Nieuwe recensies Non-fictie

Het voordeel van de twijfel
Hoe filosofie je leven kan veranderen
Stefaan Van Brabandt


Meestal wordt twijfel als een nadeel beschouwd. Je kunt niet kiezen en dat maakt je onzeker. Het omgekeerde is ook waar: je bent al onzeker en daarom kun je niet kiezen. Volgens de schrijver van dit boek is twijfel positief, want ze is het begin van alle wijsheid. Wie twijfelt, bevraagt het vanzelfsprekende. Kloppen de pasklare antwoorden wel? Waarom zouden we de overgeërfde wereld kritiekloos aanvaarden? Bij twijfel hoort dan ook verontwaardiging, verzet en protest.


Deze benadering maakt nieuwsgierig naar de inhoud van het boek. De inhoudsopgave vermeldt acht thema’s, die elk voor zich wel aanspreken: Het omgaan met het Lijden; Werk; Sociale Media; Vegetarisme en de Bio-industrie; Romantiek en Liefde; Armoede; de zoektocht naar een Gelukkig Leven; Opvoeding en Onderwijs.
In elk hoofdstuk passeren allerlei gezichtspunten de revue. Interessant zijn de historische achtergronden die de schrijver regelmatig voor het voetlicht haalt. Hoe keken filosofen uit het verleden aan tegen het onderwerp? Maar ook filosofen uit de eigen tijd worden genoemd. Peter Singer, Martha Nussbaum en Ayn Rand om er drie uit te lichten.


In het hoofdstuk over het Lijden gaat het over drie traditionele denkwegen. Die van de Stoa (het lijden vermijden), dan de filosofen die het lijden aanvaarden (Aristoteles en Nietzsche), en vervolgens de derde weg die het beste wil kiezen uit beide werelden (het Boeddhisme en Mindfulness). Een schrijver moet zich altijd beperken en keuzes maken, maar christendom, marxisme en existentialisme bieden op het gebied van het Lijden ook interessante invalshoeken. Wel jammer dat die buiten beeld blijven.


Het hoofdstuk over sociale media maakt duidelijk hoe gevoelig we zijn voor de vraag hoe we overkomen bij anderen. Mensen zijn geobsedeerd door selfies en likes. Die zucht naar aandacht en erkenning komt voort uit angst en onzekerheid. We willen er graag bij horen en ons geaccepteerd weten. In dit verband is de Franse filosoof René Girard weer heel interessant. Girard constateerde dat we verlangen naar wat anderen verlangen. Hij bedacht de term ‘mimetische begeerte’’ om aan te geven dat we iets begeren omdat we zien dat het door anderen begeerd wordt. ‘Mimetisch’ kunnen we vertalen met ‘nabootsing’.


Het hoofdstuk over ‘Geluk’ bespreekt de vraag wat ons gelukkig maakt. Geluk is een relatief begrip. Als ons verlangen vervuld wordt, raken we eraan gewend, en richten we ons begeren op weer wat anders. De Britse econoom Richard Layard onderzocht hoe we ons vergelijken met anderen en willen hebben wat zij hebben. En vervolgens willen we ons onderscheiden van onze omgeving. En dus zijn we steeds op zoek naar een statussymbool dat een ander niet heeft. De nieuwste auto, televisie, smartphone, een exotische reis.


In het hoofdstuk over de bio-industrie staan pakkende beschrijvingen van het dierenleed. De schrijver maakte in zijn jeugd mee dat er een varken werd geslacht. “Ik vergeet nooit de doodskreet van een varken dat geslacht wordt.” Dieren voelen het aan welk lot hen wacht. “Aan elke slachting ging een gruwelijke levensstrijd vooraf; het dier dat gedood moest worden, verzette zich telkens uit alle macht, alsof het zijn lot voorvoelde.” De bio-industrie is onhoudbaar geworden. Daarom zou het consumeren van dieren niet langer vanzelfsprekend mogen zijn. Een indringend geschreven en aangrijpend hoofdstuk.


Het hoofdstuk over Romantiek en Liefde gaat over een gearrangeerd huwelijk, een huwelijk uit liefde, emancipatie van de vrouw en het gevolg voor relaties, de levenslange relatie met die ene ware persoon en het veelvuldig wisselen van partner. We lezen hoe Schopenhauer, Sartre en Simone de Beauvoir omgingen met relaties. En de Amerikaanse psycholoog John Bowlby maakt duidelijk hoe ontzettend belangrijk het is dat een kind zich in zijn eerste levensjaren gedragen voelt door zijn ouders en een warme, stevige band met hen ontwikkelt.


- Op blz. 137 staat ten onrechte dat de vrijheid voor vrouwen om hun partner te verlaten tot voor dertig jaar allerminst een vanzelfsprekendheid was. Uit cijfers van het CBS en uit diverse onderzoeken blijkt dat vrouwen ook vroeger dezelfde mogelijkheid als mannen hadden om echtscheiding aan te vragen. Manon van der Heijden, hoogleraar in Leiden) heeft in het boek “Criminaliteit en Rechtspraak in Holland 1600-1800” uitgezocht dat al in die periode de meeste echtscheidingen door vrouwen werden aangevraagd. Ook uit andere onderzoeken blijkt dat ons beeld dat vrouwen vroeger alleen maar ‘onderdanige gebruiksobjecten’ waren, zoals Van Brabandt het formuleert, niet strookt met de feiten. Vrouwen lieten zich echt niet in de hoek zetten en waren mondiger dan wij nu denken. -


Het laatste hoofdstuk over Opvoeding en Onderwijs vond ik ook heel erg mooi. Een prima omschrijving van de problemen in het onderwijs en een pleidooi voor Bildung. Dat laatste wil zeggen dat leerlingen niet alleen les in de onderscheiden vakken moet krijgen, maar ook gevormd moeten worden. Daar komen we niet aan toe als kleuters al ‘leerdoelen’ (targets) moeten halen en docenten onevenredig veel tijd kwijt zijn aan administratie terwijl lesgeven hun kerntaak is.
Volgens de Britse socioloog Frank Furedi zit er te veel amusement, socialisatie en therapie in het hedendaagse onderwijs. Ik heb echter in mijn werkzame verleden in het onderwijs gezien dat je daar niet geheel aan ontkomt, gelet op de kinderen die binnen komen. Met de kinderen rollen namelijk ook alle maatschappelijke problemen de school binnen. Niettemin ben ik het geheel eens met het pleidooi om algemene vorming een royale plek te gunnen naast beroepsvorming.


Dat is het leuke van dit boek: het nodigt je gelijk uit tot meedenken en reageren op grond van je eigen achtergrond en positie. Stefaan van Brabandt doet dat best knap en dat is tegelijk een aanbeveling voor dit boek. Hij loopt je niet voor de voeten met zijn eigen mening, al zit die wel verpakt in zijn tekst, maar legt je een waaier aan meningen voor van sociologen, psychologen, pedagogen en filosofen.


De schrijver is geboren in Gent (1979), en is filosoof, schrijver en regisseur.


ISBN 97889462671966 | Uitgeverij EPO, Berchem | paperback | 255 blz. | oktober 2019

© Henk Hofman, 11 november 2019

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER.

 

De rechtvaardigen
Hoe een Nederlandse consul duizenden Joden redde
Jan Brokken


Met hulp van de kinderen van Jan Zwartendijk, met gebruikmaking van documenten en getuigenissen van overlevenden reconstrueert de schrijver in dit boek het moedige werk van de Nederlandse consul in Kaunas, Litouwen ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Samen met de de kinderen bezoekt hij ook plaatsen waar de gebeurtenissen destijds plaats vonden.


Het boek heeft een mooie opening waarin Zwartendijk wordt benaderd om consul te worden naast zijn werk voor de Litouwse vestiging van Philips. 13 juni 1940 krijgt hij een telefoontje: ‘De regering in ballingschap zal u binnenkort officieel tot consul benoemen. Een kwestie van dagen’, pag. 84.


De auteur vertelt over het persoonlijke leven en het werk van Zwartendijk, schetst zijn familierelaties en tekent ook de sfeer van de tijd. De dreiging van een Russische inval wordt steeds duidelijker en beheerst het leven van mensen. Het gevaar van opkomend Duitsland werd te weinig gezien volgens de auteur: ‘Ik geloof dat veel mensen in de jaren dertig en de beginjaren veertig niet wilden zien dat een holocaust dreigde’, pag. 61. Wanneer de Russische bezetting een feit is, worden veel mensen weggevoerd naar Siberië. Nationalisten worden opgehangen en Zwartendijk zegt later: ‘Er was geen boom waaraan niemand hing’, pag. 90.


De verdwijning van een Nederlandse priester in Kaunas laat bij Zwartendijk een schuldgevoel achter: had hij dit niet kunnen en moeten voorkomen? Wanneer Poolse Joodse vluchtelingen met een Nederlandse achtergrond zich tot hem wenden, kan hij het niet langer aanzien. Dan begint de consulaire hulpverlening echt op gang te komen. Samen met een Joodse student zet hij een vluchtroute op naar Curaçao die hem de bijnaam/erenaam ‘The Angel of Curaçao’ bezorgt.


In zijn wekelijkse rapport voor Philips schrijft Zwartendijk: ‘Mijn deur wordt platgelopen door Hollanders die op de een of andere manier in de puree gekomen zijn. Als Consul moet ik trachten hen te helpen’, pag. 117. Het wordt voor hem een afmattende dagtaak, van zeven uur ’s morgens tot zes uur ’s avonds. Buiten staan lange rijen mensen gespannen op hun beurt te wachten. Aanvankelijk schrijft hij de visa met de hand maar al gauw ontwikkelt hij een stempel zodat hij alleen nog de naam van de aanvrager en de datum van afgifte met de hand hoeft te schrijven.


Zijn belangeloze inzet redt het leven van 2139 Joden. Anderen worden afgevoerd naar concentratiekampen of buiten Kaunas geëxecuteerd. Hiervan zijn enkele schokkende foto’s opgenomen naast veel portretten van Zwartendijk, zijn familieleden en andere personen die in het boek een belangrijke rol spelen. Het geeft het boek een extra historisch karakter.


Zwartendijk werkt samen met de Japanse consul want de reis naar Curacao verloopt via dit land. Wanneer de Russen de consulaten sluiten, komt dit werk tot een einde. Ontroerend is de passage waarin de Japanse consul Kaunas verlaat en tot in de vertrekkende trein visa uitschrijft: ‘huilend verliet hij Litouwen’, pag. 215.


Het boek beschrijft ook het werk van de Zweedse consul waaraan door Duitse infiltratie een einde komt, de zeereis naar Japan en het verblijf van vluchtelingen daar. De Japanse consul zet zich enorm in voor de Joden.


‘De Poolse ambassadeur in Japan vroeg iedere keer aan de Pools-Joodse vluchtelingen die zich bij hem meldden: ‘Hoe bent u aan een visum gekomen?’ Het antwoord luidde: ‘Van de Nederlandse consul in Kaunas’. Waarna graaf Romer met een beminnelijke glimlach beaamde: ‘Ah, the Angel of Kaunas?’ ‘, pag. 293. Deze Romer richt het Poolse Comité voor Hulp aan Oorlogsslachtoffers op en schrijft 1195 visa uit waaraan mensen hun leven hebben te danken.


Het boek is omvangrijk en vertelt in feite meer dan alleen het werk van Zwartendijk. Veel verhalen van mensen passeren de revue: vluchtelingen, familieleden en vrienden van Zwartendijk, andere consuls. Van hen zegt de auteur: ‘Ik kom dat bij alle rechtvaardigen tegen: de wil om werkelijk iets te doen’, pag. 315.


In 1963 stelt het ministerie van Buitenlandse Zaken een onderzoek in. Dit levert Zwartendijk aanvankelijk een reprimande op: hij had zich niet aan de regels gehouden. Later volgt eerherstel en erkenning maar die komt helaas voor Zwartendijk te laat. De brief met deze boodschap wordt bezorgd vlak voordat zijn kist uit huis zal worden gedragen want hij is inmiddels overleden. Het Holocaust Research Center stelt vast dat 95% van de Joodse vluchtelingen die Zwartendijk aan een visum heeft geholpen de oorlog hebben overleefd. Nadat twee keer de titel ‘rechtvaardige onder volken’ is afgewezen, wordt deze uiteindelijk, mede door de inzet van Bill Clinton, toegekend. In Kaunas wordt een fraai monument voor Zwartendijk opgericht.


Een prachtig verhaal dat misschien aan kracht had gewonnen wanneer de auteur zich hier en daar wat had beperkt in wat hij allemaal wil vertellen. Nu lijkt het soms alsof hij geen duidelijke keuze heeft kunnen maken uit alle, omvangrijke informatie waarover hij beschikte bij het schrijven van het boek. Desalniettemin is dit boek een waardevol getuigenis over de inzet van mensen voor hun naaste in nood. Hoopgevend in die donkere tijd en inspirerend voor vandaag!


ISBN 9789045036649 | Paperback | 504 pagina’s | Atlas Contact | oktober 2019

© Evert van der Veen, 4 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De spirituele allochtoon & Het Kusjeshuis
Samira Ahale


Ik wil een huisje voor mij en mijn kinderen.[...] Dat is waar ik werkelijk naar verlang.[...]
Als dit jouw diepe verlangen is Samira dan zal jij een huisje krijgen voor jou en je kinderen. Want zowel jij als je kinderen hebben recht op een veilig begin.


Samira is de zesde van acht kinderen. Ze groeit op in de afgeleefde wijk Moretusburg in Hoboken, een gemeente aan de Schelde. Op woensdagmiddag moet ze naar de Koranschool, iets waar ze een hekel aan heeft. Ze begreep niet wat ze las maar vond de klanken wel mooi. De imam sloeg hen als ze niet goed genoeg hun best deden. Naast de Koranverzen leren kreeg ze ook les in Arabisch wat ze niet onder de knie kreeg. Haar ouders spraken thuis Marokkaans-Arabisch.


Samira is bang voor de imam én haar vader, haar vaders wil is wet. Maar ze wil ook vrij zijn, verder leren, uiteindelijk mag ze dat ook dankzij haar broer Mo. Moeder vindt het maar onzin, ze moet later toch brood bakken en voor haar kinderen zorgen. Maar Samira zet door. Ze was het eerste Marokkaanse meisje uit haar buurt dat ging studeren...


Maar Samira krijgt het allemaal niet cadeau, ze moet een hoofddoek dragen, ze mag niet leren wat ze wil, ze heeft het moeilijk. Uiteindelijk vlucht ze in een huwelijk met een veel oudere Nederlandse man, hij is wel moslim. Ze gaat in Nederland wonen, ver bij haar ouders vandaan, maar ze weet dat ze evengoed gevangen zit. Diep in haar hart weet ze dat dit huwelijk haar ook niet biedt wat ze wil. Toch kiest ze pas na 10 jaar huwelijk eindelijk voor zichzelf en gaat weg bij haar man.
Het duurt lang voordat ze haar ouders durft te vertellen dat ze nu alleen met haar kinderen woont, dat ze gescheiden is. Dat doe je niet als moslim. Het huwelijk is voor eeuwig. Pas na je dood krijg je jouw beloning voor je geduld, volharding en stilzwijgend dragen van je lasten...


Nu ze eindelijk alleen en vrij is, en het huisje voor haar en haar kinderen heeft, begint het echte werk pas. Wie is ze eigenlijk? Wat wil ze nou in haar leven? Hoe komt ze verder? Ze krijgt hulp van ene Anton, die haar door dik en dun begeleidt op haar weg naar een nieuw en beter bestaan. Ze stort zich op allerlei cursussen die betaalbaar of gratis zijn, ze leest veel boeken, ook spirituele waar ze veel aan heeft, ze wil voor haar kinderen het allerbeste, ze zal en moet goed uit de strijd komen, ze zal haar kinderen een goed thuis in het kusjeshuis - zoals ze haar huis noemt - geven. Ze is bang voor een nieuwe relatie, durft het niet meer aan, hoewel ze wel een zeer leuke man ontmoet...
Ze knokt en vecht tegen (voor)oordelen en voor haar bestaan en wij mogen de weg die ze gaat met haar meelopen..


Het is een bijzonder verhaal van een sterke vrouw. Vooral het begin van het boek sleept je mee en laat zien hoe het is om als traditioneel Marokkaans meisje je te handhaven in een westerse wereld. Naderhand wordt het verhaal wat vager en iets moeilijker te volgen. Maar haar strijd om te worden wie ze nu is, is bemoedigend voor veel vrouwen in een dergelijke situatie. Samira laat zien dat met veel wilskracht en moed er veel te bereiken is.


ISBN 9789493059345 | Paperback | 132 pagina's | Uitgeverij Palmslag | oktober 2019

© Dettie, 1 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Duivels dilemma
De dood van 23 verspreiders van verzetsblad Trouw
Peter Bak


Dit boek gaat over de ontstaansgeschiedenis van het dagblad 'Trouw' waarin de 'ultimatumkwestie' een zwarte en voor betrokkenen nog altijd moeilijke bladzijde vormt. Het boek opent met de namenlijst van 23 mensen in de leeftijd van 15 – 53 jaar die door de Duitsers zijn doodgeschoten omdat zij bij de verspreiding van Trouw betrokken waren.


De krant werd eind januari 1943 opgericht ten huize van Gesina van der Molen in Aerdenhout. De redactie beschouwde dit als een geestelijke, principiële strijd vanuit het christelijk geloof waarin het gaat om de ware vrijheid van geloof en geweten: ‘Wij staan met staat, provincie, gemeente, kerk, school, barmhartigheidsinstellingen enz. in één front tegenover het Duitsche heidendom’, pag. 69 – 70.


Aanvankelijk zijn er aarzelingen maar later neemt de redactie van Trouw krachtiger stelling en moedigt men actief, ook gewapend verzet aan: ‘Wij juichen ze toe en hopen dat er meerderen gevonden worden die bereid zijn op die wijze den strijd tegen den vijand, die ons volk wil vermoorden, te helpen voeren’, pag. 51. In toenmalige Gereformeerde kringen was deze keuze best een opmerkelijke stap die ook niet door iedereen werd begrepen.


De bezetter beschouwde Trouw daarom als een 'Hetzschrift' en de Duiters maakten er veel werk van om drukkers en verspreiders van Trouw op te pakken. Dat gebeurde dan ook, mede door onvoorzichtig of ondoordacht handelen van mensen maar ook doordat opgepakte mensen tijdens wrede verhoren ‘doorslaan’. Ook vond er soms verraad plaats. Op één dag werden 17 mensen van Trouw opgepakt en uiteindelijk werden dat er 37. Rauter wilde een standgerecht om daarmee een afschrikwekkend voorbeeld te stellen. Trouw kende toen een oplage van 90.000 exemplaren.


Van de 37 mensen die gearresteerd werden waren er 23 in levensgevaar omdat de Duitsers deze wilden executeren tenzij Trouw de uitgave zou staken.
9 augustus 1944 vond aan het Valeriusplein in Amsterdam de redactievergadering hierover plaats. Bruins Slot, die na de oorlog hoofdredacteur zou worden, zei: ‘Wij komen dan principieel voor de vraag te staan wat het belangrijkste is: het voortbestaan van ons blad of het persoonlijk welzijn van onze gevangenen. Waar het bij dit laatste om gaat, is ons bekend. Wij moeten rekenen met de mogelijkheid dat het, althans wat een deel der gevangenen betreft, om hun leven gaat’, pag. 121. Desondanks nam de redactie het besluit 'niet tekenen'. Achteraf blijkt dat toegeven het leven van de 23 gevangenen niet gered zou hebben omdat hun dood voor de Duistsers al vast stond.


Het boek is vanuit een sterke persoonlijke betrokkenheid geschreven met liefde voor de mensen die in die jaren bij Trouw een belangrijke rol speelden. De auteur besteedt veel aandacht aan details uit hun leven en de wijze waarop zij bij het verzet betrokken zijn. Daardoor komen we dicht bij het verzetswerk in de Tweede Wereldoorlog; de lezer voelt de voortdurende spanning van opgepakt te worden. Er is ook sprake van verraad en wrede verhoren.
Niet alle feiten zijn bekend al geeft het boek opmerkelijk veel details waarover de lezer zich kan verwonderen dat dit allemaal bekend is gebleven. Er blijven echter onzekerheden omdat schriftelijke of mondelinge bronnen soms ontbreken.


Na de oorlog zijn er voortdurend wisselende visies geweest omtrent détails van de executiedatum maar geleidelijk aan werd wel duidelijk dat de redactie van Trouw door de Duitsers was misleid omdat zij al tot de executie van de 23 verspreiders hadden besloten. De Duitsers wilden dit ‘ophitsend geschrift’ daarmee een gevoelige slag toedienen. De 23 omgekomen werden kort na de oorlog door Trouw als geloofshelden beschouwd maar hun nabestaanden zagen en zien dat toch wel anders. De beslissing van de redactie is daarom voor nabestaanden van de omgekomenen altijd een gevoelige kwestie gebleven: was het voortbestaan van Trouw hun leven waard?


Een bijzonder boek over een krant en mensen met karakter.


ISBN 978 90 8704 790 0 | Paperback | 203 pagina’s | Uitgeverij Verloren, september 2019

© Evert van der Veen, 28 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kleine mensen, grote oorlogen
Jan Reyniers


Een familiegeschiedenis, op een bijzondere manier verteld. Voor in het boek worden de personages voorgesteld. Het zijn de ouders en grootouders van de Vlaamse verteller. Ieder van hen is op een eigen manier deelgenoot geweest van en beïnvloed door een oorlog, de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Maar bovenal is dit een ode aan zijn moeder, aan een hardwerkende ondergewaardeerde ‘normale’ vrouw.


In mei 1968 overlijdt Simonne Reyniers (foto op de omslag). Zoon Jan handelt alle formaliteiten af waarna hem nog een karwei te wachten staat. Zijn moeders winkel in manufacturen moest opgeruimd worden. En daar stuit Jan op een schriftje waarin zijn moeder had geschreven over haar leven.


‘Hoe ze als jonge, ambitieuze vrouw aan haar leven begon en hoe er uiteindelijk niets van dat leven geworden was. Dat ze waste, plaste, dweilde, kookte en haar winkel draaiend hield, maar weinig respect en liefde kreeg. Dat haar man aan haar moeders rokken was blijven hangen. Dat hij eigenlijk van bij de start al tweede keus was. Dat er geen interesse bestond voor het zware leven van een gewone vrouw en ze zich afvroeg hoe het kwam dat zoveel vrouwen zoveel ellende met zoveel geduld bleven ondergaan. Dat ze haar herinneringen wilde noteren over pa, ma, haar broers, Jack, haar man, haar schoonouders, haar zoon. En dat ze dat allemaal zou neerschrijven als God haar nog de tijd gaf.
Maar God was niet vrijgevig.’


Moeder Simonne heeft niet kunnen doen wat zoon Jan nu, vijftig jaar later, alsnog doet: haar leven op schrift stellen. In het voorwoord vertelt de schrijver dat hij het grootst mogelijk respect wil opbrengen voor de historische feiten, maar ‘vrees dat de personages ze hier en daar toch een beetje naar eigen hand zullen zetten. Je weet hoe mensen zijn.’ Ook de schrijver ontkomt niet aan fictie. Hij heeft het schriftje niet meer, de betrokkenen leven niet meer. Maar de feiten zijn overal te vinden.


We lezen over hoe grootvader Camiel, afkomstig uit Heist, de oorlog ziet uitbreken als hij zijn diensttijd er na vijftien maanden eigenlijk op had zitten. Niks afzwaaien, maar de oorlog in: soldaat aan de IJzer. Hij krijgt een groentje onder zijn hoede, Louis uit Hemiksem, onder Antwerpen, die de andere grootvader zal worden. Louis heeft zonder medeweten van zijn familie dienst genomen, hij wilde de Duitsers mores leren. Via de Dodendraad en een lastige reis naar Engeland komt hij terecht in een oorlog zonder beweging waar de tijd tot zijn verbijstering gedood wordt door vriendschappelijk om te gaan met de vijand.


In 1937 schrijft Emilie, met wie Camiel intussen getrouwd is een brief aan Louis. Ze hebben een soort B & B gemaakt, of Louis misschien een weekje vakantie wil komen vieren? Want: van overheidswege is nu immers een week vakantie verplicht gesteld!Fien, de echtgenote van Louis, accepteert. (het zijn ook hier de ‘normale’ vrouwen die de boel regelen!) De dames vertellen elkaar over hoe zij hun leven na de oorlog beleefd hebben.


Als Frans Reyniers 16 wordt vertrekt het gezin naar Heist-aan-Zee. Frans vindt Simonne een bijzonder meisje, maar ze is wel losbandig. Een meisje hoort zich te gedragen, zich zedig te kleden. Ze is ’te veel vrouw’.


1940. De oorlog is opnieuw daar. Frans wil dienst nemen, maar de oorlog is al voorbij voor het hem lukt. De komst van de Engelsen verheugt de bevolking, maar niet veel later is er de smadelijke terugtocht, achtervolgd door Duitse soldaten. Frans vertrekt naar Frankrijk, maar wordt geveld door een blindedarmontsteking. Terug in België wordt hij politieagent, raakt betrokken bij het verzet.


Louis vertrekt in diezelfde tijd naar Engeland, met zijn gezin, en wordt ingezet bij de repatriëring van het Engelse leger, Operatie Dynamo. Simonne leert de Canadese piloot Jack kennen, en meldt zich om opgeleid te worden tot verpleegster, hetgeen haar terug brengt in België. Maar we weten: in 1945 eindigt de oorlog. En Simonne, zoals veel vrouwen met haar, wordt afgedankt. Terug naar het aanrecht. Vanaf dan valt het leven haar zwaar. Temeer omdat haar grote liefde voorgoed verloren blijkt.


Jan Reyniers verwerkt behalve de Dodendraad en Operatie Dynamo vele andere typische oorlogselementen in de verhalen over zijn familie. Hij vertelt hoe zij, gewone ‘kleine’ mensen, verwikkeld raken in oorlogszaken die hun leven mee bepalen. Vooral het leven van zijn moeder springt er uit. Het onrecht dat haar en al die andere vrouwen werd aangedaan, toen zij zich, hoopvol op een fantastische toekomst, die opzij geschoven zagen worden alsof zij en hun dromen niets waard waren.


Reyniers hanteert een - soms sappig - Vlaams  taalgebruik, hetgeen overigens niet stoort. Het verhaal is een egodocument, over de keuzes die mensen moeten maken, en refereert zodanig aan de ‘grote’ oorlogen van de vorige eeuw, dat het ook een geschiedenisboekje is.


Jan Reyniers (1950) was hoofdredacteur van het magazine VOX. Voor EPO vertaalde hij onder andere boeken van Michael Parenti, Howard Zinn en Noam Chomsky.


ISBN 9789462671775 | Paperback | 169 pagina’s | Uitgeverij Epo | augustus 2019

© Marjo, 27 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Europeanen
Het ontstaan van een gemeenschappelijke cultuur
Orlando Figes


In dit boek staat de vraag centraal hoe er in de 19de eeuw een ‘Europese cultuur’ kon ontstaan, bestaande uit een gemeenschappelijke voorkeur voor dezelfde boeken, schilderijen en muziekwerken. In Europa werden kunsten een bindende kracht tussen de verschillende landen. De schrijver wijst op een internationale synthese van kunstvormen, ideeën en stijlen die Europa onderscheidde van de rest van de wereld. Deze internationale cultuur verdween met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.


In dit boek staan drie mensen centraal. De schrijver Ivan Toergenjev (1818-1883), de zangeres en componiste Pauline Viardot (1821-1910), met wie Toergenjev een langdurige verhouding had, en haar wettige echtgenoot Louis Viardot (1800-1883), inmiddels vergeten maar in zijn tijd een belangrijk kunstcriticus, uitgever en journalist. Hun biografieën zijn verweven met het grotere verhaal.


De spoorwegen maakten het ontstaan van een Europese cultuur mogelijk. Naarmate het spoorwegnet werd uitgebreid, verschrompelden afstanden en werd ook het verre achterland bereikbaar vanuit de grote steden. Tijd en plaats veranderden van betekenis. Mensen beseften de enorme omwenteling die spoorwegen in een samenleving teweegbrachten. De kroonprins van Hannover wilde geen spoorwegen in zijn gebied, omdat hij ‘niet wenste dat elke schoenlapper en kleermaker net zo snel kon reizen’ als hij.


Voor de komst van de spoorwegen was het niet ongewoon dat burgers hun hele leven in hun geboortestad doorbrachten. Het stoomtijdperk maakte het mogelijk dat mensen, goederen, brieven, nieuws en informatie zich steeds sneller en in een groter gebied konden verplaatsen. Langs de spoorwegen verrezen hotels, restaurants, winkels, cafés, casino’s en theaters.


Een ander nieuw fenomeen was de piano, die in menige huiskamer kwam te staan. Veel vrouwen bleken getalenteerde pianospeelsters te zijn. Dit veranderde hun positie in het gezin. Beperkten vrouwen zich voorheen tot conversatie en handwerken, nu konden zij een meer prominente rol in het sociale verkeer van het gezin vervullen. Een jonge vrouw die de piano kon bespelen gold als een aantrekkelijke huwelijkskandidaat.


Muziekuitvoeringen waren door de eeuwen heen gebonden aan het aristocratische hof. Muziek was de achtergrond bij sociale gelegenheden, zoals banketten en bals. Maar in de 19de eeuw verrezen de concert- en operagebouwen, waar de norm voor het burgerpubliek werd dat zij tijdens de uitvoeringen stil waren. Beethoven, Meyerbeer, Liszt, Schumann, Verdi, Bizet, Chopin, Wagner, Strauss, schreven aan de lopende band muziek voor de Europese cultuurhuizen.


Die democratisering van de kunst ontwaren we ook in de portretfotografie. Het individu komt op gelijke voet met de beroemdheid, wiens beeltenis voorheen door de schilder op het doek werd vastgelegd. Nu kon iedereen, ook de burger ‘geportretteerd’ worden.


Het toerisme is eveneens een 19de eeuws verschijnsel. Waar buitenlandse reizen voorheen slechts voor een select gezelschap was weggelegd, brachten spoorwegen deze binnen het bereik van zeer veel anderen. Er ontstond een toeristenindustrie met als brandpunten reisgidsen (Baedeker), musea, souvenirwinkels, reisleiders, reisorganisaties (Thomas Cook). Ook hier kregen vrouwen de kans hun leefruimte te vergroten. Thomas Cook moedigde vrouwen aan zelfstandig te reizen en garandeerde dat zijn reizen ‘veilig en fatsoenlijk’ verliepen.


Ik stip met nog een enkel trefwoord andere ontwikkelingen in de ‘Europese canon’ aan: het ontstaan van kuuroorden en badplaatsen. De opkomst van bibliotheken en leeszalen, de toenemende alfabetisering van de bevolking vooral na de invoering van de leerplicht, het organiseren van wereldtentoonstellingen in Parijs en Londen, het impressionisme dat brak met de conventionele schilderkunst.


Dit boek gaat niet over religie, filosofie, politiek of economie, maar ziet vooral de kunsten als bindende kracht tussen de inwoners van Europa. Je kunt je afvragen of het terecht is om religie en filosofie buiten beschouwing te laten.


Orlando Figes bezit de gave om aan de lopende band het ene na het andere boek-met-diepgang te schrijven. Zijn boeken zijn virtuoos, zwierig en zeer deskundig geschreven. De schrijver betreurt de ondergang van het oude Europa. Dit boek dient wat hem betreft als een herinnering aan de verbindende kracht van de Europese beschaving. Na het Britse besluit om de Europese Unie te verlaten, koos hij ervoor om zijn Duitse nationaliteit weer aan te nemen.


Figes is hoogleraar aan de University of London. Eerdere boeken van hem zijn: Natasja’s dans, Fluisteraars, Tragedie van een volk, De Krimoorlog of de vernedering van Rusland.


Uitgeverij Nieuw Amsterdam maakte er weer een mooie uitgave van, met een prachtige kleurenfotokatern. Het boek is heel compleet met kaarten, opgave van bronnen, notenapparaat en register. Toon Dohmen zorgde voor een prima vertaling. De tekstredactie lag in de bekwame handen van Marianne Tieleman.


ISBN: 9789046825044 | Gebonden met stofomslag | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | Omvang: 640 blz. | 16 oktober  2019

© Henk Hofman, 16 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Onuitwisbaar
Mijn verhaal
Edward Snowden

 

In het ‘Woord vooraf’ vat de auteur samen wat er in zijn leven is gebeurd: ‘Mijn carrière bij de Amerikaanse inlichtingengemeenschap duurde maar zeven korte jaren …. Tijdens die zeven jaar werkte ik echter mee aan de belangrijkste verandering in de geschiedenis van de Amerikaanse spionagediensten: de omslag van het gericht surveilleren van specifieke individuen naar het massaal in de gaten houden van hele bevolkingen’, pag. 7. De lezer voelt de spijt waarmee deze pijnlijke ontdekking gepaard gaat: dit is ernstig.


Snowden voelt dan ook zich moreel genoodzaakt om dit niet langer voor zich te houden maar wereldkundig te maken: ‘ik besloot de waarheid te vertellen’, pag. 10. Dit boek is zijn levensverhaal waarin hij de lezer op indringende wijze meeneemt op zijn ontdekkingstocht en de gevolgen daarvan. Wie door de soms iets te uitvoerige technische informatie heen ziet, wordt meegezogen in de vaart van de ontwikkelingen en voelt aan dat dit alles naar een climax moet leiden.


Het is boek is persoonlijk getint. De auteur schetst zijn kinderjaren, haalt jeugdherinneringen op en laat daarin een mooi tijdsbeeld zien dat jongeren zich niet kunnen voorstellen omdat digitale ontwikkelingen sindsdien een enorme vlucht hebben genomen. We lezen hoe de computer aan het eind van de vorige eeuw zijn intrede doet in het leven van mensen. Door zijn vader leert Edward de computer kennen en reeds op jonge leeftijd blijkt dat de digitale wereld hem mateloos fascineert. Hij is niet alleen geïnteresseerd maar heeft ook aanleg om computers te begrijpen. Het is voor Edward een opwindende ontdekkingsreis waar hij helemaal in opgaat.


Internet was toen een nieuwe dimensie en de eerste kennismaking neemt Edward helemaal in beslag: ‘Toegang tot internet, en de opkomst van het web, was de oerknal of de cambrische explosie van mijn generatie’, pag. 50 en: ‘In die tijd was online-zijn een ander leven, dat door de meesten werd gezien als iets wat losstond van en heel anders was dan het Echte Leven’, pag. 52.


Snowden beschrijft de toenmalige digitale techniek en voor mensen die daarin geïnteresseerd zijn, is dit dan ook een boeiend boek. Voor anderen kunnen zijn uitwijdingen over technische aspecten – hoewel helder geformuleerd en daarom zeker toegankelijk – wel eens iets teveel van het goede zijn. Ze maken echter deel uit van de drijfveer van Snowden dat mensen de digitale mogelijkheden misbruiken en dat deze techniek daarom gevaarlijk is en het leven van mensen op de achtergrond bedreigt. ‘Hoe meer ik te weten kwam over de kwetsbaarheid van computers, hoe meer zorgen ik me maakte over de consequenties die dit had als men de verkeerde machine vertrouwde’, pag. 65.


De auteur ontdekt dat de website van een nucleair onderzoekscentrum niet goed is beveiligd. Na 9/11 wil hij iets voor zijn land doen en gaat hij bij defensie werken. Na een ongeval wordt hij afgekeurd en vervolgens toegelaten bij de inlichtingendienst.


Hij is kritisch over de overheid wanneer hij ontdekt dat geld in deze organisatie een grotere rol speelt dan wenselijk is en sommige mensen een zorgwekkend grote toegang tot vertrouwelijke informatie hebben: ‘Wat ik vooral bizar vond, was dat de meeste systeemengineers en systeembeheerders externen waren, terwijl je in die functies bijna volledige toegang tot het digitale bestaan van je werkgever hebt’, pag. 130.


Snowden schetst zo van binnenuit een toch wel verbijsterend beeld van de CIA. Dit boek stelt de lezer dan in staat om deze organisatie op ándere wijze te leren kennen. Hij ontdekt dat veel digitale informatie gewoon toegankelijk is en ziet het gevaar dat de CIA hier gebruik van zal maken. Tot zijn schrik ziet hij dat beveiliging een ondergeschikte rol speelt. Zo krijgt hij op – voor hem - vrij eenvoudige wijze toegang tot topgeheimen en ontdekt daarbij dat de openbare versie van rapporten afwijkt of zelfs totaal anders is dan de orginele versie. ‘Terwijl de openbare versie slechts vermeldde dat de NSA na 9/11 opdracht had gekregen haar inlichtingenvergaring te intensiveren, ging de geheime versie dieper in op de aard en omvang van die intensivering’, pag. 194.


Snowden legt door heel dit boek heen uit hoe de digitale wereld werkt en op welke wijze daar handig gebruik van wordt gemaakt. Het ontbreekt aan ethisch besef of dit verantwoord is. Zo blijkt dat de missie van de NSA is veranderd: ‘in plaats van technologie te gebruiken om de Verenigde Staten te verdedigen, gebruikte ze technologie om de Verenigde Staten te controleren door de particuliere internetcommunicatie van burgers aan te merken als mogelijke signals intelligence’, pag. 195.


Het boek legt uit wat er gebeurt met ‘cloud computing’: persoonlijke informatie die elders wordt opgeslagen en waarbij de gebruiker niet weet wat daarmee gebeurt: ‘Als we ervoor kiezen onze gegevens online op te slaan, geven we in feite onze rechten erop uit handen’, pag. 212. Die ontdekking is voor Snowden schokkend en onverdraaglijk. Technologie is niet langer een instrument om vrijheid te beschermen maar keert zich zo op verborgen wijze tegen burgers die dat niet in de gaten hebben. De privacy van mensen wereldwijd is in het geding


Dat gegeven houdt Snowden intens bezig en hij kan dat op een gegeven moment niet langer voor zich houden. Hij vindt dat deze ontwikkelingen in strijd zijn met de Amerikaanse grondwet waarin de privacy van burgers wordt beschermd. Daarom ziet Snowden het als zijn plicht om deze spanning naar buiten te brengen en hij besluit klokkenluider te worden: ‘In mijn definitie zijn klokkenluiders mensen die, door schade en schande wijs geworden, hebben geconcludeerd dat hun leven in een organisatie onverenigbaar is geworden met de principes die zijn ontwikkeld in de samenleving als geheel en met de loyaliteit die ze verschuldigd zijn aan die samenleving waaraan die organisatie juist verantwoording zou moeten afleggen, pag. 260.


Vervolgens beschrijft Snowden de voorbereidingen om zijn ontdekking naar buiten te brengen. Het boek leest als een detective: dit proces is omgeven met veel noodzakelijke geheimzinnigheid. Het is een weg die met veel spanning is omgeven en een grote impact heeft op zijn persoonlijke leven. ‘De voorbereidingen die ik trof, waren die van iemand die wist dat hij ging sterven’, pag. 307. Hij is bang voor de gevolgen van zijn bekendmaking, duikt onder, krijgt juridische hulp en wordt aangeklaagd vanwege spionage. Zijn paspoort wordt ongeldig verklaard en zo komt hij in Rusland vast te zitten. Hij heeft ontegenzeggelijk iets losgemaakt maar de prijs is hoog.


Wie klokkenluider wordt, moet daar veel, zelfs álles, voor over hebben. Dat is ook af te lezen aan de indringende foto op de cover van dit boek. Snowden maakt een gedeprimeerde indruk en kijkt de lezer met starende blik aan. Zijn ernstige ogen vertellen al het verhaal dat in dit boek besloten ligt. Dit intrigerende boek geeft de lezer te denken: in welke digitale wereld leven wij?


ISBN 978 94 638 2069 1 | Paperback | 365 pagina’s | Balans Amsterdam | september 2019
vertaling: Joost Poort en Fred Hendriks

© Evert van der Veen, 15 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Oorlog aan de Overkant
Sanne Biesheuvel


Dirk Biesheuvel (1926-1991) is in 1946 als dienstplichtig militair uitgezonden naar Nederlands-Indië. Bij de keuring had hij aangegeven dat hij niet wilde gaan vechten zodat hij ingezet werd vals hospik, en na een korte opleiding verscheepte hij zich met vele anderen naar het verre Indonesië. Zonder eigenlijk precies te weten hoe de situatie daar was. Hij was überhaupt nooit buiten Nederland geweest. Zijn bataljon was actief in West- en Midden Java.


Na de dood van haar vader vond dochter Sanne zijn dagboekverhalen en besloot er een boek van te maken. Zij deed onderzoek naar de achtergrond van de oorlog, maar maakte vooral gebruik van de dagboeken. Daaruit wordt duidelijk dat hij niet echt een goed beeld had van wat de situatie was. ‘Een gewoon soldaat werd niets verteld’. Hij moest de gewonden verzorgen, de gesneuvelden afleggen en kisten, en kon alleen uit het aantal gewonden afleiden dat er al of niet een zware strijd was geweest.


Toch was hij getuige van akelige dingen, zoals die in een oorlog voorkomen: mishandelingen, het zonder pardon neerschieten van (onschuldige) mensen, waarbij ook vrouwen en kinderen slachtoffer werden. Zelf bleef hij er van overtuigd dat hij daar was om te helpen, om zieken en gewonden bij te staan, en wilde hij liever niets weten van de strijd die gevoerd werd. Dan keek hij nogal eens een andere kant uit.
Maar door zijn welwillende en open houding was hij geliefd bij de inlanders. Behalve dat hij er vrienden maakte, ontmoette hij er ook het meisje waar hij meteen verliefd op werd. Tati heette ze.


Het boek vertelt over de belevenissen van Dirk, een eerlijk verhaal over zijn omgang met de Indonesische bevolking, zonder dat hij een oordeel velde over de strijd. Wat er precies gebeurde, daar bemoeide hij zich niet mee. Liever genoot hij van de natuur, hij wandelde in de omgeving en bezocht dorpjes, praatte met vissers en kleine handelaren. Hij leerde de mens op vele manieren kennen: hij verzorgde mannen die gewond waren door kogels, door bommen, maar ook mannen die door de omgang met de plaatselijke schonen geslachtsziekten opliepen! En hij werd ingezet op de vrouwenafdeling, hielp bij bevallingen.
Van alles wat hij meemaakte vertelde hij na terugkomst in Nederland nauwelijks iets aan zijn gezin. En nee, Tati werd niet zijn vrouw. Toen Dirk na 27 jaar terug ging naar Indonesië bezocht hij vele oude bekenden, maar moest hij ook constateren dat er veel veranderd was.


Wat Sanne Biesheuvel in ieder geval niet doet is het verhaal van haar vader romantiseren. Het is een vrij zakelijk verslag met veel feiten geworden. Dit is een van de zeldzame passages in het boek waarin Dirk laat merken wat het met hem doet:


‘Ik zag de angst op de gezichten van de mensen, het was afschuwelijk. Het gekreun en de smeekbedes van de mannen die gemarteld werden om hen tot een bekentenis te dwingen, gingen door meg en been. Ik probeerde mijn gevoel zo veel mogelijk uit te schakelen, ik probeerde niets te zien en niets te horen en gewoon te doen wat er van mij gevraagd werd. Dat lukte maar ten dele en ik stond met afschuw naar de grond te staren, wensend dat het allemaal maar snel voorbij zou zijn.’


Als lezer weet je overigens niet wat er precies zo door de vader van de schrijfster verteld wordt en wat er uit haar pen gevloeid is. In een nawoord vertelt Sanne Biesheuvel dat in ieder geval plaatsen, data en namen overeenkomstig de dagboeken zijn. Persoonlijke getuigenissen van mensen aan wie ze nog vragen kon stellen zijn in het verhaal verwerkt, en de historische feiten kloppen tot zover ze tijdens het schrijven bekend waren.


De ‘oorlog aan de overkant’ is ‘een van de zwarte bladzijdes in de geschiedenis van Nederland. De propaganda destijds gaf een eenzijdige en opportunistisch beeld van de strijd die onze vaders en opa’s daar voerden. Na terugkomst werden zij niet gehoord en niet gezien, velen van hen hebben de rest van hun leven stilzwijgend hun oorlogstrauma’s bij zich gedragen.'


Midden in het boek vinden we een aantal foto’s van de betrokkenen, die Dirk zelf gemaakt heeft. En achterin zit nog een woordenlijst en een kaart.
Sanne Biesheuvel debuteert met dit verhaal van haar vader.


ISBN 9789062656134  | Paperback met flappen | 312 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | augustus 2019

© Marjo, 7 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dit is geen propaganda
De oorlog tegen de waarheid
Peter Pomerantsjev


We leven in een tijd van zogenaamd nepnieuws. Social media als Facebook, Twitter en Instagram overspoelen ons met verzonnen nieuwsberichten. We worden we als consumenten van nieuws dagelijks overspoeld met verhalen die in meer of mindere mate zijn verzonnen en zó zijn gemaakt zoals de makers dat wensen om daarmee onze mening te beïnvloeden. De makers van nepnieuws weten precies hoe ze ons moeten bedienen om ons te manipuleren. Joseph Goebbels zei ooit: 'Als je één keer liegt is het een leugen, als je het duizend keer doet, de waarheid.' Niet alleen machtige landen als de VS, Rusland en China maken zich hieraan schuldig: overal ter wereld ontdekken regimes de macht die nepnieuws - ingezet als propaganda -over de burger heeft.


Een Tsjechische dertiger, opgegroeid in communistisch Praag, vertelde me ooit over zijn eerste schooldag nadat de Fluwelen Revolutie het regime ten val had gebracht. „Alles wat jullie tot gisteren is verteld, was een leugen”, had zijn leraar die dag gezegd bij het binnenkomen van het klaslokaal. „Vanaf vandaag krijgen jullie de waarheid te horen.”


De waarheid lijkt wel een knop die je kunt omzetten, van de ene set zekerheden naar de volgende. Volgens de auteur wordt de waarheid inmiddels permanent ondermijnd zodat deze niets meer voorstelt. We twijfelen voortdurend aan wat klopt en wat niet juist is zodat de feiten zelf bijzaak worden.


Pomerantsev maakt er geen theoretisch verhaal van maar verweeft zijn analyse met zijn eigen familiegeschiedenis. Zijn vader was schrijver en journalist in de USSR maar hij vluchtte en werkte vervolgens voor de BBC. De Russische wereld van leugens en bedrog begint nu wereldwijd te worden.


Een jongeman in de Filippijnen geeft een inkijkje in de werking van digitale desinformatie. Hij vertelt hoe hij Facebookgroepen opzette voor een groot aantal steden. Toen er honderdduizenden leden binnen waren, begon hij met het delen van sensationele nieuwsberichten over drugsgerelateerd geweld – eens per dag, genoeg om de angst aan te wakkeren. Zijn opdrachtgever was presidentskandidaat Duterte, die vervolgens met de aankondiging van een genadeloze drugsoorlog de verkiezingen won.


Aan de frontlijn in Oost-Oekraïne ziet Pomerantsev hoe Russische en Oekraïense tanks elkaar beschieten – niet om de tegenstander uit te schakelen, maar voor het journaal. Dat moet de oorlogsstemming aan het thuisfront versterken, die op zijn beurt weer voor de benodigde steun voor leger en regering zorgt. De fictie baart de feiten, in plaats van andersom. We weten niet meer waar en op wie we kunnen vertrouwen en staan daarom onzeker en gedesoriënteerd tegenover elkaar. ‘Politici weten niet meer waar hun partij voor staat, bureaucraten weten niet meer waar de macht zich bevindt’, schrijft hij. We moeten niet denken ‘dat de implementatie van een paar technische aanbevelingen in nieuwe informatietechnologieën alles kan repareren.’


De acteur ziet als oplossing dat er betere controle op nepnieuws komt en dat er meer aandacht is voor oplossingsgerichte en constructieve journalistiek. De vraag is echter hoe we dat organiseren want we hebben te maken met de macht van Big Tech, de ongrijpbaarheid van grote bedrijven. Daarom voelen kiezers zich machteloos en onbegrepen.


Een intrigerend boek met een boeiende en ook wel onthutsende visie op onze wereld.


ISBN 978 90 488 3939 1 | Paperback | 286 pagina’s | Hollands Diep | oktober 2019 | september 2019
vertaling: Willem van Paassen

© Evert van der Veen, 4 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Keto for one
Het keto-dieet in 100 makkelijke en snelle eenpersoonsgerechten
Dana Carpender


Omdat niet iedereen weet wat een keto-dieet is: het is een dieet dat zo weinig koolhydraten bevat dat je lichaam gedwongen wordt vet te gebruiken als belangrijkste brandstof. Je kunt via strookjes of andere testen controleren of je 'in ketose' bent. Wat wil zeggen dat je daadwerkelijk vet verbrandt en geen koolhydraten. Maar die test zegt niets over de bron van het vet. Het kan gewoon het vet zijn van je laatste maaltijd in plaats van het door velen zo gewenste lichaamsvet. Dus als je wilt afvallen moet een deel van het vet dat verbrandt wordt van je eigen vetvoorraad af komen.


Het probleem is echter hoeveel vet moet je eten? Dat is afhankelijk van je eiwit- en koolhydraatinname. In het boek staan twee benaderingen over het berekenen van de te nemen hoeveelheid vet want op dit punt is het nog steeds moeilijk om unaniem uitsluitsel te geven wat nu de ideale verhoudingen eiwitten, koolhydraten en vetten voor iemand zijn. Een veelgehoorde opvatting is dat je maximaal 20 gram koolhydraten en minstens 80 procent van je calorieën uit vet moet bestaan. Het is een mogelijk handige richtlijn maar je kunt beter aanhouden wat voor jezelf goed voelt, als je maar in ketose blijft.


Na deze toelichting vertelt de schrijfster welke materialen ze gebruikt (o.a. keramische anti-aanbakpan) en waar je in de supermarkt op kan letten om porties voor 1 persoon te kunnen maken zonder een enorm restant aan ingrediënten over te houden. Verder zijn er nog enkele tips voor de bereiding en samenstelling van de maaltijd.


En dan begint het koken zelf. Te beginnen met eieren die op allerlei manieren bereid worden, maar veelal zijn het omeletten met verschillende vullingen.
Gevolgd door lekkere soepjes en allerlei soorten 'rijst' ofwel bloemkoolrijst.  Gevolgd door diverse maaltijdsalades.
Persoonlijk vind ik deze recepten qua groente nogal karig. Ofwel de hoeveelheden groenten zijn niet echt groot.


De warme hoofdgerechten bestaan uit eenvoudige vlees en visgerechten. Er wordt regelmatig gebruik gemaakt van Konjacpasta, wat erg moeizaam te verkrijgen is in de supermarkten. De recepten zijn wel aardig maar als je een beetje handig met koken bent verzin je deze gerechten zelf ook wel en misschien nog wel meer.
Echt spectaculair is het dus allemaal niet. Er staan wel aardige dingen in maar heel bijzonder is het niet. Het zijn veelal vleessoorten en vissoorten met een aantal kruiden en eventueel een saus erbij.


Wat wel een voordeel is, is dat er bij het eten weinig gebruik wordt gemaakt van slagroom, crème fraîche etc. wat in andere koolhydraatarme receptenboeken wel veelvuldig wordt gebruikt. Alles is vrij puur en zuiver gehouden. Alleen in het 'snacks en zoet' hoofdstuk wordt wèl de slagroom tevoorschijn gehaald maar ook niet in grote hoeveelheden.


In het boek staan verder enkele dingen die in Nederland moeilijk te krijgen zijn. Vooral de genoemde zoetstoffen en de wei producten met een smaakje zijn slecht te vinden evenals de konjac pasta's. (deze laatste bij twee supermarkten verkrijgbaar) Ook de MCT olie is hier (nog) relatief onbekend. Dat is helaas altijd het nadeel van kookboeken die door iemand uit een ander land geschreven zijn. Het aantal ingrediënten per gerecht is wel beperkt gehouden wat weer een groot pluspunt is.


Al met al is het een aardig kookboek met makkelijke recepten, maar als je je al een beetje verdiept hebt in een keto-dieet zijn de recepten niet echt verrassend.


ISBN 9789022336526 | Paperback | 175 pagina's | Uitgeverij Manteau/Standaard uitgeverij | oktober 2019
Vertaald door Roselle de Jong/Vitataal

© Dettie, 31 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het boek over de mensheid
Een geschiedenis van cultuur, seks, oorlog en onze evolutie
Adam Rutherford

 

‘We zijn bijzonder, maar we zijn ook gewoon materie. We zijn dieren, maar we gedragen ons als goden’, aldus de auteur in de inleiding. Op licht relativerende toon beschrijft dit boek de ontwikkeling - althans een aantal aspecten daarvan, zoals de ondertitel aangeeft - van de mensheid als levende soort op aarde. De leidende vraag daarbij is steeds wat het cruciale verschil is tussen mens en dier want de overeenkomsten zijn groter dan wij denken.


Zo’n 45.000 jaar geleden vond er een belangrijke culturele verandering plaats die ons mens-zijn sterk heeft beïnvloed. Dit wordt wel genoemd ‘onze grote sprong voorwaarts’. Het is een keerpunt in onze geschiedenis geworden.


De auteur citeert Darwin nogal eens en hoewel hij het niet in alles met hem eens is – de wetenschap heeft zich sindsdien uiteraard ook fors doorontwikkeld – is hij wel onder de indruk van zijn inzichten die diverse keren goedkeurend en vrij uitgebreid worden geciteerd. ‘Al het leven is geëvolueerd’, pag. 23, is dan ook één van de elementaire inzichten in dit boek. Zolang er overal op aarde mensen zijn geweest, oorspronkelijk in verschillende soorten zoals préhistorische vondsten hebben aangetoond, hebben zij zich doorontwikkeld tot de huidige mens.


Rutherford, vooraanstaand Brits geneticus, legt steeds verbanden tussen mensen en dieren en die blijken vaak verrassend zijn. Altijd zijn er wel dieren die hetzelfde doen of kunnen als mensen, al dien je dit uit historisch oogpunt juist om te draaien want mensen komen in het totale evolutieproces nog maar net kijken. Dieren zijn ons qua ontstaansperiode vele slagen voor.


Mensen beschikken weliswaar over hersenen maar 1% van de dieren heeft ook hersenen zoals de schrijver aangeeft. Het boek noemt veel interessante voorbeelden van dergelijke overeenkomsten en verschaft de lezer enorm veel informatie over dieren en hun levenswijze in relatie tot mensen. Steeds blijken mensen en dieren veel gemeenschappelijk te hebben maar mensen onderscheiden zich uiteindelijk van dieren doordat zij op gerichte wijze kennis overdragen. Al is het mijns inziens wel zo dat met name moederdieren hun jongen dingen voordoen en hen op die manier iets leren van hun levenswijze. Mensen doen dit echter systematischer en doordachter want ‘culturele overdracht is een enorm belangrijk idee in onze eigen evolutie’, pag. 54.


De auteur spreekt over de ontwikkeling van werktuigen waar mensen en dieren gebruik van maken en de ontdekking van vuur lang geleden: ‘waarschijnlijk de belangrijkste ontdekking na die van taal’. Ook het maken van wapens en het voeren van oorlog komt ter sprake en het blijkt dat ook dieren dit doen.


Wat seksualiteit betreft, komt de auteur met enkele interessante cijfers en gegevens. De bonobo is seksueel een zeer actief dier om het voorzichtig uit te drukken. In dit deel over seksualiteit komen ook onderwerpen als zelfbevrediging, homoseksualiteit en gewelddadigheid ter sprake.


Mensen spreken taal en maken zo onderling contact maar dieren kennen op hun manier ook taal. Daarnaast communiceren wij echter ook zónder woorden in allerlei kunstvormen en daarin ligt dan weer een onderscheid. Een wezenlijk verschil is ook dat mensen zelfbewustzijn hebben.


Zo is de leidende vraag in dit informatieve boek voortdurend: wat maakt mensen nu echt ánders? Het antwoord vinden we in onze sterk toegenomen kennis van het DNA en de genetica, de wetenschap van de auteur. Uiteindelijk komt Rutherford tot de conclusie dat de wijze waarop mensen zich in grotere groepen organiseren en tot vormen van samenleving komen, bepalend is voor hun informatie en kennisoverdracht. In dit verband eindigt hij veelzeggend met een citaat van Darwin die dit ook al naar voren bracht.

De titel van dit boek suggereert – te – veel, al geeft de ondertitel wel de beperkingen van onderwerpen aan. De auteur schetst een aantal elementen van de ontwikkeling van de mensheid: wie zijn wij en hoe zijn we zo geworden?


Binnen de genoemde onderwerpen komt veel aan de orde en het aantal voorbeelden kan de lezer af en toe misschien wat overweldigen al is het boek uitermate leesbaar en daarom zeer toegankelijk. Toch is dit niet ‘hét boek over de mensheid’ zoals de titel suggereert want daarvoor ontbreken er mijns inziens teveel aspecten. In ‘hét boek over de mensheid’ had ik graag ook gelezen over ons wonen, werken, samenleven, onze emoties en geestelijke ontwikkeling, onze visie op het leven en onze religiositeit. Mogelijk is de relatie met dieren in al deze onderwerpen niet even sterk aanwezig en juist dat is in dit boek wel het uitgangspunt van de auteur.


ISBN 978 90 245 8600 4 | Hardcover | 264 pagina’s | Luitingh-Sijthoff Amsterdam | september 2019
vertaling: Frans van Delft en Henk Moerdijk

© Evert van der Veen, 27 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ondergang en opkomst
Het verhaal van 11 september
Mitchell Zuckoff


Het boek heeft een treffende opening: bij de onthulling van het Vrijheidsbeeld in 1886 gooit iemand papierlinten uit zijn kantoor naar beneden. Het is een parallel met de mensen die op 11 september uit de ramen van de Twin Towers naar beneden springen.


De schrijver, journalist bij de Boston Globe, vertelt niet zozeer over het waarom van de aanslag al geeft hij wel enige informatie over Bin Laden.


Het volgende geeft te denken: Achterafredeneringen zijn altijd gemakkelijk, maar er zijn overweldigende bewijzen dat de Amerikaanse overheid om tal van redenen de aanslagen van 9/11 had kunnen en moeten voorkomen’, pag. 28.
Zuckoff beschrijft vanuit allerlei invalshoeken wat er gebeurde en hij doet dat op een wijze dat de lezer helemaal in het verhaal wordt getrokken. Wie aan dit boek begint, kan het maar moeilijk weer wegleggen en wil doorlezen. Het is razend spannend al ken je de tragische afloop.


Het verhaal begint met diverse mensen die op 10 september leven en werken: personeel dat in de Twin Towers werkt en de aanslagplegers die hun laatste voorbereidingen treffen. Laatstgenoemden leven volgens een uitgebreide instructie die als volgt begint: ‘Omarm het verlangen te sterven en hernieuw de gelofte van trouw’, pag. 58.


In schijnbaar onbelangrijke détails weet de schrijver sfeer te scheppen, het verhaal klein te maken en juist zo dichtbij te brengen. Het krijgt zo een menselijk karakter en door deze benadering krijgt het verhaal een verborgen lading want de lezer weet wat er staat te gebeuren.
Het vertrek van de vliegtuigen wordt beschreven en de titels van hoofdstukken in deel 1 ‘Val uit de hemel’ zijn veelzeggend: ‘Geen radiocontact meer’, ‘Volgens mij zijn we gekaapt’, ‘Kijk uit voor indringers in de cockpit’ en ‘Actie!’.


We volgen de gebeurtenissen in de diverse vliegtuigen op de voet en dit is gewoon adembenemend. Sommige zinnen zijn veelzeggend zoals die over de vlucht van vlucht 11 van American Airlines: ‘Voordat de verbinding werd verbroken, hoorde Michael Amy’s laatste woorden: ‘O god! We vliegen echt veel te laag!’ ‘, pag. 114 en die over vlucht 175 van United Airlines: ‘ ‘Nee!’ schreeuwde een verkeersleider in New York. ‘Hij gaat niet landen. Hij vliegt ertegenaan!’ ‘, pag. 128.


De impact van de aanslagen wordt duidelijk in bladzijden waarop het leven van allerlei passagiers wordt getypeerd met de steeds terugkerende woorden ‘nooit meer’.


Bijzonder spannend is het verloop van de actie van passagiers van vlucht 93 van United Airlines waarvan vermoed wordt dat deze het Capitool of het Witte Huis als doelwit heeft. Door de revolutie van een aantal passagiers wordt dit voorkomen en stort het vliegtuig neer bij een klein plaatsje waarbij allen omkomen.


Pijnlijk om te lezen is dat er allerlei tekortkomingen zijn in de veiligheidsprocedures en de wijze waarop luchtverkeersleiders en andere betrokkenen reageren op de actuele gebeurtenissen en daarover onderling communiceren – of juist niet – zo blijkt tal van keren. De auteur benoemt dit, niet als aanklacht tegen mensen, maar hij registreert wel dat het ánders had gekund en gemoeten, al hadden de aanslagen daarmee niet voorkomen kunnen worden. De ontreddering is groot:


‘Al met al heerste er in het eerste uur na de kapingen bijna overal verwarring en onzekerheid, en lang niet alleen bij de FAA’, pag. 176 en:  ‘Maar uit wat Cheney zei, blijkt wel dat de verwarring, de desinformatie en de chaos op het hoogste niveau van de Amerikaanse regering nog altijd groot waren, en dat terwijl de crisis al ruim twee uur gaande was’, pag. 225.


Deel 2 is getiteld ‘Val naar de grond’ en geeft eerst wat achtergrondinformatie over de Twin Towers. Het bouwbesluit is tijdens de bouw aangepast met als gevolg dat de veiligheid tijdens een brand beduidend is afgenomen. Een brandweerman die wordt opgeroepen is zich bewust van de onmogelijke opdracht om een gebouw van dergelijke hoogte te blussen. Brandweerlieden hebben helaas een probleem met hun portofoons waardoor zij moeilijk contact met elkaar kunnen leggen en niet van elkaar op de hoogte zijn.


De beschrijving van de inslag van de vliegtuigen en de gevolgen daarvan grijpen je als lezer naar de keel. Het boek heeft geen foto’s maar de beschrijving is zo beeldend en brengt de gebeurtenissen zo dichtbij dat je zelf een duidelijk beeld kunt vormen van wat er gebeurt. De auteur maakt ook hier het verhaal klein door in te zoomen op een aantal mensen met hun verwondingen, hun zoektocht naar een uitweg, hun ontreddering en desoriëntatie in de gebouwen.


Even wordt benoemd dat zich in beide gebouwen 14.000 – 17.000 mensen bevinden om daarmee de grote context aan te geven maar de kracht van dit boek zit in de vele verhalen van diverse mensen die de auteur ingenieus met elkaar verweeft tot een dramatisch overkomende geheel. Aangrijpend is het verhaal van een vrouw die de hulplijn belt. Degene die daar de telefoon opneemt, voelt zich machteloos maar ook betrokken en houdt contact met haar terwijl de toon steeds persoonlijker wordt. Een ander détail wordt later tot een iconisch beeld: ‘de voet van een meisje, in een roze sportschoen’, pag. 356.


In de waarneming van een andere werknemer in de zuidelijke toren wordt het onvermijdelijke noodlot kort maar indringend aangeduid:


‘In de verte, vanachter het Vrijheidsbeeld, zag hij iets wat zijn kant op kwam. Zijn verstand registreerde dat het grijs en groot was, en genoeg herrie maakte om hem door de potdichte ramen het donderende geluid van de motoren te laten horen. Een tel later begreep hij dat het een vliegtuig was, met een U op zijn staart. Het leek gek genoeg recht op hem af te komen, met hellende vleugels en met de neus op gelijke hoogte met hem. Het werd groter en groter. Toen vulde het de hele raampartij’, pag. 334.


Uitermate spannend is de beschrijving van een groep mensen in de noordelijke toren die probeert te vluchten en weet te ontsnappen.


De burgemeester van New York krijgt helaas gelijk wanneer hij na de aanslagen zegt: ‘Het aantal doden zal uiteindelijk hoger zijn dan wat voor iedereen van ons dragelijk is’, pag. 502.


Het boek vertelt tenslotte hoe een aantal mensen na de aanslagen verder gaan met hun leven. Sommigen de volgende dag al, bijna alsof er niets is gebeurd, anderen voor het leven getekend. Velen houden er traumatische herinneringen aan over.


Het boek eindigt met het vermelden van de slachtoffers: de lijst met bijna 3000 namen vult als een stil eerbetoon ruim 30 pagina’s.


Het is in al zijn verschrikking toch een prachtig boek dat de lezer zeer dicht bij de ontzagwekkende gebeurtenissen brengt en deze vanuit diverse invalshoeken laat beleven. De auteur is niet uit op effectbejag, maar beschrijft nuchter en soms in mooie beeldende taal wat er gebeurt. Dat is genoeg, het verhaal vertelt zichzelf op overweldigende wijze en neemt je daarin mee. Het klinkt misschien thrillerachtig maar dit boek is een echte ‘pageturner’!


ISBN 978 90 445 4265 3 | Paperback | De Geus Amsterdam | 5 september 2019
vertaling: Alexander van Kesteren, Brenda Mudde, Nannie Plasman, Pon Ruiter, Theo Schoenmaker en De Geus bv

© Evert van der Veen, 16 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wandelparadijs Nederland
te voet door alle provincies
John Jansen van Galen


Stel je je voor dat je tussen een groep wandelaars zit en de verhalen over mooie wandelgebieden vliegen over en weer. Iedereen weet wel een mooie route en de groep steekt elkaar aan met hun enthousiasme. De een vertelt over de 'pijltjesroute'wandeling die gevolgd is, de ander heeft het over lange paden in Nederland die ze gelopen hebben, zoals het bekende Pieterpad, de volgende haalt een boekje uit zijn zak...


Ziehier de toonzetting van dit boek. John Jansen van Galen wandelt al meer dan veertig jaar met zijn verloofde, Corrie Leefhouts, tevens de fotografe van dit boek, door Nederland. Hij vertelt over zijn wandelingen zoals wandelaars onderling kunnen doen. Dat maakt dat het boek makkelijk en plezierig wegleest.


John Jansen van Galen zelf noemt zijn belevenissen 'impressies' en dat is precies het goede woord voor zijn verhalen. Hij vertelt veelal niet waar de wandeling begint of eindigt maar noemt een pad, streek, gebied, wandelroute en geeft daarna weer wat hij daar zag, voelde, en beleefde. Zoals bijvoorbeeld het onderstaande deel van een impressie over het Domelapad in Groningen.


"[...] De complete afstand van deze langeafstandswandelroute bedraagt tot Lauwersoog 150 kilometer en je kunt kiezen tussen de landroute en de dijkroute, maar wij namen natuurlijk die laatste, met uitzicht op kwelders, op de lange palissaden in het modderige buitendijkse land, en soms Schiermonnikoog in de verte. De stilte was indrukwekkend, je hoorde 'alleen de wind, het gekrijs van meeuwen, het geblaat van schapen', noteerde ik. Nooit zoveel schapen gezien als toen, duizenden. [...]


Leuk en apart is het verhaal over het ontstaan van het beroemde Pieterpad, dat de schrijver ook gelopen heeft en zelfs meerdere keren enkele etappes opnieuw liep omdat het zo mooi was. 'Het leidt je door Nederland alsof het land bestaat uit natuurgebieden, landgoederen en boerenland, en er nauwelijks woonwijken en fabrieksterreinen bestaan.


En over landgoederen gesproken, de schrijver weet ons te vertellen dat deze steeds vaker worden opengesteld voor publiek, zodat er, ondanks groenverlies door wegen en woningbouw, toch ook veel natuurgebieden en parken bij komen in Nederland.


Makkelijk is dat de wandelingen die de John Jansen van Galen gemaakt heeft, per provincie zijn ingedeeld. Maar wat ik mis zijn de routekaarten. We zien wel de provincie afgebeeld met enkele 'stickerachtige' minifoto's op de plekken waar de schrijver en zijn verloofde gelopen hebben maar geen papieren routebeschrijving erbij. Dat heeft een reden. Op internet is bijna alles te vinden, schrijft Jansen Van Galen, dus waarom zal je alles nog een keer afdrukken in een boek? Daar is wat voor te zeggen natuurlijk, maar persoonlijk vind ik het prettiger de kaart gelijk bij het verhaal te zien.


Wel staat per provincie de verwijzing naar de zeer uitgebreide wandelzoekpagina.nl waar je de door de Wandelzoekpagina geselecteerde wandelingen bij de hoofdstukken uit het boek kunt vinden (zie de link). Op die pagina's zijn ook routebeschrijvingen te vinden én kaarten die je, als je een abonnement hebt - dat vrij goedkoop is -  gratis kunt uitprinten.


Het is verder een leuk boek om te lezen, de verhalen werken aanstekelijk, de schrijver is zeer enthousiast, maar diep in mijn hart had ik er meer van verwacht. De impressies zijn vlot, goed en soms zelfs een beetje poëtisch geschreven maar het specifieke van een gebied komt niet altijd helemaal goed uit de verf.
Toch is het voor elke wandelaar zo goed als zeker een boek waar zijn of haar hart, sneller van gaat kloppen. Overigens is het ook een prima boek om cadeau te geven.


ISBN 9789460038518 | Paperback met flappen | 301 pagina's | Uitgeverij Balans | februari 2018

© Dettie, 16 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Lost
Mensen aan de rand van de wereld
Markus Mauthe


Portret van een verdwijnende wereld.


In dit prachtige fotoboek zien we prachtige inheemse mensen die in prachtige natuurgebieden leven. Helaas zijn deze mensen en gebieden bijna allemaal aan het verdwijnen vanwege het oprukkende toerisme en kapitalisme. Veel gebieden worden ontgonnen uit winstbejag en eigenbelang.


'Ja, ze zijn er nog steeds, alle fascinerende vormen en kleuren in de kleding, sieraden en lichaamsversiering van de Himba, Jiye, Karo, Mehinaku, Padaung, Mursi en vele andere van de kleinste etnische groeperingen over de hele wereld. Maar het einde van het tijdperk nadert. In bijna alle dorpen die ik op mijn reizen heb bezocht, is de traditionele manier van leven al vermengd met invloeden van buitenaf. De eigen identiteit verdwijnt [...]'


vertelt de natuurfotograaf en milieuactivist Markus Mauthe ons.


'De laatste inheemse groepen zullen binnenkort opgaan in de 'moderne' samenleving.' [...]
'Het is onaanvaardbaar dat veel mensen door ons grenzeloze gebruik van de eindige hoeveelheid grondstoffen worden gedwongen tot verandering die ze meestal helemaal niet willen.
Het fotograferen van deze inheemse volken heeft me in mijn overtuiging gesterkt dat de enige uitweg voor ons allemaal een weg naar een duurzame samenleving is.'

Markus Mauthe wijst ons er in dit boek keer op keer op dat vooral het winstbejag de grote boosdoener is, die veroorzaakt dat de inheemse volken met al hun rituelen, bijzondere kleding en tatoeages zich moeten aanpassen aan de 'moderne' samenleving om te kunnen overleven.


In het boek staan voornamelijk schitterende portretten van mannen, vrouwen en kinderen die ons veelal recht aankijken. Opvallend is overigens de rust die ze uitstralen. De foto's laten zien waarom het zo jammer is dat deze inheemse volken aan het verdwijnen zijn. Voor sommige foto's deden mensen hun korte broek en T-shirt uit en trokken hun eigen kleding aan zodat wij deze toch nog kunnen zien voordat het voorbij is. 


Het boek heeft diepe indruk op me gemaakt, het is adembenemend hoe mooi en natuurlijk deze mensen zijn en leven. Geen valse wimpers en botoxgezichten maar versieringen uit de natuur, die misschien ook extreem lijken, zoals de halssierraden van vrouwen waardoor hun nek uitgerekt wordt, maar het past bij ze, ze zijn prachtig en waardig. Dit laatste, het zich waardig gedragen, een waardige houding hebben, het waardig zijn is wel het meest opvallende in dit boek. Alle gefotografeerde mensen stralen dit uit.


Het is goed dat Markus Mauthe al deze mensen in al hun schoonheid heeft vastgelegd toen het nog kon. In totaal heeft hij tweeëntwintig inheemse volken in tropische bossen, bergen, woestijnen, op zee en in het noordpoolgebied bezocht.  Het zou mooi zijn als alles kon blijven voortbestaan, aan de inheemse volken zal het niet liggen, wel aan de oliebaronnen, en de grote hotelketens. Toch kunnen sommige volken, juist door het toerisme, hun aloude tradities en leefwijze blijven uitvoeren maar dan niet voor zichzelf maar voor de toerist.


Dit schitterende uitgevoerde boek en vooral de indrukwekkende inhoud is een kostbaar bezit. Het vertegenwoordigd groepen van mensen die zo de moeite waard zijn. Koop en geniet!

Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789059569065 | Hardcover | 320 pagina's | Fontaine Uitgevers/ Oxfam Novib | februari 2019
Vertaling Anne Marie Koper

© Dettie, 14 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER