Frits Spits

Alles lijkt zoals het was
Frits Spits


Deze presentator van radioprogramma’s als ‘Avondspits’ en ‘Nieuwsspits’ verloor in 2018 zijn vrouw Greetje na een korte maar ernstige ziekte. Zij leed aan longkanker. Frits ‘maakt de balans op van zijn bestaan en geeft zo niet alleen een portret van Greetje maar ook van zichzelf’, pag. 10. Het boek is een ‘muzikale bedevaart’ waarin Frits aan de hand van 20 eigentijdse Nederlandstalige liedjes terugblikt op het leven met zijn geliefde Greetje en op intense wijze zijn huidige gevoelens van gemis en verdriet verwoordt. Hij weet dit alles mooi onder woorden te brengen en kiest vaak treffende beelden. Frits heeft een fijngevoelige pen.


Bij het eerste opgenomen liedje ‘La vie est belle’ van Diggy Dex ziet Frits vol weemoed terug op de goede en liefdevolle jaren die achter hem liggen.


Het liedje ‘Huis van fluweel’ van Kommil Foo roept herinneringen op aan zijn grootouders die in Auschwitz omkwamen en Frits is zich ervan bewust dat ook zijn ouders door de oorlog zijn getekend.


Ook het liedje ‘Zelfs nu je zwijgt’ van Veldhuis en Kemper roept weemoedige herinneringen op aan de prachtige tijd met Greetje die nu niet meer bestaat. Frits is hier duidelijk over zijn levenshouding: ‘er is geen god’.


Bij alle liedjes zijn er rake typeringen, mooie associaties en ervaart hij een ándere, innerlijke band met Greetje. Diep van binnen blijft zij in hem aanwezig en zal zij gedurende zijn verdere leven met hem meegaan. Eigenlijk is Frits in dit boek voortdurend met zichzelf in gesprek en zijn de liedjes die achter in het boek op twee CD’s zijn opgenomen, een spiegel van zijn gevoelens en gedachten. Zo beschrijft hij veel menselijke ervaringen. Het meest wezenlijke kan hij bijna niet zeggen maar vindt hij terug in een liedje van Anouk: ‘Ik ben als verdriet zonder een traan. Alles donker om me heen’, pag. 62. Deze zin typeert zijn stemming die is als eb en vloed: goede en minder goede momenten wisselen elkaar voortdurend af.


Tevens besteedt Frits, hij is tenslotte presentator die veel met muziek werkt en daar veel vanaf weet, aandacht aan de artiesten en de liedjes die zij ten gehore brengen. Zijn achtergrondkennis werpt een goed licht op de teksten en wat de uitvoerenden daarmee willen zeggen.


Frits beschrijft ook een gesprek met Youp van ’t Hek die hem ooit op het hart bond dat onze tijd van leven kostbaar is. Youp reageerde al naar Frits op de dag dat hij de advertentie van Greetje plaatste en Frits is hem daar dankbaar voor.


Het liedje ‘Dan huilt mijn hart’ van Ernst Jansz & Luna roept bij Frits veel herkenning op. Nu hij alleen is, emotioneren liedjes hem meer en beluistert hij daar andere dimensies in dan voorheen.


Trijntje Oosterhuis zingt een liedtekst ‘Ken je mij’ van haar vader Huub Oosterhuis, geënt op psalm 139 maar dan in ruimere context die Frits diep raakt. Hij is zich ervan bewust dat hij eerder zei niet gelovig te zijn maar hier voelt hij de ‘mystieke kracht van woorden en universele religiositeit’.


Een liedtekst van Jan Rot troost Frits en het lied ‘Die zelfbedachte hemel’ van Frank Boeijen is voor hem tot een bron van inspiratie waardoor hij zich met de dood van Greetje kan verzoenen.


Dit boek is een persoonlijk en ook kwetsbaar verslag waarin liedjes aanzetten tot diepe bezinning op het leven in al z’n menselijkheid. Dit boek is dan ook een bijzondere verbinding tussen persoonlijke rouw en liedteksten.


De liedjes van Veldhuis en Kemper ‘Zelfs nu je zwijgt’, ‘Zeg me nog één keer’ van Rob de Nijs, ‘Dan huilt mijn hart’ van Ernst Jansz & Luna, ‘Ken je mij’ van Trijntje Oosterhuis en het liedje waarnaar dit boek is genoemd ‘Alles lijkt zoals het was’ van Frank Boeijen troffen mij in het bijzonder. Dit zijn echt rustige en sfeervolle luisterliedjes.


ISBN 978 90 245 8700 1 | Hardcover | 159 pagina’s | Luitingh-Sijthoff Amsterdam | november 2019

© Evert van der Veen, 9 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER