Nieuwe recensies Non-fictie

Rampspoed
Politiek ten tijde van catastrofe
Niall Ferguson


Een echte allesvernietigende ramp heeft ons nog niet getroffen, maar uiteindelijk gaan we allemaal dood.
Of dat zal gebeuren terwijl we rustig in ons eigen bed liggen of dat we de dood zullen vinden door toedoen van een ramp, niemand die het weet. Hoewel er rampen zijn die je kunt vermijden (niet gaan wonen op een gekende breuk in de aardkorst of in de buurt van een vulkaan) zijn helaas de meeste rampen niet te voorspellen.
Michelle Wucker maakt een onderscheid tussen iets wat ‘gevaarlijk, duidelijk en zeer waarschijnlijk’ is - dat noemt ze dan een grijze neushoorn – en zwarte zwanen: een gebeurtenis die ‘op basis van onze beperkte ervaring onmogelijk lijkt’.
Grijze neushoorns zijn bijvoorbeeld de orkaan Katrina, bosbranden en watertekorten. En de coronacrisis  is net als de Eerste Wereldoorlog een zwarte zwaan.
Kunnen we voorbereid zijn? Soms wel: een vulkanische berg vertoont meestal tekenen, en ook uitbraken van een pandemie wordt vaak voorspeld. Maar helaas worden deze voortekenen vaak genegeerd. En daar komt de politiek om de hoek kijken, want beslissingen worden genomen door leiders, door regeringen.
Die hebben het in onze moderne wereld moeilijker dan ooit vanwege de media. De infodemie noemt Ferguson het: via de sociale media kwam er een enorme hoeveelheid informatie, waaronder veel nepnieuws, de voedingsbodem voor complottheorieën.
Leren we dan niet van de geschiedenis? Waarom luisteren we niet naar wetenschappers die een ramp voorspellen?
Hoe moeten we een volgende crisis aanpakken om deze hoeveelheid slachtoffers te voorkomen?

‘We moeten dringend leren uit deze rampen-stroom en waarvan de economische gevolgen erger zijn dan de gevolgen voor de gezondheid.’

Natuurlijk gaat Ferguson uitgebreid in op de coronacrisis, hij behandelt alles wat goed gegaan is, maar toch vooral alles wat fout gegaan is. En wie of wat volgens hem de schuld daarvan is.
Een deel van de schuld legt hij hij scholen en universiteiten.

‘Ze moeten dringend een ommekeer maken en beginnen met leren denken over kritisch denken… Maar ze zijn besmet met kapitalistisch denken, gesteund door een liberale ideologie die het hoogste belang toewijst aan het individu. (“Ikzelf ben het belangrijkst onderdeel van de maatschappij”, ik moet het “maken”. De zelfhaat die ontstaat als blijkt - in de meeste gevallen - dat dit niet kan en men dus een mislukkeling is, voedt de ommekeer naar rechts en het geloof in de machtige man en totalitaire regimes). ‘

Dit omvangrijke boek zit vol met feiten en wetenswaardigheden. Het is niet zo dat het daardoor lastig leest, integendeel, het leest als een trein, maar doordat je een boek als dit in stukken leest ben je vaak al weer vergeten wat je eerder las. Niall Ferguson put uit meerdere disciplines, waaronder geschiedenis, economie, geneeskunde en netwerkwetenschap om zo een historisch overzicht te bieden waaruit we lessen moeten leren voor de toekomst.

Niall Ferguson (1964, Glasgow) is historicus. Hij is gespecialiseerd in financiële en economische geschiedenis, vooral in verschijnselen als hyperinflatie en obligatiemarkten en verder kolonialisme en cultuurgeschiedenis.

ISBN 9789048859023 | paperback | 528 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep| juni 2021
Vertaald uit het Engels door Frans Reusink

© Marjo, 24 september  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alle problemen begonnen met Van Riebeeck
Wat Nederlanders niet weten over hun rol in Zuid-Afrika
Niels Posthumus


De titel is intrigerend. Zuid-Afrika is een prachtig land, dat echter geteisterd wordt door heel wat problemen. Racisme, diepe armoede onder de meerderheid van de zwarte bevolking, een schrijnend ongelijke verdeling van het grondbezit in het voordeel van de witte minderheid, trauma’s overgehouden aan de tijd van koloniale onderdrukking en apartheidspolitiek. Is dat allemaal te wijten aan de komst van Van Riebeeck?


Jacob Zuma, in 2015 president van Zuid-Afrika, zei in dat jaar op een congres van regeringspartij ANC: ‘U moet niet vergeten dat een man met de naam Jan van Riebeeck hier op 6 april 1652 arriveerde en dat dit het begin was van alle problemen in het land.’


Deze opmerking was voor Niels Posthumus de prikkel om dit boek te schrijven. Drie lijnen weeft de auteur vaardig ineen tot een patroon. Hij beschrijft de complexe samenleving van deze regenboognatie. Hij analyseert de historische wortels ervan. En hij schrijft over zijn eigen familiegeschiedenis, want zijn achternaam komt regelmatig voor in grote steden als Pretoria en Johannesburg. Ik stel maar meteen vast dat deze aanpak een overtuigend, integer geschreven en boeiend boek heeft opgeleverd.


Vanaf 1652 vestigde zich een nieuwe, witte bevolkingsgroep op het zuidelijkste puntje van Afrika. Hoewel een minderheid slaagde deze groep erin om in de daaropvolgende eeuwen over heel Zuid-Afrika te heersen met de apartheid als climax en dieptepunt in de vorige eeuw. De koloniale geschiedenis eindigde met een natie die uit zijn voegen barstte van armoede, ongelijkheid en spanningen.


De kolonisatie begon met mannen. Op verzoek van Van Riebeeck stuurde Nederland veertig weesmeisjes naar de Kaap, zodat de mannen zich niet langer aan vrouwen van de Khoikhoi-vrouwen hoefden te vergrijpen. Liefst een derde van alle witte Zuid-Afrikanen stamt af van deze veertig weesmeisjes! In tegenstelling tot alle andere kolonies van Nederland bleven de afstammelingen massaal in Zuid-Afrika wonen, ook nadat de kolonie voor Nederland verloren ging. De Nederlandse taal bleef voortbestaan en het gereformeerde geloof bleef er dominant. De theologie van Abraham Kuyper (1837-1920) werd een van de fundamenten onder het apartheidsbeleid in de vorige eeuw. Maar, zo merkt de auteur op, de apartheidsleiders gaven er wel een draai aan om Kuypers beginselen toepasbaar te maken (blz. 191).


Hetzelfde kan ik opmerken als Posthumus beschrijft hoe de predestinatieleer van Calvijn werd gebruikt om de witte heerschappij te schragen. In het kader van die leer zagen Afrikaners zich als het uitverkoren volk van God dat de missie had bestaande verhoudingen te bestendigen. Ongelijkheid had alles te maken met de voorbestemming van God (blz. 151).


Ook hier haalden apartheidsleiders de krenten uit de pap. Volgens Calvijn was er een fundamentele gelijkheid tussen mensen vanwege de gemeenschappelijke afstamming van Adam. In de kerkorde die hij voor de gereformeerde kerken ontwierp, school een sterk democratisch element en deed sociale status er niet toe. Elk lid had stemrecht en de mogelijkheid om in de kerkenraad gekozen te worden. In de kerk zaten rijk en arm, heer en knecht, bijeen, luisterend naar dezelfde boodschap. Het staat haaks op apartheid.


In hoofdstuk 17 schrijft Posthumus over de zogenaamde ‘plaasmoorden’. De overvallen op eenzaam gelegen boerderijen (plaas, een verbastering van plaats) met meestal dodelijke afloop, nadat het ANC aan de macht kwam. Ik herinnerde mij dat Trouw-columnist Ephimenco hier een column over had geschreven.


Ephimenco schrijft: ‘Blanke boeren worden wreed vermoord, vaak nadat ze urenlang met hooivorken of boormachines zijn gemarteld. Momenteel [de column is van 25 mei 2019, H.] wordt gemiddeld iedere dag een boerderij aangevallen en om de zeveneneenhalve dag een boer vermoord.’ Ephimenco vindt het opmerkelijk dat ‘de wereld’ scherp protesteerde tegen de apartheid, maar dat het nu stil blijft. De media besteden er nauwelijks aandacht aan vindt hij.


Posthumus stelt dat de ‘plaasmoorden’ wel degelijk veel aandacht trokken. Zelfs Donald Trump had het over ‘het op grote schaal vermoorden van boeren in Zuid-Afrika’. Op basis van de statistieken relativeert hij het aantal boerderijmoorden. Het gaat om 0,3 procent van de ruim 20.000 moorden in totaal in een jaar. Witte boeren zijn inderdaad kwetsbaarder dan tijdens de apartheid, maar van een ‘witte genocide’ is geen sprake.


Mahatma Gandhi (1869-1948), die in dit boek niet genoemd wordt, heeft als advocaat in Zuid-Afrika gewoond en gewerkt. Hij leidde toen al campagnes in Natal en Transvaal tegen rassenwetten. Daar ontwikkelde hij zijn methode om onrechtvaardige wetten opzettelijk te overtreden. Geweldloos verzet was de sleutel om de Britten in Brits-Indië op de knieën te krijgen. In hoeverre heeft hij invloed gehad op Nelson Mandela en andere ANC-leiders?


Ik ben me ervan bewust dat ik nu op mijn beurt een paar krenten pik uit dit boeiende boek. Hopelijk is het genoeg om uw interesse op te wekken voor de rijke geschiedenis van Zuid-Afrika, waarin Nederlanders zo’n enorme rol hebben gespeeld. Want het begon inderdaad met Van Riebeeck. Nog ten tijde van de Boerenoorlogen rond 1900 voelden Nederlanders zich nauw verbonden met de Afrikaners. Na 1960 keren Nederlanders zich massaal tegen de apartheidspolitiek. Maar kennen we onze eigen rol wel in de geschiedenis van Zuid-Afrika? Lees daarom dit boek.


Het boek opent met een handig schema van de bevolkingsgroepen in Zuid-Afrika, een kaartje van de reis die Posthumus heeft gemaakt voor dit boek plus een kaartje van het land met thuislanden en provinciegrenzen.


Niels Posthumus (1981) was correspondent in Zuid-Afrika voor de dagbladen Trouw en Het Financieel Dagblad. Op internet lees ik dat hij politicoloog is, in Johannesburg woont en in september 2021 correspondent voor Trouw zal worden in Londen.


ISBN 9789463811149 |Paperback | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | omvang 350 blz. | juli 2021

© Henk Hofman, 23 september 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Toffe truien breien
15 ontwerpen om te combineren tot jouw unieke trui
Emma Wright


Ooooh was mijn eerste reactie toen ik de trui op de cover zag. En eigenlijk bleef ik oooh zeggen toen ik de rest van de truien in het boek bekeek. Wat een ontzettend mooie truien. Je zou het liefst aan allemaal tegelijk willen beginnen. Niet te doen natuurlijk. Maar alleen ernaar kijken is al genieten.


Emma Wright gaat er in haar boek van uit dat je kunt breien en al eens één of meerdere projectjes hebt afgerond. Het is dus geen boek voor pure beginners die nog moeten leren breien. Het breigaren dat gebruikt is, is overal verkrijgbaar maar je kunt natuurlijk altijd zelf kiezen welk garen je wilt gebruiken, mits het voldoet aan de dikte van het garen van de patronen en het proeflapje klopt met de beschrijving van de trui.


Verder heeft ze de truien onderverdeeld in 3 basisvormen; de rechte trui, de trui met ingezette mouwen en de trui met raglanmouwen - Het kenmerk van een raglanmouw is dat er een schuine naad loopt vanaf de okselholte tot de halskraag -
De rechte trui is het makkelijkste model om te breien. De raglantrui het moeilijkste, hoewel deze ook niet écht moeilijk is.


De truien zijn door Emma Wright zelf ontworpen en achterin het boek staan diverse blanco modellen waarmee je zelf aan de slag kunt gaan om je eigen unieke trui te ontwerpen.


De rechte truien worden bijzonder door de toegepaste steken, de kleuren of de extraatjes, zoals gebreide zakken die later op de trui bevestigd kunnen worden. Zo heb je bijvoorbeeld een trui met mooie kabels op de mouwen, of een trui met fraaie V-hals. Maar ook de warme trui in patentsteek met verschillende knoopjes op de schouder is een plaatje om te zien. Persoonlijk vind ik de zwart-wit gestreepte trui met roestbruin bovenstuk erg mooi terwijl die totaal niet moeilijk om te breien is.
Bij alle truien staan ook steeds tips en trucs waardoor je de trui o.a. een heel ander aanzien kan geven, bijvoorbeeld door de strepen breder of smaller te breien. Of je krijgt de tip dat als je geen kabelnaald hebt een potlood kunt gebruiken.


De truien met ingezette mouw, zoals de geweldige trui op de cover van het boek, zijn ietsje moeilijker om te maken maar veel verschil met de rechte truien is er niet, het ziet er alleen wat professioneler uit. Bovendien leer je hoe je kabels in manchetten - wat de trui gelijk bijzonder maakt -  kunt breien of hoe je Fair Isle-breiwerk in je ontwerp kunt toepassen. Fair Isle breien is een techniek om kleurig ingebreid breiwerk te maken. Verschillende kleuren worden gebruikt, maar in één toer worden nooit meer dan twee kleuren tegelijk gebruikt. Er zijn verschillende halsvormen etc.


De truien met raglanmouw zijn eveneens een lust voor het oog. Één trui is voorzien van een rits, de ander is gebreid met een pied de poule ruitje, er wordt een Schotse Tartan ruit getoond die je niet hoeft in de breien maar kunt mazen.- Een tartan is een geruite, wollen stof, waar de Schotse kilt van wordt gemaakt.
En zo zit het boek boordevol ideeën en suggesties voor het ontwerpen van je eigen trui.


En dan... kunnen we beginnen want van alle truien staat de beschrijving van maat S tot en met XXL in het boek! De beschrijving is heel uitgebreid en ook het in elkaar zetten wordt duidelijk beschreven. Het leuke is dat je de delen van alle ontwerpen uit een categorie onderling kunt uitwisselen. De gestreepte mouw kun je bij de kabeltrui toepassen, de rits kan in de tartantrui etc.


Kortom, een fantastisch boek dat je in feite je hele leven kunt gebruiken.


Emma Wright is mode-, breien haakontwerper. Ze wordt sterk geïnspireerd door kleuren- en bloemenpatronen, wat je terugziet in de speelsheid van haar ontwerpen. Sinds haar afstuderen in 2014 heeft ze van emmaknitted een fulltimebedrijf gemaakt. Ze ontwerpt breien haakpatronen voor garenmerken en handwerktijdschriften, en won de prijs voor Britain’s Next Top Knitwear Designer van Lovecrafts.


ISBN 9789022337912 | Paperback met flappen | 160 pagina's | Manteau | 17 augustus 2021

© Dettie, 24 augustus 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kunst begrijpen (nieuwe editie)
Inzicht krijgen in de belangrijkste kunststromingen
Stephen Little


Dit boek beslaat de periode van de 16de eeuw (Renaissance) tot de 21e eeuw (het Postmodernisme).


In de Inleiding wordt wat bescheiden opgemerkt dat het boek ‘geen uitputtende opsomming van alle stromingen’ bevat. In feite is het boek echter verrassend compleet. Het is bovendien in een handzaam formaat uitgegeven. Het past in een jaszak of handtas. Bij een bezoek aan een museum kan de kunstminnende bezoeker het boek ter plekke raadplegen.


De doelstelling is om een gids over kunstgeschiedenis te verschaffen, die de gebruiker in kort bestek kennis over kunst verschaft. Die kennis maakt het mogelijk om meer plezier aan kunst te beleven. Daarin is deze gids wat mij betreft met vlag en wimpel geslaagd. Er is veel zorg besteed aan de compositie van dit boek, de helderheid van de tekst en de kwaliteit van de reproducties.


Voor elk onderwerp zijn twee bladzijden uitgetrokken. Eerst worden in een paar zinnen de hoofdkenmerken besproken. Daarna worden de belangrijkste kunstenaars van de besproken stroming opgesomd. Vervolgens typeren sleutelwoorden de stroming. Daarna volgt een wat uitgebreidere bespreking van het thema dat aan de orde is. Twee kunstwerken met korte toelichting illustreren de tekst.
De afronding bestaat uit een lijst met andere werken, een verwijzing naar verwante stromingen en een lijst met stromingen die niet sporen met het besproken thema. Dit alles is op slechts twee bladzijden bijeengebracht! En het voldoet! Dat heeft ook alles te maken met het trefzekere taalgebruik van Stephen Little. Het is heel knap hoe hij in enkele zinnen veel weet weer te geven.


Een voorbeeld.
Het kenmerkende van rococo is de luchtige en elegante voorstelling. Schilders die tot het Rococo worden gerekend zijn: Boucher, Fragonard, Tiepolo en Watteau. Sleutelwoorden zijn: decoratief, speels, prikkelend, sierlijk, aristocratisch. Verwante stromingen: barok, allegorisme, oriëntalisme. Niet verwante stromingen: academisme, impressionisme, neoclassicisme, postmodernisme.


Een tweede voorbeeld.
Het surrealisme houdt zich bezig met het onderbewuste, zonder tussenkomst van rationele, morele of ethische oordelen. Surrealistische schilders: Hans Arp, Salvador Dali, Paul Klee, André Masson, Joan Miró. Sleutelwoorden: het onderbewuste, irrationeel, dromen, automatisme, destructie, erotiek. Verwante stromingen: dadaïsme, primitivisme, futurisme. Niet-verwante stromingen: expressionisme, abstract-expressionisme, renaissance, barok, rococo, academisme, neoclassicisme.


Aan het eind van het boek is een Lijst van Kunstenaars opgenomen, een Lijst met Begrippen, een Chronologie van Stromingen en een Lijst van te bezoeken Musea.
De uitgever heeft een compliment dubbel en dwars verdiend met deze uitgave. De prijs van de gids is ook nog eens heel schappelijk gehouden.


Stephen Little is kunstfilosoof en schrijft regelmatig voor kunstbladen. De hoofdstukken 57-60 zijn geschreven door historicus Harry Seymour. De uitstekende vertaling is van Carlo Gremmen.


Uit alles blijkt dat deze publicatie met grote zorgvuldigheid is samengesteld. Van harte aanbevolen!


ISBN 9789089988195 | Paperback | Uitgeverij Librero | Omvang 168 blz. | 2021

© Henk Hofman, 16 augustus 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Verzwegen oorlogsjaren
Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap
1940-1945

Johan van Hoppe, Eric van der Most, Erwin Rossmeisl


Dit boek geeft een compleet overzicht van het verhaal van Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een onderzoeksthema waar niet zoveel over is gepubliceerd als je zou verwachten. Deelstudies zijn er wel, soms van ervaringsdeskundigen zoals het boek van oud-officier Leo de Hartog, en herinneringen van oud-krijgsgevangenen, zoals Prikkeldraad dat in 1946 verscheen. Die schaarste aan publicaties heeft alles te maken met het gegeven dat voormalige krijgsgevangenen de jaren van ellende wilden vergeten en de schouders onder de wederopbouw van Nederland moesten zetten. Het heeft ook te maken met de kille ontvangst na terugkeer in eigen land. Krijgsgevangen waren geen ‘helden’. Ze hadden zich niet verzet, ze waren niet ondergedoken en vaak hadden beroepsmilitairen ook nog hun erewoord gegeven dat zij de Duitse zaak niet tegen zouden werken. Daarom zwegen de meeste ex-krijgsgevangen over hun ervaringen.


De schrijvers van dit boek maken duidelijk dat die kille ontvangst niet terecht was. Het merendeel van de Nederlandse krijgsgevangenen is in het jaar 1943 weggevoerd naar Duitse kampen. Toen stond de onderduikorganisatie nog in de kinderschoenen. Aan de voorwaarden voor een succesvolle onderduik werd niet voldaan: het ontbreken van schuiladressen; schaarste aan financiële middelen; geen voedsel; geen vervalste identiteitspapieren en geen vervalste distributiebonnen. Er zat voor de meesten niets anders op dan je te melden op de aangewezen transportlocatie, tenzij je een onmisbaarheidsverklaring kon krijgen vanwege je werk. Als je in de landbouw werkte, maakte je een goede kans.


De auteurs geven een systematische en wetenschappelijk verantwoorde beschrijving van alle aspecten die te maken hebben met het ongewisse leven van krijgsgevangenen. Het boek opent met de capitulatie van het leger in mei 1940 en de eerste kortdurende krijgsgevangenschap van militairen in dat jaar. Vervolgens bespreken de auteurs internationale verdragen (zoals de Conventie van Genève), het dagelijks leven in de kampen (gekenmerkt door verveling, honger en vernedering), de ontsnappingspogingen uit krijgsgevangenschap (waaronder de befaamde en verfilmde ontsnapping uit Colditz) en tenslotte de bevrijding en repatriëring van de voormalige gevangenen.


Het is een toegankelijk en verhelderend boekwerk geworden. Ruim 300 foto’s en kaarten vormen een prima visuele ondersteuning van de tekst.


Vijf bijlagen geven aanvullende gegevens over de kampen en de werkcommando’s. Tezamen met het notenapparaat, bronnenoverzicht en uitgebreide register is dit boek een standaardwerk met betrekking tot dit onderwerp. Hier is echt een lacune opgevuld.


Het is mooi om dit boek te lezen in samenhang met de website www.krijgsgevangen.nl. Twee auteurs van het boek hebben deze website opgezet. De gebruiker kan krijgsgevangenen op naam zoeken, er zijn documentaires terug te zien en een aantal artikelen zijn integraal opgenomen.


Met veel belangstelling heb ik al dit materiaal doorgenomen. Dat heeft er ook mee te maken dat mijn eigen vader krijgsgevangene is geweest. Hij was in mei 1940 dienstplichtig militair bij de Grenadiers. Deze Grenadiers hoorden bij de eersten die in 1943 werden afgevoerd. Mijn vader vertelde zijn kinderen wel eens over deze jaren. De ontberingen tijdens het transport, de honger in de kampen, het gebrek aan sanitair, de bevrijding door Russische troepen. Maar veel noemde hij niet en hield hij voor zichzelf. Desondanks: op verzoek gaf hij lezingen over zijn belevenissen in deze jaren en schreef hij erover. Een citaat:


“Bij aankomst in het kamp bleek ons dat we in het land van het ‘Herrenvolk’ waren aangekomen. Degenen die niet vlug genoeg de wagons verlieten, werden er uitgetrapt terwijl de koffers hen werden nagegooid.”


Zijn thuiskomst, na een tocht van twee weken door een ontredderd Duitsland, was onverwacht. Een telegram waarin hij zijn komst aankondigde, kwam pas na zijn hartverwarmende weerzien met onze moeder. Kort daarna ging hij weer aan het werk en hernam het leven zijn gewone loop.


Ik tikte de naam van mijn vader in op de website en daar vond ik hem. Zijn naam, zijn kampnummer, de kampen waar hij was ondergebracht. Daar viel het beruchte Mühlberg onder.


De auteurs maken duidelijk dat al deze soldaten de dupe waren van de tijdsomstandigheden. Ze hadden hier niet om gevraagd en ze hadden geen keus. In dit opzicht zetten zij met hun boek een verkeerde beeldvorming recht. Het makkelijke oordelen na de oorlog van mensen die tijdens de oorlog zelf meestal zo min mogelijk wilden opvallen, was misplaatst.


Wat mij betreft, is dit een bijzonder goed boek waarin een samenvattend overzicht wordt geboden en misvattingen worden gecorrigeerd.


Johan van Hoppe was beroepsofficier van de Koninklijke Landmacht. Eric van der Most had al jarenlang naspeuringen naar krijgsgevangenen gedaan. Zij sloegen de handen ineen voor de website en voor publicaties. Erwin Rossmeisl is verbonden aan het Nederlands Instituut voor Militaire Historie.


ISBN 9789024433391 | Hardcover | Uitgeverij Boom | Omvang 351 blz. | april 2021

© Henk Hofman, 4 augustus 2021

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER

 

Bik
Cor Gout


De hoedenzaak in Den Haag (Geest 32a) heet Bik Hoeden en Petten, naar de familie die er de eigenaar en uitbater was. De laatste in de rij was Jo Bik. Hoewel de winkel nog een jaar of tien bleef bestaan, was het doek al aan het vallen.
Simon Johannes Bik, hoofdpersoon van dit fraaie boekje en consequent Bik genoemd, is de broer van Jo. Hun vader was Jacobus Bik, een man die nazisympathieën schijnt te hebben gehad en met wie Bik niet al te best overweg kon. De band met zijn moeder was inniger.


Maar we beginnen in 1937, in Berlijn, met een korte maar duidelijke uiteenzetting over de toestand in Berlijn in de jaren voorafgaand aan de oorlog. Bik is bij het handeldrijven in stof in contact gekomen met de Duitse schone Irmina. Hij heeft de stoffen naar Den Haag gestuurd en is bij zijn geliefde gebleven. Samen genieten ze van het leven. De enige schaduw is Ulli, een oudere man die ook in woning boven de stoffenzaak woont en hand- en spandiensten verleent. Te veel naar de zin van Bik, maar Irmina wil hem niet kwijt.
Als hij nog meer ontdekt over zijn vriendin, kiest Bik eieren voor zijn geld, hij had toch al een beetje heimwee naar Den Haag.


Na opnieuw een korte achtergrondschets, gaan we verder in Den Haag, in 1941. Met een dubieuze opdracht: Bik zal als contactpersoon (lees: spion) fungeren voor de Duitsers. Een van zijn opdrachten is infiltreren in het verzet. Het lijkt allemaal niet echt van de grond te komen, een sterk karakter is de man niet. Zijn hart ligt dan ook elders: hij heeft techniek gestudeerd en is gefascineerd door auto’s.


De oorlog gaat voorbij zonder schokkende gebeurtenissen voor de familie Bik. Als de vijand verdreven is worden evenwel Biks ouders opgepakt: zij zouden geheuld hebben met de Duitsers. Moeder Bik wordt snel vrijgelaten, vader Bik pas na een paar jaar, als een gebroken man.
In die tijd nam dochter Jo Bik de leiding over de winkel over. Met succes.
In het leven van Bik gebeurt niet zo veel meer. Hoewel hij nog steeds verlangt naar Irmina is hij niet ondernemend genoeg om een reis naar Berlijn te ondernemen. De jaren gaan voorbij tot Jo overlijdt in 1991. In 2007 wordt ook Bik gevonden. In alle eenzaamheid overleden in zijn eigen woning.


Deze non-fictie roman in fragmenten is een tijdschets over Berlijn en de opkomst van het nazisme, over de bekende hoedenwinkel in Den Haag en over het ontstaan van de wijk Kortenbos. Centraal personage is Bik, een wat kleurloze man, die het geluk niet gevonden schijnt te hebben.


De opbouw van het boek is apart. Steeds wordt een fragment dat meerdere pagina’s beslaat voorafgegaan door een korte omschrijving die dat wat volgt verduidelijkt. Dat biedt interessante informatie. Er is bronnenvermelding. Een opsomming van wat men aantrof in het huis aan de Geest, na het overlijden van Bik, en er zijn foto’s in het boek opgenomen.


De winkel die beschreven is bestaat niet meer. Een groot deel van het interieur bevindt zich in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. Daarnaast zijn de historische kassa, hoedenstandaards, een hoedenstomer en de grote rode hoed, die als reclamebord aan de gevel hing opgenomen in de collectie van het Haags Historisch Museum.

Zie ook https://shie.nl/bedrijven/bik-hoeden-en-petten-1890-1991


Cor Gout (Den Haag, 1946) is neerlandicus, filosoof, schrijver, zanger en programmamaker, schreef eerder korte verhalen, gedichten, teksten bij een prentenboek en bij een leporello, boeken over muziek, songteksten, verzameld en vertaald in het Frans, en een verhandeling over een filosofisch onderwerp.
Tien jaar lang (2011–2019) gaf Cor Gout samen met Els Kort (die ook dit boek vorm gaf) leiding aan het literair tijdschrift Extaze.


ISBN 9789493214217 | hardcover | 168 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | juni 2021

© Marjo, 7 juli 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
Insecten
Het geflipte leven van zespotigen en andere vreemde beesten
Peter Berx Lieven Schreire


Dat dit boek voor een wat jonger publiek is geschreven blijkt al uit de ondertitel en het feit dat het boek is verschenen in een serie met de veelzeggende naam Nerdland.

Na de inleiding begint het boek met het beschrijven van een aantal bijzondere insecten uit onze contreien, zoals het gentiaanblauwtje, waarvan de rups een geur verspreidt, die aan een mierenlarve doet denken. De mieren nemen het beestje dus mee naar hun nest, waar ze het beestje voeren. Als dank consumeert de rups zo nu en dan ook een mierenlarve en door het geluid van de mierenkoningin te imiteren krijgt de rups ook nog eens de beste verzorging.

En dan is er nog een sluipwesp, die weer parasiteert op de rups van het gentiaanblauwtje. De wesp legt het ei in de rups en als de larve uit het ei is gekropen, wordt de rups van binnenuit opgegeten, waarbij de organen tot het laatst bewaard worden, zodat de rups zo lang mogelijk blijft leven. Er zijn ook sluipwespen die dit bij andere rupsen doen, maar de rups van het gentiaanblauwtje is een bijzonder geval omdat deze zich in het mierennest bevindt, waar de wesp zich natuurlijk eerst toegang toe moet zien te verschaffen. Daar mieren niet gesteld zijn op ongewenste gasten, moet de wesp dus een trucje gebruiken. De sluipwesp spuit alles vol met haar nagemaakte mierenalarmstof, waardoor het hele nest in paniek raakt en agressief wordt. Het resultaat is dat de mieren met elkaar gaan vechten, zodat de sluipwesp rustig haar gang kan gaan.
Voorts worden er verschillende insecten met een bijzonder uiterlijk beschreven.


In het volgende hoofdstuk worden wat bijzondere insecten en andere dieren uit de rest van de wereld beschreven. Zo is daar de op Madagaskar levende girafkever, die een lange nek heeft, waar ook nog een scharnier in zit. Op de afbeelding in het boek ziet het diertje er hoogst merkwaardig uit.
En dan zijn er weer de nodige insecten en andere dieren die gebruik maken van een ander insect of rups, door ze in een soort zombies te veranderen, vervolgens dienen ze dan als voedsel voor de jongen, of ze vervullen ongewild een andere taak in de zorg voor de jongen. De natuur is niet altijd even lief, wordt hier maar weer eens bewezen.

Nu de lezer met deze hoofdstukken het boek in is gezogen, komen we bij een praktischer hoofdstuk over het waarnemen van insecten in de eigen omgeving. Zo komt er ook nog een hoofdstuk over insecten die nut hebben voor de mens en een hoofdstuk over de overeenkomsten tussen verschillende soorten insecten.

In het boek staan allerlei dingen die je kunt doen, ook over het zelf houden van insecten, zoals bijvoorbeeld wandelende takken. (Vroeger kwam ik met de bus naar Delft langs een huis waar iemand wandelende takken aanbood.) Het laatste hoofdstuk bevat nog meer dingen die je kunt doen. Verder staan er in het boek allerlei QR-codes, waarmee je filmpjes kunt bekijken. Aan het taalgebruik kun je zo hier en daar wel merken dat dit boek een Vlaamse uitgave is. Sommige uitdrukkingen, zoals: “Over de snelweg vlammen”, komen misschien wat merkwaardig over, maar dat is geen bezwaar. Het is een heel boeiend en interessant boek, waar de insectenliefhebber veel van leert.

Zie ook het inkijkexemplaar

ISBN 9789463932899 | NUR 910/432 | Paperback | 229 pagina’s | Borgerhoff & Lamberigts | oktober 2020

© Renate 23 september 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
 

FC Barcelona. Het Imperium
Cruijff, Messi en de onzekere toekomst van de grootste voetbalclub ter wereld
Simon Kuper


Wat een leuk geschreven boek is dit! Ook voor degene die niet direct een kenner of liefhebber is van de voetbalsport valt hier veel te genieten. De vele smeuïge verhalen over Cruijff en andere voetbalsterren zijn vermakelijk om te lezen. De redeneringen van Cruijff waren onnavolgbaar, maar dat vond hij niet erg. ‘Als ik zou willen dat je het begreep, had ik het wel beter uitgelegd,’ zei hij eens tegen een journalist. En opmerkelijk was ook zijn analyse van een voetbalwedstrijd: ‘Da’s logisch, in principe. Hun hebben er dan vijf en wij zes, want twee zijn er altijd vrij’ (blz. 87). Nog eentje: ‘Er is maar één bal. Als wij hem hebben, hebben zij hem niet’ (blz. 92).


In een groot gedeelte van het boek staat Johan Cruijff centraal. Hij introduceerde als trainer van Barcelona (1988-1996) een voetbalstijl van snelle en accurate passes, voortdurend druk zetten en voortdurend aanvallen. De schrijver ziet in hem “de aartsvader van het moderne voetbal”. Van voetballer en trainer ontwikkelde Cruijff zich na zijn carrière tot krantencolumnist en tv-analist. Met zijn Johan Cruyff Foundation ondersteunde hij zowel niet-gehandicapte kinderen als gehandicapte kinderen. Op Cruyff Institutes, Cruyff Universities en Cruyff Colleges konden sporters alsnog de kennis opdoen die ze in hun jeugd waren misgelopen. Zelf heeft hij die moeite nooit genomen. In de herfst van zijn leven zei hij: ‘Mijn enige diploma is een zwemdiploma dat ik op mijn achtste gehaald heb.’ Cruijff was een begaafde en opmerkelijke man. Als vader wilde hij zijn kinderen alles geven wat ze nodig hadden. Zijn eigen vader overleed toen Cruijff nog jong was.


De tweede hoofdpersoon is Lionel Messi. Opnieuw behaalde Barcelona jarenlang het ene na het andere succes. Tegelijk zoog Messi alle financiële middelen van de voetbalclub leeg waardoor het aankoopbeleid om nieuwe talentvolle voetballers aan te kopen, faalde. Het ging om absurde bedragen. Zijn salaris liep op tot 100 miljoen euro per jaar. Tussen 2017 en 2021 verdiende de speler in totaal meer dan 555 miljoen euro. Messi was een weergaloze speler, maar tegelijk een molensteen om de hals van de club. Zijn succes was tegelijk oorzaak van de neergang van de club. Barcelona raakte in het slop. De huidige trainer, Ronald Koeman, staat voor de moeilijke taak het schip weer vlot te trekken.


FC Barcelona is ‘meer dan een club’. Voor de Catalanen is het een leefstijl en wereldwijd is ‘Barça’ een icoon.  Barça staat voor een totaalpakket. Diëtisten stellen voor de spelers een voedingspakket samen. De sportartsen beschikken over een geavanceerde MRI-scanner waarmee elke millimeter van een scheurtje ontdekt kan worden. Psychologen hebben een programma ontwikkeld om voldoende rust en slaap voor de spelers te waarborgen.


Het wordt dubieus als Simon Kuper uit de doeken doet hoe veelbelovende jongetjes uit hun gezin worden geplukt en hoe zij ‘mentoren’ als plaatsvervangende vaders en moeders krijgen. Het kind moet leren omgaan met prestatiedruk. Soms laten luidsprekers heel hard het geluid van een vol stadion horen, zodat de kinderen eraan kunnen wennen (blz. 263 en 264).


FC Barcelona bouwt aan een campus waar de fans de hele dag voorafgaand aan een wedstrijd kunnen doorbrengen. Er zijn terrasjes, een winkelcentrum, een bioscoop. Hier neemt voetbal de rol van religie over als zingever van het leven.


Het boek opent met een beknopte biografische schets van spelers en trainers. Er is een bijlage met recepten, een notenapparaat, bibliografie, register en fotokatern opgenomen. Kortom: een prachtige uitgave.


Simon Kuper is een Britse auteur die in Nederland is opgegroeid. Begin dit jaar verscheen van hem bij dezelfde uitgever ‘De vrolijke verrader’. Eveneens een vlot geschreven boek. Het gaat in dit boek niet over een voetballer, maar over de KGB-spion George Blake. De bespreking ervan is ook op Leestafel.info te vinden.


ISBN 9789046828601| Paperback | 368 pagina's | Nieuw Amsterdam | augustus 2021
FC Barcelona is vertaald door Erik de Vries en Edwin Krijgsman.

© Henk Hofman, 14 september 2021

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER

 

Moderne en Hedendaagse Kunst Begrijpen
Inzicht krijgen in de belangrijkste kunststromingen
Sam Phillips


Dit boek is een vervolg op het hiervoor besproken boek. Het beslaat de periode van de opkomst van de moderne kunst tot en met kunst uit de 21e eeuw. De opzet van de twee delen is aan elkaar gelijk. Ook hier treffen we dezelfde overzichtelijke structuur aan en de tekst is eveneens helder geschreven.
Op het vlak van de kunst zelf vallen er echter grote verschillen op.


Deel twee laat zien dat kunst fragmentarisch en individualistisch is geworden. Kunststromingen, zoals renaissance, barok en rococo besloegen decennia en kunstenaars voegden zich in een gemeenschappelijke stijl. Moderne kunst is een lappendeken aan invalshoeken, een stroming duurt slechts enkele jaren, en kunstenaars leggen zich toe op individuele expressie.
De Performance art (circa 1960) is daar een goed voorbeeld van. Hier is het lichaam van de kunstenaar zelf tot kunstvorm verheven. Modellen drukten hun beschilderde lichaam op het doek onder het toeziend oog van toeschouwers, die daarmee voyeur werden.


Kunst kreeg een andere betekenis. ‘Alles kan kunst zijn.’ Beroemd is de ‘Fontein’ van Marcel Duchamp. Deze Franse kunstenaar leverde een urinoir in voor een expositie. Kunst kon van overal komen, zelfs uit een openbaar toilet.


De Britse kunstenaar Bansky verkocht op een veiling een schilderij voor meer dan 1 miljoen euro. Direct nadat de koop gesloten was, werd de onderste helft van het kunstwerk in repen gesneden. In de lijst van het schilderij zat een papiervernietiger verborgen. Deze ‘act’ wordt niet in het hier besproken boek genoemd. In de Lijst van Kunstenaars wordt Bansky wel genoemd met een verwijzing naar street art. Zoek je het hoofdstukje over street art op dan lees je als typering van deze stroming dat het gaat om kunst waar geen opdracht voor is gegeven en geen toestemming voor is verleend. Dat past perfect bij de act om een deel van het schilderij te versnipperen. De koper begreep dit kennelijk, want hij behield het schilderij.


Sommige kunstenaars wilden de grenzen van wat kunst genoemd kon worden niet alleen verleggen, maar ook uitwissen, zodat kunst en leven één werden. Omdat kunst gelijk was aan leven, en geen artikel, weigerden deze kunstenaars hun werk te verkopen.


Het zal duidelijk zijn dat de vraag of een kunstwerk ‘mooi’ is en waar het op ‘lijkt’ niet langer van toepassing kan zijn.


Kunst weerspiegelt de samenleving. Het is gedaan met het grote verhaal. Ieder zijn eigen waarheid, zijn eigen geloof en zijn eigen moraal. Als moderne kunst chaotisch overkomt is dat niet anders dan de verbeelding van het chaotische in de samenleving. Veel mensen ervaren het nieuws dat de media brengen en het informatiebombardement van de sociale media als verwarrend. Zekerheden zijn weggevallen. In dit labyrint moeten jonge mensen hun weg zien te vinden en zelf hun keuzes maken. In het onderwijs is overdracht van de traditie niet langer een kerndoel, maar zelfontplooiing van de leerling en student. De leerkracht is niet langer de autoriteit die de route uitstippelt, maar de coach die de pupil stimuleert om zijn eigen identiteit te ontwikkelen.


Kunst van de late 20e eeuw en het begin van de 21e eeuw laat zien dat de cohesie in de samenleving is verdwenen. Daarmee is aangegeven dat kunst betekenisvol blijft, zelfs al mag iedere beschouwer zijn eigen interpretatie volgen.


Sam Phillips is voormalig hoofdredacteur van Royal Academy of Arts Magazine. De uitstekende vertaling is van Aad van der Kooij.


ISBN 9789463590440 |Paperback | Uitgeverij Librero | Omvang 168 blz. | 2021

© Henk Hofman, 20 augustus 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER.

 

Alexandrië
Edmund Richardson


Voor een armoedzaaier als James Lewis (1800-1853) was de enige mogelijkheid om iets te bereiken in het leven dienst nemen in het leger. Als soldaat bij de Britse Oost-Indische Compagnie arriveert hij in Agra. Op een dag in 1827 heeft hij er genoeg van. Aanzien hoe de hoge officieren zich verrijkten terwijl degenen die het werk deden het met een aalmoes moesten doen, ergerde hem vreselijk.
Hij trekt de woestijn in en verandert zijn naam: als Charles Masson zal hij bekend worden.


Zwervend door India met Kabul, in Afghanistan als vaag doel beleefde hij allerlei hachelijke avonturen. Maar hij overleefde het allemaal.
Onderweg hoorde hij verhalen over antieke ruïnes, over Alexander de Grote, en raakt geobsedeerd.
Was het mogelijk om de overblijfselen van Alexanders expeditie op te sporen?
De stad Alexandrië onder de Bergen was een kruispunt tussen Oost en West. Nu was deze stad net als vele andere plaatsen waar Alexander de Grote zijn stempel op had gedrukt, bedolven onder het zand.
Masson wist niet waar hij moest beginnen, hij had geen boeken, geen kaarten en ook geen geld. En als deserteur stond er een prijs op zijn hoofd. Maar dat hield hem niet tegen.


Rond Kabul en Jalalabad in het zuidoosten van Afghanistan ontdekte Masson vele boeddhistische vindplaatsen waar een grote verzameling kleine voorwerpen en veel munten wordt verzameld, voornamelijk van de site op Bagram (de oude Alexandrië op de Kaukasus).
Vanaf het moment dat hij in 1827 deserteerde tot zijn terugkeer naar Engeland in 1842, verzamelde Masson naar schatting ongeveer 47.000 oude munten. Samen met de andere vondsten zijn deze heden ten dage in handen van het Brits museum.


Het verhaal van zijn avonturen is een bijzonder verhaal. Hij bleef lang uit de handen van het leger, in allerlei vermommingen en toen hij gevonden werd namen ze hem in dienst als spion voor Engeland. Dat deed hij tot eigen leedwezen niet onverdienstelijk.


Uit de verhalen die we lezen in dit boek moet je de conclusie trekken dat Masson een eerlijk, sociaal en plichtsgetrouw man was, die zich ergerde aan de inhaligheid van de Britten die het overwonnen volk onderdrukten en beroofden. Zijn rechtschapenheid verhinderde hem niet zijn vondsten naar Engeland te sturen, maar zo ging dat in die tijd.


Hij had contacten met andere Westerse reizigers, met Indiase koningen (sjahs). Hij werd aangezien als spion voor de Russen en gevangen gezet. En al die tijd vocht hij voor erkenning. Hij was immers archeoloog nu. Maar wat hij te vertellen had wilden de Britten niet horen. Zij wilden hun eigen beeld van Alexander als grote veroveraar behouden. Dat Alexander de Grote inderdaad gevochten had en wandaden had begaan, dat konden ze nog wel accepteren, maar dat hij eigenlijk had geprobeerd een brug te slaan tussen het Westen en het Oosten, dat wilden ze niet horen.  En het was een doorn in het oog dat Masson de oorlog in Afghanistan - door de Britse Oost-Indische Compagnie - veroordeelde en hun helden juist neerzette als misdadigers.


Charles Masson bracht de rest van zijn door in Engeland, niet zoals hij gewenst had in zijn geliefde Afghanistan. Erkenning van het belang van zijn werk kwam pas ver na zijn dood in 1853. Een eeuw later zelfs.


Na het biografische verhaal dat zoals Edmund Richardson aangeeft echt gebeurd is, ‘ondanks verwoede pogingen van vrijwel alle betrokkenen om het te verdraaien of te verdoezelen’ volgt een indrukwekkende lijst met noten (verwijzingen naar waar bepaalde feiten en quotes te vinden zijn) en een niet minder indrukwekkende lijst boeken en publicaties, en nog enkele andere toevoegingen.
Al lezend verbaas je je over de wereld zoals die was in de negentiende eeuw. En over de parallellen die we met het heden kunnen trekken.
Een verbijsterend  en boeiend verhaal.


Edmund Richardson is professor Klassieke Talen aan de universiteit van Durham. Hij publiceerde in 2013 Classical Victorians: Scholars, Scoundrels and Generals in Pursuit of Antiquity. In 2016 werd hij uitgeroepen tot een van de New Generation Thinkers door de BBC/AHRC.


ISBN 9789048860487 | paperback | 400 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep | mei 2021
Uit het Engels vertaald door Alexander van Kesteren

© Marjo, 9 augustus  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Confettiregen
Splinter Chabot


Ach wat een mooi boek. Zo ontwapenend, zo eerlijk, zo kwetsbaar en zo sterk.

Wobie (Splinter Chabot), de verteller, groeit op in een heel warm en liefdevol gezin. Moeder is arts, vader (Bart Chabot) is schrijver. Samen met zijn twee broers heeft hij een onbezorgde jeugd waarin hij mag zijn wie hij is. Wobie houdt namelijk van roze, en verkleed zich af en toe lekker in een van mama's jurken. Maar de eerste barst komt als hij met grote oorbellen in naar school gaat. Tot zijn bevreemding merkt hij dat een jongen dàt toch niet hoort te doen.


Zo langzamerhand merkt Wobie dat hij anders is dan andere jongens. Aanvankelijk constateert hij dat alleen, maar echt erg is het niet. Maar het zijn van die kleine dingetjes die samen toch uiteindelijk zorgen voor een bal die steeds groter wordt. Er rijst in hem een vermoeden dat hij niet wil accepteren en wie zegt dat zijn vermoeden juist is?


Toch wordt hij onweerstaanbaar tot bepaalde zaken aangetrokken, zoals foto's van mannen op internet. Hij wil het niet erkennen maar het doet iets met hem, maar wat? Hij weet wat er met hem aan de hand is maar ook weer niet. Het kan een fase zijn, het gebeurt wel vaker volgens de verhalen. Het komt er op neer dat hij diep in zijn hart wèl weet wat dat akelige gevoel is maar hij is er nog niet aan toe, hij kan het nog niet aan. Het lichte gevoel van vroeger gaat over in een grijs, af en toe donkergrijs tegen zwart aan. De innerlijke worsteling is groot. Hij wil het niet, hij wil normaal zijn, hij weet wat hem te wachten staat. Pesterij, scheldwoorden, geen acceptatie van hem als mens.


Gelukkig heeft hij een enorm arsenaal aan vriendinnen die enorm met hem meeleven. Helemaal als hij op school zijn oog laat vallen op Daniël die hem als gewoon mens behandelt. Hij kent dat niet, gewoon vrienden met een jongen zijn, maar is dat zo? Voelt hij inderdaad alleen maar vriendschap? Opnieuw slaan allerlei gevoelens van onzekerheid toe.


Naast de worsteling met zijn wisselende gevoelens gaat ook het gewone schoolleven door wat ook de nodige problemen én de nodige lol oplevert.


Wobie (een verbastering van zijn held Bowie) vertelt over zijn ouders, die hem allerlei handreikingen doen om zich uit te spreken, maar in zijn lijf zit het op slot. Hij kan het niet zeggen, want dan is het definitief. Je denkt af en toe, jongen vertel het nou, het zal je zo goed doen, jouw ouders zijn zo vrijgevochten, vertel het nou! Maar het kan pas als hij er écht aan toe is.


Wobie ontdekt de drank, dat geeft wat rust, de verkramping is dan minder. Maar toch de uiteindelijke verwarring, de onrust, de onzekerheid, de angst, alles wordt steeds groter, het is nagenoeg ondraaglijk.
Maar ook nu staan zijn vriendinnen hem bij, ze zijn er altijd voor hem, zelfs in zijn zwartste dagen.
Gelukkig komt de grote ommekeer, en samen met Wobie slaak je een diepe zucht van opluchting. Je bent blij voor Wobie, eindelijk is er rust, eindelijk, eindelijk, eindelijk.


Het is, zoals gemeld, een prachtig coming of age verhaal gebaseerd op het leven van Splinter Chabot zelf. Het boek zal voor elk mens dat worstelt met gelijke gevoelens als Splinter een enorme hulp zijn. Het is namelijk een heel eerlijk verhaal met alle ups en downs en dàt maakt het, naast de prettige schrijfstijl - met veel metaforen - ook zo mooi en bijzonder.
Een fantastisch koesterboek.


Zie ook de uitzending van DWDD met Splinter Chabot over dit boek


ISBN 9789000370634 | Hardcover | 342 pagina's | NUR 320 | Spectrum Non-Fictie | maart 2020

© Dettie, 13 juli 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER