Nieuwe jeugdboekrecensies 13+

De E van Eva
Ria Lazoe


‘Soms is vergeten zoiets onmogelijks, dat het je als een zware deken bedekt. Soms is vergeten een zegen, als het over verschrikkelijke dingen gaat. Soms is vergeten een ramp, als je vergeet wat je nooit wilt vergeten!’


1945: Eva is een Joods meisje dat met haar moeder ondergedoken zit in de oorlog. Haar vader, broer en zus zijn op een ander adres. Als zij en haar moeder op een dag gevonden worden door een NSB'er – en ze kent de man! – weten ze hem om te kopen met sieraden. De man wil ook het kettinkje dat haar moeder om haar hals heeft, met een medaillon, hij rukt het van haar nek en verdwijnt. Al vindt haar moeder het vreselijk dat ze het medaillon niet meer heeft omdat ze daar de enig overgebleven foto van haar overleden zoontje in bewaarde, ze zijn wel gered.
Maar verder zijn ze alles kwijt, en Eva’s vader en broer blijken overleden te zijn in een kamp. De zus is wel terug, maar ze is er slecht aan toe. Na de oorlog gaat Eva op zoek naar de man die hen niet verraden heeft.


1946: Ziska, zestien jaar oud, is de dochter van NSB'ers. Haar vader zit in een strafkamp, haar moeder is opgenomen in een sanatorium. Ziska heeft een vriendje, maar op de dag dat haar vader haar een geheim vertelt leert ze een andere jongen kennen die ze wel heel erg leuk vindt.
Het is een dilemma: wie moet ze kiezen, en hoe maakt ze dat de verliezer duidelijk? Maar de keuzes die samenhangen met het geheim van haar vader zijn veel moeilijker. Het heeft te maken met een knikkerzak waar een E op geborduurd is.


Loes is de vriendin van Ziska. Zij is een onecht kind en ze wil weten wie haar vader is. Haar moeder wil het niet vertellen, ze wil eigenlijk niets te maken hebben met Loes, want ze heeft intussen een nieuwe man en samen hebben ze een kind.


Over het verleden van Loes is eerder geschreven in de boeken 'Het pistool' en 'Er mag zoveel niet', waar Ziska en Eva ook een rol hadden. De E van Eva is een los te lezen vervolg. In de drie boeken komen thema’s aan de orde die te maken hebben met de oorlog, zoals wat een NSB'er is en wat het betekent als je een kind van een NSB'er bent. Ook is er de vraag hoe groot je schuld is als je de vijand doodt.
Daarmee hangen de algemenere thema’s zoals vriendschap en verraad samen. Verliefdheid speelt eveneens een grote rol en de zoektocht naar identiteit.
De afbeelding van de omslag wordt duidelijk uit het verhaal, en duidt de samenhang met de andere boeken aan.
Al met al is dit een prima verhaal voor jongeren.


Ria Lazoe ( Almelo, 1945) had eerst een kantoorbaan, maar bedacht dat onderwijzeres leuker zou zijn. Dus stond ze na de Pabo meerdere jaren voor de klas. Intussen schreef ze boeken voor kinderen.

ISBN  9789044838886 | Hardcover | 223 pagina's | Uitgeverij Clavis | juli 2020
Leeftijd vanaf 14 jaar

© Marjo, 3 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Supernerd of topmodel?
Tessa Schram

De zestienjarige Vita Vlek (haar echte naam!) heeft de onderbouw doorstaan, en dat was niet makkelijk. Ze is een supernerd, ligt niet goed bij de populaire meiden, maar ook niet bij de andere losers.


‘Ze vonden mij een te grote betweter. Serieus. Ik quote: ‘We werden er een beetje moe van dat je steeds begint over Stephen Hofking, de oerknal en de relatietheorie.’
Dat de wiskundige Stephen Hawking heette en dat hij ontdekte dat een singulariteit op het moment van de oerknal in de algemene relativiteitstheorie onvermijdelijk was, heb ik ze toen maar niet opnieuw uitgelegd.’


Het is wel duidelijk waarom ze niet in de smaak valt! Qua uiterlijk heeft ze ook niet veel mee: ze heeft rood haar en sproeten, een suffe bril en een beugel. En ze is een langs slungel. Toch dacht ze dat het in de bovenbouw beter zou gaan.
Helaas! Ze wordt nog steeds gepest, waarbij Barbara de ergste bitch is. En dat ze stiekem verliefd is op Julian Prins heeft ook weinig nut, hij is het vriendje van Barbara.


Gelukkig heeft ze een goede vriendin: Emma. Met haar werkt ze aan een project voor natuurkunde: een robot bouwen. De hele bovenbouw is namelijk aangemeld voor een robotwedstrijd die in Delft gehouden zal worden.  Nu is de vader van Vita een wetenschapper, hij heeft nauwelijks tijd voor zijn dochter, maar deze wedstrijd ziet hij wel zitten: Vita gaat natuurlijk winnen!


Helaas blijkt Vita nauwelijks tijd te hebben voor de robot, want Emma heeft haar opgegeven voor het tv-programma Top Model.
Natuurlijk heeft Vita daar helemaal geen zin in, maar Emma dringt aan, en het is wel dé kans om Barbara dwars te zitten, want die doet ook mee. En Barbara roept hard dat zij 'natuurlijk' gaat winnen!
Als Vita door de eerste ronde komt is ze verbijsterd.
Maar nu gaat ze verder ook! Want ook Barbara gaat steeds een ronde verder.
Haar vader zou het nooit goed vinden, alles gaat stiekem, met hulp van Emma en tot haar eigen verbazing begint ze het nog leuk te vinden ook, het is een uitdaging…


Natuurlijk gaat er van alles mis. Het is maar een opgeblazen wereldje, ontdekt ze, en nog erger... haar vader komt er achter wat er gaande is. De belangrijkste beslissing is evenwel dat ze allerlei keuzes moet maken: wat wil ze nu met haar verdere leven? En met wie naast haar?


Het is een flitsend meidenboek, in een schreefloos lettertype. De ik-persoon maakt veel lijstjes:  survivalregels bijvoorbeeld of feitjes over roodharigen. Door hashtags in grotere letter tussen de tekst te zetten en kleine tekeningetjes is de vormgeving speels. Dat, gecombineerd met de opvallende cover, zal zeker tienermeiden aantrekken.
Ook het verhaal past bij de doelgroep: romantisch, vol humor en op veel punten herkenbaar. Ze blijft natuurlijk een supernerd, en is dol op feiten, zodat het niet alleen maar een oppervlakkig meidenboek is geworden.
Het gaat over de manier waarop er in de wereld van een model gewerkt wordt, over de jaloezie en rivaliteit, maar Vita pakt alles natuurlijk net iets anders aan.


Tessa Schram is een Nederlandse film- en televisieregisseur. Ze is vooral bekend van de bioscoopfilms: 100% Coco, Kappen en Pijnstillers. Ook heeft ze geregisseerd voor bekende televisieseries zoals: Remy & Juliyat, Spangas en Dagboek van een Callgirl.
Maar schrijven kan ze dus ook!


ISBN 9789048850822 | paperback | 256 pagina's | Uitgeverij Moon | mei 2020
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 30 juli 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kom bij me terug
Luigi Ballerini

‘Paulines blik viel op een vrouw die in het rood gekleed was en tegen het hek aan leunde. Ze stond doodstil in de regen en zag er moe en een beetje verward uit. Pauline liep langs haar door. Ze was jonger dan verwacht. Pauline wist niet waarom, maar ze vond haar verontrustend, vooral nadat ze haar blik op zich had voelen branden.’


Pauline zoekt er verder niets achter, tot ze ontdekt dat haar vriend Mattia de vrouw ook gezien heeft. En Alberto, de vriend van Mattia eveneens. En alle drie vonden ze iets eigenaardigs aan de verschijning van die vrouw. Ze duikt ineens op en verdwijnt net zo plotseling. Ze ontdekken dat er na het zien van de vrouw bij ieder van hen iets bijzonders gebeurde: Pauline die eigenlijk dacht dat ze een verkeerd vakkenpakket had gekozen, blijkt ineens toch talent voor bètavakken te hebben. Mattia wordt gescout bij een voetbalwedstrijd en mag een klasse hoger mee voetballen. Alberto krijgt een appje van het meisje waar hij al zo lang stiekem verliefd op was en die hem niet zag staan. Tot nu toe.


Als een vierde persoon, Eleonora, hen meldt dat ook zij de vrouw heeft gezien en dat dat gebeurde toen ze een auto-ongeluk had gehad waarbij ze wonder boven wonder ongeschonden uit de auto is gekomen, gaan de vier jongeren op zoek naar iets wat ze dan misschien gemeen hebben. Waarom verschijnt die vrouw aan hen?


De zaak wordt nog vreemder als blijkt dat het niet dezelfde vrouw is, maar voor ieder van hen een andere. Wel met een rode jas aan.
Mattia, Alberto en Eleonora blijken geadopteerd te zijn, maar Pauline niet. Ze komen er niet uit, wat moeten die vrouwen van hen?
En dan krijgen ze alle vier tegelijk een bericht op hun telefoon.


Hun leven krijgt een verbijsterende wending. Iets waar ze niet op zaten te wachten. Die gelukkige voorvallen waren prima, maar er blijkt een prijs voor betaald te moeten worden. En ze weten niet zo zeker of ze dat wel willen. Zeker, hun leven is niet ideaal. Bovendien is de boodschap dat het een beslissing moet worden van hen samen: alle vier, of geen van hen.
Dat wordt nog heel lastig…


Dit is absoluut een origineel verhaal, de vorm dan toch. Dat jongeren voor een belangrijke en ogenschijnlijk onmogelijke keuze komen te staan, dat gebeurt vaak genoeg, maar dat ze dit soort beslissingen voor hun hele verdere leven moeten nemen terwijl ze nog maar net komen kijken, het lijkt schier onmogelijk. Het eist veel van hen, er is alleen maar de keuze tussen wel of niet. En er is geen weg terug.


Luigi Ballerini weet er een overtuigend verhaal van te maken. Het is gelukkig pure fantasie, een sprookjesachtig verhaal als van een goede fee die het misschien toch allemaal niet zo goed bedoelt, althans niet zoals jij het zou willen. En dan voor vier jongeren tegelijk, die ook nog heel verschillend in het leven staan. Die personages zijn goed uitgewerkt, dat staat los van de beslissing die ze samen moeten nemen.
Al met al een bijzonder verhaal, geen fantasy in de gebruikelijke zin, maar helemaal realistisch is het ook niet. Een mooie mix dus.


Luigi Ballerini (Sarzana, 1963) is arts en psychoanalyticus.


ISBN 9789044836974 | Hardcover | 436 pagina's | Uitgeverij Clavis | januari 2020
Vertaald uit het Italiaans door Veerle Willems | Leeftijd vanaf 13 jaar.

© Marjo, 13 april 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Op zoek naar Paulie Fink
Ali Benjamin


De dertienjarige Caitlyn Breen is nieuw op de Mitchellschool. De klas waarin zij terecht komt heeft de bijnaam de Originals, omdat zij al vanaf het begin bij elkaar in de klas zitten, en dat eerste jaar was ook het eerste jaar dat de school bestond. Het zijn er maar tien, hetgeen het voor Caitlyn nog moeilijker maakt om aansluiting te vinden. Niet dat ze haar buitensluiten, ze zijn eigenlijk druk met iets anders. Er is namelijk een leerling nièt begonnen aan het nieuwe schooljaar! Paulie Fink dus. En hij heeft geen afscheid genomen, helemaal niets gezegd over zijn wegblijven.
Dat Paulie een belangrijk rol vervulde op de Mitchellschool wordt al snel duidelijk. Caitlyn krijgt de wildste verhalen te horen over rare en grappige streken die hij uithaalde. Hoe hij alles durfde.


De jongelui hebben Caitlyn uitverkoren om een wedstrijd te leiden, een soort realityshow: De Zoektocht naar de Nieuwe Geweldige Paulie Fink. Iemand die net als hij leven in de brouwerij brengt. Maar dan moet eerst duidelijk zijn wie die Paulie dan wel was. Caitlyn neemt interviews af om daar achter te komen. Uit de verhalen van haar klasgenoten blijkt al snel dat Paulie een soort kwade genius was. Gaandeweg leert ze ook de kinderen die ze wèl iedere dag ziet, kennen met hun eigenaardigheden en hun kijk op Paulie. Het zijn stuk voor stuk karaktertjes deze kinderen.


De Mitchellschool is dan ook bijzonder: er worden geiten gehouden die het grasveld bij houden. Dat veld moet namelijk tiptop in orde zijn voor de jaarlijkse voetbalwedstijd tegen de concurrent, Devlinshire. Een wedstrijd die ze nog nooit gewonnen hebben. De Originals zorgen voor de geiten zoals ze ook zorgen voor de kleuters, de Mini’s, als een soort mentor. Zo krijgt Caitlyn de zorg over Kiera die ze Pluis noemt, omdat ze rondloopt met een knuffelkonijn. Het gaat haar boven verwachting goed af.  Ook de interviews verlopen prima, zodat ze al snel opgenomen is in de groep.



Ze bedenkt dat de deelnemers opdrachten moeten uitvoeren. In de geest van Paulie, want intussen weet ze wat voor streken die uithaalde. De winnaar is niet alleen de nieuwe Paulie Flink, maar krijgt ook eeuwige roem.


De eerste opdracht staat in het teken van Shakespeare. In onze ogen nogal apart, maar het verhaal speelt binnen de Engelse cultuur, waar Shakespeare belangrijk is. De rol van de leerkracht Grieks is ook bijzonder. De leerlingen mogen zelf ideeën aanreiken, die zij dan vertaalt naar een ‘Grieks’ onderwerp. Een van de aangedragen onderwerpen is ‘de leukste herinneringen aan Paulie’. Door de leerkracht vertaalt als een les over Herodotus, een geschiedschrijver.


Als Plato en zijn concept van de grot behandeld zijn in haar lessen, blijft dit thema nog lang nasudderen in het verhaal. Al worden ze heel speels vertaald naar de wereld van de tieners, het zijn niet alleen literaire en filosofische thema’s die een rol spelen. Het gaat over opgroeien, volwassen worden. Caitlyn worstelt nog met haar verleden. Op haar vorige school was ze een van degenen die dat ene meisje pestte. Nu beseft ze pas hoe erg dat geweest moet zijn.
En het verhaal heeft zeker een grappige kant. Paulie mag dan streken uitgehaald hebben die de lachlust opwekten, de anderen kunnen er ook wat van.


Maar: wie wordt nu de nieuwe Paulie Fink?
Het is aan Caitlyn om die beslissing te nemen. Niet bepaald simpel, te meer doordat er ook andere dingen gebeuren.


In het verhaal worden de interviews weergegeven, evenals de appgesprekken met mensen uit Caitlyns vorige leven. Ze maakt graag lijstjes, en zet steeds de dingen op een rijtje,
De titel is wel enigszins misleidend. Je krijgt het idee dat de persoon Paulie Fink gezocht moet worden, en dat blijkt niet echt het geval te zijn. De Engelse titel is The next great Paulie Fink. Dat is iets heel anders. Het is een soort realityshow, boer zoekt vrouw, maar dan anders. Nu staat er op het binnenblad voor het verhaal begint ‘Het officiële verslag van de zoektocht naar de nieuwe geweldige Paulie Fink’. Dat lijkt er meer op.


De Amerikaanse schrijfster Ali Benjamin schreef eerder over astrofysici en atleten, kosmologen en bewaarders van de Noordpool, geologen en psychologen. Haar eerste fictiejeugdboek boek Suzy en de kwallen won de Gouden Lijst 2017.


ISBN 9789000370214 | Hardcover | 304 pagina's | Uitgeverij van Goor | november 2019
Vertaald uit het Engels door Lidwien Biekmann | Leeftijd vanaf 13 jaar.

© Marjo, 29 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Duivels spel
Inge Verbruggen

Ik-verteller Lynsey baalt vreselijk als ineens haar vriend Noah verdwenen is. Hij heeft niets gezegd, niet eens een bericht achtergelaten! Hij is weg en laat niets meer van zich horen, reageert niet op haar telefoontjes, niets. Is ze zelfs geen appje waard? Was hun vriendschap niet wat zij dacht dat het was?


Eigenlijk gelooft ze dat niet. Ze heeft op aanraden van haar oudere zus de verdwijning van Noah wel bij de politie gemeld, maar daar heeft ze weinig vertrouwen in. Ze gaat zelf wel zoeken. Het komt goed uit dat ze een reservesleutel van zijn huis heeft.
Wat vreemd dat alleen de jongen weg is, en niet zijn spullen! Alles lijkt er gewoon te zijn. Ze onderzoekt zijn telefoon en laptop, maar veel wijzer wordt ze niet.


‘Maar waarom hij van het ene op de andere moment verdween, is me een raadsel. Ik kan alleen maar besluiten dat er kwaad opzet in het spel is.’


Lynsey weet dat Noah dol is op raadsels en puzzels. Ze scrabbelden vaak. Zou ze misschien iets kunnen met de berichten die ze vindt? Ook neemt ze een T-shirt mee uit zijn kamer en geeft haar hond Max de opdracht Noah te zoeken. De hond vindt de auto, waar Noahs rugzak in ligt. Nog vreemder!


Als Lynsey probeert wijs te worden uit de dingen waarvan zij denkt dat het aanwijzingen zijn, blijkt dat haar vriend op verschillende plaatsen in België en Nederland dingen verstopt heeft. Waarom? Dat weet ze niet, maar ze wil alles gaan zoeken. Gelukkig wil haar zus wel rijden, met openbaar vervoer duurt het allemaal erg lang. Sophie blijkt een nieuwe relatie te hebben, en deze jonge vrouw, Lief geheten, vindt het ook leuk om te helpen.
Maar misschien wel iets te leuk…


‘Let erop dat alle blokjes compleet zijn Lynsey’, maant hij. ‘Een spel dat niet compleet is, is waardeloos.’

In het verhaal dat in het verleden speelt, aangeduid met TOEN boven de hoofdstukken, zijn vier tieners ook raadsels aan het oplossen. Want dat is geocachen in feite ook. (Geocaching.nl: Geocachen is een schatzoektocht op basis van GPS coördinaten. Via deze coördinaten en je GPS (of smartphone) kan je aan de slag gaan met geocachen. Naar wat je op zoek gaat tijdens het geocachen is steeds een raadsel’.
Het groepje bestaat uit drie jongens: Alex, Roel en Cas, en een meisje, Vix. Omdat zij er niet tevreden mee zijn om alleen maar een schat te zoeken, bedenken zij nieuwe uitdagingen.
Dat loopt dus danig uit de hand.


Maar wat heeft Noah te maken met deze jongeren, die Lynsey natuurlijk evenmin kent?
Zij komt tijdens haar zoektocht een jongen tegen die haar duidelijk probeert te maken dat ze moet stoppen met zoeken. Maar Lynsey  is niet van plan te doen wat deze Tim wil. Zij wil Noah!


Langzaam raken de verhaallijnen met elkaar verbonden en begrijpt de lezer dat Lynsey niet alleen haar eigen leven in de waagschaal stelt, maar ook dat van de hond op wie ze dol is. En van nog anderen.


Na een intrigerende proloog gaat het boek verder als een licht verhaal, om na vijftig pagina’s opnieuw nieuwsgierig te maken. Onder TOEN lees je iets wat enkele jaren eerder gebeurd is waarbij je je afvraagt waarom dat verhaal over de vier vrienden eigenlijk verteld moet worden.Maar natuurlijk is dat niet voor niets: als deze twee verhaallijnen verwikkeld raken en de dingen langzaam duidelijk worden, dan kun je het boek niet zomaar meer wegleggen, want hoe gaat dit aflopen? Zo spannend…


Er gebeurt veel in deze jeugdthriller, die ook een romantisch tintje heeft.
Echt een duivels spel!


Duivels spel is de tweede jeugdthriller van de Vlaamse Inge Verbruggen (Lier). Zij won enkele verhalenwedstrijden en schreef vervolgens Doodverklaard dat uit kwam in 2017.


ISBN 9789044837094 | hardcover | 288 pagina’s | Uitgeverij Clavis | november 2019
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 14 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Quotum
Deel 1: Project Z

Marloes Morshuis

‘Jullie willen niet begrijpen wat er met de aarde gebeurt als er te veel mensen komen.’
‘Laat me raden. Hongersnood, oorlog, hordes mensen die over de hekken klimmen en onze landen plunderen.’


De problemen zijn al groot, stukken land zijn weggeslagen door de zee, daar zijn moerassen ontstaan waar de overblijfselen van bebouwing er voor zorgen dat je er nauwelijks doorheen kan. Het werelddeel dat we kennen als een verzameling aparte landen onder de naam Europa bestaat niet meer. Het Zuiden is verwoest door een kernbom. Het noorden scheidde zich snel af, onder de naam Noordelijke Unie en zo bleef de Euro-Unie over.
De Wereldraad – een soort Verenigde Naties - besloot dat er iets moest gebeuren, ze stelden een quotum in, een maximaal aantal inwoners per land. Want er zijn veel te veel mensen op de wereld. De overtalligen kunnen straffeloos vermoord worden, zij mogen geen kinderen meer krijgen en ziekenzorg is er niet voor hen.


In de Euro-Unie is het onder invloed van president Julia Welting anders geregeld, tot grote ergernis van de rest van de wereld. Er is besloten dat de mensen die aangewezen zijn als overbodig, de slinkers, geen recht meer hebben op een ecologische voetafdruk. Ze hebben nog een woning, maar zonder elektriciteit of verwarming. Openbaar vervoer is er niet voor hen, een auto natuurlijk ook niet. Ze hebben geen geld. Ze krijgen een minimaal voedselpakket en kinderen gaan niet meer naar school. Ze worden daarentegen ingezet als vuilnisophalers in de stad. Ze zijn paria’s en worden met de nek aangekeken.


In Bonnheim, de hoofdstad van de nieuwe Euro-Unie woont het gezin Stevens: vader, moeder, en de broers Axel, 16 jaar en Tommy, drie jaar jonger. Ook zij zijn aangewezen als slinkers, waarschijnlijk omdat de moeder een activistische journalist is. Maar ze leven nog...
Met de komst van een nieuwe president, een populist die net als de Wereldraad veel strengere maatregelen wil, wordt het leven van de slinkers opnieuw bedreigd...
Op de dag dat ze opgepakt worden om naar een slinkerkamp gebracht te worden of nog erger, zijn Axel en Tommy net bij de buren. Hun ouders verdwijnen, en de jongens moeten vluchten. Het moeras in, proberen in de Noordelijke Unie te komen. Maar ook in de Euro-unie is een anti-slinkergroep actief en zij weten van de vluchtroute. Axel en Tommy krijgen te maken met vrienden en vijanden, en wie nu eigenlijk wie is is niet altijd makkelijk uit te maken.


Soms lees je dystopische verhalen en dan denk je: ach, dit gaat niet gebeuren. Maar het verhaal van Marloes Morshuis komt een stuk dichterbij. Het gaat er namelijk om dat de aarde vol is. Maar het akeligst is hoe ze beschrijft wat de reacties van de mensen zijn: hoe een aantal er voor kiest om dan maar andere mensen uit de weg te ruimen, of te behandelen alsof ze voetvegen zijn. Het ergste is dat je weet als lezer dat dat ook de menselijke aard is: ikke, ikke en de rest kan stikken.
Het is een spannend avontuur dat ze beschrijft, maar je blijft wel achter met een unheimisch gevoel.
Er komt nog een tweede deel, het zal daarin waarschijnlijk niet veel beter zijn. Of kan Marloes Morshuis haar lezers toch nog een optimistisch gevoel meegeven?


Marloes Morshuis (1970, Oldenzaal) debuteerde met Koken voor de Keizer. Daarna volgde Borealis, een spannend jeugdboek met als thema klimaatverandering. In 2018 kwam De schaduwen van Radovar uit, ook al spannend – en actueel, over een stad die in de greep is van een puntensysteem.
Maatschappelijke betrokkenheid is haar stiel.


ISBN 9789047711803 | Hardcover | 399 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | juli 2020
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 2 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

In de ruimte is het stil
(Planet Earth is Blue)
Nicole Panteleakos


Het verhaal speelt in 1986, hetgeen in het begin bevreemdt. Waarom is dat? Maar dat wordt gaandeweg het verhaal – vooral aan het einde - duidelijk.


Hoofdpersoon is de twaalfjarige Nova. Ook zonder haar fascinatie voor de ruimtevaart is zij een bijzonder meisje: ze heeft een vorm van autisme waardoor communiceren erg moeilijk is. Enkele woorden kan ze wel zeggen, maar omdat het haar moeite kost zegt ze liever niets. Mensen denken dat ze achterlijk is. Daar baalt ze wel van, maar ze weet niet hoe ze dat kan doorbreken. Haar vijf jaar oudere zus Bridget begreep haar wel, en daarom vindt Nova het echt heel erg dat Bridget weg is.


In de loop van het verhaal vertelt ze ons over hun gezamenlijke verleden, waarbij ze van het ene pleeggezin naar het andere werden overgeplaatst. Hun vader is omgekomen in Vietnam, waarna hun moeder aan de drank is geraakt. Ze kon niet voor haar twee meiden zorgen.
Behalve de hechte band met haar zus is er ook NASA-beer, die ze geen moment loslaat.


Maar nu is Bridget weg, ze was niet te hanteren, zeiden ze op het vorige pleegadres. Bridget had een vriendje. Nova vond dat ook niet leuk, maar het was de oorzaak van onenigheid binnen het pleeggezin. En toen liep Bridget weg. Maar ze heeft beloofd dat ze terug zal zijn- wat er ook gebeurt - als de spaceshuttle Challenger gelanceerd gaat worden. Nova telt de dagen af, terwijl ze gewoon naar school gaat en probeert te wennen bij Francine en Billy, haar nieuwe pleegouders.


‘Het was een enorm lawaai in de kleuterklas.
Gepiep van de potloodslijper.
Knikker die uit een blik op de vloer kletterden.
Krijtjes die uit ene kartonnen doos op de tafel rolden.
Buiten kwetterden vogels.
Binnen kwetterden kinderen.
Het was te veel.
Nova liet zich op haar knieën vallen en wiegde heen en weer, gillend, nog steeds met haar ogen dicht.
‘Opstaan’, zei de juf, en ze trok aan haar arm.
‘Bidge!’ schreeuwde Nova. Haar grote zus moest haar komen redden. ‘Bidge! Bidge!’
‘Wat zei je daar?’  De juf sleurde Nova ruw overeind.’


Een voorbeeld van wat het meisje te verduren kreeg. De juf dacht dat ze uitgescholden werd. Nova wordt er iedere dag mee geconfronteerd: onbegrip, angst en wanhoop. Bij Francine en Billy gaat het beter. Zij hebben geduld, en begrijpen beter wat er in haar omgaat.
Maar aan het gemis van Bridget kunnen zij ook niets doen. Nova wacht…en de dag van de lancering nadert.


Het verhaal wordt verteld met Nova als vertelperspectief. Dan laat Panteleakos haar ook nog brieven schrijven (ze kan niet of nauwelijks schrijven) aan haar zus. Dat is voor het verhaal erg nuttig, maar tegelijk rijst er twijfel: hoe kun je weten wat er in het hoofd van het meisje omgaat.


In een nawoord vertelt de schrijfster dat ze zelf ook een vorm van autisme heeft, en dat men in 1986  nauwelijks wist wat die stoornis inhield. Dat is gelukkig verbeterd. Tegenwoordig kunnen autisten met behulp van een tablet of spraakcomputer duidelijk maken wat ze willen zeggen.


Door het hele verhaal speelt de ruimtevaart een grote rol, als ook het boek ‘De kleine prins’ die grote indruk heeft gemaakt op de meisjes met zijn filosofische opmerkingen. En er is het lied van David Bowie. Space Oddity. Hij zingt: ‘planet earth is blue and there’s nothing I can do.’ De Engelse titel van dit boek is Planet Earth is blue. Natuurlijk is een vertaling lastig, maar het betekent letterlijk dat de aarde er vanuit de ruimte blauw uitziet. En figuurlijk dat de aarde er somber, verdrietig uitziet. Met het vervolgzinnetje in het liedje is duidelijk dat Major Tom zich machteloos voelt. Hij heeft geen controle meer over het ruimteschip. Zo heeft Nova geen controle over haar leven, over zichzelf misschien ook niet, en ze voelt zich verdrietig. Die somberheid komt ook naar voren op de momenten dat ze aan het liedje denkt. Dat is toch anders dan In de ruimte is het stil, de Nederlandse titel.

Los daarvan is het een bijzonder verhaal, ontroerend, en beklemmend met een afloop die je verwacht maar die je niettemin erg raakt.


Het nawoord is nogal technisch, lastig voor jonge lezers, die dit misschien niet meer zullen lezen als het verhaal eenmaal uit is.
Het gaat niet alleen over autisme, maar ook over de achtergrond van het verhaal: de lancering van de Challenger.
Het is het debuut van deze schrijfster.


ISBN 9789000372225 | hardcover | 248 pagina's | Uitgeverij van Goor | juni 2020
Vertaald uit het Engels door Lidwien Biekmann | Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 2 juli 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zilverbloed
De kronieken van de Zeven Eilanden 5
Mariette Aerts

Dit is het vijfde en laatste deel van de superserie over Calli en Raben. Helaas voor de fans, we zullen zonder hen verder moeten, zonder hun spannende avonturen in een magische wereld.


Het slot speelt zich af waar het ooit begon: op Ing’Tassa, het grootste eiland van de zeven, waar in de stad Kironos de heerser van Kir, de heer Glendahl, zich bevindt. Hij is lang zo machtig niet meer als hij was toen het verhaal begon. Hij heeft nog steeds geen opvolger. Zijn oudste zoon Enzor vindt hij niet geschikt en de jongste zoon, Arden, is pas zeventien. De heer Glendahl heeft zich nu gericht op zijn raadgever de monnik Himmondar, die evenwel zo zijn eigen plannetjes heeft.


Het land is steeds onstabieler geworden. Op andere eilanden zijn indringers, op Ing’Roz bijvoorbeeld hebben de Dwingers het voor het zeggen, de Zaghramongul. Zij dwingen anderen met hun gedachten te doen wat zij willen. Als zij blijk geven van uitbreidingsdrang, is dat een doorn in het oog van Glendahl en Himmondar. Zij willen de weg vinden naar de Oude Magie, met behulp van voorwerpen, artefacten.


Om deze voorwerpen te kunnen begrijpen hebben ze de hulp nodig van ‘Lezers’. Zij lezen letterlijk een voorwerp dat ze aanraken. Een van hen is Raben, eigenlijk genezer, net als zijn moeder. Zijn talent is erg gewild, hij wordt er zelfs om ontvoerd. Als hij zijn eerste reis maakt met Enzor wordt hun schip overvallen door piraten. Onder hen is Calli. Zij is niet de dochter van piratenkapitein Zoutbaard, maar hij behandelt haar wel zo. Calli is een stormzinger, een Elementaliste, zij kan al zingend het weer beïnvloeden. Handig bijvoorbeeld als er wind in de zeilen nodig is.
Vanaf het begin zijn Calli en Raben op elkaar gesteld. Zij beleven heel wat avonturen, en keren nu terug naar waar alles begon. Zij willen de eenheid in het Rijk van de Zeven Eilanden herstellen, en Enzor heeft een democratische leiding in gedachten. Zeer tegen de zin van Glendahl en Himmondar.


Eerder al waren er nog andere kapers op de kust, de drie Geleerden, die zich eeuwen stil hebben gehouden, maar die zich nu – uit verveling – overal mee willen bemoeien. Igra, Zaul en Malazor beheersen alle oude magie min of meer, waarbij Igra gespecialiseerd is in gedachten, een Dwinger; Zaul beheerst de gedaante, zodat een ander of hijzelf onherkenbaar is; Malazor is de zanger: hij beheerst de elementen, sterker dan Calli.


De terugkomst van Calli en Raben valt samen met de komst  van Igra, met in haar kielzog Zaul en Malazor. Ook de broer van heer Glendahl is in aantocht. Hij is gevraagd als voogd voor Arden. Deze Cranvall gedraagt zich nogal vreemd. Intussen wordt de stad en omgeving onveilig gemaakt door de gevaarlijke mengwezens, het resultaat van mislukte experimenten van Himmondar.
Als de drie Geleerden er in slagen om samen te werken lijkt het Rijk van Kir verloren. Of hebben onze vrienden genoeg medestanders en vrienden, die ieder over speciale krachten en magie beschikken?


Deze serie doet absoluut niet onder voor The Lord of the Rings. Ook hier wordt een strijd gevoerd tegen kwaadaardige magie door goede magie. Alle personages, zowel de goede als de slechte, hebben bijzondere magische eigenschappen. Wat hier anders is, is misschien het aantal slachtoffers. We lezen hier niet over gruwelijke slachtpartijen, er is daarentegen meer aandacht voor gewone menselijke facetten als de liefde. Hoewel: zijn Raben en Calli nu een stelletje? Of toch niet?
Je zou zelfs kunnen zeggen dat er een politieke boodschap in verborgen zit: Enzor die streeft naar democratie. En er is aandacht voor benadeelde minderheden.


Een van de talenten van Mariëtte Aerts is dat zij de lezer wiens geheugen niet zo sterk is heel handig weer mee terugneemt in het verleden zonder dat ze hele verhalen gaat ophangen. En ze schrijft heel vlot: geen lange uitweidingen maar prettig snelle acties. Pittige dialogen met een dosis humor. Een fris verhaal met veel personages en gebeurtenissen die niettemin heel goed te volgen zijn.
De gebruikelijke kaart zit voor in het boek, met extra verklarende woordenlijsten.
Moeten we nu echt zonder Calli en Raben - en de hond Zinder – verder? Onvoorstelbaar!

ISBN 9789051167580 | paperback | 436 pagina's | Uitgeverij van Goor | december 2019
Opnieuw een fraaie omslag van JeRoen Murré | Leeftijd vanaf 12 jaar

© Marjo, 16 maart 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Bizar
Sjoerd Kuyper


Sallie Mo is dertien jaar als ze haar beste vriend, haar overopa, verliest. Hij was de enige met wie ze goed kon praten. Dat heeft er mee te maken dat ze een soort superlezer is en alles onthoudt wat ze leest, net als haar opa. Haar moeder vindt het geen goede ontwikkeling dat ze zich steeds maar afzondert met een boek, en stuurt haar naar de psychiater. Dat blijkt een gouden greep: dokter Bloem heeft duidelijk begrip voor deze intellectuele puber. Er is een klik. Sally Mo accepteert dan ook de uitdaging die de dokter haar stelt:


‘Sallie Mo, je gaat op vakantie, het lijkt me verstandig als je drie maanden niet leest. Drie maanden – oké? Ga leven buiten je boeken. Bekijk alles, denk na over alles wat je ziet. Lezen is denken met je hoofd van een ander, het wordt tijd dat je met je eigen hoofd gaat denken. En ga op zoek naar het sublieme. Ik weet het goed met je gemaakt: als je drie keer het sublieme meemaakt, mag je weer lezen, ook als de drie maanden nog niet om zijn.’


Ook zegt hij dat ze moet proberen één dag niet te liegen. Als Sallie Mo aangeeft de opdracht erg moeilijk te vinden, geeft hij aan dat ze ook mag lezen als ze er in slaagt op een dag niet meer dan twee keer te liegen. Ga schrijven, zegt hij. De periode die ze doorbrengt op het eiland waar ze ieder jaar met haar alleenstaande moeder heen gaat, zal moeilijker worden dan ze dacht.


Maar eerst de vakantie. Zoals ieder jaar zal ze twee weken lang in het gezelschap zijn van de veertienjarige Dylan de jongen op wie ze al dertien jaar (!) verliefd is. Het is een vast groepje dat ieder jaar op de camping zit: Sallie Mo en Dylan met hun moeders, plus de zestienjarige Donnie, met zijn tien jaar oude broertje Beitel en hun moeder.
Terwijl de moeders op jacht gaan naar een nieuwe vader voor hun kinderen, zwerven de kinderen wat rond. Sallie Mo volgt daarbij Dylan in zijn voetsporen, al weet hij dat niet. Zo gaat het ieder jaar. Maar deze zomer is alles anders. Er is de opdracht van dokter Bloem, waar Sallie Mo zelf aan toegevoegd heeft dat ze dit jaar Dylan zal versieren.


Op het eiland zijn echter nog drie kinderen. Weggelopen van huis houden ze zich schuil in een bunker. Dylan is de eerste die hen ziet. Sallie Mo dus ook. Tot haar schrik ziet ze hoe Dylan als een blok valt voor het oudere meisje. Het wordt ingewikkeld: zij is verliefd op Dylan, Dylan op Jacqueline. Maar Donnie wil Jacqueline ook. En Beitel is verliefd – ook al zijn hele leven, bekent hij – op Sallie Mo.


Een normaal verhaal over pubers zou je denken, maar niets is minder waar. Eerst al is Sjoerd Kuyper de schrijver, en dan weet je als lezer dat de taal prachtig zal zijn. Die verwachting wordt niet beschaamd. Maar veel belangrijker is de thematiek in dit boek.


Als Sallie Mo de wereld eindelijk eens goed bekijkt ontdekt ze dat er veel te zien is. Het sublieme bestaat! Maar ook tragiek. Daar weet ze dan weer alles van want ze is een fan van Hamlet, die ze te pas en te onpas citeert. Ze vertelt het verhaal zelfs tegen Beitel. Ze had hem nog nooit echt gezien – dat heb je als je altijd zit te lezen – en ze ontdekt dat hij een heel bijzonder kereltje is. Ze kunnen het goed vinden samen. Ging het met Dylan ook maar zo goed, maar ja, die heeft zijn aandacht nu elders.


De drie weglopertjes worden steeds belangrijker. Jacqueline blijkt te willen ageren tegen haar rijke ouders. Hij is een bankier die van de mensen steelt, zegt ze. Kuyper legt haar de perfecte woorden in de mond om het banksysteem heel duidelijk uit te leggen. Donnie ziet mogelijkheden voor een omverwerping van de maatschappij, maar zijn ideeën zijn niet echt realistisch.


Wat Kuyper ook doet is profiteren van het feit dat Sallie Mo ontdekt hoe moeilijk het is om niet liegen. Want zij is de schrijfster van hetgeen wij lezen, en hoe weten we nu of het allemaal waar is wat ze vertelt? ‘Niets is waar’, zei haar opa. ‘en zelfs dat niet.’ Als je dat kunt accepteren, dan geniet je van een bizar boeiende jongerenroman, die met zijn Kuyperiaanse filosofische inslag absoluut ook door volwassenen gelezen zou moeten worden.
Waartoe zijn wij op aarde, het nefaste van het banksysteem en de vluchtelingencrisis, het milieu: grote thema’s, waarover Kuyper zijn lezer laat nadenken, al is het duidelijk wat zijn mening daarover is.
En dan het verhaal nog: op het moment dat je denkt dat het toch wel gezapig begint te worden, is er de grote ommekeer.


Prachtig en belangwekkend boek.

ISBN  9789089672889 | Hardcover | 315 pagina's | Uitgeverij Hoogland van Klaveren | maart 2019
Leeftijd vanaf 13 jaar.

© Marjo, 29 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Apollo's ondergang
Rom Molemaker


De moeder van Lester Stevens vindt haar zoon onhandelbaar. Ze kan hem niet langer aan, dus moet hij maar naar een jeugdinstelling. Lester vindt dat niet eens zo erg, want thuis heeft hij het niet naar zijn zin. Zijn vader heeft hem en zijn moeder in de steek gelaten. Op dat moment woonden ze nog in Australië, maar zijn moeder wilde terug naar Nederland, waar ze toetrad tot een streng-christelijke sekte.


Lester is echter een zoon van zijn vader: al die regels, het ‘moeten’, dat is niks voor hem, en toen hij eenmaal naar het voortgezet onderwijs ging kreeg hij foute vrienden. Van school zag hij niet veel meer, hij hing rond op straat, werd opgepakt wegens kleine criminaliteit en moest taakstraf vervullen. Maar dat hielp dus niet en nu brengt zijn moeder hem naar Dr. Predikman, een jeugdinstelling midden in de bossen. De opzet van deze instelling was: eigen verantwoordelijkheid leren nemen. Je krijgt als lezer het idee dat dit nu precies is wat Lester wil en wat hij ook aan kan mits hij in de juiste omgeving is.


Op Dr. Predikman wijst de directeur, van wie hij niet meteen hoogte krijgt, hem een oudere leerling als mentor toe. Dat is Apollo Vrieling. De jongens met wie Lester een huis deelt waarschuwen hem:


‘Je had beter kunnen treffen, maar zeker niet slechter.’
‘Apollo is puur vergif, daar heeft Sven gelijk in,’ beaamde Dwayne. ‘Dat weet iedereen.’
‘O?’ zei ik afwachtend. ‘Vertel’.
‘Hij zuigt je leeg, spuugt je dan weer uit, laat je alles oplikken, en dan begint hij weer van voren af aan.’ Die uitleg gaf me een duidelijk beeld, en dat bezorgde me een vieze smaak in mijn mond, maar ik slikte en zei: ‘Zo erg kan het toch niet zijn?’


Maar al snel komt Lester er achter dat er inderdaad niet te spotten valt met Apollo. En evenmin met zijn vriendinnetje Charmaine. En er zijn nog meer mensen van wie hij niet zeker weet aan wiens kant ze staan. Zelfs wat betreft de leraren is dat onduidelijk. Men is bang voor deze jongen.
Maar wie is Apollo Vrieling dan eigenlijk? Heeft hij – of zijn maten – iets te maken met de onverwachte dood van Ylias, de jongen wiens plaats Lester inneemt? De jongen zou gevlucht zijn, en onverhoeds de straat opgerend waar hij aangereden werd met dodelijk gevolg. En ook zijn er nog niet zo lang geleden twee meisjes verdwenen. Wat is er aan de hand in deze jeugdinstelling?


Je volgt het verhaal door de ogen van Lester. Die is meer bezig met zijn kwelgeest en een paar meisjes dan met schoolwerk. Ook krijg je niet echt een beeld van wat er nu eigenlijk gedaan wordt om de jongeren weer in het gareel te krijgen. Jammer wel, want daar heeft Rom Molemaker vaker over geschreven en die kennis heeft hij dus wel. In dit verhaal blijft het bij een spannend verhaal, een jeugdthriller.
De titel is wel een weggevertje, maar wat er nu precies aan de hand is in die instelling, wie je wel en wie dus niet kunt vertrouwen, dat blijft lang onduidelijk.


Het boek leest als een trein, het verhaal is chronologisch in een vlotte stijl geschreven, zonder flashbacks of andere lastige stijlvormen, dus heel geschikt voor de onderbouw van de middelbare school. Na de intrigerende proloog valt de spanning enigszins weg, tenenkrommend wordt het ook niet meer, maar wel spannend genoeg om lekker door te blijven lezen. Je wilt tenslotte wel weten hoe het verder gaat!


Rom Molemaker is een Nederlands jeugdschrijver. Na de kweekschool te Utrecht afgerond te hebben, stond Molemaker van 1968 tot en met 1996 voor de klas. Sinds 1998 is hij fulltime schrijver.


ISBN 9789025114497 | Paperback | 160 pagina’s | Uitgeverij Holland | oktober 2019
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 6 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER