jeugd 6-9 jaar

Marian De Smet

De jongen die niet gaat verhuizen
Marian De Smet


We gaan verhuizen.
Ons huis is te klein geworden, zegt mama. Ik weet dat dit niet waar is. Huizen kunnen niet krimpen. De deuren zouden klemmen, het vensterglas zou barsten.'


Aan het woord is Hessel en hij heeft gelijk. Het huis is niet gekrompen maar met de komst van zijn broertje en later zijn zusje wordt het wat benauwd in huis. Het probleem is, dat Hessel helemaal niet weg wil, want aan de andere kant van de stad is geen Berker en dat is een ramp. Berker is namelijk Hessels beste vriend. Maar hoe hard Hessel ook protesteert, niemand luistert naar hem en dàt is misschien nog wel het allerergste.


De dag voor de verhuizing stopt Hessel zijn koffer vol kleren en sjouwt het ding de trap af. Hij heeft zijn besluit genomen, hij gaat bij Berker wonen.
Maar de timing van Hessel is nogal ongelukkig. In het huis van Berker wonen namelijk al baba en anne (Turks voor papa en mama), twee zusjes en een broer van Berker en... anne anne (oma). Toevallig wordt bij Berker net de boel omgegooid. De meisjes worden te groot om bij hun ouders op de kamer te slapen. Zij krijgen samen een eigen kamer en Berker moet voortaan bij oma slapen. Maar 'oma heeft een ziekte waardoor je hoofd denkt dat je weer een kind bent. Ze eet pap en draagt een luier.' Ze stink volgens Berker.


'En ik wilde net vragen of ik hier kon komen wonen.'
Berker grinnikt en zegt: 'Mag best, hoor, kun je lekker naast me in het stinkbed.' [...]
'Waarom wil je hier wonen?' vraagt hij. Hier is het stom. Je hebt nooit eens een plekje voor jezelf.
'Misschien. Maar jij bent er.'
'Niet lang meer. ik ga weg. Ik wil niet bij anne anne in bed.'
'Ik heb beneden een koffer.'
Berker ziet aan mijn gezicht dat er nog plaats is in de koffer. Plaats voor spullen van hem.
Wanneer gaan we? vraag ik.


En zo gebeurt het dat de twee jongens de deur uit stappen, vast van plan om nooit meer terug te komen. Ze lopen net zo lang tot ze de omgeving niet meer herkennen, daar vinden hun ouders ze nooit...

Na dit veelbelovende begin met mooie zinnen kijk je vol verwachting uit naar de rest van het verhaal, maar dat stort een beetje in. De jongens vinden de koffer al snel een last en beseffen tot hun ellende dat ze niet aan geld en eten gedacht hebben. Ze ontmoeten de Koerdische Piya uit Irak die in een kerk woont, haar vader is in hongerstaking omdat hij geen verblijfsvergunning en geen huis krijgt.
Dit gegeven had kunnen uitmonden in een aangrijpend, ontroerend verhaal maar al wat er gebeurt, is dat Pyia met de jongens mee gaat want Hessel had wel een huis voor Pyia en haar familie, hij heeft er toch twee... en zo zoeken ze naar met zijn drieën naar het nieuwe huis van Hessel, alleen weet hij het adres niet en de stad is wel heel groot.

Het is op zich wel een goed geschreven, aardig en bij tijden grappig verhaal. De ontmoeting met Pyia relativeert natuurlijk wel de grote 'nood' waarin de jongens verkeren. Maar wat een mooi verhaal rond asielzoekers en hun problemen had kunnen worden waardoor de jongens beseffen hoe goed ze het eigenlijk hebben, verzandt het in een verhaal wat al meermalen verteld is. Boeken over kinderen die weglopen zijn er genoeg, en zoals in al die verhalen worden ze moe en krijgen ze het koud. Hun maag begint te rammelen en ze willen uiteindelijk maar één ding, naar huis! Zo ook in dit verhaal. Uiteindelijk komt alles natuurlijk goed voor de jongens en loopt alles met een sisser af.
Helaas wordt het verhaal rond Piya wel érg makkelijk afgerond.


'Komt het goed met Piya, papa?'
'Ik weet het niet, Hessel. Soms komt het goed, soms ook niet. Het is allemaal nogal ingewikkeld.'


En daar moeten we het mee doen. Jammer een gemiste kans.
Ik ben van Marian De Smet een beter verhaal gewend.


Over de auteur: Marian De Smet begon met het schrijven van verhalen voor peuters en kleuters. Maar algauw ging ze ook voor jongeren schrijven, waaronder de YA-romans Geen bereik en Rotmoevie. Voor dat laatste boek ontving ze de Gouden Lijst.


ISBN 9789024574223 | Hardcover | 94 pagina's | Uitgeverij Luitingh Sijthoff | oktober 2016
Met fraai gestileerde zwart-wit afbeeldingen van Mattias de Leeuw | Leeftijd 8+

© Dettie, 20 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER