Debuten

Op deze pagina worden recensies geplaatst over boeken van debuterende schrijvers/schrijfsters.


Ook dit jaar lezen Marjo, Annemarie en Dettie de debuten, die op de inzendingenlijst van de ANV Debutantenprijs staan, weer mee.
Zij proberen zoveel mogelijk de boeken die op de lijst van inzendingen staan te lezen en recenseren maar ook andere debuten die (nog) niet op de lijst staan hebben hun belangstelling.
Boeken die ze hebben gelezen staan op deze pagina en in het archief


Zie ook: 
DordtLiterair

en de interessante nieuwe site Van debutant tot bestseller

 

Alle kleuren van de nacht
Sanne Helbers


Je zoekt naar het leven in plaats van het accepteren zoals het is.


Deze zin vormt de kern van het verhaal.
Helena voelt een leegte in haar leven die constant opgevuld moet worden met nieuwe uitdagingen. Na uiterlijk twee jaar ergens gewerkt te hebben slaat opnieuw de zinloosheid van dat alles toe en veranderd ze weer van baan. Ze reist daarom ook enorm veel en als ze onderweg Taco ontmoet die net zo'n bevlogen reiziger is als zij meent ze haar maatje gevonden te hebben. Ze zijn inmiddels al zes jaar samen.


Maar waar Helena telkens opnieuw de drang tot veranderen en vertrekken voelt, is Taco gematigder. Hij vindt reizen bijvoorbeeld prima maar een wat behoudender leven, zonder eeuwig onderweg te zijn, spreekt hem meer aan. Reizen moet een extra iets blijven, maar niet een vorm van leven zijn. Helena stikt in zo'n leven. Ze kan zo niet verder.


Het is dan ook bijna onvermijdelijk dat Helena na online contact gekregen te hebben met Raavi, een fotograaf uit India, out of the blue naar dat land te reist om hem te ontmoeten. Hun contact hield een belofte in, er is een enorme aantrekkingskracht. Inwendig is ze al bezig met een relatie met Raavi. - In feite is het opnieuw een vlucht uit het dagelijkse bestaan, opnieuw een vlucht om haar inwendige leegte te vullen. -  Taco accepteert het gelaten. Om haar te houden zal hij haar los moeten laten, denkt hij.


Tot haar verrassing en schrik blijkt Raavi een vrouw. Na de verwarring en ook boosheid blijkt de aantrekkingskracht er nog steeds te zijn. Maar in India wordt een relatie tussen vrouwen niet geaccepteerd en de gevolgen van een dergelijke relatie zijn verstrekkend en gevaarlijk voor de vrouwen zelf en hun familie.
Helena beseft totaal niet hoe sterk dat oordeel is, pas na een zeer heftig vooral, begrijpt ze in wat voor onmogelijke positie Raavi zich bevindt...


Ondertussen lezen we via flash-backs over Helena's gevecht met het leven zelf. Ze zoekt in alle uithoeken van de wereld naar de reden van bestaan. Ze rent de aardbol over, loopt bij een psychiater na een zelfmorodpoging, en meent telkens hèt gevonden te hebben totdat de 'jeuk in haar hoofd' weer toeslaat en ze weer op zoek gaat naar een nieuwe uitdaging. De ontmoeting met Raavi zet haar bestaan echter helemaal op zijn kop. Heeft ze nu de zin van het leven te pakken? Of blijft haar vlucht uit de werkelijkheid doorgaan?


Voor mensen die neerslachtig van aard zijn, lijkt mij dit boek niet echt geschikt, of misschien juist wel, misschien schenkt het de troost van herkenning. Vooral als je de woorden van Helena goed tot je door laat dringen moet je even slikken, waarom leven we eigenlijk? Die vraag zal mogelijk eeuwig blijven bestaan.
Maar aan de andere kant laat het verhaal in dit boek ook zien dat het leven altijd verrassend is, of je nu zoekt naar die verrassing en/of uitdaging of niet.


Het einde van het boek is jammer genoeg vrij raadselachtig. Het vormt niet de afsluiting die het verhaal verdient.
Het verhaal zelf is wat wisselvallig. Het ene moment schiet Sanne Helbers in een beschouwing die een diepgaand inzicht toont, ze haalt Camus en Satre aan, maar gaat net niet ver genoeg om het tot een mooi geheel om te vormen met de rest van het verhaal. Het blijven bijna op zichzelf staande bespiegelingen.
Ook de verbazing van Raavi over gebruiken in het Westen doet wat vreemd aan, aangezien ze een tijd in Londen gestudeerd heeft.
De sensuele ontmoetingen met bepaalde mannen gaven de indruk dat ze het verhaal moesten 'opleuken'. Maar daarmee schoot Sanne Helbers in mijn ogen de plank mis, het voegde namelijk niets toe aan het verhaal dat op zich al genoeg aan haar eigen inhoud heeft.


Het woordgebruik is ook af en toe wat te ver gezocht; muntige brij voor tandpasta. Of de zin 'ik wil zijn brede schouders best laten zien dat ik er ook wat van kan' die doet wat vreemd aan. Het woord geluidswalm komt op mij ook over als een woord dat verzonnen is voor het mooie maar in feite daardoor just de plank misslaat.


Maar ondanks deze opmerkingen en na aanvankelijke weerzin vanwege de deprimerende gedachtes van Helena, bleef ik wel lezen. Het boek hield me toch in zijn greep, de depressieve gevoelens werden wel heel goed verwoord. Je begreep uitstekend hoe Helena de wereld zag. Je bleef lezen omdat je wilde weten of zij tot een oplossing kwam, of zij de wereld anders kon gaan bekijken dan ze deed. Kon zij het leven gaan accepteren zoals het zich aan haar voordoet?
Het verhaal rond de problematiek in India omtrent homoseksualiteit maakt het verhaal extra indringend.

Dat gegeven en de gedachtengangen en visies van Helena - en de gematigder Taco - laten je na het lezen nog flink nadenken. Het boek laat je niet onmiddellijk los en dat is iets wat ik erg prettig vind aan een boek.


Susanne Helbers studeerde algemene kunstwetenschappen aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Ze werkt als programmamaker bij Studium Generale aan de TU Delft. Tijdens een wereldreis trok zij door India, waar de basis voor Alle kleuren van de nacht werd gelegd


ISBN 9789026355820 | Paperback | 276 pagina's | AmboAnthos | juni 2021

© Dettie, 10 september 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De genade
Hans Theys


‘Wat jij mij wilt vertellen, weet je al. Maar wat je nog niet weet, is wat ik zie, voel en denk als ik naar je werk kijk. Jij maakt jezelf kwetsbaar door het te maken en te tonen, ik moet mezelf kwetsbaar maken door te vertellen wat het bij mij oproept.’


Dit is een citaat van Versluys, de docent, wiens verdwijning onderzocht wordt door rechercheur Breukmans.
De schoonmaakster heeft het gemeld nadat ze ontdekte dat Karel Versluys, kunstcriticus  en docent aan een kunstacademie, al een paar weken niet thuis is geweest. Ze omschrijft de man als correct en proper. Ze wist te vertellen dat hij gescheiden was en een zoon van zestien had. De buurman vertelt dat er sprake is van meerdere vrouwen en een stuk of vier stiefkinderen, voor wie Versluys zich verantwoordelijk voelde.
Terwijl Breukmans het onderzoek oppakt en de mensen uit Versluys’omgeving ondervraagt, wordt diens auto gevonden, in het kanaal. Maar geen lichaam.


De studenten vonden hem een gek, die ook niet echt op een goede manier les kon geven. Breukmans vindt brieven van de studente Laura. ‘Lieve Karel’ noemt ze hem. Zij zegt tegen Breukmans: ‘De man was vreemd, maar niet achterlijk.’ en ‘Ik had medelijden met hem. Hij had iets kwetsbaars waardoor ik hem wilde troosten.’ Had Versluys een relatie met deze Laura?


Breukmans praat met Mike, een vriend van Versluys bij de AA: ‘Hij wilde altijd iedereen redden.’
Met de buurman: ‘Hij is een beetje kinderlijk. Het type dat gestudeerd heeft, maar eigenlijk niets nuttigs weet. Heel onpraktisch. Je kon hem alles wijsmaken.’ Maar de buurman weet wel te vertellen dat er schilderijen verdwenen zijn. Is er sprake van een roofoverval? Maar er zijn geen inbraaksporen.
De stiefzoon:  ‘Hij was een beetje ongewoon. Maar waarom dat zo was zou ik niet kunnen zeggen.'
Een ex zegt: ‘Hij was een manipulator, een dominant persoon.’
Een andere ex: ‘De man was een wandelende catastrofe.’


Dan wordt ook Versluys zelf gevonden. Het lijkt er op dat hij vermoord is.
Maar Breukmans weet het nog niet zo net. Zijn onderzoek levert verrassende dingen op.


En dan is dit verhaal afgelopen, en volgt een tweede verhaal, De verlossing genaamd. Nu is Versluys zelf de hoofdpersoon. We volgen hem op zijn laatste dagen. Dood is hij absoluut. Maar de omstandigheden, komen die overeen met wat Breukmans geconstateerd heeft? En wie was deze man over wie men zo verschillend oordeelde?

We weten immers intussen dat Breukmans zelf net zo’n raadselachtige figuur is als Versluys.Behalve dat hij een geheim koestert, heeft hij een tic: hij koopt vers brood om in zijn auto te leggen: er gaat niets boven de geur van versgebakken brood, vindt hij. Er is een oude tante, een yogalerares en er zijn de boeken. Boeken over insecten, waar hij graag in leest. Ook is hij fan van Philip Roth.
Hij is niet bepaald een doorsnee politieman, zoals dit boek ook geen doorsnee misdaadverhaal is. En een kunstwerk dat geen unanieme reactie oproept. Is dat debet aan het kunstwerk? Of aan de persoon die beoordeelt?
Voor ieder ander is een mens een ander. Wie ben je in je eigen ogen en in die van een ander?


De twee verhalen vormen een wonderlijke samensmelting, die je vaker moet lezen om te kunnen begrijpen wat de schrijver nu eigenlijk wil vertellen. En al die dromen? Beide personages dromen, toevallig ook beide over die indiaan? Vragen, en nog meer vragen. En of je antwoorden krijgt op al je vragen?
Niet? Dan lees je het toch nog een keer! Dat is absoluut geen straf, het is een wonderlijk boek, de stijl is prettig. Er zijn veel verwijzingen, naar boeken, naar muziek, naar kunst, die nooit opdringerig worden. De sfeer is ietwat wazig, dromerig zogezegd, en dat betekent dat je bij iedere lezing nieuwe dingen ontdekt. Een fijn boek!


Hans Theys (1976) is een Vlaamse filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en regisseerde toneelstukken en maakte films. Eveneens is hij de auteur van tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars. De genade is zijn romandebuut.


ISBN 9789048860227 | paperback | 224 pagina's | Uitgeverij Lebowski | maart 2021

© Marjo, 27 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een opsomming van tekortkomingen
Ine Boermans


‘Hoe uiten uw klachten zich precies?’ vraagt hij. ‘Als ik de was sta te vouwen denk ik bijvoorbeeld: die arme mensen stonden ook gewoon de was te vouwen voor ze de volgende dag samen met hun kinderen werden vergast in Auschwitz.’


De ik-verteller zit bij de psycholoog, omdat ze dit soort dwanggedachten heeft. Niet alleen over de Jodenvervolging, haar gedachten kunnen ook gaan over de vleesindustrie, of zeehondenbaby’s. Zelfs over uitgestorven dinosauriërs. Allerlei gruwelijkheden passeren de revue. Maar vanwaar deze verregaande empathie, zoals de psycholoog het noemt?
Hij adviseert haar om dan maar eens goed te huilen als zulke gedachten haar weer overvallen. Maar dat advies werkt niet. Alles opschrijven is een ander advies, hetgeen ze dus doet.
En zoals psychologen dat doen: samen duiken ze in haar verleden.


Dan blijkt dat haar vader meestal boos was op haar. Of teleurgesteld. Het was nooit goed in zijn ogen. Lot was vier jaar toen haar ouders gingen scheiden. Ze bleef bij haar moeder. Het leven was makkelijk, haar moeder was makkelijk, vond alles best. Dat was een doorn in het oog van haar vader die ze om de week zag. Hij drong er dan ook op aan dat ze bij de keuze die ze op haar twaalfde zou moeten maken, voor hem zou kiezen. Hij had meer geld, was hoger opgeleid, sterker in opvoeden, dus, waarom zou ze twijfelen? Lot had geen verweer, en haar moeder had immers een nieuwe vriend, dus die redde het wel. Haar vader had ook een nieuwe vrouw, maar die bemoeide zich niet met Lot, negeerde haar liever.


‘Ik veranderde en mijn vader vond het allemaal maar lastig, vies en banaal. Dat ik ongesteld werd, een bh moest, groeide en jongens en kleren leuk vond. Hij vond het ordinair, zijn toekomstige vrouw ook. ‘


Ook na de in zijn ogen enige juiste keuze bleef haar vader negatief afgeven op haar moeder. Hij vond niets goed wat zij gedaan had, hij zou het anders doen.
Daar kwam Lot al snel achter. Ze moest een modelkind worden. Dat lukte haar natuurlijk niet.
Ze moest er wel zijn, maar ze mocht zich niet laten horen. Vriendinnetjes over de vloer, dat was lastig. Haar eerste vriendje, dat ging natuurlijk ook fout. (al heel wat trouwens dat ze de jongen mee naar huis nam!)


Tenslotte loopt ze weg, ze is dan zeventien en gaat terug naar haar moeder. Gevolg: opnieuw strijd tussen haar ouders. Het resultaat is dat ze bij geen van beiden blijft wonen. Ze woont nog niet lang op zichzelf als haar moeder komt te overlijden.
Dan komen de brieven. Kantjes vol schrijft haar vader, over de tekortkomingen. Van Lot natuurlijk, maar ook van haar moeder. Steeds opnieuw schrijft hij dat hij zo’n goede vader voor haar is geweest en dat hij nu zo teleurgesteld in haar is. En steeds refereert hij aan de boterhammen met geprakte sardientjes die hij altijd klaarmaakte voor haar. Natuurlijk houdt ze helemaal niet van sardientjes. Een terugkerend thema: haar ondankbaarheid.
En toch trapt Lot erin als haar vader zegt dat ze weer mag komen. Ze wil geen wees meer zijn. Ze voelt zich eenzaam en zwak.


‘Ik ben toch wel blij dat je toegeeft dat ik gelijk had wat betreft het goed gebruiken van de kaasschaaf,’ zei mijn vader als ik mocht komen eten. ‘Dat je inziet dat je dat altijd fout hebt gedaan en begrijpt waarom ik daar zo boos om werd.’
Zelf had ik geen enkele herinnering aan het wel of niet goed gebruiken van de kaasschaaf. Toch knikte ik schuldbewust.’


Als hij haar verhalen aanhoort, trekt de psycholoog de conclusie dat haar vader een narcist is. En dat soort mensen, zegt hij, moet geen kinderen opvoeden.
Hij vindt een manier om Lot te leren met haar probleem om te gaan, maar het is niet gemakkelijk. Intussen heeft Lot zelf een gezin en ze wil haar kinderen hun opa niet onthouden.
Maar een narcist blijft natuurlijk een narcist.


Het verhaal lijkt een verzameling columns, stukken tekst, kort of wat langer, met een humor die minstens ironisch te noemen is, maar vaak ook naar het absurde neigt. De lach die bij de eerste pagina’s opwelt vergaat je al snel als je achter deze toon een ellendige verstoorde jeugd gaat vermoeden. Tussen deze teksten door die wisselend gaan over haar jeugd en de consulten bij de psycholoog, zijn er korte brieven die Lot schrijft aan haar overleden moeder.
‘Je liefhebbende lievelingsdochter’. (ze heeft geen broers of zussen)


Een opsomming van tekortkomingen is een schrijnend verhaal over geestelijke mishandeling.
Ondanks de ernst van het thema  is dit debuut zeer leesbaar is door de toon waarop Ine Boermans het verhaal schrijft.


Ine Boermans (1976) studeerde af aan kunstacademie Minerva in Groningen en is de afgelopen jaren ook gaan schrijven. Ze publiceerde essays en korte verhalen in De Gids, hard/hoofd, Papieren Helden en Tirade.


ISBN 9789493081864 | Paperback | 176 pagina's | Uitgeverij Orlando | januari 2021

© Marjo, 20 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Leegland
Marjan Brouwers


Van Nederland zoals wij het kennen is nog maar weinig over na een klimaatoorlog, overstromingen en aardbevingen. Er is een enclave rond Amersfoort-aan-Zee, er is de Archipel Amsterdam, en ten zuiden van deze overgebleven bewoonbare gebieden ligt ook de enclave Nijmegen. En, Leegland.


Zou dat Leegland, een gebied in het noorden waar vele mensen naar toe vluchten, een verzinsel zijn of zou het wel degelijk bestaan?
De president van Amersfoort-aan-Zee beweert van niet. Wie de enclave verlaat is ten dode opgeschreven. Maar waarom zou je vluchten? Hebben mensen het niet goed daar?
Niet dus. Er is een flinke tweedeling: de aanhangers van de president hebben het goed, en zijn leger ook. Maar een groot deel van de burgerbevolking is arm, en heeft er moeite mee zich aan de regels te houden. Wie dat niet doet, riskeert zware straffen: brandmerken is nog het minste, de beul hakt handen af, of deelt stokslagen uit. Ook verbanning kan je te wachten staan, naar Fort Zwolle.
Het is geen ideale samenleving.
En dan kun je nog ziek worden, er heerst een dodelijk virus, het Vikingvirus.


Wetenschapper Walter Rademaker werkt hard aan een oplossing, een geneesmiddel voor dat virus. Zijn zoon Julius helpt hem, net als diens halfzus Eva.
Als Julius ontdekt wat zijn vader eigenlijk doet - en gedaan heeft - is hij geschokt en absoluut bereid om het meisje te helpen dat op zijn pad komt. Als hij naar Fort Zwolle gestuurd wordt, ontmoet hij in de trein Senna, een soldate die gebrandmerkt is en verbannen wordt wegens desertie.
Als de trein aangevallen wordt door rebellen – die zijn er ook nog – weten ze samen te ontsnappen.
Een spannend avontuur volgt, waarin ze elkaar een paar keer kwijt raken. Ze ontmoeten mensen van allerlei pluimage, met allemaal een eigen agenda. Het is niet altijd duidelijk wie betrouwbaar is en wie niet.


‘Goed dan, ik ga mee, maar als ik ook maar een moment aan haar twijfel, schakel ik haar uit.’
‘Zo’n oud vrouwtje?’
‘Geloof me, ik heb peuters soldaten zien doden. Kinderen met granaten in hun knuistjes. Dus ja, ik maak haar dood als ze iets probeert.’
‘Wat jij wil, soldatenmeisje,’ zei Julius met een brede grijns en haastte zich op zijn zwabberbenen achter het oude mensje aan. Sukkel, dacht Senna. Die vertrouwt echt iedereen. Leven wij in dezelfde verrotte wereld?
Julius keek over zijn schouder en lachte naar haar. ‘Kom je?’


De proloog (niet dit stukje tekst!) trekt de lezer onmiddellijk het verhaal in: een pasgeboren kind wordt door zijn eigen vader bij de moeder weggehaald. Subject J52A belandt in een laboratorium.
Daarna volgt het verhaal dat vanuit wisselend perspectief verteld wordt, vooral dat van Senna en Julius, maar ook Eva doet mee.
Deze fictieve wereld wordt overtuigend beschreven, vooral omdat er zoveel elementen inzitten die helemaal niet zo bizar zijn als je zou denken. En omdat het verhaal in Nederland speelt, zelfs al heet het niet meer zo, is het herkenbaar. Zelfs al is er dwangarbeid, en is bidden verboden.
Het levert een intrigerende en spannende dystopische roman op. Hopelijk wordt het nooit onze toekomst, maar…


Marjan Brouwers (1963, Midwolde) studeerde Engels aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze schrijft columns, brochures en andere teksten voor allerlei opdrachtgevers en maakte samen met Jeannette van Ditzhuijzen eerder een boek over kastelen in Nederland.
In mei 2016 verscheen hun roman Ren, Janina, ren!, een verhaal dat zich in Polen afspeelt tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Leegland is haar echte debuut.


Zie ook http://leegland.nl


ISBN 9789054523888 | paperback |250 pagina's | Uitgeverij Passage| oktober 2020
Ook voor Young Adults

© Marjo, 18 januari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De tussenzus
Vincent Kortmann


Het boek begint met een spreekbeurt die Tommie houdt. Het moet gaan ‘over jezelf’.


‘Wat krijg je als je een dichteres kruist met een politicus?
Een kind dat allitererend liegt? Iemand die rijmend zijn zakken vult?’


Hier wordt voor de lezer al duidelijk dat Tommie geen normale jongen is. Of dat tenminste zijn ouders niet doorsnee zijn. Dat zal niet zonder gevolgen blijven…


Tommie Boezerman heeft zijn achttiende verjaardag bereikt. Hij besluit van school af te gaan, ook al zit hij in het examenjaar. Wat hij dan wel wil, dat weet hij (nog) niet. 
Het is tekenend voor de situatie thuis dat zijn vader het allemaal best vindt, als hij maar niet de hele dag thuis rondhangt, maar ook iets nuttigs doet. Dat wordt de kringloop, drie dagen in de week rijdt hij met de oudere Jaap in het busje om spullen op te halen. Het bevalt hem eigenlijk prima, met Jaap kan hij het goed vinden. Hij heeft misschien wel meer aan deze man dan aan zijn vader.
De vader, Manfred, is een politicus, een charmeur, die het niet zo nauw neemt met de regels. Hij toont geen interesse in het leven van zijn zoon. Zijn assistente Jessica regelt alles voor hem. Ook het contact met Tommie.


Sinds zijn moeder is overleden – Tommie was toen acht jaar, ze verdronk in de Waddenzee - heeft hij diverse au-pairs gehad – allemaal jong, mooi en Frans, uitgekozen door zijn vader(!). Sinds zijn veertiende moet hij het zelf maar uitzoeken in het grote luxueuze huis. 
In dat huis woont ook Cleo. Zij is de dochter van een eerdere relatie van Manfred, door haar moeder achtergelaten. Tommie behandelt haar als zijn zus, maar dat is ze natuurlijk niet.


Wat ze gemeen hebben is hun achtergrond. Hun ouders waren er nauwelijks voor hen. Terwijl Cleo rebelleert - ze is dol op wapens, hetgeen misschien minder strookt met het feit dat ze zeer milieubewust is. Ze is veganistisch en eet macrobiotisch.
Tommie lijkt zich ‘normaal’ te gedragen, maar hij wordt beheerst door een stille woede. Hij probeert zich zijn moeder te herinneren, was zij er wel voor hem toen ze nog leefde? Hij maakt er notities van. Maar het blijft surrogaat. Als hem door zijn vroegere lerares Mascha gevraagd wordt om een toneelstuk te schrijven voor zijn voormalige school, schrijft hij zijn woede van zich af. Dat verzoek deed Mascha evenwel niet zomaar: zij is bezig aan een proefschrift over de dichteres Katinka Tonken. En dat is Tommies moeder.


Echte spanning lijkt er niet in het verhaal te zitten, Vincent Kortmann houdt zich in. Maar de lezer voelt wel dat er iets broeit onder de oppervlakte. De tragiek van Tommies leven is voelbaar. Er staat iets te gebeuren.
Cleo’s hobby neemt verdachte vormen aan, terwijl ook het toneelstuk uit de hand loopt. Tommie denkt dat alles goed zal komen als het eenmaal opgevoerd wordt…


Grote thema’s worden als terloops aangestipt. De karakters van Tommie en in mindere mate Cleo worden goed uitgewerkt, de nevenpersonages doen ter zake. De hoofdrolspelers zijn jongeren, daar horen licht erotische scenes bij. We weten niet wat Cleo bezielt, omdat Tommie het vertelperspectief vormt, maar er wordt gehint dat zij hun relatie anders ziet dan hij. 


Het verhaal is geschreven op een lichte toon, met een dosis wrange humor. Het is een verhaal dat blijft hangen, de figuur Tommie kruipt onder de huid van de lezer. Het is razend knap dat je zonder het expliciet op te schrijven de lezer toch duidelijk maakt hoe het met de jongen gesteld is.
Heel mooi debuut!


Vincent Kortmann (1975) volgde de Schrijversvakschool in Groningen die hij in 2007 afrondde. Hij schreef al eerder enkele kortverhalen, maar De tussenzus is zijn debuutroman.


ISBN  9789025457853  | paperback | 576 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | augustus 2020

© Marjo, 20 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Stenen eten
Koen Caris

Drie jaar nadat zijn zus besloot een einde aan haar leven te maken, lijkt Bens leven zich enigszins te stabiliseren. Het gezin is danig ontwricht geraakt, de vader is verdwenen, de moeder is depressief en houdt het ogenschijnlijk alleen vol doordat Ben haar in de gaten houdt. Ben zelf heeft enkele dwangneuroses ontwikkeld, maar dat weet hij goed te verbergen. Hij is nu zeventien, zit in het laatste jaar, vlak voor zijn eindexamen.


Een normale jongen van 17 zou zich bezighouden met dat examen en de wijde wereld die daarna voor hem open ligt. Met meiden en uitgaan. Ben niet. Hij is de onzekere adolescent, de ik-verteller, geobsedeerd door zijn schuldgevoelens, zijn eigen verdriet en dat van zijn moeder.
En een geheim.


De ene dag volgt op de andere, op school gaat alles zijn gangetje. Terwijl de zomer verzengend toeslaat, nadert het eindexamen.
En dan geeft een van zijn klasgenoten een feest. Emma is een van de Parkmeisjes, een ‘roedel dunne meisjes uit verschillende jaren die naast de vijver in het park rondhangen en daar madeliefkransen vlechten met elkaar.’
Kim, Bens zus was een van hen. Ben werd genegeerd door deze meisjes, hij is dan ook verbaasd als Emma bij hem komt zitten en over Kim begint te praten.
Later, als Emma net als Kim een einde aan haar leven heeft gemaakt, is er opnieuw het schuldgevoel. Had hij het moeten zien aankomen? Had hij Emma tegen kunnen houden? De schuld voegt zich bij de eerdere schuldgevoelens.


Bij de afscheidsdienst voor Emma is er onverwacht veel aandacht voor Ben en zijn moeder. Later ziet Ben de foto’s die overal aangeplakt zijn. Van Kim. Zijn moeder en hijzelf worden gezien als ervaringsdeskundigen! Wat moet hij hiermee? Hij wil niet ‘dubbel anders’ zijn!


En er broeit iets in het dorp onder de jongeren. Dat voelt hij wel, maar het gebeurt buiten hem om. Als hij het door begint te krijgen, komt hij voor de keuze te staan (nog een!): iemand waarschuwen? Maar wie dan?


Het verhaal speelt zich af in een klein nogal geïsoleerd dorp, ons kent ons. Er heerst een hittegolf, waardoor de lamlendigheid toe lijkt te slaan. Na het examen is er iedere dag wel ergens een feest. Alcohol, drugs en de druk van de massa. Het kan niet goed gaan. De sfeer is dan ook zeer beklemmend. Koen Caris beschrijft emoties zonder opsmuk. Deze feitelijkheid maakt het alleen maar erger. Als het einde van het aantal pagina’s nadert wil je eigenlijk niet verder lezen, hoe gaat dit af lopen?


‘Daaraan herken je een verdrietig huis: dat gaat achterlopen op de huizen eromheen. ’s Ochtends blijven de gordijnen langer dicht, en ’s avonds staat de televisie nog aan lang nadat de andere woonkamers donker zijn geworden. De kerstboom komt, als hij komt, een paar dagen voor kerst en blijft daarna staan tot eind januari, steeds kaler en bruiner.‘


‘Kims dood heeft haar (= haar moeder) ingewanden vervangen door lucht; het kleinste sneetje en ze loopt helemaal leeg.’


‘Zogenaamde stiekeme koekeloertjes die honderd verschillende vormen konden hebben, maar allemaal hetzelfde zeiden: jullie horen niet meer bij ons.’


Caris heeft een talent voor mooie zinnen, die raak zijn en uitnodigen tot herlezen. Zeker, het boek gaat over een bizarre hype, maar vooral ook is het een coming of age, over een jongen die moet dealen met het verlies van zijn zus, zijn vader en eigenlijk ook zijn moeder, en bovenal moet leren accepteren dat hij is wie hij is.
Heel mooi debuut.


Koen Caris (1988) is schrijver, schrijfdocent en vertaler.


ISBN9789025454876 | Paperback | 272 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | juli 2021

© Marjo, 14 september 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ik herinner me jou
Elly Persons


Op het laatste moment besluit Yvonne, een vriendin, mee te reizen met Ellen (53 jaar) waardoor ze apart van elkaar komen te zitten in het vliegtuig. Dat maakt dat Ellen naast een man komt te zitten die een vriendelijk en aantrekkelijk gezicht heeft. Ze praten wat, hij woont met zijn vrouw en twee zoons, in een bergdorpje, Mijas Pueblo, bij Malaga. Deze laatste plaats is de vakantiebestemming van Ellen. Mark Rolner (46 jaar) vertelt dat hij appartementen verhuurt. Ze hebben een erg gezellig gesprek en de vrijgezelle Ellen vindt het jammer dat hij al bezet is.


Eenmaal op haar vakantiebestemming kan ze Mark maar niet uit haar hoofd zetten. Het verrast haar dan ook dat hij een vriendschapsverzoek stuurt via facebook. Natuurlijk accepteert ze zijn verzoek. Yvonne waarschuwt Ellen, ze heeft toch al eens een relatie met een getrouwde man gehad, ze weet toch waar dat op uitdraaide? Toch blijft Mark evengoed steeds maar door haar hoofd spoken.


Ellen weet overigens precies wat ze wil, zij bepaalt ook zelf wat ze wel of niet gaat doen in de vakantie. Een bezoek aan Granada en Sevilla, zoals haar vriendin graag wil, weigert ze tot teleurstelling van Yvonne. Ook later blijkt dat ze een sterk eigen willetje heeft...


Eenmaal thuis reageert Mark, tot Ellens verbazing, met een privéberichtje op een facebookverhaaltje van Ellen en dat zal achteraf het begin blijken van een zeer onstuimige tijd. Ellen geeft dan namelijk te kennen dat ze hem erg leuk vindt en dat blijkt wederzijds, ook Mark is diep onder de indruk van Ellen. Het draait er op uit dat hij naar Nederland komt en het knettert nog steeds flink tussen de twee.
Binnen een paar maanden staat hun wereld op zijn kop. Mark verlaat zijn vrouw, die met de kinderen terugkeert naar Nederland. Ellen zegt haar goedbetaalde baan op, verkoopt haar huis en emigreert naar Spanje. Ze trekt bij Mark in, in Villa la Vida.
Ellen weet het zeker, dit is dé man!


Natuurlijk is de begintijd er een die ze op roze wolkjes doorbrengen, de verliefdheid spat er vanaf. De Villa is overigens wel ongezellig volgens Ellen. En dat hij zijn kinderen nog niet wil blootstellen aan een ontmoeting met haar, vindt ze eigenlijk wel heel raar... En zijn beste vrienden zijn ook niet echt geweldig in Ellens ogen... Ze maakt zelfs ruzie met ze.


Langzamerhand komt dus het verschil van opvattingen tussen het stel naar voren. Het komt erop neer dat Mark Ellens houding niet begrijpt en zij snapt niet dat hij niet inziet hoe lastig het allemaal voor haar is. Bovendien heeft zij àlles opgegeven voor hem... De paniek slaat af en toe dan ook flink toe. Heeft ze wel het juiste gedaan? Hoe zal dit allemaal aflopen?


De scheiding van Mark verloopt ook niet vlekkeloos. Zijn ex wil het onderste uit de kan en dat stoort Ellen behoorlijk evenals enkele andere zaken.
Ondanks dit alles barst Ellen overigens wel van de leuke ideeën voor werk dat ze graag wil realiseren.


Het verhaal loopt langzaam naar een climax en de vraag is, wordt het overhaaste besluit om samen verder te leven een deceptie of vinden ze uiteindelijk de weg naar elkaar?


Het moeilijke is dat dit verhaal gebaseerd is op ware gebeurtenissen 'over de zoektocht naar liefde', volgens de flaptekst. 'Over het onder ogen zien van je angsten en eerlijk naar jezelf durven zijn.' Een feelgood roman wordt het elders ook genoemd. Maar die beloftes worden niet waargemaakt. In mijn ogen is het vooral een worsteling om een relatie die zo veelbelovend begon in stand te houden. Het onder ogen zien van de angsten en eerlijk naar jezelf zijn zie ik niet gebeuren.
Ellen is zelfs vrij egocentrisch neergezet. Er is weinig zelfreflectie en weinig empathie. Maar dat maakt het verhaal ook wel levendig. Maar echt heel diep gaat het niet. Maar wat is waar en wat is niet waar?

Het verhaal wordt in een heel vlotte stijl geschreven is, hoewel af en toe een beetje te uitvoerig. Het is soms alsof je een vakantieverslag leest in plaats van een roman. Maar toch wil je verder lezen omdat je benieuwd bent of ze het samen redden.
Is het boek een aanrader? Ja en nee, het is maar waar je van houdt. Wil je een verhaal dat plezierig wegleest dan is het een aanrader. Wil je een verhaal zoals de flaptekst belooft, met wat meer diepgang, dan volgt waarschijnlijk een teleurstelling. Aan jou de keus.


Elly Persons (1965) heeft eerder gepubliceerd in een aantal verhalenbundels. In 2016 kwam ze op een shortlist van de Boekenweek schrijfwedstrijd. Dit is haar eerste roman. Naast schrijver is Elly ook eigenaar van het bedrijf Trouwen in Spanje. Op verschillende mooie locaties aan de Costa del Sol organiseert ze voor aanstaande bruidsparen hun droomdag. Daarnaast werkt ze parttime als communicatieadviseur. Meer over Elly kun je lezen op: www.meerdanschrijven.nl


ISBN 9789492719379 | Paperback | 323 pagina's | Uitgeverij Keytree | mei 2021

© Dettie, 6 juli 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Buitenaards koraal
Mark de Haan


Deel 7 in de Extazereeks. Dat is een debutantenreeks, een gezamenlijk initiatief van het literair tijdschrift Extaze en Uitgeverij In de Knipscheer. Zoals van andere debutanten verscheen ook van Mark de Haan eerder werk in het tijdschrift Extaze.
Dit is zijn prozadebuut, in de vorm van zeven verhalen.


Buitenaards Koraal is niet de titel van een verhaal. Het komt voor in ‘Machmut Kanzal’, het eerste verhaal. Het duidt op de witte schotels die in zijn arme wijk tegen de gevels hangen. In ‘Machmut Kanzal’ wordt de tegenstelling geaccentueerd tussen de wereld van de moslims en de moslimhaters.

Machmut is een ijverige jongen, zoon van een vrijwel ingeburgerde moslim. Om iets voor zichzelf te kunnen kopen loopt Machmut een krantenwijk, door de arme – de schotels – en de rijke wijken. Hij hoeft nu hij vijftien is niet meer mee naar de moskee, maar zijn ouders gaan wel. Iedere vrijdag.


De vader van zijn vriend Japik is activist: hij loopt mee in protestmarsen tegen het pas in het dorp gevestigde asielzoekerscentrum. Daarbij dragen de mensen spotprenten van de profeet met zich mee, die Japiks vader getekend heeft.
Ach, zegt Japik, dat is humor toch? Machmut weet toch ook wel dat moslims hun vrouwen onderdrukken? Dat een vrouw niets te vertellen had?
Ja, de verhouding tussen zijn moeder en vader is misschien ongelijk, erkent hij, maar het is een liefdevol huwelijk! Terwijl het bij zijn Hollandse vriend Japik thuis vaak hommeles was waarbij er geschreeuwd werd, en met servies gesmeten.


En dan is het vrijdag, Machmut ziet een ander soort demonstratie langskomen. Mensen hebben een tekst op hun shirt: IK BEN DE AL-MEDINAHMOSKEE.
Hij vraagt zich af wat dit betekent, en dan staat daar Japik…
Een einde waarbij je de rillingen over het lijf lopen, maar helaas is het wel realistisch.


Dat geldt ook voor het verhaal ‘BRIN17VA’ dat intrigerend begint:


‘Ik zou kunnen beginnen met een kleine exegese van de titel. Sommige lezers stellen dat mogelijk op prijs. Maar ik ben er niet voor de lezer. De lezer is er voor de lezer.’


Denk er van wat je wil…
Wat volgt is het verhaal over MdH (eh..misschien?) Hij woont in een krot, dat hij langzaam nog verder afbreekt. Het is koud. Hij heeft het koud. Hij rukt alles wat brandbaar is los en stookt het op. Bijna had hij ook die brief in het vuur geworpen. De aankondiging van een reünie. Zijn maat verklaart hem voor gek als hij zegt te zullen gaan. ‘Wie zou je in godsnaam willen terugzien? En wie van hen zou jou willen terugzien? Je gaat niet. Natuurlijk ga je niet. ’Maar MdH gaat wel. En pas dan zal de lezer te volle begrijpen wat er precies aan de hand is.
Wie is deze man die zich bezig houdt met het bouwen van een maquette van roerstaafjes? Toevallig - of toch niet – een maquette van BRIN17VA. De avond verloopt dramatisch. Is er opzet in het spel?


Het verhaal ‘Ene Wim’ lijkt surrealistisch. Een niet na te vertellen verhaal over de maakbaarheid van de mens, met de hulp van drugs, vaccinatie en volksverlakkerij. Actuele onderwerpen, maar door de manier waarop ze in het verhaal gebruikt zijn gelukkig te bizar om echt te kunnen zijn. Toch?


Zo zijn er zeven verhalen die allemaal anders zijn en toch ook iets gemeen hebben: er is steeds een hoofdpersoon die geconfronteerd wordt met een harde werkelijkheid zoals die in het verhaal past.


Voor de lezer ontvouwt zich die ietwat absurde werkelijkheid langzaam tot een vaak onverwachte climax. Doordat er steeds een maatschappijkritische noot in het verhaal zit geven ze je een ongemakkelijke gevoel. Literatuur schuurt, zegt men. Dat doen deze  verhalen zeker! De lezer blijft steeds achter met een unheimisch gevoel.


Mark de Haan (1987) studeerde Nederlandse Taal en Cultuur in Leiden. Na zijn studie werkte hij tien jaar in het bedrijfsleven. De tijd die overschoot gebruikte hij om verhalen te schrijven. Deze bundel is het resultaat.


ISBN 9789493214194  | paperback | 152 pagina's | Uitgeverij in de Knipscheer | november 2020

© Marjo, 5 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Winteruren
Filip Bastien


De ik-verteller, Richard Waeyenberghe, slijt zijn dagen aan het bed van zijn echtgenote. Zij is ongeneeslijk ziek en begint ook nog te dementeren. Als vanzelf gaat Richards gedachten naar het leven dat hij geleid heeft. En wij als lezer volgen hem in de gedachtesprongen.


Anna-Maria, de vrouw met wie hij getrouwd was, was misschien niet zijn grote liefde, maar het leven verloopt niet altijd zoals je dat wenst. Zeker niet als je geboren bent in 1915.
Hij heeft de Eerste Wereldoorlog niet bewust meegemaakt, maar de familie is er wel door getekend. Als Richard in het ziekenhuis belandt na een auto-ongeluk, laat zijn moeder haar hevige schrik zien. Ze kan niet ook nog haar zoon verliezen! Natuurlijk weet Richard dat zijn vader omgekomen is in de oorlog, maar zijn moeder wilde er nooit over praten. Maar nu komt ze dan eindelijk met informatie. En de laatste brief van zijn vader, waarin hij schrijft over een concessie die hij heeft op land in Congo.
Maar wat meer indruk maakt op zijn zoon is dit:


‘Als je na de oorlog naar deze velden komt en ik ben er niet meer, kuier dan tussen de klaprozen. Luister naar hun gefluister en denk aan mij. Laat me niet zomaar verzinken tussen de rimpels van de tijd.’


We weten het: de Tweede Wereldoorlog volgt. Richard gaat in het verzet, wordt opgepakt, en verzeilt in Breendonk, het beruchte ‘opvangkamp’ waar de Duitsers dissidenten, verzetslieden, gijzelaars en Joden naar toe brachten en hen bloot stelden aan uithongering en martelingen.
Ook Richard overleeft het ternauwernood. Hij weet te ontsnappen, naar Duinkerken.


Dit is de ene kant van het verhaal. Het andere gaat over de twee vrouwen die een grote rol speelden in zijn leven. Anna-Maria natuurlijk, maar ook Josephine. In de relaties met deze twee vrouwen speelt de achtergrond zoals we die kennen uit de geschiedenis een grote rol: de vooroorlogse jaren, de oorlog, de Expo in Brussel, een tijdbeeld van de vijftig- en zestigerjaren, Congo, het communisme en de Val van de Muur.
Maar ook de molen in Bredene en de kermis in Eeklo in 1925 - de ‘kleine’ geschiedenis - komen aan bod.


Richard wordt steeds opnieuw geconfronteerd met gebeurtenissen buiten hem om, die wel danig ingrijpen in zijn leven. Steeds opnieuw moet hij moeilijke keuzes maken. Ook de daden van de vrouwen, en de manier waarop zij beslissingen nemen zorgen ervoor dat hij niet het leven kan leiden dat hij voor ogen had. Zal hij nog een herkansing krijgen als zijn vrouw het leven voor het eeuwige heeft verruild? En hoe dan?


Richard Van Waeyenberghe, zo heet de grootvader van de schrijver. Op deze persoon is het verhaal losjes gebaseerd, hetgeen in een nawoord uitgelegd wordt. De foto’s in het boek, uit het privéfamiliealbum, maken dat duidelijk: het is een ode aan de niet-gekende grootvader.


De vorm van het verhaal is bijzonder. Terwijl de ‘basis’ zich afspeelt in 1990, gezeten naast zijn stervende vrouw, laat de hoofdpersoon zijn gedachten los, heen en weer in de tijd. Die tijdstippen hangen samen met de wereldgeschiedenis, maar zijn niet chronologisch. Gelukkig wordt wel heel duidelijk boven het hoofdstuk aangegeven wanneer het vertelde zich afspeelt. Naast een psychologische roman is het ook een historische roman. Bastien verweeft deze twee genres tot een boeiend geheel.


Filip Bastien is Vlaming, en verbergt dat niet. We komen dus Vlaamse woorden tegen als kasseien, plezant en smout. Maar ook stuten en jutekakooie, een stuk lastiger. Toch stoort dat niet, en is vooral in de stukken tekst over Eeklo, dus de jonge jaren van de hoofdpersoon.
Filip Bastien kreeg als eerste Vlaamse auteur de Indie Award juryprijs 2018, voor de meest memorabele hoofdpersoon.
Na het winnen van de prijs werd het boek opnieuw uitgegeven bij Hamley Books.


ISBN 9789463967051| paperback |300 pagina's | Uitgeverij Hamley Books| februari 2020

© Marjo, 21 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Confrontaties
Simone Atangana Bekono


Niet zeuren en hard werken.


Dat is wat Salomé Atabong, de jongste dochter van een Kameroense vader en een Nederlandse moeder, haar hele leven al te horen krijgt. Slim is ze wel, maar helaas, dat is niet genoeg. Omdat ze zwart is, zijn haar hoge punten eerder een extra reden voor haar klasgenoten om haar het leven zuur te maken.


Haar vader, op wie ze lijkt, leert haar en haar oudere zus de boksbal te gebruiken. Niet met je laten sollen, zegt hij. Miriam wil er niet veel van weten, die lost het anders op, maar Salomé weet dan al dat kracht hebben iets goed kon doen. Waarom lijdzaam accepteren - wat niet in haar natuur ligt – als ze ook terug kan vechten?
Ga door de vijand heen, zegt hij. ‘Het zijn een mond en een vuist en ze zoenen.’


Ze is zestien als de bom barst. Er gebeurt dan iets wat haar in de cel doet belanden. Ze moet naar een jeugddetentiecentrum, waar ze behandeld moet worden.
Als haar therapeut een van de mensen blijkt te zijn die meegewerkt heeft aan een televisieprogramma over Afrika, waar de draak gestoken werd met de Afrikaanse cultuur, slaat Salomé volledig dicht. Ze weigert te praten met een racist. Maar wil ze daar weg komen dan zal ze concessies moeten doen. Vooral moet ze dan accepteren dat ze het mikpunt zal blijven wat ze ook doet.


De thuissituatie is ook al niet rooskleurig: haar vader is ziek en zal waarschijnlijk niet beter worden en haar zus is het huis uit.


‘Het is 25 februari 2008 en er zijn twee Salomés en ik ben er maar één van en misschien niet eens het originele exemplaar.’


Salomé voelt zich verscheurd. Ze is zichzelf niet. Of juist wel?


‘De ene Salomé haalt tienen voor proefvertalingen Grieks, is op vakantie geweest, speelt piano zonder bladmuziek, en ik ben in een heel vreemde, parallelle tijd terechtgekomen, waarin ik tijdens therapie een perforator van Frits’ bureau pakt en tegen het raam smijt. Het glas brak niet omdat ramen hier natuurlijk niet zomaar breken. Ik was zo kwaad dat het niet brak dat ik riep dat ik dood wilde. Ik word met de dag dramatischer. Het boeit toch niet.
Ik denk alleen nog maar in wat mama, als Miriam en ik elkaar voor kankerditofdat uitschelden of het woord fucking gebruiken ‘extreme termen’ noemt. Ik weet nog steeds niet wat me overkwam daarnet. De extreme termen vlogen uit mijn bek als kogels.’


Salomé reageert heftig, niet alleen omdat ze een puber is. De woede beheerst haar, ze kan er geen kant mee uit. En wat als ze terugkomt in haar dorp. Hoe zullen de dorpelingen reageren? Kan ze wel weer naar school? Die woede is vanaf het begin voelbaar, door de stijl die gehanteerd wordt. Die is kortaf, soms staccato.


Simone Atangana Bekono is ook dichter. Goede poëzie is emotie. Emotie beheerst dit boek. Confrontaties heeft een poëtische en bittere sfeer, zonder ook maar ergens larmoyant te worden. Een sfeer die nog lang blijft nawerken.
Kom je te weten wat aan haar straf ten grondslag ligt? Jawel. Maar het speelt nauwelijks een rol, behalve op het einde, dat je overigens snel vergeten bent. Het voorafgaande is belangrijker omdat hier een intelligente puber aan het woord is die met zichzelf overhoop ligt, hetgeen toegespitst is op haar zwart zijn waar ze steeds maar weer mee geconfronteerd wordt.


Prachtige en indringende debuutroman, absoluut ook geschikt voor de bovenbouw van middelbare school.


Simone Atangana Bekono (1991) studeerde in 2016 af aan Creative Writing ArtEZ met een bundeling van gedichten en brieven getiteld hoe de eerste vonken zichtbaar waren, die in herdruk verscheen bij Wintertuin Uitgeverij.


ISBN 9789048842438 | paperback | 224 pagina's | Uitgeverij Lebowski | september 2020

© Marjo, 3 december 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER