Heimwee naar Siberie
Jytte en haar drie jaar oudere broer Jesper hebben een heel bijzondere band. Jesper plaagt zijn zus altijd, maar neemt haar ook altijd in vertrouwen en beschermt haar door dik en dun. Ze wonen in Noord-Jutland, een dunbevolkt en nogal onherbergzaam gebied, vlak aan zee. Allebei weten we dat er meer is dan dit, en ze dromen van een toekomst in een ander land. Jesper heeft zijn aandacht gericht op Marokko, daar is het tenminste warm en de namen van de steden en dorpen klinken sprookjesachtig. Maar Jytte heeft ooit een boek gelezen over de Trans-Siberië expres, en zij wil naar Siberië. 'Daar is het koud', zegt iedereen, 'nog kouder dan hier!!'...
Maar het is haar droom en ze is er niet van af te brengen.
Maar dan breekt de oorlog uit. Duitsers dringen het land binnen, en er ontstaan voedseltekorten. Jesper doet mee aan het verzet en moet noodgedwongen vluchten. Jytte voelt zich ontheemd zonder haar broer. Bovendien mag ze nu niet meer naar het gymnasium, terwijl ze zich daar zo op verheugd had.
Kortom: haar leven stort ineen, de enige droom die ze nog heeft is Siberië...
Per Petterson is volgens mij toch een man, maar zijn hoofdpersoon is een meisje dat langzaam volwassen wordt. Dat wordt nergens ongeloofwaardig.
Langzaam brokkelt haar leven helemaal af, nergens vindt ze meer een bodem onder haar voeten, ook niet als ze zelf moet vluchten naar Zweden. En ook niet als ze later terugkeert naar haar ouders, om daar te wachten op Jesper die middels een brief heeft laten weten dat hij met de boot op weg is naar huis.
Ik mag hier wel de laatste zin citeren:
"Ik ben drieëntwintig jaar en mijn leven is voorbij. Nu de rest nog."
Hardcover | 218 Pagina's | Uitgeverij De Geus ISBN10: 9044500724 | ISBN13: 9789044500721 Vertaald door Marianne Molenaar
© Marjo, juli 2007
zie ook www.noordseliteratuur.nl/
Reageren? Klik hier!
Paarden stelen
Dit boek is winnaar van de Independent Foreign Fiction Prize 2006. Winnaar is het ook voor mij, het is een prachtig boek, een om nog eens te lezen ook.
Hoofdpersoon is Trond, die zich als hij gepensioneerd is terugtrekt in een dorp in Oost-Noorwegen. Hij bewoont een huisje dat nodig opgeknapt moet worden, en dat is zijn plan: in eigen tempo het achterstallige onderhoud onder handen nemen, en samen met zijn hond Lyra, een rustig leven leiden.
Het huisje ligt vlakbij de grens met Zweden, en is om die reden ooit door Tronds vader gekozen als een soort zomerhuis.
Trond vond het niet vreemd dat er herinneringen los zouden komen, maar dat het zo'n impact zou hebben, dat had hij toch niet verwacht.
Deels ligt dat aan het huis en de omgeving zelf, maar ook de buurman is katalysator: hij blijkt iemand te zijn die in die zomer van 1948 ook aanwezig was, de zomer waarin alles veranderde: Trond was samen met zijn vader in het huisje -de rest van het gezin is elders in Noorwegen- en behalve de moeder spelen zij geen grote rol in het verhaal.
Er zijn meer van die elementen in het boek; aanwezig en toch ook niet.
Het verleden van Trond bestaat natuurlijk niet alleen uit die zomer, soms is er sprake van een echtgenote, een bedrijf en er wordt verwezen naar een gebeurtenis die de aanleiding vormde tot het verhuizen naar dit huis. Maar expliciete uitleg wordt niet gegeven.
Petterson verweeft drie verhaallijnen dooreen: de oorlog, waarin Tronds vader betrokken raakte bij verzetspraktijken, die gevolgen had voor het leven van de vader. Dat had op zijn beurt weer een uitwerking in en kort na die zomer van 1948, de zomer waarin een jongen man wordt.
Dit laatste vormt de hoofdmoot, waardoor het boek vooral een Bildungsroman is geworden: de jongen die een blije zomervakantie denkt te zullen hebben, wordt geconfronteerd met de dood, met de liefde en verraad en trouw. Het is een prachtige roman, waarin steeds geschakeld wordt tussen de verschillende perioden, waarin de natuur een belangrijke rol speelt. En dan is er nog de taal van Petterson: bijna poëtisch.
Paperback, ISBN 9789044506570, vertaald uit het Noors door Marianne Molenaar (ut og stjaele hester) Uitgever de Geus 2006
© Marjo., augustus 2007
Lees de reacties, klik hier!
Paarden stelen
Trond heeft zich met zijn hond Lyra teruggetrokken in een huisje vlakbij de Zweedse grens waar hij vroeger, die zomer van 1948, een tijdje met zijn vader verbleef. Hij heeft zijn zaak verkocht en het huisje gekocht om daar zijn dagen in alle rust door te brengen. Zijn plan is om het huis langzamerhand op te knappen, in zijn tempo, en samen met zijn hond te genieten van het rustige, mooie landschap aan de rivier. De man geniet en is zeer tevreden met zijn leven daar. Hij verwachtte dat er herinneringen boven zullen komen maar door een ontmoeting met iemand, die ook die zomer aanwezig was, worden de herinneringen heviger dan hij verwacht had.
Die zomer gebeurde er veel heftige zaken die de toen vijftienjarige Trond nooit meer zou vergeten.
Het verhaal deed me erg denken aan De zee van John Banville. In beide boeken draait het om een oudere man, beiden weduwnaar met kinderen die ze zelden zien en waar ze zich ongemakkelijk bij voelen. Beide mannen hebben een zomer meegemaakt die hen vormt voor hun latere leven en bij beiden speelt water een grote rol. In beide boeken wordt teruggekeken naar die ene zomer.
Wat echter het verschil is, is dat in De zee de hoofdpersoon Max een nurkse, depressieve, cynische man is. In Paarden stelen is Trond een bedachtzaam, vriendelijk, tevreden mens. Waar Max zich steeds onrustig voelt en ageert tegen alles wat hem overkomen is, aanvaardt Trond zijn leven zoals het gelopen is.
Trond vraagt zich wel dingen af maar weet ook dat op niet alles een antwoord te vinden is.
Het verhaal heeft niet het sombere, beklemmende wat vaak Noorse schrijvers eigen is. Het is beeldend geschreven en in prachtige, rustige taal verteld...
Het was alsof er een gordijn was neergelaten. Het was alsof je aan een nieuw leven begon. De kleuren waren anders, de geuren waren anders, het gevoel dat de dingen mij diep vanbinnen gaven was anders. Niet alleen het verschil tussen warm en koud, licht en donker, lila en grijs, maar een verschil in de manier waarop ik bang was en in de manier waarop ik blij was.
Meer moet er niet over het boek verteld worden, het is een boek om zelf te lezen en van het verhaal te genieten.
Paperback, ISBN 9789044506570, 251 pagina's, vertaald uit het Noors door Marianne Molenaar (ut og stjaele hester) Uitgever de Geus 2006
© Dettie, oktober 2007
Ik vervloek de rivier des tijds
Per Petterson
Arvids moeder heeft te horen gekregen dat ze maagkanker heeft en 'Haar eerste reactie was: heb ik jarenlang 's nachts wakker gelegen, vooral toen de kinderen nog klein waren, doodsbang dat ik aan longkanker zou doodgaan, en dan krijg ik maagkanker. Wat zonde van de tijd!'
Na dit bericht besluit ze een paar dagen naar 'huis' te gaan. Ze zei nog steeds 'naar huis' als ze het over Denemarken had, met name over het plaatsje waar ze vandaan kwam, helemaal in het noorden van dat kleine land, hoewel ze nu al bijna op de kop af veertig jaar in Noorwegen, in Oslo woonde.
Ze wilde, tot teleurstelling van Arvids vader alleen gaan. Het kwetste hem dat ze niet samen met hem dit bericht wilde verwerken.
Arvid hoort via zijn broer dat zijn moeder ziek is en naar hun zomerhuis in Frederikshaven, Denemarken is vertrokken. Twee dagen later komt Arvid aan in het plaatsje, hij gaat naar het huisje, ziet zijn moeder... en ondanks dat hij zeker wist dat hij naar haar toe was gegaan omdat ze ziek was is het eerste wat hij zegt tegen haar: 'Mamma, ik ga scheiden'.
Vroeger hadden moeder en zoon een band. Beiden waren gek op lezen, op literatuur, en op films. Maar dan komt de dag dat Arvid haar vertelt dat hij stopt met zijn studie en wel omdat hij lid van de communistische partij was geworden en campagne voerde om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk leden industriearbeider werden. Hij zou zelf ook aan de lopende band gaan werken om het ideaal te verdedigen. Zijn moeder gaf hem een klap in z'n gezicht en noemde hem 'Een stomme idioot'. Daarna voelde Arvid zich alleen, hij voelde dat zijn moeder aan hem twijfelde "Ik had het te makkelijk gehad, vond ze, zo zat het leven niet in elkaar, zei ze, en zo moest het leven ook niet zijn."
In het zomerhuis praten Arvid en zijn moeder nauwelijks met elkaar. Moeder wil duidelijk alleen zijn en Arvid heeft daar moeite mee. Hij wandelt wat rond, vervalt in mijmeringen en herinneringen aan vroeger. Aan de tijd dat hij fanatiek Maoist was, idealen had, hoe vreemd het was om tien jaar later met dezelfde mensen te demonstreren tegen de slachting op het Tiananmenplein. Hij denkt aan zijn moeder en zijn zes jaar geleden overleden broer.
Af en toe spreekt hij zijn moeder wel maar in feite laat ze duidelijk merken dat ze het niet prettig vindt dat hij er is. Dat is goed voor te stellen want Arvid gedraagt zich als een klein kind. Hij wil aandacht van zijn moeder en dat is iets wat zij op dat moment even niet kan geven. Arvid toont geen enkel begrip voor zijn moeder. Buurman Hansen laveert een beetje tussen beiden in. Hansen is een goede vriend van moeder, ze kent hem haar hele leven. Met hem had ze af en toe willen optrekken, niet met een zoon die zwelgt in zelfmedelijden.
Dit boek viel mij na het prachtige boek Paarden stelen erg tegen. Ik vroeg me na lezing af, wat heb ik nu eigenlijk gelezen? De personages bleven op afstand. Je kon met niemand meevoelen. Moeder en zoon hadden ook twee mensen kunnen zijn die elkaar daar ontmoet hadden. Arvid gedraagt zich als een dreinend kind. Op gegeven moment stapt hij uit een taxi en begint te huilen, met zijn handen bonkend op het dak van de taxi. Moeder, buurman Hansen en de taxichauffeur staan er een beetje schutterig maar vooral gegeneerd naar te kijken. Maar vooral de vraag, Wat moet ik met dit verhaal? bleef hangen. Wat heb ik nu gelezen? Inwendig denk ik, niets, ik heb niets gelezen. Ik heb gelezen over twee mensen, de een gaat scheiden, de ander is ziek en gaat misschien dood en voor de rest is er niets. De personages leven niet, ik zie ze niet voor me, je voelt geen medelijden, geen mededogen, helemaal niets. Hooguit een lichte afkeer over het gedrag van Arvid, maar zelfs dat was niet vervelend genoeg om het je te blijven herinneren. Er is geen spanningsboog, alleen een voortkabbelen van een verhaal dat nergen toe leidt.
Het zal wel aan mij liggen want Petterson heeft met dit boek de belangrijkste Scandinavische literaire prijs gewonnen, die van de Noordse Raad.
ISBN 978 90 4451 461 2 Hardcover 249 pagina's uitgeverij De Geus maart 2010
Uit het Noors vertaald door Paula Stevens
© Dettie, juni 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER