Nieuwe recensies Non-fictie

Heeft China al gewonnen?
Kishore Mahbubani


Dit boek bespreekt de krachtmeting tussen de Verenigde Staten en China. Deze wedloop was al aan de gang voordat Trump tot president werd gekozen en zal doorgaan als hij in november 2020 niet wordt herkozen, aldus de auteur. Amerika is op zijn retour en China is al heel ver om de hegemonie over te nemen.


Het beleid van Trump is te bruusk als het om China gaat en hij verzuimt om bondgenoten te betrekken in zijn opstelling. China reageert rustig en beheerst op de uitdaging van Trump, bouwt zijn machtspositie verder uit en mikt veelmeer op de lange termijn dan Trump. Amerika heeft een president gekozen ‘die niet eens zou slagen voor een economieproefwerk over internationale handel’ (blz. 52). Overigens houdt de auteur Trump niet verantwoordelijk voor het huidige beleid. Amerika kampt met structurele problemen (toenemende ongelijkheid, armoede, polarisatie, geweld, vijandschap tussen Democraten en Republikeinen) die het land verlammen.


Volgens dit boek zal China niet snel naar militaire middelen grijpen om zijn zin te krijgen. Het land wil zich niet in militaire avonturen storten die geldverslindend zijn en vaak tot meer chaos leiden dan er voorheen al was. Ten aanzien van Taiwan zijn de Chinese leiders wel onbuigzaam en niet bereid tot een compromis. Taiwan hoort bij China, hereniging wordt gezien als een herstel van de vroegere situatie en niet als expansie.


De auteur raadt Amerika aan om de militaire uitgaven terug te schroeven, te stoppen met alle interventies in de islamitische wereld en de diplomatieke slagkracht te vergroten. Amerika zou zijn middelen moeten besteden aan welzijnsverbetering van de bevolking.


China is geen democratie. Maar op het gehalte van de democratie in de VS valt ook wel wat af te dingen. In China is het gematigde bewind van Xi Jinping een zegen voor de bevolking. De Chinezen vergelijken hun toestand niet met andere samenlevingen, maar met wat ze in het verleden hebben meegemaakt aan honger, armoede en uitbuiting.


Europa zit in een heel lastige positie. De kans op een rechtstreeks oorlog met Rusland is vrijwel nihil. Maar het continent is behept met een miserabele geografie. De kans dat Europa onder de voet wordt gelopen door miljoenen migranten die in hun bootjes vanuit Afrika komen is wel erg reëel (blz. 202). Die enorme toestroom aan migranten zal de sociale en politieke structuur van Europa ingrijpend veranderen. Europa zou er goed aan doen om zich te richten op de economische en sociale ontwikkeling van Afrika. En daar zou het uitstekend kunnen samenwerken met China (blz. 204).


Het boek wordt afgesloten met een epiloog en een essay.


In de epiloog schrijft de auteur dat de coronacrisis de geopolitieke strijd tussen de VS en China heeft versterkt. Het essay is geschreven door Stephen M. Walt. Hij ontmaskert de idee dat Amerika vooropgaat in de strijd om morele waarden en het zelfbeeld dat het een deugdzaam land is.


Kishore Mahbubani schreef een boeiend en helder boek over de wedloop tussen twee machtige landen. Een thema dat voor ons allen van groot belang is. Het is altijd moeilijk om de afloop van een proces te voorspellen. Achteraf kunnen we verklaren hoe processen zijn verlopen. Als je er voor staat is het moeilijk om de krachten en beslissingen aan te wijzen die beslissend zijn voor onze toekomst. Historicus Prof. Dr. P. Geyl (1887-1966) sprak over het ‘possibilisme’. Als je achterom kijkt, zie je maar één weg. Als je ervoor staat, zie je een veelheid aan mogelijke wegen. Het vraagteken in dit boek lijkt soms meer op een uitroepteken.


Veel in dit boek heb ik met instemming gelezen. De vraag is of Mahbubani China te rooskleurig intekent. Rob de Wijk, directeur van het Haagse Centrum voor Strategische Studies, ziet in de Chinese opkomst een groot gevaar. Achter het pragmatische Chinese beleid zit keiharde macht. Als dit land het voor het zeggen krijgt, is het gedaan met mensenrechten en democratie. China neemt sluipenderwijs de macht over. Europa zou samen met de VS een blok moeten vormen tegen China, zoals het in het verleden deed tegenover de Sovjet-Unie. De Wijk schrijft dit in zijn boek “De Nieuwe Wereldorde”.


Kishore Mahbubani is voormalige diplomaat en hoogleraar. Eerder besprek ik van hem voor Leestafel zijn boek “Is het Westen de weg kwijt?”


ISBN 9789046827154 | Paperback | Omvang: 320 blz. | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | oktober 2020
Vertaald door Ronnie Boley

© Henk Hofman, 23 oktober 2020

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER

 

De Canon van de Koninklijke Marine
Geschiedenis van de zeemacht
Anne Doedens & Matthieu Borsboom


Een canon is een lijst van onderwerpen (vensters) die een overzicht bieden van de hoogtepunten van het thema dat aan de orde is. Zo bestaat de canon van de Nederlandse Geschiedenis. Maar ook een provincie, een stad, een museum, of een religieuze groepering kan een canon opstellen.
Nu verscheen ‘De Canon in vijftig vensters van de Koninklijke Marine”. Het is een prachtig overzichtswerk van de geschiedenis van de Nederlandse Zeemacht.


De canon opent met een beschrijving van de organisatie van de marine tussen 1488 en 1795 en sluit af een venster over de Mijnendienst.
Daar tussenin staan vensters over zeeslagen, zeehelden, kapers, de mariniers, bezuinigingen en automatisering, zeeschilders, en het opleidingsinstituut van de marine. Er is een venster gewijd aan Piet de Jong, die van marinecommandant opklom tot een zeer succesvolle minister-president (1967-1971). Elk venster is voorzien van prachtige (kleuren)afbeeldingen en wordt afgesloten met een pakkend citaat, leestips en verwijzingen naar een ‘lieu de mémoire’. Zo verwijst het venster over Tromp en De Ruyter naar hun graf in resp. Delft en Amsterdam.


De tekst van elk venster blinkt uit in zorgvuldigheid, helderheid en afgewogenheid. De auteurs schrijven met grote betrokkenheid en respect over de rijke traditie van de Nederlandse marine zonder hun professionele distantie te verliezen. Zo lees ik op blz. 127 dat na de val van de Berlijnse Muur in 1989 bezuinigingen werden doorgevoerd die politici als ‘vredesdividend’ omschreven. In deze zin schemert scepsis over het ‘vredesdividend’ door. Op blz. 169 staat het explicieter: “Politici meenden dat door het einde van de Koude Oorlog een minder sterke zeemacht nodig was. Een betreurenswaardige vergissing met grote gevolgen.” Terecht wijzen de auteurs erop dat de val van de Muur een pauze bracht, maar geen einde maakte aan politieke spanningen en dreigend oorlogsgevaar (blz. 189).

Bezuinigingen op de marine zijn niet alleen een gevolg van korte termijn denken, maar zijn naar mijn mening ook onverantwoord als naderhand jonge mannen en vrouwen hun leven moeten wagen (en geven) in oorlogstijd. Als jonge mensen hun leven moeten inzetten, hebben zij recht op een overheid die voor een adequate uitrusting zorgt. Een inhaalslag kan te laat komen en gaat meer geld kosten dan bezuinigingen hebben opgeleverd. Er is ook heel veel tijd nodig om verloren capaciteit en expertise weer op te bouwen. Militair historicus Christ Klep vermeldt dat nog maar 15% van de Nederlanders bereid zou zijn om naar de wapens te grijpen om huis en haard te verdedigen (Bron: Van wereldmacht tot braafste jongetje, blz. 13). Als dat klopt staat het er maar beroerd voor met de krijgsmacht. Ze moet een samenleving verdedigen die er niet voor gemotiveerd is en er geen geld voor over heeft.


Mooi is het venster over de marinehistorie, waarin zelfs het jongensboek “Paddeltje, de scheepsjongen van Michiel de Ruyter” van de bekende schrijver Joh. H. Been genoemd wordt. Ik heb het als jongen verslonden. Van dezelfde schrijver las ik daarna “Om de schatten van il Tigretto”.


Een canon is in principe chronologisch geordend, maar ontkomt er niet aan om die chronologische lijn regelmatig te doorbreken. Vlagofficier Witte de With (1599-1658) wordt in een stuk of 10 vensters genoemd. Het venster over de bestrijding van terreuracties in de jaren zeventig van de vorige eeuw wordt opgevolgd door een venster over de strijd van mariniers in Rotterdam mei 1940. Zo zijn er meer voorbeelden te noemen.


Venster 35 geeft aandacht aan de laatste zeeslag die de Nederlandse Marine in 1962 leverde. De marine verijdelde een Indonesische poging tot infiltratie van Nieuw-Guinea. Ik herinner me nog goed dat ik als jongen van 14 jaar de verslagen in de krant verslond. Om de een of andere reden heb ik altijd de naam van de marinecommandant onthouden: schout bij nacht Reeser. Die wordt hier noch elders in dit boek genoemd. Toen ik zijn naam op Internet opzocht, las ik dat hij in actie is geweest bij Kornwerderzand (mei 1940) en in Nederlands-Indië (www.archieven.nl\reeser. Hij wordt op deze site zonder nadere uitleg een ‘streng gelovig man’ genoemd.


Van oudsher is er in ieder geval een band geweest tussen religie en zeemacht. Vloothelden als Maarten Harpertsz. Tromp en Michiel de Ruyter wisten zich afhankelijk van God en schreven overwinningen niet aan zichzelf toe. Op zondag werden kerkdiensten gehouden aan boord van de oorlogsvloot. Gelet op de grote plaats die godsdienst destijds in ieders leven innam, was dit zeker een ‘venster’ waard geweest.


De canon is een prachtige uitgave geworden, waar de marine eer mee inlegt. Voor elke Nederlander die gevoel heeft voor de rijke marinehistorie van ons land zeer aan te raden.


Anne Doedens was docent Nieuwe Geschiedenis bij hoger onderwijsinstellingen in Amsterdam. Hij is ook auteur van meerdere uitgaven bij de Walburgpers.
Matthieu Borsboom is vice-admiraal b.d. en was commandant der Zeestrijdkrachten van 2010-2014.
Beide auteurs complimenteer ik met hun gedegen werk.


ISBN 9789462494879 | Hardcover met leeslint | Uitgeverij Walburgpers | Omvang 224 blz. | oktober 2020

© Henk Hofman, 16 oktober 2020

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER

 

Detox je liefdesleven
Herstellen van giftige relaties
Mjon van Oers


Het hart en het inwendige hoofd/het brein op de cover van het boek geven de inhoud beeldend weer. Giftige relaties hebben namelijk op beide een flinke impact. Hoe heftig dat kan zijn hebben we bijvoorbeeld al kunnen lezen in het voorgaande boek van Mjon van Oers getiteld Narcistisch misbruik in de liefde. In dat boek gaf zij in duidelijke taal al aan hoe je uit hun greep kunt komen én blijven en gaf ze o.a. ook advies over hoe je kunt herstellen van deze relatie. Het prettige van dat boek is o.a. dat Mjon van Oers niemand veroordeelt, de narcist niet maar ook degene niet die slachtoffer is geweest of geworden van narcistisch misbruik.
Mijn verwachtingen zijn dan ook hoog gespannen als ik dit boek Detox je liefdeslezen ontvang en mag gaan lezen. Zal het net zo makkelijk leesbaar en net zo enorm informatief en inzichtgevend zijn als eerder genoemd boek?


Als eerste wordt de giftige relatie gedefinieerd, zodat duidelijk is wat daaronder verstaan wordt. "Een giftige relatie is een verbinding die schadelijk voor je is. Je zou kunnen zeggen dat een giftige relatie de ergste vorm van negatieve menselijke energieke besmetting' is. Het heeft een negatieve invloed op de manier waarop je naar de wereld kijkt, en nog belangrijker, de manier waarop je naar jezelf kijkt."
Vervolgens geeft Mjon van Oers de lezer handvatten om weer een nieuw leven op te bouwen na die giftige relatie in de vorm van 11 sleutels.


Anders dan in het boek over narcisme, waarin vooral werd uitgelegd wat narcisme is en wat voor invloed dat op het slachtoffer van narcistisch misbruik heeft, wordt in dit boek veel meer de nadruk gelegd op de detox - het ontgiften - het wegwerken van al dat gif dat iemand toegediend kreeg.
Wat erg prettig is, is dat Mjon van Oers niet verdrinkt in allerlei (vals) sentiment. Op klip en klare manier, bijna zakelijk, geeft ze weer wat iemand kan doen om zichzelf weer terug te vinden na de toxische relatie. Dat vraagt niet alleen een mentale inspanning maar het is ook belangrijk dat je goed voor jezelf zorgt op fysiek gebied d.m.v. beweging en lichamelijk gebied bijvoorbeeld en door goede voeding.
Mjon van Oers begeleidt je als het ware op de reis naar meer bewust zijn, naar innerlijke rust, naar totale vrijheid van jezelf, naar liefde voor jezelf, zelfrespect hebben en accepteren dat het leven is wat het is.


Dat lijkt simpel maar een giftige relatie tast juist in ernstige mate bovenstaande zaken aan. 'Je hebt moed nodig om je hart te helen,' zegt Van Oers. En het is aan jou om die uitdaging aan te gaan. Het hele boek begeleidt je bij deze reis vol zelfreflectie, bij het leren begrijpen waarom toxische relaties ontstaan. Het is een reis naar begrip over jezelf en hoe je met jezelf kunt omgaan, totdat je niet meer belemmerd wordt door het gif, zodat je het leven kunt gaan leiden dat bij je past.


Het boek is in feite een handleiding, een baken, die je ten alle tijde kunt openslaan om dat gedeelte op te zoeken waar je op dat moment behoefte aan hebt om vervolgens weer verder te kunnen met de mooie, herstellende reis. Kortom, het is een aanrader voor iedereen die uit een toxische relatie komt maar dat niet alleen, in feite is het een boek dat voor iedereen die wil groeien en leren een uitstekende en leerzame aankoop zou zijn!


ISBN 9789020216899 | Paperback | 189 pagina's | Uitgeverij Ank Hermes | september 2020

© Dettie, 16 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Militante immigratie in Europa
De islam ontsluierd
Serge Desouter


De auteur heeft een lange ervaring met Afrikaanse landen en moslimgemeenschappen en werkte voor de VN en andere internationale organisaties.


In dit boek maakt hij zich zorgen over de massale import van moslim-migranten in Europa, vaak onder het mom van ‘vluchtelingen’ en de eisen die de islam overal stelt. Hij geeft daar enkele krasse voorbeelden van en toont aan dat tientallen miljoenen islamitische migranten niet van plan zijn om zich te integreren (p. 25-40). In Engeland hebben ze al meer dan 85 sharia-rechtbanken, met tot nu toe enkel vrouwelijke beklaagden (p. 40-42). De Islamitische Verklaring van de Rechten van de Mens (1990) plaatst de sharia boven onze rechtstaat (p. 162-163).


Hij toont ook aan hoe de sharia Turkije omvormde van een christelijk naar een voor 99,8% islamitisch land (p. 45) en hoe de christelijke Kopten in Egypte geleidelijk uitgemoord worden. Het aantal christenen in het Midden-Oosten daalde verder van 20% in 1914 naar 4% nu (p. 48). Het enige democratisch land met vrijheid van godsdienst in die regio is Israël en de meeste moslims willen het zien verdwijnen, zoals ze hun landen ook al Joden-vrij gemaakt hebben sinds de 7de eeuw. De wereldwijde vervolging van christenen, met meer dan 100.000 doden per jaar en de aanvallen op kerken, zijn geen item voor onze media. In de Bijbelse landen Irak, Syrië en Turkije blijft er van hen maar weinig over (p. 51-55).


Bij asiel en migratie lezen we dat we overspoeld worden door veelal analfabete mannen en jongens, die ongeschikt zijn voor onze arbeidsmarkt en schoolcultuur. Minder dan 25% van hen werkt. Het migratiepact van Marrakesh (2018) werd goedgekeurd door de UNO, maar de parlementen van de lidstaten mochten er niet over stemmen. De mensensmokkel-industrie floreert, hoewel ze aan de migranten 5.000 tot 8.000 dollar kost (p. 89).


Ondertussen verwijderen wij in heel West-Europa standbeelden en straatnamen, veranderen wij namen van lange tradities zoals Kerstmarkt in het nietszeggende Wintermarkt of Plaisirs d’hiver, is het kruisje weggehaald uit de schildjes van Real Madrid en FC Barcelona en is het christendom verdwenen uit de Europese Grondwet en dat allemaal om de moslims en andere migranten een plezier te doen. Over de vervolging en uitmoording van christenen in het Midden-Oosten en in vele Afrikaanse landen wordt gezwegen  (p. 116-125, p. 180-184).


België deed al van alles: de snel-Belg-wet zonder verplichtingen (2000), het migrantenstemrecht (2004), regularisatie van 2 op 3 illegalen (p. 135), opvang tijdens de migratiegolf van 2015 e.v. en zo meer. De auteur geeft ook nog het voorbeeld van het christelijke Madagaskar, waar Saoedi-Arabië de regering omkoopt, 2.600 moskeeën bouwt, mensen betaalt om hun bijbels te verbranden en waar Turkse moslims zich zomaar komen vestigen (p. 142). In West-Europa zitten we inmiddels met getto’s waar 50 à 98% van de bevolking van vreemde afkomst is, waar weinigen werken en waar blanken niet meer durven komen.


In het hoofdstuk over slavenhandel lezen we dat de Arabische slavenhandel 8 tot 25 miljoen slachtoffers maakte, veel meer dus dan de Westerse met 11 miljoen, de slaven bovendien castreerde, ze ook uit Rusland, Zuid- en West-Europa haalde (tot IJsland), maar onvermeld blijft in onze geschiedenisboeken en nooit veroordeeld werd door de islamitische wereld, waar nog beperkte slavernij bestaat. Zoals in Mauritanië, officieel: de Islamitische Republiek Mauritanië (p. 192-196). Daar is elk kind van een slavin automatisch slaaf; ze zijn met 800.000 op 4 miljoen inwoners, ze zijn zwart, de eigenaars zijn blanke Berbers die ook ‘recht’ hebben op seks met hun slavinnen en als de slaven te oud zijn, worden ze gedumpt in de woestijn, waar ze een vreselijke dood sterven.  (bron: Amnesty.nl, 01.06.2017).


Ondanks de vele aanslagen in naam van Allahu Akbar (God is de grootste), blijft de islam beweren dat het een vredevolle religie is. Sinds 11 september 2001 vindt er elke dag wel ergens zulk geweld plaats. Van dan tot 29 april 2019 waren er 31.221 aanvallen, met 146.811 doden of gemiddeld 22 per dag en met IS als koploper (p. 199). Desouter legt ook uit wat de essentie is van de sharia en waarom IS het ‘ongelovige’ Westen haat (p. 209 e.v.).


De islamitische veroveringen (vanaf 622) hebben de islam met geweld verspreid tot China in het oosten en Spanje in het westen. Christenen en Joden werden herleid tot tweederangsburgers of erger: de mannen en zeker de priesters werden afgeslacht, de vrouwen en kinderen tot slaaf gemaakt (p. 229). Nu gebeurt de verspreiding door massale immigratie en door veel geboortes. De auteur gelooft niet in de interreligieuze dialoog met de islam zolang ze christenen verdrijven uit Nazareth, Gaza, Egypte, Syrië, Irak, zolang ze christenen uitmoorden in Afrika en de bouw van kerken in de islamitische landen verbieden.


Hij wijdt ook een hoofdstuk aan de culturele glorietijd van de islam in al-Andalus, van 711 tot 1492. Toen was er een rijke cultuur in Spanje, maar joden en christenen werden gedegradeerd tot tweederangsburgers en bij de pogrom van 1066 werden in Granada meer dan 4.000 joden gedood, vrouwen en meisjes herleid tot seksslavinnen, alle kerken vernield en de sharia ingevoerd.  Desouter somt een aantal Arabische geleerden op, het waren deels Perzen en Joden, maar hij vindt de mythe van al-Andalus een historische vervalsing, bedoeld om immigratie en islamisering te aanvaarden.


Het boek eindigt met een geschiedenis van de Jihad sinds 622 n.C.. De eersten die toen onthoofd werden, waren de Joodse gemeenschappen, dan volgden de christenen in het huidige Turkije, Syrië, Palestina, Egypte etc. De wereldberoemde bibliotheek van Alexandrië, die dateerde uit de 3de eeuw v.C., werd in 641 volledig vernietigd. Idem voor het oude Carthago in 697. In 732 werden ruim 500 monniken van een abdij bij Cannes uitgemoord. In dat jaar kon Karel Martel de moslims verslaan bij Poitiers, maar dat belette niet dat ze ongestoord verder aanvielen in Italië, Spanje, Frankrijk, Ierland en tot in IJsland. Ook elders gingen hun veroveringen verder: in 751 versloegen ze bij de Talas-rivier het leger van de Chinese Tangdynastie (618-907). In 1389 versloegen ze op het Merelveld bij Kosovo een christelijk leger en veroverden ze de Balkan. In 1453 maakten ze een einde aan het Byzantijnse rijk. Ze palmden de Hagia Sophia in en vormden ze om tot een museum ( Erdogan maakte er in 2020 een moskee van).
De opsomming van veroveringen, plunderingen en moorden is eindeloos en gaat tot 2018 (Jezidi’s).


De genocides door de Turken op 1,5 à 2 miljoen christelijke Armeniërs en 0,75 miljoen Assyriërs in 1915 staan er ook bij (p. 301).


In zijn nawoord drukt de auteur de wens uit dat onze politici met uitheemse achtergrond wat meer inzetten op integratie van inwijkelingen en merkt hij op dat heel wat autochtone organisaties en onze overheden wel voor integratie ijveren, maar dat er weinig initiatieven vanuit de moslimzijde komen. Het boek eindigt met een lange verklarende woordenlijst van Arabische en vreemde termen (p.315-338), een lijstje met afkortingen (p. 339-343) en een personenregister (p. 345-356).


Desouter heeft met veel kennis van zaken een stevig boek geschreven, dat  best gelezen zou worden door onze beleidsmakers en door iedereen die betrokken is bij immigratie en integratie. President Macron toonde in zijn toespraak van 2 oktober 2020 dat hij het probleem begrepen heeft en het ook durft te benoemen. Desouters historisch overzicht van de Jihad maakt  de meeste indruk.


Bij een volgende druk mogen de taal- en spelfouten er wel uit. Enkele voorbeelden: p. 9: het heeft mij behoedt; p. 11: van zij die> van hen die; p. 21: men onthoofd; p. 23: querens> quaerens; p. 25: ongeletterden mohammedanen; p. 26: intellectuelen moslims; p. 30: 0,15 li > 15 li; p. 33: Dat klop; p. 36+37: t.t.z.: gallicisme voor d.w.z.; p. 53: beschuldigende > beschuldigd; p. 60: Nu beland het; p. 135: Aziatisch migranten: Aziatische; p. 142: bedingt heeft> bedongen heeft; p. 149: hen bevrijd> bevrijdt; p. 199: Alahu > Allahu; p. 227: verspreid het zich; p. 244: die ze omarmt hebben; p. 292: vincit > vicit (heeft overwonnen); op de kaft: objectieven> doelstellingen.


Ondanks zijn kritiek, reikt de auteur een uitgestoken hand  aan iedereen die onze samenleving wil verbeteren. Zijn boek biedt pistes aan voor een humaan en respectvol beleid in het omgaan met onze gemengde cultuur.


ISBN 978-94-930-0512-9 | paperback  | 356 pagina's met woordenlijst en register | Uitgeverij Polemos |  juni 2020

© Jef Abbeel, 8 oktober 2020  www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het menselijke kwaad
Hannah Arendt, Adolf Eichmann en het oordelen over het kwaad
Klaas Rozemond


Centraal in dit boek staat het strafproces dat in 1961 in Jeruzalem gehouden werd tegen Adolf Eichmann. Tijdens de oorlog was Eichmann verantwoordelijk voor het transport van miljoenen Joden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Zijn betrokkenheid hierbij was onmiskenbaar en viel niet te loochenen. Toch verklaarde Eichmann zich onschuldig aan de tenlastelegging van massamoord en misdrijven tegen de menselijkheid. Hoe zit dat?


Eichmann beriep zich op de wetten van zijn land (de Neurenberger rassenwetten) en de bevelen van zijn meerderen. Volgens deze wetten en bevelen was het vermoorden van Joden geen kwaad, maar een goede zaak. De rechtbank stelde echter vast dat Eichmann had gehandeld op grond van een racistische ideologie. Kern van die ideologie was dat Joden minderwaardige mensen waren, en dat zij dus uitgeroeid mochten worden. De rechtbank verwierp het verweer van Eichmann. Als de Holocaust ‘goed’ was, waarom deden de Duitsers dan hun best om het zo lang mogelijk geheim te houden? Waarom werd het bewijsmateriaal vernietigd toen duidelijk werd dat de oorlog verloren was? Dit wijst erop dat de daders beseften dat het moreel fout was om miljoenen Joden uit te roeien.


Het proces werd voor The New Yorker verslagen door Hannah Arendt (1906-1975). Zij beschreef hoe een ‘gewone man’, die in normale tijden een onopvallend leven zou hebben geleid, vanachter zijn bureau enorme misdaden bedreef, hoewel de feitelijke massamoord zich buiten zijn gezichtsveld voltrok. Gesteld voor zijn rechters oogde Eichmann als een ‘onbeduidend mannetje’. Arendt noemde dit ‘de banaliteit van het kwaad’.  Zij schrok niet eens zozeer van de schaal waarop de misdrijven waren begaan, maar meer nog van de afgrondelijke radicaliteit van het kwaad. Volgens haar was Eichmann zich niet bewust van het kwaad dat hij had aangericht. Desondanks was de doodstraf voor Eichmann terecht. Haar stelling dat het mogelijk is dat een pleger van genocide niet beseft dat zijn daden immoreel en misdadig zijn, was het startsein voor een verhit debat.


Kort na het proces in Jeruzalem stonden in Duitsland twintig verdachten terecht die in Auschwitz hadden gewerkt. Zij konden niet vervolgd worden wegens genocide. Volgens het Duitse recht is een misdaad alleen strafbaar wanneer een voorafgaande strafbepaling dat uitdrukkelijk heeft omschreven. Dus werd de aanklacht: moord. Het Duitse strafrecht eiste echter dat voor ‘moord’ verwerpelijke motieven werden aangetoond, zoals moordlust, lustbevrediging, hebzucht. Deze daders handelden evenwel niet uit eigenbelang, zij werkten voor een staat die opdracht gaf Joden uit de samenleving te verwijderen. Dus kwamen deze verdachten er op grond van het Duitse rechtssysteem met lichte straffen vanaf.


De meeste daders van massamoord verweren zich als ze zich naderhand voor een rechtbank moeten verantwoorden. Ze verkleinen hun rol, verschuilen zich achter hun meerderen, ontkennen betrokkenheid. Op alle mogelijke manieren proberen ze hun rechters te misleiden.


Het contrast met terroristen in onze tijd is dan weer heel groot. Terroristen ontkennen hun misdaden niet, maar eisen die op. Ze verhullen niets, maar juichen publiciteit toe. Terroristische aanslagplegers die voor de rechter komen zien zichzelf als martelaar voor de goede zaak.


Het kwaad van de massamoord wordt bestreden en waar mogelijk bestraft. Maar het kwaad blijft zich herhalen, steeds in een andere vorm, maar wel altijd met extreme schade voor de slachtoffers en hun nabestaanden. Maar hoe vreselijk het misdrijf ook is, een ‘menselijke straf moet ruimte bieden voor terugkeer van de dader in de menselijke samenleving’ (blz. 201 en 261). De doodstraf of een levenslange gevangenisstraf maken die terugkeer onmogelijk.


De vraag is of je recht doet aan de ernst van het misdrijf, de dood van de slachtoffers en de pijn van de nabestaanden als een massamoordenaar de kans krijgt terug te keren in de samenleving. Met andere woorden: er bestaan wat mij betreft situaties waarin de pleger van massamoord voorgoed uit de samenleving verwijderd moet worden, ook al komt betrokkene naderhand tot het inzicht dat zijn daden moreel verwerpelijk waren. Een ander oordeel miskent het kwaad dat is aangericht. Kan de Noor Breivik, die in 2011 77 onschuldige, merendeels jonge mensen, vermoordde vrijgelaten worden als hij tot inkeer komt? Is inkeer de norm of de omvang en ernst van het bedreven kwaad?


Klaas Rozemond schreef een helder en actueel boek over het onuitroeibare en immense kwaad dat mensen elkaar toebrengen. Soms is het boek moed benemend. Hoe vaak dit kwaad ook wordt veroordeeld, het blijft zichzelf herhalen. Het strafrecht schiet soms te kort om dit kwaad aan te pakken, de daders zijn niet in staat het monsterlijke karakter van hun misdaden te doorzien, en het is ook nog mogelijk dat rechters en anderen die oordelen (journalisten bv.) het gedane kwaad niet doorgronden.


Een boeiend boek waarin ook het gehoorzaamheidsexperiment van Milgram, de moord van Kaín op zijn broer, en het optreden van Callicles uit de Gorgias van Plato geanalyseerd worden.


Klaas Rozemond is filosoof en jurist.


ISBN 9789024430703 | Paperback | Omvang 300 blz. | Uitgeverij Boom | maart 2020

© Henk Hofman, 6 oktober 2020

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER

 

Peter de Grote
Een biografie
Robert K. Massie


De auteur (1929-2019) was Amerikaans historicus, gespecialiseerd in de Romanovs. Zijn biografie van Peter de Grote (1672-1725) kreeg in 1981 de Pulitzerprijs, en terecht. In 1986 werd het boek al eens vertaald in het Nederlands, in 2020 opnieuw.


Massie beschrijft eerst hoe Moskou en het Rode Plein eruitzagen in de 17de-18de eeuw: de gebouwen waren van hout, er brak dikwijls brand uit. Het Kremlin had twee heersers: de tsaar en de patriarch. De tsaren leefden vroom en sober, maar soms at en dronk Peter mateloos.


- Rusland telde slechts 8 miljoen inwoners, Frankrijk 19 (p. 21). Bovendien konden de Russen niet verhinderen dat de Krim-Tataren Russische slaven leverden aan de Ottomanen, met wie ze bijna permanent oorlog hadden. In 1695 leefden er 15.000 Russen als slaaf bij de Turken (p. 132). -


Peter werd tot tsaar gekozen op zijn 10e  jaar, samen met zijn halfbroer Ivan, maar zijn oudere halfzus Sophia was regentes - met de steun van de Kremlin-bewakers (Streltsy) - .
Peter was altijd bezig, maar studeerde weinig. Hij leerde veel van de Nederlanders in Moskou en tijdens zijn verblijf in de Verenigde Provinciën. Hij kende een beetje Nederlands en Duits. Op zijn 17de, in 1689, trouwde hij al. Maar hij had meer interesse voor schepen dan voor zijn vrouw. In dat jaar stopte hij de regentes het klooster Novodevitsji in. Hij zocht vaak contact met westerlingen in de ‘Duitse’ voorstad en in de enige haven Archangelsk; hij hield er ook een Duitse maîtresse aan over (Anna Mons). Met zijn 2m04 was hij 36 cm groter dan de gemiddelde man (1m68). Soms kreeg hij stuiptrekkingen en verloor hij een uur of twee het bewustzijn.


Zijn oorlogen tegen de Ottomanen leidden tot de verovering van Azov in 1696. Tientallen jongeren stuurde hij naar West-Europa voor een zeevaartopleiding en in 1697-1698 trok hij met ‘Het Grote Genootschap’ van 250 man er zelf naartoe, als eerste tsaar die naar het buitenland reisde om bij te leren. Hij wilde het bondgenootschap met Oostenrijk, Polen en Venetië tegen de Turken hernieuwen en in Holland en Engeland scheepsbouwers en marineofficieren ronselen. Lodewijk XIV was toen de invloedrijkste vorst, hij regeerde 72 jaar (1642-1714), maar hij koos voor de Turken en kreeg dus geen bezoek van de Tsaar (p. 158).


Het bezoek aan Zaandam en Amsterdam was incognito, maar door zijn uitzonderlijke lengte werd Peter snel herkend. Amsterdam was toen de grootste haven van Europa en de rijkste stad ter wereld (p. 173) o.a. dank zij de V.O.C. (Verenigde Oost-Indische Compagnie). Hij bezocht ook geleerden in Leiden (Boerhaave) en Delft (van Leeuwenhoek). De grote schilders Rembrandt, Vermeer en Hals interesseerden hem minder.


Na vijf maanden in Holland, trok Peter in 1698 voor vier maanden naar Engeland, dat toen op weg was om het belangrijkste wereldrijk te worden. Daar deelde hij eerst een kamer met vier gewone Russen, daarna met  actrice/maîtresse Laetitia Cross. De Engelsen kregen toestemming om tabak in Rusland in te voeren en te verkopen. Peter nam ook het Engelse muntstelsel over en zestig Engelse vaklui volgden hem naar Rusland.
Na Londen volgde Wenen, waar hij de keizer tevergeefs probeerde over te halen om samen tegen de Turken te vechten. Saksen en Polen kreeg hij wel aan zijn kant om de Baltische landen te veroveren op Zweden. In totaal bracht het gezantschap 800 vaklui mee om Rusland te moderniseren. Maar de politieke rechten die in Holland en Engeland al bestonden, nam hij niet over.


Na zijn terugkeer in Moskou zou Peter eigenhandig de baarden geschoren hebben bij belangrijke figuren (p. 222). Wie zijn baard wou behouden, werd daar flink op belast. Idem voor de lange traditionele kledij. Zijn vrouw Jevdokia stopte hij in het klooster. De Streltsy kwamen er na een opstand minder goed van af: zij werden zwaar gemarteld en opgehangen.


De pogingen om toegang te krijgen tot de (Turkse) Zwarte Zee mislukten. De oorlogen tegen Zweden duurden van 1611 tot 1718. Ze verliepen moeizaam, met nederlagen, maar ook met de verovering van de Baltische landen.


De bouw van Sint-Petersburg (1703 e.v.) kostte 25.000 à 100.000 mensen het leven, vooral door ziektes. Italiaanse, Duitse en Franse architecten ontwierpen de mooie gebouwen en parken. Vanaf 1712 werd het de Russische hoofdstad (tot 1918).


In 1703 vond Peter ook een nieuwe vrouw, Martha Skavronskaja, een Litouws dienstmeisje dat als gevangene in Rusland was beland. Hij noemde ze Catharina. Ze schonk hem 12 kinderen, van wie er slechts twee in leven bleven en één keizerin Elisabeth werd (1740-1762).
ook in 1703 voerde hij de eerste krant in om zijn volk te onderrichten en verbood hij afgesproken huwelijken (p. 365). In 1711-1713 bezocht hij de Noord-Duitse steden, in 1715 was hij na een braspartij zo ziek dat hij de laatste sacramenten kreeg.


In 1716-1717 maakte hij zijn tweede grote reis naar het Westen. Zijn geliefd Amsterdam en Zaandam waren er weer bij, andere steden voor het eerst: Breda, Antwerpen, Brussel, Gent, Brugge en Parijs, waar Peter de 7-jarige koning Lodewijk XV optilde en kuste.


Na Parijs ging hij via het arme platteland (p. 600) naar Reims, Namen, Luik, Spa, Amsterdam, Berlijn en terug naar Sint-Petersburg. Daar had hij een politiek probleem: zijn zoon Alexej wilde hem niet opvolgen en vluchtte met zijn vriendinnetje Afrosinja, een ongeschoolde Finse lijfeigene, naar Wenen, Tirol en Napels, maar Peter liet hem terughalen. Zijn helpers kregen zware straffen. Het hooggerechtshof veroordeelde Alexej in 1718 zelfs tot de dood, maar hij stierf al na 40 slagen met de knoet, waarbij Peter toekeek en liet begaan! (p. 652)


Zijn pogingen om verplicht onderwijs in te voeren, stuitten op zoveel verzet van de landeigenaars en de middenklasse, dat hij ze moest opgeven (p. 701). De oprichting van de Academie van Wetenschappen lukte wel (p. 758-759). Peter selecteerde zijn hoge ambtenaren uitsluitend op basis van verdiensten: dus buitenlanders, joden, katholieken en lijfeigenen kregen ook topfuncties. Maar de corruptie en zelfverrijking binnen de hoge ambtenarij kreeg hij niet uitgeroeid. Dat is nu nog zo in het Rusland van Poetin. Peter deed ook van alles om industrie en handel te bevorderen, o.a. door kanalen aan te leggen en buitenlanders binnen te halen. Maar het conservatieve Russische volk wilde niet mee.


Op godsdienstig vlak was hij veel verdraagzamer dan de orthodoxe kerk, behalve tegenover de jezuïeten: aan hen had hij een hekel (p. 728). Hij zorgde er wel voor dat de orthodoxe kerk moest gehoorzamen aan de tsaar. Pogingen om handel te drijven met China en delen van Perzië te veroveren, mislukten. Er kwam wel een grensverdrag met China, waarbij jezuïeten in Peking en in Sint-Petersburg een rol speelden (n.v.d.r.).


Zijn tweede vrouw Catharina kroonde hij plechtig tot keizerin, ondanks haar bescheiden afkomst (p. 778-779).


Op 28 januari 1725 stierf Peter op zijn 53ste, in zijn 43ste regeringsjaar, nadat hij al enkele weken veel pijn had geleden van nierstenen, urineproblemen en uiteindelijk ook afsterving van lichaamsdelen rond de blaas (strangurie en gangreen). De Leidse professor Boerhaave zei dat hij hem had kunnen genezen als hij eerder geraadpleegd was (p. 789).


Peters vrouw Catharina volgde hem op, maar ze stierf twee jaar later. Tussen Peters dood en Catharina de Grote (1762-1796) regeerden er zes tsaren, van wie vier vrouwen en op Elizabeth na (1741-1762) was dat telkens maar enkele maanden. Tsaar Paul schafte in 1796 meteen het decreet  van Peter af dat ook een vrouw op de troon mocht zitten.


Tot vandaag twisten slavofielen en ‘westerlingen’ over de betekenis van Peter de Grote, de man met de fenomenale energie en de ‘Eeuwige zwoeger’ volgens Poesjkin (p. 798).


Beoordeling

Massie heeft een indrukwekkende biografie geschreven, niet enkel van Peter de Grote, maar ook van de tijd waarin hij leefde. Het had wat beknopter mogen zijn, zeker wat Zweden en Engeland betreft en de verzonnen dialoogjes had hij beter weggelaten. We krijgen een uitgebreid beeld van de verschillende vorstenhuizen in Europa, hun onderlinge contacten, hun macht. En van hun privéleven: zo zou Augustus de Sterke van Saksen en Polen 354 bastaards gehad hebben ( p. 218). En ook van de mannenmaatschappij waarin vrouwen ongenadig werden afgeranseld, de huwelijksgewoontes waarbij de huwbare leeftijd rond 13-14 jaar lag, het hele leven van de Schotse generaal Gordon en de Zwitserse charmeur Lefort, allebei medewerkers van Peter.
We lezen herhaaldelijk hoe wreed er gemarteld werd om bekentenissen af te dwingen (o.a. p. 238-242), welke wrede straffen er dan nog volgden (radbraken, vierendelen, onthoofden, ophangen, p. 384). Komen ook aan bod: de economische toestand in vele landen, het culturele en dagelijkse leven, de eetgewoontes (Karel XII van Zweden at met zijn handen), te veel veldslagen en oorlogen, rare gewoontes zoals dwergen en reuzen verzamelen voor de vorstenhoven (p. 571).


Enkele details:
vaak staat de dag en de maand vermeld, maar niet het jaartal. Een massa weinig bekende plaatsnamen zoals Soezdal, Jaoeza, Voronezj, Proet … moet je zelf opzoeken, want een kaart staat er niet in. Het register is goed, maar onvolledig. Tsarskoje Sela/Tsarendorp (p. 777, 816) moet Selo zijn.
De haven van Rotterdam kwam pas tot bloei na de aanleg van de Nieuwe Waterweg in 1866-1872, dus nog niet in de ‘17de eeuw’ (p. 169).
Rond 1717 hoorde Namen bij de Oostenrijkse Habsburgers, Luik en Spa bij het Prinsbisdom Luik. Ze waren dus niet verdeeld tussen ‘Holland’ en de Habsburgers. En Peter werd er allicht niet verwelkomd door ‘Nederlandse’ hoogwaardigheidsbekleders (p. 600). Van Breda ‘via de Schelde’ naar Antwerpen reizen (p. 589) was ook toen onmogelijk. Het laatste jaar van de 17de eeuw was niet ‘1699’ (p. 263), maar 1700.


ISBN 978-94-019-1714-8 | 830 pagina’s, inclusief stamboom, bibliografie, register, noten | Uitgeverij Omniboek, Utrecht/VBKU, Antwerpen, juli 2020
Vertaald door Bies van Ede

© Jef Abbeel www.jefabbeel.be 22 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Stille verovering
Hoe China het Westen infiltreert en de wereldorde herschikt.
Clive Hamilton en Mareike Ohlberg


Hamilton is een Australische specialist in wereldpolitiek, Ohlberg een Duitse sinologe, gespecialiseerd in Chinese propaganda. 


Dank zij de boeken van Rob de Wijk (‘De nieuwe wereldorde. Hoe China sluipenderwijs de macht overneemt’) en van Jeanne Boden (‘Chinese propaganda verblindt de wereld’) weten we al minstens sinds 2019 dat we op onze hoede moeten zijn. Deze studie gaat daar nog dieper op in door een harde analyse van de CCP (Chinese Communistische Partij), van de houding van de politieke elites in Noord-Amerika, Europa en Australië, de Chinese diaspora, de Chinese spionagediensten en het culturele slagveld.


De CCP heeft volgens de auteurs een doortastend en weldoordacht plan en een gigantisch budget om haar denkbeelden en invloed overal te verspreiden. Regeringen, universiteiten en zakenlieden vrezen financiële represailles als ze de kant kiezen van Tibetanen, Oeigoeren, Falun Gongers, Hongkongers of Taiwanezen.


Canada arresteerde in 2018 Meng Wanzhou, de topvrouw van Huawei. China reageerde met de blokkering van de import van Canadese sojabonen, raapzaad en varkensvlees. Ook Zuid-Korea ondervond een harde boycot toen het in 2017 Amerikaanse raketten plaatste als reactie op agressies vanuit Noord-Korea. Dit zijn maar twee van de vele voorbeelden die de auteurs geven. Bij het massale protest in Hongkong blijft de CCP verkondigen dat het om een uiterst klein groepje gaat (p. 41-42). In 2014-2016 annexeerde China enkele eilandjes in de Zuid-Chinese Zee: Obama en Biden lieten het begaan. In 2019 beweerde Bloomberg zelfs dat Xi geen dictator is (p. 55-56). In juli 1989, slechts één maand na het Tienanmen-drama,  sloot president Bush alweer vriendschap met China (p. 60-62).


Ook in Europa telt China vele belangrijke vrienden en in Brussel heeft het een zeer actief spionageteam met 250 spionnen om de EU en de NAVO in het oog te houden. Massale diefstal van intellectuele eigendom en technologie is reeds lang aan de orde. Tussen 2000 en 2019 was China betrokken bij 137 spionagezaken in de VSA alleen (p. 177-182). De auteurs beweren dat Huawei massaal spioneert en intellectuele eigendom steelt. Het sponsort universiteiten, maar enkele topuniversiteiten zoals Oxford, MIT, Stanford en Berkeley willen niet langer door Huawei gesponsord worden (p. 200-205).


Binnen het Europees Parlement heeft China een vriendschapsgroep van 46 parlementariërs en dan nog aparte groepen in Frankrijk, Duitsland, Italië en Engeland (p. 75-85). Heel wat landen sloten zich aan bij ‘De Nieuwe Zijderoute (DNZ)’: Polen, Tsjechië, Bulgarije, Hongarije, Portugal, Griekenland, Malta, Italië, in de hoop op grote investeringen. Deze lijst is trouwens onvolledig: Nederland, België en andere landen doen ook hun best om investeringen binnen te halen. De havens van Rotterdam, Antwerpen, Zeebrugge, Bilbao, Valencia en Athene zijn deels of geheel in Chinese handen (p. 151).
De auteurs beschouwen DNZ als een Trojaans paard waarmee de CCP niet enkel de economie koloniseert, maar ook veel invloed verwerft op het politiek systeem van de deelnemende landen.
Xi wil de Chinese wereldorde de plaats doen innemen van de Amerikaanse, wat begrijpelijk is.


In Frankrijk is ex-premier en ex-vicepresident Raffarin de ‘man van China’. In 2005 beweerde hij al dat China in Taiwan mag binnenvallen (p. 100). De ‘France-China Foundation’ telt vele pro-Chinese toppers uit de politiek en de zakenwereld. In Duitsland rechtvaardigde Helmut Schmidt (kanselier van 1974 tot 1982) het bloedbad van Tienanmen (p. 103). En zijn SPD-partijgenoot Gerhard Schröder (kanselier van 1998 tot 2005) verkocht zichzelf niet enkel aan Rusland, maar ook aan China.
In 2007 veroordeelde hij Merkel openlijk omdat ze de dalai lama had ontmoet (p. 104).


We lezen ook welke economische belangen de toppers van de CCP, inclusief corruptiebestrijder Xi Jinping, hebben in de Chinese bedrijven. Miljardairs zoals Jack Ma (Alibaba en Ant), Pony Ma (Tencent) Richard Liu (JD.com) en Robin Li (Baidu) zijn zeer trouwe partijleden. Amerikaanse bedrijven zoals Goldman Sachs, Morgan Stanley en Blackstone hebben zeer goede contacten met de CCP en nemen zonen en dochters van partijtoppers in dienst. Idem voor Deutsche Bank en Crédit Suisse (p. 130-140). China staat ook sterk in de Londense City en in Frankfurt. Apple, VW, Mercedes en Siemens werken goed samen met de CCP.


De CCP controleert alle Chinese media en probeert dat ook wereldwijd met de andere media. Hun Engelstalige tv-zender CNC World zendt 24 u op 24 uit en verkondigt dat de overgang naar een door China geleide wereld niets dan goeds zal brengen (p. 214). Het Chinese persbureau Xinhua sloot akkoorden met Reuters, AP e.a. om journalisten ertoe aan te sporen hun kritiek op China te matigen en Chinese standpunten te verdedigen. In 2014 werd Forbes overgenomen, in 2015 werd de (tot dan toe kritische) South China Morning Post eigendom van Alibaba.


Via de organisaties Poly Culture en China Arts Foundation probeert men buitenlandse elites te winnen voor China en tot zelfcensuur te brengen. Religies worden in China onderdrukt: in kerken en moskeeën hangen camera’s en foto’s van Xi, katholieke bisschoppen en boeddhistische lama’s worden benoemd door de CCP, kerken krijgen meer beperkingen dan vrijheden (p. 250-252).


De auteurs sommen een aantal Amerikaanse en Europese denktanks op die zich laten sponsoren door de Chinese regering en Chinese bedrijven, o.a. het Europacollege in Brugge en het World Economic Forum in Davos. Zelfs het Duitse MERICS (Mercator Institute for China Studies) stelde in 2018 een zeer China-gezinde directeur aan: de Nederlander Frank Pieke. In 2020 nam hij ontslag (p. 264-265).
Universiteiten worden onder druk gezet om aan zelfcensuur te doen en activiteiten i.v.m. Taiwan, Hongkong en Tibet af te gelasten (p. 277-279). In 2018 telden de universiteiten in Amerika, Canada, Engeland en Australië samen 750.000 Chinese studenten, die voor veel collegegeld zorgen. Als ze China tegen de borst stoten, verliezen ze die studenten en hun inschrijfgelden. Dat geldt ook voor leerstoelen die China financiert (p. 289-293). Ook uitgevers zoals Routledge en tijdschriften zoals ‘Springer Nature’ staan onder Chinese druk. Australische en Nieuw-Zeelandse  uitgevers kregen in 2019 zelfs een lijst met verboden woorden en onderwerpen voor de boeken die ze in China laten drukken. Maar de Nederlandse uitgever Brill capituleerde niet voor die censuur (p. 297-301).


In 2018 riep Xi de Chinezen op om de internationale instellingen en de huidige wereldorde naar hun hand te zetten, zodat autoritaire regeringsvormen en de Chinese definitie van mensenrechten geaccepteerd worden (p. 303). In de VN is de macht van China al enorm toegenomen. Ze leiden nu 4 van de 15 VN-organisaties, terwijl de VSA, Frankrijk en Engeland er elk maar één hebben (p. 305). Sinds 2015 worden Taiwanese burgers en diplomaten niet meer toegelaten in de hoofdkwartieren van de VN in New York en Genève. China blokkeerde ook het Taiwanese lidmaatschap van de Wereldgezondheidsorganisatie, zelfs tijdens SARS (2003) en corona (2020).


De censuur in China is de best georganiseerde ter wereld, met zoekmachines die een aantal termen blokkeren en strenge regels voor internetbedrijven.


In hun nawoord geven de auteurs tips aan de Westerse regeringen, universiteiten, culturele organisaties en media om te reageren op de bedreigingen voor onze vrijheden en mensenrechten.


Hoewel hun boek vrij somber is, hopen ze dat de democratie en de vrijheid zullen zegevieren. Ze beweren dat het verzet tegen de CCP groeit en dat de partijbonzen zich daar zorgen over maken (p. 326). Ik vraag me wel af of er een groeiend verzet is; zeker niet in de politiek en ook niet in de zakenwereld. Tenzij dan het weren van Huawei en ZTE voor 5G-netwerken.

Het boek eindigt met een schema van de CCP-organen, een woordenlijst, een lange lijst met afkortingen, een nog veel langere lijst met noten en een register.


Beoordeling

Het beeld dat we hier overhouden is zeer negatief. Wellicht iets te negatief: het is één lange aanklacht, weliswaar sterk onderbouwd en het lijkt wel alsof China niets goeds meer doet.


Wie nog dacht of denkt dat China onze democratie en mensenrechten zal overnemen, zal na de lectuur het omgekeerde vrezen, nl. dat internationale organisaties en westerse landen steeds meer begrip zullen opbrengen voor autoritaire regimes, die mensenrechten negeren, zeker als die regimes economisch zeer goed presteren en als enige nog groeien in dit corona-jaar.


Er staat één zeldzaam drukfoutje in: p. 85 : ‘La France ‘Insoumice’ moet Insoumise zijn en de vertaling (‘ongebogen’) zou ik veranderen in ‘niet onderworpen’. Jiang Zemin was in 1999 geen premier, wel secretaris-generaal van de CCP en president. Bijeenkomt (p. 315) moet bijeenkomst zijn.


ISBN 978-90-452-1759-8 | paperback | 448 pagina's | Uitgeverij Xander, Haarlem/L&M, Antwerpen | september 2020
Vertaling door Frank van der Knoop

© Jef Abbeel, www.jefabbeel.be 22 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De oude actrice en ik
Het verborgen leven van Elisabeth Andersen
Brigit Kooijman


Elisabeth Andersen (1920-2018) was een Nederlandse actrice die glansrollen heeft gespeeld in de Nederlandse theaters. Als enige actrice won ze driemaal de Theo d'Or, de belangrijkste Nederlandse toneelprijs. Ze speelde met grote namen als Ko van Dijk, Fons Rademakers, Cees Laseur en vele andere bekende toneelspelers. Toch gaat dit boek niet over haar carrière als actrice maar over haar levenslange liefde voor Werner Muensterberger (1913-2011).


Aanvankelijk begon de schrijfster Brigit Kooijman met het interviewen van Elisabeth Andersen (pseudoniem van Annie de Bruijn) om voor NRC Handelsblad de verhalen over het theater vóór het televisietijdperk vast te leggen. 'Vooral in de jaren vijftig en zestig waren theateracteurs gevierde sterren.' Maar langzamerhand raakt Kooijman meer geïnteresseerd in de geschiedenis met Werner Muensterberger, een zeven jaar oudere Duitse Wetenschapper die tijdens de Tweede Wereldoorlog bij Elisabeth onderdook om aan de Jodenvervolging te ontkomen.


'Ik raakte steeds meer geïntrigeerd: een geheime liefdesrelatie tussen een jonge actrice en een uiterst ambitieuze, enigszins mysterieuze intellectueel, die later allebei roem zouden vergaren. De een in het Nederlandse theater en de ander als kunstverzamelaar, antropoloog en psychotherapeut van de New Yorkse beau monde.'


Kooijman besloot dat het verhaal meer verdiende dan een kranteninterview, het moest maar een boek worden. Uiteindelijk interviewt ze de bejaarde actrice tweeënhalf jaar lang. Aanvankelijk koos Brigit Kooimans voor verhalende non-fictie maar het werd na afwijzing van Elisabeth, een afwijzing die overigens hoog opliep, omgezet in journalistieke non-fictie, wat uitstekend heeft gewerkt.


We lezen hoe de wat naïeve Elisabeth Andersen (de artiestennaam die Werner later voor haar bedacht heeft) in 1942 totaal overrompeld is door de ontmoeting met de Joodse, wereldse, charismatische Werner Muensterberger. Ze krijgen een relatie en voor Elisabeth is er vanaf dat moment maar één iemand die belangrijk is in haar bestaan, Werner. Het is voor haar dan ook vanzelfsprekend dat Werner bij haar onderduikt als het voor Joden te gevaarlijk wordt.


Voor haar worden deze drie jaar de gelukkigste tijd met 'de man van haar leven'. Werner zelf ondergaat zijn onderduikperiode vrij stoïcijns. Pas later zal de impact die deze tijd op hem heeft blijken. Toch blijft hij een vaag figuur, hij zal zichzelf nooit werkelijk laten zien. Je hebt geen idee wat er in die man omgaat.
Ook zijn er in zijn onderduiktijd geheimzinnig bezoeken van een man die hem van geld voorziet. Elisabeth mag er nooit bij zijn maar vraagt niet wie dat is, Werner zelf vertelt er ook niets over. Wel frappant dat uitgerekend deze, in wezen gesloten man een beroemd psychoanalyticus is geworden...


Elisabeth zet ondertussen, ondanks de oorlog en onder Kultuurkammer-bewind - waar zij overigens niet voor tekent - haar eerste stappen in de toneelwereld. Ze zal wel moeten want zo verdient ze toch geld en kan ze Werner blijven beschermen. Ondanks de angst op ontdekking van het verblijf van Werner, is het ook een mooie, innige tijd.


Brigit Kooijman weet deze periode heel boeiend te beschrijven. We zien haar met de destijds achtentachtigjarige Elisabeth, waar ze soms broodjes of sigaretten voor meeneemt, aan tafel zitten praten, soms foto's of papieren bekijkend. Elisabeth bepaalt, Brigit volgt.
Het is een spectaculair, spannend leven en de interactie tussen schrijfster en verteller is aangenaam. In feite is dit gedeelte én de eerste tijd na de bevrijding het boeiendste deel van het boek. De zeer ontwikkelde Werner neemt als het ware de idealistische, jonge Elisabeth onder zijn hoede en is haar leermeester op allerlei gebied. 


Na de oorlog lezen we het bijna hilarische verhaal over het Boekenbal van 1947 en bezoekt het stel Parijs waar Werner elk gebouw, elke straat en steeg kent. Het is een mooie tijd. Maar werk vinden is moeilijk en de ontwikkelde Werner besluit naar Amerika te vertrekken met de belofte dat hij daar als hij eenmaal een woning en werk heeft, zij ook over kan komen. Helaas loopt het anders. Ondanks de innige briefwisselingen met elkaar, voelt Elisabeth zich enorm eenzaam en in de steek gelaten. Tot haar grote vreugde vindt ze bij de Haagse Comedie eindelijk waardering voor haar grote talent, en ook de groep acteurs vormen een soort familie. En daar ontmoet ze ook, de geestige, joviale Jan Retèl... 


Vervolgens begint het verhaal wat te haperen en lijken er stukken verzwegen te worden. Misschien vraagt Brigit Kooijman niet genoeg door of vertelt Elisabeth het gewoonweg niet. Bij bepaalde passages trek je ook even je wenkbrauwen op omdat ze elkaar tegenspreken, zoals het verhaal over de jas van een Joodse familie.

We lezen verder dat Elisabeth vrij onverwacht met de achteraf zwaar alcoholistische Jan trouwt na een koele reactie van Werner op een voor Elisabeth belangrijke situatie. Werner is in opperste verbijstering.
Toch, ondanks deze stap, houdt het stel nog steeds contact met elkaar. Helemaal te begrijpen is het allemaal niet meer. Er zijn hiaten in het verhaal. Ze ontmoeten elkaar nog een enkele keer, ze schrijven en bellen, ze proberen het zelfs opnieuw met elkaar maar deze keer is het Werner die Elisabeth laat zitten. Is het wraak? Beiden hebben ook relaties met dezelfde sekse. Elisabeth één keer maar Werner blijkt biseksueel.
Er rijzen sowieso veel vragen op in het latere verhaal en de aanvankelijk intieme toon van het boek verandert in een beschouwende.


Toch laten Werner en Elisabeth elkaar nooit helemaal los. De dag voor zijn dood spreekt hij haar nog. Zij blijft hem ondanks haar twee huwelijken 'de man van haar leven' noemen. En ook Werner inmiddels drie keer getrouwd, komt nooit echt los van haar. Ze hebben een bijzondere, kennelijk onverbrekelijke band.
Uiteindelijk kun je spreken van een onmogelijke maar grote liefde.
Werner overlijdt op 6 maart 2011.  Elisabeth overlijdt 3 oktober 2018 op 98 jarige leeftijd middels euthanasie.


Al met al is het wel een indrukwekkend verhaal dat je beetpakt, laat meeleven en dankzij de hiaten soms ook ergert.
Maar vast staat dat Elisabeth een markante vrouw was met een markant leven.

Beluister ook de 4 gesprekken die Ischa Meijer met Elisabeth Andersen voerde.
In het boek wordt regelmatig naar deze gesprekken verwezen.


ISBN 9789463821001 | Paperback | 240 pagina's | Uitgeverij Balans | september 2020

Dettie, 16 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Beste Basics
De Little Black Dress en 14 andere bestsellers uit de collectie van La Maison Victor
Eindredactie: Inez Falleyn


La Maison Victor is een van origine Belgische 'creatieve community' waar je patronen, tips, hulp etc kunt vinden bij het maken van kleding. La Maison Victor geeft ook een blad uit vol patronen voor man, vrouw en kind - Het is te vergelijken met de Nederlandse Knipmode. -
en via hun website kun je ook losse patronen aanschaffen wat soms wel zo handig is. Daarnaast vind je op www.lamaisonvictor.com ook adviezen over het gebruik van stoffen en alles wat je moet weten over het werken met een naaimachine en nog veel meer. Verder kun je op die site én op hun facebookpagina vragen stellen over de patronen.


La Maison Victor verkoopt ook de stoffen bij de patronen, maar die zijn in mijn ogen gruwelijk duur. Dan kun je beter het kledingstuk kant en klaar kopen. Vaak is juist het plezier dat je mooie kledingstukken voor een relatief lage prijs zelf kunt maken een van de redenen om dat te doen.


Het lastige van magazines met kledingpatronen is, dat ze vaak in twee maten (groot en klein) zijn te maken. En je moet de kledingstukken die in het blad staan maar net leuk vinden. Vaak koop je een blad omdat er één of twee patronen in staan die je aanspreken. - Hoewel La Maison Victor vaak wel meerdere leuke patronen in haar blad heeft staan - Het prettige is nu dat in dit boek vijftien basispatronen van maat 30 tot 56 zijn weergegeven, inclusief de patronen! Dat is wel bijzonder! Die basispatronen zijn tijdloos en zoals gemeld, ze kunnen de basis van je hele garderobe vormen.
Het handige is dat je met hetzelfde patroon dankzij gebruik van verschillende stoffen er toch steeds heel eigentijds uit kunt zien.


Voor dit boek is een selectie gemaakt van patronen voor 4 jurken, 3 T-shirts, 2 blouses, 2 broeken, 2 rokken, een sweater en een jas. Maar voordat je achter de naaimachine kunt kruipen moet je natuurlijk eerst je maat weten. Er staat een tabel weergegeven waaruit je na het meten van taille-, heup-, borstomtrek en armlengte precies op kunt nazoeken welke maat je voor de patronen moet gebruiken.
Daarna volgt het patroon opzoeken op het patronenblad, het overtekenen, het patroon op de stof leggen en uitknippen etc. Hoe dat allemaal moet, staat gelukkig duidelijk aangegeven in het boek.


En dan begint het allerleukste... Het in elkaar zetten van het kledingstuk. Stap voor stap wordt aangegeven wat je moet doen. In het boek wordt begonnen met een geruite doorknoop jurk met kraag. De mouwen hebben manchetten en een kleine split (Gelukkig bestaat de geruite jurk uit verschillende ruitjes want een patroon op ruit leggen is wel iets voor vergevorderden). Persoonlijk had ik wel voor een makkelijker patroon gekozen om mee te beginnen, zoals de erg mooie Moira jurk, dat is een eenvoudige getailleerde jurk zonder veel extra's. Hooguit is de 'blinde' rits inzetten van die jurk wat lastig.
De uitleg bij de patronen is verder eenvoudig maar doeltreffend.


Wat ik bij de broeken jammer vindt, is dat er geen jeansmodel in het boek is opgenomen, dat is tegenwoordig toch echt wel een basic kledingstuk. Wel kunnen we een bandplooibroek en een soort 'joggingbroek' maken, die je sportief of klassiek kunt dragen, afhankelijk van de stof.


De patronen voor de T-shirts zijn prima, die gaan zeker gebruikt worden, evenals het patroon voor de prachtige lange winterjas. De 2 blouses zijn klassiek, één zelfs met stoffen zelfgemaakte knoopjes, de ander met een striklint en verborgen knoopsluiting. Beide modellen zijn wel erg mooi qua snit. Met de juiste stof heb je daarmee echte eye-catchers.


Het stofgebruik voor de kleding in het boek is in mijn ogen soms vrij ouderwets maar daar moet je doorheen kijken want de patronen zelf zijn goed en hebben een mooie, tijdloze allure. Over de pasvormen is duidelijk nagedacht en de meeste mensen kunnen deze patronen prima gebruiken als zij op een mooie, eigen manier voor de dag willen komen. Maar het is natuurlijk vooral het stofgebruik, de kleuren en patronen, die het kledingstuk écht persoonlijk maken.
Kortom, het zijn allemaal prima basispatronen voor allerlei gelegenheden die je nog vele jaren kunt gebruiken.
Fijn boek!


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789401470162 | Paperback met patroonladen in de flappen| 188 pagina's | Uitgeverij Lannoo | oktober 2020
Afmeting 26,1 x 21, 2 cm Ontwerp en uitvoering patronen Evelien Cabie, Teresa Bosteels, Céline Van Wassenhove

©  Dettie, 16 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Franse Revolutie en het christendom
De gewelddadige scheiding tussen kerk en staat
Pierre Trouillez


Het is schokkend om te lezen hoe snel hooggestemde Verlichtingsidealen over verdraagzaamheid en mensenrechten in de praktijk zijn omgeslagen naar terreur en vervolging. Dat is precies wat in 1789 in Frankrijk gebeurde toen het onderdrukkende Ancien Regime werd ingewisseld voor een net zo onderdrukkende regime van Verlichtingsmensen. Dat was niet het vooropgezette plan van de revolutionairen, schrijft Pierre Trouillez. Maar daar liep het wel op uit toen de kerk zich niet kon verenigen met Verlichtingsidealen en trouw aan het Vaticaan gezien werd als verraad aan de staat.


De kerk, en in de context van het Frankrijk van 1789 is dat altijd de katholieke kerk, was nauw gelieerd aan de monarchie. Na 1789 moest de kerk zich zien te verhouden met de nieuwe machthebbers. De vraag wat de juiste opstelling was, spleet de kerk. Een deel van de geestelijkheid wilde zich schikken, een deel werkte van harte mee aan de strijd tegen bijgeloof en stond achter de hervorming van kerkelijke instituties, nog een ander deel verzette zich, en nog weer anderen weken uit voorzorg uit naar het buitenland.


In 1793 ging de kerk door een diep dal. Bisschoppen werden onthoofd onder de guillotine, priesters werden gevangengezet, gemarteld, gedeporteerd, kerken werden geplunderd, kerkschatten gingen voorgoed verloren. Een ware beeldenstorm raasde over het land. Iedereen die het Verlichtingsconcept van vrijheid en gelijkheid niet voor de enige waarheid hield, was een vijand van het menselijke ras en een tegenstander van het regime. Katholieken waren ‘achterlijke mensen’ en priesters waren ‘fanatieke zwartrokken’.


‘In naam van de grote revolutionaire idealen eiste de Terreur een zware tol aan mensenlevens. Zowat 40.000 mensen werden na een schijnproces onthoofd. Het neerslaan van de opstand in de Vendée kostte het leven aan 117.000 inwoners. Het aantal terechtstellingen in Parijs werd zo opgedreven dat de guillotine verplaatst moest worden. Het riool kon het bloed niet meer afvoeren” (blz. 139). De Britse historicus Michael Burleigh gebruikt hiervoor de term ‘genocide’ (In: Aardse Machten, blz. 119 en 124). Zo ver gaat Trouillez niet, maar zijn verhaal is er niet minder erg om.


Pas toen Napoleon in 1798 aan de macht kwam, keerde de rust terug. Napoleon wilde een verenigd Frankrijk en zoveel mogelijk steun voor zijn regering. Daarom had hij baat bij een concordaat met de kerk. In 1801 herkreeg de kerk met dit concordaat de vrijheid van godsdienst. Langzaamaan herstelde de kerk van de zware slagen die in de voorgaande jaren waren toegebracht. Niet in het minst schrijft Trouillez, dankzij de inzet en de trouw van vooral vrouwen.


Pierre Trouillez beschrijft deze moeilijke jaren glashelder en met ingehouden emotie maar heel integer. Trouillez beschikt over de gave om feitelijke ontwikkelingen te verweven met persoonlijke belevenissen. Pakkende citaten en anekdotisch materiaal maken het aangenaam om zijn boek te lezen.


Op blz. 289 citeert Trouillez een bisschop die na het sluiten van het concordaat zei: “We weten nu wat er wordt van een natie die zich door filosofen laat besturen. Deze verschrikkelijke les zal door het nageslacht niet worden vergeten.”


Dat is inderdaad de les die we uit deze jaren kunnen trekken, maar waarvan te vrezen valt dat die toch vandaag de dag niet wordt toegepast. Zie maar hoe de Westerse samenleving tot op het bot verdeeld is en hoe fanatiek de eigen waarheid wordt uitgedragen.  In de Verenigde Staten staan bewapende burgers op voet van oorlog met elkaar. Het is te hopen dat dit niet ons voorland is, maar in het publieke debat slaan de vlammen van haat en wrokkige woede er wel van af.


Trouillez schreef een behartigenswaardig, boeiend en indringend boek met een hoge actualiteitswaarde. Uit zijn overzicht van geraadpleegde literatuur en bronnen blijkt hoe goed de auteur is ingelezen in zijn onderwerp. Het boek van de gerenommeerde historicus Michael Burleigh uit 2006 ontbreekt echter in de literatuuropgave.


Eén ding moet ik tot slot nog wel opmerken. Het is wrang dat dezelfde katholieke kerk, die zozeer onder de Terreur heeft geleden, onder het Ancien Régime zelf van harte heeft meegewerkt aan de vervolging van de Hugenoten.


Pierre Trouillez (1946) was docent kerkgeschiedenis en godsdienstwetenschappen in onder andere Leuven en Brussel. Hij heeft meerdere publicaties over de geschiedenis van het christendom op zijn naam staan. In dit boek zijn naast de literatuurlijst, het notenapparaat en het register ook nog eens tien fraaie overzichtskaarten opgenomen.


ISBN 9789401917247 | Paperback | Omvang 352 blz. | Uitgeverij Omniboek | september 2020

© Henk Hofman, 8 oktober 2020

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER

 

Koningin Elizabeth II
De biografie
Het ware verhaal achter The Crown

Sally Bedell Smith


Koningin Elizabeth II is geboren in april 1926. Zij is nu 94 jaar oud. Vanaf 1952 is zij koningin van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Ook is zij staatshoofd van de landen die behoren tot de Commonwealth. In regeringsjaren overtreft zij koningin Victoria (1819-1901) die 63 jaar vorstin is geweest. De teller staat bij Elizabeth nu op 68 jaar.
Haar naam verwijst naar koningin Elizabeth I die leefde van 1533-1603 en die vanaf 1558 regeerde tot haar overlijden in 1603.


Anders dan de vorsten uit het Oranjehuis die op enig moment afstand doen van de kroon ten gunste van hun opvolger wil Elizabeth koningin zijn voor het leven. Haar hoge leeftijd ten spijt is er geen enkel teken dat zij zal abdiceren.


Gedurende haar regeringsperiode heeft zij met veertien premiers te maken gehad. Dat loopt van Winston Churchill tot Boris Johnson. Van die veertien premiers zijn er twee vrouw geweest: Margaret Thatcher en Theresa May. Met al die premiers heeft zij een goede, professionele verstandhouding opgebouwd.


Koningin Elizabeth vervult haar ambt op een plichtsgetrouwe en gewetensvolle wijze. Ze is een baken van rust en stabiliteit in woelige tijden. Ze staat boven de partijen en blijft binnen de grenzen van haar wettelijke bevoegdheden. De wekelijkse audiënties met de premier zijn een gelegenheid om haar mening te uiten en kanttekeningen te plaatsen bij plannen van de regering. Maar dat heeft nimmer tot problemen geleid en de inhoud van de gesprekken is bovendien geheim. De koningin brengt haar persoonlijke mening nooit naar buiten. Zo heeft ze bijvoorbeeld de Brexitwet getekend, maar weten wij niet hoe zij zelf over deze historische scheiding denkt.


Koningin Elizabeth heeft met veel schandalen te kampen gehad in haar eigen familie. De problemen die er in ons land zijn geweest rondom prins Bernhard vallen erbij in het niet. Toen het huwelijk van prins Charles met Lady Diana brak, kwamen er zoveel onsmakelijke details naar buiten dat de Engelse monarchie op zijn grondvesten schudde. Mede dankzij het optreden van Elizabeth heeft de monarchie dat doorstaan. De rust is niet geheel teruggekeerd. Prins Harry en zijn vrouw Meghan wilden niet langer in de schijnwerpers van de publiciteit staan. Zij deden afstand van hun titels en traden terug als leden van het Britse koningshuis.


Sally Bedell Smith schreef een lezenswaardige biografie. Aan haar boek is grondig onderzoek voorafgegaan. Het verhaal steunt op een indrukwekkende reeks aan bronnen en op talloze interviews. Bedell Smith schrijft feitelijk, objectief en boeiend. Ze laat zien hoe het mogelijk was dat Lady Diana uitgroeide tot een icoon, de ‘prinses van het volk’. Maar ze beschrijft ook haar emotionele instabiliteit en het manipuleren van de pers waarbij ze haar eigen ontrouw tijdens het huwelijk met prins Charles verzweeg. De lezer moet zelf maar zijn conclusie trekken uit het relaas, de schrijfster loopt ons niet voor de voeten met haar eigen commentaar.


De uitgever heeft het boek mooi uitgegeven, rijkelijk voorzien van fotomateriaal en twee fotokaternen waarvan het tweede in kleur.


Royaltydeskundige Rick Evers schreef een Epiloog waarin hij beschrijft hoe de koningin moeilijke belangen in evenwicht weet te houden. Het boek is prima vertaald door Marjolein Hazelzet en Annemie de Vries.


Op blz. 156 en 157 krijgt president Kennedy de voornaam ‘Jack’ mee. Elders in het boek wordt de juiste voornaam (‘John’) gebruikt.


Sally Bedell Smith schreef een knap boek over een koningin die in schokkende tijden haar ambt ongeschokt bleef vervullen. Zij schreef al eerder biografieën van prins Charles, prinses Diana, John en Jacqueline Kennedy en Bill en Hillary Clinton. Zij is sinds 1996 redacteur bij Vanity Fair.


ISBN 9789046826775 | Hardcover | 639 bladzijden | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | augustus 2020
Vertaald door Marjolein Hazelzet en Annemie de Vries

© Henk Hofman, 23 september 2020

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER