550-450) geeft richtlijnen voor het leven in een klooster. Het gaat over de abt en hoe die leiding moet geven. Het gaat over monniken die blijmoedig en gezwind gehoor moeten geven aan de leiding van de abt. De Regel behandelt hoe het kloosterleven in het teken moet staan van gebed en lofzang, afgewisseld met het dagelijkse werk.
De Regel geeft aanwijzingen voor de kleding van de monnik, de gastvrijheid die aan reizigers aan de dag moet worden gelegd, de omgang met armen en zieken.


De basis voor de Regel is de Bijbel. Alle regels moeten geworteld zijn in Bijbelse voorschriften, maar met wijsheid worden toegepast, rekening houdend met mogelijkheden en beperktheden van de individuele monnik. Tegelijk zijn de richtlijnen van Benedictus zo heilzaam dat ze toepassing verdienen in ieders leven, ook al ben je geen monnik. Wij leven in verwarrende tijden. Dat was toen niet anders. Maar wie deze levensweg volgt ‘zal gemakkelijker in balans blijven en harmonieuzer en evenwichtiger in het leven staan’ (blz. 13). Dat maakt het waardevol dat deze bron uit een ver verleden voor de hedendaagse mens weer toegankelijk is gemaakt.


Het kernwoord van de Regel is Liefde en die liefde uit zich in zorg voor elkaar en de wereld om ons heen.  De Regel structureert het dagelijkse leven. Het klooster is als een school, waarin de monnik levenslang wordt opgeleid en gevormd.


De Inleiding plaatst de Regel in zijn historische en theologische context. De vertaling is onberispelijk. De bibliografie, het tekstregister en het thematisch register maken het boek compleet.


Een heel mooi boek!


De samenstellers zijn: Vincent Hunnik (universitair docent), Guerric Aerden (cisterciënzermonnik in de abdij van Westmalle), Thomas Quartier (oblaat van de Willibrordsabdij in Doetinchem [een oblaat heeft geen gelofte afgelegd], Krijn Pansters (historicus en theoloog). De fraaie Inleiding is geschreven door Guerric Aerden. De vertaling is van Vincent Hunnik.


ISBN 9789460360602 | Hardcover met leeslint | Omvang 182 blz. | Uitgever Damon | december 2020
Vertaald door Vincent Hunnik

© Henk Hofman, 4 december 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
Rock
Waarom rock de beste muziek van de 20e eeuw is
Flip Vuijsje

De ondertitel van dit boek doet me denken aan polls die je vroeger wel in muziekbladen zag, waarin lezers de beste gitarist, bassist, toetsenspeler, drummer, zanger, groep of iets anders konden kiezen. De vraag is dan altijd hoe je dit bepaalt. Is de beste muzikant de man, of vrouw, die het snelst kan spelen, alsof muziek een soort sportwedstrijd is, of gaat het om de muzikant die het populairst is? Het systeem van de meeste stemmen gelden is in zekere zin al een indicatie dat het om populariteit gaat en niet om andere kwaliteiten, die niet of nauwelijks meetbaar zijn.

Hoe vergelijk je bijvoorbeeld verschillende pianisten met elkaar? De toetsenspelers die je in rockgroepen tegenkomt, kunnen vaak niet in de schaduw staan van bekende virtuozen in de jazz, of klassieke muziek. Wil dat dan zeggen dat deze jazz- of klassieke muziekanten zonder problemen in een ander genre aan de slag kunnen? Nee, over het algemeen niet. Er zijn maar weinig muzikanten die werkelijk in alle genres uit de voeten kunnen. Maar rock de beste muziek noemen komt bij mij over als zeggen dat McDonalds de beste restaurantketen is. En om het even duidelijk te maken, ik denk dat zo’n 90% van m’n CD-verzameling in de breedste zin onder rock valt te categoriseren, soms in subgenres die Flip Vuijsje in een van de lijsten in z’n boek niet eens noemt, maar om met Billy Joel te spreken: “It’s all rock ‘n’ roll to me.”

Het boek is overigens wel degelijk interessant, ondanks het feit dat ik zo hier en daar wel wat kanttekeningen zou willen maken. In de proloog legt Flip Vuijsje uit, waarom rock volgens hem de grootste culturele verworvenheid van de 20e eeuw is. Dan volgt het verhaal over het tijdperk waarin rock volwassen werd en over het feit dat er in de jaren 60 en 70 zo veel geweldige rockmuziek geproduceerd werd.
In andere hoofdstukken gaat het over het feit dat rock een Britse uitvinding is, waarin heel veel verschillende muziekgenres invloed hebben gehad. Het gaat ook over het feit dat het vooral een kwestie van talent en hard werken was en niet van wie je kende. Het gaat dan ook over familiebanden, dus kinderen van muzikanten die het in de voetsporen van beroemde ouders gemaakt hebben en volgens Flip Vuijsje zijn die er niet, zulks in tegenstelling tot bij acteurs, waarbij verschillende kinderen van grote acteurs zelf ook een carrière in Hollywood hebben. Dat heeft natuurlijk deels te maken met het feit dat kinderen van acteurs groot zijn gebracht in een acteursmilieu en door de bekendheid van hun ouders een betere ingang hebben dan anderen. Bovendien is acteren natuurlijk toch min of meer hetzelfde gebleven.

Bij muziek is dat toch heel anders. Genres veranderen en worden in de loop der tijd minder populair, terwijl er weer nieuwe genres opkomen. Daarbij zou ik kunnen aantekenen dat de kinderen van Johan Sebastiaan Bach ook niet zo bekend zijn geworden als hun vader. Er zijn wel degelijk kinderen van rockmusici uit de eerste generatie, die zelf ook actief zijn in de muziek, ook al zijn ze niet zo bekend als hun ouders. Flip Vuijsje komt alleen met Julian Lennon, de zoon van John, maar tegen een legende als John Lennon, zal je het toch al snel af moeten leggen, en Jason Bonham, de zoon van John Bonham (drummer van Led Zeppelin). Julian Lennon klonk toch wel heel erg als een kloon van z’n vader en dat maakt het natuurlijk ook al moeilijker om op eigen kracht een carrière te maken, omdat de naam van de vader dan altijd op de achtergrond blijft hangen. Ik kan zelf in ieder geval wel een lijstje maken van kinderen van rockmuzikanten, die zelf ook actief zijn, of zijn geweest in de muziek. Dat ze minder bekend zijn geworden dan hun ouders heeft misschien ook wel te maken met het feit dat ze actief waren in een tijd waarin rock toch al wat minder prominent werd en de muziek die ze maakten zich wat meer in een niche bevond.

In de eerste plaats is daar Kim Wilde, de dochter van Marty Wilde, die in het derde hoofdstuk genoemd word als een van de voorlopers van de rockmuziek, een artiest die een pseudoniem en muziek kreeg aangemeten. Waarschijnlijk is de dochter uiteindelijk bekender geworden dan de vader. Dan hebben we de zoon van Frank Zappa, Dweezil Zappa, die de muziek van z’n vader uitvoert. De zoon van Bill Bruford, drummer bij Yes en King Crimson, was een van de oprichters van de Infadels (een minder bekende groep, die in 2003 werd opgericht en die in 2006 op Pinkpop speelde). De zonen van Rick Wakeman (bekend van Yes, maar ook de man die piano speelde op Morning has broken van Cat Stevens) zijn in de muziek actief.
Ik kan nog wel meer voorbeelden noemen, maar dan kom ik bij muzikanten uit landen buiten het Engelse taalgebied, dus dat laat ik hier maar weg.

Het boek gaat ook in op de vraag of rock en revolutie twee kanten van een medaille zijn. Daarbij stelt de heer Vuijsje dat dit niet echt het geval is. Verder gaat het over het feit dat rock erg blank is, waarbij ik zelf overigens wel een uitzondering zou willen maken voor genres als jazzrock en funkrock, waarin wel degelijk gekleurde muzikanten actief zijn.


Ook racisme komt aan bod, waarbij de ‘disco sucks’-beweging genoemd wordt. Of het nu helemaal terecht is om dit alleen maar op racisme te gooien, wil ik betwijfelen. Veel weerzin had volgens mij ook te maken met het feit dat rockliefhebbers disco als een commercieel massaproduct zagen, dat niets te maken had met de artistieke integriteit van musici. Muziek die eigenlijk alleen geschikt was om te dansen en die puur gemaakt was om te verkopen.
De auteur heeft het ook nog over het begrip culturele toe-eigening, omdat rockmuziek z’n wortels deels in de zwarte rock ‘n‘ roll heeft. Flip Vuijsje betoogt dat versies die blanke muzikanten van nummers maakten die oorspronkelijk door zwarte muzikanten bekend zijn gemaakt, toch beter zijn dan het origineel. Of dit nu werkelijk zo is, is voor mijn gevoel meer een kwestie van smaak dan van iets dat je op basis van objectieve criteria kunt zeggen.


En dan is er nog de vraag wat rockmuziek is, iets wat Flip Vuijsje beantwoordt met muziek waarin de elektrische gitaar een belangrijke rol heeft. Hoewel dit misschien ten dele waar is, zou ik persoonlijk toch meer kijken naar de rol van de drummer in de muziek. Het kiezen van een instrument als zijnde bepalend voor een genre vind ik nogal lastig. Er zijn voldoende rockgroepen waarin de elektrische gitaar een veel minder belangrijke rol, of soms zelfs nauwelijks een rol speelt. Jazz wordt per slot van rekening ook niet aan de hand van een centraal instrument bepaald.
Het gaat ook nog over zaken als cultuur of commercie en de toekomst van de rockmuziek. Zoals ik al eerder schreef, het is een zeer interessant boek geworden, waarover je ook nog met medelezers kan discussiëren.


ISBN 978 90 468 2319 4 | NUR 662 | Paperback | 254 pagina’s | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | november 2020

© Renate, 23 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
 

Verlichting voor luie mensen
Paul Smit


Is dit alles? zong Doe Maar. Dat gevoel bekruipt veel mensen volgens Paul Smit. Ook al hebben ze in wezen alles, een goed baan, leuke man of vrouw, kinderen, mooi huis, toch is het niet goed genoeg. Er blijft iets knagen. Het geluksgevoel zit daar dus kennelijk niet in. Er moet meer zijn, maar wat? Het is een soort onrust, een soort innerlijk commentaar dat constant aanwezig is. En wat je ook doet, dat commentaar wil maar niet weggaan en het zou zo lekker zijn als dat wél eens wegging.


In dit boekje geeft Paul Smit het voorbeeld van naar een mooie film kijken, het filmverhaal is prachtig en je gaat er helemaal in op. Het commentaar in je hoofd is even niet aanwezig. Het is gewoon even een moment waarin je aan niets anders denkt. 
Maar stel dat je die zelfde film ziet met de twee oude mannetjes uit de muppetshow naast je, zij leveren constant commentaar op alles wat zij zien. Dan is jouw film verstoord, en is het plezier weg. Het commentaar heeft de overhand.


Het moment waarop jij helemaal IN de film zit noemt Paul Smit een moment van non-dualiteit. Er is geen tweeheid, geen strijd, alleen de film, alles gaat zoals het gaat. Je lacht bij de film, huilt misschien, er zijn allerlei emoties maar het is helemaal goed, er is rust. Er is geen verzet tegen de emoties. Je voelt je tijdens het kijken verlicht.
Zo gauw die muppets erbij komen is de rust weg. Zij verpesten de hele film. Er is dan wel dualiteit.


Ons leven is ook als een film stelt Smit, wij kunnen ook naar onze film kijken zonder verzet tegen emoties. Onze film volgt ook zijn verhaal en ook in ons leven gaat het zoals het gaat. De leuke dingen én de niet leuke dingen komen voorbij. Maar het punt is dat we dat laatste niet willen, we willen controle houden, we gaan ons er tegen verzetten, we maken ons om van alles druk, om vroeger of de toekomst, het stemmetje/het commentaar blijft ons lastig vallen net als de twee oude Muppetmannetjes. We kunnen niet meer genieten van onze eigen film en zo kunnen we ook nooit verlicht raken.


Paul Smit vertelt in klip en klare taal hoe je dat wél weer kunt doen, maar in feite hoef je niets te doen, alleen de knop in je hoofd omzetten, vandaar de titel. Maar dat is juist waar veelal het probleem zit.


De boodschap van Smit komt goed over hoewel er wel enkele zijsprongetjes zijn die niet goed genoeg uitgewerkt zijn. Bijvoorbeeld Smits verhaal over het geen eigen wil hebben is niet echt goed onderbouwd waardoor het niet overtuigend overkomt. En het boekje doet soms een beetje onsamenhangend aan.
Maar de uiteindelijke strekking van het verhaal is heel duidelijk. Het is zoals het is, het gaat zoals het gaat.


Don't worry,
don't be afraid
ever,
because,
this is just a ride.


Bill Hicks (1961-1994)


ISBN 9789492995469 | Hardcover met leeslint | 114 pagina's | Samsara | mei 2020
Afmeting 15,8 x 10,7 cm

© Dettie, 9 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Eigenlijk is het leven simpel
Ervaringen met Een cursus in wonderen
Met een inleiding van Willem Gaudemans
Diverse auteurs


"Een Cursus in Wonderen is wereldwijd voor miljoenen mensen hun levensboek. Grote spirituele leiders als Eckhart Tolle, Deepak Chopra en verwijzen allemaal naar de cursus als hun belangrijkste inspiratiebron. Een cursus in wonderen is de uitwerking van het manuscript dat psychologe Helen Schucman schreef, waarin alle tekst is opgenomen die zij gedicteerd kreeg van een innerlijke stem."

In het voorwoord van Eigenlijk is het leven simpel kunnen we over het ontstaan van de cursus lezen. Het begon ermee dat Helen Schucman in 1965, op dat moment universitair hoofddocent Medische Psychologi en haar manager William Thetford wederom hoog oplopende ruzie hadden. Thetford uitte zijn frustratie over de werksfeer op de afdeling en riep uit "Er moet een betere manier zijn!". Schucman bood hem aan om te helpen die manier te vinden. Schucman heeft verteld dat ze daarop symbolische dromen kreeg en dat een innerlijke, geluidloze stem zich meldde: "This is a Course in Miracles. Please take notes" (Dit is een Cursus in Wonderen. Maak alsjeblieft aantekeningen).

Er volgden zeven jaar van wat ze zelf betitelde als "snel dictaat". Tussen 1965 en 1972 vulde ze bijna dertig stenografische notitieboeken met tekst van die innerlijke stem. Na het uittypen door William Thetford besloeg het manuscript zo'n 1500 pagina's. Schucman en Thetford wilden deze ervaring niet bekendmaken binnen het Columbia University Medical Center waar zij werkten; ze vreesden onbegrip en afwijzing, en waren bang dat het hun academische carrière zou schaden.


Helen Schucman deed dus aanvankelijk niets met de tekst. Totdat ene Ken Wapnick een deel van de tekst onder ogen kreeg. "Hij las en wist: dit is mijn Boek, met hoofdletter.' Hij bracht structuur aan zoals het toevoegen van hoofdstukindelingen, alinea's en tussenkopjes en uiteindelijk wisten ze na lang zoeken een uitgever te vinden die achter een uitgave van De cursus in wonderen stond. Het vuistdikke boek is - zoals hierboven ook al aangegeven staat - voor veel mensen een leidraad in hun leven geworden.


Omdat de inhoud van het boek nogal ingewikkeld en moeilijk lijkt, beginnen meestal de wat oudere mensen in dit boek te lezen en de lessen in hun leven toe te passen. Het unieke van dit boek is echter dat jonge mensen van rond de twintig over hùn ervaringen met het boek vertellen.


Het is intrigerend om te lezen hoe belangrijk dit boek voor hen is geworden. Het frappante is dat ze steeds op een toevallige manier met het boek in aanraking kwamen. Een meisje had een vriend die het boek las, bij een ander had een van de ouders het boek gekocht en keken ze er maar eens in, of ze lazen in een ander boek over dit boek. Bij de een sloeg de inhoud van het boek gelijk in als een bom, de ander deed er langer over, alsof ze voelde dat ze er nog niet aan toe was.


Maar eenmaal begonnen aan het boek werd het voor iedereen een soort bijbel. Ze sleepten het overal mee naar toe, zelfs op vakantie, en merkten hoe het hun visie op het leven veranderde. Het boek laat namelijk zien dat het ego een praatjesmaker is, dat gedachten voorbijgaand zijn, en vooral hoe je al je maskers af kunt leggen zodat je écht jezelf bent en je niet degene bent zoals er van je verwacht wordt. Dus niet handelt naar wat de buitenwereld van je verwacht maar je eigen innerlijke stem volgt.


Dat lijkt eenvoudig maar is nog niet zo'n makkelijke opgave want veel mensen zijn bang om hun wezenlijke zelf te laten zien of te handelen naar wat zij zelf willen. Niet voor niets zijn deze prachtige zinnen "Onze grootste angst is niet dat we te kort schieten. Onze grootste angst is juist dat we over onbegrensde krachten beschikken. Het is het licht in ons en niet onze duisternis, waarvoor we de grootste angst hebben. We vragen onszelf af, wie ben ik wel om briljant, schitterend, begaafd of geweldig te zijn?" van Marianne Williamson zo legendarisch geworden.


Maar al deze vertellers hebben het aangedurfd, ze zijn het stemmetje van hun ego gaan negeren, ze zijn daar aan voorbij gegaan en durven te kijken naar wat er écht in hun speelt. Ze gingen de confrontatie met zichzelf aan, ze gingen doen wat ze werkelijk wilden, zeiden wat ze écht voelden, ook al waren ze bang dat hun omgeving dat niet zou accepteren of dat ze met het opzeggen van hun baan hun hele bestaanszekerheid kwijt zouden raken etc.  Ze leerden te vertrouwen op zichzelf, op hun eigen innerlijke leidraad met De cursus in wonderen als leermeester. Het maakte dat zij zich eindelijk thuis voelden bij zichzelf en de hele wereld.


"Je hoeft geen angstig of depressief persoon te zijn, je kunt er altijd voor kiezen om iets anders te zijn. Datgene wat eigenlijk al bent maar wat je misschien nog niet ontdekt hebt. Het leven kan dus heel simpel zijn."


Het zijn inspirerende verhalen van mensen die een mooie weg in hun leven gevonden hebben. Al met al is het indrukwekkend en interessant boek dat maakt dat je het boek Een cursus in wonderen ook wilt lezen en ondergaan. Jammer dat dàt boek zo duur is, even doorsparen dus.


ISBN 9789020217469 | Paperback | 126 pagina's | Ank Hermes | december 2020

© Dettie, 8 januari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Pastorale
Nalatenschap van een schaapherder
James Rebanks


‘Engeland werd altijd een ’groen en aangenaam land’ genoemd, maar in werkelijkheid was het nooit geheel en al groen, noch geheel en al aangenaam.’


Als James Rebanks de boerderij erft van zijn vader, staat hem een lastig karwei te wachten. De boerderij ligt ten Noorden van het National Park Lake District. In de jaren zestig kocht zijn grootvader, al de zoveelste in een familie van boeren, een fellboerderij (met een fell wordt een rotsachtig heidelandschap bedoeld, onderaan heuvels en bergen, vooral geschikt voor veeteelt). Het was zijn grootvader die James de liefde voor het land en het vee bijbracht. Samen bewerkten ze het land, waarbij de jongen van alles leerde dat hij nooit uit boeken zou leren.


Het bedrijf dat James erft bestaat uit twee boerderijen, met er tussen en eromheen diverse stukjes land, omzoomd door muurtjes en heggen met hekken erin, een deel voor schapen of koeien en andere stukken voor landbouw, waar het voer voor dat vee geproduceerd werd. Het soort gemengde bedrijf dat in de jaren zestig langzaam verdween. Boeren voegden hun stukken land aaneen en bewerkten ze met grote landbouwmachines, terwijl ze steeds vaker overgingen tot monocultuur. Ze moesten wel om genoeg te verdienen.
De familie Rebanks evenwel deed het anders. Hoe zwaar het ook was, zij begrepen dat zulk een modernisering hen de das om zou doen. Want als je maar één product teelt en dat gaat mis? Wat dan?


‘Hoe meer vooruitgang we zagen, des te minder sprak die ons aan. En we konden hem altijd ergens tegen afzetten, omdat de vooruitgang zich om de een of andere reden nooit echt voltrok op de boerderij van mijn grootvader in de fells. We hielden vast aan dat hopeloos verouderde boerderijtje en het werd – voor mijn vader en mij – een contrapunt voor het nieuwe boeren.’


Natuurlijk moesten er concessies gedaan worden, en aanvankelijk probeerde James’ vader mee te gaan in de moderne tijd, maar hij werd er ongelukkig van.
Als de grond in hun streek onderzocht wordt, en alleen de grond van de oude fellboerderij goed bevonden wordt, uitmuntend zelfs, trekken ze de juiste conclusie. De ‘oude manier’ met wat aanpassingen, zal hun manier van werken worden.
Misschien zou de opbrengst lager zijn, maar de grond blijft gezond, terwijl de modernere boeren hun land uitputten. En daar verdwenen vogels en insecten, terwijl op het terrein van de Rebanks het leven welig tierde. Het bewees hun gelijk. En dat van zijn grootvader zoals die opmerkte - naar aanleiding van bezoekjes aan kleine boerderijen, ‘waar mensen hun werk op traditionele wijze deden, zoals koeien en schapen verkopen, muurtjes bouwen, heggen vlechten, schapen scheren, wegen repareren of werken in de groeve of het café - :


‘Er was niets mis met weinig bezit hebben, integendeel zelfs. Het was beter vast te houden aan je vrijheid, zelfs wanneer je daardoor naar moderne maatstaven arm was. De constante behoefte aan dingen uit de winkel vond hij verachtelijk. Hij meende dat deze mensen iets van vrijheid begrepen wat alle anderen over het hoofd zagen, dat als je geen dingen nodig had – in de winkel gekochte bezittingen – je bevrijd was van de noodzaak geld te verdienen om ervoor te kunnen betalen.’


Het boek bestaat uit de delen ‘Nostalgie’, ‘Vooruitgang’ en ‘Utopia’. Die titels spreken voor zich: de tijd van het oude boeren, daarna de moderne snufjes, de zucht naar meer en meer en als laatste de beschrijving van wat hij voor ogen heeft. Misschien tegen de tijdgeest in, maar dat is wat hij wil: Een duurzaam bedrijf dat zichzelf bedruipt, en waar de natuur belangrijk is.
Gelukkig kan hij ook goed schrijven, want het is een bijverdienste die hij goed gebruiken kan. Het leven als idealist is moeilijk.


Het is een persoonlijk verhaal, over de geschiedenis van het bedrijf waar Rebanks nu met zijn eigen gezin werkt en woont. En het is het verhaal van het boerenbedrijf na de Tweede Wereldoorlog, over de grote veranderingen, en de gevolgen daarvan.
Boeiend beschreven en razend interessant.


ISBN 9789048837946 | paperback | 272 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep| oktober 2020
Vertaald uit het Engels door Catalien van Paassen

© Marjo, 3 januari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Tante Jo
Sander Donkers


‘Nog altijd bak ik mijn aardappeltjes in haar pan, half roomboter, half Croma. Het moet bruisen. Erbij blijven is het belangrijkste. Voor de rest is het lastig te zeggen hoe mensen voortbestaan, behalve dat het soms in alles is.’


Tante Jo - Johanna Adriana Roelofs - werd geboren in 1909 en stierf in 1998.
Een vrouw die kordaat en eigengereid genoeg was, maar die door de tijd waarin zij leefde niet de kansen kreeg die een meisje in deze tijd wèl kan grijpen. Ze wilde graag gymlerares worden. Maar in de zesde klas (= groep 8) besliste de leraar dat ze maar naar de huishoudschool moest, de HBS was niet voor haar weggelegd. En die had ze nodig om haar droom waar te maken. Ze volgde een opleiding tot kraamverzorgster, maar deed daar niets mee. Wel werd ze later te werk gesteld als huurophaler. Zonder ook maar een dag af te laten weten zou ze vierenvijftig jaar lang de huur ophalen bij zo’n tweehonderd woningen.


Daarnaast wierp zij zich op als hulp in het huishouden van haar zus Katrien, en later bestierde ze de boel in het gezin van Tineke, diens dochter, die de moeder is van de schrijver. Daarvoor reisde tante Jo regelmatig naar Amsterdam.
Ze ontstond de band tussen de schrijver en zijn oudtante.


Terwijl de wereld om haar heen in snel tempo veranderde, bleef tante Jo zichzelf.
Ze was de vrouw die orde op zaken kwam stellen in het wanordelijke gezin van haar nicht.
Ze was die vrouw voor wie altijd de beentjes omhoog gingen als ze kwam aanzetten met de zwabber. Zij was die vrouw die hoewel ze de vrije natuur heel verkwikkend vond, nooit had gedacht dat het daar zo’n rommel zou zijn.
Zij was de vrouw die de man speelde op dansfeesten als er een damesoverschot was.
En zij is de vrouw over wie Sander Donkers een aantal columns schreef, een ode aan een geliefde tante, maar ook een portret van een gewone en tegelijk bijzondere Rotterdamse vrouw.
Dit boek is een bundeling van die columns die eerder in de Volkskrant zijn verschenen.

Sander Donkers (1967) was van 1999 tot en met 2019 redacteur bij Vrij Nederland. Hij schreef over een breed scala aan onderwerpen. Zijn specialisme is popmuziek


ISBN 9789048859139 | Hardcover | 256 pagina's | Uitgeverij Lebowski | november 2020

© Marjo, 9 december 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER.

 

De veertigjarige oorlog 1672-1712
De strijd van de Nederlanders tegen de Zonnekoning
Olaf van Nimwegen


We kennen de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en de Dertigjarige Oorlog (1618-1648). Een paar eeuwen daarvoor woedde de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) tussen Engeland en Frankrijk. Nu voegt de Veertigjarige Oorlog zich in het rijtje van langdurige conflicten. Het is origineel om de grote oorlogen die zijn gevoerd om de Franse expansie in toom te houden onder één noemer te brengen. Het gaat dan om de Hollandse Oorlog (1672-1678), de oorlog om de Zuidelijke Nederlanden (1692-1697) en de Spaanse Successieoorlog (1702-1715). De samenhang tussen die oorlogen wordt daarmee duidelijk.


Koning Lodewijk XIV had de ambitie om de hegemonie in Europa te verwerven. Onderdeel van die aspiratie was het streven naar natuurlijke grenzen (bergketens; rivieren; bossen). In de Zuidelijke Nederlanden was een natuurlijke grens niet aanwezig. Daarom wilde de Franse koning er een keten van vestingen aanleggen, de frontière de fer.


De Republiek der Verenigde Nederlanden was de spil van het verzet tegen de Franse aspiraties. De Republiek streed ‘uit liefde voor de vrijheid en de protestantse religie om de slavernij waarmee geheel Europa bedreigd wordt te helpen afweren’ (blz. 336). Het militaire doel was om de Zuidelijke Nederlanden als een buffer tussen de Republiek en Frankrijk te houden.


Het eerste hoofdstuk in dit boek behandelt de organisatie en bevelvoering van de Nederlandse en Franse strijdkrachten. Het tweede hoofdstuk bespreekt de oorlogvoering in dit tijdvak. Aan de orde komen de bevoorrading van het leger, het lijden van de burgerbevolking (klem zittend tussen heen en weer trekkende legers), de jaarlijkse veldtochten tot de legers het winterkwartier weer opzoeken, de veldslag, het belegeren van vestingen, de omgang met krijgsgevangenen. Twee heel interessante hoofdstukken.


Daarna volgen acht hoofdstukken waarin het krijgsverloop op de voet wordt gevolgd. Het begint met het jaar 1672. De Republiek stond aan de rand van ineenstorting. Toen alles verloren leek werd Willem III stadhouder. Hij was nog maar 21 jaar oud en had geen ervaring als bevelhebber van een leger. “Het blijft verbazen dat hij niet onmiddellijk onder zijn taak bezweek” (blz. 36). Toch, met zijn moed en vastberadenheid wist hij het land door de crisis heen te loodsen. Het gaf de stadhouder voor de rest van zijn leven een onaantastbaar aureool.


De Republiek kon het niet alleen opnemen tegen het machtige Frankrijk. Stadhouder Willem III zocht met wisselend succes naar bondgenoten en smeedde allianties met Engeland, de Oostenrijke Habsburgers, de Spaanse Habsburgers, Duitse vorsten. Maar steeds was de Republiek de kern van het verzet tegen Frankrijk. Het leverde de grootste troepenmacht en legde de meeste financiële middelen op tafel. De gedemoraliseerde troepen uit 1672 waren omgevormd tot een uitstekend geoefend en goed geleid leger.


Na de dood van Willem III in 1702 houden zijn opvolgers vol. De uitputtingsoorlog wordt beëindigd met de Vrede van Utrecht in 1714. Het was de Republiek gelukt om met een enorme krachtsinspanning de Franse machtsontplooiing in te dammen. De Zuidelijke Nederlanden werden een barrière tussen de Republiek en Frankrijk. Beide landen waren uitgeput. Frankrijk was pas na de revolutie van 1789 weer in staat om een oorlog te voeren gericht op uitbreiding van het grondgebied.


Er zijn veel illustraties opgenomen in het boek. Vijf tabellen geven inzicht in de krijgsverhoudingen. Twaalf kaarten maken het strijdtoneel, de veldslagen en belegeringen inzichtelijk. Naast de lijst van bronnen en literatuur is er een register van persoonsnamen en een register van allianties, vredesverdragen, veld- en zeeslagen en vestingen. Auteur en uitgever hebben veel zorg aan dit boek besteed, dat is wel duidelijk.


Dit is een prima boek. Het is levendig geschreven, met grote kennis van zaken en heel zorgvuldig in het beoordelen van personen en situaties. De Republiek heeft een prestatie geleverd die ook nu nog bewondering afdwingt. Hetzelfde geldt voor het optreden van Willem III.


De auteur is geaffilieerd onderzoeker aan het Onderzoeksinstituut voor Geschiedenis en Kunstgeschiedenis van de Universiteit Utrecht. Hij heeft meerdere boeken over militaire geschiedenis op zijn naam staan.


ISBN 9789044638714 | Paperback | Omvang 416 blz. | Uitgeverij Prometheus | juli 2020

© Henk Hofman, 23 november 2020

Lees de Reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER

 

Atlas van de wereld-
geschiedenis

De geschiedenis van de mensheid in 515 kaarten
Christian Grataloup


Om maar met de deur in huis te vallen: wat is dit een prachtige uitgave geworden! De kaarten zijn cartografisch van de hoogste kwaliteit. De bijgaande teksten zijn puntig geformuleerd en heel informatief. Boven elke rechterbladzijde staan verwijzingen naar kaarten die verband houden met elkaar. Het namenregister en geografisch register maken het boek verder toegankelijk. Het formaat en de soepele band maken het boek handzaam voor de lezer. Het is een topprestatie van cartografen, historici, andere specialisten, de uitgever en de drukker.


De kaarten geven een overzicht van de grote gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis. Heel veel detailkaarten geven aanvullende informatie. Het is een atlas geworden om uren in te bladeren en te lezen. Het is een naslagwerk dat prima geraadpleegd kan worden als eerste inleiding op een thema.


De kaarten zijn ingedeeld in hoofdgroepen: het Neolithicum, de Oude Wereld, Het Europese web over de wereld 16e-18e eeuw, Europa 16e-18e eeuw, Europa als dominante wereldmacht eind 18e eeuw-1914, Krachten buiten Europa, Europa 1789-1914, de dominantie van het Westen 1914-1980, de wereld sinds 1989. Als voorbeeld voor de nadere uitwerking neem ik ‘Europa als dominante wereldmacht tot 1914’. De lezer treft kaarten aan over: De wereld in 1815, Emigratie, de Industriële Revolutie, Koloniaal Afrika, Zuid-Afrika, Azië onder de westerse grootmachten, de verovering van Algerije en Marokko, Overzeese Strafkampen, het Chinese verval in de 19e eeuw, de Russisch-Japanse oorlog in 1905, de wereld rond 1900.


Elke kaart is een nieuwe verrassing. Een kaart op blz. 323 laat de overlast zien die wolven in de 18e eeuw in Frankrijk teweegbrachten. Tussen 1580 en 1840 waren er 1600 sterfgevallen gedocumenteerd waarbij een wolf betrokken was. Een andere kaart laat zien hoe snel het nieuws zich in 1610 over Frankrijk verspreidde toen koning Hendrik IV werd vermoord. Weer een andere kaart maakt inzichtelijk hoe het aanzien van Parijs is gewijzigd door de bouwwerkzaamheden van baron Hausmann.


De atlas geeft aan welke enorme veranderingen en verschuivingen de menselijke geschiedenis kenmerken. Oorlogen veranderen voortdurend de grenzen. Epidemieën zoals de pest hebben een enorme demografische impact. Ideeën (Boeddhisme, Islam, Jodendom, Hervorming, Verlichting) wijzigen de ideologische kaart. Migratie transformeert oude systemen en is daarmee zowel kans als bedreiging. Dieptepunten zijn de slavernij, de Goelag en de Holocaust.


Een enkele keer vergt een tekst nader zoekwerk van de lezer. Niet iedereen heeft gelijk een beeld bij de Maronitische kerk of de Melkieten (blz. 101). Terecht spreken de samenstellers bij de kaart op blz. 468 over ‘De Armeense Genocide (1915-196)’. De Japanse gruweldaden, inclusief het testen van chemische wapens op mensen (blz. 518) doen niet onder voor de gruwelen die het nationaalsocialisme hebben aangericht.


De Nederlandse uitgave van deze atlas wordt ingeleid door Maarten van Rossem. Veel van de historische atlassen die hij noemt, heb ik ook gebruikt in de jaren dat ik werkzaam was in het onderwijs. Van Rossem schrijft dat een historische atlas bedoeld is om te laten zien hoezeer de wereld is veranderd. Dat gaat snel, want veel van zijn atlassen waren binnen relatief korte tijd geheel verouderd.


Liefhebbers van kaarten kunnen eindeloos in deze atlas bladeren en de kaarten met de uitleg bestuderen. In het onderwijs mag deze atlas wel de standaard worden.

Zie het inkijkexemplaar

Beluister ook De boekenrubriek met Lidewijde Paris op NPO 1 over dit boek.


ISBN 9789046827321 |Hardcover met leeslint | Omvang 640 blz. | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | november 2020
Vertaald door Henriette Gorthuis

© Henk Hofman 11 november 2020

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER

 

Altijd iets te vinden
De kunst van het oordelen
Wieteke van Zeil


Wieteke van Zeil is kunsthistoricus en journalist en schrijft de wekelijke serie 'Oog voor Detail' in de Volkskrant.
Haar vorige boek 'Goed kijken begint met negeren' had de ondertitel de kunst van opmerkzaamheid. Daarin wees zij ons op details in kunstwerken die wij zo goed als zeker over het hoofd zouden zien bij het bekijken van die creaties. Zij borduurde verder op deze dingen waar zij ons opmerkzaam op maakte en verklaarde of verbond dat detail met ons dagelijks leven.


In dit boek is haar uitgangspunt het oordeel dat wij - kunnen - hebben over een kunstwerk. Voorafgaand aan haar observaties licht Wieteke van Zeil in zes tips uitgebreid toe hoe je tot een weloverwogen oordeel kunt komen. Die tips zijn verrassend en doen je nadenken over hoe je eigenlijk tot een oordeel komt. Ze vertelt onder andere dat jouw stemming of onwetendheid factoren van invloed kunnen zijn op ons oordeel. Zo herinner ik me zelf een gedicht dat ik vlak na mijn scheiding ingelijst in een etalage zag hangen. De tekst raakte me diep, terwijl ik zeker weet dat hetzelfde gedicht me vijf jaar eerder lang niet zo geraakt had. Het waren de omstandigheden die me zo ontvankelijk maakte.


Zoals gemeld kan onwetendheid ook een oordeel opleveren.
In het boek vertelt de schrijfster dat bij een kunstwerk een takje hoorde. 'Een doodgewone tak, een beetje dor, met een paar blaadjes.' Dat takje lag op de grond en in feite ergerde dat takje haar. Jaren later hoorde ze dat het takje van brons was. Dat het takje een onderdeel is van een oeuvre van werken waarin dat wat vergaat en dat wat blijft een thema is; een ode aan materialen die leven, transformeren of sterven, en materialen die blijven.
Dat maakte dat zij het takje met heel andere ogen zag.


Ook kan door het kunstwerk vaker te zien het oordeel veranderen. Je kunt het aanvankelijk afschuwelijk vinden maar doordat je het meerdere keren bekijkt en er min of meer vertrouwd mee raakt, kun je het mogelijk uiteindelijk zeer gaan waarderen.
Het is interessant om al deze tips te lezen.


En dan komen we bij de kunstwerken zelf. Elke keer zien we een klein onderdeel van een kunstwerk en op de volgende bladzijde het hele werk.
Dat detail wordt besproken en in een groter geheel geplaatst. Dat grotere geheel kan op het kunstwerk zelf slaan maar ook op een actueel item of ons dagelijks leven. Maar te allen tijden is het interessant en toevoegend.
Persoonlijk vond ik de ogen vol tranen van Maria Abramovic en de daaropvolgende foto van het geheel erg indrukwekkend. Maar ook Black Drwaings van Malene Dumas waarop allerlei portretten staan afgebeeld van zwarte mannen. Waarmee Dumas laat zien dat deze mannen, die vaak als een groep worden gezien, allemaal hun eigen gezicht hebben en een eigen gemoed, karakter, verlangens en schoonheid.
In totaal worden 59 kunstwerken besproken. Dat kunnen schilderijen zijn of beeldhouwwerken of foto's etc.


Doorheen het boek staan nog vijf essays die in onderwerp variëren van de kleur van de kleur van Jezus in een kunstwerk, vrouwelijke kunstenaars en waardering voor hen tot 'het leesbare gezicht van de kunstenaar' oftewel kun je aan de geportretteerde aflezen dat hij of zij kunstenaar is?


Opnieuw een erg prettig en leerzaam boek van Wieteke van Zeil. Het maakt dat je na het lezen van de toelichting bij een kunstwerk even na blijft denken en kijkt hoe dat schilderij, beeld of die foto voor jou voelen. Ben je het met de schrijfster eens? Of juist helemaal niet? Soms word je nieuwsgierig naar meer werk van een kunstenaar, soms sta je verbaasd dat bepaalde zaken toch een taboe zijn op een kunstwerk etc.
Een boek om vaak open te slaan om er weer een stukje in te lezen en zelf mogelijk nieuwe details te leren kennen.


ISBN 9789045042237 | Paperback | 320 pagina's | Atlas Contact | september 2020

© Dettie, 5 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER